Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 JULI 2005. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2005 betreffende het Waterwetboek, tot vaststelling van een gestandaardiseerd boekhoudplan van de watersector in het Waalse Gewest. (Vertaling).
Titre
14 JUILLET 2005. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 mars 2005 relatif au Code de l'eau, établissant un plan comptable uniformisé du secteur de l'eau en Région wallonne.
Documentinformatie
Numac: 2005202116
Datum: 2005-07-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2005202116
Date: 2005-07-14
Moniteur: Voir
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. In titel II van deel III van het regelgevende deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, gecoördineerd op 3 maart 2005, wordt een hoofdstuk Ibis ingevoegd met als opschrift " Gestandaardiseerd boekhoudplan van de watersector in het Waalse Gewest " en met artikelen R308bis tot R308bis34, luidend als volgt :
"HOOFDSTUK 1bis. - Gestandaardiseerd boekhoudplan van de watersector in het Waalse Gewest.
Afdeling 1. - Begripsomschrijvingen.
Art. R308bis. In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
- waterwetboek : boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, gecoördineerd op 3 maart 2005;
- producent : de houder van één of meer grondwaterwinningen in het Waalse Gewest;
- evaluatieregels : regels die gelden voor de evaluaties van de inventaris, bedoeld in artikel 9, § 1, van de wet 17 juli 1975 betreffende de boekhouding van de ondernemingen en, onder meer, voor de vorming en de aanpassing van afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen voor risico's en kosten evenals voor de herwaarderingen;
- koninklijk besluit van 30 januari 2001 : koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen;
- watervoorzieningsnetwerk : geheel van watervoorzieningsinstallaties waarvan de geografische zones met maximum één enkel deelstroomgebied zijn gelijkgesteld;
- omzet : bedrag van de verkopen en de verlening van diensten aan derden, in het kader van de gebruikelijke bedrijfsuitoefening, na aftrek van de commerciële kortingen op de verkopen (teruggaven, reducties en prijsafslagen);
- bedrijfsinvesteringen : vaste activa eigen aan elke activiteit buiten de activa bestemd voor functionele diensten die in het algemeen gemeenschappelijk zijn voor productie- en distributieactiviteiten;
- exploitatiepersoneel : personeel bestemd voor de exploitatie tegenover het personeel van de functionele diensten werkend voor de productie- en distributieactiviteiten;
- gemeentedienst : gemeentedienst verantwoordelijk voor de waterproductie en/of de watervoorziening en met een geïntegreerd beheer in de gemeente;
- nieuwe gemeentelijke comptabiliteit : koninklijk besluit van 2 augustus 1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit;
- productie-eenheid : geheel van werken die horen bij eenzelfde productiecyclus die, voor eenzelfde grondwaterwinningsgebied, verschillende fasen van de bescherming van de waterwinning, wateraansluitpunten, waterbehandeling, eerste onderdrukzetting, opslagwerken en andere bestanddelen (interne toevoerleidingen, ...) verenigen;
- transportleiding : geheel van werken met toevoerleidingen en andere transportdelen (overdrukstation, watertoren, ...) - inbegrepen de beveiligingselementen van het watervoorzieningsnet.
Afdeling 2. - Algemene beginselen.
Art. R308bis1. Het gestandaardiseerde boekhoudplan van de watersector in het Waalse Gewest beoogt de door waterverdelers en -producenten toepasbare regels vast te stellen, om de reële kostprijs van de distributie (CVD, Franse afkorting) van het water in het Waalse Gewest, zoals bepaald in artikel 228 van het decreet gevende deel te bepalen. Het boekhoudplan is toepasbaar vanaf 1 januari 2006.
Art. R308bis2. Dit hoofdstuk omschrijft de toepasbare regels voor de uitwerking van een boekhoudplan " Producent " en van een boekhoudplan " Verdeler " door het geheel van operatoren die een openbare waterproductie- en/of -distributieactiviteit hebben.
Art. R308bis3. Het einde van de productieactiviteit wordt vastgesteld plaats op de hoofdmeter van de distributie en valt samen met het begin van het distributienet.
Art. R308bis4. De kosten die gemeen zijn aan de productie en de distributie worden opgedeeld tussen beide activiteiten op basis van een algemene verdeelsleutel bepaald vanaf de volgende gewogen parameters :
- omzet 25 %;
- bedrijfsinvesteringen (in netto-waarde) 15 %;
- door het rechtstreekse bedrijfspersoneel gepresteerde uren 60 %.
Afdeling 3. - Boekhoudplan van de Watersector " Producent ".
Onderafdeling 1. - Algemene beginselen.
Art. R308bis5. § 1. Elke producent in het Waalse Gewest maakt jaarlijks een exploitatierekening per productie-eenheid en per transportleiding op alsook een samenvattende exploitatierekening " Productie " overeenkomstig de voorschriften opgenomen in onderafdelingen 2, 3 en 4 van deze afdeling.
§ 2. - Deze afdeling is niet toepasselijk op de gemeentediensten die optreden als producer binnen een gemeente met uitzondering van de bepalingen bedoeld in afdeling 5 van dit hoofdstuk.
Onderafdeling 2 - Evaluatieregels.
Art. R308bis6. De evaluatieregels die het opmaken van het Boekhoudplan " Producent " beheren, vloeien voort uit de uitvoering van de vigerende reglementaire bepalingen en stemmen overeen met de regels bepaald in artikelen R308bis7 tot R308bis9 van deze onderafdeling.
Art. R308bis7. § 1. De wijze waarop de lichamelijke vaste activa worden geboekt, staat vermeld in bijlage XLIX. a bij het reglementaire deel en stemt overeen met de regels van het vigerende boekhoudrecht.
§ 2. - De aflossingen van de lichamelijke vaste activa moeten systematisch berekend worden op grond van de methodes die door de vennootschap vastgesteld zijn overeenkomstig bijlage XLIX. b bij het reglementaire deel.
§ 3. - De lichamelijke vaste activa worden niet systematisch gerevalueerd. De revaluatie mag enkel worden verricht op grond van de regels van het vigerende boekhoudrecht. Een bijlage wordt jaarlijks ingevuld met het bedrag van de revaluaties, de verantwoording ervan en het effect op de resultatenrekening.
§ 4. - Op 1 januari 2006 zijn de in § 2 van dit artikel vastgestelde nieuwe aflossingsregels van toepassing op de vaste activa die bestaan tijdens de residuaire duur van de aflossing op de bruto activawaarde zoals vastgesteld op 31 december 2005.
Art. R308bis8. In de gevallen waar een operator door zijn eigen personeel werken laat uitvoeren die tot de vaste productie behoren, wordt het bedrag van de rechtstreekse kosten verhoogd met een aandeel ter dekking van onrechtstreekse kosten, die bestaan uit studie-, coördinerings- en toezichtskosten. Die kosten worden toegerekend op grond van de werkelijke prestaties van het studiebureau; ze worden verdeeld door toevoeging van een forfaitair percentage van het bedrag van de inschrijvingen (studie 7,5 %) en/of van de verwezenlijkingen (coördinatie 2 % en toezicht 5,5 %). De toepassing van die tweede methode vereist dat de operator kan bewijzen dat het totaal van de standaardkosten niet aanzienlijk afwijkt van het totaalbedrag van de werkelijke kosten. Die kosten worden geactiveerd en afgelost volgens dezelfde regels als de hoofdinvestering.
Art. R308bis9. De gedeeltelijke of totale tegemoetkoming van de " Société publique de Gestion de l'Eau " (Openbare Maatschappij voor Waterbeheer) in het kader van de bescherming van de winningen die betrekking heeft op de verwerving van lichamelijke vaste activa, wordt door de producent geboekt in een gepaste rekening van klasse 15 " Tegemoetkoming " Société publique de Gestion de l'Eau " - bescherming van winningen " genoemd. Indien toepasselijk wordt die tegemoetkoming afgelost op hetzelfde ritme als de overeenstemmende vaste activa.
Onderafdeling 3. - Analytische exploitatierekening van een productie-eenheid en van een transportleiding.
Art. R308bis10. De analytische exploitatierekening van een productie-eenheid en van een transportleiding wordt vastgesteld door de producent overeenkomstig het in artikel R308bis12 bedoelde schema. De inhoud van de posten van de exploitatierekening wordt nader bepaald in bijlage L bij het reglementaire deel.
Art. R308bis11. De verdeelsleutel van de gemeenschappelijke kosten voor de productie-eenheden/transportleidingen is gebaseerd op de rechtstreekse kost van de productie-eenheden/transportleidingen.
Art. R308bis12. Schema van de analytische exploitatierekening van een productie-eenheid en van een transportleiding :
Article 1. Il est inséré dans le titre II de la partie III de la partie réglementaire du livre II du Code de l'environnement constituant le Code de l'eau, coordonné le 3 mars 2005, un chapitre Ierbis intitulé " Plan comptable uniformisé du secteur de l'eau en Région wallonne " et comprenant les articles R308bis à R308bis34, rédigé comme suit :
"CHAPITRE Ierbis. - Plan comptable uniformisé du secteur de l'eau en Région wallonne.
Section 1re. - Définitions.
Art. R308bis. Au sens du présent chapitre, il faut entendre par :
- Code de l'eau : livre II du Code de l'environnement constituant le Code de l'eau, coordonné le 3 mars 2005;
- producteur : titulaire d'une ou plusieurs prises d'eau en Région wallonne;
- règles d'évaluation : règles qui président aux évaluations dans l'inventaire prévu à l'article 9, § 1er, de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises et, notamment, aux constitutions et ajustements d'amortissements, de réductions de valeur et de provisions pour risques et charges ainsi qu'aux réévaluations;
- arrêté royal du 30 janvier 2001 : arrêté royal portant exécution du Code des sociétés;
- réseau de distribution : ensemble d'installations de distribution d'eau dont les limites géographiques sont assimilées au maximum à un et un seul sous-bassin;
- chiffre d'affaires : montant des ventes et des prestations de services à des tiers, relevant de l'activité habituelle de la société, déduction faite des réductions commerciales sur ventes (remises, ristournes et rabais);
- investissements d'exploitation : actifs immobilisés propres à chaque activité et ne comprenant pas les actifs affectés aux services fonctionnels généralement communs aux activités de production et de distribution;
- personnel d'exploitation : personnel affecté à l'exploitation par opposition au personnel des services fonctionnels travaillant pour les activités de production et de distribution;
- service communal : service communal responsable de la production et/ou de la distribution de l'eau et à gestion intégrée au sein de la commune;
- nouvelle comptabilité communale : arrêté royal du 2 août 1990 portant le règlement général de la comptabilité communale;
- unité de production : ensemble d'ouvrages qui appartiennent à un même cycle de production, qui regroupe pour une même zone de site(s) de captage(s) les différentes phases de protection des captages, prise d'eau, traitement de l'eau, première mise en pression, ouvrage de stockages et autres éléments (conduites d'adduction internes,...);
- ligne de transport : ensemble d'ouvrages comprenant les conduites d'adduction et autres éléments de transport (station de surpression, château d'eau,...) - y compris les éléments de sécurisation du réseau d'adduction.
Section 2. - Principes généraux.
Art. R308bis1. Le plan comptable uniformisé du secteur de l'eau en Région wallonne vise à dresser les règles applicables par les distributeurs et les producteurs d'eau pour déterminer le coût-vérité à la distribution (CVD) de l'eau en Région wallonne, tel que défini par l'article 228 de la partie décrétale. Le plan comptable est applicable à partir du 1er janvier 2006.
Art. R308bis2. Le présent chapitre définit les règles applicables à l'élaboration d'un plan comptable " Producteur " et d'un plan comptable " Distributeur " par l'ensemble des opérateurs ayant une activité de production et/ou de distribution publique d'eau.
Art. R308bis3. La fin de l'activité de production s'établit au compteur de tête de la distribution et coïncide avec le début d'un réseau de distribution.
Art. R308bis4. Les frais communs à l'activité de production et de distribution sont alloués entre les deux activités sur base d'une clé d'allocation générale déterminée à partir des paramètres pondérés suivants :
- chiffre d'affaires 25 %;
- investissements d'exploitation (en valeur nette) 15 %;
- temps presté par le personnel direct d'exploitation 60 %.
Section 3. - Plan comptable de l'eau " Producteur ".
Sous-section 1re. - Principes généraux.
Art. R308bis5. § 1er. - Chaque producteur en Région wallonne établit annuellement un compte d'exploitation par unité de production et par ligne de transport ainsi qu'un compte d'exploitation récapitulatif de la " Production " conformément aux dispositions contenues aux sous-sections 2, 3 et 4 de la présente section.
§ 2. - La présente section n'est pas applicable aux services communaux qui opèrent comme producteur à l'intérieur d'une commune, à l'exception des dispositions prévues à la section 5 du présent chapitre.
Sous-section 2. - Règles d'évaluation.
Art. R308bis6. Les règles d'évaluation qui président à l'élaboration du plan comptable " Producteur " découlent de l'application des dispositions réglementaires en vigueur et sont conformes aux règles définies aux articles R.308bis7 à R.308bis9 de la présente sous-section.
Art. R308bis7. § 1er. - Le mode de comptabilisation des actifs immobilisés corporels est présenté en annexe XLIX. a de la partie réglementaire et est conforme aux prescriptions du droit comptable en vigueur.
§ 2. - Les amortissements des actifs immobilisés corporels doivent être constitués systématiquement sur base des méthodes arrêtées par la société conformément à l'annexe XLIX. b de la partie réglementaire.
§ 3. - Il n'est pas procédé à une réévaluation systématique des actifs immobilisés corporels. La réévaluation ne pourra se faire que sur base des règles du droit comptable en vigueur. Une annexe est complétée chaque année qui mentionne le montant des réévaluations, leur justification et l'impact sur le compte de résultats.
§ 4. - Au 1er janvier 2006, les nouvelles règles d'amortissement définies au § 2 du présent article s'appliquent aux actifs immobilisés existant sur la durée résiduelle d'amortissement sur la valeur brute des actifs déterminée au 31 décembre 2005.
