Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 2006. - Koninklijk besluit houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-12-2006 en tekstbijwerking tot 30-11-2021)
Titre
21 DECEMBRE 2006. - Arrêté royal fixant la procédure devant le Conseil du Contentieux des Etrangers (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-12-2006 et mise à jour au 30-11-2021)
Documentinformatie
Numac: 2006001046
Datum: 2006-12-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006001046
Date: 2006-12-21
Moniteur: Voir
Tekst (85)
Texte (85)
TITEL I. - Bepalingen die van toepassing zijn op alle beroepen voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
TITRE Ier. - Dispositions applicables à l'ensemble des recours introduits auprès du Conseil du Contentieux des Etrangers.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet van 15 december 1980 : de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  2° de Raad : de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zoals bedoeld in artikel 39/1 van de wet van 15 december 1980;
  3° de voorzitter : de voorzitter van de bevoegde kamer of de door deze aangewezen rechter.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° la loi du 15 décembre 1980 : la loi du 15 décembre 1980 sur laccès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;
  2° le Conseil : le Conseil du Contentieux des Etrangers tel que vise à l'article 39/1 de la loi du 15 décembre 1980;
  3° le président : le président de la chambre compétente ou le juge désigné par celui-ci.
Art. 2. § 1. Dit besluit is van toepassing op de beroepen bedoeld in artikel 39/2 van de wet van 15 december 1980.
  § 2. Dit besluit mag verkort worden geciteerd als " Procedurereglement Raad voor Vreemdelingenbetwistingen " of " PR RvV ".
Art. 2. § 1er. Les recours mentionnés à l'article 39/2 de la loi du 15 décembre 1980 sont soumis au présent arrêté.
  § 2. Le présent arrêté peut être cité en abrégé de la manière suivante : " Règlement de procédure du Conseil du Contentieux des Etrangers " ou " RP CCE ".
Art. 3. § 1. [3 Alle processtukken worden door de partijen aan de Raad toegezonden via aangetekende zending of via het informaticasysteem van justitie als beschreven in de artikelen 2 tot 5 van het Koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek.
   In afwijking van het eerste lid, kan de verzoekende partij in geval van uiterst dringende noodzakelijkheid bedoeld in de artikelen 39/82, 39/84 en 39/85 van de wet van 15 december 1980, haar vordering tot schorsing of haar vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen enkel indienen:
   1° via het informaticasysteem van justitie als beschreven in de artikelen 2 tot 5 van het Koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek;
   2° of per bode bij de griffie, tegen ontvangstbewijs op de dagen en uren waarop de griffie toegankelijk moet zijn voor het publiek.
   Naast de verzendingsmogelijkheden als voorzien in het eerste lid, kan de verwerende partij het administratief dossier en haar nota met opmerkingen ook per bode bezorgen aan de griffie, tegen ontvangstbewijs of via een gedeelde server.
   In het geval voorzien in artikel 39/69, § 2, van de wet van 15 december 1980, kan de directeur van de strafinrichting of van de plaats waar de verzoeker wordt vastgehouden, of zijn gemachtigde, het ontvangen verzoekschrift overmaken aan de Raad via het informaticasysteem van justitie als beschreven in de artikelen 2 tot 5 van het Koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek of aan de griffie per bode tegen ontvangstbewijs.]3

  § 2. [3 Indien gebruik wordt gemaakt van een verzending via het informaticasysteem van justitie als beschreven in de artikelen 2 tot 5 van het Koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek, worden de procedurestukken verzonden in het formaat `Portable Document Format Archivable (.pdf/A)' of in het formaat `OpenDocument Texte (.odt)'.]3
  § 3. [3 ...]3
  
Art. 3. § 1er. [3 Les parties adressent au Conseil toute pièce de procédure sous pli recommandé ou par le système informatique de la Justice tel que décrit dans les articles 2 à 5 de l'arrêté royal du 16 juin 2016 portant création de la communication électronique conformément à l'article 32ter du Code judiciaire.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, la partie requérante ne peut, dans le cas de l'extrême urgence visé aux articles 39/82, 39/84 et 39/85 de la loi du 15 décembre 1980, introduire une demande en suspension ou une demande de mesures provisoires que:
   1° par le système informatique de la Justice tel que décrit dans les articles 2 à 5 de l'arrêté royal du 16 juin 2016 portant création de la communication électronique conformément à l'article 32ter du Code judiciaire ;
   2° ou par porteur au greffe, contre accusé de réception, aux jours et aux heures auxquels le greffe doit être accessible au public.
   Outre les modalités d'envoi prévues à l'alinéa 1er, la partie défenderesse peut également faire parvenir le dossier administratif et sa note d'observations par porteur au greffe, contre accusé de réception ou par un serveur partagé.
   Dans le cas prévu à l'article 39/69, § 2, de la loi du 15 décembre 1980, le directeur de l'établissement pénitentiaire ou du lieu dans lequel le requérant est maintenu, ou son délégué, peut transmettre la requête qu'il a reçue au Conseil par le système informatique de la Justice tel que décrit dans les articles 2 à 5 de l'arrêté royal du 16 juin 2016 portant création de la communication électronique conformément à l'article 32ter du Code judiciaire ou au greffe, par porteur contre accusé de réception.]3

  § 2. [3 S'il est fait usage d'un envoi par le système informatique de la Justice tel que décrit dans les articles 2 à 5 de l'arrêté royal du 16 juin 2016 portant création de la communication électronique conformément à l'article 32ter du Code judiciaire, les pièces de procédure sont envoyées dans le format `Portable Document Format Archivable (.pdf/A)' ou dans le format `OpenDocument Texte (.odt)'.]3
  § 3. [3 ...]3
  
Art.3bis. [1 De Raad kan de processtukken, alsook de betekeningen, kennisgevingen en oproepingen als bedoeld in artikel 39/57-1 van de wet van 15 december 1980 tevens verzenden via het informaticasysteem van Justitie als beschreven in de artikelen 2 tot 5 van het Koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek.]1
  
Art.3bis. [1 Le Conseil peut également envoyer les pièces de procédure, ainsi que les notifications, avis et convocations visés à l'article 39/57-1 de la loi du 15 décembre 1980 par le système informatique de la Justice tel que décrit dans les articles 2 à 5 de l'arrêté royal du 16 juin 2016 portant création de la communication électronique conformément à l'article 32ter du Code judiciaire.]1
  
Art. 4. § 1. [1 ...]1
  § 2. [1 ...]1
  § 3. De datum van het postmerk of, bij verzending bij fax, de datum die het toestel van de Raad vermeldt op de fax, heeft bewijskracht zowel voor de verzending als voor de ontvangst of voor de weigering.
  
Art. 4. § 1er. [1 ...]1
  § 2. [1 ...]1
  § 3. La date de la poste ou, en cas d'envoi par fax, la date que l'appareil du Conseil mentionne sur la télécopie, fait foi tant pour l'envoi que pour la réception ou le refus.
  
