Artikel 1. Artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van 28 oktober 2004 tot toekenning van toelagen voor een milieuvriendelijke landbouw wordt gewijzigd als volgt :
" Artikel 3. § 1. De producent kan een eensluidend advies vereisen dat betrekking heeft op de relevantie van de toepassing van één of meerdere methodes of submethodes in verhouding tot de milieutoestand van het betrokken perceel en/of van het bedrijf.
Dat advies wordt uitgebracht door de Afdeling Beheer van de Landelijke Ruimte (IG4) op grond van objectieve criteria die zij vaststelt en die overeenstemmen met een erkende milieuverantwoording.
Dat advies gaat vooraf aan de oorspronkelijke toelageaanvraag en geldt voor de hele verbintenisduur.
§ 2. Voor de in artikel 2 bedoelde methodes 1 tot 5 worden de overeenstemmende toelagen verhoogd met 20 % bij het in § 1 bedoelde eensluidend advies.
§ 3. De in artikel 2 bedoelde methodes 8 tot 10 worden enkel toegepast mits het in § 1 bedoelde eensluidend advies wordt uitgebracht ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JULI 2005. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 28 oktober 2004 betreffende de toekenning van toelagen voor een milieuvriendelijke landbouw. (Vertaling).
Titre
20 JUILLET 2005. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 octobre 2004 relatif à l'octroi de subventions agri-environnementales.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (12)
Texte (12)
Article 1. L'article 3 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 octobre 2004 relatif à l'octroi de subventions agri-environnementales est remplacé par les dispositions suivantes :
" Article 3. § 1er. Le producteur peut solliciter un avis conforme qui porte sur la pertinence de l'application d'une ou de plusieurs méthodes ou sous-méthodes par rapport à la situation environnementale de la parcelle concernée et/ou de l'exploitation.
Cet avis est rendu par la Division de la gestion de l'espace rural (IG4) sur la base de critères objectifs définis par celle-ci; ces critères correspondent à une justification environnementale reconnue.
Cet avis est préalable à la demande initiale de subvention et vaut pour toute la durée de l'engagement.
§ 2. Pour les méthodes 1 à 5 visées à l'article 2, l'avis conforme visé au § 1er majore les subventions correspondantes de 20 %.
§ 3. Les méthodes 8 à 10 visées à l'article 2 ne peuvent être appliquées que moyennant l'avis conforme visé au § 1er. "
" Article 3. § 1er. Le producteur peut solliciter un avis conforme qui porte sur la pertinence de l'application d'une ou de plusieurs méthodes ou sous-méthodes par rapport à la situation environnementale de la parcelle concernée et/ou de l'exploitation.
Cet avis est rendu par la Division de la gestion de l'espace rural (IG4) sur la base de critères objectifs définis par celle-ci; ces critères correspondent à une justification environnementale reconnue.
Cet avis est préalable à la demande initiale de subvention et vaut pour toute la durée de l'engagement.
§ 2. Pour les méthodes 1 à 5 visées à l'article 2, l'avis conforme visé au § 1er majore les subventions correspondantes de 20 %.
§ 3. Les méthodes 8 à 10 visées à l'article 2 ne peuvent être appliquées que moyennant l'avis conforme visé au § 1er. "
Art. 2. Artikel 4, punt 4°, van het besluit van de Waalse Regering van 28 oktober 2004 tot toekenning van toelagen voor een milieuvriendelijke landbouw wordt gewijzigd als volgt :
" 4° Hij moet bij aangetekende brief een oorspronkelijke aanvraag om toelagen voor milieuvriendelijke landbouw indienen bij de bevoegde buitendienst dmv het door het bestuur opgemaakte formulier. De producent moet alle percelen duidelijk opgeven waarop een milieuvriendelijke methode wordt toegepast met vermelding van de nummering van de percelen zoals die staat vermeld op de oppervlakteaangifte die hij in hetzelfde jaar heeft ingediend. Hij mag slechts één enkele oorspronkelijke aanvraag om toelagen voor milieuvriendelijke landbouw indienen per jaar.
Onverminderd de te bezorgen bewijsstukken bedoeld in bijlage I moet de oorspronkelijke aanvraag, behoorlijk aangevuld, gedateerd en ondertekend, vergezeld zijn van een kopie van de fotoplannen gebruikt voor de jaarlijkse oppervlakteaangifte van de aanvrager voor het betrokken jaar, waarop de volgende gegevens nauwkeurig vermeld zijn :
- voor de methoden of submethoden bedoeld in artikel 2, § 1, 1° tot 5° en 7° tot 9°, de bij de toelageaanvraag betrokken percelen;
- voor methode 1 bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, de betrokken landschaps- en biodiversiteitselementen.
In voorkomend geval moet de oorspronkelijke aanvraag vergezeld zijn van het eensluidend advies waarvan sprake in artikel 3. "
" 4° Hij moet bij aangetekende brief een oorspronkelijke aanvraag om toelagen voor milieuvriendelijke landbouw indienen bij de bevoegde buitendienst dmv het door het bestuur opgemaakte formulier. De producent moet alle percelen duidelijk opgeven waarop een milieuvriendelijke methode wordt toegepast met vermelding van de nummering van de percelen zoals die staat vermeld op de oppervlakteaangifte die hij in hetzelfde jaar heeft ingediend. Hij mag slechts één enkele oorspronkelijke aanvraag om toelagen voor milieuvriendelijke landbouw indienen per jaar.
