Artikel 1. Artikel 2, 7° van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 februari 2003 houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen, zoals gewijzigd, wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " 7° " de kinderopvanger(-ster) " : de natuurlijke persoon die de familiale opvang van kinderen tussen nul en zes jaar verzekert op een daaraan aangepaste plaats en die ofwel een overeenkomst gesloten heeft met een in 6° bedoelde dienst ofwel zelfstandig is. Hoogstens twee opvangers(sters) die een overeenkomst gesloten hebben of hoogstens twee zelfstandige opvangers(sters) kunnen hun activiteit samen op eenzelfde plaats uitoefenen. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 DECEMBER 2005. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 februari 2003 houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen en het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 mei 2004 betreffende de erkenning van de opleidingen en kwalificaties van het personeel van opvangvoorzieningen (VERTALING).
Titre
9 DECEMBRE 2005. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 27 fĂ©vrier 2003 portant rĂ©glementation gĂ©nĂ©rale des milieux d'accueil et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 5 mai 2004 relatif Ă la reconnaissance des formations et qualifications du personnel des milieux d'accueil.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (57)
Texte (57)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 februari 2003 houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen, zoals gewijzigd.
CHAPITRE Ier. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 27 fĂ©vrier 2003 portant rĂ©glementation gĂ©nĂ©rale des milieux d'accueil, tel que modifiĂ©.
Article 1. L'article 2, 7°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 27 fĂ©vrier 2003 portant rĂ©glementation gĂ©nĂ©rale des milieux d'accueil tel que modifiĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " 7° " l'accueillant(e) d'enfants " : personne physique qui assure un accueil Ă caractĂšre familial pour des enfants de zĂ©ro Ă six ans dans un lieu adaptĂ© Ă cette fin et qui est soit conventionnĂ©(e) avec un service visĂ© au 6°, soit autonome. Deux accueillant(e)s conventionnĂ©(e)s au plus ou deux accueillant(e)s autonomes au plus peuvent exercer leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu. "
  " 7° " l'accueillant(e) d'enfants " : personne physique qui assure un accueil Ă caractĂšre familial pour des enfants de zĂ©ro Ă six ans dans un lieu adaptĂ© Ă cette fin et qui est soit conventionnĂ©(e) avec un service visĂ© au 6°, soit autonome. Deux accueillant(e)s conventionnĂ©(e)s au plus ou deux accueillant(e)s autonomes au plus peuvent exercer leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu. "
Art. 2. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen :
  " § 1. De kinderopvanger(ster) heeft een opvangcapaciteit voor één tot vier kinderen, wat overeenstemt met een voltijdse dagtaak. Deze opvangcapaciteit wordt bepaald door, onder andere de kinderen onder de drie jaar van de kinderopvanger(-ster) voor kinderen die aanwezig zijn in de opvangvoorziening, mee te rekenen.
  § 2. Wanneer de kinderopvanger(ster) alleen zijn/haar activiteit uitoefent, mag het aantal kinderen ingeschreven bij eenzelfde kinderopvanger(-ster) in geen geval hoger zijn dan het dubbel van de toegelaten opvangcapaciteit.
  Het minimaal aantal tegelijkertijd opgevangen kinderen is vijf.
  Bij afwijking van het 3de lid kan dit aantal gebracht worden naar zes als de kinderopvanger(-ster) erkend is voor vier kinderen wat overeenstemt met een voltijdse dagtaak en indien het zesde kind tussen twee jaar en een half en 6 jaar oud is, indien er een verwantschap bestaat met een van de andere ingeschreven kinderen en indien het uitsluitend wordt opgevangen vóór en/of na de schooltijd.
  § 3. Wanneer twee kinderopvangers(sters) hun activiteit samen uitvoeren op eenzelfde plaats, mag het totaal aantal bij hen ingeschreven kinderen niet veertien overschrijden, dit is zeven per opvang(ster).
  Het maximaal aantal tegelijkertijd opgevangen kinderen is tien. Zodra meer dan vijf kinderen tegelijkertijd aanwezig zijn, moeten twee opvangers(sters) aanwezig zijn. "
  " § 1. De kinderopvanger(ster) heeft een opvangcapaciteit voor één tot vier kinderen, wat overeenstemt met een voltijdse dagtaak. Deze opvangcapaciteit wordt bepaald door, onder andere de kinderen onder de drie jaar van de kinderopvanger(-ster) voor kinderen die aanwezig zijn in de opvangvoorziening, mee te rekenen.
  § 2. Wanneer de kinderopvanger(ster) alleen zijn/haar activiteit uitoefent, mag het aantal kinderen ingeschreven bij eenzelfde kinderopvanger(-ster) in geen geval hoger zijn dan het dubbel van de toegelaten opvangcapaciteit.
  Het minimaal aantal tegelijkertijd opgevangen kinderen is vijf.
  Bij afwijking van het 3de lid kan dit aantal gebracht worden naar zes als de kinderopvanger(-ster) erkend is voor vier kinderen wat overeenstemt met een voltijdse dagtaak en indien het zesde kind tussen twee jaar en een half en 6 jaar oud is, indien er een verwantschap bestaat met een van de andere ingeschreven kinderen en indien het uitsluitend wordt opgevangen vóór en/of na de schooltijd.
  § 3. Wanneer twee kinderopvangers(sters) hun activiteit samen uitvoeren op eenzelfde plaats, mag het totaal aantal bij hen ingeschreven kinderen niet veertien overschrijden, dit is zeven per opvang(ster).
  Het maximaal aantal tegelijkertijd opgevangen kinderen is tien. Zodra meer dan vijf kinderen tegelijkertijd aanwezig zijn, moeten twee opvangers(sters) aanwezig zijn. "
Art. 2. L'article 12, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© comme suit :
  " § 1er. L'accueillant(e) d'enfants a une capacité d'accueil de un à quatre enfants équivalents temps plein. Cette capacité d'accueil est fixée en tenant notamment compte des enfants de moins de trois ans de l'accueillant(e) d'enfants présents dans le milieu d'accueil.
  § 2. Lorsque l'accueillant(e) d'enfants exerce seul(e) son activitĂ©, le nombre d'enfants inscrits chez un(e) mĂȘme accueillant(e) d'enfants ne peut en aucun cas dĂ©passer le double de la capacitĂ© d'accueil autorisĂ©e.
  Le nombre d'enfants accueillis simultanément est de maximum cinq.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 3, ce nombre peut ĂȘtre portĂ© Ă six si l'accueillant(e) d'enfants est autorisĂ©(e) pour quatre enfants Ă©quivalents temps plein et que le sixiĂšme enfant a entre deux ans et demi et six ans, qu'il a un lien de parentĂ© avec un des autres enfants inscrits et qu'il est accueilli exclusivement avant et/ou aprĂšs l'Ă©cole.
  § 3. Lorsque deux accueillant(e)s d'enfants exercent leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu, le nombre total d'enfants inscrits auprĂšs d'eux (elles) ne peut en aucun cas dĂ©passer quatorze, soit sept par accueillant(e).
  Le nombre d'enfants accueillis simultanément est de maximum dix. DÚs que plus de cinq enfants sont présents simultanément, la présence des deux accueillant(e)s est requise. "
  " § 1er. L'accueillant(e) d'enfants a une capacité d'accueil de un à quatre enfants équivalents temps plein. Cette capacité d'accueil est fixée en tenant notamment compte des enfants de moins de trois ans de l'accueillant(e) d'enfants présents dans le milieu d'accueil.
  § 2. Lorsque l'accueillant(e) d'enfants exerce seul(e) son activitĂ©, le nombre d'enfants inscrits chez un(e) mĂȘme accueillant(e) d'enfants ne peut en aucun cas dĂ©passer le double de la capacitĂ© d'accueil autorisĂ©e.
  Le nombre d'enfants accueillis simultanément est de maximum cinq.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 3, ce nombre peut ĂȘtre portĂ© Ă six si l'accueillant(e) d'enfants est autorisĂ©(e) pour quatre enfants Ă©quivalents temps plein et que le sixiĂšme enfant a entre deux ans et demi et six ans, qu'il a un lien de parentĂ© avec un des autres enfants inscrits et qu'il est accueilli exclusivement avant et/ou aprĂšs l'Ă©cole.
  § 3. Lorsque deux accueillant(e)s d'enfants exercent leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu, le nombre total d'enfants inscrits auprĂšs d'eux (elles) ne peut en aucun cas dĂ©passer quatorze, soit sept par accueillant(e).
  Le nombre d'enfants accueillis simultanément est de maximum dix. DÚs que plus de cinq enfants sont présents simultanément, la présence des deux accueillant(e)s est requise. "
Art. 3. Een artikel 18bis wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Wanneer twee kinderopvangers(sters) hun activiteit samen uitvoeren op eenzelfde plaats, wordt de binnenruimte voor de opvang van de kinderen vastgelegd op minimaal 3 m2 per opvangplaats voor de speelruimte en op minimaal 2m2 per opvangplaats voor de rustruimte.
  Wanneer de opvang gebeurt op de woonplaats van een kinderopvanger(ster) en hij (zij) zijn(haar) activiteit uitoefent met een andere opvanger(ster), worden minstens één speelruimte en minstens één rustruimte onderscheiden van de kamers die gewoonlijk door het gezin van de opvanger(ster) worden bezet ".
  " Wanneer twee kinderopvangers(sters) hun activiteit samen uitvoeren op eenzelfde plaats, wordt de binnenruimte voor de opvang van de kinderen vastgelegd op minimaal 3 m2 per opvangplaats voor de speelruimte en op minimaal 2m2 per opvangplaats voor de rustruimte.
  Wanneer de opvang gebeurt op de woonplaats van een kinderopvanger(ster) en hij (zij) zijn(haar) activiteit uitoefent met een andere opvanger(ster), worden minstens één speelruimte en minstens één rustruimte onderscheiden van de kamers die gewoonlijk door het gezin van de opvanger(ster) worden bezet ".
Art. 3. Un article 18bis, rédigé comme suit, est inséré :
  " Lorsque deux accueillant(e)s d'enfants exercent leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu, l'espace intĂ©rieur rĂ©servĂ© Ă l'accueil des enfants est fixĂ© Ă 3 m2 minimum par place d'accueil pour l'espace de jeux et 2 m2 minimum par place d'accueil pour l'espace de repos.
  Lorsque l'accueil a lieu à la résidence habituelle d'un(e) accueillant(e) d'enfants et qu'il (elle) exerce son activité avec un(e) autre accueillant(e), un espace de jeux au moins et un espace de repos au moins, sont distincts des piÚces habituellement occupées par la famille de l'accueillant(e) ".
  " Lorsque deux accueillant(e)s d'enfants exercent leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu, l'espace intĂ©rieur rĂ©servĂ© Ă l'accueil des enfants est fixĂ© Ă 3 m2 minimum par place d'accueil pour l'espace de jeux et 2 m2 minimum par place d'accueil pour l'espace de repos.
  Lorsque l'accueil a lieu à la résidence habituelle d'un(e) accueillant(e) d'enfants et qu'il (elle) exerce son activité avec un(e) autre accueillant(e), un espace de jeux au moins et un espace de repos au moins, sont distincts des piÚces habituellement occupées par la famille de l'accueillant(e) ".
Art. 4. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° een 3e lid wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Wanneer twee kindopvangers(sters), die een overeenkomst gesloten hebben hun activiteit samen uitvoeren op eenzelfde plaats, bevat de in het 2e lid bedoelde overeenkomst ook de volgende elementen : de modaliteiten van toepassing in geval van geschil, de werkwijze, de nadere regels voor de verdeling van de lokalen en van de lasten, alsmede de wijze van vaststelling van de prestaties van elke opvanger(ster). Die overeenkomst wordt volgens een door de Dienst opgemaakt model opgesteld. "
  2° een 4de lid wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Wanneer twee zelfstandige kinderopvangers(sters) hun activiteit samen op eenzelfde plaats uitoefenen, bepalen zij hun samenwerking in de vorm van een overeenkomst, volgens een door de Dienst geleverd model, dat minstens de door de overeenkomst betrokken personen en plaats, de inwerkingtreding, de modaliteiten voor het einde van de overeenkomst, de modaliteiten voor de inschrijving van de kinderen overeenkomstig artikel 12, § 3, de modaliteiten in geval van geschil, de werkingsmodaliteiten waarvan de gezamenlijke redactie van het opvangproject, de modaliteiten voor de verdeling van lokalen en lasten, alsmede de wijze van vaststelling van de prestaties van elke opvanger(ster) bepaalt. "
  1° een 3e lid wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Wanneer twee kindopvangers(sters), die een overeenkomst gesloten hebben hun activiteit samen uitvoeren op eenzelfde plaats, bevat de in het 2e lid bedoelde overeenkomst ook de volgende elementen : de modaliteiten van toepassing in geval van geschil, de werkwijze, de nadere regels voor de verdeling van de lokalen en van de lasten, alsmede de wijze van vaststelling van de prestaties van elke opvanger(ster). Die overeenkomst wordt volgens een door de Dienst opgemaakt model opgesteld. "
  2° een 4de lid wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Wanneer twee zelfstandige kinderopvangers(sters) hun activiteit samen op eenzelfde plaats uitoefenen, bepalen zij hun samenwerking in de vorm van een overeenkomst, volgens een door de Dienst geleverd model, dat minstens de door de overeenkomst betrokken personen en plaats, de inwerkingtreding, de modaliteiten voor het einde van de overeenkomst, de modaliteiten voor de inschrijving van de kinderen overeenkomstig artikel 12, § 3, de modaliteiten in geval van geschil, de werkingsmodaliteiten waarvan de gezamenlijke redactie van het opvangproject, de modaliteiten voor de verdeling van lokalen en lasten, alsmede de wijze van vaststelling van de prestaties van elke opvanger(ster) bepaalt. "
Art. 4. A l'article 25, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° un 3e alinéa est inséré comme suit :
  " Lorsque deux accueillant(e)s d'enfants conventionnĂ©es exercent leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu, la convention visĂ©e Ă l'alinĂ©a 2 porte Ă©galement sur les Ă©lĂ©ments suivants : les modalitĂ©s Ă appliquer en cas de litige, le mode de fonctionnement, les modalitĂ©s de partage des locaux et des charges, ainsi que le mode de fixation des prestations de chaque accueillant(e). Cette convention est Ă©tablie selon un modĂšle fourni par l'Office. "
  2° un 4e alinéa est inséré comme suit :
  " Lorsque deux accueillant(e)s d'enfants autonomes exercent leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu, ils (elles) dĂ©finissent leur collaboration sous la forme d'une convention, selon un modĂšle fourni par l'Office, prĂ©voyant au moins les personnes et le lieu concernĂ© par la convention, l'objet, la prise d'effet, la durĂ©e, les modalitĂ©s de fin de convention, les modalitĂ©s d'inscription des enfants conformĂ©ment Ă l'article 12, § 3, les modalitĂ©s en cas de litige, les modalitĂ©s de fonctionnement dont la rĂ©daction en commun du projet d'accueil, les modalitĂ©s de partage des locaux et des charges, ainsi que le mode de fixation des prestations de chaque accueillant(e). "
  1° un 3e alinéa est inséré comme suit :
  " Lorsque deux accueillant(e)s d'enfants conventionnĂ©es exercent leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu, la convention visĂ©e Ă l'alinĂ©a 2 porte Ă©galement sur les Ă©lĂ©ments suivants : les modalitĂ©s Ă appliquer en cas de litige, le mode de fonctionnement, les modalitĂ©s de partage des locaux et des charges, ainsi que le mode de fixation des prestations de chaque accueillant(e). Cette convention est Ă©tablie selon un modĂšle fourni par l'Office. "
  2° un 4e alinéa est inséré comme suit :
  " Lorsque deux accueillant(e)s d'enfants autonomes exercent leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu, ils (elles) dĂ©finissent leur collaboration sous la forme d'une convention, selon un modĂšle fourni par l'Office, prĂ©voyant au moins les personnes et le lieu concernĂ© par la convention, l'objet, la prise d'effet, la durĂ©e, les modalitĂ©s de fin de convention, les modalitĂ©s d'inscription des enfants conformĂ©ment Ă l'article 12, § 3, les modalitĂ©s en cas de litige, les modalitĂ©s de fonctionnement dont la rĂ©daction en commun du projet d'accueil, les modalitĂ©s de partage des locaux et des charges, ainsi que le mode de fixation des prestations de chaque accueillant(e). "
Art. 5. In artikel 27, 1e lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden " behoudens aan de kinderopvanger(-ster) onder overeenkomst " geschrapt.
