Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 4°, wordt een cbis ingevoegd, luidende :
" cbis ) G3 = het forfaitair bedrag bedoeld in artikel 336 van de programmawet van 24 december 2002 ";
2° in het eerste lid, 4°, wordt g) vervangen als volgt :
" g) G = Met uitsluiting van de gevallen bedoeld bij artikel 346, § 4, van de programmawet van 24 december 2002, het hoogste forfaitair bedrag als doelgroepvermindering waarop een werknemer recht geeft afhankelijk van de voorwaarden waaraan hij voldoet. G is gelijk aan G1, G2 of G3 zoals bepaald in de afdeling 3 van Hoofdstuk 7 van titel IV van de wet van 24 december 2002 ";
3° in het eerste lid, 4°, i) worden de woorden " Pg mag nooit groter zijn dan G " vervangen door de woorden " Met uitsluiting van de gevallen bedoeld bij artikel 346, § 4 van de programmawet van 24 december 2002 mag Pg nooit groter zijn dan G ";
4° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" 5° de beoordeling van de leeftijd van de werknemer :
voor de toepassing van de doelgroepvermindering bedoeld bij artikel 346 van de programmawet van 24 december 2002 verstaat men onder " leeftijd ", de leeftijd van de werknemer op de laatste dag van het betrokken kwartaal. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JULI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 maart 2006 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders ter bevordering van de tewerkstelling van laaggeschoolde of erg laaggeschoolde jongeren.
Titre
20 JUILLET 2006. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 pris en exĂ©cution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 dĂ©cembre 2002 (I), visant Ă harmoniser et Ă simplifier les rĂ©gimes de rĂ©ductions de cotisations de sĂ©curitĂ© sociale et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 29 mars 2006 d'exĂ©cution de l'article 7, § 1, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 relatif Ă la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs pour la promotion de mise Ă l'emploi des jeunes moins qualifiĂ©s ou trĂšs peu qualifiĂ©s.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen.
CHAPITRE Ier. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 pris en exĂ©cution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 dĂ©cembre 2002 (I), visant Ă harmoniser et Ă simplifier les rĂ©gimes de rĂ©ductions de cotisations de sĂ©curitĂ© sociale.
Article 1. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 pris en exĂ©cution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 dĂ©cembre 2002 (I), visant Ă harmoniser et Ă simplifier les rĂ©gimes de rĂ©ductions de cotisations de sĂ©curitĂ© sociale, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, 4°, est inséré un cbis rédigé comme suit :
" cbis ) G3 = le montant forfaitaire visé à l'article 336 de la loi-programme du 24 décembre 2002 ";
2° dans l'alinéa 1er, 4°, le g) est remplacé par la disposition suivante :
" g) G = A l'exclusion des cas visés par l'article 346, 4 de la loi-programme du 24 décembre 2002, le montant forfaitaire maximum comme réduction groupe cible auquel un travailleur a droit tenant compte des conditions auxquelles il satisfait. G est égal à G1, G2 ou G3 tel que défini à la section 3 du chapitre 7 du titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 ";
3° dans l'alinĂ©a 1er, 4°, i), les mots " Pg ne peut jamais ĂȘtre supĂ©rieur Ă G " sont remplacĂ©s par les mots " A l'exclusion des cas visĂ©s par l'article 346, § 4 de la loi-programme du 24 dĂ©cembre 2002, Pg ne peut jamais ĂȘtre supĂ©rieur Ă G ";
4° l'alinéa 1er est complété comme suit :
" 5° l'appréciation de l'ùge du travailleur :
pour l'application de la réduction groupe cible visée à l'article 346 de la loi-programme du 24 décembre 2002, on entend par " ùge ", l'ùge du travailleur le dernier jour du trimestre concerné. ".
1° dans l'alinéa 1er, 4°, est inséré un cbis rédigé comme suit :
" cbis ) G3 = le montant forfaitaire visé à l'article 336 de la loi-programme du 24 décembre 2002 ";
2° dans l'alinéa 1er, 4°, le g) est remplacé par la disposition suivante :
" g) G = A l'exclusion des cas visés par l'article 346, 4 de la loi-programme du 24 décembre 2002, le montant forfaitaire maximum comme réduction groupe cible auquel un travailleur a droit tenant compte des conditions auxquelles il satisfait. G est égal à G1, G2 ou G3 tel que défini à la section 3 du chapitre 7 du titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 ";
3° dans l'alinĂ©a 1er, 4°, i), les mots " Pg ne peut jamais ĂȘtre supĂ©rieur Ă G " sont remplacĂ©s par les mots " A l'exclusion des cas visĂ©s par l'article 346, § 4 de la loi-programme du 24 dĂ©cembre 2002, Pg ne peut jamais ĂȘtre supĂ©rieur Ă G ";
4° l'alinéa 1er est complété comme suit :
" 5° l'appréciation de l'ùge du travailleur :
pour l'application de la réduction groupe cible visée à l'article 346 de la loi-programme du 24 décembre 2002, on entend par " ùge ", l'ùge du travailleur le dernier jour du trimestre concerné. ".
Art. 2. Artikel 4 van voormeld koninklijk besluit van 16 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
" Art. 4. § 1. Buiten de doelgroepvermindering bedoeld in artikel 346, §§ 1 en 4, wordt het bedrag van de doelgroepvermindering als volgt berekend :
(Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-07-2006, p. 37141).
Pg wordt tot op de cent afgerond, waarbij 0,005 EUR wordt afgerond op 0,01 EUR.
§ 2. De in artikel 346, § 1 van de programmawet van 24 december 2002 bedoelde doelgroepvermindering wordt als volgt berekend vanaf 1 januari van het jaar volgend op hetwelk de jonge werknemer de leeftijd van 18 jaar bereikt en tot de laatste dag van het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal tijdens hetwelk hij de leeftijd van 30 jaar bereikt :
(Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-07-2006, p. 37141).
Indien ((30 - leeftijd) * (G3 * 10 %)) groter is dan G3 dan wordt ((30 - leeftijd) * (G3 * 10 %)) gelijk aan G3 beschouwd.
Pg wordt tot op de cent afgerond, waarbij 0,005 EUR wordt afgerond op 0,01 EUR.
§ 3. Bij toepassing van artikel 346 § 4 van de programmawet van 24 december 2002 worden de in artikelen 18, 2°, 3° of 4° en 19 bedoelde doelgroepverminderingen samen berekend als volgt :
(Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-07-2006, p. 37141).
Indien ((30 - leeftijd) * (G3 * 10 %)) groter is dan G3 dan wordt ((30 - leeftijd) * (G3 * 10 %)) gelijk aan G3 beschouwd.
Pg wordt tot op de cent afgerond, waarbij 0,005 EUR wordt afgerond op 0,01 EUR.
Pg mag nooit groter zijn dan G + G3 "
" Art. 4. § 1. Buiten de doelgroepvermindering bedoeld in artikel 346, §§ 1 en 4, wordt het bedrag van de doelgroepvermindering als volgt berekend :
(Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-07-2006, p. 37141).
Pg wordt tot op de cent afgerond, waarbij 0,005 EUR wordt afgerond op 0,01 EUR.
