Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 januari 2004 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 2 wordt aangevuld met het volgende lid :
" Deze retributie bedraagt 200 EUR voor een product dat volledig identiek is aan een ander product waarvoor een dossier samengesteld overeenkomstig bijlage VIII werd ingediend en voor zover de indiener van dit dossier aan de erkenningshouder van het identieke product de toestemming heeft gegeven om te verwijzen naar dat dossier. ";
2° § 3, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" Deze retributie bedraagt 100.000 EUR als België optreedt als verslaggever aan het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid bedoeld in artikel 19 van de voornoemde Richtlijn. Deze retributie is evenwel tot 10.000 EUR beperkt als de werkzame stof een micro-organisme, een virus, een stof van plantaardige of dierlijke oorsprong, een afweermiddel, een lokmiddel of een feromoon is of is opgenomen in bijlage II B van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen. ";
3° er wordt een § 3bis ingevoegd, luidende :
" § 3bis. Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu met het oog op de vaststelling van een maximumresidugehalte of van een invoertolerantie overeenkomstig artikel 6.1. of 6.4. van Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, is gehouden per maximumresidugehalte en per invoertolerantie waarvan de vaststelling wordt aangevraagd een retributie van 1.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en producten. Indien het vaststellen van een invoertolerantie de evaluatie noodzaakt van een toxicologisch dossier, zal de persoon die dit dossier voorlegt daarenboven gehouden zijn een retributie van 50.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 MEI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2004 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. (NOTA : raadpleging van vroegere versies vanaf 24-05-2006 en tekstbijwerking tot 28-12-2006)
Titre
10 MAI 2006. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 14 janvier 2004 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-05-2006 et mise à jour au 28-12-2006)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (15)
Texte (15)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 14 januari 2004.
CHAPITRE Ier. - Modifications au chapitre Ier de l'arrêté royal du 14 janvier 2004.
Article 1. A l'article 1er de l'arrêté royal du 14 janvier 2004 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 2 est complété par l'alinéa suivant :
" Cette rétribution est de 200 EUR pour un produit qui est tout à fait identique à un autre produit pour lequel un dossier constitué conformément à l'annexe VIII a été introduit et dans la mesure où celui qui a introduit ce dossier a donné l'autorisation au détenteur de l'agréation du produit identique de se référer à ce dossier. ";
2° le § 3, alinéa 2, est remplacé comme suit :
" Cette rétribution est de 100.000 EUR lorsque la Belgique est l'Etat membre rapporteur au Comité permanent de la chaîne alimentaire et de la santé animale visé à l'article 19 de la Directive précitée. Cette rétribution est toutefois limitée à 10.000 EUR si la substance active consiste en un micro-organisme ou un virus, si elle est d'origine végétale ou animale, si elle est un répulsif, un attractif ou une phéromone ou si elle est incluse à l'annexe II B du Règlement (CEE) n° 2092/91 du Conseil concernant le mode de production biologique de produits agricoles et sa présentation sur les produits agricoles et les denrées alimentaires. ";
3° il est inséré un § 3bis, rédigé comme suit :
" § 3bis. Toute personne qui soumet un dossier au Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement en vue de la fixation d'une limite maximale applicable aux résidus ou une tolérance à l'importation, conformément aux articles 6.1. ou 6.4. du Règlement (CE) n° 396/2005 du Parlement européen et du Conseil du 23 février 2005 concernant les limites maximales applicables aux résidus de pesticides présents dans ou sur les denrées alimentaires et les aliments pour animaux d'origine végétale et animale et modifiant la directive 91/414/CEE du Conseil, est tenue d'acquitter, par limite maximale applicable aux résidus et par tolérance à l'importation dont la fixation est demandée, une rétribution de 1.000 EUR au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Lorsque la fixation d'une tolérance à l'importation nécessite l'évaluation d'un dossier toxicologique, la personne qui soumet ce dossier sera en outre tenue d'acquitter une rétribution de 50.000 EUR au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. "
1° le § 2 est complété par l'alinéa suivant :
" Cette rétribution est de 200 EUR pour un produit qui est tout à fait identique à un autre produit pour lequel un dossier constitué conformément à l'annexe VIII a été introduit et dans la mesure où celui qui a introduit ce dossier a donné l'autorisation au détenteur de l'agréation du produit identique de se référer à ce dossier. ";
2° le § 3, alinéa 2, est remplacé comme suit :
" Cette rétribution est de 100.000 EUR lorsque la Belgique est l'Etat membre rapporteur au Comité permanent de la chaîne alimentaire et de la santé animale visé à l'article 19 de la Directive précitée. Cette rétribution est toutefois limitée à 10.000 EUR si la substance active consiste en un micro-organisme ou un virus, si elle est d'origine végétale ou animale, si elle est un répulsif, un attractif ou une phéromone ou si elle est incluse à l'annexe II B du Règlement (CEE) n° 2092/91 du Conseil concernant le mode de production biologique de produits agricoles et sa présentation sur les produits agricoles et les denrées alimentaires. ";
3° il est inséré un § 3bis, rédigé comme suit :
" § 3bis. Toute personne qui soumet un dossier au Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement en vue de la fixation d'une limite maximale applicable aux résidus ou une tolérance à l'importation, conformément aux articles 6.1. ou 6.4. du Règlement (CE) n° 396/2005 du Parlement européen et du Conseil du 23 février 2005 concernant les limites maximales applicables aux résidus de pesticides présents dans ou sur les denrées alimentaires et les aliments pour animaux d'origine végétale et animale et modifiant la directive 91/414/CEE du Conseil, est tenue d'acquitter, par limite maximale applicable aux résidus et par tolérance à l'importation dont la fixation est demandée, une rétribution de 1.000 EUR au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Lorsque la fixation d'une tolérance à l'importation nécessite l'évaluation d'un dossier toxicologique, la personne qui soumet ce dossier sera en outre tenue d'acquitter une rétribution de 50.000 EUR au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. "
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende :
" Art. 2bis. § 1. Iedere persoon die de erkenning van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik of de toelating voor parallelinvoer van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik heeft bekomen moet per erkenning en/of toelating een jaarlijkse bijdrage betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld : b = x.p. Hierbij is :
- b : het te betalen bedrag van de jaarlijkse bijdrage;
- x : de hoeveelheid van het bestrijdingsmiddel die in het jaar voorafgaand aan dat van de betaling op de Belgische markt werd gebracht, uitgedrukt in kg of L (respectievelijk naargelang het gewaarborgd gehalte aan werkzame stof op de erkennings- of toelatingsakte in % of in g/L is uitgedrukt). Onder op de markt brengen wordt verstaan de verkoop aan een eerste koper, door de invoerder op het Belgische grondgebied of door de fabrikant in België van het bedoelde middel;
- p : het aantal punten toegekend overeenkomstig de bepalingen van § 2, uitgedrukt in EUR/kg of L.
In afwijking van het vorige lid is b = 300 EUR indien x.p < 300 EUR.
§ 2. Het aantal punten p, zoals bedoeld in § 1, is afhankelijk van de indeling van het bestrijdingsmiddel in gevarencategorieën op 1 december van het jaar 200X-2 indien de betaling plaatsvindt in het jaar 200X en wordt toegekend overeenkomstig de volgende tabel. Voor middelen erkend tussen 2 december 200X-2 en 30 november 200X-1 geldt de indeling vastgesteld bij de erkenning. De R-zinnen in deze tabel verwijzen naar de gevaarzinnen die zijn vermeld in de erkennings- of toelatingsakte. Zij worden gebruikt om de gevarencategorieën te identificeren. Indien een bepaalde R-zin uit de tabel in de erkennings- of toelatingsakte voorkomt in combinatie met een andere R-zin, dan wordt deze R-zin beschouwd als voorkomend op de akte, tenzij de tabel een bepaalde combinatie uitdrukkelijk voorschrijft of uitsluit. De punten van een bepaalde gevarencategorie kunnen slechts eenmaal worden aangerekend. Indien een bestrijdingsmiddel in meerdere van de 20 gevarencategorieën is ingedeeld zullen de punten van deze gevarencategorieën worden opgeteld. In afwijking hiervan zullen de punten van de categorieën 9, 14 en 19 niet worden opgeteld, maar zal van deze categorieën slechts deze met het hoogste aantal punten in rekening worden gebracht.
