Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 OKTOBER 2006. - Ordonnantie tot opstelling van een kader voor het waterbeleid (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-11-2006 en tekstbijwerking tot 25-04-2024)
Titre
20 OCTOBRE 2006. - Ordonnance établissant un cadre pour la politique de l'eau. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-11-2006 et mise à jour au 25-04-2024)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemeen. HOOFDSTUK II. - Milieudoelstellingen. Afdeling I. - Algemeen. Afdeling II. - Vaststelling van de milieudoelst... Onderafdeling I. - Milieudoelstellingen met bet... Onderafdeling II. - Milieudoelstellingen met be... Onderafdeling III. - Milieudoelstellingen voor ... Afdeling III. - Aanduiding van de kunstmatige o... HOOFDSTUK III. - Organisatie van het waterbeleid. Afdeling I. - Stroomgebiedsdistrict. Afdeling II. - Wateroperatoren voor het Brussel... Afdeling III. - Oprichting van de Brusselse Maa... Afdeling IV. - Beheerscontract. HOOFDSTUK IV. - Instrumenten van het waterbeleid. Afdeling I. - Kenmerken van het Brussels stroom... Afdeling II. - Register van de beschermde gebie... Afdeling III. [1 - Voor menselijke consumptie b... Afdeling IV. - Monitoring van de oppervlaktewat... Afdeling V. - Kostenterugwinning voor de waterd... Afdeling VI. [1 - Sociale en internationale sol... Afdeling VII. [1 - Facturatieprincipes]1 Afdeling VIII. [1 - Tariefmethodologieën en tar... Afdeling IX. [1 - Meerjareninvesteringsplannen.]1 Afdeling X. [1 - De bescherming van de oppervla... Onderafdeling I. [1 - Controle van de lozingen]1 Onderafdeling II. [1 - Regeling inzake de saner... HOOFDSTUK V. - Maatregelenprogramma en beheersp... Afdeling I. - Maatregelenprogramma. Onderafdeling I. - Algemeen. Onderafdeling II. - Inhoud van het maatregelenp... Afdeling II. - [1 Waterbeheerplan]1. Onderafdeling I. - Inhoud van het [1 Waterbehee... Onderafdeling II. - Opstelprocedure en modalite... Onderafdeling III. - Wijzigingsprocedure. Onderafdeling IV. - Rechtsgevolgen van het plan. HOOFDSTUK VI. - Informatie en rapporteringen. HOOFDSTUK VII. - Onteigening. HOOFDSTUK VIII. - Afwijkingen van de milieudoel... HOOFDSTUK VIIIbis. [1 - Onafhankelijk toezichth... HOOFDSTUK IX. - Sancties. HOOFDSTUK X. - Opheffings-, overgangs- en slotb... BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Généralités. CHAPITRE II. - Objectifs environnementaux. Section Ire. - Généralités. Section II. - Définition des objectifs environn... Sous-section Ire. - Objectifs environnementaux ... Sous-section II. - Objectifs environnementaux p... Sous-section III. - Objectifs environnementaux ... Section III. - Désignation des masses d'eau art... CHAPITRE III. - Organisation de la politique de... Section Ire. - District hydrographique. Section II. - Opérateurs de l'Eau pour la Régio... Section III. - Création de la Société bruxelloi... Section IV. - Contrat de gestion. CHAPITRE IV. - Instruments de la politique de l... Section Ire. - Caractéristiques du district hyd... Section II. - Registre des zones protégées. Section III. [1 - Eau destinée à la consommatio... Section IV. - Surveillance de l'état des eaux d... Section V. - Récupération des coûts des service... Section VI. [1 - Mesures sociales et de solidar... Section VII. [1 - Principes de facturation]1 Section VIII. [1 - Des méthodologies tarifaires... Section IX. [1 - Plans pluriannuels d'investiss... Section X. [1 - La protection des eaux de surfa... Sous-section Ire. [1 - Contrôle des rejets]1 Sous-section II. [1 - Régime d'assainissement d... CHAPITRE V. - Programme de mesures et plan de g... Section Ire. - Programme de mesures. Sous-section Ire. - Généralités. Sous-section II. - Contenu du programme de mesu... Section II. - [1 Plan de gestion de l'eau]1. Sous-section Ire. - Contenu du [1 Plan de gesti... Sous-section II. - Procédure d'élaboration et m... Sous-section III. - Procédure de modification. Sous-section IV. - Effets juridiques du plan. CHAPITRE VI. - Informations et notifications. CHAPITRE VII. - Expropriation. CHAPITRE VIII. - Dérogations aux objectifs envi... CHAPITRE VIIIbis. [1 - Organe indépendant de co... CHAPITRE IX. - Sanctions. CHAPITRE X. - Dispositions abrogatoires, transi... ANNEXES.
Tekst (135)
Texte (135)
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE Ier. - Généralités.
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
  Zij zet Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 23 oktober 2000, tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, om in de rechtsorde van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Article 1. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
  Elle transpose dans l'ordre juridique de la Région de Bruxelles-Capitale la Directive 2000/60/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2000 établissant un cadre pour une politique communautaire dans le domaine de l'eau.
Art.2. Het water maakt deel uit van het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid en van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  Iedere persoon heeft het recht om te beschikken over drinkwater van goede kwaliteit en zoveel als nodig is voor n voeding, zijn huishoudelijke noden en zijn gezondheid. De wateronttrekkingen en de lozingen van afvalwater die uitgevoerd worden bij uitoefening van dit recht mogen de kwaliteit, de natuurlijke functies en het voortbestaan van deze rijkdom niet in gevaar brengen.
  De kringloop van het water wordt op een globale en geïntegreerde wijze beheerd door de openbare sector in het kader van een duurzame ontwikkeling. De diensten van het water zijn van algemeen belang.
Art.2. L'eau fait partie du patrimoine commun de l'humanité et de la Région de Bruxelles-Capitale.
  Toute personne a le droit de disposer d'une eau potable de qualité et en quantité suffisante pour son alimentation, ses besoins domestiques et sa santé. Les prélèvements d'eau et les rejets d'eaux usées qui sont effectués pour l'exercice de ce droit ne peuvent mettre en danger la qualité, les fonctions naturelles et la pérennité de la ressource.
  Le cycle de l'eau est géré de façon globale et intégrée par le secteur public, dans le cadre d'un développement durable. Les services de l'eau sont d'intérêt général.
Art.3. Deze ordonnantie beoogt het vaststellen van een kader voor het geïntegreerd waterbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat de volgende doelstellingen heeft :
  1° aquatische ecosystemen en, wat de waterbehoeften ervan betreft, terrestrische ecosystemen en waterrijke gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van aquatische ecosystemen, voor verdere achteruitgang behoeden, beschermen en verbeteren;
  2° het duurzaam gebruik van water bevorderen, op basis van de bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn, met een bijzondere aandacht voor de bevordering van een zuinig waterverbruik en de bevordering van het gebruik van tweedecircuitwater;
  3° de verhoogde bescherming en verbetering van het aquatische milieu beogen, onder andere door specifieke maatregelen voor de progressieve vermindering van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen en door het stopzetten of geleidelijk beëindigen van lozingen, emissies of verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen;
  4° zorgen voor de progressieve vermindering van de verontreiniging van grondwater en verdere verontreiniging ervan voorkomen;
  5° bijdragen tot de afzwakking van de risico's en gevolgen van overstromingen en perioden van droogte, met een bijzondere aandacht voor het vasthouden van wateroverschotten aan de hand van hiertoe geschikte bronmetingen en het gebruik van de natuurlijke opslagcapaciteit van de rivierbeddingen, het kanaal, de vijvers en de watergebieden;
  6° [1 een geïntegreerd beheer van het regenwater implementeren om het wegvloeien ervan en de overbelasting van het rioleringsnet te verminderen en zo de overstromingsrisico's te voorkomen, terwijl tegelijkertijd de functionaliteiten van de natuurlijke watercyclus hersteld worden en de kwaliteit van de oppervlaktewateren en de leefomgeving verbeterd wordt]1
  7° de volksgezondheid beschermen tegen de verontreiniging van water dat bestemd is voor de menselijke consumptie door de kwaliteit en de levering tegen redelijke voorwaarden ervan te waarborgen;
  8° de productie en het gebruik van hernieuwbare hydro-elektrische energie en het geothermisch gebruik van het grondwater bevorderen, en er tegelijk op toezien dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de milieukwaliteit van de waterlichamen waarop deze inrichtingen betrekking hebben;
  9° de aanwezigheid van water in de stad beschermen, herstellen en versterken;
  10° de biodiversiteit in en rond de aquatische milieus bevorderen;
  11° het overleg tussen de besturen bevorderen, met inbegrip van het intergewestelijk en het internationaal overleg, met het oog op de invoering van een coherent waterbeleid en om toe te zien op de uitvoering van de internationale akkoorden op het vlak van waterbeleid.
  
Art.3. La présente ordonnance vise à définir un cadre pour la politique intégrée de l'eau en Région de Bruxelles-Capitale, dont les objectifs sont les suivants :
  1° prévenir toute dégradation supplémentaire, préserver et améliorer l'état des écosystèmes aquatiques ainsi que, en ce qui concerne leurs besoins en eau, des écosystèmes terrestres et des zones humides qui en dépendent directement;
  2° promouvoir une utilisation durable de l'eau, fondée sur la protection à long terme des ressources d'eau disponibles, avec une attention particulière pour la promotion d'une consommation économe en eau et la promotion de l'utilisation des eaux de deuxième circuit;
  3° viser à renforcer la protection de l'environnement aquatique ainsi qu'à l'améliorer, notamment par des mesures spécifiques conçues pour réduire progressivement les rejets, émissions et pertes de substances prioritaires, et l'arrêt ou la suppression progressive des rejets, émissions et pertes de substances dangereuses prioritaires;
  4° assurer la réduction progressive de la pollution des eaux souterraines et prévenir l'aggravation de leur pollution;
  5° contribuer à atténuer les risques et les effets d'inondations et de sécheresses, avec une attention particulière pour la retenue des surplus d'eau au moyen de mesures [1 ...]1 appropriées et l'utilisation de la capacité de stockage naturelle des lits de rivière, du canal, des étangs et des zones humides;
  6° [1 mettre en oeuvre une gestion intégrée des eaux pluviales dans le but de réduire le ruissellement et la surcharge du réseau d'égouttage, de prévenir ainsi les risques d'inondation tout en rétablissant les fonctionnalités du cycle naturel de l'eau et améliorant la qualité des eaux de surface et du cadre de vie ;]1
  7° protéger la santé publique contre la pollution de l'eau destinée à la consommation humaine en garantissant sa qualité et sa fourniture à des conditions raisonnables;
  8° promouvoir la production et l'utilisation d'énergie hydroélectrique renouvelable ainsi que l'utilisation géothermique des eaux souterraines, en s'assurant qu'il n'y a pas d'impact négatif sur la qualité environnementale des masses d'eau concernées par ces installations;
  9° protéger, rétablir et renforcer la présence de l'eau dans la ville;
  10° favoriser la biodiversité dans et autour des milieux aquatiques;
  11° promouvoir la concertation entre administrations, y compris la concertation interrégionale et internationale, en vue de mettre sur pied une politique de l'eau cohérente et de veiller à l'exécution des accords internationaux en matière de politique de l'eau.
  
Art.4. Deze ordonnantie draagt op die manier bij tot :
  1° de beschikbaarheid van voldoende oppervlaktewater en grondwater van goede kwaliteit voor een duurzaam, evenwichtig en billijk gebruik van water;
  2° een significante vermindering van de verontreiniging van het grond- en oppervlaktewater, in het bijzonder wat gevaarlijke stoffen betreft;
  3° de bescherming van territoriale en maritieme wateren;
  4° het bereiken van de doelstellingen van de relevante internationale overeenkomsten, met inbegrip van die welke tot doel hebben de verontreiniging van het mariene milieu te voorkomen en te elimineren en die tot stopzetting of geleidelijke beëindiging van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen die een onaanvaardbaar gevaar voor of via het aquatisch milieu inhouden, om uiteindelijk te komen tot concentraties in het mariene milieu die voor in de natuur voorkomende stoffen dichtbij de achtergrondwaarden liggen en voor door de mens vervaardigde synthetische stoffen vrijwel nul bedragen.
Art.4. La présente ordonnance contribue ainsi :
  1° à assurer un approvisionnement suffisant en eau de surface et en eau souterraine de bonne qualité pour les besoins d'une utilisation durable, équilibrée et équitable de l'eau;
  2° à réduire sensiblement la pollution des eaux souterraines et des eaux de surface, en particulier pour ce qui concerne les substances dangereuses;
  3° à protéger les eaux territoriales et marines;
  4° à réaliser les objectifs des accords internationaux pertinents, y compris ceux qui visent à prévenir et à éliminer la pollution de l'environnement marin, à arrêter ou supprimer progressivement les rejets, émissions et pertes de substances dangereuses prioritaires présentant un risque inacceptable pour ou par l'environnement aquatique, dans le but ultime d'obtenir, dans l'environnement marin, des concentrations qui soient proches des niveaux de fond pour les substances présentes naturellement et proches de zéro pour les substances synthétiques produites par l'homme.
Art.5. Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt verstaan onder :
  1° "oppervlaktewater" : binnenwateren, met uitzondering van grondwater, overgangswater en kustwateren, en voor zover het de chemische toestand betreft, ook territoriale wateren;
  2° "grondwater" : al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in rechtstreeks contact met de bodem of de ondergrond staat;
  3° "binnenwateren" : al het stilstaande of stromende water op het landoppervlak en al het grondwater aan de landzijde van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten;
  4° "rivier" : binnenwaterlichaam dat grotendeels bovengronds stroomt, maar dat voor een deel van zijn traject ondergronds kan stromen;
  5° "kanaal" : kunstmatige waterloop, al dan niet bestemd voor de scheepvaart;
  6° "meer" : een massa stilstaand landoppervlaktewater;
  7° "overgangswater" : een oppervlaktewaterlichaam in de nabijheid van een riviermonding, dat gedeeltelijk zout is door de nabijheid van kustwateren, maar dat in belangrijke mate door zoetwaterstromen wordt beïnvloed;
  8° "kustwateren" : de oppervlaktewateren, gelegen aan de landzijde van een lijn waarvan elk punt zich op een afstand bevindt van één zeemijl zeewaarts van het dichtstbijzijnde punt van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten, zo nodig uitgebreid tot de buitengrens van een overgangswater;
  9° "kunstmatig waterlichaam" : een door menselijke activiteiten tot stand gekomen oppervlaktewaterlichaam;
  10° "sterk veranderd waterlichaam" : een oppervlaktewaterlichaam dat door fysische wijzigingen ingevolge menselijke activiteiten wezenlijk is veranderd van aard, zoals door de Regering aangeduid overeenkomstig de bepalingen van bijlage l;
  11° "oppervlaktewaterlichaam" : een onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een rivier, een stroom of een kanaal, een deel van een rivier, een stroom of een kanaal, een overgangswater of een strook kustwater;
  12° "watervoerende laag" : één of meerdere ondergrondse rotslagen of andere geologische lagen die voldoende poreus en doorlatend zijn voor een belangrijke grondwaterstroming of de onttrekking van aanzienlijke hoeveelheden grondwater;
  13° "grondwaterlichaam" : een afzonderlijke grondwatermassa in één of meerdere watervoerende lagen;
  14° "stroomgebied" : een gebied vanwaar al het over het oppervlak lopende water via een reeks rivieren, stromen en eventueel meren door één riviermond, estuarium of delta in zee stroomt;
  15° "deelstroomgebied" : het gebied vanwaar al het over het oppervlak lopende water een reeks stromen, rivieren en eventueel meren volgt, tot een bepaald punt in een waterloop (gewoonlijk een meer of een samenvloeiing van rivieren);
  16° "stroomgebiedsdistrict" : het gebied van land en zee, gevormd door één of meer aan elkaar grenzende stroomgebieden met de bijbehorende grond- en kustwateren, dat als voornaamste eenheid voor het stroomgebiedsbeheer wordt omschreven;
  17° "bevoegde autoriteit" : instelling die door elk Gewest en elke Lidstaat van de Europese Unie is aangeduid om de aangewezen maatregelen te treffen voor de toepassing van de regels voorzien door Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid binnen elk stroomgebiedsdistrict. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de Regering ervan de bevoegde autoriteit;
  18° "oppervlaktewatertoestand" : de algemene aanduiding van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam, bepaald door de ecologische of de chemische toestand ervan, en wel door de slechtste van beide toestanden;
  19° "goede oppervlaktewatertoestand" : de toestand van een oppervlaktewaterlichaam waarvan zowel de ecologische als de chemische toestand ten minste "goed" zijn, in de zin van bijlage III bij deze ordonnantie;
  20° "grondwatertoestand" : de algemene aanduiding van de toestand van een grondwaterlichaam, bepaald door de kwantitatieve of de chemische toestand ervan, en wel door de slechtste van beide toestanden;
  21° "goede grondwatertoestand" : de toestand van een grondwaterlichaam waarvan zowel de kwantitatieve as de chemische toestand ten minste "goed" zijn, in de zin van bijlage III bij deze ordonnantie;
  22° "ecologische toestand" : een aanduiding van de kwaliteit van de structuur en van het functioneren van aquatische ecosystemen die met oppervlaktewater geassocieerd zijn, ingedeeld overeenkomstig bijlage III;
  23° "goede ecologische toestand" : de toestand van een overeenkomstig bijlage III als zodanig ingedeeld oppervlaktewaterlichaam;
  24° "goed ecologisch potentieel" : de toestand van een sterk veranderd of kunstmatig waterlichaam, aldus ingedeeld overeenkomstig de bepalingen van bijlage III;
  25° [1 goede chemische toestand van oppervlaktewater : de chemische toestand die vereist is om te voldoen aan de milieudoelstellingen voor oppervlaktewater, vastgesteld in artikel 11, dat wil zeggen de chemische toestand van een oppervlaktewaterlichaam waarin de concentraties van verontreinigende stoffen niet boven [5 de milieukwaliteitsnormen liggen die vastgesteld zijn krachtens bijlage V,]5 overeenkomstig andere relevante communautaire wetgeving;]1
  26° "goede chemische toestand van grondwater" : de chemische toestand van een grondwaterlichaam dat aan alle in tabel 2.3.2 van bijlage III genoemde voorwaarden voldoet;
  27° "kwantitatieve toestand" : een aanduiding van de mate waarin een grondwaterlichaam door directe en indirecte wateronttrekking wordt beïnvloed;
  28° "goede kwantitatieve toestand" : de in tabel 2.1.2. van bijlage III gedefinieerde toestand;
  29° "beschikbare grondwatervoorraad" : het jaargemiddelde op lange termijn van de totale aanvulling van het grondwaterlichaam, verminderd met het jaargemiddelde op lange termijn van het debiet dat nodig is om voor bijbehorende oppervlaktewateren de doelstellingen van ecologische kwaliteit van de artikelen 7 tot 14 te bereiken, teneinde een significante verslechtering van de ecologische toestand van die wateren alsmede significante schade aan de bijbehorende terrestrische ecosystemen te voorkomen;
  30° "gevaarlijke stoffen" : toxische, persistente en bioaccumuleerbare stoffen of groepen van stoffen, en andere stoffen of groepen van stoffen die aanleiding geven tot evenveel bezorgdheid;
  31° [5 " prioritaire stoffen " : de stoffen die als zodanig geïdentificeerd werden op het niveau van de Europese Unie bij Bijlage X van de Richtlijn en waarvan de emissies, verliezen en lozingen geleidelijk aan verminderd moeten worden ;]5
  [5 31bis " gevaarlijke prioritaire stoffen " : de stoffen die als zodanig geïdentificeerd werden op het niveau van de Europese Unie bij Bijlage X van de Richtlijn te midden van de prioritaire stoffen en waarvan de emissies, verliezen en lozingen geleidelijk aan gestopt of geëlimineerd moeten worden ;]5
  32° "verontreinigende stof" : elke stof die tot verontreiniging kan leiden, met name de in bijlage VIII genoemde stoffen;
  33° "directe lozing in het grondwater" : de lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater zonder doorsijpeling door bodem of ondergrond;
  34° [5 " verontreiniging " : de directe of indirecte inbreng door menselijke activiteiten van stoffen die de samenstelling of de toestand van het water zodanig kunnen wijzigen dat het niet langer geschikt is of minder geschikt wordt voor de diverse manieren waarop er gebruikgemaakt van kan worden of dat het door zijn aanblik of uitwasemingen de omgeving aantast ;]5
  35° "milieudoelstellingen" : de in de artikelen 11 tot 13 vervatte kwaliteits- en kwantiteitsdoelstellingen;
  36° "milieukwaliteitsnorm" : de concentratie van een bepaalde verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, in sediment of in biota die ter bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu niet mag worden overschreden;
  37° [5 " gecombineerde aanpak " : geheel van maatregelen ter vermindering van de verontreiniging aan de bron teneinde de oppervlaktewateren te beschermen door een combinatie van het controleren van de lozingen en emissies in deze wateren en het vaststellen van emissiegrenswaarden rekening houdend met de milieukwaliteitsnormen ;]5
  38° "voor menselijke consumptie bestemd water" : al het water, hetzij onbehandeld hetzij na behandeling, bestemd voor drinken, koken, en voedselbereiding,[9 of andere huishoudelijke doeleinden, zowel in openbare als in particuliere gebouwen en terreinen,]9 ongeacht de herkomst en ongeacht of het water wordt geleverd via een openbaar distributienet, vanaf een privé- aansluitpunt, uit een tankschip of tankauto, of in flessen of verpakkingen[9 evenals water dat vanuit een openbaar distributienetwerk aan levensmiddelenbedrijven wordt geleverd vóór behandeling of bewerking in deze bedrijven]9, met uitzondering van medicinaal en mineraal water dat als dusdanig wordt erkend door het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende natuurlijk mineraalwater en bronwater;
  39° [5 " huishoudelijk afvalwater " : het via het openbare distributienet aangevoerde water, het zelf geproduceerde water of het tweedecircuitwater dat gebruikt en vervolgens geloosd wordt in het openbare saneringsnetwerk door de gezinnen of dat een vergelijkbare samenstelling heeft, doordat het uitsluitend het volgende bevat :
   - water dat afkomstig is van sanitaire installaties ;
   - water dat uit de keuken afkomstig is ;
   - water dat afkomstig is van de schoonmaak van gebouwen, zoals woningen, kantoren, spektakelzalen, kazernes, campings, gevangenissen, onderwijsinstellingen met internaat of niet, zwembaden, hotels, restaurants, slijterijen, kapsalons ;
   - water dat afkomstig is van wasbeurten die thuis gedaan werden of van wassalons die uitsluitend door klanten gebruikt worden ;]5

  40° [5 " niet-huishoudelijk afvalwater " : ander afvalwater dan het huishoudelijk afvalwater ;]5
  [5 40bis " koelwater " : het water dat in een onderneming gebruikt wordt voor koeling via een open circuit en dat niet in contact komt met de te koelen stoffen, noch met het afvalwater van de onderneming ;]5
  41° [5 " waterdiensten " : alle diensten die ten behoeve van de huishoudens, openbare instellingen en andere economische actoren zorgen voor :
   - de onttrekking, productie, opstuwing, transport, opslag, behandeling en distributie van leidingwater vertrekkende vanuit oppervlakte- of grondwater (" voorzieningsdienst ") ;
   - de verzameling en behandeling van het afvalwater met het oog op de terugvloeiing ervan naar het oppervlaktewater (" saneringsdienst ") ;]5

  42° [5 " watergebruik " : elke activiteit die geheel of gedeeltelijk, direct of indirect een beroep doet op de met het watergebruik verband houdende diensten alsook op eender welke andere activiteit die door de bij artikel 31 beoogde studies geïdentificeerd of geanalyseerd werden en die de toestand van het water op significante wijze kunnen beïnvloeden ;]5
  43° "reële kostprijs van het water" : alle kosten van de waterdiensten die moeten worden geïdentificeerd om rekening te kunnen houden met het beginsel van terugwinning van de kosten;
  44° "emissiegrenswaarde" : de massa, uitgedrukt in bepaalde specifieke parameters, de concentratie en/of het niveau van een emissie, die of dat gedurende één of meer vastgestelde perioden niet mag worden overschreden. De emissiegrenswaarden kunnen ook voor bepaalde groepen, families of categorieën van stoffen worden vastgesteld.
  De grenswaarden voor de emissies van stoffen gelden normaliter op het punt waar de emissies de installatie verlaten en worden bepaald zonder rekening te houden met een eventuele verdunning. Voor indirecte lozingen in water mag bij de bepaling van de emissiegrenswaarden van de installatie rekening worden gehouden met het effect van een zuiveringsstation, op voorwaarde dat een equivalent niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel wordt gewaarborgd en dat zulks niet leidt tot een hoger niveau van verontreiniging van het milieu;
  45° "emissiebeheersingsmaatregelen" : beheersingsmaatregelen die een specifieke emissiebeperking vereisen, bijvoorbeeld een emissiegrenswaarde, of die anderszins grenzen of voorwaarden stellen aan de gevolgen, de aard of andere kenmerken van emissies of bedrijfsomstandigheden die de emissies beïnvloeden;
  46° "beschermde gebieden" : de gebieden die worden bedoeld in artikel 32 van deze ordonnantie en die een speciale bescherming vereisen;
  47° "waterrrijk gebied" : blijvende of tijdelijke oppervlakte van moerassen, veenmoerassen, venen of van natuurlijke of kunstmatige wateren, waar het water staand of vloeiend, zoet, brak of zout is, met inbegrip van oppervlakten van marien water die bij laag tij niet dieper zijn dan zes meter;
  48° [5 " tweedecircuitwater " : al het water, ongeacht de herkomst ervan, dat een eerste keer gebruikt en vervolgens collectief gezuiverd werd om opnieuw gebruikt te kunnen worden voor eender welk doeleinde met uitzondering van menselijke consumptie ; ]5
  49° "de Richtlijn" : Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid;
  50° [2 "wateroperator"]2 : publiekrechtelijke rechtspersoon [3 die tussenkomt in het beheer van de waterkringloop in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest]3 aangesteld [3 om openbaredienstopdrachten krachtens deze ordonnantie te vervullen]3;
  51° [5 " Waterbeheerplan " : het bij de artikelen 48 tot 57 van deze ordonnantie bedoelde plan dat tegemoetkomt aan de eisen van de Richtlijn voor het deel van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde dat zich op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt ;]5
  52° [6 Leefmilieu Brussel]6, opgericht door het koninklijk besluit van 8 maart 1989, bevestigd door de wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen;
  53° "Gewest" : het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  54° [7 " HYDRIA " : de overeenkomstig artikel 19 ingestelde wateroperator ;]7
  55° [5 " stedelijk afvalwater " : algemene term die naar al het water verwijst dat we in het openbare saneringsnetwerk aantreffen ; ]5
  [5 55bis " regenwater " : algemene term waarmee verwezen wordt naar al het water dat afkomstig is van neerslag zoals regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van het smeltwater van sneeuw, dat niet via het openbare saneringsnetwerk passeert of, indien wel, voordat het in dit netwerk belandt ;]5
  56° "openbare sanering" : het geheel van handelingen inzake afwatering, inzameling, bufferopslag en zuivering van stedelijk afvalwater [5 verricht door de wateroperatoren]5;
  57° [5 " dienstencontract voor sanering " : overeenkomst afgesloten tussen de operator die belast is met de waterdistributie en een derde belast met de sanering, krachtens welke de wateroperator voor waterdistributie de diensten inhuurt van deze derde voor de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de sanering van een watervolume dat overeenstemt met het verdeelde volume water alsook met het volume water dat in het openbare saneringsnetwerk geloosd wordt door de zelfproducenten en de gebruikers van tweedecircuitwater in het Gewest teneinde de operator die instaat voor de distributie van water en deze zelfproducenten en gebruikers, in de mogelijkheid te stellen hun verplichtingen na te komen zoals bedoeld in artikel 17, § 3 en 36, § 4 ;]5
  58° [5 " bufferopslag van stedelijk afvalwater " : elke infrastructuur van het saneringsnetwerk dat met name tot doel heeft om het debiet van het stedelijke afvalwater in de rioleringsnetten of collectoren te regelen bij zware regenval ;]5
  59° "collector" : leiding die de rioleringsnetwerken verbindt met de infrastructuren voor zuivering van het stedelijk afvalwater;
  [5 59bis " rioleringsnet " : geheel van leidingen gelegen in de openbare ruimte en bestemd om het stedelijke afvalwater in op te vangen via vertakkingen die in verbinding staan met privatieve percelen of afvoerkolken langs de weg ; de delen van voormelde vertakkingen die zich in de openbare ruimte bevinden, maken integraal deel uit van het rioleringsnet ;]5
  60° [5 " zelfproducent " : natuurlijke of rechtspersoon die water wint uit de grondwaterlaag of oppervlaktewater afneemt ;]5
  [3 61° " Brugel " : de Reguleringscommissie voor energie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bedoeld in Hoofdstuk VIbis van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, belast met het toezicht op de waterprijs krachtens artikel 64/1;]3
  [8 62° " huishouden " : hetzij één natuurlijke persoon die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedomicilieerd is en de openbare drinkwatervoorziening voor huishoudelijke doeleinden geniet, hetzij meerdere natuurlijke personen, al dan niet verbonden door familiebanden, die een dergelijke dienst genieten en allen in dezelfde woning gedomicilieerd zijn die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen is, zoals blijkt uit de samenstelling van het huishouden in het Rijksregister ;
   63° " gebruiker " : elke persoon die gebruikmaakt van de diensten van de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, of de ontvanger van de waterfactuur in toepassing van de algemene voorwaarden van die operator ;
   64° " sterk oververbruik " : een verbruik dat 50 % hoger ligt dan het verbruik van het voorgaande jaar, met dezelfde samenstelling van het huishouden en dezelfde bewoning van het goed ;
   65° " sociaal waterfonds " : mechanisme dat is ingesteld bij en overeenkomstig artikel 38/1, § 4, om financiële bijstand te verlenen aan gebruikers die moeilijkheden ondervinden bij het betalen van hun waterfactuur, en dat wordt gevoed door een deel van de inkomsten uit de watertarifering.]8

  [9 66° "waterleverancier": elke entiteit die voor menselijke consumptie bestemd water levert, ofwel in de hoedanigheid van wateroperator zoals bedoeld in artikel 17, § 1, 1° tot 3°, ofwel in de hoedanigheid van houder van een machtiging voor een privé-waterwinning die verbruikers kan bevoorraden zonder gebruik te maken van het openbaar leidingnet, ofwel in de hoedanigheid van operator die voor menselijke consumptie bestemd water levert vanuit een tankauto of tankschip.]9
  
Art.5. Pour l'application de la présente ordonnance, il y a lieu d'entendre par :
  1° "eaux de surface" : les eaux intérieures, à l'exception des eaux souterraines, les [5 des eaux de transition et des eaux côtières,]5 sauf en ce qui concerne leur état chimique, pour lequel les eaux territoriales sont également incluses;
  2° "eaux souterraines" : toutes les eaux se trouvant sous la surface du sol dans la zone de saturation et en contact direct avec le sol ou le sous-sol;
  3° "eaux intérieures" : toutes les eaux stagnantes et les eaux courantes à la surface du sol et toutes les eaux souterraines en amont de la ligne de base servant pour la mesure de la largeur des eaux territoriales;
  4° "rivière" : une masse d'eau intérieure coulant en majeure partie sur la surface du sol, mais qui peut couler en sous-sol sur une partie de son parcours;
  5° "canal" : cours d'eau artificiel, destiné ou non à la navigation;
  6° "lac" : une masse d'eau intérieure de surface stagnante;
  7° "eaux de transition" : des masses d'eaux de surface à proximité des embouchures de rivières, qui sont partiellement salines en raison de leur proximité d'eaux côtières, mais qui sont fondamentalement influencées par des courants d'eau douce;
  8° "eaux côtières" : les eaux de surface situées en deçà d'une ligne dont tout point est situé à une distance d'un mille marin au-delà du point le plus proche de la ligne de base servant pour la mesure de la largeur des eaux territoriales et qui s'étendent, le cas échéant, jusqu'à la limite extérieure d'une eau de transition;
  9° "masse d'eau artificielle" : une masse d'eau de surface créée par l'activité humaine;
  10° "masse d'eau fortement modifiée" : une masse d'eau de surface qui, par suite d'altérations physiques dues à l'activité humaine, est fondamentalement modifiée quant à son caractère, telle que désignée par le Gouvernement conformément aux dispositions de l'annexe Ire;
  11° "masse d'eau de surface" : une partie distincte et significative des eaux de surface telles qu'un lac, un réservoir, une rivière, un fleuve ou un canal, une partie de rivière, de fleuve ou de canal, une eau de transition ou une portion d'eaux côtières;
  12° "aquifère" : une ou plusieurs couches souterraines de roche ou d'autres couches géologiques d'une porosité et perméabilité suffisantes pour permettre soit un courant significatif d'eau souterraine, soit le captage de quantités importantes d'eau souterraine;
  13° "masse d'eau souterraine" : un volume distinct d'eau souterraine à l'intérieur d'un ou de plusieurs aquifères;
  14° "bassin hydrographique" : zone dans laquelle toutes les eaux de ruissellement convergent à travers un réseau de rivières, fleuves et éventuellement de lacs vers la mer, dans laquelle elles se déversent par une seule embouchure, estuaire ou delta;
  15° "sous-bassin" : toute zone dans laquelle toutes les eaux de ruissellement convergent à travers un réseau de rivières, de fleuves et éventuellement de lacs vers un point particulier d'un cours d'eau (normalement un lac ou un confluent);
  16° "district hydrographique" : une zone terrestre et maritime, composée d'un ou plusieurs bassins hydrographiques ainsi que des eaux souterraines et eaux côtières associées, identifiée comme principale unité aux fins de la gestion d'un bassin hydrographique;
  17° "autorité compétente" : organisme désigné par chaque Région et Etat membre de l'Union européenne pour prendre les mesures appropriées pour l'application des règles prévues par la Directive 2000/60/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2000 établissant un cadre pour la politique communautaire dans le domaine de l'eau au sein de chaque district hydrographique. Pour la Région de Bruxelles-Capitale, l'autorité compétente est son Gouvernement;
  18° "état d'une eau de surface" : l'expression générale de l'état d'une masse d'eau de surface, déterminé par la plus mauvaise valeur de son état écologique et de son état chimique;
  19° "bon état d'une eau de surface" : l'état atteint par une masse d'eau de surface lorsque son état écologique et son état chimique sont au moins "bons", au sens de l'annexe III à la présente ordonnance;
  20° "état d'une eau souterraine" : l'expression générale de l'état d'une masse d'eau souterraine, déterminé par la plus mauvaise valeur de son état quantitatif et de son état chimique;
  21° "bon état d'une eau souterraine" : l'état atteint par une masse d'eau souterraine lorsque son état quantitatif et son état chimique sont au moins "bons" au sens de l'annexe III à la présente ordonnance;
  22° "état écologique" : l'expression de la qualité de la structure et du fonctionnement des écosystèmes aquatiques associés aux eaux de surface, classée conformément à l'annexe III;
  23° "bon état écologique" : l'état d'une masse d'eau de surface, classé conformément à l'annexe III;
  24° "bon potentiel écologique" : l'état d'une masse d'eau fortement modifiée ou artificielle, classé conformément à l'annexe III;
  25° "[1 bon état chimique d'une eau de surface : l'état chimique requis pour répondre aux objectifs environnementaux pour les eaux de surface [5 fixés à l'article 11,]5 c'est-à-dire l'état chimique d'une masse d'eau de surface dans laquelle les concentrations de polluants ne dépassent pas [5 les normes de qualité environnementale fixées en vertu de l'annexe V,]5 conformément à toute autre législation communautaire pertinente;]1
  26° "bon état chimique d'une eau souterraine" : l'état chimique d'une masse d'eau souterraine qui répond à toutes les conditions prévues dans le tableau 2.3.2 de l'annexe III;
  27° "état quantitatif" : l'expression du degré d'incidence des captages directs et indirects sur une masse d'eau souterraine;
  28° "bon état quantitatif" : l'état défini dans le tableau 2.1.2. de l'annexe III;
  29° "ressource disponible d'eau souterraine" : le taux moyen annuel à long terme de la recharge totale de la masse d'eau souterraine moins le taux annuel à long terme de l'écoulement requis pour atteindre les objectifs environnementaux des eaux de surface associées fixés aux articles 7 à 14, afin d'éviter toute diminution significative de l'état écologique de ces eaux et d'éviter toute dégradation significative des écosystèmes terrestres associés;
  30° "substances dangereuses" : les substances ou groupes de substances qui sont toxiques, persistantes et bioaccumulables, et autres substances ou groupes de substances qui sont considérées, à un degré équivalent, comme sujettes à caution;
  31° [5 " substances prioritaires " : les substances identifiées comme telles au niveau de l'Union européenne à l'annexe X de la directive et dont les émissions, pertes et rejets doivent être progressivement réduits ;]5
  [5 31bis " substances dangereuses prioritaires " : les substances identifiées comme telles au niveau de l'Union européenne à l'annexe X de la directive parmi les substances prioritaires et dont les émissions, pertes et rejets doivent être arrêtés ou supprimés progressivement ;]5
  32° "polluant" : toute substance pouvant entraîner une pollution, en particulier celles énoncées à l'annexe VIII;
  33° "déversement direct dans les eaux souterraines" déversement de polluants dans les eaux souterraines sans infiltration à travers le sol ou le sous-sol;
  34° [5 " pollution " : l'introduction directe ou indirecte, par suite de l'activité humaine, de substances susceptibles d'altérer l'eau dans sa composition ou dans son état de sorte qu'elle ne convient plus ou convient moins aux utilisations qui peuvent en être faites ou qu'elle dégrade le milieu par son aspect ou ses émanations ;]5
  35° "objectifs environnementaux" : les objectifs qualitatifs et quantitatifs fixés aux articles 11 à 13;
  36° "norme de qualité environnementale" : la concentration d'un polluant ou d'un groupe de polluants dans l'eau, les sédiments ou le biote qui ne doit pas être dépassée, afin de protéger la santé humaine et l'environnement;
  37° [5 " approche combinée " : ensemble des mesures de réduction de la pollution à la source afin de protéger les eaux de surface combinant le contrôle des rejets et émissions dans ces eaux et la fixation de valeurs limite d'émission tenant compte des normes de qualité environnementale ;]5
  38° "eaux destinées à la consommation humaine" : toutes les eaux, soit en l'état, soit après traitement, destinées à la boisson, à la cuisson et à la préparation d'aliments[9 ou à d'autres usages domestiques dans des lieux publics comme dans des lieux privés, ]9, quelle que soit leur origine et qu'elles soient fournies par un réseau public de distribution, à partir d'une prise d'eau privée, à partir d'un camion-citerne ou d'un bateau-citerne, en bouteilles ou en conteneurs,[9 ainsi que l'eau fournie par un réseau public de distribution aux établissements alimentaires avant transformation ou traitement dans ces établissements]9 à l'exception des eaux médicinales et des eaux minérales naturelles reconnues comme telles par l'arrêté royal du 8 février 1999 concernant les eaux minérales naturelles et les eaux de source;
  39° [5 " eaux usées domestiques " : les eaux fournies par le réseau public de distribution, auto-produites ou de deuxième circuit, qui sont utilisées puis rejetées dans le réseau public d'assainissement par des ménages ou présentant une composition similaire en ce qu'elles comprennent exclusivement :
   - des eaux provenant d'installations sanitaires ;
   - des eaux de cuisine ;
   - des eaux provenant du nettoyage de bâtiments, tels qu'habitations, bureaux, salles de spectacle, casernes, campings, prisons, établissements d'enseignement avec ou sans internat, bassins de natation, hôtels, restaurants, débits de boissons, salons de coiffure ;
   - les eaux de lessive à domicile ou de salons-lavoirs utilisés exclusivement par la clientèle ;]5

