Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 DECEMBER 2006. - [1Koninklijk besluit houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A van de buitendiensten van het Directoraat-generaal EPI - Penitentiaire Inrichtingen en van het Directoraat-generaal Justitiehuizen van de Federale Overheidsdienst Justitie.]1(1)<KB2009-07-12/08, art.1, 002; Inwerkingtreding : 28-07-2009> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-01-2007 en tekstbijwerking tot 14-11-2013)
Titre
28 DECEMBRE 2006. - [1Arrêté royal portant réforme de la carrière particulière des agents du niveau A des services extérieurs de la Direction générale EPI - Etablissements Pénitentiaires et de la Direction générale Maisons de Justice du Service public fédéral Justice.]1(1)<AR2009-07-12/08, art. 1, 002; En vigueur : 28-07-2009> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-01-2007 et mise à jour au 14-11-2013)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK I. - Integratie van de bijzondere graden en van sommige gemene graden in de loopbaan van niveau A.
CHAPITRE Ier. - Intégration des grades particuliers et de certains grades communs dans la carrière du niveau A.
Art. 8. [1 De functie van adviseur generaal penitentiaire instelling III - directeur wordt ingevuld door een aanwijzing voor een termijn van vijf jaar die hernieuwbaar is.
Deze functie is toegankelijk :
1° voor de rijksambtenaren, met klasse A4 bekleed, die minstens twee jaar lang de functie van gevangenisdirecteur hebben uitgeoefend in de klassen A3 of A4;
2° voor de rijksambtenaren met klasse A5 bekleed.
De aanwijzing gebeurt met respect voor de procedure voorzien in de artikelen 72 en 73 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, na vergelijking van titels en verdiensten aan de hand van de criteria vermeld in het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende de classificatie van de functies van niveau A, voor de voormelde functie.
Gedurende de duur van hun aanwijzing als adviseur generaal penitentiaire instelling III - directeur bekomen de rijksambtenaren met de klasse A4 bekleed de weddenschalen van de klasse A5.
De Minister kan een einde stellen aan hun aanwijzing vóór het verstrijken van de termijn op verzoek van de ambtenaar of op een met reden omklede aanvraag van de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal EPI -Penitentiaire Inrichtingen nadat de betrokken ambtenaar gehoord werd.
Het einde van de aanwijzing impliceert het presteren van een vooropzeg met een duur van 3 maanden, te beginnen op de 1e dag van de maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing van de minister of van het verzoek van de ambtenaar. De duur van de vooropzeg kan verminderd worden in onderling overleg.]1
Deze functie is toegankelijk :
1° voor de rijksambtenaren, met klasse A4 bekleed, die minstens twee jaar lang de functie van gevangenisdirecteur hebben uitgeoefend in de klassen A3 of A4;
2° voor de rijksambtenaren met klasse A5 bekleed.
De aanwijzing gebeurt met respect voor de procedure voorzien in de artikelen 72 en 73 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, na vergelijking van titels en verdiensten aan de hand van de criteria vermeld in het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende de classificatie van de functies van niveau A, voor de voormelde functie.
Gedurende de duur van hun aanwijzing als adviseur generaal penitentiaire instelling III - directeur bekomen de rijksambtenaren met de klasse A4 bekleed de weddenschalen van de klasse A5.
De Minister kan een einde stellen aan hun aanwijzing vóór het verstrijken van de termijn op verzoek van de ambtenaar of op een met reden omklede aanvraag van de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal EPI -Penitentiaire Inrichtingen nadat de betrokken ambtenaar gehoord werd.
Het einde van de aanwijzing impliceert het presteren van een vooropzeg met een duur van 3 maanden, te beginnen op de 1e dag van de maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing van de minister of van het verzoek van de ambtenaar. De duur van de vooropzeg kan verminderd worden in onderling overleg.]1
Art. 8. [1 La fonction de conseiller général établissement pénitentiaire III - directeur est remplie par la voie d'une désignation pour un terme de cinq ans, renouvelable.
Cette fonction est accessible :
1° aux agents de l'Etat dotés de la classe A4 ayant exercé pendant deux ans au moins la fonction de directeur de prison dans les classes A3 ou A4;
2° aux agents de l'Etat dotés de la classe A5.
La désignation se fait dans le respect de la procédure prévue aux articles 72 et 73 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, après comparaison des titres et mérites par rapport aux critères repris dans l'arrêté royal du 20 décembre 2007 portant la classification des fonctions de niveau A, pour la fonction précitée.
