Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° gecoördineerde wetten : wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
2° rechtscollege : administratief rechtscollege waarvan de beslissing wordt aangevochten;
3° hoofdgriffier : hoofdgriffier van de Raad van State of de door hem aangewezen persoon;
4° eerste voorzitter of voorzitter : korpschef die de (afdeling bestuursrechtspraak) leidt; <KB 2007-04-25/32, art. 97, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
5° staatsraad : lid van de Raad van State dat aangewezen is om het dossier te onderzoeken;
6° auditeur : lid van het Auditoraat dat aangewezen is om het dossier te onderzoeken;
7° algemene procedureregeling : besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de (afdeling bestuursrechtspraak) van de Raad van State. <KB 2007-04-25/32, art. 97, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 NOVEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-12-2006 en tekstbijwerking tot 21-01-2026)
Titre
30 NOVEMBRE 2006. - Arrêté royal déterminant la procédure en cassation devant le conseil d'Etat. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-12-2006 et mise à jour au 21-01-2026)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Definities en werkingssfeer.
HOOFDSTUK II. - Het verzoekschrift.
HOOFDSTUK III. - De procedure van toelating.
HOOFDSTUK IV. - De procedure na toelating.
Afdeling I. - De voorafgaande maatregelen.
Afdeling II. - Het verslag en de onderzoeksmaat...
Afdeling III. - De procedure na verslag.
Afdeling IV. - De verkorte procedures.
Afdeling V. - De verwijzingen naar de algemene ...
Afdeling VI. - De terechtzitting.
Afdeling VII. - De tussengeschillen.
Afdeling VIII. - Het verzet, het derden-verzet ...
HOOFDSTUK V. - De kosten en [1 de rechtsbijstan...
Afdeling I. - De kosten.
Afdeling II. - [1 De rechtsbijstand]1.
HOOFDSTUK VI. - Algemene bepalingen.
Afdeling I. - De partijen in de zaak.
Afdeling II. - De verzendingen naar de Raad van...
Afdeling III. - De verzendingen door de Raad va...
Afdeling IIIbis. - [1 Elektronische procesvoeri...
Afdeling IV. - De berekening van de termijnen.
Afdeling V. - De beschikkingen en de arresten.
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Définitions et Champ d'applicat...
CHAPITRE II. - La requête.
CHAPITRE III. - La procédure d'admission.
CHAPITRE IV. - La procédure après admission.
Section Ire. - Les mesures préalables.
Section II. - Le rapport et les mesures d'instr...
Section III. - La procédure après rapport.
Section IV. - Les procédures abrégées.
Section V. - Les renvois à l'assemblée générale.
Section VI. - L'audience.
Section VII. - Les incidents.
Section VIII. - Les oppositions, les tierces op...
CHAPITRE V. - Les dépens et [1 l'assistance jud...
Section Ire. - Les dépens.
Section II. - [1 L'assistance judiciaire]1.
CHAPITRE VI. - Dispositions générales.
Section Ire. - Les parties à la cause.
Section II. - Les envois adresses au Conseil d'...
Section III. - Les envois adressés par le Conse...
Section IIIbis. - [1 Procédure électronique]1
Section IV. - La computation des délais.
Section V. - Les ordonnances et les arrêts.
CHAPITRE VII. - Dispositions finales.
Tekst (82)
Texte (82)
HOOFDSTUK I. - Definities en werkingssfeer.
CHAPITRE Ier. - Définitions et Champ d'application.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° lois coordonnées : lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973;
2° juridiction : juridiction administrative dont la décision est contestée;
3° greffier en chef : greffier en chef du Conseil d'Etat ou la personne qu'il désigne;
4° premier président ou président : chef de corps qui dirige la (section du contentieux administratif); <AR 2007-04-25/32, art. 97, 002; En vigueur : 01-06-2007>
5° conseiller : membre du Conseil d'Etat désigné pour l'examen du dossier;
6° auditeur : membre de l'Auditorat désigne pour l'examen du dossier;
7° règlement général de procédure : arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la (section du contentieux administratif) du Conseil d'Etat. <AR 2007-04-25/32, art. 97, 002; En vigueur : 01-06-2007>
1° lois coordonnées : lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973;
2° juridiction : juridiction administrative dont la décision est contestée;
3° greffier en chef : greffier en chef du Conseil d'Etat ou la personne qu'il désigne;
4° premier président ou président : chef de corps qui dirige la (section du contentieux administratif); <AR 2007-04-25/32, art. 97, 002; En vigueur : 01-06-2007>
5° conseiller : membre du Conseil d'Etat désigné pour l'examen du dossier;
6° auditeur : membre de l'Auditorat désigne pour l'examen du dossier;
7° règlement général de procédure : arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la procédure devant la (section du contentieux administratif) du Conseil d'Etat. <AR 2007-04-25/32, art. 97, 002; En vigueur : 01-06-2007>
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op de cassatieberoepen ingesteld met toepassing van artikel 14, § 2, van de gecoördineerde wetten tegen beslissingen gewezen in betwiste zaken door een rechtscollege.
Art. 2. Les recours en cassation formés en application de l'article 14, § 2, des lois coordonnées contre les décisions contentieuses rendues par une juridiction sont soumis au présent arrêté.
HOOFDSTUK II. - Het verzoekschrift.
CHAPITRE II. - La requête.
Art. 3. § 1. Het verzoekschrift waarbij cassatieberoep wordt ingesteld, wordt ingediend uiterlijk de dertigste dag na de kennisgeving van de bestreden beslissing.
§ 2. Het verzoekschrift, gedagtekend en ondertekend door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden bepaald in [1 artikel 19, vierde lid]1, van de gecoördineerde wetten, bevat :
1° het opschrift " cassatieberoep ";
2° de naam, de hoedanigheid, de nationaliteit en de woonplaats of zetel van de verzoekende partij;
3° de woonplaatskeuze bedoeld in artikel 37, eerste lid;
4° de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar van het cassatieberoep;
5° de opgave van de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld, met vermelding van de aard ervan, evenals van de datum en het nummer waaronder het bij het rechtscollege ingestelde beroep, ingeschreven is;
6° de naam en het adres van de verwerende partij voor het rechtscollege;
7° de opgave van de datum waarop de beslissing van het rechtscollege ter kennis is gebracht van de verzoekende partij in cassatie;
8° een beknopt feitenrelaas;
9° een uiteenzetting van de cassatiemiddelen;
10° de opgave van het taalstatuut van de verzoekende partij, wanneer de wet die op haar van toepassing is, bepaald welke taal ze moet gebruiken voor de Raad van State;
11° de in artikel 21, § 2, eerste lid, bedoelde taal voor het verhoor.
§ 2. Het verzoekschrift, gedagtekend en ondertekend door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden bepaald in [1 artikel 19, vierde lid]1, van de gecoördineerde wetten, bevat :
1° het opschrift " cassatieberoep ";
2° de naam, de hoedanigheid, de nationaliteit en de woonplaats of zetel van de verzoekende partij;
3° de woonplaatskeuze bedoeld in artikel 37, eerste lid;
4° de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar van het cassatieberoep;
5° de opgave van de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld, met vermelding van de aard ervan, evenals van de datum en het nummer waaronder het bij het rechtscollege ingestelde beroep, ingeschreven is;
6° de naam en het adres van de verwerende partij voor het rechtscollege;
7° de opgave van de datum waarop de beslissing van het rechtscollege ter kennis is gebracht van de verzoekende partij in cassatie;
8° een beknopt feitenrelaas;
9° een uiteenzetting van de cassatiemiddelen;
10° de opgave van het taalstatuut van de verzoekende partij, wanneer de wet die op haar van toepassing is, bepaald welke taal ze moet gebruiken voor de Raad van State;
11° de in artikel 21, § 2, eerste lid, bedoelde taal voor het verhoor.
Art. 3. § 1er. La requête en cassation est introduite au plus tard le trentième jour après la notification de la décision attaquée.
§ 2. La requête, datée et signée par un avocat satisfaisant aux conditions fixées par l'article 19, [1 alinéa 4]1, des lois coordonnées, contient :
1° l'intitulé " recours en cassation ";
2° les nom, qualité, nationalite, domicile ou siège de la partie requérante;
3° l'élection de domicile visée à l'article 37, alinéa 1er;
4° les nom et qualité du signataire du recours en cassation;
5° l'indication de la décision objet du recours, avec mention de sa nature, ainsi que de sa date et du numéro sous lequel le recours introduit devant la juridiction a été enregistré;
6° les nom et adresse de la partie adverse devant la juridiction;
7° l'indication de la date à laquelle la décision de la juridiction a été notifiée à la partie requérante en cassation;
8° un exposé sommaire des faits;
9° un exposé des moyens de cassation;
10° l'indication du statut linguistique de la partie requérante, lorsque la loi qui lui est applicable détermine la langue qu'elle doit employer devant le Conseil d'Etat;
11° la langue prévue à l'article 21, § 2, alinéa 1er, pour l'audition.
§ 2. La requête, datée et signée par un avocat satisfaisant aux conditions fixées par l'article 19, [1 alinéa 4]1, des lois coordonnées, contient :
1° l'intitulé " recours en cassation ";
2° les nom, qualité, nationalite, domicile ou siège de la partie requérante;
3° l'élection de domicile visée à l'article 37, alinéa 1er;
4° les nom et qualité du signataire du recours en cassation;
5° l'indication de la décision objet du recours, avec mention de sa nature, ainsi que de sa date et du numéro sous lequel le recours introduit devant la juridiction a été enregistré;
6° les nom et adresse de la partie adverse devant la juridiction;
7° l'indication de la date à laquelle la décision de la juridiction a été notifiée à la partie requérante en cassation;
8° un exposé sommaire des faits;
9° un exposé des moyens de cassation;
10° l'indication du statut linguistique de la partie requérante, lorsque la loi qui lui est applicable détermine la langue qu'elle doit employer devant le Conseil d'Etat;
11° la langue prévue à l'article 21, § 2, alinéa 1er, pour l'audition.
Wijzigingen
Art. 4. Bij het verzoekschrift worden gevoegd :
1° een kopie van de beslissing van het rechtscollege waartegen het cassatieberoep wordt ingesteld;
2° de inventaris bedoeld in artikel 40, eerste lid;
3° de stukken genummerd overeenkomstig de inventaris bedoeld in artikel 40, eerste lid;
4° in de gevallen waarin de verzoekende partij een rechtspersoon is, een kopie van haar statuten [1 ...]1;
5° de in artikel 39, derde lid, bedoelde kopieën van het verzoekschrift.
1° een kopie van de beslissing van het rechtscollege waartegen het cassatieberoep wordt ingesteld;
2° de inventaris bedoeld in artikel 40, eerste lid;
3° de stukken genummerd overeenkomstig de inventaris bedoeld in artikel 40, eerste lid;
4° in de gevallen waarin de verzoekende partij een rechtspersoon is, een kopie van haar statuten [1 ...]1;
5° de in artikel 39, derde lid, bedoelde kopieën van het verzoekschrift.
Art. 4. La requête est accompagnée :
1° d'une copie de la décision de la juridiction, objet du recours en cassation;
2° de l'inventaire visé à l'article 40, alinéa 1er;
3° des pièces numérotées conformément à l'inventaire visé à l'article 40, alinéa 1er;
4° dans les cas où la partie requérante est une personne morale, d'une copie de ses statuts [1 ...]1 ;
5° des copies de la requête visées à l'article 39, alinéa 3.
1° d'une copie de la décision de la juridiction, objet du recours en cassation;
2° de l'inventaire visé à l'article 40, alinéa 1er;
3° des pièces numérotées conformément à l'inventaire visé à l'article 40, alinéa 1er;
4° dans les cas où la partie requérante est une personne morale, d'une copie de ses statuts [1 ...]1 ;
5° des copies de la requête visées à l'article 39, alinéa 3.
Wijzigingen
Art. 5. Wordt niet op de rol ingeschreven en wordt als niet-ingediend beschouwd ieder cassatieberoep :
1° dat niet ondertekend is door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 19, [1 vierde lid]1, van de gecoördineerde wetten;
2° dat, in voorkomend geval, geen woonplaatskeuze in België bevat;
3° waarbij niet de stukken genoemd in artikel 4 zijn gevoegd.
In geval van toepassing van het eerste lid, stuurt de hoofdgriffier een brief naar de verzoekende partij waarin hij aangeeft waarom de zaak niet op de rol wordt ingeschreven en de verzoekende partij vraagt haar beroep te regulariseren binnen vijf dagen.
De verzoekende partij die haar beroep binnen vijf dagen na ontvangst van de in het tweede lid bedoelde vraag regulariseert, wordt geacht dit te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending ervan.
Een beroep dat niet volledig of te laat wordt geregulariseerd, wordt niet op de rol ingeschreven.
1° dat niet ondertekend is door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 19, [1 vierde lid]1, van de gecoördineerde wetten;
2° dat, in voorkomend geval, geen woonplaatskeuze in België bevat;
3° waarbij niet de stukken genoemd in artikel 4 zijn gevoegd.
In geval van toepassing van het eerste lid, stuurt de hoofdgriffier een brief naar de verzoekende partij waarin hij aangeeft waarom de zaak niet op de rol wordt ingeschreven en de verzoekende partij vraagt haar beroep te regulariseren binnen vijf dagen.
De verzoekende partij die haar beroep binnen vijf dagen na ontvangst van de in het tweede lid bedoelde vraag regulariseert, wordt geacht dit te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending ervan.
Een beroep dat niet volledig of te laat wordt geregulariseerd, wordt niet op de rol ingeschreven.
Art. 5. N'est pas enrôle et est réputé non introduit, tout recours en cassation :
1° qui, n'est pas signé par un avocat satisfaisant aux conditions fixées par l'article 19, [1 alinéa 4]1, des lois coordonnées;
2° qui, le cas échéant, ne comporte pas d'élection de domicile en Belgique;
3° qui n'est pas accompagné des documents visés à l'article 4.