Art. 5. Zo een partij overlijdt, en behoudens hervatting van rechtsgeding, worden alle mededelingen en betekeningen uitgaande van de Raad geldig aan de rechthebbenden gedaan aan de gekozen woonplaats van de overledene, gezamenlijk en zonder vermelding van namen en hoedanigheden.
Art. 5. En cas de décès d'une partie, et sauf reprise d'instance, toute communication et toute notification émanant du Conseil est valablement faite aux ayants droit, conjointement et sans mentions des noms et qualités de ceux-ci, au domicile élu du défunt.
Art. 6. Bij iedere nota, verzoek tot tussenkomst, schriftelijk verslag of replieknota bedoeld in respectievelijk de artikelen 39/72, §§ 1 en 2, en [1 39/76, § 1]1 van de wet van 15 december 1980, alsook bij ieder processtuk bedoeld in dit besluit [1 ...]1 worden vier afschriften gevoegd.
  De neerlegging van bijkomende afschriften kan bevolen worden door de Voorzitter.
  [1 Bij de procedurestukken die via het informaticasysteem van justitie als beschreven in de artikelen 2 tot 5 van het Koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek worden ingediend, moeten geen afschriften worden gevoegd.]1
  
Art. 6. Chaque note, demande d'intervention, rapport écrit ou note en réplique, visé respectivement aux articles 39/72, §§ 1er et 2, et [1 39/76, § 1er]1, de la loi du 15 décembre 1980, ainsi que toute pièce de procédure visée dans le présent arrêté, doit être accompagné de quatre copies [1 ...]1.
  Le dépôt de copies supplémentaires peut être ordonné par le Président.
  [1 Les pièces de procédure introduites via le système informatique de la Justice tel que décrit dans les articles 2 à 5 de l'arrêté royal du 16 juin 2016 portant création de la communication électronique conformément à l'article 32ter du Code judiciaire ne doivent pas être accompagnées de copies.]1
  
Art. 7. De tot de Raad gerichte processtukken bevatten een inventaris van de stavingsstukken en het administratieve dossier wordt toegezonden met een inventaris van de stukken die het bevat.
Art. 7. Les pièces de la procédure adressées au Conseil contiennent un inventaire des pièces transmises à leur appui et le dossier administratif est transmis avec un inventaire des pièces qui le composent.
Art. 8. De stukken waarvan de partijen willen gebruik maken worden in originele vorm of onder vorm van een kopie voorgelegd en dienen, indien zij in een andere taal dan deze van de rechtspleging werden opgesteld, vergezeld te zijn van een voor eensluidend verklaarde vertaling.
  Bij gebreke aan een dergelijke vertaling, is de Raad niet verplicht deze documenten in overweging te nemen.
Art. 8. Les pièces que les parties veulent faire valoir sont communiquées en original ou en copie et doivent être accompagnées d'une traduction certifiée conforme si elles sont établies dans une langue différente de celle de la procédure.
  A défaut d'une telle traduction, le Conseil n'est pas tenu de prendre ces documents en considération.
Art. 9. Indien met toepassing van artikel 57/23bis, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 de vertegenwoordiger in België van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen of diens gemachtigde, een schriftelijk advies verstrekt aan de Raad dat betrekking heeft op een asielverzoek waarvan het beroep aanhangig is bij de Raad, dan wordt dit met vermelding van de datum van ontvangst, bij het rechtsplegingsdossier gevoegd van het betrokken beroep. De partijen ontvangen hiervan een kopie.
Art. 9. Lorsqu'en application de l'article 57/23bis, alinéa 2, de la loi du 15 décembre 1980, le représentant en Belgique du Haut Commissaire des Nations Unies pour les Réfugiés ou son délégué donne un avis écrit au Conseil concernant une demande d'asile pour laquelle un recours est pendant devant celui-ci, cet avis est joint au dossier de procédure, en en mentionnant la date de réception,. Les parties en reçoivent une copie.
HOOFDSTUK I/1. [1 - Pro deo, de wijze van inning van het rolrecht en van de geldboete wegens kennelijk onrechtmatig beroep]1
CHAPITRE I/1. [1 - Pro deo, le mode de perception du droit de röle et de l'amende pour recours manifestement abusif]1
Art. 9/1. [1 Iedere partij in een procedure voor de Raad kan het voordeel van het pro deo vragen bij haar verzoekschrift.
   Het voordeel van het pro deo wordt toegekend aan :
   1° iedere persoon die bijstand ontvangt van een openbaar centrum dat maatschappelijke hulp verstrekt op overlegging van een attest van dit centrum;
   2° iedere persoon die opgesloten, gevangen gehouden of vastgehouden wordt op een bepaalde plaats in het Rijk, op overlegging van een attest van de inrichting waarin hij van zijn vrijheid is beroofd;
   3° iedere minderjarige op overlegging van een identiteitsbewijs of van enig ander document dat zijn staat bewijst;
   4° iedere persoon die juridische tweedelijnsbijstand ontvangt in de zin van artikel 508/1 van het Gerechtelijk Wetboek, op overlegging van een attest waaruit blijkt dat deze juridische bijstand hem werd toegekend;
   5° iedere andere persoon die over onvoldoende financiële middelen beschikt om het rolrecht te voldoen op overlegging van bewijskrachtige documenten die bewijzen dat zijn inkomsten ontoereikend zijn.]1

  
Art. 9/1. [1 Chaque partie dans une procédure réglée par cet arrêté peut demander le bénéfice du pro deo.
   Le bénéfice du pro deo est accordé à :
   1° toute personne secourue par un centre public dispensant l'aide sociale sur production d'une attestation de ce centre;
   2° toute personne emprisonnée, détenue ou maintenue dans un lieu déterminé du Royaume, sur présentation d'une attestation de l'établissement où elle est privée de sa liberté;
   3° tout mineur sur présentation d'un titre d'identité ou de tout autre document établissant son état;
   4° toute personne qui bénéficie de l'aide juridique de deuxième ligne au sens de l'article 508/1 du Code judiciaire, sur présentation d'une attestation établissant que cette aide juridique lui a été accordée;
   5° toute autre personne qui dispose de ressources insuffisantes pour payer le droit de rôle sur présentation de documents probants justifiant de l'insuffisance de ses ressources.]1

  
Art. 9/2. [1 De betaling bedoeld in artikel 39/68-1, § 5, eerste lid, geschiedt uitsluitend rechtsgeldig door de storting op een rekening bij de Raad die wordt meegedeeld in de in artikel 39/68-1 van de wet van 15 december 1980 bedoelde beschikking. Bij deze storting dient verplichtend het refertenummer dat wordt opgegeven in deze beschikking vermeld te worden. Enkel stortingen in euro met vermelding van het refertenummer zijn geldig.
   De tussenkomende partij betaalt op de wijze bepaald in het eerste lid, het op grond van artikel 39/68-1, § 1, derde lid, van de wet van 15 december 1980 verschuldigde rolrecht binnen een termijn van acht dagen, die ingaat op de dag van kennisgeving van de in artikel 39/68-1, § 3 van de wet van 15 december 1980 bedoelde beschikking]1

  
Art. 9/2. [1 Pour être valable, le paiement visé à l'article 39/68-1, § 5, alinéa premier, s'effectue uniquement par un versement sur un compte du Conseil qui est communiqué dans l'ordonnance visée à l'article 39/68-1 de la loi du 15 décembre 1980. Ce versement, doit obligatoirement mentionner la référence indiquée dans cette ordonnance. Sont seuls valables les versements en euros avec mention de cette référence.
   La partie intervenante paie selon la manière déterminée au premier alinéa le droit de rôle visé à l'article 39/68-1, § 1, alinéa 3 de la loi du 15 décembre 1980, dans un délai de huit jours à dater du jour de la notification de l'ordonnance visée à l'article 39/68-1, § 3 de la loi du 15 décembre 1980.]1

  
Art.9/2bis TOEKOMSTIG RECHT.
   [1 De betaling bedoeld in artikel 39/68-1bis, § 4, eerste lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, geschiedt uitsluitend rechtsgeldig door de storting op een rekening bij de Raad die wordt meegedeeld in de in artikel 39/68-1bis, § 3, eerste lid, van dezelfde wet bedoelde beschikking. Bij deze storting dient verplichtend het refertenummer dat wordt opgegeven in deze beschikking vermeld te worden. Enkel stortingen in euro met vermelding van het refertenummer zijn geldig."
   De bepaling ingevoegd door het vorige lid kan door de Koning worden opgeheven, aangevuld, gewijzigd of vervangen.]1

