Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 2005. - Koninklijk besluit betreffende het statuut van de militaire muzikanten. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-02-2006 en tekstbijwerking tot 02-06-2017)
Titre
21 DECEMBRE 2005. - Arrêté royal relatif au statut des musiciens militaires. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-02-2006 et mise à jour au 02-06-2017)
Documentinformatie
Numac: 2006007000
Datum: 2005-12-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006007000
Date: 2005-12-21
Moniteur: Voir
Tekst (62)
Texte (62)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
"de wet" : de wet van 27 maart 2003 betreffende [1 ...]1 het statuut van de militaire muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging;
"de kandidaat-muzikant" : de kandidaat militaire muzikant;
"de muzikant" : de militaire muzikant;
"de hoedanigheid van kandidaat-muzikant" : kandidaat-beroepsofficier kapelmeester of kandidaat-beroepsonderofficier muzikant, naargelang het geval;
"een promotie" : het geheel van kandidaten die op hetzelfde tijdstip dezelfde vormingscyclus volgen;
"de professionele hoedanigheden" : met uitsluiting van de morele, karakteriële en fysieke hoedanigheden, alle hoedanigheden van professionele aard die vereist zijn op het militaire vlak, op het specifieke beroepsvlak en op het vlak van de theoretische vorming;
"de minister" : de minister van [2 Defensie]2;
"de DGHR" : de directeur-generaal human resources.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
"la loi" : la loi du 27 mars 2003 relative [1 ...]1 au statut des musiciens militaires et modifiant diverses lois applicables au personnel de la Défense;
"le candidat musicien" : le candidat musicien militaire;
"le musicien" : le musicien militaire;
"la qualité de candidat musicien" : candidat officier de carrière chef de musique ou candidat sous-officier de carrière musicien, selon le cas;
"une promotion" : l'ensemble des candidats qui suivent au même moment le même cycle de formation;
"les qualités professionnelles" : à l'exclusion des qualités morales, caractérielles et physiques, toutes les qualités de nature professionnelle requises sur le plan militaire, sur le plan professionnel spécifique et sur le plan de la formation théorique;
"le ministre" : le ministre de la Défense;
"le DGHR" : le directeur général human ressources.
HOOFDSTUK II. - De kandidaat-muzikant.
CHAPITRE II. - Du candidat musicien.
Afdeling 1. - De vrijstelling en het uitstel.
Section 1re. - De la dispense et de l'ajournement.
Art. 2. [1 De overheid bedoeld in artikel 19 van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader]1 is de bevoegde overheid om aan de kandidaat-muzikant vrijstelling te verlenen van vormingsgedeelten of cursussen met toepassing van artikel 28 van de wet.
Art. 2. [1 L'autorité visée à l'article 19 de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif à la formation des candidats militaires du cadre actif]1 est l'autorité compétente pour dispenser le candidat musicien de parties de la formation ou de cours en application de l'article 28 de la loi.
Art. 3. [1 De overheid bedoeld in artikel 21 van het voornoemde koninklijk besluit van 7 november 2013]1 is de bevoegde overheid om aan de kandidaat-muzikant het uitstel bedoeld in artikel 30 van de wet te verlenen.
Art. 3. [1 L'autorité visée à l'article 21 de l'arrêté royal précité du 7 novembre 2013]1 est l'autorité compétente pour octroyer au candidat musicien l'ajournement visé à l'article 30 de la loi.
Afdeling 2. - De bevordering.
Section 2. - De l'avancement.
Art. 4. De kandidaat-officier kapelmeester wordt aangesteld :
in de graad van adjudant muzikant, op de dertigste dag volgend op de datum van het verwerven van de hoedanigheid van kandidaat-muzikant;
in de graad van onderluitenant kapelmeester, op de honderd tachtigste dag volgend op de datum van het verwerven van de hoedanigheid van kandidaat-muzikant;
in de graad van luitenant kapelmeester, op de driehonderd vijfenzestigste dag volgend op de datum van het verwerven van de hoedanigheid van kandidaat-muzikant.
Art. 4. Le candidat officier chef de musique est commissionné :
au grade d'adjudant musicien, le trentième jour suivant la date d'acquisition de la qualité de candidat musicien;
au grade de sous-lieutenant chef de musique, le cent quatre-vingtième jour suivant la date d'acquisition de la qualité de candidat musicien;
au grade de lieutenant chef de musique, le trois cents soixante-cinquième jour suivant la date d'acquisition de la qualité de candidat musicien.
Art. 5. De kandidaat-onderofficier muzikant wordt aangesteld :
in de graad van sergeant muzikant, op de honderd tachtigste dag volgend op de datum van het verwerven van de hoedanigheid van kandidaat-muzikant;
in de graad van eerste sergeant muzikant, op de driehonderd vijfenzestigste dag volgend op de datum van het verwerven van de hoedanigheid van kandidaat-muzikant.
Art. 5. Le candidat sous-officier musicien est commissionné :
au grade de sergent musicien, le cent quatre-vingtième jour suivant la date d'acquisition de la qualité de candidat musicien;
au grade de premier sergent musicien, le trois cents soixante-cinquième jour suivant la date d'acquisition de la qualité de candidat musicien.
Art. 6. De aanstellingen in de graden van officier kapelmeester worden van rechtswege verleend door de Koning.
Art. 6. Les commissions aux grades d'officier chef de musique sont octroyées de plein droit par le Roi.
Art. 7. De aanstellingen in de graden van onderofficier muzikant worden van rechtswege verleend door de DGHR.
Art. 7. Les commissions aux grades de sous-officier musicien sont octroyées de plein droit par le DGHR.
Art. 8. De kandidaat-muzikant wordt als officier kapelmeester of onderofficier muzikant opgenomen in de hoedanigheid van beroepsmilitair op de eerste dag van de vijfentwintigste maand volgend op de datum van het verwerven van de hoedanigheid van kandidaat-muzikant, voor zover hij zijn vormingscyclus met succes heeft beëindigd.
De benoeming in de graad van luitenant kapelmeester of van eerste sergeant muzikant heeft uitwerking op dezelfde datum als deze van de kandidaten van hun referentiepromotie.
[1 De overheid bedoeld in artikel 52 van de wet is de minister.]1
Art. 8. Le candidat musicien est admis comme officier chef de musique ou sous-officier musicien en qualité de militaire de carrière le premier jour du vingt-cinquième mois qui suit la date d'acquisition de la qualité de candidat musicien, pour autant qu'il ait terminé avec succès son cycle de formation.
La nomination au grade de lieutenant chef de musique ou de premier sergent musicien prend effet à la même date que celle des candidats de leur promotion de référence.
[1 L'autorité visée à l'article 52 de la loi est le ministre.]1
Afdeling 3. - Het verlies van de hoedanigheid van kandidaat-muzikant.
Section 3. - De la perte de la qualité de candidat musicien.
Art. 9. De minister is de overheid bevoegd voor het ontnemen van de hoedanigheid van kandidaat-muzikant.
Evenwel, in het geval bedoeld in artikel 34 van de wet, wordt het verlies van de hoedanigheid van kandidaat-muzikant uitgesproken door de korpscommandant van de kandidaat-muzikant wanneer deze laatste daartoe een schriftelijke aanvraag indient binnen de zes maanden volgend op de datum van het verwerven van de hoedanigheid van kandidaat-muzikant.
Art. 9. Le ministre est l'autorité compétente pour prononcer le retrait de la qualité de candidat musicien.
Toutefois, dans le cas visé à l'article 34 de la loi, le retrait de la qualité de candidat musicien est prononcé par le chef de corps du candidat musicien lorsque ce dernier en fait la demande écrite dans les six mois qui suivent la date d'acquisition de la qualité de candidat musicien.
HOOFDSTUK III. - De onderofficier muzikant.
CHAPITRE III. - Du sous-officier musicien.
Afdeling 1. - Het examen voor [1 overgang naar]1 de graad van eerste sergeant-majoor muzikant en het kwalificatie-examen voor [1 ...]1 de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder.
Section 1re. - De l'examen d'accession au grade de premier sergent-major musicien et de [1 l'épreuve]1 de qualification au grade d'adjudant-chef chef de pupitre.
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen.
Sous-section 1re. - Dispositions générales.
Art. 10. De voorwaarden die vervuld moeten worden om te mogen deelnemen aan het examen voor [1 overgang naar]1 de graad van eerste sergeant-majoor muzikant of aan het kwalificatie-examen [1 ...]1 de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder zijn die die worden opgelegd aan de beroepsonderofficieren van de andere [1 vakrichtingen]1, kandidaten voor de gelijkwaardige graden.
Art. 10. Les conditions à remplir pour pouvoir prendre part à [1 l'épreuve]1 d'accession au grade de premier sergent-major musicien ou à l'examen de qualification [1 ...]1 au grade d'adjudant-chef chef de pupitre sont celles imposées aux sous-officiers de carrière des autres [1 filières de métiers]1, candidats aux grades équivalents.
Art. 11. De examens bedoeld in artikel 10 bestaan uit een algemene proef en een muzikale proef. Deze muzikale proef kan in verschillende vakken worden onderverdeeld.
Art. 11. Les examens visés à l'article 10 sont constitués d'une épreuve générale et d'une épreuve musicale. Cette épreuve musicale peut être subdivisée en différentes branches.
