Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 JANUARI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid. (aangehaald als : Vlaams personeelsstatuut) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-03-2006 en tekstbijwerking tot 24-12-2025)
Titre
13 JANVIER 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant le statut du personnel des services des autorités flamandes (cité comme : statut du personnel flamand) (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-03-2006 et mise à jour au 24-12-2025)
Documentinformatie
Numac: 2006035334
Datum: 2006-01-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006035334
Date: 2006-01-13
Moniteur: Voir
Inhoud
DEEL I. [1 Toepassingsgebied en algemene bepali... TITEL I. [1 Toepassingsgebied]1 TITEL II. [1- Algemene bepalingen]1 HOOFDSTUK 1. [1 - Definities]1 HOOFDSTUK 2. [1 - Delegatie]1 HOOFDSTUK 3. [1 - Personeelsplan]1 HOOFDSTUK 4. [1 - Indeling van de graden ]1 HOOFDSTUK 5. [1 - Kansengroepenbeleid ]1 TITEL III. HOOFDSTUK I. HOOFDSTUK 6. [1 Administratieve anciënniteiten ]1 HOOFDSTUK 7. [1- Tijdelijke vervanging en terug... HOOFDSTUK 8. [1 - Standplaatsbepaling]1 HOOFDSTUK 9. [1 - Arbeidsreglement]1 HOOFDSTUK 10. [1- Agentschapsspecifieke besluit... HOOFDSTUK Ibis. HOOFDSTUK Iter. TITEL 3. [1 - Algemene organisatorische bepalin... HOOFDSTUK 1. [1- Statutaire organen en beroepsc... TITEL IV. HOOFDSTUK 2. [1 - Het Selectiekwaliteitscomité]1 TITEL 4. [1 - Overgangs- en opheffingsbepalingen]1 DEEL II. - RECHTEN, PLICHTEN, ONVERENIGBAARHEDE... HOOFDSTUK I. - Deontologische rechten en plichten. HOOFDSTUK II. - Intellectuele eigendomsrechten. HOOFDSTUK III. - Onverenigbaarheden. HOOFDSTUK IV. - Cumulatie van beroepsactiviteiten. HOOFDSTUK V. - Overgangsbepaling. DEEL III. [1 De loopbaan]1 HOOFDSTUK I. [1 - Algemene bepalingen]1 Afdeling 1. [1 - De invulling van vacatures]1 HOOFDSTUK II. Afdeling 2. [1 - De selector]1 Afdeling 3. [1- De selectie via een objectief w... HOOFDSTUK III. Afdeling 4. [1 - Niet nodeloos hertesten]1 HOOFDSTUK 2. [1- Instroom]1 Afdeling 1. [1 - Externe werving]1 Afdeling 2. [1 - Toelatingsvoorwaarden]1 Afdeling 3. [1 - Aanwervingsvoorwaarden]1 HOOFDSTUK IV. Afdeling 4. [1 - Toelating tot de proeftijd]1 HOOFDSTUK IVbis. HOOFDSTUK V. Afdeling 5. [1 - Benoeming tot ambtenaar]1 Afdeling 6. [1 - Externe mobiliteit]1 HOOFDSTUK 3. [1 - Doorstroom]1 Afdeling 1. [1 - Horizontale mobiliteit]1 Afdeling 2. [1 - Begeleiding bij heroriëntering]1 Afdeling 3. [1 - Bevordering]1 Afdeling 4. [1 Wijziging van dienstaanwijzing z... Afdeling 5. [1- De preventiefuncties]1 Afdeling 6. [1 - De huisbewaarders]1 Afdeling 7. [1 - Bijzondere bepalingen]1 Onderafdeling 1. [1 - Bijzondere bepaling met b... Onderafdeling 2. [1 - Bijzondere bepaling met b... Onderafdeling 3. [1- Bijzondere bepaling met be... HOOFDSTUK 4. [1 - Overgangsbepalingen]1 DEEL IV. [1 - Evaluatie tijdens de loopbaan]1 TITEL I. [1 - Gemeenschappelijke bepalingen]1 HOOFDSTUK I. [1 - Algemene beginselen]1 HOOFDSTUK II. [1 - De evaluatieprocedure]1 TITEL II. [1 - Specifieke bepalingen over de st... TITEL III. [1 - Specifieke bepalingen over de j... HOOFDSTUK I. [1 - De evaluatiebeslissing]1 Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 - Tegenspraak bij de evaluatiebe... HOOFDSTUK II. [1 - Beslissing over de salarisev... Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 - Tegenspraak bij de beslissing ... DEEL V. - DE TOP- EN MIDDENKADERFUNCTIES. TITEL I. [1 Algemene bepalingen]1 HOOFDSTUK I. Titel 1bis. [1 - De [2 managementfuncties van N... HOOFDSTUK II. - De selectie voor de mandaatfunc... Afdeling 1. - In aanmerking komende kandidaten. Afdeling 2. - Selectiecriteria en -procedure. HOOFDSTUK III. - De aanwijzing en de rechtsposi... HOOFDSTUK IV. - [1 Mobiliteit]1 HOOFDSTUK V. - De arbeidsvoorwaarden. Afdeling 1. - Administratieve arbeidsvoorwaarden. Afdeling 2. - Geldelijke arbeidsvoorwaarden. Afdeling 3. [1 - Mobiliteitskrediet]1 HOOFDSTUK VI. - De evaluatie, het einde en de h... TITEL II. - Statuut van hoofd van het secretari... HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling. HOOFDSTUK II. - De selectie. Afdeling 1. - In aanmerking komende kandidaten. Afdeling 2. - Selectiecriteria en -procedure. HOOFDSTUK III. - De aanwijzing en arbeidsvoorwa... HOOFDSTUK IIIbis. [1 - [2 ...]2 Mobiliteit.]1 HOOFDSTUK IV. - De evaluatie. HOOFDSTUK V. - Einde van de functie. TITEL III. - De rechtspositie voor het middenka... HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. HOOFDSTUK II. - De selectie. Afdeling 1. - In aanmerking komende kandidaten. Afdeling 2. - Selectiecriteria en -procedure. HOOFDSTUK IIbis. [1 -[2 ...]2 Mobiliteit.]1 HOOFDSTUK III. - [1 De arbeidsvoorwaarden]1 HOOFDSTUK IV. - Evaluatie. HOOFDSTUK V. - Einde van de dienstaanwijzing in... TITEL IV. - Gemeenschappelijke bepaling. TITEL V. - Overgangs- en opheffingsbepalingen. HOOFDSTUK I. - De [1 managementfunctie van N-ni... HOOFDSTUK II. [1 - De rechtspositie voor het ho... HOOFDSTUK III. - De rechtspositie voor het midd... HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepaling. Hoofdstuk 5. [1 Overgangsbepaling]1 DEEL VI. TITEL I. TITEL II. TITEL III. TITEL IV. HOOFDSTUK 1. HOOFDSTUK 2. HOOFDSTUK 2bis. HOOFDSTUK 3. TITEL V. HOOFDSTUK 1. HOOFDSTUK 2. HOOFDSTUK 3. HOOFDSTUK 4. TITEL VI. HOOFDSTUK 1. HOOFDSTUK 2. HOOFDSTUK 3. HOOFDSTUK 3bis. HOOFDSTUK IV. TITEL VII. HOOFDSTUK 1. HOOFDSTUK 2. Afdeling 1. Afdeling 2. HOOFDSTUK 3. HOOFDSTUK 4. Afdeling 1. Afdeling 2. Afdeling 3. Afdeling 4. Afdeling 5. HOOFDSTUK 5. HOOFDSTUK 6. TITEL 8. HOOFDSTUK 1. HOOFDSTUK 2. TITEL IX. HOOFDSTUK 1. HOOFDSTUK 2. HOOFDSTUK 3. HOOFDSTUK 4. HOOFDSTUK 5. TITEL X. DEEL VII. - DE VERLONING. TITEL I.- HET SALARIS. HOOFDSTUK 1. [1 De bepaling van het salaris teg... HOOFDSTUK 3. - De betaling van het maandsalaris. TITEL II. - DE TOELAGEN. HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen. HOOFDSTUK 2. - Algemene toelagen. Afdeling 1. - De haard- en standplaatstoelage. Afdeling 2. - Het vakantiegeld en de eindejaars... Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen. Onderafdeling 2. - Vakantiegeld. Onderafdeling 3. - Eindejaarstoelage. Afdeling 3. - De toelage voor het uitoefenen va... Afdeling 4. - Diensthoofdentoelage. [1 opgeheven]1 Afdeling 5. - Projectleiderstoelage. Afdeling 6. - Toelagen voor prestaties buiten d... Afdeling 7. - De gevaartoelage. Afdeling 8. - De prestatietoelagen. Onderafdeling 1. - [1 De managementstoelage.]1 Onderafdeling 2. - Functioneringstoelage. Onderafdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen. Afdeling 9. - De bevorderingspremie. Afdeling 10. - Permanentietoelage en toelage vo... Onderafdeling 1. - Permanentietoelage. Onderafdeling 2. - Toelage voor ploegenarbeid. Onderafdeling 3. - Algemene bepalingen. Afdeling 11. [1 - Toelage voor tijdelijke funct... Afdeling 12. [1 - Toelage voor carpooling]1 Afdeling 13. [1 - Vervangende toelage maaltijdc... HOOFDSTUK 3. - Toelagen voor specifieke persone... Afdeling 1. - [1 Personeelsleden van het agents... Afdeling 2. - Milieutoelage. Afdeling 3. Toelage voor rekenplichtigen en kas... Afdeling 4. - Gezagvoerderstoelage. Afdeling 5. - Toelage voor technische bekwaamheid. Afdeling 6. [1 Toelage voor het secretariaat va... Afdeling 6bis. [1 - Toelage voor facilitaire ka... Afdeling 7. - BET-toelage. Afdeling 8. - [1 Gemeenschappelijke of Interne ... Afdeling 9. - Sociale Dienst voor het Vlaamse O... Afdeling 10. - Huisvesting en vervangende toelage. Afdeling 11. - Toelage voor onregelmatige prest... Afdeling 12. - Luchthaventoelage. Afdeling 13. - Bijzondere toelageregeling voor ... Afdeling 14. - Zeegeld. Afdeling 15. - De huisbewaarder. Onderafdeling 1. - Voordelen en rechten toegeke... Onderafdeling 2. - Toelage voor vervanging van ... Onderafdeling 3. - Beëindiging van de functie v... Afdeling 16. [1 - Specifieke toelageregeling vo... Afdeling 17. [1 - STCW-toelage (Standards of Tr... Afdeling 18. [1 - Toelage voor technische bekwa... Afdeling 19. [1 Binnenvaarttoelage ]1 Afdeling 20. [1 - Arbeidsmarkttoelage voor arts... Afdeling 21. [1 - Toelage voor de matroos die t... Afdeling 22. [1 - Risicotoelage voor personeels... HOOFDSTUK 4. - Cumulatiebepalingen. TITEL III. - DE VERGOEDINGEN. HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen. HOOFDSTUK 2. [1 - Vergoedingen voor binnenlands... Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 - Reiskosten]1 Afdeling 3. [1 - Maaltijdvergoeding]1 Afdeling 3bis. [1 - Forfaitaire vergoeding voor... Afdeling 4. [1 - Binnenlandse dienstreis met ov... Afdeling 5. [1 - Reizende functies]1 HOOFDSTUK 3. [1 - Buitenlandse dienstreis]1 Afdeling 1. [1 - Algemene bepaling]1 Afdeling 2. [1 - Algemene bepaling]1 Onderafdeling 1. [1 - Zendingsaanvraag]1 Onderafdeling 2. [1 - Voorschotten]1 Afdeling 3. [1 - Kosten]1 Onderafdeling 1. [1 - Reiskosten]1 Onderafdeling 2. [1 - Logies]1 Onderafdeling 3. [1 - Dagvergoeding]1 Onderafdeling 4. [1 - Inschrijvingskosten]1 Onderafdeling 5. [1 - Representatiekosten]1 Afdeling 4. [1 - Verslaggeving]1 Afdeling 5. [1 - Afrekening]1 Onderafdeling 1. [1 - Terugbetaling van kosten]1 Onderafdeling 2. [1 - Terugvordering van voorsc... HOOFDSTUK 4. HOOFDSTUK 5. - Maaltijdvergoeding op dienst- en... HOOFDSTUK 6. - De forfaitaire vergoeding voor r... HOOFDSTUK 7. - Vergoeding voor het werken in Vl... HOOFDSTUK 8. - [1 Vergoedingen, toelagen en voo... HOOFDSTUK 9. [1 Vergoeding voor personeelsleden... HOOFDSTUK 10. [1 - Terugbetaling van de kosten ... TITEL IV. - DE SOCIALE VOORDELEN. HOOFDSTUK 1. - De vergoeding voor begrafeniskos... HOOFDSTUK 2. - Woon-werkverkeer met het openbaa... HOOFDSTUK 3. - Woon-werkverkeer naar een moeili... HOOFDSTUK 4. - Fietsvergoeding. HOOFDSTUK 5. - Woon-werkververkeer in het buite... HOOFDSTUK 6. [1 Woon-werkverkeer voor personeel... HOOFDSTUK 7. - Tegemoetkoming stoffelijke schade. HOOFDSTUK 8. - Hospitalisatieverzekering. HOOFDSTUK 9. - Rechtsbijstand. HOOFDSTUK 10. [1 - Aanvulling uitkering voor ee... HOOFDSTUK 11. [1 - Hybride werken]1 HOOFDSTUK 12. [1 Maaltijdcheques]1 HOOFDSTUK 13. [1 - Privégebruik van een dienstw... HOOFDSTUK 14. [1 - Kinderbijslag]1 HOOFDSTUK 15. [1 - Aanvullend pensioen voor de ... HOOFDSTUK 16. [1 - Kosten voor de installatie e... HOOFDSTUK 17. [1 - Fietsleasing]1 HOOFDSTUK 18. [1 - Ecocheques]1 HOOFDSTUK 19. [1 - Sport- en cultuurcheques.]1 TITEL V. HOOFDSTUK 1. HOOFDSTUK 2. HOOFDSTUK 3. HOOFDSTUK 4. HOOFDSTUK 5. HOOFDSTUK 6. HOOFDSTUK 7. HOOFDSTUK 8. HOOFDSTUK 9. DEEL VIIbis. [1 verloning voor het personeelsli... TITEL I. [1 - Het salaris]1 TITEL II. [1 - De toelagen]1 HOOFDSTUK 1. [1 - De bevorderingspremie]1 TITEL III. [1 - Overgangs- en slotbepalingen]1 HOOFDSTUK 1. [1 - Overgangsbepalingen van toepa... HOOFDSTUK 2. [1 - Overgangsbepalingen voor de p... HOOFDSTUK 3. [1 - Overgangsbepalingen voor bepa... HOOFDSTUK 4. [1 - Overgangsbepalingen voor de p... HOOFDSTUK 5. [1 - Overgangsbepalingen voor de p... HOOFDSTUK 6. [1 - Overgangsbepaling naar aanlei... HOOFDSTUK 7. [1 - Overgangsbepalingen voor de p... HOOFDSTUK 8. [1 - Geboorteverlof ]1 DEEL VIII. - TUCHTREGELING. TITEL I. - Tuchtstraffen. TITEL II. - Tuchtprocedure. HOOFDSTUK I. - De bevoegde overheden. HOOFDSTUK II. - De procedure. HOOFDSTUK III. - Algemene kenmerken van de tuch... TITEL III. - De doorhaling van de tuchtstraffen. DEEL IX. - SCHORSING IN HET BELANG VAN DE DIENST. DEEL X. - DE VERLOVEN EN DIENSTVRIJSTELLINGEN. TITEL I. - Algemene bepalingen. TITEL II. - Jaarlijkse vakantiedagen en feestda... TITEL III. [1 Moederschapsrust, opvangverlof, p... HOOFDSTUK I. - [1 Moederschapsrust]1 HOOFDSTUK Ibis. [1 - Vader- of meemoederschapsv... HOOFDSTUK II. - Opvangverlof. HOOFDSTUK III. [1 Pleegzorgverlof en pleegouder... Titel 4.[1 Ziekteverlof]1 HOOFDSTUK 1 [1 - Algemene bepalingen]1 HOOFDSTUK 2.- Verloningsregeling tijdens de arb... HOOFDSTUK 3. [1 - Controle op de arbeidsongesch... HOOFDSTUK 4. [1- Doorverwijzing naar de federal... HOOFDSTUK 5. [1- Verlof voor deeltijdse prestat... Art. 10. 24ter. [1 § 1. Een ambtenaar die arbei... HOOFDSTUK 6. [1 - Arbeidsongeschiktheid wegens ... TITEL V. - Verlof voor deeltijdse prestaties. TITEL Vbis. [1 Verlof voor deeltijdse prestatie... TITEL VI. [1 - Het zorgkrediet]1 HOOFDSTUK I. [1 - Duur van het zorgkrediet en m... HOOFDSTUK 2. [1 Administratieve toestand, voorw... TITEL VIbis. [1 - Loopbaanonderbreking in het k... HOOFDSTUK I. [1 - Algemene bepalingen ]1 HOOFDSTUK II. - Palliatief verlof. HOOFDSTUK III. - Bijstand aan of verzorging van... HOOFDSTUK IV. - Ouderschapsverlof. HOOFDSTUK IVbis. [1 - Mantelzorgverlof]1 HOOFDSTUK V. - Onderbrekingsuitkeringen. HOOFDSTUK VI. - Vervanging. HOOFDSTUK VII. TITEL VII. - Tewerkstelling ten behoeve van een... HOOFDSTUK I. - [1 De tijdelijke tewerkstelling ... HOOFDSTUK Ibis. [1 De tijdelijke tewerkstelling... HOOFDSTUK II. - Verlof om een ambt uit te oefen... HOOFDSTUK III. - Verlof voor opdracht. HOOFDSTUK IV. - Verlof wegens terbeschikkingste... HOOFDSTUK V. - Verlof voor het uitoefenen van e... HOOFDSTUK VI. - Gemeenschappelijke bepaling. TITEL VIII. - Vormingsverlof en dienstvrijstell... TITEL IX. - Omstandigheidsverlof. TITEL IXbis. [1 - Geboorteverlof]1 TITEL X. - Onbetaald verlof. TITEL XI. - Politiek verlof en dienstvrijstelling. TITEL XII. - Verlof krachtens federale bepaling... TITEL XIII. - Dienstvrijstellingen. TITEL XIIIbis. [1 - Gestandaardiseerd gunstverl... TITEL XIV. - Overgangsbepalingen. DEEL XI. [1 Einde van de tewerkstelling]1 Titel I. [1De ontslagregeling voor de ambtenaar]1 Deel XIter. TITEL 1. TITEL 2. HOOFDSTUK 1. Afdeling 1. Art. 11ter. 2. Art. 11ter. 3. Afdeling 2. Afdeling 3. Art. 11ter. 7 Afdeling 4. Art. 11ter. 8. Afdeling 5. Afdeling 6. Art. 11ter.10. Afdeling 7. Art. 11ter. 11. HOOFDSTUK 2. Afdeling 1. Art.11ter. 12. Art.11ter. 13. Afdeling 2. Afdeling 3. Afdeling 4. Afdeling 5. Afdeling 6. Art. 11ter. 19. Afdeling 7. TITEL 3. HOOFDSTUK 1. Afdeling 1. Afdeling 2. HOOFDSTUK 2. Afdeling 1. Afdeling 2. HOOFDSTUK II. - De ontslagregeling voor contrac... Titel 2. [1 De ontslagregeling voor de ambtenaa... HOOFDSTUK III. - Overgangsbepaling. Titel 3. [1 De ontslagregeling voor het contrac... Hoofdstuk 1. [1 Algemene bepalingen ]1 Hoofdstuk 2. [1 Ontslagvoorwaarden]1 Hoofdstuk 3. [1 Het hoorrecht]1 Hoofdstuk 4. [1 Bevestiging van de ontslaginten... Hoofdstuk 5. [1 Adviesorgaan]1 Hoofdstuk 6. [1 De definitieve ontslagbeslissin... Art. 11. 23. [1 Ї 1. De indienstnemende overhei... Art. 11.24. [1 De indienstnemende overheid is e... Art. 11.25. [1 De termijnen, vermeld in deze ti... Hoofdstuk 7. [1 Outplacement]1 Art. 11. 26. [1 Ї 1. Het contractuele personeel... Hoofdstuk 8. [1 Ontslaganciыnniteit]1 Art. 11. 27. [1 In geval van eenzijdige beëindi... Titel 4. [1 Overgangsbepalingen]1 Deel XIbis. [1 Specifieke arbeidsvoorwaarden vo... Titel 1. [1 Toepassingsgebied ]1 Art. XIbis.1. [1 § 1. Dit deel is van toepassin... Titel 2. [1 Definities]1 Titel 3. [1 Instroom ]1 HOOFDSTUK I. - [1 Invulling van de vacatures ]1 HOOFDSTUK 2. [1 Bijzondere voorwaarden bij aa... HOOFDSTUK 3. [1 Benoeming ]1 HOOFDSTUK 4. [1 Externe mobiliteit ]1 Titel 4. [1 Doorstroom ]1 HOOFDSTUK I. - [1 Herplaatsing ]1 HOOFDSTUK 2 [1 Horizontale mobiliteit ]1 HOOFDSTUK 3 [1 Bevordering ]1 Afdeling 1. [1 Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 Specifieke bepalingen ]1 HOOFDSTUK 4. [1 - Specifieke graadveranderingen... HOOFDSTUK 5. [1 - Specifieke functiewijziging b... Titel 4bis. [1 Titel 4bis. Vrijwillige terugze... Titel 5. [1 Geldelijke bepalingen ]1 HOOFDSTUK I. [1 Toepassingsgebied deel VII ]1 HOOFDSTUK 2. - [1 Geldelijke anciënniteit en va... HOOFDSTUK 3 [1 Toelagen ]1 Afdeling 1. [1 Algemene toelagen ]1 Afdeling 2. [1 Specifieke toelagen ]1 Onderafdeling 1. [1 - Binnenvaarttoelage ]1 Onderafdeling 2. [1 Bijzondere toelageregeling ... Onderafdeling 3. [1 Zeegeld ]1 Onderafdeling 4. [1 Specifieke toelageregeling ... Onderafdeling 5. [1 STCW-toelage (Standards of ... Onderafdeling 6. [1 Toelage voor technische bek... Onderafdeling 7. [1 Toelage voor de matroos die... Onderafdeling 8. [1 Gezagvoerderstoelage ]1 HOOFDSTUK 4. [1 Vergoedingen ]1 Afdeling 1. Afdeling 2. [1 De forfaitaire vergoeding voor r... Afdeling 3. Afdeling 4. [1 Compenserende vergoeding maaltij... HOOFDSTUK 5. [1 Sociale voordelen ]1 HOOFDSTUK 6. [1 Overgangsbepalingen ]1 Titel 6. [1 Evaluatie ]1 Titel 7. [1 Ziekteverlof ]1 Titel 8. [1 Ambtshalve onbetaald verlof ]1 Titel 9. [1 Tuchtregeling ]1 Titel 10. [1 Einde van de tewerkstelling van ee... Titel 11. [1 Het verlies van de hoedanigheid va... HOOFDSTUK 1. [1 Pensionering ]1 HOOFDSTUK 2. [1 Definitieve ambtsneerlegging ]1 HOOFDSTUK 3. [1 Outplacement ]1 Titel 12. [1 Mobiliteit tussen een graad of fun... HOOFDSTUK I. [1 Mobiliteit van een graad of fun... Afdeling 1. [1 Personeelsleden in dienst vóór 1... Onderafdeling 1. [1 Hoedanigheid]1 Onderafdeling 2. [1 Verloning]1 Onderafdeling 3. [1 Ziekteregeling]1 Onderafdeling 4. [1 Aanvullend pensioen ]1 Onderafdeling 5. [1 Ambtshalve pensioen ]1 Onderafdeling 6. [1 Evaluatie en raad van beroe... Onderafdeling 7. [1 Ontslagbescherming van cont... Afdeling 2. [1 - Personeelsleden in dienst vana... Onderafdeling 1. [1 Hoedanigheid ]1 Onderafdeling 2. [1 Verloning ]1 Onderafdeling 3. [1 - Ziekteregeling ]1 Onderafdeling 4. [1 Aanvullend pensioen ]1 Onderafdeling 5. [1 Ambtshalve pensioen ]1 Onderafdeling 6. [1 Evaluatie en raad van beroe... Onderafdeling 7. [1 Ontslagbescherming contract... HOOFDSTUK 2. [1 Mobiliteit van een graad of fun... Afdeling 1. [1 Personeelsleden in dienst vóór 1... Onderafdeling 1. [1 Hoedanigheid ]1 Onderafdeling 2. [1 Verloning ]1 Onderafdeling 3. [1 Ziekteregeling ]1 Onderafdeling 4. [1 Aanvullend pensioen]1 Onderafdeling 45 [1 Onderafdeling 4. ]1 Onderafdeling 6. [1 Evaluatie en raad van beroe... Onderafdeling 7. [1 Ontslagbescherming contract... Afdeling 2. [1 Personeelsleden in dienst vanaf ... Onderafdeling 1. [1 - Hoedanigheid ]1 Onderafdeling 2. [1 - Verloning ]1 Onderafdeling 3. [1 Ziekteregeling ]1 Onderafdeling 4. [1 Aanvullend pensioen ]1 Onderafdeling 5. [1 Ambtshalve pensioen ]1 Onderafdeling 6. [1 Evaluatie en raad van beroe... Onderafdeling 7. [1 Ontslagbescherming contract... DEEL XII. - ALGEMENE OPHEFFINGS-, OVERGANGS- EN... HOOFDSTUK I.- Algemene intrekkingsbepalingen. HOOFDSTUK Ibis. [1 - Algemene overgangsbepaling... HOOFDSTUK II. - Algemene slotbepalingen. BIJLAGEN.
Inhoud
PARTIE Ire. [1 Champ d'application et dispositi... TITRE Ier. [1 Champ d'application]1 TITRE II. [1 - Dispositions générales]1 CHAPITRE 1er. [1- Définitions]1 CHAPITRE 2. [1 - Délégation]1 CHAPITRE 3. [1- Plan de personnel]1 CHAPITRE 4. [1 - Classement des grades]1 CHAPITRE 5. [1- Politique en matière de groupes... TITRE III. CHAPITRE 1er. CHAPITRE 6. [1 Anciennetés administratives ]1 CHAPITRE 7. [1- Remplacement temporaire et droi... CHAPITRE 8. [1- Fixation de la résidence admini... CHAPITRE 9. [1- Règlement de travail]1 CHAPITRE 10. [1 - Arrêtés spécifiques aux agenc... CHAPITRE 1bis. CHAPITRE 1ter. CHAPITRE 2. TITRE 3. [1- Dispositions organisationnelles gé... CHAPITRE 1er. [1- Organes statutaires et commis... TITRE IV. CHAPITRE 2. [1 - Le Comité de qualité de sélect... TITRE 4. [1- Dispositions transitoires et abrog... PARTIE II. - DROITS, DEVOIRS, INCOMPATIBILITES ... CHAPITRE 1er. - Droits et devoirs déontologiques. CHAPITRE 2. - Les droits de propriété intellect... CHAPITRE 3. - Incompatibilités. CHAPITRE 4. - Cumul d'activités professionnelles. CHAPITRE 5. - Disposition transitoire. PARTIE III. [1-La carrière]1 CHAPITRE 1er. [1 - Dispositions générales]1 Section 1re. [1- Le pourvoi de vacances d'emploi]1 CHAPITRE 2. Section 2. [1 - Le sélectionneur]1 Section 3. [1 - La sélection par un système de ... CHAPITRE 3. Section 4. [1 - Pas de nouvelles épreuves inuti... CHAPITRE 2. [1- Entrée]1 Section 1re. [1 - Recrutement externe]1 Section 2. [1 - Conditions d'admission]1 Section 3. [1 - Conditions de recrutement]1 CHAPITRE 4. Section 4. [1 - Admission au stage]1 CHAPITRE 4bis. CHAPITRE 5. Section 5. [1 - Nomination en qualité de foncti... Section 6. [1- Mobilité externe]1 CHAPITRE 3. [1 - Mouvements]1 Section 1re. [1 - Mobilité horizontale]1 Section 2. [1 - Accompagnement à la réorientati... Art. 3. 39. [1 § 1er. Un agent peut être accomp... Art. 3.40. [1 Pour bénéficier de l'accompagneme... Art. 3.41. [1 L'Agence de la Fonction publique ... Section 3. [1 - Promotion]1 Art. 3.42. [1 La promotion est l'occupation par... Art. 3.43. [1 Le chef hiérarchique déclare vaca... Art. 3.44. [1 § 1er. En cas de promotion à une ... Art. 3.45. [2 Le membre du personnel sélectionn... Art. 3.46. [1 § 1er. Dans le cas d'un stage, le... Art. 3.47. [1 Les candidats à un emploi de prom... Art. 3.48. [1 § 1er. La promotion au sein du ni... Art. 3.49. [1 La promotion au niveau supérieur ... Section 4. [1- Changement d'affectation sans pr... Section 5. [1 - Les fonctions de prévention]1 Section 6. [1 Le chef hiérarchique désigne le c... Section 7. [1 - Dispositions particulières]1 Sous-section 1re. [1 - Disposition particulière... Sous-section 2. [1- Disposition particulière po... Sous-section 3. [1 - Disposition particulière p... CHAPITRE 4. [1 - Dispositions transitoires]1 PARTIE IV. [1 - L'évaluation au cours de la car... TITRE I. [1 - Dispositions communes]1 CHAPITRE 1er. [1 - Principes généraux]1 CHAPITRE 2. [1 - La procédure d'évaluation]1 TITRE II. [1 - Dispositions spécifiques sur le ... TITRE III. [1 - Dispositions spécifiques relati... CHAPITRE 1er. [1 - La décision d'évaluation]1 Section 1re. [1 - Dispositions générales]1 Section 2. [1 - Recours contre la décision d'év... CHAPITRE 2. [1 - Décision relative à l'évolutio... Section 1re. [1 - Dispositions générales]1 Section 2. [1 - Recours contre la décision " in... PARTIE V. - LES FONCTIONS DES CADRES SUPERIEUR ... TITRE Ier. [1Dispositions générales]1 CHAPITRE 1er. Titel 1bis. [1 - Les [2 fonctions de management... CHAPITRE 2. - La sélection pour les fonctions d... Section 1re. - Candidats admissibles. Section 2. - Critères et procédure de sélection. CHAPITRE 3. - La désignation et le statut. CHAPITRE 4. - [1 Mobilité]1 CHAPITRE 5. - Les conditions de travail. Section 1re. - Conditions de travail administra... Section 2. - Conditions de travail pécuniaires. Section 3. [1 - Crédit de mobilité]1 CHAPITRE 6. - L'évaluation, la fin et le renouv... TITRE II. - Statut de chef du personnel de secr... CHAPITRE 1er. - Disposition générale. CHAPITRE 2. - La sélection. Section 1re. - Candidats admissibles. Section 2. - Critères et procédure de sélection. CHAPITRE 3. - La désignation et conditions de t... CHAPITRE 3bis. [1 - Mobilité [2 ...]2.]1 CHAPITRE 4. - L'évaluation. CHAPITRE 5. - Fin de la fonction. TITRE III. - Le statut pour le cadre moyen. CHAPITRE 1er. - Dispositions générales. CHAPITRE 2. - La sélection. Section 1re. - Candidats admissibles. Section 2. - Critères et procédure de sélection. CHAPITRE 2bis. [1 - Mobilité[2 ...]2.]1 CHAPITRE 3. [1 - Les conditions de travail]1 CHAPITRE 4. - Evaluation. CHAPITRE 5. - Fin de l'affectation dans une fon... TITRE IV. - Disposition commune. TITRE V. - Dispositions transitoires et abrogat... CHAPITRE 1er. - Les [1 fonctions de management ... CHAPITRE 2. [1 - Le statut pour le chef du pers... CHAPITRE 3. - Le statut pour le cadre moyen. CHAPITRE 4. - Disposition abrogatoire. CHAPITRE 5. [1 Disposition transitoire]1 PARTIE VI. TITRE Ier. TITRE II. TITRE III. TITRE IV. CHAPITRE 1er. CHAPITRE 2. CHAPITRE 2bis. CHAPITRE 3. TITRE 5. CHAPITRE 1er. CHAPITRE 2. CHAPITRE 3. CHAPITRE 4. TITRE VI. CHAPITRE 1er. CHAPITRE 2. CHAPITRE 3. CHAPITRE 3bis. CHAPITRE 4. TITRE VII. CHAPITRE 1er. CHAPITRE 2. Section 1re. Section 2. CHAPITRE 3. CHAPITRE 4. Section 1re. Section 2. Section 3. Section 4. Section 5. CHAPITRE 5. CHAPITRE 6. TITRE VIII. CHAPITRE 1er. CHAPITRE 2. TITRE IX. CHAPITRE 1er. CHAPITRE 2. CHAPITRE 3. CHAPITRE 4. CHAPITRE 5. TITRE X. PARTIE VII. - LA RETRIBUTION. TITRE Ier. - LE TRAITEMENT. CHAPITRE 1er. - [1 La fixation du traitement à ... CHAPITRE 3. - Le paiement du traitement mensuel. TITRE II. - LES ALLOCATIONS. CHAPITRE 1er. - Dispositions communes. CHAPITRE 2. - Allocations générales. Section 1re. - L'allocation de foyer et l'alloc... Section 2. - Le pécule de vacances et l'allocat... Sous-section 1re. - Dispositions communes. Sous-section 2. - Le pécule de vacances. Sous-section 3. - Allocation de fin d'année. Section 3. - L'allocation pour l'exercice de fo... Section 4. - Allocation de chef de service. [1 ... Section 5. - Allocation de chef de projet. Section 6. - Allocations pour prestations en de... Section 7. - L'allocation de danger. Section 8. - Les allocations de prestation. Sous-section 1re. - [1 L'allocation de manageme... Sous-section 2. - Prime de fonctionnement. Sous-section 3. - Dispositions communes. Section 9. - La prime de promotion. Section 10. - Allocation de permanence et alloc... Sous-section 1re. - Allocation de permanence. Sous-section 2. - Allocation pour travail en éq... Sous-section 3. - Dispositions générales. Section 11. [1 - Allocation en compensation d'u... Section 12. [1 - Allocation pour covoiturage]1 Section 13. [1 - Allocation de remplacement chè... CHAPITRE 3. - Allocations à des catégories spéc... Section 1re. - [1 Membres du personnel de l'age... Section 2. - Allocation d'environnement. Section 3. - Allocation pour comptables et allo... Section 4. - Allocation de commandant. Section 5. - Allocation pour aptitude technique. Section 6. [1 - Allocation pour le secrétariat ... Section 6bis. [1 - Allocation pour le soutien f... Section 7. - Allocation EGE. Section 8. - [1 Gemeenschappelijke of Interne D... Section 9. - Sociale Dienst voor het Vlaamse Ov... Section 10. - Logement et allocation de remplac... Section 11. - Allocation pour prestations irrég... Section 12. - Allocation d'aéroport. Section 13. - Régime particulier d'allocations ... Section 14. - Prime de mer. Section 15. - Le concierge. Sous-section 1re. - Avantages et droits conféré... Sous-section 2. - Allocation de remplacement du... Sous-section 3. - Cessation de la fonction de c... Section 16. [1 - Régime d'allocations spécifiqu... Section 17. [1 - Allocation STCW (Standards of ... Section 18. [1 - Allocation pour compétence tec... Section 19..[1 Allocation de navigation intérie... Section 20. [1 Allocation liée au marché de l'e... Section 21. [1 - Subvention pour le matelot exe... Section 22. [1 - Prime de risque accordée aux p... CHAPITRE 4. - Règles de cumul. TITRE III. - LES INDEMNITES. CHAPITRE 1er. - Dispositions communes. CHAPITRE 2. [1 - Indemnités octroyées pour des ... Section 1re. [1 - Dispositions générales]1 Section 2. [1 - Frais de parcours]1 Section 3. [1 - Indemnité de repas]1 Section 3bis. [1 Indemnité forfaitaire pour la ... Section 4. [1 - Voyage de service à l'intérieur... Section 5. [1 - Fonctions itinérantes]1 CHAPITRE 3. [1 - Voyage de service à l'étranger]1 Section 1re. [1 - Disposition générale]1 Section 2. [1 - Demande]1 Sous-section 1re. [1 - Demande de mission]1 Sous-section 2. [1 - Avances]1 Section 3. [1 Frais]1 Sous-section 1re. [1 - Frais de parcours]1 Sous-section 2. [1 - Logement]1 Sous-section 3. [1 - Indemnité journalière]1 Sous-section 4. [1 - Frais d'inscription]1 Sous-section 5. [1 - Frais de représentation]1 Section 4. [1 - Rapport]1 Section 5. [1 - Décompte]1 Sous-section 1. [1 - Remboursement de frais]1 Sous-section 2. [1 - Recouvrement d'avances]1 CHAPITRE 4. CHAPITRE 5. - Indemnité de repas sur les embarc... CHAPITRE 6. - L'indemnité forfaitaire pour frai... CHAPITRE 7. - Allocation pour prestations à Vli... CHAPITRE 8. - [1 Indemnités, allocations et ava... CHAPITRE 9. [1 - Allocation pour membres du per... CHAPITRE 10. [1 - Remboursement des frais pour ... TITRE IV. - LES AVANTAGES SOCIAUX. CHAPITRE 1er. - L'indemnité pour frais funéraires. CHAPITRE 2. - Migration pendulaire avec les tra... CHAPITRE 3. - Migration pendulaire vers un lieu... CHAPITRE 4. - Allocation vélo. CHAPITRE 5. - Déplacement domicile-lieu de trav... CHAPITRE 6. [1 Déplacements domicile-travail po... CHAPITRE 7. - Intervention pour dommages matéri... CHAPITRE 8. - Assurance hospitalisation. CHAPITRE 9. - Assistance en justice. CHAPITRE 10. [1 Complément à l'allocation pour ... CHAPITRE 11. [1 - Travail hybride]1 CHAPITRE 12. [1 - Chèques-repas]1 CHAPITRE 13. [1 - Utilisation privée d'une voit... CHAPITRE 14. [1 - Allocations familiales]1 CHAPITRE 15. [1 - Pension complémentaire pour l... CHAPITRE 16. [1 Frais pour l'installation et l'... CHAPITRE 17. [1 - Leasing vélo]1 CHAPITRE 18. [1 - Ecochèques]1 CHAPITRE 19. [1 - Chèques sport et culture]1 TITRE V. CHAPITRE 1er. CHAPITRE 2. CHAPITRE 3. CHAPITRE 4. CHAPITRE 5. CHAPITRE 6. CHAPITRE 7. CHAPITRE 8. CHAPITRE 9. PARTIE VIIbis. [1 Rémunération du membre du per... TITRE Ier. [1 - Le salaire]1 TITRE 2. [1 - Les allocations]1 CHAPITRE 1. [1 - La prime de promotion]1 TITRE 3. [1 - Dispositions transitoires et fina... CHAPITRE I. [1 - Disposition transitoires d'app... CHAPITRE 2. [1 - Dispositions transitoires pour... CHAPITRE 3. [1 - Dispositions transitoires pour... CHAPITRE 4. [1 - Dispositions transitoires pour... CHAPITRE 5. [1 - Dispositions transitoires pour... CHAPITRE 6. [1 - Disposition transitoire dans l... CHAPITRE 7. [1 - Dispositions transitoires pour... CHAPITRE 8. [1 - Congé de naissance]1 PARTIE VIII. - REGIME DISCIPLINAIRE. TITRE Ier. - Peines disciplinaires. TITRE II. - Procédure disciplinaire. CHAPITRE 1er. - Les autorités compétentes. CHAPITRE 2. - La procédure. CHAPITRE 3. - Caractéristiques générales de la ... TITRE III. - La radiation des peines disciplina... PARTIE IX. - LA SUSPENSION DANS L'INTERET DU SE... PARTIE X. - LES CONGES ET DISPENSES DE SERVICE. TITRE Ier. - Dispositions générales. TITRE II. - Congés annuels de vacances et jours... TITRE III. [1 - Congé de maternité, congé d'acc... CHAPITRE 1er. - [1 Repos de maternité]1 CHAPITRE 1bis. [1 - Congé de paternité ou de co... CHAPITRE 2. - Congé d'accueil. CHAPITRE 3. [1 - Congé dans le cadre du placeme... Titre 4. [1 Congé de maladie]1 CHAPITRE 1er. [1-Dispositions générales]1 CHAPITRE 2. [1 - Régime de rémunération pendant... CHAPITRE 3. [1 - Contrôle de l'incapacité de tr... CHAPITRE 4. [1 - Renvoi au service médical fédé... CHAPITRE 5. [1 - Congé pour prestations à temps... CHAPITRE 6. [1- Incapacité de travail pour caus... TITRE V. - Congés pour prestations à temps part... TITRE Vbis. [1 Congé pour prestations à temps p... TITRE VI. [1 - Le crédit-soins]1 CHAPITRE 1er. [1 - Durée et motifs du crédit-so... CHAPITRE 2. [1 Statut administratif, conditions... TITRE VIbis. [1 - Interruption de carrière dans... CHAPITRE 1er. [1 - Dispositions générales ]1 CHAPITRE 2. - Congé pour soins palliatifs. CHAPITRE 3. - Assistance ou prestation de soins... CHAPITRE 4. - Congé parental. CHAPITRE 4bis. [1 - Congé d'aidant proche]1 CHAPITRE 5. - Allocations d'interruption. CHAPITRE 6. - Remplacement. CHAPITRE 7. TITRE VII. - Occupation au bénéfice d'un employ... CHAPITRE 1er. - [1 L'occupation temporaire de f... CHAPITRE 1bis. - [1 L'occupation temporaire de ... CHAPITRE 2. - Congé pour l'exercice d'une fonct... CHAPITRE 3. - Congé pour mission. CHAPITRE 4. - Congé pour mise à la disposition ... CHAPITRE 5. - Congé pour l'exercice d'une fonct... CHAPITRE 6. - Disposition commune. TITRE VIII. - Congés de formation et dispense d... TITRE IX. - Congés de circonstance. TITRE IXbis. [1 - Congé de naissance]1 TITRE X. - Congés non payes. TITRE XI. - Congé politique et dispense de serv... TITRE XII. - Congés accordés en vertu de dispos... TITRE XIII. - Dispenses de service. TITRE XIIIbis. [1 - Congé de faveur standardisé]1 TITRE XIV. - Dispositions transitoires. PARTIE XI. [1 Fin de l'emploi ]1 Titre 1er. [1Titre 1er. Le régime de licencieme... Partie XIter. TITRE 1er. TITRE 2. CHAPITRE 1er. Section 1re. Section 2. Section 3. Section 4. Section 5. Section 6. Section 7. CHAPITRE 2. Section 1re. Section 2. Section 3. Section 4. Section 5. Section 6. Section 7. TITRE 3. CHAPITRE 1er. Section 1re. Section 2. CHAPITRE 2. Section 1re. Section 2. CHAPITRE 2. - Le régime de licenciement pour le... Titre 2. [1 Le régime de licenciement pour le f... CHAPITRE 3. - Disposition transitoire. Titre 3. [1 Le régime de licenciement du membre... Chapitre 1er. [1 Dispositions générales]1 Chapitre 2. [1 Conditions de licenciement]1 Chapitre 3. [1 Le droit d'audition]1 Chapitre 4. [1 Confirmation de l'intention de l... Chapitre 5. [1 Organe consultatif]1 Chapitre 6. [1 La décision finale de licencieme... Art. 11.23. [1 § 1er. L'autorité de recrutement... Art. 11.24. [1 L'autorité de recrutement est te... Art. 11.25. [1 Les délais mentionnés dans le pr... Chapitre 7. [1 Outplacement]1 Art. 11. 26. [1 1er. Le membre du personnel con... Chapitre 8. [1Ancienneté de licenciement-1 Titre 4. [1 Dispositions transitoires ]1 Art. 11. 28. [1 Pour le fonctionnaire nommé à t... PARTIE XIBIS [1 Conditions de travail spécifiqu... TITRE 1er. [1 Champ d'application ]1 TITRE 2. [1 TITRE 2. - Définitions ]1 TITRE 3. [1 Entrée ]1 CHAPITRE 1er. [1 Pourvoi des vacances d'emploi ]1 CHAPITRE 2. [1 Conditions particulières attaché... CHAPITRE 3. [1 Nomination ]1 CHAPITRE 4. [1 Mobilité externe ]1 TITRE 4. [1 Mouvements ]1 CHAPITRE 1er. [1 Réaffectation ]1 CHAPITRE 2. [1 - Mobilité horizontale ]1 CHAPITRE 3. [1 Promotion ]1 Section 1re. [1 Dispositions générales ]1 Art. 11BIS-38 [1 Un emploi de promotion est un ... Art. 11BIS-39 [1 Le manager de ligne déclare va... Art. 11BIS-40 [1 § 1er. Le sélecteur organise l... Art. 11BIS-41 [1 L'agent peut refuser une promo... Art. 11BIS-42 [1 L'autorité investie du pouvoir... Art. 11BIS-43 [1 Les candidats à un emploi de p... Art. 11BIS-44 [1 Les régimes qui, dans le prése... Art. 11BIS-45 [1 L'Agence de la Fonction publiq... Art. 11BIS-46 [1 § 1er. Un fonctionnaire de ran... Art. 11BIS-47 [1 § 1er. Un fonctionnaire de ran... Section 2. [1 Dispositions spécifiques ]1 CHAPITRE 4. [1 Changements de grade spécifiques... Art. 11BIS-51. [1 . Les changements de grade su... CHAPITRE 5. [1 Changement de fonction spécifiqu... TITRE 4bis. [1 Rétrogradation volontaire de gra... TITRE 5. [1 Dispositions pécuniaires ]1 CHAPITRE 1er. [1 Champ d'application Partie VII ]1 Art. 11BIS-56quinquies. [1 § 1er. La partie VII... CHAPITRE 2. [1 Ancienneté pécuniaire et valoris... CHAPITRE 3. [1 Allocations ]1 Section 1re. [1 Allocations générales ]1 Section 2. [1 Allocations spécifiques ]1 Sous-section 1re. [1 Allocation de navigation i... Sous-section 2. [1 Régime particulier d'allocat... Art. 11BIS-63. [1 § 1er. Le pilote exerçant la ... Art. 11BIS-64. [1 Le ministre flamand qui a la ... Art. 11BIS-65. [1 Si le pilote exerçant la fonc... Art. 11BIS-66. [1 Le pilote exerçant une autre ... Art. 11BIS-67. [1 La présente section ne s'appl... Sous-section 3. [1 Prime de mer ]1 Art. 11BIS-68. [1 § 1er. Le fonctionnaire de l'... Sous-section 4. [1 Régime d'allocations spécifi... Sous-section 5. [1 Allocation STCW (Standards o... Sous-section 6. [1 Allocation pour compétence t... Sous-section 7. [1 Allocation pour le matelot f... Art. 11BIS-72. [1 L'agent exerçant la fonction ... Sous-section 8. [1 Allocation de commandant ]1 CHAPITRE 4. [1 - Indemnités ]1 Section 1. Section 2. [1 L'indemnité forfaitaire pour frai... Art. 11BIS-75 [1 § 1er. Les pilotes exerçant la... Art. 11BIS-76 [1 Les montants forfaitai... Section 3. Art. 11BIS-77 Section 4. [1 Indemnité compensatoire chèques-r... CHAPITRE 5. [1 Avantages sociaux ]1 Art. 11BIS-79 . [1 Par dérogation à l'article V... CHAPITRE 6. [1 - Dispositions transitoires ]1 Art. 11BIS-80 [1 . L'agent de l'Agence des Serv... Art. 11BIS-81 [1 Si le salaire à 100 % que l'as... CHAPITRE 6. [1 Dispositions transitoires ]1 TITRE 7. [1 Congé de maladie ]1 TITRE 8. [1 Congé sans solde d'office ]1 TITRE 9. [1 Régime disciplinaire ]1 TITRE 10. [1 Fin de l'occupation d'un agent con... TITRE 11. [1 La perte de la qualité de fonction... CHAPITRE 1er. [1 Mise à la retraite ]1 CHAPITRE 2. [1 Cessation définitive de fonction... CHAPITRE 3. [1 Outplacement ]1 TITRE 12. [1 Mobilité entre un grade ou une fon... CHAPITRE 1er. . [1 Mobilité d'un grade ou d'une... Section 1re. [1 Agents en fonction avant le 1er... Sous-section 1re. [1 Qualité ]1 Sous-section 2. [1 Rémunération ]1 Sous-section 3. [1 Régime de maladie ]1 Sous-section 4. [1 Pension complémentaire ]1 Sous-section 5. [1 Pension d'office ]1 Art. 11BIS-99. [1 Il ne peut être mis fin à la ... Sous-section 6. [1 Evaluation et ch... Sous-section 7. [1 Protection contre le licenci... Section 2. [1 - Agents en fonction à partir du ... Sous-section 1re. [1 Qualité ]1 Sous-section 2. [1 Rémunération ]1 Sous-section 3. [1 Régime de maladie ]1 Sous-section 4. [1 Pension complémentaire ]1 Sous-section 4. [1 - Pension d'office ]1 Art. 11BIS-108 [1 Il ne peut être mis fin à la ... Sous-section 6. [1 - Evaluation et chambre de r... Art. 11BIS-109 [1 Le fonctionnaire mentionné da... Sous-section 7. [1 Protection contre le licenci... CHAPITRE 2. [1 Mobilité d'un grade ou d'une fon... Section 1re. [1 Agents en fonction avant le 1er... Sous-section 1. [1 Qualité ]1 Sous-section 2. [1 Rémunération ]1 Sous-section 3. [1 Régime de maladie ]1 Sous-section 4. [1 Pension complémentaire ]1 Art. 11BIS-125. [1 L'agent contractuel qui accè... Sous-section 5. [1 Pension d'office ]1 Sous-section 6. [1 - Evaluation et chambre de r... Sous-section 7. [1 - Protection contre le licen... Section 2. [1 Agents en fonction à partir du 1e... Sous-section 1. [1 - Qualité ]1 Sous-section 2. [1 Rémunération ]1 Sous-section 3. [1 Régime de maladie ]1 Art. 11BIS-137 [1 Les articles XIbis 100 à XIbi... Sous-section 4. [1 - Pension complémentaire ]1 Sous-section 5 [1 Pension d'office ]1 Art. 11BIS-139 [1 § 1er. Un fonctionnaire qui a... Sous-section 6 [1 Evaluation et chambre de reco... Sous-section 7 [1 Protection contre le licencie... PARTIE XII. - DISPOSITIONS ABROGATOIRES, TRANSI... CHAPITRE 1er. - Dispositions abrogatoires génér... CHAPITRE 1bis. [1 - Dispositions transitoires g... CHAPITRE 2. - Dispositions finales générales. ANNEXES.
Tekst (1743)
Texte (1739)
DEEL I. [1 Toepassingsgebied en algemene bepalingen]1
PARTIE Ire. [1 Champ d'application et dispositions générales]1
TITEL I. [1 Toepassingsgebied]1
TITRE Ier. [1 Champ d'application]1
Artikel 1.1. [1 Dit besluit is van toepassing op het hierna genoemd personeel van de diensten van de Vlaamse overheid, met uitzondering van het personeel van de met rechtspersoonlijkheid beklede patrimonia.]1
  
Article 1.1. [1 Le présent arrêté s'applique au personnel mentionné ci-après des services de l'Autorité flamande, à l'exception du personnel des patrimoines dotés de la personnalité juridique.]1
  
TITEL II. [1- Algemene bepalingen]1
TITRE II. [1 - Dispositions générales]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Definities]1
CHAPITRE 1er. [1- Définitions]1
Art. 1.2. [1 oor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
   1° de diensten van de Vlaamse overheid:
   a) de departementen;
   b) de intern verzelfstandigde agentschappen, hierna te noemen IVA, zonder rechtspersoonlijkheid, met uitzondering van de leden van de onderwijsinspectie;
   c) de IVA met rechtspersoonlijkheid;
   d) [2 es agences autonomisées externes de droit public, ci-après dénommées AAE, à l'exception : "
   1) de la Société flamande de transports en commun - De Lijn (Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn, VVM)
   2) du Centre public de soins psychiatriques Geel
   3) du Centre public de soins psychiatriques Rekem
   Par dérogation au point 1°, d), 2) et 3), à l'application de la partie X, titre 5, titre 5bis, titre 6, titre 6bis, titre 10 et titre 13bis, le Centre public de soins psychiatriques de Geel et le Centre public de soins psychiatriques de Rekem sont assimilés aux services du Gouvernement flamand.]2
;
   e) het secretariaatspersoneel van de strategische adviesraden, met uitzondering van de SERV, [4 de SALV (Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij) en de MORA (Mobiliteitsraad van Vlaanderen),]4 hierna te noemen de raden;
   f) het personeel van de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs, hierna te noemen het Gemeenschapsonderwijs of instelling;
   2° een Vlaams ministerie: het departement en de IVA zonder rechtspersoonlijkheid van een beleidsdomein;
   3° een entiteit: een departement, een IVA of een EVA;
   4° een beleidsdomein: een homogeen beleidsdomein als vermeld in artikel III.1 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, bestaande uit een verzameling van beleidsvelden die zowel vanuit politiek als maatschappelijk oogpunt een herkenbaar en samenhangend geheel vormen;
   5° beleidsraad: de raad van het homogeen beleidsdomein, waarvan de oprichting en de wijze van samenstelling door de Vlaamse Regering bepaald wordt en waarin het politieke en het administratieve niveau overleg plegen en die de regering ondersteunt bij de aansturing van het beleidsdomein;
   6° interne arbeidsmarkt: de personeelsbewegingen binnen de diensten van de Vlaamse overheid;
   7° personeelslid: de ambtenaar en de contractueel;
   8° ambtenaar: elk personeelslid dat toegelaten is tot een proeftijd met het oog op een vaste benoeming of dat in vast dienstverband benoemd is;
   9° contractueel: elk personeelslid dat in dienst genomen is bij arbeidsovereenkomst;
   10° lijnmanager: het hoofd van een entiteit, van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad of van het Gemeenschapsonderwijs die het hiërarchisch en functioneel gezag over het personeel van die entiteit, raad of instelling uitoefent.
   De gouverneur is de lijnmanager voor de personeelsleden van de betrokken provinciale afdeling van de dienst van de gouverneurs;
   11° benoemende overheid: het hoofd van de entiteit, raad of instelling voor de ambtenaar;
   12° indienstnemende overheid:
   a) de Vlaamse Regering op voorstel van de opdrachtgever voor de [6 managementfuncties van N-niveau]6 en voor de algemeen directeur en op voorstel van de strategische adviesraad voor het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad;
   b) [4 de raad van bestuur voor het Gemeenschapsonderwijs]4;
   c) de lijnmanager voor het contractuele personeelslid;
   13° opdrachtgever:
   a) de functioneel bevoegde Vlaamse minister voor de departementen, de IVA en de andere EVA dan hierna vermeld;
   b) de raad van bestuur voor de EVA die krachtens hun oprichtingsdecreet zelf het hoofd van het agentschap en in voorkomend geval de algemeen directeur aanstellen en voor het Gemeenschapsonderwijs;
   c) de auditcomités voor Audit Vlaanderen;
   d) de strategische adviesraad voor het secretariaatspersoneel van de strategische adviesraad;
   14° de functioneel bevoegde Vlaamse minister: het lid van de Vlaamse Regering bevoegd voor de materies en het personeel van een beleidsdomein, raad of instelling, hierna te noemen functionele minister;
   15° personeelsplan: het overzicht van de functies nodig om in een bepaalde entiteit [4 , raad of instelling"]4 via welomschreven processen een vooropgesteld doel te bereiken;
   16° personeelsfunctie: het Agentschap Overheidspersoneel;
   17° werkgever
   a) de Vlaamse Gemeenschap voor de personeelsleden van een departement of een IVA zonder rechtspersoonlijkheid
   b) de IVA met rechtspersoonlijkheid en
   c) de EVA
   voor de van deze entiteiten afhangende personeelsleden,
   a) de strategische adviesraad
   b) het Gemeenschapsonderwijs
   voor de van deze raad of instelling afhangende personeelsleden;
   18° de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken: de Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling;
   19° selector:
   a) het Agentschap Overheidspersoneel dat advies geeft over het selectiegebeuren;
   b) de lijnmanager in de gevallen zoals bepaald in dit besluit;
   c) de bevoegde selector binnen de entiteit voor entiteitsspecifieke functies.
   20° [4 personeelsbeweging: een in- en doorstroom als vermeld in deel III, hoofdstuk 2 en 3, en in deel V]4;
   21° functie: het geheel van taken en werkzaamheden die aan een personeelslid worden toevertrouwd in een entiteit, raad of instelling;
   22° niet-toewijsbare functie: een functie die niet kan worden toegewezen aan de functiematrix met de organisatie-eigen wegingsmethodiek;
   23° functiezwaarte: het gewicht dat door toepassing van de organisatie-eigen wegingsmethodiek aan een functie toegekend wordt, uitgedrukt in een functieklasse op basis van het scoren van indelingscriteria. Het functiegewicht wordt uitgedrukt in een functieklasse van de functiematrix;
   24° organisatie-eigen wegingsmethodiek: een geautomatiseerd indelingsinstrument dat een functie door het scoren van indelingscriteria indeelt in een functieklasse van de functiematrix. De methodiek is aan een periodieke onderhoudsprocedure onderworpen;
   25° functiematrix: een raamwerk met aanduiding van functiefamilies en functieklassen, opgenomen in bijlage 13, die bij dit besluit is gevoegd. Op basis van functieclassificatie wordt een ordening aangebracht binnen en tussen functiefamilies door functies te koppelen aan functieklassen. De functiematrix is aan een periodieke onderhoudsprocedure onderworpen;
   26° functieklasse: een groep van functies met een gelijkwaardige functiezwaarte;
   27° functiefamilie: een groep van functies met gelijksoortige activiteiten en processtappen. Elke functiefamilie wordt onderverdeeld in verschillende functieklassen naargelang van de complexiteit van de functie;
   28° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
   a) een aangetekende brief;
   b) een afgifte tegen ontvangstbewijs
   29° [5 toegangsbewijs: een bewijs dat de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding na de beoordeling van een portfolio aflevert;]5
  [5 29° bis niveautest: een test die de competenties meet die vereist zijn voor het niveau van de functie.]5
  [5 29° ter niveaubewijs: een bewijs dat het Selectiecentrum van het Agentschap Overheidspersoneel na het slagen voor een voorafgaande niveautest aflevert;]5
   30° bewijs van beroepskwalificatie: een bewijs van beroepskwalificatie als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, uitgereikt door een instelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap.
   31° leertrajectbegeleider: de trajectbegeleider, vermeld in artikel 3, 16°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap;
   32° [3 inclusieprotocol: een protocol als vermeld in artikel 2, § 1, 16°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 december 2004 houdende maatregelen ter bevordering en ondersteuning van het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid in de Vlaamse administratie;]3
   33° pleegkind: het kind voor wie het personeelslid of de samenwonende partner in het kader van pleegzorg is aangesteld door een van de volgende instanties:
   a) de rechtbank;
   b) een dienst voor pleegzorg die door de bevoegde gemeenschap is erkend;
   c) de bevoegde gemeenschapsdiensten voor de jeugdbescherming;
   34° pleegvader en -moeder: de pleegouder die in het kader van pleegzorg is aangesteld door een van de volgende instanties:
   a) de rechtbank;
   b) een dienst voor pleegzorg die door de bevoegde gemeenschap is erkend;
   c) de bevoegde gemeenschapsdiensten voor de jeugdbescherming;
   35° gezagsfunctie: een functie [4 zoals vermeld in de lijst die is opgenomen in bijlage 4 bij dit besluit en]4 waarbij de eenzijdig bindende beslissingsbevoegdheid ten aanzien van derden rechtstreeks voortvloeit uit de functie en raakt aan de grondrechten van derden;
   36° werkdag: elke andere dag dan een wettelijke feestdag of zondag.]1

  [3 37° redelijke aanpassing: een passende maatregel als vermeld in artikel 5, § 4, van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt;
   38° personeelslid met een handicap, met inbegrip van een chronische ziekte: een persoon met een handicap, met inbegrip van een chronische ziekte, als vermeld in artikel 2, § 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 december 2004 houdende maatregelen ter bevordering en ondersteuning van het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid in de Vlaamse administratie.]3

  [4 39° evaluatiejaar: het kalenderjaar waarin de prestaties zijn geleverd die leiden tot een jaarlijkse evaluatie conform de bepalingen van deel IV, titel 3. Dit kalenderjaar kan uitzonderlijk worden verlengd conform de bepalingen van deel IV, titel 3;
   40° evaluatieperiode: de periode waarin de evaluatieprocedure kan plaatsvinden conform de bepalingen van deel IV.
   41° functionele loopbaan: de opeenvolgende toekenning aan een ambtenaar van een steeds hogere salarisschaal binnen eenzelfde rang op basis van schaalanciënniteit en zonder wijziging van graadbenaming.]4

  
Art. 1.2. [1 Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
   1° les services de l'Autorité flamande :
   a) les départements ;
   b) les agences autonomisées internes, ci-après dénommées AAI, sans personnalité juridique, à l'exception des membres de l'Inspection de l'Enseignement ;
   c) les AAI dotées de la personnalité juridique ;
   d) [2 les agences autonomisées externes de droit public, ci-après dénommées AAE, à l'exception : "
   1) de la Société flamande de transports en commun - De Lijn (Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn, VVM)
   2) du Centre public de soins psychiatriques Geel
   3) du Centre public de soins psychiatriques Rekem
   Par dérogation au point 1°, d), 2) et 3), à l'application de la partie X, titre 5, titre 5bis, titre 6, titre 6bis, titre 10 et titre 13bis, le Centre public de soins psychiatriques de Geel et le Centre public de soins psychiatriques de Rekem sont assimilés aux services du Gouvernement flamand. ]2
;
   e) le personnel de secrétariat des conseils consultatifs stratégiques, à l'exception du Conseil socio-économique de la Flandre (SERV), [4 du Conseil consultatif stratégique de l'Agriculture et de la Pêche (SALV) et du Conseil de Mobilité de la Flandre (MORA)]4, ci-après dénommés les conseils ;
   f) le personnel des services administratifs du Conseil de l'Enseignement communautaire, ci-après dénommé l'Enseignement communautaire ou l'établissement ;
   2° un ministère flamand : le département et l'AAI sans personnalité juridique d'un domaine politique ;
   3° une entité : un département, une AAI ou une AAE ;
   4° un domaine politique : un domaine politique homogène tel que mentionné dans l'article III.1 du décret de gouvernance du 7 décembre 2018, consistant en un ensemble de domaines stratégiques qui, tant du point de vue politique que social, constituent un tout reconnaissable et cohérent ;
   5° conseil stratégique : le conseil du domaine politique homogène, dont la constitution et le mode de composition sont déterminés par le Gouvernement flamand, au sein duquel les niveaux politique et administratif se concertent et qui soutient le Gouvernement dans la direction du domaine politique ;
   6° marché du travail interne : les mouvements de personnel au sein des services de l'Autorité flamande ;
   7° agent : le fonctionnaire et le contractuel ;
   8° fonctionnaire : tout agent admis à un stage en vue d'une nomination à titre définitif ou nommé à titre définitif ;
   9° contractuel : tout agent engagé aux termes d'un contrat de travail ;
   10° chef hiérarchique : le chef d'une entité, du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique ou de l'Enseignement communautaire qui exerce l'autorité hiérarchique et fonctionnelle sur le personnel de cette entité, de ce conseil ou de cet établissement.
   Le gouverneur est le chef hiérarchique des agents de la division provinciale concernée du service des gouverneurs ;
   11° autorité investie du pouvoir de nomination : le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement, pour le fonctionnaire ;
   12° autorité de recrutement :
   a) le Gouvernement flamand, sur la proposition du donneur d'ordre, pour les [6 fonctions de management du niveau N]6 et pour le directeur général et, sur la proposition du conseil consultatif stratégique, pour le chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique ;
   b) [4 le conseil d'administration pour l'Enseignement communautaire ; ]4 ;
   c) le chef hiérarchique, pour l'agent contractuel ;
   13° donneur d'ordre :
   a) le ministre flamand fonctionnellement compétent, pour les départements, les AAI et les AAE autres que celles mentionnées ci-après ;
   b) [4 b) le conseil d'administration pour l'Enseignement communautaire]4;
   c) les comités d'audit, pour Audit Flandre ;
   d) le conseil consultatif stratégique, pour le personnel de secrétariat du conseil consultatif stratégique ;
   14° le ministre flamand fonctionnellement compétent : le membre du Gouvernement flamand compétent pour les matières et le personnel d'un domaine politique, d'un conseil ou d'un établissement, ci-après dénommé ministre fonctionnel ;
   15° plan de personnel : l'inventaire des fonctions nécessaires pour atteindre, au sein [4 d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement donné,]4 un objectif déterminé par le biais de processus bien définis ;
   16° fonction du personnel : l'Agence de la Fonction publique ;
   17° employeur :
   a) la Communauté flamande, pour les agents d'un département ou d'une AAI sans personnalité juridique
   b) les AAI dotées de la personnalité juridique et
   c) les AAE
   pour les agents dépendant de ces entités,
   a) le conseil consultatif stratégique
   b) l'Enseignement communautaire
   pour les agents dépendant de ce conseil ou de cet établissement ;
   18° le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions : le ministre flamand qui a la politique générale en matière de personnel et de développement de l'organisation dans ses attributions ;
   19° sélectionneur :
   a) l'Agence de la Fonction publique, qui rend un avis au sujet du processus de sélection ;
   b) le chef hiérarchique, dans les cas prévus par le présent arrêté ;
   c) le sélectionneur compétent au sein de l'entité pour les fonctions spécifiques à l'entité.
   20° [4 mouvement de personnel : un flux d'entrée et un flux de transition tels que visés dans la partie III, chapitres 2 et 3, et dans la partie V ]4;
   21° fonction : l'ensemble des tâches et activités confiées à un agent au sein d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement ;
   22° fonction non attribuable : une fonction qui ne peut pas être attribuée à la matrice des fonctions au moyen de la méthodologie de pondération propre à l'organisation ;
   23° poids de la fonction : le poids qui est attribué à une fonction par application de la méthodologie de pondération propre à l'organisation, exprimé dans une classe de fonctions sur la base de la notation de critères de classification. Le poids de la fonction est exprimé dans une classe de fonctions de la matrice des fonctions ;
   24° méthodologie de pondération propre à l'organisation : un outil de classification automatisée qui classe une fonction dans une classe de fonctions de la matrice des fonctions par la notation de critères de classification. La méthodologie fait l'objet d'une procédure d'entretien périodique ;
   25° matrice des fonctions : un cadre indiquant les familles et les classes de fonctions, repris à l'annexe 13 jointe au présent arrêté. Sur la base de la classification des fonctions, un ordre est établi au sein des familles de fonctions et entre elles en reliant les fonctions aux classes de fonctions. La matrice des fonctions fait l'objet d'une procédure d'entretien périodique ;
   26° classe de fonctions : un groupe de fonctions de poids équivalent ;
   27° famille de fonctions : un groupe de fonctions dont les activités et les étapes du processus sont similaires. Chaque famille de fonctions est subdivisée en plusieurs classes de fonctions suivant la complexité de la fonction ;
   28° envoi sécurisé : l'un des modes de signification suivants :
   a) une lettre recommandée ;
   b) une remise contre récépissé ;
   29° [5 titre d'accès : un titre délivré par l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle après évaluation d'un porfolio ;]5
  [5 29° bis test de niveau : un test qui mesure les compétences requises pour le niveau de la fonction.]5
  [5 29° ter titre de niveau : un titre délivré par le Centre de sélection de l'Agence de la Fonction publique après avoir passé un test de niveau préalable ;]5
   30° certification professionnelle : une certification professionnelle telle que mentionnée dans l'article 2, 4°, du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications, délivrée par un établissement agréé par la Communauté flamande ;
   31° accompagnateur du parcours d'apprentissage : l'accompagnateur de parcours mentionné dans l'article 3, 16°, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande ;
   32° [3 protocole d'inclusion : un protocole tel que visé à l'article 2, § 1er, 16°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 décembre 2004 portant des mesures en vue de la promotion et de l'encadrement de la politique d'égalité des chances et de diversité dans l'administration flamande ;]3 ;
   33° enfant placé : l'enfant pour lequel l'agent ou le partenaire cohabitant a été désigné, dans le cadre du placement familial, par l'une des instances suivantes :
   a) le tribunal ;
   b) un service de placement familial agréé par la communauté compétente ;
   c) les services communautaires compétents pour la protection de la jeunesse ;
   34° père et mère d'accueil : le parent d'accueil qui a été désigné, dans le cadre du placement familial, par l'une des instances suivantes :
   a) le tribunal ;
   b) un service de placement familial agréé par la communauté compétente ;
   c) les services communautaires compétents pour la protection de la jeunesse ;
   35° fonction d'autorité : une fonction [4 telle que visée dans la liste reprise à l'annexe 4 au présent arrêté et ]4 par laquelle la compétence de décision unilatéralement contraignante vis-à-vis de tiers découle directement de la fonction et touche aux droits fondamentaux de tiers ;
   36° jour ouvrable : tous les jours autres que les jours fériés légaux ou les dimanches.]1

  [3 37° aménagement raisonnable : une mesure appropriée telle que visée à l'article 5, § 4, du décret du 8 mai 2002 relatif à la participation proportionnelle sur le marché de l'emploi ;
   38° membre du personnel atteint d'un handicap, y compris d'une maladie chronique : une personne atteinte d'un handicap, y compris d'une maladie chronique, telle que visée à l'article 2, § 1er, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 décembre 2004 portant des mesures en vue de la promotion et de l'encadrement de la politique d'égalité des chances et de diversité dans l'administration flamande.]3

  [4 39° année d'évaluation : l'année calendaire au cours de laquelle les prestations menant à une évaluation annuelle conformément aux dispositions de la partie IV, titre 3, ont été effectuées. Cette année calendaire peut être exceptionnellement prolongée conformément aux dispositions de la partie IV, titre 3 ;
   40° période d'évaluation : la période au cours de laquelle la procédure d'évaluation peut se dérouler conformément aux dispositions de la partie IV.
   41° carrière fonctionnelle : l'attribution successive à un fonctionnaire d'une échelle de traitement de plus en plus élevée dans un même grade, sur la base de l'ancienneté barémique et sans changement de dénomination de grade.]4

  
HOOFDSTUK 2. [1 - Delegatie]1
CHAPITRE 2. [1 - Délégation]1
Art. 1.3. [1 Alle bevoegdheden die bij dit besluit aan een personeelslid worden toegewezen kunnen door dit personeelslid gedelegeerd worden aan de onder zijn gezag staande personeelsleden tenzij anders bepaald in dit besluit.
   De bevoegdheden die bij dit besluit aan een lijnmanager worden toegewezen kunnen door de lijnmanager worden gedelegeerd aan het hoofd van het dienstencentrum Personeelsadministratie.
   Het afdelingshoofd van het dienstencentrum Personeelsadministratie ondertekent het fietsleaseplan, waarin alle afspraken worden vastgelegd tussen werkgever en werknemers over de toekenning en het gebruik van de fiets in het kader van de fietslease, zoals bepaald in artikel VII 109undecies.
   De lijnmanager van een entiteit van een Vlaams ministerie kan de bevoegdheden die hem in dit besluit zijn toegewezen inzake arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk en beroepsziekten delegeren aan een andere lijnmanager van een entiteit van een Vlaams ministerie.
   De aldus toegewezen of via delegatie overgedragen bevoegdheden worden tevens uitgeoefend door de personeelsleden die met de waarneming van de functie belast zijn of die de titularis vervangen bij tijdelijke afwezigheid of verhindering.]1

  
Art. 1.3. [1 Sauf stipulation contraire dans le présent arrêté, un agent peut déléguer toutes les compétences qui lui sont attribuées par le présent arrêté aux agents placés sous son autorité.
   Un chef hiérarchique peut déléguer les compétences qui lui sont attribuées par le présent arrêté au chef du centre des services relatifs à l'Administration du personnel.
   Le chef de division du centre des services relatifs à l'Administration du personnel signe le plan de leasing vélo, qui contient tous les accords entre employeur et travailleurs concernant l'octroi et l'utilisation de vélos dans le cadre du leasing vélo tel que prévu à l'article VII 109undecies.
   Le chef hiérarchique d'une entité d'un ministère flamand peut déléguer les compétences qui lui sont attribuées dans le présent arrêté en matière d'accidents du travail, d'accidents sur le chemin du travail et de maladies professionnelles à un autre chef hiérarchique d'une entité d'un ministère flamand.
   Les compétences ainsi attribuées ou transférées par délégation sont également exercées par les agents qui sont chargés d'assurer l'intérim de la fonction ou qui remplacent le titulaire en cas d'absence temporaire ou d'empêchement.]1

  
HOOFDSTUK 3. [1 - Personeelsplan]1
CHAPITRE 3. [1- Plan de personnel]1
Art. 1.4. [1 De lijnmanager bepaalt de kwantitatieve en kwalitatieve personeelsbehoeften van zijn entiteit, raad of instelling, in een personeelsplan.]1
  
Art. 1.4. [1 Le chef hiérarchique détermine les besoins en personnel quantitatifs et qualitatifs de son entité, conseil ou établissement, dans un plan de personnel.]1
  
HOOFDSTUK 4. [1 - Indeling van de graden ]1
CHAPITRE 4. [1 - Classement des grades]1
Art. 1.5. [1 § 1. De hiërarchische indeling van de graden omvat vier niveaus en zestien rangen. Bijlage 3 stelt de hiërarchische indeling van de graden vast.
   § 2. De graad is de titel die een personeelslid in een rang situeert. De rang situeert een graad binnen zijn niveau.
   § 3. Elke rang wordt aangeduid met een letter en een cijfer. De letter geeft het niveau aan, het cijfer situeert de rang in zijn niveau.
   De vier niveaus omvatten het volgende aantal rangen:
   1° niveau A: zeven rangen, genummerd A1, A2, A2M, A2E, A2A, A2L en A3;
   2° niveau B: drie rangen, genummerd B1, B2 en B3;
   3° niveau C: drie rangen, genummerd C1, C2 en C3;
   4° niveau D: drie rangen, genummerd D1, D2 en D3.
   Binnen elk niveau worden de rangen genummerd volgens hun plaats in de hiërarchie, waarbij de hoogste rang het hoogste cijfer toegewezen krijgt.
   Binnen niveau A is:
   1° rang A2L hoger dan rang A2A;
   2° rang A2A hoger dan rang A2E;
   3° rang A2E hoger dan rang A2M;
   4° rang A2M hoger dan rang A2.]1

  
Art. 1.5. [1 § 1er. Le classement hiérarchique des grades comprend quatre niveaux et seize rangs. L'annexe 3 fixe le classement hiérarchique des grades.
   § 2. Le grade est le titre qui situe un agent dans un rang. Le rang situe un grade à l'intérieur de son niveau.
   § 3. Chaque rang est désigné par une lettre et un chiffre. La lettre indique le niveau, le chiffre situe le rang dans son niveau.
   Les quatre niveaux comprennent les rangs suivants :
   1° niveau A : sept rangs, numérotés A1, A2, A2M, A2E, A2A, A2L et A3 ;
   2° niveau B : trois rangs, numérotés B1, B2 et B3 ;
   3° niveau C : trois rangs, numérotés C1, C2 et C3 ;
   4° niveau D : trois rangs, numérotés D1, D2 et D3.
   A l'intérieur de chaque niveau, les rangs sont numérotés selon leur place dans la hiérarchie, le chiffre le plus élevé étant attribué au rang le plus élevé.
   A l'intérieur du niveau A :
   1° le rang A2L est plus élevé que le rang A2A ;
   2° le rang A2A est plus élevé que le rang A2E ;
   3° le rang A2E est plus élevé que le rang A2M ;
   4° le rang A2M est plus élevé que le rang A2.]1

  
HOOFDSTUK 5. [1 - Kansengroepenbeleid ]1
CHAPITRE 5. [1- Politique en matière de groupes défavorisés]1
Art. 1.6. [1 De Vlaamse Regering bepaalt op voorstel van de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken voor de door haar vastgelegde doelgroepen globale streefcijfers die door de functionele minister omgezet worden in streefcijfers per beleidsdomein.
   Zolang de door de Vlaamse Regering bepaalde doelgroepgebonden streefcijfers niet gehaald worden, wordt bij gelijkwaardigheid voorrang gegeven aan de kandidaat uit de ondervertegenwoordigde groep.]1

  
Art. 1.6. [1 Sur la proposition du ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions, le Gouvernement flamand fixe, pour les groupes cibles qu'il a définis, des objectifs globaux à atteindre que le ministre fonctionnel convertit en objectifs à atteindre par domaine politique.
   Tant que les objectifs par groupe cible fixés par le Gouvernement flamand ne sont pas atteints, la priorité est donnée, en cas d'équivalence, au candidat issu du groupe sous-représenté.]1

  
Art. 1.7. [1 § 1. [2 Bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt jaarlijks]2 maximaal 1% van de betrekkingen, uitgedrukt in voltijds equivalenten (VTE), voorbehouden voor [2 personeelsleden met een handicap, met inbegrip van een chronische ziekte]2. [2 ...]2:
   1° personen met een bijstandsveld W2 of W3, toegekend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
   2° personen van wie de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding beslist dat zij voor onbepaalde duur recht hebben op Bijzondere Tewerkstellingsondersteunende Maatregelen (BTOM).
   3° personen van wie de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding beslist dat zij een advies collectief maatwerk krijgen of dat zij behoefte hebben aan werkondersteunende maatregelen in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling voor een periode van vijf jaar.
   § 2. Bij aanwerving in een voorbehouden betrekking [2 wordt een inclusieprotocol opgemaakt overeenkomstig artikel I 2, 32°]2.]1

  
Art. 1.7. [1 § 1er. Au maximum 1 % des emplois, exprimés en équivalents temps plein (ETP), [2 des services de l'Autorité flamande est réservé annuellement]2 aux [2 membres du personnel atteints d'un handicap, y compris d'une maladie chronique]2. [2 ...]2 :
   1° les personnes auxquelles l'Agence flamande pour les personnes handicapées (" Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ") a attribué un champ d'assistance W2 ou W3 ;
   2° les personnes au sujet desquelles l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (" Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ") décide qu'elles ont droit, pour une durée indéterminée, à des Mesures particulières d'aide à l'emploi (" Bijzondere Tewerkstellingsondersteunende Maatregelen-BTOM).
   3° les personnes au sujet desquelles l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle décide qu'elles recevront un avis " travail adapté collectif " ou qu'elles ont besoin de mesures d'aide à l'emploi pour le travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle pour une période de cinq ans.
   § 2. En cas de recrutement dans un emploi réservé, [2 un protocole d'inclusion est établi conformément à l'article I 2, 32°]2.]1

  
TITEL III.
TITRE III.
HOOFDSTUK I.
CHAPITRE 1er.
HOOFDSTUK 6. [1 Administratieve anciënniteiten ]1
CHAPITRE 6. [1 Anciennetés administratives ]1
Art. 1.8. [1 [2 § 1. Voor een ambtenaar bestaan volgende administratieve anciënniteiten:
   1° de graadanciënniteit;
   2° de niveauanciënniteit;
   3° de dienstanciënniteit;
   § 2. De graadanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de overheid heeft gepresteerd in de hoedanigheden van ambtenaar op proef en vastbenoemde, in de graden die door de reglementering in aanmerking worden genomen voor toegang tot een andere graad, of in vergelijkbare graden]2
]1

  [2 " § 3. De niveauanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de overheid heeft gepresteerd in de hoedanigheden van ambtenaar op proef en vastbenoemde, in een graad van het betreffend niveau, of van een vergelijkbaar niveau.
   § 4. De dienstanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de overheid in om het even welke hoedanigheid heeft gepresteerd.
   § 5. In paragraaf 2 tot en met 4 wordt verstaan onder "overheid":
   1° de diensten van de Vlaamse overheid;
   2° de diensten en instellingen van de Belgische staat;
   3° de diensten en instellingen van de gemeenschappen en gewesten;
   4° de diensten en instellingen van de Europese Unie en/of de Europese Economische Ruimte;
   5° de diensten en instellingen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
   6° de provincies, gemeenten en OCMW's van België.]2

  
Art. 1.8. [1 § 1er.[2 Un fonctionnaire peut bénéficier des anciennetés administratives suivantes :
   1° l'ancienneté de grade ;
   2° l'ancienneté de niveau ;
   3° l'ancienneté de service]2
.
   § 2.[2 L'ancienneté de grade se compose des services effectifs que le fonctionnaire a prestés auprès de l'autorité, en qualité de fonctionnaire stagiaire et de fonctionnaire nommé à titre définitif, aux grades pris en considération par les dispositions réglementaires pour l'accès à un autre grade ou à des grades analogues]2.]1

  [2 § 3. L'ancienneté de niveau se compose des services effectifs que le fonctionnaire a prestés en qualité de fonctionnaire stagiaire et de fonctionnaire nommé à titre définitif, à un grade du niveau concerné ou d'un niveau analogue.
   § 4. L'ancienneté de service correspond aux services effectifs que le fonctionnaire a prestés auprès de l'autorité en quelque qualité que ce soit.
   § 5. Aux paragraphes 2 à 4, on entend par " autorité " :
   1° les services de l'Autorité flamande ;
   2° les services et institutions de l'Etat belge ;
   3° les services et institutions des communautés et régions ;
   4° les services et institutions de l'Union européenne et/ou de l'Espace économique européen ;
   5° les services et institutions d'un Etat membre de l'Espace économique européen ;
   6° les provinces, les communes et les CPAS de Belgique. ]2

  
Art. 1.9. [1 Als "werkelijke diensten" worden beschouwd:
   1° de perioden waarin krachtens dit besluit het salaris wordt doorbetaald, of bij het ontbreken van salaris, de aanspraak op of bevordering tot een hoger salaris behouden blijft;
   2° voor de toepassing van artikel [2 artikel I 8, § 2 tot en met § 4]2 : de perioden bij de diensten van de Vlaamse overheid en de andere overheden, vermeld in [2 artikel I 8, § 5]2.]1

  
Art. 1.9. [1 Sont considérés comme " services effectifs " :
   1° les périodes pendant lesquelles le traitement continue à être payé en vertu du présent arrêté ou, à défaut de traitement, le droit à un traitement ou l'avancement de traitement est conservé ;
   2° pour l'application de l'[2 article I 8, § 2 à § 4 ]2 : les périodes auprès des services de l'Autorité flamande et des autres autorités mentionnées dans l'[2 article I 8, § 5 ]2.]1

  
Art. 1.10. [1 De [2 graad-, de niveau- en de dienstanciënniteit ]2 uitgedrukt in jaren en volle kalendermaanden. Ze [2 beginnen]2 op de eerste dag van een maand.
   De gedeelten van maanden worden opgeteld en bij het aantal volledige maanden gevoegd op het moment van de berekening van de nuttige anciënniteit.]1

  
Art. 1.10. [1 [2 Les anciennetés de degré, de niveau et de service sont exprimées]2 en années et mois civils complets. [2 Elles commencent ]2 le premier jour d'un mois.
   Les parties de mois sont additionnées et ajoutées au nombre de mois complets au moment du calcul de l'ancienneté utile.]1

  
HOOFDSTUK 7. [1- Tijdelijke vervanging en terugkeerrecht]1
CHAPITRE 7. [1- Remplacement temporaire et droit de retour]1
Art. 1.11. [1 § 1. De lijnmanager wijst bij tijdelijke afwezigheid of verhindering het personeelslid aan dat hem vervangt.
   § 2. Een ambtenaar die ten gevolge van de opname van een verlof voltijds afwezig is heeft een terugkeerrecht naar de entiteit, raad of instelling van herkomst.
   In afwijking van het eerste lid is er een terugkeerrecht naar de oorspronkelijke betrekking:
   1° voor de titularissen van de middenkaderfuncties die met verlof zijn voor uitoefening van een ambt op een kabinet of voor een project goedgekeurd door de Vlaamse Regering;
   2° voor het personeelslid dat binnen de entiteit, raad of instelling tijdelijk bijkomende of zwaardere taken uitoefent waardoor de functiezwaarte tijdelijk verhoogt;
   3° voor de ambtenaar die niet meer dan zes maanden voltijds afwezig is of die afwezig is als gevolg van een verlof vermeld in deel X, titel 2, 3, 4, 6 of 6bis;
   4° bij het beëindigen van een vrijwillige tijdelijke functieverlichting.]1

  
Art. 1.11. [1 § 1er. En cas d'absence temporaire ou d'empêchement, le chef hiérarchique désigne l'agent qui le remplace.
   § 2. Un fonctionnaire qui est absent à temps plein suite à la prise d'un congé dispose d'un droit de retour à l'entité, au conseil ou à l'établissement d'origine.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, un droit de retour à l'emploi initial existe pour :
   1° les titulaires de fonctions du cadre moyen qui sont en congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet ou pour un projet approuvé par le Gouvernement flamand ;
   2° l'agent qui accomplit temporairement, au sein de l'entité, du conseil ou de l'établissement, des tâches supplémentaires ou plus lourdes augmentant temporairement le poids de la fonction ;
   3° le fonctionnaire absent à temps plein pendant six mois maximum ou absent à la suite d'un mentionné dans la partie X, titre 2, 3, 4, 6 ou 6bis ;
   4° au terme d'un allègement temporaire volontaire des fonctions.]1

  
HOOFDSTUK 8. [1 - Standplaatsbepaling]1
CHAPITRE 8. [1- Fixation de la résidence administrative]1
Art. 1.12. [1 § 1. De administratieve standplaats is de gemeente waar het personeelslid hoofdzakelijk zijn ambt uitoefent of een zo centraal mogelijk bepaalde gemeente in zijn ambtsgebied.
   § 2. Voor het personeelslid met een rang tot en met A2A of met een salarisschaal die overeenstemt met een rang tot en met A2A kan de lijnmanager de standplaats:
   1° vaststellen, als die om dienstredenen niet samenvalt met de gemeente waar de centrale administratie of de buitendienst gevestigd is;
   2° wijzigen.
   § 3. Voor de functies van N-niveau en algemeen directeur wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de indienstnemende overheid.
   § 4. De standplaats wordt vastgesteld en gewijzigd in overeenstemming met het betrokken contractuele personeelslid.]1

  
Art. 1.12. [1 § 1er. La résidence administrative est la commune où l'agent exerce ses fonctions à titre principal ou la commune la plus centrale possible de son ressort.
   § 2. En ce qui concerne l'agent dont le rang est inférieur ou égal à A2A ou dont l'échelle de traitement correspond à un rang inférieur ou égal à A2A, le chef hiérarchique peut :
   1° fixer la résidence administrative si, pour des raisons de service, celle-ci ne coïncide pas avec la commune où se situe l'administration centrale ou le service extérieur ;
   2° modifier la résidence administrative.
   § 3. Pour les fonctions de niveau N et de directeur général, cette compétence est exercée par l'autorité de recrutement.
   § 4. La résidence administrative est fixée et modifiée en accord avec l'agent contractuel concerné.]1

  
HOOFDSTUK 9. [1 - Arbeidsreglement]1
CHAPITRE 9. [1- Règlement de travail]1
Art. 1.13. [1 § 1. De lijnmanager stelt voor zijn entiteit, raad of instelling het arbeidsreglement vast met behoud van de mogelijkheid om een aanvullend arbeidsreglement voor een subentiteit te laten vaststellen door het hoofd van die subentiteit.
   § 2. Voor elke entiteit, raad of instelling geldt als algemene regel de achtendertigurige werkweek voor voltijdse betrekkingen.
   De werktijdregeling wordt vastgelegd in het arbeidsreglement.]1

  
Art. 1.13. [1 § 1er. Le chef hiérarchique arrête le règlement de travail pour son entité, son conseil ou son établissement, tout en conservant la possibilité de faire arrêter un règlement de travail complémentaire pour une sous-entité par le chef de cette sous-entité.
   § 2. Pour chaque entité, conseil ou établissement, la règle générale de la semaine de travail de trente-huit heures s'applique aux emplois à temps plein.
   Le régime de travail est fixé dans le règlement de travail.]1

  
HOOFDSTUK 10. [1- Agentschapsspecifieke besluiten]1
CHAPITRE 10. [1 - Arrêtés spécifiques aux agences]1
Art. 1.14. [1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit besluit, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van de functionele minister en na akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, voor elk van de IVA's met rechtspersoonlijkheid en EVA's, vermeld in artikel I 2, voor de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en voor de strategische adviesraad Vlaamse Onderwijsraad de volgende bepalingen vaststellen:
   1° specifieke graden, de verdeling van die graden over de niveaus en rangen, of ze kunnen worden vervuld via aanwerving en/of bevordering of via mandaat met eventuele vermelding van de aanvullende en bijzondere voorwaarden inzake beroepskwalificatie, alsook voor elke bevorderingsgraad de lijst van graden die er toegang toe geven;
   2° specifieke loopbanen;
   3° specifieke salarisschalen, specifieke vergoedingen, toelagen, en sociale voordelen;
   4° specifieke regelingen voor specifieke personeelscategorieën;
   5° specifieke overgangsbepalingen.]1

  
Art. 1.14. [1 Sans préjudice de l'application des dispositions du présent arrêté, le Gouvernement flamand peut, sur la proposition du ministre fonctionnel et après accord du ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions, arrêter les dispositions suivantes pour chacune des AAI dotées de la personnalité juridique et des AAE mentionnées dans l'article I 2, pour les services administratifs du Conseil de l'Enseignement communautaire et pour le conseil consultatif stratégique Conseil flamand de l'Enseignement (" Vlaamse Onderwijsraad ") :
   1° les grades spécifiques, la répartition de ces grades sur les niveaux et rangs, s'il y a lieu d'y pourvoir par recrutement et/ou promotion ou sous forme de mandat, avec mention éventuelle des conditions complémentaires et particulières en ce qui concerne la qualification professionnelle, ainsi que, pour chaque grade de promotion, la liste des grades y donnant accès ;
   2° les carrières spécifiques ;
   3° les échelles de traitement spécifiques, les indemnités spécifiques, les allocations et les avantages sociaux ;
   4° les régimes spécifiques pour des catégories de personnel spécifiques ;
   5° les dispositions transitoires spécifiques.]1

  
HOOFDSTUK Ibis.
CHAPITRE 1bis.
HOOFDSTUK Iter.
CHAPITRE 1ter.
Art. 1.14octies.
CHAPITRE 2.
TITEL 3. [1 - Algemene organisatorische bepalingen]1
TITRE 3. [1- Dispositions organisationnelles générales]1
HOOFDSTUK 1. [1- Statutaire organen en beroepscommissie]1
CHAPITRE 1er. [1- Organes statutaires et commission de recours]1
Art. 1.15. [1 Binnen elk beleidsdomein richt de beleidsraad de organen op die de bevoegdheden uitoefenen inzake de rechtspositie van het personeel, zoals bepaald in dit besluit.
   Elke strategische adviesraad evenals het Gemeenschapsonderwijs richt de organen op die de bevoegdheden uitoefenen inzake de rechtspositie van respectievelijk het secretariaatspersoneel en het personeel van zijn diensten, zoals bepaald in dit besluit.]1

  
Art. 1.15. [1 Au sein de chaque domaine politique, le conseil stratégique constitue les organes exerçant les compétences en matière de statut du personnel, tel que prévu par le présent arrêté.
   Chaque conseil consultatif stratégique de même l'Enseignement communautaire constituent les organes exerçant les compétences en matière de statut du personnel de secrétariat et du personnel de ses services respectivement, tel que prévu par le présent arrêté.]1

  
Art. 1.16. [1 § 1. Voor de diensten van de Vlaamse overheid wordt een adviserende beroepscommissie opgericht, hierna te noemen raad van beroep.
   In afwijking van het eerste lid heeft de raad van beroep in de volgende gevallen een beslissende bevoegdheid:
   1° als de raad van beroep met eenparigheid van stemmen besluit tot de gegrondheid of ongegrondheid van de bestreden beslissing;
   2° als de raad van beroep met eenparigheid van stemmen, aansluitend op een eenparige beslissing over de ongegrondheid, een eventuele andere passende maatregel oplegt;
   3° als de raad van beroep bij meerderheid besluit tot de onontvankelijkheid van het beroep.
   Als de raad van beroep conform het tweede lid, 3°, beslist tot de onontvankelijkheid, dan is de aangevochten beslissing hierdoor definitief geworden vanaf de dag na het verstrijken van de termijn voor instelling van het beroep.
   § 2. De ambtenaar kan in beroep gaan tegen de volgende beslissingen:
   1° de evaluatie loopbaanvertraging;
   2° de evaluatie onvoldoende;
   3° de uitspraak van een tuchtstraf of van de schorsing in het belang van de dienst.]1

  
Art. 1.16. [1 § 1er. Pour les services de l'Autorité flamande, une commission consultative de recours, ci-après dénommée chambre de recours, est constituée.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, la chambre de recours dispose d'un pouvoir décisif dans les cas suivants :
   1° lorsque la chambre de recours conclut, à l'unanimité, au bien-fondé ou non de la décision contestée ;
   2° lorsque, à la suite d'une décision unanime sur le caractère non fondé, la chambre de recours impose à l'unanimité une autre mesure appropriée éventuelle ;
   3° lorsque la chambre de recours conclut, à la majorité, à l'irrecevabilité du recours.
   Si la chambre de recours conclut à l'irrecevabilité conformément à l'alinéa 2, 3°, la décision attaquée devient ainsi définitive à compter du jour suivant l'expiration du délai d'introduction du recours.
   § 2. Le fonctionnaire peut introduire un recours contre les décisions suivantes :
   1° l'évaluation " ralentissement de carrière " ;
   2° l'évaluation " insuffisant " ;
   3° le prononcé d'une sanction disciplinaire ou de la suspension dans l'intérêt du service.]1

  
TITEL IV.
TITRE IV.
Art. 1.17. [1 § 1. De raad van beroep wordt per zaak paritair samengesteld uit leden van de overheid en uit leden van de representatieve vakorganisaties vertegenwoordigd in het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest.
   De leden zijn stemgerechtigd.
   § 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, stelt de voorzitters aan die de beroepen behandelen.
   Inzake tuchtzaken, schorsing in het belang van de dienst en bij een tweede evaluatie onvoldoende die leidt tot definitieve beroepsongeschiktheid is de voorzitter een magistraat. Voor de beroepen in andere aangelegenheden kan de voorzitter een externe deskundige zijn.
   De voorzitter is stemgerechtigd.
   § 3. De lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel, waar de zetel van de raad van beroep gevestigd is:
   1° organiseert de werkverdeling, zo nodig in kamers;
   2° wijst de leden van de overheid aan;
   3° stelt de secretarissen aan onder de personeelsleden van het Agentschap Overheidspersoneel;
   4° waakt erover dat bij de effectieve samenstelling per zaak ten hoogste twee derde van de leden van hetzelfde geslacht is.]1

  
Art. 1.17. [1 § 1er. Par cause, la chambre de recours est composée paritairement de membres de l'autorité et de membres des organisations syndicales représentatives représentées au Comité sectoriel XVIII Communauté flamande - Région flamande.
   Les membres ont voix délibérative.
   § 2. Le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions désigne les présidents qui traitent les recours.
   En matière disciplinaire, de suspension dans l'intérêt du service et dans le cas d'une deuxième évaluation " insuffisant " entraînant une inaptitude professionnelle définitive, le président est un magistrat. Pour les recours dans d'autres matières, le président peut être un expert externe.
   Le président a voix délibérative.
   § 3. Le chef hiérarchique de l'Agence de la Fonction publique où la chambre de recours a son siège :
   1° organise la répartition du travail, si nécessaire en chambres ;
   2° désigne les membres de l'autorité ;
   3° désigne les secrétaires parmi les agents de l'Agence de la Fonction publique ;
   4° veille à ce que, lors de la composition effective par affaire, deux tiers maximum des membres soient du même sexe.]1

  
Art. 1.18. [1 Het huishoudelijk reglement van de raad van beroep wordt vastgesteld door een paritaire vergadering van afgevaardigden van de overheid en de vakorganisaties, samengeroepen door een voorzitter.
   Het reglement is rechtsgeldig vastgesteld als de meerderheid van de opgeroepen leden aanwezig is.]1

  
Art. 1.18. [1 Le règlement d'ordre intérieur de la chambre de recours est arrêté par une assemblée paritaire de délégués de l'autorité et des organisations syndicales, convoqués par un président.
   Le règlement est arrêté valablement si la majorité des membres convoqués est présente.]1

  
Art. 1.19. [1 Het huishoudelijk reglement bepaalt ten minste:
   1° de geldigheid van de beraadslaging;
   2° de procedureregels;
   3° het wrakingsrecht van de verzoeker;
   4° de wijze van kennisgeving van de adviezen.]1

  
Art. 1.19. [1 Le règlement d'ordre intérieur prévoit au moins :
   1° la validité de la délibération ;
   2° les règles de procédure ;
   3° le droit de récusation du requérant ;
   4° le mode de notification des avis. ]1

  
Art. 1.20. [1 § 1. De raad van beroep hoort de ambtenaar alvorens een gemotiveerd advies te formuleren.
   Behalve bij gewettigde verhindering verschijnt de verzoeker persoonlijk. Hij mag zich voor zijn verdediging laten bijstaan door een persoon van zijn keuze of bij gewettigde verhindering zich door die persoon van zijn keuze laten vertegenwoordigen.
   § 2. Als de ambtenaar, behoudens overmacht, zonder geldige reden niet verschijnt of zich niet laat vertegenwoordigen bij gewettigde afwezigheid, hoewel hij volgens de voorschriften opgeroepen is, wordt de ambtenaar geacht af te zien van zijn beroep. De uitspraak of beslissing vóór het beroep wordt in dat geval de definitieve uitspraak of beslissing.
   § 3. Het beroep is opschortend, tenzij het anders bepaald is in dit besluit. ]1

  
Art. 1.20. [1 § 1er. La chambre de recours entend le fonctionnaire avant de formuler un avis motivé.
   Sauf empêchement légitime, le requérant comparaît en personne. Pour sa défense, il peut se faire assister d'une personne de son choix ou, en cas d'empêchement légitime, se faire représenter par cette personne de son choix.
   § 2. Si, sauf cas de force majeure, le fonctionnaire, bien que convoqué conformément aux prescriptions, ne comparaît pas sans motif valable ou ne se fait pas représenter en cas d'absence légitime, il est réputé renoncer à son recours. Dans ce cas, le prononcé ou la décision avant le recours devient le prononcé définitif ou la décision définitive.
   § 3. Sauf stipulation contraire dans le présent arrêté, le recours est suspensif.]1

  
Art. 1.21. [1 § 1. Aan de voorzitters van de raad van beroep wordt een presentiegeld van 150 euro per zitting van een halve dag toegekend. Dat presentiegeld volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen.
   § 2. De voorzitters en de leden van de overheid en de vakorganisaties ontvangen een reis- en maaltijdvergoeding overeenkomstig de regeling die van toepassing is voor de ambtenaren van de diensten van de Vlaamse overheid.
   In afwijking van het eerste lid ontvangen de voorzitters een treinbiljet eerste klasse heen en terug of de tegenwaarde ervan.]1

  
Art. 1.21. [1 § 1er. Un jeton de présence de 150 euros est octroyé aux présidents de la chambre de recours par séance d'une demi-journée. Ce jeton de présence suit l'évolution de l'indice santé conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, telle que modifiée par l'arrêté royal no 178 du 30 décembre 1982 et sans préjudice de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays.
   § 2. Les présidents et les membres de l'autorité et des organisations syndicales reçoivent une indemnité de déplacement et de repas conformément au régime applicable aux fonctionnaires des services de l'Autorité flamande.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les présidents reçoivent un billet de train aller-retour en première classe ou sa contrevaleur.]1

  
HOOFDSTUK 2. [1 - Het Selectiekwaliteitscomité]1
CHAPITRE 2. [1 - Le Comité de qualité de sélection ]1
Art. 1.22. [1 § 1. Het Selectiekwaliteitscomité adviseert de diensten van de Vlaamse overheid over de integriteit, deontologie en kwaliteit van het selectie- en herplaatsingsbeleid.
   Het Selectiekwaliteitscomité bestaat uit vijf leden, die worden aangewezen door de Vlaamse Regering.
   § 2. Het Selectiekwaliteitscomité stelt een huishoudelijk reglement op waarin de regels voor de werking van het Selectiekwaliteitscomité worden opgenomen.
   § 3. De externe leden van het Selectiekwaliteitscomité ontvangen per zitting een presentiegeld van 71,42 euro.
   In afwijking van het eerste lid wordt aan de voorzitter een presentiegeld toegekend van 150% van het bedrag, vermeld in het eerste lid.
   De presentiegelden, vermeld in dit artikel, volgen de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen.
   § 4. De leden van het Selectiekwaliteitscomité hebben recht op een reiskostenvergoeding overeenkomstig artikel VII 80 tot en met VII 82.]1

  
Art. 1.22. [1 § 1er. Le Comité de qualité de sélection conseille les services de l'Autorité flamande sur l'intégrité, la déontologie et la qualité de la politique de sélection et de reclassement.
   Le Comité de qualité de sélection se compose de cinq membres désignés par le Gouvernement flamand.
   § 2. Le Comité de qualité de sélection rédige un règlement d'ordre intérieur contenant les règles relatives au fonctionnement du Comité de qualité de sélection.
   § 3. Les membres externes du Comité de qualité de sélection reçoivent un jeton de présence de 71,42 euros par séance.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, un jeton de présence de 150 % du montant visé à l'alinéa 1er est octroyé au président.
   Les jetons de présence mentionnés dans le présent article suivent l'évolution de l'indice santé conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, telle que modifiée par l'arrêté royal no 178 du 30 décembre 1982 et sans préjudice de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays.
   § 4. Les membres du Comité de qualité de sélection ont droit à une indemnité pour frais de déplacement conformément aux articles VII 80 à VII 82. ]1

  
TITEL 4. [1 - Overgangs- en opheffingsbepalingen]1
TITRE 4. [1- Dispositions transitoires et abrogatoires]1
Art. 1.23. [1 De gevallen van beroep die ingesteld zijn bij een raad van beroep voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, worden voortgezet volgens de reglementering die op die datum van kracht is.
   De definitieve uitspraak na beroep gebeurt overeenkomstig dit besluit.]1

  
Art. 1.23. [1 Les recours introduits devant une chambre de recours avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont poursuivis selon la réglementation en vigueur à cette date
   Le prononcé définitif après recours se fait conformément au présent arrêté.]1

  
DEEL II. - RECHTEN, PLICHTEN, ONVERENIGBAARHEDEN EN CUMULATIE VAN ACTIVITEITEN.
PARTIE II. - DROITS, DEVOIRS, INCOMPATIBILITES ET CUMUL DES ACTIVITES.
HOOFDSTUK I. - Deontologische rechten en plichten.
CHAPITRE 1er. - Droits et devoirs déontologiques.
Art. 2.1. § 1. Het personeelslid zet zich op een actieve en constructieve wijze in voor de realisatie van de opdracht en de doelstellingen van de diensten van de Vlaamse overheid.
  Het personeelslid oefent zijn functie op een loyale en correcte wijze uit onder het gezag van zijn lijnmanager en/of functionele chef.
  § 2. In de omgang met anderen en in de contacten met het publiek respecteert het personeelslid de persoonlijke waardigheid en handelt het zonder discriminatie.
Art. 2.1. § 1er. Le membre du personnel s'attelle de manière active et constructive à la réalisation de la mission et des objectifs des autorités flamandes.
  Le membre du personnel exerce ses fonctions de manière loyale et correcte sous l'autorité de son manager de ligne et/ou chef fonctionnel.
  § 2. Le membre du personnel respecte la dignité personnelle et agit sans discrimination dans ses relations avec les autres et dans les contacts avec le public.
Art. 2.2. § 1. Het personeelslid heeft recht op vrijheid van meningsuiting ten aanzien van de feiten waarvan hij kennis heeft uit hoofde van zijn functie.
  Onverminderd de reglementering inzake openbaarheid van bestuur, is het hem enkel verboden feiten bekend te maken die betrekking hebben op :
  1° de veiligheid van het land;
  2° de bescherming van de openbare orde;
  3° de financiële belangen van de overheid;
  4° het voorkomen en het bestraffen van strafbare feiten;
  5° het medisch geheim;
  6° het vertrouwelijke karakter van commerciële, intellectuele en industriële gegevens;
  7° het interne beraad, zolang in de betrokken aangelegenheid geen eindbeslissing is genomen.
  Het is hem ook verboden feiten bekend te maken waarvan de bekendmaking de concurrentiepositie van de organisatie waarin hij werkt kan schaden of waarvan de bekendmaking een inbreuk is op de rechten en de vrijheden van de burger, in het bijzonder op het privé-leven, tenzij de betrokkene toestemming heeft verleend om de op hem betrekking hebbende gegevens openbaar te maken.
  Deze paragraaf geldt eveneens voor het personeelslid dat niet meer in dienst is.
  § 2. [Het personeelslid dat in de uitoefening van zijn functie onregelmatigheden vaststelt, brengt [1 een functionele chef]1 hiervan onmiddellijk op de hoogte. Hij kan ook rechtstreeks [3 Spreekbuis, het meldpunt voor welzijn en integriteit op het werk van de Vlaamse overheid of]3 [2 Audit Vlaanderen]2 op de hoogte brengen overeenkomstig [4 artikel III.115, § 3, van het bestuursdecreet van 7 december 2018]4.
  Een onregelmatigheid is een nalatigheid, misbruik of misdrijf als vermeld in artikel 3, § 2, eerste lid, van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst.]
  Indien hij op basis van gegronde redenen vermoedt of vaststelt dat zijn lijnmanager hem zal verbieden of verhinderen om misdrijven bekend te maken, brengt hij rechtstreeks de procureur des Konings hiervan op de hoogte.
  Het personeelslid kan, buiten de gevallen van kwade trouw, persoonlijk voordeel of valse aangifte die een dienst of persoon schade toebrengen, niet onderworpen zijn aan een tuchtstraf of een andere vorm van openlijke of verdoken sanctie, om de enkele reden dat hij onregelmatigheden aangeeft of bekend maakt.
  
Art. 2.2. § 1er. Le membre du personnel a le droit d'exprimer librement son opinion quant aux faits dont il a connaissance du chef de sa fonction.
  Sans préjudice de la réglementation quant à la publicité de l'administration, il lui est seulement défendu de communiquer des faits portant sur :
  1° la sécurité du pays;
  2° la protection de l'ordre public;
  3° les intérêts financiers de l'autorité;
  4° les mesures de prévention et de sanction de faits délictueux;
  5° le secret médical;
  6° le caractère confidentiel de données commerciales, intellectuelles et industrielles;
  7° la concertation interne, aussi longtemps qu'aucune décision finale n'a été prise en la matière.
  Il lui est également interdit de communiquer des faits dont la révélation pourrait porter préjudice à la position de concurrence de l'organisation dans laquelle le fonctionnaire est occupé ou serait une violation des droits et libertés du citoyen et notamment du droit au respect de la vie privée, à moins que l'intéressé(e) n'ait donné son autorisation à rendre publiques des données qui le/la concernent.
  Le présent paragraphe s'applique également au membre du personnel qui n'est plus en service.
  § 2. [Le membre du personnel qui constate des irrégularités dans l'exercice de sa fonction, en informe immédiatement [1 un chef fonctionnel]1. Il peut en aviser aussi directement [3 Spreekbuis, le guichet de bien-être et d'intégrité au travail de l'Autorité flamande ou]3 [2 Audit Flandre]2 , conformément à [4 l'article III.115, § 3 du décret de gouvernance du 7 décembre 2018]4.
  Une irrégularité est une négligence, un abus ou un délit tels que visés à l'article 3, § 2, alinéa premier du décret du 7 juillet 1998 instaurant le service de médiation flamand.]
  Si, pour des raisons légitimes, il présume ou constate que son manager de ligne lui interdira ou l'empêchera de rendre publics des délits, il en avise directement le procureur du Roi.
  Sauf dans les cas de mauvaise foi, bénéfice personnel, ou de déclaration fausse, qui nuisent à un service ou à une personne, le membre du personnel ne peut pas être soumis à une sanction disciplinaire ou toute autre forme de sanction publique ou cachée, pour la seule raison qu'il dénonce ou publie des irrégularités.
  
Art. 2.3. § 1. Het personeelslid kan schriftelijk of mondeling melding doen van een onregelmatigheid bij de Vlaamse Ombudsman onder de voorwaarden bepaald in artikel 3, § 2, van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse Ombudsdienst.
  [1 Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, kan aan de Vlaamse ombudsman vragen om onder zijn bescherming te worden geplaatst, ofwel op het ogenblik van de melding, ofwel in de loop van het onderzoek door de Vlaamse Ombudsman.
   Als de Vlaamse ombudsman de bescherming verleent, deelt hij dat mee aan het personeelslid.]1

  § 2. De bescherming heeft uitwerking vanaf de eerste vastgestelde melding van de onregelmatigheid door het personeelslid uitgezonderd wat betreft de schorsing van tuchtprocedures die uitwerking hebben vanaf het verzoek van het personeelslid om onder de bescherming van de Vlaamse Ombudsman te worden geplaatst.
  De bescherming neemt een einde twee jaar na het afsluiten van het onderzoek door de Vlaamse Ombudsman naar de gemelde onregelmatigheid.
  [1 Zodra de Vlaamse ombudsman het moment opportuun acht, deelt hij de begindatum van de beschermingsperiode mee aan het personeelslid en aan de lijnmanager. De Vlaamse ombudsman deelt ook de einddatum van de beschermingsperiode mee aan het personeelslid en aan de lijnmanager.]1
  De Vlaamse Ombudsman deelt de begindatum en de einddatum van de beschermingsperiode mee aan het personeelslid en de lijnmanager.
  
Art. 2.3. § 1er. Le membre du personnel peut dénoncer une irrégularité par écrit ou oralement auprès du médiateur flamand, aux conditions fixées à l'article 3, § 2, du décret du 7 juillet 1998 instaurant le service de médiation flamand.
  [1 Le membre du personnel visé à l'alinéa premier peut demander au médiateur flamand d'être mis sous sa protection, soit au moment de la dénonciation, soit au cours de l'examen par le médiateur flamand.
  Si le médiateur flamand accorde la protection, il en avise le membre du personnel.]1

  § 2. La protection produit ses effets dès la première dénonciation constatée de l'irrégularité par le membre du personnel, sauf en ce qui concerne la suspension de procédures disciplinaires qui produisent leurs effets dès la demande du membre du personnel d'être mis sous la protection du médiateur flamand.
  La protection prend fin deux ans après la conclusion de l'enquête par le médiateur flamand de l'irrégularité dénoncée.
  [1 Dès que le médiateur flamand estime que le moment est opportun, il communique la date de début de la période de protection au membre du personnel et au manager de ligne. Le médiateur flamand communique également la date de fin de la période de protection au membre du personnel et au manager de ligne.]1
  Le médiateur flamand communique la date de début et la date de fin de la période de protection au membre du personnel et au manager de ligne.
  
Art. 2.4. § 1. Tijdens de beschermingsperiode, bedoeld in artikel II 3, § 2, kan het personeelslid niet onderworpen zijn aan een tuchtstraf of een andere open of verdoken maatregel om redenen die verband houden met de melding van de onregelmatigheid. De bewijslast hiervoor berust bij de bevoegde overheid.
  Als de bevoegde overheid tijdens de beschermingsperiode een tuchtstraf oplegt of andere maatregelen neemt ten aanzien van het personeelslid moet de overheid in de motivering duidelijk aangeven dat er geen verband is tussen de tuchtstraf of de maatregel en de melding van de onregelmatigheid.
  § 2. Als het personeelslid vermoedt dat een maatregel, bedoeld in § 1 toch verband houdt met de melding van de onregelmatigheid, kan hij aan de Vlaamse Ombudsman vragen om dit mogelijke verband te onderzoeken. De bewijslast hiervoor berust bij de bevoegde overheid.
  De Vlaamse Ombudsman deelt het resultaat van zijn onderzoek mee aan het personeelslid en de lijnmanager.
  Als de Vlaamse Ombudsman van oordeel is dat er een mogelijk verband is tussen de maatregel, bedoeld in § 1 en de melding van de onregelmatigheid, richt hij aan de bevoegde overheid het verzoek om de maatregel te herzien.
  De bevoegde overheid deelt binnen een termijn van twintig werkdagen na ontvangst van het verzoek aan de Vlaamse Ombudsman mee of zij al dan niet akkoord gaat met dat verzoek.
  Als de bevoegde overheid niet akkoord gaat met het verzoek van de Vlaamse Ombudsman of weigert uitvoering te geven aan zijn verzoek of niet antwoordt aan de Vlaamse Ombudsman binnen de voormelde termijn van twintig werkdagen, brengt de Vlaamse Ombudsman hierover verslag uit bij de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, die in overleg met de functioneel bevoegde minister een standpunt bepaalt en dit standpunt meedeelt aan de Vlaamse Ombudsman en aan de lijnmanager.
Art. 2.4. § 1er. Pendant la période de protection, visée à l'article II 3, § 2, le membre du personnel ne peut pas être soumis à une peine disciplinaire ou à une autre mesure publique ou cachée pour des raisons liées à la dénonciation de l'irrégularité. Dans cette matière, la charge de la preuve repose sur l'autorité compétente.
  Si, pendant la période de protection, l'autorité compétente impose une peine disciplinaire ou prend d'autres mesures par rapport au membre du personnel, l'autorité doit indiquer clairement dans sa motivation qu'il n'y a aucun lien entre la peine disciplinaire ou la mesure et la dénonciation de l'irrégularité.
  § 2. Si le membre du personnel présume qu'une mesure, visée au § 1er, est effectivement liée à la dénonciation de l'irrégularité, il peut demander au médiateur flamand d'examiner ce lien éventuel. Dans cette matière, la charge de la preuve repose sur l'autorité compétente.
  Le médiateur flamand communique le résultat de son enquête au membre du personnel et au manager de ligne.
  Si le médiateur flamand estime, qu'il est possible qu'il existe un lien causal entre la mesure, visée au § 1er, et la dénonciation de l'irrégularité, il adresse à l'autorité compétente la demande de revoir la mesure.
  L'autorité compétente communique, dans les vingt jours ouvrables après la réception de la demande faite au médiateur flamand, si elle est d'accord ou non avec la demande.
  Lorsque l'autorité compétente n'est pas d'accord avec la demande du médiateur flamand ou refuse de donner suite à sa demande ou ne fournit pas de réponse au médiateur flamand dans le délai précité de vingt jours ouvrables, le médiateur flamand en fait rapport au Ministre flamand chargé des affaires administratives, qui définit sa position, en concertation avec le ministre fonctionnellement compétent, et la communique au médiateur flamand et au manager de ligne.
Art. 2.5. Het personeelslid behandelt de klanten van zijn [1 entiteit, raad of instelling]1 welwillend.
  Het personeelslid mag, zelfs buiten de functie, rechtstreeks noch via een tussenpersoon, giften, beloningen of enig ander voordeel die verband houden met de functie, vragen, eisen of aannemen.
  
Art. 2.5. Le membre du personnel exerce sa fonction de façon bienveillante envers les clients de son [1 entité, conseil ou établissement]1.
  Même en dehors de sa fonction, mais en relation avec celle-ci, le membre du personnel ne peut demander, réclamer ou accepter, directement ou par un intermédiaire, des dons, gratifications ou avantages.
  
Art. 2.6. § 1. Het personeelslid heeft recht op informatie en vorming zowel wat alle aspecten betreft die nuttig zijn voor de functie-uitoefening als met het oog op de uitbouw van de beroepsloopbaan.
  § 2. Het personeelslid houdt zich op de hoogte van de evolutie van de technieken, reglementeringen en navorsingen in de materies waarmee hij beroepshalve belast is.
  § 3. De vorming is een plicht wanneer zij noodzakelijk blijkt voor een betere uitoefening van de functie of het functioneren van een [1 entiteit, raad of instelling]1.
  De onkosten die inherent zijn aan de deelname aan deze vormingsactiviteiten worden gedragen door de diensten van de Vlaamse overheid.
  
Art. 2.6. § 1er. Le membre du personnel a droit à l'information et à la formation en ce qui concerne les aspects qui sont utiles pour l'exercice de la fonction ainsi qu'en vue du développement de la carrière professionnelle.
  § 2. Le membre du personnel doit se tenir au courant de l'évolution des techniques, réglementations et recherches dans les matières dont il est charge sur le plan professionnel.
  § 3. La formation est un devoir quand elle est nécessaire pour un meilleur exercice de la fonction ou le fonctionnement d'une [1 entité, conseil ou établissement]1.
  Les frais inhérents à la participation aux activités de formation sont à la charge des autorités flamandes.
  
Art. 2.7. § 1. De rechten en de plichten worden nader toegelicht in een deontologische code die vastgesteld wordt door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.
  § 2. In de beleidsdomeinen, raden of instelling kan door de hoofden van de entiteiten, raden of instelling voor specifieke problemen een aanvullende code opgesteld worden.
Art. 2.7. § 1er. Les droits et devoirs sont précisés dans un code déontologique établi par le Ministre flamand chargé des affaires administratives.
  § 2. Dans les domaines politiques, conseils ou établissement, les chefs des entités, conseils ou établissement peuvent établir un code supplémentaire pour des problèmes spécifiques.
HOOFDSTUK II. - Intellectuele eigendomsrechten.
CHAPITRE 2. - Les droits de propriété intellectuelle.
Art. 2.8. § 1. Het personeelslid draagt aan de Vlaamse Gemeenschap of de IVA met rechtspersoonlijkheid of de EVA, de strategische adviesraad of het Gemeenschapsonderwijs het geheel van de vermogensrechten over op de werken waarvan hij de (mede)auteur [1 of (mede)schepper]1 is en die hij ter uitvoering van zijn functie tot stand brengt.
  [1 Deze overdracht betreft alle vermogensrechten die deel zouden uitmaken van zijn auteursrechten, inclusief de auteursrechten op computerprogramma's met inbegrip van het begeleidend en voorbereidend materiaal, op databanken, en op alle andere werken die het personeelslid ter uitvoering van zijn functie tot stand brengt. De overdracht betreft ook alle sui generis vermogensrechten op databanken die het personeelslid ter uitvoering van zijn functie tot stand brengt.]1
  § 2. De vergoeding voor deze overdracht van rechten is begrepen in het salaris, zoals bepaald overeenkomstig het van kracht zijnde geldelijk statuut.
  § 3. Het personeelslid verleent aan de Vlaamse Gemeenschap, de IVA met rechtspersoonlijkheid, de EVA, de strategische adviesraad of het Gemeenschapsonderwijs de toelating om de werken, bedoeld in § 1, onder de naam van het Vlaamse ministerie of van de IVA met rechtspersoonlijkheid of de EVA, de strategische adviesraad of het Gemeenschapsonderwijs aan het publiek mee te delen en onder die naam te exploiteren. Deze toelating geldt voor een duur van 20 jaar vanaf de datum van creatie van het werk.
  
Art. 2.8. § 1er. Le membre du personnel cède à la Communauté flamande ou à l'AAI dotée de la personnalité juridique ou à l'AAE, au conseil consultatif stratégique ou à l'Etablissement communautaire, l'ensemble des droits patrimoniaux sur les travaux dont il est l'(le) (co)auteur [1 ou (co)créateur]1 et qu'il réalise dans l'exercice de sa fonction.
  [1 Cette cession se rapporte à tous les droits patrimoniaux qui pourraient se rattacher à ses droits d'auteur, en ce compris les droits d'auteur sur les programmes informatiques, matériel connexe et préparatoire y inclus, sur les bases de données, et sur tous les autres travaux réalisés par le membre du personnel dans l'exercice de sa fonction. La cession englobe aussi tous les droits de propriété sui generis sur les bases de données réalisées par le membre du personnel dans l'exercice de sa fonction.]1
  § 2. L'indemnisation pour cette cession de droits est comprise dans le traitement, tel que fixé conformément au statut pécuniaire en vigueur.
  § 3. Le membre du personnel autorise la Communauté flamande, l'AAI dotée de la personnalité juridique, l'AAE, le conseil consultatif stratégique ou l'Enseignement communautaire, à communiquer au public les travaux visés au § 1er, sous le nom du Ministère flamand ou de l'AAI dotée de la personnalité juridique ou de l'AAE, du conseil consultatif stratégique ou de l'Enseignement communautaire, et de les exploiter sous ce nom. Cette autorisation vaut pour une durée de 20 ans à compter de la date de création du travail.
  
Art. 2.9. § 1. Alle uitvindingen die door het personeelslid ter uitvoering van zijn functie worden gedaan of die verkregen worden door middelen die door de werkgever ter beschikking worden gesteld, zijn het exclusieve eigendom van de Vlaamse Gemeenschap, de IVA met rechtspersoonlijkheid, de EVA, de strategische adviesraad of het Gemeenschapsonderwijs, zonder dat het personeelslid een recht op vergoeding kan doen gelden.
  § 2. In afwijking van § 1 wordt voor de overdracht van vermogensrechten op de in § 1 bedoelde uitvindingen die niet ter uitvoering van de functie worden gedaan aan het personeelslid een financiële tegemoetkoming toegekend, waarvan het bedrag bepaald wordt door de functionele minister.
  Om de hoogte van de tegemoetkoming te bepalen worden volgende criteria gebruikt :
  - de industriële of commerciële waarde van de uitvinding;
  - het belang van de bijdrage van de respectieve partijen bij de totstandkoming van de uitvinding.
Art. 2.9. § 1er. Toutes les inventions faites par le membre du personnel dans l'exercice de sa fonction ou acquises par des moyens mis à disposition par l'employeur, sont la propriété exclusive de la Communauté flamande, de l'AAI dotée de la personnalité juridique, de l'AAE, du conseil consultatif stratégique ou de l'Enseignement communautaire, sans que le membre du personnel ne puisse faire valoir ses droits sur une indemnité.
  § 2. Par dérogation au § 1er, la cession des droits patrimoniaux sur les inventions visées au § 1er qui ne sont pas faites dans l'exercice de la fonction, procure au membre du personnel une intervention financière, dont le montant est fixé par le Ministre fonctionnel.
  Afin de fixer le montant de l'intervention, les critères suivants sont pris en compte :
  - la valeur industrielle ou commerciale de l'invention;
  - l'importance de la contribution des parties respectives lors de la réalisation de l'invention.
HOOFDSTUK III. - Onverenigbaarheden.
CHAPITRE 3. - Incompatibilités.
Art. 2.10. De hoedanigheid van personeelslid is onverenigbaar met elke activiteit die het personeelslid zelf of via een tussenpersoon verricht en waardoor ofwel :
  1° de functieplichten niet kunnen worden vervuld;
  2° de waardigheid van de functie in het gedrang komt en/of het vertrouwen van het publiek in de dienst wordt aangetast;
  3° de eigen onafhankelijkheid wordt aangetast;
  4° een conflict tussen tegenstrijdige belangen ontstaat.
Art. 2.10. La qualité de membre du personnel est incompatible avec toute activité que le membre du personnel accomplit lui-même ou par un intermédiaire et qui soit :
  1° l'empêche d'accomplir les devoirs de sa fonction;
  2° compromet la dignité de la fonction et/ou porte atteinte à la confiance du public en le service;
  3° porte atteinte à son indépendance;
  4° donne lieu à un conflit d'intérêts.
HOOFDSTUK IV. - Cumulatie van beroepsactiviteiten.
CHAPITRE 4. - Cumul d'activités professionnelles.
Art. 2.12. § 1. Het personeelslid mag zonder toestemming geen activiteiten cumuleren binnen de diensturen, tenzij deze inherent zijn aan de functie, en onverminderd de deontologische toetsing.
  [1 De toestemming is ook nodig voor de cumulatie van beroepsactiviteiten tijdens een verlof, onverminderd andere reglementaire bepalingen.]1
  § 2. De toestemming tot cumulatie wordt gegeven :
  - door de opdrachtgever voor de hoofden van een entiteit;
  - door de voorzitter van de strategische adviesraad voor het hoofd van het secretariaatspersoneel;
  - [3 ...]3
  - door de functionele minister voor het hoofd van het Gemeenschapsonderwijs en
  - door de lijnmanager voor de personeelsleden die onder hun gezag staan.
  
Art. 2.12. § 1er. Sans autorisation, le membre du personnel ne peut cumuler des activités pendant les heures de service, sauf si celles-ci sont inhérentes à la fonction, et sans préjudice de l'évaluation déontologique.
  [1 L'autorisation est également requise pour le cumul d'activités professionnelles pendant un congé, sans préjudice d'autres dispositions réglementaires.]1
  § 2. L'autorisation de cumul est donnée :
  - par le donneur d'ordre pour les chefs d'une entité;
  - par le président du conseil consultatif stratégique pour le chef du personnel de secrétariat;
  - [3 ...]3
  - par le Ministre fonctionnel pour le chef de l'Enseignement communautaire et
  - par le manager de ligne pour les membres du personnel placés sous leur autorité.
  
Art. 2.13. De uitoefening van activiteiten buiten de diensturen kan enkel getoetst worden aan de deontologische regels inzake onverenigbaarheden, onverminderd andere reglementaire bepalingen.
Art. 2.13. L'exercice d'activités en dehors des heures de service ne peut être confronté qu'aux règles déontologiques en matière d'incompatibilités, sans préjudice d'autres dispositions réglementaires.
HOOFDSTUK V. - Overgangsbepaling.
CHAPITRE 5. - Disposition transitoire.
Art. 2.14. De toestemming tot cumulatie gegeven vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijft behouden, tot de lijnmanager waaronder het personeelslid ressorteert, deze desgevallend herroept.
Art. 2.14. L'autorisation de cumul donnée avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté reste maintenue, jusqu'à ce que le manager de ligne dont relève le membre du personnel, la révoque le cas échéant.
DEEL III. [1 De loopbaan]1
PARTIE III. [1-La carrière]1
HOOFDSTUK I. [1 - Algemene bepalingen]1
CHAPITRE 1er. [1 - Dispositions générales]1
Afdeling 1. [1 - De invulling van vacatures]1
Section 1re. [1- Le pourvoi de vacances d'emploi]1
Art. 3.1. [1 Een vacature is een niet-ingevulde functie op het personeelsplan van de entiteit, raad of instelling, en impliceert een personeelsbehoefte die zich situeert in een welbepaalde graad of een salarisschaal die bepaald is in dit besluit of door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, of, voor de agentschapsspecifieke graden, in een graad of salarisschaal die bepaald is door de Vlaamse Regering, op voorstel van de functioneel bevoegde minister.]1
  
Art. 3.1. [1 Une vacance d'emploi est une fonction non pourvue dans le plan de personnel de l'entité, du conseil ou de l'établissement et implique un besoin en personnel qui se situe dans un grade bien déterminé ou une échelle de traitement déterminée dans le présent arrêté ou par le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions, ou, pour ce qui est grades spécifiques aux agences, dans un grade ou une échelle de traitement déterminé(e) par le Gouvernement flamand, sur la proposition du le ministre fonctionnellement compétent.]1
  
Art. 3.2. [1 § 1. Een vacature wordt ingevuld met een contractuele tewerkstelling.
   De indienstnemende overheid bepaalt de soort en de duur van de arbeidsovereenkomst, tenzij die al is bepaald in dit besluit of in een andere reglementering.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt een gezagsfunctie, als vermeld in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, ingevuld via een statutaire tewerkstelling.
   Op de statutaire tewerkstelling van een gezagsfunctie zoals bepaald in het eerste lid, gelden volgende uitzonderingen:
   1° de lijnmanager kan een gezagsfunctie via een contractuele tewerkstelling invullen in geval van:
   a) de afwezigheid van de titularis van een gezagsfunctie;
   b) een tijdelijke en uitzonderlijke vermeerdering van het werk. De contractuele tewerkstelling duurt maximaal één jaar en is uitzonderlijk verlengbaar met maximaal één jaar.
   2° de indienstnemende overheid vult volgende gezagsfuncties in via een contractuele tewerkstelling:
   a) de [2 managementfuncties van N-niveau]2 en de algemeen directeur, overeenkomstig de bepalingen van Deel V van dit besluit;
   b) de functie van Vlaamse Bouwmeester.
   § 3. De hernieuwing of verlenging van een bestaande arbeidsovereenkomst en de vervanging van een bestaande arbeidsovereenkomst door een andere, zonder wijziging van betrekking en zonder selectie, gebeuren bij beslissing van de indienstnemende overheid, en zijn alleen mogelijk voor het contractuele personeelslid dat geslaagd is voor een objectief wervingssysteem als vermeld in hoofdstuk 1, afdeling 3, en voor topsporters en hun omkadering. Die vernieuwing of verlenging mag geen impact hebben op de graad, het niveau of de salarisschaal van het contractuele personeelslid.
   In afwijking van paragraaf 3, eerste lid, kan de arbeidsovereenkomst van een contractueel personeelslid dat in het kader van paragraaf 2, tweede lid, 1° is geworven, niet worden verlengd onverminderd de toepassing van paragraaf 2, tweede lid, 1°, b). De verlenging is ook niet mogelijk als dat contractuele personeelslid geslaagd is voor een objectief wervingssysteem met een algemene bekendmaking.]1

  
Art. 3.2. [1 § 1er. Une vacance est pourvue par un emploi contractuel.
   L'autorité de recrutement détermine le type et la durée du contrat de travail, à moins que ces aspects ne soient déjà prévus par le présent arrêté ou une autre réglementation.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, une fonction d'autorité telle que mentionnée sur la liste figurant à l'annexe 4 jointe au présent arrêté est pourvue par un emploi statutaire.
   Les exceptions suivantes s'appliquent à l'emploi statutaire d'une fonction d'autorité telle que visée à l'alinéa 1er :
   1° le chef hiérarchique peut pourvoir une fonction d'autorité par un emploi contractuel dans les cas suivants :
   a) l'absence du titulaire d'une fonction d'autorité ;
   b) un surcroît temporaire et exceptionnel de travail. L'emploi contractuel dure un an maximum et peut être exceptionnellement prorogé d'un an maximum.
   2° l'autorité de recrutement pourvoit les fonctions d'autorité suivantes par un emploi contractuel :
   a) les [2 fonctions de management du niveau N]2 et de directeur général, conformément aux dispositions de la Partie V du présent arrêté ;
   b) la fonction de Maître Architecte flamand (" Vlaamse Bouwmeester ").
   § 3. Le renouvellement ou la prorogation d'un contrat de travail existant et le remplacement d'un contrat de travail existant par un autre, sans modification d'emploi et sans sélection, se font par décision de l'autorité de recrutement et ne sont possibles que pour l'agent contractuel qui a réussi les épreuves d'un système de recrutement objectif tel que mentionné dans le chapitre 1er, section 3, et pour les sportifs de haut niveau et leur encadrement. Ce renouvellement ou cette prorogation ne peut impacter le grade, le niveau ou l'échelle de traitement de l'agent contractuel.
   Par dérogation au paragraphe 3, alinéa 1er, le contrat de travail d'un agent contractuel qui a été recruté dans le cadre du paragraphe 2, alinéa 2, 1°, ne peut pas être prorogé sans préjudice de l'application du paragraphe 2, alinéa 2, 1°, b). La prorogation n'est pas non plus possible si cet agent contractuel a réussi les épreuves d'un système de recrutement objectif avec publicité générale.]1

  
Art. 3.3. [1 § 1.In afwijking van artikel III 2, § 1, behoudt een ambtenaar die vóór 1 juni 2024 effectief vast benoemd was of effectief toegelaten was tot de statutaire proeftijd bij de diensten van de Vlaamse overheid, zijn statutaire tewerkstelling als hij binnen de diensten van de Vlaamse overheid in- of doorstroomt.
   § 2. Een ambtenaar die vóór 1 juni 2024 effectief vast benoemd was of effectief toegelaten was tot de statutaire proeftijd bij de diensten van de Vlaamse overheid kan vanaf 1 juni 2024 vrijwillig overstappen naar een contractuele tewerkstelling voor onbepaalde duur.
   Die overstap staat gelijk aan een vrijwillig ontslag uit de statutaire betrekking. In afwijking van artikel XI 6 hoeft de ambtenaar geen opzegtermijn te presteren of geen verbrekinsvergoeding te betalen.
   § 3. Voor de toepassing van dit deel wordt de ambtenaar die vanaf 1 juni 2024 wordt toegelaten tot de statutaire proeftijd in een betrekking die vóór 1 juni 2024 werd vacant verklaard, gelijkgesteld met een ambtenaar die vóór 1 juni 2024 is toegelaten tot de statutaire proeftijd.]1

  
Art. 3.3. [1 § 1er. Par dérogation à l'article III 2, § 1er, un fonctionnaire qui, avant le 1er juin 2024, était effectivement nommé à titre définitif ou était effectivement admis au stage statutaire auprès des services de l'Autorité flamande conserve son emploi statutaire en cas d'entrée ou de transition au sein des services de l'Autorité flamande.
   § 2. Un fonctionnaire qui, avant le 1er juin 2024, était effectivement nommé à titre définitif ou était effectivement admis au stage statutaire auprès des services de l'Autorité flamande peut passer volontairement, à partir du 1er juin 2024, à un emploi contractuel à durée indéterminée.
   Ce passage équivaut à une démission volontaire de l'emploi statutaire. Par dérogation à l'article XI 6, le fonctionnaire ne doit pas prester de préavis ni payer d'indemnité de rupture.
   § 3. Pour l'application de la présente partie, le fonctionnaire admis au stage statutaire à partir du 1er juin 2024 dans un emploi déclaré vacant avant le 1er juin 2024 est assimilé à un fonctionnaire admis au stage statutaire avant le 1er juin 2024]1

  
Art. 3.4. [1 § 1. De lijnmanager kiest de wijze van invulling van een vacature hetzij:
   1° via de interne arbeidsmarkt, waarbij gekozen wordt voor horizontale mobiliteit en/of bevordering;
   2° via aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt in combinatie met horizontale mobiliteit, bevordering en externe mobiliteit.
   Interne kandidaten die in aanmerking komen om te kandideren via de procedure van horizontale mobiliteit, zijn uitgesloten van deelname aan de selectie via de externe werving.
   § 2. Als de lijnmanager zich beroept op verschillende procedures om een vacature in te vullen, worden de kandidaten die in aanmerking komen, onderworpen aan dezelfde selectie.
   De selector stelt het programma en de nadere regels van de selectie vast. ]1

  
Art. 3.4. [1 § 1er. Le chef hiérarchique choisit de pourvoir une vacance soit :
   1° par recours au marché du travail interne, en optant pour la mobilité horizontale et/ou la promotion ;
   2° par recrutement sur le marché du travail externe, combiné à la mobilité horizontale, à la promotion et à la mobilité externe.
   Les candidats internes entrant en ligne compte pour poser leur candidature via la procédure de mobilité horizontale sont exclus de la participation à la sélection par recrutement externe.
   § 2. Si le chef hiérarchique recourt à plusieurs procédures pour pourvoir une vacance d'emploi, les candidats éligibles sont soumis à la même sélection.
   Le sélectionneur établit le programme et les modalités de la sélection.]1

  
Art. 3.5. [1 De lijnmanager die beslist om een vacature van zijn entiteit, raad of instelling in te vullen, kan zijn oproep richten tot de kandidaten uit zijn eigen entiteit, raad of instelling, het betrokken beleidsdomein of alle beleidsdomeinen als hij een beroep doet op de interne arbeidsmarkt via:
   1° een bevorderingsprocedure binnen het niveau;
   2° de horizontale mobiliteit;
   3° de aanwijzing in het mandaat van preventieadviseur-coördinator;
   4° de tijdelijke aanstelling van huisbewaarder.
   In afwijking van het eerste lid kan de oproep gericht worden tot de personeelsleden van het agentschap Opgroeien en het agentschap Opgroeien Regie samen.
   Bij de keuze voor vacature-invulling via bevordering door overgang naar een hoger niveau richt de lijnmanager een oproep tot de kandidaten uit alle beleidsdomeinen.
   Voor de toepassing van de interne arbeidsmarkt worden het Gemeenschapsonderwijs en de Vlaamse Onderwijsraad geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en worden de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Omgeving.]1

  
Art. 3.5. [1 Le chef hiérarchique qui décide de pourvoir une vacance de son entité, conseil ou établissement peut adresser son appel aux candidats de sa propre entité, de son propre conseil ou de son propre établissement, du domaine politique concerné ou de tous les domaines politiques s'il fait appel au marché du travail interne par :
   1° une procédure de promotion au sein du niveau ;
   2° la mobilité horizontale ;
   3° la désignation au mandat de conseiller en prévention-coordinateur ;
   4° la désignation temporaire de concierge.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, l'appel peut être adressé aux agents de l'agence Grandir et de l'agence Grandir Régie conjointement.
   S'il choisit de pourvoir la vacance par le biais d'une promotion par accession à un niveau supérieur, le chef hiérarchique adresse un appel aux candidats de tous les domaines politiques.
   Pour l'application du marché du travail interne, l'Enseignement communautaire et le Conseil flamand de l'Enseignement sont réputés faire partie du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation tandis que le Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire et du Patrimoine immobilier et le Conseil flamand de l'Environnement et de la Nature sont réputés faire partie du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire.]1

  
HOOFDSTUK II.
CHAPITRE 2.
Afdeling 2. [1 - De selector]1
Section 2. [1 - Le sélectionneur]1
Art. 3.6. [1 Het Agentschap Overheidspersoneel is de selector voor de contractuele en statutaire selecties bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   De exclusieve bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor selecties voor de volgende functies:
   1° functies waarvoor de lijnmanager overeenkomstig artikel III 18, § 1, zelf kan optreden als selector, voor zover het geen gezagsfuncties betreffen;
   2° functies die voorkomen op de lijst van entiteitsspecifieke functies die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, vaststelt.]1

  
Art. 3.6. [1 L'Agence de la Fonction publique est le sélectionneur pour les sélections contractuelles et statutaires auprès des services de l'Autorité flamande.
   La compétence exclusive visée à l'alinéa 1er ne s'applique pas aux sélections pour les fonctions suivantes :
   1° les fonctions pour lesquelles le chef hiérarchique peut agir lui-même en tant sélectionneur conformément à l'article III 18, § 1er, dans la mesure où il ne s'agit pas de fonctions d'autorité ;
   2° les fonctions figurant sur la liste des fonctions spécifiques aux entités établie par le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions.]1

  
Afdeling 3. [1- De selectie via een objectief wervingssysteem]1
Section 3. [1 - La sélection par un système de recrutement objectif]1
Art. 3.7. [1 § 1. De in dit besluit vermelde voorschriften voor de selector en de door de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken opgelegde kwaliteitscriteria voor selectoren en selecties worden in geval van een privaatrechtelijke selector opgenomen in een samenwerkingsovereenkomst tussen de selector en de Vlaamse Regering.
   De door de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken opgelegde kwaliteitscriteria voor selectoren en selecties worden in geval van een externe selector opgenomen in de overheidsopdracht tussen de selector en de vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid.
   § 2. De selector organiseert op basis van de personeelsbehoeften van de lijnmanagers de noodzakelijke vergelijkende selecties volgens een systeem dat, naar vorm en inhoud, de nodige waarborgen biedt inzake gelijke behandeling, verbod van willekeur, onafhankelijkheid en onpartijdigheid.]1

  
Art. 3.7. [1 § 1er. Les prescriptions relatives au sélectionneur mentionnées dans le présent arrêté et les critères de qualité pour les sélectionneurs et les sélections imposés par le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions sont repris, dans le cas d'un sélectionneur de droit privé, dans un accord de coopération entre le sélectionneur et le Gouvernement flamand.
   Dans le cas d'un sélectionneur externe, les critères de qualité pour les sélectionneurs et les sélections imposés par le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions sont repris dans le marché public entre le sélectionneur et le représentant de l'Autorité flamande.
   § 2. Sur la base des besoins en personnel des chefs hiérarchiques, le sélectionneur organise les sélections comparatives nécessaires selon un système qui, sur le fond et la forme, offre les garanties nécessaires en termes d'égalité de traitement, d'interdiction de l'arbitraire, d'indépendance et d'impartialité.]1

  
Art. 3.8. [1 Elke vacature wordt minstens op de website van de VDAB of de website Werken voor Vlaanderen gepubliceerd met inachtneming van een redelijke termijn tussen de publicatie ervan en de uiterste datum van kandidaatstelling, zoals bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.
   In afwijking van het eerste lid worden:
   1° vacatures voor functies in het buitenland die gericht zijn tot kandidaten die in het buitenland wonen, algemeen bekendgemaakt in het land in kwestie;
   2° vacatures voor voorbehouden betrekkingen algemeen bekendgemaakt binnen de kansengroep van personen met een [2 handicap, met inbegrip van een chronische ziekte]2.]1

  
Art. 3.8. [1 Chaque vacance d'emploi est au moins publiée sur le site web du VDAB ou sur le site web Werken voor Vlaanderen, en tenant compte d'un délai raisonnable entre sa publication et la date limite d'introduction des candidatures, tel que fixé par le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions.
   Par dérogation à l'alinéa 1er :
   1° les vacances de fonctions à l'étranger, qui s'adressent à des candidats résidant à l'étranger sont publiées dans le pays en question ;
   2° les vacances d'emplois réservés sont publiées au sein du groupe défavorisé de personnes atteintes d'un handicap [2 , y compris d'une maladie chronique]2.]1

  
Art. 3.9. [1 De selector organiseert de selectie voor een functie in overleg met de lijnmanager.
   De selector sluit, in overleg met de lijnmanager, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden van het selectiereglement, uit van deelname aan de selectie.
   De selector beoordeelt, in overleg met de lijnmanager, de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, rekening houdend met de specifieke behoeftes van de [2 (sub)entiteit, raad of instelling]2.
   Elke selectie kan uit verschillende testen bestaan. De motivering van een eventuele uitsluiting op basis van een test of selectie wordt meegedeeld aan de kandidaten.]1

  
Art. 3.9. [1 Le sélectionneur organise la sélection pour une fonction en concertation avec le chef hiérarchique.
   En concertation avec le chef hiérarchique, le sélectionneur exclut de la participation à la sélection les candidats qui ne satisfont pas aux conditions statutaires ou aux conditions du règlement de sélection.
   Le sélectionneur évalue, en concertation avec le chef hiérarchique, les compétences et autres exigences qui, conformément à la description de fonction, sont nécessaires à la fonction, compte tenu des besoins spécifiques de l'entité ou de la [2 de la sous-entité, du conseil ou de l'établissement ]2.
   Chaque sélection peut comporter plusieurs épreuves. Les motifs d'une éventuelle exclusion fondée sur une épreuve ou sélection sont communiqués aux candidats.]1

  
Art. 3.10. [1 De selector stelt per selectie, in overleg met de lijnmanager, een selectiereglement vast.
   Het selectiereglement, vermeld in het eerste lid, regelt minstens de volgende elementen:
   1° de diploma's, studiegetuigschriften, bewijzen van beroepskwalificatie en niveaubewijzen die toegang geven tot de selectieprocedure;
   2° de datum waarop aan de voorwaarden voldaan moet zijn;
   3° het aantal en de aard van de testen;
   4° de criteria op basis waarvan de geschiktheid of het geslaagd zijn beoordeeld wordt.
   Naast de elementen, vermeld in het tweede lid, regelt het selectiereglement in voorkomend geval ook de volgende elementen:
   1° een voorafgaande niveautest om een niveaubewijs te verkrijgen;
   2° een mogelijke voorselectie, naargelang het aantal kandidaten;
   3° een mogelijke beperkte procedure;
   4° de samenstelling van de jury, waarvan de lijnmanager bij interne selectietesten minstens deel uitmaakt;
   5° de regels voor de rangschikking;
   6° de geldigheidsduur van de reserve;
   7° het verlies en het behoud van een plaats in de reserve;
   8° de mogelijkheid om een bijkomende test te organiseren voor de invulling van een bijkomende vacature voor dezelfde of een vergelijkbare functie.
   Bij het agentschap Opgroeien en het agentschap Opgroeien regie kan de lijnmanager, vermeld in het derde lid, 4°, in de jury zitten voor beide agentschappen.]1

  
Art. 3.10. [1 Le sélectionneur arrête, par sélection, un règlement de sélection en concertation avec le supérieur hiérarchique.
   Le règlement de sélection visé à l'alinéa 1er, règle au minimum les éléments suivants :
   1° les diplômes, certificats d'études, certifications de qualification professionnelle et titres de niveau qui donnent accès à la procédure de sélection ;
   2° la date à laquelle les conditions doivent être remplies ;
   3° le nombre et la nature des tests ;
   4° les critères d'évaluation de l'aptitude ou de la réussite.
   Outre les éléments visés à l'alinéa 2, le règlement de sélection régit également, le cas échéant, les éléments suivants :
   1° un test de niveau préalable destiné à l'obtention d'un titre de niveau ;
   2° une éventuelle présélection en fonction du nombre de candidats ;
   3° une procédure restreinte éventuelle ;
   4° la composition du jury, dont le supérieur hiérarchique fait au moins partie lors d'épreuves de sélection internes ;
   5° les règles relatives au classement ;
   6° la durée de validité de la réserve ;
   7° la perte et le maintien d'une place dans la réserve ;
   8° la possibilité d'organiser un test supplémentaire en vue de pourvoir une vacance supplémentaire pour la même fonction ou une fonction analogue.
   Dans le cas de l'agence Grandir et de l'agence Grandir Régie, le supérieur hiérarchique visé à l'alinéa 3, 4°, peut siéger dans le jury pour les deux agences.]1

  
HOOFDSTUK III.
CHAPITRE 3.
Art. 3.11. [1 De lijnmanager kiest uit de geschikte kandidaten de kandidaat die volgens hem het meest geschikt is voor de functie, of hij kiest uitzonderlijk niet, als hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met:
   1° de kandidaatstelling;
   2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
   3° de mogelijke redelijke aanpassingen;
   4° de beoordeling van de eventuele selectietest(en).
   De betrokken lijnmanagers kunnen in onderling akkoord de duur verlengen van een reserve die voor een of meer entiteiten, raden of instelling is aangelegd. De lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel kan de duur verlengen van een reserve die voor alle diensten van de Vlaamse overheid is aangelegd.]1

  
Art. 3.11. [1 Le chef hiérarchique choisit, parmi les candidats aptes, celui qui, selon lui, est le plus apte pour la fonction ou bien n'opérera exceptionnellement aucun choix s'il estime qu'aucun des candidats aptes ne satisfait aux exigences de profil. La décision de sélection motivée tient compte des éléments suivants :
   1° la candidature ;
   2° la description de fonction de la vacance et du profil souhaité ;
   3° les adaptations raisonnables éventuelles ;
   4° l'évaluation de l'épreuve ou des épreuves de sélection éventuelles.
   Les chefs hiérarchiques concernés peuvent prolonger de commun accord la durée d'une réserve qui a été constituée pour une ou plusieurs entités ou un ou plusieurs conseils ou établissements. Le chef hiérarchique de l'Agence de la Fonction publique peut prolonger la durée d'une réserve qui a été constituée pour tous les services de l'Autorité flamande.]1

  
Afdeling 4. [1 - Niet nodeloos hertesten]1
Section 4. [1 - Pas de nouvelles épreuves inutiles]1
Art. 3.12. [1 § 1. De selector kan, na toestemming van de kandidaat, in overleg met de indienstnemende of benoemende overheid of de lijnmanager, en rekening houdend met de vergelijkbaarheid van de testen en testresultaten, beslissen om bepaalde competenties en/of andere vereisten die overeenkomstig het selectiereglement nodig zijn voor de functie, niet opnieuw te testen bij een kandidaat als uit een eerdere selectieprocedure die niet ouder is dan zeven jaar, resultaten beschikbaar zijn waardoor de kandidaat op die competenties of vereisten beoordeeld kan worden, ongeacht voor welke graad of functie en voor welke soort procedure de vorige test is afgenomen.
   De selector bepaalt aan welke selectieonderdelen de kandidaat nog moet deelnemen om het geheel van de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, te kunnen beoordelen.
   § 2. Een kandidaat kan aan de selector vragen om, ongeacht eerdere testresultaten, opnieuw getest te worden voor bepaalde competenties en/of andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie. De selector houdt dan alleen rekening met de nieuwe testresultaten.
   § 3. Alleen testresultaten van selecties die gebaseerd zijn op het competentiemodel van de Vlaamse overheid en die beantwoorden aan de kwaliteitscriteria voor selectoren en selecties zoals vastgelegd door de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken, komen in aanmerking om hergebruikt te worden.]1

  
Art. 3.12. [1 § 1er. Moyennant le consentement du candidat, le sélectionneur peut, en concertation avec l'autorité de recrutement ou investie du pouvoir de nomination ou le chef hiérarchique et compte tenu de la comparabilité des épreuves et des résultats d'épreuves, décider de ne pas soumettre un candidat à de nouvelles épreuves pour certaines compétences et/ou autres exigences qui, conformément au règlement de sélection, sont nécessaires à la fonction, si les résultats d'une procédure de sélection antérieure ne remontant pas à plus de sept ans sont disponibles, qui permettent d'évaluer le candidat sur ces compétences ou exigences, quels que soient les grade ou fonction ou le type de procédure pour lesquels l'épreuve précédente a été réalisée.
   Le sélectionneur détermine les composantes de la sélection auxquelles le candidat doit encore participer pour pouvoir évaluer l'ensemble des compétences et autres exigences qui, conformément à la description de fonction, sont nécessaires à la fonction.
   § 2. Un candidat peut demander au sélectionneur, indépendamment des résultats d'épreuves antérieures, à être soumis à de nouvelles épreuves pour certaines compétences et/ou autres exigences qui, conformément à la description de fonction, sont nécessaires à la fonction. Le sélectionneur ne tient compte que des résultats des nouvelles épreuves.
   § 3. Seuls les résultats d'épreuves de sélections qui sont basées sur le modèle de compétence de l'Autorité flamande et qui répondent aux critères de qualité pour les sélectionneurs et les sélections tels que fixés par le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions entrent en ligne de compte pour être réutilisés.]1

  
HOOFDSTUK 2. [1- Instroom]1
CHAPITRE 2. [1- Entrée]1
Afdeling 1. [1 - Externe werving]1
Section 1re. [1 - Recrutement externe]1
Art. 3.13. [1 Externe werving is de aanwerving van een kandidaat vanuit de externe arbeidsmarkt door middel van een arbeidsovereenkomst of via de toelating tot de statutaire proeftijd.
   De externe arbeidsmarkt is niet toegankelijk voor het personeelslid dat kan kandideren via de horizontale mobiliteit en voor kandidaten die een beroep kunnen doen op de externe mobiliteit [2 ...]2.]1

  
Art. 3.13. [1 Le recrutement externe est le recrutement d'un candidat sur le marché du travail externe au moyen d'un contrat de travail ou par l'admission au stage statutaire.
   Le marché du travail externe n'est pas accessible à l'agent qui peut poser sa candidature par mobilité horizontale [2 ...]2.]1

  
Afdeling 2. [1 - Toelatingsvoorwaarden]1
Section 2. [1 - Conditions d'admission]1
Art. 3.14. [1 § 1. Voor de toegang tot een functie bij de diensten van de Vlaamse overheid gelden de volgende algemene toelatingsvoorwaarden:
   1° een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van de beoogde betrekking;
   2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;
   3° voldoen aan de nationaliteitsvereiste;
   4° voldoen aan de vereisten gesteld door de wetten inzake het taalgebruik in bestuurszaken;
   5° medisch geschikt zijn voor de uit te oefenen functie, in overeenstemming met de wetgeving betreffende het welzijn van de werknemers op het werk.
   § 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, bepaalt de bevoegde instanties en de controleprocedure voor de vereiste medische geschiktheid.
   § 3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 controleert de preventieadviseur-arbeidsarts van de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk de vereiste lichamelijke geschiktheid voor welbepaalde categorieën personeelsleden overeenkomstig de federale bepalingen.]1

  
Art. 3.14. [1 § 1er. Les conditions générales d'admission suivantes régissent l'accès à une fonction auprès des services de l'Autorité flamande :
   1° être d'une conduite qui répond aux exigences de l'emploi visé ;
   2° jouir des droits civils et politiques ;
   3° satisfaire à la condition de nationalité ;
   4° satisfaire aux exigences posées par les lois sur l'emploi des langues en matière administrative ;
   5° être médicalement apte à la fonction à exercer, conformément à la législation relative au bien-être des travailleurs au travail.
   § 2. Le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions détermine les organismes compétents et la procédure de contrôle pour l'aptitude médicale requise.
   § 3. Sans préjudice de l'application du paragraphe 2, le conseiller en prévention-médecin du travail du Service Externe de Prévention et de Protection au Travail contrôle l'aptitude physique requise pour certaines catégories définies d'agents conformément aux dispositions fédérales.]1

  
Afdeling 3. [1 - Aanwervingsvoorwaarden]1
Section 3. [1 - Conditions de recrutement]1
Art. 3.15. [1 Als algemene aanwervingsvoorwaarden om als personeelslid van de diensten van de Vlaamse overheid te worden aangeworven, gelden:
   1°[2 het diploma of studiegetuigschrift, vermeld in bijlage 2 bij dit besluit, of het bewijs van beroepskwalificatie of niveaubewijs bezitten dat overeenstemt met het administratieve niveau van de functie waarin wordt aangeworven;]2
   2° slagen voor een vergelijkende selectie via een objectief wervingssysteem.]1

  [2 In afwijking van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°, kunnen kandidaten die niet over een toegang gevend diploma, studiegetuigschrift, bewijs van beroepskwalificatie of niveaubewijs beschikken, deelnemen aan de selectie als ze beschikken over 4 jaar relevante beroepservaring voor de functie waarvoor ze kandideren en als ze slagen voor een voorafgaande niveautest die gekoppeld is aan het niveau van de functie.
   De lijnmanager kan beslissen om de mogelijkheid tot afwijking, vermeld in het tweede lid, niet toe te passen.
   De lijnmanager past de afwijking, vermeld in het tweede lid, niet toe als die met toepassing van artikel III 16, § 1, de functie openstelt als knelpuntfunctie of als de selectie een gereglementeerd beroep of een beroep met een beschermde titel betreft.
   Het slagen voor de voorafgaande niveautest, vermeld in het tweede lid, leidt tot een niveaubewijs om deel te nemen aan selecties voor het overeenkomstige niveau bij de diensten van de Vlaamse overheid, dat onbeperkt geldig is. Enkel de kandidaat die daarnaast ook beschikt over 4 jaar relevante beroepservaring voor de functie kan deelnemen aan de selectieprocedure.
   De minimale tijdspanne tussen twee deelnames aan een voorafgaande niveautest als vermeld in het tweede lid, bedraagt zes maanden.]2

  
Art. 3.15. [1 Les conditions générales de recrutement en tant qu'agent des services de l'Autorité flamande sont les suivantes :
   1° [2 être en possession du diplôme ou du certificat d'études visé à l'annexe 2 du présent arrêté, ou être en possession de la qualification professionnelle ou du titre de niveau correspondant au niveau administratif de la fonction à pourvoir ;]2
   2° réussir une sélection comparative par un système de recrutement objectif.]1

  [2 Par dérogation à la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, les candidats qui ne disposent pas d'un diplôme d'accès, d'un certificat d'études, d'un titre de qualification professionnelle ou d'un titre de niveau, peuvent participer à la sélection s'ils ont acquis 4 ans d'expérience professionnelle pertinente pour la fonction pour laquelle ils postulent et s'ils réussissent un test de niveau préalable lié au niveau de la fonction.
   Le supérieur hiérarchique peut décider de ne pas appliquer la possibilité de dérogation visée à l'alinéa 2.
   Le supérieur hiérarchique n'applique pas la dérogation visée à l'alinéa 2, si, en application de l'article III 16, § 1er, il ouvre la fonction en tant que profession en pénurie ou si la sélection concerne une profession réglementée ou une profession à titre protégé.
   La réussite du test de niveau préalable visé à l'alinéa 2, aboutit à l'obtention d'un titre de niveau permettant de participer aux sélections pour le niveau correspondant auprès des services de l'Autorité flamande, valable pour une durée indéterminée. Seul le candidat qui possède également 4 ans d'expérience professionnelle pertinente pour la fonction peut participer à la procédure de sélection.
   Le délai minimum entre deux participations à un test de niveau préalable tel que visé à l'alinéa 2, est de six mois.]2

  
Art. 3.16. [1 § 1. De lijnmanager kan voorafgaand aan de rekrutering afwijken van de voorwaarde, vermeld in artikel III 15, 1°[2 en artikel III 20, § 2]2, als de in te vullen functie voorkomt op de lijst van knelpuntfuncties binnen de diensten van de Vlaamse overheid die door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, wordt vastgesteld na advies van de selectoren. [2 De mogelijkheid om af te wijken van de diplomavoorwaarden geldt niet voor gereglementeerde beroepen.]2
   § 2. [3 ...]3
   § 3. Een intern personeelslid dat een functie vervult die tot hetzelfde niveau behoort als de vacante functie, hoeft niet te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel III 15, 1°, tenzij specifieke diplomavoorwaarden bepaald zijn.]1

  
Art. 3.16. [1 § 1er. Préalablement au recrutement, le chef hiérarchique peut déroger à la condition mentionnée dans l'article III 15, 1° [2 et à l'article III 20, 2 § ]2, si la fonction à pouvoir figure sur la liste des fonctions critiques au sein des services de l'Autorité flamande établie par le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions sur avis des sélectionneurs. [2 La possibilité de déroger aux conditions de diplôme ne s'applique pas aux professions réglementées. ]2
   § 2. [3 ...]3
   § 3. Un agent interne qui remplit une fonction relevant du même niveau que la fonction vacante ne doit pas satisfaire à la condition mentionnée dans l'article III 15, 1°, à moins que des conditions de diplôme spécifiques n'aient été prévues.]1

  
Art. 3.17. [1 De administratieve niveaus en de overeenstemmende diploma's of getuigschriften zijn:
   1° niveau A: masterdiploma;
   2° niveau B: bachelor diploma;
   3° niveau C: secundair onderwijs of daarmee gelijkgesteld onderwijs;
   4° niveau D: geen diplomaverplichting.]1

  
Art. 3.17. [1 Les niveaux administratifs et les diplômes ou certificats correspondants sont :
   1° niveau A : diplôme de master ;
   2° niveau B : diplôme de bachelier ;
   3° niveau C : enseignement secondaire ou enseignement y assimilé ;
   4° niveau D : pas d'obligation de diplôme. ]1

  
Art. 3.18. [1 § 1. In afwijking van artikel III 4, § 1, artikel III 6, eerste lid, en artikel III 15, 2°, kan bij de invulling van een contractuele vacature in de onderstaande gevallen de lijnmanager optreden als selector, is een combinatie van procedures niet vereist en geldt er voor de kandidaat geen verplichting om te slagen voor een vergelijkende selectie via een objectief wervingssysteem:
   1° de vervanging van een afwezig personeelslid waarbij de afwezigheid niet meer dan één jaar duurt;
   2° de invulling van een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur van maximaal één jaar, die zonder selectie uitzonderlijk verlengbaar is met één jaar;
   3° personeel met buitenlandfuncties;
   4° topsporters en hun omkadering;
   5° doctoraatsbeurzen.
   § 2. De regeling, vermeld in paragraaf 1, is van overeenkomstige toepassing bij de contractuele invulling van een gezagsfunctie overeenkomstig artikel III 2, § 2, tweede lid.]1

  
Art. 3.18. [1 § 1er. Par dérogation à l'article III 4, § 1er, à l'article III 6, alinéa 1er, et à l'article III 15, 2°, pour le pourvoi d'une vacance contractuelle dans les cas ci-dessous, le chef hiérarchique peut agir en tant que sélectionneur, une combinaison de procédures n'est pas requise et il n'y a pas d'obligation pour le candidat de réussir une sélection comparative par un système de recrutement objectif :
   1° remplacement d'un agent absent dont l'absence n'excède pas un an ;
   2° exécution d'un contrat de travail pour une durée déterminée d'un an maximum, qui peut être exceptionnellement prorogé d'un an maximum sans sélection ;
   3° personnel exerçant des fonctions à l'étranger ;
   4° sportifs de haut niveau et leur encadrement ;
   5° bourses de doctorat.
   § 2. Le régime mentionné dans le paragraphe 1er s'applique par analogie au pourvoi d'une fonction d'autorité de façon contractuelle conformément à l'article III 2, § 2, alinéa 2.]1

  
Art. 3.19. [1 In afwijking van artikel III 4, § 1, is er geen verplichting tot combinatie van procedures in geval van een hernieuwing, verlenging of vervanging van een bestaande arbeidsovereenkomst zonder wijziging van betrekking of zonder selectie.]1
  
Art. 3.19. [1 Par dérogation à l'article III 4, § 1er, il n'y a pas d'obligation de combinaison de procédures en cas de renouvellement, de prorogation ou de remplacement d'un contrat de travail existant sans modification d'emploi ou sans sélection.]1
  
Art. 3.20. [1 § 1. Bijzondere aanwervingsvoorwaarden voor een functie kunnen worden vastgesteld door de lijnmanager, in overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel en na overleg met de selector.
   § 2. Voor de volgende graden gelden bijzondere voorwaarden bij aanwerving:
Art. 3.20. [1§ 1er. Le chef hiérarchique peut fixer des conditions particulières de recrutement pour une fonction, conformément à la description de fonction et au profil de compétences et après concertation avec le sélectionneur.
   § 2. Les conditions particulières s'appliquent aux grades suivants en cas de recrutement :
Rang Graad Bijzondere aanwervingsvoorwaarde
A2 directeur-arts diploma van master in de geneeskunde (beroepstitel arts) bij overgangsmaatregel: diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of diploma van arts
A2 directeur-dierenarts master in de diergeneeskunde bij overgangsmaatregel: diploma van dierenarts of doctor in de diergeneeskunde
A2 directeur-ingenieur alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ir. (master in de (bio-)ingenieurswetenschappen of gelijkgesteld).
   Indien ingevuld als knelpuntfunctie bovendien:
   1° alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ing.(master in de industriële wetenschappen of gelijkgesteld);
   2° doctoraat in de (bio-) ingenieurswetenschappen.
A2 wetenschappelijk directeur houder zijn van een diploma van doctor op proefschrift of van een diploma of certificaat dat met toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord als gelijkwaardig daaraan wordt erkend
A2 adviseur-arts diploma van master in de geneeskunde (beroepstitel arts) bij overgangsmaatregel ofwel:
   1° diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde;
   2° diploma van arts.
A2 adviseur-dierenarts master in de diergeneeskunde bij overgangsmaatregel ofwel:
   1° diploma van dierenarts; 2° doctor in de diergeneeskunde.
A2 adviseur-ingenieur alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ir. (master in de (bio-)ingenieurswetenschappen of gelijkgesteld).
   Indien ingevuld als knelpuntfunctie bovendien:
   1° alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ing.(master in de industriële wetenschappen of gelijkgesteld);
   2° doctoraat in de (bio-) ingenieurswetenschappen.
A2 navorser (wetenschapsbeleid) houder zijn van een diploma van doctor dat behaald is na verdediging in het openbaar van een afstudeerscriptie of van een diploma van ingenieur van academische graad, en minstens zes jaar nuttige ervaring hebben
A1 Ingenieur alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ir. (master in de (bio-)ingenieurswetenschappen of gelijkgesteld). Indien ingevuld als knelpuntfunctie bovendien:
   1° alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ing.(master in de industriële wetenschappen of gelijkgesteld);
   2° doctoraat in de (bio-) ingenieurswetenschappen.
A1 Arts master in de geneeskunde (beroepstitel arts) bij overgangsmaatregel ofwel:
   1° diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde;
   2° diploma van arts.
A1 Dierenarts master in de diergeneeskunde bij overgangsmaatregel ofwel: 1° diploma van dierenarts;
   2° dokter in de diergeneeskunde.
B1 Programmeur diploma van ofwel:
   1° bachelor in de toegepaste informatica;
   2° bachelor in het bedrijfsmanagement; 3° bachelor in de elektronica-ICT;
   4° HBO 5-diploma met hoofdcomponent informatica.
   Bij overgangsmaatregel/diploma van gegradueerde in de afdeling Informatica, in de afdeling Boekhouding-informatica, in de afdeling Programmering en in de afdeling Elektronica
C1 Technicus diploma's die toegang geven tot niveau C zoals gevraagd in de functiebeschrijving voor de technicus met de functie van bos- of natuurwachter: attest van natuur- en bosbeheer dat uitgereikt is door de Vlaamse overheid, als dat gevraagd wordt in de functiebeschrijving
Rang Graad Bijzondere aanwervingsvoorwaarde A2 directeur-arts diploma van master in de geneeskunde (beroepstitel arts) bij overgangsmaatregel: diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of diploma van arts A2 directeur-dierenarts master in de diergeneeskunde bij overgangsmaatregel: diploma van dierenarts of doctor in de diergeneeskunde A2 directeur-ingenieur alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ir. (master in de (bio-)ingenieurswetenschappen of gelijkgesteld).
   Indien ingevuld als knelpuntfunctie bovendien:
   1° alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ing.(master in de industriële wetenschappen of gelijkgesteld);
   2° doctoraat in de (bio-) ingenieurswetenschappen. A2 wetenschappelijk directeur houder zijn van een diploma van doctor op proefschrift of van een diploma of certificaat dat met toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord als gelijkwaardig daaraan wordt erkend A2 adviseur-arts diploma van master in de geneeskunde (beroepstitel arts) bij overgangsmaatregel ofwel:
   1° diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde;
   2° diploma van arts. A2 adviseur-dierenarts master in de diergeneeskunde bij overgangsmaatregel ofwel:
   1° diploma van dierenarts; 2° doctor in de diergeneeskunde.A2 adviseur-ingenieur alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ir. (master in de (bio-)ingenieurswetenschappen of gelijkgesteld).
   Indien ingevuld als knelpuntfunctie bovendien:
   1° alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ing.(master in de industriële wetenschappen of gelijkgesteld);
   2° doctoraat in de (bio-) ingenieurswetenschappen. A2 navorser (wetenschapsbeleid) houder zijn van een diploma van doctor dat behaald is na verdediging in het openbaar van een afstudeerscriptie of van een diploma van ingenieur van academische graad, en minstens zes jaar nuttige ervaring hebben A1 Ingenieur alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ir. (master in de (bio-)ingenieurswetenschappen of gelijkgesteld). Indien ingevuld als knelpuntfunctie bovendien:
   1° alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ing.(master in de industriële wetenschappen of gelijkgesteld);
   2° doctoraat in de (bio-) ingenieurswetenschappen.A1 Arts master in de geneeskunde (beroepstitel arts) bij overgangsmaatregel ofwel:
   1° diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde;
   2° diploma van arts. A1 Dierenarts master in de diergeneeskunde bij overgangsmaatregel ofwel: 1° diploma van dierenarts;
   2° dokter in de diergeneeskunde. B1 Programmeur diploma van ofwel:
   1° bachelor in de toegepaste informatica;
   2° bachelor in het bedrijfsmanagement; 3° bachelor in de elektronica-ICT;
   4° HBO 5-diploma met hoofdcomponent informatica.
   Bij overgangsmaatregel/diploma van gegradueerde in de afdeling Informatica, in de afdeling Boekhouding-informatica, in de afdeling Programmering en in de afdeling Elektronica C1 Technicus diploma's die toegang geven tot niveau C zoals gevraagd in de functiebeschrijving voor de technicus met de functie van bos- of natuurwachter: attest van natuur- en bosbeheer dat uitgereikt is door de Vlaamse overheid, als dat gevraagd wordt in de functiebeschrijving
Rang Grade Condition particulière de recrutement
A2 directeur-médecin diplôme de master en médecine (titre professionnel de médecin) par mesure transitoire : diplôme de docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou diplôme de médecin
A2 directeur-vétérinaire master en médecine vétérinaire par mesure transitoire : diplôme de vétérinaire ou de docteur en médecine vétérinaire
A2 directeur-ingénieur tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ir. (master en (bio-) sciences de l'ingénieur ou assimilé).
   S'il y est pourvu en tant que fonction critique, en outre :
   1° tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ing. (master en sciences industrielles ou assimilé) ;
   2° doctorat en (bio-)sciences de l'ingénieur.
A2 directeur scientifique être titulaire d'un diplôme de docteur avec thèse ou d'un diplôme ou certificat reconnu comme équivalent en application des directives de l'Union européenne ou d'un accord bilatéral
A2 conseiller-médecin diplôme de master en médecine (titre professionnel de médecin) par mesure transitoire, soit :
   1° diplôme de docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ;
   2° diplôme de médecin.
A2 conseiller-vétérinaire master en médecine vétérinaire par mesure transitoire, soit :
   1° diplôme de vétérinaire ; 2° docteur en médecine vétérinaire.
A2 conseiller-ingénieur tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ir. (master en (bio-)sciences de l'ingénieur ou assimilé).
   S'il y est pourvu en tant que fonction critique, en outre :
   1° tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ing. (master en sciences industrielles ou assimilé) ;
   2° doctorat en (bio-)sciences de l'ingénieur.
A2 chercheur (politique scientifique) être titulaire d'un diplôme de docteur obtenu après la défense publique d'une thèse ou d'un diplôme d'ingénieur de grade académique et avoir au moins six années d'expérience utile
A1 ingénieur tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ir. (master en (bio-)sciences de l'ingénieur ou assimilé). S'il y est pourvu en tant que fonction critique, en outre :
   1° tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ing. (master en sciences industrielles ou assimilé) ;
   2° doctorat en (bio-)sciences de l'ingénieur.
A1 Médecin master en médecine (titre professionnel de médecin) par mesure transitoire, soit :
   1° diplôme de docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ;
   2° diplôme de médecin.
A1 Vétérinaire master en médecine vétérinaire par mesure transitoire, soit : 1° diplôme de vétérinaire ;
   2° docteur en médecine vétérinaire.
B1 Programmeur diplôme soit de :
   1° bachelier en informatique appliquée ;
   2° bachelier en en gestion de l'entreprise ; 3° bachelier en électronique-TIC ;
   4° diplôme HBO 5 (enseignement supérieur professionnel) à dominante informatique.
   Par mesure transitoire/diplôme de gradué dans la section Informatique, la section Comptabilité-informatique, la section Programmation et la section Electronique
C1 Technicien diplômes donnant accès au niveau C, tels que demandé dans la description de fonction pour le technicien exerçant la fonction de garde forestier ou de garde nature : certificat de gestion de la nature et forestière délivré par l'Autorité flamande, s'il est demandé dans la description de fonction
Rang Grade Condition particulière de recrutement A2 directeur-médecin diplôme de master en médecine (titre professionnel de médecin) par mesure transitoire : diplôme de docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou diplôme de médecin A2 directeur-vétérinaire master en médecine vétérinaire par mesure transitoire : diplôme de vétérinaire ou de docteur en médecine vétérinaire A2 directeur-ingénieur tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ir. (master en (bio-) sciences de l'ingénieur ou assimilé).
   S'il y est pourvu en tant que fonction critique, en outre :
   1° tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ing. (master en sciences industrielles ou assimilé) ;
   2° doctorat en (bio-)sciences de l'ingénieur. A2 directeur scientifique être titulaire d'un diplôme de docteur avec thèse ou d'un diplôme ou certificat reconnu comme équivalent en application des directives de l'Union européenne ou d'un accord bilatéral A2 conseiller-médecin diplôme de master en médecine (titre professionnel de médecin) par mesure transitoire, soit :
   1° diplôme de docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ;
   2° diplôme de médecin. A2 conseiller-vétérinaire master en médecine vétérinaire par mesure transitoire, soit :
   1° diplôme de vétérinaire ; 2° docteur en médecine vétérinaire. A2 conseiller-ingénieur tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ir. (master en (bio-)sciences de l'ingénieur ou assimilé).
   S'il y est pourvu en tant que fonction critique, en outre :
   1° tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ing. (master en sciences industrielles ou assimilé) ;
   2° doctorat en (bio-)sciences de l'ingénieur. A2 chercheur (politique scientifique) être titulaire d'un diplôme de docteur obtenu après la défense publique d'une thèse ou d'un diplôme d'ingénieur de grade académique et avoir au moins six années d'expérience utile A1 ingénieur tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ir. (master en (bio-)sciences de l'ingénieur ou assimilé). S'il y est pourvu en tant que fonction critique, en outre :
   1° tous les diplômes donnant accès au port du titre d'Ing. (master en sciences industrielles ou assimilé) ;
   2° doctorat en (bio-)sciences de l'ingénieur. A1 Médecin master en médecine (titre professionnel de médecin) par mesure transitoire, soit :
   1° diplôme de docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ;
   2° diplôme de médecin. A1 Vétérinaire master en médecine vétérinaire par mesure transitoire, soit : 1° diplôme de vétérinaire ;
   2° docteur en médecine vétérinaire. B1 Programmeur diplôme soit de :
   1° bachelier en informatique appliquée ;
   2° bachelier en en gestion de l'entreprise ; 3° bachelier en électronique-TIC ;
   4° diplôme HBO 5 (enseignement supérieur professionnel) à dominante informatique.
   Par mesure transitoire/diplôme de gradué dans la section Informatique, la section Comptabilité-informatique, la section Programmation et la section Electronique C1 Technicien diplômes donnant accès au niveau C, tels que demandé dans la description de fonction pour le technicien exerçant la fonction de garde forestier ou de garde nature : certificat de gestion de la nature et forestière délivré par l'Autorité flamande, s'il est demandé dans la description de fonction
]1
  
HOOFDSTUK IV.
CHAPITRE 4.
Afdeling 4. [1 - Toelating tot de proeftijd]1
Section 4. [1 - Admission au stage]1
Art. 3.21. [1 De benoemende overheid laat na controle van de toelatings- en aanwervingsvoorwaarden, de persoon die geslaagd is voor een vergelijkende selectie, vermeld in artikel III 15, 2°, en die door de lijnmanager gekozen is, toe tot een proeftijd in zijn graad of functie, en geeft die persoon een dienstaanwijzing bij de betrokken entiteit, raad of instelling.]1
  
Art. 3.21. [1 Après contrôle des conditions d'admission et de recrutement, l'autorité investie du pouvoir de nomination admet la personne qui a réussi une sélection comparative telle que mentionnée dans l'article III 15, 2°, et qui a été choisie par le chef hiérarchique à un stage dans son grade ou sa fonction et l'affecte à l'entité, au conseil ou à l'établissement concernés.]1
  
HOOFDSTUK IVbis.
CHAPITRE 4bis.
HOOFDSTUK V.
CHAPITRE 5.
Art. 3.22. [1 § 1. De ambtenaar legt de eed af in handen van de lijnmanager als hij tot de proeftijd toegelaten wordt.
   § 2. Als de ambtenaar weigert de eed af te leggen, is zijn toelating tot de proeftijd van rechtswege nietig.]1

  
Art. 3.22. [1 § 1er. Le fonctionnaire prête serment entre les mains du chef hiérarchique lors de son admission au stage.
   § 2. Si le fonctionnaire refuse de prêter serment, son admission au stage est nulle de plein droit.]1

  
Art. 3.23. [1 Tijdens de proeftijd kan de ambtenaar onder bepaalde voorwaarden maar eenmaal een andere dienstaanwijzing krijgen [2 ...]2, of eenmaal overgeplaatst worden via de horizontale mobiliteit, door of in akkoord met de betrokken lijnmanager(s).
   Na die wijziging van dienstaanwijzing of na die overplaatsing via de horizontale mobiliteit begint eenmalig een nieuwe proeftijd.
   In afwijking van het eerste lid, kan een statutair personeelslid in een gezagsfunctie tijdens zijn proeftijd geen andere dienstaanwijzing krijgen naar een andere gezagsfunctie.]1

  
Art. 3.23. [1 Pendant le stage, le fonctionnaire ne peut, sous certaines conditions, obtenir qu'une seule fois une autre affectation [2 ...]2 ou ne peut être muté qu'une seule fois par mobilité horizontale par ou en accord avec le(s) chef(s) hiérarchique(s) concerné(s).
   Après ce changement d'affectation ou après cette mutation par mobilité horizontale, un nouveau stage commence une seule fois.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, un agent statutaire occupant une fonction d'autorité ne peut pas obtenir une autre affectation dans une autre fonction d'autorité pendant son stage.]1

  
Art. 3.24. [1 De ambtenaar op proef is onderworpen aan de rechten, plichten, onverenigbaarheden en cumulatie van activiteiten, tuchtregeling, administratieve toestanden, geldelijk statuut, verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en definitieve ambtsneerlegging, inzonderheid vrijwillig ontslag en pensionering, van de vaste ambtenaar.]1
  
Art. 3.24. [1 Le fonctionnaire stagiaire est soumis aux droits, devoirs, incompatibilités et cumul d'activités, régime disciplinaire, positions administratives, statut pécuniaire, perte de la qualité de fonctionnaire et cessation définitive de fonctions, notamment démission volontaire et mise à la retraite, du fonctionnaire statutaire.]1
  
Art. 3.25. [1 De duur en de evaluatie van de proeftijd verlopen volgens de bepalingen, vermeld in deel IV.]1
  
Art. 3.25. [1 La durée et l'évaluation du stage sont régies par les dispositions de la partie IV.]1
  
Afdeling 5. [1 - Benoeming tot ambtenaar]1
Section 5. [1 - Nomination en qualité de fonctionnaire]1
Art. 3.26. [1 Alleen de personen die aan de volgende voorwaarden voldoen, kunnen tot ambtenaar bij de diensten van de Vlaamse overheid benoemd worden:
   1° de toelatingsvoorwaarden vervullen en voldoen aan de aanwervingsvoorwaarden die voor de functie zijn vastgesteld;
   2° met goed gevolg de proeftijd doorlopen hebben.]1

  
Art. 3.26. [1 Ne peuvent être nommées fonctionnaires auprès des services de l'Autorité flamande que les personnes qui satisfont aux conditions suivantes :
   1° remplir les conditions d'admission et satisfaire aux conditions de recrutement qui ont été fixées pour la fonction ;
   2° avoir accompli le stage avec succès.]1

  
Afdeling 6. [1 - Externe mobiliteit]1
Section 6. [1- Mobilité externe]1
Art. 3.27. [1 Externe mobiliteit is de aanwerving van een personeelslid van een externe overheid of uit de onderwijssector met een arbeidsovereenkomst.
   In afwijking van het eerste lid gebeurt de invulling van een gezagsfunctie via de externe mobiliteit altijd in statutair verband.
   Alleen graden van rang A2E, rang A2 of lager kunnen ingenomen worden via de externe mobiliteit. Functies van N-niveau, van algemeen directeur, van hoofd van het secretariaatspersoneel, van N-1-niveau en van preventieadviseur-coördinator kunnen niet ingevuld worden via de externe mobiliteit.
   Een personeelslid op proef bij de externe overheid of in de onderwijssector komt niet in aanmerking voor externe mobiliteit.]1

  
Art. 3.27. [1 La mobilité externe est le recrutement d'un agent d'une autorité externe ou issu du secteur de l'enseignement avec un contrat de travail.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, le pourvoi d'une fonction d'autorité par mobilité externe se fait toujours selon un régime statutaire.
   Seuls les grades de rang A2E, de rang A2 ou inférieur peuvent être occupés par mobilité externe. Les fonctions de niveau N, de directeur général, de chef du personnel de secrétariat, de niveau N-1 et de conseiller en prévention-coordinateur ne peuvent pas être pourvues par mobilité externe.
   Un agent en stage auprès de l'autorité externe ou dans le secteur de l'enseignement n'est pas éligible à la mobilité externe.]1

  
Art. 3.28. [1 § 1. In deze afdeling wordt onder externe overheid verstaan:
   1° een federale overheidsdienst, een programmatorische federale overheidsdienst, alsook de diensten die ervan afhangen, het Ministerie van Landsverdediging of een van de rechtspersonen, vermeld in artikel 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken;
   2° de diensten van de andere gemeenschappen en gewesten, van de colleges van de gemeenschapscommissies en van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen;
   3° de entiteiten en raden die niet behoren tot de diensten van de Vlaamse overheid, De Watergroep, de Vlaamse Radio- en Televisieomroep, het Algemeen Secretariaat van het Vlaams Parlement en de instellingen die verbonden zijn aan het Vlaams Parlement;
   4° de gemeenten, de provincies, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van het ziekenhuis in eigen beheer, de autonome gemeentebedrijven, de autonome provinciebedrijven en de OCMW-verenigingen, met uitzondering van de ziekenhuisverenigingen.
   § 2. Onder onderwijssector wordt verstaan:
   1° de instellingen van het gemeenschapsonderwijs, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;
   2° de instellingen van het gesubsidieerd onderwijs, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
   3° de hogescholen, vermeld in artikel II 3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
   4° de universiteiten, vermeld in artikel II 2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
   5° de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 45 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
   6° de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, vermeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.]1

  
Art. 3.28. [1 § 1er. Dans la présente section, on entend par autorité externe :
   1° un service public fédéral, un service public fédéral de programmation ainsi que les services qui en dépendent, le Ministère de la Défense ou l'une des personnes morales mentionnées dans l'article 1er, 3°, de la loi du 22 juillet 1993 portant certaines mesures en matière de fonction publique ;
   2° les services des autres communautés et régions, des collèges des commissions communautaires et du Collège réuni de la Commission communautaire commune et les personnes de droit public qui en dépendent ;
   3° les entités et les conseils qui n'appartiennent pas aux services de l'Autorité flamande, la Société flamande de Distribution d'Eau (" De Watergroep "), la Radio-télévision de la Flandre (" Vlaamse Radio- en Televisieomroep ") le Secrétariat Général du Parlement flamand et les institutions liées au Parlement flamand ;
   4° les communes, les provinces, les centres publics d'action sociale, à l'exception de l'hôpital en gestion propre, les régies communales autonomes, les régies provinciales autonomes et les associations de CPAS, à l'exception des associations d'hôpitaux.
   § 2. Par secteur de l'enseignement, on entend :
   1° les établissements de l'enseignement communautaire visés à l'article 2, § 1er, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 ;
   2° les établissements de l'enseignement subventionné visés à l'article 4, § 1er, u décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 ;
   3° les hautes écoles mentionnées dans l'article II 3 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;
   4° les universités mentionnées dans l'article II 2 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;
   5° l'Inspection de l'Enseignement visée à l'article 45 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ;
   6° l'inspection et l'encadrement des cours philosophiques visés dans le décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques.]1

  
Art. 3.29. [1 Om externe mobiliteit te verkrijgen moet het personeelslid van de externe overheid of de onderwijssector:
   1° de voorwaarden vervullen, vermeld in artikel III 14;
   2° een graad, rang, functie of vakklasse bekleden in hetzelfde niveau als de graad of rang waartoe de vacante betrekking behoort;
   3° beantwoorden aan de specifieke voorwaarden die overeenkomstig dit besluit voorgeschreven zijn om de vacante betrekking uit te oefenen;
   4° beantwoorden aan het functieprofiel van de betrekking;
   5° slagen voor een selectie via een objectief wervingssysteem;
   6° de eed afleggen als het gaat om een benoeming en als het personeelslid de eed nog niet heeft afgelegd bij de externe overheid of in de onderwijssector.]1

  
Art. 3.29. [1 Pour bénéficier de la mobilité externe, l'agent de l'autorité externe ou du secteur de l'enseignement doit :
   1° remplir les conditions mentionnées dans l'article III 14 ;
   2° être investi d'un grade, d'un rang, d'une fonction ou d'une classe de métier du même niveau que le grade ou le rang dont relève l'emploi vacant ;
   3° répondre aux conditions spécifiques prescrites en vertu du présent arrêté pour exercer l'emploi vacant ;
   4° répondre au profil de fonction de l'emploi ;
   5° réussir une sélection par un système de recrutement objectif ;
   6° prêter serment s'il s'agit d'une nomination et si l'agent n'a pas encore prêté serment auprès de l'autorité externe ou dans le secteur de l'enseignement.]1