§ 2. De in artikel 346, § 1 van de programmawet van 24 december 2002 bedoelde doelgroepvermindering wordt als volgt berekend vanaf 1 januari van het jaar volgend op hetwelk de jonge werknemer de leeftijd van 18 jaar bereikt en tot de laatste dag van het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal tijdens hetwelk hij de leeftijd van 30 jaar bereikt :
(Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-07-2006, p. 37141).
Indien ((30 - leeftijd) * (G3 * 10 %)) groter is dan G3 dan wordt ((30 - leeftijd) * (G3 * 10 %)) gelijk aan G3 beschouwd.
Pg wordt tot op de cent afgerond, waarbij 0,005 EUR wordt afgerond op 0,01 EUR.
§ 3. Bij toepassing van artikel 346 § 4 van de programmawet van 24 december 2002 worden de in artikelen 18, 2°, 3° of 4° en 19 bedoelde doelgroepverminderingen samen berekend als volgt :
(Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 28-07-2006, p. 37141).
Indien ((30 - leeftijd) * (G3 * 10 %)) groter is dan G3 dan wordt ((30 - leeftijd) * (G3 * 10 %)) gelijk aan G3 beschouwd.
Pg wordt tot op de cent afgerond, waarbij 0,005 EUR wordt afgerond op 0,01 EUR.
Pg mag nooit groter zijn dan G + G3 "
Art. 2. L'article 4, de l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 prĂ©citĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 4. 1er A l'exception de la réduction groupe cible visée à l'article 346, §§ 1er et 4 de la loi-programme du 24 décembre 2002, le montant de la réduction groupe cible est calculé comme suit :
(Formule non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 28-07-2006, p. 37141).
Pg est arrondi au cent le plus proche, 0,005 EUR étant arrondi à 0,01 EUR.
§ 2. La réduction groupe cible visée à l'article 346, § 1er de la loi-programme du 24 décembre 2002 est calculée comme suit à partir du 1er janvier de l'année qui suit celle durant laquelle le jeune travailleur atteint l'ùge de 18 ans et jusqu'au dernier jour du trimestre qui précÚde celui au cours duquel il atteint 30 ans :
(Formule non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 28-07-2006, p. 37141).
Si ((30 - ùge) * (G3 * 10 %)) est supérieur à G3, alors ((30 - ùge) * (G3 * 10 %)) est considéré comme égal à G3.
Pg est arrondi au cent le plus proche, 0,005 EUR étant arrondi à 0,01 EUR.
§ 3. En application de l'article 346, § 4, de la loi-programme du 24 décembre 2002, les réductions groupe cible visées aux articles 18, 2°,3° ou 4° et 19 sont calculées ensemble comme suit :
(Formule non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 28-07-2006, p. 37141).
Si ((30 - ùge) * (G3 * 10 %)) est supérieur à G3, alors ((30 - ùge) * (G3 * 10 %)) est considéré comme égal à G3.
Pg est arrondi au cent le plus proche, 0,005 EUR étant arrondi à 0,01 EUR.
Pg ne peut jamais ĂȘtre supĂ©rieur Ă G + G3 "
" Art. 4. 1er A l'exception de la réduction groupe cible visée à l'article 346, §§ 1er et 4 de la loi-programme du 24 décembre 2002, le montant de la réduction groupe cible est calculé comme suit :
(Formule non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 28-07-2006, p. 37141).
Pg est arrondi au cent le plus proche, 0,005 EUR étant arrondi à 0,01 EUR.
§ 2. La réduction groupe cible visée à l'article 346, § 1er de la loi-programme du 24 décembre 2002 est calculée comme suit à partir du 1er janvier de l'année qui suit celle durant laquelle le jeune travailleur atteint l'ùge de 18 ans et jusqu'au dernier jour du trimestre qui précÚde celui au cours duquel il atteint 30 ans :
(Formule non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 28-07-2006, p. 37141).
Si ((30 - ùge) * (G3 * 10 %)) est supérieur à G3, alors ((30 - ùge) * (G3 * 10 %)) est considéré comme égal à G3.
Pg est arrondi au cent le plus proche, 0,005 EUR étant arrondi à 0,01 EUR.
§ 3. En application de l'article 346, § 4, de la loi-programme du 24 décembre 2002, les réductions groupe cible visées aux articles 18, 2°,3° ou 4° et 19 sont calculées ensemble comme suit :
(Formule non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 28-07-2006, p. 37141).
Si ((30 - ùge) * (G3 * 10 %)) est supérieur à G3, alors ((30 - ùge) * (G3 * 10 %)) est considéré comme égal à G3.
Pg est arrondi au cent le plus proche, 0,005 EUR étant arrondi à 0,01 EUR.
Pg ne peut jamais ĂȘtre supĂ©rieur Ă G + G3 "
Art. 3. Artikel 19 van voormeld koninklijk besluit van 16 mei 2003 wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 19. Het deel van de doelgroepvermindering bedoeld in artikel 346, § 1 van de programmawet van 24 december 2002 kan worden toegekend voor de jonge werknemers, vanaf 1 januari van het jaar volgend op dat tijdens hetwelk de jonge werknemer de leeftijd van 18 jaar bereikt en tot de laatste dag van het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal tijdens hetwelk hij de leeftijd van 30 jaar bereikt, en wiens driemaandelijks referentieloon kleiner is dan de loongrens SO, ten belope van het bedrag bedoeld in artikel 4, § 2 van dit besluit.
Wanneer een werknemer verschillende tewerkstellingen heeft bij dezelfde werkgever voor een bepaald kwartaal, waarvan één behoort tot het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, kan hij niet genieten van het deel van de doelgroepvermindering bedoeld in dit artikel voor zijn andere tewerkstellingen bij dezelfde werkgever. "
" Art. 19. Het deel van de doelgroepvermindering bedoeld in artikel 346, § 1 van de programmawet van 24 december 2002 kan worden toegekend voor de jonge werknemers, vanaf 1 januari van het jaar volgend op dat tijdens hetwelk de jonge werknemer de leeftijd van 18 jaar bereikt en tot de laatste dag van het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal tijdens hetwelk hij de leeftijd van 30 jaar bereikt, en wiens driemaandelijks referentieloon kleiner is dan de loongrens SO, ten belope van het bedrag bedoeld in artikel 4, § 2 van dit besluit.
