Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 JULI 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding.
Titre
22 JUILLET 2005. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988 portant organisation de l'Office flamand de l'emploi et de la formation professionnelle (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Titel III, hoofdstuk IV (of : Artikel 133bis tot 133 sexies ) van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding wordt (worden) opgeheven.
Article 1. Le Titre III, chapitre IV (ou : les articles 133 bis à 133 sexies ) de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988 portant organisation de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle est (sont) abrogé(s).
Art. 2. In titel III, hoofdstuk III van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 november 1997, 6 juli 1999, 14 april 2000, 6 december 2002 en 29 oktober 2004, wordt een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Afdeling I. Algemeen stelsel ".
In titel III, hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift " Afdeling 1. - In een onderneming " vervangen door het opschrift " Onderafdeling I. - In een onderneming " en wordt het opschrift " Afdeling 2. - In een onderwijsinrichting " vervangen door " Onderafdeling II. - In een onderwijsinrichting ".
" Afdeling I. Algemeen stelsel ".
In titel III, hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift " Afdeling 1. - In een onderneming " vervangen door het opschrift " Onderafdeling I. - In een onderneming " en wordt het opschrift " Afdeling 2. - In een onderwijsinrichting " vervangen door " Onderafdeling II. - In een onderwijsinrichting ".
Art. 2. Au titre III, chapitre III du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 novembre 1997, 6 juillet 1999, 14 avril 2000, 6 décembre 2002 et 29 octobre 2004, il est ajouté un intitulé rédigé comme suit :
" Section I. Régime général ".
Dans le titre III, chapitre III du même arrêté, l'intitulé " Section 1re. - Dans une entreprise " est remplacé par l'intitulé " Sous-section Ire. - Dans une entreprise " et l'intitulé " Section 2. - Dans un établissement d'enseignement " est remplacé par l'intitulé " Sous-section II. - Dans un établissement d'enseignement ".
" Section I. Régime général ".
Dans le titre III, chapitre III du même arrêté, l'intitulé " Section 1re. - Dans une entreprise " est remplacé par l'intitulé " Sous-section Ire. - Dans une entreprise " et l'intitulé " Section 2. - Dans un établissement d'enseignement " est remplacé par l'intitulé " Sous-section II. - Dans un établissement d'enseignement ".
Art. 3. In titel III van hetzelfde besluit wordt onder hoofdstuk III een afdeling II ingevoegd, die luidt als volgt :
" Afdeling II. Bijzonder stelsel : de instapopleiding
Art. 133bis. § 1. Onder instapopleiding wordt verstaan de individuele beroepsopleiding zoals bepaald in artikel 120, die verstrekt wordt aan een van de volgende personen :
1° een werkzoekende na het volgen van een volledige beroepsopleiding;
2° een kortgeschoolde schoolverlater die is ingeschreven als werkzoekende.
§ 2. De volledige beroepsopleiding is een VDAB-opleiding of een door de VDAB erkende beroepsopleiding van minstens vierhonderd uren die een werkzoekende in trajectbegeleiding heeft gevolgd binnen negen maanden voor de instapopleiding.
De werkzoekende moet met de instapopleiding starten binnen vier maanden na het beëindigen van de volledige beroepsopleiding.
§ 3. De kortgeschoolde schoolverlater is een persoon die na het einde of stopzetten van de studie ingeschreven is als werkzoekende en die ten hoogste een van de volgende diploma's of studiebewijzen heeft :
1° algemeen secundair onderwijs van de eerste graad;
2° technisch secundair, beroepssecundair of kunstsecundair onderwijs van de tweede graad;
3° middenstandsopleiding;
4° deeltijds beroepssecundair onderwijs;
5° buitengewoon secundair onderwijs;
6° alternerend beroepsonderwijs.
De kortgeschoolde schoolverlater moet met de instapopleiding starten binnen vier maanden na inschrijving als werkzoekende. De kortgeschoolde schoolverlater, ingeschreven als werkzoekende in het schooljaar 2004-2005, die in de loop van dit schooljaar uit de studie is gestapt of de studie heeft beëindigd, moet met de instapopleiding starten binnen vier maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
§ 4. De Dienst beslist of de in § 1 vermelde werkzoekenden een instapopleiding kunnen genieten. Die werkzoekenden behoren tot een van de volgende categorieën :
1° volledig uitkeringsgerechtigde werklozen;
2° gerechtigden op leefloon;
3° werkzoekenden die door de RVA worden erkend in het kader van het jongerenactiva opleidingsplan.
Art. 133ter. De opleidingsduurtijd van de instapopleiding bedraagt twee maanden.
Art. 133quater. De cursist die een instapopleiding volgt in een onderneming, vzw of een administratieve overheid verkrijgt een premie die met elke productieve arbeid overeenkomt. Het bedrag van de productiviteitspremie wordt uitgedrukt als het verschil tussen het normale loon van het beroep en het inkomen waarop de cursist recht heeft op grond van werkloosheid of leefloon.