  
Art. 3.30. [1 De duur en de evaluatie van de proeftijd verlopen volgens de bepalingen, vermeld in deel IV.]1
  
Art. 3.30. [1 La durée et l'évaluation du stage sont régies par les dispositions de la partie IV.]1
  
Art. 3.31. [1 [2 ...]2
   De kandidaat beschikt na de selectiebeslissing over een maximale termijn van drie maanden om zijn nieuwe functie op te nemen.]1

  
Art. 3.31. [1 [2 ...]2.
   Le candidat dispose d'un délai maximal de trois mois à compter de la décision de sélection pour prendre ses nouvelles fonctions.]1

  
HOOFDSTUK 3. [1 - Doorstroom]1
CHAPITRE 3. [1 - Mouvements]1
Afdeling 1. [1 - Horizontale mobiliteit]1
Section 1re. [1 - Mobilité horizontale]1
Art. 3.32. [1 Horizontale mobiliteit is de overplaatsing van een personeelslid naar een functie van dezelfde of een lagere rang na het slagen voor een selectieprocedure via een objectief wervingssysteem. ]1
  
Art. 3.32. [1 La mobilité horizontale est la mutation d'un agent à une fonction du même rang ou d'un rang inférieur après avoir réussi une procédure de sélection par un système de recrutement objectif.]1
  
Art. 3.33. [1 De lijnmanager maakt een vacante betrekking die via de horizontale mobiliteit ingevuld wordt, bekend.]1
  
Art. 3.33. [1 Le chef hiérarchique annonce un emploi vacant pourvu par mobilité horizontale.]1
  
Art. 3.34. [1 Een personeelslid komt alleen voor overplaatsing in aanmerking als hij aan de volgende voorwaarden voldoet:
   1° hij bevindt zich in de administratieve toestand van dienstactiviteit;
   2° hij beantwoordt aan de specifieke voorwaarden die overeenkomstig dit besluit voorgeschreven zijn om de vacante functie uit te oefenen.
   Bij overplaatsing naar een functie waarvoor conform artikel III 20, § 2, een specifiek diploma vereist is, gelden dezelfde diplomavoorwaarden.
   Als de functie voorkomt op de lijst van knelpuntfuncties, vermeld in artikel III 16, § 1, kan de lijnmanager, voorafgaand aan de vacantverklaring bij horizontale mobiliteit, afwijken van de diplomavoorwaarde, vermeld in [2 artikel III 20, § 2]2. ]1
[2 De mogelijkheid om af te wijken van de diplomavoorwaarden geldt niet voor gereglementeerde beroepen.]2
  
Art. 3.34. [1 Un agent n'est éligible à la mutation que s'il satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
   1° il se trouve dans la position administrative d'activité de service ;
   2° il répond aux conditions spécifiques prescrites en vertu du présent arrêté pour exercer la fonction vacante.
   En cas de mutation à une fonction requérant un diplôme spécifique en vertu de l'article III 20, § 2, les mêmes conditions de diplôme s'appliquent.
   Si la fonction figure sur la liste des fonctions critiques mentionnée dans l'article III 16, § 1er, le chef hiérarchique peut, préalablement à la déclaration de vacance par mobilité horizontale, déroger à la condition de diplôme mentionnée dans l'[2 article III 20, § 2 ]2]1
. [2 La possibilité de déroger aux conditions de diplôme ne s'applique pas aux professions réglementées. ]2
  
Art. 3.35. [1 § 1. Bij een overplaatsing naar een andere functie:
   1° behoudt een contractueel personeelslid zijn contractuele aanstelling;
   2° behoudt een ambtenaar die vóór 1 juni 2024 ofwel effectief vast benoemd is of effectief is toegelaten tot de statutaire proeftijd, zijn statutaire aanstelling;
   3° behoudt een ambtenaar die vanaf 1 juni 2024 toegelaten is tot de statutaire proeftijd in het kader van de uitoefening van een gezagsfunctie, zijn statutaire aanstelling als de andere functie ook een gezagsfunctie is;
   4° wordt een contractueel personeelslid toegelaten tot de statutaire proeftijd als de andere functie een gezagsfunctie betreft. Op die proeftijd zijn de bepalingen van deel IV van toepassing;
   5° verliest een ambtenaar die vanaf 1 juni 2024 toegelaten is tot de statutaire proeftijd in het kader van de uitoefening van een gezagsfunctie, zijn statutaire aanstelling als de andere functie niet vermeld is in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. Hij krijgt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur.
   In afwijking van het eerste lid krijgt een personeelslid met toepassing van artikel X 63 ambtshalve verlof voor opdracht als hij overstapt naar een tijdelijke contractuele functie.
   § 2. Een contractueel personeelslid kan alleen meedingen naar een [2 functie]2 via de horizontale mobiliteit als hij geslaagd is voor een objectief wervingssysteem met algemene bekendmaking, als vermeld in hoofdstuk 1, afdeling 3.
   Als een contractueel personeelslid een gezagsfunctie opneemt na overplaatsing via horizontale mobiliteit, geldt de vereiste inzake eedaflegging, vermeld in artikel III 22, § 1.]1

  
Art. 3.35. [1 § 1er. En cas de mutation à une autre fonction :
   1° un agent contractuel conserve sa désignation contractuelle ;
   2° un fonctionnaire qui, avant le 1er juin 2024, soit a effectivement été nommé à titre définitif, soit a effectivement été admis au stage statutaire conserve sa désignation statutaire ;
   3° un fonctionnaire admis au stage statutaire à partir du 1er juin 2024 dans le cadre de l'exercice d'une fonction d'autorité conserve sa désignation statutaire si l'autre fonction est également une fonction d'autorité ;
   4° un agent contractuel est admis au stage statutaire si l'autre fonction est une fonction d'autorité. Les dispositions de la partie IV s'appliquent à ce stage ;
   5° un fonctionnaire admis au stage statutaire à partir du 1er juin 2024 dans le cadre de l'exercice d'une fonction d'autorité perd sa désignation statutaire si l'autre fonction ne figure pas sur la liste reprise à l'annexe 4 jointe au présent arrêté. Il reçoit un contrat de travail à durée indéterminée.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, un agent obtient, en application de l'article X 63, un congé d'office pour mission s'il est transféré à une fonction contractuelle temporaire.
   § 2. Un agent contractuel ne peut concourir pour une [2 fonction ]2 par mobilité horizontale que s'il a réussi les épreuves d'un système de recrutement objectif avec publicité générale tel que mentionné dans le chapitre 1er, section 3.
   Si un agent contractuel prend une fonction d'autorité après mutation par mobilité horizontale, l'exigence en matière de prestation de serment mentionnée dans l'article III 22, § 1er, s'applique.]1

  
Art. 3.36. [1 Het geselecteerde personeelslid moet binnen drie maanden na de selectiebeslissing zijn nieuwe functie opnemen.
   Het geselecteerde personeelslid kan een aangeboden betrekking weigeren.]1

  
Art. 3.36. [1 L'agent sélectionné doit prendre ses nouvelles fonctions dans les trois mois à compter de la décision de sélection.
   L'agent sélectionné peut refuser un emploi proposé.]1

  
Art. 3.37. [1 Het overgeplaatste personeelslid wordt ingeschakeld in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit, raad of instelling waarin hij terechtkomt.]1
  
Art. 3.37. [1 L'agent muté est inséré dans le statut du personnel de l'entité dans laquelle ou du conseil ou de l'établissement dans lequel il se retrouve.]1
  
Art. 3.38. [1 Het overplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de lijnmanagers van de ontvangende en de uitsturende entiteit, raad of instelling.
   Bij overplaatsing van de ambtenaar op proef met het oog op vaste benoeming bepaalt de ontvangende lijnmanager de duur van de proeftijd overeenkomstig hoofdstuk 2, afdeling 4 en deel IV.]1

  
Art. 3.38. [1 Les chefs hiérarchiques de l'entité, du conseil ou de l'établissement d'accueil et d'envoi signent d'office l'arrêté de mutation.
   En cas de mutation du fonctionnaire stagiaire en vue d'une nomination à titre définitif, le chef hiérarchique d'accueil détermine la durée du stage conformément au chapitre 2, section 4, et à la partie IV.]1

  
Afdeling 2. [1 - Begeleiding bij heroriëntering]1
Section 2. [1 - Accompagnement à la réorientation]1
Art.3.39.. [1 § 1. Een personeelslid kan begeleid worden bij de heroriëntering naar een andere functie als het personeelslid zijn oorspronkelijke functie niet meer kan uitoefenen om de volgende factoren die buiten de eigen verantwoordelijkheid liggen:
Art. 3. 39. [1 § 1er. Un agent peut être accompagné en cas de réorientation vers une autre fonction lorsqu'il ne peut plus exercer sa fonction initiale pour les raisons suivantes ne relevant pas de sa responsabilité :
Art.3.40...[1 Om te genieten van de begeleiding, gebeurt een aanmelding bij het Agentschap Overheidspersoneel op initiatief van het personeelslid of de lijnmanager van de entiteit, raad of instelling van het personeelslid. Het Agentschap Overheidspersoneel biedt slechts begeleiding aan nadat wordt aangetoond dat de [2 entiteit, raad of instelling en]2 het personeelslid voldoende inspanningen hebben geleverd om het personeelslid binnen de eigen [2 entiteit, raad of instelling te]2 heroriënteren.]1
Art. 3.40. [1 Pour bénéficier de l'accompagnement, une inscription se fait auprès de l'Agence de la Fonction publique à l'initiative de l'agent ou du chef hiérarchique de l'entité, du conseil ou de l'établissement de l'agent. L'Agence de la Fonction publique ne propose un accompagnement qu'une fois qu'il a été démontré que [2 l'entité, le conseil ou l'établissement et ]2 et l'agent ont déployé des efforts suffisants pour réorienter l'agent au sein même [2 de son entité, de son conseil ou de son établissement]2.]1
Art. 3.41. [1 Het Agentschap Overheidspersoneel kan de begeleiding stopzetten als het personeelslid de aangeboden mogelijkheden niet actief benut.-1
Art. 3.41. [1 L'Agence de la Fonction publique peut mettre un terme à l'accompagnement si l'agent n'exploite pas activement les possibilités proposées.]1
Afdeling 3. [1 - Bevordering]1
Section 3. [1 - Promotion]1
Art. 3.42. [1 De bevordering is het opnemen door een personeelslid met rang A2M of lager van een betrekking in een hogere rang of in een hoger niveau, na het slagen voor een selectieprocedure via een objectief wervingssysteem.
Art. 3.42. [1 La promotion est l'occupation par un agent de rang A2M ou inférieur d'un emploi de rang ou de niveau supérieur après avoir réussi une procédure de sélection par un système de recrutement objectif.
Art. 3.43. [1 De lijnmanager verklaart de bevorderingsbetrekkingen van rang A2E, rang A2 of lager vacant.]1
Art. 3.43. [1 Le chef hiérarchique déclare vacants les emplois de promotion de rang A2E, de rang A2 ou inférieur.]1
Art. 3.44.[1 § 1. Bij een bevordering naar een andere functie:
Art. 3.44. [1 § 1er. En cas de promotion à une autre fonction :
Art. 3.45.[2 Het geselecteerde personeelslid neemt binnen drie maanden na de selectiebeslissing de nieuwe functie op.]2
Art. 3.45. [2 Le membre du personnel sélectionné prend ses nouvelles fonctions dans les trois mois à compter de la décision de sélection. ]2
Art. 3.46.[1§ 1. Ingeval van een proeftijd laat de lijnmanager het geselecteerde personeelslid toe tot de proefperiode en geeft hem [2 ...]2 een dienstaanwijzing bij de betrokken entiteit, raad of instelling.
Art. 3.46. [1 § 1er. Dans le cas d'un stage, le chef hiérarchique admet l'agent sélectionné au stage et l'affecte à l'entité, au conseil ou à l'établissement concernés [2 ...]2.
Art. 3.47.[1 Kandidaten voor een bevorderingsbetrekking moeten voldoen aan de volgende vereisten:
Art. 3.47. [1 Les candidats à un emploi de promotion doivent satisfaire aux exigences suivantes :
Art. 3.48. [1§ 1. Om te bevorderen binnen het niveau gelden de volgende vereisten inzake relevante beroepservaring en toeganggevende graad:
Art. 3.48. [1 § 1er. La promotion au sein du niveau est soumise aux exigences suivantes concernant l'expérience professionnelle pertinente et le grade donnant accès :
Art. 3.49. [1 Om te bevorderen naar het hogere niveau gelden volgende vereisten inzake relevante beroepservaring en toegang gevende graad:
Art. 3.49. [1 La promotion au niveau supérieur est soumise exigences suivantes concernant l'expérience professionnelle pertinente et le grade donnant accès :
Afdeling 4. [1 Wijziging van dienstaanwijzing zonder selectieprocedure ]1
Section 4. [1- Changement d'affectation sans procédure de sélection]1
Art. 3.50. [1 § 1. Een wijziging van dienstaanwijzing is de toewijzing van een andere functie zonder selectieprocedure.
  [2 Een gezagsfunctie kan niet ingevuld worden via een wijziging van dienstaanwijzing van een contractueel personeelslid]2.
   § 2. Als de wijziging van dienstaanwijzing bij een contractueel personeelslid een wijziging aan essentiële arbeidsvoorwaarden met zich meebrengt, kan de wijziging van dienstaanwijzing enkel plaatsvinden mits het akkoord van het contractueel personeelslid.
   § 3. Bij een wijziging van dienstaanwijzing behoudt een personeelslid zijn rang, graad en salarisschaal.
   Een ambtenaar die vóór 1 juni 2024 al werd benoemd of toegelaten tot de proeftijd, behoudt bij wijziging van dienstaanwijzing zijn hoedanigheid en is uitgesloten van de toepassing van paragraaf 4.
   § 4. Op een ambtenaar die vanaf 1 juni 2024 werd toegelaten tot de statutaire proeftijd om een gezagsfunctie uit te oefenen zoals vermeld in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd is het volgende van toepassing:
   1° een wijziging van dienstaanwijzing op eenzijdig initiatief van de lijnmanager kan enkel naar een andere gezagsfunctie, zoals vermeld in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd;
   2° een wijziging van dienstaanwijzing naar een andere functie dan een gezagsfunctie zoals vermeld in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, kan enkel met het akkoord van de betrokken personeelslid. Deze wijziging heeft het verlies van de statutaire aanstelling voor gevolg. De lijnmanager biedt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur aan voor de andere functie;
   3° een wijziging van dienstaanwijzing naar een andere functie dan een gezagsfunctie zoals vermeld in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, die het gevolg is van een decretale wijziging of een beslissing van de Vlaamse Regering heeft het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar voor gevolg na een overgangsperiode van minstens 2 jaar tenzij anders bepaald. Na afloop van de overgangsperiode biedt de lijnmanager een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur in de nieuwe functie aan.
   § 5. De lijnmanager is binnen zijn entiteit, raad of instelling, bevoegd voor de wijziging van dienstaanwijzing.
   In afwijking van het eerste lid kan het hoofd van het agentschap Opgroeien Regie een verandering van dienstaanwijzing doorvoeren tussen het agentschap Opgroeien en het agentschap Opgroeien Regie.
   Het personeelslid dat tewerkgesteld is in een continudienst met ploegenwerk, heeft bij de invulling van vacatures in dagdienst in zijn eigen entiteit, voorrang via wijziging van dienstaanwijzing.
   § 6. Een wijziging van dienstaanwijzing kan ook over [2 entiteiten, raden of instelling]2heen gebeuren. Dit kan enkel mits akkoord van de beide lijnmanagers van de betrokken [2 entiteiten, raden of instelling]2 en het personeelslid.
   § 7. Het personeelslid dat wordt aangesteld voor facilitaire ondersteunende taken voor een Vlaams ministerieel kabinet, krijgt van de verantwoordelijke lijnmanager in voorkomend geval een wijziging van dienstaanwijzing naar de [2 entiteiten, raden of instelling]2 die instaat voor de facilitaire ondersteuning van het kabinet tot het einde van de facilitaire ondersteuning van het kabinet.]1

  
Art. 3.50. [1 § 1er. Un changement d'affectation est l'attribution d'une autre fonction sans procédure de sélection.
   [2 Il ne peut être pourvu à une fonction d'autorité par le biais d'un changement d'affectation d'un membre du personnel contractuel]2.
   § 2. Si le changement d'affectation entraîne, pour un agent contractuel, une modification des conditions de travail essentielles, le changement d'affectation ne peut intervenir qu'avec l'accord de l'agent contractuel.
   § 3. En cas de changement d'affectation, un agent conserve son rang, son grade et son échelle de traitement.
   En cas de changement d'affectation, un fonctionnaire déjà nommé ou admis au stage avant le 1er juin 2024 conserve sa qualité et est exclu de l'application du paragraphe 4.
   § 4. Les dispositions suivantes s'appliquent à un fonctionnaire admis au stage statutaire à partir du 1er juin 2024 pour exercer une fonction d'autorité telle que mentionnée sur la liste figurant à l'annexe 4 jointe au présent arrêté :
   1° un changement d'affectation à l'initiative unilatérale du chef hiérarchique n'est possible que dans une autre fonction d'autorité telle que mentionnée sur la liste figurant à l'annexe 4 jointe au présent arrêté ;
   2° un changement d'affectation dans une fonction autre qu'une fonction d'autorité telle que mentionnée sur la liste figurant à l'annexe 4 jointe au présent arrêté n'est possible qu'avec l'accord de l'agent concerné. Ce changement entraîne la perte de la désignation statutaire Le chef hiérarchique propose un contrat de travail à durée indéterminée pour l'autre fonction ;
   3° sauf stipulation contraire, un changement d'affectation dans une fonction autre qu'une fonction d'autorité telle que mentionnée sur la liste figurant à l'annexe 4 jointe au présent arrêté, qui résulte d'une modification décrétale ou d'une décision du Gouvernement flamand, entraîne la perte de la qualité de fonctionnaire au terme d'une période transitoire d'au moins 2 ans. Au terme de la période transitoire, le chef hiérarchique propose un contrat de travail à durée indéterminée dans la nouvelle fonction.
   § 5. Le chef hiérarchique est compétent pour le changement d'affectation au sein de son entité, conseil ou établissement.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, le chef de l'agence Grandir Régie peut procéder à un changement d'affectation entre l'agence Grandir et l'agence Grandir Régie.
   En cas de pourvoi de vacances d'emploi en service de jour au sein de sa propre entité, l'agent occupé en service continu en équipes est prioritaire par changement d'affectation.
   § 6. Un changement d'affectation peut aussi intervenir entre les [2 entités, les conseils ou l'établissement]2. Ce n'est possible qu'avec l'accord de deux chefs hiérarchiques des [2 entités, des conseils ou de l'établissement concernés]2 et de l'agent.
   § 7. L'agent désigné pour des tâches d'appui technique auprès d'un cabinet ministériel flamand obtient, le cas échéant, du chef hiérarchique responsable un changement d'affectation vers [2 l'entité, les conseils ou l'établissement]2 en charge de l'appui technique du cabinet jusqu'à la fin de l'appui technique du cabinet.]1

  
Art. 3.51. [1 De mandaathouders van rang A2A en A2 en de vastbenoemde ambtenaar van rang A3 en lager van een entiteit, raad of instelling, die worden overgedragen aan een andere entiteit, raad of instelling ter uitvoering van het decreet van 28 november 2008 tot regeling van de overdracht van personeelsleden binnen de diensten van de Vlaamse overheid in geval van verschuiving van taken of bevoegdheden, behouden:
   1° hun hoedanigheid;
   2° hun graad of een gelijkwaardige graad met overeenstemmende functionele loopbaan;
   3° hun administratieve en geldelijke anciënniteit;
   4° hun rechten inzake bevordering en hun aanspraken op bevordering;
   5° het salaris op de datum van de overdracht en een gelijkwaardige salarisschaal;
   6° de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen waarop ze op de datum van de overdracht op reglementaire basis recht hebben, voor zover de voorwaarden van toekenning blijven bestaan en voor zover ze aan deze voorwaarden blijven voldoen.
   Aan het contractuele personeelslid van een entiteit, raad of instelling, dat wordt overgedragen aan een andere entiteit, raad of instelling onder de voorwaarden vermeld in het eerste lid, wordt een arbeidsovereenkomst aangeboden voor een duur die overeenstemt met het gedeelte van het contract met de entiteit van herkomst dat op het moment van de overdracht nog niet verstreken is, en op grond waarvan het behoud wordt gegarandeerd van de voor hem bestaande contractuele rechten bij de entiteit, raad of instelling van herkomst.
   Wat de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen betreft, geldt dat behoud alleen voor zover de voorwaarden van toekenning blijven bestaan en voor zover aan die voorwaarden voldaan blijft.]1

  
Art. 3.51. [1 Les mandataires des rangs A2A et A2 et le fonctionnaire nommé à titre définitif de rang A3 et inférieur d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement, qui sont transférés à une autre entité, un autre conseil ou un autre établissement en exécution du décret du 28 novembre 2008 réglant le transfert de membres du personnel au sein des services de l'Autorité flamande en cas de glissement de tâches ou de compétences, conservent :
   1° leur qualité ;
   2° leur grade ou un grade équivalent assorti de la carrière fonctionnelle correspondante ;
   3° leur ancienneté administrative et pécuniaire ;
   4° leurs droits en matière de promotion et leurs droits à la promotion ;
   5° le salaire à la date du transfert et une échelle de traitement équivalente ;
   6° les allocations, indemnités et avantages sociaux auxquels ils ont droit à la date du transfert en vertu de la réglementation dans la mesure où les conditions d'octroi sont maintenues et où ils continuent à y satisfaire.
   L'agent contractuel d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement, qui est transféré à une autre entité, un autre conseil ou un autre établissement aux conditions visées à l'alinéa 1er, se voit proposer un contrat de travail d'une durée correspondant à la partie du contrat avec l'entité d'origine non encore échue au moment du transfert, qui garantit le maintien de ses droits contractuels existants auprès de l'entité, du conseil ou de l'établissement d'origine.
   En ce qui concerne les allocations, indemnités et avantages sociaux, ce maintien n'est valable que dans la mesure où les conditions d'octroi sont maintenues et ces conditions demeurent remplies.]1

  
Art. 3.52. [1 § 1. Een personeelslid kan op voorstel van de Vlaamse ombudsman in het kader van de bescherming van de klokkenluider slechts overgeplaatst worden naar een andere entiteit, raad of instelling, door een wijziging van dienstaanwijzing, na het akkoord van het personeelslid en de betrokken N-functies.
   De contractuele personeelsleden, de mandaathouders van rang A2A en A2 en de vastbenoemde ambtenaar van rang A3 en lager van een entiteit, raad of instelling, die worden overgedragen aan een andere entiteit, raad of instelling, behouden hun rechten op dezelfde wijze als vermeld in artikel III 51.
   § 2. De volgende personeelsleden van een publiekrechtelijke rechtspersoon van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, die niet vallen onder het toepassingsgebied van het Vlaams personeelsstatuut, kunnen binnen een entiteit, raad of instelling worden overgeplaatst op voorstel van de Vlaamse ombudsman in het kader van de bescherming van de klokkenluider:
   1° een ambtenaar die dezelfde graad of een gelijkwaardige graad bekleedt als de graad waartoe de vacante betrekking behoort, na het akkoord van de ambtenaar. Die ambtenaar wordt benoemd in de graad waartoe de vacante betrekking behoort en wordt ingeschaald in de salarisschaal die daaraan verbonden is, op de overeenkomstige salaristrap van de nieuwe graad. De inschaling gebeurt op jaarsalaris, waarbij gezocht wordt naar hetzelfde of het onmiddellijk hogere bedrag in de nieuwe salarisschaal;
   2° een contractueel personeelslid dat dezelfde of een gelijkwaardige contractuele betrekking en salarisschaal of geldelijke loopbaan heeft als de vacante contractuele betrekking, na het akkoord van het contractuele personeelslid. De inschaling gebeurt op jaarsalaris, waarbij gezocht wordt naar hetzelfde of het onmiddellijk hogere bedrag in de nieuwe salarisschaal.]1

  
Art. 3.52. [1 § 1er. Un agent ne peut être muté à une autre entité, un autre conseil ou un autre établissement, sur la proposition du médiateur flamand dans le cadre de la protection du lanceur d'alerte, par un changement d'affectation, qu'après accord de l'agent et des fonctions N concernées.
   Les agents contractuels, les mandataires des rangs A2A et A2 et le fonctionnaire nommé à titre définitif de rang A3 et inférieur d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement, qui sont transférés à une autre entité, un autre conseil ou un autre établissement, conservent leurs droits selon les modalités mentionnées dans l'article III 51.
   § 2. Les agents suivants d'une personne morale de droit public de la Communauté flamande ou de la Région flamande, qui ne relèvent pas du champ d'application du statut du personnel flamand, peuvent être mutés au sein d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement sur la proposition du médiateur flamand dans le cadre de la protection du lanceur d'alerte :
   1° un fonctionnaire investi d'un grade identique ou équivalent au grade dont relève l'emploi vacant, après accord du fonctionnaire. Le fonctionnaire est nommé au grade dont relève l'emploi vacant et est classé dans l'échelle de traitement qui y est attachée, à l'échelon correspondant du nouveau grade. Le classement se fait sur la base du traitement annuel, en recherchant le même montant ou le montant immédiatement supérieur dans la nouvelle échelle de traitement ;
   2° un agent contractuel dont l'emploi contractuel et l'échelle de traitement ou la carrière pécuniaire sont identiques ou équivalents à l'emploi contractuel vacant, après accord de l'agent contractuel. Le classement se fait sur la base du traitement annuel, en recherchant le même montant ou le montant immédiatement supérieur dans la nouvelle échelle de traitement.]1

  
Afdeling 5. [1- De preventiefuncties]1
Section 5. [1 - Les fonctions de prévention]1
Art. 3.53. [1 In deze afdeling wordt verstaan onder:
   1° lijnmanager:
   a) als het gaat om de Gemeenschappelijke Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, hierna GDPB te noemen: de leidend ambtenaar van het Agentschap Overheidspersoneel;
   b) als het gaat om een Interne dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, hierna IDPB te noemen: de lijnmanager van de entiteit, raad of instelling;
   2° overlegcomité:
   a) als het gaat om de GDPB: het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest;
   b) als het gaat om een IDPB: het bevoegde overlegcomité;
   3° comité GDPB: het aansturingscomité van de GDPB.]1

  
Art. 3.53. [1 Dans la présente section, on entend par :
   1° chef hiérarchique :
   a) s'il s'agit du Service Commun de Prévention et de Protection au Travail, ci-après dénommé SCPPT : le fonctionnaire dirigeant de l'Agence de la Fonction publique ;
   b) s'il s'agit d'un Service Interne de Prévention et de Protection au Travail, ci-après dénommé SIPPT : le chef hiérarchique de l'entité, du conseil ou de l'établissement ;
   2° comité de concertation :
   a) s'il s'agit du SCPPT : le Comité supérieur de concertation Communauté flamande - Région flamande ;
   b) s'il s'agit d'un SIPPT : le comité de concertation compétent ;
   3° comité SCPPT : le comité de pilotage du SCPPT.]1

  
Art. 3.54. [1 Voor de departementen, de IVA's zonder rechtspersoonlijkheid, de IVA's met rechtspersoonlijkheid, de raden en de EVA's, met uitzondering van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, en het Agentschap Plantentuin Meise bestaat er een GDPB. De andere diensten van de Vlaamse overheid, de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering en andere instanties binnen de Vlaamse overheidssector kunnen zich ook daarbij aansluiten.
   Elk EVA en elke instelling beschikt over een IDPB, tenzij ze zich aansluiten bij de GDPB.
   In afwijking van het tweede lid kan het Gemeenschapsonderwijs samen met de scholengroepen aangesloten zijn bij een gemeenschappelijke dienst voor preventie en bescherming op het werk. Voor de preventieadviseur-coördinator en de preventieadviseurs van het Gemeenschapsonderwijs die werken voor die gemeenschappelijke dienst gelden de richtlijnen voor een IDPB, vermeld in dit besluit.]1

  
Art. 3.54. [1 Pour les départements, les AAI sans personnalité juridique, les AAI dotées de la personnalité juridique, les conseils et les AAE, à l'exception de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle, et le Jardin botanique de Meise, il existe un SCPPT. Les autres services de l'Autorité flamande, les cabinets des membres du Gouvernement flamand et d'autres organismes du secteur public flamand peuvent également s'y affilier.
   Chaque AAE et chaque établissement dispose d'un SIPPT, à moins qu'ils ne s'affilient au SCPPT.
   Par dérogation à l'alinéa 2, l'Enseignement communautaire peut, conjointement avec les groupes d'écoles, être affilié à un service commun de prévention et de protection au travail. Les lignes directrices d'un SIPPT mentionnées dans le présent arrêté s'appliquent au conseiller en prévention-coordinateur et aux conseillers en prévention de l'Enseignement communautaire qui travaillent pour ce service commun.]1

  
Art. 3.55. [1 § 1. Een preventieadviseur-coördinator leidt de GDPB.
   Zodra de IDPB uit minstens twee preventieadviseurs bestaat, kan een preventieadviseur-coördinator de dienst leiden.
   § 2. De preventieadviseur-coördinator wordt contractueel geworven in een graad van rang A1 of rang A2 en krijgt een mandaat voor zes jaar. Het mandaat is meermaals met dezelfde duur verlengbaar. De verlenging gebeurt stilzwijgend.
   Bij een overplaatsing naar de functie van preventieadviseur-coördinator :
   1° behoudt een contractueel personeelslid zijn contractuele aanstelling;
   2° behoudt een ambtenaar die vóór 1 juni 2024 ofwel effectief vast benoemd is of effectief is toegelaten tot de statutaire proeftijd, zijn statutaire aanstelling;
   3° verliest een ambtenaar die vanaf 1 juni 2024 toegelaten is tot de statutaire proeftijd in het kader van de uitoefening van een gezagsfunctie, zijn statutaire aanstelling. Hij krijgt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur.
   De aanwijzing tot preventieadviseur-coördinator houdt voor de duur van de aanwijzing de dienstaanwijzing in voor het betrokken personeelslid.
   Het mandaat van preventieadviseur-coördinator is een mandaatgraad van rang A2.
  Art. V. 42, § 2, is van toepassing op de houder van een mandaat van preventieadviseur-coördinator.
   De lijnmanager stuurt de preventieadviseur-coördinator van de GDPB functioneel aan en treedt op als eerste en enige evaluator, na voorafgaande bespreking in het comité GDPB.
   § 3. De aanwijzing in het mandaat van preventieadviseur-coördinator GDPB gebeurt voltijds. De aanwijzing in het mandaat van preventieadviseur-coördinator IDPB gebeurt voor de volledige arbeidsduur of voor een gedeelte ervan]1

  
Art. 3.55. [1 § 1er. Un conseiller en prévention-coordinateur dirige le SCPPT.
   Dès que le SIPPT compte au moins deux conseillers en prévention, un conseiller en prévention-coordinateur peut diriger le service.
   § 2. Le conseiller en prévention-coordinateur est engagé sous contrat dans un grade de rang A1 ou A2 pour un mandat de six ans. Le mandat peut être prorogé à plusieurs reprises pour la même durée. La prorogation est tacite.
   En cas de mutation à la fonction de conseiller en prévention-coordinateur :
   1° un agent contractuel conserve sa désignation contractuelle ;
   2° un fonctionnaire qui, avant le 1er juin 2024, soit a effectivement été nommé à titre définitif, soit a effectivement été admis au stage statutaire conserve sa désignation statutaire ;
   3° un fonctionnaire admis au stage statutaire à partir du 1er juin 2024 dans le cadre de l'exercice d'une fonction d'autorité perd sa désignation statutaire. Il reçoit un contrat de travail à durée indéterminée.
   La désignation en tant que conseiller en prévention-coordinateur implique, pour l'agent concerné, l'affectation pour la durée de la désignation.
   Le mandat de conseiller en prévention-coordinateur est un grade mandat de rang A2.
   L'article V 42, § 2, s'applique au titulaire d'un mandat de conseiller en prévention-coordinateur.
   Le chef hiérarchique dirige fonctionnellement le conseiller en prévention-coordinateur du SCPPT et agit en tant que premier et unique évaluateur, après discussion préalable au sein du comité SCPPT.
   § 3. Le conseiller en prévention-coordinateur SCPPT est désigné pour un mandat à temps plein. Le conseiller en prévention-coordinateur SIPPT est désigné pour un mandat à temps plein ou à temps partiel.]1

  
Art. 3.56. [1 De preventieadviseur wordt [2 voltijds of deeltijds]2 contractueel geworven in een graad van rang A1 of rang A2 of in een graad die behoort tot het niveau B, C of D en krijgt een toelage als vermeld in artikel VII 54.
   Bij een overplaatsing naar de functie van preventieadviseur :
   1° behoudt een contractueel personeelslid zijn contractuele aanstelling;
   2° behoudt een ambtenaar die vóór 1 juni 2024 ofwel effectief vast benoemd is of effectief is toegelaten tot de statutaire proeftijd, zijn statutaire aanstelling;
   3° verliest een ambtenaar die vanaf 1 juni 2024 toegelaten is tot de statutaire proeftijd in het kader van de uitoefening van een gezagsfunctie, zijn statutaire aanstelling. Hij krijgt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur.]1

  
Art. 3.56. [1 Le conseiller en prévention est engagé [2 à temps plein ou à temps partiel ]2 sous contrat dans un grade de rang A1 ou A2 ou dans un grade relevant du niveau B, C ou D et reçoit une allocation telle que mentionnée dans l'article VII 54.
   En cas de mutation à la fonction de conseiller en prévention :
   1° un agent contractuel conserve sa désignation contractuelle ;
   2° un fonctionnaire qui, avant le 1er juin 2024, soit a effectivement été nommé à titre définitif, soit a effectivement été admis au stage statutaire conserve sa désignation statutaire ;
   3° un fonctionnaire admis au stage statutaire à partir du 1er juin 2024 dans le cadre de l'exercice d'une fonction d'autorité perd sa désignation statutaire. Il reçoit un contrat de travail à durée indéterminée.]1

  
Art. 3.57. [1 § 1. Met behoud van de toepassing van artikel III 9 tot en met III 11 gelden voor de selectie van de preventieadviseur-coördinator en de preventieadviseur de volgende bepalingen:
   1° de lijnmanager stelt de competenties vast waarover de preventieadviseur-coördinator moet beschikken, in aanvulling op de vereisten die opgelegd zijn door de welzijnsreglementering;
   2° de lijnmanager stelt, in overleg met de preventieadviseur-coördinator, waar hij is aangewezen, de competenties vast waarover de preventieadviseur moet beschikken, in aanvulling op de vereisten die opgelegd zijn door de welzijnsreglementering.
   § 2. Een bijzondere commissie beoordeelt de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie van preventieadviseur-coördinator.
   De bijzondere commissie is samengesteld als volgt:
   1° een vertegenwoordiger van een gespecialiseerd extern bureau;
   2° twee vertegenwoordigers van het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest als het gaat om de GDPB en de lijnmanager als het gaat om een IDPB;
   3° een selectiedeskundige.
   De bijzondere commissie legt aan de lijnmanager de lijst voor van de kandidaten die over de vereiste competenties en andere vereisten voor de uitoefening van de functie van preventieadviseur-coördinator beschikken.
   § 3. De selector beoordeelt, in overleg met de lijnmanager, de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie van preventieadviseur, rekening houdend met de specifieke behoeftes van de (sub)entiteit.
   § 4. De lijnmanager draagt de kandidaat die volgens hem het meest geschikt is voor de functie van preventieadviseur-coördinator en preventieadviseur en die aan de voorwaarden voldoet, voor aan het overlegcomité. Hij draagt uitzonderlijk geen kandidaat voor als hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De gemotiveerde beslissing houdt rekening met:
   1° de kandidaatstelling;
   2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
   3° de beoordeling van de eventuele selectietest(en).
   § 5. Als het overlegcomité een akkoord bereikt, wijst de lijnmanager een persoon aan in het mandaat van preventieadviseur-coördinator of werft hij iemand aan als preventieadviseur.
   § 6. Als het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest geen akkoord bereikt over een aanwijzing of aanwerving bij de GDPB, neemt de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, na afloop van de wettelijk voorgeschreven verzoeningsprocedure een beslissing, met behoud van de toepassing van de specifieke bepalingen in de welzijnsreglementering over de aanwerving van een preventieadviseur psychosociale aspecten.
   Als het bevoegde overlegcomité geen akkoord bereikt over een aanwijzing of aanwerving bij een IDPB neemt de raad van bestuur voor het EVA en de instelling na afloop van de wettelijk voorgeschreven verzoeningsprocedure een beslissing, met behoud van de toepassing van de specifieke bepalingen in de welzijnsreglementering over de aanstelling van een preventieadviseur psychosociale aspecten.]1

  
Art. 3.57. [1 § 1er. Sans préjudice de l'application des articles III 9 à III 11, les dispositions suivantes s'appliquent à la sélection du conseiller en prévention-coordinateur et du conseiller en prévention :
   1° le chef hiérarchique fixe les compétences dont doit disposer le conseiller en prévention-coordinateur, outre les exigences imposées par la réglementation relative au bien-être ;
   2° le chef hiérarchique fixe, en concertation avec le conseiller en prévention-coordinateur, là où il a été désigné, les compétences dont doit disposer le conseiller en prévention, outre les exigences imposées par la réglementation relative au bien-être.
   § 2. Une commission spéciale évalue les compétences et autres exigences qui, conformément à la description de fonction, sont nécessaires à la fonction de conseiller en prévention-coordinateur.
   La commission spéciale se compose comme suit :
   1° un représentant d'un bureau externe spécialisé ;
   2° deux représentants du Comité supérieur de concertation Communauté flamande - Région flamande dans le cas du SCPPT et le chef hiérarchique dans le cas d'un SIPPT ;
   3° un expert en sélection.
   La commission spéciale soumet au chef hiérarchique la liste des candidats qui disposent des compétences requises et répondent aux autres exigences pour l'exercice de la fonction de conseiller en prévention-coordinateur.
   § 3. Le sélectionneur évalue, en concertation avec le chef hiérarchique, les compétences et autres exigences qui, conformément à la description de fonction, sont nécessaires à la fonction de conseiller en prévention, compte tenu des besoins spécifiques de l'entité ou de la sous-entité.
   § 4. Le chef hiérarchique présente au comité de concertation le candidat qui, selon lui, est le plus apte pour la fonction de conseiller en prévention-coordinateur et de conseiller en prévention et qui satisfait aux conditions. Exceptionnellement, il ne présente pas de candidat s'il estime qu'aucun des candidats aptes ne satisfait aux exigences de profil. La décision motivée tient compte des éléments suivants :
   1° la candidature ;
   2° la description de fonction de la vacance et du profil souhaité ;
   3° l'évaluation de l'épreuve ou des épreuves de sélection éventuelles.
   § 5. Si le comité de concertation parvient à un accord, le chef hiérarchique désigne une personne au mandat de conseiller en prévention-coordinateur ou recrute quelqu'un en tant que conseiller en prévention.
   § 6. Si le Comité supérieur de concertation Communauté flamande - Région flamande ne parvient pas à un accord sur la désignation ou le recrutement auprès du SCPPT, le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions prend une décision à l'issue d'une procédure de conciliation légale, sans préjudice de l'application des dispositions spécifiques de la réglementation relative au bien-être au sujet du recrutement d'un conseiller en prévention aspects psychosociaux.
   Si le comité de concertation compétent ne parvient pas à un accord sur la désignation ou le recrutement auprès d'un SIPPT, le conseil d'administration, dans le cas de l'AAE et l'établissement, prend une décision à l'issue d'une procédure de conciliation légale, sans préjudice de l'application des dispositions spécifiques de la réglementation relative au bien-être au sujet du recrutement d'un conseiller en prévention aspects psychosociaux.]1

  
Art. 3.58. [1 De ambtenaar met de functie van preventieadviseur-coördinator of preventieadviseur kan op eigen verzoek het mandaat of de tijdelijke aanstelling beëindigen als hij een met de lijnmanager overeen te komen opzeggingstermijn in acht neemt. Voor de beëindiging op eigen verzoek van de contractuele tewerkstelling als preventieadviseur-coördinator of preventieadviseur geldt de opzegtermijn overeenkomstig het arbeidsrecht.]1
  
Art. 3.58. [1 Le fonctionnaire exerçant la fonction de conseiller en prévention-coordinateur ou de conseiller en prévention peut, à sa propre demande, mettre fin à son mandat ou à sa désignation temporaire moyennant un délai de préavis à convenir avec le chef hiérarchique. La cessation sur demande personnelle de l'emploi contractuel en tant que conseiller en prévention-coordinateur ou conseiller en prévention est soumise au délai de préavis prévu par le droit du droit.]1
  
Art. 3.59. [1 De lijnmanager kan na akkoord van het overlegcomité om functionele redenen of om organisatorische redenen, met inachtname van de welzijnsreglementering, de aanwijzing van de preventieadviseur-coördinator, de aanstelling van de preventieadviseur of de contractuele tewerkstelling van de preventieadviseur-coördinator of preventieadviseur beëindigen.]1
  
Art. 3.59. [1 Le chef hiérarchique peut, après accord du comité de concertation, mettre fin à la désignation du conseiller en prévention-coordinateur, à la désignation du conseiller en prévention ou à l'emploi contractuel du conseiller en prévention-coordinateur ou du conseiller en prévention pour des raisons fonctionnelles ou organisationnelles, dans le respect de la réglementation relative au bien-être.]1
  
Afdeling 6. [1 - De huisbewaarders]1
Section 6. [1 Le chef hiérarchique désigne le concierge.]1
Art.3.60.. [1 De lijnmanager stelt de huisbewaarder aan.]1
  
Art. 3.60. [1 Le chef hiérarchique désigne le concierge. ]1
  
Art. 3.61. [1 § 1. De oproep tot de kandidaten voor een aanstelling als huisbewaarder wordt gericht tot de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid.
   § 2. Als huisbewaarder kunnen alleen personeelsleden worden aangesteld die aan de onderstaande voorwaarden voldoen:
   1° ze werken bij voorkeur in het gebouw waarvoor een huisbewaarder gezocht wordt;
   2° ze behoren bij voorkeur tot de entiteit, raad of instelling waarvan de diensten het gebouw bezetten;
   3° ze behoren bij voorkeur tot niveau D;
   4° ze hebben op de dag van de kandidatenvoordracht geen vermelding `onvoldoende' op hun evaluatie.
   § 3. Bij gebrek aan interne kandidaten of als er geen interne kandidaten beantwoorden aan de functiebeschrijving en het gewenste profiel, kan een persoon extern aan de diensten van de Vlaamse overheid worden aangesteld als huisbewaarder.]1

  
Art. 3.61. [1 § 1er. L'appel aux candidats pour une désignation en tant que concierge est adressé aux agents des services de l'Autorité flamande.
   § 2. Ne peuvent être désignés en tant que concierge que les agents qui satisfont aux conditions ci-dessous :
   1° ils travaillent de préférence dans le bâtiment pour lequel un concierge est recherché ;
   2° ils appartiennent de préférence à l'entité, au conseil ou à l'établissement dont les services occupent le bâtiment ;
   3° ils appartiennent de préférence au niveau D ;
   4° le jour de la présentation des candidats, leur évaluation ne porte pas la mention " insuffisant ".
   § 3. A défaut de candidats internes ou si aucun candidat interne ne répond à la description de fonction et au profil souhaité, une personne extérieure aux services de l'Autorité flamande peut être désignée en tant que concierge.]1

  
Art. 3.62. [1 § 1. De aanstelling van de huisbewaarder eindigt:
   1° bij zijn pensionering;
   2° als hij ontslag neemt of afgezet wordt;
   3° als de bevoegde overheid de functie van huisbewaarder afschaft;
   4° bij het overlijden van de huisbewaarder;
   5° ingeval van een tekortkoming die de beëindiging van zijn aanstelling rechtvaardigt.
   § 2. De tekortkoming, vermeld in paragraaf 1, 5°, wordt vastgesteld door de gebouwverantwoordelijke of bij gebrek aan gebouwverantwoordelijke, door [2 het personeelslid]2 met de hoogste graad in dat gebouw. Nadat de gebouwverantwoordelijke of de [2 het personeelslid]2 met de hoogste graad in het gebouw de huisbewaarder heeft gehoord, stuurt die onverwijld zijn verslag met de eventuele schriftelijke opmerkingen van de huisbewaarder naar de hr-verantwoordelijke van de entiteit, raad of instelling. Hij bezorgt een afschrift van zijn verslag aan de lijnmanager.
   De beslissing tot ontslag wordt genomen door de lijnmanager.
   § 3. Als een huisbewaarder zijn functie wil beëindigen, moet hij de lijnmanager ten minste drie maanden van tevoren met een beveiligde zending daarvan op de hoogte brengen, behalve in geval van overmacht.]1

  
Art. 3.62. [1 § 1er.La désignation du concierge prend fin :
   1° lors de sa mise à la retraite ;
   2° s'il démissionne ou s'il est révoqué ;
   3° si l'autorité compétente supprime la fonction de concierge ;
   4° au décès du concierge ;
   5° en cas de manquement justifiant la cessation de sa désignation.
   § 2. Le manquement mentionné dans le paragraphe 1er, 5°, est constaté par le responsable du bâtiment ou, à défaut de responsable du bâtiment, par [2 le membre du personnel ]2 du grade le plus élevé de ce bâtiment. Après avoir entendu le concierge, le responsable du bâtiment ou [2 le membre du personnel ]2 le membre du personnel élevé du bâtiment envoie sans délai son rapport accompagné des éventuelles remarques écrites du concierge au responsable RH de l'entité, du conseil ou de l'établissement. Il transmet une copie de son rapport au chef hiérarchique.
   La décision de licenciement est prise par le chef hiérarchique.
   § 3. Si un concierge désire mettre fin à ses fonctions, il doit en avertir le chef hiérarchique au moins trois mois d'avance par envoi sécurisé, sauf en cas de force majeure.]1

  
Afdeling 7. [1 - Bijzondere bepalingen]1
Section 7. [1 - Dispositions particulières]1
Onderafdeling 1. [1 - Bijzondere bepaling met betrekking tot de regeling van de rechtspositie van het buitenlandpersoneel ]1
Sous-section 1re. [1 - Disposition particulière portant règlement du statut du personnel à l'étranger]1
Art. 3.63. [1 Inzake de tewerkstelling van contractueel personeel in het buitenland, wordt het op de arbeidsovereenkomst toepasselijke recht en de bevoegde rechtsmacht contractueel bepaald, als dat reglementair toegestaan is door het internationaal privaatrecht en/of de rechtsorde van het land van tewerkstelling.]1
  
Art. 3.63. [1 Pour ce qui est de l'occupation de personnel contractuel à l'étranger, le droit applicable au contrat de travail et la juridiction compétente sont stipulés dans le contrat, à condition que ce soit réglementairement autorisé par le droit international privé et/ou l'ordre juridique du pays d'occupation.]1
  
Onderafdeling 2. [1 - Bijzondere bepaling met betrekking tot de regeling van de rechtspositie van het personeel van het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht]1
Sous-section 2. [1- Disposition particulière portant règlement du statut du personnel du Centre flamand de surveillance électronique (" Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht ")]1
Art. 3.64. [1 Alleen de personen die beschikken over [2 een positief veiligheidsadvies van de Nationale Veiligheidsoverheid of de Federale Politie dat niet ouder is dan vijf jaar]2, zoals bedoeld in de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst, hebben toegang tot een functie bij het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht.]1
  
Art. 3.64. [1 Seules les personnes disposant [2 d'un avis de sécurité positif de l'Autorité Nationale de Sécurité ou de la Police fédérale ne datant pas de plus de cinq ans ]2, tel que visé dans la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, attestations de sécurité, avis de sécurité et au service public réglementé, ont accès à une fonction auprès du Centre flamand de surveillance électronique.]1
  
Onderafdeling 3. [1- Bijzondere bepaling met betrekking tot de regeling van de rechtspositie van het personeel van de Vlaamse Informatie- en screeningsdienst op de lokale geloofsgemeenschappen]1
Sous-section 3. [1 - Disposition particulière portant règlement du statut du personnel du Service flamand de collecte d'informations sur les communautés religieuses locales et de screening de celles-ci (" Vlaamse Informatie- en screeningsdienst op de lokale geloofsgemeenschappen ")]1
Art. 3.65. [1 Alleen de personen die beschikken over een veiligheidsmachtiging van het niveau "GEHEIM" uitgereikt door de Nationale Veiligheidsoverheid die niet ouder is dan vijf jaar, zoals bedoeld in de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst, hebben toegang tot een functie bij de Vlaamse Informatie- en screeningsdienst op de lokale geloofsgemeenschappen.]1
  
Art. 3.65. [1 Seules les personnes disposant d'une habilitation de sécurité du niveau " SECRET " délivrée par l'Autorité Nationale de Sécurité et ne datant pas de plus de trois ans, telle que visée dans la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, attestations de sécurité, avis de sécurité et au service public réglementé, ont accès à une fonction auprès du Service flamand de collecte d'informations sur les communautés religieuses locales et de screening de celles-ci.]1
  
HOOFDSTUK 4. [1 - Overgangsbepalingen]1
CHAPITRE 4. [1 - Dispositions transitoires]1
Art. 3.66. [1 Selecties voor de invulling van een functie die niet is opgenomen in de bijlage 4 bij dit besluit die gepubliceerd zijn vóór 1 oktober 2025 worden voortgezet conform de reglementering die van toepassing was op het moment van publicatie van de vacature ]1.
  
Art. 3.66. [1 Les sélections en vue de pourvoir une fonction non reprise à l'annexe 4 au présent arrêté publiées avant le 1er octobre 2025 se poursuivent conformément à la réglementation applicable au moment de la publication de la vacance ]1.
  
Art. 3.67. [1 Selecties die plaatsvinden overeenkomstig een van de procedures vermeld in deel III die gepubliceerd werden vóór 1 juni 2024, worden voortgezet overeenkomstig de reglementering die van kracht was bij de aanvang van de procedures.]1
  
Art. 3.67. [1 Les sélections qui se déroulent conformément à l'une des procédures mentionnées dans la partie III et qui ont été publiées avant le 1er juin 2024 sont poursuivies conformément à la réglementation en vigueur au début des procédures.]1
  
Art. 3.68. [1 Het personeelslid dat vóór 1 juni 2024 is toegelaten tot de statutaire proeftijd, maakt, na een positieve eindevaluatie, aanspraak op een statutaire benoeming, ongeacht de resterende looptijd van de statutaire proeftijd.]1
  
Art. 3.68. [1 Après une évaluation finale positive, l'agent admis au stage statutaire avant le 1er juin 2024 prétend à une nomination statutaire, indépendamment de la durée résiduelle du stage statutaire.]1
  
Art. 3.70. [1 De preventieadviseur-coördinator en de preventieadviseur die vóór 1 juni 2024 zijn aangewezen in het mandaat of de tijdelijke aanstelling, behouden het mandaat of de tijdelijke aanstelling volgens de regeling die gold vóór 1 juni 2024. ]1
  
Art. 3.70. [1 Le conseiller en prévention-coordinateur et le conseiller en prévention désignés au mandat ou désignés à titre temporaire avant le 1er juin 2024 conservent leur mandat ou leur désignation temporaire suivant le régime en vigueur avant le 1er juin 2024.]1
  
Art. 3.71. [1 § 1. Het contractuele personeelslid dat voor 1 juni 2024 een bijkomende of specifieke opdracht uitoefent, behoudt de verloningsregeling die verbonden was aan de bijkomende of specifieke opdracht.
   § 2. Een bijkomende of specifieke opdracht waarvan de selectieprocedure voor 1 juni 2024 werd gepubliceerd, wordt ingevuld en verloond overeenkomstig de regeling die gold op het moment van de publicatie.]1

  
Art. 3.71. [1 1er. L'agent contractuel qui exerce une charge supplémentaire ou spécifique avant le 1er juin 2024 conserve le régime de rémunération attaché à la charge supplémentaire ou spécifique.
   § 2. Une charge supplémentaire ou spécifique dont la procédure de sélection a été publiée avant le 1er juin 2024 est pourvue et rémunérée conformément au régime en vigueur au moment de la publication.]1

  
Art. 3.72. [1 Alleen de personen die in het bezit zijn van het getuigschrift voor luchthaveninspectie hebben toegang tot de graad van technicus of hoofdtechnicus, belast met de luchthaveninspectie bij de regionale luchthavens.
   § 2. Alleen de personen die in het bezit zijn van het getuigschrift voor luchthavenbeveiliging mogen de functie uitoefenen van technicus of hoofdtechnicus, belast met de luchthavenbeveiliging bij de regionale luchthavens.]1

  
Art. 3.72. [1 § 1er. Seules les personnes en possession du certificat d'inspection aéroportuaire ont accès au grade de technicien ou de chef technicien chargé de l'inspection aéroportuaire auprès des aéroports régionaux.
   § 2. Seules les personnes en possession du certificat de sûreté aéroportuaire peuvent exercer la fonction de technicien ou de chef technicien chargé de la sûreté aéroportuaire auprès des aéroports régionaux.]1

  
Art. 3.73. [1 § 1. Om het getuigschrift voor luchthaveninspectie te verkrijgen moet de kandidaat geslaagd zijn voor een examen, georganiseerd door het federale Bestuur van de Luchtvaart, als dat een wettelijke vereiste is, of, in het andere geval, voor een examen dat wordt georganiseerd en waarvan het programma wordt vastgesteld door de functionele minister.
   § 2. Om het getuigschrift voor luchthavenbeveiliging te verkrijgen moet de kandidaat slagen voor een examen georganiseerd door het Nationaal Opleidingscentrum Luchtvaartbeveiliging.]1

  
Art. 3.73. [1 § 1er. Pour obtenir le certificat d'inspection aéroportuaire, le candidat doit avoir réussi un examen organisé par l'Administration fédérale de l'Aéronautique si la loi l'exige ou, dans le cas contraire, un examen organisé et dont le programme est fixé par le ministre fonctionnel.
   § 2. Pour obtenir le certificat de sûreté aéroportuaire, le candidat doit réussir un examen organisé par le Centre national de formation à la sûreté aérienne.]1

  
Art. 3.74. [1 Met behoud van de toepassing van de toegangsvereisten tot de graad van hoofdtechnicus moet de ambtenaar twee jaar ervaring hebben op een luchthaven om te kunnen worden benoemd tot hoofdtechnicus, belast met de luchthaveninspectie of met de luchthavenbeveiliging.]1
  
Art. 3.74. [1 Sans préjudice de l'application des exigences d'accès au grade de chef technicien, le fonctionnaire doit posséder une expérience de deux ans dans un aéroport pour pouvoir être nommé chef technicien chargé de l'inspection aéroportuaire ou de la sûreté aéroportuaire.]1
  
Art. 3.75. [1 Om te kunnen worden benoemd als adjunct van de directeur, belast met de luchthaveninspectie, moet de kandidaat voldoen aan de voorwaarden die de reglementering inzake de luchthavenexploitatie bepaalt voor de beheerder van een luchthaven.]1
  
Art. 3.75. [1 Pour pouvoir être nommé adjoint du directeur chargé de l'inspection aéroportuaire, le candidat doit satisfaire aux conditions prévues par la réglementation relative à l'exploitation aéroportuaire pour le gestionnaire d'un aéroport.]1
  
Art. 3.76. [1 De bepalingen inzake de raad van beroep die golden vóór 1 juni 2019 blijven van toepassing op de statutaire proeftijden die zijn aangevat vóór 1 juni 2019.]1
  
Art. 3.76. [1 Les dispositions relatives à la chambre de recours en vigueur avant le 1er juin 2019 demeurent applicables aux stages statutaires entamés avant le 1er juin 2019.]1
  
Art. 3.77. [1 Contractuele selecties die aan de voorwaarden vermeld in deel III, hoofdstuk I, afdeling 3, voldoen, en die tussen 1 januari 2006 en 31 oktober 2014 op de website van de VDAB en/of op de website van Jobpunt Vlaanderen gepubliceerd werden, worden gelijkgesteld met een objectief wervingssysteem met algemene bekendmaking.
   Voor het contractuele personeelslid dat vóór zijn indiensttreding of overheveling geslaagd is voor een selectie bij een andere overheid geldt dat contractuele selecties die aan de voorwaarden, vermeld in deel III, hoofdstuk I, afdeling 3, voldoen, en die vanaf 1 januari 2006 op de website van Selor, de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten, de VDAB of Jobpunt Vlaanderen gepubliceerd werden, gelijkgesteld worden met een objectief wervingssysteem met algemene bekendmaking.]1

  
Art. 3.77. [1 Les sélections contractuelles qui satisfont aux conditions mentionnées dans la partie III, chapitre Ier, section 3, et qui ont été publiées sur le site web du VDAB et/ou sur le site web de Jobpunt Vlaanderen entre le 1er janvier 2006 et le 31 octobre 2014 sont assimilées à un système de recrutement objectif avec publicité générale.
   Pour l'agent contractuel qui a réussi une sélection auprès d'une autre autorité avant son entrée en fonction ou son transfert, les sélections contractuelles qui satisfont aux conditions mentionnées dans la partie III, chapitre Ier, section 3, et qui ont été publiées sur le site web du Selor, de l'Union des Villes et Communes de Flandre (" Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten) du VDAB ou de Jobpunt Vlaanderen à partir du 1er janvier 2006 sont assimilées à un système de recrutement objectif avec publicité générale.]1

  
Art. 3.78. [1 De laureaten van een overgangsexamen putten uit het feit dat ze geslaagd zijn, gelijke aanspraken voor bevordering bij een entiteit, raad of instelling, ongeacht de dienst of instelling waarvoor het examen oorspronkelijk georganiseerd werd.]1
  
Art. 3.78. [1 Les lauréats d'un concours d'accession tirent de leur réussite les mêmes droits à la promotion auprès d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement, quel que soit le service ou l'établissement pour lequel l'examen était initialement organisé.]1
  
Art. 3.79. [1 Het personeelslid dat in dienst is op 31 mei 2024 behoudt de anciënniteiten en functionele loopbaan die voortvloeien uit het statuut dat op hem van toepassing was vóór 1 juni 2024.]1
  
Art. 3.79. [1 L'agent en fonction au 31 mai 2024 conserve les anciennetés et la carrière fonctionnelle découlant du statut qui lui était applicable avant le 1er juin 2024.]1
  
Art. 3.80. [1 Een ambtenaar die op 1 oktober 2002 van het ministerie van Middenstand en Landbouw naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap werd overgeheveld en die geslaagd is voor een vergelijkend examen naar de graad van directiesecretaris of opsteller, behoudt zijn rechten op benoeming in de graad van deskundige of medewerker.
   Een ambtenaar die op 1 oktober 2002 van het ministerie van Middenstand en Landbouw naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap werd overgeheveld en die geslaagd is voor de eerste twee gedeelten van het vergelijkend overgangsexamen naar niveau A dat werd beëindigd of lopend was op de datum van de overheveling, behoudt zijn rechten op benoeming in de graad van adjunct van de directeur.]1

  
Art. 3.80. [1 Un fonctionnaire transféré le 1er octobre 2002 du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture au ministère de la Communauté flamande, qui a réussi un concours au grade de secrétaire de direction ou de rédacteur, conserve ses droits à la nomination au grade d'expert ou de collaborateur.
   Un fonctionnaire transféré le 1er octobre 2002 du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture au ministère de la Communauté flamande, qui a réussi les deux premières parties du concours d'accession au niveau A, terminé ou en cours à la date du transfert, conserve ses droits à la nomination au grade d'adjoint du directeur.]1

  
Art. 3.81. [1 Voor het personeelslid dat belast is met de luchthaveninspectie en die in 1997 de door de afdeling Personenvervoer en Luchthavens georganiseerde cursus over luchthaveninspectie heeft gevolgd, wordt het volgen van die cursus gelijkgesteld met het bezit van het getuigschrift, vermeld in [2 artikel III 72, § 1]2.
   Het personeelslid dat belast is met de luchthavenbeveiliging en nog niet beschikt over het getuigschrift, vermeld in [2 artikel III 72, § 2]2 moet voldoen aan de opleidingsvoorwaarden die opgelegd worden door het Directoraat-Generaal van de Luchtvaart.]1

  
Art. 3.81. [1 Pour l'agent chargé de l'inspection aéroportuaire qui a suivi, en 1997, le cours d'inspection aéroportuaire organisé par la Division du Transport de Personnes et des Aéroports, le fait d'avoir suivi ce cours est assimilé à la possession du certificat mentionné dans l'[2 article III 72, § 1er ]2.
   L'agent chargé de la sûreté aéroportuaire, qui ne dispose pas encore du certificat mentionné dans l'[2 article III 72, § 2, ]2 doit satisfaire aux conditions de formation imposées par la Direction Générale du Transport Aérien.]1

  
Art. 3.82. [1 Voor een contractueel personeelslid, bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap dat in dienst trad op 1 januari 1999, na contractuele prestaties tot en met 31 december 1998 bij de Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever, worden de prestaties die het tot en met die laatst vermelde datum zonder onderbreking bij die maatschappij heeft verricht, mee in aanmerking genomen voor de vaststelling van de anciënniteit in het kader van het ontslagrecht.]1
  
Art. 3.82. [1 ans le cas d'un agent contractuel entré en fonction auprès du ministère de la Communauté flamande le 1er janvier 1999 après avoir effectué des prestations contractuelles jusqu'au 31 décembre 1998 auprès de l'" Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever ", les prestations qu'il a effectuées sans interruption jusqu'à cette dernière date auprès de l'intercommunale sont prises en compte pour la fixation de l'ancienneté dans le cadre du droit de licenciement.]1
  
Art. 3.83. [1 De lijnmanager van de entiteit, raad of instelling kan na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling aan een ambtenaar van rang A1 die vóór 1 januari 2006 benoemd was bij een Vlaamse wetenschappelijke instelling en die vier jaar werkelijke prestaties in de salarisschaal A 113 telt, op basis van zijn functioneringsevaluatie de salarisschaal A 119 toekennen.]1
  
Art. 3.83. [1 Le chef hiérarchique de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut, sur avis de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement, attribuer à un fonctionnaire de rang A1, nommé auprès d'un établissement scientifique flamand avant le 1er janvier 2006 et comptant quatre années de prestations effectives dans l'échelle de traitement A113, l'échelle de traitement A 119 sur la base de son évaluation de fonctionnement.]1
  
Art. 3.84. [1 De lijnmanager van de entiteit, raad of instelling kan na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling aan de ambtenaar van rang A2 die vóór 1 januari 2006 benoemd was bij een Vlaamse wetenschappelijke instelling en vier jaar werkelijke prestaties in de salarisschaal A212 telt, op basis van zijn functioneringsevaluatie de salarisschaal A 213 toekennen.
   Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling wordt voor de toepassing van dit artikel uitgebreid met minimaal twee toonaangevende wetenschappers van het vakgebied in kwestie, die meebeslissen.]1

  
Art. 3.84. [1 Le chef hiérarchique de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut, sur avis de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement, attribuer au fonctionnaire de rang A2, nommé auprès d'un établissement scientifique flamand avant le 1er janvier 2006 et comptant quatre années de prestations effectives dans l'échelle de traitement A 212, l'échelle de traitement A213 sur la base de son évaluation de fonctionnement.
   Pour l'application du présent article, l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement est complété d'au moins deux scientifiques de premier plan du domaine en question qui prennent part à la décision.]1

  
Art. 3.85. [1 De ambtenaar kan de bevordering maar eenmaal weigeren in geval van een bevordering na een overgangsexamen of vergelijkende competentieproef waarvan het proces-verbaal werd afgesloten vóór 1 oktober 2004.]1
  
Art. 3.85. [1 Le fonctionnaire ne peut refuser la promotion qu'une seule fois dans le cas d'une promotion après un concours d'accession ou une épreuve comparative des compétences dont le procès-verbal a été clôturé avant le 1er octobre 2004.]1
  
Art. 3.86. [1 In afwijking van artikel VIIbis 16, § 1, 1°, verkrijgt de adviseur die vóór 1 januari 2008 werd benoemd en die bezoldigd wordt in salarisschaal A251, na tien jaar schaalanciënniteit de schaal A252.
   Deze overgangsregeling blijft gelden voor de directeur die een graadverandering bekomt vanuit de graad van adviseur en die in die laatste graad werd aangesteld vóór 1 januari 2008.]1

  
Art. 3.86. [1 Par dérogation à l'article VIIbis 16, § 1er, 1°, le conseiller nommé avant le 1er janvier 2008 et rémunéré dans l'échelle de traitement A251 obtient, après dix ans d'ancienneté barémique, l'échelle A252.
   Ce régime transitoire demeure applicable au directeur qui obtient un changement de grade du grade de conseiller et qui a été désigné dans ce dernier grade avant le 1er janvier 2008.]1

  
Art. 3.87. [1 In afwijking van artikel VIIbis 16, § 1, heeft de ambtenaar van rang A1 met de graad van bedrijfsadviseur, pedagogisch adviseur of kunstadviseur die op 1 januari 2009 werd overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap voor Ondernemen volgende functionele loopbaan:
   1° van de eerste naar de tweede salarisschaal na drie jaar van A111 naar A112;
   2° van de tweede naar de derde salarisschaal na negen jaar van A112 naar A120;
   3° van de derde naar de vierde salarisschaal na negen jaar van A120 naar A114.]1

  
Art. 3.87. [1 Par dérogation à l'article VIIbis 16, § 1er, le fonctionnaire de rang A1 revêtu du grade de réviseur d'entreprises, de conseiller pédagogique ou de conseiller artistique, transféré le 1er janvier 2009 de l'Agence flamande pour l'Entrepreneuriat (" Vlaams Agentschap voor Ondernemen ") à l'Agence de l'Entrepreneuriat (" Agentschap voor Ondernemen "), a la carrière fonctionnelle suivante :
   1° de la première à la deuxième échelle de traitement après trois ans de A111 à A112 ;
   2° de la deuxième à la troisième échelle de traitement après neuf ans de A112 à A120 ;
   3° de la troisième à la quatrième échelle de traitement après neuf ans de A120 à A114.]1

  
Art. 3.88. [1 [2 In artikel III 89 en III 92 ]2 wordt onder de woorden "de van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar" en de woorden "het van de Federale Overheidsdienst Financiën overgeheveld personeelslid" verstaan: de op 16 november 2010, 1 december 2010 of 1 januari 2011 van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaren of personeelsleden.]1
  
Art. 3.88. [1 [2 Dans les articles III 89 et III 92 ]2 on entend par les mots " le fonctionnaire transféré du Service public fédéral Finances " et les mots " l'agent transféré du Service public fédéral Finances " : les fonctionnaires ou agents transférés du Service public fédéral Finances le 16 novembre 2010, le 1er décembre 2010 ou le 1er janvier 2011.]1
  
Art. 3.89. [1 § 1. De van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Nationale Plantentuin van België overgehevelde ambtenaar die geslaagd is voor een overgangsexamen naar het hogere niveau bij de federale overheid, behoudt het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar het hogere niveau bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   § 2. De van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar van niveau B die geslaagd is voor een bekwaamheidsproef die toegang geeft tot de klasse A2 bij de federale overheid, behoudt het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar niveau A bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   § 3. Het van de Federale Overheidsdienst Financiën overgeheveld personeelslid dat:
   1° vóór de overheveling ingeschreven is voor de deelname aan of geslaagd is voor een of meer onderdelen van een overgangsexamen of bekwaamheidsproef bij de federale overheid, kan na de overheveling nog eenmaal (verder) deelnemen aan de eerstvolgende door de federale overheid georganiseerde onderdelen van het overgangsexamen of de bekwaamheidsproef;
   2° vóór de overheveling ingeschreven is voor de deelname aan een competentiemeting of gecertificeerde opleiding bij de federale overheid, kan na de overheveling deelnemen aan de eerstvolgende door de federale overheid georganiseerde competentiemeting of gecertificeerde opleiding en kan daarvoor eenmaal herkansen als hij niet geslaagd is;
   3° vóór de overheveling niet geslaagd is voor de door de federale overheid georganiseerde competentiemeting of gecertificeerde opleiding, kan zich na de overheveling nog eenmaal inschrijven voor deelname aan de eerstvolgende door de federale overheid georganiseerde competentiemeting of gecertificeerde opleiding.
   § 4. Het personeelslid overgeheveld van de Nationale Plantentuin van België dat:
   1° vóór de overheveling ingeschreven was voor de deelname aan of geslaagd was voor een of meer onderdelen van een overgangsexamen bij de federale overheid, kan na de overheveling nog eenmaal (verder) deelnemen aan de eerstvolgende onderdelen van het overgangsexamen die door de federale overheid georganiseerd worden;
   2° vóór de overheveling ingeschreven was voor de deelname aan een competentiemeting of gecertificeerde opleiding bij de federale overheid, kan na de overheveling deelnemen aan de eerstvolgende competentiemeting of gecertificeerde opleiding die door de federale overheid georganiseerd wordt.]1

  
Art. 3.89. [1 § 1er.Le fonctionnaire transféré du Service public fédéral Finances et du Jardin botanique national de Belgique, qui a réussi un concours d'accession au niveau supérieur auprès de l'Autorité fédérale, conserve le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau supérieur auprès des services de l'Autorité flamande.
   § 2. Le fonctionnaire de niveau B transféré du Service public fédéral Finances, qui a réussi une épreuve des capacités donnant accès à la classe A2 auprès de l'Autorité fédérale, conserve le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau A auprès des services de l'Autorité flamande.
   § 3. L'agent transféré du Service public fédéral Finances qui :
   1° avant le transfert, a été inscrit pour participer à une ou plusieurs parties d'un concours d'accession ou d'une épreuve des capacités auprès de l'Autorité fédérale ou a réussi une ou plusieurs de ces parties peut, après le transfert, encore (continuer à) participer une seule fois aux parties suivantes du concours d'accession ou de l'épreuve des capacités organisées par l'Autorité fédérale ;
   2° avant le transfert, a été inscrit pour participer à une mesure de compétences ou une formation certifiée auprès de l'Autorité fédérale peut, après le transfert, participer à la mesure de compétences ou formation certifiée suivante organisée par l'Autorité fédérale et peut passer une seule fois l'épreuve de repêchage en cas d'échec ;
   3° avant le transfert, a échoué à la mesure de compétences ou à la formation organisée par l'Autorité fédérale peut, après le transfert, s'inscrire encore une seule fois pour participer à la mesure de compétences ou formation certifiée suivante organisée par l'Autorité fédérale.
   § 4. L'agent transféré du Jardin botanique national de Belgique qui :
   1° avant le transfert, était inscrit pour participer à une ou plusieurs parties d'un concours d'accession auprès de l'Autorité fédérale ou avait réussi une ou plusieurs de ces parties peut, après le transfert, encore (continuer à) participer une seule fois aux parties suivantes du concours d'accession organisé par l'Autorité fédérale ;
   2° avant le transfert, était inscrit pour participer à une mesure de compétences ou une formation certifiée auprès de l'Autorité fédérale peut, après le transfert, participer à la mesure de compétences ou formation certifiée suivante organisée par l'Autorité fédérale.]1

  
Art. 3.90. [1 § 1. De vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgehevelde ambtenaar die geslaagd is voor een overgangsexamen naar het hogere niveau bij de federale overheid, behoudt het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar het hogere niveau bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   § 2. De vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgehevelde ambtenaar van niveau B die geslaagd is voor een bekwaamheidsproef die toegang geeft tot de klasse A2 bij de federale overheid, behoudt het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar niveau A bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   § 3. Het vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgehevelde personeelslid dat:
   1° vóór de overheveling ingeschreven was voor de deelname aan of geslaagd was voor een of meer onderdelen van een overgangsexamen bij de federale overheid, kan na de overheveling nog eenmaal deelnemen aan de eerstvolgende onderdelen van het overgangsexamen die door de federale overheid georganiseerd worden;
   2° vóór de overheveling ingeschreven was voor de deelname aan een competentiemeting of gecertificeerde opleiding bij de federale overheid, kan na de overheveling deelnemen aan de eerstvolgende competentiemeting of gecertificeerde opleiding die door de federale overheid georganiseerd wordt.]1

  
Art. 3.90. [1 § 1er. Le fonctionnaire transféré de l'Autorité fédérale à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, qui a réussi un concours d'accession au niveau supérieur auprès de l'Autorité fédérale, conserve le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau supérieur auprès des services de l'Autorité flamande.
   § 2. Le fonctionnaire de niveau B transféré de l'Autorité fédérale à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, qui a réussi une épreuve des capacités donnant accès à la classe A2 auprès de l'Autorité fédérale, conserve le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau A auprès des services de l'Autorité flamande.
   § 3. L'agent transféré de l'Autorité fédérale à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui :
   1° avant le transfert, était inscrit pour participer à une ou plusieurs parties d'un concours d'accession auprès de l'Autorité fédérale ou avait réussi une ou plusieurs de ces parties peut, après le transfert, encore participer une seule fois aux parties suivantes du concours d'accession organisé par l'Autorité fédérale ;
   2° avant le transfert, était inscrit pour participer à une mesure de compétences ou une formation certifiée auprès de l'Autorité fédérale peut, après le transfert, participer à la mesure de compétences ou formation certifiée suivante organisée par l'Autorité fédérale.]1

  
Art. 3.91. [1 De ambtenaar die vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is en die geslaagd is voor een overgangsexamen naar het hogere niveau bij de provinciale overheid, behoudt het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar het hogere niveau bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   De ambtenaar die vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is en die vóór de overheveling ingeschreven was voor de deelname aan of geslaagd was voor een of meer onderdelen van een overgangsexamen bij de provinciale overheid, kan na de overheveling nog één keer deelnemen aan de eerstvolgende onderdelen van het overgangsexamen die de provinciale overheid organiseert.]1

  
Art. 3.91. [1 Le fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces, qui a réussi un concours d'accession au niveau supérieur auprès de l'Autorité provinciale, conserve le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau supérieur auprès des services de l'Autorité flamande.
   Le fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces qui, avant le transfert, était inscrit pour participer à une ou plusieurs parties d'un concours d'accession auprès de l'Autorité provinciale ou avait réussi une ou plusieurs de ces parties peut, après le transfert, encore participer une seule fois aux parties suivantes du concours d'accession organisé par l'Autorité provinciale.]1

  
Art. 3.92. [1 § 1. De van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Nationale Plantentuin van België overgehevelde ambtenaar die bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingeschaald in een graad waaraan een functionele loopbaan verbonden is, heeft in de salarisschaal die verbonden is aan die graad, een schaalanciënniteit gelijk aan:
   1° een derde van zijn graadanciënniteit in zijn oude graad of in de oude graden die op dezelfde trap van dezelfde functionele loopbaan ingeschakeld worden, voor de graadanciënniteit tussen nul en twaalf jaar;
   2° twee derde van zijn graadanciënniteit, berekend overeenkomstig 1°, voor de graadanciënniteit boven de twaalf jaar.
   Het resultaat van die berekening wordt uitgedrukt in volledige maanden.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 krijgt de ambtenaar die op de datum van overheveling geslaagd is voor een competentiemeting of een gecertificeerde opleiding, voor de periode vanaf de datum van inschrijving voor die meting of opleiding een schaalanciënniteit die gelijk is aan de graadanciënniteit in zijn oude graad of oude graden die op dezelfde trap van dezelfde functionele loopbaan ingeschakeld worden. Voor de periode vóór de inschrijving voor die meting of opleiding wordt de schaalanciënniteit berekend overeenkomstig paragraaf 1.
   § 3. Als voor de inschakeling in de functionele loopbaan naast de oude graad ook de oude salarisschaal bepalend is, is in afwijking van paragraaf 1 en voor de toepassing van paragraaf 2 en 4, de graadanciënniteit gelijk aan de periode van toekenning van die salarisschalen.
   § 4. Voor de ambtenaar die in de beginsalarisschaal van de functionele loopbaan wordt ingeschaald, is in afwijking van paragraaf 1 de schaalanciënniteit gelijk aan de graadanciënniteit zoals vermeld in paragraaf 3.
   § 5. Het resultaat van de berekening kan een kleiner of een groter aantal jaren schaalanciënniteit opleveren dan vereist is voor de overgang naar de volgende salarisschaal in de functionele loopbaan. Het eventuele restsaldo aan schaalanciënniteit gaat verloren zodat de ambtenaar in de nieuwe schaal start met nul jaar schaalanciënniteit.]1

  
Art. 3.92. [1 § 1er. Le fonctionnaire transféré du Service public fédéral Finances et du Jardin botanique national de Belgique, qui est classé, auprès des services de l'Autorité flamande, dans un grade auquel est attachée une carrière fonctionnelle, a, dans l'échelle de traitement attachée à ce grade, une ancienneté barémique égale à :
   1° un tiers de son ancienneté de grade dans son ancien grade ou dans les anciens grades insérés au même échelon de la même carrière fonctionnelle, pour l'ancienneté de grade entre zéro et douze ans ;
   2° deux tiers de son ancienneté de grade, calculée conformément au point 1°, pour l'ancienneté de grade au-delà de douze ans.
   Le résultat de ce calcul est exprimé en mois complets.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le fonctionnaire qui, à la date du transfert, a réussi une mesure de compétences ou une formation certifiée reçoit, pour la période à partir de la date d'inscription à cette mesure ou formation, une ancienneté barémique égale à l'ancienneté de grade dans son ancien grade ou dans les anciens grades insérés au même échelon de la même carrière fonctionnelle. Pour la période antérieure à l'inscription à cette mesure ou formation, l'ancienneté barémique est calculée conformément au paragraphe 1er.
   § 3. Si, outre l'ancien grade, l'ancienne échelle de traitement est également déterminante pour l'insertion dans la carrière fonctionnelle, l'ancienneté de grade est égale, par dérogation au paragraphe 1er et pour l'application des paragraphes 2 et 4, à la période d'attribution de ces échelles de traitement.
   § 4. Concernant le fonctionnaire classé dans l'échelle de traitement initiale de la carrière fonctionnelle, l'ancienneté barémique est égale, par dérogation au paragraphe 1er, à l'ancienneté de grade telle que mentionnée dans le paragraphe 3.
   § 5. Le résultat du calcul peut générer un nombre d'années d'ancienneté barémique inférieur ou supérieur au nombre requis pour l'accession à l'échelle de traitement suivante dans la carrière fonctionnelle. L'éventuel solde d'ancienneté barémique est perdu, de sorte que le fonctionnaire commence à la nouvelle échelle avec zéro année d'ancienneté barémique.]1

  
Art. 3.93. [1 § 1. De ambtenaar die vanaf 1 januari 2015 overgeheveld is in het kader van een staatshervorming van de federale overheid en die bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingeschaald in een graad waaraan een functionele loopbaan verbonden is, heeft in de salarisschaal die verbonden is aan die graad, een schaalanciënniteit die gelijk is aan:
   1° een derde van de anciënniteit die hij verworven heeft in zijn federale schaal op de datum van de overheveling of in de oude schalen die op dezelfde trap van dezelfde functionele loopbaan ingeschakeld worden, voor de anciënniteit tussen nul en twaalf jaar;
   2° twee derde van de anciënniteit in zijn federale schaal die hij had op de datum van de overheveling, berekend overeenkomstig 1°, voor de anciënniteit boven de twaalf jaar.
   Het resultaat van die berekening, vermeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in volledige maanden.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 krijgt de ambtenaar die op de datum van overheveling geslaagd is voor een competentiemeting of een gecertificeerde opleiding, voor de periode vanaf de datum van de inschrijving voor die meting of opleiding een schaalanciënniteit die gelijk is aan de anciënniteit in zijn oude schaal die hij had op de datum van de overheveling of in de oude schalen die op dezelfde trap van dezelfde functionele loopbaan ingeschakeld worden. Voor de periode vóór de inschrijving voor die meting of opleiding wordt de schaalanciënniteit berekend conform paragraaf 1.
   § 3. Voor de ambtenaar die in de beginsalarisschaal van de functionele loopbaan wordt ingeschaald, is in afwijking van paragraaf 1 de schaalanciënniteit gelijk aan de anciënniteit, vermeld in paragraaf 2.
   § 4. Het resultaat van de berekening, vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, kan een kleiner of een groter aantal jaren schaalanciënniteit opleveren dan vereist is voor de overgang naar de volgende salarisschaal in de functionele loopbaan. Het restsaldo aan schaalanciënniteit vervalt.]1

  
Art. 3.93. [1 § 1er. Le fonctionnaire transféré de l'Autorité fédérale à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, qui est classé, auprès des services de l'Autorité flamande, dans un grade auquel est attachée une carrière fonctionnelle, a, dans l'échelle de traitement attachée à ce grade, une ancienneté barémique égale à :
   1° un tiers de l'ancienneté qu'il a acquise dans son échelle fédérale à la date du transfert ou dans les anciennes échelles insérées au même échelon de la même carrière fonctionnelle, pour l'ancienneté de grade entre zéro et douze ans ;
   2° deux tiers de l'ancienneté dans son échelle fédérale qu'il avait à la date du transfert, calculée conformément au point 1°, pour l'ancienneté de grade au-delà de douze ans.
   Le résultat de ce calcul visé à l'alinéa 1er est exprimé en mois complets.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le fonctionnaire qui, à la date du transfert, a réussi une mesure de compétences ou une formation certifiée reçoit, pour la période à partir de la date d'inscription à cette mesure ou formation, une ancienneté barémique égale à l'ancienneté dans son ancienne échelle qu'il avait à la date du transfert ou dans les anciennes échelles insérées au même échelon de la même carrière fonctionnelle. Pour la période antérieure à l'inscription à cette mesure ou formation, l'ancienneté barémique est calculée conformément au paragraphe 1er.
   § 3. Concernant le fonctionnaire classé dans l'échelle de traitement initiale de la carrière fonctionnelle, l'ancienneté barémique est égale, par dérogation au paragraphe 1er, à l'ancienneté mentionnée dans le paragraphe 2.
   § 4. Le résultat du calcul visé au paragraphe 1er, 2 en 3, peut générer un nombre d'années d'ancienneté barémique inférieur ou supérieur au nombre requis pour l'accession à l'échelle de traitement suivante dans la carrière fonctionnelle. Le solde d'ancienneté barémique est perdu.]1

  
Art. 3.94. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is en dat bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingeschaald in een graad waaraan een functionele loopbaan verbonden is, behoudt de schaalanciënniteit die het bij de provincie in de overeenkomstige schaal op de datum van de overheveling heeft opgebouwd, rekening houdende met de gecumuleerde schaalanciënniteit.]1
  
Art. 3.94. [1 L'agent transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces, qui est classé, auprès des services de l'Autorité flamande, dans un grade auquel est attachée une carrière fonctionnelle, conserve l'ancienneté barémique qu'il a constituée auprès de la province dans l'échelle correspondante à la date du transfert, compte de l'ancienneté barémique cumulée.]1
  
Art. 3.95. [1 De vastbenoemde gewestelijk ontvanger die overgedragen wordt van het Vlaams Gewest, wordt met ingang van 1 januari 2013 ambtshalve benoemd in de graad van adviseur, en heeft in de salarisschaal die verbonden is aan die graad een schaalanciënniteit die gelijk is aan:
   1° een derde van zijn graadanciënniteit in zijn oude graad van gewestelijk ontvanger, voor de graadanciënniteit tussen nul en twaalf jaar;
   2° twee derde van zijn graadanciënniteit in zijn oude graad van gewestelijk ontvanger voor de graadanciënniteit boven de twaalf jaar.
   Het resultaat van die berekening wordt uitgedrukt in volledige maanden.]1

  
Art. 3.95. [1 Le receveur régional nommé à titre définitif, qui est transféré de la Région flamande, est nommé d'office au grade de conseiller à partir du 1er janvier 2013 et a, dans l'échelle de traitement attachée à ce grade, une ancienneté barémique égale à :
   1° un tiers de son ancienneté de grade dans son ancien grade de receveur régional, pour l'ancienneté de grade entre zéro et douze ans ;
   2° deux tiers de son ancienneté de grade dans son ancien grade de receveur régional, pour l'ancienneté de grade au-delà de douze ans.
   Le résultat de ce calcul est exprimé en mois complets.]1

  
Art. 3.96. [1 § 1. De preventieadviseur-coördinator die op 30 september 2013 aangewezen is in het mandaat van preventieadviseur-coördinator bij een IDPB behoudt de rang A2A.
   § 2. Een preventieadviseur die belast is met de leiding van de dienst neemt de leiding waar van de GDPB in afwachting van de aanwijzing van een preventieadviseur-coördinator bij de GDPB.]1

  
Art. 3.96. [1 § 1er. Le conseiller en prévention-coordinateur désigné au mandat de conseiller en prévention-coordinateur auprès d'un SIPPT le 30 septembre 2013 conserve le rang A2A.
   § 2. Un conseiller en prévention chargé de la direction du service assume la direction du SCPPT dans l'attente de la désignation d'un conseiller en prévention-coordinateur auprès du SCPPT. ]1

  
Art. 3.97. [1 De lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel kan de preventieadviseur-coördinator of preventieadviseur van een entiteit, raad of instelling met een IDPB die aansluit bij de GDPB, overplaatsen naar de GDPB, na het akkoord van het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest.
   Bij overplaatsing van de preventieadviseur-coördinator overeenkomstig het eerste lid wordt die aangesteld als preventieadviseur met behoud van de salarisschaal A287.
   Als geen overplaatsing plaatsvindt, wordt de aanwijzing van de preventieadviseur-coördinator of de aanstelling van de preventieadviseur beëindigd overeenkomstig de wettelijke bepalingen.]1

  
Art. 3.97. [1 Le chef hiérarchique de l'Agence de la Fonction publique peut muter au SCPPT le conseiller en prévention-coordinateur ou le conseiller en prévention d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement dont le SIPPT est affilié au SCPPT, après accord du Comité supérieur de concertation Communauté flamande-Région flamande.
   En cas de mutation du conseiller en prévention-coordinateur conformément à l'alinéa 1er, celui-ci est désigné en tant que conseiller en prévention avec maintien de l'échelle de traitement A287.
   En l'absence de mutation, il est mis fin à la désignation du conseiller en prévention-coordinateur ou à la désignation du conseiller en prévention conformément aux dispositions légales.]1

  
Art. 3.98. [1 De lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel kan bij aansluiting van nieuwe leden bij de GDPB, die niet tot de diensten van de Vlaamse overheid behoren en voordien over een interne preventiedienst beschikten, met het akkoord van het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest, preventieadviseurs van deze interne preventiedienst in de werking van de GDPB inschakelen, onder de leiding van de preventieadviseur-coördinator van de GDPB.]1
  
Art. 3.98. [1 En cas d'affiliation au SCPPT de nouveaux membres qui n'appartiennent pas aux services de l'Autorité flamande et qui disposaient auparavant d'un service interne de prévention, le chef hiérarchique de l'Agence de la Fonction publique peut, avec l'accord du Comité supérieur de concertation Communauté flamande-Région flamande, intégrer les conseillers en prévention de ce service interne de prévention dans le fonctionnement du SCPPT, sous la direction du conseiller en prévention-coordinateur du SCPPT.]1
  
Art. 3.99. [1§ 1. Na de overheveling van de federale overheid naar de diensten van de Vlaamse overheid in het kader van een staatshervorming kan de ambtenaar die op datum van overheveling titularis is van de titel van attaché, adviseur of adviseur-generaal in klasse A2, A3 of A4 en die in het bezit is van een diploma dat bij aanwerving bij de Vlaamse overheid toegang geeft tot de graad van ingenieur, informaticus, arts of dierenarts, een graadverandering krijgen naar een andere graad met inschaling in een salarisschaal overeenkomstig de volgende tabel als de ambtenaar slaagt voor dezelfde proef of hetzelfde examen als de proef of het examen voor aanwerving of bevordering in die graad:
Art. 3.99. [1§ 1er. Après transfert de l'Autorité fédérale aux services de l'Autorité flamande dans le cadre d'une réforme de l'Etat, le fonctionnaire qui, à la date du transfert, est titulaire du titre d'attaché, de conseiller ou de conseiller général de classe A2, A3 ou A4 et qui est en possession d'un diplôme donnant accès, lors de son recrutement auprès de l'Autorité flamande, au grade d'ingénieur, d'informaticien, de médecin ou de vétérinaire peut obtenir un changement de grade à un autre grade avec classement dans une échelle de traitement conformément au tableau suivant s'il réussit la même épreuve ou le même examen que l'épreuve ou l'examen de recrutement ou de promotion dans ce grade :
Federale schaal Vlaamse schaal
   na graadverandering
Vlaamse graad na graadverandering
A21 A121 ingenieur, arts, informaticus of dierenarts
A22 A122
  
A23 A122 (A121 SH)
  
A31 A123
  
A32 A124
  
A33 A221 directeur-ingenieur, directeur-arts, directeur-informaticus, directeur-dierenarts, adviseur-ingenieur, adviseur-arts, adviseur-informaticus, of adviseur-dierenarts
A41 A222
Federale schaal Vlaamse schaal
   na graadverandering Vlaamse graad na graadverandering A21 A121 ingenieur, arts, informaticus of dierenarts A22 A122
A23 A122 (A121 SH)
A31 A123
A32 A124
A33 A221 directeur-ingenieur, directeur-arts, directeur-informaticus, directeur-dierenarts, adviseur-ingenieur, adviseur-arts, adviseur-informaticus, of adviseur-dierenarts A41 A222
In afwijking van het eerste lid moet de ambtenaar die bij de federale overheid geslaagd is voor een aanwervingsexamen waarvoor uitsluitend een of meer diploma's vereist zijn zoals vermeld in het eerste lid, slagen voor een proef die minstens een interview voor een jury bevat.
   Als de vacature via graadverandering vervuld wordt, kan de lijnmanager de oproep richten tot kandidaten van de entiteit, van het beleidsdomein in kwestie of van alle beleidsdomeinen.
   § 2. Bij de graadverandering, vermeld in paragraaf 1 behoudt de ambtenaar de verworven anciënniteiten en wordt hij ingeschaald in de salarisschaal die verbonden is aan de nieuwe graad met een schaalanciënniteit die berekend wordt conform [2 artikel III 93]2 uitgaande van de datum waarop hij bij de federale overheid de titel van attaché, adviseur of adviseur-generaal in klasse A2, A3 of A4 verkreeg.]1
  
Echelle fédérale Echelle flamande
   après changement de grade
Grade flamand après changement de grade
A21 A121 ingénieur, médecin, informaticien ou vétérinaire
A22 A122
  
A23 A122 (A121 SH)
  
A31 A123
  
A32 A124directeur-ingénieur, directeur-médecin, directeur-informaticien, directeur-vétérinaire, conseiller ingénieur, conseiller médecin, conseiller informaticien ou conseiller vétérinaire
A33 A221
Echelle fédérale Echelle flamande
   après changement de grade Grade flamand après changement de grade A21 A121 ingénieur, médecin, informaticien ou vétérinaire A22 A122
A23 A122 (A121 SH)
A31 A123
A32 A124directeur-ingénieur, directeur-médecin, directeur-informaticien, directeur-vétérinaire, conseiller ingénieur, conseiller médecin, conseiller informaticien ou conseiller vétérinaire A33 A221
Par dérogation à l'alinéa 1er, le fonctionnaire qui a réussi auprès de l'Autorité fédérale un examen de recrutement ne requérant qu'un ou plusieurs diplômes comme mentionné à l'alinéa 1er doit réussir une épreuve comportant au moins une interview devant un jury.
   Si la vacance est pourvue par changement de grade, le chef hiérarchique peut adresser l'appel à des candidats de l'entité, du domaine politique en question ou de tous les domaines politiques.
   § 2. Lors du changement de grade mentionné dans le paragraphe 1er, le fonctionnaire conserve les anciennetés acquises et est classé dans l'échelle de traitement attachée au nouveau grade avec une ancienneté barémique qui est calculée en vertu de l'[2 article III 93 ]2 à partir de la date à laquelle il a obtenu le titre d'attaché, de conseiller ou de conseiller général de classe A2, A3 ou A4 auprès de l'Autorité fédérale.]1
  
Art. 3.100. [1 Het personeelslid met de graad van IWT-adviseur behoudt bij zijn overdracht aan een andere entiteit de volgende functionele loopbaan:
   In rang A2 - IWT-adviseur:
   1° van de eerste naar de tweede salarisschaal na drie jaar van A201 naar A202;
   2° van de tweede naar de derde salarisschaal na zes jaar van A202 naar A221;
   3° van de derde naar de vierde salarisschaal na drie jaar van A221 naar A282.]1

  
Art. 3.100. [1 L'agent revêtu du grade de conseiller de l'IWT conserve, lors de son transfert à une autre entité, la carrière fonctionnelle suivante :
   Dans le rang A2 - conseiller de l'IWT :
   1° de la première à la deuxième échelle de traitement après trois ans de A201 à A202 ;
   2° de la deuxième à la troisième échelle de traitement après six ans de A202 à A221 ;
   3° de la troisième à la quatrième échelle de traitement après trois ans de A221 à A282.]1

  
Art. 3.101. [1 Langdurige verloven die vóór 31 januari 2017 toegekend werden aan de houder van een IT-mandaat van rang A2A of de houder van een mandaat van preventieadviseur-coördinator, blijven verder lopen tot aan de goedgekeurde einddatum.]1
  
Art. 3.101. [1 Les congés de longue durée accordés avant le 31 janvier 2017 au titulaire d'un mandat IT de rang A2A ou au titulaire d'un mandat de conseiller en prévention-coordinateur continuent à courir jusqu'à la date de fin approuvée.]1
  
Art. 3.102. [1 De ambtenaar die vanaf 1 januari 2015 tot 31 december 2018 in het kader van een staatshervorming en de ambtenaar die vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is naar de diensten van de Vlaamse overheid en die respectievelijk conform [2 artikel VIIbis 92]2 en [2 artikel VIIbis 105]2 met ingang van de datum van de overheveling ambtshalve benoemd en ingeschaald is respectievelijk conform bijlage 14 en 17, die bij dit besluit zijn gevoegd, behoudt bij herplaatsing naar een graad van dezelfde rang zijn salarisschaal in overgangsregeling tot op het moment dat zijn organieke regeling voordeliger is.]1
  
Art. 3.102. [1 Le fonctionnaire qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande du 1er janvier 2015 au 31 décembre 2018 dans le cadre d'une réforme de l'Etat et le fonctionnaire qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces et qui, en vertu de l'article [2 article VIIbis 92 ]2 et de l'[2 article VIIbis 105]2 respectivement, ont été nommés d'office et classés à partir de la date du transfert, conformément, respectivement, aux annexes 14 et 17 jointes au présent arrêté, conservent, en cas de reclassement dans un grade du même rang, leur échelle de traitement à titre transitoire jusqu'à ce que leur régime organique soit plus avantageux.]1
  
Art. 3.103. [1 De ambtenaar die vanaf 1 januari 2015 tot 31 december 2018 in het kader van een staatshervorming en de ambtenaar die vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is naar de diensten van de Vlaamse overheid en die respectievelijk conform artikel [2 artikel VIIbis 92]2 en [2 artikel VIIbis 105]2 met ingang van de datum van de overheveling ambtshalve benoemd en ingeschaald is respectievelijk conform bijlage 14 en 17, die bij dit besluit zijn gevoegd, behoudt bij overplaatsing door horizontale mobiliteit naar een graad van dezelfde rang zijn salarisschaal in overgangsregeling tot op het moment dat zijn organieke regeling voordeliger is.
   Het contractuele personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 tot 31 december 2018 in het kader van een staatshervorming en het contractuele personeelslid dat vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is naar de diensten van de Vlaamse overheid en dat respectievelijk conform [2 artikel VIIbis 92]2 en [2 artikel VIIbis 105]2 met ingang van de datum van de overheveling tewerkgesteld is in de betrekking en bezoldigd in de salarisschaal respectievelijk conform bijlage 14 en 17, die bij dit besluit zijn gevoegd, behoudt bij overplaatsing door horizontale mobiliteit naar een contractuele functie met een salarisschaal van dezelfde rang zijn salarisschaal in overgangsregeling tot op het moment dat zijn organieke regeling voordeliger is.
   Het contractuele personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 tot 31 december 2018 in het kader van een staatshervorming en het contractuele personeelslid dat vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is naar de diensten van de Vlaamse overheid en dat respectievelijk conform [2 artikel VIIbis 92]2 en [2 artikel VIIbis 105]2 met ingang van de datum van de overheveling tewerkgesteld is in de betrekking en bezoldigd in de salarisschaal respectievelijk conform bijlage 14 en 17, die bij dit besluit zijn gevoegd, behoudt bij overplaatsing door horizontale mobiliteit naar een statutaire functie met een overeenstemmende of gelijkwaardige inhoud van dezelfde rang zijn salarisschaal in overgangsregeling tot op het moment dat zijn organieke regeling voordeliger is.]1

  
Art. 3.103. [1 Le fonctionnaire qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande du 1er janvier 2015 au 31 décembre 2018 dans le cadre d'une réforme de l'Etat et le fonctionnaire qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces et qui, en vertu de l'[2 article VIIbis 92]2 et de l'[2 article VIIbis 105]2 respectivement, ont été nommés d'office et classés à partir de la date du transfert, conformément, respectivement, aux annexes 14 et 17 jointes au présent arrêté, conservent, en cas de mutation par mobilité horizontale à un grade du même rang, leur échelle de traitement à titre transitoire jusqu'à ce que leur régime organique soit plus avantageux.
   L'agent contractuel qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande du 1er janvier 2015 au 31 décembre 2018 dans le cadre d'une réforme de l'Etat et l'agent contractuel qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces et qui, en vertu de l'[2 article VIIbis 92 ]2 et de l'[2 article VIIbis 105]2 respectivement, ont été occupés dans l'emploi et rémunérés dans l'échelle de traitement à partir de la date du transfert, conformément, respectivement, aux annexes 14 et 17 jointes au présent arrêté, conservent, en cas de mutation par mobilité horizontale à une fonction contractuelle assortie d'une échelle de traitement du même rang, leur échelle de traitement à titre transitoire jusqu'à ce que leur régime organique soit plus avantageux.
   L'agent contractuel qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande du 1er janvier 2015 au 31 décembre 2018 dans le cadre d'une réforme de l'Etat et l'agent contractuel qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de [2 article VIIbis 92 ]2 article VIIbis 96 et de l'[2 article VIIbis 105 ]2 respectivement, ont été occupés dans l'emploi et rémunérés dans l'échelle de traitement à partir de la date du transfert, conformément, respectivement, aux annexes 14 et 17 jointes au présent arrêté, conservent, en cas de mutation par mobilité horizontale à une fonction statutaire au contenu correspondant ou équivalent du même rang, leur échelle de traitement à titre transitoire jusqu'à ce que leur régime organique soit plus avantageux.]1

  
Art. 3.104. [1 De ambtenaar die vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgeheveld is en die bij de federale overheid geslaagd is voor een overgangsexamen naar het hogere niveau, behoudt het voordeel van het slagen voor het overgangsexamen naar het hogere niveau bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   De ambtenaar die vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgeheveld is en die vóór de overheveling ingeschreven is voor de deelname aan of geslaagd is voor een of meer onderdelen van een overgangsexamen bij de federale overheid, kan na de overheveling nog één keer deelnemen aan de eerstvolgende onderdelen van het overgangsexamen die de federale overheid organiseert.
   De ambtenaar die vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid FAMIFED overgeheveld is en die op 1 januari 2019 nog niet geslaagd is voor het laatste functiespecifieke gedeelte van het overgangsexamen, is vrijgesteld van het slagen voor dat gedeelte van het overgangsexamen bij de federale overheid. ]1

  
Art. 3.104. [1 e fonctionnaire transféré de l'Autorité fédérale à partir du 1er janvier 2019 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, qui a réussi un concours d'accession au niveau supérieur auprès de l'Autorité fédérale, conserve le bénéfice de la réussite du concours d'accession au niveau supérieur auprès des services de l'Autorité flamande.
   Le fonctionnaire transféré de l'Autorité fédérale à partir du 1er janvier 2019 dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, avant le transfert, a été inscrit pour participer à une ou plusieurs parties d'un concours d'accession auprès de l'Autorité fédérale ou a réussi une ou plusieurs de ces parties peut, après le transfert, encore participer une seule fois aux parties suivantes du concours d'accession organisé par l'Autorité fédérale.
   Le fonctionnaire transféré de l'Autorité fédérale FAMIFED à partir du 1er janvier 2019 dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, au 1er janvier 2019, n'a pas encore réussi la dernière partie spécifique à la fonction du concours d'accession est dispensé de réussir cette partie du concours d'accession auprès de l'Autorité fédérale.]1

  
Art. 3.105. [1 De ambtenaar die vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming overgeheveld is naar de diensten van de Vlaamse overheid en die conform [2 artikel VIIbis 113]2 met ingang van de datum van de overheveling ambtshalve benoemd en ingeschaald is conform bijlage 19 die bij dit besluit is gevoegd, behoudt bij herplaatsing naar een graad van dezelfde rang, zijn geldelijke regeling vermeld in [2 artikel VIIbis 112 en VIIbis 113, § 2,]2 als die voordeliger is.]1
  
Art. 3.105. [1 Le fonctionnaire qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande à partir du 1er janvier 2019 dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui, en vertu de l'[2 article VIIbis 113 ]2, a été nommé d'office et classé à partir de la date du transfert, conformément à l'annexe 19 jointe au présent arrêté, conserve, en cas de reclassement dans un grade du même rang, son régime pécuniaire mentionné dans [2 l'article VIIbis 112 et dans l'article VIIbis 113, § 2, ]2 s'il est plus avantageux.]1
  
Art. 3.106. [1 De ambtenaar die vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming overgeheveld is naar de diensten van de Vlaamse overheid en die conform [2 artikel VIIbis 113]2 met ingang van de datum van de overheveling ambtshalve benoemd en ingeschaald is conform bijlage 19 die bij dit besluit is gevoegd, behoudt bij overplaatsing naar een graad van dezelfde rang, zijn geldelijke regeling, vermeld in [2 artikel VIIbis 112,]2, als die voordeliger is.
   Het contractuele personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming overgeheveld is naar de diensten van de Vlaamse overheid en dat conform [2 artikel VIIbis 113]2 met ingang van de datum van de overheveling tewerkgesteld is in de betrekking en bezoldigd in de salarisschaal conform bijlage 19, die bij dit besluit is gevoegd, behoudt bij overplaatsing naar een contractuele functie met een salarisschaal van dezelfde rang, zijn geldelijke regeling, vermeld in [2 artikel VIIbis 112 en, VIIbis 113, § 2,]2, als die voordeliger is.
   Het contractuele personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming overgeheveld is naar de diensten van de Vlaamse overheid en dat conform [2 artikel VIIbis 113]2 met ingang van de datum van de overheveling tewerkgesteld is in de betrekking en bezoldigd in de salarisschaal conform bijlage 19, die bij dit besluit is gevoegd, behoudt bij overplaatsing naar een statutaire functie met een overeenstemmende of gelijkwaardige inhoud van dezelfde rang, zijn geldelijke regeling vermeld in [2 artikel VII bis 112 en, VIIbis 113, § 2,]2 als die voordeliger is.]1

  
Art. 3.106. [1 Le fonctionnaire qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande à partir du 1er janvier 2019 dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui, en vertu de l'[2 article VIIbis 113 ]2 a été nommé d'office et classé à partir de la date du transfert, conformément à l'annexe 19 jointe au présent arrêté, conserve, en cas de mutation à un grade du même rang, son régime pécuniaire mentionné dans l'[2 article VIIbis 112, ]2 s'il est plus avantageux.
   L'agent contractuel qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande à partir du 1er janvier 2019 dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui, en vertu de l'[2 article VIIbis 113 ]2, a été occupé dans l'emploi et rémunéré dans l'échelle de traitement à partir de la date du transfert, conformément à l'annexe 19 jointe au présent arrêté, conserve, en cas de mutation à une fonction contractuelle assortie d'une échelle de traitement du même rang, son régime pécuniaire mentionné dans [2 l'article VIIbis 112 et dans l'article VIIbis 113, § 2,]2 s'il est plus avantageux.
   L'agent contractuel qui a été transféré aux services de l'Autorité flamande à partir du 1er janvier 2019 dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui, en vertu de [2 l'article VIIbis 113]2, a été occupé dans l'emploi et rémunéré dans l'échelle de traitement à partir de la date du transfert, conformément à l'annexe 19 jointe au présent arrêté, conserve, en cas de mutation à une fonction statutaire au contenu correspondant ou équivalent du même rang, son régime pécuniaire mentionné dans [2 l'article VIIbis 112 et dans l'article VIIbis 113, § 2,]2 s'il est plus avantageux.]1

  
Art. 3.107. [1 De ambtenaar die vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgeheveld is en die bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingeschaald in een graad waaraan een functionele loopbaan verbonden is, heeft in de salarisschaal die verbonden is aan die graad, op 1 januari 2019 een schaalanciënniteit die gelijk is aan de geldelijke anciënniteit die hij sinds 1 januari 2017 bij de federale overheid heeft opgebouwd.]1
  
Art. 3.107. [1 Le fonctionnaire transféré de l'Autorité fédérale à partir du 1er janvier 2019 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, qui est classé, auprès des services de l'Autorité flamande, dans un grade auquel est attachée une carrière fonctionnelle, a, au 1er janvier 2019, dans l'échelle de traitement attachée à ce grade, une ancienneté barémique égale à l'ancienneté pécuniaire qu'il a constituée auprès de l'Autorité fédérale depuis le 1er janvier 2017.]1
  
Art. 3.108. [1 In afwijking van artikel VIIbis 16 behoudt de pedagogisch adviseur en de bedrijfsadviseur, die als gevolg van de ontbinding van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen is overgeplaatst, de functionele loopbaan in rang A1, die bestaat uit de salarisschalen A111, A112, A120 en A114. De tweede, derde en vierde salarisschaal worden bereikt na respectievelijk drie jaar, negen jaar en negen jaar schaalanciënniteit.]1
  
Art. 3.108. [1 ar dérogation à l'article VIIbis 16, le conseiller pédagogique et le réviseur d'entreprises, mutés suite à la dissolution de l'Agence flamande pour la Formation d'Entrepreneurs - SYNTRA Flandre (" Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen "), conservent la carrière fonctionnelle dans le rang A1, comprenant les échelles de traitement A111, A112, A120 et A114. Les deuxième, troisième et quatrième échelles de traitement sont atteintes après trois ans, neuf ans et neuf ans d'ancienneté barémique respectivement.]1
  
Art. 3.109. [1 Voor de ambtenaar die houder is van een IT-mandaat op datum van 31 juli 2021, blijft de regeling gelden die op hen van toepassing was op 31 juli 2021.]1
  
Art. 3.109. [1 En ce qui concerne le fonctionnaire qui est titulaire d'un mandat IT en date du 31 juillet 2021, le régime qui lui était applicable au 31 juillet 2021 demeure valable. ]1
  
Art.3.110. [1 De toegangsbewijzen die zijn afgeleverd vóór 1 januari 2026, blijven geldig voor alle selectieprocedures voor de resterende duur van zeven jaar.]1
  
Art. 3.110. [1 Les titres d'accès délivrés avant le 1er janvier 2026 restent valables pour toutes les procédures de sélection pendant les sept années restantes.]1
  
DEEL IV. [1 - Evaluatie tijdens de loopbaan]1
PARTIE IV. [1 - L'évaluation au cours de la carrière]1
TITEL I. [1 - Gemeenschappelijke bepalingen]1
TITRE I. [1 - Dispositions communes]1
HOOFDSTUK I. [1 - Algemene beginselen]1
CHAPITRE 1er. [1 - Principes généraux]1
Art. 4.1. [1 De bepalingen uit titel 1 zijn van toepassing op de jaarlijkse evaluatie en de evaluatie van de proeftijd, met behoud van de toepassing van afwijkende bepalingen in titel 2 en titel 3.]1
  
Art. 4.1. [1 Les dispositions du titre 1er s'appliquent à l'évaluation annuelle et à l'évaluation du stage, sans préjudice de l'application de dispositions dérogatoires dans les titres 2 et 3.]1
  
Art. 4.2. [1 De evaluatoren zijn twee functionele chefs, tenzij een afwijking functioneel noodzakelijk is. Ten minste één evaluator is een personeelslid van een hogere rang dan of van dezelfde rang als het te evalueren personeelslid.
   Het managementorgaan van het betrokken beleidsdomein, de strategische adviesraad of het hoogste collectieve orgaan in het Gemeenschapsonderwijs bepaalt de evaluatielijnen voor specifieke gevallen waar de algemene regel niet toepasbaar is.
   De evaluatoren worden op hun beurt geëvalueerd op hun wijze van evalueren.
   De lijnmanager kan beslissen dat in de evaluatie van personeelsleden rekening gehouden wordt met de informatie van categorieën personeelsleden aan wie ze leidinggeven of met wie ze samenwerken.]1

  
Art. 4.2. [1 Les évaluateurs sont deux chefs fonctionnels, sauf si une dérogation est fonctionnellement nécessaire. Au moins un évaluateur est un membre du personnel d'un rang supérieur ou du même rang que le membre du personnel à évaluer.
  L'organe de management du domaine politique concerné, le conseil consultatif stratégique ou l'organe collectif le plus haut de l'Enseignement communautaire détermine les lignes d'évaluation pour des cas spécifiques auxquels la règle générale n'est pas applicable.
  Les évaluateurs sont évalués, à leur tour, sur leur mode d'évaluation.
  Le manager de ligne peut décider que l'évaluation des membres du personnel tient compte des informations provenant de catégories de membres du personnel qu'ils dirigent ou avec qui ils collaborent.]1

  
Art. 4.3. [1 § 1. De evaluatoren en het personeelslid verduidelijken de verwachtingen en doelstellingen met betrekking tot de prestaties en de wijze waarop het personeelslid die prestaties moet leveren gedurende het kalenderjaar of tijdens de proeftijd. De inbreng van het personeelslid doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de evaluatoren om verwachtingen en doelstellingen eenzijdig op te leggen. De verwachtingen en doelstellingen vormen tevens de basis voor de jaarlijkse evaluatie zoals bepaald in titel 3, hoofdstuk 1.
   Op initiatief van de evaluatoren of van het te evalueren personeelslid gaan ze tijdens het kalenderjaar in gesprek over de aanpassing van die verwachtingen of doelstellingen.
   § 2. Op initiatief van iedere functionele chef of het te evalueren personeelslid gaan zij tijdens het jaar in gesprek over gunstige of ongunstige feiten met betrekking tot het presteren van het te evalueren personeelslid. De functionele chef maakt van dit gesprek een verslag op.
   In afwijking van het eerste lid, stelt de functionele chef de feiten nauwkeurig en schriftelijk eenzijdig vast als een gesprek binnen een redelijke termijn onmogelijk is.
   De functionele chef bezorgt het verslag van het gesprek of de schriftelijke vaststelling van de feiten aan het personeelslid. Het personeelslid kan opmerkingen toevoegen. Het personeelslid bezorgt zijn opmerkingen terug binnen de vijftien kalenderdagen na de ontvangst van het verslag of van de schriftelijke vaststelling van de feiten.
   De functionele chef laat het verslag van het gesprek of de schriftelijke vaststelling van de feiten en de eventuele opmerkingen van het personeelslid toevoegen aan het evaluatiedossier van het te evalueren personeelslid.]1

  
Art. 4.3. [1 § 1er. Les évaluateurs et le membre du personnel clarifient les attentes et les objectifs en ce qui concerne les prestations et la manière dont le membre du personnel doit fournir ces prestations pendant l'année calendaire ou pendant le stage. L'apport du membre du personnel ne porte pas atteinte à la compétence des évaluateurs d'imposer unilatéralement des attentes et des objectifs. Les attentes et les objectifs constituent également la base de l'évaluation annuelle telle que visée au titre 3, chapitre 1er.
  A l'initiative des évaluateurs ou du membre du personnel à évaluer, ils entament le dialogue durant l'année calendaire sur l'adaptation de ces attentes ou objectifs.
  § 2. A l'initiative de chaque chef fonctionnel ou du membre du personnel à évaluer, ils entament le dialogue durant l'année sur des faits favorables ou défavorables quant à la performance du membre du personnel à évaluer. Le chef fonctionnel établit un rapport de cet entretien.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le chef fonctionnel consigne unilatéralement les faits avec précision et par écrit si un entretien s'avère impossible dans un délai raisonnable.
  Le chef fonctionnel remet le rapport de l'entretien ou le constat écrit des faits au membre du personnel. Le membre du personnel peut ajouter ses remarques. Le membre du personnel remet ses remarques dans les 15 jours calendaires de la réception du rapport ou du constat écrit des faits.
  Le chef fonctionnel fait ajouter le rapport de l'entretien ou le constat écrit des faits et les remarques éventuelles du membre du personnel au dossier d'évaluation du membre du personnel à évoluer.]1

  
Art. 4.4. [1 § 1. Elke functionele chef kan naar aanleiding van de vaststelling van ongunstige feiten overeenkomstig artikel IV 3, § 2 een remediëringstraject opstarten.
   De functionele chef verbindt aan het remediëringstraject een looptijd van minimum twee weken en maximaal drie maanden waarin het personeelslid het functioneren moet bijsturen of aan de tekortkomingen moet remediëren. Hij stelt de inhoud en de looptijd van het remediëringstraject schriftelijk vast. Hij brengt het personeelslid daarvan schriftelijk op de hoogte bij de aanvang van het remediëringstraject.
   Het personeelslid kan zijn eventuele opmerkingen op het remediëringstraject schriftelijk formuleren binnen de vijftien kalenderdagen na kennisname van het remediëringstraject.
   § 2. De functionele chef nodigt het personeelslid uit voor een gesprek naar aanleiding van de afloop van het remediëringstraject om de gevraagde bijsturing of remediëring te bespreken. Naar aanleiding van dit gesprek is de looptijd van het remediëringstraject verlengbaar met het akkoord van beide betrokken partijen. De functionele chef maakt van dit gesprek een verslag op.
   In afwijking van het eerste lid, stelt de functionele chef zijn bevindingen naar aanleiding van de afloop van het remediëringstraject nauwkeurig en schriftelijk eenzijdig vast als een gesprek binnen een redelijke termijn onmogelijk is.
   De functionele chef bezorgt het verslag van het gesprek of de schriftelijke vaststelling van de bevindingen aan het personeelslid. Het personeelslid kan opmerkingen toevoegen. Het personeelslid bezorgt zijn opmerkingen terug binnen de vijftien kalenderdagen na de ontvangst van het verslag of van de schriftelijke vaststelling van de bevindingen.
   De functionele chef laat het verslag van het gesprek of de schriftelijke vaststelling van de bevindingen en de eventuele opmerkingen van het personeelslid toevoegen aan het evaluatiedossier van het te evalueren personeelslid.
   § 3. De functionele chef die het remediëringstraject opvolgt, kan het traject vroegtijdig stopzetten als het personeelslid de geboden kans niet actief benut.
   De functionele chef nodigt het personeelslid in dit geval uit voor een gesprek of stelt de feiten nauwkeurig en schriftelijk eenzijdig vast wanneer een gesprek binnen een redelijke termijn onmogelijk is.
   De functionele chef verzekert de tegenspraak door het personeelslid op dezelfde wijze zoals beschreven in paragraaf 2.]1

  
Art. 4.4. [1 § 1er. Tout chef fonctionnel peut démarrer un parcours de remédiation à la suite de la constatation de faits défavorables, conformément à l'article IV 3, § 2.
  Le chef fonctionnel associe au parcours de remédiation une durée de deux semaines minimum et trois mois maximum pendant laquelle le membre du personnel doit ajuster son fonctionnement ou remédier aux manquements. Il fixe par écrit le contenu et la durée du parcours de remédiation. Il en informe le membre du personnel par écrit au début du parcours de remédiation.
  Le membre du personnel peut formuler ses remarques éventuelles sur le parcours de remédiation par écrit dans les quinze jours calendaires suivant la prise de connaissance du parcours de remédiation.
  § 2. Le chef fonctionnel invite le membre du personnel à un entretien à l'issue du parcours de remédiation afin de discuter de l'ajustement ou de la remédiation demandé. A la suite de cet entretien, la durée du parcours de remédiation peut être prolongée moyennant l'accord des deux parties concernées. Le chef fonctionnel établit un rapport de cet entretien.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le chef fonctionnel consigne unilatéralement ses constatations à l'issue du parcours de remédiation avec précision et par écrit si un entretien s'avère impossible dans un délai raisonnable.
  Le chef fonctionnel remet le rapport de l'entretien ou le constat écrit des conclusions au membre du personnel. Le membre du personnel peut ajouter ses remarques. Le membre du personnel remet ses remarques dans les 15 jours calendaires de la réception du rapport ou du constat écrit des conclusions.
  Le chef fonctionnel fait ajouter le rapport de l'entretien ou le constat écrit des conclusions et les remarques éventuelles du membre du personnel au dossier d'évaluation du membre du personnel à évoluer.
  § 3. Le chef fonctionnel qui procède au suivi du parcours de remédiation peut mettre fin prématurément au parcours si le membre du personnel n'utilise pas activement l'opportunité offerte.
  Le cas échéant, le chef fonctionnel invite le membre du personnel à un entretien ou consigne unilatéralement les faits avec précision et par écrit si un entretien s'avère impossible dans un délai raisonnable.
  Le chef fonctionnel assure la procédure contradictoire en traitant le membre du personnel de la même manière que celle décrite au paragraphe 2.]1

  
Art. 4.5. [1 § 1. Als de lijnmanager kennis neemt van ongunstige feiten, vastgesteld overeenkomstig artikel IV 3, § 2, die aanleiding kunnen geven tot een ontslag, biedt hij aan het contractueel personeelslid de mogelijkheid om aan deze feiten te remediëren op één van volgende wijzen
   1° via een remediëringstraject in de huidige functie overeenkomstig artikel IV 4, doch onder de leiding en het toezicht van minstens één andere evaluator met de graad van directeur, afdelingshoofd of N-1 projectleider voor de duur van het remediëringstraject; ofwel
   2° via een wijziging van dienstaanwijzing naar een andere functie overeenkomstig paragraaf 2.
   Indien het contractuele personeelslid de wijziging van dienstaanwijzing overweegt, dan vraagt het aan de lijnmanager om een concreet aanbod te doen. Het contractuele personeelslid maakt een keuze voor één van de vermelde mogelijkheden na het concreet aanbod van de andere functie door de lijnmanager overeenkomstig paragraaf 2. Deze keuze is definitief, tenzij de lijnmanager en het contractuele personeelslid anders overeenkomen.
   Het contractuele personeelslid op wie één van de mogelijkheden, zoals bepaald in het eerste lid van deze paragraaf werd toegepast, maakt gedurende de 10 jaar die hierop volgen geen aanspraak meer op de mogelijkheden, zoals bepaald in het eerste lid van deze paragraaf.
   § 2. De lijnmanager biedt op vraag van het contractueel personeelslid een andere functie aan in dezelfde rang en graad, met dezelfde salarisschaal volgens de bepalingen van artikel III 50 inzake de wijziging van dienstaanwijzing.
   In de aangeboden functie komt het personeelslid onder de leiding en het toezicht van een andere N-1 mandaathouder of personeelslid met de graad van directeur, die de rol van evaluator opneemt.
   Het aanbod kan ook betrekking hebben op een functie bij een andere entiteit, raad of instelling van de diensten van de Vlaamse overheid. In dat geval vindt de wijziging van dienstaanwijzing plaats met het akkoord van de beide lijnmanagers van de entiteiten, raden of instellingen in kwestie.
   § 3. Dit artikel laat de sanctiemogelijkheden van de lijnmanager op basis van het arbeidsreglement onverlet.]1

  
Art. 4.5. [1 § 1er. Si le manager de ligne prend connaissance de faits défavorables, constatés conformément à l'article IV 3, § 2, pouvant donner lieu à un licenciement, il offre au membre du personnel contractuel la possibilité de remédier à ces faits de l'une des manières suivantes :
  1° via un parcours de remédiation dans la fonction actuelle conformément à l'article IV 4, cependant sous la direction et sous la surveillance d'au moins un autre évaluateur possédant le grade de directeur, de chef de division ou du chef de projet N-1 pour la durée du parcours de remédiation ; ou
  2° via un changement d'affectation dans une autre fonction conformément au paragraphe 2.
  Si le membre du personnel contractuel envisage le changement d'affectation, il demande au manager de ligne de faire une offre concrète. Le membre du personnel contractuel choisit l'une des possibilités citées après l'offre concrète de l'autre fonction par le manager de ligne conformément au paragraphe 2. Ce choix est définitif, sauf si le manager de ligne et le membre du personnel contractuel n'en conviennent autrement.
  Le membre du personnel contractuel sur lequel l'une des possibilités, telles que visées à l'alinéa 1er du présent paragraphe, a été appliquée, ne peut plus faire valoir les possibilités, telles que visées à l'alinéa 1er du présent paragraphe, pendant les 10 ans qui suivent.
  § 2. A la demande du membre du personnel contractuel, le manager de ligne propose une autre fonction du même rang et du même grande, avec la même échelle de traitement, selon les dispositions de l'article III 50 concernant le changement d'affectation.
  Dans la fonction proposée, le membre du personnel est sous la direction et la surveillance d'un autre mandataire N-1 ou membre du personnel possédant le grade de directeur, qui assume le rôle d'évaluateur.
  L'offre peut également avoir trait à une fonction auprès d'une autre entité, d'un autre conseil ou établissement au sein des services de l'Autorité flamande. Dans ce cas, le changement d'affectation a lieu avec l'accord des deux managers de ligne des entités, conseils ou établissements en question.
  § 3. Le présent article ne porte pas préjudice aux possibilités de sanction du manager de ligne sur la base du règlement de travail.]1

  
HOOFDSTUK II. [1 - De evaluatieprocedure]1
CHAPITRE 2. [1 - La procédure d'évaluation]1
Art. 4.6. [1 De evaluatie bestaat uit een gesprek tussen het te evalueren personeelslid en ten minste één evaluator, en een verslag waaraan een tegensprekelijke procedure is gekoppeld zoals bepaald in dit hoofdstuk.]1
  
Art. 4.6. [1 L'évaluation consiste en un entretien entre le membre du personnel à évaluer et au moins un évaluateur, et un rapport auquel une procédure contradictoire est associée, tel que visé au présent chapitre.]1
  
Art. 4.7. [1 Op verzoek van het te evalueren personeelslid of van een evaluator vindt het evaluatiegesprek plaats met twee evaluatoren.
   Als het te evalueren personeelslid van niveau D daar schriftelijk om vraagt, wordt het evaluatiegesprek gevoerd in aanwezigheid van een waarnemer van zijn keuze.]1

  
Art. 4.7. [1 A la demande du membre du personnel à évaluer ou d'un évaluateur, l'entretien d'évaluation se fait avec deux évaluateurs.
  Si le membre du personnel à évaluer de niveau D le demande par écrit, l'entretien d'évaluation est mené en présence d'un observateur de son choix.]1

  
Art. 4.8. [1 De evaluator legt de evaluatie en het evaluatiegesprek vast in een verslag. De andere evaluator kan het verslag aanvullen met betrekking tot de prestaties van het te evalueren personeelslid. Beide evaluatoren ondertekenen het eindverslag.]1
  
Art. 4.8. [1 L'évaluateur consigne l'évaluation et l'entretien d'évaluation dans un rapport. L'autre évaluateur peut compléter le rapport en ce qui concerne les prestations du membre du personnel à évaluer. Les deux évaluateurs signent le rapport définitif.]1
  
Art. 4.9. [1 De evaluatoren bezorgen het eindverslag aan het personeelslid. Die laatste kan opmerkingen formuleren bij het verslag.
   De geëvalueerde kan zijn eventuele opmerkingen over het eindverslag aan het evaluatiedossier laten toevoegen binnen vijftien kalenderdagen vanaf de ontvangst van het eindverslag.]1

  
Art. 4.9. [1 Les évaluateurs remettent le rapport définitif au membre du personnel. Ce dernier peut formuler des remarques au sujet du rapport.
   L'évalué peut faire ajouter au dossier d'évaluation ses remarques éventuelles sur le rapport définitif dans les quinze jours calendaires de la réception du rapport définitif.]1

  
Art. 4.10. [1 Ook als het te evalueren personeelslid afwezig is tijdens de evaluatieperiode, gebeurt de evaluatie bij voorkeur op basis van een evaluatiegesprek en een verslag van dat gesprek.
   Als een gesprek niet mogelijk is, verloopt de evaluatie volgens de volgende schriftelijke procedure:
   1° de evaluatoren maken een ontwerp van evaluatieverslag op en bezorgen dat aan het te evalueren personeelslid;
   2° het te evalueren personeelslid kan gedurende vijftien kalenderdagen vanaf de ontvangst van het ontwerp van evaluatieverslag opmerkingen over dat ontwerp van evaluatieverslag bezorgen;
   3° de evaluatoren verwerken de opmerkingen van het personeelslid in voorkomend geval in het eindverslag.]1

  
Art. 4.10. [1 Même si le membre du personnel à évaluer est absent pendant la période d'évaluation, l'évaluation se fait de préférence sur la base d'un entretien d'évaluation et d'un rapport de cet entretien.
   Si un entretien s'avère impossible, l'évaluation se déroule selon la procédure écrite suivante :
   1° les évaluateurs établissent un projet de rapport d'évaluation et le remettent au membre du personnel à évaluer ;
   2° le membre du personnel à évaluer peut transmettre des remarques sur ce projet de rapport d'évaluation pendant quinze jours calendaires à compter de la réception du projet de rapport d'évaluation;
   3° les évaluateurs traitent les remarques du membre du personnel, le cas échéant, dans le rapport définitif.]1

  
TITEL II. [1 - Specifieke bepalingen over de statutaire proeftijd]1
TITRE II. [1 - Dispositions spécifiques sur le stage statutaire]1
Art. 4.11. [1 § 1. Als de lijnmanager overeenkomstig artikel III 21 een personeelslid toelaat tot de proeftijd, bepaalt hij de duur van de proeftijd als volgt:
   1° niveau D: vier maanden;
   2° niveau C en B: minimaal vier en maximaal negen maanden;
   3° niveau A: minimaal zes en maximaal twaalf maanden.
   Eén maand proeftijd stemt overeen met de prestatie van eenentwintig voltijdse of deeltijdse werkdagen.
   Om het aantal gepresteerde werkdagen te bepalen, worden eveneens meegerekend:
   1° de wettelijke en decretale feestdagen, 2 en 15 november, 26 december en de vakantiedagen tussen Kerstmis en Nieuwjaar, vermeld in artikel X 11, § 2, eerste lid;
   2° de inhaalrust, vermeld in artikel VII 28;
   3° de dienstvrijstellingen.
   § 2. De ambtenaar op proef behoudt de hoedanigheid van ambtenaar op proef zolang hij het aantal werkdagen dat overeenstemt met het aantal maanden proeftijd, niet heeft gepresteerd.]1

  
Art. 4.11. [1 § 1er. Si le manager de ligne admet un membre du personnel au stage conformément à l'article III 21, il détermine la durée du stage comme suit :
   1° niveau D : quatre mois ;
   2° niveaux C et B : au minimum quatre et au maximum neuf mois ;
   3° niveau A : au minimum six et au maximum douze mois.
   Un mois de stage correspondant à une prestation de vingt et un jours ouvrables à temps plein ou à temps partiel.
   Sont également pris en compte pour déterminer le nombre de jours ouvrables prestés :
   1° les jours fériés légaux et décrétaux, le 2 et le 15 novembre, le 26 décembre et les jours de congé entre Noël et le Nouvel An, visés à l'article X 11, § 2, alinéa 1er ;
   2° le repos compensatoire, visé à l'article VII 28 ;
   3° les dispenses de service.
   § 2. Le fonctionnaire stagiaire conserve la qualité de fonctionnaire stagiaire tant qu'il n'a pas presté le nombre de jours ouvrables correspondant au nombre de mois de stage.]1

  
Art. 4.12. [1 § 1. De lijnmanager bepaalt bij de aanvang van de proeftijd de inhoud van het programma en de evaluatiecriteria van de proeftijd in overleg met de ambtenaar op proef en de evaluatoren.
   Voor specifieke personeelscategorieën kan het programma van de proeftijd ook het slagen voor een competentieproef of het afleggen van praktische proeven inhouden.
   § 2. Op het einde van de overeengekomen proeftijd, houden de evaluatoren en het personeelslid een evaluatiegesprek. De evaluatoren leggen het evaluatiegesprek vast in een verslag. De geëvalueerde kan binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van dat verslag opmerkingen toevoegen aan het definitieve evaluatieverslag.
   Het eindevaluatiegesprek van de proeftijd vindt plaats uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na het einde van de proeftijd, berekend met toepassing van artikel IV 11, § 1.
   Als het eindevaluatiegesprek niet plaatsvindt binnen dertig kalenderdagen na het einde van de proeftijd, wordt de proeftijd geacht gunstig te zijn voor de ambtenaar op proef.
   In afwijking van het derde lid wordt bij afwezigheid van de ambtenaar op proef de schriftelijke evaluatie, vermeld in artikel IV 10, opgestart binnen dertig kalenderdagen na het einde van de proeftijd. Als dat niet het geval is, wordt de proeftijd geacht gunstig te zijn voor de ambtenaar op proef.
   De evaluatoren betekenen het eindevaluatieverslag aan de ambtenaar op proef en aan de benoemende overheid binnen dertig kalenderdagen na het evaluatiegesprek of binnen zestig kalenderdagen nadat de schriftelijke evaluatie is opgestart. Als de evaluatoren het eindevaluatieverslag niet binnen die termijnen betekenen aan de ambtenaar op proef, wordt de proeftijd geacht gunstig te zijn voor de ambtenaar op proef.
   § 3. Als de minimumduur van de proeftijd, zoals bepaald in artikel IV 11, § 1, verstreken is, kunnen de evaluatoren na elk evaluatiegesprek beslissen dat de proeftijd van de ambtenaar op proef wordt beëindigd.
   Het desbetreffende evaluatiegesprek geldt als eindevaluatiegesprek van de proeftijd. Bij afwezigheid van het te evalueren personeelslid is de schriftelijke procedure, vermeld in artikel IV 10, van overeenkomstige toepassing.
   § 4. Een positieve eindevaluatie van de proefperiode heeft de vaste benoeming van de ambtenaar op proef tot gevolg.
   Een negatieve eindevaluatie van de proefperiode heeft het ontslag van de ambtenaar op proef tot gevolg.]1

  
Art. 4.12. [1 § 1er. Au début du stage, le manager de ligne détermine le contenu du programme et les critères d'évaluation du stage en concertation avec le fonctionnaire stagiaire et les évaluateurs.
   Pour des catégories de personnel spécifiques, le programme du stage peut également impliquer la réussite d'une épreuve des compétences ou l'accomplissement d'épreuves pratiques.
   § 2. A la fin du stage convenu, les évaluateurs et le membre du personnel mènent un entretien d'évaluation. Les évaluateurs consignent l'entretien d'évaluation dans un rapport. L'évalué peut formuler ses remarques sur le rapport d'évaluation définitif dans les quinze jours calendaires à compter de la réception de ce rapport.
   L'entretien d'évaluation finale du stage a lieu au plus tard dans les trente jours calendaires après la fin du stage, calculé en application de l'article IV 11, § 1er.
   Si l'entretien d'évaluation finale n'a pas lieu dans les trente jours calendaires après la fin du stage, le stage est censé être favorable pour le fonctionnaire stagiaire.
   Par dérogation à l'alinéa 3, en cas d'absence du fonctionnaire stagiaire, l'évaluation écrite visée à l'article IV 10, est commencée dans les trente jours calendaires après la fin du stage. Si ce n'est pas le cas, le stage est censé être favorable pour le fonctionnaire stagiaire.
   Les évaluateurs notifient le rapport d'évaluation finale au fonctionnaire stagiaire et à l'autorité de nomination dans les trente jours calendaires après l'entretien d'évaluation ou dans les soixante jours calendaires après le commencement de l'évaluation écrite. Si les évaluateurs ne notifient pas le rapport d'évaluation finale dans ces délais au fonctionnaire stagiaire, le stage est censé être favorable pour le fonctionnaire stagiaire.
   § 3. Lorsque la durée minimale du stage, telle que visée à l'article IV 11, § 1er, a expiré, les évaluateurs peuvent décider après chaque entretien d'évaluation qu'il est mis fin au stage du fonctionnaire stagiaire.
   L'entretien d'évaluation en question vaut comme entretien d'évaluation finale du stage. En cas d'absence du membre du personnel à évaluer, la procédure écrite visée à l'article IV 10 s'applique par analogie.
   § 4. Une évaluation finale positive du stage conduit à la nomination à titre définitif du fonctionnaire stagiaire.
   Une évaluation finale négative du stage conduit au licenciement du fonctionnaire stagiaire.]1

  
Art. 4.13. [1 Tot de dag waarop de vaste benoeming of het ontslag ingaat, behoudt de ambtenaar op proef die hoedanigheid.
   De benoemende overheid betekent de beslissing tot ontslag of tot vaste benoeming aan de ambtenaar.]1

  
Art. 4.13. [1 Jusqu'au jour où la nomination définitive ou le licenciement prend cours, le fonctionnaire stagiaire conserve cette qualité.
   L'autorité ayant compétence de nomination signifie la décision de licenciement ou de nomination à titre définitif au fonctionnaire.]1

  
TITEL III. [1 - Specifieke bepalingen over de jaarlijkse evaluatie]1
TITRE III. [1 - Dispositions spécifiques relatives à l'évaluation annuelle]1
HOOFDSTUK I. [1 - De evaluatiebeslissing]1
CHAPITRE 1er. [1 - La décision d'évaluation]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 - Dispositions générales]1
Art. 4.14. [1 § 1. Elk personeelslid dat in de loop van een kalenderjaar gedurende ten minste drie maanden prestaties heeft geleverd, wordt geëvalueerd met betrekking tot die prestaties en de wijze waarop ze geleverd zijn.
   § 2. De evaluatie heeft betrekking op één kalenderjaar. Het te evalueren personeelslid en de evaluatoren kunnen echter in onderling akkoord de periode waarover geëvalueerd wordt, op maximaal vijftien maanden brengen.
   Het gesprek kan plaatsvinden in de laatste maand van de periode waarover geëvalueerd wordt. De periode tussen twee jaarlijkse evaluatiegesprekken bedraagt minstens tien kalendermaanden.
   § 3. Met behoud van de toepassing van de voorwaarde van ten minste drie maanden prestaties in een kalenderjaar kunnen de evaluatoren het personeelslid dat vrijwillig uit dienst treedt of op rust gesteld wordt in de loop van dat jaar met zijn akkoord nog evalueren vóór zijn uitdiensttreding of opruststelling.
   § 4. De evaluatoren kunnen het personeelslid bijkomend evalueren na de zesde maand die volgt op de kennisgeving van de definitieve evaluatiebeslissing aan het personeelslid, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
   1° de evaluatiebeslissing van de vorige evaluatie was een evaluatiebeslissing `onvoldoende';
   2° het personeelslid heeft tijdens de periode waarop de evaluatie betrekking heeft, gedurende minimaal drie maanden daadwerkelijk prestaties geleverd. Verloven tijdens die periode schorten de periode op;
   3° de evaluatoren die willen gebruik maken van de evaluatiemogelijkheid, vermeld in het eerste lid, delen dat naar aanleiding van de kennisgeving van de evaluatiebeslissing aan het personeelslid mee.
   De procedure, vermeld in Titel 1, hoofdstuk 2, is van toepassing.
   Als de evaluatoren na zes maanden niet besluiten met een evaluatiebeslissing `onvoldoende', wordt de mate waarin de prestaties van het personeelslid tegemoet komen aan de verwachtingen en doelstellingen en de wijze waarop het personeelslid zijn prestaties heeft uitgevoerd de eerstvolgende keer geëvalueerd bij het begin van het volgende kalenderjaar.]1

  
Art. 4.14. [1 § 1er. Chaque membre du personnel qui, au cours d'une année calendaire, a fourni des prestations pendant au moins trois mois, est évalué sur ces prestations et le mode suivant lequel elles ont été fournies.
   § 2. L'évaluation porte sur une année calendaire. La période d'évaluation peut toutefois, de commun accord entre le membre du personnel à évaluer et les évaluateurs, être portée à quinze mois au maximum.
   L'entretien peut avoir lieu durant le dernier mois de la période d'évaluation. La période entre deux entretiens d'évaluation annuels est au moins de dix mois calendaires.
   § 3. Sans préjudice de l'application de la condition des prestations d'au moins trois mois pendant une année calendaire, les évaluateurs peuvent encore évaluer avec son accord le membre du personnel qui cesse ses fonctions ou qui est mis à la retraite au cours de cette année avant la cessation de ses fonctions ou sa mise à la retraite.
   § 4. Après le sixième mois qui suit la notification de la décision d'évaluation définitive au membre du personnel, les évaluateurs peuvent procéder à une évaluation supplémentaire du membre du personnel, à condition que toutes les conditions suivantes soient remplies :
   1° la décision d'évaluation de l'évaluation précédente était une décision d'évaluation " insuffisant " ;
   2° le membre du personnel a effectivement fourni des prestations pendant au moins trois mois pendant la période faisant l'objet de l'évaluation. Les congés pris pendant cette période suspendent la période ;
   3° les évaluateurs qui souhaitent faire usage de la possibilité d'évaluation, visée à l'alinéa 1er, en informent le membre du personnel à l'occasion de la notification de la décision d'évaluation.
   La procédure, visée au Titre 1er, chapitre 2, est d'application.
   Si les évaluateurs ne prennent pas une décision d'évaluation " insuffisant " après six mois, la mesure dans laquelle les prestations du membre du personnel répondent aux attentes et aux objectifs et la manière dont le membre du personnel a effectué ses prestations seront évaluées la prochaine fois au début de l'année calendaire suivante.]1

  
Art. 4.15. [1 § 1. De mate waarin de prestaties van het personeelslid tegemoet komen aan de verwachtingen en doelstellingen en de wijze waarop het personeelslid zijn prestaties heeft uitgevoerd, vormen de basis voor een evaluatiebeslissing overeenkomstig de procedure die beschreven is in deze titel.
   Er zijn twee mogelijke evaluatiebeslissingen:
   1° de evaluatiebeslissing `voldoende;
   2° de evaluatiebeslissing `onvoldoende'.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan aan de personeelsleden op wie deel VIIbis van dit besluit van toepassing is, ook de evaluatiebeslissing `loopbaanvertraging' worden toegekend.
   § 3. De evaluatiebeslissing wordt opgenomen in het verslag, vermeld in artikel IV 8.]1

  
Art. 4.15. [1 § 1er. La mesure dans laquelle les prestations du membre du personnel répondent aux attentes et aux objectifs et la manière dont le membre du personnel a effectué ses prestations, constituent la base d'une décision d'évaluation conformément à la procédure décrite dans le présent titre.
   Il y a deux décisions d'évaluation possibles :
   1° la décision d'évaluation " suffisant " ;
   2° la décision d'évaluation " insuffisant ".
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, il est également possible d'attribuer la décision d'évaluation " ralentissement de carrière " aux membres du personnel auxquels s'applique la partie VIIbis du présent arrêté.
   § 3. La décision d'évaluation est reprise dans le rapport, visé à l'article IV 8.]1

  
Art. 4.16. [1 § 1. De evaluatoren bezorgen de evaluatiebeslissing aan de geëvalueerde binnen drie maanden nadat de periode waarover wordt geëvalueerd, verstreken is.
   Als de evaluatiebeslissing niet binnen de hierboven beschreven termijn wordt bezorgd, worden de evaluatoren geacht een evaluatiebeslissing `voldoende' te hebben genomen.
   § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing als er binnen de hierboven beschreven termijn een schriftelijke evaluatieprocedure overeenkomstig artikel IV 10 is opgestart.]1

  
Art. 4.16. [1 § 1er. Les évaluateurs remettent la décision d'évaluation à l'évalué dans les trois mois après l'expiration de la période faisant l'objet de l'évaluation.
   Si la décision d'évaluation n'est pas remise dans le délai décrit ci-dessus, les évaluateurs sont censés avoir pris une décision d'évaluation " suffisant ".
   § 2. Le paragraphe 1er ne s'applique pas si aucune procédure d'évaluation écrite conformément à l'article IV 10 n'a commencé dans le délai décrit ci-dessus.]1

  
Afdeling 2. [1 - Tegenspraak bij de evaluatiebeslissing bij de raad van beroep]1
Section 2. [1 - Recours contre la décision d'évaluation auprès de la chambre de recours]1
Art. 4.17. [1 Met behoud van de toepassing van de regeling voor het top -en middenkader, kan de ambtenaar van wie het evaluatieverslag wordt besloten met de einduitspraak `loopbaanvertraging' of `onvoldoende', daartegen beroep instellen bij de raad van beroep.]1
  
Art. 4.17. [1 Sans préjudice de l'application du règlement pour les cadres supérieur et moyen, le fonctionnaire dont le rapport d'évaluation est conclu avec le jugement final " ralentissement de carrière " ou " insuffisant ", peut introduire un recours auprès de la chambre de recours.]1
  
Art. 4.18. [1 § 1. Het beroep wordt ingesteld binnen vijftien kalenderdagen nadat het evaluatieverslag aan de geëvalueerde is bezorgd.
   § 2. De raad van beroep brengt een gemotiveerd advies uit binnen 30 kalenderdagen na de ontvangst van het beroepschrift.
   § 3. Met behoud van de toepassing van artikel I 16, § 1, tweede lid, wordt het dossier vervolgens binnen vijftien kalenderdagen voorgelegd aan de instantie die bevoegd is voor de definitieve beslissing. Ze beslist binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van het advies van de raad van beroep.
   De instantie die bevoegd is voor de definitieve beslissing kan de evaluatie `onvoldoende' al dan niet behouden.
   Bijkomend kan voor de geëvalueerde op wie deel VIIbis van toepassing is, de instantie die bevoegd is voor de definitieve beslissing, de evaluatie `onvoldoende' vervangen door `loopbaanvertraging'.
   § 4. Als de raad van beroep unaniem beslist dat de evaluatie `onvoldoende' ongegrond is, kan hij aansluitend bij eenparigheid van stemmen beslissen om de evaluatie `onvoldoende' te vervangen door `loopbaanvertraging' als op de geëvalueerde deel VIIbis van toepassing is.
   § 5. De termijnen, vermeld in dit artikel, worden opgeschort tussen 25 december en 1 januari van het volgende jaar.]1

  
Art. 4.18. [1 § 1er. Le recours est formé dans les quinze jours calendaires après que le rapport d'évaluation a été remis à l'évalué.
   § 2. La chambre de recours émet un avis motivé dans les trente jours calendaires à compter de la réception du recours.
   § 3. Sans préjudice de l'application de l'article I 16, § 1er, alinéa 2, le dossier est ensuite soumis, dans les quinze jours calendaires, à l'instance habilitée à prendre la décision définitive. Elle décide dans les quinze jours calendaires à compter de la réception de l'avis de la chambre de recours.
   L'instance habilitée à prendre la décision définitive peut maintenir ou non l'évaluation " insuffisant ".
   De plus, pour l'évalué auquel s'applique la partie VIIbis, l'instance habilitée à prendre la décision définitive peut remplacer l'évaluation " insuffisant " par " ralentissement de carrière ".
   § 4. Si la chambre de recours décide à l'unanimité que l'évaluation " insuffisant " est non fondée, elle peut ensuite statuer à l'unanimité des voix de remplacer l'évaluation " insuffisant " par " ralentissement de carrière " si la partie VIIbis s'applique à l'évalué.
   § 5. Les délais, visés au présent article, sont suspendus entre le 25 décembre et le 1er janvier de l'année suivante. ]1

  
Art. 4.19. [1 Met toepassing van artikel I 15 bepaalt het managementorgaan van het betrokken beleidsdomein, de strategische adviesraad of het Gemeenschapsonderwijs welk collectief orgaan bevoegd is voor de definitieve beslissing over de evaluatie.
   Het beroep is opschortend.]1

  
Art. 4.19. [1 En application de l'article I 15, l'organe de management du domaine politique concerné, le conseil consultatif stratégique ou l'Enseignement communautaire détermine l'organe collectif habilité à prendre la décision définitive en matière d'évaluation.
   Le recours est suspensif. ]1

  
HOOFDSTUK II. [1 - Beslissing over de salarisevolutie]1
CHAPITRE 2. [1 - Décision relative à l'évolution salariale]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 - Dispositions générales]1
Art. 4.20. [1 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de volgende personeelsleden:
   1° personeelsleden die op 1 mei tijdens de evaluatieperiode of op 1 mei volgend op de evaluatieperiode met hun actieve arbeidsrelatie onder de toepassing vallen van Deel VIIbis, titel 1;
   2° personeelsleden die op 1 mei tijdens de evaluatieperiode of op 1 mei volgend op de evaluatieperiode tewerkgesteld zijn met een arbeidsovereenkomst voor studenten ]1
.
  
Art. 4.20. [1 Le présent chapitre ne s'applique pas aux membres du personnel suivants :
   1° les membres du personnel dont la relation de travail active au 1er mai au cours de la période d'évaluation ou au 1er mai suivant la période d'évaluation tombe sous le champ d'application de la partie VIIbis, titre 1 ;
   2° les membres du personnel employés au 1er mai au cours de la période d'évaluation ou au 1er mai suivant la période d'évaluation par le biais d'un contrat de travail pour étudiants ]1
.
  
Art. 4.21. [1 § 1. Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling neemt jaarlijks een beslissing over de salarisevolutie op basis van de definitieve evaluatiebeslissing en de andere elementen uit het evaluatiedossier. Het bezorgt die beslissing vóór 15 mei van het [2 volgend op de evaluatieperiode]2 aan het personeelslid.
   Die termijn wordt verlengd tot een termijn van drie maanden vanaf de definitieve evaluatiebeslissing in een van de volgende gevallen:
   1° de evaluatoren hebben vóór 15 mei een schriftelijke evaluatieprocedure opgestart met toepassing van artikel IV 10;
   2° [2 het evaluatiejaar]2 is verlengd tot maximaal vijftien maanden met toepassing van artikel IV 14, § 2;
   3° het personeelslid stelt beroep in tegen een evaluatie `onvoldoende' of `loopbaanvertraging' bij de raad van beroep met toepassing van artikel IV 17.
  [2 In afwijking van het eerste lid, bezorgt het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling de beslissing over de salarisevolutie voor 1 juli aan het personeelslid dat slechts vanaf 1 mei volgend op de evaluatieperiode valt onder de toepassing van deel VII, titel I, met behoud van de toepassing van het tweede lid wanneer de evaluatiebeslissing op 1 mei niet definitief is.
   In afwijking van het derde lid, bezorgt het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling de beslissing over de salarisevolutie aan het personeelslid dat uiterlijk op 1 mei 2025 valt onder het toepassingsgebied van deel VII, titel 1, met behoud van de toepassing van het tweede lid wanneer de evaluatiebeslissing op 1 mei niet definitief is, voor 1 december 2025.]2

   § 2. Als de evaluatie van het personeelslid overeenkomstig hoofdstuk 1 met een evaluatiebeslissing `voldoende' is besloten, kan het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling drie mogelijke beslissingen nemen:
   1° de beslissing `volgens verwachtingen';
   2° de beslissing `boven verwachtingen';
   3° de beslissing `onder verwachtingen'.
   § 3. Als de evaluatie van het personeelslid met een evaluatiebeslissing `onvoldoende' is besloten, neemt het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling een beslissing `onder verwachtingen'.]1

  
Art. 4.21. [1 § 1er. L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement prend chaque année une décision quant à l'évolution salariale sur la base de la décision d'évaluation définitive et des autres éléments du dossier d'évaluation. Il remet cette décision au membre du personnel avant le 15 mai [2 suivant la période d'évaluation]2.
   Ce délai est prolongé jusqu'à un délai de trois mois à compter de la décision d'évaluation définitive dans l'un des cas suivants :
   1° les évaluateurs ont commencé avant le 15 mai une procédure d'évaluation écrite en application de l'article IV 10 ;
   2° [2 l'année d'évaluation ]2 est prolongée à un maximum de quinze mois en application de l'article IV 14, § 2 ;
   3° le membre du personnel introduit un recours contre une évaluation " insuffisant " ou " ralentissement de carrière " auprès de la chambre de recours en application de l'article IV 17.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement remet la décision relative à l'évolution salariale avant le 1er juillet au membre du personnel qui n'est soumis à l'application de la partie VII, titre 1, qu'à partir du 1er mai suivant la période d'évaluation, sans préjudice de l'application de l'alinéa 2, si la décision d'évaluation n'est pas définitive au 1er mai.
   Par dérogation à l'alinéa 3, l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement transmet la décision d'évaluation salariale au membre du personnel tombant sous le champ d'application de la partie VII, titre 1, au plus tard le 1er mai 2025, sans préjudice de l'application de l'alinéa 2, si la décision d'évaluation n'est pas définitive au 1er mai, avant le 1er décembre 2025. ]2

   § 2. Si l'évaluation du membre du personnel est conclue avec une décision d'évaluation " suffisant " conformément au chapitre 1er, l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut prendre trois décisions possibles :
   1° la décision " conforme aux attentes " ;
   2° la décision " supérieur aux attentes " ;
   3° la décision " inférieur aux attentes ".
   § 3. Si l'évaluation du membre du personnel est conclue avec une décision d'évaluation " insuffisant ", l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement prend une décision " inférieur aux attentes ".]1

  
Art. 4.22. [1 Bezorgt het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling de beslissing over de salarisevolutie niet tijdig aan het personeelslid conform de bepalingen van artikel IV 21, § 1, dan wordt het geacht een beslissing `volgens verwachtingen' te nemen.
   Dit vermoeden geldt niet wanneer het managementorgaan met toepassing van artikel IV 21, § 3, een beslissing `onder verwachtingen' neemt.
   Het personeelslid heeft in het eerste lid beschreven geval het recht om in de periode van 15 kalenderdagen die volgt op de uiterlijke datum om de beslissing over de salarisevolutie te nemen alsnog een uitdrukkelijke beslissing over de salarisevolutie te vragen, die geen beslissing `onder verwachtingen' kan inhouden ]1
.
  
Art. 4.22. [1 Si l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement ne transmet pas à temps au membre du personnel la décision relative à l'évolution salariale conformément aux dispositions de l'article IV 21, § 1er, il est réputé prendre une décision " conforme aux attentes ".
   Cette présomption ne s'applique pas lorsque l'organe de management, en application de l'article IV 21, § 3, prend une décision " inférieur aux attentes ".
   Dans le cas décrit à l'alinéa 1er, le membre du personnel a le droit de demander, dans les 15 jours calendaires suivant la date limite de décision sur l'évolution salariale, une décision explicite sur l'évolution salariale, qui ne peut pas impliquer de décision " inférieur aux attentes ]1
.
  
Afdeling 2. [1 - Tegenspraak bij de beslissing `onder verwachtingen']1
Section 2. [1 - Recours contre la décision " inférieur aux attentes "]1
Art. 4.23. [1 § 1. Het personeelslid, met uitzondering van de ambtenaar van wie de evaluatie met een `onvoldoende' werd besloten, kan tegen de beslissing `onder verwachtingen' beroep instellen bij het adviesorgaan dat bevoegd is voor het beleidsdomein waartoe het betrokken personeelslid behoort, zoals bepaald in deze afdeling.
   Is de beslissing `onder verwachtingen' van het contractueel personeelslid het gevolg van een evaluatiebeslissing `onvoldoende', dan heeft het beroep tevens betrekking op de evaluatiebeslissing.
   Het personeelslid kan dat beroep instellen binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing.
   § 2 Het adviesorgaan brengt met meerderheid van stemmen een gemotiveerd advies uit binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van het beroepschrift.
   Bij staking van stemmen heeft de voorzitter een beslissende stem.
   Vervolgens bezorgt het adviesorgaan het advies en het volledige dossier binnen vijftien kalenderdagen aan het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling van het personeelslid.
   § 3. Het managementorgaan neemt een definitieve beslissing binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van het advies van het adviesorgaan. Het bezorgt die beslissing aan het personeelslid.
   Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling neemt naar aanleiding van het advies opnieuw een van de drie beslissingen zoals opgesomd in artikel IV 21, § 2, onverkort de toepassing van artikel IV 21, § 3. Deze beslissing is definitief.
   Wanneer de initiële beslissing `onder verwachtingen' van het contractueel personeelslid het gevolg was van een evaluatiebeslissing `onvoldoende', dan neemt het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling in eerste instantie opnieuw een evaluatiebeslissing overeenkomstig artikel IV 15, § 1.]1

  
Art. 4.23. [1 § 1er. Le membre du personnel, à l'exception du fonctionnaire dont l'évaluation a été conclue par une décision " insuffisant ", peut introduire un recours contre la décision " inférieur aux attentes " auprès de l'organe consultatif chargé du domaine politique auquel appartient le membre du personnel concerné, tel que visé dans la présente section.
   Si la décision " inférieur aux attentes " du membre du personnel contractuel est la conséquence d'une décision d'évaluation " insuffisant ", le recours a également trait à la décision d'évaluation.
   Le membre du personnel peut introduire ce recours dans les quinze jours calendaires à compter de la réception de la décision.
   § 2 L'organe consultatif émet un avis motivé à la majorité des voix dans les trente jours calendaires à compter de la réception du recours.
   En cas de parité des voix, la voix du président est prépondérante.
   L'organe consultatif remet ensuite l'avis et le dossier complet dans les quinze jours calendaires à l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement du membre du personnel.
   § 3. L'organe de management prend une décision définitive dans les quinze jours calendaires à compter de la réception de l'avis de l'organe consultatif. Il remet cette décision au membre du personnel.
   Par suite de l'avis, l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement prend à nouveau une des trois décisions telles qu'énumérées à l'article IV 21, § 2, sans préjudice de l'application de l'article IV 21, § 3. Cette décision est définitive.
   Lorsque la décision initiale " inférieur aux attentes " du membre du personnel contractuel était la conséquence d'une décision d'évaluation " insuffisant ", l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement prend en premier lieu à nouveau une décision d'évaluation conformément à l'article IV 15, § 1er.]1

  
Art. 4.24. [1 § 1. Het secretariaat van het adviesorgaan bepaalt voor elk dossier de samenstelling van het adviesorgaan.
   § 2. Het adviesorgaan is per dossier samengesteld uit:
   1° een voorzitter: het hoofd van een entiteit, raad of instelling;
   2° drie leden van de overheid: personeelsleden met hr-expertise of leidinggevende expertise;
   3° drie leden van de representatieve vakorganisaties die vertegenwoordigd zijn in het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest.
   De voorzitter en de leden van het adviesorgaan maken geen deel uit van de entiteit, raad of instelling van het geëvalueerde personeelslid. De voorzitter en de leden zijn stemgerechtigd.
   § 3. Het adviesorgaan kan niet geldig beraadslagen in afwezigheid van de voorzitter.
   Als de leden geldig zijn opgeroepen en er minder dan zes leden op de zitting aanwezig zijn, vergadert en beslist het adviesorgaan op geldige wijze als er minstens drie leden aanwezig zijn.]1

  
Art. 4.24. [1 § 1er. Le secrétariat de l'organe consultatif détermine pour chaque dossier la composition de l'organe consultatif.
   § 2. L'organe consultatif est composé par dossier :
   1° d'un président : le chef d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement ;
   2° de trois membres de l'autorité : des membres du personnel avec une expertise dans les RH ou une expertise dans une fonction dirigeante ;
   3° de trois membres des organisations syndicales représentatives représentées au Comité sectoriel XVIII Communauté flamande - Région flamande.
   Le président et les membres de l'organe consultatif ne font pas partie de l'entité, du conseil ou de l'établissement du membre du personnel évalué. Le président et les membres ont voix délibérative.
   § 3. L'organe consultatif ne peut pas délibérer valablement en l'absence du président.
   Si les membres ont été convoqués valablement et qu'il y a moins de six membres présents à la séance, l'organe consultatif se réunit et décide valablement si au moins trois membres sont présents. ]1

  
Art. 4.25. [1 § 1. Het adviesorgaan wordt georganiseerd over de verschillende beleidsdomeinen heen, met maximaal vier adviesorganen in totaal. De clustering van beleidsdomeinen wordt georganiseerd met oog voor een evenredige verdeling van de werklast in het licht van de goede werking van de onderscheiden adviesorganen.
   § 2. De adviesorganen stellen gezamenlijk en op uniforme wijze hun huishoudelijk reglement vast.
   § 3. Het huishoudelijk reglement bepaalt tenminste:
   1° de organisatie van het secretariaat;
   2° de wijze van beraadslaging;
   3° de procedureregels;
   4° het wrakingsrecht van de verzoeker;
   5° de wijze van kennisgeving van de adviezen.]1

  
Art. 4.25. [1 § 1er. L'organe consultatif est organisé au-delà des différents domaines politiques, avec au maximum quatre organes consultatifs au total. Le regroupement de domaines politiques est organisé dans un souci de répartition proportionnelle de la charge de travail à la lumière du bon fonctionnement des différents organes consultatifs.
   § 2. Les organes consultatifs arrêtent ensemble et de manière uniforme leur règlement d'ordre intérieur.
   § 3. Le règlement d'ordre intérieur détermine au minimum :
   1° l'organisation du secrétariat ;
   2° les modalités de délibération ;
   3° les règles procédurales ;
   4° le droit de récusation du requérant ;
   5° le mode de notification des avis. ]1

  
Art. 4.26. [1 § 1. Het adviesorgaan hoort het personeelslid voor het een advies formuleert.
   Behalve bij gewettigde verhindering of overmacht verschijnt het personeelslid persoonlijk. Hij mag zich voor zijn verdediging laten bijstaan door een persoon van zijn keuze of hij mag zich bij gewettigde verhindering door een persoon van zijn keuze laten vertegenwoordigen.
   § 2. Als het personeelslid, hoewel hij volgens de voorschriften is opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt, of zich niet laat vertegenwoordigen bij gewettigde verhindering, wordt hij geacht af te zien van zijn beroep. De beslissing waartegen het beroep is ingesteld, wordt in dat geval de definitieve beslissing.
   § 3. Het beroep is opschortend.]1

  
Art. 4.26. [1 § 1er. L'organe consultatif entend le membre du personnel avant de formuler un avis.
   Sauf en cas d'empêchement légitime ou de force majeure, le membre du personnel comparaît personnellement. Pour sa défense, il peut se faire assister par une personne de son choix, ou en cas d'empêchement légitime, il peut se faire représenter par une personne de son choix.
   § 2. Si le fonctionnaire, quoique convoqué conformément aux prescriptions, ne comparaît pas sans raison valable, ou ne se fait pas représenter en cas d'empêchement légitime, il est censé renoncer à son recours. Le cas échéant, la décision contre laquelle le recours a été introduit, devient la décision définitive.
   § 3. Le recours est suspensif. ]1

  
Art. 4.27. [1 Voor de toepassing van deze afdeling worden het Gemeenschapsonderwijs en de Vlaamse Onderwijsraad geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en worden de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Omgeving.]1
  
Art. 4.27. [1 Pour l'application de la présente section, l'Enseignement communautaire et le Conseil flamand de l'Enseignement sont censés faire partie du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation et le Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire - Patrimoine immobilier et le Conseil flamand de l'Environnement et de la Nature sont censés faire partie du domaine politique de l'Environnement. ]1
  
Art. 4.28. [1 De termijnen, vermeld in dit hoofdstuk, worden opgeschort tussen 25 december en 1 januari van het volgende jaar.]1
  
Art. 4.28. [1 Les délais, visés au présent chapitre, sont suspendus entre le 25 décembre et le 1er janvier de l'année suivante. ]1
  
DEEL V. - DE TOP- EN MIDDENKADERFUNCTIES.
PARTIE V. - LES FONCTIONS DES CADRES SUPERIEUR ET MOYEN.
TITEL I. [1 Algemene bepalingen]1
TITRE Ier. [1Dispositions générales]1
HOOFDSTUK I.
CHAPITRE 1er.
Art. 5.1. [1 Met uitzondering van de functies van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad zoals vermeld in Titel 2, zijn de top- en middenkaderfuncties zoals vermeld in deel V mandaatfuncties met een duur van zes jaar, hernieuwbaar volgens de bepalingen van dit deel.]1
  
Art. 5.1. [1 A l'exception des fonctions de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique telles que mentionnées dans le Titre 2, les fonctions des cadres supérieur et moyen telles que mentionnées dans la partie V sont des fonctions à mandat d'une durée de six ans, renouvelable, selon les dispositions de la présente partie.]1
  
Art. 5.1 bis. [1 Een mandaatfunctie wordt ingevuld via een contractuele tewerkstelling.
   Dit deel bepaalt in afwijking van deel III de voorschriften voor de instroom en doorstroom naar mandaatfuncties, onverminderd uitdrukkelijke verwijzing naar specifieke bepalingen uit deel III. Behoudens afwijkende bepalingen in dit deel, zijn de overige bepalingen van het besluit onverkort van toepassing.]1

  
Art. 5.1 bis. [1 Une fonction à mandat est pourvue par un emploi contractuel.
   La présente partie stipule, par dérogation à la partie III, les prescriptions en matière d'entrée et de transition vers des fonctions à mandat, sans préjudice de référence expresse aux dispositions spécifiques de la partie III. Sauf dispositions dérogatoires de la présente partie, les autres dispositions de l'arrêté s'appliquent intégralement.]1

  
Art. 5.1 ter. [1 Met behoud van de toepassing van artikel V 46, § 4, biedt de indienstnemende overheid na beëindiging van het mandaat een contractuele of statutaire tewerkstelling aan in een passende functie van de terugvalgraad volgens de voorwaarden en modaliteiten die bepaald zijn in dit deel.
   Het personeelslid in de terugvalgraad blijft behoren tot het top- en middenkader, maar is onderworpen aan de regelingen die bepaald zijn in de andere delen van dit besluit voor de personeelsleden buiten het top- en middenkader. Alleen na uitdrukkelijke verwijzing naar de personeelsleden in de terugvalgraad in dit deel zijn afwijkende bepalingen uit dit deel van toepassing.]1

  
Art. 5.1 ter. [1 Sans préjudice de l'application de l'article V 46, § 4, l'autorité de recrutement propose, après la fin du mandat, un emploi contractuel ou statutaire dans une fonction appropriée du grade de repli selon les conditions et modalités prévues dans la présente partie.
   L'agent du grade de repli continue à faire partie des cadres supérieur et moyen, mais est soumis aux régimes définis dans les autres parties du présent arrêté pour les agents qui ne relèvent pas des cadres supérieur et moyen. Les dispositions dérogatoires de la présente partie ne s'appliquent qu'après référence expresse aux agents du grade de repli de la présente partie.]1

  
Art. 5.1 quater. [1 De personeelsleden van het top- en middenkader kunnen via de procedure van horizontale mobiliteit als vermeld in artikel III 32 en volgende, worden overgeplaatst naar een functie buiten het top- en middenkader. Deze personeelsleden maken tevens aanspraak op de begeleiding bij heroriëntering als vermeld in artikel III 39.
   De overplaatsing heeft de inschakeling in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit, raad of instelling waarin hij terechtkomt tot gevolg. Het personeelslid neemt op dat ogenblik vrijwillig ontslag uit zijn functie in het top- of middenkader.]1

  
Art. 5.1 quater. [1 Les agents des cadres supérieur et moyen peuvent être mutés via la procédure de mobilité horizontale telle que mentionnée dans les articles III 32 et suivants à une fonction en dehors des cadres supérieur et moyen. Ces agents prétendent également à l'accompagnement à la réorientation mentionné dans l'article III 39.
   La mutation entraîne l'insertion de l'agent dans le statut du personnel de l'entité, du conseil ou de l'établissement dans lequel il se retrouve. A ce moment, l'agent démissionne volontairement de ses fonctions de cadre supérieur ou moyen.]1

  
Art. 5.1 quinquies. [1 Voor de toepassing van dit deel worden met personeelsleden die op 31 mei 2024 al ambtenaar zijn bij de diensten van de Vlaamse overheid gelijkgesteld, de personeelsleden die zijn toegelaten tot de statutaire proeftijd bij de diensten van de Vlaamse overheid na 31 mei 2024 in een betrekking die vóór 1 juni 2024 werd vacant verklaard .]1
  
Art. 5.1 quinquies. [1 Pour l'application de la présente partie, les agents admis au stage statutaire auprès des services de l'Autorité flamande après le 31 mai 2024 dans un emploi déclaré vacant avant le 1er juin 2024 sont assimilés à des agents qui, au 31 mai 2024, sont déjà fonctionnaires auprès des services de l'Autorité flamande.]1
  
Titel 1bis. [1 - De [2 managementfuncties van N-niveau]2 en de functie van algemeen directeur]1
Titel 1bis. [1 - Les [2 fonctions de management du niveau N]2 et la fonction de directeur général.]1
Art. 5.2. [1 Deze titel regelt de procedure van vacature-invulling en de arbeidsvoorwaarden voor:
   1° de managementfuncties van N-niveau, die aan het hoofd staan van een departement, een IVA of een EVA en het Gemeenschapsonderwijs;
   2° [2 ...]2;
   3° de functie van algemeen directeur]1

  
Art. 5.2. [1 Le présent titre règle la procédure de pourvoi de vacances et les conditions de travail pour :
   1° les fonctions de management de niveau N, qui se trouvent à la tête d'un département, d'une AAI ou d'une AAE et de l'Enseignement communautaire ;
   2° [2 ...]2;
   3° la fonction de directeur général.]1

  
Art. 5.3. § 1. [2 De functie van algemeen directeur, vermeld in artikel III.6 en III.9, § 1, van het bestuursdecreet van 7 december 2018, en in artikel 1quater, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, en in de departementen, is een functie die zich organiek en functioneel situeert tussen het N-niveau en het niveau N-1.]2
  De algemeen directeur verleent bijstand aan het hoofd van het agentschap of van het departement die is belast met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap of van het departement.
  § 2. [1 De functie van algemeen directeur kan alleen worden opgenomen in het personeelsplan van een entiteit, die meer dan 1000 personeelsleden telt.
   In afwijking van het eerste lid, kan de functie van algemeen directeur in uitzonderlijke omstandigheden ook worden opgenomen in het personeelsplan van een entiteit, die wordt uitgebreid of opgericht door fusie van twee of meer entiteiten.]1

  § 3. [1 ...]1
  
Art. 5.3. § 1er. [2 La fonction de directeur général, visée aux articles III.6 et III.9, § 1er du décret de gouvernance du 7 décembre 2018, et à l'article 1quater, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande, et dans les départements, est une fonction qui se situe, du point de vue organique et fonctionnel, entre le niveau N et le niveau N -1.]2
  Le directeur général assiste le chef de l'agence ou du département qui est chargé de la direction générale, du fonctionnement et de la représentation de l'agence ou du département.
  § 2. [1 La fonction de directeur général peut uniquement être prévue au plan du personnel d'une entité comptant plus de 1000 membres du personnel.
   Par dérogation à l'alinéa premier, la fonction de directeur général peut, dans des cas exceptionnels, également être prévue au plan du personnel d'une entité étant élargie ou créée par la fusion de deux ou plusieurs entités.]1

  § 3. [1 ...]1
  
HOOFDSTUK II. - De selectie voor de mandaatfuncties.
CHAPITRE 2. - La sélection pour les fonctions de mandat.
Afdeling 1. - In aanmerking komende kandidaten.
Section 1re. - Candidats admissibles.
Art. 5.4. De [3 managementfuncties van N-niveau]3 en de functies van algemeen directeur worden vacant verklaard via een open procedure, waarbij tezelfdertijd interne en externe kandidaten meedingen.
  De oproep wordt tenminste [1 op de website van de VDAB]1 [2 of op de website Werken voor Vlaanderen]2 gepubliceerd. Hij regelt de wijze van kandidaatstelling en bevat een beknopte weergave van de functiebeschrijving en het competentieprofiel, evenals van het salaris respectievelijk de salarisschaal, zoals bepaald in artikel V 12.
  
Art. 5.4. Les [3 fonctions de management du niveau N]3 ainsi que les fonctions de directeur général sont déclarées vacantes par procédure ouverte, qui s'adresse tant aux candidats internes qu'externes.
  L'appel est publié au moins [1 sur le site web du VDAB]1 [2 ou sur le site web Werken voor Vlaanderen]2. Il règle les modalités des candidatures et contient une reproduction succincte de la description de fonction et du profil de compétence, ainsi que respectivement le traitement et l'échelle de traitement, tel que fixé à l'article V 12.
  
Art. 5.5. § 1. Voor de vacature-invulling van de [6 managementfuncties van N-niveau]6 komen enkel de kandidaten in aanmerking die beschikken over een leidinggevende ervaring van minstens 5 jaar, verworven in de laatste 10 jaar, of over 10 jaar [1 relevante beroepservaring]1.
  Voor de vacature-invulling van de functies van algemeen directeur komen enkel de kandidaten in aanmerking die beschikken over een leidinggevende ervaring van minstens 3 jaar, verworven in de laatste 10 jaar, of over 8 jaar [1 relevante beroepservaring]1.
  Voor de berekening van de ervaring bedoeld in het eerste en het tweede lid worden deeltijdse prestaties als voltijds beschouwd.
  Onder leidinggevende ervaring wordt ervaring verstaan inzake beheer in een overheidsdienst of in een organisatie uit de private sector.
  § 2. [De kandidaten, vermeld in § 1, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° de algemene toelatingsvoorwaarden voor een betrekking in de publieke sector;
  2° [5 het diploma of studiegetuigschrift, vermeld in bijlage 2 bij dit besluit, of het bewijs van beroepskwalificatie of niveaubewijs bezitten dat overeenstemt met het administratieve niveau A, met uitzondering van de interne kandidaten die al tot niveau A of een gelijkgesteld niveau behoren.]5
  [5 In afwijking van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, kunnen kandidaten die niet over een toegang gevend diploma, studiegetuigschrift, bewijs van beroepskwalificatie of niveaubewijs beschikken, deelnemen aan de selectie als ze slagen voor een voorafgaande niveautest die gekoppeld is aan niveau A.
   De opdrachtgever kan beslissen om de mogelijkheid tot afwijking, vermeld in het tweede lid, niet toe te passen.]5

  [5 De bepalingen van artikel III 15, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.]5
  [3 § 3. [5 De selector stelt, in overleg met de opdrachtgever, per selectie een selectiereglement vast.
   Het selectiereglement, vermeld in het eerste lid, regelt minstens de volgende elementen:
   1° de diploma's, studiegetuigschriften, bewijzen van beroepskwalificatie of niveaubewijzen die toegang geven tot de selectieprocedure;
   2° de datum waarop aan de voorwaarden voldaan moet zijn;
   3° het aantal en de aard van de testen;
   4° de criteria op basis waarvan de geschiktheid of het geslaagd zijn beoordeeld wordt.
   Naast de elementen, vermeld in het tweede lid, regelt het selectiereglement in voorkomend geval ook de volgende elementen:
   1° een voorafgaande niveautest om een niveaubewijs te verkrijgen;
   2° een voorselectie, naargelang het aantal kandidaten;
   3° een beperkte procedure;
   4° de geldigheidsduur van de reserve.]5

   § 4. [5 ...]5
   De indienstnemende overheid kan bijzondere aanwervingsvoorwaarden in overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, en na overleg met de selector, vaststellen.]3

  
Art. 5.5. § 1er. Seuls les candidats qui disposent d'une expérience d'au moins cinq ans dans une fonction dirigeante, acquise au cours des 10 dernières années, ou de dix ans d'[1 expérience professionnelle pertinente]1, sont admissibles aux vacances des [6 fonctions de management du niveau N]6.
  Seuls les candidats qui disposent d'une expérience d'au moins trois ans dans une fonction dirigeante, acquise au cours des 10 dernières années, ou de huit ans d'[1 expérience professionnelle pertinente]1, sont admissibles aux vacances des fonctions de directeur général.
  Pour le calcul de l'expérience visée aux alinéas premier et deux, les prestations à temps partiel sont considérées comme des prestations à temps plein.
  Par expérience dans une fonction dirigeante' on entend l'expérience en matière de gestion dans un service public ou dans une organisation du secteur privé.
  § 2. [Les candidats visés au § 1er doivent remplir les conditions suivantes :
  1° les conditions d'admission générales pour un emploi dans le secteur public;
  2° [5 être en possession du diplôme ou du certificat d'études visé à l'annexe 2 du présent arrêté, ou être en possession de la qualification professionnelle ou du titre de niveau correspondant au niveau administratif A, à l'exception des candidats internes qui appartiennent déjà au niveau A ou à un niveau équivalent.]5
  [5 Par dérogation à la condition visée à l'alinéa 1er, 2°, les candidats qui ne disposent pas d'un diplôme d'accès, d'un certificat d'études, d'un titre de qualification professionnelle ou d'un titre de niveau, peuvent participer à la sélection s'ils réussissent un test de niveau préalable lié à un niveau A.
   Le donneur d'ordre peut décider de ne pas appliquer la possibilité de dérogation visée à l'alinéa 2.]5

  [5 Les dispositions de l'article III 15, alinéas 5 et 6, s'appliquent par analogie.]5
  [3 § 3. [5 Par sélection, le sélecteur établit un règlement de sélection en concertation avec le donneur d'ordre.
   Le règlement de sélection visé à l'alinéa 1er, règle au minimum les éléments suivants :
   1° les diplômes, certificats d'études, certifications de qualification professionnelle ou titres de niveau qui donnent accès à la procédure de sélection ;
   2° la date à laquelle les conditions doivent être remplies ;
   3° le nombre et la nature des tests ;
   4° les critères d'évaluation de l'aptitude ou de la réussite.
   Outre les éléments visés à l'alinéa 2, le règlement de sélection régit également, le cas échéant, les éléments suivants :
   1° un test de niveau préalable pour l'obtention d'un certificat de niveau ;
   2° une présélection, en fonction du nombre de candidats ;
   3° une procédure restreinte ;
   4° la durée de validité de la réserve.]5

   § 4. [5 ...]5
   L'autorité de recrutement peut arrêter des conditions de recrutement particulières, conformément à la description de fonction et au profil de compétence, et après concertation avec le sélecteur.]3

  
Afdeling 2. - Selectiecriteria en -procedure.
Section 2. - Critères et procédure de sélection.
Art. 5.6. [1 De selector organiseert de selectie voor een functie in overleg met de indienstnemende overheid.
   De Vlaamse Regering bepaalt, op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, een algemeen profiel voor de [4 managementfuncties van N-niveau]4 en de functies van algemeen directeur. De indienstnemende overheid kan dat profiel voor de specifieke vacature aanvullen met bijkomende competenties of andere vereisten.
  [2 De selector kan toepassing maken van het principe van niet nodeloos hertesten, zoals bepaald in artikel III 12.]2
   De selector sluit, in overleg met de opdrachtgever, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of aan de voorwaarden van het selectiereglement uit van deelname aan de selectie.
   De selector beoordeelt de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, rekening houdend met de specifieke behoeften van de [3 entiteit of instelling]3. Bij de beoordeling van de competenties wordt rekening gehouden met een externe potentieelinschatting.
   Elke selectie kan uit verschillende testen bestaan. De kandidaten worden op de hoogte gebracht van de motivering van een eventuele uitsluiting op basis van een test of selectie.]1

  
Art. 5.6. [1 Le sélecteur organise la sélection pour une fonction en concertation avec l'autorité de recrutement.
   Sur la proposition du Ministre flamand chargé des affaires administratives, le Gouvernement flamand détermine un profil général pour les [4 fonctions de management du niveau N]4 et les fonctions de directeur général. L'autorité de recrutement peut assortir ce profil pour la vacance considérée de compétences supplémentaires ou d'autres exigences.
  [2 Le sélectionneur peut appliquer le principe de la suppression de nouvelles épreuves inutiles comme prévu dans l'article III 12.]2
   En concertation avec le donneur d'ordre, le sélecteur exclut de la participation à la sélection les candidats ne remplissant pas les conditions statutaires ou les conditions du règlement de sélection.
   Le sélecteur évalue les compétences et autres exigences requises pour la fonction conformément à la description de celle-ci, tout en tenant compte des besoins spécifiques [3 de l'entité ou de l'établissement]3. Lors de l'évaluation des compétences, il est tenu compte d'une appréciation externe du potentiel.
   Toute sélection peut consister en différentes épreuves. Les candidats sont informés de la motivation d'une exclusion éventuelle sur la base d'une épreuve ou sélection.]1

  
Art. 5.7. § 1. De kandidaten worden geselecteerd in functie van de criteria bepaald in de artikelen V 5 en V 6 door of met bemiddeling van [4 "Het Agentschap Overheidspersoneel"]4 [1 ...]1. [2 [4 "Het Agentschap Overheidspersoneel"]4treedt op als selector i[7 ...]7.]2
  [5 ...]5
  § 2. Indien voor de toepassing van § 1 beroep gedaan wordt op een selectiebureau, legt de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken het selectiebureau dat voorgedragen wordt door [4 "Het Agentschap Overheidspersoneel" ]4 [1 ...]1] ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering.
  § 3.[4 "Het Agentschap Overheidspersoneel"]4[1 ...-1] stelt aan de opdrachtgever een lijst met geschikte kandidaten voor.
  [6 § 4. De opdrachtgever houdt een interview met de geschikte kandidaten om na te gaan welke kandidaat het best voldoet aan het competentieprofiel voor de functie. De opdrachtgever wordt bijgestaan door een vertegenwoordiging van de Vlaamse Regering als de Vlaamse Regering de in dienst nemende overheid is.]6
  
Art. 5.7. § 1er. Les candidats sont sélectionnés en fonction des critères fixés aux articles V 5 et V 6 par ou par l'intermédiaire de [4 L'Agence de la Fonction publique]4 [1 ...]1]. [2 [4 L'Agence de la Fonction publique]4 " agit en tant que sélecteur [7 ...]7.]2
  [5 ...]5
  § 2. Si, pour l'application du § 1er, il est fait appel à un bureau de sélection, le Ministre flamand chargé des affaires administratives, soumet le bureau de sélection qui est présenté par [[4 L'Agence de la Fonction publiquee]4 [1 ...]1 ], à la validation du Gouvernement flamand.
  § 3. [[4 L'Agence de la Fonction publiquee]4 [1 ...]1 ] propose au donneur d'ordre une liste de candidats aptes.
  [6 § 4. Le donneur d'ordre interviewe les candidats aptes afin de vérifier quel candidat répond le mieux au profil de compétences pour la fonction. Le donneur d'ordre est assisté par une représentation du Gouvernement flamand si le Gouvernement flamand est l'autorité de recrutement.]6
  
Art. 5.7 bis.[1 In afwijking van artikel V 7, § 1, worden de titularissen van een managementfunctie van N-niveau van wie de laatste jaarlijkse evaluatie is besloten met een hoge waardering, alleen getest op affiniteit met de inhoudelijke materie die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig is voor de managementfunctie van N-niveau waarvoor ze zich kandidaat stellen.
   In afwijking van artikel V 7, § 1, worden de algemeen directeurs van wie de laatste jaarlijkse evaluatie is besloten met een hoge waardering, alleen getest op affiniteit met de inhoudelijke materie die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig is voor de vacante functie van algemeen directeur waarvoor ze zich kandidaat stellen.]1

  
Art. 5.7 bis.[1 Par dérogation à l'article 5.7, § 1er, les titulaires d'une fonction de management du niveau N, dont la dernière évaluation annuelle est conclue par une appréciation supérieure, ne subissent qu'une épreuve portant sur l'affinité avec la matière de fond nécessaire conformément à la description de fonction pour la fonction de management du niveau N, pour laquelle ils se portent candidat.
   Par dérogation à l'article 5.7, § 1er, les directeurs généraux, dont la dernière évaluation annuelle est conclue par une appréciation supérieure, ne subissent qu'une épreuve portant sur l'affinité avec la matière de fond nécessaire conformément à la description de fonction pour la fonction vacante de directeur général, pour laquelle ils se portent candidat.]1

  
HOOFDSTUK III. - De aanwijzing en de rechtspositie.
CHAPITRE 3. - La désignation et le statut.
Art. 5.8. [1 § 1. [2 ...]2
   De opdrachtgever kiest uit de lijst met geschikte kandidaten de kandidaat die volgens hem het meest geschikt is voor de functie, of hij kiest uitzonderlijk niet, als hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met :
   1° de kandidaatstelling;
   2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
   3° de beoordeling van de eventuele selectietest(en);
   4° het interview.
   § 2. Als de opdrachtgever geen kandidaat uit de lijst kiest, wordt de procedure opnieuw opgestart.]1

  
Art. 5.8. [1 § 1. [2 ...]2
   Le donneur d'ordre choisit parmi la liste de candidats aptes celui qui est selon lui le plus apte pour la fonction, ou bien ne fait - à titre exceptionnel - pas de choix, s'il estime qu'aucun des candidats aptes ne remplit les exigences de profil. La décision de sélection motivée tient compte :
   1° de la candidature ;
   2° de la description de l'emploi vacant et du profil souhaité ;
   3° de l'évaluation de l'épreuve/des épreuves de sélection éventuelle(s) ;
   4° de l'entretien.
   § 2. Si le donneur d'ordre ne choisit aucun candidat de la liste, la procédure est recommencée.]1

  
Art. 5.9. [1 § 1. De indienstnemende overheid, op voorstel van de opdrachtgever, neemt de geselecteerde kandidaat voor de functie van N-niveau of voor de functie van algemeen directeur, in dienst met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur in de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal met een tijdelijke bijkomende opdracht voor de invulling van de mandaatfunctie.
   De kandidaat die voor de mandaatfunctie geselecteerd is, en de opdrachtgever stellen in overleg de arbeidsvoorwaarden vast in een arbeidsovereenkomst, op basis van een modelovereenkomst, die vastgesteld is door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, en die ook rekening houdt met de bepalingen van dit besluit.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, sluit de indienstnemende overheid, op voorstel van de opdrachtgever, met de geselecteerde kandidaat die op 1 juni 2024 al ambtenaar is bij de diensten van de Vlaamse overheid een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur af voor de duur van het mandaat. De arbeidsovereenkomst is in overeenstemming met de modelovereenkomst, die is vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, en die ook rekening houdt met de bepalingen van dit besluit.
   De indienstnemende overheid laat de geselecteerde kandidaat uit het eerste lid daarenboven toe tot een proeftijd in de graad van directeur-generaal of tot een proeftijd in de graad van adjunct-directeur-generaal, voor zover de kandidaat niet eerder in deze graad werd benoemd.
   Gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst en de eventuele hernieuwing ervan overeenkomstig artikel V 15, § 2 geniet het personeelslid in zijn statutaire arbeidsrelatie een ambtshalve verlof voor opdracht.]1

  
Art. 5.9. [1 § 1er. Sur la proposition du donneur d'ordre, l'autorité de recrutement engage le candidat sélectionné pour la fonction de niveau N ou pour la fonction de directeur général sous contrat de travail à durée indéterminée au grade de directeur général ou de directeur général adjoint chargé d'une mission supplémentaire temporaire pour pourvoir la fonction à mandat.
   Le candidat sélectionné pour la fonction à mandat et le donneur d'ordre fixent les conditions de travail de façon concertée dans un contrat de travail basé sur un contrat type qui a été établi par le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions et qui tient également compte des dispositions du présent arrêté.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, l'autorité de recrutement, sur la proposition du donneur d'ordre, conclut avec le candidat sélectionné qui, au 1er juin 2024, est déjà fonctionnaire auprès des services de l'Autorité flamande un contrat de travail à durée déterminée pour la durée du mandat. Le contrat de travail est conforme au contrat type qui a été établi par le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions et qui tient également compte des dispositions du présent arrêté.
   En outre, l'autorité de recrutement admet le candidat sélectionné visé à l'alinéa 1er à un stage au grade de directeur général ou à un stage au grade de directeur général adjoint, pour autant que le candidat n'ait pas été nommé antérieurement à ce grade.
   Pendant la durée du contrat de travail et de son éventuel renouvellement conformément à l'article V 15, § 2, l'agent bénéficie, dans sa relation de travail statutaire, d'un congé d'office pour mission.]1

  
Art. 5.9 bis.[1 § 1. Als de kandidaat overeenkomstig artikel V 9, § 2, tot de proeftijd wordt toegelaten, bepaalt de opdrachtgever de nadere regels van de proeftijd en evalueert de proeftijd. De proeftijd bedraagt minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden. Artikel IV 11, § 1, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
   De kandidaat doorloopt de proeftijd gedurende de uitoefening van het mandaat.
   Nadat de ambtenaar op proef met goed gevolg de proeftijd doorlopen heeft, wordt hij vastbenoemd in de genoemde graad.
   § 2. Bij een negatieve eindevaluatie van de proeftijd heeft de ambtenaar op proef het recht om te worden gehoord door de indienstnemende overheid en kan de betrokkene zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
   Als de ambtenaar op proef wil gebruikmaken van dat recht, vraagt hij schriftelijk om gehoord te worden binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de dag van ontvangst van het eindevaluatieverslag, hetzij aan de minister-president van de Vlaamse Regering, hetzij aan de voorzitter van de raad van bestuur, hetzij aan de voorzitter van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.
   § 3. Als de indienstnemende overheid de negatieve eindevaluatie van de proeftijd bevestigt, komt er een einde aan het mandaat.
   De ambtenaar op proef wordt teruggeplaatst in zijn vorige graad en krijgt een passende functie in de [2 entiteit, raad of instelling]2 van oorsprong.]1

  
Art. 5.9 bis.[1 § 1er. Si le candidat est admis au stage conformément à l'article V 9, § 2, le donneur d'ordre arrête les modalités du stage et évalue le stage. Le stage dure minimum six mois et maximum douze mois. L'article IV 11, § 1er, alinéas 2 et 3, s'applique par analogie.
   Le candidat accomplit le de stage pendant l'exercice du mandat.
   Après avoir accompli le stage avec succès, le fonctionnaire stagiaire est nommé à titre définitif au grade mentionné.
   § 2. En cas d'évaluation finale négative du stage, le fonctionnaire stagiaire a le droit être entendu par l'autorité de recrutement et il peut se faire assister d'une personne de son choix.
   Si le fonctionnaire stagiaire désire faire usage de ce droit, il demande par écrit à être entendu dans un délai de quinze jours calendrier à compter du lendemain du jour de la réception du rapport d'évaluation finale, soit au ministre-président du Gouvernement flamand, soit au président du conseil d'administration, soit au président du Conseil de l'Enseignement communautaire.
   § 3. Si l'autorité de recrutement confirme l'évaluation finale négative du stage, il est mis fin au mandat.
   Le fonctionnaire stagiaire est rétrogradé à son grade précédent et reçoit une fonction appropriée au sein de [2 l'entité, le conseil ou l'établissement ]2 d'origine.]1

  
HOOFDSTUK IV. - [1 Mobiliteit]1
CHAPITRE 4. - [1 Mobilité]1
Art. 5.10. [1 § 1. In afwijking van hoofdstuk 2 en 3, kan de indienstnemende overheid vacante [3 managementfuncties van N-niveau]3 of van algemeen directeur invullen door mobiliteit. De indienstnemende overheid bepaalt voor de specifieke vacature bijkomende competenties of andere vereisten.
   Een vacante management- en projectleidersfunctie van N-niveau of van algemeen directeur wordt bekend gemaakt.
   De titularissen van een [3 managementfunctie van N-niveau]3 of van algemeen directeur, die beschikken over een evaluatie, die niet met onvoldoende werd besloten, kunnen zich kandidaat stellen naar aanleiding van de bekendmaking van een vacature.
   De opdrachtgever organiseert de selectie.
   De opdrachtgever beoordeelt de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, rekening houdend met de specifieke behoeften van de [2 entiteit of instelling]2.
   De opdrachtgever heeft een interview met de kandidaten over de beleidsvisie ten aanzien van de vacante mandaatfunctie, om na te gaan welke kandidaat het best voldoet aan het competentieprofiel voor de functie.
   De opdrachtgever kiest de kandidaat die volgens hem het meest geschikt is voor de functie, of hij kiest uitzonderlijk niet, als hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met:
   1° de kandidaatstelling;
   2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
   3° de beoordeling van het interview.
   § 2. In overleg met de geselecteerde kandidaat stelt de indienstnemende overheid de arbeidsvoorwaarden en de looptijd van de nieuwe mandaatfunctie vast.
   In overleg met de geselecteerde kandidaat die al contractueel mandaathouder op N-niveau of algemeen directeur is bij de diensten van de Vlaamse overheid, past de opdrachtgever de arbeidsvoorwaarden aan van de arbeidsovereenkomst die overeenkomstig artikel V 9, § 1, met het personeelslid werd gesloten.
   Met de geselecteerde kandidaat die overeenkomstig artikel V 9, § 2 en V 9bis is toegelaten tot de proeftijd of is benoemd in de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal, sluit de indienstnemende overheid een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, vermeld in artikel V 9, § 2, tweede lid.]1

  
Art. 5.10. [1 § 1er. Par dérogation aux chapitres 2 en 3, l'autorité de recrutement peut pourvoir des [3 fonctions vacantes de management du niveau N]3 ou de directeur général par mobilité. L'autorité de recrutement définit des compétences supplémentaires ou d'autres exigences pour la vacance d'emploi spécifique.
   Une [3 fonctions vacantes de management du niveau N]3 ou de directeur général est annoncée.
   Les titulaires d'une [3 fonction de management du niveau N]3 ou de directeur général, qui disposent d'une évaluation qui ne s'est pas soldée par un " insuffisant ", peuvent poser leur candidature suite à la publication d'un avis de vacance.
   Le donneur d'ordre organise la sélection.
   Le donneur d'ordre évalue les compétences et autres exigences qui, conformément à la description de fonction, sont nécessaires à la fonction, compte tenu des besoins spécifiques de [2 l'entité ou de l'établissement]2.
   Le donneur d'ordre s'entretient avec les candidats au sujet de la vision stratégique de la fonction à mandat vacante afin de déterminer le candidat qui répond le mieux au profil de compétences pour la fonction.
   Le donneur d'ordre choisit le candidat qui, selon lui, est le plus apte pour la fonction ou bien n'opérera exceptionnellement aucun choix s'il estime qu'aucun des candidats aptes ne satisfait aux exigences de profil. La décision de sélection motivée tient compte des éléments suivants :
   1° la candidature ;
   2° la description de fonction de la vacance et du profil souhaité ;
   3° l'évaluation de l'interview.
   § 2. En concertation avec le candidat sélectionné, l'autorité de recrutement fixe les conditions de travail et la durée de la nouvelle fonction à mandat.
   En concertation avec le candidat sélectionné qui est déjà mandataire contractuel de niveau N ou directeur général auprès des services de l'Autorité flamande, le donneur d'ordre adapte les conditions de travail du contrat de travail conclu avec l'agent conformément à l'article V 9, § 1er.
   L'autorité de recrutement conclut un nouveau contrat de travail à durée déterminée mentionné dans l'article V 9, § 2, alinéa 2, avec le candidat sélectionné admis au stage ou nommé au grade de directeur général ou de directeur général adjoint conformément à l'article V 9, § 2, et à l'article V 9bis.]1

  
HOOFDSTUK V. - De arbeidsvoorwaarden.
CHAPITRE 5. - Les conditions de travail.
Afdeling 1. - Administratieve arbeidsvoorwaarden.
Section 1re. - Conditions de travail administratives.
Art. 5.11. § 1. [1 De titularissen van een [5 managementfuncties van N-niveau]5 of de functie van algemeen directeur kunnen alleen de volgende langdurige verloven opnemen :
   1° moederschaprust en opvangverlof;
   2° loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen, bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid of ouderschapsverlof;
   3° verlof wegens ziekte, arbeidsongeval of beroepsziekte;
   4° [2 ...]2]1

  § 2. [5 In geval van afwezigheid van de titularis van de managementfunctie van N-niveau beslist de in dienst nemende overheid om een vervanger aan te stellen onder de volgende potentiële kandidaten:
   1° de titularissen van een managementfunctie van N-niveau bij de diensten van de Vlaamse overheid;
   2° de personeelsleden met de graad van algemeen directeur bij de diensten van de Vlaamse overheid;
   3° de personeelsleden met de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal bij de diensten van de Vlaamse overheid;
   4° de personeelsleden met de graad van afdelingshoofd bij de diensten van de Vlaamse overheid;
   5° een kandidaat uit de lijst van geschikte kandidaten, vermeld in artikel V 7, § 3, voor dezelfde managementfunctie van N-niveau;
   6° een kandidaat die is geselecteerd nadat die een nieuwe procedure voor de vervulling van de managementfunctie van N-niveau heeft doorlopen. In dit geval kan de in dienst nemende overheid in afwijking van artikel V 4 de oproep beperken tot interne kandidaten.
   De vervanger, vermeld in het eerste lid, wordt aangesteld met een vervangingsovereenkomst of met een aangepaste bestaande arbeidsovereenkomst voor de nog lopende duur van het mandaat van de afwezige titularis.
   De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 4°, hebben na de beëindiging van de vervanging recht om terug te keren naar hun oorspronkelijke functie, daarin begrepen een eventuele mandaatfunctie. De waarnemende titularis krijgt in de oorspronkelijke functie een verlof conform artikel X 63.
   § 3. In geval van afwezigheid van de titularis van de functie van algemeen directeur beslist de in dienst nemende overheid om een vervanger aan te stellen onder de volgende potentiële kandidaten:
   1° de titularissen van een managementfunctie van N-niveau of de personeelsleden met de graad van algemeen directeur bij de diensten van de Vlaamse overheid;
   2° de personeelsleden met de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal bij de diensten van de Vlaamse overheid;
   3° de personeelsleden met de graad van afdelingshoofd bij de diensten van de Vlaamse overheid;
   4° een kandidaat uit de lijst van geschikte kandidaten, vermeld in artikel V 7, § 3, voor dezelfde functie van algemeen directeur;
   5° een kandidaat die is geselecteerd nadat die een nieuwe procedure voor de vervulling van de functie van algemeen directeur heeft doorlopen. In dit geval kan de in dienst nemende overheid in afwijking van artikel V 4 de oproep beperken tot interne kandidaten.
   De vervanger, vermeld in het eerste lid, wordt aangesteld met een vervangingsovereenkomst of met een aangepaste bestaande arbeidsovereenkomst voor maximaal de nog lopende duur van het mandaat van de afwezige titularis.
   De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, hebben na de beëindiging van de vervanging recht om terug te keren naar hun oorspronkelijke functie, daarin begrepen een eventuele mandaatfunctie. De waarnemende titularis krijgt in de oorspronkelijke functie een verlof conform artikel X 63]5
.
  