En cas d'application de l'alinéa 1er, le greffier en chef adresse un courrier à la partie requérante précisant la cause de non-enrôlement et l'invitant à régulariser son recours dans les cinq jours.
La partie requérante qui régularise son recours dans les cinq jours de la réception de l'invitation visée à l'alinéa 2 est censée l'avoir introduite à la date de son premier envoi.
Un recours régularisé de manière incomplète ou tardive n'est pas enrôlé.
1° qui, n'est pas signé par un avocat satisfaisant aux conditions fixées par l'article 19, [1 alinéa 4]1, des lois coordonnées;
2° qui, le cas échéant, ne comporte pas d'élection de domicile en Belgique;
3° qui n'est pas accompagné des documents visés à l'article 4.
En cas d'application de l'alinéa 1er, le greffier en chef adresse un courrier à la partie requérante précisant la cause de non-enrôlement et l'invitant à régulariser son recours dans les cinq jours.
La partie requérante qui régularise son recours dans les cinq jours de la réception de l'invitation visée à l'alinéa 2 est censée l'avoir introduite à la date de son premier envoi.
Un recours régularisé de manière incomplète ou tardive n'est pas enrôlé.
Wijzigingen
Art. 6. [1 Bij het inschrijven van het cassatieberoep op de rol, worden het recht en de bijdrage waarvan sprake is in artikel 66, 6°, en 70, § 1, eerste lid, 2°, van de algemene procedureregeling voldaan overeenkomstig artikel 71 van dezelfde regeling met dien verstande dat bij niet-betaling geen advies van het auditoraat vereist is.]1
Art. 6. [1 Lors de l'enrôlement du recours en cassation, la contribution et le droit visés aux articles 66, 6°, et 70, § 1er, alinéa 1er, 2°, du règlement général de procédure sont acquittés conformément à l'article 71 du même règlement, étant entendu qu'en cas de non-paiement, aucun avis de l'auditorat n'est requis.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK III. - De procedure van toelating.
CHAPITRE III. - La procédure d'admission.
Art. 7. [2 Nadat het rolrecht en de bijdrage bedoeld in artikel 66, 6°, van de algemene procedureregeling overeenkomstig artikel 6 zijn betaald]2, verzoekt de hoofdgriffier, met alle middelen en tegen ontvangstmelding, het rechtscollege [2 hem]2 het dossier van de zaak toe te sturen.
Het rechtscollege stuurt, met alle middelen en tegen ontvangstmelding, het dossier van de zaak toe binnen twee werkdagen. Het stuurt ook een [1 ...]1 kopie van de bestreden beslissing toe, [1 ...]1.
Het rechtscollege stuurt, met alle middelen en tegen ontvangstmelding, het dossier van de zaak toe binnen twee werkdagen. Het stuurt ook een [1 ...]1 kopie van de bestreden beslissing toe, [1 ...]1.
Art. 7. [2 Après que le droit de rôle et la contribution visée à l'article 66, 6°, du règlement général de procédure ont été acquittés conformément à l'article 6]2, le greffier en chef invite la juridiction, par tous moyens et contre accusé de réception, à lui transmettre le dossier de l'affaire.
La juridiction communique le dossier de l'affaire dans les deux jours ouvrables, par tous moyens et contre accusé de réception. Elle transmet également une copie [1 ...]1 de la décision contestée, [1 ...]1.
La juridiction communique le dossier de l'affaire dans les deux jours ouvrables, par tous moyens et contre accusé de réception. Elle transmet également une copie [1 ...]1 de la décision contestée, [1 ...]1.
Art. 8. De eerste voorzitter of de voorzitter wijst de zaak onverwijld toe.
Art. 8. Le premier président ou le président distribue sans délai l'affaire.
Art. 9. De hoofdgriffier verstuurt het verzoekschrift en het dossier onverwijld naar de staatsraad die, bij wege van beschikking en zonder terechtzitting, uitspraak doet over de toelaatbaarheid van het beroep.
Art. 9. Le greffier en chef transmet sans délai la requête et le dossier au conseiller qui statue, par voie d'ordonnance et sans audience, sur l'admissibilité du recours.
Art. 10. In de gevallen genoemd in artikel 92, § 2, van de gecoördineerde wetten maakt de eerste voorzitter of de voorzitter de zaak bij beschikking aanhangig bij de verenigde kamers of bij de algemene vergadering van de (afdeling bestuursrechtspraak), waarbij deze uiterlijk binnen acht dagen na deze aanhangigmaking worden bijeengeroepen. <KB 2007-04-25/32, art. 97, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Art. 10. Dans les cas visés à l'article 92, § 2, des lois coordonnées, le premier président ou le président saisit les chambres réunies ou l'assemblée générale de la (section du contentieux administratif) par ordonnance portant convocation de celles-ci au plus tard dans les huit jours qui suivent cette saisine. <AR 2007-04-25/32, art. 97, 002; En vigueur : 01-06-2007>
Art. 11. De beschikking van niet-toelaatbaarheid sluit de procedure onherroepelijk af.
De hoofdgriffier brengt de beschikking van niet-toelaatbaarheid onverwijld ter kennis van de partijen.
De hoofdgriffier deelt de beschikking van niet-toelaatbaarheid mee aan het rechtscollege en bezorgt tegelijkertijd het dossier van de zaak terug aan het rechtscollege. Hij voegt daarbij een kopie van het verzoekschrift.
De hoofdgriffier brengt de beschikking van niet-toelaatbaarheid onverwijld ter kennis van de partijen.
De hoofdgriffier deelt de beschikking van niet-toelaatbaarheid mee aan het rechtscollege en bezorgt tegelijkertijd het dossier van de zaak terug aan het rechtscollege. Hij voegt daarbij een kopie van het verzoekschrift.
Art. 11. L'ordonnance de non-admission clôt définitivement la procédure.
Le greffier en chef notifie sans délai l'ordonnance de non-admission aux parties.
Le greffier en chef communique l'ordonnance de non-admission à la juridiction en même temps qu'il lui restitue le dossier de l'affaire. Il y joint une copie de la requête.
Le greffier en chef notifie sans délai l'ordonnance de non-admission aux parties.
Le greffier en chef communique l'ordonnance de non-admission à la juridiction en même temps qu'il lui restitue le dossier de l'affaire. Il y joint une copie de la requête.
HOOFDSTUK IV. - De procedure na toelating.
CHAPITRE IV. - La procédure après admission.
Afdeling I. - De voorafgaande maatregelen.
Section Ire. - Les mesures préalables.
Art. 12. De hoofdgriffier brengt de beschikking van toelaatbaarheid ter kennis van de partijen en brengt hen ervan op de hoogte dat het dossier van de zaak is neergelegd. Bij de kennisgeving bestemd voor de verwerende partij wordt een kopie van het verzoekschrift gevoegd.
De hoofdgriffier bezorgt onverwijld een kopie van het verzoekschrift en van de beschikking van toelaatbaarheid aan de auditeur-generaal, die erop toeziet dat de voorafgaande maatregelen worden uitgevoerd. Hij wijst daartoe een auditeur aan.
Op basis van de aanwijzingen van de auditeur, brengt de hoofdgriffier het verzoekschrift ter kennis van de bij de zaak voor het rechtscollege betrokken partijen, met uitzondering van die genoemd in het eerste lid, en die belang hebben om tussen te komen.
De hoofdgriffier zendt het rechtscollege de beschikking van toelaatbaarheid en het verzoekschrift ter informatie toe.
De hoofdgriffier bezorgt onverwijld een kopie van het verzoekschrift en van de beschikking van toelaatbaarheid aan de auditeur-generaal, die erop toeziet dat de voorafgaande maatregelen worden uitgevoerd. Hij wijst daartoe een auditeur aan.
Op basis van de aanwijzingen van de auditeur, brengt de hoofdgriffier het verzoekschrift ter kennis van de bij de zaak voor het rechtscollege betrokken partijen, met uitzondering van die genoemd in het eerste lid, en die belang hebben om tussen te komen.
De hoofdgriffier zendt het rechtscollege de beschikking van toelaatbaarheid en het verzoekschrift ter informatie toe.
Art. 12. Le greffier en chef notifie l'ordonnance d'admission aux parties et les avise du dépôt du dossier de l'affaire. Une copie de la requête est jointe à la notification destinée à la partie adverse.
Le greffier en chef transmet sans délai une copie de la requête et de l'ordonnance d'admission à l'auditeur général, qui veille à l'accomplissement des mesures préalables. Il désigne à cette fin un auditeur.
Sur la base des indications de l'auditeur, le greffier en chef notifie la requête aux parties en cause devant la juridiction, autres que celles visées à l'alinéa 1er, et qui ont intéret à intervenir.
Le greffier en chef communique, pour information, l'ordonnance d'admission et la requête à la juridiction.
Le greffier en chef transmet sans délai une copie de la requête et de l'ordonnance d'admission à l'auditeur général, qui veille à l'accomplissement des mesures préalables. Il désigne à cette fin un auditeur.
Sur la base des indications de l'auditeur, le greffier en chef notifie la requête aux parties en cause devant la juridiction, autres que celles visées à l'alinéa 1er, et qui ont intéret à intervenir.
Le greffier en chef communique, pour information, l'ordonnance d'admission et la requête à la juridiction.
Art. 13. De verwerende partij beschikt over dertig dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving bedoeld in artikel 12, eerste lid, om de griffie een memorie van antwoord toe te zenden.
Art. 13. La partie adverse dispose de trente jours, à compter de la notification visée à l'article 12, alinéa 1er, pour transmettre au greffe un mémoire en réponse.
Art. 14. De hoofdgriffier bezorgt een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij, die over dertig dagen beschikt om de griffie een memorie van wederantwoord toe te zenden.
Indien er niet tijdig een memorie van antwoord wordt ingediend, brengt de hoofdgriffier de verzoekende partij ervan op de hoogte dat ze de memorie van wederantwoord mag vervangen door een toelichtende memorie bij het verzoekschrift.
De memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie heeft de vorm van een samenvattende memorie waarin alle argumenten van de verzoekende partij op een rij worden gezet. Behoudens wat de ontvankelijkheid van het beroep en van de middelen betreft, doet de Raad van State uitspraak op basis van de samenvattende memorie.
De hoofdgriffier brengt de memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie ter kennis van de verwerende partij.
Indien er niet tijdig een memorie van antwoord wordt ingediend, brengt de hoofdgriffier de verzoekende partij ervan op de hoogte dat ze de memorie van wederantwoord mag vervangen door een toelichtende memorie bij het verzoekschrift.
De memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie heeft de vorm van een samenvattende memorie waarin alle argumenten van de verzoekende partij op een rij worden gezet. Behoudens wat de ontvankelijkheid van het beroep en van de middelen betreft, doet de Raad van State uitspraak op basis van de samenvattende memorie.
De hoofdgriffier brengt de memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie ter kennis van de verwerende partij.
Art. 14. Le greffier en chef transmet une copie du mémoire en réponse à la partie requérante qui a trente jours pour faire parvenir au greffe un mémoire en réplique.
A défaut de dépôt d'un mémoire en réponse dans le délai, le greffier en chef avise la partie requérante qu'elle peut remplacer le mémoire en réplique par un mémoire ampliatif de la requête.
Le mémoire en réplique ou ampliatif prend la forme d'un mémoire de synthèse ordonnant l'ensemble des arguments de la partie requérante. Sans préjudice de la recevabilité du recours et des moyens, le Conseil d'Etat statue au vu du mémoire de synthèse.
Le greffier en chef notifie le mémoire en réplique ou ampliatif à la partie adverse.
A défaut de dépôt d'un mémoire en réponse dans le délai, le greffier en chef avise la partie requérante qu'elle peut remplacer le mémoire en réplique par un mémoire ampliatif de la requête.
Le mémoire en réplique ou ampliatif prend la forme d'un mémoire de synthèse ordonnant l'ensemble des arguments de la partie requérante. Sans préjudice de la recevabilité du recours et des moyens, le Conseil d'Etat statue au vu du mémoire de synthèse.
Le greffier en chef notifie le mémoire en réplique ou ampliatif à la partie adverse.
Art. 15. § 1. Voor de toepassing van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten, brengt de hoofdgriffier, op verzoek van de auditeur, de partijen ter kennis dat de staatsraad bij zijn uitspraak de ontstentenis van het vereiste belang zal vaststellen, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord.
Indien geen van de partijen vraagt om gehoord te worden, stelt de staatsraad bij zijn uitspraak de ontstentenis vast van het vereiste belang.
Indien een partij vraagt om gehoord te worden, roept de staatsraad de partijen op om op korte termijn te verschijnen. De staatsraad doet, nadat hij de partijen en het advies van de auditeur heeft gehoord, onverwijld uitspraak over de ontstentenis van het vereiste belang.
§ 2. Wanneer de hoofdgriffier de memorie van antwoord ter kennis brengt van de verzoekende partij of wanneer hij haar ter kennis brengt dat binnen de voorziene termijn geen dergelijke memorie is ingediend, maakt hij melding van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten, alsook van paragraaf 1 van dit artikel.
Indien geen van de partijen vraagt om gehoord te worden, stelt de staatsraad bij zijn uitspraak de ontstentenis vast van het vereiste belang.
Indien een partij vraagt om gehoord te worden, roept de staatsraad de partijen op om op korte termijn te verschijnen. De staatsraad doet, nadat hij de partijen en het advies van de auditeur heeft gehoord, onverwijld uitspraak over de ontstentenis van het vereiste belang.
§ 2. Wanneer de hoofdgriffier de memorie van antwoord ter kennis brengt van de verzoekende partij of wanneer hij haar ter kennis brengt dat binnen de voorziene termijn geen dergelijke memorie is ingediend, maakt hij melding van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten, alsook van paragraaf 1 van dit artikel.