Art. 12. Er wordt een examencommissie ingericht voor het examen voor [1 overgang naar]1 de graad van eerste sergeant-majoor muzikant en een examencommissie ingericht voor het kwalificatie-examen [1 ...]1 de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder. Zij bestaan uit een voorzitter en drie of vier andere leden aangewezen door de DGHR.
De voorzitter is een officier kapelmeester die de grondige kennis bezit van het Nederlands en het Frans. De andere leden zijn een adjudant-majoor onderkapelmeester en een adjudant-chef lessenaaraanvoerder, een officier ten minste bekleed met de graad van kapitein die de grondige kennis bezit van het Nederlands en het Frans. Een lid onderofficier is van het Nederlandstalig taalstelsel, het andere lid onderofficier is van het Franstalig taalstelsel.
Wanneer het onmogelijk is om een officier kapelmeester die de grondige kennis bezit van het Nederlands en het Frans aan te wijzen, wordt de examencommissie voorgezeten door de officier ten minste bekleed met de graad van kapitein. In dit geval, bestaat de examencommissie uit een tweede officier kapelmeester van een verschillend taalstelsel van dat van de andere officier kapelmeester.
Mogen punten geven voor de algemene proef van de examens bedoeld in artikel 10 :
de leden van de examencommissie die de grondige kennis bezitten van het Nederlands en het Frans;
de leden van de examencommissie van het taalstelsel van de onderofficier muzikant.
Met uitzondering van de officier ten minste bekleed met de graad van kapitein, geven alle leden van de examencommissie punten voor de vakken van de muzikale proef van de examens bedoeld in artikel 10.
Het cijfer behaald door een onderofficier muzikant voor de algemene proef of voor een vak van de muzikale proef is het rekenkundig gemiddelde van de punten die aan betrokken onderofficier werden gegeven door de leden van de examencommissie.
Art. 12. Un jury est institué pour [1 l'épreuve]1 d'accession au grade de premier sergent-major musicien et un jury est institué pour l'examen de qualification [1 ...]1 au grade d'adjudant-chef chef de pupitre. Ils se composent d'un président et de trois ou quatre autres membres désignés par le DGHR.
Le président est un officier chef de musique possédant la connaissance approfondie du français et du néerlandais. Les autres membres sont un adjudant-major sous-chef de musique, un adjudant-chef chef de pupitre, un officier revêtu du grade de capitaine au moins qui possède la connaissance approfondie du français et du néerlandais. Un membre sous-officier est du régime linguistique francophone, l'autre membre sous-officier est du régime linguistique néerlandophone.
Lorsqu'il n'est pas possible de désigner un officier chef de musique possédant la connaissance approfondie du français et du néerlandais, le jury est présidé par l'officier revêtu du grade de capitaine au moins. Dans ce cas, le jury est composé d'un second officier chef de musique de régime linguistique différent de celui de l'autre chef de musique.
Peuvent attribuer des points pour l'épreuve générale des examens visés à l'article 10 :
les membres du jury possédant la connaissance approfondie du français et du néerlandais;
les membres du jury du régime linguistique du sous-officier musicien.
A l'exception de l'officier revêtu du grade de capitaine au moins, tous les membres du jury attribuent des points pour les branches de l'épreuve musicale des examens visés à l'article 10.
La cote obtenue par un sous-officier musicien pour l'épreuve générale ou pour une branche de l'épreuve musicale est la moyenne arithmétique des points attribués au sous-officier concerné par les membres du jury.
Art. 13. § 1. Om te slagen voor de examens bedoeld in artikel 10, moet de onderofficier muzikant :
deelnemen aan de volledige cursussen en stages waarvan zij niet werden vrijgesteld. De vrijstelling wordt bekomen volgens de procedure vastgesteld voor de beroepsonderofficieren van de andere [2 vakrichtingen]2;
de helft van de punten behalen op het totaal van het examen.
§ 2. Wanneer een onderofficier muzikant niet voldoet aan minstens één van de voorwaarden voorzien in § 1, worden zijn uitslagen voorgelegd aan een deliberatiecommissie.
Deze commissie bestaat uit de volgende leden aangeduid door de DGHR :
de korpscommandant van de muziekkapellen, voorzitter;
de voorzitter van de examencommissie bedoeld in artikel 12;
een officier van de algemene directie human resources;
bovendien, in de gevallen bedoeld in § 6, de [1 geneesheer aangeduid door de commandant van de medische component]1.
Naast de leden, bestaat de commissie uit een secretaris aangewezen door de voorzitter.
§ 3. De procedures van bijeenroeping en om gehoord te worden toegepast door deze commissie alsook de nadere regels van haar werking zijn die voorzien in het kader van het kwalificatie-examen voor de benoeming tot de graad van adjudant-chef van de beroepsonderofficieren van de andere [2 vakrichtingen]2.
§ 4. De deliberatiecommissie neemt één van de volgende beslissingen :
betrokkene beschikt over de vereiste professionele hoedanigheden en is geslaagd voor het examen voor [2 overgang naar]2 de graad van eerste sergeant-majoor muzikant of voor het kwalificatie-examen voor [2 ...]2 de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder;
betrokkene mag [2 een herkansingsexamen voor overgang of een herkansingskwalificatie-examen]2 afleggen op de datum die zij vastlegt, voor de algemene proef of, in voorkomend geval, het vak of de vakken van de muzikale proef waarin hij de helft van punten niet heeft behaald;
betrokkene moet deelnemen aan een of meerdere opleidingsmodules met betrekking tot het leadership en het management;
betrokkene is definitief mislukt, omdat hij over onvoldoende professionele hoedanigheden beschikt.
§ 5. [2 Het herkansingsexamen voor overgang of het herkansingskwalificatie-examen]2 bedoeld in § 4, 2°, moet plaatsvinden ten vroegste twee weken en ten laatste twee maanden na de datum van ondertekening door betrokkene van het proces-verbaal van de zitting van de deliberatiecommissie.
Wanneer na [2 het herkansingsexamen voor overgang of het herkansingskwalificatie-examen]2, een onderofficier muzikant niet de helft van de punten behaalt op [2 het totaal van het examen voor overgang of hetkwalificatie-examen]2, worden zijn uitslagen voorgelegd aan de deliberatiecommissie die één van de beslissingen neemt bedoeld in § 4, 1° of 4°.
§ 6. Wanneer een onderofficier muzikant omwille van [1 gezondheidsredenen, zwangerschap, ernstige of uitzonderlijke]1 redenen, niet in staat is het examen voor [2 overgang naarde graad van eerste sergeant-majoor muzikant, het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder of een herkansingsexamen af te leggen, kan de deliberatiecommissie betrokkene toelaten zijn examen voor overgang of het herkansingsexamen voor overgang, zijn kwalificatie-examen of het herkansingskwalificatie-examen]2 op een later tijdstip af te leggen.
Indien, voor het examen voor [2 overgang naarde graad van eerste sergeant-majoor muzikant of het kwalificatie-examen voor]2 de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder, de deliberatiecommissie oordeelt dat de afwezigheid van de onderofficier muzikant gerechtvaardigd is, kan zij de betrokken onderofficier gelijkstellen met de onderofficier muzikant die uitstel heeft gekregen. [1 Zoniet wordt hij beschouwd als mislukt voor [2 dit examen voor overgang of dit kwalificatie-examen]2.]1
Art. 13. § 1er. Pour réussir les examens visés à l'article 10, le sous-officier musicien doit :
participer à l'ensemble des cours et stages dont ils ne sont pas dispensés. La dispense s'obtient selon la procédure fixée pour les sous-officiers de carrière des autres [2 filières de métiers]2;
obtenir la moitié des points pour le total de l'examen.
§ 2. Lorsqu'un sous-officier musicien ne satisfait pas à au moins une des conditions prévues au § 1er, ses résultats sont soumis à une commission de délibération.
Cette commission se compose des membres suivants désignés par le DGHR :
le chef de corps des musiques, président;
le président du jury visé à l'article 12;
un officier de la direction générale human ressources;
en outre, dans les cas visés au § 6, le [1 médecin désigné par le commandant de la composante médicale.]1.
Outre les membres, la commission comprend un secrétaire désigné par le président.
§ 3. Les procédures de convocation et d'audition appliquées par cette commission ainsi que ses modalités de fonctionnement sont celles prévues dans le cadre de l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef des sous-officiers de carrière des autres [2 filières de métiers]2.
§ 4. La commission de délibération prend l'une des décisions suivantes :
l'intéressé possède les qualités professionnelles requises et a réussi [2 l'épreuve d'accession]2 au grade de premier sergent-major musicien ou l'examen de qualification [2 ...]2 au grade d'adjudant-chef chef de pupitre;
l'intéressé peut présenter [2 une épreuve d'accession de repêchage ou un examen de qualification de repêchage]2 à la date qu'elle fixe, pour l'épreuve générale ou, le cas échéant, la ou les branches de l'épreuve musicale pour lesquelles il n'a pas obtenu la moitié des points;
l'intéressé doit participer à un ou plusieurs modules de formation relatifs au leadership et au management;
l'intéressé a échoué définitivement faute de posséder les qualités professionnelles suffisantes.
§ 5. [2 L'épreuve d'accession de repêchage ou l'examen de qualification de repêchage]2 visé au § 4, 2°, doit avoir lieu au plus tôt deux semaines et au plus tard deux mois après la date de signature par l'intéressé du procès-verbal de l'audience de la commission de délibération.