Art. 5.11. § 1er. [1 Les titulaires d'une [5 fonction de management du niveau N]5 ou de la fonction de directeur général peuvent uniquement bénéficier des congés de longue durée suivants :
   1° congé de maternité et congé d'accueil;
   2° interruption de carrière pour la prestation de soins palliatifs, d'assistance ou de soins à un membre du ménage ou de la famille qui souffre d'une maladie grave ou le congé parental;
   3° congé pour cause de maladie, accident de travail ou maladie professionnelle;
   4° [2 ...]2]1

  § 2. [5 En cas d'absence du titulaire de la fonction de management du niveau N, l'autorité de recrutement décide de désigner un remplaçant parmi les candidats potentiels suivants :
   1° les titulaires d'une fonction de management du niveau N des services de l'Autorité flamande ;
   2° les agents revêtus du grade de directeur général des services de l'Autorité flamande ;
   3° les agents revêtus du grade de directeur général ou de directeur général adjoint des services de l'Autorité flamande ;
   4° les agents revêtus du grade de chef de division des services de l'Autorité flamande ;
   5° un candidat figurant sur la liste de candidats aptes, visée à l'article 5.7, § 3, pour la même fonction de management du niveau N ;
   6° un candidat sélectionné après avoir suivi une nouvelle procédure pour pourvoir à la fonction de management du niveau N. Dans ce cas, l'autorité de recrutement peut limiter l'appel à des candidats internes, par dérogation à l'article 5.4.
   Le remplaçant, visé à l'alinéa 1er, est désigné aux termes d'un contrat de remplacement ou par un contrat de travail existant adapté pour la durée restant à courir du mandat du titulaire absent.
   Après la fin du remplacement, les agents visés à l'alinéa 1er, 2° à 4°, ont le droit de réintégrer leur fonction initiale, y compris une éventuelle fonction à mandat. Le titulaire faisant fonction obtient un congé dans la fonction initiale conformément à l'article 10.63.
   § 3. En cas d'absence du titulaire de la fonction de directeur général, l'autorité de recrutement décide de désigner un remplaçant parmi les candidats potentiels suivants :
   1° les titulaires d'une fonction de management du niveau N ou les agents revêtus du grade de directeur général des services de l'Autorité flamande ;
   2° les agents revêtus du grade de directeur général ou de directeur général adjoint des services de l'Autorité flamande ;
   3° les agents revêtus du grade de chef de division des services de l'Autorité flamande ;
   4° un candidat figurant sur la liste de candidats aptes, visée à l'article 5.7, § 3, pour la même fonction de directeur général ;
   5° un candidat sélectionné après avoir suivi une nouvelle procédure pour pourvoir à la fonction de directeur général. Dans ce cas, l'autorité de recrutement peut limiter l'appel à des candidats internes, par dérogation à l'article 5.4.
   Le remplaçant, visé à l'alinéa 1er, est désigné aux termes d'un contrat de remplacement ou par un contrat de travail existant adapté au maximum pour la durée restant à courir du mandat du titulaire absent.
   Après la fin du remplacement, les agents visés à l'alinéa 1er, 2° et 3°, ont le droit de réintégrer leur fonction initiale, y compris une éventuelle fonction à mandat. Le titulaire faisant fonction obtient un congé dans la fonction initiale conformément à l'article 10.63.]5

  
Afdeling 2. - Geldelijke arbeidsvoorwaarden.
Section 2. - Conditions de travail pécuniaires.
Art. 5.12. [1 § 1. De Vlaamse Regering deelt de management [6 ...]6 functies van het N-niveau in 4 klassen in, op voorstel van een wegingcommissie. [11 ...]11.
   § 2. De titularis van een [11 managementfunctie van N-niveau]11 geniet :
  1. een bezoldiging in de salarisschaal A311;
   2. een managementtoelage, [9 conform deel VII van dit besluit]9;
   3. een vakantiegeld en een eindejaarstoelage zoals bepaald in deel VII van dit besluit, evenals alle andere toelagen, vergoedingen en sociale voordelen indien zij aan de toekenningvoorwaarden voldoen [4 , met uitzondering van de toelage voor een tijdelijke functieverzwaring, vermeld in artikel VII 44bis]4;
   4. een mandaattoelage waarvan het bedrag volgens de klasse op jaarbasis à 100 % (spilindex 138,01) bedraagt :
   Klasse D 19.840 EUR
   Klasse D 13.420 EUR
   Klasse D 8.780 EUR
   Klasse D 6.280 EUR
  [2 5. [5 [7 ...]7]5 ]2
   § 3. De titularis van een functie van algemeen directeur geniet :
   1. een bezoldiging in de salarisschaal A288;
   2. een managementtoelage, een vakantiegeld en een eindejaarstoelage zoals bepaald in deel VII van dit besluit, evenals alle andere toelagen, vergoedingen en sociale voordelen indien zij aan de toekenningvoorwaarden voldoen [4 , met uitzondering van de toelage voor een tijdelijke functieverzwaring, vermeld in artikel VII 44bis]4;
   3. een mandaattoelage van euro 720 op jaarbasis à 100 %.
   § 4. [11 De vervanger van een N-functie die behoort tot de categorieën, vermeld in artikel V 11, § 2, eerste lid, 2° tot en met 6°, krijgt de bezoldiging en de toelagen, vermeld in paragraaf 2, en heeft recht op het mobiliteitskrediet, vermeld in artikel V 12bis. De vervanger van een N-functie die behoort tot de categorie, vermeld in artikel V 11, § 2, eerste lid, 1°, krijgt de mandaattoelage voor de entiteit waarvan die bijkomend de leiding waarneemt.
   De bezoldiging, vermeld in het eerste lid, is telkens verschuldigd als de vervanging drie maanden of langer duurt.
   § 5. De vervanger van een functie van algemeen directeur die behoort tot de categorieën, vermeld in artikel V 11, § 3, eerste lid, 3° tot en met 5°, krijgt de bezoldiging en de toelagen, vermeld in paragraaf 3, als de vervanging drie maanden of langer duurt. De vervanger van de algemeen directeur die behoort tot de categorie, vermeld in artikel V 11, § 3, eerste lid, 2°, krijgt boven op de bezoldiging die verbonden is aan de oorspronkelijke functie, de toelagen, vermeld in paragraaf 3. De vervanger van de algemeen directeur die behoort tot de categorie, vermeld in artikel V 11, § 3, eerste lid, 1°, krijgt een bijkomende mandaattoelage die is verbonden aan de functie van algemeen directeur.
   De bezoldiging, vermeld in het eerste lid, is telkens verschuldigd als de vervanging drie maanden of langer duurt]11
.
  [9 § 5bis. Het personeelslid dat een functie uitoefent in de graad van directeur-generaal en adjunct-directeur-generaal krijgt een bezoldiging in de respectieve salarisschalen A311 en A288.]9
   § 6. Wat de toekenning en berekening van salaris, toelagen, vergoedingen en sociale voordelen betreft, is de regeling die vermeld is in deel VII[9 en deel VIIbis]9 van dit besluit van toepassing.]1
  
Art. 5.12. [1 § 1er. Le Gouvernement flamand répartit les fonctions de management [6 ...]6 du niveau N en 4 classes sur la proposition d'une commission de pondération.]1 [6 La fonction de chef de projet du niveau N est répartie dans la classe A. [11 ...]11.]6
   [1 § 2. Le titulaire d'une [11 fonction de management du niveau N]11 perçoit :
   1. une rémunération dans l'échelle de traitement A311;
   2. une allocation de management [9 conformément à la partie VII du présent arrêté ]9;
   3. un pécule de vacances et une allocation de fin d'année, tels que prévus dans la partie VII du présent arrêté, ainsi que d'autres allocations, indemnités et avantages sociaux, s'ils répondent aux conditions d'octroi [4 à l'exception de l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction, visée à l'article VII 44bis]4;
   4. une allocation de mandat dont le montant s'élève suivant la classe sur base annuelle à 100 % (indice pivot 138,01) à :
   Classe D 19.840 EUR
   Classe D 13.420 EUR
   Classe D 8.780 EUR
   Classe D 6.280 EUR]1
  [2 5. [5 [7 ...]7]5 ]2
   [1 § 3. Le titulaire d'une fonction de directeur général perçoit :
   1. une rémunération dans l'échelle de traitement A288;
   2. une allocation de management, un pécule de vacances, une allocation de fin d'année, tels que prévus dans la partie VII du présent arrêté, ainsi que d'autres allocations, indemnités et avantages sociaux, s'ils répondent aux conditions d'octroi [4 à l'exception de l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction, visée à l'article VII 44bis]4;
   3. une allocation de mandat de euro 720 sur base annuelle à 100 %.
   § 4. [11 Le remplaçant d'une fonction N appartenant aux catégories visées à l'article 5.11, § 2, alinéa 1er, 2° à 6°, reçoit la rémunération et les allocations, visées au paragraphe 2, et a droit au crédit de mobilité, visé à l'article 5.12bis. Le remplaçant d'une fonction N appartenant à la catégorie visée à l'article 5.11, § 2, alinéa 1er, 1°, reçoit l'allocation de mandat pour l'entité pour laquelle il assume la direction.
   La rémunération, visée à l'alinéa 1er, est également due si le remplacement dure trois mois ou plus.
   § 5. Le remplaçant d'une fonction de directeur général appartenant aux catégories visées à l'article 5.11, § 3, alinéa 1er, 3° à 5°, reçoit la rémunération et les allocations, visées au paragraphe 3, si le remplacement dure trois mois ou plus. Le remplaçant du directeur général appartenant à la catégorie visée à l'article 5.11, § 3, alinéa 1er, 2°, reçoit en plus de la rémunération liée à la fonction initiale, les allocations, visées au paragraphe 3. Le remplaçant du directeur général appartenant à la catégorie visée à l'article 5.11, § 3, alinéa 1er, 1°, reçoit une allocation de mandat supplémentaire liée à la fonction de directeur général.
   La rémunération, visée à l'alinéa 1er, est également due si le remplacement dure trois mois ou plus]1
1.
  [9 § 5bis. L'agent qui exerce une fonction au grade de directeur général et de directeur général adjoint perçoit une rémunération dans les échelles de traitement respectives A311 et A288.]9
   § 6. L'octroi et le calcul du traitement, des allocations, des indemnités et des avantages sociaux sont régis par les dispositions [9 des parties VII et VIIbis]9 du présent arrêté.]1
  
Afdeling 3. [1 - Mobiliteitskrediet]1
Section 3. [1 - Crédit de mobilité]1
Art. 5.12 bis.[1 § 1. De titularis van een [3 managementfunctie van N-niveau]3 ontvangt voor zijn persoonlijke verplaatsingen een jaarlijks mobiliteitskrediet van 14.400 euro. De verplaatsingen omvatten zowel het woon-werkverkeer, als dienstverplaatsingen en privé-verplaatsingen met één of meer van de mobiliteitsopties, vermeld in paragraaf 2.
   Het bedrag van 14.400 euro wordt verhoogd tot 21.600 euro indien de titularis van een [3 managementfunctie van N-niveau]3 een elektrisch of plug-in hybride dienstvoertuig (klasse 1) verwerft.
   § 2. De N-functie kan het mobiliteitskrediet, vermeld in paragraaf 1, aanwenden voor één of meer van de volgende mobiliteitsopties:
   1. een dienstwagen;
   2. een abonnement of andere vervoersbewijzen van het openbaar vervoer;
   3. een fietsvergoeding voor gebruik van eigen fiets [2 of eigen speed pedelec.]2;
   4. de aankoop of leasing van een al dan niet elektrische fiets of motor;
   5. een abonnement fietsdelen;
   6. een abonnement autodelen;
   7. een parkingabonnement of parkingkaartjes;
   8. een kilometervergoeding vermeld in § 4.
   Als de N-functie een andere duurzame mobiliteitsoptie kiest, dan de mobiliteitsopties vermeld in het eerste lid, is die keuze onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken.
   § 3. Bij een afwezigheid van meer dan vier maanden zonder onderbreking of bij aanstelling of beëindiging van het mandaat in de loop van het kalenderjaar, wordt het mobiliteitskrediet, vermeld in paragraaf 1 pro rata toegekend.
   § 4. De N-functie die opteert voor een kilometervergoeding voor verplaatsingen met een eigen voertuig, maar in het bezit is van een tankkaart van de werkgever, ontvangt een kilometervergoeding vermeld in artikel VII 80, § 1, verminderd met 20%.
   Bij gebruik van een elektrische of plug-in hybride of benzine/hybride wagen, wordt de vermindering, vermeld in het eerste lid, niet toegepast.
   De kilometervergoeding wordt toegekend als het privé-voertuig beantwoordt aan de overeenstemmende normen voor de ecoscore en de brandstof die gelden voor de aankoop of huur van dienstvoertuigen en die de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken heeft vastgesteld.
   § 5. Op het einde van elk kalenderjaar of bij de beëindiging van het mandaat wordt een afrekening gemaakt van het gebruikte mobiliteitskrediet. Als uit die afrekening blijkt dat het beschikbare mobiliteitskrediet overschreden is, wordt het saldo van de N-functie teruggevorderd.
   § 6. De titularis van een [3 managementfunctie van N-niveau]3 die opteert voor een mobiliteitsoptie vermeld in paragraaf 2, 2.; 3. of 8. kan geen aanspraak maken op de overeenkomstige voordelen vermeld in de artikelen VII 80, VII 95 en VII 102.]1

  
Art. 5.12 bis.[1 § 1er. Le titulaire d'une [3 fonction de management du niveau N]3 reçoit un crédit de mobilité annuel de 14.400 euros pour ses déplacements personnels. Les déplacements comprennent tant la migration pendulaire que les déplacements de service et privés à l'aide d'une ou de plusieurs options de mobilité visées au paragraphe 2.
   Le montant de 14.400 euros est majoré à 21.600 euros si le titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N acquiert un véhicule de service électrique ou hybride rechargeable (classe 1).
   § 2. La fonction N peut affecter le crédit de mobilité, visé au paragraphe 1er, à une ou plusieurs des options de mobilité suivantes :
   1. une voiture de service ;
   2. un abonnement ou d'autres titres de transport des transports en commun ;
   3. une indemnité vélo pour l'utilisation de son propre vélo [2 ou de son propre speed pedelec]2;
   4. l'achat ou le crédit-bail d'un vélo ou d'une moto électrique ou non ;
   5. un abonnement de vélo partagé ;
   6. un abonnement de voiture partagée ;
   7. un abonnement de parking ou des tickets de parking ;
   8. une indemnité kilométrique visée au § 4.
   Si la fonction N choisit une option de mobilité durable autre que les options de mobilité visées à l'alinéa 1er, ce choix est soumis à l'approbation préalable du Ministre flamand chargé de la gouvernance publique.
   § 3. En cas d'une absence de plus de quatre mois sans interruption ou en cas de désignation ou de fin du mandat au cours de l'année calendaire, le crédit de mobilité, visé au paragraphe § 1er, est accordé au prorata.
   § 4. La fonction N qui opte pour une indemnité kilométrique pour les déplacements effectués par son propre véhicule, mais qui est en possession d'une carte de carburant de l'employeur, reçoit une indemnité kilométrique visée à l'article VII 80, § 1er, diminuée de 20 %.
   En cas d'utilisation d'une voiture électrique ou hybride rechargeable ou essence/hybride, la diminution visée à l'alinéa 1er n'est pas appliquée.
   L'indemnité kilométrique est accordée si le véhicule privé répond aux normes correspondantes en matière d'écoscore et de carburant qui s'appliquent à l'achat ou à la location de véhicules de service et que le Ministre flamand chargé de la Gouvernance publique a établies.
   § 5. A la fin de chaque année calendaire ou à la fin du mandat, un décompte du crédit de mobilité utilisé est fait. Si ce décompte démontre que le crédit de mobilité disponible est dépassé, le solde est recouvré de la fonction N.
   § 6. Le titulaire d'une [3 fonction de management du niveau N]3 qui choisit une option de mobilité visée au paragraphe 2, 2.; 3. ou 8. ne peut pas prétendre aux avantages correspondants visés aux articles VII 80, VII 95 et VII 102.]1

  
HOOFDSTUK VI. - De evaluatie, het einde en de hernieuwing van de functie.
CHAPITRE 6. - L'évaluation, la fin et le renouvellement de la fonction.
Art. 5.13. § 1. [4 Met behoud van de toepassing van hetgeen is bepaald in paragraaf 2, worden de titularis van een [10 managementfunctie van N-niveau]10 en de titularis van de functie van algemeen directeur jaarlijks geëvalueerd over de prestaties en de wijze van functie-uitoefening, in voorkomend geval ter uitvoering van [6 het ondernemingsplan]6.
   Ook de titularis van een management- of projectleidersfunctie van N-niveau en de titularis van de functie van algemeen directeur die in de loop van het evaluatiejaar of tijdens de evaluatieperiode die volgt op het evaluatiejaar, vrijwillig uit dienst treden of op rust gesteld worden [6 of waarvan het mandaat eindigt door de redenen, vermeld in artikel V 14, 2° tot en met 6°]6, worden met hun akkoord nog geëvalueerd over de prestaties en de wijze waarop ze hun functie hebben uitgeoefend, in voorkomend geval ter uitvoering van [6 het ondernemingsplan]6, zowel van het afgelopen evaluatiejaar als, in voorkomend geval, van het lopende evaluatiejaar.
   De evaluatie heeft betrekking op één kalenderjaar. De titularissen, vermeld in het eerste en tweede lid, worden geëvalueerd op voorwaarde dat ze in de loop van het kalenderjaar ten minste drie maanden prestaties hebben geleverd.]4

  [4 § 1bis. De evaluatie, vermeld in paragraaf 1, wordt uitgevoerd door de opdrachtgever, die daarin wordt bijgestaan door [5 "Het Agentschap Overheidspersoneel"]5. [5 "Het Agentschap Overheidspersoneel"]5 laat zich bijstaan door een externe instantie. De Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken, legt de aanstelling van de externe instantie ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering.
   De jaarlijkse evaluatie gebeurt na een gesprek tussen de geëvalueerde en de opdrachtgever. In de evaluatie wordt onder meer rekening gehouden met de informatie van personeelsleden die onder het gezag van de geëvalueerde staan. [7 De opdrachtgever kan in overleg met de externe instantie en de geëvalueerde beslissen dat in de evaluatie ook rekening wordt gehouden met informatie van externe belanghebbenden.]7
   Bij de jaarlijkse evaluatie van de titularis van een [10 managementfunctie van N-niveau]10 in een EVA wordt de raad van bestuur gehoord, tenzij de raad van bestuur evaluator is. Bij de jaarlijkse evaluatie van de algemeen directeur wordt de titularis van de managementfunctie van N-niveau gehoord.
   De evaluatie wordt vastgelegd in een evaluatieverslag, dat wordt bezorgd aan de geëvalueerde binnen drie maanden na het verstrijken van de [9 het evaluatiejaar]9. De geëvalueerde kan opmerkingen toevoegen aan het evaluatieverslag. De geëvalueerde bezorgt het evaluatieverslag met zijn eventuele opmerkingen terug binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het evaluatieverslag.]4

  [4 § 1ter. Tijdens de evaluatie kunnen geen personen tussenbeide komen die een advies hebben verleend bij de selectieprocedure van de titularis, in voorkomend geval met uitzondering van de opdrachtgever[8 onverminderd het voorafgaand hoorrecht van de titularis overeenkomstig paragraaf 3]8.
  [8 § 1quater. In afwijking van § 1, derde lid, kan de indienstnemende overheid de titularis, vermeld in het eerste en het tweede lid van die paragraaf, op elk moment en ongeacht de duur van de geleverde prestaties sinds de vorige jaarlijkse evaluatie, aan een vervroegde jaarlijkse evaluatie onderwerpen mits een bijzondere motivering.
   De vervroegde jaarlijkse evaluatie gebeurt overeenkomstig de modaliteiten vermeld in § 1 tot en met § 1ter, § 3 en § 4.]8

   De jaarlijkse evaluatie die eindigt in een uitspraak "onvoldoende" moet door de Vlaamse Regering bekrachtigd worden.
   In afwijking van het tweede lid wordt de jaarlijkse evaluatie die eindigt met de uitspraak "onvoldoende" voor het Gemeenschapsonderwijs bekrachtigd door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.]4

  § 2. [4 Uiterlijk zes maanden voor het einde van het mandaat volgt een [7 mandaatevaluatie]7, met het oog op het opnemen van een volgend mandaat. De Vlaamse Regering, op voorstel van de opdrachtgever en bijgestaan door een externe instantie, voert de [7 mandaatevaluatie]7 uit.]4
  [4 De eindevaluatie gebeurt na een gesprek tussen de geëvalueerde en de opdrachtgever. Er wordt rekening gehouden met de jaarlijkse evaluaties.]4
  [7 Bij de mandaatevaluatie van de titularis van een management- of projectleidersfunctie van N-niveau in een EVA wordt de raad van bestuur gehoord. Bij de mandaatevaluatie van de algemeen directeur wordt de titularis van de managementfunctie van N-niveau gehoord.]7
  De Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken legt de externe instantie bedoeld in het eerste lid ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering.
  § 2bis. [10 ...]10
  § 3. Bij een evaluatie welke eindigt met een [1 uitspraak]1 "onvoldoende", heeft de titularis het recht [8 voorafgaand]8 om te worden gehoord door de Vlaamse Regering en kan de betrokkene zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
  [3 In afwijking van het eerste lid wordt de titularis van de managementfunctie van N-niveau van het Gemeenschapsonderwijs gehoord door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.]3
  § 4. Wanneer een evaluatie niet resulteert in de [1 uitspraak]1 "onvoldoende" wordt zij geacht positief te zijn.
  
Art. 5.13. § 1er. [4 Sans préjudice des dispositions du paragraphe 2, le titulaire d'une [10 fonction de management du niveau N]10 et le titulaire de la fonction de directeur général sont évalués annuellement sur les prestations et le mode d'exercice de la fonction, le cas échéant en exécution [6 du plan d'entreprise]6.
   Le titulaire d'une [10 fonction de management du niveau N]10 et le titulaire de la fonction de directeur général, qui au cours de l'année d'évaluation ou pendant la période d'évaluation qui suit l'année d'évaluation, cessent leurs fonctions volontairement ou sont mis à la retraite [6 ou dont le mandat prend fin pour les raisons visées à l'article V 14, 2° à 6°]6, sont encore évalués avec leur accord sur les prestations et le mode d'exercice de la fonction, le cas échéant en exécution [6 du plan d'entreprise]6, tant de l'année d'évaluation écoulée que, le cas échéant, de l'année d'évaluation en cours.
   L'évaluation porte sur une seule année calendaire. Les titulaires visés aux premier et deuxième alinéas sont évalués à condition qu'ils ayant accompli des prestations pendant au moins trois mois au cours de l'année calendaire.]4

  [4 § 1bis. L'évaluation visée au paragraphe 1er est effectuée par le donneur d'ordre, assisté à cette fin par[5 l'Agence de la Fonction publique]5. [5 l'Agence de la Fonction publique]5 se fait assister par une instance externe. Le Ministre flamand chargé de la gouvernance publique, soumet la désignation de l'instance externe à la validation du Gouvernement flamand.
   L'évaluation annuelle se fait après un entretien entre l'évalué et le donneur d'ordre. L'évaluation tient compte, entre autres, de l'information des membres du personnel relevant de l'évalué. [7 En concertation avec l'instance externe et l'évalué, le donneur d'ordre peut décider de tenir également compte, lors de l'évaluation, des informations d'intéressés externes.]7
   Lors de l'évaluation annuelle du titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N dans une AAE est entendu par le conseil d'administration, à moins que le conseil d'administration soit l'évaluateur. Lors de l'évaluation annuelle du directeur général, le titulaire de la fonction de management du niveau N est entendu.
   L'évaluation est couchée dans un rapport d'évaluation, qui est transmis à l'évalué dans les trois mois de l'expiration de [9 l'année d'évaluation]9. L'évalué peut ajouter ses remarques au rapport d'évaluation. L'évalué renvoie le rapport d'évaluation avec ses remarques éventuelles dans les quinze jours calendaires suivant la réception du rapport d'évaluation.]4

  [4 § 1ter. Au cours de l'évaluation, aucune personne ne peut intervenir qui a fourni des conseils lors de la procédure de sélection du titulaire, le cas échéant à l'exception du donneur d'ordre.
   L'évaluation annuelle qui est conclue par la mention " insuffisant " doit être validée par le Gouvernement flamand.
   Par dérogation au deuxième alinéa, l'évaluation annuelle qui est conclue par la mention " insuffisant " est validée pour l'enseignement communautaire par le Conseil de l'Enseignement communautaire[8 , sans préjudice du droit du titulaire d'être préalablement entendu conformément au paragraphe 3]8.]4

  [8 § 1er quater. Par dérogation au § 1er, alinéa 3, l'autorité de recrutement peut soumettre le titulaire visé aux alinéas 1er et 2 du présent paragraphe, à tout moment et quelle que soit la durée des prestations fournies depuis la précédente évaluation annuelle, à une évaluation annuelle anticipée moyennant motivation particulière.
   L'évaluation annuelle anticipée a lieu conformément aux modalités visées aux §§ 1er à 1ter et aux §§ 3 et 4.]8

  § 2. [4 Au plus tard six mois avant la fin du mandat, il est procédé à une [7 évaluation de mandat]7, en vue d'assumer un mandat suivant. Sur la proposition du donneur d'ordre et assisté par une instance externe, le Gouvernement flamand accorde l'[7 évaluation de mandat]7.]4
  [4 L'évaluation annuelle se fait après un entretien entre l'évalué et le donneur d'ordre. Il est tenu compte des évaluations annuelles.]4
  [7 Lors de l'évaluation de mandat du titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N dans une AAE, le conseil d'administration est entendu. Lors de l'évaluation de mandat du directeur général, le titulaire de la fonction de management du niveau N est entendu.]7
  Le Ministre flamand chargé des affaires administratives, soumet l'instance externe visée à l'alinéa premier, à la validation du Gouvernement flamand.
  § 2bis. [10 ...]10
  § 3. En cas d'évaluation sanctionnée par [1 le jugement]1 " insuffisant ", le titulaire a le droit d'être[8 préalablement]8 entendu par le Gouvernement flamand et de se faire assister par une personne de son choix.
  [3 Par dérogation à l'alinéa premier le titulaire de la fonction de management du niveau N de l'Enseignement communautaire est entendu par le Conseil de l'Enseignement communautaire.]3
  § 4. Lorsqu'une évaluation ne résulte pas en [1 le jugement]1 " insuffisant ", elle est censée être positive.
  
Art. 5.13 bis. [1 Het personeelslid dat een functie uitoefent in de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal is onderworpen aan een jaarlijkse evaluatie door de lijnmanager volgens de voorschriften van deel IV, behoudens de afwijkende bepalingen, vermeld in dit artikel.
   In afwijking van artikel IV 2 is de lijnmanager de enige evaluator voor de personeelsleden met de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal. Hij oefent alleen en als enige evaluator de bevoegdheden uit die in deel IV aan de evaluatoren worden toegekend. Artikel IV 7 is niet van toepassing.
   De personeelsleden met de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal die overeenkomstig artikel VIIbis 1 vallen onder het toepassingsgebied van dit deel VII bis, zijn ook onderworpen aan de specifieke bepalingen voor deze groep van personeelsleden in deel IV. De afwijkingen, vermeld in het volgende lid, doen geen afbreuk daaraan.
   Als het personeelslid met de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal deel uitmaakt van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling, zijn de bepalingen van artikel V 44, § 2, en V 45 van overeenkomstige toepassing.]1

  
Art. 5.13 bis. [1 L'agent qui exerce une fonction au grade de directeur général ou de directeur général adjoint est soumis à une évaluation annuelle par le chef hiérarchique suivant les prescriptions de la partie IV, sauf dispositions dérogatoires mentionnées dans le présent article.
   Par dérogation à l'article IV 2, le chef hiérarchique est l'unique évaluateur des agents revêtus du grade de directeur général ou de directeur général adjoint. Il exerce seul et en tant qu'unique évaluateur les compétences dévolues aux évaluateurs dans la partie IV. L'article IV 7 ne s'applique pas.
   Les agents revêtus du grade de directeur général ou de directeur général adjoint qui relèvent du champ d'application de la présente partie VII bis conformément à l'article VIIbis 1 sont également soumis aux dispositions spécifiques pour ce groupe d'agents de la partie IV. Les dérogations visées à l'alinéa précédent n'y changent rien.
   Si l'agent revêtu du grade de directeur général ou de directeur général adjoint fait partie de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement, les dispositions de l'article V 44, § 2, et de l'article V 45 s'appliquent par analogie.]1

  
Art. 5.14. De mandaatfunctie eindigt in volgende gevallen :
  1° bij een evaluatie met [1 uitspraak]1 "onvoldoende";
  2° in beginsel na 12 jaar in dezelfde functie, onverminderd artikel V 15;
  3° in onderling overleg met de opdrachtgever;
  4° op vraag van betrokkene zelf;
  5° [4 ...]4;
  [2 6° bij de afschaffing van de [3 entiteit of instelling]3.]2
  
Art. 5.14. La fonction de mandat prend fin dans les cas suivants :
  1° en cas d'évaluation sanctionnée par [1 le jugement]1 "insuffisant";
  2° en principe après 12 ans dans la même fonction, sans préjudice de l'article V 15;
  3° de commun accord avec le donneur d'ordre;
  4° à la demande de l'intéressé lui-même;
  5° [4 ...]4;
  [2 6° en cas de suppression de [3 l'entité ou de l'établissement ]3.]2
  
Art. 5.15. [4 §1.]4 Wanneer de [3 mandaatevaluatie]3 bedoeld in artikel V 13, § 2 niet resulteert in een [1 einduitspraak]1 "onvoldoende", wordt de titularis van het mandaat in zijn mandaat hernieuwd, zonder opnieuw een beroep te doen op de mededinging, voor een bijkomende en, [5 ...]5 eenmalige, termijn van zes jaar.
  [5 ...]5.
  [4 § 2. De opdrachtgever verlengt in overleg met de titularis van het mandaat, aangesteld overeenkomstig artikel V 9, § 1, de tijdelijke bijkomende opdracht voor de hernieuwde looptijd van het mandaat.
   Met de titularis van het mandaat aangesteld overeenkomstig artikel V 9, § 2, sluit de opdrachtgever een nieuwe arbeidsovereenkomst van bepaalde duur voor de hernieuwde looptijd van het mandaat.]4

  
Art. 5.15. [4 §1.]4 Lorsque l'[3 évaluation de mandat]3 visée à l'article V 13, § 2, ne résulte pas en [1 le jugement final]1 "insuffisant", le mandat du titulaire est renouvelé, sans faire appel à nouveau à la compétition, pour un délai supplémentaire et [5 ...]5 unique de six ans.
  [5 ...]5
  [4 § 2. En concertation avec le titulaire du mandat désigné conformément à l'article V 9, § 1er, le donneur d'ordre prolonge la mission supplémentaire temporaire pour la durée renouvelée du mandat.
   Le donneur d'ordre conclut avec le titulaire du mandat désigné conformément à l'article V 9, § 2, un nouveau contrat de travail à durée déterminée pour la durée renouvelée du mandat.]4

  
Art. 5.15 bis.[1 In afwijking van [2 artikel V 15, § 1, eerste lid]2, beslist de in dienst nemende overheid vóór het einde van het tweede of het derde mandaat over de verlenging van het mandaat van de titularissen van de [3 managementfunctie van N-niveau]3 of van de functie van algemeen directeur tot die titularis de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Die verlenging is beperkt tot maximaal twee jaar.]1
  
Art. 5.15 bis.[1 Par dérogation à [2 l'article V 15, § 1er, alinéa 1er]2, l'autorité de recrutement décide, avant la fin du deuxième ou troisième mandat, de la prolongation du mandat des titulaires de la [3 fonction de management du niveau N]3 ou de la fonction de directeur général jusqu'à ce que ce titulaire atteint l'âge de la retraite. Cette prolongation est limitée à deux ans au maximum.]1
  
Art. 5.16. [1 a de beëindiging van de mandaatfunctie overeenkomstig artikel V 14 en als de titularis van de [2 managementfunctie van N-niveau]2 of van de functie van algemeen directeur niet wordt aangeworven in een volgend of in een ander mandaat, biedt de indienstnemende overheid, op voorstel van de opdrachtgever, een passende functie van de interne arbeidsmarkt aan in de respectieve graden van directeur-generaal en adjunct-directeur-generaal.
   De indienstnemende overheid wijst de managementfunctie op N-niveau aan die ten aanzien van het personeelslid de bevoegdheden van de lijnmanager uitoefent zoals bepaald in dit besluit.]1

  
Art. 5.16. [1 Après la cessation de la fonction à mandat conformément à l'article V 14 et si le titulaire de la fonction de management ou de chef de projet de niveau N ou de la fonction de directeur général n'est pas engagé dans un mandat suivant ou dans un autre mandat, l'autorité de recrutement propose, sur la proposition du donneur d'ordre, une fonction appropriée du marché du travail interne aux grades respectifs de directeur général et de directeur général adjoint.
   L'autorité de recrutement désigne la fonction de management de niveau N qui exerce les compétences du chef hiérarchique vis-à-vis de l'agent tel que prévu par le présent arrêté.]1

  
Art. 5.16 bis. [1 § 1. Als de passende functie in de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal, vermeld in artikel V 16, een gezagsfunctie is, laat de indienstnemende overheid het personeelslid toe tot de proeftijd met het oog op een benoeming in de gezagsfunctie overeenkomstig artikel III 2, § 2, van dit besluit.
   Artikel III 22 tot en met III 27 en artikel IV 11 tot en met IV 13 van dit besluit inzake de toelating tot en de evaluatie van de proeftijd, zijn van overeenkomstige toepassing.
   § 2. Het personeelslid dat eerder vastbenoemd is in de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal, wordt met onmiddellijke ingang vastbenoemd in de gezagsfunctie.
   § 3. Als de titularis de toelating tot de proeftijd of de benoeming in de gezagsfunctie aanvaardt, stemt hij in met de beëindiging van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst in onderling akkoord, zonder dat een vergoeding verschuldigd is, voor zover de arbeidsovereenkomst niet automatisch eindigt omdat de vastgelegde termijn bereikt is.]1

  
Art. 5.16 bis. [1 § 1er. Si la fonction appropriée au grade de directeur général ou de directeur général adjoint mentionnée dans l'article V 16 est une fonction d'autorité, l'autorité de recrutement admet l'agent au stage en vue d'une nomination à la fonction d'autorité conformément à l'article III 2, § 2, du présent arrêté.
   Les articles III 22 à III 27 et les articles IV 11 à IV 13 du présent arrêté concernant l'admission au stage et son évaluation s'appliquent par analogie.
   § 2. L'agent nommé antérieurement à titre définitif au grade de directeur général ou de directeur général adjoint est nommé à titre définitif à la fonction d'autorité avec effet immédiat.
   § 3. Si le titulaire accepte l'admission au stage ou la nomination à la fonction d'autorité, il consent à la résiliation du contrat de travail initial de commun accord, sans qu'aucune indemnité ne soit due, dans la mesure où le contrat de travail ne prend pas fin automatiquement par l'arrivée du terme prévu.]1

  
Art. 5.17. [1 § 1. Na de beëindiging van het mandaat kan de indienstnemende overheid beslissen dat de titularis van de [2 managementfunctie van N-niveau]2 of van de functie van algemeen directeur de mandaatfunctie tijdelijk verder uitoefent in afwachting van de aanstelling van een nieuwe titularis.
   Die verdere uitoefening van de mandaatfunctie mag de duur van drie maanden niet overschrijden.
   § 2. De indienstnemende overheid regelt de tijdelijke aanstelling in de arbeidsovereenkomst, die is gesloten overeenkomstig artikel V 9, § 1, of door middel van een tijdelijke statutaire dienstaanwijzing van het personeelslid dat overeenkomstig artikel V 9, § 2 is benoemd in de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal.
   § 3. De titularis van de management- of projectleidersfunctie van N-niveau behoudt gedurende de verdere uitoefening van het mandaat de bezoldiging en de toelagen, vermeld in artikel V 12, § 2 en het recht op het mobiliteitskrediet vermeld in het artikel V 12bis.
   De titularis van de functie van algemeen directeur behoudt gedurende de verdere uitoefening van het mandaat de bezoldiging en de toelagen, vermeld in artikel V 12, § 3.
   § 4. De regeling van de mobiliteit, vermeld in artikel V 39bis, is van overeenkomstige toepassing op de titularissen van de terugvalgraad van directeur-generaal en adjunct- directeur-generaal.]1

  
Art. 5.17. [1 § 1er. Après la fin du mandat, l'autorité de recrutement peut décider que le titulaire de la [2 fonction de management du niveau N]2 ou de la fonction de directeur général continuera à exercer temporairement la fonction à mandat en attendant la désignation d'un nouveau titulaire.
   La poursuite de l'exercice de la fonction à mandat ne peut pas excéder trois mois.
   § 2. L'autorité de recrutement règle la désignation temporaire dans le contrat de travail conclu conformément à l'article V 9, § 1er, ou au moyen d'une affectation statutaire temporaire de l'agent qui a été nommé au grade de directeur général ou de directeur général adjoint conformément à l'article V 9, § 2.
   § 3. Pendant la poursuite de l'exercice du mandat, le titulaire de la fonction de management ou de chef de projet de niveau N conserve la rémunération et les allocations mentionnées dans l'article V 12, § 2, et le droit au crédit de mobilité mentionné dans l'article V 12bis.
   Pendant la poursuite de l'exercice du mandat, le titulaire de la fonction de directeur général conserve la rémunération et les allocations mentionnées dans l'article V 12, § 3.
   § 4. Le régime de mobilité mentionné dans l'article V 39bis s'applique par analogie aux titulaires du grade de repli de directeur général et de directeur général adjoint.]1

  
Art. 5.17 ter. [1 § 1. De indienstnemende overheid kan de arbeidsovereenkomst, die is gesloten op basis van artikel V 9, V 10 of V 15, beëindigen overeenkomstig het arbeidsrecht.
   Het personeelslid heeft het recht om naar aanleiding van een ontslagintentie te worden gehoord door de indienstnemende overheid en hij kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
   De indienstnemende overheid motiveert de ontslagbeslissing.
   § 2. Er wordt een einde gemaakt aan de aanstelling van het personeelslid dat vastbenoemd is in de graad van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal met toepassing van de procedure inzake definitieve beroepsongeschiktheid, vermeld in artikel XI 8.]1

  
Art. 5.17 ter. [1 § 1er. L'autorité de recrutement peut mettre fin au contrat de travail conclu en vertu des articles V 9, V 10 ou V 15 conformément au droit de travail.
   A la suite d'une intention de licenciement, l'agent a le droit être entendu par l'autorité de recrutement et il peut se faire assister d'une personne de son choix.
   L'autorité de recrutement motive la décision de licenciement.
   § 2. Il est mis fin à la désignation de l'agent nommé à titre définitif au grade de directeur général ou de directeur général adjoint en application de la procédure en matière d'inaptitude professionnelle définitive mentionnée dans l'article XI 8.]1

  
TITEL II. - Statuut van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad.
TITRE II. - Statut de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE 1er. - Disposition générale.
Art. 5.18. Deze titel regelt de procedure van vacature-invulling en de arbeidsvoorwaarden voor het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, die een functie is van N-niveau[1 ...]1.
  
Art. 5.18. Le présent titre règle la procédure de pourvoi à un emploi vacant et les conditions de travail pour le chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, qui est une fonction du niveau N et, après un recrutement externe[1 ...]1.
  
HOOFDSTUK II. - De selectie.
CHAPITRE 2. - La sélection.
Afdeling 1. - In aanmerking komende kandidaten.
Section 1re. - Candidats admissibles.
Art. 5.19. De functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad wordt vacant verklaard via een open procedure, waarbij tezelfdertijd interne en externe kandidaten meedingen.
  De oproep wordt tenminste [1 op de website van de VDAB]1 [2 of op de website Werken voor Vlaanderen]2 gepubliceerd. Hij regelt de wijze van kandidaatstelling en bevat een beknopte weergave van de functiebeschrijving en het competentieprofiel, evenals de salarisschaal, zoals bepaald in artikel V 29.
  
Art. 5.19. La fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique est déclarée vacante par procédure ouverte, qui s'adresse tant aux candidats internes qu'externes.
  L'appel est publié au moins [1 sur le site web du VDAB]1 [2 ou sur le site web Werken voor Vlaanderen]2. Il règle les modalités des candidatures et contient une reproduction succincte de la description de fonction et du profil de compétence, ainsi que l'échelle de traitement, tel que fixé à l'article V 29.
  
Art. 5.20. [1 § 1. Om in aanmerking te komen, moeten de kandidaten :
   1° voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden voor een betrekking in de publieke sector;
   2° [3 het diploma of studiegetuigschrift, vermeld in bijlage 2 bij dit besluit, of het bewijs van beroepskwalificatie of niveaubewijs bezitten dat overeenstemt met het administratieve niveau A, met uitzondering van de interne kandidaten die al tot niveau A of een gelijkgesteld niveau behoren.]3
   3° beschikken over een leidinggevende ervaring van minstens vijf jaar, die verworven werd in de laatste tien jaar, of over tien jaar relevante beroepservaring.
  [3 In afwijking van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, kunnen kandidaten die niet over een toegang gevend diploma, studiegetuigschrift, bewijs van beroepskwalificatie of niveaubewijs beschikken, deelnemen aan de selectie als ze slagen voor een voorafgaande niveautest die gekoppeld is aan niveau A.
   De strategische adviesraad kan beslissen om de mogelijkheid tot afwijking, vermeld in het tweede lid, niet toe te passen.
   De bepalingen van artikel III 15, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.]3

   Onder leidinggevende ervaring wordt in het eerste lid, 3°, ervaring verstaan inzake beheer in een overheidsdienst of in een organisatie uit de private sector.
   Voor de berekening van de relevante beroepservaring, vermeld in het eerste lid, 3°, worden deeltijdse prestaties als voltijds beschouwd.
   § 2. [3 De selector stelt, in overleg met de strategische adviesraad, per selectie een selectiereglement vast.
   Het selectiereglement, vermeld in het eerste lid, regelt minstens de volgende elementen:
   1° de diploma's, studiegetuigschriften, bewijzen van beroepsbekwaamheid of niveaubewijzen die toegang geven tot de selectieprocedure;
   2° de datum waarop aan de voorwaarden voldaan moet zijn;
   3° het aantal en de aard van de testen;
   4° de criteria op basis waarvan de geschiktheid of het geslaagd zijn beoordeeld wordt.
   Naast de elementen, vermeld in het tweede lid, regelt het selectiereglement, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval ook de volgende elementen:
   1° een voorafgaande niveautest om een niveaubewijs te verkrijgen;
   2° een mogelijke voorselectie, naargelang het aantal kandidaten;
   3° een mogelijke beperkte procedure;
   4° de samenstelling van de jury;
   5° de regels voor de rangschikking;
   6° de geldigheidsduur van de reserve;
   7° het verlies en behoud van een plaats in de reserve;
   8° de mogelijkheid om een bijkomende test te organiseren voor de invulling van een bijkomende vacature voor dezelfde of een vergelijkbare functie.]3

   § 3. [3 ...]3
   De in dienst nemende overheid kan na overleg met de selector, in overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, bijzondere aanwervingsvoorwaarden vaststellen.]1

  
Art. 5.20. [1 § 1. Pour être admissibles, les candidats doivent :
   1° répondre aux conditions d'admission générales pour un emploi dans le secteur public ;
   2° [3 être en possession du diplôme ou du certificat d'études visé à l'annexe 2 du présent arrêté, ou être en possession de la qualification professionnelle ou du titre de niveau correspondant au niveau administratif A, à l'exception des candidats internes qui appartiennent déjà au niveau A ou à un niveau équivalent.]3
   3° disposer d'une expérience d'au moins 5 ans dans une fonction dirigeante, acquise au cours des 10 dernières années, ou de 10 ans d'expérience professionnelle pertinente.
   Par "expérience dans une fonction dirigeante", on entend à l'alinéa premier, 3°, l'expérience en matière de gestion dans un service public ou dans une organisation du secteur privé.
  [3 Par dérogation à la condition visée à l'alinéa 1er, 2°, les candidats qui ne disposent pas d'un diplôme d'accès, d'un certificat d'études, d'un titre de qualification professionnelle ou d'un titre de niveau, peuvent participer à la sélection s'ils réussissent un test de niveau préalable lié à un niveau A.
   Le conseil consultatif stratégique peut décider de ne pas appliquer la possibilité de dérogation visée à l'alinéa 2.
   Les dispositions de l'article III 15, alinéas 5 et 6, s'appliquent par analogie.]3

   Pour le calcul de l'expérience pertinente, visée à l'alinéa premier, 3°, les prestations à temps partiel sont considérées comme des prestations à temps plein.
   § 2. [3 Par sélection, le sélecteur établit un règlement de sélection en concertation avec le conseil consultatif stratégique.
   Le règlement de sélection visé à l'alinéa 1er, règle au minimum les éléments suivants :
   1° les diplômes, certificats d'études, certifications de compétence professionnelle ou titres de niveau qui donnent accès à la procédure de sélection ;
   2° la date à laquelle les conditions doivent être remplies ;
   3° le nombre et la nature des tests ;
   4° les critères d'évaluation de l'aptitude ou de la réussite.
   Outre les éléments visés à l'alinéa 2, le règlement de sélection visé à l'alinéa 1er, régit également, le cas échéant, les éléments suivants :
   1° un test de niveau préalable destiné à l'obtention d'un titre de niveau ;
   2° une éventuelle présélection en fonction du nombre de candidats ;
   3° une procédure restreinte éventuelle ;
   4° la composition du jury ;
   5° les règles relatives au classement ;
   6° la durée de validité de la réserve ;
   7° la perte et le maintien d'une place dans la réserve ;
   8° la possibilité d'organiser un test supplémentaire en vue de pourvoir une vacance supplémentaire pour la même fonction ou une fonction analogue.]3

   § 3. [3 ...]3
   L'autorité de recrutement peut, après concertation avec le sélecteur, arrêter des conditions de recrutement particulières, conformément à la description de fonction et au profil de compétence.]1

  
Afdeling 2. - Selectiecriteria en -procedure.
Section 2. - Critères et procédure de sélection.
Art. 5.21. [1 De selector organiseert de selectie voor een functie in overleg met de indienstnemende overheid.
   De Vlaamse Regering bepaalt, op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, een algemeen profiel voor de functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad. De indienstnemende overheid kan dat profiel voor de specifieke vacature aanvullen met bijkomende competenties en/of andere vereisten.
   De selector sluit, in overleg met de strategische adviesraad, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden van het selectiereglement uit van deelname aan de selectie.
   De selector beoordeelt de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, rekening houdend met de specifieke behoeftes van de [2 raad]2. Bij de beoordeling van de competenties wordt rekening gehouden met een externe potentieelinschatting.
   Elke selectie kan uit verschillende testen bestaan. De kandidaten worden op de hoogte gebracht van de motivering van een eventuele uitsluiting op basis van een test of selectie.]1

  
Art. 5.21. [1 Le sélecteur organise la sélection pour une fonction en concertation avec l'autorité de recrutement.
   Sur la proposition du Ministre flamand chargé des affaires administratives, le Gouvernement flamand détermine un profil général pour la fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique. L'autorité de recrutement peut assortir ce profil pour la vacance considérée de compétences supplémentaires et/ou d'autres exigences.
   En concertation avec le conseil consultatif stratégique, le sélecteur exclut de la participation à la sélection les candidats ne remplissant pas les conditions statutaires ou les conditions du règlement de sélection.
   Le sélecteur évalue les compétences et autres exigences requises pour la fonction conformément à la description de celle-ci, tout en tenant compte des besoins spécifiques de l'entité/[2 du conseil]2. Lors de l'évaluation des compétences, il est tenu compte d'une appréciation externe du potentiel.
   Toute sélection peut consister en différentes épreuves. Les candidats sont informés de la motivation d'une exclusion éventuelle sur la base d'une épreuve ou sélection.]1

  
Art. 5.22. § 1. [1 De kandidaten worden geselecteerd op basis van de criteria vermeld in artikel V 20 en V 21 door of met bemiddeling van [3 het Agentschap Overheidspersoneel]3.]1
  [4 ...]4
  § 2. Indien voor de toepassing van § 1 beroep gedaan wordt op een selectiebureau legt de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken het selectiebureau dat voorgedragen wordt door [3 het Agentschap Overheidspersoneel]3 [1 ...]1] ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering.
  § 3. [3 Het Agentschap Overheidspersoneel]3[1 ...]1] stelt aan de strategische adviesraad een lijst met geschikte kandidaten voor.
  
Art. 5.22. § 1er. [1 Les candidats sont sélectionnés sur la base des critères visés à l'article V 20 et V 21 par ou par l'intermédiaire de [3 l'Agence de la Fonction publique]3.]1
  [4 ...]4
  § 2. Si, pour l'application du § 1er, il est fait appel à un bureau de sélection, le Ministre flamand chargé des affaires administratives, soumet le bureau de sélection qui est présenté par [[3 l'Agence de la Fonction publique]3 [1 ...]1 ], à la validation du Gouvernement flamand.
  § 3. [[3 l'Agence de la Fonction publique ]3[1 ...]1 ] propose au conseil consultatif stratégique une liste de candidats aptes.
  
HOOFDSTUK III. - De aanwijzing en arbeidsvoorwaarden.
CHAPITRE 3. - La désignation et conditions de travail.
Art. 5.23. [3 § 1. De strategische adviesraad houdt een interview met de geschikte kandidaten om na te gaan welke kandidaat het best voldoet aan het competentieprofiel voor de functie.
   § 2. De strategische adviesraad kiest uit de lijst met geschikte kandidaten de kandidaat die volgens hem het meest geschikt is voor de functie, of hij kiest uitzonderlijk niet, als hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met :
   1° de kandidaatstelling;
   2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
   3° de beoordeling van de eventuele selectietest(en);
   4° het interview.
   Als de strategische adviesraad geen kandidaat uit de lijst kiest, wordt de procedure opnieuw opgestart.]3

  § 3.[4 Onverminderd afwijkende decretale bepalingen stelt de opdrachtgever de gekozen kandidaat voor aan de indienstnemende overheid via de functioneel bevoegde minister.]4.]1
  [1 § 4. [4 ...]4.]1
  
Art. 5.23. § 1er. [3 Le conseil consultatif stratégique a un entretien avec les candidats aptes dans le but de vérifier quel est le candidat répondant le mieux au profil de compétence exigé pour la fonction.]3
  § 2. [3 Le conseil consultatif stratégique choisit parmi la liste de candidats aptes celui qui est selon lui le plus apte pour la fonction, ou bien ne fait - à titre exceptionnel - pas de choix, s'il estime qu'aucun des candidats aptes ne remplit les exigences de profil. La décision de sélection motivée tient compte :
   1° de la candidature ;
   2° de la description de l'emploi vacant et du profil souhaité ;
   3° de l'évaluation de l'épreuve/des épreuves de sélection éventuelle(s) ;
   4° de l'entretien.
   Si le conseil consultatif stratégique ne choisit aucun candidat de la liste, la procédure est recommencée.]3

  § 3. [4 § 3. Sans préjudice de dispositions décrétales dérogatoires, le donneur d'ordre présente le candidat choisi à l'autorité de recrutement par le biais du ministre fonctionnellement compétent. ]4-1
  [1 § 4.[4 ...]4]1
  
Art. 5.24. [1 § 1. Behalve in de gevallen vermeld in paragraaf 2, neemt de indienstnemende overheid de geselecteerde kandidaat voor de functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad in dienst met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.
   De arbeidsovereenkomst bepaalt de arbeidsvoorwaarden in overleg tussen de kandidaat die voor de functie geselecteerd is, en de opdrachtgever, op basis van een modelovereenkomst, die vastgesteld is door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, en die ook rekening houdt met de bepalingen van dit besluit.
   § 2. Als de geselecteerde kandidaat voor de functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad op 1 juni 2024 al ambtenaar is bij de diensten van de Vlaamse overheid, laat de indienstnemende overheid hem toe tot de proeftijd in de graad van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad.
   Als het personeelslid tot een statutaire proeftijd wordt toegelaten bepaalt de strategische adviesraad de nadere regelen van de proeftijd en evalueert de proeftijd.
   Met behoud van de toepassing van het tweede lid, zijn artikel III 23, § 2, artikel III 25, artikel IV 11, artikel IV 13, artikel XI 11 en artikel XI 12 van toepassing, op voorwaarde dat:
   1° in de vermelde artikelen het woord "lijnmanager" gelezen wordt als "de strategische adviesraad";
   2° in de vermelde artikelen de woorden "de benoemende overheid" gelezen worden als "de indienstnemende overheid";
   3° de eerste zin van in artikel XI 11 gelezen wordt als volgt:
   "Het ontslag van de ambtenaar op proef gaat in op de eerste werkdag die volgt op de beslissing tot ontslag.";
   4° in artikel XI 12, § 3, de woorden "de benoemende overheid" worden gelezen als "de indienstnemende overheid" en de woorden "de functionele chef" worden gelezen als "de voorzitter van de strategische adviesraad".
   De indienstnemende overheid benoemt het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad bij de diensten van de Vlaamse overheid nadat hij met goed gevolg de proeftijd heeft doorlopen.
   Bij een negatieve eindevaluatie van de proeftijd heeft de ambtenaar op proef het recht om te worden gehoord door de functioneel bevoegde minister en kan hij zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. De functioneel bevoegde minister stelt een verslag op voor de Vlaamse Regering.
   In afwijking van het vijfde lid heeft de ambtenaar op proef bij de Vlaamse Onderwijsraad het recht om te worden gehoord door de algemene raad.
   Als de Vlaamse Regering op basis van het verslag van de functioneel bevoegde minister of de algemene raad van de Vlaamse Onderwijsraad de negatieve eindevaluatie van de proeftijd bekrachtigt, wordt de ambtenaar op proef ontslagen uit zijn graad van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad en teruggeplaatst in zijn vorige graad of in zijn voorgaande contractuele functie.]1

  
Art. 5.24. [1 § 1er. Sauf dans les cas mentionnés dans le paragraphe 2, l'autorité de recrutement engage le candidat sélectionné pour la fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique sous contrat de travail à durée indéterminée.
   Le contrat de travail définit les conditions de travail en concertation entre le candidat sélectionné pour la fonction et le donneur d'ordre, sur la base d'un contrat type qui a été établi par le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions et qui tient également compte des dispositions du présent arrêté.
   § 2. Si le candidat sélectionné pour la fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique est déjà fonctionnaire auprès des services de l'Autorité flamande au 1er juin 2024, l'autorité de recrutement l'admet au stage au grade de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique.
   Si l'agent est admis à un stage statutaire, le conseil consultatif stratégique arrête les modalités du stage et évalue le stage.
   Sans préjudice de l'application de l'alinéa 2, l'article III 23, § 2, l'article III 25, l'article IV 11, l'article IV 13, l'article XI 11 et l'article XI 12 s'appliquent à condition que :
   1° dans les articles précités, les mots " chef hiérarchique " soient lus comme " le conseil consultatif stratégique " ;
   2° dans les articles précités, les mots " l'autorité investie du pouvoir de nomination " soient lus comme " l'autorité de recrutement " ;
   3° la première phrase de l'article XI 11 soit lue comme suit :
   " Le licenciement du fonctionnaire stagiaire prend effet le premier jour ouvrable qui suit la décision de licenciement. " ;
   4° dans l'article XI 12, § 3, les mots " l'autorité investie du pouvoir de nomination " soient lus comme " l'autorité de recrutement " et les mots " le chef fonctionnel " soient lus comme " le président du conseil consultatif stratégique ".
   L'autorité de recrutement nomme le chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique auprès des services de l'Autorité flamande après qu'il a accompli le stage avec succès.
   En cas d'évaluation finale négative du stage, le fonctionnaire stagiaire a le droit être entendu par le ministre fonctionnellement compétent et il peut se faire assister d'une personne de son choix. Le ministre fonctionnellement compétent rédige un rapport pour le Gouvernement flamand.
   Par dérogation à l'alinéa 5, le fonctionnaire stagiaire auprès du Conseil flamand de l'Enseignement a le droit être entendu par le conseil général.
   Si le Gouvernement flamand, sur la base du rapport rédigé par le ministre fonctionnellement compétent, ou si le conseil général du Conseil flamand de l'Enseignement sanctionne l'évaluation finale négative du stage, le fonctionnaire stagiaire est démis de son grade de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique et est rétrogradé à son grade précédent ou à sa fonction contractuelle précédente.]1

  
Art. 5.25. De administratieve en geldelijke arbeidsvoorwaarden zijn gelijk aan deze van [1 het personeelslid]1 van de diensten van de Vlaamse overheid zoals (...) bepaald in dit besluit (...), onverminderd wat bepaald is in deze titel.
  
Art. 5.25. Les conditions de travail administratives et pécuniaires sont égales à celles [1 de l'agent]1 des services des autorités flamandes telles que fixées (...) dans le présent arrêté (...), sans préjudice des dispositions du présent titre.
  
Art. 5.26. Het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad oefent zijn taak uit volgens een arbeidsregime vastgesteld in overeenstemming met de strategische adviesraad.
Art. 5.26. Le chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique remplit sa mission selon un régime de travail fixé en accord avec le conseil consultatif stratégique.
Art. 5.27. [1 De hoofden van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad kunnen alleen de volgende langdurige verloven opnemen :
   1° moederschaprust en opvangverlof;
   2° loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen, bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid of ouderschapsverlof;
   3° verlof wegens ziekte, arbeidsongeval of beroepsziekte;
   4° verlof om een ambt uit te oefenen bij een kabinet, na goedkeuring door de Vlaamse Regering.]1

  
Art. 5.27. [1 Les chefs du personnel du secrétariat d'un conseil consultatif stratégique peuvent uniquement bénéficier des congés de longue durée suivants :
   1° congé de maternité et congé d'accueil;
   2° interruption de carrière pour la prestation de soins palliatifs, d'assistance ou de soins à un membre du ménage ou de la famille qui souffre d'une maladie grave ou le congé parental;
   3° congé pour cause de maladie, accident de travail ou maladie professionnelle;
   4° congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet, moyennant l'accord du Gouvernement flamand. ]1

  
Art. 5.28. De titularis van de functie of, ingeval van overmacht, de benoemende overheid, duidt bij afwezigheid van de titularis een vervanger aan.
  Wanneer een vervanger moet worden aangeduid, beslist de benoemende overheid, in functie van de duur van de afwezigheid, over de toepassing van de selectieprocedure volgens de bepalingen van dit besluit.
  [1 De indienstneming van deze plaatsvervanger aangewezen volgens de in het vorige lid vermelde procedure, gebeurt bij vervangingscontract.]1.
  
Art. 5.28. Le titulaire de la fonction ou, en cas de force majeure, l'autorité ayant compétence de nomination, désigne un remplaçant en cas d'absence du titulaire.
  Lorsqu'il faut désigner un remplaçant, l'autorité ayant compétence de nomination décide, en fonction de la durée de l'absence, de l'application de la procédure de sélection selon les dispositions du présent arrêté.
  [1 Ce remplaçant désigné selon la procédure mentionnée à l'alinéa précédent est engagé sous contrat de remplacement.]1
  
Art. 5.29. § 1. De Vlaamse Regering bepaalt bij vacantverklaring van de functie op voorstel van (de functionele minister) de salarisschaal hetzij A285 en na 6 jaar schaalanciënniteit A286, hetzij A286, hetzij A311.
  De toelagen, vergoedingen en sociale voordelen zijn deze die gelden volgens de bepalingen van dit statuut, voorzover de voorwaarden van toekenning blijven bestaan [2 , met uitzondering van de toelage voor een tijdelijke functieverzwaring, vermeld in artikel VII 44bis]2.
  § 2. [3 ...]3
  [1 § 3. De functionele minister beslist over het persoonlijke gebruik van een dienstwagen in binnen- en buitenland.]1
  
Art. 5.29. § 1er. Le Gouvernement flamand arrête, lors de la déclaration de vacance de la fonction, sur proposition (du Ministre fonctionnel), l'échelle de traitement, soit A285 et après six ans d'ancienneté barémique A286, soit A286, soit A311.
  Les indemnités, allocations et avantages sociaux sont ceux qui s'appliquent selon les dispositions du présent statut, dans la mesure où les conditions d'octroi soient maintenues [2 à l'exception de l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction, visée à l'article VII 44bis]2.
  § 2. [3 ...]3
  [1 § 3. Le Ministre fonctionnel décide de l'utilisation personnelle d'une voiture de service à l'intérieur du pays et à l'extérieur.]1
  
HOOFDSTUK IIIbis. [1 - [2 ...]2 Mobiliteit.]1
CHAPITRE 3bis. [1 - Mobilité [2 ...]2.]1
Art. 5.29 bis.[1 [2 §1.]2 In afwijking van hoofdstuk 1 en 2 en van artikel V 23 en V 24, kan de indienstnemende overheid een vacante functie van hoofd van het het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad invullen door mobiliteit. De indienstnemende overheid bepaalt voor de specifieke vacature bijkomende competenties en/of andere vereisten.
   Een vacante functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad wordt bekend gemaakt.
   De titularissen van een functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, die beschikken over een evaluatie, die niet met onvoldoende werd besloten, kunnen zich kandidaat stellen naar aanleiding van de bekendmaking van een vacature.
   De opdrachtgever organiseert de selectie.
   De opdrachtgever beoordeelt de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, rekening houdend met de specifieke behoeftes van de [3 raad]3.
   De opdrachtgever heeft een interview met de kandidaten over de beleidsvisie ten aanzien van de vacante functie, om na te gaan welke kandidaat het best voldoet aan het competentieprofiel voor de functie.
   De opdrachtgever kiest de voor hem meest geschikte kandidaat voor de functie of kiest uitzonderlijk niet, wanneer hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met :
   1° de kandidaatstelling;
   2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
   3° de beoordeling van het interview.]1

  [2 § 2. In overleg met de geselecteerde kandidaat die contractueel is aangeworven in de functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad bij de diensten van de Vlaamse overheid past de opdrachtgever de arbeidsvoorwaarden van de arbeidsovereenkomst aan, die overeenkomstig artikel V 24, § 1, met het personeelslid werd gesloten.
   De indienstnemende overheid wijst, op voorstel van de opdrachtgever, de geselecteerde kandidaat die ambtenaar is bij de diensten van de Vlaamse overheid aan in de functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad.]2

  
Art. V.29bis. [1 [2 §1.]2 Par dérogation aux chapitres 1 et 2 et aux articles V 23 et V 24, l'autorité de recrutement peut combler une fonction vacante de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique par la voie de la mobilité. L'autorité de recrutement définit pour la vacance considérée des compétences supplémentaires et/ou d'autres exigences.
   Une fonction vacante de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique est annoncée.
   Les titulaires d'une fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, qui disposent d'une évaluation dont la conclusion n'est pas 'insuffisant', peuvent poser leur candidature à l'occasion de la publication d'une vacance.
   Le donneur d'ordre organise la sélection.
   Le donneur d'ordre évalue les compétences et autres exigences requises pour la fonction conformément à la description de celle-ci, tout en tenant compte des besoins spécifiques [3 du conseil ]3.
   Le donneur d'ordre a un entretien avec les candidats sur la vision politique au sujet de la fonction de mandat vacante, dans le but de vérifier quel est le candidat répondant le mieux au profil de compétence exigé pour la fonction.
   Le donneur d'ordre choisit le candidat qui est selon lui le plus apte pour la fonction, ou bien ne fait - à titre exceptionnel - pas de choix, s'il estime qu'aucun des candidats aptes ne remplit les exigences de profil. La décision de sélection motivée tient compte :
   1° de la candidature ;
   2° de la description de l'emploi vacant et du profil souhaité ;
   3° de l'évaluation de l'entretien.]1

  [2 § 2. En concertation avec le candidat sélectionné engagé sous contrat dans la fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique auprès des services de l'Autorité flamande, le donneur d'ordre adapte les conditions de travail du contrat de travail conclu avec l'agent conformément à l'article V 24, § 1er.
   Sur la proposition du donneur d'ordre, l'autorité de recrutement désigne le candidat sélectionné, qui est fonctionnaire auprès des services de l'Autorité flamande, à la fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique. ]2

  
HOOFDSTUK IV. - De evaluatie.
CHAPITRE 4. - L'évaluation.
Art. 5.30. [1 Het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad wordt jaarlijks geëvalueerd over de prestaties en de wijze van functie-uitoefening door de strategische adviesraad, hierin bijgestaan [3 door het Agentschap Overheidspersoneel]3. [3 door het Agentschap Overheidspersoneel]3 laat zich bijstaan door een externe instantie. De Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken legt de aanstelling van de externe instantie ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering.
   Ook het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad die in de loop van het evaluatiejaar of tijdens de evaluatieperiode die volgt op het evaluatiejaar, vrijwillig uit dienst treedt of op rust gesteld wordt, wordt met zijn akkoord nog geëvalueerd over de prestaties en de wijze waarop hij zijn functie heeft uitgeoefend zowel van het afgelopen evaluatiejaar als, in voorkomend geval, van het lopende evaluatiejaar, overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid.]1

  [2 De evaluatie heeft betrekking op één kalenderjaar. De titularis, vermeld in het eerste en het tweede lid, wordt geëvalueerd op voorwaarde dat hij in de loop van het kalenderjaar ten minste drie maanden prestaties heeft geleverd.
   De jaarlijkse evaluatie gebeurt na een gesprek tussen de geëvalueerde en de strategische adviesraad. Voor de evaluatie kan rekening worden gehouden met de informatie van personeelsleden die onder het gezag van de geëvalueerde staan.]2

  [2 De evaluatie wordt vastgelegd in een evaluatieverslag, dat wordt bezorgd aan de geëvalueerde binnen drie maanden na het verstrijken van de [4 het evaluatiejaar]4 De geëvalueerde kan opmerkingen toevoegen aan het evaluatieverslag. De geëvalueerde bezorgt het evaluatieverslag met zijn eventuele opmerkingen terug binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het evaluatieverslag.]2
  
Art. 5.30. [1 Le chef du personnel du secrétariat d'un conseil consultatif stratégique est évalué annuellement en ce qui concerne les prestations et le mode d'exercice de la fonction par le conseil consultatif stratégique, assisté à cette fin par [3 l'Agence de la Fonction publique]3. [3 l'Agence de la Fonction publique]3n se fait assister par une instance externe. Le Ministre flamand chargé des affaires administratives, soumet la désignation de l'instance externe à la validation du Gouvernement flamand.
   Le chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, qui au cours de l'année d'évaluation ou pendant la période d'évaluation qui suit l'année d'évaluation, cesse ses fonctions volontairement ou est mis à la retraite, est, moyennant son accord, encore évalué sur les prestations et le mode d'exercice de la fonction, tant de l'année d'évaluation écoulée que, le cas échéant, de l'année d'évaluation en cours, conformément aux dispositions de l'alinéa premier.]1

  [2 L'évaluation porte sur une seule année calendaire. Le titulaire visé aux premier et deuxième alinéas sont évalués à condition qu'ils ayant accompli des prestations pendant au moins trois mois au cours de l'année calendaire.
   L'évaluation annuelle se fait après un entretien entre l'évalué et le conseil consultatif stratégique. Pour l'évaluation, il peut être tenu compte de l'information des membres du personnel relevant de l'évalué.]2

  [2 L'évaluation est couchée dans un rapport d'évaluation, qui est transmis à l'évalué dans les trois mois de l'expiration de [4 l'année d'évaluation ]4. L'évalué peut ajouter ses remarques au rapport d'évaluation. L'évalué renvoie le rapport d'évaluation avec ses remarques éventuelles dans les quinze jours calendaires suivant la réception du rapport d'évaluation.]2
  
Art. 5.31. Wanneer de jaarlijkse evaluatie door de strategische adviesraad is geëindigd in een [1 uitspraak]1 "onvoldoende" dient deze bekrachtigd te worden door de Vlaamse Regering. De titularis heeft het recht om te worden gehoord door de Vlaamse Regering en hij kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
  [2 In afwijking van het eerste lid wordt de jaarlijkse evaluatie die eindigt met de uitspraak " onvoldoende " voor de algemeen secretaris van de Vlaamse Onderwijsraad bekrachtigd door de Algemene Raad van de Vlaamse Onderwijsraad en heeft de titularis het recht om gehoord te worden door de Algemene Raad van de Vlaamse Onderwijsraad.]2
  
Art. 5.31. Lorsque l'évaluation annuelle par le conseil consultatif stratégique est sanctionnée par [1 le jugement]1 "insuffisant", elle doit être validée par le Gouvernement flamand. Le titulaire a le droit d'être entendu par le Gouvernement flamand et peut se faire assister par une personne de son choix.
  [2 Par dérogation à l'alinéa premier, l'évaluation annuelle portant la conclusion finale 'insuffisant' pour le secrétaire général du 'Vlaamse Onderwijsraad' est sanctionnée par le Conseil général du 'Vlaamse Onderwijsraad' et le titulaire a le droit d'être entendu par le Conseil général du 'Vlaamse Onderwijsraad'.]2
  
HOOFDSTUK V. - Einde van de functie.
CHAPITRE 5. - Fin de la fonction.
Art. 5.32. [1 § 1. De indienstnemende overheid kan de aanstelling van een titularis van de functie, vermeld in artikel V 24, § 1, die met een arbeidsovereenkomst aangeworven is, beëindigen overeenkomstig het arbeidsrecht.
   De titularis heeft het recht om naar aanleiding van een ontslagintentie te worden gehoord door de indienstnemende overheid en hij kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
   De indienstnemende overheid motiveert de ontslagbeslissing.
   § 2. Er wordt een einde gemaakt aan de aanstelling van het hoofd van het secretariaatspersoneel van de strategische adviesraad dat vastbenoemd is in die graad met toepassing van de procedure inzake definitieve beroepsongeschiktheid, vermeld in artikel XI 8.]1

  
Art. 5.32. [1 § 1er. L'autorité de recrutement peut mettre fin à la désignation d'un titulaire de la fonction mentionnée dans l'article V 24, § 1er, qui a été engagé sous contrat de travail, conformément au droit de travail.
   A la suite d'une intention de licenciement, le titulaire a le droit être entendu par l'autorité de recrutement et il peut se faire assister d'une personne de son choix.
   L'autorité de recrutement motive la décision de licenciement.
   § 2. Il est mis fin à la désignation du chef du personnel de secrétariat du conseil consultatif stratégique nommé à titre définitif à ce grade en application de la procédure en matière d'inaptitude professionnelle définitive mentionnée dans l'article XI 8.]1

  
TITEL III. - De rechtspositie voor het middenkader.
TITRE III. - Le statut pour le cadre moyen.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales.
Art. 5.33. Deze titel regelt de procedure van vacature-invulling en de arbeidsvoorwaarden voor het middenkader zijnde.
  1° de managementfuncties van N-1 niveau
  2° projectleiderfuncties van N-1 niveau
Art. 5.33. Le présent titre règle la procédure de pourvoi à un emploi vacant et les conditions de travail pour le cadre moyen, à savoir.
  1° les fonctions de management du niveau N-1
  2° les fonctions de chef de projet du niveau N-1
Art. 5.35. [1 Het hoofd van de entiteit, raad of instelling vult een vacature in het middenkader op een van volgende manieren in:
   1° via aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt, overeenkomstig artikel V 36 en volgende, in combinatie met de mobiliteit overeenkomstig artikel V 39bis;
   2° uitsluitend via mobiliteit overeenkomstig artikel V 39bis;
   3° zonder selectieprocedure, overeenkomstig artikel III 50:
   a) via een interne wijziging van dienstaanwijzing, of
   b) op voorstel van de lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel en na akkoord van de N-1 titularis en de betrokken N-functie, via een wijziging van dienstaanwijzing over de grenzen van [2 entiteiten, raden of instelling]2 heen.
   Die manieren om de vacature in te vullen, brengen altijd de aanwijzing in een nieuw mandaat met zich mee en de aanvang van een nieuwe mandaatperiode van zes jaar, die verlengbaar is volgens de bepalingen van deze titel.]1

  
Art. 5.35. [1 Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement pourvoit une vacance d'emploi du cadre moyen de l'une des façons suivantes :
   1° par recrutement sur le marché du travail externe conformément aux articles V 36 et suivants, combiné à la mobilité conformément à l'article V 39bis ;
   2° exclusivement par mobilité conformément à l'article V 39bis ;
   3° sans procédure de sélection conformément à l'article III 50 :
   a) par un changement interne d'affectation, ou
   b) sur la proposition du chef hiérarchique de l'Agence de la Fonction publique et après accord du titulaire N-1 et de la fonction N concernée, par un changement d'affectation au-delà des limites [2 des entités, des conseils ou de l'établissement ]2.
   Ces modes de pourvoi de la vacance d'emploi entraînent toujours la désignation à un nouveau mandat et le commencement d'une nouvelle période de mandat de six ans, renouvelable selon les dispositions du présent titre.]1

  
HOOFDSTUK II. - De selectie.
CHAPITRE 2. - La sélection.
Afdeling 1. - In aanmerking komende kandidaten.
Section 1re. - Candidats admissibles.
Art. 5.36. § 1. [4 [6 De N-1 functie wordt door het hoofd van de entiteit, raad of instelling vacant verklaard via een open procedure, waarbij terzelfdertijd interne en externe kandidaten meedingen.]6]4
  [5 De oproep voor externe kandidaten wordt ten minste op de website van de VDAB [7 of op de website Werken voor Vlaanderen]7 gepubliceerd.]5
  De oproep regelt de wijze van kandidaatstelling en bevat een beknopte weergave van de functiebeschrijving en het competentieprofiel, alsook de salarisschaal, vermeld in artikel V 43.
  § 2. De kandidaten die in aanmerking komen, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° de algemene toelatingsvoorwaarden voor een betrekking in de publieke sector;
  2° [8 het diploma of studiegetuigschrift, vermeld in bijlage 2 bij dit besluit, of het bewijs van beroepskwalificatie of niveaubewijs bezitten dat overeenstemt met het administratieve niveau A, met uitzondering van de interne kandidaten die al tot niveau A of een gelijkgesteld niveau behoren.]8
  3° beschikken over 6 jaar [1 relevante beroepservaring]1 [4 ...]4.
  [5 ...]5
  [8 In afwijking van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, kunnen kandidaten die niet over een toegang gevend diploma, studiegetuigschrift, bewijs van beroepskwalificatie of niveaubewijs beschikken, deelnemen aan de selectie als ze slagen voor een voorafgaande niveautest die gekoppeld is aan niveau A.]8
  [8 Het hoofd van de entiteit, raad of instelling kan beslissen om de mogelijkheid tot afwijking, vermeld in het tweede lid, niet toe te passen.
   De bepalingen van artikel III 15, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.]8

  [5 § 3. Het Agentschap Overheidspersoneel treedt op als selector.
   § 4. [8 De selector stelt, in overleg met het hoofd van de entiteit, raad of instelling, per selectie een selectiereglement vast.
   Het selectiereglement, vermeld in het eerste lid, regelt minstens de volgende elementen:
   1° de diploma's, studiegetuigschriften, bewijzen van beroepskwalificatie of niveaubewijzen die toegang geven tot de selectieprocedure;
   2° de datum waarop aan de voorwaarden voldaan moet zijn;
   3° het aantal en de aard van de testen;
   4° de criteria op basis waarvan de geschiktheid of het geslaagd zijn beoordeeld wordt.
   Naast de elementen, vermeld in het tweede lid, regelt het selectiereglement, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval ook de volgende elementen:
   1° een voorafgaande niveautest om een niveaubewijs te verkrijgen;
   2° een mogelijke voorselectie, naargelang het aantal kandidaten;
   3° een mogelijke beperkte procedure;
   4° de samenstelling van de jury;
   5° de regels voor de rangschikking;
   6° de geldigheidsduur van de reserve;
   7° het verlies en behoud van een plaats in de reserve;
   8° de mogelijkheid om een bijkomende test te organiseren voor de invulling van een bijkomende vacature voor dezelfde of een vergelijkbare functie.]8

   § 5. [8 ...]8
   Het hoofd van de entiteit, raad of instelling kan bijzondere aanwervingsvoorwaarden in overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, en na overleg met de selector, vaststellen.]5

  
Art. 5.36. § 1er. [4 [6 La fonction N-1 est déclarée vacante par le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement via une procédure ouverte, qui s'adresse tant aux candidats internes qu'externes.]6]4
  [5 L'appel aux candidats externes est publié au moins sur le site web du VDAB [7 ou sur le site web Werken voor Vlaanderen]7.]5
  Il règle les modalités des candidatures et contient une reproduction succincte de la description de fonction et du profil de compétence, ainsi que l'échelle de traitement, tel que visé à l'article V 43.
  § 2. Les candidats admissibles doivent remplir les conditions suivantes :
  1° les conditions d'admission générales pour un emploi dans le secteur public;
  2° [8 être en possession du diplôme ou du certificat d'études visé à l'annexe 2 du présent arrêté, ou être en possession de la qualification professionnelle ou du titre de niveau correspondant au niveau administratif A, à l'exception des candidats internes qui appartiennent déjà au niveau A ou à un niveau équivalent.]8
  3° disposer de 6 ans d'[1 expérience professionnelle pertinente]1 [4 ...]4.
  [5 ...]5
  [8 Par dérogation à la condition visée à l'alinéa 1er, 2°, les candidats qui ne disposent pas d'un diplôme d'accès, d'un certificat d'études, d'un titre de qualification professionnelle ou d'un titre de niveau, peuvent participer à la sélection s'ils réussissent un test de niveau préalable lié à un niveau A.]8
  [8 Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut décider de ne pas appliquer la possibilité de dérogation visée à l'alinéa 2.
   Les dispositions de l'article III 15, alinéas 5 et 6, s'appliquent par analogie.8
  [5 § 3. L'Agence de la Fonction publique agit en tant que sélecteur.
   § 4. [8 Par sélection, le sélecteur établit un règlement de sélection en concertation avec le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
   Le règlement de sélection visé à l'alinéa 1er, règle au minimum les éléments suivants :
   1° les diplômes, certificats d'études, certifications de qualification professionnelle ou titres de niveau qui donnent accès à la procédure de sélection ;
   2° la date à laquelle les conditions doivent être remplies ;
   3° le nombre et la nature des tests ;
   4° les critères d'évaluation de l'aptitude ou de la réussite.
   Outre les éléments visés à l'alinéa 2, le règlement de sélection visé à l'alinéa 1er, régit également, le cas échéant, les éléments suivants :
   1° un test de niveau préalable destiné à l'obtention d'un titre de niveau ;
   2° une éventuelle présélection en fonction du nombre de candidats ;
   3° une procédure restreinte éventuelle ;
   4° la composition du jury ;
   5° les règles relatives au classement ;
   6° la durée de validité de la réserve ;
   7° la perte et le maintien d'une place dans la réserve ;
   8° la possibilité d'organiser un test supplémentaire en vue de pourvoir une vacance supplémentaire pour la même fonction ou une fonction analogue.]8

   § 5. [8 ...]8
   Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut arrêter des conditions de recrutement particulières, conformément à la description de fonction et au profil de compétence, et après concertation avec le sélecteur.]5
  
Afdeling 2. - Selectiecriteria en -procedure.
Section 2. - Critères et procédure de sélection.
Art. 5.37. [1 De selector organiseert de selectie voor een functie in overleg met het hoofd van de entiteit, raad of instelling.
   De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, bepaalt een algemeen profiel voor de management- en projectleiderfuncties van N-1 niveau. De lijnmanager kan dat profiel voor de specifieke vacature aanvullen met bijkomende competenties of andere vereisten.
   De selector sluit, in overleg met het hoofd van de entiteit, raad of instelling, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden van het selectiereglement uit van deelname aan de selectie.]1

  
Art. 5.37. [1 Le sélecteur organise la sélection pour une fonction en concertation avec le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
   Le Ministre flamand chargé des affaires administratives détermine un profil général pour les fonctions de management et de chef de projet du niveau N-1. Le manager de ligne peut assortir ce profil pour la vacance considérée de compétences supplémentaires ou d'autres exigences.
   En concertation avec le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement, le sélecteur exclut de la participation à la sélection les candidats ne remplissant pas les conditions statutaires ou les conditions du règlement de sélection.]1

  
Art. 5.38. [1 Het managementorgaan van het beleidsdomein waar er een vacature is, beoordeelt, in overleg met de selector, de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, rekening houdend met de specifieke behoeftes van de [3 (sub)entiteit, raad of instelling]3. Bij de beoordeling van de competenties wordt rekening gehouden met een externe potentieelinschatting die georganiseerd wordt door het Agentschap Overheidspersoneel.
   [2 Voor de beoordeling van de competenties en andere vereisten worden het Gemeenschapsonderwijs en de Vlaamse Onderwijsraad geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en worden de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Omgeving.]2
   In afwijking van het eerste lid kan het managementorgaan van het beleidsdomein die bevoegdheid toewijzen aan het managementorgaan van de entiteit, de raad of de instelling waar de vacature zich bevindt of aan een beleidsdomeinoverschrijdend managementorgaan.
   Elke selectie kan uit verschillende testen bestaan. De kandidaten worden op de hoogte gebracht van de motivering van een eventuele uitsluiting op basis van een test of selectie.]1

  
Art. 5.38. [1 L'organe de management du domaine politique évalue, en concertation avec le sélecteur, les compétences et autres exigences requises pour la fonction conformément à la description de celle-ci, tout en tenant compte des besoins spécifiques [3 de l'entité/la sous-entité, du conseil ou de l'établissement ]3. Lors de l'évaluation des compétences, il est tenu compte d'une appréciation externe du potentiel organisée par l'Agence de la Fonction publique.
   [2 Pour l'évaluation des compétences et autres exigences, l'Enseignement communautaire et le Conseil flamand de l'Enseignement sont censés faire partie du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation et le Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire - Patrimoine immobilier et le Conseil flamand de l'Environnement et de la Nature sont censés faire partie du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire.]2
   Par dérogation à l'alinéa premier, l'organe de management du domaine politique peut attribuer cette compétence à l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement où se situe la vacance d'emploi, ou encore à un organe de management dépassant les domaines politiques.
   Toute sélection peut consister en différentes épreuves. Les candidats sont informés de la motivation d'une exclusion éventuelle sur la base d'une épreuve ou sélection.]1

  
Art. 5.39. [1 § 1. Het hoofd van de entiteit, raad of instelling kiest de kandidaat die volgens hem het meest geschikt is voor de functie, of hij kiest uitzonderlijk niet, als hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met:
   1° de kandidaatstelling;
   2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
   3° de beoordeling van de eventuele selectietest(en).
   § 2. Het hoofd van de entiteit, raad of instelling neemt de geselecteerde kandidaat voor de N-1 functie in dienst met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur met als graad afdelingshoofd of projectleider N-1 en als rang A2A.
   In afwijking van het eerste lid wijst het hoofd van de entiteit, raad of instelling de geselecteerde kandidaat volgens het principe van artikel V 1bis statutair aan in de mandaatfunctie van N-1 niveau met als graad afdelingshoofd of projectleider N-1 en als rang A2A als de mandaatfunctie een gezagsfunctie is. De geselecteerde kandidaat legt de eed af in handen van het hoofd van de entiteit, raad of instelling.
   In afwijking van het eerste en het tweede lid laat het hoofd van de entiteit, raad of instelling de geselecteerde kandidaat die op 31 mei 2024 al ambtenaar is bij de diensten van de Vlaamse overheid toe tot een proeftijd in de graad van hoofdadviseur als de kandidaat nog niet is benoemd in de graad van hoofdadviseur. Hij wijst hem in ieder geval aan in de vacantverklaarde managementfunctie van N-1 niveau met als graad afdelingshoofd of projectleider N-1 en als rang A2A.
   § 3. Als de geselecteerde kandidaat contractueel in dienst komt overeenkomstig paragraaf 2, eerste lid, stelt de arbeidsovereenkomst de arbeidsvoorwaarden vast in overleg tussen de kandidaat die voor de mandaatfunctie geselecteerd is, en het hoofd van de entiteit, raad of instelling, rekening houdend met de bepalingen van dit besluit.
   § 4. Als de geselecteerde kandidaat overeenkomstig paragraaf 2, derde lid, tot de proeftijd wordt toegelaten bepaalt het hoofd van de entiteit, raad of instelling bij de aanvang van de proeftijd de nadere regels van de proeftijd en evalueert de proeftijd. Hij beoordeelt ook de proeftijd in de graad van hoofdadviseur op basis van de prestaties die geleverd zijn in de mandaatfunctie op N-1 niveau.
   Op de proeftijd zijn artikel III 23, III 25, IV 11 en artikel IV 12, § 2 en § 3, van dit besluit van overeenkomstige toepassing.
   Het eindevaluatieverslag wordt betekend aan de ambtenaar op proef binnen dertig kalenderdagen na het evaluatiegesprek.
   Als het eindevaluatieverslag niet binnen dertig kalenderdagen wordt betekend aan de ambtenaar op proef, wordt de proeftijd geacht gunstig te zijn voor de ambtenaar op proef.
   Nadat de ambtenaar op proef met goed gevolg de proeftijd doorlopen heeft, wordt hij vastbenoemd in de graad van hoofdadviseur met de rang A2M overeenkomstig § 2, derde lid.
   Een negatieve eindevaluatie van de proefperiode heeft het einde van het mandaat en de terugplaatsing in de vorige graad tot gevolg.
   Tot de dag waarop hij teruggeplaatst wordt in zijn vorige graad of waarop het ontslag ingaat, behoudt de ambtenaar op proef zijn hoedanigheid.
   Het hoofd van de entiteit, raad of instelling betekent de beslissing tot vaste benoeming of tot beëindiging van het mandaat en de terugplaatsing in de vorige graad aan de ambtenaar op proef.
   Artikel XI 11 en XI 12 van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing.]1

  
Art. 5.39. [1 § 1er. Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement choisit le candidat qui, selon lui, est le plus apte pour la fonction ou bien n'opérera exceptionnellement aucun choix s'il estime qu'aucun des candidats aptes ne satisfait aux exigences de profil. La décision de sélection motivée tient compte des éléments suivants :
   1° la candidature ;
   2° la description de fonction de la vacance et du profil souhaité ;
   3° l'évaluation de l'épreuve ou des épreuves de sélection éventuelles.
   § 2. Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement engage le candidat sélectionné pour la fonction N-1 sous contrat de travail à durée indéterminée au grade de chef de division ou de chef de projet N-1 et au rang A2A.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement désigne le candidat sélectionné selon le principe de l'article V 1bis en qualité de statutaire à la fonction à mandat de niveau N-1 au grade de chef de division ou de chef de projet N-1 et au rang A2A si la fonction à mandat est une fonction d'autorité. Le candidat sélectionné prête serment entre les mains du chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
   Par dérogation aux alinéas 1er et 2, le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement admet le candidat sélectionné qui, au 31 mai 2024, est déjà fonctionnaire auprès des services de l'Autorité flamande à un stage au grade de conseiller en chef si le candidat n'a pas encore été nommé au grade de conseiller en chef. Il le désigne en tout état de cause à la fonction de management de niveau N-1 déclarée vacante au grade de chef de division ou de chef de projet N-1 et au rang A2A.
   § 3. Si le candidat sélectionné est engagé sous contrat conformément au paragraphe 2, alinéa 1er, le contrat de travail fixe les conditions de travail en concertation entre le candidat sélectionné pour la fonction à mandat et le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement, en tenant compte des dispositions du présent arrêté.
   § 4. Si le candidat sélectionné est admis au stage conformément au paragraphe 2, alinéa 3, le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement arrête les modalités du stage au début du stage et évalue le stage. Il évalue également le stage au grade de conseiller en chef sur la base des prestations qui ont été fournies dans la fonction à mandat de niveau N-1.
   Les articles III 23, III 25, IV 11 et l'article IV 12, §§ 2 et 3, du présent arrêté s'appliquent par analogie au stage.
   Le rapport d'évaluation finale est signifié au fonctionnaire stagiaire dans les trente jours calendrier suivant l'entretien d'évaluation.
   Si le rapport d'évaluation finale n'est pas signifié au fonctionnaire stagiaire dans les trente jours calendrier, le stage est réputé positif pour le fonctionnaire stagiaire.
   Après avoir accompli le stage avec succès, le fonctionnaire stagiaire est nommé à titre définitif au grade de conseiller en chef au rang A2M conformément au § 2, alinéa 3.
   Une évaluation finale négative du stage entraîne la fin du mandat et la rétrogradation au grade précédent.
   Le fonctionnaire stagiaire conserve sa qualité jusqu'à ce qu'il soit rétrogradé à son grade précédent ou jusqu'à ce que le licenciement prenne effet.
   Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement signifie au fonctionnaire stagiaire la décision de nomination à titre définitif ou de cessation du mandat et de rétrogradation au grade précédent.
   Les articles XI 11 et XI 12 du présent arrêté s'appliquent par analogie.]1

  
HOOFDSTUK IIbis. [1 -[2 ...]2 Mobiliteit.]1
CHAPITRE 2bis. [1 - Mobilité[2 ...]2.]1
Art. 5.39 bis.[1 § 1. Bij invulling van een N-1 functie via mobiliteit zijn artikel V 37 en V 38 niet van toepassing. Het hoofd van de entiteit, raad of instelling organiseert de selectie en bepaalt voor de specifieke vacature bijkomende competenties of andere vereisten. In afwijking van artikel V 36, § 4, stelt het hoofd van de entiteit, raad of instelling een selectiereglement vast.
   De titularissen van een N-1 functie, de titularissen van de functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad en de titularissen van een [3 managementfunctie van N-niveau]3 of van algemeen directeur, die beschikken over een evaluatie die niet met onvoldoende is besloten, kunnen zich kandidaat stellen naar aanleiding van de bekendmaking van een vacature.
   Het hoofd van de entiteit, raad of instelling sluit de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden van het selectiereglement, uit van deelname aan de selectie.
   Het hoofd van de entiteit, raad of instelling houdt een interview met de kandidaten om na te gaan welke kandidaat het best voldoet aan het competentieprofiel voor de functie.
   § 2. In overleg met de geselecteerde kandidaat wordt een arbeidsovereenkomst gesloten met het hoofd van de entiteit, raad of instelling van de vacature. De arbeidsovereenkomst vermeldt de indiensttredingsdatum.
   Het sluiten van de nieuwe arbeidsovereenkomst heeft de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de oorspronkelijke entiteit, raad of instelling of van de aanwijzing in de mandaatfunctie op N-1 niveau die een gezagsfunctie is, tot gevolg.
   In afwijking van het eerste lid, wijst het hoofd van de entiteit [2 , raad of instelling"]2 de geselecteerde kandidaat volgens het principe van artikel V 1bis statutair aan in de mandaatfunctie van N-1 niveau met als graad afdelingshoofd of projectleider N-1 en als rang A2A als deze mandaatfunctie een gezagsfunctie is. De geselecteerde kandidaat legt de eed af in handen van het hoofd van de entiteit, raad of instelling.
   § 3. De geselecteerde kandidaat die op 31 mei 2024 ambtenaar was bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt overgeplaatst naar de entiteit, raad of instelling van de vacature en wordt aangewezen in het nieuwe mandaat op N-1 niveau. Hij behoudt de graad van hoofdadviseur waarin hij vastbenoemd is.
   Het overplaatsingsbesluit vermeldt de termijn waarin het afdelingshoofd of de projectleider N-1 zijn nieuwe functie opneemt.
   § 4. In afwijking van paragraaf 3 wordt de titularis van de statutaire graad van hoofd van het secretariaatspersoneel van de strategische adviesraad, directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal vastbenoemd in de graad van hoofdadviseur en aangesteld als afdelingshoofd of projectleider N-1 zonder de proeftijd te doorlopen.
   Voor de personeelsleden die overeenkomstig artikel VIIbis 1 van dit besluit vallen onder het toepassingsgebied van deel VIIbis, bij overgang van de graad van hoofd van het secretariaatspersoneel van de strategische adviesraad of de graad en terugvalgraad verbonden aan de topkaderfunctie naar de mandaatgraad van afdelingshoofd of projectleider N-1, wordt de schaalanciënniteit of de periode die verworven is in de graad van hoofd van het secretariaatspersoneel van de strategische adviesraad of de graad en terugvalgraad verbonden aan de topkaderfunctie, aangerekend op de schaalanciënniteit in de mandaatgraad van afdelingshoofd of projectleider N-1 en in de graad van hoofdadviseur.]1

  
Art. 5.39 bis.[1 § 1er. Les articles V 37 et V 38 ne s'appliquent pas au pourvoir d'une fonction N-1 par mobilité. Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement organise la sélection et définit des compétences supplémentaires ou d'autres exigences pour la vacance d'emploi spécifique. Par dérogation à l'article V 36, § 4, le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement arrête un règlement de sélection.
   Les titulaires d'une fonction N-1, les titulaires de la fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique et les titulaires d'une [3 fonction de management du niveau N]3 ou de directeur général, qui disposent d'une évaluation qui ne s'est pas soldée par un " insuffisant ", peuvent poser leur candidature suite à la publication d'un avis de vacance.
   Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement exclut de la participation à la sélection les candidats qui ne satisfont pas aux conditions statutaires ou aux conditions du règlement de sélection.
   Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement s'entretient avec les candidats afin de déterminer le candidat qui répond le mieux au profil de compétences pour la fonction.
   § 2. En concertation avec le candidat sélectionné, un contrat de travail est conclu avec le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement de la vacance d'emploi. Le contrat de travail mentionne la date d'entrée en fonction.
   La conclusion du nouveau contrat de travail entraîne la cessation du contrat de travail avec l'entité, le conseil ou l'établissement d'origine ou de la désignation à la fonction à mandat de niveau N-1 qui est une fonction d'autorité.
   Par dérogation à l'alinéa 1er,le chef de l'entité [2 , du conseil ou de l'établissement]2 désigne le candidat sélectionné selon le principe de l'article V 1bis en qualité de statutaire à la fonction à mandat de niveau N-1 au grade de chef de division ou de chef de projet N-1 et au rang A2A si cette fonction à mandat est une fonction d'autorité. Le candidat sélectionné prête serment entre les mains du chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
   § 3. Le candidat sélectionné qui, au 31 mai 2024, était fonctionnaire auprès des services de l'Autorité flamande est muté à l'entité, au conseil ou à l'établissement de la vacance d'emploi et est désigné au nouveau mandat de niveau N-1. Il conserve le grade de conseiller en chef auquel il a été nommé à titre définitif.
   L'arrêté de mutation mentionne le délai dans lequel le chef de division ou le chef de projet N-1 prend ses nouvelles fonctions.
   § 4. Par dérogation au paragraphe 3, le titulaire du grade statutaire de chef du personnel de secrétariat du conseil consultatif stratégique, de directeur général ou de directeur général adjoint est nommé à titre définitif au grade de conseiller en chef et est désigné en tant que chef de division ou chef de projet N-1 sans accomplir le stage.
   En ce qui concerne les agents qui relèvent du champ d'application de la partie VIIbis conformément à l'article VIIbis 1 du présent arrêté, en cas de passage du grade de chef du personnel de secrétariat du conseil consultatif stratégique ou du grade et du grade de repli attachés à la fonction du cadre supérieur au grade mandat de chef de division ou de chef de projet N-1, l'ancienneté barémique ou la période acquise au grade de chef du personnel de secrétariat du conseil consultatif stratégique ou au grade et au grade de repli attachés à la fonction du cadre supérieur est imputée sur l'ancienneté barémique au grade mandat de chef de division ou de chef de projet N-1 et au grade de conseiller en chef.]1

  
Art. 5.39 ter.[1 De regeling van de [2 ...]2 mobiliteit vermeld in artikel V 39bis, is van overeenkomstige toepassing op de titularis van de terugvalgraad van hoofdadviseur.
  [2 ...]2]1

  
Art. 5.39 ter.[1 Le régime de la mobilité [2 ...]2, visé à l'article V 39bis, s'applique par analogie au titulaire du grade de repli de conseiller en chef.".
  [2 ...]2.]1

  
HOOFDSTUK III. - [1 De arbeidsvoorwaarden]1
CHAPITRE 3. [1 - Les conditions de travail]1
Art. 5.41. De administratieve en geldelijke arbeidsvoorwaarden zijn gelijk aan deze van de [1 het personeelslid]1 van de diensten van de Vlaamse overheid zoals (...) bepaald in dit besluit (...).
  
Art. 5.41. Les conditions de travail administratives et pécuniaires sont égales à celles [1 de l'agent]1 des services des autorités flamandes telles que fixées (...) dans le présent arrêté (...).
  
Art. 5.42. § 1. De houder van een management- of projectleiderfunctie van N-1 niveau oefent zijn taak uit volgens een arbeidsregime vastgesteld in overeenstemming met de lijnmanager, die aan het hoofd staat van de entiteit, raad of instelling.
  [5 ...]5
  § 2. [1 De titularis van een management- of projectleiderfunctie van N-1 niveau kan alleen de volgende langdurige verloven opnemen :
   1° moederschaprust en opvangverlof;
   2° loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen, bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid of ouderschapsverlof;
   3° verlof wegens ziekte of arbeidsongeval of beroepsziekte;
   4° verlof om een ambt uit te oefenen bij een kabinet;
   5° verlof voor een project, dat de Vlaamse Regering heeft goedgekeurd.]1

  § 3. De titularis van de functie of ingeval van overmacht, de lijnmanager van N-niveau, duidt bij afwezigheid een plaatsvervanger aan.
  Wanneer een vervanger moet worden aangeduid beslist de lijnmanager van N-niveau, in functie van de duur van de afwezigheid, over de toepassing van de selectieprocedure volgens de bepalingen van dit besluit. De plaatsvervanger [2 , die al [7 personeelslid]7 is bij de diensten van de Vlaamse overheid,]2 krijgt een tijdelijke dienstaanwijzing voor de duur van de afwezigheid hetzij in toepassing van artikel V [7 artikel V 35, 3°]7, hetzij na vacantverklaring. [2 De indienstneming van de plaatsvervanger, aangewezen na vacantverklaring op de externe arbeidsmarkt, gebeurt bij vervangingsovereenkomst.]2
  [De plaatsvervanger kan als effectieve titularis van de management- of projectleiderfunctie van N-1 niveau aangewezen worden als die functie definitief vacant wordt.]
  [§ 4. In geval van afwezigheid van de titularis van een functie van N-1 niveau, waarvan de duur meer dan drie maanden en minder dan een jaar bedraagt, kan de lijnmanager een waarnemende titularis aanwijzen onder de [7 personeelsleden]7 [6 die met toepassing van artikel V 53 over een vrijstelling beschikken voor de externe potentieelinschatting of de eindbeoordeling van de generieke competenties voor een N-1 functie, of die minder dan zeven jaar geleden geslaagd zijn voor de externe potentieelinschatting voor een N-1 functie]6. Deze aanwijzing kan éénmaal worden verlengd voor een duur van maximaal één jaar.
  De waarnemende titularis beschikt over alle prerogatieven die verbonden zijn aan de functie van N-1 niveau.
  [3 De regeling betreffende de toelage voor tijdelijke functieverzwaring, vermeld in artikel VII 44bis en [8 ...]8, is van toepassing op de waarnemende titularis.]3]
  
Art. 5.42. § 1er. Le titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N-1 remplit sa mission selon un régime de travail fixé en accord avec le manager de ligne qui dirige l'entité, le conseil ou l'établissement.
  [5 ...]5
  § 2. [1 Le titulaire dune fonction de management ou de chef de projet du niveau N-1 peut uniquement bénéficier des congés de longue durée suivants :
   1° congé de maternité et congé d'accueil;
   2° interruption de carrière pour la prestation de soins palliatifs, d'assistance ou de soins à un membre du ménage ou de la famille qui souffre d'une maladie grave ou le congé parental;
   3° congé pour cause de maladie, accident de travail ou maladie professionnelle;
   4° congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet;
   5° congé pour un projet, approuvé par le Gouvernement flamand.]1

  § 3. Le titulaire de la fonction ou, en cas de force majeure, le manager de ligne du niveau N, désigne un remplaçant en cas d'absence.
  Lorsqu'il faut désigner un remplaçant, le manager de ligne du niveau N décide, en fonction de la durée de l'absence, de l'application de la procédure de sélection selon les dispositions du présent arrêté. Le remplaçant [2 qui est déjà [7 agent]7 auprès des services des autorités flamandes]2 est affecté temporairement pour la durée de l'absence, soit en application de[7 l'article V 35, 3°,]7, soit après la déclaration de vacance. [2 L'engagement du remplaçant, désigné après la déclaration de la vacance sur le marché externe de l'emploi, se fait par contrat de remplacement.]2
  [Le remplaçant peut être désigné comme titulaire effectif de la fonction de management ou de chef de projet du niveau N-1 lorsque cette fonction devient définitivement vacante.]
  § 4. En cas d'absence du titulaire d'une fonction du niveau N-1, dont la durée dépasse les trois mois et est inférieur à un an, le manager de ligne peut désigner un titulaire intérimaire parmi les [7 agents ]7 [6 disposant, par application de l'article V 53, d'une dispense de l'appréciation externe du potentiel ou de l'évaluation finale des compétences génériques pour une fonction du niveau N-1, ou qui ont réussi il y a moins de sept ans, l'appréciation externe du potentiel pour une fonction du niveau N-1]6. Cette désignation est une fois renouvelable pour une durée d'un an au maximum.
  Le titulaire intérimaire dispose de toutes les prérogatives liées à la fonction du niveau N-1.
  [3 Le régime de l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction, mentionnée [8 à l'article VII 44bis ]8, s'applique au titulaire intérimaire.]3)
  
Art. 5.43. [1 § 1. De titularis van een management- of projectleidersfunctie van het N-1 niveau krijgt een bezoldiging in de salarisschaal NA285.
   § 2. Het personeelslid met de graad van hoofdadviseur krijgt een bezoldiging in de salarisschaal NA212.
   § 3. Voor de toekenning en berekening van salaris, toelagen, vergoedingen en sociale voordelen, is de regeling, vermeld in deel VII van dit besluit, van toepassing.]1

  
Art. 5.43. [1 § 1er. Le titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet de niveau N-1 perçoit une rémunération dans l'échelle de traitement NA285.
   § 2. L'agent revêtu du grade de conseiller en chef perçoit une rémunération dans l'échelle de traitement NA212.
   § 3. L'octroi et le calcul du salaire, des allocations, des indemnités et des avantages sociaux sont soumis au régime mentionné dans la partie VII du présent arrêté.]1

  
Art. 5.43 bis. [1 § 1. In afwijking van artikel V 43 van dit besluit, geldt voor de personeelsleden die overeenkomstig artikel VIIbis 1 van dit besluit onder het toepassingsgebied van deel VIIbis vallen, de verloningsregeling, vermeld in dit artikel.
   § 2. Aan de graad van hoofdadviseur met rang A2M wordt de volgende functionele loopbaan verbonden:
   1° hoofdadviseur: A212;
   2° hoofdadviseur met tien jaar schaalanciënniteit: A213.
   § 3. Aan de mandaatgraad van afdelingshoofd of projectleider N-1 met rang A2A wordt de volgende functionele loopbaan verbonden:
   1° afdelingshoofd/projectleider N-1: A285;
   2° afdelingshoofd/projectleider N-1 met zes jaar schaalanciënniteit: A286.
   § 4. Bij overgang van de mandaatgraad van afdelingshoofd of projectleider naar de graad van hoofdadviseur wordt de schaalanciënniteit die verworven is in het mandaat van afdelingshoofd of projectleider, aangerekend op de schaalanciënniteit in de graad van hoofdadviseur.
   § 5. Voor de toekenning en berekening van salaris, toelagen, vergoedingen en sociale voordelen, is de regeling, vermeld in deel VII en VIIbis, van toepassing.]1

  
Art. 5.43 bis. [1 § 1er. Par dérogation à l'article V 43 du présent arrêté, les agents qui relèvent du champ d'application de la partie VIIbis conformément à l'article VIIbis 1 du présent arrêté sont soumis au régime de rémunération mentionné dans le présent article.
   § 2. La carrière fonctionnelle suivante est attachée au grade de conseiller en chef de rang A2M :
   1° conseiller en chef : A212 ;
   2° conseiller en chef avec dix ans d'ancienneté barémique : A213.
   § 3. La carrière fonctionnelle suivante est attachée au grade mandat de chef de division ou de chef de projet N-1 de rang A2A :
   1° chef de division/chef de projet N-1 : A285 ;
   2° chef de division/chef de projet N-1 avec six ans d'ancienneté barémique : A286.
   § 4. En cas de passage du grade mandat de chef de division ou de chef de projet au grade de conseiller en chef, l'ancienneté barémique acquise dans le mandat de chef de division ou de chef de projet est imputée sur l'ancienneté barémique au grade de conseiller en chef.
   § 5. L'octroi et le calcul du salaire, des allocations, des indemnités et des avantages sociaux sont soumis au régime mentionné dans les parties VII et VIIbis.]1

  
HOOFDSTUK IV. - Evaluatie.
CHAPITRE 4. - Evaluation.
Art. 5.44. [1 § 1. De personeelsleden van het middenkader worden door de lijnmanager minstens jaarlijks geëvalueerd over hun prestaties en de wijze waarop ze die prestaties leveren overeenkomstig de bepalingen van deel IV, behoudens de afwijkende bepalingen van deel V, en in het bijzonder van dit artikel en van artikel V 45.
   In afwijking van artikel IV 2 is de lijnmanager de enige evaluator voor de personeelsleden van het middenkader. Hij oefent alleen en als enige evaluator de bevoegdheden uit die in deel IV aan de evaluatoren worden toegekend. Artikel IV 7 is niet van toepassing.
   De personeelsleden van het middenkader die overeenkomstig artikel VIIbis 1 onder het toepassingsgebied van dit deel VIIbis vallen, zijn ook onderworpen aan de specifieke bepalingen voor deze groep van personeelsleden in deel IV. De afwijkingen, vermeld in paragraaf 2, doen geen afbreuk daaraan.
   § 2. In afwijking van artikel IV 21 en IV 22 is de lijnmanager bevoegd om de beslissing over de salarisevolutie, vermeld in artikel IV 21 en IV 22, te nemen voor het personeelslid met een management- en projectleidersfunctie op N-1 niveau.
   De afwijkingen in deze paragraaf laten de jaarlijkse evaluatie van de personeelsleden in de terugvalgraad van hoofdadviseur onverlet.]1

  
Art. 5.44. [1 § 1er. Les agents du cadre moyen font l'objet d'une évaluation, au moins une fois l'an, par le chef hiérarchique de leurs prestations et de la façon dont ils fournissent ces prestations conformément aux dispositions de la partie IV, sauf dispositions dérogatoires de la partie V, et en particulier du présent article et de l'article V 45.
   Par dérogation à l'article IV 2, le chef hiérarchique est l'unique évaluateur des agents du cadre moyen. Il exerce seul et en tant qu'unique évaluateur les compétences dévolues aux évaluateurs dans la partie IV. L'article IV 7 ne s'applique pas.
   Les agents du cadre moyen qui relèvent du champ d'application de la présente partie VII bis conformément à l'article VIIbis 1 sont également soumis aux dispositions spécifiques pour ce groupe d'agents de la partie IV. Les dérogations mentionnées dans le paragraphe 2 n'y changent rien.
   § 2. Par dérogation aux articles IV 21 et IV 22, le chef hiérarchique est compétent pour prendre la décision au sujet de l'évolution salariale mentionnée dans les articles IV 21 et IV 22 pour l'agent investi d'une fonction de management et de chef de projet de niveau N-1.
   Les dérogations du présent paragraphe n'ont pas d'incidence sur l'évaluation annuelle des agents au grade de repli de conseiller en chef.]1

  
Art. 5.45. [1 § 1. De ambtenaar in het middenkader van wie het evaluatieverslag wordt besloten met de einduitspraak `loopbaanvertraging' of `onvoldoende' kan daartegen beroep instellen bij de raad van beroep overeenkomstig de bepalingen van artikel IV 17, IV 18 en IV 19.
   Het beroep is opschortend.
   De raad van beroep brengt een gemotiveerd advies uit binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van het beroepschrift.
   Onverminderd artikel I 16, § 1, tweede lid, wordt het dossier vervolgens binnen de vijftien kalenderdagen voorgelegd aan de functioneel bevoegde minister die binnen de vijftien kalenderdagen na de ontvangst van het advies van de raad van beroep beslist of de uitspraak gehandhaafd wordt.
   § 2. Het personeelslid in het middenkader kan tegen de beslissing `onder verwachtingen' beroep instellen bij een beroepsorgaan op het niveau van het beleidsdomein volgens de bepalingen van artikel IV 23, IV 24, IV 25, IV 26, IV 27 en IV 28.
   Voor de behandeling van het beroep worden het Gemeenschapsonderwijs en de Vlaamse Onderwijsraad geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en worden de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Omgeving.
   In afwijking van artikel IV 23, § 2 en § 3, bezorgt het beroepsorgaan het advies en het volledige dossier van het personeelslid met een management- en projectleidersfunctie op N-1 niveau binnen de vijftien kalenderdagen aan de lijnmanager van de entiteit, raad of instelling van het personeelslid.
   De lijnmanager neemt een definitieve beslissing over de salarisevolutie binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van het advies van het beroepsorgaan en bezorgt die beslissing aan het personeelslid.
   De lijnmanager kan de beslissing `onder verwachtingen' behouden of vervangen door een beslissing `volgens verwachtingen'.]1

  
Art. 5.45. [1 § 1er. Le fonctionnaire du cadre moyen dont le rapport d'évaluation se conclut par la décision finale " ralentissement de carrière " ou " insuffisant " peut introduire un recours contre cette décision devant la chambre de recours conformément aux dispositions des articles IV 17, IV 18 et IV 19.
   Le recours est suspensif.
   La chambre de recours rend un avis motivé dans les trente jours calendrier de la réception du recours.
   Sans préjudice de l'article I 16, § 1er, alinéa 2, le dossier est ensuite soumis, dans les quinze jours calendrier, au ministre fonctionnellement compétent qui décide, dans les quinze jours calendrier de la réception de l'avis de la chambre de recours, du maintien ou non de la décision.
   § 2. L'agent du cadre moyen peut introduire un recours contre la décision " en deçà des attentes " devant un organe de recours au niveau du domaine politique selon les dispositions des articles IV 23, IV 24, IV 25, IV 26, IV 27 et IV 28.
   Pour le traitement du recours, l'Enseignement communautaire et le Conseil flamand de l'Enseignement sont réputés faire partie du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation tandis que le Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire et du Patrimoine immobilier et le Conseil flamand de l'Environnement et de la Nature sont réputés faire partie du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire.
   Par dérogation à l'article IV 23, §§ 2 et 3, l'organe de recours transmet l'avis et le dossier complet de l'agent investi d'une fonction de management et de chef de projet de niveau N-1, dans les quinze jours calendrier, au chef hiérarchique de l'entité, du conseil ou de l'établissement de l'agent.
   Le chef hiérarchique prend une décision définitive au sujet de l'évolution salariale dans les quinze jours calendrier de la réception de l'avis de l'organe de recours et transmet cette décision à l'agent.
   Le chef hiérarchique peut maintenir la décision " en deçà des attentes " ou la remplacer par une décision " conforme aux attentes ".]1

  
Art. 5.45 bis. [1 Le titularis van een management- of projectleidersfunctie van N-1 niveau wordt door de lijnmanager voor het einde of de verlenging van een mandaat geëvalueerd met het oog op het opnemen van een volgend mandaat.]1
  
Art. 5.45 bis. [1 Le titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet de niveau N-1 est évalué par le chef hiérarchique avant la fin ou la prorogation d'un mandat en vue de l'exercice d'un mandat suivant.]1
  
HOOFDSTUK V. - Einde van de dienstaanwijzing in een middenkaderfunctie.
CHAPITRE 5. - Fin de l'affectation dans une fonction de cadre moyen.
Art. 5.46. [1 § 1. Het hoofd van de entiteit, raad of instelling beëindigt het mandaat van een afdelingshoofd of projectleider:
   1° bij een evaluatiebeslissing `onvoldoende';
   2° op verzoek van de betrokkene zelf;
   3° in onderling overleg tussen de betrokkene en het hoofd van de entiteit, raad of instelling;
   4° om organisatorische redenen bij afschaffing van de betrekking.
   Het hoofd van de entiteit, raad of instelling kan een mandaat van afdelingshoofd of projectleider ook beëindigen na telkens zes jaar.
   § 2. Het hoofd van de entiteit, raad of instelling beëindigt het mandaat van projectleider, met behoud van de toepassing van paragraaf 1, ook na de duurtijd van het project als die korter dan zes jaar is.
   § 3. Onverminderd de definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid, vermeld in artikel XI 8, § 1, of de ontslagregeling van contractuele personeelsleden, vermeld in artikel XI 13 en volgende van dit besluit, biedt het hoofd van de entiteit, raad of instelling aan de titularis van de mandaatfunctie op N-1 niveau van wie het mandaat wordt beëindigd en die niet wordt aangeworven in een volgend of in een ander mandaat een passende functie aan in de graad van hoofdadviseur.
  [2 De toewijzing van een passende functie in de graad van hoofdadviseur is geen personeelsbeweging noch een gebeurtenis die aanleiding geeft tot een bijkomende valorisatie van ervaring conform artikel VII 3.]2
   § 4. Het hoofd van de entiteit, raad of instelling biedt aan de titularis van de management- of projectleidersfunctie van N-1 niveau overeenkomstig artikel V 39, § 2, eerste en tweede lid, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur aan. Door die arbeidsovereenkomst te ondertekenen stemt de titularis in met de beëindiging van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst in onderling akkoord, zonder dat een opzeggingstermijn of -vergoeding verschuldigd is.
   Als de titularis van de management- of projectleidersfunctie van N-1 niveau niet instemt met de nieuwe arbeidsovereenkomst, dan beëindigt het hoofd van de entiteit, raad of instelling de lopende arbeidsovereenkomst met toepassing van de regels van het arbeidsrecht.
   In afwijking van het eerste lid behoudt de titularis van de mandaatfunctie op N-1 niveau die op basis van artikel V 39bis, § 2, derde lid, statutair is aangesteld in een gezagsfunctie zijn statutaire aanstelling in de passende functie gedurende een periode van maximaal twee jaar na de beëindiging van het mandaat als de mandaatfunctie van die titularis eindigt op basis van artikel V 46, § 1, eerste lid, 4°. Aan de statutaire aanstelling komt eerder een einde naar aanleiding van een doorstroom naar een andere functie op initiatief van het personeelslid. Na afloop van die periode biedt het hoofd van de entiteit, raad of instelling aan het personeelslid een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur aan in de toegewezen functie.
   § 5. In afwijking van paragraaf 4 wijst het hoofd van de entiteit, raad of instelling de titularis van de management- of projectleidersfunctie van N-1 niveau die vastbenoemd is in de graad van hoofdadviseur statutair aan in een passende functie.
   § 6. Als de passende functie in de graad van hoofdadviseur, vermeld in paragraaf 3, een gezagsfunctie is, laat het hoofd van de entiteit, raad of instelling in afwijking van de vermelde paragraaf het personeelslid, toe tot de proeftijd met het oog op een benoeming in de gezagsfunctie overeenkomstig artikel III 2, § 2, van dit besluit.
   Artikel III 22 tot en met III 27 en artikel IV 11 tot en met IV 13 van dit besluit inzake de toelating tot en de evaluatie van de proeftijd zijn van overeenkomstige toepassing.
   Het personeelslid dat eerder vastbenoemd is in de graad van hoofdadviseur wordt met onmiddellijke ingang vastbenoemd in de gezagsfunctie.]1

  
Art. 5.46. [1 § 1er. Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement met fin au mandat d'un chef de division ou d'un chef de projet :
   1° en cas de décision d'évaluation " insuffisant " ;
   2° à la demande de l'intéressé ;
   3° d'un commun accord entre l'intéressé et le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement ;
   4° pour des raisons organisationnelles en cas de suppression de l'emploi.
   Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut également mettre fin à un mandat de chef de division ou de chef de projet après chaque période de six ans.
   § 2. Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement met également fin au mandat de chef de projet, sans préjudice de l'application de paragraphe 1er, après la durée du projet si celle-ci est inférieure à six ans.
   § 3. Sans préjudice de l'inaptitude professionnelle définitivement établie mentionnée dans l'article XI 8, § 1er, ou du régime de licenciement des agents contractuels mentionné dans les articles XI 13 et suivants du présent arrêté, le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement propose au titulaire de la fonction à mandat de niveau N-1, dont le mandat prend fin et qui n'est pas engagé dans un mandat suivant ou dans un autre mandat, une fonction appropriée au grade de conseiller en chef.
  [2 L'attribution d'une fonction appropriée dans le grade de conseiller en chef ne constitue ni un mouvement de personnel ni un événement donnant lieu à une valorisation supplémentaire de l'expérience conformément à l'article VII 3. ]2
   § 4. Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement propose au titulaire de la fonction de management ou de chef de projet de niveau N-1 conformément à l'article V 39, § 2, alinéas 1er et 2, un contrat de travail à durée indéterminée. En signant ce contrat de travail, le titulaire consent à la résiliation du contrat de travail initial de commun accord, sans préavis ni indemnité.
   Si le titulaire de la fonction de management ou de chef de projet de niveau N-1 n'accepte pas le nouveau contrat de travail, le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement met fin au contrat de travail en cours en application des règles du droit du droit.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, le titulaire de la fonction à mandat de niveau N-1, désigné en qualité de statutaire à une fonction d'autorité en vertu de l'article V 39bis, § 2, alinéa 3, conserve sa désignation statutaire à la fonction appropriée pendant une période de deux ans maximum après la fin du mandat si la fonction à mandat de ce titulaire prend fin en vertu de l'article V 46, § 1er, alinéa 1er, 4°. La désignation statutaire prend fin plus tôt suite à une transition vers une autre fonction à l'initiative de l'agent. Au terme de cette période, le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement propose à l'agent un contrat de travail à durée indéterminée dans la fonction attribuée.
   § 5. Par dérogation au paragraphe 4, le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement désigne le titulaire de la fonction de management ou de chef de projet de niveau N-1, qui a été nommé à titre définitif au grade de conseiller en chef, en qualité de statutaire à une fonction appropriée.
   § 6. Si la fonction appropriée au grade de conseiller en chef mentionnée dans le paragraphe 3 est une fonction d'autorité, le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement admet l'agent au stage, par dérogation au paragraphe visé, en vue d'une nomination à la fonction d'autorité conformément à l'article III 2, § 2, du présent arrêté.
   Les articles III 22 à III 27 et les articles IV 11 à IV 13 du présent arrêté concernant l'admission au stage et son évaluation s'appliquent par analogie.
   L'agent nommé antérieurement à titre définitif au grade de conseiller en chef est nommé à titre définitif à la fonction d'autorité avec effet immédiat.]1

  
TITEL IV. - Gemeenschappelijke bepaling.
TITRE IV. - Disposition commune.
Art. 5.47. [1 Op verzoek van het personeelslid dat overeenkomstig artikel V 46 aanspraak maakt op een passende functie in de terugvalgraad kan een einde gesteld worden aan het behoren tot het middenkader via een overplaatsing in een passende functie binnen de diensten van de Vlaamse overheid.
   Op zijn verzoek kan de titularis van de graad van hoofdadviseur worden overgeplaatst in een betrekking van dezelfde graad binnen de diensten van de Vlaamse overheid.]1

  
Art. 5.47. [1 A la demande de l'agent qui prétend à une fonction appropriée au grade de repli conformément à l'article V 46, il peut être mis fin à l'appartenance au cadre moyen par une mutation à une fonction appropriée au sein des services de l'Autorité flamande.
   A sa demande, le titulaire peut être muté du grade de conseiller en chef à un emploi du même grade au sein des services de l'Autorité flamande.]1

  
TITEL V. - Overgangs- en opheffingsbepalingen.
TITRE V. - Dispositions transitoires et abrogatoires.
HOOFDSTUK I. - De [1 managementfunctie van N-niveau]1 en de functie van algemeen directeur.
CHAPITRE 1er. - Les [1 fonctions de management du niveau N]1 et la fonction de directeur général
Art. 5.48. [1 Wie meedingt naar een [3 managementfunctie van N-niveau]3 of een functie van algemeen directeur wordt, als hij [2 op 30 juni 2016]2 vrijgesteld was van selectietesten voor diezelfde management- of projectleidersfunctie van N-niveau of voor diezelfde functie van algemeen directeur, niet getest voor de gedragscompetenties en de vaktechnische competenties die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor diezelfde functie. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van selectietesten voor diezelfde functie, behalve bij een onvoldoende.
   Wie meedingt naar een [3 managementfunctie van N-niveau]3 wordt, als hij [2 op 30 juni 2016]2 vrijgesteld was van selectietesten voor een andere [3 managementfunctie van N-niveau]3, niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de selectietesten voor die andere [3 managementfunctie van N-niveau]3, behalve bij een onvoldoende.
   Wie meedingt naar een functie van algemeen directeur, wordt, voor zover hij [2 op 30 juni 2016]2 vrijgesteld was van selectietesten voor een [3 managementfunctie van N-niveau]3 of voor een andere functie van algemeen directeur, niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de selectietesten voor die [3 managementfunctie van N-niveau]3 of voor die andere functie van algemeen directeur, behalve bij een onvoldoende.]1

  
Art. 5.48. [1 La personne qui sollicite une fonction de management ou de chef de projet du niveau N ou de directeur général, si elle était dispensée [2 au 30 juin 2016]2 des épreuves de sélection pour cette même [3 fonction de management du niveau N]3 ou pour cette même fonction de directeur général, n'est pas évaluée pour les compétences comportementales et les compétences spécialisées requises pour cette même fonction conformément à la description de celle-ci. L'exemption vaut pour la durée restante de l'exemption des épreuves de sélection pour cette même fonction, sauf en cas de résultat insuffisant.
   La personne qui sollicite une [3 fonction de management du niveau N]3, si elle était dispensée [2 au 30 juin 2016]2 des épreuves de sélection pour une autre fonction de management ou de chef de projet du niveau N, n'est pas évaluée pour les compétences auxquelles s'applique l'exemption. L'exemption vaut pour la durée restante de l'exemption des épreuves de sélection pour cette autre fonction de management ou de chef de projet du niveau N, sauf en cas de résultat insuffisant.
   La personne qui sollicite une fonction de directeur général, si elle était dispensée [2 au 30 juin 2016]2 des épreuves de sélection pour une [3 fonction de management du niveau N]3 ou pour une autre fonction de directeur général, n'est pas évaluée pour les compétences auxquelles s'applique l'exemption. L'exemption vaut pour la durée restante de l'exemption des épreuves de sélection pour cette [3 fonction de management du niveau N]3 ou pour cette autre fonction de directeur général, sauf en cas de résultat insuffisant.]1

  
Art. 5.49. [1In afwijking van artikel V 9, behoudt het personeelslid dat titularis is van een [2 managementfunctie]2, of de titularis van de functie van algemeen directeur op 31 mei 2024 de statutaire aanstelling in het huidige mandaat voor de lopende duur van het mandaat.
   Op basis van artikel V 15 sluit de opdrachtgever in overleg met de titularis van het mandaat, naar aanleiding van de eerstvolgende hernieuwing een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur overeenkomstig artikel V 9, § 1.
   Vanaf de hernieuwing, vermeld in het tweede lid, ontvangt de titularis van de [2 managementfunctie]2 de volgende compenserende jaartoelage tegen 100%:
Art. 5.49. [1Par dérogation à l'article V 9, l'agent titulaire d'une [2 fonction de management]2 de niveau N ou le titulaire de la fonction de directeur général au 31 mai 2024 conserve sa désignation statutaire au mandat actuel pour la durée restant à courir du mandat.
   En vertu de l'article V 15, le donneur d'ordre conclut en concertation avec le titulaire du mandat, à l'occasion du renouvellement suivant, un contrat de travail à durée déterminée conformément à l'article V 9, § 1er.
   A partir du renouvellement visé à l'alinéa 2, le titulaire de la [2 fonction de management]2 reçoit l'allocation compensatoire annuelle suivante à 100 % :
Functieklasse Compenserende toelage
D 4.220€
C 3.460€
B 3.000€
A 2.740€
Functieklasse Compenserende toelage D 4.220€ C 3.460€ B 3.000€ A 2.740€
De titularis met de functie van algemeen directeur ontvangt een compenserende jaartoelage van 1.330 euro tegen 100%.]1
  
Classe de fonctions Allocation compensatoire
D 4.220 €
C 3.460 €
B 3.000 €
A 2.740 €
Classe de fonctions Allocation compensatoire D 4.220 € C 3.460 € B 3.000 € A 2.740 €
Le titulaire de la fonction de directeur général reçoit une allocation compensatoire annuelle de 1.330 euros à 100%.]1
  
Art. 5.51. [1 § 1er. § 1. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel V 12, behoudt de titularis van :
   1) een [3 managementfunctie van N-niveau]3 bedoeld in artikel V 9, § 2, die vanuit rang A4 of rang A3 aangewezen wordt, het salaris en de salarisschaal, geldend vóór de aanstelling, evenals de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen die hij vóór de aanstelling genoot in zoverre de voorwaarden van toekenning blijven bestaan en dat aan deze voorwaarden blijft voldaan;
   2) een [3 managementfunctie van N-niveau]3 bedoeld in [2 artikel V9, § 1ter,]2 die reeds door een arbeidsovereenkomst met de Vlaamse gemeenschap of het Vlaams gewest of een daarvan afhangende instelling verbonden was, de contractuele regeling geldend vóór de aanstelling, evenals de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen die hij vóór de aanstelling genoot in zoverre de voorwaarden van toekenning blijven bestaan en dat aan deze voorwaarden blijft voldaan;
   3) een functie van algemeen directeur hetzij het salaris en de salarisschaal verbonden aan de rang A2L, zijnde A286 en na 6 jaar effectieve prestaties A288, hetzij, in voorkomend geval, het salaris en de salarisschaal welke was verbonden aan de met de functie van adjunct-leidend ambtenaar overeenstemmende graad en welke hem voordien was toegekend; evenals de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen die hij vóór de aanstelling genoot in zoverre de voorwaarden van toekenning blijven bestaan en dat aan deze voorwaarden blijft voldaan.
   § 2. De in § 1 bedoelde titularis bekomt deze overgangsregeling indien deze gunstiger is dan de organieke regeling vermeld in artikel V 12.
   § 3. In afwijking van § 2 geniet de titularis bedoeld in § 1, 1), de mandaattoelage bovenop de overgangsregeling.]1

  
Art. 5.51. [1 § 1er. Sans préjudice des dispositions de l'article V 12, le titulaire :
   1) d'une [3 fonction de management]3, visée à l'article V 9, § 2, qui est désigné à partir du rang A4 ou du rang A3, conserve le traitement et l'échelle de traitement en vigueur avant la désignation, ainsi que les indemnités, allocations et avantages sociaux dont il bénéficiait avant la désignation dans la mesure où les conditions d'octroi soient maintenues et que leur respect reste assuré;
   2) d'une [3 fonction de management]3, visée à [2 l'article V 9, § 1ter,]2, qui était déjà lié par un contrat de travail à la Communauté flamande ou à la Région flamande ou une institution qui en relève, conserve le règlement financier contractuel en vigueur avant la désignation, ainsi que les indemnités, allocations et avantages sociaux octroyés dans la mesure où les conditions d'octroi soient maintenues et que leur respect reste assuré;
   3) d'une fonction de directeur général, conserve soit le traitement et l'échelle de traitement liés au rang A2L, à savoir A286 et après 6 ans de prestations effectives A288, soit, le cas échéant, le traitement et l'échelle de traitement qui étaient liés au grade correspondant à la fonction de fonctionnaire dirigeant adjoint qui lui était attribuée auparavant, ainsi que les indemnités, allocations et avantages sociaux dont il bénéficiait avant la désignation, dans la mesure où les conditions d'octroi soient maintenues et que leur respect reste assuré.
   § 2. Le titulaire visé au § 1er, bénéficie de ce régime de transition si ce dernier est plus favorable que le régime organique visé à l'article V 12.
   § 3. Par dérogation au § 2, le titulaire visé au § 1er, 1), perçoit l'allocation de mandat en sus du régime transitoire.]1

  
Art. 5.51 bis.[1 In afwijking van artikel V 15, wordt het tweede mandaat van de titularis van een managementfunctie van N-niveau dat al werd aangevat uiterlijk voor 31 december 2025, na afloop uitzonderlijk voor een eenmalige bijkomende termijn van zes jaar hernieuwd zonder dat opnieuw een beroep op de mededinging wordt gedaan, als de titularis van het mandaat minstens voldoet aan onderstaande voorwaarden;
   - De mandaatevaluatie vermeld in artikel V 13, § 2, resulteert na afloop van het tweede mandaat niet in een einduitspraak "onvoldoende"
   - De titularis van het mandaat kreeg tijdens ten minste drie van de vijf laatste jaarlijkse evaluaties, waaronder de laatste twee evaluaties, een evaluatie met een hoge waardering;
   - De Vlaamse Regering stemt op voorstel van de opdrachtgever in met de toekomstvisie voor de mandaatfunctie die de mandaathouder heeft voorgelegd.]1

  
Art. 5.51 bis.[1 Par dérogation à l'article 5.15, le deuxième mandat du titulaire d'une fonction de management du niveau N qui a déjà pris effet au plus tard avant le 31 décembre 2025, sera exceptionnellement renouvelé à son issue pour un délai supplémentaire unique de six ans sans qu'il ne soit à nouveau fait appel à la compétitivité, si le titulaire du mandat remplit au moins les conditions ci-dessous ;
   - L'évaluation du mandat visée à l'article 5.13, § 2, ne résulte pas, à l'issue du deuxième mandat, en un jugement final " insuffisant " ;
   - Le titulaire du mandat a obtenu lors d'au moins trois des cinq dernières évaluations annuelles, dont les deux dernières évaluations, une évaluation avec une appréciation supérieure ;
   - Le Gouvernement flamand adhère, sur la proposition du donneur d'ordre, à la vision d'avenir pour la fonction de mandat soumise par le titulaire du mandat.]1

  
Art. 5.51 quinquies. [1 In afwijking van artikel V 3, § 2, eerste lid, en van artikel V 14, 2°, van dit besluit, blijft de titularis van de uitdovende functie van algemeen directeur, die aangesteld is op de datum van de inwerkingtreding van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014 tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de invoering van de functieclassificatie, het topkader en andere bepalingen, zijn mandaat verder uitoefenen, tot dat mandaat wordt beëindigd overeenkomstig artikel V 15, eerste lid.
   In het eerste lid wordt verstaan onder uitdovende functie van algemeen directeur : de functie van algemeen directeur in de entiteit met minder dan 1000 personeelsleden, met uitzondering van de entiteit die wordt uitgebreid of opgericht door fusie van twee of meer entiteiten.]1

  
Art. 5.51 quinquies. [1 Par dérogation à l'article V 3, § 2, alinéa premier, et à l'article V 14, 2°, du présent arrêté, le titulaire de la fonction extinctive de directeur général, désigné à la date de l'entrée en vigueur de l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2014 modifiant le statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, pour ce qui est de l'introduction de la classification des fonctions, du cadre supérieur et d'autres dispositions, continue à exercer son mandat jusqu'à ce que ce mandat prend fin conformément à l'article V 15, alinéa premier.
   A l'alinéa premier, faut entendre par fonction extinctive de directeur général : la fonction de directeur général de l'entité occupant moins de 1000 membres du personnel, à l'exception de l'entité qui est étendue ou créée par la fusion de deux ou plusieurs entités.]1

  
Art. 5.51 sexies.[1 De procedures voor de invulling van topkaderfuncties via werving en mobiliteit, die aangevat zijn vóór [2 1 juni 2024]2, worden voort gezet overeenkomstig de reglementering die van kracht was bij de aanvang van de procedures.]1
  [2 De geselecteerde kandidaat voor de functie valt onder de rechtspositieregeling die van toepassing is voor de personeelsleden die in dienst zijn bij de diensten van de Vlaamse overheid vóór "1 juni 2024.]2
  
Art. 5.51 sexies.[1 Les procédures de pourvoi des fonctions du cadre supérieur par recrutement et mobilité qui étaient entamées avant le [2 1er juin 2024]2 sont poursuivies conformément à la réglementation en vigueur au début des procédures.]1
  [2 Le candidat sélectionné pour la fonction relève du statut applicable aux agents en fonction auprès des services de l'Autorité flamande avant le 1er juin 2024.]2
  
HOOFDSTUK II. [1 - De rechtspositie voor het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad.]1
CHAPITRE 2. [1 - Le statut pour le chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique.]1
Art. 5.52. [1 Wie meedingt naar een functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, wordt, als hij [2 op 30 juni 2016]2 vrijgesteld was van selectietesten voor een [3 managementfunctie van N-niveau]3, niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de selectietesten voor die [3 managementfunctie van N-niveau]3, behalve bij een onvoldoende.
   Wie meedingt naar een functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, wordt als hij [2 op 30 juni 2016]2 vrijgesteld was van selectietesten voor een functie van algemeen directeur, niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de selectietesten voor die functie van algemeen directeur, behalve bij een onvoldoende.
   Wie meedingt naar een functie van hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, wordt, als hij [2 op 30 juni 2016]2 vrijgesteld was van selectietesten voor een andere functie als hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de selectietesten voor die andere functie als hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, behalve bij een onvoldoende.]1

  
Art. 5.52. [1 La personne qui sollicite une fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, si elle était dispensée [2 au 30 juin 2016]2 des épreuves de sélection pour une [3 fonction de management du niveau N]3, n'est pas évaluée pour les compétences auxquelles s'applique l'exemption. L'exemption vaut pour la durée restante de l'exemption des épreuves de sélection pour cette [3 fonction de management du niveau N]3, sauf en cas de résultat insuffisant.
   La personne qui sollicite une fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, si elle était dispensée [2 au 30 juin 2016]2 des épreuves de sélection pour une fonction de directeur général, n'est pas évaluée pour les compétences auxquelles s'applique l'exemption. L'exemption vaut pour la durée restante de l'exemption des épreuves de sélection pour cette fonction de directeur général, sauf en cas de résultat insuffisant.
   La personne qui sollicite une fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, si elle était dispensée [2 au 30 juin 2016]2 des épreuves de sélection pour une autre fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, n'est pas évaluée pour les compétences auxquelles s'applique l'exemption. L'exemption vaut pour la durée restante de l'exemption des épreuves de sélection pour cette autre fonction de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, sauf en cas de résultat insuffisant.]1

  
Art. 5.52 bis.[1 De procedures voor de invulling van functies als hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, die aangevat zijn vóór [2 1 juni 2024]2, worden voort gezet overeenkomstig de reglementering die van kracht was bij de aanvang van de procedures.]1
  [2 De geselecteerde kandidaat voor de functie valt onder de rechtspositieregeling die van toepassing is voor de personeelsleden die in dienst zijn bij de diensten van de Vlaamse overheid vóór "1 juni 2024.]2
  
Art. 5.52 bis.[1 Les procédures de pourvoi des fonctions de chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique qui étaient entamées avant le [2 1er juin 2024 ]2 sont poursuivies conformément à la réglementation en vigueur au début des procédures.]1
  [2 Le candidat sélectionné pour la fonction relève du statut applicable aux agents en fonction auprès des services de l'Autorité flamande avant le 1er juin 2024.]2
  
Art. 5.52 ter. [1 Voor de toepassing van artikel V 12 bis, § 4, derde lid, geldt voor wat betreft normen inzake de ecoscore en de brandstof de reglementering die van toepassing was op het ogenblik van de aankoop of leasing van het privé-voertuig.]1
  
Art. 5.52 ter. [1 Pour l'application de l'article V 12bis, § 4, alinéa 3, la réglementation qui était applicable au moment de l'achat ou du crédit-bail du véhicule privé s'applique en ce qui concerne les normes en matière d'écoscore et de carburant.]1
  
HOOFDSTUK III. - De rechtspositie voor het middenkader.
CHAPITRE 3. - Le statut pour le cadre moyen.
Art. 5.53. [1 Wie meedingt naar een middenkaderfunctie, wordt, als hij [2 op 30 juni 2016]2 vrijgesteld was van de externe potentieelinschatting in de selectieprocedure voor een middenkaderfunctie voor de resterende duur van de vrijstelling, vrijgesteld van de externe potentieelinschatting in de selectieprocedure voor een middenkaderfunctie, behalve bij een onvoldoende.
   Wie meedingt naar een middenkaderfunctie, wordt, als hij [2 op 30 juni 2016]2 vrijgesteld was van de eindbeoordeling van de generieke competenties in de selectieprocedure voor een middenkaderfunctie, niet getest voor de competenties waarvoor hij vrijgesteld is. De vrijstelling geldt voor de resterende duur van de vrijstelling van de eindbeoordeling van de generieke competenties, behalve bij een onvoldoende.]1

  
Art. 5.53. [1 La personne qui sollicite une fonction du cadre moyen, si elle était dispensée [2 au 30 juin 2016]2 de l'appréciation externe du potentiel lors de la procédure de sélection pour une fonction du cadre moyen, bénéficie pour la durée restante de l'exemption d'une exemption de l'appréciation externe du potentiel lors de la procédure de sélection pour une fonction du cadre moyen, sauf en cas de résultat insuffisant.
   La personne qui sollicite une fonction du cadre moyen, si elle était dispensée [2 au 30 juin 2016]2 de l'évaluation finale des compétences génériques lors de la procédure de sélection pour une fonction du cadre moyen, n'est pas évaluée pour les compétences auxquelles s'applique l'exemption. L'exemption vaut pour la durée restante de l'exemption de l'évaluation finale des compétences génériques, sauf en cas de résultat insuffisant.]1

  
Art. 5.55. § 1. De schaalanciënniteit, verworven in het mandaat van afdelingshoofd of projectleider sinds 1 januari 1995, wordt aangerekend op de schaalanciënniteit in de graad van hoofdadviseur en in de mandaatgraad van afdelingshoofd of projectleider zoals bepaald in [2 artikel V 43bis]2.
  § 2. [2 In afwijking van artikel V 43 en V 43bis heeft de hoofdadviseur, het afdelingshoofd of de projectleider recht op het bruto jaarsalaris (100%) waar hij recht op had op de dag die voorafgaat aan die van de aanstelling als afdelingshoofd of projectleider, zolang die voordeliger is]2.
  
Art. 5.55. § 1er. L'ancienneté barémique acquise au mandat de chef de division ou de chef de projet depuis le 1er janvier 1995 est imputée sur l'ancienneté barémique au grade de conseiller en chef et au grade de mandat de chef de division ou de chef de projet, tel que fixé à l'[2 l'article V 43bis]2.
  § 2. [2 Par dérogation aux articles V 43 et V 43 bis, le conseiller en chef, le chef de division ou le chef de projet a droit au traitement annuel brut (100 %) auquel il avait droit le jour précédant celui de sa nomination en tant que chef de division ou chef de projet, aussi longtemps qu'il est plus avantageux]2.
  
Art. 5.56 bis. [1 Voor de personeelsleden die op 31 december 2015 bij het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie als directielid waren aangewezen, en na 1 januari 2016 worden aangesteld in de graad van afdelingshoofd, wordt de periode als directielid aangerekend op de schaalanciënniteit.]1
  
Art. 5.56 bis. [1 Pour les membres du personnel qui, au 31 décembre 2015, étaient désignés auprès de l' " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " en tant que membre de direction et qui sont désignés dans le grade de chef de division après le 1er janvier 2016, la période en tant que membre de direction est imputée sur l'ancienneté barémique.]1
  
Art. 5.56 ter. [1 De lijnmanager van het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de personeelsleden, die bij het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie aangesteld waren als directielid en overgedragen werden naar het Agentschap Innoveren en Ondernemen, tijdelijk belasten met de leiding van een afdeling tot aan de aanstelling van de afdelingshoofden bij dit agentschap.
   De in het eerste lid bedoelde personeelsleden genieten een toelage die gelijk is aan het verschil tussen het salaris dat het betrokken personeelslid zou ontvangen in de salarisschaal A286 en het salaris in de salarisschaal die verbonden is aan zijn graad. Het betrokken personeelslid behoudt deze toelage tot aan de aanstelling van de afdelingshoofden bij dit agentschap.
   Wat de toekenning en berekening van de toelage betreft, is de regeling die vermeld is in deel VII van toepassing.]1

  
Art. 5.56 ter. [1 Le manager de ligne de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " peut confier aux membres du personnel désignés auprès de l' " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " en tant que membre de direction et transférés à l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ", la direction à titre temporaire d'une division jusqu'à la désignation des chefs de division auprès de cette agence.
   Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er bénéficient d'une allocation qui est égale à la différence entre le traitement que le membre du personnel concerné recevrait dans l'échelle de traitement A286 et le traitement dans l'échelle de traitement liée à son grade. Le membre du personnel concerné maintient cette allocation jusqu'à la désignation des chefs de division auprès de cette agence.
   L'octroi et le calcul de l'allocation sont régis par les dispositions de la partie VII.]1

  
Art. 5.56 quater. [1 De positieve resultaten van de procedure voor directielid bij het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie worden gelijkgesteld met de positieve resultaten van de beoordeling van de generieke competenties voor een management- of projectleiderfunctie van N-1 niveau, als uit de rapporten voor de selectie van directielid blijkt dat er getest werd op dezelfde competenties als opgenomen in het generiek competentieprofiel voor N-1 functies.]1
  
Art. 5.56 quater. [1 Les résultats positifs de la procédure pour membre de direction auprès de l' " Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " sont assimilés aux résultats positifs de l'évaluation des compétences génériques pour une fonction de management ou de chef de projet de niveau N-1, s'il ressort des rapports de sélection de membre de direction que les mêmes compétences telles que reprises dans le profil de compétence générique pour les fonctions N-1, ont été testées.]1
  
Art. 5.56 quinquies.[1 De procedures voor de invulling van middenkaderfuncties, die aangevat zijn vóór [2 1 juni 2024]2, worden voortgezet overeenkomstig de reglementering die van kracht was bij de aanvang van de procedures.]1
  [2 De geselecteerde kandidaat voor de functie valt onder de rechtspositieregeling die van toepassing is voor de personeelsleden die in dienst zijn bij de diensten van de Vlaamse overheid vóór "1 juni 2024.]2
  
Art. 5.56 quinquies.[1 Les procédures de pourvoi des fonctions du cadre moyen qui étaient entamées avant le [2 1er juin 2024 ]2 sont poursuivies conformément à la réglementation en vigueur au début des procédures.]1
  [2 Le candidat sélectionné pour la fonction relève du statut applicable aux agents en fonction auprès des services de l'Autorité flamande avant le 1er juin 2024.]2
  
Art. 5.56 sexies. [1 Voor het personeelslid dat op 31 juli 2016 bij de entiteit Audit Vlaanderen als contractuele manager-auditor was tewerkgesteld, en na 1 augustus 2016 wordt aangesteld in de graad van afdelingshoofd, wordt de periode als contractuele manager-auditor aangerekend op de schaalanciënniteit.]1
  
Art. 5.56 sexies. [1 Pour le membre du personnel, qui, au 31 juillet 2016, était occupé dans l'entité Audit Flandre comme manager-auditeur contractuel, et qui est désigné au grade de chef de division après le 1er août 2016, la période de manager-auditeur contractuel est imputée sur l'ancienneté barémique.]1
  
Art. 5.56 septies.[1 Voor de ambtenaar die op 31 juli 2016 was aangewezen in een IT-mandaat van rang A2A, en na 1 augustus 2016 wordt aangesteld in de graad van afdelingshoofd, wordt de periode als IT-mandaathouder van rang A2A aangerekend op de schaalanciënniteit.]1
  
Art. 5.56 septies.[1 Pour le fonctionnaire qui, au 31 juillet 2016, était désigné à un mandat TI du rang A2A, et qui est désigné au grade de chef de division après le 1er août 2016, la période comme titulaire du mandat TI du rang A2A est imputée sur l'ancienneté barémique.]1
  
HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepaling.
CHAPITRE 4. - Disposition abrogatoire.
Art. 5.57. Opgeheven wordt voor de entiteiten, raden en instelling die ressorteren onder dit besluit :
  het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 2005 betreffende de aanduiding en uitoefening van de management- en projectleiderfuncties en van de functie van algemeen directeur bij de diensten van de Vlaamse overheid, zoals gewijzigd.
Art. 5.57. Est abroge pour les entités, conseils et établissement qui relèvent du présent arrêté :
  - l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 2005 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management et de chef de projet et de la fonction de directeur général auprès des services des autorités flamandes, tel que modifié.
Hoofdstuk 5. [1 Overgangsbepaling]1
CHAPITRE 5. [1 Disposition transitoire]1
Art.5.58. [1 De toegangsbewijzen die zijn afgeleverd vóór 1 januari 2026, blijven geldig voor alle selectieprocedures voor de resterende duur van zeven jaar.]1
  
Art. 5.58. [1 Les titres d'accès délivrés avant le 1er janvier 2026 restent valables pour toutes les procédures de sélection pendant les sept années restantes.]1
  
DEEL VI.
PARTIE VI.
TITEL I.
TITRE Ier.
TITEL II.
TITRE II.
TITEL III.
TITRE III.
TITEL IV.
TITRE IV.
HOOFDSTUK 1.
CHAPITRE 1er.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
HOOFDSTUK 2bis.
CHAPITRE 2bis.
HOOFDSTUK 3.
CHAPITRE 3.
TITEL V.
TITRE 5.
HOOFDSTUK 1.
CHAPITRE 1er.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
HOOFDSTUK 3.
CHAPITRE 3.
HOOFDSTUK 4.
CHAPITRE 4.
TITEL VI.
TITRE VI.
HOOFDSTUK 1.
CHAPITRE 1er.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
HOOFDSTUK 3.
CHAPITRE 3.
HOOFDSTUK 3bis.
CHAPITRE 3bis.
HOOFDSTUK IV.
CHAPITRE 4.
TITEL VII.
TITRE VII.
HOOFDSTUK 1.
CHAPITRE 1er.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
Afdeling 1.
Section 1re.
Afdeling 2.
Section 2.
HOOFDSTUK 3.
CHAPITRE 3.
HOOFDSTUK 4.
CHAPITRE 4.
Afdeling 1.
Section 1re.
Afdeling 2.
Section 2.
Afdeling 3.
Section 3.
Afdeling 4.
Section 4.
Afdeling 5.
Section 5.
HOOFDSTUK 5.
CHAPITRE 5.
HOOFDSTUK 6.
CHAPITRE 6.
TITEL 8.
TITRE VIII.
HOOFDSTUK 1.
CHAPITRE 1er.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
TITEL IX.
TITRE IX.
HOOFDSTUK 1.
CHAPITRE 1er.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
HOOFDSTUK 3.
CHAPITRE 3.
HOOFDSTUK 4.
CHAPITRE 4.
HOOFDSTUK 5.
CHAPITRE 5.
TITEL X.
TITRE X.
DEEL VII. - DE VERLONING.
PARTIE VII. - LA RETRIBUTION.
TITEL I.- HET SALARIS.
TITRE Ier. - LE TRAITEMENT.
HOOFDSTUK 1. [1 De bepaling van het salaris tegen 100%]1
CHAPITRE 1er. - [1 La fixation du traitement à 100 %.]1
Art. 7.1. [1 § 1. Onverminderd artikel VIIbis 1, wordt het personeelslid dat in dienst is vanaf 1 juni 2024 bezoldigd in de salarisschaal, zoals bepaald in artikel VII 12 en ontvangt het salaris dat overeenstemt met het aantal salaristrappen in de salarisschaal.
  § 2. Voor de onderstaande functies kan de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken in overleg met de functionele minister(s) bij de aanwerving een verloning vaststellen die afwijkt van de verloning die wordt bepaald in deze titel:
  1° een betrekking die niet vergelijkbaar is met andere statutaire en contractuele functies, en waarvan de geldelijke regeling niet reglementair is vastgesteld;
  2° de functie van Vlaams bouwmeester bij het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken;
  3° de functie van ICT-manager bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
  § 3. De arbeidsvoorwaarden en de geldelijke voorwaarden van het contractuele personeelslid dat in dienst is genomen ter ondersteuning van het personeel dat Vlaanderen in het buitenland vertegenwoordigt, worden bepaald door het hoofd van de entiteit, raad of instelling.]1

  
Art. 7.1. [1 § 1er. Sans préjudice de l'article VIIbis 1er, le membre du personnel qui est en service à partir du 1er juin 2024 est rémunéré dans l'échelle de traitement, telle que fixée à l'article VII 12, et reçoit le traitement qui correspond au nombre d'échelons dans l'échelle de traitement.
  § 2. Pour les fonctions ci-dessous, le ministre flamand qui a la gouvernance publique dans ses attributions peut, lors du recrutement et en concertation avec le(s) ministre(s) fonctionnel(s), fixer une rémunération qui déroge de la rémunération qui est déterminée dans le présent titre :
  1° un emploi qui ne peut être comparé à d'autres fonctions statutaires et contractuelles, et dont le régime pécuniaire n'est pas fixé dans un règlement ;
  2° la fonction de Maître Architecte flamand auprès du Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères de la Flandre ;
  3° la fonction de manager TIC auprès de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle.
  § 3. Les conditions de travail et les conditions pécuniaires du membre du personnel contractuel ayant été recruté à l'appui du personnel représentant la Flandre à l'étranger, sont fixées par le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement.]1

  
Art. 7.2. [1 § 1. Dit hoofdstuk is ook van toepassing op het personeelslid dat in dienst is vóór 1 juni 2024 en dat er vrijwillig voor kiest om onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk te ressorteren. Die vrijwillige keuze gebeurt met behoud van hoedanigheid en is definitief. De keuze tot overstap geldt voor alle arbeidsrelaties die een personeelslid heeft.
  § 2. Het personeelslid maakt de keuze, vermeld in paragraaf 1, bekend:
  1° in de periode van 1 september tot en met 30 november. De keuze heeft uitwerking vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar;
  2° in de periode van 1 januari tot en met 31 maart. De keuze heeft uitwerking vanaf 1 mei van datzelfde jaar;
  3° in de periode van 1 mei tot en met 31 juli . De keuze heeft uitwerking vanaf 1 september van datzelfde jaar.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2 heeft het personeelslid na inwerkingtreding van het onderhavige artikel een eerste overstapmogelijkheid op 1 januari 2025. Het personeelslid maakt zijn keuze bekend tussen 1 september 2024 en 30 november 2024.
  § 4. Voor het personeelslid vermeld in paragraaf 1, gebeurt de inschaling op jaarsalaris, waarbij gezocht wordt naar hetzelfde of het onmiddellijk hogere bedrag in de nieuwe salarisschaal. Bij de inschaling wordt de bevorderingspremie vermeld in artikel VIIbis 22, in rekening gebracht. Het personeelslid dat overstapt, wordt ingeschaald overeenkomstig bijlage 21 bij dit besluit.
  § 5. Voor het personeelslid dat op het moment van zijn beslissing tot overstap naast zijn organieke schaal titularis is van een overgangsschaal, gebeurt de overstap in de organieke schaal, maar wordt rekening gehouden met het jaarsalaris in de overgangsschaal om het jaarsalaris in de nieuwe schaal te bepalen.]1

  [2 § 6. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kiest het personeelslid dat tijdelijk wordt bevorderd of het in de arbeidsrelatie die op grond van artikel X 63 is geschorst, al dan niet definitief overstapt naar het salarissysteem op basis van evaluatie.
   § 7. Het personeelslid van wie de salarisschaal bij besluit van 19 september 2025 werd ingevoegd in bijlage 5, kan eenmalig met terugwerkende kracht op 1 januari 2025, 1 mei 2025 of 1 september 2025 vrijwillig overstappen naar het salarissysteem vermeld in deel VII, op voorwaarde dat het personeelslid uiterlijk op 30 november 2025 de keuze bekend maakt. Nadien gelden de bepalingen uit paragraaf 2.
   Voor het personeelslid dat conform het eerste lid met terugwerkende kracht op 1 januari 2025 of 1 mei 2025 overstapt naar het salarissysteem vermeld in deel VII, neemt het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling conform deel IV, titel 3, hoofdstuk 2 nog een beslissing over de salarisevolutie voor het evaluatiejaar 2024. In afwijking van artikel IV 21, § 1, bezorgt het de beslissing voor 31 december 2025 aan het personeelslid.
   De in het eerste lid bedoelde salarisschalen zijn de volgende:
   NA255;NA168B;NA132;NA129;NB232;NB222;NB213;NC212;NC111A; NC101;ND291;ND201.]2

  
Art. 7.2. [1 § 1er. Le présent chapitre s'applique également au membre du personnel qui est en service avant le 1er juin 2024 et qui choisit volontairement de relever du champ d'application du présent chapitre. Ce choix volontaire se fait sans préjudice de la qualité et est définitif. Le choix de cette transition vaut pour toutes les relations de travail d'un membre du personnel.
  § 2. Le membre du personnel communique le choix, visé au paragraphe 1er :
  1° dans la période du 1er septembre au 30 novembre. Le choix produit ses effets à partir du 1er janvier de l'année suivante ;
  2° dans la période du 1er janvier au 31 mars. Le choix produit ses effets à partir du 1er mai de la même année ;
  3° dans la période du 1er mai au 31 juillet. Le choix produit ses effets à partir du 1er septembre de la même année.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 2, après l'entrée en vigueur du présent article, le membre du personnel a une première possibilité de transition le 1er janvier 2025. Le membre du personnel communique son choix entre le 1er septembre 2024 et le 30 novembre 2024.
  § 4. Pour le membre du personnel, visé au paragraphe 1er, l'insertion se fait sur le traitement annuel, en cherchant le même montant ou le montant immédiatement supérieur dans la nouvelle échelle de traitement. Lors de l'insertion, la prime de promotion, visée à l'article VIIbis 22, est prise en compte. Le membre du personnel qui opère la transition, est inséré conformément à l'annexe 21 au présent arrêté.
  § 5. Pour le membre du personnel qui, au moment de sa décision de transition, outre son échelle organique, est titulaire d'une échelle transitoire, la transition se fait dans l'échelle organique, mais il est tenu compte du traitement annuel dans l'échelle transitoire pour déterminer le traitement annuel dans la nouvelle échelle.]1

  [2 § 6. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, le membre du personnel promu temporairement choisit dans la relation de travail suspendue en vertu de l'article X 63, de passer définitivement ou non au système de rémunération sur la base de l'évaluation.
   § 7. Le membre du personnel dont l'échelle de traitement a été insérée dans l'annexe 5 par arrêté du 19 septembre 2025 peut passer volontairement au système de rémunération visé dans la partie VII une seule fois, avec effet rétroactif au 1er janvier 2025, au 1er mai 2025 ou au 1er septembre 2025, à condition que le membre du personnel annonce son choix au plus tard le 30 novembre 2025. Ensuite, les dispositions du paragraphe 2 s'appliquent.
   Pour le membre du personnel qui passe au système de rémunération visé à la partie VII conformément à l'alinéa 1er, avec effet rétroactif au 1er janvier 2025 ou au 1er mai 2025, l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement conformément à la partie IV, titre 3, chapitre 2, prend encore une décision sur l'évaluation salariale pour l'année d'évaluation 2024. Par dérogation à l'article IV 21 § 1er, il transmet la décision au membre du personnel au plus tard le 31 décembre 2025.
   Les échelles de traitement visées à l'alinéa 1er, sont les suivantes :
   NA255 ; NA168B ; NA132 ; NA129 ; NB232 ; NB222 ; NB213 ; NC212 ; NC111A ; NC101 ; ND291 ; ND201.]2

  
Art. 7.3. [1 § 1. Voor de vaststelling van de salaristrap bij een aanwerving en het opnemen van een nieuwe functie valoriseert de benoemende of in dienst nemende overheid de [2 functierelevante werkervaring]2. De in dienst nemende of benoemende overheid beslist of de bewezen ervaring functierelevant is. Ervaring die opgebouwd is bij de diensten van de Vlaamse overheid, wordt automatisch gevaloriseerd.
  § 2. Het personeelslid bezorgt de te beoordelen ervaring en de bewijsstukken van die ervaring bij aanwerving of bij het opnemen van een nieuwe functie. De benoemende of in dienst nemende overheid valoriseert de [2 functierelevante werkervaring]2 behoudens overmacht voorafgaand aan:
  1° de ondertekening van de arbeidsovereenkomst;
  2° de beslissing van de benoemende overheid over het aanvatten van de statutaire proeftijd;
  3° de beslissing van de benoemende overheid over het opnemen van een nieuwe functie. Voor de N-functies valoriseert de opdrachtgever de [2 functierelevante werkervaring]2.
  § 3. Voor de valorisatie van ervaring worden de volgende gebeurtenissen gelijkgesteld met de opname van een nieuwe functie vermeld in paragraaf 1, eerste lid:
  1° wijziging van dienstaanwijzing;
  2° horizontale mobiliteit;
  3° bevordering;
  4° aanwerving van een personeelslid van de diensten van de Vlaamse overheid;
  5° [2 ...]2
  6° aanpassing van de arbeidsovereenkomst van het contractuele personeelslid, op voorwaarde dat die contractwijziging via een objectieve selectie is doorgevoerd.
  [2 In afwijking van het eerste lid, 1°, is een wijziging van dienstaanwijzing met toepassing van artikel IV 5 geen gebeurtenis die wordt gelijkgesteld met de opname van een nieuwe functie.]2
  § 4. [2 Functierelevante werkervaring]2 in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel III 29 kan worden gevalideerd aan de hand van een attest van het Departement Onderwijs en Vorming. De [2 functierelevante werkervaring]2in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel III 29 die niet door het Departement Onderwijs en Vorming wordt geattesteerd, wordt in aanmerking genomen overeenkomstig artikel VII 4.
  § 5. [2 § 5. Bij een personeelsbeweging behoudt het personeelslid ten minste de salaristrap die het had op het ogenblik van de personeelsbeweging. Dit houdt rekening met al de volgende elementen:
   1° eerdere beslissingen over salarisevolutie onder en boven verwachtingen;
   2° het geen recht hebben op een verhoging van trap in de salarisschaal, vermeld in artikel VII 5quater, § 2, tweede lid;
   3° de terugzetting in salaristrap die het gevolg is van een tuchtstraf.
   Het personeelslid dat voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden krijgt het verschil tussen de salaristrap bij overstap en de numerieke waarde van de geldelijke anciënniteit die diende als basis voor de inschaling in het nieuwe salarissysteem in bijkomende salaristrappen bovenop de regeling vermeld in het eerste lid:
   1° het personeelslid neemt een totaal andere functie op als vermeld in paragraaf 3;
   2° het personeelslid is overgestapt naar het salarissysteem op basis van deel VII;
   3° het personeelslid is op het moment van de overstap ingeschaald op een salaristrap die lager ligt dan de numerieke waarde van de geldelijke anciënniteit.
   Als het verschil, vermeld in het tweede lid, meer dan vijf salaristrappen bedraagt, kan de lijnmanager bepalen of en hoeveel bijkomende salaristrappen bovenop de vijf salaristrappen worden toegekend]2
.]1

  
Art. 7.3. [1 § 1er. Pour la détermination de l'échelon au moment du recrutement et de l'entrée en fonction, l'autorité de nomination ou de recrutement valorise l'[2 expérience professionnelle pertinente]2. L'autorité de recrutement ou de nomination décide si l'expérience prouvée est pertinente à la fonction. L'expérience acquise auprès des services de l'Autorité flamande est automatiquement valorisée.
  § 2. Le membre du personnel remet l'expérience à évaluer et les pièces justificatives de cette expérience au moment du recrutement ou de l'entrée en fonction. L'autorité de nomination ou de recrutement valorise [2 l'expérience professionnelle pertinente]2 sauf cas de force majeure préalablement :
  1° à la signature du contrat de travail ;
  2° à la décision de l'autorité de nomination quant au commencement du stage statutaire ;
  3° à la décision de l'autorité de nomination quant à l'entrée en fonction. Pour les fonctions N, le donneur d'ordre valorise [2 l'expérience professionnelle pertinente]2.
  § 3. Pour la valorisation de l'expérience, les événements suivants sont assimilés à l'entrée en fonction, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er :
  1° changement d'affectation ;
  2° mobilité horizontale ;
  3° promotion ;
  4° recrutement d'un membre du personnel des services de l'Autorité flamande ;
  5° [2 ...]2
  6° adaptation du contrat de travail du membre du personnel contractuel, à condition que cette modification du contrat se base sur une sélection objective.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, un changement d'affectation en application de l'article IV 5 ne constitue pas un événement assimilé à la prise d'une nouvelle fonction.]2
  § 4. [2 L'expérience professionnelle pertinente]2 dans un établissement d'enseignement, tel que visé à l'article III 29, peut être validée sur la base d'une attestation du Département de l'Enseignement et de la Formation. [2 L'expérience professionnelle pertinente]2 dans un établissement d'enseignement, tel que visé à l'article III 29, qui n'est pas attestée par le Département de l'Enseignement et de la Formation, est prise en considération conformément à l'article VII 4.
  § 5. [2 Dans le cas d'un mouvement de personnel, le membre du personnel conserve au moins l'échelon qu'il avait au moment du mouvement de personnel. L'ensemble des éléments suivants sont pris en considération :
   1° les décisions antérieures sur l'évolution salariale inférieure et supérieure aux attentes ;
   2° ne pas avoir droit à une augmentation d'échelon dans l'échelle de traitement visée à l'article VII 5quater, § 2, alinéa 2 ;
   3° la rétrogradation d'échelon résultant d'une sanction disciplinaire.
   Le membre du personnel qui remplit les conditions cumulatives suivantes bénéficie de la différence entre l'échelon au transfert et la valeur numérique de l'ancienneté pécuniaire ayant servi de base au classement dans le nouveau système de rémunération, en échelons supplémentaires par rapport au régime visé à l'alinéa 1er :
   1° le membre du personnel occupe une fonction totalement différente conformément au paragraphe 3 ;
   2° le membre du personnel est passé au système de rémunération sur la base de la partie VII ;
   3° au moment du transfert, le membre du personnel est classé à un échelon inférieur à la valeur numérique de l'ancienneté pécuniaire.
   Si la différence visée à l'alinéa 2, est supérieure à cinq échelons, le supérieur hiérarchique peut déterminer si des échelons supplémentaires sont accordés en plus des cinq échelons ainsi que leur nombre]2
.]1

  
Art. 7.4. [1 § 1. [2 functierelevante werkervaring]2wordt in aanmerking genomen volgens de volgende formule: het aantal dagen wordt opgeteld en gedeeld door 365. Het quotiënt, zonder rekening te houden met de cijfers na de komma, bepaalt het aantal te valoriseren jaren. De duur van de gevaloriseerde ervaring mag nooit meer bedragen dan een tewerkstelling tegen 100 procent en dan de werkelijke duur van de gepresteerde diensten. De [2 functierelevante werkervaring]2 wordt omgezet in salaristrappen waarbij één salaristrap toegekend wordt per jaar gevaloriseerde ervaring.]1
  
Art. 7.4. [1 § 1er. [2 L'expérience professionnelle pertinente]2 est prise en compte selon la formule suivante : le nombre de jours est totalisé et divisé par 365. Le quotient, sans tenir compte des décimales, détermine le nombre d'années à valoriser. La durée de l'expérience valorisée ne peut jamais excéder un emploi à 100 %, ni la durée réelle des services fournis. [2 L'expérience professionnelle pertinente]2 est convertie en échelons, un échelon étant attribué par année d'expérience valorisée.]1
  
Art. 7.5. [1 § 1. Om de functie van leertrajectbegeleider te kunnen uitoefenen, is twee jaar nuttige praktijkervaring vereist.
  § 2. De volgende ervaring wordt als nuttige praktijkervaring als vermeld in paragraaf 1, aanvaard:
  1° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring als lesgever van bepaalde of onbepaalde duur of als leertijdverantwoordelijke in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in artikel 26/2, § 1, 1°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
  2° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring als bediende op een leersecretariaat;
  3° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring in jongerenwerking;
  4° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring met school- en loopbaanbegeleiding;
  5° de combinatie van de bovenvermelde categorieën als ze samen een voltijdse ervaring vormen. In het eerste lid wordt verstaan onder voltijds:
  1° 720 uur per jaar voor een lesgever bepaalde duur in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
  2° 1080 uur per jaar voor een lesgever onbepaalde duur in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
  3° 38 uur per week voor een leertijdverantwoordelijke in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
  4° 38 uur per week voor een bediende op een leersecretariaat;
  5° 38 uur per week voor jongerenwerking;
  6° 38 uur per week voor school- en loopbaanbegeleiding.
  § 3. Om de salarisverhogingen voor de leertrajectbegeleider toe te kennen, kunnen de voorgaande deeltijdse prestaties die verricht worden als lesgever in verschillende centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, worden samengeteld.]1

  
Art. 7.5. [1 § 1er. Pour pouvoir exercer la fonction d'accompagnateur du parcours d'apprentissage, une expérience pratique pertinente de deux ans est requise.
  § 2. L'expérience suivante est acceptée comme expérience pratique pertinente telle que mentionnée au paragraphe 1er :
  1° l'expérience pratique à temps plein ou partiel en tant qu'enseignant à durée déterminée ou indéterminée ou en tant que responsable de l'apprentissage dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, visé à l'article 26/2, § 1er, 1° du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
  2° l'expérience pratique à temps plein ou partiel en tant qu'employé d'un secrétariat d'apprentissage ;
  3° l'expérience pratique à temps plein ou partiel dans l'animation des jeunes ;
  4° l'expérience pratique à temps plein ou partiel dans l'accompagnement scolaire ou de carrière ;
  5° une combinaison des catégories ci-dessus si elles représentent ensemble une expérience à temps plein. Dans l'alinéa 1er, on entend par temps plein :
  1° 720 heures par an pour un enseignant à durée déterminée dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ;
  2° 1 080 heures par an pour un enseignant à durée indéterminée dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ;
  3° 38 heures par semaine pour un responsable de l'apprentissage dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ;
  4° 38 heures par semaine pour un employé dans un secrétariat d'apprentissage ;
  5° 38 heures par semaine pour l'animation des jeunes ;
  6° 38 heures par semaine pour l'accompagnement scolaire et de carrière.
  § 3. Pour accorder les augmentations de traitement à l'accompagnateur du parcours d'apprentissage, les prestations à temps partiel antérieures, effectuées en tant qu'enseignant dans différents centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, peuvent être additionnées.]1

  
Art. 7.5 bis.[1 § 1. Bij een personeelsbeweging gebeurt de inschaling op de overeenkomstige trap van de nieuwe salarisschaal op het ogenblik van de beweging.
  § 2. Als na een bevordering blijkt dat het jaarsalaris op de trap van inschaling in de nieuwe schaal niet minimaal 5% hoger ligt dan het jaarsalaris in de schaal van herkomst, gebeurt de inschaling in de eerstvolgende salaristrap die de voormelde verhoging garandeert.]1

  
Art. 7.5 bis. [1 § 1er. Dans le cas d'un mouvement du personnel, l'insertion se fait à l'échelon correspondant de la nouvelle échelle de traitement au moment du mouvement.
  § 2. S'il apparaît après une promotion que le traitement annuel, à l'échelon de l'insertion dans la nouvelle échelle, n'est pas au moins 5 % supérieur au traitement annuel dans l'échelle initiale, l'insertion se fait à l'échelon suivant qui garantit l'augmentation précitée.]1

  
Art. 7.5 ter.[1 § 1. Het personeelslid dat ervoor kiest om vrijwillig en tijdelijk een minder belastende of zware functie uit te oefenen binnen de eigen entiteit, raad of instelling behoudt zijn statuut, graad en salarisschaal maar het maandsalaris wordt per lagere functieklasse met 5% verminderd. Het initiatief gaat altijd uit van het personeelslid.
  [2 In afwijking van het eerste lid kan het personeelslid van het agentschap Opgroeien een tijdelijke vrijwillige functieverlichting vragen bij het agentschap Opgroeien regie en kan het personeelslid van het agentschap Opgroeien regie een tijdelijke vrijwillige functieverlichting vragen bij het agentschap Opgroeien]2
  De berekeningsbasis voor de algemene toelagen en het aanvullend pensioen blijft evenwel het onverminderde maandsalaris. De in het eerste lid vermelde salarisvermindering houdt op als de tijdelijke functieverlichting op verzoek van het personeelslid wordt stopgezet.
  In deze paragraaf wordt verstaan onder functieverlichting: een verlichting van de functie, waarbij de tijdelijk uitgeoefende functie minstens één functieklasse lichter weegt dan de basisfunctie. De tijdelijke functieverlichting wordt vastgesteld aan de hand van de functiematrix, die als bijlage 13 bij dit besluit is gevoegd.
  § 2. De vrijwillige tijdelijke functieverlichting gaat in op elke eerste dag van de maand en kan tijdens de loopbaan meermaals aangewend worden. De minimumduur van de vrijwillige tijdelijke functieverlichting bedraagt drie maanden en de maximumduur vijf jaar. Die maximumduur kan met één jaar verlengd worden.
  § 3. Mandaatfuncties uit het top- en middenkader, de functie van algemeen directeur, de functie van hoofd van een strategische adviesraad en de functies vermeld in artikel VII 1, § 2, kunnen niet gebruik maken van die regeling.]1

  
Art. 7.5 ter.[1 § 1er. Le membre du personnel qui décide volontairement et temporairement d'exercer une fonction moins contraignante ou moins lourde au sein de la propre entité, du propre conseil ou du propre établissement conserve son statut, son grade et son échelle de traitement, mais le traitement mensuel est diminué de 5 % par classe de fonctions.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, le membre du personnel de l'agence Grandir peut demander à l'agence Grandir régie un allègement temporaire volontaire de ses fonctions et le membre du personnel de l'agence Grandir régie peut demander à l'agence Grandir un allègement temporaire volontaire de ses fonctions. ]2
  L'initiative est toujours prise par le membre du personnel. La base de calcul pour les allocations générales et la pension complémentaire est cependant toujours le traitement mensuel non réduit.La diminution de salaire visée à l'alinéa 1er cesse lorsqu'il est mis fin à l'allègement de la fonction temporaire à la demande du membre du personnel.
  Dans ce paragraphe, on entend par allègement de la fonction : un allègement de la fonction, où la fonction exercée temporairement est au moins d'une classe de fonctions inférieure à la fonction de base. L'allègement temporaire de la fonction est déterminé sur la base de la matrice des fonctions, qui est jointe comme annexe 13 au présent arrêté.
  § 2. L'allègement temporaire et volontaire de la fonction prend effet le premier jour du mois et peut être utilisé à plusieurs reprises durant la carrière. La durée minimale de l'allègement temporaire et volontaire de la fonction est de trois mois et la durée maximale est de cinq ans. La durée maximale peut être prolongée d'un an.
  § 3. Les fonctions de mandat des cadres supérieur et moyen, la fonction de directeur général, la fonction de chef d'un conseil consultatif stratégique et les fonctions visées à l'article VII 1er, § 2, ne peuvent pas recourir à ce régime.]1

  
Art. 7.5 quater.[1 § 1. Het personeelslid dat volgens de beslissing van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling bij de jaarlijkse evaluatie, zoals bepaald in artikel IV 21:
   1° onder verwachtingen presteert, heeft geen recht op een verhoging van trap in de salarisschaal;
   2° volgens verwachtingen presteert, heeft recht op een verhoging van één trap in de salarisschaal;
   3° boven verwachtingen presteert, heeft recht op een verhoging van twee trappen in de salarisschaal.
   § 2. Het personeelslid dat in dienst was bij de diensten van de Vlaamse overheid op 1 oktober van het voorgaande kalenderjaar, maar niet geëvalueerd is met toepassing van artikel IV 14, § 1, en geen beslissing over de salarisevolutie heeft ontvangen met toepassing van artikel IV 21, heeft recht op een verhoging van één trap in de salarisschaal.
   Het genoemde personeelslid heeft geen recht op een verhoging van trap in de salarisschaal als hij afwezig is gedurende meer dan 9 maanden in het voorgaande kalenderjaar vanwege een van volgende verloven of een combinatie ervan:
   1° verlof voor deeltijdse prestaties, als vermeld in artikel X 25 tot en met X 27bis;
   2° onbetaald verlof, als vermeld in artikel X 62,[2 ...]2, artikel X 63bis en artikel X 81bis;
   3° non-activiteit;
   4° politiek verlof van ambtswege en facultatief politiek verlof, als vermeld in artikel X 64 tot en met X 71.]1

  [2 § 3. Voor het personeelslid dat een tijdelijke functie uitoefent, geldt de beslissing over de salarisevolutie of de eventuele overgang naar de volgende salaristrap op basis van paragraaf 2 ook voor de functie waarin een ambtshalve onbetaald verlof voor opdracht, als vermeld in artikel X 63, wordt opgenomen.
   § 4. Het personeelslid dat op 1 mei tijdens of volgend op de evaluatieperiode in dienst was met een arbeidsovereenkomst voor studenten, is uitgesloten van het recht op verhoging van trap in de salarisschaal, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2.]2

  
Art. 7.5 quater.[1 § 1er. Le membre du personnel dont les prestations, selon la décision de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement prise lors de l'évaluation annuelle, telle que visée à l'article IV 21, sont :
  1° inférieures aux attentes, n'a pas droit à une augmentation d'échelon dans l'échelle de traitement ;
  2° conformes aux attentes, a droit à une augmentation d'un échelon dans l'échelle de traitement ;
  3° supérieures aux attentes, a droit à une augmentation de deux échelons dans l'échelle de traitement.
  § 2. Le membre du personnel qui était en service auprès des services de l'Autorité flamande le 1er octobre de l'année calendaire précédente, mais qui n'a pas été évalué en application de l'article IV 14, § 1er, et qui n'a pas reçu de décision quant à l'évolution salariale en application de l'article IV 21, a droit à une augmentation d'un échelon dans l'échelle de traitement.
  Le membre du personnel nommé n'a pas droit à une augmentation d'échelon dans l'échelle de traitement s'il est absent pendant plus de 9 mois durant l'année calendaire précédente en raison de l'un des congés suivants ou d'une combinaison de ceux-ci :
  1° congé pour prestations à temps partiel, tel que visé aux articles X 25 à X 27bis ;
  2° congé sans solde, tel que visé aux articles X 62, [2 ...]2 X 63bis et X 81bis ;
  3° non-activité ;
  4° congé politique d'office et congé politique facultatif, tels que visés aux articles X 64 à X 71.]1

  [2 § 3. Pour le membre du personnel exerçant une fonction temporaire, la décision relative à l'évolution salariale ou au passage éventuel à l'échelon supérieur sur la base du paragraphe 2, s'applique également à la fonction dans laquelle un congé sans solde d'office pour mission, tel que visé à l'article X 63, est pris.
   § 4. Le membre du personnel qui était employé sous contrat de travail étudiant au 1er mai pendant ou après la période d'évaluation est exclu du droit à l'augmentation d'échelon dans l'échelle de traitement visée aux paragraphes 1er et 2.]2

  
Art. 7.5 quinquies.[1 De beslissing over de salarisevolutie of de eventuele overgang naar de volgende salaristrap op basis van artikel VII 5quater, § 2, heeft uitwerking op 1 juli van het jaar dat volgt op het evaluatiejaar ]1.
  