Art. 15. § 1er. Pour l'application de l'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées, le greffier en chef, à la demande de l'auditeur, notifie aux parties que le conseiller va statuer en constatant l'absence de l'intérêt requis à moins que, dans un délai de quinze jours, l'une des parties ne demande à être entendue.
Si aucune des parties ne demande à être entendue, le conseiller statue en constatant l'absence de l'intérêt requis.
Si une partie demande à être entendue, le conseiller convoque les parties à comparaître à bref délai. Entendu les parties et l'auditeur en son avis, le conseiller statue sans délai sur l'absence de l'intérêt requis.
§ 2. Lors de la notification du mémoire en réponse à la partie requérante ou lorsqu'il lui notifie qu'un tel mémoire n'a pas été déposé dans le délai prescrit, le greffier en chef fait mention de l'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées ainsi que du paragraphe 1er du présent article.
Si aucune des parties ne demande à être entendue, le conseiller statue en constatant l'absence de l'intérêt requis.
Si une partie demande à être entendue, le conseiller convoque les parties à comparaître à bref délai. Entendu les parties et l'auditeur en son avis, le conseiller statue sans délai sur l'absence de l'intérêt requis.
§ 2. Lors de la notification du mémoire en réponse à la partie requérante ou lorsqu'il lui notifie qu'un tel mémoire n'a pas été déposé dans le délai prescrit, le greffier en chef fait mention de l'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées ainsi que du paragraphe 1er du présent article.
Afdeling II. - Het verslag en de onderzoeksmaatregelen.
Section II. - Le rapport et les mesures d'instructions.
Art. 16. Nadat de voorafgaande maatregelen zijn uitgevoerd, maakt de auditeur een verslag op waarin hij een standpunt inneemt over de beslechting van het geschil.
Te dien einde voert hij rechtstreeks briefwisseling met alle overheden en kan hij zowel aan deze als aan de partijen alle dienstige gegevens en documenten vragen. De artikelen 16 tot 25 van de algemene procedureregeling zijn van toepassing.
Dit gedagtekend en ondertekend verslag wordt aan de kamer bezorgd.
Te dien einde voert hij rechtstreeks briefwisseling met alle overheden en kan hij zowel aan deze als aan de partijen alle dienstige gegevens en documenten vragen. De artikelen 16 tot 25 van de algemene procedureregeling zijn van toepassing.
Dit gedagtekend en ondertekend verslag wordt aan de kamer bezorgd.
Art. 16. Après l'accomplissement des mesures préalables, l'auditeur rédige un rapport dans lequel il prend position sur la solution à donner au litige.
A cette fin, il correspond directement avec toutes les autorités et peut leur demander, ainsi qu'aux parties, tous renseignements et documents utiles. Les articles 16 à 25 du règlement général de procédure sont applicables.
Le rapport, daté et signé, est transmis à la chambre.
A cette fin, il correspond directement avec toutes les autorités et peut leur demander, ainsi qu'aux parties, tous renseignements et documents utiles. Les articles 16 à 25 du règlement général de procédure sont applicables.
Le rapport, daté et signé, est transmis à la chambre.
Art. 17. Elk aanvullend verslag bedoeld in artikel 24 van de gecoördineerde wetten, wordt gedagtekend en ondertekend aan de kamer bezorgd.
Art. 17. Tout rapport complémentaire visé à l'article 24 des lois coordonnées est daté, signé et transmis à la chambre.
Afdeling III. - De procedure na verslag.
Section III. - La procédure après rapport.
Art. 18. § 1. Wanneer de auditeur concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is of moet worden verworpen, brengt de hoofdgriffier het verslag ter kennis van de verzoekende partij, die dertig dagen de tijd heeft om te vragen dat de procedure wordt voortgezet [2 ...]2.
[2 Indien de verzoekende partij niet vraagt om de voortzetting van de procedure, stelt de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, de verzoekende partij ervan in kennis dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen verzoekt om te worden gehoord.]2
[2 Indien de verzoekende partij niet verzoekt te worden gehoord, spreekt de kamer de afstand van geding uit.
Indien de verzoekende partij verzoekt te worden gehoord, voegt zij een schriftelijke verantwoording bij haar vraag om te worden gehoord. De voorzitter of de aangewezen staatsraad roept de partijen op om op korte termijn te verschijnen. Na partijen en het in zijn advies aangewezen lid van het auditoraat te hebben gehoord, doet de kamer onverwijld uitspraak over de afstand van geding.]2
De hoofdgriffier maakt melding van deze paragraaf bij de kennisgeving, aan de verzoekende partij, van het verslag waarin wordt geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk is of moet worden verworpen.
§ 2. Wanneer de auditeur niet concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is of moet worden verworpen [2 of wanneer de verzoekende partij vraagt dat de procedure wordt voortgezet]2, bepaalt de kamervoorzitter of de staatsraad die hij aanwijst meteen bij beschikking de datum van de terechtzitting waarop het beroep zal worden behandeld.
[2 De kamervoorzitter of de staatsraad die hij aanwijst kan, behoudens bezwaar van de auditeur, in die beschikking aan de partijen voorstellen dat de zaak niet op een terechtzitting wordt behandeld, tenzij een van de partijen binnen een termijn van acht dagen om een behandeling op een terechtzitting verzoekt. Behoudens zulk verzoek wordt het debat gesloten en wordt de zaak in beraad genomen op de in die beschikking vastgestelde datum. Als binnen de gestelde termijn ten minste één van de partijen daarom verzoekt, worden de partijen op de terechtzitting gehoord. Een partij die geen verzoek daartoe indient, wordt verondersteld akkoord te gaan met het voorstel.
De beschikking maakt melding van dit artikel en wijst uitdrukkelijk op de gevolgen bij stilzitten van de partijen.
De kamervoorzitter of de staatsraad die hij aanwijst, beslist ambtshalve, op verzoek van de auditeur of van één van de partijen dat de zaak toch ter terechtzitting wordt opgeroepen wanneer een nieuw en ter zake dienend gegeven een tegensprekelijk mondeling debat verantwoordt .]2
[2 Indien de verzoekende partij niet vraagt om de voortzetting van de procedure, stelt de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, de verzoekende partij ervan in kennis dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen verzoekt om te worden gehoord.]2
[2 Indien de verzoekende partij niet verzoekt te worden gehoord, spreekt de kamer de afstand van geding uit.
Indien de verzoekende partij verzoekt te worden gehoord, voegt zij een schriftelijke verantwoording bij haar vraag om te worden gehoord. De voorzitter of de aangewezen staatsraad roept de partijen op om op korte termijn te verschijnen. Na partijen en het in zijn advies aangewezen lid van het auditoraat te hebben gehoord, doet de kamer onverwijld uitspraak over de afstand van geding.]2
De hoofdgriffier maakt melding van deze paragraaf bij de kennisgeving, aan de verzoekende partij, van het verslag waarin wordt geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk is of moet worden verworpen.
§ 2. Wanneer de auditeur niet concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is of moet worden verworpen [2 of wanneer de verzoekende partij vraagt dat de procedure wordt voortgezet]2, bepaalt de kamervoorzitter of de staatsraad die hij aanwijst meteen bij beschikking de datum van de terechtzitting waarop het beroep zal worden behandeld.
[2 De kamervoorzitter of de staatsraad die hij aanwijst kan, behoudens bezwaar van de auditeur, in die beschikking aan de partijen voorstellen dat de zaak niet op een terechtzitting wordt behandeld, tenzij een van de partijen binnen een termijn van acht dagen om een behandeling op een terechtzitting verzoekt. Behoudens zulk verzoek wordt het debat gesloten en wordt de zaak in beraad genomen op de in die beschikking vastgestelde datum. Als binnen de gestelde termijn ten minste één van de partijen daarom verzoekt, worden de partijen op de terechtzitting gehoord. Een partij die geen verzoek daartoe indient, wordt verondersteld akkoord te gaan met het voorstel.
De beschikking maakt melding van dit artikel en wijst uitdrukkelijk op de gevolgen bij stilzitten van de partijen.
De kamervoorzitter of de staatsraad die hij aanwijst, beslist ambtshalve, op verzoek van de auditeur of van één van de partijen dat de zaak toch ter terechtzitting wordt opgeroepen wanneer een nieuw en ter zake dienend gegeven een tegensprekelijk mondeling debat verantwoordt .]2
Art. 18. § 1er. Lorsque l'auditeur conclut à l'irrecevabilité ou au rejet du recours, le rapport est notifié par le greffier en chef à la partie requérante, qui a trente jours pour demander la poursuite de la procédure [2 ...]2.
[2 Si la partie requérante ne demande pas la poursuite de la procédure, le greffier en chef, à la demande du membre de l'auditorat désigné, notifie à la partie requérante que la chambre va statuer en décrétant le désistement d'instance, à moins que dans un délai de quinze jours la partie requérante ne demande à être entendue.]2
[2 Si la partie requérante ne demande pas à être entendue, la chambre décrète le désistement d'instance.
Si la partie requérante demande à être entendue, elle joint une justification écrite à sa demande à être entendue. Le président ou le conseiller désigné convoque les parties à comparaître à bref délai. Entendu les parties et le membre de l'auditorat désigné en son avis, la chambre statue sans délai sur le désistement d'instance.]2
Le greffier en chef fait mention du présent paragraphe lors de la notification à la partie requérante du rapport concluant à l'irrecevabilité ou au rejet du recours.
§ 2. Lorsque l'auditeur ne conclut pas à l'irrecevabilité ou au rejet du recours [2 ou si la partie requérante demande la poursuite de la procédure]2, le président de chambre ou le conseiller que celui-ci délègue fixe directement par ordonnance la date de l'audience à laquelle le recours sera examiné.
[2 Le président de chambre ou le conseiller que celui-ci délègue peut, sauf objection de l'auditeur, proposer dans cette ordonnance aux parties que l'affaire ne sera pas appelée à l'audience, à moins qu'une des parties ne demande dans un délai de huit jours qu'elle soit traitée lors d'une audience. Sauf pareille demande, les débats sont clos et l'affaire est prise en délibéré à la date fixée dans cette ordonnance. Si une des parties au moins le demande dans le délai imparti, les parties sont entendues à l'audience. Une partie qui n'introduit pas de demande à cette fin est supposée marquer son accord sur la proposition.
L'ordonnance fait mention du présent article et attire expressément l'attention sur les conséquences liées à l'inaction des parties.
Le président de chambre ou le conseiller que celui-ci délègue décide d'office, à la demande de l'auditeur ou d'une des parties que l'affaire sera malgré tout appelée à l'audience si un élément nouveau et pertinent en l'espèce justifie un débat oral contradictoire.]2
[2 Si la partie requérante ne demande pas la poursuite de la procédure, le greffier en chef, à la demande du membre de l'auditorat désigné, notifie à la partie requérante que la chambre va statuer en décrétant le désistement d'instance, à moins que dans un délai de quinze jours la partie requérante ne demande à être entendue.]2
[2 Si la partie requérante ne demande pas à être entendue, la chambre décrète le désistement d'instance.
Si la partie requérante demande à être entendue, elle joint une justification écrite à sa demande à être entendue. Le président ou le conseiller désigné convoque les parties à comparaître à bref délai. Entendu les parties et le membre de l'auditorat désigné en son avis, la chambre statue sans délai sur le désistement d'instance.]2
Le greffier en chef fait mention du présent paragraphe lors de la notification à la partie requérante du rapport concluant à l'irrecevabilité ou au rejet du recours.
§ 2. Lorsque l'auditeur ne conclut pas à l'irrecevabilité ou au rejet du recours [2 ou si la partie requérante demande la poursuite de la procédure]2, le président de chambre ou le conseiller que celui-ci délègue fixe directement par ordonnance la date de l'audience à laquelle le recours sera examiné.
[2 Le président de chambre ou le conseiller que celui-ci délègue peut, sauf objection de l'auditeur, proposer dans cette ordonnance aux parties que l'affaire ne sera pas appelée à l'audience, à moins qu'une des parties ne demande dans un délai de huit jours qu'elle soit traitée lors d'une audience. Sauf pareille demande, les débats sont clos et l'affaire est prise en délibéré à la date fixée dans cette ordonnance. Si une des parties au moins le demande dans le délai imparti, les parties sont entendues à l'audience. Une partie qui n'introduit pas de demande à cette fin est supposée marquer son accord sur la proposition.
L'ordonnance fait mention du présent article et attire expressément l'attention sur les conséquences liées à l'inaction des parties.
Le président de chambre ou le conseiller que celui-ci délègue décide d'office, à la demande de l'auditeur ou d'une des parties que l'affaire sera malgré tout appelée à l'audience si un élément nouveau et pertinent en l'espèce justifie un débat oral contradictoire.]2
Afdeling IV. - De verkorte procedures.
Section IV. - Les procédures abrégées.
Art. 19. Wanneer blijkt dat het beroep doelloos is geworden of slechts korte debatten vereist, bezorgt de auditeur zijn verslag onmiddellijk aan de kamer.
De staatsraad roept de verzoeker, de verwerende partij en de tussenkomende partij op om op korte termijn te verschijnen. [1 Hij kan in de beschikking tot vaststelling van de rechtsdag aan de partijen voorstellen dat de zaak niet behandeld wordt op een terechtzitting, overeenkomstig de procedure vastgelegd in artikel 18, § 2, tweede tot vierde lid.]1
Indien de staatsraad het eens is met de conclusies van het verslag van de auditeur, wordt de zaak definitief beslecht. In het tegenovergestelde geval, wordt de procedure voortgezet overeenkomstig de artikelen 13 tot 18.