  
Art.9/2bis DROIT FUTUR.
   [1 Pour être valable, le paiement visé à l'article 39/68-1bis, § 4, alinéa 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, s'effectue uniquement par un versement sur un compte du Conseil qui est communiqué dans l'ordonnance visée à l'article 39/68-1bis, § 3, alinéa 1er, de la même loi. Ce versement doit obligatoirement mentionner la référence indiquée dans cette ordonnance. Sont seuls valables les versements en euros avec mention de cette référence.".
   La disposition insérée par l'alinéa précédent peut être abrogée, complétée, modifiée ou remplacée par le Ro]1

  
Art. 9/3. De geldboete, bedoeld bij artikel 39/73-1 van de wet van 15 december 1980, wordt geïnd door de aangestelden van de administratie der Registratie en Domeinen overeenkomstig de bepalingen van het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek die op het beslag en de tenuitvoerlegging betrekking hebben.]1
  
Art. 9/3. L'amende visée à l'article 39/73-1 de la loi du 15 décembre 1980 est perçue par les agents de l'administration de l'Enregistrement et des Domaines conformément aux dispositions de la cinquième partie du Code judiciaire qui portent sur les saisies et l'exécution.]1
  
HOOFDSTUK II. - De voorafgaande maatregelen, de terechtzitting en de verwijzing naar de algemene vergadering.
CHAPITRE II. - Les mesures préalables, l'audience et le renvoi a l'assemblée générale.
Afdeling 1. - De voorafgaande maatregelen.
Section 1re. - Les mesures préalables.
Art. 10. Indien met toepassing van artikel 39/69, § 1, derde lid, van de wet van 15 december 1980, de zaak niet op de rol wordt geplaatst, dan noteert de griffie de ontvangst in een daartoe voorzien register [1 ...]1. [1 ...]1
  [1 ...]1
  
Art. 10. Lorsqu'en application de l'article 39/69, § 1er, alinéa 3, de la loi du 15 décembre 1980, l'affaire n'est pas inscrite au rôle, le greffe en consigne la réception dans un registre prévu à cet effet [1 ...]1. [1 ...]1
  [1 ...]1
  