Art. 7.5 quinquies.[1 La décision d'évolution salariale ou de passage éventuel à l'échelon supérieur sur la base de l'article VII 5quater, § 2, prend effet le 1er juillet de l'année suivant l'année d'évaluation ]1.
  
Art. 7.5 sexies. [1 Voor de berekening van de verbrekingsvergoeding vermeld in artikel XI 6 en XI 8bis, wordt het bruto weeksalaris verkregen door het bruto maandsalaris te delen door dertien en te vermenigvuldigen met drie.]1
  
Art. 7.5 sexies. [1 Pour le calcul de l'indemnité de rupture visée aux articles XI 6 et XI 8bis, le traitement hebdomadaire brut est obtenu en divisant le traitement mensuel brut par treize et en le multipliant par trois.]1
  
Art. 7.6. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Als het maandsalaris niet volledig verschuldigd is, wordt het bedrag van het maandloon berekend volgens de volgende formule :
Art. 7.6. § 1er. Lorsque le traitement mensuel n'est pas redevable en entier, le montant du traitement mensuel est calculé suivant la formule suivante :
M=VW/PWXn%xNM
M=VW/PWXn%xNM
M=VW/PWXn%xNM
M=VW/PWXn%xNM
  Daarbij geldt :
  M = het te betalen maandloon (100 %);
  VW = het aantal gepresteerde werkdagen of daarmee gelijkgestelde dagen krachtens § 3 van dit artikel;
  PW = het aantal te presteren werkdagen op basis van het werkrooster van het personeelslid;
  n % = het percentage waaraan het personeelslid prestaties verricht;
  NM = het normale maandsalaris (100 %) = het jaarsalaris/12 (100 % en voor voltijdse prestaties).
  [2 In geval van combinatie van verlof voor deeltijdse prestaties en andere onbezoldigde afwezigheden, geldt in afwijking van het eerste lid, voor de personeelsleden met de graad van loods, operationele functie:
   VW = het normaal aantal beschikbaarheidsdagen op jaarbasis volgens zijn prestatieregime gedeeld door 12, verminderd met het aantal dagen onbetaalde afwezigheden.
   PW = het normaal aantal beschikbaarheidsdagen op jaarbasis volgens zijn prestatieregime gedeeld door 12.]2

  § 2. [1 [4 Het personeelslid dat afwezig is als gevolg van verlof voor deeltijdse prestaties ontvangt een salarisbonus berekend overeenkomstig paragraaf 2bis als aan één van de volgende voorwaarden voldaan is:
   1° het personeelslid heeft de leeftijd van 60 jaar bereikt;
   2° het personeelslid heeft een kind ten laste dat recht geeft op bijkomende kinderbijslag wegens zijn aandoening of handicap;
   3° het personeelslid heeft als éénouder gezin ten minste één kind jonger dan vijftien jaar ten laste;
   4° het personeelslid verstrekt mantelzorg aan een inwonend gezins- of familielid in de eerste of tweede graad.
   In de gevallen vermeld onder punt 2°, 3° en 4° wordt de salarisbonus gedurende een periode van maximaal 5 jaar toegekend.]4
]1

  [4 § 2bis. Als het salaris van het in de paragraaf 2 vermelde personeelslid minder dan [6 35.250 euro]6 (à 100%) bedraagt, ontvangt hij het salaris dat verschuldigd is voor het verlof voor deeltijdse prestaties zoals bepaald in paragraaf 1, vermenigvuldigd met het quotiënt van de volgende deling:
   de deeltijdse prestaties in % + 20 % van het deeltijds niet-gepresteerde deel in %
   de deeltijdse prestaties in %.
   Als het salaris van het in de paragraaf 2 vermelde personeelslid minder dan [6 37.250 euro]6 (à 100 %), maar meer dan [6 35.250 euro]6 (à 100 %) bedraagt, bedraagt het in het eerste lid vermelde percentage van het deeltijds niet-gepresteerde deel 15 %.
   Het quotiënt wordt berekend tot op vier decimalen.
   Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder salaris verstaan, het jaarsalaris vermeerderd met de maandelijkse betaalde toelagen, met uitzondering van de toelage voor prestaties buiten de normale arbeidstijdregeling, de gevarentoelage, de permanentietoelage en de toelage voor ploegenarbeid.]4

  [4 § 2ter. Voor de ambtenaar die erkend is als een [8 personeelslid met een handicap, met inbegrip van een chronische ziekte]8, en door de [5 [8 preventieadviseur-arbeidsarts]8]5 werd toegelaten tot [8 het verlof voor deeltijdse prestaties wegens handicap, met inbegrip van een chronische ziekte]8 vermeld in artikel X 27bis, bedraagt het in paragraaf 2bis, eerste lid, vermelde percentage van het deeltijds niet-gepresteerde deel 30%.
   Het salarisplafond vermeld in paragraaf 2bis, eerste en tweede lid is niet van toepassing.]4

  § 3. De afwezigheidsdagen waarop volgens deel X het salaris wordt doorbetaald, worden met gepresteerde werkdagen gelijkgesteld, onverminderd artikel VIII 3 en VIII 4 en artikel IX 4.
  § 4. Voor het contractuele schoonmaak- en cateringpersoneel met wisselende prestaties wordt het maandsalaris berekend aan de hand van de volgende breuk :
  où :
  M = le traitement mensuel à payer (100 %);
  VW = le nombre de jours de travail prestés ou de jours y assimilés en vertu du § 3 du présent article;
  PW = le nombre de jours de travail à prester en fonction du tableau de service du fonctionnaire;
  n % = le pourcentage des prestations fournies par le membre du personnel;
  NM = le traitement mensuel normal (100 %) = le traitement annuel/12 (100 % pour des prestations à temps plein).
  [2 En cas de combinaison d'un congé pour prestations à temps partiel et d'autres absences non rémunérées, les règles suivantes s'appliquent, par dérogation à l'alinéa 1er, aux membres du personnel ayant le grade de pilote, fonction opérationnelle :
   VW = le nombre normal de jours de disponibilité par an selon son régime de prestations divisé par 12, diminué du nombre de jours d'absences non payées.
   PW = le nombre normal de jours de disponibilité par an selon son régime de prestations divisé par 12.]2

  § 2. [1 [4 Le membre du personnel absent suite à un congé pour prestations à temps partiel, reçoit une prime de traitement calculée conformément au paragraphe 2bis si une des conditions suivantes est remplie :
   1° le membre du personnel a atteint l'âge de 60 ans ;
   2° le membre du personnel a un enfant à charge donnant droit aux allocations familiales supplémentaires en raison de son affection ou handicap ;
   3° en tant que famille monoparentale, le membre du personnel a au moins un enfant de moins de quinze ans à charge ;
   4° le membre du personnel fournit des services de proximité à un membre du ménage ou de la famille résident du 1er ou 2ème degré.
   Dans les cas visés aux points 2°, 3° et 4°, la prime de traitement est accordée pendant une période de cinq ans au maximum.]4
]1

  [4 § 2bis. Si le traitement du membre du personnel visé au paragraphe 2 est inférieur à [5 35.250 euros]5 (à 100 %), il bénéficie du traitement dû pour le congé pour prestations à temps partiel tel que fixé au paragraphe 1er, multiplié par le quotient de la division suivante :
   les prestations à temps partiel en % + 20 % de la partie d'absence à temps partiel en %
   les prestations à temps partiel en %.
   Si le traitement du membre du personnel visé au paragraphe 2 est inférieur à [5 37.250 euros]5 (à 100 %), mais supérieur à [5 35.250 euros]5 (à 100 %), le pourcentage visé à l'alinéa 1er de la partie d'absence s'élève à 15 %.
   Le quotient est calculé jusqu'à la quatrième décimale.
   Pour l'application des alinéas 1er et 2, on entend par traitement le traitement annuel majoré des allocations payées mensuellement, à l'exception de l'allocation pour prestations en dehors des horaires de travail normaux, l'allocation de danger, l'allocation de permanence et l'allocation pour travail en équipes.]4

  [4 § 2ter. Pour le fonctionnaire qui est reconnu comme [7 un membre du personnel atteint d'un handicap, y compris d'une maladie chronique]7, et qui est admis par le [7 conseiller en prévention-médecin du travail]7 [7 le congé pour prestations à temps partiel en raison d'un handicap, y compris d'une maladie chronique]7 à l'article X 27bis, le pourcentage de la partie d'absence à temps partiel, visé au paragraphe 2bis, alinéa 1er, s'élève à 30 %.
   Le plafond de traitement visé au paragraphe 2bis, alinéas 1er et 2, ne s'applique pas.]4

  § 3. Les jours d'absence pour lesquels le traitement continue à être payé selon la partie XI, sont assimilés à des jours de travail prestés, sans préjudice des articles VIII 3, VIII 4 et IX 4.
  § 4. Pour le personnel de nettoyage et de cuisine contractuel à prestations variables, le traitement mensuel est calculé selon la fraction suivante :
aantal uren werkelijke prestaties op een jaar
  

Wijzigingen

<br/>  1976</td></tr><tr><td valign="top"></td></tr></table>aantal uren werkelijke prestaties op een jaar
-------------------------------------------------------
1976
Nombre d`heures de prestations effectuées sur une année
  

Wijzigingen

<br/>  1976</td></tr><tr><td valign="top"></td></tr></table>Nombre d`heures de prestations effectuées sur une année
-------------------------------------
1976
Art. 7.7. [1 Als een ambtenaar overlijdt wordt het volledige maandsalaris betaald aan zijn rechthebbende(n).]1
  
Art. 7.7. [1 Lorsqu'un fonctionnaire est décédé, le traitement mensuel est payé entièrement à son/ses ayant(s) droit.]1
  
Art. 7.8. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Het contractuele personeelslid dat als arbeider in dienst werd genomen en arbeidsongeschikt is wegens ziekte of ongeval van gemeen recht, heeft na het verstrijken van de periode waarin het loon volledig is gewaarborgd, recht op aanvullend loon volgens de regeling die geldt in de privésector.
  Voor een contractueel personeelslid [3 ...]3 dat als bediende wordt tewerkgesteld op basis van een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur van minder dan 3 maanden of voor een welomschreven werk dat normaal een tewerkstelling vergt van minder dan 3 maanden, geldt voor het aanvullend loon dezelfde regeling als voor een contractueel personeelslid met de hoedanigheid van arbeider.
  [4 ...]4
  [2 Het contractuele personeelslid behoudt het recht op bezoldiging voor de feestdagen [4 en vervangende vakantiedagen vermeld in artikel X 11, § 2, eerste lid]4 die vallen in een periode van 30 dagen die volgt op de aanvang van de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst die het gevolg is van een :
   a) een ziekte of ongeval;
   b) een arbeidsongeval of een beroepsziekte die een algehele arbeidsongeschiktheid meebrengt;
   c) een periode van moederschapsrust.]2

  
Art. 7.8. Le membre du personnel contractuel ayant été engagé comme ouvrier et étant inapte au travail pour cause de maladie ou d'accident de droit commun, a droit au salaire complémentaire selon le régime d'application dans le secteur privé, après l'expiration de la période pendant laquelle le salaire est entièrement garanti.
  Pour le membre du personnel contractuel [3 ...]3 occupé comme employé sous les liens d'un contrat de durée déterminée de moins de 3 mois ou pour un travail bien détermine exigeant normalement une occupation de moins de 3 mois, le salaire complémentaire est soumis au même régime que celui d'un contractuel avec la qualité d'ouvrier.
  [4 ...]4
  [2 Le membre de personnel contractuel maintient le droit de rémunération pour des jours de fête [4 et les jours de congé de remplacement visés à l'article X 11, § 2, alinéa 1er]4 qui tombent dans un période de 30 jours qui suit le début de la suspension l'exécution du contrat de travail résultant :
   d) d'une maladie ou d'un accident;
   e) d'un accident de travail ou d'une maladie professionnelle qui entraine une incapacité de travail générale;
   f) une période de congé de maternité.]2

  
HOOFDSTUK 3. - De betaling van het maandsalaris.
CHAPITRE 3. - Le paiement du traitement mensuel.
Art. 7.9. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Het salaris volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
  Het salaris tegen 100 % wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.
Art. 7.9. Le traitement suit l'évolution de l'indice de santé, conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, telle que modifiée par l'arrêté royal n° 178 du 30 décembre 1982 et sans préjudice de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays.
  Le traitement à 100 % est rattaché à l'indice-pivot 138,01.
Art. 7.10. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Het maandsalaris is gelijk aan 1/12 van het geïndexeerde salaris. Het wordt na verlopen termijn via [1 een Europese SEPA-]1 overschrijving betaald, met als valutadatum de laatste werkdag van de maand. [2 ...]2
  
Art. 7.10. Le traitement mensuel est égal à 1/12e du traitement indexé et est payé à terme échu par voie de virement [1 européen SEPA]1, portant comme date de valeur le dernier jour de travail du mois. [2 ...]2
  
Art. 7.11. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. [2 Als bij de indiensttreding niet onmiddellijk het juiste maandsalaris kan worden betaald, wordt als voorschot het beginsalaris betaald. Als het personeelslid op de laatste werkdag van de maand van de indiensttreding nog geen voorschot ontvangen heeft, ontvangt hij van rechtswege nalatigheidsintresten, berekend op het beginsalaris met ingang van het tijdstip waarop het eisbaar wordt]2.
  § 2. [1 [3 Als een personeelslid het vakantieverlof waarop hij recht heeft, niet heeft opgenomen voor het einde van de arbeidsrelatie bij de diensten van de Vlaamse overheid, worden die vakantiedagen uitbetaald. In afwijking van het eerste lid, gebeurt bij pensionering een uitbetaling van de niet-opgenomen vakantiedagen, in volgende gevallen:
   1° op verzoek van het personeelslid, mits voorafgaandelijk akkoord van de lijnmanager.
   Voor de [4 managementfuncties van N-niveau]4, de algemeen directeur en het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad geeft de opdrachtgever zijn voorafgaandelijk akkoord.
   2° indien het personeelslid zijn vakantiedagen niet heeft kunnen opnemen omwille van dienstbelang;
   3° Indien het personeelslid zijn vakantiedagen niet heeft kunnen opnemen wegens ziekte of arbeidsongeval.
   In geval van overlijden van het personeelslid worden de niet-opgenomen vakantiedagen uitbetaald aan de erfgenamen.]3
]1

  § 3. Voor de toepassing van § 2 is het salaris dat in aanmerking moet worden genomen voor de uitbetaling, die voor volledige prestaties, eventueel aangevuld met de haard- en standplaatstoelage en [2 de toelage voor tijdelijke functieverzwaring]2.
  
Art. 7.11. § 1er. [2 Lorsqu'au moment de l'entrée en service, il s'avère impossible de verser immédiatement le traitement mensuel exact, le traitement initial est payé comme avance. Lorsqu'au dernier jour ouvrable du mois d'entrée en service, le membre du personnel n'a toujours pas reçu d'avance, il touche d'office des intérêts de retard calculés sur le traitement initial à compter de la date à laquelle le paiement devient exigible]2.
  § 2. [3 Si un membre du personnel n'a pas pris le congé de vacances auquel il a droit, avant la cessation de la relation de travail auprès des services de l'Autorité flamande, ces jours de vacances lui sont payés.Par dérogation à l'alinéa 1er, à la mise à la retraite, un paiement des jours de vacances non pris est effectué dans les cas suivants :
   1° à la demande du membre du personnel, moyennant l'accord préalable du manager de ligne.
   Pour les [4 fonctions de management du niveau N]4, le directeur général et le chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, le donneur d'ordre donne son accord préalable ;
   2° si le membre du personnel n'a pas pu prendre ses jours de vacances en raison de l'intérêt du service ;
   3° si le membre du personnel n'a pas pu prendre ses jours de vacances pour cause de maladie ou d'accident du travail.
   En cas de décès du membre du personnel, les jours de vacances non pris sont payés aux héritiers]3
.
  § 3. Pour l'application du § 2, le traitement devant être pris en compte pour le paiement est le traitement dû pour des prestations complètes, éventuellement complété de l'allocation de foyer et l'allocation de résidence et de [2 l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction]2.
  
Art.7.11bis. [1 Het maandelijkse salaris, dat wordt verhoogd met de haard- of standplaatstoelage, van het personeelslid dat eenentwintig jaar is, mag nooit minder bedragen dan één twaalfde van 13.234,20 euro à 100%. Als dat nodig is, wordt het verschil toegekend in de vorm van een bijslag op het salaris.
   De dag om de leeftijd van het personeelslid te bepalen, wordt verschoven naar de eerste dag van de volgende maand als de verjaardag niet op de eerste van de maand valt. ]1

  
Art. 7.11 bis. [1 Le traitement mensuel, augmenté de l'allocation de foyer ou de résidence, du membre du personnel âgé de vingt et un ans ne peut jamais être inférieur à un douzième de 13 234,20 EUR à 100 %. Si nécessaire, la différence est octroyée sous la forme d'un supplément de traitement.
   Le jour de détermination de l'âge du membre du personnel est reporté au premier jour du mois suivant si l'anniversaire ne tombe pas le premier du mois. ]1

  
Art. 7.12.   - de l'article VII 12, § 1er, pour ce qui est des échelles de traitement destinées aux contrôleurs du trafic maritime, qui produit ses effets le 1er juillet 2006, voir AGF 2007-03-16/55, art. 81, 3°
  - de l'insertion de la mention " représentant du Gouvernement flamand à l'étranger " dans l'article VII 12, § 1er, 1°, qui produit ses effets le 1er octobre 2006, voir AGF 2007-03-16/55, art. 81, 12°>
  § 1er. [22 Les échelles de traitement correspondant au code alphanumérique mentionné en regard sont liées aux grades mentionnés ci-après. Les échelles de traitement sont reprises en annexe 5 au présent arrêté.
Algemeen personeel  
 Afdelingshoofd (mandaat) NA285
 Projectleider N-1 (mandaat) NA285
 Hoofdstatisticus bij het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken NA285
 Preventieadviseur-coördinator NA287
 Hoofdadviseur (terugvalgraad) NA212
 Navorser NA261
 Navorser met de functie van secretaris van de Vlaamse Raad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) NA262
 Senior-adviseur NA213
 Adviseur-ingenieur, adviseur-arts, adviseur-informaticus, adviseur-dierenarts NA221
 Adviseur NA211
 Directeur-ingenieur, directeur-arts, directeur-informaticus en directeur-dierenarts NA221
 Directeur NA211
 Vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering in het buitenland NA211B
 Ingenieur, arts, informaticus en dierenarts NA121
 Attaché NA171
 indien in het bezit van doctorsdiploma NA172
 Adjunct van de directeur NA111
 Leidinggevend hoofddeskundige NB311
 Senior hoofddeskundige NB311
 Hoofdprogrammeur NB221
 Hoofddeskundige NB211
 Programmeur NB121
 Deskundige NB111
 Leidinggevend hoofdmedewerker NC311
 Senior hoofdmedewerker NC311
 Hoofdtechnicus NC221
 Hoofdmedewerker NC211
 Technicus NC121
 Medewerker NC111
 Leidinggevend hoofdassistent ND311
 Senior hoofdassistent ND311
 Speciaal hoofdassistent ND231
 Technisch hoofdassistent ND221
 Hoofdassistent ND211
 Speciaal assistent ND131
 Technisch assistent ND121
 Assistent ND111
1° Algemeen personeel Afdelingshoofd (mandaat) NA285 Projectleider N-1 (mandaat) NA285 Hoofdstatisticus bij het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken NA285 Preventieadviseur-coördinator NA287 Hoofdadviseur (terugvalgraad) NA212 Navorser NA261 Navorser met de functie van secretaris van de Vlaamse Raad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) NA262 Senior-adviseur NA213 Adviseur-ingenieur, adviseur-arts, adviseur-informaticus, adviseur-dierenarts NA221 Adviseur NA211 Directeur-ingenieur, directeur-arts, directeur-informaticus en directeur-dierenarts NA221 Directeur NA211 Vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering in het buitenland NA211B Ingenieur, arts, informaticus en dierenarts NA121 Attaché NA171 indien in het bezit van doctorsdiploma NA172 Adjunct van de directeur NA111 Leidinggevend hoofddeskundige NB311 Senior hoofddeskundige NB311 Hoofdprogrammeur NB221 Hoofddeskundige NB211 Programmeur NB121 Deskundige NB111 Leidinggevend hoofdmedewerker NC311 Senior hoofdmedewerker NC311 Hoofdtechnicus NC221 Hoofdmedewerker NC211 Technicus NC121 Medewerker NC111 Leidinggevend hoofdassistent ND311 Senior hoofdassistent ND311 Speciaal hoofdassistent ND231 Technisch hoofdassistent ND221 Hoofdassistent ND211 Speciaal assistent ND131 Technisch assistent ND121 Assistent ND111
Personnel général  
 Chef de division (mandat) NA285
 Chef de projet N-1 (mandat) NA285
 Statisticien en chef auprès du Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères de la Flandre NA285
 Conseiller en prévention-coordinateur NA287
 Conseiller en chef (grade de repli) NA212
 Chercheur NA261
 Chercheur assumant la fonction de secrétaire du Conseil consultatif flamand de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat (VARIO) NA262
 Conseiller senior NA213
 Conseiller-ingénieur, conseiller médecin, conseiller-informaticien, conseiller-vétérinaire NA221
 Conseiller NA211
 Directeur-ingénieur, directeur médecin, directeur-informaticien et directeur-vétérinaire NA221
 Directeur NA211
 Représentant du Gouvernement flamand à l'étranger NA211B
 Ingénieur, médecin, informaticien et vétérinaire NA121
 Attaché NA171
 si porteur du diplôme de docteur NA172
 Adjoint du directeur NA111
 Spécialiste en chef dirigeant NB311
 Spécialiste en chef senior NB311
 Programmeur en chef NB221
 Spécialiste en chef NB211
 Programmeur NB121
 Expert NB111
 Collaborateur en chef dirigeant NC311
 Collaborateur en chef senior NC311
 Technicien en chef NC221
 Collaborateur en chef NC211
 Technicien NC121
 Collaborateur NC111
 Assistant en chef dirigeant ND311
 Assistant en chef senior ND311
 Assistant spécial en chef ND231
 Assistant technique en chef ND221
 Assistant en chef ND211
 Assistant spécial ND131
 Assistant technique ND121
 Assistant ND111
1° Personnel général Chef de division (mandat) NA285 Chef de projet N-1 (mandat) NA285 Statisticien en chef auprès du Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères de la Flandre NA285 Conseiller en prévention-coordinateur NA287 Conseiller en chef (grade de repli) NA212 Chercheur NA261 Chercheur assumant la fonction de secrétaire du Conseil consultatif flamand de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat (VARIO) NA262 Conseiller senior NA213 Conseiller-ingénieur, conseiller médecin, conseiller-informaticien, conseiller-vétérinaire NA221 Conseiller NA211 Directeur-ingénieur, directeur médecin, directeur-informaticien et directeur-vétérinaire NA221 Directeur NA211 Représentant du Gouvernement flamand à l'étranger NA211B Ingénieur, médecin, informaticien et vétérinaire NA121 Attaché NA171 si porteur du diplôme de docteur NA172 Adjoint du directeur NA111 Spécialiste en chef dirigeant NB311 Spécialiste en chef senior NB311 Programmeur en chef NB221 Spécialiste en chef NB211 Programmeur NB121 Expert NB111 Collaborateur en chef dirigeant NC311 Collaborateur en chef senior NC311 Technicien en chef NC221 Collaborateur en chef NC211 Technicien NC121 Collaborateur NC111 Assistant en chef dirigeant ND311 Assistant en chef senior ND311 Assistant spécial en chef ND231 Assistant technique en chef ND221 Assistant en chef ND211 Assistant spécial ND131 Assistant technique ND121 Assistant ND111
Wetenschappelijk personeel  
 Wetenschappelijk directeur NA265
 krachtens artikel VIIbis 8 NA266
 Wetenschappelijk attaché NA165
 krachtens artikel VIIbis 6, § 1 en § 2 NA166
 krachtens artikel VIIbis 6, § 3 NA167
 krachtens artikel VIIbis 7 (expert functionele loopbaan) NA168
2° Wetenschappelijk personeel Wetenschappelijk directeur NA265 krachtens artikel VIIbis 8 NA266 Wetenschappelijk attaché NA165 krachtens artikel VIIbis 6, § 1 en § 2 NA166 krachtens artikel VIIbis 6, § 3 NA167 krachtens artikel VIIbis 7 (expert functionele loopbaan) NA168
Personnel scientifique  
 Directeur scientifique NA265
 en vertu de l'article VIIbis 8 NA266
 Attaché scientifique NA165
 en vertu de l'article VIIbis 6, § 1er et § 2 NA166
 en vertu de l'article VIIbis 6, § 3 NA167
 en vertu de l'article VIIbis 7 (expert dans la carrière fonctionnelle) NA168
2° Personnel scientifique Directeur scientifique NA265 en vertu de l'article VIIbis 8 NA266 Attaché scientifique NA165 en vertu de l'article VIIbis 6, § 1er et § 2 NA166 en vertu de l'article VIIbis 6, § 3 NA167 en vertu de l'article VIIbis 7 (expert dans la carrière fonctionnelle) NA168
Specifieke graden bij het agentschap Opgroeien  
 Centraal adviserend arts NA121C
 Adviseur-hoofdarts NA221P
3° Specifieke graden bij het agentschap Opgroeien Centraal adviserend arts NA121C Adviseur-hoofdarts NA221P
Grades spécifiques auprès de l'agence Grandir
 Médecin conseiller central NA121C
 Conseiller médecin en chef NA221P
3° Grades spécifiques auprès de l'agence Grandir Médecin conseiller central NA121C Conseiller médecin en chef NA221P
Andere specifieke graden  
 Arts, belast met taken die van de VRGT zijn overgenomen NA121
 Adjunct van de directeur (statisticus-psycholoog), belast met taken die van de VRGT zijn overgenomen NA111
 Deskundige (gezondheidswerker of verpleegkundige), belast met taken die van de VRGT zijn overgenomen NB111
 Commercieel adviseur regionale luchthavens NA211
 Coördinator Sociaal Impulsfonds (SIF) NA163
 Coördinator (migranten) en coördinator (interface) bij het beleidsdomein Welzijn en Volksgezondheid NA112B
 Vakantiewerker: 80% van ND111
 Vakantiewerker met het diploma van master in de geneeskunde bij het agentschap Opgroeien regie als arts, op voorwaarde dat de vakantiewerker na het behalen van het voormelde diploma verder studeert en blijft voldoen aan de voorwaarden om als jobstudent te kunnen worden tewerkgesteld. De tewerkstelling als arts is ook mogelijk tijdens de maanden juli, augustus en september die aansluiten op het laatste academiejaar, op voorwaarde dat de student aansluitend op zijn tewerkstelling als jobstudent niet in dienst wordt genomen bij het agentschap Opgroeien regie of het agentschap Opgroeien: 80% van NA121
4° Andere specifieke graden Arts, belast met taken die van de VRGT zijn overgenomen NA121 Adjunct van de directeur (statisticus-psycholoog), belast met taken die van de VRGT zijn overgenomen NA111 Deskundige (gezondheidswerker of verpleegkundige), belast met taken die van de VRGT zijn overgenomen NB111 Commercieel adviseur regionale luchthavens NA211 Coördinator Sociaal Impulsfonds (SIF) NA163 Coördinator (migranten) en coördinator (interface) bij het beleidsdomein Welzijn en Volksgezondheid NA112B Vakantiewerker: 80% van ND111 Vakantiewerker met het diploma van master in de geneeskunde bij het agentschap Opgroeien regie als arts, op voorwaarde dat de vakantiewerker na het behalen van het voormelde diploma verder studeert en blijft voldoen aan de voorwaarden om als jobstudent te kunnen worden tewerkgesteld. De tewerkstelling als arts is ook mogelijk tijdens de maanden juli, augustus en september die aansluiten op het laatste academiejaar, op voorwaarde dat de student aansluitend op zijn tewerkstelling als jobstudent niet in dienst wordt genomen bij het agentschap Opgroeien regie of het agentschap Opgroeien: 80% van NA121
Autres grades spécifiques
 Médecin, chargé de tâches reprises de la VRGT (Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding) NA121
 Adjoint du directeur (statisticien-psychologue), chargé de tâches reprises de la VRGT NA111
 Spécialiste (travailleur de santé ou infirmier), chargé de tâches reprises de la VRGT (Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding) NB111
 Conseiller commercial des aéroports régionaux NA211
 Coordinateur '' Sociaal Impulsfonds '' (SIF - Fonds d'Impulsion sociale) NA163
 Coordinateur (migrants) et coordinateur (interface) auprès du domaine politique de l'Aide sociale et de la Santé publique NA112B
 Travailleur de vacances : 80 % de ND111
 Travailleur de vacances titulaire du diplôme de master en médecine auprès de l'agence Grandir régie comme médecin, à condition que le travailleur de vacances poursuive ses études après l'obtention du diplôme précité et qu'il continue à remplir les conditions d'emploi en tant qu'étudiant jobiste. La mise à l'emploi comme médecin est également possible pendant les mois de juillet, août et septembre qui s'inscrivent dans la dernière année académique, à condition que l'étudiant ne soit pas engagé auprès de l'agence Grandir régie ou l'agence Grandir faisant suite à son emploi comme étudiant jobiste : 80 % de NA121
4° Autres grades spécifiques Médecin, chargé de tâches reprises de la VRGT (Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding) NA121 Adjoint du directeur (statisticien-psychologue), chargé de tâches reprises de la VRGT NA111 Spécialiste (travailleur de santé ou infirmier), chargé de tâches reprises de la VRGT (Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding) NB111 Conseiller commercial des aéroports régionaux NA211 Coordinateur '' Sociaal Impulsfonds '' (SIF - Fonds d'Impulsion sociale) NA163 Coordinateur (migrants) et coordinateur (interface) auprès du domaine politique de l'Aide sociale et de la Santé publique NA112B Travailleur de vacances : 80 % de ND111 Travailleur de vacances titulaire du diplôme de master en médecine auprès de l'agence Grandir régie comme médecin, à condition que le travailleur de vacances poursuive ses études après l'obtention du diplôme précité et qu'il continue à remplir les conditions d'emploi en tant qu'étudiant jobiste. La mise à l'emploi comme médecin est également possible pendant les mois de juillet, août et septembre qui s'inscrivent dans la dernière année académique, à condition que l'étudiant ne soit pas engagé auprès de l'agence Grandir régie ou l'agence Grandir faisant suite à son emploi comme étudiant jobiste : 80 % de NA121
Overgangsregeling
 Secretaris-generaal NA411
 Directeur-generaal, administrateur-generaal NA311
 Algemeen directeur wetenschappelijke instelling (mandaat) NA366
 Algemeen directeur wetenschappelijke instelling NA365
 Eerste opdrachthouder NA361
 Adjunct-administrateur-generaal NA286
 Na zes jaar het mandaat van afdelingshoofd te hebben uitgeoefend NA288
 Met ingang van 1 juni 1994:
 - inspecteur-generaal NA224
 - bestuursdirecteur NA224
 - bestuursdirecteur met leidinggevende functie binnen een informaticadienst NA232
 Adjunct eerste opdrachthouder NA263
 Adviseur-ingenieur/arts/informaticus met de functie van senior auditor, aangesteld vóór 1 januari 2008 NA221C
 Adviseur met de functie van senior auditor, aangesteld vóór 1 januari 2008 NA211E
 Adviseur benoemd vóór 1 januari 2008 NA251
 Deze overgangsregeling blijft gelden voor de directeur die een graadverandering verkrijgt vanuit de graad van adviseur en die in die laatste graad is aangesteld vóór 1 januari 2008.
 Adviseur (de gewestelijk ontvanger die op 1 januari 2013 overgedragen is ingevolge artikel III 151 of artikel VIIbis 165) NA218
 Ingenieur, arts en informaticus
 met de functie van opdrachthouder NA280
 Adjunct van de directeur
 met de functie van opdrachthouder NA281
 Contractbeheerder, coördinator IT-relatiebeheer en strategiebeheerder (mandaat) NA286
 Beheerder interne IT-dienstverlening (mandaat) NA285
 Financieel-administratief beheerder (mandaat) NA284
 Bedrijfsadviseur, pedagogisch adviseur of kunstadviseur die op 1 januari 2009 is overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen, en de pedagogisch adviseur en bedrijfsadviseur die op 1 januari 2021 zijn overgeheveld van SYNTRA Vlaanderen naar het Departement Werk en Sociale Economie, het Agentschap Innoveren en Ondernemen of de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. NA111C
 IWT-adviseur die op 1 januari 2016 is overgeheveld naar een andere entiteit NA201
 Contractueel IWT-adviseur (opstartformatie) NA214
5° Overgangsregeling Secretaris-generaal NA411 Directeur-generaal, administrateur-generaal NA311 Algemeen directeur wetenschappelijke instelling (mandaat) NA366 Algemeen directeur wetenschappelijke instelling NA365 Eerste opdrachthouder NA361 Adjunct-administrateur-generaal NA286 Na zes jaar het mandaat van afdelingshoofd te hebben uitgeoefend NA288 Met ingang van 1 juni 1994: - inspecteur-generaal NA224 - bestuursdirecteur NA224 - bestuursdirecteur met leidinggevende functie binnen een informaticadienst NA232 Adjunct eerste opdrachthouder NA263 Adviseur-ingenieur/arts/informaticus met de functie van senior auditor, aangesteld vóór 1 januari 2008 NA221C Adviseur met de functie van senior auditor, aangesteld vóór 1 januari 2008 NA211E Adviseur benoemd vóór 1 januari 2008 NA251 Deze overgangsregeling blijft gelden voor de directeur die een graadverandering verkrijgt vanuit de graad van adviseur en die in die laatste graad is aangesteld vóór 1 januari 2008. Adviseur (de gewestelijk ontvanger die op 1 januari 2013 overgedragen is ingevolge artikel III 151 of artikel VIIbis 165) NA218 Ingenieur, arts en informaticus met de functie van opdrachthouder NA280 Adjunct van de directeur met de functie van opdrachthouder NA281 Contractbeheerder, coördinator IT-relatiebeheer en strategiebeheerder (mandaat) NA286 Beheerder interne IT-dienstverlening (mandaat) NA285 Financieel-administratief beheerder (mandaat) NA284 Bedrijfsadviseur, pedagogisch adviseur of kunstadviseur die op 1 januari 2009 is overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen, en de pedagogisch adviseur en bedrijfsadviseur die op 1 januari 2021 zijn overgeheveld van SYNTRA Vlaanderen naar het Departement Werk en Sociale Economie, het Agentschap Innoveren en Ondernemen of de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. NA111C IWT-adviseur die op 1 januari 2016 is overgeheveld naar een andere entiteit NA201 Contractueel IWT-adviseur (opstartformatie) NA214
6. Bijkomende functies
  Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken
  Adjunct van de directeur buitenland NA112B
  Agentschap Overheidspersoneel
  Vlaams Diversiteitsambtenaar NA286
  Agentschap facilitair Bedrijf
Mesure transitoire
 Secrétaire général NA411
 Directeur général, administrateur général NA311
 Directeur général établissement scientifique (mandat) NA366
 Directeur général établissement scientifique NA365
 Premier chargé de mission NA361
 Administrateur général adjoint NA286
 Après avoir exercé pendant 6 ans le mandat de chef de division NA288
 A partir du 1er juin 1994 :
 - inspecteur général NA224
 - directeur d'administration NA224
 - directeur d'administration chargé d'une fonction dirigeante au sein d'un service informatique NA232
 Premier chargé de mission adjoint NA263
 Conseiller-ingénieur/médecin/informaticien assumant la fonction de Senior Auditor, désigné avant le 1er janvier 2008 NA221C
 Conseiller assumant la fonction de Senior Auditor, désigné avant le 1er janvier 2008 NA211E
 Conseiller nommé avant le 1er janvier 2008 NA251
 Ce régime de transition reste valable pour le directeur obtenant un changement de grade du grade de conseiller et qui a été désigné à ce grade avant le 1er janvier 2008.
 Conseiller (le receveur régional transféré au 1er janvier 2013 en vertu de l'article III 151 ou de l'article VIIbis 165) NA218
 Ingénieur, médecin et informaticien
 assumant la fonction de chargé de mission NA280
 Adjoint du directeur
 assumant la fonction de chargé de mission NA281
 Gestionnaire des contrats, coordinateur de la gestion relationnelle informatique et gestionnaire des stratégies (mandat) NA286
 Gestionnaire des services IT internes (mandat) NA285
 Gestionnaire financier-administratif (mandat) NA284
 Le conseiller d'entreprise, le conseiller pédagogique ou le conseiller artistique transféré le 1er janvier 2009 de la '' Vlaams Agentschap voor Ondernemen '' à '' l'Agentschap Ondernemen '', et le conseiller pédagogique et le conseiller d'entreprise transféré le 1er janvier 2021 de SYNTRA Vlaanderen au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, à la '' l'Agentschap Innoveren en Ondernemen '' ou à l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle. NA111C
 Conseiller de l'IWT qui, au 1er janvier 2016, a été transféré à une autre entité NA201
 Conseiller contractuel de l'IWT (cadre initial) NA214
5° Mesure transitoire Secrétaire général NA411 Directeur général, administrateur général NA311 Directeur général établissement scientifique (mandat) NA366 Directeur général établissement scientifique NA365 Premier chargé de mission NA361 Administrateur général adjoint NA286 Après avoir exercé pendant 6 ans le mandat de chef de division NA288 A partir du 1er juin 1994 : - inspecteur général NA224 - directeur d'administration NA224 - directeur d'administration chargé d'une fonction dirigeante au sein d'un service informatique NA232 Premier chargé de mission adjoint NA263 Conseiller-ingénieur/médecin/informaticien assumant la fonction de Senior Auditor, désigné avant le 1er janvier 2008 NA221C Conseiller assumant la fonction de Senior Auditor, désigné avant le 1er janvier 2008 NA211E Conseiller nommé avant le 1er janvier 2008 NA251 Ce régime de transition reste valable pour le directeur obtenant un changement de grade du grade de conseiller et qui a été désigné à ce grade avant le 1er janvier 2008. Conseiller (le receveur régional transféré au 1er janvier 2013 en vertu de l'article III 151 ou de l'article VIIbis 165) NA218 Ingénieur, médecin et informaticien assumant la fonction de chargé de mission NA280 Adjoint du directeur assumant la fonction de chargé de mission NA281 Gestionnaire des contrats, coordinateur de la gestion relationnelle informatique et gestionnaire des stratégies (mandat) NA286 Gestionnaire des services IT internes (mandat) NA285 Gestionnaire financier-administratif (mandat) NA284 Le conseiller d'entreprise, le conseiller pédagogique ou le conseiller artistique transféré le 1er janvier 2009 de la '' Vlaams Agentschap voor Ondernemen '' à '' l'Agentschap Ondernemen '', et le conseiller pédagogique et le conseiller d'entreprise transféré le 1er janvier 2021 de SYNTRA Vlaanderen au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, à la '' l'Agentschap Innoveren en Ondernemen '' ou à l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle. NA111C Conseiller de l'IWT qui, au 1er janvier 2016, a été transféré à une autre entité NA201 Conseiller contractuel de l'IWT (cadre initial) NA214
6. Fonctions supplémentaires
   Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères de la Flandre
   Adjoint du directeur à l'étranger NA112B
   Agence de la Fonction publique
   Fonctionnaire flamand en charge de la diversité NA286
   Agence de Gestion des Infrastructures
Backup werf- en sectorverantwoordelijke schoonmaak ND112
Cateringpersoneel (kok) ND132
Cateringpersoneel (chef catering kleine keuken) NC123
Cateringpersoneel (backup chef catering middelgrote keuken) ND132
Cateringpersoneel (backup chef catering kleine keuken) ND132
Backup werf- en sectorverantwoordelijke schoonmaak ND112 Cateringpersoneel (kok) ND132 Cateringpersoneel (chef catering kleine keuken) NC123 Cateringpersoneel (backup chef catering middelgrote keuken) ND132 Cateringpersoneel (backup chef catering kleine keuken) ND132
Departement Onderwijs en Vorming
  Hoofdredacteur NA212B
  Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap
  Chauffeur beheer en directie ND232
  Vlaams Energie agentschap
  Cateringpersoneel - kok ND132
  Departement Mobiliteit en Openbare Werken
  Gewestelijk Havencommissaris NA311
  Adviseur afdeling Mobiliteit en Verkeersveiligheid NA211D]19
  § 2. De ambtenaar van rang A1 van wie het mandaat van contractbeheerder, coördinator IT-relatiebeheer, strategiebeheerder, financieel-administratief beheerder, beheerder interne IT-dienstverlening of preventieadviseur-coördinator na twee of meer mandaten van 6 jaar beëindigd wordt en wiens functioneringsevaluatie niet met een onvoldoende werd besloten, geniet de salarisschaal, opgenomen in bijlage 6 bij dit besluit.
  § 3. In afwijking van § 2 wordt de eindemandaatregeling voor de financieel-administratief beheerder begrensd tot de salarisschaal A119.
  § 4. [2 ...]2
  § 5.[20 ...]20
  
Back-up responsable du chantier et du secteur - nettoyages ND112
Personnel de cuisine (cuisinier) ND132
Personnel de cuisine (chef de la restauration d'une petite cuisine) NC123
Personnel de cuisine (back-up chef de la restauration d'une cuisine de taille moyenne) ND132
Personnel de cuisine (back-up chef de la restauration d'une petite cuisine) ND132
Back-up responsable du chantier et du secteur - nettoyages ND112 Personnel de cuisine (cuisinier) ND132 Personnel de cuisine (chef de la restauration d'une petite cuisine) NC123 Personnel de cuisine (back-up chef de la restauration d'une cuisine de taille moyenne) ND132 Personnel de cuisine (back-up chef de la restauration d'une petite cuisine) ND132
Département de l'Enseignement et de la Formation
   Rédacteur en chef NA212B
   Agence flamande pour les Personnes handicapées
   Chauffeur administration et direction ND232
   Agence flamande pour l'Energie
   Personnel de cuisine - cuisinier ND132
   Département de la Mobilité et des Travaux publics
   Commissaire régional de port NA311
   Conseiller division de la Mobilité et de la Sécurité routière NA211D]22
  § 2. Le fonctionnaire du rang A1 qui vient d'achever son mandat en qualité de gestionnaire du contrat, coordinateur de la gestion relationnelle informatique, gestionnaire des stratégies, gestionnaire financier-administratif, gestionnaire des services TI internes ou de conseiller en prévention coordinateur, après deux ou plusieurs mandats de 6 ans, et n'a pas reçu de mention " insuffisant " à l'occasion d'une évaluation fonctionnelle, bénéficie de l'échelle de traitement telle que fixée à l'annexe 6 au présent arrêté.
  § 3. Par dérogation au § 2, le règlement de fin de mandat du gestionnaire financier-administratif est limité à l'échelle de traitement A119.
  § 4. [2 ...]2
  § 5. [23 ...]23
  
Art. 7.13. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. In afwijking van artikel VII 12 blijft degene voor wie bij de inschakeling in de nieuwe loopbaanstructuur een overgangsschaal bepaald werd, die overgangsschaal verder genieten tot een organieke salarisschaal voordeliger wordt. Ingeval die ambtenaar wordt bevorderd in graad of salarisschaal, is [2 artikel VIIbis 17, § 2,]2 van toepassing.
  § 2. Een mandaathouder geniet de salarisschaal, vermeld in artikel VII 12, § 1, tenzij de salarisschaal verbonden aan de organieke graad voordeliger is.
  [1 Het eerste lid is niet van toepassing op de mandaten, vermeld in deel V.]1
  § 3. Een ambtenaar die de extra salarisschaal A263, A253, A213, A129 of A119 toegekend kreeg, behoudt die salarisschaal.
  
Art. 7.13. § 1er. Par dérogation à l'article VII 12, celui faisant l'objet, pour l'intégration dans la nouvelle structure de carrière, d'une échelle de traitement transitoire bénéficie de cette échelle de traitement jusqu'au moment, où une échelle de traitement organique plus avantageuse lui est applicable. Dans le cas où ce fonctionnaire est promu par avancement de grade ou d'échelle de traitement, l'[2 article VIIbis 17, § 2,]2 est d'application.
  § 2. Le mandataire bénéficie de l'échelle de traitement telle que fixée à l'article VII 12, § 1er, à moins que échelle de traitement organique ne soit plus avantageuse.
  [1 L'alinéa 1er ne s'applique pas aux mandats visés à la partie V. ]1
  § 3. Le fonctionnaire bénéficiant de l'échelle supplémentaire A263, A253, A213, A129 ou A119, conserve cette échelle de traitement.
  
TITEL II. - DE TOELAGEN.
TITRE II. - LES ALLOCATIONS.
HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen.
CHAPITRE 1er. - Dispositions communes.
Art. 7.14. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De hieronder vermelde toelagen worden uitbetaald :
  1° hetzij als verloning voor taken die niet inherent zijn aan de graad en/of de uitgeoefende functie;
  2° hetzij voor de uitoefening van een welbepaalde functie.
Art. 7.14. Les allocations mentionnées ci-après sont payées :
  1° soit comme rétribution pour des tâches qui ne sont pas inhérentes au grade et/ou à la fonction exercée;
  2° soit pour l'exercice d'une certaine fonction.
Art. 7.15. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De toelage is niet verschuldigd :
  1° in het geval geen salaris wordt betaald;
  2° of bij een afwezigheid die langer dan 35 werkdagen duurt.
  [3 De regeling, vermeld in het eerste lid, 1°, is niet van toepassing op de toelagen, vermeld in artikel VII 41, VII 56, VII 57, VII 124, § 1, artikel VII 140, VII 141, VII 145, VII 145bis, VII 148, VII 179, VII 180 en VII 181.]3
  [1 De regeling, vermeld in het eerste lid, [2 2°,]2 is niet van toepassing op de toelagen, vermeld in artikel VII 18, VII 20, VII 35, VII 41, VII 46, VII 57, VII 124, § 1, artikel VII 129, § 2, artikel VII 140, VII 141, VII 145 en VII 145bis.]1
  
Art. 7.15. L'allocation n'est pas due :
  1° dans le cas ou aucun traitement ne serait payé;
  2° lors d'une absence de plus de 35 jours ouvrables.
  [3 Le régime cité à l'alinéa 1er, 1°, ne s'applique pas aux allocations visées aux articles VII 41, VII 56, VII 57, VII 124, § 1er, VII 140, VII 141, VII 145, VII 145bis, VII 148, VII 179, VII 180 et VII 181.]3
  [1 Le régime cité au premier alinéa [2 2°,]2 ne s'applique pas aux allocations visées aux articles VII 18, VII 20, VII 35, VII 41, VII 46, VII 57, VII 124, § 1er, VII129, § 2, VII 140, VII 141 et VII 145 et VII 145bis.]1
  
Art. 7.15 bis. [1 § 1. Het personeelslid dat slachtoffer is van een arbeidsongeval en dat maximaal 35 werkdagen afwezig is, ontvangt :
   1. de forfaitaire toelagen die op maandbasis worden betaald;
   2. het gemiddelde van de variabele toelagen die betaald zijn gedurende de twaalf maanden voor het ongeval.
   § 2. Artikel VII 15 is van toepassing op de betaling van de toelagen bij een afwezigheid ingevolge een arbeidsongeval van meer dan 35 werkdagen.]1

  
Art. 7.15 bis. [1 § 1er. Le membre du personnel qui est victime d'un accident de travail et qui est absent pendant 35 jours ouvrables au maximum, reçoit :
   1. les allocations forfaitaires qui sont payées sur base mensuelle;
   2. la moyenne des allocations variables qui sont payées pendant les douze mois avant l'accident.
   § 2. L'article VII 15 s'applique au paiement des allocations lors d'une absence suite à une accident de travail de plus de 35 jours ouvrables.]1

  
Art. 7.16. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Tenzij anders is bepaald, worden :
  1° de toelagen maandelijks na vervallen termijn betaald;
  2° de forfaitaire toelagen naar rata van de prestaties betaald, zoals bepaald in artikel VII 6;
  3° de toelagen afgerond op de hogere cent.
Art. 7.16. Sauf stipulations contraires,
  1° les allocations sont payées mensuellement à terme échu;
  2° les allocations forfaitaires sont payées au prorata des prestations, tel que fixé à l'article VII 6;
  3° les allocations sont arrondies à l'eurent supérieur.
Art. 7.17. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De toelagebedragen die hierna tegen 100 % vermeld zijn en de toelagen die op het salaris berekend worden, volgen de evolutie van het indexcijfer zoals bepaald in artikel VII 9.
Art. 7.17. Les montants des allocations mentionnées à 100 % ci-après, et les allocations qui sont calculées sur le traitement, suivent l'évolution de l'indice des prix, tel que fixé à l'article VII 9.
HOOFDSTUK 2. - Algemene toelagen.
CHAPITRE 2. - Allocations générales.
Afdeling 1. - De haard- en standplaatstoelage.
Section 1re. - L'allocation de foyer et l'allocation de résidence.
Art. 7.18. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. [2 Een gehuwd personeelslid, een personeelslid dat samenleeft of een alleenstaand personeelslid aan wie de kinderbijslag wordt uitbetaald, heeft recht op een haardtoelage van :
   1° 719,89 euro (100 %) als het salaris [3 16.671,84 euro]3 (100 %) niet overschrijdt;
   2° 359,95 euro (100 %) als het salaris hoger is dan [3 16.671,84 euro]3 (100 %), maar niet meer bedraagt dan [3 18.945,86 euro]3 (100 %).]2

  § 2. Een personeelslid dat geen recht heeft op een haardtoelage, ontvangt een standplaatstoelage van :
  1° 359,95 euro (100 %) als het salaris niet hoger is dan [1 [3 16.671,84 euro]3]1 euro (100 %);
  2° 179,98 euro (100 %) als het salaris hoger is dan [1 [3 16.671,84 euro]3]1 euro (100 %) maar niet meer bedraagt dan [3 18.945,86 euro]3 (100 %).
  § 3. Als de twee echtgenoten of de twee personen die samenleven elk beantwoorden aan de voorwaarden om de haardtoelage te verkrijgen, wijzen ze in wederzijds akkoord diegene van de twee aan, aan wie de haardtoelage wordt uitbetaald. De standplaatstoelage wordt toegekend aan de ambtenaar die geen haardtoelage krijgt.
  § 4. Als het recht op de haard- en standplaatstoelage in de loop van een maand wijzigt, wordt voor de hele maand het voordeligste stelsel toegepast.
  
Art. 7.18. § 1er. [2 Un membre du personnel marié, un membre du personnel cohabitant ou un membre du personnel vivant seul à qui les allocations familiales sont payées, a droit à une allocation de foyer de :
   1° 719,89 euros (100 %) lorsque le traitement ne dépasse pas [3 16 671,84 euros]3 (100 %);
   2° 359,95 euros (100 %) lorsque le traitement est supérieur à [3 16 671,84 euros]3 (100 %), mais ne dépasse pas [3 18 945,86 euros]3 (100 %).]2

  § 2. Le membre du personnel qui n'a pas droit à une allocation de foyer reçoit une allocation de résidence de :
  1° 359,95 euros (100 %) lorsque le traitement ne dépasse pas [3 16 671,84 euros]3 (100 %);
  2° 179,98 euros (100 %) lorsque le traitement est supérieur à [3 16 671,84 euros]3 (100 %), mais ne dépasse pas [3 18 945,86 euros]3 (100 %).
  § 3. Au cas où les deux conjoints ou cohabitants remplissent chacun les conditions de l'octroi de l'allocation de foyer, ils désignent de commun accord celui des deux qui sera bénéficiaire de l'allocation de foyer. L'allocation de résidence est attribuée au fonctionnaire qui n'obtient pas l'allocation de foyer.
  § 4. Lorsqu'au cours d'un mois, le droit à l'allocation de foyer ou à l'allocation de résidence change, le régime le plus favorable est appliqué pour le mois entier.
  
Art. 7.19. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De bezoldiging van een personeelslid van wie het salaris hoger is dan [2 16.671,84 euro]2, respectievelijk [1 [2 18.945,86 euro]2]1 euro mag niet kleiner zijn dan in het geval het salaris gelijk zou zijn aan dat bedrag. In voorkomend geval wordt een gedeeltelijke haard- of standplaatstoelage toegekend.
  Onder bezoldiging wordt in het eerste lid verstaan : het salaris, verhoogd met de volledige of gedeeltelijke haard- of standplaatstoelage, en voor de ambtenaar verminderd met de inhouding voor het Fonds voor Overlevingspensioenen.
  
Art. 7.19. La rémunération du membre du personnel dont le traitement dépasse [2 16 671,84 euros]2, resp. [2 18 945,86 euros]2, ne peut pas être inférieure à celle qu'il obtiendrait si son traitement était égal à ce montant. Le cas échéant, une allocation partielle de foyer ou de résidence est attribuée.
  Par " rémunération " on entend à l'alinéa premier : le traitement, augmenté de l'allocation complète ou partielle de foyer ou de l'allocation complète ou partielle de résidence et diminuée de la retenue pour le Fonds des pensions de survie.
  
Afdeling 2. - Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage.
Section 2. - Le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année.
Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Sous-section 1re. - Dispositions communes.
Art. 7.20. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage zijn een percentage van het brutosalaris zoals hieronder is bepaald.
  § 2. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
  1° brutosalaris : het geïndexeerde jaarsalaris desgevallend verhoogd met de haard- of standplaatstoelage [1 en de salarisbonus [5 , vermeld in artikel VII 6, § 2, § 2bis, § 2ter en § 3]5]1;
  2° brutomaandsalaris : het brutosalaris, gedeeld door 12.
  § 3. Als niet tijdens de hele referteperiode volledige prestaties werden verricht, wordt het vakantiegeld en de eindejaarstoelage herleid naar rata van het verdiende brutosalaris tegenover het brutosalaris bij volledige prestaties voor de volledige referteperiode.
  § 4. [2 In afwijking van artikel VII 21, § 2, en VII 22, § 2, wordt bij de beëindiging van de tewerkstelling bij de werkgever of bij de wijziging van hoedanigheid, het vakantiegeld en de eindejaarstoelage berekend op het brutosalaris voor volledige prestaties van de laatste maand van tewerkstelling, en wordt het vakantiegeld en de eindejaarstoelage betaald tijdens de maand die volgt op de beëindiging van de bovengenoemde tewerkstelling.]2
  § 5. Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage van een contractueel personeelslid worden niet verminderd bij [1 moederschapsrust]1, ziekte- [3 ,vaderschaps- of geboorteverlof]3.
  [4 § 6. [6 Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage van een ambtenaar worden niet verminderd gedurende de volgende verloven:
   1° het geboorteverlof waarin de ambtenaar geen recht heeft op een volledig salaris;
   2° het ziekteverlof waarin de ambtenaar recht heeft op een herleid salaris.]6
.]4

  
Art. 7.20. § 1er. Le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année sont un pourcentage du traitement brut tel que fixé ci-dessous.
  § 2. Pour l'application de la présente section, il faut entendre par :
  1° traitement brut : le traitement annuel indexé, le cas échéant majoré de l'allocation de foyer [1 et la prime de traitement [5 , visé à l'article VII 6, § 2, § 2bis, § 2ter et § 3]5]1 ou de résidence;
  2° traitement mensuel brut : le traitement brut divisé par 12.
  § 3. Lorsque des prestations complètes ne sont fournies que pendant une partie de la période de référence, le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année sont réduits au prorata du traitement brut gagné par rapport au traitement brut en cas de prestations complètes pour la période de référence complète.
  § 4. [2 Par dérogation à l'article VII 21, § 2, et VII 22, § 2, en cas de cessation de l'emploi auprès de l'employeur ou en cas de modification de qualité, le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année sont calculés sur la base du traitement brut pour prestations complètes du dernier mois d'emploi, et le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année sont payés au cours du mois suivant la cessation de l'emploi susmentionné.]2
  § 5. Le montant du pécule de vacances et de l'allocation de fin d'année du membre du personnel contractuel n'est pas réduit en cas de [1 repos de maternité]1, de maladie [3 , de paternité ou de naissance]3.
  [4 § 6.[6 Le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année d'un fonctionnaire ne sont pas diminués pendant les congés suivants :
   1° le congé de naissance pendant lequel le fonctionnaire n'a pas droit à un traitement complet ;
   2° le congé de maladie pendant lequel le fonctionnaire a droit à un traitement réduit.]6
.]4

  
Onderafdeling 2. - Vakantiegeld.
Sous-section 2. - Le pécule de vacances.
Art. 7.21. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Onder referteperiode wordt verstaan, het kalenderjaar dat voorafgaat aan het vakantiejaar.
  § 2. Het vakantiegeld bedraagt 92 % van het brutomaandsalaris van de maand april van het vakantiejaar. Het wordt betaald tijdens de maand mei van het vakantiejaar.
  § 3. Wat het vakantiegeld voor jonge werknemers betreft, wordt, uitgezonderd voor de jobstudenten, de periode vanaf 1 januari van de referteperiode tot de dag voor de datum waarop het personeelslid in dienst wordt genomen eveneens in aanmerking genomen, op voorwaarde dat het personeelslid :
  1° minder dan 25 jaar oud is op het einde van de referteperiode;
  2° uiterlijk in dienst is getreden op de laatste werkdag van de vier maanden die volgen op het einde van zijn studies als rechtgevende op kinderbijslag, of de leerovereenkomst.
  [1 Als de jonge werknemer uit dienst treedt vóór het einde van de referteperiode, wordt het vakantiegeld berekend naar rato van het aantal maanden effectieve tewerkstelling. Als de jonge werknemer vóór zijn indiensttreding bij een andere werkgever werkte, wordt het vakantiegeld verminderd met het bedrag dat hij bij die andere werkgever heeft ontvangen.]1
  § 4. Er wordt een inhouding verricht van 13,07 % op het vakantiegeld ten belope van 85 % van het brutomaandsalaris.
  
Art. 7.21. § 1er. Par " période de référence " on entend l'année calendaire qui précède l'année de vacances.
  § 2. Le pécule de vacances s'élève à 92 % du traitement mensuel brut du mois d'avril de l'année de vacances. Il est payé au cours du mois de mai de l'année de vacances.
  § 3. En ce qui concerne le pécule de vacances pour jeunes travailleurs, exceptés les étudiants jobistes, la période du 1er janvier de la période de référence au jour avant la date à laquelle le membre du personnel est engagé, est également prise en compte, à condition que le membre du personnel :
  1° ait moins de 25 ans à la fin de la période de référence;
  2° soit entré en service au plus tard le dernier jour de travail des quatre mois suivant la fin de ses études en tant que bénéficiaire d'allocations familiales, ou du contrat d'apprentissage.
  [1 Si le jeune travailleur quitte son emploi avant la fin de la période de référence, le pécule de vacances est calculé au prorata du nombre de mois d'emploi effectif. Si le jeune travailleur a travaillé pour un autre employeur avant son entrée en service, le pécule de vacances est réduit du montant qu'il a reçu de cet autre employeur.]1
  § 4. Le pécule de vacances est soumis à une retenue de 13,07 % à concurrence de 85 % du traitement mensuel brut.
  
Onderafdeling 3. - Eindejaarstoelage.
Sous-section 3. - Allocation de fin d'année.
Art. 7.22. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Onder referteperiode wordt verstaan, de periode van 1 januari tot en met 30 september.
  § 2. [1 De eindejaarstoelage is gelijk aan het hieronder bepaalde percentage van het brutosalaris van de maand november :
Art. 7.22. § 1er. Par " période de référence " on entend la période du 1er janvier au 30 septembre inclus.
  § 2. [1 L'allocation de fin d'année égale le pourcentage fixé ci-après du traitement brut du mois de novembre :
[1tot en met 2022 % van het brutosalaris van de maand novembervanaf 2023 % van het brutosalaris van de maand november 
rang A2 en hoger, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 en A14864,71%66,71% 
rang A1, B3, B2, C3 en C271,47%73,97% 
rangen B1, C1, D3 en D277,68%80,68% 
rang D184,12%88,12%]1
(1)<BVR 2023-09-08/23, art. 6, 082; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
[1 tot en met 2022 % van het brutosalaris van de maand novembervanaf 2023 % van het brutosalaris van de maand novemberrang A2 en hoger, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 en A14864,71%66,71%rang A1, B3, B2, C3 en C271,47%73,97%rangen B1, C1, D3 en D277,68%80,68%rang D184,12%88,12%]1(1)
]1
  § 3. De eindejaarstoelage wordt uitbetaald tijdens de maand december van het desbetreffende jaar.
  [2 § 4. In afwijking van paragraaf 3 kan het personeelslid er vóór de aanvang van de referteperiode, vermeld in paragraaf 1, uitdrukkelijk voor kiezen om de eindejaarstoelage volledig of gedeeltelijk om te zetten in een theoretisch budget waarbinnen het personeelslid vervolgens kan kiezen voor voordelen in het kader van fietsleasing als vermeld in artikel VII 109undecies.
  § 5. Het personeelslid dat er met toepassing van paragraaf 4 voor kiest om de eindejaarstoelage volledig of gedeeltelijk om te zetten in een theoretisch budget waarbinnen het personeelslid vervolgens kan kiezen voor voordelen in het kader van fietsleasing als vermeld in artikel VII 109undecies, doet voor de periode waarop de fietsleasing betrekking heeft definitief afstand van het recht op de gehele of gedeeltelijke eindejaarstoelage.
  In geval van een gedeeltelijke omzetting van de eindejaarstoelage met toepassing van paragraaf 4 of in het geval de leaseprijs lager is dan de met toepassing van paragraaf 4 ingeruilde eindejaarstoelage, wordt het saldo jaarlijks uitbetaald als toelage.]2

  
[1jusqu'en 2022 inclus % du traitement brut du mois de novembreà partir de 2023 % du traitement brut du mois de novembre
les rangs A2 et supérieurs, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 et A14864,71 %66,71 %
les rangs A1, B3, B2, C3 et C271,47 %73,97 %
les rangs B1, C1, D3 et D277,68 %80,68 %
le rang D184,12 %88,12 %]1
(1)<AGF 2023-09-08/23, art. 7, 082; En vigueur : 01-01-2023>
[1 jusqu'en 2022 inclus % du traitement brut du mois de novembreà partir de 2023 % du traitement brut du mois de novembreles rangs A2 et supérieurs, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 et A14864,71 %66,71 %les rangs A1, B3, B2, C3 et C271,47 %73,97 %les rangs B1, C1, D3 et D277,68 %80,68 %le rang D184,12 %88,12 %]1(1)
]1
  § 3. L'allocation de fin d'année est payée au cours du mois de décembre de l'année en question.
  [2 § 4. Par dérogation au paragraphe 3, avant le début de la période de référence visée au paragraphe 1er, le membre du personnel peut expressément choisir de convertir tout ou partie de l'allocation de fin d'année en un budget théorique dans les limites duquel le membre du personnel peut ensuite opter pour des avantages dans le cadre du leasing vélo tel que visé à l'article VII 109undecies.
  § 5. Le membre du personnel qui, en application du paragraphe 4, choisit de convertir tout ou partie de l'allocation de fin d'année en un budget théorique dans les limites duquel le membre du personnel peut ensuite opter pour des avantages dans le cadre du leasing vélo tel que visé à l'article VII 109undecies, renonce définitivement au droit à tout ou partie de l'allocation de fin d'année pour la période à laquelle le leasing vélo a trait.
  En cas d'une conversion partielle de l'allocation de fin d'année en application du paragraphe 4, ou en cas d'un prix de leasing inférieur à l'allocation de fin d'année convertie en application du paragraphe 4, le solde est annuellement payé sous forme d'allocation.]2

  
Afdeling 3. - De toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt.
Section 3. - L'allocation pour l'exercice de fonctions supérieures.
Afdeling 4. - Diensthoofdentoelage. [1 opgeheven]1
Section 4. - Allocation de chef de service. [1 abrogée]1
Afdeling 5. - Projectleiderstoelage.
Section 5. - Allocation de chef de projet.
Afdeling 6. - Toelagen voor prestaties buiten de normale arbeidstijdregeling.
Section 6. - Allocations pour prestations en dehors des horaires de travail normaux.
Art. 7.28. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Een personeelslid dat op vraag van de lijnmanager of zijn gemachtigde overuren verricht, krijgt compenserende inhaalrust, gelijk aan het aantal overuren, of overloon zoals in artikel VII 31 bepaald. De lijnmanager beslist in welke mate het personeelslid hierin de keuzevrijheid heeft. Als de inhaalrust niet binnen de vier maanden na de overuren genomen is, wordt ambtshalve overloon betaald.
  Onder overuren wordt verstaan, de opgelegde prestaties boven op de uren die voor het personeelslid vastgesteld zijn in de toepasselijke arbeidstijdregeling. Voor een personeelslid op wie de normale arbeidstijdregeling van toepassing is, zijn dat prestaties boven 38 uur per week en/of 7.36 uur per dag.
  § 2. Als het personeelslid niet vóór het begin van de normale diensttijd op de hoogte gebracht werd van de verplichting overuren te presteren, wordt het overloon vermeld in § 1, betaald tegen 125 % als er minstens één overuur gepresteerd wordt.
  § 3. Het overloon vermeld in § 1, wordt betaald tegen 150 % als de overuren tussen 22 uur en 7 uur gepresteerd worden.
Art. 7.28. § 1er. Un membre du personnel qui, à la demande du manager de ligne ou de son mandataire, effectue des heures supplémentaires, bénéficie d'un repos compensatoire qui est égal au nombre des heures supplémentaires, ou d'un sursalaire tel que fixé à l'article VII 31. Le manager de ligne décide dans quelle mesure le membre du personnel a le choix. Si le repos compensatoire n'est pas pris dans les quatre mois après les heures supplémentaires, le sursalaire est payé d'office.
  Par heures supplémentaires, on entend les prestations qui dépassent les heures imposées par les horaires de travail applicables au membre du personnel. Pour un membre du personnel soumis aux horaires de travail normaux, ce sont les prestations supérieures aux 38 heures par semaine et/ou 7h36m par jour.
  § 2. Si le membre du personnel n'a pas été mis au courant avant le début de son temps de service normal de l'obligation d'effectuer des heures supplémentaires, le sursalaire visé au § 1er est payé à 125 % si au moins une heure supplémentaire est prestée.
  § 3. Le sursalaire visé au § 1er, est payé à 150 % si les heures supplémentaires sont prestées entre 22 heures et 7 heures.
Art. 7.29. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Een personeelslid dat bij uitzondering buiten zijn dienstverplichtingen of permanentieplicht opgeroepen wordt, ontvangt een verstoringstoelage zoals bepaald in artikel VII 31.
Art. 7.29. Le membre du personnel qui, à titre exceptionnel, est appelé en dehors de ses obligations de services ou de son devoir de permanence, reçoit une allocation de dérangement telle que fixée à l'article VII 31.
Art. 7.30. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Een personeelslid dat op vraag van de lijnmanager prestaties verricht s nachts, op zaterdag of op zondag, krijgt een toelage per verricht uur zoals bepaald in artikel VII 31. [1 De lijnmanager kan beslissen de zondagtoelage om te zetten in niet te presteren uren, gelijk aan het aantal zondaguren.
   Als de omzetting niet binnen de 4 maanden opgenomen wordt, wordt de zondagtoelage ambtshalve betaald.]1

  § 2. De prestatie, vermeld in § 1, van meer dan een half uur wordt vergoed naar rato van een vol uur.
  
Art. 7.30. § 1er. Le membre du personnel qui effectue, à la demande du manager de ligne, des prestations la nuit, le samedi ou le dimanche, bénéficie d'une allocation par heure prestée telle que fixée à l'article VII 31. [1 Le manager de ligne peut décider de convertir l'allocation du dimanche en heures à ne pas prester, égales au nombre d'heures du dimanche.
   Lorsque la conversion n'est pas prise dans les 4 mois, l'allocation du dimanche est payée d'office.]1

  § 2. La prestation visée au § 1er de plus d'une demie heure est indemnisée au prorata d'une heure entière.
  
Art. 7.31. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De toelagen vermeld in deze afdeling, worden berekend en toegekend volgens de onderstaande bepalingen :
Art. 7.31. Les allocations reprises dans la présente section sont calculées et octroyées selon les dispositions suivantes :
 BedragBerekeningsbasisVoorwaarden
    
Overloon1/1850 per uursalaris, verhoogd met de haard- of standplaatstoelage, [3 ...]3 [2 de zinsnede ''de toelage voor tijdelijke functieverzwaring,]2 de examentoelage en de bevorderingspremie 
Verstoringstoelage4/1850Idem 
Zondagprestaties1/1850 per uurIdemprestaties op zondag of op een wettelijke, decretale of reglementaire feestdag tussen 0 uur en 24 uur
Nachtprestaties[1 3 euro]1/uur tegen 100 % - tussen 22 uur en 6 uur
   - tussen 18 uur en 8 uur indien beeindigd op of na 22 uur of begonnen op of voor 6 uur
Zaterdagprestaties[4 25 % van 1/1976 van de jaarwedde]4 prestaties op zaterdag tussen 0 uur en 24 uur
(1)<BVR 2008-05-23/44, art. 73, 010; Inwerkingtreding : 01-07-2006>
(2)<BVR 2016-06-24/15, art. 89, 037; Inwerkingtreding : 01-03-2014>
(3)<BVR 2017-01-27/13, art. 30, 039; Inwerkingtreding : 01-02-2017>
(4)<BVR 2019-09-06/02, art. 2, 053; Inwerkingtreding : 01-10-2019>
BedragBerekeningsbasisVoorwaardenOverloon1/1850 per uursalaris, verhoogd met de haard- of standplaatstoelage, [3 ...]3 [2 de zinsnede ''de toelage voor tijdelijke functieverzwaring,]2 de examentoelage en de bevorderingspremieVerstoringstoelage4/1850IdemZondagprestaties1/1850 per uurIdemprestaties op zondag of op een wettelijke, decretale of reglementaire feestdag tussen 0 uur en 24 uurNachtprestaties[1 3 euro]1/uur tegen 100 %- tussen 22 uur en 6 uur- tussen 18 uur en 8 uur indien beeindigd op of na 22 uur of begonnen op of voor 6 uurZaterdagprestaties[4 25 % van 1/1976 van de jaarwedde]4prestaties op zaterdag tussen 0 uur en 24 uur(1)(2)(3)(4)
 MontantBase de calculConditions
    
Sursalaire1/1850 par heuretraitement, majoré de l'allocation de foyer ou de résidence, [3 ...]3 [2 l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction,]2 de l'allocation d'examen et de la prime de promotion 
    
Allocation de dérangement4/1850Idem 
    
Prestations dominicales1/1850 par heureIdemprestations effectuées entre 00.00 h et 24.00 h un dimanche ou un jour de fête légal, décrétal ou réglementaire
    
Prestations nocturnes[1 3 euros]1/heure à 100 % - entre 22.00 h et 06.00 h
   - entre 18.00 h et 08.00 h si elles prennent fin à ou après 22.00 h ou débutent à ou avant 06.00 h
    
Prestations du samedi[4 25 % de 1/1976 du traitement annuel]4 prestations effectuées un samedi entre 00.00 h et 24.00 h
(1)<AGF 2008-05-23/44, art. 73, 010; En vigueur : 01-07-2006>
(2)<AGF 2016-06-24/15, art. 89, 037; En vigueur : 01-03-2014>
(3)<AGF 2017-01-27/13, art. 30, 039; En vigueur : 01-02-2017>
(4)<AGF 2019-09-06/02, art. 2, 053; En vigueur : 01-10-2019>
MontantBase de calculConditionsSursalaire1/1850 par heuretraitement, majoré de l'allocation de foyer ou de résidence, [3 ...]3 [2 l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction,]2 de l'allocation d'examen et de la prime de promotionAllocation de dérangement4/1850IdemPrestations dominicales1/1850 par heureIdemprestations effectuées entre 00.00 h et 24.00 h un dimanche ou un jour de fête légal, décrétal ou réglementairePrestations nocturnes[1 3 euros]1/heure à 100 %- entre 22.00 h et 06.00 h- entre 18.00 h et 08.00 h si elles prennent fin à ou après 22.00 h ou débutent à ou avant 06.00 hPrestations du samedi[4 25 % de 1/1976 du traitement annuel]4prestations effectuées un samedi entre 00.00 h et 24.00 h(1)(2)(3)(4)
Art. 7.32. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. De continudiensten of diensten met een beurtrolsysteem waar vóór 1 januari 1994 een andere regeling van toepassing was, behouden die regeling.
  § 2. Een personeelslid van niveau A heeft geen recht op de toelagen, opgenomen in deze afdeling. Een personeelslid van rang A1 heeft wel recht op de nachttoelage [1 , de toelage voor overloon en de toelage voor zaterdagprestaties,
  1°[4 ...]4
   2° [3 ...]3.]1

  
Art. 7.32. § 1er. Dans les services à prestations continues ou à prestations par roulement, où il existait, avant le 1er janvier 1994, un régime différent, celui-ci est maintenu.
  § 2. Le membre du personnel du niveau A n'a pas droit aux allocations reprises dans la présente section. Le membre du personnel du rang A1 bénéficie de l'allocation pour prestations nocturnes [1 , de l'allocation pour sursalaire et de l'allocation pour prestations effectuées le samedi, à l'exception du :
   1° [4 ...]4
   2° [3 ...]3]1

  
Afdeling 7. - De gevaartoelage.
Section 7. - L'allocation de danger.
Art. 7.33. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Een personeelslid [1 ...]1 die een werk verricht dat opgenomen is in bijlage 7, ontvangt een gevaartoelage waarvan het bedrag wordt bepaald als volgt :
Art. 7.33. Le membre du personnel, [1 ...]1 qui exerce une activité qui est reprise en annexe 7, bénéficie d'une allocation de danger, dont le montant est fixé comme suit :
Aantal uren gevaarlijk werk per maandToelagebedrag
  
Minder dan 7 uur1,10 euro per uur tegen 100 %
Van 7 tot 25 uur1,20 euro per uur tegen 100 %
Meer dan 25 uur1,25 euro per uur tegen 100 %
Aantal uren gevaarlijk werk per maandToelagebedragMinder dan 7 uur1,10 euro per uur tegen 100 %Van 7 tot 25 uur1,20 euro per uur tegen 100 %Meer dan 25 uur1,25 euro per uur tegen 100 %
Nombre d`heures de travail dangereux par moisMontant de l`allocation
  
Moins de 7 heures1,10 euro/heure à 100 %
De 7 à 25 heures1,20 euro/heure à 100 %
Plus de 25 heures1,25 euro/heure à 100 %
Nombre d`heures de travail dangereux par moisMontant de l`allocationMoins de 7 heures1,10 euro/heure à 100 %De 7 à 25 heures1,20 euro/heure à 100 %Plus de 25 heures1,25 euro/heure à 100 %
  De werkzaamheden, vermeld in bijlage 7, worden door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken in een omzendbrief verduidelijkt.
  [2 [3 ...]3]2
  
  Les activités reprises en annexe 7 sont précisées par le Ministre flamand chargé des affaires administratives dans une circulaire.
  [2 [3 ...]3]2
  
Art. 7.34. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> In afwijking van artikel VII 33 geldt voor de volgende werkzaamheden een afwijkende regeling :
  1° werk 60 : de toelage wordt verleend voor de hele wachtperiode en bedraagt het dubbele van de hoogste toelage;
  2° werk 61 : de toelage wordt verleend voor de hele wachtperiode en bedraagt de helft van de hoogste toelage;
  3° werk 62 : de toelage bedraagt het dubbele van de normale toelage;
  4° werk 63 en 64 : de toelage bedraagt respectievelijk 14 euro en 9,10 euro per uur (100 %);
  5° werk 50 en 66, uitgeoefend op de regionale luchthavens : de toelage bedraagt het dubbele van de hoogste toelage.
Art. 7.34. Par dérogation à l'article VII 33, une réglementation divergente s'applique aux activités suivantes :
  1° activité 60 : l'allocation est octroyée pour l'ensemble de la période de permanence et est fixée au double de l'allocation la plus élevée;
  2° activité 61 : l'allocation est octroyée pour l'ensemble de la période de permanence et est fixée à la moitié de l'allocation la plus élevée;
  3° activité 62 : l'allocation s'élève au double de l'allocation normale;
  4° activités 63 et 64 : l'allocation s'élève respectivement à 14 euros et 9,10 euros par heure (100 %);
  5° activités 50 et 66, exercées aux aéroports régionaux : l'allocation s'élève au double de l'allocation normale.
Afdeling 8. - De prestatietoelagen.
Section 8. - Les allocations de prestation.
Onderafdeling 1. - [1 De managementstoelage.]1
Sous-section 1re. - [1 L'allocation de management]1
Art. 7.35. [1 De secretaris-generaal, de administrateur-generaal, de gedelegeerd bestuurder, het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad, de algemeen directeur en de personeelsleden van het middenkader kunnen een managementstoelage ontvangen [2 managementfuncties van N-niveau]2 als zij beantwoorden aan de voorwaarden vermeld in artikel VII 39, § 1.]1
  
Art. 7.35. [1 Une allocation de management, se chiffrant [2 entre 0 et 10 % de leur traitement]2, peut être accordée au secrétaire général, à l'administrateur général, à l'administrateur délegué, au chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, au directeur général et aux membres du personnel du cadre moyen, s'ils remplissent les conditions visées à l'article VII 39, § 1er.]1
  
Art. 7.36. [1 Het percentage van managementstoelage wordt voor de secretaris-generaal, de administrateur-generaal, de gedelegeerd bestuurder, het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad en de algemeen directeur bepaald door de Vlaamse Regering, [2 voor de afgevaardigd bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs,]2 en voor het middenkader door het hoofd van de entiteit, raad of instelling.]1
  
Art. 7.36. [1 Le pourcentage de l'allocation de management accordée au secrétaire géneral, à l'administrateur géneral, à l'administrateur délégué, au chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique et au directeur général est fixé par le Gouvernement flamand, [2 par le Conseil de l'Enseignement communautaire pour l'administrateur délégué de l'Enseignement communautaire]2 et par le chef de l'entité, du conseil et de l'établissement pour le cadre moyen.]1
  
Onderafdeling 2. - Functioneringstoelage.
Sous-section 2. - Prime de fonctionnement.
Art. 7.37. [1 De personeelsleden die beantwoorden aan de voorwaarden vermeld in artikel VII 39, § 1, kunnen een functioneringstoelage krijgen tot maximaal 15 % van hun salaris.
   In voorkomend geval bedraagt voor de personeelsleden van niveau D de functioneringstoelage minimaal 5 % van hun salaris.
   De personeelsleden die in aanmerking komen voor de managementstoelage, komen niet in aanmerking voor een functioneringstoelage.]1

  
Art. 7.37. [1 Une prime de fonctionnement, qui se chiffre à 15 % au maximum de leur traitement, peut être accordée aux membres du personnel qui remplissent les conditions visées à l'article VII 39, § 1er.
   Le cas échéant, la prime de fonctionnement s'élève au minimum à 5 % de leur traitement pour les membres du personnel du niveau D.
   Les membres du personnel pouvant béneficier de l'allocation de management ne peuvent pas prétendre à la prime de fonctionnement.]1

  
Art. 7.38. [1 Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling beslist over de toekenning van de functioneringstoelage, tenzij de evaluatoren geen deel uitmaken van de entiteit, raad of instelling. In dat geval beslist de beleidsraad.]1
  [2 In afwijking van het eerste lid beslist het managementorgaan van het Gemeenschapsonderwijs over de toekenning van de functioneringstoelage, als de evaluatoren geen deel uitmaken van de instelling.]2
  
Art. 7.38. [1 L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement décide de l'octroi de la prime de fonctionnement, à moins que les évaluateurs n'appartiennent pas à l'entité, au conseil ou à l'établissement. Dans ce cas, c'est le conseil de gestion qui décide.]1
  [2 Par dérogation à l'alinéa premier, l'organe de management de l'Enseignement communautaire décide de l'octroi de la prime de fonctionnement, si les évaluateurs ne font pas partie de l'institution.]2
  
Onderafdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Sous-section 3. - Dispositions communes.
Art. 7.39. [1 § 1. Een prestatietoelage kan aan een personeelslid toegekend worden als uit de jaarlijkse of tussentijdse functioneringsevaluatie blijkt dat de betrokkene uitstekend heeft gepresteerd ten opzichte van de verwachtingen die in de planning werden geformuleerd.
   De N-functies en de functies van algemeen directeur, vermeld in deel V zijn uitgesloten van de mogelijkheid om een prestatietoelage toe te kennen op basis van een tussentijdse functioneringsevaluatie.
   § 2. Onder salaris als vermeld in artikel VII 35 en VII 37, wordt verstaan, het geïndexeerde jaarsalaris dat van toepassing is in de maand december van het evaluatiejaar en, in voorkomend geval, het bedrag van de toelage voor tijdelijke functieverzwaring of de mandaattoelage, zoals gedefinieerd in artikel V 12, § 2.
   § 3. Een prestatietoelage kan ook toegekend worden op basis van de evaluatie zoals bepaald in artikel IV 14 tot en met IV 19, artikel V 13, § 1, artikel V 30 en artikel V 44.
   § 4. In afwijking van paragraaf 1 kan het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling een functioneringstoelage ook los van de jaarlijkse evaluatiecyclus aan een individu of team toekennen voor uitzonderlijke individuele of collectieve prestaties.
   § 5. Het bedrag van de functionerings- en prestatietoelagen is op jaarbasis beperkt tot maximaal 20% van het jaarsalaris, eventueel verhoogd met de mandaattoelage.]1

  
Art. 7.39. [1 § 1er. Une allocation de prestation peut être octroyée à un membre du personnel s'il ressort de l'évaluation de fonctionnement intermédiaire que la performance de l'intéressé a été excellente à la lumière des attentes formulées dans la planification.
   Les fonctions N et les fonctions de directeur général, visées à la partie V, sont exclues de la possibilité d'attribuer une allocation de prestation sur la base d'une évaluation de fonctionnement intermédiaire.
   § 2. Par traitement tel que visé aux articles VII 35 et 37, on entend le traitement annuel indexé payable au mois de décembre de l'année d'évaluation, augmenté le cas échéant du montant de l'allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction ou de l'allocation de mandat telle que définie à l'art. V 12, § 2.
   § 3. Une allocation de prestation peut également être octroyée sur la base de l'évaluation telle que fixée aux articles IV 14 à IV 19, à l'article V 13, § 1er, à l'article V 30 et à l'article V 44.
   § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut également octroyer une prime de fonctionnement à un individu ou à une équipe pour prestations individuelles ou collectives exceptionnelles, indépendamment du cycle d'évaluation annuel.
   § 5. Le montant des primes de fonctionnement et des allocations de prestation est limité sur une base annuelle à 20 % maximum du traitement annuel, éventuellement majoré de l'allocation de mandat.]1

  
Art. 7.40. [1 De prestatietoelagen vermeld in artikel VII 39, § 1, worden uitbetaald vóór 1 augustus van het jaar dat volgt op het evaluatiejaar.
   Functioneringstoelagen en de managementstoelage voor het middenkader, die bij een tussentijdse functioneringsevaluatie gegeven worden, kunnen worden uitbetaald in het evaluatiejaar zelf.]1

  
Art. 7.40. [1 Les allocations de prestation, visées à l'article VII 39, § 1er, sont payées avant le 1er août de l'année qui suit l'année d'évaluation.
   Les primes de fonctionnement et l'allocation de management pour les cadres moyens, qui sont accordées lors d'une évaluation de fonctionnement, peuvent être payées durant l'année d'évaluation proprement dite. ]1

  
Afdeling 9. - De bevorderingspremie.
Section 9. - La prime de promotion.
Afdeling 10. - Permanentietoelage en toelage voor ploegenarbeid.
Section 10. - Allocation de permanence et allocation pour travail en équipes.
Onderafdeling 1. - Permanentietoelage.
Sous-section 1re. - Allocation de permanence.
Art. 7.42. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Aan de personeelsleden die door de lijnmanager worden aangewezen om zich buiten de diensturen voor interventies thuis beschikbaar te houden, wordt een permanentietoelage toegekend.
  § 2. Het maandelijkse bedrag van de in § 1 bedoelde toelage bedraagt :
Art. 7.42. § 1er. Il est accordé une allocation de permanence aux membres du personnel désignés par le manager de ligne à rester disponible à la maison en dehors des heures de service pour effectuer des interventions.
  § 2. Le montant mensuel de l'allocation visée au § 1er s'élève à :
aantal uren permanentie per maandmaandelijkse toelage (aan 100 %)
  
21 < of = aantal uren < of = 5075 euro
51 < of = aantal uren < of = 100100 euro
101 < of = aantal uren < of = 200125 euro
aantal uren > 200140 euro
aantal uren permanentie per maandmaandelijkse toelage (aan 100 %)21 < of = aantal uren < of = 5075 euro51 < of = aantal uren < of = 100100 euro101 < of = aantal uren < of = 200125 euroaantal uren > 200140 euro
nombre d`heures de permanence par moisallocation mensuelle (à 100 %)
  
21 < ou = nombre d`heures < ou = 5075 euros
51 < ou = nombre d`heures < ou = 100100 euros
101 < ou = nombre d`heures < ou = 200125 euros
nombre d`heures > 200140 euros
nombre d`heures de permanence par moisallocation mensuelle (à 100 %)21 < ou = nombre d`heures < ou = 5075 euros51 < ou = nombre d`heures < ou = 100100 euros101 < ou = nombre d`heures < ou = 200125 eurosnombre d`heures > 200140 euros
Onderafdeling 2. - Toelage voor ploegenarbeid.
Sous-section 2. - Allocation pour travail en équipes.
Art. 7.43. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Aan het personeelslid dat een volledige maand in een twee- of drieploegensysteem of in een onderbroken dienst is ingeschakeld, wordt een toelage toegekend van 100 euro (100 %) per maand. Voor een ploegensysteem met opeenvolgende diensten mogen de ploegen elkaar met maximaal een vierde overlappen.
  § 2. Bij onvolledige maanden ploegenwerk bedraagt de toelage 1/134 van het in § 1 bedoelde bedrag per uur dat effectief ploegenarbeid wordt verricht.
Art. 7.43. § 1er. Il est accordé une allocation de 100 euros (100 %) par mois au membre du personnel qui est occupé pendant un mois complet dans un régime de deux ou de trois équipes ou en service continu. En ce qui concerne un système de travail en équipes comportant des services successifs, les équipes peuvent se recouvrir d'un quart au maximum.
  § 2. En cas de mois incomplets de travail en équipes, l'allocation s'élève à 1/134 du montant visé au § 1er, par heure de travail en équipes effectivement prestée.
Onderafdeling 3. - Algemene bepalingen.
Sous-section 3. - Dispositions générales.
Art. 7.44. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Voor dezelfde periode kan maar een van de in deze afdeling bedoelde toelagen toegekend worden. Beide toelagen zijn niet cumuleerbaar met een meer gunstige regeling.
Art. 7.44. Seule une des allocations visées à la présente section peut être accordée pour la même période. Les deux allocations ne peuvent être cumulées avec tout autre régime plus favorable.
Afdeling 11. [1 - Toelage voor tijdelijke functieverzwaring]1
Section 11. [1 - Allocation en compensation d'une surcharge temporaire de la fonction]1
Art. 7.44 bis.[1 § 1. [2 In dit artikel wordt verstaan onder :
   1° functieverzwaring : een verzwaring van de functie waarbij de tijdelijk uitgeoefende functie minstens één functieklasse zwaarder weegt dan de basisfunctie;
   2° oorspronkelijk salaris : het jaarsalaris tegen 100%, in voorkomend geval verhoogd met de toelagen voor specifieke personeelscategorieën als vermeld in hoofdstuk 3, [5 en de toelagen, vermeld in deel XIbis, titel 5, hoofdstuk 3]5 dat het personeelslid ontvangt vóór de aanvang van de tijdelijke functieverzwaring.]2

   § 2. Het hoofd van de entiteit, raad of instelling kan, na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling, aan het personeelslid dat binnen de entiteit, raad of instelling tijdelijk bijkomende of zwaardere taken uitoefent waardoor de functiezwaarte tijdelijk verhoogt, een toelage toekennen voor de tijd dat het personeelslid de bijkomende of zwaardere taken uitoefent.
  [4 Voor de middenkaderfuncties, wordt het advies, vermeld in het eerste lid verleend door het managementorgaan van het betrokken beleidsdomein.
   Voor de toepassing van deze afdeling worden het Gemeenschapsonderwijs en de Vlaamse Onderwijsraad geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en worden de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Omgeving.]4

   § 3. [4 De tijdelijke functieverzwaring duurt minimaal dertig kalenderdagen en duurt zo lang als de functiehouder de verzwaarde functie blijft uitoefenen, met een maximumduur van vijf jaar. Het hoofd van de entiteit, raad of instelling kan, na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling, die periode na afloop maximaal één keer verlengen met een periode van maximaal één jaar.]4
   § 4. De tijdelijke functieverzwaring wordt vastgesteld aan de hand van de [3 functiematrix]3.
   § 5. Het bedrag van de toelage (100%) is gelijk aan het verschil tussen het oorspronkelijk salaris van de functiehouder en een bedrag dat vastgesteld moet worden binnen de ondergrens en de bovengrens van de functieklasse waarin de verzwaarde functie wordt ingedeeld, zoals vastgesteld in bijlage 10 bij dit besluit.
   Het bedrag van de toelage (100%) is minimaal gelijk aan vijf procent van het oorspronkelijk salaris van de functiehouder, zonder dat de toekenning van de toelage er toe mag leiden dat hierdoor de bovengrens van de functieklasse waarin de verzwaarde functie wordt ingedeeld, wordt te boven gegaan.
  [5 Voor functiehouders met een management- of projectleidersfunctie van N-1-niveau, die bezoldigd worden in het salarissysteem op basis van deel VIIbis, titel 1, is het bedrag van de toelage (100%) maximaal gelijk aan het verschil tussen het oorspronkelijke salaris en het overeenstemmende salaris voor dezelfde geldelijke anciënniteit in de salarisschaal A311. Voor de andere functiehouders die bezoldigd worden in het salarissysteem op basis van deel VIIbis, titel 1, is het bedrag van de toelage (100%) maximaal gelijk aan het verschil tussen het oorspronkelijke salaris en het overeenstemmende salaris voor dezelfde geldelijke anciënniteit in de salarisschaal A213]5.]1

  [5 Voor functiehouders met een management- of projectleidersfunctie van N-1-niveau, die bezoldigd worden in het salarissysteem op basis van deel VII, titel 1, is het bedrag van de toelage (100%) maximaal gelijk aan het verschil tussen het oorspronkelijke salaris en het overeenstemmende salaris voor dezelfde trap in de salarisschaal NA311. Voor de andere functiehouders die bezoldigd worden in het salarissysteem op basis van deel VII, titel 1, is het bedrag van de toelage (100%) maximaal gelijk aan het verschil tussen het oorspronkelijke salaris en het overeenstemmende salaris voor dezelfde trap in de salarisschaal NA213.]5
  [5 § 6. In afwijking van paragraaf 2, eerste lid, kan het personeelslid van het agentschap Opgroeien een tijdelijke vrijwillige functieverzwaring krijgen bij het agentschap Opgroeien regie en kan het personeelslid van het agentschap Opgroeien regie een tijdelijke vrijwillige functieverzwaring krijgen bij het agentschap Opgroeien.]5
  
Art. 7.44 bis.[1 § 1er. [2 Dans le présent article, on entend par :
   1° surcharge temporaire de la fonction : un alourdissement de la fonction avec 1 classe de fonctions en plus par rapport à la fonction de base ;
   2° traitement initial : le salaire annuel à 100 %, le cas échéant majoré des allocations pour des catégories de personnel spécifiques, telles que visées au chapitre 3, [5 et des allocations visées dans la partie XIbis, titre 5, chapitre 3 ]5 que le membre du personnel reçoit avant le début de la surcharge temporaire de la fonction.]2

   § 2. Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut, après avis de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement, octroyer une allocation au membre du personnel exerçant à titre temporaire des tâches supplémentaires ou plus lourdes augmentant la charge de la fonction temporairement, tant que le membre du personnel exerce ces tâches supplémentaires ou plus lourdes.
  [4 Pour les fonctions de cadre moyen, l'avis, visé à l'alinéa 1er, est donné par l'organe de management du domaine politique concerné.
   Pour l'application de la présente section, l'Enseignement communautaire et le Conseil flamand de l'Enseignement sont censés faire partie du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation et le Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire - Patrimoine immobilier et le Conseil flamand de l'Environnement et de la Nature sont censés faire partie du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire.]4

   § 3. [4 La surcharge temporaire de la fonction dure au minimum trente jours calendaires et dure aussi longtemps que le titulaire de fonction continue d'exercer la fonction alourdie, avec un maximum de cinq ans. Le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut, après avis de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement, prolonger cette période, à son échéance, au maximum une fois d'une période maximale d'un an]4.
   § 4. La surcharge temporaire de la fonction est établie au moyen de la [3 matrice des fonctions]3.
   § 5. Le montant de l'allocation (100%) équivaut à la différence entre le traitement initial du titulaire de la fonction et un montant à établir à l'intérieur de la limite inférieure et de la limite supérieure de la classe de fonctions à laquelle la fonction alourdie ressortit, tel qu'établi dans l'annexe 10 au présent arrêté.
   Le montant de l'allocation (100%) correspond à au minimum cinq pour cents du traitement initial du titulaire de la fonction, sans que l'octroi de l'allocation entraîne que la limite supérieure de la classe de fonctions à laquelle la fonction alourdie ressortit, soit dépassée.
   [5 Pour les titulaires d'une fonction de management ou de chef de projet de niveau N-1, qui sont rémunérés dans le système de traitement sur la base de la partie VIIbis, titre 1ers, le montant de l'allocation (100 %) est au maximum égal à la différence entre le salaire initial et le salaire correspondant pour la même ancienneté pécuniaire dans l'échelle de traitement A311. Pour les autres titulaires de fonction rémunérés dans le système de traitement sur la base de la partie VIIbis, titre 1er, le montant de l'allocation (100 %) est au maximum égal à la différence entre le salaire initial et le salaire correspondant pour la même ancienneté pécuniaire dans l'échelle de traitement A213]5.]1

  [5 Pour les titulaires d'une fonction de management ou de chef de projet de niveau N-1, qui sont rémunérés dans le système de traitement sur la base de la partie VII, titre 1er, le montant de l'allocation (100 %) est au maximum égal à la différence entre le salaire initial et le salaire correspondant pour le même échelon dans l'échelle de traitement NA311. Pour les autres titulaires de fonction rémunérés dans le système de traitement sur la base de la partie VII, titre 1, le montant de l'allocation (100 %) est au maximum égal à la différence entre le salaire initial et le salaire correspondant pour le même échelon dans l'échelle de traitement NA213.]5
  [5 § 6. Par dérogation au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre du personnel de l'agence Grandir peut demander à l'agence Grandir régie un alourdissement temporaire volontaire de ses fonctions et le membre du personnel de l'agence Grandir régie peut demander à l'agence Grandir un alourdissement temporaire volontaire de ses fonctions.]5
  
Afdeling 12. [1 - Toelage voor carpooling]1
Section 12. [1 - Allocation pour covoiturage]1
Art. 7.44 ter.[1 Het personeelslid dat voor een dienstreis gebruik maakt van een eigen voertuig, en één of meerdere andere personeelsleden meeneemt, ontvangt een toelage voor carpooling.
   Het bedrag van deze toelage is gelijk aan de helft van de kilometervergoeding zoals bepaald in artikel VII 80 van hetzelfde besluit.
  [2 De [3 entiteiten, raden of instelling]3 hebben de keuze tussen een maandelijkse of jaarlijkse betaling]2]1

  
Art. 7.44 ter.[1 Le membre du personnel utilisant son propre véhicule pour un voyage de service et transportant un ou plusieurs autres membres du personnel, reçoit une allocation pour covoiturage.
   Le montant de cette allocation est égal à la moitié de l'indemnité kilométrique, telle qu'établie dans l'article VII 80 du même arrêté.
   [2 [3 § 6. Par dérogation au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre du personnel de l'agence Grandir peut demander à l'agence Grandir régie un alourdissement temporaire volontaire de ses fonctions et le membre du personnel de l'agence Grandir régie peut demander à l'agence Grandir un alourdissement temporaire volontaire de ses fonctions]3 ont le choix entre un paiement mensuel ou annuel]2]1

  
Afdeling 13. [1 - Vervangende toelage maaltijdcheques]1
Section 13. [1 - Allocation de remplacement chèques-repas]1
Art. 7.44 quater. [1 Een personeelslid ontvangt de volgende toelage per maaltijdcheque, die niet binnen de door de RSZ-reglementering voorgeschreven termijn is toegekend:
Art. 7.44 quater. [1 Un membre du personnel reçoit l'allocation suivante par chèque-repas qui n'a pas été accordée dans le délai prescrit par la réglementation ONSS :
nominale waarde maaltijdcheque statutairen contractuelen vakantiewerkers
7 euro 10,82 euro 12,01 euro 6,07 euro
4 euro 5,33 euro 5,91 euro -
nominale waarde maaltijdcheque statutairen contractuelen vakantiewerkers 7 euro 10,82 euro 12,01 euro 6,07 euro 4 euro 5,33 euro 5,91 euro -
]1
  
valeur nominale chèque-repas statutaires contractuels travailleurs de vacances
7 euros 10,82 euros 12,01 euros 6,07 euros
4 euros 5,33 euros 5,91 euros -
valeur nominale chèque-repas statutaires contractuels travailleurs de vacances 7 euros 10,82 euros 12,01 euros 6,07 euros 4 euros 5,33 euros 5,91 euros -
]1
  
HOOFDSTUK 3. - Toelagen voor specifieke personeelscategorieën.
CHAPITRE 3. - Allocations à des catégories spécifiques du personnel.
Afdeling 1. - [1 Personeelsleden van het agentschap[2 Jongerenwelzijn]2]1
Section 1re. - [1 Membres du personnel de l'agence[2 Opgroeien]2]1
Art. 7.45. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> [2 § 1.]2 [1 [4 De volgende toelagen worden toegekend aan het personeelslid van de afdeling Gemeenschapsinstellingen, tewerkgesteld in een gemeenschapsinstelling of in het Vlaams detentiecentrum De Wijngaard:]4
Art. 7.45. [2 § 1er.]2 [4 Les allocations suivantes sont octroyées au membre du personnel de la section Institutions communautaires, occupé dans une institution communautaire ou au Centre de détention flamand De Wijngaard :]4
 bedragVoorwaarden
   
Jeugdzorgtoelage877 euro tegen 100 % per jaarPersoneelslid is werkzaam in een instelling, behalve niveau A
   
Vakopleidingstoelage2,50 euro tegen 100 % per lesuur vakopleidingPersoneelslid van niveau D geeft in de werkplaatsen vakopleiding
   
Toelage pedagogische bekwaamheid125 euro tegen 100 % per maandPersoneelslid van niveau D met de functie van vakleraar levert het bewijs dat hij een cursus van pedagogische bekwaamheid volgt of gevolgd heeft
bedragVoorwaardenJeugdzorgtoelage877 euro tegen 100 % per jaarPersoneelslid is werkzaam in een instelling, behalve niveau AVakopleidingstoelage2,50 euro tegen 100 % per lesuur vakopleidingPersoneelslid van niveau D geeft in de werkplaatsen vakopleidingToelage pedagogische bekwaamheid125 euro tegen 100 % per maandPersoneelslid van niveau D met de functie van vakleraar levert het bewijs dat hij een cursus van pedagogische bekwaamheid volgt of gevolgd heeft
 montantconditions
   
Allocation d`assistance à la jeunesse877 euros à 100 % par anMembre du personnel travaillant dans une institution, sauf le niveau A
   
Allocation de formation professionnelle2,50 euros à 100 % par heure de cours de la formation professionnelleMembre du personnel du niveau D donnant une formation professionnelle dans les ateliers
   
Allocation d`aptitude pédagogique125 euros à 100 %par moisMembre du personnel du niveau D ayant la fonction d`enseignant spécialise qui fournit la preuve qu`il suit ou a suivi un cours d`aptitude pédagogique
montantconditionsAllocation d`assistance à la jeunesse877 euros à 100 % par anMembre du personnel travaillant dans une institution, sauf le niveau AAllocation de formation professionnelle2,50 euros à 100 % par heure de cours de la formation professionnelleMembre du personnel du niveau D donnant une formation professionnelle dans les ateliersAllocation d`aptitude pédagogique125 euros à 100 %par moisMembre du personnel du niveau D ayant la fonction d`enseignant spécialise qui fournit la preuve qu`il suit ou a suivi un cours d`aptitude pédagogique
  [2 § 2. [4 De volgende toelage wordt toegekend aan het personeelslid dat tewerkgesteld is in de afdeling Ondersteuningscentra en Sociale Diensten bij de Jeugdrechtbank of de afdeling Intersectorale Toegangspoort :
  [2 § 2. [4 L'allocation suivante est octroyée au membre du personnel, occupé dans la section Centres d'appui et de services sociaux près le Tribunal de la jeunesse ou la section Passerelle intersectorielle :
 bedragvoorwaarden
Jeugdzorgtoelage877 euro tegen 100 %
   per jaar
personeelslid van niveau B werkzaam in de buitendiensten van de afdeling [1 Continuïteit en Toegang]1 en de afdeling Ondersteuningscentra en Sociale Diensten bij de Jeugdrechtbank, met uitzondering van de administratieve teams.
[2 jeugdzorgtoelage administratieve personeelsleden met baliefunctie439 euro tegen 100% per jaarpersoneelslid van niveau C of D met een administratieve functie dat werkt in de afdeling Continuïteit en Toegang of in de afdeling Ondersteuningscentra en Sociale Diensten van de jeugdrechtbank, dat gedurende 1 tot 9 volledige dagen per maand een baliefunctie uitoefent
 877 euro tegen 100% per jaarpersoneelslid van niveau C of D met een administratieve functie dat werkt in de afdeling Continuïteit en Toegang of in de afdeling Ondersteuningscentra en Sociale Diensten van de jeugdrechtbank, dat 10 volledige dagen of meer per maand een baliefunctie uitoefent]2
(1)<BVR 2018-04-20/03, art. 36, 044; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
(2)<BVR 2019-09-06/08, art. 17, 054; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
bedragvoorwaardenJeugdzorgtoelage877 euro tegen 100 %
   per jaarpersoneelslid van niveau B werkzaam in de buitendiensten van de afdeling [1 Continuïteit en Toegang]1 en de afdeling Ondersteuningscentra en Sociale Diensten bij de Jeugdrechtbank, met uitzondering van de administratieve teams.[2 jeugdzorgtoelage administratieve personeelsleden met baliefunctie439 euro tegen 100% per jaarpersoneelslid van niveau C of D met een administratieve functie dat werkt in de afdeling Continuïteit en Toegang of in de afdeling Ondersteuningscentra en Sociale Diensten van de jeugdrechtbank, dat gedurende 1 tot 9 volledige dagen per maand een baliefunctie uitoefent877 euro tegen 100% per jaarpersoneelslid van niveau C of D met een administratieve functie dat werkt in de afdeling Continuïteit en Toegang of in de afdeling Ondersteuningscentra en Sociale Diensten van de jeugdrechtbank, dat 10 volledige dagen of meer per maand een baliefunctie uitoefent]2(1)(2)
]4]2
  [2 § 3. Ingeval de in dit artikel vermelde toelagen niet volledig verschuldigd zijn, worden ze betaald overeenkomstig artikel VII 6.]2
  
 montantconditions
Allocation d'assistance à la jeunesse877 euros à 100 %
   par an
membre du personnel de niveau B employé dans les services extérieurs de la section [1 Continuité et Accès]1 et de la section Centres d'appui et de services sociaux près le Tribunal de la jeunesse, à l'exception des équipes administratives.
[2 Allocation d'assistance à la jeunesse Membres du personnel administratif ayant une fonction de comptoir439 euros à 100% par anMembre du personnel du niveau C ou D ayant une fonction administrative, travaillant dans la Division Continuité et Accès ou dans la Division Centres de Soutien et Services sociaux du tribunal de la jeunesse, exerçant une fonction de comptoir pendant 1 ou 9 jours entiers par mois
 877 euros à 100% par anMembre du personnel du niveau C ou D ayant une fonction administrative, travaillant dans la Division Continuité et Accès ou dans la Division Centres de Soutien et Services sociaux du tribunal de la jeunesse, exerçant une fonction de comptoir pendant 10 jours entiers ou plus par mois]2
(1)<AGF 2018-04-20/03, art. 36, 044; En vigueur : 01-05-2018>
(2)<AGF 2019-09-06/08, art. 17, 054; En vigueur : 01-01-2019>
montantconditionsAllocation d'assistance à la jeunesse877 euros à 100 %
   par anmembre du personnel de niveau B employé dans les services extérieurs de la section [1 Continuité et Accès]1 et de la section Centres d'appui et de services sociaux près le Tribunal de la jeunesse, à l'exception des équipes administratives.[2 Allocation d'assistance à la jeunesse Membres du personnel administratif ayant une fonction de comptoir439 euros à 100% par anMembre du personnel du niveau C ou D ayant une fonction administrative, travaillant dans la Division Continuité et Accès ou dans la Division Centres de Soutien et Services sociaux du tribunal de la jeunesse, exerçant une fonction de comptoir pendant 1 ou 9 jours entiers par mois877 euros à 100% par anMembre du personnel du niveau C ou D ayant une fonction administrative, travaillant dans la Division Continuité et Accès ou dans la Division Centres de Soutien et Services sociaux du tribunal de la jeunesse, exerçant une fonction de comptoir pendant 10 jours entiers ou plus par mois]2(1)(2)
]4
  [2 § 3. Au cas où les allocations visées au présent article ne sont pas entièrement dues, elles sont payés conformément à l'article VII 6.]2
  
Afdeling 2. - Milieutoelage.
Section 2. - Allocation d'environnement.
Art. 7.46. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Aan de toezichthoudende personeelsleden van de entiteit Milieu en Natuurbeleid die permanent beschikbaar zijn voor het uitvoeren van opgevorderde controles of voor het uitvoeren van dringende opdrachten buiten de diensturen, worden de volgende toelagen toegekend :
Art. 7.46. Aux membres du personnel de surveillance de l'Entité de la Politique de l'Environnement et de la Nature, qui sont disponibles en permanence afin d'effectuer des contrôles exigés ou afin d'accomplir des missions d'urgence en dehors des heures de service, sont octroyées les allocations suivantes :
 bedragBijkomende voorwaarden
   
niveau C en B en rang A1432 euro tegen100 % per maandper kwartaal minimaal 21 opgevorderde en/of geplandecontroles, verdeeld als volgt :
  - 6 tussen 0 uur en 8 uur
  - 12 tussen 17 uur en 1 uur
  - 3 op zaterdag, zondag of feestdag
  
   
rang [1 A2E, A2M en]1 A2 als begeleider en coordinator216 euro tegen 100 % per maandper kwartaal minimaal 7 opgevorderde en/of geplande controles, verdeeld als volgt :
  - 2 tussen 0 uur en 8 uur
  - 4 tussen 17 uur en 1 uur
  - 1 op zaterdag, zondag of feestdag
  
(1)<BVR 2013-02-01/12, art. 9, 023; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
bedragBijkomende voorwaardenniveau C en B en rang A1432 euro tegen100 % per maandper kwartaal minimaal 21 opgevorderde en/of geplandecontroles, verdeeld als volgt :
  - 6 tussen 0 uur en 8 uur
  - 12 tussen 17 uur en 1 uur
  - 3 op zaterdag, zondag of feestdag
rang [1 A2E, A2M en]1 A2 als begeleider en coordinator216 euro tegen 100 % per maandper kwartaal minimaal 7 opgevorderde en/of geplande controles, verdeeld als volgt :
  - 2 tussen 0 uur en 8 uur
  - 4 tussen 17 uur en 1 uur
  - 1 op zaterdag, zondag of feestdag
(1)
 montantconditions supplémentaires 
    
niveaux C et B et rang A1432 euros à 100 % par moispar trimestre, au moins 21 contrôles exigés et/ou prévus, répartis comme suit :
  - 6 entre 00.00 h et 08.00 h.
  - 12 entre 17.00 h et 01.00 h.
  - 3 le samedi, dimanche ou jour férié
 
    
rang [1 A2E, A2M et]1 A2 comme accompagnateur et coordinateur216 euros à 100 % par moispar trimestre, au moins 7 contrôles exigés et/ou prévus, répartis comme suit :
  - 2 entre 00.00 h et 08.00 h.
  - 4 entre 17.00 h et 01.00 h.
  - 1 le samedi, dimanche ou jour férié
 
(1)<AGF 2013-02-01/12, art. 9, 023; En vigueur : 01-07-2011>
montantconditions supplémentairesniveaux C et B et rang A1432 euros à 100 % par moispar trimestre, au moins 21 contrôles exigés et/ou prévus, répartis comme suit :
  - 6 entre 00.00 h et 08.00 h.
  - 12 entre 17.00 h et 01.00 h.
  - 3 le samedi, dimanche ou jour fériérang [1 A2E, A2M et]1 A2 comme accompagnateur et coordinateur216 euros à 100 % par moispar trimestre, au moins 7 contrôles exigés et/ou prévus, répartis comme suit :
  - 2 entre 00.00 h et 08.00 h.
  - 4 entre 17.00 h et 01.00 h.
  - 1 le samedi, dimanche ou jour férié(1)
Art. 7.47. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. De toelage vermeld in artikel VII 46, wordt naar rata van de effectieve prestaties betaald, als het aantal opdrachten niet bereikt wordt wegens ziekte, verlof voor deeltijdse prestaties, gewettigde afwezigheid en jaarlijkse vakantie van ten minste 2 weken.
  § 2. In de andere gevallen dan die vermeld in § 1, moet het tekort in het volgende kwartaal gecompenseerd worden.
  § 3. De volgens § 1 en § 2 onterecht toegekende toelage wordt in mindering van de toelage van een volgend kwartaal gebracht, of teruggevorderd.
Art. 7.47. § 1er. L'allocation visée à l'article VII 46 est payée au prorata des prestations effectives, si le nombre de missions n'à pas été atteint en raison de maladie, de congé pour prestations à temps partiel, d'absence légitime et de vacances annuelles d'au moins 2 semaines.
  § 2. Dans les cas non visés au § 1er, le déficit doit être compensé pendant le trimestre suivant.
  § 3. L'allocation octroyée injustement selon les §§ 1er et 2, est déduite de l'allocation d'un trimestre suivant ou doit être recouvrée.
Afdeling 3. Toelage voor rekenplichtigen en kastoelage.
Section 3. - Allocation pour comptables et allocation de caisse.
Art. 7.48. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Aan de personeelsleden die rekenplichtig zijn, of aan hun plaatsvervangers wordt onder de hieronder bepaalde voorwaarden een forfaitaire toelage toegekend.
Art. 7.48. § 1er. Il est octroyé aux membres du personnel comptables, ou à leur suppléant, une allocation forfaitaire dans les conditions fixées ci-dessous :
BegunstigdeBedrag
Speciale rekenplichtigen :286 euro tegen 100 %/maand
  
- centraliserend rekenplichtige der 
uitgaven 
- centraliserend rekenplichtige der 
ontvangsten 
- rekenplichtige der geschillen 
- rekenplichtige van het MINA-fonds, van 
het VIF, van het VIPA, en van de Dienst 
voor Gemeenschaps- en Gewestbelastingen 
  
Controleurs van de vastleggingen238,50 euro tegen 100 %/maand
  
Gewone en buitengewone rekenplichtigen71,50 euro tegen 100 %/maand
voor een financiele rekening van een 
Vlaams ministerie of het personeelslid 
dat werkzaam is op een financiele dienst 
in een IVA of EVA met 
rechtspersoonlijkheid of een financiele 
verantwoordelijkheid heeft overeenkomstig 
zijn functiebeschrijving en die in de 
dagelijkse praktijk financiele 
verrichtingen uitvoert en opvolgt onder 
handtekening van het hoofd van de 
entiteit, instelling of raad, of zijn 
gedelegeerde
BegunstigdeBedragSpeciale rekenplichtigen :286 euro tegen 100 %/maand- centraliserend rekenplichtige deruitgaven- centraliserend rekenplichtige derontvangsten- rekenplichtige der geschillen- rekenplichtige van het MINA-fonds, vanhet VIF, van het VIPA, en van de Dienstvoor Gemeenschaps- en GewestbelastingenControleurs van de vastleggingen238,50 euro tegen 100 %/maandGewone en buitengewone rekenplichtigen71,50 euro tegen 100 %/maandvoor een financiele rekening van eenVlaams ministerie of het personeelsliddat werkzaam is op een financiele dienstin een IVA of EVA metrechtspersoonlijkheid of een financieleverantwoordelijkheid heeft overeenkomstigzijn functiebeschrijving en die in dedagelijkse praktijk financieleverrichtingen uitvoert en opvolgt onderhandtekening van het hoofd van deentiteit, instelling of raad, of zijngedelegeerde
BénéficiaireMontant
Comptables spéciaux :286 euros à 100 %/mois
  
- comptable centralisateur des dépenses 
- comptable centralisateur des recettes 
- comptable du contentieux 
- comptable du Fonds MINA, du VIF, du 
VIPA, et du `` Dienst voor 
Gemeenschaps- en Gewestbelastingen `` 
  
Contrôleurs des engagements238,50 euros à 100 %/mois
  
Comptables ordinaires et extraordinaires71,50 euros à 100 %/mois
pour un compte financier d`un Ministère 
flamand ou le membre du personnel occupé 
auprès d`un service financier d`une AAI 
ou AAE dotée de la personnalité 
juridique ou ayant une responsabilité 
financière conformément à sa description 
de fonction et effectuant et contrôlant 
dans la pratique journalière des 
opérations financières, sous la 
signature du chef de l`entité, de l`établissement 
ou du conseil, ou de son délégué 
 
BénéficiaireMontantComptables spéciaux :286 euros à 100 %/mois- comptable centralisateur des dépenses- comptable centralisateur des recettes- comptable du contentieux- comptable du Fonds MINA, du VIF, duVIPA, et du `` Dienst voorGemeenschaps- en Gewestbelastingen ``Contrôleurs des engagements238,50 euros à 100 %/moisComptables ordinaires et extraordinaires71,50 euros à 100 %/moispour un compte financier d`un Ministèreflamand ou le membre du personnel occupéauprès d`un service financier d`une AAIou AAE dotée de la personnalitéjuridique ou ayant une responsabilitéfinancière conformément à sa descriptionde fonction et effectuant et contrôlantdans la pratique journalière desopérations financières, sous lasignature du chef de l`entité, de l`établissementou du conseil, ou de son délégué
  § 2. De speciale rekenplichtigen en de controleurs van de vastleggingen worden aangesteld door de Vlaamse minister bevoegd voor Financiën en Begroting. De gewone en buitengewone rekenplichtigen van een Vlaams ministerie worden aangesteld door het hoofd van de entiteit, instelling of raad, op gunstig advies van het hoofd van het [1 Departement Financiën en Begroting]1.
  De lijnmanager wijst de personeelsleden aan die werken op een financiële dienst van een IVA of EVA met rechtspersoonlijkheid of met een financiële verantwoordelijkheid, dat bijgevolg recht heeft op de toelage van 71,50 euro, na gunstig advies van het afdelingshoofd.
  
  § 2. Les comptables spéciaux et les contrôleurs des engagements sont désignés par le Ministre flamand ayant les Finances et le Budget dans ses attributions. Les comptables ordinaires et extraordinaires d'un Ministère flamand sont désignés par le chef de l'entité, de l'établissement ou du conseil, sur avis favorable du chef [1 du Département des Finances et du Budget]1.
  Le manager de ligne désigne les membres du personnel occupés auprès d'un service financier d'une AAI ou d'une AAE dotée de la personnalité juridique ou ayant une responsabilité financière, et ayant par conséquence droit à l'allocation de 71,50 euros, après avis favorable du chef de division.
  
Art. 7.49. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. De toelage aan de controleurs van de vastleggingen wordt maandelijks betaald na voorlegging van de maandelijkse lijsten voor het Rekenhof.
  § 2. De toelage aan de gewone en buitengewone rekenplichtigen wordt driemaandelijks, na verlopen termijn uitbetaald, na indiening van de correcte rekeningen en verantwoording over het afgelopen kwartaal. Die kwartaaltoelage is bovendien maar verschuldigd als op de rekeningen in kwestie verantwoorde verrichtingen geboekt werden ten belope van 7 400 euro.
  § 3. De toelagen vermeld in artikel VII 48 mogen niet :
  1° gecumuleerd worden;
  2° toegekend worden aan een ambtenaar van rang A2 of hoger.
  § 4. Tenzij een vervanger aangewezen wordt, worden de toelagen vermeld in artikel VII 48, niet herleid pro rata van de prestaties.
  [1 § 5. De personeelsleden die op 31 december 2015 de functie van controleur van de vastleggingen uitoefenden, en hiervoor de toelage vermeld in artikel VII 48 ontvingen, behouden het recht op deze toelage bij wijze van overgangsregeling, op voorwaarde dat zij verder tewerk gesteld blijven bij de diensten van het Vlaams ministerie, bevoegd voor het financiële en budgettaire beleid, die belast zijn met de opmaak en consolidatie van de algemene rekeningen en dit tot ten laatste 31 december 2025.]1
  
Art. 7.49. § 1er. L'allocation octroyée aux contrôleurs des engagements est payée mensuellement, sur présentation des listes mensuelles pour la Cour des Comptes.
  § 2. L'allocation aux comptables ordinaires et extraordinaires est payée trimestriellement, à terme échu, et après l'introduction des comptes corrects et de la reddition des comptes du trimestre écoulé. En outre, cette allocation trimestrielle n'est due que si des opérations justifiées sont enregistrées sur les comptes concernés à concurrence de 7 400 euros.
  § 3. Les allocations visées à l'article VII 48 ne peuvent être :
  1° cumulées;
  2° octroyées à un fonctionnaire du rang A2 ou supérieur.
  § 4. Sauf si un suppléant est désigné, les allocations visées à l'article VII 48 ne sont pas réduites au prorata des prestations.
  [1 § 5. Les membres du personnel qui exerçaient au 31 décembre 2015 la fonction de contrôleur des engagements et percevaient à ce titre l'allocation visée à l'article VII 48, conservent le droit à cette allocation à titre transitoire, à condition qu'ils restent occupés auprès des services chargés de l'établissement et de la consolidation des comptes généraux au sein du Ministère flamand compétent pour la politique financière et budgétaire, et cela jusqu'au 31 décembre 2025 au plus tard.]1
  
Art. 7.49 bis. [1 De personeelsleden die hun rekenplichtigheid verliezen door het afschaffen van hun financiële rekening na 31 december 2006, voor de buitengewone rekenplichtigen, en na 31 december 2007 voor de speciale en gewone rekenplichtigen, door een rationalisering in de financiële administratie, behouden hun premie op voorwaarde dat ze blijven werken op een boekhoudcel en daar verantwoordelijk zijn voor de boeking van ontvangsten en/uitgaven.
   De toelage aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die gewone en buitengewone rekenplichtigen waren, wordt driemaandelijks, na verloop van de termijn uitbetaald, na het verwerken van alle openstaande problemen met betrekking tot de transacties die zij hebben verricht. Die kwartaaltoelage is bovendien maar verschuldigd als zij transacties hebben geboekt ten belope van minstens 7400 euro.]1

  
Art. 7.49 bis. [1 Les membres du personnel qui perdent leur comptabilité par la suppression de leur compte financier après le 31 décembre 2006 pour les comptables extraordinaires, et après le 31 décembre 2007 pour les comptables spéciaux et ordinaires, suite a une rationalisation au sein de l'administration financière, maintiennent leur prime à condition qu'ils continuent à travailler dans une cellule comptable où ils sont en charge de la comptabilisation des recettes et/ou dépenses.
   L'allocation aux membres du personnel, visés à l'alinéa premier, qui étaient des comptables ordinaires et extraordinaires, est payée trimestriellement, à terme échu, apres le traitement de tous les problèmes non résolus concernant les transactions qu'ils ont effectuées. En outre, cette allocation trimestrielle n'est due que s'ils ont comptabilisé des transactions à concurrence de 7400 euros au minimum.]1

  
Afdeling 4. - Gezagvoerderstoelage.
Section 4. - Allocation de commandant.
Afdeling 5. - Toelage voor technische bekwaamheid.
Section 5. - Allocation pour aptitude technique.
Art. 7.51. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Er wordt een forfaitaire toelage voor technische bekwaamheid van 6,50 euro per effectief gepresteerde dag toegekend onder volgende voorwaarden :
Art. 7.51. § 1er. Une allocation forfaitaire pour aptitude technique de 6,50 euros est octroyée par jour de prestations effectives, aux conditions suivantes :
begunstigden die werken in voorwaarden
[1 de werkstations van het [2 Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen]2 en de werkstations van het Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 sinds 6 maanden belast met de vaststelling en/of vereffening van salarissen of de controle ervan
[1 de afdeling Studietoelagen van het [2 Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen]2]1 sedert 6 maanden belast met de behandeling van aanvragen voor studietoelagen of de controle ervan
(1)<BVR 2009-05-29/42, art. 109, 014; Inwerkingtreding : 29-05-2009>
(2)<BVR 2018-04-20/03, art. 37, 044; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
begunstigden die werken invoorwaarden[1 de werkstations van het [2 Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen]2 en de werkstations van het Agentschap voor Onderwijsdiensten]1sinds 6 maanden belast met de vaststelling en/of vereffening van salarissen of de controle ervan[1 de afdeling Studietoelagen van het [2 Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen]2]1sedert 6 maanden belast met de behandeling van aanvragen voor studietoelagen of de controle ervan(1)(2)
bénéficiaires occupés dans :conditions
[1 les postes de travail de l' '' [2 Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen]2 '' et les postes de travail de l ''Agentschap voor Onderwijsdiensten '']1chargés depuis 6 mois de la fixation et/ou la liquidation de traitements ou du contrôle qui s'y rapporte
[1 la Division des Allocations d'Etudes de l''' [2 Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen]2 '']1chargés depuis 6 mois du traitement des demandes d'allocations d'études et du contrôle qui s'y rapporte
(1)<AGF 2009-05-29/42, art. 109, 014; En vigueur : 29-05-2009>
(2)<AGF 2018-04-20/03, art. 37, 044; En vigueur : 01-07-2015>
bénéficiaires occupés dans :conditions[1 les postes de travail de l' '' [2 Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen]2 '' et les postes de travail de l ''Agentschap voor Onderwijsdiensten '']1chargés depuis 6 mois de la fixation et/ou la liquidation de traitements ou du contrôle qui s'y rapporte[1 la Division des Allocations d'Etudes de l''' [2 Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen]2 '']1chargés depuis 6 mois du traitement des demandes d'allocations d'études et du contrôle qui s'y rapporte(1)(2)
  § 2. De toelage wordt verleend, geschorst en opgeheven door het hoofd van de entiteit, raad of instelling op voorstel van de lijnmanager. De toelage kan niet worden toegekend aan een personeelslid van niveau A.
  § 2. L'allocation est octroyée, suspendue et abrogée par le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement, sur la proposition du manager de ligne. Cette allocation ne peut être octroyée à un membre du personnel du niveau A.
Afdeling 6. [1 Toelage voor het secretariaat van de Vlaamse Regering.]1
Section 6. [1 - Allocation pour le secrétariat du Gouvernement flamand.]1
Art. 7.52. [1 De leidend ambtenaar van het [3 Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken]3 wijst de personeelsleden aan die met secretariaatstaken voor de Vlaamse Regering belast worden. Die personeelsleden krijgen een toelage waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de leidend ambtenaar, met een maximum van 5.694,00 euro aan 100 % per jaar.]1
  
Art. 7.52. [1 Le fonctionnaire dirigeant du [3 Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères]3 désigne les membres du personnel qui seront chargés d'assurer le secrétariat du Gouvernement flamand. Ces membres du personnel bénéficient d'une allocation dont le montant est fixé par le fonctionnaire dirigeant, avec un maximum de 5.694,00 euros à 100% par an.]1
  
Afdeling 6bis. [1 - Toelage voor facilitaire kabinetsondersteuning]1
Section 6bis. [1 - Allocation pour le soutien facilitaire des cabinets]1
Art. 7.52 bis. [1 Het personeelslid dat aangewezen is voor een ondersteunende functie bij een kabinet van een Vlaamse minister krijgt een toelage, waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de lijnmanager, met een minimum van 3.000 euro per jaar en een maximum van 5.694 euro per jaar (100 %).]1
  
Art. 7.52 bis. [1 Au membre du personnel étant désigné à exercer une fonction de soutien auprès d'un cabinet d'un ministre flamand est accordée une allocation, dont le montant est fixé par le manager de ligne, le minimum étant de 3.000 euros et le maximum étant de 5.694 euros par an (100 %).]1
  
Afdeling 7. - BET-toelage.
Section 7. - Allocation EGE.
Art. 7.53. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De personeelsleden die werken het Beheers- en Exploitatieteam van de Schelderadarketen in Vlissingen, krijgen een forfaitaire toelage van 1 785 euro tegen 100 % per jaar voor extraprestaties.
Art. 7.53. Les membres du personnel employés dans l'Equipe de gestion et d'Exploitation du réseau de contrôle radar de l'Escaut à Vlissingen, bénéficient d'une allocation forfaitaire de 1 785 euros à 100 % par an pour des prestations supplémentaires.
Afdeling 8. - [1 Gemeenschappelijke of Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk]1
Section 8. - [1 Gemeenschappelijke of Interne Diest voor Preventie en Bescherming op het Werk (Service commun ou interne de Prévention et de Protection au Travail)]1
Art. 7.54. [1 De preventieadviseur bij een Gemeenschappelijke of Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk ontvangt een van de volgende toelagen :
   1° een toelage van 2.590,50 euro (100 %) op jaarbasis als hij houder is van het getuigschrift van aanvullende vorming van het eerste niveau;
   2° een toelage van 1.785 euro (100 %) op jaarbasis als hij houder is van het getuigschrift van aanvullende vorming van het tweede niveau.]1

  
Art. 7.54. [1 Le conseiller en prévention d'un Service commun ou interne de Prévention et de Protection au Travail reçoit une des allocations suivantes :
   1° une allocation de 2.590,50 euros (100 %) sur base annuelle, s'il est porteur du certificat de formation complémentaire de niveau 1
   2° une allocation de 1.785 euros (100 %) sur base annuelle, s'il est porteur du certificat de formation complémentaire de niveau 2.]1

  
Afdeling 9. - Sociale Dienst voor het Vlaamse Overheidspersoneel.
Section 9. - Sociale Dienst voor het Vlaamse Overheidspersoneel (Service social du personnel de l'Autorité flamande).
Art. 7.55. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De secretaris en penningmeester van de vzw Sociale Dienst voor het Vlaamse Overheidspersoneel ontvangen een toelage van 1 785 euro (100 %) op jaarbasis.
Art. 7.55. Le secrétaire et le trésorier de l'asbl " Sociale Dienst voor het Vlaamse Overheidspersoneel " reçoivent une allocation de 1 785 euros (100 %) sur base annuelle.
Afdeling 10. - Huisvesting en vervangende toelage.
Section 10. - Logement et allocation de remplacement.
Art. 7.56. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. De lijnmanager [4 ...]4, van]1 de [2 De Vlaamse Waterweg nv]2 [5 ...]5 [1 en van het agentschap [3 Opgroeien]3]1 bepaalt de functies en arbeidsplaatsen waaraan het gebruik van een woning, ter beschikking gesteld door de werkgever, verbonden is, om deze personeelsleden toe te laten hun taak gemakkelijker te vervullen.
  Hij bepaalt tevens de aard van de voordelen die verbonden zijn aan het ter beschikking gesteld krijgen van een woning, alsook de daaraan verbonden bijzondere dienstverplichtingen.
  § 2. De technici met de functie van bos- of natuurwachter van het IVA Natuur en Bos hebben woonstplicht in hun ambtsgebied en zijn verplicht de hun ter beschikking gestelde woning te betrekken.
  § 3. Het personeelslid dat in een woning woont waarvan de werkgever hem het genot verleent, geniet een voordeel van alle aard, waarvan de waarde wordt bepaald op het hierna vermelde percentage van het gemiddelde van het minimum- en het maximumsalaris van zijn salarisschaal :
Art. 7.56. § 1er. Le manager de ligne [4 ...]4, des]1 agences " [2 De Vlaamse Waterweg nv]2 "[5 ...]5 [1 et de l'agence [3 Opgroeien]3-1 détermine les emplois et les lieux de travail auxquels est attaché le bénéfice d'un logement, mis à disposition par l'employeur, afin de faciliter la tâche à ces membres du personnel.
  Il fixe également la nature des avantages rattachés à la mise à disposition d'une habitation, ainsi que les obligations de service spéciales.
  § 2. Les techniciens ayant la fonction de garde forestier ou garde nature de l'AAI " Natuur en Bos " ont l'obligation de logement dans leur ressort et sont obligés d'occuper le logement qui est mis à leur disposition.
  § 3. Le fonctionnaire occupant une habitation dont l'organisme lui donne la jouissance, bénéficie d'un avantage de toute nature, dont la valeur est fixée au pourcentage mentionne ci-après de la moyenne du traitement minimum et maximum de son échelle de traitement :
aard van het voordeelpercentage van het gemiddelde van de salarisschaal - bruto
  
enkel huisvesting10 %
huisvesting, verwarming en verlichting12,5 %
aard van het voordeelpercentage van het gemiddelde van de salarisschaal - brutoenkel huisvesting10 %huisvesting, verwarming en verlichting12,5 %
type de l`avantagepourcentage de la moyenne de l'echelle de traitement - brut
  
uniquement le logement10 %
logement, chauffage et éclairage12,5 %
type de l`avantagepourcentage de la moyenne de l'echelle de traitement - brutuniquement le logement10 %logement, chauffage et éclairage12,5 %
  § 4. Vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het einde van de dienstbetrekking of het overlijden, is een huur verschuldigd waarvan het bedrag door de lijnmanager in kwestie wordt vastgesteld.
  
  § 4. A partir du premier du mois suivant la fin de la fonction ou le décès, un loyer est dû, le montant étant fixé par le manager de ligne en question.
  
Art. 7.57. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Een vervangende toelage van 1 640 euro per jaar (100 %) wordt toegekend aan de personeelsleden vermeld in artikel VII 56, § 1 en § 2, aan wie geen woning ter beschikking kan worden gesteld.
  [1 In afwijking van artikel VII 16, 2°, wordt de toelage niet naar rato van de prestaties betaald.]1
  
Art. 7.57. Une allocation de remplacement annuelle de 1 640 euros (100 %) est octroyée aux membres du personnel visés à l'article VII 56, §§ 1er et 2, qui n'ont pas d'habitation à leur disposition.
  [1 Par dérogation à l'article VII 16, 2°, l'allocation n'est pas payée au prorata des prestations.]1
  
Afdeling 11. - Toelage voor onregelmatige prestaties voor de wachters der waterwegen.
Section 11. - Allocation pour prestations irrégulières des gardes des voies hydrauliques.
Art. 7.58. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Aan het personeelslid, belast met de functie van wachter der waterwegen wordt een toelage voor onregelmatige prestaties toegekend van 620 euro (100 %) per jaar.
  § 2. De toelage vermeld in § 1, wordt bij besluit van de lijnmanager van de entiteit, raad of instelling in kwestie verhoogd met een coëfficiënt, zoals hieronder is aangegeven :
Art. 7.58. § 1er. Il est octroyé au membre du personnel chargé des fonctions de garde des voies hydrauliques une allocation pour prestations irrégulières, égale à 620 euros (100 %) par an.
  § 2. L'allocation visée au § 1er est majorée, par arrêté du manager de ligne de l'entité, du conseil ou de l'établissement en question, d'un coefficient, tel que présenté ci-dessous :
waterbemeesteringtijgebonden1,2
 dagelijkse waterbemeestering1,2
 regelmatige waterbemeestering1,1
 weinig waterbemeestering1
bedieningsregeling24 uur op 24 uur1,3
 16 uur op 24 uur1,2
 13 uur op 24 uur1,1
 andere regeling1
aantal beweegbaremeer dan 51,2
kunstwerkenvan 3 tot en met 51,1
 2 of minder1
aantal kilometer waterwegmeer dan 501,2
 van 31 tot en met 501,1
 30 of minder1
 district havens en kustgebied1,2
waterbemeesteringtijgebonden1,2dagelijkse waterbemeestering1,2regelmatige waterbemeestering1,1weinig waterbemeestering1bedieningsregeling24 uur op 24 uur1,316 uur op 24 uur1,213 uur op 24 uur1,1andere regeling1aantal beweegbaremeer dan 51,2kunstwerkenvan 3 tot en met 51,12 of minder1aantal kilometer waterwegmeer dan 501,2van 31 tot en met 501,130 of minder1district havens en kustgebied1,2
maîtrise des eauxen fonction des marées1,2
 quotidienne1,2
 régulière1,1
 peu fréquente1
régime de manoeuvre24 h sur 241,3
 16 h sur 241,2
 13 h sur 241,1
 autre1
nombre d`ouvrages mobilesplus de 51,2
 de 3 à 5 inclus1,1
 2 ou moins1
nombre de kilomètres deplus de 501,2
voie hydrauliquede 31 à 50 inclus1,1
 30 ou moins1
 district ports et zone côtière1,2
maîtrise des eauxen fonction des marées1,2quotidienne1,2régulière1,1peu fréquente1régime de manoeuvre24 h sur 241,316 h sur 241,213 h sur 241,1autre1nombre d`ouvrages mobilesplus de 51,2de 3 à 5 inclus1,12 ou moins1nombre de kilomètres deplus de 501,2voie hydrauliquede 31 à 50 inclus1,130 ou moins1district ports et zone côtière1,2
Afdeling 12. - Luchthaventoelage.
Section 12. - Allocation d'aéroport.
Art. 7.59. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Aan het personeelslid, tewerkgesteld op de regionale luchthavens, wordt een luchthaventoelage toegekend van 82 euro (100 %) per maand.
  § 2. Het personeelslid van wie de som van de toelage voor productiviteitspremie, ploegenwerk, kastoelage en brevettoelage in 1998 per maand meer bedraagt dan het bedrag, vermeld in § 1, behoudt dat bedrag, tot op het ogenblik dat de toelage vermeld in § 1, hoger wordt.
Art. 7.59. § 1er. Il est accordé au membre du personnel occupé dans les aéroports régionaux une allocation d'aéroport de 82 euros (100 %) par mois.
  § 2. Le membre du personnel dont la somme de l'allocation de prime de productivité, de travail en équipes, de caisse et de brevet dépasse en 1998 le montant mentionné au § 1er, garde ce montant jusqu'au moment où l'allocation visée au § 1er augmente.
Afdeling 13. - Bijzondere toelageregeling voor het loodspersoneel.
Section 13. - Régime particulier d'allocations pour le personnel de pilotage.
Afdeling 14. - Zeegeld.
Section 14. - Prime de mer.
Art. 7.65. [1 . De ambtenaar van de afdeling Kust van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, die belast is met hydrografische werkzaamheden op zee aan boord van een hydrografisch vaartuig, of die controleopdrachten uitvoert aan boord van een baggerschip, ontvangt per 24 uur een dagbedrag 'zeedienst' als vermeld in artikel XIbis 68 voor de scheepstechnicus ]1.
  
Art. 7.65. [1 Le fonctionnaire de la division Côte de l'Agence des Services maritimes et de la Côte, qui est chargé de travaux hydrographiques en mer à bord d'un navire hydrographique ou qui effectue des missions de contrôle à bord d'un dragueur, reçoit, par tranche de 24 heures, un montant journalier " service en mer " tel que visé à l'article XIbis 68, pour le technicien naval ]1.
  
Afdeling 15. - De huisbewaarder.
Section 15. - Le concierge.
Onderafdeling 1. - Voordelen en rechten toegekend aan de huisbewaarder.
Sous-section 1re. - Avantages et droits conférés au concierge.
Art. 7.66. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Als vergoeding voor de plichten, heeft de huisbewaarder alleen voordelen in natura, namelijk kosteloze huisvesting, verwarming en verlichting in een woning die aan de hedendaagse comfortnormen voldoet.
Art. 7.66. En guise de compensation pour les obligations, le concierge n'obtient que des avantages en nature, c-à-d logement gratuit, chauffage et éclairage dans une habitation qui répond aux normes de confort moderne.
Art. 7.67. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De verhuiskosten van het eigen meubilair zijn ten laste van de huisbewaarder, behalve als de diensten zelf hun lokalen verlaten en zich vestigen in een nieuw dienstgebouw waar de betrokkene weer als huisbewaarder wordt aangesteld.
Art. 7.67. Les dépenses de déménagement du propre mobilier sont à charge du concierge, sauf quand les services quittent eux-mêmes les locaux et s'installent dans un nouvel immeuble où l'intéressé réoccupera la fonction de concierge.
Onderafdeling 2. - Toelage voor vervanging van huisbewaarder.
Sous-section 2. - Allocation de remplacement du concierge.
Art. 7.68. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Er wordt een toelage toegekend aan de persoon die bij beslissing van de lijnmanager de huisbewaarder vervangt tijdens zijn vakantieverlof of ziekte van ten minste één week.
  § 2. Per dag prestatie ontvangt de vervanger een toelage van 7/1976 van het geïndexeerde minimumbedrag van de salarisschaal D 111.
Art. 7.68. § 1er. Une allocation est accordée à la personne qui, par une décision du manager de ligne, remplace le concierge durant un congé de vacances ou congé de maladie d'au moins une semaine.
  § 2. Par jour de prestation, le remplaçant reçoit une allocation de 7/1976e du montant minimal indexé de l'échelle de traitement D 111.
Onderafdeling 3. - Beëindiging van de functie van huisbewaarder.
Sous-section 3. - Cessation de la fonction de concierge.
Art. 7.69. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. Als de aanstelling van de huisbewaarder wordt beëindigd om een van de redenen, vermeld in artikel VI 103, krijgt de belanghebbende, of, bij overlijden, de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner, of als hij/zij weduw(e)(naar) is of de samenwonende partner overleden is, de nabestaanden die onder hetzelfde dak wonen, drie maanden de tijd om een andere woning te zoeken. Het hoofd van de personeelsfunctie in kwestie die bevoegd is voor het beleidsdomein waarschuwt de betrokkene met een [1 beveiligde zending]1.
  § 2. In geval van :
  1° afzetting of ontslag van ambtswege;
  2° ontslag om dringende redenen door de werkgever of de werknemer;
  wordt de termijn vermeld in § 1 ingekort tot 1 maand.
  
Art. 7.69. § 1er. Lorsqu'il est mis fin à la fonction du concierge pour une des raisons visées à l'article VI 103, l'intéressé ou, en cas de décès, son conjoint ou partenaire cohabitant, ou, si celui/celle-ci est veuf/veuve ou le partenaire cohabitant est décédé, les proches parents vivant sous le même toit, dispose d'un délai de trois mois pour chercher un autre logement. Le chef de la fonction de personnel en question chargé du domaine politique en avise l'intéressé [1 par envoi sécurisé]1.
  § 2. En cas de :
  1° révocation ou de démission d'office;
  2° ou de démission pour des raisons impérieuses par l'employeur ou le travailleur;
  le délai visé au § 1er est réduit à 1 mois.
  
Afdeling 16. [1 - Specifieke toelageregeling voor het personeel van de grote varende eenheden van de DAB Vloot.]1
Section 16. [1 - Régime d'allocations spécifique pour le personnel des grandes unités navigantes du SGS "Vloot".]1
Afdeling 17. [1 - STCW-toelage (Standards of Training, Certification and Watchkeeping).]1
Section 17. [1 - Allocation STCW (Standards of Training, Certification and Watchkeeping).]1
Afdeling 18. [1 - Toelage voor technische bekwaamheid.]1
Section 18. [1 - Allocation pour compétence technique.]1
Afdeling 19. [1 Binnenvaarttoelage ]1
Section 19..[1 Allocation de navigation intérieure ]1
Art. 7.70 quater.[1 Op voorwaarde dat het personeelslid in het bezit is van een geldig kwalificatiecertificaat van de unie, wordt een binnenvaarttoelage toegekend, op de volgende wijze:
Art. 7.70 quater.[1 A condition que le membre du personnel soit en possession d'un certificat de qualification de l'Union en cours de validité, une allocation de navigation intérieure est accordée comme suit :
graad functie jaarbedrag (100%)
speciaal assistent matroos 940 euro
schipper schipper 1.690 euro
graad functie jaarbedrag (100%) speciaal assistent matroos 940 euro schipper schipper 1.690 euro
De personeelsleden behouden de toelage, vermeld in het eerste lid, alleen als ze de "Bridge Resource Management" opleiding hebben gevolgd, en daarvan een trainingscertificaat kunnen voorleggen.
   De bruto-toelage die maandelijks wordt betaald, wordt, voor de personeelsleden bezoldigd in een van de T-schalen, vermeld in artikel VII 12, § 1, 3°, verminderd met een twaalfde van het jaarbedrag, vermeld in het eerste lid.
   Als het bedrag van de maandelijkse bruto toelage niet volstaat om de vermindering, vermeld in het derde lid, toe te passen, wordt het saldo van het bruto maandsalaris afgetrokken.
   Personeelsleden die nog niet in het bezit zijn van een geldig kwalificatiecertificaat van de unie, als vermeld in het eerste lid, ontvangen tot uiterlijk 31 januari 2027, de toelage vermeld in artikel VII 70bis, als ze beschikken over het geldig STCW-certificaat dat met hun graad overeenstemt. ]1
  
grade fonction montant annuel (100%)
assistant spécial matelot 940 euros
batelier batelier 1 690 euros
grade fonction montant annuel (100%) assistant spécial matelot 940 euros batelier batelier 1 690 euros
Les membres du personnel ne conservent l'allocation visée à l'alinéa 1er que s'ils ont suivi la formation " Bridge Resource Management " et qu'ils peuvent en produire un certificat de formation.
   Pour les membres du personnel rémunérés dans une des échelles T, visées à l'article VII 12, § 1er, 3°, l'allocation brute qui est payée mensuellement, est diminuée d'un douzième du montant annuel visé à l'alinéa 1er.
   Si le montant de l'allocation mensuelle brute ne suffit pas pour appliquer la diminution visée à l'alinéa 3, le solde est déduit du traitement mensuel brut.
   Les membres du personnel qui ne sont pas encore en possession d'un certificat de qualification de l'Union tel que visé à l'alinéa 1er, reçoivent l'allocation visée à l'article VII 70bis jusqu'au 31 janvier 2027 au plus tard, s'ils disposent du certificat STCW valable correspondant à leur grade. ]1
  
Afdeling 20. [1 - Arbeidsmarkttoelage voor artsen en arts-specialisten]1
Section 20. [1 Allocation liée au marché de l'emploi pour médecins et médecins spécialistes]1
Art. 7.70 quinquies.[1 § 1. Aan een arts wordt een arbeidsmarkttoelage toegekend van 4.650 euro (100 %) op jaarbasis. De toekenning van de toelage mag niet tot gevolg hebben dat het salaris, verhoogd met de toelage, meer bedraagt dan 51.360 euro (100 %). In voorkomend geval wordt de toelage verminderd tot 2.250 euro (100 %).
   § 2. Aan een arts-specialist wordt een arbeidsmarkttoelage toegekend van 6.000 euro (100 %) op jaarbasis. Als de arts-specialist titularis is van een [2 C- of P-schaal]2 wordt die toelage pas toegekend vanaf twaalf jaar geldelijke anciënniteit.
   § 3. De toelagen worden pro rata van de prestaties toegekend.]1

  
Art. 7.70 quinquies.[1 § 1. Au médecin il est octroyé une allocation liée au marché de l'emploi de 4.650 euros (100 %) sur base annuelle. L'octroi de l'allocation ne peut avoir pour conséquence que la rémunération du fonctionnaire, majorée de l'allocation, excède le montant de 51.360 euros (100 %). Le cas échéant, l'allocation est diminuée jusqu'à à 2.250 euros (100 %).
   § 2. Au médecin spécialiste il est octroyé une allocation liée au marché de l'emploi de 6.000 euros (100 %) sur base annuelle. Si le médecin spécialiste est titulaire d'une [2 échelle C ou P]2, cette allocation n'est octroyée qu'à partir de douze ans d'ancienneté pécuniaire.
   § 3. Les allocations sont octroyées au prorata des prestations.]1

  
Afdeling 21. [1 - Toelage voor de matroos die tijdelijk fungeert als schipper-bootsman [2 of als schipper-stuurman]2.]1
Section 21. [1 - Subvention pour le matelot exerçant la fonction de patron-maître d'équipage [2 ou de patron-second]2 à titre temporaire.]1
Afdeling 22. [1 - Risicotoelage voor personeelsleden van het team Mobiele Eenheid [2 van de afdeling Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht van het Agentschap Justitie en Handhaving]2-]1
Section 22. [1 - Prime de risque accordée aux personnels de l'équipe Unité mobile[2 de la division Centre flamand de surveillance électronique de l'Agence de la Justice et du Maintien ]2]1
Art. 7.70 septies.[1 Aan personeelsleden van het team Mobiele Eenheid [2 van de afdeling Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht van het Agentschap Justitie en Handhaving]2 wordt een toelage van 1150 euro (100%) per jaar toegekend.]1
  
Art. 7.70 septies.[1 Aux membres du personnel de l'équipe Unité mobile [2 de la division Centre flamand de surveillance électronique de l'Agence de la Justice et du Maintien]2, il est octroyé une prime de 1150 euros (100%) par an.]1
  
HOOFDSTUK 4. - Cumulatiebepalingen.
CHAPITRE 4. - Règles de cumul.
Art. 7.71. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Het personeelslid dat van een toelage geniet als vermeld in de linkerkolom van de onderstaande tabel, kan niet genieten van de toelagen vermeld in de rechterkolom.
Art. 7.71. [1 Le membre du personnel bénéficiant d'une allocation telle que visée à la colonne de gauche du tableau ci-dessous, n'est pas éligible aux allocations visées à la colonne de droite.
[1 overloon tegen 125 of 150% (VII 28 en 31)verstoringstoelage (VII 29 en 31) - genot van het gunstigste stelsel
functioneringstoelage (VII 37 - 38)managementtoelage (VII 35 - 36)
milieutoelage (VII 46)overloon (VII 28 en 31)
 zaterdag-, zondag- en nachtwerk
  (VII 30 en 31)
 gevaartoelage (VII 33 - 34)
 productiviteitspremie (VII 113)
secretariaat Vlaamse Regering (VII 52)overloon (VII 28 en 31)
 zaterdag-, zondag- en nachtwerk (VII 30 en 31)
wachters der waterwegen (VII 56)overloon (VII 28 en 31)
 zaterdag-, zondag- en nachtwerk
  (VII 30 en 31)
[2 .......]2
toelage voor prestaties buiten de normale arbeidstijdregeling (VII 28 - 31)toelagen die krachtens andere reglementeringen voor nacht-, zaterdag- of zondagprestaties worden toegekend. In dit geval wordt het meest gunstige stelsel toegepast.
[2 .......]2
 diensthoofdentoelage (VII 25 - 26)
 [2 ...
  
 ....]2
 overgangsregeling vrije woonst of vervangende toelage (VII 130)
 verstoringstoelage (VII 29 en 31)
[2 ......]2
toelage facilitaire kabinetsondersteuning (VII 52bis)overloon (VII 28 en 31)
 zaterdag-, zondag- en nachtwerk
  (VII 30 en 31)]1
(1)<BVR 2024-03-29/52, art. 13, 087; Inwerkingtreding : 01-06-2024>
(2)<BVR 2025-09-19/06, art. 65, 101; Inwerkingtreding : 01-10-2025>
[1 overloon tegen 125 of 150% (VII 28 en 31)verstoringstoelage (VII 29 en 31) - genot van het gunstigste stelselfunctioneringstoelage (VII 37 - 38)managementtoelage (VII 35 - 36)milieutoelage (VII 46)overloon (VII 28 en 31)zaterdag-, zondag- en nachtwerk
  (VII 30 en 31)gevaartoelage (VII 33 - 34)productiviteitspremie (VII 113)secretariaat Vlaamse Regering (VII 52)overloon (VII 28 en 31)zaterdag-, zondag- en nachtwerk (VII 30 en 31)wachters der waterwegen (VII 56)overloon (VII 28 en 31)zaterdag-, zondag- en nachtwerk
  (VII 30 en 31)[2 .......]2toelage voor prestaties buiten de normale arbeidstijdregeling (VII 28 - 31)toelagen die krachtens andere reglementeringen voor nacht-, zaterdag- of zondagprestaties worden toegekend. In dit geval wordt het meest gunstige stelsel toegepast.[2 .......]2diensthoofdentoelage (VII 25 - 26)[2 .......]2overgangsregeling vrije woonst of vervangende toelage (VII 130)verstoringstoelage (VII 29 en 31)[2 ......]2toelage facilitaire kabinetsondersteuning (VII 52bis)overloon (VII 28 en 31)zaterdag-, zondag- en nachtwerk
  (VII 30 en 31)]1
(1)(2)
sursalaire à 125 ou 150 % (VII 28 et 31)allocation de dérangement (VII 29 et 31) - application du régime le plus favorable
allocation de fonctionnement (VII 37 - 38)prime managériale (VII 35 -36)
allocation d'environnement (VII 46)sursalaire (VII 28 et 31)
 prestations du samedi, du dimanche et la nuit
   (VII 30 et 31)
 allocation de danger (VII 33 - 34)
 prime de productivité (VII 113)
secrétariat du Gouvernement flamand (VII 52)sursalaire (VII 28 et 31)
 prestations du samedi, du dimanche et la nuit (VII 30 et 31)
gardes des voies hydrauliques (VII 56)sursalaire (VII 28 et 31)
 prestations du samedi, du dimanche et la nuit
   (VII 30 et 31)
[2 ......]2
allocation pour prestations en dehors des horaires de travail normaux (VII 28 - 31)allocations qui sont octroyées en vertu d'autres réglementations pour les prestations la nuit, du samedi ou du dimanche. Le cas échéant, le régime le plus favorable est appliqué.
[2 allocation de permanence (VII 42)allocation pour l'inspection de l'environnement (VII 46)
  
 logement (habitation libre) (VII 56)
 allocation de remplacement (VII 57)
 allocation pour prestations irrégulières des gardes des voies hydrauliques (VII 58)
 régime de transition habitation libre ou allocation de remplacement (VIIbis 37)
 allocation de dérangement (VII 29 et 31)]2
allocation aux médecins (VII 70quinquies)allocation de chef de service (VII 151)
allocation pour le soutien facilitaire des cabinets (VII 52bis)sursalaire (VII 28 et 31)
 prestations du samedi, du dimanche et la nuit(VII 30 et 31)]1
(1)<}AGF 2024-03-29/52, art. 13, 087; En vigueur : 01-06-2024>
(2)<AGF 2025-09-19/06, art. 65, 101; En vigueur : 01-10-2025>
sursalaire à 125 ou 150 % (VII 28 et 31)allocation de dérangement (VII 29 et 31) - application du régime le plus favorableallocation de fonctionnement (VII 37 - 38)prime managériale (VII 35 -36)allocation d'environnement (VII 46)sursalaire (VII 28 et 31)prestations du samedi, du dimanche et la nuit
   (VII 30 et 31)allocation de danger (VII 33 - 34)prime de productivité (VII 113)secrétariat du Gouvernement flamand (VII 52)sursalaire (VII 28 et 31)prestations du samedi, du dimanche et la nuit (VII 30 et 31)gardes des voies hydrauliques (VII 56)sursalaire (VII 28 et 31)prestations du samedi, du dimanche et la nuit
   (VII 30 et 31)[2 ......]2allocation pour prestations en dehors des horaires de travail normaux (VII 28 - 31)allocations qui sont octroyées en vertu d'autres réglementations pour les prestations la nuit, du samedi ou du dimanche. Le cas échéant, le régime le plus favorable est appliqué.[2 allocation de permanence (VII 42)allocation pour l'inspection de l'environnement (VII 46)logement (habitation libre) (VII 56)allocation de remplacement (VII 57)allocation pour prestations irrégulières des gardes des voies hydrauliques (VII 58)régime de transition habitation libre ou allocation de remplacement (VIIbis 37)allocation de dérangement (VII 29 et 31)]2allocation aux médecins (VII 70quinquies)allocation de chef de service (VII 151)allocation pour le soutien facilitaire des cabinets (VII 52bis)sursalaire (VII 28 et 31)prestations du samedi, du dimanche et la nuit(VII 30 et 31)]1(1)<}AGF 2024-03-29/52, art. 13, 087; En vigueur : 01-06-2024>(2)
TITEL III. - DE VERGOEDINGEN.
TITRE III. - LES INDEMNITES.
HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen.
CHAPITRE 1er. - Dispositions communes.
Art. 7.72. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De hierna bepaalde vergoedingen worden verleend als terugbetaling van werkelijk gemaakte kosten voor rekening van de werkgever.
Art. 7.72. Les indemnités fixées ci-après sont octroyées en tant que remboursement des charges réelles pour le compte de l'employeur.
Art. 7.73. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> § 1. De vergoedingen die hierna " tegen 100 % " vermeld zijn, volgen de evolutie van het gezondheidsindexcijfer zoals vermeld in artikel VII 9. Het te betalen bedrag wordt afgerond op de hogere cent.
  § 2. Tenzij het anders bepaald is, worden de forfaitaire vergoedingen maandelijks na vervallen termijn betaald.
  [1 § 3. Ingeval een vergoeding werd geforfaitariseerd en op maandbasis wordt uitbetaald, wordt de betaling stopgezet :
   1° als er geen salaris wordt betaald;
   2° of bij een afwezigheid die langer dan 35 werkdagen duurt.
   § 4. [3 ...]3]1

  [2 § 5. Paragraaf 3 is van toepassing op de betaling van forfaitaire vergoedingen bij een afwezigheid ingevolge een arbeidsongeval van meer dan 35 werkdagen.]2
  
Art. 7.73. § 1er. Les indemnités mentionnées ci-après " à 100 % ", suivent l'évolution de l'indice de santé, tel que fixe à l'article VII 9. Le montant à payer est arrondi à eurent supérieur.
  § 2. Sauf stipulation contraire, les indemnités forfaitaires sont payées mensuellement à terme échu.
  [1 § 3. Si une allocation a été rendue forfaitaire et est payée sur base mensuelle, le paiement est arrêté :
   1° s'il n'est pas payé de traitement;
   2° lors d'une absence de plus de 35 jours ouvrables.
   § 4. [3 ...]3]1

  [2 § 5. Le paragraphe 3 s'applique sur le paiement d'allocations forfaitaires lors d'une absence suite à un accident du travail de plus de 35 jours ouvrables.]2
  
Art. 7.74. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Onder motorvoertuig wordt verstaan auto, bromfiets of motorfiets.
Art. 7.74. Par véhicule automobile, on entend une voiture, une motocyclette ou un cyclomoteur.
HOOFDSTUK 2. [1 - Vergoedingen voor binnenlandse dienstreizen]1
CHAPITRE 2. [1 - Indemnités octroyées pour des voyages de service à l'intérieur du pays]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 - Dispositions générales]1
Art. 7.75. [1 De kosten die een personeelslid heeft gemaakt in het kader van een binnenlandse dienstreis, worden terugbetaald onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.]1
  
Art. 7.75. [1 Les frais encourus par un membre du personnel dans le cadre d'un voyage de service à l'intérieur du pays sont remboursés aux conditions visées au présent chapitre.]1
  
Art. 7.76. [1 Een dienstreis is de verplaatsing van de woonplaats of de standplaats naar een bestemming die niet de vaste plaats van tewerkstelling is, en die het personeelslid maakt in opdracht van de lijnmanager.
  [2 De verplaatsingen die het personeelslid maakt om de volgende redenen worden gelijkgesteld met een dienstreis:
   1° medisch onderzoek;
   2° deelname aan een vormingsactiviteit;
   3° zijn personeelsdossier inkijken als de te consulteren documenten niet elektronisch geraadpleegd kunnen worden;
   4° een proef of examen afleggen;
   5° een arbeids(weg)ongeval;
   6° een gesprek met de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociale aspecten;
   7° deelname aan een zitting van de raad van beroep als assessor ]2
.]1

  
Art. 7.76. [1 Un voyage de service est le déplacement que le membre du personnel effectue du domicile ou de la résidence administrative à une destination qui n'est pas le lieu de travail fixe et qu'il effectue sur l'ordre du manager de ligne.
   [2 Les déplacements que le membre du personnel effectue pour les raisons suivantes sont assimilés à un voyage de service :
   1° examen médical ;
   2° participation à une activité de formation ;
   3° consultation de son dossier du personnel si les documents à consulter ne sont pas disponibles par voie électronique ;
   4° passer une épreuve ou un examen ;
   5° un accident (survenu sur le chemin) du travail ;
   6° un entretien avec la personne de confiance ou le conseiller en prévention aspects psychosociaux ;
   7° participation à une séance de la chambre de recours comme assesseur]2
.]1

  
Art. 7.77. [1 De lijnmanager beslist welk vervoermiddel functioneel en financieel het meest verantwoord is.]1
  
Art. 7.77. [1 Le manager de ligne décide sur le moyen de transport le plus justifié du point de vue fonctionnel et financier.]1
  
Art. 7.78. [1 Het personeelslid dient [2 op straffe van verval van recht]2 binnen een termijn van vier maanden een kostenstaat in bij de lijnmanager.
   Een volledig ingevulde kostenstaat, ingediend binnen [3 de termijn vermeld in het eerste lid]3, en die drie maand na de indiening nog niet werd betaald, wordt vanaf de vierde maand [3 na de indiening]3 verhoogd met [3 de wettelijke intrestvoet]3.]1

  
Art. 7.78. [1 Dans un délai de quatre mois [2 , le membre du ]2, le membre du personnel soumet un état de frais au manager de ligne.
   Un état de frais dûment complété et introduit dans [3 le délai mentionné à l'alinéa 1er]3, et n'étant pas encore payé 3 mois après son introduction, est majoré [3 du taux d'intérêt légal ]3 à partir du quatrième mois de l'introduction.]1

  
Art. 7.79. [1 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de loodsen voor de prestaties die recht geven op de vergoeding, vermeld in [2 artikel XIbis 75]2, [2 en artikel XIbis 68]2 noch op het scheepspersoneel voor de prestaties die recht geven op zeegeld als vermeld in artikel VII 65.]1
  
Art. 7.79. [1 Le présent chapitre ne s'applique pas aux pilotes pour les prestations donnant droit à une indemnité visée [2 l'article XIbis 75 ]2 ni au personnel naval pour les prestations donnant droit à une prime de mer telle que visée à l'article VII 65]1 [2 et l'article XIbis 68 ]2.
  
Afdeling 2. [1 - Reiskosten]1
Section 2. [1 - Frais de parcours]1
Art. 7.80. [1 § 1. [3 § 1. Het personeelslid dat een eigen motorvoertuig gebruikt, ontvangt een forfaitaire kilometervergoeding, als vermeld in artikel 74 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.
   Als een fiets of speedpedelec wordt gebruikt, bedraagt de vergoeding 0,25 euro per kilometer.]3
Art. 7.80. [1 . § 1er. [3 § 1er. Le membre du personnel qui utilise son propre véhicule à moteur reçoit une indemnité kilométrique forfaitaire, telle que visée à l'article 74 de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les indemnités et allocations des membres du personnel de la fonction publique fédérale.
   En cas d'utilisation d'une bicyclette ou d'un speed pedelec, l'indemnité s'élève à 0,25 euros par kilomètre]3
 bedrag per kilometer
motorvoertuig0,3412 euro (vanaf 1 juli 2015). Het geactualiseerde bedrag vanaf 1 juli 2015 is vermeld in de dienstmededeling KB/VO 2015/1.
[1fiets en speed pedelec ]1[0,25 euro]2
[(1)<BVR 2019-09-06/08, art. 10, 054; Inwerkingtreding : 01-01-2019> ]2
(2)<BVR 2023-09-08/23, art. 15, 082; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
bedrag per kilometermotorvoertuig0,3412 euro (vanaf 1 juli 2015). Het geactualiseerde bedrag vanaf 1 juli 2015 is vermeld in de dienstmededeling KB/VO 2015/1.[1 fiets en speed pedelec ]1[0,25 euro]2[(1) ]2(2)
§ 2. Noodzakelijke parkeerkosten worden terugbetaald op voorlegging van de bewijsstukken.
   § 3. De kilometervergoeding voor motorvoertuigen wordt [3 per kwartaal]3 herzien na beslissing van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.
   Bij een ongewijzigde federale berekeningswijze van de kilometervergoeding deelt de administrateur-generaal van het Agentschap Overheidspersoneel jaarlijks het bedrag van de kilometervergoeding mee.]1
  [3 Het aangepaste bedrag van de kilometervergoeding als een eigen motorvoertuig wordt gebruikt, als vermeld in paragraaf 1, is van toepassing vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking van het aangepaste bedrag in het Belgisch Staatsblad.]3
  
 montant par kilomètre
véhicule automobile0,3412 euros (à partir du 1er janvier 2015). Le montant actualisé à partir du 1er juillet 2015 est mentionné dans la circulaire KB/VO 2015/1.
[1 bicyclette et speed pedelec]1[0,25 euros]2
(1)<AGF 2019-09-06/08, art. 10, 054; En vigueur : 01-01-2019>
(2)<AGF 2023-09-08/23, art. 10, 082; En vigueur : 01-01-2023>
montant par kilomètrevéhicule automobile0,3412 euros (à partir du 1er janvier 2015). Le montant actualisé à partir du 1er juillet 2015 est mentionné dans la circulaire KB/VO 2015/1.[1 bicyclette et speed pedelec]1[0,25 euros]2(1)(2)
§ 2. Les frais de parking nécessaires sont remboursés sur présentation des pièces justificatives.
   § 3. [3 Chaque trimestre ]3, l'indemnité kilométrique applicable aux véhicules automobiles est revue après décision du Ministre flamand chargé des affaires administratives.
   Lorsque le mode de calcul fédéral de l'indemnité kilométrique ne change pas, l'administrateur général de l'" Agentschap voor Overheidspersoneel " (Agence de la Fonction publique) communique chaque année le montant de l'indemnité kilométrique.]1
  [3 Le montant adapté de l'indemnité kilométrique en cas d'utilisation du propre véhicule à moteur, tel que visé au paragraphe 1er, s'applique à partir du 1er jour du mois suivant la publication du montant adapté au Moniteur belge. ]3
  
Art. 7.81. [1 § 1. Voor een dienstreis met het openbaar vervoer stelt de werkgever het personeelslid een vervoersbewijs ter beschikking.
   Als de werkgever het personeelslid vooraf geen vervoersbewijs ter beschikking stelt, worden de door het personeelslid gemaakte kosten voor een dienstreis met het openbaar vervoer terugbetaald op voorlegging van de bewijsstukken.
   § 2. Het personeelslid dat een dienstreis maakt met het openbaar vervoer, reist in tweede klasse of economy class.
   § 3. Eventuele taxikosten worden uitzonderlijk terugbetaald op voorlegging van de bewijsstukken.]1

  
Art. 7.81. [1 § 1er. Le membre du personnel qui se déplace en transport en commun dans le cadre d'un voyage de service reçoit de l'employeur un titre de transport.
   Si l'employeur omet de délivrer au préalable un titre de transport au membre du personnel, les frais encourus par ce dernier dans le cadre d'un voyage de service en transport en commun sont remboursables sur présentation des pièces justificatives.
   § 2. Le membre du personnel qui utilise le transport en commun pour son voyage de service, voyage en " deuxième classe " ou en " classe économique ".
   § 3. Les frais de taxi éventuels sont remboursables exceptionnellement sur présentation des pièces justificatives.]1

  
Afdeling 3. [1 - Maaltijdvergoeding]1
Section 3. [1 - Indemnité de repas]1
Art. 7.82. [1 § 1. De maaltijdvergoeding bedraagt 9,50 euro (tegen 100%) en wordt toegekend onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk :
Art. 7.82. [1 § 1er. L'indemnité de repas s'élève à 9,50 euros (à 100 %) et est payée aux conditions mentionnées dans le présent chapitre :
middagmaal dienstreis van minimaal zes uur
avondmaal dienstreis van minimaal zes uur die begint om 14 uur of later
middagmaal dienstreis van minimaal zes uuravondmaal dienstreis van minimaal zes uur die begint om 14 uur of later
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt na indexatie verminderd met de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque, vermeld in artikel VII 109ter.
   § 2. De vergoeding voor middagmaal en de vergoeding voor avondmaal kunnen worden gecumuleerd voor dienstreizen die minstens twaalf uur duren.
   § 3. Er wordt geen maaltijdvergoeding toegekend voor dienstreizen binnen een straal van 5 kilometer vanaf de stand- of woonplaats, of binnen een straal van 25 kilometer als het personeelslid zich verplaatst met een motorvoertuig. Voor het bepalen van de afstand, zo ook de 5- en 25 kilometergrens, wordt de werkelijke afstand in aanmerking genomen.
   De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, kan op het principe, vermeld in het eerste lid, tijdelijk en individueel een uitzondering verlenen waardoor het betrokken personeelslid toch een maaltijdvergoeding ontvangt.]1
  
déjeuner voyage de service d'au moins six heures
dîner voyage de service d'au moins six heures commençant au plus tôt à 14h
déjeuner voyage de service d'au moins six heuresdîner voyage de service d'au moins six heures commençant au plus tôt à 14h
Le montant visé à l'alinéa 1er est réduit, après indexation, de l'intervention de l'employeur dans un chèque-repas au sens de l'article VII 109ter.
   § 2. L'indemnité pour le déjeuner et l'indemnité pour le dîner peuvent être cumulées pour des voyages de service d'une durée supérieure à douze heures.
   § 3. Il n'est pas octroyé d'indemnité de repas pour des voyages de service dans un rayon de 5 km à partir de la résidence administrative ou du domicile, ou dans un rayon de 25 km si le membre du personnel se déplace en véhicule automobile. Pour déterminer la distance ainsi que la limite des 5 et 25 kilomètres, la distance réelle est prise en considération.
   Au principe visé à l'alinéa 1er, le Ministre flamand chargé des affaires administratives peut faire une exception - temporaire et individuelle - par laquelle le membre du personnel concerné recevra toutefois une indemnité de repas.]1
  
Afdeling 3bis. [1 - Forfaitaire vergoeding voor het thuis opladen van een volledig elektrisch dienstvoertuig of een dienstvoertuig dat een plug-in hybride is.]1
Section 3bis. [1 Indemnité forfaitaire pour la recharge à domicile d'un véhicule de service entièrement électrique ou d'un véhicule de service hybride rechargeable.]1
Art. 7.82 bis.[1 Het personeelslid dat voor een binnenlandse dienstreis gebruik maakt van volledig elektrisch dienstvoertuig of van een dienstvoertuig dat een plug-in hybride is, en dat voertuig mee naar huis neemt, ontvangt de volgende forfaitaire vergoeding:
Art. 7.82 bis.[1 Le membre du personnel qui utilise un véhicule de service entièrement électrique ou un véhicule de service hybride rechargeable pour un voyage de service à l'intérieur du pays, et ramène ce véhicule à la maison, reçoit l'indemnité forfaitaire suivante :
 bedrag per keer dat het personeelslid het dienstvoertuig mee naar huis neemt
volledig elektrisch dienstvoertuig 6,67 euro
dienstvoertuig dat een plug-in hybride is 2,73 euro
bedrag per keer dat het personeelslid het dienstvoertuig mee naar huis neemtvolledig elektrisch dienstvoertuig 6,67 eurodienstvoertuig dat een plug-in hybride is 2,73 euro
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, herziet minstens om de twee jaar de vergoeding vermeld in het voorgaande lid, op basis van:
   1° de gemiddelde eenheidsprijs van elektriciteit in euro per kWh, vastgesteld door de [2 Vlaamse Nutsregulator]2;
   2° de evoluties in de batterijtechnologie;
   3° andere nieuwe technologische ontwikkelingen.
   Het personeelslid dat met toepassing van artikel V 12bis of VII 109sexies beschikt over een volledig elektrisch dienstvoertuig of een dienstvoertuig dat een plug-in hybride is, kan geen aanspraak maken op de vergoeding, vermeld in het eerste lid.
   In afwijking van het derde lid ontvangt het personeelslid de vergoeding, vermeld in het eerste lid, in afwachting van de installatie van een thuislaadpunt als vermeld in artikel VII 109decies.]1
  
 montant par fois que le membre du personnel ramène le véhicule de service à la maison
véhicule de service entièrement électrique 6,67 euros
véhicule de service hybride rechargeable 2,73 euros
montant par fois que le membre du personnel ramène le véhicule de service à la maisonvéhicule de service entièrement électrique 6,67 eurosvéhicule de service hybride rechargeable 2,73 euros
Le Ministre flamand chargé des affaires administratives révise au moins tous les deux ans l'indemnité visée à l'alinéa précédent, sur la base des :
   1° prix unitaire moyen d'électricité en euros par kWh, établi par le [2 Régulateur flamand des services d'utilité publique]2 ;
   2° évolutions dans la technologie des batteries ;
   3° autres nouveaux développements technologiques.
   Le membre du personnel qui dispose d'un véhicule de service entièrement électrique ou d'un véhicule de service hybride rechargeable en application de l'article V 12bis ou VII 109sexies, ne peut pas prétendre à l'indemnité visée à l'alinéa 1er.
   Par dérogation à l'alinéa 3, le membre du personnel reçoit l'indemnité visée à l'alinéa 1er, en attendant l'installation d'une station de charge domestique telle que visée à l'article VII 109decies.]1
  
Afdeling 4. [1 - Binnenlandse dienstreis met overnachting]1
Section 4. [1 - Voyage de service à l'intérieur du pays comportant une nuitée]1
Art. 7.83. [1 De hotelkosten die het personeelslid maakt in het kader van een binnenlandse dienstreis met overnachting, worden op voorlegging van de bewijsstukken vergoed binnen de grenzen van de maximale logementsvergoeding, die is vastgesteld met toepassing van artikel VII 85.]1
  
Art. 7.83. [1 Sur présentation des pièces justificatives, les frais d'hôtel encourus par le membre du personnel dans le cadre d'un voyage de service à l'intérieur du pays comportant une nuitée sont remboursables dans les limites de l'indemnité maximale de logement prévue par l'article VII 85.]1
  
Afdeling 5. [1 - Reizende functies]1
Section 5. [1 - Fonctions itinérantes]1
Art. 7.84. [1 § 1. Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling wijst de personeelsleden aan die een reizende functie uitoefenen.
  [2 ...]2
   § 2. Voor de reizende functies kan een maandelijkse forfaitaire kilometervergoeding voor motorvoertuigen worden toegekend, alsook een forfaitaire maaltijdvergoeding (tegen 100%).]1

  
Art. 7.84. [1 § 1er. L'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement désigne les membres du personnel exerçant des fonctions itinérantes.
  [2 ...]2
   § 2. Pour les fonctions itinérantes, une indemnité kilométrique forfaitaire mensuelle peut être octroyée pour des véhicules automobiles ainsi qu'une indemnité forfaitaire de repas (à 100 %).]1

  
HOOFDSTUK 3. [1 - Buitenlandse dienstreis]1
CHAPITRE 3. [1 - Voyage de service à l'étranger]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepaling]1
Section 1re. [1 - Disposition générale]1
Art. 7.85. [1 De kosten die een personeelslid maakt in het kader van een buitenlandse dienstreis, worden terugbetaald onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
   Derden die een buitenlandse dienstreis maken in opdracht van de diensten van de Vlaamse overheid, hebben recht op dezelfde vergoedingen onder dezelfde voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, met uitzondering van de vergoeding voor representatiekosten, vermeld in artikel VII 85ter decies.]1

  
Art. 7.85. [1 Les frais encourus par un membre du personnel dans le cadre d'un voyage de service à l'étranger sont remboursés aux conditions visées au présent chapitre.
   Des tiers qui effectuent un voyage de service à l'étranger sur l'ordre des services de l'Autorité flamande ont droit aux mêmes indemnités aux même conditions, visées au présent chapitre, à l'exception de l'indemnité pour frais de représentation, visée à l'article VII 85ter decies.]1

  
Afdeling 2. [1 - Algemene bepaling]1
Section 2. [1 - Demande]1
Onderafdeling 1. [1 - Zendingsaanvraag]1
Sous-section 1re. [1 - Demande de mission]1
Art. 7.85 bis. [1 § 1. Zendingsopdrachten in het buitenland worden gegeven door de lijnmanager.
   De functioneel bevoegde minister(s) verlenen toestemming voor een zendingsopdracht van de lijnmanager.
   § 2. De lijnmanager beslist welk vervoermiddel functioneel en financieel het meest verantwoord is op basis van de volgende criteria:
   1° kostprijs;
   2° snelheid;
   3° veiligheid;
   4° duurzaamheid.
   Er wordt niet met het vliegtuig gereisd als de bestemming op minder dan vijfhonderd kilometer ligt of de reis over het land minder dan zes uur in beslag neemt, tenzij de verplaatsing met een ander vervoermiddel dan het vliegtuig een onevenredig verlies van tijd of middelen meebrengt, of om andere zwaarwichtige redenen niet opportuun of praktisch uitvoerbaar wordt geacht.]1

  
Art. 7.85 bis. [1 § 1er. Des missions à l'étranger sont ordonnées par le manager de ligne.
   Le(s) Ministre(s) fonctionnellement compétent(s) autorisent une mission du manager de ligne.
   § 2. Le manager de ligne décide sur le moyen de transport le plus justifié du point de vue fonctionnel et financier, sur la base des critères suivants :
   1° coût ;
   2° rapidité ;
   3° sécurité ;
   4° durabilité.
   L'avion ne sera pas utilisé si la destination est à moins de cinq cents kilomètres de distance ou si le voyage par voie terrestre dure moins de six heures, à moins que le voyage par un moyen de transport autre que l'avion n'entraîne une perte déraisonnable de temps ou de ressources, ou n'est jugé inapproprié ou impossible pour d'autres raisons importantes.]1

  
Onderafdeling 2. [1 - Voorschotten]1
Sous-section 2. [1 - Avances]1
Art. 7.85 ter. [1 Het personeelslid heeft recht op een voorschot voor bepaalde kosten, als vermeld in artikel VII 85sexies, VII 85octies, VII 85decies en VII 85ter decies.]1
  
Art. 7.85 ter. [1 Les membres du personnel chargés d'une mission dans le cadre de la représentation officielle de l'Autorité flamande à l'étranger peuvent demander un montant à des fins de représentation. La demande peut concerne le montant intégral ou une avance si les frais exacts ne sont pas connus à l'avance. La demande est motivée.
   Si une délégation est chargée d'une mission à l'étranger, seule la personne ayant le rang le plus élevé peut demander des frais de représentation.]1

  
Afdeling 3. [1 - Kosten]1
Section 3. [1 Frais]1
Art. 7.85 quater.[1 Op de zendingsaanvraag worden de uitgaven geraamd voor de kosten, vermeld in deze afdeling.]1
  
Art. 7.85 quater.[1 A l'issue de la mission à l'étranger, tant le manager de ligne que le [2 Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères]2 peuvent demander au membre du personnel de transmettre un rapport de mission.]1
  
Onderafdeling 1. [1 - Reiskosten]1
Sous-section 1re. [1 - Frais de parcours]1
Art. 7.85 quinquies. [1 § 1. De kosten van de reis naar het buitenland en de verplaatsing naar de bestemming in het buitenland worden integraal terugbetaald nadat de bewijsstukken zijn voorgelegd.
   § 2. Zendingsopdrachten naar het buitenland die na de toestemming van de lijnmanager noodzakelijk met eigen voertuig plaatsvinden, worden terugbetaald aan de hand van de forfaitaire vergoedingen, vermeld in artikel VII 80, § 1.
   § 3. Een personeelslid dat een buitenlandse dienstreis maakt met de trein mag eerste klasse reizen.
   § 4. Vliegtuigreizen worden aangevraagd in economy class.
   Vliegtuigreizen van minstens acht uur kunnen in business class worden aangevraagd.
   Als de lijnmanager in business class wil reizen voor een vliegtuigreis van minder dan acht uur, motiveert hij die keuze.]1

  
Art. 7.85 quinquies. [1 Les frais liés à une mission à l'étranger sont à charge de l'entité, du conseil ou de l'institution concerné(e) conformément aux conditions visées à la section 3.
   A l'issue de la mission à l'étranger les frais sont réglés à l'aide d'un état de frais et moyennant la soumission des pièces justificatives, sauf pour l'indemnité journalière, s'ils restent limités au montant forfaitaire.
   Sous peine de déchéance du droit, un état de frais est introduit dans les quatre mois à partir de la date du retour.
   Un état de frais dûment complété et introduit dans les quatre mois, et n'étant pas encore remboursé trois mois après son introduction, est majoré d'un intérêt de 3 % sur base annuelle à partir du quatrième mois de l'introduction.]1

  
Art. 7.85 sexies. [1 Het personeelslid heeft recht op een voorschot van 75% van de totale geraamde reiskosten als het een deel van de kosten of alle kosten eerst zelf betaalt.
   Als het personeelslid vóór de vertrekdatum de volledige reiskosten zelf betaalt, heeft het personeelslid, nadat het de bewijsstukken heeft voorgelegd, recht op een voorschot van 100% van de totale reiskosten.]1

  
Art. 7.85 sexies. [1 Les avances indûment payées ou payées en trop sont remboursées dans les cinq jours ouvrables sur simple demande écrite du liquidateur concerné.]1
  
Onderafdeling 2. [1 - Logies]1
Sous-section 2. [1 - Logement]1
Art. 7.85 septies.[1 De kosten voor de overnachting [2 en het ontbijt]2 worden, nadat de bewijsstukken zijn voorgelegd, terugbetaald volgens de tabel van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, waarin de maximale bedragen worden weergegeven.
   In uitzonderlijke gevallen en met een degelijke motivatie kan een afwijking van de bedragen, vermeld in het eerste lid, binnen redelijke perken worden toegestaan door de lijnmanager.
   Voor de lijnmanager is de afwijking, vermeld in het tweede lid, onderworpen aan de goedkeuring van de functioneel bevoegde minister(s).]1

  
Art. 7.85 septies.[1 Les frais pour la nuitée [2 et le petit-déjeuner]2 sont remboursés, après la soumission des pièces justificatives, selon le tableau du Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement, qui reprend les montants maximaux.
   Dans des cas exceptionnels et moyennant une motivation adéquate, une dérogation aux montants visés à l'alinéa 1er dans des limites raisonnables peut être autorisée par le manager de ligne.
   Pour le manager de ligne, la dérogation visée à l'alinéa 2 est soumise à l'approbation du (des) Ministre(s) fonctionnellement compétent(s).]1

  
Art. 7.85 octies.[1 Het personeelslid heeft recht op een voorschot van 75% van de geraamde kosten als de kosten voor de overnachting [2 en het ontbijt]2 ter plaatse vereffend moeten worden.
   Als het personeelslid de kosten voor de overnachting [2 en het ontbijt]2 zelf betaalt, heeft het personeelslid, nadat het de bewijsstukken heeft voorgelegd, recht op een voorschot van 100% bovenvermelde kost.]1

  
Art. 7.85 octies.[1 Le membre du personnel a droit à une avance de 75% des frais estimés si les frais pour la nuitée [2 et le petit-déjeuner]2 doivent être réglés sur place.
   Si le membre du personnel paie lui-même les frais pour la nuitée [2 et le petit-déjeuner]2, il a droit à une avance de 100% des frais susvisés après la soumission des pièces justificatives.]1

  
Onderafdeling 3. [1 - Dagvergoeding]1
Sous-section 3. [1 - Indemnité journalière]1
Art. 7.85 novies.[1 § 1. Het personeelslid ontvangt een dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoeding conform de bedragen, vermeld in de tabel van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
   Het bedrag van de dagvergoeding, vermeld in het eerste lid wordt na indexering verminderd met de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque, als vermeld in artikelen VII 109ter, VII 194bis en VII 217.
   § 2. Als de werkelijke kosten van de maaltijden [2 met uitzondering van de ontbijtkosten]2 en van de andere [2 ...]2 uitgaven meer bedragen dan de dagvergoeding, kunnen de werkelijke kosten worden terugbetaald nadat de bewijsstukken van alle elementen van de dagvergoeding zijn voorgelegd.
   § 3. Voor buitenlandse dienstreizen die langer dan een etmaal duren, wordt de dagvergoeding voor de dagen van vertrek en terugkeer, herleid tot de helft.
   Op de halve dagvergoeding, vermeld in het eerste lid, worden de verminderingen, vermeld in paragraaf 5, niet toegepast.
   § 4. In een land met verschillende dagvergoedingen is de dagvergoeding die gekoppeld is aan de plaats van de laatste overnachting, bepalend voor de eerstvolgende dag. De voormelde regel geldt ook voor een dienstreis waarbij het personeelslid verschillende landen aandoet.
   § 5. Als het logies of de inschrijvingskosten door de werkgever of derden worden terugbetaald of ten laste genomen en die kosten ook bepaalde maaltijden of [2 andere]2 uitgaven omvatten, wordt het bedrag van de dagvergoeding, naar gelang van het geval, verminderd met:
   1° [2 ...]2
   [2 ]2 35% van de dagvergoeding, voor het middagmaal;
   [2 ]2 45% van de dagvergoeding, voor het avondmaal;
   [2 ]2 [2 20%]2 van de dagvergoeding, voor de [2 andere]2 uitgaven.]1

  
Art. 7.85 novies.[1 § 1er. Le membre du personnel reçoit une indemnité de séjour forfaitaire journalière conformément aux montants, visés au tableau du Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement.
   Le montant de l'indemnité journalière, visée à l'alinéa 1er, est réduit, après indexation, de la cotisation patronale dans un chèque-repas tel que visé aux articles VII 109ter, VII 194bis et VII 2017.
   § 2. Si les frais réels des repas [2 , à l'exception des frais pour le petit-déjeuner]2 et des autres [2 ...]2 dépenses dépassent l'indemnité journalière, les frais réels peuvent être remboursés après la soumission des pièces justificatives de tous les éléments de l'indemnité journalière.
   § 3. Pour des voyages de services à l'étranger durant plus de 24 heures, l'indemnité journalière pour les jours de départ et de retour est réduite à la moitié.
   Les réductions visées au paragraphe 5 ne sont pas appliquées à la demi-indemnité journalière visée à l'alinéa 1er.
   § 4. Dans un pays avec différentes indemnités journalières, l'indemnité journalière liée à l'endroit de la dernière nuitée régit le jour suivant. La règle précitée s'applique également au voyage de service pendant lequel le membre du personnel visite différents pays.
   § 5. Si le logement ou les frais d'inscription sont remboursés ou pris en charge par l'employeur ou des tiers, et si ces frais comprennent également certains repas ou des [2 autres]2 dépenses, le montant de l'indemnité journalière est diminué, selon le cas, de :
   1° [2 ...]2
   [1 1°]1
35% de l'indemnité journalière, pour le déjeuner ;
   [2 ]2 45% de l'indemnité journalière, pour le dîner ;
   [2 ]2 [2 20%]2 de l'indemnité journalière, pour les [2 autres ]2 dépenses.]1
  
Art. 7.85 decies. [1 Het personeelslid heeft recht op een voorschot van 50% van de dagvergoeding.]1
  
Art. 7.85 decies. [1 Le membre du personnel a droit à une avance de 50% de l'indemnité journalière.]1
  
Art. 7.85 undecies. [1 In afwijking van artikel VII 85novies en VII 85decies, wordt het personeelslid dat een eendaagse buitenlandse dienstreis maakt, vergoed conform de bepalingen van hoofdstuk 2.]1
  
Art. 7.85 undecies. [1 Par dérogation aux articles VII 85novies et VII 85decies, le membre du personnel qui fait un voyage de service à l'étranger d'un jour est indemnisé conformément aux dispositions du chapitre 2.]1
  
Onderafdeling 4. [1 - Inschrijvingskosten]1
Sous-section 4. [1 - Frais d'inscription]1
Art. 7.85 duodecies. [1 Inschrijvingsgelden voor seminaries, opleidingen, colloquia en dergelijke meer, worden integraal betaald door de betrokken entiteit, raad of instelling of onmiddellijk terugbetaald aan het betrokken personeelslid.]1
  
Art. 7.85 duodecies. [1 Les frais d'inscription pour des séminaires, formations, colloques etc. sont payés intégralement par l'entité, le conseil ou l'institution concerné(e) ou remboursés immédiatement au membre du personnel concerné.]1
  
Onderafdeling 5. [1 - Representatiekosten]1
Sous-section 5. [1 - Frais de représentation]1
Art. 7.85terdecies. [1 Personeelsleden die belast zijn met een zendingsopdracht in het kader van de officiële vertegenwoordiging van de Vlaamse overheid in het buitenland, kunnen een bedrag aanvragen voor representatieve doeleinden. Dat kan het volledig bedrag zijn of een voorschot als de juiste kosten vooraf niet gekend zijn. De aanvraag is gemotiveerd.
Section 4. [1 - Rapport]1
Afdeling 4. [1 - Verslaggeving]1
Section 5. [1 - Décompte]1
Art. 7.85quaterdecies.[1 Na afloop van de buitenlandse zendingsopdracht kunnen zowel de lijnmanager als het [2 Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken]2 het personeelslid vragen een zendingsverslag te bezorgen.]1
Sous-section 1. [1 - Remboursement de frais]1
Afdeling 5. [1 - Afrekening]1
Sous-section 2. [1 - Recouvrement d'avances]1
Onderafdeling 1. [1 - Terugbetaling van kosten]1
CHAPITRE 4.
Art. 7.85 quinquiesdecies. [1 De kosten die verbonden zijn aan een buitenlandse zendingsopdracht, zijn ten laste van de betrokken entiteit, raad of instelling conform de voorwaarden, vermeld in afdeling 3.
   Na afloop van de buitenlandse zendingsopdracht worden de kosten afgerekend aan de hand van een kostenstaat en met overlegging van de bewijs stukken, behalve voor de dagvergoeding, als ze beperkt blijven tot het forfaitaire bedrag.
   Op straffe van verval van recht wordt een kostenstaat ingediend binnen vier maanden vanaf de dag van de terugkomst.
   Een volledig ingevulde kostenstaat die ingediend is binnen vier maanden, en die drie maanden na de indiening nog niet is terugbetaald, wordt vanaf de vierde maand verhoogd met een intrest van 3% op jaarbasis.]1

  
Onderafdeling 2. [1 - Terugvordering van voorschotten]1
CHAPITRE 5. - Indemnité de repas sur les embarcations de service et les bacs.
Art. 7.85 sexiesdecies. [1 Voorschotten die ten onrechte zijn overgemaakt of te veel zijn betaald, worden binnen vijf werkdagen na de eenvoudige schriftelijke vraag van de betrokken vereffenaar teruggestort.]1
  
Art. 7.87. § 1er. Une mission de service qui consiste en des prestations de navigation d'une durée d'au moins six heures par équipe sur une embarcation de service qui se déplace en dehors d'une distance réelle de 5 km de la résidence administrative, donne droit à une indemnité forfaitaire de repas de 8,2 euros (à 100 %).
  § 2. Une mission de service qui consiste en des prestations de navigation d'une durée d'au moins six heures par équipe sur un bac, donne droit à une indemnité forfaitaire de repas de 8,2 euros (à 100 %).
  § 3. A partir d'une résidence de 13 heures en raison d'une mission de service contenant des prestations de navigation sur une embarcation de service qui se déplace en dehors d'une distance réelle de 5 km de la résidence administrative, ou sur un bac en raison d'une mission de service contenant des prestations de navigation d'au moins 13 heures, le membre du personnel à droit à une indemnité de repas supplémentaire de 8,2 euros (à 100 %). Le cumul de deux indemnités de repas à partir d'une résidence de 13 heures vaut uniquement pour des situations exceptionnelles.
  [1 § 4. Les montants visés aux § 1er, § 2 et § 3, sont diminués, après indexation, de [2 l'intervention de l'employeur dans un chèque-repas telle que fixée à l'article VII 109ter du présent arrêté]2 .]1
  
HOOFDSTUK 4.
CHAPITRE 6. - L'indemnité forfaitaire pour frais de voyage et de repas pour le personnel des services de pilotage.
HOOFDSTUK 5. - Maaltijdvergoeding op dienst- en veerboten.
Art. 7.89.
Art. 7.87. § 1. Een dienstopdracht die bestaat uit vaarprestaties voor een duur van minstens zes uur per shift op een dienstboot die zich verplaatst buiten een werkelijke afstand van 5 km van de standplaats geeft recht op één forfaitaire maaltijdvergoeding van 8,2 euro (tegen 100 %).
CHAPITRE 7. - Allocation pour prestations à Vlissingen.
HOOFDSTUK 6. - De forfaitaire vergoeding voor reis- en maaltijdkosten voor het loodsenpersoneel.
Art. 7.90.[1 § 1er. Il est accordé au membre du personnel de " l'Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust " (Agence des Services maritimes et de la Côte) employé à Vlissingen et ne résidant pas aux Pays-Bas une allocation par journée de travail effectivement prestée à Vlissingen conformément au tableau ci-dessous :
Art. 7.88.
CHAPITRE 8. - [1 Indemnités, allocations et avantages pour le personnel à l'étranger.]1
Art. 7.91. [1 Sauf disposition réglementaire contraire, les membres du personnel du Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères qui représentent la Flandre à l'étranger, ont droit aux indemnités, allocations et avantages suivants, dont le ministre flamand chargé des ressources humaines, en concertation avec le ministre fonctionnel, détermine le montant et les conditions d'octroi :
   1° une indemnité de poste ;
   2° une indemnité de retour ;
   3° une indemnité de voyages de service ;
   4° une indemnité pour un voyage de congé en Belgique ;
   5° une indemnité pour frais de déménagement ;
   6° une indemnité pour la location d'un logement à l'étranger ;
   7° une indemnité pour frais scolaires ;
   8° une assurance pour frais médicaux et rapatriement ;
   9° une indemnité d'installation ;
   10° une indemnité de sécurisation d'un logement et des habitants en cas d'affectation dans un poste à risque ;
   11° une assurance revenu garanti en cas de maladie ou d'accident ;
   12° une indemnité pour un congé d'aération ou des mesures dans le cadre de la pollution atmosphérique ;
   13° un véhicule de service pour les postes en Afrique]1
;
  [2 14° intervention dans les frais de garde d'enfants.]2
  
HOOFDSTUK 7. - Vergoeding voor het werken in Vlissingen.
CHAPITRE 9. [1 - Allocation pour membres du personnel occupés à Vlissingen [2 ...]2]1
Art. 7.90. [1 § 1. Het personeelslid van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust dat in Vlissingen werkt, en niet in Nederland verblijft, krijgt per gepresteerde arbeidsdag in Vlissingen een vergoeding voor de gemaakte kosten overeenkomstig de onderstaande tabel :
ZoneAfstand woonplaatsFactorDagbedrag (100 %)Dagbedrag (100 %)
 WerkplaatszoneArbeidsprestatie van 12 uurAndere arbeidsprestatie
 Woonplaats via de weg per dag 
     
0Personeelsleden met017,89 euro11,33 euro
 bedrijfswagen   
1 7527,34 euro20,78 euro
2 10030,49 euro23,93 euro
3 15036,79 euro30,23 euro
4 20043,09 euro36,53 euro
5 22546,24 euro39,68 euro
ZoneAfstand woonplaatsFactorDagbedrag (100 %)Dagbedrag (100 %)WerkplaatszoneArbeidsprestatie van 12 uurAndere arbeidsprestatieWoonplaats via de wegper dag0Personeelsleden met017,89 euro11,33 eurobedrijfswagen17527,34 euro20,78 euro210030,49 euro23,93 euro315036,79 euro30,23 euro420043,09 euro36,53 euro522546,24 euro39,68 euro
-
   § 2. De vergoeding, vermeld in § 1, wordt niet toegekend aan de personeelsleden die de tegemoetkoming ontvangen voor moeilijk bereikbare arbeidsplaatsen, vermeld in artikel VII 99 en VII 100.
   § 3. De vergoeding, vermeld in § 1, wordt aangepast als het bedrag van de kilometervergoeding [3 ...]3, vermeld in artikel [3 VII 80, § 1]3, wordt gewijzigd.
   [2 De aangepaste dagbedragen worden als volgt berekend :
   ((3.332,48 euro + (factor zone*jaarprestaties*bedrag kilometervergoeding [3 ...]3))/1,4002)/133 (arbeidsprestaties van 12 uur per dag) of 210 (andere arbeidsregeling);]2

   [5 ...]5]1
  
-
HOOFDSTUK 8. - [1 Vergoedingen, toelagen en voordelen voor personeel in het buitenland.]1
CHAPITRE 10. [1 - Remboursement des frais pour les lunettes pour ordinateur]1
Art. 7.91. [1 Tenzij het reglementair anders bepaald is, hebben de personeelsleden van het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken die Vlaanderen in het buitenland vertegenwoordigen recht op de volgende vergoedingen, toelagen en voordelen waarvan de Vlaamse minister, bevoegd voor de human resources, in overleg met de functionele minister het bedrag en de toekenningsvoorwaarden bepaalt:
   1° een postvergoeding;
   2° een terugkeertoelage;
   3° een vergoeding voor dienstreizen;
   4° een vergoeding voor een verlofreis naar België;
   5° een vergoeding voor verhuiskosten;
   6° een vergoeding voor de huur van een woning in het buitenland;
   7° een vergoeding voor schoolkosten;
   8° een verzekering voor medische kosten en repatriëring;
   9° een inrichtingsvergoeding;
   10° een vergoeding voor de beveiliging van een woning en de inwonenden bij aanstelling in een risicopost;
   11° een verzekering gewaarborgd inkomen bij ziekte of ongeval;
   12° een vergoeding voor een verluchtingsreis of maatregelen in het kader van luchtverontreiniging;
   13° een dienstvoertuig voor posten in Afrika]1
;
  [2 14° een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang.]2
  
Art. 7.91 ter. [1 Le Ministre flamand ayant la gouvernance publique dans ses attributions fixe les modalités pour le remboursement des frais pour les lunettes pour ordinateur.]1
  
HOOFDSTUK 9. [1 Vergoeding voor personeelsleden, tewerkgesteld in Vlissingen [2 ...]2]1
TITRE IV. - LES AVANTAGES SOCIAUX.
Art. 7.91bis.
CHAPITRE 1er. - L'indemnité pour frais funéraires.
HOOFDSTUK 10. [1 - Terugbetaling van de kosten voor een beeldschermbril]1
Art. 7.92.[1 § 1er. En cas de décès d'un membre du personnel, une indemnité est versée à la personne physique qui prouve avoir pris en charge les frais funéraires de la personne décédée. Si plusieurs personnes physiques ont supporté ces frais, l'indemnité est répartie proportionnellement à leur contribution.
Art. 7.91 ter. [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, bepaalt de voorwaarden voor de terugbetaling van de kosten van een beeldschermbril.]1
  
TITEL IV. - DE SOCIALE VOORDELEN.
Art. 7.94. En raison de la conduite du bénéficiaire à l'égard du défunt, [1 le Ministre flamand compétent pour la Gouvernance publique ou son délégué peut décider, dans des cas exceptionnels,]1 que l'indemnité ne sera pas liquidée ou qu'elle le sera au profit de l'un des bénéficiaires ou de plusieurs d'entre eux.
HOOFDSTUK 1. - De vergoeding voor begrafeniskosten.
CHAPITRE 2. - Migration pendulaire avec les transports publics.
Art. 7.92. [1 § 1. Bij het overlijden van een personeelslid wordt een vergoeding uitgekeerd aan de natuurlijke persoon die bewijst dat hij de begrafeniskosten van de overledene heeft gedragen. Als verschillende natuurlijke personen die kosten hebben gedragen, wordt de vergoeding evenredig aan hun bijdrage verdeeld.
   Bij het overlijden van de volgende personen wordt de vergoeding voor begrafeniskosten, vermeld in het eerste lid, niet uitgekeerd:
   1° het personeelslid met een arbeidsovereenkomst voor studenten;
   2° het personeelslid van Sport Vlaanderen met een arbeidsovereenkomst voor occasioneel personeel (AOP);
   3° de occasionele lesgever van de VDAB, vermeld in artikel 1, 10°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 houdende de agentschapspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
   § 2. De vergoeding stemt overeen met de werkelijke kosten, maar wordt beperkt tot een twaalfde van het bedrag, vermeld in artikel 39 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.]1

  
Art. 7.95. [1 § 1er. L'employeur supporte intégralement les frais d'un abonnement [2 ou d'une formule alternative]2 de transport en commun pour le trajet domicile-travail.
   [2 Le supplément à payer pour un abonnement ou une formule alternative de transport de première classe de la S.N.C.B est à charge du membre du personnel, à l'exception du membre du personnel souffrant d'un handicap [3 , y compris d'une maladie chronique,]3 pour lequel l'intervention de première classe est reprise en tant que mesure dans le [3 protocole d'inclusion]3.]2
  [2 Les employés choisissent pour leur déplacement la formule de transport en commun la plus justifiée sur le plan fonctionnel et financier. Le manager de ligne prend la décision.]2
   § 2. En cas d'une absence ininterrompue d'au moins trois mois, l'abonnement de transport en commun est arrêté.
   L'abonnement est arrêté à partir de la date de début de l'absence s'il est établi à ce-moment-là que l'absence durera au moins trois mois sans interruption.
   Dans le cas autre que le cas visé à l'alinéa 2, l'abonnement est arrêté à partir du moment où il est certain que l'absence durera au moins trois mois sans interruption.]1

  
Art. 7.93.
CHAPITRE 3. - Migration pendulaire vers un lieu de travail pouvant être difficilement atteint.
Art. 7.94. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> [1 De Vlaamse minister bevoegd voor bestuurszaken of zijn gemachtigde kan]1 wegens het gedrag van de gerechtigde ten opzichte van de overledene, in uitzonderlijke gevallen beslissen om de vergoeding niet uit te keren of om ze ten bate van een of meer gerechtigden uit te keren.
  