De staatsraad roept de verzoeker, de verwerende partij en de tussenkomende partij op om op korte termijn te verschijnen. [1 Hij kan in de beschikking tot vaststelling van de rechtsdag aan de partijen voorstellen dat de zaak niet behandeld wordt op een terechtzitting, overeenkomstig de procedure vastgelegd in artikel 18, § 2, tweede tot vierde lid.]1
Indien de staatsraad het eens is met de conclusies van het verslag van de auditeur, wordt de zaak definitief beslecht. In het tegenovergestelde geval, wordt de procedure voortgezet overeenkomstig de artikelen 13 tot 18.
Art. 19. Lorsqu'il apparaît que le recours n'a plus d'objet ou qu'il ne requiert que des débats succincts, l'auditeur transmet immédiatement son rapport à la chambre.
Le conseiller convoque le requérant, la partie adverse et la partie intervenante à comparaître à bref délai. [1 Il peut proposer aux parties dans l'ordonnance de fixation que l'affaire ne sera pas appelée à l'audience, conformément à la procédure prévue à l'article 18, § 2, alinéas 2 à 4.]1
Si le conseiller partage les conclusions du rapport de l'auditeur, l'affaire est définitivement tranchée. Dans le cas contraire, la procédure est poursuivie conformément aux articles 13 à 18.
Le conseiller convoque le requérant, la partie adverse et la partie intervenante à comparaître à bref délai. [1 Il peut proposer aux parties dans l'ordonnance de fixation que l'affaire ne sera pas appelée à l'audience, conformément à la procédure prévue à l'article 18, § 2, alinéas 2 à 4.]1
Si le conseiller partage les conclusions du rapport de l'auditeur, l'affaire est définitivement tranchée. Dans le cas contraire, la procédure est poursuivie conformément aux articles 13 à 18.
Wijzigingen
Afdeling V. - De verwijzingen naar de algemene vergadering.
Section V. - Les renvois à l'assemblée générale.
Art. 20. Wanneer de staatsraad van oordeel is dat met het oog op een eenvormige rechtspraak een verwijzing naar de algemene vergadering van de (afdeling bestuursrechtspraak) noodzakelijk is, brengt hij de eerste voorzitter of de voorzitter daarvan onverwijld op de hoogte. <KB 2007-04-25/32, art. 97, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
De eerste voorzitter of de voorzitter beslist of er aanleiding is om de verwijzing naar de algemene vergadering te bevelen.
Indien het verslag over de zaak reeds is opgemaakt, maakt de eerste voorzitter of de voorzitter de zaak aanhangig bij de algemene vergadering van de (afdeling bestuursrechtspraak) bij beschikking waarin deze binnen een minimumtermijn van vijftien dagen wordt bijeengeroepen en waarbij de staatsraad wordt aangewezen die belast is met de verslaggeving op de terechtzitting. Indien er nog geen verslag is opgemaakt, wordt te werk gegaan overeenkomstig de artikelen 13 tot 18 voordat enige oproeping voor de terechtzitting wordt gedaan. <KB 2007-04-25/32, art. 97, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Er wordt te werk gegaan overeenkomstig het derde lid in de gevallen bedoeld in artikel 92, § 1, tweede en derde lid, van de gecoördineerde wetten.
De eerste voorzitter of de voorzitter beslist of er aanleiding is om de verwijzing naar de algemene vergadering te bevelen.
Indien het verslag over de zaak reeds is opgemaakt, maakt de eerste voorzitter of de voorzitter de zaak aanhangig bij de algemene vergadering van de (afdeling bestuursrechtspraak) bij beschikking waarin deze binnen een minimumtermijn van vijftien dagen wordt bijeengeroepen en waarbij de staatsraad wordt aangewezen die belast is met de verslaggeving op de terechtzitting. Indien er nog geen verslag is opgemaakt, wordt te werk gegaan overeenkomstig de artikelen 13 tot 18 voordat enige oproeping voor de terechtzitting wordt gedaan. <KB 2007-04-25/32, art. 97, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Er wordt te werk gegaan overeenkomstig het derde lid in de gevallen bedoeld in artikel 92, § 1, tweede en derde lid, van de gecoördineerde wetten.
Art. 20. Lorsqu'il estime que l'unité de la jurisprudence nécessite le renvoi à l'assemblée générale de la (section du contentieux administratif), le conseiller en avise sans délai le premier président ou le président. <AR 2007-04-25/32, art. 97, 002; En vigueur : 01-06-2007>
Le premier président ou le président décide s'il y a lieu d'ordonner le renvoi à l'assemblée générale.
Dans le cas où le rapport sur l'affaire a déjà été établi, le premier président ou le président saisit l'assemblée générale de la (section du contentieux administratif) par ordonnance portant convocation de celles-ci dans un délai minimum de quinze jours et désignant le conseiller chargé de faire rapport à l'audience. Dans le cas où un rapport n'a pas encore été établi, il est procédé conformément aux articles 13 à 18 avant toute convocation à l'audience. <AR 2007-04-25/32, art. 97, 002; En vigueur : 01-06-2007>
Il est procédé conformément à l'alinéa 3 dans les hypothèses visées à l'article 92, § 1er, alinéas 2 et 3, des lois coordonnées.
Le premier président ou le président décide s'il y a lieu d'ordonner le renvoi à l'assemblée générale.
Dans le cas où le rapport sur l'affaire a déjà été établi, le premier président ou le président saisit l'assemblée générale de la (section du contentieux administratif) par ordonnance portant convocation de celles-ci dans un délai minimum de quinze jours et désignant le conseiller chargé de faire rapport à l'audience. Dans le cas où un rapport n'a pas encore été établi, il est procédé conformément aux articles 13 à 18 avant toute convocation à l'audience. <AR 2007-04-25/32, art. 97, 002; En vigueur : 01-06-2007>
Il est procédé conformément à l'alinéa 3 dans les hypothèses visées à l'article 92, § 1er, alinéas 2 et 3, des lois coordonnées.
Afdeling VI. - De terechtzitting.
Section VI. - L'audience.
Art. 21. § 1. De hoofdgriffier brengt de beschikking tot bepaling van de rechtsdag ten minste vijftien dagen vóór de datum van de terechtzitting ter kennis van de auditeur, alsook van alle partijen.
Bij de oproeping van de partijen worden de processtukken gevoegd die ze nog niet in hun bezit zouden hebben.
§ 2. Wanneer de in het verzoekschrift vermelde taal voor het verhoor niet het Nederlands, het Frans of het Duits is en de verzoekende partij niet het Nederlands of het Frans heeft gekozen als taal voor het onderzoek van haar asielaanvraag door het bestuur, roept de hoofdgriffier een tolk op indien de kamer beslist deze partij te horen.
De tolkkosten worden bepaald overeenkomstig de artikelen 73 tot 75 van de algemene procedureregeling.
Bij de oproeping van de partijen worden de processtukken gevoegd die ze nog niet in hun bezit zouden hebben.
§ 2. Wanneer de in het verzoekschrift vermelde taal voor het verhoor niet het Nederlands, het Frans of het Duits is en de verzoekende partij niet het Nederlands of het Frans heeft gekozen als taal voor het onderzoek van haar asielaanvraag door het bestuur, roept de hoofdgriffier een tolk op indien de kamer beslist deze partij te horen.
De tolkkosten worden bepaald overeenkomstig de artikelen 73 tot 75 van de algemene procedureregeling.
Art. 21. § 1er. L'ordonnance de fixation est notifiée par le greffier en chef à l'auditeur ainsi qu'à toutes les parties quinze jours au moins avant la date de l'audience.
Les actes de procédure sont joints à la convocation des parties qui ne les auraient pas encore en leur possession.
§ 2. Lorsque la langue mentionnée dans la requête pour l'audition n'est pas le français, le néerlandais ou l'allemand et que la partie requérante n'a pas choisi le français ou le néerlandais comme langue de l'examen de sa demande d'asile par l'administration, le greffier en chef convoque un interprète si la chambre décide d'entendre cette partie.
Les frais d'interprète sont fixés conformément aux articles 73 a 75 du règlement général de procédure.
Les actes de procédure sont joints à la convocation des parties qui ne les auraient pas encore en leur possession.
§ 2. Lorsque la langue mentionnée dans la requête pour l'audition n'est pas le français, le néerlandais ou l'allemand et que la partie requérante n'a pas choisi le français ou le néerlandais comme langue de l'examen de sa demande d'asile par l'administration, le greffier en chef convoque un interprète si la chambre décide d'entendre cette partie.
Les frais d'interprète sont fixés conformément aux articles 73 a 75 du règlement général de procédure.
Art. 22. De terechtzittingen van de kamer die zitting houdt krachtens artikel 14, § 2, van de gecoördineerde wetten zijn openbaar.
De kamer kan, ambtshalve of op verzoek van één de partijen, bevelen dat de zaak met gesloten deuren wordt behandeld wanneer openbaarheid gevaar oplevert voor de orde of de zeden, wanneer enig ander wettig belang zulks vereist of wanneer het dossier stukken bevat die vertrouwelijk zijn bevonden.
De behandeling met gesloten deuren wordt bevolen bij een gemotiveerde beslissing.
De kamer kan, ambtshalve of op verzoek van één de partijen, bevelen dat de zaak met gesloten deuren wordt behandeld wanneer openbaarheid gevaar oplevert voor de orde of de zeden, wanneer enig ander wettig belang zulks vereist of wanneer het dossier stukken bevat die vertrouwelijk zijn bevonden.
De behandeling met gesloten deuren wordt bevolen bij een gemotiveerde beslissing.
Art. 22. Les audiences de la chambre siégeant en vertu de l'article 14, § 2, des lois coordonnées sont publiques.
La chambre peut, d'office ou à la demande d'une des parties, ordonner que l'affaire soit examinee à huis clos lorsque la publicité est dangereuse pour l'ordre ou les moeurs, lorsque tout autre intérêt légitime l'exige ou lorsque le dossier contient des pièces reconnues confidentielles.
Le huis clos est ordonné par une décision motivée.
La chambre peut, d'office ou à la demande d'une des parties, ordonner que l'affaire soit examinee à huis clos lorsque la publicité est dangereuse pour l'ordre ou les moeurs, lorsque tout autre intérêt légitime l'exige ou lorsque le dossier contient des pièces reconnues confidentielles.
Le huis clos est ordonné par une décision motivée.
Art. 23. De debatten worden geleid door de kamervoorzitter of de staatsraad die hem vervangt.
De aanwezigen wonen de zitting bij met onbedekt hoofd, eerbiedig en in stilte.
Hetgeen de kamervoorzitter of de hem vervangende staatsraad met het oog op de handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd.
Dezelfde voorschriften worden nageleefd in de plaatsen waar, hetzij de staatsraden, hetzij de auditeurs de functies van hun ambt waarnemen.
De aanwezigen wonen de zitting bij met onbedekt hoofd, eerbiedig en in stilte.
Hetgeen de kamervoorzitter of de hem vervangende staatsraad met het oog op de handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd.
Dezelfde voorschriften worden nageleefd in de plaatsen waar, hetzij de staatsraden, hetzij de auditeurs de functies van hun ambt waarnemen.
Art. 23. Les débats sont dirigés par le président de chambre ou par le conseiller qui le remplace.
Ceux qui assistent aux audiences se tiennent découverts, dans le respect et le silence.
Tout ce que le président de chambre ou le conseiller qui le remplace ordonne pour le maintien de l'ordre est exécuté ponctuellement et à l'instant.
Les mêmes dispositions sont observées dans les lieux où, soit les conseillers, soit les auditeurs exercent des fonctions de leur état.
Ceux qui assistent aux audiences se tiennent découverts, dans le respect et le silence.
Tout ce que le président de chambre ou le conseiller qui le remplace ordonne pour le maintien de l'ordre est exécuté ponctuellement et à l'instant.
Les mêmes dispositions sont observées dans les lieux où, soit les conseillers, soit les auditeurs exercent des fonctions de leur état.
Art. 24. Een andere staatsraad dan degene die eventueel de onderzoeksverrichtingen heeft gesteld, vat de toedracht van de zaak en de middelen van de partijen samen.
De partijen en hun advocaten kunnen mondelinge opmerkingen naar voren brengen.
Geen andere middelen mogen worden aangevoerd dan die welke, al naar het geval, in het verzoekschrift of in de memories zijn uiteengezet.
De staatsraad en de auditeur stellen de vragen die nodig zijn voor het advies en het arrest.
Aan het einde van de debatten geeft de auditeur zijn advies over de zaak.
De kamervoorzitter of de hem vervangende staatsraad verklaart daarna de debatten voor gesloten en neemt de zaak in beraad.
De partijen en hun advocaten kunnen mondelinge opmerkingen naar voren brengen.
Geen andere middelen mogen worden aangevoerd dan die welke, al naar het geval, in het verzoekschrift of in de memories zijn uiteengezet.
De staatsraad en de auditeur stellen de vragen die nodig zijn voor het advies en het arrest.
Aan het einde van de debatten geeft de auditeur zijn advies over de zaak.
De kamervoorzitter of de hem vervangende staatsraad verklaart daarna de debatten voor gesloten en neemt de zaak in beraad.
Art. 24. Un conseiller, autre que celui qui a éventuellement accompli les devoirs d'instruction, résume les faits de la cause ainsi que les moyens des parties.
Les parties et leurs avocats peuvent présenter des observations orales.
Il ne peut être produit d'autres moyens que les moyens développés, selon le cas, dans la requête ou les mémoires.
Le conseiller et l'auditeur posent les questions nécessaires à l'avis et à l'arrêt.
A la fin des débats, l'auditeur donne son avis sur l'affaire.
Le président de la chambre ou le conseiller qui le remplace prononce ensuite la clôture des débats et met la cause en délibéré.
Les parties et leurs avocats peuvent présenter des observations orales.
Il ne peut être produit d'autres moyens que les moyens développés, selon le cas, dans la requête ou les mémoires.