Art. 11. De eerste voorzitter wijst de zaak aan de bevoegde kamer toe.
  De voorzitter van de bevoegde kamer verdeelt de zaken tussen de rechters die er deel van uitmaken.
Art. 11. Le premier président attribue l'affaire à la chambre compétente.
  Le président de la chambre compétente distribue les affaires entre les juges qui la composent.
Afdeling 2. - De terechtzitting.
Section 2. - L'audience.
Art. 12. De aanwezigen wonen de zitting bij eerbiedig en in stilte; hetgeen de voorzitter met het oog op de handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd.
  Hetzelfde voorschrift wordt nageleefd in de plaatsen waar de leden van de Raad de functies van hun ambt waarnemen.
Art. 12. Ceux qui assistent aux audiences se tiennent dans le respect et le silence; ce que le président ordonne en vue du maintien de l'ordre est exécuté ponctuellement et à l'instant.
  La même disposition est observée dans les lieux où les membres du Conseil exercent les fonctions de leur état.
Art. 13. De persoonlijk ter terechtzitting verschijnende verzoeker die niet wordt bijgestaan door een advocaat of die toelichting verstrekt op verzoek van de voorzitter, geeft zijn mondelinge opmerkingen ter terechtzitting in de taal van de rechtspleging dan wel in de taal die hij heeft vermeld in het verzoekschrift overeenkomstig artikel 39/69, § 1, tweede lid, 5°, van de wet van 15 december 1980.
  De griffie roept een tolk op indien de vreemdeling, overeenkomstig artikel 39/69 § 1, tweede lid, 5° van de wet van 15 december 1980, in zijn verzoekschrift aangeduid heeft dat hij zijn opmerkingen zal laten kennen in een andere taal dan deze van de rechtspleging.
  De kosten voor het tolken zijn ten laste van de Staat.
Art. 13. Le requérant qui comparaît personnellement à l'audience sans être assisté d'un avocat ou qui s'y exprime à la demande du président, présente ses observations oralement à l'audience dans la langue de la procédure ou dans la langue qu'il a indiquée dans sa requête conformément à l'article 39/69, § 1er, alinéa 2, 5°, de la loi du 15 décembre 1980.
  Le greffe convoque un interprète lorsque, conformément à l'article 39/69 § 1er, alinéa 2, 5°, de la loi du 15 décembre 1980, l'étranger a indiqué dans sa requête qu'il formulerait ses observations à l'audience dans une langue autre que celle de la procédure.
  Les frais d'interprétation sont à la charge de l'Etat.
Art. 14. De voorzitter brengt verslag uit over de zaak.
  De partijen dragen hun opmerkingen mondeling voor.
  De voorzitter ondervraagt de partijen indien dit noodzakelijk is.
  Aan het einde van de debatten, verklaart de voorzitter de debatten voor gesloten en neemt de zaak in beraad.
Art. 14. Le président fait un rapport de l'affaire.
  Les parties exposent oralement leurs remarques.
  Le président interroge les parties si nécessaire.
  A la fin des débats, le président prononce la clôture des débats et met la cause en délibéré.
Afdeling 3. - De verwijzing naar de.
Section 3. - Le renvoi à l'assemblée générale.
Art. 15. Wanneer met toepassing van artikel 39/12 van de wet van 15 december 1980 de algemene vergadering wordt bijeengeroepen, dan bepaalt de eerste voorzitter, bij beschikking de dag en het uur van de terechtzitting waarop het beroep zal worden behandeld.
  De griffie handelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 39/75 van de wet van 15 december 1980 en de bepalingen van dit besluit.
Art. 15. Lorsqu'en application de l'article 39/12 de la loi du 15 décembre 1980, l'assemblée générale est convoquée, le premier président détermine par ordonnance le jour et l'heure de l'audience au cours de laquelle le recours sera traité.
  Le greffe agit conformément aux dispositions de l'article 39/75 de la loi du 15 décembre 1980 et aux dispositions du présent arrêté.
HOOFDSTUK III. - De arresten.
CHAPITRE III. - Les arrêts.
Afdeling 1. - De inhoud van het arrest.
Section 1re. - Le contenu de l'arrêt.
Art. 16. Het arrest bevat de gronden en het beschikkend gedeelte en vermeldt :
  1° de namen, de gekozen woonplaats van partijen en, in voorkomend geval, de naam en de hoedanigheid van de persoon die deze vertegenwoordigt of bijstaat;
  2° de bepalingen op het gebruik der talen, die zijn toegepast;
  3° de oproeping van partijen en van hun advocaten, alsmede hun eventuele aanwezigheid op de terechtzitting;
  4° de uitspraak in openbare terechtzitting, de datum daarvan en de naam van het lid of de leden van de Raad die er over hebben beraadslaagd.
Art. 16. L'arrêt contient les motifs et le dispositif et mentionne :
  1° les noms, le domicile élu des parties et, le cas échéant, le nom et la qualité de la personne qui les représente ou les assiste;
  2° les dispositions sur l'emploi des langues qui sont appliquées;
  3° la convocation des parties et de leurs avocats, ainsi que de leur présence éventuelle à l'audience;
  4° le prononcé en audience publique, la date de celui-ci et le nom du ou des membres du Conseil qui en ont délibéré.
Afdeling 2. - Betekening en uitvoering van de arresten.
Section 2. - La notification et l'exécution des arrêts.
Art. 17. De arresten worden door de griffie aan de partijen betekend.
  De arresten die de uitdrukkelijke of vermoedelijke afstand bekrachtigen of die de afwezigheid van het vereiste belang vaststellen in toepassing van de artikelen 25, 38 en 39, alsook de arresten waarin besloten wordt dat er geen uitspraak meer gedaan moet worden, zijn het voorwerp van een toezending bij gewone brief van een ongezegeld afschrift.
Art. 17. Les arrêts sont notifiés aux parties par le greffe.
  Les arrêts qui décrètent le désistement exprès ou présumé ou qui constatent l'absence de lintérêt requis, par application des articles 25, 38 et 39, ainsi que les arrêts qui décident qu'il n'y a plus lieu à statuer font l'objet d'un envoi d'une copie libre sous pli ordinaire.
Art. 18. De arresten zijn van rechtswege uitvoerbaar. De Koning verzekert hun uitvoering. De griffie brengt op de uitgiften, na het beschikkend gedeelte, en naar gelang van het geval, een der hiernavolgende uitvoeringsformulieren aan :
  " De ministers en de administratieve overheden, wat hen aangaat, zijn gehouden te zorgen voor de uitvoering van dit arrest. De daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarders zijn gehouden hiertoe hun medewerking te verlenen wat betreft de dwangmiddelen van gemeen recht. "
  " Les ministres et autorités administratives, en ce qui les concerne, sont tenus de pourvoir à l'exécution du présent arrêt. Les huissiers de justice à ce requis ont à y concourir en ce qui concerne les voies de droit commun. "
  " Die Minister und die Verwaltungsbehörden haben, was sie anbetrifft, für die Vollstreckung dieses Beschlusses zu sorgen. Die dazu angeforderten Gerichtsvollzieher haben betreffs der gemeinrechtlichen Zwangsmittel ihren Beistand zu leisten. "
  De uitgiften worden afgegeven door de hoofdgriffier of de door hem aangewezen griffier, die ze tekent en ze met het zegel van de Raad bekleedt.
Art. 18. Les arrêts sont exécutoires de plein droit. Le Roi en assure l'exécution. Le greffe appose sur les expéditions, à la suite du dispositif et selon le cas, l'une des formules exécutoires suivantes :
  " Les ministres et autorités administratives, en ce qui les concerne, sont tenus de pourvoir à l'exécution du présent arrêt. Les huissiers de justice à ce requis ont à y concourir en ce qui concerne les voies de droit commun. "
  " De ministers en de administratieve overheden, wat hen aangaat, zijn gehouden te zorgen voor de uitvoering van dit arrest. De daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarders zijn gehouden hiertoe hun medewerking te verlenen wat betreft de dwangmiddelen van gemeen recht. "
  " Die Minister und die Verwaltungsbehorden haben, was sie anbetrifft, für die Vollstreckung dieses Beschlusses zu sorgen. Die dazu angeforderten Gerichtsvollzieher haben betreffs der gemeinrechtlichen Zwangsmittel ihren Beistand zu leisten. "
  Les expéditions sont délivrées par le greffier en chef ou le greffier qu'il aura désigné, qui les signe et les revêt du sceau du Conseil.
Afdeling 3. - De publicatie van arresten.
Section 3. - La publication des arrêts.
Art. 19. De arresten zijn steeds te raadplegen op de griffie.
  Behoudens de betekeningen gedaan bij toepassing van de bepalingen van dit besluit, geeft de aflevering door de griffie van een uitgifte, van een afschrift of van een uittreksel, hetzij getekend of niet, aanleiding tot de betaling van een recht van 0,5 euro per bladzijde, te berekenen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 273 en 274 van het Wetboek der registratie-, griffie- en hypotheekrechten.
  Het recht wordt gekweten op de wijze bepaald in de artikelen 6 en 7 van het koninklijk besluit van 13 december 1968 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en het houden van de registers in de griffies der hoven en rechtbanken.
Art. 19. Les arrêts peuvent toujours être consultés au greffe.