Art. 7.96. Le membre du personnel qui a des difficultés à ou ne peut pas se rendre au travail avec les transports en commun :
  - soit parce que le lieu de travail est trop éloigné d'un arrêt des transports en commun;
  - soit pour cause du régime de travail imposé par l'autorité;
  - soit pour cause de l'horaire défectueux des transports en commun à proximité du lieu de travail;
  a droit à une intervention telle que visée à [1 l'article VII 99, VII 100 ou VII 100bis]1.
  
HOOFDSTUK 2. - Woon-werkverkeer met het openbaar vervoer.
Art. 7.97. Sont exclus de l'application du présent chapitre :
Art. 7.95. [1 § 1. De werkgever neemt de kosten van een abonnement [2 of van een alternatieve vervoersformule]2 op het openbaar vervoer naar en van de plaats van het werk volledig ten laste.
  [2 Het supplement voor een abonnement of alternatieve vervoersformule in eerste klasse van de NMBS is ten laste van het personeelslid, met uitzondering van een personeelslid met een handicap [3 , met inbegrip van een chronische ziekte,]3 bij wie de tegemoetkoming eerste klasse als maatregel is opgenomen in het [3 inclusieprotocol]3.]2
  [2 Werknemers nemen voor hun verplaatsing de vervoersformule op het openbaar vervoer die om functionele en financiële redenen het meest verantwoord is. De lijnmanager neemt de beslissing.]2
   § 2. Bij een ononderbroken afwezigheid van ten minste drie maanden wordt het abonnement op het openbaar vervoer stopgezet.
   Het abonnement wordt stopgezet vanaf de ingangsdatum van de afwezigheid, als op dat ogenblik vaststaat dat de afwezigheid ten minste drie maanden ononderbroken zal duren.
   In het andere geval, dan het geval, vermeld in het tweede lid, wordt het abonnement stopgezet vanaf het moment dat er zekerheid is dat de afwezigheid ten minste drie maanden ononderbroken zal duren.]1

  
Art. 7.98. Les lieux de travail cités à l'article VII 97 et les modalités d'exécution sont fixés par [2 entité, conseil ou établissement ]2 [1 ...]1.
  
HOOFDSTUK 3. - Woon-werkverkeer naar een moeilijk bereikbare werkplaats.
Art. 7.99. § 1er. Il est accordé aux chauffeurs de voitures de service qui transportent régulièrement d'autres membres du personnel dans le cadre de la migration pendulaire qui sont employés sur un lieu de travail pouvant être difficilement atteint, tel que défini à l'article VII 96, une allocation forfaitaire annuelle de 254 euros (à 100 %). Le membre du personnel qui relève du régime spécifique du service d'hiver et qui transporte des membres du personnel en dehors de la période hivernale, reçoit une allocation forfaitaire de 127 euros à 100 %.
Art. 7.96. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Het personeelslid dat zijn werkplaats moeilijk of niet met het gemeenschappelijk openbaar vervoer kan bereiken :
  - ofwel omdat de werkplaats te ver ligt van een halte van het gemeenschappelijk openbaar vervoer;
  - ofwel wegens de door de overheid opgelegde arbeidstijdregeling;
  - ofwel door de gebrekkige uurregeling van het gemeenschappelijk openbaar vervoer aan de werkplaats;
  heeft recht op een tegemoetkoming zoals bepaald in [1 artikel VII 99, VII 100 of VII 100bis]1.
  
Art. 7.100. [1 § 1.]1 Faute de transport de service, le membre du personnel qui se rend, par un véhicule automobile privé, au lieu de travail, a droit à une intervention à concurrence du coût mensuel total d'un billet de train de 2ème classe pour le même trajet. Les passagers éventuels ont également droit à cette intervention.
  [1 § 2. En cas d'une absence ininterrompue d'au moins un mois, l'intervention visée au paragraphe 1er est arrêtée.
   L'intervention précitée est arrêtée à partir de la date de début de l'absence ininterrompue.]1

  
Art. 7.97. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Van de toepassing van dit hoofdstuk worden uitgesloten :
  1° de ambtenaren met de functie van operationele loods;
  2° de radarwaarnemers voor wie de reisduur voor het woon-werkverkeer geheel of gedeeltelijk wordt aangerekend als arbeidstijd;
  3° de varende personeelsleden voor wie de reistijd voor het woon-werkverkeer geheel of gedeeltelijk wordt aangerekend als arbeidstijd;
  4° de leden van het bedieningspersoneel van de kunstwerken van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust die ingevolge een ministeriële brief op persoonlijke titel de regeling genieten die in 1993 werd ingevoerd in samenhang met de verplichte standplaatswijziging;
  5° de personeelsleden van het agentschap [1 Wegen en Verkeer]1 die ingeschakeld worden in de winterdienst.
  
Art. 7.100 bis.[1 Le manager de ligne peut décider qu'il est octroyée à un membre du personnel qui, faute de transport de service, qui se rend par un véhicule automobile privé au lieu de travail, une intervention journalière au montant de 1/20 du coût total d'une carte train mensuelle 2ème classe pour la même distance. Les passagers éventuels ont également droit à cette intervention.]1
  al 2.
  [2 L'indemnité visée à l'alinéa 1er est également accordée au membre du personnel qui reçoit une indemnité vélo pour le même trajet conformément à l'article VII 102.]2
  
Art. 7.98. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De werkplaatsen vermeld in artikel VII 97 en nadere uitvoeringsmaatregelen worden per [2 entiteit, raad of instelling]2 bepaald [1 ...]1.
  
Art. 7.101. Les services où un régime différent et plus favorable est à présent en vigueur, conservent ce régime.
Art. 7.99. § 1. Aan de bestuurders van dienstwagens die in het kader van het woon-werkverkeer geregeld andere personeelsleden gaan ophalen die op een moeilijk bereikbare werkplaats werken als vermeld in artikel VII 96, wordt een jaarlijkse forfaitaire toelage van 254 euro tegen 100 % toegekend. Het personeelslid dat ressorteert onder de specifieke regeling van de winterdienst en buiten die periode personeelsleden ophaalt, ontvangt een jaarlijkse forfaitaire toelage van 127 euro tegen 100 %.
CHAPITRE 4. - Allocation vélo.
Art. 7.100. [1 § 1.]1 <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Bij gebrek aan dienstvervoer heeft het personeelslid dat met een eigen motorvoertuig naar de moeilijk bereikbare werkplaats komt, recht op een tegemoetkoming ten bedrage van de volledige maandelijkse kostprijs van een treinkaart 2e klas voor dezelfde afstand. Ook de eventuele passagiers hebben recht op deze tegemoetkoming.
  [1 § 2. Bij een ononderbroken afwezigheid van ten minste één maand wordt de tegemoetkoming, vermeld in paragraaf 1, stopgezet.
   De voormelde tegemoetkoming wordt stopgezet vanaf de ingangsdatum van de ononderbroken afwezigheid.]1

  
Art. 7.102. [1 § 1er. [3 Le membre du personnel effectuant en tout ou en partie le déplacement de et vers le lieu de travail permanent à vélo ou au speed pedelec, reçoit une indemnité vélo mensuelle sur la base du nombre de jours qu'il effectue effectivement le déplacement vers le lieu de travail permanent.]3
   § 2. L'indemnité visée au paragraphe 1er s'élève à [4 0,25 euro]4 par kilomètre.
   § 3. L'indemnité visée au paragraphe 1er n'est pas due si la distance d'un trajet simple est de moins de 1 kilomètre par jour.
   § 4. [3 Le membre du personnel qui effectue en tout ou en partie le trajet à vélo ou au speed pedelec pendant au moins 80% du nombre de jours qu'il se rend vers le lieu de travail permanent, n'a pas droit, pour ce même trajet, à une intervention dans les frais de transport en commun telle que visée à l'article VII 95.]3
   § 5. [3 Le membre du personnel qui effectue en tout ou en partie le trajet à vélo ou au speed pedelec pendant moins de 80% du nombre de jours qu'il se rend vers le lieu de travail permanent, a également droit à une intervention dans les frais de transport en commun telle que visée à l'article VII 95.]3
   § 6. Sous peine de déchéance du droit, le membre du personnel introduit la demande d'une indemnité vélo au plus tard le dernier jour du mois qui suit le mois auquel l'indemnité vélo a trait.]1

  
Art. 7.100bis.[1 De lijnmanager kan beslissen dat aan een personeelslid dat bij gebrek aan dienstvervoer af en toe met een eigen motorvoertuig naar de moeilijk bereikbare werkplaats komt, een dagelijkse tegemoetkoming toegekend wordt ten bedrage van 1/20 van de volledige kostprijs van een maandtreinkaart 2de klas voor dezelfde afstand. Ook de eventuele passagiers hebben recht op die tegemoetkoming.]1
CHAPITRE 5. - Déplacement domicile-lieu de travail à l'étranger.
Art. 7.101. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De diensten waar nu een andere, meer gunstige regeling bestaat, behouden deze gunstiger regeling.
Art. 7.103. Au membre du personnel visé à l'article VII 90 sont remboursés les frais de déplacement pour le service du bac Breskens-Vlissingen ou le tunnel de l'Escaut occidentale.
HOOFDSTUK 4. - Fietsvergoeding.
CHAPITRE 6. [1 Déplacements domicile-travail pour les membres du personnel atteints d'un handicap, y compris d'une maladie chronique.]1
Art. 7.102. [1 § 1. [3 Het personeelslid dat de verplaatsing van en naar de vaste tewerkstellingsplaats geheel of gedeeltelijk met de fiets of de speedpedelec aflegt, ontvangt een maandelijkse fietsvergoeding op basis van het aantal dagen dat hij de verplaatsing naar de vaste tewerkstellingsplaats effectief aflegt.]3
   § 2. De vergoeding, vermeld in paragraaf 1, is gelijk aan [4 0,25 euro]4 per kilometer.
   § 3. De vergoeding, vermeld in paragraaf 1, is niet verschuldigd als de afstand minder dan 1 kilometer enkele rit per dag bedraagt.
   § 4. [3 Het personeelslid dat op ten minste 80% van het aantal dagen dat hij zich verplaatst naar de vaste tewerkstellingsplaats, het traject geheel of gedeeltelijk met de fiets of de speedpedelec aflegt, heeft voor datzelfde traject geen recht op een tegemoetkoming in de kosten van het openbaar vervoer als vermeld in artikel VII 95.]3
   § 5. [3 Het personeelslid dat minder dan 80% van het aantal dagen dat hij zich verplaatst naar de vaste tewerkstellingsplaats, het traject geheel of gedeeltelijk met de fiets of de speedpedelec aflegt, heeft ook recht op een tegemoetkoming in de kosten van het openbaar vervoer als vermeld in artikel VII 95.]3
   § 6. Op straffe van verval van recht, dient het personeelslid de aanvraag van een fietsvergoeding uiterlijk in op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarop de fietsvergoeding betrekking heeft.]1

  
Art. 7.104. [1 § 1er. Le membre du personnel qui répond aux conditions pour bénéficier d'une carte de stationnement délivrée par le service public fédéral compétent reçoit une intervention pour les déplacements domicile-travail en voiture.
   L'intervention visée à l'alinéa 1er, est égale au prix de revient d'un billet de train de 2e classe pour ce déplacement domicile-travail. L'intervention s'élève à 1/20 du montant mensuel pour les jours de déplacement vers le lieu de travail permanent.
   § 2. Pour un membre du personnel souffrant d'un handicap, y compris d'une maladie chronique, l'intervention pour le déplacement domicile-travail en voiture est égale au prix de revient d'un billet de train de 1re classe pour ce déplacement domicile-travail, pour autant que cette mesure soit incluse dans le protocole d'inclusion.
   Le protocole d'inclusion peut également prévoir d'autres interventions pour les déplacements domicile-travail rendus nécessaires par la gravité et la nature du handicap, y compris de la maladie chronique, du membre du personnel.
   Si l'intervention visée aux alinéas 1er et 2, est fixée forfaitairement, elle est versée à raison de 1/20 du montant mensuel pour les jours où le membre du personnel se rend à son lieu de travail fixe.
   § 3. L'intervention visée aux paragraphes 1er et 2, n'est pas cumulable pour le même trajet partiel avec l'avantage visé à l'article VII 95.]1

  
HOOFDSTUK 5. - Woon-werkververkeer in het buitenland.
CHAPITRE 7. - Intervention pour dommages matériels.
Art. 7.103. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> Aan het personeelslid vermeld in artikel VII 90, worden de kosten voor de veerdienst Breskens-Vlissingen of de Westerscheldetunnel terugbetaald.
Art. 7.105. Aux membres du personnel subissant des dommages au propre véhicule lors de déplacements de service, est octroyée une intervention conformément aux conditions [1 arrêtées par]1 Ministre flamand des Affaires administratives.
  
HOOFDSTUK 6. [1 Woon-werkverkeer voor personeelsleden met een handicap, met inbegrip van een chronische ziekte.]1
CHAPITRE 8. - Assurance hospitalisation.
Art. 7.104. [1 § 1. Het personeelslid dat aan de voorwaarden voldoet om over een parkeerkaart te beschikken die wordt uitgereikt door de bevoegde federale overheidsdienst, ontvangt een tegemoetkoming voor de woon-werkverplaatsing met de wagen.
   De tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, is gelijk aan de kostprijs van een treinkaart tweede klasse voor deze woon-werkverplaatsing. De tegemoetkoming bedraagt 1/20 van het maandbedrag voor de dagen dat de verplaatsing naar de vaste werkplek wordt afgelegd.
   § 2. Voor een personeelslid met een handicap, met inbegrip van een chronische ziekte, is de tegemoetkoming voor de woon-werkverplaatsing met de wagen gelijk aan de kostprijs van een treinkaart eerste klasse voor deze woon-werkverplaatsing, voor zover dat als maatregel is opgenomen in het inclusieprotocol.
   Het inclusieprotocol kan ook andere tegemoetkomingen bevatten in de woon-werkverplaatsing die door de ernst en aard van de handicap, met inbegrip van een chronische ziekte, van het personeelslid noodzakelijk zijn
   Als de tegemoetkoming, vermeld in het eerste en het tweede lid, forfaitair is vastgesteld, wordt ze uitbetaald tegen 1/20 van het maandbedrag voor de dagen dat het personeelslid de verplaatsing naar de vaste werkplek aflegt.
   § 3. De tegemoetkoming, vermeld in paragraaf 1 en 2, is voor hetzelfde deeltraject niet cumuleerbaar met het voordeel, vermeld in artikel VII 95.]1

  
Art. 7.106. Les membres du personnel en activité de service ont droit à une assurance d'hospitalisation, [1 arrêtées par]1 le Ministre flamand des Affaires administratives.
  
HOOFDSTUK 7. - Tegemoetkoming stoffelijke schade.
CHAPITRE 9. - Assistance en justice.
Art. 7.105. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De personeelsleden die schade leiden aan hun eigen voertuig bij dienstverplaatsingen krijgen hiervoor een tegemoetkoming overeenkomstig de voorwaarden, [1 bepaald door]1 de Vlaamse minister van Bestuurszaken.
  
Art. 7.107. Les membres du personnel qui sont poursuivis en justice par des tiers, reçoivent une assistance en justice, aux conditions [1 arrêtées par ]1 du Ministre flamand des Affaires administratives.
  
HOOFDSTUK 8. - Hospitalisatieverzekering.
CHAPITRE 10. [1 Complément à l'allocation pour un membre du personnel contractuel en cas de naissance d'un enfant]1
Art. 7.106. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 58; Inwerkingtreding : 16-03-2007> De personeelsleden in dienstactiviteit hebben recht op een hospitalisatieverzekering onder de voorwaarden, [1 bepaald door]1 de Vlaamse minister van Bestuurszaken.
  
Art. 7.108. Lorsque la totalité des allocations de maternité, payées pendant [1 le repos de maternité]1, est inférieure au traitement net qui correspond à la même période, le membre du personnel contractuel obtient un complément qui est égal à la différence. Ce complément est payé pour un maximum de quinze semaines en cas de naissance d'un enfant, et un maximum de dix-neuf semaines en cas de naissance multiple. [3 ...]3
  En cas de prolongation de la période de repos postnatal conformément à l'article 39, cinquième alinéa, de la loi sur le travail du 16 mars 1971, le complément continue à être payé pendant la durée de ladite prolongation, et au maximum pendant 24 semaines.
  [2 Le règlement visé aux alinéas 1er et 2 s'applique par analogie lorsque le repos de maternité est converti, à l'occasion du décès ou de l'hospitalisation de la mère de l'enfant, en congé de paternité ou congé de co-maternité.]2
  
HOOFDSTUK 9. - Rechtsbijstand.
Art. 7.108bis.[1 Lorsque la totalité des allocations nettes, payées pendant [2 la période du quatrième au dixième jour]2 du congé de naissance, est inférieure au traitement net qui correspond à la même période, le membre du personnel contractuel obtient un complément qui est égal à la différence.]1
Art. 7.107. De personeelsleden die door derden gerechtelijk vervolgd worden, krijgen hiervoor rechtsbijstand onder de voorwaarden, [1 bepaald door]1 de Vlaamse minister van Bestuurszaken.
CHAPITRE 11. [1 - Travail hybride]1
HOOFDSTUK 10. [1 - Aanvulling uitkering voor een contractueel personeelslid bij de geboorte van een kind]1
Art. 7.109.[1 § 1. En cas de travail [2 hybride]2, le gestionnaire de ligne met des moyens à la disposition du membre du personnel. Le manager de ligne détermine les moyens à prendre en charge, en fonction de la fonction et des besoins.
Art. 7.108. Als de totaliteit van de moederschapsuitkeringen, uitbetaald tijdens [1 de moederschapsrust]1, minder bedraagt dan het nettosalaris dat overeenstemt met dezelfde periode, verkrijgt het contractuele personeelslid een aanvulling die gelijk is aan het verschil. Die aanvulling wordt uitbetaald voor maximaal vijftien weken, in geval van geboorte van één kind, en voor maximaal negentien weken, in geval van geboorte van een meerling. [3 ...]3
CHAPITRE 12. [1 - Chèques-repas]1
Art. 7.108 bis.[1 Als de totaliteit van de netto-uitkeringen, uitbetaald tijdens [2 de periode van de vierde tot en met de tiende dag]2 van het geboorteverlof, minder bedraagt dan het nettosalaris dat overeenstemt met dezelfde periode, ontvangt het contractuele personeelslid een aanvulling die gelijk is aan het verschil.]1
  
Art. 7.109 bis.[1 Par jour de travail effectif, chaque membre du personnel a droit à un chèque-repas, quelle que soit la durée des prestations de travail.
   Par dérogation à l'alinéa précedent, les membres du personnel suivants sont exclus du bénéfice des chèques-repas :
   1° les membres du personnel ayant le grade de pilote, fonction de pilote opérationnel [2 ...]2;
   2° les membres du personnel occupés en tant que collaborateur occasionnel [3 auprès de l'agence autonomisée interne Sport Flandre]3 [4 ...]4;
   3° les membres du personnel ayant leur résidence administrative à Vlissingen [3 ...]3;
   4° les membres du personnel qui représentent la Flandre à l'étranger, tels que visés à l'article VII 91 du présent arrêté, ainsi que le personnel d'appui;
   5° les membres du personnel en leur qualité de concierge ou leurs remplaçants;
  [2 6° les membres du personnel pour les jours où ils bénéficient d'une restauration à bord d'une embarcation à charge du budget de l'Autorité flamande.]2
   Par dérogation à l'alinéa premier, le Ministre flamand ayant les affaires administratives dans ses attributions, détermine les services et catégories du personnel où le nombre de chèques-repas est calculé en divisant le nombre total des heures effectivement prestées pendant le trimestre, par 7h36. Si cette opération résulte en un nombre décimal, il est arrondi à l'unité supérieure. Si le nombre ainsi obtenu est supérieur au nombre maximal de jours prestables du travailleur occupé à plein temps pendant le trimestre, il est limité à ce dernier nombre.]1

  [2 Le ministre flamand compétent de la Gouvernance publique arrête également les modalités d'octroi des chèques-repas.]2
  
HOOFDSTUK 11. [1 - Hybride werken]1
Art. 7.109ter.[1 La valeur nominale du chèque-repas s'élève à [3 [4 8,00 euros]4]3 euros, dont [2 1,09]2 euros d'intervention du travailleur et [3 [4 6,91 euros]4]3 euros d'intervention de l'employeur.]1
Art. 7.109. [1 § 1. In geval van [2 hybride]2 werken stelt de lijnmanager middelen ter beschikking van het personeelslid. De lijnmanager bepaalt, afhankelijk van de functie en de behoeften, welke middelen ten laste worden genomen.
   Het personeelslid mag die middelen aanwenden voor persoonlijk gebruik.
  [3 In geval van hybride werken heeft een personeelslid recht op een thuiswerkvergoeding van 20 euro per maand.]3
   De lijnmanager [2 neemt in geval van professioneel gebruik van de eigen internetverbinding een van de volgende beslissingen]2:
   1° de kostprijs van de internetaansluiting en het internetabonnement ten laste nemen via het derde-betalersysteem;
   2° een forfaitaire vergoeding van 20 euro per maand toekennen voor het professionele gebruik van de eigen internetverbinding van het personeelslid.
   § 2. De lijnmanager kan een forfaitaire vergoeding van 20 euro per maand toekennen voor het professionele gebruik van de eigen ICT-toestellen tijdens [2 hybride]2 werken als de volgende voorwaarden voldaan zijn:
   1° het professionele gebruik van een eigen ICT-toestel tijdens [2 hybride]2 werken past binnen het veiligheidsbeleid van een entiteit, raad of instelling;
   2° het personeelslid beschikt niet over een door de werkgever ter beschikking gesteld ICT-toestel dat hij in het kader van [2 hybride]2 werken kan gebruiken.
   § 3. [2 Alleen het personeelslid dat structureel en op regelmatige basis aan thuiswerk doet, krijgt de vergoedingen en de terugbetalingen, vermeld in dit artikel.
   In het eerste lid wordt verstaan onder structureel en op regelmatige basis thuiswerken: het equivalent van één werkdag per week, te beoordelen op maandbasis.
   In het kader van hybride werken heeft het personeelslid geen recht op andere vergoedingen of op de terugbetaling van andere kosten dan de vergoedingen of de terugbetaling, vermeld in dit artikel.]2
]1

  
Art. 7.109 quater.[1 En cas d'un congé tel que visé aux articles X 42 à X 43 inclus, aux articles X 49 à X 53 inclus, et aux articles X 55 à X 58 inclus, le droit aux chèques-repas est maintenu si le traitement continue à être payé par l'Autorité flamande.
   En cas de dispense de service d'un jour ouvrable entier, il n'existe aucun droit aux chèques-repas, à l'exception de la dispense de service telle que visée à l'article X 73 et de la dispense de service comparable à un jour travaillé ou pour la convocation devant le tribunal ou par une autre autorité.
   [2 ...]2
   Il n'existe aucun droit aux chèques-repas en cas de suspension disciplinaire, telle que visée à l'article VII 2, 3°, ou en cas de suspension dans l'interêt du service, telle que visée à la partie IX.
   En cas de participation à une action de cessation concertée du travail, telle que visée à l'article X 5, le membre du personnel perd le droit aux chèques-repas si aucune prestation n'est effectuée ce jour-là. En cas de lock-out, quand l'accès du membre du personnel au lieu de travail a été rendu impossible, le membre du personnel a droit à un chèque-repas s'il fournit une prestation ce jour-là ou s'il justifie l'absence au moyen d'une attestation.]1

  
HOOFDSTUK 12. [1 Maaltijdcheques]1
Art. 7.109quinquies.
Art. 7.109bis.[1 Elk personeelslid heeft per effectieve werkdag recht op één maaltijdcheque, ongeacht de duur van de arbeidsprestaties.
CHAPITRE 13. [1 - Utilisation privée d'une voiture de service]1
Art. 7.109 ter.[1 De nominale waarde van de maaltijdcheque bedraagt [3 [4 8,00 euro]4]3 euro, waarvan [2 1,09]2 euro werknemersbijdrage en [3 [4 6,91 euro]4]3 euro werkgeversbijdrage.]1
  [3 ...]3
  
Art. 7.109 sexies. [1 Dans le respect de la législation fiscale et parafiscale, l'utilisation privée d'une voiture de service peut être autorisée à des membres du personnel pour des motifs fonctionnels.
   L'utilisation privée peut comporter les composantes suivantes :
   1° déplacement domicile-travail
   2° autre utilisation privée à l'intérieur du pays
   3° utilisation privée à l'étranger.
   Le manager de ligne décide de l'utilisation privée de la voiture de service et fixe par membre du personnel pour quelle(s)composante(s) de l'utilisation privée lautorisation est accordée.]1

  
Art. 7.109quater.[1 In geval van een verlof als vermeld in artikel X 42 tot en met X 43; artikel X 49 tot en met X 53, en artikel X 55 tot en met X 58, blijft het recht op maaltijdcheques behouden als het salaris door de Vlaamse overheid wordt doorbetaald.
CHAPITRE 14. [1 - Allocations familiales]1
Art. 7.109 septies.[1 Les allocations familiales sont octroyées aux montants et aux conditions visés à la réglementation applicable au sein de l'entité fédérée compétente.
   L'entité fédérée compétente est établie conformément à l'article 2 de l'accord de coopération du 6 septembre 2017 entre la Communauté flamande, la Région wallonne, la Commission communautaire commune et la Communauté germanophone concernant les facteurs de rattachement, la gestion des charges du passé, l'échange de données en matière d'allocations familiales et les règles pratiques relatives au transfert de compétences entre les caisses d'allocations familiales.]1

  
HOOFDSTUK 13. [1 - Privégebruik van een dienstwagen]1
Art. 7.109octies.[1 Outre les allocations familiales octroyées conformément à l'article VII 109septies, les membres du personnel expatriés du [2 Ministère flamand de la Chancellerie, de la Gouvernance publique, des Affaires étrangères et de la Justice]2 et les Attachés économiques et commerciaux de la Flandre et les attachés technologiques de l'Agence flamande pour l'Entrepreneuriat international exerçant leur fonction à l'étranger pendant plus de six mois consécutifs, reçoivent également un supplément mensuel égal au double du montant de l'allocation précitée.
Art. 7.109sexies.[1 Met inachtneming van de fiscale en parafiscale wetgeving kan om functionele redenen aan personeelsleden het privégebruik van een dienstwagen worden toegestaan.
CHAPITRE 15. [1 - Pension complémentaire pour les membres du personnel contractuels.]1
HOOFDSTUK 14. [1 - Kinderbijslag]1
Art. 7.109novies.[1 [3 Le membre du personnel contractuel a droit à une pension complémentaire que l'employeur finance au moyen de contributions fixes des pourcentages suivants du traitement :
Art. 7.109septies.[1 De gezinsbijslagen worden toegekend tot de bedragen en onder de voorwaarden, vermeld in de reglementering die van toepassing is binnen de bevoegde deelentiteit.
CHAPITRE 16. [1 Frais pour l'installation et l'entretien annuel d'une station de charge domestique pour des véhicules de service entièrement électriques et des véhicules de service hybrides rechargeables.]1
Art. 7.109 octies.[1 De uitgezonden personeelsleden van het [2 Vlaams Ministerie Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie]2 en de Vlaamse economisch vertegenwoordigers en technologieattachés van het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen, die gedurende meer dan zes achtereenvolgende maanden hun ambt in het buitenland uitoefenen, ontvangen naast de gezinsbijslagen die toegekend worden conform artikel VII 109septies, ook een maandelijks supplement dat gelijk is aan twee keer het bedrag van die voormelde bijslag.
   Aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die naar België terugkeren en die hun recht op de gezinsbijslagen, vermeld in het eerste lid, behouden, worden de gezinsbijslagen en de supplementen, vermeld in het eerste lid, na hun terugkeer verder toegekend voor hun kinderen die in het buitenland voortstuderen.
   Het supplement, vermeld in het eerste lid, wordt alleen toegekend op de niet-inkomensgerelateerde gezinsbijslagen en toeslagen die maandelijks worden uitbetaald.
   In afwijking van het derde lid wordt geen supplement toegekend op de volgende toeslagen van de volgende bevoegde deelentiteiten:
   1° de Vlaamse Gemeenschap:
   a. de pleegzorgtoeslag, vermeld in artikel 17 en artikel 219 en 220 van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;
   b. de forfaitaire toeslag voor een kind dat in een instelling is geplaatst, vermeld in artikel 221 van het voormelde decreet;
   c. de sociale toeslagen, vermeld in artikel 222 tot en met 224 van het voormelde decreet;
   2° de Duitstalige Gemeenschap:
   a. de bijslag voor grote gezinnen, vermeld in artikel 17 en 18 van het decreet van 23 april 2018 betreffende de gezinsbijslagen;
   b. de sociale bijslag, vermeld in artikel 19 en 20 van het voormelde decreet;
   3° het Waalse Gewest:
   a. de forfaitaire bijslag, vermeld in artikel 10 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen;
   b. de toeslagen, vermeld in artikel 11, 12, 13 en 14 van het voormelde decreet;
   4° de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie:
   a. de sociale toeslag, vermeld in artikel 9 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag;
   b. de forfaitaire bijslagen, vermeld in artikel 13 en 14 van de voormelde ordonnantie.]1

  
Art. 7.109 decies. [1 L'employeur prend entièrement à charge les frais de l'installation et de l'entretien annuel d'une station de charge domestique pour le membre du personnel qui dispose d'un véhicule de service entièrement électrique ou d'un véhicule de service hybride rechargeable en application de l'article V 12bis ou VII 109sexies.]1
  
HOOFDSTUK 15. [1 - Aanvullend pensioen voor de contractuele personeelsleden.]1
CHAPITRE 17. [1 - Leasing vélo]1
Art. 7.109 novies.[1 [3 Het contractuele personeelslid heeft recht op een aanvullend pensioen, dat de werkgever financiert met vaste bijdragen van de volgende percentages van het salaris:
   1° 3% in kalenderjaar 2018, 2019, 2020, 2021, 2022,2023 en voor de maanden januari tot en met mei van het kalenderjaar 2024;
   2° 5% en 8% vanaf de maand juni van het kalenderjaar 2024.
   De percentages voor de kalenderjaren, vermeld in het eerste lid, 2°, worden op de volgende wijze toegepast:
   1° voor het percentage van 5% wordt het salaris beperkt tot 36.614 euro (100 %);
   2° voor het percentage van 8% wordt het gedeelte van het salaris genomen dat 36.614 euro (100%) overschrijdt.
   Voor de berekening van de bijdrage, vermeld in het eerste lid, wordt onder salaris verstaan: het gemiddelde van het voltijdse bruto maandsalaris van de eerste en de laatste tewerkstellingsmaand van het kalenderjaar, in voorkomend geval verhoogd met de haard- of standplaatstoelage, vermeld in artikel VII 18 en VII 19, en vermenigvuldigd met de factor 13,82]3
.
   Het recht, vermeld in het eerste lid, wordt opgebouwd naar rata van de prestaties.
   [2 De periodes van afwezigheid door ziekteverlof, moederschapsrust, vader- of meemoederschapsverlof, geboorteverlof en de dienstvrijstelling in het kader van artikel 42 van de arbeidswet van 16 maart 1971 worden gelijkgesteld met werkelijk geleverde prestaties.]2
   Het aanvullend pensioen wordt bij pensionering uitbetaald in de vorm van een eenmalig kapitaal, tenzij het personeelslid de omzetting in rente vraagt. Als het personeelslid overlijdt voor hij met pensioen gaat, worden de verworven reserves uitbetaald aan de begunstigde(n).
   De volgende personen zijn uitgesloten van de aanvullende pensioenregeling, vermeld in het eerste tot en met het [3 zesde]3 lid:
   1° het personeelslid met een arbeidsovereenkomst voor studenten;
   2° het personeelslid dat niet onder de Belgische Sociale Zekerheid ressorteert;
   3° het personeelslid van Sport Vlaanderen met een arbeidsovereenkomst voor occasioneel personeel (AOP);
   4° de occasionele lesgever van de VDAB, vermeld in artikel 1, 10°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
   Het contractuele personeelslid valt onder de aanvullende pensioentoezegging vanaf de datum van de contractuele indiensttreding en ten vroegste vanaf 1 januari 2018.]1

  
Art. 7.109 undecies. [1 Le membre du personnel qui, en application de l'article VII 22, § 4, ou de l'article X 9, § 4, choisit expressément de convertir l'allocation de fin d'année, des jours de vacances annuelles ou une combinaison des deux en tout ou en partie en des avantages dans le cadre du leasing vélo, édifie pendant la période de référence visée à l'article VII 22, § 1er, un budget pour financer les avantages dans le cadre du leasing vélo, et s'engage à utiliser ces avantages conformément à la politique vélo en vigueur, telle qu'approuvée par le ministre flamand chargé de la gouvernance publique.
  La valeur d'un jour de vacances annuelles converti par le membre du personnel en application de l'article X 9, § 4, est calculée en divisant le salaire annuel brut du mois de novembre de l'année précédant l'année de vacances, majoré de l'allocation de foyer ou de résidence éventuelle, par 260.
  Les membres du personnel suivants sont exclus des avantages dans le cadre du leasing vélo, visés à l'alinéa 1er :
  1. le membre du personnel qui représente la Flandre à l'étranger, visé à l'article VII 91, ainsi que le personnel d'appui ;
  2. le membre du personnel qui ne relève pas de la sécurité sociale belge.
  Les avantages dans le cadre du leasing vélo, visés à l'alinéa 1er, ne peuvent être cumulés avec le crédit de mobilité, visé à l'article V 12bis.]1

  
HOOFDSTUK 16. [1 - Kosten voor de installatie en het jaarlijkse onderhoud van een thuislaadpunt voor volledig elektrische dienstvoertuigen en dienstvoertuigen die plug-in hybrides zijn.]1
CHAPITRE 18. [1 - Ecochèques]1
Art. 7.109 decies. [1 De werkgever neemt de kosten voor de installatie en het jaarlijkse onderhoud van een thuislaadpunt volledig ten laste voor het personeelslid dat met toepassing van artikel V 12bis of VII 109sexies beschikt over een volledig elektrisch dienstvoertuig of over een dienstvoertuig dat een plug-in hybride is.]1
  
Art. 7.109 duodecies. [1 Chaque membre du personnel employé au 30 novembre 2022 reçoit des écochèques d'une valeur de 250 euros pour l'année civile 2022. Chaque membre du personnel employé au 31 décembre 2022 reçoit des écochèques d'une valeur de 250 euros pour l'année civile 2023.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les membres du personnel suivants ne reçoivent pas d'écochèques :
   1° le membre du personnel ayant un contrat de travail pour étudiants ;
   2° le membre du personnel qui ne relève pas de la sécurité sociale belge ;
   3° le membre du personnel de Sport Flandre (" Sport Vlaanderen ") ayant un contrat de travail pour personnel occasionnel ;
   4° l'enseignant occasionnel du VDAB (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), visé à l'article 1er, 10°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 mai 2014 portant règlement spécifique à l'agence du statut du personnel de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (" Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ").]1

  
HOOFDSTUK 17. [1 - Fietsleasing]1
Art. 7.109terdecies. [1 Par dérogation à l'article VII 109duodecies, alinéa 1er, pour les années civiles visées à l'article VII 109duodecies, alinéa 1er, il n'y a pas de droit aux écochèques si le membre du personnel prend une des formes de congé suivantes le 30 novembre 2022, respectivement le 31 décembre 2022 :
Art. 7.109undecies. [1 Het personeelslid dat er met toepassing van artikel VII 22, § 4, of artikel X 9, § 4, uitdrukkelijk voor kiest om de eindejaarstoelage, jaarlijkse vakantiedagen of een combinatie van beide geheel of gedeeltelijk in te zetten tegen voordelen in het kader van fietsleasing, bouwt gedurende de referteperiode, vermeld in artikel VII 22, § 1, een budget op om de voordelen in het kader van fietsleasing te financieren en verbindt zich er toe van die voordelen gebruik te maken conform het geldende fietsbeleid zoals goedgekeurd door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.
CHAPITRE 19. [1 - Chèques sport et culture]1
HOOFDSTUK 18. [1 - Ecocheques]1
Art. 7.109quaterdecies. [1 Chaque membre du personnel employé au 31 décembre 2022 reçoit des chèques sport et culture d'une valeur de 30 euros pour l'année civile 2023.
Art. 7.109 duodecies. [1 Elk personeelslid dat in dienst is op 30 november 2022, ontvangt voor het kalenderjaar 2022 ecocheques ter waarde van 250 euro. Elk personeelslid dat in dienst is op 31 december 2022, ontvangt voor het kalenderjaar 2023 ecocheques ter waarde van 250 euro.
   In afwijking van het eerste lid krijgen de volgende personeelsleden geen ecocheques:
   1° het personeelslid met een arbeidsovereenkomst voor studenten;
   2° het personeelslid dat niet onder de Belgische sociale zekerheid ressorteert;
   3° het personeelslid van Sport Vlaanderen met een arbeidsovereenkomst voor occasioneel personeel;
   4° de occasionele lesgever van de VDAB, vermeld in artikel 1, 10°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 houdende de agentschapspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.]1

  
Art. 7.109 quinquiesdecies. [1 Par dérogation à l'article VII 109quaterdecies, alinéa 1er, le membre du personnel n'a pas droit aux chèques sport et culture s'il prend une des formes de congé suivantes le 31 décembre 2022 :
   1° du congé non payé, tel que visé à l'article X 62, § 1er, alinéa 1er, 2° et 3°, pendant un an ;
   2° du congé de faveur standardisé pendant un an ou plus, tel que visé à l'article X 81bis.]1

  
Art. 7.109terdecies. [1 In afwijking van artikel VII 109duodecies, eerste lid, is er voor de kalenderjaren, vermeld in artikel VII 109duodecies, eerste lid, geen recht op ecocheques, als het personeelslid op 30 november 2022, respectievelijk 31 december 2022, een van de volgende verlofvormen opneemt:
TITRE V.
HOOFDSTUK 19. [1 - Sport- en cultuurcheques.]1
CHAPITRE 1er.
Art. 7.109 quaterdecies. [1 Elk personeelslid dat in dienst is op 31 december 2022, ontvangt voor het kalenderjaar 2023 sport- en cultuurcheques ter waarde van 30 euro.
   In afwijking van het eerste lid krijgen de volgende personeelsleden geen sport- en cultuurcheques:
   1° het personeelslid met een arbeidsovereenkomst voor studenten;
   2° het personeelslid dat niet onder de Belgische sociale zekerheid ressorteert;
   3° het personeelslid van Sport Vlaanderen met een arbeidsovereenkomst voor occasioneel personeel (AOP);
   4° de occasionele lesgever van de VDAB, vermeld in artikel 1, 10°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 houdende de agentschapspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.]1

  
Art. 7.109 quinquiesdecies. [1 In afwijking van artikel VII 109quaterdecies, eerste lid, heeft het personeelslid geen recht op sport- en cultuurcheques, als het personeelslid op 31 december 2022, een van de volgende verlofvormen opneemt:
   1° onbetaald verlof, als vermeld in artikel X 62, § 1, eerste lid, 2° en 3° gedurende één jaar;
   2° gestandaardiseerd gunstverlof gedurende een jaar of meer, als vermeld in artikel X 81bis.]1

  
TITEL V.
Art. 7.112.
HOOFDSTUK 1.
Art. 7.113.
Art. 7.172.
CHAPITRE 2.
HOOFDSTUK 2.
Art. 7.179.
Art. 7.192.
CHAPITRE 3.
Art. 7.194.
CHAPITRE 4.
HOOFDSTUK 3.
Art. 7.197.
HOOFDSTUK 4.
CHAPITRE 5.
HOOFDSTUK 5.
Art. 7.202.
Art. 7.202.
CHAPITRE 6.
Art. 7.204.
CHAPITRE 7.
HOOFDSTUK 6.
Art. 7.208.
HOOFDSTUK 7.
Art. 7.210.
Art. 7.214.
CHAPITRE 8.
Art. 7.216.
CHAPITRE 9.
HOOFDSTUK 8.
PARTIE VIIbis. [1 Rémunération du membre du personnel en service avant le 1er juin 2024]1
Art. 7bis.1. [1 [2 Le titre 1er et le titre 2 de la présente partie s'appliquent]2:
   1° au membre du personnel qui est en service avant le 1er juin 2024, et qui ne choisit pas volontairement de relever du champ d'application de la partie VII ;
   2° au membre du personnel qui entre en service après le 31 mai 2024 dans une fonction déclarée vacante avant le 1er juin 2024 ;
   3° aux [3 fonctions de management du niveau N]3 et aux fonctions de directeur général, ainsi qu'aux fonctions de directeur général et de directeur général adjoint ;
   4° au chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique ;
   Le membre du personnel, visé à l'alinéa 1er, points 3° et 4°, ne peut pas passer au régime de rémunération repris dans la partie VII, chapitre 1er.
  [2 Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er, 1° et 2°, peut passer au système de rémunération basé sur la partie VII avant le mouvement de personnel]2.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 3, le membre du personnel est transféré avant une promotion dans le système de rémunération basé sur la partie VII.
   Si un mouvement de personnel a lieu le même jour civil que le passage au système de rémunération sur la base de la partie VII, l'effet du passage au système de rémunération sur la base de la partie VII a la priorité sur le mouvement de personnel.]2

   L'entrée dans une fonction de management ou de chef de projet du niveau N-1 par un membre du personnel de rang A2E ou inférieur, est assimilée à une promotion telle que visée à l'alinéa 3.]1

  
HOOFDSTUK 9.
TITRE Ier. [1 - Le salaire]1
Art. 7bis.2. [1 Le fonctionnaire est rémunéré dans l'échelle de traitement telle que visée à l'article VIIbis 16 et il reçoit le traitement correspondant au nombre d'années d'ancienneté pécuniaire et au nombre d'années d'ancienneté barémique.
   Le passage aux échelles de traitement suivantes se fait après le nombre d'années d'ancienneté barémique, telle que visée à l'article VIIbis 16.]1

  
DEEL VIIbis. [1 verloning voor het personeelslid in dienst vóór 1 juni 2024.]1
Art. 7bis.3. [1 § 1er. L'ancienneté barémique correspond aux services effectifs que le fonctionnaire a prestés auprès des services de l'Autorité flamande, en qualité de fonctionnaire stagiaire et de fonctionnaire définitif dans l'échelle de traitement en question.
Art. 7bis.1. [1 [2 Titel 1 en titel 2 van dit deel zijn van toepassing op]2:
   1° het personeelslid dat in dienst is vóór 1 juni 2024, en dat er niet vrijwillig voor kiest onder het toepassingsgebied van deel VII te vallen;
   2° het personeelslid dat in dienst treedt na 31 mei 2024 in een betrekking die vóór 1 juni 2024 werd vacant verklaard;
   3° de [3 managementfuncties van N-niveau]3 en de functies van algemeen directeur, alsook de functies van directeur-generaal en adjunct-directeur-generaal;
   4° het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad;.
   Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, punt 3° en 4°, kan niet overstappen naar de verloningsregeling die opgenomen is in deel VII, hoofdstuk 1.
   [2 Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kan vóór de personeelsbeweging overstappen naar het salarissysteem op basis van deel VII.]2.
  [2 In afwijking van het derde lid, stapt het personeelslid vóór een bevordering over naar het salarissysteem op basis van deel VII.
   Als een personeelsbeweging op dezelfde kalenderdag plaatsvindt als de overstap naar het salarissysteem op basis van deel VII, heeft de uitwerking van de overstap naar het salarissysteem op basis van deel VII voorrang op de personeelsbeweging.]2

   Het opnemen van een management- of projectleidersfunctie van N-1 niveau door een personeelslid van rang A2E of lager, wordt gelijkgesteld met een bevordering als vermeld in het derde lid.]1

  
Art. 7bis.4. [1 Lorsque le fonctionnaire accède à une échelle de traitement suivante de la carrière fonctionnelle ou à un grade hiérarchique supérieur entre le 1er juillet et le 30 juin de l'année suivante, sa carrière suivra le régime normal dans la nouvelle échelle de traitement ou dans le nouveau grade, pour la période restante jusqu'au 30 juin de l'année suivante.]1
  
TITEL I. [1 - Het salaris]1
Art. 7bis.5. [1 De plus, l'attribution d'une échelle de traitement plus élevée dans la carrière fonctionnelle ou d'une autre fonction peut être subordonnée à l'obtention de brevets ou de certificats ou à la réussite d'une épreuve comparative des compétences, conformément aux dispositions de la description de fonction.]1
Art. 7bis.2. [1 De ambtenaar wordt bezoldigd in de salarisschaal zoals bepaald in artikel VIIbis 16 en ontvangt het salaris dat overeenstemt met het aantal jaren geldelijke anciënniteit en het aantal jaren schaalanciënniteit.
   De overgang naar de volgende salarisschalen vindt plaats na het aantal jaren schaalanciënniteit, zoals bepaald in artikel VIIbis 16.]1

  
Art. 7bis.6. [1 § 1er. Par dérogation à l'article VIIbis 16, 2°, le fonctionnaire du rang A1 (personnel scientifique) est inséré dans le deuxième échelon de la carrière fonctionnelle, à savoir l'échelle de traitement A166 :
   1° s'il est titulaire de l'un des diplômes suivants :
   a) master en médecine (titre professionnel de médecin) ;
   b) master en médecine vétérinaire ;
   c) master en ingénierie ;
   d) master en bioingénierie ;
   e) master en soins pharmaceutiques ;
   f) master en développement de médicaments ;
   2° par mesure transitoire, s'il est titulaire de l'un des diplômes suivants :
   a) médecin ;
   b) vétérinaire ;
   c) ingénieur civil ;
   d) ingénieur agronome ;
   e) ingénieur en chimie et en industries agricoles ;
   f) bio-ingénieur ;
   g) pharmacien ;
   3° s'il est titulaire d'un doctorat obtenu sur présentation d'une thèse ou d'un diplôme ou certificat reconnu comme équivalent à l'un des diplômes, visés aux points 1° et 2°, en vertu des directives de l'Union européenne ou d'un accord bilatéral.
   § 2. Par dérogation à l'article VIIbis 16, 2°, un fonctionnaire du rang A1 (personnel scientifique) est promu au deuxième échelon de la carrière fonctionnelle, à savoir l'échelle de traitement A166, le premier jour du mois qui suit la délivrance du doctorat, du diplôme ou du certificat qu'il acquiert au cours de sa carrière auprès de l'entité, du conseil ou de l'établissement.
   § 3. Un fonctionnaire du rang A1 (personnel scientifique), titulaire de l'échelle de traitement A166, qui possède un doctorat obtenu sur présentation d'une thèse ou un diplôme ou certificat reconnu comme équivalent en vertu des directives de l'Union européenne ou d'un accord bilatéral, et qui compte au moins quatre ans de prestations effectives dans les services de l'Autorité flamande et les patrimoines dotés de la personnalité juridique et six ans d'activités scientifiques pertinentes pour la fonction, peut être promu au troisième échelon de la carrière fonctionnelle, à savoir l'échelle de traitement A167, par le manager de ligne de l'entité, du conseil ou de l'établissement, par dérogation à l'article VIIbis 16, 2°.]1

  
Art. 7bis.3. [1 § 1. De schaalanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de diensten van de Vlaamse overheid heeft verricht in de hoedanigheden van ambtenaar op proef en vastbenoemde in de salarisschaal in kwestie.
   De Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken, beslist of en, in voorkomend geval, in welke mate, de voorgaande prestaties die verricht zijn bij de diensten die niet behoren tot de diensten van de Vlaamse overheid, in aanmerking komen voor de schaalanciënniteit.
   Het gaat om prestaties die verricht zijn bij:
   1° de diensten en instellingen van de Belgische staat;
   2° de diensten en instellingen van de gemeenschappen en gewesten;
   3° de diensten en instellingen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte;
   4° de diensten en instellingen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
   5° de provincies, gemeenten en OCMW's van België.
   § 2. De schaalanciënniteit wordt jaarlijks opgebouwd op basis van de functioneringsevaluatie op een van de volgende wijzen:
   1° tegen een normale snelheid, waarbij de in aanmerking komende diensten gelijk zijn aan de werkelijke diensten;
   2° hetzij vertraagd, waarbij de diensten die in aanmerking komen:
   a) gelijk zijn aan de helft van de werkelijke diensten als de functioneringsevaluatie met de aanduiding `loopbaanvertraging' besloten wordt;
   b) vervallen als de functioneringsevaluatie met een `onvoldoende' besloten wordt.
   De opbouw van de schaalanciënniteit, vermeld in het eerste lid, heeft uitwerking op 1 juli van het jaar dat volgt op het evaluatiejaar, gedurende een periode van twaalf maanden.
   § 3. In afwijking van paragraaf 2 bouwen de volgende ambtenaren schaalanciënniteit op tegen een normale snelheid:
   1° ambtenaren met verlof voor opdracht;
   2° ambtenaren met militaire dienst of burgerdienst;
   3° ambtenaren met vakbondsverlof als vaste afgevaardigde.
   In afwijking van paragraaf 2 bouwen de volgende ambtenaren geen schaalanciënniteit op:
   1° ambtenaren met een volledige onderbreking van de loopbaan in het kader van het zorgkrediet of met en voltijdse loopbaanonderbreking in het kader van een federaal zorgverlof, met uitzondering van het voltijds ouderschapsverlof;
   2° ambtenaren met voltijds politiek verlof;
   3° ambtenaren tijdens een periode van tuchtschorsing, als vermeld in artikel VIII 2, 3°.]1

  
Art. 7bis.7. [1 Le manager de ligne de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut, sur avis de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement, conférer au fonctionnaire du rang A1 du personnel scientifique ayant accompli six ans de prestations effectives dans l'échelle de traitement A167 le titre d'attaché scientifique-expert et lui accorder l'échelle de traitement A168, s'il remplit l'une des conditions suivantes :
   1° il est titulaire d'un doctorat obtenu sur présentation d'une thèse ou d'un diplôme ou certificat reconnu comme équivalent en vertu des directives de l'Union européenne ou d'un accord bilatéral ;
   2° il livre la preuve d'avoir effectué un travail scientifique exceptionnel dans une certaine branche de la science à laquelle la fonction a trait, qui peut être comparé à un doctorat obtenu sur présentation d'une thèse, et ce sur la base de son évaluation fonctionnelle.
   Pour l'application du présent article, l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement est complété d'au moins deux scientifiques de premier rang de la discipline en question, qui participent aux décisions.]1

  
Art. 7bis.4. [1 Als een ambtenaar tussen 1 juli en 30 juni van het daarop volgende jaar overgaat naar een volgende salarisschaal in de functionele loopbaan of naar een hogere hiërarchische graad, verkrijgt hij in zijn nieuwe salarisschaal of graad de normale loopbaansnelheid voor de resterende periode tot en met 30 juni van het daarop volgende jaar.]1
  
Art. 7bis.8. [1 Le manager de ligne de l'entité, du conseil ou de l'établissement peut, sur avis de l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement, accorder au fonctionnaire du rang A2 du personnel scientifique dont il relève et ayant accompli dix ans de prestations effectives dans l'échelle de traitement A265, l'échelle de traitement A266, sur la base de son évaluation fonctionnelle.
   Pour l'application du présent article, l'organe de management de l'entité, du conseil ou de l'établissement est complété d'au moins deux scientifiques de premier rang de la discipline en question, qui participent aux décisions.]1

  
Art. 7bis.5. [1 De toekenning van de hogere salarisschaal in de functionele loopbaan of van een andere functie kan bovendien afhankelijk worden gesteld van het behalen van brevetten of getuigschriften of van het slagen voor een vergelijkende competentieproef zoals bepaald in de functiebeschrijving.]1
  
Art. 7bis.9. [1 Le membre du personnel contractuel reçoit l'échelle de traitement initiale du fonctionnaire avec le même emploi ou un emploi équivalent, sauf disposition réglementaire contraire.]1
  
Art. 7bis.6. [1 § 1. In afwijking van artikel VIIbis 16, 2°, start de ambtenaar van rang A1 (wetenschappelijk personeel) op de tweede trap van de functionele loopbaan, namelijk de salarisschaal A166:
   1° als hij houder is van een van de volgende diploma's:
   a) master in de geneeskunde (beroepstitel arts);
   b) master in de diergeneeskunde;
   c) master in de ingenieurswetenschappen;
   d) master in de bio-ingenieurswetenschappen;
   e) master in de farmaceutische zorg;
   f) master in de geneesmiddelenontwikkeling;
   2° bij overgangsmaatregel, als hij houder is van een van de volgende diploma's:
   a) arts;
   b) dierenarts;
   c) burgerlijk ingenieur;
   d) landbouwkundig ingenieur;
   e) ingenieur in de scheikunde en de landbouwindustrieën;
   f) bio-ingenieur;
   g) apotheker;
   3° als hij een doctoraat op proefschrift of een diploma of certificaat bezit dat met toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord als gelijkwaardig wordt erkend met een van de diploma's, vermeld in 1° en 2°.
   § 2. In afwijking van artikel VIIbis 16, 2°, wordt een ambtenaar van rang A1 (wetenschappelijk personeel) bevorderd tot de tweede trap van de functionele loopbaan, namelijk de salarisschaal A166, op de eerste van de maand die volgt op de toekenning van het doctoraat, diploma of certificaat dat hij tijdens zijn loopbaan in de entiteit, raad of instelling verwerft.
   § 3. Een ambtenaar van rang A1 (wetenschappelijk personeel), titularis van de salarisschaal A166, die houder is van een doctoraat op proefschrift of van een diploma of certificaat dat met toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord als gelijkwaardig daarmee wordt erkend, en die ten minste vier jaar werkelijke prestaties binnen de diensten van de Vlaamse overheid en de patrimonia die met rechtspersoonlijkheid bekleed zijn, en zes jaar functierelevante wetenschappelijke activiteit telt, kan door de lijnmanager van de entiteit, raad of instelling, in afwijking van artikel VIIbis 16, 2°, bevorderd worden tot de derde trap van de functionele loopbaan, namelijk de salarisschaal A167.]1

  
Art. 7bis.10. [1 § 1er. En cas de mobilité horizontale, le fonctionnaire est nommé dans le grade auquel appartient l'emploi vacant et inséré dans l'échelle de traitement y afférente, à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle du nouveau grade. Il conserve l'ancienneté barémique qu'il a acquise dans le dernier grade.
   Le conseiller qui est en service avant le 1er juin 2024, ayant l'échelle de traitement A218, A251 ou A252, qui est transféré au grade de conseiller, et qui ne choisit pas volontairement de relever de la partie VII, conserve l'échelle de traitement A218, A251 ou A252.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, l'ancienneté barémique lors d'une nomination à un grade avec une carrière fonctionnelle plus courte que celle du dernier grade est réduite au prorata de la différence d'ancienneté barémique pour atteindre l'échelon suivant.
   § 2. Le membre du personnel contractuel qui est en service avant le 1er juin 2024, qui ne choisit pas volontairement de relever de la partie VII, reçoit en cas de mobilité horizontale un contrat de travail avec l'échelle de traitement ou avec la carrière pécuniaire correspondant à la nouvelle fonction contractuelle. La totalité des prestations dans la fonction contractuelle antérieure entre en ligne de compte pour la fixation du traitement ou de l'échelle de traitement dans la nouvelle fonction contractuelle.
   § 3. Le membre du personnel contractuel qui ne choisit pas volontairement de relever de la partie VII et qui est transféré à une fonction statutaire, est nommé dans le grade auquel appartient l'emploi vacant et inséré dans l'échelle de traitement y afférente.]1

  
Art. 7bis.7. [1 De lijnmanager van de entiteit, raad of instelling kan na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling aan een ambtenaar van rang A1 van het wetenschappelijk personeel die zes jaar werkelijke prestaties in de salarisschaal A167 telt, de titel van wetenschappelijk attaché-expert en de salarisschaal A168 toekennen, als hij aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
   1° hij is houder van een doctoraat op proefschrift of van een diploma of certificaat dat met toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord als gelijkwaardig daarmee wordt erkend;
   2° hij levert het bewijs dat hij in een tak van de wetenschap waarop het ambt betrekking heeft, uitzonderlijk wetenschappelijk werk heeft verricht dat met een doctoraat op proefschrift kan worden vergeleken, op basis van zijn functioneringsevaluatie.
   Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling wordt voor de toepassing van dit artikel uitgebreid met minimaal twee toonaangevende wetenschappers van het vakgebied in kwestie, die meebeslissen.]1

  
Art. 7bis.11. [1 Pour les augmentations périodiques de traitement au cours de la carrière dans la fonction, toutes les périodes d'activité de service sont prises en compte.
   Les prestations contractuelles sous contrat à temps partiel sont prises en compte selon le régime de prestations.]1

  
Art. 7bis.8. [1 De lijnmanager van de entiteit, raad of instelling kan na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling aan de ambtenaar van rang A2 van het wetenschappelijk personeel die onder hem ressorteert en tien jaar werkelijke prestaties in de salarisschaal A265 telt, op basis van zijn functioneringsevaluatie de salarisschaal A266 toekennen.
   Het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling wordt voor de toepassing van dit artikel uitgebreid met minimaal twee toonaangevende wetenschappers van het vakgebied in kwestie, die meebeslissen.]1

  
Art. 7bis.12. [1 Pour le membre du personnel promu au niveau A, l'ancienneté pécuniaire est prise en compte à partir de l'âge de 23 ans.
   Dans le cas d'un mouvement du personnel, le membre du personnel peut faire valoriser l'expérience pertinente à la fonction supplémentaire conformément à l'article VII 3.]1

  
Art. 7bis.9. [1 Het contractuele personeelslid krijgt de beginsalarisschaal van de ambtenaar met dezelfde of een gelijkwaardige betrekking, tenzij reglementair anders is bepaald.]1
  
Art. 7bis.13. [1 § 1er. Un fonctionnaire qui est promu en rang ou niveau n'obtient, à aucun moment, un traitement inférieur à celui qu'il aurait obtenu dans son ancien rang ou niveau en vertu du régime applicable à la date de sa promotion.
   § 2. Le membre du personnel qui est transféré ou qui obtient un changement de grade spécifique, est inséré dans le statut du personnel de l'entité, du conseil ou de l'établissement dans lequel il se retrouve.
   § 3. Si une échelle de traitement supérieure est reliée à l'exercice d'une certaine fonction, le fonctionnaire perd son droit à cette échelle de traitement en cas de changement d'affectation.]1

  
Art. 7bis.10. [1 § 1. Ingeval van horizontale mobiliteit, wordt de ambtenaar benoemd in de graad waartoe de vacante betrekking behoort en ingeschaald in de salarisschaal die daaraan verbonden is, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. Hij behoudt de schaalanciënniteit die hij in de laatste graad verworven heeft.
   De adviseur die in dienst is vóór 1 juni 2024, met salarisschaal A218, A251 of A252, die overgeplaatst wordt naar de graad van adviseur, en die er niet vrijwillig voor opteert te ressorteren onder deel VII, behoudt salarisschaal A218, A251 of A252.
   In afwijking van het eerste lid wordt de schaalanciënniteit bij een benoeming in een graad met een functionele loopbaan van kortere duur dan die van de laatste graad, breuksgewijs herleid pro rata het verschil in schaalanciënniteit om de volgende trap te bereiken.
   § 2. Het contractuele personeelslid dat in dienst is vóór 1 juni 2024, dat er niet vrijwillig voor opteert te ressorteren onder deel VII, krijgt in geval van horizontale mobiliteit een arbeidsovereenkomst met de salarisschaal of met de geldelijke loopbaan die verbonden is aan de nieuwe contractuele functie. De totaliteit van de prestaties in de vorige contractuele functie telt mee om het salaris of de salarisschaal in de nieuwe contractuele functie te bepalen.
   § 3. Het contractuele personeelslid dat er niet vrijwillig voor opteert te ressorteren onder deel VII en dat wordt overgeplaatst naar een statutaire functie, wordt benoemd in de graad waartoe de vacante betrekking behoort en wordt ingeschaald in de salarisschaal die daaraan verbonden is.]1

  
Art. 7bis.14. [1 Pour le fonctionnaire ayant obtenu l'évaluation fonctionnelle " insuffisant ", la première augmentation de traitement périodique est retardée pendant six mois.]1
  
Art. 7bis.11. [1 Voor de periodieke salarisverhogingen tijdens de loopbaan in de functie komen alle perioden van dienstactiviteit in aanmerking.
   Contractuele prestaties met een deeltijds contract komen in aanmerking volgens de prestatieregeling.]1

  
Art. 7bis.15. [1 § 1er. [2 § 1er. Le traitement mensuel, augmenté de l'allocation de foyer ou de résidence, du membre du personnel âgé de vingt et un ans n'est jamais inférieur à un douzième de 13 234,20 EUR à 100 %.
   Si nécessaire, la différence est octroyée sous la forme d'un supplément de traitement]2
.
   § 2.[2 ...]2.
   § 3. Pour déterminer l'âge du membre du personnel, l'anniversaire qui tombe à une date autre que le premier du mois, est toujours reporté au premier du mois suivant.]1

  
Art. 7bis.12. [1 Voor het personeelslid dat bevorderd is tot niveau A, wordt de geldelijke anciënniteit aangerekend vanaf de leeftijd van 23 jaar.
   Het personeelslid kan bij een personeelsbeweging bijkomende functierelevante ervaring laten valoriseren overeenkomstig artikel VII 3.]1

  
Art. 7bis.15 bis. [1 Pour le calcul de l'indemnité de rupture visée aux articles XI 6 et XI 8bis, le traitement hebdomadaire brut est obtenu en divisant le traitement mensuel brut par treize et en le multipliant par trois. ]1
  
Art. 7bis.13. [1 § 1. Een ambtenaar die bevorderd wordt in rang of niveau heeft nooit een lager salaris dan hij in zijn vorige rang of niveau zou hebben gekregen volgens de regeling die van toepassing is op de datum van de bevordering.
   § 2. Het personeelslid dat wordt overgeplaatst of een specifieke graadverandering krijgt, wordt ingeschaald in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit, raad of instelling waarin hij terechtkomt.
   § 3. Als aan het bekleden van een bepaalde functie een hogere salarisschaal verbonden is, verliest de ambtenaar het recht op die salarisschaal in geval van wijziging van dienstaanwijzing.]1

  
Art. 7bis.16. [1 § 1er. Les échelles de traitement correspondant au code alphanumérique mentionné en regard sont liées aux grades mentionnés ci-après. Les échelles de traitement sont reprises en annexe 5bis au présent arrêté.
-
Personnel général  
 Secrétaire général (mandat) A311
 Administrateur général (mandat) A311
 Administrateur délégué (mandat) A311
 [1 ... ]1
 Directeur général (grade de repli) A311
 Chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique A311
 Ou A286
 Ou A285
 et après 6 ans de prestations effectives A286
 Directeur général (mandat) A288
 Directeur général adjoint (grade de repli) A288
 Chef de division (mandat) A285
 après six ans d'ancienneté barémique dans A285 A286
 Chef de projet N-1 (mandat) A285
 après six ans d'ancienneté barémique dans A285 A286
 Statisticien en chef auprès du Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères de la Flandre A285
 après six ans d'ancienneté barémique dans A285 A286
 Gestionnaire des contrats, coordinateur de la gestion relationnelle informatique et gestionnaire des stratégies (mandat) A286
 Gestionnaire des services IT internes (mandat) A285
 Conseiller en prévention-coordinateur (mandat) A287
 Gestionnaire financier-administratif (mandat) A284
 Conseiller en chef (grade de repli) A212
 après 10 ans ancienneté barémique A213
 Chercheur A261
 après 10 ans ancienneté barémique dans A261 A262
 Chercheur assumant la fonction de secrétaire du Conseil consultatif flamand de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat - VARIO A262
 après 4 ans de prestations effectives, sur l'avis du président du VRWB et après une évaluation fonctionnelle A263
 Conseiller senior A213
 Conseiller-ingénieur, conseiller médecin, conseiller-informaticien, conseiller-vétérinaire A221
 après 10 ans d'ancienneté barémique dans l'échelle A221 A222
 Conseiller A211
 après 10 ans d'ancienneté barémique dans l'échelle A211 A212
 Directeur-ingénieur, directeur médecin, directeur-informaticien et directeur-vétérinaire A221
 après 10 ans ancienneté barémique dans A221 A222
 Directeur A211
 après 10 ans ancienneté barémique dans A211 A212
 Représentant du Gouvernement flamand à l'étranger A211
 après 6 ans ancienneté barémique dans A211 A212
 après 6 ans ancienneté barémique dans A212 A213
 Ingénieur, médecin, informaticien et vétérinaire A121
 après 6 ans ancienneté barémique dans A121 A122
 après 12 ans ancienneté barémique dans A122 A123
 après 9 ans ancienneté barémique dans A123 A124
 Attaché A171
 si porteur du diplôme de docteur A172
 Adjoint du directeur A111
 après 6 ans ancienneté barémique dans A111 A112
 après 12 ans ancienneté barémique dans A112 A113
 après 9 ans ancienneté barémique dans A113 A114
 Spécialiste en chef dirigeant B311
 Spécialiste en chef senior B311
 Programmeur en chef B221
 après 10 ans ancienneté barémique dans B221 B222
 Spécialiste en chef B211
 après 10 ans ancienneté barémique dans B211 B212
 Programmeur B121
 après 8 ans ancienneté barémique dans B121 B122
 après 10 ans ancienneté barémique dans B122 B123
 après 9 ans ancienneté barémique dans B123 B124
 Expert B111
 après 8 ans ancienneté barémique dans B111 B112
 après 10 ans ancienneté barémique dans B112 B113
 après 9 ans ancienneté barémique dans B113 B114
 Collaborateur en chef dirigeant C311
 Collaborateur en chef senior C311
 Technicien en chef C221
 après 10 ans ancienneté barémique dans C221 C222
 Collaborateur en chef C211
 après 10 ans ancienneté barémique dans C211 C212
 Technicien C121
 après 8 ans ancienneté barémique dans C121 C122
 après 10 ans ancienneté barémique dans C122 C123
 après 9 ans ancienneté barémique dans C123 C124
CollaborateurC111
 après 8 ans ancienneté barémique dans C111 C112
 après 10 ans ancienneté barémique dans C112 C113
 après 9 ans ancienneté barémique dans C113 C114
 Assistant en chef dirigeant D311
 Assistant en chef senior D311
 Assistant spécial en chef D231
 après 10 ans ancienneté barémique dans D231 D232
 Assistant technique en chef D221
 après 10 ans ancienneté barémique dans D221 D222
 Assistant en chef D211
 après 10 ans ancienneté barémique dans D211 D212
 Assistant spécial D131
 après 8 ans ancienneté barémique dans D131 D132
 après 9 ans ancienneté barémique dans D132 D133
 Assistant technique D121
 après 8 ans ancienneté barémique dans D121 D122
 après 9 ans ancienneté barémique dans D122 D123
 Assistant D111
 après 8 ans ancienneté barémique dans D111 D112
 après 9 ans ancienneté barémique dans D112 D113
(1)<AGF 2025-12-12/14, art. 30, 103; En vigueur : 01-01-2026>
1°Personnel généralSecrétaire général (mandat)A311Administrateur général (mandat)A311Administrateur délégué (mandat)A311[1 ...]1Directeur général (grade de repli)A311Chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégiqueA311OuA286OuA285et après 6 ans de prestations effectivesA286Directeur général (mandat)A288Directeur général adjoint (grade de repli)A288Chef de division (mandat)A285après six ans d'ancienneté barémique dans A285A286Chef de projet N-1 (mandat)A285après six ans d'ancienneté barémique dans A285A286Statisticien en chef auprès du Département de la Chancellerie et des Affaires étrangères de la FlandreA285après six ans d'ancienneté barémique dans A285A286Gestionnaire des contrats, coordinateur de la gestion relationnelle informatique et gestionnaire des stratégies (mandat)A286Gestionnaire des services IT internes (mandat)A285Conseiller en prévention-coordinateur (mandat)A287Gestionnaire financier-administratif (mandat)A284Conseiller en chef (grade de repli)A212après 10 ans ancienneté barémiqueA213ChercheurA261après 10 ans ancienneté barémique dans A261A262Chercheur assumant la fonction de secrétaire du Conseil consultatif flamand de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat - VARIOA262après 4 ans de prestations effectives, sur l'avis du président du VRWB et après une évaluation fonctionnelleA263Conseiller seniorA213Conseiller-ingénieur, conseiller médecin, conseiller-informaticien, conseiller-vétérinaireA221après 10 ans d'ancienneté barémique dans l'échelle A221A222ConseillerA211après 10 ans d'ancienneté barémique dans l'échelle A211A212Directeur-ingénieur, directeur médecin, directeur-informaticien et directeur-vétérinaireA221après 10 ans ancienneté barémique dans A221A222DirecteurA211après 10 ans ancienneté barémique dans A211A212Représentant du Gouvernement flamand à l'étrangerA211après 6 ans ancienneté barémique dans A211A212après 6 ans ancienneté barémique dans A212A213Ingénieur, médecin, informaticien et vétérinaireA121après 6 ans ancienneté barémique dans A121A122après 12 ans ancienneté barémique dans A122A123après 9 ans ancienneté barémique dans A123A124AttachéA171si porteur du diplôme de docteurA172Adjoint du directeurA111après 6 ans ancienneté barémique dans A111A112après 12 ans ancienneté barémique dans A112A113après 9 ans ancienneté barémique dans A113A114Spécialiste en chef dirigeantB311Spécialiste en chef seniorB311Programmeur en chefB221après 10 ans ancienneté barémique dans B221B222Spécialiste en chefB211après 10 ans ancienneté barémique dans B211B212ProgrammeurB121après 8 ans ancienneté barémique dans B121B122après 10 ans ancienneté barémique dans B122B123après 9 ans ancienneté barémique dans B123B124ExpertB111après 8 ans ancienneté barémique dans B111B112après 10 ans ancienneté barémique dans B112B113après 9 ans ancienneté barémique dans B113B114Collaborateur en chef dirigeantC311Collaborateur en chef seniorC311Technicien en chefC221après 10 ans ancienneté barémique dans C221C222Collaborateur en chefC211après 10 ans ancienneté barémique dans C211C212TechnicienC121après 8 ans ancienneté barémique dans C121C122après 10 ans ancienneté barémique dans C122C123après 9 ans ancienneté barémique dans C123C124CollaborateurC111après 8 ans ancienneté barémique dans C111C112après 10 ans ancienneté barémique dans C112C113après 9 ans ancienneté barémique dans C113C114Assistant en chef dirigeantD311Assistant en chef seniorD311Assistant spécial en chefD231après 10 ans ancienneté barémique dans D231D232Assistant technique en chefD221après 10 ans ancienneté barémique dans D221D222Assistant en chefD211après 10 ans ancienneté barémique dans D211D212Assistant spécialD131après 8 ans ancienneté barémique dans D131D132après 9 ans ancienneté barémique dans D132D133Assistant techniqueD121après 8 ans ancienneté barémique dans D121D122après 9 ans ancienneté barémique dans D122D123AssistantD111après 8 ans ancienneté barémique dans D111D112après 9 ans ancienneté barémique dans D112D113(1)
-
Personnel scientifique  
 Directeur scientifique A265
 en vertu de l'article VIIbis 8 A266
 Attaché scientifique A165
 après 4 ans ancienneté barémique dans A165 ou en vertu de l'article VIIbis 6, § 2 et § 3 A166
 après 6 ans ancienneté barémique dans A166 ou en vertu de l'article VIIbis 6, § 4 A167
 en vertu de l'article VIIbis 7 (expert dans la carrière fonctionnelle) A168
 après 10 ans ancienneté barémique dans A168 A169
2° Personnel scientifique Directeur scientifique A265 en vertu de l'article VIIbis 8 A266 Attaché scientifique A165 après 4 ans ancienneté barémique dans A165 ou en vertu de l'article VIIbis 6, § 2 et § 3 A166 après 6 ans ancienneté barémique dans A166 ou en vertu de l'article VIIbis 6, § 4 A167 en vertu de l'article VIIbis 7 (expert dans la carrière fonctionnelle) A168 après 10 ans ancienneté barémique dans A168 A169
-
Grades spécifiques auprès de l'agence Grandir  
 Médecin conseiller central A121C
 après six ans d'ancienneté barémique en A121C A122C
 après douze ans d'ancienneté barémique en A122C A123C
 Conseiller médecin en chef A221P
 après dix ans d'ancienneté barémique en A221P A222P
3° Grades spécifiques auprès de l'agence Grandir Médecin conseiller central A121C après six ans d'ancienneté barémique en A121C A122C après douze ans d'ancienneté barémique en A122C A123C Conseiller médecin en chef A221P après dix ans d'ancienneté barémique en A221P A222P
-
Emplois contractuels 
 Médecin, chargé de tâches reprises de la VRGT (Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding) A121
 après 6 ans de prestations effectives ou y assimilées dans cet emploi A122
 après 12 ans de prestations effectives ou y assimilées dans la deuxième échelle de traitement A123
 Adjoint du directeur (statisticien-psychologue), chargé de tâches reprises de la VRGT A111
 après 6 ans de prestations effectives ou y assimilées dans cet emploi A112
 après 12 ans de prestations effectives ou y assimilées dans la deuxième échelle de traitement A113
 Spécialiste (travailleur de santé ou infirmier), chargé de tâches reprises de la VRGT (Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding) B111
 après 8 ans de prestations effectives ou y assimilées dans cet emploi B112
 après 10 ans de prestations effectives ou y assimilées dans la deuxième échelle de traitement B211
 Conseiller commercial des aéroports régionaux A211
 Coordinateur " Sociaal Impulsfonds " (SIF - Fonds d'Impulsion sociale) A163
 Coordinateur (migrants) et coordinateur (interface) auprès du domaine politique de l'Aide sociale et de la Santé publique A112
4° Emplois contractuelsMédecin, chargé de tâches reprises de la VRGT (Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding) A121 après 6 ans de prestations effectives ou y assimilées dans cet emploi A122 après 12 ans de prestations effectives ou y assimilées dans la deuxième échelle de traitement A123 Adjoint du directeur (statisticien-psychologue), chargé de tâches reprises de la VRGT A111 après 6 ans de prestations effectives ou y assimilées dans cet emploi A112 après 12 ans de prestations effectives ou y assimilées dans la deuxième échelle de traitement A113 Spécialiste (travailleur de santé ou infirmier), chargé de tâches reprises de la VRGT (Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding) B111 après 8 ans de prestations effectives ou y assimilées dans cet emploi B112 après 10 ans de prestations effectives ou y assimilées dans la deuxième échelle de traitement B211 Conseiller commercial des aéroports régionaux A211 Coordinateur " Sociaal Impulsfonds " (SIF - Fonds d'Impulsion sociale) A163 Coordinateur (migrants) et coordinateur (interface) auprès du domaine politique de l'Aide sociale et de la Santé publique A112
-
Dispositions transitoires  
 Secrétaire général A411
 Directeur général, administrateur général A311
 Directeur général établissement scientifique (mandat) A366
 Directeur général établissement scientifique A365
 Premier chargé de mission A361
 Administrateur général adjoint A286
 Après avoir exercé pendant 6 ans le mandat de chef de division A288
 A partir du 1er juin 1994 :  
 - inspecteur général A224
 - directeur d'administration A224
 - directeur d'administration chargé d'une fonction dirigeante au sein d'un service informatique A232
 Premier chargé de mission adjoint A263
 Conseiller-ingénieur/médecin/informaticien assumant la fonction de Senior Auditor, désigné avant le 1er janvier 2008 A221
 après 3 ans A222
 Conseiller assumant la fonction de Senior Auditor, désigné avant le 1er janvier 2008 A211
 après 3 ans A212
 Conseiller nommé avant le 1er janvier 2008 A251
 après 10 ans ancienneté barémique dans A251 A252
 Ce régime de transition reste valable pour le directeur obtenant un changement de grade du grade de conseiller et qui a été désigné à ce grade avant le 1er janvier 2008.  
 Conseiller (le receveur régional transféré au 1er janvier 2013 en vertu de l'article VIIbis 73) A218
 Ingénieur, médecin et informaticien  
 assumant la fonction de chargé de mission A280
 Adjoint du directeur  
 assumant la fonction de chargé de mission A281
 Le conseiller d'entreprise, le conseiller pédagogique ou le conseiller artistique transféré le 1er janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap voor Ondernemen " à " l'Agentschap Ondernemen ", et le conseiller pédagogique et le conseiller d'entreprise transféré le 1er janvier 2021 de SYNTRA Vlaanderen au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, à " l'Agentschap Innoveren en Ondernemen " ou à l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle. A111
 après 3 ans d'ancienneté barémique dans A111 A112
 après 9 ans ancienneté barémique dans A112 A120
 après 9 ans ancienneté barémique dans A120 A114
 Conseiller de l'IWT qui, au 1er janvier 2016, a été transféré à une autre entité A201
 après 3 ans d'ancienneté barémique dans A201 A202
 après 6 ans d'ancienneté barémique dans A202 A221
 après 3 ans d'ancienneté barémique dans A221 A282
 Conseiller contractuel de l'IWT (cadre initial) A214
5° Dispositions transitoires Secrétaire général A411 Directeur général, administrateur général A311 Directeur général établissement scientifique (mandat) A366 Directeur général établissement scientifique A365 Premier chargé de mission A361 Administrateur général adjoint A286 Après avoir exercé pendant 6 ans le mandat de chef de division A288 A partir du 1er juin 1994 : - inspecteur général A224 - directeur d'administration A224 - directeur d'administration chargé d'une fonction dirigeante au sein d'un service informatique A232 Premier chargé de mission adjoint A263 Conseiller-ingénieur/médecin/informaticien assumant la fonction de Senior Auditor, désigné avant le 1er janvier 2008 A221 après 3 ans A222 Conseiller assumant la fonction de Senior Auditor, désigné avant le 1er janvier 2008 A211 après 3 ans A212 Conseiller nommé avant le 1er janvier 2008 A251 après 10 ans ancienneté barémique dans A251 A252 Ce régime de transition reste valable pour le directeur obtenant un changement de grade du grade de conseiller et qui a été désigné à ce grade avant le 1er janvier 2008. Conseiller (le receveur régional transféré au 1er janvier 2013 en vertu de l'article VIIbis 73) A218 Ingénieur, médecin et informaticien assumant la fonction de chargé de mission A280 Adjoint du directeur assumant la fonction de chargé de mission A281 Le conseiller d'entreprise, le conseiller pédagogique ou le conseiller artistique transféré le 1er janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap voor Ondernemen " à " l'Agentschap Ondernemen ", et le conseiller pédagogique et le conseiller d'entreprise transféré le 1er janvier 2021 de SYNTRA Vlaanderen au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, à " l'Agentschap Innoveren en Ondernemen " ou à l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle. A111 après 3 ans d'ancienneté barémique dans A111 A112 après 9 ans ancienneté barémique dans A112 A120 après 9 ans ancienneté barémique dans A120 A114 Conseiller de l'IWT qui, au 1er janvier 2016, a été transféré à une autre entité A201 après 3 ans d'ancienneté barémique dans A201 A202 après 6 ans d'ancienneté barémique dans A202 A221 après 3 ans d'ancienneté barémique dans A221 A282 Conseiller contractuel de l'IWT (cadre initial) A214
§ 2. Le fonctionnaire du rang A1 qui vient d'achever son mandat en qualité de gestionnaire du contrat, coordinateur de la gestion relationnelle informatique, gestionnaire des stratégies, gestionnaire financier-administratif, gestionnaire des services TI internes ou de conseiller en prévention coordinateur, après deux ou plusieurs mandats de six ans, et n'a pas reçu de mention " insuffisant " à l'occasion de l'évaluation fonctionnelle, obtient l'échelle de traitement telle que fixée à l'annexe 6 au présent arrêté.
   § 3. Par dérogation au § 2, le règlement de fin de mandat du gestionnaire financier-administratif est limité à l'échelle de traitement A119. ]1
  
Art. 7bis.14. [1 Voor een ambtenaar die een uitspraak `onvoldoende' als functioneringsevaluatie heeft gekregen, wordt de eerstvolgende periodieke salarisverhoging gedurende zes maanden uitgesteld.]1
  
Art. 7bis.17. [1 § 1er. Dans le cas d'un mouvement du personnel, l'insertion se fait à l'échelon correspondant de la nouvelle échelle de traitement au moment du mouvement.
   § 2. Le fonctionnaire est nommé dans le grade auquel appartient l'emploi vacant et inséré dans l'échelle de traitement y afférente, à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle du nouveau grade. Il conserve l'ancienneté de grade et l'ancienneté barémique qu'il a acquise dans le dernier grade.
   Le conseiller ayant l'échelle de traitement A218, A251 ou A252, qui est transféré au grade de conseiller, conserve l'échelle de traitement A218, A251 ou A252.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, l'ancienneté barémique lors d'une nomination à un grade avec une carrière fonctionnelle plus courte que celle du dernier grade est réduite au prorata de la différence d'ancienneté barémique pour atteindre l'échelon suivant.
   § 3. Le membre du personnel contractuel reçoit un contrat de travail avec l'échelle de traitement ou la carrière pécuniaire reliée à la nouvelle fonction contractuelle. La totalité des prestations dans la fonction contractuelle antérieure entre en ligne de compte pour la fixation du traitement ou de l'échelle de traitement dans la nouvelle fonction contractuelle.
   Le membre du personnel contractuel qui est transféré à une fonction statutaire, est nommé dans le grade auquel appartient l'emploi vacant et inséré dans l'échelle de traitement y afférente.
   § 4. Un fonctionnaire qui est promu en grade ou échelle de traitement n'obtient, à aucun moment, un traitement inférieur à celui qu'il aurait obtenu dans son ancien grade ou échelle de traitement en vertu du régime applicable à la date de sa promotion. Le cas échéant, il reçoit une prime de promotion telle que visée à l'article VIIbis 21. ]1

  
Art. 7bis.15. [1 § 1. [2 Het maandelijks salaris, verhoogd met de haard- of standplaatstoelage, van het personeelslid dat eenentwintig jaar is, bedraagt nooit minder dan één twaalfde van 13.234,20 euro à 100%.
   Als dat nodig is, wordt verschil toegekend in de vorm van een bijslag op het salaris.]2

   § 2. [2 ...]2
   § 3. Om de leeftijd van het personeelslid te bepalen, wordt de verjaardag die niet op de eerste van de maand valt, altijd verschoven naar de eerste van de volgende maand.]1

  
Art. 7bis.18. [1 § 1er. Le membre du personnel qui décide volontairement et temporairement d'exercer une fonction moins contraignante ou moins lourde au sein de la propre entité, du propre conseil ou du propre établissement sous la forme d'un allègement temporaire et volontaire, conserve son statut, son grade et son échelle de traitement, mais le traitement mensuel est diminué de 5 % par classe de fonctions.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, le membre du personnel de l'agence Grandir peut demander à l'agence Grandir régie un allègement temporaire volontaire de ses fonctions et le membre du personnel de l'agence Grandir régie peut demander à l'agence Grandir un allègement temporaire volontaire de ses fonctions]2
   Dans ce paragraphe, on entend par allègement temporaire de la fonction : un allègement de la fonction, où la fonction exercée temporairement est au moins d'une classe de fonctions inférieure à la fonction de base. L'allègement temporaire de la fonction est déterminée sur la base de la matrice des fonctions.
   L'initiative est toujours prise par le membre du personnel. La base de calcul pour les allocations générales et la pension complémentaire est cependant toujours le traitement mensuel non réduit.
   § 2. L'allègement temporaire et volontaire de la fonction peut prendre effet le premier jour du mois et peut être utilisé à plusieurs reprises durant la carrière.
   La durée minimale de l'allègement temporaire et volontaire de la fonction est de trois mois et la durée maximale est de cinq ans. La durée maximale peut être prolongée d'un an.
   § 3. Les fonctions de mandat des cadres supérieur et moyen et des contractuels hautement qualifiés ne peuvent pas recourir à ce régime.]1

  
Art. 7bis.15 bis. [1 Voor de berekening van de verbrekingsvergoeding vermeld in artikel XI 6 en XI 8bis, wordt het bruto weeksalaris verkregen door het bruto maandsalaris te delen door dertien en te vermenigvuldigen met drie.]1
  
Art. 7bis.19. [1 § 1er. Par dérogation à l'article VIIbis 16, celui faisant l'objet, pour l'intégration dans la nouvelle structure de carrière, d'une échelle transitoire bénéficie de cette échelle transitoire jusqu'au moment, où une échelle de traitement organique plus avantageuse lui est applicable. Dans le cas où ce fonctionnaire est promu par avancement de grade ou d'échelle de traitement, l'article VIIbis 3, § 1er, est d'application.
   § 2. Le mandataire reçoit l'échelle de traitement telle que fixée à l'article VIIbis 16, § 1er, à moins que l'échelle de traitement organique ne soit plus avantageuse.
   § 3. Le fonctionnaire bénéficiant de l'échelle supplémentaire A263, A253, A213, A129 ou A119, conserve cette échelle de traitement.]1

  
Art. 7bis.16. [1 § 1. Aan de hieronder vermelde graden worden de salarisschalen verbonden die overeenkomen met de lettercijfercode die ernaast staat. De salarisschalen zijn opgenomen als bijlage 5bis bij dit besluit.
TITRE 2. [1 - Les allocations]1
Art. 7bis.17. [1 § 1. Bij een personeelsbeweging gebeurt de inschaling op de overeenkomstige trap van de nieuwe salarisschaal op het ogenblik van de beweging.
CHAPITRE 1. [1 - La prime de promotion]1
Art. 7bis.18. [1 § 1. Het personeelslid dat ervoor kiest om vrijwillig en tijdelijk een minder belastende of zware functie uit te oefenen binnen de eigen entiteit, raad of instelling in de vorm van een vrijwillige tijdelijke functieverlichting, behoudt zijn statuut, graad en salarisschaal, maar het maandsalaris wordt per lagere functieklasse met 5% verminderd.
  [2 In afwijking van het eerste lid kan het personeelslid van het agentschap Opgroeien een tijdelijke vrijwillige functieverlichting vragen bij het agentschap Opgroeien regie en kan het personeelslid van het agentschap Opgroeien regie een tijdelijke vrijwillige functieverlichting vragen bij het agentschap Opgroeien.]2
   In deze paragraaf wordt verstaan onder tijdelijke functieverlichting: een verlichting van de functie waarbij de tijdelijk uitgeoefende functie minstens één functieklasse lichter weegt dan de basisfunctie. De tijdelijke functieverlichting wordt vastgesteld aan de hand van de functiematrix.
   Het initiatief gaat altijd uit van het personeelslid. De berekeningsbasis voor de algemene toelagen en het aanvullend pensioen blijft evenwel het onverminderd maandsalaris.
   § 2. De vrijwillige tijdelijke functieverlichting kan ingaan op elke eerste dag van de maand en kan tijdens de loopbaan meermaals aangewend worden.
   De minimumduur van de vrijwillige tijdelijke functieverlichting bedraagt drie maanden en de maximumduur vijf jaar. Die maximumduur kan met één jaar verlengd worden.
   § 3. Mandaatfuncties uit het top- en middenkader en hooggekwalificeerde contractuelen kunnen niet gebruikmaken van die regeling.]1

  
Art. 7bis.21. [1 § 1er. Le fonctionnaire qui, à partir du 1er janvier 1994, a été promu à un niveau supérieur, bénéficie toujours d'une rémunération qui dépasse le traitement dans son échelle de traitement au moment de la promotion au moins par le montant visé au paragraphe 3.
   § 2. Par rémunération, visée au § 1er, on entend la somme du traitement dans le grade de promotion et de la prime de promotion.
   § 3. Le montant de la prime de promotion à 100 % égale au maximum :
   1° 1 240 euros en cas de promotion au niveau A ;
   2° 870 euros en cas de promotion au niveau B ;
   3° 745 euros en cas de promotion au niveau C. ]1

  
Art. 7bis.19. [1 § 1. In afwijking van artikel VIIbis 16 blijft degene voor wie bij de inschakeling in de nieuwe loopbaanstructuur een overgangsschaal bepaald is, die overgangsschaal verder krijgen tot een organieke salarisschaal voordeliger wordt. Als die ambtenaar wordt bevorderd in graad of salarisschaal, is artikel VIIbis 3, § 1, van toepassing.
TITRE 3. [1 - Dispositions transitoires et finales]1
TITEL II. [1 - De toelagen]1
CHAPITRE I. [1 - Disposition transitoires d'application avant le 1er janvier 2015]1
HOOFDSTUK 1. [1 - De bevorderingspremie]1
Art. 7bis.22. [1 Le fonctionnaire étant engagé comme contractuel dans les administrations de l'Etat qui, après avoir été nommé en qualité d'agent d'Etat sur base des dispositions de l'article 11 ou 13 de l'arrêté royal du 12 mars 1973 portant des mesures temporaires en faveur de certains agents des administrations de l'Etat, continue à exercer une fonction à prestations incomplètes, est rémunéré prorata temporis. Ses services à partir de sa nomination en qualité de fonctionnaire entrent en ligne de compte pour son ancienneté pécuniaire, selon leur durée relative.]1
Art. 7bis.21. [1 § 1. Een ambtenaar die vanaf 1 januari 1994 bevorderd is naar een hoger niveau, heeft altijd een bezoldiging die ten minste het bedrag, vermeld in paragraaf 3, hoger is dan het salaris in zijn salarisschaal op het ogenblik van de bevordering.
   § 2. Onder bezoldiging als vermeld in paragraaf 1, wordt verstaan, het salaris in de bevorderingsgraad en de bevorderingspremie samen.
   § 3. Het bedrag van de bevorderingspremie tegen 100% is maximaal gelijk aan:
   1° 1240 euro bij bevordering naar niveau A;
   2° 870 euro bij bevordering naar niveau B;
   3° 745 euro bij bevordering naar niveau C.]1

  
Art. 7bis.23. [1 Le personnel de nettoyage, qui a été transféré aux services du Gouvernement flamand, continue à être rémunéré s'il tombe dans le champ d'application de l'arrêté royal du 2 mai 1966 portant des mesures temporaires pour l'admission en qualité d'agent de l'Etat de certains agents engagés sous contrat au Ministère de l'Intérieur. ]1
  
TITEL III. [1 - Overgangs- en slotbepalingen]1
Art. 7bis.24. [1 Le fonctionnaire d'un service de l'Etat étant nommé en qualité d'agent de l'Etat conformément à l'arrêté du Régent du 3 mai 1948 établi sur base de l'article 19 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, continue à recevoir, s'il y trouve son avantage, le traitement et les échelles de traitement de l'agent tels que visés par les mesures particulières et transitoires de l'arrêté royal du 29 juin 1973, modifié en dernier lieu pour la Communauté flamande par l'arrêté royal du 7 août 1991.]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Overgangsbepalingen van toepassing vóór 1 januari 2015]1
Art. 7bis.25. [1 Le fonctionnaire porteur d'un diplôme d'ingénieur civil et qui a été transféré aux services du Gouvernement flamand :
Art. 7bis.22. [1 De ambtenaar die bij de rijksbesturen als contractueel in dienst is genomen, en die na zijn aanstelling tot ambtenaar op grond van artikel 11 of 13 van het koninklijk besluit van 12 maart 1973 houdende tijdelijke maatregelen ten gunste van sommige ambtenaren van de rijksbesturen een ambt met onvolledige prestaties is blijven uitoefenen, wordt bezoldigd pro rata temporis. Zijn diensten vanaf zijn benoeming tot ambtenaar worden voor zijn geldelijke anciënniteit in aanmerking genomen volgens de betrekkelijke duur ervan.]1
  
Art. 7bis.26. [1 L'article VII 113 ne s'applique pas au membre du personnel qui reçoit une échelle de traitement transitoire A131, A132, A133, A125, A126, A127, A231 ou A232. ]1
  
Art. 7bis.23. [1 Het schoonmaakpersoneel, dat naar de diensten van de Vlaams Regering is overgegaan, blijft verder bezoldigd als het valt onder het toepassingsveld van het koninklijk besluit van 2 mei 1966 houdende tijdelijke maatregelen voor de aanstelling tot rijksambtenaar van sommige bij overeenkomst aangeworven personeelsleden van het ministerie van Binnenlandse Zaken.]1
  
Art. 7bis.27. [1 Il est octroyé une allocation pour travail dangereux, insalubre ou incommodant de 1 euro par heure (100 %) au membre du personnel qui effectue des activités d'imprimerie. Cette allocation ne peut être cumulée avec une allocation pour travail d'imprimerie octroyée en vertu d'une autre réglementation. ]1
  
Art. 7bis.24. [1 De ambtenaar van een dienst van de staat die tot rijksambtenaar werd benoemd overeenkomstig het besluit van de regent van 3 mei 1948, vastgesteld op grond van artikel 19 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende statuut van het rijkspersoneel, blijft, als hij er voordeel bij heeft, het salaris en de salarisschalen van de ambtenaar krijgen, zoals vastgesteld bij de bijzondere maatregelen en de overgangsmaatregelen van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 zoals voor de Vlaamse Gemeenschap het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 augustus 1991.]1
  
Art. 7bis.28. [1 Le membre du personnel du niveau C qui, au 1er juillet 1993, reçoit l'allocation de formation professionnelle visée à l'article VII 45, peut continuer à recevoir cette allocation, s'il remplit les conditions d'octroi.]1
  
Art. 7bis.25. [1 De ambtenaar die een diploma van burgerlijk ingenieur heeft en die overgeheveld is naar de diensten van de Vlaamse Regering van:
   1° het Wegenfonds, het Ministerie van Openbare Werken of het Rijksinstituut voor Grondmechanica, krijgt de productiviteitspremie, vermeld in het koninklijk besluit van 14 januari 1969 betreffende productiviteitspremies ten gunste van de burgerlijke ingenieurs bij het Ministerie van Openbare Werken, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 februari 1976 en bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000;
   2° het Ministerie van Volksgezondheid - Technische Diensten, krijgt de bijzondere specialisatiepremie, vermeld in het koninklijk besluit van 24 september 1971.]1

  
Art. 7bis.29. [1 Lors d'une promotion à une échelle de traitement supérieure, les échelles de traitement transitoires A125 et A126, respectivement A127, s'appliquent à l'informaticien en service au 31 mai 1994 et qui bénéficie de l'échelle de traitement transitoire A131 ou A132. ]1
  
Art. 7bis.26. [1 Voor het personeelslid dat een overgangssalarisschaal A131, A132, A133, A125, A126, A127, A231 of A232 krijgt, geldt artikel VII 113 niet.]1
  
Art. 7bis.30. [1 Le membre du personnel en service au 30 août 1973 au plus tard, dans un des grades mentionnés ci-après, auprès du Fonds des Constructions scolaires et parascolaires de l'Etat, continue à bénéficier de l'allocation citée ci-après selon le grade qu'il revêtait le 1er août 1989 :
-
architecte en chef-directeur (13/2) 3 599,50 euros à 100 %
architecte en chef (11/3) 2 839,50 euros à 100 %
architecte (24/9 ou 25/7) 2 239,50 euros à 100 %.
1° architecte en chef-directeur (13/2) 3 599,50 euros à 100 % 2° architecte en chef (11/3) 2 839,50 euros à 100 % 3° architecte (24/9 ou 25/7) 2 239,50 euros à 100 %.
]1
  
Art. 7bis.27. [1 Aan het personeelslid dat drukkerijactiviteiten verricht, wordt een toelage voor gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk toegekend van 1 euro per uur (100%). Die toelage kan niet worden gecumuleerd met een toelage voor drukkerijwerk die op grond van een andere reglementering wordt toegekend.]1
  
Art. 7bis.31. [1 Si l'allocation pour travail dangereux, insalubre ou incommodant qu'un membre du personnel a reçue avant le 1er janvier 1995, sur la base d'une ou de plusieurs réglementations, pour l'ensemble des travaux dangereux, insalubres ou incommodes qu'il a effectués, est supérieure à l'allocation qu'il peut revendiquer en vertu du présent arrêté, il reçoit le montant le plus élevé.]1
  
Art. 7bis.28. [1 Het personeelslid van niveau C dat op 1 juli 1993 de vakopleidingstoelage vermeld in artikel VII 45 krijgt, kan die toelage verder ontvangen, als hij voldoet aan de toekenningsvoorwaarden.]1
  
Art. 7bis.32. [1 § 1er. Le membre du personnel transféré d'un ministère fédéral, ou d'une administration ou régie relevant de ce ministère, à la Communauté flamande ou à la Région flamande, conserve uniquement les avantages liés à la circulation auxquels il avait droit au moment de son transfert.
   § 2. Le ministre flamand ayant les affaires administratives dans ses attributions fixe les modalités pratiques par circulaire.]1

  
Art. 7bis.29. [1 Voor de informaticus die in dienst is op 31 mei 1994, en die de overgangssalarisschaal A131 of A132 krijgt, gelden bij bevordering in salarisschaal de overgangssalarisschalen A125 en A126, respectievelijk A127.]1
  
Art. 7bis.33. [1 § 1er. Le fonctionnaire transféré de l'Imalso qui a droit à une allocation annuelle pour diplôme de 1 033,50 euros (100 %) au 31 décembre 1998, conserve cet avantage pour autant que la possession du diplôme soit utile pour la fonction exercée. L'octroi pour diplôme ne peut avoir pour conséquence que la rémunération du fonctionnaire excède le montant de 25 625,50 euros (100 %).
   Le droit à cette allocation s'éteint si le fonctionnaire est promu à un grade pour lequel la possession du diplôme est une condition de recrutement.
   § 2. Le fonctionnaire transféré de l'Imalso qui est inséré dans l'échelle de traitement C101 ou D202, n'a droit qu'à deux tiers de l'allocation visée à l'article VII 30 et n'a pas droit à l'allocation visée à l'article VII 33.
   § 3. Le fonctionnaire transféré de l'Imalso reçoit une allocation de 25 % du salaire horaire pour les travaux dangereux, insalubres et incommodants, énumérés dans les points 1er à 3 inclus, 6, 9, 12, 15 à 19 inclus, 25, 37, 40 et 42 de l'annexe 7 au présent statut. ]1

  
Art. 7bis.30. [1 Het personeelslid dat uiterlijk op 30 augustus 1973 in dienst is van een van de hieronder vermelde graden bij het Fonds voor Schoolgebouwen en Gebouwen in Schoolverband van het Rijk, blijft de hieronder vermelde toelage verder krijgen volgens de graad die hij had op 1 augustus 1989:
Art. 7bis.34. [1 § 1er. Une indemnité forfaitaire annuelle de 300 euros (100 %) est accordée au membre du personnel entré en service avant le 1er janvier 2000 et qui doit disposer, en raison de ses fonctions, d'un raccordement privé au réseau téléphonique.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, il est accordé aux gardes forestiers, aux gardes nature et aux forestiers adjoints, outre une indemnité pour frais de téléphone de 300 euros (à 100 %), un GSM, tant que les moyens informatiques d'installer une connexion de réseau directe avec l'administration centrale ne sont pas disponibles.
   § 3. L'indemnité visée au paragraphe 1er couvre tous les frais de raccordement, d'abonnement et de communications téléphoniques ; elle est payée mensuellement et à terme échu.
   § 4. Conformément à l'article II 27, § 3, 5°, le manager de ligne arrête annuellement la liste des fonctionnaires visés au paragraphe 1er. Le manager de ligne intéressé décide dans quelle mesure il y a lieu de limiter l'usage du GSM.]1

  
hoofdarchitect-directeur (13/2) 3.599,50 euro tegen 100%;
hoofdarchitect (11/3) 2.839,50 euro tegen 100%;
architect (24/9 of 25/7) 2.239,50 euro tegen 100%.
1° hoofdarchitect-directeur (13/2) 3.599,50 euro tegen 100%; 2° hoofdarchitect (11/3) 2.839,50 euro tegen 100%; 3° architect (24/9 of 25/7) 2.239,50 euro tegen 100%.
]1
  
-
Art. 7bis.31. [1 Als de toelage voor gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk die een personeelslid op basis van een of meer reglementeringen voor het geheel van het gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk dat hij heeft geleverd, ontving vóór 1 januari 1995, hoger is dan de toelage waarop hij krachtens dit besluit aanspraak kan maken, ontvangt hij het hoogste bedrag.]1
  
Art. 7bis.35. [1 § 1er. Le membre du personnel transféré des Ministères des Travaux publics, de l'Education nationale et de la Culture néerlandaise, de l'Agriculture, du Travail et de l'Emploi ou des Affaires économiques au Ministère de la Communauté flamande ou à un établissement public flamand a droit à une allocation pour absence d'accidents telle que fixée au paragraphe 2.
   § 2. L'allocation pour absence d'accidents est de 92 euros (100 %) par an. Cette allocation est payée annuellement au membre du personnel qui, pendant l'année écoulée, était chargé de la conduite d'une voiture de service pendant au moins quatre-vingts heures et qui, durant cette année, n'a pas eu d'accident pour lequel il était responsable.
   Le membre du personnel ayant la fonction de chauffeur et le membre du personnel ayant un véhicule de service à sa disposition en permanence n'ont pas droit à cette allocation.
   Par dérogation à l'alinéa précédent, le membre du personnel de l'agence de la Nature et des Forêts et du département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire ayant un véhicule de service à sa disposition en permanence, a droit à cette allocation lorsqu'il reçoit cette allocation avant le 2 décembre 2011.]1

  
Art. 7bis.32. [1 § 1. Het personeelslid dat van een federaal ministerie of van een bestuur dat of regie die van dat ministerie afhangt, naar de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest is overgeheveld, behoudt alleen de verkeersvoordelen waarop hij op het ogenblik van hun overheveling recht had.
   § 2. De Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken stelt de praktische modaliteiten bij omzendbrief vast.]1

  
Art. 7bis.36. [1 § 1er. Le membre du personnel transféré au Ministère de la Communauté flamande ou à un établissement public flamand qui, respectivement au 31 août 1999 ou au 31 mars 2002, recevait une indemnité pour frais de bureau, maintient cette indemnité dans la mesure où il remplit toujours les conditions d'octroi prévues au paragraphe 2.
   § 2. Le membre du personnel visé au paragraphe 1er qui ne dispose pas d'un bureau dans un immeuble de l'employeur et qui, de par la nature de ses fonctions, est astreint à aménager un local à cette fin qui soit accessible au public, reçoit une indemnité forfaitaire de 375 euros par an (100 %).
   § 3. Si le bureau n'est pas accessible au public, l'indemnité visée au paragraphe 2 est réduite à 89,50 euros par an (100 %).
   § 4. L'indemnité visée aux paragraphes 2 et 3 est payée mensuellement à terme échu. Elle suit l'évolution de l'indice des prix à la consommation.]1

  
Art. 7bis.33. [1 § 1. Het van Imalso overgehevelde personeelslid dat op 31 december 1998 recht heeft op een diplomabijslag van 1.033,50 euro (100%) per jaar, behoudt dat voordeel voor zover het bezit van het diploma verder nuttig is voor het uitgeoefende ambt. De toekenning van de diplomabijslag mag niet tot gevolg hebben dat de bezoldiging van de ambtenaar hoger dan 25.625,50 euro (100%) is.
   Het recht op die bijslag gaat verloren, als de ambtenaar wordt bevorderd tot een graad waarvoor het bezit van het diploma een aanwervingsvoorwaarde is.
   § 2. De van Imalso overgehevelde ambtenaar die wordt ingeschaald in salarisschaal C101 of D202 heeft slechts recht op twee derde van de toelage vermeld in artikel VII 30 en heeft geen recht op de toelage vermeld in artikel VII 33.
   § 3. De van Imalso overgehevelde ambtenaar ontvangt een toelage van 25% van het uurloon voor de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke werken, opgesomd in punt 1 tot en met 3, 6, 9, 12, 15 tot en met 19, 25, 37, 40 en 42 van bijlage 7, die bij dit statuut is gevoegd.]1

  
Art. 7bis.37. [1 § 1er. Le membre du personnel de la Division des Etablissements communautaires, de la Division de l'Electricité et de la Mécanique - Gand et de la Division de la Flotte qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, bénéficie d'un logement mis à sa disposition par l'employeur, conserve ce bénéfice. Son traitement est soumis à une retenue mensuelle conformément à l'article VII 56, § 3, du présent statut.
   § 2. Le membre du personnel de la Division des Etablissements communautaires et de la Division de l'Electricité et de la Mécanique - Gand et Anvers qui, au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté, ne dispose pas d'un logement et bénéficie d'une allocation de remplacement, conserve cet avantage. L'allocation de remplacement est de 10 % du montant brut du traitement moyen.]1

  
Art. 7bis.34. [1 § 1. Het personeelslid dat voor 1 januari 2000 in dienst getreden is en dat vanwege zijn functie over een privéaansluiting op het telefoonnet moet beschikken, ontvangt een forfaitaire vergoeding van 300 euro per jaar (100%).
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 ontvangen de bos- en natuurwachters en de adjuncten-houtvester zowel een telefoonvergoeding van 300 euro (tegen 100%) en een gsm-toestel zolang de informaticamogelijkheden niet voorhanden zijn om een rechtstreekse netwerkverbinding met het hoofdbestuur te installeren.
   § 3. De vergoeding vermeld in paragraaf 1, dekt alle kosten van telefoonaansluiting, abonnement en gesprekken en wordt maandelijks betaald nadat de termijn vervallen is.
   § 4. Overeenkomstig artikel II 27, § 3, 5° stelt de lijnmanager jaarlijks de lijst vast van de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1. De betrokken lijnmanager beslist in welke mate het gsm-gebruik beperkt moet worden.]1

  
Art. 7bis.38. [1 Le membre du personnel du niveau D qui exerce les fonctions d'ouvrier de terrain et qui est chargé de forages et de sondages, bénéficie d'une allocation de rendement selon les modalités et conditions fixées par l'arrêté royal du 8 octobre 1974 accordant à certains agents de l'Institut géotechnique de l'Etat une allocation pour conservation de matériel et une allocation de rendement. ]1
  
Art. 7bis.35. [1 § 1. Het personeelslid dat overgeheveld is van het Ministerie van Openbare Werken, Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur, Landbouw, Tewerkstelling en Arbeid of Economische Zaken, naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of een Vlaamse openbare instelling, heeft recht op een toelage voor het uitblijven van ongevallen als vermeld in paragraaf 2.
   § 2. De toelage voor het uitblijven van ongevallen bedraagt 92 euro (100%) per jaar. Die toelage wordt jaarlijks uitbetaald, aan het personeelslid dat tijdens het afgelopen jaar ten minste tachtig uur toevallig met het besturen van een dienstvoertuig was belast, en dat tijdens dat jaar geen ongeval heeft gehad waarvoor hij aansprakelijk was.
   Het personeelslid met de functie van chauffeur en het personeelslid dat permanent een dienstvoertuig ter beschikking heeft, heeft geen recht op die toelage.
   In afwijking van het vorige lid behoudt het personeelslid van het Agentschap voor Natuur en Bos en van het Departement Omgeving, dat permanent een dienstvoertuig ter beschikking heeft, het recht op die toelage als hij die toelage vóór 2 december 2011 ontvangt.]1

  
Art. 7bis.39. [1 Il est accordé au membre du personnel chargé de la perception des droits de navigation, jusqu'au moment où il cesse d'assumer les responsabilités de cette fonction, l'allocation correspondante conformément aux modalités et conditions définies par l'arrêté royal du 27 novembre 1957 portant réglementation de l'octroi d'allocations et de rémunérations pour la perception des droits de navigation. ]1
  
Art. 7bis.36. [1 § 1. Het personeelslid dat overgeheveld is naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of een Vlaamse openbare instelling dat op respectievelijk 31 augustus 1999 of 31 maart 2002 een kantoorvergoeding ontving, behoudt die vergoeding voor zover hij nog altijd aan de toekenningsvoorwaarden vermeld in paragraaf 2 beantwoordt.
   § 2. Het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, dat geen kantoor heeft in een gebouw van de werkgever en bijgevolg wegens zijn functie zelf een lokaal moet inrichten als kantoor dat voor het publiek toegankelijk is, krijgt een forfaitaire vergoeding van 375 euro per jaar (100%).
   § 3. Als het kantoor niet voor het publiek toegankelijk is, wordt de vergoeding, vermeld in paragraaf 2, teruggebracht tot 89,50 euro per jaar (100%).
   § 4. De vergoeding, vermeld in paragraaf 2 en 3, wordt maandelijks uitbetaald nadat de termijn vervallen is. De vergoeding volgt de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.]1

  
Art. 7bis.40. [1 Le membre du personnel qui a été transféré de l'IBPT au Ministère et qui reste chargé du contrôle de la perception d'impôts communautaires ou régionaux, reçoit une allocation de 1 240 euros (100 %) par an.]1
  
Art. 7bis.37. [1 § 1. Het personeelslid van de afdeling Gemeenschapsinstellingen, van de afdeling Elektriciteit en Mechanica Gent en van de afdeling Vloot, dat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit gebruik maakt van een woning die door de werkgever ter beschikking is gesteld, behoudt dat voordeel. Op het salaris wordt maandelijks een bedrag ingehouden overeenkomstig artikel VII 56, § 3, van dit statuut.
   § 2. Het personeelslid van de afdeling Gemeenschapsinstellingen en van de afdeling Elektriciteit en Mechanica Gent en Antwerpen dat op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit niet over een woning beschikt en een vervangende toelage ontvangt, behoudt dat voordeel. De vervangende toelage bedraagt 10% van het brutobedrag van het gemiddelde salaris.]1

  
Art. 7bis.41. [1 Le fonctionnaire transféré qui, après la date du transfert, est promu en exécution d'une procédure de promotion entamée avant la date de transfert, sera réinséré à la date de promotion.]1
  
Art. 7bis.38. [1 Het personeelslid van niveau D dat de functie van terreinwerkman uitoefent en dat belast is met het verrichten van boringen en sonderingen, krijgt een rendementstoelage volgens de modaliteiten en voorwaarden die vastgesteld zijn in het koninklijk besluit van 8 oktober 1974 houdende toekenning van een toelage voor bewaring van materieel en van een rendementstoelage aan sommige personeelsleden van het Rijksinstituut voor Grondmechanica.]1
  
Art. 7bis.42. [1 Le chargé de mission visé à l'article II 26 de l'arrêté de base des organismes publics flamands bénéficie, jusqu'à la date de la désignation des nouveaux chargés de mission, de l'échelle de traitement A281 ou de l'échelle de traitement A280 (s'il est nommé à titre définitif dans la carrière A12). En cas d'une nouvelle désignation comme chargé de mission par après, il conserve l'échelle de traitement A281, respectivement A280.]1
  
Art. 7bis.39. [1 Het personeelslid dat belast is met het innen van scheepvaartrechten ontvangt, tot op het ogenblik dat hij de verantwoordelijkheden die aan die functie verbonden zijn, niet langer draagt, de overeenstemmende toelage overeenkomstig de modaliteiten en voorwaarden, bepaald in het koninklijk besluit van 27 november 1957 tot regeling van de toekenning van toelagen en verloningen voor het innen van scheepvaartrechten.]1
  
Art. 7bis.43. [1 Le fonctionnaire occupé le 1er janvier 1994 auprès du Ministère de la Communauté flamande conserve le traitement dont il bénéficiait avant sa rétrogradation volontaire, jusqu'à ce qu'il obtienne, dans sa nouvelle échelle de traitement, un traitement au moins égal. ]1
  
Art. 7bis.40. [1 Het personeelslid dat overgeplaatst is van het BIPT naar het ministerie en dat belast blijft met de controle op de inning van gemeenschaps- of gewestbelastingen, krijgt een toelage van 1240 euro (100%) per jaar.]1
  
Art. 7bis.44. [1 § 1er. Pour ce qui concerne le membre du personnel contractuel qui, au 1er octobre 1997, exerçait une mission supplémentaire ou spécifique auprès du secrétariat du Conseil de l'Environnement et de la Nature de la Flandre (MINA), les périodes d'occupation auprès d'un cabinet ou d'un groupe politique reconnu sont, pendant son occupation auprès du secrétariat du Conseil de l'Environnement et de la Nature de la Flandre, assimilées à des prestations prises en compte pour le passage à l'échelle de traitement suivante de la carrière pécuniaire.
   § 2. Pour l'agent contractuel qui, à partir du 1er janvier 1999, est entré en service en tant que spécialiste (collaborateur de santé ou infirmier) auprès du Ministère de la Communauté flamande, Département de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Culture, Administration de la Santé, immédiatement après son occupation auprès de la " Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg " (VRGT), l'ancienneté pécuniaire auprès de cette association, qui est calculée conformément aux règles applicables aux membres du personnel des services de l'Autorité flamande, est prise en compte pour le passage à l'échelle de traitement suivante de la carrière pécuniaire.]1

  
Art. 7bis.41. [1 De overgehevelde ambtenaar die na de overhevelingsdatum bevorderd wordt ter uitvoering van een bevorderingsprocedure die gestart is vóór de overhevelingsdatum, wordt op de datum van de bevordering heringeschaald.]1
  
Art. 7bis.45. [1 L'agent contractuel qui a été transféré, à partir du 1er octobre 2002, du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture au Ministère de la Communauté flamande, après des prestations préalables auprès de " l'Instituut tot Aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw " (IWONL) (Institut pour l'encouragement de la recherche scientifique dans l'industrie et l'agriculture), conserve le salaire garanti en cas de maladie ou d'accident qui s'appliquait par contrat le 30 septembre 2002.]1
  
Art. 7bis.42. [1 De opdrachthouder, vermeld in artikel II 26 van het Stambesluit Vlaamse Openbare Instellingen, krijgt tot de datum van de aanwijzing van de nieuwe opdrachthouders de salarisschaal A281 of de salarisschaal A280 (als hij vastbenoemd is in loopbaan A12). Bij een nieuwe aanwijzing tot opdrachthouder daarna behoudt hij de salarisschaal A281, respectievelijk A280.]1
  
Art. 7bis.46. [1 L'agent contractuel ayant été engagé auprès des services du Gouvernement flamand suite à l'exécution de l'Accord du Lambermont en tant qu'assistant et rémunéré dans l'échelle de traitement A 166 dont le montant à l'échelon correspondant est inférieur au montant dont il bénéficiait au même échelon dans l'échelle fédérale 1003, conserve ce montant fédéral jusqu'à ce que le montant de l'échelle A 166 augmente. ]1
  
Art. 7bis.43. [1 De ambtenaar die op 1 januari 1994 bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap in dienst was, behoudt het salaris dat hij kreeg vóór zijn vrijwillige terugzetting tot hij op basis van de nieuwe salarisschaal een salaris krijgt dat ten minste daaraan gelijk is.]1
  
Art. 7bis.47. [1 § 1er. Le fonctionnaire ayant réussi un concours ou une épreuve comparative des capacités d'accession à un autre niveau, dont le procès-verbal date d'avant le 1er octobre 2004 et qui, deux ans après la date du procès-verbal, n'est toujours pas promu au grade pour lequel il a passé l'examen, reçoit l'allocation d'examen suivante :
-
Concours Montant à 100 % par an
Niveau A 1 120 euros
Niveaux B et C 500 euros
Concours Montant à 100 % par an Niveau A 1 120 euros Niveaux B et C 500 euros
§ 2. L'octroi de l'allocation d'examen ne peut avoir pour conséquence, que la rémunération du membre du personnel dépasse le montant dont il bénéficierait s'il était promu au grade pour lequel il a passé l'examen. Par rémunération il faut entendre : le traitement et toute autre allocation ou tout autre complément de traitement.
   § 3. Le fonctionnaire qui refuse la promotion au grade visé au § 1er, perd immédiatement l'allocation d'examen.]1
  
Art. 7bis.44. [1 § 1. Voor het contractuele personeelslid dat op 1 oktober 1997 een bijkomende of specifieke opdracht uitoefende bij het secretariaat van de Vlaamse Milieu- en Natuurraad, worden de periodes van tewerkstelling bij een kabinet of een erkende politieke groep tijdens de tewerkstelling bij het secretariaat van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen gelijkgesteld met prestaties die in aanmerking worden genomen voor de overgang naar de volgende salarisschaal in de geldelijke loopbaan.
   § 2. Voor het contractuele personeelslid dat bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap met ingang van 1 januari 1999 in dienst werd genomen als deskundige (gezondheidsmedewerker of verpleegkundige) bij het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, administratie Gezondheidszorg, onmiddellijk aansluitend op prestaties bij de Vlaamse Vereniging voor respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding (VRGT), wordt de geldelijke anciënniteit bij die vereniging, die berekend is overeenkomstig de regels die gelden voor personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid, in aanmerking genomen voor de overgang naar de volgende salarisschaal in de geldelijke loopbaan.]1

  
Art. 7bis.48. [1 L'agent contractuel entré en service, le 15 mai 1995, auprès du Ministère de la Communauté flamande, dans la fonction de conseiller commercial des aéroports régionaux, est inséré dans l'échelle B111.]1
  
Art. 7bis.45. [1 Het contractuele personeelslid dat met ingang van 1 oktober 2002 werd overgeheveld naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap vanuit het Ministerie van Middenstand en Landbouw, na voorgaande prestaties bij het Instituut tot Aanmoediging van het Wetenschappelijke Onderzoek in Nijverheid en landbouw (I.W.O.N.L.), behoudt de loonwaarborg bij ziekte of ongeval die contractueel van toepassing was op 30 september 2002.]1
  
Art. 7bis.49. [1 Les ouvriers des espaces verts du Ministère de la Communauté flamande (Divisions Forêts et Espaces verts et Nature) auxquels s'appliquent, à partir du 1er juillet 1999, les dispositions du statut du Ministère, conservent au moins le traitement mensuel brut normal du mois de juin 1999, conformément à la CCT de la Commission Paritaire Auxiliaire pour Employés qui s'appliquait à eux à ce moment-là.]1
  
Art. 7bis.46. [1 Het contractuele personeelslid dat bij de diensten van de Vlaamse Regering in dienst genomen werd ingevolge de uitvoering van het Lambermontakkoord als assistent, met een bezoldiging in salarisschaal A166 waarvan het bedrag op een salaristrap lager ligt dan het bedrag dat hij genoot op dezelfde salaristrap in de federale schaal 1003, behoudt het federale bedrag tot het bedrag in schaal A166 hoger wordt.]1
  
Art. 7bis.50. [1 § 1er. Le membre du personnel transféré de l'autorité fédérale conserve son ancienneté pécuniaire. Le fonctionnaire transféré d'un autre organisme public à l'établissement garde l'échelle de traitement à laquelle il avait droit en vertu de la réglementation existante au moment de son transfert et au grade dont il était investi à ce moment-là, si cette échelle est plus favorable que celle de l'établissement qui s'appliquerait à lui. Les modifications ultérieures ne lui sont plus applicables.
   Ils conservent également les allocations, indemnités, primes et autres avantages auxquels ils pouvaient prétendre dans le Ministère ou l'établissement d'origine suivant la réglementation qui s'appliquait à eux. Ils ne conservent les avantages liés à la fonction que dans la mesure où leurs conditions d'octroi persistent.
   § 2. Il faut entendre par la réglementation telle que visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, au moins un arrêté ministériel.
   § 3. En aucun cas, les avantages visés au paragraphe 1er du service d'origine ne peuvent être cumulés avec ceux existant dans l'établissement. Le fonctionnaire bénéficie du régime le plus favorable.]1

  
Art. 7bis.47. [1 § 1. De ambtenaar die geslaagd is voor een vergelijkend examen of voor een vergelijkende bekwaamheidsproef naar het andere niveau, waarvan het proces-verbaal van het vergelijkende examen of de vergelijkende bekwaamheidsproef dateert van voor 1 oktober 2004, en die twee jaar na de datum van het proces-verbaal van dat examen niet bevorderd is in de graad waarvoor hij het examen heeft afgelegd, krijgt de volgende examentoelage:
Art. 7bis.51. [1 Le membre du personnel contractuel qui, le 1er janvier 2002 ou plus tard, a fait l'objet d'un upgrading à un emploi contractuel auquel est liée une échelle de traitement de niveau D, bénéficie toujours d'une rémunération qui dépasse de 620 euros le traitement dans l'échelle de traitement dont il bénéficiait immédiatement avant cette nouvelle insertion barémique.
   Par " rémunération " on entend à l'alinéa 1er : la somme du traitement dans l'emploi auquel est liée une échelle de traitement de niveau D et de la prime de l'upgrading. La prime de l'upgrading s'élève au maximum à 620 euros (100 %).]1

  
Vergelijkend examen Bedrag tegen 100% per jaar
Niveau A 1120 euro
Niveau B en C 500 euro
Vergelijkend examen Bedrag tegen 100% per jaar Niveau A 1120 euro Niveau B en C 500 euro
§ 2. De toekenning van de examentoelage mag niet tot gevolg hebben dat de bezoldiging van het personeelslid hoger is dan het bedrag dat hij zou krijgen als hij bevorderd werd in de graad waarvoor hij het examen heeft afgelegd. Met bezoldiging wordt hier het salaris bedoeld, en elke andere toelage of elk ander salariscomplement.
   § 3. De ambtenaar die de bevordering naar de graad, vermeld in paragraaf 1, weigert, verliest onmiddellijk de examentoelage.]1
  
-
Art. 7bis.48. [1 Het contractuele personeelslid dat bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap op 15 mei 1995 in dienst werd genomen in de betrekking van commercieel adviseur luchthavens wordt ingeschaald in schaal B111.]1
  
Art. 7bis.52. [1 Le fonctionnaire qui, le 1er janvier 2002 ou après, a été promu du niveau E à un emploi au niveau D, bénéficie toujours d'une rémunération qui dépasse au moins de 620 euros le traitement dans l'échelle de traitement dont il bénéficiait immédiatement avant cette nouvelle insertion barémique.
   Par " rémunération " on entend à l'alinéa 1er : la somme du traitement dans l'emploi auquel est liée une échelle de traitement de niveau D et de la prime de la promotion. La prime de la promotion s'élève au maximum à 620 euros (100 %).]1

  
Art. 7bis.49. [1 De groenbedienden van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (afdeling Bos en Groen, en Natuur) die vanaf 1 juli 1999 onder de bepalingen van het statuut van het Ministerie werden ondergebracht, behouden minstens het normale bruto maandsalaris van juni 1999 overeenkomstig de cao van het Aanvullend Paritair Comité voor Bedienden die dan op hen van toepassing was. ]1
  
Art. 7bis.53. [1 L'agent contractuel ayant été engagé auprès des services du Gouvernement flamand suite à l'exécution de l'Accord du Lambermont au grade de spécialiste en chef ou de spécialiste et qui, auprès du Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek ou du Centrum voor Landbouweconomie, était titulaire du grade d'ingénieur technique avec une rémunération dans l'échelle de traitement 20 700,65 - 30 857,72, ou de technicien spécialisé de la recherche avec l'échelle de traitement 26N, est rémunéré respectivement dans l'échelle de traitement B222 et B122. ]1
  
Art. 7bis.50. [1 § 1. Het personeelslid dat van de federale overheid overgedragen is, behoudt zijn geldelijke anciënniteit. De ambtenaar die vanuit een andere instelling is overgegaan naar de instelling, behoudt de salarisschaal waarop hij recht had volgens de bestaande reglementering op het ogenblik van zijn overplaatsing en in de graad die hij op dat ogenblik bekleedde, als die gunstiger is dan de salarisschaal van de instelling die op hem van toepassing zou zijn. De latere wijzigingen aan deze reglementering zijn op hem niet meer van toepassing.
   Ze behouden ook de toelagen, vergoedingen, premies en andere voordelen waarop ze in het ministerie of de instelling van herkomst aanspraak konden maken overeenkomstig de reglementering die op hen van toepassing was. Ze behouden de voordelen die aan een functie verbonden zijn, alleen als de voorwaarden voor de toekenning ervan blijven bestaan.
   § 2. Onder reglementering als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, moet minstens een ministerieel besluit worden verstaan.
   § 3. In geen geval kunnen de voordelen vermeld in paragraaf 1 van de dienst van oorsprong worden samengevoegd met die in de instelling. De meest gunstige regeling is van toepassing op de ambtenaar.]1

  
Art. 7bis.54. [1 Par dérogation à l'article VII 20, § 4, le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année ne sont pas payés d'avance, mais payés par le nouvel employeur à la date de paiement normale, en cas de départ par application :
   1° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2005 portant affectation des membres du personnel des services, institutions et personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande et/ou de la Région flamande aux départements et aux agences autonomisées ;
   2° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2005 portant affectation des membres du personnel des services, institutions et personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande et/ou de la Région flamande aux conseils consultatifs stratégiques ;
   3° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 octobre 2005 portant transfert de certains membres du personnel de l'administration des Voies navigables et de la Marine vers les agences autonomisées " Waterwegen en Zeekanaal " (Voies navigables et Canal maritime) et " De Scheepvaart " (Navigation), conjointement avec tous les biens liés à ces membres du personnel.]1

  
Art. 7bis.51. [1 Het contractuele personeelslid dat op of na 1 januari 2002 werd geüpgraded naar een contractuele betrekking met een salarisschaal van niveau D, heeft altijd een bezoldiging die ten minste 620 euro hoger is dan het salaris in de salarisschaal die hij onmiddellijk voorafgaand aan die inschaling kreeg.
   Onder `bezoldiging' wordt in het eerste lid begrepen: het salaris in de betrekking met een salarisschaal van niveau D en de upgradingspremie samen. De upgradingspremie bedraagt maximaal 620 euro (100%).]1

  
Art. 7bis.55. [1 § 1er. Le fonctionnaire du rang A1 ou A2 bénéficiant en décembre 1993 du complément de traitement visé à l'article 13 de l'arrêté de l'Exécutif flamand du 14 octobre 1992 fixant les échelles de traitement du Ministère de la Communauté flamande, reçoit une allocation de 20 % du traitement indexé pour autant qu'il continue à exercer effectivement les tâches d'informaticien et exclusivement dans un service d'informatique.
   § 2. Le droit à cette allocation échoit dès que le fonctionnaire passe à un rang supérieur ou à une échelle de traitement supérieure. Pour l'application de l'article VII 5bis, ce complément de traitement est, le cas échéant, repris, conjointement avec le traitement, dans le calcul. L'allocation est payée mensuellement à terme échu. Elle est réduite conformément à l'article VII 6.]1

  
Art. 7bis.52. [1 De ambtenaar die op of na 1 januari 2002 werd bevorderd van niveau E naar een betrekking in niveau D, heeft altijd een bezoldiging die ten minste 620 euro hoger is dan het salaris in de salarisschaal die hij kreeg onmiddellijk voorafgaand aan die inschaling.
   Onder `bezoldiging' wordt in het eerste lid begrepen: het salaris in de betrekking met een salarisschaal van niveau D en de bevorderingspremie samen. De bevorderingspremie bedraagt maximaal 620 euro (100%).]1

  
Art. 7bis.56. [1 Si la rémunération de l'agent contractuel est inférieure, après la fixation conformément aux dispositions du présent arrêté, à la rémunération dont bénéficiait l'agent contractuel avant le changement de dénomination de sa fonction, le régime pécuniaire initialement convenu par contrat reste d'application. ]1
  
Art. 7bis.53. [1 Het contractuele personeelslid dat bij de diensten van de Vlaamse Regering in dienst genomen werd ingevolge de uitvoering van het Lambermontakkoord in de graad van hoofddeskundige of deskundige en dat bij het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek of bij het Centrum voor Landbouweconomie titularis was van de graad van technisch ingenieur met een bezoldiging in de weddeschaal 20.700,65 - 30.857,72 of gespecialiseerd technicus der vorsing met weddeschaal 26N wordt respectievelijk bezoldigd in salarisschaal B222 en B122.]1
  
Art. 7bis.57. [1 Pour l'octroi de l'augmentation de traitement, les prestations réelles et complètes que l'agent contractuel a effectuées en tant que chômeur mis au travail sont pris en compte au pro rata de six ans au maximum.
   Les périodes d'absence correspondant à la position administrative " activité de service " dans laquelle le fonctionnaire conserve ses droits à l'augmentation de traitement, sont également prises en considération pour la comptabilisation des prestations complètes et effectives comme chômeur mis au travail.]1

  
Art. 7bis.54. [1 In afwijking van artikel VII 20, § 4, worden het vakantiegeld en de eindejaarstoelage niet vooruitbetaald, maar betaald door de nieuwe werkgever op de normale betaaldatum, in geval van uitdiensttreding met toepassing van:
   1° het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2005 houdende toewijzing van de personeelsleden van de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap en/of van het Vlaamse Gewest, aan de departementen en de verzelfstandigde agentschappen;
   2° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende toewijzing van de personeelsleden van de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap en/of van het Vlaamse Gewest, aan de strategische adviesraden;
   3° het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2005 houdende overdracht van sommige personeelsleden van de administratie Waterwegen en Zeewezen aan de verzelfstandigde agentschappen Waterwegen en Zeekanaal en De Scheepvaart, samen met alle goederen die aan die personeelsleden verbonden zijn.]1

  
Art. 7bis.55. [1 § 1. De ambtenaar van rang A1 of A2 die in december 1993 het salariscomplement kreeg vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 1992 tot vaststelling van de weddeschalen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, ontvangt een toelage van 20% van het geïndexeerde salaris voor zover hij de taken van informaticus daadwerkelijk en uitsluitend in een informaticadienst blijft uitoefenen.
   § 2. Het recht op die toelage vervalt als de ambtenaar bevorderd wordt in rang of in salarisschaal. In voorkomend geval wordt voor de toepassing van artikel VII 5bis dit salariscomplement samen met het salaris in de berekening opgenomen. De toelage wordt maandelijks betaald nadat de termijn vervallen is. Ze wordt verminderd overeenkomstig artikel VII 6.]1

  
Art. 7bis.59. [1 Le membre du personnel qui a été transféré le 1er janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap voor Ondernemen " à " l'Agentschap Ondernemen " reçoit l'allocation compensatoire mentionnée citée ci-après jusqu'à ce qu'il quitte " l'Agentschap Ondernemen " volontairement ou jusqu'à ce qu'il soit licencié.
-
Période Montant membres du personnel nommés Montant membres du personnel contractuels
Du 01-01-2009 au 30-04-2009 17,00 € 18,50 €
A partir du 01-05-2009 29,00 € 32,50 €
Période Montant membres du personnel nommés Montant membres du personnel contractuels Du 01-01-2009 au 30-04-2009 17,00 € 18,50 € A partir du 01-05-2009 29,00 € 32,50 €
Cette allocation est payée à terme échu mensuellement avec le traitement, au prorata des prestations et conformément à l'article VII 15.]1
  
Art. 7bis.56. [1 Als de bezoldiging van het contractuele personeelslid na de vaststelling overeenkomstig de bepalingen vermeld in dit besluit lager is dan de bezoldiging die het contractuele personeelslid vóór de wijziging van de benaming van zijn functie kreeg, blijft de oorspronkelijke contractueel overeengekomen bezoldigingsregeling van toepassing.]1
  
Art. 7bis.60. [1 § 1er. Le membre du personnel nommé à titre définitif qui a été transféré le 1er janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap Ondernemen " à " l'Agentschap Ondernemen ", maintient l'avantage du supplément salarial de 10 % et un treizième mois supplémentaire, tel que confirmé par la " Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij West-Vlaanderen " le 17 mai 1977, tant que cette rémunération dépasse le salaire, le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année résultant de l'application de la carrière fonctionnelle.
   L'article VII 20, § 3 et § 4, s'applique au treizième mois supplémentaire, visé à l'alinéa 1er. Par dérogation à l'article VII 22, § 3, le treizième mois supplémentaire est payé pendant le mois de janvier de l'année calendaire suivante.
   § 2. Le membre du personnel contractuel qui a été transféré le 1er janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap voor Ondernemingen " à " l'Agentschap Ondernemen " maintient l'avantage d'une allocation de fin d'année qui a été majorée à un treizième mois
   § 3. Le membre du personnel nommé du niveau C qui a été transféré le 1er janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap Ondernemen " à " l'Agentschap Ondernemen ", maintient l'avantage des frais de déplacement forfaitaires et d'une allocation pour prestations supplémentaires qui a été octroyé par la " Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij West-Vlaanderen " le 8 mars 1988.
   § 4. Le membre du personnel nommé du niveau C qui a été transféré le 1er janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap Ondernemen " à " l'Agentschap Ondernemen ", maintient l'avantage de rémunération dans l'échelle de traitement A111, comme décidé par la " Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij West-Vlaanderen " le 17 mai 1977.
   § 5. Le membre du personnel contractuel qui a été transféré le 1er janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap voor Ondernemen " à " l'Agentschap Ondernemen ", et qui est engagé dans une des fonctions suivantes, conserve sa rémunération dans la nouvelle échelle de traitement attribuée au sein de la " Vlaams Agentschap voor Ondernemen " :
-
Directeur (A221) ;
Directeur (A212) ;
Adjoint du directeur (A112) ;
Expert (B122) ;
Expert (B112).
Directeur (A221) ; Directeur (A212) ; Adjoint du directeur (A112) ; Expert (B122) ; Expert (B112).
§ 6. Le membre du personnel nommé à titre définitif avec le grade d'agent technique (échelle de traitement E123) qui a été transféré le 1er janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap voor Ondernemen " à " l'Agentschap Ondernemen " est promu au grade d'assistant technique (échelle D121) (1er janvier 2002) en application de l'article VIII 109quinquies et en application du régime de garantie prévu à l'article XIII 81terdecies du VPS du 24 novembre 1993.
   En vue de l'application du régime de garantie, visé à l'alinéa précédent, le traitement dans l'échelle E123 est fixé à 17 340 euros à 100 % à partir du 1er janvier 2009.
   § 7. Les deux agents contractuels qui sont entrés en service à " l'Agentschap Ondernemen " le 1er janvier 2009, sur la base d'un contrat de travail avec la " Vlaams Agentschap Ondernemen " du 12 décembre 2008, reçoivent l'avantage, visé à l'article VIIbis 60 du présent arrêté.]1
  
Art. 7bis.57. [1 Voor de toekenning van de salarisverhoging worden de werkelijke en volledige prestaties die het contractuele personeelslid als tewerkgestelde werkloze heeft verricht voor maximaal zes jaar mee in aanmerking genomen.
   De periodes van afwezigheid gedurende een tewerkstelling als tewerkgestelde werkloze die overeenstemmen met de administratieve toestand dienstactiviteit waarin een ambtenaar zijn aanspraak op salarisverhoging behoudt, worden eveneens als werkelijke en volledige prestaties beschouwd.]1

  
Art. 7bis.61. [1 Dans les articles VIIbis 63 à VIIbis 69 inclus, on entend par les mots " le fonctionnaire transféré du Service public fédéral Finances " et les mots " le membre du personnel transféré du Service public fédéral " : les fonctionnaires ou membres du personnel transférés les 16 novembre 2010, 1er décembre 2010 ou 1er janvier 2011 du Service public fédéral Finances.]1
  
Art. 7bis.62. [1 L'ancienneté pécuniaire du membre du personnel transféré du Service public fédéral Finances et du Jardin botanique national de Belgique égale l'ancienneté pécuniaire réelle, le cas échéant augmenté de l'insertion barémique fédérale diagonale.]1
  
Art. 7bis.59. [1 Het personeelslid dat op 1 januari 2009 is overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen, ontvangt de hieronder vermelde compenserende toelage totdat hij het Agentschap Ondernemen vrijwillig verlaat of ontslagen wordt:
Art. 7bis.63. [1 § 1er. Le fonctionnaire transféré du Service public fédéral Finances est nommé d'office à partir de la date de transfert et inséré conformément à l'annexe 8 jointe au présent arrêté.
   § 2. Le membre du personnel contractuel qui, le 1er janvier 2011, a été transféré du Service public fédéral Finances aux services de l'autorité flamande, est occupé dans l'emploi et rémunéré dans l'échelle de traitement conformément à l'annexe 8 jointe au présent arrêté.]1

  
Periode Bedrag vast benoemden Bedrag contractuelen
01-01-2009 tot 30-4-2009 € 17,00 € 18,50
Vanaf 1-5-2009 € 29,00 € 32,50
Periode Bedrag vast benoemden Bedrag contractuelen 01-01-2009 tot 30-4-2009 € 17,00 € 18,50 Vanaf 1-5-2009 € 29,00 € 32,50
Die toelage wordt maandelijks naar rato van de prestaties en overeenkomstig artikel VII 15, nadat de termijn vervallen is, samen met het salaris betaald.]1
  
-
Art. 7bis.60. [1 § 1. Het vast benoemde personeelslid dat op 1 januari 2009 is overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen, behoudt het voordeel van het weddensupplement van 10% en een extra dertiende maand, zoals bevestigd door de GOM West Vlaanderen op 17 mei 1977, zolang die bezoldiging voordeliger is dan het salaris, het vakantiegeld en de eindejaarstoelage die voortkomen uit de toepassing van de functionele loopbaan.
   Artikel VII 20, § 3 en § 4, zijn van toepassing op de extra dertiende maand, vermeld in het eerste lid. In afwijking van artikel VII 22, § 3, wordt de extra dertiende maand uitbetaald tijdens de maand januari van het volgende kalenderjaar.
   § 2. Het contractuele personeelslid dat op 1 januari 2009 is overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen, behoudt het voordeel van de eindejaartoelage die tot een dertiende maand verhoogd is.
   § 3. Het vast benoemde personeelslid van niveau C dat op 1 januari 2009 is overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen behoudt het voordeel van forfaitaire verplaatsingskosten en toelagen voor extraprestaties, die toegekend zijn door de GOM West-Vlaanderen op 8 maart 1988.
   § 4. Het vast benoemde personeelslid van niveau C dat op 1 januari 2009 is overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen, behoudt het voordeel van verloning in de salarisschaal A111, zoals beslist door de GOM West-Vlaanderen op 17 mei 1977.
   § 5. Het contractuele personeelslid dat op 1 januari 2009 is overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen, en dat in één van de volgende betrekkingen werkt, behoudt zijn bezoldiging in de salarisschaal die bij VLAO toegekend is:
Art. 7bis.64. [1 § 1er. Le fonctionnaire transféré du Service public fédéral Finances qui, à la date du transfert, a réussi une épreuve des capacités donnant accès à une nomination dans un autre grade du même niveau, mais qui n'est pas encore nommé dans le nouveau grade, est nommé, à la date du transfert, auprès des services de l'autorité flamande, dans le grade et inséré dans l'échelle qui, conformément à l'annexe 8 jointe au présent arrêté, correspond au grade fédéral et à l'échelle qui était à conférer suite à la réussite de cette épreuve des capacités.
   § 2. Le fonctionnaire transféré du Service public fédéral Finances qui, après le transfert, réussit une épreuve des capacités donnant accès à une nomination dans un autre grade du même niveau, en exécution d'une procédure pour laquelle il était déjà inscrit avant le transfert, est nommé, le premier jour du mois suivant le procès-verbal, conformément à l'annexe 8 jointe au présent arrêté, dans le grade et inséré dans l'échelle qui correspond au grade fédéral et à l'échelle qui était à conférer suite à la réussite de cette épreuve des capacités. ]1

  
Directeur (A221);
Directeur (A212);
adjunct van de directeur (A112);
Deskundige (B122);
Deskundige (B112).
Directeur (A221); Directeur (A212); adjunct van de directeur (A112); Deskundige (B122); Deskundige (B112).
§ 6. Het vastbenoemde personeelslid met de graad van technisch beambte (salarisschaal E123) dat op 1 januari 2009 is overgeheveld van het Vlaams Agentschap Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen, wordt met toepassing van artikel VIII 109quinquies en met toepassing van de garantieregeling, vermeld in artikel XIII 81terdecies van het VPS van 24 november 1993, bevorderd tot de graad van technisch assistent (schaal D121) (1 januari 2002).
   Met het oog op de toepassing van de garantieregeling, vermeld in het vorige lid, wordt het salarisbedrag in de schaal E123 met ingang van 1 januari 2009 bepaald op 17.340 tegen 100%.
   § 7. De twee contractuele personeelsleden die op 1 januari 2009 in dienst traden bij het Agentschap Ondernemen, op basis van een arbeidsovereenkomst met het Vlaams Agentschap Ondernemen van 12 december 2008, krijgen het voordeel, vermeld in artikel VIIbis 60 van dit besluit.]1
  
-
Art. 7bis.61. [1 In artikel VIIbis 63 tot en met VIIbis 69 wordt onder de woorden "de van de Federale Overheidsdienst Financiën overgehevelde ambtenaar" en de woorden "het van de Federale Overheidsdienst overgehevelde personeelslid" verstaan: de ambtenaren of personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën die op 16 november 2010, 1 december 2010 of 1 januari 2011 overgeheveld zijn.]1
  
Art. 7bis.65. [1 § 1er. Le membre du personnel transféré du Service public fédéral Finances et du Jardin botanique national de Belgique qui, à la date du transfert, recevait une prime de développement des compétences auprès de l'autorité fédérale, conserve cette prime auprès des services de l'autorité flamande pour la même durée de validité que lorsqu'elle aurait été octroyée auprès de l'autorité fédérale.
   § 2. Après l'arrêt de la prime complète, la moitié de la prime de développement des compétences est encore octroyée pendant 36 mois.
   § 3. Le membre du personnel transféré du Service public fédéral Finances reçoit la prime de développement des compétences :
   1° à partir de la date du transfert lorsque, après le transfert, il réussit une mesure de compétences ou une formation certifiée pour laquelle il était inscrit avant le transfert ;
   2° à partir de la date d'inscription pour la dernière mesure ou formation certifiée lorsque, avant le transfert, il n'a pas réussi la mesure de compétences ou la formation certifiée organisée par l'autorité fédérale mais réussit la prochaine mesure de compétences ou formation certifiée organisée par l'autorité fédérale après le transfert.
   Le membre du personnel transféré du Jardin botanique national de Belgique reçoit la prime de développement des compétences à partir de la date du transfert lorsque, après le transfert, il réussit une mesure de compétences ou une formation certifiée pour laquelle il était inscrit avant le transfert.
   Les paragraphes 1 et 2 s'appliquent pour le maintien de la prime.
   § 4. Le montant de la prime de développement des compétences auprès des services de l'autorité flamande égale le montant de la prime de développement des compétences auprès du Service public fédéral Finances respectivement du Jardin botanique national de Belgique à la date du transfert pour le niveau, le grade et la mesure en question.
   § 5. La prime est payée une fois par an, au mois de septembre, au prorata des prestations des douze derniers mois.]1

  
Art. 7bis.62. [1 De geldelijke anciënniteit van het personeelslid dat overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Nationale Plantentuin van België is gelijk aan de werkelijke geldelijke anciënniteit, in voorkomend geval verhoogd met de federale diagonale inschaling.]1
  
Art. 7bis.66. [1 Le membre du personnel transféré du Service public fédéral Finances et du Jardin botanique national de Belgique qui, à la date du transfert, recevait la moitié de la prime de développement des compétences auprès de l'autorité fédérale, conserve cette prime auprès des services de l'autorité flamande pendant 36 mois, à compter de la date de l'octroi de cette prime.]1
  
Art. 7bis.63. [1 § 1. De ambtenaar die overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën, wordt met ingang van de overhevelingsdatum ambtshalve benoemd en ingeschaald overeenkomstig bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd.
   § 2. Het contractuele personeelslid dat op 1 januari 2011 overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën naar de diensten van de Vlaamse overheid, wordt tewerkgesteld in de betrekking en bezoldigd in de salarisschaal overeenkomstig bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd.]1

  
Art. 7bis.67. [1 § 1er. Le fonctionnaire transféré du Service public fédéral Finances qui, à la date du transfert, recevait la prime de formation auprès de l'autorité fédérale, conserve cette prime auprès des services de l'autorité flamande pour la même durée de validité que lorsqu'elle aurait été octroyée auprès du Service public fédéral Finances.
   § 2. Le montant de la prime de formation auprès des services de l'autorité flamande égale le montant de la prime de formation tel qu'il existait auprès du Service public fédéral Finances à la date du transfert pour le niveau et le grade en question.
   § 3. La prime de formation n'est pas indexée et est payée chaque mois, au prorata des prestations, avec le salaire. ]1

  
Art. 7bis.64. [1 § 1. De ambtenaar die overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën en die op de datum van de overheveling geslaagd is voor een bekwaamheidsproef die toegang geeft tot een benoeming in een andere graad van hetzelfde niveau, maar die nog niet benoemd is in de nieuwe graad, wordt bij de diensten van de Vlaamse overheid op de datum van de overheveling benoemd in de graad en ingeschaald in de schaal die overeenkomstig bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd, overeenstemt met de federale graad en schaal die te begeven was door het slagen voor deze bekwaamheidsproef.
   § 2. De ambtenaar die overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën en die na de overheveling slaagt voor een bekwaamheidsproef die toegang geeft tot een benoeming in een andere graad van hetzelfde niveau, ter uitvoering van een procedure waarvoor hij al ingeschreven was vóór de overheveling, wordt de eerste dag van de maand die volgt op het proces-verbaal, overeenkomstig bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd, benoemd in de graad en ingeschaald in de schaal die overeenstemt met de federale graad en schaal die te begeven was door het slagen voor deze bekwaamheidsproef.]1

  
Art. 7bis.68. [1 Par dérogation à l'annexe 8 jointe au présent arrêté, le membre du personnel transféré du Service public fédéral Finances qui a au moins 50 ans le 1er janvier 2011, qui est payé au maximum de l'échelle de traitement flamande, visée à la première colonne du tableau ci-dessous, et qui ne peut plus faire de pas de carrière dans la carrière fonctionnelle avant l'âge de 55 ans, obtient à partir du mois suivant l'âge de 55 ans l'échelle de traitement visée à la deuxième colonne du tableau ci-dessous, sans préjudice de l'application de la partie VI du présent arrêté.
-
Echelle de traitement lors de l'insertion Echelle de traitement à partir de 55 ans
A123 A123 V
C111 C111 V
C112 C112 V
C141 C141 V
C143 C143 V
C211 C211 V
C212 C212 V
D121 D121 V
D122 D122 V
D201 D201 V
Echelle de traitement lors de l'insertion Echelle de traitement à partir de 55 ans A123 A123 V C111 C111 V C112 C112 V C141 C141 V C143 C143 V C211 C211 V C212 C212 V D121 D121 V D122 D122 V D201 D201 V
]1
  
Art. 7bis.65. [1 § 1. Het personeelslid dat overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Nationale Plantentuin van België en dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid de premie voor competentieontwikkeling kreeg, behoudt die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid voor dezelfde geldigheidsduur als ze toegekend zou zijn bij de federale overheid.
   § 2. Na de stopzetting van de volledige premie wordt nog gedurende 36 maanden de helft van de premie voor competentieontwikkeling toegekend
   § 3. Het personeelslid dat overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën ontvangt de premie voor competentieontwikkeling:
   1° vanaf de datum van de overheveling als hij na de overheveling slaagt voor een competentiemeting of gecertificeerde opleiding waarvoor hij ingeschreven was vóór de overheveling;
   2° vanaf de inschrijvingsdatum voor de laatste meting of gecertificeerde opleiding als het vóór de overheveling niet geslaagd is voor de door de federale overheid georganiseerde competentiemeting of gecertificeerde opleiding, maar wel slaagt voor de eerstvolgende door de federale overheid georganiseerde competentiemeting of gecertificeerde opleiding na de overheveling.
   Het personeelslid dat overgeheveld is van de Nationale Plantentuin van België, ontvangt de premie voor competentieontwikkeling vanaf de datum van overheveling als hij na de overheveling slaagt voor een competentiemeting of gecertificeerde opleiding waarvoor hij ingeschreven was vóór de overheveling.
   Voor het behoud van de premie gelden paragraaf 1 en 2.
   § 4. Het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling bij de diensten van de Vlaamse overheid is gelijk aan het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling bij de Federale Overheidsdienst Financiën respectievelijk de Nationale Plantentuin van België op de datum van de overheveling voor het niveau, de graad en de meting in kwestie.
   § 5. De premie wordt eenmaal per jaar uitbetaald in de maand september naar rato van de prestaties van de voorbije twaalf maanden.]1

  
Art. 7bis.69. [1 § 1er. L'allocation compensatoire de 43,00 euros pour les statutaires et de 47,50 euros pour les contractuels est maintenue pour les personnels des suivantes agences, à condition qu'ils y soient entrés en service avant le 1er décembre 2012 et jusqu'à ce que les membres du personnel quittent l'entité de plein gré ou qu'ils soient licenciés.
   1° De Vlaamse Waterweg nv ou un de ses prédécesseurs, à savoir Waterwegen en Zeekanaal NV ou nv De Scheepvaart ;
   2° l'Agence flamande pour l'Entrepreneuriat international (FIT), à l'exception des représentants économiques flamands et du personnel d'appui à l'étranger ;
   3° la Société publique des Déchets de la Région flamande ;
   4° l'Agence flamande pour les Personnes handicapées ;
   5° la Société flamande du Logement social ;
   6° l'Institut de Promotion de l'Innovation par la Science et la Technologie en Flandre.
   L'allocation visée à l'alinéa 1er est également maintenue pour les quatre membres du personnel statutaires visés à l'annexe 1re, point 1.3. de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mars 2015 portant transfert de membres du personnel au sein des services des Autorités flamandes en conséquence de la transformation des domaines politiques des Services pour la Politique générale du Gouvernement et de la Gouvernance publique en le domaine politique Chancellerie et Gouvernance, qui sont transférés du FIT au département Chancellerie et Gouvernance.
   L'allocation visée à l'alinéa 1er est également accordée aux membres du personnel de " l'Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen " pour la période du 1er janvier 2010 jusqu'au 30 novembre 2012 compris.
   § 2. Les personnels entrés en service avant le 1 décembre 2012 auprès de SYNTRA Vlaanderen et transférés le 1er janvier 2021 au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, à l'Agence de Gestion des Infrastructures, à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ou à l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle, conservent l'allocation compensatoire de 29,00 euros pour les statutaires et de 32,50 euros pour les contractuels, jusqu'à ce qu'ils quittent volontairement l'entité vers laquelle ils ont été transférés ou soient licenciés. ".
   § 3. Les allocations, citées aux paragraphes 1er et 2, sont payées à terme échu mensuellement avec le traitement, au prorata des prestations et conformément à l'article VII 15. ]1

  
Art. 7bis.66. [1 Het personeelslid dat overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Nationale Plantentuin van België en dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid de helft van de premie voor competentieontwikkeling kreeg, behoudt die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid gedurende 36 maanden vanaf de datum van de toekenning van de premie.]1
  
Art. 7bis.70. [1 Le receveur régional contractuel qui, en date du 1er janvier 2013, est transféré de la Région flamande aux services de l'Autorité flamande, est mis au service dans la fonction de conseiller. ]1
  
Art. 7bis.67. [1 § 1. De ambtenaar die overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën en die op de datum van de overheveling bij de federale overheid de vormingspremie kreeg, behoudt die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid voor dezelfde geldigheidsduur als die welke toegekend geweest zou zijn bij de Federale Overheidsdienst Financiën.
   § 2. Het bedrag van de vormingspremie bij de diensten van de Vlaamse overheid is gelijk aan het bedrag van de vormingspremie bij de Federale Overheidsdienst Financiën op de datum van de overheveling voor het niveau en de graad in kwestie.
   § 3. De vormingspremie wordt niet geïndexeerd en wordt maandelijks naar rato van de prestaties samen met het salaris uitbetaald.]1

  
Art. 7bis.71. [1 Le receveur régional qui, en date du 1er janvier 2013, est transféré de la Région flamande, garde son ancienneté pécuniaire. ]1
  
Art. 7bis.68. [1 In afwijking van bijlage 8, bij dit besluit is gevoegd, verkrijgt het personeelslid dat van de Federale Overheidsdienst Financiën overgeheveld is, dat op 1 januari 2011 minstens 50 jaar is, dat tegen het maximum van de Vlaamse salarisschaal vermeld in de eerste kolom van de onderstaande tabel betaald wordt en dat geen loopbaanstap in de functionele loopbaan meer kan zetten voor de leeftijd van 55 jaar, vanaf de maand die volgt op de leeftijd van 55 jaar, de salarisschaal, vermeld in de tweede kolom van de onderstaande tabel, met behoud van toepassing van deel VI van dit besluit.
Art. 7bis.72. [1 § 1er. La résidence administrative du receveur régional qui, en date du 1er janvier 2013, est transféré de la Région flamande et qui exerce la fonction de receveur régional, est fixée à son domicile.
   § 2. Le receveur régional qui, en date du 1er janvier 2013 est transféré de la Région flamande et qui exerce la fonction de receveur régional, a droit, pour les déplacements entre sa résidence administrative et les administrations qu'il doit servir, effectués par son propre véhicule automobile, par commune où il est employé, à une intervention à concurrence du coût mensuel total d'un billet de train de 2e classe pour le même trajet.
   § 3. Le receveur régional qui, en date du 1er janvier 2013 est transféré de la Région flamande et qui exerce la fonction de receveur régional, ne peut pas combiner l'intervention avec les frais d'un abonnement aux transports publics vers et depuis l'administration à servir ou avec une allocation vélo, pris à charge par l'employeur. ]1

  
Salarisschaal bij de inschaling Salarisschaal vanaf 55 jaar
A123 A123 V
C111 C111 V
C112 C112 V
C141 C141 V
C143 C143 V
C211 C211 V
C212 C212 V
D121 D121 V
D122 D122 V
D201 D201 V
Salarisschaal bij de inschaling Salarisschaal vanaf 55 jaar A123 A123 V C111 C111 V C112 C112 V C141 C141 V C143 C143 V C211 C211 V C212 C212 V D121 D121 V D122 D122 V D201 D201 V
]1
  
-
Art. 7bis.69. [1 § 1. De compenserende toelage van 43 euro voor vastbenoemden en van 47,50 euro voor contractuelen blijft behouden voor de personeelsleden van de volgende agentschappen, op voorwaarde dat die personeelsleden er in dienst zijn getreden vóór 1 december 2012 en totdat de personeelsleden de entiteit vrijwillig verlaten of ontslagen worden:
   1° De Vlaamse Waterweg nv of een van haar rechtsvoorgangers, namelijk Waterwegen en Zeekanaal NV of nv De Scheepvaart;
   2° het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen (FIT), met uitzondering van de Vlaamse economische vertegenwoordigers en het ondersteunend personeel in het buitenland;
   3° de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;
   4° het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
   5° de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;
   6° het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen.
   De toelage, vermeld in het eerste lid, blijft ook behouden voor de vier statutaire personeelsleden vermeld in bijlage 1, punt 1.3., van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2015 houdende overdracht van personeelsleden binnen de diensten van de Vlaamse overheid ingevolge de omvorming van de beleidsdomeinen Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid en Bestuurszaken tot het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur, die worden overgedragen van het FIT aan het Departement Kanselarij en Bestuur.
   De toelage vermeld in het eerste lid, wordt aan de personeelsleden van het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen, ook toegekend voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 november 2012.
   § 2. De personeelsleden die vóór 1 december 2012 in dienst zijn getreden bij SYNTRA Vlaanderen en op 1 januari 2021 worden overgeheveld naar het Departement Werk en Sociale Economie, het Facilitair Bedrijf, het Agentschap voor Innoveren en Ondernemen of de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, behouden de compenserende toelage van 29,00 euro voor vastbenoemden en van 32,50 euro voor contractuelen, totdat ze de entiteit waarnaar ze zijn overgeheveld, vrijwillig verlaten of totdat ze ontslagen worden.
   § 3. De toelagen, vermeld in paragraaf 1 en 2 worden maandelijks naar rato van de prestaties en overeenkomstig artikel VII 15, nadat de termijn vervallen is, samen met het salaris betaald.]1

  
Art. 7bis.73. [1 § 1er. Le receveur régional qui, en date du 1er janvier 2013 est transféré de la Région flamande et qui exerce la fonction de receveur régional et qui est chargé d'une administration supplémentaire par l'administrateur général de " l'Agentschap Binnenlands Bestuur " dans l'absence temporaire du titulaire effectif responsable de cette administration ou dans l'attente de la satisfaction d'une offre d'emploi, reçoit une allocation de ce fait.
   § 2. L'administrateur général de " l'Agentschap Binnenlands Bestuur " fixe cette allocation au prorata du nombre d'heures prestées pour l'administration supplémentaire, dans la mesure où ce nombre d'heures prestées additionné au nombre d'heures prestées pour les propres administrations est supérieur à une activité professionnelle normale à temps plein.
   L'allocation est d'au maximum 40 % du salaire initial dans l'échelle de traitement transitoire A218.
   § 3. Le droit à l'allocation naît dès que le receveur régional qui, en date du 1er janvier 2013 est transféré de la Région flamande et qui exerce la fonction de receveur régional pendant au moins cinq jours ouvrables consécutifs, est chargé de l'administration supplémentaire. ]1

  
Art. 7bis.70. [1 De contractuele gewestelijke ontvanger die op 1 januari 2013 van het Vlaamse Gewest naar de diensten van de Vlaamse overheid wordt overgedragen, wordt tewerkgesteld in de betrekking van adviseur.]1
  
Art. 7bis.74. [1 Par dérogation à l'article VII 3, § 1er, le membre du personnel employé auprès des services de l'Autorité flamande au 1er mars 2014, conserve l'ancienneté pécuniaire qu'il a acquise.]1
  
Art. 7bis.71. [1 De gewestelijke ontvanger die op 1 januari 2013 wordt overgedragen van het Vlaamse Gewest behoudt zijn geldelijke anciënniteit.]1
  
Art. 7bis.75. [1 Le fonctionnaire qui au 1er mars 2014 a été désigné comme chef de projet ou à une fonction supérieure, conserve l'allocation qui lui a été octroyée sur la base du règlement applicable à la date de sa désignation.
   Pour l'application des articles VII 11, § 3, VII 31, VII 39, § 2 et VII 92, § 1er, l'indemnité visée à l'alinéa 1er est prise en considération.]1

  
Art. 7bis.72. [1 § 1. De standplaats van de gewestelijk ontvanger die op 1 januari 2013 wordt overgedragen van het Vlaamse Gewest en die de functie van gewestelijk ontvanger uitoefent, wordt vastgesteld in zijn woonplaats.
   § 2. De gewestelijke ontvanger die op 1 januari 2013 wordt overgedragen van het Vlaamse Gewest en die de functie van gewestelijke ontvanger uitoefent, heeft voor de verplaatsingen met zijn eigen motorvoertuig tussen zijn standplaats en de besturen die door hem bediend moeten worden, per gemeente van tewerkstelling recht op een tegemoetkoming ten bedrage van de volledige maandelijkse kostprijs van een treinkaart tweede klasse voor dezelfde afstand.
   § 3. De gewestelijke ontvanger die op 1 januari 2013 wordt overdragen van het Vlaamse Gewest, en die de functie van gewestelijke ontvanger uitoefent, mag de tegemoetkoming niet combineren met de door de werkgever ten laste genomen kosten van een abonnement op het openbaar vervoer naar en van het te bedienen bestuur of met een fietsvergoeding.]1

  
Art. 7bis.76. [1 Le fonctionnaire transféré du Jardin botanique nationale de Belgique est nommé d'office et inséré conformément à l'annexe 11 du présent arrêté, à partir du 1er janvier 2014.
   Le membre du personnel contractuel qui, le 1er janvier 2014, est transféré du Jardin botanique national de Belgique aux services de l'autorité flamande, est occupé dans l'emploi et rémunéré dans l'échelle de traitement conformément à l'annexe 11 jointe au présent arrêté.]1

  
Art. 7bis.73. [1 § 1. De gewestelijke ontvanger die op 1 januari 2013 wordt overgedragen van het Vlaamse Gewest, die de functie van gewestelijk ontvanger uitoefent en die door de administrateur-generaal van het Agentschap Binnenlands Bestuur wordt belast met een bijkomend bestuur, bij tijdelijke afwezigheid van de effectieve titularis die verantwoordelijk is voor dat bestuur of in afwachting van de invulling van een vacature, ontvangt daarvoor een toelage.
   § 2. De administrateur-generaal van het Agentschap Binnenlands Bestuur bepaalt die toelage naar rato van het aantal gepresteerde uren voor het bijkomende bestuur, als dat aantal gepresteerde uren, opgeteld bij het aantal uren dat verricht is voor de eigen besturen een normale voltijdse beroepsbezigheid te boven gaat.
   De toelage mag maximaal 40% bedragen van het beginsalaris in de overgangsschaal A218.
   § 3. Het recht op de toelage ontstaat zodra de gewestelijke ontvanger die op 1 januari 2013 overgedragen wordt van het Vlaamse Gewest en die de functie van gewestelijke ontvanger uitoefent gedurende ten minste vijf opeenvolgende werkdagen wordt belast met het bijkomende bestuur.]1

  
Art. 7bis.77. [1 Le membre du personnel transféré du Jardin botanique national de Belgique qui, après le transfert, reçoit une rémunération totale inférieure à celle qu'il recevait auprès du Jardin botanique national de Belgique en décembre 2013, reçoit un supplément mensuel égal à la différence.
   Par rémunération totale on entend le traitement, le pécule de vacances, l'allocation de fin d'année, la prime linguistique qui est accordée auprès du Jardin botanique national de Belgique, et les chèques-repas qui sont accordés auprès de l'Autorité flamande.
   Le supplément est payé mensuellement avec le traitement.]1

  
Art. 7bis.74. [1 In afwijking van artikel VII 3, § 1, behoudt het personeelslid dat op 1 maart 2014 tewerkgesteld is bij de diensten van de Vlaamse overheid, de geldelijke anciënniteit die hij heeft opgebouwd.]1
  
Art. 7bis.78. [1 Par dérogation à l'article VII 30, le membre du personnel transféré du Jardin botanique national de Belgique reçoit par heure de prestation les samedis une allocation à concurrence de 50 % de 1/1976 du traitement annuel. Le manager de ligne peut décider de convertir cette allocation du samedi en heures à ne pas prester, égales à 50 % du nombre d'heures du samedi. Lorsque la conversion n'est pas prise dans les quatre mois, l'allocation du samedi est payée d'office. ]1
  
Art. 7bis.75. [1 De ambtenaar die op 1 maart 2014 is aangesteld als projectleider of in een hoger ambt, behoudt de toelage, toegekend op basis van de regeling die gold op de datum van zijn aanstelling.
   Voor de toepassing van artikel VII 11, § 3, artikel VII 31, artikel VII 39, § 2, en artikel VII 92, § 1, wordt de toelage, vermeld in het eerste lid, in aanmerking genomen.]1

  
Art. 7bis.79. [1 Par dérogation à l'annexe 11, jointe au présent arrêté, le membre du personnel transféré du Jardin botanique national de Belgique qui a au moins 50 ans le 1er janvier 2014, qui est payé au maximum de l'échelle de traitement flamande, visée à la première colonne du tableau ci-dessous, et qui ne peut plus faire de pas de carrière dans la carrière fonctionnelle avant l'âge de 55 ans, obtient à partir du mois suivant l'âge de 55 ans l'échelle de traitement visée à la deuxième colonne du tableau ci-dessous, sans préjudice de l'application de la partie VI du présent arrêté.
-
Echelle de traitement lors de l'insertion Echelle de traitement à partir de 55 ans
A122 A122 P
A131 A131 P
B112 B112 P
C111 C111 P
C112 C112 P
C143 C143 P
C211 C211 P
C212 C212 P
D113 D113 P
Echelle de traitement lors de l'insertion Echelle de traitement à partir de 55 ans A122 A122 P A131 A131 P B112 B112 P C111 C111 P C112 C112 P C143 C143 P C211 C211 P C212 C212 P D113 D113 P
]1
  
Art. 7bis.76. [1 De ambtenaar die overgeheveld is van de Nationale Plantentuin van België wordt met ingang van 1 januari 2014 ambtshalve benoemd en ingeschaald overeenkomstig bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.
CHAPITRE 2. [1 - Dispositions transitoires pour les membres du personnel transférés à partir du 1er janvier 2015 jusqu'au 31 décembre 2018 inclus de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat]1
Art. 7bis.77. [1 Het personeelslid dat overgeheveld is van de Nationale Plantentuin van België en dat na de inschaling een lagere totale verloning ontvangt dan de totale verloning die het bij de Nationale Plantentuin van België in december 2013 ontving, ontvangt een maandelijks supplement dat gelijk is aan het verschil.
   Met totale verloning wordt bedoeld het salaris, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage, de taalpremie, die toegekend wordt bij de Nationale Plantentuin van België, en de maaltijdcheques die toegekend worden bij de Vlaamse overheid.
   Het supplement wordt maandelijks samen met het salaris betaald.]1

  
Art. 7bis.80. [1 L'ancienneté pécuniaire du membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat, égale l'ancienneté pécuniaire réelle, le cas échéant augmentée de l'insertion fédérale diagonale.]1
  
Art. 7bis.78. [1 In afwijking van artikel VII 30 krijgt het personeelslid dat overgeheveld is van de Nationale Plantentuin van België, per uur prestatie op zaterdag een toelage ten bedrage van 50% van 1/1976 van de jaarwedde. De lijnmanager kan beslissen om die zaterdagtoelage om te zetten in niet te presteren uren, gelijk aan 50% van het aantal zaterdaguren. Als de omzetting niet binnen de vier maanden opgenomen wordt, wordt de zaterdagtoelage ambtshalve betaald. ]1
  
Art. 7bis.81. [1 § 1er. Le fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2015 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, à la date du transfert, a réussi une épreuve des capacités donnant accès à une nomination dans un autre grade du même niveau, mais qui n'est pas encore nommé dans le nouveau grade, est nommé, à la date du transfert, auprès des services de l'Autorité flamande, dans le grade et inséré dans l'échelle qui, conformément à l'annexe 14 jointe au présent arrêté, correspond au grade fédéral et à l'échelle qui était à conférer suite à la réussite de cette épreuve des capacités.
   § 2. Le fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2015 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, après le transfert, réussit une épreuve des capacités donnant accès à une nomination dans un autre grade du même niveau, en exécution d'une procédure pour laquelle il était déjà inscrit avant le transfert, est nommé, le premier jour du mois suivant le procès-verbal, conformément à l'annexe 14 jointe au présent arrêté, dans le grade et inséré dans l'échelle qui correspond au grade fédéral et à l'échelle qui était à conférer suite à la réussite de cette épreuve des capacités.]1