Art. 5. A l'article 27, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les termes " Ă l'exception de l'accueillant(e) d'enfants conventionnĂ©(e), " sont supprimĂ©s.
Art. 6. In artikel 34, 1ste lid, van hetzelfde besluit, wordt 1° vervangen door volgend 1° :
  " 1° een kinderverzorger(-ster) wiens (wier) prestaties overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor zeven kinderen; de hoedanigheid van kinderverzorger(-ster) kan evenwel vervangen worden door een andere hoedanigheid, overeenkomstig artikel 42, § 1, 2e lid, zonder dat de proportie kinderverzorgers(sters) lager is dan de helft van het personeel dat voor de begeleiding van de kinderen zorg; ".
  " 1° een kinderverzorger(-ster) wiens (wier) prestaties overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor zeven kinderen; de hoedanigheid van kinderverzorger(-ster) kan evenwel vervangen worden door een andere hoedanigheid, overeenkomstig artikel 42, § 1, 2e lid, zonder dat de proportie kinderverzorgers(sters) lager is dan de helft van het personeel dat voor de begeleiding van de kinderen zorg; ".
Art. 6. A l'article 34, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 1° est remplacĂ© par le 1° suivant :
  " 1° un(e) puĂ©riculteur(trice) Ă©quivalent temps plein pour sept enfants, la qualification de puĂ©riculteur(trice) pouvant toutefois ĂȘtre remplacĂ©e par une autre qualification, conformĂ©ment Ă l'article 42, § 1er, alinĂ©a 2, sans pour autant que la proportion de puĂ©riculteurs(trices) puisse ĂȘtre infĂ©rieure Ă la moitiĂ© du personnel affectĂ© Ă l'encadrement des enfants; ".
  " 1° un(e) puĂ©riculteur(trice) Ă©quivalent temps plein pour sept enfants, la qualification de puĂ©riculteur(trice) pouvant toutefois ĂȘtre remplacĂ©e par une autre qualification, conformĂ©ment Ă l'article 42, § 1er, alinĂ©a 2, sans pour autant que la proportion de puĂ©riculteurs(trices) puisse ĂȘtre infĂ©rieure Ă la moitiĂ© du personnel affectĂ© Ă l'encadrement des enfants; ".
Art. 7. In artikel 35, 1ste lid, van hetzelfde besluit, wordt 1° vervangen door de volgende bepaling :
  " 1° een kinderverzorger(-ster) wiens (wier) prestaties overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor negen kinderen; de hoedanigheid van kinderverzorger(-ster) kan evenwel vervangen worden door een andere hoedanigheid, overeenkomstig artikel 42, § 1, 2e lid, zonder dat de proportie kinderverzorgers(sters) lager is dan de helft van het personeel dat voor de begeleiding van de kinderen zorgt; ".
  " 1° een kinderverzorger(-ster) wiens (wier) prestaties overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor negen kinderen; de hoedanigheid van kinderverzorger(-ster) kan evenwel vervangen worden door een andere hoedanigheid, overeenkomstig artikel 42, § 1, 2e lid, zonder dat de proportie kinderverzorgers(sters) lager is dan de helft van het personeel dat voor de begeleiding van de kinderen zorgt; ".
Art. 7. A l'article 35, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 1° est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " 1° un(e) puĂ©riculteur(trice) Ă©quivalent temps plein pour neuf enfants, la qualification d'un(e) puĂ©riculteur(trice) pouvant ĂȘtre remplacĂ©e par une autre qualification, conformĂ©ment Ă l'article 42, § 1er, alinĂ©a 2, sans pour autant que la proportion de puĂ©riculteurs(trices) puisse ĂȘtre infĂ©rieure Ă la moitiĂ© du personnel affectĂ© Ă l'encadrement des enfants; ".
  " 1° un(e) puĂ©riculteur(trice) Ă©quivalent temps plein pour neuf enfants, la qualification d'un(e) puĂ©riculteur(trice) pouvant ĂȘtre remplacĂ©e par une autre qualification, conformĂ©ment Ă l'article 42, § 1er, alinĂ©a 2, sans pour autant que la proportion de puĂ©riculteurs(trices) puisse ĂȘtre infĂ©rieure Ă la moitiĂ© du personnel affectĂ© Ă l'encadrement des enfants; ".
Art. 8. In artikel 36 van hetzelfde besluit wordt het 2de lid vervangen door het volgend lid :
  " De kwalificatie van kinderverzorger(ster) bedoeld in het 1ste lid, 1° en 2°, kan evenwel vervangen worden door een andere kwalificatie overeenkomstig artikel 42, § 1, 2e lid, zonder dat de proportie kinderverzorgers(sters) lager is dan de helft van het personeel voor de begeleiding van de kinderen. ".
  " De kwalificatie van kinderverzorger(ster) bedoeld in het 1ste lid, 1° en 2°, kan evenwel vervangen worden door een andere kwalificatie overeenkomstig artikel 42, § 1, 2e lid, zonder dat de proportie kinderverzorgers(sters) lager is dan de helft van het personeel voor de begeleiding van de kinderen. ".
Art. 8. A l'article 36, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2 est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
  " La qualification de puĂ©riculteur(trice), visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, 1° et 2°, peut toutefois ĂȘtre remplacĂ©e par une autre qualification, conformĂ©ment Ă l'article 42, § 1er, alinĂ©a 2, sans pour autant que la proportion de puĂ©riculteurs(trices) puisse ĂȘtre infĂ©rieure Ă la moitiĂ© du personnel affectĂ© Ă l'encadrement des enfants. ".
  " La qualification de puĂ©riculteur(trice), visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, 1° et 2°, peut toutefois ĂȘtre remplacĂ©e par une autre qualification, conformĂ©ment Ă l'article 42, § 1er, alinĂ©a 2, sans pour autant que la proportion de puĂ©riculteurs(trices) puisse ĂȘtre infĂ©rieure Ă la moitiĂ© du personnel affectĂ© Ă l'encadrement des enfants. ".
Art. 9. Artikel 37 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " De begeleiding van de kinderen in een oudercrÚche wordt verzekerd door minstens volgend gekwalificeerd personeel :
  1° personeel dat overeenstemt met 1,75 volledige dagtaak en dat een opleiding van kinderverzorger(ster) of een andere overeenkomstig artikel 42, § 2, 2de lid erkende kwalificatie gevolgd heeft;
  2° personeel dat overeenstemt met 0,25 volledige dagtaken sociaal of gespecialiseerd gegradueerd verpleger of gegradueerd verpleger gespecialiseerd in de gemeenschapsgezondheid of maatschappelijk assistent of dat een hogere opleiding gevolgd heeft met psycho-pedagogische finaliteit.
  De minimaal vereiste begeleiding wordt vastgesteld op het equivalent van 3,5 volledige dagtaken, hetzij minstens 2 voltijdse equivalenten gekwalificeerd personeel, overeenkomstig het 1ste lid, 1° en 2° en ten hoogste 1,5 voltijdse equivalenten verzekerd door de ouders. ".
  " De begeleiding van de kinderen in een oudercrÚche wordt verzekerd door minstens volgend gekwalificeerd personeel :
  1° personeel dat overeenstemt met 1,75 volledige dagtaak en dat een opleiding van kinderverzorger(ster) of een andere overeenkomstig artikel 42, § 2, 2de lid erkende kwalificatie gevolgd heeft;
  2° personeel dat overeenstemt met 0,25 volledige dagtaken sociaal of gespecialiseerd gegradueerd verpleger of gegradueerd verpleger gespecialiseerd in de gemeenschapsgezondheid of maatschappelijk assistent of dat een hogere opleiding gevolgd heeft met psycho-pedagogische finaliteit.
  De minimaal vereiste begeleiding wordt vastgesteld op het equivalent van 3,5 volledige dagtaken, hetzij minstens 2 voltijdse equivalenten gekwalificeerd personeel, overeenkomstig het 1ste lid, 1° en 2° en ten hoogste 1,5 voltijdse equivalenten verzekerd door de ouders. ".
Art. 9. L'article 37, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " L'encadrement des enfants au sein d'une crÚche parentale est assuré par le personnel qualifié minimum suivant :
  1,75 équivalent temps plein de personnel justifiant de la formation de puériculteur(trice) ou d'une autre qualification reconnue conformément à l'article 42, § 2, alinéa 2;
  0,25 équivalent temps plein d'infirmier(Úre) gradué(e) social(e) ou spécialisé(e) en santé communautaire ou d'assistant(e) social(e) ou justifiant d'une formation supérieure à finalité psychopédagogique.
  L'encadrement minimum requis est fixé à 3,5 équivalents temps plein, soit au moins 2 équivalents temps plein de personnel qualifié, conformément à l'alinéa 1er, 1° et 2° et au plus 1,5 équivalent temps plein assuré par les parents. ".
  " L'encadrement des enfants au sein d'une crÚche parentale est assuré par le personnel qualifié minimum suivant :
  1,75 équivalent temps plein de personnel justifiant de la formation de puériculteur(trice) ou d'une autre qualification reconnue conformément à l'article 42, § 2, alinéa 2;
  0,25 équivalent temps plein d'infirmier(Úre) gradué(e) social(e) ou spécialisé(e) en santé communautaire ou d'assistant(e) social(e) ou justifiant d'une formation supérieure à finalité psychopédagogique.
  L'encadrement minimum requis est fixé à 3,5 équivalents temps plein, soit au moins 2 équivalents temps plein de personnel qualifié, conformément à l'alinéa 1er, 1° et 2° et au plus 1,5 équivalent temps plein assuré par les parents. ".
Art. 10. Artikel 38 van hetzelfde besluit wordt met de volgende twee leden aangevuld :
  " De stagiairs die in het kader van de alternerende opleiding of van de permanente opleiding voor de Middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen een stageovereenkomst op lange termijn gesloten hebben met een kinderhuis en dit voor een stagiair per schijf van 12 plaatsen zonder evenwel de helft van het begeleidingspersoneel van het kinderhuis te overschrijden, kunnen eveneens in aanmerking genomen worden in het minimaal personeel dat voor de begeleiding van kinderen zorgt.
  De in het vorig lid bedoelde opleidingen moeten toegang verlenen tot één van de door de Regering erkende bekwaamheidsbewijzen voor het begeleidingspersoneel van de kinderhuizen bedoeld in artikel 42, § 3, 2e lid. ".
  " De stagiairs die in het kader van de alternerende opleiding of van de permanente opleiding voor de Middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen een stageovereenkomst op lange termijn gesloten hebben met een kinderhuis en dit voor een stagiair per schijf van 12 plaatsen zonder evenwel de helft van het begeleidingspersoneel van het kinderhuis te overschrijden, kunnen eveneens in aanmerking genomen worden in het minimaal personeel dat voor de begeleiding van kinderen zorgt.
  De in het vorig lid bedoelde opleidingen moeten toegang verlenen tot één van de door de Regering erkende bekwaamheidsbewijzen voor het begeleidingspersoneel van de kinderhuizen bedoeld in artikel 42, § 3, 2e lid. ".
Art. 10. L'article 38, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par les deux alinĂ©as suivants :
  " Peuvent Ă©galement ĂȘtre pris en compte dans le personnel minimum assurant l'encadrement des enfants, les stagiaires qui, dans le cadre de la formation en alternance ou de la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises ont conclu avec une maison d'enfants une convention de stage de longue durĂ©e, et ce, Ă concurrence d'un(e) stagiaire par tranche de 12 places, sans toutefois excĂ©der la moitiĂ© du personnel d'encadrement de la maison d'enfants.
  Les formations visées à l'alinéa précédent doivent donner accÚs à un des titres reconnus par le Gouvernement pour le personnel d'encadrement des maisons d'enfants visés à l'article 42, § 3, alinéa 2. ".
  " Peuvent Ă©galement ĂȘtre pris en compte dans le personnel minimum assurant l'encadrement des enfants, les stagiaires qui, dans le cadre de la formation en alternance ou de la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises ont conclu avec une maison d'enfants une convention de stage de longue durĂ©e, et ce, Ă concurrence d'un(e) stagiaire par tranche de 12 places, sans toutefois excĂ©der la moitiĂ© du personnel d'encadrement de la maison d'enfants.
  Les formations visées à l'alinéa précédent doivent donner accÚs à un des titres reconnus par le Gouvernement pour le personnel d'encadrement des maisons d'enfants visés à l'article 42, § 3, alinéa 2. ".
Art. 11. In artikel 41 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " In afwijking van het vorig lid wordt de wederkerende delegatie van de kinderopvang toegelaten onder de ontvangers(sters) en dit onverminderd de bepalingen van artikel 12, § 3, wanneer twee kinderopvangers(sters) hun activiteit samen uitvoeren op eenzelfde plaats. "
  " In afwijking van het vorig lid wordt de wederkerende delegatie van de kinderopvang toegelaten onder de ontvangers(sters) en dit onverminderd de bepalingen van artikel 12, § 3, wanneer twee kinderopvangers(sters) hun activiteit samen uitvoeren op eenzelfde plaats. "
Art. 11. A l'article 41, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un deuxiĂšme alinĂ©a formulĂ© comme suit est insĂ©rĂ© :
  " Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, lorsque deux accueillant(e)s d'enfants exercent leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu, la dĂ©lĂ©gation rĂ©ciproque de l'accueil des enfants est permise entre ces accueillant(e)s et ce sans prĂ©judice du prescrit de l'article 12, § 3. "
  " Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, lorsque deux accueillant(e)s d'enfants exercent leur activitĂ© ensemble en un mĂȘme lieu, la dĂ©lĂ©gation rĂ©ciproque de l'accueil des enfants est permise entre ces accueillant(e)s et ce sans prĂ©judice du prescrit de l'article 12, § 3. "
Art. 12. Artikel 42 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " Artikel 42. § 1. Voor de crÚches, peutertuinen en gemeentelijke opvangvoorzieningen voor kinderen, moeten de Directeur (trice) en de personen die zorgen voor de psycho-medisch-sociale begeleiding, een opleiding van gegradueerd verpleger(ster), gegradueerd maatschappelijk verpleger(ster) of gegradueerd verpleger(ster) gespecialiseerd in gemeenschapsgezondheid of maatschappelijk assistent(e) of een hogere opleiding met psycho-pedagogische finaliteit erkend door de Regering gevolgd hebben. De personen die zorgen voor de begeleiding van de kinderen hebben een opleiding kinderverzorger(ster) gevolgd of beschikken over een kwalificatie die door de Regering erkend is.
  § 2. Voor de oudercrÚches, moeten de Directeur(trice) en de andere personen die zorgen voor de psycho-medisch-sociale begeleiding een opleiding van gegradueerd verpleger(ster), gegradueerd maatschappelijke verpleger(ster) of gegradueerd verpleger(ster) gespecialiseerd in gemeenschapsgezondheid of maatschappelijk assistent(e) of een voortgezette opleiding met psycho-pedagogische finaliteit erkend door de Regering gevolgd hebben.
  De personen, buiten de ouders, die zorgen voor de begeleiding van de kinderen hebben een opleiding van kinderverzorger(-ster) gevolgd of beschikken over een door de Regering erkende kwalificatie.
  De ouders die de kinderen begeleiden, beschikken over een kwalificatie erkend door de Regering of verbinden zich tijdens het jaar een versnelde opleidingscursus te volgen erkend door de Regering.
