Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° [2 ...]2
2° [2 ...]2
3 [2 ...]2
4° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het wetenschaps- en technologisch innovatiebeleid;
5° Vlaamse instelling van hoger onderwijs : een Vlaamse universiteit of een Vlaamse hogeschool;
6° [1 onderzoeksinstelling : een entiteit, ongeacht haar rechtsvorm (publiek- of privaatrechtelijke organisatie) of financieringswijze, die zich in hoofdzaak bezighoudt met het verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling en het verspreiden van de resultaten daarvan door middel van onderwijs, publicaties of technologieoverdracht, buiten de Vlaamse instellingen van hoger onderwijs; alle winst wordt opnieuw geïnvesteerd in die activiteiten, in de verspreiding van de resultaten daarvan, of in onderwijs. Ondernemingen die invloed over dergelijke entiteit kunnen uitoefenen door middel van bijvoorbeeld aandeelhouders of leden, genieten geen preferente toegang tot de onderzoekscapaciteit van een dergelijke entiteit of tot de resultaten van haar onderzoek;]1
7° [1 praktijkcentrum : een onderzoeksinstelling die praktijkonderzoek en kennisdiffusie uitvoert voor een bepaalde (deel)sector van de land- en tuinbouw en daartoe erkend is door de Vlaamse overheid;]1
8° praktijkonderzoek : onderzoek dat op korte termijn een oplossing wil bieden aan voor de land- en tuinbouwsector relevante problemen, alsook het bundelen en vertalen van kennis naar voor de praktijk direct bruikbare toepassingen.
9° land- en tuinbouwactiviteit : elke activiteit die gericht is op het voortbrengen van plantaardige en dierlijke producten, evenals hun distributie en bewaring. De verwerking van primaire grondstoffen tot producten bestemd voor menselijke consumptie of voor industriële toepassingen wordt hier niet onder begrepen;
10° land- en tuinbouwbedrijven : elke natuurlijke of rechtspersoon die een land- en tuinbouwactiviteit uitoefent;
11° projectaanvrager : de Vlaamse instelling van hoger onderwijs, onderzoeksinstelling of praktijkcentrum, die in het kader van dit besluit een projectvoorstel bij [2 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 indient, zelfstandig of als lid van een projectconsortium;
12° projectconsortium : een gestructureerd samenwerkingsverband van meer dan één projectaanvrager;
13° gebruikerscommissie : representatieve vertegenwoordiging van de land- en tuinbouwbedrijven die als valorisatie-actoren van de onderzoeksresultaten optreden.
[2 14° beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3: het beslissingscomité, vermeld in artikel 41ter van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.]2
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 FEBRUARI 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de projectmatige financiering van toegepast collectief onderzoek voor de land- en tuinbouwsector (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-07-2005 en tekstbijwerking tot 26-09-2025)
Titre
18 FEVRIER 2005. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au financement par projets de la recherche collective appliquée dans les secteurs agricole et horticole. (Traduction) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-07-2005 et mise à jour au 26-09-2025)
Documentinformatie
Numac: 2005035743
Datum: 2005-02-18
Info du document
Numac: 2005035743
Date: 2005-02-18
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Karakteristieken van het progra...
Afdeling I. - Doelstellingen.
Afdeling II. - Projectvoorstel en projectaanvra...
HOOFDSTUK III. - Steunpercentage en cumulatie m...
Afdeling I. - Steunpercentage.
Afdeling II. - Cumulatie met andere steun.
HOOFDSTUK IV. - Procedure voor het behandelen v...
HOOFDSTUK V. - Beslissingsbepalingen en -criteria.
HOOFDSTUK VI. - Verzoek tot herziening.
HOOFDSTUK VII. - Eigendomsrechten en valorisatie.
HOOFDSTUK VIII. - Toezicht op de aanwending van...
HOOFDSTUK IX. - Geheimhouding.
HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen.
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - Caractéristiques du programme de...
Section Ire. - Objectifs.
Section II. - Proposition de projet et demandeu...
CHAPITRE III. - Taux d'aide et cumul avec d'aut...
Section Ire. - Taux d'aide.
Section II. - Cumul avec d'autres interventions.
CHAPITRE IV. - Procédure de traitement des prop...
CHAPITRE V. - Dispositions et critères de décis...
CHAPITRE VI. - Demande de révision.
CHAPITRE VII. - Droits de propriété et valorisa...
CHAPITRE VIII. - Contrôle de l'affectation de l...
CHAPITRE IX. - Confidentialité.
CHAPITRE X. - Dispositions finales.
ANNEXE.
Tekst (46)
Texte (46)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Article 1. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° [2 ...]2
2° [2 ...]2
3° [2 ...]2
4° Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique de l'innovation scientifique et technologique;
5° institution flamande d'enseignement supérieur : une université flamande ou un institut supérieur flamand;
6° [1 institution de recherche : une entité, quelle que soit sa forme juridique (organisme de droit public ou privé) ou quel que soit son mode de financement, dont le but premier est d'exercer des activités de recherche fondamentale, de recherche industrielle ou de développement expérimental et de diffuser leurs résultats par l'enseignement, la publication ou le transfert de technologie, en dehors des institutions flamandes d'enseignement supérieur; les profits étant intégralement réinvestis dans ces activités, dans la diffusion de leurs résultats ou dans l'enseignement. Les entreprises qui peuvent exercer une influence sur une telle entité, par exemple en leur qualité d'actionnaire ou de membre, ne bénéficient d'aucun accès privilégié aux capacités de recherche d'une telle entité ou aux résultats de ses recherches;]1
7° [1 centre de pratique : une institution de recherche qui entreprend des recherches pratiques et assure la diffusion de connaissances à l'intention d'un (sous-)secteur agricole et horticole et qui est agréée à cet effet par l'autorité flamande;]1
8° recherche pratique : recherches visant à remédier à court terme aux problèmes pertinents auxquels est confronté le secteur agricole et horticole et à rassembler les connaissances et à traduire ces derniers en des solutions directement applicables dans la pratique;
9° activité agricole et horticole : toute activité visant la production de produits végétales et animales ainsi que leur distribution et conservation. La transformation de matières premières en produits destinés à la consommation humaine ou aux fins d'applications industrielles n'est pas concernée;
10° exploitations agricoles et horticoles : toute personne physique ou morale qui exerce une activité agricole et horticole;
11° demandeur de projet : l'institution flamande d'enseignement supérieur, l'institution de recherche ou le centre de pratique qui, de manière autonome ou comme membre d'un consortium, introduit une proposition de projet auprès de [2 l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ]2 dans le cadre du présent arrêté;
12° consortium de projet : un partenariat structuré comptant plus d'un demandeur de projet;
13° comité d'utilisateurs : une représentation représentative des exploitations agricoles et horticoles qui font fonction d'acteurs de valorisation des résultats des recherches.