De Dienst zorgt maandelijks voor de betaling van de productiviteitspremie aan de cursist en voor een verklaring met melding van de productiviteitspremie die hem/haar werd uitbetaald. Het model van verklaring wordt door het Beheerscomité bepaald.
De onderneming, vzw of administratieve overheid is aan de Dienst maandelijks een bedrag verschuldigd dat overeenstemt met het verschil tussen het normale loon van het beroep en de gemiddelde werkloosheidsuitkering. De gemiddelde werkloosheidsuitkering wordt door het Beheerscomité vastgelegd.
Art. 133quinquies. Artikel 125 tot 129 zijn van toepassing op de instapopleiding. "
" Afdeling II. Bijzonder stelsel : de instapopleiding
Art. 133bis. § 1. Onder instapopleiding wordt verstaan de individuele beroepsopleiding zoals bepaald in artikel 120, die verstrekt wordt aan een van de volgende personen :
1° een werkzoekende na het volgen van een volledige beroepsopleiding;
2° een kortgeschoolde schoolverlater die is ingeschreven als werkzoekende.
§ 2. De volledige beroepsopleiding is een VDAB-opleiding of een door de VDAB erkende beroepsopleiding van minstens vierhonderd uren die een werkzoekende in trajectbegeleiding heeft gevolgd binnen negen maanden voor de instapopleiding.
De werkzoekende moet met de instapopleiding starten binnen vier maanden na het beëindigen van de volledige beroepsopleiding.
§ 3. De kortgeschoolde schoolverlater is een persoon die na het einde of stopzetten van de studie ingeschreven is als werkzoekende en die ten hoogste een van de volgende diploma's of studiebewijzen heeft :
1° algemeen secundair onderwijs van de eerste graad;
2° technisch secundair, beroepssecundair of kunstsecundair onderwijs van de tweede graad;
3° middenstandsopleiding;
4° deeltijds beroepssecundair onderwijs;
5° buitengewoon secundair onderwijs;
6° alternerend beroepsonderwijs.
De kortgeschoolde schoolverlater moet met de instapopleiding starten binnen vier maanden na inschrijving als werkzoekende. De kortgeschoolde schoolverlater, ingeschreven als werkzoekende in het schooljaar 2004-2005, die in de loop van dit schooljaar uit de studie is gestapt of de studie heeft beëindigd, moet met de instapopleiding starten binnen vier maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
§ 4. De Dienst beslist of de in § 1 vermelde werkzoekenden een instapopleiding kunnen genieten. Die werkzoekenden behoren tot een van de volgende categorieën :
1° volledig uitkeringsgerechtigde werklozen;
2° gerechtigden op leefloon;
3° werkzoekenden die door de RVA worden erkend in het kader van het jongerenactiva opleidingsplan.
Art. 133ter. De opleidingsduurtijd van de instapopleiding bedraagt twee maanden.
Art. 133quater. De cursist die een instapopleiding volgt in een onderneming, vzw of een administratieve overheid verkrijgt een premie die met elke productieve arbeid overeenkomt. Het bedrag van de productiviteitspremie wordt uitgedrukt als het verschil tussen het normale loon van het beroep en het inkomen waarop de cursist recht heeft op grond van werkloosheid of leefloon.
De Dienst zorgt maandelijks voor de betaling van de productiviteitspremie aan de cursist en voor een verklaring met melding van de productiviteitspremie die hem/haar werd uitbetaald. Het model van verklaring wordt door het Beheerscomité bepaald.
De onderneming, vzw of administratieve overheid is aan de Dienst maandelijks een bedrag verschuldigd dat overeenstemt met het verschil tussen het normale loon van het beroep en de gemiddelde werkloosheidsuitkering. De gemiddelde werkloosheidsuitkering wordt door het Beheerscomité vastgelegd.
Art. 133quinquies. Artikel 125 tot 129 zijn van toepassing op de instapopleiding. "
Art. 3. Il est inséré dans le titre III, chapitre III, du même arrêté une section II, rédigée comme suit :
" Section II. Régime particulier : la formation d'admission
Art. 133bis. § 1er. Par formation d'admission, on entend la formation professionnelle individuelle telle que définie à l'article 120, qui est dispensée à l'une des personnes suivantes :
1° un demandeur d'emploi ayant suivi une formation professionnelle complète;
2° un sortant de courte scolarisation qui est enregistré comme demandeur d'emploi.
§ 2. La formation professionnelle complète est une formation du VDAB ou une formation professionnelle agréée par le VDAB de quatre cent heures au moins qu'un demandeur d'emploi a suivi dans les neufs mois précédant la formation d'admission.
Le demandeur d'emploi doit commencer la formation d'admission dans les quatre mois suivant la fin de la formation professionnelle complète.
§ 3. Le sortant de courte scolarisation est une personne qui, après la fin ou l'arrêt des études, est enregistré comme demandeur d'emploi et qui est au maximum titulaire d'un des diplômes ou titres suivants :
1° enseignement secondaire général du premier degré;
2° enseignement secondaire technique, professionnel ou artistique du deuxième degré;
3° formation des classes moyennes;
4° enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
5° enseignement secondaire spécial;
6° enseignement professionnel en alternance.