Wanneer een werknemer verschillende tewerkstellingen heeft bij dezelfde werkgever voor een bepaald kwartaal, waarvan één behoort tot het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, kan hij niet genieten van het deel van de doelgroepvermindering bedoeld in dit artikel voor zijn andere tewerkstellingen bij dezelfde werkgever. "
Art. 3. L'article 19 de l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 prĂ©citĂ© est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
" Art. 19. La partie de rĂ©duction groupe-cible visĂ©e Ă l'article 346, § 1er, de la loi du 24 dĂ©cembre 2002 peut ĂȘtre octroyĂ©e pour les jeunes travailleurs, Ă partir du 1er janvier de l'annĂ©e qui suit celle durant laquelle le jeune travailleur atteint l'Ăąge de 18 ans et jusqu'au dernier jour du trimestre qui prĂ©cĂšde celui au cours duquel il atteint 30 ans, et dont le salaire trimestriel de rĂ©fĂ©rence est infĂ©rieur au plafond salarial SO, Ă concurrence du montant visĂ© Ă l'article 4, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Lorsqu'un travailleur a plusieurs occupations chez le mĂȘme employeur pour un trimestre dĂ©terminĂ©, dont une entre dans le champ d'application de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant Ă promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, il ne peut bĂ©nĂ©ficier de la partie de rĂ©duction groupe cible visĂ©e au prĂ©sent article pour ses autres occupations auprĂšs du mĂȘme employeur. "
" Art. 19. La partie de rĂ©duction groupe-cible visĂ©e Ă l'article 346, § 1er, de la loi du 24 dĂ©cembre 2002 peut ĂȘtre octroyĂ©e pour les jeunes travailleurs, Ă partir du 1er janvier de l'annĂ©e qui suit celle durant laquelle le jeune travailleur atteint l'Ăąge de 18 ans et jusqu'au dernier jour du trimestre qui prĂ©cĂšde celui au cours duquel il atteint 30 ans, et dont le salaire trimestriel de rĂ©fĂ©rence est infĂ©rieur au plafond salarial SO, Ă concurrence du montant visĂ© Ă l'article 4, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Lorsqu'un travailleur a plusieurs occupations chez le mĂȘme employeur pour un trimestre dĂ©terminĂ©, dont une entre dans le champ d'application de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant Ă promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, il ne peut bĂ©nĂ©ficier de la partie de rĂ©duction groupe cible visĂ©e au prĂ©sent article pour ses autres occupations auprĂšs du mĂȘme employeur. "
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 29 maart 2006 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders ter bevordering van de tewerkstelling van laaggeschoolde of erg laag geschoolde jongeren.
CHAPITRE II. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 29 mars 2006 d'exĂ©cution de l'article 7, § 1, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 relatif Ă la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs pour la promotion de mise Ă l'emploi des jeunes moins qualifiĂ©s ou trĂšs peu qualifiĂ©s.
Art. 4. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 29 maart 2006 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders ter bevordering van de tewerkstelling van laaggeschoolde of erg laag geschoolde jongeren, wordt aangevuld als volgt :
", met uitzondering van :
- de werkgevers van de social profitsector zoals omgeschreven in uitvoering van artikel 35, § 5, A, eerste lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers,
- de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de aan de provincies ondergeschikte instellingen de gemeenten, de aan de gemeenten ondergeschikte instellingen, de verenigingen van gemeenten en de instellingen van openbaar nut. ".
", met uitzondering van :
- de werkgevers van de social profitsector zoals omgeschreven in uitvoering van artikel 35, § 5, A, eerste lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers,
- de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de aan de provincies ondergeschikte instellingen de gemeenten, de aan de gemeenten ondergeschikte instellingen, de verenigingen van gemeenten en de instellingen van openbaar nut. ".
Art. 4. L'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 29 mars 2006 d'exĂ©cution de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 relatif Ă la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs pour la promotion de mise Ă l'emploi des jeunes moins qualifiĂ©s ou trĂšs peu qualifiĂ©s, est complĂ©tĂ© comme suit :
", Ă l'exception
- des employeurs du secteur non-marchand tel que défini en application de l'article 35, § 5, A, alinéa 1er, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés,
- de l'Etat, les CommunautĂ©s, les RĂ©gions, les provinces, les Ă©tablissements subordonnĂ©s aux provinces, les communes, les Ă©tablissements subordonnĂ©s aux communes, les associations de communes et les organismes d'intĂ©rĂȘt public. ".
", Ă l'exception
- des employeurs du secteur non-marchand tel que défini en application de l'article 35, § 5, A, alinéa 1er, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés,
- de l'Etat, les CommunautĂ©s, les RĂ©gions, les provinces, les Ă©tablissements subordonnĂ©s aux provinces, les communes, les Ă©tablissements subordonnĂ©s aux communes, les associations de communes et les organismes d'intĂ©rĂȘt public. ".
Art. 5. In artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit van 29 maart 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " 350 EUR " vervangen door de woorden " 120 EUR ";
2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden " en voltijds beschikbaar voor de algemene arbeidsmarkt " geschrapt;
3° het eerste lid, 4°, wordt opgeheven;
4° het eerste lid, 5°, wordt vervangen als volgt :
" 5° hij wordt aangeworven met een startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 1° of 2°, van voormelde wet van 24 december 1999, die een voorziene duur heeft van minstens één maand, gerekend van datum tot datum; ";
5° het eerste lid, 6°, wordt vervangen als volgt :
" 6° hij is een laaggeschoolde of erg laag geschoolde jongere, zoals bedoeld in artikel 24 van voormelde wet van 24 december 1999; ";
6° het eerste lid, 7°, wordt vervangen als volgt :
" 7° zijn brutoreferteloon is lager dan een derde van de loongrens voor een werknemer van categorie 1, bedoeld in artikel 2, 3°, d, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I) betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen. ";
7° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" Voor de toepassing van het vorige lid, 7° wordt onder brutoreferteloon verstaan :
1° voor een arbeider, het contractueel voorzien bruto-uurloon, vermenigvuldigd met het product van 4,33 en de factor S bedoeld in artikel 99, 2° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
2° voor een bediende die voltijds tewerkgesteld is, het contractueel voorzien normaal gemiddeld brutomaandloon;
3° voor een bediende die niet voltijds tewerkgesteld is, het contractueel voorzien normaal gemiddeld brutomaandloon vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller de voormelde factor S is en de noemer de factor Q bedoeld in artikel 99, 1°, van het voormeld koninklijk besluit van 25 november 1991. ";
8° het derde lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden " 350 EUR " vervangen door de woorden " 120 EUR ";
2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden " en voltijds beschikbaar voor de algemene arbeidsmarkt " geschrapt;
3° het eerste lid, 4°, wordt opgeheven;
4° het eerste lid, 5°, wordt vervangen als volgt :
" 5° hij wordt aangeworven met een startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 1° of 2°, van voormelde wet van 24 december 1999, die een voorziene duur heeft van minstens één maand, gerekend van datum tot datum; ";
5° het eerste lid, 6°, wordt vervangen als volgt :
" 6° hij is een laaggeschoolde of erg laag geschoolde jongere, zoals bedoeld in artikel 24 van voormelde wet van 24 december 1999; ";