Eén punt komt overeen met 0,035 EUR/kg of L.
" Art. 2bis. § 1. Iedere persoon die de erkenning van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik of de toelating voor parallelinvoer van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik heeft bekomen moet per erkenning en/of toelating een jaarlijkse bijdrage betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld : b = x.p. Hierbij is :
- b : het te betalen bedrag van de jaarlijkse bijdrage;
- x : de hoeveelheid van het bestrijdingsmiddel die in het jaar voorafgaand aan dat van de betaling op de Belgische markt werd gebracht, uitgedrukt in kg of L (respectievelijk naargelang het gewaarborgd gehalte aan werkzame stof op de erkennings- of toelatingsakte in % of in g/L is uitgedrukt). Onder op de markt brengen wordt verstaan de verkoop aan een eerste koper, door de invoerder op het Belgische grondgebied of door de fabrikant in België van het bedoelde middel;
- p : het aantal punten toegekend overeenkomstig de bepalingen van § 2, uitgedrukt in EUR/kg of L.
In afwijking van het vorige lid is b = 300 EUR indien x.p < 300 EUR.
§ 2. Het aantal punten p, zoals bedoeld in § 1, is afhankelijk van de indeling van het bestrijdingsmiddel in gevarencategorieën op 1 december van het jaar 200X-2 indien de betaling plaatsvindt in het jaar 200X en wordt toegekend overeenkomstig de volgende tabel. Voor middelen erkend tussen 2 december 200X-2 en 30 november 200X-1 geldt de indeling vastgesteld bij de erkenning. De R-zinnen in deze tabel verwijzen naar de gevaarzinnen die zijn vermeld in de erkennings- of toelatingsakte. Zij worden gebruikt om de gevarencategorieën te identificeren. Indien een bepaalde R-zin uit de tabel in de erkennings- of toelatingsakte voorkomt in combinatie met een andere R-zin, dan wordt deze R-zin beschouwd als voorkomend op de akte, tenzij de tabel een bepaalde combinatie uitdrukkelijk voorschrijft of uitsluit. De punten van een bepaalde gevarencategorie kunnen slechts eenmaal worden aangerekend. Indien een bestrijdingsmiddel in meerdere van de 20 gevarencategorieën is ingedeeld zullen de punten van deze gevarencategorieën worden opgeteld. In afwijking hiervan zullen de punten van de categorieën 9, 14 en 19 niet worden opgeteld, maar zal van deze categorieën slechts deze met het hoogste aantal punten in rekening worden gebracht.
Eén punt komt overeen met 0,035 EUR/kg of L.
Art. 2. Un article 2bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 2bis. § 1er. Toute personne qui a obtenu l'agréation d'un pesticide à usage agricole ou l'autorisation d'importation d'un pesticide à usage agricole est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une cotisation annuelle par agréation et/ou autorisation, dont le montant est établi comme suit : b = x.p, sachant que :
- b : le montant de la cotisation annuelle à acquitter;
- x : la quantité de pesticide à usage agricole mise sur le marché belge l'année précédant celle de l'acquittement, exprimée en kg ou L (respectivement selon que la teneur garantie en substance active est exprimée dans l'acte d'agréation ou d'autorisation en % ou en g/L). La mise sur le marché belge se définit comme la vente à un premier acheteur, par l'importateur sur le territoire belge ou par le fabricant en Belgique du produit visé;
- p : le nombre de points attribués conformément aux dispositions du § 2, exprimé en EUR/kg ou L.
Par dérogation à l'alinéa précédent, b= 300 EUR lorsque x.p < 300 EUR.
§ 2. Le nombre de points p, comme visé au § 1er, dépend de la classification du pesticide à usage agricole dans des catégories de danger en date du 1er décembre de l'année 200X-2 lorsque l'acquittement est réalisé en 200X et est attribué conformément au tableau suivant. Pour les produits agréés entre le 2 décembre 200X-2 et le 30 novembre 200X-1, la classification fixée lors de l'agréation est d'application. Les phrases R dans ce tableau se réfèrent aux phrases de danger mentionnées dans l'acte d'agréation ou d'autorisation. Elles sont utilisées pour identifier les catégories de danger. Si une certaine phrase R du tableau figure dans l'acte d'agréation ou d'autorisation en combinaison avec une autre phrase R, la phrase R est considérée comme figurant dans l'acte, sauf si le tableau prescrit ou exclut explicitement une certaine combinaison. Les points d'une certaine catégorie de danger ne peuvent être attribués qu'une seule fois. Lorsqu'un pesticide est classé dans plusieurs des 20 catégories de danger, les points de ces catégories de danger sont additionnés. Par dérogation à la phrase précédente, les points des catégories 9, 14 et 19 ne seront pas additionnés; de ces catégories, seule la catégorie avec le nombre de points le plus élevé sera prise en compte.
Un point correspond à 0,035 EUR/kg ou L.
" Art. 2bis. § 1er. Toute personne qui a obtenu l'agréation d'un pesticide à usage agricole ou l'autorisation d'importation d'un pesticide à usage agricole est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une cotisation annuelle par agréation et/ou autorisation, dont le montant est établi comme suit : b = x.p, sachant que :
- b : le montant de la cotisation annuelle à acquitter;
- x : la quantité de pesticide à usage agricole mise sur le marché belge l'année précédant celle de l'acquittement, exprimée en kg ou L (respectivement selon que la teneur garantie en substance active est exprimée dans l'acte d'agréation ou d'autorisation en % ou en g/L). La mise sur le marché belge se définit comme la vente à un premier acheteur, par l'importateur sur le territoire belge ou par le fabricant en Belgique du produit visé;
- p : le nombre de points attribués conformément aux dispositions du § 2, exprimé en EUR/kg ou L.
Par dérogation à l'alinéa précédent, b= 300 EUR lorsque x.p < 300 EUR.
§ 2. Le nombre de points p, comme visé au § 1er, dépend de la classification du pesticide à usage agricole dans des catégories de danger en date du 1er décembre de l'année 200X-2 lorsque l'acquittement est réalisé en 200X et est attribué conformément au tableau suivant. Pour les produits agréés entre le 2 décembre 200X-2 et le 30 novembre 200X-1, la classification fixée lors de l'agréation est d'application. Les phrases R dans ce tableau se réfèrent aux phrases de danger mentionnées dans l'acte d'agréation ou d'autorisation. Elles sont utilisées pour identifier les catégories de danger. Si une certaine phrase R du tableau figure dans l'acte d'agréation ou d'autorisation en combinaison avec une autre phrase R, la phrase R est considérée comme figurant dans l'acte, sauf si le tableau prescrit ou exclut explicitement une certaine combinaison. Les points d'une certaine catégorie de danger ne peuvent être attribués qu'une seule fois. Lorsqu'un pesticide est classé dans plusieurs des 20 catégories de danger, les points de ces catégories de danger sont additionnés. Par dérogation à la phrase précédente, les points des catégories 9, 14 et 19 ne seront pas additionnés; de ces catégories, seule la catégorie avec le nombre de points le plus élevé sera prise en compte.
Un point correspond à 0,035 EUR/kg ou L.