  Sauf les notifications faites en application des dispositions du présent arrêté, la délivrance par le greffe d'une expédition, d'une copie ou d'un extrait, signé ou non,, donne lieu au paiement d'un droit de 0,5 euro par page, à calculer conformément aux dispositions des articles 273 et 274 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe.
  Le droit est acquitté conformément aux articles 6 et 7 de l'arrêté royal du 13 décembre 1968 relatif à l'exécution du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe et à la tenue des registres dans les greffes des cours et tribunaux.
Art. 20. De arresten worden onder voorbehoud van depersonalisatie gepubliceerd behoudens een andersluidende beslissing van de eerste voorzitter van de Raad of een door hem aangewezen rechter.
  De arresten worden niet gepubliceerd wanneer zij geen belang hebben voor de rechtspraak of het juridisch onderzoek of wanneer hun publicatie de openbare orde of de veiligheid van personen in het gedrang kan brengen.
  De eerste voorzitter waakt er over dat het geheel van de voor de rechtspraktijk relevante rechtspraak op gedepersonaliseerde wijze ter beschikking staat op het in artikel 21 bedoelde informatienetwerk dat toegankelijk is voor het publiek.
Art. 20. Les arrêts sont publiés, sous réserve de dépersonnalisation, sauf décision contraire du premier président du Conseil ou du juge désigné par celui-ci.
  Les arrêts ne sont pas publiés lorsqu'ils ne présentent aucun intérêt pour la jurisprudence ou la recherche juridique ou lorsque leur publication peut compromettre l'ordre public ou la sécurité des personnes.
  Le premier président veille à ce que l'ensemble de la jurisprudence pertinente pour la pratique du droit soit disponible de façon dépersonnalisée dans le réseau d'informations accessible au public visé à l'article 21.
Art. 21. De eerste voorzitter houdt rekening met de recente technologische ontwikkelingen bij het bepalen van het informatienetwerk dat toegankelijk is voor het publiek waardoor dit kennis zal kunnen nemen van de arresten.
Art. 21. Le premier président tient compte des évolutions technologiques récentes pour déterminer le réseau d'informations accessible au public par lequel celui-ci pourra prendre connaissance des arrêts.
Art. 22. De arresten worden gepubliceerd in de taal of talen waarin zij worden uitgesproken. Ook de eventuele vertaling ervan wordt gepubliceerd.
Art. 22. Les arrêts sont publiés dans la ou les langues dans lesquelles ils ont été prononcés. Leur traduction éventuelle est également publiée.
HOOFDSTUK IV. - De tussengeschillen.
CHAPITRE IV. - Les incidents.
Afdeling 1. - Inschrijving wegens valsheid.
Section 1re. - L'inscription en faux.
Art. 23. Zo een partij een overgelegd stuk van valsheid beticht, wordt de partij die het stuk heeft overgelegd door de rechter, of door de kamer bij dewelke de zaak aanhangig is, verzocht zonder verwijl te verklaren of zij volhardt in haar bedoeling er gebruik van te maken.
  Zo de partij op deze vraag niet ingaat, of zo zij verklaart dat zij van het stuk geen gebruik wenst te maken, wordt het verworpen.
  Zo zij verklaart dat zij er gebruik wil van maken, oordeelt de rechter of de kamer bij de welke de zaak aanhangig is zonder verwijl.
  Wanneer de rechter of de kamer bij de welke de zaak aanhangig is, oordeelt dat het van valsheid beticht stuk geen invloed heeft op haar eindbeslissing, wordt er geen rekening mee gehouden.
  Indien de rechter of de kamer bij de welke de zaak aanhangig is,van oordeel is dat het stuk van wezenlijk belang is voor de beslissing, dan oordeelt de voorzitter over de bewijskracht van het stuk.
Art. 23. Lorsqu'une partie s'inscrit en faux contre une pièce produite, le juge ou la chambre saisie invite la partie qui a produit cette pièce à déclarer sans délai si elle persiste dans son intention d'en faire usage.
  Si la partie ne satisfait pas à cette demande ou si elle déclare qu'elle n'entend pas faire usage de la pièce, celle-ci sera rejetée.
  Si elle déclare vouloir en faire usage, le juge ou la chambre saisie statue sans délai.
  Lorsque le juge ou la chambre saisie estime que la pièce arguée de faux est sans influence pour sa décision définitive, il est passé outre.
  Lorsque le juge ou la chambre saisie estime que la piece revêt une importance capitale pour sa décision, le président évalue la force probante de la pièce.
Afdeling 2. - De hervatting van het rechtsgeding.
Section 2. - La reprise d'instance.
Art. 24. In de gevallen waarin grond bestaat tot hervatting van het rechtsgeding, geschiedt zulks door de rechtsopvolger door middel van een verzoekschrift dat een uiteenzetting van de redenen van hervatting bevat en dat voor het overige voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 39/69, § 1, eerste lid, en tweede lid, 1s°, tot en met 3° en 5° tot en met de 7°.
  De griffie zendt een kopie van die verzoekschrift naar de tegenpartij.
Art. 24. Dans les cas où il y a lieu à reprise d'instance, celle-ci est faite par l'ayant droit au moyen d'une requête contenant un exposé des motifs de la reprise et qui, pour le surplus, satisfait aux conditions visées à l'article 39/69, § 1er, alinéa 1er, et alinéa 2, 1° à 3° et 5° à 7°.
  Le greffe envoie une copie de cette requête à la partie adverse.
Afdeling 3. - De afstand van het geding.
Section 3. - Le désistement.
Art. 25. Wanneer uitdrukkelijk wordt afgezien van het beroep, doet de kamer bij dewelke de zaak aanhangig is, zonder verwijl over de afstand uitspraak en dit onverminderd de toepassing van artikel 39/73 van de wet van 15 december 1980.
Art. 25. Lorsqu'il est renoncé expressément au recours, la chambre saisie se prononce sans délai sur le désistement, sans préjudice de l'application de l'article 39/73 de la loi du 15 décembre 1980.
Afdeling 4. - De verknochtheid.
Section 4. - La connexité.
Art. 26. Zo er grond toe bestaat bij eenzelfde arrest uitspraak te doen over verscheidene zaken die bij verschillende kamers aanhangig zijn, kan de eerste voorzitter, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de partijen, bij beschikking de kamer aanwijzen die van de zaken zal kennis nemen. Deze beschikking wordt door de griffie aan de partijen betekend.
  Geldt het zaken die bij dezelfde kamer aanhangig zijn, kan de samenvoeging er van door de voorzitter van deze kamer bevolen worden.
Art. 26. Lorsqu'il y a lieu de statuer par un seul et même arrêt sur plusieurs affaires pendantes devant des chambres différentes, le premier président peut désigner par ordonnance, soit d'office, soit à la demande des parties, la chambre qui prendra connaissance des affaires. Le greffe notifie cette ordonnance aux parties.
  Lorsqu'il s'agit d'affaires pendantes devant la même chambre, la jonction peut en être ordonnée par le président de la chambre concernée.
Afdeling 5. - De wraking.
Section 5. - La récusation.
Art. 27. Ieder lid van de Raad bedoeld in artikel 39/4 van de wet van 15 december 1980 dat weet dat hem een grond van wraking treft, moet de kamer verwittigen; zij beslist of hij zich al dan niet moet onthouden.
Art. 27. Tout membre du Conseil visé à l'article 39/4 de la loi du 15 décembre 1980 qui sait cause de récusation en sa personne est tenu d'en avertir la chambre, qui décide s'il doit s'abstenir.
Art. 28. Hij die wil wraken moet het doen zodra hij van de wrakingsgrond kennis heeft gekregen.
Art. 28. Celui qui veut récuser doit le faire dès qu'il a connaissance de la cause de récusation.
Art. 29. De wraking wordt bij gemotiveerd verzoekschrift gevraagd.
Art. 29. La récusation est demandée par requête motivée.
Art. 30. Nadat de wrakende partij en het gewraakte lid zijn gehoord, wordt zonder verwijl over de wraking uitspraak gedaan.
Art. 30. Il est statué sans délai sur la récusation après avoir entendus le récusant et le membre récusé.
TITEL II. - Specifieke bepalingen voor de beroepen tot nietigverklaring, tot schorsing en tot het bevelen van voorlopige maatregelen.
TITRE II. - Dispositions spécifiques pour le recours en annulation, la demande de suspension et la demande de mesures provisoires.
HOOFDSTUK I. - Het beroep tot nietigverklaring.
CHAPITRE Ier. - Le recours en annulation.
Art. 31. Indien het een beroep tot nietigverklaring betreft tegen een beslissing bedoeld in artikel 39/79 van de wet van 15 december 1980, geeft de griffie onmiddellijk, na ontvangst van het beroep dat op de rol werd ingeschreven, kennis ervan aan de minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde.
Art. 31. Lorsqu'il s'agit d'un recours en annulation à l'encontre d'une décision visée à l'article 39/79 de la loi du 15 décembre 1980, le greffe en informe immédiatement le Ministre de l'Intérieur ou son délégué après réception du recours qui a été inscrit au rôle.
HOOFDSTUK II. - De vordering tot schorsing.
CHAPITRE II. - La demande de suspension.
Afdeling 1. - De procedure.
Section 1re. - La procédure.
Art. 32. Het enig verzoekschrift bedoeld in artikel 39/82, § 3, van de wet van 15 december 1980 bevat :
  1° de vermeldingen die met toepassing van artikel 39/78 van de wet van 15 december 1980 vervat moeten zijn in het verzoekschrift tot nietigverklaring;
