Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 SEPTEMBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van een [niet-verworven salarisschaal] aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs <Opschrift gewijzigd door BVR2006-07-20/07, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2005> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-02-2006 en tekstbijwerking tot 01-12-2023)
Titre
30 SEPTEMBRE 2005. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'octroi d'une [échelle de traitement non acquise] aux membres du personnel qui sont porteurs d'un certificat ou diplôme de l'enseignement spécial (TRADUCTION) <Intitulé modifié par AGF2006-07-20/07, art. 19, 002; En vigueur : 01-09-2005> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-02-2006 et mise à jour au 01-12-2023)
Documentinformatie
Numac: 2006035136
Datum: 2005-09-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006035136
Date: 2005-09-30
Moniteur: Voir
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. § 1. De in artikel 4 bedoelde (niet-verworven salarisschaal) wordt toegekend aan de tijdelijke, tot de proeftijd toegelaten of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn, in een betrekking en waarvoor het departement Onderwijs zijn/haar salaris uitbetaalt :
  1° in een school of instelling of een afdeling voor buitengewoon onderwijs, met inbegrip van de opleidingsvorm 4;
  2° [5 in een semi-internaat.]5]1.
  [4 3° in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.]4
  § 2. De (niet-verworven salarisschaal) wordt eveneens toegekend aan [2 de in paragraaf 1 vermelde personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2018 ]2 :
  1° [2 "aangewezen geweest zijn"]2 om deel te nemen aan het experimenteel project betreffende de ondersteuning van kinderen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager onderwijs;
  2° tewerkgesteld zijn in het gewoon onderwijs op basis van lestijden, lesuren, uren of uren-leraar in het kader van het geïntegreerd onderwijs.
  § 3. De (niet-verworven salarisschaal) wordt eveneens toegekend aan de zorgcoördinator [6 en de beleidsondersteuner]6 in het gewoon en buitengewoon onderwijs.
  § 4. [2 Vastbenoemde personeelsleden die krachtens de bepalingen van dit artikel recht hebben op de in artikel 4 bedoelde niet-verworven salarisschaal, behouden ten persoonlijke titel deze niet-verworven salarisschaal als zij [3 ...]3 aangesteld worden in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs.
   Het personeelslid behoudt de overgangsmaatregel vermeld in het eerste lid zolang dit personeelslid in dienst blijft in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd.
   Tijdelijke personeelsleden die krachtens de bepalingen van dit artikel recht hebben op de in artikel 4 bedoelde niet-verworven salarisschaal behouden ten persoonlijke titel deze niet-verworven salarisschaal als ze aangesteld worden in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat ze op de vooravond van de aanstelling in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, beschikken over minimaal 720 dagen dienstanciënniteit in het buitengewoon onderwijs, berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 6 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
   Tijdelijke personeelsleden behouden de overgangsmaatregel vermeld in het derde lid zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap.
   Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd :
   1° de vakantieperioden;
   2° de loopbaanonderbreking en zorgkrediet;
   3° de militaire dienst;
   4° de perioden van wederoproeping;
   5° de ziekte- en bevallingsverloven;
   6° onbezoldigd ouderschapsverlof
   7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;
   8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;
   9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;
   10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren.]2
Article 1. § 1er. L'(échelle de traitement non acquise) visée à l'article 4 est accordée aux membres du personnel temporaires, admis au stage ou statutaires, désignés ou affectés à un emploi et pour lequel le Département de l'Enseignement paye un traitement :
  1° à une école ou un établissement ou une section d'enseignement spécial, y compris la forme d'enseignement 4;
  2°[5 dans un semi-internat. ]5]1.
  [4 3° dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 1er, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage. ]4
  § 2. L'(échelle de traitement non acquise) est également accordée[2 aux membres du personnel visés au paragraphe 1er qui, au plus tard le 31 août 2018]2 :
  1° [2 qui ont été désignés]2 à participer au projet expérimental à l'appui d'enfants présentant un handicap intellectuel modéré ou sévère dans l'enseignement primaire ordinaire;
  2° [2 qui ont été employés ]2 dans l'enseignement ordinaire sur la base de périodes de cours, heures de cours, heures ou périodes-professeur dans le cadre de l'enseignement intégré.
  § 3. L'(échelle de traitement non acquise) est également accordée au coordinateur des soins [6 au coordinateur des soins]6 dans l'enseignement ordinaire et spécial.
  [2 § 4. Les membres du personnel nommés à titre définitif qui, en vertu des dispositions du présent article, ont droit à l'échelle de traitement non acquise, visée à l'article 4, conservent à titre personnel cette échelle de traitement non acquise s'ils sont désignés, [3 ...]3 à une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire.
   Le membre du personnel conserve la mesure transitoire visée à l'alinéa 1er tant qu'il reste en service dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique.
   Les membres du personnel temporaires qui, en vertu des dispositions du présent article, ont droit à l'échelle de traitement non acquise, visée à l'article 4, conservent à titre personnel cette échelle de traitement non acquise s'ils sont désignés à une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire, à condition que, à la veille de la désignation dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire, ils disposent d'au moins 720 jours d'ancienneté de service dans l'enseignement spécial, calculée selon l'article 4 du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 ou l'article 6 du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991.
   Les membres du personnel temporaires conservent les mesures transitoires, visées à l'alinéa 3, tant qu'ils sont en service sans interruption dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande.
   Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption :
   1° les périodes de vacances ;
   2° l'interruption de carrière et le crédit-soins ;
   3° le service militaire ;
   4° les périodes de rappel sous les armes ;
   5° les congés de maladie et de maternité ;
   6° le congé parental non rémunéré ;
   7° les périodes d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ;
   8° les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ;
   9° les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire ;
   10° une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendaires au maximum.]2
Art. 2. Om recht te hebben op deze (niet-verworven salarisschaal) moeten de in artikel 1, § 1 en § 2 bedoelde personeelsleden aangesteld zijn in een betrekking in een ambt van :
  1° het bestuurs- en onderwijzend personeel, met inbegrip van de godsdienstleerkrachten;
  2° het opvoedend hulppersoneel;
  3° het paramedisch personeel;
  4° het sociaal personeel;
  5° het psychologisch personeel;
  6° het medisch personeel;
  7° het orthopedagogisch [1 personeel;]1
  [1 8° het ambt van [2 opvoeder in het ondersteunend personeel;]2]1
  [2 9° het leerondersteunend personeel]2
  