Art. R308bis8. Dans les cas où un opérateur effectue des travaux par son personnel propre ayant la nature d'une production immobilisée, le montant des frais directs est augmenté d'une quote-part de couverture de frais indirects, représentant les frais d'études, de coordination et de surveillance. Ces frais sont imputés sur la base des prestations réelles du bureau d'études; alternativement, les frais sont répartis en ajoutant un pourcentage forfaitaire du montant des soumissions (étude 7,5 %) et/ou des réalisations (coordination 2 % et surveillance 5,5 %). L'application de cette seconde méthode requiert que l'opérateur soit en mesure de démontrer que le total des frais standards ne s'écarte pas significativement du montant total des frais réels. Ces frais sont activés et amortis selon les mêmes règles que l'investissement principal.
Art. R308bis9. L'intervention partielle ou totale que la Société publique de Gestion de l'Eau réalise dans le cadre de la protection des captages et qui porte sur l'acquisition d'une immobilisation corporelle fait l'objet d'un enregistrement par le producteur dans un compte de la classe 15 ad hoc dénommé " Intervention Société publique de Gestion de l'Eau - protection des captages ". Si applicable, cette intervention est amortie au même rythme que l'actif immobilisé correspondant.
Sous-section 3. - Compte d'exploitation analytique d'une unité de production et d'une ligne de transport.
Art. R308bis10. Le compte d'exploitation analytique d'une unité de production et d'une ligne de transport sont établis conformément au schéma prévu à l'article R308bis12. Le contenu des postes du compte d'exploitation est défini à l'annexe L de la partie réglementaire.
Art. R308bis11. La clé d'allocation des frais communs aux unités de production/lignes de transport se base sur le coût direct des unités de production/lignes de transport.
Art. R308bis12. Schéma du compte d'exploitation analytique d'une unité de production et d'une ligne de transport :
Rubrieken van de exploitatierekening
1 Technische prestaties (verdeeld in) :
1 Personeel
2 Reizen
3 Gebruikte materialen
4 Gebruik van bouwkundemachines
5 Andere (facturen van derden)
2 Aankoop van ruw water
3 Aandrijvingskracht
4 Reagentia en Slib
1 Reagentia
2 Slib.
Rubrieken van de exploitatierekening
5 Overige rechtstreekse kosten
1 Specifieke gebouwkosten
2 Andere (facturen van derden)
6 Rechtstreekse aflossingen van bedrijfsinstallaties
7 Kosten van de beschermingsdienst
8 Telebeheer
9 Laboratoriumkosten
10 Structuurkosten (verdeeld in) :
1 Directie
2 Bestuur
3 Juridische dienst
4 Klanten- en invorderingsdienst
5 Studies/tekeningen
6 Informaticadienst
7 Algemene administratieve kosten
8 Andere (nader te bepalen)
11 Financiele lasten
12 Uitzonderlijke voorzieningen en lasten
1 Dotaties en terugnemingen van voorzieningen
2 Uitzonderlijke lasten
13 Kostenaanpassingen (+/-)
14 REELE KOSTPRIJS VAN DE PRODUCTIE-EENHEID
TRANSPORTLEIDING
(afdelingen 1 tot 13)
Rubriques du compte d'exploitation
1 Prestations techniques (ventilees en) :
1 Personnel
2 Deplacement
3 Materiaux mis en oeuvre
4 Utilisation engins genie civil
5 Autres (factures de tiers)
2 Achats d'Eau brute
3 Force motrice
4 Reactifs et Boues
1 Reactifs
2 Boues
5 Autres frais directs
1 Frais batiments specifiques
2 Autres (factures de tiers)
6 Amortissements directs des installations d'exploitation
7 Cout du service de protection
8 Telegestion
9 Frais de laboratoire
10 Frais de structure (ventile en) :
1 Direction
2 Administration
3 Service juridique
4 Service clientele & recouvrement
5 Etudes/dessins
6 Service informatique
7 Frais Generaux Administratifs
8 autres (a preciser)
11 Charges financieres
12 Provisions & charges exceptionnelles
1 Dotations et reprises de provisions
2 Charges exceptionnelles
13 Ajustements des couts (+/-)
14 COUT-VERITE DE L'UNITE DE PRODUCTION
LIGNE DE TRANSPORT
(sections 1re a 13)
Onderafdeling 4. - Samenvattende exploitatierekening " Productie ".
Art. R308bis13. De samenvattende exploitatierekening " Productie " wordt opgemaakt door de producent overeenkomstig het in artikel R308bis14 bedoelde schema. De inhoud van de posten van de samenvattende exploitatierekening " Productie " wordt nader bepaald in bijlage LI bij het reglementaire deel.
Art. R308bis14. Schema van de samenvattende exploitatierekening " Productie " :
Sous-section 4. - Compte d'exploitation récapitulatif " Production ".
Art. R308bis13. Le compte d'exploitation récapitulatif " Production " est établi par le producteur conformément au schéma prévu à l'article R308bis14. Le contenu des postes du compte d'exploitation récapitulatif " Production " est défini à l'annexe LI de la partie réglementaire.
Art. R308bis14. Schéma du compte d'exploitation récapitulatif " Production " :
I. Waterverkoop door de Productie
II.A Reele kostprijs van de Productie-eenheden
Eenheid XXX
Eenheid UUU
Eenheid YYY
Totaal
II.B Reele kostprijs van de Transportleidingen
Leiding AAA
Leiding BBB
Leiding CCC
Totaal
II.C Aankoop van verwerkt Water
II. Totale reele kostprijs van de Waterproductie
(II.A + II.B + II.C)
III. Netto resultaat van de Waterverkoop (I-II)
IV. Netto resultaat op de aan derden gefactureerde
netto werken
Werken ten laste van derden
Aan derden gefactureerde bedragen (-)
Overige kosten niet rechtstreeks verbonden met de reele productiekosten
Overige diverse ontvangsten (-)
Totaal
V. Netto resultaat van de " Productieactiviteit " (III + IV)
I. Ventes d'eau par la Production
II.A Cout-verite des Unites de Production
Unite XXX
Unite UUU
Unite YYY
Total
II.B Cout-verite des Lignes de transport
Ligne AAA
Ligne BBB
Ligne CCC
Total
II.C Achats d'Eau traitee
II. Cout-verite total de la production d'Eau
(II.A + II.B + II.C)
III. Resultat net de la vente d'Eau (I-II)
IV. Resultat net sur les travaux nets factures aux tiers
Travaux a charge des tiers
Montants factures aux tiers (-)
Autre frais non directement lies au cout-verite de la production
Autres recettes diverses (-)
Total
V. Resultat net de l'activite " Production " (III + IV)
Afdeling 4. - Boekhoudplan van de Watersector " Verdeler ".
Onderafdeling 1. - Algemene beginselen.
Art. R308bis15. § 1. - Elke verdeler in het Waalse Gewest maakt jaarlijks een exploitatierekening per distributienet op alsook een samenvattende exploitatierekening van de " Distributie " overeenkomstig de voorschriften opgenomen in onderafdelingen 2, 3 en 4 van deze afdeling.
§ 2. - Deze afdeling is niet toepasselijk op de gemeentediensten die optreden als verdeler binnen een gemeente met uitzondering van de bepalingen bedoeld in afdeling 5 van dit hoofdstuk.
Art. R308bis16. Wanneer een distributienet samenvalt met een gemeente en gelegen is op twee deelstroomgebieden of meer, wordt de verdeler ertoe gemachtigd om de reële distributiekosten te berekenen voor het gehele net en die daarna per deelstroomgebied te verdelen op grond van een sleutel die in gelijke mate gewogen is tussen het aantal aansluitingen en het in elk deelstroomgebied gefactureerde verbruik.
Onderafdeling 2. - Evaluatieregels.
Art. R308bis17. De evaluatieregels die het opmaken van het Boekhoudplan " Verdeler " beheren, vloeien voort uit de toepassing van de vigerende reglementaire bepalingen en stemmen overeen met de regels bepaald in artikelen R308bis18 tot R308bis20 van deze onderafdeling.
Art. R308bis18. § 1. - De boekingswijze van de lichamelijke vaste activa staat vermeld in bijlage LII.a bij het reglementaire deel en stemt overeen met de voorschriften van het vigerende boekhoudrecht.
§ 2. - De aflossingen van de lichamelijke vaste activa worden systematisch gevormd op grond van de methodes die door de vennootschap vastgesteld zijn overeenkomstig bijlage LII.b bij het reglementaire deel.
§ 3. - §§ 3 en 4 van artikel R308bis7 van het reglementaire deel zijn toepasselijk op de verdelers die onderworpen zijn aan de bepalingen van deze afdeling.
Art. R308bis19. Artikel R308bis8 van het reglementaire deel is toepasselijk op de verdelers die onderworpen zijn aan de bepalingen van deze afdeling.
Art. R308bis20. Dubieuze vorderingen worden geïsoleerd van andere commerciële vorderingen op één jaar of meer en maken het voorwerp uit van een waardevermindering berekend op forfaitaire basis volgens de anterioriteit van de openstaande vorderingen :
- na één jaar 30 %;
- na twee jaar 75 %;
- na drie jaar 100 %.
De voorziening wordt berekend buiten belasting van het Waalse Gewest en BTW niet inbegrepen. De eerste waardeverminderingsschijf wordt enkel toegepast voor huishoudelijke afnemers na beslissing van het OCMW om geen beroep te doen op het Sociaal Waterfonds, namelijk na ongeveer 120 dagen.
Art. R308bis21. Voorzieningen voor bijzondere risico's en lasten kunnen oa worden opgericht om zich te beveiligen tegen risico's verbonden met slechte weersomstandigheden (bevriezing van leidingen, ...). In dit geval wordt de valorisatie geraamd op grond van statistieken volgens de frequentie en het belang van de aangebrachte schade.
Onderafdeling 3. - Analytische exploitatierekening van een distributienet.
Art. R308bis22. De analytische exploitatierekening van een distributienet wordt opgemaakt overeenkomstig het schema bedoeld in artikel R308bis24 van deze onderafdeling. De inhoud van de posten van de exploitatierekening wordt omschreven in bijlage LIII bij het reglementaire deel.
Art. R308bis23. De sleutel om de gemeenschappelijke kosten te verdelen tussen de distributienetten is gebaseerd op het aantal aansluitingen.
Art. R308bis24. Schema van de analytische exploitatierekening van een distributienet :
Section 4. - Plan comptable de l'Eau " Distributeur ".
Sous-section 1re. - Principes généraux.
Art. R308bis15. § 1er. - Chaque distributeur en Région wallonne établit annuellement un compte d'exploitation par réseau de distribution ainsi qu'un compte d'exploitation récapitulatif de la " Distribution " conformément aux dispositions contenues aux sous-sections 2, 3 et 4 de la présente section.
§ 2. - La présente section n'est pas applicable aux services communaux qui opèrent comme distributeur à l'intérieur d'une commune, à l'exception des dispositions prévues à la section 5 du présent chapitre.
Art. R308bis16. Lorsqu'un réseau de distribution coïncide avec une commune et se situe sur deux sous-bassins hydrographiques voire plus, le distributeur est autorisé à calculer le coût-vérité distribution pour le réseau entier et de scinder ensuite ce coût pour le répartir par sous-bassin hydrographique sur base d'une clé pondérée de manière égale entre le nombre de raccordements et la consommation facturée dans chaque sous-bassin.
Sous-section 2. - Règles d'évaluation.
Art. R308bis17. Les règles d'évaluation qui président à l'élaboration du plan comptable " Distributeur " découlent de l'application des dispositions réglementaires en vigueur et sont conformes aux règles définies aux articles R308bis18 à R308bis20 de la présente sous-section.
Art. R308bis18. § 1er. - Le mode de comptabilisation des actifs immobilisés corporels est présenté en annexe LII. a de la partie réglementaire et est conforme aux prescriptions du droit comptable en vigueur.
§ 2. - Les amortissements des actifs immobilisés corporels doivent être constitués systématiquement sur base des méthodes arrêtées par la société conformément à l'annexe LII. b de la partie réglementaire.
§ 3. - Les §§ 3 et 4 de l'article R308bis7 de la partie réglementaire sont applicables aux distributeurs soumis aux dispositions de la présente section.
Art. R308bis19. L'article R308bis8 de la partie réglementaire est applicable aux distributeurs soumis aux dispositions de la présente section.
Art. R308bis20. Les créances douteuses sont isolées des autres créances commerciales à un an au plus et font l'objet d'une réduction de valeur déterminée sur la base forfaitaire en fonction de l'antériorité des créances ouvertes :
- au-delà d'un an 30 %;
- au-delà de deux ans 75 %;
- au-delà de trois ans 100 %.
La provision est établie hors taxe Région wallonne et hors TVA. La première tranche de réduction de valeur peut s'appliquer, pour les clients domestiques, après la décision du CPAS de ne pas recourir au Fonds social de l'eau, soit après environ 120 jours.
Art. R308bis21. Des provisions pour risques et charges spécifiques peuvent notamment être constituées pour se prémunir contre le risque lié aux intempéries (gel des conduites,...). Dans ce cas, la valorisation est estimée sur base statistique en fonction de la fréquence et de l'importance des dégâts occasionnés.
Sous-section 3. - Compte d'exploitation analytique d'un réseau de distribution.
Art. R308bis22. Le compte d'exploitation analytique d'un réseau de distribution est établi conformément au schéma prévu à l'article R308bis24 de la présente sous-section. Le contenu des postes du compte d'exploitation est défini à l'annexe LIII de la partie réglementaire.
Art. R308bis23. La clé d'allocation pour allouer les frais communs aux réseaux de distribution se base sur le nombre de raccordements.