Nr Gevarencategorie R-zinnen Aantal
punten
- - - -
1 Ontplofbaar 1, 2, 3 2
2 Oxiderend 7, 8, 9 1
3 Zeer licht ontvlambaar 12 2
4 Licht ontvlambaar 11, 15, 17 1,5
5 Ontvlambaar 10 1
6 Bijtend 34, 35 2
7 Irriterend 36, 37, 38, 41 1
8 Sensibiliserend 42, 43 1
9 Schadelijk bij korte termijn 20, 21 of 22 (voor zover niet 1
blootstelling in combinatie met 48), 65, 68
in combinatie met 20, 21 of 22
10 Schadelijk bij lange termijn 48 in combinatie met 20, 21 1
blootstelling of 22
11 Schadelijk (C) 40 1
12 Schadelijk (M) 68 1
13 Schadelijk (R) 62, 63 1
14 Giftig bij korte termijn 23, 24 of 25 (voor zover niet 2
blootstelling in combinatie met 48), 29, 31,
39 in combinatie met 23, 24
of 25
15 Giftig bij lange termijn 48 in combinatie met 23, 24 2
blootstelling of 25
16 Giftig (C) 45, 49 2
17 Giftig (M) 46 2
18 Giftig (R) 60, 61 2
19 Zeer giftig bij korte termijn 26, 27, 28, 32, 39 in 3
blootstelling combinatie met 26, 27 of 28
20 Milieugevaarlijk 50, 50/53, 51/53, 59 2
punten
- - - -
1 Ontplofbaar 1, 2, 3 2
2 Oxiderend 7, 8, 9 1
3 Zeer licht ontvlambaar 12 2
4 Licht ontvlambaar 11, 15, 17 1,5
5 Ontvlambaar 10 1
6 Bijtend 34, 35 2
7 Irriterend 36, 37, 38, 41 1
8 Sensibiliserend 42, 43 1
9 Schadelijk bij korte termijn 20, 21 of 22 (voor zover niet 1
blootstelling in combinatie met 48), 65, 68
in combinatie met 20, 21 of 22
10 Schadelijk bij lange termijn 48 in combinatie met 20, 21 1
blootstelling of 22
11 Schadelijk (C) 40 1
12 Schadelijk (M) 68 1
13 Schadelijk (R) 62, 63 1
14 Giftig bij korte termijn 23, 24 of 25 (voor zover niet 2
blootstelling in combinatie met 48), 29, 31,
39 in combinatie met 23, 24
of 25
15 Giftig bij lange termijn 48 in combinatie met 23, 24 2
blootstelling of 25
16 Giftig (C) 45, 49 2
17 Giftig (M) 46 2
18 Giftig (R) 60, 61 2
19 Zeer giftig bij korte termijn 26, 27, 28, 32, 39 in 3
blootstelling combinatie met 26, 27 of 28
20 Milieugevaarlijk 50, 50/53, 51/53, 59 2
N° Categorie de danger Phrases-R Nombre
de
points
- - - -
1 Explosif 1, 2, 3 2
2 Comburant 7, 8, 9 1
3 Tres facilement inflammable 12 2
4 Facilement inflammable 11, 15, 17 1,5
5 Inflammable 10 1
6 Corrosif 34, 35 2
7 Irritant 36, 37, 38, 41 1
8 Sensibilisant 42, 43 1
9 Nocif apres exposition a court 20, 21 ou 22 (pas en 1
terme combinaison avec 48), 65, 68
en combinaison avec 20, 21
ou 22
10 Nocif apres exposition a long 48 en combinaison avec 20, 21 1
terme ou 22
11 Nocif (C) 40 1
12 Nocif (M) 68 1
13 Nocif (R) 62, 63 1
14 Toxique apres exposition a 23, 24 ou 25 (pas en 2
court terme combinaison avec 48), 29, 31,
39 en combinaison avec 23, 24
ou 25
15 Toxique apres exposition a 48 en combinaison avec 23, 24 2
long terme ou 25
16 Toxique (C) 45, 49 2
17 Toxique (M) 46 2
18 Toxique (R) 60, 61 2
19 Tres toxique apres exposition 26, 27, 28, 32, 39 en 3
a court terme combinaison avec 26, 27 ou 28
20 Dangereux pour l'environnement 50, 50/53, 51/53, 59 2
de
points
- - - -
1 Explosif 1, 2, 3 2
2 Comburant 7, 8, 9 1
3 Tres facilement inflammable 12 2
4 Facilement inflammable 11, 15, 17 1,5
5 Inflammable 10 1
6 Corrosif 34, 35 2
7 Irritant 36, 37, 38, 41 1
8 Sensibilisant 42, 43 1
9 Nocif apres exposition a court 20, 21 ou 22 (pas en 1
terme combinaison avec 48), 65, 68
en combinaison avec 20, 21
ou 22
10 Nocif apres exposition a long 48 en combinaison avec 20, 21 1
terme ou 22
11 Nocif (C) 40 1
12 Nocif (M) 68 1
13 Nocif (R) 62, 63 1
14 Toxique apres exposition a 23, 24 ou 25 (pas en 2
court terme combinaison avec 48), 29, 31,
39 en combinaison avec 23, 24
ou 25
15 Toxique apres exposition a 48 en combinaison avec 23, 24 2
long terme ou 25
16 Toxique (C) 45, 49 2
17 Toxique (M) 46 2
18 Toxique (R) 60, 61 2
19 Tres toxique apres exposition 26, 27, 28, 32, 39 en 3
a court terme combinaison avec 26, 27 ou 28
20 Dangereux pour l'environnement 50, 50/53, 51/53, 59 2
§ 3. De betaling van de jaarlijkse bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten moet geregistreerd zijn binnen de maand na ontvangst van een factuur opgesteld door het Directoraat-generaal belast met de erkenning van bestrijdingsmiddelen. De bijdrage is verschuldigd vanaf het jaar dat volgt op dat van de aflevering van de erkenning of van de toelating voor parallelinvoer.
Indien de bijdrage niet binnen de maand werd geregistreerd op de rekening van het voornoemde Fonds, wordt zij automatisch verhoogd met 20 %. Indien zij niet is geregistreerd binnen de drie maanden na ontvangst van de factuur, stuurt het Directoraat-generaal belast met de erkenning van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik een aangetekend schrijven naar de betrokken houder van de erkenning of toelating waarin hem wordt gevraagd de verschuldigde som binnen vijftien dagen te betalen. Indien dit laatste niet gebeurt, wordt de erkenning of toelating waarvoor de jaarlijkse bijdrage is verschuldigd, geschorst tot de dag van betaling. "
Indien de bijdrage niet binnen de maand werd geregistreerd op de rekening van het voornoemde Fonds, wordt zij automatisch verhoogd met 20 %. Indien zij niet is geregistreerd binnen de drie maanden na ontvangst van de factuur, stuurt het Directoraat-generaal belast met de erkenning van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik een aangetekend schrijven naar de betrokken houder van de erkenning of toelating waarin hem wordt gevraagd de verschuldigde som binnen vijftien dagen te betalen. Indien dit laatste niet gebeurt, wordt de erkenning of toelating waarvoor de jaarlijkse bijdrage is verschuldigd, geschorst tot de dag van betaling. "
§ 3. L'acquittement de la cotisation annuelle au Fonds budgétaire des matières premières et des produits doit être enregistré dans le mois après réception d'une facture établie par la Direction générale chargée de l'agréation des pesticides. La cotisation est due à partir de l'année qui suit la délivrance de l'agréation ou de l'autorisation pour importation parallèle.
Lorsque la cotisation n'est pas enregistrée dans le mois au compte du Fonds précité, elle est automatiquement majorée de 20%. Lorsqu'elle n'est pas enregistrée dans les trois mois après réception de la facture, la Direction générale chargée de l'agréation des pesticides à usage agricole envoie une lettre recommandée au détenteur d'agréation ou d'autorisation concerné dans laquelle il lui est demandé de payer la somme due dans les quinze jours. Dans le cas où cela n'est pas fait, l'agréation ou l'autorisation pour laquelle la cotisation annuelle est due, est suspendue jusqu'au jour du paiement. "
Lorsque la cotisation n'est pas enregistrée dans le mois au compte du Fonds précité, elle est automatiquement majorée de 20%. Lorsqu'elle n'est pas enregistrée dans les trois mois après réception de la facture, la Direction générale chargée de l'agréation des pesticides à usage agricole envoie une lettre recommandée au détenteur d'agréation ou d'autorisation concerné dans laquelle il lui est demandé de payer la somme due dans les quinze jours. Dans le cas où cela n'est pas fait, l'agréation ou l'autorisation pour laquelle la cotisation annuelle est due, est suspendue jusqu'au jour du paiement. "
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 14 januari 2004.