Art. 2. Afin d'avoir droit à cet (échelle de traitement non acquise), les membres du personnel visés à l'article 1er, §§ 1er et 2, doivent être désignés à un emploi dans une fonction :
  1° du personnel directeur et enseignant, y compris les professeurs de religion;
  2° du personnel auxiliaire d'éducation;
  3° du personnel paramédical;
  4° du personnel social;
  5° du personnel psychologique;
  6° du personnel médical;
  7° [1 le personnel orthopédagogique ; ]1
  [1 [2 d'éducateur du personnel d'appui ;]2]1
  [2 9° du personnel de soutien à l'apprentissage ]2
  
Art. 3. § 1. De in artikel 4 bedoelde (niet-verworven salarisschaal) wordt toegekend aan de houders van een hierna vermelde diploma of getuigschrift :
  1° getuigschrift van bekwaamheid tot het opvoeden van abnormale kinderen uitgereikt door de Commissie ingesteld bij ministerieel besluit van 10 mei 1924;
  2° getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van buitengewoon onderwijs uitgereikt door de Commissie ingesteld bij ministerieel besluit van 10 mei 1924;
  3° getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van buitengewoon onderwijs uitgereikt door de Normaalleergang voor buitengewoon onderwijs;
  4° bekwaamheidsgetuigschrift buitengewoon onderwijs uitgereikt door de Normaalleergang voor buitengewoon onderwijs;
  5° getuigschrift van navorming buitengewoon onderwijs uitgereikt door de Centrale Examencommissie volgens besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991;
  6° diploma voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
  7° diploma voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs en remedial teaching.
  [1 8° bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs.]1
  [2 § 2. De diploma's of getuigschriften, vermeld in § 1, die ingevolge de toepassing van artikel 5, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs gelijkwaardig zijn verklaard, komen eveneens in aanmerking voor de toekenning van een niet-verworven salarisschaal vermeld in artikel 4, § 1 van dit besluit.]2
  
