Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 JULI 2006. - Besluit houdende delegatie van bevoegdheden inzake administratieve aangelegenheden.
Titre
24 JUILLET 2006. - Arrêté portant délégation de compétences dans les matières administratives.
Documentinformatie
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. De stafdirecteur Personeel en Organisatie is gemachtigd om:
  1° de laureaten van de niveaus B, C en D toe te laten en te benoemen in de hoedanigheid van stagiair;
  2° benoemingen, ontslagen en op pensioenstellingen te verrichten in de niveaus B, C en D;
  3° de tuchtstraffen uit te spreken tegenover de ambtenaren van niveau B, C en D;
  4° het statutair of contractueel personeelslid aan te stellen van niveau D voor de dagelijkse leiding van het keuken- en schoonmaakpersoneel;
  5° het statutair of contractueel personeelslid aan te stellen van niveau C voor de dagelijkse leiding van een team;
  6° aan de minister voorstellen te doen tot in disponibiliteit stellen wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst van de ambtenaren van het hoofdbestuur;
  7° aan de minister een voorstel tot schorsing van een ambtenaar te doen in het belang van de dienst alsook om voor te stellen, in voorkomend geval, van bijkomende maatregelen tot het ontnemen van de aanspraken op bevordering en op de bevordering in weddenschaal en tot vermindering van de wedde;
  8° de verloven, afwezigheden en vrijstellingen toe te kennen die vermeld worden in het Koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, met uitzondering van verlof voor opdracht van algemeen belang en van verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een beleidscel, kabinet of een andere administratie;
  9° verminderde prestaties toe te kennen die vermeld worden in het koninklijk besluit van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector aan de personeelsleden met uitzondering van de ambtenaren van klasse A5 of A4 die de leiding hebben van een dienst;
  10° de in disponibiliteitstelling wegens ziekte van alle ambtenaren uit te spreken.
Article 1. Le directeur d'encadrement Personnel et Organisation est habilité à :
  1° admettre et nommer en qualité de stagiaire les lauréats des niveaux B, C et D;
  2° procéder aux nominations, démissions et mises à la retraite dans les niveaux B, C et D;
  3° prononcer les peines disciplinaires à l'égard des agents des niveaux B, C et D;
  4° désigner le membre du personnel statutaire ou contractuel du niveau D à la direction journalière du personnel occupé au nettoyage et au restaurant;
  5° désigner le membre du personnel statutaire ou contractuel du niveau C à la direction journalière d'une équipe;
  6° proposer au ministre la mise en disponibilité par retrait d'emploi des agents de l'administration centrale dans l'intérêt du service;
  7° proposer au ministre la suspension d'un agent dans l'intérêt du service ainsi que proposer, le cas échéant, les mesures complémentaires de privation des titres à la promotion et à l'avancement dans l'échelle de traitement et la réduction du traitement;
  8° accorder les congés, absences et dispenses visés par l'Arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et absences accordées aux membres du personnel des administrations de l'Etat, à l'exception du congé pour mission d'intérêt général et du congé pour exercer une fonction dans une cellule stratégique, un cabinet ou une autre administration;
  9° accorder des prestations réduites, visés par l'arrêté royal du 10 avril 1995 relatif à la redistribution du travail dans le secteur public, aux membres du personnel à l'exception des agents des classes A5 et A4, qui assurent la direction d'un service;
  10° prononcer la mise en disponibilité pour maladie de tous les agents.
Art.2. Wanneer de stafdirecteur Personeel en Organisatie afwezig is of verhinderd is, worden de in artikel 1 bedoelde bevoegdheden uitgeoefend door de ambtenaar van niveau A hiertoe aangesteld door de Stafdirecteur Personeel en Organisatie.
Art.2. En cas d'absence ou empêchement du directeur d'encadrement Personnel et Organisation, les compétences visées à l'article 1er sont exercées par l'agent du niveau A désigné à cet effet par le Directeur d'encadrement Personnel et Organisation.
Art. 3. Dit besluit treedt in werking bij ondertekening.
  Brussel, 24 juli 2006.
  De Voorzitter van het Directiecomité,
  J. GRAULS.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur lors de sa signature.
  Bruxelles, 24 juillet 2006.
  Le Président du Comité de Direction,
  J. GRAULS.