6° het eerste lid, 7°, wordt vervangen als volgt :
" 7° zijn brutoreferteloon is lager dan een derde van de loongrens voor een werknemer van categorie 1, bedoeld in artikel 2, 3°, d, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I) betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen. ";
7° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" Voor de toepassing van het vorige lid, 7° wordt onder brutoreferteloon verstaan :
1° voor een arbeider, het contractueel voorzien bruto-uurloon, vermenigvuldigd met het product van 4,33 en de factor S bedoeld in artikel 99, 2° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
2° voor een bediende die voltijds tewerkgesteld is, het contractueel voorzien normaal gemiddeld brutomaandloon;
3° voor een bediende die niet voltijds tewerkgesteld is, het contractueel voorzien normaal gemiddeld brutomaandloon vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller de voormelde factor S is en de noemer de factor Q bedoeld in artikel 99, 1°, van het voormeld koninklijk besluit van 25 november 1991. ";
8° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 5. A l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal du 29 mars 2006 sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " 350 EUR " sont remplacés par les mots " 120 EUR ";
2° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots " et disponible à temps plein pour le marché général de l'emploi " sont supprimés;
3° l'alinéa 1er, 4°, est abrogé;
4° dans l'alinéa 1er, le 5° est remplacé comme suit :
" 5° il est engagé dans les liens d'une convention de premier emploi, visée à l'article 27, alinéa 1er, 1° ou 2°, de la loi du 24 décembre 1999 précitée et conclue pour une durée prévue d'au moins 1 mois, calculée de date à date; ";
5° dans l'alinéa 1er, le 6° est remplacé comme suit :
" 6° il est un jeune moins qualifié ou trÚs peu qualifié, tel que visé à l'article 24 de la loi du 24 décembre 1999 précitée; ";
6° dans l'alinéa 1er, le 7° est remplacé comme suit :
" 7° son salaire brut de rĂ©fĂ©rence est infĂ©rieur Ă un tiers du plafond salarial visĂ© Ă l'article 2, 3°, d, de l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 pris en exĂ©cution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 dĂ©cembre 2002 (I), visant Ă harmoniser et Ă simplifier les rĂ©gimes de rĂ©ductions de cotisations de sĂ©curitĂ© sociale. " ;
7° l'alinéa 2 est remplacé comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa précédent, 7°, on entend par salaire brut de référence :
1° pour un ouvrier, le salaire horaire brut contractuellement prĂ©vu, multipliĂ© par le produit de 4,33 et du facteur S visĂ© Ă l'article 99, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant la rĂ©glementation du chĂŽmage;
2° pour un employé occupé à temps plein, le salaire mensuel brut normal moyen, tel que prévu contractuellement;
3° pour un employĂ© qui n'est pas occupĂ© Ă temps plein, le salaire mensuel brut normal moyen, tel que prĂ©vu contractuellement, multipliĂ© par une fraction dont le numĂ©rateur est le facteur S prĂ©citĂ© et le dĂ©nominateur le facteur Q visĂ© Ă l'article 99, 1°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 prĂ©citĂ©. " ;
8° l'alinéa 3 est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots " 350 EUR " sont remplacés par les mots " 120 EUR ";
2° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots " et disponible à temps plein pour le marché général de l'emploi " sont supprimés;
3° l'alinéa 1er, 4°, est abrogé;
4° dans l'alinéa 1er, le 5° est remplacé comme suit :
" 5° il est engagé dans les liens d'une convention de premier emploi, visée à l'article 27, alinéa 1er, 1° ou 2°, de la loi du 24 décembre 1999 précitée et conclue pour une durée prévue d'au moins 1 mois, calculée de date à date; ";
5° dans l'alinéa 1er, le 6° est remplacé comme suit :
" 6° il est un jeune moins qualifié ou trÚs peu qualifié, tel que visé à l'article 24 de la loi du 24 décembre 1999 précitée; ";
6° dans l'alinéa 1er, le 7° est remplacé comme suit :
" 7° son salaire brut de rĂ©fĂ©rence est infĂ©rieur Ă un tiers du plafond salarial visĂ© Ă l'article 2, 3°, d, de l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 pris en exĂ©cution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 dĂ©cembre 2002 (I), visant Ă harmoniser et Ă simplifier les rĂ©gimes de rĂ©ductions de cotisations de sĂ©curitĂ© sociale. " ;
7° l'alinéa 2 est remplacé comme suit :
" Pour l'application de l'alinéa précédent, 7°, on entend par salaire brut de référence :
1° pour un ouvrier, le salaire horaire brut contractuellement prĂ©vu, multipliĂ© par le produit de 4,33 et du facteur S visĂ© Ă l'article 99, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant la rĂ©glementation du chĂŽmage;
2° pour un employé occupé à temps plein, le salaire mensuel brut normal moyen, tel que prévu contractuellement;
3° pour un employĂ© qui n'est pas occupĂ© Ă temps plein, le salaire mensuel brut normal moyen, tel que prĂ©vu contractuellement, multipliĂ© par une fraction dont le numĂ©rateur est le facteur S prĂ©citĂ© et le dĂ©nominateur le facteur Q visĂ© Ă l'article 99, 1°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 prĂ©citĂ©. " ;
8° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 6. In hetzelfde besluit van 29 maart 2006 wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende :
" Art. 2bis. § 1. De werkuitkering bedoeld in artikel 2 wordt toegekend voor de maand van indiensttreding en hoogstens de 5 daaropvolgende kalendermaanden, doch in ieder geval beperkt tot de periode gedekt door de startbaanovereenkomst.
Zij is in ieder geval beperkt tot de periode gedekt door de startbaanovereenkomst en kan in geen geval toegekend worden na 31 december 2006.
De in het eerste lid bedoelde maand van indiensttreding kan niet gelegen zijn vóór de maand juli van het jaar 2006, noch na 31 december 2006.
Voor de toepassing van het vorig lid wordt met indiensttreding gelijkgesteld, de voortzetting, bij dezelfde werkgever, van een tewerkstelling in het kader van een startbaanovereenkomst zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid, van voormelde wet van 24 december 1999, die aanving vóór het einde van de leerplicht. De betrokken werknemer wordt tevens beschouwd als ingeschreven als werkzoekende in de zin van artikel 2, eerste lid, 2°.
De werkuitkering bedoeld in artikel 2 kan slechts éénmaal worden toegekend.
§ 2. Indien de werknemer niet wordt tewerkgesteld met een voltijdse startbaanovereenkomst, wordt de werkuitkering van maximum 120 EUR, bedoeld in artikel 2, teruggebracht tot een bedrag in verhouding tot de contractueel wekelijks voorziene arbeidsduur in de deeltijdse betrekking.
§ 3. De werkuitkering bedoeld in artikel 2 kan niet samen worden genoten met de werkuitkering bedoeld in artikel 2ter.
" Art. 2bis. § 1. De werkuitkering bedoeld in artikel 2 wordt toegekend voor de maand van indiensttreding en hoogstens de 5 daaropvolgende kalendermaanden, doch in ieder geval beperkt tot de periode gedekt door de startbaanovereenkomst.
Zij is in ieder geval beperkt tot de periode gedekt door de startbaanovereenkomst en kan in geen geval toegekend worden na 31 december 2006.
De in het eerste lid bedoelde maand van indiensttreding kan niet gelegen zijn vóór de maand juli van het jaar 2006, noch na 31 december 2006.
Voor de toepassing van het vorig lid wordt met indiensttreding gelijkgesteld, de voortzetting, bij dezelfde werkgever, van een tewerkstelling in het kader van een startbaanovereenkomst zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid, van voormelde wet van 24 december 1999, die aanving vóór het einde van de leerplicht. De betrokken werknemer wordt tevens beschouwd als ingeschreven als werkzoekende in de zin van artikel 2, eerste lid, 2°.