Le sortant de courte scolarisation doit commencer la formation d'admission dans les quatre mois suivant son enregistrement comme demandeur d'emploi. Le sortant de courte scolarisation, enregistré comme demandeur d'emploi au cours de l'année scolaire 2004-2005, qui a quitté ou terminé ses études au cours de cette année scolaire, doit commencer la formation d'admission dans les quatre mois suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
§ 4. L'Office décide si les demandeurs d'emploi visés au § 1er peuvent bénéficier d'une formation d'admission. Ces demandeurs d'emploi font partie d'une des catégories suivantes :
1° chômeurs complets indemnisés;
2° bénéficiaires du revenu d'intégration sociale;
3° demandeurs d'emploi qui sont reconnus par l'ONEm dans le cadre du Plan Activa Jeunes-Formation.
Art. 133ter. La durée de la formation d'admission est de deux mois.
Art. 133quater. Le participant qui reçoit une formation d'admission dans une entreprise, A.S.B.L. ou autorité administrative bénéficie d'une prime correspondant à tout travail productif. Le montant de la prime de productivité s'exprime par l'écart entre le salaire normal de la profession et le revenu auquel le participant peut prétendre pour cause de chômage ou de revenu d'intégration.
L'Office assure chaque mois le paiement de la prime de productivité au participant, et une déclaration mentionnant la prime de productivité qui lui a été payée. Le modèle de la déclaration est arrêté par le Comité de gestion.
L'entreprise, l'A.S.B.L. ou l'autorité administrative est mensuellement redevable d'un montant à l'Office qui correspond à l'écart entre le salaire normal de la profession et l'allocation moyenne de chômage. L'allocation moyenne de chômage est fixée par le Comité de gestion.
Art. 133quinquies. Les articles 125 à 129 s'appliquent à la formation d'admission. "
" Section II. Régime particulier : la formation d'admission
Art. 133bis. § 1er. Par formation d'admission, on entend la formation professionnelle individuelle telle que définie à l'article 120, qui est dispensée à l'une des personnes suivantes :
1° un demandeur d'emploi ayant suivi une formation professionnelle complète;
2° un sortant de courte scolarisation qui est enregistré comme demandeur d'emploi.
§ 2. La formation professionnelle complète est une formation du VDAB ou une formation professionnelle agréée par le VDAB de quatre cent heures au moins qu'un demandeur d'emploi a suivi dans les neufs mois précédant la formation d'admission.
Le demandeur d'emploi doit commencer la formation d'admission dans les quatre mois suivant la fin de la formation professionnelle complète.
§ 3. Le sortant de courte scolarisation est une personne qui, après la fin ou l'arrêt des études, est enregistré comme demandeur d'emploi et qui est au maximum titulaire d'un des diplômes ou titres suivants :
1° enseignement secondaire général du premier degré;
2° enseignement secondaire technique, professionnel ou artistique du deuxième degré;
3° formation des classes moyennes;
4° enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
5° enseignement secondaire spécial;
6° enseignement professionnel en alternance.
Le sortant de courte scolarisation doit commencer la formation d'admission dans les quatre mois suivant son enregistrement comme demandeur d'emploi. Le sortant de courte scolarisation, enregistré comme demandeur d'emploi au cours de l'année scolaire 2004-2005, qui a quitté ou terminé ses études au cours de cette année scolaire, doit commencer la formation d'admission dans les quatre mois suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
§ 4. L'Office décide si les demandeurs d'emploi visés au § 1er peuvent bénéficier d'une formation d'admission. Ces demandeurs d'emploi font partie d'une des catégories suivantes :
1° chômeurs complets indemnisés;
2° bénéficiaires du revenu d'intégration sociale;
3° demandeurs d'emploi qui sont reconnus par l'ONEm dans le cadre du Plan Activa Jeunes-Formation.
Art. 133ter. La durée de la formation d'admission est de deux mois.
Art. 133quater. Le participant qui reçoit une formation d'admission dans une entreprise, A.S.B.L. ou autorité administrative bénéficie d'une prime correspondant à tout travail productif. Le montant de la prime de productivité s'exprime par l'écart entre le salaire normal de la profession et le revenu auquel le participant peut prétendre pour cause de chômage ou de revenu d'intégration.
L'Office assure chaque mois le paiement de la prime de productivité au participant, et une déclaration mentionnant la prime de productivité qui lui a été payée. Le modèle de la déclaration est arrêté par le Comité de gestion.
L'entreprise, l'A.S.B.L. ou l'autorité administrative est mensuellement redevable d'un montant à l'Office qui correspond à l'écart entre le salaire normal de la profession et l'allocation moyenne de chômage. L'allocation moyenne de chômage est fixée par le Comité de gestion.
Art. 133quinquies. Les articles 125 à 129 s'appliquent à la formation d'admission. "
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor Werk, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 22 juli 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Brussel, 22 juli 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Art. 5. Le Ministre flamand ayant l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 22 juillet 2005.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.
Bruxelles, le 22 juillet 2005.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.