  40° [5 " eaux usées non domestiques " : eaux usées autres que les eaux usées domestiques ;]5
  [5 40bis " eaux de refroidissement " : les eaux qui sont utilisées dans une entreprise pour le refroidissement en circuit ouvert et qui ne sont pas entrées en contact avec les matières à refroidir ni avec les eaux usées de l'entreprise ;]5
  41° [5 " services liés à l'utilisation de l'eau " : tous les services qui couvrent, pour les ménages, les institutions publiques ou une activité économique quelconque :
   - le captage, la production, l'endiguement, le transport, le stockage, le traitement et la distribution d'eau potable au départ d'eau de surface ou d'eau souterraine (service " approvisionnement ") ;
   - la collecte et le traitement des eaux usées en vue de leur restitution dans les eaux de surface (service " assainissement ") ;]5

  42° [5 " utilisation de l'eau " : toute activité faisant appel, en tout ou en partie, de manière directe ou indirecte, aux services liés à l'utilisation de l'eau ainsi que toute autre activité identifiée par les études et analyses visées à l'article 31, susceptible d'influer de manière sensible sur l'état des eaux ;]5
  43° "coût-vérité de l'eau" : la totalité des coûts des services liés à l'utilisation de l'eau, à identifier en vue de permettre la prise en compte du principe de récupération des coûts;
  44° "valeurs limites d'émission" : la masse, exprimée en fonction de certains paramètres spécifiques, la concentration et/ou le niveau d'une émission à ne pas dépasser au cours d'une ou de plusieurs périodes données. Les valeurs limites d'émission peuvent être fixées également pour certains groupes, familles ou catégories de substances.
  Les valeurs limites d'émission de substances s'appliquent normalement au point de rejet des émissions à la sortie de l'installation et ne tiennent pas compte de la dilution. En ce qui concerne les rejets indirects dans l'eau, l'effet d'une station d'épuration peut être pris en compte lors de la détermination des valeurs limites d'émission de l'installation, à condition de garantir un niveau équivalent de protection de l'environnement dans son ensemble et de ne pas conduire à des niveaux de pollution plus élevés dans l'environnement;
  45° "contrôles des émissions" : contrôles exigeant une limitation d'émission spécifique, par exemple une valeur limite d'émission, ou imposant d'une autre manière des limites ou conditions aux effets, à la nature ou à d'autres caractéristiques d'une émission ou de conditions de fonctionnement qui influencent les émissions;
  46° "zones protégées" : les zones visées à l'article 32 de la présente ordonnance et qui nécessitent une protection spéciale;
  47° "zone humide" : étendue de marais, de fagnes, de tourbières ou d'eaux naturelles ou artificielles, permanentes ou temporaires, où l'eau est stagnante ou courante, douce, saumâtre ou salée, y compris des étendues d'eau marine dont la profondeur à marée basse n'excède pas six mètres;
  48° [5 " eaux de deuxième circuit " : toutes les eaux, quelle que soit leur provenance, ayant été utilisées une première fois et épurées de manière collective afin d'être réutilisées à toutes fins à l'exclusion de la consommation humaine ;]5
  49° "la Directive" : la Directive 2000/60/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2000 établissant un cadre pour une politique communautaire dans le domaine de l'eau;
  50° [2 "opérateur de l'eau"]2 : personne morale de droit public [3 qui intervient dans la gestion du cycle de l'eau en Région de Bruxelles-Capitale et qui est]3 désignée [3 pour assurer les missions de service public en vertu de la présente ordonnance]3;
  51° [5 " Plan de gestion de l'eau " : le plan visé aux articles 48 à 57 de la présente ordonnance et répondant aux exigences de la directive pour la portion du district hydrographique international de l'Escaut situé sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale ;]5
  52° [6 Bruxelles Environnement]6, créé par l'arrêté royal du 8 mars 1989, confirmé par la loi du 16 juin 1989 portant diverses réformes institutionnelles;
  53° "Région" : la Région de Bruxelles-Capitale;
  54° [7 " HYDRIA " : l'opérateur de l'eau créé en vertu de l'article 19 ;]7
  55° [5 " eaux résiduaires urbaines " : terme générique désignant toutes les eaux présentes dans le réseau public d'assainissement ;]5
  [5 55bis " eaux pluviales " : terme générique désignant toutes les eaux issues des précipitations telles que la pluie, la neige, la grêle, en ce compris les eaux de fonte de neige et qui ne transitent pas dans le réseau public d'assainissement, ou, le cas échéant, avant qu'elles ne se retrouvent dans ledit réseau ;]5
  56° "assainissement public" : ensemble des opérations d'égouttage, de collecte, de stockage-tampon et d'épuration des eaux résiduaires urbaines [5 effectuées par les opérateurs de l'eau]5;
  57° [5 " contrat de service d'assainissement " : convention conclue entre l'opérateur en charge de la distribution d'eau et un tiers en charge de l'assainissement, au terme de laquelle le distributeur d'eau loue les services de celui-ci pour réaliser tout ou partie de l'assainissement d'un volume d'eau correspondant au volume d'eau distribué, ainsi qu'au volume d'eau rejeté dans le réseau public d'assainissement par les auto-producteurs et les utilisateurs d'eau de deuxième circuit dans la Région afin de permettre à l'opérateur en charge de la distribution de l'eau et à ces auto-producteurs et utilisateurs de remplir leurs obligations telles que visées aux articles 17, § 3 et 36, § 4 ;]5
  58° [5 " stockage-tampon des eaux résiduaires urbaines " : toute infrastructure du réseau d'assainissement visant en particulier à réguler le débit des eaux résiduaires urbaines dans les réseaux d'égouttage ou les collecteurs lors d'événements pluvieux intenses ;]5
  59° "collecteur" : conduite reliant les réseaux d'égouts aux infrastructures d'épuration des eaux résiduaires urbaines;
  [5 59bis " réseau d'égouttage " : ensemble des conduites situées en domaine public et destinées à recueillir les eaux résiduaires urbaines par le biais de branchements reliés aux parcelles privatives ou aux avaloirs en voirie ; les parties des branchements précités situées en domaine public font partie intégrante du réseau d'égouttage ;]5
  60° [5 " auto-producteur " : personne morale ou physique effectuant un captage d'eau dans la nappe phréatique ou un prélèvement dans une eau de surface ;]5
  [3 61° " Brugel " : la commission de régulation pour l'énergie en Région de Bruxelles-Capitale, visée au Chapitre VIbis de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, investie de la mission de contrôle du prix de l'eau en vertu de l'article 64/1;]3
  [8 62° " ménage " : soit une personne physique isolée domiciliée en Région de Bruxelles-Capitale et bénéficiant du service public de distribution d'eau potable à des fins domestiques, soit plusieurs personnes physiques, unies ou non par des liens familiaux, bénéficiant d'un tel service et toutes domiciliées dans un même logement situé en Région de Bruxelles-Capitale comme l'atteste la composition de ménage au registre national ;
   63° " usager " : toute personne qui jouit des services de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, ou le destinataire de la facture d'eau en application des conditions générales de cet opérateur ;
   64° " forte surconsommation " : une consommation supérieure de 50 % par rapport à la consommation de l'année antérieure, à même profil de composition de ménage et d'occupation du bien ;
   65° " fonds social de l'eau " : mécanisme mis en place par et en vertu de l'article 38/1, § 4, permettant d'aider financièrement les usagers en difficulté de paiement de leur facture d'eau, et alimenté par une part des recettes générées par la tarification de l'eau.]8

  [9 66° " fournisseur d'eau ": toute entité fournissant des eaux destinées à la consommation humaine, soit en qualité d'opérateur de l'eau, tel que visé à l'article 17, § 1er, 1° à 3°, soit en qualité de titulaire de l'autorisation de prise d'eau privée qui permet d'alimenter les consommateurs sans passer par un réseau public de distribution d'eau, soit en qualité d'opérateur fournissant des eaux destinées à la consommation humaine à partir d'un camion-citerne ou d'un bateau-citerne.]9
  
Art.6. De rechtspersonen, waaronder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigd door zijn Regering, en de instellingen die bevoegdheden uitoefenen ter uitvoering van de opdrachten in het beheer van de waterkringloop moeten de volgende beginselen nakomen.
  1° [1 Het standstill-beginsel, gedefinieerd als verplichting dat op zijn minst hetzelfde beschermingsniveau garandeert als de huidige in voege zijnde gewestelijke wetgeving;]1
  2° het voorzorgsbeginsel, gedefinieerd als de verplichting om beschermingsmaatregelen te treffen wanneer er redelijke gronden zijn om zich zorgen te maken over ernstige of onomkeerbare schade, zelfs in afwachting van wetenschappelijke zekerheid, waarbij deze afwachting geen voorwendsel mag vormen om het treffen van effectieve en evenredige maatregelen uit te stellen;
  3° het preventiebeginsel, gedefinieerd als de verplichting om eventuele milieuschade te voorkomen aan de hand van maatregelen die gericht zijn op de vermindering van de gevolgen ervan eerder dan het herstel ervan a posteriori;
  4° het herstelbeginsel, gedefinieerd als de verplichting om, in geval van milieuschade of -verstoring, het milieu in de mate van het mogelijke in de oorspronkelijke toestand te herstellen;
  5° het vervuiler-betaalt-beginsel, gedefinieerd als de verplichting voor de vervuiler om de rechtstreekse en onrechtstreekse kosten te dragen voor de maatregelen ter voorkoming, vermindering en herstelling van de door hem veroorzaakte verontreiniging;
  6° het beginsel van terugwinning van de kosten van waterdiensten, met inbegrip van de kosten voor het leefmilieu en de natuurlijke rijkdommen die verband houden met de achteruitgang van en de negatieve gevolgen voor het aquatische milieu, en rekening houdend met de voorspellingen op lange termijn op het gebied van het aanbod van en de vraag naar water in het stroomgebiedsdistrict;
  7° het participatiebeginsel, gedefinieerd als het recht op nuttige en efficiënte participatie van de burgers in de opstelling, de uitvoering, de opvolging en de evaluatie van het geïntegreerde waterbeleid;
  8° het recht op toegang tot de informatie over het milieu waarover de overheid beschikt, voor alle natuurlijke en rechtspersonen, zonder dat zij een belang moeten kunnen aantonen;
  9° het beginsel van voorafgaande beoordeling, gedefinieerd als de verplichting om een voorbereidende, systematische en grondige beoordeling uit te voeren van de economische, sociale en ecologische effecten van het geïntegreerd waterbeleid;
  10° het continuïteitsbeginsel, dat inhoudt dat de [2 wateroperator betrokken bij]2 de dienst van algemeen belang [3 voor de be-voorrading]3 wordt geacht ervoor te zorgen dat die ononderbroken wordt verleend en een veilige voorziening wordt gegarandeerd;
  11° het beginsel van kwaliteit van de dienst, bepaald als de waarborg van hoge niveaus van bescherming van de gezondheid en de veiligheid door het opleggen van kwaliteitsnormen en een controle van de prestaties van de operatoren;
  12° het principe van tarifaire toegankelijkheid, dat voorschrijft dat een dienst van algemeen nut moet worden aangeboden tegen een betaalbare prijs om toegankelijk te zijn voor iedereen;
  13° het principe van bescherming van de [2 gebruikers]2, dat doorzichtigheid, inzonderheid inzake tarieven, contractuele bepalingen, de keuze en de financiering van de [2 wateroperatoren]2, het bestaan van reglementeringsorganen en middelen om beroep in te stellen, een vertegenwoordiging en een actieve inspraak van de [2 gebruikers]2 in de definitie en de evaluatie van de diensten en de keuze van de betalingsvormen inhoudt.
  
Art.6. Les personnes morales, dont la Région de Bruxelles-Capitale représentée par son Gouvernement, et les organismes qui exercent des compétences en exécution des missions dans la gestion du cycle de l'eau sont tenus de respecter les principes suivants :
  1° [1 le principe de standstill, défini comme l'obligation de garantir au moins le même niveau de protection que la législation communautaire actuellement en vigueur;]1
  2° le principe de précaution, défini comme l'obligation de prendre des mesures de protection lorsqu'il existe des motifs raisonnables de s'inquiéter de dommages graves ou irréversibles même en l'attente de certitude scientifique, cette attente ne pouvant servir de prétexte pour retarder l'adoption de mesures effectives et proportionnées;
  3° le principe de prévention, défini comme l'obligation de prévenir la survenance de dommages environnementaux par des mesures destinées à en réduire les conséquences plutôt que de réparer ces dommages a posteriori;
  4° le principe de réparation, défini comme l'obligation, en cas de dommage ou de perturbation environnemental, de rétablir dans la mesure du possible l'environnement dans son état original;
  5° le principe du pollueur-payeur, défini comme l'obligation pour celui qui pollue de prendre en charge les dépenses directes et indirectes occasionnées par les mesures de prévention, de réduction et de réparation des pollutions qu'il a causées;
  6° le principe de récupération des coûts des services liés à l'utilisation de l'eau, y compris les coûts pour l'environnement et les ressources associées aux dégradations et aux incidences négatives sur le milieu aquatique, et en tenant compte des prévisions à long terme en matière d'offre et de demande d'eau dans le district hydrographique,
  7° le principe de participation, défini comme le droit de participation utile et efficace des citoyens à l'établissement, à l'exécution, au suivi et à l'évaluation de la politique intégrée de l'eau;
  8° le droit d'accès à l'information relative à l'environnement détenue par les autorités publiques, pour toute personne physique ou morale, sans que celle-ci soit obligée de faire valoir un intérêt;
  9° [3 ...]3 le principe de l'évaluation préalable, défini comme l'obligation de procéder à une évaluation préliminaire, systématique et approfondie des effets économiques, sociaux et environnementaux de la politique intégrée de l'eau;
  10° le principe de continuité qui signifie que [2 l'opérateur de l'eau concerné par le]2 service d'intérêt général [3 d'approvisionnement]3 est tenu de veiller à ce que celui-ci soit fourni sans interruption et de garantir la sécurité d'approvisionnement;
  11° le principe de qualité du service, défini comme la garantie de niveaux élevés de protection de la santé et de la sécurité par l'imposition de normes de qualité et un contrôle des performances des opérateurs;
  12° le principe d'accessibilité tarifaire qui prescrit qu'un service d'intérêt général doit être offert à un prix abordable pour être accessible à tous;
  13° le principe de protection des [2 usagers]2 qui implique la transparence, notamment sur les tarifs, les clauses contractuelles, le choix et le financement des [2 opérateurs de l'eau]2, l'existence d'organes de réglementation et de voies de recours, une représentation et une participation active des [2 usagers]2 à la définition et à l'évaluation des services ainsi que le choix des formes de paiement.
  
HOOFDSTUK II. - Milieudoelstellingen.
CHAPITRE II. - Objectifs environnementaux.
Afdeling I. - Algemeen.
Section Ire. - Généralités.
Art.7. De hierna gedefinieerde milieudoelstellingen worden nagestreefd en bereikt door het in artikel 41 bedoelde maatregelenprogramma en door het [1 Waterbeheerplan]1.
  
Art.7. Les objectifs environnementaux définis ci-après sont poursuivis et atteints par le programme de mesures visé à l'article 41 et par le [1 Plan de gestion de l'eau]1.
  
Art.8. Wanneer verschillende door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedefinieerde doelstellingen van toepassing zijn op een bepaald waterlichaam, dan moet de strengste ervan worden toegepast.
Art.8. Lorsque plusieurs objectifs définis par la Région de Bruxelles-Capitale sont applicables à une masse d'eau donnée, il convient d'appliquer le plus strict d'entre eux.
Art.9. De toepassing van de bepalingen voorzien in hoofdstuk VIII mag de verwezenlijking van de milieudoelstellingen in andere waterlichamen van het gewestelijk grondgebied niet in het gedrang brengen of verhinderen. Dit moet op coherente wijze gebeuren met de uitvoering van de andere wettelijke bepalingen inzake leefmilieu.
Art.9. L'application des dispositions prévues dans le chapitre VIII ne peut compromettre ou empêcher la réalisation des objectifs environnementaux dans d'autres masses d'eau du territoire régional. Elle se fait de manière cohérente avec la mise en oeuvre des autres dispositions législatives en matière d'environnement.
Art.10. Het in artikel 41 bedoelde maatregelenprogramma en het [1 Waterbeheerplan]1 garanderen op zijn minst een identiek beschermingsniveau als wordt geboden door de bestaande wetgeving op het tijdstip waarop deze ordonnantie van kracht wordt.
  
Art.10. Le programme de mesures visé à l'article 41 et le [1 Plan de gestion de l'eau]1 garantissent à tout le moins un niveau identique de protection à celui offert par la législation existante au moment de l'entrée en vigueur de la présente ordonnance.
  
Afdeling II. - Vaststelling van de milieudoelstellingen.
Section II. - Définition des objectifs environnementaux.
Onderafdeling I. - Milieudoelstellingen met betrekking tot de oppervlaktewateren.
Sous-section Ire. - Objectifs environnementaux pour ce qui concerne les eaux de surface.
Art.11. De Regering, die de maatregelenprogramma's vervat in het [1 Waterbeheerplan]1 operationeel maakt :
  1° legt de nodige maatregelen ten uitvoer ter voorkoming van de achteruitgang van de toestand van alle oppervlaktewaterlichamen;
  2° beschermt, verbetert en herstelt alle oppervlaktewateren, met de bedoeling uiterlijk op 22 december 2015 een goede toestand van het oppervlaktewater te bereiken;
  3° beschermt en verbetert alle kunstmatige en sterk veranderde waterlichamen, met de bedoeling uiterlijk op 22 december 2015 een goed ecologisch potentieel en een goede chemische toestand van het oppervlaktewater te bereiken;
  4° legt de nodige maatregelen ten uitvoer, met de bedoeling de verontreiniging door prioritaire stoffen geleidelijk te verminderen en emissies, lozingen en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen stop te zetten of geleidelijk te beëindigen;
  5° treft in het algemeen de maatregelen die, in alle andere gevallen, nodig zouden zijn om de concentratie van de verontreinigende stof te verminderen.
  
Art.11. En rendant opérationnels les programmes de mesures prévus dans le [1 Plan de gestion de l'eau]1, le Gouvernement.
  1° met en oeuvre les mesures nécessaires pour prévenir la détérioration de l'état de toutes les masses d'eau de surface;
  2° protège, améliore et restaure toutes les masses d'eau de surface, afin de parvenir à un bon état des eaux de surface au plus tard le 22 décembre 2015;
  3° protège et améliore toutes les masses d'eau artificielles et fortement modifiées, en vue d'obtenir un bon potentiel écologique et un bon état chimique des eaux de surface au plus tard le 22 décembre 2015;
  4° met en oeuvre les mesures nécessaires afin de réduire progressivement la pollution due aux substances prioritaires et d'arrêter ou de supprimer progressivement les émissions, les rejets et les pertes de substances dangereuses prioritaires;
  5° d'une manière générale, prend les mesures qui, dans tous les autres cas, seraient nécessaires pour réduire la concentration de polluant.
  
Onderafdeling II. - Milieudoelstellingen met betrekking tot het grondwater.
Sous-section II. - Objectifs environnementaux pour ce qui concerne les eaux souterraines.
Art.12. De Regering, die de maatregelenprogramma's vervat in het [1 Waterbeheerplan]1 operationeel maakt :
  1° legt de nodige maatregelen ten uitvoer met de bedoeling de inbreng van verontreinigende stoffen in het grondwater te voorkomen of te beperken en de achteruitgang van de toestand van alle grondwaterlichamen te voorkomen;
  2° beschermt, verbetert en herstelt alle grondwaterlichamen en zorgt voor een evenwicht tussen onttrekking en aanvulling van grondwater, met de bedoeling uiterlijk tegen 22 december 2015 en overeenkomstig de bepalingen van bijlage III een goede grondwatertoestand te bereiken;
  3° legt de nodige maatregelen ten uitvoer met de bedoeling elke significante en aanhoudende stijgende tendens van de concentratie van een verontreinigende stof ten gevolge van menselijke activiteiten om te buigen, teneinde de grondwaterverontreiniging geleidelijk te verminderen;
  4° treft in het algemeen de maatregelen die, in alle andere gevallen, nodig zouden zijn om de concentratie van de verontreinigende stof te verminderen.
  
Art.12. En rendant opérationnels les programmes de mesures prévus dans le [1 Plan de gestion de l'eau]1, le Gouvernement.
  1° met en oeuvre les mesures nécessaires afin de prévenir ou de limiter le rejet de polluants dans les eaux souterraines et afin de prévenir la détérioration de l'état de toutes les masses d'eau souterraines;
  2° protège, améliore et restaure toutes les masses d'eau souterraines, et assure un équilibre entre les captages et le renouvellement des eaux souterraines afin d'obtenir un bon état des masses d'eau souterraines conformément aux dispositions de l'annexe III au plus tard le 22 décembre 2015;
  3° met en oeuvre les mesures nécessaires afin d'inverser toute tendance à la hausse, significative et durable, de la concentration de tout polluant résultant de l'impact de l'activité humaine dans le but de réduire progressivement la pollution des eaux souterraines;
  4° d'une manière générale, prend les mesures qui, dans tous les autres cas, seraient nécessaires pour réduire la concentration de polluant.
  
Onderafdeling III. - Milieudoelstellingen voor de beschermde gebieden.
Sous-section III. - Objectifs environnementaux pour ce qui concerne les zones protégées.
Art.13. De Regering garandeert, voor de beschermde gebieden, de naleving van alle normen en het bereiken van alle doelstellingen uiterlijk tegen 22 december 2015, behoudens strengere bepalingen in de wetgeving op basis waarvan de verschillende beschermde gebieden werden vastgesteld.
Art.13. Le Gouvernement assure, pour les zones protégées, le respect de toutes les normes et de tous les objectifs au plus tard le 22 décembre 2015, sauf disposition plus stricte dans la législation sur la base de laquelle les différentes zones protégées ont été établies.
Afdeling III. - Aanduiding van de kunstmatige of sterk veranderde waterlichamen.
Section III. - Désignation des masses d'eau artificielles ou fortement modifiées.
Art.14. § 1. De Regering mag, op voorstel van [2 Leefmilieu Brussel]2, een oppervlaktewaterlichaam als kunstmatig of sterk veranderd aanmerken indien is voldaan aan de volgende voorwaarden :
  1° de voor het bereiken van een goede ecologische toestand noodzakelijke wijzigingen van de hydromorfologische kenmerken van die lichamen significante negatieve effecten zouden hebben op :
  a) het milieu in bredere zin;
  b) scheepvaart, met inbegrip van havenfaciliteiten, of recreatie;
  c) activiteiten waarvoor water wordt opgeslagen, zoals drinkwatervoorziening, energieopwekking of irrigatie;
  d) waterhuishouding, bescherming tegen overstromingen, afwatering;
  e) andere even belangrijke duurzame activiteiten voor menselijke ontwikkeling;
  2° het nuttige doel dat met de kunstmatige of veranderde aard van het waterlichaam gediend wordt, kan om redenen van technische haalbaarheid of onevenredig hoge kosten redelijkerwijs niet worden bereikt met andere, voor het milieu aanmerkelijk gunstiger middelen.
  § 2. Het [1 Waterbeheerplan]1, vermeldt de oppervlaktewaterlichamen die zijn aangeduid als kunstmatig of sterk veranderd, alsook de redenen voor deze aanduiding.
  
Art.14. § 1er. Le Gouvernement, sur proposition de [2 Bruxelles Environnement]2, peut désigner une masse d'eau de surface comme étant artificielle ou fortement modifiée lorsque les conditions suivantes sont reunies.
  1° les modifications à apporter aux caractéristiques hydromorphologiques de cette masse d'eau pour obtenir un bon état écologique auraient des incidences négatives importantes sur
  a) l'environnement au sens large;
  b) la navigation, y compris les installations portuaires, ou les loisirs;
  c) les activités aux fins desquelles l'eau est stockée, telles que l'approvisionnement en eau potable, la production d'électricité ou l'irrigation;
  d) la régulation des débits, la protection contre les inondations et le drainage des sols;
  e) d'autres activités de développement humain durable tout aussi importantes;
  2° les objectifs bénéfiques poursuivis par les caractéristiques artificielles ou modifiées de la masse d'eau ne peuvent, pour des raisons de faisabilité technique ou de coûts disproportionnés, être atteints raisonnablement par d'autres moyens qui constituent une option environnementale sensiblement meilleure.
  § 2. Le [1 Plan de gestion de l'eau]1 mentionne les masses d'eau de surface désignées comme étant artificielles ou fortement modifiées, ainsi que les motifs de leur désignation.
  
HOOFDSTUK III. - Organisatie van het waterbeleid.
CHAPITRE III. - Organisation de la politique de l'eau.
Afdeling I. - Stroomgebiedsdistrict.
Section Ire. - District hydrographique.
Art.15. Het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest maakt deel uit van het stroomgebied van de Schelde, dat behoort tot het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde.
Art.15. Le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale fait partie du bassin hydrographique de l'Escaut qui est intégré au district hydrographique international de l'Escaut.
Art.16. De Regering neemt deel aan de internationale coördinatie die nodig is voor uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Richtlijn.
  Ze coördineert het waterbeleid in het deel van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde dat gelegen is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art.16. Le Gouvernement participe à la coordination internationale nécessaire à la réalisation des obligations découlant de la Directive.
  Il coordonne la politique de l'eau dans la portion du district hydrographique international de l'Escaut situé sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale.
Afdeling II. - Wateroperatoren voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Section II. - Opérateurs de l'Eau pour la Région de Bruxelles-Capitale.
Art.17. [1 § 1. De volgende openbaredienstopdrachten worden uitgeoefend door de wateroperatoren volgens de volgende verdeling :
   1° de controle van de conformiteit van het water van de Brusselse waterwinningen bestemd voor het openbare waterleidingnet : Vivaqua ;
   2° de productie, de behandeling, de opslag en het transport van drinkwater bestemd voor menselijke consumptie, voor zover het geleverd is of bedoeld is om geleverd te worden door een openbaar distributienet : Vivaqua ;
   3° de distributie van drinkwater bestemd voor menselijke consumptie : Vivaqua ;
   4° het concept, de opzet, de exploitatie en het beheer van de infrastructuren die voor de afwatering en de bufferopslag van het stedelijke afvalwater zorgen, dat hen toevertrouwd wordt door de gemeenten of ontwikkeld door de wateroperator in toepassing van het Waterbeheerplan, met inbegrip van de eventuele nuttige toepassing van dit water : Vivaqua ;
   5° het concept, de opzet, de exploitatie en het beheer van de infrastructuren die voor de afwatering en de bufferopslag van het andere stedelijke afvalwater zorgen dan het water dat in het 4° beoogd wordt, met inbegrip van de eventuele nuttige toepassing van dit water : [2 HYDRIA]2 ;
   6° het concept, de opzet, de exploitatie en het beheer van de infrastructuren die voor de zuivering van het stedelijke afvalwater zorgen : [2 HYDRIA]2.
   § 2. Deze wateroperatoren die aangewezen werden voor de bij paragraaf 1 beoogde opdrachten en die over de nodige rechten beschikken om de installaties te gebruiken, te beheren en te exploiteren, die bestemd zijn voor de aan hen toevertrouwde opdrachten, krijgen exclusieve rechten toegewezen. De uitvoering van deze opdrachten mag niet worden toevertrouwd aan eender welk filiaal dat deze wateroperatoren zouden oprichten. Ze hebben bovendien hebben de verplichting de betroffen bevolking te informeren over de gelopen risico's en over elke maatregel die genomen zou kunnen worden voor de bescherming van het leefmilieu en de gezondheid van de personen tegen de nadelige uitwerking van een verontreiniging van het water bestemd voor menselijke consumptie.
   § 3. Met het oog op de instandhouding van de waterkwaliteit neemt de bij paragraaf 1, 3° bedoelde operator de sanering van het huishoudelijke en niet-huishoudelijke afvalwater voor zijn rekening in functie van de watervolumes die hij in het Gewest verdeelt. De operator kan deze sanering zelf uitvoeren of kan deze aan een derde toevertrouwen via een dienstencontract voor sanering.
   § 4. Na raadpleging van de wateroperatoren kan de Regering de taken preciseren die de wateroperator(en) voor hun rekening nemen met het oog op de uitvoering van zijn/hun openbaredienstopdrachten. Bovendien staat het haar vrij om steunmaatregelen of compensaties aan deze wateroperatoren toe te kennen voor de uitvoering van de in dit artikel toegekende opdrachten.
   § 5. Bij naamsverandering of fusie tussen de operatoren, worden de in paragraaf 1 gespecificeerde opdrachten overgenomen door de entiteit met de nieuwe naam of door de entiteit die door de fusie is ontstaan.
   § 6. De Regering stelt de regels vast voor de controle van de opdrachten waarvoor exclusieve rechten worden verleend.]1

  
Art.17. [1 § 1er. Les missions de service public suivantes sont exercées par les opérateurs de l'eau selon la répartition qui suit :
   1° le contrôle de conformité de l'eau des captages d'eau bruxellois destinés à alimenter le réseau public de distribution : Vivaqua ;
   2° la production, le traitement, le stockage et le transport d'eau potable destinée à la consommation humaine, pour autant qu'elle soit fournie ou destinée à être fournie par le réseau public de distribution : Vivaqua ;
   3° la distribution d'eau potable destinée à la consommation humaine : Vivaqua ;
   4° la conception, l'établissement, l'exploitation et la gestion des infrastructures assurant l'égouttage et le stockage-tampon des eaux résiduaires urbaines qui lui sont confiées par les communes ou développées par l'opérateur de l'eau en application du Plan de gestion de l'eau, en ce compris l'éventuelle valorisation de ces eaux : Vivaqua ;
   5° la conception, l'établissement, l'exploitation et la gestion des infrastructures assurant la collecte et le stockage-tampon des eaux résiduaires urbaines, autres que celles visées au 4°, en ce compris l'éventuelle valorisation de ces eaux : [2 HYDRIA]2 ;
   6° la conception, l'établissement, l'exploitation et la gestion des infrastructures assurant l'épuration des eaux résiduaires urbaines : [2 HYDRIA]2.
   § 2. Ces opérateurs de l'eau désignés pour les missions visées au paragraphe 1er, disposant des droits leur permettant d'utiliser, de gérer et d'exploiter les installations affectées aux missions qui leur sont confiées, se voient octroyer des droits exclusifs. L'exécution de ces missions ne peut être confiée à une quelconque filiale que ces opérateurs de l'eau créeraient. Ils ont en outre l'obligation d'informer la population concernée des risques encourus et de toute mesure susceptible d'être prise pour protéger l'environnement et la santé des personnes des effets néfastes d'une contamination des eaux destinées à la consommation humaine.
   § 3. L'opérateur de l'eau visé au paragraphe 1er, 3° assume, en vue du maintien de la qualité de l'eau, l'assainissement des eaux usées domestiques et non domestiques en fonction des volumes d'eau qu'il distribue dans la Région. L'opérateur peut effectuer cet assainissement lui-même ou le confier à un tiers par le biais d'un contrat de service d'assainissement.
   § 4. Le Gouvernement peut préciser, après consultation des opérateurs de l'eau, les tâches que l(es) opérateur(s) de l'eau assume(nt) en vue de l'exécution de ses (leurs) missions de service public. Il peut en outre consentir des aides ou compensations à ces opérateurs de l'eau pour l'exécution des missions confiées dans le présent article.
   § 5. En cas de changement de nom ou de fusion entre les opérateurs, les missions spécifiées au paragraphe 1er continuent d'être assumées par l'entité nouvellement nommée ou résultant de la fusion.
   § 6. Le Gouvernement arrête les modalités du contrôle des missions pour lesquelles des droits exclusifs sont attribués.]1

  
Art.18. [1 § 1. De Regering kan de wateroperator(en) aanwijzen die belast zal/zullen worden met de realisatie, het beheer en de exploitatie van toekomstige bufferopslagen voor stedelijk afvalwater in overeenstemming met de opdrachten die krachtens artikel 17 aan de wateroperatoren toevertrouwd werden en rekening houdend met de interacties van deze toekomstige bouwwerken met de respectieve bestaande infrastructuren van voormelde operatoren.
   § 2. Overeenkomstig de doelstelling die werd vastgelegd bij artikel 3, 6° wordt het regenwater beheerd in naleving van de volgende beginselen :
   1° elke zowel private als publieke eigenaar is verantwoordelijk voor het beheer van het regenwater op zijn perceel ;
   2° in het openbaar domein ressorteren de inrichtingen voor het beheer van het regenwater onder de bevoegdheid van de beheerder van deze openbare ruimte, ongeacht of het daarbij nu om een weg, een park, een plein, een square, enz. gaat.
   Het beheer omvat de realisatie en het onderhoud van zijn inrichting(en) voor het beheer van het regenwater.
   De Regering voorziet zichzelf van de nodige hulpmiddelen om de concrete implementatie van het geïntegreerde beheer van het regenwater te verzekeren.
   § 3. Een wateroperator kan elke andere opdracht toegewezen krijgen, die de Regering gemachtigd is om hem toe te wijzen krachtens deze ordonnantie.
   § 4. De in dit hoofdstuk bedoelde wateroperatoren kunnen een samenwerkingsverband sluiten, middelen delen, onderling personeel, bouwwerken en/of materieel overdragen en participeren in elkaars vermogen vanuit een streven naar rationalisering en een doeltreffende uitvoering van de openbaredienstopdrachten.]1

  
Art.18. [1 § 1er. Le Gouvernement peut désigner le ou les opérateurs de l'eau en charge de l'établissement, la gestion et l'exploitation de futurs stockages-tampons des eaux résiduaires urbaines dans le respect des missions confiées aux opérateurs de l'eau en vertu de l'article 17 et en tenant compte des interactions de ces futurs ouvrages avec les infrastructures existantes respectives desdits opérateurs.
   § 2. Conformément à l'objectif fixé à l'article 3, 6°, la gestion des eaux pluviales est réalisée dans le respect des principes suivants :
   1° tout propriétaire qu'il soit privé ou public est responsable de la gestion des eaux pluviales sur sa parcelle ;
   2° dans le domaine public, les dispositifs de gestion des eaux pluviales relèvent de la compétence du gestionnaire de cet espace public qu'il s'agisse d'une voirie, d'un parc, d'une place, d'un square,...
   La gestion s'entend de l'aménagement et de l'entretien de son (ses) dispositif(s) de gestion des eaux pluviales.
   Le Gouvernement se dote des outils nécessaires pour assurer la mise en oeuvre concrète de la gestion intégrée des eaux pluviales.
   § 3. Un opérateur de l'eau peut recevoir toute autre délégation de mission que le Gouvernement est habilité à faire par la présente ordonnance.
   § 4. Les opérateurs de l'eau visés dans le présent chapitre peuvent s'associer, mettre en commun des moyens, transférer entre eux du personnel, des ouvrages et/ou du matériel, prendre une participation au capital les uns des autres dans un souci de rationalisation et d'efficacité de réalisation des missions de service public.]1

  
Afdeling III. - Oprichting van de Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer.
Section III. - Création de la Société bruxelloise de Gestion de l'Eau.
Art.19. § 1. [2 De Regering mag een pu-bliekrechtelijke naamloze vennootschap oprichten. Het maatschappelijk kapitaal ervan mag enkel aangelegd worden door publiekrechtelijke rechtspersonen actief in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze vennootschap, voorheen " Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer ", afgekort als BMWB, draagt de naam " HYDRIA ".]2
  § 2. Het Wetboek van vennootschappen en zijn uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op [1 HYDRIA]1, ten anders bepaald in deze ordonnantie omwille van de specificiteit van de opdracht van algemeen nut waarmee zij belast is.
  § 3. De daden van [1 HYDRIA]1 worden geacht daden van koophandel te zijn in de zin van de artikelen 2 en 3 van het Handelswetboek.
  § 4. De statuten van [1 HYDRIA]1 en hun wijzigingen worden ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd. De Regering geeft eveneens haar goedkeuring aan :
  1° de samenstelling van de raad van bestuur en het statuut van zijn leden;
  2° de oprichting van dochterondernemingen en de overdracht van meerderheidsparticipaties.
  § 5. [1 HYDRIA]1 is vrijgesteld van onroerende voorheffing. De maatschappelijke en administratieve zetel worden in het Gewest gevestigd.
  § 6. [1 HYDRIA]1 mag, met het oog op de verwezenlijking van haar maatschappelijk doel, na machtiging, geval per geval, door de Regering, onteigenen, op grond van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte.
  § 7. In artikel 161, 1°, van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt een zesde lid ingevoegd, luidend : "de aktes met betrekking tot onroerende goederen gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die worden aangenomen in naam of ten voordele van de naamloze vennootschap van publiek recht Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer, voor zover deze aktes de verschuldiging van een gewestelijke belasting meebrengen in de zin van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. "
  Artikel 161, 1°, laatste lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, wordt als volgt aangevuld : " en de naamloze vennootschap van publiek recht Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer. ".
  