  § 3. Voor de kinderhuizen, doet de Directeur(trice) een door de Regering erkende psycho-medisch-sociale opleiding gelden of, bij ontstentenis, een opleiding als kinderverzorger (-ster) of een hogere opleiding met psychologische, medische of sociale finaliteit. In de laatste gevallen verbindt de Directeur(trice) zich ertoe voortgezette opleidingscursussen te volgen in de voortzetting van zijn basisopleiding en verstrekt door vormingsoperatoren bedoeld in artikel 43, 2e lid. Het volgen van die modules moet beginnen binnen het eerste jaar waarin hij in functie treedt en minimaal 50 uren bevatten die over drie jaar kunnen worden verspreid.
  Het personeel voor de begeleiding van de kinderen beschikt over een opleiding die erkend is door de Regering.
  § 4. De kinderopvanger(ster) beschikt over een opleiding die erkend is door de Regering of, bij ontstentenis, over een versnelde opleiding van minimaal 100 uren, erkend door de Regering.
  " Artikel 42. § 1. Voor de crÚches, peutertuinen en gemeentelijke opvangvoorzieningen voor kinderen, moeten de Directeur (trice) en de personen die zorgen voor de psycho-medisch-sociale begeleiding, een opleiding van gegradueerd verpleger(ster), gegradueerd maatschappelijk verpleger(ster) of gegradueerd verpleger(ster) gespecialiseerd in gemeenschapsgezondheid of maatschappelijk assistent(e) of een hogere opleiding met psycho-pedagogische finaliteit erkend door de Regering gevolgd hebben. De personen die zorgen voor de begeleiding van de kinderen hebben een opleiding kinderverzorger(ster) gevolgd of beschikken over een kwalificatie die door de Regering erkend is.
  § 2. Voor de oudercrÚches, moeten de Directeur(trice) en de andere personen die zorgen voor de psycho-medisch-sociale begeleiding een opleiding van gegradueerd verpleger(ster), gegradueerd maatschappelijke verpleger(ster) of gegradueerd verpleger(ster) gespecialiseerd in gemeenschapsgezondheid of maatschappelijk assistent(e) of een voortgezette opleiding met psycho-pedagogische finaliteit erkend door de Regering gevolgd hebben.
  De personen, buiten de ouders, die zorgen voor de begeleiding van de kinderen hebben een opleiding van kinderverzorger(-ster) gevolgd of beschikken over een door de Regering erkende kwalificatie.
  De ouders die de kinderen begeleiden, beschikken over een kwalificatie erkend door de Regering of verbinden zich tijdens het jaar een versnelde opleidingscursus te volgen erkend door de Regering.
  § 3. Voor de kinderhuizen, doet de Directeur(trice) een door de Regering erkende psycho-medisch-sociale opleiding gelden of, bij ontstentenis, een opleiding als kinderverzorger (-ster) of een hogere opleiding met psychologische, medische of sociale finaliteit. In de laatste gevallen verbindt de Directeur(trice) zich ertoe voortgezette opleidingscursussen te volgen in de voortzetting van zijn basisopleiding en verstrekt door vormingsoperatoren bedoeld in artikel 43, 2e lid. Het volgen van die modules moet beginnen binnen het eerste jaar waarin hij in functie treedt en minimaal 50 uren bevatten die over drie jaar kunnen worden verspreid.
  Het personeel voor de begeleiding van de kinderen beschikt over een opleiding die erkend is door de Regering.
  § 4. De kinderopvanger(ster) beschikt over een opleiding die erkend is door de Regering of, bij ontstentenis, over een versnelde opleiding van minimaal 100 uren, erkend door de Regering.
Art. 12. L'article 42, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Article 42. § 1er. Pour les crÚches, prégardiennats et maisons communales d'accueil de l'enfance, le(la) Directeur(trice) et les personnes qui assurent l'encadrement psycho-médico-social justifient de la formation d'infirmier(Úre) graduée, d'infirmier(Úre) gradué(e) social(e) ou d'infirmier(Úre) gradué(e) spécialisé(e) en santé communautaire ou d'assistant(e) social(e) ou d'une formation supérieure à finalité psychopédagogique reconnue par le Gouvernement.
  Les personnes qui assurent l'encadrement des enfants justifient de la formation de puériculteur(trice) ou d'une qualification reconnue par le Gouvernement.
  § 2. Pour les crÚches parentales, le (la) directeur (trice) et les personnes qui assurent l'encadrement psycho-médico-social justifient de la formation d'infirmier(Úre) gradué(e), d'infirmier(Úre) gradué(e) social(e) ou d'infirmier(Úre) gradué(e) spécialisé(e) en santé communautaire ou d'assistant(e) social(e) ou d'une formation supérieure à finalité psychopédagogique reconnue par le Gouvernement.
  Les personnes, autres que les parents, qui assurent l'encadrement des enfants justifient de la formation de puériculteur(trice) ou d'une qualification reconnue par le Gouvernement.
  Les parents qui assurent l'encadrement des enfants justifient d'une qualification reconnue par le Gouvernement ou s'engagent à suivre dans l'année un module de formation accélérée reconnu par le Gouvernement.
  § 3. Pour les maisons d'enfants, le(la) Directeur(trice) justifie d'une formation psycho-mĂ©dico-sociale reconnue par le Gouvernement ou, Ă dĂ©faut, d'une formation de puĂ©riculteur(trice) ou d'une formation de niveau supĂ©rieur Ă finalitĂ© psychologique, mĂ©dicale ou sociale. Dans ces derniers cas le (la) Directeur(trice) s'engage Ă suivre des modules de formation continue complĂ©mentaires Ă sa formation de base et dispensĂ©s par des opĂ©rateurs de formation dĂ©finis Ă l'article 43, alinĂ©a 2. Le suivi de ces modules doit dĂ©buter dans la premiĂšre annĂ©e de son entrĂ©e en fonction et totaliser 50 heures au minimum qui peuvent ĂȘtre rĂ©parties sur trois annĂ©es.
  Le personnel d'encadrement des enfants justifie d'une formation reconnue par le Gouvernement.
  § 4. L'accueillant(e) d'enfants justifie d'une formation reconnue par le Gouvernement ou, à défaut, d'une formation accélérée de minimum 100 heures, reconnue par le Gouvernement.
  " Article 42. § 1er. Pour les crÚches, prégardiennats et maisons communales d'accueil de l'enfance, le(la) Directeur(trice) et les personnes qui assurent l'encadrement psycho-médico-social justifient de la formation d'infirmier(Úre) graduée, d'infirmier(Úre) gradué(e) social(e) ou d'infirmier(Úre) gradué(e) spécialisé(e) en santé communautaire ou d'assistant(e) social(e) ou d'une formation supérieure à finalité psychopédagogique reconnue par le Gouvernement.
  Les personnes qui assurent l'encadrement des enfants justifient de la formation de puériculteur(trice) ou d'une qualification reconnue par le Gouvernement.
  § 2. Pour les crÚches parentales, le (la) directeur (trice) et les personnes qui assurent l'encadrement psycho-médico-social justifient de la formation d'infirmier(Úre) gradué(e), d'infirmier(Úre) gradué(e) social(e) ou d'infirmier(Úre) gradué(e) spécialisé(e) en santé communautaire ou d'assistant(e) social(e) ou d'une formation supérieure à finalité psychopédagogique reconnue par le Gouvernement.
  Les personnes, autres que les parents, qui assurent l'encadrement des enfants justifient de la formation de puériculteur(trice) ou d'une qualification reconnue par le Gouvernement.
  Les parents qui assurent l'encadrement des enfants justifient d'une qualification reconnue par le Gouvernement ou s'engagent à suivre dans l'année un module de formation accélérée reconnu par le Gouvernement.
  § 3. Pour les maisons d'enfants, le(la) Directeur(trice) justifie d'une formation psycho-mĂ©dico-sociale reconnue par le Gouvernement ou, Ă dĂ©faut, d'une formation de puĂ©riculteur(trice) ou d'une formation de niveau supĂ©rieur Ă finalitĂ© psychologique, mĂ©dicale ou sociale. Dans ces derniers cas le (la) Directeur(trice) s'engage Ă suivre des modules de formation continue complĂ©mentaires Ă sa formation de base et dispensĂ©s par des opĂ©rateurs de formation dĂ©finis Ă l'article 43, alinĂ©a 2. Le suivi de ces modules doit dĂ©buter dans la premiĂšre annĂ©e de son entrĂ©e en fonction et totaliser 50 heures au minimum qui peuvent ĂȘtre rĂ©parties sur trois annĂ©es.
  Le personnel d'encadrement des enfants justifie d'une formation reconnue par le Gouvernement.
  § 4. L'accueillant(e) d'enfants justifie d'une formation reconnue par le Gouvernement ou, à défaut, d'une formation accélérée de minimum 100 heures, reconnue par le Gouvernement.
Art. 13. In artikel 44, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, 2e lid, 1°, g), wordt als volgt aangevuld : " ;voor de kinderopvangers(sters) wordt evenwel de beschrijving van de infrastructuren voldoende geacht. ".
  2° in § 1, 2e lid, 4°, a) worden de woorden " op de verblijfplaats van de kandidaat kinderopvanger(ster) " vervangen door de woorden " in de lokalen die voor de opvang zullen worden bestemd. ".
  1° § 1, 2e lid, 1°, g), wordt als volgt aangevuld : " ;voor de kinderopvangers(sters) wordt evenwel de beschrijving van de infrastructuren voldoende geacht. ".
  2° in § 1, 2e lid, 4°, a) worden de woorden " op de verblijfplaats van de kandidaat kinderopvanger(ster) " vervangen door de woorden " in de lokalen die voor de opvang zullen worden bestemd. ".
Art. 13. A l'article 44, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le § 1er, alinéa 2, 1°, g), est complété comme suit : " ; toutefois, pour les accueillant(e)s d'enfants, la description des infrastructures est jugée suffisante. ".
  2° au § 1er, alinéa 2, 4°, a), les termes " au domicile du (de la) candidat(e) accueillant(e) d'enfants " sont remplacés par les termes " dans les locaux qui seront affectés à l'accueil. ".
  1° le § 1er, alinéa 2, 1°, g), est complété comme suit : " ; toutefois, pour les accueillant(e)s d'enfants, la description des infrastructures est jugée suffisante. ".
  2° au § 1er, alinéa 2, 4°, a), les termes " au domicile du (de la) candidat(e) accueillant(e) d'enfants " sont remplacés par les termes " dans les locaux qui seront affectés à l'accueil. ".
Art. 14. In artikel 60 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Het eerste lid wordt § 1;
  2° Een § 2 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Vooraleer zijn beslissing te nemen, roept de Dienst een lid van de inrichtende macht en/of van de Directeur(trice) van de opvangvoorziening op, teneinde hem(hun) toe te laten zijn (hun) opmerkingen te laten gelden.
  De oproeping gebeurt bij ter Post aangetekende brief.
  De opgeroepen personen kunnen begeleid worden door een andere persoon naar keuze.
  Een minimale termijn van tien werkdagen moet verlopen tussen de verzending van de oproepingsbrief en het horen van de betrokkene(n).
  Op het einde van het horen van de personen wordt een proces-verbaal opgemaakt en ondertekend door de aanwezige personen. ";
  3° Het 2e lid wordt § 3;
  4° In § 3, bedoeld in 3° van dit artikel wordt de zin : " Als de intrekking evenwel optreedt na een opheffingsmaatregel genomen ter uitvoering van het eerste lid of van artikel 63, heeft die uitwerking met onmiddellijke toepassing " geschrapt. ";
  5° Een § 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Als de beslissing tot opschorting of intrekking wordt genomen ofwel na een aanvraag om onmiddellijke schikking bedoeld in artikel 59, 2de lid, ofwel na een maatregel van opschorting genomen ter uitvoering van § 3 of van artikel 63, heeft deze onmiddellijk uitvoering. "
  6° Het 3e lid wordt § 5;
  1° Het eerste lid wordt § 1;
  2° Een § 2 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Vooraleer zijn beslissing te nemen, roept de Dienst een lid van de inrichtende macht en/of van de Directeur(trice) van de opvangvoorziening op, teneinde hem(hun) toe te laten zijn (hun) opmerkingen te laten gelden.
  De oproeping gebeurt bij ter Post aangetekende brief.
  De opgeroepen personen kunnen begeleid worden door een andere persoon naar keuze.
  Een minimale termijn van tien werkdagen moet verlopen tussen de verzending van de oproepingsbrief en het horen van de betrokkene(n).
  Op het einde van het horen van de personen wordt een proces-verbaal opgemaakt en ondertekend door de aanwezige personen. ";
  3° Het 2e lid wordt § 3;
  4° In § 3, bedoeld in 3° van dit artikel wordt de zin : " Als de intrekking evenwel optreedt na een opheffingsmaatregel genomen ter uitvoering van het eerste lid of van artikel 63, heeft die uitwerking met onmiddellijke toepassing " geschrapt. ";
  5° Een § 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Als de beslissing tot opschorting of intrekking wordt genomen ofwel na een aanvraag om onmiddellijke schikking bedoeld in artikel 59, 2de lid, ofwel na een maatregel van opschorting genomen ter uitvoering van § 3 of van artikel 63, heeft deze onmiddellijk uitvoering. "
  6° Het 3e lid wordt § 5;
Art. 14. A l'article 60, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  L'alinéa 1er devient le § 1er;
  Un § 2 rédigé comme suit est inséré :
  " Avant de prendre sa décision, l'Office convoque un membre du pouvoir organisateur et/ou le (la) Directeur(trice) du milieu d'accueil, afin de lui(leur) permettre de faire valoir ses(leurs) observations.
  La convocation se fait par voie recommandée à la Poste.
  Les personnes convoquĂ©es peuvent ĂȘtre accompagnĂ©es d'une personne de leur choix.
  Un délai minimal de dix jours ouvrables doit s'écouler entre l'envoi de la convocation et l'audition de l'(des) intéressé(s).
  A l'issue de l'audition, un procÚs-verbal est dressé et signé par les personnes présentes. ";
  L'alinéa 2 devient le § 3;
  Au § 3, visé au 3° du présent article, la phrase : " Toutefois, si le retrait intervient aprÚs une mesure de suspension prise en application de l'alinéa premier ou de l'article 63, celui-ci produit ses effets avec application immédiate " est supprimée;
  Un § 4, rédigé comme suit, est inséré :
  " Si la décision de suspension ou de retrait intervient soit aprÚs une demande de mise en conformité immédiate visée à l'art. 59, alinéa 2, soit aprÚs une mesure de suspension prise en application du § 3 ou de l'article 63, celle-ci produit ses effets avec application immédiate. "
  L'alinéa 3 devient le § 5;
  L'alinéa 1er devient le § 1er;
  Un § 2 rédigé comme suit est inséré :
  " Avant de prendre sa décision, l'Office convoque un membre du pouvoir organisateur et/ou le (la) Directeur(trice) du milieu d'accueil, afin de lui(leur) permettre de faire valoir ses(leurs) observations.
  La convocation se fait par voie recommandée à la Poste.
  Les personnes convoquĂ©es peuvent ĂȘtre accompagnĂ©es d'une personne de leur choix.
  Un délai minimal de dix jours ouvrables doit s'écouler entre l'envoi de la convocation et l'audition de l'(des) intéressé(s).
  A l'issue de l'audition, un procÚs-verbal est dressé et signé par les personnes présentes. ";
  L'alinéa 2 devient le § 3;
  Au § 3, visé au 3° du présent article, la phrase : " Toutefois, si le retrait intervient aprÚs une mesure de suspension prise en application de l'alinéa premier ou de l'article 63, celui-ci produit ses effets avec application immédiate " est supprimée;
  Un § 4, rédigé comme suit, est inséré :
  " Si la décision de suspension ou de retrait intervient soit aprÚs une demande de mise en conformité immédiate visée à l'art. 59, alinéa 2, soit aprÚs une mesure de suspension prise en application du § 3 ou de l'article 63, celle-ci produit ses effets avec application immédiate. "
  L'alinéa 3 devient le § 5;
Art. 15. In artikel 61 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Het 3e lid van § 1 wordt door het volgend 3de lid vervangen : " De indiening van het beroep schort de gevolgen van de beslissing op behalve in de gevallen bedoeld in artikel 60, § 4. ";
  2° § 2 wordt door de volgende § 2 vervangen : § 2. Binnen de maand van ontvangst van het beroep hoort de Raad van Bestuur van de Dienst één voor één de leden van de inrichtende macht en/of de directeur(trice) van de opvangvoorziening en een vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de Dienst die de beslissing om opschorting of intrekking genomen heeft teneinde hem toe te laten zijn(hun) opmerkingen te laten gelden, volgens de procedure bedoeld in artikel 60, § 2. ".