De werkuitkering bedoeld in artikel 2 kan slechts éénmaal worden toegekend.
§ 2. Indien de werknemer niet wordt tewerkgesteld met een voltijdse startbaanovereenkomst, wordt de werkuitkering van maximum 120 EUR, bedoeld in artikel 2, teruggebracht tot een bedrag in verhouding tot de contractueel wekelijks voorziene arbeidsduur in de deeltijdse betrekking.
§ 3. De werkuitkering bedoeld in artikel 2 kan niet samen worden genoten met de werkuitkering bedoeld in artikel 2ter.
Art. 6. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© du 29 mars 2006, un article 2bis est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 2bis. § 1er. L'allocation de travail visée à l'article 2 est octroyée pour le mois de l'entrée en service et pour les 5 mois calendrier suivants au plus, mais elle est en tout cas limitée à la période couverte par la convention de premier emploi.
Elle est en tout cas limitĂ©e Ă la pĂ©riode couverte par la convention de premier emploi et elle ne peut en aucun cas ĂȘtre octroyĂ©e aprĂšs le 31 dĂ©cembre 2006.
Le mois de l'entrée en service visé à l'alinéa 1er ne peut se situer avant le mois de juillet de l'année 2006, ni aprÚs le 31 décembre 2006.
Pour l'application de l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, est assimilĂ©e Ă une entrĂ©e en service, la continuation, auprĂšs du mĂȘme employeur, d'une occupation dans le cadre d'une convention de premier emploi, visĂ©e Ă l'article 27, alinĂ©a 1er, de la loi du 24 dĂ©cembre 1999 prĂ©citĂ©e, qui a dĂ©butĂ© avant la fin de l'obligation scolaire. Le travailleur concernĂ© est Ă©galement considĂ©rĂ© comme Ă©tant inscrit comme demandeur d'emploi dans le sens de l'article 2, alinĂ©a 1er, 2°.
L'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2 ne peut ĂȘtre octroyĂ©e qu'une seule fois.
§ 2. Lorsque le travailleur n'est pas occupé dans les liens d'une convention de premier emploi à temps plein, l'allocation de travail de maximum 120 EUR visée à l'article 2 est réduite à un montant proportionnel à la durée de travail hebdomadaire prévue contractuellement dans l'emploi à temps partiel.
§ 3. L'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2 ne peut ĂȘtre cumulĂ©e avec l'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2ter.
" Art. 2bis. § 1er. L'allocation de travail visée à l'article 2 est octroyée pour le mois de l'entrée en service et pour les 5 mois calendrier suivants au plus, mais elle est en tout cas limitée à la période couverte par la convention de premier emploi.
Elle est en tout cas limitĂ©e Ă la pĂ©riode couverte par la convention de premier emploi et elle ne peut en aucun cas ĂȘtre octroyĂ©e aprĂšs le 31 dĂ©cembre 2006.
Le mois de l'entrée en service visé à l'alinéa 1er ne peut se situer avant le mois de juillet de l'année 2006, ni aprÚs le 31 décembre 2006.
Pour l'application de l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, est assimilĂ©e Ă une entrĂ©e en service, la continuation, auprĂšs du mĂȘme employeur, d'une occupation dans le cadre d'une convention de premier emploi, visĂ©e Ă l'article 27, alinĂ©a 1er, de la loi du 24 dĂ©cembre 1999 prĂ©citĂ©e, qui a dĂ©butĂ© avant la fin de l'obligation scolaire. Le travailleur concernĂ© est Ă©galement considĂ©rĂ© comme Ă©tant inscrit comme demandeur d'emploi dans le sens de l'article 2, alinĂ©a 1er, 2°.
L'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2 ne peut ĂȘtre octroyĂ©e qu'une seule fois.
§ 2. Lorsque le travailleur n'est pas occupé dans les liens d'une convention de premier emploi à temps plein, l'allocation de travail de maximum 120 EUR visée à l'article 2 est réduite à un montant proportionnel à la durée de travail hebdomadaire prévue contractuellement dans l'emploi à temps partiel.
§ 3. L'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2 ne peut ĂȘtre cumulĂ©e avec l'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2ter.
Art. 7. In hetzelfde besluit van 29 maart 2006 wordt een artikel 2ter ingevoegd, luidende :
" Art. 2ter. In afwijking van artikel 2 is een werknemer die in dienst wordt genomen, gerechtigd op een werkuitkering van 470 EUR per kalendermaand indien hij op de dag van de indiensttreding gelijktijdig de volgende voorwaarden vervult :
1° hij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1° tot 3°;
2° hij volgt geen studies meer in dagonderwijs;
3° hij is voltijds beschikbaar voor de algemene arbeidsmarkt;
4° hij wordt aangeworven met een voltijdse startbaanovereenkomst zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid, 1°, van voormelde wet van 24 december 1999 die een voorziene duur heeft van minstens 6 maanden, gerekend van datum tot datum. De tewerkstelling in het kader van deze startbaanovereenkomst moet aanvangen of voortgezet worden in de zin van artikel 3, derde lid, tijdens de periode die aanvangt op het ogenblik dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in 2° en in artikel 2, eerste lid, 3°, en die 21 maanden later eindigt, gerekend van datum tot datum;
5° hij voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 18, eerste lid, 3° of 4°, van voormeld koninklijk besluit van 16 mei 2003;
6° hij heeft in de 12 maanden, gerekend van datum tot datum, gelegen vóór de indiensttreding, geen tewerkstelling gekend waarvoor een uitkering bedoeld in artikel 3bis, tweede lid, was toegekend.
De werkuitkering bedoeld in het eerste lid wordt vanaf 1 januari 2007 herleid tot 350 euro per maand. "
" Art. 2ter. In afwijking van artikel 2 is een werknemer die in dienst wordt genomen, gerechtigd op een werkuitkering van 470 EUR per kalendermaand indien hij op de dag van de indiensttreding gelijktijdig de volgende voorwaarden vervult :
1° hij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1° tot 3°;
2° hij volgt geen studies meer in dagonderwijs;
3° hij is voltijds beschikbaar voor de algemene arbeidsmarkt;
4° hij wordt aangeworven met een voltijdse startbaanovereenkomst zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid, 1°, van voormelde wet van 24 december 1999 die een voorziene duur heeft van minstens 6 maanden, gerekend van datum tot datum. De tewerkstelling in het kader van deze startbaanovereenkomst moet aanvangen of voortgezet worden in de zin van artikel 3, derde lid, tijdens de periode die aanvangt op het ogenblik dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in 2° en in artikel 2, eerste lid, 3°, en die 21 maanden later eindigt, gerekend van datum tot datum;
5° hij voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 18, eerste lid, 3° of 4°, van voormeld koninklijk besluit van 16 mei 2003;
6° hij heeft in de 12 maanden, gerekend van datum tot datum, gelegen vóór de indiensttreding, geen tewerkstelling gekend waarvoor een uitkering bedoeld in artikel 3bis, tweede lid, was toegekend.