Onverminderd de te bezorgen bewijsstukken bedoeld in bijlage I moet de oorspronkelijke aanvraag, behoorlijk aangevuld, gedateerd en ondertekend, vergezeld zijn van een kopie van de fotoplannen gebruikt voor de jaarlijkse oppervlakteaangifte van de aanvrager voor het betrokken jaar, waarop de volgende gegevens nauwkeurig vermeld zijn :
- voor de methoden of submethoden bedoeld in artikel 2, § 1, 1° tot 5° en 7° tot 9°, de bij de toelageaanvraag betrokken percelen;
- voor methode 1 bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, de betrokken landschaps- en biodiversiteitselementen.
In voorkomend geval moet de oorspronkelijke aanvraag vergezeld zijn van het eensluidend advies waarvan sprake in artikel 3. "
Art. 2. A l'article 4, le point 4° de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 octobre 2004 relatif à l'octroi de subventions agri-environnementales est remplacé par la disposition suivante :
" 4° Il doit introduire, par envoi recommandé, auprès du service extérieur compétent, une demande initiale de subventions agri-environnementales au moyen du formulaire établi par l'administration. Le producteur doit y indiquer clairement toutes les parcelles agricoles sur lesquelles une méthode agri-environnementale est pratiquée, en mentionnant la numérotation des parcelles telle qu'elle apparaît sur la déclaration de superficie qu'il introduit la même année. Il ne peut introduire qu'une seule demande initiale de subventions agri-environnementales par an.
Sans préjudice des justificatifs à apporter prévus à l'annexe 1er, la demande initiale dûment complétée, datée et signée, doit être accompagnée d'une copie des photoplans servant à la déclaration annuelle de superficie du demandeur pour l'année concernée et sur lesquels sont localisées avec précisions :
- pour les méthodes ou sous-méthodes visées à l'article 2, § 1er, sous 1° à 5° et sous 7° à 9°, les parcelles concernées par la demande de subvention;
- pour la méthode 1 visée à l'article 2, § 1er, sous 1°, les éléments du paysage et de la biodiversité concernés.
Le cas échéant, la demande initiale doit être accompagnée de l'avis conforme dont question à l'article 3. "
" 4° Il doit introduire, par envoi recommandé, auprès du service extérieur compétent, une demande initiale de subventions agri-environnementales au moyen du formulaire établi par l'administration. Le producteur doit y indiquer clairement toutes les parcelles agricoles sur lesquelles une méthode agri-environnementale est pratiquée, en mentionnant la numérotation des parcelles telle qu'elle apparaît sur la déclaration de superficie qu'il introduit la même année. Il ne peut introduire qu'une seule demande initiale de subventions agri-environnementales par an.
Sans préjudice des justificatifs à apporter prévus à l'annexe 1er, la demande initiale dûment complétée, datée et signée, doit être accompagnée d'une copie des photoplans servant à la déclaration annuelle de superficie du demandeur pour l'année concernée et sur lesquels sont localisées avec précisions :
- pour les méthodes ou sous-méthodes visées à l'article 2, § 1er, sous 1° à 5° et sous 7° à 9°, les parcelles concernées par la demande de subvention;
- pour la méthode 1 visée à l'article 2, § 1er, sous 1°, les éléments du paysage et de la biodiversité concernés.
Le cas échéant, la demande initiale doit être accompagnée de l'avis conforme dont question à l'article 3. "
Art. 3. In artikel 14, § 2, punt 2°, h), van hetzelfde besluit wordt het vijfde streepje gewijzigd als volgt :
" - de jaarlijkse toelageschijf betreffende het jaar waarin de betrokken verbintenis onderbroken werd, wordt berekend op grond van het aantal afgelopen maanden tussen het begin van genoemde jaarlijkse schijf en de datum waarop de nieuwe verbintenis ingaat. "
" - de jaarlijkse toelageschijf betreffende het jaar waarin de betrokken verbintenis onderbroken werd, wordt berekend op grond van het aantal afgelopen maanden tussen het begin van genoemde jaarlijkse schijf en de datum waarop de nieuwe verbintenis ingaat. "
Art. 3. A l'article 14, § 2, point 2°, h), du même arrêté, le 5e tiret est remplacé par la disposition suivante :
" - la tranche annuelle de subvention relative à l'année au cours de laquelle l'engagement considéré a été interrompu est calculée sur la base du nombre de mois échus entre le début de ladite tranche annuelle et la date de la prise de cours du nouvel engagement. "
" - la tranche annuelle de subvention relative à l'année au cours de laquelle l'engagement considéré a été interrompu est calculée sur la base du nombre de mois échus entre le début de ladite tranche annuelle et la date de la prise de cours du nouvel engagement. "
Art. 4. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht aan methode 2.
In het tweede lid wordt punt 1° gewijzigd als volgt :
" 1° geen activiteit op het perceel (begrazing, maaien, bemesting) tussen 1 januari en 15 juni. Evenwel wordt een enige oppervlakkige nivellering (slechten van molshopen of herstel van schade door wilde zwijnen) toegestaan tussen 1 januari en 15 april; ".