Art.19. § 1er. [2 Le Gouvernement est autorisé à constituer une société anonyme de droit public. Le capital de celle-ci ne peut être constitué que par des personnes morales de droit public actives en Région de Bruxelles-Capitale. Cette société, anciennement dénommée " Société bruxelloise de Gestion de l'Eau ", en abrégé SBGE, porte le nom " HYDRIA ".]2
  § 2. Le Code des sociétés et ses arrêtés d'exécution sont applicables à [1 HYDRIA]1, sauf dérogation par la présente ordonnance justifiée par la spécificité de la mission d'intérêt général dont elle est chargée.
  § 3. Les actes de [1 HYDRIA]1 sont réputés commerciaux au sens des articles 2 et 3 du Code de commerce.
  § 4. Les statuts de [1 HYDRIA]1 et leurs modifications sont soumis à l'approbation du Gouvernement. Le Gouvernement approuve également
  1° la composition du conseil d'administration et le statut de ses membres;
  2° la création de filiales et la cession de participations majoritaires.
  § 5. [1 HYDRIA]1 est exonérée du précompte immobilier. Le siège social et le siege administratif de la [1 HYDRIA]1 sont établis dans la Région.
  § 6. [1 HYDRIA]1 peut, pour réaliser son objet social, après en avoir été autorisée au cas par cas par le Gouvernement, exproprier sur la base de la loi du 26 juillet 1962 relative à la procédure d'extrême urgence en matière d'expropriation pour cause d'utilité publique.
  § 7. Dans l'article 161, 1° du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe est inséré un alinéa six libellé comme suit : "Les actes relatifs à des biens immobiliers situés sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, passés au nom ou en faveur de la société anonyme de droit public Société bruxelloise de Gestion de l'Eau, pour autant que ces actes emportent débition d'un impôt régional au sens de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions. "
  L'article 161, 1°, dernier alinéa, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, est complété comme suit : " et la société anonyme de droit public Société bruxelloise de Gestion de l'Eau. ".
  
Art.20. [3 HYDRIA]3 heeft [1 als wateroperator]1 als doel :
  - de openbare sanering van het stedelijk afvalwater te verzekeren;
  - opdrachten uit te voeren die de Regering binnen de watersector toewijst en inzonderheid die welke omschreven zijn in de statuten;
  - studies uit te voeren om de haar toegewezen doelstellingen te behalen;
  - te streven naar transparantie en de opname in de waterprijs van de verschillende kosten verbonden aan de sanering van het stedelijk afvalwater;
  [2 - de nuttige toepassing te verzekeren van het gezuiverde water en van de resten afkomstig van het zuiveringsproces ;]2
  - in het algemeen, alle operaties uit te voeren bij middel van alle juridische middelen, om haar statutair doel te bereiken.
  
Art.20. [3 HYDRIA]3 a [1 , en tant qu'opérateur de l'eau,]1 pour objet :
  - d'assurer l'assainissement public des eaux résiduaires urbaines;
  - d'accomplir des missions confiées par le Gouvernement dans le secteur de l'eau et notamment telles que définies dans les statuts;
  - de réaliser des études pour atteindre les objectifs qui lui sont assignés;
  - de concourir à la transparence et à l'internalisation dans le prix de l'eau des différents coûts liés à l'assainissement des eaux résiduaires urbaines;
  [2 - d'assurer la valorisation des eaux épurées et des résidus issus du processus d'épuration ;]2
  - d'une manière générale, de réaliser toute opération généralement quelconque, par tout moyen juridique, pour réaliser son objet.
  
Art.21. In het kader van het nastreven van haar maatschappelijk doel, oefent [2 HYDRIA]2 [1 naast]1 [1 de openbaredienstopdrachten bedoeld bij artikel 17, § 1, de volgende opdrachten uit]1 :
  - [1 ...]1
  - de ontwikkeling van financiële middelen om haar maatschappelijk doel te bereiken, inzonderheid bij middel van haar eigen middelen die ze verkrijgt als tegenprestatie voor de diensten die ze verzekert op het vlak van sanering en bij middel van om het even welke financiële transactie, waaronder leningen;
  - de coördinatie en de tussenkomst bij de uitvoering van werkzaamheden [1 ...]1 inzameling en zuivering van stedelijk afvalwater. De modaliteiten van de tussenkomst worden bepaald door de Regering op voorstel van [2 HYDRIA]2;
  - het ontwerp, de aanleg en de uitbating van een meetnetwerk voor meer bepaald het debiet van de waterlopen en de collectoren alsook van de regenmeting.
  
Art.21. Dans le cadre de la poursuite de son objet social, [2 HYDRIA]2 exerce [1 outre]1 les missions de service public [1 visées à l'article 17, § 1er, les missions]1 suivantes :
  - [1 ...]1
  - le développement de moyens financiers nécessaires pour atteindre son objet social, notamment par les ressources propres qu'elle dégage en contrepartie des services qu'elle assure en matière d'assainissement et par toute opération financière généralement quelconque, notamment l'emprunt;
  - la coordination et l'intervention dans la réalisation de travaux [1 ...]1 de collecte et d'épuration des eaux résiduaires urbaines. Les modalités d'intervention sont arrêtées par le Gouvernement sur proposition de [2 HYDRIA]2;
  - la conception, l'établissement et l'exploitation d'un réseau de mesure notamment des débits des cours d'eau et des collecteurs ainsi que la pluviométrie.
  
Art.22. Het bedrag van het maatschappelijk kapitaal wordt ingeschreven in de statuten van [1 HYDRIA]1.
  Het maatschappelijk kapitaal kan later meermaals verhoogd of verminderd worden. In dat geval moet iedere nieuwe vennoot een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn.
  
Art.22. Le montant du capital social est inscrit dans les statuts de [1 HYDRIA]1.
  Le capital social peut être ultérieurement augmenté ou réduit en une ou plusieurs fois. Dans ce cas, tout nouvel associé devra être une personne morale de droit public.
  
Art.23. De hoedanigheid van bestuurder die zitting heeft in de raad van bestuur [1 ...]1 is onverenigbaar met de uitoefening van een functie die van die aard zou zijn dat zijn onafhankelijkheid in het gedrang zou komen bij het uitoefenen van zijn opdracht binnen [2 HYDRIA]2 en bij de uitvoering van het beheerscontract.
  
Art.23. La qualité d'administrateur siégeant au conseil d'administration [1 ...]1 est incompatible avec l'exercice d'une fonction qui serait de nature à mettre en cause son indépendance dans l'accomplissement de sa mission au sein de [2 HYDRIA]2 et dans l'exécution du contrat de gestion.
  
Afdeling IV. - Beheerscontract.
Section IV. - Contrat de gestion.
Art.24. § 1. De Regering sluit een beheerscontract af met [3 HYDRIA]3.
  § 2. In dat opzicht bevat het tenminste :
  1° de taken die [3 HYDRIA]3 op zich neemt ter vervulling van zijn openbaredienstverplichtingen;
  2° de gedragsregels voor omgang met de gebruikers van de diensten;
  3° de vaststelling, de berekening en de betalingsmodaliteiten van de eventuele toelagen ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die de Regering toekent aan de dekking van de lasten die voor de [1 wateroperator]1 voortvloeien uit zijn openbaredienstverplichtingen, rekening houdend met de kosten en de ontvangsten eigen aan deze taken, en met de door of krachtens de ordonnantie of het beheerscontract opgelegde exploitatievoorwaarden;
  4° de beginselen die gevolgd moeten worden bij de uitwerking van de verschillende documenten die jaarlijks overhandigd moeten worden;
  5° [2 ...]2
  6° de voorwaarden voor de controle, de evaluatie en de herziening van het contract;
  7° de sancties bij niet-naleving door een partij van haar verbintenissen uit hoofde van het beheerscontract;
  8° de elementen van het bedrijfsplan;
  9° de financiële structuur van de onderneming.
  § 3. Artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op het beheerscontract. De partij jegens welke een verbintenis in het beheerscontract niet is uitgevoerd, kan slechts de uitvoering van de verbintenis vorderen alsmede, in voorkomend geval, schadevergoeding, onverminderd de toepassing van eventuele bijzondere sancties bepaald in het beheerscontract.
  
Art.24. § 1er. Le Gouvernement conclut un contrat de gestion avec [3 HYDRIA]3.
  § 2. A ce titre, il contient au moins
  1° les tâches que [3 HYDRIA]3 assume en vue de l'exécution de ses missions de service public;
  2° des règles de conduite vis-à-vis des bénéficiaires de services;
  3° la fixation, le calcul et les modalités de paiement des [2 subsides éventuels]2 à charge du budget général des dépenses de la Région de Bruxelles-Capitale que le Gouvernement affecte à la couverture des charges qui découlent pour l'[1 opérateur de l'eau]1 de ses missions de service public, compte tenu des coûts et recettes propres à ces missions et des conditions d'exploitation imposées par ou en vertu de l'ordonnance, ou par le contrat de gestion;
  4° les principes à suivre en vue de l'élaboration des divers documents à fournir annuellement;
  5° [2 ...]2
  6° les conditions de controle, d'évaluation et de révision du contrat;
  7° les sanctions en cas de non-respect par une partie de ses engagements résultant du contrat de gestion;
  8° les éléments du plan d'entreprise;
  9° la structure financière de l'entreprise.
  § 3. L'article 1184 du Code civil n'est pas applicable au contrat de gestion. La partie envers laquelle une obligation dans le contrat de gestion n'est pas exécutée ne peut poursuivre que l'exécution de l'obligation, et, le cas échéant, demander des dommages et intérêts, sans préjudice de l'application de toute sanction spéciale prévue dans le contrat de gestion.
  
Art.25. § 1. Met naleving van het [1 Waterbeheerplan]1 en het maatregelenprogramma legt de Regering een ontwerp van beheerscontract voor aan [3 HYDRIA]3.
  § 2. Het beheerscontract wordt goedgekeurd door de Regering en door de raad van bestuur.
  § 3. Binnen de maand na haar conclusie maakt de Regering het beheerscontract over aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en publiceert het in het Belgisch Staatsblad.
  § 4. Het beheerscontract wordt afgesloten voor een duur van [2 zes jaar die overeenstemt met de periode die door het Waterbeheerplan gedekt wordt]2. Na de eerste twee jaar van toepassing wordt het geëvalueerd met het doel in voorkomend geval de nodige wijzigingen aan te brengen voor het tweede deel van de geldigheidsduur.
  § 5. Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van een beheerscontract legt de Regering een nieuw ontwerp van contract voor aan [3 HYDRIA]3.
  Indien bij het verstrijken van een beheerscontract geen nieuw contract van kracht is geworden, wordt het bestaande contract van rechtswege en voor een maximale duur van een jaar verlengd tot het nieuwe beheerscontract van kracht wordt. De verlenging wordt door de Regering gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  § 6. In geval van wijziging van het [1 Waterbeheerplan]1 of het maatregelenprogramma kan het beheerscontract worden aangepast op verzoek van elk van de partijen. De aanpassingen worden goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.
  
Art.25. § 1er. Dans le respect du [1 Plan de gestion de l'eau]1 et du programme de mesures, le Gouvernement soumet un projet de contrat de gestion à [3 HYDRIA]3.
  § 2. Le contrat de gestion est approuvé par le Gouvernement et par le conseil d'administration.
  § 3. Dans le mois de sa conclusion, le Gouvernement transmet le contrat de gestion au Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale et le publie au Moniteur belge.
  § 4. Le contrat de gestion est conclu pour une durée de [2 six ans correspondant à la période couverte par le Plan de gestion de l'eau]2. Il fait l'objet d'une évaluation au terme des deux premières années d'application en vue, le cas échéant, d'y apporter les modifications nécessaires pour la seconde partie de sa durée de validité.
  § 5. Au plus tard six mois avant l'expiration d'un contrat de gestion, le Gouvernement soumet à [3 HYDRIA]3 un nouveau projet de contrat.
  Si, a l'expiration d'un contrat de gestion, un nouveau contrat n'est pas entré en vigueur, le contrat existant est prorogé de plein droit jusqu'à l'entrée en vigueur d'un nouveau contrat de gestion, et pendant une durée maximale d'un an. La prorogation est publiée au Moniteur belge par le Gouvernement.
  § 6. En cas de modification du [1 Plan de gestion de l'eau]1 ou du programme de mesures, le contrat de gestion peut faire l'objet d'adaptations, à la demande de chacune des parties. Les adaptations sont approuvées conformément aux dispositions du présent article.
  
Art.26. De Regering is gemachtigd om personeel van haar diensten ter beschikking te stellen van [1 HYDRIA]1, volgens de voorwaarden die door de Regering worden vastgelegd en zonder dat de personeelsleden in hun geldelijke verloning en loopbaan benadeeld worden in vergelijking met hun situatie in de diensten van de Regering vóór hun terbeschikkingstelling. De raad van bestuur bepaalt het organieke personeelskader en het administratieve en geldelijke statuut ervan.
  
Art.26. Le Gouvernement est autorisé à mettre à disposition de [1 HYDRIA]1 du personnel de ses services, suivant les modalités fixées par lui sans que les droits en matière pécuniaire et de carrière de ces agents ne soient défavorablement affectés par rapport à la situation qui est la leur dans les services du Gouvernement avant leur mise à disposition. Le conseil d'administration fixe le cadre organique du personnel ainsi que le statut administratif et pécuniaire de celui-ci.
  
Art.27. De ontbinding van [1 HYDRIA]1 kan enkel uitgesproken worden krachtens een ordonnantie die de manier en de voorwaarden van de vereffening zal regelen.
  
Art.27. La dissolution de [1 HYDRIA]1 ne peut être prononcée qu'en vertu d'une ordonnance qui réglera le mode et les conditions de liquidation.
  
Art.28. Het Gewest kan, middels instemming van de raad van bestuur van [1 HYDRIA]1 en door middel van een Regeringsbesluit, een bijdrage in natura doen aan [1 HYDRIA]1 van goederen die deel uitmaken van het patrimonium van het Gewest.
  
Art.28. La Région peut, moyennant le consentement du conseil d'administration de [1 HYDRIA]1, par le biais d'un arrêté du Gouvernement, faire apport en nature à [1 HYDRIA]1 de biens appartenant au domaine de la Région.
  
Art.29. § 1. [2 HYDRIA]2 is onderworpen aan de controlemechanismen die bepaald zijn in dit artikel.
  § 2. De Regering oefent, bij monde van twee Regeringscommissarissen, controle uit [2 HYDRIA]2.
  De Regeringscommissarissen worden benoemd door de Regering overeenkomstig [1 de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut]1.
  De Regering duidt plaatsvervangers aan voor de eventuele gevallen waarin de Regeringscommissarissen verhinderd zouden zijn.
  § 3. De Regeringscommissarissen zien toe op de naleving van de [1 huidige ordonnantie]1, van het beheerscontract dat werd gesloten krachtens artikel 24 en van het algemeen belang.
  Zij oefenen hun ambt uit in overeenstemming met de modaliteiten en procedures geregeld bij wet van 16 maart 1954 inzake het toezicht op bepaalde openbare instellingen.
  De Regeringscommissarissen brengen regelmatig verslag uit aan de Regering omtrent de werking van [2 HYDRIA]2.
  § 4. De rekeningen van [2 HYDRIA]2 zijn onderworpen aan de controle van het Rekenhof. De rekeningen van de maatschappij worden uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het bedoelde dienstjaar aan het Rekenhof bezorgd.
  Het Rekenhof heeft permanent inzage in de sociale, fiscale, financiële en boekhoudkundige gegevens. Het Hof licht de Regering onverwijld in over anomalieën. Het Hof brengt ook het Parlement daarvan op de hoogte, uit eigen beweging of op diens verzoek.
  Het Rekenhof onderzoekt de wettelijkheid en regelmatigheid van de uitgaven en de ontvangsten en controleert het correcte gebruik van de overheidsgelden. Het Hof controleert of de principes van spaarzaamheid, doeltreffendheid en efficiency gerespecteerd worden.
  Het Rekenhof is ertoe gemachtigd alle stukken en inlichtingen, van welke aard dan ook, over het beheer van de diensten waarmee [2 HYDRIA]2 belast is, op te vragen. Het Hof kan een controle ter plaatse organiseren.
  
Art.29. § 1er. [2 HYDRIA]2 est soumise aux mécanismes de contrôle prévus dans le présent article.
  § 2. Le Gouvernement exerce, à l'intervention de deux commissaires du Gouvernement, le contrôle sur [2 HYDRIA]2.
  Les commissaires du Gouvernement sont nommés par le Gouvernement conformément [1 à la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public]1.
  Le Gouvernement désigne deux suppléants pour les cas d'empêchement éventuels des commissaires du Gouvernement.
  § 3. Les commissaires du Gouvernement veillent au respect de la [1 présente ordonnance]1, du contrat de gestion conclu en vertu de l'article 24 et de l'intérêt général.
  Leur mission s'exerce selon les modalites et procédures organisées par la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public.
  Les commissaires du Gouvernement font régulièrement rapport du fonctionnement de [2 HYDRIA]2 au Gouvernement.
  § 4. Les comptes de [2 HYDRIA]2 sont soumis au contrôle de la Cour des comptes. Les comptes de la société sont transmis à la Cour des comptes au plus tard le 31 mai de l'année suivant l'exercice concerné.
  La Cour des comptes a accès en permanence aux données sociales, fiscales, financières et comptables. Elle informe sans délai le Gouvernement de toute anomalie. Elle en informe également le Parlement, d'initiative ou à la demande de ce dernier.
  La Cour des comptes examine la légalité et la régularité des dépenses et des recettes et contrôle le bon emploi des deniers publics; elle s'assure du respect des principes d'économie, d'efficacité et d'efficience.
  La Cour des comptes est habilitée à se faire communiquer tous documents et renseignements, de quelque nature que ce soit, relatifs à la gestion des services confiés à [2 HYDRIA]2. Elle peut organiser un contrôle sur place.
  
Art.29bis. [1 Artikel 154 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eveneens van toepassing op HYDRIA.]1
  
Art.29bis. [1 L'article 154 de l'ordonnance portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale est également d'application à HYDRIA.]1
  
Art.30. § 1. [2 HYDRIA]2 brengt elk jaar, binnen de twee maanden die volgen op haar statutaire algemene vergadering, verslag uit aan de Regering over de uitvoering van haar openbaredienstverplichtingen.
  § 2. [1 ...]1
  § 3. De Regering dient dit verslag in bij het Brussels Hoofdstedelijk Parlement uiterlijk een maand na de ontvangst ervan.
  
Art.30. § 1er. Chaque année, dans les deux mois suivant la date de son assemblée générale statutaire, [2 HYDRIA]2 fait rapport au Gouvernement de l'accomplissement de ses missions de service public.
  § 2. [1 ...]1
  § 3. Le Gouvernement communique ce rapport au Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale au plus tard un mois après sa réception.
  
HOOFDSTUK IV. - Instrumenten van het waterbeleid.
CHAPITRE IV. - Instruments de la politique de l'eau.
Afdeling I. - Kenmerken van het Brussels stroomgebiedsdistrict, studie van de milieueffecten van menselijke activiteiten en economische analyse van het watergebruik.
Section Ire. - Caractéristiques du district hydrographique bruxellois, étude des incidences de l'activité humaine sur l'environnement et analyse économique de l'utilisation de l'eau.
Art.31. § 1. Voor het gedeelte van het internationaal stroomgebiedsdistrict dat gelegen is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voert de Regering, die [2 Leefmilieu Brussel]2 hiervoor de opdracht kan geven, overeenkomstig de technische specificaties in bijlagen I en II, het volgende uit :
  1° een analyse van diens kenmerken;
  2° een studie van de effecten van menselijke activiteiten op de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater;
  3° een economische analyse van het watergebruik.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde analyses en studies worden uitgevoerd uiterlijk op 22 december 2004. Ze worden opnieuw bestudeerd en, indien nodig, bijgewerkt uiterlijk op 22 december 2013 en vervolgens om de zes jaar.
  [1 § 3. De Regering is gemachtigd om, overeenkomstig de krachtens artikel 17 aan de wateroperatoren toevertrouwde opdrachten en in overleg met hen, alle nodige maatregelen te treffen teneinde de overstromingsrisico's te evalueren en te beheren.]1
  
Art.31. § 1er. Pour la portion du district hydrographique international située sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, le Gouvernement, qui peut accorder une délégation à [2 Bruxelles Environnement]2 pour cela, effectue, conformément aux spécifications techniques énoncées aux annexes Ire et II :
  1° une analyse de ses caractéristiques;
  2° une étude des incidences de l'activité humaine sur l'état des eaux de surface et des eaux souterraines;
  3° une analyse économique de l'utilisation de l'eau.
  § 2. Les analyses et études visées au paragraphe [1 1er]1 sont achevées au plus tard le 22 décembre 2004. Elles sont réexaminées et, si nécessaire, mises à jour au plus tard le 22 décembre 2013 et, par la suite, tous les six ans.
  [1 § 3. Le Gouvernement est habilité, dans le respect des missions confiées aux opérateurs de l'eau en vertu de l'article 17 et en concertation avec ceux-ci, à prendre toutes les dispositions nécessaires visant à évaluer et gérer les risques d'inondation.]1
  
Afdeling II. - Register van de beschermde gebieden.
Section II. - Registre des zones protégées.
Art.32. De Regering stelt, op voorstel van [2 Leefmilieu Brussel]2, voor het gedeelte van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde dat gelegen is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, een register op van de gebieden die zijn aangewezen als bijzondere bescherming behoevend in het kader van de specifieke wetgeving om hun oppervlakte- of grondwater te beschermen of voor het behoud van habitats en rechtstreeks van water afhankelijke soorten.
  Dit register geeft een overzicht van ten minste de volgende beschermde gebieden
  1° de oppervlakte- en grondwaterlichamen binnen het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die dagelijks meer dan 10 m3 leveren of meer dan vijftig personen bedienen en die zijn aangeduid voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water alsmede de voor dat toekomstig gebruik bestemde grond- en oppervlaktewaterlichamen, met inbegrip van de beschermde gebieden voor deze grond- en oppervlaktewaterlichamen;
  2° de beschermingsgebieden van in het water levende soorten die belangrijk zijn vanuit economisch oogpunt;
  3° de waterlichamen die zijn [1 die de Regering gemachtigd is om aan te duiden]1 als recreatie- of zwemwater;
  4° de gevoelige gebieden aangeduid door Richtlijn 91/271 van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater;
  5° de kwetsbare gebieden bedoeld door Richtlijn 91/676/EEG van 12 december 1991 inzake de bescherming van water
  tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen;
  6° De gebieden van grote biologische waarde [1 zoals bedoeld door artikel 20 van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud en de groengebieden met hoogbiologische waarden opgenomen in het Gewestelijk Bestemmingsplan ;]1
  7° [1 de natuur- en bosreservaten alsook de gebieden die zijn geïdentificeerd en aangeduid als speciale instandhoudingszones of speciale beschermingszones krachtens de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud.]1
  
Art.32. Le Gouvernement arrête, sur proposition de [2 Bruxelles Environnement]2, pour la portion du district hydrographique international de l'Escaut située sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, un registre des zones désignees comme nécessitant une protection spéciale dans le cadre de la législation spécifique concernant la protection des eaux de surface et des eaux souterraines ou la conservation des habitats et des espèces directement dépendants de l'eau.
  Ce registre répertorie au moins les zones protégées suivantes :
  1° les masses d'eau de surface et souterraines à l'intérieur du territoire de la Région de Bruxelles-Capitale fournissant quotidiennement plus de 10 m3 ou desservant plus de cinquante personnes et qui sont désignées pour le captage d'eau destinée à la consommation humaine et les masses d'eau de surface et souterraines destinées à cette utilisation future, y compris les zones protégées pour ces masses d'eau de surface et souterraines;
  2° les zones de protection d'espèces aquatiques importantes du point de vue économique;
  3° les masses d'eau [1 que le Gouvernement est habilité à désigner]1 en tant qu'eaux de plaisance ou de baignade;
  4° les zones sensibles visées par la Directive 91/271 du 21 mai 1991 en matière de traitement des eaux urbaines résiduaires;
  5° les zones vulnérables visées par la Directive 91/676/CEE du 12 décembre 1991 en matière de protection des eaux
  contre la pollution par nitrates provenant de sources agricoles;
  6° les sites de haute valeur biologique [1 tels que visés par l'article 20 de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature et les zones vertes de haute valeur biologique reprises dans le Plan régional d'affectation du sol ;]1
  7° [1 les réserves naturelles et forestières ainsi que les sites identifiés et désignés comme zones spéciales de conservation ou zones de protection spéciale en vertu de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature.]1
  
Art.33. Het register van de beschermde gebieden wordt opnieuw bestudeerd en eventueel bijgewerkt bij elke bijwerking van het [1 Waterbeheerplan]1.
  
Art.33. Le registre des zones protégées est réexaminé et éventuellement mis à jour à l'occasion de chaque mise a jour du [1 Plan de gestion de l'eau]1.
  
Art.34. Het register van de beschermde gebieden omvat tenminste kaarten waarop de ligging van elke beschermd gebied wordt vermeld, alsook een beschrijving van de communautaire en Brusselse wetgeving krachtens dewelke ze n aangeduid.
Art.34. Le registre des zones protégées comprend au moins des cartes sur lesquelles la situation de chaque zone protégee est indiquée ainsi que la mention de la législation communautaire et bruxelloise sur la base desquelles elles ont été instaurées comme zones protégées.
Art.35. De Regering kan gedetailleerde regels vastleggen voor de inhoud, de opstelling en de actualisering van het register.
Art.35. Le Gouvernement peut fixer les règles détaillées relatives au contenu, à l'établissement et à l'actualisation du registre.
Afdeling III. [1 - Voor menselijke consumptie bestemd water en tweedecircuitwater]1
Section III. [1 - Eau destinée à la consommation humaine et eaux de deuxième circuit]1
Art.36. § 1. De Regering inventariseert binnen het gedeelte van het internationaal stroomgebiedsdistrict dat op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt :
  1° alle waterlichamen die voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water worden gebruikt en dagelijks gemiddeld meer dan 10 m3 water leveren of meer dan 50 personen bedienen;
  2° de voor dat toekomstig gebruik bestemde waterlichamen.
  De Regering monitort, overeenkomstig bijlage III, de waterlichamen die, overeenkomstig deze bijlage, gemiddeld meer dan 100 m3 per dag leveren.
  § 2. Voor elk overeenkomstig paragraaf 1 aangewezen waterlichaam draagt de Regering er zorg voor
  1° dat het in aanmerking genomen waterlichaam voldoet aan de doelstellingen van artikel 9 tot 13 overeenkomstig de voorschriften van deze ordonnantie voor de oppervlaktewaterlichamen, met inbegrip van de op communautair niveau vastgestelde kwaliteitsnormen;
  2° dat het met de toegepaste waterbehandelingsmethode verkregen water voldoet aan de eisen van Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water.
  § 3. De Regering draagt zorg voor de nodige bescherming van de aangewezen waterlichamen met de bedoeling de achteruitgang van de kwaliteit daarvan te voorkomen, teneinde het niveau van zuivering dat voor de productie van drinkwater is vereist te verlagen.
  § 4. [1 Iedere zelfproducent van water of elke gebruiker van tweedecircuitwater neemt, met het oog op het behoud van de waterkwaliteit, de sanering van het afvalwater waar volgens het volume water dat hij zelf geproduceerd heeft in het Gewest of het volume tweedecircuitwater dat hem bezorgd werd. Hij wordt geacht voor voormeld volumes een beroep te doen op de diensten die instaan voor de openbare afvalwatersanering. Hij kan deze sanering echter ook zelf uitvoeren mits naleving van de maatregelen die krachtens artikel 40/1 van deze ordonnantie getroffen werden en het verkrijgen van een milieuvergunning die de voorwaarden voor deze autonome sanering vastlegt.]1
  [2 § 5. De Regering is gemachtigd om de maatregelen te treffen die ze nodig acht om de waterhulpbronnen te beschermen in geval van droogte.]2
  
Art.36. § 1er. Le Gouvernement recense, dans la portion du district hydrographique international située sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale.
  1° toutes les masses d'eau utilisées pour le captage d'eau destinée à la consommation humaine fournissant en moyenne plus de 10 m3 par jour ou desservant plus de 50 personnes;
  2° les masses d'eau destinées, dans le futur, à un tel usage.
  Le Gouvernement surveille, conformément à l'annexe III, les masses d'eau qui, conformément à celle-ci, fournissent en moyenne plus de 100 m'par jour.
  § 2. Pour chaque masse d'eau recensée en application du paragraphe 1er, le Gouvernement vérifie :
  1° que la masse d'eau considérée répond aux objectifs des articles 9 à 13 conformément aux exigences de la présente ordonnance pour les masses d'eau de surface, y compris les normes de qualité établies au niveau communautaire;
  2° que, dans le régime prévu pour le traitement des eaux, l'eau obtenue satisfait aux exigences de la Directive 98/83/CE du Conseil du 3 novembre 1998 relative à la qualité des eaux destinées à la consommation humaine.
  § 3. Le Gouvernement assure la protection nécessaire des masses d'eau recensées afin de prévenir la détérioration de leur qualité et de manière à réduire le degré de traitement de purification nécessaire à la production d'eau potable.
  § 4. [1 Tout auto-producteur d'eau ou tout utilisateur d'eau de deuxième circuit assume, en vue du maintien de la qualité de l'eau, l'assainissement des eaux usées, en fonction des volumes autoproduits par lui dans la Région ou des volumes d'eau de second circuit qui lui auront été fournis. Il est présumé recourir aux services de l'assainissement public pour les volumes précités. Il peut néanmoins effectuer cet assainissement lui-même moyennant le respect des mesures prises en vertu de l'article 40/1 de la présente ordonnance et de l'obtention d'un permis d'environnement fixant les conditions de cet assainissement autonome.]1
  [2 § 5. Le Gouvernement est habilité à prendre les mesures qu'il juge nécessaires pour préserver les ressources en eau en cas de sécheresse.]2
  
Art. 36/1. [1 § 1. De voorziening, behandeling en distributie van het voor menselijke consumptie bestemd water dient te voldoen aan de regels bepaald door de Regering.
   § 2. De Regering hanteert een risicogebaseerde benadering die het gehele watervoorzieningssysteem omvat, van het onttrekkingsgebied tot aan het punt waarop aan de parameterwaarden wordt voldaan, met inbegrip van de onttrekking, behandeling, opslag en distributie van voor menselijke consumptie bestemd water. Ze kan eveneens regels vastleggen met betrekking op het huishoudelijk leidingnet en de behandelingschemicaliën en filtermaterialen die in contact komen met het voor menselijke consumptie bestemd water.
   § 3. In het kader van haar machtiging bedoeld in paragraaf 2, respecteert de Regering de volgende principes die de waterleveranciers verplichten om:
   1° de risicobeoordeling en het risicobeheer van het watervoorzieningssysteem uit te voeren;
   2° een risicobeoordeling van de onttrekkingsgebieden voor de onttrekkingspunten van voor menselijke consumptie bestemd water met inbegrip van hun beschermingszones, uit te voeren;
   3° een werkgroep bestaande uit de beheerders van de percelen die gelegen zijn in de onttrekkingsgebieden en de betrokken instanties in de onttrekkingsgebieden, voor zover deze te identificeren zijn, bijeen te roepen om met gezamenlijk akkoord een risicobeheerplan op te stellen dat de nodige risicobeheersmaatregelen bevat ter preventie en ter beheersing van de geïdentificeerde risico's in het kader van de risicobeoordeling bedoeld in 2° ;
   4° een algemene analyse van de potentiële risico's in verband met huishoudelijke leidingnetten en de daarmee samenhangende producten en materialen uit te voeren. Deze algemene analyse houdt geen analyse van de individuele eigendommen in.
   § 4. Op plaatsen waar tijdens de in paragraaf 3, 4° bedoelde algemene analyse van de potentiële risico's in verband met huishoudelijke leidingnetten en de daarmee samenhangende producten en materialen, specifieke risico's voor de waterkwaliteit en de gezondheid van de mens werden geïdentificeerd, staat de eigenaar van het huishoudelijk leidingnet in voor de monitoring van de door de Regering bepaalde parameters en het beheer van de specifieke risico's die worden vastgesteld tijdens de algemene analyse bedoeld in paragraaf 3, 4°.
   § 5. De Regering verduidelijkt:
   1° de bijeenroepingsmodaliteiten en de modaliteiten voor het opstellen en uitvoeren van het risicobeheerplan vermeld in paragraaf 3, 3° ;
   2° de parameters van de algemene analyse van de potentiële risico's in verband met huishoudelijke leidingnetten vermeld in paragraaf 3, 4° ;
   3° de modaliteiten met betrekking tot het beheer van de specifieke risico's vermeld in paragraaf 4;
   4° de uitvoeringsmodaliteiten van de monitoring.]1