Art. R308bis24. Schéma du compte d'exploitation analytique d'un réseau de distribution :
Rubrieken van de exploitatierekening
1 Technische prestaties - onderhoud
(verdeeld in) :
1 Personeel
2 Reizen
3 Gebruikte materialen
4 Gebruik van bouwkundemachines
5 Andere (facturen van derden)
2 Opmetingskosten
(verdeeld in) :
1 Personeel
2 Reizen
3 Informaticakosten
4 Andere (facturen van derden)
3 Aankoop van ruw water (buiten sanering)
4 Overige rechtstreekse kosten
(verdeeld in) :
1 Voor dit distributienet specifiek bestemde bouwkosten
2 Andere (facturen van derden)
5 Aflossingen van bedrijfsinstallaties
6 Heffing en/of vergoeding wegens publiek gebruik
7 Structuurkosten (verdeeld in) :
1 Directie
2 Bestuur
3 Juridische dienst
4 Klanten- en invorderingsdienst
5 Studies/tekeningen
6 Informaticadienst
7 Algemene administratieve kosten
8 Andere (nader te bepalen)
8 Financiele lasten
9 Waardeverminderingen & minderwaarden,
voorzieningen, uitzonderlijke lasten
1 Waardeverminderingen & minderwaarden
2 Voorzieningen
3 Uitzonderlijke lasten
10 Kostenaanpassingen (+/-)
11 REELE KOSTPRIJS VAN HET DISTRIBUTIENET
(afdelingen 1 tot 10)
Rubriques du compte d'exploitation
1 Prestations techniques entretien
(ventilees en) :
1 Personnel
2 Deplacement
3 Materiaux mis en oeuvre
4 Utilisation engins genie civil
5 Autres (factures de tiers)
2 Cout des releves
(ventile en) :
1 Personnel
2 Deplacement
3 Frais informatiques
4 Autres (factures de tiers)
3 Achats d'Eau (hors assainissement)
4 Autres frais directs
(ventiles en) :
1 Frais batiments specifiquement affectes a ce reseau de
distribution
2 Autres (factures de tiers)
5 Amortissements des installations d'exploitation
6 Redevance et/ou indemnite d'occupation publique
7 Frais de structure (ventile en) :
1 Direction
2 Administration
3 Service juridique
4 Service clientele & recouvrement
5 Etudes/dessins
6 Service informatique
7 Frais Generaux Administratifs
8 autres (a preciser)
8 Charges financieres
9 Reductions de valeur & moins-values,
provisions, charges exceptionnelles
1 Reductions de valeurs & moins-values
2 Provisions
3 Charges exceptionnelles
10 Ajustements des couts (+/-)
11 COUT-VERITE DU RESEAU DE DISTRIBUTION
(sections 1re a 10)
Onderafdeling 4. - Samenvattende exploitatierekening " Distributie ".
Art. R308bis25. De samenvattende exploitatierekening " Distributie " wordt opgemaakt door de verdeler overeenkomstig het schema bedoeld in artikel R308bis26 van deze afdeling. De inhoud van de posten van de samenvattende exploitatierekening " Distributie " wordt omschreven in bijlage LIV bij het reglementaire deel.
Art. R308bis26. Schema van de samenvattende exploitatierekening " Distributie " :
Sous-section 4. - Compte d'exploitation récapitulatif " Distribution ".
Art. R308bis25. Le compte d'exploitation récapitulatif " Distribution " est établi par le distributeur conformément au schéma prévu à l'article R308bis26 de la présente section. Le contenu des postes du compte d'exploitation récapitulatif " Distribution " est défini à l'annexe LIV de la partie réglementaire.
Art. R308bis26. Schéma du compte d'exploitation récapitulatif " Distribution " :
I. Waterverkoop door de distributie
II.A Reele kostprijs van de Distributie-eenheden
Distributienet...
Distributienet...
Distributienet...
Totaal
II.B Andere lasten opgenomen in de waterverkoopprijs
II.C Totale reele kostprijsprijs Distributie (II.A + II.B)
II.D Totale reele kostprijs Sanering
II.E Sociaal Fonds
II. Totale reele kostprijs voor verbruikers
(II.C + II.D + II.E)
III. Netto resultaat van de waterverkoop (I-II)
IV. Netto resultaat op de aan derden gefactureerde
netto werken
Werken ten laste van derden
Aan derden gefactureerde bedragen (-)
Overige kosten niet rechtstreeks verbonden met de reele distributiekost
Overige diverse ontvangsten (-)
Totaal
V. Netto resultaat van de " Distributieactiviteit "
(III + IV)
I. Ventes d'Eau par la distribution
II.A Cout-verite des Reseaux de Distribution
Reseau de distribution...
Reseau de distribution...
Reseau de distribution...
Total
II.B Autres charges incorporees au prix de ventes d'eau
II.C Cout-verite Distribution Total (II.A + II.B)
II.D Cout-verite Assainissement Total
II.E Fonds Social
II. Cout-verite total aux consommateurs
(II.C + II.D + II.E)
III. Resultat net de la vente d'Eau (I-II)
IV. Resultat net sur les travaux nets factures aux tiers
Travaux a charge des tiers
Montants factures aux tiers (-)
Autres frais non directement lies au cout-verite de la distribution
Autres recettes diverses (-)
Total
V. Resultat net de l'activite " Distribution " (III + IV)
Afdeling 5. - Boekhoudplan van de Watersector " Gemeentedienst ".
Onderafdeling 1. - Algemene beginselen.
Art. R308bis27. § 1. - Deze afdeling bepaalt de regels inzake het boekhoudplan in de watersector die toepasselijk zijn op de producent of op de verdeler die de vorm aanneemt van een gemeentedienst.
§ 2. - de in onderafdeling 2 bepaalde evaluatieregels zijn toepasselijk op de producenten en verdelers die onderworpen zijn aan de voorschriften van deze afdeling.
Onderafdeling 2. - Evaluatieregels.
Art. R308bis28. De bron van de boekhoudkundige informatie is de rekening van de gewone dienst voor het eigen boekjaar behalve als het boeken op die basis geen betrouwbaar beeld vertoont van de rekeningen van de gemeentedienst. In dit laatste geval en alleen als het relevant is, wordt de boekhoudkundige informatie herverwerkt met het oog op de opname van de uitgaven die verbonden zijn met de geleverde goederen of met de verleende diensten maar die het voorwerp niet hebben uitgemaakt van een aanrekening ofwel van de verworven inkomsten die het voorwerp van vastgestelde rechten nog niet hebben uitgemaakt.
Art. R308bis29. § 1. - Rekening houdend met hun relatieve belang worden de kosten van klein materiaal geboekt als uitgaven (aanrekeningen) en zijn niet onderworpen aan een herverwerking van de inventaris aan het einde van het jaar.
§ 2. - Rekening houdend met hun relatieve belang blijven de revalorisatieregels voor vaste activa die toepasselijk zijn op de plaatselijke besturen, van toepassing op de gemeentedienst.
§ 3. - De toepasselijke aflossingspercentages zijn bepaald in de nieuwe gemeentelijke boekhouding.
§ 4. - Rekening houdend met hun relatieve belang boekt de gemeentedienst geen waardevermindering op dubieuze vorderingen maar erkent het verlies van een vordering op het ogenblik van het boeken van een oninbare schuld.
§ 5. - De gemeente stelt procedures vast met het oog op een interne facturering van de door andere diensten verrichte werken die gebaseerd is op de uitgevoerde prestaties en de verbruiken.
§ 6. - Rekening houdend met hun relatieve belang en vanwege de uitvoering van het Waterwetboek waarin de verplichting van een driemaandelijkse voorschotfactuur is voorzien, wordt door de gemeentedienst geen aanpassing betreffende de aan het einde van het jaar op te maken verkoopfacturen geboekt.
Onderafdeling 3. - Exploitatierekeningen " Producent - gemeentedienst ".
Art. R308bis30. § 1. - Elke producent in het Waalse Gewest onderworpen aan de voorschriften van deze afdeling maakt jaarlijks een gemeenschappelijke exploitatierekening op voor de productie-eenhe(i)d(en) en voor de transportleiding(en) alsook een samenvattende exploitatierekening " Productie " overeenkomstig de bepalingen van de onderafdelingen 3 en 4 van afdeling 3 en haar bijlagen.
§ 2. - Wegens hun eigen kenmerken worden de structuurkosten van de gemeentediensten - samengesteld uit een aandeel personeelskosten (ontvanger, secretaris en andere), kosten van de gemeentelijke verkozenen en diverse kosten (lokalen, ...) - geïsoleerd in de rekening van de gewone dienst voor het eigen boekjaar en toegekend aan de gemeentedienst naar rata van de rechtstreekse personeelskosten.
Onderafdeling 4. - Exploitatierekeningen " Verdeler - gemeentedienst ".
Art. R308bis31. § 1. - Elke verdeler in het Waalse Gewest onderworpen aan de voorschriften van deze afdeling maakt jaarlijks een exploitatierekening op voor het distributienet alsook een samenvattende exploitatierekening " Distributie " overeenkomstig de bepalingen van onderafdelingen 3 en 4 van afdeling 4 en haar bijlagen.
§ 2. - Artikel R308bis30 § 2 is toepasselijk op de verdelers die onderworpen zijn aan de bepalingen van deze afdeling.
Art. R308bis32. Indien een gemeentedienst optreedt op twee deelstroomgebieden, zijn de in artikel R308bis16 van het reglementaire deel bedoelde modaliteiten van toepassing.
Afdeling 6. - Uitvoering, bekendmaking en voorlichting.
Art. R308bis33. Een adviescomité waarvan de samenstelling vastgesteld is door de Minister bevoegd voor Water, wordt opgericht met het oog op de begeleiding van het uitvoeringsproces en de toepassing van het gestandaardiseerd boekhoudplan van de watersector in het Waalse Gewest.
Art. R308bis34. Elk jaar leggen de aan de bepalingen van dit hoofdstuk onderworpen operatoren de samenvattende exploitatierekeningen " productie " en " distributie " neer uiterlijk 30 juni van het volgende jaar bij het secretariaat van het Comité voor watercontrole volgens de in artikelen R308bis14 en R308bis26 bedoelde schema's.
Daarna moet het geheel of gedeelte van de analytische exploitatierekeningen van de productie-eenheden, transportleidingen en distributienetten op verzoek van het Comité voor watercontrole binnen vijftien dagen neergelegd worden bij genoemd Comité.
De modaliteiten voor de overdracht van die informatie worden vastgesteld door de Minister bevoegd voor Water op voorstel van het Comité.
Zonodig worden de vorm en de wijze waarop die informatie wordt voorgelegd, nader bepaald door de Minister bevoegd voor Water op voorstel van het Comité.
Om het Comité voor watercontrole in staat te stellen zijn opdrachten uit te voeren zoals die bepaald zijn in het Waterwetboek, met name in artikelen D4, R18 tot R20, R30 en R31 en om de exploitatierekeningen van de operatoren te evalueren in verhouding tot hun prestaties en tot het niveau van hun distributiedienst, kan op voorstel van het Comité de Minister bevoegd voor Water de door de operatoren te bezorgen elementen alsook de modaliteiten voor de overdracht daarvan vaststellen.
Section 5. - Plan comptable de l'eau " Service communal ".
Sous-section 1re. - Principes généraux.
Art. R308bis27. § 1er. - La présente section définit les règles applicables en matière de plan comptable de l'eau au producteur ou distributeur ayant la forme d'un service communal.
§ 2. - Les règles d'évaluation définies à la sous-section 2 sont applicables aux producteurs et aux distributeurs soumis aux dispositions de la présente section.
Sous-section 2. - Règles d'évaluation.
Art. R308bis28. La source de l'information comptable est le compte du service ordinaire à l'exercice propre sauf si l'enregistrement sur cette base ne présente pas une image fidèle des comptes du service communal. Dans ce dernier cas, et seulement si cela est significatif, l'information comptable est retraitée pour incorporer les dépenses liées aux biens livrés ou aux services prestés mais n'ayant pas fait l'objet d'une imputation ou les recettes acquises mais n'ayant pas encore fait l'objet de droits constatés.
Art. R308bis29. § 1er. - Tenant compte de leur importance relative, les frais de consommables sont enregistrés en dépenses (imputations) et ne font pas l'objet d'un retraitement d'inventaire en fin d'année.
§ 2. - Tenant compte de leur importance relative, les règles de revalorisation des actifs immobilisés applicables aux pouvoirs locaux restent applicables au service communal.
§ 3. - Les taux d'amortissement applicables sont ceux définis par la nouvelle comptabilité communale.
§ 4. - Tenant compte de leur importance relative, le service communal ne comptabilise pas de réduction de valeur sur créances douteuses mais reconnaît la perte d'une créance au moment de l'enregistrement d'une non-valeur.
§ 5. - La commune met en place des procédures qui assurent une facturation interne des travaux réalisés par d'autres services, basée sur les prestations effectuées et les consommations.
§ 6. - Tenant compte de leur importance relative et du fait de l'application du Code de l'eau prescrivant l'obligation d'une facture trimestrielle d'acompte, le service communal ne comptabilise pas d'ajustement relatif aux factures de vente à établir en fin d'année.
Sous-section 3. - Comptes d'exploitation " Producteur-Service communal ".
Art. R308bis30. § 1er. - Chaque producteur en Région wallonne soumis aux dispositions de la présente section établit annuellement un compte d'exploitation commun pour l(es)'unité(s) de production et pour la(es) ligne(s) de transport ainsi qu'un compte d'exploitation récapitulatif de la " Production " conformément aux dispositions des sous-sections 3 et 4 de la section 3 et de ses annexes.
§ 2. - De par ses caractéristiques propres, les frais de structure des services communaux - composés d'une quote-part de frais de personnel (receveur, secrétaire et autre), de frais des élus communaux et de frais divers (locaux,...) - sont isolés dans le compte du service ordinaire à l'exercice propre et sont alloués au service communal au pro rata des frais de personnel direct.
Sous-section 4. - Comptes d'exploitation " Distributeur-Service communal ".
Art. R308bis31. § 1er. - Chaque distributeur en Région wallonne soumis aux dispositions de la présente section établit annuellement un compte d'exploitation du réseau de distribution ainsi qu'un compte d'exploitation récapitulatif de la " Distribution " conformément aux dispositions des sous-sections 3 et 4 de la section 4 et de ses annexes.
§ 2. - L'article R308bis30. § 2 est applicable aux distributeurs soumis aux dispositions de la présente section.
Art. R308bis32. Si un service communal opère sur deux sous-bassins hydrographiques, les modalités définies à l'article R308bis16 de la partie réglementaire sont applicables.
Section 6. - Mise en oeuvre, publication et information.
Art. R308bis33. Un comité consultatif dont la composition est déterminée par le Ministre ayant l'Eau dans ses attributions est constitué en vue d'accompagner le processus de mise en oeuvre et l'application du plan comptable uniformisé du secteur de l'eau en Région wallonne.
Art. R308bis34. - Chaque année, les opérateurs soumis aux dispositions du présent chapitre déposent au secrétariat du Comité de contrôle de l'eau, pour le 30 juin au plus tard de l'année suivante, les comptes d'exploitation récapitulatifs des activités " production " et " distribution " selon les schémas prévus aux articles R308bis14 et R308bis26.
Ensuite, à la demande du Comité de contrôle de l'eau, tout ou partie des comptes d'exploitation analytiques des unités de production, des lignes de transport et des réseaux de distribution devront lui être déposés dans les quinze jours.