Lorsque après [2 l'épreuve d'accession de repêchage ou l'examen de qualification de repêchage]2, un sous-officier musicien n'obtient pas la moitié des points sur [2 le total de l'épreuve d'accession ou l'examen de qualification]2, ses résultats sont soumis à la commission de délibération qui prend l'une des décisions visées au § 4, 1° ou 4°.
§ 6. Lorsqu'un sous-officier musicien n'est pas à même, [1 pour des raisons de santé, de grossesse ou pour des raisons graves ou exceptionnelles]1, de présenter [2 l'épreuve d'accession au grade de premier sergent-major musicien, l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef chef de pupitre ou un examen de repêchage, la commission de délibération peut autoriser l'intéressé à présenter son épreuve d'accession ou l'épreuve d'accession de repêchage,son examen de qualification ou l'examen de qualification de repêchage]2 à une date ultérieure.
Si, pour [2 l'épreuve d'accession au grade de premier sergent-major musicien ou pour l'examen de qualification]2 au grade d'adjudant-chef chef de pupitre, la commission de délibération juge l'absence du sous-officier musicien justifiée, elle peut assimiler le sous-officier concerné au sous-officier musicien ayant été ajourné. [1 pour des raisons de santé, de grossesse ou pour des raisons graves ou exceptionnelles]1
Onderafdeling 2. - Het examen voor [1 overgang naar]1 de graad van eerste sergeant-majoor muzikant.
Sous-section 2. - De [1 l'épreuve]1 d'accession au grade de premier sergent-major musicien.
Art. 14. Het examen voor [1 overgang naar]1 de graad van eerste sergeant-majoor muzikant wordt voorafgegaan door een of meerdere opleidingsmodules met betrekking tot het leadership en het management identiek met diegene die worden gevolgd door de beroepsonderofficieren van de andere [1 vakrichtingen]1, kandidaten voor het examen voor [1 overgang naar]1 de graad van eerste sergeant-majoor, of door geleide stages.
De algemene proef heeft betrekking op de algemene begrippen over het door betrokkene bespeeld instrument.
Het programma van de muzikale proef kan veranderen naargelang het bespeelde instrument en naargelang het ambt van de betrokken onderofficier muzikant en heeft betrekking op navolgende vakken :
lezing op zicht;
muziekstuk naar keuze;
opgelegd muziekstuk;
loopjes uit het repertorium voor harmonieorkest.
De nadere uitvoeringsregels voor dit examen worden bepaald in een reglement vastgesteld door de minister.
Art. 14. [1 L'épreuve]1 d'accession au grade de premier sergent-major musicien est précédé d'un ou plusieurs modules de formation relatifs au leadership et au management identiques à ceux suivis par les sous-officiers de carrière des autres [1 filières de métiers]1, candidats à l'épreuve d'accession au grade de premier sergent-major, ou de stages dirigés.
L'épreuve générale porte sur les notions générales relatives à l'instrument joué par l'intéressé.
Le programme de l'épreuve musicale peut varier selon l'instrument et selon l'emploi du sous-officier musicien concerné et porte sur les branches suivantes :
lecture à vue;
morceau au choix;
morceau imposé;
traits de répertoire pour orchestre d'harmonie.
Les modalités d'exécution de cet examen sont fixées dans un règlement arrêté par le ministre.
Onderafdeling 3. - Het kwalificatie-examen voor [1 ...]1 de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder.
Sous-section 3. - De l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef chef de pupitre.
Art. 15. Het kwalificatie-examen voor de benoeming in de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder wordt voorafgegaan door een of meerdere opleidingsmodules met betrekking tot het leadership en het management identiek met diegene die worden gevolgd door de beroepsonderofficieren van de andere [1 vakrichtingen]1, kandidaten voor het kwalificatie-examen voor [1 de benoeming tot]1 de graad van adjudant-chef, of door geleide stages.
De algemene proef heeft betrekking op de kennis over de geschiedenis van het door betrokkene bespeeld instrument, het repertorium voor harmonieorkest en de organisatie van een militaire muziekkapel.
Het programma van de muzikale proef kan veranderen naargelang de lessenaar van de betrokken onderofficier muzikant en heeft betrekking op navolgende vakken :
muziekstuk naar keuze;
opgelegd muziekstuk;
orkestloopjes uit het repertorium voor harmonieorkest.
De nadere uitvoeringsregels voor dit examen worden bepaald in een reglement vastgesteld door de minister.
Art. 15. L'examen de qualification au grade d'adjudant-chef chef de pupitre est précédé d'un ou plusieurs modules de formation relatifs au leadership et au management identiques à ceux suivis par les sous-officiers de carrière des autres [1 filières de métiers]1, candidats à l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef, ou de stages dirigés.
L'épreuve générale porte sur la connaissance relative à l'histoire de l'instrument joué par l'intéressé, le répertoire pour orchestre d'harmonie et l'organisation d'une musique militaire.
Le programme de l'épreuve musicale peut varier selon le pupitre du sous-officier musicien concerné et porte sur les branches suivantes :
morceau au choix;
morceau imposé;
traits d'orchestre de répertoire pour orchestre d'harmonie.
Les modalités d'exécution de cet examen sont fixées dans un règlement arrêté par le ministre.
Afdeling 2. - De samenstelling van het bevorderingscomité tot de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder.
Section 2. - De la composition du comité d'avancement au grade d'adjudant-chef chef de pupitre.
Art. 16. [1 Voor de bevordering tot de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder wordt een bevorderingscomité ingericht voor elke lessenaar.]1 Dit comité is samengesteld uit vaste leden alsmede uit tijdelijke leden, of hun plaatsvervangers.
De procedure voor het onderzoek van de kandidaturen evenals de procedure die aan de benoeming in de graad van adjudant-chef lessenaaraanvoerder voorafgaat en de benoeming in die graad vinden plaats volgens dezelfde voorwaarden als die die voorzien zijn voor de adjudant-chefs van het beroepskader van de andere [2 vakrichtingen]2.
Art. 16. [1 Pour l'avancement au grade d'adjudant-chef chef de pupitre, un comité d'avancement est organisé pour chaque pupitre.]1. Ce comité comprend des membres permanents ainsi que des membres temporaires, ou leurs suppléants.
La procédure d'examen des candidatures ainsi que la procédure préalable à la nomination et la nomination au grade d'adjudant-chef chef de pupitre se déroulent dans les mêmes conditions que celles prévues pour les adjudants-chefs du cadre de carrière des autres [2 filières de métiers]2.
Art. 17. § 1. De DGHR of de door hem aangewezen overheid, is voorzitter van het bevorderingscomité.
Deze overheid moet tot de algemene directie human resources behoren en van het niveau opperofficier zijn. Indien deze overheid deel uitmaakt [1 van de dienst belast met de evaluatie en de bevordering van het militair personeel]1 mag zij evenwel van het niveau kolonel zijn.
§ 2. Behalve de voorzitter, worden drie hoofdofficieren aangewezen door de DGHR om zitting te hebben als vaste leden in het bevorderingscomité.
Twee adjudant-majoors onderkapelmeesters evenals twee adjudant-chefs lessenaaraanvoerders worden, overeenkomstig de bepalingen van artikel 18, als tijdelijke leden aangewezen.
§ 3. De DGHR wijst als secretaris van het comité een aan de algemene directie human resources verbonden militair aan.
De officier belast met het voordragen van de kandidaturen bij het comité wordt door de DGHR aangewezen.
De secretaris en de officier belast met het voordragen van de kandidaturen bij het comité hebben een adviserende stem.
§ 4. De hoofdonderofficieren muzikanten die lid zijn van het bevorderingscomité die niet het bewijs hebben geleverd van de kennis van de andere taal bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid, van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger, hebben slechts een adviserende stem voor wat betreft de kandidaten van dit taalstelsel.
Het bevorderingscomité houdt slechts op geldige wijze zitting wanneer alle vaste leden en alle tijdelijke leden aanwezig zijn, alsook de officier belast met het voordragen van de kandidaturen en de secretaris.
§ 5. Wanneer het onmogelijk is om adjudant-chefs lessenaaraanvoerders in voldoende aantal aan te duiden, wordt er beroep gedaan op adjudant-majoors onderkapelmeesters.
Wanneer het onmogelijk is om adjudant-majoors onderkapelmeesters in voldoende aantal aan te duiden, wordt er beroep gedaan op officieren kapelmeesters.
Wanneer het onmogelijk is om officieren kapelmeesters in voldoende aantal aan te duiden, wordt er beroep gedaan op officieren bekleed met de graad van kapitein of kapitein-commandant.
Art. 17. § 1er. Le DGHR ou l'autorité désignée par lui, préside le comité d'avancement.
Cette autorité doit appartenir à la direction générale human ressources et être du niveau officier général. Toutefois, si cette autorité fait partie [1 du service chargé de l'évaluation et de l'avancement du personnel militaire]1, elle peut être du niveau colonel.
§ 2. Outre le président, trois officiers supérieurs sont désignés par le DGHR et appelés à siéger comme membres permanents dans le comité.
Deux adjudants-majors sous-chef de musique ainsi que deux adjudants-chefs chef de pupitre sont désignés, conformément aux dispositions de l'article 18, comme membres temporaires.
§ 3. Le DGHR désigne comme secrétaire du comité, un militaire affecté à la direction générale human ressources.
L'officier chargé de présenter les candidatures au comité est désigné par le DGHR.