De werkuitkering bedoeld in het eerste lid wordt vanaf 1 januari 2007 herleid tot 350 euro per maand. "
Art. 7. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© du 29 mars 2006, un article 2ter est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 2ter. Par dérogation à l'article 2, un travailleur qui est engagé, a droit à une allocation de travail de maximum 470 EUR par mois calendrier s'il satisfait, au jour de l'entrée en service, simultanément aux conditions suivantes :
1° il satisfait aux conditions visées à l'article 2, alinéa 1er, 1° à 3°;
2° il ne suit plus d'études dans l'enseignement de jour;
3° il est disponible à temps plein pour le marché général de l'emploi;
4° il est engagé dans les liens d'une convention de premier emploi à temps plein comme visé à l'article 27, alinéa 1er, 1°, de la loi du 24 décembre 1999 précitée, conclue pour une durée prévue d'au moins 6 mois, calculée de date à date. L'occupation dans le cadre de cette convention de premier emploi doit débuter ou continuer dans le sens de l'article 3, alinéa 3, pendant la période qui prend cours au moment que le travailleur satisfait aux conditions visées au 2° et à l'article 2, alinéa 1er, 3°, et qui prend fin aprÚs 21 mois, calculés de date à date;
5° il satisfait aux conditions mentionnĂ©es dans l'article 18, alinĂ©a 1er, 3° ou 4°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 prĂ©citĂ©;
6° dans les 12 mois, calculés de date à date et situés avant l'entrée en service, il n'a pas été occupé en bénéficiant d'une allocation telle que visée à l'article 3bis, alinéa 2.
L'allocation de travail visée à l'article 2ter est portée a 350 EUR par mois dÚs que le premier janvier 2007 ".
" Art. 2ter. Par dérogation à l'article 2, un travailleur qui est engagé, a droit à une allocation de travail de maximum 470 EUR par mois calendrier s'il satisfait, au jour de l'entrée en service, simultanément aux conditions suivantes :
1° il satisfait aux conditions visées à l'article 2, alinéa 1er, 1° à 3°;
2° il ne suit plus d'études dans l'enseignement de jour;
3° il est disponible à temps plein pour le marché général de l'emploi;
4° il est engagé dans les liens d'une convention de premier emploi à temps plein comme visé à l'article 27, alinéa 1er, 1°, de la loi du 24 décembre 1999 précitée, conclue pour une durée prévue d'au moins 6 mois, calculée de date à date. L'occupation dans le cadre de cette convention de premier emploi doit débuter ou continuer dans le sens de l'article 3, alinéa 3, pendant la période qui prend cours au moment que le travailleur satisfait aux conditions visées au 2° et à l'article 2, alinéa 1er, 3°, et qui prend fin aprÚs 21 mois, calculés de date à date;
5° il satisfait aux conditions mentionnĂ©es dans l'article 18, alinĂ©a 1er, 3° ou 4°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 16 mai 2003 prĂ©citĂ©;
6° dans les 12 mois, calculés de date à date et situés avant l'entrée en service, il n'a pas été occupé en bénéficiant d'une allocation telle que visée à l'article 3bis, alinéa 2.
L'allocation de travail visée à l'article 2ter est portée a 350 EUR par mois dÚs que le premier janvier 2007 ".
Art. 8. In artikel 3 van hetzelfde besluit van 29 maart 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " artikel 2 " en " arbeidsovereenkomst " respectievelijk vervangen door de woorden " artikel 2ter " en " startbaanovereenkomst ";
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende :
" Voor de toepassing van het vorig lid wordt met indiensttreding gelijkgesteld, de voortzetting, bij dezelfde werkgever, van een tewerkstelling in het kader van een startbaanovereenkomst zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid, van voormelde wet van 24 december 1999, die aanving vóór het einde van de leerplicht. De betrokken werknemer wordt tevens beschouwd als ingeschreven al werkzoekende in de zin van artikel 2, eerste lid, 2°. ";
3° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid is geworden, worden de woorden " artikel 2 " vervangen door de woorden " artikel 2ter ";
4° het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid is geworden, wordt vervangen als volgt :
" De werkuitkering bedoeld in artikel 2ter kan niet samen worden genoten met de werkuitkering bedoeld in artikel 2. ".
1° in het eerste lid worden de woorden " artikel 2 " en " arbeidsovereenkomst " respectievelijk vervangen door de woorden " artikel 2ter " en " startbaanovereenkomst ";
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende :
" Voor de toepassing van het vorig lid wordt met indiensttreding gelijkgesteld, de voortzetting, bij dezelfde werkgever, van een tewerkstelling in het kader van een startbaanovereenkomst zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid, van voormelde wet van 24 december 1999, die aanving vóór het einde van de leerplicht. De betrokken werknemer wordt tevens beschouwd als ingeschreven al werkzoekende in de zin van artikel 2, eerste lid, 2°. ";
3° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid is geworden, worden de woorden " artikel 2 " vervangen door de woorden " artikel 2ter ";
4° het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid is geworden, wordt vervangen als volgt :
" De werkuitkering bedoeld in artikel 2ter kan niet samen worden genoten met de werkuitkering bedoeld in artikel 2. ".
Art. 8. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© du 29 mars 2006 sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " l'article 2 " et " le contrat de travail " sont respectivement remplacés par " l'article 2ter " et " la convention de premier emploi ";
2° il est inséré, entre les alinéa 2 et 3, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
" Pour l'application de l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, est assimilĂ©e Ă une entrĂ©e en service, la continuation, auprĂšs du mĂȘme employeur, d'une occupation dans le cadre d'une convention de premier emploi, visĂ©e Ă l'article 27, alinĂ©a 1er, de la loi du 24 dĂ©cembre 1999 prĂ©citĂ©e, qui a dĂ©butĂ© avant la fin de l'obligation scolaire. Le travailleur concernĂ© est Ă©galement considĂ©rĂ© comme Ă©tant inscrit comme demandeur d'emploi dans le sens de l'article 2, alinĂ©a 1er, 2°. " ;
3° dans l'alinéa 3 ancien, devenu l'alinéa 4, les mots " l'article 2 " sont remplacés par " l'article 2ter ";
4° l'alinéa 4 ancien, devenu l'alinéa 5, est remplacé comme suit :
L'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2ter ne peut ĂȘtre cumulĂ©e avec l'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2. ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " l'article 2 " et " le contrat de travail " sont respectivement remplacés par " l'article 2ter " et " la convention de premier emploi ";
2° il est inséré, entre les alinéa 2 et 3, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
" Pour l'application de l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, est assimilĂ©e Ă une entrĂ©e en service, la continuation, auprĂšs du mĂȘme employeur, d'une occupation dans le cadre d'une convention de premier emploi, visĂ©e Ă l'article 27, alinĂ©a 1er, de la loi du 24 dĂ©cembre 1999 prĂ©citĂ©e, qui a dĂ©butĂ© avant la fin de l'obligation scolaire. Le travailleur concernĂ© est Ă©galement considĂ©rĂ© comme Ă©tant inscrit comme demandeur d'emploi dans le sens de l'article 2, alinĂ©a 1er, 2°. " ;
3° dans l'alinéa 3 ancien, devenu l'alinéa 4, les mots " l'article 2 " sont remplacés par " l'article 2ter ";
4° l'alinéa 4 ancien, devenu l'alinéa 5, est remplacé comme suit :
L'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2ter ne peut ĂȘtre cumulĂ©e avec l'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2. ".