Art. 3. § 1er. L'[échelle de traitement non acquise] visée à l'article 4 est accordée aux porteurs d'un diplôme ou certificat mentionné ci-après :
  1° un certificat d'aptitude à enseigner des enfants anormaux, délivré par la Commission instituée par l'arrêté ministériel du 10 mai 1924;
  2° un certificat d'aptitude à enseigner dans l'enseignement spécial, délivré par la Commission instituée par l'arrêté ministériel du 10 mai 1924;
  3° un certificat d'aptitude à enseigner dans l'enseignement spécial, délivré par le cours normal d'enseignement spécial :
  4° un certificat d'aptitude à enseigner dans l'enseignement spécial, délivré par le Cours normal d'enseignement spécial;
  5° un certificat de formation continuée enseignement spécial', délivré par le Jury central en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991;
  6° un diplôme de formation continue des enseignants enseignement spécial;
  7° un diplôme de formation continue des enseignants enseignement spécial et enseignement de rattrapage.
  [1 8° bachelor en enseignement : enseignement spécial.]1
  [2 § 2. Les diplômes ou certificats visés au § 1er qui, par application de l'article 5, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial, ont été déclarés équivalents, entrent également en ligne de compte pour l'octroi d'une échelle de traitement non acquise visée à l'article 4, § 1er, du présent arrêté.]2
  
Art. 4. § 1. [De personeelsleden vermeld in artikelen 1 en 2, die houder zijn van een diploma of getuigschrift vermeld in artikel 3, hebben recht op de niet-verworven salarisschaal 030 die vastgesteld wordt bij [2 het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018]2 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. Zolang het personeelslid aan de voorwaarden voldoet, maakt de niet-verworven salarisschaal integraal deel uit van de salarisschalen waarop de betrokkene overeenkomstig zijn tijdelijke aanstelling, zijn toelating tot de proeftijd of zijn vaste benoeming recht heeft en vormt die schaal mede de grondslag voor de berekening van het salaris van het betrokken personeelslid.
  Bij de berekening van de beperking van het salaris tot de eenheid of tot het best bezoldigd ambt, wordt met het bedrag van een niet-verworven salarisschaal echter geen rekening gehouden.]
  § 2. Het jaarbedrag van de (niet-verworven salarisschaal) wordt vastgesteld naar rato van de omvang van de betrekking waarin het personeelslid geaffecteerd of aangesteld is.
  § 3. De personeelsleden aan wie op basis van de in artikel 3 opgesomde diploma's of getuigschriften een [1 salarisschaal]1 werd toegekend, hebben geen recht op een [niet-verworven salarisschaal].
  
Art. 4. § 1er. (Les membres du personnel mentionnés aux articles 1er et 2 qui sont porteurs d'un diplôme ou certificat visé à l'article 3, ont droit à l'échelle de traitement non acquise 030, fixée par [1 l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018]1 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement. Aussi longtemps que le membre du personnel remplit les conditions, l'échelle de traitement non acquise fait partie intégrante des échelles de traitement auxquelles l'intéressé a droit conformément à sa désignation temporaire, son admission au stage ou sa nomination à titre définitif, et cette échelle sert également de base pour le calcul du traitement du membre du personnel intéressé.
  Le montant d'une échelle de traitement non acquise n'est cependant pas pris en ligne de compte pour le calcul de la limitation du traitement à l'unité ou à la fonction la mieux rémunérée.)
  § 2. Le montant annuel de l'(échelle de traitement non acquise) est fixé au prorata du volume de la fonction à laquelle le membre du personnel est affecté ou désigné.
  § 3. Les membres du personnel auxquels une échelle de traitement a été allouée sur la base des diplômes ou certificats mentionnés à l'article 3, n'ont pas droit à une (échelle de traitement non acquise).
  
Art. 5. De (niet-verworven salarisschaal) bedoeld in artikel 4 volgt de evolutie van het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994.
Art. 5. L'(échelle de traitement non acquise) visée à l'article 4 suit l'évolution de l'indice des prix calculé et dénommé pour l'application de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, confirmé par la loi du 30 mars 1994.
Art. 6. De vergoedingen die vóór 1 september 2005 werden toegekend, hebben met betrekking tot de bezoldiging geen gevolgen voor de inrichtende machten en de personeelsleden en zijn in hoofde van de personeelsleden definitief verworven.
Art. 6. En ce qui concerne la rémunération, les indemnités accordées avant le 1er septembre 2005 n'ont aucune répercussion pour les pouvoirs organisateurs et les membres du personnel et sont considérées comme définitivement acquises dans le chef des membres du personnel.
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2005.
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2005.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.