Le secrétaire et l'officier chargé de présenter les candidatures au comité ont voix consultative.
§ 4. Les sous-officiers supérieurs musiciens membres du comité d'avancement qui n'ont pas fourni la preuve de la connaissance de l'autre langue visée à l'article 8, § 1er, alinéa 3, de la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée, n'ont que voix consultative à l'égard des candidats de ce régime linguistique.
Le comité d'avancement ne siège valablement que si tous les membres permanents et tous les membres temporaires sont présents, ainsi que l'officier chargé de présenter les candidatures et le secrétaire.
§ 5. Lorsqu'il n'est pas possible de désigner des adjudants-chefs chefs de pupitre en nombre suffisant, il est fait appel à des adjudants-majors sous-chefs de musique.
Lorsqu'il n'est pas possible de désigner des adjudants-majors sous-chefs de musique en nombre suffisant, il est fait appel à des officiers chefs de musique.
Lorsqu'il n'est pas possible de désigner des officiers chefs de musique en nombre suffisant, il est fait appel à des officiers du grade de capitaine ou de capitaine-commandant.
Art. 18. De tijdelijke leden en hun plaatsvervangers worden bij loting aangewezen.
Deze loting wordt verricht volgens de regels en om een gelijkaardige samenstelling van het comité te bekomen als die die bepaald worden voor de loting van de leden en de samenstelling van het bevorderingscomité tot de graad van adjudant-chef van de beroepsonderofficieren van de andere [1 vakrichtingen]1.
Deze loting wordt verricht tussen alle hoofdonderofficieren muzikanten of, in voorkomend geval, tussen de officieren kapelmeesters of de officieren bekleed met de graad van kapitein of kapitein-commandant. Met uitzondering van de voorwaarde verbonden met het behoren tot een bepaalde macht, [1 vakrichting]1 en, in voorkomend geval specialiteit, zijn de voorwaarden waaraan de tijdelijke leden en hun vervangers moeten voldoen identiek met die waaraan de leden en hun vervangers voor het bevorderingscomité tot de graad van adjudant-chef van de beroepsonderofficieren van de andere [1 vakrichtingen]1 moeten voldoen.
Art. 18. Les membres temporaires et leurs suppléants sont désignés par tirage au sort.
Ce tirage au sort est effectué selon les règles et afin d'obtenir une composition du comité équivalente à celles fixées pour le tirage au sort des membres et la composition du comité d'avancement au grade d'adjudant-chef des sous-officiers de carrière des autres [1 filières de métiers]1.
Ce tirage au sort est effectué entre tous les sous-officiers supérieurs musiciens ou, le cas échéant, entre les officiers chefs de musique ou les officiers revêtus du grade de capitaine ou de capitaine-commandant. A l'exception de la condition liée à l'appartenance à une force, [1 une filière de métiers]1 et, le cas échéant une spécialité déterminée, les conditions auxquelles doivent répondre les membres temporaires et leurs suppléants sont identiques à celles imposées aux membres temporaires et leurs suppléants pour le comité d'avancement au grade d'adjudant-chef des sous-officiers de carrière des autres [1 filières de métiers]1.
Afdeling 3. - Het vergelijkend examen voor de bevordering tot de graad van adjudant-majoor onderkapelmeester.
Section 3. - Du concours d'accession au grade d'adjudant-major sous-chef de musique.
Art. 19. § 1. In de graad van adjudant-majoor onderkapelmeester wordt de onderofficier muzikant benoemd die batig gerangschikt is bij het vergelijkend examen voor de bevordering tot de graad van adjudant-majoor onderkapelmeester. Dit vergelijkend examen wordt ingericht wanneer een betrekking van onderkapelmeester vacant is.
Om eraan te mogen deelnemen moet de onderofficier muzikant geslaagd zijn in het examen voor [1 overgang naar]1 de graad van eerste sergeant-majoor muzikant, moet zijn wijze van dienen bevredigend geacht worden en moet hij geschikt geoordeeld worden om de functies van deze graad uit te oefenen.
De minister beoordeelt of betrokkene aan die voorwaarden voldoet na het advies van de hiërarchische meerderen te hebben ingewonnen. Elk ongunstig advies moet met reden worden omkleed en mag niet worden doorgestuurd vooraleer de onderofficier muzikant in de gelegenheid is gesteld zijn rechtvaardigingsgronden aan te voeren.
De onderofficier muzikant die bij drie opeenvolgende voorstellen het voorwerp uitmaakte van een ongunstig advies mag zich niet meer aanmelden voor het vergelijkend examen.
§ 2. Het vergelijkend examen bedoeld in § 1 bestaat uit een algemene proef en een muzikale proef.
De algemene proef van militaire aard heeft betrekking op de volgende onderwerpen :
het opmaken van een verslag over een dienstkwestie;
de bewegingen van een militaire muziekkapel.
De muzikale proef heeft betrekking op de hierna volgende vakken :
harmoniseren van bas en sopraan;
theorie en instrumentatie;
afwerking van een stuk uit het repertorium;
instrumentale proef.
De nadere uitvoeringsregels voor dit vergelijkend examen worden bepaald in een reglement vastgesteld door de minister.
§ 3. Vier tienden van het totaal van de punten van het vergelijkend examen worden toegekend voor de algemene proef waarvan elk onderwerp dezelfde belangrijkheidscoëfficiënt heeft. Zes tienden van de punten worden toegekend aan de muzikale proef waarvan elk vak dezelfde belangrijkheidscoëfficiënt heeft.
Om te kunnen worden gerangschikt moeten de betrokken onderofficieren muzikanten de helft van de punten behalen voor de algemene proef evenals de helft van de punten voor de muzikale proef van het vergelijkend examen.
§ 4. De onderofficier muzikant die zich batig rangschikt voor dit vergelijkend examen wordt tot de graad van adjudant-majoor onderkapelmeester benoemd op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van batig rangschikken.
Art. 19. § 1er. Est nommé au grade d'adjudant-major sous-chef de musique, le sous-officier musicien classé en ordre utile au concours d'accession au grade d'adjudant-major sous-chef de musique. Ce concours est organisé lorsqu'un emploi de sous-chef de musique est vacant.
Pour pouvoir y participer, le sous-officier musicien doit avoir réussi [1 l'épreuve]1 d'accession au grade de premier sergent-major musicien, sa manière de servir doit être jugée satisfaisante et il doit être jugé apte à l'exercice des fonctions de ce grade.
Le ministre apprécie si l'intéressé remplit ces conditions après avoir pris l'avis des chefs hiérarchiques. Tout avis défavorable doit être motivé et ne peut être transmis sans que le sous-officier musicien ait pu faire valoir ses justifications.
Le sous-officier musicien qui, à l'occasion de trois propositions successives a fait l'objet d'un avis défavorable ne peut plus se présenter au concours.
§ 2. Le concours visé au § 1er comporte une épreuve générale et une épreuve musicale.
L'épreuve générale porte sur les sujets suivants:
la rédaction d'un rapport relatif à une question de service;
les mouvements d'une musique militaire.
L'épreuve musicale porte sur les branches suivantes :
basse et soprano à harmoniser;
théorie et instrumentation;
mise au point d'une oeuvre du répertoire;
épreuve instrumentale.
Les modalités d'exécution de ce concours sont fixées dans un règlement arrêté par le ministre.
§ 3. Quatre dixièmes du total des points du concours sont attribués à l'épreuve générale dont chacun des sujets à un coefficient d'importance identique. Six dixièmes du total des points sont attribués à l'épreuve musicale dont chacune des branches à un coefficient d'importance identique.
Pour pouvoir prendre part au classement, les sous-officiers musiciens concernés doivent obtenir la moitié des points pour l'épreuve générale ainsi que la moitié des points pour l'épreuve musicale du concours.
§ 4. Le sous-officier musicien classé en ordre utile pour ce concours est nommé au grade d'adjudant-major sous-chef de musique le premier jour du mois qui suit la date de classement en ordre utile.
Art. 20. § 1. Een examencommissie wordt ingericht voor de algemene proef van het vergelijkend examen bedoeld in artikel 19, § 1. De commissie is samengesteld uit een voorzitter en een of twee leden aangewezen door de DGHR.
De voorzitter is een hoofdofficier die de grondige kennis bezit van het Nederlands en het Frans.
De andere leden zijn :
een officier kapelmeester van een muziekkapel waarin een betrekking van adjudant-majoor onderkapelmeester vacant is;
bovendien, wanneer het lid bedoeld in 1° niet de grondige kennis bezit van het Nederlands en het Frans, een officier kapelmeester of adjudant-majoor onderkapelmeester behorende tot het andere taalstelsel dan dat van het lid bedoeld in 1°.
Mogen enkel punten geven voor de algemene proef van het vergelijkend examen bedoeld in artikel 19, § 1, de leden van de examencommissie die de grondige kennis bezitten van het Nederlands en het Frans evenals deze van hetzelfde taalstelsel als de onderofficier muzikant.
§ 2. De examencommissie van de muzikale proef van het vergelijkend examen voor de bevordering tot de graad van adjudant-majoor onderkapelmeester bestaat uit de leden bedoeld in § 1, waarbij twee leden die niet tot het departement van Landsverdediging behoren, professors aan een koninklijk of gelijkgesteld conservatorium worden bijgevoegd.