Les modalités de transmission de ces informations sont déterminées par le Ministre ayant l'Eau dans ses attributions sur proposition du Comité de contrôle de l'eau.
Au besoin, le format et la présentation de ces informations sont précisés par le Ministre ayant l'Eau dans ses attributions sur proposition du Comité de contrôle de l'eau.
Pour permettre au Comité de contrôle de l'eau d'exercer ses missions telles que définies dans le Code de l'eau, notamment aux articles D4, R18 à R20, R30 et R31, et d'évaluer les comptes d'exploitation des opérateurs par rapport à leur performance et niveau de service de distribution, le Ministre ayant l'Eau dans ses attributions peut arrêter, sur proposition du Comité de contrôle de l'eau, les éléments d'information à fournir par les opérateurs au Comité de contrôle de l'eau, ainsi que les modalités de transmission de ceux-ci.
Art. 2. In het reglementaire deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt worden bijlagen XLIX tot LIV ingevoegd, luidend als volgt :
BIJLAGE XLIX : Lichamelijke vaste activa (productie).
XLIX.a. Rangschikking in algemene boekhouding.
Klasse 22 :
- Terreinen.
- Gebouwen (Duurzame gebouwen (volgens bouwtype) - Lichte gebouwen, schuilplaatsen, ...).
- Bebouwde terreinen.
- Andere zakelijke rechten op onroerende goederen.
- Technische burgerlijke bouwkunde : werken voor winning, vervoer en verwerking van drinkbaar water.
Klasse 23 :
- Installaties, machines en gereedschappen, toevoerleidingen.
- Elektromechanische installaties : installaties voor verwerking van drinkbaar water (behalve burgerlijke bouwkunde en regulering), pompen, elektromechanische apparaten,...
- Reguleringsorganen (elektronisch, sensoren,...).
Klasse 24 :
- Meubilair en rollend materieel;
- Technisch meubilair (laboratoriumapparaten, ...) en technisch materiaal (machines voor openbare werken), ...).
Klasse 25 :
- Terreinen en bouwwerken in leasing.
- Installaties, machines en gereedschappen in leasing.
- Meubilair en rollend materieel in leasing.
- Technische burgerlijke bouwkunde in leasing : werken voor winning, vervoer, verwerking van drinkbaar water, toevoerleidingen.
- Elektromechanische installaties in leasing : installaties voor verwerking van drinkbaar water (behalve burgerlijke bouwkunde en regulering), pompen, elektromechanische apparaten,...
- Reguleringsorganen in leasing (elektronisch, sensors,...).
- Technisch meubilair (laboratoriumapparaten, ...) en technisch materieel (machines voor openbare werken), ...) in leasing.
Klasse 26 :
- Andere lichamelijke vaste activa.
Alle vaste activa worden voorzien van een enig nummer en zijn verbonden met een productie-eenheid (met de waterwinning, verwerking, onderdrukzetting, tank, ...) of met een transportleiding (met de toevoerleidingen, feeder, knooppunt, tank en heffingseenheid, ...).
BIJLAGE XLIX.b. : Aflossingsregels.
Art. 2. Dans la partie réglementaire du Livre II du Code de l'environnement contenant le Code de l'eau, il est ajouté les annexes XLIX à LIV rédigées comme suit :
ANNEXE XLIX : Actifs immobilisés corporels (production).
XLIX.a. Classification en comptabilité générale.
Classe 22 :
- Terrains.
- Bâtiments (Bâtiments durables (selon type de construction) - Bâtiments légers, abris,...).
- Terrains bâtis.
- Autres droits réels sur immeubles.
- Génie civil technique : ouvrages pour le captage, le transport, le traitement de l'eau potable.
Classe 23 :
- Installations, machines et outillages, canalisations d'adduction.
- Installations électromécaniques : installations de traitement de l'eau potable (sauf génie civil et régulation), pompes, appareils électromécaniques,...
- Organes de régulation (électronique, capteurs,...).
Classe 24 :
- Mobilier et matériel roulant.
- Mobilier technique (appareils de laboratoires, ...) et matériel technique (engins de travaux publics,...).
Classe 25 :
- Terrains et constructions en leasing.
- Installations, machines et outillages en leasing.
- Mobilier et matériel roulant en leasing.
- Génie civil technique en leasing : ouvrages pour le captage, le transport, le traitement de l'eau potable, canalisations d'adduction.
- Installations électromécaniques en leasing : installations de traitement de l'eau potable (sauf génie civil et régulation), pompes, appareils électromécaniques,...
- Organes de régulation en leasing (électronique, capteurs,...).
- Mobilier technique en leasing (appareils de laboratoires,...) et matériel technique en leasing (engins de travaux publics,...).
Classe 26 :
- Autres immobilisations corporelles.
Chaque immobilisé est référencé sur la base d'un numéro unique et est relié à une unité de production (comprenant la prise d'eau, le traitement et la mise en pression, le réservoir,...) ou à une ligne de transport (comprenant conduites d'adduction, feeder, noeud, réservoir et unité de relevage,...).
ANNEXE XLIX.b. : Règles d'amortissement.
Min. Max.
Burgerlijke bouwwerken voor winning en verwerking van
drinkbaar water 20 40
Toevoerleidingen 30 50
Meters 8 8
Installaties voor verwerking van drinkbaar water
(behalve burgerlijke bouwkunde en regulering) 10 15
Grote elektrische installaties, elektromechanische
apparaten, verwarmings- en verluchtingsinstallaties
en diverse apparaten 10 15
Pompen en kleine elektrische installaties 5 10
Reguleringsorganen (elektronisch, sensors,
telebeheer...) 4 8
Duurzame gebouwen (volgens bouwtype) 20 50
Lichte gebouwen, schuilplaatsen, ... 10 15
Inrichting van gebouwen 10 20
Kantoormeubilair 10 15
Laboratoriumapparaten, kantoormaterieel
(behalve informatica), gereedschappen, ... 5 10
Informaticamaterieel 2 5
Machines voor openbare werken, voertuigen, ... 4 10
Elektrische installaties 10 10
Telefonische installaties 5 10
Min. Max.
Ouvrages de genie civil pour le captage et le
traitement de l'eau potable 20 40
Canalisations d'adduction 30 50
Compteurs 8 8
Installations de traitement de l'eau potable (sauf
genie civil et regulation) 10 15
Grosses installations electriques, appareils
electromecaniques, installations de chaudiere,
installations de ventilation et appareillages divers 10 15
Pompes et petites installations electriques 5 10
Organes de regulation (electronique, capteurs,
telegestion,...) 4 8
Batiments durables (selon type de construction) 20 50
Batiments legers, abris,... 10 15
Agencements et amenagements de batiments 10 20
Mobilier de bureau 10 15
Appareils de laboratoires, materiel de bureau
(sauf informatique), outillages,... 5 10
Materiel informatique 2 5
Engins de travaux publics, vehicules,... 4 10
Installations electriques 10 10
Installations telephoniques 5 10
BIJLAGE L : Definitie van de rubrieken van de analytische exploitatierekening van een productie-eenheid en van een transportleiding.
De kosten van de productieactiviteit (klein materiaal, diverse goederen en diensten, personeel, aflossing, voorschot en waardevermindering, uitzonderlijke kosten, ...) worden toegerekend op de verschillende eind- of tussenkostensoorten.
De kosten worden berekend in netto waarde, dwz na aftrek van de eventuele herfactureringen.
Er zijn 13 eindkostensoorten die verdeeld zijn als volgt :
1. Technische prestaties.
2. Aankoop van ruw water.
3. Aandrijvingskracht.
4. Reagentia en slib.
5. Overige rechtstreekse kosten.
6. Aflossingen van bedrijfsinstallaties.
7. Kost van de beschermingsdienst.
8. Telebeheer.
9. Laboratoriumkosten.
10. Structuurkosten.
11. Financiële lasten.
12. Uitzonderlijke voorzieningen en lasten.
13. Kostenaanpassingen.
De tussenkostensoorten zijn samengesteld uit :
- Algemene technische kosten.
- Winkelkosten.
- Garagekosten.
- Administratieve lokaalkosten.
- Andere (nader te bepalen).
De tussenkosten worden verdeeld op één of meerdere eindkostensoorten door de toepassing van een dekking op rechtstreekse kosten. De garagekosten (lokalen, uitrusting, personeel, ...) worden bv. verdeeld op de reiskosten van de eindkostensoorten " technische prestaties " door de werkelijke of standaardkosten van de afgelegde kms voor een bepaalde categorie bedrijfsvoertuig (vb : categorie vrachtwagen) te verhogen met een quotiteit.
I. EINDKOSTENSOORTEN (afdelingen 1 tot 13).
1. Technische prestaties.
Zij bestaan uit de volgende taken :
- Werking van de installaties;
- Controle op de installaties;
- Herstel van de installaties.
Die werken worden uitgevoerd door eigen personeel of worden onderaanbesteed. In het eerste geval staan de werken vermeld op een werkbon die de personeelsprestaties bevat alsook de reizen, de gebruikte materialen, de gebruiksduur van bouwkundemachines en eventueel overige kosten. In het tweede geval wordt het geheel van de kosten gefactureerd door de onderaanbesteder.
De personeelskosten betreffende de technische prestaties worden berekend op grond van rechtstreekse werkelijke of standaardkosten (wedde, premies en diverse toeslagen, sociale werkgeversbijdragen, wetsverzekering, overige diverse kosten) verhoogd met een aandeel ter dekking van algemene technische kosten.
De reiskosten betreffen de bedrijfsvoertuigen (vracht- en bestelwagens) en bevatten de rechtstreekse werkelijke of standaardkosten (aflossing, financiële lasten, leasing, onderhoud, herstellen, brandstof, verzekeringen, ...) verhoogd met een aandeel ter dekking van garagekosten.
De kosten van de gebruikte materialen bestaan uit de aankoopkost (tegen de gewogen gemiddelde prijs of volgens de FIFO-methode) van de geplaatste onderdelen, verhoogd met een aandeel ter dekking van winkelkosten.
De gebruikskosten van bouwkundemachines worden gevaloriseerd op grond van een uurkost per bouwkundemachine berekend door een quotiteit ter dekking van garagekosten op te nemen in de rechtstreekse kosten.
De overige kosten betreffen prestaties door derden, het huren van machines of andere en worden geboekt op grond van de nominale waarde van de facturen.
2. Aankoop van ruw water.
Ruw water is het water bestemd om te worden verwerkt in de installatie van een productie-eenheid.
De aankopen van verwerkt water staan apart vermeld in de samenvattende exploitatierekening van de productieactiviteit. Alle aankopen van verwerkt water transiteren via de exploitatierekening " Productie ".
Aankopen van ruw water worden gevaloriseerd tegen de aankoopprijs.
3. Aandrijvingskracht.
De kosten verbonden met de aandrijvingskracht betreffen voornamelijk de elektriciteitskosten en de belastingen verbonden met de werken.
De kosten stemmen in het algemeen overeen met de nominale waarde van de facturen of van de borderellen.
4. Reagentia en slib.
De reagentiakosten betreffen de kosten van de in de bedrijfsinstallaties verbruikte reagentia. De aankopen worden rechtstreeks toegerekend op het werk op grond van de factuur of de verbruiken worden verdeeld tussen de werken en gevaloriseerd tegen de gewogen gemiddelde prijs of volgens de FIFO-methode.
5. Overige rechtstreekse kosten.
Ze bevatten met name de werkingskosten van de gebouwen en werken eigen aan de productieactiviteit alsook overige rechtstreekse kosten.
De werkingskosten van de gebouwen en werken eigen aan de productieactiviteit bevatten :
- de werkingskosten van de eigenlijke gebouwen en werken, namelijk de onderhouds- en verzorgingskosten met inbegrip van de onmiddellijke omgeving, de elektriciteits-, verwarmings-, gas- en verzekeringskosten alsook de aflossingslasten,...
- de kosten van de voor de gebouwen en werken aangestelde personeelsleden die geen technische prestaties verrichten worden vastgesteld op grond van de rechtstreekse werkelijke of standaardkosten (wedde, premies en diverse toeslagen, sociale werkgeversbijdragen, wetsverzekering, overige diverse kosten).
De overige kosten hangen af van elke operator en moeten geval per geval worden vastgesteld. De interne kosten worden vastgesteld door toepassing van de zogenaamde volledige kostenberekening. De externe kosten stemmen in het algemeen overeen met de nominale waarde van de facturen.
6. Aflossingen van bedrijfsinstallaties.
De bedrijfsinstallaties betreffen de werken (winningseenheid, verwerkingseenheid, watertoren, ...), de toevoerleidingen (leidingen, afsluiters, aansluitingen), de meters, ...).
De aflossingslasten volgen de in het gestandaardiseerd boekhoudplan van de watersector vastgestelde evaluatieregels.
7. Kost van de beschermingsdienst.
Wat betreft de operatoren die het beschermingscontract hebben afgesloten met de " SPGE " (Openbare Maatschappij voor Waterbeheer), valt de bescherming van de winningen onder de verantwoordelijkheid van de " SPGE ", die de dienst factureert aan de producenten op grond van een bedrag per voortgebrachte m3.
De last stemt overeen met de nominale waarde van de facturen van de " SPGE " voor die dienst.
8. Telebeheer.
De telebeheerskosten worden toegerekend op een kostensoort en bevatten :
- De kosten verbonden met specifiek informaticamateriaal (hardware en software) die aflossingen, onderhoudskosten, ... bevatten.
- De rechtstreekse werkelijke of standaardkosten van de voor die dienst aangestelde personeelsleden (wedde, premies en diverse toeslagen, sociale werkgeversbijdragen, wetsverzekering, overige diverse kosten) verhoogd met een aandeel ter dekking van lokaalkosten.
- De reiskosten die de rechtstreekse werkelijke of standaardkosten bevatten (aflossing, financiële lasten, leasing, onderhoud, herstellen, brandstof, verzekeringen, ...) verhoogd met een aandeel ter dekking van garagekosten;
- De overige aankopen (klein materiaal, ...) die gevaloriseerd zijn op grond van de nominale waarde van de factuur of op grond van de verbruiken gevaloriseerd tegen de gewogen gemiddelde prijs of volgens de FIFO-methode;
- Overige kosten (nader te bepalen).