CHAPITRE II. - Modifications au chapitre III de l'arrêté royal du 14 janvier 2004.
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een § 4, luidende :
" § 4. Iedere persoon die overeenkomstig artikel 31 van de Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen een dossier voorlegt aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu met het oog op de opneming van een nieuw type meststof in bijlage I van de genoemde Verordening, is gehouden per nieuw type meststof waarvan de opneming wordt gevraagd een retributie van 500 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. ".
" § 4. Iedere persoon die overeenkomstig artikel 31 van de Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen een dossier voorlegt aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu met het oog op de opneming van een nieuw type meststof in bijlage I van de genoemde Verordening, is gehouden per nieuw type meststof waarvan de opneming wordt gevraagd een retributie van 500 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. ".
Art. 3. A l'article 4 du même arrêté, il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Toute personne qui, conformément à l'article 31 du Règlement (CE) n° 2003/2003 du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 relatif aux engrais, soumet un dossier au Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement en vue de l'inclusion d'un nouveau type d'engrais à l'annexe I du Règlement précité, est tenue d'acquitter, par nouveau type d'engrais dont l'inclusion est demandée, une rétribution de 500 EUR au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. "
" § 4. Toute personne qui, conformément à l'article 31 du Règlement (CE) n° 2003/2003 du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 relatif aux engrais, soumet un dossier au Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement en vue de l'inclusion d'un nouveau type d'engrais à l'annexe I du Règlement précité, est tenue d'acquitter, par nouveau type d'engrais dont l'inclusion est demandée, une rétribution de 500 EUR au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. "
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen aan het hoofdstuk VIII van het koninklijk besluit van 14 januari 2004.
CHAPITRE III. - Modifications au chapitre VIII de l'arrêté royal du 14 janvier 2004.
Art. 4. In artikel 9 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
" Deze retributie bedraagt 200 EUR voor een product dat volledig identiek is aan een ander product waarvoor een dossier samengesteld overeenkomstig bijlage VII - document B7 - van het koninklijk besluit van 22 mei 2003, werd ingediend en voor zover de indiener van dit dossier aan de toelatingshouder van het identieke product de toestemming heeft gegeven om te verwijzen naar dat dossier. ";
2° § 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" Deze retributie bedraagt 100.000 EUR als België optreedt als verslaggever bedoeld in artikel 11 van de Richtlijn 98/8/EG, in het kader van de werkwijze voorzien door de artikels 22 en 23 van het voornoemd koninklijk besluit van 22 mei 2003 of in het kader van het werkprogramma vermeld in het artikel 16, streep 2, van dezelfde Richtlijn. Deze retributie is evenwel tot 10.000 EUR beperkt als de werkzame stof een micro-organisme of een virus betreft of als de aanvraag een toepassingsuitbreiding betreft van een werkzame stof die reeds is ingeschreven in Bijlage I of IA van de voornoemde Richtlijn. ";
3° § 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. Iedere persoon die een toelating voor parallelinvoer van een biocide aanvraagt, bedoeld in het voornoemd koninklijk besluit van 22 mei 2003, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag vastgesteld is op 150 EUR. Indien de aanvraag geldt voor meer dan één land van oorsprong dan wordt de retributie voor ieder bijkomend land van oorsprong met 75 EUR verhoogd. ";
4° § 4 wordt vervangen als volgt :
" § 4. De Minister kan, op advies van de Raad van het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten en mits een met redenen omklede beslissing een vermindering of vrijstelling toestaan van het betalen van de retributies voor biociden die van wezenlijk belang zijn voor de bescherming van de volksgezondheid of het leefmilieu, evenals wanneer de biociden of de werkzame stoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong, afweermiddelen, lokmiddelen of feromonen zijn en dat dit bijzonder karakter het mogelijk maakt de werklast noodzakelijk voor hun evaluatie te beperken. "
1° § 1 wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
" Deze retributie bedraagt 200 EUR voor een product dat volledig identiek is aan een ander product waarvoor een dossier samengesteld overeenkomstig bijlage VII - document B7 - van het koninklijk besluit van 22 mei 2003, werd ingediend en voor zover de indiener van dit dossier aan de toelatingshouder van het identieke product de toestemming heeft gegeven om te verwijzen naar dat dossier. ";
2° § 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" Deze retributie bedraagt 100.000 EUR als België optreedt als verslaggever bedoeld in artikel 11 van de Richtlijn 98/8/EG, in het kader van de werkwijze voorzien door de artikels 22 en 23 van het voornoemd koninklijk besluit van 22 mei 2003 of in het kader van het werkprogramma vermeld in het artikel 16, streep 2, van dezelfde Richtlijn. Deze retributie is evenwel tot 10.000 EUR beperkt als de werkzame stof een micro-organisme of een virus betreft of als de aanvraag een toepassingsuitbreiding betreft van een werkzame stof die reeds is ingeschreven in Bijlage I of IA van de voornoemde Richtlijn. ";
3° § 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. Iedere persoon die een toelating voor parallelinvoer van een biocide aanvraagt, bedoeld in het voornoemd koninklijk besluit van 22 mei 2003, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag vastgesteld is op 150 EUR. Indien de aanvraag geldt voor meer dan één land van oorsprong dan wordt de retributie voor ieder bijkomend land van oorsprong met 75 EUR verhoogd. ";
4° § 4 wordt vervangen als volgt :
" § 4. De Minister kan, op advies van de Raad van het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten en mits een met redenen omklede beslissing een vermindering of vrijstelling toestaan van het betalen van de retributies voor biociden die van wezenlijk belang zijn voor de bescherming van de volksgezondheid of het leefmilieu, evenals wanneer de biociden of de werkzame stoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong, afweermiddelen, lokmiddelen of feromonen zijn en dat dit bijzonder karakter het mogelijk maakt de werklast noodzakelijk voor hun evaluatie te beperken. "
Art. 4. A l'article 9 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est complété par un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Cette rétribution est de 200 EUR pour un produit qui est tout à fait identique à un autre produit pour lequel un dossier constitué conformément à l'annexe VII - document B7 - de l'arrêté royal du 22 mai 2003, a été introduit et dans la mesure où celui qui a introduit ce dossier a donné son accord au détenteur de l'autorisation du produit identique de se référer à ce dossier. ";
2° le § 2, alinéa 2, est remplacé comme suit :
" Cette rétribution est de 100.000 EUR lorsque la Belgique est l'Etat membre rapporteur conformément à l'article 11 de la Directive 98/8/EC, dans le cadre de la procédure prévue aux articles 22 et 23 de l'arrêté royal du 22 mai 2003 précité ou dans le cadre du programme de travail mentionné à l'article 16, tiret 2, de la même Directive. Cette rétribution est toutefois limitée à 10.000 EUR si la substance active consiste en un micro-organisme ou un virus ou si la demande concerne une extension d'application d'une substance active déjà incluse dans l'annexe I ou IA de la Directive précitée. ";
3° le § 3 est remplacé comme suit :
" § 3. Toute personne qui sollicite une autorisation d'importation parallèle pour un biocide, visée à l'arrêté royal du 22 mai 2003 précité, est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution dont le montant est fixé à 150 EUR. Lorsque la demande concerne plus d'un pays d'origine, la rétribution est augmentée de 75 EUR pour chaque pays d'origine supplémentaire. ";
