Artikel 1. De Voorzitter van het Directiecomité, of de gedelegeerde die hem vervangt bij afwezigheid of verhindering, wordt gemachtigd om alle beslissingen en maatregelen voorzien in dit besluit te nemen.
Hij heeft een bijzondere delegatie voor :
1) het kiezen van de benoemingswijze voor de toekenning van een vacante betrekking in een vakklasse daar waar geen manier van aanwijzing is opgelegd;
2) het vaststellen en toekennen van een enige bijkomende postvergoeding als schadeloosstelling voor buitengewone uitgaven en andere specifieke vergoedingen voor de ambtenaren van de buitenlandse carrières;
3) jaarlijks de lijst goed te keuren van de personeelsleden die toestemming krijgen voor het presteren van betaalde overuren;
4) het afnemen van de eed van de personeelsleden van de niveaus B, C en D van de carrière Hoofdbestuur, alsook van de personeelsleden van de kanselarijcarrière van niveau C.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 JULI 2006. - Ministerieel besluit houdende delegatie van bevoegdheden inzake administratieve aangelegenheden.
Titre
24 JUILLET 2006. - Arrêté ministériel portant délégation de compétences dans les matières administratives.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (18)
Texte (18)
Article 1. Le Président du Comité de Direction, ou le délégué qui le remplace en cas d'absence ou d'empêchement, est habilité à prendre toute décision et disposition prévues dans le présent arrêté.
Il dispose d'une délégation particulière pour :
1) choisir le mode de nomination à une classe de métiers ou à un grade pour l'attribution d'un emploi vacant, dès lors qu'aucun mode d'attribution n'est imposé;
2) fixer et octroyer une indemnité de poste unique comme dédommagement pour dépenses exceptionnelles et des autres indemnités spécifiques aux agents des carrières extérieures;
3) approuver annuellement la liste des personnes autorisés à prester des heures supplémentaires rétribuées;
4) recevoir la prestation de serment des agents de niveau B, C et D de la Carrière intérieure, ainsi que les agents de Chancellerie de niveau C.
Il dispose d'une délégation particulière pour :
1) choisir le mode de nomination à une classe de métiers ou à un grade pour l'attribution d'un emploi vacant, dès lors qu'aucun mode d'attribution n'est imposé;
2) fixer et octroyer une indemnité de poste unique comme dédommagement pour dépenses exceptionnelles et des autres indemnités spécifiques aux agents des carrières extérieures;
3) approuver annuellement la liste des personnes autorisés à prester des heures supplémentaires rétribuées;
4) recevoir la prestation de serment des agents de niveau B, C et D de la Carrière intérieure, ainsi que les agents de Chancellerie de niveau C.
Art. 2. § 1. De Voorzitter of de gedelegeerde die hem vervangt bij afwezigheid of verhindering heeft delegatie voor het ondertekenen van machtigingen voor dienstreizen van de personeelsleden van de Diensten gehecht aan de Voorzitter van het Directiecomité en de personeelsleden van de Directie Pers en Communicatie, van de directeurs-generaal, de stafdirecteurs, het hoofd van de Directie Protocol en Veiligheid en van experts, vreemd aan de administratie.
§ 2 De directeurs-generaal, stafdirecteurs en het hoofd van de Directie Protocol en Veiligheid of, bij afwezigheid de ambtenaren door hen aangewezen, hebben delegatie voor het ondertekenen van machtigingen voor dienstreizen van de personeelsleden van hun directie.
§ 2 De directeurs-generaal, stafdirecteurs en het hoofd van de Directie Protocol en Veiligheid of, bij afwezigheid de ambtenaren door hen aangewezen, hebben delegatie voor het ondertekenen van machtigingen voor dienstreizen van de personeelsleden van hun directie.
Art. 2. § 1er. Le Président ou le délégué qui le remplace en cas d'absence ou d'empêchement a délégation pour la signature des autorisations de voyages de service pour les membres du personnel des Services rattachés au Président du Comité de direction et de la Direction Presse et Communication, des directeurs généraux, des directeurs d'encadrement, du chef de la Direction Protocole et Sécurité et des experts, qui n'appartiennent pas à l'administration.
§ 2. Les directeurs généraux, les directeurs d'encadrement et le Chef de la Direction du Protocole et Sécurité, ou en leur absence, l'agent désigné par eux, ont délégation pour la signature des autorisations des voyages de service des membres du personnel de leur direction.