  
Art. 36/1. [1 § 1er. L'approvisionnement, le traitement et la distribution des eaux destinées à la consommation humaine doivent répondre aux règles fixées par le Gouvernement.
   § 2. Le Gouvernement applique une approche fondée sur les risques qui englobe toute la chaîne d'approvisionnement depuis la zone de captage jusqu'au point de conformité, en passant par le prélèvement, le traitement, le stockage et la distribution des eaux destinées à la consommation humaine. Il peut aussi déterminer des règles sur l'installation privée de distribution ainsi que sur les produits chimiques de traitement et les médias filtrants qui entrent en contact avec les eaux destinées à la consommation humaine.
   § 3. Dans le cadre de son habilitation visée au paragraphe 2, le Gouvernement respecte les principes suivants lesquels les fournisseurs d'eau sont tenus:
   1° d'effectuer l'évaluation et la gestion des risques liés au système d'approvisionnement d'eau;
   2° d'effectuer une évaluation des risques liés aux zones de captage pour les points de prélèvement d'eaux destinées à la consommation humaine en ce compris leurs zones de protection;
   3° de convoquer un groupe de travail composé des gestionnaires des parcelles situées dans les zones de captages et les instances impliquées dans les zones de captages, pour autant que ces personnes soient identifiables, afin d'établir de commun accord un plan de gestion des risques qui comprend les mesures de gestion des risques nécessaires à la prévention et à la maîtrise des risques identifiés dans le cadre de l'évaluation des risques visée au 2° ;
   4° de réaliser une analyse générale des risques potentiels associés à des installations privées de distribution, ainsi qu'à des produits et matériaux y afférents. Cette analyse générale ne contient pas d'analyse des propriétés individuelles.
   § 4. Dans les endroits où des risques particuliers pour la qualité de l'eau et la santé humaine ont été identifiés au cours de l'analyse générale visée au paragraphe 3, 4°, relative aux risques potentiels associés à des installations privées de distribution, ainsi qu'à des produits et matériaux y afférents, le propriétaire de l'installation privée de distribution est responsable de la surveillance des paramètres fixés par le Gouvernement et de la gestion des risques particuliers identifiés au cours de l'analyse générale visée au paragraphe 3, 4°.
   § 5. Le Gouvernement précise:
   1° les modalités de convocation, d'établissement et d'exécution du plan de gestion des risques mentionné au paragraphe 3, 3° ;
   2° les paramètres relevant de l'analyse générale des risques potentiels associés à des installations privées de distribution mentionnée au paragraphe 3, 4° ;
   3° les modalités relatives à la gestion des risques particuliers mentionnée au paragraphe 4;
   4° les modalités d'exécution du monitoring.]1

  
Art. 36/2. [1 De Regering kan specifieke normen vastleggen voor het tweedecircuitwater in functie van het gebruik dat men ervan wil maken, dit met het oog op de bescherming van zowel de uiteindelijke gebruiker als van het ontvangende milieu van dit water.]1
  
Art. 36/2. [1 Le Gouvernement peut fixer des normes spécifiques aux eaux de deuxième circuit en fonction de leur usage, visant à préserver tant l'utilisateur final que le milieu récepteur de ces eaux.]1
  
Afdeling IV. - Monitoring van de oppervlaktewatertoestand, de grondwatertoestand en de beschermde gebieden.
Section IV. - Surveillance de l'état des eaux de surface, des eaux souterraines et des zones protégées.
Art.37. § 1. De Regering, die [1 Leefmilieu Brussel]1 hiervoor kan aanstellen, stelt overeenkomstig de vereisten van bijlage III programma's op voor de monitoring van de watertoestand, teneinde een samenhangend totaalbeeld te krijgen van de watertoestand binnen het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde.
  § 2. Wat het oppervlaktewater betreft, hebben de onder paragraaf 1 bedoelde programma's betrekking op :
  1° volume en niveau of snelheid van stroming, voorzover van belang voor de ecologische en chemische toestand en het ecologische potentieel, en
  2° ecologische en chemische toestand en ecologisch potentieel.
  § 3. Wat het grondwater betreft, hebben de in paragraaf 1 bedoelde programma's betrekking op de monitoring van de chemische en kwantitatieve toestand.
  § 4. Wat de beschermde gebieden betreft, worden de in paragraaf 1 bedoelde programma's aangevuld met de specificaties in de communautaire wetgeving krachtens welke de afzonderlijke beschermde gebieden zijn ingesteld.
  § 5. De in paragraaf 1 bedoelde programma's treden ten laatste op 22 december 2006 in voege.
  
Art.37. § 1er. Le Gouvernement, qui peut accorder une délégation à [1 Bruxelles Environnement]1, établit, conformément aux exigences de l'annexe III, des programmes de surveillance de l'etat des eaux afin de dresser un tableau cohérent et complet de l'état des eaux au sein du district hydrographique international de l'Escaut.
  § 2. Pour ce qui concerne les eaux de surface, les programmes visés au paragraphe 1er portent sur
  1° le volume et le niveau ou le débit dans la mesure pertinente pour l'état écologique et chimique et le potentiel écologique, et
  2° l'etat écologique et chimique et le potentiel écologique.
  § 3. Pour ce qui concerne les eaux souterraines, les programmes visés au paragraphe 1er portent sur la surveillance de l'état chimique et quantitatif.
  § 4. Pour ce qui concerne les zones protégées, les programmes visés au paragraphe 1er sont complétés par les spécifications contenues dans la législation communautaire sur la base de laquelle une zone protégée a été établie.
  § 5. Les programmes vises au paragraphe 1er sont opérationnels au plus tard le 22 décembre 2006.
  
Afdeling V. - Kostenterugwinning voor de waterdiensten.
Section V. - Récupération des coûts des services liés à l'utilisation de l'eau.
Art.38. [1 § 1er. Onverminderd artikelen 39 en 39/1, rust de Regering zich uit met de nodige instrumenten om de reële kostprijs van het water te bepalen, met andere woorden de totaliteit van de kosten van de waterdiensten, met inbegrip van de kosten voor het leefmilieu en de natuurlijke rijkdommen, ten einde rekening te kunnen houden met het beginsel van terugwinning van de kosten. Te dien einde, stelt zij onder andere de vaststellings- en inwinningsmodaliteiten vast van de reële kostprijs van het water, waarbij rekening wordt gehouden met de beginselen die in dit artikel worden opgesomd.
   De kosten van waterdiensten omvatten onder andere de kosten van volgende activiteiten :
   - de bescherming van waterwinningen bestemd voor menselijke consumptie;
   - de productiekosten van het voor menselijke consumptie bestemd water, met inbegrip van de winning, de opslag, de eventuele opstuwing en de behandeling;
   - de distributiekosten van het voor menselijke consumptie bestemd water;
   - de opvang van afvalwater;
   - de zuivering van afvalwater.
   § 2. [3 De reële kostprijs van het watergebruik wordt volledig gedekt door twee bronnen van financiering : enerzijds een privéfinanciering via de prijs van het water en de heffingen die gefactureerd worden aan de eindgebruikers en anderzijds een overheidsfinanciering via een financiële participatie van het Gewest.]3
   § 3. [3 De criteria en tariferingsbeginselen die van toepassing zijn op waterdiensten omvatten ten minste de volgende elementen :
   - de verschillende economische sectoren, opgesplitst volgens ten minste de huishoudelijke sector en de sectoren die niet-huishoudelijk afvalwater lozen, dragen op gedifferentieerde wijze bij tot de kosten van de waterdiensten, met naleving van het beginsel dat de vervuiler betaalt ;
   - de prijsstructuur van het water moet aan iedereen de toegang verzekeren tot het water dat nodig is voor de gezondheid, de hygiëne, en de menselijke waardigheid en moet, bijgevolg, in sociale maatregelen voorzien ;
   - de tariefstructuur spoort de eindgebruikers aan om zich op een milieubewuste manier te gedragen, dat wil zeggen om op een doeltreffende en spaarzame manier gebruik te maken van de hulpbronnen teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van voorliggende ordonnantie ;
   - [6 ...]6
   - de prijs en kostprijs van het water mogen geen onderscheid maken op basis van de geografische ligging van de eindgebruikers.]3

   § 4. [5 ...]5
   § 5. [5 ...]5
   § 6. [5 ...]5
   § 7. [5 ...]5
  
Art.38. [1 § 1er. Sans préjudice des articles 39 et 39/1, le Gouvernement se dote des outils nécessaires pour déterminer le coût-vérité de l'eau, c'est-à-dire la totalité des coûts des services liés à l'utilisation de l'eau, en ce compris les coûts pour l'environnement et les ressources, en vue de permettre la prise en compte du principe de récupération des coûts. A cet effet, il fixe entre autres les modalités d'établissement et de récupération du coût-vérité en tenant compte des principes énoncés dans le présent article.
   Les coûts des services liés à l'utilisation de l'eau comprennent notamment le coût des activités suivantes :
   - la protection des captages d'eau destinée à la consommation humaine;
   - la production d'eau destinée à la consommation humaine, incluant le captage, le stockage, l'endiguement éventuel et le traitement;
   - la distribution d'eau destinée à la consommation humaine;
   - la collecte des eaux usées;
   - l'épuration des eaux usées.
   § 2. [3 Le coût-vérité de l'utilisation de l'eau est couvert totalement par deux sources de financement : d'une part, le financement privé à travers le prix de l'eau et les redevances facturés aux usagers finaux et, d'autre part, le financement public à travers une participation financière de la Région.]3
   § 3. [3 Les critères et principes de tarification applicables au financement des services liés à l'utilisation de l'eau comprennent au moins les éléments suivants :
   - les différents secteurs économiques, décomposés en distinguant au moins les secteurs domestique et ceux rejetant des eaux usées non domestiques, contribuent à la récupération des coûts des services liés à l'utilisation de l'eau dans le respect du principe du pollueur-payeur ;
   - la structure du prix de l'eau doit garantir l'accès de tous à l'eau nécessaire à la santé, à l'hygiène et à la dignité humaine et doit, en conséquence, prévoir des mesures sociales ;
   - la structure tarifaire incite les usagers finaux à un comportement écologique, c'est-à-dire une utilisation des ressources de façon efficace et économe afin de contribuer à la réalisation des objectifs environnementaux de la présente ordonnance ;
   - [6 ...]6
   - le prix et le coût de l'eau ne peuvent pas faire de distinction géographique sur la base de la situation géographique des usagers finaux.]3

   § 4. [5 ...]5
   § 5. [5 ...]5
   § 6. [5 ...]5
   § 7. [5 ...]5
  
Afdeling VI. [1 - Sociale en internationale solidariteitsmaatregelen]1
Section VI. [1 - Mesures sociales et de solidarité internationale]1
Art. 38/1. [1 § 1. In de loop van een gegeven kalenderjaar wordt een sociale tegemoetkoming toegekend aan elke watergebruiker die, op 1 januari van dat jaar, zelf geniet of van wie een lid van zijn huishouden geniet van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming voor geneeskundige verzorging in de zin van artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994.
   De sociale tegemoetkoming bestaat uit een bedrag dat wordt berekend op basis van een vast deel per huishouden en een variabel deel dat afhangt van het aantal personen waaruit dat huishouden bestaat zoals vermeld in het Rijksregister op 1 januari van het betreffende jaar. Elke wijziging in de samenstelling van het huishouden van de begunstigde gebruikers in de loop van het jaar wordt door de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, pas in aanmerking genomen vanaf 1 januari van het volgende kalenderjaar, op basis van een opzoeking in het Rijksregister dat jaarlijks door de wateroperator wordt bijgewerkt.
   Het overeenkomstig het tweede lid berekende bedrag wordt ofwel rechtstreeks afgetrokken van een driemaandelijkse voorschotfactuur of van de eindafrekening die jaarlijks door de in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde wateroperator wordt opgesteld voor de gebruikers die over een geïndividualiseerde meter beschikken die eigen is aan het huishouden, ofwel door die wateroperator gestort op de bankrekening van de gebruikers waarvan het verbruik collectief wordt berekend.
   Na advies van Brugel beslist de Regering over de bedragen en de modaliteiten van de berekening, de storting en de financiering van deze sociale tegemoetkoming.
   De informatie dat een gebruiker de in het eerste lid bedoelde verhoogde verzekeringstegemoetkoming voor ge-neeskundige verzorging geniet, maakt het voorwerp uit van een automatische gegevensuitwisseling, op basis van het Rijksregisternummer, tussen de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, of elke derde door hem aangeduid om de verwerking van deze gegevens te verzorgen. De verwerking van de uitgewisselde persoonsgegevens gebeurt met inachtneming van de bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens en na advies van de kamer " Sociale zekerheid en Gezondheid " van het Informatieveiligheidscomité overeenkomstig artikel 15 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid. De verwerking van die gegevens vindt uitsluitend plaats ten behoeve van de toepassing van de in deze paragraaf bedoelde sociale tegemoetkoming en de gegevens worden bewaard gedurende de periode die voor dit doel noodzakelijk is, met een maximum van vijf jaar.
   De watergebruiker die de verhoogde verzekeringstegemoetkoming voor geneeskundige verzorging geniet op 1 januari van een gegeven jaar, maar aan wie niet automatisch de sociale tegemoetkoming wordt toegekend ten gevolge van de verwerking van de overeenkomstig het vijfde lid uitgewisselde gegevens, kan een schriftelijk verzoek indienen om deze tegemoetkoming te verkrijgen.
   Het schriftelijke verzoek wordt vergezeld van een attest van het ziekenfonds van de gebruiker of van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering waaruit blijkt dat de gebruiker recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming voor geneeskundige verzorging. Hij dient dit verzoek in bij de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, ten laatste op 31 december van het jaar waarin hij de tegemoetkoming had moeten genieten, op straffe van verval van dit recht voor dat jaar.
   Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze maatregel stelt de Regering een evaluatie op van de uitvoering van de sociale tegemoetkoming.
   § 2. Elke gebruiker die moeilijkheden ondervindt om zijn waterfactuur te betalen, heeft het recht om van de bij artikel 17, § 1, 3°, beoogde wateroperator een gestandaardiseerd afbetalingsplan te verkrijgen.
   De voormelde operator mag een verzoek om een betalingsplan voor een periode van ten hoogste 12 maanden in geval van normaal verbruik, of voor ten hoogste 60 maandelijkse termijnen in geval van sterk oververbruik niet weigeren. De gebruiker specificeert de terugbetalingstermijn in zijn verzoek, waarover de operator binnen 10 werkdagen beslist. De afbetalingstermijn gaat in op de vijftiende dag na de kennisgeving door de genoemde operator van de beslissing tot toekenning aan de gebruiker.
   Indien de gebruiker, gelet op zijn financiële toestand, niet in staat is zijn schuld in het kader van het in paragraaf 1 bedoelde gestandaardiseerde afbetalingsplan af te lossen, kan hij de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, verzoeken een langer redelijk afbetalingsplan op te stellen, met een maximum van 18 maanden bij een normaal verbruik.
   De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, beslist binnen een termijn van 10 werkdagen over elk verzoek om een redelijk afbetalingsplan. Dit afbetalingsplan treedt in werking 30 kalenderdagen na de beslissing van de operator.
   Een dergelijk verzoek kan ook ingediend worden via het OCMW van de gemeente waar de gebruiker zijn woonplaats heeft gekozen of via een erkende schuldbemiddelingsdienst. De Regering kan de lijst van die tussenpersonen via wie gebruikers een redelijk afbetalingsplan kunnen aanvragen, uitbreiden.
   Het verzoek van de watergebruiker tot het afsluiten van een redelijk afbetalingsplan kan op elk ogenblik worden ingediend vóór elke dagvaarding voor de rechtbank die leidt tot een gerechtelijke invorderingsprocedure. Een verzoek om een redelijk afbetalingsplan kan worden ingediend via een OCMW of een erkende schuldbemiddelingsdienst totdat er een datum van hoorzitting is vastgelegd in het kader van de procedure waarnaar hierboven wordt verwezen en schorst de procedure om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen.
   De redelijkheid van het voorgestelde afbetalingsplan, in het bijzonder wat de duur en het bedrag van de gefaseerde betalingen betreft, wordt beoordeeld op basis van het evenwicht dat daarin wordt gevonden tussen het belang van de bij artikel 17, § 1, 3°, bedoelde operator om de terugbetaling van zijn schuldvordering binnen een redelijke termijn te verkrijgen en het belang van de gebruiker om de schuld binnen een bij zijn financiële situatie passende termijn af te lossen. Een afbetalingsplan is niet redelijk indien het de mogelijkheid van de gebruiker en zijn huishouden om een menswaardig leven te leiden, aantast.
   De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, kan de toekenning van een redelijk afbetalingsplan enkel weigeren indien meer dan drie termijnen van een eerder toegekend afbetalingsplan niet werden betaald en de onderliggende factuur waarop het genoemde afbetalingsplan betrekking heeft, ook al is het maar gedeeltelijk, onbetaald blijft. Dit weigeringsmotief kan echter niet worden ingeroepen indien het verzoek om een afbetalingsplan wordt ingediend via een OCMW of een erkende schuldbemiddelingsdienst.
   De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, kan een redelijk afbetalingsplan enkel beëindigen in geval van niet-betaling door de gebruiker van drie termijnen en na hem een ingebrekestelling te hebben toegezonden.
   Elke al dan niet gecumuleerde overmatige schuld die een gebruiker niet kan dragen in het kader van het redelijke afbetalingsplan dat hij heeft aangevraagd bij de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, komt ten laste van het in paragraaf 4 bedoelde mechanisme voor sociale solidariteit, onder voorbehoud van een gunstige beslissing van het OCMW van de gemeente waar de gebruiker is gedomicilieerd.
   Telkens wanneer de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, van de gebruiker de betaling van een jaarlijkse of tussentijdse factuur eist, moet hij hem schriftelijk meedelen dat hij een gestandaardiseerd afbetalingsplan als bedoeld in het eerste lid kan verkrijgen of de wateroperator om een langer redelijk afbetalingsplan kan vragen, hetzij rechtstreeks, hetzij met de hulp van het OCMW van zijn gemeente of van een erkende schuldbemiddelingsdienst.
   Een gebruiker die een afbetalingsplan geniet, kan de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, te allen tijde verzoeken om een volledige gedetailleerde afrekening van zijn schuld(en).
   De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, garandeert een hoge mate van bescherming voor de watergebruiker, inzonderheid wat betreft de algemene informatie, de mechanismen voor het beslechten van geschillen, de onbetaalde schulden en, algemeen, blijft het centrale contactpunt om te onderhandelen over afbetalingsplannen, behalve in geval van overdracht van schuldvordering overeenkomstig artikel 1691 van het Burgerlijk Wetboek.
   Elk geschil over de opstelling van een afbetalingsplan kan worden voorgelegd aan de bevoegde rechter van de woonplaats van de aanvrager.
   § 3. Onderbreking van de waterdistributie voor huishoudelijke doeleinden is verboden, behalve in de door de Regering bepaalde gevallen, met name wanneer er sprake is van dwingende redenen van volksgezondheid, veiligheid of beheer van het openbare drinkwatervoorzieningssysteem, een geval van overmacht of een rechterlijke beslissing die deze onderbreking rechtvaardigt. De Regering legt de voorwaarden, de begeleidingsmodaliteiten en de datum van inwerkingtreding van dit verbod vast.
   Bij wijze van overgangsmaatregel mag, in afwachting van de inwerkingtreding van het in het eerste lid bedoelde besluit, geen enkele onderbreking van de huishoudelijke waterverdeling uitgevoerd worden tijdens de jaarlijkse vakantieperiode (van 1 juli tot 31 augustus) en evenmin tijdens de winterperiode (tussen 1 november en 31 maart), behalve om technische of veiligheidsredenen. Bovendien mag de Regering besluiten de winterperiode na 31 maart en de zomerperiode na 31 augustus te verlengen, bij wijze van uitzondering, als de situatie dat vereist.
   Wanneer een onderbreking van de watervoorziening gerechtvaardigd is overeenkomstig het eerste lid en de verwerking van persoonsgegevens betreffende een of meer gebruikers (bijvoorbeeld gegevens voor de identificatie van een persoon, (on)bewoning van een woning, gerechtelijke beslissing) met zich meebrengt, wordt die verwerking door de in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde wateroperator uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens. De verwerkte gegevens worden bewaard gedurende de tijd die strikt noodzakelijk is voor de onderbreking van de levering, met een maximum van vijf jaar.
   § 4. De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, moet een deel van de inkomsten afkomstig van de tarifering van water voorbehouden voor maatschappelijke doeleinden.
   Dit bedrag is bestemd voor watergebruikers die de hulp inroepen van een OCMW in overeenstemming met artikel 57 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en die dus van het sociaal waterfonds een financiële tussenkomst kunnen krijgen in de betaling van hun waterfacturen.
   De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, mag een overeenkomst afsluiten met een of meerdere openbare actoren voor de tenuitvoerlegging van deze sociale maatregel.
   De Regering bepaalt het deel van de inkomsten van de tarifering van water dat voorbehouden moet worden voor die sociale maatregel. De Regering bepaalt de verdeling van het voorbehouden bedrag tussen enerzijds de betaling van waterfacturen en anderzijds de werkingskosten veroorzaakt door de tenuitvoerlegging van deze sociale maatregel.
   § 5. De in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde wateroperator is verplicht een bedrag van 0,005 euro per in het vorige dienstjaar gefactureerde m3 water voor te behouden voor internationale solidariteit. Dat bedrag wordt aangewend voor projecten inzake ontwikkelingshulp die verband houden met de watersector, met naleving van artikel 2.
   De Regering legt de nadere regels inzake die aanwending vast, met inbegrip van :
   - de samenstelling en de aanwijzing van een selectiecomité dat met name belast is met de jaarlijkse projectoproep, de selectie van de projecten, de opstelling van de overeenkomsten tussen Leefmilieu Brussel, de in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde wateroperator en de organisatie die het project draagt en met de follow-up van de projecten en de evaluatie ervan op grond van de inlichtingen verschaft door een begeleidingscomité ;
   - de samenstelling en de aanwijzing van een begeleidingscomité dat met name belast is met de controle op de uitvoering en het goede verloop van de geselecteerde projecten en met de evaluatie ervan.
   Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen ; de basisindex is de laatste die in 2013 in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt. Het bedrag wordt opnieuw berekend op 1 januari van elk jaar, op grond van de laatste op die datum bekendgemaakte index ; het tienduizendste deel wordt afgerond naar het hogere tienduizendste of verwaarloosd, naargelang het al dan niet de helft van een tienduizendste bedraagt.]1

  
Art. 38/1. [1 § 1er. Au cours d'une année calendrier donnée, une intervention sociale est octroyée à tout usager de l'eau qui, au 1er janvier de ladite année, bénéficie lui-même ou un membre de son ménage de l'intervention majorée de l'assurance soins de santé au sens de l'article 37, § 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994.
   L'intervention sociale consiste en un montant calculé sur la base d'une part fixe par ménage et d'une part variable dépendante du nombre de personnes composant ledit ménage tel que renseigné au Registre national au 1er janvier de l'année concernée. Toute modification dans la composition de ménage des usagers bénéficiaires en cours d'année n'est prise en compte par l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, qu'à partir du 1er janvier de l'année civile qui suit, sur la base d'une recherche au Registre national actualisée annuellement par l'opérateur de l'eau.
   Le montant calculé conformément à l'alinéa 2 sera soit déduit directement d'une facture d'acompte trimestrielle ou de la facture de régularisation émise annuellement par l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, pour les usagers disposant d'un compteur individualisé propre au ménage, soit versé par ledit opérateur sur le compte bancaire des usagers dont la consommation est calculée de manière collective.
   Après avis de Brugel, le Gouvernement arrête les montants et les modalités de calcul, de versement et de financement de cette intervention sociale.
   L'information selon laquelle un usager bénéficie de l'intervention majorée de l'assurance soins de santé visée à l'alinéa 1er fait l'objet d'un échange automatique de données, à partir du numéro de Registre national, entre la Banque-carrefour de sécurité sociale et l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, ou tout tiers désigné par celui-ci pour assurer le traitement de ces données. Le traitement des données à caractère personnel échangées se fait dans le respect des dispositions en matière de protection des données à caractère personnel et après délibération de la chambre sécurité sociale et santé du comité de sécurité de l'information conformément à l'article 15 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale. Le traitement de ces données est réalisé à la seule fin de l'application de l'intervention sociale visée au présent paragraphe et elles sont conservées le temps nécessaire à cette fin avec un maximum de cinq ans.
   L'usager de l'eau bénéficiant de l'intervention majorée de l'assurance soins de santé au 1er janvier d'une année donnée mais auquel le bénéfice de l'intervention sociale n'a pas été octroyé automatiquement dans le cadre du traitement des données échangées conformément à l'alinéa 5 peut faire une demande écrite pour obtenir cette intervention.
   La demande écrite est accompagnée d'une attestation émanant de sa mutuelle ou de la Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité démontrant que l'usager bénéficie de l'intervention majorée de l'assurance soins de santé. Il introduit cette demande auprès de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, au plus tard le 31 décembre de l'année au cours de laquelle il aurait dû bénéficier de l'intervention, sous peine de déchéance de ce droit pour cette année.
   Le Gouvernement établit une évaluation de la mise en oeuvre de l'intervention sociale au plus tard trois ans après l'entrée en vigueur de cette mesure.
   § 2. Tout usager se trouvant en difficulté de paiement de sa facture d'eau a le droit d'obtenir de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, un plan de paiement standardisé.
   L'opérateur susmentionné ne peut refuser une demande de plan de paiement d'une durée inférieure ou égale à 12 mois lorsqu'il s'agit d'une consommation normale, ou s'étalant jusqu'à 60 mensualités en cas de forte surconsommation. L'usager précise la durée de remboursement dans sa demande, sur laquelle l'opérateur doit statuer dans un délai de 10 jours ouvrables. Le délai du plan de paiement prend cours le quinzième jour qui suit la notification par ledit opérateur de la décision d'octroi à l'usager.
   A défaut de pouvoir rembourser sa dette dans le cadre du plan de paiement standardisé visé à l'alinéa 1er au regard de sa situation financière, tout usager peut demander à l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, l'établissement d'un plan de paiement raisonnable plus long, avec un maximum de 18 mois pour une consommation normale.
   L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, statue sur toute demande de plan de paiement raisonnable dans un délai de 10 jours ouvrables. Ce plan de paiement prend cours 30 jours calendrier après la décision de l'opérateur.
   L'introduction d'une telle demande peut également se faire par l'intermédiaire du C.P.A.S. de la commune où l'usager a élu domicile ou d'un service de médiation de dettes agréé. Le Gouvernement peut élargir la liste de ces intermédiaires par qui les usagers peuvent passer pour solliciter un plan de paiement raisonnable.
   La demande de conclusion d'un plan de paiement raisonnable par l'usager peut intervenir à tout moment avant toute citation en justice menant à la procédure de recouvrement judiciaire de la dette. Une demande de plan de paiement raisonnable introduite via un C.P.A.S. ou un service de médiation de dettes agréé peut intervenir jusqu'à ce qu'une date d'audience soit fixée dans le cadre de la procédure dont question ci-avant et suspend celle-ci pour permettre l'examen de la demande.
   Le caractère raisonnable du plan de paiement proposé, notamment quant à sa durée et au montant des paiements échelonnés, s'apprécie en fonction de l'équilibre qu'il établit entre l'intérêt de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, à obtenir le remboursement de sa dette dans un délai raisonnable et l'intérêt de l'usager à apurer celle-ci dans un délai adapté à sa situation financière. Un plan de paiement n'est pas raisonnable s'il porte atteinte à la possibilité pour l'usager et son ménage de mener une vie conforme à la dignité humaine.
   L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, ne peut refuser l'octroi d'un plan de paiement raisonnable que lorsque, pour un plan de paiement précédemment octroyé, plus de trois échéances n'ont pas été honorées et que la facture sous-jacente audit plan de paiement demeure, ne fût-ce que partiellement, impayée. Ce motif de refus ne peut toutefois être invoqué lorsque la demande de plan de paiement est introduite par le biais d'un C.P.A.S. ou d'un service de médiation de dettes agréé.
   L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, peut résilier un plan de paiement raisonnable uniquement en cas de non-paiement par l'usager de trois échéances et après lui avoir adressé une mise en demeure.
   Tout excédent de dette, cumulée ou non, ne pouvant être supportée par un usager dans le cadre du plan de paiement raisonnable qu'il a sollicité auprès de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3° est pris en charge par le mécanisme de solidarité sociale visé au paragraphe 4 moyennant la décision favorable du C.P.A.S de la commune où l'usager a élu domicile.
   Chaque fois qu'il réclame à l'usager le paiement d'une facture, annuelle ou intermédiaire, l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, doit l'avertir, par écrit, qu'il peut obtenir un plan de paiement standardisé visé à l'alinéa 1er ou demander à l'opérateur de l'eau un plan de paiement raisonnable plus long, soit directement, soit moyennant l'aide du C.P.A.S de sa commune ou d'un service de médiation de dettes agréé.
   L'usager qui bénéficie d'un plan de paiement peut, à tout moment, demander à l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, un décompte complet détaillé de sa ou ses dette(s).
   L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, veille à garantir un niveau élevé de protection à l'usager de l'eau, notamment en ce qui concerne l'information générale, les mécanismes de règlements des litiges, les dettes impayées et, de manière générale, à rester le point de contact central pour la négociation des plans de paiement, excepté en cas de cession de créance réalisée conformément à l'article 1691 du Code civil.
   Toute contestation relative à l'établissement d'un plan de paiement peut être introduite auprès du juge compétent du lieu du domicile du demandeur.
   § 3. L'interruption de la distribution d'eau à des fins domestiques est interdite, sauf dans les cas arrêtés par le Gouvernement, notamment lorsqu'il existe des motifs impérieux de santé publique, des motifs de sécurité ou de gestion du réseau public de distribution d'eau potable, un cas de force majeure ou une décision de justice justifiant cette interruption. Le Gouvernement arrête les conditions, les modalités d'accompagnement et la date d'entrée en vigueur de cette interdiction.
   A titre transitoire, dans l'attente de l'entrée en vigueur de l'arrêté visé à l'alinéa 1er, aucune interruption de la distribution d'eau à des fins domestiques ne peut s'effectuer pendant la période des vacances annuelles (du 1er juillet au 31 août) ainsi que pendant la période hivernale (entre le 1er novembre et le 31 mars), sauf pour des raisons techniques ou des raisons de sécurité. Le Gouvernement peut, en outre, décider de prolonger la période hivernale au-delà du 31 mars ainsi que la période estivale au-delà du 31 août, à titre exceptionnel, lorsque la situation l'exige.
   Lorsqu'une interruption de fourniture d'eau se justifie en vertu de l'alinéa 1er et implique un traitement de données à caractère personnel concernant un ou plusieurs usager(s) (par exemple, données d'identification d'une personne, (in)occupation d'un logement, décision de justice), ce traitement est opéré par l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3° conformément aux dispositions en matière de protection des données à caractère personnel. Les données traitées sont conservées le temps strictement nécessaire à l'interruption de fourniture avec un maximum de cinq ans.
   § 4. L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, est tenu de réserver à des fins sociales une partie des recettes générées par la tarification de l'eau.
   Ce montant est destiné aux usagers de l'eau sollicitant l'aide qu'octroie un C.P.A.S. conformément à l'article 57 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale, qui peuvent ainsi se voir octroyer de la part du fonds social de l'eau une intervention financière dans le paiement de leur facture d'eau.
   L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, peut conclure une convention avec un (des) acteur(s) public(s) pour la mise en oeuvre de cette mesure sociale.
   Le Gouvernement arrête la part des recettes générées par la tarification de l'eau à réserver à cette mesure sociale. Le Gouvernement arrête la répartition du montant réservé entre, d'une part, le paiement des factures d'eau et, d'autre part, la couverture des frais de fonctionnement encourus pour la mise en oeuvre de cette mesure sociale.
   § 5. L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, est tenu de réserver à des fins de solidarité internationale un montant de 0,005 euro par m3 d'eau qu'il aura facturé au cours de l'exercice précédent. Ce montant est affecté à des projets d'aide au développement liés au secteur de l'eau, dans le respect de l'article 2.
   Le Gouvernement arrête les modalités de cette affectation, en ce compris :
   - la composition et la désignation d'un comité de sélection qui est chargé notamment de l'appel annuel à projets, de la sélection des projets, de l'élaboration des conventions entre Bruxelles Environnement, l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, et l'organisation porteuse du projet, ainsi que du suivi des projets et de leur évaluation après avoir été informé par un comité d'accompagnement ;
   - la composition et la désignation d'un comité d'accompagnement chargé notamment du contrôle de la mise en oeuvre et du bon déroulement des projets sélectionnés, ainsi que de leur évaluation.
   Le montant mentionné à l'alinéa 1er est lié à l'indice des prix à la consommation, l'indice de base étant le dernier publié au Moniteur belge en 2013. Il est calculé à nouveau le premier janvier de chaque année sur pied du dernier indice publié à cette date, la fraction de dix-millième d'un euro étant arrondie au dix-millième supérieur ou négligée, selon qu'elle atteint ou non la moitié d'un dix-millième.]1

  
Afdeling VII. [1 - Facturatieprincipes]1
Section VII. [1 - Principes de facturation]1
Art. 38/2. [1 De facturatieprincipes die van toepassing zijn op de voor distributie van voor menselijke consumptie bestemd water, omvatten ten minste de volgende elementen :
   - de waterprijs wordt aan de gebruikers gefactureerd middels een integrale factuur die ten minste de prijs van de distributie van het water bevat, in hoofdzaak, en de prijs van de sanering (opvang en zuivering), in bijzaak [3 . Er wordt een specifiek tarief voor lekken met een sterk oververbruik vastgesteld, dat door de gebruikers kan worden aangevraagd]3 ;
   - [3 voor de huishoudens wordt ten minste elk kwartaal een tussentijdse factuur opgesteld en voor de andere gebruikers ten minste elk jaar vanaf 1 september 2020. Tegelijkertijd moedigt de in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde wateroperator de overschakeling naar elektronische facturering aan door middel van vereenvoudigde procedures. Wanneer een huishouden of een andere gebruiker daarom verzoekt en de nodige informatie verstrekt, wordt door de genoemde operator een tussentijdse maandelijkse of driemaandelijkse elektronische factuur opgemaakt]3;
   - als bijlage bij de aan de gezinnen gestuurde tussentijdse factuur wordt informatie verschaft betreffende het bestaan van begeleidingsvoorzieningen binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hun contactgegevens ;
   - [3 ...]3
   - [3 als bijlage bij de aan de huishoudens gerichte integrale factuur, en ten minste één keer per jaar, wordt informatie verstrekt aan de gebruikers over het aandeel van de wateroperatoren in de kosten voor de drinkwatervoorziening en de zuivering van het afvalwater, de financiële deelname van het Gewest in deze kosten, de samenstelling van het leidingwater, het bestaan van de algemene verkoopsvoorwaarden van de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, en de verwijzing ernaar, het bedrag van de herinneringskosten, het eventuele openstaande saldo van de vorige facturen en het bedrag van de reeds gevorderde inningskosten, de mogelijkheid om een afbetalingsplan af te sluiten in geval van betalingsmoeilijkheden overeenkomstig artikel 38/1, § 2, of om in aanmerking te komen voor een sociale tegemoetkoming en/of een specifiek tarief in geval van een lek, het bestaan van het sociaal waterfonds bedoeld in artikel 38/1, § 4, en de bestaande begeleidingsvoorzieningen binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hun contactgegevens, de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de dienst bedoeld in artikel 64/1 van deze ordonnantie, en alle andere nuttige informatie die hen in staat stelt zuiniger met water om te gaan, zoals het gemiddelde verbruik van een huishouden met een soortgelijke samenstelling.]3]1