  
Art. 7bis.79. [1 In afwijking van bijlage 11, die bij dit besluit gevoegd is, krijgt het personeelslid dat overgeheveld is van de Nationale Plantentuin van België, dat op 1 januari 2014 minstens 50 jaar is, dat tegen het maximum betaald wordt van de Vlaamse salarisschaal vermeld in de eerste kolom van de onderstaande tabel en dat geen loopbaanstap in de functionele loopbaan meer kan zetten voor de leeftijd van 55 jaar, vanaf de maand die volgt op de leeftijd van 55 jaar, de salarisschaal vermeld in de tweede kolom van de onderstaande tabel, met behoud van de toepassing van deel VI van dit besluit.
Art. 7bis.82. [1 § 1er. Le membre du personnel transféré dans le cadre d'une réforme de l'état à partir du 1er janvier 2015 de l'autorité fédérale et qui, à la date du transfert, bénéficiait d'une prime de développement des compétences auprès de l'autorité fédérale, conserve cette prime auprès des services de l'Autorité flamande pour la même durée de validité que lorsqu'elle aurait été octroyée auprès de l'autorité fédérale.
   § 2. Après l'arrêt de la prime complète, la moitié de la prime de développement des compétences est encore octroyée pendant 36 mois.
   § 3. Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat reçoit la prime de développement des compétences à partir de la date du transfert lorsque, après le transfert, il réussit une mesure de compétences ou une formation certifiée pour laquelle il était inscrit avant le transfert.
   § 4. Le montant de la prime de développement des compétences auprès des services de l'Autorité flamande égale le montant de la prime de développement des compétences auprès de l'autorité fédérale à la date du transfert pour le niveau, le grade et la mesure en question.
   § 5. La prime est payée une fois par an, au mois de septembre, au prorata des prestations des douze derniers mois. ]1

  
Salarisschaal bij de inschaling Salarisschaal vanaf 55 jaar
A122 A122 P
A131 A131 P
B112 B112 P
C111 C111 P
C112 C112 P
C143 C143 P
C211 C211 P
C212 C212 P
D113 D113 P
Salarisschaal bij de inschaling Salarisschaal vanaf 55 jaar A122 A122 P A131 A131 P B112 B112 P C111 C111 P C112 C112 P C143 C143 P C211 C211 P C212 C212 P D113 D113 P
]1
  
-
HOOFDSTUK 2. [1 - Overgangsbepalingen voor de personeelsleden die vanaf 1 januari 2015 tot en met 31 december 2018 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid zijn overgeheveld]1
Art. 7bis.83. [1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, à la date du transfert, bénéficiait auprès de l'autorité fédérale d'une prime de développement des compétences et qui, à l'issue de la période de validité de cette prime, aurait reçu une échelle de traitement supérieure, conserve d'une part cette prime auprès des services de l'Autorité flamande pour la même durée de validité que lorsqu'elle aurait été octroyée auprès de l'autorité fédérale et est réinséré d'autre part à l'issue de cette durée de validité sur la base de l'échelle fédérale qui lui aurait été conférée, conformément à l'annexe 14 au présent arrêté. ]1
Art. 7bis.80. [1 De geldelijke anciënniteit van het personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 overgeheveld is in het kader van een staatshervorming van de federale overheid, is gelijk aan de werkelijke geldelijke anciënniteit, in voorkomend geval verhoogd met de federale diagonale inschaling.]1
  
Art. 7bis.84. [1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, à la date du transfert, recevait auprès de l'autorité fédérale la moitié de la prime de développement des compétences, conserve cette prime auprès des services de l'autorité flamande pendant 36 mois, à compter de la date de l'octroi de cette prime.]1
  
Art. 7bis.81. [1 § 1. De ambtenaar die vanaf 1 januari 2015 overgeheveld is in het kader van een staatshervorming van de federale overheid en die op de datum van de overheveling geslaagd is voor een bekwaamheidsproef die toegang geeft tot een benoeming in een andere graad van hetzelfde niveau, maar die nog niet benoemd is in de nieuwe graad, wordt bij de diensten van de Vlaamse overheid op de datum van de overheveling benoemd in de graad en ingeschaald in de schaal die overeenkomstig bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd, overeenstemt met de federale graad en schaal die te begeven was door het slagen voor deze bekwaamheidsproef.
   § 2. De ambtenaar die vanaf 1 januari 2015 overgeheveld is in het kader van een staatshervorming van de federale overheid en die na de overheveling slaagt voor een bekwaamheidsproef die toegang geeft tot een benoeming in een andere graad van hetzelfde niveau, ter uitvoering van een procedure waarvoor hij al ingeschreven was vóór de overheveling, wordt de eerste dag van de maand die volgt op het proces-verbaal, overeenkomstig bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd, benoemd in de graad en ingeschaald in de schaal die overeenstemt met de federale graad en schaal die te begeven was door het slagen voor deze bekwaamheidsproef.]1

  
Art. 7bis.85. [1 § 1er. Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 de l'autorité fédérale qui, à la date du transfert, recevait une prime de formation auprès de l'autorité fédérale, conserve cette prime auprès des services de l'Autorité flamande pour la même durée de validité que lorsqu'elle aurait été octroyée auprès de l'autorité fédérale.
   § 2. Le montant de la prime de formation auprès des services de l'Autorité flamande égale le montant de la prime de formation tel qu'il existait auprès de l'autorité fédérale à la date du transfert pour le niveau et le grade en question.
   § 3. La prime de formation n'est pas indexée et est payée chaque mois, au prorata des prestations, avec le salaire.]1

  
Art. 7bis.82. [1 § 1. Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 overgeheveld is in het kader van een staatshervorming van de federale overheid en dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid de premie voor competentieontwikkeling kreeg, behoudt die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid voor dezelfde geldigheidsduur als ze toegekend zou zijn bij de federale overheid.
   § 2. Na de stopzetting van de volledige premie wordt nog gedurende 36 maanden de helft van de premie voor competentieontwikkeling toegekend.
   § 3. Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 overgeheveld is in het kader van een staatshervorming van de federale overheid, ontvangt de premie voor competentieontwikkeling vanaf de datum van de overheveling als hij na de overheveling slaagt voor een competentiemeting of gecertificeerde opleiding waarvoor hij ingeschreven was vóór de overheveling.
   § 4. Het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling bij de diensten van de Vlaamse overheid is gelijk aan het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling bij de federale overheid op de datum van de overheveling voor het niveau, de graad en de meting in kwestie.
   § 5. De premie wordt een keer per jaar uitbetaald in de maand september naar rato van de prestaties van de voorbije twaalf maanden.]1

  
Art. 7bis.86. [1 Par dérogation à l'article VII 30, le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, à la date du transfert, recevait par heure de prestation les samedis une allocation de 50 % de 1/1976 du traitement annuel brut, continue à bénéficier de cette allocation pour autant que l'intéressé continue à exercer la fonction.
   Le manager de ligne peut décider de convertir cette allocation du samedi en heures à ne pas prester, égales à 50 % du nombre d'heures du samedi. Lorsque la conversion n'est pas prise dans les quatre mois, l'allocation du samedi est payée d'office.]1

  
Art. 7bis.83. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 overgeheveld is in het kader van een staatshervorming van de federale overheid, dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid de premie voor competentieontwikkeling kreeg en dat federaal na afloop van de geldigheidsduur van die toelage een hogere salarisschaal toegekend zou hebben gekregen, behoudt enerzijds die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid voor dezelfde geldigheidsduur als ze toegekend zou zijn bij de federale overheid en wordt anderzijds na afloop van die geldigheidsduur op basis van de federale schaal die hem toegekend zou geweest zijn, heringeschaald conform bijlage 14 die bij dit besluit is gevoegd.]1
  
Art. 7bis.87. [1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 du Service public fédéral Justice - Droit pénal de la Jeunesse dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, à la date du transfert, recevait une allocation de comptabilité, visée à l'arrêté ministériel du 15 janvier 1992 octroyant une allocation annuelle à certains agents en service dans les établissements pénitentiaires et chargés d'un service de comptabilité, reçoit, pour autant que l'intéressé continue à exercer la fonction, l'allocation pour comptables ordinaires et extraordinaires telle que visée à l'article VII 48.]1
  
Art. 7bis.84. [1 Het personeelslid dat overgeheveld is vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid en dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid de helft van de premie voor competentieontwikkeling kreeg, behoudt die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid gedurende 36 maanden vanaf de datum van de toekenning van deze premie.]1
  
Art. 7bis.88. [1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 du Service public fédéral Justice - Droit pénal de la Jeunesse dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, à la date du transfert, recevait une allocation pour les personnes âgées de plus de 55 ans, telle que visée à l'article 9 de l'arrêté royal du 28 septembre 2003 instituant un congé préalable à la pension en faveur de certains agents en service dans les services extérieurs de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires, reçoit le régime et le montant tels qu'ils existent à la date du transfert et pour autant que ce régime continue à exister auprès de l'autorité fédérale. ]1
  
Art. 7bis.85. [1 § 1. Het personeelslid dat overgeheveld is vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid en dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid de vormingspremie kreeg, behoudt die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid voor dezelfde geldigheidsduur als deze toegekend zou zijn bij de federale overheid.
   § 2. Het bedrag van de vormingspremie bij de diensten van de Vlaamse overheid is gelijk aan het bedrag van de vormingspremie bij de federale overheid op de datum van de overheveling voor het niveau en de graad in kwestie.
   § 3. De vormingspremie wordt niet geïndexeerd en wordt maandelijks naar rato van de prestaties samen met het salaris uitbetaald.]1

  
Art. 7bis.89. [1 § 1er. Le membre du personnel de niveau A transféré à partir du 1er janvier 2015 du Service public fédéral Justice - Droit pénal de la Jeunesse dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, à la date du transfert, recevait une allocation de spécificité telle que visée à l'arrêté royal du 4 avril 2003 octroyant une allocation de spécificité à certains agents en service dans les services extérieurs de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires, à l'exclusion du personnel de surveillance et technique, reçoit, pour autant que l'intéressé continue à exercer la fonction, le régime et le montant tels qu'ils existent à la date du transfert et pour autant que ce régime continue à exister auprès de l'autorité fédérale.
   § 2. Le membre du personnel de niveau B ou C transféré à partir du 1er janvier 2015 du Service public fédéral Justice - Droit pénal de la Jeunesse dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, à la date du transfert, recevait une allocation de spécificité telle que visée à l'arrêté royal du 4 avril 2003, reçoit, pour autant que l'intéressé continue à exercer la fonction, l'allocation d'assistance à la jeunesse visée à l'article VII 45, § 1er. ]1

  
Art. 7bis.86. [1 In afwijking van artikel VII 30 blijft het personeelslid dat overgeheveld is vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming en dat op de datum van de overheveling, per uur prestatie op zaterdag een toelage van 50% van 1/1976 van de bruto jaarwedde ontving, die toelage verder genieten, voor zover de betrokkene de functie blijft uitoefenen.
   De lijnmanager kan beslissen om deze zaterdagtoelage om te zetten in niet te presteren uren, gelijk aan 50% van het aantal zaterdaguren. Als de omzetting niet binnen de vier maanden opgenomen wordt, wordt de zaterdagtoelage ambtshalve betaald.]1

  
Art. 7bis.90. [1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 du Service public fédéral Justice - Maisons de justice dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, à la date du transfert, recevait une allocation de fonction pour le coordinateur auprès d'une maison de justice, telle que visée à l'article 16 de l'arrêté royal du 13 juin 1999 fixant certaines dispositions administratives et pécuniaires pour les membres du personnel des services extérieurs du Service des maisons de Justice du Ministère de la Justice qui sont revêtus d'un grade particulier, conserve cette allocation pour la durée restante de cinq ans et pour autant que l'intéressé continue à exercer la fonction.]1
  
Art. 7bis.87. [1 Het personeelslid dat overgeheveld is vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheidsdienst Justitie - Jeugdsanctierecht en dat op de datum van de overheveling de toelage voor comptabiliteit kreeg, vermeld in het ministerieel besluit van 15 januari 1992 tot toekenning van een jaarlijkse toelage aan sommige ambtenaren in dienst bij de penitentiaire inrichtingen en belast met een comptabiliteitsdienst, ontvangt, voor zover de betrokkene de functie blijft uitoefenen, de toelage voor gewone en buitengewone rekenplichtigen, vermeld in artikel VII 48.]1
  
Art. 7bis.91. [1 § 1er. Les deux membres du personnel contractuels transférés le 1er janvier 2015, dans le cadre de la réforme de l'Etat, du Fonds de Réduction du Coût global de l'Energie (FRCE) aux services de l'Autorité flamande, conservent le traitement et le régime de l'augmentation annuelle selon l'échelle de traitement.
   § 2. Les deux membres du personnel visés au paragraphe 1er conservent également l'avantage de l'allocation de fin d'année, qui est égale à un treizième mois, et l'assurance de groupe. L'article VII 20, paragraphes 3 et 4, s'applique à l'allocation de fin d'année majorée jusqu'à un treizième mois.]1

  
Art. 7bis.88. [1 Het personeelslid dat overgeheveld is vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheidsdienst Justitie - Jeugdsanctierecht en dat op datum van overheveling de toelage voor 55-plussers kreeg, vermeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 28 september 2003 tot invoering van een verlof voorafgaand aan het pensioen ten gunste van sommige ambtenaren in dienst in de buitendiensten van het directoraat-generaal EPI - Penitentiaire Inrichtingen, krijgt de regeling en het bedrag zoals die bestaan op de datum van de overheveling, voor zover die regeling bij de federale overheid blijft bestaan.]1
  
Art. 7bis.92. [1 Le fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2015 de l'autorité fédérale aux services de l'Autorité flamande dans le cadre d'une réforme de l'Etat, est, à partir de la date du transfert, d'office nommé et inséré dans l'échelle appropriée conformément à l'annexe 14, jointe au présent arrêté.
   Le membre du personnel contractuel transféré à partir du 1er janvier 2015 de l'autorité fédérale aux services de l'Autorité flamande dans le cadre d'une réforme de l'Etat, est, à partir de la date du transfert, employé et rémunéré dans l'échelle de traitement conformément à l'annexe 14, jointe au présent arrêté.]1

  
Art. 7bis.89. [1 § 1. Het personeelslid van niveau A dat overgeheveld is vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheidsdienst Justitie - Jeugdsanctierecht en dat op de datum van de overheveling de specificiteitstoelage kreeg, vermeld in het koninklijk besluit van 4 april 2003 tot toekenning van specificiteitstoelage aan sommige ambtenaren in dienst in de buitendiensten van het Directoraat-generaal EPI - Penitentiaire Inrichtingen, met uitzondering van het bewakings- en technisch personeel, krijgt voor zover de betrokkene de functie blijft uitoefenen, de regeling en het bedrag zoals die bestaan op de datum van de overheveling en voor zover die regeling bij de federale overheid blijft bestaan.
   § 2. Het personeelslid van niveau B of C dat overgeheveld is vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheidsdienst Justitie - Jeugdsanctierecht en dat op de datum van de overheveling de specificiteitstoelage kreeg, vermeld in het koninklijk besluit van 4 april 2003, krijgt, voor zover de betrokkene de functie blijft uitoefenen, de jeugdzorgtoelage vermeld in artikel VII 45, § 1.]1

  
Art. 7bis.93. [1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat des services publics fédéraux Santé Publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement et Mobilité et Transports et qui, à la date du transfert, bénéficiait d'une indemnité pour frais de séjour, telle que visée à l'arrêté ministériel du 14 janvier 1998 fixant une indemnité mensuelle forfaitaire aux inspecteurs et contrôleurs de l'Inspection générale des Denrées alimentaires et à l'arrêté ministériel du 18 janvier 2007 relatif à l'octroi d'une indemnité forfaitaire pour frais de séjour à certains membres du personnel du Service public fédéral Mobilité et Transports, bénéficie du même règlement et du même montant, tels qu'ils existent à la date du transfert et pourvu que ce règlement continue d'exister auprès de l'autorité fédérale, à condition que ce membre du personnel continue d'exercer la fonction au sein du même domaine de travail. Il n'est pas possible de cumuler les indemnités avec le règlement des chèques-repas, visé à l'article VII 109bis.]1
  
Art. 7bis.90. [1 Het personeelslid dat overgeheveld is vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheidsdienst Justitie - Justitiehuizen en dat op de datum van de overheveling de toelage voor coördinator justitiehuizen kreeg, vermeld in artikel 16 van het koninklijk besluit van 13 juni 1999 tot vaststelling van sommige administratieve en geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de buitendiensten van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie die bekleed zijn met een bijzondere graad, behoudt die toelage voor de resterende duur van vijf jaar, voor zover het personeelslid de functie blijft uitoefenen.]1
  
Art. 7bis.94. [1 Par dérogation à l'article VIIbis 81, le membre du personnel qui est transféré à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui, à la date du transfert, est payé dans une échelle de traitement telle que visée aux articles 5 à 8 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, est inséré conformément à la rubrique B de l'annexe 14, jointe au présent arrêté, au montant du traitement dans l'échelle de traitement flamande indiquée, à 1 échelon supérieur au solde du montant du traitement dans l'échelle fédérale à la date du transfert. Il est octroyé une ancienneté pécuniaire fictive égale à l'ancienneté correspondant au montant de traitement dans l'échelle flamande.
   Si cette ancienneté fictive est supérieure à l'ancienneté pécuniaire réelle, cette ancienneté fictive est convertie en ancienneté pécuniaire réelle.
   Si à la date du transfert, par application de l'alinéa 1er, le solde précité est plus élevé que le maximum de l'échelle de traitement flamande proposée, le montant supérieur suivant de l'échelle de traitement, liée à l'échelon suivant de la carrière fonctionnelle est octroyé.
   Si, par application de l'alinéa deux, l'insertion se fait à l'échelon le plus élevé de la carrière fonctionnelle, le membre du personnel reçoit un traitement annuel égal au montant annuel dans la nouvelle échelle fédérale à la date du transfert.
   Chaque année, l'ancienneté pécuniaire fictive visée au paragraphe 1er est majorée de douze mois jusqu'à ce que l'ancienneté pécuniaire fictive soit égale à l'ancienneté pécuniaire réelle. Si la différence entre l'ancienneté pécuniaire réelle et l'ancienneté pécuniaire fictive est de moins de douze mois, l'augmentation de l'ancienneté pécuniaire fictive est limitée à cette différence.]1

  
Art. 7bis.91. [1 § 1. De twee contractuele personeelsleden die op 1 januari 2015 in het kader van de staatshervorming overgeheveld werden van het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost (FRGE) naar de diensten van de Vlaamse overheid behouden het salaris en de regeling van de jaarlijkse verhoging volgens de salarisschaal.
   § 2. De twee personeelsleden vermeld in paragraaf 1 behouden ook het voordeel van de eindejaarstoelage, die gelijk is aan een dertiende maand, en de groepsverzekering. Artikel VII 20, § 3 en § 4, zijn van toepassing op de eindejaarstoelage die tot een dertiende maand verhoogd is. ]1

  
Art. 7bis.95. [1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat qui, à la date du transfert, était titulaire de l'échelle CA2S, DA2S ou CA2 mais recevait un montant supérieur figurant dans l'échelle CL5 ou 30CJ, conserve ce montant jusqu'à ce que le montant annuel dans son échelle flamande ne devienne plus avantageux.]1
  
Art. 7bis.92. [1 De ambtenaar die vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgeheveld wordt naar de diensten van de Vlaamse overheid wordt met ingang van de datum van de overheveling ambtshalve benoemd en ingeschaald conform bijlage 14, die bij dit besluit zijn gevoegd.
   Het contractuele personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgeheveld wordt naar de diensten van de Vlaamse overheid, wordt vanaf de datum van de overheveling tewerkgesteld in de betrekking en bezoldigd in de salarisschaal conform bijlage 14, die bij dit besluit zijn gevoegd.]1

  
Art. 7bis.96. [1 Le régime visé aux articles VIIbis 33 et VIIbis 36 s'applique également au membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, pour autant qu'il continue à remplir les conditions d'octroi. ]1
  
Art. 7bis.93. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 overgeheveld is in het kader van een staatshervorming van de federale overheidsdiensten Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en Mobiliteit en Vervoer en dat op de datum van overheveling de forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten kreeg, vermeld in het ministerieel besluit van 14 januari 1998 houdende toekenning van een maandelijkse forfaitaire vergoeding aan de inspecteurs en controleurs van de Algemene Eetwareninspectie en het ministerieel besluit van 18 januari 2007 houdende de toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan sommige personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, krijgt, op voorwaarde dat hij de functie binnen hetzelfde werkveld blijft uitoefenen, de regeling en het bedrag zoals die bestaan op de datum van de overheveling en op voorwaarde dat die regeling bij de federale overheid blijft bestaan. Er is geen cumulatie mogelijk met de maaltijdchequeregeling, vermeld in artikel VII 109bis.]1
CHAPITRE 3. [1 - Dispositions transitoires pour certains membres du personnel qui, à partir du 1er janvier 2016, sont transférés à " l'Agentschap Innoveren en Ondernemen " dans le cadre de la fusion de " l'Agentschap Ondernemen " et de " l'Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " (IWT) ]1
Art. 7bis.94. [1 In afwijking van artikel VIIbis 81 wordt het personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 overgeheveld wordt in het kader van een staatshervorming en dat op datum van de overheveling betaald wordt in een salarisschaal als vermeld in artikel 5 tot en met 8 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, ingeschaald conform rubriek B van bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd, op het salarisbedrag in de aangegeven Vlaamse salarisschaal, net hoger dan het saldo van het salarisbedrag in de federale salarisschaal op de datum van de overheveling. Er wordt een fictieve geldelijke anciënniteit toegekend die gelijk is aan de anciënniteit die met het salarisbedrag in de Vlaamse schaal correspondeert.
   Als die fictieve anciënniteit hoger is dan de werkelijke geldelijke anciënniteit, wordt die fictieve anciënniteit omgezet in werkelijke geldelijke anciënniteit.
   Als door de toepassing van het eerste lid het voormelde saldo op de datum van de overheveling hoger is dan het maximum van de voorgestelde Vlaamse salarisschaal, wordt het naasthogere bedrag uit de salarisschaal die verbonden is aan de eerstvolgende trap van de functionele loopbaan toegekend.
   Als door toepassing van het tweede lid, de inschaling gebeurt op de hoogste trap van de functionele loopbaan, krijgt het personeelslid een jaarsalaris dat gelijk is aan het jaarbedrag in de nieuwe federale schaal op de datum van de overheveling.
   Jaarlijks wordt de fictieve geldelijke anciënniteit, vermeld in het eerste lid, verhoogd met twaalf maanden tot de fictieve geldelijke anciënniteit gelijk is aan de reële geldelijke anciënniteit. Als het verschil tussen de reële geldelijke anciënniteit en de fictieve geldelijke anciënniteit minder dan twaalf maanden bedraagt, wordt de verhoging van de fictieve geldelijke anciënniteit beperkt tot dat verschil. ]1

  
Art. 7bis.97. [1 Après leur transfert à " l'Agentschap Innoveren en Ondernemen ", les membres du personnel contractuels du cadre initial de l'IWT maintiennent :
   1° le droit à une indemnité pour frais funéraires conformément aux conditions visées aux articles VII 92 à VII 94 inclus du présent arrêté ;
   2° le droit au traitement en cas d'incapacité de travail par suite d'une maladie pendant une période qui est égale à la période pendant laquelle le congé de maladie d'un fonctionnaire à une activité de service est assimilé et après déduction des indemnités obtenues de l'assurance maladie légale ;
   3° le régime de pension complémentaire visé à l'article 26, § 1er, du décret du 22 décembre 1993 contenant des mesures d'accompagnement du budget 1994. ]1

  
Art. 7bis.95. [1 Het personeelslid dat overgeheveld is vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid Justitie en dat op de datum van de overheveling titularis was van de schaal CA2S, DA2S of CA2, maar het hogere bedrag uit de schaal CL5 of 30CJ kreeg, behoudt dat bedrag tot het jaarbedrag in zijn Vlaamse schaal voordeliger wordt.]1
CHAPITRE 4. [1 - Dispositions transitoires pour les membres du personnel transférés dans le cadre des restructurations au sein des services des autorités flamandes]1
Art. 7bis.96. [1 De regeling vermeld in artikel VIIbis 33 en VIIbis 36 is ook van toepassing op het personeelslid dat overgeheveld is vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid, voor zover het aan de toekenningsvoorwaarden blijft beantwoorden.]1
  
Art. 7bis.98. [1 Les quatre membres du personnel statutaires visés à l'annexe 1re, point 1.3. de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mars 2015 portant transfert de membres du personnel au sein des services des Autorités flamandes en conséquence de la transformation des domaines politiques des Services pour la Politique générale du Gouvernement et de la Gouvernance publique en le domaine politique Chancellerie et Gouvernance, qui sont transférés du FIT au département Chancellerie et Gouvernance, conservent :
   1° les échelles de traitement spécifiques dont ils bénéficiaient au moment du transfert et qui sont reprises à l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 février 2014 portant le règlement spécifique à l'agence du statut du personnel de la " Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen " (Agence flamande pour l'entrepreneuriat international), tel qu'éventuellement modifié, ainsi que la carrière fonctionnelle y afférente ;
   2° l'allocation annuelle telle que fixée aux articles 10 et 11 du même arrêté du 28 février 2014.]1

  
HOOFDSTUK 3. [1 - Overgangsbepalingen voor bepaalde personeelsleden die vanaf 1 januari 2016 in het kader van de fusie van het Agentschap Ondernemen en het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) worden overgedragen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1
Art. 7bis.99. [1 Les membres du personnel engagés comme statutaires par la Société nationale terrienne en service au 1er janvier 1983 conservent après leur mise à la retraite le droit à une assurance hospitalisation visée à l'article VII 106. ]1
Art. 7bis.97. [1 De contractuele personeelsleden van de opstartformatie van het IWT, behouden na hun overheveling naar het Agentschap Innoveren en Ondernemen:
   1° het recht op een begrafenisvergoeding conform de voorwaarden, vermeld in artikel VII 92 tot en met VII 94 van dit besluit;
   2° het recht op loon in geval van arbeidsongeschiktheid ingevolge ziekte gedurende een periode die gelijk is aan de periode dat het ziekteverlof van een ambtenaar met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld en na aftrek van de uitkeringen, verkregen van de wettelijke ziekteverzekering;
   3° de aanvullende pensioenregeling, vermeld in artikel 26, § 1, van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994.]1

  
Art. 7bis.100. [1 Le fonctionnaire dont le congé pour prestations à temps partiel a effectivement commencé avant le 1er janvier 2018, maintient le droit à la prime de traitement à laquelle il avait droit à la date de début de ce congé, au plus tard jusqu'au 31 décembre 2019.
   Le règlement visé à l'alinéa 1er s'applique par analogie au fonctionnaire qui est transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces, et qui répond aux conditions suivantes :
   1° au moment du transfert, le fonctionnaire bénéficiait d'un départ anticipé à mi-temps ou d'une semaine volontaire de quatre jours ;
   2° le jour du transfert, le fonctionnaire participait immédiatement au congé pour prestations à temps partiel auprès des services de l'Autorité flamande ;
   3° sur la base du règlement applicable avant le 1er janvier 2018, le fonctionnaire transféré aurait eu droit à une prime de traitement. ]1

  
HOOFDSTUK 4. [1 - Overgangsbepalingen voor de personeelsleden die in het kader van de herstructureringen binnen de diensten van de Vlaamse overheid overgedragen zijn]1
CHAPITRE 5. [1 - Dispositions transitoires pour les membres du personnel qui sont transférés à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces]1
Art. 7bis.98. [1 De vier statutaire personeelsleden vermeld in bijlage 1, punt 1.3., van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2015 houdende overdracht van personeelsleden binnen de diensten van de Vlaamse overheid ingevolge de omvorming van de beleidsdomeinen Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid en Bestuurszaken tot het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur, die worden overgedragen van het FIT aan het Departement Kanselarij en Bestuur, behouden:
   1° de specifieke salarisschalen die ze op het ogenblik van de overdracht kregen en die opgenomen zijn in bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 februari 2014 houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen, zoals eventueel later gewijzigd, alsook de daaraan verbonden functionele loopbaan;
   2° de jaartoelage, zoals vastgesteld in artikel 10 en 11 van hetzelfde besluit van 28 februari 2014.]1

  
Art. 7bis.101. [1 L'ancienneté pécuniaire du membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces, est reprise. ]1
  
Art. 7bis.99. [1 De personeelsleden die op 1 januari 1983 statutair in dienst waren bij de Nationale Landmaatschappij, behouden ook na hun pensionering het recht op een hospitalisatieverzekering, vermeld in artikel VII 106.]1
  
Art. 7bis.102. [1 Par dérogation à l'article VII 30, le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces qui, à la date du transfert, recevait par heure de prestation les samedis une allocation de 50 % de 1/1976 du traitement annuel brut (majoré de l'allocation de foyer ou de résidence), continue à recevoir cette allocation pour autant que le membre du personnel continue à exercer la fonction.
   Le manager de ligne peut décider de convertir l'allocation du samedi, visée à l'alinéa 1er, en heures à ne pas prester, égales à 50 % du nombre d'heures du samedi. Lorsque la conversion n'est pas prise dans les quatre mois, l'allocation du samedi est payée d'office. ]1

  
Art. 7bis.100. [1 De ambtenaar van wie het verlof voor deeltijdse prestaties vóór 1 januari 2018 effectief is aangevat, behoudt het recht op de salarisbonus waarop hij recht had bij de ingangsdatum van dat verlof, uiterlijk tot en met 31 december 2019.
   De regeling vermeld in het eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op de ambtenaar die vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies wordt overgeheveld en aan de volgende voorwaarden voldoet:
   1° de ambtenaar kreeg op het moment van de overheveling een halftijdse vervroegde uitreding of een vrijwillige vierdagenweek;
   2° op de dag van de overheveling stapte de ambtenaar bij de diensten van de Vlaamse overheid onmiddellijk in het verlof voor deeltijdse prestaties;
   3° op grond van de regeling die gold voor 1 januari 2018 zou de overgehevelde ambtenaar recht hebben gehad op een salarisbonus.]1

  
Art. 7bis.103. [1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces qui, à la date du transfert, recevait une compensation pour la suppression de la prime d'encouragement secteur non marchand CP 329, conformément à l'article 346, § 2, du statut du personnel de APB Sport (conseil provincial du 23 avril 2009), continue à recevoir cette compensation sous forme d'un supplément de traitement si les conditions d'octroi applicables à la date de début de l'octroi auprès de la province, restent inchangées.]1
  
HOOFDSTUK 5. [1 - Overgangsbepalingen voor de personeelsleden die vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld zijn]1
Art. 7bis.104.[1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces qui, à la date du transfert, recevait une compensation pour la suppression de la prime de l'asbl Mens en Beweging, conformément à l'article 346, § 2, du statut du personnel de APB Sport (conseil provincial du 23 avril 2009), continue à recevoir cette compensation sous forme d'un supplément de traitement si les conditions d'octroi applicables à la date de début de l'octroi auprès de la province, restent inchangées.]1
Art. 7bis.101. [1 De geldelijke anciënniteit van het personeelslid dat vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is, wordt overgenomen. ]1
  
Art. 7bis.105. [1 Le fonctionnaire transféré aux services de l'Autorité flamande à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces, est, à partir de la date du transfert, nommé d'office et inséré dans l'échelle appropriée conformément à l'annexe 17, jointe au présent arrêté.
   Le membre du personnel contractuel transféré à partir du 1er janvier 2018 aux services de l'Autorité flamande dans le cadre de la rationalisation des provinces est, à partir de la date du transfert, employé et rémunéré dans l'échelle de traitement conformément à l'annexe 17, jointe au présent arrêté.]1

  
Art. 7bis.102. [1 In afwijking van artikel VII 30 blijft het personeelslid dat vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is en dat op de datum van de overheveling, per uur prestatie op zaterdag een toelage van 50% van 1/1976 van de bruto jaarwedde (verhoogd met de haard- of standplaatstoelage) ontving, die toelage verder krijgen, als het personeelslid de functie blijft uitoefenen.
   De lijnmanager kan beslissen om de zaterdagtoelage, vermeld in het eerste lid, om te zetten in niet te presteren uren, gelijk aan 50% van het aantal zaterdaguren. Als de omzetting niet binnen vier maanden opgenomen wordt, wordt de zaterdagtoelage ambtshalve betaald.]1

  
Art. 7bis.106. [1 § 1er. Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces qui avait une carrière fonctionnelle auprès de la province, maintient cette carrière fonctionnelle, et l'ancienneté barémique est acquise à partir de la date du transfert conformément au présent arrêté.
   L'échelle suivante dans la carrière fonctionnelle est accordée conformément à l'annexe 17, jointe au présent arrêté.
   § 2. Dans tous les niveaux des grades de base :
   1° la deuxième échelle de la carrière fonctionnelle est accordée après quatre ans d'ancienneté barémique dans la première échelle ;
   2° la troisième échelle de la carrière fonctionnelle est accordée après quatorze ans d'ancienneté barémique dans la deuxième échelle.
   Dans le niveau A, l'échelle A113/A123 est accordée comme quatrième échelle dans la carrière fonctionnelle après 24 ans d'ancienneté barémique cumulée.
   Dans le niveau A, l'échelle A114/A124 est accordée après neuf ans d'ancienneté barémique dans l'échelle A113/A123.
   Dans le niveau C, l'échelle C114 est accordée après neuf ans d'ancienneté barémique dans l'échelle C113.
   § 3. Dans tous les niveaux des grades de promotion la deuxième échelle de traitement dans la carrière fonctionnelle est accordée après neuf ans d'ancienneté barémique dans la première échelle.
   § 4. Par dérogation au paragraphe 2, pour les titulaires des échelles provinciales du niveau E, qui ont été insérés dans l'échelle D111 avec échelle transitoire de traitement D150, conformément à l'annexe 17 au présent arrêté, les échelles suivantes dans la carrière fonctionnelle sont accordées selon le régime en vigueur pour les membres du personnel du rang D1. Leurs anciennetés administratives prennent cours à partir de leur insertion dans le niveau D.]1

  
Art. 7bis.103. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is en dat op de datum van de overheveling conform artikel 346, § 2, van de rechtspositieregeling van APB Sport (provincieraad 23 april 2009), een compensatie kreeg voor het wegvallen van de aanmoedigingspremie social profit sector PC 329, blijft die compensatie krijgen in de vorm van een maandelijkse weddebijslag als de toekenningsvoorwaarden die golden op de startdatum van de toekenning bij de provincie, onveranderd blijven.]1
  
Art. 7bis.107. [1 L'allocation d'assistance à la jeunesse, visée à l'article VII 45, § 1er, est accordée aux membres du personnel des niveaux B et C, transférés dans le cadre de la rationalisation des provinces, de MFC Heynsdaele ayant la fonction d'éducateur ou d'éducateur en chef, qui sont mis à disposition de l'asbl Wagenschot, dans la mesure où ils continuent à exercer la même fonction après le transfert.
   En outre, un supplément de 583 euros (100 %) leur est accordé sur base annuelle.
   L'allocation et le supplément précités sont également accordés aux membres du personnel, transférés dans le cadre de la rationalisation des provinces, du service technique de Mu.Zee, qui sont mis à disposition de l'asbl Mu.Zee, dans la mesure où ils continuent à exercer la même fonction après le transfert. ]1

  
Art. 7bis.104. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is en dat op de datum van de overheveling conform artikel 346, § 2, van de rechtspositieregeling van APB Sport (provincieraad 23 april 2009), een compensatie kreeg voor het wegvallen van de vergoeding van de vzw Mens en Beweging, blijft die compensatie krijgen in de vorm van een maandelijkse weddebijslag als de toekenningsvoorwaarden die golden op de startdatum van de toekenning bij de provincie, onveranderd blijven.]1
  
Art. 7bis.108. [1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces, qui recevait un régime de pension complémentaire auprès de la province, maintient ce régime tel qu'il existait à la date du transfert et tel qu'il était établi dans une décision des conseils provinciaux respectifs. ]1
  
Art. 7bis.105. [1 De ambtenaar die vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is naar de diensten van de Vlaamse overheid, wordt met ingang van de datum van de overheveling ambtshalve benoemd en ingeschaald conform bijlage 17, die bij dit besluit is gevoegd.
CHAPITRE 6. [1 - Disposition transitoire dans le cadre de l'introduction d'une pension complémentaire pour les membres du personnel contractuels]1
Art. 7bis.106. [1 § 1. Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is en dat bij de provincie een functionele loopbaan had, behoudt die functionele loopbaan, waarbij de schaalanciënniteit vanaf de datum van de overheveling wordt opgebouwd overeenkomstig dit besluit.
   De volgende schaal in de functionele loopbaan wordt toegekend overeenkomstig bijlage 17, die bij dit besluit is gevoegd.
   § 2. In de basisgraden wordt in alle niveaus:
   1° de tweede schaal in de functionele loopbaan toegekend na vier jaar schaalanciënniteit in de eerste schaal;
   2° de derde schaal in de functionele loopbaan toegekend na veertien jaar schaalanciënniteit in de tweede schaal.
   In niveau A wordt schaal A113/A123 als vierde schaal in de functionele loopbaan toegekend na 24 jaar gecumuleerde schaalanciënniteit.
   In niveau A wordt schaal A114/A124 toegekend na negen jaar schaalanciënniteit in schaal A113/A123.
   In niveau C wordt schaal C114 toegekend na negen jaar schaalanciënniteit in schaal C113.
   § 3. In de bevorderingsgraden wordt in alle niveaus de tweede salarisschaal in de functionele loopbaan toegekend na negen jaar schaalanciënniteit in de eerste schaal.
   § 4. In afwijking van paragraaf 2 worden voor de titularissen van de provinciale schalen van niveau E die overeenkomstig bijlage 17 bij dit besluit ingeschaald werden in schaal D111 met in overgang salarisschaal D150, de volgende schalen in de functionele loopbaan toegekend volgens de regeling die geldt voor de personeelsleden van de rang D1. Hun administratieve anciënniteiten nemen aanvang vanaf hun inschaling in niveau D.]1

  
Art. 7bis.109. [1 Par dérogation à l'article VII 109novies, le régime de pension complémentaire existant au 1er janvier 2018, qui est plus avantageux, est maintenu pour les membres du personnel contractuels appartenant à l'une des catégories suivantes :
   1° les membres du personnel contractuels transférés à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces ;
   2° le personnel d'encadrement d'instruction et technique de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle ;
   3° les membres du personnel contractuels transférés le 1er janvier 2015 du Fonds de réduction du coût global de l'énergie dans le cadre de la sixième réforme de l'Etat ;
   4° les membres du personnel contractuels du cadre initial de l'Agence d'Innovation par les Sciences et la Technologie, transférés le 1er janvier 2016 vers l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ;
   5° les membres du personnel contractuels ayant un emploi hautement qualifié ou une mission spécifique et complémentaire ;
   6° les membres du personnel contractuels du cadre contractuel d'extinction de l'Agence flamande pour l'Entrepreneuriat international qui ont été transférés de l'Office belge du Commerce extérieur le 1er janvier 2003 ;
   7° les membres du personnel contractuels qui sont transférés le 1er janvier 2014 du Régulateur flamand des marchés du gaz et de l'électricité.
   Les membres du personnel contractuels appartenant à l'une des catégories énumérées de manière limitative à l'alinéa 1er peuvent à tout moment décider de faire la transition vers le régime de pension complémentaire, visé à l'article VII 109novies. Cette transition est irréversible et ne s'applique qu'à l'avenir. ]1

  
Art. 7bis.107. [1 De jeugdzorgtoelage vermeld in artikel VII 45, § 1, wordt toegekend aan de personeelsleden van niveau B en C van MFC Heynsdaele met de functie van opvoeder of hoofdopvoeder die overgeheveld zijn in het kader van de afslanking van de provincies en die ter beschikking gesteld worden van de vzw Wagenschot, voor zover ze na de overheveling dezelfde functie blijven uitoefenen.
CHAPITRE 7. [1 - Dispositions transitoires pour les membres du personnel transférés à partir du 1er janvier 2019 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat]1
Art. 7bis.108. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies overgeheveld is en dat bij de provincie een aanvullende pensioenregeling kreeg, behoudt die regeling zoals ze bestond op de datum van de overheveling en zoals ze vastgelegd was in een beslissing van de respectieve provincieraden. ]1
  
Art. 7bis.110. [1 L'ancienneté pécuniaire du membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2019 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat égale l'ancienneté pécuniaire réelle à la date du transfert. ]1
  
HOOFDSTUK 6. [1 - Overgangsbepaling naar aanleiding van de invoering van een aanvullend pensioen voor de contractuele personeelsleden ]1
Art. 7bis.111. [1 Pour chaque membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2019 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat, il est fixé au 1er janvier 2019 un montant de départ pour le traitement annuel (à 100 %), dans lequel sont compris les augmentations annuelles et la bonification d'échelle accordées par l'autorité fédérale depuis le 1er janvier 2017.
Art. 7bis.109. [1 In afwijking van artikel VII 109novies wordt de op 1 januari 2018 bestaande aanvullende pensioenregeling, die voordeliger is, behouden voor de contractuele personeelsleden die behoren tot een van de volgende categorieën:
   1° de contractuele personeelsleden die vanaf 1 januari 2018 overgeheveld zijn in het kader van de afslanking van de provincies;
   2° het instructie- en technisch omkaderingspersoneel van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
   3° de contractuele personeelsleden die op 1 januari 2015 overgeheveld zijn van het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost in het kader van de zesde staatshervorming;
   4° de contractuele personeelsleden van de opstartformatie van het IWT die op 1 januari 2016 overgeheveld zijn naar het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
   5° de contractuele personeelsleden met een hooggekwalificeerde betrekking of een bijkomende en specifieke opdracht;
   6° de contractuele personeelsleden op het uitdovend contractuele kader van het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen die op 1 januari 2003 overgeheveld zijn van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel;
   7° de contractuele personeelsleden die op 1 januari 2014 overgeheveld zijn van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt.
   De contractuele personeelsleden die behoren tot een van de limitatief opgesomde categorieën, vermeld in het eerste lid, kunnen er op elk ogenblik voor kiezen om over te stappen naar het aanvullend pensioenstelsel, vermeld in artikel VII 109novies. Die overstap is onomkeerbaar en geldt alleen voor de toekomst.]1

  
Art. 7bis.112. [1 Le membre du personnel transféré à partir du 1er janvier 2019 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui, à la date du transfert, recevait auprès de l'autorité fédérale une prime de développement des compétences et auquel, à l'issue de la période de validité de cette prime, aurait été conférée une échelle de traitement supérieure, est réinséré à l'issue de cette durée de validité, sur la base de l'échelle fédérale qui lui aurait été conférée, conformément à l'annexe 19 au présent arrêté.
   Pour le calcul du traitement annuel fédéral à l'occasion de la réinsertion, le montant de départ dans la nouvelle échelle fédérale est fixé au 1er janvier 2019 et majoré des augmentations intermédiaires depuis la date précitée et la date de la réinsertion. Ce dernier montant est ensuite comparé au nouveau traitement annuel flamand. Le traitement annuel le plus élevé est attribué. ]1

  
HOOFDSTUK 7. [1 - Overgangsbepalingen voor de personeelsleden die vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid zijn overgeheveld]1
Art. 7bis.113. [1 § 1er. Le fonctionnaire qui, à partir du 1er janvier 2019 est transféré de l'autorité fédérale aux services de l'Autorité flamande dans le cadre d'une réforme de l'Etat, est d'office nommé et inséré dans l'échelle, conformément à l'annexe 19, jointe au présent arrêté, à partir de la date du transfert.
Art. 7bis.110. [1 De geldelijke anciënniteit van het personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid is overgeheveld, is gelijk aan de werkelijke geldelijke anciënniteit op de datum van die overheveling.]1
  
Art. 7bis.114. [1 Le membre du personnel qui est transféré à partir du 1er janvier 2019 dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui, à la date du transfert, est payé dans une échelle de traitement, telle que visée aux articles 5 à 8 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, est inséré conformément à la rubrique B de l'annexe 19, jointe au présent arrêté.
   Par dérogation à l'article VII 1, le membre du personnel est inséré dans l'échelle de traitement flamande indiquée au montant du salaire juste au-dessus du solde du montant salarial dans l'échelle de traitement fédérale à la date du transfert. Il est octroyé une ancienneté pécuniaire fictive égale à l'ancienneté correspondant au montant de traitement dans l'échelle flamande.
   Si, par application de l'alinéa deux, le solde précité à la date du transfert, est plus élevé que le maximum de l'échelle de traitement flamande proposée, le montant de salaire immédiatement supérieur de l'échelle de traitement liée à l'échelon suivant de la carrière fonctionnelle est octroyé par dérogation à l'article VII 1.
   Si, par application de l'alinéa deux, l'insertion dans l'échelle se fait à l'échelon le plus élevé de la carrière fonctionnelle, le membre du personnel reçoit, par dérogation à l'article VII 1, un traitement annuel égal au montant annuel dans la nouvelle échelle fédérale à la date du transfert.
   Si l'ancienneté pécuniaire fictive est supérieure à l'ancienneté pécuniaire réelle, cette ancienneté pécuniaire fictive est convertie en ancienneté pécuniaire réelle.
   Si l'ancienneté pécuniaire fictive est inférieure à l'ancienneté pécuniaire réelle, l'ancienneté pécuniaire fictive est annuellement augmentée de douze mois jusqu'à ce que l'ancienneté pécuniaire fictive soit égale à l'ancienneté pécuniaire réelle. Si la différence entre l'ancienneté pécuniaire réelle et l'ancienneté pécuniaire fictive est de moins de douze mois, l'augmentation de l'ancienneté pécuniaire fictive est limitée à cette différence. Dès que l'ancienneté fictive est égale à l'ancienneté réelle, la rémunération s'effectue conformément à l'ancienneté pécuniaire réelle. ]1

  
Art. 7bis.111. [1 Voor elk personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid is overgeheveld, wordt op 1 januari 2019 een startbedrag aan jaarsalaris (tegen 100%) bepaald waarin de jaarlijkse verhogingen en schaalbonificatie opgenomen zijn die sinds 1 januari 2017 bij de federale overheid zijn toegekend.
   Voor titularissen van de premie voor competentieontwikkeling van wie de schaalbonificatie verminderd of opgeschort is tot na de afloop van de geldigheidsduur van de premie voor competentieontwikkeling, wordt het bedrag van de premie ook in het jaarsalaris op 1 januari 2019 opgenomen. De competentiepremie wordt niet langer toegekend.
   In afwijking van het tweede lid wordt de competentiepremie wel nog toegekend aan de titularissen van die premie met de federale schaal BT2 met op 1 januari 2019 meer dan dertig jaar geldelijke anciënniteit waarvan de geldigheidsduur van de competentiepremie eindigt in 2021.
   De startbedragen (met de tussentijdse verhogingen en het maximum toe te kennen bedrag), vermeld in het eerste lid, zijn opgenomen in bijlage 20, die bij dit besluit is gevoegd. ]1

  
Art. 7bis.115. [1 § 1er. Le membre du personnel visé dans l'article VIIbis 115 qui a été transféré à partir du 1er janvier 2019 de l'autorité fédérale dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui, à la date du transfert, bénéficiait d'une prime de développement des compétences auprès de l'autorité fédérale, conserve cette prime auprès des services de l'Autorité flamande pour la même durée de validité que lorsqu'elle aurait été octroyée auprès de l'autorité fédérale.
   § 2. Le montant de la prime de développement des compétences auprès des services de l'Autorité flamande égale le montant de la prime de développement des compétences auprès de l'autorité fédérale à la date du transfert pour le niveau, le grade et la mesure en question.
   § 3. La prime est payée une fois par an, au mois de septembre, au prorata des prestations des douze derniers mois. ]1

  
Art. 7bis.112. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgeheveld is en dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid de premie voor competentieontwikkeling kreeg en federaal na afloop van de geldigheidsduur van die toelage een hogere salarisschaal zou hebben gekregen, wordt na afloop van die geldigheidsduur, op basis van de federale schaal die hij zou hebben gekregen, heringeschaald conform bijlage 19 die bij dit besluit is gevoegd.
   Om het federale jaarsalaris bij de herinschaling te berekenen, wordt het startbedrag in de nieuwe federale schaal bepaald op 1 januari 2019 en verhoogd met de tussentijdse verhogingen sinds de voormelde datum en de datum van de herinschaling. Dat laatste bedrag wordt dan afgezet tegenover het nieuwe Vlaamse jaarsalaris. Het hoogste jaarsalaris wordt toegekend. ]1

  
Art. 7bis.116. [1 Le membre du personnel qui à partir du 1er janvier 2019 a été transféré de FAMIFED dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui à la date du transfert est titulaire auprès de l'autorité fédérale d'une fonction de mandat dont la rémunération se situe dans la bande de salaire classe 4, est inséré, sur la base de son grade organique et échelle, conformément à l'article VIIbis 115 et à la rubrique B de l'annexe 19, jointe au présent arrêté.
   Le membre du personnel concerné reçoit, à partir de la date du transfert et jusqu'au 30 novembre 2021 compris, une allocation temporaire d'au maximum la différence entre le salaire flamand et le salaire fédéral de la fonction de mandat.
   L'allocation temporaire, visée à l'alinéa deux, est prise en compte pour le calcul du pécule de vacances, de l'allocation de fin d'année et de la prime de performance.]1

  
Art. 7bis.113. [1 § 1. De ambtenaar die vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgeheveld wordt naar de diensten van de Vlaamse overheid, wordt met ingang van de datum van de overheveling ambtshalve benoemd en ingeschaald conform bijlage 19, die bij dit besluit is gevoegd.
   Het contractuele personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van de federale overheid overgeheveld wordt naar de diensten van de Vlaamse overheid, wordt vanaf de datum van de overheveling tewerkgesteld in de betrekking en bezoldigd in de salarisschaal conform bijlage 19, die bij dit besluit is gevoegd.
   § 2. Het Vlaams jaarsalaris (tegen 100%) wordt bij de inschaling en nadien bij elke stijging van de geldelijke anciënniteit of wijziging van salarisschaal vergeleken met het federale jaarsalaris (rekening houdende met de vaste federale tussentijdse verhogingen en maximumbedragen) op dezelfde datum. Het hoogste bedrag wordt toegekend.]1

  
Art. 7bis.117. [1 Le membre du personnel occupant la fonction d'inspecteur ou de contrôleur, qui a été transféré à partir du 1er janvier 2019 du service public fédéral FAMIFED dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui à la date du transfert, bénéficie de l'indemnité forfaitaire pour frais de séjour, visée aux articles 86 et 121 de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale, reçoit le régime et le montant, tels qu'ils existent à la date du transfert et pourvu que ce règlement continue d'exister auprès de l'autorité fédérale, à condition qu'il continue à exercer la fonction au sein du même domaine de travail.
   Il n'est pas possible de cumuler les indemnités avec le règlement des chèques-repas, visé à l'article VII 109bis.]1

  
Art. 7bis.114. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 wordt overgeheveld in het kader van een staatshervorming en dat op de datum van de overheveling wordt betaald in een salarisschaal als vermeld in artikel 5 tot en met 8 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, wordt ingeschaald conform rubriek B van bijlage 19, die bij dit besluit is gevoegd.
   In afwijking van artikel VII 1 wordt het personeelslid ingeschaald op het salarisbedrag in de aangegeven Vlaamse salarisschaal, net hoger dan het saldo van het salarisbedrag in de federale salarisschaal op de datum van de overheveling. Er wordt een fictieve geldelijke anciënniteit toegekend die gelijk is aan de anciënniteit die met het salarisbedrag in de Vlaamse schaal correspondeert.
   Als door toepassing van het tweede lid het voormelde saldo op de datum van de overheveling hoger is dan het maximum van de voorgestelde Vlaamse salarisschaal, wordt, in afwijking van artikel VII 1, het onmiddellijk hogere salarisbedrag uit de salarisschaal die verbonden is aan de eerstvolgende trap van de functionele loopbaan toegekend.
   Als door toepassing van het tweede lid de inschaling gebeurt op de hoogste trap van de functionele loopbaan, krijgt het personeelslid, in afwijking van artikel VII 1, een jaarsalaris dat gelijk is aan het jaarbedrag in de nieuwe federale schaal op de datum van de overheveling.
   Als de fictieve geldelijke anciënniteit hoger is dan de werkelijke geldelijke anciënniteit, wordt die fictieve geldelijke anciënniteit omgezet in werkelijke geldelijke anciënniteit.
   Als de fictieve geldelijke anciënniteit lager is dan de werkelijke geldelijke anciënniteit, wordt de fictieve geldelijke anciënniteit jaarlijks verhoogd met twaalf maanden tot de fictieve geldelijke anciënniteit gelijk is aan de reële geldelijke anciënniteit. Als het verschil tussen de reële geldelijke anciënniteit en de fictieve geldelijke anciënniteit minder dan twaalf maanden bedraagt, wordt de verhoging van de fictieve geldelijke anciënniteit beperkt tot dat verschil. Als de fictieve anciënniteit gelijk is aan de reële, verloopt de verloning verder overeenkomstig de reële geldelijke anciënniteit.]1

  
Art. 7bis.118. [1 Le membre du personnel qui à partir du 1er janvier 2019 a été transféré du service public fédéral FAMIFED dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui à la date du transfert reçoit l'indemnité pour frais de bureau, visée à l'arrêté ministériel du 14 juin 2017 relatif à l'octroi d'une indemnité pour frais de bureau à certains membres du personnel de l'Agence fédérale pour les allocations familiales, bénéficie du régime et du montant, tels qu'ils existent à la date du transfert et pourvu que ce règlement continue d'exister auprès de l'autorité fédérale, à condition qu'il continue d'exercer la fonction.
   Il n'est pas possible de cumuler les indemnités avec les dispositions de l'article VII 109. ]1

  
Art. 7bis.115. [1 § 1. Het personeelslid, vermeld in artikel VIIbis 115, dat vanaf 1 januari 2019 overgeheveld is in het kader van een staatshervorming van de federale overheid en dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid de premie voor competentieontwikkeling kreeg, behoudt die premie bij de diensten van de Vlaamse overheid voor dezelfde geldigheidsduur als ze toegekend zou zijn bij de federale overheid.
   § 2. Het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling bij de diensten van de Vlaamse overheid is gelijk aan het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling bij de federale overheid op de datum van de overheveling voor het niveau, de graad en de meting in kwestie.
   § 3. De premie wordt een keer per jaar uitbetaald in de maand september naar rato van de prestaties van de voorbije twaalf maanden.]1

  
Art. 7bis.119. [1 Le membre du personnel qui à partir du 1er janvier 2019 a été transféré du service public fédéral FAMIFED dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui à la date du transfert reçoit l'allocation de direction, visée à l'article 23 de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale, bénéficie du régime et du montant, tels qu'ils existent à la date du transfert et pourvu que ce règlement continue d'exister auprès de l'autorité fédérale, à condition qu'il continue d'exercer la fonction.]1
  
Art. 7bis.116. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 in het kader van een staatshervorming van FAMIFED is overgeheveld en dat op de datum van de overheveling bij de federale overheid titularis is van een mandaatfunctie met verloning in salarisband klasse 4, wordt op basis van zijn organieke graad en schaal ingeschaald conform artikel VIIbis 115 en rubriek B van bijlage 19, die bij dit besluit is gevoegd.
   Het personeelslid in kwestie ontvangt vanaf de datum van de overheveling en tot en met 30 november 2021, een tijdelijke toelage ten bedrage van maximaal het verschil tussen het Vlaams salaris en het federale salaris van de mandaatfunctie.
   De tijdelijke toelage, vermeld in het tweede lid, wordt in aanmerking genomen om het vakantiegeld, de eindejaarstoelage en de prestatietoelage te berekenen.]1

  
Art. 7bis.120. [1 Le membre du personnel qui à partir du 1er janvier 2019 a été transféré du service public fédéral FAMIFED dans le cadre d'une réforme de l'Etat bénéficie de l'avantage social, visé aux articles VII 109bis et VII 109ter. ]1
  
Art. 7bis.117. [1 Het personeelslid met de functie van inspecteur of controleur dat vanaf 1 januari 2019 van de federale overheidsdienst FAMIFED is overgeheveld in het kader van een staatshervorming en dat op de datum van die overheveling de forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten krijgt, vermeld in artikel 86 en 121 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, krijgt, op voorwaarde dat hij de functie binnen hetzelfde werkveld blijft uitoefenen, de regeling en het bedrag zoals die bestaan op de datum van de overheveling, op voorwaarde dat die regeling bij de federale overheid blijft bestaan
   Er is geen cumulatie mogelijk met de maaltijdchequeregeling, vermeld in artikel VII 109bis. ]1

  
Art. 7bis.121. [1 Pour les naissances ayant eu lieu avant le 1er janvier 2021, le régime d'allocation tel qu'il existait le jour de la naissance reste en vigueur.]1
  
Art. 7bis.118. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 van de federale overheidsdienst FAMIFED is overgeheveld in het kader van een staatshervorming en dat op de datum van de overheveling de vergoeding voor bureaukosten krijgt, vermeld in het ministerieel besluit van 14 juni 2017 betreffende de toekenning van een vergoeding voor bureaukosten aan sommige personeelsleden van het Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag, krijgt, op voorwaarde dat hij de functie blijft uitoefenen, de regeling en het bedrag zoals die bestaan op de datum van de overheveling, op voorwaarde dat die regeling blijft bestaan bij de federale overheid.
   Er is geen cumulatie mogelijk met de bepalingen van artikel VII 109. ]1

  
Art. 7bis.122. [1 Art. VIIbis 122. L'article VII 3 § 3 et § 5 s'applique au membre du personnel contractuel en service au 31 mai 2024 et exerçant à cette date en tant que membre du personnel contractuel une fonction figurant à l'annexe 4 jointe au présent arrêté, si le m73embre du personnel contractuel est admis au stage statutaire après avoir participé à une procédure de mobilité horizontale dans une fonction identique à celle qu'il exerçait avant la période de stage statutaire.
   L'alinéa 1er s'applique si la procédure de mobilité horizontale ayant mené à l'admission au stage statutaire visé à l'alinéa 1er, a été publiée avant le 1er janvier 2029. ]1

  
Art. 7bis.119. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 van de federale overheidsdienst FAMIFED is overgeheveld in het kader van een staatshervorming en dat op de datum van de overheveling de directietoelage krijgt, vermeld in artikel 23 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, krijgt, op voorwaarde dat het de functie blijft uitoefenen, de regeling en het bedrag zoals die bestaan op de datum van de overheveling, op voorwaarde dat die regeling blijft bestaan bij de federale overheid. ]1
CHAPITRE 8. [1 - Congé de naissance]1
Art. 7bis.120. [1 Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2019 van de federale overheidsdienst FAMIFED is overgeheveld in het kader van een staatshervorming, krijgt het sociale voordeel vermeld in artikel VII 109bis en VII 109ter. ]1
PARTIE VIII. - REGIME DISCIPLINAIRE.
Art. 7bis.121. [1 Voor de geboortes die plaatsvonden voor 1 januari 2021 blijft de regeling inzake de toelage zoals die gold op de dag van de geboorte van kracht. ]1
TITRE Ier. - Peines disciplinaires.
Art.7bis.122. [1 Op het contractuele personeelslid dat op 31 mei 2024 in dienst was en op die dag als contractueel personeelslid een functie uitoefende die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, is artikel VII 3, § 3 en § 5, van toepassing als het contractuele personeelslid na deelname aan een procedure voor horizontale mobiliteit wordt toegelaten tot de statutaire proeftijd in een functie die dezelfde is als de functie die hij voorafgaand aan de statutaire proeftijd uitoefende.
   Het eerste lid is van toepassing als de procedure voor horizontale mobiliteit die leidde tot de toelating tot de statutaire proeftijd, vermeld in het eerste lid, vóór 1 januari 2029 is gepubliceerd. ]1

  
Art. 8.1. Le fonctionnaire peut être soumis à une procédure disciplinaire :
  1° lorsqu'il ne s'acquitte pas de ses devoirs stipulés à la partie II;
  2° après avoir encouru une condamnation pénale.
HOOFDSTUK 8. [1 - Geboorteverlof ]1
Art. 8.2. Les peines disciplinaires suivantes peuvent être prononcées :
DEEL VIII. - TUCHTREGELING.
Art. 8.3. La retenue de traitement est appliquée pour une période de trois mois au maximum et ne peut excéder un cinquième de la rémunération nette.
TITEL I. - Tuchtstraffen.
Art. 8.4. La suspension disciplinaire est prononcée pour une période de trois mois au maximum et peut provoquer une retenue de traitement qui ne peut dépasser un cinquième de la rémunération nette.
Art. 8.1. De ambtenaar kan worden onderworpen aan een tuchtprocedure :
  1° bij tekortkoming aan zijn plichten, bepaald in deel II;
  2° na strafrechtelijke veroordeling.
Art. 8.5. La régression barémique est l'attribution d'une échelle de traitement inférieure dans le même grade.
  Le fonctionnaire prend rang dans la nouvelle échelle de traitement à la date à laquelle l'attribution de l'échelle de traitement inférieure produit ses effets.
  La régression barémique ne peut en aucun cas avoir pour conséquence, que le fonctionnaire concerné bénéficie d'une échelle de traitement qui soit inférieure à l'échelle dont il bénéficierait s'il était rétrogradé.
  [1 Pour un membre du personnel qui est recruté à partir du 1er juin 2024 ou un membre du personnel qui a choisi de relever du champ d'application du chapitre 1er de la partie VII du présent arrêté, la rétrogradation signifie qu'il est rétrogradé au maximum à l'échelon zéro dans son échelle actuelle. ]1
Art. 8.2. De volgende tuchtstraffen kunnen worden uitgesproken :
  1° blaam;
  2° inhouding van salaris;
  3° tuchtschorsing;
  4° lagere inschaling;
  5° terugzetting in graad;
  6° ontslag van ambtswege;
  7° afzetting.
Art. 8.6. La rétrogradation est l'attribution d'un grade appartenant à un rang inférieur classé dans le même niveau ou dans un [1 niveau inférieur]1.
  La rétrogradation a pour conséquence que l'échelle de traitement attachée au grade attribué au fonctionnaire par la rétrogradation, est attribuée.
  Le fonctionnaire prend rang dans le nouveau grade à la date à laquelle le grade inférieur produit ses effets.
  
Art. 8.3. De inhouding van salaris wordt toegepast gedurende ten hoogste drie maanden en mag niet meer dan één vijfde van de nettobezoldiging bedragen.
TITRE II. - Procédure disciplinaire.
Art. 8.4. De tuchtschorsing wordt uitgesproken voor ten hoogste drie maanden en kan aanleiding geven tot een inhouding van salaris die niet hoger mag liggen dan één vijfde van de nettobezoldiging.
CHAPITRE 1er. - Les autorités compétentes.
Art. 8.5. De lagere inschaling is de toekenning van een lagere salarisschaal binnen dezelfde graad.
  De ambtenaar neemt in de nieuwe salarisschaal rang in op de datum waarop de lagere salarisschaal uitwerking heeft.
  De lagere inschaling mag er in geen geval toe leiden dat de betrokken ambtenaar een lager salaris geniet dan indien hij werd teruggezet in graad.
  [1 Voor een personeelslid dat aangeworven is vanaf 1 juni 2024 of een personeelslid dat ervoor gekozen heeft onder het toepassingsgebied van hoofdstuk 1 van deel VII van dit besluit te ressorteren, betekent de lagere inschaling dat hij in zijn huidige schaal maximaal teruggezet wordt naar trap nul.]1
Art. 8.7. § 1er. Sans préjudice de la possibilité de former recours tel que fixé dans le présent titre, une procédure disciplinaire se compose d'une proposition et d'un prononcé et, le cas échéant, d'un prononcé définitif, sur avis de la Chambre de Recours.
  § 2. Les autorités qui sont compétentes pour faire une proposition et émettre un prononcé ou un prononcé définitif à l'égard d'un fonctionnaire, doivent remplir les suivantes conditions générales :
  1° la peine disciplinaire est proposée par un chef fonctionnel du fonctionnaire;
  2° la peine disciplinaire est prononcée par un chef fonctionnel du membre du personnel faisant la proposition; ce chef fonctionnel est un membre du personnel du rang A1 au moins.
  3° la peine disciplinaire est prononcée définitivement par un chef fonctionnel du membre du personnel ayant prononcé la peine disciplinaire en premier ressort.
Art. 8.6. De terugzetting in graad is de toekenning van een graad van een lagere rang die binnen hetzelfde niveau of binnen een [1 lager]1 niveau is ingedeeld.
  De terugzetting in graad heeft tot gevolg dat de salarisschaal wordt toegekend die verbonden is aan de graad waarin de ambtenaar wordt teruggezet.
  De ambtenaar neemt in de nieuwe graad rang in op de datum waarop de lagere graad uitwerking heeft.
  
Art. 8.8. § 1er. [Si la peine disciplinaire a été proposée par le chef d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement, elle est prononcée par l'organe de management du domaine politique.]
  [1 Par dérogation à l'alinéa premier, la peine disciplinaire est prononcée par le Conseil de l'Enseignement communautaire si la peine disciplinaire est proposée par le chef de l'institution.]1
  [Si la peine disciplinaire est prononcée en premier ressort par le chef d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement, elle est prononcée définitivement par l'organe de management du domaine politique.]
  [1 Par dérogation à l'alinéa trois, la peine disciplinaire est prononcée définitivement par le Conseil de l'Enseignement communautaire si la peine disciplinaire est prononcée en première instance par le chef de l'institution.]1
  [Si la peine disciplinaire est prononcée en premier ressort par l'organe de management du domaine politique, elle est prononcée définitivement par les Ministres flamands fonctionnellement compétents.]
  [1 Par dérogation à l'alinéa cinq, la peine disciplinaire est prononcée définitivement par le Ministre flamand fonctionnellement compétent si la peine disciplinaire est prononcée en première instance par le Conseil de l'Enseignement communautaire.]1
  § 2. La révocation et la démission d'office sont prononcées définitivement, sur avis de la Chambre de Recours, par le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement dont relève le fonctionnaire concerné. Cette compétence ne peut être déléguée.
  Si le chef d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement a proposé ou prononcé en premier ressort la révocation ou la démission d'office, le § 1er s'applique.
  § 3. Pour[2 la fonction du niveau N ou la fonction de directeur général qui est désignée conformément à la Partie V]2, par acte juridique administratif unilatéral, la peine disciplinaire est proposée par le donneur d'ordre, prononcée par deux Ministres flamands désignés par le Gouvernement flamand et prononcée définitivement par le Gouvernement flamand. Les Ministres intéressés ne prennent pas part à la concertation sur le prononcé définitif à effectuer par le Gouvernement flamand.
  
TITEL II. - Tuchtprocedure.
CHAPITRE 2. - La procédure.
HOOFDSTUK I. - De bevoegde overheden.
Art. 8.9. La proposition d'infliger une peine disciplinaire est formulée par écrit, motivée et communiquée au fonctionnaire concerné.
Art. 8.7. § 1. Onverminderd de mogelijkheid van beroep zoals bepaald in deze titel bestaat een tuchtprocedure uit een voorstel en een uitspraak en desgevallend uit een definitieve uitspraak, na advies van de raad van beroep.
  § 2. De overheden die bevoegd zijn om ten aanzien van een ambtenaar een voorstel, uitspraak of definitieve uitspraak te doen, voldoen aan de volgende algemene voorwaarden :
  1° de tuchtstraf wordt voorgesteld door een functionele chef van de ambtenaar;
  2° de tuchtstraf wordt uitgesproken door een functionele chef van het voorstellend personeelslid; deze functionele chef is een personeelslid van tenminste rang A1.
  3° de tuchtstraf wordt definitief uitgesproken door een functionele chef van het personeelslid dat in eerste instantie de tuchtstraf heeft uitgesproken.
Art. 8.10. § 1er. L'autorité compétente pour prononcer la peine disciplinaire convoque, dans les quinze jours calendaires suivant la date de la proposition, par [2 envoi sécurisé]2, le fonctionnaire qui sera entendu à sa défense.
  [1 § 1bis. A leur demande, l'intéressé et son conseiller peuvent consulter le dossier disciplinaire avant que la défense ait lieu. [3 En application de l'article 23, alinéa 1er, i), du règlement (UE) n° 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), ils disposent, par dérogation à l'article 12, alinéa 3, dudit règlement, d'un délai d'au minimum quinze jours calendrier à compter de la date de réception de la convocation pour prendre connaissance du dossier.]3]1
  § 2. Il est dressé un procès-verbal de l'interrogatoire, dont l'intéressé ou son conseiller reçoit une copie. Le fonctionnaire ou son conseiller peut, dans les [1 15 jours calendaires]1 après la défense orale, formuler par écrit ses défenses. Le mémoire justificatif est annexé au dossier, s'il est introduit temps.
  
Art. 8.8. § 1. [Als de tuchtstraf werd voorgesteld door het hoofd van een entiteit, raad of instelling, wordt ze uitgesproken door het managementorgaan van het beleidsdomein.
  [1 In afwijking van het eerste lid wordt de tuchtstraf uitgesproken door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs als de tuchtstraf werd voorgesteld door het hoofd van de instelling.]1
  Als de tuchtstraf in eerste instantie is uitgesproken door het hoofd van een entiteit, raad of instelling, wordt ze definitief uitgesproken door het managementorgaan van het beleidsdomein.
  [1 In afwijking van het derde lid wordt de tuchtstraf definitief uitgesproken door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs als de tuchtstraf in eerste instantie is uitgesproken door het hoofd van de instelling.]1
  Als de tuchtstraf in eerste instantie is uitgesproken door het managementorgaan van het beleidsdomein, wordt ze definitief uitgesproken door de functioneel bevoegde Vlaamse ministers.]
  [1 In afwijking van het vijfde lid wordt de tuchtstraf definitief uitgesproken door de functioneel bevoegde Vlaamse minister als de tuchtstraf in eerste instantie is uitgesproken door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.]1
  § 2. De afzetting en het ontslag van ambtswege worden, na advies van de raad van beroep, definitief uitgesproken door het hoofd van de entiteit, raad of instelling waaronder de betrokken ambtenaar ressorteert. Deze bevoegdheid kan niet gedelegeerd worden.
  Indien het hoofd van een entiteit, raad of instelling de afzetting of het ontslag van ambtswege heeft voorgesteld of in eerste instantie uitgesproken, is § 1 van toepassing.
  § 3. Voor [2 de functie van N-niveau of de functie van algemeen directeur die overeenkomstig deel V is aangewezen]2 bij eenzijdige administratieve rechtshandeling wordt de tuchtstraf voorgesteld door de opdrachtgever, uitgesproken door twee Vlaamse ministers aangewezen door de Vlaamse Regering en definitief uitgesproken door de Vlaamse Regering. De betrokken ministers nemen geen deel aan de beraadslaging over de definitieve uitspraak door de Vlaamse Regering.
  
Art. 8.11. L'autorité compétente prononce la peine disciplinaire dans les [1 vingt jours calendaires]1 après avoir entendu le fonctionnaire à sa défense.
  La peine disciplinaire est notifiée [2 par envoi sécurisé]2 dans les deux jours ouvrables après le prononcé, et prend cours le troisième jour ouvrable suivant la date [2 de l'envoi sécurisé]2, sauf en cas de révocation et de démission d'office. Seul dans le cas de révocation et de démission d'office, le recours formé par le fonctionnaire contre ces peines disciplinaires suspend l'effet de celles-ci. Dans ces cas, le fonctionnaire est toutefois suspendu de plein droit dans l'intérêt du service, à compter du troisième jour ouvrable suivant la date [2 de l'envoi sécurisé]2 lui communiquant la peine disciplinaire, jusqu'au jour où la peine disciplinaire est devenue définitive par application de l'article VIII 12.
  
HOOFDSTUK II. - De procedure.
Art. 8.12.La peine disciplinaire est définitive le jour suivant l'expiration du délai d'introduction du recours ou après que l'autorité compétente a communiqué, sur avis de la Chambre de Recours, sa décision par [1 envoi sécurisé]1.
Art. 8.9. Het voorstel dat ertoe strekt een tuchtstraf op te leggen wordt schriftelijk geformuleerd, met redenen omkleed en meegedeeld aan de betrokken ambtenaar.
  Het personeelslid dat het voorstel heeft gedaan, stuurt tezelfdertijd het voorstel aan de bevoegde overheid voor uitspraak.
Art. 8.13. Le fonctionnaire contre lequel une peine disciplinaire est prononcée, peut introduire un recours motivé auprès de la Chambre de Recours dans les quinze jours calendaires, prenant cours le jour suivant la réception de l' [1 envoi sécurisé]1 portant la communication du prononcé.
  
Art. 8.10. § 1. De overheid die bevoegd is voor het uitspreken van de tuchtstraf roept, binnen 15 kalenderdagen volgend op de datum van het voorstel, de ambtenaar via een [2 beveiligde zending]2 op om gehoord te worden in zijn verdediging.
  [1 § 1bis. De belanghebbende en zijn raadgever mogen het tuchtdossier op hun verzoek raadplegen voordat de verdediging plaats heeft. [3 Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) beschikken zij, in afwijking van artikel 12, lid 3, van de voormelde verordening, voor de inzage van het dossier over een termijn van ten minste vijftien kalenderdagen nadat ze de oproepingsbrief ontvangen hebben.]3]1
  § 2. Van de zitting wordt er een proces-verbaal gemaakt waarvan de betrokkene of zijn raadgever een kopie krijgt. De ambtenaar of zijn raadgever kan binnen [1 15 kalenderdagen]1 na de mondelinge verdediging schriftelijk de middelen ter verdediging uiteenzetten. Het verweerschrift wordt bij het dossier gevoegd, indien het tijdig werd ingediend.
  
Art. 8.14. La Chambre de Recours délibère dans les trente jours calendaires après réception du recours.
Art. 8.11. De bevoegde overheid spreekt de tuchtstraf uit binnen [1 20 kalenderdagen]1 na het horen van de ambtenaar in zijn verdediging.
  De tuchtstraf wordt aangezegd [2 met een beveiligde zending]2 binnen de twee werkdagen na de uitspraak en gaat in op de derde werkdag volgend op de datum van [2 de beveiligde zending]2, behalve ingeval van afzetting en ontslag van ambtswege. Enkel in het geval van afzetting en ontslag van ambtswege schort het beroep, ingesteld door de ambtenaar tegen deze tuchtstraffen, de uitwerking ervan op. De ambtenaar wordt in deze gevallen wel van rechtswege geschorst in het belang van de dienst vanaf de derde werkdag volgend op de datum van [2 de beveiligde zending]2 waarmee hem de tuchtstraf wordt meegedeeld, tot op de dag dat de tuchtstraf definitief is geworden in toepassing van artikel VIII 12.
  
Art. 8.15. Sans préjudice de l'article [1 I 16, § 1er, alinéa 2]1, la Chambre de Recours transmet le dossier, dans les quinze jours calendaires après qu'un avis motivé a été émis, à l'autorité compétente pour prononcer définitivement la peine disciplinaire.
  L'avis est notifié simultanément au requérant.
  
Art. 8.12. De tuchtstraf is definitief de dag na het verstrijken van de termijn voor instelling van het beroep of nadat de bevoegde overheid na advies van de raad van beroep haar beslissing heeft meegedeeld via een [1 beveiligde zending]1.
  
Art. 8.16. L'autorité compétente pour le prononcé définitif prend une décision dans les quinze jours calendaires après réception de l'avis de la Chambre de Recours.
  Elle ne peut évoquer d'autres faits que ceux qui ont servi de motif pour l'avis de la Chambre de Recours.
  La décision de l'autorité compétente est transmise au fonctionnaire concerné [1 par envoi sécurisé]1 dans les deux jours ouvrables et est communiquée, à titre d'information, au secrétaire de la Chambre de Recours.
  
Art. 8.13.De ambtenaar tegen wie een tuchtstraf uitgesproken wordt, kan hiertegen gemotiveerd beroep instellen bij de raad van beroep binnen 15 kalenderdagen, ingaande de dag volgend op de ontvangst van de [1 beveiligde zending]1 houdende mededeling van de uitspraak.
CHAPITRE 3. - Caractéristiques générales de la procédure disciplinaire.
Art. 8.14. De raad van beroep beraadslaagt binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst van het beroepschrift.
Art. 8.17. Lorsque plus d'un fait est reproché au fonctionnaire, ceci ne peut toutefois donner lieu qu'à une seule procédure et au prononce d'une seule peine disciplinaire.
  Si un nouveau fait est reproché au fonctionnaire au cours de la procédure disciplinaire, une nouvelle procédure peut être entamée sans que la procédure en cours soit interrompue.
Art. 8.15. Onverminderd artikel [1 I 16, § 1, tweede lid]1, stuurt de raad van beroep binnen 15 kalenderdagen na het uitbrengen van het gemotiveerd advies het dossier aan de overheid bevoegd voor het definitief uitspreken van de tuchtstraf.
  Tezelfdertijd wordt het advies aan de verzoeker betekend.
  
Art. 8.18. Sans préjudice d'éléments nouveaux justifiant la réouverture d'un dossier, personne ne peut être assujettie à une action disciplinaire pour des faits déjà sanctionnés.
Art. 8.16. De bevoegde overheid voor de definitieve uitspraak neemt binnen de 15 kalenderdagen na ontvangst van het advies van de raad van beroep een beslissing.
  Zij kan geen andere feiten ter sprake brengen dan de feiten die als motief gediend hebben voor het advies van de raad van beroep.
  De beslissing van de bevoegde overheid wordt binnen twee werkdagen [1 met een beveiligde zending]1 verstuurd aan de betrokken ambtenaar en meegedeeld ter informatie aan de secretaris van de raad van beroep.
  
Art. 8.19. [1 Ni l'autorité competente, ni la chambre de recours ne peuvent prononcer une peine disciplinaire plus lourde que celle qui a été prononcée avant le recours.
   Elles ne peuvent prendre en considération que les faits qui ont justifié la procédure disciplinaire.
   Si la chambre de recours décide à l'unanimité que la peine disciplinaire est non fondée, la chambre peut ensuite décider à l'unanimité des voix de prononcer aucune peine ou une peine plus légère que celle prononcée avant le recours.
   La peine disciplinaire ne peut avoir effet sur une période précédant le prononcé.]1

  
HOOFDSTUK III. - Algemene kenmerken van de tuchtprocedure.
Art. 8.20.[1 ...]1. La procédure disciplinaire est [1 ...]1 suspendue dans les cas visés par la législation fédérale relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail.
Art. 8.17. Wanneer meer dan één feit ten laste van de ambtenaar wordt gelegd, kan dit niettemin slechts aanleiding geven tot één procedure en tot het uitspreken van één tuchtstraf.
  Wanneer in de loop van een tuchtprocedure een nieuw feit ten laste van de ambtenaar wordt gelegd, kan dit tot een nieuwe procedure aanleiding geven zonder dat de lopende procedure onderbroken wordt.
Art. 8.21. § 1er. La procédure disciplinaire est suspendue d'office à partir de la requête du fonctionnaire d'être mis sous protection du médiateur flamand, jusqu'à ce que celui-ci ait terminé son examen sur le rapport éventuel entre la procédure disciplinaire et la dénonciation de l'irrégularité. Dans cette matière, la charge de la preuve repose sur l'autorité compétente.
  § 2. Le médiateur flamand communique le résultat de son examen au fonctionnaire et au manager de ligne.
  § 3. Si le médiateur flamand estime, qu'il n'existe pas de lien causal entre la procédure disciplinaire et la dénonciation de l'irrégularité, l'autorité compétente peut poursuivre la procédure disciplinaire.
  § 4. Si le médiateur flamand estime, qu'il est possible qu'il existe un lien causal entre la procédure disciplinaire et la dénonciation de l'irrégularité, il adresse à l'autorité compétente la demande de mettre fin à la procédure disciplinaire.
  L'autorité compétente communique, dans les vingt jours ouvrables après la requête faite au médiateur flamand, si elle est d'accord ou non avec la requête.
  Lorsque l'autorité compétente n'est pas d'accord avec la requête du médiateur flamand ou refuse de donner suite à sa requête ou ne fournit pas de réponse au médiateur flamand dans le délai précité de vingt jours ouvrables, le médiateur flamand en fait rapport au Ministre flamand ayant les affaires administratives dans ses attributions, qui décide ensuite de sa position, en concertation avec le ministre fonctionnellement compétent, et la communique au médiateur flamand et au manager de ligne.
  § 5. Le présent article ne s'applique pas lorsque la protection est révoquée conformément à l'article II 3, § 2.
Art. 8.18. Behoudens nieuwe elementen die de heropening van het dossier rechtvaardigen, kan niemand het voorwerp zijn van een tuchtvordering voor reeds gesanctioneerde feiten.
Art. 8.22. L'action disciplinaire ne peut se rapporter qu'à des faits qui ont été constatés dans un délai de six mois précédant la date à laquelle l'action est entamée.
  Lors de la fixation de la peine, des mentions pertinentes figurant au dossier individuel peuvent néanmoins être prises en considération.
  [1 ...]1
  
Art. 8.19. [1 De bevoegde overheid noch de raad van beroep kunnen een zwaardere tuchtstraf definitief uitspreken dan de straf die uitgesproken is voor het beroep.
   Zij mogen alleen feiten in aanmerking nemen die de tuchtprocedure gerechtvaardigd hebben.
   Als de raad van beroep unaniem beslist dat de tuchtstraf ongegrond is, kan de raad aansluitend bij eenparigheid van stemmen beslissen om geen of een lichtere straf toe te kennen dan de straf die uitgesproken is voor het beroep. "
   Een tuchtstraf kan geen uitwerking hebben over een periode vóór de uitspraak.]1

  
Art. 8.23. Les délais fixés au présent titre sont suspendus au mois d'août et entre Noël et le Nouvel An.
Art. 8.20.[1 ...]1. De tuchtprocedure wordt [1 ...]1 geschorst in de gevallen zoals bepaald door de federale wetgeving betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.
TITRE III. - La radiation des peines disciplinaires.
Art. 8.21. § 1. De tuchtprocedure wordt van rechtswege opgeschort vanaf het verzoek van de ambtenaar om onder de bescherming van de Vlaamse Ombudsman te worden geplaatst tot na het onderzoek door de Vlaamse Ombudsman naar het mogelijk verband tussen de tuchtprocedure en de melding van de onregelmatigheid. De bewijslast hiervoor berust bij de bevoegde overheid.
  § 2. De Vlaamse Ombudsman deelt het resultaat van zijn onderzoek mee aan de ambtenaar en aan de lijnmanager.
  § 3. Als de Vlaamse Ombudsman van oordeel is dat er geen verband is tussen de tuchtprocedure en de melding van de onregelmatigheid, kan de bevoegde overheid de tuchtprocedure verder zetten.
  § 4. Als de Vlaamse Ombudsman meent dat er een mogelijk verband bestaat tussen de tuchtprocedure en de melding van de onregelmatigheid, richt hij aan de bevoegde overheid het verzoek om de tuchtprocedure te beëindigen.
  De bevoegde overheid deelt binnen een termijn van twintig werkdagen na ontvangst van het verzoek aan de Vlaamse Ombudsman mee of zij al dan niet akkoord gaat met dat verzoek.
  Als de bevoegde overheid niet akkoord gaat met het verzoek van de Vlaamse Ombudsman of weigert uitvoering te geven aan zijn verzoek of niet antwoordt aan de Vlaamse Ombudsman binnen de voormelde termijn van twintig werkdagen, brengt de Vlaamse Ombudsman hierover verslag uit bij de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, die in overleg met de functioneel bevoegde minister zijn standpunt bepaalt en dit meedeelt aan de Vlaamse Ombudsman en aan de lijnmanager.
  § 5. Dit artikel is niet van toepassing in het geval van opheffing van de bescherming, ingevolge artikel II 3, § 2.
Art. 8.24. § 1er. A l'exception de la révocation et de la démission d'office, toute peine disciplinaire est radiée du dossier individuel du fonctionnaire aux conditions fixées au § 2.
  § 2. La radiation des peines disciplinaires est opérée d'office après une période qui est égale à :
  - un an pour le blâme;
  - deux ans pour la retenue de traitement;
  - trois ans pour la suspension disciplinaire;
  - quatre ans pour la régression barémique ou la rétrogradation.
Art. 8.22.De tuchtvordering mag alleen betrekking hebben op feiten die werden vastgesteld binnen een termijn van zes maanden voorafgaande aan de datum waarop de vordering wordt ingesteld.
PARTIE IX. - LA SUSPENSION DANS L'INTERET DU SERVICE.
Art. 8.23. De in deze titel vastgestelde termijnen worden opgeschort in de maand augustus en tussen Kerstmis en Nieuwjaar.
Art. 9.1. Lorsque l'intérêt du service le requiert, le fonctionnaire en service effectif peut être suspendu de ses fonctions dans les conditions fixées dans cette partie.
TITEL III. - De doorhaling van de tuchtstraffen.
Art. 9.2. La suspension dans l'intérêt du service peut uniquement être prononcée par une autorité compétente pour prononcer des peines disciplinaires.
Art. 8.24. § 1. Elke tuchtstraf behalve de afzetting en het ontslag van ambtswege wordt in het persoonlijk dossier van de ambtenaar doorgehaald onder de in § 2 bepaalde voorwaarden.
  § 2. De doorhaling van de tuchtstraffen gebeurt van rechtswege na een termijn waarvan de duur is vastgesteld op :
  - één jaar voor de blaam;
  - twee jaar voor de inhouding van salaris;
  - drie jaar voor de tuchtschorsing;
  - vier jaar voor de lagere inschaling of de terugzetting in graad.
Art. 9.3. Le fonctionnaire est entendu au préalable concernant les faits qui lui sont reprochés. Il peut se faire assister d'un conseiller.
  Les raisons pour procéder à la suspension dans l'intérêt du service sont communiquées par écrit au fonctionnaire, au plus tard trois jours ouvrables avant l'audition.
  Le fonctionnaire vise les propositions et décisions de suspension dans l'intérêt du service.
DEEL IX. - SCHORSING IN HET BELANG VAN DE DIENST.
Art. 9.4. L'autorité compétente pour prononcer la suspension dans l'intérêt du service peut priver le fonctionnaire visé à l'article IX 1. du droit de faire valoir ses titres à promotion et à l'avancement de traitement, et son traitement peut être réduit dans les cas suivants :
Art. 9.1. De ambtenaar in effectieve dienst kan onder de in dit deel bepaalde voorwaarden in het ambt worden geschorst, wanneer het belang van de dienst dat vereist.
Art. 9.5. La suspension dans l'intérêt du service prend cours soit le jour après que le fonctionnaire a visé la décision de suspension dans l'intérêt du service, soit le jour après [1 la date de l'envoi sécurisé]1 la décision lui est communiquée.
  
Art. 9.2. De schorsing in het belang van de dienst kan alleen worden uitgesproken door een instantie die een tuchtstraf kan uitspreken.
  Overheden die een tuchtstraf kunnen voorstellen, kunnen ook een schorsing in het belang van de dienst voorstellen.
  De overheid die de schorsing in het belang van de dienst uitspreekt mag niet dezelfde zijn als deze welke haar voorstelt.
Art. 9.6. Après quinze jours calendaires à compter de la date à laquelle la suspension dans l'intérêt du service a produit ses effets, le fonctionnaire peut introduire un recours auprès de la Chambre de Recours.
  Si la Chambre de Recours émet un avis défavorable sur l'annulation de la suspension, la suspension dans l'intérêt du service est maintenue.
  Si la Chambre de recours émet un avis favorable sur l'annulation de la suspension, l'autorité compétente pour prononcer définitivement les peines disciplinaires, prend la décision, sans préjudice de l'article [1 I 16, § 1er, alinéa 2 ]1.
  
Art. 9.3. De ambtenaar wordt vooraf gehoord over de feiten die betrokkene ten laste worden gelegd. De ambtenaar mag zich hierbij laten bijstaan door een raadgever.
  De redenen om over te gaan tot schorsing in het belang van de dienst worden ten laatste drie werkdagen voorafgaand aan het verhoor schriftelijk meegedeeld aan de ambtenaar.
  De ambtenaar viseert de voorstellen en beslissingen tot schorsing in het belang van de dienst.
Art. 9.7. Le fonctionnaire qui dispose de nouveaux éléments, peut introduire un nouveau recours contre sa suspension dans l'intérêt du service, dès qu'un délai d'au moins trois mois s'est écoulé depuis le dernier avis défavorable de la Chambre de Recours ou depuis la décision précédente de maintien de la suspension.
Art. 9.4. De overheid bevoegd voor het uitspreken van de schorsing in het belang van de dienst kan aan de in artikel IX 1 bedoelde ambtenaar het recht ontzeggen aanspraak te maken op bevordering en op verhoging in salaris en salarisschaal en het salaris kan worden verminderd in de volgende gevallen :
  1° wanneer de ambtenaar strafrechtelijk vervolgd wordt;
  2° wanneer de ambtenaar tuchtrechtelijk vervolgd wordt wegens een ernstig vergrijp waarbij de ambtenaar op heterdaad is betrapt of waarvoor er afdoende aanwijzingen zijn.
  De inhouding van salaris mag niet meer bedragen dan één vijfde van de nettobezoldiging.
Art. 9.8. Sauf en cas d'instruction ou de poursuite pénale, la suspension dans l'intérêt du service ne peut excéder un délai de six mois.
  Lors d'une instruction et/ou d'une poursuite pénale, la période de la suspension dans l'intérêt du service ne peut excéder la durée de l'enquête et/ou de la poursuite.
Art. 9.5. De schorsing in het belang van de dienst gaat in de dag nadat de ambtenaar de beslissing tot schorsing in het belang van de dienst heeft geviseerd, ofwel de dag na [1 de datum van de beveiligde zending]1 waarmee de beslissing aan de ambtenaar wordt meegedeeld.
  
Art. 9.9. Si le prononcé pénal, l'arrangement à l'amiable ou le classement est notifié à l'autorité, celle-ci décide si la suspension dans l'intérêt du service est supprimée ou maintenue pour la durée de la procédure disciplinaire.
Art. 9.6. De ambtenaar kan na 15 kalenderdagen sedert de dag dat de schorsing in het belang van de dienst uitwerking gekregen heeft, beroep instellen bij de raad van beroep.
  Indien de raad van beroep ongunstig advies uitbrengt over de opheffing van de schorsing, wordt de schorsing in het belang van de dienst gehandhaafd.
  Indien de raad van beroep gunstig advies uitbrengt over de opheffing van de schorsing, beslist de overheid die bevoegd is om een tuchtstraf definitief uit te spreken, onverminderd de toepassing van artikel [1 I 16, § 1, tweede lid]1.
  
Art. 9.10. La suspension dans l'intérêt du service se termine d'office lorsque le prononcé disciplinaire sur les mêmes faits pour lesquels le fonctionnaire était suspendu dans l'intérêt du service, devient définitif, sauf en cas de révocation ou de démission d'office.
Art. 9.7. De ambtenaar die over nieuwe elementen beschikt, kan tegen zijn schorsing in het belang van de dienst een nieuw beroep instellen, van zodra minstens drie maanden verstreken zijn sedert het vorige ongunstige advies van de raad van beroep of de vorige beslissing tot handhaving van zijn schorsing.
Art. 9.11. Lorsque le fonctionnaire n'est plus poursuivi, son dossier est classé ou l'acquittement pénal ou disciplinaire a acquis force de chose jugée, les décisions prises en vertu de l'article IX 4 concernant la retenue de traitement et la privation du droit du fonctionnaire de faire valoir ses titres à l'avancement de traitement et d'échelle de traitement, sont annulées.
Art. 9.8. Behoudens strafrechtelijk onderzoek of strafrechtelijke vervolging mag de schorsing in het belang van de dienst ten hoogste zes maanden bedragen.
  Bij strafrechtelijk onderzoek en/of strafrechtelijke vervolging mag de schorsing in het belang van de dienst maximum voor de duur van het onderzoek en/of de vervolging gelden.
Art. 9.12. La décision par laquelle le fonctionnaire est suspendu dans l'intérêt du service ne peut produire effet pour une période antérieure à la date à laquelle la suspension est prononcée.
Art. 9.9. Indien de overheid in kennis wordt gesteld van de strafrechtelijke uitspraak, de minnelijke schikking of seponering, beslist zij om de schorsing in het belang van de dienst op te heffen of te behouden voor de duur van de tuchtprocedure.
Art. 9.13. Si, une fois terminé l'examen disciplinaire, une suspension est infligée au fonctionnaire comme peine disciplinaire, cette suspension a effet rétroactif par dérogation à l'article VIII 19, troisième alinéa. En ce cas, la durée de la suspension dans l'intérêt du service est imputée à due concurrence sur la durée de la suspension disciplinaire.
  Cependant, la suspension ne rétroagit pas à une date antérieure à celle à laquelle les mesures prises en exécution de l'article IX 4 ont produit leurs effets.
Art. 9.10. Aan de schorsing in het belang van de dienst komt van rechtswege een einde bij het definitief worden van de tuchtrechtelijke uitspraak over dezelfde feiten waarvoor de ambtenaar in het belang van de dienst werd geschorst, behalve in geval van afzetting of ontslag van ambtswege.
PARTIE X. - LES CONGES ET DISPENSES DE SERVICE.
Art. 9.11. Indien de ambtenaar buiten vervolging wordt gesteld, zijn dossier geseponeerd wordt of wanneer een strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vrijspraak volgt die kracht van gewijsde gekregen heeft, worden de beslissingen genomen krachtens artikel IX 4 inzake inhouding van salaris en ontzeggen van de aanspraken op verhoging in salaris en salarisschaal, ongedaan gemaakt.
TITRE Ier. - Dispositions générales.
Art. 9.12. De beslissing waarbij de ambtenaar geschorst wordt in het belang van de dienst kan geen uitwerking hebben over een periode vóór de datum waarop de schorsing is uitgesproken.
Art. 10.1. Le membre du personnel se trouve, en tout ou en partie, dans une des positions administratives suivantes :
  1° en activité de service;
  2° en non-activité.
Art. 9.13. Indien de ambtenaar na afloop van het tuchtonderzoek een schorsing als tuchtstraf wordt opgelegd, vindt die schorsing plaats met terugwerkende kracht, in afwijking van artikel VIII 19, derde lid. In dit geval wordt de duur van de schorsing in het belang van de dienst, tot de nodige termijn, op de duur van de tuchtschorsing aangerekend.
  De schorsing gaat evenwel niet verder terug dan de dag waarop de bij toepassing van artikel IX 4 getroffen maatregelen uitwerking hebben gehad.
Art. 10.2. § 1er. Le membre du personnel en activité de service a droit à un traitement et à un avancement [2 de grade et de niveau, ainsi qu'à l'augmentation d'échelon dans l'échelle de traitement ]2 et de traitement, a moins qu'il ne soit stipulé autrement.
  [Pour le membre du personnel contractuel, le droit à un avancement de grade est remplacé par le droit de solliciter un emploi statutaire dans une fonction équivalente, par le biais de la mobilité horizontale.]
  Le membre du personnel contractuel n'a droit à un avancement d'échelle de traitement que dans la mesure, où plusieurs échelles de traitement sont liées à la fonction, conformément au statut en vigueur.
  § 2. [2 Sauf disposition contraire, le membre du personnel en non-activité n'a pas droit :
   1° au traitement ;
   2° au traitement réduit visé à l'article X 19, § 1er et § 6 ;
   3° au salaire ou complément de salaire visé à l'article X 20, § 1er, alinéa 1er ;
   4° au complément visé à l'article X 20, § 1er, alinéa 2 ;
   5° à une promotion de grade et de niveau ;
   6° à une augmentation d'échelon dans l'échelle de traitement]2
.
  Au membre du personnel contractuel s'applique le § 1er, deuxième et troisième alinéas du présent article.
  § 3. [1 Le fonctionnaire]1 ne peut être mis ou maintenu en non-activité s'il se trouve dans les conditions requises pour obtenir une pension de retraite.
  
DEEL X. - DE VERLOVEN EN DIENSTVRIJSTELLINGEN.
Art. 10.3. Pour la détermination de sa position administrative, le membre du personnel est toujours censé être en activité de service, sauf disposition expresse le plaçant en non-activité.
TITEL I. - Algemene bepalingen.
Art. 10.4. Sans préjudice de l'application éventuelle d'une sanction disciplinaire ou d'une mesure administrative, le membre du personnel qui est absent sans permission ou notification, est en non-activité, sauf en cas de force majeure.
Art. 10.1. Het personeelslid bevindt zich geheel of gedeeltelijk in een van de volgende administratieve toestanden :
  1° dienstactiviteit;
  2° non-activiteit.
Art. 10.5. Par dérogation à l'article X 4, le membre du personnel qui prend part à une interruption de travail organisée, est en activité de service et ne perd son traitement qu'au prorata de la durée de son absence.
Art. 10.2. § 1. Het personeelslid in dienstactiviteit heeft recht op salaris en op bevordering [2 in rang en niveau, en op verhoging van trap in de salarisschaal]2, tenzij anders bepaald.
  [Het recht op bevordering in graad wordt voor het contractuele personeelslid vervangen door het recht op mededinging voor een vaste betrekking in een gelijkwaardige functie via de horizontale mobiliteit.]
  Het recht op bevordering in salarisschaal geldt voor het contractuele personeelslid slechts in die mate dat meerdere salarisschalen aan de functie verbonden zijn, overeenkomstig de van kracht zijnde rechtspositie.
  § 2. [2 Het personeelslid in non-activiteit heeft, behoudens andersluidende bepaling, geen recht op:
   1° het salaris;
   2° het herleid salaris vermeld in artikel X 19, § 1 en § 6;
   3° het loon of aanvullend loon vermeld in artikel X 20, § 1, eerste lid;
   4° de aanvulling vermeld in artikel X 20, § 1, tweede lid;
   5° een bevordering in rang en niveau;
   6° een verhoging van trap in de salarisschaal]2
.
  Voor het contractuele personeelslid is § 1, tweede en derde lid, van dit artikel van toepassing.
  § 3. [1 De ambtenaar]1 kan niet in non-activiteit gesteld of gehouden worden als [1 hij]1 aan de voorwaarden voldoet om gepensioneerd te worden.
  
Art. 10.6. § 1er. Sans préjudice de dispositions contraires, les congés cités dans la présente partie sont autorisés et accordés par le manager de ligne.
  § 2. [1 [2 En ce qui concerne les congés, le règlement de travail arrête les éléments suivants :
   1° les délais de demande ;
   2° les délais de préavis et la possibilité d'annulation du congé ;
   3° le cadre sur la base duquel la décision d'octroi d'un congé est évaluée.]2
]1
.
  
Art. 10.3. Het personeelslid wordt voor de vaststelling van zijn administratieve toestand altijd geacht in dienstactiviteit te zijn behoudens uitdrukkelijke bepaling die hem in non-activiteit plaatst.
Art. 10.7. Si nécessaire, le Ministre fonctionnel peut fixer, pour des groupes de fonctions ayant un régime de travail spécifique, des règles de conversion pour certains congés exprimés en jours de travail ou des contingents de maladie, sans que le nombre total de jours accordés par sorte de congé ne soit dépassé.
Art. 10.4. Onverminderd de eventuele toepassing van een tuchtstraf of van een administratieve maatregel, is het personeelslid dat zonder toestemming of kennisgeving afwezig is, in non-activiteit tenzij in geval van overmacht.
Art. 10.8. Le membre du personnel qui est occupé dans le régime de la semaine de 4 jours, a droit, en ce qui concerne les congés exprimés en jours de travail, à un équivalent du nombre de jours de congé fixé à la présente partie.
Art. 10.5. In afwijking van art. X 4 is het personeelslid dat deelneemt aan een georganiseerde werkonderbreking in dienstactiviteit en verliest hij enkel zijn salaris voor de duur van de afwezigheid.
TITRE II. - Congés annuels de vacances et jours fériés.
Art. 10.6. § 1. Onverminderd andersluidende bepalingen, worden de verloven, vermeld in dit deel, toegestaan en toegekend door de lijnmanager.
  § 2. [1 [2 Het arbeidsreglement stelt met betrekking tot de verloven de volgende zaken vast:
   1° de aanvraagtermijnen;
   2° de opzegtermijnen en de mogelijkheid tot opzegging van het verlof;
   3° het kader waaraan de beslissing tot toekenning van een verlof wordt getoetst.]2
]1

  
Art. 10.9. § 1er. Le membre du personnel a droit à un congé annuel de 35 jours ouvrables, selon les nécessités du service.
  Le fonctionnaire a le droit de prendre, dans les limites des 35 jours ouvrables, 4 jours ouvrables de congé de vacances sans que l'intérêt du service puisse lui être opposé.
  [1 Outre le congé annuel de 35 jours ouvrables, le membre du personnel de 55 ans ou plus a droit au nombre suivant de jours ouvrables supplémentaires de congé :
   1. à partir de 55 ans : 1 jour ouvrable;
   2. à partir de 57 ans : 2 jours ouvrables;
   3. à partir de 59 ans : 3 jours ouvrables;
   4. à partir de 60 ans : 4 jours ouvrables;
   5. à partir de 61 ans : 5 jours ouvrables.
   Ce régime ne s'applique pas aux membres du personnel qui bénéficient du régime spécial en matière de congé des hôpitaux publics, ou du régime spécial en matière de congé, visé au § 3.]1

  [11 Le membre du personnel peut accumuler annuellement au maximum onze jours ouvrables de congé. Le congé accumulé ne peut jamais dépasser 150 jours ouvrables. Le membre du personnel utilise le congé accumulé dans les années calendaires suivantes. Le membre du personnel a le droit de prendre ce congé accumulé avant sa mise à la retraite sans préjudice de l'application de l'article VII 11, § 2.]11
  [7 Un membre du personnel qui n'a pas pu prendre tout son congé annuel pendant l'année calendrier en cours en raison d'un congé de maladie peut, outre les 11 jours visés aux alinéas 4 ou les 5 jours visés au paragraphe 5, reporter un maximum de treize jours supplémentaires de congé annuel à l'année civile suivante. Le congé annuel reporté en vertu du présent alinéa n'est pas pris en compte pour le calcul du maximum de 150 jours ouvrables visé à l'alinéa 4 et doit être pris dans les deux ans suivant le report du congé annuel. En cas de non prise dans les deux ans suivant le report, les jours reportés seront perdus.
   Par dérogation à l'alinéa 6, un membre du personnel qui, en raison d'un congé de maladie, n'a pas pu prendre tous son congé annuel pendant l'année calendrier en cours et qui, lorsqu'il a atteint la limite de 150 jours ouvrables visée au paragraphe 4, n'a pu reporter ou n'a pu reporter intégralement les 11 jours visés à l'alinéa 4 ou les 5 jours visés à l'alinéa 5, peut reporter à l'année suivante au maximum 11 ou 5 jours supplémentaires de congé annuel, respectivement, qui doivent être pris dans les deux ans du report. En cas de non reprise dans les deux ans suivant le report, les jours reportés seront perdus.]7

  [6 Par dérogation à l'alinéa 4, le membre du personnel qui prend le congé non payé, visé à l'article X 62, § 1er, 1°, dans l'année dans laquelle il a pris ce congé non payé, peut transférer au maximum 5 jours ouvrables à l'année suivante.]6 [7 Cette réglementation s'applique mutatis mutandis au congé reporté en application des alinéas 6 et 7.]7
  [2 Si, pour cause de maladie ou d'accident du travail, le membre du personnel n'a pas pu prendre ses jours de congé avant la mise à la retraite, les dispositions de l'article VII 11, § 2, sont appliquées.]2
  [8 § 1bis. Pour l'année calendaire 2020, le manager de ligne peut autoriser, outre les onze jours de vacances visés au paragraphe 1er, alinéa 4, un transfert de quatre jours de congé annuel de vacances aux membres du personnel qui remplissent toutes les conditions suivantes :
   1° ils sont employés auprès de :
   a) l'Agence des Soins et de la Santé ;
   b) le Département du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille ;
   c) le Centre public de Soins psychiatriques Geel ;
   d) le Centre public de Soins psychiatriques Rekem ;
   e) l'" Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust " (Agence des Services maritimes et de la Côte) ;
   f) " De Vlaamse Waterweg " ;
   g) l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes ;
   2° les mesures prises pour lutter contre le virus COVID-19 ne leur ont pas permis de prendre leurs jours de vacances car ils devaient garantir le service à la demande du manager de ligne ;
   3° au cours de l'année calendaire 2020, ils exerçaient une fonction ou étaient chargés d'une mission telle que visée à la liste reprise à l'annexe 21, jointe au présent arrêté.
   Les jours de vacances transférés en application de l'alinéa 1er, sont pris en compte dans le calcul du maximum de 150 jours ouvrables visé au paragraphe 1er, alinéa 4.
   Pour les membres du personnel qui remplissent les conditions visées à l'alinéa 1er mais qui ont déjà atteint le maximum de 150 jours ouvrables, ce maximum est porté à un maximum de 154 jours ouvrables au cours des années calendaires 2021 et 2022.
   La possibilité de transfert, visée au présent paragraphe, ne s'applique pas aux membres du personnel suivants :
   1° les membres du personnel qui, au cours de l'année calendaire 2020, font usage du congé non payé, visé à l'article X 62, § 1er, alinéa 1er, 1°, et à l'article X 81bis ;
   2° les membres du personnel relevant de la possibilité de transfert, visée au paragraphe 1er, alinéa 6 ;
   3° les membres du personnel exemptés de travail pendant l'année calendaire 2020 en raison des mesures adoptées dans le cadre de la lutte contre le virus COVID-19.
   Si, par suite de maladie ou d'accident du travail, le membre du personnel n'a pu prendre les jours de congé visés au présent paragraphe, avant sa mise à la retraite, les dispositions de l'article VII 11, § 2, s'appliquent.]8

  § 2. Le membre du service occupé en service continu, a droit à 35 jours de congé de vacances calculés au prorata de la durée normale de travail journalière.
  § 3. [3 Par dérogation au § 1er, les membres du personnel suivants de l'agence [9 " Opgroeien "]9 qui sont occupés auprès d'un établissement communautaire ou [4 du centre de détention flamand De Wijngaard]4 ont droit au nombre de jours de congé annuels visé ci-dessous :
  - les membres du personnel de niveau D, C et B, ayant la fonction d'accompagnateur,
  d'enseignant ou [4 , de veilleur de nuit ou d'assistant de surveillance]4.
  - les membres du personnel ayant le grade d'expert en chef sont exclus de cet avantage.
-
AgeNombre de jours de congé
de 45 à 49 ans compris36 jours
de 50 à 54 ans compris48 jours
de 55 à 64 ans compris60 jours.
AgeNombre de jours de congéde 45 à 49 ans compris36 joursde 50 à 54 ans compris48 joursde 55 à 64 ans compris60 jours.
]3
  [5 Le régime visé à l'alinéa 2 s'applique par analogie aux membres du personnel des niveaux B et C, transférés dans le cadre de la rationalisation des provinces, de MFC Heynsdaele ayant la fonction d'éducateur, d'éducateur en chef ou de chef de groupe qui avaient droit au congé de fin de carrière et qui sont mis à disposition de l'asbl Wagenschot, dans la mesure où ils continuent à exercer la même fonction après le transfert.]5
  [10 § 4. Au plus tard avant le début de l'année de vacances, le membre du personnel peut choisir de convertir des demi-jours ou jours de vacances annuelles en un budget théorique dans les limites duquel le membre du personnel peut ensuite opter pour des avantages dans le cadre du leasing vélo tel que visé à l'article VII 109undecies.
  Le nombre de jours de vacances annuelles que le membre du personnel peut convertir conformément à l'alinéa 1er en un budget théorique dans les limites duquel le membre du personnel peut ensuite opter pour des avantages dans le cadre du leasing vélo tel que visé à l'article VII 109undecies, est déduit du nombre maximal de jours de vacances annuelles que le membre du personnel peut accumuler pour l'année de vacances concernée en application du paragraphe 1er, alinéas 4 et 5.
  § 5. Le membre du personnel qui, en application du paragraphe 4, choisit de convertir des jours de vacances annuelles en un budget théorique dans les limites duquel le membre du personnel peut ensuite opter pour des avantages dans le cadre du leasing vélo tel que visé à l'article VII 109undecies, renonce définitivement au droit aux jours de vacances annuelles pour la période à laquelle le leasing vélo a trait.
  En cas d'un prix de leasing inférieur à la valeur des jours de vacances utilisées en application du paragraphe 4, le solde est annuellement payé sous forme d'allocation.]10

  
Art. 10.7. De functionele minister kan waar nodig voor functiegroepen met een specifiek arbeidsregime, omrekeningsregels bepalen voor bepaalde in werkdagen uitgedrukte verloven of ziektecontingenten zonder dat het per soort verlof toegekend totaal aantal dagen overschreden wordt.
Art. 10.10. Chaque période d'activité de service donne droit à des jours de congés annuels de vacances.
  Lorsqu'un membre du personnel entre en service ou cesse définitivement ses fonctions [auprès des services de l'Autorité flamande] en cours de l'année, ses congés de vacances seront diminués proportionnellement pendant l'année en cours.
  Le nombre de jours de vacances est diminué proportionnellement du nombre de jours de congé non rémunérés pendant l'année en cours et, en cas d'impossibilité, pendant l'année suivante.
  [1 Par dérogation à l'alinéa trois, le congé annuel de vacances du membre du personnel contractuel n'est pas diminué proportionnellement en cas de :
   1° absence pour cause de maladie ou d'accident;
   2° [2 repos de maternité]2;
   3° absence pour cause de service militaire ne couvrant pas de mois calendaire entier;
   4° [3 congé de paternité ou de co-maternité]3.]1

  [3 5° congé de naissance
   6° [4 congé dans le cadre du placement familial et congé parental d'accueil]4]3
;
  [6 7° congé non payé pour cause de prestation en tant que militaire du cadre de réserve auprès des forces armées.]6
  [6 Par dérogation à l'alinéa 3, le congé annuel de vacances du fonctionnaire n'est pas diminué proportionnellement en cas de :
   1° placement familial ;
   2° congé parental d'accueil ;
   3° congé de naissance pendant lequel le fonctionnaire n'a pas droit à un traitement complet ;
   4° congé non payé pour cause de prestation en tant que militaire du cadre de réserve auprès des forces armées.]6

  [7 5° le congé de maladie pendant lequel le fonctionnaire a droit à un traitement réduit.]7
  
Art. 10.8. Het personeelslid dat in de 4-dagenweek is tewerkgesteld, heeft, wat betreft de verloven die in werkdagen uitgedrukt zijn, recht op een gelijkwaardig aantal van het in dit deel bepaald aantal verlofdagen.
Art. 10.11. § 1er. Le membre du personnel est en congé les jours fériés légaux et décrétaux, les 2 et 15 novembre et le 26 décembre.
  § 2. En compensation des jours de vacances visés au § 1er qui coïncident avec un samedi ou un dimanche, le membre du personnel qui n'est pas occupé en service continu est en congé dans la période entre Noël et le Nouvel An.
  Le membre du personnel qui est obligé de travailler l'un des jours mentionnés au § 1er ou au cours de la période entre Noël et le Nouvel An, en raison des nécessités de service, reçoit en compensation et dans une mesure proportionnelle, des jours de vacances qui peuvent être pris aux mêmes conditions que les congés annuels de vacances.
  § 3. Le membre du personnel occupé en service continu qui travaille ou qui est libre, les jours visés au § 1er, reçoit en compensation des jours de vacances qui peuvent être pris aux mêmes conditions que le congé de vacances.
  § 4. Le membre du personnel qui n'est pas occupé en service continu et qui quitte les services du Gouvernement flamand avant Noël suite à la mise à la retraite, reçoit en compensation des jours de vacances égaux au nombre de jours fériés qui coïncident avec un samedi ou un dimanche au cours de la partie de l'année précédant la mise à la retraite.
TITEL II. - Jaarlijkse vakantiedagen en feestdagen.
Art. 10.12.Les jours de vacances fixés dans le présent titre sont assimilés à une période d'activité de service.
Art. 10.9.§ 1. Het personeelslid heeft met inachtneming van de behoeften van de dienst een jaarlijks recht op 35 werkdagen vakantie.
TITRE III. [1 - Congé de maternité, congé d'accueil, congé dans le cadre du placement familial et congé parental d'accueil]1
Art. 10.10.Elke periode van dienstactiviteit geeft recht op jaarlijkse vakantiedagen.
CHAPITRE 1er. - [1 Repos de maternité]1
Art. 10.11. § 1. Het personeelslid heeft vakantie op de wettelijke en decretale feestdagen en op 2 en 15 november en 26 december.
  § 2. Ter vervanging van de in § 1 vermelde vakantiedagen die samenvallen met een zaterdag of zondag, heeft het personeelslid dat niet in een continuregeling tewerkgesteld wordt, vakantie voor de periode tussen Kerstmis en Nieuwjaar.
  Het personeelslid dat verplicht is om op één van de in § 1 vermelde dagen of in de periode tussen Kerstmis en Nieuwjaar te werken ten gevolge van behoeften van de dienst, krijgt in evenredige mate vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen worden genomen.
  § 3. Het personeelslid tewerkgesteld in continudienst die werkt of in rust is op de in § 1 vermelde dagen krijgt hiervoor vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen genomen worden.
  § 4. Het personeelslid dat niet in continudienst werkt en dat vóór Kerstmis de diensten van de Vlaamse overheid verlaat ingevolge pensionering krijgt vervangende vakantiedagen gelijk aan het aantal feestdagen die samenvallen met een zaterdag of zondag tijdens het gedeelte van het jaar voorafgaand aan de pensionering.
Art. 10.13. [1 Le repos de maternité]1 est accordé au membre du personnel en vertu de la loi sur le travail du 16 mars 1971 et est assimilé à une activité de service, à l'exclusion du droit à un traitement pour le membre du personnel contractuel.
  
Art. 10.12. De in deze titel bedoelde vakantiedagen worden gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
  [1 Een personeelslid dat voorafgaand aan zijn jaarlijks verlof ziek wordt, kan het jaarlijks verlof intrekken.]1
  [1 Een personeelslid dat tijdens zijn jaarlijkse vakantie ziek wordt of een ongeval heeft, kan de periode van jaarlijkse vakantie die overeenstemt met de periode gedurende welke men door de ziekte of ongeval arbeidsongeschikt was, omzetten naar ziekteverlof. Opdat de jaarlijkse vakantiedagen naar ziekteverlof kunnen worden omgezet, moet:
   1° het personeelslid een getuigschrift van zijn behandelend arts indienen waaruit de startdatum en duur van de arbeidsongeschiktheid blijkt;
   2° de arbeidsongeschiktheid melden overeenkomstig de regeling die is opgenomen in het arbeidsreglement.]1

  
Art. 10.14. [Pour un seul nouveau-né, la période rémunérée de [1 repos de maternité]1 du fonctionnaire ne peut pas dépasser quinze semaines, et dix-neuf semaines pour une naissance multiple, sauf :
  1° si l'accouchement a lieu après la date présumée de l'accouchement;
  2° [2 ...]2
  En cas de prolongation de la période de [1 repos de maternité]1 conformément à l'article 39, cinquième alinéa, de la loi sur le travail du 16 mars 1971, la rémunération continue à être payée pendant la durée de ladite prolongation, et au maximum pendant 24 semaines.
  
TITEL III. [1 Moederschapsrust, opvangverlof, pleegzorgverlof en pleegouderverlof]1
CHAPITRE 1bis. [1 - Congé de paternité ou de co-maternité]1
HOOFDSTUK I. - [1 Moederschapsrust]1
Art. 10.15.§ 1er. En cas de décès de la mère, le fonctionnaire [1 qui est le père ou la co-mère de l'enfant a droit au congé de paternité ou au congé de co-maternité]1, dont la durée ne peut excéder la partie du [1 repos de maternité]1 n'ayant pas été prise par la mère au moment de son décès.
Art. 10.13.[1 De moederschapsrust]1 wordt toegekend aan het personeelslid krachtens de arbeidswet van 16 maart 1971 en wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit met uitzondering van het recht op salaris voor het contractueel personeelslid.
CHAPITRE 2. - Congé d'accueil.
Art. 10.14. [De periode [1 dat moederschapsrust]1 voor de ambtenaar bezoldigd wordt, mag niet meer dan vijftien weken bedragen bij één kind, en niet meer dan negentien weken bij een meerling, tenzij :
  1° de bevalling plaatsvindt na de vermoedelijke bevallingsdatum;
  2° [2 ...]2
  Bij verlenging van de postnatale rustperiode overeenkomstig artikel 39, vijfde lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971, wordt de bezoldiging gedurende de duur van deze verlenging, en maximaal gedurende 24 weken, doorbetaald.
  
Art. 10.16. Un congé d'accueil est accordé au membre du personnel, à sa demande, lorsqu'un enfant mineur d'âge est recueilli dans son foyer en vue de son adoption ou de la tutelle.
  [1 Le congé d'accueil est de six semaines par membre du personnel. Les six semaines de congé d'accueil sont augmentées comme suit :
   1° d'une semaine à partir du 1er janvier 2019 ;
   2° de deux semaines à partir du 1er janvier 2021 ;
   3° de trois semaines à partir du 1er janvier 2023 ;
   4° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2025 ;
   5° de cinq semaines à partir du 1er janvier 2027.
   Si les deux parents adoptent l'enfant, les semaines supplémentaires seront réparties entre eux.]1

  La durée maximum du congé d'accueil est doublée lorsque l'enfant accueilli est handicapé.
  [1 La durée maximale du congé d'accueil est prolongée de deux semaines par membre du personnel en cas d'adoption simultanée de plusieurs enfants mineurs.]1
  Si un seul des partenaires cohabitants est adoptant ou exerce la tutelle officieuse, celui-ci peut seul bénéficier du congé.
  [1 Dans le cadre d'une adoption internationale, le congé d'accueil peut également couvrir la période précédant l'accueil effectif de l'enfant adopté en Belgique, si cette période préalable ne dépasse pas quatre semaines et est utilisée pour préparer l'accueil effectif de l'enfant.]1
  Le congé d'accueil est assimilé à une période d'activité de service.
  [1 Le congé d'accueil est accordé au membre du personnel contractuel si le membre du personnel contractuel ne fait pas usage du règlement pour le congé d'adoption, visé à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. ]1
  
HOOFDSTUK Ibis. [1 - Vader- of meemoederschapsverlof]1
CHAPITRE 3. [1 - Congé dans le cadre du placement familial et congé parental d'accueil]1
Art. 10.15. § 1. In geval van overlijden van de moeder, heeft de ambtenaar [1 die vader of meemoeder is van het kind recht op vaderschaps- of meemoederschapsverlof]1, waarvan de duur het deel van [1 de moederschapsrust]1 dat nog niet opgenomen werd door de moeder bij haar overlijden, niet mag overschrijden.
  § 2. Bij opname van de moeder in een ziekenhuis, heeft de ambtenaar [1 die vader of meemoeder is van het kind recht op vaderschaps- of meemoederschapsverlof]1, dat ten vroegste een aanvang neemt vanaf de achtste dag te rekenen vanaf de geboorte van het kind, op voorwaarde dat de opname van de moeder in het ziekenhuis meer dan zeven [kalenderdagen] bedraagt en dat de pasgeborene het ziekenhuis verlaten heeft.
  Het in het eerste lid bedoelde [1 vaderschaps- of meemoederschapsverlof]1 verstrijkt op het moment dat de opname van de moeder in het ziekenhuis een einde neemt en uiterlijk bij het verstrijken van de periode die overeenstemt met het deel van [1 de moederschapsrust]1 dat door de moeder op het ogenblik van haar opname in het ziekenhuis nog niet was opgenomen.
  § 3. [1 Het vaderschaps- en meemoederschapsverlof, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.]1
  [1 § 4. [2 Aan het contractueel personeelslid wordt het vader- of meemoederschapsverlof toegekend op grond van de arbeidswetgeving. Het verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Tijdens het verlof heeft het contractueel personeelslid onverminderd artikel VII 108, geen recht op salaris.]2]1
  
Art. 10.16 bis.[1 Par année calendaire, un membre du personnel a droit à six jours de congé dans le cadre du placement familial. [2 ...]2.
  [2 En cas de placement familial de longue durée, le membre du personnel qui accueille un enfant dans sa famille dans le cadre du placement familial de longue durée, a une seule fois droit à un congé parental d'accueil pendant une période consécutive de six semaines au maximum afin de prendre soin de cet enfant.
   Le congé parental d'accueil de six semaines est augmenté comme suit :
   1° d'une semaine à partir du 1er janvier 2019 ;
   2° de deux semaines à partir du 1er janvier 2021 au plus tard ;
   3° de trois semaines à partir du 1er janvier 2023 au plus tard ;
   4° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2025 au plus tard ;
   5° de cinq semaines à partir du 1er janvier 2027 au plus tard.
   Si les deux parents ont été désignés comme parents d'accueil, les semaines supplémentaires seront réparties entre eux.
   La durée maximale du congé parental d'accueil est doublée lorsque l'enfant accueilli dans la famille est handicapé.
   La durée maximale du congé parental d'accueil est prolongée de deux semaines par membre du personnel si plusieurs enfants sont placés en même temps dans la famille pendant une longue période.
   Dans l'alinéa 6, on entend par placement familial de longue durée : le placement d'accueil dont il est clair dès le départ que l'enfant restera dans la même famille d'accueil avec les mêmes parents d'accueil pendant au moins six mois.]2

   Le congé dans le cadre du placement familial est accordé au membre du personnel contractuel sur la base de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et des arrêtés d'exécution.
   [2 Le congé dans le cadre du placement familial et le congé parental d'accueil sont accordés au fonctionnaire par analogie à l'octroi au membre du personnel contractuel sur la base de la loi relative aux contrats de travail.]2]1

  [2 Le congé dans le cadre du placement familial et le congé parental d'accueil sont assimilés à une période d'activité de service.
   Pendant le congé dans le cadre du placement familial, un membre du personnel statutaire a droit à 82% du traitement brut et le membre du personnel contractuel ne reçoit pas de traitement.
   Pendant les trois premiers jours du congé parental d'accueil, le membres du personnel statutaire et contractuel ont droit à une continuation du paiement du traitement. A partir du quatrième jour, un membre du personnel statutaire a droit à 82% du traitement brut et un membre du personnel contractuel ne reçoit pas de traitement.]2

  
HOOFDSTUK II. - Opvangverlof.
Titre 4. [1 Congé de maladie]1
Art. 10.16.Het personeelslid krijgt op zijn aanvraag opvangverlof wanneer een minderjarig kind in zijn gezin wordt opgenomen met het oog op adoptie of pleegvoogdij.
CHAPITRE 1er. [1-Dispositions générales]1
HOOFDSTUK III. [1 Pleegzorgverlof en pleegouderverlof]1
Art. 10.17.[1 § 1er. Le membre du personnel qui n'est pas en état d'effectuer son travail en raison d'une maladie ou d'un accident est en incapacité de travail.
Art. 10.16bis.[1 Een personeelslid heeft per kalenderjaar recht op zes dagen pleegzorgverlof. [2 ...]2.
CHAPITRE 2. [1 - Régime de rémunération pendant l'incapacité de travail en cas de maladie ou d'accident de droit commun]1
Titel 4.[1 Ziekteverlof]1
Art. 10.18.[1 § 1er. Pendant les soixante premiers jours de l'incapacité de travail en raison d'une maladie ou d'un accident de droit commun, le fonctionnaire conserve son traitement conformément à son régime de prestations.
HOOFDSTUK 1 [1 - Algemene bepalingen]1
Art. 10.19.[1§ 1er. A partir des moments suivants, le fonctionnaire reçoit les traitements réduits suivants :
Art. 10.17. [1 § 1. Het personeelslid dat niet in staat is om zijn werk te verrichten door een ziekte of een ongeval, is arbeidsongeschikt.
   Arbeidsongeschiktheid heeft altijd betrekking op een volledige werkdag.
   Een nieuwe periode van arbeidsongeschiktheid wordt geacht te beginnen ten opzichte van een vorige periode van arbeidsongeschiktheid, als zij is voorafgegaan door een daadwerkelijke werkhervatting, of wanneer het personeelslid kan aantonen dat het werkelijk arbeidsgeschikt is geweest tussen beide periodes.
   § 2. Het personeelslid dat afwezig is wegens arbeidsongeschiktheid, heeft ziekteverlof.
   § 3. Tenzij het anders bepaald is, wordt het ziekteverlof gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
   § 4. Het personeelslid dat zijn werkdag daadwerkelijk heeft aangevat, maar het werk niet kan voortzetten door een ziekte die of een ongeval dat zich voordoet in de loop van die werkdag, behoudt het recht op salaris voor die dag. De voormelde dag telt niet als een dag ziekteverlof.
   § 5. De Vlaamse minister van Bestuurszaken bepaalt de minimale voorwaarden en modaliteiten met betrekking tot de re-integratie van de ambtenaren en contractuele personeelsleden in uitvoering van de Codex over het Welzijn op het Werk.
  
Art. 10.20. [1 § 1er. Le membre du personnel contractuel qui est en incapacité de travail en raison d'une maladie ou d'un accident de droit commun reçoit la rémunération applicable visée dans la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, lue conjointement avec l'article VII 8.
   Dans les périodes durant lesquelles le contrat de travail est suspendu en raison de la maladie ou d'un accident de droit commun, et durant lesquelles le membre du personnel ne peut prétendre à la rémunération mentionnée ci-dessus, le membre du personnel contractuel a droit à un complément à l'indemnité de maladie, financé par l'employeur.
   Le complément à l'indemnité de maladie est versé via un gestionnaire externe comme prévu à l'article 3, § 1er de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle.
   Dans l'attente de l'attribution de ce marché et du versement par un gestionnaire externe, l'employeur paie lui-même le complément, sauf pour les membres du personnel qui reçoivent une indemnité d'invalidité telle que visée à l'article 93 de la loi du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités. Ces membres du personnel ont droit à un complément dès le versement de celui-ci par un gestionnaire externe.
   § 2. Les règles suivantes s'appliquent au complément visé au paragraphe 1er :
   1° les membres du personnel suivants sont exclus de ce complément :
   a) le membre du personnel ayant un contrat de travail pour étudiants ;
   b) le membre du personnel qui ne relève pas de la sécurité sociale belge ;
   c) le membre du personnel de " Sport Vlaanderen " (Sport Flandre) ayant un contrat de travail pour personnel occasionnel (CPO) ;
   d) l'enseignant occasionnel du VDAB (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), visé à l'article 1er, 10°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 mai 2014 portant règlement spécifique à l'agence du statut du personnel du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ;
   e) le membre du personnel qui fait partie du personnel d'encadrement d'instruction et technique du VDAB qui est en service avant le 1er juin 2024, à l'exception du membre du personnel en service avant le 1er juin 2024 et qui choisit volontairement et définitivement de tomber sous le champ d'application de la présente disposition.
   2° la somme du complément, de l'indemnité de maladie et, le cas échéant, du salaire complémentaire visé à l'article VII 8, s'élève à :
   a) 100 % du salaire imposable brut [2 , le cas échéant majoré de l'allocation de foyer et de résidence,]2 à partir du premier jour jusqu'au soixantième jour de l'incapacité de travail ;
   b) 80 % du salaire imposable brut [2 , le cas échéant majoré de l'allocation de foyer et de résidence,]2 à partir du soixante et unième jour jusqu'au cent quatre-vingtième jour de l'incapacité de travail ;
   c) 75 % du salaire imposable brut [2 , le cas échéant majoré de l'allocation de foyer et de résidence,]2 à partir du cent quatre-vingt-unième jour de l'incapacité de travail.
   3° le complément n'est pas dû si le contrat de travail est suspendu en raison d'une incapacité de travail durant une période de reprise partielle du travail en application de l'article X 24quater, § 4.
   § 3. Si après la fin d'une période d'incapacité de travail durant laquelle le membre du personnel contractuel en question avait droit au complément visé au paragraphe 2, 2°, a), une nouvelle incapacité de travail se produit dans les quatorze jours suivant une reprise du travail, le membre du personnel contractuel n'a pas à nouveau droit au complément visé au paragraphe 2, 2°, a).
   La période de quatorze jours visée à l'alinéa 1er commence le jour suivant la fin de la période précédente pour laquelle il a été fait application du paragraphe 2, 2°, a).
   Le complément visé à l'article X 20, § 2, 2°, a) est toutefois dû :
   1° pour la partie restante des soixante jours, visés au paragraphe 2, 2°, a), lorsque cette période de soixante jours n'a pas été intégralement épuisée lors de la précédente période d'incapacité de travail. A partir du soixante et unième jour, le régime de l'article X 20, § 2, 2°, b) s'applique.
   2° si le membre du personnel démontre au moyen d'un certificat médical que la nouvelle incapacité de travail est due à une autre maladie ou à un autre accident.
   § 4. Si après la fin d'une période d'incapacité de travail durant laquelle le membre du personnel contractuel recevait le complément visé au paragraphe 2, 2°, b), une nouvelle incapacité de travail se produit dans les quatorze jours suivant une reprise du travail, le membre du personnel conserve le complément précité jusqu'au plus tard le cent vingtième jour après le soixantième jour, visé au paragraphe 2, 2°, a), le cas échéant lu conjointement avec le paragraphe 3, alinéa 3, 1°.
   Le complément visé au paragraphe 2, 2°, b) est toutefois dû pour la partie restante de la période du complément, visée au paragraphe 2, 2°, b), si ce complément n'a pas été intégralement épuisé lors de la précédente période d'incapacité de travail. Le cas échéant, le régime du paragraphe 2, 2°, c) s'applique dès que le complément est intégralement épuisé.
   Si toutefois le membre du personnel contractuel démontre au moyen d'un certificat médical que la nouvelle incapacité de travail est due à une autre maladie ou à un autre accident, le membre du personnel a à nouveau droit au complément visé à l'article X 20, § 2, 2°, a).
   § 5. Si après la fin d'une période d'incapacité de travail durant laquelle le membre du personnel contractuel recevait le complément visé au paragraphe 2, 2°, c), une nouvelle incapacité de travail se produit dans les quatorze jours suivant une reprise du travail, le membre du personnel conserve le complément précité.
   Si toutefois le membre du personnel contractuel démontre au moyen d'un certificat médical que la nouvelle incapacité de travail est due à une autre maladie ou à un autre accident, le membre du personnel a à nouveau droit au complément visé à l'article X 20, § 2, 2°, a).]1

  
HOOFDSTUK 2.- Verloningsregeling tijdens de arbeidsongeschiktheid in geval van ziekte of ongeval van gemeen recht ]1
Art. 10.21.[1 Par dérogation aux articles X 18 et X 19, le fonctionnaire conserve son traitement pendant l'incapacité de travail si ce fonctionnaire satisfait à une des conditions suivantes :
Art. 10.18.[1§ 1. Gedurende de eerste zestig dagen van de arbeidsongeschiktheid door een ziekte of een ongeval van gemeen recht behoudt de ambtenaar zijn salaris overeenkomstig zijn prestatieregime.
CHAPITRE 3. [1 - Contrôle de l'incapacité de travail]1
Art. 10.19. [1 § 1. De ambtenaar ontvangt vanaf de volgende tijdstippen de volgende herleide salarissen:
   1° 80% van het salaris [2 , in voorkomend geval verhoogd met de haard- en standplaatstoelage,]2 overeenkomstig de prestatieregime vanaf de eenenzestigste dag arbeidsongeschiktheid.
   2° 75% van het salaris overeenkomstig de prestatieregime vanaf de honderdeenentachtigste dag van de arbeidsongeschiktheid.
   § 2. Als een contractueel personeelslid de statutaire proeftijd aanvat bij de diensten van de Vlaamse overheid tijdens een periode waarin hij de aanvulling ontvangt, vermeld in artikel X 20, § 2, 2°, b), in voorkomend geval samen gelezen met artikel X 20, § 4, tweede lid, is paragraaf 1, 1° van toepassing tot en met de honderdtachtigste dag van de arbeidsongeschiktheid.
   Als een contractueel personeelslid na de honderdtachtigste dag van de arbeidsongeschiktheid de statutaire proeftijd aanvat bij de diensten van de Vlaamse overheid, is paragraaf 1, 2° van toepassing voor de resterende periode van de arbeidsongeschiktheid.
   § 3. Als zich na het einde van een periode van arbeidsongeschiktheid waarin de ambtenaar in kwestie recht had op het salaris, vermeld in artikel X 18, § 1, binnen de veertien dagen waarin een werkhervatting heeft plaatsgevonden een nieuwe arbeidsongeschiktheid voordoet, heeft de voormelde ambtenaar niet opnieuw recht op het salaris, vermeld in artikel X 18, § 1.
   De periode van veertien dagen, vermeld in het eerste lid, start op de dag die volgt op het einde van de vorige periode waarvoor toepassing gemaakt werd van artikel X 18, § 1.
   Het salaris, vermeld in artikel X 18, § 1, is wel verschuldigd:
   1° voor het resterend gedeelde van de zestig dagen, vermeld in artikel X 18, § 1, als deze periode van zestig dagen tijdens de vorige periode van arbeidsongeschiktheid niet volledig werd uitgeput. Vanaf de eenenzestigste dag is de regeling van paragraaf 1, 1°, van toepassing.
   2° als het personeelslid met een geneeskundig getuigschrift bewijst dat de nieuwe arbeidsongeschiktheid te wijten is aan een andere ziekte of aan een ander ongeval.
   § 4. Als zich na het einde van een periode van arbeidsongeschiktheid waarin de ambtenaar het herleide salaris, vermeld in paragraaf 1, 1°, heeft ontvangen, binnen de veertien dagen na een werkhervatting een nieuwe arbeidsongeschiktheid voordoet, behoudt de ambtenaar het herleid salaris tot en met de honderdtwintigste dag na de zestigste dag, vermeld in artikel X 18, § 1, in voorkomend geval samen gelezen met artikel X 19, § 3, derde lid, 1°.
   Het herleid salaris, vermeld in paragraaf 1, 1°, is wel verschuldigd voor het resterend gedeelte van de periode van het herleid salaris, vermeld in paragraaf 1, 1°, als dit herleid salaris tijdens de vorige periode van arbeidsongeschiktheid niet volledig werd uitgeput. In voorkomend geval is de regeling van paragraaf 1, 2°, van toepassing zodra het herleid salaris volledig is uitgeput.
   Als de ambtenaar evenwel met een geneeskundig getuigschrift bewijst dat de nieuwe arbeidsongeschiktheid te wijten is aan een andere ziekte of aan een ander ongeval, dan heeft het personeelslid opnieuw recht op het salaris, vermeld in artikel X 18, § 1.
   Als zich na het einde van een periode van arbeidsongeschiktheid waarin de ambtenaar het herleide salaris, vermeld in paragraaf 1, 2°, ontvangt, binnen veertien dagen waarin een werkhervatting heeft plaatsgevonden een nieuwe arbeidsongeschiktheid voordoet, behoudt de ambtenaar het herleide salaris. Als de ambtenaar evenwel met een geneeskundig getuigschrift bewijst dat de nieuwe arbeidsongeschiktheid te wijten is aan een andere ziekte of aan een ander ongeval, dan heeft het personeelslid opnieuw recht op het salaris, vermeld in artikel X 18, § 1.
   § 5. Paragraaf 3 en 4 zijn niet van toepassing in periodes van arbeidsongeschiktheid als vermeld in paragraaf 6.
   § 6. De ambtenaar die tijdens een verlof voor deeltijdse prestaties wegens ziekte opnieuw arbeidsongeschikt wordt, ontvangt een herleid salaris, dat wordt berekend op het percentage dat de ambtenaar afwezig is wegens ziekteverlof.
   Het herleide salaris, vermeld in het eerste lid, bedraagt:
   1° 80% van het salaris als de ambtenaar het verlof voor deeltijdse prestaties wegens ziekte heeft aangevat in de periode van zestig dagen, vermeld in artikel X 18, § 1. De ambtenaar behoudt het voormelde herleide salaris gedurende de eerste honderdtachtig dagen, te rekenen vanaf de eerste dag van de eerste periode van arbeidsongeschiktheid die is gestart tijdens het verlof voor deeltijdse prestaties wegens ziekte waarin de ambtenaar het salaris, vermeld in artikel X 18, § 1 ontvangt. Vanaf de honderdeenentachtigste dag na het begin van de voormelde eerste periode van arbeidsongeschiktheid ontvangt hij een herleid salaris van 75%;
   2° 80% van het salaris als de ambtenaar het verlof voor deeltijdse prestaties wegens ziekte heeft aangevat in de periode vermeld in paragraaf 1, 1°. De ambtenaar behoudt het voormelde herleide salaris gedurende de eerste honderdtachtig dagen, te rekenen vanaf de eerste dag van de eerste periode van arbeidsongeschiktheid die is gestart tijdens het verlof voor deeltijdse prestaties wegens ziekte waarin de ambtenaar het herleide salaris, vermeld in paragraaf 1, 1°, ontvangt. De dagen van arbeidsongeschiktheid die aan het verlof voor deeltijdse prestaties wegens ziekte zijn voorafgegaan en waarvoor de ambtenaar een herleid salaris als vermeld in paragraaf 1, 1°, heeft gekregen, worden in mindering gebracht. Na voormelde periode van honderdtachtig dagen ontvangt hij een herleid salaris van 75%;
   3° 75% van het salaris als de ambtenaar het verlof voor deeltijdse prestaties wegens ziekte heeft aangevat in de periode vermeld in paragraaf 1, 2°]1

  
Art. 10.22. [1§ 1er.Le membre du personnel qui est en congé de maladie est soumis au contrôle d'un organe de contrôle médical. L'organe de contrôle médical est désigné par le ministre flamand qui a la gouvernance publique dans ses attributions.
   § 2.Lorsque le membre du personnel ne peut se rallier à la décision du médecin de contrôle, il peut faire appel à une procédure d'arbitrage.
   § 3. Les modalités de la notification de la maladie, du certificat médical et du contrôle médical, et de la procédure d'arbitrage sont arrêtées dans le règlement de travail.
  
Art. 10.20.[1§ 1. Het contractuele personeelslid dat arbeidsongeschikt is door een ziekte of een ongeval van gemeen recht, krijgt de toepasselijke loonregeling vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, samen gelezen met artikel VII 8.
CHAPITRE 4. [1 - Renvoi au service médical fédéral chargé de la déclaration définitive d'inaptitude du fonctionnaire1
Art. 10.21. [1 In afwijking van artikel X 18 en X 19 behoudt de ambtenaar zijn salaris tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid als die ambtenaar aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
   1° voor 1 juni 2024 is die ambtenaar benoemd of toegelaten tot de statutaire proeftijd;
   2° die ambtenaar treedt in dienst na 31 mei 2024 in een statutaire betrekking die voor 1 juni 2024 werd vacant verklaard.]1

  
Art. 10.23 [1 Le manager de ligne peut renvoyer le fonctionnaire pour un examen au service fédéral chargé de la déclaration définitive d'inaptitude du fonctionnaire, aux conditions fixées ci-après :
   1° le fonctionnaire est en incapacité de travail pendant une période ininterrompue de neuf mois ;
   et
   2° un parcours de réintégration visé dans le code du bien-être au travail n'est pas en cours pour le fonctionnaire.
   Le délai de neuf mois n'est plus ininterrompu quand le fonctionnaire reprend effectivement le travail, sauf si une nouvelle incapacité de travail survient dans les quatorze premiers jours de cette reprise du travail, auquel cas ce délai est réputé ne pas être interrompu.]1

  
HOOFDSTUK 3. [1 - Controle op de arbeidsongeschiktheid]1
Art. 10.24.[1 § 1er. Le fonctionnaire qui est inapte au travail jouit aussi d'un congé de maladie après le renvoi au service médical fédéral chargé de la déclaration définitive d'inaptitude du fonctionnaire.
Art. 10.22. [1 § 1. Het personeelslid met ziekteverlof staat onder het toezicht van een geneeskundig controleorgaan. Het geneeskundig controleorgaan wordt aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.
   § 2. Indien het personeelslid niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, kan hij een beroep doen op een arbitrageprocedure.
   § 3. In het arbeidsreglement worden de nadere bepalingen over de ziektemelding, het ziekteattest en ziektecontrole en de arbitrageprocedure vastgesteld. ]1

  
Art. 10.24 bis.[1 § 1er. Par dérogation à l'article X 23, le manager de ligne peut renvoyer le fonctionnaire qui :
   1° est nommé ou admis au stage statutaire avant le 1er juin 2024 ;
   2° est admis au stage statutaire après le 31 mai 2024 dans une fonction statutaire déclarée vacante avant le 1er juin 2024.
   et qui, au cours de sa carrière, a été absent pour cause de maladie pendant 666 jours ouvrables, au service médical fédéral chargé de la déclaration définitive d'inaptitude du fonctionnaire.
   Le calcul de l'absence pour cause de maladie des fonctionnaires ayant un régime de travail spécifique se fait au prorata. [2 En cas d'absence telle que visée dans l'article X 24quater, § 1er, seuls les jours de congé de maladie après consolidation sont pris en compte. ]2
   Pour l'application de l'alinéa 1er, il est tenu compte des jours de congé de maladie que le fonctionnaire a pris en sa qualité de fonctionnaire avant et après le 1er juin 2024 et des jours d'absence à la suite du congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie.
   § 2. L'article X 24 s'applique par analogie.]1

  
HOOFDSTUK 4. [1- Doorverwijzing naar de federale medische dienst bevoegd voor de definitieve ongeschiktverklaring van de ambtenaar]1
CHAPITRE 5. [1 - Congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie1
Art. 10.23. [1 De lijnmanager kan de ambtenaar voor onderzoek doorverwijzen naar de federale dienst die bevoegd is voor de definitieve ongeschiktverklaring van de ambtenaar, onder de hieronder bepaalde voorwaarden:
   1° de ambtenaar is gedurende een onafgebroken periode van negen maanden arbeidsongeschikt;
   en
   2° er loopt geen re-integratietraject bedoeld in de codex over het welzijn op het werk voor de ambtenaar.
   De termijn van negen maanden is niet langer onafgebroken wanneer de ambtenaar effectief het werk hervat, tenzij de ambtenaar binnen de eerste veertien dagen van deze werkhervatting opnieuw arbeidsongeschikt wordt, in welk geval deze termijn wordt geacht onafgebroken te zijn.]1

  
Art. 10.24 ter. [1 § 1er. Un fonctionnaire inapte au travail en raison d'une maladie ou d'un accident de droit commun peut, dans le cadre de sa réintégration dans un régime de travail à temps plein, reprendre son travail à temps partiel sous forme d'un congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie.
   Le congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie est accordé par l'organisme de contrôle médical, qui détermine la durée du congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie ainsi que le régime de prestations lors du congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie.
   La durée visée à l'alinéa 2 ne dépasse pas trois mois et peut être prolongée plusieurs fois d'une période maximale de trois mois, pour autant que le congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie continue à contribuer à la reprise du travail à temps plein.
   Le régime de prestations visé à l'alinéa 2 est d'au moins 50 % d'un régime de travail à temps plein.
   § 2. Le congé pour prestations à temps partiel visé au paragraphe 1er est un droit pendant les six premiers mois du parcours de réintégration.
   A partir du cent quatre-vingt-unième jour, le congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie peut être accordé, après avis de l'organisme de contrôle médical, s'il continue à contribuer à la réintégration à plein temps du fonctionnaire et si le manager de ligne accepte que les prestations à temps partiel pour cause de maladie soient maintenues.
   Il peut être dérogé au régime de prestations minimum visé au paragraphe 1er, alinéa 4, si le manager de ligne y consent.
   § 3. L'absence du fonctionnaire pendant la période de congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie est assimilée à une activité de service.
   Le membre du personnel contractuel est en activité de service mais ne reçoit pas de traitement pour les périodes d'absence pour lesquelles il reçoit une indemnité de maladie ou une autre allocation de remplacement de revenus.
   § 4. La reprise partielle du travail est accordée au membre du personnel contractuel conformément aux règles prévues par la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et à la législation relative à l'assurance maladie et invalidité. Pendant la reprise partielle du travail, le membre du personnel n'est pas considéré comme étant en incapacité de travail.
   La reprise partielle du travail pendant les six premiers mois est un droit. A partir du cent soixante et unième jour, la reprise partielle du travail peut continuer à être accordée, après avis du médecin-conseil de la mutuelle, si le manager de ligne y consent.
   Un membre du personnel contractuel peut reprendre partiellement le travail dans le cadre d'un régime de travail qui représente moins de 50 % de la durée de travail à temps plein si le manager de ligne y consent.]1

  
Art. 10.24.[1 1. De ambtenaar die arbeidsongeschikt is, heeft ook na de doorverwijzing naar de federale medische dienst bevoegd voor de definitieve ongeschiktverklaring van de ambtenaar, ziekteverlof.
CHAPITRE 6. [1- Incapacité de travail pour cause d'accident de travail, maladie professionnelle, accident sur le chemin du travail ou accident de droit commun provoqué par un tiers ]1
Art. 10.24 bis.[1 § 1. In afwijking van artikel X 23 kan de lijnmanager de ambtenaar die:
   1° voor 1 juni 2024 is benoemd of toegelaten tot de statutaire proeftijd;
   2° wordt toegelaten tot de statutaire proeftijd na 31 mei 2024 in een statutaire betrekking die voor 1 juni 2024 werd vacant verklaard.
   en die tijdens zijn loopbaan 666 werkdagen afwezig is geweest wegens ziekte naar de federale medische dienst bevoegd voor de definitieve ongeschiktverklaring doorverwijzen. [2 Bij een afwezigheid zoals vermeld in artikel X 24quater, § 1, wordt alleen rekening gehouden met de dagen van ziekteverlof na de consolidatie.]2
   De berekening van de afwezigheid wegens ziekte van de ambtenaren met een specifieke werktijdregeling gebeurt pro rata.
   Voor de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de dagen van ziekteverlof die de ambtenaar in zijn hoedanigheid van ambtenaar heeft opgenomen voor en na 1 juni 2024 en met de dagen waarop men afwezig was als gevolg van verlof voor deeltijdse prestaties wegens ziekte.
   § 2. Artikel X 24 is overeenkomstig van toepassing.]1

  
Art. 10.24 quater. [1 § 1er. Le membre du personnel qui est inapte au travail pour l'une des raisons suivantes jouit d'un congé de maladie :
   1° un accident de travail ;
   2° une maladie professionnelle ;
   3° un accident survenu sur le chemin du travail ;
   4° un accident de droit commun provoqué par un tiers.
   § 2. Pendant le congé de maladie qui résulte d'un accident de travail, d'une maladie professionnelle ou d'un accident sur le chemin du travail, le membre du personnel conserve son traitement conformément à son régime de prestations.
   § 3. Le manager de ligne prend la décision juridique concernant la reconnaissance d'accidents du travail et d'accidents survenus sur le chemin du travail et concernant l'octroi d'une indemnité en cas d'accident du travail, d'accident survenu sur le chemin du travail et de maladies professionnelles dans le secteur public.
   Si l'incapacité temporaire de travail dure moins de trente jours calendaires et si le membre du personnel produit un certificat médical de guérison sans invalidité professionnelle permanente, le manager de ligne communique une décision de déclaration de guérison sans invalidité professionnelle permanente au membre du personnel par lettre recommandée.
   § 4. Dans les cas visés au paragraphe 1er, le fonctionnaire ne perçoit son traitement qu'à titre d'avance versée sur l'indemnité due par le tiers et récupérable à charge de ce dernier.
   Dans le cas visé à l'alinéa 1er, la Communauté flamande, l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, l'agence autonomisée externe, le conseil consultatif stratégique ou l'Enseignement communautaire est subrogé de plein droit dans les droits, actions et voies de droit que le membre du personnel pourrait faire valoir contre l'auteur de l'accident et ce jusqu'à concurrence du traitement.]1

  
HOOFDSTUK 5. [1- Verlof voor deeltijdse prestaties wegens ziekte]1
TITRE V. - Congés pour prestations à temps partiel.
Art. 10. 24ter. [1 § 1. Een ambtenaar die arbeidsongeschikt is door een ziekte of ongeval van gemeen recht kan in het kader van de re-integratie in een voltijds arbeidsregime de arbeid deeltijds hervatten onder de vorm van een verlof voor deeltijdse prestaties wegens ziekte.
Art. 10.25.[1 § 1er. Au cours de sa carrière, un fonctionnaire a droit à soixante mois de congé pour prestations à temps partiel. Après épuisement de ce droit, un fonctionnaire peut bénéficier d'un congé pour prestations à temps partiel comme faveur.
HOOFDSTUK 6. [1 - Arbeidsongeschiktheid wegens arbeidsongeval, beroepsziekte, ongeval op weg van en naar het werk of een ongeval van gemeen recht veroorzaakt door een derde]1
Art. 10.25bis. [1 § 1er. Sans préjudice de l'article X 25, un fonctionnaire a droit au congé pour prestations à temps partiel dès l'âge de 55 ans.
Art. 10.24 quater. [1 § 1. Het personeelslid dat arbeidsongeschikt is als gevolg van een van volgende oorzaken, heeft ziekteverlof:
   1° een arbeidsongeval;
   2° een beroepsziekte;
   3° een ongeval op de weg van en naar het werk;
   4° een ongeval van gemeen recht dat is veroorzaakt door een derde.
   § 2. Tijdens het ziekteverlof dat het gevolg is van een arbeidsongeval, een beroepsziekte of een ongeval op de weg van en naar het werk behoudt het personeelslid zijn salaris overeenkomstig zijn prestatieregime.
   § 3. De lijnmanager neemt de juridische beslissing over de erkenning van arbeidsongevallen en van ongevallen op de weg van en naar het werk en met betrekking tot de toekenning van schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg van en naar het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector.
   Indien de tijdelijke arbeidsongeschiktheid minder dan dertig kalenderdagen duurt en indien het personeelslid een medisch attest van genezing zonder blijvende arbeidsongeschiktheid indient, deelt de lijnmanager per aangetekend schrijven een beslissing tot genezenverklaring zonder blijvende arbeidsongeschiktheid mee aan het personeelslid.
   § 4. De ambtenaar ontvangt in de gevallen vermeld in paragraaf 1 het salaris alleen als voorschot dat betaald wordt op de door de derde verschuldigde vergoeding en dat op de derde te verhalen is.
   De Vlaamse Gemeenschap, het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, het extern verzelfstandigd agentschap, de strategische adviesraad of het Gemeenschapsonderwijs treedt in het geval, vermeld in het eerste lid, tot het bedrag van het salaris van rechtswege in alle rechten, vorderingen en rechtsmiddelen die het personeelslid mocht kunnen doen gelden tegen de persoon die verantwoordelijk is voor het ongeval.]1

  
Art. 10.26. § 1er. Le congé de maladie ne met pas fin au régime de congé pour prestations réduites.
  § 2. Si un jour férié coïncide avec un jour de congé pour prestations à temps partiel, ledit congé n'est pas int
  (§ 3. Le congé pour prestations réduites est suspendu dès que le fonctionnaire obtient :
  1° un congé de maternité, d'adoption et de tutelle officieuse, [1 et]1 un congé parental [1 ...]1;
  2° un congé en vue de l'accomplissement de certaines prestations militaires en temps de paix ainsi que de services dans la protection civile ou de tâches d'utilité publique en application des lois portant le statut des objecteurs de conscience, coordonnées le 20 février 1980.)
  
TITEL V. - Verlof voor deeltijdse prestaties.
Art. 10.27.[1 Le congé pour prestations à temps partiel est assimilé à une période d'activité de service. Sans préjudice de l'application de l'article VII 6, le membre du personnel n'a pas droit à un traitement pendant le congé pour prestations à temps partiel.]1
Art. 10.25.[1 § 1. Een ambtenaar heeft tijdens zijn loopbaan recht op zestig maanden verlof voor deeltijdse prestaties. Na uitputting van dit recht kan een ambtenaar verlof voor deeltijdse prestaties krijgen als een gunst.
TITRE Vbis. [1 Congé pour prestations à temps partiel en raison d'un handicap, y compris d'une maladie chronique]1
Art. 10.25 bis. [1 § 1. Onverminderd artikel X 25 heeft een ambtenaar vanaf de leeftijd van 55 jaar recht op verlof voor deeltijdse prestaties.
   Het contractueel personeelslid heeft op overeenkomstige wijze als de ambtenaar vanaf de leeftijd van 55 jaar recht op een verdeeltijdsing van de arbeidsovereenkomst
   In afwijking van het tweede lid is de verdeeltijdsing van de arbeidsovereenkomst vanaf de leeftijd van 55 jaar een gunst voor het contractueel personeelslid tewerkgesteld met een vervangingsovereenkomst of overeenkomst voor bepaalde duur voor zover het nog geen twee jaar ononderbroken in dienst is bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   § 2. De modaliteiten vermeld in artikel X 25, § 1, tweede en derde lid, en § 2, 3, 4 en 5 zijn overeenkomstig van toepassing op het verlof voor deeltijdse prestaties vermeld in paragraaf 1.]1

  
Art. 10.27 bis.[1 § 1er. Le fonctionnaire qui dispose d'une reconnaissance externe [2 comme membre du personnel atteint d'un handicap, y compris d'une maladie chronique, au sens de l'article 2, § 1er, 4°, a) à f) et i) à p)]2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 décembre 2004 portant des mesures en vue de la promotion et de l'encadrement de la politique d'égalité des chances et de diversité dans l'administration flamande, a droit au congé pour prestations à temps partiel en raison d'un handicap [2 , y compris d'une maladie chronique,]2 à condition que le [2 conseiller en prévention-médecin du travail]2 estime que le travail à temps partiel contribue ou est nécessaire au commencement, à la reprise ou au maintien de l'emploi du fonctionnaire. Le [2 conseiller en prévention-médecin du travail]2 se concerte avec le médecin traitant, le manager de ligne et le cas échéant avec l'organe de contrôle médical.
   § 2. Le congé pour prestations à temps partiel en raison [2 d'un handicap, y compris d'une maladie chronique,]2 est accordé au prorata de 50 %, 60 %, 70 % ou 80 % d'un emploi à temps plein.
   [2 Le formulaire de bilan de santé établi sur la base de l'examen médical au travail]2 stipule au moins :
   a) les modalités du congé ;
   b) la durée du congé. Il peut avoir une durée indéterminée ;
   c) le moment où le congé et les modalités sont évalués.
   Tant le fonctionnaire que le [2 conseiller en prévention-médecin du travail]2, dans le cadre d'une évaluation de santé ou de réintégration telle que prévue au Livre Ier, titre 4 du Code du bien-être au travail, peuvent demander à tout moment une révision du congé et des modalités.
   § 3. Le congé pour prestations à temps partiel en raison d'un handicap [2 , y compris d'une maladie chronique,]2 est assimilé à une période d'activité de service. Sans préjudice de l'application de l'article VII 6, un fonctionnaire n'a pas droit à un traitement pendant un congé pour prestations à temps partiel en raison d'un handicap ou d'une maladie chronique.
   L'article X 26 s'applique par analogie.
   Un fonctionnaire qui prend un congé pour prestations à temps partiel en raison [2 d'un handicap, y compris d'une maladie chronique,]2, ne peut pas simultanément combiner ce congé avec un congé pour prestations à temps partiel, une réduction des prestations de travail dans le cadre du crédit-soins ou avec une interruption de carrière à temps partiel dans le cadre d'un congé soins fédéral.
   Le congé pour prestations à temps partiel en raison [2 d'un handicap, y compris d'une maladie chronique,]2 est suspendu en cas de prise d'un crédit-soins à temps plein ou d'un congé soins fédéral à temps plein.]1

  
Art. 10.26.§ 1. Het ziekteverlof maakt geen einde aan het stelsel van verlof voor deeltijdse prestaties.
TITRE VI. [1 - Le crédit-soins]1
Art. 10.27.[1 Het verlof voor deeltijdse prestaties wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld. Onverminderd de toepassing van artikel VII 6 heeft het personeelslid tijdens het verlof voor deeltijdse prestaties geen recht op een salaris.]1
CHAPITRE 1er. [1 - Durée et motifs du crédit-soins]1
TITEL Vbis. [1 Verlof voor deeltijdse prestaties wegens handicap, met inbegrip van een chronische ziekte]1
Art. 10.28.[1 § 1er. Un membre du personnel a le droit de prendre un crédit-soins et de réduire ses prestations de travail par des périodes consécutives ou non ou d'interrompre sa carrière complètement pendant une des durées suivantes :
Art. 10.27 bis.[1 § 1. De ambtenaar die beschikt over een externe erkenning als [3 personeelslid met een handicap, met inbegrip van een chronische ziekte, als vermeld in artikel 2, § 1, 4°, a) tot en met f) en i) tot en met p)]3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 december 2004 houdende maatregelen ter bevordering en ondersteuning van het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid in de Vlaamse administratie, heeft recht op verlof voor deeltijdse prestaties wegens handicap [3 , met inbegrip van een chronische ziekte,]3 op voorwaarde dat de [2 [3 preventieadviseur-arbeidsarts]3]2 van oordeel is dat het deeltijds werken bijdraagt tot of noodzakelijk is voor het aanvatten, hervatten of het behoud van de tewerkstelling van de ambtenaar. De [2 [3 preventieadviseur-arbeidsarts]3]2 pleegt overleg met de behandelend [2 arts]2, de lijnmanager en desgevallend met het geneeskundig controleorgaan.
   § 2. Het verlof voor deeltijdse prestaties wegens [3 handicap, met inbegrip van een chronische ziekte,]3 wordt toegekend a rato van 50 %, 60 %, 70 % of 80 % van een voltijdse betrekking.
   Het [3 formulier gezondheidsbeoordeling dat wordt opgemaakt op basis van het arbeidsgeneeskundige onderzoek]3 bepaalt minstens:
   a) de modaliteiten van het verlof;
   b) de looptijd van het verlof. Dit kan van onbepaalde duur zijn;
   c) het tijdstip waarop het verlof en de modaliteiten worden geëvalueerd.
   Zowel de ambtenaar als de [2 [3 preventieadviseur-arbeidsarts]3]2, in het raam van een gezondheids- of re-integratiebeoordeling zoals voorzien in Boek I, titel 4 van de Codex over het welzijn op het werk, kunnen op ieder moment vragen om het verlof en de modaliteiten te herzien.
   § 3. Het verlof voor deeltijdse prestaties wegens handicap [3 , met inbegrip van een chronische ziekte,]3 wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld. Onverminderd de toepassing van artikel VII 6 heeft een ambtenaar tijdens een verlof voor deeltijdse prestaties wegens handicap of chronische ziekte geen recht op salaris.
   Artikel X 26 is overeenkomstig van toepassing.
   Een ambtenaar die verlof voor deeltijdse prestaties wegens [3 handicap, met inbegrip van een chronische ziekte,]3 opneemt, kan dit verlof tezelfdertijd niet combineren met een verlof voor deeltijdse prestaties, een vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van zorgkrediet of met een deeltijdse loopbaanonderbreking in het kader van een federaal zorgverlof.
   Het verlof voor deeltijdse prestaties wegens [3 handicap, met inbegrip van een chronische ziekte,]3 wordt opgeschort bij opname van een voltijds zorgkrediet of voltijds federaal zorgverlof.]1

  
TITEL VI. [1 - Het zorgkrediet]1
Art. 10.28ter.
HOOFDSTUK I. [1 - Duur van het zorgkrediet en motieven ]1
Art. 10.29.[1 Le congé pour interruption de carrière sous le régime général, qui a été pris sur la base du règlement applicable avant le 2 septembre 2016, n'est pas déduit des périodes de crédit-soins, visées à l'article X.28.
Art. 10.28. [1 § 1. Een personeelslid heeft het recht om zorgkrediet te nemen en daarmee met al dan niet opeenvolgende periodes zijn arbeidsprestaties te verminderen of zijn loopbaan volledig te onderbreken gedurende een van de volgende termijnen:
   1° 18 maanden bij een volledige onderbreking van de loopbaan;
   2° 36 maanden bij een vermindering van de arbeidsprestaties tot de helft van een voltijdse betrekking;
   3° 90 maanden bij een vermindering van een voltijdse arbeidsprestaties met een vijfde.
   Het personeelslid kan bij een nieuwe aanvraag van opnamevorm veranderen. Het al opgenomen zorgkrediet wordt in dat geval pro rata aangerekend waarbij één maand volledige onderbreking van de loopbaan gelijkstaat aan twee maanden vermindering van de arbeidsprestaties tot de helft van een voltijdse betrekking, en aan vijf maanden vermindering van een voltijdse arbeidsbetrekking met een vijfde.
   Bij de berekening van het resterende zorgkrediet wordt er afgerond naar de hogere maandeenheid.
   § 2. Het personeelslid neemt het zorgkrediet op met periodes van ten minste drie maanden en ten hoogste twaalf maanden, waarbij iedere aanvraag bestaat uit gehele maanden. De minimum en maximumtermijn gelden ook in geval van een verlenging of van een nieuwe aanvraag.
   Als de minimumduur van drie maanden het personeelslid verhindert om zijn resterend zorgkrediet op te nemen, bedraagt de minimumduur één maand.
   In afwijking van het eerste lid neemt een personeelslid het zorgkrediet voor het verlenen van palliatieve zorgen op met periodes van ten minste één maand en ten hoogste drie maanden.
  [2 In afwijking van het eerste lid neemt het personeelslid zorgkrediet op met niet - gehele maanden in één van de volgende gevallen:
   1° de periode waarvoor het zorgkrediet wordt aangevraagd, eindigt de dag voordat het kind voor wie zorgkrediet wordt opgenomen, de leeftijd van dertien jaar bereikt;
   2° het zorgkrediet wordt opgenomen om een opleiding te volgen.]2

   § 3. De personeelsleden op proef zijn uitgesloten van de volledige onderbreking van de loopbaan in het kader van zorgkrediet.
   De volledige onderbreking van de loopbaan in het kader van zorgkrediet is een gunst voor het contractueel personeelslid met een vervangingsovereenkomst of een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur.
   Om het zorgkrediet met een vermindering van de arbeidsprestaties tot de helft van een voltijdse betrekking te kunnen opnemen, moet het contractuele personeelslid te werk gesteld zijn met een arbeidsovereenkomst waarvan de arbeidsduur minstens gelijk is aan drie vierde van de arbeidsduur van een voltijdse betrekking. ]1

  
Art. 10.30. [1 Le crédit-soins n'est octroyé que si le membre du personnel fait preuve d'un des motifs, visés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crédit-soins. ]1
  
Art. 10.28bis.
CHAPITRE 2. [1 Statut administratif, conditions et allocations]1
Art. 10.31. [1 § 1er. Le membre du personnel qui est absent pour cause de prise du crédit-soins se trouve dans la position administrative d'activité de service mais n'a pas droit à un traitement.
   Pendant une absence pour cause de crédit-soins, le membre du personnel a droit à une allocation d'interruption, conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crédit-soins.
  [2 Si le membre du personnel perd ses allocations d'interruption, l'absence ou la réduction à temps plein des prestations de travail peut, moyennant l'accord du manager de ligne, être convertie rétroactivement en un autre congé ayant pour objet une interruption ou une réduction des prestations de travail à temps plein non rémunérée. Si le manager de ligne n'accepte pas cette conversion en un autre congé, l'absence sera assimilée à une non-activité]2.
   Cette assimilation à de la non-activité s'applique à la période entière dans laquelle le membre du personnel n'avait pas droit à une allocation d'interruption et s'achève lorsque le membre du personnel reprend le travail ou prend un autre type de congé.
   Si la personne en faveur de laquelle le membre du personnel prend le crédit-soins, décède, le membre du personnel peut poursuivre le crédit-soins jusqu'à au maximum six mois après le jour du décès.
   Si le crédit-soins vient à terme au cours d'un mois calendrier, un mois entier est déduit de la période visée à l'article X 28.
   § 2. Le congé de maladie ou le repos de maternité ne mettent pas fin au crédit-soins.
   § 3. La réduction des prestations de travail dans le cadre du crédit-soins ne peut pas être combinée avec un congé pour prestations à temps partiel ou avec une interruption de carrière à temps partiel dans le cadre d'un congé soins fédéral.
   § 4. Les modalités pour la prise de la réduction des prestations de travail dans le cadre du crédit-soins sont fixées en concertation entre le manager de ligne et le membre du personnel. ]1

  
Art. 10.29.[1 Het verlof voor loopbaanonderbreking, algemeen stelsel, dat werd opgenomen op grond van de regeling die van toepassing was voor 2 september 2016 wordt niet aangerekend op de periodes van zorgkrediet vermeld in artikel X.28.
TITRE VIbis. [1 - Interruption de carrière dans le cadre d'un congé soins fédéral]1
Art. 10.30.[1 Het zorgkrediet wordt alleen toegekend als het personeelslid een van de motieven bewijst vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet.]1
CHAPITRE 1er. [1 - Dispositions générales ]1
HOOFDSTUK 2. [1 Administratieve toestand, voorwaarden en uitkeringen ]1
Art. 10.31bis. [1 § 1er. Le membre du personnel en congé pour une interruption de carrière dans le cadre d'un congé soins fédéral se trouve dans la position administrative d'activité de service, mais n'a pas droit à un traitement.
Art. 10.31.[1 § 1. Het personeelslid dat afwezig is als gevolg van de opname van het zorgkrediet bevindt zich in de administratieve toestand dienstactiviteit, maar heeft geen recht op salaris.
CHAPITRE 2. - Congé pour soins palliatifs.
TITEL VIbis. [1 - Loopbaanonderbreking in het kader van een federaal zorgverlof ]1
Art. 10.32. Tout fonctionnaire a droit à une interruption de carrière [3 à mi-temps ou 1/5]3 pour la prestation de soins palliatifs. La durée de l'interruption de carrière à temps plein [2 , à mi-temps ou 1/5]2 pour la prestation de soins palliatifs s'élève à un mois, [2 deux fois]2 renouvelable d'un mois. En cas de prolongation d'un mois, la forme de l'interruption peut changer.
HOOFDSTUK I. [1 - Algemene bepalingen ]1
Art. 10.33.L'interruption de la carrière pour la prestation de soins palliatifs n'est pas incluse [1 pour le calcul du crédit-soins visé sous l'article X 28.]1
Art. 10.31bis. [1 § 1. Het personeelslid met verlof voor loopbaanonderbreking in het kader van een federaal zorgverlof bevindt zich in de administratieve toestand dienstactiviteit, maar heeft geen recht op salaris.
CHAPITRE 3. - Assistance ou prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille souffrant d'une maladie grave.
HOOFDSTUK II. - Palliatief verlof.
Art. 10.34. § 1er. Tout fonctionnaire a droit à une interruption de carrière à temps plein [3 , à mi-temps ou 1/5]3 pour assistance ou prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille souffrant d'une maladie grave. La durée maximale par patient est de 12 mois pour une interruption de carrière à temps plein ou de 24 mois pour une interruption de carrière à mi-temps [3 ou 1/5]3.
Art. 10.32. Elke ambtenaar heeft recht op voltijdse [3 , halftijds of 1/5]3 loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen. De duur van de voltijdse [2 , halftijds of 1/5]2 loopbaanonderbreking om palliatieve zorgen te verstrekken bedraagt één maand, [2 tweemaal]2 verlengbaar met één maand. Bij verlenging met een maand kan de opnamevorm worden gewijzigd.
  [1 Het contractuele personeelslid heeft recht op loopbaanonderbreking voor palliatief verlof conform de arbeidsrechtelijke bepalingen, die van toepassing zijn voor de diensten van de Vlaamse overheid.]1
  
Art. 10.35. L'interruption de carrière pour assistance ou prestation de soins à un membre du ménage ou de la famille qui est gravement malade n'est pas incluse [1 pour le calcul du crédit-soins visé sous l'article X 28. ]1
  
Art. 10.33.Loopbaanonderbreking om palliatieve zorgen te verstrekken wordt niet meegeteld [1 voor de berekening van het zorgkrediet vermeld onder artikel X.28.]1
CHAPITRE 4. - Congé parental.
HOOFDSTUK III. - Bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.
Art. 10.36. § 1er. Tout fonctionnaire a droit à une interruption de carrière pour congé parental, dont la durée :
Art. 10.34. § 1. Elke ambtenaar heeft recht op voltijdse [3 , halftijds of 1/5]3 loopbaanonderbreking voor bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid. De maximumduur per patiënt bedraagt voor de voltijdse loopbaanonderbreking 12 maanden, en voor de halftijdse [3 of 1/5]3 loopbaanonderbreking 24 maanden.
  Als de ambtenaar uitsluitend en effectief samenwoont met minstens één kind en het verlof opneemt voor de bijstand aan een zwaar ziek kind van hoogstens 16 jaar, dan bedraagt de maximumduur van de voltijdse loopbaanonderbreking evenwel 24 maanden, en van de halftijdse [3 of 1/5]3 loopbaanonderbreking 48 maanden.
  § 2. De voltijdse [3 ,halftijdse en 1/5 loopbaanonderbreking]3 voor de bijstand aan of de verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid kan worden genomen in al dan niet opeenvolgende perioden van minimaal één en maximaal drie maanden [3 en vijf maanden 1/5 loopbaanonderbreking]3. De ambtenaar kan bij elke nieuwe periode van loopbaanonderbreking voor de bijstand aan of de verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid veranderen van opnamevorm, overeenkomstig het principe dat één maand voltijdse loopbaanonderbreking gelijkstaat met twee maanden halftijdse loopbaanonderbreking . Het equivalent van, naargelang van het geval, 12 of 24 maanden voltijdse loopbaanonderbreking, mag evenwel niet worden overschreden.
  [1 In afwijking van het eerste lid kan een ambtenaar voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, voltijdse loopbaanonderbreking opnemen met één week, eventueel verlengbaar met één week.
   Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder een zware ziekte verstaan: elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende [4 arts]4 van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de [4 arts]4 oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand of verzorging noodzakelijk is.
   De volgende ambtenaren kunnen gebruik maken van de in het tweede lid vermelde opnamemogelijkheid:
   1° de ambtenaar die ouder is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;
   2° de ambtenaar die samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.
   Wanneer de in het vierde lid vermelde ambtenaren geen gebruik kunnen maken van de in het tweede lid vermelde opnamemogelijkheid, kunnen de volgende ambtenaren hiervan gebruik maken :
   1° de ambtenaar die ouder is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en er niet mee samenwoont;
   2° een familielid van het zwaar zieke kind tot de tweede graad, wanneer de ambtenaar sub 1° in de onmogelijkheid verkeert dit verlof op te nemen.
   De ambtenaar die de verlengingsmogelijkheid vermeld in het tweede lid heeft uitgeput, kan zijn voltijds medisch bijstandsverlof nog uitbreiden tot één maand door ook voor de tussenliggende periode voltijds medisch bijstandsverlof te nemen.]1

  § 3. Het equivalent van de 12 of 24 maanden voltijdse loopbaanonderbreking wordt verminderd met de duur van de voltijdse [3 ,halftijdse en 1/5 loopbaanonderbrekingen]3 die de ambtenaar in om het even welke hoedanigheid bij dezelfde of een andere werkgever voor dezelfde patiënt heeft genoten.
  [2 § 4. Het contractuele personeelslid heeft recht op loopbaanonderbreking voor bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid volgens de regeling die geldt voor de ambtenaar.
   Om dit recht onder de vorm van halftijdse loopbaanonderbreking te kunnen uitoefenen, moet het contractuele personeelslid evenwel minstens met drievierden prestaties zijn tewerkgesteld.]2
[3 Om dit recht met 1/5 loopbaanonderbreking te kunnen uitoefenen, moet het contractueel personeelslid met een voltijdse arbeidsovereenkomst tewerkgesteld zijn.]3
  
Art. 10.37. [1 Le fonctionnaire a droit à un congé parental :
   1° en raison de la naissance de son enfant, jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans;
   2° dans le cadre de l'adoption d'un enfant, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a sa résidence, et ce, jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de douze ans.
  [3 3° dans le cadre d'un placement familial de longue durée tel que visé à l'article X 16bis, alinéa 7, pour une période débutant le jour de l'inscription de l'enfant comme membre de sa famille au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a son lieu de résidence, et au plus tard jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de 12 ans ou jusqu'au jour où le placement familial de longue durée prend fin plus tôt.]3
   La condition du douzième anniversaire doit être satisfaite au plus tard pendant la période de congé parental.]1

  [2 La limite d'âge de 12 ans est élevée jusqu'à 21 ans lorsque l'enfant est atteint d'une incapacité physique ou mentale de 66% au moins ou d'une affection résultant en l'octroi d'au moins 4 points au pilier I sur l'échelle médico-sociale au sens du régime des allocations familiales.]2
  
Art. 10.35. Loopbaanonderbreking voor bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid wordt niet meegeteld [1 voor de berekening van het zorgkrediet vermeld onder artikel X.28.]1
  
Art. 10.37 bis.[1 Le membre du personnel contractuel a droit à une interruption de carrière pour congé parental selon le régime applicable au fonctionnaire.
   Pour pouvoir exercer ce droit sous forme d'interruption de carrière à mi-temps, il faut toutefois que le membre du personnel contractuel soit employé dans un régime de trois quarts des prestations au moins.
   Pour pouvoir exercer le droit au congé parental sous forme d'une interruption de carrière d'un 1/5ième [2 ou d'un 1/10]2, il faut que le membre du personnel contractuel soit employé à temps plein. ]1

  
HOOFDSTUK IV. - Ouderschapsverlof.
Art. 10.38.Le congé parental sous forme d'interruption de carrière n'est pas inclus [1 pour le calcul du crédit-soins visé sous l'article X.28.]1
Art. 10.36. § 1. Elke ambtenaar heeft recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, waarvan de duur :
CHAPITRE 4bis. [1 - Congé d'aidant proche]1
Art. 10.37. [1 De ambtenaar heeft recht op ouderschapsverlof :
   1° naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;
   2° in het kader van de adoptie van een kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.
  [3 3° in het kader van langdurige pleegzorg als vermeld in artikel X 16bis, zevende lid, gedurende een periode die begint op de dag van de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, en dat uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt of tot de dag waarop er eerder een einde komt aan de langdurige pleegzorg.]3
   Aan de voorwaarde van de twaalfde verjaardag moet zijn voldaan uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof.]1

  [2 De leeftijdsgrens van 12 jaar wordt verhoogd tot 21 jaar wanneer het kind voor ten minste 66% getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in de pijler I van de medisch - sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag.]2
  
Art. 10.38 bis.[1 § 1er. Dans le présent article, on entend par aidant proche : la personne dont la qualité d'aidant proche est reconnue conformément au chapitre 3 de la loi du 12 mai 2014 relative à la reconnaissance de l'aidant proche.
   § 2. Un membre du personnel qui est reconnu comme aidant proche d'une personne nécessitant des soins, a droit à un congé d'aidant proche. Il prend le congé d'aidant proche d'une des manières suivantes :
   1° avec une interruption de carrière complète ;
   2° avec réduction de moitié des prestations de travail à temps plein ;
   3° avec réduction d'un cinquième des prestations de travail à temps plein.
   § 3. L'interruption de carrière à temps plein est limitée à [2 trois mois]2 par personne nécessitant des soins.
   La réduction de moitié ou d'un cinquième des prestations de travail à temps plein est limitée à [2 six mois]2 par personne nécessitant des soins.
   Le membre du personnel a droit, pendant sa carrière entière, à un maximum :
   1° de six mois d'interruption complète de la carrière ;
   2° de douze mois de réduction de moitié ou d'un cinquième des prestations de travail à temps plein.
   En cas de changement de forme de prise, le congé d'aidant proche déjà pris est comptabilisé suivant le principe selon lequel un mois d'interruption complète correspond à une réduction de deux mois des prestations de travail.]1

  
Art. 10.37bis.[1 Het contractuele personeelslid heeft recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof volgens de regeling die geldt voor de ambtenaar.
CHAPITRE 5. - Allocations d'interruption.
Art. 10.38. Het ouderschapsverlof onder de vorm van loopbaanonderbreking telt niet mee [1 voor de berekening van het zorgkrediet vermeld onder artikel X.28.]1
  
Art. 10.39. [2 Le membre du personnel en congé pour interruption de carrière dans le cadre d'un congé soins fédéral reçoit une allocation d'interruption conformément aux dispositions fédérales.]2
  [3 Si le membre du personnel perd ses allocations d'interruption, l'absence ou la réduction à temps plein des prestations de travail peut, moyennant l'accord du manager de ligne, être convertie rétroactivement en un autre congé ayant pour objet une interruption ou une réduction des prestations de travail à temps plein non rémunérée. Si le manager de ligne n'accepte pas cette conversion en un autre congé, l'absence sera assimilée à une non-activité. L'assimilation à la non-activité s'applique pendant toute la période au cours de laquelle le membre du personnel n'a pas eu droit à une allocation d'interruption et prend fin lorsque le membre du personnel reprend le travail ou prend un autre congé]3.
  
HOOFDSTUK IVbis. [1 - Mantelzorgverlof]1
CHAPITRE 6. - Remplacement.
Art. 10.38 bis.[1 § 1. In dit artikel wordt verstaan onder mantelzorger: de persoon van wie de hoedanigheid van mantelzorger erkend is conform hoofdstuk 3 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de erkenning van de mantelzorger.
   § 2. Een personeelslid dat erkend is als mantelzorger van een zorgbehoevend persoon heeft recht op mantelzorgverlof. Hij neemt het mantelzorgverlof op een van de volgende wijzen op:
   1° met een volledige onderbreking van de loopbaan;
   2° met een vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met de helft;
   3° met een vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met een vijfde.
   § 3. De voltijdse onderbreking van de loopbaan bedraagt maximaal [2 drie maanden]2 per zorgbehoevend persoon.
   De vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met de helft of een vijfde bedraagt maximaal [2 zes maanden]2 per zorgbehoevend persoon.
   Een personeelslid heeft gedurende zijn volledige loopbaan recht op maximaal:
   1° zes maanden volledige onderbreking van de loopbaan;
   2° twaalf maanden vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met de helft of een vijfde.
   Bij verandering van opnamevorm wordt het al opgenomen mantelzorgverlof aangerekend volgens het principe dat een maand volledige onderbreking gelijk is aan twee maanden vermindering van de arbeidsprestaties.]1

  
Art. 10.40. Le remplacement du fonctionnaire en interruption de carrière s'opère conformément aux dispositions fédérales.
  (alinéa 2 abrogé)
HOOFDSTUK V. - Onderbrekingsuitkeringen.
CHAPITRE 7.
Art. 10.39. [2 Het personeelslid met verlof voor loopbaanonderbreking als gevolg van een federaal zorgverlof krijgt een onderbrekingsuitkering overeenkomstig de federale bepalingen.]2
  [3 Als het personeelslid zijn onderbrekingsuitkeringen verliest dan kan de voltijdse afwezigheid of vermindering van de arbeidsprestaties mits akkoord van de lijnmanager retroactief worden omgezet naar een ander verlof dat een voltijdse onbetaalde onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor doel heeft. Gaat de lijnmanager niet akkoord met deze omzetting naar een ander verlof dan wordt de afwezigheid gelijkgesteld met non-activiteit. De gelijkstelling met non-activiteit geldt voor de volledige periode waarin het personeelslid geen recht had op een onderbrekingsuitkering en eindigt als het personeelslid het werk hervat of een ander verlof opneemt]3.
  