§ 2. Les directeurs généraux, les directeurs d'encadrement et le Chef de la Direction du Protocole et Sécurité, ou en leur absence, l'agent désigné par eux, ont délégation pour la signature des autorisations des voyages de service des membres du personnel de leur direction.
Art. 3. Zonder afbreuk te doen aan de bijzondere delegaties voorzien in dit besluit, hebben de directie - en diensthoofden delegatie om de documenten en de briefwisseling, nodig voor een goed beheer en het vervullen van de taken, die hun door de titularis van een N-1 functie werden toevertrouwd in uitvoering van zijn/haar managementplan, goed te keuren of te ondertekenen. Nochtans neemt dit niet weg dat de documenten en briefwisseling aan een hogere trap in de hiërarchie kunnen voorgelegd worden. Dit ontneemt deze hiërarchie evenmin het recht van evocatie met betrekking tot alle dossiers die tot de bevoegdheid van haar diensten behoren.
In geval van afwezigheid of verhindering van een directie - of diensthoofd wordt de gedelegeerde bevoegdheid uitgeoefend door een ambtenaar die door hem aangewezen werd om hem te vervangen.
Het diensthoofd kan de dossierverantwoordelijke machtigen eigen briefwisseling te ondertekenen die strekt tot het verlenen of inwinnen van informatie in verband met zijn dossiers.
De dossierverantwoordelijke is gemachtigd eensluidende afschriften af te geven van besluiten en documenten in verband met dossiers die hij behandelt.
In geval van afwezigheid of verhindering van een directie - of diensthoofd wordt de gedelegeerde bevoegdheid uitgeoefend door een ambtenaar die door hem aangewezen werd om hem te vervangen.
Het diensthoofd kan de dossierverantwoordelijke machtigen eigen briefwisseling te ondertekenen die strekt tot het verlenen of inwinnen van informatie in verband met zijn dossiers.
De dossierverantwoordelijke is gemachtigd eensluidende afschriften af te geven van besluiten en documenten in verband met dossiers die hij behandelt.
Art. 3. Sans préjudice des délégations spécifiques prévues par le présent arrêté, les chefs de direction et de service ont délégation pour approuver ou signer les documents et la correspondance nécessaires à la bonne gestion et l'accomplissement des tâches qui leur sont confiés par le titulaire d'une fonction N-1 en exécution de son plan de management. Toutefois, ceci n'empêche ni la possibilité de soumettre ces documents et cette correspondance au niveau hiérarchique supérieur, ni le droit pour celui-ci d'évoquer tous les dossiers, relevant de la compétence de ses services.
En cas d'absence ou d'empêchement d'un chef de direction ou de service, les compétences qui lui sont déléguées, sont exercées par un agent qu'il a désigné pour le remplacer.
Le chef de service peut autoriser le responsable du dossier à signer personnellement les correspondances qui servent à donner ou recueillir des informations ayant trait aux dossiers qu'il gère.
Le responsable du dossier est autorisé à délivrer les copies conformes des arrêtés et autres documents relatifs aux dossiers qu'il gère.
En cas d'absence ou d'empêchement d'un chef de direction ou de service, les compétences qui lui sont déléguées, sont exercées par un agent qu'il a désigné pour le remplacer.
Le chef de service peut autoriser le responsable du dossier à signer personnellement les correspondances qui servent à donner ou recueillir des informations ayant trait aux dossiers qu'il gère.
Le responsable du dossier est autorisé à délivrer les copies conformes des arrêtés et autres documents relatifs aux dossiers qu'il gère.
Art. 4. De stafdirecteur Personeel en Organisatie of bij diens afwezigheid of verhindering de ambtenaar van niveau A, hiertoe door hem aangesteld, is gemachtigd om :
1) het opvang- en opleidingsprogramma vast te leggen;
2) arbeidscontracten te ondertekenen, te wijzigen en te verbreken van de contractuele personeelsleden bij het hoofdbestuur en de contractuele personeelsleden van de vaste vertegenwoordigingen in België, na principiële goedkeuring van de Minister;
3) het in ontvangst nemen van de mutatieaanvragen
4) zaken bij de raden van beroep in te dienen en de beslissingen aan die raden en de ambtenaar te betekenen;
5) de installatievergoedingen, termijnvergoedingen, voorschotten op postvergoedingen, bijdragen in de schoolkosten en bijkomende postvergoedingen als compensatie voor logements- of transportkosten vast te stellen en toe te kennen;
6) de vergoedingen, voorschotten en hulpgelden, verleend in toepassing van het Regentbesluit van 8 september 1948 betreffende de sociale dienst vast te stellen en toe te kennen;
7) door de Minister vastgestelde postvergoedingen aan te passen naar aanleiding van een wijziging in de familiale situatie van de agenten;
8) de uitgaven te controleren die voortvloeien uit prestaties geleverd buiten de normale diensturen;
9) om de informatie te ontvangen van de preventieadviseur dat een personeelslid een klacht heeft neergelegd wegens geweldpleging of pesten of ongewenst seksueel gedrag op het werk.
