Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 SEPTEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92, inzonderheid inzake het pensioensparen.
Titre
1er SEPTEMBRE 2006. - Arrêté royal modifiant, notamment en matière d'épargne-pension, l'AR/CIR 92.
Documentinformatie
Numac: 2006003433
Datum: 2006-09-01
Info du document
Numac: 2006003433
Date: 2006-09-01
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. In het KB/WIB 92 worden de woorden " Commissie voor het Bank- en Financiewezen " telkens vervangen door de woorden " Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen ".
Article 1. Dans l'AR/CIR 92, les mots " Commission bancaire et financière " sont remplacés chaque fois par les mots " Commission bancaire, financière et des assurances ".
Art.2. Artikel 63.7, § 4, KB/WIB 92, ingevoegd bij koninklijk besluit van 1 september 1995 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt vervangen als volgt :
" § 4. De voorwaarden bedoeld in artikel 145.11, van hetzelfde Wetboek worden nageleefd indien uit de in §§ 1 en 2 bedoelde bescheiden blijkt :
a) dat de op grond van de toestand op het einde van iedere maand van het kalenderkwartaal berekende totale gemiddelde waarde in kapitaal :
- van de in het bezit zijnde investeringen die in een andere munt dan de euro uitgedrukt zijn, niet hoger is dan 20 pct. van de refertewaarde van het fonds;
- van de in bezit zijnde activa die, binnen de grenzen en overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 145.11, 2°, van hetzelfde Wetboek, in obligaties en andere schuldinstrumenten die op de kapitaalmarkt verhandelbaar zijn, in hypothecaire leningen en in gelddeposito's worden geïnvesteerd, niet hoger is dan 75 pct. van de refertewaarde van het fonds;
- van de in bezit zijnde activa die, binnen de grenzen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in artikel 145.11, 3°, van hetzelfde Wetboek, rechtstreeks in aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waarden worden geïnvesteerd, niet hoger is dan 75 pct. van de refertewaarde van het fonds;
- van de tegoeden die in contanten op een rekening in euro of in een munt van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte bij een kredietinstelling die is erkend en wordt gecontroleerd door een toezichthoudende overheid van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, worden geïnvesteerd, niet hoger is dan 10 pct. van de refertewaarde van het fonds;
b) dat de refertewaarde van het fonds die dient om de in a bedoelde coëfficiënten te meten, voor ieder kalenderkwartaal wordt bepaald door de gemiddelde waarde in kapitaal van het fonds te verminderen met een derde van de waarde in kapitaal van de netto inschrijvingen bij het fonds tijdens de derde maand die voorafgaat aan het kalenderkwartaal waarvoor de refertewaarde wordt berekend, met twee derde van de netto inschrijvingen tijdens de tweede maand die het betrokken kwartaal voorafgaat en met het totaal van dezelfde inschrijvingen tijdens de maand die hetzelfde kalenderkwartaal voorafgaat.
" § 4. De voorwaarden bedoeld in artikel 145.11, van hetzelfde Wetboek worden nageleefd indien uit de in §§ 1 en 2 bedoelde bescheiden blijkt :
a) dat de op grond van de toestand op het einde van iedere maand van het kalenderkwartaal berekende totale gemiddelde waarde in kapitaal :
- van de in het bezit zijnde investeringen die in een andere munt dan de euro uitgedrukt zijn, niet hoger is dan 20 pct. van de refertewaarde van het fonds;
- van de in bezit zijnde activa die, binnen de grenzen en overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 145.11, 2°, van hetzelfde Wetboek, in obligaties en andere schuldinstrumenten die op de kapitaalmarkt verhandelbaar zijn, in hypothecaire leningen en in gelddeposito's worden geïnvesteerd, niet hoger is dan 75 pct. van de refertewaarde van het fonds;
- van de in bezit zijnde activa die, binnen de grenzen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in artikel 145.11, 3°, van hetzelfde Wetboek, rechtstreeks in aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waarden worden geïnvesteerd, niet hoger is dan 75 pct. van de refertewaarde van het fonds;
- van de tegoeden die in contanten op een rekening in euro of in een munt van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte bij een kredietinstelling die is erkend en wordt gecontroleerd door een toezichthoudende overheid van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, worden geïnvesteerd, niet hoger is dan 10 pct. van de refertewaarde van het fonds;
b) dat de refertewaarde van het fonds die dient om de in a bedoelde coëfficiënten te meten, voor ieder kalenderkwartaal wordt bepaald door de gemiddelde waarde in kapitaal van het fonds te verminderen met een derde van de waarde in kapitaal van de netto inschrijvingen bij het fonds tijdens de derde maand die voorafgaat aan het kalenderkwartaal waarvoor de refertewaarde wordt berekend, met twee derde van de netto inschrijvingen tijdens de tweede maand die het betrokken kwartaal voorafgaat en met het totaal van dezelfde inschrijvingen tijdens de maand die hetzelfde kalenderkwartaal voorafgaat.