HOOFDSTUK VI. - Vervanging.
TITRE VII. - Occupation au bénéfice d'un employeur externe ou auprès d'un cabinet ministériel flamand.
Art. 10.40. De vervanging van de ambtenaar in loopbaanonderbreking vindt plaats overeenkomstig de federale bepalingen.
CHAPITRE 1er. - [1 L'occupation temporaire de fonctionnaires au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande pour l'accomplissement de tâches dans l'intérêt de l'autorité flamande]1
HOOFDSTUK VII.
Art. 10.42. [1 Si un fonctionnaire ou un groupe de fonctionnaires accomplit temporairement des tâches qui sont importantes pour l'autorité flamande, au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande, une convention est conclue entre les employeurs. Après l'accord du Ministre flamand compétent pour les affaires administratives, cette convention fixe les conditions de travail qui seront applicables aux fonctionnaires concernés pendant l'accomplissement des tâches.
Art. 10.43. [1 § 1er. La convention visée à l'article X 42 peut stipuler que l'employeur au sein des services de l'autorite flamande assure/poursuit le paiement du traitement du fonctionnaire chargé d'accomplir des tâches au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande, et que l'employeur en dehors des services de l'autorité flamande rembourse ce traitement en tout ou en partie.
   § 2. Le fonctionnaire affecté à des tâches au bénéfice d'un employeur en dehors des services de l'autorité flamande, peut être placé sous l'autorité fonctionnelle de cet employeur.
   § 3. Le fonctionnaire est en activité de service pendant la période durant laquelle il assume les tâches au bénefice de l'employeur en dehors des services de l'autorité flamande.]1

  
TITEL VII. - Tewerkstelling ten behoeve van een externe werkgever of bij een Vlaams ministerieel kabinet.
CHAPITRE 1bis. - [1 L'occupation temporaire de fonctionnaires au bénéfice d'une entité, d'un conseil ou établissement au sein des services de l'autorité flamande]1
HOOFDSTUK I. - [1 De tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid voor de uitoefening van taken in het belang van de Vlaamse overheid]1
Art. 10.43bis. [1 Si un fonctionnaire ou un groupe de fonctionnaires au sein des services de l'autorité flamande accomplit temporairement des tâches au bénéfice d'une autre entité, d'un autre conseil ou établissement au sein des services de l'autorité flamande, les conditions de travail applicables au sein de cette autre entité ou cet autre conseil ou établissement, s'appliquent pendant l'accomplissement des tâches.]1
Art. 10.42. [1 Als een ambtenaar of groep van ambtenaren tijdelijk taken die van belang zijn voor de Vlaamse overheid, uitoefent ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid, wordt tussen de werkgevers een overeenkomst gesloten die na akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, de arbeidsvoorwaarden bepaalt die voor de betrokken ambtenaren zullen gelden gedurende de uitvoering van de taken.
   Deze arbeidsvoorwaarden die in de overeenkomst tussen de werkgevers worden vastgesteld, zijn ambtshalve van toepassing op de betrokken ambtenaren.
   Onder werkgever binnen de diensten van de Vlaamse overheid wordt verstaan, de Vlaamse Gemeenschap (voor het ministerie), het agentschap met rechtspersoonlijkheid, de raad of de instelling, vertegenwoordigd door de respectievelijke hoofden van de entiteit, raad of instelling.]1

  
Art. 10.43 ter. [1 § 1er. Les chefs des entités, conseils ou établissements concernés déterminent l'entité, le conseil ou l'établissement qui paiera le traitement.
   § 2. Le fonctionnaire affecte à des tâches au bénéfice d'une autre entité, d'un autre conseil ou établissement au sein des services de l'autorité flamande, peut être placé sous l'autorité fonctionnelle de cette autre entité, de cet autre conseil ou établissement.]1

  
Art. 10.43.[1 § 1. In de overeenkomst, vermeld in artikel X 42, kan bepaald worden dat de werkgever binnen de diensten van de Vlaamse overheid het salaris (door)betaalt van de ambtenaar die voor taken ten behoeve van een werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, en dat de werkgever buiten de diensten van de Vlaamse overheid dat salaris geheel of gedeeltelijk terugbetaalt.
CHAPITRE 2. - Congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet.
HOOFDSTUK Ibis. [1 De tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren ten behoeve van een entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid]1
Art. 10.44.[1 Le fonctionnaire obtient un conge lorsqu'il est désigné par une des instances suivantes pour exercer une fonction à son cabinet ou, le cas échéant, auprès des entités ayant une fonction politique en remplacement du cabinet :
Art. 10.43 bis. [1 Als een ambtenaar of groep van ambtenaren binnen de diensten van de Vlaamse overheid tijdelijk taken uitoefent ten behoeve van een andere entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid, zijn de arbeidsvoorwaarden die gelden bij die andere entiteit, raad of instelling van toepassing gedurende de uitvoering van de taken.]1
  
Art. 10.45. § 1er. Pour des motifs fonctionnels, un congé pour mission ne peut être accordé à un fonctionnaire stagiaire que pour exercer une fonction auprès du cabinet d'un Ministre flamand.
  § 2. Au cours du congé, le stage n'est pas suspendu et le stagiaire continue à être assujetti aux obligations du stage, éventuellement moyennant une adaptation du programme à l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet ministériel.
Art. 10.43 ter. [1 § 1. De hoofden van de betrokken entiteiten, raden of instelling bepalen welke entiteit, raad of instelling het salaris betaalt.
   § 2. De ambtenaar die voor taken ten behoeve van een andere entiteit, raad of instelling binnen de diensten van de Vlaamse overheid wordt ingezet, kan onder het functioneel gezag van die andere entiteit, raad of instelling worden geplaatst.]1

  
Art. 10.46. Le congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet est assimilé à une période d'activité de service.
HOOFDSTUK II. - Verlof om een ambt uit te oefenen bij een kabinet.
Art. 10.47. A l'issue de sa désignation et sauf s'il est transféré à un autre cabinet, le fonctionnaire obtient, par mois d'activité au cabinet, un jour de congé avec un minimum de trois jours ouvrables et un maximum de quinze jours ouvrables.
Art. 10.44. [1 De ambtenaar krijgt verlof wanneer hij door één van volgende instanties wordt aangewezen om een ambt uit te oefenen op hun kabinet, of in voorkomend geval bij de entiteiten met politieke functie ter vervanging van het kabinet :
   - een lid van een regering of een regeringscommissaris;
   - een lid van de bestendige deputatie, de gouverneur van een provincie of de gouverneur of vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad;
   - een burgemeester of een schepen;
   - de fracties in de gemeenteraad of provincieraad;
   - een OCMW-voorzitter;
   - een [2 districtsburgemeester]2;
   - een Europees commissaris;
   - de voorzitter van een wetgevende vergadering.
   De aanwijzing gebeurt na akkoord van de functionele minister, die het advies inwint van de lijnmanager.]1

  
Art. 10.48. Le membre du personnel contractuel obtient un congé pour exercer une fonction auprès d'un cabinet et après l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet suivant les mêmes modalités que celles prévues pour le fonctionnaire.
Art. 10.45. § 1. Aan de ambtenaar op proef kan om functionele redenen enkel een verlof voor opdracht worden toegekend om een ambt uit te oefenen bij het kabinet van een Vlaams minister.
CHAPITRE 3. - Congé pour mission.
Art. 10.46. Het verlof om een ambt uit te oefenen bij een kabinet wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.
Art. 10.49. § 1er. Le fonctionnaire obtient un congé pour l'exercice d'une mission auprès d'un employeur externe dont les autorités flamandes reconnaissent l'intérêt général
  § 2. Le fonctionnaire obtient d'office un congé pour mission :
  pour l'accomplissement de tâches dans des institutions internationales ou supranationales, offertes par un gouvernement ou par une des institutions précitées :
  pour les missions internationales dans le cadre de l'aide au développement, de la recherche scientifique ou de l'aide humanitaire.
  [1 pour l'accomplissement d'une mission dans ou hors les services de l'Autorité flamande sur la base d'une décision du Gouvernement flamand. ]1
  
Art. 10.47. Bij het einde van zijn aanwijzing en tenzij hij naar een ander kabinet overgaat, krijgt de ambtenaar, per maand activiteit in een kabinet, één dag verlof met een minimum van drie werkdagen en een maximum van vijftien werkdagen.
  Dit verlof wordt eveneens gelijkgesteld met dienstactiviteit.
Art. 10.50. § 1er. Le congé pour mission est assimilé à une période d'activité de service et est limité à 4 ans.
  La limitation dans le temps ne s'applique pas aux missions mentionnées à l'article X 49, § 2.
  Le traitement du fonctionnaire peut continuer à être payé pour la durée de la mission et peut être répété, à moins que la rémunération ne soit réglementairement obligatoire, ou continue à être payé, moyennant une décision du Ministre fonctionnel sur avis du manager de ligne, en tout ou en partie, sans répétition.
  § 2. Quant au régime des conditions de travail en général, il peut être fait appel à une convention telle que fixée à l'article X 42.
Art. 10.48. Het contractuele personeelslid krijgt verlof voor uitoefening van een ambt bij een kabinet en na uitoefening van een ambt bij een kabinet, op dezelfde wijze zoals geregeld voor de ambtenaar.
Art. 10.51. Chaque Ministre fonctionnelle peut, avec l'assentiment de l'intéressé, charger un fonctionnaire d'exercer une mission.
  De même, tout fonctionnaire peut, avec l'accord du Ministre fonctionnel, accepter l'exercice d'une mission.
  Dans les deux cas, l'avis du manager de ligne dont relève le fonctionnaire est sollicité.
HOOFDSTUK III. - Verlof voor opdracht.
Art. 10.52. § 1er. Le fonctionnaire en congé pour mission internationale qui lui est confiée par le Gouvernement flamand, peut bénéficier d'une indemnité octroyée aux conditions et au montant déterminés par le Ministre flamand qui a les affaires administratives dans ses attributions.
Art. 10.49. § 1. De ambtenaar krijgt verlof voor de uitoefening van een opdracht, bij een externe werkgever waarvan de Vlaamse overheid het algemeen belang erkent.
  § 2. De ambtenaar krijgt ambtshalve verlof voor opdracht voor :
  - de uitoefening van taken in internationale of supranationale instellingen, aangeboden door een regering of een van de voormelde instellingen;
  - de internationale opdrachten in het raam van ontwikkelingssamenwerking, wetenschappelijk onderzoek of humanitaire hulp.
  [1 - de uitoefening van een opdracht binnen of buiten de diensten van de Vlaamse overheid op grond van een beslissing van de Vlaamse Regering.]1
  
Art. 10.53. Le Ministre fonctionnel peut, à tout instant, mettre fin à la mission ou au congé pour mission.
Art. 10.50.§ 1. Het verlof voor opdracht wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit en bedraagt maximum 4 jaar.
CHAPITRE 4. - Congé pour mise à la disposition du Roi, d'une Reine, d'un Prince ou d'une Princesse de Belgique.
Art. 10.51. Iedere functionele minister kan, met instemming van de betrokkene, een ambtenaar met de uitvoering van een opdracht belasten.
  Eveneens kan iedere ambtenaar, met akkoord van de functionele minister de uitvoering van een opdracht aanvaarden.
  In beide gevallen wordt het advies ingewonnen van de lijnmanager waaronder de betrokken ambtenaar ressorteert.
Art. 10.54. § 1er. Le fonctionnaire est mis à la disposition du Roi, d'une Reine, d'un Prince ou d'une Princesse de Belgique à leur demande, par le Ministre fonctionnel.
  § 2. Pour la durée pendant laquelle il est mis à la disposition du Roi, d'une Reine, d'un Prince ou d'une Princesse de Belgique, il obtient un congé.
  § 3. Ce congé est assimilé à une période d'activité de service.
  Quant au régime des conditions de travail en général, il peut être fait appel à une convention telle que fixée à l'article X 42.
Art. 10.52. § 1. Aan de ambtenaar met verlof wegens een internationale opdracht die hem door de Vlaamse Regering werd toevertrouwd, kan een vergoeding worden toegekend onder de voorwaarden en voor het bedrag bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.
CHAPITRE 5. - Congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un groupe politique reconnu.
Art. 10.53. De functionele minister kan op ieder ogenblik een eind maken aan de opdracht of het verlof voor opdracht.
Art. 10.55. § 1er. [1 A la demande du président d'un groupe politique reconnu au sein d'une assemblée législative, le fonctionnaire obtient, avec son assentiment et pour autant que ce congé ne soit pas contraire à l'intérêt du service, un congé pour exercer une fonction auprès de ce groupe politique reconnu ou auprès de ce président.]1
  § 2. [1 Par " groupe politique reconnu " au sein d'une assemblée législative, il faut entendre le groupe politique qui est reconnu conformément au règlement de l'assemblée législative de l'autorité fédérale, des communautés, des régions ou du Parlement européen.]1
  § 3. Le congé est assimilé à une période d'activité de service.
  Quant au régime des conditions de travail en général, il peut être fait appel à une convention telle que fixée à l'article X 42.
  
HOOFDSTUK IV. - Verlof wegens terbeschikkingstelling van de Koning, een Koningin, een Prins of een Prinses van België.
Art. 10.56. Le congé est accordé par le Ministre fonctionnel, sur avis du manager de ligne.
Art. 10.54. § 1. De ambtenaar wordt door de functionele minister ter beschikking van de Koning, een Koningin, een Prins of een Prinses van België gesteld, op hun verzoek.
  § 2. Voor de tijd dat de ambtenaar ter beschikking van de Koning, een Koningin, een Prins of een Prinses van België wordt gesteld, krijgt hij verlof.
  § 3. Dit verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.
  Inzake de arbeidsvoorwaardenregeling in het algemeen kan gebruik gemaakt worden van een overeenkomst zoals bepaald in artikel X 42.
Art. 10.57. Le membre du personnel contractuel obtient un congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un groupe politique reconnu suivant les mêmes modalités que celles prévues pour le fonctionnaire.
HOOFDSTUK V. - Verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een erkende politieke groep.
CHAPITRE 6. - Disposition commune.
Art. 10.55. § 1. [1 Op verzoek van de voorzitter van een erkende politieke groep in een wetgevende vergadering krijgt de ambtenaar, met zijn instemming en voor zover het belang van de dienst zich er niet tegen verzet, verlof om een ambt uit te oefenen bij die erkende politieke groep of bij die voorzitter.]1
  § 2. [1 Onder een erkende politieke groep in een wetgevende vergadering wordt verstaan een politieke groep die erkend is overeenkomstig het reglement van de wetgevende vergadering van de federale overheid, de gemeenschappen, de gewesten of het Europees Parlement.]1
  § 3. Het verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.
  Inzake de arbeidsvoorwaardenregeling in het algemeen kan gebruik gemaakt worden van een overeenkomst zoals bepaald in artikel X 42.
  
Art. 10.58. Sans préjudice de l'article X 45, le fonctionnaire stagiaire n'a pas droit à un congé pour assumer un emploi auprès d'un autre employeur.
Art. 10.56. Het verlof wordt toegestaan door de functionele minister, na advies van de lijnmanager.
TITRE VIII. - Congés de formation et dispense de service pour formation.
Art. 10.57. Het contractuele personeelslid krijgt verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een erkende politieke groep, op dezelfde wijze zoals geregeld voor de ambtenaar.
Art. 10.59. Les congés de formation et la dispense de service pour formation sont accordés par le manager de ligne.
HOOFDSTUK VI. - Gemeenschappelijke bepaling.
Art. 10.60. Sans préjudice de l'article X 59, le membre du personnel obtient une dispense de service pour toutes les activités de formation internes et externes qui sont autorisées.
Art. 10.58. Onverminderd artikel X 45 heeft de ambtenaar op proef geen recht op verlof voor tewerkstelling bij een andere werkgever.
TITRE IX. - Congés de circonstance.
TITEL VIII. - Vormingsverlof en dienstvrijstelling voor vorming.
Art. 10.61.Des congés de circonstance peuvent être accordés au membre du personnel à l'occasion de certains événements et dans les limites indiques ci-après :
Art. 10.59. De lijnmanager kent het vormingsverlof en de dienstvrijstelling voor vorming toe.
TITRE IXbis. [1 - Congé de naissance]1
Art. 10.60. Onverminderd artikel X 59 krijgt het personeelslid dienstvrijstelling voor alle interne of externe opleidingsactiviteiten die worden toegestaan.
  De periodes van afwezigheid worden gelijkgesteld met dienstactiviteit.
Art. 10.61 bis.[1 § 1er. Un fonctionnaire a droit au congé de naissance à l'occasion de la naissance d'un enfant dont la filiation est établie du côté du fonctionnaire.
   A défaut d'une personne qui prend du congé de naissance sur la base de la filiation avec l'enfant, le fonctionnaire qui est marié ou cohabite légalement avec la mère de l'enfant, a droit au congé de naissance.
   Le droit au congé de maternité, visé à l'article 39 de la loi sur le travail du 16 mars 1971, exclut le droit au congé de naissance pour ce même parent.
   Le congé de naissance est de [2 quinze]2 jours ouvrables. Il est assimilé à une période d'activité de service. Le congé de naissance doit être pris dans un délai de quatre mois à partir du jour auquel l'enfant est né.
   Le congé de naissance est déduit du droit au congé d'accueil visé à l'article X 16.
  [2 Pour les naissances à partir du 1er janvier 2023, le congé de naissance est de 20 jours ouvrables.]2
   § 2. Le membre du personnel contractuel a droit au congé de naissance sur la base de la loi relative aux contrats de travail et des arrêtés d'exécution.
  [2 ...]2]1

  [2 § 3. Le congé de naissance est assimilé à une période d'activité de service.
   Pour les naissances à partir du 1er janvier 2021, le régime de rémunération suivant s'applique :
   1° un fonctionnaire a droit :
   a) au maintien du paiement du traitement pendant les dix premiers jours ;
   b) à 82 % du traitement brut pendant les cinq jours restants. Dans le calcul de ce traitement, le traitement brut annuel est plafonné à 26.230 (100 %).
   2° un membre du personnel contractuel a droit :
   a) au maintien du paiement du traitement pendant les trois premiers jours ;
   b) à aucun traitement pendant les douze jours restants, sans préjudice de l'article VII 108bis.
   Pour les naissances à partir du 1er janvier 2023, le régime de rémunération suivant s'applique :
   1° un fonctionnaire a droit :
   a) au maintien du paiement du traitement pendant les dix premiers jours ;
   b) à 82 % du traitement brut pendant les dix jours restants. Dans le calcul de ce traitement, le traitement brut annuel est plafonné à 26.230 (100 %) ;
   2° un membre du personnel contractuel a droit :
   a) au maintien du paiement du traitement pendant les trois premiers jours ;
   b) à aucun traitement pendant les dix-sept jours restants, sans préjudice de l'article VII 108bis.]2

  
TITEL IX. - Omstandigheidsverlof.
TITRE X. - Congés non payes.
Art. 10.61. Aan het personeelslid wordt omstandigheidsverlof toegekend naar aanleiding van de gebeurtenissen en binnen de perken zoals hierna vermeld :
Art. 10.62. [1 § 1er. Un membre du personnel a droit aux congés non payés suivants :
   1° 20 jours ouvrables par an, à prendre par jours entiers ou en demi-jours et par périodes consécutives ou non ;
   2° une année au cours de la carrière complète, à prendre par des mois entiers, consécutifs ou non ;
   3° une année, à prendre à partir de l'âge de cinquante-cinq ans, par des mois entiers, consécutifs ou non.
   Les vingt jours ouvrables de congé non payé sont diminués au prorata si le membre du personnel entre en service, travaille à temps partiel, a été engagé sous contrat de travail à temps partiel, ou prend un congé non payé au cours de l'année.
   Les modalités de prise du congé non payé sont fixées en concertation entre le manager de ligne et le membre du personnel.
   § 2. Le membre du personnel en stage est exclu du congé non payé, visé au paragraphe 1, 2° et 3°.
   Le congé non payé visé au paragraphe 1er, 2° et 3°, est une faveur pour le membre du personnel contractuel employé par un contrat de remplacement ou un contrat de travail à durée déterminée dans la mesure où il n'est pas encore en service sans interruption pendant deux ans auprès de l'Autorité flamande.
   § 3. Le congé non payé est assimilé à une période d'activité de service. Pendant le congé non payé, le membre du personnel n'a pas droit au traitement.]1

  
Huwelijk van het personeelslid en het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning door het personeelslid4 werkdagen
[2...]2
[3 Overlijden van de vader, moeder, stiefvader, stiefmoeder, schoonzoon of schoondochter van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner]34 werkdagen
[3 3° /1Overlijden van de echtgeno(o)te of samenwonende partner, van een kind van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner of van een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden [4 van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner]410 werkdagen
3° /2[4 Overlijden van de pleegvader, pleegmoeder, stiefpleegvader of stiefpleegmoeder van het personeelslid, van de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden]44 werkdagen]4
3° /3[2 Overlijden van een pleegkind of van de pleegmoeder, pleegvader, stiefpleegvader of stiefpleegmoeder van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden1 werkdag]4
Huwelijk [2 of wettelijke samenwoning]2 van een kind [4 of een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het huwelijk of in het verleden] 4 van het personeelslid, van de echtgeno(o)t(e) of van de samenwonende partner2 werkdagen
[1 overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in om het even welke graad die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner2 werkdagen
overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in de tweede graad, een overgrootouder of een achterkleinkind die niet onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgen(o)t(e) of de samenwonende partner1 werkdag]1
[Huwelijk of wettelijke samenwoning van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, van de echtgeno(o)t(e) of van de samenwonende partner:de dag van de plechtigheid]4
 - in de eerste graad, die geen kind is, 
 - of in de tweede graad ]4 
[5zwangerschapsverlies van het personeelslid dat zwanger was.2 werkdagen op voorwaarde van het afleggen van een verklaring op eer
zwangerschapsverlies van de echtgenote of samenwonende partner van het personeelslid.2 werkdagen op voorwaarde van het afleggen van een verklaring op eer]5
(1)<BVR 2008-05-23/44, art. 103, 010; Inwerkingtreding : 23-05-2008
(2)<BVR 2017-12-15/23, art. 23, 042; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
(3)<BVR 2021-09-03/09, art. 2, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2021>
(4)<BVR 2023-12-08/10, art. 8, 083; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
(5)<BVR 2024-05-17/34, art. 1, 095; Inwerkingtreding : 25-07-2024>
1°Huwelijk van het personeelslid en het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning door het personeelslid4 werkdagen[2 ...]2[3 Overlijden van de vader, moeder, stiefvader, stiefmoeder, schoonzoon of schoondochter van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner]34 werkdagen[3 3° /1Overlijden van de echtgeno(o)te of samenwonende partner, van een kind van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner of van een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden [4 van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner]410 werkdagen3° /2[4 Overlijden van de pleegvader, pleegmoeder, stiefpleegvader of stiefpleegmoeder van het personeelslid, van de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden]44 werkdagen]43° /3[2 Overlijden van een pleegkind of van de pleegmoeder, pleegvader, stiefpleegvader of stiefpleegmoeder van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden1 werkdag]44°Huwelijk [2 of wettelijke samenwoning]2 van een kind [4 of een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het huwelijk of in het verleden] 4 van het personeelslid, van de echtgeno(o)t(e) of van de samenwonende partner2 werkdagen5°[1 overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in om het even welke graad die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner2 werkdagen6°overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende partner in de tweede graad, een overgrootouder of een achterkleinkind die niet onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgen(o)t(e) of de samenwonende partner1 werkdag]17°[Huwelijk of wettelijke samenwoning van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, van de echtgeno(o)t(e) of van de samenwonende partner:de dag van de plechtigheid]4- in de eerste graad, die geen kind is,- of in de tweede graad ]4[5 8°zwangerschapsverlies van het personeelslid dat zwanger was.2 werkdagen op voorwaarde van het afleggen van een verklaring op eer9°zwangerschapsverlies van de echtgenote of samenwonende partner van het personeelslid.2 werkdagen op voorwaarde van het afleggen van een verklaring op eer]5(1)(3)(4)(5)
-
  [4 In het eerste lid wordt verstaan onder:
   1° langdurige pleegzorg: de pleegzorg, vermeld in artikel X 16bis, zevende lid, waarbij het kind is ingeschreven als deel uitmakend van het gezin van het personeelslid in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft;
   2° kortdurende pleegzorg: alle vormen van pleegzorg die niet voldoen aan de voorwaarden van langdurige pleegzorg, vermeld in punt 1°.]4

  Het omstandigheidsverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.
  [4 Het personeelslid neemt het omstandigheidsverlof, vermeld in het eerste lid, 3° /1, op de volgende wijze op:
   1° de eerste drie dagen tijdens de periode die begint te lopen op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis;
   2° de zeven resterende dagen tijdens het jaar dat volgt op het overlijden.
   In overleg met de lijnmanager kan van de opnameperiodes, vermeld in het vierde lid, worden afgeweken.]4

  [6 3° zwangerschapsverlies: alle vormen van zwangerschapsverlies, zowel medisch als spontaan ingeleid, vanaf het ogenblik dat het verlies zich voordoet, vanaf het begin van de zwangerschap tot en met 180 kalenderdagen zwangerschap, zonder dat het personeelslid een attest hoeft voor te leggen.]6
  [3 ...]3
  [3 ...]3
  [5 Voor de toepassing van het eerste lid, 5° tot en met 7°, worden de verwantschappen binnen een pleegzorgsituatie gelijkgesteld met de respectieve verwantschappen buiten een pleegzorgsituatie, vermeld in het eerste lid, 5° tot en met 7°. De gebeurtenissen, vermeld in punt 5° tot en met 7°, geven alleen aanleiding tot omstandigheidsverlof als de voormelde verwantschappen kaderen in een situatie van langdurige pleegzorg op het moment van de gebeurtenis of in het verleden.]5
  
-
TITEL IXbis. [1 - Geboorteverlof]1
Art. 10.63.[1 Si un agent effectue un stage statutaire, exerce un mandat ou occupe un emploi contractuel temporaire au sein des services de l'Autorité flamande, il obtient un congé d'office pour mission pour la durée du stage statutaire, du mandat ou de la désignation contractuelle temporaire.
Art. 10.61 bis.[1 § 1. Een ambtenaar heeft recht op geboorteverlof naar aanleiding van de geboorte van een kind waarvan de afstamming langs de zijde van de ambtenaar vaststaat.
   Bij ontstentenis van een persoon die geboorteverlof opneemt op grond van de afstamming met het kind, heeft de ambtenaar die gehuwd is of samenwoont met de moeder van het kind recht op het geboorteverlof.
   Het recht op moederschapsverlof, vermeld in artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971, sluit voor een zelfde ouder het recht op geboorteverlof uit.
   Het geboorteverlof bedraagt [2 vijftien]2 werkdagen. Het wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Het geboorteverlof moet binnen een termijn van vier maanden die start op de dag waarop het kind geboren wordt, worden opgenomen.
   Het geboorteverlof wordt in mindering gebracht van het recht op opvangverlof vermeld in artikel X 16.
  [2 Voor geboortes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023 bedraagt het geboorteverlof 20 werkdagen.]2
   § 2. Het contractueel personeelslid heeft recht op geboorteverlof op grond van de arbeidsovereenkomstenwet en de uitvoeringsbesluiten.
  [2 ...]2]1

  [2 § 3. Het geboorteverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.
   Wat de geboortes betreffen die vanaf 1 januari 2021 plaatsvinden geldt de volgende verloningsregeling:
   1° een ambtenaar heeft gedurende de:
   a) eerste tien dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
   b) vijf resterende dagen recht op 82% van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26230 (100%).
   2° een contractueel personeelslid heeft gedurende de:
   a) eerste drie dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
   b) twaalf resterende dagen onverminderd VII 108bis geen recht op salaris.
   Wat de geboortes betreffen die vanaf 1 januari 2023 plaatsvinden geldt de volgende verloningsregeling:
   1° een ambtenaar heeft gedurende de:
   a) eerste tien dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
   b) tien resterende dagen recht op 82% van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26230 (100%);
   2° een contractueel personeelslid heeft gedurende de:
   a) eerste drie dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
   b) zeventien resterende dagen onverminderd VII 108bis geen recht op salaris.]2

  
Art. 10.63 bis. [1 Si un membre du personnel fournit une prestation en tant que militaire du cadre de réserve auprès des forces armées, il obtient un congé non payé pour la durée des prestations.
   Le congé non payé visé à l'alinéa 1er est assimilé à une période d'activité de service. Pendant le congé non payé, le membre du personnel n'a pas droit au traitement. ]1

  
TITEL X. - Onbetaald verlof.
TITRE XI. - Congé politique et dispense de service.
Art. 10.62. [1 § 1. Een personeelslid heeft recht op de volgende onbetaalde verloven:
   1° twintig werkdagen per jaar, op te nemen met volle of halve dagen, en in al dan niet aaneengesloten periodes;
   2° één jaar op te nemen gedurende de volledige loopbaan met volledige, al dan niet aaneengesloten maanden
   3° één jaar op te nemen vanaf de leeftijd van vijfenvijftig jaar met volledige, al dan niet aaneengesloten maanden.
   De twintig werkdagen onbetaald verlof worden pro rata verminderd in geval het personeelslid tijdens het jaar in dienst treedt, deeltijds werkt, in dienst werd genomen met een deeltijdse arbeidsovereenkomst, of een onbetaald verlof opneemt.
   De nadere regelen voor de opname van het onbetaald verlof worden bepaald in overleg tussen de lijnmanager en het personeelslid.
   § 2. Het personeelslid op proef is uitgesloten van het onbetaald verlof vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°.
   Het onbetaald verlof vermeld in paragraaf 1, 2° en 3° is een gunst voor het contractueel personeelslid tewerkgesteld met een vervangingsovereenkomst of overeenkomst voor bepaalde duur voor zover het nog geen twee jaar ononderbroken in dienst is bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   § 3. Het onbetaald verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Tijdens het onbetaald verlof heeft het personeelslid geen recht op salaris.]1

  
Art. 10.64. § 1er. Le membre du personnel qui exerce sa fonction par prestations complètes a droit, suivant les modalités cités ci-après, à un congé politique pour l'exercice d'un mandat politique ou d'une fonction pouvant y être assimilée, à condition qu'il respecte les dispositions d'incompatibilité et prohibitives qui lui sont applicables en vertu de dispositions légales ou réglementaires.
  Le premier alinéa s'applique également au fonctionnaire effectuant au minimum des prestations à temps partiel à concurrence de 80 % de la durée de travail normale. Le membre du personnel contractuel est assimilé à un fonctionnaire en congé pour prestations à temps partiel.
  § 2. Le congé ou la dispense de service est demandé au manager de ligne et octroyé par celui-ci.
Art. 10.63. [1 Als een personeelslid binnen de diensten van de Vlaamse overheid een statutaire proeftijd, een mandaat of een tijdelijke contractuele tewerkstelling opneemt krijgt het personeelslid ambtshalve verlof voor opdracht voor de duur van de statutaire proeftijd, het mandaat of de tijdelijke contractuele aanstelling.
   De ambtenaar op proef is van het verlof vermeld in het eerste lid uitgesloten.
   Het ambtshalve verlof voor opdracht wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld. Tijdens het verlof heeft het personeelslid geen recht op salaris.]1

  
Art. 10.65. [1 A la demande du membre du personnel, une dispense de service lui est accordée pendant deux jours par mois, dans les limites fixées ci-après, pour l'exercice des mandats politiques suivants :
   1° conseiller communal ;
   2° membre du conseil de l'aide sociale, qui n'est pas conseiller communal ;
   3° membre du comité spécial du service social, qui n'est pas conseiller communal ou membre du conseil de l'aide sociale ;
   4° membre du conseil de district ;
   5° membre du conseil provincial.
   La dispense de service, visée à l'alinéa 1er, ne s'applique pas si, en plus d'un mandat tel que visé à l'alinéa 1er, le membre du personnel exerce également un ou plusieurs des mandats suivants :
   1° bourgmestre ;
   2° échevin ;
   3° bourgmestre de district ;
   4° échevin de district ;
   5° président du comité spécial du service social ;
   6° membre du bureau permanent d'un centre public d'action sociale desservant une autre commune que la commune de Fourons ou une commune telle que visée à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966 ;
   7° président du conseil de l'aide sociale d'un centre public d'action sociale desservant la commune de Fourons ou une commune telle que visée à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966 ;
   8° député.]1

  
Art. 10.63 bis. [1 Als een personeelslid een prestatie vervult als militair van het reservekader bij de krijgsmacht, krijgt het personeelslid onbetaald verlof voor de duur van de prestaties.
   Het onbetaalde verlof, vermeld in het eerste lid, wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld. Tijdens het onbetaalde verlof heeft het personeelslid geen recht op salaris.]1

  
Art. 10.66. [1 A la demande du membre du personnel, un congé politique facultatif lui est accordé, dans les limites fixées ci-après, pour l'exercice des mandats politiques suivants :
   1° conseiller communal, membre du conseil de l'aide sociale qui n'est pas membre du conseil communal, membre du comité spécial du service social qui n'est pas conseiller communal ou membre du conseil de l'aide sociale ou membre du conseil de district :
   a) dans une commune ou un district jusqu'à 80.000 habitants : deux jours par mois ;
   b) dans une commune ou un district de 80.001 habitants ou plus : quatre jours par mois ;
   2° échevin, président du conseil de l'aide sociale d'un centre public d'action sociale desservant la commune de Fourons, ou une commune telle que visée à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966 ou bourgmestre de district :
   a) dans une commune ou un district jusqu'à 30.000 habitants : quatre jours par mois ;
   b) dans une commune ou un district de 30.001 à 50.000 habitants : un quart d'une fonction à temps plein ;
   c) dans une commune ou un district de 50.001 à 80.000 habitants : la moitié d'une fonction à temps plein ;
   3° échevin de district :
   a) dans un district jusqu'à 10.000 habitants : deux jours par mois ;
   b) dans un district de 10.001 à 20.000 habitants : trois jours par mois ;
   c) dans un district de 20.001 habitants ou plus : cinq jours par mois ;
   4° bourgmestre :
   a) dans une commune jusqu'à 30.000 habitants : un quart d'une fonction à temps plein ;
   b) dans une commune de 30.001 à 50.000 habitants : la moitié d'une fonction à temps plein ;
   5° conseiller provincial qui n'est pas député : quatre jours par mois.
   Le congé politique visé à l'alinéa 1er, 1°, n'est pas accordé si le membre du personnel exerce également un ou plusieurs des mandats suivants :
   1° bourgmestre ;
   2° échevin ;
   3° bourgmestre de district ;
   4° échevin de district ;
   5° président du comité spécial du service social ;
   6° membre du bureau permanent d'un centre public d'action sociale desservant une autre commune que la commune de Fourons ou une commune telle que visée à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1996 ;
   7° président du conseil de l'aide sociale d'un centre public d'action sociale desservant la commune de Fourons ou une commune telle que visée à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1996.]1

  
TITEL XI. - Politiek verlof en dienstvrijstelling.
Art. 10.67.Dans les limites fixées ci-après, le membre du personnel est envoyé d'office en congé politique pour l'exercice des suivants mandats politiques :
Art. 10.64. § 1. Het personeelslid dat zijn functie met volledige prestaties uitoefent, heeft, volgens de hierna vermelde regelen, recht op politiek verlof voor het uitoefenen van een politiek mandaat of een ambt dat ermee gelijkgesteld kan worden, mits naleving van de onverenigbaarheden en verbodsbepalingen die krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen op hem van toepassing zijn.
  Het eerste lid is ook van toepassing op de ambtenaar die minimaal 80 % van de normale arbeidsduur werkt door verlof voor deeltijdse prestaties. Het deeltijdse contractuele personeelslid wordt gelijkgesteld met een ambtenaar met verlof voor deeltijdse prestaties.
  § 2. Het verlof of de dienstvrijstelling wordt aangevraagd bij en toegestaan door de lijnmanager.
Art. 10.68. Par dérogation à l'article X 64, le membre du personnel qui effectue sa fonction par prestations à temps partiel au prorata de moins de 80 % de la durée de travail normale, est toutefois envoyé d'office en congé politique à temps plein pour l'exercice d'un mandat politique cité à l'article X 67, pour autant que ce mandat corresponde à un congé politique d'office dont la durée s'élève à au moins la moitié d'une fonction à temps plein.
Art. 10.65. [1 Op aanvraag van het personeelslid wordt binnen de hierna bepaalde grenzen, twee dagen per maand dienstvrijstelling verleend om de volgende politieke mandaten uit te oefenen:
   1° gemeenteraadslid;
   2° lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, dat geen gemeenteraadslid is;
   3° lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, dat geen gemeenteraadslid of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn is;
   4° lid van de districtsraad;
   5° lid van de provincieraad.
   De dienstvrijstelling, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing als het personeelslid naast een mandaat als vermeld in het eerste lid, ook een of meer van de volgende mandaten uitoefent:
   1° burgemeester;
   2° schepen;
   3° districtsburgemeester;
   4° districtsschepen;
   5° voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst;
   6° lid van het vast bureau van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat een andere gemeente bedient dan de gemeente Voeren of een gemeente als vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
   7° voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente Voeren bedient, of een gemeente als vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
   8° gedeputeerde.]1

  
Art. 10.69. Le membre du personnel qui a droit à un congé politique d'une durée ne dépassant pas la moitié d'une fonction à temps plein pour l'exercice d'un mandat de bourgmestre, d'échevin ou de président d'un conseil d'assistance sociale ou [2 d'un bourgmestre de district]2, peut, à sa demande, obtenir un congé politique à mi-temps ou à temps plein.
  Le membre du personnel qui a droit à un congé politique à mi-temps pour l'exercice d'un mandat cité au premier alinéa, peut, à sa demande, obtenir un congé politique à temps plein.
  Le congé politique qui est obtenu par application des premier et deuxième alinéas, est assimilé à un congé politique accordé d'office pour ce qui est de la répercussion sur la position administrative et pécuniaire du membre du personnel.
  
Art. 10.66. [1 Op aanvraag van het personeelslid wordt binnen de hierna bepaalde grenzen, facultatief politiek verlof toegekend om de volgende politieke mandaten uit te oefenen:
   1° gemeenteraadslid, lid van de raad voor maatschappelijk welzijn dat geen lid is van de gemeenteraad, lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, dat geen gemeenteraadslid of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn is of districtsraadslid:
   a) in een gemeente of district tot en met 80.000 inwoners: twee dagen per maand;
   b) in een gemeente of district van 80.001 of meer inwoners: vier dagen per maand;
   2° schepen, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente Voeren bedient, of een gemeente als vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 of districtsburgemeester:
   a) in een gemeente of district tot en met 30.000 inwoners: vier dagen per maand;
   b) in een gemeente of district van 30.001 tot en met 50.000 inwoners: een vierde van een voltijds ambt;
   c) in een gemeente of district van 50.001 tot en met 80.000 inwoners: de helft van een voltijds ambt;
   3° districtsschepen:
   a) in een district tot en met 10.000 inwoners: twee dagen per maand;
   b) in een district van 10.001 tot en met 20.000 inwoners: drie dagen per maand;
   c) in een district van 20.001 of meer inwoners: vijf dagen per maand;
   4° burgemeester:
   a) in een gemeente tot en met 30.000 inwoners: een vierde van een voltijds ambt;
   b) in een gemeente van 30.001 tot en met 50.000 inwoners: de helft van een voltijds ambt;
   5° provincieraadslid dat geen gedeputeerde is: vier dagen per maandag.
   Het politiek verlof, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt niet toegekend als het personeelslid ook een of meer van de volgende mandaten uitoefent:
   1° burgemeester;
   2° schepen;
   3° districtsburgemeester;
   4° districtsschepen;
   5° voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst;
   6° lid van het vast bureau van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat een andere gemeente bedient dan de gemeente Voeren of een gemeente als vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1996;
   7° voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente Voeren bedient, of een gemeente als vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1996.]1

  
Art. 10.70. Les absences pour cause de congé politique facultatif et de congé politique d'office pour l'exercice d'un mandat politique visé à l'article X 66 et à l'article X 67, premier alinéa, 1°, 2° et 3°, sont assimilées à une période d'activité de service. Le membre du personnel n'a toutefois pas droit à un traitement.
  Le congé politique à temps plein accordé d'office pour l'exercice d'un mandat politique visé à l'article X 67, premier alinéa, 4° à 10° inclus, est assimilé à une période de non-activité.
Art. 10.67. Het personeelslid wordt binnen de hierna bepaalde perken met politiek verlof van ambtswege gezonden voor de uitoefening van de volgende politieke mandaten :
  1° burgemeester van een gemeente :
  a) tot 20.000 inwoners : 3 dagen per maand;
  b) van 20.001 tot 30.000 inwoners : een vierde van een voltijds ambt;
  c) van 30.001 tot 50.000 inwoners : de helft van een voltijds ambt;
  d) met meer dan 50.000 inwoners : voltijds.
  De [4 districtsburgemeesters]4 worden wat betreft het politiek verlof van ambtswege gelijkgesteld met een burgemeester van een gemeente waarbij de duur van het ambtshalve politiek verlof beperkt wordt tot het percentage van de vergoeding van de burgemeester die zij ontvangen.
  2° schepen [5 ...]5 :
  a) tot 20.000 inwoners : 2 dagen per maand;
  b) van 20.001 inwoners tot 30.000 inwoners : 4 dagen per maand;
  c) van 30.001 tot 50.000 inwoners : een vierde van een voltijds ambt;
  d) van 50.001 tot 80.000 inwoners : de helft van een voltijds ambt;
  e) met meer dan 80.000 inwoners : voltijds.
  De [4 districtsschepenen]4 worden wat betreft het politiek verlof van ambtswege gelijkgesteld met een schepen van een gemeente waarbij de duur van het ambtshalve politiek verlof beperkt wordt tot het percentage van de vergoeding van de schepenen die zij ontvangen.
  [5 2° /1 voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente Voeren bedient, of een gemeente als vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1996: de regeling voor schepen, vermeld in punt 2 is overeenkomstig van toepassing;]5
  3° [4 de gedeputeerde]4 : voltijds;
  4° lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat : voltijds;
  5° [3 lid van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement : voltijds]3
  6° lid van het Europees Parlement : voltijds;
  7° lid van de federale regering : voltijds;
  8° lid van de Brusselse hoofdstedelijke regering : voltijds;
  9° [4 staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest]4 : voltijds;
  10° lid van de Commissie van de Europese Unie : voltijds.
  Het politiek verlof van ambtswege vangt aan op de datum van de eedaflegging.
  
Art. 10.71. § 1er. Le congé politique accordé pour un mandat politique mentionné aux articles X 65, X 66 et X 67, premier alinéa, 1°, 2° et 3°, prend fin au plus tard le dernier jour du mois suivant le mois pendant lequel le mandat expire.
  Le congé politique accordé pour un mandat politique mentionné à l'article X 67, premier alinéa, 4° à 10° inclus, prend fin au plus tard au terme du sixième mois suivant l'expiration du mandat.
  A partir de cet instant, l'intéressé obtient de nouveau tous les droits statutaires.
  § 2. Apres sa nouvelle entrée en service, le membre du personnel ne peut cumuler son traitement avec un avantage quelconque rattaché à l'exercice du mandat expiré.
Art. 10.68. In afwijking van artikel X 64 wordt het personeelslid dat zijn functie met deeltijdse prestaties van minder dan 80 % van de normale arbeidsduur uitoefent niettemin met voltijds politiek verlof van ambtswege gezonden voor de uitoefening van een in artikel X 67 vermeld politiek mandaat, voorzover daaraan een politiek verlof van ambtswege beantwoordt waarvan de duur ten minste de helft van een voltijds ambt bedraagt.
TITRE XII. - Congés accordés en vertu de dispositions ou obligations fédérales.
Art. 10.69. Het personeelslid dat voor de uitoefening van een mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn of [2 een districtsburgemeester]2 recht heeft op politiek verlof waarvan de duur niet de helft van een voltijds ambt overschrijdt, kan, op aanvraag, halftijds of voltijds politiek verlof krijgen.
  Het personeelslid dat voor de uitoefening van een in het eerste lid vermeld mandaat recht heeft op halftijds politiek verlof, kan, op aanvraag, voltijds politiek verlof krijgen.
  Het politiek verlof dat in toepassing van het eerste en tweede lid wordt verkregen, wordt gelijkgesteld met politiek verlof van ambtswege wat betreft de weerslag die het heeft op de administratieve en geldelijke toestand van het personeelslid.
  
Art. 10.72. Conformément aux dispositions fédérales en la matière, le membre du personnel a droit aux congés suivants :
  - l'accomplissement, en temps de paix, des prestations militaires ou des prestations au corps de protection civile, en qualité de volontaire;
  - [1 ...]1
  - le congé syndical;
  - le congé de maladie ou d'infirmité en cas d'un accident du travail, d'un accident survenu sur le chemin du travail ou d'une maladie professionnelle.
  
Art. 10.70. De afwezigheden wegens facultatief politiek verlof en politiek verlof van ambtswege voor een in artikel X 66 en in artikel X 67, eerste lid, 1°, 2° en 3°, vermeld politiek mandaat worden gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid heeft evenwel geen recht op salaris.
TITRE XIII. - Dispenses de service.
Art. 10.71. § 1. Het politiek verlof voor een in artikel X 65, artikel X 66 en artikel X 67, eerste lid, 1°, 2° en 3°, vermeld politiek mandaat eindigt uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op die tijdens dewelke het mandaat eindigt.
  Het politiek verlof voor een in artikel X 67, eerste lid, 4° tot en met 10°, vermeld politiek mandaat loopt tot zes maanden na de beëindiging van het mandaat.
  Vanaf dat ogenblik herkrijgt de betrokkene alle statutaire rechten.
  § 2. Het personeelslid mag na wederindiensttreding het salaris niet cumuleren met enig voordeel verbonden aan de uitoefening van het afgelopen mandaat.
Art. 10.73. Le membre du personnel a droit à une dispense de service pour activités syndicales conformément aux dispositions fédérales.
TITEL XII. - Verlof krachtens federale bepalingen of verplichtingen.
Art. 10.74. Le membre du personnel obtient une dispense de service :
Art. 10.72. Overeenkomstig de federale bepalingen terzake heeft het personeelslid recht op volgende verloven :
  - verrichten in vredestijd van militaire of burgerlijke prestaties of prestaties als vrijwilliger bij het korps voor burgerlijke veiligheid;
  - [1 ...]1
  - vakbondsverlof;
  - ziekte- of gebrekkigheidsverlof bij een arbeidsongeval, een ongeval op de weg van en naar het werk of een beroepsziekte.
  
Art. 10.75. Le membre du personnel qui travaille comme président, assesseur ou secrétaire (adjoint) d'un bureau de vote ou d'un bureau de dépouillement lors d'élections, obtient une dispense de service :
  - le jour des élections si normalement il devait travailler;
  - [1 le prochain jour ouvrable après les élections, à condition que le membre du personnel renonce au jeton de présence et que les travaux dans le bureau de vote ou le bureau de dépouillement de votes ont continué jusqu'après minuit.]1
  
TITEL XIII. - Dienstvrijstellingen.
Art. 10.76. § 1er. Le membre du personnel qui est sportif de haut niveau (ou leur accompagnateur) peut obtenir une dispense de service pour certaines manifestations sportives dont la durée maximum est fixée à 90 jours ouvrables par an.
Art. 10.73. Het personeelslid heeft recht op dienstvrijstelling voor vakbondsactiviteiten overeenkomstig de federale bepalingen.
Art. 10.77. Le membre du personnel obtient une dispense de service :
  - pour le don de moelle osseuse, au prorata de 4 jours ouvrables maximum par prise,
  - pour le don d'organes ou de tissus pour la durée nécessaire des examens, de l'hospitalisation et du rétablissement.
Art. 10.74. Het personeelslid krijgt dienstvrijstelling :
  - als vrijwilliger van een brandweerkorps of korps voor burgerlijke bescherming, voor dringende hulpverlening
  - als actieve vrijwilliger van het Rode kruis
  a rato van telkens maximum 5 werkdagen per jaar.
Art. 10.78. Le membre du personnel peut obtenir une dispense de service pour l'accompagnement et l'assistance bénévoles de [1 personnes handicapées]1 et de malades pendant des voyages de vacances organisés pour ceux-ci à l'intérieur et à l'étranger, au prorata de la moitié du total des jours de congé avec un maximum de 5 jours ouvrables par an.
  
Art. 10.75. Het personeelslid dat als voorzitter, bijzitter of (adjunct-)secretaris van een stembureau of stemopnemingsbureau werkt bij de verkiezingen, krijgt dienstvrijstelling :
  - de dag van de verkiezingen, indien hij dan moest werken;
  - [1 de eerstvolgende werkdag na de verkiezingen op voorwaarde dat het personeelslid afziet van het presentiegeld en de werkzaamheden in het stembureau of stemopnemingsbureau tot na middernacht hebben voortgeduurd.]1
  
Art. 10.79. [1 Le membre du personnel peut obtenir une dispense de service pour le temps nécessaire pour effectuer un don de sang, de plasma ou de plaquettes et pour un temps de déplacement maximum de 2 heures.]1
  
Art. 10.76. § 1. Het personeelslid dat onbezoldigd topsporter (of hun begeleider) is kan dienstvrijstelling krijgen voor bepaalde sportmanifestaties waarvan de maximumduur vastgesteld is op 90 werkdagen per jaar.
  Voor het internationale jurylid geldt een maximum van 20 werkdagen per jaar.
  § 2. De lijnmanager van het personeelslid beslist over de toekenning van de dienstvrijstelling, na het advies te hebben ingewonnen van de bevoegde lijnmanager binnen het beleidsdomein voor de sport.
Art. 10.80. § 1er. Le membre du personnel femme enceinte obtient une dispense de service pour la durée de l'examen prénatal qui a lieu pendant les heures de service.
  § 2. Le membre du personnel [2 ...]2 obtient une dispense de service pour allaitement sur le lieu du travail au prorata du temps nécessaire.
  [1 § 3. Le fonctionnaire qui s'est vu accorder une dispense de travail en vertu de l'article 42 de la loi sur le travail du 16 mars 1971 obtient une dispense de service.
   Pour le membre du personnel contractuel cette absence est réglée en vertu de la loi du travail et assimilée à une activité de service sans rémunération.]1

  
Art. 10.77. Het personeelslid krijgt dienstvrijstelling.
  - voor het afstaan van beenmerg a rato van maximum 4 werkdagen per afname
  - voor het afstaan van organen of weefsels voor de benodigde duur van de onderzoeken, de ziekenhuisopname en het herstel.
Art. 10.80 bis. [1 Pendant sa carrière entière auprès des services de l'Autorité flamande, un membre du personnel obtient vingt jours de dispense de service pour les examens médicaux et l'accompagnement psychologique dans le cadre des soins aux personnes transgenres.]1
  
Art. 10.78. Het personeelslid kan dienstvrijstelling krijgen voor de onbezoldigde inzet bij het begeleiden en bijstaan van [1 personen met een handicap]1 en zieken tijdens de voor deze personen georganiseerde vakantiereizen en verblijven in het binnen- of buitenland a rato van de helft van het aantal te besteden verlofdagen met een maximum van 5 werkdagen per jaar.
  
Art. 10.81. § 1er. Le manager de ligne détermine le mode suivant lequel les dispenses de service doivent être demandées et prises. Le règlement de travail fixe les certificats nécessaires pour motiver l'absence ou la demande.
  § 2. Le manager de ligne décide de l'octroi d'autres dispenses de service non prévues au présent arrêté.
  [1 § 3. Les dispenses de service sont assimilées à une période d'activité de service.]1
  
Art. 10.79.[1 Het personeelslid kan dienstvrijstelling krijgen voor de benodigde tijd om bloed, plasma of bloedplaatjes af te staan en voor een maximale verplaatsingstijd van 2 uur.]1
TITRE XIIIbis. [1 - Congé de faveur standardisé]1
Art. 10.80. § 1. Het zwangere personeelslid krijgt dienstvrijstelling voor de duur van het prenataal onderzoek dat tijdens de diensturen plaats heeft.
  § 2. Het [2 ...]2 personeelslid krijgt dienstvrijstelling voor borstvoeding op het werk a rato van de benodigde tijd.
  [1 § 3. De ambtenaar die op grond van artikel 42 van de arbeidswet van 16 maart 1971 vrijgesteld werd van arbeid krijgt dienstvrijstelling.
   Voor het contractueel personeelslid wordt deze afwezigheid geregeld op grond van de arbeidswet en gelijkgesteld met dienstactiviteit zonder doorbetaling van het salaris.]1

  
Art. 10.81 bis. [1 A la demande du membre du personnel, le manager de ligne peut accorder un congé de faveur standardisé. Lors de l'octroi du congé, le manager de ligne fait une évaluation entre les intérêts de l'organisation et les intérêts du membre du personnel.
   Le congé de faveur standardisé peut être accordé tant par jours individuels que pour une période plus longue, consécutive ou non.
   Le manager de ligne peut décider de reporter la prise du congé de trois mois au maximum. Si le membre du personnel n'en est pas d'accord, le congé est refusé de facto, sauf si le membre du personnel et le manager de ligne parviennent à un accord.
   Le congé de faveur standardisé est assimilé à une période d'activité de service. Pendant le congé de faveur standardisé, le membre du personnel n'a pas droit au traitement.]1

  
Art. 10.80bis. [1 Een personeelslid krijgt gedurende zijn volledige loopbaan bij de diensten van de Vlaamse overheid twintig dagen dienstvrijstelling voor medische onderzoeken en psychologische begeleiding in het kader van transgenderzorg.]1
TITRE XIV. - Dispositions transitoires.
Art. 10.81. § 1. De lijnmanager bepaalt de wijze van aanvragen en opnemen van de dienstvrijstellingen. Het arbeidsreglement bepaalt de vereiste attesten tot staving van de afwezigheid of aanvraag.
  § 2. De lijnmanager beslist over de toekenning van andere niet in dit besluit vermelde dienstvrijstellingen.
  [1 § 3. De dienstvrijstellingen worden met dienstactiviteit gelijkgesteld.]1
  
Art. 10.82. La situation du crédit de maladie constitué au sein de l'entité d'origine le jour avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, est maintenue au sein des services des autorités flamandes.
TITEL XIIIbis. [1 - Gestandaardiseerd gunstverlof]1
Art. 10.83. Par application de l'article X 25, § 4, le régime applicable avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté au pilote ayant la fonction générale ou la fonction de second ou de capitaine du bateau-pilote, est maintenu jusqu'à ce que le Ministre fonctionnel fait valoir sa compétence en la matière.
Art. 10.81 bis. [1 De lijnmanager kan op vraag van het personeelslid een gestandaardiseerd gunstverlof toekennen. Bij de toekenning van het verlof maakt de lijnmanager een afweging tussen de belangen van de organisatie en de belangen van het personeelslid.
   Het gestandaardiseerd gunstverlof kan zowel met losse dagen, als voor een langere al dan niet aaneengesloten periode worden toegekend.
   De lijnmanager kan beslissen dat de opname van het verlof met maximaal drie maanden wordt uitgesteld. Als het personeelslid hiermee niet akkoord gaat, dan wordt het verlof defacto geweigerd, tenzij personeelslid en lijnmanager tot een overeenkomst komen.
   Het gestandaardiseerd gunstverlof wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld. Tijdens het gestandaardiseerd gunstverlof heeft het personeelslid geen recht op salaris.]1

  
Art. 10.84. § 1er. [1 ...]1
  § 2. Les conventions conclues ou les dispositions réglementaires d'application avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et portant sur des régimes des conditions de travail s'appliquant à des membres du personnel mis à la disposition d'un autre employeur, sont maintenues.
  
TITEL XIV. - Overgangsbepalingen.
Art. 10.85. Les congés pour mission accordés avant la date d'entrée en vigueur du présent arrête sont continués aux conditions applicables au moment de l'octroi.
Art. 10.82. De stand van het ziektekrediet op de dag vóór inwerkingtreding van dit besluit opgebouwd binnen de entiteit van oorsprong blijft behouden binnen de diensten van de Vlaamse overheid.
Art. 10.86. La période de congés non payés de 5 ans, visée à l'article X 62, § 1er, 2°, est réduite des périodes similaires de congés non payés que le fonctionnaire avait obtenues en vertu du statut dont il relevait avant l'entrée en vigueur du présent arrête.
Art. 10.83. In toepassing van artikel X 25, § 4 blijft de regeling die geldt vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit voor de loods met de algemene functie of met de functie van stuurman of kapitein van de loodsboot, behouden, tot de functionele minister van zijn bevoegdheid gebruik maakt.
Art. 10.87. Le membre du personnel auquel un congé avait été accordé conformément à la réglementation en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, bénéficie de ce congé jusqu'à la fin de la période pour laquelle le congé était accordé, sans pouvoir le prolonger, conformément à l'ancienne réglementation.
Art. 10.84. § 1. [1 ...]1
  § 2. De overeenkomsten die afgesloten werden of de reglementaire bepalingen die van toepassing waren voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit inzake arbeidsvoorwaardenregelingen van toepassing op personeelsleden ingezet ten behoeve van een andere werkgever, blijven behouden.
  
Art. 10.88. Le fonctionnaire qui s'est engagé par écrit à une interruption de carrière à mi-temps jusqu'à l'âge de la retraite, peut retirer cet engagement écrit.
Art. 10.85. De verloven voor opdracht die toegekend werden vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden verdergezet onder de voorwaarden die van toepassing waren bij de toekenning.
Art. 10.89. [1 § 1er. Le membre du personnel qui est transféré, le 16 novembre 2010, 1er décembre 2010 ou 1er janvier 2011, du Service public fédéral Finances [2 ou, le 1er janvier 2014, du Jardin botanique national de Belgique]2 [3 ou à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat]3 [5 ou à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces]5 et qui bénéficie au moment du transfert d'un régime de congé qui lui est octroyé par l'autorité fédérale [5 ou l'autorité provinciale]5 et qui existe également auprès des services de l'autorité flamande, continue à bénéficier de ce congé jusqu'à la date finale normale du congé.
   § 2. Le membre du personnel qui est transféré, le 1er janvier 2011, du Service public fédéral Finances ne peut transférer les jours de congé non pris de l'année 2010 auprès de l'autorité fédérale au congé de vacances pour l'année 2011 auprès des services de l'autorité flamande.]1

  [3 § 3. Le membre du personnel qui est transféré, à partir du 1er janvier 2015, dans le cadre d'une réforme de l'Etat [5 ou à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces]5, ne peut reporter les jours de congé non pris auprès de l'autorité fédérale [5 ou de l'autorité provinciale]5 au congé de vacances auprès des services de l'Autorité flamande.
   § 4. Par dérogation au § 3, le membre du personnel que est transféré, à partir du 1er janvier 2015, dans le cadre d'une réforme de l'Etat et qui a du effectuer des prestations dans la période du 25 décembre 2014 au 1er janvier 2015 inclus, peut reporter les jours de congé de remplacement ainsi épargnés au congé de vacances auprès de l'Autorité flamande.
   § 5. Pour ce qui est du fonctionnaire étant transféré à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat [5 ou à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces]5, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie s'étant produits depuis le 1er janvier 1994, sont imputés au contingent de maladie visé à l'article X 20.
   Pour ce qui est du fonctionnaire étant transféré à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'une réforme de l'Etat [5 ou à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces]5, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie s'étant produits depuis le 60e anniversaire du fonctionnaire sont imputés au contingent de maladie visé à l'article XI 7.]3

  [4 Pour ce qui est du fonctionnaire transféré à partir du 1er juillet 2016 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie qu'il totalise depuis son 62e anniversaire sont imputables sur le contingent de jours de maladie visé à l'article XI 7.
   Pour ce qui est du fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2017 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie qu'il totalise depuis son 62,5e anniversaire sont imputables sur le contingent de jours de maladie visé à l'article XI 7.
   Pour ce qui est du fonctionnaire transféré à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre d'une réforme de l'Etat, le congé de maladie et la disponibilité pour cause de maladie qu'il totalise depuis son 63e anniversaire sont imputables sur le contingent de jours de maladie visé à l'article XI 7.]4

  [6 § 6. Pour les membres du personnel qui sont transférés à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces, par un contrat de travail à durée déterminée ou par un contrat de remplacement, l'emploi auprès de la province est pris en compte pour le calcul des deux années visées aux articles X 25, X 25bis et X62.]6
  
Art. 10.86. De periode van onbetaald verlof van 5 jaar, vermeld in artikel X 62, § 1, 2°, wordt verminderd met de gelijkaardige periodes van onbetaald verlof die de ambtenaar verkreeg krachtens de rechtspositie waaronder hij vóór de inwerkingtreding van dit besluit ressorteerde.
Art. 10.90. [1 La procédure de déclaration d'inaptitude médicale qui est entamée pour un fonctionnaire transféré du Jardin botanique national de Belgique [2 et à partir du 1er janvier 2015 dans le cadre d'un réforme de l'Etat]2 [3 ou à partir du 1er janvier 2018 dans le cadre de la rationalisation des provinces]3 auprès du service médical fédéral compétent pour la déclaration d'inaptitude définitive, est poursuivie après le transfert.]1
  
Art. 10.87. Het personeelslid aan wie een verlof was toegestaan overeenkomstig de reglementering van kracht vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, geniet dit verlof tot het einde van de periode waarvoor het was toegestaan zonder het te kunnen verlengen overeenkomstig de oude reglementering.
Art. 10.91. [1 Les fonctionnaires du Conseil consultatif stratégique pour l'agriculture et la pêche qui sont transférés au SERV (Conseil socio-économique de Flandre) dans le cadre de la réforme des conseils consultatifs stratégiques conservent leur droit de retour aux services des autorités flamandes par le biais des procédures du marché interne de l'emploi, pour lequel ils peuvent introduire leur candidature.
   Pour l'application de cette disposition, ils sont censés faire partie du [2 domaine politique Chancellerie, Gouvernance publique, Affaires étrangères et Justice.]2]1

  
Art. 10.88. De ambtenaar die zich schriftelijk heeft verbonden tot halftijdse loopbaanonderbreking tot aan de pensioenleeftijd, kan die schriftelijke verbintenis intrekken.
Art. 10.92. [1 § 1er. L'interruption de carrière sous le régime général, qui a été commencée avant le 2 septembre 2016, est poursuivie jusqu'à la date de fin prévue, conformément aux dispositions applicables au moment de l'octroi de l'interruption de carrière.
   § 2. L'interruption de carrière à temps partiel jusqu'à la retraite, qui a été commencée avant le 2 septembre 2016, est poursuivie, conformément aux dispositions applicables au moment de l'octroi de l'interruption de carrière.
   Un membre du personnel dont l'interruption de carrière à temps partiel jusqu'à la retraite a débuté avant le 2 septembre 2016 et qui arrête cette interruption de carrière après le 1 septembre 2016 pour prendre un congé palliatif conformément à l'article X.32, peut reprendre son interruption de carrière à temps partiel jusqu'à la retraite après la fin du congé palliatif.]1

  [3 Un membre du personnel dont l'interruption de carrière à temps partiel jusqu'à la retraite a débuté avant le 2 septembre 2016 et qui modifie le pourcentage d'interruption de l'interruption de carrière pour reprendre son emploi ou pour travailler plus à la suite de la crise du coronavirus et qui renoue avec l'interruption de carrière par après, dans le délai du [4 16 mars 2020 au 30 juin 2020 ou du 3 mai 2021 au 31 août 2021]4, peut reprendre son interruption de carrière à temps partiel jusqu'à la retraite, après expiration de cette période.]3
  [2 § 3. Le membre du personnel qui a été transféré de l'ONEM au VDAB le 1er janvier 2017 dans le cadre de la sixième réforme de l'Etat, peut continuer après ce transfert l'interruption de carrière, régime général, et l'interruption de carrière à temps partiel jusqu'à la retraite qui étaient effectivement en cours le 31 décembre 2016 jusqu'à la date de fin prévue, conformément aux dispositions applicables au moment de l'octroi de l'interruption de carrière.]2
  [5 § 4. Les membres du personnel mentionnés aux paragraphes 2 et 3, peuvent, avec l'accord préalable du supérieur hiérarchique, sélectionner l'une des options suivantes :
   1° interrompre temporairement l'interruption de carrière à temps partiel jusqu'à la pension pour reprendre le travail à temps plein ;
   2° convertir temporairement la réduction des prestations de travail dans le cadre de l'interruption de carrière à temps partiel jusqu'à la pension en une réduction des prestations de travail d'un cinquième d'un emploi à temps plein.
   La durée minimale de l'interruption ou de la conversion, mentionnées à l'alinéa 1er, est toujours d'un mois.
   Pendant la période d'interruption ou de conversion susmentionnée, le membre du personnel ne peut réduire ou interrompre à temps plein ses prestations de travail.]5

  
Art. 10.89. [1 § 1. Het personeelslid dat op 16 november 2010, 1 december 2010 of 1 januari 2011 overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën [2 of op 1 januari 2014 van de Nationale Plantentuin van België]2 [3 of vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming]3 [5 of vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies]5 en dat op het ogenblik van de overheveling geniet van een hem door de federale overheid [5 of provinciale overheid]5 toegekend verlofstelsel dat ook bij de diensten van de Vlaamse overheid bestaat, blijft dat verlof verder genieten tot de normale einddatum van het verlof.
   § 2. Het personeelslid dat op 1 januari 2011 overgeheveld is van de Federale Overheidsdienst Financiën kan de niet-opgenomen vakantiedagen van het jaar 2010 bij de federale overheid niet overdragen naar het vakantieverlof voor het jaar 2011 bij de diensten van de Vlaamse overheid.]1

  [3 § 3. Het personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming [5 of vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies]5 overgeheveld wordt kan de niet-opgenomen vakantiedagen bij de federale overheid [5 of provinciale overheid]5 niet overdragen naar het vakantieverlof bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   § 4. In afwijking van § 3 kan het personeelslid dat vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming overgeheveld wordt en in de periode van 25 december 2014 tot en met 1 januari 2015 prestaties diende te leveren, de daardoor opgebouwde vervangende vakantiedagen overdragen naar het vakantieverlof bij de diensten van de Vlaamse overheid.
   § 5. Op het ziektecontingent vermeld in artikel X 20 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming [5 of vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies]5 wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds 1 januari 1994 voordeed.
   Op het ziektecontingent vermeld in artikel XI 7 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming [5 of vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies]5 wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds de 60ste verjaardag van de ambtenaar voordeed.]3

  [4 Op het ziektecontingent vermeld in artikel XI 7 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 juli 2016 in het kader van een staatshervorming wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds de 62ste verjaardag van de ambtenaar voordeed.
   Op het ziektecontingent vermeld in artikel XI 7 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 januari 2017 in het kader van een staatshervorming wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds de 62,5de verjaardag van de ambtenaar voordeed.
   Op het ziektecontingent vermeld in artikel XI 7 wordt voor wat betreft de ambtenaar die vanaf 1 januari 2018 in het kader van een staatshervorming wordt overgeheveld het ziekteverlof en de disponibiliteit wegens ziekte aangerekend dat zich sinds de 63ste verjaardag van de ambtenaar voordeed.]4

  [6 § 6. Voor de personeelsleden die vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies worden overgeheveld met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur of met een vervangingsovereenkomst telt voor de berekening van de twee jaar vermeld in de artikelen X 25, X 25bis en X 62 de tewerkstelling bij de provincie mee.]6
  
Art. 10.93. [1 Les congés qui commençaient effectivement avant le 1er janvier 2018 continuent jusqu'à la date de fin accordée, conformément au règlement repris à la partie X, qui était applicable lors de l'octroi du congé.
   Les contrats de travail partiellisés qui commençaient avant le 1er janvier 2018 restent soumis au règlement applicable au moment de la partiellisation.]1

  
Art. 10.90. [1 De procedure tot medische ongeschiktheidsverklaring die voor een van de Nationale Plantentuin van België [2 en de vanaf 1 januari 2015 in het kader van een staatshervorming]2 [3 of vanaf 1 januari 2018 in het kader van de afslanking van de provincies]3 overgehevelde ambtenaar is opgestart bij de federale medische dienst bevoegd voor de definitieve ongeschiktheidsverklaring, wordt na de overheveling voortgezet.]1
  
Art. 10.94. [1 § 1er. Le congé pour prestations à temps partiel qui était pris ou commençait avant le 1er janvier 2018 n'est pas imputé aux soixante mois visés à l'article X 25, § 1er.
   § 2. Le congé non payé pris par mois entiers qui était pris ou commençait avant le 1er janvier 2018, est imputé aux soixante mois visés à l'article X 62, § 1er, 2°. Il ne sera pas imputé aux douze mois visés à l'article X 62, § 1er, 3°.]1

  
Art. 10.91. [1 De ambtenaren van de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij die worden overgedragen aan de SERV in het kader van de hervorming van de strategische adviesraden behouden hun recht op terugkeer naar de diensten van de Vlaamse overheid via de procedures van de interne arbeidsmarkt waarvoor zij kunnen meedingen.
   Voor de toepassing van deze bepaling worden ze geacht deel uit te maken van het [2 beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie]2]1
.
  
Art. 10.95. [1 Un recours contre le refus d'un congé pour prestations à temps partiel assimilé à une faveur, ou d'un congé non payé assimilé à une faveur, qui était introduit auprès du conseil de recours avant le 31 décembre 2017 mais qui n'était pas encore traité le 31 décembre 2017, est continué après cette date.]1
  
Art. 10.92. [1 § 1. De loopbaanonderbreking, algemeen stelsel, die werd aangevat voor 2 september 2016 loopt verder tot de geplande einddatum overeenkomstig de bepalingen die golden op het moment van de toekenning van de loopbaanonderbreking.
   § 2. De deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen die werd aangevat voor 2 september 2016 loopt verder overeenkomstig de bepalingen die golden op het moment van de toekenning van de loopbaanonderbreking.
   Een personeelslid wiens deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen voor 2 september 2016 aanvatte en die deze loopbaanonderbreking na 1 september 2016 stopzet om overeenkomstig artikel X 32 palliatief verlof op te nemen, kan zijn deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen na afloop van het palliatief verlof terug opnemen. ]1

  [3 Een personeelslid wiens deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen voor 2 september 2016 aanvatte en die het onderbrekingspercentage van de loopbaanonderbreking wijzigt om zijn tewerkstelling te hervatten of meer te gaan werken ingevolge de coronacrisis en nadien de loopbaanonderbreking hervat, binnen de periode van [4 16 maart 2020 tot en met 1 juli 2020 of 3 mei 2021 tot en met 31 augustus 2021]4, kan zijn deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen na afloop van deze periode terug opnemen.]3
  [2 § 3. Het personeelslid dat op 1 januari 2017 in het kader van de zesde staatshervorming van de RVA naar de VDAB werd overgeheveld, kan de loopbaanonderbreking algemeen stelsel en de deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen die op 31 december 2016 effectief liepen, na overdracht verderzetten tot en met de voorziene einddatum en dit overeenkomstig de bepalingen die golden op het moment van de toekenning van de loopbaanonderbreking.]2
  [5 § 4. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 2 en 3, kunnen na voorafgaand akkoord van de lijnmanager een van de volgende opties kiezen:
   1° de deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen tijdelijk stopzetten om weer voltijds te werken;
   2° hun vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan het pensioen tijdelijk omzetten in een vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde van een voltijds ambt.
   De minimumduur van de stopzetting of de omzetting, vermeld in het eerste lid, bedraagt altijd één maand.
   Tijdens de voormelde periode van de stopzetting of de omzetting kan het personeelslid de arbeidsprestaties niet verminderen of voltijds onderbreken.]5

  
Art. 10.96. [1 Les prestations à temps partiel pour cause de maladie accordées par l'organisme de contrôle avant le 1er juin 2019 et qui ont une date de fin après le 31 mai 2019 continuent à courir jusqu'à la date de fin prévue et ce conformément au régime en vigueur lors de l'octroi. Une prorogation est accordée conformément au régime applicable à partir du 1er juin 2019. "
   Les prestations à temps partiel pour cause de maladie qui ont été effectuées conformément au régime en vigueur avant le 1er juillet 2019 ne s'appliquent pas aux six mois visés à l'article X 22, § 2.]1

  
Art. 10.93. [1 De verloven die voor 1 januari 2018 effectief aanvingen, blijven overeenkomstig de regeling, opgenomen in deel X, die gold bij toekenning van het verlof doorlopen tot en met de toegestane einddatum.
   Op de verdeeltijdste arbeidsovereenkomst die voor 1 januari 2018 aanvingen, blijft de regeling die gold op het moment van de verdeeltijdsing van kracht.]1

  
Art. 10.97. [1 § 1. Pendant la période du 1 mai 2020 au [2 30 septembre 2020]2, un membre du personnel peut prendre un congé parental corona avec l'accord de son supérieur hiérarchique.
   Ce congé parental corona est pris avec :
   1° soit une réduction des prestations de travail à la moitié d'un emploi à temps plein ;
   2° soit une réduction des prestations de travail à temps plein d'un cinquième.
   Pour pouvoir prendre ce congé parental corona, le membre du personnel contractuel doit être employé avec :
   1° un contrat de travail qui représente au moins les trois quarts d'un emploi à temps plein si le membre du personnel contractuel veut prendre le congé parental corona avec réduction de moitié des prestations de travail ;
   2° un contrat de travail à temps plein si le membre du personnel contractuel souhaite prendre le congé parental corona avec une réduction d'un cinquième des prestations de travail.
  [3 Par dérogation au deuxième alinéa, le congé parental corona peut être pris avec interruption complète de la carrière dans l'un des cas suivants :
   1° l'enfant est un enfant handicapé tel que visé au paragraphe 2, deuxième et troisième alinéas ;
   2° le membre du personnel est un parent isolé.
   Par parent isolé on entend une personne qui vit exclusivement avec un ou plusieurs enfants à charge.
   Par dérogation au troisième alinéa, le membre du personnel contractuel qui n'est pas employé sous contrat de travail à temps plein peut également prendre l'interruption complète prévue au quatrième alinéa.]3

   § 2. Le membre du personnel peut prendre ce congé parental corona à l'occasion de :
   1° la naissance de son enfant, jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de 12 ans ;
   2° l'adoption de son enfant, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a sa résidence, et ce jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de 12 ans ;
   3° la désignation comme parent d'accueil par le tribunal ou par un service agréé par la communauté, et ce jusqu'à ce que l'enfant atteigne l'âge de 12 ans.
   La limite d'âge visée au premier alinéa est de 21 ans si l'enfant est handicapé.
   Par dérogation au premier alinéa, il n'y a pas de limite d'âge pour un enfant ou un adulte handicapé pris en charge par ses parents s'il bénéficie de services ou de traitements intra ou extra muros, organisés ou agréés par les Communautés.
   § 3. Le congé parental corona est pris comme suit :
   1° soit en une ou plusieurs périodes d'un mois, consécutives ou non ;
   2° soit en une ou plusieurs périodes d'une semaine, consécutives ou non ;
   3° soit une combinaison de 1° et 2°.
   § 4. Un membre du personnel peut, avec l'accord de son supérieur hiérarchique, convertir un congé parental, un congé pour prestations à temps partiel, des prestations à temps partiel en raison d'une maladie chronique ou d'un handicap, un congé pour assistance médicale, un congé palliatif ou un crédit-soins en cours en congé parental corona. Si la durée prévue du congé en cours dépasse le [2 ]2, le congé en cours est repris à partir du [2 1 octobre 2020]2 jusqu'à la date de fin initialement demandée.
   Le congé parental corona ne peut être combiné en même temps avec d'autres réductions des prestations de travail.
   § 5. Le congé parental corona est assimilé à une période d'activité de service. Pendant le congé parental corona, le membre du personnel n'a pas droit au maintien du paiement de traitement.
   § 6. Le congé parental corona n'est comptabilisé dans le maximum prévu à l'article X 36.
   La période pendant laquelle un congé parental, un congé pour assistance médicale, un congé palliatif ou un crédit-soins en cours est converti en congé parental corona n'est pas comptabilisée dans les maximums indiqués aux articles X 28, § 1, X 32, X 34 et X 36.
   Le membre du personnel peut prendre ultérieurement la période restante du congé parental, du congé pour assistance médicale, du congé palliatif ou du crédit-soins converti, même si cette période restante ne correspond pas à la durée minimale du congé prévue aux articles X 28, § 2, X 32, X 34 et X 36.]1
-
  (NOTE : L'article 10.97 du même arrêté, à l'exception du paragraphe 6, est abrogé à compter du [4 1 octobre 2020]4)
  
Art. 10.94. [1 § 1. Het verlof voor deeltijdse prestaties dat voor 1 januari 2018 werd opgenomen of aanvatte, wordt niet aangerekend op de zestig maanden vermeld in artikel X 25, § 1.
   § 2. Het met volledige maanden opgenomen onbetaald verlof dat voor 1 januari 2018 werd opgenomen of aanvatte, wordt aangerekend op de twaalf maanden vermeld in artikel X 62, § 1, 2°. Het wordt niet aangerekend op de twaalf maanden vermeld in artikel X 62, § 1, 3°.]1

  
Art. 10.98. [1 § 1. Lorsqu'une solution dans le cadre du travail indépendant du lieu et du temps ou toute autre possibilité de congé n'est pas possible, le membre du personnel ouvre un droit au congé [2 dans les cas visés à l'article 8, premier alinéa, 1° et 2° de la loi du [...] portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19]2 :
   1° [2 ...]2
   2° [2 ...]2
   Le congé visé à l'alinéa premier vaut pendant toute la période sur laquelle porte l'attestation ou la recommandation visées à l'alinéa trois, 2°.
   Le membre du personnel peut bénéficier du congé visé au premier alinéa si le membre du personnel remplit toutes les conditions suivantes :
   1° le membre du personnel informe immédiatement le manager de ligne ;
   2° le membre du personnel remet immédiatement l'un des documents suivants au manager de ligne :
   a) une attestation médicale confirmant la mise en quarantaine ou l'isolement de l'enfant ;
   b) une recommandation de quarantaine ou d'isolement émise par l'organisme compétent ;
   c) une attestation de la crèche, de l'école ou du centre d'accueil pour personnes handicapées confirmant la fermeture de l'établissement ou de la classe en question à la suite d'une mesure de lutte contre la propagation du coronavirus SARS-CoV-2. Cette attestation indique la période durant laquelle la fermeture s'applique.
   Si le membre du personnel cohabite avec l'autre parent de l'enfant, une seule de ces personnes peut prendre, pour la même période, le congé visé au présent article ou le congé visé à l'article 2 de la loi du 23 octobre 2020 étendant aux travailleurs salariés le bénéfice du régime du chômage temporaire pour force majeure corona dans les cas où il est impossible pour leur enfant de fréquenter la crèche, l'école ou un centre d'accueil pour personnes handicapées.
   § 2. Le congé visé au paragraphe 1 est assimilé à une activité de service.
   Pendant le congé visé au paragraphe premier, le fonctionnaire a droit à une rémunération égale à 80 % du traitement brut sur base annuelle.
   Pour l'application de l'alinéa deux le traitement brut sur base annuelle est limité à 21 000 euros à 100 %.
   Un membre du personnel contractuel n'a pas droit au traitement pendant le congé visé au paragraphe 1.]1

  
Art. 10.96. [1 De deeltijdse prestaties wegens ziekte die door het controleorgaan werden toegekend voor 1 juni 2019 en die een einddatum hebben na 31 mei 2019 blijven doorlopen tot en met de voorziene einddatum en dit overeenkomstig de regeling die gold bij toekenning. Een verlenging gebeurt overeenkomstig de regeling die geldt vanaf 1 juni 2019."
   De deeltijdse prestaties wegens ziekte die werden opgenomen overeenkomstig de regeling die gold voor 1 juli 2019 worden niet aangerekend op de zes maanden vermeld in artikel X 22, § 2.]1

  
Art. 10.99. [1 Pour les naissances ayant eu lieu avant le 1er janvier 2021, le congé de naissance qui était applicable au jour de la naissance continue à s'appliquer.]1
  
Art. 10.97. [1 § 1. Tijdens de periode die loopt van 1 mei 2020 tot en met [2 30 september 2020]2 kan een personeelslid die beschikt over een akkoord van de lijnmanager corona-ouderschapsverlof opnemen.
   De opname van dit corona-ouderschapsverlof gebeurt met ofwel:
   1° een vermindering van de arbeidsprestaties tot de helft van een voltijdse betrekking;
   2° een vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met een vijfde;
   Om dit corona-ouderschapsverlof op te kunnen nemen, moet het contractueel personeelslid tewerkgesteld zijn met:
   1° een arbeidsovereenkomst die minimaal drie vierde van een voltijdse betrekking bedraagt als het contractueel personeelslid het corona ouderschapsverlof wil opnemen met de vermindering van de arbeidsprestaties met de helft;
   2° een voltijdse arbeidsovereenkomst als het contractueel personeelslid het corona ouderschapsverlof wil opnemen met een vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde.
  [3 In afwijking van het tweede lid kan het corona-ouderschapsverlof worden opgenomen met een volledige onderbreking van de loopbaan als ofwel:
   1° het kind een gehandicapt kind is zoals bepaald in paragraaf 2, tweede en derde lid
   2° het personeelslid een alleenwonende ouder is.
   Onder alleenwonende ouder wordt verstaan, de persoon die uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft."
   In afwijking van het derde lid kan ook een contractueel personeelslid die niet met een voltijdse arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld de volledige onderbreking zoals bepaald in het vierde lid opnemen.]3

   § 2. Het personeelslid kan dit corona ouderschapsverlof opnemen naar aanleiding van:
   1° de geboorte van zijn kind tot zijn kind 12 jaar wordt;
   2° de adoptie van zijn kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, en dit tot het kind 12 jaar wordt;
   3° de aanstelling als pleegouder door de rechtbank of door een door de gemeenschap erkende dienst, en dit uiterlijk tot het kind 12 jaar wordt.
   De leeftijdsgrens vermeld in het eerste lid bedraagt 21 jaar indien het kind gehandicapt is.
   In afwijking van het eerste lid is er geen leeftijdgrens indien een kind of volwassene met een handicap opgevangen wordt door zijn ouders indien hij geniet van een intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen.
   § 3. De opname van het corona-ouderschapsverlof gebeurt als volgt:
   1° hetzij in één of meerdere, al dan niet aansluitende, perioden van één maand;
   2° hetzij in één of meerdere, al dan niet aaneensluitende, perioden van een week;
   3° hetzij een combinatie van 1° en 2°.
   § 4. Een personeelslid kan mits akkoord van de lijnmanager een lopend ouderschapsverlof, verlof voor deeltijdse prestaties, deeltijdse prestaties wegens chronische ziekte of handicap, medisch bijstandsverlof, palliatief verlof of zorgkrediet omzetten in corona-ouderschapsverlof. Indien het lopend verlof een voorziene duurtijd heeft tot na [2 30 september 2020]2, dan wordt het lopend verlof vanaf [2 1 oktober 2020]2 hernomen tot de oorspronkelijk aangevraagde einddatum.
   Het corona-ouderschapsverlof kan op hetzelfde moment niet gecombineerd worden met andere verminderingen van de arbeidsprestaties.
   § 5. Het corona-ouderschapsverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Tijdens het corona-ouderschapsverlof heeft het personeelslid geen recht op een doorbetaling van het salaris.
   § 6. Het corona-ouderschapsverlof wordt niet aangerekend op het maximum voorzien in artikel X 36.
   De periode gedurende welke een lopend ouderschapsverlof, medisch bijstandsverlof, palliatief verlof of zorgkrediet wordt omgezet naar corona-ouderschapsverlof wordt niet aangerekend op de maxima vermeld in artikel X 28, § 1, X 32, X 34 en X 36.
   Het personeelslid kan de resterende duur van het omgezette ouderschapsverlof, medisch bijstandsverlof, palliatiefverlof of zorgkrediet op een later moment opnemen, ook als deze resterende duur niet voldoet aan de minimale duur van het verlof zoals voorzien in artikel X 28, § 2, X 32, X 34 en X 36.]1
Art. 10.100. [1 Les congés sans solde d'office entamés avant le 1er juin 2024 continuent à courir conformément aux régimes en vigueur lors de l'octroi du congé. ]1
  
  (NOTA : Artikel 10.97 van hetzelfde besluit, met uitzondering van paragraaf 6, wordt opgeheven met ingang van <span class="reference text-[var(--ref-4)]" data-controller="reference-highlight" data-ref-number="4" data-action="mouseenter->reference-highlight#highlight mouseleave->reference-highlight#unhighlight">[4 1 oktober 2020]4.)
  
-
Art. 10.98.[1 § 1. Als een oplossing binnen het PTOW-kader of alle andere verlofmogelijkheden niet mogelijk is, opent voor het personeelslid een recht op verlof [2 in de gevallen vermeld in artikel 8, eerste lid, 1° en 2° van de wet van [...] houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19 pandemie]2:
PARTIE XI. [1 Fin de l'emploi ]1
Art. 10_98.TOEKOMSTIG_RECHT.
Titre 1er. [1Titre 1er. Le régime de licenciement pour le fonctionnaire ]1
Art. 10.99. [1 Op de geboortes die plaatsvonden vóór 1 januari 2021 blijft het geboorteverlof van toepassing dat gold op de dag van de geboorte.]1
  
Art. 11.1. [1 § 1er. Il ne peut être mis fin à la qualité de fonctionnaire que dans les cas mentionnés dans le présent arrêté et dans la législation sur les pensions.
   L'autorité investie du pouvoir de nomination ou le fonctionnaire peut mettre fin à l'emploi en application du présent article au plus tôt à compter du premier jour du mois suivant celui au cours duquel le fonctionnaire atteint l'âge légal de la pension.
   Les articles XI 6 et XI 8, § 2 à § 5, s'appliquent.
   Si l'autorité investie du pouvoir de nomination met fin à l'emploi en application de l'alinéa 2, le délai de préavis est, par dérogation à l'article XI 8, § 4 et § 5, alinéa 3, de vingt-six semaines au maximum. Par dérogation à l'article XI 8bis, l'autorité investie du pouvoir de nomination ne peut pas faire usage de la possibilité de rendre la démission effective immédiatement moyennant le paiement d'une indemnité de rupture.
   Pour les [2 fonctions de management du niveau N]2, le directeur général et le chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, l'emploi est terminé par l'autorité de recrutement.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les fonctionnaires qui atteignent l'âge de la retraite entre le 1er juin 2024 et le 30 novembre 2024 seront soumis au régime tel qu'il était en vigueur au 31 mai 2024.]1

  
Art. 10.100. [1 De ambtshalve onbetaalde verloven die zijn aangevat vóór 1 juni 2024 lopen verder overeenkomstig de regelingen die golden bij de toekenning van het verlof.]1
  
Art. 11.2. [1 En ce qui concerne le fonctionnaire admis au stage pour la première fois ou nommé sur la base d'une procédure de sélection statutaire publiée avant le 1er juin 2024, la suppression de son emploi ne donne pas lieu à la perte de la qualité de fonctionnaire ou au licenciement.]1
  Le fonctionnaire dont l'emploi est supprimé reçoit une désignation adéquate au sein du marché interne de l'emploi.
  Le fonctionnaire maintient son traitement, ses revendications à l'avancement de grade, d'échelle de traitement et de traitement.
  
DEEL XI. [1 Einde van de tewerkstelling]1
Art. 11.3.[1 Il est mis fin d'office et sans préavis à la qualité de fonctionnaire pour :
Titel I. [1De ontslagregeling voor de ambtenaar]1
Art. 11.4.§ 1er. Le fonctionnaire dont la nomination irrégulière au cas visé au XI 3, 1°, n'est pas due à un cas de fraude ou de dol dans son chef, reçoit une indemnité de rupture qui [1 est calculée conformément à l'article XI 8bis]1.
Art. 11.1. [1 § 1 De hoedanigheid van ambtenaar kan alleen worden beëindigd in de gevallen, vermeld in dit besluit en in de pensioenwetgeving.
   De benoemende overheid of de ambtenaar kan de tewerkstelling met toepassing van dit artikel op zijn vroegst beëindigen met uitwerking vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de ambtenaar de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.
   Artikel XI 6 en XI 8, § 2 tot en met § 5, zijn van toepassing.
   Als de benoemende overheid de tewerkstelling beëindigt met toepassing van het tweede lid, bedraagt de opzeggingstermijn, in afwijking van artikel XI 8, § 4 en § 5, derde lid, maximaal 26 weken. In afwijking van artikel XI 8bis kan de benoemende overheid geen gebruik maken van de mogelijkheid om het ontslag met onmiddellijke uitwerking te laten ingaan mits betaling van een verbrekingsvergoeding.
   Bij de [2 managementfuncties van N-niveau]2, de algemeen directeur en het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad wordt de tewerkstelling beëindigd door de in dienst nemende overheid.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 geldt voor de ambtenaren die tussen 1 juni 2024 en 30 november 2024 de pensioengerechtigde leeftijd bereiken de regeling zoals deze van kracht was op 31 mei 2024.]1

  
Art. 11.5. Entraînent la cessation définitive des fonctions :
  1° la démission volontaire;
  2° la mise à la retraite suite à [2 ...]2 l'inaptitude médicale;
  3° [1 le licenciement à la suite de deux évaluations qualifiées d' " insuffisant ", tel que prévu à l'article XI 8.]1
  Les dispositions du point 3° du présent article sont également applicables au fonctionnaire stagiaire.
  
Art. 11.2. [1 Voor de ambtenaar die voor het eerst werd toegelaten tot de proeftijd of benoemd op basis van een statutaire selectieprocedure die voor 1 juni 2024 werd gepubliceerd, geeft de afschaffing van zijn betrekking geen aanleiding geven tot het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar of tot ontslag.]1
  De ambtenaar van wie de betrekking wordt afgeschaft krijgt een passende dienstaanwijzing binnen de interne arbeidsmarkt.
  De ambtenaar behoudt zijn salaris, zijn aanspraken op bevordering in graad, in salarisschaal en in salaris.
  
Art. 11.6. [1 § 1. Un fonctionnaire qui démissionne volontairement doit notifier sa décision par écrit à l'autorité ayant compétence de nomination.
   Outre la décision de démission volontaire, la notification écrite visée à l'alinéa 1er indique la date de début et la durée du délai de préavis à respecter par le fonctionnaire.
   La démission volontaire en tant que fonctionnaire entre en vigueur à l'expiration d'un délai de préavis, sans préjudice du § 2.
   Le délai de préavis commence à courir le lundi suivant la semaine au cours de laquelle la démission volontaire a été notifiée par écrit à l'autorité ayant compétence de nomination.
   Le délai de préavis à respecter par le fonctionnaire est le suivant :
-
Ancienneté auprès des services de l'Autorité flamande délai de préavis
De 0 à moins de trois mois 1 semaine
De trois mois à moins de six mois 2 semaines
De six mois à moins de douze mois 3 semaines
De 12 mois à moins de 18 mois 4 semaines
De 18 mois à moins de 24 mois 5 semaines
De 2 ans à moins de 4 ans 6 semaines
De 4 ans à moins de 5 ans 7 semaines
De 5 ans à moins de 6 ans 9 semaines
De 6 ans à moins de 7 ans 10 semaines
De 7 ans à moins de 8 ans 12 semaines
A partir de 8 ans 13 semaines
Ancienneté auprès des services de l'Autorité flamande délai de préavisDe 0 à moins de trois mois 1 semaineDe trois mois à moins de six mois 2 semainesDe six mois à moins de douze mois 3 semainesDe 12 mois à moins de 18 mois 4 semainesDe 18 mois à moins de 24 mois 5 semainesDe 2 ans à moins de 4 ans 6 semainesDe 4 ans à moins de 5 ans 7 semainesDe 5 ans à moins de 6 ans 9 semainesDe 6 ans à moins de 7 ans 10 semainesDe 7 ans à moins de 8 ans 12 semainesA partir de 8 ans 13 semaines
Pour la détermination de l'ancienneté dans le cadre de la fixation du délai de préavis, il est tenu compte des périodes d'emploi ininterrompu en tant que membre du personnel auprès des services de l'Autorité flamande. Les périodes de congé du fonctionnaire sont prises en compte dans le calcul de l'ancienneté visée au présent alinéa.
   Sans préjudice de l'alinéa 6, l'emploi en tant que membre du personnel presté auprès de l'autorité fédérale ou d'une province par le fonctionnaire, qui a été transféré vers les services de l'Autorité flamande en vertu de la réforme de l'Etat ou dans le cadre du dégraissage des provinces, est également pris en compte.
   De commun accord entre l'autorité ayant compétence de nomination et le fonctionnaire, il peut être convenu qu'aucun délai de préavis ne doit être presté ou que le délai de préavis à prester sera différent du délai fixé en vertu du présent article.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa 3, la démission volontaire en tant que fonctionnaire prend effet immédiatement à condition que le fonctionnaire verse une indemnité de rupture.
   Le montant de l'indemnité de rupture visée à l'alinéa 1er est égal au traitement à verser pendant le délai de préavis, qui aurait dû être accompli conformément à l'article XI 6, § 1er. Les avantages dont bénéficiait le fonctionnaire sur la base du statut sont également pris en compte pour le calcul de l'indemnité de rupture.
   L'indemnité de rupture est réduite au prorata si le fonctionnaire, au moment du licenciement ne travaille pas à temps plein à la suite d'un congé pour prestations à temps partiel, d'un congé pour prestations à temps partiel pour cause d'une maladie chronique ou un handicap, d'une réduction dans le cadre d'un crédit soins ou d'une réduction dans le cadre d'un congé d'assistance médicale.
   Par dérogation à l'alinéa 3, l'indemnité n'est pas réduite au prorata si le fonctionnaire, au moment du licenciement, ne travaille pas à temps plein à la suite de prestations à temps partiel pour cause de maladie ou d'une réduction dans le cadre de congé parental ou congé pour soins palliatifs.
   § 3. Une nomination auprès d'une autre autorité qui est devenue définitive est assimilée à une démission volontaire. La démission volontaire prend effet, sans préavis, le jour où le fonctionnaire est nommé auprès de l'autre autorité.
   Par dérogation à l'alinéa précédent, une nomination temporaire auprès d'une juridiction administrative de l'Autorité flamande n'est pas assimilée à une démission volontaire.]1
  
Art. 11.3. [1 Ambtshalve en zonder opzegging wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar voor :
   1° de ambtenaar van wie de benoeming onregelmatig bevonden wordt binnen de termijn voor beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State of, als een zodanig beroep is ingesteld, tijdens de procedure. Die termijn geldt niet in geval van arglist of bedrog van de ambtenaar;
   2° de ambtenaar die niet meer voldoet aan de nationaliteitsvereiste, die de burgerlijke en politieke rechten niet meer geniet [2 ...]2 of van wie de medische ongeschiktheid [3 ...]3t behoorlijk werd vastgesteld door de federale medische dienst, bevoegd voor de definitieve ongeschiktverklaring van de ambtenaar;
   3° de ambtenaar die zonder geldige reden de werkpost verlaat en meer dan tien dagen afwezig blijft, op voorwaarde dat die ambtenaar behoorlijk en vooraf gewaarschuwd en om opheldering verzocht werd;
   4° de ambtenaar die zich in een geval bevindt waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten de ambtsneerlegging ten gevolge heeft;
   5° de ambtenaar die om tuchtredenen wordt ontslagen van ambtswege of die wordt afgezet.
   Het eerste lid is ook van toepassing op de ambtenaren die op de datum van de inwerkingtreding van dit artikel tijdelijk ontzet zijn uit de hoedanigheid van ambtenaar conform de bepalingen van artikel XI 3, § 2, zoals het van kracht was vóór de datum van de inwerkingtreding van dit artikel.]1

  
Art. 11.7. [1 Le fonctionnaire qui a atteint l'âge de [2 63]2 ans est mis à la retraite le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel, sans avoir été déclaré définitivement inapte, il totalise, depuis son [2 soixante-troisième]2 anniversaire, 365 jours calendaires d'absence pour maladie.
  [2 ...]2
   Les absences en application de l'article X 22, § 1er, et de l'article X 23, § 1er, alinéa 1er, 1°, 2° et 4° ne sont pas imputables sur le quota de 365 jours calendaires tel que visé à l'alinéa 1er.
   [3 ...]3.]1

  
Art. 11.4. § 1. De ambtenaar wiens onregelmatige benoeming, in het in art. XI 3, 1°, bedoelde geval, niet te wijten is aan arglist of bedrog in zijn hoofde, krijgt een verbrekingsvergoeding, die [1 berekend wordt overeenkomstig artikel XI 8bis]1.
  Op deze verbrekingsvergoeding worden de werkgevers- en werknemersbijdragen ingehouden voor de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering en samen met de werkgeversbijdragen gestort. Indien deze niet volstaan, betaalt de werkgever de nog benodigde werkgevers- en werknemersbijdragen.
  § 2. In de andere in art. XI 3 vermelde gevallen, vindt het ontslag plaats zonder opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding. De werkgever betaalt evenwel de werkgevers- en werknemersbijdragen nodig voor opname van de betrokken ambtenaar in de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsbescherming.
  § 3. De duur van de periode gedekt door inhouding of betaling van werkgevers- en werknemersbijdragen voor de werkloosheidsverzekering en de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering mag de duur niet overschrijden van de statutaire tewerkstelling van de ontslagen ambtenaar, eventueel vermeerderd met de duur gedekt door de verbrekingsvergoeding.
  § 4. Het ontslag bij de diensten van de Vlaamse overheid wordt gegeven door de benoemende overheid.
  
Art. 11.8. [1 § 1er. Un fonctionnaire peut être licencié lorsqu'il se voit infliger une deuxième évaluation qualifiée d'" insuffisant " à l'occasion d'une des dix évaluations suivantes succédant à une première évaluation qualifiée d'" insuffisant ".
  [2 L'autorité revêtue du pouvoir de nomination prend la décision de licenciement du fonctionnaire dans les 30 jours calendrier suivant la date à laquelle l'évaluation " insuffisant " est devenue définitive. Dans le cas où la chambre de recours statue sur l'irrecevabilité du recours, le délai de 30 jours calendrier commence à partir de la date de notification du prononcé de la chambre de recours à l'entité, nonobstant ce qui est prévu à l'article [3 I 16, § 1er, alinéa 3 ]3. Si l'autorité revêtue du pouvoir de nomination ne prend pas la décision de licenciement dans les 30 jours calendrier précités, le fonctionnaire est réputé non licencié.]2
   Si l'autorité ayant compétence de nomination décide de ne pas licencier le fonctionnaire visé à l'alinéa 1er ou si le délai visé à l'alinéa 2 a expiré, elle ne peut décider de licencier le fonctionnaire visé à l'alinéa 1er que sur la base d'une évaluation suivante conclue par une qualification d'" insuffisant ".
   § 2. Si l'autorité ayant compétence de nomination décide de licencier le fonctionnaire, elle transmet cette décision par écrit au fonctionnaire par courrier sécurisé.
   La démission en tant que fonctionnaire entre en vigueur à l'expiration d'un délai de préavis, sans préjudice de l'article XI 8bis.
   La date de début et la durée du délai de préavis sont notifiées au fonctionnaire dans l'écrit visé à l'alinéa 1er.
   § 3. Le délai de préavis commence à courir le lundi suivant la semaine au cours de laquelle l'envoi sécurisé prend effet.
   § 4. Le délai de préavis à respecter par l'autorité ayant compétence de nomination est fixé comme suit :
-
Ancienneté auprès des services de l'Autorité flamande Délai de préavis
0 an à moins d'1 an 7 semaines
1 an à moins de 2 ans 11 semaines
2 ans à moins de 3 ans 12 semaines
3 ans à moins de 4 ans 13 semaines
4 ans à moins de 5 ans 15 semaines
5 ans à moins de 6 ans 18 semaines
6 ans à moins de 7 ans 21 semaines
7 ans à moins de 8 ans 24 semaines
8 ans à moins de 9 ans 27 semaines
9 ans à moins de 10 ans 30 semaines
10 ans à moins de 11 ans 33 semaines
11 ans à moins de 12 ans 36 semaines
12 ans à moins de 13 ans 39 semaines
13 ans à moins de 14 ans 42 semaines
14 ans à moins de 15 ans 45 semaines
15 ans à moins de 16 ans 48 semaines
16 ans à moins de 17 ans 51 semaines
17 ans à moins de 18 ans 54 semaines
18 ans à moins de 19 ans 57 semaines
19 ans à moins de 20 ans 60 semaines
20 ans à moins de 21 ans 62 semaines
21 ans à moins de 22 ans 63 semaines
22 ans à moins de 23 ans 64 semaines
23 ans à moins de 24 ans 65 semaines
24 ans à moins de 25 ans 66 semaines
25 ans à moins de 26 ans 67 semaines
26 ans à moins de 27 ans 68 semaines
27 ans à moins de 28 ans 69 semaines
28 ans à moins de 29 ans 70 semaines
29 ans à moins de 30 ans 71 semaines
30 ans à moins de 31 ans 72 semaines
31 ans à moins de 32 ans 73 semaines
32 ans à moins de 33 ans 74 semaines
33 ans à moins de 34 ans 75 semaines
34 ans à moins de 35 ans 76 semaines
35 ans à moins de 36 ans 77 semaines
36 ans à moins de 37 ans 78 semaines
37 ans à moins de 38 ans 79 semaines
38 ans à moins de 39 ans 80 semaines
39 ans à moins de 40 ans 81 semaines
40 ans à moins de 41 ans 82 semaines
Ancienneté auprès des services de l'Autorité flamande Délai de préavis0 an à moins d'1 an 7 semaines1 an à moins de 2 ans 11 semaines2 ans à moins de 3 ans 12 semaines3 ans à moins de 4 ans 13 semaines4 ans à moins de 5 ans 15 semaines5 ans à moins de 6 ans 18 semaines6 ans à moins de 7 ans 21 semaines7 ans à moins de 8 ans 24 semaines8 ans à moins de 9 ans 27 semaines9 ans à moins de 10 ans 30 semaines10 ans à moins de 11 ans 33 semaines11 ans à moins de 12 ans 36 semaines12 ans à moins de 13 ans 39 semaines13 ans à moins de 14 ans 42 semaines14 ans à moins de 15 ans 45 semaines15 ans à moins de 16 ans 48 semaines16 ans à moins de 17 ans 51 semaines17 ans à moins de 18 ans 54 semaines18 ans à moins de 19 ans 57 semaines19 ans à moins de 20 ans 60 semaines20 ans à moins de 21 ans 62 semaines21 ans à moins de 22 ans 63 semaines22 ans à moins de 23 ans 64 semaines23 ans à moins de 24 ans 65 semaines24 ans à moins de 25 ans 66 semaines25 ans à moins de 26 ans 67 semaines26 ans à moins de 27 ans 68 semaines27 ans à moins de 28 ans 69 semaines28 ans à moins de 29 ans 70 semaines29 ans à moins de 30 ans 71 semaines30 ans à moins de 31 ans 72 semaines31 ans à moins de 32 ans 73 semaines32 ans à moins de 33 ans 74 semaines33 ans à moins de 34 ans 75 semaines34 ans à moins de 35 ans 76 semaines35 ans à moins de 36 ans 77 semaines36 ans à moins de 37 ans 78 semaines37 ans à moins de 38 ans 79 semaines38 ans à moins de 39 ans 80 semaines39 ans à moins de 40 ans 81 semaines40 ans à moins de 41 ans 82 semaines
Un délai de préavis plus court que celui visé à l'alinéa 1er peut être fixé de commun accord entre l'autorité ayant compétence de nomination et le fonctionnaire.
   § 5. Pour la détermination de l'ancienneté dans le cadre de la fixation du délai de préavis, il est tenu compte des périodes d'emploi ininterrompu en tant que membre du personnel auprès des services de l'Autorité flamande. Les périodes de congé du fonctionnaire sont prises en compte dans le calcul de l'ancienneté visée au 1er alinéa.
   Sans préjudice de l'alinéa 1er, l'emploi en tant que membre du personnel presté auprès de l'autorité fédérale ou auprès d'une province par le fonctionnaire qui a été transféré vers les services de l'Autorité flamande en vertu de la réforme de l'Etat ou dans le cadre du dégraissage des provinces, est également pris en compte.]1
  
Art. 11.5. Tot ambtsneerlegging geven aanleiding :
  1° het vrijwillig ontslag;
  2° de pensionering ingevolge [2 ...]2 medische ongeschiktheid;
  3° [1 het ontslag na twee onvoldoendes, zoals bepaald in artikel XI 8.]1
  De bepaling onder 3° van dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar in proeftijd.
  
Art. 11.8 bis.[1 § 1er. Par dérogation à l'article XI 8, § 2, alinéa 2, l'autorité ayant compétence de nomination peut décider que le licenciement en tant que fonctionnaire prend effet immédiatement, à condition qu'une indemnité de rupture soit versée au fonctionnaire.
   Le montant de l'indemnité de rupture visée à l'alinéa 1er est égal au traitement à verser pendant le délai de préavis, qui aurait dû être versé conformément à l'article XI 8, § 4. Lors du calcul de l'indemnité de rupture, il est également tenu compte des avantages que le fonctionnaire a acquis sur la base du statut.
   L'indemnité de rupture est réduite au prorata si, au moment du licenciement, le fonctionnaire ne travaille pas à temps plein à la suite d'un congé pour prestations à temps partiel, d'un congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie chronique ou d'un handicap, [2 ...]2.
   Par dérogation à l'alinéa 3, l'indemnité n'est pas réduite au prorata si, au moment du licenciement, le fonctionnaire ne travaille pas à temps plein à la suite d'un congé pour prestations à temps partiel pour cause de maladie ou d'une réduction dans le cadre [2 d'un crédit-soins ou d'un congé pour soins fédéral si cette réduction n'a pas été convenue pour une durée indéterminée]2.
   Si, au moment du licenciement, le fonctionnaire est absent à temps plein à la suite de l'un des congés suivants, il est tenu compte du traitement qu'il aurait perçu s'il n'avait pas été en congé :
   1° crédit-soins ;
   2° congé soins fédéral ;
   3° congé non payé ;
   4° congé politique ;
   5° congé de faveur standardisé ;
   6° un congé dans le cadre d'un emploi pour un employeur externe au cours duquel le traitement n'est plus versé.
   § 2. Par dérogation à l'article XI 8, § 2, alinéa 3, l'écrit notifiant la décision de licenciement indique également la valeur de l'indemnité de rupture à verser.
   § 3. Pendant un délai de préavis en cours, l'autorité ayant compétence de nomination peut décider de donner effet immédiatement au licenciement en tant que fonctionnaire, moyennant le versement d'une indemnité de rupture.
   Le montant de l'indemnité de rupture visée à l'alinéa 1er est égal au traitement à verser pendant le délai de préavis restant. L'article XI 8bis, § 1, alinéas 2 à 5, s'applique mutatis mutandis.]1

  
Art. 11.6. [1 § 1. Een ambtenaar die vrijwillig ontslag neemt, bezorgt zijn beslissing schriftelijk aan de benoemende overheid.
   Naast de beslissing tot vrijwillig ontslag omvat de schriftelijke melding vermeld in het eerste lid de begindatum en de duur van de door de ambtenaar te respecteren opzeggingstermijn.
   Het vrijwillig ontslag als ambtenaar treedt in werking na het verstrijken van een opzeggingstermijn, onverminderd § 2.
   De opzeggingstermijn start op de maandag die volgt op de week waarin het vrijwillig ontslag schriftelijk ter kennis aan de benoemende overheid werd gebracht.
   De door de ambtenaar te respecteren opzeggingstermijn wordt als volgt vastgesteld:
Art. 11.8 ter. [1 En vue de la reprise du fonctionnaire dans le régime de l'assurance chômage, de l'assurance maladie, secteur allocations, et de l'assurance maternité, les cotisations ouvrières concernées sont retenues pendant le délai de préavis ou sur l'indemnité de rupture, et versées ensemble avec les cotisations patronales. Lorsque ce paiement de cotisations ne suffit pas, l'employeur paie les cotisations patronales et ouvrières encore requises.]1
  
Anciënniteit bij de diensten van de Vlaamse overheid opzeggingstermijn
Van 0 tot minder dan drie maanden 1 week
Van drie maanden tot minder dan zes maanden 2 weken
Van zes maanden tot minder dan twaalf maanden 3 weken
Van twaalf maanden tot minder dan 18 maanden 4 weken
Van 18 maanden tot minder dan 24 maanden 5 weken
Van 2 jaar tot minder dan 4 jaar 6 weken
Van 4 jaar tot minder dan 5 jaar 7 weken
Van 5 jaar tot minder dan 6 jaar 9 weken
Van 6 jaar tot minder dan 7 jaar 10 weken
Van 7 jaar tot minder dan 8 jaar 12 weken
Vanaf 8 jaar 13 weken
Anciënniteit bij de diensten van de Vlaamse overheid opzeggingstermijnVan 0 tot minder dan drie maanden 1 weekVan drie maanden tot minder dan zes maanden 2 wekenVan zes maanden tot minder dan twaalf maanden 3 wekenVan twaalf maanden tot minder dan 18 maanden 4 wekenVan 18 maanden tot minder dan 24 maanden 5 wekenVan 2 jaar tot minder dan 4 jaar 6 wekenVan 4 jaar tot minder dan 5 jaar 7 wekenVan 5 jaar tot minder dan 6 jaar 9 wekenVan 6 jaar tot minder dan 7 jaar 10 wekenVan 7 jaar tot minder dan 8 jaar 12 wekenVanaf 8 jaar 13 weken
Voor de bepaling van de anciënniteit in het kader van de vaststelling van de opzeggingstermijn wordt rekening gehouden met de periodes van ononderbroken tewerkstelling als personeelslid bij de diensten van de Vlaamse overheid. Periodes gedurende welke de ambtenaar met een verlof was, tellen mee voor de berekening van de anciënniteit vermeld in dit lid.
   Onverminderd het zesde lid wordt eveneens de tewerkstelling als personeelslid meegerekend die werd gepresteerd bij de federale overheid of bij een provincie door de ambtenaar die krachtens de staatshervorming of in het kader van de afslanking van de provincies van de federale overheid of een provincie naar de diensten van de Vlaamse overheid werd overgeheveld
   In onderling akkoord tussen de benoemende overheid en de ambtenaar kan worden overeengekomen dat er geen opzeggingstermijn moet worden gepresteerd of dat de te presteren opzeggingstermijn afwijkt van de termijn vastgesteld op grond van dit artikel.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, derde lid, gaat het vrijwillig ontslag als ambtenaar onmiddellijk in mits de ambtenaar een verbrekingsvergoeding betaalt.
   De hoogte van de verbrekingsvergoeding vermeld in het eerste lid is gelijk aan het salaris dat tijdens de opzeggingstermijn, die overeenkomstig artikel XI 6, § 1, had moeten worden gepresteerd, moest worden uitbetaald. Bij de berekening van de verbrekingsvergoeding wordt ook rekening gehouden met de voordelen die de ambtenaar op basis van het statuut verwierf.
   De verbrekingsvergoeding wordt pro rata verminderd als de ambtenaar op het moment van het ontslag als gevolg van de opname van verlof voor deeltijdse prestaties, deeltijdse prestaties wegens een chronische ziekte of een handicap, een vermindering in het kader van zorgkrediet of een vermindering in het kader van een medisch bijstandsverlof niet voltijds werkt.
   In afwijking van het derde lid wordt de vergoeding niet pro rata verminderd als een ambtenaar op het moment van het ontslag niet voltijds werkt als gevolg van deeltijdse prestaties wegens ziekte of een vermindering in het kader van een ouderschapsverlof of palliatief verlof.
   § 3. Een benoeming bij een andere overheid die definitief geworden is, wordt gelijkgesteld met vrijwillig ontslag. Het vrijwillig ontslag gaat in, zonder opzeggingstermijn, op de dag waarop de ambtenaar benoemd wordt bij de andere overheid.
   In afwijking van het vorige lid wordt een tijdelijke benoeming bij een administratief rechtscollege van de Vlaamse overheid niet gelijkgesteld met vrijwillig ontslag.]1
  
-
Art. 11.7. [1 De ambtenaar die de leeftijd van [2 63]2 jaar heeft bereikt, wordt op rust gesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij, zonder definitief ongeschikt te zijn bevonden, sedert zijn [2 drieënzestigste]2 verjaardag komt tot een totaal van 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte.
  [2 ...]2.
   [3 ...]3.
   Als de ambtenaar de vakantieverlofdagen niet heeft kunnen opnemen vóór de datum van opruststelling, wordt artikel VII 11, § 2, toegepast.]1

  
Art. 11.8 quater.[1 § 1er. Un fonctionnaire licencié en application de l'article XI 8, § 1er, a droit à un accompagnement de l'outplacement conformément au présent paragraphe, à condition qu'il ait droit :
   1° soit à un délai de préavis de 15 semaines au minimum et de 29 semaines au maximum ;
   2° soit à une indemnité de rupture qui remplace un délai de préavis de 15 semaines au minimum et de 29 semaines au maximum.
   L'accompagnement de l'outplacement mentionné à l'alinéa 1er s'élève, dans le cas d'un licenciement avec un délai de préavis, 30 heures prises pendant le congé de recherche d'emploi ou un autre congé.
   L'accompagnement de l'outplacement mentionné à l'alinéa 1er, a une valeur de 1 800 euros dans le cas d'un licenciement assorti d'une indemnité de rupture. Le montant précité est réduit au prorata lorsque le fonctionnaire travaille à temps partiel au moment du licenciement.
   L'accompagnement de l'outplacement visé à l'alinéa 1er est mis en oeuvre à la demande du fonctionnaire dans un délai d'un an à compter de la notification du licenciement.
   § 2. Un fonctionnaire licencié en application de l'article XI 8, § 1er, a droit à un accompagnement de l'outplacement conformément au présent paragraphe, à condition qu'il ait droit :
   1° soit à un délai de préavis d'au moins trente semaines ;
   2° soit à une indemnité de rupture qui remplace un délai de préavis d'au moins 30 semaines.
   L'accompagnement de l'outplacement mentionné à l'alinéa 1er s'élève, dans le cas d'un licenciement avec un délai de préavis de 60 heures prises pendant le congé de recherche d'emploi, mentionné à l'article XI 8quinquies.
   L'accompagnement de l'outplacement mentionné à l'alinéa 1er a, dans le cas d'un licenciement assorti d'une indemnité de rupture, une valeur égale à un douzième du traitement annuel brut de l'année civile précédant le licenciement, avec un montant minimum de 1 800 euros et un montant maximum de 5 500 euros. Les montants précités sont réduits au prorata lorsque le fonctionnaire travaille à temps partiel au moment du licenciement.
   Le délai de préavis sur la base duquel est calculée l'indemnité de rupture mentionnée à l'article XI 8 bis est réduit de 4 semaines si le fonctionnaire a droit à un accompagnement de l'outplacement. La réduction précitée ne s'applique pas si le fonctionnaire démontre dans les 7 jours civiles suivant la prise de connaissance du licenciement, au moyen d'un certificat médical, qu'il ne possède pas l'aptitude médicale requise pour suivre un accompagnement de l'outplacement.
   L'accompagnement de l'outplacement visé à l'alinéa 1er est mis en oeuvre à la demande du fonctionnaire dans un délai d'un an à compter de la notification du licenciement.]1

  
Art. 11.8. [1 § 1. Een ambtenaar kan ontslagen worden als hij na een eerste evaluatie onvoldoende naar aanleiding van één van de tien eerstvolgende evaluaties een tweede evaluatie onvoldoende krijgt.
  [2 De benoemende overheid neemt de beslissing tot ontslag van de ambtenaar binnen de 30 kalenderdagen die volgen op de datum waarop de onvoldoende definitief is geworden. In het geval dat de raad van beroep beslist tot de onontvankelijkheid van het beroep, begint de termijn van 30 kalenderdagen niettegenstaande hetgeen is voorzien in artikel [3 I 16, § 1, derde lid]3, te lopen vanaf de datum van kennisgeving van de uitspraak van de raad van beroep aan de entiteit. Indien de benoemende overheid de beslissing tot ontslag niet binnen de voormelde 30 kalenderdagen neemt, dan wordt de ambtenaar geacht niet te zijn ontslagen.]2
   Indien de benoemende overheid beslist om de ambtenaar vermeld in het eerste lid niet te ontslaan of als de termijn vermeld in het tweede lid verstreken is, dan kan de benoemende overheid pas naar aanleiding van een volgende evaluatie die met een onvoldoende werd afgesloten, beslissen om de ambtenaar vermeld in het eerste lid te ontslaan.
   § 2. Als de benoemende overheid beslist om de ambtenaar te ontslaan, dan bezorgt hij deze beslissing schriftelijk per beveiligde zending aan de ambtenaar.
   Het ontslag als ambtenaar treedt in werking na het verstrijken van een opzeggingstermijn, onverminderd artikel XI 8bis.
   De startdatum en duur van de opzeggingstermijn worden in het geschrift vermeld in het eerste lid aan de ambtenaar meegedeeld.
   § 3. De opzeggingstermijn start op de maandag die volgt op de week waarin de beveiligde zending uitwerking heeft.
   § 4. De door de benoemende overheid te respecteren opzeggingstermijn wordt als volgt vastgesteld:
Art. 11.8 quinquies.[1 Un fonctionnaire licencié en application de l'article XI 8, § 1er, a droit à un congé de recherche d'emploi pendant le délai de préavis, dans les conditions suivantes :
   1° le fonctionnaire a droit à l'accompagnement de l'outplacement visé à l'article XI 8quater, § 2 : un jour par semaine, à prendre dans une journée ou une demi-journée ;
   2° le fonctionnaire n'a pas droit à l'accompagnement de l'outplacement visé à l'article XI 8quater, § 2 :
   a) pendant les semaines précédant les 26 dernières semaines du délai de préavis : une demi-journée par semaine ;
   b) pendant les 26 dernières semaines du délai de préavis : un jour par semaine, à prendre dans une journée ou une demi-journée.
   Le congé de recherche d'emploi est assimilé à une activité de service. Le congé non pris ne peut être reporté à la semaine suivante. ]1

  
Anciënniteit bij de diensten van de Vlaamse overheid Opzeggingstermijn
0 jaar tot minder dan 1 jaar 7 weken
1 tot minder dan 2 jaar 11 weken
2 tot minder dan 3 jaar 12 weken
3 tot minder dan 4 jaar 13 weken
4 jaar tot minder dan 5 jaar 15 weken
5 jaar tot minder dan 6 jaar 18 weken
6 jaar tot minder dan 7 jaar 21 weken
7 jaar tot minder dan 8 jaar 24 weken
8 jaar tot minder dan 9 jaar 27 weken
9 jaar tot minder dan 10 jaar 30 weken
10 jaar tot minder dan 11 jaar 33 weken
11 jaar tot minder dan 12 jaar 36 weken
12 jaar tot minder dan 13 jaar 39 weken
13 jaar tot minder dan 14 jaar 42 weken
14 jaar tot minder dan 15 jaar 45 weken
15 jaar tot minder dan 16 jaar 48 weken
16 jaar tot minder dan 17 jaar 51 weken
17 jaar tot minder dan 18 jaar 54 weken
18 jaar tot minder dan 19 jaar 57 weken
19 jaar tot minder dan 20 jaar 60 weken
20 jaar tot minder dan 21 jaar 62 weken
21 jaar tot minder dan 22 jaar 63 weken
22 jaar tot minder dan 23 jaar 64 weken
23 jaar tot minder dan 24 jaar 65 weken
24 jaar tot minder dan 25 jaar 66 weken
25 jaar tot minder dan 26 jaar 67 weken
26 jaar tot minder dan 27 jaar 68 weken
27 jaar tot minder dan 28 jaar 69 weken
28 jaar tot minder dan 29 jaar 70 weken
29 jaar tot minder dan 30 jaar 71 weken
30 jaar tot minder dan 31 jaar 72 weken
31 jaar tot minder dan 32 jaar 73 weken
32 jaar tot minder dan 33 jaar 74 weken
33 jaar tot minder dan 34 jaar 75 weken
34 jaar tot minder dan 35 jaar 76 weken
35 jaar tot minder dan 36 jaar 77 weken
36 jaar tot minder dan 37 jaar 78 weken
37 jaar tot minder dan 38 jaar 79 weken
38 jaar tot minder dan 39 jaar 80 weken
39 jaar tot minder dan 40 jaar 81 weken
40 jaar tot minder dan 41 jaar 82 weken
Anciënniteit bij de diensten van de Vlaamse overheid Opzeggingstermijn0 jaar tot minder dan 1 jaar 7 weken1 tot minder dan 2 jaar 11 weken2 tot minder dan 3 jaar 12 weken3 tot minder dan 4 jaar 13 weken4 jaar tot minder dan 5 jaar 15 weken5 jaar tot minder dan 6 jaar 18 weken6 jaar tot minder dan 7 jaar 21 weken7 jaar tot minder dan 8 jaar 24 weken8 jaar tot minder dan 9 jaar 27 weken9 jaar tot minder dan 10 jaar 30 weken10 jaar tot minder dan 11 jaar 33 weken11 jaar tot minder dan 12 jaar 36 weken12 jaar tot minder dan 13 jaar 39 weken13 jaar tot minder dan 14 jaar 42 weken14 jaar tot minder dan 15 jaar 45 weken15 jaar tot minder dan 16 jaar 48 weken16 jaar tot minder dan 17 jaar 51 weken17 jaar tot minder dan 18 jaar 54 weken18 jaar tot minder dan 19 jaar 57 weken19 jaar tot minder dan 20 jaar 60 weken20 jaar tot minder dan 21 jaar 62 weken21 jaar tot minder dan 22 jaar 63 weken22 jaar tot minder dan 23 jaar 64 weken23 jaar tot minder dan 24 jaar 65 weken24 jaar tot minder dan 25 jaar 66 weken25 jaar tot minder dan 26 jaar 67 weken26 jaar tot minder dan 27 jaar 68 weken27 jaar tot minder dan 28 jaar 69 weken28 jaar tot minder dan 29 jaar 70 weken29 jaar tot minder dan 30 jaar 71 weken30 jaar tot minder dan 31 jaar 72 weken31 jaar tot minder dan 32 jaar 73 weken32 jaar tot minder dan 33 jaar 74 weken33 jaar tot minder dan 34 jaar 75 weken34 jaar tot minder dan 35 jaar 76 weken35 jaar tot minder dan 36 jaar 77 weken36 jaar tot minder dan 37 jaar 78 weken37 jaar tot minder dan 38 jaar 79 weken38 jaar tot minder dan 39 jaar 80 weken39 jaar tot minder dan 40 jaar 81 weken40 jaar tot minder dan 41 jaar 82 weken
In onderling akkoord tussen de benoemende overheid en de ambtenaar kan een opzeggingstermijn worden vastgesteld die korter is dan de termijn vermeld in het eerste lid.
   § 5. Voor de bepaling van de anciënniteit in het kader van de vaststelling van de opzeggingstermijn wordt rekening gehouden met de periodes van ononderbroken tewerkstelling als personeelslid bij de diensten van de Vlaamse overheid. Periodes gedurende welke de ambtenaar met een verlof was, tellen mee voor de berekening van de anciënniteit vermeld in dit lid.
   Onverminderd het eerste lid wordt eveneens de tewerkstelling als personeelslid meegerekend die werd gepresteerd bij de federale overheid of bij een provincie door de ambtenaar die krachtens de staatshervorming of in het kader van de afslanking van de provincies van de federale overheid of een provincie naar de diensten van de Vlaamse overheid werd overgeheveld.]1
  
-
Art. 11.8 bis.[1 § 1. In afwijking van artikel XI 8, § 2, tweede lid, kan de benoemende overheid beslissen dat het ontslag als ambtenaar onmiddellijk ingaat, mits aan de ambtenaar een verbrekingsvergoeding wordt uitbetaald.
   De hoogte van de verbrekingsvergoeding vermeld in het eerste lid is gelijk aan het salaris dat tijdens de opzeggingstermijn, die overeenkomstig artikel XI 8, § 4, had moeten worden gepresteerd, moest worden uitbetaald. Bij de berekening van de verbrekingsvergoeding wordt ook rekening gehouden met de voordelen die de ambtenaar op basis van het statuut verwierf.
   De verbrekingsvergoeding wordt pro rata verminderd als de ambtenaar op het moment van het ontslag als gevolg van de opname van een verlof voor deeltijdse prestaties, deeltijdse prestaties wegens een chronische ziekte of een handicap, [2 ...]2f niet voltijds werkt.
   In afwijking van het derde lid wordt de vergoeding niet pro rata verminderd als een ambtenaar op het moment van het ontslag niet voltijds werkt als gevolg van een deeltijdse prestaties wegens ziekte of een vermindering in het kader van een [2 zorgkrediet of een federaal zorgverlof als die vermindering niet voor onbepaalde tijd is gesloten]2.
   Als de ambtenaar op het moment van het ontslag voltijds afwezig is als gevolg van één van de volgende verloven, dan wordt er rekening gehouden met het salaris dat de ambtenaar zou hebben genoten, mocht hij niet met verlof zijn geweest:
   1° zorgkrediet;
   2° federaal zorgverlof;
   3° onbetaald verlof;
   4° politiek verlof;
   5° gestandaardiseerd gunstverlof;
   6° een verlof in het kader van een tewerkstelling voor een externe werkgever gedurende welke het loon niet wordt doorbetaald.
   § 2. In het geschrift waarmee de beslissing tot ontslag wordt meegedeeld, wordt in afwijking van artikel XI 8, § 2, derde lid, ook de waarde van de verbrekingsvergoeding die zal worden uitbetaald meegedeeld.
   § 3. Tijdens een lopende opzeggingstermijn kan de benoemende overheid beslissen om het ontslag als ambtenaar alsnog onmiddellijk te laten ingaan, mits betaling van een verbrekingsvergoeding.
   De hoogte van de verbrekingsvergoeding vermeld in het eerste lid is gelijk aan het salaris dat tijdens de nog resterende opzeggingstermijn moest worden uitbetaald. Artikel XI 8bis, § 1, tweede tot vijfde lid zijn overeenkomstig van toepassing.]1

  
Art. 11.9. La démission volontaire et la mise à la retraite sont autorisées et signées par Autorité ayant compétence de nomination.
  Le licenciement pour cause d'inaptitude professionnelle est signé par l'autorité ayant compétence de nomination.
  
Art. 11.8 ter. [1 Met het oog op de onderbrenging van de ambtenaar onder de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering, sector uitkeringen, en de moederschapsverzekering worden tijdens de opzeggingstermijn of op de verbrekingsvergoeding de desbetreffende werknemersbijdragen ingehouden en samen met de werkgeversbijdrage gestort. Indien deze niet volstaan, betaalt de werkgever de nog benodigde werkgevers- en werknemersbijdragen.]1
  
Art. 11.10. Le fonctionnaire ayant droit à la retraite est autorisé à porter le titre honorifique de sa fonction, à condition :
  - qu'il compte au moins 20 ans d'ancienneté de service au moment de sa mise à la retraite, sauf en cas de mise à la retraite anticipée par suite d'un accident de travail, d'un accident sur le chemin du travail ou d'une maladie professionnelle;
  - qu'il n'ait pas obtenu une évaluation " insuffisant " pendant la dernière année avant sa mise à la retraite;
  - qu'il n'ait pas obtenu une peine disciplinaire au cours de sa carrière, à moins que celle-ci ait été rayée entre-temps.
  
Art. 11.8quater.[1 § 1. Een ambtenaar die met toepassing van artikel XI 8, § 1, ontslagen wordt, heeft conform deze paragraaf recht op outplacementbegeleiding op voorwaarde dat die ambtenaar recht heeft op ofwel:
Partie XIter.
Art. 11.8quinquies.[1Een ambtenaar die met toepassing van artikel XI 8, Ї 1, ontslagen wordt, heeft tijdens de opzeggingstermijn als volgt recht op sollicitatieverlof:
TITRE 1er.
Art. 11.9. Het vrijwillig ontslag en de [1 opruststelling]1 wordt toegestaan, respectievelijk ondertekend door de benoemende overheid.
  Het ontslag wegens beroepsongeschiktheid wordt ondertekend door de benoemende overheid.
  
Art. 11.10.De pensioengerechtigde ambtenaar wordt gemachtigd de eretitel van zijn ambt te dragen indien hij :
TITRE 2.
Deel XIter.
CHAPITRE 1er.
TITEL 1.
Section 1re.
TITEL 2.
Art. 11ter.3.
HOOFDSTUK 1.
Section 2.
Afdeling 1.
Art. 11ter.4.
Art. 11ter. 2.
Art. 11ter.5.
Art. 11ter. 3.
Art. 11ter.6.
Afdeling 2.
Section 3.
Art. 11ter.5.
Section 4.
Afdeling 3.
Section 5.
Art. 11ter. 7
Art. 11ter.9.
Afdeling 4.
Section 6.
Art. 11ter. 8.
Art. 11ter.10.
Afdeling 5.
Section 7.
Afdeling 6.
CHAPITRE 2.
Art. 11ter.10.
Section 1re.
Afdeling 7.
Art. 11ter.12.
Art. 11ter. 11.
Art. 11ter.13.
HOOFDSTUK 2.
Section 2.
Afdeling 1.
Art. 11ter.14.
Art.11ter. 12.
Art. 11ter.15.
Art.11ter. 13.
Section 3.
Afdeling 2.
Art. 11ter.16.
Art.11ter. 14.
Section 4.
Afdeling 3.
Section 5.
Afdeling 4.
Section 6.
Afdeling 5.
Section 7.
Afdeling 6.
TITRE 3.
Art. 11ter. 19.
CHAPITRE 1er.
Afdeling 7.
Section 1re.
TITEL 3.
Art. 11ter.22.
HOOFDSTUK 1.
Art. 11ter.23.
Afdeling 1.
Section 2.
Afdeling 2.
Art. 11ter.27.
Art.11ter. 28.
CHAPITRE 2.
Art.11ter. 29.
Section 1re.
HOOFDSTUK 2.
Art. 11ter.34.
Afdeling 1.
Art. 11ter.35.
Art.11ter. 32.
Section 2.
Afdeling 2.
Art. 11ter.39.
Art.11ter. 36.
CHAPITRE 2. - Le régime de licenciement pour les contractuels.
Art.11ter. 37.
Titre 2. [1 Le régime de licenciement pour le fonctionnaire stagiaire]1
Art. 11.11. [1 § 1er. Le licenciement du fonctionnaire stagiaire en raison d'une évaluation négative du stage statutaire conformément à la partie IV prend effet le premier jour ouvrable suivant la décision de licenciement. A compter de ce jour précité, un contrat de travail est conclu avec le fonctionnaire stagiaire pour une durée déterminée de trois mois.
   Le régime visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas :
   1° à un fonctionnaire stagiaire licencié dont le contrat de travail a été suspendu pour la durée du stage statutaire lorsque la durée restante du contrat de travail après le licenciement en tant que fonctionnaire stagiaire est d'au moins 3 mois ;
   2° à un fonctionnaire stagiaire licencié qui est rétrogradé à son grade précédent après la décision définitive de l'autorité investie du pouvoir de nomination.
   § 2. Lorsque les cotisations prélevées sur le contrat de travail à durée déterminée de 3 mois ne suffisent pas, l'employeur verse à l'Office national de la Sécurité sociale les cotisations patronales et des travailleurs manquantes pour la reprise du fonctionnaire dans le régime de chômage, l'assurance-maladie (secteur des allocations) et l'assurance maternité.]1

  
Art.11ter. 39.
CHAPITRE 3. - Disposition transitoire.
HOOFDSTUK II. - De ontslagregeling voor contractuelen.
Art. 11.12.[1 L'autorité investie du pouvoir de nomination licencie le fonctionnaire qui a commis une faute grave pendant le stage, sans préavis ni indemnité de rupture.
Titel 2. [1 De ontslagregeling voor de ambtenaar op proef]1
Titre 3. [1 Le régime de licenciement du membre du personnel contractuel ]1
Art. 11.11.[1 § 1. Het ontslag van de ambtenaar op proef door een negatieve evaluatie van de statutaire proeftijd conform deel IV gaat in de eerste werkdag die volgt op de beslissing tot ontslag. Met ingang van die voormelde dag wordt met de ambtenaar op proef een arbeidsovereenkomst gesloten voor een bepaalde duur van drie maanden.
Chapitre 1er. [1 Dispositions générales]1
HOOFDSTUK III. - Overgangsbepaling.
Art. 11.13.[1 § 1er. L'autorité de recrutement peut licencier le membre du personnel contractuel conformément au droit du travail et aux dispositions du présent titre.
Art. 11.12.[1De benoemende overheid ontslaat de ambtenaar die tijdens de proeftijd een zware fout begaat zonder opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding.
Chapitre 2. [1 Conditions de licenciement]1
Titel 3. [1 De ontslagregeling voor het contractuele personeelslid]1
Art. 11.14.[1 § 1er. L'autorité de recrutement peut, après avoir appliqué les conditions prévues au présent titre, procéder au licenciement d'un membre du personnel contractuel, en raison de son comportement et/ou de son aptitude lorsque le membre du personnel contractuel, a reçu, au cours des 3 dernières années :
Hoofdstuk 1. [1 Algemene bepalingen ]1
Chapitre 3. [1 Le droit d'audition]1
Art. 11.13. [1 Ї 1. De indienstnemende overheid kan het contractuele personeelslid ontslaan conform het arbeidsrecht en de bepalingen van deze titel.
   In al de volgende gevallen is deze titel niet van toepassing:
   1А bij een ontslag om dringende redenen;
   2А bij de beыindiging van de arbeidsovereenkomst wegens het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd;
   3А bij de beыindiging van de arbeidsovereenkomst wegens overmacht;
   4А bij de beыindiging van de vervangingsovereenkomst door de terugkeer, het ontslag, het overlijden of de pensionering van het personeelslid dat vervangen wordt.
   De bepalingen opgenomen onder hoofdstuk 2, 4 en 5 zijn niet van toepassing bij een ontslag van:
   1А een contractueel personeelslid dat minder dan щщn jaar ononderbroken in dienst is bij de diensten van de Vlaamse overheid;
   2А een personeelslid van Sport Vlaanderen met een arbeidsovereenkomst voor occasioneel personeel;
   3А een occasionele lesgever van de VDAB vermeld in artikel 1, 10А, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 houdende de agentschapspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
   Bij het ontslag van een personeelslid met een arbeidsovereenkomst voor studenten zijn enkel artikel XI 23 Ї 3 en artikel XI 27 van toepassing.
   Ї 2. Overmacht schorst de termijnen opgenomen onder deze titel.]1

  
Art. 11.15. [1 § 1er. L'autorité de recrutement qui envisage de licencier un membre du personnel contractuel en raison de son comportement et/ou de son aptitude entend le membre du personnel contractuel concerné. Un conseiller peut assister l'autorité de recrutement pendant l'audition.
   § 2. L'autorité de recrutement respecte les règles suivantes lors de l'audition du membre du personnel contractuel :
   1° l'autorité de recrutement invite le membre du personnel contractuel, par le biais d'un envoi sécurisé, à faire valoir son point de vue ;
   2° l'invitation visée au point 1° contient l'ensemble des éléments suivants :
   a) les motifs sur lesquels se fonde l'intention de licencier ;
   b) la mesure de licenciement envisagée et son fondement juridique ;
   c) le lieu, les modalités et l'heure de l'audition et les modalités de la défense écrite ;
   d) des informations sur les droits du membre du personnel contractuel ;
   3° le membre du personnel contractuel a la possibilité de consulter le dossier de licenciement préalablement à l'audition ;
   4° le membre du personnel contractuel dispose d'au moins 7 jours ouvrables pour préparer sa défense à compter de la réception de la convocation. Le membre du personnel contractuel est réputé avoir reçu la convocation le troisième jour ouvrable suivant son envoi ;
   5° l'autorité de recrutement établit un procès-verbal de la session, dont une copie est remise au membre du personnel contractuel.
   § 3. Le membre du personnel contractuel décide d'accepter ou non la convocation à l'audition.
   Le membre du personnel contractuel a toujours la possibilité de se défendre par écrit, au plus tard le jour de l'audition.
   § 4. Sauf en cas d'absence légitime, le membre du personnel contractuel se présente en personne à l'audition.
   Le membre du personnel contractuel peut se faire assister à l'audition par une personne de son choix ou se faire représenter par une personne de son choix s'il en est légitimement empêché.
   § 5. Sauf cas de force majeure, le membre du personnel contractuel est réputé renoncer à son droit d'audition :
   1° s'il ne se présente pas à l'audition ou ne soumet pas de défense écrite au plus tard le jour de l'audition ;
   2° s'il est légitimement absent et ne se laisse pas représenter ou ne présente pas de défense écrite au plus tard le jour de l'audition.]1

  
Hoofdstuk 2. [1 Ontslagvoorwaarden]1
Chapitre 4. [1 Confirmation de l'intention de licenciement]1
Art. 11.14. [1 Ї 1. De indienstnemende overheid kan na toepassing van de voorwaarden opgenomen in deze titel overgaan tot het ontslag van een contractueel personeelslid, omwille van zijn gedrag en/of geschiktheid als het contractuele personeelslid in de afgelopen drie jaar:
   1А een formele schriftelijke waarschuwing ontving met een nauwkeurige weergave van het disfunctioneren dat kan leiden tot het ontslag van het personeelslid;
   en
   2А een remediыring kreeg conform artikel IV 5.
   Ї 2. In het geval het contractuele personeelslid meer dan drie jaar geleden een remediыring kreeg conform artikel IV 5, is een nieuwe schriftelijke waarschuwing en een remediыringstraject zoals voorzien in artikel IV 4 vereist, alvorens het ontslagtraject in te leiden.
   Ї 3. De indienstnemende overheid kan het ontslagtraject onmiddellijk inleiden als het contractuele personeelslid, na de schriftelijke waarschuwing, het aanbod niet benut om te remediыren via een traject zoals voorzien in artikel IV 4 of IV 5.]1

  
Art. 11.16. [1 § 1er. Si, après avoir entendu le membre du personnel contractuel, l'autorité de recrutement confirme son intention de le licencier, elle le lui notifie par envoi sécurisé dans les 7 jours ouvrables suivant l'audition.
   La communication mentionnée à l'alinéa 1er comprend également des informations sur la possibilité pour le membre du personnel contractuel de demander un avis conformément au chapitre 5. Le membre du personnel est réputé avoir reçu la communication précitée le troisième jour ouvrable suivant son envoi.
   § 2. Si le membre du personnel n'exerce pas son droit d'audition, l'autorité de recrutement peut procéder au licenciement définitif.]1

  
Hoofdstuk 3. [1 Het hoorrecht]1
Chapitre 5. [1 Organe consultatif]1
Art. 11.15. [1 De indienstnemende overheid die de intentie heeft om een contractueel personeelslid te ontslaan omwille van zijn gedrag en/of geschiktheid, hoort het betrokken contractuele personeelslid. Een raadgever kan de indienstnemende overheid tijdens de hoorzitting bijstaan.
   Ї 2. De indienstnemende overheid volgt de volgende voorschriften bij het horen van het contractuele personeelslid:
   1А de indienstnemende overheid nodigt het contractuele personeelslid via een beveiligde zending uit om zijn standpunt naar voor te brengen;
   2А de uitnodiging vermeld in punt 1А bevat al de volgende elementen:
   a) de redenen waarop de intentie tot ontslag is gebaseerd;
   b) de voorgenomen ontslagmaatregel en de juridische grondslag ervan;
   c) de plaats, de wijze en het tijdstip van de hoorzitting en de modaliteiten van het schriftelijk verweer;
   d) informatie over de rechten van het contractuele personeelslid;
   3А het contractuele personeelslid krijgt voorafgaand aan het verhoor de kans om het ontslagdossier in te zien;
   4А het contractuele personeelslid beschikt over minstens zeven werkdagen om zijn verweer voor te bereiden vanaf de ontvangst van de uitnodiging. Het contractuele personeelslid wordt geacht de uitnodiging ontvangen te hebben de derde werkdag na de verzending ervan;
   5А de indienstnemende overheid maakt een proces-verbaal op van de zitting waarvan het contractuele personeelslid een kopie ontvangt.
   Ї 3. Het contractuele personeelslid beslist om al dan niet op de uitnodiging van de hoorzitting in te gaan.
   Het contractuele personeelslid heeft altijd de mogelijkheid om zich schriftelijk te verweren, uiterlijk op de dag van de hoorzitting.
   Ї 4. Behalve bij gewettigde afwezigheid verschijnt het contractuele personeelslid in persoon op de hoorzitting.
   Het contractuele personeelslid mag zich tijdens de hoorzitting laten bijstaan door een persoon van zijn keuze of mag zich bij gewettigde verhindering door een persoon van zijn keuze laten vertegenwoordigen.
   Ї 5. Het contractuele personeelslid wordt, behoudens overmacht, geacht af te zien van het hoorrecht als:
   1А hij niet verschijnt op de hoorzitting, noch een schriftelijk verweer indient ten laatste op de dag van de hoorzitting;
   2А hij gewettigd afwezig is en zich niet laat vertegenwoordigen, noch een schriftelijk verweer indient uiterlijk op de dag van de hoorzitting.]1

  
Art. 11.17. [1 Le membre du personnel contractuel qui a reçu une confirmation de l'intention de licenciement conformément à l'article XI 16, § 1er, peut, dans un délai de sept jours ouvrables à compter de la réception de cette confirmation, demander l'avis d'un organe consultatif compétent pour le domaine politique auquel appartient le membre du personnel en question.]1
  
Hoofdstuk 4. [1 Bevestiging van de ontslagintentie]1
Art. 11.18. [1§ 1er. L'organe consultatif mentionné à l'article XI 17 émet, à la majorité des voix, son avis à l'autorité de recrutement dans un délai de 10 jours ouvrables à compter de la réception de la demande d'avis.
Art. 11.16. [1 Als de indienstnemende overheid, na het contractuele personeelslid gehoord te hebben, de ontslagintentie bevestigt, deelt de indienstnemende overheid dat binnen zeven werkdagen na de hoorzitting via beveiligde zending mee aan het contractuele personeelslid.
   De mededeling, vermeld in het eerste lid, omvat ook informatie over de mogelijkheid voor het contractuele personeelslid om een advies in te winnen conform hoofdstuk 5. Het personeelslid wordt geacht de voormelde mededeling ontvangen te hebben op de derde werkdag na de verzending ervan.
   Ї 2. Als het personeelslid geen gebruik maakt van zijn hoorrecht, kan de indienstnemende overheid overgaan tot definitief ontslag.]1

  
Art. 11.19. [1 § 1er. Le secrétariat de l'organe consultatif mentionné à l'article XI 17 détermine la composition de l'organe consultatif pour chaque dossier.
   § 2. L'organe consultatif visé à l'article XI 17 est composé des membres suivants pour chaque dossier :
   1° un président : le chef d'une entité, d'un conseil ou d'un établissement ;
   2° trois membres de l'autorité publique : des membres du personnel possédant une expertise en matière de ressources humaines et/ou de direction ;
   3° trois membres des syndicats représentatifs au sein du Comité sectoriel XVIII Communauté flamande - Région flamande.
   Le président et les membres de l'organe consultatif mentionné à l'article XI 17 ne font pas partie de l'entité, du conseil ou de l'établissement du membre du personnel contractuel qui demande un avis. Le président et les membres ont voix délibérative.
   § 3. L'organe consultatif mentionné à l'article XI 17 ne peut valablement délibérer en l'absence du président.
   Si les membres ont été valablement convoqués et que moins de six membres sont présents à la session, l'organe consultatif mentionné à l'article XI 17 se réunit et statue valablement si au moins trois membres sont présents.]1

  
Hoofdstuk 5. [1 Adviesorgaan]1
Art. 11.20. [1 L'organe consultatif mentionné à l'article XI 17 est organisé en fonction des différents domaines politiques, avec un maximum de quatre organes consultatifs au total. Le regroupement des organes consultatifs est organisé en vue d'une répartition proportionnelle de la charge de travail en fonction du bon fonctionnement des différents organes consultatifs.
Art. 11.17. [1 Het contractuele personeelslid dat conform artikel XI 16, Ї 1, een bevestiging van de ontslagintentie ontving, kan binnen zeven werkdagen na ontvangst van deze bevestiging advies vragen bij een adviesorgaan dat bevoegd is voor het beleidsdomein waartoe het personeelslid in kwestie behoort.]1
  
Art. 11.21. [1 § 1er. L'organe consultatif mentionné à l'article XI 17 convoque les deux parties pour qu'elles soient entendues avant que l'organe formule un avis motivé.
   Sauf en cas d'empêchement légitime, le membre du personnel contractuel se présente en personne. Le membre du personnel contractuel peut se faire assister pour sa défense par une personne de son choix ou se faire représenter par une personne de son choix en cas d'empêchement légitime.
   § 2. Si, sauf cas de force majeure et bien que dûment convoqué, le membre du personnel contractuel ne se présente pas sans motif valable, ou ne se fait pas représenter alors qu'il en est légitimement empêché, il est réputé avoir renoncé définitivement à son droit de solliciter un avis.]1

  
Art. 11.18. [1 Ї 1. Het adviesorgaan, vermeld in artikel XI 17, brengt met meerderheid van stemmen advies uit aan de indienstnemende overheid binnen tien werkdagen nadat het de adviesvraag heeft ontvangen.
   Bij staking van stemmen heeft de voorzitter een beslissende stem.
   Het adviesorgaan, vermeld in artikel XI 17, bezorgt een kopie van het advies aan het contractuele personeelslid.
   Ї 2. In het kader van dat advies beoordeelt het adviesorgaan, vermeld in artikel XI 17, op basis van het ontslagdossier het vervuld zijn van de ontslagvoorwaarden, de toepassing van de procedure, zoals vermeld in hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze titel, en de gegrondheid van de ontslagintentie.
   Als het adviesorgaan unaniem oordeelt dat de ontslagvoorwaarden of procedure zoals vermeld in hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze titel niet werd toegepast, geeft het een unaniem negatief advies om te ontslaan. Het beoordeelt de gegrondheid van het dossier niet meer.
  De termijn van adviesvraag en procedure hebben een opschortende werking, tenzij het contractueel personeelslid hier uitdrukkelijk van afziet.]1

  
Art. 11.22. [1 Aux fins du présent chapitre, l'Enseignement communautaire et le Conseil flamand de l'enseignement sont considérés comme faisant partie du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation, et le Conseil consultatif stratégique de l'Aménagement du Territoire et du Patrimoine immobilier et le Conseil flamand de l'Environnement et de la Nature de Flandre sont considérés comme faisant partie du domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire. ]1
  
Art. 11.19. [1 Ї 1. Het secretariaat van het adviesorgaan, vermeld in artikel XI 17, bepaalt voor elk dossier de samenstelling van het adviesorgaan.
Chapitre 6. [1 La décision finale de licenciement et l'obligation de motivation]1
Art. 11.20. [1Het adviesorgaan, vermeld in artikel XI 17, wordt georganiseerd over de verschillende beleidsdomeinen heen, met maximaal vier adviesorganen in totaal. De clustering van adviesorganen wordt georganiseerd met oog voor een evenredige verdeling van de werklast in het licht van de goede werking van de verschillende adviesorganen.
Art. 11.23. [1 § 1er. L'autorité de recrutement prend une décision définitive de licenciement et la communique par écrit au membre du personnel contractuel dans un délai de cinq jours ouvrables, en précisant en même temps les motifs concrets du licenciement :
Art. 11.21. [1Ї 1. Het adviesorgaan, vermeld in artikel XI 17, roept beide partijen op om gehoord te worden vѓѓr het een gemotiveerd advies formuleert.
Art. 11.24. [1 L'autorité de recrutement est tenue de verser une indemnité de 3 mois de traitement si le membre du personnel contractuel est licencié après un avis négatif unanime de l'organe consultatif.
Art. 11.22. [1 oor de toepassing van dit hoofdstuk worden het Gemeenschapsonderwijs en de Vlaamse Onderwijsraad geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en worden de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Omgeving.]1
Art. 11.25. [1 Les délais mentionnés dans le présent titre sont suspendus entre le 25 décembre et le 1er janvier de l'année suivante.]1
Hoofdstuk 6. [1 De definitieve ontslagbeslissing en de motiveringsplicht]1
Chapitre 7. [1 Outplacement]1
Art. 11. 23. [1 Ї 1. De indienstnemende overheid neemt een definitieve ontslagbeslissing en deelt deze beslissing gelijktijdig met de concrete redenen voor het ontslag schriftelijk mee aan het contractuele personeelslid binnen vijf werkdagen:
Art. 11. 26. [1 1er. Le membre du personnel contractuel licencié conformément au droit du travail a droit à l'outplacement proposé par l'autorité de recrutement, à condition qu'il ait droit :
Art. 11.24. [1 De indienstnemende overheid is een schadevergoeding van 3 maanden loon verschuldigd als het contractuele personeelslid wordt ontslagen na een unaniem negatief advies van het adviesorgaan.
Chapitre 8. [1Ancienneté de licenciement-1
Art. 11.25. [1 De termijnen, vermeld in deze titel, worden opgeschort tussen 25 december en 1 januari van het volgende jaar.]1
Art. 11. [1 En cas de cessation unilatérale de l'emploi par l'autorité de recrutement, celle-ci tient compte, pour le calcul du délai de préavis ou de l'indemnité de rupture, des périodes d'emploi ininterrompu du membre du personnel contractuel auprès des services de l'Autorité flamande ]1
Hoofdstuk 7. [1 Outplacement]1
Titre 4. [1 Dispositions transitoires ]1
Art. 11. 26. [1 Ї 1. Het contractuele personeelslid dat conform het arbeidsrecht ontslagen wordt, heeft recht op outplacement die de indienstnemende overheid aanbiedt op voorwaarde dat hij recht heeft op ofwel:
Art. 11. 28. [1 Pour le fonctionnaire nommé à titre définitif le 31 mai 2019, le délai de préavis visé à l'article XI 8, § 2, alinéa 2, est calculé en additionnant les résultats des points 1° et 2° :
Hoofdstuk 8. [1 Ontslaganciыnniteit]1
PARTIE XIBIS [1 Conditions de travail spécifiques pour les agents de la filière nautique de l'Agence des Services maritimes et de la Côte]1
Art. 11. 27. [1 In geval van eenzijdige beëindiging van de tewerkstelling door de indienstnemende overheid houdt de indienstnemende overheid bij de berekening van de opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding rekening met de periodes van ononderbroken tewerkstelling van het contractuele personeelslid bij de diensten van de Vlaamse overheid.]1
TITRE 1er. [1 Champ d'application ]1
Titel 4. [1 Overgangsbepalingen]1
Art. 11BIS.1. [1 § 1er. La présente partie s'applique aux agents de la filière nautique de l'Agence des Services maritimes et de la Côte mentionnés dans l'article XIbis 57.
Art. 11.28. [1 Voor de ambtenaar die op 31 mei 2019 vast benoemd is, wordt de opzeggingstermijn vermeld in artikel XI 8, Ї 2, tweede lid, berekend door de uitkomst van punt 1А en 2А bij elkaar op te tellen:
TITRE 2. [1 TITRE 2. - Définitions ]1
Deel XIbis. [1 Specifieke arbeidsvoorwaarden voor de personeelsleden binnen de Nautische keten van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.]1
Art. 11BIS.2. [1 Dans la présente partie, on entend par :
Titel 1. [1 Toepassingsgebied ]1
TITRE 3. [1 Entrée ]1
Art. XIbis.1. [1 § 1. Dit deel is van toepassing op de personeelsleden van de Nautische keten van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, vermeld in artikel XIbis 57.
CHAPITRE 1er. [1 Pourvoi des vacances d'emploi ]1
Titel 2. [1 Definities]1
Art. 11BIS.3. [1 § 1er. Par dérogation à l'article III 2, § 1er, il est pourvu aux grades mentionnés dans l'article XIbis 57 par un emploi statutaire.
Art. 1Ibis.2. [1 In dit deel wordt verstaan onder:
CHAPITRE 2. [1 Conditions particulières attachées au recrutement et au changement de fonction ]1
Titel 3. [1 Instroom ]1
Art. 11BIS-4. . [1 Les conditions particulières suivantes s'appliquent au grade de pilote en cas de recrutement et de changement de fonction :
HOOFDSTUK I. - [1 Invulling van de vacatures ]1
Art. 11BIS-5. [1 Les conditions particulières suivantes s'appliquent au grade de contrôleur du trafic maritime en cas de recrutement :
Art. 1Ibis.3. [1 § 1. In afwijking van artikel III 2, § 1, worden de graden, vermeld in artikel XIbis 57, ingevuld via een statutaire tewerkstelling.
   Statutaire vacatures worden bij voorrang ingevuld door herplaatsing.
   Als herplaatsing niet mogelijk is, kiest de lijnmanager tussen de volgende procedures:
   1° via de interne arbeidsmarkt, waarbij gekozen wordt voor horizontale mobiliteit of bevordering;
   2° via aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt, in combinatie met horizontale mobiliteit en bevordering van geslaagden voor overgangsexamens of competentieproeven voor de graad in kwestie en externe mobiliteit;
   3° via externe mobiliteit, in combinatie met horizontale mobiliteit en eventueel aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt.
   Als de lijnmanager zich beroept op verschillende procedures om een vacature in te vullen, worden de kandidaten die in aanmerking komen onderworpen aan dezelfde selectie.
   De selector stelt het programma en de nadere regels vast van de selectie.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de invulling van de graden, vermeld in artikel XIbis 57, via een contractuele tewerkstelling alleen in de volgende gevallen:
   1° om aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften te voldoen;
   2° om een personeelslid dat afwezig is te vervangen;
   3° om een hooggekwalificeerde opdracht te vervullen. Betrekkingen met een salarisschaal of beginsalarisschaal die overeenstemt met rang A2 of hoger kunnen als een hooggekwalificeerde betrekking contractueel worden ingevuld;
   4° om knelpuntfuncties in te vullen die voorkomen op de lijst van knelpuntfuncties die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, vaststelt;
   5° om te voorzien in een personeelsbehoefte gefinancierd door een derde;
   6° om te voorzien in de personeelsbehoefte voor activiteiten die hoofdzakelijk verricht worden in mededinging met andere marktdeelnemers.
   De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, stelt in overleg met de functioneel bevoegde ministers, na mededeling aan de Vlaamse Regering, de lijst vast van de contractuele functies waarop het eerste lid, 6°, van toepassing is.
   De contractuele functie worden bij voorrang ingevuld door herplaatsing van contractuelen.
   Een contractueel personeelslid dat voldoet aan een van de volgende twee voorwaarden, komt in aanmerking voor herplaatsing:
   1° werken met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur en niet geworven zijn in het kader van een uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoefte of in het kader van de vervanging van een afwezig personeelslid;
   2° werken met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur en zich bevinden in een re-integratietraject als vermeld in boek I, titel 4, hoofdstuk VI van de Codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017.
   Voor de contractuele personeelsleden, vermeld in het vierde lid, geldt de herplaatsingsregeling voor ambtenaren.
   Als een openstaande contractuele betrekking wordt ingevuld door herplaatsing, vindt de daadwerkelijke indienstneming pas plaats na voorafgaand akkoord van het contractuele personeelslid.
   Als voor de invulling van een contractuele betrekking de herplaatsing van een contractueel personeelslid niet mogelijk is, of als het gaat om een contractuele betrekking met een salarisschaal of beginsalarisschaal die hoger dan rang A2E is, wordt de contractuele betrekking ingevuld op een van de volgende wijzen:
   1° via horizontale mobiliteit;
   2° via aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt, in combinatie met de horizontale mobiliteit.
   Bij combinatie van procedures worden de kandidaten onderworpen aan dezelfde selectie. ]1

  
Art. 11BIS -6.[1 Les conditions particulières suivantes s'appliquent au grade de technicien naval en chef en cas de recrutement :
   1° posséder un diplôme donnant accès au niveau C, tel que demandé dans la description de fonction ;
   2° être titulaire d'un diplôme, brevet, certificat, etc., tel que demandé dans la description de fonction.]1

  
HOOFDSTUK 2. [1 Bijzondere voorwaarden bij aanwerving en functiewijziging ]1
Art. 11BIS-7. [1 Les conditions particulières suivantes s'appliquent au grade de technicien naval en cas de recrutement :
Art. 1Ibis.4. [1 4. Voor de graad van loods gelden de volgende bijzondere voorwaarden bij aanwerving en functiewijziging:
   1° bij aanwerving:
   a) een diploma van master in de nautische wetenschappen bezitten;
   b) titularis zijn van een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift, enzovoort, zoals gevraagd in de functiebeschrijving;
   c) toepassing van artikel XIbis 11 en artikel XIbis 12;
   2° bij functiewijziging:
   a) stuurman van de loodsboot:
   1) geslaagd zijn voor een vergelijkende competentieproef;
   2) titularis zijn van een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift enzovoort zoals gevraagd in de functiebeschrijving.
   b) Chef-loods:
   1) Geslaagd zijn voor een vergelijkende competentieproef;
   2) titularis zijn van een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift enzovoort zoals gevraagd in de functiebeschrijving.
   c) kapitein van de loodsboot:
   1) geslaagd zijn voor een vergelijkende competentieproef;
   2) titularis zijn van een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift enzovoort zoals gevraagd in de functiebeschrijving;
   3) de functiewijziging naar loods met de functie van kapitein van de loodsboot kan op zijn vroegst ingaan na honderd daadwerkelijke vaardagen in de functie van stuurman;
   d) loods algemene functie:
   1) geslaagd zijn voor een vergelijkende competentieproef en een reeks proefreizen hebben afgelegd, als vermeld in artikel XIbis 12, § 1, eerste lid, 3° ;
   2) titularis zijn van een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift enzovoort zoals gevraagd in de functiebeschrijving. ]1

  
Art. 11BIS -8. [1 Le grade d'observateur de radar requiert, en cas de recrutement, un diplôme donnant accès au niveau C, tel que demandé dans la description de fonction. ]1
  
Art. 1Ibis.5. [1 Voor de graad van maritiem verkeersleider gelden de volgende bijzondere voorwaarden bij aanwerving:
   1° een diploma bezitten dat toegang geeft tot niveau B, zoals gevraagd in de functiebeschrijving;
   2° titularis zijn van een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift enzovoort zoals gevraagd in de functiebeschrijving. ]1

  
Art. 11BIS -9.[1 La condition particulière suivante s'applique au grade de patron en cas de recrutement : être titulaire d'un diplôme, brevet, certificat, etc., tel que demandé dans la description de fonction ;
   L'article XIbis 54 s'applique en cas de changement de fonction auprès de l'Agence des Services maritimes et de la Côte.
   En cas de changement de grade, l'article XIbis 51 s'applique. ]1

  
Art. 1Ibis.6. [1 Voor de graad van maritiem verkeersleider gelden de volgende bijzondere voorwaarden bij aanwerving:
   1° een diploma bezitten dat toegang geeft tot niveau B, zoals gevraagd in de functiebeschrijving;
   2° titularis zijn van een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift enzovoort zoals gevraagd in de functiebeschrijving. ]1

  
Art. 11BIS -10. [1 La condition particulière suivante s'applique au grade de motoriste en cas de recrutement : être titulaire d'un diplôme, brevet, certificat, etc., tel que demandé dans la description de fonction ;
   En cas de changement de grade, l'article XIbis 51 s'applique. ]1

  
Art. 1Ibis.7. [1 Voor de graad van scheepstechnicus gelden de volgende bijzondere voorwaarden bij aanwerving:
CHAPITRE 3. [1 Nomination ]1
Art. 1Ibis.8. [1 Voor de graad van radarwaarnemer is bij aanwerving een diploma dat toegang geeft tot niveau C, zoals gevraagd in de functiebeschrijving, vereist. ]1
  
Art. 11BIS -11. [1 . § 1er. Le pilote exerçant la fonction de chef-pilote stagiaire est nommé à titre définitif s'il satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
   1° avoir terminé une formation avec fruit ;
   2° avoir réussi l'épreuve de compétences pour ses grade et fonction.
   L'Agence des Services maritimes et de la Côte arrête les modalités relatives à la formation visée à l'alinéa 1er, 1°.
   § 2. Un fonctionnaire stagiaire qui n'a pas réussi à deux reprises l'épreuve de compétences mentionnée dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, est licencié, sans possibilité de recours, à la date de la signature du procès-verbal de la deuxième épreuve de compétences. ]1

  
Art. 1Ibis.9. [1 Voor de graad van radarwaarnemer is bij aanwerving een diploma dat toegang geeft tot niveau C, zoals gevraagd in de functiebeschrijving, vereist.
   Artikel XIbis 54 is van toepassing bij functiewijziging bij het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.
   Bij graadverandering is artikel XIbis 51 van toepassing.]1

  
Art. 11BIS -12. [1 § 1er. Un pilote exerçant une fonction générale et un pilote exerçant la fonction de second du bateau-pilote en stage sont nommés à titre définitif s'ils satisfont à l'ensemble des conditions suivantes :
   1° avoir terminé une formation avec fruit ;
   2° avoir réussi l'épreuve de compétences pour leurs grade et fonction ;
   3° avoir effectué une série de voyages d'essai.
   L'Agence des Services maritimes et de la Côte arrête les modalités relatives à la formation et aux voyages d'essai visés à l'alinéa 1er, 1° et 3°.
   § 2.Un fonctionnaire stagiaire qui n'a pas réussi à deux reprises l'épreuve de compétences mentionnée dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, ou qui effectue à deux reprises sans succès la série de voyages d'essai mentionnée dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, est licencié, sans possibilité de recours, à la date de la signature du procès-verbal de la deuxième épreuve de compétences ou de la deuxième série de voyages d'essai.
   Cette procédure doit avoir été finalisée avant l'expiration du stage. ]1

  
Art. 1Ibis.10. [1 Voor de graad van motorist geldt de volgende bijzondere voorwaarde bij aanwerving: titularis zijn van een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift enzovoort, zoals gevraagd in de functiebeschrijving.
CHAPITRE 4. [1 Mobilité externe ]1
HOOFDSTUK 3. [1 Benoeming ]1
Art. 11BIS-13. [1 Le présent chapitre fixe les modalités selon lesquelles un fonctionnaire d'une autorité externe ou un agent nommé à titre définitif du secteur de l'enseignement peut bénéficier d'une mobilité vers une fonction au sein de la filière nautique de l'Agence des Services maritimes et de la Côte.
Art. 1Ibis.11. [1 § 1. De loods met de functie van chef-loods op proef wordt in vast verband benoemd als die loods voldoet aan al de volgende voorwaarden:
   1° met goed gevolg een opleiding hebben beëindigd;
   2° geslaagd zijn voor de competentieproef voor zijn graad en functie.
   Het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust stelt de nadere bepalingen over de opleiding, vermeld in het eerste lid, 1°, vast.
   § 2. Een ambtenaar op proef die twee keer niet is geslaagd voor de competentieproef, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt zonder mogelijkheid van beroep ontslagen op de datum van de ondertekening van het proces-verbaal van de tweede competentieproef. ]1

  
Art. 11BIS -14. [1 Dans le présent chapitre, on entend par :
   1° mobilité externe : la nomination, par l'autorité investie du pouvoir de nomination, d'un fonctionnaire statutaire d'une autorité externe ou d'un agent nommé à titre définitif issu du secteur de l'enseignement dans un emploi vacant au sein de la filière nautique de l'Agence des Services maritimes et de la Côte après que le fonctionnaire ou l'agent nommé à titre définitif issu du secteur de l'enseignement a posé sa candidature à cet effet.
   2° autorité externe :
   a) un service public fédéral, un service public fédéral de programmation ainsi que les services qui en dépendent, le Ministère de la Défense ou l'une des personnes morales mentionnées dans l'article 1er, 3°, de la loi du 22 juillet 1993 portant certaines mesures en matière de fonction publique ;
   b) les services des autres communautés et régions, des collèges des commissions communautaires et du Collège réuni de la Commission communautaire commune et les personnes de droit public qui en dépendent ;
   c) les entités et les conseils qui n'appartiennent pas aux services de l'Autorité flamande, la Société flamande de Distribution d'Eau (" Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening "), la Radio-télévision de la Flandre (" Vlaamse Radio- en Televisieomroep "), le Secrétariat Général du Parlement flamand et les institutions liées au Parlement flamand ;
   d) les communes, les provinces, les centres publics d'action sociale, à l'exception de l'hôpital en gestion propre, les régies communales autonomes, les régies provinciales autonomes et les associations et sociétés d'aide sociale, à l'exception des associations d'hôpitaux.
   3° secteur de l'enseignement :
   a) les établissements de l'enseignement communautaire visés à l'article 2, § 1er, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 ;
   b) les établissements de l'enseignement subventionné visés à l'article 4, § 1er, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 ;
   c) les hautes écoles mentionnées dans l'article II 3 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;
   d) les universités mentionnées dans l'article II 2 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;
   e) l'Inspection de l'Enseignement visée à l'article 45 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ;
   f) l'inspection et l'encadrement des cours philosophiques visés dans le décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques. ]1

  
Art. 1Ibis.12. [1 § 1. Een loods met algemene functie en een loods met de functie van stuurman van de loodsboot op proef worden in vast verband benoemd als ze voldoen aan al de volgende voorwaarden:
   1° met goed gevolg een opleiding hebben beëindigd;
   2° geslaagd zijn voor de competentieproef voor hun graad en functie;
   3° een reeks proefreizen hebben afgelegd.
   Het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust stelt de nadere bepalingen inzake de opleiding en de proefreizen, vermeld in het eerste lid, 1° en 3°, vast.
   § 2. Een ambtenaar op proef die twee keer niet is geslaagd voor de competentieproef, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, of twee keer zonder succes de reeks proefreizen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, aflegt, wordt zonder mogelijkheid van beroep ontslagen op de datum van de ondertekening van het proces-verbaal van de tweede competentieproef of van de tweede reeks proefreizen.
   Die procedure moet beëindigd zijn vóór de proeftijd is verstreken. ]1

  
Art. 11BIS -15. [1 Le manager de ligne peut limIter l'appel à une ou plusieurs des catégories mentionnées dans l'article XIbis 14, 2° et 3°.
   ]1

  
HOOFDSTUK 4. [1 Externe mobiliteit ]1
Art. 11BIS-16. [1 Le fonctionnaire de l'autorité externe ou l'agent nommé à titre définitif du secteur de l'enseignement qui satisfait à l'ensemble des conditions suivantes peut bénéficier de la mobilité externe :
Art. 1Ibis.13. [1 Dit hoofdstuk bepaalt de nadere regels volgens welke een ambtenaar van een externe overheid of een vastbenoemd personeelslid van de onderwijssector mobiliteit naar een functie binnen de Nautische keten van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust kan verkrijgen.
   Dit hoofdstuk is niet van toepassing op al de volgende functies:
   1° de functies van N-niveau
   2° de functie van algemeen directeur;
   3° de functie van N-1 niveau;
   4° de functie van preventieadviseur-coördinator;
   5° de functie van preventieadviseur.
   Ambtenaren komen tijdens hun stageperiode niet in aanmerking voor externe mobiliteit. ]1

  
Art. 11BIS -17. Le sélecteur organise la sélection pour une fonction en concertation avec le manager de ligne.
   Le manager de ligne peut fixer des exigences particulières conformément à la description de fonction et au profil de compétences et après concertation avec le sélecteur.
   En concertation avec le manager de ligne, le sélecteur exclut de la participation à la sélection les candidats qui ne satisfont pas aux conditions statutaires ou aux conditions du règlement de sélection.
   Le sélecteur évalue, en concertation avec le manager de ligne, les compétences et autres exigences qui, conformément à la description de fonction, sont nécessaires à la fonction, compte tenu des besoins spécifiques de l'entité ou de la sous-entité.
   Chaque sélection peut comporter plusieurs épreuves. Les candidats sont informés des motifs d'une éventuelle exclusion fondée sur une épreuve ou sélection.[1 ]1
  
Art. 1Ibis.14. [1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
   1° externe mobiliteit: de benoeming van een statutaire ambtenaar van een externe overheid of van een vastbenoemd personeelslid uit de onderwijssector in een vacante betrekking binnen de Nautische keten bij het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust door de benoemende overheid, nadat de ambtenaar of het vastbenoemd personeelslid uit de onderwijssector zich daarvoor kandidaat heeft gesteld.
   2° externe overheid:
   a) een federale overheidsdienst, een programmatorische federale overheidsdienst, en ook de diensten die ervan afhangen, het Ministerie van Landsverdediging of een van de rechtspersonen, vermeld in artikel 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken;
   b) de diensten van de andere gemeenschappen en gewesten, van de colleges van de gemeenschapscommissies en van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen;
   c) de entiteiten en raden die niet behoren tot de diensten van de Vlaamse overheid, de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, de Vlaamse Radio- en Televisieomroep, het Algemeen Secretariaat van het Vlaams Parlement en de instellingen die verbonden zijn aan het Vlaams Parlement;
   d) de gemeenten, de provincies, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van het ziekenhuis in eigen beheer, de autonome gemeentebedrijven, de autonome provinciebedrijven en de verenigingen en vennootschappen voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van de ziekenhuisverenigingen.
   3° onderwijssector:
   a) de instellingen van het gemeenschapsonderwijs, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;
   b) de instellingen van het gesubsidieerd onderwijs, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
   c) de hogescholen, vermeld in artikel II 3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
   d) de universiteiten, vermeld in artikel II 2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
   e) de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 45 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
   f) de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, vermeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. ]1

  
Art. 11BIS -18. § 1er. Le manager de ligne choisit, parmi les candidats aptes, celui qui, selon lui, est le plus apte pour la fonction ou bien n'opérera exceptionnellement aucun choix s'il estime qu'aucun des candidats aptes ne satisfait aux exigences de profil. La décision de sélection motivée tient compte de l'ensemble des éléments suivants :
   1° la candidature ;
   2° la description de fonction de la vacance et le profil souhaité ;
   3° l'évaluation de l'épreuve ou des épreuves de sélection éventuelles.
   § 2. Le sélecteur arrête, par sélection, un règlement de sélection en concertation avec le manager de ligne.
   Le règlement de sélection visé à l'alinéa 1er contient tous les éléments suivants :
   1° les diplômes, certificats d'études, titres d'expérience ou titres d'accès qui donnent accès à la procédure de sélection ;
   2° la date à laquelle il doit avoir été satisfait aux conditions ;
   3° le nombre et la nature des épreuves ;
   4° les critères selon lesquels l'aptitude ou la réussite seront évaluées.
   Le règlement de sélection visé à l'alinéa 1er règle également, le cas échéant :
   1° une éventuelle présélection en fonction du nombre de candidats ;
   2° une procédure restreinte éventuelle ;
   3° la composition du jury dont le manager de ligne fait au moins partie lors d'épreuves de sélection internes ;
   4° les règles relatives au classement ;
   5° la durée de validité de la réserve ;
   6° la perte et le maintien d'une place dans la réserve ;
   7° la possibilité d'organiser une épreuve supplémentaire en vue de pourvoir une vacance supplémentaire pour la même fonction ou une fonction analogue.[1 ]1
  
Art. 1Ibis.15. [1 De lijnmanager kan de oproep beperken tot een of meer van de categorieën, vermeld in artikel XIbis 14, 2° en 3°.
   ]1

  
Art. 11BIS -19. [1 L'agence en informe le candidat, l'Agence de la Fonction publique et l'autorité externe à laquelle le fonctionnaire appartient.
   Le candidat dispose d'un délai maximal de trois mois à compter de la décision de sélection pour prendre ses fonctions conformément aux dispositions statutaires de l'autorité externe auprès de laquelle il a été nommé. ]1

  
Art. 1Ibis.16. [1 De ambtenaar van de externe overheid die of het vastbenoemde personeelslid van de onderwijssector dat aan al de volgende voorwaarden voldoet, kan externe mobiliteit verkrijgen:
   1° de voorwaarden vermeld in artikel III 14, vervullen;
   2° een graad, rang, functie of vakklasse bekleden die door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, als gelijkwaardig is erkend met de graad of rang waartoe de vacante betrekking behoort;
   3° beantwoorden aan de specifieke voorwaarden die conform dit besluit voorgeschreven zijn om de vacante betrekking uit te oefenen;
   4° beantwoorden aan het functieprofiel van de betrekking. ]1

  
Art. 11BIS -20. [1 La mobilité externe entraîne de plein droit la nomination du fonctionnaire au grade dont relève l'emploi vacant pour lequel il a posé sa candidature, dès qu'il a été prêté serment. ]1
  
Art. 1Ibis.17. [1 De selector organiseert de selectie voor een functie in overleg met de lijnmanager.
   De lijnmanager kan bijzondere vereisten vaststellen in overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, en na overleg met de selector.
   De selector sluit, in overleg met de lijnmanager, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden van het selectiereglement uit van deelname aan de selectie.
   De selector beoordeelt, in overleg met de lijnmanager, de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, rekening houdend met de specifieke behoeften van de (sub)entiteit.
   Elke selectie kan uit verschillende testen bestaan. De kandidaten worden op de hoogte gebracht van de motivering van een eventuele uitsluiting op basis van een test of selectie. ]1

  
Art. 11BIS -21. [1 Le manager de ligne de l'entité, du conseil ou de l'établissement qui accorde la mobilité externe peut imposer un stage de trois maximum. La période précitée peut être prolongée de la durée des absences excédant le nombre de dix jours ouvrables d'absence.
   Pendant le stage, le fonctionnaire stagiaire ou le manager de ligne de l'entité, du conseil ou de l'établissement qui accorde la mobilité externe peut mettre fin à la mobilité externe envisagée moyennant un délai de préavis de trois jours. ]1

  
Art. 1Ibis.18. [1 § 1. De lijnmanager, kiest uit de geschikte kandidaten de kandidaat die volgens die lijnmanager het meest geschikt is voor de functie, of de lijnmanager kiest uitzonderlijk niet als hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met al de volgende elementen:
   1° de kandidaatstelling;
   2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
   3° de beoordeling van de eventuele selectietest of de eventuele selectietesten.
   § 2. De selector stelt, in overleg met de lijnmanager, per selectie een selectiereglement vast.
   Het selectiereglement, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
   1° welke diploma's, studiegetuigschriften, ervaringsbewijzen of toegangsbewijzen toegang geven tot de selectieprocedure;
   2° de datum waarop aan de voorwaarden moet voldaan zijn;
   3° het aantal en de aard van de testen;
   4° de criteia op basis waarvan de geschiktheid of het geslaagd zijn beoordeeld worden.
   Het selectiereglement, vermeld in het eerste lid, regelt in voorkomend geval ook:
   1° een mogelijke voorselectie, naargelang het aantal kandidaten;
   2° een mogelijke beperkte procedure;
   3° de samenstelling van de jury, waarvan de lijnmanager bij interne selectietesten minstens deel uitmaakt;
   4° de regels voor de rangschikking;
   5° de geldigheidsduur van de reserve;
   6° het verlies en behoud van een plaats in de reserve;
   7° de mogelijkheid om een bijkomende test te organiseren voor de vervulling van een bijkomende vacature voor dezelfde of een vergelijkbare functie. ]1

  
Art. 11BIS -22. [1 . Le fonctionnaire conserve l'ancienneté de service, de niveau et de grade qu'il avait acquise auprès de l'autorité d'origine.
   Le fonctionnaire est rémunéré dans l'échelle de traitement du grade de l'emploi vacant au montant correspondant à son ancienneté pécuniaire.
   Si une carrière fonctionnelle est attachée au grade, le fonctionnaire est classé à l'échelon de la carrière fonctionnelle sur la base de l'ancienneté barémique cumulée qu'il possède à la date du transfert. ]1

  
Art. 1Ibis.19. [1 Het agentschap brengt de kandidaat, het Agentschap Overheidspersoneel en de externe overheid waartoe de ambtenaar behoort, daarvan op de hoogte.
TITRE 4. [1 Mouvements ]1
Art. 1Ibis.20. [1 De externe mobiliteit leidt van rechtswege tot de benoeming van de ambtenaar in de graad, waartoe de vacante betrekking waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld, behoort, zodra hij de eed heeft afgelegd. ]1
CHAPITRE 1er. [1 Réaffectation ]1
Art. 1Ibis.21. [1 . De lijnmanager van de entiteit, raad of instelling die externe mobiliteit toekent, kan een proeftijd van maximaal drie maanden opleggen. De voormelde termijn is verlengbaar met de duur van de afwezigheden, boven het aantal van tien werkdagen afwezigheid.
   Tijdens de proeftijd kan de ambtenaar op proef of de lijnmanager van de entiteit, raad of instelling die externe mobiliteit toekent, met een opzeggingstermijn van drie dagen, een einde stellen aan de vooropgezette externe mobiliteit.]1

  
Art. 11BIS -23. [1 § 1er. Par réaffectation, on entend :
   1° la mutation d'un fonctionnaire de rang A2E et de rang A2 ou inférieur à un emploi statutaire vacant d'un grade du même rang ou d'un rang inférieur ;
   2° la mutation d'un agent contractuel dont l'échelle de traitement unique ou l'échelle de traitement initiale correspond au rang A2E et au rang A2 ou inférieur à un emploi contractuel vacant avec la même échelle de traitement ou carrière pécuniaire ou à un emploi contractuel vacant dont l'échelle de traitement unique ou la plus élevée correspond à un rang inférieur.
   lorsque l'emploi de l'agent en question a été déclaré vacant en raison d'une absence de longue durée ou lorsque l'agent ne peut plus exercer sa fonction initiale pour des raisons personnelles, fonctionnelles ou médicales.
   § 2. L'article XIbis 3, § 2, alinéa 4, s'applique à la réaffectation d'agents contractuels. ]1

  
Art. 1Ibis.22. [1 . De ambtenaar behoudt de dienst-, niveau- en graadanciënniteit die hij verworven had bij de overheid van herkomst.
   De ambtenaar wordt bezoldigd in de salarisschaal van de graad van de vacante betrekking met het bedrag dat overeenstemt met zijn geldelijke anciënniteit.
   Indien aan de graad een functionele loopbaan is verbonden, dan wordt de ambtenaar ingeschaald op de trap van de functionele loopbaan op basis van de gecumuleerde schaalanciënniteit die hij op datum van de overdracht heeft. ]1

  
Art. 11BIS -24. [1 24. § 1er. Le manager de ligne désigne les agents éligibles à la réaffectation après un accompagnement et un soutien minutieux. Les agents précités sont présentés au bureau de réaffectation de l'Agence de la Fonction publique.
   L'agent peut demander au manager de ligne à être désigné pour une réaffectation.
   Le bureau de réaffectation décide, chaque fois après examen de la recevabilité, si l'agent est éligible à la réaffectation. L'examen de la recevabilité précité comprend tous les éléments suivants :
   1° un entretien de présentation, un entretien d'entrée et un entretien de suivi ;
   2° des épreuves psychotechniques, une interview et une questionnaire de personnalité ;
   3° l'établissement d'un rapport.
   L'agent ne peut être réaffecté dans une fonction d'un rang inférieur que pour l'une des raisons suivantes :
   1° le bureau de réaffectation constate que l'agent n'est plus apte à exercer des fonctions du même rang et l'agent est d'accord avec le constat précité ;
   2° pour des raisons médicales.
   Le manager de ligne peut à nouveau présenter au bureau de réaffectation, à l'issue d'un accompagnement de parcours, un agent dont la réaffectation a été rejetée par le bureau de réaffectation.
   § 2. L'agent en réaffectation conserve son affectation jusqu'à ce qu'il soit réaffecté.
   § 3. Le manager de ligne de l'entité, du conseil ou de l'établissement où un emploi est vacant et le bureau de réaffectation décident conjointement de l'aptitude de l'agent à la fonction. Si plusieurs agents en réaffectation sont aptes, le manager de ligne de l'entité, du conseil ou de l'établissement où un emploi est vacant choisit soigneusement l'agent le plus apte à la fonction. La décision motivée tient compte de la description de fonction de la vacance et du profil souhaité.
   § 4. Les chefs hiérarchiques des entités, conseils ou établissements concernés déterminent conjointement quand l'agent doit prendre ses nouvelles fonctions.
   § 5. Si le fonctionnaire refuse à deux reprises un emploi proposé, il est réaffecté d'office à l'emploi suivant qui lui est proposé.
   Le régime visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas en cas de réaffectation dans une fonction d'un rang inférieur.
   § 6. Le bureau de réaffectation peut mettre un terme à un parcours de réaffectation si l'agent en réaffectation n'exploite pas activement les possibilités proposées. ]1

  
Titel 4. [1 Doorstroom ]1
Art. 11BIS-25. [1 . L'agent réaffecté est classé dans le statut du personnel de l'entité dans laquelle ou du conseil ou de l'établissement dans lequel il se retrouve.
HOOFDSTUK I. - [1 Herplaatsing ]1
Art. 11BIS-26. [1 Les chefs hiérarchiques de l'entité, du conseil ou de l'établissement d'accueil et d'envoi signent d'office l'arrêté de réaffectation. ]1
Art. 1Ibis.23. [1 § 1. Onder herplaatsing wordt verstaan:
   1° de overplaatsing van een ambtenaar van rang A2E en rang A2 of lager naar een vacante statutaire betrekking van een graad van dezelfde of een lagere rang;
   2° de overplaatsing van een contractueel personeelslid met als enige of als beginsalarisschaal een salarisschaal die overeenstemt met rang A2E en rang A2 of lager, naar een vacante contractuele betrekking met dezelfde salarisschaal of geldelijke loopbaan of naar een vacante contractuele betrekking met als enige of als hoogste salarisschaal, een salarisschaal die overeenstemt met een lagere rang.
   wanneer de betrekking van het personeelslid in kwestie door langdurige afwezigheid vacant is verklaard, of wanneer het personeelslid om persoonlijke, functionele of medische redenen zijn oorspronkelijke functie niet meer kan of mag uitoefenen.
   § 2. Artikel XIbis 3, § 2, vierde lid is van toepassing op de herplaatsing van contractuele personeelsleden. ]1

  
Art. 11BIS -27. [1 Le présent chapitre ne s'applique pas au fonctionnaire stagiaire, sauf en cas de réaffectation pour des raisons de restructuration.
   Le manager de ligne d'accueil détermine la durée du stage en vertu de la partie IV, titre 2. ]1

  
Art. 1Ibis.24. [1 § 1. De lijnmanager wijst de personeelsleden aan die in aanmerking komen voor herplaatsing na zorgvuldige begeleiding en ondersteuning. De voormelde personeelsleden worden aangemeld bij het herplaatsingsbureau van het Agentschap Overheidspersoneel.
   Het personeelslid kan aan de lijnmanager vragen om aangewezen te worden voor herplaatsing.
   Het herplaatsingsbureau beslist telkens na een ontvankelijkheidstoets of het personeelslid in aanmerking komt voor de herplaatsing. De voormelde ontvankelijkheidstoets omvat al de volgende elementen:
   1° een aanmeldingsgesprek, een intakegesprek en een opvolgingsgesprek;
   2° psychotechnische proeven, een interview en een persoonlijkheidsvragenlijst;
   3° de opmaak van een rapport.
   Het personeelslid kan alleen herplaatst worden naar een functie in een lagere rang om een van de volgende redenen:
   1° het herplaatsingsbureau stelt vast dat het personeelslid niet langer geschikt is om functies uit te oefenen van dezelfde rang en het personeelslid gaat akkoord met de voormelde vaststelling;
   2° om medische redenen.
   De lijnmanager kan een personeelslid, dat door het herplaatsingsbureau afgewezen is voor herplaatsing, na een trajectbegeleiding opnieuw aanmelden bij het herplaatsingsbureau.
   § 2. Het personeelslid in herplaatsing behoudt zijn dienstaanwijzing tot hij herplaatst wordt.
   § 3. De lijnmanager van de entiteit, raad of instelling waar een vacante betrekking is en het herplaatsingsbureau beslissen samen over de geschiktheid van het personeelslid voor de functie. Als verschillende personeelsleden in herplaatsing geschikt zijn, kiest de lijnmanager van de entiteit, raad of instelling waar er een vacante betrekking is op zorgvuldige wijze het meest geschikte personeelslid voor de functie. De gemotiveerde beslissing houdt rekening met de functiebeschrijving van de vacature en met het gewenste profiel.
   § 4. De lijnmanagers van de entiteiten, raden of instelling in kwestie bepalen samen wanneer het personeelslid zijn nieuwe functie moet opnemen.
   § 5. Als de ambtenaar twee keer een aangeboden betrekking weigert, wordt hij ambtshalve herplaatst naar de eerstvolgende betrekking, die hem wordt aangeboden.
   De regeling, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing in geval van een herplaatsing naar een functie in een lagere rang.
   § 6. Het herplaatsingsbureau kan een lopend herplaatsingstraject stopzetten als het personeelslid in herplaatsing de aangeboden mogelijkheden niet actief benut. ]1

  
Art. 11BIS -28. [1 Tout agent peut se porter candidat à un emploi vacant par une candidature ciblée faisant suite à la publication d'un avis de vacance. ]1
  
Art. 1Ibis.25.[1 . Het herplaatste personeelslid wordt ingeschaald in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit, raad of instelling waarin het herplaatste personeelslid terechtkomt.
CHAPITRE 2. [1 - Mobilité horizontale ]1
Art. 1Ibis.26. [1 Het herplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de lijnmanagers van de ontvangende en uitsturende entiteit, raad of instelling. ]1
  
Art. 11BIS -29.[1 § 1er. Par mobilité horizontale, on entend :
   1° la mutation d'un fonctionnaire de rang A2E et de rang A2 ou inférieur à une fonction statutaire du même rang ou d'un rang inférieur ;
   2° la mutation d'un agent contractuel dont l'échelle de traitement unique ou l'échelle de traitement initiale correspond au rang A2E et au rang A2 ou inférieur à une fonction contractuelle avec le même indice de rang ou un indice de rang inférieur de l'échelle de traitement dans laquelle l'agent est rémunéré avant la mutation.
   3° la mutation d'un agent contractuel dont l'échelle de traitement unique ou l'échelle de traitement initiale correspond au rang A2E et au rang A2 ou inférieur à une fonction statutaire au contenu correspondant ou équivalent du même que l'indice de rang de l'échelle de traitement dans laquelle l'agent est rémunéré avant la mutation.
   En cas de mutation à une fonction requérant un diplôme spécifique, les mêmes conditions de diplôme s'appliquent.
   § 2. Un agent contractuel ne peut concourir pour une fonction statutaire par mobilité horizontale que s'il a réussi les épreuves d'un système de recrutement objectif avec publicité générale.
   Les dispositions relatives au stage s'appliquent à l'agent contractuel qui est muté à une fonction statutaire.
  