1) het opvang- en opleidingsprogramma vast te leggen;
2) arbeidscontracten te ondertekenen, te wijzigen en te verbreken van de contractuele personeelsleden bij het hoofdbestuur en de contractuele personeelsleden van de vaste vertegenwoordigingen in België, na principiële goedkeuring van de Minister;
3) het in ontvangst nemen van de mutatieaanvragen
4) zaken bij de raden van beroep in te dienen en de beslissingen aan die raden en de ambtenaar te betekenen;
5) de installatievergoedingen, termijnvergoedingen, voorschotten op postvergoedingen, bijdragen in de schoolkosten en bijkomende postvergoedingen als compensatie voor logements- of transportkosten vast te stellen en toe te kennen;
6) de vergoedingen, voorschotten en hulpgelden, verleend in toepassing van het Regentbesluit van 8 september 1948 betreffende de sociale dienst vast te stellen en toe te kennen;
7) door de Minister vastgestelde postvergoedingen aan te passen naar aanleiding van een wijziging in de familiale situatie van de agenten;
8) de uitgaven te controleren die voortvloeien uit prestaties geleverd buiten de normale diensturen;
9) om de informatie te ontvangen van de preventieadviseur dat een personeelslid een klacht heeft neergelegd wegens geweldpleging of pesten of ongewenst seksueel gedrag op het werk.
Art. 4. Le directeur d'encadrement Personnel et Organisation ou en cas d'absence ou d'empêchement, le fonctionnaire de niveau A, désigné par lui est autorisé à :
1) fixer le programme d'accueil et de formation;
2) signer, amender et résilier les contrats de travail des agents contractuels pour l'administration centrale et pour les représentations permanentes en Belgique, après accord de principe donné par le Ministre;
3) recevoir les demandes de mutation;
4) saisir les chambres de recours et notifier les décisions audites chambres et à l'agent;
5) fixer et octroyer des indemnités d'installation, des indemnités de délais, des avances sur les indemnités de poste, des interventions dans les frais scolaires, des suppléments d'indemnités de poste en compensation de frais de logement ou de transport;
6) fixer et octroyer les indemnités, avances et secours octroyés en vertu de l'Arrêté du Régent du 8 septembre 1948 concernant le service social;
7) adapter les indemnités de postes déjà fixées par le Ministre en fonction du changement de composition de la famille des agents;
8) contrôler les dépenses résultant de prestations effectuées en dehors des heures normales de service;
9) recevoir l'information du conseiller en prévention qu'un membre du personnel a déposé plainte pour acte de violence ou de harcèlement moral ou sexuel au travail.
1) fixer le programme d'accueil et de formation;
2) signer, amender et résilier les contrats de travail des agents contractuels pour l'administration centrale et pour les représentations permanentes en Belgique, après accord de principe donné par le Ministre;
3) recevoir les demandes de mutation;
4) saisir les chambres de recours et notifier les décisions audites chambres et à l'agent;
5) fixer et octroyer des indemnités d'installation, des indemnités de délais, des avances sur les indemnités de poste, des interventions dans les frais scolaires, des suppléments d'indemnités de poste en compensation de frais de logement ou de transport;
6) fixer et octroyer les indemnités, avances et secours octroyés en vertu de l'Arrêté du Régent du 8 septembre 1948 concernant le service social;
7) adapter les indemnités de postes déjà fixées par le Ministre en fonction du changement de composition de la famille des agents;
8) contrôler les dépenses résultant de prestations effectuées en dehors des heures normales de service;
9) recevoir l'information du conseiller en prévention qu'un membre du personnel a déposé plainte pour acte de violence ou de harcèlement moral ou sexuel au travail.