4° le § 4 est remplacé comme suit :
" § 4. Le Ministre peut, sur avis du Conseil du Fonds budgétaire des matières premières et des produits, et par décision motivée, accorder une réduction ou une exonération du montant de la rétribution pour les biocides qui sont jugés essentiels pour la protection de la santé publique et de l'environnement ainsi que quand les biocides ou les substances actives sont d'origine végétale ou animale, sont des répulsifs, des attractifs ou des phéromones et que ce caractère particulier permet de limiter la charge de travail nécessaire à leur évaluation. "
1° le § 1er est complété par un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Cette rétribution est de 200 EUR pour un produit qui est tout à fait identique à un autre produit pour lequel un dossier constitué conformément à l'annexe VII - document B7 - de l'arrêté royal du 22 mai 2003, a été introduit et dans la mesure où celui qui a introduit ce dossier a donné son accord au détenteur de l'autorisation du produit identique de se référer à ce dossier. ";
2° le § 2, alinéa 2, est remplacé comme suit :
" Cette rétribution est de 100.000 EUR lorsque la Belgique est l'Etat membre rapporteur conformément à l'article 11 de la Directive 98/8/EC, dans le cadre de la procédure prévue aux articles 22 et 23 de l'arrêté royal du 22 mai 2003 précité ou dans le cadre du programme de travail mentionné à l'article 16, tiret 2, de la même Directive. Cette rétribution est toutefois limitée à 10.000 EUR si la substance active consiste en un micro-organisme ou un virus ou si la demande concerne une extension d'application d'une substance active déjà incluse dans l'annexe I ou IA de la Directive précitée. ";
3° le § 3 est remplacé comme suit :
" § 3. Toute personne qui sollicite une autorisation d'importation parallèle pour un biocide, visée à l'arrêté royal du 22 mai 2003 précité, est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution dont le montant est fixé à 150 EUR. Lorsque la demande concerne plus d'un pays d'origine, la rétribution est augmentée de 75 EUR pour chaque pays d'origine supplémentaire. ";
4° le § 4 est remplacé comme suit :
" § 4. Le Ministre peut, sur avis du Conseil du Fonds budgétaire des matières premières et des produits, et par décision motivée, accorder une réduction ou une exonération du montant de la rétribution pour les biocides qui sont jugés essentiels pour la protection de la santé publique et de l'environnement ainsi que quand les biocides ou les substances actives sont d'origine végétale ou animale, sont des répulsifs, des attractifs ou des phéromones et que ce caractère particulier permet de limiter la charge de travail nécessaire à leur évaluation. "
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt artikel 10 vervangen als volgt :
" Art. 10. § 1. Iedere persoon die de toelating van een biocide of de toelating voor parallelinvoer van een biocide heeft bekomen moet per toelating een jaarlijkse bijdrage betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld b = x.p. Hierbij is :
- b : het te betalen bedrag van de jaarlijkse bijdrage;
- x : de hoeveelheid van het biocide die in het jaar voorafgaand aan dat van de betaling op de Belgische markt werd gebracht, uitgedrukt in kg of L (respectievelijk naargelang het gewaarborgd gehalte aan werkzame stof op de toelatingsakte in % of in g/L is uitgedrukt). Onder op de markt brengen wordt verstaan de verkoop aan een eerste koper, door de invoerder op het Belgische grondgebied of door de fabrikant in België van het bedoelde middel;
- p : het aantal punten toegekend overeenkomstig de bepalingen van het artikel 2bis, uitgedrukt in EUR/kg of L.
In afwijking van het vorige lid is b=300 EUR indien x.p < 300 EUR.
Indien p groter is dan 3,5 % van het jaargemiddelde van de verkoopprijs per kg of L die geldt in het jaar voorafgaand aan de betaling van de bijdrage, dan kan p in afwijking van het eerste lid worden beperkt tot 3,5 % van deze verkoopprijs, voorzover de toelatingshouder dit bij het Directoraat Generaal Leefmilieu aanvraagt, met het bewijs van het jaargemiddelde van de verkoopprijs per kg of L die geldt in het jaar voorafgaand aan de betaling van de bijdrage.
§ 2. Het aantal punten p, zoals bedoeld in § 1, is afhankelijk van de indeling van het biocide in gevarencategorieën op 1 december van het jaar 200X-2 indien de betaling plaatsvindt in het jaar 200X en wordt toegekend overeenkomstig de tabel van het artikel 2bis, § 2. Voor middelen toegelaten tussen 2 december 200X-2 en 30 november 200X-1 geldt de indeling vastgesteld bij de toelating. De R-zinnen in deze tabel verwijzen naar de gevaarzinnen die zijn vermeld in de toelatingsakte.
Zij worden gebruikt om de gevaarcategorieën te identificeren. Indien een bepaalde R-zin uit de tabel in de toelatingsakte voorkomt in combinatie met een andere R-zin, dan wordt deze R-zin beschouwd als voorkomend op de akte, tenzij de tabel een bepaalde combinatie uitdrukkelijk voorschrijft of uitsluit. De punten van een bepaalde gevarencategorie kunnen slechts eenmaal worden aangerekend. Indien een biocide in meerdere van de 20 gevarencategorieën is ingedeeld zullen de punten van deze gevarencategorieën worden opgeteld. In afwijking hiervan zullen de punten van de categorieën 9, 14 en 19 niet worden opgeteld, maar zal van deze categorieën slechts deze met het hoogste aantal punten in rekening worden gebracht. Een punt komt overeen met 0,005 EUR/kg of L.
§ 3. De betaling van de jaarlijkse bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten moet geregistreerd zijn binnen de maand na ontvangst van een factuur opgesteld door het Directoraat-generaal belast met de toelating van de biociden. De bijdrage is verschuldigd vanaf het jaar dat volgt op dat van de aflevering van de toelating of van de toelating voor parallelinvoer.
§ 4. Indien de bijdrage niet op 31 maart werd geregistreerd op de rekening van het voornoemde Fonds, of dat ze niet kon berekend worden op deze datum door de administratie bij gebrek aan inlichtingen vereist door artikel 67 van het voornoemd koninklijk besluit van 22 mei 2003, wordt zij automatisch verhoogd met 20 %. Het Directoraat-generaal belast met de toelating van biociden stuurt binnen één maand een aangetekend schrijven naar de betrokken houder waarin hem wordt gevraagd de vereiste inlichtingen te leveren en/of de verschuldigde som te betalen binnen vijftien dagen na verzenden van de aangetekende brief. Indien de verschuldigde som niet op de rekening van het Fonds staat na vijftien dagen, wegens niet-betaling of wegens afwezigheid van de inlichtingen vereist om deze bijdrage door de administratie te berekenen, wordt de toelating waarvoor de jaarlijkse bijdrage is verschuldigd, geschorst tot de dag van betaling. "
" Art. 10. § 1. Iedere persoon die de toelating van een biocide of de toelating voor parallelinvoer van een biocide heeft bekomen moet per toelating een jaarlijkse bijdrage betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld b = x.p. Hierbij is :
- b : het te betalen bedrag van de jaarlijkse bijdrage;
- x : de hoeveelheid van het biocide die in het jaar voorafgaand aan dat van de betaling op de Belgische markt werd gebracht, uitgedrukt in kg of L (respectievelijk naargelang het gewaarborgd gehalte aan werkzame stof op de toelatingsakte in % of in g/L is uitgedrukt). Onder op de markt brengen wordt verstaan de verkoop aan een eerste koper, door de invoerder op het Belgische grondgebied of door de fabrikant in België van het bedoelde middel;
- p : het aantal punten toegekend overeenkomstig de bepalingen van het artikel 2bis, uitgedrukt in EUR/kg of L.
In afwijking van het vorige lid is b=300 EUR indien x.p < 300 EUR.
Indien p groter is dan 3,5 % van het jaargemiddelde van de verkoopprijs per kg of L die geldt in het jaar voorafgaand aan de betaling van de bijdrage, dan kan p in afwijking van het eerste lid worden beperkt tot 3,5 % van deze verkoopprijs, voorzover de toelatingshouder dit bij het Directoraat Generaal Leefmilieu aanvraagt, met het bewijs van het jaargemiddelde van de verkoopprijs per kg of L die geldt in het jaar voorafgaand aan de betaling van de bijdrage.