Le conseiller et l'auditeur posent les questions nécessaires à l'avis et à l'arrêt.
A la fin des débats, l'auditeur donne son avis sur l'affaire.
Le président de la chambre ou le conseiller qui le remplace prononce ensuite la clôture des débats et met la cause en délibéré.
Afdeling VII. - De tussengeschillen.
Section VII. - Les incidents.
Art. 25. Wat de tussengeschillen betreft, wordt te werk gegaan overeenkomstig de artikelen 51 en 55 tot 65 van de algemene procedureregeling.
Art. 25. Il est procédé conformément aux articles 51 et 55 à 65 du règlement général de procédure, en ce qui concerne les incidents.
Art. 26. De bij de zaak voor het rechtscollege betrokken partijen, met uitzondering van die genoemd in artikel 12, eerste lid, mogen in het geding tussenkomen overeenkomstig artikel 21bis van de gecoördineerde wetten. [1 Het recht waarvan sprake is in artikel 70, § 2, van de algemene procedureregeling wordt voldaan overeenkomstig artikel 71 van dezelfde regeling.]1
Art. 26. Les parties en cause devant la juridiction, autres que celles visées à l'article 12, alinéa 1er, peuvent intervenir conformément à l'article 21bis des lois coordonnées. [1 Le droit visé à l'article 70, § 2, du règlement général de procédure est acquitté conformément à l'article 71 du même règlement.]1
Wijzigingen
Afdeling VIII. - Het verzet, het derden-verzet en het verzoek tot herziening.
Section VIII. - Les oppositions, les tierces oppositions et les recours en révision.
Art. 27. De artikelen 40 tot 50sexies van de algemene procedureregeling zijn van toepassing. [1 Het recht waarvan sprake is in artikel 70, § 1, 3°, van de algemene procedureregeling wordt voldaan overeenkomstig artikel 71 van dezelfde regeling.]1
Art. 27. Les articles 40 à 50sexies du règlement genéral de procédure sont applicables. [1 Le droit visé à l'article 70, § 1er, 3° du règlement général de procédure est acquitté conformément à l'article 71 du même règlement.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK V. - De kosten en [1 de rechtsbijstand]1.
CHAPITRE V. - Les dépens et [1 l'assistance judiciaire]1.
Afdeling I. - De kosten.
Section Ire. - Les dépens.
Art. 28. De kosten omvatten :
1° [1 de rechten waarvan sprake is [3 in artikel 66, 1°,]3 van de algemene procedureregeling]1
2° de honoraria en voorschotten van de deskundigen;
3° het getuigengeld.
[1 4° de verblijf- en reiskosten veroorzaakt door onderzoeksdaden;]1
[2 5° de rechtsplegingvergoeding bedoeld in artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten;]2
[3 6° de bijdrage bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.]3
1° [1 de rechten waarvan sprake is [3 in artikel 66, 1°,]3 van de algemene procedureregeling]1
2° de honoraria en voorschotten van de deskundigen;
3° het getuigengeld.
[1 4° de verblijf- en reiskosten veroorzaakt door onderzoeksdaden;]1
[2 5° de rechtsplegingvergoeding bedoeld in artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten;]2
[3 6° de bijdrage bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.]3
Art. 28. Les dépens comprennent :
1° [1 les droits visés [3 à l'article 66, 1°]3 du règlement général de procédure]1;
2° les honoraires et déboursés des experts;
3° les taxes des témoins.
[1 4° les frais de séjour et de déplacement occasionnés par des mesures d'instruction;]1
[2 5° l'indemnité de procédure visée à l'article 30/1 des lois coordonnées;]2
[3 6° la contribution visée à l'article 4, § 4, de la loi du 19 mars 2017 instituant un fonds budgétaire relatif à l'aide juridique de deuxième ligne.]3
1° [1 les droits visés [3 à l'article 66, 1°]3 du règlement général de procédure]1;
2° les honoraires et déboursés des experts;
3° les taxes des témoins.
[1 4° les frais de séjour et de déplacement occasionnés par des mesures d'instruction;]1
[2 5° l'indemnité de procédure visée à l'article 30/1 des lois coordonnées;]2
[3 6° la contribution visée à l'article 4, § 4, de la loi du 19 mars 2017 instituant un fonds budgétaire relatif à l'aide juridique de deuxième ligne.]3
Art. 29. Is het beroep ingediend door een privaatrechtelijk persoon, dan kan de Raad van State de consignatie van een voorschot gelasten om de honoraria en voorschotten van de deskundigen en het getuigengeld te dekken.
Is het beroep ingediend door een publiekrechtelijk persoon, dan worden [1 de in artikel 70 van de algemene procedureregeling bedoelde rechten en de in artikel 28, 6°, bedoelde bijdrage in debet begroot, en worden]1 de honoraria en voorschotten van de deskundigen en het getuigengeld door de federale overheidsdienst Financiën voorgeschoten en als uitgaven in de rekeningen ten bezware van de begroting van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken geboekt.
Is het beroep ingediend door een publiekrechtelijk persoon, dan worden [1 de in artikel 70 van de algemene procedureregeling bedoelde rechten en de in artikel 28, 6°, bedoelde bijdrage in debet begroot, en worden]1 de honoraria en voorschotten van de deskundigen en het getuigengeld door de federale overheidsdienst Financiën voorgeschoten en als uitgaven in de rekeningen ten bezware van de begroting van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken geboekt.
Art. 29. Lorsque le recours est introduit par une personne de droit privé, le Conseil d'Etat peut ordonner la consignation d'une provision pour couvrir les honoraires et déboursés des experts ainsi que les taxes des témoins.
Lorsque le recours est introduit par une personne de droit public, [1 les droits visés à l'article 70 du règlement général de procédure et la contribution visée à l'article 28, 6°, sont liquidés en débet et]1 les honoraires et déboursés des experts, ainsi que les taxes des temoins sont avancés par le service public fédéral Finances et portés en dépenses dans les comptes à charge du budget du service public fédéral Intérieur.
Lorsque le recours est introduit par une personne de droit public, [1 les droits visés à l'article 70 du règlement général de procédure et la contribution visée à l'article 28, 6°, sont liquidés en débet et]1 les honoraires et déboursés des experts, ainsi que les taxes des temoins sont avancés par le service public fédéral Finances et portés en dépenses dans les comptes à charge du budget du service public fédéral Intérieur.
Wijzigingen
Art. 30. De Raad van State begroot de kosten en doet uitspraak over de bijdrage in de betaling ervan in de beschikking van niet-toelaatbaarheid of in het eindarrest.
Art. 30. Le Conseil d'Etat liquide les dépens et se prononce sur la contribution au paiement de ceux-ci dans l'ordonnance de non-admission ou dans l'arrêt definitif.
Art. 31. De federale overheidsdienst Financiën vordert de inning van de door de hoofdgriffier in debet begrote rechten [1 en de in debet begrote bijdrage bedoeld in artikel 28, 6°,]1 en van de andere kosten die deze dienst heeft voorgeschoten.
Te dien einde zendt de hoofdgriffier aan [1 de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet fiscale schuldvorderingen]1 een afschrift van de beschikking van niet-toelaatbaarheid of van het eindarrest, samen met een omstandige opgave van de in te vorderen bedragen.
Te dien einde zendt de hoofdgriffier aan [1 de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet fiscale schuldvorderingen]1 een afschrift van de beschikking van niet-toelaatbaarheid of van het eindarrest, samen met een omstandige opgave van de in te vorderen bedragen.
Art. 31. Le service public fédéral Finances poursuit le recouvrement des [1 droits et de la contribution visée à l'article 28, 6°, liquidés]1 en débet par le greffier en chef et des autres dépens dont ce service a fait l'avance.
A cette fin, le greffier en chef transmet [1 à l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales]1 une copie de l'ordonnance de non-admission ou de l'arrêt définitif, accompagnée d'un relevé détaillé des sommes à recouvrer.
A cette fin, le greffier en chef transmet [1 à l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales]1 une copie de l'ordonnance de non-admission ou de l'arrêt définitif, accompagnée d'un relevé détaillé des sommes à recouvrer.
Wijzigingen
Art. 32. [1 De artikelen 67, 72 tot 77, en 84/1]1 van de algemene procedureregeling zijn van toepassing.
Art. 32. [1 Les articles 67, 72 à 77, et 84/1]1 du règlement général de procédure sont applicables.
Wijzigingen
Afdeling II. - [1 De rechtsbijstand]1.
Section II. - [1 L'assistance judiciaire]1.
Art. 33. Iedere partij kan het voordeel van [2 de rechtsbijstand]2 vragen voor de honoraria, voorschotten of rechten bedoeld in artikel 28, [1 1, 2, 3° en 4°]1.
Het voordeel van [2 de rechtsbijstand]2 kan worden toegekend aan :
1° iedere persoon die bijstand ontvangt van een centrum dat maatschappelijke hulp verstrekt op overlegging van een attest van dit centrum;
2° iedere persoon die opgesloten, gevangen gehouden of vastgehouden wordt op een bepaalde plaats;
3° iedere minderjarige op overlegging van een identiteitsbewijs of van enig ander document dat zijn staat bewijst;
4° iedere persoon die aantoont dat hij juridische tweedelijnsbijstand ontvangt in de zin van artikel 508/1 van het Gerechtelijk Wetboek;
5° iedere andere persoon die aan de hand van bewijskrachtige documenten bewijst dat zijn inkomsten ontoereikend zijn.
Het voordeel van [2 de rechtsbijstand]2 kan worden toegekend aan :
1° iedere persoon die bijstand ontvangt van een centrum dat maatschappelijke hulp verstrekt op overlegging van een attest van dit centrum;
2° iedere persoon die opgesloten, gevangen gehouden of vastgehouden wordt op een bepaalde plaats;
3° iedere minderjarige op overlegging van een identiteitsbewijs of van enig ander document dat zijn staat bewijst;
4° iedere persoon die aantoont dat hij juridische tweedelijnsbijstand ontvangt in de zin van artikel 508/1 van het Gerechtelijk Wetboek;
5° iedere andere persoon die aan de hand van bewijskrachtige documenten bewijst dat zijn inkomsten ontoereikend zijn.
Art. 33. Toute partie peut demander le bénéfice [2 de l'assistance judiciaire]2 pour les honoraires, déboursés et taxes visés à l'article 28, [1 1, 2, 3° et 4° ]1.
Le bénéfice [2 de l'assistance judiciaire]2 peut être accordé à :
1° toute personne secourue par un centre dispensant l'aide sociale sur production d'une attestation de ce centre;
2° toute personne emprisonnée, détenue ou maintenue dans un lieu déterminé;
3° tout mineur sur présentation d'un titre d'identité ou de tout autre document établissant son état;
4° toute personne qui atteste qu'elle bénéficie de l'aide juridique de deuxième ligne au sens de l'article 508/1 du Code judiciaire;
5° toute autre personne justifiant de l'insuffisance de ses ressources par tous documents probants.
Le bénéfice [2 de l'assistance judiciaire]2 peut être accordé à :
1° toute personne secourue par un centre dispensant l'aide sociale sur production d'une attestation de ce centre;
2° toute personne emprisonnée, détenue ou maintenue dans un lieu déterminé;
3° tout mineur sur présentation d'un titre d'identité ou de tout autre document établissant son état;
4° toute personne qui atteste qu'elle bénéficie de l'aide juridique de deuxième ligne au sens de l'article 508/1 du Code judiciaire;
5° toute autre personne justifiant de l'insuffisance de ses ressources par tous documents probants.
Art. 33/1. [1 Voor cassatieberoepen [2 wordt de rechtsbijstand van rechtswege toegestaan wanneer]2 daartoe besloten is door het rechtscollege dat de bestreden beslissing heeft genomen.]1
Art. 33/1. [1 Pour les recours en cassation, [2 l'assistance judiciaire est de droit lorsqu'elle a été accordée]2 par la juridiction qui a rendu la décision attaquée.]1
Art. 34. De kamervoorzitter bij dewelke de zaak aanhangig is of de staatsraad die hij aanwijst, doet zonder rechtspleging uitspraak over [1 het verzoek tot rechtsbijstand]1.
Zo daartoe grond bestaat hoort hij de partijen.
Zijn beslissing is niet vatbaar voor enig beroep.
Zo daartoe grond bestaat hoort hij de partijen.
Zijn beslissing is niet vatbaar voor enig beroep.
Art. 34. Le président de la chambre saisie ou le conseiller qu'il désigne statue sur la demande [1 d'assistance judiciaire]1 sans procédure.
Il entend les parties, s'il échet.
Sa décision n'est susceptible d'aucun recours.
Il entend les parties, s'il échet.
Sa décision n'est susceptible d'aucun recours.
Wijzigingen
Art. 35. De kamervoorzitter bij dewelke de zaak aanhangig is of de staatsraad die hij aanwijst, kan [1 de rechtsbijstand]1 toestaan voor de door hem te bepalen akten en verrichtingen.
Art. 35. Le président de la chambre saisie ou le conseiller qu'il désigne peut accorder [1 l'assistance judicaire]1 pour les actes et les devoirs qu'il détermine.
Wijzigingen
Art. 36. [1 Als de rechtsbijstand wordt toegestaan, worden de rechten waarvan sprake is in artikel 28, 1°, door de hoofdgriffier in debet begroot en de kosten waarvan sprake is in artikel 28, 2° tot 4°, worden ten voordele van de aanvrager door de Federale Overheidsdienst Financiën voorgeschoten en als uitgaven in de rekeningen ten bezware van de begroting van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken geboekt.
De beschikking waarbij de rechtsbijstand wordt toegestaan, geldt als betaling van het recht bedoeld in artikel 70, §§ 1 tot 3, van de algemene procedureregeling wat betreft het verrichten van de proceshandelingen voor de Raad van State.
