Artikel 1. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende het bevallings- en borstvoedingsverlof voor de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra wordt vervangen door wat volgt :
" besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende het bevallings- en borstvoedingsverlof voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 SEPTEMBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de besluiten betreffende het bevallingsverlof en de moederschapsbescherming voor de personeelsleden van het onderwijs.
Titre
23 SEPTEMBRE 2005. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant les arrĂȘtĂ©s concernant le congĂ© de maternitĂ© et la protection de la maternitĂ© accordĂ©s aux membres du personnel de l'enseignement (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1. L'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993 relatif aux congĂ©s de maternitĂ© et d'allaitement accordĂ©s aux membres du personnel enseignant et des centres psycho-mĂ©dico-sociaux, est remplacĂ© par ce qui suit;
" arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993 relatif aux congĂ©s de maternitĂ© et d'allaitement accordĂ©s aux membres du personnel enseignant et des centres d'encadrement des Ă©lĂšves"
" arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993 relatif aux congĂ©s de maternitĂ© et d'allaitement accordĂ©s aux membres du personnel enseignant et des centres d'encadrement des Ă©lĂšves"
Art. 2. Artikel 1, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Artikel 1. § 1. Dit besluit is van toepassing op :
1° de personeelsleden, bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
2° de personeelsleden, bedoeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
3° de leden van de inspectie voor het onderwijs, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld in artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
4° de leden van de inspectie voor de centra voor leerlingenbegeleiding, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld in artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
5° de personeelsleden van de dienst voor onderwijsontwikkeling, bedoeld in artikel 9 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
6° de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten, bedoeld in artikel 88 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
7° de personeelsleden, bedoeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;
" Artikel 1. § 1. Dit besluit is van toepassing op :
1° de personeelsleden, bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
2° de personeelsleden, bedoeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
3° de leden van de inspectie voor het onderwijs, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld in artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
4° de leden van de inspectie voor de centra voor leerlingenbegeleiding, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld in artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
5° de personeelsleden van de dienst voor onderwijsontwikkeling, bedoeld in artikel 9 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
6° de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten, bedoeld in artikel 88 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
7° de personeelsleden, bedoeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;
Art. 2. L'article 1er, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Article 1er. § 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique :
1° aux membres du personnel tels que visés à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire;
2° aux membres du personnel tels que visés à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élÚves;
3° aux membres de l'inspection de l'enseignement organisée par la Communauté flamande, visée à l'article 4 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
4° aux membres de l'inspection des centres d'encadrement des élÚves organisée par la Communauté flamande, visée à l'article 4 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
5° aux membres du personnel du Service d'Etudes, visé à l'article 9 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
6° aux membres du personnel des services d'encadrement pédagogique, visés à l'article 88 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
7° aux membres du personnel tels que visés à l'article 10 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques;
" Article 1er. § 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique :
1° aux membres du personnel tels que visés à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire;
2° aux membres du personnel tels que visés à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élÚves;
3° aux membres de l'inspection de l'enseignement organisée par la Communauté flamande, visée à l'article 4 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
4° aux membres de l'inspection des centres d'encadrement des élÚves organisée par la Communauté flamande, visée à l'article 4 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
5° aux membres du personnel du Service d'Etudes, visé à l'article 9 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
6° aux membres du personnel des services d'encadrement pédagogique, visés à l'article 88 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
7° aux membres du personnel tels que visés à l'article 10 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques;
Art. 3. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 2. Het in artikel 1 genoemde personeelslid krijgt het verlof dat met het oog op de moederschapsbescherming toegestaan is door artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971, hierna bevallingsverlof genoemd.
Het bevallingsverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.
De periode van afwezigheid wegens ziekte of gebrekkigheid gedurende de periode van het prenataal verlof wordt omgezet in bevallingsverlof. De omzetting gebeurt enkel voor zover er geen werkhervatting is geweest. "
" Art. 2. Het in artikel 1 genoemde personeelslid krijgt het verlof dat met het oog op de moederschapsbescherming toegestaan is door artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971, hierna bevallingsverlof genoemd.
Het bevallingsverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.
De periode van afwezigheid wegens ziekte of gebrekkigheid gedurende de periode van het prenataal verlof wordt omgezet in bevallingsverlof. De omzetting gebeurt enkel voor zover er geen werkhervatting is geweest. "
Art. 3. L'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 2. Le membre du personnel visé à l'article 1er obtient le congé accordé par l'article 39 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail en vue de la protection de la maternité, dénommée ci-aprÚs le congé de maternité.