[2 14° comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 : le comité de décision visé à l'article 41ter du décret du 21 décembre 2001 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2002.]2
1° [2 ...]2
2° [2 ...]2
3° [2 ...]2
4° Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique de l'innovation scientifique et technologique;
5° institution flamande d'enseignement supérieur : une université flamande ou un institut supérieur flamand;
6° [1 institution de recherche : une entité, quelle que soit sa forme juridique (organisme de droit public ou privé) ou quel que soit son mode de financement, dont le but premier est d'exercer des activités de recherche fondamentale, de recherche industrielle ou de développement expérimental et de diffuser leurs résultats par l'enseignement, la publication ou le transfert de technologie, en dehors des institutions flamandes d'enseignement supérieur; les profits étant intégralement réinvestis dans ces activités, dans la diffusion de leurs résultats ou dans l'enseignement. Les entreprises qui peuvent exercer une influence sur une telle entité, par exemple en leur qualité d'actionnaire ou de membre, ne bénéficient d'aucun accès privilégié aux capacités de recherche d'une telle entité ou aux résultats de ses recherches;]1
7° [1 centre de pratique : une institution de recherche qui entreprend des recherches pratiques et assure la diffusion de connaissances à l'intention d'un (sous-)secteur agricole et horticole et qui est agréée à cet effet par l'autorité flamande;]1
8° recherche pratique : recherches visant à remédier à court terme aux problèmes pertinents auxquels est confronté le secteur agricole et horticole et à rassembler les connaissances et à traduire ces derniers en des solutions directement applicables dans la pratique;
9° activité agricole et horticole : toute activité visant la production de produits végétales et animales ainsi que leur distribution et conservation. La transformation de matières premières en produits destinés à la consommation humaine ou aux fins d'applications industrielles n'est pas concernée;
10° exploitations agricoles et horticoles : toute personne physique ou morale qui exerce une activité agricole et horticole;
11° demandeur de projet : l'institution flamande d'enseignement supérieur, l'institution de recherche ou le centre de pratique qui, de manière autonome ou comme membre d'un consortium, introduit une proposition de projet auprès de [2 l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ]2 dans le cadre du présent arrêté;
12° consortium de projet : un partenariat structuré comptant plus d'un demandeur de projet;
13° comité d'utilisateurs : une représentation représentative des exploitations agricoles et horticoles qui font fonction d'acteurs de valorisation des résultats des recherches.
[2 14° comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 : le comité de décision visé à l'article 41ter du décret du 21 décembre 2001 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2002.]2
HOOFDSTUK II. - Karakteristieken van het programma voor de projectmatige financiering van toegepast collectief onderzoek voor de land- en tuinbouwsector.
CHAPITRE II. - Caractéristiques du programme de financement par projets de la recherche collective appliquée dans le secteur agricole et horticole.
Afdeling I. - Doelstellingen.
Section Ire. - Objectifs.
Art.2. Dit besluit regelt de projectmatige financiering van toegepast collectief onderzoek ten behoeve van de land- en tuinbouwsector. Het betreft onderzoek en studies gericht op het verwerven, het bundelen en het vertalen van wetenschappelijktechnologische kennis naar waardevolle toepassingen voor een collectief van land- en tuinbouwbedrijven. [1 De onderzoeksresultaten dienen een aantoonbare economische en eventueel ook sociale en ecologische meerwaarde te creëren en zijn te valoriseren door een zo ruim mogelijke groep van land- en tuinbouwbedrijven in de Europese Unie.]1
Art.2. Le présent arrêté règle le financement par projets de la recherche collective appliquée à l'intention du secteur agricole et horticole. Il s'agit de recherches et d'études visant à acquérir, rassembler et traduire les connaissances scientifico-technologiques en des applications de grande valeur pour un collectif d'exploitations agricoles et horticoles. [1 Les résultats des recherches doivent créer une plus-value démontrable sur le plan économique et, le cas échéant, également sur le plan social et écologique et devront être valorisables par un groupe aussi large que possible d'exploitations agricoles et horticoles établies dans l'Union européenne.]1
Wijzigingen
Art.3. [1 Het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 steunt projecten van toegepast collectief onderzoek voor de land- en tuinbouwsector binnen de perken van de begrotingskredieten.
Art.3. [1 L'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ]1 soutient, dans les limites des crédits budgétaires, des projets de recherche collective appliquée à l'intention du secteur agricole et horticole.
Wijzigingen
Afdeling II. - Projectvoorstel en projectaanvrager(s).
Section II. - Proposition de projet et demandeur(s) de projet.
Art.4. Een projectvoorstel gaat altijd uit van minstens één Vlaamse instelling van hoger onderwijs, onderzoeksinstelling of praktijkcentrum.
Een projectvoorstel kan eveneens worden ingediend door een projectconsortium. In dat geval moet de bijdrage van elke partner in het consortium een duidelijke meerwaarde hebben voor de kwaliteit van het project en/of de gebruiksmogelijkheden van de resultaten.
Als een projectconsortium een projectvoorstel indient, wijst het de Vlaamse instelling van hoger onderwijs, onderzoeksinstelling of praktijkcentrum aan die als projectcoördinator zal fungeren.
Het project van een projectconsortium is slechts ontvankelijk als de indiening vergezeld is van de vereiste intentieverklaringen van de diverse partijen.
Binnen vier maanden na de beslissing tot toekenning van de steun, overeenkomstig artikel 10, zal hun onderlinge samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voorgelegd worden aan [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1.
Een projectvoorstel kan eveneens worden ingediend door een projectconsortium. In dat geval moet de bijdrage van elke partner in het consortium een duidelijke meerwaarde hebben voor de kwaliteit van het project en/of de gebruiksmogelijkheden van de resultaten.
Als een projectconsortium een projectvoorstel indient, wijst het de Vlaamse instelling van hoger onderwijs, onderzoeksinstelling of praktijkcentrum aan die als projectcoördinator zal fungeren.
Het project van een projectconsortium is slechts ontvankelijk als de indiening vergezeld is van de vereiste intentieverklaringen van de diverse partijen.
Binnen vier maanden na de beslissing tot toekenning van de steun, overeenkomstig artikel 10, zal hun onderlinge samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voorgelegd worden aan [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1.
Art.4. Une proposition de projet est toujours lancée par au moins une institution flamande d'enseignement supérieur, une institution de recherche ou un centre de pratique.
Une proposition de projet peut également être présentée par un consortium de projet. Dans ce cas, la contribution de chaque partenaire dans le consortium doit avoir une plus-value manifeste pour la qualité du projet et/ou l'applicabilité des résultats.
Si un consortium de projet introduit une proposition de projet, il désigne l'institution flamande d'enseignement supérieur, l'institution de recherche ou le centre de pratique qui se chargera de la coordination du projet.
Le projet d'un consortium de projet n'est recevable que si la demande est assortie des déclarations d'intention des diverses parties.
Dans les quatre mois de la décision sur l'octroi de l'aide conformément à l'article 10, leur convention de coopération sera soumise à l'approbation de [1 l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen "]1.
Une proposition de projet peut également être présentée par un consortium de projet. Dans ce cas, la contribution de chaque partenaire dans le consortium doit avoir une plus-value manifeste pour la qualité du projet et/ou l'applicabilité des résultats.
Si un consortium de projet introduit une proposition de projet, il désigne l'institution flamande d'enseignement supérieur, l'institution de recherche ou le centre de pratique qui se chargera de la coordination du projet.