Art. 1Ibis.27. [1 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar op proef, behalve bij herplaatsing om redenen van herstructurering.
   De ontvangende lijnmanager bepaalt de duur van de proeftijd conform deel IV, titel 2. ]1

  
Art. 11BIS -30. [1 Un emploi vacant pourvu par mobilité horizontale est annoncé. ]1
  
Art. 1Ibis.28. [1 . Ieder personeelslid kan zich kandidaat stellen voor een vacante betrekking door een gerichte kandidaatstelling naar aanleiding van een bekendmaking van een vacature. ]1
  
Art. 11BIS -31. [1 Un agent n'est éligible à la mutation que s'il satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
   1° il se trouve dans la position administrative d'activité de service ;
   2° il répond aux conditions spécifiques prescrites en vertu du présent arrêté pour exercer la fonction vacante. ]1

  
HOOFDSTUK 2 [1 Horizontale mobiliteit ]1
Art. 11BIS-31bis. [1 . Le sélecteur organise la sélection pour une fonction en concertation avec le manager de ligne.
Art. 1Ibis.29. [1 § 1. Onder horizontale mobiliteit wordt verstaan:
   1° de overplaatsing van een ambtenaar van rang A2E en rang A2 of lager naar een statutaire functie van dezelfde of een lagere rang;
   2° de overplaatsing van een contractueel personeelslid, met als enige of als beginsalarisschaal een salarisschaal die overeenstemt met rang A2E en rang A2 of lager, naar een contractuele functie met dezelfde of een lagere rangindicie van de salarisschaal waarin het personeelslid voor de overplaatsing wordt uitbetaald;
   3° de overplaatsing van een contractueel personeelslid met als enige of als beginsalarisschaal een salarisschaal die overeenstemt met rang A2E en rang A2 of lager, naar een statutaire functie met overeenstemmende of gelijkwaardige inhoud van dezelfde rang als de rangindicie van de salarisschaal waarin het personeelslid voor de overplaatsing wordt uitbetaald.
   Bij overplaatsing naar een functie waarvoor een specifiek diploma vereist is, gelden dezelfde diplomavoorwaarden.
   § 2. Een contractueel personeelslid kan alleen meedingen naar een statutaire functie via horizontale mobiliteit als dat contractuele personeelslid geslaagd is voor een objectief wervingssysteem met algemene bekendmaking.
   De bepalingen over de proeftijd zijn van toepassing op het contractuele personeelslid dat overgeplaatst wordt naar een statutaire functie. ]1

  
Art. 11BIS -33. [1 Le sélecteur arrête, par sélection, un règlement de sélection en concertation avec le manager de ligne.
   Le règlement de sélection visé à l'alinéa 1er contient tous les éléments suivants :
   1° les diplômes, certificats d'études, titres d'expérience ou titres d'accès qui donnent accès à la procédure de sélection ;
   2° la date à laquelle il doit avoir été satisfait aux conditions ;
   3° le nombre et la nature des épreuves ;
   4° les critères selon lesquels l'aptitude ou la réussite seront évaluées.
   Le règlement de sélection visé à l'alinéa 1er règle également, le cas échéant :
   1° une éventuelle présélection en fonction du nombre de candidats ;
   2° une procédure restreinte éventuelle ;
   3° la composition du jury dont le manager de ligne fait au moins partie lors d'épreuves de sélection internes ;
   4° les règles relatives au classement ;
   5° la durée de validité de la réserve ;
   6° la perte et le maintien d'une place dans la réserve ;
   7° la possibilité d'organiser une épreuve supplémentaire en vue de pourvoir une vacance supplémentaire pour la même fonction ou une fonction analogue. ]1

  
Art. 1Ibis.30. [1 Een vacante betrekking die via de horizontale mobiliteit ingevuld wordt, wordt bekendgemaakt. ]1
  
Art. 11BIS -34. [1 L'agent sélectionné prend ses nouvelles fonctions dans les trois mois à compter de la décision de sélection.
   L'agent sélectionné peut refuser un emploi proposé. ]1

  
Art. 1Ibis.31. [1 . Een personeelslid komt alleen voor overplaatsing in aanmerking als hij aan de al volgende voorwaarden voldoet:
   1° hij bevindt zich in de administratieve toestand van dienstactiviteit;
   2° hij beantwoordt aan de specifieke voorwaarden die conform dit besluit voorgeschreven zijn om de vacante functie uit te oefenen. ]1

  
Art. 11BIS -35. [1 . L'agent muté est classé dans le statut du personnel de l'entité dans laquelle ou du conseil ou de l'établissement dans lequel il se retrouve.
   L'agent qui, avant sa mutation, a réussi un concours ou une épreuve conserve les droits qu'il a acquis en réussissant ce concours ou cette épreuve. ]1

  
Art. 1Ibis.32. [1 De selector organiseert de selectie voor een functie in overleg met de lijnmanager.
   De lijnmanager kan bijzondere vereisten vaststellen in overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, en na overleg met de selector.
   De selector sluit, in overleg met de lijnmanager, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden van het selectiereglement uit van deelname aan de selectie.
   De selector beoordeelt, in overleg met de lijnmanager, de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, rekening houdend met de specifieke behoeftes van de (sub)entiteit.
   Elke selectie kan uit verschillende testen bestaan. De kandidaten worden op de hoogte gebracht van de motivering van een eventuele uitsluiting op basis van een test of selectie.
   De lijnmanager kiest uit de geschikte kandidaten de kandidaat die volgens die lijnmanager het meest geschikt is voor de functie, of de lijnmanager kiest uitzonderlijk niet, als hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met al de volgende elementen:
   1° de kandidaatstelling;
   2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
   3° de beoordeling van de eventuele selectietest of de eventuele selectietesten. ]1

  
Art. 11BIS -36. [1 § 1er. Le fonctionnaire est nommé au nouveau grade dont relève l'emploi vacant et est classé dans l'échelle de traitement qui y est attachée, à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle du nouveau grade. Le fonctionnaire précité conserve l'ancienneté de grade et l'ancienneté barémique acquises au dernier grade.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, l'ancienneté barémique en cas de nomination à un grade auquel est attachée une carrière fonctionnelle de plus courte durée que celle du dernier grade est réduite au prorata de la différence d'ancienneté barémique pour atteindre l'échelon suivant.
   § 2. L'agent contractuel reçoit un contrat de travail assorti de l'échelle de traitement ou de la carrière pécuniaire attachée à la nouvelle fonction contractuelle. La totalité des prestations dans la précédente fonction contractuelle entre en ligne de compte pour déterminer le salaire ou l'échelle de traitement dans la nouvelle fonction contractuelle.
   L'agent contractuel qui est muté à une fonction statutaire est nommé au grade dont relève l'emploi vacant et est classé dans l'échelle de traitement qui y est attachée. ]1

  
Art. 1Ibis.33. [1 De selector stelt, in overleg met de lijnmanager, per selectie een selectiereglement vast.
   Het selectiereglement, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
   1° welke diploma's, studiegetuigschriften, ervaringsbewijzen of toegangsbewijzen toegang geven tot de selectieprocedure;
   2° de datum waarop aan de voorwaarden moet voldaan zijn;
   3° het aantal en de aard van de testen;
   4° de criteria op basis waarvan de geschiktheid of het geslaagd zijn beoordeeld worden.
   Het selectiereglement, vermeld in het eerste lid, regelt in voorkomend geval ook:
   1° een mogelijke voorselectie, naargelang het aantal kandidaten;
   2° een mogelijke beperkte procedure;
   3° de samenstelling van de jury, waarvan de lijnmanager bij interne selectietesten minstens deel uitmaakt;
   4° de regels voor de rangschikking;
   5° de geldigheidsduur van de reserve;
   6° het verlies en behoud van een plaats in de reserve;
   7° de mogelijkheid om een bijkomende test te organiseren voor de invulling van een bijkomende vacature voor dezelfde of een vergelijkbare functie. ]1

  
Art. 11BIS -37. Les chefs hiérarchiques de l'entité, du conseil ou de l'établissement d'accueil et d'envoi signent d'office l'arrêté de mutation.
   En cas de mutation du fonctionnaire stagiaire en vue de nomination à titre définitif ou de promotion, le manager de ligne d'accueil détermine la durée du stage.
   Pendant le stage, en cas de recrutement et de promotion, le fonctionnaire peut être muté une seule fois par mobilité horizontale.[1 ]1
  
Art. 1Ibis.34. [1 . Het geselecteerde personeelslid neemt binnen drie maanden na de selectiebeslissing zijn nieuwe functie opnemen.
   Het geselecteerde personeelslid kan een aangeboden betrekking weigeren. ]1

  
Art. 11BIS -37bis. [1 La partie III, chapitre 3, section 2, et l'article III 50 ne s'appliquent pas au membre du personnel visé à l'article XI bis 57. ]1
  
Art. 1Ibis.35. [1 Het overgeplaatste personeelslid wordt ingeschaald in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit, raad of instelling waarin het overgeplaatste personeelslid terechtkomt.
CHAPITRE 3. [1 Promotion ]1
Art. 1Ibis.36. [1 § 1. De ambtenaar wordt benoemd in de graad waartoe de vacante betrekking behoort en ingeschaald in de salarisschaal die daaraan verbonden is, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. De voormelde ambtenaar behoudt de graadanciënniteit en de schaalanciënniteit, verworven in de laatste graad.
Section 1re. [1 Dispositions générales ]1
Art. 1Ibis.37. [1 . Het overplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de lijnmanagers van de ontvangende en de uitsturende entiteit, raad of instelling.
Art. 11BIS-38 [1 Un emploi de promotion est un emploi statutaire qui peut être pourvu par promotion en vertu des articles XIbis 46 à XIbis 50.
Art.1Ibis.37bis. [1 Op het personeelslid, vermeld in artikel XIbis 57, zijn deel III, hoofdstuk 3, afdeling 2 en artikel III 50 niet van toepassing. ]1
Art. 11BIS-39 [1 Le manager de ligne déclare vacants les emplois de rang A2E et de rang A2 et inférieur.
HOOFDSTUK 3 [1 Bevordering ]1
Art. 11BIS-40 [1 § 1er. Le sélecteur organise la sélection pour une fonction en concertation avec le manager de ligne.
Afdeling 1. [1 Algemene bepalingen]1
Art. 11BIS-41 [1 L'agent peut refuser une promotion. ]1
Art. 1Ibis.38. [1 Een bevorderingsbetrekking is een statutaire betrekking die conform artikel XIbis 46 tot en met XIbis 50 door bevordering kan worden ingevuld.
Art. 11BIS-42 [1 L'autorité investie du pouvoir de nomination admet l'agent sélectionné au stage et l'affecte à l'entité, au conseil ou à l'établissement concernés au plus tard dans les trois mois à compter de la décision de sélection.
Art. 1Ibis.39. [1 De lijnmanager verklaart de betrekkingen van rang A2E en rang A2 en lager vacant.
Art. 11BIS-43 [1 Les candidats à un emploi de promotion satisfont aux exigences suivantes :
Art. 1Ibis.40. [1 § 1. De selector organiseert de selectie voor een functie in overleg met de lijnmanager.
Art. 11BIS-44 [1 Les régimes qui, dans le présent titre, s'appliquent aux fonctionnaires d'un rang ou niveau déterminé sont aussi valables pour les agents contractuels qui, lors de la déclaration de vacance de l'emploi de promotion, sont rémunérés dans une échelle de traitement dont l'indice de rang ou l'indice de niveau correspond au rang ou au niveau en question.
Art. 1Ibis.41. [1 Het personeelslid kan een bevordering weigeren. ]1
Art. 11BIS-45 [1 L'Agence de la Fonction publique agit en tant que sélecteur pour la promotion au niveau supérieur ainsi que pour la promotion au sein même du niveau auprès des ministères flamands. ]1
Art. 1Ibis.42. [1 . De benoemende overheid laat het geselecteerde personeelslid toe tot de proeftijd en geeft het een dienstaanwijzing bij de betrokken entiteit, raad of instelling uiterlijk binnen drie maanden na de selectiebeslissing.
Art. 11BIS-46 [1 § 1er. Un fonctionnaire de rang B1, C1 et D1 qui peut faire valoir six ans d'expérience professionnelle pertinente ou d'ancienneté barémique dans une ou plusieurs échelles de traitement dans le grade concerné peut être promu respectivement :
Art. 1Ibis.43. [1 Kandidaten voor een bevorderingsbetrekking voldoen aan de volgende vereisten:
Art. 11BIS-47 [1 § 1er. Un fonctionnaire de rang B1, C1 et D1 qui peut faire valoir six ans d'expérience professionnelle pertinente concernant la matière de fond peut être promu à une fonction de fond dans un grade de rang B2, C2 et D2 respectivement.
Art. 1Ibis.44. [1 De regelingen die in deze titel van toepassing zijn op ambtenaren van een bepaalde rang of niveau, gelden ook voor de contractuele personeelsleden die bij de vacantverklaring van de bevorderingsbetrekking, betaald worden in een salarisschaal met de rangindicie respectievelijk de niveau-indicie die overeenstemt met de rang respectievelijk het niveau in kwestie.
Section 2. [1 Dispositions spécifiques ]1
Art. 1Ibis.45. [1 Het Agentschap Overheidspersoneel treedt op als selector voor de bevordering naar het hogere niveau en bij de Vlaamse ministeries ook voor de bevordering binnen het niveau. ]1
  
Art. 11BIS -48. [1 L'agent revêtu du grade de motoriste, de patron, de motoriste en chef, de patron en chef, d'assistant en chef dirigeant exerçant la fonction de motoriste en chef ou de patron en chef et d'assistant en chef senior exerçant la fonction de motoriste en chef ou de patron en chef peut être promu au grade de technicien naval si toutes les conditions suivantes ont été remplies :
   1° l'agent a réussi un concours d'accession au niveau supérieur ;
   2° l'agent est titulaire d'un diplôme, brevet, certificat, etc., tel que demandé dans la description de fonction ;
   3° l'agent a au minimum deux ans d'ancienneté de niveau au niveau D. ]1

  
Art. 1Ibis.46. [1 § 1. Een ambtenaar van rang B1, C1 en D1 die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring of schaalanciënniteit in één of meer salarisschalen in de betrokken graad kan worden bevorderd tot respectievelijk:
   1°, een leidinggevende functie in een graad van de rang B2, C2 en D2
   2°, of een graad van leidinggevend hoofddeskundige (B3), leidinggevend hoofdmedewerker (C3) en leidinggevend hoofdassistent (D3).
   § 2. Een ambtenaar van rang B2, C2 en D2[12] kan worden bevorderd tot respectievelijk een graad van leidinggevend hoofddeskundige (B3), leidinggevend hoofdmedewerker (C3) en leidinggevend hoofdassistent (D3). ]1

  
Art. 11BIS -49. [1 L'agent revêtu du grade de technicien naval, de motoriste ou de patron peut être promu à un grade de technicien naval en chef, de motoriste en chef ou de patron en chef respectivement si toutes les conditions suivantes ont été remplies :
   1° l'agent a réussi une procédure de sélection telle que mentionnée dans l'article XIbis 40 ;
   2° l'agent est titulaire d'un diplôme, brevet, certificat, etc., tel que demandé dans la description de fonction ;
   3° l'agent a deux ans d'expérience pertinente ou d'ancienneté de grade. ]1

  
Art. 1Ibis.47. § 1. Een ambtenaar van rang B1, C1 en D1 die beschikt over zes jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie, kan bevorderd worden tot een inhoudelijke functie in een graad van respectievelijk de rang B2, C2 en D2.
   De ambtenaar van rang B1, C1 en D1 die over twaalf jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan bevorderd worden tot respectievelijk een graad van senior hoofddeskundige (B3), senior hoofdmedewerker (C3) en senior hoofdassistent (D3).
   § 2. Een ambtenaar van rang B2, C2 en D2 die over acht jaar relevante beroepservaring met betrekking tot de inhoudelijke materie beschikt, kan bevorderd worden tot respectievelijk een graad van senior hoofddeskundige (B3), senior hoofdmedewerker (C3) en senior hoofdassistent (D3).[1 ]1
  
Art. 11BIS -50. [1 . L'agent revêtu du grade d'observateur de radar peut être promu au grade de contrôleur du trafic maritime après avoir réussi un concours d'accession au niveau supérieur. ]1
  
Afdeling 2. [1 Specifieke bepalingen ]1
CHAPITRE 4. [1 Changements de grade spécifiques au sein de la filière nautique ]1
Art. 1Ibis.48. [1 Het personeelslid met de graad van motorist, schipper, hoofmotorist, hoofdschipper, leidinggevend hoofdassistent met de functie van hoofdmotorist of hoofdschipper en senior hoofdassistent met de functie van hoofdmotorist of hoofdschipper, kan bevorderen naar de graad van scheepstechnicus, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
Art. 11BIS-51. [1 . Les changements de grade suivants sont possibles auprès de l'Agence des Services maritimes et de la Côte si l'agent a réussi une épreuve comparative des compétences et est en possession du diplôme, brevet, certificat ou brevet d'aptitude prévu dans la description de fonction :
Art. 1Ibis.49. [1 Het personeelslid met de graad van scheepstechnicus, motorist of schipper kan bevorderen tot respectievelijk een graad van hoofdscheepstechnicus, hoofdmotorist of hoofdschipper als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
CHAPITRE 5. [1 Changement de fonction spécifique au sein de la filière nautique ]1
Art. 1Ibis.50. [1 Het personeelslid met de graad van radarwaarnemer kan bevorderen tot de graad van maritiem verkeersleider nadat dat personeelslid is geslaagd voor een vergelijkend overgangsexamen ]1
  
Art. 11BIS -52.[1 Pour l'intéressé, un changement de fonction à la fonction de pilote exerçant la fonction de second du bateau-pilote ou de chef-pilote est possible si toutes les conditions suivantes ont été remplies :
   1° l'intéressé a réussi une épreuve comparative des compétences ;
   2° l'intéressé dispose du diplôme, brevet ou certificat, tel que demandé dans la description de fonction.]1

  
HOOFDSTUK 4. [1 - Specifieke graadveranderingen binnen de Nautische keten ]1
Art. 11BIS-53.[1 Pour l'intéressé, un changement de fonction à la fonction de pilote exerçant la fonction de capitaine du bateau-pilote est possible si toutes les conditions suivantes ont été remplies :
Art. 1Ibis.51.. [1 Volgende graadveranderingen zijn mogelijk bij het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, als het personeelslid geslaagd is voor een vergelijkende competentieproef en in het bezit is van het diploma, brevet, certificaat, getuigschrift of vaarbevoegdheidsbewijs dat wordt bepaald in de functiebeschrijving:
   1° van de graad van speciaal assistent met de functie matroos of stoker, naar de graad van schipper of motorist;
   2° van de graad van motorist naar de graad van schipper;
   3° van de graad van schipper naar de graad van motorist.
   De graadverandering naar schipper, vermeld in het eerste lid, kan ook verkregen worden door de technisch assistent van de beheersdiensten van het agentschap De Vlaamse Waterweg nv als hij is geslaagd voor een vergelijkende competentieproef.
   Het personeelslid wordt ingeschaald in de functionele loopbaan met behoud van de verworven anciënniteiten. In voorkomend geval wordt het personeelslid ingeschaald op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan.
   Om een graadverandering na vergelijkende competentieproef te verkrijgen, mag de ambtenaar geen functioneringsevaluatie hebben die is besloten met een "onvoldoende".
   Een ambtenaar die geslaagd is voor een vergelijkende competentieproef en aan wie op basis daarvan een andere functie binnen dezelfde graad wordt aangeboden, kan die functie weigeren. ]1

  
Art. 11BIS -54. [1 Pour l'intéressé, un changement de fonction à la fonction de pilote exerçant une fonction générale est possible si toutes les conditions suivantes ont été remplies :
   1° l'intéressé a réussi une épreuve comparative des compétences ;
   2° l'intéressé dispose du diplôme, brevet ou certificat, tel que demandé dans la description de fonction.
   Outre les conditions énoncées à l'alinéa 1er, l'intéressé effectue au préalable une série de voyages d'essai comme mentionné dans l'article XIbis 12, § 1er, alinéa 1er, 3°. ]1

  
HOOFDSTUK 5. [1 - Specifieke functiewijziging binnen de Nautische keten ]1
Art. 11BIS-55. [1 Pour le patron auprès de l'Agence des Services maritimes et de la Côte, un changement de fonction est possible si toutes les conditions suivantes ont été remplies :
Art. 1Ibis.52. [1 . Voor de betrokkene is een functiewijziging naar loods met de functie van stuurman van de loodsboot of chef-loods mogelijk als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
   1° de betrokkene is geslaagd voor een vergelijkende competentieproef;
   2° de betrokkene beschikt over het diploma, brevet, certificaat of getuigschrift zoals gevraagd in de functiebeschrijving. ]1

  
Art. 11BIS -56.[1 Pour obtenir un changement de fonction après épreuve comparative des compétences, le fonctionnaire ne peut pas avoir d'évaluation de fonctionnement qui se soit soldée par un " insuffisant ". ]1
  
Art. 1Ibis.53. [1 Voor de betrokkene is een functiewijziging naar loods met de functie van kapitein van de loodsboot mogelijk als al de volgende voorwaarden zijn voldaan:
TITRE 4bis. [1 Rétrogradation volontaire de grade ]1
Art. 1Ibis.54. [1 Voor de betrokkene is een functiewijziging naar loods algemene functie mogelijk als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
   1° de betrokkene is geslaagd voor een vergelijkende competentieproef;
   2° de betrokkene beschikt over het diploma, brevet, certificaat of getuigschrift zoals gevraagd in de functiebeschrijving.
   Naast de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, legt de betrokkene voorafgaandelijk een reeks proefreizen als vermeld in artikel XIbis 12, § 1 eerste lid, 3°. ]1

  
Art. 11BIS -56bis. [1 § 1er. Le fonctionnaire nommé à titre définitif peut, à sa demande, être rétrogradé de grade une fois au cours de sa carrière pour des raisons fonctionnelles ou personnelles. La rétrogradation volontaire de grade se produit :
   1° pour le fonctionnaire de rang A2E : au grade de conseiller ou de directeur (grade A2) ;
   2° pour le fonctionnaire de rang A1 et C1 : aux rangs B2 et D2 respectivement ;
   3° pour le fonctionnaire de rang B1 : au rang C1 ;
   4° pour les fonctionnaires occupant un autre rang : au rang inférieur direct à celui auquel il a été nommé.
   § 2. Si une carrière fonctionnelle est rattachée au nouveau grade, le fonctionnaire est classé dans la deuxième échelle de traitement la plus élevée de la carrière fonctionnelle.
   Si la rétrogradation entraîne un gain financier, le traitement du fonctionnaire concerné est bloqué au moment de la rétrogradation de grade jusqu'à ce qu'il atteigne une échelle de traitement plus élevée dans son grade organique.
   La rétrogradation volontaire ne dépend pas de l'existence d'un emploi vacant. ]1

  
Art. 1Ibis.55. [1 Voor de schipper bij het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust is een functiewijziging mogelijk als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
   1° de schipper is geslaagd voor een vergelijkende competentieproef;
   2° de schipper beschikt over een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift of vaarbevoegdheidsbewijs, zoals vermeld in de functiebeschrijving. ]1

  
Art. 11BIS -56ter. [1 La rétrogradation volontaire de grade est accordée par l'autorité ayant compétence de nomination pour le grade auquel le fonctionnaire est rétrogradé, après avis de l'organe de management compétent de l'Agence des Services maritimes et de la Côte. ]1
  
Art. 1Ibis.56. [1 Om een functiewijziging na vergelijkende competentieproef te verkrijgen, heeft de ambtenaar geen functioneringsevaluatie die is besloten met een "onvoldoende. ]1
  
Art. 11BIS -56quater. [1 Les allègements temporaires volontaires de fonction accordés à partir du 1er juin 2024 sont convertis en rétrogradation volontaire de grade.
   L'application de l'alinéa 1er signifie que la rétrogradation de grade peut avoir lieu dans un grade autre que celui visé à l'article XIbis 56bis, § 1er. ]1

  
Titel 4bis. [1 Titel 4bis. Vrijwillige terugzetting in graad. ]1
TITRE 5. [1 Dispositions pécuniaires ]1
Art.1Ibis.56bis. [1 § 1. De vastbenoemde ambtenaar kan op zijn verzoek tijdens zijn loopbaan één keer om functionele of persoonlijke redenen teruggezet worden in graad. De vrijwillige terugzetting in graad gebeurt:
CHAPITRE 1er. [1 Champ d'application Partie VII ]1
Art.1Ibis.56ter. [1 De vrijwillige terugzetting in graad wordt toegekend door de benoemende overheid voor de graad waarin de ambtenaar wordt teruggezet, na advies van het bevoegde managementorgaan van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust. ]1
Art. 11BIS-56quinquies. [1 § 1er. La partie VII s'applique au membre du personnel visé à l'article XIbis 57, à l'exception :
Art.1Ibis.56quater. [1 De vanaf 1 juni 2024 toegekende vrijwillige tijdelijke functieverlichtingen worden omgezet in een vrijwillige terugzetting in graad.
   De toepassing van het eerste lid betekent dat de terugzetting in graad kan gebeuren in een andere rang dan vermeld in artikel XIbis 56bis, § 1. ]1

  
Art. 11BIS -57.[1 Les échelles de traitement figurant à l'annexe 5bis jointe au présent arrêté, qui correspondent au code alphanumérique mentionné en regard, sont attachées aux grades suivants.
-
Pilote  
Pilote stagiaire : salaire à 80 % de l'échelle de traitement attachée à la fonction suivante :  
1° fonction générale A141
 après 6 ans d'ancienneté barémique en A141 A142
 après 6 ans d'ancienneté barémique en A142 A143T
 après 9 ans d'ancienneté barémique en A143T A144T
2° fonctions de chef-pilote, de capitaine du bateau-pilote ou de second du bateau-pilote A144T
Contrôleur du trafic maritime B231
 après 10 ans d'ancienneté barémique en B231 B232T
Chef collaborateur senior/dirigeant (fonction de contrôleur du trafic régional) C311T
Technicien naval en chef C241T
 après 10 ans d'ancienneté barémique en C241T C242T
Collaborateur en chef (fonction de planificateur d'équipe coordinateur du service de pilotage) C231T
 après 10 ans d'ancienneté barémique en C231T C232T
Observateur de radar C131
 après 8 ans d'ancienneté barémique en C131 C132
 après 10 ans d'ancienneté barémique en C132 C133T
 après 9 ans d'ancienneté barémique en C133T C134T
Technicien naval C141
 après 8 ans d'ancienneté barémique en C141 C142
 après 10 ans d'ancienneté barémique en C142 C143T
 après 9 ans d'ancienneté barémique en C143T C144T
Collaborateur (fonction de coordonnateur du service de pilotage-service en rade) C131
 après 8 ans d'ancienneté barémique en C131 C132
 après 10 ans d'ancienneté barémique en C132 C133T
 après 9 ans d'ancienneté barémique en C133T C134T
Assistant en chef senior/dirigeant (fonction de motoriste en chef/patron en chef) D311T
Patron en chef et motoriste en chef D241T
 après 10 ans d'ancienneté barémique en D241T D242T
Assistant spécial en chef (fonction de cuisinier embarqué) D231T
 après 10 ans d'ancienneté barémique en D231T D232T
Patron et motoriste D141
 après 8 ans d'ancienneté barémique en D141 D142T
 après 9 ans d'ancienneté barémique en D142T D143T
Assistant spécial (fonction de matelot/chauffeur/cuisinier embarqué) D131
 après 8 ans d'ancienneté barémique en D131 D132T
 après 9 ans d'ancienneté barémique en D132T D133T
Pour la constitution de la carrière fonctionnelle, l'agent conserve l'ancienneté barémique qu'il a constituée avant l'introduction de l'échelle T correspondante précitée.
   L'agent revêtu du grade de chef collaborateur (fonction de planificateur d'équipe coordinateur du service de pilotage) et du grade de collaborateur (fonction de coordinateur du service de pilotage-service de rade) conserve, pour la constitution de la carrière fonctionnelle, l'ancienneté barémique qu'il a constituée avant l'introduction de la nouvelle carrière fonctionnelle susmentionnée.
En ce qui concerne l'agent qui, depuis le 1er avril 2011, a été promu du grade de motoriste (en chef), de patron (en chef), d'assistant en chef dirigeant (fonction de motoriste en chef ou de patron en chef) ou d'assistant en chef senior (fonction de motoriste en chef ou de patron en chef) au grade de technicien naval, les échelles de traitement suivantes sont, par dérogation à l'alinéa 1er, attachées à la carrière fonctionnelle :
Technicien naval C141T
 après 8 ans d'ancienneté barémique au C141T C142T
 après 10 ans d'ancienneté barémique en C142T C143T
 après 9 ans d'ancienneté barémique en C143T C144T
En ce qui concerne l'agent qui, depuis le 1er avril 2011, a été promu du grade d'observateur de radar au grade de contrôleur du trafic maritime, les échelles de traitement suivantes sont, par dérogation à l'alinéa 1er, attachées à la carrière fonctionnelle :
Contrôleur du trafic maritime B231T
 après 10 ans d'ancienneté barémique en B231T B232T
Pilote Pilote stagiaire : salaire à 80 % de l'échelle de traitement attachée à la fonction suivante : 1° fonction générale A141 après 6 ans d'ancienneté barémique en A141 A142 après 6 ans d'ancienneté barémique en A142 A143T après 9 ans d'ancienneté barémique en A143T A144T 2° fonctions de chef-pilote, de capitaine du bateau-pilote ou de second du bateau-pilote A144T Contrôleur du trafic maritime B231 après 10 ans d'ancienneté barémique en B231 B232T Chef collaborateur senior/dirigeant (fonction de contrôleur du trafic régional) C311T Technicien naval en chef C241T après 10 ans d'ancienneté barémique en C241T C242T Collaborateur en chef (fonction de planificateur d'équipe coordinateur du service de pilotage) C231T après 10 ans d'ancienneté barémique en C231T C232T Observateur de radar C131 après 8 ans d'ancienneté barémique en C131 C132 après 10 ans d'ancienneté barémique en C132 C133T après 9 ans d'ancienneté barémique en C133T C134T Technicien naval C141 après 8 ans d'ancienneté barémique en C141 C142 après 10 ans d'ancienneté barémique en C142 C143T après 9 ans d'ancienneté barémique en C143T C144T Collaborateur (fonction de coordonnateur du service de pilotage-service en rade) C131 après 8 ans d'ancienneté barémique en C131 C132 après 10 ans d'ancienneté barémique en C132 C133T après 9 ans d'ancienneté barémique en C133T C134T Assistant en chef senior/dirigeant (fonction de motoriste en chef/patron en chef) D311T Patron en chef et motoriste en chef D241T après 10 ans d'ancienneté barémique en D241T D242T Assistant spécial en chef (fonction de cuisinier embarqué) D231T après 10 ans d'ancienneté barémique en D231T D232T Patron et motoriste D141 après 8 ans d'ancienneté barémique en D141 D142T après 9 ans d'ancienneté barémique en D142T D143T Assistant spécial (fonction de matelot/chauffeur/cuisinier embarqué) D131 après 8 ans d'ancienneté barémique en D131 D132T après 9 ans d'ancienneté barémique en D132T D133T Pour la constitution de la carrière fonctionnelle, l'agent conserve l'ancienneté barémique qu'il a constituée avant l'introduction de l'échelle T correspondante précitée.
   L'agent revêtu du grade de chef collaborateur (fonction de planificateur d'équipe coordinateur du service de pilotage) et du grade de collaborateur (fonction de coordinateur du service de pilotage-service de rade) conserve, pour la constitution de la carrière fonctionnelle, l'ancienneté barémique qu'il a constituée avant l'introduction de la nouvelle carrière fonctionnelle susmentionnée. En ce qui concerne l'agent qui, depuis le 1er avril 2011, a été promu du grade de motoriste (en chef), de patron (en chef), d'assistant en chef dirigeant (fonction de motoriste en chef ou de patron en chef) ou d'assistant en chef senior (fonction de motoriste en chef ou de patron en chef) au grade de technicien naval, les échelles de traitement suivantes sont, par dérogation à l'alinéa 1er, attachées à la carrière fonctionnelle : Technicien naval C141T après 8 ans d'ancienneté barémique au C141T C142T après 10 ans d'ancienneté barémique en C142T C143T après 9 ans d'ancienneté barémique en C143T C144T En ce qui concerne l'agent qui, depuis le 1er avril 2011, a été promu du grade d'observateur de radar au grade de contrôleur du trafic maritime, les échelles de traitement suivantes sont, par dérogation à l'alinéa 1er, attachées à la carrière fonctionnelle : Contrôleur du trafic maritime B231T après 10 ans d'ancienneté barémique en B231T B232T
[2 Les échelles de traitement visées à l'alinéa précédent s'appliquent également au membre du personnel qui, pendant la période allant du 1er avril 2011 au 31 décembre 2023 :
   1° est passé du grade d'observateur de radar au grade de contrôleur du trafic maritime par le biais d'un mouvement de personnel ;
   2° a été recruté par voie externe au grade de contrôleur du trafic maritime, à condition que le membre du personnel ait précédemment occupé le grade d'observateur de radar et qu'il n'y ait pas eu d'interruption d'emploi.]2

  Le pilote stagiaire qui a réussi l'épreuve de compétences mentionnée dans l'article XIbis 12, § 1er, alinéa 1er, 2°, et l'article XIbis 13, alinéa 1er, 2°, et qui est déployé en opération a droit à 100 % de son salaire.
   Dans le cas d'un agent qui a reçu un " insuffisant " comme évaluation de fonctionnement, l'augmentation de salaire périodique suivante est reportée durant six mois. ]1
  
Titel 5. [1 Geldelijke bepalingen ]1
Art. 11BIS-58.[1 Les agents revêtus du grade de pilote, exerçant la fonction de pilote opérationnel, perçoivent l'intégralité du salaire s'ils ont été intégrés, au plus tôt à partir de l'âge de 58 ans jusqu'à leur mise à la retraite, dans le régime de service et de roulement " cinq jours de travail - six jours de repos " spécifiquement élaboré pour eux.]1
HOOFDSTUK I. [1 Toepassingsgebied deel VII ]1
CHAPITRE 2. [1 Ancienneté pécuniaire et valorisation de l'expérience pertinente pour la fonction]1
Art.1Ibis.56quinquies. [1 § 1. Op het personeelslid, vermeld in artikel XIbis 57, is deel VII van toepassing, met uitzondering van;
   1° Titel 1, hoofdstuk 1;
   2° artikel VII 12 en VII 13.
   § 2. Op het personeelslid, vermeld in artikel XIbis 57, is deel VIIbis van toepassing, met uitzondering van artikel VIIbis 1, VIIbis 10, VIIbis 16, VIIbis 18 en VIIbis 19. ]1

  
Art. 11BIS -59. [1 § 1er. Pour la valorisation de l'expérience, les événements suivants sont assimilés à la prise d'une nouvelle fonction :
   1° le changement d'affectation ;
   2° la mobilité horizontale ;
   3° la promotion ;
   4° le recrutement d'agents de services de l'Autorité flamande ;
   5° le changement de qualité ;
   6° l'adaptation du contrat de travail de l'agent contractuel à condition que cette modification de contrat soit opérée par le biais d'une sélection objective ;
   7° le changement de grade spécifique au sein de la marine ;
   8° le changement de fonction spécifique au sein de la marine.
   Pour déterminer l'ancienneté pécuniaire au recrutement lors de la prise d'une nouvelle fonction, l'autorité investie du pouvoir de nomination ou l'autorité de recrutement valorise tous les éléments suivants :
   1° l'expérience acquise dans le secteur public ;
   2° l'expérience en tant que bénéficiaire d'une bourse auprès d'un établissement d'enseignement reconnu ou d'un organisme public ;
   3° l'expérience pertinente pour la fonction acquise dans le secteur privé ou en tant qu'indépendant.
   Le manager de ligne de l'Agence de la Fonction publique statue sur le caractère public des services ou institutions du secteur public.
   § 2. Les périodes d'absence assimilées à l'activité de service conformément au régime applicable au sein du service ou de l'institution en question sont assimilées à l'expérience au sens du paragraphe 1er, alinéa 1er.
   § 3. Pour la valorisation de l'expérience acquise dans le secteur privé ou en tant qu'indépendant :
   1° les événements suivants sont assimilés au recrutement au sens du paragraphe 1er, alinéa 1er :
   a) l'agent change de qualité au sein de la même entité ;
   b) le contrat de travail de l'agent contractuel est adapté à condition que cette modification de contrat soit opérée par le biais d'une sélection objective ;
   2° seul le temps de navigation acquis après obtention du diplôme de base requis entre en ligne de compte pour la valorisation en ce qui concerne les pilotes, l'assistant spécial exerçant la fonction de matelot ou la fonction de chauffeur, le patron exerçant la fonction de maître d'équipage ou la fonction le patron, le motoriste, le technicien naval et le technicien naval en chef.
   § 4. Les prestations dans un établissement d'enseignement sont validées au moyen d'une attestation délivrée par le Département de l'Enseignement et de la Formation ou par l'établissement d'enseignement concerné. Seules les prestations accomplies en tant que titulaire d'une fonction rémunérée ou payées au moyen d'une subvention-traitement entrent en ligne de compte.
   Les prestations mentionnées sur l'attestation visée à l'alinéa 1er, payées en dixièmes, sont prises en compte selon la formule suivante : le nombre de jours d'une période de prestations est multiplié par 1,2 puis divisé par 30. Le quotient, compte non tenu des décimales, détermine le nombre de mois.
   § 5. Lors de la prise d'une nouvelle fonction telle que mentionnée dans le paragraphe 1er, l'agent conserve au moins l'expérience acquise dans le secteur privé ou en tant qu'indépendant déjà valorisée à ce moment.
   § 6. Toutes les périodes d'activité de service entrent en ligne de compte pour les augmentations de salaire périodiques durant la carrière dans la fonction.
   Les prestations contractuelles sous contrat à temps partiel entrent en ligne de compte suivant le régime de prestations.
   § 7. Les services entrant en ligne de compte sont calculés par mois civil.
   La durée des prestations valorisées dans le secteur public et le secteur privé n'excède jamais la durée réelle des services prestés.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les mois civils incomplets prestés entrent malgré tout en ligne de compte si la date de début de l'emploi tombe avant le 16 du mois ou si la date de fin tombe après le 14 du mois.
   § 8. En ce qui concerne l'agent promu au niveau A, l'ancienneté pécuniaire est comptée à partir de l'âge de 23 ans.
   § 9. A partir du 1er janvier 2007, les prestations à temps partiel qui sont obligatoires dans le service public dans le cadre des stages de jeunes entrent en ligne de compte pour le calcul du salaire.
   Les prestations incomplètes à 80 % considérées comme des prestations complètes en vertu de l'arrêté royal n° 259 du 31 décembre 1983 relatif à la durée des prestations des agents dans certains services publics pendant la première année de service entrent en ligne de compte pour le calcul du salaire. ]1

  
Art. 1Ibis.57..[1 Aan de volgende graden worden de salarisschalen verbonden, die zijn opgenomen in bijlage 5bis, die bij dit besluit is gevoegd, die overeenkomen met de lettercijfercode die ernaast vermeld wordt.
CHAPITRE 3. [1 Allocations ]1
Art. 1Ibis.58.. [1 De personeelsleden met de graad van loods, functie operationele loods, ontvangen het volledige salaris als ze ten vroegste vanaf de leeftijd van 58 jaar tot aan hun pensionering zijn ingeschakeld in de dienst- en beurtregeling van "vijf dagen op - zes dagen af" die voor hen specifiek is uitgewerkt.]1
  
Art. 11BIS -60.[1 L'agent revêtu du grade de pilote n'a pas droit aux allocations visées dans la partie VII, titre 2, chapitre 2, section 6. ]1
  
HOOFDSTUK 2. - [1 Geldelijke anciënniteit en valorisatie van functierelevante ervaring ]1
Section 1re. [1 Allocations générales ]1
Art. 1Ibis.59.. [1 . § 1. Voor de valorisatie van ervaring worden de volgende gebeurtenissen gelijkgesteld met de opname van een nieuwe functie:
   1° wijziging van dienstaanwijzing;
   2° horizontale mobiliteit;
   3° bevordering;
   4° aanwerving van personeelsleden van diensten van de Vlaamse overheid;
   5° verandering van hoedanigheid;
   6° aanpassing van de arbeidsovereenkomst van het contractuele personeelslid, op voorwaarde dat die contractwijziging via een objectieve selectie wordt doorgevoerd;
   7° specifieke graadverandering binnen het zeewezen;
   8° specifieke functiewijziging binnen het zeewezen.
   Om de geldelijke anciënniteit bij aanwerving vast te stellen bij het opnemen van een nieuwe functie, valoriseert de benoemende of in dienst nemende overheid al de volgende elementen:
   1° de ervaring uit de publieke sector;
   2° de ervaring als begunstigde van een beurs bij een erkende onderwijsinstelling of openbare instelling;
   3° de functierelevante ervaring uit de private sector of als zelfstandige.
   De lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel beslist over het openbare karakter van de diensten of instellingen uit de publieke sector.
   § 2. De perioden van afwezigheid die conform de regeling die in de dienst of instelling in kwestie van toepassing is, gelijkgesteld worden met dienstactiviteit, worden gelijkgesteld met ervaring als vermeld in paragraaf 1, eerste lid.
   § 3. Voor de valorisatie van ervaring uit de private sector of als zelfstandige:
   1° worden de volgende gebeurtenissen gelijkgesteld met aanwerving als vermeld in paragraaf 1, eerste lid:
   a) het personeelslid verandert van hoedanigheid binnen dezelfde entiteit;
   b) de arbeidsovereenkomst van het contractuele personeelslid wordt aangepast, op voorwaarde dat die contractwijziging via een objectieve selectie wordt doorgevoerd;
   2° komt voor de loodsen, de speciaal assistent met de functie van matroos of de functie van stoker, de schipper met de functie van bootsman of de functie van schipper, de motorist, de scheepstechnicus en de hoofdscheepstechnicus alleen de vaartijd die verworven is nadat het vereiste basisdiploma behaald is, voor valorisatie in aanmerking.
   § 4. Prestaties in een onderwijsinstelling worden gevalideerd aan de hand van een attest, dat het Departement Onderwijs en Vorming of de desbetreffende onderwijsinstelling in kwestie aflevert. Alleen de prestaties die verricht zijn als titularis van een bezoldigd ambt of die betaald zijn met een weddetoelage komen in aanmerking.
   De prestaties, vermeld op het attest, vermeld in het eerste lid, die in tienden zijn betaald, worden in aanmerking genomen volgens de volgende formule: het aantal dagen van een periode van prestaties wordt vermenigvuldigd met 1,2 en vervolgens gedeeld door 30. Het quotiënt, zonder rekening te houden met de cijfers na de komma, bepaalt het aantal maanden.
   § 5. Bij het opnemen van een nieuwe functie als vermeld in paragraaf 1, behoudt het personeelslid ten minste de ervaring uit de private sector of als zelfstandige die op dat ogenblik al gevaloriseerd is.
   § 6. Voor de periodieke salarisverhogingen tijdens de loopbaan in de functie komen alle perioden van dienstactiviteit in aanmerking.
   Contractuele prestaties met een deeltijds contract komen in aanmerking volgens de prestatieregeling.
   § 7. De diensten die in aanmerking komen, worden berekend per kalendermaand.
   De duur van de gevaloriseerde prestaties in de publieke en de private sector bedraagt nooit meer dan de werkelijke duur van de gepresteerde diensten.
   In afwijking van het eerste lid komen de gepresteerde onvolledige kalendermaanden toch in aanmerking als de begindatum van de tewerkstelling vóór of op de vijftiende van de maand valt of als de einddatum op of na de vijftiende van de maand valt.
   § 8. Voor het personeelslid dat bevorderd is tot niveau A, wordt de geldelijke anciënniteit aangerekend vanaf de leeftijd van 23 jaar.
   § 9. De deeltijdse prestaties die binnen de openbare dienst verplicht zijn in het kader van de stages van jongeren, komen met ingang van 1 januari 2007 in aanmerking om het salaris te berekenen.
   De onvolledige prestaties tegen 80% die conform het koninklijk besluit nr. 259 van 31 december 1983 betreffende de duur der prestaties der personeelsleden in sommige overheidsdiensten tijdens het eerste jaar na de indienstneming als volledige prestaties beschouwd zijn, komen in aanmerking om het salaris te berekenen. ]1

  
Art. 11BIS -61. [1 L'agent mentionné dans l'article XIbis 57 a droit aux allocations visées dans les parties VII et VIIbis s'il satisfait aux conditions d'octroi.
   ]1

  
HOOFDSTUK 3 [1 Toelagen ]1
Section 2. [1 Allocations spécifiques ]1
Art. 1Ibis.60.[1 Het personeelslid met de graad van loods heeft geen recht op de toelagen vermeld in deel VII, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 6. ]1
Sous-section 1re. [1 Allocation de navigation intérieure]1
Afdeling 1. [1 Algemene toelagen ]1
Art. 11BIS-62. [1 A condition d'être en possession d'un certificat de qualification valide de l'Union, l'agent se voit octroyer une allocation de navigation intérieure de la façon suivante :
Art. 1Ibis.61. [1 Het personeelslid met de graad van loods heeft geen recht op de toelagen vermeld in deel VII, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 6.
Sous-section 2. [1 Régime particulier d'allocations pour le personnel de pilotage ]1
Afdeling 2. [1 Specifieke toelagen ]1
Art. 11BIS-63. [1 § 1er. Le pilote exerçant la fonction opérationnelle reçoit par mission de pilotage effective, en fonction de son ancienneté de grade et des coefficients visés à l'article XIbis 64, une allocation de pilotage dont le montant est fixé conformément au tableau suivant :
Onderafdeling 1. [1 - Binnenvaarttoelage ]1
Art. 11BIS-64. [1 Le ministre flamand qui a la Gouvernance publique dans ses attributions détermine le coefficient par lequel les allocations de pilotage visées à l'article XIbis 63, § 1er, sont multipliées :
Art. 1Ibis.62.. [1 . Op voorwaarde dat het personeelslid in het bezit is van een geldig kwalificatiecertificaat van de unie, wordt een binnenvaarttoelage toegekend, op de volgende wijze:
Art. 11BIS-65. [1 Si le pilote exerçant la fonction opérationnelle refuse ou est incapable de piloter des bateaux répondant aux normes minimales de longueur suivantes, il reçoit, par dérogation à l'article XIbis 63, l'allocation de pilotage correspondant, selon le tableau suivant, aux bateaux qu'il pilote effectivement.
Onderafdeling 2. [1 Bijzondere toelageregeling voor het loodspersoneel ]1
Art. 11BIS-66. [1 Le pilote exerçant une autre fonction que celle de pilote opérationnel reçoit une allocation générale, une allocation pour prestations supplémentaires et/ou une allocation pour des cours d'instruction effectivement dispensés, conformément au tableau suivant :
Art. 11bis.63..[1 § 1. De loods met de operationele functie ontvangt, naargelang zijn graadanciënniteit en de coëfficiënten, vermeld in artikel XIbis 64, per effectieve beloodsing een loodstoelage, waarvan het bedrag is bepaald conform de volgende tabel:
Art. 11BIS-67. [1 La présente section ne s'applique pas au pilote stagiaire, sauf s'il a réussi l'épreuve de compétences mentionnée dans l'article XIbis 11, § 1er, alinéa 1er, 2°, et dans l'article XIbis 12, § 1er, alinéa 1er, 2°, en est déployé en opération.
Art. 11bis.64.[1 De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, bepaalt de coëfficiënt waarmee de loodstoelagen, vermeld in artikel XIbis 63, § 1, vermenigvuldigd worden:
Sous-section 3. [1 Prime de mer ]1
Art. 11bis.65.[1 . Als de loods met de operationele functie weigert of onbekwaam is schepen te loodsen die beantwoorden aan de volgende minimale lengtenormen, ontvangt hij in afwijking van artikel XIbis 63, de loodstoelage die volgens de volgende tabel overeenkomt met de schepen die hij wel loodst.
Art. 11BIS-68. [1 § 1er. Le fonctionnaire de l'Agence des Services maritimes et de la Côte, désigné pour le service en mer ou le service de rade, reçoit, pour chaque séjour à bord d'un bâtiment de l'agence précitée, soit en mer, vers le large au-delà des têtes d'estacade du port d'attache, soit dans un port étranger, par période entamée de 24 heures, le montant journalier mentionné en regard de son grade/de sa fonction dans le tableau suivant (100 %) :
Art. 11bis.66. [1 De loods met een andere functie dan operationele loods ontvangt een algemene toelage, een toelage voor extraprestaties en/of een toelage voor het effectief geven van opleiding, conform volgende tabel:
Sous-section 4. [1 Régime d'allocations spécifique pour le personnel des grandes unités navigantes du SGS " Vloot " ]1
Art. 11bis.67.. [1 Deze afdeling is niet van toepassing op de loods op proef, behalve als de loods op proef geslaagd is voor de competentieproef, vermeld in artikel XIbis 11, § 1, eerste lid, 2°, en artikel XIbis 12, § 1, eerste lid, 2°, en die loods op proef operationeel ingezet wordt.
   De toelagen, vermeld in deze afdeling worden bij een algemene verhoging van de salarisschalen voor twee derde gekoppeld aan de gemiddelde salarisverhoging van niveau A.
   De toelagen vermeld in artikel XIbis 62 en XIbis 66 zijn niet cumuleerbaar met de toelagen, vermeld in artikel VII 32 en VII 33, en de permanentietoelage, vermeld in artikel VII 43 en de ploegentoelage vermeld in artikel VII 44. ]1

  
Art. 11BIS -69.. [1 . § 1er. L'allocation horaire suivante est octroyée par aux agents du tender et du cotre par séjour complet en mer :
-
fonction allocation horaire
matelot 36 heures
patron (en chef) et technicien naval (en chef) 38 heures
cuisinier 40 heures
assistant en chef dirigeant (fonction de patron en chef) 38 heures
fonction allocation horaire matelot 36 heures patron (en chef) et technicien naval (en chef) 38 heures cuisinier 40 heures assistant en chef dirigeant (fonction de patron en chef) 38 heures
Le nombre d'heures visé à l'alinéa 1er comprend les quatre heures à terre pour lesquelles aucune allocation n'est octroyée.
   § 2. En cas de séjour partiel en mer, l'allocation, mentionnée dans le paragraphe 1er est calculée au prorata.
   § 3. Les prestations au service de remorquage côtier sont soumises aux conditions suivantes :
   1° une prestation journalière normale est de dix heures ;
   2° la première heure supplémentaire sur une base journalière est rémunérée à 125 % et les heures supplémentaires suivantes sont rémunérées à 150 % ;
   3° un tiers des heures non prestées à bord sont rémunérées comme des heures supplémentaires en vertu de l'article VII 29, § 1er.
   § 4. Si une autre grande unité navigante est exceptionnellement utilisée en service continu, un tiers des heures non prestées à bord sont payées aux agents concernés comme des heures supplémentaires en vertu de l'article VII 29, § 1er. ]1
  
Onderafdeling 3. [1 Zeegeld ]1
Sous-section 5. [1 Allocation STCW (Standards of Training, Certification and Watchkeeping) ]1
Art. 11bis.68.. [1 . De ambtenaar van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, aangewezen voor de zeedienst of de rededienst, ontvangt voor elk verblijf aan boord van een vaartuig van het voormelde agentschap, hetzij op zee zeewaarts buiten de koppen van de staketsels van de thuishaven, hetzij in een vreemde haven, per begonnen periode van 24 uur één keer het dagbedrag dat in de volgende tabel naast zijn graad/functie vermeld is (100%):
Art. 11BIS -70..[1 A condition d'être en possession d'un brevet d'aptitude STCW valide conformément à la fonction, l'agent se voit octroyer une allocation STCW conformément au tableau suivant :
graad/functie zeedienst rededienst
 dagbedrag jaarbedrag dagbedrag jaarbedrag
loods (functie chef-loods) 17,07 euro - - -
stagiair-loods 14,50 euro 2.000 euro - -
leidinggevend hoofdmedewerker (functie hoofdscheepstechnicus) 16,09 euro 2.236 euro   
hoofdscheepstechnicus 16,11 euro 2.239 euro - -
scheepstechnicus 14,56 euro 2.008 euro - -
leidinggevend hoofdassistent (functie hoofdschipper) 17,14 euro -   
leidinggevend hoofdassistent (functie hoofdschipper - gezagvoerder) 14,54 euro 2.005 euro   
leidinggevend hoofdassistent (functie officier werktuigkundige) 16,12 euro 2.240 euro   
leidinggevend hoofdassistent (functie motorist) 14,54 euro  5,72 euro 752 euro
hoofdschipper (functie gezagvoerder) 14,55 euro 2.007 euro - -
hoofdmotorist (functie motorist) 14,55 euro - 5,73 euro 753 euro
hoofdmotorist (functie officier werktuigkundige) 16,13 euro 2.242 euro - -
speciaal hoofdassistent (functie kok ingescheept) 14,57 euro 2.009 euro   
schipper 14,59 euro 2.012 euro 5,74 euro 755 euro
motorist 14,59 euro 2.012 euro 5,74 euro 755 euro
speciaal assistent (functie kok ingescheept en de functie matroos/stoker) 14,60 euro 2.013 euro 5,75 euro 755 euro
graad/functie zeedienst rededienst dagbedrag jaarbedrag dagbedrag jaarbedrag loods (functie chef-loods) 17,07 euro - - - stagiair-loods 14,50 euro 2.000 euro - - leidinggevend hoofdmedewerker (functie hoofdscheepstechnicus) 16,09 euro 2.236 euro hoofdscheepstechnicus 16,11 euro 2.239 euro - - scheepstechnicus 14,56 euro 2.008 euro - - leidinggevend hoofdassistent (functie hoofdschipper) 17,14 euro - leidinggevend hoofdassistent (functie hoofdschipper - gezagvoerder) 14,54 euro 2.005 euro leidinggevend hoofdassistent (functie officier werktuigkundige) 16,12 euro 2.240 euro leidinggevend hoofdassistent (functie motorist) 14,54 euro 5,72 euro 752 euro hoofdschipper (functie gezagvoerder) 14,55 euro 2.007 euro - - hoofdmotorist (functie motorist) 14,55 euro - 5,73 euro 753 euro hoofdmotorist (functie officier werktuigkundige) 16,13 euro 2.242 euro - - speciaal hoofdassistent (functie kok ingescheept) 14,57 euro 2.009 euro schipper 14,59 euro 2.012 euro 5,74 euro 755 euro motorist 14,59 euro 2.012 euro 5,74 euro 755 euro speciaal assistent (functie kok ingescheept en de functie matroos/stoker) 14,60 euro 2.013 euro 5,75 euro 755 euro
Met zeedienst worden prestaties bedoeld van de loodsdienst (kotter en/of tender), de sleepdienst, de bebakenings- of beboeiingsdienst, de reddingsdienst of prestaties met het hydrografisch vaartuig en met de politieboot tijdens surveillanceopdrachten.
   Voor de personeelsleden die maaltijdcheques ontvangen, worden de geïndexeerde dagbedragen in de tabel, vermeld in het eerste lid, verminderd met de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque zoals vermeld in artikel VII 109ter.
   § 2. Als per 24 uur zeedienstprestaties en rededienstprestaties geleverd worden, wordt maar één keer het hoogste dagbedrag toegekend.
   § 3. De ambtenaar die door een arbeidsongeval niet voor de zee- of rededienst ingezet kan worden, ontvangt per kalenderdag 1/365ste van het jaarbedrag dat op hem van toepassing is.
   § 4. Bij een algemene herziening van de salarisschalen van het varend personeel worden de bedragen, vermeld in paragraaf 1, verhoogd of verlaagd met een coëfficiënt die verkregen wordt door de som van de rekenkundige gemiddelden van de nieuwe schalen van de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, te delen door de som van de rekenkundige gemiddelden van de schalen die geldig zijn op de datum van inschaling.
   Het rekenkundige gemiddelde, vermeld in het eerste lid, wordt verkregen door de som van het minimum en het maximum van de salarisschaal door twee te delen. De coëfficiënt wordt berekend tot op vier decimalen.
   § 5.[2 ...]2
  
STCW grade fonction montant annuel (100 %)
certificat Ilo assistant spécial/assistant spécial en chef cuisinier 940 euros
II/4 assistant spécial matelot/chauffeur 940 euros
III/4 motoriste motoriste 1 690 euros
II/4 patron patron-maître d'équipage 1 690 euros
II/3 patron patron 1 690 euros
III/1, III/2, III/3 technicien naval technicien naval 1 690 euros
II/1, II/2, II/3 patron patron-second 2 190 euros
III/4 motoriste en chef/assistant en chef dirigeant motoriste en chef 2 190 euros
III/2 ou III/3 technicien naval en chef/chef collaborateur dirigeant technicien naval en chef 2 190 euros
II/2, II/3 patron en chef/assistant en chef dirigeant patron en chef 2 690 euros
STCW grade fonction montant annuel (100 %) certificat Ilo assistant spécial/assistant spécial en chef cuisinier 940 euros II/4 assistant spécial matelot/chauffeur 940 euros III/4 motoriste motoriste 1 690 euros II/4 patron patron-maître d'équipage 1 690 euros II/3 patron patron 1 690 euros III/1, III/2, III/3 technicien naval technicien naval 1 690 euros II/1, II/2, II/3 patron patron-second 2 190 euros III/4 motoriste en chef/assistant en chef dirigeant motoriste en chef 2 190 euros III/2 ou III/3 technicien naval en chef/chef collaborateur dirigeant technicien naval en chef 2 190 euros II/2, II/3 patron en chef/assistant en chef dirigeant patron en chef 2 690 euros
Les agents du niveau A sont exclus de l'allocation STCW visée à l'alinéa 1er.
   Les agents exerçant la fonction de patron-second et patron en chef ne conservent le montant annuel mentionnée dans le tableau visé à l'alinéa 1er, que s'ils ont suivi la formation " Bridge Resource Management " et peuvent en produire un certificat de formation.
   Pour les agents rémunérés dans l'une des échelles T mentionnées dans l'article XIbis 57, alinéa 1er, l'allocation mensuelle brute visée à l'alinéa 1er est diminuée d'un douzième de van 1 690 euros (100 %) ou d'un douzième de 940 euros (100 %) pour les fonctions cuisinier, de matelot ou de chauffeur sur une base annuelle.
   Si le montant de l'allocation mensuelle brute ne suffit pas pour appliquer la diminution visée à l'alinéa 4, le solde est déduit du salaire mensuel brut.
   ]1
  
Onderafdeling 4. [1 Specifieke toelageregeling voor het personeel van de grote varende eenheden van de DAB Vloot ]1
Sous-section 6. [1 Allocation pour compétence technique ]1
Art. 11bis.69.. [1 § 1. Per volledige zeebeurt wordt aan de personeelsleden van de tender en kotter de volgende uurtoelage toegekend:
Art. 11BIS -71..[1 1. § 1er. Les agents exerçant les fonctions suivantes reçoivent une allocation de 2 250 euros (100 %) par an pour compétence technique :
   1° contrôleur du trafic à la centrale de Zandvliet ou de Zeebruges ;
   2° contrôleur du trafic régional à la centrale de trafic de Zandvliet ou de Zeebruges ;
   3° contrôleur du trafic nautique MRCC (Centre de coordination et de sauvetage maritime) ;
   4° contrôleur du trafic MRCC ;
   5° contrôleur du trafic au pont de Zelzate ;
   6° contrôleur du trafic régional au pont de Zelzate ;
   7° coordinateur du service de pilotage ;
   8° coordinateur du service de rade.
   En ce qui concerne les agents entrés en fonction après le 1er janvier 2018, l'allocation visée à l'alinéa 1er n'est pas octroyée pendant le stage, sauf dans les cas suivants :
   1° le stage fait suite à un emploi contractuel dans la même fonction ;
   2° l'agent a accompli le parcours de formation avec succès et est déployé en opération.
   § 2. Outre l'allocation mentionnée dans le paragraphe 1er, les contrôleurs du trafic et les contrôleurs du trafic régional à la centrale de Zandvliet et de Zeebruges auxquels s'applique l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2007 relatif à la formation, à la qualification et à la responsabilité des membres du personnel chargés de l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes en dehors des zones portuaires et du personnel du MRCC (Centre de coordination et de sauvetage maritime) reçoivent une allocation supplémentaire de 1 000 euros (100 %) par an.
   § 3. Outre l'allocation mentionnée dans le paragraphe 1er, les contrôleurs du trafic et les contrôleurs du trafic nautique MRCC auxquels s'applique l'article 12 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2007 relatif à la formation, à la qualification et à la responsabilité des membres du personnel chargés de l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes en dehors des zones portuaires et du personnel du MRCC (Centre de coordination et de sauvetage maritime) reçoivent une allocation supplémentaire de 1.000 euros (100 %) par an.
   § 4. L'allocation supplémentaire mentionnée dans les paragraphes 2 et 3 n'est versée que si les agents concernés sont en possession d'un certificat VTS (Vessel Traffic System) ou d'un certificat MRCC valide.
   § 5. Les contrôleurs du trafic et les contrôleurs du trafic régional auxquels s'applique le paragraphe 2 sont en possession, au plus tard le 31 décembre 2008, d'un certificat VTS valide, sans quoi l'allocation supplémentaire mentionnée dans le paragraphe 2 n'est plus versée jusqu'à ce qu'ils satisfassent à nouveau aux conditions.
   Les contrôleurs du trafic nautique visés dans le paragraphe 3 sont en possession, au plus tard le 30 juin 2009, d'un certificat MRCC valide, sans quoi l'allocation supplémentaire mentionnée dans le paragraphe 3 n'est plus versée jusqu'à ce qu'ils satisfassent à nouveau aux conditions.
   § 6. Pour les agents rémunérés dans l'une des échelles T mentionnées dans l'article XIbis 57, alinéa 1er, l'allocation mensuelle brute mentionnée dans les paragraphes 1er,2 et 3 est diminuée d'un douzième de 1 690 euros (100 %).
   Si le montant de l'allocation mensuelle brute ne suffit pas pour appliquer la diminution visée à l'alinéa 1er, le solde est déduit du salaire mensuel brut.]1

  [2 § 7. En plus de l'allocation visée aux paragraphes 1er et 3, les contrôleurs du trafic et les contrôleurs du trafic nautique MRCC auxquels s'applique l'article 12 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2007 relatif à la formation, à la qualification et à la responsabilité des membres du personnel chargés de l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes en dehors des zones portuaires et du personnel du MRCC reçoivent une allocation de 500 euros (100 %) par an pour la période allant du 1er janvier 2022 au 31 mai 2024.]2
  
functie uurtoelage
matroos 36 uur
(hoofd)schipper en (hoofd)scheepstechnicus 38 uur
kok 40 uur
leidinggevend hoofdassistent (functie hoofdschipper) 38 uur
functie uurtoelage matroos 36 uur (hoofd)schipper en (hoofd)scheepstechnicus 38 uur kok 40 uur leidinggevend hoofdassistent (functie hoofdschipper) 38 uur
In het aantal uren, vermeld in het eerste lid, zijn de vier uur binnenbeurt begrepen waarvoor geen toelage wordt toegekend.
   § 2. In geval van gedeeltelijke zeebeurt wordt de toelage, vermeld in paragraaf 1, pro rata berekend.
   § 3. Voor prestaties op de sleepdienst aan de kust gelden de volgende voorwaarden:
   1° een normale dagprestatie bedraagt tien uur;
   2° het eerste overuur op dagbasis wordt vergoed tegen 125% en de volgende overuren worden vergoed tegen 150%;
   3° een derde van de niet-gepresteerde uren aan boord wordt als overuren vergoed, conform artikel VII 29, § 1.
   § 4. Als een andere grote varende eenheid uitzonderlijk wordt ingezet in continudienst, wordt aan de betrokken personeelsleden een derde van de niet-gepresteerde uren aan boord als overuren vergoed conform artikel VII 29, § 1. ]1
  
-
Onderafdeling 5. [1 STCW-toelage (Standards of Training, Certification and Watchkeeping) ]1
Sous-section 7. [1 Allocation pour le matelot faisant temporairement fonction de patron-maître d'équipage ou de patron-second]1
Art. 11bis.70.. [1 Op voorwaarde dat het personeelslid in het bezit is van een geldig STCW-vaarbevoegdheidsbewijs, overeenkomstig de functie, wordt een STCW-toelage toegekend, conform de volgende tabel:
Art. 11BIS-72. [1 L'agent exerçant la fonction de matelot qui exerce temporairement la fonction le patron-maître d'équipage ou de patron-second reçoit, par heure de prestation réelle une allocation de 1/1976 de 1 120 euros (100 %]1
Onderafdeling 6. [1 Toelage voor technische bekwaamheid ]1
Sous-section 8. [1 Allocation de commandant ]1
Art. 11bis.71.. [1 . § 1. De personeelsleden met de volgende functies ontvangen een toelage van 2.250 euro (100%) per jaar voor technische bekwaamheid:
   1° verkeersleider centrale Zandvliet of Zeebrugge;
   2° regioverkeersleider verkeerscentrale Zandvliet of Zeebrugge;
   3° nautisch verkeersleider MRCC (Maritiem Reddings en Coördinatiecentrum);
   4° verkeersleider MRCC;
   5° verkeersleider Zelzatebrug;
   6° regioverkeersleider Zelzatebrug;
   7° loodsdienstcoördinator;
   8° rededienstcoördinator.
   Voor de personeelsleden die na 1 januari 2018 in dienst zijn getreden, wordt de toelage, vermeld in het eerste lid, niet toegekend tijdens de proeftijd, behalve in de volgende gevallen:
   1° de proeftijd sluit aan op een contractuele tewerkstelling in dezelfde functie;
   2° het personeelslid heeft het opleidingstraject met goed gevolg doorlopen en wordt operationeel ingezet.
   § 2. Naast de toelage, vermeld in paragraaf 1, ontvangen de verkeersleiders en regioverkeersleiders van de centrale Zandvliet en Zeebrugge waarop artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2007 betreffende de opleiding, de kwalificatie en de aansprakelijkheid van de personeelsleden die belast zijn met de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen buiten het havengebied en het personeel van het MRCC, van toepassing is, een bijkomende toelage van 1.000 euro (100%) per jaar.
   § 3. Naast de toelage, vermeld in paragraaf 1, ontvangen de verkeersleiders en de nautisch verkeersleiders MRCC waarop artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2007 betreffende de opleiding, de kwalificatie en de aansprakelijkheid van de personeelsleden die belast zijn met de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen buiten het havengebied en het personeel van het MRCC, van toepassing is, een bijkomende toelage van [2 1000]2 euro (100%) per jaar.
   § 4. De bijkomende toelage, vermeld in paragraaf 2 en 3, wordt alleen uitbetaald als de betrokken personeelsleden in het bezit zijn van een geldig VTS-certificaat (Vessel Traffic System) of MRCC-certificaat.
   § 5. De verkeersleiders en regioverkeersleiders waarop paragraaf 2 van toepassing is zijn uIterlijk op 31 december 2008 in het bezit van een geldig VTS-certificaat, anders wordt de bijkomende toelage, vermeld in paragraaf 2, niet verder uitbetaald totdat ze opnieuw voldoen aan de voorwaarden.
   De nautisch verkeersleiders, vermeld in paragraaf 3, zijn uIterlijk op 30 juni 2009 in het bezit van een geldig MRCC-certificaat, anders wordt de bijkomende toelage, vermeld in paragraaf 3, niet verder uitbetaald totdat ze opnieuw voldoen aan de voorwaarden.
   § 6. Voor de personeelsleden die worden bezoldigd in een van de T-schalen, vermeld in artikel XIbis 57, eerste lid, wordt de maandelijks brutotoelage, vermeld in paragraaf 1,2 en 3, verminderd met een twaalfde van 1.690 euro (100%).
   Als het bedrag van de maandelijkse bruto toelage niet volstaat om de vermindering, vermeld in het eerste lid, toe te passen, wordt het saldo van het bruto maandsalaris afgetrokken.]1

  [2 § 7. Boven op de toelage, vermeld in paragraaf 1 en 3, ontvangen de verkeersleiders en de nautisch verkeersleiders MRCC waarop artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2007 betreffende de opleiding, de kwalificatie en de aansprakelijkheid van de personeelsleden die belast zijn met de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen buiten het havengebied en het personeel van het MRCC van toepassing is, een toelage van 500 euro (100%) per jaar voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 mei 2024.]2
  
Art. 11BIS -73 . [1 L'agent qui commande une unité navigante de l'Agence des Services maritimes et de la Côte, dont le commandement est normalement dévolu à un agent d'un niveau, d'un rang ou d'une fonction supérieurs, reçoit une allocation de commandant conformément au tableau suivant :
-
bénéficiaire fonction à exercer montant par heure de prestation réelle à 100 %
patron patron en chef 1/1976 de 2 235 euros
assistant spécial (fonction de matelot ou de chauffeur) patron 1/1976 de 1 120 euros
pilote, fonction de second pilote, fonction de capitaine 1/1976 de 2 730 euros
patron en chef pilote, fonction de capitaine ou de second 1/1976 de 2 730 euros
assistant en chef dirigeant (fonction de patron en chef) pilote, fonction de capitaine ou de second 1/1976 de 2 730 euros
bénéficiaire fonction à exercer montant par heure de prestation réelle à 100 % patron patron en chef 1/1976 de 2 235 euros assistant spécial (fonction de matelot ou de chauffeur) patron 1/1976 de 1 120 euros pilote, fonction de second pilote, fonction de capitaine 1/1976 de 2 730 euros patron en chef pilote, fonction de capitaine ou de second 1/1976 de 2 730 euros assistant en chef dirigeant (fonction de patron en chef) pilote, fonction de capitaine ou de second 1/1976 de 2 730 euros
]1
  
Onderafdeling 7. [1 Toelage voor de matroos die tijdelijk fungeert als schipper-bootsman of als schipper-stuurman ]1
CHAPITRE 4. [1 - Indemnités ]1
Art. 11bis.72.. [1 Het personeelslid met de functie van matroos die de functie van schipper-bootsman of schipper-stuurman tijdelijk uitoefent, krijgt per uur werkelijke prestatie een toelage van 1/1976 van 1.120 euro (100%). ]1
Section 1.
Onderafdeling 8. [1 Gezagvoerderstoelage ]1
Art. 11BIS-74.
Art. 1Ibis.73. [1 Het personeelslid dat het gezag voert over een varende eenheid van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, waarvan het gezag normaal toebedeeld wordt aan een personeelslid van een hoger niveau, een hogere rang of functie, krijgt een gezagvoerderstoelage, conform de volgende tabel:
Section 2. [1 L'indemnité forfaitaire pour frais de voyage et de repas pour le personnel de pilotage ]1
HOOFDSTUK 4. [1 Vergoedingen ]1
Art. 11BIS-75 [1 § 1er. Les pilotes exerçant la fonction opérationnelle mentionnés ci-après reçoivent une indemnité forfaitaire frais de voyage et de repas dont le montant est déterminé ci-dessous pour :
Afdeling 1.
Art. 11BIS-76 [1 Les montants forfaitaires mentionnés dans l'article XIbis 75 sont diminués de 1/30 par jour de congé de maladie.
Art. 11bis.74..
Section 3.
Afdeling 2. [1 De forfaitaire vergoeding voor reis- en maaltijdkosten voor het loodsenpersoneel ]1
Art. 11BIS-77
Art. 1Ibis.75. [1 § 1. De hierna vermelde loodsen met de operationele functie ontvangen een forfaitaire vergoeding voor reis- en maaltijdkosten waarvan het bedrag hieronder bepaald is voor:
Section 4. [1 Indemnité compensatoire chèques-repas pour les agents affectés à Vlissingen ]1
Art. 1Ibis.76. [1 Op de forfaitaire bedragen, vermeld in artikel XIbis 75, wordt een vermindering toegepast van 1/30 per dag ziekteverlof.
   Voor de loods met de operationele functie die multivalent wordt ingezet, wordt de vermindering, vermeld in het eerste lid, toegepast op de vergoeding van het korps waarbij hij voor de beurt en de rustperiode ingepland was. ]1

  
Art. 11BIS -78. [1 Les agents dont le lieu d'affectation est Vlissingen, à l'exception des agents revêtus du grade de pilote, exerçant la fonction de pilote opérationnel, de second ou de capitaine, reçoivent une indemnité de 121,00 euros par mois.
   Les articles VII 15 et VII 16 s'appliquent. ]1

  
Afdeling 3.
CHAPITRE 5. [1 Avantages sociaux ]1
Art. 11bis.77..
Art. 11BIS-79 . [1 Par dérogation à l'article VII 109novies, l'agent contractuel a droit à une pension complémentaire que l'employeur finance au moyen de contributions définies de 3 % du salaire.
Afdeling 4. [1 Compenserende vergoeding maaltijdcheques voor personeelsleden die werken in Vlissingen ]1
CHAPITRE 6. [1 - Dispositions transitoires ]1
Art. 11bis.78. [1 Personeelsleden met standplaats in Vlissingen, met uitzondering van de personeelsleden met de graad van loods, functie operationele loods, stuurman of kapitein, ontvangen een vergoeding van 121,00 euro per maand.
Art. 11BIS-80 [1 . L'agent de l'Agence des Services maritimes et de la Côte affecté à Vlissingen avant le 1er septembre 1999 reçoit une indemnité d'expatriation correspondant au montant de l'indemnité de séjour à l'étranger qu'il percevait au 31 août 1999. En cas de modification du salaire net et/ou des allocations familiales, l'indemnité d'expatriation est fixée à 70 % u salaire net et des allocations familiales.
HOOFDSTUK 5. [1 Sociale voordelen ]1
Art. 11BIS-81 [1 Si le salaire à 100 % que l'assistant spécial (fonction de matelot ou de chauffeur) percevait dans l'échelle de traitement avant l'upgrading, majoré de 2 235 euros (100 %), est supérieur au salaire que perçoit le fonctionnaire dans l'échelle de traitement après l'upgrading, majoré de la prime de promotion et d'un montant de 1 120 euros (100 %), l'allocation s'élève à 1/1976 de 1 615 euros (100 %) sur une base annuelle par heure de prestation réelle. ]1
Art. 11bis.79. [1 In afwijking van artikel VII 109novies, heeft het contractuele personeelslid recht op een aanvullend pensioen, dat de werkgever financiert met vaste bijdragen, van 3% van het salaris.
CHAPITRE 6. [1 Dispositions transitoires ]1
HOOFDSTUK 6. [1 Overgangsbepalingen ]1
Art. 11BIS-82.[1 Le régime d'évaluation pour l'agent qui relève du champ d'application visé dans la partie VIIbis s'applique par analogie à l'agent auquel s'applique la présente partie en vertu de l'article XIbis 1. ]1
Art. 1Ibis.80. [1 Het personeelslid van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust dat vóór 1 september 1999 in Vlissingen werkt, ontvangt een expatriatievergoeding die overeenstemt met het bedrag van de vergoeding voor verblijf in het buitenland, die het personeelslid kreeg op 31 augustus 1999. Bij wijziging van het nettosalaris en/of de kinderbijslag wordt de expatriatievergoeding bepaald op 70% van het nettosalaris en van de kinderbijslag.
TITRE 7. [1 Congé de maladie ]1
Art. 1Ibis.81. [1 Als het salaris tegen 100% dat de speciaal assistent (functie matroos of stoker) kreeg in de salarisschaal vóór de upgrading, vermeerderd met 2.235 euro (100%), meer bedraagt dan het salaris dat de ambtenaar krijgt in de salarisschaal na de upgrading, vermeerderd met de bevorderingspremie en met een bedrag van 1.120 euro (100%), bedraagt de toelage 1/1976 van 1.615 euro (100%) op jaarbasis per uur werkelijke prestatie. ]1
  
Art. 11BIS -83.[1 § 1er. Par dérogation à la partie X, titre 4,[2 chapitre 2 ]2, le régime mentionné dans le présent article est valable pour les fonctionnaires visés à l'article XIbis 57.
   Pour l'application de l'article X 23, il est également tenu compte, pour le fonctionnaire, des jours de congé de maladie qu'il a pris avant le 1er juin 2024.
   Pendant l'absence pour cause de maladie, le fonctionnaire reçoit l'intégralité du salaire conformément à son régime de prestations. Le congé de maladie est assimilé à l'activité de service.
   Le manager de ligne peut renvoyer pour examen vers le service fédéral compétent pour la déclaration d'inaptitude définitive le fonctionnaire auquel s'applique la présente partie en vertu de l'article XIbis 1 et qui, pendant sa carrière, a été absent 666 jours ouvrables pour cause de maladie.
   L'absence pour cause de maladie des agents soumis à un régime de travail spécifique est calculée au prorata.
   Si le service fédéral compétent pour la déclaration d'inaptitude définitive du fonctionnaire fait savoir qu'un fonctionnaire a fait obstruction à ou refusé un examen dans le cadre de la mise à la retraite anticipée pour raisons de santé, le manager de ligne demande au fonctionnaire de lui communiquer les motifs de l'obstruction précitée ou du refus précité dans la quinzaine. Si le fonctionnaire ne donne pas suite à la demande précitée ou n'avance pas de motifs valables, il est mis en non-activité à partir du jour où il a fait obstruction à ou refusé l'examen jusqu'au jour où il reprend le travail.
   § 2.[2 ...]2
  
Titel 6. [1 Evaluatie ]1
Art. 11BIS-84. [1 Les agents qui tombent sous le coup de la présente partie relèvent du contrôle médical figurant dans l'article X 22. ]1
Art. 11bis.82.[1 Op het personeelslid waarop dit deel conform artikel XIbis 1 van toepassing is, is de evaluatieregeling voor het personeelslid dat onder het toepassingsgebied vermeld in deel VIIbis valt, van overeenkomstige toepassing. ]1
TITRE 8. [1 Congé sans solde d'office ]1
Titel 7. [1 Ziekteverlof ]1
Art. 11BIS-85.[1 § 1er. Si un fonctionnaire assume, au sein des services de l'Autorité flamande ou auprès d'une juridiction administrative de l'Autorité flamande, un contrat de travail, un mandat, une désignation temporaire ou une autre fonction statutaire assortis d'un stage, le manager de ligne accorde d'office un congé sans solde d'office.
Art. 11bis.83.[1 § 1. In afwijking van deel X, titel 4, [2 hoofdstuk 2]2, geldt voor de ambtenaren vermeld in artikel XIbis 57, de regeling, vermeld in dit artikel.
TITRE 9. [1 Régime disciplinaire ]1
Art. 11bis.84. [1 De personeelsleden die onder dit deel vallen, vallen onder de ziektecontrole opgenomen in artikel X 22.]1
  
Art. 11BIS -86. [1 L'article VIII 5, alinéa 4, ne s'applique pas. ]1
  
Titel 8. [1 Ambtshalve onbetaald verlof ]1
TITRE 10. [1 Fin de l'occupation d'un agent contractuel ]1
Art. 11bis.85. [1 § 1. Als een ambtenaar binnen de diensten van de Vlaamse overheid of bij een administratief rechtscollege van de Vlaamse overheid een arbeidsovereenkomst, een mandaat, een tijdelijke aanstelling of een andere statutaire functie opneemt waaraan een proeftijd is verbonden, staat de lijnmanager ambtshalve onbetaald verlof toe.
   Het onbetaald verlof, vermeld in het eerste lid, wordt voor de eerste mandaatperiode toegekend. In geval van een tijdelijke aanstelling of arbeidsovereenkomst wordt het onbetaalde verlof voor een periode van twee jaar toegekend en in geval van een statutaire proeftijd voor de duur van de proeftijd.
   De ambtenaar op proef is uitgesloten van het onbetaalde verlof, vermeld in het eerste lid.
   De beperking in de tijd, vermeld in het tweede lid, is niet van toepassing als een ambtenaar binnen zijn entiteit, raad of instelling een mandaat, tijdelijke aanstelling, contract of statutaire proeftijd opneemt.
   § 2. Als een contractueel personeelslid binnen de diensten van de Vlaamse overheid een statutaire proeftijd opneemt, heeft het voor de duur van de proeftijd recht op onbetaald verlof.
   § 3. Het onbetaalde verlof, vermeld in paragraaf 1 en 2, wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld. Tijdens het onbetaalde verlof heeft het personeelslid geen recht op salaris. ]1

  
Art. 11BIS -87.[1 Par dérogation à la partie XI, titre 3, les contractuels peuvent être licenciés par l'autorité de recrutement conformément au droit de travail.
   Sans préjudice de l'alinéa 1er, l'agent contractuel peut être licencié par l'autorité de recrutement après une évaluation " insuffisant " sur la façon dont la fonction est exercée.
   L'agent contractuel est licencié si, après une évaluation " insuffisant ", il reçoit une deuxième évaluation " insuffisant " lors de l'une des deux évaluations suivantes. ]1

  
Titel 9. [1 Tuchtregeling ]1
Art. 11BIS-88.[1 Les articles XI 26 et XI 27 ne s'appliquent pas. ]1
Art. 11bis.86. [1 Artikel VIII 5, vierde lid, is niet van toepassing. ]1
TITRE 11. [1 La perte de la qualité de fonctionnaire et la cessation définitive de fonctions ]1
Titel 10. [1 Einde van de tewerkstelling van een contractueel personeelslid ]1
CHAPITRE 1er. [1 Mise à la retraite ]1
Art. 11bis.87. [1 In afwijking van deel XI, titel 3, kunnen contractuelen ontslagen worden door de in dienst nemende overheid overeenkomstig het arbeidsrecht.
   Onverminderd het eerste lid, kan het contractuele personeelslid, ontslagen worden door de in dienst nemende overheid na één evaluatie onvoldoende over de wijze van uitoefening van de functie.
   Het contractuele personeelslid wordt ontslagen als hij na een evaluatie "onvoldoende" bij een van de twee eerstvolgende evaluaties een tweede evaluatie "onvoldoende" krijgt. ]1

  
Art. 11BIS -89. [1 . § 1er. Par dérogation à l'article XI 1, § 1er, il est mis fin d'office à la qualité de fonctionnaire le dernier jour du mois au cours duquel il atteint l'âge légal de la retraite, sauf en cas de suspension du fonctionnaire dans l'intérêt du service ou si une procédure disciplinaire à l'encontre du fonctionnaire est en cours. Dans les cas précités, il est mis fin d'office à la qualité de fonctionnaire à l'issue de la suspension dans l'intérêt du service et, éventuellement, de la procédure disciplinaire.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, l'autorité investie du pouvoir de nomination peut encore maintenir un fonctionnaire en fonction après la fin du mois au cours duquel il atteint l'âge légal de la retraite pour une période d'un an maximum, qui peut être chaque fois prorogée d'un an maximum. Pendant cette période, la personne précitée conserve sa qualité de fonctionnaire. ]1

  
Art. 11bis.88. [1 Artikel XI 26 en XI 27 zijn niet van toepassing. ]1
CHAPITRE 2. [1 Cessation définitive de fonctions ]1
Titel 11. [1 Het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de definitieve ambtsneerlegging ]1
Art. 11BIS-90. [1 Art. XIbis. 90. Les actions suivantes donnent lieu à la cessation de fonctions :
HOOFDSTUK 1. [1 Pensionering ]1
CHAPITRE 3. [1 Outplacement ]1
Art. 11bis.89. [1 § 1. In afwijking van artikel XI 1, § 1, wordt ambtshalve een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar op de laatste dag van de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, behalve in geval van schorsing in het belang van de dienst van de ambtenaar of als een tuchtprocedure tegen de ambtenaar loopt. In de voormelde gevallen wordt ambtshalve een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar na afloop van de schorsing in het belang van de dienst en eventueel van de tuchtprocedure.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de benoemende overheid een ambtenaar na het einde van de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt nog verder in dienst houden voor een periode van maximaal één jaar, telkens verlengbaar met maximaal één jaar. De voormelde persoon behoudt zolang zijn hoedanigheid van ambtenaar. ]1

  
Art. 11BIS -91. [1 Le régime mentionné dans l'article XI 8quater, § 1er, ne s'applique pas. ]1
  
HOOFDSTUK 2. [1 Definitieve ambtsneerlegging ]1
TITRE 12. [1 Mobilité entre un grade ou une fonction au sein de la filière nautique et un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique ]1
Art. 11bis.90.[1 De volgende acties geven aanleiding tot ambtsneerlegging:
CHAPITRE 1er. . [1 Mobilité d'un grade ou d'une fonction au sein de la filière nautique mentionnés dans l'article XIbis 57 vers un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique ]1
HOOFDSTUK 3. [1 Outplacement ]1
Section 1re. [1 Agents en fonction avant le 1er juin 2024 ]1
Art. 11bis.91. [1 De regeling, vermeld in artikel XI 8quater, § 1, is niet van toepassing. ]1
Sous-section 1re. [1 Qualité ]1
Titel 12. [1 Mobiliteit tussen een graad of functie binnen de Nautische keten en een graad of functie buiten de Nautische keten]1
Art. 11BIS-92. [1 Le fonctionnaire mentionné dans l'article XIbis 1 qui est transféré, par mobilité, à un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique conserve sa qualité de fonctionnaire. ]1
HOOFDSTUK I. [1 Mobiliteit van een graad of functie binnen de Nautische keten vermeld in artikel XIbis 57, naar een graad of functie buiten de Nautische keten]1
Art. 11BIS-93. [1 L'agent contractuel mentionné dans l'article XIbis 1, qui prend, en dehors de la filière nautique, une fonction d'autorité telle que mentionnée sur la liste figurant à l'annexe 4 jointe au présent arrêté, est admis au stage statutaire mentionné dans la partie III, chapitre 2, section 4.
Afdeling 1. [1 Personeelsleden in dienst vóór 1 juni 2024 ]1
Sous-section 2. [1 Rémunération ]1
Onderafdeling 1. [1 Hoedanigheid]1
Art. 11BIS-94. [1 L'agent mentionné dans l'article XIbis 1, qui accède, par mobilité ou promotion, à un autre grade ou une autre fonction au sein des services de l'Autorité flamande, est classé dans l'échelle de traitement correspondante du nouveau grade en vertu de l'article VIIbis 16, § 1er.
Art. 11bis.92. [1 De ambtenaar vermeld in artikel XIbis 1, die via mobiliteit overstapt naar een graad of functie buiten de Nautische keten, behoudt zijn hoedanigheid van ambtenaar. ]1
  
Art. 11BIS -95.[1 . L'agent contractuel mentionné dans l'article XIbis 1 qui est transféré par mobilité peut choisir, sur une base volontaire, de relever du champ d'application de la partie VII.
   Le choix visé à l'alinéa 1er est posé en vertu de l'article VII 2, § 2. Le classement lors du transfert visé à l'alinéa 1er se fait en vertu de l'article VII 2, § 4. ]1

  
Art. 11bis.93. [1 Het contractuele personeelslid vermeld in artikel XIbis 1, dat buiten de Nautische keten een gezagsfunctie opneemt als vermeld in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, wordt toegelaten tot de statutaire proeftijd, vermeld in deel III, hoofdstuk 2, afdeling 4.
   Het contractuele personeelslid, vermeld in het eerste lid, dat een niet-gezagsfunctie opneemt buiten de Nautische keten, behoudt zijn hoedanigheid. ]1

  
Art. 11BIS -96. [1 L'article VII 5bis et l'article VIIbis 1, alinéa 3, s'appliquent à l'agent qui est transféré par promotion ]1
  
Onderafdeling 2. [1 Verloning]1
Sous-section 3. [1 Régime de maladie ]1
Art. 11bis.94. [1 Het personeelslid vermeld in artikel XIbis 1,, dat via mobiliteit of bevordering overgaat naar een andere graad of functie binnen de diensten van de Vlaamse overheid, wordt ingeschaald in de overeenkomstige salarisschaal van de nieuwe graad, conform artikel VIIbis 16, § 1.
   De inschaling, vermeld in het eerste lid, gebeurt op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan, met behoud van de geldelijke- en schaalanciënniteit op het moment van de overgang, vermeld in het eerste lid.]1

  
Art. 11BIS -97. [1 Le fonctionnaire mentionné dans l'article XIbis 1 qui, lors du transfert à un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique, reste fonctionnaire tombe sous le coup du régime de maladie mentionné dans l'article X 21. Les jours de maladie pris par un fonctionnaire avant le transfert précité sont imputés sur le capital maladie.
   L'agent contractuel mentionné dans l'article XIbis 1 qui, lors d'un transfert à un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique, reste contractuel tombe sous le coup du régime de maladie mentionné dans l'article X 20.
   L'agent contractuel qui, lors du transfert à un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique, devient fonctionnaire tombe sous le coup du régime de maladie mentionné dans les articles X 18 et X 19.
   ]1

  
Art. 11bis.95.[1 Het contractuele personeelslid, vermeld in artikel XIbis 1, dat via mobiliteit overstapt, kan er vrijwillig voor kiezen om onder het toepassingsgebied van deel VII te ressorteren.
Sous-section 4. [1 Pension complémentaire ]1
Art. 11bis.96. [1 Artikel VII 5bis en artikel VIIbis 1, derde lid, zijn van toepassing op het personeelslid dat via bevordering overstapt. ]1
  
Art. 11BIS -98. [1 . L'agent contractuel mentionné dans l'article XIbis 1, qui est transféré à un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique, a droit à une pension complémentaire telle que mentionnée dans l'article VII 109novies. ]1
  
Onderafdeling 3. [1 Ziekteregeling]1
Sous-section 5. [1 Pension d'office ]1
Art. 11bis.97. [1 De ambtenaar vermeld in artikel XIbis 1, die bij de overstap naar een graad of functie buiten de Nautische keten ambtenaar blijft, valt onder de ziekteregeling, vermeld in artikel X 21. De ziektedagen die een ambtenaar heeft opgenomen vóór de voormelde overstap, worden aangerekend op het ziektekapitaal.
Art. 11BIS-99. [1 Il ne peut être mis fin à la qualité d'un fonctionnaire mentionné dans l'article XIbis 1 que dans les cas mentionnés dans l'article XI 1. ]1
Onderafdeling 4. [1 Aanvullend pensioen ]1
Sous-section 6. [1 Evaluation et chambre de recours ]1
Art. 11bis.98. [1 Het contractuele personeelslid vermeld in artikel XIbis 1 dat overstapt naar een graad of functie buiten de Nautische keten, heeft recht op een aanvullend pensioen zoals vermeld in artikel VII 109novies. ]1
  
Art. 11BIS -100.[1 Le fonctionnaire mentionné dans l'article XIbis 1 est évalué conformément à la partie IV. ]1
  
Onderafdeling 5. [1 Ambtshalve pensioen ]1
Sous-section 7. [1 Protection contre le licenciement des agents contractuels ]1
Art. 11bis.99. [1 Aan de hoedanigheid van een ambtenaar vermeld in artikel XIbis 1, kan alleen een einde worden gemaakt in de gevallen, vermeld in artikel XI 1. ]1
  
Art. 11BIS -101.[1 La partie XI, titre 3, s'applique à l'agent mentionné dans l'article XIbis 1, qui est transféré à un autre grade ou une autre fonction au sein des services de l'Autorité flamande, à partir de la date du transfert précité.]1
  
Onderafdeling 6. [1 Evaluatie en raad van beroep ]1
Section 2. [1 - Agents en fonction à partir du 1er juin 2024 ]1
Art. 11bis.100. [1 . De ambtenaar vermeld in artikel XIbis 1, wordt geëvalueerd conform deel IV. ]1
Sous-section 1re. [1 Qualité ]1
Onderafdeling 7. [1 Ontslagbescherming van contractuele personeelsleden ]1
Art. 11BIS-102. [1 Le fonctionnaire mentionné dans l'article XIbis 1, qui est transféré à un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique qui n'apparaît pas sur la liste figurant à l'annexe 4 jointe au présent arrêté, est occupé dans le cadre d'un emploi contractuel. En cas de transfert non volontaire, il conserve sa qualité pendant deux ans maximum.
Art. 11bis.101. [1 Op het personeelslid vermeld in artikel XIbis 1, dat overstapt naar een andere graad of functie binnen de diensten van de Vlaamse overheid, is, vanaf de datum van de voormelde overstap, deel XI, titel 3, van toepassing. ]1
  
Art. 11BIS -103. [1 L'agent contractuel mentionné dans l'article XIbis 1, qui est transféré à une fonction d'autorité en dehors de la filière nautique mentionnée sur la liste figurant à l'annexe 4 jointe au présent arrêté, est admis au stage statutaire mentionné dans la partie III, chapitre 2, section 4.
   Si l'agent visé à l'alinéa 1er est transféré à une fonction dépourvue d'autorité, il conserve sa qualité. ]1

  
Afdeling 2. [1 - Personeelsleden in dienst vanaf 1 juni 2024 ]1
Sous-section 2. [1 Rémunération ]1
Onderafdeling 1. [1 Hoedanigheid ]1
Art. 11BIS-104. [1 L'agent mentionné dans l'article XIbis 1 qui accède, par mobilité ou promotion, à un autre grade au sein des services de l'Autorité flamande, est classé dans l'échelle de traitement correspondante du nouveau grade en vertu de l'article VIIbis 16, § 1er.
Art. 11bis.102. [1 De ambtenaar, vermeld in artikel XIbis 1 die overstapt naar een graad of functie buiten de Nautische keten, die niet voorkomt in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, wordt tewerkgesteld met een contractuele tewerkstelling. Hij behoudt zijn hoedanigheid in geval van een niet-vrijwillige overstap gedurende maximaal twee jaar.
   Als de ambtenaar, vermeld in het eerste lid, overstapt naar een gezagsfunctie buiten de Nautische keten, vermeld in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, behoudt hij zijn hoedanigheid. ]1

  
Art. 11BIS -105. [1 L'agent mentionné dans l'article XIbis 115 tombe sous le coup de la partie VII à partir de la date de l'accession si celle-ci intervient le premier jour du mois. En cas d'accession en cours de mois, l'agent tombe sous le coup de la partie VII à partir du premier jour du mois qui suit l'accession.
   Le classement se fait en vertu de l'article VII 2, § 4. ]1

  
Art. 11bis.103. [1 Het contractuele personeelslid, vermeld in artikel XIbis 1 dat overstapt naar een gezagsfunctie buiten de Nautische keten, vermeld in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, wordt toegelaten tot de statutaire proeftijd, vermeld in deel III, hoofdstuk 2, afdeling 4.
Sous-section 3. [1 Régime de maladie ]1
Onderafdeling 2. [1 Verloning ]1
Art. 11BIS-106. [1 Le régime de maladie mentionné dans les articles X 18 et X 19 s'applique au fonctionnaire mentionné dans l'article XIbis 1, qui est transféré à un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique.
Art. 11bis.104. [1 Het personeelslid 1 vermeld in artikel XIbis 1, dat via mobiliteit of bevordering overgaat naar een andere graad binnen de diensten van de Vlaamse overheid, wordt ingeschaald in de overeenkomstige salarisschaal van de nieuwe graad, conform artikel VIIbis 16, § 1.
Sous-section 4. [1 Pension complémentaire ]1
Art. 11bis.105. [1 Het personeelslid, vermeld in artikel XIbis 115, ressorteert vanaf de datum van de overgang onder de toepassing van deel VII als de overgang de eerste dag van de maand plaatsvindt. Bij een overgang in de loop van de maand ressorteert het personeelslid onder de toepassing van deel VII vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de overgang.
   De inschaling gebeurt conform artikel VII 2, § 4. ]1

  
Art. 11BIS -107. [1 L'agent contractuel mentionné dans l'article XIbis 1, qui est transféré à un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique, a droit à une pension complémentaire telle que mentionnée dans l'article VII 109novies. ]1
  
Onderafdeling 3. [1 - Ziekteregeling ]1
Sous-section 4. [1 - Pension d'office ]1
Art. 11bis.106. [1 Op de ambtenaar vermeld in artikel XIbis 1, die overstapt naar een graad of functie buiten de Nautische keten, is de ziekteregeling, vermeld in artikel X 18 en X 19 van toepassing.
Art. 11BIS-108 [1 Il ne peut être mis fin à la qualité d'un fonctionnaire mentionné dans l'article XIbis 1, qui est transféré à un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique, que dans les cas mentionnés dans l'article XI 1. ]1
Onderafdeling 4. [1 Aanvullend pensioen ]1
Sous-section 6. [1 - Evaluation et chambre de recours ]1
Art. 11bis.107. [1 Het contractuele personeelslid vermeld in artikel XIbis 1, en overstapt naar een graad of functie buiten de Nautische keten, heeft recht op een aanvullend pensioen, als vermeld in artikel VII 109novies. ]1
Art. 11BIS-109 [1 Le fonctionnaire mentionné dans l'article XIbis 1, qui est transféré à un grade ou une fonction en dehors de la filière nautique, est évalué conformément à la partie IV. ]1
Onderafdeling 5. [1 Ambtshalve pensioen ]1
Sous-section 7. [1 Protection contre le licenciement des agents contractuels ]1
Art. 11bis.108. [1 Aan de hoedanigheid van een ambtenaar vermeld in artikel XIbis 1, die overstapt naar een graad of functie buiten de Nautische keten, kan alleen een einde worden gemaakt in de gevallen, vermeld in artikel XI 1. ]1
  
Art. 11BIS -110. [1 La partie XI, titre 3, s'applique à l'agent mentionné dans l'article XIbis 1, alinéa 1er, qui est transféré à un autre grade ou une autre fonction en dehors de la filière nautique, à partir de la date du transfert précité. ]1
  
Onderafdeling 6. [1 Evaluatie en raad van beroep ]1
CHAPITRE 2. [1 Mobilité d'un grade ou d'une fonction en dehors de la filière nautique vers un grade ou une fonction au sein de la filière nautique mentionnés dans l'article XIbis 57. ]1
Art. 11bis.109.[1 De ambtenaar vermeld in artikel XIbis 1, die overstapt naar een graad of functie buiten de Nautische keten, wordt geëvalueerd conform deel IV.]1
Section 1re. [1 Agents en fonction avant le 1er juin 2024 ]1
Onderafdeling 7. [1 Ontslagbescherming contractuele personeelsleden ]1
Sous-section 1. [1 Qualité ]1
Art. 11bis.110. [1 Op het personeelslid vermeld in artikel XIbis 1, eerste lid, dat overstapt naar een andere graad of functie buiten de Nautische keten, is, vanaf de datum van de voormelde overstap, deel XI, titel 3, van toepassing. ]1
  
Art. 11BIS -111.[1 Le fonctionnaire qui prend une fonction statutaire telle que mentionnée dans l'article XIbis 57 est nommé au nouveau grade en qualité de statutaire. Dans le cas d'une promotion, le fonctionnaire est admis au stage statutaire conformément à la partie III, chapitre 2, section 4.
   Le fonctionnaire obtient un congé sans solde d'office pour la durée du stage statutaire visé à l'alinéa 1er. ]1

  
HOOFDSTUK 2. [1 Mobiliteit van een graad of functie buiten de Nautische keten naar een graad of functie binnen de Nautische keten, vermeld in artikel XIbis 57. ]1
Art. 11BIS-112. [1 Le fonctionnaire qui prend une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 57 obtient un contrat à durée déterminée ou indéterminée.
Afdeling 1. [1 Personeelsleden in dienst vóór 1 juni 2024 ]1
Art. 11BIS-113. [1 L'agent contractuel qui prend une fonction statutaire telle que mentionnée dans l'article XIbis 57 est admis au stage statutaire conformément à la partie III, chapitre 2, section 4. Dans le cas d'une promotion, l'agent contractuel est admis au stage statutaire conformément à la partie III, chapitre 2, section 4.
Onderafdeling 1. [1 Hoedanigheid ]1
Art. 11BIS-114. [1 L'agent contractuel qui prend une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 57 obtient un contrat à durée déterminée ou indéterminée. ]1
Art. 11bis.111.[1 De ambtenaar die een statutaire functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt statutair benoemd in de nieuwe graad. Ingeval van een bevordering wordt de ambtenaar toegelaten tot de statutaire proeftijd conform deel III, hoofdstuk 2, afdeling 4.
Sous-section 2. [1 Rémunération ]1
Art. 11bis.112. [1 De ambtenaar die een contractuele functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, krijgt een contract van bepaalde of onbepaalde duur.
   De ambtenaar krijgt ambtshalve verlof voor opdracht. In afwijking van artikel X 63 is dit verlof beperkt tot twee jaar. ]1

  
Art. 11BIS -115. [1 Un fonctionnaire qui est rémunéré en vertu de l'article VIIbis 16, § 1er, et qui accède, par mobilité ou promotion, à une fonction statutaire telle que mentionnée dans l'article XIbis 57, alinéa 1er, est classé à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle.
   Le classement visé à l'alinéa 1er se fait avec maintien de l'ancienneté pécuniaire et barémique constituée. ]1

  
Art. 11bis.113. [1 Het contractuele personeelslid dat een statutaire functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt toegelaten tot de statutaire proeftijd conform deel III, hoofdstuk 2, afdeling 4. In geval van een bevordering wordt het contractuele personeelslid toegelaten tot de statutaire proeftijd conform deel III, hoofdstuk 2, afdeling 4.
   Het contractuele personeelslid krijgt voor de duur van de statutaire proeftijd, vermeld in het eerste lid, ambtshalve onbetaald verlof. ]1

  
Art. 11BIS -116.[1 Un fonctionnaire auquel s'applique l'article VII 12, qui accède, par mobilité ou promotion, à un grade statutaire tel que mentionné dans l'article XIbis 57, alinéa 1er, est classé dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
   Pour déterminer l'ancienneté pécuniaire, l'article VII 3 s'applique.
   Le fonctionnaire visé à l'alinéa 1er conserve le salaire qu'il percevait avant le transfert jusqu'à ce qu'il perçoive un salaire au moins équivalent dans sa nouvelle carrière. ]1

  
Art. 11bis.114. [1 . Het contractuele personeelslid dat een contractuele functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, krijgt een contract van bepaalde of onbepaalde duur.]1
  
Art. 11BIS -117. [1 Un fonctionnaire qui est rémunéré en vertu de l'article VIIbis 16, § 1er, et qui prend, en vertu de l'article XIbis 3, § 2, une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 57 est rémunéré dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
   La personne visée à l'alinéa 1er conserve au moins l'ancienneté pécuniaire qu'elle possédait au moment de la prise de la fonction contractuelle. ]1

  
Onderafdeling 2. [1 Verloning ]1
Art. 11BIS-118.[1 Un fonctionnaire qui est rémunéré dans une échelle de traitement telle que mentionnée dans l'article VII 12 et qui prend une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 3, § 2, est rémunéré dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
Art. 11bis.115. [1 Een ambtenaar die bezoldigd wordt conform artikel VIIbis 16, § 1, en via mobiliteit of bevordering overgaat naar een statutaire functie als vermeld in artikel XIbis 57, eerste lid, wordt ingeschaald op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan.
   De inschaling, vermeld in het eerste lid, gebeurt met behoud van de opgebouwde geldelijke- en schaalanciënniteit. ]1

  
Art. 11BIS -119. [1 L'agent contractuel mentionné dans l'article VIIbis 9, qui prend une fonction statutaire telle que mentionnée dans l'article XIbis 57, est classé dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
   L'agent visé à l'alinéa 1er conserve au moins l'ancienneté pécuniaire qu'il possédait au moment de la prise de la nouvelle fonction statutaire.
   Si une carrière fonctionnelle est attachée à la fonction contractuelle visée à l'alinéa 1er, le classement se fait à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle. ]1

  
Art. 11bis.116. [1 . Een ambtenaar op wie artikel VII 12 van toepassing is, die via mobiliteit of bevordering overgaat naar een statutaire graad als vermeld in artikel XIbis 57, eerste lid, wordt ingeschaald in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
   Om de geldelijke anciënniteit te bepalen is artikel VII 3 van toepassing.
   De ambtenaar, vermeld in het eerste lid, behoudt het salaris dat hij kreeg vóór de overstap, tot hij in de nieuwe loopbaan een salaris krijgt dat tenminste daaraan gelijk is. ]1

  
Art. 11BIS -120. [1 L'agent contractuel qui est rémunéré et qui prend un emploi statutaire tel que mentionné dans l'article XIbis 57 est classé dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
   Pour déterminer l'ancienneté pécuniaire, l'article VII 3 s'applique. ]1

  
Art. 11bis.117. [1 Een ambtenaar die bezoldigd wordt conform artikel VIIbis 16, § 1, en op basis van artikel XIbis 3, § 2, een contractuele functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt bezoldigd in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
   De persoon, vermeld in het eerste lid, behoudt tenminste de geldelijke anciënniteit die hij bezat op het moment van het opnemen van de contractuele functie. ]1

  
Art. 11BIS -121. [1 L'agent contractuel, qui est rémunéré dans une échelle de traitement telle que mentionnée dans l'article VII 12 et qui prend une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 57, est classé dans l'échelle de traitement initiale de la fonction en question.
   L'agent visé à l'alinéa 1er conserve au moins l'ancienneté pécuniaire qu'il possédait au moment de la prise de la nouvelle fonction contractuelle. ]1

  
Art. 11bis.118. [1 . Een ambtenaar die bezoldigd wordt in een salarisschaal als vermeld in artikel VII 12, en een contractuele functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 3, § 2, wordt verloond in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
   Om de geldelijke anciënniteit te bepalen, is artikel VII 3 van toepassing. ]1

  
Art. 11BIS -122. [1 . L'agent contractuel mentionné dans l'article VIIbis 9, qui prend une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 57, est classé dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
   L'agent visé à l'alinéa 1er conserve au moins l'ancienneté pécuniaire qu'il possédait au moment de la prise de la nouvelle fonction contractuelle. ]1

  
Art. 11bis.119. [1 Het contractuele personeelslid, vermeld in artikel VIIbis 9, dat een statutaire functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt ingeschaald in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
   Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, behoudt ten minste de geldelijke anciënniteit die hij bezat op het moment van het opnemen van de nieuwe statutaire functie.
   Als een functionele loopbaan verbonden is aan de contractuele functie, vermeld in het eerste lid, gebeurt de inschaling op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan. ]1

  
Art. 11BIS -123. [1 L'agent contractuel, qui est rémunéré dans une échelle de traitement telle que mentionnée dans l'article VII 12 et qui prend une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 57, est classé dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
   Pour déterminer l'ancienneté pécuniaire, l'article VII 3 s'applique. ]1

  
Art. 11bis.120. [1 Het contractuele personeelslid dat bezoldigd wordt en een statutaire betrekking opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt ingeschaald in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
Sous-section 3. [1 Régime de maladie ]1
Art. 11bis.121. [1 Het contractuele personeelslid dat bezoldigd wordt in een salarisschaal als vermeld in artikel VII 12, en dat een contractuele functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt ingeschaald in de beginsalarisschaal van de functie in kwestie.
   Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, behoudt ten minste de geldelijke anciënniteit die hij bezat op het moment van het opnemen van de nieuwe contractuele functie. ]1

  
Art. 11BIS -124. [1 . L'article XIbis 83 s'applique au fonctionnaire et à l'agent contractuel qui accèdent à un grade ou prennent une fonction tels que mentionnés dans l'article XIbis 57.
   Les jours de maladie pris par un fonctionnaire avant le transfert sont imputés sur le capital maladie. ]1

  
Art. 11bis.122. [1 Het contractuele personeelslid, vermeld in artikel VIIbis 9, dat een contractuele functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt ingeschaald in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
Sous-section 4. [1 Pension complémentaire ]1
Art. 11bis.123. [1 . Het contractuele personeelslid dat bezoldigd wordt in een salarisschaal als vermeld in artikel VII 12, en een contractuele functie opneemt, als vermeld in artikel XIbis 57, wordt ingeschaald in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
Art. 11BIS-125. [1 L'agent contractuel qui accède à un grade ou prend une fonction tels que mentionnés dans l'article XIbis 57 a droit à une pension complémentaire telle que mentionnée dans l'article VII 109novies.
Onderafdeling 3. [1 Ziekteregeling ]1
Sous-section 5. [1 Pension d'office ]1
Art. 11bis.124. [1 Artikel XIbis 83 is van toepassing op de ambtenaar en het contractuele personeelslid dat een graad of functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57.
   De ziektedagen die een ambtenaar opnam vóór de overstap worden aangerekend op het ziektekapitaal. ]1

  
Art. 11BIS -126. [1 § 1er. Un fonctionnaire qui accède à un grade ou prend une fonction tels que mentionnés dans l'article XIbis 57 ne peut pas perdre sa qualité avant la fin du mois au cours duquel il atteint l'âge légal de la retraite, sauf dans les cas mentionnés dans la législation sur les pensions ou le présent arrêté.
   § 2. Il est mis fin d'office à la qualité de fonctionnaire le dernier jour du mois au cours duquel il atteint l'âge légal de la retraite, sauf en cas de suspension du fonctionnaire dans l'intérêt du service ou si une procédure disciplinaire à l'encontre du fonctionnaire est en cours. Dans les cas précités, il est mis fin d'office à la qualité de fonctionnaire à l'issue de la suspension dans l'intérêt du service et, éventuellement, de la procédure disciplinaire.
   § 3. Par dérogation au paragraphe 2, l'autorité investie du pouvoir de nomination peut encore maintenir un fonctionnaire en fonction après la fin du mois au cours duquel il atteint l'âge légal de la retraite pour une période d'un an maximum, qui peut être chaque fois prorogée d'un an maximum. Pendant cette période, la personne précitée conserve sa qualité de fonctionnaire.
   ]1

  
Onderafdeling 4. [1 Aanvullend pensioen]1
Sous-section 6. [1 - Evaluation et chambre de recours ]1
Art. 11bis.125. [1 Het contractuele personeelslid dat een graad of functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, heeft recht op een aanvullend pensioen als vermeld in artikel VII 109novies.
   In afwijking van artikel VII 109novies, eerste en tweede lid, wordt altijd een vaste bijdrage van 3% van het salaris toegepast. ]1

  
Art. 11BIS -127. [1 Les dispositions relatives à l'évaluation et à la chambre de recours qui étaient en vigueur avant le 1er juin 2024 demeurent applicables au fonctionnaire qui accède à un grade ou prend une fonction tels que mentionnés dans l'article XIbis 57. ]1
  
Onderafdeling 45 [1 Onderafdeling 4. ]1
Sous-section 7. [1 - Protection contre le licenciement des agents contractuels ]1
Art. 11bis.126. [1 § 1. Een ambtenaar die een graad of functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, kan zijn hoedanigheid niet verliezen vóór het einde van de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, behalve in de gevallen vermeld in de pensioenwetgeving of dit besluit.
   § 2. Ambtshalve wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar op de laatste dag van de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, behalve in geval van schorsing in het belang van de dienst van de ambtenaar of als een tuchtprocedure tegen de ambtenaar loopt. In de voormelde gevallen wordt ambtshalve een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar na afloop van de schorsing in het belang van de dienst en eventueel van de tuchtprocedure.
   § 3. In afwijking van paragraaf 2, kan de benoemende overheid een ambtenaar na het einde van de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt nog verder in dienst houden voor een periode van maximaal één jaar, telkens verlengbaar met maximaal één jaar. De voormeld persoon behoudt zolang zijn hoedanigheid van ambtenaar.
   ]1

  
Art. 11BIS -128.[1 L'article XIbis 89 s'applique à l'agent qui relève du champ d'application du présent arrêté et qui est transféré à un grade tel que mentionné dans l'article XIbis 57, alinéa 1er, à partir de la date du transfert précité ]1
  
Onderafdeling 6. [1 Evaluatie en raad van beroep ]1
Section 2. [1 Agents en fonction à partir du 1er juin 2024 ]1
Art. 1Ibis.127. [1 De bepalingen over de evaluatie en de raad van beroep die golden voor 1 juni 2024 blijven van toepassing op de ambtenaar die een graad of functie functie opneemt zoals vermeld in artikel XIbis 57. ]1
Sous-section 1. [1 - Qualité ]1
Onderafdeling 7. [1 Ontslagbescherming contractuele personeelsleden ]1
Art. 11BIS-129. [1 Le fonctionnaire qui prend une fonction statutaire telle que mentionnée dans l'article XIbis 58 est nommé au nouveau grade en qualité de statutaire. Dans le cas d'une promotion, le fonctionnaire est admis au stage statutaire conformément à la partie III, chapitre 2, section 4.
Art. 11bis.128. [1 . Op het personeelslid dat onder het toepassingsgebied van dit besluit valt, en overstapt naar een graad als vermeld in artikel XIbis 57, eerste lid, is vanaf de datum van de voormelde overstap artikel XIbis 89 van toepassing.]1
  
Art. 11BIS -130. [1 Le fonctionnaire qui prend une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 57 obtient un contrat à durée déterminée ou indéterminée.
   Si une fonction contractuelle est prise à l'initiative unilatérale du manager de ligne ou suite à une décision du Gouvernement flamand, l'agent conserve sa fonction statutaire pendant deux ans.
   Le fonctionnaire obtient un congé sans solde d'office pour la mission. Par dérogation à l'article X 63, ce congé est limité à deux ans. ]1

  
Afdeling 2. [1 Personeelsleden in dienst vanaf 1 juni 2024 ]1
Art. 11BIS-131. [1 . L'agent contractuel qui prend une fonction statutaire telle que mentionnée dans l'article XIbis 57 est admis au stage statutaire conformément à la partie III, chapitre 2, section 4. Dans le cas d'une promotion, l'agent contractuel est admis au stage statutaire conformément à la partie III, chapitre 2, section 4.
Onderafdeling 1. [1 - Hoedanigheid ]1
Art. 11BIS-132. [1 L'agent contractuel qui prend une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 57 obtient un contrat à durée déterminée ou indéterminée. ]1
Art. 11bis.129. [1 De ambtenaar die een statutaire functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 58, wordt statutair benoemd in de nieuwe graad. In geval van een bevordering wordt de ambtenaar toegelaten tot de statutaire proeftijd conform deel III, hoofdstuk 2, afdeling 4.
Sous-section 2. [1 Rémunération ]1
Art. 11bis.130. [1 De ambtenaar die een contractuele functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, krijgt een contract van bepaalde of onbepaalde duur.
   Als een contractuele functie wordt opgenomen als gevolg van een eenzijdig initiatief van de lijnmanager of naar aanleiding van een beslissing van de Vlaamse Regering, behoudt het personeelslid zijn statutaire functie gedurende twee jaar.
   De ambtenaar krijgt ambtshalve verlof voor opdracht. In afwijking van artikel X 63 is dit verlof beperkt tot twee jaar. ]1

  
Art. 11BIS -133.[1 Le fonctionnaire, qui est rémunéré dans une échelle de traitement telle que mentionnée dans l'article VII 12 et qui prend une fonction statutaire telle que mentionnée dans l'article XIbis 57, est classé dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
   Pour déterminer l'ancienneté pécuniaire, l'article VII 3 s'applique. ]1

  
Art. 11bis.131. [1 . Het contractuele personeelslid dat een statutaire functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt toegelaten tot de statutaire proeftijd conform deel III, hoofdstuk 2, afdeling 4. In geval van een bevordering wordt het contractuele personeelslid toegelaten tot de statutaire proeftijd conform deel III, hoofdstuk 2, afdeling 4.
   Het contractuele personeelslid krijgt voor de duur van de statutaire proeftijd, vermeld in het eerste lid, ambtshalve onbetaald verlof. ]1

  
Art. 11BIS -134.[1 Le fonctionnaire, qui est rémunéré dans une échelle de traitement telle que mentionnée dans l'article VII 12 et qui prend une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 57, est classé dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
   Pour déterminer l'ancienneté pécuniaire, l'article VII 3 s'applique. ]1

  
Art. 11bis.132. [1 Het contractuele personeelslid dat een contractuele functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, krijgt een contract van bepaalde of onbepaalde duur. ]1
  
Art. 11BIS -135. [1 . L'agent contractuel, qui est rémunéré dans une échelle de traitement telle que mentionnée dans l'article VII 12 et qui prend une fonction statutaire telle que mentionnée dans l'article XIbis 57, est classé dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
   Pour déterminer l'ancienneté pécuniaire, l'article VII 3 s'applique. ]1

  
Onderafdeling 2. [1 - Verloning ]1
Art. 11BIS-136. [1L'agent contractuel, qui est rémunéré dans une échelle de traitement telle que mentionnée dans l'article VII 12 et qui prend une fonction contractuelle telle que mentionnée dans l'article XIbis 57, est classé dans l'échelle de traitement initiale du nouveau grade.
Art. 11bis.133.[1 De ambtenaar die bezoldigd wordt in een salarisschaal als vermeld in artikel VII 12, en een statutaire functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt ingeschaald in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
Sous-section 3. [1 Régime de maladie ]1
Art. 11bis.134.[1 De ambtenaar die bezoldigd wordt in een salarisschaal als vermeld in artikel VII 12, en een contractuele functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt ingeschaald in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
Art. 11BIS-137 [1 Les articles XIbis 100 à XIbis 107 s'appliquent au fonctionnaire et à l'agent contractuel qui accèdent à un grade ou prennent une fonction tels que mentionnés dans l'article XIbis 57.
Art. 11bis.135. [1 Het contractuele personeelslid dat bezoldigd wordt in een salarisschaal als vermeld in artikel VII 12, en een statutaire functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt ingeschaald in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
Sous-section 4. [1 - Pension complémentaire ]1
Art. 11bis.136. [1 . Het contractuele personeelslid dat bezoldigd wordt in een salarisschaal als vermeld in artikel VII 12, en een contractuele functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, wordt ingeschaald in de beginsalarisschaal van de nieuwe graad.
   Om de geldelijke anciënniteit te bepalen is artikel VII 3 van toepassing. ]1

  
Art. 11BIS -138. [1 L'agent contractuel qui accède à un grade ou prend une fonction tels que mentionnés dans l'article XIbis 57 a droit à une pension complémentaire telle que mentionnée dans l'article VII 109novies.
   Par dérogation à l'article VII 109novies, alinéas 1er et 2, une contribution définie de 3 % du salaire est toujours appliquée. ]1

  
Onderafdeling 3. [1 Ziekteregeling ]1
Sous-section 5 [1 Pension d'office ]1
Art. 11bis.137.[1 Op de ambtenaar en het contractuele personeelslid die een graad of functie opnemen als vermeld in artikel XIbis 57, zijn artikel XIbis 100 tot en met XIbis 107 van toepassing.
Art. 11BIS-139 [1 § 1er. Un fonctionnaire qui accède à un grade ou prend une fonction tels que mentionnés dans l'article XIbis 57 ne peut pas perdre sa qualité avant la fin du mois au cours duquel il atteint l'âge légal de la retraite, sauf dans les cas mentionnés dans la législation sur les pensions ou le présent arrêté.
Onderafdeling 4. [1 Aanvullend pensioen ]1
Sous-section 6 [1 Evaluation et chambre de recours ]1
Art. 11bis.138. [1 Het contractuele personeelslid dat een graad of functie opneemt zoals vermeld in artikel XIbis 57, heeft recht op een aanvullend pensioen als vermeld in artikel VII 109novies.
   In afwijking van artikel VII 109novies, eerste en tweede lid, wordt altijd een vaste bijdrage van 3% van het salaris toegepast. ]1

  
Art. 11BIS -140.[1 Les dispositions relatives à l'évaluation et à la chambre de recours qui étaient en vigueur avant le 1er juin 2024 demeurent applicables au fonctionnaire qui accède à un grade ou prend une fonction tels que mentionnés dans l'article XIbis 57. ]1
  
Onderafdeling 5. [1 Ambtshalve pensioen ]1
Sous-section 7 [1 Protection contre le licenciement des agents contractuels ]1
Art. 11bis.139. [1 . § 1. Een ambtenaar die een graad of functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57, kan zijn hoedanigheid niet verliezen vóór het einde van de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, behalve in de gevallen, vermeld in de pensioenwetgeving of dit besluit.
   § 2. Ambtshalve wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar op de laatste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, behalve in geval van schorsing in het belang van de dienst van de ambtenaar of als een tuchtprocedure tegen de ambtenaar loopt. In de voormelde gevallen wordt ambtshalve een einde gemaakt aan de hoedanigheid van ambtenaar na afloop van de schorsing in het belang van de dienst en eventueel van de tuchtprocedure.
   § 3. In afwijking van paragraaf 2, kan de benoemende overheid een ambtenaar na het einde van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt nog verder in dienst houden voor een periode van maximaal één jaar, telkens verlengbaar met maximaal één jaar. Hij behoudt zolang zijn hoedanigheid van ambtenaar.]1

  
Art. 11BIS -141.[1 L'article XIbis 89 s'applique à l'agent qui relève du champ d'application du présent arrêté et qui est transféré à un grade énoncé dans l'article [2 XIbis 57 ]2, alinéa 1er, à partir de la date du transfert.]1
  
Onderafdeling 6. [1 Evaluatie en raad van beroep ]1
PARTIE XII. - DISPOSITIONS ABROGATOIRES, TRANSITOIRES ET FINALES GENERALES.
Art. 11bis.140.[1 De bepalingen over evaluatie en de raad van beroep die golden voor 1 juni 2024, blijven van toepassing op de ambtenaar die een graad of functie opneemt als vermeld in artikel XIbis 57.]1
CHAPITRE 1er. - Dispositions abrogatoires générales.
Onderafdeling 7. [1 Ontslagbescherming contractuele personeelsleden ]1
Art. 12.1. Est abrogé, pour ce qui concerne le statut du personnel du Ministère de la Communauté flamande, l'arrêté suivant (...) et le statut pécuniaire :
Art. 11bis.141. [1 Op het personeelslid dat onder het toepassingsgebied van dit besluit valt, en overstapt naar een graad opgesomd in artikel [2 XIbis 57 ]2, eerste lid, is vanaf de datum van overstap artikel XIbis 89 van toepassing. ]1
  
Art. 12.2. § 1er. [1 ...]1
  - [1 L'arrêté mentionné ci-dessous est abrogé]1, [pour les entités, les conseils et établissement déjà entrés en service à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et à la date d'entrée en fonction de l'entité ou du conseil pour ce qui est des entités et conseils qui entrent en fonction après la date d'entrée en vigueur du présent arrêté] :
  - l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 2000 réglant le statut du personnel de certains organismes publics flamands, tel qu'il a été modifié;
  [1 Les arrêtés mentionnés ci-dessous sont maintenus,]1 à l'exception des articles portant sur une matière qui est réglée par le présent arrête et qui sont abrogés :
  1° [1 ...]1.
  2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 2000 portant organisation de "Export Vlaanderen" (Office des Exportations de la Flandre) et règlement spécifique du statut du personnel, tel qu'il a été modifié
  3° [2 ...]2.
  4° [1 ...]1.
  5° [2 ...]2.
  6° [2 ...]2.
  7° [2 ...]2.
  8° [1 ...]1.
  9° [1 ...]1.
  10° [2 ...]2.
  11° [2 ...]2.
  12° [1 ...]1.
  13° [1 ...]1.
  § 2. Pour ce qui est du statut du personnel des organismes publics flamands, les arrêtes suivants sont maintenus, à l'exception des articles portant sur une matière qui est réglée par le présent arrêté, sans préjudice cependant des articles impliquant des obligations imposées par la législation sur les hôpitaux portant sur l'avis y étant prescrit :
  - l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2005 portant règlement spécifique du statut du personnel du " Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis te Geel " (Hôpital psychiatrique public de Geel)
  - l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2005 portant règlement spécifique du statut du personnel du " Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis te Rekem " (Hôpital psychiatrique public de Rekem)
  
DEEL XII. - ALGEMENE OPHEFFINGS-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN.
Art. 12.3.Est abrogé [1 ...]1 l'arrêté suivant, [...] :
HOOFDSTUK I.- Algemene intrekkingsbepalingen.
CHAPITRE 1bis. [1 - Dispositions transitoires générales]1
Art. 12.1. Opgeheven wordt wat de rechtspositie van het personeel van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betreft, het navolgend besluit, (...) :
  - het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, zoals het werd gewijzigd.
Art. 12.2.§ 1. [1 ...]1
CHAPITRE 2. - Dispositions finales générales.
Art. 12.3. Opgeheven wordt [1 ...]1 het navolgend besluit [...] :
  - het besluit van de Vlaamse Regering van 28 januari 1997 houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel, zoals het werd gewijzigd.
  [2 - het koninklijk besluit van 26 maart 1965 betreffende de kinderbijslag voor bepaalde categorieën van het door de staat bezoldigd personeel alsmede voor de personeelsleden van het operationeel kader en van het administratief en logistiek kader van de korpsen van de lokale politie, zoals het werd gewijzigd [3 ...]3, voor de entiteiten die zelf de kinderbijslag betalen.]2
  [4 het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling van het statuut van de gewestelijk ontvangers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, 14 november 2008, 3 april 2009, 4 september 2009, 26 maart 2010. ]4
  
Art. 12.4. Le présent arrêté entre en vigueur au 1er janvier 2006 pour les membres du personnel étant attribués, en vertu des arrêtés de migration, aux entités, aux conseils ou à l'établissement qui entrent juridiquement en vigueur à cette date. Ensuite, le présent arrêté entre en vigueur de façon phasée, conformément avec les dates d'entrée en vigueur juridique de ces entités, ces conseils ou cet établissement, pour le personnel ayant été migre vers ces entités, ces conseils ou cet établissement.
  Jusqu'à ces dates d'entrée en vigueur, les statuts existants continuent à s'appliquer au personnel n'ayant pas encore été migré vers les entités, les conseils ou l'établissement.
  (NOTE : entrée en vigueur fixée au 01-04-2006 par AGF 2006-03-31/61, art. 3 en ce qui concerne les membres du personnel du "Vlaamse Onderwijsraad" d'une part, et en ce qui concerne les membres du personnel affectes au Département de l'Enseignement et de la Formation, ou aux agences "Onderwijsdienstencentrum Leerplichtonderwijs", "Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs", "Agentschap voor Onderwijscommunicatie" et "Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs", par application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2005 portant affectation des membres du personnel des services, institutions et personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande et/ou de la Region flamande aux départements et aux agences autonomisées, d'autre part)
  (NOTE : entrée en vigueur fixée au 01-04-2006 par AGF 2006-03-17/59, art. 7, en ce qui concerne le Département, l'" Agentschap voor Landbouw en Visserij " et l'" Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek " du Ministère flamand de l'Agriculture et de la Pêche)
  (NOTE : entrée en vigueur fixée au 01-04-2006 par AGF 2006-03-31/47, art. 4 en ce qui concerne les membres du personnel qui sont affectés au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, ou aux agences " Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie ", " Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen " et " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", par application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2005 portant affectation des membres du personnel des services, institutions et personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande et/ou de la Région flamande aux departements et aux agences autonomisées)
HOOFDSTUK Ibis. [1 - Algemene overgangsbepalingen]1
Art. 12.5. Les arrêtés suivants entrent en vigueur au 1er janvier 2006 :
HOOFDSTUK II. - Algemene slotbepalingen.
Art. 12.7. Le Ministre flamand qui a les affaires administratives dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 12.4. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006 voor de personeelsleden die krachtens de migratiebesluiten toegewezen zijn aan de entiteiten, raden of instelling die op deze datum juridisch inwerkingtreden. Dit besluit treedt vervolgens gefaseerd in werking in overeenstemming met de juridische inwerkingtredingsdata van deze entiteiten, raden of instelling voor het personeel dat gemigreerd werd naar deze entiteiten, raden of instelling.
ANNEXES.
Art. 12.5. Volgende besluiten treden in werking op 1 januari 2006 :
  - het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2005 houdende toewijzing van de personeelsleden van de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap en/of van het Vlaamse Gewest, aan de departementen en de verzelfstandigde agentschappen;
  - het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende toewijzing van de personeelsleden van de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap en/of van het Vlaamse Gewest aan de strategische adviesraden.
Art. N1. Annexe 1.
  [1 abrogée]1
  
Art. 12.6. Dit besluit mag worden aangehaald als "Vlaams personeelsstatuut" en afgekort als "VPS".
Art. N2. Annexe 2. - LIAISON DIPLOME - NIVEAU ADMINISTRATIF.
  1. Les diplômes et certificats suivants sont, selon le niveau administratif, pris en considération pour le recrutement auprès des services des autorités flamandes :
  [8 Niveau A
   a) le grade de master délivré par :
   - une institution enregistrée d'office ;
   - une institution enregistrée d'enseignement supérieur ;
   - l'Ecole royale militaire ;
   b) le grade académique de master de la Communauté française de Belgique, le cas échéant, le Diplom Master de la Communauté germanophone de Belgique, le diplôme de master du Grand-Duché de Luxembourg et le getuigschrift master du Royaume des Pays-Bas qui satisfont à toutes les conditions telles que visées à la Décision du Comité de Ministres Benelux du 18 mai 2015 relative à la reconnaissance mutuelle automatique générique de niveau des diplômes de l'enseignement supérieur ;
   c) le grade de docteur, conféré par une institution enregistrée d'office ;
   d) le grade néerlandais de docteur, conféré par une université néerlandaise après la soutenance publique d'une thèse, permettant au titulaire de porter le titre de docteur ;
   e) le diplôme de Master in Comparative, European and International Law, le diplôme de Doctor of History and Civilization, le diplôme de Doctor of Economics, le diplôme de Doctor of Laws et le diplôme de Doctor of Political and Social Science, délivrés par l'European University Institute à Florence (Italie).]8

  Niveau A (mesure transitoire) :
  a) diplômes de licencié, de docteur, de pharmacien, d'ingénieur civil, d'ingénieur agricole, d'ingénieur commercial, d'ingénieur en chimie et en industries agricoles, d'ingénieur civil-architecte, de bio-ingénieur, de médecin, de dentiste ou de vétérinaire, délivrés par les universités belges, y compris les écoles rattachées à ces universités, ou par les établissements y assimilés par la loi ou par le décret, si les études ont comporté au moins quatre années, même si une partie de ces études n'a pas été accomplie dans un des établissements d'enseignement précités, ou par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
  b) diplômes de licencié en sciences commerciales, d'ingénieur commercial, de licencié en sciences administratives, de licencié-traducteur, de licencié-interprète, de licencié en sciences nautiques, d'ingénieur industriel, d'architecte ou de licencie en communication appliquée, de licencié en kinésithérapie et de licencié en organisation du travail et santé, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de deux cycles créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par l'une des Communautés ou par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
  c) diplômes d'architecte d'intérieur, de licencié en développement de produits, de maître de musique, d'arts plastiques, d'art dramatique, d'art audio-visuel, de design de produits ou en conservation-restauration, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de deux cycles créé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande ou par un jury institué par cette Communauté;
  d) certificats délivrés à ceux qui ont terminé avec fruit les études de la section polytechnique ou de la section " Toutes Armes " de l'Ecole royale militaire et qui sont habilités à porter le titre d'ingénieur civil ou celui de licencié, avec la qualification déterminée par le Roi, en vertu de la loi du 11 septembre 1933 sur la protection des titres de l'enseignement supérieur.
  e) diplôme délivré par l'Université coloniale de Belgique à Anvers ou diplôme de licencié délivré par l'Institut universitaire des Territoires d'outre-mer à Anvers, si les études ont comporté au moins quatre années;
  f) diplôme de licencié en sciences commerciales, de licencié en sciences administratives, d'ingénieur commercial, de licencié-traducteur ou de licencié-interprète, délivres par des établissements d'enseignement technique supérieur du troisième degré ou par des établissements d'enseignement technique - classés comme instituts supérieurs de commerce A5 - ou par un jury institué par l'Etat;
  g) diplôme ou certificat de fin d'études délivré après un cycle de cinq ans par la section des sciences administratives de l'Institut d'enseignement supérieur Lucien Cooremans à Bruxelles ou par le " Hoger Instituut voor Bestuurs- en Handelswetenschappen " à Ixelles ou par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Bestuurswetenschappen " à Anvers;
  [9 h) les diplômes de diplômé en études complémentaires et de diplômé en études spécialisées, délivrés par les universités, les facultés agréées de religion protestante, le jury de la Communauté flamande ou les jurys de l'Etat pour l'enseignement universitaire;]9
  [10 i) le diplôme d'une section classée dans l'enseignement artistique ou technique supérieur du troisième degré délivré avant l'année académique 2004-2005.]10
  [10 Niveau B
   a) le grade de bachelor délivré par :
   - une institution enregistrée d'office ;
   - une institution enregistrée d'enseignement supérieur ;
   - l'Ecole royale militaire ;
   b) le grade académique de bachelier de la Communauté française de Belgique, le Diplom Bachelor de la Communauté germanophone de Belgique, le diplôme de bachelor du Grand-Duché de Luxembourg et le getuigschrift bachelor du Royaume des Pays-Bas qui satisfont à toutes les conditions telles que visées à la Décision du Comité de Ministres Benelux du 18 mai 2015 relative à la reconnaissance mutuelle automatique générique de niveau des diplômes de l'enseignement supérieur ;
   c) le diplôme de gradué de l'enseignement supérieur professionnel (et le diplôme de L'Enseignement de promotion sociale), délivré par un établissement agréé par une des communautés de Belgique, à l'exception du diplôme de gradué en nursing délivré dans l'enseignement supérieur professionnel ;
   d) le diplôme d'enseignant, délivré par une institution qui est agréée par la Communauté flamande.]10

  Niveau B (mesure transitoire) :
  a) certificat, diplôme ou brevet d'enseignement maritime du cycle supérieur;
  b) diplôme de géomètre-expert immobilier;
  c) diplôme de géomètre des mines;
  d) un diplôme délivré dans une formation initiale d'un cycle ou dans une formation initiale des enseignants d'un cycle par un institut supérieur créé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande ou par un jury de la Communauté flamande;
  e) diplôme ou certificat de candidature délivré après un cycle d'au moins deux années d'études, soit par les universités belges, y compris les écoles rattachées à ces universités, les établissements y assimiles par la loi ou les établissements d'enseignement supérieur de deux cycles créés, subventionnés ou agréés par l'Etat ou l'une des Communautés, soit par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
  f) diplôme d'ingénieur-technicien délivré après des cours supérieurs techniques du deuxième degré;
  g) certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande ou par un jury de la Communauté flamande;
  h) certificat attestant la réussite des deux premières années d'études de la section polytechnique ou de la section " Toutes Armes " de l'Ecole royale militaire;
  i) [10 le diplôme de l'enseignement supérieur artistique ou technique du 2e ou 1er degré délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par l'une des Communautés;]10
  j) diplôme délivré après un cycle d'au moins deux années d'études par l'Université coloniale de Belgique à Anvers ou diplôme de candidature délivré par l'Institut universitaire des Territoires d'outre-mer à Anvers;
  k) diplôme de candidature délivré après un cycle d'au moins deux années d'études par une école d'enseignement technique supérieur du troisième degré ou par un établissement d'enseignement technique, classé comme institut supérieur de commerce dans la catégorie A5;
  l) diplôme de conducteur civil délivré par une université belge;
  m) diplôme d'ingénieur technicien délivré par une école supérieure technique du deuxième degré;
  n) diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, d'instituteur primaire, d'institutrice primaire ou d'institutrice gardienne;
  o) diplôme de gradué en sciences agronomiques, délivré conformément aux dispositions de l'article 8 de l'arrêté royal du 31 octobre 1934 fixant les conditions de collation des diplômes d'ingénieur agronome, d'ingénieur-chimiste agricole, d'ingénieur des eaux et forêts, d'ingénieur agronome colonial, d'ingénieur horticole, d'ingénieur du génie rural, d'ingénieur des industries agricoles, tel qu'il a été modifié par l'arrêté royal du 16 juillet 1936;
  p) diplôme délivré par un établissement d'enseignement technique supérieur du premier degré et de plein exercice, créé, subventionne ou agréé par l'Etat ou par un jury constitué par le Gouvernement;
  q) diplôme délivré par un établissement d'enseignement supérieur technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par un jury constitué par le Gouvernement et classé dans une des catégories suivantes : A1, A6/A1, A7/A1, C1/A1, A8/A1, A1/D, A2/An, C1/D, C5/C1/D, C1/An ou par un jury constitué par le Gouvernement;
  r) diplôme classé dans la catégorie B3/B1, délivré après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes, par un établissement d'enseignement technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat et exigeant, lors de l'admission, un diplôme d'études secondaires supérieures complètes ou la réussite d'un examen d'entrée y assimilé ou un diplôme d'une section classée en catégorie B3/B2, délivre par un établissement d'enseignement technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat et exigeant, lors de l'admission, un diplôme d'études secondaires inférieures complètes ou la réussite d'un examen d'entrée y assimilé;
  s) diplôme de l'enseignement supérieur d'un cycle et de plein exercice, délivré par les établissements créés, subventionnés ou agréés par l'Etat ou l'une des Communautés ou par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés.
  [2 t) diplômes d'une section de l'enseignement supérieur d'un cycle et de promotion sociale, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par une des Communautés;]2
  Niveau C :
  a) certificat d'enseignement secondaire supérieur, homologué ou délivré par le jury de l'Etat ou d'une des Communautés pour l'enseignement secondaire;
  b) diplôme d'aptitude donnant accès à l'enseignement supérieur, homologué ou délivre par le jury de l'Etat ou d'une des Communautés pour l'enseignement secondaire;
  c) diplôme délivré à la suite de l'examen prévu à l'article 5 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées le 31 décembre 1949;
  d) brevet d'hospitalier ou hospitalière, d'assistant ou assistante en soins hospitaliers ou d'infirmier ou infirmière, délivré, soit par une section de nursing créée, subventionnée ou agréée par l'Etat ou l'une des Communautés dans la catégorie des écoles professionnelles secondaires complémentaires, soit par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
  e) diplôme de l'enseignement secondaire, délivré dans l'enseignement secondaire général, technique, artistique ou professionnel par un établissement créé, agréé ou subventionné par l'Etat ou une des Communautés ou par le jury de la Communauté flamande;
  f) certificat de fin d'étude de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, délivré par un établissement créé, agréé ou subventionné par l'Etat ou une des Communautés;
  g) certificat, diplôme ou brevet d'enseignement maritime du cycle secondaire supérieur;
  h) [2 [11 certificat ]11 d'une [11 formation]11 de l'enseignement secondaire des adultes d'un établissement créé, subventionnée ou agréé par l'Etat ou par une des Communautés, délivré après au moins sept cent cinquante périodes.]2
  [1 i) diplôme ou certificat qui est pris en compte, conformément à la présente annexe, pour le recrutement auprès des services de l'Autorité flamande dans le niveau A ou B.]1
  [3 j) diplôme de gradué en nursing, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un établissement créé, agréé ou subventionné par l'état ou par une des communautés, ou par le jury de la Communauté flamande.]3
  [5 k) certificat d'études d'une formation, délivré dans la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial par un établissement créé, agréé ou subventionné par l'Etat ou une des Communautés ou par le jury de la Communauté flamande.]5
  Niveau C (Mesures transitoires) :
  a) certificat délivré à la suite d'une des épreuves préparatoires prévues aux articles 10, 10bis et 12 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées le 31 décembre 1949, telles que ces dispositions étaient rédigées avant le 8 juin 1964;
  b) diplôme ou certificat de l'enseignement moyen supérieur, homologué ou délivré par le jury de l'Etat pour l'enseignement moyen supérieur;
  c) diplôme agréé ou accepté de fin d'études moyennes du degré supérieur (section commerciale);
  d) diplôme ou certificat de fin d'études de l'enseignement moyen supérieur obtenu avec fruit;
  e) diplôme homologué d'école technique secondaire supérieure ou certificat de fin d'études d'une école technique secondaire supérieure, délivré après un cycle de trois années d'études secondaires supérieures, terminées avec fruit, par un établissement d'enseignement technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou diplôme d'école technique secondaire supérieure, délivré par le jury de l'Etat;
  f) diplôme ou certificat de fin d'études d'école technique secondaire supérieure - anciennes catégories A2, A6/A2, A6/C1/A2, A7/A2, A8/A2, A2A, C1, C1A, C5/C1, C1/A2 -, délivré après un cycle de trois années d'études secondaires supérieures, terminées avec fruit, par un établissement d'enseignement technique crée, subventionné ou agréé par l'Etat ou par un jury de l'Etat;
  g) diplôme homologué d'enseignement artistique secondaire supérieur de plein exercice, délivré conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 10 février 1971 fixant l'équivalence du niveau des études des établissements d'enseignement artistique à celui de l'école technique secondaire supérieure et déterminant les conditions dans lesquelles les diplômes sont délivrés et de l'arrêté royal du 25 juin 1976 réglant les études de certaines divisions secondaires supérieures des établissements d'enseignement artistique de plein exercice;
  h) diplôme ou certificat de fin d'études, brevet ou attestation d'études de la sixième année de l'enseignement artistique ou professionnel secondaire supérieur de plein exercice, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat;
  i) brevet ou certificat de fin d'études délivré après la fréquentation du cycle secondaire supérieur d'une section professionnelle d'un établissement d'enseignement technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat et classé dans l'une des catégories A4, C3, C2, C5;
  j) diplôme délivré après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes, par un établissement d'enseignement technique classé dans la catégorie B3/B1, créé, subventionné ou agréé par l'Etat;
  k) diplôme ou certificat de fin d'études délivré après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes par un établissement d'enseignement technique classé dans la catégorie B3/B2, créé, subventionné ou agréé par l'Etat et exigeant lors de l'admission un diplôme d'études secondaires inférieures ou la réussite d'un examen d'entrée y assimilé;
  l) diplôme de fin d'études, certificat d'études ou attestation de fréquentation avec fruit de la sixième année d'enseignement général, technique, artistique ou professionnel secondaire de plein exercice, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par l'une des Communautés.
  [2 m) diplôme d'une section de l'enseignement secondaire supérieur de promotion sociale d'un établissement d'enseignement, créé, subventionnée ou agréé par l'Etat ou par une des Communautés, délivré après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes.]2
  Niveau D :
  Aucun diplôme ou certificat d'études n'est requis.
  2. Sont admis également les diplômes et certificats d'études obtenus selon un régime étranger qui, en vertu de traités ou de conventions internationales ou en application de la procédure d'octroi de l'équivalence prévue par la loi du 19 mars 1971 relative à l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers, sont déclarés équivalents à l'un des diplômes ou certificats d'études visés dans la présente liste.
  [2 Sont admis également les diplômes et certificats obtenus de l'enseignement supérieur de plein exercice obtenus selon un régime étranger qui, en application de la procédure en matière d'équivalence, telle que visée par le décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, sont déclarés équivalents à l'un des diplômes d'un grade académique flamand.]2
  [4 Sont également admis les diplômes et certificats d'études obtenus selon un régime étranger qui, en vertu de traités ou de conventions internationales ou en application de la procédure d'octroi de l'équivalence prescrite par le décret relatif à l'enseignement XXI du 1 juillet 2011, sont déclarés équivalents à l'un des diplômes ou certificats d'études visés dans la présente liste.]4
  [2 3. Par dérogation au point 2, sont également prises en considération pour l'admission aux services des autorités flamandes à une profession réglementée, les dispositions de la directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles.
   Pour une profession réglementée les qualifications professionnelles suivantes d'un autre état membre des Communautés européennes sont également prises en considération : une qualification qui est attestée par :
   - un titre de formation,
   - un certificat d'aptitude d'une formation qui n'est pas sanctionnée par un certificat ou un diplôme, d'un examen spécifique, ou de l'exercice d'une profession,
   - et/ou une expérience professionnelle.
   Afin de connaître la valeur des qualifications professionnelles proposées, le sélecteur soumet ces qualifications professionnelles à l'avis de l'autorité compétente pour la reconnaissance de la qualification professionnelle. L'autorité compétente peut subordonner la reconnaissance aux mesures compensatoires (un stage d'adaptation ou une épreuve d'aptitude).]2

  
Art. 12.7. De Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. N3. Annexe 3. - Répartition des emplois par rang.
  (NOTE : Tableau non repris pour des raisons techniques)
-
  Modifée par :
  
  
BIJLAGEN.
Art. N4.[1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 07-06-2024, p. 71408)]1
Art. N1. Bijlage 1.
  [1 Opgeheven]1
  
Art. N5. [1 Annexe 5. TABLEAU DES ECHELLES DE TRAITEMENT]1
Art. N2. Bijlage 2. KOPPELING DIPLOMA - ADMINISTRATIEF NIVEAU.
  1. De volgende diploma's en getuigschriften worden, naar gelang van het administratieve niveau, in aanmerking genomen voor aanwerving bij de diensten van de Vlaamse overheid :
  Niveau A :
  [8 a) de graad van master, uitgereikt door :
   - een ambtshalve geregistreerde instelling;
   - een geregistreerde instelling voor hoger onderwijs;
   - de Koninklijke Militaire School;
   b) de grade académique de master van de Franse Gemeenschap van België, in voorkomend geval Diplom Master van de Duitstalige Gemeenschap van België, het diplôme de master van het Groothertogdom Luxemburg en het getuigschrift master van het Koninkrijk der Nederlanden die aan elk van de voorwaarden voldoen, bepaald in de Beneluxbeschikking van het Comité van Ministers betreffende de automatische wederzijdse generieke niveauerkenning van diploma's hoger onderwijs van 18 mei 2015;
   c) de graad van doctor, uitgereikt door een ambtshalve geregistreerde instelling;
   d) de Nederlandse graad van doctor die door een Nederlandse universiteit is verleend na de openbare verdediging van een proefschrift, waarvan de houder de titel van doctor mag voeren;
   e) het diploma Master in Comparative, European and International Law, het diploma Doctor of History and Civilization, het diploma Doctor of Economics, het diploma Doctor of Laws en het diploma Doctor of Political and Social Science, uitgereikt door het European University Institute in Firenze (Italië).]8

  Niveau A (overgangsmaatregel) :
  [4 a)]4 diploma's van licentiaat, doctor, apotheker, burgerlijk ingenieur, landbouwkundig ingenieur, ingenieur voor de scheikunde en de landbouwindustrieën, handelsingenieur, burgerlijk ingenieur-architect, bio-ingenieur, arts, tandarts of dierenarts, uitgereikt door de Belgische universiteiten met inbegrip van de aan die universiteiten verbonden scholen, of door de bij de wet of bij decreet daarmee gelijkgestelde instellingen, indien de studies ten minste vier jaar hebben omvat, zelfs als een gedeelte van die studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht of door een door de Staat of een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
  b) diploma's van licentiaat in de handelswetenschappen, van handelsingenieur, van licentiaat in de bestuurskunde, van licentiaat-vertaler, van licentiaat-tolk, van licentiaat in de nautische wetenschappen, van industrieel ingenieur, van architect of van licentiaat in de toegepaste communicatie, van licentiaat in de kinesitherapie en van licentiaat in de arbeidsorganisatie en gezondheid, uitgereikt door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen opgerichte, gesubsidieerde of erkende instelling voor hoger onderwijs van twee cycli of door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
  c) diploma's van interieurarchitect, licentiaat in de produktontwikkeling, meester in de muziek of in de beeldende kunst of in de dramatische kunst of in de audio-visuele kunst of in de produktdesign of in de conservatie-restauratie uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap opgerichte, gesubsidieerde of erkende instelling van het hoger onderwijs van twee cycli of door een door deze Gemeenschap ingestelde examencommissie;
  d) getuigschriften uitgereikt aan degenen die geslaagd zijn voor de studies aan de polytechnische afdeling of aan de afdeling " Alle Wapens " van de Koninklijke Militaire School en die krachtens de wet van 11 september 1933 op de bescherming van de titels van het hoger onderwijs gerechtigd zijn tot het voeren van de titel van burgerlijk ingenieur of van licentiaat, met de door de Koning bepaalde kwalificatie.
  e) diploma uitgereikt door de Koloniale Hogeschool van België te Antwerpen of licentiaatsdiploma uitgereikt door het Universitair Instituut voor Overzeese Gebieden te Antwerpen indien de studies ten minste vier jaar hebben omvat;
  f) diploma van licentiaat in de handelswetenschappen, in de bestuurswetenschappen, van handelsingenieur, van licentiaat-vertaler of van licentiaat-tolk, uitgereikt door instellingen van hoger technisch onderwijs van de derde graad of door instellingen van technisch onderwijs - gerangschikt als handelshogescholen categorie A5 - of door een door de Staat ingestelde examencommissie;
  g) diploma of eindgetuigschrift uitgereikt na een cyclus van vijf jaar door de afdeling bestuurswetenschappen van het " Institut d'enseignement supérieur Lucien Cooremans " te Brussel of door het Hoger Instituut voor Bestuurs- en Handelswetenschappen te Elsene of door het Provinciaal Hoger Instituut voor Bestuurswetenschappen te Antwerpen;
  [9 h) diploma's van gediplomeerde in de aanvullende studiën en van gediplomeerde in de gespecialiseerde studiën die de universiteiten, de erkende faculteiten voor protestantse godgeleerdheid, de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap of de Examencommissies van de Staat voor het universitair onderwijs hebben verleend.]9
  [10 i) het diploma van een afdeling van het hoger kunst- of technisch onderwijs van de derde graad, verleend vóór het academiejaar 2004-2005.]10
  Niveau B :
  [10 a) de graad van bachelor, uitgereikt door :
   - een ambtshalve geregistreerde instelling;
   - een geregistreerde instelling voor hoger onderwijs;
   - de Koninklijke Militaire School;
   b) de grade académique de bachelier van de Franse Gemeenschap van België, het Diplom Bachelor van de Duitstalige Gemeenschap van België, het diplôme de bachelor van het Groothertogdom Luxemburg en het getuigschrift bachelor van het Koninkrijk der Nederlanden die aan elk van de voorwaarden voldoen, bepaald in de Beneluxbeschikking van het Comité van Ministers betreffende de automatische wederzijdse generieke niveauerkenning van diploma's hoger onderwijs van 18 mei 2015;
   c) het diploma van gegradueerde van het hoger beroepsonderwijs (en het diploma L'Enseignement de promotion sociale), uitgereikt door een instelling die erkend is door een van de gemeenschappen van België, met uitzondering van het diploma van gegradueerde in de verpleegkunde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs;
   d) het diploma van leraar, uitgereikt door een instelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap.]10

  Niveau B (overgangsmaatregel) :
  a) getuigschrift, diploma of brevet van het zeevaartonderwijs van de hogere cyclus;
  b) diploma van meetkundig schatter van onroerende goederen;
  c) diploma van mijnmeter;
  d) een diploma uitgereikt in een basisopleiding van één cyclus of in een initiële lerarenopleiding van één cyclus door een hogeschool opgericht, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of door een examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;
  e) kandidaatsdiploma of -getuigschrift uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie ofwel door de Belgische universiteiten met inbegrip van de aan die universiteiten verbonden scholen, de bij de wet ermee gelijkgestelde instellingen of de instellingen voor hoger onderwijs van twee cycli, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen ofwel door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
  f) diploma van technisch ingenieur uitgereikt na hogere technische leergangen van de tweede graad;
  g) getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap of door een examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;
  h) getuigschrift na het slagen voor de eerste twee studiejaren van de polytechnische afdeling of van de afdeling " Alle Wapens " van de Koninklijke Militaire School;
  i) [10 diploma van hoger kunst- of technisch onderwijs van de 2e of 1e graad, uitgereikt door een instelling die opgericht, gesubsidieerd of erkend is door de Staat of door een van de Gemeenschappen]10.
  j) diploma uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie, door de Koloniale Hogeschool van België te Antwerpen of kandidaatsdiploma uitgereikt door het Universitair Instituut voor Overzeese Gebieden te Antwerpen;
  k) kandidaatsdiploma uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie door een instelling van hoger technisch onderwijs van de derde graad of door een instelling van technisch onderwijs, gerangschikt als handelshogescholen in de categorie A5;
  l) diploma van burgerlijk conducteur, uitgereikt door een Belgische universiteit;
  m) diploma van technisch ingenieur afgeleverd door een hogere technische school van de tweede graad;
  n) diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, van lager onderwijzer, lagere onderwijzeres of bewaarschoolonderwijzeres;
  o) diploma van gegradueerde in de landbouwwetenschappen, uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van artikel 8 van het koninklijk besluit van 31 oktober 1934 tot vaststelling van de voorwaarden voor het toekennen der diploma's van landbouwkundig ingenieur, van scheikundig landbouwingenieur, van ingenieur voor waters en bossen, van koloniaal landbouwkundig ingenieur, van tuinbouwkundig ingenieur, van boerderijbouwkundig ingenieur, van ingenieur der landbouwbedrijven, zoals het werd gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 1936;
  p) diploma uitgereikt door een instelling voor het hoger technisch onderwijs van de eerste graad met volledig leerplan opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van regeringswege samengestelde examencommissie;
  q) diploma uitgereikt door een instelling voor hoger technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van regeringswege samengestelde examencommissie en gerangschikt in een van navolgende categorieën : A1, A6/A1, A7/A1, C1/A1, A8/A1, A1/D, A2/An, C1/D, C5/C1/D, C1/An of door een van regeringswege samengestelde examencommissie;
  r) diploma gerangschikt in de categorie B3/B1, uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderdvijftig lestijden door een instelling voor technisch onderwijs opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en die, bij de toelating, een diploma eist van volledige hogere secundaire studies of het welslagen voor een daarmede gelijkgesteld toelatingsexamen of een diploma van een afdeling gerangschikt in de categorie B3/B2, uitgereikt door een instelling voor technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en die bij de toelating een diploma eist van lagere secundaire studies of het welslagen voor een daarmede gelijkgesteld toelatingsexamen;
  s) diploma van het hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan, uitgereikt door de instellingen opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen of door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie.
  [2 t) diploma's van een afdeling van het hoger onderwijs voor sociale promotie van één cyclus, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de gemeenschappen;]2
  Niveau C :
  a) gehomologeerd of door de examencommissie van de Staat of van een van de Gemeenschappen voor het secundair onderwijs uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
  b) gehomologeerd of door de examencommissie van de Staat of van een van de Gemeenschappen voor het secundair onderwijs uitgereikt bekwaamheidsdiploma dat toegang verleent tot het hoger onderwijs;
  c) diploma uitgereikt na het examen bedoeld in artikel 5 van de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, gecoördineerd op 31 december 1949;
  d) brevet van verpleeg- of ziekenhuisassistent(e) of van verpleger of verpleegster, uitgereikt hetzij door een door de Staat in de categorie van de aanvullende secundaire beroepsscholen opgerichte, gesubsidieerde of erkende verplegingsafdeling, hetzij door een door de Staat of een der Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
  e) diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen, het technisch, het kunst- of het beroepssecundair onderwijs door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen opgerichte, erkende of gesubsidieerde instelling of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;
  f) studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, uitgereikt door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen opgerichte, erkende of gesubsidieerde instelling;
  g) getuigschrift, diploma of brevet van het zeevaartonderwijs van de hogere secundaire cyclus;
  h) [2 [11 certificaat]11 van een [11 opleiding]11 van het secundair volwassenenonderwijs van een onderwijsinrichting, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen, uitgereikt na ten minste zevenhonderdvijftig lestijden.]2
  [1 i) diploma of -getuigschrift dat overeenkomstig deze bijlage in aanmerking genomen wordt voor aanwerving bij de diensten van de Vlaamse overheid in niveau A of B.]1
  [3 j) diploma van gegradueerde in de verpleegkunde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een door de staat of door een van de gemeenschappen opgerichte, erkende of gesubsidieerde instelling of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap.]3
  [5 k) studiegetuigschrift van een opleiding, uitgereikt in opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs door een door de staat of door een van de gemeenschappen opgerichte, erkende of gesubsidieerde instelling of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap.]5
  Niveau C (Overgangsmaatregelen) :
  a) getuigschrift uitgereikt na een van de voorbereidende proeven voorgeschreven in de artikelen 10, 10bis en 12 van de op 31 december 1949 gecoördineerde wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, zoals die bepalingen bestonden vóór 8 juni 1964;
  b) gehomologeerd of door de examencommissie van de Staat voor het hoger middelbaar onderwijs afgeleverd diploma of getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs;
  c) erkend of aanvaard diploma van middelbare studies van de hogere graad (handelsafdeling);
  d) diploma of eindgetuigschrift van hoger middelbaar onderwijs behaald met vrucht;
  e) gehomologeerd diploma van de hogere secundaire technische school of eindgetuigschrift van studies in een hogere secundaire technische school, uitgereikt na een cyclus van drie jaren hogere secundaire studies, met vrucht, door een instelling van technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of diploma van de hogere secundaire technische school uitgereikt door de examencommissie van de Staat;
  f) diploma of eindgetuigschrift van de hogere secundaire technische school - vroegere categorieën A2, A6/A2, A6/C1/A2, A7/A2, A8/A2, A2A, C1, C1A, C5/C1, C1/A2 - uitgereikt na een cyclus van drie jaren hogere secundaire studies, met vrucht, door een instelling van technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een examencommissie van de Staat;
  g) gehomologeerd diploma van hogere secundair kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt overeenkomstig de voorwaarden bepaald bij het koninklijk besluit van 10 februari 1971 tot vaststelling van de gelijkwaardigheid van het studiepeil van de instellingen voor kunstonderwijs met dat van de hogere secundaire technische school en waarbij de voorwaarden voor het uitreiken van de diploma's bepaald worden en het koninklijk besluit van 25 juni 1976 tot regeling van de studies van sommige hogere secundaire afdelingen van de instellingen voor kunstonderwijs met volledig leerplan;
  h) einddiploma, eindgetuigschrift, studieattest of brevet van het zesde jaar van het kunst- of beroepssecundair onderwijs met volledig leerplan, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat;
  i) brevet of eindgetuigschrift uitgereikt na afloop van de hogere cyclus van een beroepsafdeling verbonden aan een instelling voor technisch onderwijs opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en gerangschikt in één van de categorieën A4, C3, C2, C5;
  j) diploma uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderdvijftig lestijden door een instelling voor technisch onderwijs gerangschikt in de categorie B3/B1, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat;
  k) einddiploma of -getuigschrift uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderdvijftig lestijden door een instelling voor technisch onderwijs gerangschikt in de categorie B3/B2, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en die bij de toelating een diploma eist van lagere secundaire studies of het welslagen voor een daarmede gelijkgesteld toelatingsexamen;
  l) einddiploma, studiegetuigschrift of getuigschrift uitgereikt na het volgen, met vrucht, van het zesde leerjaar van het algemeen, het technisch, het kunst- of het beroepssecundair onderwijs met volledig leerplan, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen.
  [2 m) diploma van een afdeling van het hoger secundair onderwijs voor sociale promotie van een onderwijsinrichting, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen, uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderdvijftig lestijden.]2
  Niveau D :
  Geen diploma of studiegetuigschrift vereist.
  2. De in overeenstemming met een buitenlandse regeling behaalde diploma's en studiegetuigschriften die, krachtens verdragen of internationale overeenkomsten of met toepassing van de procedure voor het verlenen van de gelijkwaardigheid, voorgeschreven bij de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en getuigschriften, gelijkwaardig worden verklaard met één van de in deze lijst bedoelde diploma's of studiegetuigschriften worden eveneens in aanmerking genomen.
  [2 De in overeenstemming met een buitenlandse regeling behaalde diploma's en studiegetuigschriften van hoger onderwijs met volledig leerplan die met toepassing van de procedure voor het verlenen van de gelijkwaardigheid, zoals bedoeld bij het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, gelijkwaardig worden verklaard met één van de in deze lijst bedoelde diploma's van een Vlaamse academische graad worden eveneens in aanmerking genomen.]2
  [4 De in overeenstemming met een buitenlandse regeling behaalde diploma's en studiegetuigschriften die, krachtens verdragen of internationale overeenkomsten of met toepassing van de procedure voor het verlenen van de gelijkwaardigheid, voorgeschreven bij het decreet betreffende het onderwijs XXI van 1 juli 2011, gelijkwaardig worden verklaard met één van de in deze lijst bedoelde diploma's of studiegetuigschriften worden eveneens in aanmerking genomen.]4
  3. [2 In afwijking van punt 2, gelden voor de toelating tot de diensten van de Vlaamse overheid tot een gereglementeerd beroep, ook de bepalingen van de richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties.
   Voor een gereglementeerd beroep wordt volgende beroepskwalificatie uit een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen eveneens in aanmerking genomen : een kwalificatie die wordt gestaafd door :
   - een opleidingstitel,
   - een bekwaamheidsattest van een opleiding die niet wordt afgesloten met een certificaat of diploma, van een specifiek examen, of van de uitoefening van een beroep,
   - en/of beroepservaring.
   Teneinde de waarde van de voorgestelde beroepskwalificatie te kennen, legt de selector die beroepskwalificatie voor advies voor aan de overheid bevoegd voor de erkenning van de beroepskwalificatie. De bevoegde overheid kan de erkenning afhankelijk maken van compenserende maatregelen (een aanpassingsstage of een proeve van bekwaamheid).]2

  
Art. N6. Annexe 6. - Règlement de fin de mandat visé à l'article VII 12, §§ 1er, 1°, 2 et 4.
  Fixation de l'échelle de traitement après deux mandats.
-
Echelle de traitement organiqueEchelle de fin de mandat
A112A113
A122A123
A113A119
A123A129
A114A119
A124A129
A119A118
A129A128
A143A148
A144A148
Echelle de traitement organiqueEchelle de fin de mandatA112A113A122A123A113A119A123A129A114A119A124A129A119A118A129A128A143A148A144A148
Art. N3. Bijlage 3. - Indeling van de betrekkingen per rang
  (NOTA : Tabel niet opgenomen om technische redenen)
  Gewijzigd door :
  
  
Art. N7. Annexe 7. - LISTE DES TRAVAUX DANGEREUX, INSALUBRES OU INCOMMODANTS.
  1. travaux impliquant l'eau, la poussière, le feu, la boue ou la suie, à l'exception des activités normales d'entretien des locaux et des activités de cuisine;
  2. travaux effectués à l'aide d'outillage pneumatique;
  3. entretien de grilles, de pompes et de machines des installations des eaux usées et des installations d'épuration;
  4. travaux de nettoyage et autres travaux effectués aux escaliers mécaniques de tunnels;
  5. transformation des produits d'hydrocarbures;
  6. tests et travaux le long des routes et tunnels ouverts à la circulation;
  7. inspections ou visites d'entreprises impliquant l'accès aux installations à risques; inspections des logements dans des conditions antihygiéniques;
  8. activités d'imprimerie ou de laboratoire photo;
  9. travaux impliquant l'usage d'huiles, de graisses, de substances caustiques, toxiques, radioactives ou nocives, d'acides ou de gaz;
  10. travaux impliquant l'usage de terres polluées ou d'échantillons de boue;
  11. travaux effectués dans l'air pollué;
  12. destruction de rats et de vermine;
  13. peinture au pistolet dans des espaces clos et ouverts;
  14. travaux impliquant des liquides pulvérisables;
  15. travaux dans des puits remplis d'air vicié ou travaux en suspension au-dessus de l'eau;
  16. élimination d'ordures, de déchets ou d'objets putrescents dans la mesure où il ne s'agit pas d'activités normales d'entretien;
  17. réparation ou nettoyage de fosses à purin, de conduites d'évacuation de WC ou d'urinoirs;
  18. curage ou réparation d'égouts;
  19. travaux pendant lesquels le membre du personnel se trouve dans l'eau jusqu'à hauteur du genou;
  20. travaux dans des pertuis d'aqueduc;
  21. travaux dans des tonneaux à eau, des caissons à air et des bateaux-portes;
  22. projection pneumatique de béton;
  23. levage et remise en place de portes d'écluse à l'aide de crics;
  24. remorquage ou déplacement d'explosifs et de munitions;
  25. travaux en hauteur - ces travaux ne peuvent être effectués qu'après une évaluation des risques et que moyennant l'utilisation suffisamment de dispositifs de protection collective et individuelle;
  26. naviguer en bateau de sauvetage;
  27. relever et mouiller des bouées;
  28. chargement et déchargement de bonbonnes de gaz, de chaînes et de corps-morts;
  29. sauvetage de cadavres ou d'objets dangereux;
  30. sonder à l'aide d'une perche de sondage;
  31. travaux aux bateaux mis en slipway ou en cale sèche soumise à la marée;
  32. déplacements sur les rebords non protégés de barrages et d'écluses;
  33. travaux effectués dans des circonstances anormalement dangereuses par le personnel de la Marine;
  34. travaux aux arbres à l'aide de la serpette, travaux impliquant l'usage de la scie passe-partout, de l'échenilloir, ou de machines à travailler le bois telles que la toupie, la fraiseuse et la scie à chaîne (également sur bâton);
  35. travaux impliquant l'usage de la débrousailleuse, de la meuleuse à main, de la découpeuse ou d'une autre machine rotative rapide;
  36. travaux aux installations électriques sous tension - ces travaux ne peuvent être effectués qu'après une évaluation des risques et que moyennant l'utilisation suffisamment de dispositifs de protection collective et individuelle;
  37. travaux aux installations de chauffage ou de combustion en service - ces travaux ne peuvent être effectués qu'après une évaluation des risques et que moyennant l'utilisation suffisamment de dispositifs de protection collective et individuelle;
  38. travaux impliquant l'usage de la faucheuse-conditionneuse;
  39. travaux impliquant l'usage du nettoyeur à vapeur;
  40. souder et brûler des pièces métalliques;
  41. déversement de sacs à ciment;
  42. travaux à l'aide du brise-béton, de la mèche à pierre, du marteau-perforateur, de la dame à l'explosion ou de la dame mécanique;
  43. inspection des cages d'ascenseur;
  44. commande nocturne d'entretien des ponts tournants;
  45. entretien, réparation et contrôle des constructions érigées dans l'eau ou attenantes aux plans d'eau;
  46. travaux effectués sur des plates-formes dépourvues de garde-corps;
  47. peinture et entretien de mâts et de poteaux;
  48. entretien et réparation d'anémomètres et d'anémographes;
  49. fauchaison à des températures d'au moins 30°;
  50. balayage de neige et de verglas, manipulation de matières à répandre;
  51. assurer un service de bac;
  52. stockage et transformation de cadavres;
  53. inspection des ponts;
  54. entretien des bateaux de service;
  55. commande du pont de Zelzate;
  56. pêche à l'aide de différents engins de pêche (pêche électrique, pêche à la senne, nasses, filets maillants, rets) dans le cadre d'un contrôle de la population d'une pêcherie;
  57. travaux effectués dans des bois formant écran autour des zones polluant l'environnement;
  58. travaux d'isolation à l'aide de laine de verre non conditionnée;
  59. travaux effectués en présence de bruits d'au moins 85dB(A) et 137 dB(C);
  60. prestations dans la yole de travail du cotre du service de pilotage;
  61. commande de la grue de la yole de travail du cotre du service de pilotage;
  62. prestations dans la yole de travail du tender, de remorquage ou de balisage;
  63. prises de vue aériennes;
  64. travaux en plongée;
  65. radioscopie des bagages dans les aéroports régionaux;
  66. travaux d'extinction et de sauvetage dans les aéroports régionaux.
Art. N4. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-06-2024, p. 71362)]1
  
Art. N8. [1 Annexe 8. - Insertion dans la structure de carrière, respectivement le 16 novembre 2010, 1er décembre 2010 ou 1er janvier 2011, de fonctionnaires transférés du Service Public Fédéral Finances
   (Tableau non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 20-01-2012, p. 4438-4439)]1

  
Art. N6. Bijlage 6. Eindemandaatregeling vermeld in artikel VII 12, § 1 1°, § 2 en § 4. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 80; Inwerkingtreding : 16-03-2007>
  Bepaling van de salarisschaal na twee mandaten.
Art. N10. [1 Annexe 10. - Tableau articulation classe des fonctions - limite inférieure/limite supérieure,
   telle que visée à l'article VII 44bis, § 5, alinéas premier et deux, relative à l'allocation en compensation de la surcharge temporaire de la fonction
Organieke salarisschaalEindemandaatschaal
A112A113
A122A123
A113A119
A123A129
A114A119
A124A129
A119A118
A129A128
A143A148
A144A148
Organieke salarisschaalEindemandaatschaalA112A113A122A123A113A119A123A129A114A119A124A129A119A118A129A128A143A148A144A148
Classe de fonctionLimite inférieureLimite supérieure
2058.50071.500
1949.50060.500
1842.30051.700
1736.00044.000
1631.50038.500
1527.90034.100
1424.30029.700
1322.50027.500
1220.70025.300
1118.90023.100
1018.00022.000
917.10020.900
816.20019.800
7--
Classe de fonctionLimite inférieureLimite supérieure2058.50071.5001949.50060.5001842.30051.7001736.00044.0001631.50038.5001527.90034.1001424.30029.7001322.50027.5001220.70025.3001118.90023.1001018.00022.000917.10020.900816.20019.8007--
]1
  
Art. N7. Bijlage 7. LIJST VAN GEVAARLIJKE, ONGEZONDE OF HINDERLIJKE WERKEN. <INGEVOEGD bij BVR 2007-03-16/55, art. 80; Inwerkingtreding : 16-03-2007>
  1. werk met of in water, in stof, vuur, slijk of roet met uitsluiting van de normale onderhoudsactiviteiten van lokalen, en keukenactiviteiten;
  2. werk met pneumatisch gereedschap;
  3. het onderhoud van roosters, pompen en machines van afvalwaterinstallaties en zuiveringsinstallaties;
  4. het reinigings- en andere werk aan de roltrappen van tunnels;
  5. het verwerken van koolwaterstofprodukten;
  6. proeven en werken langs voor het verkeer toegankelijke wegen en tunnels;
  7. inspecties of bedrijfsbezoeken die gepaard gaan met het betreden van risicovolle installaties; woninginspecties in onhygiënische omstandigheden;
  8. drukkerij- of fotolaboratoriumactiviteiten;
  9. werk met oliën, vetten, bijtende, giftige, radioactieve of schadelijke stoffen, zuren of gassen;
  10. werk met verontreinigde grond of slibmonsters;
  11. werk in vervuilde lucht;
  12. het verdelgen van ratten en ongedierte;
  13. schilderwerk met een spuitpistool in open en gesloten ruimten;
  14. werk met sproeistoffen, insecticiden en herbiciden;
  15. werk in schachten gevuld met onfrisse lucht of hangend boven water;
  16. het opruimen van vuil, afval of rottende voorwerpen voor zover het niet gaat om dagelijkse onderhoudsactiviteiten;
  17. het herstellen of reinigen van aalputten, afvoerleidingen van WC's of waterplaatsen;
  18. het reinigen of herstellen van riolen;
  19. werk waarbij het personeelslid tot op kniehoogte in het water staat;
  20. werk in kokers van duikers;
  21. werk in watervaten, luchtkisten of deurboten;
  22. het pneumatisch spuiten van beton;
  23. het opheffen en terugplaatsen van sluisdeurvleugels bij middel van krikken;
  24. het slepen of verplaatsen van springstoffen en munitie;
  25. werken in de hoogte - deze werken kunnen maar uitgevoerd worden na een risico analyse en mits voldoende collectieve en individuele beschermingsmiddelen worden gehanteerd;
  26. het varen met reddingsboten;
  27. het opnemen en uitzetten van boeien;
  28. het lossen en laden van gasflessen, kettingen en boeistenen;
  29. het bergen van lijken of van gevaarlijke voorwerpen;
  30. peilen met een peilstok van op het water;
  31. werk aan drooggezette boten op slipway of in tijgebonden droogdok;
  32. loopwerk over onbeveiligde richels van stuwen en sluizen;
  33. werk in abnormaal gevaarlijke omstandigheden door personeel van het Zeewezen;
  34. werk met steekmes aan bomen, trekzaag, treksnoeischaar, met houtbewerkingsmachines zoals top- en freesmachine en kettingzaag (ook op stok);
  35. werk met de motorzeis, met de handslijp- of snijmachine of een andere sneldraaiende machine;
  36. onderhoud en herstelling van elektrische installaties die onder spanning staan - deze werken kunnen maar uitgevoerd worden na een risico analyse en mits voldoende collectieve en individuele beschermingsmiddelen worden gehanteerd;
  37. werk aan in dienst zijnde verwarmings- of stookinstallaties - deze werken kunnen maar uitgevoerd worden na een risico analyse en mits voldoende collectieve en individuele beschermingsmiddelen worden gehanteerd;
  38. werk met de klepelmaaier;
  39. werk met de stoomreiniger;
  40. het lassen en branden van metalen stukken;
  41. het uitstorten van zakken cement;
  42. werk met de betonbreekhamer, de steenboor, de betonboorhamer, de explosiehamer of de mechanische stamper;
  43. de inspectie van liftschachten;
  44. de nachtelijke onderhoudsbediening van draaibruggen of zuiveringsinstallaties;
  45. onderhoud, herstelling en controle van de in het water gebouwde of aan wateroppervlakken grenzende constructies;
  46. werk op platformen zonder leuningen;
  47. het schilderen en onderhouden van masten en palen;
  48. het onderhouden en herstellen van windmeters en enemografen;
  49. maaiwerk bij temperaturen van minstens 30°;
  50. sneeuw- en ijsruimingswerk, werk met strooimiddelen;
  51. het verrichten van veerdiensten;
  52. opslag en verwerking van kadavers;
  53. het verrichten van bruginspecties;
  54. het onderhoud van dienstboten;
  55. het bedienen van de brug van Zelzate;
  56. het vissen met verschillende vistuigen (elektrovisserij, zegenvisserij, fuiken, warrelnetten, staande netten) in het kader van een visstandsopname van een viswater;
  57. het werken in schermbossen die zones afschermen die het leefmilieu belasten;
  58. isolatiewerk met los glaswol;
  59. werk in een omgevingslawaai van minstens 85dB(A) en 137db(C);
  60. prestaties in de werkjol van de kotter van de loodsdienst;
  61. het bedienen van de werkjolkraan op de kotter van de loodsdienst;
  62. prestaties in de werkjol van de tender, de sleep- of bebakeningsdienst;
  63. opnames uit de lucht;
  64. duikerswerk;
  65. doorlichten van bagage op de regionale luchthavens;
  66. blus- en reddingswerk op de regionale luchthavens.
Art. N11. [1 Annexe 11 - 1/2 SPF
-
INSERTION DANS LA STRUCTURE DE CARRIERE LE 1er JANVIER 2014 DES FONCTIONNAIRES DU JARDIN BOTANIQUE NATIONAL DE BELGIQUE TRANSFERES A L'AAE AGENCE JARDIN BOTANIQUE DE MEISE
nouveau rang + graderégime organiquerégime transitoiregrade actuelrang/classe actuel(le)échelle de traitement actuelle
A2 Directeur scientifiqueA265A241Chef d'une division échelon IIISW3SW31
A1 Attaché scientifiqueA168A 131Assistant/Assistant stagiaire/Premier assistantSW2SW21
 A166 Assistant/Assistant stagiaireSW1SW11
A1 Adjoint du directeurA114A122AttachéA2A23
 A112 AttachéA1A12
 A111 AttachéA1A11
B1 SpécialisteB113C212Spécialiste techniqueB2BT2
 B111 Spécialiste technique/Expert techniqueB1BT1
  D242Expert technique avec échelle transitoire de traitement CT 3 BT1
C2 Collaborateur en chefC211 Assistant technique 22B
C1 CollaborateurC113C143Assistant techniqueC3CT3
  C143Assistant administratif/Assistant technique CA3
 C112 Assistant techniqueC2CT2
 C111 Assistant administratif/Assistant techniqueC1CT1
D1 AssistantD113 Collaborateur techniqueD4DT4
 D112 Collaborateur techniqueD3DT3
 D111 Collaborateur techniqueD2DT2
INSERTION DANS LA STRUCTURE DE CARRIERE LE 1er JANVIER 2014 DES FONCTIONNAIRES DU JARDIN BOTANIQUE NATIONAL DE BELGIQUE TRANSFERES A L'AAE AGENCE JARDIN BOTANIQUE DE MEISEnouveau rang + graderégime organiquerégime transitoiregrade actuelrang/classe actuel(le)échelle de traitement actuelleA2 Directeur scientifiqueA265A241Chef d'une division échelon IIISW3SW31A1 Attaché scientifiqueA168A 131Assistant/Assistant stagiaire/Premier assistantSW2SW21A166Assistant/Assistant stagiaireSW1SW11A1 Adjoint du directeurA114A122AttachéA2A23A112AttachéA1A12A111AttachéA1A11B1 SpécialisteB113C212Spécialiste techniqueB2BT2B111Spécialiste technique/Expert techniqueB1BT1D242Expert technique avec échelle transitoire de traitement CT 3BT1C2 Collaborateur en chefC211Assistant technique22BC1 CollaborateurC113C143Assistant techniqueC3CT3C143Assistant administratif/Assistant techniqueCA3C112Assistant techniqueC2CT2C111Assistant administratif/Assistant techniqueC1CT1D1 AssistantD113Collaborateur techniqueD4DT4D112Collaborateur techniqueD3DT3D111Collaborateur techniqueD2DT2
-
  Annexe 11 - 2/2 SPF
-
INSERTION DANS LA STRUCTURE DE CARRIERE LE 1er JANVIER 2014 DES MEMBRES DU PERSONNEL CONTRACTUELS DU JARDIN BOTANIQUE NATIONAL DE BELGIQUE TRANSFERES A L'AAE AGENCE JARDIN BOTANIQUE DE MEISE
A1 Attaché scientifiqueA168A 131Assistant/Assistant stagiaire/Premier assistantSW2SW21
 A166 Assistant/Assistant stagiaireSW1SW11
 A165 Assistant/Assistant stagiaireSW1SW10
A1 Adjoint du directeurA111 AttachéA1A11
B1 SpécialisteB111 Spécialiste techniqueB1BT1
C1 CollaborateurC111 Assistant administratif/Assistant techniqueC1CT1
D1 AssistantD111 Collaborateur techniqueD2DT2
D1 Personnel de nettoyageD111 Collaborateur nettoyage/entretienD1DT1
   Nettoyage techniqueD1DT1
INSERTION DANS LA STRUCTURE DE CARRIERE LE 1er JANVIER 2014 DES MEMBRES DU PERSONNEL CONTRACTUELS DU JARDIN BOTANIQUE NATIONAL DE BELGIQUE TRANSFERES A L'AAE AGENCE JARDIN BOTANIQUE DE MEISEA1 Attaché scientifiqueA168A 131Assistant/Assistant stagiaire/Premier assistantSW2SW21A166Assistant/Assistant stagiaireSW1SW11A165Assistant/Assistant stagiaireSW1SW10A1 Adjoint du directeurA111AttachéA1A11B1 SpécialisteB111Spécialiste techniqueB1BT1C1 CollaborateurC111Assistant administratif/Assistant techniqueC1CT1D1 AssistantD111Collaborateur techniqueD2DT2D1 Personnel de nettoyageD111Collaborateur nettoyage/entretienD1DT1Nettoyage techniqueD1DT1
]1
  
Art. N8. [1 Bijlage 8. - Inschakeling in de loopbaanstructuur op respectievelijk 16 november 2010, 1 december 2010 of 1 januari 2011 van de ambtenaren overgeheveld van de Federale Overheidsdienst Financiën
   (Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-01-2012, p. 4431-4432)]1

  
Art. N13. Bijlage 13. - Matrice des niveaux de fonctions de l'Autorité flamande (2014)
   (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 09-12-2014, p. 100398)
  Remplacée par :
  
Art. N10. [1 Bijlage 10. - Tabel koppeling functieklasse - ondergrens/bovengrens
   als vermeld in artikel VII 44bis, § 5, eerste en tweede lid, betreffende de toelage voor tijdelijke functieverzwaring
Art. N14. [1 Annexe 14. - 1/3 SPF
   (Tableau non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 17-12-2015, p. 75710-75712)]1

  Remplacé par :
  
  
FunctieklasseOndergrensBovengrens
2058.50071.500
1949.50060.500
1842.30051.700
1736.00044.000
1631.50038.500
1527.90034.100
1424.30029.700
1322.50027.500
1220.70025.300
1118.90023.100
1018.00022.000
917.10020.900
816.20019.800
7--
FunctieklasseOndergrensBovengrens2058.50071.5001949.50060.5001842.30051.7001736.00044.0001631.50038.5001527.90034.1001424.30029.7001322.50027.5001220.70025.3001118.90023.1001018.00022.000917.10020.900816.20019.8007--
]1
  
-
INSCHAKELING IN DE LOOPBAANSTRUCTUUR OP 1 JANUARI 2014 VAN DE AMBTENAREN VAN DE NATIONALE PLANTENTUIN VAN BELGIE OVERGEHEVELD NAAR DE EVA AGENTSCHAP PLANTENTUIN MEISE
nieuwe rang + graadorganieke regelingovergangsregelinghuidige graadhuidige rang/klassehuidige salaris-
  schaal
A2 Wetenschappelijk directeurA265A241Hoofd van een afdeling trap IIISW3SW31
A1 Wetenschappelijk attachéA168A131Assistent/Assistent-stagiair/E.a. assistentSW2SW21
 A166 Assistent/Assistent-stagiairSW1SW11
A1 Adjunct van de directeurA114A122AttachéA2A23
 A112 AttachéA1A12
 A111 AttachéA1A11
B1 DeskundigeB113C212Technisch deskundigeB2BT2
 B111 Technisch deskundige/Technisch expertB1BT1
  D242Technisch expert met in overgang salarisschaal CT 3 BT1
C2 HoofdmedewerkerC211 Technisch assistent 22B
C1 MedewerkerC113C143Technisch assistentC3CT3
  C143Administratief assistent/technisch assistent CA3
 C112 Technisch assistentC2CT2
 C111 Administratief assistent/Technisch assistentC1CT1
D1 AssistentD113 Technisch medewerkerD4DT4
 D112 Technisch medewerkerD3DT3
 D111 Technisch medewerkerD2DT2
INSCHAKELING IN DE LOOPBAANSTRUCTUUR OP 1 JANUARI 2014 VAN DE AMBTENAREN VAN DE NATIONALE PLANTENTUIN VAN BELGIE OVERGEHEVELD NAAR DE EVA AGENTSCHAP PLANTENTUIN MEISEnieuwe rang + graadorganieke regelingovergangsregelinghuidige graadhuidige rang/klassehuidige salaris-
  schaalA2 Wetenschappelijk directeurA265A241Hoofd van een afdeling trap IIISW3SW31A1 Wetenschappelijk attachéA168A131Assistent/Assistent-stagiair/E.a. assistentSW2SW21A166Assistent/Assistent-stagiairSW1SW11A1 Adjunct van de directeurA114A122AttachéA2A23A112AttachéA1A12A111AttachéA1A11B1 DeskundigeB113C212Technisch deskundigeB2BT2B111Technisch deskundige/Technisch expertB1BT1D242Technisch expert met in overgang salarisschaal CT 3BT1C2 HoofdmedewerkerC211Technisch assistent22BC1 MedewerkerC113C143Technisch assistentC3CT3C143Administratief assistent/technisch assistentCA3C112Technisch assistentC2CT2C111Administratief assistent/Technisch assistentC1CT1D1 AssistentD113Technisch medewerkerD4DT4D112Technisch medewerkerD3DT3D111Technisch medewerkerD2DT2
-
  Bijlage 11 - 2/2 VPS
-
INSCHAKELING IN DE LOOPBAANSTRUCTUUR OP 1 JANUARI 2014 VAN DE CONTRACTUELE PERSONEELSLEDEN VAN DE NATIONALE PLANTENTUIN VAN BELGIE OVERGEHEVELD NAAR DE EVA AGENTSCHAP PLANTENTUIN MEISE
A1 Wetenschappelijk attachéA168A131Assistent/Assistent-stagiair/E.a. assistentSW2SW21
 A166 Assistent/Assistent-stagiairSW1SW11
 A165 Assistent/Assistent-stagiairSW1SW10
A1 Adjunct van de directeurA111 AttachéA1A11
B1 DeskundigeB111 Technisch deskundigeB1BT1
C1 MedewerkerC111 Administratief assistent/Technisch assistentC1CT1
D1 AssistentD111 Technisch medewerkerD2DT2
D1 SchoonmaakpersoneelD111 Medewerker schoonmaak/onderhoudD1DT1
   Technisch schoonmaakD1DT1
INSCHAKELING IN DE LOOPBAANSTRUCTUUR OP 1 JANUARI 2014 VAN DE CONTRACTUELE PERSONEELSLEDEN VAN DE NATIONALE PLANTENTUIN VAN BELGIE OVERGEHEVELD NAAR DE EVA AGENTSCHAP PLANTENTUIN MEISEA1 Wetenschappelijk attachéA168A131Assistent/Assistent-stagiair/E.a. assistentSW2SW21A166Assistent/Assistent-stagiairSW1SW11A165Assistent/Assistent-stagiairSW1SW10A1 Adjunct van de directeurA111AttachéA1A11B1 DeskundigeB111Technisch deskundigeB1BT1C1 MedewerkerC111Administratief assistent/Technisch assistentC1CT1D1 AssistentD111Technisch medewerkerD2DT2D1 SchoonmaakpersoneelD111Medewerker schoonmaak/onderhoudD1DT1Technisch schoonmaakD1DT1
]1
  
-
Art. N13. Bijlage 13. - Functieniveaumatrix van de Vlaamse Overheid (2014)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 09-12-2014, p. 100391)
  Vervangen door :
  
Art. N17. [1 Annexe 17.
   (Tableau non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-01-2018, p. 5977)]1

  
-
  (Tableau non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 30-09-2019, p. 89463)]1
  
-
  (Tableau non repris pour des motifs techniques, voir M.B. du 30-09-2019, p. 89465)]1
  
Art. N17. [1 Bijlage 17.
   (Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-01-2018, p. 5977)]1

  
Art. N21. [1 (Tableau non repris pour des motifs techniques, voir M.B. du 15-01-2021, p. 2100)]1
  
Art. N19. [1 Bijlage 19. Inschakeling in de loopbaanstructuur vanaf 1 januari 2019 van de ambtenaren overgeheveld in het kader van een staatshervorming
-
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-09-2019, p. 89447)]1
  
-
Art. N20. [1 Bijlage 20. Startbedragen dienend als vergelijkingsbasic met de vlaamse jaarbasis
-
  (Tabel niet opgenomen om tehcnische redenen, zie B.St. van 30-09-2020, p. 89449)]1
  
-
Art. N21. [1 (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 15-01-2021, p. 2100)]1
  
-