  2° een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
Art. 32. La requête unique visée à l'article 39/82, § 3, de la loi du 15 décembre 1980 comprend :
  1° les mentions qui, en application de l'article 39/78 de la loi du 15 décembre 1980, doivent figurer dans la requête en annulation;
  2° un exposé des faits de nature à établir que l'exécution immédiate de la décision litigieuse risque de causer à la partie requérante un préjudice grave difficilement réparable.
Art. 33. De griffie zendt onverwijld een afschrift van de vordering tot schorsing aan de verwerende partij.
Art. 33. Le greffe transmet sans délai une copie de la demande de suspension à la partie défenderesse.
Art. 34. De verwerende partij bezorgt de griffie binnen acht dagen na kennisgeving van de vordering tot schorsing het administratief dossier, waarbij ze een nota met opmerkingen kan voegen.
  Een te laat ingediende nota met opmerkingen wordt uit de debatten geweerd.
Art. 34. Dans les huit jours de la notification de la demande de suspension, la partie défenderesse transmet au greffe le dossier administratif, auquel elle peut joindre une note d'observation.
  Toute note d'observation introduite tardivement est écartée des débats.
Art. 35. Zodra het administratief dossier is binnengekomen of, indien er geen werd ontvangen, bij het verstrijken van de in artikel 34 bepaalde termijn, bepaalt de voorzitter bij beschikking en binnen korte tijd de dag van de terechtzitting waarop de vordering tot schorsing wordt behandeld.
  De griffie geeft onverwijld kennis van de beschikking waarbij de rechtsdag wordt bepaald aan de partijen.
  Bij de kennisgeving aan de partijen wordt de nota met opmerkingen gevoegd als daarvan nog geen kennis is gegeven. Tevens wordt vermeld of een administratief dossier is neergelegd.
Art. 35. Dès réception du dossier administratif ou, à defaut, à l'expiration du délai visé à l'article 34, le président fixe par ordonnance et à bref délai le jour de l'audience au cours de laquelle la demande de suspension sera instruite.
  Le greffe notifie sans délai l'ordonnance de fixation aux parties.
  Si elle n'a pas encore été communiquée aux parties, la note d'observation est jointe à cette notification. Il est également indiqué si un dossier administratif a été déposé.
Afdeling 2. - De gezamenlijke behandeling van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring.
Section 2. - Le traitement conjoint de la demande de suspension et du recours en annulation.
Art. 36. De vordering tot schorsing als het beroep tot nietigverklaring worden samen behandeld indien blijkt dat de vordering tot nietigverklaring slechts korte debatten vereist.
  Beide vorderingen worden behandeld volgens de procedure die geldt voor de behandeling van het beroep tot nietigverklaring.
  Indien na de debatten de voorzitter van oordeel is dat de zaak slechts korte debatten vereist, wordt in dit geval de zaak definitief beslecht.
Art. 36. Lorsqu'il apparaît que le recours en annulation ne nécessite que des débats succincts, la demande de suspension et le recours en annulation sont traités conjointement.
  Les deux demandes sont traitées suivant la procédure valant pour le traitement du recours en annulation.
  Si, à l'issue des débats, le président estime que l'affaire ne nécessite que des débats succincts, l'affaire est jugée définitivement.
Afdeling 3. - De afzonderlijke behandeling van de vordering tot schorsing.
Section 3. - Le traitement distinct de la demande de suspension.
Art. 37. Indien artikel 36 niet kan worden toegepast, dan wordt de vordering tot schorsing los van het beroep tot nietigverklaring behandeld.
Art. 37. Lorsque l'article 36 ne peut être appliqué, la demande de suspension est traitée distinctement du recours en annulation.
Art. 38. Het arrest waarbij uitspraak wordt gedaan over de vordering tot schorsing wordt onverwijld ter kennis gebracht van de partijen.
  Bij de kennisgeving van het arrest maakt de griffie melding van de gevolgen die door artikel 39/82, § 5 en 6, van de wet van 15 december 1980 aan de afwezigheid van een aanvraag tot voortzetting van de procedure binnen de voorgeschreven termijn worden verbonden.
Art. 38. L'arrêt par lequel il est statué sur la demande de suspension est notifié sans délai aux parties.
  Lors de la notification de l'arrêt, le greffe fait mention des conséquences que l'article 39/82, § 5 et 6, de la loi du 15 décembre 1980, attache à l'absence de demande de poursuite de la procédure dans le délai imparti.
Art. 39. § 1. Wanneer naar aanleiding van een arrest waarbij een schorsing is bevolen, de verwerende partij niet binnen de in artikel 39/82, § 5, van de wet van 15 december 1980 gestelde termijn bij een ter post aangetekende brief of per bode tegen ontvangstbewijs een verzoek tot voortzetting van de procedure indient, stelt de griffie de partijen ervan in kennis dat de Raad uitspraak zal doen over de nietigverklaring van de handeling waarvan de schorsing is bevolen. Na de kennisgeving beschikken de partijen over een termijn van acht dagen waarbinnen ze kunnen vragen om te worden gehoord.
  Als geen van de partijen vraagt te worden gehoord, kan de voorzitter de handeling vernietigen, zonder dat ze daarbij aanwezig zijn.
  Als een partij vraagt te worden gehoord, roept de voorzitter de partijen op om spoedig te verschijnen.
  § 2. Wanneer naar aanleiding van een arrest waarbij een vordering tot schorsing is afgewezen, de verzoekende partij niet binnen de in artikel 39/82 § 6, van de wet van 15 december 1980 gestelde termijn bij een ter post aangetekende brief een verzoek tot voortzetting van de procedure indient, stelt de griffie haar ervan in kennis dat de Raad de afstand van het geding zal uitspreken, tenzij ze binnen een termijn van vijftien dagen vraagt te worden gehoord.
  Als ze niet vraagt te worden gehoord, spreekt de voorzitter de afstand van het geding uit.
  Als ze vraagt te worden gehoord, roept de voorzitter de partijen bijeen om spoedig te verschijnen voordat de voorzitter uitspraak doet over de afstand van het geding.
  Indien verscheidene verzoekende partijen eenzelfde vordering tot schorsing en eenzelfde beroep tot nietigverklaring hebben ingesteld en als slechts sommigen onder hen een verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend, worden de anderen geacht afstand te doen van het geding en wordt in het arrest over het beroep tot nietigverklaring ook uitspraak gedaan over de afstand van het geding door degenen die geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend.
Art. 39. § 1er. Lorsqu'à la suite d'un arrêt ayant ordonné une suspension, la partie défenderesse n'introduit pas, par pli recommandé à la poste ou par porteur contre accusé de réception, une demande de poursuite de la procédure dans le délai fixé à l'article 39/82, § 5, de la loi du 15 décembre 1980, le greffe porte à la connaissance des parties que le Conseil va statuer sur l'annulation de l'acte dont la suspension a été ordonnée Les parties disposent d'un délai de huit jours à partir de la notification pour demander à être entendues.
  Si aucune des parties ne demande à être entendue, le président peut annuler l'acte en leur absence.
  Si une partie demande à être entendue, le président convoque les parties à comparaître dans les plus brefs délais.
  § 2. Lorsqu'à la suite d'un arrêt ayant rejeté une demande de suspension, la partie requérante n'introduit pas, par pli recommandé à la poste, une demande de poursuite de la procédure dans le délai fixé à l'article 39/82, § 6, de la loi du 15 décembre 1980, le greffe porte à sa connaissance que le Conseil va prononcer le désistement à la procédure, à moins qu'elle ne demande à être entendue dans un délai de quinze jours,.
  Si elle ne demande pas à être entendue, le président prononce le désistement de la procédure.
  Si elle demande à être entendue, le président convoque les parties à comparaître dans les plus brefs délais avant que le président statue sur le désistement à la procédure.
  Lorsque plusieurs parties requérantes ont introduit une même demande de suspension et un même recours en annulation mais qu'une demande de poursuite de la procédure n'est introduite que par certaines d'entre elles, les autres sont présumées se désister de la procédure et l'arrêt rendu sur le recours en annulation statue également sur le désistement de la procédure de celles qui n'ont pas introduit de demande de poursuite de celle-ci.
Art. 40. [1 Indien de schorsing van de tenuitvoerlegging is bevolen dan kan de verwerende partij de voortzetting van de procedure vragen binnen de acht dagen na de kennisgeving van het arrest.
   Indien de verwerende partij tijdig de voortzetting van de procedure heeft gevraagd, dan wordt de verzoekende partij hiervan op de hoogte gesteld door de griffie en verloopt de procedure overeenkomstig de artikelen 39/73 tot en met 39/75 en 39/81 van de wet van 15 december 1980.
   In dat geval gebeurt de beoordeling van de zaak op basis van de reeds ingediende procedurestukken onverminderd de toepassing van artikel 39/60 van de wet van 15 december 1980.]1