Le projet d'un consortium de projet n'est recevable que si la demande est assortie des déclarations d'intention des diverses parties.
Dans les quatre mois de la décision sur l'octroi de l'aide conformément à l'article 10, leur convention de coopération sera soumise à l'approbation de [1 l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen "]1.
Wijzigingen
Art.5. Een project heeft een maximale duur van 2 maal 2 jaar, op voorwaarde dat er een positieve tussentijdse evaluatie van het project is na twee jaar met betrekking tot de voorzetting van het project.
Het projectvoorstel omvat een voorstel van projectbegroting in de vorm van een kostenramingsstaat. In geval van een projectconsortium omvat het voorstel voor elke aanvrager ook een deelprojectbegroting. De projectkosten die opgenomen moeten worden in de kostenstaat zijn in overeenstemming met de kostenomschrijving, vermeld in de bijlage bij dit besluit.
De voorgestelde projectbezetting heeft betrekking op minstens één voltijds equivalent onderzoeker per jaar.
Het projectvoorstel omvat een voorstel van projectbegroting in de vorm van een kostenramingsstaat. In geval van een projectconsortium omvat het voorstel voor elke aanvrager ook een deelprojectbegroting. De projectkosten die opgenomen moeten worden in de kostenstaat zijn in overeenstemming met de kostenomschrijving, vermeld in de bijlage bij dit besluit.
De voorgestelde projectbezetting heeft betrekking op minstens één voltijds equivalent onderzoeker per jaar.
Art.5. Un projet a une durée maximale de 2 fois 2 ans, à la condition que le projet fasse l'objet d'une évaluation intermédiaire positive après deux ans quant à sa continuation.
La proposition de projet comprend une proposition de budget pour le projet sous forme d'une état estimatif des frais. S'il s'agit d'un consortium de projet, la proposition contient également un budget de projet partiel pour chaque demandeur. Les frais du projet qui doivent figurer dans l'état des frais correspondent à la description des frais, visée à l'annexe au présent arrêté.
L'effectif en personnel proposé pour le projet correspond à l'embauche d'au moins un chercheur équivalent temps plein par an.
La proposition de projet comprend une proposition de budget pour le projet sous forme d'une état estimatif des frais. S'il s'agit d'un consortium de projet, la proposition contient également un budget de projet partiel pour chaque demandeur. Les frais du projet qui doivent figurer dans l'état des frais correspondent à la description des frais, visée à l'annexe au présent arrêté.
L'effectif en personnel proposé pour le projet correspond à l'embauche d'au moins un chercheur équivalent temps plein par an.
Art.5/1. [1 Er wordt alleen steun verleend aan een Vlaamse instelling van hoger onderwijs, onderzoeksinstellingen en praktijkcentra die op de datum van de indiening van de steunaanvraag en op de datum van de steuntoekenning geen procedure op basis van Europees recht hebben lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.]1
Art.5/1. [1 Aucune aide n'est octroyée à une institution flamande d'enseignement supérieur, à des institutions de recherche et à des centres de pratique qui, à la date d'introduction de la demande d'aide et à la date d'octroi de l'aide, font l'objet d'une procédure en cours en vertu du droit européen visant la récupération d'une aide octroyée.]1
HOOFDSTUK III. - Steunpercentage en cumulatie met andere steun.
CHAPITRE III. - Taux d'aide et cumul avec d'autres interventions.
Afdeling I. - Steunpercentage.
Section Ire. - Taux d'aide.
Art.6. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen in artikel 7, bedraagt het steunpercentage minimaal 80 % en maximaal 100 % van de kosten omschreven in de bijlage bij dit besluit. Het exacte steunpercentage zal vastgelegd worden bij ministerieel besluit.
[1 Met toepassing van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2006/C 323/01) verbinden de begunstigden van de gesteunde projecten zich ertoe de kosten en financiering van de door hen eventueel uitgeoefende economische activiteiten duidelijk te onderscheiden van de in het kader van dit besluit gesteunde activiteiten.]1
[1 Met toepassing van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2006/C 323/01) verbinden de begunstigden van de gesteunde projecten zich ertoe de kosten en financiering van de door hen eventueel uitgeoefende economische activiteiten duidelijk te onderscheiden van de in het kader van dit besluit gesteunde activiteiten.]1
Art.6. Sous réserve de l'application des dispositions de l'article 7, le taux d'aide s'élève à 80 % au minimum et à 100 % au maximum des frais décrits dans l'annexe au présent arrêté. Le taux d'aide exact sera défini par arrêté ministériel.
[1 Par application de l'Encadrement communautaire des aides d'Etat à la recherche, au développement et à l'innovation (2006/C 323/01), les bénéficiaires des projets soutenus s'engagent à faire une nette distinction entre les coûts et le financement des activités économiques éventuellement entreprises par eux et les activités soutenues dans le cadre du présent arrêté.]1
[1 Par application de l'Encadrement communautaire des aides d'Etat à la recherche, au développement et à l'innovation (2006/C 323/01), les bénéficiaires des projets soutenus s'engagent à faire une nette distinction entre les coûts et le financement des activités économiques éventuellement entreprises par eux et les activités soutenues dans le cadre du présent arrêté.]1
Wijzigingen
Afdeling II. - Cumulatie met andere steun.
Section II. - Cumul avec d'autres interventions.
Art.7. De toekenning van steun kan enkel voor kosten die niet reeds gedekt zijn door enige andere vorm van steun van de Vlaamse overheid of een overheid die ressorteert onder de Vlaamse overheid. Als een projectvoorstel financieel wordt gesteund door een overheid die niet ressorteert onder de Vlaamse overheid, kan de steun worden toegekend, in die mate dat de gezamenlijke steun niet leidt tot de overschrijding van het steunpercentage dat aan het project is toegekend.
Art.7. L'octroi d'aide ne peut être prévu que pour les frais qui ne sont pas encore couverts par aucune autre forme d'aide de la part des autorités flamandes ou d'une autre autorité relevant des autorités flamandes. Si une proposition de projet est soutenue financièrement par une autorité ne relevant pas des autorités flamandes, l'aide peut être attribuée dans la mesure où l'aide globale ne dépasse pas le taux d'aide qui est octroyé au projet.
HOOFDSTUK IV. - Procedure voor het behandelen van projectvoorstellen.
CHAPITRE IV. - Procédure de traitement des propositions de projets.
Art.8. De projectvoorstellen moeten worden geformuleerd overeenkomstig de modaliteiten inzake de aanvraagprocedure en -voorwaarden die [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 vastlegt en bekendmaakt. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 voorziet in één of meer uiterste indiendata in de loop van elk kalenderjaar.
Het [1 beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 beoordeelt de ontvankelijkheid van een projectvoorstel op basis van de formele indiening voorwaarden en -instructies, bedoeld in vorig lid.
Een projectvoorstel dat niet ontvankelijk wordt verklaard, wordt uitgesloten van verdere behandeling.
Uiterlijk tien werkdagen na de uiterste indiendatum deelt [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 aan de projectaanvrager de beslissing over de ontvankelijkheid van het projectvoorstel mee.
Het [1 beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 beoordeelt de ontvankelijkheid van een projectvoorstel op basis van de formele indiening voorwaarden en -instructies, bedoeld in vorig lid.
