Details



Externe links:

Justel
Reflex
Staatsblad pdf



Titel:

13 DECEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 66 van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-12-2006 en tekstbijwerking tot 14-12-2017)



Inhoudstafel:


Art. 1-10



Deze tekst heeft de volgende tekst(en) gewijzigd:



Uitvoeringsbesluit(en):



Artikels:

Artikel 1. Met uitzondering van de hierna bepaalde regelen nopens de gedeeltelijke samenloop met pensioenen en met sommige prestaties toegekend aan de getroffene ter uitvoering van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, worden de prestaties toegekend ter uitvoering van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, onbeperkt gecumuleerd met die verleend krachtens alle andere sociale zekerheids- en voorzorgsregelingen, onder voorbehoud nochtans van de in die regelingen voorziene beperkingen of uitsluitingen.

Art.2. Vanaf de eerste dag van de maand vanaf dewelke een recht ontstaat op een rust- of overlevingspensioen krachtens een Belgische of buitenlandse regeling voor rust- en overlevingspensioenen, worden de jaarlijkse vergoedingen van de getroffene of de rechthebbenden verminderd tot de bedragen vastgesteld overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 juli 1974, waarbij bijslagen worden verleend aan sommige gerechtigden van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970.
  Wanneer het gaat om een rust- of overlevingspensioen van een mijnwerker die gedurende zijn loopbaan omwille van een beroepsziekte elke verdere beroepsactiviteit heeft moeten stopzetten of de ondergrondse arbeid heeft moeten verlaten teneinde op de bovengrond tewerkgesteld te worden, wordt voor de toepassing van dit besluit per percent blijvende ongeschiktheid het bedrag in aanmerking genomen dat van toepassing is voor de getroffenen van wie de blijvende ongeschiktheid meer dan 65 pct. bedraagt.

Art.3. Voor de toepassing van dit besluit wordt het invaliditeitspensioen of een als zodanig geldende uitkering toegekend krachtens een Belgische of buitenlandse regeling of een regeling van toepassing op het personeel van een volkenrechtelijke instelling als een als rustpensioen geldende uitkering beschouwd vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de gerechtigde 65 jaar wordt.

Art.4. Indien de eerste dag van de maand, bedoeld in artikel 2, is gelegen vóór 1 januari 1983, worden de jaarlijkse vergoedingen niet verminderd maar worden vanaf deze datum niet meer aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen overeenkomstig artikel 45, § 2, van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en van de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, tot de in artikel 2 bedoelde bedragen bereikt zijn.
  Indien de graad van arbeidsongeschiktheid voortvloeiend uit een herziening van de toestand van de getroffene wordt verminderd, wordt de jaarlijkse vergoeding bedoeld in het eerste lid, proportioneel verminderd.
  De verhoging van de graad van arbeidsongeschiktheid voortvloeiend uit een herziening wegens verergering van de toestand van de getroffene mag geen aanleiding geven tot het uitkeren van hogere sommen dan de in artikel 2 bedoelde bedragen.
  Indien de aanvraag tot schadeloosstelling van de personen bedoeld in het eerste lid ingediend wordt na 1 januari 1983, zijn de bepalingen van artikel 2 van toepassing.

Art.5.Onverminderd de bepalingen van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, zijn de instellingen belast met de toekenning of de uitbetaling van de bij artikel 2 bedoelde rust- of overlevingspensioenen verplicht alle gegevens en inlichtingen [1 aan Fedris]1 mede te delen om [2 Fedris]2 toe te laten de verplichtingen voortvloeiend uit dit besluit uit te voeren.
  De betrokken instellingen bepalen in gemeen overleg de uitvoeringsmodaliteiten van dit artikel.
  ----------
  (1)<KB 2017-11-23/22, art. 66, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (2)<KB 2017-11-23/22, art. 67, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

Art.6. In geval van samenloop van jaarlijkse vergoedingen, renten of bijslagen, toegekend aan de getroffene ter uitvoering van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 met een jaarlijkse vergoeding toegekend aan de getroffene door de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt deze laatste vergoeding verminderd in de mate dat de som van de voormelde gecumuleerde prestaties het maximumbedrag bepaald overeenkomstig artikel 39 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, overstijgt.

Art.7.De getroffene of zijn rechthebbende die een rust- of overlevingspensioen bedoeld bij artikel 2, eerste lid aanvraagt is ertoe gehouden [1 Fedris]1 binnen de maand na het indienen van de aanvraag volgende inlichtingen mede te delen :
  - naam, voornaam, geboortedatum, adres van de aanvrager;
  - datum van de pensioenaanvraag;
  - instelling waarbij de aanvraag werd ingediend;
  - vermoedelijke ingangsdatum van het pensioen.
  ----------
  (1)<KB 2017-11-23/22, art. 68, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

Art.8.[1 Fedris]1 is ertoe gemachtigd om ambtshalve de cumulatieregeling bepaald in artikel 2 toe te passen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de getroffene of de rechthebbende de voor een rust- of overlevingspensioen gerechtigde leeftijd heeft bereikt, zolang het niet beschikt over een mededeling van de belanghebbende die [2 Fedris]2 in staat stelt na te gaan of de cumulatieregeling al dan niet van toepassing is.
  ----------
  (1)<KB 2017-11-23/22, art. 67, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (2)<KB 2017-11-23/22, art. 69, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

Art.9. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007.

Art. 10. Onze minister bevoegd voor Sociale Zaken en Onze minister bevoegd voor Werk zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.