Ingeval het verzoek tot rechtsbijstand afgewezen wordt, beschikt de aanvrager daarvan over een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van de beschikking die het verzoek tot rechtsbijstand afwijst om het rolrecht en de bijdrage bedoeld in artikel 28, 6°, overeenkomstig artikel 71, van de algemene procedureregeling te betalen, met dien verstande dat bij niet-betaling het advies van het auditoraat enkel vereist is nadat het cassatieberoep toelaatbaar werd verklaard."
Met het oog op de invordering van de in debet begrote rechten en van de andere kosten, doet de hoofdgriffier aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en invordering van de niet fiscale schuldvorderingen een afschrift van de beschikking van niet-toelaatbaarheid of het eindarrest toekomen, samen met een omstandige opgave van de in te vorderen bedragen.]1
De beschikking waarbij de rechtsbijstand wordt toegestaan, geldt als betaling van het recht bedoeld in artikel 70, §§ 1 tot 3, van de algemene procedureregeling wat betreft het verrichten van de proceshandelingen voor de Raad van State.
Ingeval het verzoek tot rechtsbijstand afgewezen wordt, beschikt de aanvrager daarvan over een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van de beschikking die het verzoek tot rechtsbijstand afwijst om het rolrecht en de bijdrage bedoeld in artikel 28, 6°, overeenkomstig artikel 71, van de algemene procedureregeling te betalen, met dien verstande dat bij niet-betaling het advies van het auditoraat enkel vereist is nadat het cassatieberoep toelaatbaar werd verklaard."
Met het oog op de invordering van de in debet begrote rechten en van de andere kosten, doet de hoofdgriffier aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en invordering van de niet fiscale schuldvorderingen een afschrift van de beschikking van niet-toelaatbaarheid of het eindarrest toekomen, samen met een omstandige opgave van de in te vorderen bedragen.]1
Art. 36. [1 Si l'assistance judiciaire est accordée, les droits visés à l'article 28, 1°, sont liquidés en débet par le greffier en chef et les dépens visés à l'article 28, 2° à 4°, sont avancés à la décharge de l'assisté par le Service public fédéral Finances et portés en dépenses dans les comptes à charge du budget du Service public fédéral Intérieur.
L'ordonnance par laquelle l'assistance judiciaire est accordée vaut paiement du droit mentionné à l'article 70, §§ 1er à 3, du règlement général de procédure en ce qui concerne l'accomplissement des actes de procédure devant le Conseil d'Etat.
En cas de rejet de la demande d'assistance judiciaire, le demandeur dispose d'un délai de trente jours à dater de la réception de l'ordonnance rejetant la demande d'assistance judiciaire pour acquitter le droit de rôle et la contribution visée à l'article 28, 6°, conformément à l'article 71 du règlement général de procédure, étant entendu qu'en cas de non-paiement, l'avis de l'auditorat est uniquement requis si le recours en cassation a été déclaré admissible ".
Aux fins de recouvrement des droits liquidés en débet et des autres dépens, le greffier en chef transmet à l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales une copie de l'ordonnance de non-admission ou de l'arrêt définitif, accompagnée du relevé détaillé des sommes à recouvrer.]1
L'ordonnance par laquelle l'assistance judiciaire est accordée vaut paiement du droit mentionné à l'article 70, §§ 1er à 3, du règlement général de procédure en ce qui concerne l'accomplissement des actes de procédure devant le Conseil d'Etat.
En cas de rejet de la demande d'assistance judiciaire, le demandeur dispose d'un délai de trente jours à dater de la réception de l'ordonnance rejetant la demande d'assistance judiciaire pour acquitter le droit de rôle et la contribution visée à l'article 28, 6°, conformément à l'article 71 du règlement général de procédure, étant entendu qu'en cas de non-paiement, l'avis de l'auditorat est uniquement requis si le recours en cassation a été déclaré admissible ".
Aux fins de recouvrement des droits liquidés en débet et des autres dépens, le greffier en chef transmet à l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales une copie de l'ordonnance de non-admission ou de l'arrêt définitif, accompagnée du relevé détaillé des sommes à recouvrer.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK VI. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions générales.
Afdeling I. - De partijen in de zaak.
Section Ire. - Les parties à la cause.
Art. 37. Met uitzondering van de administratieve overheden, kiest elke partij in een cassatieprocedure in haar eerste processtuk woonplaats in België.
Die woonplaatskeuze geldt voor alle daaropvolgende processtukken.
Elke wijziging van de woonplaatskeuze wordt uitdrukkelijke geformuleerd en voor elk beroep afzonderlijk en bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de hoofdgriffier, met vermelding van het volledige rolnummer van het beroep waarop de wijziging betrekking heeft.
Bij overlijden van een partij, en behalve bij hervatting van het geding, worden alle mededelingen en kennisgevingen van de Raad van State rechtsgeldig gedaan op de gekozen woonplaats van de overledene ter attentie van de gezamenlijke rechtverkrijgenden, zonder vermelding van de namen en hoedanigheden.
Die woonplaatskeuze geldt voor alle daaropvolgende processtukken.
Elke wijziging van de woonplaatskeuze wordt uitdrukkelijke geformuleerd en voor elk beroep afzonderlijk en bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de hoofdgriffier, met vermelding van het volledige rolnummer van het beroep waarop de wijziging betrekking heeft.
Bij overlijden van een partij, en behalve bij hervatting van het geding, worden alle mededelingen en kennisgevingen van de Raad van State rechtsgeldig gedaan op de gekozen woonplaats van de overledene ter attentie van de gezamenlijke rechtverkrijgenden, zonder vermelding van de namen en hoedanigheden.
Art. 37. A l'exception des autorités administratives, toute partie à une procédure en cassation élit domicile en Belgique dans le premier acte de procédure qu'elle accomplit.
Cette élection de domicile vaut pour tout acte de procédure subséquent.
Toute modification de domicile élu doit être expressément formulée et communiquée séparément pour chaque recours par pli recommandé au greffier en chef, en indiquant la référence complète du numéro de rôle du recours concerné par la modification.
En cas de décès d'une partie, et sauf reprise d'instance, toutes communications et notifications émanant du Conseil d'Etat sont valablement faites au domicile élu du défunt aux ayants droit collectivement, et sans désignation des noms et qualités.
Cette élection de domicile vaut pour tout acte de procédure subséquent.
Toute modification de domicile élu doit être expressément formulée et communiquée séparément pour chaque recours par pli recommandé au greffier en chef, en indiquant la référence complète du numéro de rôle du recours concerné par la modification.
En cas de décès d'une partie, et sauf reprise d'instance, toutes communications et notifications émanant du Conseil d'Etat sont valablement faites au domicile élu du défunt aux ayants droit collectivement, et sans désignation des noms et qualités.
Art. 38. Het dossier van de zaak ligt voor de partijen en hun advocaten ter inzage op de griffie.
[1 Wanneer stukken vertrouwelijk worden behandeld door het rechtscollege dat de bestreden beslissing heeft genomen, blijven zij dit ook voor de Raad van State.]1
[1 Wanneer stukken vertrouwelijk worden behandeld door het rechtscollege dat de bestreden beslissing heeft genomen, blijven zij dit ook voor de Raad van State.]1
Art. 38. Les parties et leurs avocats peuvent prendre connaissance au greffe du dossier de l'affaire.
[1 Lorsque des pièces ont été traitées comme confidentielles par la juridiction qui a rendu la décision attaquée, elles conservent ce caractère devant le Conseil d'Etat.]1
[1 Lorsque des pièces ont été traitées comme confidentielles par la juridiction qui a rendu la décision attaquée, elles conservent ce caractère devant le Conseil d'Etat.]1
Wijzigingen
Afdeling II. - De verzendingen naar de Raad van State.
Section II. - Les envois adresses au Conseil d'Etat.
Art. 39. Alle processtukken en andere stukken worden bij ter post aangetekende brief naar de Raad van State verzonden.
Alle processtukken die, in de loop van het geding, buiten termijn toekomen, worden ambtshalve uit de debatten geweerd.
Bij elk processtuk worden zes kopieën gevoegd die door de ondertekenaar eensluidend zijn verklaard.
[1 Vierde en vijfde lid opgeheven.]1
Alle processtukken die, in de loop van het geding, buiten termijn toekomen, worden ambtshalve uit de debatten geweerd.
Bij elk processtuk worden zes kopieën gevoegd die door de ondertekenaar eensluidend zijn verklaard.
[1 Vierde en vijfde lid opgeheven.]1
Art. 39. L'envoi au Conseil d'Etat de tout écrit de procédure ou de toute pièce se fait sous pli recommandé à la poste.
Tout écrit de procédure transmis, en cours d'instance, hors délai est d'office écarté des débats.
A tout écrit de procédure sont jointes six copies certifiées conformes par le signataire.
[1 Alinéas 4 et 5 abrogés.]1
Tout écrit de procédure transmis, en cours d'instance, hors délai est d'office écarté des débats.
A tout écrit de procédure sont jointes six copies certifiées conformes par le signataire.
[1 Alinéas 4 et 5 abrogés.]1
Wijzigingen
Art. 40. Elk processtuk van de partijen gaat vergezeld van een inventaris waarin, voor elk bijgevoegd stuk, het nummer van de bijlage en een korte beschrijving van de aard ervan wordt aangegeven. De inventaris wordt ter kennis gebracht samen met het processtuk waarop hij betrekking heeft.
Elke verwijzing, in de processtukken van de partijen, naar een overgelegd stuk, vermeldt het nummer waaronder de bijlage geïnventariseerd is en het processtuk waarbij de bijlage is gevoegd.
De Raad van State kan te allen tijde, na de toelating van het cassatieberoep, een partij verzoeken haar processtukken in overeenstemming te brengen met het tweede lid binnen de door de Raad van State gestelde termijn.
Elke verwijzing, in de processtukken van de partijen, naar een overgelegd stuk, vermeldt het nummer waaronder de bijlage geïnventariseerd is en het processtuk waarbij de bijlage is gevoegd.
De Raad van State kan te allen tijde, na de toelating van het cassatieberoep, een partij verzoeken haar processtukken in overeenstemming te brengen met het tweede lid binnen de door de Raad van State gestelde termijn.
Art. 40. Tout écrit de procédure des parties est accompagné d'un inventaire comportant, pour chaque pièce annexée, son numéro et une brève description de sa nature. L'inventaire est notifié avec l'écrit de procédure auquel il se rapporte.
Toute référence, dans les ecrits de procédure des parties, à un document produit, identifie l'annexe en indiquant le numéro sous lequel elle est répertoriée et l'écrit de procédure auquel elle est jointe.
Le Conseil d'Etat peut à tout moment, après l'admission du recours en cassation, inviter une partie à conformer ses écrits de procédure au deuxième alinéa dans le délai qu'il détermine.
Toute référence, dans les ecrits de procédure des parties, à un document produit, identifie l'annexe en indiquant le numéro sous lequel elle est répertoriée et l'écrit de procédure auquel elle est jointe.
Le Conseil d'Etat peut à tout moment, après l'admission du recours en cassation, inviter une partie à conformer ses écrits de procédure au deuxième alinéa dans le délai qu'il détermine.
Afdeling III. - De verzendingen door de Raad van State.
Section III. - Les envois adressés par le Conseil d'Etat.
Art. 41. Alle kennisgevingen, mededelingen en oproepingen door de griffie worden rechtsgeldig gedaan op de gekozen woonplaats.
De verzending van de processtukken door de Raad van State, alsook de kennisgevingen, mededelingen en oproepingen geschieden bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding; tenzij anders bepaald in de wet of in dit besluit, kunnen die zendingen evenwel bij gewone brief worden verstuurd, wanneer de ontvangst ervan geen termijn doet ingaan.
De verzending van de processtukken door de Raad van State, alsook de kennisgevingen, mededelingen en oproepingen geschieden bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding; tenzij anders bepaald in de wet of in dit besluit, kunnen die zendingen evenwel bij gewone brief worden verstuurd, wanneer de ontvangst ervan geen termijn doet ingaan.
Art. 41. Toute notification, communication et convocation du greffe, est valablement faite au domicile élu.
L'envoi des pièces de procédure par le Conseil d'Etat ainsi que les notifications, communications et convocations se font sous pli recommandé a la poste avec accusé de réception; toutefois, sauf disposition contraire de la loi ou du présent arrêté, ces envois peuvent se faire par pli ordinaire lorsque leur réception ne fait courir aucun délai.
L'envoi des pièces de procédure par le Conseil d'Etat ainsi que les notifications, communications et convocations se font sous pli recommandé a la poste avec accusé de réception; toutefois, sauf disposition contraire de la loi ou du présent arrêté, ces envois peuvent se faire par pli ordinaire lorsque leur réception ne fait courir aucun délai.
Afdeling IIIbis. - [1 Elektronische procesvoering]1
Section IIIbis. - [1 Procédure électronique]1
Art. 42. [1 Artikel 85bis van het algemeen procedurereglement is van toepassing met dien verstande dat men moet vervangen :
1° in § 5, de verwijzing naar artikel 1 door een verwijzing naar artikel 3, § 2, van onderhavig besluit;
2° in §§ 8 en 9, de verwijzingen naar artikel 3bis door de verwijzingen naar artikel 5 van onderhavig besluit;
3° in [2 §§ 12, 14 en 15]2, de verwijzingen naar artikel 84 door de verwijzingen naar artikel 39 van onderhavig besluit;
4° in [2 § 14, vijfde lid]2, de verwijzingen naar de artikelen 36 en 37 door de verwijzingen naar de artikelen 49 en 50 van onderhavig besluit;
5° in [2 § 13]2, de verwijzing naar artikel 87, § 2 door een verwijzing naar artikel 38, tweede lid, van onderhavig besluit.