§ 2. Het aantal punten p, zoals bedoeld in § 1, is afhankelijk van de indeling van het biocide in gevarencategorieën op 1 december van het jaar 200X-2 indien de betaling plaatsvindt in het jaar 200X en wordt toegekend overeenkomstig de tabel van het artikel 2bis, § 2. Voor middelen toegelaten tussen 2 december 200X-2 en 30 november 200X-1 geldt de indeling vastgesteld bij de toelating. De R-zinnen in deze tabel verwijzen naar de gevaarzinnen die zijn vermeld in de toelatingsakte.
Zij worden gebruikt om de gevaarcategorieën te identificeren. Indien een bepaalde R-zin uit de tabel in de toelatingsakte voorkomt in combinatie met een andere R-zin, dan wordt deze R-zin beschouwd als voorkomend op de akte, tenzij de tabel een bepaalde combinatie uitdrukkelijk voorschrijft of uitsluit. De punten van een bepaalde gevarencategorie kunnen slechts eenmaal worden aangerekend. Indien een biocide in meerdere van de 20 gevarencategorieën is ingedeeld zullen de punten van deze gevarencategorieën worden opgeteld. In afwijking hiervan zullen de punten van de categorieën 9, 14 en 19 niet worden opgeteld, maar zal van deze categorieën slechts deze met het hoogste aantal punten in rekening worden gebracht. Een punt komt overeen met 0,005 EUR/kg of L.
§ 3. De betaling van de jaarlijkse bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten moet geregistreerd zijn binnen de maand na ontvangst van een factuur opgesteld door het Directoraat-generaal belast met de toelating van de biociden. De bijdrage is verschuldigd vanaf het jaar dat volgt op dat van de aflevering van de toelating of van de toelating voor parallelinvoer.
§ 4. Indien de bijdrage niet op 31 maart werd geregistreerd op de rekening van het voornoemde Fonds, of dat ze niet kon berekend worden op deze datum door de administratie bij gebrek aan inlichtingen vereist door artikel 67 van het voornoemd koninklijk besluit van 22 mei 2003, wordt zij automatisch verhoogd met 20 %. Het Directoraat-generaal belast met de toelating van biociden stuurt binnen één maand een aangetekend schrijven naar de betrokken houder waarin hem wordt gevraagd de vereiste inlichtingen te leveren en/of de verschuldigde som te betalen binnen vijftien dagen na verzenden van de aangetekende brief. Indien de verschuldigde som niet op de rekening van het Fonds staat na vijftien dagen, wegens niet-betaling of wegens afwezigheid van de inlichtingen vereist om deze bijdrage door de administratie te berekenen, wordt de toelating waarvoor de jaarlijkse bijdrage is verschuldigd, geschorst tot de dag van betaling. "
Art. 5. L'article 10 du même arrêté est remplacé comme suit :
" Art. 10. § 1er. Toute personne qui a obtenu l'autorisation d'un biocide ou l'autorisation d'importation parallèle d'un biocide, est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une cotisation annuelle par autorisation, dont le montant est établi comme suit : b = x.p, sachant que :
- b : est le montant de la cotisation annuelle à acquitter;
- x : est la quantité de biocide mis sur le marché belge l'année précédant celle de l'acquittement, exprimée en kg ou L (respectivement selon que la teneur garantie en substance active est exprimée dans l'acte d'autorisation en % ou en g/L). La mise sur le marché belge se définit comme la vente à un premier acheteur, par l'importateur sur le territoire belge ou le fabricant en Belgique du produit visé;
- p : est le nombre de points attribués conformément aux dispositions de l'article 2bis, exprimé en EUR/kg ou L.
Par dérogation à l'alinéa précédent, b = 300 EUR lorsque x.p < 300 EUR.
Si p est supérieur à 3,5 % de la moyenne annuelle du prix de vente par kg ou L calculé pour l'année précédant le paiement de la cotisation, p peut être limité à 3,5 % de ce prix de vente pour autant que le détenteur de l'autorisation en fasse la demande à la Direction Générale Environnement en fournissant la preuve du prix de vente moyen par kg ou L calculé pour l'année précédant le paiement de la cotisation.
§ 2. Le nombre de points p, comme visé au § 1er, dépend de la classification du biocide dans des catégories de danger en date du 1er décembre de l'année 200X-2 lorsque l'acquittement est réalisé en 200X et est attribué conformément au tableau de l'article 2bis, § 2. Pour les produits autorisés entre le 2 décembre 200X-2 et le 30 novembre 200X-1, la classification fixée lors de l'autorisation est d'application. Les phrases R dans ce tableau se réfèrent aux phrases de danger mentionnées dans l'acte d'autorisation.
Elles sont utilisées pour identifier les catégories de danger. Si une certaine phrase R du tableau figure dans l'acte d'autorisation en combinaison avec une autre phrase R, la phrase R est considérée comme figurant dans l'acte, sauf si le tableau prescrit ou exclut explicitement une certaine combinaison. Les points d'une certaine catégorie de danger ne peuvent être attribués qu'une seule fois. Lorsqu'un biocide est classé dans plusieurs des 20 catégories de danger, les points de ces catégories de danger sont additionnés. Par dérogation à la phrase précédente, les points des catégories 9, 14 et 19 ne seront pas additionnés ; de ces catégories, seule la catégorie avec le nombre de points le plus élevé sera prise en compte. Un point correspond à 0,005 EUR/kg ou L.
§ 3. L'acquittement de la cotisation annuelle au Fonds budgétaire des matières premières et des produits doit être enregistré dans le mois après réception d'une facture établie par la Direction générale chargée de l'autorisation des biocides. La cotisation est due à partir de l'année qui suit la délivrance de l'autorisation ou de l'autorisation d'importation parallèle.
§ 4. Lorsque la cotisation annuelle n'est pas enregistrée au compte du Fonds précité au 31 mars ou qu'elle n'a pu être calculée à cette date par l'administration à défaut des informations requises par l'article 67 de l'arrêté royal du 22 mai 2003 précité, elle est automatiquement majorée de 20%. La Direction générale chargée de l'autorisation des biocides envoie dans un délai d'un mois une lettre recommandée à la personne concernée dans laquelle il lui est demandé de fournir les informations requises et/ou de payer la somme due dans les quinze jours suivant la date d'envoi de la lettre recommandée. Dans le cas où la somme due n'est pas enregistrée après quinze jours sur le compte du Fonds, soit à défaut de paiement soit par absence des informations requises pour le calcul de cette cotisation par l'administration, l'autorisation pour laquelle la cotisation est due, est suspendue immédiatement jusqu'au jour du paiement. "
" Art. 10. § 1er. Toute personne qui a obtenu l'autorisation d'un biocide ou l'autorisation d'importation parallèle d'un biocide, est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une cotisation annuelle par autorisation, dont le montant est établi comme suit : b = x.p, sachant que :
- b : est le montant de la cotisation annuelle à acquitter;
- x : est la quantité de biocide mis sur le marché belge l'année précédant celle de l'acquittement, exprimée en kg ou L (respectivement selon que la teneur garantie en substance active est exprimée dans l'acte d'autorisation en % ou en g/L). La mise sur le marché belge se définit comme la vente à un premier acheteur, par l'importateur sur le territoire belge ou le fabricant en Belgique du produit visé;
- p : est le nombre de points attribués conformément aux dispositions de l'article 2bis, exprimé en EUR/kg ou L.
Par dérogation à l'alinéa précédent, b = 300 EUR lorsque x.p < 300 EUR.
Si p est supérieur à 3,5 % de la moyenne annuelle du prix de vente par kg ou L calculé pour l'année précédant le paiement de la cotisation, p peut être limité à 3,5 % de ce prix de vente pour autant que le détenteur de l'autorisation en fasse la demande à la Direction Générale Environnement en fournissant la preuve du prix de vente moyen par kg ou L calculé pour l'année précédant le paiement de la cotisation.