9. Laboratoriumkosten.
De activiteit is hetzij intern hetzij onderaanbesteed. In het eerste geval worden de kosten berekend op grond van een volledige kost; in het tweede geval bestaan de kosten uit laboratoriumfacturen.
De laboratoriumkosten worden toegerekend op een kostensoort; dit betreft :
- De rechtstreekse werkelijke of standaardkosten van het laboratoriumpersoneel (wedde, premies en diverse toeslagen, sociale werkgeversbijdragen, wetsverzekering, overige diverse kosten) verhoogd met een aandeel ter dekking van lokaalkosten;
- De kosten verbonden met specifiek materiaal en uitrusting met inbegrip van aflossingen, onderhoudskosten, ...
- De overige aankopen (klein materiaal, ...) die gevaloriseerd zijn op grond van de nominale waarde van de factuur of op grond van de verbruiken gevaloriseerd tegen de gewogen gemiddelde prijs of volgens de FIFO-methode;
- Overige kosten (nader te bepalen).
10. Structuurkosten.
Die kosten zijn in het algemeen gemeenschappelijk aan de productie- en distributieactiviteiten. Ze bevatten de kosten van verschillende functionele diensten die niet rechtstreeks worden toegerekend via de kosten van technische prestaties of meteropmetingen. De algemene administratieve kosten alsook de overige kosten worden ook opgenomen.
De kosten van de functionele diensten hebben betrekking op de kosten van de Directie (Directoraat-generaal, andere Directies, Secretaris-generaal, beheersorganen, ...), het bestuur (boekhouding, HR, administratieve diensten, andere, ...), de juridische dienst, de klanten- en invorderingsdienst (facturering, geschillen, ombudsman), de dienst studies en tekeningen, de informaticadienst. De kosten worden bepaald volgens de volledige kostenberekening, dwz dat ze het volgende opnemen :
- De rechtstreekse kosten van het dienstpersoneel (wedde, premies en diverse toeslagen, sociale werkgeversbijdragen, wetsverzekering, overige diverse kosten);
- De overige rechtstreekse kosten van de dienst (aankopen, verbruiken, erelonen, ...);
- Een aandeel van de gebouwkosten gegrond op het werkelijk gebruik.
De kosten zijn vrij van de bedragen die aan andere diensten gefactureerd zijn of die toegerekend zijn op de technische prestaties.
De administratieve algemene kosten bevatten de overige kosten die niet opgenomen zijn in de bovenvermelde functionele afdelingen en die verbonden zijn met het economaat, het meubilair, het kantoormaterieel, de documentatie (niet eigen aan een dienst), ...
In de overige kosten worden oa opgenomen de voorzieningen voor risico's en lasten, de financiële lasten alsook de uitzonderlijke lasten niet rechtstreeks verbonden met de productieactiviteit alsook (nader te bepalen) andere kosten dan die welke verbonden zijn met de functionele diensten of met de algemene administratieve kosten.
11. Financiële lasten.
De financiële lasten verbonden met de leningen aangegaan voor de aanwerving van werken van een productie-eenheid of van een transportleiding staan apart vermeld onder deze rubriek.
De financiële lasten worden toegerekend op grond van de werkelijk gedragen kosten.
12. Voorzieningen voor risico's en lasten & uitzonderlijke lasten.
De dotaties en terugnemingen van voorschotten alsook de uitzonderlijke lasten worden geboekt in overeenstemming met de regels van het boekhoudkundig recht.
De dotaties en terugnemingen van voorzieningen voor risico's en lasten alsook de uitzonderlijke lasten worden opgenomen onder deze rubriek voor zover ze eigen zijn aan de productieactiviteit. Zoals hierboven vermeld worden de dotaties/terugnemingen en andere niet-specifieke lasten opgenomen onder de structuurkosten.
13. Kostenaanpassingen.
Onder de rubriek " Kostenaanpassingen " worden oa opgenomen :
- de door derden gedragen kosten voor rekening van de productieoperator maar die niet gefactureerd zijn;
- de verschillen tussen werkelijke kost en standaardkost indien die verschillen niet toegerekend zijn op de overeenstemmende afdelingen.
II. TUSSENKOSTENSOORTEN.
a. Algemene technische kosten.
Die kosten betreffen :
- de aankoop van klein materiaal, ijzerwaren, klein gereedschap, verkeerstekens, ...
- de kost (gevaloriseerd volgens de volledige kostenberekening : aflossing, onderhoud, verzekeringen, onderhoudspersoneel en -lokalen,...) van het zware bedrijfsmateriaal zoals kranen, compressoren, ...
- Andere.
Ze worden onrechtstreeks toegerekend via een bijkomend kostenaandeel dat het standaarduurpercentage van de arbeidskosten belast.
b. Winkelkosten.
De kosten bevatten :
- Personeelskosten.
- Voertuigkosten.
- Gebouwkosten.
- Aflossingen van uitrustingen.
- Verbruik.
- Andere.
Ze worden onrechtstreeks toegerekend via een bijkomend kostenaandeel dat de rechtstreekse materiaalkosten belast.
c. Garagekosten.
In de garagekosten wordt het volgende opgenomen :
- Personeelskosten.
- Voertuigkosten.
- Gebouwkosten.
- Aflossingen van uitrustingen.
- Verbruik.
- Andere.
Ze worden onrechtstreeks toegerekend via een bijkomend kostenaandeel (reizen of bouwkundemachines) dat de rechtstreekse kosten van de voertuigen of machines belast.
d. Kosten Administratieve lokalen.
Ze bestaan uit :
- Aflossingen van het of de gebouwen en inrichtingswerken.
- Onderhoud.
- Herstellen.
- Kosten van het onderhoudspersoneel.
- Klein materiaal.
- Andere.
Ze worden toegerekend op de verschillende functionele diensten op grond van de gebruikte oppervlakten.
e. Andere.
De aard en de toerekeningswijze van die kosten worden nader bepaald.
BIJLAGE LI : Definitie van de rubrieken van de samenvattende exploitatierekening van de producent in het Waalse Gewest.
Door de samenvattende exploitatierekening kunnen voor een gegeven producent de reële kostprijs van de waterproductie alsook het netto resultaat van de waterverkoop en van de " Productieactiviteit " worden berekend.
Elke rubriek wordt kort uitgelegd.
I. Waterverkoop.
De omzet van de producent betreffende de waterverkoop wordt vermeld en berekend volgens de gebruikelijke boekhoudkundige regels van bedrijven.
II. Totale reële kostprijs van de productie.
De totale reële kostprijs van de productie bestaat uit de som van de reële kostprijs van de productie-eenheden, de reële kostprijs van de transportleidingen en de aankopen van verwerkt water.
II.A. Productie-eenheden.
De reële kostprijs van het geheel van de productie-eenheden voor het boekjaar wordt vermeld.
II.B. Transportleidingen.
Deze rubriek bestaat uit de reële kostprijs van het geheel van de transportleidingen voor het boekjaar.
II.C. Aankoop van verwerkt water.
Deze rubriek bestaat uit de kosten van de aankopen van verwerkt water voor het verbruik van het boekjaar.
III. Netto resultaat van de waterverkoop.
Het netto resultaat van het boekjaar is het verschil tussen de waterverkoop (rubriek I) en de totale reële kostprijs van de waterproductie (rubriek II).
IV. Netto resultaat van de aan derden gefactureerde werken.
Het gaat om de kosten van de (technische) operationele diensten voor rekening en ten laste van derden.
De kosten van de werken die ten laste worden genomen door de producent, staan vermeld in deze afdeling.
De overeenstemmende inkomsten staan vermeld tegenover die lasten in de vorm van een facturering aan derden.
V. Netto resultaat van de " Productieactiviteit ".
Het netto resultaat van de " Productieactiviteit " bestaat uit de som van het nettoresultaat van de waterverkoop (rubriek III) en van het nettoresultaat van de aan derden gefactureerde netto werken (rubriek IV).
VI. Aanvullende informatie.
De kost van de vaste productie wordt vermeld bij wijze van aanvullende informatie. De vaste productie bevat het geheel van de door de diensten van de producent uitgevoerde werken.
BIJLAGE LII : Lichamelijke vaste activa (distributie).
LII.a. Rangschikking in algemene boekhouding.
22 Terreinen :
- Gebouwen (Duurzame gebouwen (volgens bouwtype) - Lichte gebouwen, schuilplaatsen, ...).
- Bebouwde terreinen.
- Andere zakelijke rechten op onroerende goederen.
- Technische burgerlijke bouwkunde : werken voor de distributie.
23 Installaties, machines en gereedschappen :
- het leidingsnet, aansluitingen, ...
- Elektromechanische installaties : Pompen, elektromechanische apparaten, ...
- Elektromechanische installaties : Pompen, elektromechanische apparaten, ...
- Reguleringsorganen (elektronisch, sensors,...).
- Meters.
24 Meubilair en rollend materieel :
- Technisch meubilair (laboratoriumapparaten, ...).
- technisch materieel (machines voor openbare werken, ...).
25 Terreinen en bouwwerken in leasing :
- Installaties, machines en gereedschappen in leasing.
- Meubilair en rollend materieel in leasing.
- Technische burgerlijke bouwkunde in leasing : werken voor de distributie, het leidingsnet, aansluitingen, ...
- Elektromechanische installaties in leasing : Pompen, elektromechanische apparaten, ...
- Reguleringsorganen in leasing (elektronisch, sensors,...).
- Meters.
- Technisch meubilair (laboratoriumapparaten, ...) en technisch materiaal (machines voor openbare werken), ...) in leasing.
26 Andere lichamelijke vaste activa :
Alle vaste activa zijn bestemd voor een deelstroomgebied of een tussenkostensoort die het voorwerp uitmaakt van een verdeling of allocatie.
BIJLAGE LII.b. : Aflossingsregels.
ANNEXE L : Définition des rubriques du compte d'exploitation analytique d'une unité de production et d'une ligne de transport.
Les frais de l'activité de production (consommables, biens & services divers, personnel, amortissement, provision & réduction de valeur, exceptionnels,...) sont imputés aux divers centres de frais finaux ou intermédiaires.
Les frais sont déterminés en valeur nette, c'est-à-dire déduction faite des éventuelles refacturations.
Les centres de frais finaux sont au nombre de 13 et sont ventilés comme suit :
1. Prestations techniques.
2. Achats d'eau brute.
3. Force motrice.
4. Réactifs et boues.
5. Autres frais directs.
6. Amortissements des installations d'exploitation.
7. Coût du service de protection.
8. Télégestion.
9. Frais de laboratoire.
10. Frais de structure.
11. Charges financières.
12. Provisions et charges exceptionnelles.
13. Ajustements de coûts.
Les centres de frais intermédiaires se composent de :
- Frais généraux techniques.
- Frais de magasin.
- Frais de garage.
- Frais de locaux administratifs.
- Autres (à spécifier).
Les frais des centres intermédiaires sont ventilés sur un ou plusieurs centres de frais finaux par l'application d'une couverture sur les frais directs. Par exemple, les frais de garage (locaux, équipement, personnel,...) sont ventilés sur les frais de déplacement des centres de frais finaux " prestations techniques " en augmentant d'une quotité le coût réel ou standard du km parcouru pour une catégorie de véhicule d'exploitation donnée (exemple : catégorie camion).
I. CENTRES DE FRAIS FINAUX (sections 1re à 13).
1. Prestations techniques.
Ceci comprend l'ensemble des tâches suivantes :
- Le fonctionnement des installations.
- Le contrôle des installations.
- La réparation des installations.
Ces travaux sont réalisés par du personnel propre ou sous-traités. Dans le premier cas, les travaux font l'objet d'un bon de travail qui reprend les prestations du personnel, les déplacements, les matériaux mis en oeuvre, les temps d'utilisation d'engins de génie civil, et d'autres frais éventuels. Dans le second cas, l'ensemble des frais est facturé par le sous-traitant.
Les frais de personnel relatifs aux prestations techniques sont déterminés sur la base des frais directs (traitement, primes et pécules divers, charges sociales patronales, assurance-loi, autres frais divers) réels ou standards majorés d'une quote-part de couverture des frais généraux techniques.
Les frais de déplacement concernent les véhicules servant à l'exploitation (camions et camionnettes) et comprennent les frais directs (amortissement, charge financière, leasing, entretien, réparations, carburant, assurances,...) réels ou standard majorés d'une quote-part de couverture des frais de garage.
Les frais des matériaux mis en oeuvre comprennent le coût d'achat (au prix moyen pondéré ou selon la méthode FIFO) des pièces placées, augmenté d'une quote-part de couverture des frais de magasin.
Les frais d'utilisation des engins de génie civil sont valorisés sur la base d'un coût horaire par engin de génie civil déterminé en incorporant au coût direct (amortissements, charges financières, carburant, entretien,...) une quotité de couverture des frais de garage.
Les autres frais se rapportent à des prestations de tiers, locations de machines ou autres, et sont enregistrés sur base de la valeur nominale des factures.
2. Achats d'eau brute.
L'eau brute concerne l'eau destinée à être traitée dans une installation d'une unité de production.
Les achats d'eau déjà traitée sont mentionnés séparément dans le compte d'exploitation récapitulatif de l'activité de production. Tous les achats d'eau traitée transitent par le compte d'exploitation de l'activité Production.
Les achats d'eau brute sont valorisés au coût d'achat.
3. Force motrice.
Les frais liés à la force motrice concernent principalement les frais d'électricité et les taxes associées aux ouvrages.
Les frais correspondent en général à la valeur nominale des factures ou des bordereaux de taxe.
4. Réactifs et boues.
Les frais de réactifs sont relatifs aux coûts de réactifs consommés dans les installations d'exploitation. Les achats sont imputés directement à l'ouvrage sur base de la facture ou les consommations sont ventilées entre ouvrages et valorisés au prix moyen pondéré ou selon la méthode FIFO.
5. Autres frais directs.
Ceux-ci comprennent notamment les frais de fonctionnement des bâtiments et ouvrages spécifiques à l'activité de production ainsi que d'autres frais directs.
Les frais de fonctionnement des bâtiments et ouvrages spécifiques à l'activité de production comprennent :
- les frais de fonctionnement des bâtiments & ouvrages proprement dits, soit les frais d'entretien et de maintenance y compris les abords, les frais électricité, de chauffage, d'eau, de gaz, assurances, charges d'amortissements,...