  
Art. 38/2. [1 Les principes de facturation applicables à la distribution d'eau destinée à la consommation humaine comprennent au moins les éléments suivants :
   - le prix de l'eau est facturé aux usagers à travers une facture intégrale, reprenant au moins le prix de la distribution de l'eau, à titre principal, et le prix de l'assainissement (collecte et épuration), à titre accessoire [3 . Un tarif spécifique en cas de fuite engendrant une forte surconsommation est établi et peut être sollicité par les usagers]3 ;
   - [3 une facture intermédiaire est établie au moins chaque trimestre pour les ménages et au moins chaque année pour les autres usagers à partir du 1er septembre 2020. En parallèle, l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, encourage le passage à la facture électronique par le biais de procédures simplifiées. Lorsqu'un ménage ou un autre usager en fait la demande et fournit les informations nécessaires à cet effet, une facture intermédiaire électronique mensuelle ou trimestrielle est établie par ledit opérateur]3;
   - en annexe de la facture intermédiaire adressée aux ménages, des informations sont fournies concernant l'existence des dispositifs d'accompagnement existants au sein de la Région de Bruxelles-Capitale et les coordonnées utiles pour les contacter ;
   - [3 ...]3
   - [3 en annexe de la facture intégrale adressée aux ménages, et au moins une fois par an, des informations sont fournies aux usagers à propos de la part des coûts supportés par les opérateurs de l'eau pour les services d'approvisionnement en eau potable et d'assainissement des eaux usées, de la participation financière de la Région dans ces coûts, de la composition de l'eau de distribution, de l'existence des conditions générales de vente de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, et le renvoi vers celles-ci, du montant des frais de rappel, de l'éventuel solde restant dû de factures précédentes et du montant des frais de recouvrement déjà réclamés, de la possibilité de conclure un plan de paiement en cas de difficulté de paiement conformément à l'article 38/1, § 2, de bénéficier d'une intervention sociale et/ou d'un tarif spécifique en cas de fuite, de l'existence du fonds social visé à l'article 38/1, § 4, et des dispositifs d'accompagnement existants au sein de la Région de Bruxelles-Capitale et les coordonnées utiles pour les contacter, de la possibilité de déposer plainte auprès du service visé à l'article 64/1 de la présente ordonnance, et toute autre information utile leur permettant de consommer l'eau de manière plus économe, telle la consommation moyenne d'un ménage dont la composition est similaire.]3]1

  
Art.39. [1 Tot 31 december 2019 oefent Brugel haar bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs uit op basis van de maatregelen die werden goedgekeurd door de Regering om het beginsel van terugwinning van de kosten van waterdiensten toe te passen, inclusief de kosten voor het leefmilieu en voor de natuurlijke rijkdommen, gelet op de economische analyse uitgevoerd overeenkomstig bijlage II en overeenkomstig het beginsel dat de vervuiler betaalt.
   Om over alle nodige informatie te beschikken voor de uitvoering van deze nieuwe bevoegdheid, voert Brugel een gedetailleerde, externe en onafhankelijke audit uit van de wateroperatoren. Deze audit omvat alle gegevens waarover de wateroperatoren beschikken bij de verwezenlijking van hun openbaredienstopdrachten.
   [3 Vanaf 1 januari 2021]3 oefent Brugel haar bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs uit op basis van de tariefmethodologieën en beginselen van [2 Afdeling VIII]2.]1

  
Art.39. [1 Jusqu'au 31 décembre 2019, Brugel exerce sa compétence de contrôle du prix de l'eau sur la base des mesures adoptées par le Gouvernement permettant d'appliquer le principe de la récupération des coûts des services liés à l'utilisation de l'eau, y compris les coûts pour l'environnement et les ressources, eu égard à l'analyse économique effectuée conformément à l'annexe II et conformément au principe du pollueur-payeur.
   Afin de disposer de toutes les informations nécessaires à l'exercice de cette nouvelle compétence, Brugel réalise un audit détaillé, externe et indépendant des opérateurs de l'eau. Cet audit porte sur l'ensemble des données dont disposent les opérateurs de l'eau dans la réalisation de leurs missions de service public.
  [3 A partir du 1er janvier 2021 ]3, Brugel exerce sa compétence de contrôle du prix de l'eau sur la base des méthodologies tarifaires et des principes contenus dans la [2 Section VIII]2.]1

  
Afdeling VIII. [1 - Tariefmethodologieën en tarieven.]1
Section VIII. [1 - Des méthodologies tarifaires et des tarifs.]1
Art. 39/1. [1 § 1. Voor elke opdracht van openbare dienst opgesomd in de artikelen 17, § 1, 18, § 1, en 20 van deze ordonnantie en die in aanmerking komt voor de kostenterugwinning van de waterdiensten, wordt toezicht gehouden op de tarieven :
   - tijdens een overgangsperiode die loopt tot 31 december 2019 controleert Brugel de reportings opgesteld door de wateroperatoren krachtens artikel 38 van deze ordonnantie die haar door [2 Leefmilieu Brussel]2 worden overhandigd binnen de vijftien dagen na ontvangst ervan en bepaalt Brugel de reële kostprijs van het water. Tijdens die overgangsperiode wordt elk verzoek tot wijziging van het tarief van de prestaties van de wateroperatoren ingediend bij Brugel. Dit verzoek tot wijziging moet gemotiveerd zijn ten opzichte van zijn investeringsplan waarover de Regering een uitspraak zal gedaan hebben conform artikel 39/5 en de reportings opgesteld in uitvoering van artikel 38 van de ordonnantie. Elke wateroperator kan worden verzocht om Brugel te ontmoeten om er zijn verzoek toe te lichten. Brugel vraagt het advies aan het Comité van Watergebruikers en aan de Economische en Sociale Raad. Brugel beslist over dit verzoek binnen een termijn van zes maanden na ontvangst ervan, rekening houdend met de adviezen en met de beginselen en instrumenten vermeld in artikel 38 van deze ordonnantie;
   - vanaf 1 januari 2019 stelt Brugel, na raadpleging van de wateroperatoren, de tariefmethodologieën op die zij dienen te gebruiken om hun tariefvoorstel op te stellen;
   - [3 - in de loop van het jaar 2021 moeten de eerste tariefvoorstellen van de wateroperatoren door Brugel worden goedgekeurd. De oude tarieven blijven van toepassing tot Brugel die eerste tariefvoorstellen heeft goedgekeurd. Tot Brugel de eerste tariefvoorstellen heeft goedgekeurd, moet elk verzoek tot indexering van de tarieven van de wateroperatoren bij Brugel worden ingediend volgens de nadere regels die die laatste vaststelt na overleg met de operatoren. De wateroperator kan ertoe gebracht worden Brugel te ontmoeten om zijn verzoek uiteen te zetten. Brugel vraagt het advies van het Comité van Watergebruikers en de Economische en Sociale Raad over dit verzoek. Brugel beslist over dit verzoek binnen vier maanden na de ontvangst ervan ]3
   § 2. De tariefmethodologieën verduidelijken met name :
   1° de bepaling van de kostencategorieën per opdracht van openbare dienst, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de diensten voor voorziening (productie en distributie van drinkwater) en de diensten voor sanering (opvang en zuivering van afvalwater) die worden gedekt door de tarieven;
   2° de regels hoe de kostencategorieën bedoeld in het 1° zullen evolueren in de loop der tijd, met inbegrip van de methode om de parameters van de evolutieformules vast te leggen;
   3° de regels om de kosten toe te wijzen aan gebruikerscategorieën;
   4° de algemene tariefstructuur en de tariefdragers.
   § 3. De raadpleging van de wateroperatoren bedoeld in § 1, tweede streepje, verloopt volgens een procedure die in onderlinge overeenstemming wordt vastgelegd op basis van een uitdrukkelijk, transparant en niet-discriminerend akkoord. Bij ontbreken van een akkoord verloopt het overleg minimum als volgt :
   1° Brugel stuurt de wateroperatoren de oproeping tot de overlegvergaderingen, alsook de documentatie in verband met de agendapunten van die vergaderingen, binnen een termijn van drie weken voor genoemde vergaderingen. De oproepingsbrief vermeldt plaats, datum en tijdstip van de vergadering, en de agendapunten;
   2° na de vergadering stelt Brugel de ontwerpnotulen van de vergadering op, met de argumenten die door de verschillende partijen naar voren werden gebracht en de punten waar men het eens en niet eens over was, en stuurt ze ter goedkeuring aan de wateroperatoren binnen twee weken na de vergadering;
   3° binnen een maand na ontvangst van de door de partijen goedgekeurde notulen van Brugel, sturen de wateroperatoren aan Brugel hun formeel advies over de tariefmethodologie die het resultaat is van dit overleg, waarbij ze in voorkomend geval de eventuele punten waarover nog geen overeenstemming werd bereikt, benadrukken.
   De termijnen zoals bepaald in de punten 1°, 2° en 3° kunnen worden verkort in onderlinge overeenstemming tussen Brugel en de wateroperatoren.
   Brugel motiveert elke aanvaarding of verwerping van de voorstellen tot wijziging van de wateroperatoren.
   § 4. Brugel vraagt het advies aan het Comité van Watergebruikers en aan de Economische en Sociale Raad over de tariefmethodologie die het resultaat is van deze raadpleging of dit overleg. Bovendien kan Brugel het advies dat zij nodig acht vragen aan elke actor van de watersector voor de uitwerking van de tariefmethodologie.
   § 5. Brugel publiceert op haar website de toepasselijke tariefmethodologieën, de relevante documenten in verband met de raadpleging of het overleg met de wateroperatoren en alle documenten die zij nuttig acht om haar beslissing betreffende de tariefmethodologie te motiveren, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende wateroperatoren of gebruikers, persoonsgegevens en/of gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke wetten.
   § 6. Tenzij een kortere termijn werd overeengekomen tussen Brugel en de betreffende wateroperator, wordt de tariefmethodologie die van toepassing is op de vaststelling van het tariefvoorstel aan de genoemde operator meegedeeld uiterlijk zes maanden vóór de datum waarop het tariefvoorstel bij Brugel moet worden ingediend.
   § 7. Die tariefmethodologie blijft van toepassing gedurende de hele tariefperiode, met inbegrip van de eindbalans die betrekking heeft op die periode. Indien wijzigingen moeten worden aangebracht aan een tariefmethodologie, kan Brugel, in overleg met de betreffende wateroperator, het tijdstip bepalen waarop die wijzigingen van kracht worden.
   In het kader van wijzigingen aan de tariefmethodologie in de loop van de periode kan Brugel van het Comité van Watergebruikers en van de Economische en Sociale Raad alsook van elke actor van de watersector het advies vragen dat hij nodig acht.]1

  
Art. 39/1. [1 § 1er. Chaque mission de service public énumérée aux articles 17, § 1er, 18, § 1er, et 20 de la présente ordonnance et entrant en ligne de compte pour la récupération des coûts des services liés à l'utilisation de l'eau fait l'objet de tarifs contrôlés :
   - pendant une période transitoire allant jusqu'au 31 décembre 2019, Brugel contrôle les reportings établis par les opérateurs de l'eau en vertu de l'article 38 de la présente ordonnance qui lui sont transmis par [2 Bruxelles Environnement]2 dans les quinze jours de leur réception et détermine le coût-vérité de l'eau. Toute demande de modification du tarif des prestations des opérateurs de l'eau est introduite, durant cette période transitoire, auprès de Brugel. Cette demande de modification doit être motivée au regard de son plan d'investissements sur lequel le Gouvernement aura statué conformément à l'article 39/5 et des reportings établis en exécution de l'article 38 de l'ordonnance. Tout opérateur de l'eau peut être amené à rencontrer Brugel afin de lui exposer sa demande. Brugel sollicite l'avis du Comité des usagers de l'eau et du Conseil économique et social sur cette demande. Brugel statue sur cette demande dans un délai de six mois après réception de celle-ci, au regard notamment des avis et des principes et outils énoncés à l'article 38 de l'ordonnance;
   - à partir du 1er janvier 2019, Brugel établit, après consultation des opérateurs de l'eau, les méthodologies tarifaires que doivent utiliser ceux-ci pour l'établissement de leur proposition tarifaire;
   - [3 - au cours de l'année 2021, les premières propositions tarifaires des opérateurs de l'eau devront être approuvées par Brugel. Les anciens tarifs continueront à s'appliquer jusqu'à ce que Brugel ait approuvé ces premières propositions tarifaires. Jusqu'à l'approbation par Brugel des premières propositions tarifaires, toute demande d'indexation des tarifs des opérateurs de l'eau est introduite auprès de Brugel selon les modalités fixées par cette dernière après concertation avec les opérateurs. L'opérateur de l'eau peut être amené à rencontrer Brugel afin de lui exposer sa demande. Brugel sollicite l'avis du Comité des usagers de l'eau et du Conseil économique et social sur cette demande. Brugel statue sur cette demande dans un délai de quatre mois après réception de celle-ci]3
   § 2. Les méthodologies tarifaires précisent notamment :
   1° la définition des catégories de coûts par mission de service public, en distinguant les services d'approvisionnement (production et distribution d'eau potable) et les services d'assainissement (collecte et épuration des eaux usées) qui sont couverts par les tarifs;
   2° les règles d'évolution au cours du temps des catégories de coûts visés au 1°, y compris la méthode de détermination des paramètres figurant dans les formules d'évolution;
   3° les règles d'allocation des coûts aux catégories d'usagers;
   4° la structure tarifaire générale et les composants tarifaires.
   § 3. La consultation des opérateurs de l'eau visée au paragraphe 1er, deuxième tiret, se fait suivant une procédure déterminée de commun accord sur la base d'un accord explicite, transparent et non discriminatoire. A défaut d'accord, une concertation est tenue au minimum comme suit :
   1° Brugel envoie aux opérateurs de l'eau la convocation aux réunions de concertation, ainsi que la documentation relative aux points mis à l'ordre du jour de ces réunions dans un délai de trois semaines avant lesdites réunions. La convocation mentionne le lieu, la date et l'heure de la réunion, ainsi que les points mis à l'ordre du jour;
   2° à la suite de la réunion, Brugel établit un projet de procès-verbal de réunion reprenant les arguments avancés par les différentes parties et les points d'accord et de désaccord constatés qu'elle transmet, pour approbation, aux opérateurs de l'eau dans un délai de deux semaines suivant la réunion;
   3° dans un délai d'un mois suivant la réception du procès-verbal de Brugel approuvé par les parties, les opérateurs de l'eau envoient à Brugel leur avis formel sur la méthodologie tarifaire résultant de cette concertation, en soulignant le cas échéant les éventuels points de désaccord subsistants.
   Les délais prévus aux points 1°, 2° et 3° peuvent être raccourcis de commun accord entre Brugel et les opérateurs de l'eau.
   Brugel motive toute prise en compte ou refus des modifications proposées par les opérateurs de l'eau.
   § 4. Brugel sollicite l'avis du Comité des usagers de l'eau et du Conseil économique et social sur la méthodologie tarifaire résultant de cette consultation ou concertation. Brugel peut en outre solliciter l'avis de tout acteur du secteur de l'eau qu'elle estime nécessaire pour l'élaboration de la méthodologie tarifaire.
   § 5. Brugel publie sur son site internet les méthodologies tarifaires applicables, les pièces pertinentes relatives à la consultation ou la concertation avec les opérateurs de l'eau et tous documents qu'elle estime utiles à la motivation de sa décision relative à la méthodologie tarifaire, tout en préservant la confidentialité des informations commercialement sensibles concernant des opérateurs de l'eau ou des usagers, des données à caractère personnel et/ou des données dont la confidentialité est protégée en vertu de législations spécifiques.
   § 6. Sauf délai plus court convenu entre Brugel et l'opérateur de l'eau concerné, la méthodologie tarifaire applicable à l'établissement de la proposition tarifaire est communiquée audit opérateur au plus tard six mois avant la date à laquelle la proposition tarifaire doit être introduite auprès de Brugel.
   § 7. Cette méthodologie tarifaire reste en vigueur pendant toute la période tarifaire, en ce compris la clôture des soldes relatifs à cette période. Si des modifications devaient être apportées à une méthodologie tarifaire, Brugel peut, en concertation avec l'opérateur de l'eau concerné, déterminer le moment de leur entrée en vigueur.
   Brugel peut solliciter l'avis du Comité des usagers de l'eau et du Conseil économique et social ainsi que de tout acteur du secteur de l'eau qu'il estime nécessaire dans le cadre des modifications à la méthodologie tarifaire en cours de période.]1

  
Art. 39/2. [1 Brugel stelt de tariefmethodologieën op met inachtneming van de volgende richtsnoeren :
   1° de tariefmethodologie moet exhaustief en transparant zijn, teneinde het voor de wateroperatoren mogelijk te maken om hun tariefvoorstellen op die enkele basis op te stellen. Ze bevat de elementen die verplicht moeten voorkomen in het tariefvoorstel. Ze definieert rapporteringsmodellen die moeten worden gebruikt door de wateroperatoren. De rapporteringsmodellen worden uitgewerkt in overleg met de wateroperatoren;
   2° de tariefmethodologie moet toelaten om de reële kostprijs van het water te bepalen, dat wil zeggen op efficiënte wijze alle kosten te dekken die noodzakelijk of efficiënt zijn voor de uitvoering van de opdrachten van de wateroperatoren met naleving van hun wettelijke of regelgevende verplichtingen en onverminderd een eventuele financiële participatie van het Gewest, en op die manier het beginsel toe te passen van kostenterugwinning van waterdiensten, inclusief milieukosten en kosten van de hulpbronnen.
   De kosten van waterdiensten omvatten inzonderheid de kosten van volgende activiteiten :
   - de bescherming van waterwinningen bestemd voor menselijke consumptie;
   - de productie van water bestemd voor menselijke consumptie, met inbegrip van de winning, de opslag, de eventuele opstuwing en de behandeling;
   - de distributie van water bestemd voor menselijke consumptie;
   - de opvang van afvalwater;
   - de zuivering van afvalwater;
   3° de tariefmethodologie stelt het aantal jaren van de tariefperiode vast dat aanvangt op 1 januari; bij gebrek daaraan bedraagt die tariefperiode zes jaar. De jaarlijkse tarieven die hieruit voortvloeien, worden bepaald met toepassing van de voor die periode geldende tariefmethodologie;
   4° de tariefmethodologie maakt de evenwichtige ontwikkeling mogelijk van de investeringen die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst, in overeenstemming met de investeringsplannen van de wateroperatoren zoals die werden goedgekeurd door de Regering na advies van [2 Leefmilieu Brussel]2;
   5° de eventuele criteria voor de verwerping van bepaalde kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
   6° de tarieven zijn proportioneel en niet-discriminerend. Die tarieven moeten aan iedereen de toegang verzekeren tot het water dat nodig is voor de gezondheid, de hygiëne en de menselijke waardigheid. Zij moeten bijgevolg maatschappelijke maatregelen inhouden;
   7° de tarieven zetten, voor alle tariefdragers, de gebruikers aan tot milieubewust gedrag, dat wil zeggen een rationeel, duurzaam en zuinig gebruik van de hulpbronnen om bij te dragen tot de realisatie van de milieudoelstellingen van deze ordonnantie;
   8° [3 ...]3
   9° de tarieven mogen geen geografische discriminatie tussen gebruikers veroorzaken;
   10° verschillende economische sectoren, zo opgesplitst dat minstens een onderscheid wordt gemaakt tussen huishoudelijke en industriële sectoren, dragen op een gedifferentieerde manier bij in de terugwinning van de kosten van de waterdiensten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt. Met toepassing van dit beginsel worden de waterprijs en de terugwinning van de kosten, in voorkomend geval, bepaald volgens de vervuilingsgraad veroorzaakt door de gebruiker;
   11° de belastingen, de taksen, de toeslagen, de vergoedingen en bijdragen van alle aard, alsook hun aanpassingen, die worden opgelegd door een wettelijke of regelgevende bepaling, worden automatisch doorberekend in de tarieven drie maanden na hun inwerkingtreding. Brugel controleert de conformiteit van de tariefaanpassing met die wettelijke en regelgevende bepalingen;
   12° onder voorbehoud van de conformiteitscontrole door Brugel, maken de tarieven het mogelijk voor de wateroperatoren om hun kosten en een vergoeding op de nieuwe kapitalen in te vorderen. De controle van die kosten berust op criteria die door Brugel als relevant worden beschouwd;
   13° geen enkele kruissubsidiëring is toegestaan tussen activiteiten die al dan niet onderworpen zijn aan de controle door Brugel;
   14° onverminderd artikel 17 en indien de wateroperatoren al hun verplichtingen of een deel van hun verplichtingen die worden opgelegd door deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten hebben toevertrouwd aan een dochtermaatschappij, oefent Brugel die controle ook uit op die dochtermaatschappij;
   15° de tarieven moedigen de wateroperatoren aan om hun prestaties te verbeteren en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten, daarbij onder andere rekening houdend met hun door de Regering goedgekeurde investeringsplannen en met criteria voor een efficiënt gebruik van de watervoorraden;
   16° de eventuele vergoeding van de nieuwe kapitalen die werden geïnvesteerd in de activa - ongeacht of die onderworpen zijn aan de controle van Brugel - moet de wateroperatoren toelaten om de nodige investeringen te doen voor de uitvoering van hun opdrachten teneinde het beheer van de waterkringloop in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verzekeren;
   17° de tarieven streven naar een billijk evenwicht tussen de kwaliteit van de geleverde diensten en de prijzen die door de gebruikers worden gedragen; zij vermelden in hoofdorde het tarief voor waterdistributie en daarnaast het tarief voor sanering (opvang en zuivering);
   18° het positief of negatief saldo van de gerapporteerde kosten (met inbegrip van de vergoeding bedoeld in het 12° ) en de ontvangsten die jaarlijks door de wateroperatoren worden geregistreerd gedurende een tariefperiode wordt door hen op transparante en niet-discriminerende wijze berekend. Dit jaarsaldo wordt gecontroleerd en bekrachtigd door Brugel die bepaalt volgens welke modaliteiten het wordt afgetrokken of bijgeteld bij de kosten die worden doorgerekend aan de gebruikers, of wordt toegewezen aan het boekhoudkundig resultaat van de wateroperator.]1

  
Art. 39/2. [1 Brugel établit les méthodologies tarifaires dans le respect des lignes directrices suivantes :
   1° la méthodologie tarifaire doit être exhaustive et transparente, de manière à permettre aux opérateurs de l'eau d'établir leurs propositions tarifaires sur cette seule base. Elle comprend les éléments qui doivent obligatoirement figurer dans la proposition tarifaire. Elle définit les modèles de rapport à utiliser par les opérateurs de l'eau. Les modèles de rapport sont élaborés en concertation avec les opérateurs de l'eau;
   2° la méthodologie tarifaire doit permettre de déterminer le coût-vérité de l'eau, c'est-à-dire de couvrir de manière efficiente l'ensemble des coûts nécessaires ou efficaces pour l'exercice des missions des opérateurs de l'eau dans le respect de leurs obligations légales ou réglementaires et sans préjudice d'une éventuelle participation financière de la Région, et ainsi d'appliquer le principe de récupération des coûts des services liés à l'utilisation de l'eau, y compris les coûts pour l'environnement et les ressources.
   Les coûts des services liés à l'utilisation de l'eau comprennent notamment les coûts des activités suivantes :
   - la protection des captages d'eau destinée à la consommation humaine;
   - la production d'eau destinée à la consommation humaine incluant le captage, le stockage, l'endiguement éventuel et le traitement;
   - la distribution d'eau destinée à la consommation humaine;
   - la collecte des eaux usées;
   - l'épuration des eaux usées;
   3° la méthodologie tarifaire fixe le nombre d'années de la période tarifaire débutant au 1er janvier; à défaut, cette période tarifaire sera de six ans. Les tarifs annuels qui en résultent sont déterminés en application de la méthodologie tarifaire applicable pour cette période;
   4° la méthodologie tarifaire permet le développement équilibré des investissements nécessaires à la réalisation des missions de service public, conformément aux différents plans d'investissements des opérateurs de l'eau tels qu'approuvés par le Gouvernement après avis de [2 Bruxelles Environnement]2;
   5° les éventuels critères de rejet de certains coûts sont non discriminatoires et transparents;
   6° les tarifs sont proportionnés et non discriminatoires. Ces tarifs doivent garantir l'accès de tous à l'eau nécessaire à la santé, à l'hygiène et à la dignité humaine. Ils doivent, en conséquence, prévoir des mesures sociales;
   7° les tarifs, pour l'ensemble des éléments le constituant, incitent les usagers à un comportement écologique, c'est-à-dire une utilisation des ressources rationnelle, durable et économe afin de contribuer à la réalisation des objectifs environnementaux de la présente ordonnance;
   8° [3 ...]3
   9° les tarifs ne peuvent introduire de discrimination géographique entre les usagers;
   10° les différents secteurs économiques, décomposés en distinguant au moins les secteurs domestique et industriel, contribuent de manière différenciée à la récupération des coûts des services de l'eau, dans le respect du principe du pollueur-payeur. En application de ce principe, le prix de l'eau et la récupération des coûts seront déterminés, le cas échéant, en fonction du degré de dépollution opéré par l'usager;
   11° les impôts, taxes, surcharges, redevances et contributions de toutes natures, ainsi que leurs adaptations, imposés par une disposition légale ou réglementaire, sont répercutés sur les tarifs automatiquement trois mois après leur entrée en vigueur. Brugel contrôle la conformité de l'adaptation des tarifs à ces dispositions légales et réglementaires;
   12° sous réserve du contrôle de conformité de Brugel, les tarifs permettent aux opérateurs de l'eau de recouvrer leurs coûts et une rémunération sur les nouveaux capitaux. Le contrôle de ces coûts repose sur des critères considérés comme pertinents par Brugel;
   13° aucune subsidiation croisée n'est autorisée entre activités, qu'elles soient soumises ou non au contrôle de Brugel;
   14° sans préjudice de l'article 17, si les opérateurs de l'eau ont confié tout ou partie de leurs obligations imposées par la présente ordonnance et ses arrêtés d'exécution à une filiale, le contrôle de Brugel s'exerce également sur cette filiale;
   15° les tarifs encouragent les opérateurs de l'eau à améliorer les performances et à mener la recherche et le développement nécessaires à leurs activités, en tenant notamment compte de leurs plans d'investissements tels qu'approuvés par le Gouvernement et de critères d'efficacité de l'utilisation des ressources en eau;
   16° l'éventuelle rémunération des nouveaux capitaux investis dans les actifs - qu'ils soient soumis ou non au contrôle de Brugel - doit permettre aux opérateurs de l'eau de réaliser les investissements nécessaires à l'exercice de leurs missions afin d'assurer la gestion du cycle de l'eau sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale;
   17° les tarifs visent à offrir un juste équilibre entre la qualité des services prestés et les prix supportés par les usagers; ils indiquent le tarif de la distribution de l'eau, à titre principal, et le tarif de l'assainissement (collecte et épuration), à titre accessoire;
   18° le solde positif ou négatif entre les coûts rapportés (y compris la rémunération visée au 12° ) et les recettes enregistrées annuellement au cours d'une période tarifaire par les opérateurs de l'eau est calculé chaque année par ceux-ci de manière transparente et non discriminatoire. Ce solde annuel est contrôlé et validé par Brugel qui détermine selon quelles modalités il est déduit ou ajouté aux coûts imputés aux usagers, ou affecté au résultat comptable de l'opérateur de l'eau.]1

  
Art. 39/3. [1 § 1. De wateroperatoren stellen hun tariefvoorstel op met inachtneming van de tariefmethodologie die werd opgesteld door Brugel en dienen het in in overeenstemming met de indienings- en goedkeuringsprocedure voor tariefvoorstellen bedoeld in paragraaf 3 van huidig artikel.
   § 2. Brugel beslist, na onderzoek van het tariefvoorstel, over de goedkeuring ervan op basis van de conformiteit ervan met de tariefmethodologie en deelt haar gemotiveerde beslissing mee aan de wateroperatoren in overeenstemming met de indienings- en goedkeuringsprocedure voor tariefvoorstellen bedoeld in paragraaf 3 van huidig artikel. Brugel kan in de tariefbeslissing aanvullende modaliteiten invoeren die niet werden gedefinieerd in de tariefmethodologie en die op transparante en niet-discriminerende wijze werden overeengekomen met de wateroperatoren.
   § 3. De indienings- en goedkeuringsprocedure voor tariefvoorstellen wordt overeengekomen tussen Brugel en de wateroperatoren. Bij gebrek aan een akkoord is de procedure als volgt :
   1° in het laatste jaar van een tariefperiode leggen de wateroperatoren, binnen zes maanden voor het verstrijken van die periode, tenzij een kortere termijn werd overeengekomen tussen Brugel en de wateroperatoren, hun tariefvoorstel voor de volgende tariefperiode voor rekening houdend met hun door de Regering goedgekeurd meerjareninvesteringsplan zoals bedoeld in artikel 39/5, samen met een financieel plan en in de vorm van het rapporteringsmodel vastgelegd krachtens de artikelen 38, § 1, en 58 van deze ordonnantie;
   2° het tariefvoorstel samen met financieel plan wordt per drager tegen ontvangstbewijs overhandigd aan Brugel. De wateroperatoren bezorgen ook een elektronische versie waarop Brugel, indien nodig, het tariefvoorstel met het financieel plan kan bewerken;
   3° binnen de maand volgend op de ontvangst van het tariefvoorstel met financieel plan, bevestigt Brugel aan de wateroperatoren, in een brief per drager tegen ontvangstbewijs en per elektronische post, dat het dossier volledig is of bezorgt hun een lijst van bijkomende inlichtingen die de wateroperatoren moeten verschaffen;
   indien het dossier niet volledig is, bezorgen de wateroperatoren de gevraagde bijkomende inlichtingen aan Brugel, in een brief per drager tegen ontvangstbewijs en via elektronische weg, binnen een maand volgend op de ontvangst van de vraag om bijkomende inlichtingen;
   4° binnen de maand volgend op de bevestiging van Brugel bedoeld in punt 3° of, in voorkomend geval, volgend op de ontvangst van de antwoorden en bijkomende inlichtingen van de wateroperatoren bedoeld in punt 3°, vraagt Brugel het advies aan het Comité van Watergebruikers en aan de Economische en Sociale Raad. Na ontvangst van deze adviezen en rekening houdend ermee, brengt Brugel de wateroperatoren, in een brief per drager tegen ontvangstbewijs, op de hoogte van haar goedkeuringsbesluit of ontwerpbesluit tot weigering van het betreffende tariefvoorstel met financieel plan. In haar ontwerpbesluit tot weigering van het tariefvoorstel met financieel plan geeft Brugel op gemotiveerde wijze aan welke punten de wateroperatoren moeten aanpassen om een goedkeuringsbesluit van Brugel te verkrijgen. Brugel is bevoegd om de wateroperatoren te vragen om hun tariefvoorstel aan te passen zodat dit proportioneel is en wordt toegepast op een niet-discriminerende manier. Die laatste kunnen hun bezwaren in dit verband kenbaar maken aan Brugel, per drager tegen ontvangstbewijs en via elektronische weg, binnen de vijftien werkdagen volgend op de ontvangst van het ontwerpbesluit. De wateroperatoren worden, op hun verzoek, door Brugel gehoord binnen de vijftien werkdagen na ontvangst van het ontwerpbesluit tot weigering van het tariefvoorstel met het financieel plan.
   In voorkomend geval dienen de wateroperatoren, binnen een maand na ontvangst van het ontwerpbesluit tot weigering van het tariefvoorstel met financieel plan hun aangepast tariefvoorstel met financieel plan in bij Brugel, per drager en tegen ontvangstbewijs. De wateroperatoren bezorgen ook een elektronische kopie van dit aangepaste tariefvoorstel.
   Binnen een maand na verzending door Brugel van het ontwerpbesluit tot weigering van het tariefvoorstel met financieel plan of, in voorkomend geval, na ontvangst van de bezwaren en het aangepaste tariefvoorstel met financieel plan, brengt Brugel de wateroperatoren, in een brief per drager en tegen ontvangstbewijs en via elektronische weg, op de hoogte van haar goedkeuringsbesluit of weigeringsbesluit van het, desgevallend aangepaste, tariefvoorstel met financieel plan;
   5° indien de wateroperatoren hun verplichtingen niet nakomen binnen de termijnen zoals bepaald in de punten 1° tot 5°, of indien Brugel een weigeringsbesluit heeft genomen voor het tariefvoorstel met financieel plan of voor het aangepaste tariefvoorstel met financieel plan, legt Brugel voorlopige tarieven vast die worden toegepast tot alle bezwaren van de wateractoren of van Brugel uitgeput zijn, of tot Brugel en de wateroperatoren een akkoord hebben bereikt over de twistpunten. Indien de definitieve tarieven afwijken van de voorlopige tarieven, vaardigt Brugel, na overleg met de wateroperatoren, de gepaste compenserende maatregelen uit;
   6° in geval van overgang naar nieuwe diensten, aanpassing van bestaande diensten en/of uitzonderlijke omstandigheden, mogen de wateroperatoren tijdens de tariefperiode een geactualiseerd tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen aan Brugel. Dit geactualiseerd tariefvoorstel houdt rekening met het door Brugel goedgekeurde tariefvoorstel, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen. Het geactualiseerd voorstel wordt door de wateroperatoren ingediend en door Brugel behandeld volgens de procedure zoals bedoeld in dit artikel, met dien verstande dat de termijn van één maand naar vijftien dagen teruggebracht wordt en die van vijftien werkdagen naar acht werkdagen. In geval van uitzonderlijke omstandigheden kan Brugel aan de wateroperatoren vragen om haar een nieuw voorstel voor tariefwijziging voor te leggen;
   7° Brugel beslist, onverminderd zijn mogelijkheid om de kosten te controleren op basis van de toepasselijke wettelijke en regelgevende bepalingen, over de goedkeuring van de voorstellen voor tariefwijzigingen binnen een redelijke termijn vanaf het moment dat de wateroperatoren dergelijke wijzigingen hebben overhandigd. Brugel mag, in overleg met de betreffende wateroperatoren, bepalen wanneer die wijzigingen van kracht worden;
   8° Brugel publiceert op haar website, op transparante wijze, de stand van de procedure voor aanvaarding van de tariefvoorstellen, evenals, in voorkomend geval, de tariefvoorstellen die werden ingediend door de wateroperatoren.]1