Le congé de maternité est assimilé à une période d'activité de service.
La pĂ©riode d'absence pour cause de maladie ou d'invaliditĂ© pendant la pĂ©riode du congĂ© prĂ©natal est convertie en congĂ© de maternitĂ©. La conversion se fait dans la mesure oĂč il n'y a pas eu de reprise de service. "
" Art. 2. Le membre du personnel visé à l'article 1er obtient le congé accordé par l'article 39 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail en vue de la protection de la maternité, dénommée ci-aprÚs le congé de maternité.
Le congé de maternité est assimilé à une période d'activité de service.
La pĂ©riode d'absence pour cause de maladie ou d'invaliditĂ© pendant la pĂ©riode du congĂ© prĂ©natal est convertie en congĂ© de maternitĂ©. La conversion se fait dans la mesure oĂč il n'y a pas eu de reprise de service. "
Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. Het bevallingsverlof wordt bezoldigd. "
" Art. 4. Het bevallingsverlof wordt bezoldigd. "
Art. 4. L'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 4. Le congé de maternité est rémunéré. "
" Art. 4. Le congé de maternité est rémunéré. "
Art. 5. Artikel 1 van besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende het ziekte-, bevallings- en borstvoedingsverlof toegekend aan tijdelijk aangestelde personeelsleden van de onderwijsinstellingen, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 1. Dit besluit is van toepassing op de tijdelijk aangestelde leden van :
- het bestuurs- en onderwijzend personeel met inbegrip van de godsdienstleerkrachten;
- het opvoedend hulppersoneel;
- het paramedisch personeel;
- het psychologisch, orthopedagogisch, sociaal en medisch personeel;
- het ondersteunend personeel met uitzondering van de administratieve medewerker;
- het beleids- en ondersteunend personeel met uitzondering van de administratieve medewerker;
van de onderwijsinstellingen georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, die onderworpen zijn aan :
- het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;
- het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
" Art. 1. Dit besluit is van toepassing op de tijdelijk aangestelde leden van :
- het bestuurs- en onderwijzend personeel met inbegrip van de godsdienstleerkrachten;
- het opvoedend hulppersoneel;
- het paramedisch personeel;
- het psychologisch, orthopedagogisch, sociaal en medisch personeel;
- het ondersteunend personeel met uitzondering van de administratieve medewerker;
- het beleids- en ondersteunend personeel met uitzondering van de administratieve medewerker;
van de onderwijsinstellingen georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, die onderworpen zijn aan :
- het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;
- het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
Art. 5. L'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993 relatif aux congĂ©s de maladie, de maternitĂ© et d'allaitement accordĂ©s Ă des membres du personnel dĂ©signĂ©s Ă titre temporaire dans les Ă©tablissements d'enseignement organisĂ©s ou subventionnĂ©s par la CommunautĂ© flamande, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Article 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux membres dĂ©signĂ©s Ă titre temporaire :
- du personnel directeur et enseignant, y compris les professeurs de religion;
- du personnel auxiliaire d'éducation;
- du personnel paramédical;
- du personnel psychologique, orthopédagogique, social et médical;
- du personnel d'appui, Ă l'exception des collaborateurs administratifs;
- du personnel de gestion et d'appui, Ă l'exception des collaborateurs administratifs;
- des établissements d'enseignement organisés ou subventionnés par la Communauté flamande qui sont soumis :
- au décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire;
- au décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élÚves subventionnés;
" Article 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux membres dĂ©signĂ©s Ă titre temporaire :
- du personnel directeur et enseignant, y compris les professeurs de religion;
- du personnel auxiliaire d'éducation;
- du personnel paramédical;
- du personnel psychologique, orthopédagogique, social et médical;
- du personnel d'appui, Ă l'exception des collaborateurs administratifs;
- du personnel de gestion et d'appui, Ă l'exception des collaborateurs administratifs;
- des établissements d'enseignement organisés ou subventionnés par la Communauté flamande qui sont soumis :
- au décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire;
- au décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élÚves subventionnés;
Art. 6. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 6. Het in artikel 1 bedoelde vrouwelijk personeelslid krijgt het verlof dat met het oog op de moederschapsbescherming toegestaan is door artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971, hierna bevallingsverlof genoemd.