  3° Een § 5 wordt ingevoegd, luidend als volgt : " § 5. In afwijking van de vorige paragrafen, in de hypothese van een beslissing tot opschorting of intrekking volgend op de aanvraag om onmiddellijke schikking bedoeld in artikel 59, 2de lid, zal het beroep behandeld worden overeenkomstig de procedure ingevoerd bij artikel 64. ".
  1° Het 3e lid van § 1 wordt door het volgend 3de lid vervangen : " De indiening van het beroep schort de gevolgen van de beslissing op behalve in de gevallen bedoeld in artikel 60, § 4. ";
  2° § 2 wordt door de volgende § 2 vervangen : § 2. Binnen de maand van ontvangst van het beroep hoort de Raad van Bestuur van de Dienst één voor één de leden van de inrichtende macht en/of de directeur(trice) van de opvangvoorziening en een vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de Dienst die de beslissing om opschorting of intrekking genomen heeft teneinde hem toe te laten zijn(hun) opmerkingen te laten gelden, volgens de procedure bedoeld in artikel 60, § 2. ".
  3° Een § 5 wordt ingevoegd, luidend als volgt : " § 5. In afwijking van de vorige paragrafen, in de hypothese van een beslissing tot opschorting of intrekking volgend op de aanvraag om onmiddellijke schikking bedoeld in artikel 59, 2de lid, zal het beroep behandeld worden overeenkomstig de procedure ingevoerd bij artikel 64. ".
Art. 15. A l'article 61, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  L'alinéa 3 du § 1er est remplacé par l'alinéa 3 suivant : " L'introduction du recours suspend les effets de la décision sauf dans les cas visés à l'article 60, § 4. ";
  Le § 2 est remplacé par le paragraphe 2 suivant : " § 2. Dans le mois de la réception du recours, le Conseil d'Administration de l'Office entend séparément un membre du pouvoir organisateur et/ou le(la) Directeur(trice) du milieu d'accueil et un représentant de l'instance compétente de l'Office dont émane la décision de suspension ou de retrait, afin de lui(leur) permettre de faire valoir ses (leurs) observations, selon la procédure fixée à l'article 60, § 2. ".
  Un § 5 rédigé comme suit est inséré : " § 5.Par dérogation aux paragraphes précédents, dans l'hypothÚse d'une décision de suspension ou de retrait consécutive à la demande de mise en conformité immédiate visée à l'article 59, alinéa 2, le recours sera traité conformément à la procédure instaurée par l'article 64. ".
  L'alinéa 3 du § 1er est remplacé par l'alinéa 3 suivant : " L'introduction du recours suspend les effets de la décision sauf dans les cas visés à l'article 60, § 4. ";
  Le § 2 est remplacé par le paragraphe 2 suivant : " § 2. Dans le mois de la réception du recours, le Conseil d'Administration de l'Office entend séparément un membre du pouvoir organisateur et/ou le(la) Directeur(trice) du milieu d'accueil et un représentant de l'instance compétente de l'Office dont émane la décision de suspension ou de retrait, afin de lui(leur) permettre de faire valoir ses (leurs) observations, selon la procédure fixée à l'article 60, § 2. ".
  Un § 5 rédigé comme suit est inséré : " § 5.Par dérogation aux paragraphes précédents, dans l'hypothÚse d'une décision de suspension ou de retrait consécutive à la demande de mise en conformité immédiate visée à l'article 59, alinéa 2, le recours sera traité conformément à la procédure instaurée par l'article 64. ".
Art. 16. In artikel 63 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Het 1e lid wordt door het volgend 1ste lid vervangen : " In geval van bijzondere hoogdringendheid, ten gevolge van het gedrag van de opvangvoorziening, van een personeelslid of van personen die regelmatig in contact zijn met de opgevangen kinderen dat ernstige en duidelijk bewezen risico's voor de veiligheid en/of de gezondheid van de kinderen kan veroorzaken, kan de Dienst de opvang preventief opschorten. ";
  2° Het 2e lid wordt geschrapt;
  3° Het 3e lid wordt door de volgende bepaling vervangen : " De beslissing van de Dienst wordt met redenen omkleed en genomen na een lid van de inrichtende macht en /of de Directeur(trice) van de opvangvoorziening te hebben verzocht om zijn argumenten te laten gelden. Een proces-verbaal wordt opgemaakt en ondertekend door alle aanwezige personen. ";
  4° Het 4de lid wordt geschrapt.
  1° Het 1e lid wordt door het volgend 1ste lid vervangen : " In geval van bijzondere hoogdringendheid, ten gevolge van het gedrag van de opvangvoorziening, van een personeelslid of van personen die regelmatig in contact zijn met de opgevangen kinderen dat ernstige en duidelijk bewezen risico's voor de veiligheid en/of de gezondheid van de kinderen kan veroorzaken, kan de Dienst de opvang preventief opschorten. ";
  2° Het 2e lid wordt geschrapt;
  3° Het 3e lid wordt door de volgende bepaling vervangen : " De beslissing van de Dienst wordt met redenen omkleed en genomen na een lid van de inrichtende macht en /of de Directeur(trice) van de opvangvoorziening te hebben verzocht om zijn argumenten te laten gelden. Een proces-verbaal wordt opgemaakt en ondertekend door alle aanwezige personen. ";
  4° Het 4de lid wordt geschrapt.
Art. 16. A l'article 63, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  L'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa 1er suivant : " En cas d'urgence particuliÚre, résultant d'un comportement du milieu d'accueil, d'un membre de son personnel ou de personnes en contact régulier avec les enfants accueillis qui génÚre des risques sérieux et raisonnablement fondés pour la sécurité et/ou la santé des enfants, l'Office peut suspendre l'accueil de maniÚre préventive. ";
  L'alinéa 2 est abrogé;
  L'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante : " La décision de l'Office est motivée et prise aprÚs avoir invité un membre du pouvoir organisateur et/ou le(la) Directeur(trice) du milieu d'accueil à faire valoir ses arguments. Un procÚs-verbal est dressé et signé par toutes les personnes présentes. ";
  L'alinéa 4 est abrogé.
  L'alinéa 1er est remplacé par l'alinéa 1er suivant : " En cas d'urgence particuliÚre, résultant d'un comportement du milieu d'accueil, d'un membre de son personnel ou de personnes en contact régulier avec les enfants accueillis qui génÚre des risques sérieux et raisonnablement fondés pour la sécurité et/ou la santé des enfants, l'Office peut suspendre l'accueil de maniÚre préventive. ";
  L'alinéa 2 est abrogé;
  L'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante : " La décision de l'Office est motivée et prise aprÚs avoir invité un membre du pouvoir organisateur et/ou le(la) Directeur(trice) du milieu d'accueil à faire valoir ses arguments. Un procÚs-verbal est dressé et signé par toutes les personnes présentes. ";
  L'alinéa 4 est abrogé.
Art. 17. In artikel 64 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het 1e lid wordt het woord " voorlopige " vervangen door het woord " preventieve ";
  2° Het 3de lid wordt door de volgende bepaling vervangen : " Binnen de vijftien werkdagen die volgen op de datum van de kennisgeving van het dringend beroep, horen de Raad van Bestuur of de daarbinnen aangestelde personen een vertegenwoordiger van de inrichtende macht en/of de Directeur(trice) van de opvangvoorziening en een vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de Dienst waarvan de beslissing tot opschorting of intrekking afkomstig is, teneinde hun toe te laten hun opmerkingen te laten gelden. Op het einde van het verhoor wordt een proces-verbaal opgemaakt en ondertekend door alle aanwezige personen. "
  1° In het 1e lid wordt het woord " voorlopige " vervangen door het woord " preventieve ";
  2° Het 3de lid wordt door de volgende bepaling vervangen : " Binnen de vijftien werkdagen die volgen op de datum van de kennisgeving van het dringend beroep, horen de Raad van Bestuur of de daarbinnen aangestelde personen een vertegenwoordiger van de inrichtende macht en/of de Directeur(trice) van de opvangvoorziening en een vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de Dienst waarvan de beslissing tot opschorting of intrekking afkomstig is, teneinde hun toe te laten hun opmerkingen te laten gelden. Op het einde van het verhoor wordt een proces-verbaal opgemaakt en ondertekend door alle aanwezige personen. "
Art. 17. A l'article 64, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° A l'alinéa 1er, le terme " provisoire " est remplacé par le terme " préventive ";
  2° L'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante : " Dans les quinze jours ouvrables qui suivent la date de notification du recours urgent, le Conseil d'Administration ou les personnes désignées en son sein entendent un représentant du pouvoir organisateur et/ou le(la) Directeur(trice) du milieu d'accueil et un représentant de l'instance compétente de l'Office dont émane la décision de suspension ou de retrait, afin de leur permettre de faire valoir leurs observations. A l'issue de l'audition, un procÚs-verbal est dressé et signé par toutes les personnes présentes. "
  1° A l'alinéa 1er, le terme " provisoire " est remplacé par le terme " préventive ";
  2° L'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante : " Dans les quinze jours ouvrables qui suivent la date de notification du recours urgent, le Conseil d'Administration ou les personnes désignées en son sein entendent un représentant du pouvoir organisateur et/ou le(la) Directeur(trice) du milieu d'accueil et un représentant de l'instance compétente de l'Office dont émane la décision de suspension ou de retrait, afin de leur permettre de faire valoir leurs observations. A l'issue de l'audition, un procÚs-verbal est dressé et signé par toutes les personnes présentes. "
Art. 18. In artikel 67 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " De dienst voor opvangers(sters) onder overeenkomst moet zijn erkenning verkrijgen voor enige werking. Deze kan hem toegekend worden mits naleving van de voorwaarden opgenomen onder Titel II van dit Boek alsmede de voorwaarden van dit hoofdstuk. "
  " De dienst voor opvangers(sters) onder overeenkomst moet zijn erkenning verkrijgen voor enige werking. Deze kan hem toegekend worden mits naleving van de voorwaarden opgenomen onder Titel II van dit Boek alsmede de voorwaarden van dit hoofdstuk. "
Art. 18. A l'article 67, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un deuxiĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© :
  " Le service d'accueillant(e)s conventionnĂ©(e)s doit obtenir son agrĂ©ment prĂ©alablement Ă tout fonctionnement. Celui-ci peut lui ĂȘtre accordĂ© moyennant le respect des conditions figurant au Titre II du prĂ©sent Livre ainsi que des conditions du prĂ©sent chapitre. "
  " Le service d'accueillant(e)s conventionnĂ©(e)s doit obtenir son agrĂ©ment prĂ©alablement Ă tout fonctionnement. Celui-ci peut lui ĂȘtre accordĂ© moyennant le respect des conditions figurant au Titre II du prĂ©sent Livre ainsi que des conditions du prĂ©sent chapitre. "
Art. 19. In artikel 68, 1°, van hetzelfde besluit, worden de woorden " in het huis van de kinderopvangers(-sters) " vervangen door de woorden " in de lokalen die door de onder overeenkomst zijnde kinderopvangers(sters) voor de opvang zullen worden bestemd. "
Art. 19. A l'article 68, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les termes " au domicile des accueillant(e)s d'enfants conventionnĂ©(e)s " sont remplacĂ©s par les mots " dans les locaux qui seront affectĂ©s Ă l'accueil par les accueillant(e)s d'enfants conventionnĂ©(e)s ".
Art. 20. In artikel 70 van hetzelfde besluit wordt een § 3 ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 3. Wat de onder overeenkomst zijnde opvanger(ster) die zijn(haar) activiteit uitoefent met een andere opvanger(ster) op eenzelfde plaats betreft, wordt de opvangovereenkomst opgesteld naar rato van zijn(haar) persoonlijke opvangcapaciteit en van die van de andere opvanger(ster) overeenkomstig artikel 12 § 3. "
  " § 3. Wat de onder overeenkomst zijnde opvanger(ster) die zijn(haar) activiteit uitoefent met een andere opvanger(ster) op eenzelfde plaats betreft, wordt de opvangovereenkomst opgesteld naar rato van zijn(haar) persoonlijke opvangcapaciteit en van die van de andere opvanger(ster) overeenkomstig artikel 12 § 3. "
Art. 20. A l'article 70, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un § 3 rĂ©digĂ© comme suit est insĂ©rĂ© :
  " § 3. Pour ce qui concerne l'accueillant(e) conventionnĂ©(e) exerçant son activitĂ© avec une autre accueillant(e) en un mĂȘme lieu, le contrat d'accueil est rĂ©digĂ© au prorata de sa capacitĂ© d'accueil personnelle et de celle de l'autre accueillant(e) conformĂ©ment Ă l'article 12, § 3. "
  " § 3. Pour ce qui concerne l'accueillant(e) conventionnĂ©(e) exerçant son activitĂ© avec une autre accueillant(e) en un mĂȘme lieu, le contrat d'accueil est rĂ©digĂ© au prorata de sa capacitĂ© d'accueil personnelle et de celle de l'autre accueillant(e) conformĂ©ment Ă l'article 12, § 3. "
Art. 21. In artikel 86, § 1, van hetzelfde besluit, wordt 4° vervangen door de volgende bepaling :
  " 4° indien zij werkzaam is op het ogenblik van de openbare aanbesteding bedoeld in 2°, het vereiste minimaal bezettingscijfer bereikt hebben naargelang van de opvangvoorziening ten laatste het trimester dat aan de inschrijving in de programmering voorafgaat, behoudens het derde trimester van het burgerlijk jaar. "
  " 4° indien zij werkzaam is op het ogenblik van de openbare aanbesteding bedoeld in 2°, het vereiste minimaal bezettingscijfer bereikt hebben naargelang van de opvangvoorziening ten laatste het trimester dat aan de inschrijving in de programmering voorafgaat, behoudens het derde trimester van het burgerlijk jaar. "
Art. 21. A l'article 86, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 4° est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " 4° s'il est en activitĂ© au moment oĂč il rĂ©pond Ă l'appel d'offres visĂ© au 2°, avoir atteint le taux d'occupation minimum requis, selon le type de milieu d'accueil, au plus tard le trimestre qui prĂ©cĂšde l'inscription dans la programmation, hormis le troisiĂšme trimestre de l'annĂ©e civile. "
  " 4° s'il est en activitĂ© au moment oĂč il rĂ©pond Ă l'appel d'offres visĂ© au 2°, avoir atteint le taux d'occupation minimum requis, selon le type de milieu d'accueil, au plus tard le trimestre qui prĂ©cĂšde l'inscription dans la programmation, hormis le troisiĂšme trimestre de l'annĂ©e civile. "
Art. 22. In artikel 87 van hetzelfde besluit wordt een vierde lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " Binnen de budgettaire perken van de Dienst, onverminderd de naleving van de voorwaarden en modaliteiten vastgelegd bij dit besluit voor de toekenning van de subsidies, wordt de Dienst ertoe gemachtigd aan de opvangvoorzieningen maandelijkse voorschotten te storten op basis van een aanvraag die ingediend wordt volgens het model gevoegd bij dit besluit.
  Het gecumuleerd bedrag van de maandelijkse voorschotten kan evenwel, voor een bepaald trimester, geen 80 % van het bedrag van de toe te kennen subsidie overschrijden, aangezien dat bedrag bepaald wordt naar referentie naar de toegekende subsidie voor een gelijkaardig trimester dat aan het betrokken trimester voorafgaat. "
  " Binnen de budgettaire perken van de Dienst, onverminderd de naleving van de voorwaarden en modaliteiten vastgelegd bij dit besluit voor de toekenning van de subsidies, wordt de Dienst ertoe gemachtigd aan de opvangvoorzieningen maandelijkse voorschotten te storten op basis van een aanvraag die ingediend wordt volgens het model gevoegd bij dit besluit.
