Artikel 1. In artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " moet voldoen om erkend te worden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 november 2002, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Art. 8. De geneesheer-diensthoofd van de functie is een erkend geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. Hij is voltijds aan het ziekenhuis verbonden en besteedt meer dan de helft van zijn werktijd aan de activiteit in de functie en aan de permanente vorming van het personeel verbonden aan zijn functie. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 MAART 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " moet voldoen om erkend te worden.
Titre
5 MARS 2006. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1. Dans l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 2002, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 8. Le mĂ©decin-chef de service de la fonction est un mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence agréé, tel que visĂ© Ă l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2005 fixant les critĂšres spĂ©ciaux d'agrĂ©ment des mĂ©decins spĂ©cialistes porteurs du titre professionnel particulier en mĂ©decine d'urgence, des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine d'urgence et des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine aiguĂ«, ainsi que des maĂźtres de stage et des services de stage dans ces disciplines. Il est attachĂ© Ă temps plein Ă l'hĂŽpital et il consacrera plus de la moitiĂ© de son temps de travail Ă l'activitĂ© dans la fonction et Ă la formation permanente du personnel attachĂ© Ă sa fonction. "
" Art. 8. Le mĂ©decin-chef de service de la fonction est un mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence agréé, tel que visĂ© Ă l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2005 fixant les critĂšres spĂ©ciaux d'agrĂ©ment des mĂ©decins spĂ©cialistes porteurs du titre professionnel particulier en mĂ©decine d'urgence, des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine d'urgence et des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine aiguĂ«, ainsi que des maĂźtres de stage et des services de stage dans ces disciplines. Il est attachĂ© Ă temps plein Ă l'hĂŽpital et il consacrera plus de la moitiĂ© de son temps de travail Ă l'activitĂ© dans la fonction et Ă la formation permanente du personnel attachĂ© Ă sa fonction. "
Art. 2. Artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" § 1. De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden geneesheer met één van de volgende kwalificaties :
1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 2, 3°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
3° geneesheer die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit;
4° kandidaat-geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds geneesheer-specialist is in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten. "
" § 1. De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden geneesheer met één van de volgende kwalificaties :
1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 2, 3°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
3° geneesheer die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit;
4° kandidaat-geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds geneesheer-specialist is in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten. "
Art. 2. L'article 9, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" § 1er. La permanence médicale est assurée par au minimum un médecin, attaché au moins à mi-temps à l'hÎpital et possédant une des qualifications suivantes :
1° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, telle que visĂ©e Ă l'article 2, 1er et 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005;
2° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine aiguĂ«, visĂ©e Ă l'article 2, 3°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005;
3° mĂ©decin titulaire du brevet de mĂ©decine aiguĂ« visĂ©e Ă l'article 6, § 3, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel;
4° le mĂ©decin-spĂ©cialiste candidat en mĂ©decine d'urgence, visĂ© au 1°, ou en mĂ©decine aiguĂ«, visĂ© au 2°, en formation, pour autant que l'intĂ©ressĂ© soit dĂ©jĂ mĂ©decin-spĂ©cialiste agréé dans l'une des disciplines visĂ©es Ă l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005, ou qu'il ait dĂ©jĂ suivi la formation prĂ©citĂ©e pendant au moins un an. "
" § 1er. La permanence médicale est assurée par au minimum un médecin, attaché au moins à mi-temps à l'hÎpital et possédant une des qualifications suivantes :
1° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, telle que visĂ©e Ă l'article 2, 1er et 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005;
2° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine aiguĂ«, visĂ©e Ă l'article 2, 3°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005;
3° mĂ©decin titulaire du brevet de mĂ©decine aiguĂ« visĂ©e Ă l'article 6, § 3, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel;
4° le mĂ©decin-spĂ©cialiste candidat en mĂ©decine d'urgence, visĂ© au 1°, ou en mĂ©decine aiguĂ«, visĂ© au 2°, en formation, pour autant que l'intĂ©ressĂ© soit dĂ©jĂ mĂ©decin-spĂ©cialiste agréé dans l'une des disciplines visĂ©es Ă l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005, ou qu'il ait dĂ©jĂ suivi la formation prĂ©citĂ©e pendant au moins un an. "
Art. 3. Art. 13, § 2 en § 3, van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt :
" § 2. Tot 31 december 2008 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005.
§ 3. Tot 31 december 2008 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling. "
" § 2. Tot 31 december 2008 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005.
§ 3. Tot 31 december 2008 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling. "
Art. 3. Art. 13, § 2 et § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont remplacĂ©s par la disposition suivante :
" § 2. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2008 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin-spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005.
§ 3. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2008 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es Ă l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2005, pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence. "
" § 2. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2008 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin-spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005.
§ 3. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2008 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es Ă l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2005, pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence. "
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2006.
Art. 4. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er avril 2006.
Art. 5. Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 5 maart 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.
Gegeven te Brussel, 5 maart 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.
Art. 5. Notre Ministre de la SantĂ© publique est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Donné à Bruxelles, le 5 mars 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique,
R. DEMOTTE.
Donné à Bruxelles, le 5 mars 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique,
R. DEMOTTE.