De afwezigheid die het gevolg is van dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
De periode van afwezigheid wegens ziekte of gebrekkigheid gedurende de periode van het prenataal verlof wordt omgezet in bevallingsverlof. De omzetting gebeurt enkel voor zover er geen werkhervatting is geweest.
Als de voormelde afwezigheid langer duurt dan de periode waarvoor het in artikel 1 bedoelde personeelslid werd aangesteld, geldt de bepaling van het eerste lid niet voor de periode na de datum waarop de tijdelijke aanstelling geëindigd is. "
" Art. 6. Het in artikel 1 bedoelde vrouwelijk personeelslid krijgt het verlof dat met het oog op de moederschapsbescherming toegestaan is door artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971, hierna bevallingsverlof genoemd.
De afwezigheid die het gevolg is van dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
De periode van afwezigheid wegens ziekte of gebrekkigheid gedurende de periode van het prenataal verlof wordt omgezet in bevallingsverlof. De omzetting gebeurt enkel voor zover er geen werkhervatting is geweest.
Als de voormelde afwezigheid langer duurt dan de periode waarvoor het in artikel 1 bedoelde personeelslid werd aangesteld, geldt de bepaling van het eerste lid niet voor de periode na de datum waarop de tijdelijke aanstelling geëindigd is. "
Art. 6. L'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 6. Le membre du personnel féminin visé à l'article 1er obtient le congé accordé par l'article 39 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail en vue de la protection de la maternité, dénommée ci-aprÚs le congé de maternité.
L'absence résultant dudit congé est assimilée à une période d'activité de service.
La pĂ©riode d'absence pour cause de maladie ou d'invaliditĂ© pendant la pĂ©riode du congĂ© prĂ©natal est convertie en congĂ© de maternitĂ©. La conversion se fait dans la mesure oĂč il n'y a pas eu de reprise de service.
Lorsque l'absence précitée excÚde la période pour laquelle le membre du personnel visé à l'article 1er a été désigné, la disposition du premier alinéa n'est pas applicable à la période aprÚs la date à laquelle la désignation temporaire a pris fin. "
" Art. 6. Le membre du personnel féminin visé à l'article 1er obtient le congé accordé par l'article 39 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail en vue de la protection de la maternité, dénommée ci-aprÚs le congé de maternité.
L'absence résultant dudit congé est assimilée à une période d'activité de service.
La pĂ©riode d'absence pour cause de maladie ou d'invaliditĂ© pendant la pĂ©riode du congĂ© prĂ©natal est convertie en congĂ© de maternitĂ©. La conversion se fait dans la mesure oĂč il n'y a pas eu de reprise de service.
Lorsque l'absence précitée excÚde la période pour laquelle le membre du personnel visé à l'article 1er a été désigné, la disposition du premier alinéa n'est pas applicable à la période aprÚs la date à laquelle la désignation temporaire a pris fin. "
Art. 7. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2003 betreffende het verlof wegens moederschapsbescherming voor de personeelsleden van het onderwijs wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Het vrouwelijk personeelslid dat, bij toepassing van de artikelen 42 en 43 van de arbeidswet van 16 maart 1971 vrijgesteld is van arbeid, is ambtshalve met verlof voor de nodige periode. Het verlof eindigt van zodra het personeelslid recht heeft op prenataal verlof. "
" Het vrouwelijk personeelslid dat, bij toepassing van de artikelen 42 en 43 van de arbeidswet van 16 maart 1971 vrijgesteld is van arbeid, is ambtshalve met verlof voor de nodige periode. Het verlof eindigt van zodra het personeelslid recht heeft op prenataal verlof. "
Art. 7. Dans l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2003 relatif au congĂ© de protection de la maternitĂ© des membres du personnel de l'enseignement, le premier alinĂ©a est remplacĂ© de la façon suivante :
" Le membre du personnel féminin qui, en application des articles 42 et 43 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, est dispensé du travail, est en congé d'office pour la période nécessitée. Le congé prend fin dÚs que le membre du personnel a droit au congé prénatal. "
" Le membre du personnel féminin qui, en application des articles 42 et 43 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, est dispensé du travail, est en congé d'office pour la période nécessitée. Le congé prend fin dÚs que le membre du personnel a droit au congé prénatal. "
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2004.
Art. 8. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er juillet 2004.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 23 september 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Brussel, 23 september 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Art. 9. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Bruxelles, le 23 septembre 2005.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.
Bruxelles, le 23 septembre 2005.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.