  
Art. 39/3. [1 § 1er. Les opérateurs de l'eau établissent leur proposition tarifaire dans le respect de la méthodologie tarifaire établie par Brugel et introduisent celle-ci dans le respect de la procédure d'introduction et d'approbation des propositions tarifaires visée au paragraphe 3 du présent article.
   § 2. Brugel, après examen de la proposition tarifaire, décide de l'approbation de celle-ci sur la base de sa conformité à la méthodologie tarifaire et communique sa décision motivée aux opérateurs de l'eau dans le respect de la procédure d'introduction et d'approbation des propositions tarifaires visée au paragraphe 3 du présent article. Brugel peut introduire dans la décision tarifaire des modalités complémentaires non définies dans la méthodologie tarifaire et convenues de manière transparente et non discriminatoire avec les opérateurs de l'eau.
   § 3. La procédure d'introduction et d'approbation des propositions tarifaires fait l'objet d'un accord entre Brugel et les opérateurs de l'eau. A défaut d'accord, la procédure est la suivante :
   1° lors de la dernière année d'une période tarifaire, les opérateurs de l'eau soumettent, dans un délai de six mois avant l'expiration de cette période, sauf délai plus court convenu entre Brugel et les opérateurs de l'eau, leur proposition tarifaire tenant compte de leur plan pluriannuel d'investissements visé à l'article 39/5 tel qu'approuvé par le Gouvernement, accompagnée du plan financier pour la période tarifaire suivante sous la forme du modèle de rapport fixé en vertu des articles 38, § 1er, et 58 de la présente ordonnance;
   2° la proposition tarifaire accompagnée du plan financier est transmise par porteur avec accusé de réception à Brugel. Les opérateurs de l'eau transmettent également une version électronique sur laquelle Brugel peut, au besoin, retravailler la proposition tarifaire accompagnée du plan financier;
   3° dans le mois suivant la réception de la proposition tarifaire accompagnée du plan financier, Brugel confirme aux opérateurs de l'eau, par lettre par porteur avec accusé de réception, ainsi que par courrier électronique, que le dossier est complet ou elle leur fait parvenir une liste des informations complémentaires qu'ils devront fournir;
   si le dossier n'est pas complet, les opérateurs de l'eau transmettent les informations complémentaires demandées à Brugel par lettre par porteur avec accusé de réception et par la voie électronique dans un délai d'un mois suivant la réception de la demande de compléments;
   4° dans le mois suivant la confirmation de Brugel visée au point 3° ou, le cas échéant, suivant la réception des réponses et des informations complémentaires des opérateurs de l'eau visées au point 3°, Brugel sollicite l'avis du Comité des usagers de l'eau et du Conseil économique et social. Après réception et prise en compte des avis transmis, ou à défaut d'avis dans le délai prescrit, Brugel informe les opérateurs de l'eau par lettre par porteur avec accusé de réception, de sa décision d'approbation ou de son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du plan financier. Dans son projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du plan financier, Brugel indique de manière motivée les points que les opérateurs de l'eau doivent adapter pour obtenir une décision d'approbation de Brugel. Brugel est habilitée à demander aux opérateurs de l'eau de modifier leur proposition tarifaire pour faire en sorte que celle-ci soit proportionnée et appliquée de manière non discriminatoire. Ces derniers peuvent communiquer par porteur avec accusé de réception et par voie électronique leurs objections à ce sujet à Brugel dans les quinze jours ouvrables suivant la réception de ce projet de décision. Les opérateurs de l'eau sont entendus, à leur demande, dans les quinze jours ouvrables après réception du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du plan financier par Brugel.
   Le cas échéant, les opérateurs de l'eau soumettent à Brugel, dans un délai d'un mois suivant la réception du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du plan financier, leur proposition tarifaire adaptée accompagnée du plan financier, par porteur avec accusé de réception. Les opérateurs de l'eau transmettent également une copie électronique de cette proposition tarifaire adaptée.
   Dans un délai d'un mois suivant l'envoi par Brugel du projet de décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du plan financier ou, le cas échéant, après réception des objections ainsi que de la proposition tarifaire adaptée accompagnée du plan financier, Brugel informe les opérateurs de l'eau, par lettre par porteur avec accusé de réception, ainsi que par voie électronique, de sa décision d'approbation ou de sa décision de refus de la proposition tarifaire, le cas échéant adaptée, accompagnée du plan financier;
   5° si les opérateurs de l'eau ne respectent pas leurs obligations dans les délais visés aux points 1° à 5°, ou si Brugel a pris la décision de refus de la proposition tarifaire accompagnée du plan financier ou de la proposition tarifaire adaptée accompagnée du plan financier, des tarifs provisoires sont fixés par Brugel et sont d'application jusqu'à ce que toutes les objections des opérateurs de l'eau ou de Brugel soient épuisées ou jusqu'à ce qu'un accord soit atteint entre Brugel et les opérateurs de l'eau sur les points litigieux. Brugel arrête, après concertation avec les opérateurs de l'eau, les mesures compensatoires appropriées lorsque les tarifs définitifs s'écartent de ces tarifs provisoires;
   6° en cas de passage à de nouveaux services, d'adaptation de services existants et/ou en cas de circonstances exceptionnelles, les opérateurs de l'eau peuvent soumettre une proposition tarifaire actualisée à l'approbation de Brugel dans la période tarifaire. Cette proposition tarifaire actualisée tient compte de la proposition tarifaire approuvée par Brugel, sans altérer l'intégrité de la structure tarifaire existante. La proposition actualisée est introduite par les opérateurs de l'eau et traitée par Brugel suivant la procédure visée au présent article, étant entendu que le délai d'un mois est ramené à quinze jours et le délai de quinze jours ouvrables à huit jours ouvrables. En cas de circonstances exceptionnelles, Brugel peut demander aux opérateurs de l'eau de lui soumettre une nouvelle proposition de modification tarifaire;
   7° Brugel décide de l'approbation, sans préjudice de sa possibilité de contrôler les coûts sur la base des dispositions légales et réglementaires applicables, des propositions de modifications des tarifs dans un délai raisonnable de la transmission par les opérateurs de l'eau de telles modifications. Brugel peut, en concertation avec les opérateurs de l'eau concernés, déterminer le moment de l'entrée en vigueur de ces modifications;
   8° Brugel publie sur son site Internet, de manière transparente, l'état de la procédure d'adoption des propositions tarifaires ainsi que, le cas échéant, les propositions tarifaires déposées par les opérateurs de l'eau.]1

  
Art. 39/4. [1 § 1. Tegen de tariefbeslissingen die Brugel neemt op basis van [2 Afdeling VIII]2 kan een beroep worden ingesteld bij het Marktenhof, zetelend in kort geding.
   § 2. De procedure die wordt geregeld door de artikelen 29bis, § 2, en 29quater van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt is van toepassing in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor het beroep bedoeld in paragraaf 1.]1

  
Art. 39/4. [1 § 1er. Les décisions tarifaires prises par Brugel sur la base de la [2 Section VIII]2 peuvent faire l'objet d'un recours devant la Cour des Marchés siégeant comme en référé.
   § 2. La procédure organisée par les articles 29bis, § 2, et 29quater de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité est applicable en Région de Bruxelles-Capitale pour les recours visés au paragraphe 1er.]1

  
Afdeling IX. [1 - Meerjareninvesteringsplannen.]1
Section IX. [1 - Plans pluriannuels d'investissements.]1
Art. 39/5. [1 § 1. Elke wateroperator stelt een meerjareninvesteringsplan op om de opdrachten uit te voeren die hem werden toevertrouwd krachtens deze ordonnantie.
   De Regering kan de modaliteiten voor het opstellen van die plannen nader bepalen.
   Het investeringsplan bevat minstens volgende gegevens :
   1° een beschrijving van de bestaande infrastructuur op basis van de beschikbare gegevens, van de staat van veroudering ervan en van de benuttingsgraad ervan;
   2° een uitvoerige beschrijving, met kwantitatieve raming met cijfergegevens, van de belangrijkste voorzieningen die moeten worden gebouwd of gemoderniseerd tijdens de jaren die worden gedekt door voornoemd plan, met hun financiële waarde;
   3° de vastlegging van de nagestreefde kwaliteitsdoelstellingen;
   4° het gevoerde milieubeleid, inzonderheid de verenigbaarheid met het Waterbeheerplan bedoeld in hoofdstuk V van de ordonnantie;
   5° de beschrijving van het beleid voor onderhoud.
   § 2. De eerste voorstellen van meerjareninvesteringsplannen worden ingediend voor advies aan [2 Leefmilieu Brussel]2 tegen 30 september 2018.
   [2 Leefmilieu Brussel]2 onderzoekt de investeringsplannen. In het belang van de gebruikers en rekening houdend met milieucriteria, kan [2 Leefmilieu Brussel]2 op gemotiveerde wijze vereisen dat de wateroperator, binnen een bepaalde termijn, in zijn investeringsplan bepaalde alternatieve of complementaire investeringen onderzoekt en voorstelt.
   [2 Leefmilieu Brussel]2 geeft zijn advies over die investeringsplannen en hun relevantie ten opzichte van de Europese verplichtingen en de verplichtingen die voortvloeien uit het Waterbeheerplan bedoeld in Hoofdstuk V van de ordonnantie.
   Dit advies wordt overgemaakt aan de Regering en aan Brugel tegen 30 januari van het jaar volgend op dat bedoeld in lid 1.
   De Regering keurt de meerjareninvesteringsplannen goed, op grond van het advies van [2 Leefmilieu Brussel]2, tegen 31 maart van het jaar volgend op dat bedoeld in het eerste lid. Bij gebrek aan een beslissing van de Regering op die datum, worden die plannen als goedgekeurd beschouwd.
   § 3. De meerjareninvesteringsplannen bestrijken een periode van zes jaar en worden jaarlijks bijgewerkt voor de zes volgende jaren volgens de procedure vastgelegd in paragraaf 4.
   § 4. Elk jaar tegen 30 september dienen de wateroperatoren hun bijwerkingen in van hun investeringsplannen bij [2 Leefmilieu Brussel]2. [2 Leefmilieu Brussel]2 onderzoekt die bijwerkingen. Dit onderzoek wordt ter kennis gegeven van Brugel tegen uiterlijk 30 januari van het daaropvolgende jaar. Indien de bijwerking wijzigingen bevat die mogelijk een invloed kunnen hebben op het Waterbeheerplan, legt [2 Leefmilieu Brussel]2 die wijzigingen ter goedkeuring voor aan de Regering tezamen met de kennisgeving van zijn analyse aan Brugel. Bij gebrek aan goedkeuring van de Regering op 31 maart, worden die wijzigingen als goedgekeurd beschouwd.
   § 5. [2 Leefmilieu Brussel]2 houdt toezicht op de uitvoering van die investeringsplannen en evalueert de uitvoering ervan.
   § 6. Elk jaar voor 31 maart overhandigen de wateroperatoren aan [2 Leefmilieu Brussel]2, elk voor zich, een verslag waarin ze de kwaliteit van hun dienstverlening tijdens het voorgaande kalenderjaar beschrijven.
   Dit verslag bevat minstens de volgende gegevens :
   1° het aantal, de frequentie en de gemiddelde duur van onderbrekingen in de watervoorziening en -zuivering;
   2° de aard van de storingen en de lijst met dringende tussenkomsten;
   3° de termijnen voor de behandeling van klachten en het beheer van de noodoproepen;
   4° de termijnen voor aansluiting en reparatie.
   De modaliteiten van die verplichting kunnen worden vastgelegd door [2 Leefmilieu Brussel]2, dat ook de wateroperatoren kan verplichten om hun onderhoudsprogramma's en alle andere inlichtingen te bezorgen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn opdrachten.]1

  
Art. 39/5. [1 § 1er. Chaque opérateur de l'eau établit un plan pluriannuel d'investissements pour réaliser les missions qui lui sont confiées en vertu de la présente ordonnance.
   Le Gouvernement peut préciser les modalités relatives à l'établissement de ces plans.
   Le plan d'investissements contient au moins les données suivantes :
   1° une description de l'infrastructure existante sur la base des données disponibles, de son état de vétusté et de son degré d'utilisation;
   2° une description détaillée, avec estimation quantitative chiffrée, des principales infrastructures devant être construites ou mises à niveau durant les années couvertes par ledit plan, accompagnée de leur valorisation financière;
   3° la fixation des objectifs de qualité poursuivis;
   4° la politique menée en matière environnementale, en particulier la compatibilité avec le Plan de gestion de l'eau visé au chapitre V de l'ordonnance;
   5° la description de la politique de maintenance.
   § 2. Les premières propositions de plans pluriannuels d'investissements sont déposées pour avis à [2 Bruxelles Environnement]2 pour le 30 septembre 2018.
   [2 Bruxelles Environnement]2 analyse ces plans d'investissements. Dans l'intérêt des usagers et en tenant compte des critères environnementaux, il peut, de manière motivée, requérir de l'opérateur de l'eau qu'il étudie et propose, dans un délai déterminé, certains investissements alternatifs ou complémentaires dans son plan d'investissements.
   [2 Bruxelles Environnement]2 rend son avis sur ces plans d'investissements et leur pertinence au regard des obligations européennes et de celles découlant du Plan de gestion de l'eau visé au Chapitre V de l'ordonnance.
   Cet avis est transmis au Gouvernement et à Brugel pour le 30 janvier de l'année qui suit celle visée à l'alinéa 1er.
   Le Gouvernement approuve les plans pluriannuels d'investissements, sur la base de l'avis de [2 Bruxelles Environnement]2, pour le 31 mars de l'année qui suit celle visée à l'alinéa 1er. A défaut de décision du Gouvernement à cette date, ceux-ci sont réputés approuvés.
   § 3. Les plans pluriannuels d'investissements couvrent une période de six ans et sont mis à jour annuellement pour les six prochaines années selon la procédure fixée au paragraphe 4.
   § 4. Pour le 30 septembre de chaque année, les opérateurs de l'eau déposent les mises à jour de leur plan d'investissements à [2 Bruxelles Environnement]2. [2 Bruxelles Environnement]2 analyse ces mises à jour. Cette analyse est notifiée à Brugel au plus tard le 30 janvier de l'année qui suit. Lorsque la mise à jour comporte des modifications susceptibles d'avoir un impact sur le Plan de gestion de l'eau, [2 Bruxelles Environnement]2 soumet ces modifications à l'approbation du Gouvernement en même temps qu'il notifie son analyse à Brugel. A défaut d'approbation du Gouvernement le 31 mars, ces modifications sont réputées approuvées.
   § 5. [2 Bruxelles Environnement]2 surveille et évalue la mise en oeuvre de ces plans d'investissements.
   § 6. Avant le 31 mars de chaque année, les opérateurs de l'eau transmettent à [2 Bruxelles Environnement]2, chacun pour ce qui le concerne, un rapport dans lequel ils décrivent la qualité de leur service pendant l'année civile précédente.
   Ce rapport contient au moins les données suivantes :
   1° le nombre, la fréquence et la durée moyenne des interruptions de l'approvisionnement et de l'assainissement de l'eau;
   2° la nature des défaillances et la liste des interventions d'urgence;
   3° les délais de traitement des réclamations et de gestion des appels de secours;
   4° les délais de raccordement et de réparation.
   Les modalités de cette obligation peuvent être fixées par [2 Bruxelles Environnement]2 qui peut également imposer aux opérateurs de l'eau de lui transmettre leurs programmes d'entretien et toute autre information nécessaire à l'exercice de ses missions.]1

  
Afdeling X. [1 - De bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging door puntbronnen en diffuse bronnen]1
Section X. [1 - La protection des eaux de surface à l'égard de la pollution par des sources ponctuelles et diffuses]1
Onderafdeling I. [1 - Controle van de lozingen]1
Sous-section Ire. [1 - Contrôle des rejets]1
Art.40. [1 § 1. De Regering, die dit kan delegeren aan Leefmilieu Brussel, controleert alle lozingen in de oppervlaktewateren overeenkomstig de in dit artikel uiteengezette gecombineerde aanpak.
   Elke lozing van afvalwater en koelwater in de oppervlaktewateren is verboden, tenzij ze toegelaten werd door een milieuvergunning die werd uitgereikt in overeenstemming met de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.
   Met lozing wordt elke al dan niet opzettelijke introductie van vervuiling in een oppervlaktewater bedoeld, met inbegrip van het deponeren van vaste stoffen of vloeistoffen op een plaats vanwaar ze door een natuurlijk verschijnsel in die wateren kunnen terechtkomen.
   § 2. De Regering draagt zorg voor de invoering en toepassing van :
   1° toepasselijke emissiegrenswaarden gericht op de naleving van de door haar vastgelegde milieukwaliteitsnormen ;
   2° op de beste beschikbare techniek gebaseerde emissiebeheersingsmaatregelen ;
   3° algemene voorwaarden voor lozing in het rioleringsnet ;
   4° in het geval van diffuse effecten, beheersingsmaatregelen, met inbegrip van de beste milieupraktijken, die zijn vervat in :
   - richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) ;
   - richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater ;
   - richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen ;
   - de Richtlijnen vastgesteld krachtens artikel 16 van de Richtlijn ;
   - de Richtlijnen opgesomd in bijlage V van deze ordonnantie ;
   - andere relevante communautaire wetgeving,
   uiterlijk op 22 december 2012, tenzij in de desbetreffende wetgeving anders is bepaald.
   § 3. De Regering legt strengere emissiebeheersingsmaatregelen op in het geval een doelstelling of een kwaliteitsnorm, opgesteld met toepassing van deze ordonnantie, van de in bijlage V van deze ordonnantie opgesomde Richtlijn(en) of van elke andere wetgevende bepaling, strengere voorwaarden vereist dan die welke voortvloeien uit de toepassing van paragraaf 2.]1

  
Art.40. [1 § 1er. Le Gouvernement, qui peut accorder une délégation à Bruxelles Environnement, contrôle tous les rejets dans les eaux de surface conformément à l'approche combinée exposée dans le présent article.
   Tout rejet d'eaux usées et d'eaux de refroidissement dans les eaux de surface est interdit à moins qu'il n'ait été autorisé par un permis d'environnement délivré conformément à l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement.
   Par rejet, on entend toute introduction intentionnelle ou non de pollution dans une eau de surface, en ce compris le dépôt de matières solides ou liquides à un endroit d'où elles peuvent être entraînées par un phénomène naturel dans lesdites eaux.
   § 2. Le Gouvernement met en place et met en oeuvre :
   1° des valeurs limites d'émission pertinentes axées sur le respect des normes de qualité environnementale qu'il détermine ;
   2° des contrôles d'émission fondés sur les meilleures techniques disponibles ;
   3° des conditions générales de rejet dans le réseau d'égouttage ;
   4° en cas d'incidences diffuses, des contrôles, y compris, le cas échéant, de meilleures pratiques environnementales, indiqués dans :
   - la directive 2010/75/UE du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 relative aux émissions industrielles (prévention et réduction intégrées de la pollution) ;
   - la directive 91/271/CEE du Conseil du 21 mai 1991 relative au traitement des eaux urbaines résiduaires ;
   - la directive 91/676/CEE du Conseil du 12 décembre 1991 concernant la protection des eaux contre la pollution par les nitrates à partir de sources agricoles ;
   - les directives arrêtées en vertu de l'article 16 de la directive ;
   - les directives énumérées à l'annexe V de la présente ordonnance ;
   - toute autre législation communautaire pertinente,
   au plus tard le 22 décembre 2012, sauf disposition contraire dans la législation concernée.
   § 3. Le Gouvernement fixe des contrôles d'émission plus stricts dans l'hypothèse où un objectif ou une norme de qualité, établi en application de la présente ordonnance, de la/des directive(s) énumérée(s) à l'annexe V de la présente ordonnance ou de toute autre disposition législative, exige des conditions plus strictes que celles qui résulteraient de l'application du paragraphe 2.]1

  
Onderafdeling II. [1 - Regeling inzake de sanering van stedelijk afvalwater]1
Sous-section II. [1 - Régime d'assainissement des eaux résiduaires urbaines]1
Art. 40/1. [1 § 1. De regeling inzake de sanering van stedelijk afvalwater voldoet aan de volgende beginselen en verplichtingen :
   1° de regeling inzake de sanering van stedelijk afvalwater in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is collectief, wat het volgende inhoudt :
   - de aanwezigheid van een collectief saneringsnetwerk over het hele grondgebied dat verbonden is met een zuiveringsstation ;
   - de verplichte aansluiting van de gebouwen gelegen langs een weg die al met riolering werd uitgerust ; en ;
   - de verplichting tot aansluiting tijdens werken voor de realisatie van het rioleringsnet voor de gebouwen die langs een weg gelegen zijn, die er tot dan van verstoken bleef ;
   2° elke aansluiting op het rioleringsnet maakt het voorwerp uit van een schriftelijke voorafgaande toelating van de wateroperator belast met het beheer van het rioleringsnet ;
   3° in afwijking van de collectieve saneringsregeling bedoeld bij het 1° en onverminderd andere toepasselijke wetgeving, kunnen sommige zones of sommige gebouwen omwille van een technische onhaalbaarheid of buitensporige kosten ten opzichte van de milieuwinst van een aansluiting op het rioleringsnet het voorwerp uitmaken van een autonome sanering ;
   4° er wordt een kaart opgemaakt van de zones waar de autonome saneringsregeling van toepassing kan zijn, zoals vastgelegd door de wateroperatoren en goedgekeurd door de Regering na een openbaar onderzoek van zestig dagen in de door deze zones betroffen gemeenten ;
   5° bij een autonome sanering legt de milieuvergunning die werd uitgereikt overeenkomstig de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, de voorwaarden vast voor de exploitatie en het onderhoud van het individuele zuiveringssysteem in functie van de te behandelen afvalwaterstromen. De exploitant van het systeem staat garant voor het onderhoud en de goede werking ervan. De exploitant die de in de milieuvergunning vastgelegde voorwaarden naleeft, kan de operator belast met de verdeling van leidingwater om een gehele of gedeeltelijke vrijstelling verzoeken van het " sanering'-gedeelte van zijn waterfactuur.
   § 2. De Regering kan de toepassingsregels van deze regeling inzake de sanering van stedelijk afvalwater preciseren.]1

  
Art. 40/1. [1 § 1er. Le régime d'assainissement des eaux résiduaires urbaines répond aux principes et obligations qui suivent :
   1° le régime d'assainissement en Région de Bruxelles-Capitale est collectif, ce qui implique :
   - la présence d'un réseau d'assainissement collectif sur l'ensemble du territoire qui soit raccordé à une station d'épuration ;
   - le raccordement obligatoire des immeubles situés le long d'une voirie déjà équipée d'égouts, et ;
   - l'obligation de raccordement lors des travaux de réalisation du réseau d'égouttage pour ceux situés le long d'une voirie qui en était jusqu'alors dépourvue ;
   2° tout raccordement au réseau d'égouttage fait l'objet d'une autorisation préalable écrite de l'opérateur de l'eau en charge de la gestion du réseau d'égouttage ;
   3° en dérogation au régime d'assainissement collectif visé au 1° et sans préjudice d'autres législations applicables, certaines zones ou certains immeubles peuvent, pour des raisons d'infaisabilité technique ou de coûts disproportionnés au regard du gain environnemental d'un raccordement au réseau d'égouttage, faire l'objet d'un assainissement autonome ;
   4° il est procédé à une cartographie des zones où le régime d'assainissement autonome peut s'appliquer telle qu'établie par les opérateurs de l'eau et arrêtée par le Gouvernement après enquête publique de soixante jours dans les communes concernées par ces zones ;
   5° en cas d'assainissement autonome, le permis d'environnement délivré conformément à l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement fixe les conditions d'exploitation et d'entretien du système d'épuration individuelle en fonction du flux d'eaux usées à traiter. L'exploitant du système est garant de son entretien et de son bon fonctionnement. L'exploitant qui respecte les conditions fixées dans le permis d'environnement peut solliciter de l'opérateur en charge de la distribution d'eau potable une exonération, totale ou partielle, de la partie " assainissement " de sa facture d'eau.
   § 2. Le Gouvernement peut préciser les modalités d'application de ce régime d'assainissement des eaux résiduaires urbaines]1

  
HOOFDSTUK V. - Maatregelenprogramma en beheersplan van het stroomgebied van de Schelde.
CHAPITRE V. - Programme de mesures et plan de gestion du bassin hydrographique de l'Escaut.
Afdeling I. - Maatregelenprogramma.
Section Ire. - Programme de mesures.
Onderafdeling I. - Algemeen.
Sous-section Ire. - Généralités.
Art.41. § 1. Om de milieudoelstellingen te bereiken, stelt de Regering op voorstel van [1 Leefmilieu Brussel]1 een maatregelenprogramma op voor het gedeelte van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde dat gelegen is op het grondgebied van het gewest, in samenhang met de maatregelen waartoe werd besloten in het hele stroomgebied.
  § 2. Het maatregelenprogramma houdt rekening met de resultaten van de in artikel 31 bepaalde analyses.
  
Art.41. § 1er. Afin de réaliser les objectifs environnementaux, le Gouvernement, sur proposition de [1 Bruxelles Environnement]1, fixe un programme de mesures pour la portion du district hydrographique international de l'Escaut située sur le territoire régional, en cohérence avec les mesures décidées dans l'ensemble du bassin.
  § 2. Le programme de mesures tient compte des résultats des analyses prévues à l'article 31.
  
Art.42. § 1. In samenspraak met [1 [2 Leefmilieu Brussel]2]1, zorgt de Regering voor
  1° de intergewestelijke coördinatie van het maatregelenprogramma van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met het maatregelenprogramma van het Waals Gewest en het Vlaams Gewest met betrekking tot het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde;
  2° de internationale coördinatie van alle maatregelenprogramma's voor het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde.
  § 2. Ingeval de Regering een probleem vaststelt dat het beheer van de wateren die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren beïnvloedt, en dat ze niet zelf kan oplossen, brengt ze hierover verslag uit aan de Europese Commissie en aan elke andere betrokken Lidstaat van de Europese Unie, en doet ze aanbevelingen voor de oplossing van het probleem.
  
Art.42. § 1er. En concertation avec [1 [2 Bruxelles Environnement]2]1, le Gouvernement assure :
  1° la coordination interrégionale du programme de mesures de la Région de Bruxelles-Capitale avec le programme de mesures des Régions wallonne et flamande portant sur le district hydrographique international de l'Escaut;
  2° la coordination internationale de tous les programmes de mesures pour le district hydrographique international de l'Escaut.
  § 2. Dans le cas où le Gouvernement constate un problème qui influe sur la gestion des eaux relevant de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale qu'il ne peut résoudre lui-même, il fait rapport à la Commission européenne et à tout autre Etat membre de l'Union européenne concerné et formule des recommandations concernant la résolution du problème.
  
Art.43. De Regering legt het maatregelenprogramma vast. Ze belast [1 Leefmilieu Brussel]1 met de opstelling van het ontwerp ervan. Het programma gaat gepaard met een milieueffectenrapport opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's.
  
Art.43. Le Gouvernement arrête le programme de mesures. Il charge [1 Bruxelles Environnement]1 d'en établir le projet. Le programme est accompagné d'un rapport sur les incidences environnementales établi conformément aux dispositions de l'ordonnance du 18 mars 2004 relative à l'évaluation des incidences de certains plans et programmes sur l'environnement.
  
Onderafdeling II. - Inhoud van het maatregelenprogramma.
Sous-section II. - Contenu du programme de mesures.
Art.44. § 1. Het maatregelenprogramma omvat alle basismaatregelen om de milieudoelstellingen te halen en, waar nodig, aanvullende maatregelen.
  § 2. De basismaatregelen zijn de minimumvereisten waaraan moet worden voldaan, en omvatten :
  1° de maatregelen die voor de toepassing van de communautaire wetgeving voor de waterbescherming nodig zijn, met inbegrip van de maatregelen die [3 krachtens artikel 40 en 40/1]3 vereist zijn;
  2° de maatregelen die voor de doeleinden van terugwinning van de kosten van waterdiensten geschikt worden geacht;
  3° de maatregelen om duurzaam en efficiënt watergebruik te bevorderen teneinde te voorkomen dat de milieudoelstellingen niet worden bereikt;
  4° de vereiste maatregelen om aan de voorschriften van artikel 36 te voldoen, met inbegrip van maatregelen om de waterkwaliteit veilig te stellen teneinde het niveau van de zuivering dat voor de productie van drinkwater is vereist, te verlagen;
  5° beheersingsmaatregelen van de onttrekking van zoet oppervlaktewater en grondwater en de opstuwing van zoet oppervlaktewater, met inbegrip van een register of registers van wateronttrekkingen en het vereiste van voorafgaande toestemming voor wateronttrekking en opstuwing. De Regering kan onttrekkingen en opstuwingen die geen significant effect hebben op de watertoestand, van deze beheersingsmaatregelen vrijstellen;
  6° beheersingsmaatregelen, met inbegrip van een verplichte voorafgaande toestemming voor de kunstmatige aanvulling of vergroting van grondwaterlichamen. Het gebruikte water mag afkomstig zijn van al het oppervlakte- of grondwater, mits het gebruik van de bron niet verhindert dat de milieudoelstellingen voor de bron of voor het aangevulde of vergrote grondwaterlichaam worden bereikt;
  7° [1 voor lozingen door puntbronnen die verontreiniging kunnen veroorzaken en die niet gebonden zijn aan een milieuvergunning afgeleverd in overeenstemming met de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, de verplichting om een aangifte te doen, volgens de modaliteiten vastgelegd door de Regering, die verplicht de maatregelen bevat die bestemd zijn voor preventie of beheersing van de verontreinigende lozingen. De Regering mag met name beheersingsmaatregelen opleggen die de vorm kunnen aannemen van lozingsnormen, gebruiksvoorwaarden of beperkingen op het gebruik van bepaalde producten of stoffen, in overstemming met artikel 40.
   De Regering kan algemene voorwaarden opleggen voor het gebruik van de gevaarlijke stoffen en van de producten die dergelijke stoffen kunnen uitstoten tijdens hun gebruik, opslag of verwerking;]1

  8° [1 voor de diffuse bronnen die verontreiniging kunnen veroorzaken en die niet gebonden zijn aan een milieuvergunning afgeleverd in overeenstemming met de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, de verplichting om een aangifte te doen, volgens de modaliteiten vastgelegd door de Regering, die verplicht de maatregelen bevat die bestemd zijn voor preventie of beheersing van de verontreinigende lozingen. De Regering mag met name beheersingsmaatregelen opleggen die de vorm kunnen aannemen van lozingsnormen, gebruiksvoorwaarden of beperkingen op het gebruik van bepaalde producten of stoffen, in overeenstemming met artikel 40.
   Deze beheersingsmaatregelen worden geregeld getoetst, en zo nodig bijgesteld.
   De Regering kan algemene voorwaarden opleggen voor het gebruik van de gevaarlijke stoffen en van de producten die dergelijke stoffen kunnen uitstoten tijdens hun gebruik, opslag of verwerking;]1

  9° voor andere significante negatieve effecten op de watertoestand die overeenkomstig artikel 31 en bijlage I in het bijzonder geconstateerd zijn, en die niet gebonden zijn aan een milieuvergunning afgeleverd in overeenstemming met de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, met name maatregelen bedoeld om de hydromorfologische toestand van de waterlichamen verenigbaar is met het bereiken van de vereiste ecologische toestand of een goed ecologisch potentieel in het geval van waterlichamen die aangemerkt zijn als kunstmatig of sterk veranderd. De beheersingsmaatregelen voor deze doeleinden worden vastgesteld door de Regering en mogen de vorm aannemen van een vereiste inzake voorafgaande toestemming of registratie op basis van algemeen bindende regels, indien de communautaire wetgeving niet reeds in een dergelijk voorschrift voorziet;
  10° een verbod op de rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater met uitzondering van, tegen de voorwaarden vastgelegd door de Regering
  a. de herinjectie in dezelfde watervoerende laag van voor geothermische doeleinden gebruikt water;
  b. de herinjectie van met civieltechnische bouw- of onderhoudswerkzaamheden geassocieerd water;
  c. de lozingen ten gevolge van civieltechnische, bouw-, constructie- en soortgelijke werkzaamheden op of in de grond die in contact komen met het grondwater;
  d. de lozingen van kleine hoeveelheden verontreinigende stoffen voor wetenschappelijke doeleinden, met het oog op de karakterisering, de bescherming of het herstel van waterlichamen, welke beperkt blijven tot de hoeveelheden die strikt noodzakelijk zijn voor de nagestreefde doeleinden, op voorwaarde dat die lozingen niet verhinderen dat de voor dat grondwaterlichaam vastgestelde milieudoelstellingen worden bereikt;
  11° maatregelen ter bestrijding van de verontreiniging van oppervlaktewateren door de prioritaire stoffen en ter progressieve vermindering van verontreiniging door andere stoffen die anders het bereiken van de milieudoelstellingen zou verhinderen;
  12° maatregelen die nodig zijn ter voorkoming van aanzienlijke lekkage van verontreinigende stoffen uit technische installaties en ter voorkoming en/of beperking van de gevolgen van incidentele verontreiniging, bijvoorbeeld ten gevolge van overstromingen, ook met behulp van systemen om dergelijke gebeurtenissen op te sporen of ervoor te waarschuwen, met inbegrip, in geval van redelijkerwijs niet te voorziene ongevallen, van alle passende maatregelen om het risico voor de aquatische ecosystemen te beperken;
  13° maatregelen ter [3 beoordeling en]3 preventie van de risico's van overstromingen [3 ...]3 en georganiseerd in vierluiken :
  1. een plaatsbeschrijving van de graad van ondoorlatendheid van de bodem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de evolutie in de tijd ervan,
  2. een inventaris van de klassieke maatregelen en de alternatieve maatregelen ter bestrijding van overstromingen,
  3. hydraulische simulaties van de regenwaterstromen op het Brussels grondgebied, teneinde de meest aangewezen van de bovenstaande maatregelen te kiezen;
  4. de uitvoering van de klassieke maatregelen of de alternatieve maatregelen die door studies worden aangeduid als de meest efficiënte om overstromingen te bestrijden.
  14° maatregelen ter bescherming van het grondwater, met aanmoediging van hydrothermische technieken, wat een analyse veronderstelt van de kenmerken van de ondergrondse waterbekkens in het Brussels Gewest, een vaststelling van de omstandigheden waarin de hydrothermische installaties kunnen worden geplaatst en de invoering van een administratieve procedure voor toekenning van vergunningen en voor controle.
  § 3. De onder § 2, 5°, 6°, 7°, 8° en 9° bedoelde maatregelen worden beoordeeld en eventueel herzien bij elke werking van het [2 Waterbeheerplan]2. De voorafgaande goedkeuring die wordt bedoeld in § 2, 5° en 6°, wordt toegekend op basis van de beslissingen die worden genomen ter uitvoering van de hydrogeologische reglementering.
  Alle daden bedoeld bij § 2, 7°, 8° en 9° zijn onderworpen aan een milieuvergunning, die wordt toegekend, rekening houdend met de bepalingen van deze bepalingen.
  De onder § 2, 7°, 8° et 9° bedoelde registratie die steunt op dwingende algemene regels, gebeurt op basis van een voorafgaande aangifte in overeenstemming met de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.
  § 4. Het maatregelenprogramma kan aanvullende maatregelen bevatten waarvan de lijst door de Regering wordt opgesteld op basis van bijlage IV, deel B.
  De Regering kan tevens andere aanvullende maatregelen aannemen met het doel een bijkomende bescherming te bieden, of een verbetering van de wateren die worden bedoeld door deze ordonnantie, met name in het kader van de uitvoering van de toepasselijke internationale akkoorden.
  