Art. 5. Het hoofd van de Directie Personeel Hoofdbestuur of de ambtenaar door hem aangewezen, is gemachtigd om :
1) beslissingen te nemen ter uitvoering van het geldelijk statuut in hoofde van alle personeelsleden van het hoofdbestuur;
2) maakt de driemaandelijkse stageverslagen en het eindverslag van de stagiairs van niveau A op;
3) attesten, die bevestigen dat een personeelslid tot het personeel van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking behoort te ondertekenen evenals dienststaten, weddenfiches en convocaties om voor de Administratieve Gezondheidsdienst te verschijnen.
1) beslissingen te nemen ter uitvoering van het geldelijk statuut in hoofde van alle personeelsleden van het hoofdbestuur;
2) maakt de driemaandelijkse stageverslagen en het eindverslag van de stagiairs van niveau A op;
3) attesten, die bevestigen dat een personeelslid tot het personeel van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking behoort te ondertekenen evenals dienststaten, weddenfiches en convocaties om voor de Administratieve Gezondheidsdienst te verschijnen.
Art. 5. Le chef de la Direction du Personnel de l'administration centrale ou l'agent désigné par lui est autorisé à :
1) prendre des décisions relatives à l'exécution de statut pécuniaire de tous les membres du personnel de l'administration centrale;
2) rédiger les rapports de stage trimestriels et le rapport final pour les stagiaires de niveau A;
3) signer les attestations d'appartenance au personnel du SPF Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement, les états de service, les fiches de traitement et les convocations devant le Service de santé administratif.
1) prendre des décisions relatives à l'exécution de statut pécuniaire de tous les membres du personnel de l'administration centrale;
2) rédiger les rapports de stage trimestriels et le rapport final pour les stagiaires de niveau A;
3) signer les attestations d'appartenance au personnel du SPF Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement, les états de service, les fiches de traitement et les convocations devant le Service de santé administratif.
Art. 6. Het hoofd van de Directie buitenlands personeel, of ambtenaar door hem aangewezen is gemachtigd om :
1) beslissingen te nemen ter uitvoering van het geldelijk statuut in hoofde van alle personeelsleden van de buitenlandse carrières;
2) om beslissingen te nemen inzake de werving, het geldelijk statuut en ontslag van lokaal aangeworven contractuele personeelsleden, ten behoeve van de diplomatieke en consulaire posten alsook de bureaus voor Internationale Samenwerking buiten België;
3) attesten, die bevestigen dat een personeelslid tot het personeel van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking behoort te ondertekenen evenals dienststaten, weddenfiches en convocaties om voor de Administratieve Gezondheidsdienst te verschijnen;
4) dienstreizen toe te staan buiten de jurisdictie van de post aan personeelsleden in functie bij de diplomatieke en consulaire posten, bij de vaste vertegenwoordigingen en de bureaus voor ontwikkelingssamenwerking;
5) personeelsleden, in functie in het buitenland, toe te staan om in verlof naar België terug te keren ten laste van de Staat, met uitzondering van de posthoofden.
1) beslissingen te nemen ter uitvoering van het geldelijk statuut in hoofde van alle personeelsleden van de buitenlandse carrières;
2) om beslissingen te nemen inzake de werving, het geldelijk statuut en ontslag van lokaal aangeworven contractuele personeelsleden, ten behoeve van de diplomatieke en consulaire posten alsook de bureaus voor Internationale Samenwerking buiten België;
3) attesten, die bevestigen dat een personeelslid tot het personeel van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking behoort te ondertekenen evenals dienststaten, weddenfiches en convocaties om voor de Administratieve Gezondheidsdienst te verschijnen;
4) dienstreizen toe te staan buiten de jurisdictie van de post aan personeelsleden in functie bij de diplomatieke en consulaire posten, bij de vaste vertegenwoordigingen en de bureaus voor ontwikkelingssamenwerking;
5) personeelsleden, in functie in het buitenland, toe te staan om in verlof naar België terug te keren ten laste van de Staat, met uitzondering van de posthoofden.