  Het gecumuleerd bedrag van de maandelijkse voorschotten kan evenwel, voor een bepaald trimester, geen 80 % van het bedrag van de toe te kennen subsidie overschrijden, aangezien dat bedrag bepaald wordt naar referentie naar de toegekende subsidie voor een gelijkaardig trimester dat aan het betrokken trimester voorafgaat. "
Art. 22. A l'article 87, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un quatriĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© :
  " Dans les limites budgĂ©taires de l'Office, sans prĂ©judice du respect des conditions et modalitĂ©s fixĂ©es par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour l'octroi des subventions, l'Office est habilitĂ© Ă verser aux milieux d'accueil des avances mensuelles sur base d'une demande introduite selon le modĂšle annexĂ© au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Le montant cumulé des avances mensuelles ne peut toutefois, pour un trimestre déterminé, dépasser 80 % du montant de la subvention proméritée, ce montant étant établi par référence à la subvention attribuée pour un trimestre équivalent précédant le trimestre concerné. "
  " Dans les limites budgĂ©taires de l'Office, sans prĂ©judice du respect des conditions et modalitĂ©s fixĂ©es par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour l'octroi des subventions, l'Office est habilitĂ© Ă verser aux milieux d'accueil des avances mensuelles sur base d'une demande introduite selon le modĂšle annexĂ© au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Le montant cumulé des avances mensuelles ne peut toutefois, pour un trimestre déterminé, dépasser 80 % du montant de la subvention proméritée, ce montant étant établi par référence à la subvention attribuée pour un trimestre équivalent précédant le trimestre concerné. "
Art. 23. In artikel 93 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het 3de lid worden de woorden " tenzij de volgende alinea kan worden toegepast " geschrapt.
  2° Het 4de lid wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " In geval van samenwerkingsovereenkomst(en), wordt de gesubsidieerde capaciteit verminderd met het aantal plaatsen voorbehouden door de werknemers, onverminderd de bedragen gestort bij toepassing van artikel 140. ".
  1° In het 3de lid worden de woorden " tenzij de volgende alinea kan worden toegepast " geschrapt.
  2° Het 4de lid wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " In geval van samenwerkingsovereenkomst(en), wordt de gesubsidieerde capaciteit verminderd met het aantal plaatsen voorbehouden door de werknemers, onverminderd de bedragen gestort bij toepassing van artikel 140. ".
Art. 23. A l'article 93, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° A l'alinéa 3, les termes " sauf s'il y a application de l'alinéa suivant " sont supprimés.
  2° L'alinéa 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " En cas de convention(s) de collaboration, la capacité subventionnée est réduite du nombre de places réservées par les employeurs, sans préjudice des montants versés en application de l'article 140. "
  1° A l'alinéa 3, les termes " sauf s'il y a application de l'alinéa suivant " sont supprimés.
  2° L'alinéa 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " En cas de convention(s) de collaboration, la capacité subventionnée est réduite du nombre de places réservées par les employeurs, sans préjudice des montants versés en application de l'article 140. "
Art. 24. In artikel 97, § 2, van hetzelfde besluit wordt het woord " gebrevetteerde " geschrapt.
Art. 24. A l'article 97, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le terme " brevetĂ©(e)s " est supprimĂ©.
Art. 25. In artikel 98 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het 4de lid worden de woorden " tenzij de volgende alinea kan worden toegepast " geschrapt.
  2° Het 5de lid wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " In geval van samenwerkingsovereenkomst(en), wordt de gesubsidieerde capaciteit verminderd met het aantal plaatsen voorbehouden door de werknemers, onverminderd de bedragen gestort bij toepassing van artikel 140. ".
  1° In het 4de lid worden de woorden " tenzij de volgende alinea kan worden toegepast " geschrapt.
  2° Het 5de lid wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " In geval van samenwerkingsovereenkomst(en), wordt de gesubsidieerde capaciteit verminderd met het aantal plaatsen voorbehouden door de werknemers, onverminderd de bedragen gestort bij toepassing van artikel 140. ".
Art. 25. A l'article 98, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° A l'alinéa 4, les termes " sauf s'il y a application de l'alinéa suivant " sont supprimés.
  2° L'alinéa 5 est remplacé par la disposition suivante :
  " En cas de convention(s) de collaboration, la capacité subventionnée est réduite du nombre de places réservées par les employeurs, sans préjudice des montants versés en application de l'article 140. "
  1° A l'alinéa 4, les termes " sauf s'il y a application de l'alinéa suivant " sont supprimés.
  2° L'alinéa 5 est remplacé par la disposition suivante :
  " En cas de convention(s) de collaboration, la capacité subventionnée est réduite du nombre de places réservées par les employeurs, sans préjudice des montants versés en application de l'article 140. "
Art. 26. In artikel 103 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het 4de lid worden de woorden " tenzij de volgende alinea kan worden toegepast " geschrapt.
  2° Het 5de lid wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " In geval van samenwerkingsovereenkomst(en), wordt de gesubsidieerde capaciteit verminderd met het aantal plaatsen voorbehouden door de werknemers, onverminderd de bedragen gestort bij toepassing van artikel 140. ".
  1° In het 4de lid worden de woorden " tenzij de volgende alinea kan worden toegepast " geschrapt.
  2° Het 5de lid wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " In geval van samenwerkingsovereenkomst(en), wordt de gesubsidieerde capaciteit verminderd met het aantal plaatsen voorbehouden door de werknemers, onverminderd de bedragen gestort bij toepassing van artikel 140. ".
Art. 26. A l'article 103, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° A l'alinéa 4, les termes " sauf s'il y a application de l'alinéa suivant " sont supprimés.
  2° L'alinéa 5 est remplacé par la disposition suivante :
  " En cas de convention(s) de collaboration, la capacité subventionnée est réduite du nombre de places réservées par les employeurs, sans préjudice des montants versés en application de l'article 140. "
  1° A l'alinéa 4, les termes " sauf s'il y a application de l'alinéa suivant " sont supprimés.
  2° L'alinéa 5 est remplacé par la disposition suivante :
  " En cas de convention(s) de collaboration, la capacité subventionnée est réduite du nombre de places réservées par les employeurs, sans préjudice des montants versés en application de l'article 140. "
Art. 27. Artikel 116 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " § 1. De erkende opvangvoorzieningen bedoeld bij artikel 2, 1° tot 4°, de Dienst en iedere publieke of private werkgever kunnen een samenwerkingsovereenkomst sluiten overeenkomstig artikel 117.
  Die overeenkomst bepaalt dat er opvangplaatsen worden voorbehouden voor kinderen van werknemers van deze werkgever volgens één of meerdere modaliteiten bedoeld in artikel 118 die als tegenprestatie hiervoor een bijdrage betaalt per voorbehouden plaats volgens de bij artikel 133 bepaalde nadere regels.
  Een werkgever mag slechts in het kader van een samenwerkingsovereenkomst een opvangplaats (meerdere opvangplaatsen) voorbehouden.
  § 2. Een werknemersorganisatie kan eveneens een samenwerkingsovereenkomst sluiten met een in artikel 2, 1° tot 4°, bedoelde opvangvoorziening en de Dienst, ten gunste van werkgevers die lid zijn van die vereniging, op voorwaarde dat elk van de werkgevers die één of meerdere plaatsen voorbehoudt :
  1° uitdrukkelijk vermeld wordt in de samenwerkingsovereenkomst;
  2° de in artikel 117 vastgestelde voorwaarden naleeft;
  3° zich ertoe verbindt zijn deel te storten vastgelegd bij overeenkomst met de vereniging, aan het Solidariteits- en ontwikkelingsfonds van de opvang van kinderen overeenkomstig de bepalingen van artikel 133 en volgens de nadere regels vastgelegd door de Dienst.
  De overeenkomst regelt de verdeling van de plaatsen onder de werknemers.
  § 3. De inrichtende macht van de in de vorige paragrafen bedoelde opvangvoorziening(en) is afgescheiden van de opvangvoorziening(en) van de werkgever(s)-partner(s) of van de werkgeversvereniging. In ieder geval kan (kunnen) de werkgever(s) of de werkgeversvereniging niet meer dan 50 % vertegenwoordigers hebben binnen de inrichtende macht van de opvangvoorziening.
  § 4. De opvangvoorziening die een overeenkomst gesloten heeft met één of meerdere werkgever(s) of met een werkgeversvereniging beschikt over eigen infrastructuren die fysiek onafhankelijk zijn van de werkplaats van de personen die voor de partnerwerkgever(s) werken.
  § 5. Een of meerdere werkgever(s) kan(kunnen) onafhankelijk van de afsluiting van een samenwerkingsovereenkomst of, in voorkomend geval, in aanvulling van deze, financiële hulp verlenen aan een opvangvoorziening die erkend of toegelaten is met het oog op de ondersteuning van haar werking of de financiële hulpverlening voor de infrastructuur- of inrichtingswerkzaamheden voor lokalen of uitrusting.
  Die financiële hulpverlening verleent geen recht op het voorbehouden van plaatsen door de werkgever(s) binnen de betrokken opvangvoorziening.
  De opvangvoorziening wordt ertoe gehouden jaarlijks de Dienst, volgens de door hem vastgestelde modaliteiten, op de hoogte te houden van het bedrag en de bestemming van de geïnde bedragen als financiële hulp van elke werkgever, inzonderheid als de werkgever de fiscale aftrekbaarheid wenst te genieten. ".
  " § 1. De erkende opvangvoorzieningen bedoeld bij artikel 2, 1° tot 4°, de Dienst en iedere publieke of private werkgever kunnen een samenwerkingsovereenkomst sluiten overeenkomstig artikel 117.
  Die overeenkomst bepaalt dat er opvangplaatsen worden voorbehouden voor kinderen van werknemers van deze werkgever volgens één of meerdere modaliteiten bedoeld in artikel 118 die als tegenprestatie hiervoor een bijdrage betaalt per voorbehouden plaats volgens de bij artikel 133 bepaalde nadere regels.
  Een werkgever mag slechts in het kader van een samenwerkingsovereenkomst een opvangplaats (meerdere opvangplaatsen) voorbehouden.
  § 2. Een werknemersorganisatie kan eveneens een samenwerkingsovereenkomst sluiten met een in artikel 2, 1° tot 4°, bedoelde opvangvoorziening en de Dienst, ten gunste van werkgevers die lid zijn van die vereniging, op voorwaarde dat elk van de werkgevers die één of meerdere plaatsen voorbehoudt :
  1° uitdrukkelijk vermeld wordt in de samenwerkingsovereenkomst;
  2° de in artikel 117 vastgestelde voorwaarden naleeft;
  3° zich ertoe verbindt zijn deel te storten vastgelegd bij overeenkomst met de vereniging, aan het Solidariteits- en ontwikkelingsfonds van de opvang van kinderen overeenkomstig de bepalingen van artikel 133 en volgens de nadere regels vastgelegd door de Dienst.
  De overeenkomst regelt de verdeling van de plaatsen onder de werknemers.
  § 3. De inrichtende macht van de in de vorige paragrafen bedoelde opvangvoorziening(en) is afgescheiden van de opvangvoorziening(en) van de werkgever(s)-partner(s) of van de werkgeversvereniging. In ieder geval kan (kunnen) de werkgever(s) of de werkgeversvereniging niet meer dan 50 % vertegenwoordigers hebben binnen de inrichtende macht van de opvangvoorziening.
  § 4. De opvangvoorziening die een overeenkomst gesloten heeft met één of meerdere werkgever(s) of met een werkgeversvereniging beschikt over eigen infrastructuren die fysiek onafhankelijk zijn van de werkplaats van de personen die voor de partnerwerkgever(s) werken.
  § 5. Een of meerdere werkgever(s) kan(kunnen) onafhankelijk van de afsluiting van een samenwerkingsovereenkomst of, in voorkomend geval, in aanvulling van deze, financiële hulp verlenen aan een opvangvoorziening die erkend of toegelaten is met het oog op de ondersteuning van haar werking of de financiële hulpverlening voor de infrastructuur- of inrichtingswerkzaamheden voor lokalen of uitrusting.
  Die financiële hulpverlening verleent geen recht op het voorbehouden van plaatsen door de werkgever(s) binnen de betrokken opvangvoorziening.
  De opvangvoorziening wordt ertoe gehouden jaarlijks de Dienst, volgens de door hem vastgestelde modaliteiten, op de hoogte te houden van het bedrag en de bestemming van de geïnde bedragen als financiële hulp van elke werkgever, inzonderheid als de werkgever de fiscale aftrekbaarheid wenst te genieten. ".
Art. 27. L'article 116, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 1er. Les milieux d'accueil agréés visés à l'article 2, 1° à 4°, l'Office et tout employeur, public ou privé, peuvent passer une convention de collaboration conclue conformément à l'article 117.
  Cette convention prévoit la réservation de places au bénéfice d'enfants de travailleurs de cet employeur, selon une ou plusieurs des modalités visées à l'article 118, en contrepartie du paiement par ce dernier d'une contribution par place réservée selon les modalités fixées à l'article 133.
  Un employeur ne peut réserver une (des) place(s) au sein d'un milieu d'accueil susvisé que dans le cadre d'une telle convention de collaboration.
  § 2. Une association d'employeurs peut également passer une convention de collaboration avec un milieu d'accueil visé à l'article 2, 1° à 4° et l'Office, au profit d'employeurs membres de cette association, pour autant que chacun des employeurs réservant une ou plusieurs place(s) :
  1° soit mentionné expressément dans la convention de collaboration;
  2° respecte les conditions fixées à l'article 117;
  3° s'engage à verser sa part fixée par convention avec l'association, au Fonds de solidarité et de développement de l'accueil de l'enfance conformément aux dispositions de l'article 133, et selon les modalités définies par l'Office.
  La convention rÚgle la répartition des places entre les employeurs.
  § 3. Le pouvoir organisateur du (des) milieu(x) d'accueil visé(s) aux paragraphes précédents est distinct de celui (ceux) du (des) employeur(s) partenaire(s) ou de l'association d'employeurs. Dans tous les cas, l'(les) employeur(s) ou l'association d'employeurs ne peut (peuvent) avoir plus de 50 % de représentants au sein du pouvoir organisateur du milieu d'accueil.
  § 4. Le milieu d'accueil qui a conclu une convention avec un ou plusieurs employeur(s) ou avec une association d'employeurs dispose d'infrastructures propres et physiquement indépendantes du lieu de travail des personnes travaillant pour le (les) employeur(s) partenaire(s).
  § 5. Un ou plusieurs employeur(s) peut (peuvent) indépendamment de la conclusion d'une convention de collaboration ou, le cas échéant, complémentairement à celle-ci, fournir une aide financiÚre à un milieu d'accueil agréé ou autorisé en vue de soutenir son fonctionnement ou de contribuer au financement de travaux d'infrastructures ou d'aménagement de locaux ou d'équipements.
  Cette aide financiÚre n'ouvre pas le droit à la réservation de places par le (les) employeur(s) au sein du milieu d'accueil concerné.
  Le milieu d'accueil bénéficiaire est tenu d'informer annuellement l'Office, selon les modalités fixées par celui-ci, du montant et de la destination des sommes perçues à titre d'aide financiÚre de chacun des employeurs, notamment si l'employeur souhaite obtenir le bénéfice de la déductibilité fiscale. "
  " § 1er. Les milieux d'accueil agréés visés à l'article 2, 1° à 4°, l'Office et tout employeur, public ou privé, peuvent passer une convention de collaboration conclue conformément à l'article 117.
  Cette convention prévoit la réservation de places au bénéfice d'enfants de travailleurs de cet employeur, selon une ou plusieurs des modalités visées à l'article 118, en contrepartie du paiement par ce dernier d'une contribution par place réservée selon les modalités fixées à l'article 133.
  Un employeur ne peut réserver une (des) place(s) au sein d'un milieu d'accueil susvisé que dans le cadre d'une telle convention de collaboration.