Art.44. § 1er. Le programme de mesures comprend les mesures de base pour atteindre les objectifs environnementaux et, si nécessaire, des mesures complémentaires.
  § 2. Les mesures de base constituent les exigences minimales à respecter et comprennent :
  1° les mesures requises pour l'application de la législation communautaire pour la protection de l'eau, y compris les mesures requises [3 aux articles 40 et 40/1]3;
  2° des mesures jugées adéquates aux fins de la récupération des coûts liés à l'utilisation de l'eau;
  3° des mesures promouvant une utilisation efficace et durable de l'eau, de manière à éviter de compromettre la réalisation des objectifs environnementaux;
  4° les mesures requises pour répondre aux exigences de l'article 36, notamment les mesures visant à préserver la qualité de l'eau de manière à réduire le degré de traitement de purification nécessaire à la production d'eau potable;
  5° des mesures de contrôle des captages d'eau douce dans les eaux de surface et les eaux souterraines et des endiguements d'eau douce de surface, notamment l'établissement d'un ou plusieurs registres de captages d'eau et l'institution d'une autorisation préalable pour le captage et l'endiguement. Le Gouvernement peut exempter de ces contrôles les captages ou endiguements qui n'ont pas d'incidence significative sur l'état des eaux;
  6° des mesures de contrôle, y compris l'obligation d'une autorisation préalable pour la recharge ou l'augmentation artificielle des masses d'eau souterraines. L'eau utilisée peut provenir de toute eau de surface ou eau souterraine, à condition que l'utilisation de la source ne compromette pas la réalisation des objectifs environnementaux fixés pour la source ou pour la masse d'eau souterraine rechargée ou augmentée;
  7° [1 pour les rejets ponctuels susceptibles de causer une pollution et non soumis à un permis d'environnement délivré conformément à l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement, l'obligation de procéder à une déclaration, selon les modalités déterminées par le Gouvernement, qui indique obligatoirement les mesures destinées à prévenir ou à contrôler les rejets polluants. Le Gouvernement peut notamment imposer des mesures de contrôle, qui peuvent prendre la forme de normes de rejet, de conditions d'utilisation ou de restrictions à l'usage de certains produits ou substances, conformément à l'article 40.
   Le Gouvernement peut fixer des conditions générales à l'utilisation des substances dangereuses et des produits qui sont susceptibles d'en émettre lors de leur utilisation, de leur stockage ou de leur transformation;]1

  8° [1 pour les sources diffuses susceptibles de causer une pollution et non soumises à un permis d'environnement délivré conformément à l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement, l'obligation de procéder à une déclaration, selon les modalités déterminées par le Gouvernement, qui indique obligatoirement les mesures destinées à prévenir ou à contrôler les rejets polluants. Le Gouvernement peut notamment imposer des mesures de contrôle, qui peuvent prendre la forme de normes de rejet, de conditions d'utilisation ou de restrictions à l'usage de certains produits ou substances, conformément à l'article 40.
   Ces mesures de contrôle sont régulièrement vérifiées et corrigées si nécessaire.
   Le Gouvernement peut fixer des conditions générales à l'utilisation des substances dangereuses et des produits qui sont susceptibles d'en émettre lors de leur utilisation, de leur stockage ou de leur transformation;]1

  9° pour toute incidence négative importante sur l'état des eaux identifiées en vertu de l'article 31 et de l'annexe 1 en particulier, et non soumise à un permis d'environnement délivre conformément à l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement, des mesures destinées à faire en sorte que les conditions hydromorphologiques de la masse d'eau permettent d'atteindre l'état écologique requis ou un bon potentiel écologique pour les masses d'eau désignées comme artificielles ou fortement modifiées. Les contrôles effectués à cette fin sont déterminés par le Gouvernement et peuvent prendre la forme d'une exigence d'autorisation préalable ou d'enregistrement fondée sur des règles générales contraignantes lorsqu'une telle exigence n'est pas prévue par ailleurs par la législation communautaire;
  10° l'interdiction du rejet direct de polluants dans les eaux souterraines à l'exception, aux conditions déterminées par le Gouvernement
  a. de la réinjection dans le même aquifère d'eau utilisée à des fins géothermiques;
  b. de la réinjection de l'eau liée à la construction et à l'entretien des travaux d'ingénierie civile;
  c. de ceux consécutifs à la construction, au génie civil et aux travaux publics et activités similaires sur ou dans le sol qui entrent en contact avec l'eau souterraine;
  d. des rejets de faibles quantités de polluants à des fins scientifiques pour la caractérisation, la protection ou la restauration des masses d'eau, ces rejets étant limités à ce qui est strictement nécessaire aux fins en question, à condition que ces rejets ne compromettent pas la réalisation des objectifs environnementaux fixés pour cette masse d'eau souterraine;
  11° des mesures destinées à éliminer la pollution des eaux de surface par les substances prioritaires et à réduire progressivement la pollution par d'autres substances qui empêcheraient de réaliser les objectifs environnementaux;
  12° toute mesure nécessaire pour prévenir les fuites importantes de polluants provenant d'installations techniques et pour prévenir et/ou réduire l'incidence des accidents de pollution, comme à la suite des inondations, notamment par des systèmes permettant de détecter ou d'annoncer l'apparition de pareils accidents, y compris dans le cas d'accidents qui n'auraient raisonnablement pas pu être prévus, toutes les mesures appropriées pour réduire les risques encourus par les écosystèmes aquatiques;
  13° des mesures destinées à [3 évaluer et à]3 prévenir les risques d'inondations [3 ...]3 et organisées en quatre volets
  1. un état des lieux du degré d'imperméabilité des sols en Région de Bruxelles-Capitale et de son évolution dans le temps,
  2. un inventaire des mesures classiques et des mesures alternatives de lutte contre les inondations,
  3. des simulations hydrauliques du ruissellement des eaux de pluie sur le territoire bruxellois afin de choisir les mesures susmentionnées les plus appropriées;
  4. la mise en oeuvre des mesures classiques ou alternatives identifiées par l'ensemble des études comme les plus efficaces pour lutter contre les inondations.
  14° des mesures destinées à protéger les eaux souterraines tout en encourageant les techniques d'hydrothermie, ce qui suppose une analyse des caractéristiques des nappes phréatiques en Région bruxelloise, une définition des conditions dans lesquelles les installations d'hydrothermie peuvent être aménagées et la mise en place d'une procédure administrative d'attribution de permis et de contrôle.
  § 3. Les mesures visées au § 2, 5°, 6°, 7°, 8° et 9° sont évaluées et éventuellement revues à l'occasion de chaque mise à jour du [2 Plan de gestion de l'eau]2. L'autorisation préalable visée aux § 2, 5° et 6° est octroyée sur la base des décisions prises en exécution de la réglementation hydrogéologique.
  Lorsque les actes visés aux § 2, 7°, 8° et 9° sont soumis à permis d'environnement, celui-ci est octroyé en tenant compte des objectifs visés par lesdites dispositions.
  L'enregistrement vise aux § 2, 7°, 8° et 9°, fondé sur des règles générales contraignantes, se fait sur la base d'une déclaration préalable conformément à l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement.
  § 4. Le programme de mesures peut contenir des mesures complémentaires dont la liste est établie par le Gouvernement sur la base de l'annexe IV, partie B.
  Le Gouvernement peut également adopter d'autres mesures complémentaires afin de fournir une protection additionnelle ou une amélioration des eaux visées par la présente ordonnance, notamment dans le cadre de la mise en oeuvre des accords internationaux pertinents.
  
Art.45. Wanneer uit monitoringsgegevens of andere gegevens blijkt dat de milieudoelstellingen voor een waterlichaam mogelijk niet zullen worden bereikt binnen de door deze ordonnantie vastgelegde termijnen, zal de Regering :
  1° de oorzaak onderzoeken van het eventuele falen;
  2° de betrokken vergunningen en toelatingen onderzoeken en zo nodig herzien;
  3° de monitoringprogramma's toetsen en zo nodig bijstellen;
  4° aanvullende maatregelen treffen teneinde die milieudoelstellingen te bereiken, waaronder indien nodig de vaststelling van strengere milieukwaliteitsnormen. Indien de in lid 1, 1° bedoelde oorzaken het resultaat zijn van redelijkerwijs niet te voorziene of uitzonderlijke omstandigheden die het gevolg zijn van natuurlijke oorzaken of overmacht, met name omvangrijke overstromingen of lange droogteperioden, kan de Regering bepalen dat aanvullende maatregelen niet haalbaar zijn, zonder evenwel afbreuk te doen aan artikel 63.
Art.45. Lorsque les données provenant des contrôles ou d'autres données indiquent que les objectifs environnementaux pour une masse d'eau pourraient ne pas être atteints dans les délais fixés par la présente ordonnance, le Gouvernement :
  1° recherche les causes de l'éventuelle absence de résultats;
  2° examine et, le cas échéant, revoit les permis et autorisations pertinents;
  3° revoit et, le cas échéant, ajuste les programmes de surveillance;
  4° élabore les mesures supplémentaires qui peuvent être nécessaires pour réaliser les objectifs environnementaux, y compris, le cas échéant, l'institution de normes de qualité environnementales plus strictes. Lorsque les causes visées à l'alinéa 1er, 1° résultent de circonstances dues à des causes naturelles ou de force majeure, qui sont exceptionnelles ou qui n'auraient raisonnablement pas pu être prévues, en particulier les inondations d'une gravité exceptionnelle et les sécheresses prolongées, le Gouvernement peut décider que des mesures additionnelles sont impossibles à prendre, sans préjudice toutefois de l'article 63.
Art.46. Ter uitvoering van de maatregelen uit hoofde van deze afdeling, ondernemen de rechtspersonen die optreden bij het beheer van de waterkringloop in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest alle passende stappen opdat de verontreiniging van mariene wateren niet toeneemt. De toepassing van de maatregelen mag in geen geval direct of indirect tot meer verontreiniging van oppervlaktewateren leiden. Dit voorschrift is niet van toepassing indien het tot meer verontreiniging van het milieu in zijn geheel zou leiden.
Art.46. En mettant en oeuvre les mesures prévues à la présente section, les personnes morales qui interviennent, à quelque titre que ce soit, dans la gestion du cycle de l'eau en Region de Bruxelles-Capitale prennent toutes les dispositions nécessaires pour ne pas augmenter la pollution des eaux marines. L'application des mesures ne peut en aucun cas causer, directement ou indirectement, un accroissement de la pollution des eaux de surface. Cette exigence n'est pas applicable dans les cas où il en résulterait un accroissement de la pollution de l'environnement dans son ensemble.
Art.47. De maatregelenprogramma's worden uiterlijk op 22 december 2009 vastgesteld. Alle maatregelen dienen uiterlijk op 22 december 2012 operationeel te zijn.
  De maatregelenprogramma's worden uiterlijk op 22 december 2015 en vervolgens om de zes jaar getoetst en zo nodig bijgesteld. Nieuwe of herziene maatregelen die in het kader van een herzien programma worden genomen, dienen binnen drie jaar na de vaststelling operationeel te zijn.
Art.47. Les programmes de mesures sont établis au plus tard le 22 décembre 2009. Toutes les mesures sont opérationnelles le 22 décembre 2012 au plus tard.
  Les programmes sont réexaminés et, si nécessaire, mis à jour au plus tard le 22 décembre 2015 et, par la suite, tous les six ans. Toute mesure nouvelle ou révisée élaborée dans le cadre d'un programme mis à jour est rendue opérationnelle dans les trois ans qui suivent son adoption.
Afdeling II. - [1 Waterbeheerplan]1.
Section II. - [1 Plan de gestion de l'eau]1.
Onderafdeling I. - Inhoud van het [1 Waterbeheerplan]1.
Sous-section Ire. - Contenu du [1 Plan de gestion de l'eau]1.
Art.48. De Regering werkt mee aan de opstelling van een enkel geïntegreerd internationaal beheersplan voor het hele internationale stroomgebiedsdistrict van de Schelde. Wordt er geen geïntegreerd internationaal beheersplan opgesteld, dan legt de Regering een beheersplan vast voor het gedeelte van het internationaal stroomgebiedsdistrict dat gelegen is op het Brusselse grondgebied. Ze belast [1 Leefmilieu Brussel]1 met het opstellen van een ontwerp.
  
Art.48. Le Gouvernement collabore à la réalisation d'un seul plan de gestion intégré pour l'ensemble du district hydrographique international de l'Escaut. En l'absence d'un tel plan de gestion intégré, le Gouvernement arrête un plan de gestion pour la portion du district international située sur le territoire bruxellois. Il charge [1 Bruxelles Environnement]1 d'en établir le projet.
  
Art.49. In het [2 Waterbeheerplan]2 moet de in bijlage VII bedoelde informatie worden opgenomen.
  alsook, in voorkomend geval, de wijzigingen die moeten worden aangebracht in de normatieve bepalingen, de plannen en de programma's die kunnen worden toegepast in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, afhankelijk van de uitvoering van de doelstellingen, de maatregelen en de middelen die zijn opgenomen in het [2 Waterbeheerplan]2 van het stroomgebiedsdistrict;
  en een goed gestructureerde niet-technische samenvatting die gericht is tot het grote publiek en die de krachtlijnen bevat van het [1 Waterbeheerplan]1.
  
Art.49. Le [2 Plan de gestion de l'eau]2 comporte les informations détaillées visées à l'annexe VII.
  ainsi que, le cas échéant, les modifications à apporter aux dispositions normatives, aux plans et aux programmes pouvant être appliqués dans la Région de Bruxelles-Capitale, en fonction de la réalisation des objectifs, des mesures et des moyens repris dans le [2 Plan de gestion de l'eau]2 du district hydrographique;
  et un résumé non technique bien structuré et destiné à un large public, contenant les lignes de force du [1 Plan de gestion de l'eau]1.
  
Art.50. Aanvullend bij het [1 Waterbeheerplan]1 stelt de Regering een document op waarin ze haar beheersintenties verduidelijkt voor de ontwikkeling van het waterbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met inbegrip van de maatregelen, de middelen en de termijnen die voorzien zijn om deze beheersintenties te verwezenlijken.
  De Regering kan meer gedetailleerde of nauwkeurigere regelen opstellen om de inhoud vast te leggen van het beheersplan voor het Brusselse gedeelte van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde, alsook voor de opstelling en de redactiemethode van dit gedeelte van het plan.
  
Art.50. Complémentairement au [1 Plan de gestion de l'eau]1, le Gouvernement établit un document précisant ses intentions de gestion pour le développement de la politique de l'eau en Région de Bruxelles-Capitale, y compris les mesures, les moyens et les délais prévus pour réaliser ces intentions de gestion.
  Le Gouvernement peut établir des règles plus détaillées ou précises pour définir le contenu du plan de gestion pour la portion bruxelloise du district hydrographique international de l'Escaut, ainsi que pour l'établissement et la méthodologie de rédaction de cette partie du plan.
  
Onderafdeling II. - Opstelprocedure en modaliteiten voor raadpleging van het publiek.
Sous-section II. - Procédure d'élaboration et modalités de consultation du public.
Art.51. § 1. De bepalingen van deze onderafdeling zijn van toepassing op de opstelling van het geïntegreerde beheersplan van het internationale stroomgebiedsdistrict van de Schelde of, bij gebrek hieraan, op die van het beheersplan van het gedeelte van dit district dat gelegen is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 2. Minstens drie jaar vóór de datum van inwerkingtreding van het beheersplan, en uiterlijk op 22 december 2006, stelt de Regering, voor de elementen die verband houden met het gedeelte van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde dat gelegen is op het grondgebied van het Brussels Gewest, een tijdsschema en een werkprogramma vast voor de opstelling van het beheersplan, welke een overzicht omvatten van de maatregelen die worden genomen op het vlak van de raadpleging van het publiek.
  De Regering stelt, binnen dezelfde termijn, de lijst vast van de gewestelijke of gemeentelijke besturen, van de intercommunales of andere gewestelijke instellingen van openbaar nut en rechtspersonen die actief zijn in het beheer van de waterkringloop in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die haar, op haar verzoek en binnen de door haar vastgestelde termijn, de informatie over hun bevoegdheden moeten verstrekken die relevant is voor de opstelling van het plan.
  De Regering creëert een internetsite over het waterbeleid. Deze vormt onder andere een interface tussen het publiek en het bestuur voor aangelegenheden die verband houden met het waterbeleid in het algemeen en voor aangelegenheden die betrekking hebben op het beheersplan en het maatregelenprogramma in het bijzonder.
  De Regering publiceert het tijdsschema en het werkprogramma voor de opstelling van het plan alsook de lijst die respectievelijk worden bedoeld in lid 1 en lid 2 hierboven, uittreksel in het Belgisch Staatsblad, en stelt dit ter beschikking van het publiek op de internetsite van het Gewest die gewijd is aan het waterbeleid. Deze publicaties informeren het publiek over de mogelijkheid om opmerkingen of suggesties te richten tot de Regering binnen een termijn van zes maanden vanaf de publicatie.
  Teneinde de coherentie te bevorderen tussen de bijdrage van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan het beheersplan en de bijdragen van de bevoegde overheden van de andere grondgebieden die vallen onder het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde, deelt de Regering het tijdsschema en de lijst ook mee aan de andere Staten of Gewesten van het internationale district.
  De Regering publiceert uiterlijk op 22 december 2007 een tussentijds overzicht van de belangrijke waterbeheerskwesties die zijn vastgesteld in het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde op het vlak van het waterbeheer bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad en stelt het ter beschikking van het publiek op de internetsite van het Gewest die gewijd is aan het waterbeleid. Deze publicaties informeren het publiek over de mogelijkheid om opmerkingen of suggesties te richten tot de Regering binnen een termijn van zes maanden vanaf de publicatie.
  De Regering organiseert een publieke voorstelling van deze voorlopige samenvatting en legt ze voor ter bespreking.
Art.51. § 1er. Les dispositions de la présente sous-section sont applicables à l'élaboration du plan intégré de gestion du district international de l'Escaut ou, à défaut, à celle du plan de gestion de la portion de ce district située sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale.
  § 2. Trois ans au moins avant la date d'entrée en vigueur du plan de gestion, et au plus tard le 22 décembre 2006, le Gouvernement établit, pour les éléments relatifs à la portion du district hydrographique international de l'Escaut située sur le territoire régional bruxellois, un calendrier et un programme de travail pour l'élaboration du plan de gestion, qui intègrent un relevé des mesures qui seront prises en matière de consultation du public.
  Le Gouvernement établit, dans le même délai, la liste des administrations régionales ou communales, des intercommunales ou autres organismes d'intérêt public régionaux et personnes morales actives dans la gestion du cycle de l'eau en Region de Bruxelles-Capitale qui, à sa demande, devront lui communiquer, dans le délai qu'il fixe, les éléments d'information liés à leurs compétences et pertinents pour l'élaboration du plan.
  Le Gouvernement crée un site internet dédié à la politique de l'eau. Celui-ci sert, entre autres, d'interface entre le public et l'administration pour les questions relatives à la politique de l'eau en général et pour les questions relatives au plan de gestion et au programme de mesures en particulier.
  Le Gouvernement publie le calendrier et le programme de travail pour l'élaboration du plan ainsi que la liste visés respectivement aux alinéas ler et 2 ci-dessus par extrait au Moniteur belge et les met à la disposition du public sur le site internet de la Région dédié à la politique de l'eau. Ces publications informent le public de la possibilité d'adresser des observations ou des suggestions au Gouvernement dans un délai de six mois à compter de la publication.
  En vue de favoriser la cohérence des apports de la Région de Bruxelles-Capitale au plan de gestion avec les apports des autorités compétentes des autres territoires couverts par le district hydrographique international de l'Escaut, le Gouvernement communique également le calendrier et la liste aux autres Etats ou Régions du district international.
  Le Gouvernement publie une synthèse provisoire des questions importantes qui se posent dans le district hydrographique international de l'Escaut en matière de gestion de l'eau par extrait au Moniteur belge et la met à la disposition du public sur le site internet de la Région dédié à la politique de l'eau au plus tard le 22 décembre 2007. Ces publications informent le public de la possibilité d'adresser des observations ou des suggestions au Gouvernement dans un délai de six mois à compter de la publication.
  Le Gouvernement organise une présentation publique de cette synthèse provisoire et la soumet au débat.
Art.52. De Regering richt een gemotiveerd antwoord aan de personen die opmerkingen of suggesties hebben ingediend binnen de door artikel 55, § 2, vierde en zesde lid bepaalde termijnen.
Art.52. Le Gouvernement adresse une réponse motivée aux personnes qui ont introduit des observations ou suggestions dans les délais prévus par l'article 51, § 2, alinéas 4 et 6.
Art.53. § 1. De Regering stelt uiterlijk tegen 22 december 2008 het ontwerpplan vast dat met name werd opgesteld op basis van de adviezen en opmerkingen die werden ingezameld tijdens de raadplegingen door toepassing van artikel 51. Dit ontwerp wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek van zes maanden.
  § 2. Het onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking in elk van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en Franstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid, alsmede door een mededeling op radio en televisie volgens de door de Regering bepaalde regels. In deze aankondiging worden de begin- en einddatum van het onderzoek vermeld.
  Deze publicaties informeren het publiek over de voorwaarden voor raadpleging van het ontwerpplan en over de mogelijkheid om opmerkingen of suggesties te richten tot de Regering binnen een termijn van zes maanden vanaf de publicatie.
  Teneinde de coherentie te bevorderen tussen de bijdrage van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan het beheersplan en de bijdragen van de bevoegde overheden van de andere grondgebieden die vallen onder het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde, wordt het ontwerpplan ook meegedeeld aan de andere Staten of Gewesten van het internationale district.
  Het ontwerpplan wordt voor de hele duur van het openbaar onderzoek ter image gelegd in het gemeentehuis van elk van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zodat het publiek het kan inkijken. Op verzoek worden de referentiedocumenten en de voor de opstelling van het ontwerp van beheersplan gebruikte informatie tijdens het openbaar onderzoek ter beschikking gesteld op een door de Regering gepreciseerde locatie.
  Klachten en opmerkingen dienen binnen de termijn van het onderzoek te worden gericht aan de Regering per aangetekend schrijven of met ontvangstbewijs.
  § 3. Bij het verstrijken van de termijn van het onderzoek beschikken de gemeenteraden en de instanties op de st opgesteld door de Regering krachtens artikel 51, § 2, tweede alinea over een termijn van zestig dagen om hun advies in te dienen en door te geven aan de Regering. Op het einde van de termijn worden de adviezen die niet werden doorgegeven, geacht gunstig te zijn.
Art.53. § 1er. Le Gouvernement arrête le projet de plan pour le 22 décembre 2008 au plus tard, établi notamment sur la base des avis et observations recueillis au cours des consultations résultant de l'application de l'article 51. Ce projet est soumis à une enquête publique de six mois.
  § 2. L'enquête est annoncée par voie d'affiches dans chacune des communes de la Région de Bruxelles-Capitale par avis inséré au Moniteur belge et dans au moins trois journaux de langue française et trois journaux de langue néerlandaise diffusés dans la Région ainsi que dans un communiqué diffusé par voies radiophonique et télévisée selon les modalités fixées par le Gouvernement. L'annonce précise les dates du début et de la fin de l'enquête.
  Ces publications informent le public des conditions de consultation du projet de plan et de la possibilité d'adresser des observations ou des suggestions au Gouvernement dans un délai de six mois à compter de la publication.
  En vue de favoriser la cohérence des apports de la Région de Bruxelles-Capitale au plan de gestion avec les apports des autorités compétentes des autres territoires couverts par le district hydrographique international de l'Escaut, le projet de plan est également communiqué aux autres Etats ou Régions du district international.
  Le projet de plan est déposé pendant tout le temps de l'enquête publique, aux fins de consultation par le public, à la maison communale de chacune des communes de la Région de Bruxelles-Capitale. Sur demande, les documents de référence et les informations utilisées pour l'élaboration du projet de plan de gestion sont mis à disposition en un lieu précisé par le Gouvernement lors de l'enquête publique.
  Les réclamations et observations sont adressées au Gouvernement dans le délai d'enquête sous pli recommandé à la poste ou contre accusé de réception.
  § 3. A l'expiration du délai d'enquête, les conseils communaux et les instances figurant sur la liste établie par le Gouvernement en vertu de l'article 51, § 2, alinéa 2 disposent d'un délai de soixante jours pour émettre leur avis et le transmettre au Gouvernement. A l'échéance, les avis qui n'auraient pas été transmis sont réputés favorables.
Art.54. Vóór 22 december 2009 stelt de Regering het beheersplan definitief vast.
  Het besluit van de Regering dat het plan definitief goedkeurt, moet gemotiveerde antwoorden bevatten op de opmerkingen of suggesties die volgens de regels werden ingediend in de loop van het openbaar onderzoek. Dit besluit wordt, net als het definitieve plan, uiterlijk op 22 december 2009 [1 bij uittreksel]1 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  Het beheersplan wordt van kracht tien dagen na de publicatie. Het volledige plan wordt binnen [1 vijftien]1 dagen na deze publicatie ter beschikking gesteld van het publiek in elk gemeentehuis.
  [1 ...]1
  
Art.54. Avant le 22 décembre 2009, le Gouvernement arrête définitivement le plan de gestion.
  L'arrêté du Gouvernement approuvant définitivement le plan doit contenir les réponses motivées apportées aux observations ou suggestions régulièrement introduites au cours de l'enquête publique. Cet arrêté, de même que le plan définitif, est publié au Moniteur belge [1 par extrait]1 au plus tard le 22 décembre 2009.
  Le plan de gestion entre en vigueur dix jours après sa publication. Le plan complet est mis à disposition du public dans chaque maison communale dans les [1 quinze]1 jours de cette publication.
  [1 ...]1
  
Onderafdeling III. - Wijzigingsprocedure.
Sous-section III. - Procédure de modification.
Art.55. De Regering beslist bij gemotiveerd besluit over de actualisering van het [1 Waterbeheerplan]1.
  De procedure van opstelling van het plan is van toepassing op de actualisering ervan [2 met uitzondering van artikelen 51, § 2, laatste lid, en 53, § 3 voor de wijzigingsprocedures opgestart vanaf 1 januari 2019]2. Het [1 Waterbeheerplan]1 blijft van kracht tot de datum van publicatie van het nieuwe [1 Waterbeheerplan]1.
  Het [1 Waterbeheerplan]1 wordt in elk geval uiterlijk op 22 december 2015 bijgewerkt, en vervolgens om de zes jaar.
  
Art.55. Le Gouvernement décide de la mise à jour du [1 Plan de gestion de l'eau]1 par arrêté motivé.
  La procédure d'élaboration du plan s'applique à sa mise à jour [2 à l'exception des articles 51, § 2, dernier alinéa, et 53, § 3 pour les procédures de modification engagées après le 1er janvier 2019]2. Le [1 Plan de gestion de l'eau]1 reste en vigueur jusqu'au moment où le nouveau [1 Plan de gestion de l'eau]1 est publié.
  Le [1 Plan de gestion de l'eau]1 est en tout cas mis à jour au plus tard le 22 décembre 2015 et, par la suite, tous les six ans.
  
Art.56. Alle maatregelen van de maatregelenprogramma's treden in voege uiterlijk binnen de drie jaar nadat ze definitief werden aangenomen, en in elk geval vóór 22 december 2012. Hetzelfde geldt voor alle nieuwe maatregelen die worden bijgewerkt in de zin van artikel 50.
Art.56. Toutes les mesures des programmes de mesures sont opérationnelles au plus tard dans les trois ans qui suivent leur adoption définitive, et en tout cas pour le 22 décembre 2012 au plus tard. Il en va de même de toute mesure nouvelle, mise à jour au sens de l'article 50.
Onderafdeling IV. - Rechtsgevolgen van het plan.
Sous-section IV. - Effets juridiques du plan.
Art.57. Het [1 Waterbeheerplan]1 verbindt de Regering en de overheden die belast zijn met de toepassing ervan, met betrekking tot de te bereiken resultaten.
  Alle studies of effectenrapporten die worden gewijd aan de publieke of privéontwerpen of plannen op het vlak van planning, stedenbouw of leefmilieu, door of krachtens een gewestelijke wetgeving, bevatten de analyse van de effecten van deze ontwerpen of plannen, in de zin van elk van deze wetgevingen, op de uitvoering van het [1 Waterbeheerplan]1.
  
Art.57. Le [1 Plan de gestion de l'eau]1 lie le Gouvernement et les autorités publiques chargées de son application quant aux résultats à atteindre.
  Toutes les études ou rapports d'incidences auxquels sont soumis les projets publics ou privés ou plans, en matière de planification, d'urbanisme ou d'environnement, par ou en vertu d'une législation régionale, contiennent l'analyse des incidences de ces projets ou de ces plans, au sens de chacune de ces législations, sur la mise en oeuvre du [1 Plan de gestion de l'eau]1.
  
HOOFDSTUK VI. - Informatie en rapporteringen.
CHAPITRE VI. - Informations et notifications.
Art.58. De Regering stelt de inhoud vast van de informatie die moet worden verstrekt aan de besturen, alsook de te hanteren presentatie, door de rechtspersonen die in welke hoedanigheid ook tussenkomen in het beheer van de waterkringloop in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met het doel de uitvoering van deze ordonnantie te garanderen.
Art.58. Le Gouvernement détermine le contenu des informations à fournir aux administrations ainsi que la présentation à adopter, par les personnes morales qui interviennent à quelque titre que ce soit dans la gestion du cycle de l'eau en Région de Bruxelles-Capitale, dans le but d'assurer la mise en oeuvre de la présente ordonnance.
Art.59. § 1. De Regering zendt de Commissie en eventuele andere betrokken lidstaten afschriften van het beheersplan van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde of van het beheersplan van het gedeelte van dit district dat gelegen is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en alle geactualiseerde versies binnen drie maanden na publicatie daarvan toe.
  § 2. De Regering legt beknopte verslagen voor met betrekking tot de krachtens artikel 31 vereiste analyses en de krachtens artikel 37 ontworpen monitoringprogramma's, die ten behoeve van het eerste beheersplan zijn uitgevoerd binnen drie maanden na de voltooiing.
  Evenzeer legt de Regering binnen drie jaar na de publicatie van elk beheersplan of van elke actualisering aan de Commissie een tussentijds verslag voor over de vooruitgang in de uitvoering van het geplande maatregelenprogramma.
Art.59. § 1er. Le Gouvernement communique des copies du plan de gestion du district hydrographique international de l'Escaut ou le plan de gestion de la portion de ce district située sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale et de ses modifications et mises à jour à la Commission et aux Etats membres concernés dans les trois mois qui suivent leur publication.
  § 2. Le Gouvernement présente des rapports de synthèse sur les analyses requises en vertu de l'article 31 et sur les programmes de surveillance visés à l'article 37, entrepris aux fins du premier plan de gestion de district dans les trois mois de leur achèvement.
  De même, le Gouvernement présente à la Commission, dans un délai de trois ans à compter de la publication du plan de gestion ou de ses modifications et mises à jour ultérieures, un rapport intermédiaire décrivant l'état d'avancement de la mise en oeuvre du programme de mesures prévu.
HOOFDSTUK VII. - Onteigening.
CHAPITRE VII. - Expropriation.
Art.60. De aankopen van onroerende goederen die nodig zijn voor de uitvoering van het [1 Waterbeheerplan]1 en het maatregelenprogramma kunnen worden gerealiseerd door middel van onteigening om redenen van openbaar nut.
  Ongeacht de bepalingen die andere overheden machtigen om te onteigenen, kunnen de volgende instanties handelen als onteigenende overheid : het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de gemeenten van het Gewest en de overheidsinstellingen en organisaties die afhangen van het Gewest en die bij ordonnantie gemachtigd zijn om te onteigenen om redenen van openbaar nut.
  Om de in deze bepaling bedoelde onteigeningen uit te voeren, moet de onteigenende overheid in het bezit zijn van een door de Regering goedgekeurd onteigeningsplan.
  De onteigeningen dienen te gebeuren met naleving van de vigerende wetten.
  
Art.60. Les acquisitions de biens immeubles nécessaires à la réalisation du [1 Plan de gestion de l'eau]1 et du programme de mesures peuvent être réalisées par la voie de l'expropriation pour cause d'utilité publique.
  Sans préjudice des dispositions habilitant d'autres autorités à exproprier, peuvent agir comme pouvoir expropriant la Région de Bruxelles-Capitale, les communes de la Région et les établissements publics et organismes dépendant de la Région et habilités par ordonnance à exproprier pour cause d'utilité publique.
  Pour procéder aux expropriations visées par la présente disposition, le pouvoir expropriant doit être en possession d'un plan d'expropriation approuvé par le Gouvernement.
  Les expropriations sont faites dans le respect des lois en vigueur.
  
HOOFDSTUK VIII. - Afwijkingen van de milieudoelstellingen.
CHAPITRE VIII. - Dérogations aux objectifs environnementaux.
Art.61. Met strikte inachtneming van volgende voorwaarden kan de Regering beslissen om, voor bepaalde specifieke waterlichamen en met het oog op het gefaseerd bereiken van de doelstellingen voor waterlichamen, de in de artikelen 11 tot 13 gestelde termijnen voor de milieudoelstellingen verlengen tot een latere datum, mits de toestand van het aangetaste waterlichaam niet verder verslechtert.
  Een dergelijke beslissing mag slechts worden genomen indien wordt voldaan aan volgende cumulatieve voorwaarden
  1° de verlenging van de termijn voldoet ten minste aan één van de volgende redenen
  a) de vereiste verbeteringen zijn technisch slechts haalbaar in verschillende fases die de gestelde termijnen overschrijden;
  b) de verwezenlijking van de verbeteringen binnen de gestelde termijnen zou onevenredig duur zijn;
  c) de natuurlijke omstandigheden beletten een tijdige verbetering van de toestand van het waterlichaam;
  2° het [2 Waterbeheerplan]2 duidt uitdrukkelijk het volgende aan :
  a) de waterlichamen waarvoor de milieudoelstellingen het voorwerp zijn geweest van een verlenging van de termijn;
  b) de verlenging van de termijn en de redenen voor deze verlenging;
  c)[1 een overzicht van de maatregelen die nodig worden geacht om de waterlichamen binnen de verlengde termijn geleidelijk in de vereiste toestand te brengen, de redenen voor significante vertraging bij de operationalisering van deze maatregelen, alsmede het vermoedelijke tijdsschema voor de uitvoering ervan. In de bijwerkingen van het stroomgebiedsbeheersplan wordt een evaluatie van de uitvoering van die maatregelen opgenomen, alsmede een overzicht van eventuele extra maatregelen;]1
  3° de verlengingen worden beperkt tot maximaal twee bijwerkingen van het beheersplan van het Brussels stroomgebiedsdistrict, behalve wanneer de natuurlijke omstandigheden van dien aard zijn dat de doelstellingen niet binnen die termijn kunnen worden bereikt.
  
Art.61. Dans le strict respect des conditions suivantes, le Gouvernement peut décider, pour certaines masses d'eau spécifiques et aux fins d'une réalisation progressive des objectifs pour les masses d'eau, de reporter l'échéance des objectifs environnementaux définis aux articles 11 à 13 à une date ultérieure, à condition que l'état des masses d'eau considérées ne se détériore pas davantage.
  Une telle décision ne peut être adoptée que dans le respect des conditions cumulatives suivantes :
  1° le report de l'échéance répond au moins à l'un des motifs suivants :
  a) les améliorations nécessaires ne peuvent, pour des raisons de faisabilité technique, être réalisées qu'en plusieurs étapes excédant les délais prescrits;
  b) l'achèvement des améliorations nécessaires dans les délais prescrits serait exagérément coûteux;
  c) les conditions naturelles ne permettent pas de réaliser les améliorations de l'état de la masse d'eau considérée dans les délais prescrits;
  2° le [2 Plan de gestion de l'eau]2 indique expressément :
  a) les masses d'eau pour lesquelles les objectifs environnementaux ont fait l'objet d'un report;
  b) le report de l'échéance et les motifs de ce report;
  c) [1 un résumé des mesures jugées nécessaires pour améliorer progressivement les masses d'eau à leur état requis dans le délai reporté, les motifs de tout retard important dans la mise en oeuvre de ces mesures, ainsi que le calendrier probable de l'exécution de ces mesures. Les corrections du plan de gestion du district hydrographique comportent une évaluation de l'exécution de ces mesures, ainsi qu'un résumé des mesures supplémentaires éventuelles;]1
  3° les reports sont limités à un maximum de deux nouvelles mises a jour du plan de gestion du district hydrographique bruxellois, sauf dans les cas où les conditions naturelles sont telles que les objectifs environnementaux ne peuvent être réalisés dans ce délai.
  