Met uitzondering van de voorzitter, geven alle leden van de examencommissie punten voor de vakken van de muzikale proef van dit vergelijkend examen.
§ 3. Het cijfer behaald door een onderofficier muzikant voor een onderwerp van de algemene proef of voor een vak van de muzikale proef is het rekenkundig gemiddelde van de punten die aan deze laatste werden gegeven door de leden van de examencommissie.
§ 4. Wanneer een onderofficier muzikant omwille van [1 gezondheidsredenen, zwangerschap, ernstige of uitzonderlijke]1 redenen niet in staat is een of meerdere proeven van het vergelijkend examen voor bevordering tot de graad van adjudant-majoor onderkapelmeester af te leggen, kan de examencommissie van deze proef betrokkene toelaten die of deze proeven op een latere tijdstip af te leggen. Indien deze examencommissie oordeelt dat de afwezigheid van de onderofficier muzikant ongerechtvaardigd is, kan zij betrokken onderofficier gelijkstellen met de onderofficier muzikant die mislukt is.
Art. 20. § 1er. Un jury est institué pour l'épreuve générale du concours visé à l'article 19, § 1er. Il se compose d'un président et de un ou deux autres membres désignés par le DGHR.
Le président est un officier supérieur possédant la connaissance approfondie du français et du néerlandais.
Les autres membres sont :
un officier chef de musique d'une musique dans laquelle un emploi d'adjudant-major sous-chef de musique est vacant;
en outre, lorsque le membre visé au 1° ne possède pas la connaissance approfondie du français et du néerlandais, un officier chef de musique ou adjudant-major sous-chef de musique de l'autre régime linguistique que celui du membre visé au 1°.
Seuls peuvent attribuer des points pour l'épreuve générale du concours visé à l'article 19, § 1er, les membres du jury possédant la connaissance approfondie du français et du néerlandais de même que ceux du même régime linguistique que le sous-officier musicien.
§ 2. Le jury de l'épreuve musicale du concours d'accession au grade d'adjudant-major sous-chef de musique est constitué des membres visés au § 1er, auxquels s'ajoutent deux membres extérieurs au département de la Défense, professeurs de conservatoire royal ou assimilé.
A l'exception du président, tous les membres du jury attribuent des points pour les branches de l'épreuve musicale de ce concours.
§ 3. La cote obtenue par un sous-officier musicien pour un sujet de l'épreuve générale ou pour une branche de l'épreuve musicale est la moyenne arithmétique des points attribués à ce dernier par les membres du jury.
§ 4. Lorsqu'un sous-officier musicien n'est pas à même, [1 pour des raisons de santé, de grossesse ou pour des raisons graves ou exceptionnelles]1, de présenter une ou plusieurs épreuves du concours d'accession au grade d'adjudant-major sous-chef de musique, le jury de l'épreuve peut autoriser l'intéressé à présenter cette ou ces épreuves à une date ultérieure. Si ce jury juge l'absence du sous-officier musicien injustifiée, il peut assimiler le sous-officier concerné au sous-officier musicien ayant échoué.
Afdeling 4. - De vergelijkende examens voor het bekleden van de functies van eerste of tweede solist.
Section 4. - Des concours d'accession aux fonctions de premier ou de deuxième soliste.
Art. 21. § 1. De functie van eerste of tweede solist wordt uitgeoefend voor een hernieuwbaar mandaat van vijf jaar. De vergelijkende toelatingsexamens voor de functies van eerste of tweede solist worden om de vijf jaar ingericht of, in voorkomend geval, van zodra een betrekking van eerste of tweede solist vacant is. Elke muziekkapel mag maximaal dertien functies van eerste solist en (eenentwintig) functies van tweede solist tellen. De proeven van deze vergelijkende examens zijn van verschillend niveau naargelang zij betrekking hebben op de functie van eerste of tweede solist. <KB 2006-08-22/48, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 25-09-2006>
Deze vergelijkende examens zijn toegankelijk voor de houders van een functie van solist waarvan het mandaat van vijf jaar vervalt, alsook voor de muzikanten die een instrument bespelen met dezelfde karakteristieken als die van het instrument van de te bekleden functie van solist.
Deze vergelijkende examens zijn niet toegankelijk voor de kandidaat muzikanten.
§ 2. Voor het Orkest van de Koninklijke Muziekkapel van de Gidsen wordt het eerste vergelijkend examen voor het bekleden van de functies van eerste of tweede solist ingericht in januari 2010 of, voor deze datum, van zodra een functie van solist vacant is. Tot deze datum wordt de adjudant muzikant, die op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze bepaling, de weddenschaal geniet van onderkapelmeester, tweede of eerste solist beschouwd als onderofficier muzikant die respectievelijk een functie van tweede of eerste solist uitoefent.
Art. 21. § 1er. La fonction de premier ou de deuxième soliste est exercée pour un mandat renouvelable de cinq ans. Les concours d'accession aux fonctions de premier ou de deuxième soliste sont organisés tous les cinq ans ou, le cas échéant, dès qu'un emploi de premier ou de deuxième soliste est vacant. Chaque musique peut compter au maximum treize fonctions de premier soliste et (vingt-et-une) fonctions de deuxième soliste. Les épreuves de ces concours sont d'un niveau différent selon qu'elles concernent les fonctions de premier ou de deuxième soliste. <AR 2006-08-22/48, art. 1, 002; En vigueur : 25-09-2006>
Ces concours sont accessibles aux titulaires d'une fonction de soliste dont le mandat de cinq ans est à échéance ainsi qu'aux musiciens jouant d'un instrument de mêmes caractéristiques que celui de l'instrument de la fonction de soliste à pourvoir.
Ces concours ne sont pas accessibles aux candidats musiciens.
§ 2. Pour l'Orchestre de la Musique Royale des Guides, le premier concours d'accession aux fonctions de premier ou de deuxième soliste est organisé en janvier 2010 ou, avant cette date, dès qu'un emploi de soliste est vacant. Jusqu'à cette date, l'adjudant musicien qui, le jour avant la date d'entrée en vigueur de la présente disposition, bénéficie de l'échelle de traitement de sous-chef de musique, deuxième ou premier soliste est considéré comme sous-officier musicien exerçant respectivement une fonction de deuxième ou de premier soliste.
Art. 22. De vergelijkende examens voor het bekleden van de functies van eerste of tweede solist bestaan uit een algemene proef en een muzikale proef.
De algemene proef heeft betrekking op de kennis van de geschiedenis en de literatuur van het door betrokkene bespeeld instrument.
Het programma van de muzikale proef kan veranderen naar gelang het te bekleden ambt van solist en heeft betrekking op navolgende vakken :
aanleg voor het harmonieorkest : uitvoering van door de examencommissie bepaalde werken (soli) die behoren tot het repertorium voor harmonieorkest;
muziekstuk naar keuze;
lezing op zicht.
De nadere uitvoeringsregels voor deze vergelijkende examens worden bepaald in een reglement vastgesteld door de minister.
Om te kunnen worden gerangschikt moeten de onderofficieren muzikanten op het totaal van het vergelijkend examen voor het bekleden van de functies van eerste of tweede solist ten minste zeven tienden van de punten behaald hebben.
De functie van eerste of tweede solist wordt verleend aan de onderofficier muzikant die zich batig rangschikt voor dit vergelijkend examen op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van batig rangschikken.
Art. 22. Les concours d'accession aux fonctions de premier ou de deuxième soliste sont constitués d'une épreuve générale et d'une épreuve musicale.
L'épreuve générale porte sur la connaissance de l'histoire et de la littérature relatives à l'instrument joué par l'intéressé.
Le programme de l'épreuve musicale peut varier selon l'emploi de soliste à pourvoir et porte sur les branches suivantes :
aptitude à l'orchestre d'harmonie : exécution d'oeuvres (soli) déterminés par le jury et relevant du répertoire pour orchestre d'harmonie;
morceau au choix;
lecture à vue.
Les modalités d'exécution de ces concours sont fixées dans un règlement arrêté par le ministre.
Pour pouvoir prendre part au classement, les sous-officiers musiciens doivent obtenir au moins les sept dixièmes des points sur le total du concours d'accession aux fonctions de premier ou de deuxième soliste.
La fonction de premier ou de deuxième soliste est octroyée au sous-officier musicien classé en ordre utile pour ce concours le premier jour du mois qui suit la date de classement en ordre utile.
Art. 23. § 1. Een examencommissie wordt ingericht voor de algemene proef van het vergelijkend examen voor het bekleden van de functies van eerste of tweede solist. De commissie is samengesteld uit een voorzitter en drie of vier andere leden aangewezen door de DGHR.
De voorzitter is een hoofdofficier die de grondige kennis bezit van het Nederlands en het Frans.
De andere leden zijn :
een officier kapelmeester van een muziekkapel waarin een of meerdere betrekkingen van solist vacant zijn;
bovendien, wanneer het lid bedoeld in 1° niet de grondige kennis bezit van het Nederlands en het Frans, een officier kapelmeester of een eerste solist behorende tot het andere taalstelsel dan dat van het lid bedoeld in 1°;
twee eerste solisten behorende tot een verschillend taalstelsel;
Mogen enkel punten geven voor de algemene proef van het vergelijkend examen bedoeld in artikel 22, de leden van de examencommissie die de grondige kennis bezitten van het Nederlands en het Frans evenals deze van hetzelfde taalstelsel als de onderofficier muzikant.