Een projectvoorstel dat niet ontvankelijk wordt verklaard, wordt uitgesloten van verdere behandeling.
Uiterlijk tien werkdagen na de uiterste indiendatum deelt [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 aan de projectaanvrager de beslissing over de ontvankelijkheid van het projectvoorstel mee.
Art.8. Les propositions de projet doivent être formulées conformément à la procédure de demande et aux conditions fixées et communiquées par [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1. [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 prévoit une ou plusieurs dates limites de dépôt des propositions au cours de chaque année calendaire.
[1 le comité de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 ]1 évalue la recevabilité d'une proposition de projet sur la base des conditions et instructions formelles de dépôt, visées à l'alinéa précédent.
Une proposition de projet qui est déclarée irrecevable est exclue de tout traitement ultérieur.
Au plus tard dix jours ouvrables après la date limite de dépôt des propositions, [1 l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen "]1 communique au demandeur du projet la décision sur la recevabilité de la proposition de projet.
[1 le comité de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 ]1 évalue la recevabilité d'une proposition de projet sur la base des conditions et instructions formelles de dépôt, visées à l'alinéa précédent.
Une proposition de projet qui est déclarée irrecevable est exclue de tout traitement ultérieur.
Au plus tard dix jours ouvrables après la date limite de dépôt des propositions, [1 l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen "]1 communique au demandeur du projet la décision sur la recevabilité de la proposition de projet.
Art.9. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 zal]1 voor de beoordeling van de ontvankelijk verklaarde projectvoorstellen externe deskundigen aanwijzen die zullen adviseren over de aspecten, bepaald in artikel 14, 15 en 16. [1 ...]1 Aan elk van de colleges van deskundigen zal een vertegenwoordiger van het beleidsdomein landbouw en visserij deelnemen.
Art.9. En vue de l'évaluation des propositions de projet déclarées recevables, [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 désignera ]1 des experts externes qui conseilleront sur les aspects, visés aux articles 14, 15 et 16. [1 ...]1 A chacun des collèges d'experts assistera un représentant des domaines politiques de l'agriculture et de la pêche.
Art.10. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 beslist op basis van het dossier, waaronder het advies van de externe deskundigen, en bepaalt de omvang en de aard van de steun, alsmede de bijzondere voorwaarden en bepalingen ervan.
[3 Als de steunaanvrager een openstaande en niet in het kader van een gerechtelijke procedure betwiste schuld heeft bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen, of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt de uitbetaling opgeschort tot het teruggevorderde bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.]3
[3 Als de steunaanvrager een openstaande en niet in het kader van een gerechtelijke procedure betwiste schuld heeft bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen, of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt de uitbetaling opgeschort tot het teruggevorderde bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.]3
Art.10. [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 décide sur la base du dossier et de l'avis rendu par les experts externes et fixe l'importance et la nature de l'aide, ainsi que les conditions et dispositions spécifiques y afférentes.
[3 Si le demandeur d'aide a une dette impayée et non contestée dans le cadre d'une procédure judiciaire à l'égard de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ", ou du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visé à l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, le paiement est suspendu jusqu'à ce que le montant récupéré ait été remboursé ou que la procédure de récupération soit terminée.]3
[3 Si le demandeur d'aide a une dette impayée et non contestée dans le cadre d'une procédure judiciaire à l'égard de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ", ou du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visé à l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, le paiement est suspendu jusqu'à ce que le montant récupéré ait été remboursé ou que la procédure de récupération soit terminée.]3
Art.11. Uiterlijk honderd werkdagen na de uiterste indiendatum deelt [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen ]1 aan de projectaanvrager de beslissing van [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 mee.
Art.11. Au plus tard cent jours ouvrables après la date limite de dépôt des propositions, l'[1 " Agentschap Innoveren en Ondernemen " ]1 communique au demandeur de projet la décision [1 du conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 ]1.
Art.12. De steun wordt toegekend onder de voorwaarden en volgens nadere modaliteiten die [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 voor het project vaststelt in een overeenkomst tussen het [1 Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 en de projectaanvrager(s), met algemene bepalingen voorzien in een type-overeenkomst, vastgesteld door [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1.
Elk project zal worden begeleid door een gebruikerscommissie, namelijk een groep van externe vertegenwoordigers die fungeert als eerste ontvanger van de projectresultaten. De voorwaarden van samenstelling en de werking van deze gebruikerscommissie worden vastgelegd in de type-overeenkomst.
Elk project zal worden begeleid door een gebruikerscommissie, namelijk een groep van externe vertegenwoordigers die fungeert als eerste ontvanger van de projectresultaten. De voorwaarden van samenstelling en de werking van deze gebruikerscommissie worden vastgelegd in de type-overeenkomst.
Art.12. L'aide est attribuée suivant les conditions et modalités ultérieures définies par [1 le conseil de décision auprès du " Hermesfonds "]1en vue du projet dans une convention entre [1 l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen "]1 et le(s) demandeur(s) de projet, contenant également des dispositions générales prévues dans une convention type, établie par [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1.
Chaque projet sera accompagné par un comité d'utilisateurs, notamment un groupe de représentants externes qui agit en qualité de premier destinataire des résultats de projet. Les conditions relatives à la composition et au fonctionnement de ce comité d'utilisateurs sont fixées dans une convention type.
Chaque projet sera accompagné par un comité d'utilisateurs, notamment un groupe de représentants externes qui agit en qualité de premier destinataire des résultats de projet. Les conditions relatives à la composition et au fonctionnement de ce comité d'utilisateurs sont fixées dans une convention type.
HOOFDSTUK V. - Beslissingsbepalingen en -criteria.
CHAPITRE V. - Dispositions et critères de décision.
Art.13. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 kan beslissen de steun niet toe te kennen of kan extra voorwaarden stellen op basis van de volgende elementen :
1° als een projectaanvrager niet of slechts gedeeltelijk andere overheidsverplichtingen of -vergunningen is nagekomen;
2° als een projectaanvrager bij vroegere projecten tekortgeschoten is in zijn normale contractuele verplichtingen inzake onder meer informatieverstrekking, inhoudelijke of financiële verplichtingen of verslaggeving.
1° als een projectaanvrager niet of slechts gedeeltelijk andere overheidsverplichtingen of -vergunningen is nagekomen;
2° als een projectaanvrager bij vroegere projecten tekortgeschoten is in zijn normale contractuele verplichtingen inzake onder meer informatieverstrekking, inhoudelijke of financiële verplichtingen of verslaggeving.
Art.13. [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 ]1 peut décider de ne pas octroyer l'aide ou de fixer des conditions additionnelles sur la base des éléments suivants :
1° si le demandeur de projet n'a pas respecté ou n'a respecté qu'une partie des autres autorisations ou engagements publics;
2° si un demandeur de projet n'a pas respecté, lors de propositions de projet antérieures, ses obligations contractuelles normales notamment en matière de fourniture d'informations, d'obligations financières et de fond ou de rapportage.