  
Art. 40. [1 Si la suspension de l'exécution est ordonnée, la partie défenderesse peut demander la poursuite de la procédure dans les huit jours suivant la notification de l'arrêt.
   Si la partie défenderesse a demandé la poursuite de la procédure à temps, la partie requérante en est informée par le greffe et la procédure se déroule conformément aux articles 39/73 à 39/75 et 39/81 de la loi du 15 décembre 1980.
   Dans ce cas, le jugement de l'affaire se fait sur la base des pièces de procédure déjà introduites, sans préjudice de l'application de l'article 39/60 de la loi du 15 décembre 1980.]1

  
Art. 41. [1 Indien de schorsing van de tenuitvoerlegging niet is bevolen dan kan de verzoekende partij de voortzetting van de procedure vragen binnen de acht dagen na de kennisgeving van het arrest.
   Indien de verzoekende partij tijdig de voortzetting van de procedure heeft gevraagd en desgevallend het verschuldigde rolrecht heeft betaald, dan wordt de verwerende partij hiervan op de hoogte gesteld door de griffie en verloopt de procedure overeenkomstig de artikelen 39/73 tot en met 39/75 en 39/81 van de wet van 15 december 1980.
   In dat geval gebeurt de beoordeling van de zaak op basis van de reeds ingediende procedurestukken onverminderd de toepassing van artikel 39/60 van de wet van 15 december 1980.]1