De bepalingen van dit artikel zijn eveneens van toepassing op het rechtscollege dat het aangevochten arrest heeft gewezen.]1
1° in § 5, de verwijzing naar artikel 1 door een verwijzing naar artikel 3, § 2, van onderhavig besluit;
2° in §§ 8 en 9, de verwijzingen naar artikel 3bis door de verwijzingen naar artikel 5 van onderhavig besluit;
3° in [2 §§ 12, 14 en 15]2, de verwijzingen naar artikel 84 door de verwijzingen naar artikel 39 van onderhavig besluit;
4° in [2 § 14, vijfde lid]2, de verwijzingen naar de artikelen 36 en 37 door de verwijzingen naar de artikelen 49 en 50 van onderhavig besluit;
5° in [2 § 13]2, de verwijzing naar artikel 87, § 2 door een verwijzing naar artikel 38, tweede lid, van onderhavig besluit.
De bepalingen van dit artikel zijn eveneens van toepassing op het rechtscollege dat het aangevochten arrest heeft gewezen.]1
Art. 42. [1 L'article 85bis du règlement général de procédure est applicable, étant entendu qu'il faut remplacer :
1° au § 5, la référence à l'article 1er par une référence à l'article 3, § 2, du présent arrêté;
2° aux §§ 8 et 9, les références à l'article 3bis par des références à l'article 5 du présent arrêté;
3° aux [2 §§ 12, 14 et 15]2, les références à l'article 84 par des références à l'article 39 du présent arrêté;
4° au [2 § 14, alinéa 5]2, les références aux articles 36 et 37 par des références aux articles 49 et 50 du présent arrêté;
5° au [2 § 13]2, la référence à l'article 87, § 2 par une référence à l'article 38, alinéa 2, du présent arrêté.
Les dispositions de cet article s'appliquent également à la juridiction qui a rendu la décision attaquée.]1
1° au § 5, la référence à l'article 1er par une référence à l'article 3, § 2, du présent arrêté;
2° aux §§ 8 et 9, les références à l'article 3bis par des références à l'article 5 du présent arrêté;
3° aux [2 §§ 12, 14 et 15]2, les références à l'article 84 par des références à l'article 39 du présent arrêté;
4° au [2 § 14, alinéa 5]2, les références aux articles 36 et 37 par des références aux articles 49 et 50 du présent arrêté;
5° au [2 § 13]2, la référence à l'article 87, § 2 par une référence à l'article 38, alinéa 2, du présent arrêté.
Les dispositions de cet article s'appliquent également à la juridiction qui a rendu la décision attaquée.]1
Afdeling IV. - De berekening van de termijnen.
Section IV. - La computation des délais.
Art. 43. De dag van de akte die het uitgangspunt is van een termijn wordt er niet in begrepen.
De vervaldag wordt in de termijn gerekend.
Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag.
[1 De werkdag is de dag die noch een zaterdag, noch een zondag, noch een wettelijke feestdag is.]1
De vervaldag wordt in de termijn gerekend.
Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag.
[1 De werkdag is de dag die noch een zaterdag, noch een zondag, noch een wettelijke feestdag is.]1
Art. 43. Le jour de l'acte qui est le point de départ d'un délai n'y est pas compris.
Le jour de l'échéance est compté dans le délai.
Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au plus prochain jour ouvrable.
[1 Le jour ouvrable est celui qui n'est ni un samedi, ni un dimanche, ni un jour férié légal.]1
Le jour de l'échéance est compté dans le délai.
Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au plus prochain jour ouvrable.
[1 Le jour ouvrable est celui qui n'est ni un samedi, ni un dimanche, ni un jour férié légal.]1
Wijzigingen
Art. 44. Alvorens overeenkomstig artikel 37 woonplaats is gekozen, worden de in dit besluit genoemde termijnen verlengd met dertig dagen voor personen die in een land van Europa verblijven dat niet aan België grenst en met negentig dagen voor personen die buiten Europa verblijven.
Art. 44. Avant qu'il ait été fait élection de domicile conformément à l'article 37, les délais visés au présent arrête sont augmentés de trente jours en faveur des personnes demeurant dans un pays d'Europe qui n'est pas limitrophe de la Belgique et de nonante jours en faveur de celles qui demeurent hors d'Europe.
Art. 45. De bij dit besluit bedoelde termijnen lopen tegen de minderjarigen, de ontzette personen en andere onbekwamen.
De Raad van State kan dezen nochtans van het verval ontheffen wanneer het vaststaat dat hun vertegenwoordiging niet tijdig was verzekerd vóór het verstrijken der termijnen.
De Raad van State kan dezen nochtans van het verval ontheffen wanneer het vaststaat dat hun vertegenwoordiging niet tijdig was verzekerd vóór het verstrijken der termijnen.
Art. 45. Les délais visés au présent arrêté courent contre les mineurs, interdits et autres incapables.
Toutefois, le Conseil d'Etat peut relever ceux-ci de la déchéance, lorsqu'il est établi que leur représentation n'était pas assurée, en temps voulu, avant l'expiration des délais.
Toutefois, le Conseil d'Etat peut relever ceux-ci de la déchéance, lorsqu'il est établi que leur représentation n'était pas assurée, en temps voulu, avant l'expiration des délais.
Art. 46. In spoedeisende gevallen kan de kamer waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, na advies van de auditeur, bevelen om de voor de proceshandelingen voorgeschreven termijnen te verkorten.
[1 De voor de proceshandelingen voorgeschreven termijnen, gelijk aan of korter dan dertig dagen, worden verhoogd met vijftien dagen wanneer ze, ten gevolge van de berekening uitgevoerd met toepassing van artikel 43, ingaan en verstrijken tussen 1 juli en 31 augustus.]1
[1 De voor de proceshandelingen voorgeschreven termijnen, gelijk aan of korter dan dertig dagen, worden verhoogd met vijftien dagen wanneer ze, ten gevolge van de berekening uitgevoerd met toepassing van artikel 43, ingaan en verstrijken tussen 1 juli en 31 augustus.]1
Art. 46. En cas d'urgence, la chambre saisie peut, après avis de l'auditeur, ordonner la réduction des délais prescrits pour les actes de la procédure.
[1 Les délais prescrits pour les actes de la procédure, égaux ou inférieurs à trente jours, sont augmentés de quinze jours lorsque, à la suite de la computation effectuée en application de l'article 43, ils prennent cours et arrivent à échéance entre le 1er juillet et le 31 août.]1
[1 Les délais prescrits pour les actes de la procédure, égaux ou inférieurs à trente jours, sont augmentés de quinze jours lorsque, à la suite de la computation effectuée en application de l'article 43, ils prennent cours et arrivent à échéance entre le 1er juillet et le 31 août.]1
Wijzigingen
Afdeling V. - De beschikkingen en de arresten.
Section V. - Les ordonnances et les arrêts.
Art. 47. De beschikkingen van niet-toelaatbaarheid en de arresten worden gemotiveerd. Deze beschikkingen dienen bondig gemotiveerd te zijn.
[1 ...]1
[1 ...]1
Art. 47. Les ordonnances de non-admission et les arrêts sont motivés. Ces ordonnances doivent être motivées succinctement.
[1 ...]1
[1 ...]1
Wijzigingen
Art. 48. De beschikkingen van toelaatbaarheid, de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid en de arresten bevatten het dictum en de volgende vermeldingen :
1° de naam, verblijfplaats of zetel van de partijen en de naam en hoedanigheid van de persoon die hen vertegenwoordigt of bijstaat;
2° de toepasselijke bepalingen over het gebruik van de talen;
3° de datum en de naam van de staatsraad of van de staatsraden die erover hebben beraadslaagd;
4° in voorkomend geval, de gekozen woonplaats.
De beschikkingen van niet-toelaatbaarheid en de arresten bevatten tevens de motieven waarop het dictum gebaseerd is.
De arresten bevatten bovendien de volgende vermeldingen :
1° de oproeping van de partijen, van hun advocaten, alsook hun eventuele aanwezigheid op de terechtzitting;
2° de mededeling of het advies van de auditeur al dan niet eensluidend is met het arrest;
3° [1 ...]1
1° de naam, verblijfplaats of zetel van de partijen en de naam en hoedanigheid van de persoon die hen vertegenwoordigt of bijstaat;
2° de toepasselijke bepalingen over het gebruik van de talen;
3° de datum en de naam van de staatsraad of van de staatsraden die erover hebben beraadslaagd;
4° in voorkomend geval, de gekozen woonplaats.
De beschikkingen van niet-toelaatbaarheid en de arresten bevatten tevens de motieven waarop het dictum gebaseerd is.
De arresten bevatten bovendien de volgende vermeldingen :
1° de oproeping van de partijen, van hun advocaten, alsook hun eventuele aanwezigheid op de terechtzitting;
2° de mededeling of het advies van de auditeur al dan niet eensluidend is met het arrest;
3° [1 ...]1
Art. 48. Les ordonnances d'admission, les ordonnances de non-admission et les arrêts contiennent le dispositif et portent mention :
1° des nom, demeure ou siège des parties et des nom et qualité de la personne qui les représente ou les assiste;
2° des dispositions sur l'emploi des langues dont il est fait application;
3° de la date et du nom du ou des conseillers qui en ont délibéré;
4° le cas échéant, du domicile élu.
Les ordonnances de non-admission et les arrêts contiennent en outre les motifs sous-tendant le dispositif.
Les arrêts comportent de surcroît la mention :
1° de la convocation des parties, de leurs avocats, ainsi que de leur présence éventuelle à l'audience;
2° de l'indication que l'avis de l'auditeur est ou non conforme à l'arrêt;
3° [1 ...]1
1° des nom, demeure ou siège des parties et des nom et qualité de la personne qui les représente ou les assiste;
2° des dispositions sur l'emploi des langues dont il est fait application;
3° de la date et du nom du ou des conseillers qui en ont délibéré;
4° le cas échéant, du domicile élu.
Les ordonnances de non-admission et les arrêts contiennent en outre les motifs sous-tendant le dispositif.
Les arrêts comportent de surcroît la mention :
1° de la convocation des parties, de leurs avocats, ainsi que de leur présence éventuelle à l'audience;
2° de l'indication que l'avis de l'auditeur est ou non conforme à l'arrêt;
3° [1 ...]1
Wijzigingen
Art. 49. De beschikkingen en de arresten worden ondertekend door de kamervoorzitter of door de staatsraad belast met de zaak, alsmede door de [1 griffier]1.
De hoofdgriffier brengt de beschikkingen en de arresten ter kennis van de partijen.
De hoofdgriffier brengt de beschikkingen en de arresten ter kennis van de partijen.
Art. 49. Les ordonnances et les arrêts sont signés par le président de chambre ou par le conseiller chargé de l'affaire et par le [1 greffier]1.
Les ordonnances et les arrêts sont notifiés aux parties par les soins du greffier en chef.
Les ordonnances et les arrêts sont notifiés aux parties par les soins du greffier en chef.
Wijzigingen
Art. 50. De beschikkingen van niet-toelaatbaarheid en de arresten zijn van rechtswege uitvoerbaar. De Koning zorgt voor de uitvoering ervan.
De hoofdgriffier vermeldt op de expedities, na het dictum, en naargelang van het geval, één van de hierna volgende uitvoeringsformulieren :
" De Ministers en de administratieve overheden, wat hen aangaat, zijn gehouden te zorgen voor de uitvoering van dit arrest. De daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarders zijn gehouden hiertoe hun medewerking te verlenen wat betreft de dwangmiddelen van gemeen recht. ";
" De Ministers en de administratieve overheden, wat hen aangaat, zijn gehouden te zorgen voor de uitvoering van deze beschikking. De daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarders zijn gehouden hiertoe hun medewerking te verlenen wat betreft de dwangmiddelen van gemeen recht. ";
" Les Ministres et autorités administratives, en ce qui les concerne, sont tenus de pourvoir à l'exécution du présent arrêt. Les huissiers de justice à ce requis ont à y concourir en ce qui concerne les voies de droit commun. ";
" Les Ministres et autorités administratives, en ce qui les concerne, sont tenus de pourvoir à l'exécution de la présente ordonnance. Les huissiers de justice à ce requis ont à y concourir en ce qui concerne les voies de droit commun. ";
" Die Minister und die Verwaltungsbehörden haben, was sie anbetrifft, für die Vollstreckung der vorliegenden Anordnung zu sorgen. Die dazu angeforderten Gerichtsvollzieher haben betreffs der gemeinrechtlichen Zwangmittel ihren Beistand zu leisten. ";
" Die Minister und die Verwaltungsbehörden haben, was sie anbetrifft, für die Vollstreckung dieses Beschlusses zu sorgen. Die dazu angeforderten Gerichtsvollzieher haben betreffs der gemeinrechtlichen Zwangmittel ihren Beistand zu leisten. "
De expedities worden afgeleverd door de hoofdgriffier, die ze ondertekent en het zegel van de Raad van State erop aanbrengt.
De hoofdgriffier vermeldt op de expedities, na het dictum, en naargelang van het geval, één van de hierna volgende uitvoeringsformulieren :
" De Ministers en de administratieve overheden, wat hen aangaat, zijn gehouden te zorgen voor de uitvoering van dit arrest. De daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarders zijn gehouden hiertoe hun medewerking te verlenen wat betreft de dwangmiddelen van gemeen recht. ";
" De Ministers en de administratieve overheden, wat hen aangaat, zijn gehouden te zorgen voor de uitvoering van deze beschikking. De daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarders zijn gehouden hiertoe hun medewerking te verlenen wat betreft de dwangmiddelen van gemeen recht. ";
" Les Ministres et autorités administratives, en ce qui les concerne, sont tenus de pourvoir à l'exécution du présent arrêt. Les huissiers de justice à ce requis ont à y concourir en ce qui concerne les voies de droit commun. ";
" Les Ministres et autorités administratives, en ce qui les concerne, sont tenus de pourvoir à l'exécution de la présente ordonnance. Les huissiers de justice à ce requis ont à y concourir en ce qui concerne les voies de droit commun. ";
" Die Minister und die Verwaltungsbehörden haben, was sie anbetrifft, für die Vollstreckung der vorliegenden Anordnung zu sorgen. Die dazu angeforderten Gerichtsvollzieher haben betreffs der gemeinrechtlichen Zwangmittel ihren Beistand zu leisten. ";
" Die Minister und die Verwaltungsbehörden haben, was sie anbetrifft, für die Vollstreckung dieses Beschlusses zu sorgen. Die dazu angeforderten Gerichtsvollzieher haben betreffs der gemeinrechtlichen Zwangmittel ihren Beistand zu leisten. "
De expedities worden afgeleverd door de hoofdgriffier, die ze ondertekent en het zegel van de Raad van State erop aanbrengt.