1° si le demandeur de projet n'a pas respecté ou n'a respecté qu'une partie des autres autorisations ou engagements publics;
2° si un demandeur de projet n'a pas respecté, lors de propositions de projet antérieures, ses obligations contractuelles normales notamment en matière de fourniture d'informations, d'obligations financières et de fond ou de rapportage.
Art.14. [1 Het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3]1 zal bij zijn besluitvorming inzake steuntoekenning de volgende beoordelingsdimensies in zijn overweging meenemen :
1° de wetenschappelijk-technologische kwaliteit van het projectvoorstel, bedoeld in artikel 15;
2° het valorisatiepotentieel van het projectvoorstel : de gebruiksmogelijkheden van de resultaten voor de beoogde doelgroep van land- en tuinbouwbedrijven, bedoeld in artikel 16.
[1 Het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 zal bij de nadere invulling van zijn opdracht ook rekening houden met de algemene en specifieke beleidslijnen van de Vlaamse Regering, zoals die blijken uit afspraken tussen het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleidsdomein economie, wetenschap en innovatie, [2 ...]2 of concrete verzoeken van de Vlaamse Regering aan het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 om initiatieven te ontwikkelen voor een specifiek actieprogramma van de Vlaamse Regering.]1
1° de wetenschappelijk-technologische kwaliteit van het projectvoorstel, bedoeld in artikel 15;
2° het valorisatiepotentieel van het projectvoorstel : de gebruiksmogelijkheden van de resultaten voor de beoogde doelgroep van land- en tuinbouwbedrijven, bedoeld in artikel 16.
[1 Het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 zal bij de nadere invulling van zijn opdracht ook rekening houden met de algemene en specifieke beleidslijnen van de Vlaamse Regering, zoals die blijken uit afspraken tussen het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleidsdomein economie, wetenschap en innovatie, [2 ...]2 of concrete verzoeken van de Vlaamse Regering aan het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 om initiatieven te ontwikkelen voor een specifiek actieprogramma van de Vlaamse Regering.]1
Art.14. Lors de la prise de décision sur l'octroi de l'aide, [1 Le conseil de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3]1 prendra en considération les critères d'évaluation suivants :
1° la qualité scientifico-technologique de la proposition de projet, visée à l'article 15;
2° le potentiel de valorisation de la proposition de projet : les utilisations possibles des résultats pour le groupe cible envisagé d'exploitations agricoles et horticoles, visées à l'article 16.
[1 Lors de la concrétisation de sa mission, le comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 tiendra également compte des orientations générales et spécifiques du Gouvernement flamand, telles qu'elles se révèlent des accords entre l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " et le Ministre flamand ayant les domaines politiques économie, sciences et innovation dans ses attributions, [2 ...]2 ou des demandes spécifiques du Gouvernement flamand au comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 pour développer des initiatives pour un programme d'action spécifique du Gouvernement flamand.]1
1° la qualité scientifico-technologique de la proposition de projet, visée à l'article 15;
2° le potentiel de valorisation de la proposition de projet : les utilisations possibles des résultats pour le groupe cible envisagé d'exploitations agricoles et horticoles, visées à l'article 16.
[1 Lors de la concrétisation de sa mission, le comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 tiendra également compte des orientations générales et spécifiques du Gouvernement flamand, telles qu'elles se révèlent des accords entre l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " et le Ministre flamand ayant les domaines politiques économie, sciences et innovation dans ses attributions, [2 ...]2 ou des demandes spécifiques du Gouvernement flamand au comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 pour développer des initiatives pour un programme d'action spécifique du Gouvernement flamand.]1
Art.15. Voor de beoordeling van de wetenschappelijk-technologische kwaliteit van een projectvoorstel worden de volgende subcriteria gebruikt :
1° de kwaliteit van de doelstellingen en de focus van het project;
2° de originaliteit en creativiteit van het project, met inbegrip van de doelmatigheid van de onderzoeksaanpak;
3° de kwaliteit en de relevantie van het werkplan en van de haalbaarheid ervan met de voorziene menskracht en middelen;
4° de competenties en expertise van de uitvoerder(s) met het oog op het welslagen van het project en de kwaliteit van de samenwerking tussen de betrokken uitvoerders, indien van toepassing;
5° de resultaten van voorafgaandelijk gesteunde en verwante projecten, indien van toepassing.
Aan elk projectvoorstel wordt een globale score toegekend op basis van de subcriteria, genoemd in het eerste lid.
1° de kwaliteit van de doelstellingen en de focus van het project;
2° de originaliteit en creativiteit van het project, met inbegrip van de doelmatigheid van de onderzoeksaanpak;
3° de kwaliteit en de relevantie van het werkplan en van de haalbaarheid ervan met de voorziene menskracht en middelen;
4° de competenties en expertise van de uitvoerder(s) met het oog op het welslagen van het project en de kwaliteit van de samenwerking tussen de betrokken uitvoerders, indien van toepassing;
5° de resultaten van voorafgaandelijk gesteunde en verwante projecten, indien van toepassing.
Aan elk projectvoorstel wordt een globale score toegekend op basis van de subcriteria, genoemd in het eerste lid.
Art.15. L'appréciation de la qualité scientifico-technologique d'une proposition de projet utilise les sous-critères suivants :
1° la qualité des objectifs et l'objet principal du projet;
2° l'originalité et la créativité du projet, y compris l'efficacité de l'approche des recherches;
3° la qualité et la pertinence du plan de travail et sa faisabilité eu égard aux effectifs et moyens investis;
4° les compétences et l'expertise du ou des exécutants en vue du succès du projet et de la qualité de la coopération des exécutants concernés, si applicable;
5° les résultats de projets apparentés soutenus auparavant, si applicable.
Une cote quantitative globale est accordée à chaque proposition de projet sur la base des sous-critères mentionnés à l'alinéa premier.
1° la qualité des objectifs et l'objet principal du projet;
2° l'originalité et la créativité du projet, y compris l'efficacité de l'approche des recherches;
3° la qualité et la pertinence du plan de travail et sa faisabilité eu égard aux effectifs et moyens investis;
4° les compétences et l'expertise du ou des exécutants en vue du succès du projet et de la qualité de la coopération des exécutants concernés, si applicable;
5° les résultats de projets apparentés soutenus auparavant, si applicable.
Une cote quantitative globale est accordée à chaque proposition de projet sur la base des sous-critères mentionnés à l'alinéa premier.
Art.16. Voor de beoordeling van het valorisatiepotentieel van een projectvoorstel worden de volgende subcriteria gebruikt :
1° de omvang van het beoogde bedrijfsbereik dat vatbaar is voor de valorisatie van de resultaten van het project;
2° het economische belang van de potentieel geïnitieerde innovaties en/of het probleemoplossend vermogen van het project;
3° de relevantie van het project voor de land- en tuinbouwsector in Vlaanderen;
4° de complementariteit met andere lopende onderzoeksactiviteiten;
5° de resultaten van voorafgaandelijk gesteunde en verwante projecten, indien van toepassing.
Aan elk projectvoorstel wordt een globale score toegekend op basis van de subcriteria, genoemd in het eerste lid.