  § 2. Une association d'employeurs peut également passer une convention de collaboration avec un milieu d'accueil visé à l'article 2, 1° à 4° et l'Office, au profit d'employeurs membres de cette association, pour autant que chacun des employeurs réservant une ou plusieurs place(s) :
  1° soit mentionné expressément dans la convention de collaboration;
  2° respecte les conditions fixées à l'article 117;
  3° s'engage à verser sa part fixée par convention avec l'association, au Fonds de solidarité et de développement de l'accueil de l'enfance conformément aux dispositions de l'article 133, et selon les modalités définies par l'Office.
  La convention rÚgle la répartition des places entre les employeurs.
  § 3. Le pouvoir organisateur du (des) milieu(x) d'accueil visé(s) aux paragraphes précédents est distinct de celui (ceux) du (des) employeur(s) partenaire(s) ou de l'association d'employeurs. Dans tous les cas, l'(les) employeur(s) ou l'association d'employeurs ne peut (peuvent) avoir plus de 50 % de représentants au sein du pouvoir organisateur du milieu d'accueil.
  § 4. Le milieu d'accueil qui a conclu une convention avec un ou plusieurs employeur(s) ou avec une association d'employeurs dispose d'infrastructures propres et physiquement indépendantes du lieu de travail des personnes travaillant pour le (les) employeur(s) partenaire(s).
  § 5. Un ou plusieurs employeur(s) peut (peuvent) indépendamment de la conclusion d'une convention de collaboration ou, le cas échéant, complémentairement à celle-ci, fournir une aide financiÚre à un milieu d'accueil agréé ou autorisé en vue de soutenir son fonctionnement ou de contribuer au financement de travaux d'infrastructures ou d'aménagement de locaux ou d'équipements.
  Cette aide financiÚre n'ouvre pas le droit à la réservation de places par le (les) employeur(s) au sein du milieu d'accueil concerné.
  Le milieu d'accueil bénéficiaire est tenu d'informer annuellement l'Office, selon les modalités fixées par celui-ci, du montant et de la destination des sommes perçues à titre d'aide financiÚre de chacun des employeurs, notamment si l'employeur souhaite obtenir le bénéfice de la déductibilité fiscale. "
Art. 28. In artikel 117, § 1 van hetzelfde besluit wordt een 4de lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " De samenwerkingsovereenkomst is stilzwijgend hernieuwbaar voor een periode die overeenstemt met de samenwerkingsperiode gedekt door de oorspronkelijke overeenkomst. Een van de partijen kan er een einde aan maken door de andere partijen minstens twee maanden voor het einde van de overeenkomst schriftelijk te informeren. "
  " De samenwerkingsovereenkomst is stilzwijgend hernieuwbaar voor een periode die overeenstemt met de samenwerkingsperiode gedekt door de oorspronkelijke overeenkomst. Een van de partijen kan er een einde aan maken door de andere partijen minstens twee maanden voor het einde van de overeenkomst schriftelijk te informeren. "
Art. 28. A l'article 117, § 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un alinĂ©a 4, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© :
  " La convention de collaboration est tacitement reconductible pour une période équivalente à la période de collaboration couverte par la convention initiale. Une des parties peut y mettre fin en informant les autres parties par écrit au moins deux mois avant l'échéance de la convention. "
  " La convention de collaboration est tacitement reconductible pour une période équivalente à la période de collaboration couverte par la convention initiale. Une des parties peut y mettre fin en informant les autres parties par écrit au moins deux mois avant l'échéance de la convention. "
Art. 29. Artikel 118 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " De opvangplaatsen door de werkgevers of door een werkgeversvereniging voorbehouden in het kader van een samenwerkingsovereenkomst zijn :
  1° ofwel door de Dienst erkende en gesubsidieerde bestaande plaatsen. In dit geval creëert de Dienst nieuwe gesubsidieerde plaatsen tegen middelen die door de werkgevers gestort worden aan het Solidariteits- en ontwikkelingsfonds van de kinderopvang;
  2° ofwel bestaande plaatsen die erkend maar niet door de Dienst gesubsidieerd zijn. In dit geval kan de opvangvoorziening geen betrekkingshulpverlening genieten (PWA/GECO) die voortvloeit uit overeenkomsten gesloten tussen de Franse Gemeenschap en de Gewesten;
  3° ofwel nieuwe plaatsen die opgericht zijn door uitbreiding van de capaciteit van een bestaande opvangvoorziening of door oprichting van een nieuwe opvangvoorziening. ".
  " De opvangplaatsen door de werkgevers of door een werkgeversvereniging voorbehouden in het kader van een samenwerkingsovereenkomst zijn :
  1° ofwel door de Dienst erkende en gesubsidieerde bestaande plaatsen. In dit geval creëert de Dienst nieuwe gesubsidieerde plaatsen tegen middelen die door de werkgevers gestort worden aan het Solidariteits- en ontwikkelingsfonds van de kinderopvang;
  2° ofwel bestaande plaatsen die erkend maar niet door de Dienst gesubsidieerd zijn. In dit geval kan de opvangvoorziening geen betrekkingshulpverlening genieten (PWA/GECO) die voortvloeit uit overeenkomsten gesloten tussen de Franse Gemeenschap en de Gewesten;
  3° ofwel nieuwe plaatsen die opgericht zijn door uitbreiding van de capaciteit van een bestaande opvangvoorziening of door oprichting van een nieuwe opvangvoorziening. ".
Art. 29. L'article 118, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Les places d'accueil réservées par les employeurs ou par une association d'employeurs dans le cadre d'une convention de collaboration sont :
  1° soit des places existantes agréées et subventionnées par l'Office. Dans ce cas, l'Office crée de nouvelles places subventionnées à concurrence des moyens versés par les employeurs au Fonds de solidarité et de développement de l'accueil de l'enfance;
  2° soit des places existantes agréées mais non subventionnées par l'Office. Dans ce cas, le milieu d'accueil ne peut bénéficier des aides à l'emploi (APE/ACS) résultant de conventions conclues entre la Communauté française et les Régions;
  3° soit des nouvelles places réalisées par extension de capacité d'un milieu d'accueil existant ou par création d'un nouveau milieu d'accueil. "
  " Les places d'accueil réservées par les employeurs ou par une association d'employeurs dans le cadre d'une convention de collaboration sont :
  1° soit des places existantes agréées et subventionnées par l'Office. Dans ce cas, l'Office crée de nouvelles places subventionnées à concurrence des moyens versés par les employeurs au Fonds de solidarité et de développement de l'accueil de l'enfance;
  2° soit des places existantes agréées mais non subventionnées par l'Office. Dans ce cas, le milieu d'accueil ne peut bénéficier des aides à l'emploi (APE/ACS) résultant de conventions conclues entre la Communauté française et les Régions;
  3° soit des nouvelles places réalisées par extension de capacité d'un milieu d'accueil existant ou par création d'un nouveau milieu d'accueil. "
Art. 30. Artikel 119 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
  § 1. Per opvangvoorziening wordt, in geval van reservatie van de bestaande plaatsen, het aantal voorbehouden plaatsen vastgesteld op ten hoogste 25 % van de erkende capaciteit van de opvangvoorziening, naar beneden afgerond.
  § 2. Per opvangvoorziening wordt, in geval van uitbreiding van de capaciteit van een bestaande opvangvoorziening, het aantal gereserveerde plaatsen vastgelegd op maximaal 70 %, naar beneden afgerond, van de erkende capaciteit van de opvangvoorziening op het einde van de uitbreiding en met de oorspronkelijk erkende capaciteit van de opvangvoorziening kunnen slechts plaatsen gereserveerd worden door de werknemers op 25 % van de capaciteit voor de uitbreiding.
  § 3. Per opvangvoorziening wordt, in geval van oprichting van een nieuwe opvangvoorziening, het aantal gereserveerde plaatsen vastgesteld op minimaal 60 en maximaal 70 %, naar beneden afgerond, van de erkende capaciteit van de opvangvoorziening als de opvangvoorziening een overeenkomst gesloten heeft met minstens twee werkgevers of met een werkgeversvereniging.
  Dit aantal van twee werkgevers is niet vereist indien de werkgever(s) een (van de) overheidswerkgever(s) is (zijn) aan wie het recht op fiscale aftrekbaarheid van de bedragen, geïnvesteerd in het kader van een samenwerkingsovereenkomst, niet gegund is.
  Dit aantal van twee werkgevers kan eveneens verlaagd worden indien er niet genoeg opvangvoorzieningen zijn die beantwoorden aan deze voorwaarde om zich te schikken naar de programmering bedoeld bij artikel 86, § 1, 3°. ".
  § 1. Per opvangvoorziening wordt, in geval van reservatie van de bestaande plaatsen, het aantal voorbehouden plaatsen vastgesteld op ten hoogste 25 % van de erkende capaciteit van de opvangvoorziening, naar beneden afgerond.
  § 2. Per opvangvoorziening wordt, in geval van uitbreiding van de capaciteit van een bestaande opvangvoorziening, het aantal gereserveerde plaatsen vastgelegd op maximaal 70 %, naar beneden afgerond, van de erkende capaciteit van de opvangvoorziening op het einde van de uitbreiding en met de oorspronkelijk erkende capaciteit van de opvangvoorziening kunnen slechts plaatsen gereserveerd worden door de werknemers op 25 % van de capaciteit voor de uitbreiding.
  § 3. Per opvangvoorziening wordt, in geval van oprichting van een nieuwe opvangvoorziening, het aantal gereserveerde plaatsen vastgesteld op minimaal 60 en maximaal 70 %, naar beneden afgerond, van de erkende capaciteit van de opvangvoorziening als de opvangvoorziening een overeenkomst gesloten heeft met minstens twee werkgevers of met een werkgeversvereniging.
  Dit aantal van twee werkgevers is niet vereist indien de werkgever(s) een (van de) overheidswerkgever(s) is (zijn) aan wie het recht op fiscale aftrekbaarheid van de bedragen, geïnvesteerd in het kader van een samenwerkingsovereenkomst, niet gegund is.
  Dit aantal van twee werkgevers kan eveneens verlaagd worden indien er niet genoeg opvangvoorzieningen zijn die beantwoorden aan deze voorwaarde om zich te schikken naar de programmering bedoeld bij artikel 86, § 1, 3°. ".
Art. 30. L'article 119, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 1er. Par milieu d'accueil, en cas de réservation de places existantes, le nombre de places réservées est fixé à maximum 25 % de la capacité agréée du milieu d'accueil, arrondi à l'unité inférieure
  § 2. Par milieu d'accueil, en cas d'extension de capacité d'un milieu d'accueil existant, le nombre de places réservées est fixé à maximum 70 %, arrondis à l'unité inférieure, de la capacité agréée du milieu d'accueil au terme de l'extension et la capacité initialement agréée du milieu d'accueil ne peut faire l'objet de réservation de places par les employeurs qu'à concurrence de 25 % de la capacité avant extension.
  § 3. Par milieu d'accueil, en cas de création d'un nouveau milieu d'accueil, le nombre de places réservées est fixé à minimum 60 et à maximum 70 %, arrondis à l'unité inférieure, de la capacité agréée du milieu d'accueil si le milieu d'accueil a passé une convention avec au moins deux employeurs ou une association d'employeurs.
  Ce nombre de deux employeurs n'est pas requis si l'(les) employeur(s) est(sont) un(des) employeur(s) public(s) à qui le droit à la déduction fiscale des sommes investies dans le cadre d'une convention de collaboration n'est pas ouvert.
  Ce nombre de deux employeurs peut Ă©galement ĂȘtre rĂ©duit s'il n'y a pas assez de milieux d'accueil rencontrant la prĂ©sente condition pour s'inscrire dans la programmation visĂ©e Ă l'article 86, § 1er, 3°. "
  " § 1er. Par milieu d'accueil, en cas de réservation de places existantes, le nombre de places réservées est fixé à maximum 25 % de la capacité agréée du milieu d'accueil, arrondi à l'unité inférieure
  § 2. Par milieu d'accueil, en cas d'extension de capacité d'un milieu d'accueil existant, le nombre de places réservées est fixé à maximum 70 %, arrondis à l'unité inférieure, de la capacité agréée du milieu d'accueil au terme de l'extension et la capacité initialement agréée du milieu d'accueil ne peut faire l'objet de réservation de places par les employeurs qu'à concurrence de 25 % de la capacité avant extension.
  § 3. Par milieu d'accueil, en cas de création d'un nouveau milieu d'accueil, le nombre de places réservées est fixé à minimum 60 et à maximum 70 %, arrondis à l'unité inférieure, de la capacité agréée du milieu d'accueil si le milieu d'accueil a passé une convention avec au moins deux employeurs ou une association d'employeurs.
  Ce nombre de deux employeurs n'est pas requis si l'(les) employeur(s) est(sont) un(des) employeur(s) public(s) à qui le droit à la déduction fiscale des sommes investies dans le cadre d'une convention de collaboration n'est pas ouvert.
  Ce nombre de deux employeurs peut Ă©galement ĂȘtre rĂ©duit s'il n'y a pas assez de milieux d'accueil rencontrant la prĂ©sente condition pour s'inscrire dans la programmation visĂ©e Ă l'article 86, § 1er, 3°. "
Art. 31. Artikel 133 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " In het kader van een samenwerkingsovereenkomst stort de werkgever een jaarlijks forfaitair bedrag van 3000 euro, per gereserveerde opvangplaats, aan het Solidariteits- en Ontwikkelingsfonds van de Kinderopvang, luik " samenwerkingsovereenkomsten ".
  Bij reservatie van plaatsen door een werkgever die geen recht heeft op de fiscale aftrekbaarheid van de geïnvesteerde bedragen in het kader van een samenwerkingsovereenkomst, wordt het jaarlijks forfaitair bedrag bedoeld in vorig lid verlaagd met 6 %.
  Het jaarlijks forfaitair bedrag bedoeld in de vorige leden is verschuldigd door elke werkgever die één(meerdere) plaats(en) reserveert, minstens per trimestriële schijf. Het is gebonden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) en stemt overeen met de index van kracht op 1 november 2005. Het wordt geïndexeerd op 1 januari van het jaar, in vergelijking tussen de gezondheidsindex van het begin en de gezondheidsindex van kracht op 1 november van het jaar dat aan het jaar van de indexering voorafgaat. "
  " In het kader van een samenwerkingsovereenkomst stort de werkgever een jaarlijks forfaitair bedrag van 3000 euro, per gereserveerde opvangplaats, aan het Solidariteits- en Ontwikkelingsfonds van de Kinderopvang, luik " samenwerkingsovereenkomsten ".
  Bij reservatie van plaatsen door een werkgever die geen recht heeft op de fiscale aftrekbaarheid van de geïnvesteerde bedragen in het kader van een samenwerkingsovereenkomst, wordt het jaarlijks forfaitair bedrag bedoeld in vorig lid verlaagd met 6 %.
  Het jaarlijks forfaitair bedrag bedoeld in de vorige leden is verschuldigd door elke werkgever die één(meerdere) plaats(en) reserveert, minstens per trimestriële schijf. Het is gebonden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) en stemt overeen met de index van kracht op 1 november 2005. Het wordt geïndexeerd op 1 januari van het jaar, in vergelijking tussen de gezondheidsindex van het begin en de gezondheidsindex van kracht op 1 november van het jaar dat aan het jaar van de indexering voorafgaat. "
Art. 31. L'article 133, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Dans le cadre d'une convention de collaboration, l'employeur verse un montant annuel forfaitaire de 3.000 euros, par place d'accueil réservée, au Fonds de Solidarité et de Développement de l'Accueil de l'Enfance, volet " conventions de collaboration ".
  Dans le cas de réservation de places par un employeur à qui le droit à la déductibilité fiscale des sommes investies dans le cadre d'une convention de collaboration n'est pas ouvert, le montant annuel forfaitaire visé à l'alinéa précédent est réduit de 6 %.
  Le montant annuel forfaitaire visé aux alinéas précédents est dû par chaque employeur réservant une(des) place(s), au moins par tranche trimestrielle. Il est lié à l'indice des prix à la consommation (indice santé) et correspond à l'indice qui est en vigueur au 1er novembre 2005. Il est indexé, au 1er janvier de l'année, par comparaison entre l'indice santé de départ et l'indice santé en vigueur au 1er novembre de l'année précédant celle de l'indexation. ".