§ 2. Le nombre de points p, comme visé au § 1er, dépend de la classification du biocide dans des catégories de danger en date du 1er décembre de l'année 200X-2 lorsque l'acquittement est réalisé en 200X et est attribué conformément au tableau de l'article 2bis, § 2. Pour les produits autorisés entre le 2 décembre 200X-2 et le 30 novembre 200X-1, la classification fixée lors de l'autorisation est d'application. Les phrases R dans ce tableau se réfèrent aux phrases de danger mentionnées dans l'acte d'autorisation.
Elles sont utilisées pour identifier les catégories de danger. Si une certaine phrase R du tableau figure dans l'acte d'autorisation en combinaison avec une autre phrase R, la phrase R est considérée comme figurant dans l'acte, sauf si le tableau prescrit ou exclut explicitement une certaine combinaison. Les points d'une certaine catégorie de danger ne peuvent être attribués qu'une seule fois. Lorsqu'un biocide est classé dans plusieurs des 20 catégories de danger, les points de ces catégories de danger sont additionnés. Par dérogation à la phrase précédente, les points des catégories 9, 14 et 19 ne seront pas additionnés ; de ces catégories, seule la catégorie avec le nombre de points le plus élevé sera prise en compte. Un point correspond à 0,005 EUR/kg ou L.
§ 3. L'acquittement de la cotisation annuelle au Fonds budgétaire des matières premières et des produits doit être enregistré dans le mois après réception d'une facture établie par la Direction générale chargée de l'autorisation des biocides. La cotisation est due à partir de l'année qui suit la délivrance de l'autorisation ou de l'autorisation d'importation parallèle.
§ 4. Lorsque la cotisation annuelle n'est pas enregistrée au compte du Fonds précité au 31 mars ou qu'elle n'a pu être calculée à cette date par l'administration à défaut des informations requises par l'article 67 de l'arrêté royal du 22 mai 2003 précité, elle est automatiquement majorée de 20%. La Direction générale chargée de l'autorisation des biocides envoie dans un délai d'un mois une lettre recommandée à la personne concernée dans laquelle il lui est demandé de fournir les informations requises et/ou de payer la somme due dans les quinze jours suivant la date d'envoi de la lettre recommandée. Dans le cas où la somme due n'est pas enregistrée après quinze jours sur le compte du Fonds, soit à défaut de paiement soit par absence des informations requises pour le calcul de cette cotisation par l'administration, l'autorisation pour laquelle la cotisation est due, est suspendue immédiatement jusqu'au jour du paiement. "
HOOFDSTUK IV. - Detergenten.
CHAPITRE IV. - Les détergents.
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een nieuw hoofdstuk Xquater ingevoegd, luidend als volgt :
" HOOFDSTUK Xquater. - Detergenten
Art. 12quater. Iedere persoon die, overeenkomstig artikel 5 van de verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de detergenten, een aanvraag tot afwijking indient bij de bevoegde Belgische overheid, moet een bijdrage van 1.000 EUR betalen. "
" HOOFDSTUK Xquater. - Detergenten
Art. 12quater. Iedere persoon die, overeenkomstig artikel 5 van de verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de detergenten, een aanvraag tot afwijking indient bij de bevoegde Belgische overheid, moet een bijdrage van 1.000 EUR betalen. "
Art. 6. Au même arrêté, un nouveau chapitre Xquater est inséré, rédigé comme suit :
" CHAPITRE Xquater. - Détergents
Art. 12quater. Toute personne qui, conformément à l'article 5 du règlement (CE) n° 648/2004 du Parlement européen et du Conseil du 31 mars 2004 relatif aux détergents, introduit une demande de dérogation auprès de l'autorité compétente belge, doit acquitter une redevance de 1.000 EUR. "
" CHAPITRE Xquater. - Détergents
Art. 12quater. Toute personne qui, conformément à l'article 5 du règlement (CE) n° 648/2004 du Parlement européen et du Conseil du 31 mars 2004 relatif aux détergents, introduit une demande de dérogation auprès de l'autorité compétente belge, doit acquitter une redevance de 1.000 EUR. "
HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 7. Onverminderd de bepalingen van artikel 8, worden de bepalingen van artikel 2, §§ 3, 4, 5, 7, 8 en 9 van voornoemd besluit van 14 januari 2004 opgeheven.
Art. 7. Sans préjudice des dispositions de l'article 8, les dispositions de l'article 2, §§ 3, 4, 5, 7, 8 et 9 de l'arrêté précité du 14 janvier 2004 sont abrogées.
Art. 8. De volgende bepalingen gelden bij wijze van overgangsmaatregelen :
1° voor de types van werkzame stoffen waarop ze van toepassing is, zal de retributie van 10.000 EUR, voorzien bij artikel 1, § 3, tweede lid, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004, zoals vervangen door artikel 1, 2°, van dit besluit, steeds gelden indien het dossier m.b.t. de stof in België werd ingediend overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2229/2004 van de Commissie van 3 december 2004 houdende nadere bepalingen voor de uitvoering van de vierde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, en dit ongeacht de datum van indiening van het dossier;
2° de jaarlijkse bijdragen voorzien bij artikel 2, § 3, en bij artikel 10, § 1, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004 worden in het jaar volgend op de publicatie van dit besluit gedeeltelijk betaald volgens de volgende berekening :
- a = x.c./12, waarbij :
- a = de gedeeltelijke jaarlijkse bijdrage te betalen het jaar volgend op de publicatie van dit besluit;
- x = het aantal maanden van het jaar van publicatie van dit besluit die voorafgaan aan de inwerkingtreding ervan;
- c = de jaarlijkse bijdrage voorzien door artikel 2, § 3, of artikel 10, § 1, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004;
3° de jaarlijkse bijdragen zoals die door de artikelen 2 en 5 van dit besluit worden ingevoerd, moet het jaar volgend op de publicatie van dit besluit slechts worden betaald voor het deel van het jaar ingaand op de dag van inwerking van dit besluit; voor de berekening van de bijdrage ingevoerd door artikel 2, zal het tweede lid van artikel 2bis, § 1, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004, zoals ingevoegd door artikel 2 van dit besluit, niet van toepassing zijn; voor de berekening van de bijdrage ingevoerd door artikel 5 zal het tweede lid van artikel 10, § 1, zoals vervangen door artikel 5 van dit besluit, niet van toepassing zijn;
4° indien de som van de bijdragen te betalen overeenkomstig de punten 2° en 3°, voor een erkend bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik of een toegelaten biocide minder bedraagt dan het bedrag van de jaarlijkse bijdrage voorzien door artikel 2, § 3, respectievelijk artikel 10, § 1, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004, dan zal deze som verhoogd worden tot het bedrag van deze jaarlijkse bijdrage; voor de producten toegelaten voor parallelinvoer moet slechts de bijdrage bedoeld bij punt 3° worden betaald;
5° de bijdrage voorzien bij artikel 2, § 7, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004 moet overeenkomstig de bepalingen van artikel 2, § 8, van dit voornoemde besluit nog worden betaald voor de beide semesters van het jaar gedurende hetwelk de publicatie van dit besluit plaatsvindt.
