Artikel 1. In artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie " mobiele urgentiegroep " (MUG) moet voldoen om te worden erkend, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Art. 5. De geneesheer die de leiding van de functie heeft, moet een geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde zijn, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. Hij is voltijds aan het ziekenhuis, of aan één der ziekenhuizen van de associatie, verbonden en besteedt meer dan de helft van zijn werktijd aan de activiteit in de functie en aan de permanente vorming van het personeel verbonden aan zijn functie. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 MAART 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie " mobiele urgentiegroep " (MUG) moet voldoen om te worden erkend.
Titre
5 MARS 2006. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction " Service mobile d'urgence " (SMUR) pour ĂȘtre agréée.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1. Dans l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction " Service mobile d'urgence " (SMUR) pour ĂȘtre agréée, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 5. Le mĂ©decin qui assure la direction de la fonction doit ĂȘtre mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, tel que visĂ© Ă l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2005 fixant les critĂšres spĂ©ciaux d'agrĂ©ment des mĂ©decins spĂ©cialistes porteurs du titre professionnel particulier en mĂ©decine d'urgence, des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine d'urgence et des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine aiguĂ«, ainsi que les maĂźtres de stage et des service de stage dans ces disciplines. Il est attachĂ© Ă temps plein Ă l'hĂŽpital ou Ă un des hĂŽpitaux de l'association et il consacrera plus de la moitiĂ© de son temps de travail Ă l'activitĂ© dans la fonction et Ă la formation permanente du personnel attachĂ© Ă sa fonction. "
" Art. 5. Le mĂ©decin qui assure la direction de la fonction doit ĂȘtre mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, tel que visĂ© Ă l'article 2, 1° ou 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 fĂ©vrier 2005 fixant les critĂšres spĂ©ciaux d'agrĂ©ment des mĂ©decins spĂ©cialistes porteurs du titre professionnel particulier en mĂ©decine d'urgence, des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine d'urgence et des mĂ©decins spĂ©cialistes en mĂ©decine aiguĂ«, ainsi que les maĂźtres de stage et des service de stage dans ces disciplines. Il est attachĂ© Ă temps plein Ă l'hĂŽpital ou Ă un des hĂŽpitaux de l'association et il consacrera plus de la moitiĂ© de son temps de travail Ă l'activitĂ© dans la fonction et Ă la formation permanente du personnel attachĂ© Ă sa fonction. "
Art. 2. In artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" § 2. De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden geneesheer met één van de volgende kwalificaties :
1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 3°, van hetzelfde ministerieel besluit;
3° geneesheer die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit;
4° de kandidaat-geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde, bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds erkend geneesheer-specialist is in één der disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten. "
" § 2. De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden geneesheer met één van de volgende kwalificaties :
1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005;
2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 3°, van hetzelfde ministerieel besluit;
3° geneesheer die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit;
4° de kandidaat-geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde, bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds erkend geneesheer-specialist is in één der disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten. "
Art. 2. Dans l'article 6, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par la disposition suivante :
" § 2. La permanence médicale est assurée par au minimum un médecin, attaché au moins à mi-temps à l'hÎpital et possédant une des qualifications suivantes :
1° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, telle que visĂ©e Ă l'article 2, 1° et 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005;
2° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine aiguĂ«, telle que visĂ©e Ă l'article 2, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel;
3° mĂ©decin titulaire du brevet de mĂ©decine aiguĂ« visĂ©e Ă l'article 6, § 3, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel;
4° le mĂ©decin-spĂ©cialiste candidat en mĂ©decine d'urgence, visĂ© au 1°, ou en mĂ©decine aiguĂ«, visĂ© au 2°, en formation, pour autant que l'intĂ©ressĂ© soit dĂ©jĂ mĂ©decin-spĂ©cialiste agréé dans l'une des disciplines visĂ©es Ă l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel, ou qu'il ait dĂ©jĂ suivi la formation prĂ©citĂ©e pendant au moins un an. "
" § 2. La permanence médicale est assurée par au minimum un médecin, attaché au moins à mi-temps à l'hÎpital et possédant une des qualifications suivantes :
1° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine d'urgence, telle que visĂ©e Ă l'article 2, 1° et 2°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005;
2° mĂ©decin-spĂ©cialiste en mĂ©decine aiguĂ«, telle que visĂ©e Ă l'article 2, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel;
3° mĂ©decin titulaire du brevet de mĂ©decine aiguĂ« visĂ©e Ă l'article 6, § 3, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel;
4° le mĂ©decin-spĂ©cialiste candidat en mĂ©decine d'urgence, visĂ© au 1°, ou en mĂ©decine aiguĂ«, visĂ© au 2°, en formation, pour autant que l'intĂ©ressĂ© soit dĂ©jĂ mĂ©decin-spĂ©cialiste agréé dans l'une des disciplines visĂ©es Ă l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel, ou qu'il ait dĂ©jĂ suivi la formation prĂ©citĂ©e pendant au moins un an. "
Art. 3. Art. 18, § 2 en § 3, van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt :
" § 2. Tot 31 december 2008 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van het hoger vermeld ministerieel besluit van 14 februari 2005.
§ 3. Tot 31 december 2008 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling. "
" § 2. Tot 31 december 2008 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van het hoger vermeld ministerieel besluit van 14 februari 2005.
§ 3. Tot 31 december 2008 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie " gespecialiseerde spoedgevallenzorg " vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling. "
Art. 3. Art. 18, § 2 et § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont remplacĂ©s par la disposition suivante :
" § 2. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2008 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin-spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005.
§ 3. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2008, la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence. "
" § 2. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2008 la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin-spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 14 fĂ©vrier 2005.
§ 3. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2008, la permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es l'article 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© ministĂ©riel pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence. "
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2006.
Art. 4. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er avril 2006.
Art. 5. Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 5 maart 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.
Gegeven te Brussel, 5 maart 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.
Art. 5. Notre Ministre de la SantĂ© publique est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Donné à Bruxelles, le 5 mars 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique,
R. DEMOTTE.
Donné à Bruxelles, le 5 mars 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique,
R. DEMOTTE.