Art. 50. Les ordonnances de non-admission et les arrêts sont exécutoires de plein droit. Le Roi en assure l'exécution.
Le greffier en chef appose sur les expéditions, à la suite du dispositif, et suivant le cas, l'une des formules exécutoires ci-après :
" Les Ministres et autorités administratives, en ce qui les concerne, sont tenus de pourvoir à l'exécution du présent arrêt. Les huissiers de justice à ce requis ont à y concourir en ce qui concerne les voies de droit commun. ";
" Les Ministres et autorités administratives, en ce qui les concerne, sont tenus de pourvoir à l'exécution de la présente ordonnance. Les huissiers de justice à ce requis ont à y concourir en ce qui concerne les voies de droit commun. ";
" De Minister en de administratieve overheden, wat hen aangaat, zijn gehouden te zorgen voor de uitvoering van dit arrest. De daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarders zijn gehouden hiertoe hun medewerking te verlenen wat betreft de dwangmiddelen van gemeen recht. ";
" De Ministers en de administratieve overheden, wat hen aangaat, zijn gehouden te zorgen voor de uitvoering van deze beschikking. De daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarders zijn gehouden hiertoe hun medewerking te verlenen wat betreft de dwangmiddelen van gemeen recht. ";
" Die Minister und die Verwaltungsbehörden haben, was sie anbetrifft, für die Vollstreckung der vorliegenden Anordnung zu sorgen. Die dazu angeforderten Gerichtsvollzieher haben betreffs der gemeinrechtlichen Zwangsmittel ihren Beistrand zu leisten. ";
" Die Minister und die Verwaltungsbehörden haben, was sie anbetrifft, für die Vollstreckung dieses Beschlusses zu sorgen. Die dazu angeforderten Gerichtsvollzieher haben betreffs der gemeinrechtlichen Zwangsmittel ihren Beistrand zu leisten. "
Les expeditions sont délivrées par le greffier en chef, qui les signe et les revêt du sceau du Conseil d'Etat.
Le greffier en chef appose sur les expéditions, à la suite du dispositif, et suivant le cas, l'une des formules exécutoires ci-après :
" Les Ministres et autorités administratives, en ce qui les concerne, sont tenus de pourvoir à l'exécution du présent arrêt. Les huissiers de justice à ce requis ont à y concourir en ce qui concerne les voies de droit commun. ";
" Les Ministres et autorités administratives, en ce qui les concerne, sont tenus de pourvoir à l'exécution de la présente ordonnance. Les huissiers de justice à ce requis ont à y concourir en ce qui concerne les voies de droit commun. ";
" De Minister en de administratieve overheden, wat hen aangaat, zijn gehouden te zorgen voor de uitvoering van dit arrest. De daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarders zijn gehouden hiertoe hun medewerking te verlenen wat betreft de dwangmiddelen van gemeen recht. ";
" De Ministers en de administratieve overheden, wat hen aangaat, zijn gehouden te zorgen voor de uitvoering van deze beschikking. De daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarders zijn gehouden hiertoe hun medewerking te verlenen wat betreft de dwangmiddelen van gemeen recht. ";
" Die Minister und die Verwaltungsbehörden haben, was sie anbetrifft, für die Vollstreckung der vorliegenden Anordnung zu sorgen. Die dazu angeforderten Gerichtsvollzieher haben betreffs der gemeinrechtlichen Zwangsmittel ihren Beistrand zu leisten. ";
" Die Minister und die Verwaltungsbehörden haben, was sie anbetrifft, für die Vollstreckung dieses Beschlusses zu sorgen. Die dazu angeforderten Gerichtsvollzieher haben betreffs der gemeinrechtlichen Zwangsmittel ihren Beistrand zu leisten. "
Les expeditions sont délivrées par le greffier en chef, qui les signe et les revêt du sceau du Conseil d'Etat.
Art. 51. In geval van cassatie wordt in voorkomend geval de zaak verwezen naar het rechtscollege waarvan de beslissing is verbroken.
De hoofdgriffier stuurt een expeditie van het arrest met het dossier naar het rechtscollege. In geval van verwijzing wordt de zaak van rechtswege aanhangig gemaakt bij het rechtscollege.
Het arrest wordt overgeschreven in de registers van het rechtscollege waarvan de beslissing is verbroken; melding ervan wordt gemaakt op de kant van de verbroken beslissing.
De hoofdgriffier stuurt een expeditie van het arrest met het dossier naar het rechtscollege. In geval van verwijzing wordt de zaak van rechtswege aanhangig gemaakt bij het rechtscollege.
Het arrest wordt overgeschreven in de registers van het rechtscollege waarvan de beslissing is verbroken; melding ervan wordt gemaakt op de kant van de verbroken beslissing.
Art. 51. En cas de cassation, l'affaire est renvoyée, s'il échet, devant la juridiction dont la décision a été cassée.
Le greffier en chef envoie une expédition de l'arrêt avec le dossier à la juridiction. En cas de renvoi, la juridiction est saisie de plein droit par cet envoi.
L'arrêt est transcrit sur les registres de la juridiction dont la décision a été cassée; mention en est faite en marge de la décision cassée.
Le greffier en chef envoie une expédition de l'arrêt avec le dossier à la juridiction. En cas de renvoi, la juridiction est saisie de plein droit par cet envoi.
L'arrêt est transcrit sur les registres de la juridiction dont la décision a été cassée; mention en est faite en marge de la décision cassée.
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions finales.
Art. 52. Artikel 17, 2°, in zoverre het de kosten en uitgaven betreft, tot 4°, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen treedt in werking op 1 december 2006 wat betreft de beroepen bedoeld in artikel 14, § 2, van de gecoördineerde wetten.
Art. 52. L'article 17, 2°, en ce qu'il vise les frais et les dépens, à 4°, de la loi du 15 septembre 2006 réformant le Conseil d'Etat et créant un Conseil du contentieux des étrangers entre en vigueur le 1er décembre 2006, en ce qui concerne les recours visés à l'article 14, § 2, des lois coordonnées.
Art. 53. Artikel 38 van de algemene procedureregeling wordt opgeheven.
Art. 53. L'article 38 du règlement général de procédure est abrogé.
Art. 54. In het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten van de Raad van State worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het opschrift worden de woorden " van de arresten " vervangen door de woorden " van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid ";
2° in artikel 1 worden de woorden " van de arresten " vervangen door de woorden " van de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid in cassatie en van de arresten " en worden de woorden " van de wet van 15 december 1980 " vervangen door de woorden " van de wetten ";
3° artikel 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" Iedere partij bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig wordt gemaakt kan op elk moment van de rechtspleging en, in voorkomend geval, totdat de debatten gesloten worden, eisen dat bij de publicatie van de beschikking van niet-toelaatbaarheid of van het arrest de identiteit van de natuurlijke personen niet mede wordt gepubliceerd. ";
4° in artikel 2, tweede lid, worden de woorden " van het arrest " vervangen door de woorden " van de beschikking van niet-toelaatbaarheid of van het arrest ";
5° in artikel 3, eerste lid, wordt het woord " arresten " vervangen door de woorden " beschikkingen van niet-toelaatbaarheid of arresten " en worden de woorden " de voormelde wet van 15 december 1980 " vervangen door de woorden " de wetten bedoeld in artikel 1 ";
6° in de artikelen 4 en 6 worden de woorden " de arresten " vervangen door de woorden " de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid of de arresten ".
1° in het opschrift worden de woorden " van de arresten " vervangen door de woorden " van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid ";
2° in artikel 1 worden de woorden " van de arresten " vervangen door de woorden " van de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid in cassatie en van de arresten " en worden de woorden " van de wet van 15 december 1980 " vervangen door de woorden " van de wetten ";
3° artikel 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
" Iedere partij bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig wordt gemaakt kan op elk moment van de rechtspleging en, in voorkomend geval, totdat de debatten gesloten worden, eisen dat bij de publicatie van de beschikking van niet-toelaatbaarheid of van het arrest de identiteit van de natuurlijke personen niet mede wordt gepubliceerd. ";
4° in artikel 2, tweede lid, worden de woorden " van het arrest " vervangen door de woorden " van de beschikking van niet-toelaatbaarheid of van het arrest ";
5° in artikel 3, eerste lid, wordt het woord " arresten " vervangen door de woorden " beschikkingen van niet-toelaatbaarheid of arresten " en worden de woorden " de voormelde wet van 15 december 1980 " vervangen door de woorden " de wetten bedoeld in artikel 1 ";
6° in de artikelen 4 en 6 worden de woorden " de arresten " vervangen door de woorden " de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid of de arresten ".
Art. 54. A l'arrêté royal du 7 juillet 1997 relatif à la publication des arrêts du Conseil d'Etat sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'intitulé, les mots " des arrêts " sont remplacés par les mots " des arrêts et des ordonnances de non-admission ";
2° à l'article 1er, les mots " des arrêts " sont remplacés par les mots " des ordonnances de non-admission en cassation et des arrêts " et les mots " de la loi du 15 décembre 1980 " sont remplacés par les mots " des lois ";
3° l'article 2, alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
" Toute partie à un litige porté devant le Conseil d'Etat peut requérir à tout moment de la procédure et, le cas échéant, jusqu'à la clôture des débats, que lors de la publication de l'ordonnance de non-admission ou de l'arrêt, l'identité des personnes physiques ne soit pas mentionnée dans cette publication. ";
4° à l'article 2, alinéa 2, les mots " de l'arrêt " sont remplacés par les mots " de l'ordonnance de non-admission ou de l'arrêt ";
5° à l'article 3, alinéa 1er, le mot " arrêts " est remplacé par les mots " ordonnances de non-admission ou arrêts " et les mots " de la loi précitée du 15 décembre 1980 " sont remplacés par les mots " des lois visées à l'article 1er ";
6° aux articles 4 et 6, les mots " arrêts " sont remplacés par les mots " ordonnances de non-admission ou arrêts ".
1° dans l'intitulé, les mots " des arrêts " sont remplacés par les mots " des arrêts et des ordonnances de non-admission ";
2° à l'article 1er, les mots " des arrêts " sont remplacés par les mots " des ordonnances de non-admission en cassation et des arrêts " et les mots " de la loi du 15 décembre 1980 " sont remplacés par les mots " des lois ";
3° l'article 2, alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
" Toute partie à un litige porté devant le Conseil d'Etat peut requérir à tout moment de la procédure et, le cas échéant, jusqu'à la clôture des débats, que lors de la publication de l'ordonnance de non-admission ou de l'arrêt, l'identité des personnes physiques ne soit pas mentionnée dans cette publication. ";
4° à l'article 2, alinéa 2, les mots " de l'arrêt " sont remplacés par les mots " de l'ordonnance de non-admission ou de l'arrêt ";
5° à l'article 3, alinéa 1er, le mot " arrêts " est remplacé par les mots " ordonnances de non-admission ou arrêts " et les mots " de la loi précitée du 15 décembre 1980 " sont remplacés par les mots " des lois visées à l'article 1er ";
6° aux articles 4 et 6, les mots " arrêts " sont remplacés par les mots " ordonnances de non-admission ou arrêts ".
Art. 55. In het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen worden opgeheven :
1° artikel 2, 4°;
2° artikel 31;
3° in artikel 39, de woorden " of cassatieberoepen ".
1° artikel 2, 4°;
2° artikel 31;
3° in artikel 39, de woorden " of cassatieberoepen ".
Art. 55. Dans l'arrêté royal du 9 juillet 2000 portant règlement de procédure particulier au contentieux des décisions relatives à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers sont abrogés :
1° l'article 2, 4°;
2° l'article 31;
3° dans l'article 39, les mots " ou de recours en cassation ".
1° l'article 2, 4°;
2° l'article 31;
3° dans l'article 39, les mots " ou de recours en cassation ".
Art. 56. Dit besluit is van toepassing op de cassatieberoepen ingesteld vanaf 1 december 2006.
De artikelen 3 tot 6 zijn evenwel niet van toepassing op de cassatieberoepen die vanaf 1 december 2006 zijn ingesteld tegen rechterlijke beslissingen die vóór die datum ter kennis zijn gebracht.
De artikelen 3 tot 6 zijn evenwel niet van toepassing op de cassatieberoepen die vanaf 1 december 2006 zijn ingesteld tegen rechterlijke beslissingen die vóór die datum ter kennis zijn gebracht.
Art. 56. Le présent arrêté s'applique aux recours en cassation introduits à partir du 1er décembre 2006.
Toutefois, les articles 3 à 6 ne sont pas applicables aux recours en cassation introduits à partir du 1er décembre 2006 contre des décisions juridictionnelles notifiées avant cette date.
Toutefois, les articles 3 à 6 ne sont pas applicables aux recours en cassation introduits à partir du 1er décembre 2006 contre des décisions juridictionnelles notifiées avant cette date.
Art. 57. Dit besluit treedt in werking op 1 december 2006.
Art. 57. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er décembre 2006.
Art. 58. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en Onze Minister bevoegd voor Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 58. Notre Ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions et Notre Ministre qui a les Finances dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.