§ 2. De examencommissie van de muzikale proef van het vergelijkend examen voor het bekleden van de functies van eerste of tweede solist bestaat uit de leden bedoeld in § 1, waarbij twee leden die niet tot het departement van Landsverdediging behoren, professors aan een koninklijk of gelijkgesteld conservatorium worden bijgevoegd.
Met uitzondering van de voorzitter, geven alle leden van de examencommissie punten voor de vakken van de muzikale proef van dit vergelijkend examen.
§ 3. Het cijfer behaald door een onderofficier muzikant voor de algemene proef of voor een vak van de muzikale proef is het rekenkundig gemiddelde van de punten die aan deze laatste werden gegeven door de leden van de examencommissie.
§ 4. Wanneer een onderofficier muzikant omwille van [1 gezondheidsredenen, zwangerschap, ernstige of uitzonderlijke]1 redenen niet in staat is het vergelijkend examen voor het bekleden van de functies van eerste of tweede solist af te leggen kan de [1 examencommissie]1 betrokkene toelaten het vergelijkend examen op een latere tijdstip af te leggen. Indien de examencommissie oordeelt dat de afwezigheid van de onderofficier muzikant ongerechtvaardigd is, kan zij de betrokken onderofficier gelijkstellen met de onderofficier muzikant die mislukt is.
Art. 23. § 1er. Un jury est institué pour l'épreuve générale du concours d'accession aux fonctions de premier ou de deuxième soliste. Il se compose d'un président et de trois ou quatre autres membres désignés par le DGHR.
Le président est un officier supérieur possédant la connaissance approfondie du français et du néerlandais.
Les autres membres sont :
un officier chef de musique d'une musique dans laquelle un ou plusieurs emplois de soliste sont vacants;
en outre, lorsque le membre visé au 1° ne possède pas la connaissance approfondie du français et du néerlandais, un officier chef de musique ou un premier soliste de l'autre régime linguistique que celui du membre visé au 1°;
deux premiers solistes de régime linguistique différent;
Seuls peuvent attribuer des points pour l'épreuve générale du concours visé à l'article 22, les membres du jury possédant la connaissance approfondie du français et du néerlandais de même que ceux du même régime linguistique que le sous-officier musicien.
§ 2. Le jury de l'épreuve musicale du concours d'accession aux fonctions de premier ou de deuxième soliste est constitué des membres visés au § 1er, auxquels s'ajoutent deux membres extérieurs au département de la Défense, professeurs de conservatoire royal ou assimilé.
A l'exception du président, tous les membres du jury attribuent des points pour les branches de l'épreuve musicale de ce concours.
§ 3. La cote obtenue par un sous-officier musicien pour l'épreuve générale ou pour une branche de l'épreuve musicale est la moyenne arithmétique des points attribués à ce dernier par les membres du jury.
§ 4. Lorsqu'un sous-officier musicien n'est pas à même, [1 pour des raisons de santé, de grossesse ou pour des raisons graves ou exceptionnelles]1, de présenter le concours d'accession aux fonctions de premier ou de deuxième soliste, le jury peut autoriser l'intéressé à présenter ce concours à une date ultérieure. Si le jury juge l'absence du sous-officier musicien injustifiée, il peut assimiler le sous-officier concerné au sous-officier musicien ayant échoué.
HOOFDSTUK IV. - Geldelijke bepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions pécuniaires.
Art. 24. De militaire muzikant beroepsonderofficier die, binnen de drie maanden volgend op de datum van het in werking treden van dit besluit, geslaagd is voor het examen voor de overgang naar niveau B bedoeld in artikel 56 van de wet of die ervan vrijgesteld is, wordt, vanaf de eerste dag van de vierde maand volgend op de datum van het in werking treden van dit besluit, bezoldigd volgens de weddenschaal bepaald in tabel 10 van de bijlage A bij het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier. Degene die na de voornoemde termijn van drie maanden, slaagt voor het examen bedoeld in artikel 56 van de wet, wordt bezoldigd volgens dezelfde weddenschaal vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van het slagen in zijn examen.
Art. 24. Le musicien militaire sous-officier de carrière qui, endéans les trois mois suivant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, a réussi l'examen visé à l'article 56 de la loi ou qui en est exempté, est rémunéré, à partir du premier jour du quatrième mois suivant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, selon l'échelle de traitement reprise au tableau 10 de l'annexe A à l'arrêté royal du 18 mars 2003 relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier. Celui qui réussit l'examen visé à l'article 56 de la loi après le délai de trois mois susmentionné, est rémunéré selon cette même échelle de traitement à partir du premier jour du mois qui suit la date de réussite de son examen.
Art. 25. De militaire muzikant beroepsonderofficier die in het examen voor overgang niet geslaagd is of die het examen niet mag afleggen, wordt bezoldigd volgens de weddenschaal bepaald in tabel 7 van de bijlage A bij het voornoemde koninklijk besluit van 18 maart 2003.
De militaire muzikant beroepsonderofficier die in het examen voor overgang niet geslaagd is en die, vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, bezoldigd was volgens de weddenschaal bepaald in tabel 9 van de bijlage A bij het voornoemde koninklijk besluit van 18 maart 2003, behoudt evenwel die weddenschaal.
Art. 25. Le musicien militaire sous-officier de carrière qui n'a pas réussi l'examen pour le passage ou qui ne peut pas présenter cet examen est rémunéré selon l'échelle de traitement reprise au tableau 7 de l'annexe A à l'arrêté royal du 18 mars 2003 précité.
Toutefois, le musicien militaire sous-officier de carrière qui n'a pas réussi l'examen pour le passage et qui, avant la date de mise en vigueur du présent arrêté, était rémunéré selon l'échelle de traitement reprise au tableau 9 de l'annexe A à l'arrêté royal du 18 mars 2003 précité, conserve cette échelle de traitement.
Art. 26. De wedde toegekend aan een militaire muzikant beroepsonderofficier die tot het niveau B toetreedt, mag op geen enkel ogenblik lager zijn dan die welke hij genoot in de verlaten baremische categorie.
Art. 26. Le traitement alloué a un musicien militaire sous-officier de carrière qui accède au niveau B ne peut être, à aucun moment, inférieur à celui dont il bénéficiait dans la catégorie barémique délaissée.
Art. 27. § 1. Het jaarlijks bedrag van de toelage van solist wordt vastgesteld op 1.000 EUR voor de eerste solist en op 500 EUR voor de tweede solist. Deze bedragen worden gekoppeld aan de mobiliteitsregeling toepasselijk op de wedden van het personeel der ministeries. Zij zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.
§ 2. De toelage van eerste of tweede solist is verschuldigd aan de onderofficier muzikant die de functie van eerste of tweede solist uitoefent. Zij is verschuldigd vanaf de datum waarop betrokkene in functie wordt gesteld tot het ogenblik dat een nieuwe solist in die functie wordt gesteld.
§ 3. De toelage bedoeld in § 1 wordt maandelijks betaald, samen met de wedde van de maand waarop ze betrekking heeft, ten bedrage van één twaalfde van het jaarbedrag.
Zij wordt verminderd in dezelfde mate als de wedde van de maand waarop zij betrekking heeft.
Wanneer de maandwedde waarop ze betrekking heeft, niet volledig verschuldigd is, wordt zij in dertigsten verdeeld.
§ 4. De toelage bedoeld in § 1 wordt niet toegekend aan de adjudant muzikant eerste solist of aan de adjudant muzikant tweede solist die bezoldigd worden volgens de weddenschaal bepaald in tabel 9 van de bijlage A bij het voornoemde koninklijk besluit van 18 maart 2003.
§ 5. Bij overgangsmaatregel, behoudt de adjudant muzikant eerste of tweede solist die bezoldigd wordt volgens de weddenschaal bepaald in tabel 9 van de bijlage A bij het voornoemde koninklijk besluit van 18 maart 2003 en die zich niet batig rangschikt voor het vergelijkend examen bedoeld in artikel 21, § 2, zijn wedde.
Art. 27. § 1er. Le montant annuel de l'allocation de soliste est fixé à 1.000 EUR pour le premier soliste et à 500 EUR pour le deuxième soliste. Ces montants sont liés au régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des ministères. Ils sont liés à l'indice-pivot 138,01.
§ 2. L'allocation est due au sous-officier musicien exerçant la fonction de premier ou deuxième soliste. Elle est due à partir de la date de mise en fonction de l'intéressé jusqu'à la date de mise en fonction dans cette fonction, d'un nouveau soliste.
§ 3. L'allocation visée au § 1er est payée mensuellement, à concurrence d'un douzième du montant annuel, en même temps que le traitement du mois auquel elle se rapporte.
Elle est réduite dans la même mesure que le traitement du mois auquel elle se rapporte.
Lorsque le traitement du mois auquel elle se rapporte n'est pas dû entièrement, elle est fractionnée en trentièmes.
§ 4. L'allocation visée au § 1er n'est pas octroyée à l'adjudant musicien premier soliste ou à l'adjudant musicien deuxième soliste qui est rémunéré selon l'échelle de traitement reprise au tableau 9 de l'annexe A à l'arrêté royal du 18 mars 2003 précité.
§ 5. Par mesure transitoire, l'adjudant musicien premier ou deuxième soliste qui est rémunéré selon l'échelle de traitement reprise au tableau 9 de l'annexe A à l'arrêté royal du 18 mars 2003 précité et qui ne se classe pas en ordre utile au concours visé à l'article 21, § 2, conserve son traitement.