Art.62. De Regering mag minder strenge milieudoelstellingen vaststellen voor specifieke waterlichamen, wanneer die lichamen in een zodanige mate door menselijke activiteiten zijn aangetast of hun natuurlijke gesteldheid van dien aard is dat het bereiken van die doelstellingen niet haalbaar of onevenredig kostbaar zou zijn.
  Deze mogelijkheid bestaat slechts indien aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan :
  1° de ecologische en sociaal-economische behoeften die door zulke menselijke activiteiten worden gediend, kan niet worden vervuld met andere, voor het milieu aanmerkelijk gunstigere middelen die geen onevenredig hoge kosten met zich brengen;
  2° de oppervlaktewateren moeten de best mogelijke ecologische en chemische toestand bereiken die haalbaar is, gezien de redelijkerwijs niet te vermijden effecten vanwege de aard van de menselijke activiteiten of verontreiniging;
  3° voor de grondwateren moeten zo gering mogelijke veranderingen in de goede grondwatertoestand optreden, gezien de redelijkerwijs niet te vermijden effecten vanwege de aard van de menselijke activiteiten of verontreiniging;
  4° er treedt geen verdere achteruitgang op in de toestand van het aangetaste waterlichaam;
  5° de minder strenge milieudoelstellingen worden vermeld in het [1 Waterbeheerplan]1 ligt, en deze doelstellingen worden om de zes jaar getoetst.
  
Art.62. Le Gouvernement peut fixer des objectifs environnementaux moins stricts pour certaines masses d'eaux spécifiques, lorsque celles-ci sont tellement touchées par l'activité humaine ou que leur condition naturelle est telle que la réalisation de ces objectifs serait impossible ou d'un coût disproportionné.
  Cette possibilité n'existe que si toutes les conditions suivantes sont réunies :
  1° les besoins environnementaux et sociaux auxquels répond cette activité humaine ne peuvent être assurés par d'autres moyens constituant une option environnementale meilleure et dont le coût n'est pas disproportionné;
  2° les eaux de surface présentent un état écologique et chimique optimal compte tenu des incidences qui n'auraient raisonnablement pas pu être évitées eu égard à la nature des activités humaines ou à la pollution;
  3° les eaux souterraines présentent des modifications minimales par rapport à un bon état de ces eaux compte tenu des incidences qui n'auraient raisonnablement pas pu être évitées eu égard à la nature des activités humaines ou à la pollution;
  4° aucune autre détérioration de l'état des masses d'eau concernées n'intervient;
  5° les objectifs environnementaux moins stricts sont repris dans le [1 Plan de gestion de l'eau]1 et ces objectifs sont revus tous les six ans.
  
Art.63. Een tijdelijke achteruitgang van de toestand van bepaalde waterlichamen is toegestaan, indien zulks het resultaat is van onvoorziene omstandigheden of overmacht, een uitzonderlijke natuurlijke oorzaak of niet te voorziene ongevallen, op voorwaarde dat aan alle navolgende voorwaarden is voldaan :
  1° alle haalbare stappen worden ondernomen om verdere achteruitgang van de toestand te voorkomen teneinde het bereiken van de doelstellingen van deze ordonnantie voor andere, niet door die omstandigheden getroffen waterlichamen niet in het gedrang te brengen;
  2° de voorwaarden waaronder uitzonderlijke of redelijkerwijs niet te voorziene omstandigheden mogen worden aangevoerd, met inbegrip van de vaststelling van passende indicatoren, worden vermeld in het [1 Waterbeheerplan]1;
  3° de maatregelen die in dergelijke uitzonderlijke omstandigheden moeten worden genomen, worden opgenomen in het maatregelenprogramma en mogen het herstel van de kwaliteit van het waterlichaam niet in de weg staan wanneer die omstandigheden niet meer bestaan;
  4° de gevolgen van uitzonderlijke of redelijkerwijs niet te voorziene omstandigheden worden jaarlijks geëvalueerd, en onder voorbehoud van de redenen zoals uiteengezet in artikel 61, lid 2, 1°, worden alle haalbare maatregelen genomen om het waterlichaam zo snel als redelijkerwijs haalbaar is te herstellen in de toestand waarin het zich bevond voordat de effecten van die omstandigheden intraden;
  5° in de volgende bijwerking van het beheersplan van het Brusselse stroomgebiedsdistrict wordt een overzicht gegeven van de effecten van de omstandigheden en van de maatregelen die overeenkomstig 1° en 4° werden of zullen worden genomen.
  
Art.63. La détérioration temporaire de l'état de certaines masses d'eau est admissible, lorsqu'elle résulte de circonstances imprévues ou de force majeure, en raison de causes naturelles exceptionnelles ou d'accidents imprévisibles, lorsque toutes les conditions suivantes sont réunies :
  1° toutes les mesures faisables sont prises pour prévenir toute nouvelle dégradation de l'état des masses d'eau considérées et pour ne pas compromettre la réalisation des objectifs de la présente ordonnance dans d'autres masses d'eau non touchées par ces circonstances;
  2° les conditions dans lesquelles de telles circonstances exceptionnelles ou non raisonnablement prévisibles peuvent être déclarees, y compris l'adoption des indicateurs appropriés, sont indiquees dans le [1 Plan de gestion de l'eau]1;
  3° les mesures à prendre dans de telles circonstances exceptionnelles sont indiquées dans le programme de mesures et ne compromettent pas la récupération de la qualité de la masse d'eau une fois que les circonstances sont passées;
  4° les effets des circonstances exceptionnelles ou qui n'auraient raisonnablement pas pu être prévues sont revus chaque année et, sous réserve des motifs énoncés à l'article 61, alinéa 2, 1°, toutes les mesures faisables sont prises pour restaurer, dans les meilleurs délais raisonnables possibles, la masse d'eau dans l'état qui était le sien avant les effets de ces circonstances;
  5° un résumé des effets des circonstances et des mesures prises ou à prendre conformément aux 1° et 4° est inclus dans la prochaine mise à jour du plan de gestion du district hydrographique bruxellois.
  
Art.64. § 1. Met strikte naleving van de voorwaarden gedefinieerd onder § 2 vormt het niet bereiken van een goede grondwatertoestand, een goede ecologische toestand, of, in voorkomend geval, een goed ecologisch potentieel, of het niet voorkomen van achteruitgang van de toestand van een oppervlakte- of grondwaterlichaam, geen inbreuk op de vereisten van deze ordonnantie wanneer dit het gevolg is van nieuwe veranderingen van de fysische kenmerken van een oppervlaktewaterlichaam of wijzigingen in de stand van grondwaterlichamen.
  Op dezelfde manier vormt het niet voorkomen van achteruitgang van een zeer goede toestand van een oppervlak-waterlichaam naar een goede toestand geen inbreuk op de vereisten van deze ordonnantie indien deze achteruitgang het gevolg is van nieuwe duurzame activiteiten van menselijke ontwikkeling.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde hypothesen zijn slechts toegelaten indien aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° alle praktische maatregelen worden genomen om de negatieve effecten op de toestand van het waterlichaam tegen te gaan;
  2° de redenen en toelichtingen voor de veranderingen of wijzigingen die worden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, worden vermeld in het [1 Waterbeheerplan]1 en de doelstellingen worden om de zes jaar getoetst;
  3° de redenen voor die veranderingen of wijzigingen zijn van hoger openbaar belang of het nut van het bereiken van de milieudoelstellingen wordt overtroffen door het nut van de nieuwe veranderingen en wijzigingen voor de gezondheid van de mens, de handhaving van de veiligheid van de mens of duurzame ontwikkeling;
  4° het nuttige doel dat met die veranderingen of wijzigingen van het waterlichaam wordt gediend, kan vanwege de technische haalbaarheid of onevenredig hoge kosten niet worden bereikt met andere, voor het milieu aanmerkelijk gunstigere middelen.
  
Art.64. § 1er. Dans le strict respect des conditions définies au § 2, le fait de ne pas rétablir le bon état d'une eau souterraine, le bon état écologique ou, le cas échéant, le bon potentiel écologique ou de ne pas empêcher la détérioration de l'état d'une masse d'eau de surface ou souterraine, ne constitue pas une infraction aux exigences de la présente ordonnance lorsqu'il résulte de nouvelles modifications des caractéristiques physiques d'une masse d'eau de surface ou de changements du niveau des masses d'eau souterraines.
  De même, l'échec des mesures visant à prévenir la détérioration d'un très bon etat vers un bon état de l'eau de surface ne constitue pas une infraction aux exigences de la présente ordonnance s'il est le résultat de nouvelles activités de développement humain durable.
  § 2. Les hypothèses visées au paragraphe 1er ne sont admissibles que dans le respect des conditions suivantes :
  1° toutes les mesures pratiques sont prises pour atténuer l'incidence négative sur l'état de la masse d'eau;
  2° les raisons et les motifs des modifications ou des changements visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, sont repris dans le [1 Plan de gestion de l'eau]1 et les objectifs sont revus tous les six ans;
  3° les modifications ou les changements repondent à un intérêt général majeur ou sont davantage bénéfiques pour la santé humaine, le maintien de la sécurite pour les personnes ou le développement durable que la réalisation des objectifs environnementaux;
  4° les objectifs bénéfiques poursuivis par ces modifications ou ces altérations de la masse d'eau ne peuvent, pour des raisons de faisabilité technique ou de coûts disproportionnés, être atteints par d'autres moyens qui constituent une option environnementale sensiblement meilleure.
  
HOOFDSTUK VIIIbis. [1 - Onafhankelijk toezichthoudend orgaan voor de waterprijs.]1
CHAPITRE VIIIbis. [1 - Organe indépendant de contrôle du prix de l'eau.]1
Art. 64/1. [1 § 1. In het kader van zijn in paragraaf 2 opgesomde opdrachten, neemt Brugel alle redelijke maatregelen, eventueel in nauw overleg met de andere betrokken gewestelijke overheden en onverminderd hun bevoegdheden, om volgende doelstellingen te bereiken :
   1° de tariefmethodologieën vastleggen;
   2° de tarieven van de watersector goedkeuren;
   3° [3 een doeltreffende behandeling verzekeren in alle onafhankelijkheid van de klachten door de Geschillendienst.]3
   § 2. Brugel is bekleed met een opdracht tot verlening van advies en expertise aan de overheid over de organisatie en de werking van de gewestelijke watersector, enerzijds, en met een algemene opdracht voor toezicht en controle in het kader van zijn bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs met toepassing van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, anderzijds.
   In dat kader is Brugel belast met volgende opdrachten :
   1° het geven van gemotiveerde adviezen of beslissingen in het kader van haar bevoegdheden voor toezicht op de waterprijs en het indienen van voorstellen in de gevallen zoals bepaald door huidige ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten;
   2° op vraag van de Regering of van de Minister belast met het Waterbeleid, het uitvoeren van onderzoeken en studies in verband met de watersector in het kader van haar bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs;
   3° het beschikken over een controlebevoegdheid ter plaatse en die controles te laten uitoefenen door zijn personeel;
   4° het informeren van de Regering over de afstemming van de tarieven met name op de subsidie die de Regering aan een wateroperator verleent of op hun sociale gevolgen, in het bijzonder voor de meest kwetsbare categorieën van gebruikers;
   5° [3 de bevoegdheden van de Geschillendienst zoals ingevoerd bij artikel 30novies van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, uit te breiden tot de watersector teneinde de klachten te behandelen die door een gebruiker worden ingediend wegens niet-naleving door de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, van zijn algemene verkoopsvoorwaarden, alsook de klachten die betrekking hebben op een inbreuk door een wateroperator op de in deze ordonnantie vervatte tariefbepalingen.]3
   De Regering kan de nadere regels voor de uitvoering van die opdrachten bepalen.
   § 3. Brugel oefent op onpartijdige en transparante wijze de volgende bevoegdheden uit :
   1° bindende besluiten nemen en sancties zoals bedoeld in artikel 65 toepassen ten aanzien van de wateroperatoren in geval van niet-naleving van haar beslissingen en de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, in het kader van haar bevoegdheid van toezichthouder op de waterprijs;
   2° van de wateroperatoren [2 en van elke andere rechtspersoon actief op het vlak van het beheer van de watercyclus]2 alle inlichtingen eisen die nodig zijn voor de uitvoering van haar taken, met inbegrip van de verantwoording van elke weigering om toegang te verlenen aan een derde, en alle inlichtingen over de maatregelen die nodig zijn [2 om de]2 opdrachten van openbare dienst [2 bedoeld bij artikel 17, § 1, 18, § 1, en 20]2 te vervullen.
   § 4. Wie een verzoek ontvangt om gegevens of inlichtingen te verschaffen, is verplicht mee te werken binnen de termijn die wordt toegekend door Brugel, op straffe van toepassing van de sancties zoals bepaald in artikel 65. De gegevens of inlichtingen die worden meegedeeld door een wateroperator voor elke activiteit betreffende de uitvoering van deze ordonnantie mogen uitsluitend worden gebruikt in het kader van deze ordonnantie.
   § 5. In overeenstemming met de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, krijgt Brugel een aanvullende dotatie, binnen de perken van de begrotingskredieten, voor de uitvoering van haar krachtens deze ordonnantie toevertrouwde opdrachten.]1

  
Art. 64/1. [1 § 1er. Dans le cadre de ses missions énumérées au paragraphe 2, Brugel prend toutes les mesures raisonnables, en étroite concertation avec les autres autorités régionales concernées le cas échéant, et sans préjudice de leurs compétences, pour atteindre les objectifs suivants :
   1° fixer les méthodologies tarifaires;
   2° approuver les tarifs du secteur de l'eau;
   3° [3 assurer un traitement efficace et en toute indépendance des plaintes par le Service des litiges.]3
   § 2. Brugel est investie d'une mission de conseil et d'expertise auprès des autorités publiques en ce qui concerne l'organisation et le fonctionnement du secteur régional de l'eau, d'une part, et d'une mission générale de surveillance et de contrôle dans le cadre de sa compétence de contrôle du prix de l'eau en application de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution, d'autre part.
   Dans ce cadre, Brugel est chargée des missions suivantes :
   1° donner des décisions ou avis motivés dans le cadre de ses compétences de contrôle du prix de l'eau et soumettre des propositions dans les cas prévus par la présente ordonnance ou ses arrêtés d'exécution;
   2° à la demande du Gouvernement ou du Ministre ayant la Politique de l'Eau dans ses attributions, effectuer des recherches et des études relatives au secteur de l'eau dans le cadre de sa compétence de contrôle du prix de l'eau;
   3° disposer d'un pouvoir de contrôle sur place et faire effectuer ces contrôles par son personnel;
   4° aviser le Gouvernement sur l'adéquation des tarifs, notamment par rapport au subside alloué par le Gouvernement à un opérateur de l'eau ou à leurs implications sociales, en particulier pour les catégories d'usagers les plus vulnérables;
   5° [3 élargir au secteur de l'eau les compétences du Service des litiges tel qu'instauré par l'article 30novies de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale afin de connaître des plaintes déposées par un usager pour le non-respect par l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, de ses conditions générales de vente, ainsi que celles relatives à une violation, par un opérateur de l'eau, des dispositions tarifaires contenues dans la présente ordonnance.]3
   Le Gouvernement peut préciser les modalités d'exercice de ces missions.
   § 3. Brugel exerce les compétences suivantes de manière impartiale et transparente :
   1° prendre des décisions contraignantes et appliquer les sanctions telles que visées à l'article 65 à l'égard des opérateurs de l'eau en cas de non-respect de ses décisions et des dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution, dans le cadre de sa compétence de contrôle du prix de l'eau;
   2° exiger des opérateurs de l'eau [2 et de toute autre personne morale active dans la gestion du cycle de l'eau]2 toute information nécessaire à l'exécution de ses tâches, y compris la justification de tout refus de donner accès à un tiers, et toute information sur les mesures nécessaires à la réalisation [2 des]2 missions de service public [2 visées aux articles 17, § 1er, 18, § 1er, et 20]2.
   § 4. Celui à qui est adressée une demande de communication de données ou d'informations, est tenu de coopérer dans le délai imparti par Brugel sous peine de se voir appliquer les sanctions prévues à l'article 65. Les données ou informations communiquées par un opérateur de l'eau pour toute activité concernant l'exécution de la présente ordonnance ne pourront être utilisées que dans le cadre de la présente ordonnance.
   § 5. Dans le respect de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, Brugel se voit octroyer une dotation complémentaire, dans les limites des crédits budgétaires, pour l'exécution des missions qui lui sont confiées en vertu de la présente ordonnance.]1

  
HOOFDSTUK IX. - Sancties.
CHAPITRE IX. - Sanctions.
Art.65. § 1. Wordt [2 gestraft met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid]2 :
  [1 1° de personen die de maatregelen vastgelegd in toepassing van artikelen 11, 12 en 13 miskennen;
   2° de personen die, in overtreding van [5 artikelen 17, § 3, 36, § 4 of 40/1, § 1, 1°]5 hun verplichtingen inzake sanering niet zijn nagekomen;
   3° de personen die de watertariferingsprincipes vervat [3 in afdelingen V en [4 VIII]4]3 niet nakomen;
   4° de [3 [6 waterleveranciers]6]3 die hun verplichtingen conform artikel 36/1 niet vervullen;
   5° [5 de personen die, in strijd met artikel 40, § 1, afvalwater of koelwater in de oppervlaktewateren lozen zonder zich hiervoor te kunnen beroepen op de toelating van een milieuvergunning ;]5
   6° de personen die de maatregelen, lozingsnormen, lozingsverbod, gebruiksvoorwaarden of beperkingen op het gebruik van bepaalde producten of stoffen en de aangifteverplichting vastgelegd in toepassing van artikel 44, miskennen;
   7° de personen die, hoewel ze hier regelmatig toe zijn uitgenodigd, nalaten om de informatie mee te delen die hun werd gevraagd krachtens artikel 58 en de op grond daarvan vastgestelde regelingen;]1

  [3 8° de personen die zich verzetten tegen de controles en onderzoeken van Brugel uitgevoerd in het kader van deze ordonnantie of die weigeren haar de inlichtingen te verschaffen die ze gehouden zijn te geven krachtens deze ordonnantie, of die haar opzettelijk onjuiste of onvolledige inlichtingen verschaffen;]3
  [5 9° de personen die de emissiegrenswaarden, de emissiebeheersingsmaatregelen en de algemene lozingsvoorwaarden vastgelegd in toepassing van artikel 40, § 2 en 3 miskennen.]5
  [6 10° de personen die in strijd met artikel 36/1 § 4, geen monitoring uitvoeren van de door de Regering bepaalde parameters waar tijdens de algemene analyse van de potentiële risico's in verband met huishoudelijke leidingnetten en de daarmee samenhangende producten en materialen, specifieke risico's voor de waterkwaliteit en de gezondheid van de mens zijn vastgesteld, deze niet uitvoeren overeenkomstig de bepalingen vastgelegd door de Regering of niet de gepaste maatregelen nemen bij een overschrijding van de door de Regering vastgelegde normen]6
  [1 § 1/1. [2 ...]2 ]1
  § 2. De bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van artikel 85, zijn van toepassing op de in paragraaf 1 bedoelde inbreuken.
  § 3. [3 ln het kader van haar bevoegdheid betreffende het toezicht op de waterprijs, kan Brugel elke wateroperator gelasten zich te houden aan de beslissingen die zij neemt en aan de bepalingen van deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan binnen de termijn die zij bepaalt. Als deze wateroperator in gebreke blijft na het verstrijken van de termijn, kan Brugel hem een administratieve boete opleggen. Deze boete mag, per kalenderdag, niet lager zijn dan 1.239 euro en niet hoger dan 99.157 euro. De totale boete mag niet meer bedragen dan tien procent van de omzet die de wateroperator gerealiseerd heeft in de loop van het laatste afgesloten boekjaar, indien dit bedrag hoger zou liggen. Er mag geen enkele administratieve boete worden opgelegd voor feiten waarvoor al een vonnis van het Marktenhof is geveld op basis van artikel 39/4.
   Vooraleer het bedrag van de boete te bepalen, informeert Brugel de betrokken wateroperator per aangetekend schrijven, en nodigt hem uit een nota te bezorgen met betrekking tot zijn verdedigingsgronden.
   Het aangetekend schrijven bevat de vermelding van de weerhouden grieven, de overwogen sanctie en de melding dat het dossier kan worden ingekeken, de plaats en de uren waarop dit kan, en dit gedurende de termijn bepaald door Brugel. De nota wordt Brugel per aangetekend schrijven overgemaakt, binnen de dertig dagen na ontvangst van het bovenvermeld schrijven.
   Brugel informeert de wateroperator over de datum van het voorafgaand verhoor. Het voorafgaand verhoor vindt plaats ten vroegste op de twintigste dag na de verzending van het bovenvermeld aangetekend schrijven. De wateroperator mag zich laten bijstaan door een advocaat of door deskundigen naar keuze. Brugel stelt een proces-verbaal op van het verhoor, en verzoekt de operator deze te tekenen, desgevallend nadat deze er haar opmerkingen aan heeft toegevoegd.
   Brugel neemt de zaak in beraad na het laatste verhoor. Hij bepaalt de administratieve boete middels een gemotiveerde beslissing en informeert de wateroperator binnen de dertig dagen na het laatste verhoor, per aangetekend schrijven. Na deze termijn wordt Brugel geacht definitief af te zien van elke sanctie gebaseerd op de aan de wateroperator ten laste gelegde feiten, behalve indien zich nieuwe elementen zouden voordoen. De kennisgeving van de beslissing vermeldt de mogelijkheden tot beroep bepaald door de wet en door deze ordonnantie, alsmede de termijn waarbinnen het kan worden ingesteld.]3

  
Art.65. § 1er. Sont punies [2 de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale]2 :
  [1 1° les personnes qui méconnaissent les mesures arrêtées en application des articles 11, 12 et 13;
   2° les personnes qui, en contravention avec [5 les articles 17, § 3, 36, § 4 ou 40/1, § 1er, 1°]5 auront méconnu leurs obligations en matière d'assainissement;
   3° les personnes qui auront méconnu les principes de tarification de l'eau établis [3 par ou en vertu des sections V et [4 VIII]4]3;
   4° les [3 [6 fournisseurs d'eau]6]3 d'eau qui ne remplissent pas leurs obligations conformément à l'article 36/1;
   5° [5 les personnes qui, en contravention avec l'article 40, § 1er, rejettent des eaux usées ou des eaux de refroidissement dans les eaux de surface sans y avoir été autorisées par un permis d'environnement ;]5
   6° les personnes qui méconnaissent les mesures, normes de rejet, interdictions de rejet, conditions d'utilisation ou de restrictions à l'usage de certains produits ou substances et l'obligation de déclaration arrêtées en application de l'article 44;
   7° les personnes qui, étant régulièrement invitées à les fournir, s'abstiennent de communiquer les informations qui leur ont été demandées en vertu de l'article 58 et des dispositions réglementaires prises en vertu de celui-ci.]1

  [3 8° les personnes qui font obstacle aux vérifications et investigations de Brugel exécutées en vertu de la présente ordonnance ou celles qui refusent de lui fournir les informations qu'elles sont tenues de donner en vertu de la présente ordonnance, ou qui lui donnent sciemment des informations inexactes ou incomplètes.]3
  [5 9° les personnes qui méconnaissent les valeurs limites d'émission, les contrôles d'émission, les conditions générales de rejet arrêtées en application de l'article 40, §§ 2 et 3.]5
  [6 10° les personnes qui, en contravention avec l'article 36/1 § 4, n'effectuent pas une surveillance des paramètres fixés par le Gouvernement où des risques particuliers pour la qualité de l'eau et la santé humaine ont été identifiés au cours de l'analyse générale des risques potentiels associés à des installations privées de distribution, ainsi qu'à des produits et matériaux y afférents, qui ne l'effectuent pas selon les modalités arrêtées par le Gouvernement ou qui ne prennent pas les mesures adéquates en cas de dépassement des normes fixées par le Gouvernement.]6
  [1 § 1er/1. [2 ...]2 ]1
  § 2. Les dispositions du Livre premier du Code pénal, à l'exception de l'article 85, sont applicables aux infractions visées au paragraphe 1er.
  § 3. [3 Dans le cadre de sa compétence de contrôle du prix de l'eau, Brugel peut enjoindre à tout opérateur de l'eau de se conformer aux décisions qu'elle prend et aux dispositions de la présente ordonnance ou de ses arrêtés d'exécution dans le délai qu'elle détermine. Si cet opérateur de l'eau reste en défaut à l'expiration du délai, Brugel peut lui infliger une amende administrative. Cette amende ne peut, par jour calendrier, être inférieure à 1.239 euros ni supérieure à 99.157 euros. L'amende totale ne peut excéder dix pour cent du chiffre d'affaires que l'opérateur de l'eau a réalisé au cours du dernier exercice clôturé, si ce montant est supérieur. Aucune amende administrative ne peut être infligée pour des faits déjà jugés par la Cour des Marchés sur la base de l'article 39/4.
   Préalablement à la fixation de l'amende, Brugel informe l'opérateur de l'eau concerné par lettre recommandée et l'invite à lui transmettre un mémoire contenant ses moyens de défense.
   La lettre recommandée contient la mention des griefs retenus, la sanction envisagée et le fait que le dossier peut être consulté, à l'endroit et selon les horaires qu'elle indique, pendant une durée déterminée par Brugel. Le mémoire est notifié à Brugel par lettre recommandée dans les trente jours qui suivent la réception de la lettre susmentionnée.
   Brugel informe l'opérateur de l'eau de la date de l'audition préalable. L'audition préalable se déroule au plus tôt le vingtième jour qui suit l'envoi de la lettre recommandée susvisée. L'opérateur de l'eau peut s'y faire assister par un avocat ou par les experts de son choix. Brugel dresse un procès-verbal de l'audition et invite l'opérateur à le signer, le cas échéant après qu'il y a consigné ses observations.
   Brugel prend l'affaire en délibéré après la dernière audition. Elle détermine l'amende administrative par une décision motivée et en informe l'opérateur de l'eau dans les trente jours de la dernière audition, par lettre recommandée. Passé ce délai, Brugel est réputée renoncer définitivement à toute sanction fondée sur les faits mis à charge de l'opérateur de l'eau concerné, sauf élément nouveau. La notification de la décision fait mention des recours prévus par la loi et la présente ordonnance et du délai dans lequel ceux-ci peuvent être exercés.]3

  
HOOFDSTUK X. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE X. - Dispositions abrogatoires, transitoires et finales.
Art.66. De volgende wijzigingen worden aangebracht in de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu :
  1° artikel 2 wordt aangevuld met een 18° dat luidt als volgt : "18° De ordonnantie van 20 oktober 2006 tot vaststelling van een kader voor het waterbeleid";
  2° artikel 33 wordt aangevuld met een 13° dat luidt als volgt : "13° in de zin van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot vaststelling van een kader voor het waterbeleid, de gebruikers die hun verplichtingen inzake sanering niet nakomen in overtreding van artikel 36, § 4, van die ordonnantie. De sanctie houdt rekening met het volume door de zelfproducent in het rioleringsnetwerk geloosd water en met de aard van de vervuiling".
Art.66. Les modifications suivantes sont apportées à l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matière d'environnement :
  1° l'article 2 est complété par un 18°, formulé comme suit : "18° l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau";
  2° l'article 33 est complété par un 13°, rédigé comme suit : "13° au sens de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau, les consommateurs qui ne remplissent pas leurs obligations en matière d'assainissement, en violation de l'article 36, § 4, de cette ordonnance. La sanction tient compte des volumes d'eau rejetés par l'auto-producteur dans le réseau d'égouttage et de la nature de la pollution".
Art.67. Aan artikel 10, § 2 van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's, wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : " Voor het maatregelenprogramma dat wordt bedoeld in artikel 39 van de ordonnantie tot opstelling van een kader voor het waterbeleid : aanduiding van de bevoegde overheden. "
Art.67. A l'article 10, § 2 de l'ordonnance du 18 mars 2004, relative à l'évaluation de l'incidence de certains plans et programmes sur l'environnement, il est ajouté un 5°, formulé comme suit : " Pour le programme de mesures visé à l'article 39 de l'ordonnance établissant un cadre pour la politique de l'eau : désignation des autorités compétentes. "
Art.68. Art. 3, § 2, 10° van het koninklijk besluit van 8 maart 1989 tot oprichting van [2 Leefmilieu Brussel]2 bekrachtigd door de wet van 16 juni 1989 en gewijzigd door de ordonnanties van 30 juli 1992 en 27 april 1995, wordt vervangen door de volgende bepaling : "- de opdrachten vervullen waarmee het wordt belast met toepassing van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot vaststelling van een kader voor het waterbeleid en de uitvoeringsbesluiten van deze ordonnantie".
  Een overdrachtsbesluit zal de taken van de diensten van de Regering die zullen worden overgedragen aan [1 [2 Leefmilieu Brussel]2]1, alsook de modaliteiten van deze overdracht bepalen.
  
Art.68. L'article 3, § 2, 10° de l'arrêté royal du 8 mars 1989 créant [2 Bruxelles Environnement]2, confirmé par la loi du 16 juin 1989 et modifié par : les ordonnances du 30 juillet 1992 et du 27 avril 1995, est remplacé par la disposition suivante : "- accomplir les missions qui lui sont assignées en vertu de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau et les arrêtés d'exécution de cette ordonnance".
  Un arrêté de transfert déterminera les missions des services du Gouvernement qui seront transférées à [1 [2 Bruxelles Environnement]2]1, de même que les modalités de ce transfert.
  
Art.69. Aan artikel 7 van de ordonnantie van 18 maart 2004, wordt een d) toegevoegd, dat luidt als volgt : "Het beheersplan van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde als bedoeld bij artikel 48 van de ordonnantie tot opstelling van een kader voor het waterbeleid en, bij gebrek, het beheersplan voor het gedeelte van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde dat gelegen is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als bedoeld bij dezelfde regel".
Art.69. A l'article 7 de l'ordonnance du 18 mars 2004, un d) est ajouté, formulé comme suit : "le plan de gestion intégré du bassin hydrographique de l'Escaut visé à l'article 48 de l'ordonnance établissant un cadre pour la politique de l'eau, et, à défaut, le plan de gestion pour la portion du district international située sur le territoire bruxellois vise dans la même disposition".
Art.70. De ordonnantie van 29 maart 1996 houdende invoering van een hefring op het lozen van afvalwater wordt opgeheven. De Regering kan evenwel besluiten dat de artikelen 15 tot 21 van die ordonnantie van kracht blijven in de mate dat dit nodig is om rekening te houden met de vervuiling van geloosd afvalwater voor de bepaling van de waterprijs en de saneringsdiensten.
  Deze bepaling treedt in werking op de dag waarop het besluit van de Regering uitgevaardigd krachtens artikel 38 in werking treedt.
Art.70. L'ordonnance du 29 mars 1996 instituant une taxe sur le déversement des eaux usées est abrogée. Le Gouvernement peut toutefois décider que les articles 15 à 21 de cette ordonnance restent en vigueur dans la mesure nécessaire à la prise en compte de la charge polluante des eaux déversées pour la fixation du prix de l'eau et des services d'assainissement.
  Cette disposition entre en vigueur le jour où l'arrêté du Gouvernement pris en vertu de l'article 38 entre en vigueur.
Art.71. De artikelen 100 tot 103 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, zijn niet van toepassing op de vervreemdingen van de goederen van het Gewest ten gunste van [1 HYDRIA]1.
  
Art.71. Les articles 100 à 103 de l'ordonnance du 23 février 2006 organique portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle ne sont pas d'application aux aliénations de biens de la Région au profit de [1 HYDRIA]1.
  
Art.72. [1 § 1.]1 De Regering kan de bepalingen van deze ordonnantie codificeren of coördineren met de bepalingen van andere wetten of ordonnanties betreffende het leefmilieu, het waterbeleid en het natuurbehoud die ze expliciet of impliciet zou hebben gewijzigd of opgeheven.
  Daartoe kan ze :
  1° de volgorde, nummering en, in het algemeen, de presentatie van de te codificeren of te coördineren bepalingen wijzigen;
  2° de eventuele referenties in de te codificeren of te coördineren bepalingen wijzigen om ze in overeenstemming te brengen met de nieuwe nummering;
  3° de te codificeren of te coördineren bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen indien zulks vereist is om verplichtingen die voortvloeien uit Richtlijnen, verordeningen of beslissingen van de Europese Unie na te komen.
  [1 § 2. De Regering is gemachtigd om bij besluit de technische elementen van de bijlagen bij deze ordonnantie te wijzigen, mochten dergelijke wijzigingen nodig blijken voor een correcte toepassing van het Europese recht op het vlak van water.]1
  
Art.72. [1 § 1er.]1 Le Gouvernement peut codifier ou coordonner les dispositions de la présente ordonnance avec les dispositions d'autres lois ou ordonnances qu'elle aurait expressément ou implicitement modifiées ou abrogées, applicables en matière d'environnement, de politique de l'eau et de conservation de la nature.
  A cette fin, il peut :
  1° modifier l'ordre, le numérotage et, en général, la présentation des dispositions à codifier ou coordonner;
  2° modifier les références qui seraient contenues dans les dispositions à codifier ou coordonner en vue de les mettre en concordance avec le numérotage nouveau;
  3° abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions à codifier ou coordonner si l'exécution d'obligations découlant de Directives, règlements ou décisions communautaires, le requiert.
  [1 § 2. Le Gouvernement est habilité à modifier, par voie d'arrêté, les éléments techniques des annexes de la présente ordonnance lorsque de telles modifications sont nécessaires à la bonne application du droit européen dans le domaine de l'eau.]1
  
Art.73. Artikel 18, § 2 treedt in werking op 1 januari 2006.
Art.73. L'article 18, § 2, entre en vigueur au 1er janvier 2006.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. - Oppervlaktewateren en grondwater.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-11-2006, p. 58796-58803).
Art. N1. Annexe I. - Eaux de surface et eaux souterraines.
  (Annexe non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 03-11-2006, p. 58796-58803).
Art. N2. Bijlage II. - Economische analyse.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-11-2006, p. 58804).
Art. N2. Annexe II. - Analyse économique.
  (Annexe non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 03-11-2006, p. 58804).
Art. N3. Bijlage III. - Watertoestand.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-11-2006, p. 58805-58846).
Art. N3. Annexe III. - Etats des eaux.
  (Annexe non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 03-11-2006, p. 58805-58846).
  Gewijzigd door:
  Modifiée par:
Art. N4. Bijlage IV. - Lijst van in de maatregelenprogramma's op te nemen maatregelen.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-11-2006, p. 58847-58848).
Art. N4. Annexe IV. - Liste des mesures à inclure dans les programmes de mesure.
  (Liste non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 03-11-2006, p. 58847-58848).
Art. N5. [1 Bijlage V - Emissiegrenswaarden en milieukwaliteits- normen
   Onder voorbehoud van de maatregelen die de Regering gemachtigd is te treffen krachtens artikel 40, § 2, worden de milieukwaliteitsnormen vastgesteld in het kader van richtlijn 2008/105/EG inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG als de milieukwaliteitsnormen beschouwd waarop de emissiegrenswaarden voor de doeleinden van deze ordonnantie zijn gebaseerd.]1

  
Art. N5. [1 Annexe V - Valeurs limites d'émission et normes de qualité environnementale
   Sous réserve des mesures que le Gouvernement est habilité à prendre en vertu de l'article 40, § 2, les normes de qualité environnementale établies dans le cadre de la directive 2008/105/CE établissant des normes de qualité environnementale dans le domaine de l'eau, modifiant et abrogeant les directives du Conseil 82/176/CEE, 83/513/CEE, 84/156/CEE, 84/491/CEE, 86/280/CEE et modifiant la directive 2000/60/CE sont considérées comme les normes de qualité environnementale sur lesquelles se fondent les valeurs limites d'émission aux fins de la présente ordonnance.]1

  
Art. N6. Bijlage VI. - Kaarten.
  (Kaarten niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-11-2006, p. 58850-58851).
Art. N6. Annexe VI. - Cartes.
  (Cartes non reprises pour motifs techniques. Voir M.B. 03-11-2006, p. 58850-58851).
Art. N7. Bijlage VII. - Stroomgebiedsbeheersplan.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-11-2006, p. 58852-58853).
Art. N7. Annexe VII. - Plan de gestion de district hydrographique.
  (Annexe non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 03-11-2006, p. 58852-58853).
Art. N8. Bijlage VIII. - Indicatieve lijst van de belangrijkste verontreinigende stoffen.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-11-2006, p. 58854).
Art. N8. Annexe VIII. - Liste indicative des principaux polluants.
  (Annexe non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 03-11-2006, p. 58854).