Pendant la durée de leur désignation comme conseiller général établissement pénitentiaire III - directeur, les agents de l'Etat dotés de la classe A4 bénéficient des échelles de traitement de la classe A5.
Le Ministre peut mettre fin à leur désignation avant l'échéance soit à la requête de l'agent soit sur demande dûment motivée du Directeur général de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires après que l'agent concerné ait été entendu.
La fin de désignation implique la prestation d'un préavis d'une durée de 3 mois débutant le 1er jour civil du mois qui suit la notification de la décision du ministre ou de la requête de l'agent. La durée du préavis peut être réduite de commun accord.]1
Cette fonction est accessible :
1° aux agents de l'Etat dotés de la classe A4 ayant exercé pendant deux ans au moins la fonction de directeur de prison dans les classes A3 ou A4;
2° aux agents de l'Etat dotés de la classe A5.
La désignation se fait dans le respect de la procédure prévue aux articles 72 et 73 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, après comparaison des titres et mérites par rapport aux critères repris dans l'arrêté royal du 20 décembre 2007 portant la classification des fonctions de niveau A, pour la fonction précitée.
Pendant la durée de leur désignation comme conseiller général établissement pénitentiaire III - directeur, les agents de l'Etat dotés de la classe A4 bénéficient des échelles de traitement de la classe A5.
Le Ministre peut mettre fin à leur désignation avant l'échéance soit à la requête de l'agent soit sur demande dûment motivée du Directeur général de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires après que l'agent concerné ait été entendu.
La fin de désignation implique la prestation d'un préavis d'une durée de 3 mois débutant le 1er jour civil du mois qui suit la notification de la décision du ministre ou de la requête de l'agent. La durée du préavis peut être réduite de commun accord.]1
Wijzigingen
Art. 9. [1 § 1. De functie van regionaal directeur gevangeniswezen wordt ingevuld door een aanwijzing voor een termijn van vijf jaar die hernieuwbaar is.
Deze functie is toegankelijk :
1° voor de rijksambtenaren, met klasse A3 of A4 bekleed, die minstens 2 jaar lang de functie van gevangenisdirecteur hebben uitgeoefend in de klassen A3 of A4;
2° voor de rijksambtenaren met klasse A5 bekleed.
De aanwijzing gebeurt met respect voor de procedure voorzien in de artikelen 72 en 73 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, na vergelijking van titels en verdiensten aan de hand van de criteria vermeld in het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende de classificatie van de functies van niveau A, voor de voormelde functie.
Gedurende de duur van hun aanwijzing als regionaal directeur gevangeniswezen, bekomen de rijksambtenaren met de klassen A3 of A4 bekleed de weddenschalen van de klasse A5.
De Minister kan een einde stellen aan hun aanwijzing vóór het verstrijken van de termijn op verzoek van de ambtenaar of op een met reden omklede aanvraag van de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal EPI - Penitentiaire Inrichtingen nadat betrokken ambtenaar gehoord werd.
Het einde van de aanwijzing impliceert het presteren van een vooropzeg met een duur van drie maanden, te beginnen op de 1e dag van de maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing van de minister of van het verzoek van de ambtenaar. De duur van de vooropzeg kan verminderd worden in onderling overleg.]1
Deze functie is toegankelijk :
1° voor de rijksambtenaren, met klasse A3 of A4 bekleed, die minstens 2 jaar lang de functie van gevangenisdirecteur hebben uitgeoefend in de klassen A3 of A4;
2° voor de rijksambtenaren met klasse A5 bekleed.
De aanwijzing gebeurt met respect voor de procedure voorzien in de artikelen 72 en 73 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, na vergelijking van titels en verdiensten aan de hand van de criteria vermeld in het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende de classificatie van de functies van niveau A, voor de voormelde functie.
Gedurende de duur van hun aanwijzing als regionaal directeur gevangeniswezen, bekomen de rijksambtenaren met de klassen A3 of A4 bekleed de weddenschalen van de klasse A5.
De Minister kan een einde stellen aan hun aanwijzing vóór het verstrijken van de termijn op verzoek van de ambtenaar of op een met reden omklede aanvraag van de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal EPI - Penitentiaire Inrichtingen nadat betrokken ambtenaar gehoord werd.