Art.2. L'article 63.7, § 4, AR/CIR 92, inséré par l'arrêté royal du 1er septembre 1995 et modifié par l'arrêté royal du 20 juillet 2000, est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. Les conditions visées à l'article 145.11 du même Code, sont respectées s'il résulte des documents visés aux §§ 1er et 2.
a) que la valeur moyenne globale en capital, calculée sur base des situations à la fin de chaque mois faisant partie d'un trimestre calendrier :
- des investissements détenus et libellés dans une monnaie autre que l'euro, n'excède pas 20 p.c. de la valeur de référence du fonds;
- des actifs détenus et investis, dans les limites et selon les modalités visées à l'article 145.11, 2°, du même Code, en obligations et autres titres de créances négociables sur le marché des capitaux, en prêts hypothécaires et en dépôt d'argent, n'excède pas 75 p.c. de la valeur de référence du fonds;
- des actifs détenus et investis directement, dans les limites et selon les modalités visées à l'article 145.11, 3°, du même Code, en actions et autres valeurs assimilables à des actions, n'excède pas 75 p.c. de la valeur de référence du fonds;
- des liquidités investies sur un compte en euro ou dans une monnaie d'un Etat membre de l'Espace économique européen, auprès d'un établissement de crédit agréé et contrôlé par une autorité de contrôle d'un Etat membre de l'Espace économique européen, n'excède pas 10 p.c. de la valeur de référence du fonds;
b) que la valeur de référence du fonds servant à mesurer les coefficients indiqués au a est fixée, pour chaque trimestre calendrier, en diminuant la valeur moyenne en capital du fonds d'un tiers de la valeur en capital des souscriptions nettes au fonds pendant le troisième mois précédant le trimestre calendrier pour lequel est calculée la valeur de référence, deux tiers des souscriptions nettes pendant le deuxième mois précédant le trimestre en cause et de la totalité des mêmes souscriptions pendant le mois précédant le même trimestre calendrier. "
" § 4. Les conditions visées à l'article 145.11 du même Code, sont respectées s'il résulte des documents visés aux §§ 1er et 2.
a) que la valeur moyenne globale en capital, calculée sur base des situations à la fin de chaque mois faisant partie d'un trimestre calendrier :
- des investissements détenus et libellés dans une monnaie autre que l'euro, n'excède pas 20 p.c. de la valeur de référence du fonds;
- des actifs détenus et investis, dans les limites et selon les modalités visées à l'article 145.11, 2°, du même Code, en obligations et autres titres de créances négociables sur le marché des capitaux, en prêts hypothécaires et en dépôt d'argent, n'excède pas 75 p.c. de la valeur de référence du fonds;
- des actifs détenus et investis directement, dans les limites et selon les modalités visées à l'article 145.11, 3°, du même Code, en actions et autres valeurs assimilables à des actions, n'excède pas 75 p.c. de la valeur de référence du fonds;
- des liquidités investies sur un compte en euro ou dans une monnaie d'un Etat membre de l'Espace économique européen, auprès d'un établissement de crédit agréé et contrôlé par une autorité de contrôle d'un Etat membre de l'Espace économique européen, n'excède pas 10 p.c. de la valeur de référence du fonds;
b) que la valeur de référence du fonds servant à mesurer les coefficients indiqués au a est fixée, pour chaque trimestre calendrier, en diminuant la valeur moyenne en capital du fonds d'un tiers de la valeur en capital des souscriptions nettes au fonds pendant le troisième mois précédant le trimestre calendrier pour lequel est calculée la valeur de référence, deux tiers des souscriptions nettes pendant le deuxième mois précédant le trimestre en cause et de la totalité des mêmes souscriptions pendant le mois précédant le même trimestre calendrier. "
Art.3. Artikel 1 heeft uitwerking met ingang van 10 januari 2005.
Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2004.
Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2004.
Art.3. L'article 1er produit ses effets le 10 janvier 2005.
L'article 2 produit ses effets le 1er juillet 2004.
L'article 2 produit ses effets le 1er juillet 2004.
Art. 4. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 1 september 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Gegeven te Brussel, 1 september 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Art. 4. Notre Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 1er septembre 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
D. REYNDERS.
Donné à Bruxelles, le 1er septembre 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
D. REYNDERS.