Art. 28. § 1. De leden die niet tot het departement van Landsverdediging behoren en die in de examencommissie zetelen bedoeld in de artikelen 20 en 23 van dit besluit en in artikel 38, § 3, van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen hebben recht op een vacatietoelage vastgelegd op 50 EUR per uur van prestatie. Elk uurgedeelte gelijk aan of van meer dan dertig minuten wordt voor een volledig uur geteld.
Het bedrag van die toelage is gekoppeld aan de mobiliteitsregeling toepasselijk op de wedden van het personeel der ministeries. Zij is gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.
§ 2. Wanneer het lid bedoeld in § 1 zich voor het uitoefenen van zijn functie moet verplaatsen, heeft hij recht op de terugbetaling van de reis en verblijfkosten onder de voorwaarden en tegen de bedragen vastgesteld voor de ambtenaren van de klassen A1 tot A3.
Wanneer hij zijn eigen wagen gebruikt, ontvangt hij een vergoeding gelijk aan het bedrag dat de Staat voor het gebruik van een gemeenschappelijk vervoermiddel zou hebben uitgekeerd.
De aan het gebruik van zijn eigen wagen verbonden risico's worden door de Staat niet gedekt.
Art. 28. § 1er. Les membres extérieurs au département de la Défense siégeant dans les jurys visés aux articles 20 et 23 du présent arrêté et à l'article 38, § 3, de l'arrêté royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires ont droit à une allocation de vacation fixée à 50 EUR par heure de prestation. Toute fraction d'heure égale ou supérieure à trente minutes est comptée pour une heure entière.
Le montant de cette allocation est lié au régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des ministères. Il est lié à l'indice-pivot 138,01.
§ 2. Lorsque le membre visé au § 1er est astreint à se déplacer dans l'exercice de sa fonction, il a droit au remboursement des frais de parcours et de séjour dans les conditions et suivant les taux établis pour les fonctionnaires des classes A1 à A3.
Lorsqu'il utilise sa voiture personnelle, il bénéficie d'une indemnité égale au montant qui aurait été déboursé par l'Etat en cas d'utilisation des moyens de transport en commun.
L'Etat n'assume pas la couverture des risques résultant de l'utilisation de la voiture personnelle.
HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions transitoires.
Afdeling 1. - De overgang van de militaire muzikanten beroepsvrijwilligers naar het kader van de onderofficieren muzikant en de overgang naar niveau B van de militaire muzikanten beroepsonderofficieren.
Section 1re. - Du passage des musiciens militaires volontaires de carrière vers le cadre des sous-officiers musiciens et du passage au niveau B des musiciens militaires sous-officiers de carrière.
Art. 29. § 1. De overgangsproef voor de militaire muzikanten beroepsvrijwilligers bedoeld in artikel 54 van de wet, hierna genoemd "overgangsproef" en het examen voor overgang naar niveau B voor de militaire muzikanten beroepsonderofficieren bedoeld in artikel 56 van de wet hierna genoemd "examen voor overgang" bestaan uit een muzikale proef waarvan het programma kan veranderen naargelang het bespeelde instrument van de betrokken militaire muzikant.
§ 2. Om te slagen, moeten betrokkene de helft van de punten behalen op het totaal van de overgangsproef of van het examen voor overgang.
§ 3. Elke militaire muzikant beroepsvrijwilliger of militaire muzikant beroepsonderofficier mag tweemaal deelnemen aan de overgangsproef of aan het examen voor overgang.
Elke deelname omvat een eerste beurt, evenals een herkansing voor de militaire muzikant die deelgenomen heeft maar die niet geslaagd is bij de eerste beurt.
§ 4. De overgangsproef heeft betrekking op navolgende vakken :
muziektheorie;
lezing op zicht;
opgelegd muziekstuk;
kennis van de militaire marsen.
§ 5. Het examen voor overgang heeft betrekking op navolgende vakken :
lezing op zicht;
muziekstuk naar keuze;
opgelegd muziekstuk;
loopjes uit het repertorium voor harmonieorkest.
Art. 29. § 1er. L'épreuve de passage pour les musiciens militaires volontaires de carrière visée à l'article 54 de la loi, ci-après dénommée "épreuve de passage", et l'examen pour le passage au niveau B des musiciens militaires sous-officiers de carrière visé à l'article 56 de la loi, ci-après dénommé "l'examen pour le passage" comprennent une épreuve musicale dont le programme peut varier selon l'instrument du musicien militaire concerné.
§ 2. Pour réussir, les intéressés doivent obtenir la moitié des points sur le total de l'épreuve de passage ou de l'examen pour le passage.
§ 3. Chaque musicien militaire volontaire de carrière ou musicien militaire sous-officier de carrière peut participer deux fois à l'épreuve de passage ou à l'examen pour le passage.
Chaque participation comprend un premier essai, ainsi qu'un repêchage pour le musicien militaire qui a participé mais qui n'a pas réussi au premier essai.
§ 4. L'épreuve de passage porte sur les branches suivantes :
théorie musicale;
lecture à vue;
morceau imposé;
connaissance des marches militaires.
§ 5. L'examen pour le passage porte sur les branches suivantes :
lecture à vue;
morceau au choix;
morceau imposé;
traits de répertoire pour orchestre d'harmonie.
Art. 30. Een examencommissie wordt ingericht voor de overgangsproef en voor het examen voor overgang. De samenstelling van deze examencommissie evenals de nadere regels van toekenning van de punten zijn die bepaald in artikel 12. Bovendien, dienen de onderofficieren muzikanten leden van deze examencommissie vrijgesteld te zijn van het examen voor overgang.
Wanneer een militaire muzikant omwille van gezondheidsredenen, zwangerschap of andere ernstige redenen niet in staat is een eerste beurt of een herkansing af te leggen kan de examencommissie betrokkene toelaten zijn eerste beurt of zijn herkansing op een later tijdstip af te leggen. Indien de examencommissie oordeelt dat de afwezigheid van de militaire muzikant ongerechtvaardigd is, kan zij betrokken muzikant gelijkstellen met de militaire muzikant die mislukt is voor die eerste beurt of die herkansing.
Art. 30. Un jury est institué pour l'épreuve de passage et l'examen pour le passage. La composition de ce jury ainsi que les modalités d'attribution des points sont celles fixées à l'article 12. En outre, les sous-officiers musiciens membres de ce jury doivent être dispensés de l'examen pour le passage.
Lorsqu'un musicien militaire n'est pas à même, à la suite de raisons de santé, de grossesse ou d'autres raisons graves, de présenter un premier essai ou un repêchage, le jury peut autoriser l'intéressé à présenter ce premier essai ou ce repêchage à une date ultérieure. Si le jury juge l'absence du musicien militaire injustifiée, il peut assimiler le musicien concerné au musicien militaire ayant échoué pour ce premier essai ou ce repêchage.
Afdeling 2. - Andere overgangsbepaling.
Section 2. - Autre disposition transitoire.
Art. 31. Enkel de examens afgelegd voor het instrument waarvan de militaire muzikant houder was op de datum waarop deze examens werden afgelegd, zullen in acht genomen worden voor de toepassing van artikel 59, tweede lid, van de wet.
Art. 31. Seules seront prises en compte, pour l'application de l'article 59, alinéa 2, de la loi, les épreuves présentées pour l'instrument dont le musicien militaire était titulaire à la date de présentation de ces épreuves.
HOOFDSTUK VI. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions modificatives et abrogatoires.
Art. 32. In artikel 21 van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren, wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 32. A l'article 21 de l'arrêté royal du 7 avril 1959 relatif à la position et à l'avancement des officiers de carrière, l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 33. In artikel 65, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 juni 1991, vervalt het woord ", kapelmeester".
Art. 33. A l'article 65, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 25 juin 1991, les mots "chef de musique" sont supprimés.
Art. 34. Hoofdstuk X van het koninklijk besluit van 25 oktober 1963 betreffende het statuut van de onderofficieren van het actief kader van de krijgsmacht, wordt opgeheven bevattend :
de artikelen 80, 82, 86 tot 88;
de artikelen 81 en 83, vervangen bij het koninklijk besluit van 13 november 1969;
artikel 81bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 1973;
artikel 83bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 augustus 1968;
artikel 84, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 augustus 1968, 13 november 1969 en 14 juni 1973;
artikel 84bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 november 1969 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 juni 1973;
artikel 85, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 juni 1973;
artikel 88bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 mei 1975 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2004.
Art. 34. Le chapitre X de l'arrêté royal du 25 octobre 1963 relatif au statut des sous-officiers du cadre actif des forces armées, est abrogé comprenant :
les articles 80, 82, 86 à 88;
les articles 81 et 83, remplacés par l'arrêté royal du 13 novembre 1969;
l'article 81bis, inséré par l'arrêté royal du 14 juin 1973;
l'article 83bis, inséré par l'arrêté royal du 23 août 1968;
l'article 84, modifié par les arrêtés royaux du 23 août 1968, 13 novembre 1969 et 14 juin 1973;
l'article 84bis, inséré par l'arrêté royal du 13 novembre 1969 et modifié par l'arrêté royal du 14 juin 1973;
l'article 85, modifié par l'arrêté royal du 14 juin 1973;
l'article 88bis, inséré par l'arrêté royal du 27 mai 1975 et modifie par l'arrêté royal du 23 septembre 2004.