Het einde van de aanwijzing impliceert het presteren van een vooropzeg met een duur van drie maanden, te beginnen op de 1e dag van de maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing van de minister of van het verzoek van de ambtenaar. De duur van de vooropzeg kan verminderd worden in onderling overleg.]1
Art. 9. [1 La fonction de directeur régional établissement pénitentiaire est remplie par la voie d'une désignation pour un terme de cinq ans, renouvelable.
Cette fonction est accessible :
1° aux agents de l'Etat dotés de la classe A3 ou A4 ayant exercé pendant deux ans au moins la fonction de directeur de prison dans les classes A3 ou A4;
2° aux agents de l'Etat dotés de la classe A5.
La désignation se fait dans le respect de la procédure prévue aux articles 72 et 73 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, après comparaison des titres et mérites par rapport aux critères repris dans l'arrêté royal du 20 décembre 2007 portant la classification des fonctions de niveau A, pour la fonction précitée.
Pendant la durée de leur désignation comme directeur régional établissement pénitentiaire, les agents de l'Etat dotés de la classe A3 ou A4 bénéficient des échelles de traitement de la classe A5.
Le Ministre peut mettre fin à leur désignation avant l'échéance soit à la requête de l'agent soit sur demande dûment motivée du Directeur général de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires après que l'agent concerné ait été entendu.
La fin de désignation implique la prestation d'un préavis d'une durée de trois mois débutant le 1er jour civil du mois qui suit la notification de la décision du ministre ou de la requête de l'agent. La durée du préavis peut être réduite de commun accord.]1
Cette fonction est accessible :
1° aux agents de l'Etat dotés de la classe A3 ou A4 ayant exercé pendant deux ans au moins la fonction de directeur de prison dans les classes A3 ou A4;
2° aux agents de l'Etat dotés de la classe A5.
La désignation se fait dans le respect de la procédure prévue aux articles 72 et 73 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, après comparaison des titres et mérites par rapport aux critères repris dans l'arrêté royal du 20 décembre 2007 portant la classification des fonctions de niveau A, pour la fonction précitée.
Pendant la durée de leur désignation comme directeur régional établissement pénitentiaire, les agents de l'Etat dotés de la classe A3 ou A4 bénéficient des échelles de traitement de la classe A5.
Le Ministre peut mettre fin à leur désignation avant l'échéance soit à la requête de l'agent soit sur demande dûment motivée du Directeur général de la Direction générale EPI - Etablissements pénitentiaires après que l'agent concerné ait été entendu.
La fin de désignation implique la prestation d'un préavis d'une durée de trois mois débutant le 1er jour civil du mois qui suit la notification de la décision du ministre ou de la requête de l'agent. La durée du préavis peut être réduite de commun accord.]1
Wijzigingen
Art.9bis. [1 De ambtenaren aangewezen in de functie van regionaal directeur of van inrichtingshoofd van een strafinrichting met ten minste 400 plaatsen behouden het voordeel van hun aanwijzing.
De Minister kan een einde stellen aan hun aanwijzing onder de voorwaarden vermeld in de artikelen 8 en 9.]1
De Minister kan een einde stellen aan hun aanwijzing onder de voorwaarden vermeld in de artikelen 8 en 9.]1
Art.9bis. [1 Les agents désignés à la fonction de directeur régional ou de chef d'établissement d'un établissement pénitentiaire d'au moins 400 places conservent le bénéfice de leur désignation.
Le Ministre peut mettre fin à leur désignation dans les conditions reprises aux articles 8 et 9.]1
Le Ministre peut mettre fin à leur désignation dans les conditions reprises aux articles 8 et 9.]1
HOOFDSTUK II. - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions transitoires, abrogatoires et finales.
Art. 16. Dit besluit heeft uitwerking met ingang op 1 december 2004, met uitzondering van de artikelen 8 en 9 die uitwerking hebben op 1 december 2005.
Art. 16. Le présent arrêté produit ses effets le 1er décembre 2004, à l'exception des articles 8 et 9 qui produisent leurs effets à partir du 1er décembre 2005.
Art. 17. Onze Minister van Begroting en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 28 december 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting,
Mevr. L. ONKELINX
Gegeven te Brussel, 28 december 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 17. Notre Ministre du Budget et Notre Ministre de la Justice sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 28 décembre 2006.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
La Ministre du Budget,
Mme L. ONKELINX
Donné à Bruxelles, le 28 décembre 2006.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
La Ministre du Budget,
Mme L. ONKELINX