Art. 6. Le chef de la Direction du personnel extérieur ou l'agent désigné par lui est autorisé à :
1) prendre des décisions relatives à l'exécution du statut pécuniaire de tous les agents des carrières extérieures;
2) prendre les décisions relatives au recrutement et à la démission des agents contractuels, recrutés localement pour les postes diplomatiques et consulaires ainsi que pour les bureaux de coopération hors la Belgique;
3) signer les attestations d'appartenance au personnel du SPF Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement, les états de service, les fiches de traitement et les convocations devant le Service de santé administratif;
4) autoriser les voyages de service hors de la juridiction aux membres du personnel en fonction dans les postes diplomatiques et consulaires, les représentations permanentes et les bureaux de coopération;
5) accorder aux membres du personnel, en fonction à l'étranger, l'autorisation de rentrer en congé en Belgique aux frais de l'Etat, à l'exception des chefs de poste.
1) prendre des décisions relatives à l'exécution du statut pécuniaire de tous les agents des carrières extérieures;
2) prendre les décisions relatives au recrutement et à la démission des agents contractuels, recrutés localement pour les postes diplomatiques et consulaires ainsi que pour les bureaux de coopération hors la Belgique;
3) signer les attestations d'appartenance au personnel du SPF Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement, les états de service, les fiches de traitement et les convocations devant le Service de santé administratif;
4) autoriser les voyages de service hors de la juridiction aux membres du personnel en fonction dans les postes diplomatiques et consulaires, les représentations permanentes et les bureaux de coopération;
5) accorder aux membres du personnel, en fonction à l'étranger, l'autorisation de rentrer en congé en Belgique aux frais de l'Etat, à l'exception des chefs de poste.
Art. 7. Het hoofd van de Directie Protocol en Veiligheid, is gemachtigd :
1) de naamstempel van de Minister en het zegel van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan te brengen op de brevetten,
2) de attesten te tekenen houdende de toelating tot het dragen van buitenlandse eretekens, gegeven aan Belgen, alsook de attesten die een duplicaat zijn van verloren of vernietigde brevetten,
3) de adviezen te verlenen betreffende de dossiers van aanvragen tot naamswijziging of naamstoevoeging behandeld door de FOD Justitie.
1) de naamstempel van de Minister en het zegel van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan te brengen op de brevetten,
2) de attesten te tekenen houdende de toelating tot het dragen van buitenlandse eretekens, gegeven aan Belgen, alsook de attesten die een duplicaat zijn van verloren of vernietigde brevetten,
3) de adviezen te verlenen betreffende de dossiers van aanvragen tot naamswijziging of naamstoevoeging behandeld door de FOD Justitie.
Art. 7. Le chef du Service Protocole et Sécurité est autorisé à :
1) déterminer la griffe du Ministre et le sceau du SPF Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement à apposer sur les brevets;
2) signer les attestations d'autorisation de port de décorations étrangères délivrées à des Belges ainsi que des attestations tenant lieu de duplicata de brevets perdus ou détruits;
3) donner des avis sur les dossiers de demande de changement ou d'adjonction de nom traités par le SPF Justice.
1) déterminer la griffe du Ministre et le sceau du SPF Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement à apposer sur les brevets;
2) signer les attestations d'autorisation de port de décorations étrangères délivrées à des Belges ainsi que des attestations tenant lieu de duplicata de brevets perdus ou détruits;
3) donner des avis sur les dossiers de demande de changement ou d'adjonction de nom traités par le SPF Justice.
Art. 8. Het hoofd van de Verzendingsdienst of de bij name aangewezen ambtenaar die hem vervangt bij afwezigheid of verhindering is gemachtigd deurwaardersexploten voor ontvangst te tekenen.
Art. 8. Le chef du Service de l'expédition ou le fonctionnaire nominativement désigné à cet effet en cas d'absence ou d'empêchement est habilité à signer pour réception des exploits d'huissier.
Art. 9. De Directeur-generaal Consulaire zaken en de hoofden van de Directies Noodbijstand en gerechtelijke zaken, Personenverkeer en Personenrecht, elk voor wat hun bevoegdheden betreft, zijn gemachtigd om alle beslissingen en maatregelen te treffen voorzien in de artikelen 10 tot en met 15.
Art. 9. Le Directeur général des Affaires consulaires et les chefs des Directions Assistance d'urgence et affaires judiciaires, Circulation des personnes et Droit des personnes, chacun pour ce qui concerne ses compétences, sont autorisés à prendre toutes les décisions prévues dans les articles 10 à 15 inclus.
Art. 10. Het hoofd en de personeelsleden van de Dienst Legalisatie zijn gemachtigd handtekeningen te wettigen en de apostille aan te brengen op documenten waarvoor het hoofdbestuur van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking bevoegd is.