- les frais de personnel affectés aux bâtiments et aux ouvrages et qui ne prestent pas des prestations techniques sont déterminés sur la base des frais directs (traitement, primes et pécules divers, charges sociales patronales, assurance-loi, autres frais divers) réels ou standards.
Les autres frais sont fonction de chaque opérateur et sont à déterminer au cas par cas. Les frais internes sont déterminés en appliquant la méthode dite du coût complet. Les frais externes correspondent en général à la valeur nominale des factures.
6. Amortissements des installations d'exploitation.
Les installations d'exploitation visent les ouvrages (unité de captage, unité de traitement, château d'eau,...), conduites d'adduction (conduites, vannes, raccordements), les compteurs,...
Les charges d'amortissement suivent les règles d'évaluation arrêtées par le plan comptable uniformisé du secteur de l'eau.
7. Coût du service de la protection.
Pour les opérateurs ayant signé le contrat de protection avec la SPGE, la protection des captages est une charge qui incombe à la SPGE; en retour, celle-ci facture le service aux producteurs sur la base d'un montant par m3 produit.
La charge correspond à la valeur nominale des factures de la SPGE pour ce service.
8. Télégestion.
Les coûts de télégestion sont accumulés dans un centre de frais et comprennent :
- Les frais liés au matériel informatique spécifique (hardware et software) comprenant les amortissements, les frais de maintenance,...
- Les frais directs réels ou standards du personnel attaché à ce service (traitement, primes et pécules divers, charges sociales patronales, assurance-loi, autres frais divers) augmentés d'une quote-part de couverture pour frais de locaux;
- Les frais de déplacement comprenant les frais directs (amortissement, charge financière, leasing, entretien, réparations, carburant, assurances,...) réels ou standard majorés d'une quote-part de couverture des frais de garage;
- Les achats autres (consommables,...) valorisés sur base de la valeur nominale de la facture ou sur base des consommations valorisées au prix moyen pondéré ou selon la méthode FIFO;
- Autres frais (à spécifier).
9. Frais de laboratoire.
L'activité est soit interne, soit sous-traitée. Dans le premier cas, les frais sont déterminés sur la base d'un coût complet; dans le second cas, les frais sont constitués de factures du laboratoire.
Les frais du laboratoire interne sont accumulés dans un centre de frais; ceci concerne :
- Les frais directs réels ou standards du personnel de laboratoire (traitement, primes et pécules divers, charges sociales patronales, assurance-loi, autres frais divers) augmentés d'une quote-part de couverture pour frais de locaux;
- Les frais liés au matériel et à l'équipement spécifique, y compris les amortissements, les frais d'entretien,...
- Les achats autres (consommables,...) valorisés sur base de la valeur nominale de la facture ou sur base des consommations valorisées au prix moyen pondéré ou selon la méthode FIFO;
- Les autres frais (à spécifier).
10. Frais de structure.
Ces frais sont en général communs aux activités de production et de distribution. Ils comprennent les frais de divers services fonctionnels qui ne sont pas imputés directement au travers des coûts de prestations techniques ou de relevés des compteurs. Sont également incorporés les frais généraux administratifs et les autres frais.
Les frais des services fonctionnels se rapportent aux frais de la Direction (Direction générale, autres directions, secrétaire général, organes de gestion, ...), l'administration (Services comptables, GRH, administratifs autres,...), le service juridique, le service clientèle et recouvrement (facturation, contentieux, ombudsman,...), le service des études & dessins, le service informatique. Les coûts sont déterminés selon la méthode du coût complet, c'est-à-dire qu'ils incorporent :
- Les frais directs de personnel du service (traitement, primes et pécules divers, charges sociales patronales, assurance-loi, autres frais divers);
- Les autres frais directs du service (achats, consommations, honoraires,...);
- Une quote-part des frais du bâtiment basée sur l'occupation réelle.
Les frais sont nets des montants facturés à d'autres services ou imputés sur les prestations techniques.
Les frais généraux administratifs comprennent les autres frais non-repris dans les sections fonctionnelles énumérées ci-avant et liés à l'économat, au mobilier et matériel de bureau, à la documentation (non spécifique à un service),...
Les autres frais incorporent notamment les provisions pour risques et charges, les charges financières ainsi que les charges exceptionnelles non directement liées à l'activité de production, et des frais autres (à spécifier) que ceux liés aux services fonctionnels ou aux frais généraux administratifs.
11. Charges financières.
Sont mentionnées séparément sous cette rubrique les charges financières associées aux emprunts contractés pour l'acquisition d'ouvrages d'une unité de production ou d'une ligne de transport.
Les charges financières sont imputées sur la base des charges réellement encourues.
12. Provisions pour risques et charges & charges exceptionnelles.
Les dotations et reprises de provisions ainsi que les charges exceptionnelles sont comptabilisées en conformité avec les règles du droit comptable.
Les dotations et reprises de provisions pour risques et charges ainsi que les charges exceptionnelles sont reprises sous cette rubrique pour autant qu'elles soient spécifiques à l'activité production. Comme mentionné ci-avant, les dotations/reprises et autres charges non spécifiques sont reprises parmi les frais de structure.
13. Ajustements de coûts.
Sont repris notamment sous la rubrique " Ajustement des coûts " :
- les coûts supportés par des tiers pour compte de l'opérateur de production mais non facturés;
- les écarts entre coût réel et coût standard si ces écarts n'ont pas été imputés aux sections correspondantes.
II. CENTRES DE FRAIS INTERMEDIAIRES.
a. Frais généraux techniques.
Ces frais concernent :
- les achats de consommables, quincaillerie, petit outillage, signalisation routière,...
- le coût (valorisé au coût complet : amortissement, entretien, assurances, personnel de maintenance, locaux de maintenance, ...) du matériel d'exploitation lourd tel que grues, compresseurs,...
- Autres.
Ils sont imputés indirectement au travers d'une quotité de frais supplémentaire grevant le taux standard horaire du coût de la main d'oeuvre.
b. Frais de magasin.
Les frais comprennent :
- Frais de personnel du(es) magasin(s).
- Coût de véhicule(s) alloué(s) au(x) magasin(s).
- Frais de bâtiments alloués au magasin.
- Amortissements équipements.
- Consommations.
- Autres.
Ils sont imputés indirectement au travers d'une quotité de frais supplémentaire grevant le coût direct des matériaux.
c. Frais de garage.
Les frais de garage incorporent :
- Frais de personnel du(es) garage(s).
- Coût de véhicule(s) alloué(s) au(x) garage(s).
- Frais de bâtiments alloués au(x) garage(s).
- Amortissements équipements.
- Consommations.
- Autres.
Ils sont imputés indirectement au travers d'une quotité de frais supplémentaire (déplacement ou engin de génie civil) grevant le coût direct des véhicules ou des engins.
d. Frais de locaux administratifs.
Ceux-ci se composent de :
- Amortissements du(es) bâtiment(s) & travaux d'aménagements.
- Entretien.
- Réparations.
- Frais de personnel d'entretien.
- Consommables.
- Autres.
Ils sont imputés aux divers services fonctionnels sur base des surfaces occupées.
e. Autres.
Ces frais sont précisés quant à leur nature et à leur mode d'imputation.
ANNEXE LI : Définition des rubriques du compte d'exploitation récapitulatif du producteur en Région wallonne.
Le compte d'exploitation récapitulatif permet de déterminer pour un producteur donné, le coût-vérité total de la production d'eau, le résultat net de la vente d'eau et le résultat net de l'activité " Production ".
Chaque rubrique est commentée brièvement.
I. Ventes d'eau.
Est repris le chiffre d'affaires du producteur relatif aux ventes d'eau et établi selon les règles comptables usuelles des entreprises.
II. Coût-vérité total de la production.
Le coût-vérité total de la production se compose de la somme du coût vérité des unités de production, du coût-vérité des lignes de transport et des achats d'eau traitée.
II.A. Unités de production.
Est repris le coût-vérité de l'ensemble des unités de production pour l'exercice.
II.B. Lignes de transport.
Cette rubrique se compose du coût-vérité de l'ensemble des lignes de transport pour l'exercice.
II.C. Achats d'eau traitée.
Cette rubrique comprend le coût des achats d'eau traitee pour les consommations de l'exercice.
III. Résultat net de la vente d'eau.
Le résultat net de l'exercice est la différence entre les ventes d'Eau (rubrique I) et le coût-vérité total de la production d'Eau (rubrique II).
IV. Résultat net des travaux facturés aux tiers.
Il s'agit des frais des services opérationnels (techniques) réalisés pour compte de et à charge des tiers.
Les coûts des travaux pris en charge par le producteur sont repris dans cette section.
Les revenus correspondants sont reconnus en regard de ces charges sous la forme d'une facturation aux tiers.
V. Résultat net de l'activité " Production ".
Le résultat net de l'activité " Production " se compose de la somme du résultat net de la vente d'eau (rubrique III) et du résultat net des travaux nets facturés aux tiers (rubrique IV).
VI. Information complémentaire.
Le coût de la production immobilisée est mentionné à titre d'information complémentaire. La production immobilisée comprend l'ensemble des travaux réalisés par les services du producteur.
ANNEXE LII : Actifs immobilisés corporels (distribution).
LII.a. Classification en comptabilité générale.
22 Terrains :
- Bâtiments (Bâtiments durables (selon type de construction) - Bâtiments légers, abris,...).
- Terrains bâtis.
- Autres droits réels sur immeubles.
- Génie civil technique : ouvrages pour la distribution.
23 Installations, machines et outillages.
- le réseau de canalisations, les raccordements,...
- Installations électromécaniques : Pompes, appareils électromécaniques,...
- Installations électromécaniques : Pompes, appareils électromécaniques,...
- Organes de régulation (électronique, capteurs,...).
- Compteurs.
24 Mobilier et matériel roulant :
- Mobilier technique (appareils de laboratoires,...).
- matériel technique (engins de travaux publics,...).
25 Terrains et constructions en leasing :
- Installations, machines et outillages en leasing.
- Mobilier et matériel roulant en leasing.
- Génie civil technique en leasing : ouvrages pour la distribution, le réseau de canalisations, les raccordements,...
- Installations électromécaniques en leasing : Pompes, appareils électromécaniques,...
- Organes de régulation en leasing (électronique, capteurs,...).
- Compteurs.
- Mobilier technique en leasing (appareils de laboratoires, ...) et matériel technique en leasing (engins de travaux publics,...).
26 Autres immobilisations corporelles :
Chaque immobilisé est affecté à un sous-bassin ou à un centre de frais intermédiaire faisant l'objet d'une répartition ou d'une allocation.
ANNEXE LII.b. : Règles d'amortissement.
Min. Max.
Kathodische leidingen en bescherming 30 50
(bijzondere stations)
Rekbaar gietijzer
PVC
......
Aansluitingen 20 30
Eigen meters 8 16
Hoofdmeters 8 8
Pompen en kleine elektrische installaties 5 10
Grote elektrische installaties (borden, ...),
elektromechanische apparaten, verwarmings- en
verluchtingsinstallaties 10 15
Reguleringsorganen (elektronisch, sensors, telebeheer...) 4 10
Duurzame gebouwen (volgens bouwtype) 20 50
Lichte gebouwen, schuilplaatsen, ... 10 15
Inrichting van gebouwen 10 20
Kantoormeubilair 10 15
Laboratoriumapparaten, kantoormaterieel
(behalve informatica), gereedschappen, ... 5 10
Informaticamaterieel 2 5
Machines voor openbare werken, voertuigen, ... 4 10
Elektrische installaties 10 10
Telefonische installaties 5 10
Min. Max.
Conduites et protection cathodiques (stations speciales) 30 50
Fonte ductile
PVC
......
Raccordements 20 30
Compteurs particuliers 8 16
Compteurs de tete 8 8
Pompes et petites installations electriques 5 10
Grosses Installations electriques (tableaux,...),
appareils electromecaniques, installations de
chaudiere, installations de ventilation 10 15
Organes de regulation (electronique, capteurs,
telegestion,...) 4 10
Batiments durables (selon type de construction) 20 50
Batiments legers, abris,... 10 15
Agencements et amenagements de batiments 10 20
Mobilier de bureau 10 15
Appareils de laboratoires, materiel de bureau
(sauf informatique), outillages,... 5 10
Materiel informatique 2 5
Engins de travaux publics, vehicules,... 4 10
Installations electriques 10 10
Installations telephoniques 5 10
De aflossingsduur van de meters wordt bepaald op grond van de voorschriften van de Federale Dienst Economische Zaken - Afdeling Metrologie.
BIJLAGE LIII : Definitie van de rubrieken van de analytische exploitatierekening van een distributienet.
De kosten van de distributieactiviteit (klein materiaal, diverse goederen en diensten, personeel, aflossing, voorschot en waardevermindering, uitzonderlijke kosten, ...) worden toegerekend op de verschillende eind- of tussenkostensoorten.
De kosten worden berekend in netto waarde, dwz na aftrek van de eventuele herfactureringen.
Er bestaan 10 eindkostensoorten die verdeeld zijn als volgt :
1. Technische prestaties - onderhoud :
1. Kosten van de overzichten.
2. Wateraankoop.
3. Overige rechtstreekse kosten.
4. Aflossingen van bedrijfsinstallaties.
5. Heffing wegens publiek gebruik.
6. Structuurkosten.
7. Financiële lasten.
8. Waardeverminderingen & minderwaarden, voorschotten en uitzonderlijke lasten.
9. Kostenaanpassingen.
De tussenkostensoorten zijn samengesteld uit :
- Technische algemene kosten.
- Winkelkosten.
- Garagekosten.
- Administratieve lokaalkosten.
- Andere (nader te bepalen).
De tussenkosten worden verdeeld op één of meerdere eindkostensoorten door de toepassing van een dekking op rechtstreekse kosten. De garagekosten (lokalen, uitrusting, personeel, ...) worden bv. verdeeld op de reiskosten van de eindkostensoorten " technische prestaties - onderhoud " en " kost van de meteropmetingen " door de werkelijke of standaardkosten van de afgelegde kms voor een bepaalde categorie bedrijfsvoertuig (vb : categorie vrachtwagen) te verhogen met een quotiteit.
I. EINDKOSTENSOORTEN (afdelingen 1 tot 10).
1. Technische prestaties - onderhoud.
Ze bestaan uit de volgende taken :
- de controle op het netwerk (opsporen van lekkages, ...);
- het onderhoud van het netwerk (en van de daarop geïnstalleerde apparaten);
- het herstel van het netwerk (herstel van lekkages op leidingen en/of aansluitingen)...