Art. 9. In hetzelfde besluit van 29 maart 2006 wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidende :
" Art. 3bis. Het bedrag van de werkuitkeringen, bedoeld in artikelen 2 en 2ter, wordt begrensd tot het nettoloon waarop de werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft.
De werkuitkeringen bedoeld in artikel 2 en 2ter kunnen niet samen worden genoten met :
1° een andere uitkering toegekend krachtens artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
2° een financiële tussenkomst in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld, toegekend door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn krachtens de artikelen 9 en 13, § 1, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
3° een financiële tussenkomst in de loonkost van een gerechtigde op financiële maatschappelijke hulp die wordt tewerkgesteld, toegekend door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn krachtens artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. ".
" Art. 3bis. Het bedrag van de werkuitkeringen, bedoeld in artikelen 2 en 2ter, wordt begrensd tot het nettoloon waarop de werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft.
De werkuitkeringen bedoeld in artikel 2 en 2ter kunnen niet samen worden genoten met :
1° een andere uitkering toegekend krachtens artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
2° een financiële tussenkomst in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld, toegekend door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn krachtens de artikelen 9 en 13, § 1, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
3° een financiële tussenkomst in de loonkost van een gerechtigde op financiële maatschappelijke hulp die wordt tewerkgesteld, toegekend door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn krachtens artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. ".
Art. 9. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© du 29 mars 2006, un article 3bis est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 3bis. Le montant des allocations de travail visées aux articles 2 et 2ter est limité au salaire net auquel le travailleur a droit pour le mois calendrier concerné.
Les allocations de travail visĂ©es aux articles 2 et 2ter ne peuvent ĂȘtre cumulĂ©es avec :
1° une autre allocation octroyĂ©e en vertu de l'article 7, § 1, alinĂ©a 3,m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 relatif Ă la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs;
2° une intervention financiÚre dans le coût salarial d'un ayant droit à l'intégration sociale qui est occupé, intervention octroyée par le centre public d'action sociale en vertu des articles 9 et 13, § 1er, de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
3° une intervention financiÚre dans le coût salarial d'un ayant droit à une aide sociale financiÚre qui est occupé, intervention octroyée par le centre public d'action sociale en vertu de l'article 57quater de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale. ".
" Art. 3bis. Le montant des allocations de travail visées aux articles 2 et 2ter est limité au salaire net auquel le travailleur a droit pour le mois calendrier concerné.
Les allocations de travail visĂ©es aux articles 2 et 2ter ne peuvent ĂȘtre cumulĂ©es avec :
1° une autre allocation octroyĂ©e en vertu de l'article 7, § 1, alinĂ©a 3,m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 relatif Ă la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs;
2° une intervention financiÚre dans le coût salarial d'un ayant droit à l'intégration sociale qui est occupé, intervention octroyée par le centre public d'action sociale en vertu des articles 9 et 13, § 1er, de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
3° une intervention financiÚre dans le coût salarial d'un ayant droit à une aide sociale financiÚre qui est occupé, intervention octroyée par le centre public d'action sociale en vertu de l'article 57quater de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale. ".
Art. 10. In artikel 4 van hetzelfde besluit van 29 maart 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " werkuitkering " en " kan " respectievelijk vervangen door de woorden " werkuitkeringen " en " kunnen ";
2° in het tweede lid worden de woorden " werkuitkering " en " wordt " respectievelijk vervangen door de woorden " werkuitkeringen " en " worden ";
3° het derde lid wordt vervangen door de volgende leden :
" In afwijking van artikel 13 van het voormeld koninklijk besluit van 19 december 2001 kan, voor wat het recht op de in artikel 2 bedoelde werkuitkering betreft, geen nieuwe werkkaart worden afgeleverd of een geldige werkkaart worden verlengd, indien reeds een in artikel 2 bedoelde werkuitkering werd aangevraagd.
In afwijking van artikel 13 van het voormeld koninklijk besluit van 19 december 2001 kan, voor wat het recht op de in artikel 2ter bedoelde werkuitkering betreft, geen nieuwe werkkaart worden afgeleverd of een geldige werkkaart worden verlengd, indien reeds een in artikel 2ter bedoelde werkuitkering werd aangevraagd. ";
4° het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid is geworden, wordt vervangen als volgt :
" Onverminderd artikel 13 van het voormeld koninklijk besluit van 19 december 2001 wordt de geldigheidsduur van de werkkaart bijkomend beperkt :
- in ieder geval tot de dag waarop de werknemer de leeftijd van 26 jaar bereikt;
- inzake het voordeel bedoeld in artikel 2, in ieder geval tot 31 december 2006;
- inzake het voordeel bedoeld in artikel 2ter, tot de laatste dag van de periode van 21 maanden bedoeld in artikel 2ter, eerste lid, 4°.
5° in het vroeger vijfde lid, dat het zesde lid is geworden, worden de woorden " werkuitkering " en " wordt " respectievelijk vervangen door de woorden " werkuitkeringen " en " worden ".
6° Een zevende lid wordt toegevoegd, luidend als volgt :
" In afwijking van artikel 13 van het voormeld koninklijk besluit van 19 december 2001, kan de aanvraag van de werkkaart ingediend worden ten laatste de zestigste dag volgend op de dag van indienstneming indien deze indienstneming plaatsvindt in de maand juli van het jaar 2006. "
1° in het eerste lid worden de woorden " werkuitkering " en " kan " respectievelijk vervangen door de woorden " werkuitkeringen " en " kunnen ";
2° in het tweede lid worden de woorden " werkuitkering " en " wordt " respectievelijk vervangen door de woorden " werkuitkeringen " en " worden ";
3° het derde lid wordt vervangen door de volgende leden :
" In afwijking van artikel 13 van het voormeld koninklijk besluit van 19 december 2001 kan, voor wat het recht op de in artikel 2 bedoelde werkuitkering betreft, geen nieuwe werkkaart worden afgeleverd of een geldige werkkaart worden verlengd, indien reeds een in artikel 2 bedoelde werkuitkering werd aangevraagd.
In afwijking van artikel 13 van het voormeld koninklijk besluit van 19 december 2001 kan, voor wat het recht op de in artikel 2ter bedoelde werkuitkering betreft, geen nieuwe werkkaart worden afgeleverd of een geldige werkkaart worden verlengd, indien reeds een in artikel 2ter bedoelde werkuitkering werd aangevraagd. ";
4° het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid is geworden, wordt vervangen als volgt :
" Onverminderd artikel 13 van het voormeld koninklijk besluit van 19 december 2001 wordt de geldigheidsduur van de werkkaart bijkomend beperkt :
- in ieder geval tot de dag waarop de werknemer de leeftijd van 26 jaar bereikt;
- inzake het voordeel bedoeld in artikel 2, in ieder geval tot 31 december 2006;
- inzake het voordeel bedoeld in artikel 2ter, tot de laatste dag van de periode van 21 maanden bedoeld in artikel 2ter, eerste lid, 4°.