1° de omvang van het beoogde bedrijfsbereik dat vatbaar is voor de valorisatie van de resultaten van het project;
2° het economische belang van de potentieel geïnitieerde innovaties en/of het probleemoplossend vermogen van het project;
3° de relevantie van het project voor de land- en tuinbouwsector in Vlaanderen;
4° de complementariteit met andere lopende onderzoeksactiviteiten;
5° de resultaten van voorafgaandelijk gesteunde en verwante projecten, indien van toepassing.
Aan elk projectvoorstel wordt een globale score toegekend op basis van de subcriteria, genoemd in het eerste lid.
Art.16. L'appréciation du potentiel de valorisation d'une proposition de projet utilise les sous-critères suivants :
1° le nombre d'exploitations susceptibles de pouvoir valoriser les résultats du projet;
2° l'intérêt économique des innovations éventuellement déjà lancées et/ou la capacité de solution du projet;
3° la pertinence du projet pour le secteur agricole et horticole en Flandre;
4° la complémentarité avec les autres activités de recherche en cours;
5° les résultats de projets apparentés soutenus auparavant, si applicable.
Une cote quantitative globale est accordée à chaque proposition de projet sur la base des sous-critères mentionnés à l'alinéa premier.
1° le nombre d'exploitations susceptibles de pouvoir valoriser les résultats du projet;
2° l'intérêt économique des innovations éventuellement déjà lancées et/ou la capacité de solution du projet;
3° la pertinence du projet pour le secteur agricole et horticole en Flandre;
4° la complémentarité avec les autres activités de recherche en cours;
5° les résultats de projets apparentés soutenus auparavant, si applicable.
Une cote quantitative globale est accordée à chaque proposition de projet sur la base des sous-critères mentionnés à l'alinéa premier.
Art.17. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 kan zijn beslissing over de steun daarenboven nemen op basis van de volgende overwegingen :
1° de complementariteit van de projectvoorstellen onderling;
2° de spreiding van de projectvoorstellen over sectoren of expertisedomeinen;
3° de bijdrage tot duurzame ontwikkeling;
4° het aandeel projectvoorstellen dat als praktijkonderzoek kan gedefinieerd worden. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1kan zijn steunverlening beperken tot een gedeelte van het ingediende projectvoorstel.
1° de complementariteit van de projectvoorstellen onderling;
2° de spreiding van de projectvoorstellen over sectoren of expertisedomeinen;
3° de bijdrage tot duurzame ontwikkeling;
4° het aandeel projectvoorstellen dat als praktijkonderzoek kan gedefinieerd worden. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1kan zijn steunverlening beperken tot een gedeelte van het ingediende projectvoorstel.
Art.17. En outre, [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 peut prendre sa décision sur l'aide sur la base des considérations suivantes :
1° la complémentarité mutuelle des propositions de projet;
2° la répartition des propositions de projet parmi les secteurs ou domaines d'expertise;
3° la contribution au développement durable;
4° la part des propositions de projet susceptible d'être définie comme recherche pratique. [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 peut limiter son aide à une partie de la proposition de projet déposée.
1° la complémentarité mutuelle des propositions de projet;
2° la répartition des propositions de projet parmi les secteurs ou domaines d'expertise;
3° la contribution au développement durable;
4° la part des propositions de projet susceptible d'être définie comme recherche pratique. [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 peut limiter son aide à une partie de la proposition de projet déposée.
Art.18. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 moet zijn steunbeslissingen beperken tot de jaarlijks bepaalde begrotingsvoorzieningen.
Art.18. [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 doit limiter ses décisions sur l'aide aux prévisions budgétaires annuelles.
HOOFDSTUK VI. - Verzoek tot herziening.
CHAPITRE VI. - Demande de révision.
Art.19. Na de beslissing van [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 wordt aan de aanvrager een afschrift betekend van de beslissing van [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1.
Als de beslissing negatief is, wordt uitdrukkelijk verwezen naar het recht van de aanvrager om, overeenkomstig artikel 20, een herziening van de beslissing te vragen.
Als de beslissing negatief is, wordt uitdrukkelijk verwezen naar het recht van de aanvrager om, overeenkomstig artikel 20, een herziening van de beslissing te vragen.
Art.19. Après décision du [1 conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 ]1, une copie de la décision du [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 est notifiée au demandeur.
En cas de décision négative, le demandeur est informé explicitement de son droit de demander une révision de la décision conformément à l'article 20.
En cas de décision négative, le demandeur est informé explicitement de son droit de demander une révision de la décision conformément à l'article 20.
Art.20. De aanvrager kan de herziening vragen van de beslissing van [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 tot weigering van steun, zonder evenwel de opportuniteit van de beslissing in vraag te kunnen stellen.
De herziening wordt, op straffe van verval gevraagd met een aangetekende brief, binnen een termijn van twintig werkdagen na afgifte op de post van de betekening van de beslissing.
Het verzoekschrift tot herziening bevat, op straffe van onontvankelijkheid, een opgave van de objectief apprecieerbare elementen van het dossier dat aan [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 ter beslissing werd voorgelegd, waarvan de aanvrager beweert dat de incorrecte appreciatie kennelijk bepalend is geweest voor het nemen van de bestreden beslissing; alsmede de argumenten ter weerlegging van de bedoelde appreciatie.
De aanvrager beschikt daartoe over het recht op inzage van het dossier, zoals dat ter beslissing is voorgelegd aan [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1.
[1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 beslist binnen dertig werkdagen na ontvangst van het verzoekschrift tot herziening en bepaalt tevens hoe deze beslissing verder kan uitgevoerd worden.
De herziening wordt, op straffe van verval gevraagd met een aangetekende brief, binnen een termijn van twintig werkdagen na afgifte op de post van de betekening van de beslissing.
Het verzoekschrift tot herziening bevat, op straffe van onontvankelijkheid, een opgave van de objectief apprecieerbare elementen van het dossier dat aan [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 ter beslissing werd voorgelegd, waarvan de aanvrager beweert dat de incorrecte appreciatie kennelijk bepalend is geweest voor het nemen van de bestreden beslissing; alsmede de argumenten ter weerlegging van de bedoelde appreciatie.
De aanvrager beschikt daartoe over het recht op inzage van het dossier, zoals dat ter beslissing is voorgelegd aan [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1.
[1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 beslist binnen dertig werkdagen na ontvangst van het verzoekschrift tot herziening en bepaalt tevens hoe deze beslissing verder kan uitgevoerd worden.
Art.20. Le demandeur peut solliciter la révision de la décision du [1 conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 refusant l'aide, sans pour autant mettre en question l'opportunité de la décision.
Sous peine de nullité, la révision est demandée par lettre recommandée dans un délai de vingt jours ouvrables après dépôt à la poste de la notification de la décision.
Sous peine d'irrecevabilité, la demande de révision contient tant un relevé des éléments objectivement appréciables du dossier soumis à la décision du [1 conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1, dont le demandeur affirme que l'appréciation incorrecte a été clairement décisive pour la prise de décision contestée, que les arguments visant à réfuter l'appréciation en question.
Le demandeur dispose à cet effet du droit de consulter le dossier, tel qu'il est soumis à l'approbation du [1 conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1.
[1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 décide dans les trente jours ouvrables de la réception de la demande de révision et fixe également la procédure d'exécution de la décision.