Die werken worden uitgevoerd door eigen personeel of worden onderaanbesteed. In het eerste geval staan de werken vermeld op een werkbon die de personeelsprestaties bevat alsook de reizen, de gebruikte materialen, de gebruiksduur van bouwkundemachines en andere eventuele kosten. In het tweede geval wordt het geheel van de kosten gefactureerd door de onderaanbesteder.
De personeelskosten betreffende de technische onderhoudsprestaties worden berekend op grond van rechtstreekse werkelijke of standaardkosten (wedde, premies en diverse toeslagen, sociale werkgeversbijdragen, wetsverzekering, overige diverse kosten) verhoogd met een aandeel ter dekking van technische algemene kosten.
De reiskosten betreffen bedrijfsvoertuigen (vracht- en bestelwagens) en bevatten de rechtstreekse werkelijke of standaardkosten (aflossing, financiële lasten, leasing, onderhoud, herstellen, brandstof, verzekeringen, ...) verhoogd met een aandeel ter dekking van garagekosten.
De kosten van de gebruikte materialen bestaan uit de aankoopkost (tegen de gewogen gemiddelde prijs of volgens de FIFO-methode) van de geplaatste onderdelen, verhoogd met een aandeel ter dekking van winkelkosten.
De gebruikskosten van bouwkundemachines worden gevaloriseerd op grond van een uurkost per bouwkundemachine berekend door een quotiteit ter dekking van garagekosten op te nemen in de rechtstreekse kost (aflossingen, financiële lasten, brandstof, onderhoud, ...)
De overige kosten betreffen prestaties door derden, het huren van machines, ... en worden geboekt op grond van de nominale waarde van de facturen.
2. Kosten van meteropmetingen.
Die werken worden uitgevoerd door eigen personeel of worden onderaanbesteed. In het eerste geval worden personeelsleden duidelijk aangesteld voor die taak; hun kost bevat de rechtstreekse kosten (personeelsprestaties, reizen en overige eventuele kosten). In het tweede geval wordt het geheel van de kosten gefactureerd door de onderaanbesteder die de prestaties uitvoert.
De personeelskosten betreffende de meteropmetingen worden vastgesteld op grond van de rechtstreekse werkelijke of standaardkosten (wedde, premies en diverse toeslagen, sociale werkgeversbijdragen, wetsverzekering, overige diverse kosten).
De reiskosten betreffen de door het personeel belast met de meteropmetingen gebruikte voertuigen (bestelwagens) en bevatten de rechtstreekse werkelijke of standaardkosten (aflossing, financiële lasten, leasing, onderhoud, herstellen, brandstof, verzekeringen, ...) verhoogd met een aandeel ter dekking van garagekosten.
De overige kosten hebben betrekking op prestaties van derden belast met de meteropmetingen en worden geboekt op grond van de nominale waarde van de facturen alsook op de andere kosten eigen aan het bedrijf zoals bv. de informaticakosten (aflossing, onderhoud, financiële lasten, ...) van de bij de meteropmetingen gebruikte hardware en software, de met die activiteit rechtstreeks verbonden postkosten, ...
3. Wateraankoop.
De wateraankopen komen voort uit de eigen productie ofwel uit andere producenten. Behalve de gevallen waarin de verdeler geen productieactiviteit uitoefent, transiteren de wateraankopen bij andere producenten via de productieactiviteit.
De wateraankopen worden uitgevoerd tegen de gemiddelde productiekost (eigen productie) en/of tegen de aankoopkost (productie van derden).
4. Overige rechtstreekse kosten.
Ze bevatten met name de werkingskosten van de gebouwen en werken eigen aan de distributieactiviteit alsook overige rechtstreekse kosten.
De werkingskosten van de gebouwen en werken eigen aan de distributieactiviteit bevatten :
De werkingskosten van de eigenlijke gebouwen en werken, namelijk de onderhouds- en verzorgingskosten met inbegrip van de onmiddellijke omgeving, de elektriciteits-, verwarmings-, gas- en verzekeringskosten alsook de aflossingslasten,...
De kosten van de voor de gebouwen en werken aangestelde personeelsleden die geen prestaties verrichten voor één van de andere twee activiteiten (technische prestaties & meteropmeting), worden vastgesteld op grond van de rechtstreekse werkelijke of standaardkosten (wedde, premies en diverse toeslagen, sociale werkgeversbijdragen, wetsverzekering, overige diverse kosten).
De overige kosten hangen af van elke operator en betreffen bv het telebeheer, de dienst metrologie, de NMBS-doorgangsheffing,...
De interne kosten worden vastgesteld door de zogenaamde volledige kostenberekening toe te passen (vb : telebeheer met inbegrip van materiaalkosten - aflossing, financiële lasten, onderhoud, ... - de kosten van de voor die activiteit aangestelde personeelsleden, ...). De externe kosten stemmen in het algemeen overeen met de nominale waarde van de facturen.
5. Aflossingen van bedrijfsinstallaties.
De bedrijfsinstallaties betreffen de netwerken (leidingen, afsluiters, aansluitingen) en de meters.
De aflossingslasten volgen de in het boekhoudplan van de watersector vastgestelde evaluatieregels.
6. Heffing en/of vergoeding wegens publiek gebruik.
Dit betreft de heffing en/of de vergoeding wegens publiek gebruik verleend door de gemeenten op het grondgebied waarvan het distributienet is geïnstalleerd.
De last stemt overeen met de nominale waarde van de heffing en/of van de vergoeding.
7. Structuurkosten.
Die kosten zijn in het algemeen gemeenschappelijk aan de productie- en distributieactiviteiten. Ze bevatten de kosten van verschillende functionele diensten die niet rechtstreeks worden toegerekend via de kosten van technische prestaties of meteropmetingen. De algemene administratieve kosten alsook de overige kosten worden ook opgenomen.
De kosten van de functionele diensten hebben betrekking op de kosten van de Directie (Directoraat-generaal, andere Directies, Secretaris-generaal, beheersorganen, ...), het bestuur (boekhouding, HR, administratieve diensten, andere, ...), de juridische dienst, de klanten- en invorderingsdienst (facturering, geschillen, ombudsman), de dienst studies en tekeningen, de informaticadienst. De kosten worden bepaald volgens de volledige kostenberekening, dwz dat ze het volgende opnemen :
- de rechtstreekse kosten van het dienstpersoneel (wedde, premies en diverse toeslagen, sociale werkgeversbijdragen, wetsverzekering, overige diverse kosten);
- de overige rechtstreekse kosten van de dienst (aankopen, verbruiken, erelonen, ...).
- Een aandeel van de gebouwkosten gegrond op het werkelijk gebruik.
De kosten zijn vrij van de bedragen die aan andere diensten gefactureerd zijn of die toegerekend zijn op de technische prestaties/meteropmetingen.
De administratieve algemene kosten bevatten de overige kosten die niet opgenomen zijn in de bovenvermelde functionele afdelingen en die verbonden zijn met het economaat, het meubilair, het kantoormaterieel, de documentatie (niet eigen aan een dienst), de met de meteropmeting niet verbonden postkosten,...
In de overige kosten worden oa opgenomen de voorzieningen voor risico's en kosten, de financiële lasten alsook de uitzonderlijke lasten niet rechtstreeks verbonden met de distributieactiviteit alsook (nader te bepalen) andere kosten dan die verbonden met de functionele diensten of met de algemene administratieve kosten.
8. Financiële lasten.
De financiële lasten verbonden met de leningen aangegaan voor de aanwerving van distributie-installaties staan ook apart vermeld onder deze rubriek.
De financiële lasten worden toegerekend op grond van de werkelijk gedragen kosten.
9. Waardevermindering op dubieuze vorderingen, voorzieningen voor risico's en kosten, uitzonderlijke lasten.
De waardeverminderingen op dubieuze vorderingen worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van het boekhoudplan in de watersector. De dotaties en terugnemingen van voorzieningen alsook de uitzonderlijke lasten worden geboekt in overeenstemming met de regels van het boekhoudkundig recht.
De dotaties en terugnemingen van voorzieningen voor risico's en lasten alsook de uitzonderlijke lasten worden opgenomen onder deze rubriek voor zover ze eigen zijn aan de distributieactiviteit. Zoals hierboven vermeld worden de dotaties/terugnemingen en andere niet-specifieke lasten opgenomen onder de structuurkosten.
10. Kostenaanpassingen.
Onder deze rubriek worden oa opgenomen :
- de door derden gedragen kosten voor rekening van de distributieoperator maar die niet gefactureerd zijn;
- de verschillen tussen werkelijke kost en standaardkost indien die verschillen niet toegerekend zijn op de overeenstemmende afdelingen.
II. TUSSENKOSTENSOORTEN.
a. Algemene technische kosten.
Die kosten betreffen :
- De aankoop van klein materiaal, ijzerwaren, klein gereedschap, verkeerstekens, ...
- De kost (gevaloriseerd volgens de volledige kostenberekening : aflossing, onderhoud, verzekeringen, onderhoudspersoneel en -lokalen,...) van het zware bedrijfsmateriaal zoals kranen, compressoren, ...
- Andere.
Ze worden rechtstreeks toegerekend via een bijkomend kostenaandeel dat het standaarduurpercentage van de arbeidskosten belast.
b. Winkelkosten.
Die kosten omvatten :
- Personeelskosten.
- Voertuigkosten.
- Gebouwkosten.
- Aflossingen van uitrustingen.
- Verbruik.
- Andere.
Ze worden rechtstreeks toegerekend via een bijkomend kostenaandeel dat de rechtstreekse materiaalkosten belast.
c. Garagekosten.
In de garagekosten wordt het volgende opgenomen :
- Personeelskosten.
- Voertuigkosten.
- Gebouwkosten.
- Aflossingen van uitrustingen.
- Verbruik.
- Andere.
Ze worden rechtstreeks toegerekend via een bijkomend kostenaandeel (reizen of bouwkundemachines) dat de rechtstreekse kosten van de voertuigen of machines belast.
d. Administratieve lokaalkosten.
Ze bestaan uit :
- Aflossingen van het of de gebouwen en inrichtingswerken.
- Onderhoud.
- Herstellen.
- Kosten van het onderhoudspersoneel.
- Klein materiaal.
- Andere.
Ze worden toegerekend op de verschillende functionele diensten op grond van de gebruikte oppervlakten.
e. Andere.
De aard en de toerekeningswijze van die kosten worden nader bepaald.
BIJLAGE LIV : Definitie van de rubrieken van de samenvattende exploitatierekening van de verdeler in het Waalse Gewest.
Door de samenvattende exploitatierekening kunnen voor een gegeven verdeler de reële kostprijs van de waterdistributie voor de verbruikers alsook het netto resultaat van de waterverkoop en van de " Distributieactiviteit " worden berekend.
Elke rubriek wordt kort uitgelegd.
I. Waterverkoop.
Vermeld staan de omzetcijfers van de verdeler betreffende de waterverkoop en de heffing die berekend zijn volgens de gebruikelijke boekhoudkundige regels voor bedrijven, met inbegrip van de in hoofde van het sociaal fonds gefactureerde quotiteit.
II. Totale reële kostprijs voor verbruikers.
De totale reële kostprijs voor de verbruikers bestaat uit de som van de kost van de distributienetten en van sommige specifieke bijkomende lasten die opgenomen zijn.
II.A. Distributienetten.
Deze rubriek bestaat uit de reële kostprijs van het geheel van de distributienetten voor het boekjaar.
II.B. Andere lasten opgenomen in de reële kostprijs van het water.
Deze rubriek bestaat uit verschillende lasten zoals :
- de opportuniteitskost gevormd door de heffing op de ontvangsten van een quotiteit bestemd om de vernieuwing van het netwerk te financieren, verplicht tijdens de periode waarin de aflossingslasten onvoldoende zijn om de zelffinanciering daarvan te verzekeren; die kost wordt vastgesteld als het verschil tussen de renovatiekosten van het distributienet ten belope van maximum 1,5 % en de werkelijk geboekte aflossingslasten van het net.
- de facturering van de terugbetaling van de schuld (kapitaalbedrag) als tegenprestatie voor de aandelen bij de waterverdeler.
II.C. Totale Reële Kostprijs Distributie.
De Totale Reële Kostprijs Distributie is gelijk aan de som van de reële kostprijs van de distributienetten (afdeling II.A.) en van de andere lasten die opgenomen zijn in de waterverkoopprijs (afdeling II.B.).
II.D. Totale Reële Kostprijs Sanering.
De Totale Reële Kostprijs Sanering is gelijk aan het door de " SPGE " gefactureerde bedrag op grond van de m3 die verdeeld zijn in het kader van het dienstcontract betreffende de openbare sanering van het huishoudelijk afvalwater.
II.E. Sociaal fonds.
Het sociaal fonds stemt overeen met de bijdrage ten laste van de verdelers die vastgesteld is op grond van de gefactureerde m3 water overeenkomstig het decreet van 20 februari 2003 houdende oprichting van een Sociaal Waterfonds in het Waalse Gewest.
III. Netto resultaat van de waterverkoop.
Het netto resultaat van het boekjaar is het verschil tussen de waterverkoop (rubriek I) en de totale reële kostprijs voor de verbruikers (rubriek II).
IV. Netto resultaat van de aan derden gefactureerde werken.
Het gaat om de kosten van de (technische) operationele diensten voor rekening van derden.
Overeenstemmende inkomsten staan vermeld tegenover die lasten in de vorm van een facturering aan derden (bv. voor aansluitingskosten).
V. Netto resultaat van de " Distributieactiviteit ".
Het netto resultaat van de " Distributieactiviteit " bestaat uit de som van het nettoresultaat van de waterverkoop (rubriek III) en van het nettoresultaat van de aan derden gefactureerde netto werken (rubriek IV).
VI. Aanvullende informatie.
De kost van de voor eigen rekening uitgevoerde werken (de zogenaamde " vaste productie ") staat vermeld bij wijze van aanvullende informatie. De vaste productie bevat het geheel van de door de diensten van de verdeler uitgevoerde werken.
La durée d'amortissement des compteurs est déterminée sur base des prescriptions du service fédéral des affaires économiques - division de la métrologie.
ANNEXE LIII : Définition des rubriques du compte d'exploitation analytique d'un réseau de distribution.