Art. 10. Le chef de service et les membres du personnel du Service Légalisations sont autorisés à légaliser des signatures et à apposer l'apostille sur les documents du ressort de l'administration centrale du SPF Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement.
Art. 11. Het hoofd en de personeelsleden van de Dienst Visa zijn gemachtigd om visa in diplomatieke en dienstpaspoorten te ondertekenen.
Art. 11. Le chef de service et les membres du personnel du Service Visa sont autorisés à signer les visas dans les passeports diplomatiques et de service.
Art. 12. Het hoofd en de personeelsleden van de Dienst Paspoorten en identiteitskaarten zijn gemachtigd om diplomatieke - en dienstpaspoorten en reistitels voor vreemdelingen af te geven.
Het hoofd en de personeelsleden van de Dienst Paspoorten en identiteitskaarten en de leden van de bijzondere wachtploeg zijn gemachtigd om voorlopige paspoorten af te geven.
Het hoofd en de personeelsleden van de Dienst Paspoorten en identiteitskaarten en de leden van de bijzondere wachtploeg zijn gemachtigd om voorlopige paspoorten af te geven.
Art. 12. Le chef de service et les membres du personnel du Service Passeports et cartes d'identité sont autorisés à délivrer des passeports diplomatiques et de service et des titres de voyage.
Le chef de service et les membres du personnel du Service Passeports et cartes d'identité et les membres de l'équipe de garde spéciale sont autorisés à délivrer des passeports provisoires.
Le chef de service et les membres du personnel du Service Passeports et cartes d'identité et les membres de l'équipe de garde spéciale sont autorisés à délivrer des passeports provisoires.
Art. 13. De hoofden en personeelsleden van de Diensten Familierecht en burgerlijke stand en Nationaliteit zijn gemachtigd om eensluidende afschriften en uittreksels uit de akten van de burgerlijke stand en nationaliteit, opgemaakt door de diplomatieke of consulaire ambtenaren en akten neergelegd bij de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse Handel, te ondertekenen.
Art. 13. Les chefs de service et les membres du personnel des Services Droit de la famille et état civil et Nationalité sont autorisés à signer des copies conformes d'actes de l'état civil et de nationalité, dressés par les agents diplomatiques ou consulaires et d'actes déposés au SPF Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement.
Art. 14. De hoofden en de personeelsleden van de diensten Familierecht en burgerlijke stand en Nationaliteit worden gemachtigd om de registers van de akten van de burgerlijke stand en van nationaliteit die opgemaakt worden door de diplomatieke en consulaire ambtenaren te nummeren en te paraferen.
Art. 14. Les chefs de service et les membres du personnel des Services Droit de la famille et état civil et Nationalité sont autorisés à coter et parapher les registres destinés aux actes de l'état civil et de nationalité, dressés par les agents diplomatiques et consulaires.
Art. 15. Het hoofd en de personeelsleden van de Dienst Internationale Gerechtelijke Samenwerking zijn gemachtigd attesten, die dienen als getuigschrift van goed zedelijk gedrag, af te geven.
Art. 15. Le chef de service et les membres du personnel du Service Coopération judiciaire internationale sont autorisés à délivrer des attestations tenant lieu de certificat de bonne vie et moeurs.
Art. 16. Het ministerieel besluit van 2 september 1998 houdende overdracht van bevoegdheden inzake administratieve en consulaire aangelegenheden aan de Secretaris-generaal en aan sommige ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, zoals gewijzigd door de ministeriële besluiten van 15 september 1999, 17 juli 2001 en 25 juni 2003 is opgeheven.
Art. 16. L'arrêté ministériel du 2 septembre 1998 portant délégation de compétences dans les matières administratives et de chancellerie au Secrétaire général et à certains agents du Ministère des Affaires étrangères, du Commerce extérieur et de la Coopération au Développement, tel que modifié par les arrêtés ministériels des 15 septembre 1999, 17 juillet 2001 et 25 juin 2003 est abrogé.
Art. 17. Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn ondertekening.
Art. 17. Cet arrêté entre en vigueur le jour de sa signature.
Art. 18. De Voorzitter van het Directiecomité wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 24 juli 2006.
K. DE GUCHT.
Brussel, 24 juli 2006.
K. DE GUCHT.
Art. 18. Le Président du Comité de Direction est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 24 juillet 2006.
K. DE GUCHT.
Bruxelles, le 24 juillet 2006.
K. DE GUCHT.