In het tweede lid wordt punt 5° gewijzigd als volgt :
" 5° in geval van een ander beheer dan het weiden wordt enkel het maaien met afvoer van het product toegestaan. In dit geval wordt ten minste 5 % van de perceeloppervlakte niet gemaaid en gehouden in de vorm van vluchtstroken. Het perceel mag niet worden begraasd vóór 1 augustus. "
In het tweede lid wordt punt 1° gewijzigd als volgt :
" 1° geen activiteit op het perceel (begrazing, maaien, bemesting) tussen 1 januari en 15 juni. Evenwel wordt een enige oppervlakkige nivellering (slechten van molshopen of herstel van schade door wilde zwijnen) toegestaan tussen 1 januari en 15 april; ".
In het tweede lid wordt punt 5° gewijzigd als volgt :
" 5° in geval van een ander beheer dan het weiden wordt enkel het maaien met afvoer van het product toegestaan. In dit geval wordt ten minste 5 % van de perceeloppervlakte niet gemaaid en gehouden in de vorm van vluchtstroken. Het perceel mag niet worden begraasd vóór 1 augustus. "
Art. 4. A l'annexe 1re du même arrêté sont apportées les modifications suivantes à la méthode 2.
Au 2e alinéa, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° aucune intervention (pâturage, fauche, fertilisation,...) sur la parcelle entre le 1er janvier et le 15 juin. Toutefois, une intervention unique de nivellement superficiel (étaupinage ou réparation de dégâts de sangliers) est tolérée entre le 1er janvier et le 15 avril; ".
Au 2e alinéa, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° en cas de gestion autre que par pâturage, seule la fauche avec exportation du produit est autorisée. Dans ce cas, au moins 5 % de la superficie de la parcelle seront maintenus sous la forme de bandes refuges non fauchées et la parcelle ne pourra pas être pâturée avant le 1er août. "
Au 2e alinéa, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° aucune intervention (pâturage, fauche, fertilisation,...) sur la parcelle entre le 1er janvier et le 15 juin. Toutefois, une intervention unique de nivellement superficiel (étaupinage ou réparation de dégâts de sangliers) est tolérée entre le 1er janvier et le 15 avril; ".
Au 2e alinéa, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° en cas de gestion autre que par pâturage, seule la fauche avec exportation du produit est autorisée. Dans ce cas, au moins 5 % de la superficie de la parcelle seront maintenus sous la forme de bandes refuges non fauchées et la parcelle ne pourra pas être pâturée avant le 1er août. "
Art. 5. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht aan methode 3.
In submethode 3.a, tweede lid, punt 7°, a), wordt het eerste streepje gewijzigd als volgt :
" - het (gewichts)percentage van de zaden ligt tussen 50 en 85 % van de mengeling; ".
In submethode 3.a, tweede lid wordt punt 11° gewijzigd als volgt :
" 11° de enige toegestane beheerswijze is het maaien na 1 juli met afvoer van het product. In afwijking daarvan is toppen zonder oogst echter toegelaten binnen twaalf weken na het zaaien. "
In submethode 3.b, tweede lid wordt punt 6° gewijzigd als volgt :
" 6° in geval van een ander beheer dan weiden wordt enkel maaien na 1 juli met afvoer van het product toegestaan. "
In submethode 3.a, tweede lid, punt 7°, a), wordt het eerste streepje gewijzigd als volgt :
" - het (gewichts)percentage van de zaden ligt tussen 50 en 85 % van de mengeling; ".
In submethode 3.a, tweede lid wordt punt 11° gewijzigd als volgt :
" 11° de enige toegestane beheerswijze is het maaien na 1 juli met afvoer van het product. In afwijking daarvan is toppen zonder oogst echter toegelaten binnen twaalf weken na het zaaien. "
In submethode 3.b, tweede lid wordt punt 6° gewijzigd als volgt :
" 6° in geval van een ander beheer dan weiden wordt enkel maaien na 1 juli met afvoer van het product toegestaan. "
Art. 5. A l'annexe 1re du même arrêté sont apportées les modifications suivantes à la méthode 3.
A la sous-méthode 3.a., au 2e alinéa, au point 7°, a), le premier tiret est remplacé par la disposition suivante :
" - le pourcentage (en poids) des semences est compris entre 50 et 85 % du mélange; ".
A la sous-méthode 3.a., au 2e alinéa, le point 11° est remplacé par la disposition suivante :
" 11° le seul mode de gestion autorisé est la fauche après le 1er juillet, avec exportation du produit de la fauche. Par dérogation, une coupe d'étêtage sans récolte peut néanmoins être réalisée dans les douze semaines qui suivent le semis. "
A la sous-méthode 3.b., au 2e alinéa, le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° en cas de gestion autre que par pâturage, seule la fauche après le 1er juillet avec exportation du produit de la fauche est autorisée. ".
A la sous-méthode 3.a., au 2e alinéa, au point 7°, a), le premier tiret est remplacé par la disposition suivante :
" - le pourcentage (en poids) des semences est compris entre 50 et 85 % du mélange; ".
A la sous-méthode 3.a., au 2e alinéa, le point 11° est remplacé par la disposition suivante :
" 11° le seul mode de gestion autorisé est la fauche après le 1er juillet, avec exportation du produit de la fauche. Par dérogation, une coupe d'étêtage sans récolte peut néanmoins être réalisée dans les douze semaines qui suivent le semis. "
A la sous-méthode 3.b., au 2e alinéa, le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° en cas de gestion autre que par pâturage, seule la fauche après le 1er juillet avec exportation du produit de la fauche est autorisée. ".