Les frais de l'activité de distribution (consommables, biens & services divers, personnel, amortissement, provision & réduction de valeur, exceptionnels,...) sont imputés aux divers centres de frais finaux ou intermédiaires.
Les frais sont déterminés en valeur nette, c'est-à-dire déduction faite des éventuelles refacturations.
Les centres de frais finaux sont au nombre de 10 et sont ventilés comme suit :
1. Prestations techniques entretien :
1. Coût des relevés.
2. Achats d'eau.
3. Autres frais directs.
4. Amortissements des installations d'exploitation.
5. Redevance d'occupation publique.
6. Frais de structure.
7. Charges financières.
8. Réductions de valeur & moins-values, provisions et charges exceptionnelles.
9. Ajustements de coûts.
Les centres de frais intermédiaires se composent de :
- Frais généraux techniques.
- Frais de magasin.
- Frais de garage.
- Frais de locaux administratifs.
- Autres (à spécifier).
Les frais des centres intermédiaires sont ventilés sur un ou plusieurs centres de frais finaux par l'application d'une couverture sur les frais directs. Par exemple, les frais de garage (locaux, équipement, personnel,...) sont ventilés sur les frais de déplacement des centres de frais finaux " prestations techniques entretien " et " coût des relevés " en augmentant d'une quotité le coût réel ou standard du km parcouru pour une catégorie de véhicule d'exploitation donnée (exemple : catégorie camion).
I. CENTRES DE FRAIS FINAUX (sections 1re à 10).
1. Prestations techniques entretien.
Ceci comprend l'ensemble des tâches suivantes :
- le contrôle du réseau (recherche de fuites,...);
- l'entretien du réseau (et des appareils placés sur le réseau);
- la réparation du réseau (réparation de fuites sur conduites et/ou raccordements).
Ces travaux sont réalisés par du personnel propre ou sous-traités. Dans le premier cas, les travaux font l'objet d'un bon de travail qui reprend les prestations du personnel, les déplacements, les matériaux mis en oeuvre, les temps d'utilisation d'engins de génie civil, et d'autres frais éventuels. Dans le second cas, l'ensemble des frais est facturé par le sous-traitant.
Les frais de personnel relatifs aux prestations techniques d'entretien sont déterminés sur la base des frais directs (traitement, primes et pécules divers, charges sociales patronales, assurance-loi, autres frais divers) reels ou standards majorés d'une quote-part de couverture des frais généraux techniques.
Les frais de déplacement concernent les véhicules servant à l'exploitation (camions et camionnettes) et comprennent les frais directs (amortissement, charge financière, leasing, entretien, réparations, carburant, assurances,...) réels ou standard majorés d'une quote-part de couverture des frais de garage.
Les frais des matériaux mis en oeuvre comprennent le coût d'achat (au prix moyen pondéré ou selon la méthode FIFO) des pièces placées, augmenté d'une quote-part de couverture des frais de magasin.
Les frais d'utilisation des engins de génie civil sont valorisés sur la base d'un coût horaire par engin de génie civil déterminé en incorporant au coût direct (amortissements, charges financières, carburant, entretien,...) une quotité de couverture des frais de garage.
Les autres frais se rapportent à des prestations de tiers, locations de machines,... et sont enregistrés sur base de la valeur nominale des factures.
2. Coût de relevés des compteurs.
Ces prestations sont réalisées par du personnel propre ou sont sous-traités. Dans le premier cas, le personnel est clairement identifié à cette tâche et leur coût comprend les frais directs (prestations du personnel, les déplacements, et d'autres frais éventuels). Dans le second cas, l'ensemble des frais est facture par le sous-traitant qui effectue les prestations.
Les frais de personnel relatifs au relevé des compteurs sont déterminés sur la base des frais directs (traitement, primes et pécules divers, charges sociales patronales, assurance-loi, autres frais divers) réels ou standards.
Les frais de déplacement concernent les véhicules utilisés par le personnel chargé du relevé des compteurs (camionnettes) et comprennent les frais directs (amortissement, charge financière, leasing, entretien, réparations, carburant, assurances,...) réels ou standard majorés d'une quote-part de couverture des frais de garage.
Les autres frais se rapportent aux prestations des tiers chargés du relevé des compteurs et sont enregistrés sur base de la valeur nominale des factures ainsi qu'aux autres frais spécifiques à l'activité, comme par exemple les frais informatiques (amortissement, maintenance, charges financières,...) du matériel hardware & software utilisé dans le cadre du relevé des compteurs, les frais postaux directement liés à cette activité,...
3. Achats d'eau.
Les achats d'eau proviennent soit de la production propre soit d'autres producteurs. Sauf les cas où le distributeur n'exerce pas d'activité de production, les achats d'eau auprès des autres producteurs transitent par l'activité de production.
Les achats d'eau sont réalisés au coût moyen de production (production propre) et/ou au coût d'achat (production de tiers).
4. Autres frais directs.
Ceux-ci comprennent notamment les frais de fonctionnement des bâtiments et ouvrages spécifiques à l'activité de distribution ainsi que d'autres frais directs.
Les frais de fonctionnement des bâtiments et ouvrages spécifiques à l'activité de distribution comprennent :
Les frais de fonctionnement des bâtiments & ouvrages proprement dits, soit les frais d'entretien et de maintenance y compris les abords, les frais électricité, de chauffage, d'eau, de gaz, assurances, charges d'amortissements,...
Les frais de personnel affectés aux bâtiments et aux ouvrages qui ne prestent pas pour une des deux autres activités (prestations techniques & relevé des compteurs) sont déterminés sur la base des frais directs (traitement, primes et pecules divers, charges sociales patronales, assurance-loi, autres frais divers) réels ou standards.
Les autres frais sont fonction de chaque operateur et concernent par exemple la télégestion, le service métrologie, la redevance passage SNCB,...
Les frais internes sont déterminés en appliquant la méthode dite du coût complet (exemple : télégestion reprenant les frais de matériel - amortissement, charges financières, entretien,... - les frais du personnel affecté à cette activité,...). Les frais externes correspondent en général à la valeur nominale des factures.
5. Amortissements des installations d'exploitation.
Les installations d'exploitation visent les réseaux (conduites, vannes, raccordements) et les compteurs.
Les charges d'amortissement suivent les règles d'évaluation arrêtées par le plan comptable de l'Eau.
6. Redevance et/ou indemnité d'occupation publique.
Ceci concerne la redevance et/ou l'indemnité d'occupation publique émise par les communes sur le territoire desquelles le réseau de distribution est installé.
La charge correspond à la valeur nominale de la redevance et/ou de l'indemnité.
7. Frais de structure.
Ces frais sont en général communs aux activités de production et de distribution. Ils comprennent les frais de divers services fonctionnels qui ne sont pas imputés directement au travers des coûts de prestations techniques ou de relevés des compteurs. Sont également incorporés les frais généraux administratifs et les autres frais.
Les frais des services fonctionnels se rapportent aux frais de la Direction (Direction générale, autres directions, secrétaire général, organes de gestion,...), l'administration (Services comptables, GRH, administratifs autres,...), le service juridique, le service clientèle et recouvrement (facturation, contentieux, ombudsman,...), le service des études & dessins, le service informatique. Les couts sont déterminés selon la méthode du coût complet, c'est-a-dire qu'ils incorporent :
- les frais directs de personnel du service (traitement, primes et pécules divers, charges sociales patronales, assurance-loi, autres frais divers);
- les autres frais directs du service (achats, consommations, honoraires,...);
- une quote-part des frais du bâtiment basée sur l'occupation réelle.
Les frais sont nets des montants facturés à d'autres services ou imputés sur les prestations techniques/relevés de compteur.
Les frais généraux administratifs comprennent les autres frais non-repris dans les sections fonctionnelles énumérées ci-avant et liés à l'économat, au mobilier et matériel de bureau, à la documentation (non spécifique à un service), aux frais postaux non liés au relevé des compteurs,...
Les autres frais incorporent notamment les provisions pour risques et charges, les charges financières ainsi que les charges exceptionnelles non directement liées à l'activité de distribution, et des frais autres (à spécifier) que ceux liés aux services fonctionnels ou aux frais généraux administratifs.
8. Charges financières.
Sont mentionnées séparément sous cette rubrique les charges financières associées aux emprunts contractés pour l'acquisition d'installations d'un réseau de distribution.
Les charges financières sont imputées sur la base des charges réellement encourues.
9. Réduction de valeur sur créances douteuses, provisions pour risques et charges, charges exceptionnelles.
Les réductions de valeur sur créances douteuses sont constituées conformément aux prescrits du plan comptable de l'eau. Les dotations et reprises de provisions ainsi que les charges exceptionnelles sont comptabilisées en conformité avec les règles du droit comptable.
Les dotations et reprises de provisions pour risques et charges ainsi que les charges exceptionnelles sont reprises sous cette rubrique pour autant qu'elles soient spécifiques à l'activité distribution. Comme mentionné ci-avant, les dotations/reprises et autres charges non spécifiques sont reprises parmi les frais de structure.
10. Ajustements de coûts.
Sont repris notamment sous cette rubrique :
- les coûts supportés par des tiers pour compte de l'opérateur de distribution mais non facturés;
- les écarts entre coût réel et coût standard si ces écarts n'ont pas été imputés aux sections correspondantes.
II. CENTRES DE FRAIS INTERMEDIAIRES.
a. Frais généraux techniques.
Ces frais concernent :
- Les achats de consommables, quincaillerie, petit outillage, signalisation routière,...
- Le coût (valorisé au coût complet : amortissement, entretien, assurances, personnel de maintenance, locaux de maintenance,...) du matériel d'exploitation lourd tel que grues, compresseurs,...
- Autres.
Ils sont imputés indirectement au travers d'une quotité de frais supplémentaire grevant le taux standard horaire du coût de la main d'oeuvre.
b. Frais de magasin.
Ces frais comprennent :
- Frais de personnel du(es) magasin(s).
- Coût de véhicule(s) alloué(s) au(x) magasin(s).
- Frais de bâtiments alloués au magasin.
- Amortissements équipements.
- Consommations.
- Autres.
Ils sont imputés indirectement au travers d'une quotité de frais supplémentaire grevant le coût direct des matériaux.
c. Frais de garage.
Les frais de garage incorporent :
- Frais de personnel du(es) garage(s).
- Coût de véhicule(s) alloue(s) au(x) garage(s).
- Frais de bâtiments alloués au(x) garage(s).
- Amortissements équipements.
- Consommations.
- Autres.
Ils sont imputés indirectement au travers d'une quotité de frais supplémentaire (déplacement ou engin de génie civil) grevant le coût direct des véhicules ou des engins.
d. Frais de locaux administratifs.
Ceux-ci se composent de :
- Amortissements du(es) bâtiment(s) & travaux d'aménagements.
- Entretien.
- Réparations.
- Frais de personnel d'entretien.
- Consommables.
- Autres.
Ils sont imputés aux divers services fonctionnels sur base des surfaces occupées.
e. Autres.
Ces frais sont précisés quant à leur nature et à leur mode d'imputation.
ANNEXE LIV : Définition des rubriques du compte d'exploitation récapitulatif du distributeur en Région wallonne.
Le compte d'exploitation récapitulatif permet de déterminer pour un distributeur donné, le coût-vérité total aux consommateurs de la distribution d'eau, le résultat net de la vente d'eau et le résultat net de l'activité " Distribution ".
Chaque rubrique est commentée brièvement.
I. Ventes d'eau.
Sont repris les chiffres d'affaires du distributeur relatif aux ventes d'eau et à la redevance établis selon les règles comptables usuelles des entreprises, y compris la quotité facturée au titre du fonds social.
II. Cout-Vérite total aux consommateurs.
Le coût-vérité total aux consommateurs se compose de la somme du coût des réseaux de distribution et de certaines charges additionnelles spécifiques incorporees.
II.A. Réseaux de Distribution.
Cette rubrique se compose du coût-vérité de l'ensemble des réseaux de distribution de l'exercice.
II.B. Autres charges incorporées dans le coût-vérité de l'eau.
Cette rubrique se compose de diverses charges, comme :
- le coût d'opportunité constitué par le prélèvement sur les recettes d'une quotité destinée a financer le renouvellement du réseau, rendu obligatoire pendant la période où les charges d'amortissement sont insuffisantes pour en assurer l'autofinancement; ce coût est déterminé comme la différence entre le coût de renouvellement du réseau de distribution à hauteur de maximum 1,5 % et les charges d'amortissement du réseau réellement comptabilisées;
- la facturation du remboursement de la dette (montant du capital) en contrepartie des parts dans l'entité de distribution d'eau.
II.C. Coût-Vérité Distribution Total.
Le Coût-Vérité Distribution Total (CVDT) correspond à la somme du coût vérité des réseaux de distribution (section II.A.) et des autres charges incorporées au prix de vente d'eau (section II.B.).
II.D. Coût-Vérité Assainissement Total.
Le Coût-Vérité Assainissement Total (CVAT) correspond au montant facturé par la SPGE sur base des m3 distribués dans le cadre du contrat de service relatif à l'assainissement public des eaux usées domestiques.
II.E. Fonds social.
Le fonds social correspond à la contribution à charge des distributeurs fixée sur la base des mètres cubes d'eau facturés conformément au décret du 20 février 2003 relatif à la création d'un fonds social de l'eau en Région wallonne.
III. Résultat net de la vente d'eau.
Le résultat net de l'exercice est la différence entre les ventes d'eau (rubrique I) et le coût-vérité total aux consommateurs (rubrique II).
IV. Résultat net des travaux facturés aux tiers.
Il s'agit des frais des services opérationnels (techniques) réalisés pour des tiers.
Des revenus correspondants sont reconnus en regard de ces charges sous la forme d'une facturation aux tiers (par exemple pour les frais de raccordement).
V. Résultat net de l'activité " Distribution ".
Le résultat net de l'activité " Distribution " se compose de la somme du résultat net de la vente d'eau (rubrique III) et du résultat net des travaux nets facturés aux tiers (rubrique IV).
VI. Information complémentaire.
Le coût des travaux réalisés pour compte propre (aussi appelée production immobilisée) est mentionné à titre d'information complémentaire. La production immobilisée comprend l'ensemble des travaux réalisés par les services du distributeur.
Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 4. De Minister tot wiens bevoegdheden het Water behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Namen, 14 juli 2005.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
B. LUTGEN
Art. 4. Le Ministre qui a l'Eau dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Namur, le 14 juillet 2005.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
B. LUTGEN