1° voor de types van werkzame stoffen waarop ze van toepassing is, zal de retributie van 10.000 EUR, voorzien bij artikel 1, § 3, tweede lid, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004, zoals vervangen door artikel 1, 2°, van dit besluit, steeds gelden indien het dossier m.b.t. de stof in België werd ingediend overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2229/2004 van de Commissie van 3 december 2004 houdende nadere bepalingen voor de uitvoering van de vierde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, en dit ongeacht de datum van indiening van het dossier;
2° de jaarlijkse bijdragen voorzien bij artikel 2, § 3, en bij artikel 10, § 1, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004 worden in het jaar volgend op de publicatie van dit besluit gedeeltelijk betaald volgens de volgende berekening :
- a = x.c./12, waarbij :
- a = de gedeeltelijke jaarlijkse bijdrage te betalen het jaar volgend op de publicatie van dit besluit;
- x = het aantal maanden van het jaar van publicatie van dit besluit die voorafgaan aan de inwerkingtreding ervan;
- c = de jaarlijkse bijdrage voorzien door artikel 2, § 3, of artikel 10, § 1, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004;
3° de jaarlijkse bijdragen zoals die door de artikelen 2 en 5 van dit besluit worden ingevoerd, moet het jaar volgend op de publicatie van dit besluit slechts worden betaald voor het deel van het jaar ingaand op de dag van inwerking van dit besluit; voor de berekening van de bijdrage ingevoerd door artikel 2, zal het tweede lid van artikel 2bis, § 1, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004, zoals ingevoegd door artikel 2 van dit besluit, niet van toepassing zijn; voor de berekening van de bijdrage ingevoerd door artikel 5 zal het tweede lid van artikel 10, § 1, zoals vervangen door artikel 5 van dit besluit, niet van toepassing zijn;
4° indien de som van de bijdragen te betalen overeenkomstig de punten 2° en 3°, voor een erkend bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik of een toegelaten biocide minder bedraagt dan het bedrag van de jaarlijkse bijdrage voorzien door artikel 2, § 3, respectievelijk artikel 10, § 1, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004, dan zal deze som verhoogd worden tot het bedrag van deze jaarlijkse bijdrage; voor de producten toegelaten voor parallelinvoer moet slechts de bijdrage bedoeld bij punt 3° worden betaald;
5° de bijdrage voorzien bij artikel 2, § 7, van het voornoemde besluit van 14 januari 2004 moet overeenkomstig de bepalingen van artikel 2, § 8, van dit voornoemde besluit nog worden betaald voor de beide semesters van het jaar gedurende hetwelk de publicatie van dit besluit plaatsvindt.
Art. 8. Les dispositions suivantes sont d'application en tant que mesures transitoires :
1° pour les types de substances actives auxquels elle s'applique, la rétribution de 10.000 EUR prévue par l'article 1er,. § 3, alinéa 2, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004, comme remplacé par l'article 1er, 2°, du présent arrêté, sera d'application lorsque le dossier relatif à la substance a été soumis en Belgique conformément aux dispositions du Règlement (CE) n° 2229/2004 de la Commission du 3 décembre 2004 établissant des modalités supplémentaires de mise en oeuvre de la quatrième phase du programme de travail visé à l'article 8, paragraphe 2, de la directive 91/414/CEE du Conseil, et ceci indépendamment de la date d'introduction du dossier;
2° les cotisations annuelles prévues par l'article 2, § 3, et par l'article 10, § 1er, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004 sont acquittées partiellement l'année suivant celle de la publication du présent arrêté, selon le calcul suivant :
- a = x. c/12, avec :
- a = la cotisation annuelle partielle à payer l'année suivant la publication de cet arrêté;
- x = le nombre de mois de l'année de la publication du présent arrêté qui précèdent son entrée en vigueur;
- c = la cotisation annuelle prévue par l'article 2, § 3, ou l'article 10, § 1er, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004;
3° les cotisations annuelles, comme introduites par les articles 2 et 5 du présent arrêté, ne doivent être acquittées l'année suivant celle de la publication du présent arrêté que pour la partie de l'année commençant par le jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté ; pour le calcul de la contribution introduite par l'article 2, l'alinéa 2, de l'article 2bis, § 1er, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004, comme inséré par l'article 2 du présent arrêté, ne sera pas d'application; pour le calcul de la contribution introduite par l'article 5, l'alinéa 2 de l'article 10, § 1er, comme remplacé par l'article 5 du présent arrêté, ne sera pas d'application;
4° dans le cas où la somme des cotisations à acquitter conformément aux points 2° et 3° est, pour un pesticide à usage agricole agréé ou un biocide autorisé, inférieure au montant de la cotisation annuelle prévue respectivement par l'article 2, § 3, et par l'article 10, § 1er, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004, cette somme sera alors relevée jusqu'au montant de cette cotisation annuelle; pour les produits autorisés pour l'importation parallèle, seule la cotisation visée au point 3° doit être acquittée;
5° la cotisation visée à l'article 2, § 7, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004 doit encore être acquittée conformément aux dispositions de l'article 2, § 8, de cet arrêté précité pour les deux semestres de l'année de publication du présent arrêté.
1° pour les types de substances actives auxquels elle s'applique, la rétribution de 10.000 EUR prévue par l'article 1er,. § 3, alinéa 2, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004, comme remplacé par l'article 1er, 2°, du présent arrêté, sera d'application lorsque le dossier relatif à la substance a été soumis en Belgique conformément aux dispositions du Règlement (CE) n° 2229/2004 de la Commission du 3 décembre 2004 établissant des modalités supplémentaires de mise en oeuvre de la quatrième phase du programme de travail visé à l'article 8, paragraphe 2, de la directive 91/414/CEE du Conseil, et ceci indépendamment de la date d'introduction du dossier;
2° les cotisations annuelles prévues par l'article 2, § 3, et par l'article 10, § 1er, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004 sont acquittées partiellement l'année suivant celle de la publication du présent arrêté, selon le calcul suivant :
- a = x. c/12, avec :
- a = la cotisation annuelle partielle à payer l'année suivant la publication de cet arrêté;
- x = le nombre de mois de l'année de la publication du présent arrêté qui précèdent son entrée en vigueur;
- c = la cotisation annuelle prévue par l'article 2, § 3, ou l'article 10, § 1er, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004;
3° les cotisations annuelles, comme introduites par les articles 2 et 5 du présent arrêté, ne doivent être acquittées l'année suivant celle de la publication du présent arrêté que pour la partie de l'année commençant par le jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté ; pour le calcul de la contribution introduite par l'article 2, l'alinéa 2, de l'article 2bis, § 1er, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004, comme inséré par l'article 2 du présent arrêté, ne sera pas d'application; pour le calcul de la contribution introduite par l'article 5, l'alinéa 2 de l'article 10, § 1er, comme remplacé par l'article 5 du présent arrêté, ne sera pas d'application;
4° dans le cas où la somme des cotisations à acquitter conformément aux points 2° et 3° est, pour un pesticide à usage agricole agréé ou un biocide autorisé, inférieure au montant de la cotisation annuelle prévue respectivement par l'article 2, § 3, et par l'article 10, § 1er, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004, cette somme sera alors relevée jusqu'au montant de cette cotisation annuelle; pour les produits autorisés pour l'importation parallèle, seule la cotisation visée au point 3° doit être acquittée;
5° la cotisation visée à l'article 2, § 7, de l'arrêté précité du 14 janvier 2004 doit encore être acquittée conformément aux dispositions de l'article 2, § 8, de cet arrêté précité pour les deux semestres de l'année de publication du présent arrêté.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand volgend op de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. (NOTA : de bepalingen betreffende de bijdragen opgenomen in het onderhavig koninklijk besluit zijn bekrachtigd met uitwerking op de datum van hun inwerkingtreding bij de W 2006-12-27/32, art. 275.)
Art. 9. Cet arrêté entre en vigueur le premier jour du mois suivant sa publication au Moniteur belge. (NOTE : les dispositions relatives aux cotisations prévues par le présent arrêté sont confirmées avec effet à la date de leur entrée en vigueur par L 2006-12-27/32, art. 275.)
Art. 10. Onze Minister van Volksgezondheid en onze Minister van Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 mei 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Leefmilieu,
B. TOBBACK.
Gegeven te Brussel, 10 mei 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Leefmilieu,
B. TOBBACK.
Art. 10. Notre Ministre de la Santé publique et notre Ministre de l'Environnement sont, chacun en ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 10 mai 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Environnement,
B. TOBBACK.
Donné à Bruxelles, le 10 mai 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Environnement,
B. TOBBACK.