  
Art. 41. [1 Si la suspension de l'exécution n'est pas ordonnée, la partie requérante peut demander la poursuite de la procédure dans les huit jours suivant la notification de l'arrêt.
   Si la partie requérante a demandé la poursuite de la procédure à temps et si, le cas échéant, elle a payé le droit de rôle dû, la partie défenderesse en est informée par le greffe et la procédure se déroule conformément aux articles 39/73 à 39/75 et 39/81 de la loi du 15 décembre 1980.
   Dans ce cas, le jugement de l'affaire se fait sur la base des pièces de procédure déjà introduites, sans préjudice de l'application de l'article 39/60 de la loi du 15 décembre 1980.]1

  
Art. 42. Wanneer de schorsing wordt bevolen wegens machtsafwending, beveelt het arrest de verwijzing van de zaak naar de algemene vergadering.
Art. 42. Lorsque la suspension est ordonnée pour détournement de pouvoir, l'arrêt ordonne le renvoi de l'affaire à l'assemblée générale.
Afdeling 4. - Bijzondere regels bij een vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
Section 4. - Règles spécifiques relatives à la demande de suspension en extrême urgence.
Art. 43. § 1. Als de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, dan bevat de vordering tot schorsing bedoeld in artikel 32 de in artikel 32 bepaalde gegevens alsook een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen.
  In het opschrift van het verzoekschrift dient te worden vermeld dat het een vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid betreft. Is aan deze pleegvorm niet voldaan, dan wordt dit verzoekschrift geacht enkel een beroep tot nietigverklaring te bevatten.
  De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet een afschrift van de bestreden akte bevatten en vergezeld zijn van zes afschriften ervan.
  De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid die niet vergezeld is van de bestreden akte wordt tot aan de ontvangst ervan voorlopig niet op de rol geplaatst. Bij verzuim brengt de griffier dit onverwijld ter kennis van de verzoeker op het in de vordering aangegeven fax- of telefoonnummer.
  Ongeacht of een vordering tot uiterst dringende noodzakelijkheid afzonderlijk dan wel in één en dezelfde akte is gesteld met het beroep tot nietigverklaring, verloopt de procedure overeenkomstig de §§ 2 en 3.
  § 2. De voorzitter kan de partijen, bij beschikking eventueel te zijnen huize oproepen op het door hem bepaalde uur, zelfs op de feestdagen en van dag tot dag of van uur tot uur.
  In de kennisgeving van de beschikking wordt in voorkomend geval vermeld of het administratief dossier werd neergelegd.
  Indien de verwerende partij het administratief dossier niet van te voren heeft overgezonden, overhandigt ze het ter terechtzitting aan de voorzitter, die de terechtzitting schorst om aan de partijen de gelegenheid te geven er inzage van te nemen.
  De Raad kan de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het arrest bevelen.
  De procedure verloopt voor het overige overeenkomstig de artikelen 38 tot 42.
  § 3. Indien de schorsing bij voorraad is bevolen zonder dat de partijen of sommige van hen zijn gehoord, dan roept de voorzitter ze op om binnen drie dagen voor de bevoegde kamer te verschijnen.
Art. 43. § 1er. Dans les cas où l'extrême urgence est invoquée, la demande de suspension visée à l'article 32 contient les données fixées à l'article 32 ainsi qu'un exposé des faits qui la justifie.
  L'intitulé de la requête doit indiquer qu'il s'agit d'une demande en suspension en extrême urgence. Si cette formalité n'est pas remplie, cette requête est censée contenir uniquement un recours en annulation.
  La demande de suspension en extrême urgence doit être accompagnée d'une copie de l'acte contesté et de six copies de celle-ci.
  La demande de suspension en extrême urgence qui n'est pas accompagnée d'une copie de l'acte contesté n'est pas inscrite au rôle jusqu'à réception de celui-ci. A défaut, le greffier en informe sans délai le requérant au moyen du numéro de téléphone ou de télécopie indiqués dans la demande.
  La procédure est poursuivie conformément aux §§ 2 et 3, et ce, indépendamment du fait que la demande en extrême urgence soit introduite distinctement ou par le même acte que le recours en annulation.
  § 2. Le président peut convoquer par ordonnance les parties, éventuellement à son domicile, à l'heure indiquée par lui, et ce, même les jours fériés et de jour à jour ou d'heure à heure.
  La notification de l'ordonnance mentionne, le cas échéant, si le dossier administratif a été dépose.
  Si la partie défenderesse n'a pas préalablement transmis le dossier administratif, elle le remet à l'audience au président, qui suspend celle-ci afin de permettre aux parties d'en prendre connaissance.
  Le Conseil peut ordonner l'execution immédiate de l'arrêt.
  Pour le surplus, la procédure est suivie conformément aux articles 38 à 42.
  § 3. Si la suspension est ordonnée à titre provisoire sans que les parties ou certaines d'entre elles n'aient pu être entendues, le président les invite à comparaître dans les trois jours devant la chambre compétente.
HOOFDSTUK III. - Vorderingen tot het bevelen van voorlopige maatregelen.
CHAPITRE III. - Les demandes de mesures provisoires.
Art. 44. Zolang de vordering tot schorsing aanhangig is, kan bij een afzonderlijk verzoekschrift een vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen worden ingediend.
  De vordering wordt ondertekend door de partij of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 39/56 van de wet van 15 december 1980. De vordering wordt gedagtekend en bevat :
  1° de naam, nationaliteit, de gekozen woonplaats van de verzoekende partij en het kenmerk van haar dossier bij de verwerende partij zoals vermeld op de bestreden beslissing;
  2° de vermelding van de beslissing waarvan de schorsing wordt gevorderd;
  3° de beschrijving van de gevorderde voorlopige maatregelen;
  4° een uiteenzetting van de feiten die aantonen dat de voorlopige maatregelen noodzakelijk zijn om de belangen van de partij die ze vordert, veilig te stellen;
  5° in voorkomend geval, een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen.
  In het opschrift van het verzoekschrift dient te worden vermeld dat het een vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen bij uiterst dringende noodzakelijkheid betreft. Is aan deze pleegvorm niet voldaan, dan wordt deze vordering afgedaan overeenkomstig artikel 46.
  De vordering wordt slechts onderzocht als er zes eensluidend verklaarde afschriften zijn bijgevoegd.
Art. 44. Tant que la demande de suspension est en cours, une demande de mesures provisoires peut être introduite par une demande distincte.
  La demande est signée par la partie ou par un avocat satisfaisant aux conditions fixées à l'article 39/56 de la loi du 15 décembre 1980. La demande est datée et contient :
  1° les nom, nationalité, domicile élu de la partie requérante et les références de son dossier auprès de la partie défenderesse telles que mentionnées dans la décision contestée;
  2° la mention de la décision qui fait l'objet de la demande de suspension;
  3° la description des mesures provisoires requises;
  4° un exposé des faits établissant que les mesures provisoires sont nécessaires afin de sauvegarder les intérêts de la partie qui les sollicite;
  5° le cas échéant, un exposé des faits justifiant l'extrême urgence.
  L'intitulé de la requête doit indiquer qu'il s'agit d'une demande de mesures provisoires en extrême urgence. Si cette formalité n'est pas remplie, il est statué sur cette requête conformément à l'article 46.
  La demande n'est examinée que si elle est accompagnée de six copies certifiées conformes.
Art. 45. De griffie zendt onverwijld een afschrift van de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen aan de andere partijen.
Art. 45. Le greffe transmet sans délai une copie de la demande de mesures provisoires aux autres parties.
Art. 46. § 1. Elke partij kan binnen acht dagen na de kennisgeving van het verzoekschrift aan de griffie een aanvullend dossier en een aanvullende nota met opmerkingen over de gevorderde voorlopige maatregelen zenden.
  Een te laat ingediende aanvullende nota wordt uit de debatten geweerd.
  § 2. Zodra de aanvullende nota met opmerkingen of het aanvullend dossier is ingekomen of, indien er geen is ingekomen, zodra de in § 1 bepaalde termijn van acht dagen verstreken is, bepaalt de voorzitter vervolgens bij beschikking en binnen korte tijd de dag van de terechtzitting waarop de vordering tot het bevelen van de voorlopige maatregelen wordt behandeld.
  De griffie geeft onverwijld kennis van de beschikking waarbij de rechtsdag wordt bepaald aan de partijen. Bij de kennisgeving wordt de aanvullende nota met opmerkingen gevoegd zo er een is ingediend.
Art. 46. § 1er. Dans les huit jours de la notification de la requête, toute partie peut transmettre au greffe un dossier complémentaire et une note d'observations complémentaire relatives aux mesures provisoires requises.
  Toute note complémentaire introduite tardivement est écartée des débats.
  § 2. Dès réception de la note d'observations complémentaire ou du dossier complémentaire, ou à défaut, dès que le délai de huit jours prévu au § 1er est expiré, le président fixe, par ordonnance et dans les plus brefs délais, la date de l'audience au cours de laquelle la demande de mesures provisoires sera examinée.
  Le greffe notifie sans délai l'ordonnance de fixation aux parties. La note d'observations le cas échéant déposée est jointe à cette communication.
Art. 47. In het belang van een goede rechtsbedeling kan de voorzitter beslissen dat de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen samen met de vordering tot schorsing wordt behandeld en afgedaan.
Art. 47. Dans l'intérêt d'une bonne justice, le président peut décider que la demande de mesures provisoires soit examinée et jugée avec la demande de suspension.
Art. 48. Indien de indiener van een vordering tot schorsing ook uiterst dringende voorlopige maatregelen vordert, is artikel 44, eerste en tweede lid, van toepassing op zijn verzoek. Artikel 46 is er niet op van toepassing.
  Voor het overige verloopt de procedure overeenkomstig artikel 43, §§ 2 en 3.
Art. 48. Si l'auteur d'une demande de suspension sollicite également des mesures provisoires d'extrême urgence, l'article 44, alinéas 1er et 2, s'applique à sa demande. L'article 46 n'est pas applicable.
  Pour le reste, la procédure est poursuivie conformément à l'article 43, §§ 2 et 3.
HOOFDSTUK IV. - De opheffing of intrekking van de schorsing en van de andere voorlopige maatregelen.
CHAPITRE IV. - La levée ou le retrait de la suspension et des autres mesures provisoires.
Art. 49. Met het oog op de toepassing van artikel 39/82, § 3, vijfde lid, van de wet van 15 december 1980 stelt de griffie de partijen ervan in kennis dat de schorsing en in voorkomend geval, de voorlopige maatregelen worden opgeheven omdat na het verstrijken van de normale beroepstermijn van 30 dagen geen enkel verzoekschrift tot nietigverklaring is ingediend waarin de middelen worden aangevoerd die ze gerechtvaardigd hadden, tenzij een van de partijen vraagt om te worden gehoord.
  Als een partij binnen een termijn van acht dagen vraagt te worden gehoord, dan roept de voorzitter de partijen op om spoedig te verschijnen. De Raad doet uitspraak over de opheffing van de schorsing en, in voorkomend geval, van de voorlopige maatregelen.
  Als geen enkele partij vraagt te worden gehoord, stelt de kamer de opheffing van de schorsing en, in voorkomend geval, van de voorlopige maatregelen bij arrest vast.
  In de in het eerste lid bedoelde kennisgeving van de griffie wordt melding gemaakt van artikel 39/82, § 3, vijfde lid, van de wet van 15 december 1980 en van dit artikel.
Art. 49. En vue de l'application de l'article 39/82, § 3, alinéa 5, de la loi du 15 décembre 1980, le greffe notifie aux parties que la suspension et, le cas échéant, les mesures provisoires vont être levees, puisqu'aucune requête en annulation invoquant les moyens qui les auraient justifiées n'a été introduite dans le délai de recours de 30 jours, à moins que l'une des parties ne demande à être entendue.
  Lorsqu'une partie demande à être entendue dans un délai de huit jours, le président convoque les parties à comparaître dans les plus brefs délais. Le Conseil statue sur la levée de la suspension et, le cas échéant, des mesures provisoires.
  Lorsqu'aucune partie ne demande à être entendue, la chambre constate par arrêt la levée de la suspension et, le cas échéant, des mesures provisoires.
  La notification du greffe visée à l'alinéa 1er fait mention de l'article 39/82, § 3, alinéa 5, de la loi du 15 décembre 1980, et du présent article.
Art. 50. § 1. De in artikel 39/82, § 2, tweede lid, en artikel 39/84, vierde lid, van de wet van 15 december 1980 bedoelde vordering tot intrekking of tot wijziging van het arrest dat de schorsing of voorlopige maatregelen beveelt, wordt ingesteld door middel van een verzoekschrift ondertekend door een van de partijen of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 39/59 van de wet van 15 december 1980.
  § 2. Het verzoekschrift wordt gedagtekend en bevat :
  1° de opgave van het arrest waarvan de intrekking of de wijziging wordt gevorderd;
  2° een uiteenzetting van de feiten en de motieven die de intrekking of de wijziging rechtvaardigen.
  § 3. De griffie zendt onverwijld een afschrift van het verzoekschrift aan de andere partijen.
  § 4. Iedere partij kan binnen acht dagen na de kennisgeving van het verzoekschrift, aan de griffie een aanvullend dossier en een nota met opmerkingen overzenden.
  De griffie zendt een exemplaar van de nota aan de andere partijen.
  Een te laat ingediende nota met opmerkingen wordt uit de debatten geweerd.
  § 5. De voorzitter bepaalt bij beschikking de dag van de terechtzitting waarop de vordering tot intrekking of tot wijziging door de Raad wordt behandeld.
  De griffie geeft kennis van de beschikking waarbij de rechtsdag wordt bepaald aan de partijen.
Art. 50. § 1er. La demande de retrait ou de modification de l'arrêt ordonnant la suspension ou les mesures provisoires, visée à l'article 39/82, § 2, alinéa 2, et à l'article 39/84, alinéa 4, de la loi du 15 décembre 1980, est introduite par une requête signée par l'une des parties ou par un avocat satisfaisant aux conditions fixées à l'article 39/59 de la loi du 15 décembre 1980.
  § 2. La requête est datée et contient :
  1° l'indication de l'arrêt dont le retrait ou la modification est demandée;
  2° un expose des faits et des motifs justifiant le retrait ou la modification.
  § 3. Le greffe communique sans délai une copie de la requête aux autres parties.
  § 4. Dans les huit jours de la notification de la requête, toute partie peut transmettre au greffe un dossier complémentaire et une note d'observations.
  Le greffe envoie un exemplaire de la note aux autres parties.
  Toute note d'observations introduite tardivement est écartée des débats.
  § 5. Le président fixe par ordonnance la date de l'audience au cours de laquelle la demande de retrait ou de modification sera examinée par le Conseil.
  Le greffe notifie sans délai l'ordonnance de fixation aux parties.
TITEL III. - Slotbepalingen.
TITRE III. - Dispositions finales.
Art. 51. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de beroepen bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen ingediend vanaf 1 december 2006 alsook op de reeds ingediende beroepen waarvoor op voormelde datum, nog geen dag der terechtzitting werd bepaald.
Art. 51. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent aux recours introduits auprès de la Commission permanente de recours des réfugiés à partir du 1er décembre 2006 ainsi qu'aux recours pendants pour lesquels aucune audience n'a encore été fixée à cette date.
Art. 52. Dit besluit treedt in werking op de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art. 52. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 53. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 53. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.