  " Dans le cadre d'une convention de collaboration, l'employeur verse un montant annuel forfaitaire de 3.000 euros, par place d'accueil réservée, au Fonds de Solidarité et de Développement de l'Accueil de l'Enfance, volet " conventions de collaboration ".
  Dans le cas de réservation de places par un employeur à qui le droit à la déductibilité fiscale des sommes investies dans le cadre d'une convention de collaboration n'est pas ouvert, le montant annuel forfaitaire visé à l'alinéa précédent est réduit de 6 %.
  Le montant annuel forfaitaire visé aux alinéas précédents est dû par chaque employeur réservant une(des) place(s), au moins par tranche trimestrielle. Il est lié à l'indice des prix à la consommation (indice santé) et correspond à l'indice qui est en vigueur au 1er novembre 2005. Il est indexé, au 1er janvier de l'année, par comparaison entre l'indice santé de départ et l'indice santé en vigueur au 1er novembre de l'année précédant celle de l'indexation. ".
Art. 32. Artikel 134 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De Dienst verleent jaarlijks aan elke werkgever die een(meerdere) opvangplaats(en) reserveert, in voorkomend geval met de samenwerking van de werkgeversvereniging, een balans, per betrokken opvangvoorziening, van de bedragen door de werkgevers gestort aan het Solidariteits- en Ontwikkelingsfonds voor de Kinderopvang. Die balans laat toe het vereiste fiscaal attest op te stellen met het oog op de fiscale aftrekbaarheid van de bedragen gestort in het kader van de samenwerkingsovereenkomsten. "
  " De Dienst verleent jaarlijks aan elke werkgever die een(meerdere) opvangplaats(en) reserveert, in voorkomend geval met de samenwerking van de werkgeversvereniging, een balans, per betrokken opvangvoorziening, van de bedragen door de werkgevers gestort aan het Solidariteits- en Ontwikkelingsfonds voor de Kinderopvang. Die balans laat toe het vereiste fiscaal attest op te stellen met het oog op de fiscale aftrekbaarheid van de bedragen gestort in het kader van de samenwerkingsovereenkomsten. "
Art. 32. L'article 134, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " L'Office fournit annuellement à chaque employeur réservant une(des) place(s)d'accueil, le cas échéant avec le concours de l'association d'employeurs, un bilan, par milieu d'accueil concerné, des sommes versées par les employeurs au Fonds de Solidarité et de Développement de l'Accueil de l'Enfance. Ce bilan permet l'établissement de l'attestation fiscale requise en vue de la déductibilité des sommes versées dans le cadre des conventions de collaboration. "
  " L'Office fournit annuellement à chaque employeur réservant une(des) place(s)d'accueil, le cas échéant avec le concours de l'association d'employeurs, un bilan, par milieu d'accueil concerné, des sommes versées par les employeurs au Fonds de Solidarité et de Développement de l'Accueil de l'Enfance. Ce bilan permet l'établissement de l'attestation fiscale requise en vue de la déductibilité des sommes versées dans le cadre des conventions de collaboration. "
Art. 33. Artikel 139, 1ste lid, wordt als volgt aangevuld :
  ", met uitzondering van de reservatie bedoeld in artikel 118, 1°. "
  ", met uitzondering van de reservatie bedoeld in artikel 118, 1°. "
Art. 33. L'article 139, alinéa1er, est complété comme suit :
  ", à l'exception de la réservation visée à l'article 118, 1°. "
  ", à l'exception de la réservation visée à l'article 118, 1°. "
Art. 34. In artikel 140 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " Een forfaitaire subsidie van 3000 euro wordt gestort door het Fonds, luik " samenwerkingsovereenkomst ", per gereserveerde plaats :
  1° voor de gesubsidieerde opvangvoorzieningen bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, wanneer de verhoging van het aantal plaatsen gereserveerd in het kader van een samenwerkingsovereenkomst geen verhoging van de subsidie met zich meebrengt, zoals berekend volgens de bepalingen bedoeld in het Boek II;
  2° voor de opvangvoorzieningen bedoeld in artikel 2, 3°, wanneer het gaat om meer dan 12 gereserveerde plaatsen;
  3° voor de opvangvoorzieningen bedoeld in artikel 2, 4°.
  Dat forfaitair bedrag is gebonden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) en stemt overeen met de index die van kracht is op 1 november 2005. Het wordt geïndexeerd op 1 januari van het jaar, in vergelijking met de gezondheidsindex van het begin en de gezondheidsindex van kracht op 1 november van het jaar dat aan het jaar van de indexering voorafgaat. ".
  2° een § 3 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Bij samenwerkingsovereenkomsten met de werkgevers wordt een bijkomende subsidie bij die bedoeld in artikel 103, van een kwarttijd gegradueerd maatschappelijke verpleeger(ster) of gegradueerd verpleger(ster) in de gemeenschapsgezondheid of maatschappelijk assistent(e), toegekend aan de opvangvoorziening bedoeld in artikel 2, 3°, die een capaciteit van 24 plaatsen bereikt heeft, hetzij door uitbreiding van minstens 6 plaatsen, hetzij door oprichting van een nieuwe opvangvoorziening. "
  1° § 2 wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " Een forfaitaire subsidie van 3000 euro wordt gestort door het Fonds, luik " samenwerkingsovereenkomst ", per gereserveerde plaats :
  1° voor de gesubsidieerde opvangvoorzieningen bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, wanneer de verhoging van het aantal plaatsen gereserveerd in het kader van een samenwerkingsovereenkomst geen verhoging van de subsidie met zich meebrengt, zoals berekend volgens de bepalingen bedoeld in het Boek II;
  2° voor de opvangvoorzieningen bedoeld in artikel 2, 3°, wanneer het gaat om meer dan 12 gereserveerde plaatsen;
  3° voor de opvangvoorzieningen bedoeld in artikel 2, 4°.
  Dat forfaitair bedrag is gebonden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) en stemt overeen met de index die van kracht is op 1 november 2005. Het wordt geïndexeerd op 1 januari van het jaar, in vergelijking met de gezondheidsindex van het begin en de gezondheidsindex van kracht op 1 november van het jaar dat aan het jaar van de indexering voorafgaat. ".
  2° een § 3 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Bij samenwerkingsovereenkomsten met de werkgevers wordt een bijkomende subsidie bij die bedoeld in artikel 103, van een kwarttijd gegradueerd maatschappelijke verpleeger(ster) of gegradueerd verpleger(ster) in de gemeenschapsgezondheid of maatschappelijk assistent(e), toegekend aan de opvangvoorziening bedoeld in artikel 2, 3°, die een capaciteit van 24 plaatsen bereikt heeft, hetzij door uitbreiding van minstens 6 plaatsen, hetzij door oprichting van een nieuwe opvangvoorziening. "
Art. 34. Dans l'article 140, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " Une subvention forfaitaire de 3.000 euros est versée par le Fonds, volet " convention de collaboration ", par place réservée :
  1° pour les milieux d'accueil subventionnés visés à l'article 2, 1°, et 2°, lorsque l'augmentation du nombre de places réservées dans le cadre d'une(de) convention(s) de collaboration n'entraßne aucune augmentation de la subvention, telle que calculée selon les dispositions visées au Livre II;
  2° pour les milieux d'accueil visés à l'article 2, 3°, lorsqu'il s'agit de places réservées au-delà de 12;
  3° pour les milieux d'accueil visés à l'article 2, 4°.
  Ce montant forfaitaire est lié à l'indice des prix à la consommation (indice santé) et correspond à l'indice qui est en vigueur au 1er novembre 2005. Il est indexé, au 1er janvier de l'année, par comparaison entre l'indice santé de départ et l'indice santé en vigueur au 1er novembre de l'année précédant celle de l'indexation. "
  2° un § 3, rédigé comme suit, est ajouté :
  " En cas de convention(s) de collaboration avec les employeurs, une subvention complémentaire à celle visée à l'article 103, d'un quart-temps d'infirmier(Úre) gradué(e) social(e) ou d'infirmi(Úre) gradué(e) en santé communautaire ou d'assistant(e) sociale(e), est octroyée au milieu d'accueil visé à l'article 2, 3°, qui atteint une capacité de 24 places, soit par extension de 6 places au moins, soit par création d'un nouveau milieu d'accueil. "
  1° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " Une subvention forfaitaire de 3.000 euros est versée par le Fonds, volet " convention de collaboration ", par place réservée :
  1° pour les milieux d'accueil subventionnés visés à l'article 2, 1°, et 2°, lorsque l'augmentation du nombre de places réservées dans le cadre d'une(de) convention(s) de collaboration n'entraßne aucune augmentation de la subvention, telle que calculée selon les dispositions visées au Livre II;
  2° pour les milieux d'accueil visés à l'article 2, 3°, lorsqu'il s'agit de places réservées au-delà de 12;
  3° pour les milieux d'accueil visés à l'article 2, 4°.
  Ce montant forfaitaire est lié à l'indice des prix à la consommation (indice santé) et correspond à l'indice qui est en vigueur au 1er novembre 2005. Il est indexé, au 1er janvier de l'année, par comparaison entre l'indice santé de départ et l'indice santé en vigueur au 1er novembre de l'année précédant celle de l'indexation. "
  2° un § 3, rédigé comme suit, est ajouté :
  " En cas de convention(s) de collaboration avec les employeurs, une subvention complémentaire à celle visée à l'article 103, d'un quart-temps d'infirmier(Úre) gradué(e) social(e) ou d'infirmi(Úre) gradué(e) en santé communautaire ou d'assistant(e) sociale(e), est octroyée au milieu d'accueil visé à l'article 2, 3°, qui atteint une capacité de 24 places, soit par extension de 6 places au moins, soit par création d'un nouveau milieu d'accueil. "
Art. 35. Artikel 141 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " § 1. De in artikel 140, § 1 bedoelde subsidies worden verminderd met het bedrag van de bijdrage in de kosten voor de betrekking toegekend door andere machtsniveaus in het kader van samenwerkingsverbanden gesloten met de Franse Gemeenschap vanaf 1 januari 2004 voor het gesubsidieerd personeel bedoeld in de artikelen 91, 97 en103 alsmede de verminderingen van de sociale zekerheidsbijdrage gebonden aan die toekenning van personeel.
  § 2. Wanneer artikel 140, § 2 wordt toegepast, als er door andere machtsniveaus in het kader van samenwerkingsverbanden gesloten met de Franse Gemeenschap, een bijdrage toegekend wordt in de kosten van de betrekking voor het in artikel 36, 1e lid, 1° en 2°, bedoeld personeel, of voor het in artikel 38, 1ste lid, bedoeld personeel, wordt het bedrag van de subsidie verminderd met een bedrag bepaald door de Dienst naar rato van het aantal VTE-betrekkingen waarvoor een bijdrage is, met inbegrip van de verminderingen van sociale zekerheidsbijdrage die er betrekking op hebben. "
  " § 1. De in artikel 140, § 1 bedoelde subsidies worden verminderd met het bedrag van de bijdrage in de kosten voor de betrekking toegekend door andere machtsniveaus in het kader van samenwerkingsverbanden gesloten met de Franse Gemeenschap vanaf 1 januari 2004 voor het gesubsidieerd personeel bedoeld in de artikelen 91, 97 en103 alsmede de verminderingen van de sociale zekerheidsbijdrage gebonden aan die toekenning van personeel.
  § 2. Wanneer artikel 140, § 2 wordt toegepast, als er door andere machtsniveaus in het kader van samenwerkingsverbanden gesloten met de Franse Gemeenschap, een bijdrage toegekend wordt in de kosten van de betrekking voor het in artikel 36, 1e lid, 1° en 2°, bedoeld personeel, of voor het in artikel 38, 1ste lid, bedoeld personeel, wordt het bedrag van de subsidie verminderd met een bedrag bepaald door de Dienst naar rato van het aantal VTE-betrekkingen waarvoor een bijdrage is, met inbegrip van de verminderingen van sociale zekerheidsbijdrage die er betrekking op hebben. "
Art. 35. L'article 141, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 1er. Les subventions visées à l'article 140, § 1er, sont diminuées du montant de l'intervention dans le coût de l'emploi octroyé par d'autres niveaux de pouvoir dans le cadre de collaborations conclues avec la Communauté française à partir du 1er janvier 2004 pour du personnel subventionné visé aux articles 91, 97 et 103 ainsi que des réductions de cotisation de sécurité sociale liées à cet octroi de personnel.
  § 2. Lorsqu'il est fait application de l'article 140, § 2, s'il y a octroi par d'autres niveaux de pouvoir, dans le cadre de collaborations conclues avec la Communauté française, d'une intervention dans le coût de l'emploi pour du personnel visé à l'article 36, alinéa 1er, 1° et 2°, ou pour du personnel visé à l'article 38, alinéa 1er, le montant de la subvention est diminué d'un montant déterminé par l'Office au prorata du nombre d'emplois ETP pour lequel il y a une intervention, en ce compris les réductions de cotisation de sécurité sociale y afférentes. "
  " § 1er. Les subventions visées à l'article 140, § 1er, sont diminuées du montant de l'intervention dans le coût de l'emploi octroyé par d'autres niveaux de pouvoir dans le cadre de collaborations conclues avec la Communauté française à partir du 1er janvier 2004 pour du personnel subventionné visé aux articles 91, 97 et 103 ainsi que des réductions de cotisation de sécurité sociale liées à cet octroi de personnel.
  § 2. Lorsqu'il est fait application de l'article 140, § 2, s'il y a octroi par d'autres niveaux de pouvoir, dans le cadre de collaborations conclues avec la Communauté française, d'une intervention dans le coût de l'emploi pour du personnel visé à l'article 36, alinéa 1er, 1° et 2°, ou pour du personnel visé à l'article 38, alinéa 1er, le montant de la subvention est diminué d'un montant déterminé par l'Office au prorata du nombre d'emplois ETP pour lequel il y a une intervention, en ce compris les réductions de cotisation de sécurité sociale y afférentes. "
Art. 36. In artikel 146 van hetzelfde besluit wordt na het 1e lid een 2e lid ingevoegd luidend als volgt : " Deze schaal wordt evenwel slechts toegepast tot de hervatting van de school (september, januari en Pasen) volgend op de datum van de derde verjaardag van het kind, behalve als een afwijking wordt toegepast die toegekend wordt door de Dienst overeenkomstig artikel 86, § 4, 2e lid. ".
Art. 36. A l'article 146, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un alinĂ©a 2 rĂ©digĂ© comme suit est insĂ©rĂ© aprĂšs l'alinĂ©a 1er : " Toutefois, ce barĂšme ne s'applique que jusqu'Ă la plus prochaine rentrĂ©e scolaire (septembre, janvier et PĂąques) qui suit la date du troisiĂšme anniversaire de l'enfant, sauf s'il est fait application d'une dĂ©rogation accordĂ©e par l'Office conformĂ©ment Ă l'article 86, § 4, alinĂ©a 2. ".