Art. 6. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt de volgende wijziging aangebracht aan methode 4.
In het tweede lid, wordt een punt 9° ingevoegd na punt 8°, luidend als volgt :
" 9° geen weiden wordt toegestaan. "
In het tweede lid, wordt een punt 9° ingevoegd na punt 8°, luidend als volgt :
" 9° geen weiden wordt toegestaan. "
Art. 6. A l'annexe 1re du même arrêté est apportée la modification suivante à la méthode 4.
Au 2e alinéa, un point 9° rédigé comme suit est ajouté après le point 8° :
" 9° aucun pâturage n'est autorisé. "
Au 2e alinéa, un point 9° rédigé comme suit est ajouté après le point 8° :
" 9° aucun pâturage n'est autorisé. "
Art. 7. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht aan methode 7.
In het tweede lid wordt punt 3° gewijzigd als volgt :
" 3° de enige toegestane verspreidingen van organische stoffen op die weiden zijn die van de meststoffen voortgebracht door de dieren die gebruikt zijn om de lage veebezetting te berekenen. In afwijking daarvan, voor de producenten die geen minerale meststoffen spreiden op die weiden, wordt de inbreng van andere mest toegestaan voor zover het grondgebondenheidscijfer van het bedrijf, zoals bepaald in artikel 27 van het besluit van de Waalse Regering van 10 oktober 2002 betreffende het duurzame beheer van stikstof in de landbouw, lager of gelijk is aan 0,6. "
In het vierde lid, wordt een punt 4° ingevoegd na punt 3°, luidend als volgt :
" 4° hertachtigen ouder dan zes maanden : 0,25 GVE. "
In het tweede lid wordt punt 3° gewijzigd als volgt :
" 3° de enige toegestane verspreidingen van organische stoffen op die weiden zijn die van de meststoffen voortgebracht door de dieren die gebruikt zijn om de lage veebezetting te berekenen. In afwijking daarvan, voor de producenten die geen minerale meststoffen spreiden op die weiden, wordt de inbreng van andere mest toegestaan voor zover het grondgebondenheidscijfer van het bedrijf, zoals bepaald in artikel 27 van het besluit van de Waalse Regering van 10 oktober 2002 betreffende het duurzame beheer van stikstof in de landbouw, lager of gelijk is aan 0,6. "
In het vierde lid, wordt een punt 4° ingevoegd na punt 3°, luidend als volgt :
" 4° hertachtigen ouder dan zes maanden : 0,25 GVE. "
Art. 7. A l'annexe 1 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes à la méthode 7.
Au 2e alinéa, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° les seuls épandages de matières organiques autorisés sur ces prairies sont ceux des effluents produits par les animaux ayant servi à établir la faible charge. Par dérogation, pour les producteurs qui n'épandent aucun engrais minéral sur ces prairies, l'apport d'autres effluents est autorisé pour autant que le taux de liaison au sol de l'exploitation tel que défini à l'article 27 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 octobre 2002 relatif à la gestion durable de l'azote en agriculture soit inférieur ou égal à 0,6. "
Au 4e alinéa, un point 4° rédigé comme suit est ajouté après le point 3° :
" 4° cervidés de plus de six mois : 0,25 UGB. "
Au 2e alinéa, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° les seuls épandages de matières organiques autorisés sur ces prairies sont ceux des effluents produits par les animaux ayant servi à établir la faible charge. Par dérogation, pour les producteurs qui n'épandent aucun engrais minéral sur ces prairies, l'apport d'autres effluents est autorisé pour autant que le taux de liaison au sol de l'exploitation tel que défini à l'article 27 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 octobre 2002 relatif à la gestion durable de l'azote en agriculture soit inférieur ou égal à 0,6. "
Au 4e alinéa, un point 4° rédigé comme suit est ajouté après le point 3° :
" 4° cervidés de plus de six mois : 0,25 UGB. "
Art. 8. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht aan methode 8.
In het tweede lid wordt punt 2° gewijzigd als volgt :
" 2° geen activiteit (weiden, maaien, bemesting,...) op het perceel tijdens een in het eensluidend advies bepaalde periode die behoudens bijzondere gevallen loopt van 1 januari tot een in genoemd advies bepaalde datum in juli. Evenwel wordt een enige oppervlakkige nivellering (slechten van molshopen of herstel van schade door wilde zwijnen) toegestaan tussen 1 januari en 15 april; ".
In het tweede lid wordt punt 6° gewijzigd als volgt :
" 6° in geval van een ander beheer dan weiden wordt enkel maaien met afvoer van het product toegestaan. In dit geval wordt ten minste 10 % van de perceeloppervlakte niet gemaaid en gehouden in de vorm van vluchtstroken. Het perceel mag niet worden begraasd vóór 15 augustus; "
In het tweede lid wordt punt 2° gewijzigd als volgt :
" 2° geen activiteit (weiden, maaien, bemesting,...) op het perceel tijdens een in het eensluidend advies bepaalde periode die behoudens bijzondere gevallen loopt van 1 januari tot een in genoemd advies bepaalde datum in juli. Evenwel wordt een enige oppervlakkige nivellering (slechten van molshopen of herstel van schade door wilde zwijnen) toegestaan tussen 1 januari en 15 april; ".
In het tweede lid wordt punt 6° gewijzigd als volgt :
" 6° in geval van een ander beheer dan weiden wordt enkel maaien met afvoer van het product toegestaan. In dit geval wordt ten minste 10 % van de perceeloppervlakte niet gemaaid en gehouden in de vorm van vluchtstroken. Het perceel mag niet worden begraasd vóór 15 augustus; "
Art. 8. A l'annexe 1re du même arrêté sont apportées les modifications suivantes à la méthode 8.
Au 2e alinéa, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° aucune intervention (pâturage, fauche, fertilisation,...) sur la parcelle pendant une période précisée dans l'avis conforme et s'étendant, sauf cas particuliers, du 1er janvier à une date en juillet précisée dans cet avis. Toutefois, une intervention unique de nivellement superficiel (étaupinage ou réparation de dégâts de sangliers) est tolérée entre le 1er janvier et le 15 avril; ".
Au 2e alinéa, le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° en cas de gestion autre que par pâturage, seule la fauche avec exportation du produit de la fauche est autorisée. Dans ce cas, au moins 10 % de la superficie de la parcelle seront maintenus sous la forme de bandes refuges non fauchées et la parcelle ne pourra pas être pâturée avant le 15 août; ".
Au 2e alinéa, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° aucune intervention (pâturage, fauche, fertilisation,...) sur la parcelle pendant une période précisée dans l'avis conforme et s'étendant, sauf cas particuliers, du 1er janvier à une date en juillet précisée dans cet avis. Toutefois, une intervention unique de nivellement superficiel (étaupinage ou réparation de dégâts de sangliers) est tolérée entre le 1er janvier et le 15 avril; ".
Au 2e alinéa, le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° en cas de gestion autre que par pâturage, seule la fauche avec exportation du produit de la fauche est autorisée. Dans ce cas, au moins 10 % de la superficie de la parcelle seront maintenus sous la forme de bandes refuges non fauchées et la parcelle ne pourra pas être pâturée avant le 15 août; ".
Art. 9. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht aan methode 9.
In het tweede lid wordt punt 5° gewijzigd als volgt :
" 5° de keuze van de plaats, breedte, soorten en beheerswijze (maaien, vermalen met een tolbreker,...) worden nader bepaald in het in artikel 3, § 1, bedoelde eensluidend advies dat rekening houdt met de plaatselijke inzet en eisen inzake landbouw en leefmilieu. In geval van installatie moet de samenstelling van het op de ingerichte perceelstrook bezaaide mengsel overgemaakt worden aan het bestuur. ".
In submethodes 9a, tweede lid, 9c, eerste lid en 9d, tweede lid, wordt punt 1° gewijzigd als volgt :
" Wanneer het in artikel 3, § 1, bedoelde eensluidend advies voorziet in de aanleg en instandhouding van een grasstrook of een strook naakte grond van 1 tot 4 meter breed die mechanisch onderhouden wordt en die gelegen is tussen de ingerichte perceelstrook en de hoofdteelt, wordt die breedte meegerekend in die van de ingerichte perceelstrook. "
In submethodes 9c, eerste lid, en 9d, tweede lid, wordt punt 2 geschrapt.
In het tweede lid wordt punt 5° gewijzigd als volgt :
" 5° de keuze van de plaats, breedte, soorten en beheerswijze (maaien, vermalen met een tolbreker,...) worden nader bepaald in het in artikel 3, § 1, bedoelde eensluidend advies dat rekening houdt met de plaatselijke inzet en eisen inzake landbouw en leefmilieu. In geval van installatie moet de samenstelling van het op de ingerichte perceelstrook bezaaide mengsel overgemaakt worden aan het bestuur. ".
In submethodes 9a, tweede lid, 9c, eerste lid en 9d, tweede lid, wordt punt 1° gewijzigd als volgt :
" Wanneer het in artikel 3, § 1, bedoelde eensluidend advies voorziet in de aanleg en instandhouding van een grasstrook of een strook naakte grond van 1 tot 4 meter breed die mechanisch onderhouden wordt en die gelegen is tussen de ingerichte perceelstrook en de hoofdteelt, wordt die breedte meegerekend in die van de ingerichte perceelstrook. "
In submethodes 9c, eerste lid, en 9d, tweede lid, wordt punt 2 geschrapt.
Art. 9. A l'annexe 1re du même arrêté sont apportées les modifications suivantes à la méthode 9.
Au 2e alinéa, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° le choix de la localisation, de la largeur, des espèces et des modalités de gestion (fauche, gyrobroyage,...) sont précisés dans l'avis conforme visé à l'article 3, § 1er, tenant compte des enjeux et contraintes locales en matière agricole et environnementale. En cas d'installation, la composition du mélange semé sur la bande de parcelle aménagée doit être transmise à l'administration. "
Aux sous-méthodes 9a, 2e alinéa, 9c, 1er alinéa et 9d, 2e alinéa, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" Dans le cas où l'avis conforme visé à l'article 3, § 1er, prévoit l'installation et le maintien d'une bande gazonnante ou de sol nu de 1 à 4 mètres de large entretenue mécaniquement entre la bande de parcelle aménagée et la culture principale, cette largeur est comptabilisée dans celle de la bande de parcelle aménagée. "
Aux sous-méthodes 9c, 1er alinéa, et 9d, 2e alinéa, le point 2° est supprimé.
Au 2e alinéa, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° le choix de la localisation, de la largeur, des espèces et des modalités de gestion (fauche, gyrobroyage,...) sont précisés dans l'avis conforme visé à l'article 3, § 1er, tenant compte des enjeux et contraintes locales en matière agricole et environnementale. En cas d'installation, la composition du mélange semé sur la bande de parcelle aménagée doit être transmise à l'administration. "
Aux sous-méthodes 9a, 2e alinéa, 9c, 1er alinéa et 9d, 2e alinéa, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" Dans le cas où l'avis conforme visé à l'article 3, § 1er, prévoit l'installation et le maintien d'une bande gazonnante ou de sol nu de 1 à 4 mètres de large entretenue mécaniquement entre la bande de parcelle aménagée et la culture principale, cette largeur est comptabilisée dans celle de la bande de parcelle aménagée. "
Aux sous-méthodes 9c, 1er alinéa, et 9d, 2e alinéa, le point 2° est supprimé.
Art. 10. In bijlage 3 bij hetzelfde besluit wordt de concordantietabel van de verschillende maatregelen en submaatregelen gewijzigd als volgt :
Art. 10. A l'annexe 3 du même arrêté, le tableau de correspondance des différentes mesures et sous-mesures est remplacé par le tableau suivant :
Titel van de methode of submethode Titel van de methode of submethode
bedoeld in bijlage 1 bij dit bedoeld in bijlage 1 bij het
besluit besluit van de Waalse Regering van
11 maart 1999
Methode 1 : instandhouding van Methode 3 : instandhouding en
elementen uit het ecologisch onderhoud van biodiversiteits- en
netwerk en het landschap. landschapselementen zoals heggen,
- submethode 1.a : heggen en houtsingels, oude hoogstammige
houtsingels vruchtbomen of poelen in
- submethode 1.b : geisoleerde bomen landbouwoppervlakten
of struiken, hoogstammige
vruchtbomen en bosjes
- submethode 1.c : poelen
Methode 2 : natuurlijke weide Methode 1 : laat maaien of weiden
Methode 10 :
instandhoudingsmaatregelen in
vochtige gebieden
Methode 3 : extensieve groenstroken Methode 2 :
- submethode 3.a : met gras submethode 2.a : vervanging van een
bezaaide perceelsranden akkerbouwteelt door een extensieve
graslandstrook of een met gras
bezaaide perceelsrand aangelegd
voor vijf jaar
- submethode 3.b : extensieve - submethode 2.c : extensieve
graslandstrook graslandstrook
Methode 4 : wintergrondbedekking Methode 8 : grondbedekking tijdens
voor lenteteelt de tussenteelt
Methode 5 : verminderd gebruik van Methode 6 : verminderd gebruik van
biociden en meststoffen op biociden en meststoffen op
graangewassen graangewassen
Methode 6 : fokken van dieren van Methode 5 : fokken van dieren van
een bedreigd plaatselijk ras een bedreigd plaatselijk ras
- submethode 6.a : fokken van
trekpaarden
- submethode 6.b : fokken van
runderen
- submethode 6.c : fokken van
schapen
Methode 7 : handhaving van een Methode 4 : handhaving van een
lage veebezetting lage veebezetting
Methode 8 : weiden met een hoge Methode 1 : laat maaien of weiden
biologische waarde Methode 2° - submethode 2.c :
extensieve graslandstrook
Methode 9 : zeer laat maaien met
verminderd gebruik van biociden en
meststoffen
Methode 10 :
instandhoudingsmaatregelen in
vochtige gebieden
Methode 9 : ingerichte Methode 2 :
perceelstroken - submethode 2.a : vervanging van
- submethode 9.a : opvang van wilde een akkerbouwteelt door een
fauna en flora, beetle bank extensieve graslandstrook of een
met gras bezaaide perceelsrand
aangelegd voor vijf jaar
- submethode 2.b : extensieve
perceelsrand
- submethode 9.b : waterloopranden Methode 2 :
en erosiebestrijding - submethode 2.a : vervanging van
een akkerbouwteelt door een
extensieve graslandstrook of een
met gras bezaaide perceelsrand
aangelegd voor vijf jaar
- submethode 2.b : extensieve
perceelsrand
- submethode 9.c : bloemstrook Methode 2 :
- submethode 2.a : vervanging van
een akkerbouwteelt door een
extensieve graslandstrook of een
met gras bezaaide perceelsrand
aangelegd voor vijf jaar
- submethode 2.b : extensieve
perceelsrand
- submethode 9.d : onkruidstrook Methode 2 :
- submethode 2.a : vervanging van
een akkerbouwteelt door een
extensieve graslandstrook of een
met gras bezaaide perceelsrand
aangelegd voor vijf jaar
- submethode 2.b : extensieve
perceelsrand
Methode 10 : actieplan voor een Elke methode behoeft het
milieuvriendelijke landbouw eensluidend advies van de
" Division de la gestion de
l'espace rural " (IG4) Afdeling
Beheer van de Landelijke Ruimte
bedoeld in bijlage 1 bij dit bedoeld in bijlage 1 bij het
besluit besluit van de Waalse Regering van
11 maart 1999
Methode 1 : instandhouding van Methode 3 : instandhouding en
elementen uit het ecologisch onderhoud van biodiversiteits- en
netwerk en het landschap. landschapselementen zoals heggen,
- submethode 1.a : heggen en houtsingels, oude hoogstammige
houtsingels vruchtbomen of poelen in
- submethode 1.b : geisoleerde bomen landbouwoppervlakten
of struiken, hoogstammige
vruchtbomen en bosjes
- submethode 1.c : poelen
Methode 2 : natuurlijke weide Methode 1 : laat maaien of weiden
Methode 10 :
instandhoudingsmaatregelen in
vochtige gebieden
Methode 3 : extensieve groenstroken Methode 2 :
- submethode 3.a : met gras submethode 2.a : vervanging van een
bezaaide perceelsranden akkerbouwteelt door een extensieve
graslandstrook of een met gras
bezaaide perceelsrand aangelegd
voor vijf jaar
- submethode 3.b : extensieve - submethode 2.c : extensieve
graslandstrook graslandstrook
Methode 4 : wintergrondbedekking Methode 8 : grondbedekking tijdens
voor lenteteelt de tussenteelt
Methode 5 : verminderd gebruik van Methode 6 : verminderd gebruik van
biociden en meststoffen op biociden en meststoffen op
graangewassen graangewassen
Methode 6 : fokken van dieren van Methode 5 : fokken van dieren van
een bedreigd plaatselijk ras een bedreigd plaatselijk ras
- submethode 6.a : fokken van
trekpaarden
- submethode 6.b : fokken van
runderen
- submethode 6.c : fokken van
schapen
Methode 7 : handhaving van een Methode 4 : handhaving van een
lage veebezetting lage veebezetting
Methode 8 : weiden met een hoge Methode 1 : laat maaien of weiden
biologische waarde Methode 2° - submethode 2.c :
extensieve graslandstrook
Methode 9 : zeer laat maaien met
verminderd gebruik van biociden en
meststoffen
Methode 10 :
instandhoudingsmaatregelen in
vochtige gebieden
Methode 9 : ingerichte Methode 2 :
perceelstroken - submethode 2.a : vervanging van
- submethode 9.a : opvang van wilde een akkerbouwteelt door een
fauna en flora, beetle bank extensieve graslandstrook of een
met gras bezaaide perceelsrand
aangelegd voor vijf jaar
- submethode 2.b : extensieve
perceelsrand
- submethode 9.b : waterloopranden Methode 2 :
en erosiebestrijding - submethode 2.a : vervanging van
een akkerbouwteelt door een
extensieve graslandstrook of een
met gras bezaaide perceelsrand
aangelegd voor vijf jaar
- submethode 2.b : extensieve
perceelsrand
- submethode 9.c : bloemstrook Methode 2 :
- submethode 2.a : vervanging van
een akkerbouwteelt door een
extensieve graslandstrook of een
met gras bezaaide perceelsrand
aangelegd voor vijf jaar
- submethode 2.b : extensieve
perceelsrand
- submethode 9.d : onkruidstrook Methode 2 :
- submethode 2.a : vervanging van
een akkerbouwteelt door een
extensieve graslandstrook of een
met gras bezaaide perceelsrand
aangelegd voor vijf jaar
- submethode 2.b : extensieve
perceelsrand
Methode 10 : actieplan voor een Elke methode behoeft het
milieuvriendelijke landbouw eensluidend advies van de
" Division de la gestion de
l'espace rural " (IG4) Afdeling
Beheer van de Landelijke Ruimte
Intitule de la methode ou Intitule de la methode ou
sous-methode prevue a l'annexe 1 sous-methode telle que prevue a
du présent arrete l'annexe 1 de l'arrete du
Gouvernement wallon du 11 mars 1999
Methode 1 : conservation d'elements Methode 3 : maintien et entretien
du reseau ecologique et du paysage. des elements du paysage et
- sous-methode 1.a : haies et de la biodiversite tels les
bandes boisees haies et bandes boisees, vieux
- sous-methode 1.b : arbres ou arbres fruitiers a haute tige ou
arbustes isoles, arbres mares dans les superficies
fruitiers haute tige et bosquets agricoles
- sous-methode 1.c : mares
Methode 2 : prairie naturelle Methode 1 : fauches ou paturages
tardifs
Methode 10 : mesures conservatoires
en zones humides
Methode 3 : bordures herbeuses Methode 2 :
extensives sous-methode 2.a : remplacement
- sous-methode 3.a : tournieres d'une culture sous labour par
enherbees en bordure de culture une bande de prairie extensive ou
tourniere enherbee installee pour
cinq ans
- sous-methode 3.b : bande de - sous-methode 2.c : bande de
prairie extensive prairie extensive
Methode 4 : couverture hivernale du Methode 8 : couverture de sol
sol avant culture de printemps pendant l'interculture
Methode 5 : reduction d'intrants en Methode 6 : reduction des
cereales intrants en cereales
Methode 6 : detention d'animaux de Methode 5 : detention d'animaux
races locales menacees de races locales menacees
- sous-methode 6.a : detention de
chevaux de trait
- sous-methode 6.b : detention de
bovins
- sous-methode 6.c : detention
d'ovins
Methode 7 : maintien de faibles Methode 4 : maintien de faibles
charges en betail charges en betail
Methode 8 : prairies de haute Methode 1 : fauches ou paturages
valeur biologique tardifs
Methode 2 - sous-methode 2.c :
bande de prairie extensive
Methode 9 : fauches tres tardives
avec limitation des intrants
Methode 10 : mesures conservatoires
en zones humides
Methode 9 : bandes de parcelles Methode 2 :
amenagees - sous-methode 2.a : remplacement
- sous-methode 9.a : accueil de la d'une culture sous labour par
faune et de la flore sauvage, une bande de prairie extensive
beetle bank ou tourniere enherbee installee
pour cinq ans
- sous-methode 2.b : tourniere
extensive
- sous-methode 9.b : bords de Methode 2 :
cours d'eau et lutte contre - sous-methode 2.a : remplacement
l'erosion d'une culture sous labour par
une bande de prairie extensive
ou tourniere enherbee installee
pour cinq ans
- sous-methode 2.b : tourniere
extensive
- sous-methode 9.c : bande fleurie Methode 2 :
- sous-methode 2.a : remplacement
d'une culture sous labour par une
bande de prairie extensive ou
tourniere enherbee installee pour
cinq ans
- sous-methode 2.b : tourniere
extensive
- sous-methode 9.d : bande de Methode 2 :
messicoles - sous-methode 2.a : remplacement
d'une culture sous labour par une
bande de prairie extensive ou
tourniere enherbee installee pour
cinq ans
- sous-methode 2.b : tourniere
extensive
Methode 10 : plan d'action Toute methode moyennant avis
agri-environnemental conforme de la Division de la
gestion de l'espace rural (IG4)
sous-methode prevue a l'annexe 1 sous-methode telle que prevue a
du présent arrete l'annexe 1 de l'arrete du
Gouvernement wallon du 11 mars 1999
Methode 1 : conservation d'elements Methode 3 : maintien et entretien
du reseau ecologique et du paysage. des elements du paysage et
- sous-methode 1.a : haies et de la biodiversite tels les
bandes boisees haies et bandes boisees, vieux
- sous-methode 1.b : arbres ou arbres fruitiers a haute tige ou
arbustes isoles, arbres mares dans les superficies
fruitiers haute tige et bosquets agricoles
- sous-methode 1.c : mares
Methode 2 : prairie naturelle Methode 1 : fauches ou paturages
tardifs
Methode 10 : mesures conservatoires
en zones humides
Methode 3 : bordures herbeuses Methode 2 :
extensives sous-methode 2.a : remplacement
- sous-methode 3.a : tournieres d'une culture sous labour par
enherbees en bordure de culture une bande de prairie extensive ou
tourniere enherbee installee pour
cinq ans
- sous-methode 3.b : bande de - sous-methode 2.c : bande de
prairie extensive prairie extensive
Methode 4 : couverture hivernale du Methode 8 : couverture de sol
sol avant culture de printemps pendant l'interculture
Methode 5 : reduction d'intrants en Methode 6 : reduction des
cereales intrants en cereales
Methode 6 : detention d'animaux de Methode 5 : detention d'animaux
races locales menacees de races locales menacees
- sous-methode 6.a : detention de
chevaux de trait
- sous-methode 6.b : detention de
bovins
- sous-methode 6.c : detention
d'ovins
Methode 7 : maintien de faibles Methode 4 : maintien de faibles
charges en betail charges en betail
Methode 8 : prairies de haute Methode 1 : fauches ou paturages
valeur biologique tardifs
Methode 2 - sous-methode 2.c :
bande de prairie extensive
Methode 9 : fauches tres tardives
avec limitation des intrants
Methode 10 : mesures conservatoires
en zones humides
Methode 9 : bandes de parcelles Methode 2 :
amenagees - sous-methode 2.a : remplacement
- sous-methode 9.a : accueil de la d'une culture sous labour par
faune et de la flore sauvage, une bande de prairie extensive
beetle bank ou tourniere enherbee installee
pour cinq ans
- sous-methode 2.b : tourniere
extensive
- sous-methode 9.b : bords de Methode 2 :
cours d'eau et lutte contre - sous-methode 2.a : remplacement
l'erosion d'une culture sous labour par
une bande de prairie extensive
ou tourniere enherbee installee
pour cinq ans
- sous-methode 2.b : tourniere
extensive
- sous-methode 9.c : bande fleurie Methode 2 :
- sous-methode 2.a : remplacement
d'une culture sous labour par une
bande de prairie extensive ou
tourniere enherbee installee pour
cinq ans
- sous-methode 2.b : tourniere
extensive
- sous-methode 9.d : bande de Methode 2 :
messicoles - sous-methode 2.a : remplacement
d'une culture sous labour par une
bande de prairie extensive ou
tourniere enherbee installee pour
cinq ans
- sous-methode 2.b : tourniere
extensive
Methode 10 : plan d'action Toute methode moyennant avis
agri-environnemental conforme de la Division de la
gestion de l'espace rural (IG4)
Art. 11. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Het is toepasselijk op alle oorspronkelijke verbintenisaanvragen die vanaf 2006 ingediend zijn met uitzondering van artikel 3 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2005.
Art. 11. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge. Il s'applique à toutes les demandes initiales d'engagement introduites à partir de 2006, à l'exception de l'article 3 qui produit ses effets le 1er janvier 2005.
Art. 12. De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.
Namen, 20 juli 2005.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
B. LUTGEN.
Namen, 20 juli 2005.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
B. LUTGEN.
Art. 12. Le Ministre de l'Agriculture est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Namur, le 20 juillet 2005.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
B. LUTGEN.
Namur, le 20 juillet 2005.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre de l'Agriculture, de la Ruralité, de l'Environnement et du Tourisme,
B. LUTGEN.