5° in het vroeger vijfde lid, dat het zesde lid is geworden, worden de woorden " werkuitkering " en " wordt " respectievelijk vervangen door de woorden " werkuitkeringen " en " worden ".
6° Een zevende lid wordt toegevoegd, luidend als volgt :
" In afwijking van artikel 13 van het voormeld koninklijk besluit van 19 december 2001, kan de aanvraag van de werkkaart ingediend worden ten laatste de zestigste dag volgend op de dag van indienstneming indien deze indienstneming plaatsvindt in de maand juli van het jaar 2006. "
Art. 10. A l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© du 29 mars 2006 sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinĂ©a 1er, les mots " L'allocation " et " ne peut ĂȘtre octroyĂ©e " sont respectivement remplacĂ©s par " Les allocations " et " ne peuvent ĂȘtre octroyĂ©es ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " L'allocation ", " est " et " assimilée " sont respectivement remplacés par " Les allocations ", " sont " et " assimilées ";
3° l'alinéa 3 est remplacé comme suit :
" Par dĂ©rogation Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 19 dĂ©cembre 2001, il ne peut ĂȘtre dĂ©livrĂ© de nouvelle carte de travail, ni prolongĂ© de carte de travail valide, pour ce qui est du droit Ă l'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2, s'il a dĂ©jĂ Ă©tĂ© demandĂ© une allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2.
Par dĂ©rogation Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 19 dĂ©cembre 2001, il ne peut ĂȘtre dĂ©livrĂ© de nouvelle carte de travail, ni prolongĂ© de carte de travail valide, pour ce qui est du droit Ă l'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2ter, s'il a dĂ©jĂ Ă©tĂ© demandĂ© une allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2ter. " ;
4° l'alinéa 4 ancien, devenu l'alinéa 5, est remplacé comme suit :
" Sans prĂ©judice de l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 19 dĂ©cembre 2001, la durĂ©e de validitĂ© de la carte de travail est limitĂ©e de façon supplĂ©mentaire :
- de toute façon, à la date que le travailleur devient 26 ans;
- en ce qui concerne le droit à l'allocation de travail visée à l'article 2, de toute façon au 31 décembre 2006;
- en ce qui concerne le droit à l'allocation de travail visée à l'article 2ter, au dernier jour de la période de 21 mois visée à l'article 2ter, alinéa 1er, 4°.
5° dans l'alinéa 5 ancien, devenu l'alinéa 6, les mots " L'allocation ", " est " et " assimilée " sont respectivement remplacés par les mots " Les allocations ", " sont " et " assimilées ".
6° Un alinéa 7 est ajouté, rédigé comme suit :
" Par dĂ©rogation Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 19 dĂ©cembre 2001, la demande de la carte de travail peut ĂȘtre introduite au plus tard le soixantiĂšme jour suivant celui de l'engagement si cet engagement prend place dans le mois de juillet de l'annĂ©e 2006. "
1° dans l'alinĂ©a 1er, les mots " L'allocation " et " ne peut ĂȘtre octroyĂ©e " sont respectivement remplacĂ©s par " Les allocations " et " ne peuvent ĂȘtre octroyĂ©es ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " L'allocation ", " est " et " assimilée " sont respectivement remplacés par " Les allocations ", " sont " et " assimilées ";
3° l'alinéa 3 est remplacé comme suit :
" Par dĂ©rogation Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 19 dĂ©cembre 2001, il ne peut ĂȘtre dĂ©livrĂ© de nouvelle carte de travail, ni prolongĂ© de carte de travail valide, pour ce qui est du droit Ă l'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2, s'il a dĂ©jĂ Ă©tĂ© demandĂ© une allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2.
Par dĂ©rogation Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 19 dĂ©cembre 2001, il ne peut ĂȘtre dĂ©livrĂ© de nouvelle carte de travail, ni prolongĂ© de carte de travail valide, pour ce qui est du droit Ă l'allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2ter, s'il a dĂ©jĂ Ă©tĂ© demandĂ© une allocation de travail visĂ©e Ă l'article 2ter. " ;
4° l'alinéa 4 ancien, devenu l'alinéa 5, est remplacé comme suit :
" Sans prĂ©judice de l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 19 dĂ©cembre 2001, la durĂ©e de validitĂ© de la carte de travail est limitĂ©e de façon supplĂ©mentaire :
- de toute façon, à la date que le travailleur devient 26 ans;
- en ce qui concerne le droit à l'allocation de travail visée à l'article 2, de toute façon au 31 décembre 2006;
- en ce qui concerne le droit à l'allocation de travail visée à l'article 2ter, au dernier jour de la période de 21 mois visée à l'article 2ter, alinéa 1er, 4°.
5° dans l'alinéa 5 ancien, devenu l'alinéa 6, les mots " L'allocation ", " est " et " assimilée " sont respectivement remplacés par les mots " Les allocations ", " sont " et " assimilées ".
6° Un alinéa 7 est ajouté, rédigé comme suit :
" Par dĂ©rogation Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 19 dĂ©cembre 2001, la demande de la carte de travail peut ĂȘtre introduite au plus tard le soixantiĂšme jour suivant celui de l'engagement si cet engagement prend place dans le mois de juillet de l'annĂ©e 2006. "
Art. 11. De werknemer die in dienst treedt na 30 juni 2006 tijdens de geldigheidsperiode van een werkkaart die is uitgereikt in toepassing van voormeld koninklijk besluit van 29 maart 2006, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van dit besluit, is, onverminderd artikel 15 van het voormeld koninklijk besluit van 19 december 2001, gerechtigd op het voordeel bedoeld in artikel 2ter van voormeld koninklijk besluit van 29 maart 2006.
Art. 11. Le travailleur qui entre en service aprĂšs le 30 juin 2006 pendant la pĂ©riode de validitĂ© d'une carte de travail dĂ©livrĂ©e en application de l'arrĂȘtĂ© royal du 29 mars 2006 prĂ©citĂ©, tel qu'il Ă©tait d'application avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, a droit, sans prĂ©judice de l'article 15 de l'arrĂȘtĂ© royal du 19 dĂ©cembre 2001 prĂ©citĂ©, Ă l'avantage visĂ© Ă l'article 2ter de l'arrĂȘtĂ© royal du 29 mars 2006 prĂ©citĂ©.
HOOFDSTUK III. - slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
Art. 12. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2006.
Art. 12. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er juillet 2006.
Art. 13. Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Onze Minister bevoegd voor Werk zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 20 juli 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
R. DEMOTTE
De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN.
Gegeven te Brussel, 20 juli 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
R. DEMOTTE
De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN.
Art. 13. Notre Ministre qui a les Affaires Sociales dans ses attributions et Notre Ministre qui a l'Emploi dans ses attributions sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Donné à Bruxelles, le 20 juillet 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Emploi,
P. VANVELTHOVEN.
Donné à Bruxelles, le 20 juillet 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Emploi,
P. VANVELTHOVEN.