Art. 35. Afdeling V van hoofdstuk I van het ministerieel besluit van 14 november 1963 betreffende het statuut van de onderofficieren van het actief kader van de krijgsmacht, wordt opgeheven bevattend :
artikel 26, gewijzigd door de ministeriële besluiten van 13 november 1969 en 18 juni 1973;
artikel 27;
artikel 28, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 13 november 1969;
artikel 28bis, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 26 augustus 1968 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 15 juni 1970;
artikel 28ter, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 26 augustus 1968 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 18 juni 1973;
artikel 29, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 18 juni 1973.
Art. 35. La section V du chapitre Ier de l'arrêté ministériel du 14 novembre 1963 relatif au statut des sous-officiers du cadre actif des forces armées, est abrogée comprenant :
l'article 26, modifié par les arrêtés ministériels du 13 novembre 1969 et 18 juin 1973;
l'article 27;
l'article 28, modifié par l'arrêté ministériel du 13 novembre 1969;
l'article 28bis, inséré par l'arrêté ministériel du 26 août 1968 et modifié par l'arrêté ministériel du 15 juin 1970;
l'article 28ter, inséré par l'arrêté ministériel du 26 août 1968 et modifié par l'arrêté ministériel du 18 juin 1973;
l'article 29, modifié par l'arrêté ministériel du 18 juin 1973.
Art. 36. Artikel 47 van het koninklijk besluit van 11 juni 1974 betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de krijgsmacht, wordt opgeheven.
Art. 36. L'article 47 de l'arrêté royal du 11 juin 1974 relatif au statut des volontaires du cadre actif des forces armées, est abrogé.
Art. 37. Het koninklijk besluit van 27 september 1979 betreffende de werving en de opleiding van de beroepsofficieren-kapelmeesters, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 september 1984, 13 juni 2001 en 11 september 2003, wordt opgeheven.
Art. 37. L'arrêté royal du 27 septembre 1979 relatif au recrutement et la formation des officiers de carrière, chefs de musique, modifié par les arrêtés royaux du 19 septembre 1984, 13 juin 2001et 11 septembre 2003, est abrogé.
Art. 38. Artikel 32, § 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, wordt vervangen als volgt :
" De vormingstoelage is niet meer verschuldigd aan betrokken onderofficier vanaf de eerste dag van het trimester die volgt op de dag van zijn eerste bezoldiging overeenkomstig andere tabellen dan de tabellen 7 of 8 van de bijlage A bij dit besluit. ".
Art. 38. L'article 32, § 4, alinéa 3, de l'arrêté royal du 18 mars 2003 relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, est remplacé par l'alinéa suivant :
"L'allocation de formation cesse d'être due au sous-officier concerné à partir du premier jour du trimestre qui suit le jour de sa première rémunération conformément à des tableaux autres que les tableaux 7 ou 8 de l'annexe A au présent arrêté."
Art. 39. In bijlage A bij hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
tabel 9 wordt vervangen door tabel 9 gevoegd bij dit besluit;
het opschrift van tabel 10 wordt aangevuld als volgt : "en onderofficieren muzikanten aangeworven na 1 januari 2004 of die vrijgesteld van of geslaagd zijn in het examen voor de overgang naar niveau B bedoeld in artikel 56 van de wet van 27 maart 2003 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de militaire muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging."
Art. 39. A l'annexe A du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
le tableau 9 est remplacé par le tableau 9 annexé au présent arrêté;
l'intitulé du tableau 10 est complété comme suit : " et sous-officiers musiciens recrutés après le 1er janvier 2004 ou ayant été dispensés de ou ayant réussi l'examen pour le passage au niveau B visé à l'article 56 de la loi du 27 mars 2003 relative au recrutement des militaires et au statut des musiciens militaires et modifiant diverses lois applicables au personnel de la Défense."
Art. 40. De artikelen 21 tot 37, 39 tot 54, 56 tot 58, 59, tweede tot vierde lid, 60 tot 62, 74, 88, 95, 96, 104 en 138 van de wet van 27 maart 2003 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de militaire muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging, treden in werking.
Art. 40. Les articles 21 à 37, 39 à 54, 56 à 58, 59, alinéas 2 à 4, 60 à 62, 74, 88, 95, 96, 104 et 138 de la loi du 27 mars 2003 relative au recrutement des militaires et au statut des musiciens militaires et modifiant diverses lois applicables au personnel de la Défense, entrent en vigueur.
Art. 41. De artikelen 55 en 59, eerste lid, van de wet van 27 maart 2003 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de militaire muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging, hebben uitwerking met ingang van 17 april 2001.
Art. 41. Les articles 55 et 59, alinéa 1er, de la loi du 27 mars 2003 relative au recrutement des militaires et au statut des musiciens militaires et modifiant diverses lois applicables au personnel de la Défense, produisent leurs effets le 17 avril 2001.
Art. 42. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 42. Notre Ministre de la Défense est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. TABEL 9. Muzikanten van het Orkest van de Koninklijke Muziekkapel van de Gidsen die mislukt zijn in het examen voor de overgang naar niveau B bedoeld in artikel 56 van de wet van 27 maart 2003 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de militaire muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging.
Art. N. TABLEAU 9. Musiciens de l'Orchestre de la Musique Royale des Guides qui ont échoué à l'examen pour le passage au niveau B visé à l'article 56 de la loi du 27 mars 2003 relative au recrutement des militaires et au statut des musiciens militaires et modifiant diverses lois applicables au personnel de la Défense.
Minimum-Maximum-Tussentijdse
weddeweddeverhogingen
---
1ste sergeant-majoor17.160,0023.790,001/2 x 750,00
muzikant 6/2 x 600,00
4/2 x 570,00
Adjudant muzikant18.280,0024.730,001/2 x 750,00
6/2 x 570,00
3/2 x 500,00
2/2 x 390,00
Adjudant muzikant19.350,0027.320,001/2 x 750,00
2de solist 6/2 x 570,00
4/2 x 500,00
3/2 x 600,00
Adjudant muzikant20.750,0029.620,001/2 x 750,00
1ste solist 6/2 x 570,00
3/2 x 500,00
4/2 x 800,00
Adjudant-chef21.400,0030.270,001/2 x 750,00
lessenaaraanvoerder 6/2 x 570,00
3/2 x 500,00
4/2 x 800,00
Adjudant-majoor22.550,0031.420,001/2 x 750,00
onderkapelmeester 6/2 x 570,00
3/2 x 500,00
4/2 x 800,00
Minimum-Maximum-Tussentijdseweddeweddeverhogingen---1ste sergeant-majoor17.160,0023.790,001/2 x 750,00muzikant6/2 x 600,004/2 x 570,00Adjudant muzikant18.280,0024.730,001/2 x 750,006/2 x 570,003/2 x 500,002/2 x 390,00Adjudant muzikant19.350,0027.320,001/2 x 750,002de solist6/2 x 570,004/2 x 500,003/2 x 600,00Adjudant muzikant20.750,0029.620,001/2 x 750,001ste solist6/2 x 570,003/2 x 500,004/2 x 800,00Adjudant-chef21.400,0030.270,001/2 x 750,00lessenaaraanvoerder6/2 x 570,003/2 x 500,004/2 x 800,00Adjudant-majoor22.550,0031.420,001/2 x 750,00onderkapelmeester6/2 x 570,003/2 x 500,004/2 x 800,00
TraitementTraitementAugmentations
minimummaximumintercalaires
---
1er sergent-major17.160,0023.790,001/2 x 750,00
musicien 6/2 x 600,00
4/2 x 570,00
Adjudant musicien18.280,0024.730,001/2 x 750,00
6/2 x 570,00
3/2 x 500,00
2/2 x 390,00
Adjudant musicien19.350,0027.320,001/2 x 750,00
2eme soliste 6/2 x 570,00
4/2 x 500,00
3/2 x 600,00
Adjudant musicien20.750,0029.620,001/2 x 750,00
1er soliste 6/2 x 570,00
3/2 x 500,00
4/2 x 800,00
Adjudant-chef21.400,0030.270,001/2 x 750,00
chef de pupitre 6/2 x 570,00
3/2 x 500,00
4/2 x 800,00
Adjudant-major22.550,0031.420,001/2 x 750,00
sous-chef de musique 6/2 x 570,00
3/2 x 500,00
4/2 x 800,00
TraitementTraitementAugmentationsminimummaximumintercalaires---1er sergent-major17.160,0023.790,001/2 x 750,00musicien6/2 x 600,004/2 x 570,00Adjudant musicien18.280,0024.730,001/2 x 750,006/2 x 570,003/2 x 500,002/2 x 390,00Adjudant musicien19.350,0027.320,001/2 x 750,002eme soliste6/2 x 570,004/2 x 500,003/2 x 600,00Adjudant musicien20.750,0029.620,001/2 x 750,001er soliste6/2 x 570,003/2 x 500,004/2 x 800,00Adjudant-chef21.400,0030.270,001/2 x 750,00chef de pupitre6/2 x 570,003/2 x 500,004/2 x 800,00Adjudant-major22.550,0031.420,001/2 x 750,00sous-chef de musique6/2 x 570,003/2 x 500,004/2 x 800,00
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 21 december 2005 betreffende het statuut van de militaire muzikanten.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT.
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 21 décembre 2005 relatif au statut des musiciens militaires.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT.