Artikel 1. Artikel 60 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 13 december 1996, 22 december 1997, 27 april 2001, 30 november 2001, 24 januari 2003 en 30 juli 2004 wordt aangevuld met het volgende lid :
"Wordt voor de toepassing van artikel 110 van het koninklijk besluit niet als een beroepsinkomen beschouwd, de vergoeding die een gezinslid ontvangt voor de opvang in gezinsverband van kinderen die daar door hun ouders worden gebracht, indien dit gezinslid aangesloten is bij een dienst die door een Gemeenschap is erkend, zonder met deze dienst verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 APRIL 2005. - Ministerieel besluit tot wijziging van de artikelen 60 en 61 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering.
Titre
28 AVRIL 2005. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel modifiant les articles 60 et 61 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Article 1. L'article 60 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s ministĂ©riels des 13 dĂ©cembre 1996, 22 dĂ©cembre 1997, 27 avril 2001, 30 novembre 2001, 24 janvier 2002 et 30 juillet 2004, est complĂ©tĂ© par l'alinĂ©a suivant :
"Pour l'application de l'article 110 de l'arrĂȘtĂ© royal, n'est pas considĂ©rĂ©e comme un revenu professionnel, l'indemnitĂ© que perçoit un membre du mĂ©nage pour l'accueil dans un cadre familial d'enfants qui y sont amenĂ©s par leurs parents, si ce membre du mĂ©nage est affiliĂ© Ă un service agréé par une CommunautĂ©, sans ĂȘtre liĂ© par un contrat de travail avec ce service."
"Pour l'application de l'article 110 de l'arrĂȘtĂ© royal, n'est pas considĂ©rĂ©e comme un revenu professionnel, l'indemnitĂ© que perçoit un membre du mĂ©nage pour l'accueil dans un cadre familial d'enfants qui y sont amenĂ©s par leurs parents, si ce membre du mĂ©nage est affiliĂ© Ă un service agréé par une CommunautĂ©, sans ĂȘtre liĂ© par un contrat de travail avec ce service."
Art. 2. Artikel 61 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 november 2001, wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt :
"Wordt voor de toepassing van artikel 110 van het koninklijk besluit als een vervangingsinkomen beschouwd, de navermelde inkomsten die een gezinslid-onthaalouder ontvangt, die aangesloten is bij een dienst die door een Gemeenschap is erkend, zonder met deze dienst verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst :
1° de vergoeding ter gedeeltelijke compensatie van het inkomensverlies dat de onthaalouder door omstandigheden buiten zijn of haar wil lijdt ingevolge de tijdelijke afwezigheid van kinderen die hij of zij normaal opvangt, voor zover het bedrag 410,94 EUR voor de beschouwde maand overschrijdt; wordt dit bedrag overschreden dan wordt het inkomen geacht betrekking te hebben op de volledige kalendermaand;
2° de ziekte- of invaliditeitsuitkering en de moederschapsuitkering, voor zover het totaal bedrag 410,94 EUR voor de beschouwde maand overschrijdt; wordt dit bedrag overschreden, dan wordt het inkomen geacht betrekking te hebben op de kalenderperiode waarvoor deze uitkering werd toegekend;
3° de vergoeding wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid overeenkomstig de wetgeving die betrekking heeft op de schadeloosstelling voor arbeidsongevallen of beroepsziekten, indien deze vergoeding toegekend werd ingevolge een gebeurtenis overkomen in het kader van de activiteit als onthaalouder, voor zover het bedrag 410,94 EUR voor de beschouwde maand overschrijdt; wordt dit bedrag overschreden, dan wordt het inkomen geacht betrekking te hebben op de kalenderperiode waarvoor deze uitkering werd toegekend."
"Wordt voor de toepassing van artikel 110 van het koninklijk besluit als een vervangingsinkomen beschouwd, de navermelde inkomsten die een gezinslid-onthaalouder ontvangt, die aangesloten is bij een dienst die door een Gemeenschap is erkend, zonder met deze dienst verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst :
1° de vergoeding ter gedeeltelijke compensatie van het inkomensverlies dat de onthaalouder door omstandigheden buiten zijn of haar wil lijdt ingevolge de tijdelijke afwezigheid van kinderen die hij of zij normaal opvangt, voor zover het bedrag 410,94 EUR voor de beschouwde maand overschrijdt; wordt dit bedrag overschreden dan wordt het inkomen geacht betrekking te hebben op de volledige kalendermaand;
2° de ziekte- of invaliditeitsuitkering en de moederschapsuitkering, voor zover het totaal bedrag 410,94 EUR voor de beschouwde maand overschrijdt; wordt dit bedrag overschreden, dan wordt het inkomen geacht betrekking te hebben op de kalenderperiode waarvoor deze uitkering werd toegekend;
3° de vergoeding wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid overeenkomstig de wetgeving die betrekking heeft op de schadeloosstelling voor arbeidsongevallen of beroepsziekten, indien deze vergoeding toegekend werd ingevolge een gebeurtenis overkomen in het kader van de activiteit als onthaalouder, voor zover het bedrag 410,94 EUR voor de beschouwde maand overschrijdt; wordt dit bedrag overschreden, dan wordt het inkomen geacht betrekking te hebben op de kalenderperiode waarvoor deze uitkering werd toegekend."
Art. 2. (L'article 61) du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifĂ© par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 novembre 2001, est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a 3, rĂ©digĂ© comme suit :
"Pour l'application de l'article 110 de l'arrĂȘtĂ© royal, sont considĂ©rĂ©s comme un revenu de remplacement, les revenus mentionnĂ©s ci-aprĂšs que perçoit un membre du mĂ©nage, gardien ou gardienne d'enfants, qui est affiliĂ© Ă un service agréé par une CommunautĂ©, sans ĂȘtre liĂ© par un contrat de travail avec ce service :
1° l'indemnité à titre de compensation partielle de la perte de revenus dont est victime le gardien ou la gardienne d'enfants, par suite de circonstances indépendantes de sa volonté, en raison de l'absence temporaire d'enfants qu'il ou elle accueille habituellement, pour autant que le montant dépasse 410,94 EUR pour le mois considéré; si ce montant est dépassé, le revenu est censé se rapporter au mois calendrier complet;
2° l'indemnité de maladie ou d'invalidité et l'indemnité de maternité, pour autant que le montant total dépasse 410,94 EUR pour le mois considéré; si ce montant est dépassé, le revenu est censé se rapporter à la période calendrier pour laquelle cette indemnité a été octroyée;
3° l'indemnité d'incapacité temporaire de travail conformément à la législation relative à l'indemnisation des accidents du travail ou des maladies professionnelles, si cette indemnité a été octroyée suite à un événement survenu dans le cadre de l'activité de gardien ou de gardienne d'enfants, pour autant que le montant dépasse 410,94 EUR pour le mois considéré; si ce montant est dépassé, le revenu est censé se rapporter à la période calendrier pour laquelle cette indemnité a été octroyée."
"Pour l'application de l'article 110 de l'arrĂȘtĂ© royal, sont considĂ©rĂ©s comme un revenu de remplacement, les revenus mentionnĂ©s ci-aprĂšs que perçoit un membre du mĂ©nage, gardien ou gardienne d'enfants, qui est affiliĂ© Ă un service agréé par une CommunautĂ©, sans ĂȘtre liĂ© par un contrat de travail avec ce service :
1° l'indemnité à titre de compensation partielle de la perte de revenus dont est victime le gardien ou la gardienne d'enfants, par suite de circonstances indépendantes de sa volonté, en raison de l'absence temporaire d'enfants qu'il ou elle accueille habituellement, pour autant que le montant dépasse 410,94 EUR pour le mois considéré; si ce montant est dépassé, le revenu est censé se rapporter au mois calendrier complet;
2° l'indemnité de maladie ou d'invalidité et l'indemnité de maternité, pour autant que le montant total dépasse 410,94 EUR pour le mois considéré; si ce montant est dépassé, le revenu est censé se rapporter à la période calendrier pour laquelle cette indemnité a été octroyée;
3° l'indemnité d'incapacité temporaire de travail conformément à la législation relative à l'indemnisation des accidents du travail ou des maladies professionnelles, si cette indemnité a été octroyée suite à un événement survenu dans le cadre de l'activité de gardien ou de gardienne d'enfants, pour autant que le montant dépasse 410,94 EUR pour le mois considéré; si ce montant est dépassé, le revenu est censé se rapporter à la période calendrier pour laquelle cette indemnité a été octroyée."
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2003.
Brussel, 28 april 2005.
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE.
Brussel, 28 april 2005.
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE.
Art. 3. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er avril 2003.
Bruxelles, 28 avril 2005.
Mme F. VAN DEN BOSSCHE.
Bruxelles, 28 avril 2005.
Mme F. VAN DEN BOSSCHE.