Sous peine de nullité, la révision est demandée par lettre recommandée dans un délai de vingt jours ouvrables après dépôt à la poste de la notification de la décision.
Sous peine d'irrecevabilité, la demande de révision contient tant un relevé des éléments objectivement appréciables du dossier soumis à la décision du [1 conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1, dont le demandeur affirme que l'appréciation incorrecte a été clairement décisive pour la prise de décision contestée, que les arguments visant à réfuter l'appréciation en question.
Le demandeur dispose à cet effet du droit de consulter le dossier, tel qu'il est soumis à l'approbation du [1 conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1.
[1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 décide dans les trente jours ouvrables de la réception de la demande de révision et fixe également la procédure d'exécution de la décision.
HOOFDSTUK VII. - Eigendomsrechten en valorisatie.
CHAPITRE VII. - Droits de propriété et valorisation.
Art.21. De projectaanvrager of het projectconsortium is de eigenaar van de projectresultaten en dit onafgezien van een eventuele te voorziene billijke vergoeding bij de valorisatie van de projectresultaten. De aanvragende organisaties nemen zelf de geschikte maatregelen om hiertoe hun rechten en plichten intern te regelen, overeenkomstig de wetgeving terzake.
Art.21. Le demandeur de projet ou le consortium de projet est le propriétaire des résultats du projet et ce nonobstant l'indemnisation équitable à prévoir éventuellement lors de la valorisation des résultats du projet. Les organisations demanderesses prennent elles-mêmes les mesures adéquates afin de régler en interne leurs droits et devoirs conformément à la législation en la matière.
Art.22. Elke projectaanvrager heeft de plicht om de projectresultaten tegen reproductiekosten en niet-exclusief ter beschikking te stellen aan elke geïnteresseerde. De projectpartners kunnen binnen de projectkosten geen vergoeding krijgen voor de eventuele intellectuele eigendomsrechten die zij inbrengen in het project. Zij behouden wel de rechten op de beschermde intellectuele eigendom die zij hebben ingebracht in het project.
De overeenkomst bedoeld in artikel 12, en de modaliteiten bedoeld in artikel 8, bepalen de nadere verplichtingen inzake valorisatie.
De overeenkomst bedoeld in artikel 12, en de modaliteiten bedoeld in artikel 8, bepalen de nadere verplichtingen inzake valorisatie.
Art.22. Chaque demandeur de projet est obligé de mettre les résultats du projet à la disposition de toute personne intéressée moyennant le paiement des frais de reproduction et ce pour une utilisation non exclusive des résultats. Les partenaires du projet ne peuvent obtenir aucune indemnisation, dans les limites des frais du projet, pour les droits de propriété intellectuelle éventuels qu'ils apportent au projet. Ils gardent toutefois les droits à la propriété intellectuelle protégée qu'ils ont apportée au projet.
La convention visée à l'article 12 et les modalités visées à l'article 3, déterminent les obligations additionnelles en matière de valorisation.
La convention visée à l'article 12 et les modalités visées à l'article 3, déterminent les obligations additionnelles en matière de valorisation.
HOOFDSTUK VIII. - Toezicht op de aanwending van de steun.
CHAPITRE VIII. - Contrôle de l'affectation de l'aide.
Art.23. [1 Met behoud van de bevoegdheid van het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 is het Agentschap Innoveren en Ondernemen belast met het toezicht op de aanwending door de projectaanvragers van de steun die krachtens dit besluit wordt toegekend.]1
Art.23. [1 Sans préjudice de la compétence du comité de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2, l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " est chargée du contrôle de l'affectation, par les demandeurs de projet, de l'aide octroyée en vertu du présent arrêté.]1
Art.24. De projectaanvragers leveren op geregelde tijdstippen schriftelijk verslag aan het [1 Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 over de vordering van het project en de aanwending van de steun. Ze brengen na afloop van het project een eindverslag uit over het verloop en de resultaten van het project.
Art.24. Les demandeurs de projet font régulièrement rapport par écrit à [1 l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen "]1 sur l'état d'avancement du projet et l'affectation de l'aide. Après l'achèvement du projet, ils rédigent un rapport final sur le déroulement et les résultats du projet.
Wijzigingen
Art.25. De projectaanvrager die de voorwaarden en de bepalingen waaronder de steun werd toegekend niet naleeft, wordt in gebreke gesteld. Vanaf de ingebrekestelling wordt elke verdere steun aan het project geschorst. De ingebrekestelling kan aanleiding geven tot een herziening van de steun door [1 het beslissingscomité bij het Hermesfonds]1. De vordering van terugbetaling van de oneigenlijk aangewende of herziene steun wordt ingeleid door [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1. Als het project in consortiumverband wordt uitgevoerd, is de terugvordering beperkt tot de steun die de individuele projectaanvrager heeft ontvangen.
[1 ...]1
[1 ...]1
Art.25. Le demandeur de projet qui ne respecte pas les conditions et les modalités d'octroi de l'aide, est mis en demeure. Dès la mise en demeure, tout paiement d'aide au projet est suspendu. La mise en demeure peut donner lieu à une révision de l'aide par [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1. La demande de remboursement d'une aide improprement affectée ou d'une aide révisée est formée par [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1. Lorsque le projet est réalisé dans le cadre d'un consortium, le recouvrement se limite à l'aide que le demandeur de projet individuel a obtenue.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
Art.26. De projectaanvrager kan in beroep gaan tegen de beslissing van [1 het beslissingscomité bij het Hermesfonds]1 over de herziening van de steun overeenkomstig artikel 20. Het beroep moet aangetekend bezorgd worden binnen een termijn van twintig werkdagen na de betekening van de beslissing. Het beroep moet door het [1 Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 behandeld worden binnen een termijn van twintig werkdagen, waarna [1 het beslissingscomité bij het Hermesfonds]1- een nieuwe beslissing kan bepalen.
Art.26. Le demandeur de projet peut interjeter appel contre la décision du [1 le conseil de décision auprès du " Hermesfonds "]1 sur la révision de l'aide conformément à l'article 20. Le recours doit être remis par lettre recommandée dans les vingt jours ouvrables de la notification de la décision.[1 L'" Agentschap Innoveren en Ondernemen "]1 est tenu de traiter le recours dans les vingt jours ouvrables; à l'expiration de ce délai, [1 le conseil de décision auprès du " Hermesfonds " ]1.
Wijzigingen
HOOFDSTUK IX. - Geheimhouding.
CHAPITRE IX. - Confidentialité.
Art.27. De personeelsleden van [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1, de leden van [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1, de leden van de colleges van deskundigen, alsmede alle andere personen die ambtshalve kennis krijgen van een dossier zoals bedoeld in dit besluit, zullen de gegevens in kwestie als strikt vertrouwelijk behandelen, ze niet meedelen aan derden, noch in hun eigen voordeel aanwenden.
Art.27. Les membres du personnel de [1 l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ]1, les membres [1 du conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1, les membres des collèges d'experts ainsi que toute autre personne qui, du chef de ses fonctions, prend connaissance d'un dossier tel que visé dans le présent arrêté, sont tenus au secret en ce qui concerne les informations en question, ne les communiqueront pas à des tiers, et ne les utiliseront pas à leur profit.
HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen.
CHAPITRE X. - Dispositions finales.
Art.28. Dit besluit treedt in werking op 18 februari 2005.
Art.28. Le présent arrêté entre en vigueur le 18 février 2005.
Art.29. De Vlaamse minister, bevoegd voor wetenschappen en technologische innovatie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.29. Le Ministre flamand qui a les sciences et l'innovation technologique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage.
Als projectkosten kunnen in aanmerking worden genomen de kosten die, na de startdatum, opgenomen in de overeenkomst die bedoeld wordt in artikel 12 door de projectuitvoerders worden gemaakt en betaald zijn. Deze kosten moeten noodzakelijk zijn en rechtstreeks aan het project toegerekend kunnen worden.
De projectkosten omvatten de volgende kosten.
1° personeelskosten (onderzoekers en technici a rato van hun activiteiten binnen het project);
2° overige werkingskosten die de volgende kosten omvatten :
a) kosten van apparatuur, uitrusting, land en gebouwen die uitsluitend en permanent (behalve als ze op commerciële basis worden afgestaan) voor onderzoek worden gebruikt;
b) kosten, verschuldigd aan derden voor advies en soortgelijke diensten die uitsluitend voor onderzoek worden gebruikt, met inbegrip van uitbesteed onderzoek, aangekochte technische kennis, octrooien, enzovoort;
c) extra algemene kosten die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten voortvloeien, maar die niet direct toewijsbaar zijn;
d) andere exploitatiekosten (zoals die van materiaal, leveranties en dergelijke) die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten voortvloeien.
[1 Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1]1 kan de overige werkingskosten uitdrukken in standaardkosten, namelijk een vast bedrag per voltijds equivalent onderzoeker in een onderzoeksproject.
Het is toegestaan extra algemene kosten en andere exploitatiekosten forfaitair te berekenen met een maximum van 20 % van de directe kosten.
[1 Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan]1 binnen deze algemene bepalingen de aanvaarde kosten vastleggen en beperken. Hierbij zullen de nodige garanties worden ingebouwd dat de gemaakte kosten reëel zijn en betrekking hebben op onderzoek.
Als projectkosten kunnen in aanmerking worden genomen de kosten die, na de startdatum, opgenomen in de overeenkomst die bedoeld wordt in artikel 12 door de projectuitvoerders worden gemaakt en betaald zijn. Deze kosten moeten noodzakelijk zijn en rechtstreeks aan het project toegerekend kunnen worden.
De projectkosten omvatten de volgende kosten.
1° personeelskosten (onderzoekers en technici a rato van hun activiteiten binnen het project);
2° overige werkingskosten die de volgende kosten omvatten :
a) kosten van apparatuur, uitrusting, land en gebouwen die uitsluitend en permanent (behalve als ze op commerciële basis worden afgestaan) voor onderzoek worden gebruikt;
b) kosten, verschuldigd aan derden voor advies en soortgelijke diensten die uitsluitend voor onderzoek worden gebruikt, met inbegrip van uitbesteed onderzoek, aangekochte technische kennis, octrooien, enzovoort;
c) extra algemene kosten die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten voortvloeien, maar die niet direct toewijsbaar zijn;
d) andere exploitatiekosten (zoals die van materiaal, leveranties en dergelijke) die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten voortvloeien.
[1 Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1]1 kan de overige werkingskosten uitdrukken in standaardkosten, namelijk een vast bedrag per voltijds equivalent onderzoeker in een onderzoeksproject.
Het is toegestaan extra algemene kosten en andere exploitatiekosten forfaitair te berekenen met een maximum van 20 % van de directe kosten.
[1 Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan]1 binnen deze algemene bepalingen de aanvaarde kosten vastleggen en beperken. Hierbij zullen de nodige garanties worden ingebouwd dat de gemaakte kosten reëel zijn en betrekking hebben op onderzoek.
Art. N. Annexe.
Sont admissibles en tant que frais de projet, les dépenses engagées et payées par les réalisateurs du projet après la date de départ du projet reprise dans la convention visée à l'article 12. Il faut que ces dépenses soient nécessaires et directement imputables au projet.
Les frais de projet comprennent les frais suivants :
1° les frais de personnel (chercheurs et techniciens au prorata de leurs activités dans le cadre du projet);
2° les autres frais de fonctionnement qui peuvent comporter les frais suivants :
a) les frais d'appareillage, d'équipement, de terrains et bâtiments utilisés exclusivement et en permanence (sauf si cédés sur une base commerciale) pour la recherche;
b) les frais dus à des tiers en contrepartie de conseils et de services comparables destinés exclusivement à la recherche, y compris la recherche sous-traitée, les connaissances techniques achetées, les brevets, etc.;
c) les frais généraux supplémentaires qui découlent directement des activités de recherche mais ne sont pas directement imputables;
d) les autres frais d'exploitation (de matériel, fournitures etc.) découlant directement des activités de recherche.
[1 le conseil de décision auprès du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1]1 peut exprimer les autres frais de fonctionnement en frais standards, notamment en un montant fixe par chercheur équivalent temps plein dans un projet de recherche.
Les frais généraux supplémentaires et les autres frais d'exploitation peuvent être calculés de manière forfaitaire jusqu'à un maximum de 20 % des coûts directs.
[1 Le conseil de décision auprès du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut ]1, dans les limites de ces dispositions générales, fixer et limiter les coûts admissibles. Les garanties nécessaires seront prévues pour prouver que les dépenses engagées sont réelles et concernent des activités de recherche.
Sont admissibles en tant que frais de projet, les dépenses engagées et payées par les réalisateurs du projet après la date de départ du projet reprise dans la convention visée à l'article 12. Il faut que ces dépenses soient nécessaires et directement imputables au projet.
Les frais de projet comprennent les frais suivants :
1° les frais de personnel (chercheurs et techniciens au prorata de leurs activités dans le cadre du projet);
2° les autres frais de fonctionnement qui peuvent comporter les frais suivants :
a) les frais d'appareillage, d'équipement, de terrains et bâtiments utilisés exclusivement et en permanence (sauf si cédés sur une base commerciale) pour la recherche;
b) les frais dus à des tiers en contrepartie de conseils et de services comparables destinés exclusivement à la recherche, y compris la recherche sous-traitée, les connaissances techniques achetées, les brevets, etc.;
c) les frais généraux supplémentaires qui découlent directement des activités de recherche mais ne sont pas directement imputables;
d) les autres frais d'exploitation (de matériel, fournitures etc.) découlant directement des activités de recherche.
[1 le conseil de décision auprès du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1]1 peut exprimer les autres frais de fonctionnement en frais standards, notamment en un montant fixe par chercheur équivalent temps plein dans un projet de recherche.
Les frais généraux supplémentaires et les autres frais d'exploitation peuvent être calculés de manière forfaitaire jusqu'à un maximum de 20 % des coûts directs.
[1 Le conseil de décision auprès du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut ]1, dans les limites de ces dispositions générales, fixer et limiter les coûts admissibles. Les garanties nécessaires seront prévues pour prouver que les dépenses engagées sont réelles et concernent des activités de recherche.