Art. 37. Artikel 161 van hetzelfde besluit wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " De directeur(trice) en het begeleidingspersoneel van de kinderhuizen en de opvangsters die, op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel in functie zijn, worden er niet toe gehouden artikel 42 na te leven. "
  " De directeur(trice) en het begeleidingspersoneel van de kinderhuizen en de opvangsters die, op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel in functie zijn, worden er niet toe gehouden artikel 42 na te leven. "
Art. 37. L'article 161, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Les directeur(trice)s et le personnel d'encadrement des maisons d'enfants et les accueillantes qui, au moment de l'entrée en vigueur du présent article, sont en fonction, ne sont pas tenues de satisfaire au prescrit de l'article 42. "
  " Les directeur(trice)s et le personnel d'encadrement des maisons d'enfants et les accueillantes qui, au moment de l'entrée en vigueur du présent article, sont en fonction, ne sont pas tenues de satisfaire au prescrit de l'article 42. "
Art. 38. Artikel 163 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een § 5, luidend als volgt :
  " § 5. De personen die houder zijn van het diploma van kleuteronderwijzer en die op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit zorgen voor de begeleiding van de kinderen van meer dan achttien maanden in de crÚches en peuterhuizen als gesubsidieerd personeel, ter vervanging van het personeel houder van het getuigschrift van kinderopvoeder(ster), kunnen hun functie blijven uitoefenen en een subsidie blijven genieten op basis van de schaal die hen wordt toegekend tot hun inrustestelling, hun vertrek bij de opvangvoorziening of hun verandering van personeelscategorie. "
  " § 5. De personen die houder zijn van het diploma van kleuteronderwijzer en die op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit zorgen voor de begeleiding van de kinderen van meer dan achttien maanden in de crÚches en peuterhuizen als gesubsidieerd personeel, ter vervanging van het personeel houder van het getuigschrift van kinderopvoeder(ster), kunnen hun functie blijven uitoefenen en een subsidie blijven genieten op basis van de schaal die hen wordt toegekend tot hun inrustestelling, hun vertrek bij de opvangvoorziening of hun verandering van personeelscategorie. "
Art. 38. L'article 163, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par un § 5 rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 5. Les personnes qui sont titulaires du diplĂŽme d'instituteur(trice) de l'enseignement maternel et qui, au moment de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, assurent l'encadrement des enfants ĂągĂ©s de plus de dix-huit mois dans les crĂšches et les prĂ©gardiennats en qualitĂ© de personnel subventionnĂ©, en remplacement du personnel titulaire de la qualification de puĂ©riculteur(trice), peuvent continuer Ă y exercer leurs fonctions et Ă bĂ©nĂ©ficier d'une subvention sur base du barĂšme qui leur est attribuĂ© jusqu'Ă leur mise Ă la retraite, leur dĂ©part du milieu d'accueil ou leur changement de catĂ©gorie de personnel. "
  " § 5. Les personnes qui sont titulaires du diplĂŽme d'instituteur(trice) de l'enseignement maternel et qui, au moment de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, assurent l'encadrement des enfants ĂągĂ©s de plus de dix-huit mois dans les crĂšches et les prĂ©gardiennats en qualitĂ© de personnel subventionnĂ©, en remplacement du personnel titulaire de la qualification de puĂ©riculteur(trice), peuvent continuer Ă y exercer leurs fonctions et Ă bĂ©nĂ©ficier d'une subvention sur base du barĂšme qui leur est attribuĂ© jusqu'Ă leur mise Ă la retraite, leur dĂ©part du milieu d'accueil ou leur changement de catĂ©gorie de personnel. "
Art. 39. Een artikel 165bis wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " Gedurende een periode van vier jaar vanaf de inwerkingtreding van dit artikel is de uitoefening van de activiteit van twee kinderopvangers(sters) in de zin van artikel 2, 7°, niet toegelaten voor de directeurs van kinderhuizen in functie, op de dag van de inwerkingtreding van dit artikel.
  Wanneer het stoppen van de activiteit als directeur(trice) van kinderhuizen voortvloeit uit omstandigheden die onafhankelijk zijn van zijn wil, kan de Dienst een afwijking van het 1ste lid verlenen op gemotiveerde aanvraag van de betrokkene. "
  " Gedurende een periode van vier jaar vanaf de inwerkingtreding van dit artikel is de uitoefening van de activiteit van twee kinderopvangers(sters) in de zin van artikel 2, 7°, niet toegelaten voor de directeurs van kinderhuizen in functie, op de dag van de inwerkingtreding van dit artikel.
  Wanneer het stoppen van de activiteit als directeur(trice) van kinderhuizen voortvloeit uit omstandigheden die onafhankelijk zijn van zijn wil, kan de Dienst een afwijking van het 1ste lid verlenen op gemotiveerde aanvraag van de betrokkene. "
Art. 39. Un article 165bis, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© :
  " Pendant une période de quatre ans à compter de l'entrée en vigueur du présent article, l'exercice de l'activité de deux accueillant(e)s d'enfants au sens de l'article 2, 7°, n'est pas autorisé pour les directeur(trice)s de maisons d'enfants en fonction, au jour de l'entrée en vigueur du présent article.
  Lorsque la cessation d'activité de directeur(trice) de maisons d'enfants résulte de circonstances indépendantes de sa volonté, l'Office peut accorder une dérogation à l'alinéa 1er sur demande motivée de l'intéressé(e). "
  " Pendant une période de quatre ans à compter de l'entrée en vigueur du présent article, l'exercice de l'activité de deux accueillant(e)s d'enfants au sens de l'article 2, 7°, n'est pas autorisé pour les directeur(trice)s de maisons d'enfants en fonction, au jour de l'entrée en vigueur du présent article.
  Lorsque la cessation d'activité de directeur(trice) de maisons d'enfants résulte de circonstances indépendantes de sa volonté, l'Office peut accorder une dérogation à l'alinéa 1er sur demande motivée de l'intéressé(e). "
Art. 40. Een artikel 165ter wordt in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt :
  " Tijdens een periode van vier jaar vanaf de inwerkingtreding van dit artikel wordt de uitoefening van de activiteit van twee kinderopvangers(sters) in de zin van artikel 2, 7°, niet toegelaten voor de kinderopvangers(sters) in functie op de dag van inwerkingtreding van dit artikel.
  Wanneer de uitoefening van de activiteit van twee kinderopvangers(sters) in de zin van artikel 2, 7°, resulteert in de oprichting van minstens drie nieuwe opvangplaatsen kan de Dienst een afwijking van artikel 1 toekennen op de gemotiveerde aanvraag van de betrokken kinderopvanger(ster). "
  " Tijdens een periode van vier jaar vanaf de inwerkingtreding van dit artikel wordt de uitoefening van de activiteit van twee kinderopvangers(sters) in de zin van artikel 2, 7°, niet toegelaten voor de kinderopvangers(sters) in functie op de dag van inwerkingtreding van dit artikel.
  Wanneer de uitoefening van de activiteit van twee kinderopvangers(sters) in de zin van artikel 2, 7°, resulteert in de oprichting van minstens drie nieuwe opvangplaatsen kan de Dienst een afwijking van artikel 1 toekennen op de gemotiveerde aanvraag van de betrokken kinderopvanger(ster). "
Art. 40. Un article 165ter, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© :
  " Pendant une période de quatre ans à compter de l'entrée en vigueur du présent article, l'exercice de l'activité de deux accueillant(e)s d'enfants au sens de l'article 2, 7°, n'est pas autorisé pour les accueillant(e)s d'enfants en fonction, au jour de l'entrée en vigueur du présent article.
  Lorsque l'exercice de l'activité de deux accueillant(e)s d'enfants au sens de l'article 2, 7°, aboutit à la création d'au moins trois nouvelles places d'accueil, l'Office peut accorder une dérogation à l'alinéa 1er sur demande motivée de l'accueillant(e) d'enfants intéresse(e). "
  " Pendant une période de quatre ans à compter de l'entrée en vigueur du présent article, l'exercice de l'activité de deux accueillant(e)s d'enfants au sens de l'article 2, 7°, n'est pas autorisé pour les accueillant(e)s d'enfants en fonction, au jour de l'entrée en vigueur du présent article.
  Lorsque l'exercice de l'activité de deux accueillant(e)s d'enfants au sens de l'article 2, 7°, aboutit à la création d'au moins trois nouvelles places d'accueil, l'Office peut accorder une dérogation à l'alinéa 1er sur demande motivée de l'accueillant(e) d'enfants intéresse(e). "
Art. 41. In artikel 167 van hetzelfde besluit worden de woorden " op 1 september 2005 " vervangen door de woorden " op 1 maart 2007. ".
Art. 41. A l'article 167, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " le 1er septembre 2005 " sont remplacĂ©s par les mots " le 1er mars 2007 ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 mei 2004 betreffende de erkenning van de opleidingen en kwalificaties van het personeel van opvangvoorzieningen bepaald bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 februari 2003 houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen.
CHAPITRE II. - Modifications apportĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 5 mai 2004 relatif a la reconnaissance des formations et qualifications du personnel des milieux d'accueil prĂ©vue par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 27 fĂ©vrier 2003 portant rĂ©glementation gĂ©nĂ©rale des milieux d'accueil.
Art. 42. Een artikel 1bis wordt ingevoegd in het Hoofdstuk I van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 mei 2004 betreffende de erkenning van de opleidingen en kwalificaties van het personeel van opvangvoorzieningen bepaald bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 februari 2003 houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen, luidend als volgt :
  " De hogere opleidingen met erkende psycho-pedagogische finaliteit voor de directeur(trice) en de personen die zorgen voor de psycho-medisch-sociale begeleiding in de crÚches, oudercrÚches, peutertuinen en gemeentelijke opvangvoorzieningen zijn de volgende :
  Gespecialiseerd opvoeder
  Kleuteronderwijzer
  Gegradueerde, Bachelor in de logopedie
  Assistent in de psychologie : optie " kliniek ", " psychopedagogie en psychomotoriek ", " arbeidspsychologie en beroepsoriëntering ".
  Kandidaat, Bachelor in de :
  ° Psychologische wetenschappen
  ° Opvoedingswetenschappen
  ° Psychologische en opvoedingswetenschappen.
  Licentiaat, Master in de :
  ° Logopedie
  ° Psychologische wetenschappen
  ° Opvoedingswetenschappen
  ° Psychologische en opvoedingswetenschappen.
  " De hogere opleidingen met erkende psycho-pedagogische finaliteit voor de directeur(trice) en de personen die zorgen voor de psycho-medisch-sociale begeleiding in de crÚches, oudercrÚches, peutertuinen en gemeentelijke opvangvoorzieningen zijn de volgende :
  Gespecialiseerd opvoeder
  Kleuteronderwijzer
  Gegradueerde, Bachelor in de logopedie
  Assistent in de psychologie : optie " kliniek ", " psychopedagogie en psychomotoriek ", " arbeidspsychologie en beroepsoriëntering ".
  Kandidaat, Bachelor in de :
  ° Psychologische wetenschappen
  ° Opvoedingswetenschappen
  ° Psychologische en opvoedingswetenschappen.
  Licentiaat, Master in de :
  ° Logopedie
  ° Psychologische wetenschappen
  ° Opvoedingswetenschappen
  ° Psychologische en opvoedingswetenschappen.
Art. 42. Un article 1er bis, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© au Chapitre II de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 5 mai 2004 relatif Ă la reconnaissance des formations et qualifications du personnel des milieux d'accueil prĂ©vue par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 27 fĂ©vrier 2003 portant rĂ©glementation gĂ©nĂ©rale des milieux d'accueil :
  " Les formations supérieures à finalité psychopédagogique reconnue pour le (la) directeur (trice) et les personnes qui assurent l'encadrement psycho-médico-social dans les crÚches, crÚches parentales, prégardiennats et maisons communales d'accueil de l'enfance, sont les suivantes :
  Educateur(trice) spécialisé(e).
  Instituteur(trice) maternel(le).
  Gradué(e), bachelier(Úre) en logopédie.
  Assistant(e) en psychologie : options " psychologie clinique ", " psychopédagogie et psychomotricité ", " psychologie du travail et orientation professionnelle ".
  Candidat(e), bachelier(Úre) en :
  Sciences psychologiques
  Sciences de l'éducation
  Sciences psychologiques et de l'éducation.
  Licencié(e), maßtre en :
  Logopédie.
  Sciences psychologiques.
  Sciences de l'éducation.
  Sciences psychologiques et de l'éducation. "
  " Les formations supérieures à finalité psychopédagogique reconnue pour le (la) directeur (trice) et les personnes qui assurent l'encadrement psycho-médico-social dans les crÚches, crÚches parentales, prégardiennats et maisons communales d'accueil de l'enfance, sont les suivantes :
  Educateur(trice) spécialisé(e).
  Instituteur(trice) maternel(le).
  Gradué(e), bachelier(Úre) en logopédie.
  Assistant(e) en psychologie : options " psychologie clinique ", " psychopédagogie et psychomotricité ", " psychologie du travail et orientation professionnelle ".
  Candidat(e), bachelier(Úre) en :
  Sciences psychologiques
  Sciences de l'éducation
  Sciences psychologiques et de l'éducation.
  Licencié(e), maßtre en :
  Logopédie.
  Sciences psychologiques.
  Sciences de l'éducation.
  Sciences psychologiques et de l'éducation. "
Art. 43. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de woorden " artikel 42, 3e en 42, 1e lid " respectievelijk vervangen door de woorden " artikel 42, § 3, 1e lid en 42, § 1, 1e lid ".
Art. 43. A l'article 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " article 42, alinĂ©a 3 et 42, alinĂ©a 1er " sont respectivement remplacĂ© par les mots " article 42, § 3, alinĂ©a 1er et 42, § 1er, alinĂ©a 1er ".
Art. 44. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De kwalificaties die erkend zijn om die van kinderopvanger(ster) voor de begeleiding van kinderen te vervangen bedoeld bij artikel 42, § 1, 2e lid en § 2, 2e lid van het besluit opvangvoorzieningen zijn de volgende :
  1° De hogere opleidingen met psycho-pedagogische finaliteit bedoeld in artikel 1bis.
  2° In het secundair onderwijs met volledig leerplan
  Opvoedingsagent
  Opvoeders(sters)
  Verpleegaspirante
  3° In het alternerend secundair onderwijs :
  Hulpverlener voor kinderen in collectieve structuren.
  4° In het onderwijs voor sociale promotie :
  Hulpverlener voor kinderen tussen 0-12 jaar in een collectieve structuur.
  Hulpverlener voor kinderen in een collectieve structuur.
  Thuishulpverlener voor kinderen tussen 0-12 jaar.
  Gespecialiseerde opvoeder(ster) (Kwalificatiegetuigschrift voor het hoger secundair onderwijs) ".
  " De kwalificaties die erkend zijn om die van kinderopvanger(ster) voor de begeleiding van kinderen te vervangen bedoeld bij artikel 42, § 1, 2e lid en § 2, 2e lid van het besluit opvangvoorzieningen zijn de volgende :
  1° De hogere opleidingen met psycho-pedagogische finaliteit bedoeld in artikel 1bis.
  2° In het secundair onderwijs met volledig leerplan
  Opvoedingsagent
  Opvoeders(sters)
  Verpleegaspirante
  3° In het alternerend secundair onderwijs :
  Hulpverlener voor kinderen in collectieve structuren.
  4° In het onderwijs voor sociale promotie :
  Hulpverlener voor kinderen tussen 0-12 jaar in een collectieve structuur.
  Hulpverlener voor kinderen in een collectieve structuur.
  Thuishulpverlener voor kinderen tussen 0-12 jaar.
  Gespecialiseerde opvoeder(ster) (Kwalificatiegetuigschrift voor het hoger secundair onderwijs) ".
Art. 44. L'article 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Les qualifications reconnues comme pouvant remplacer celles de puĂ©riculteur (trice) pour l'encadrement des enfants visĂ©es par l'article 42 § 1er alinĂ©a 2, et § 2 alinĂ©a 2 de l'arrĂȘtĂ© milieux d'accueil sont les suivantes :
  1° Les formations supérieures à finalités psychopédagogiques visées à l'article 1bis.
  2° Dans l'enseignement secondaire de plein exercice - Agent d'éducation.
  - Educateur(trice).
  - Aspirante en nursing.
  3° Dans l'enseignement secondaire en alternance : - Auxiliaire de l'enfance en structures collectives.
  4° Dans l'enseignement de promotion sociale :
  - Auxiliaire de l'enfance 0-12 ans dans une structure collective.
  - Auxiliaire de l'enfance dans une structure collective.
  - Auxiliaire de l'enfance 0-12 ans à domicile.
  - Educateur(trice) spécialisé(e) (Certificat de qualification de l'enseignement secondaire supérieur) ".
  " Les qualifications reconnues comme pouvant remplacer celles de puĂ©riculteur (trice) pour l'encadrement des enfants visĂ©es par l'article 42 § 1er alinĂ©a 2, et § 2 alinĂ©a 2 de l'arrĂȘtĂ© milieux d'accueil sont les suivantes :
  1° Les formations supérieures à finalités psychopédagogiques visées à l'article 1bis.
  2° Dans l'enseignement secondaire de plein exercice - Agent d'éducation.
  - Educateur(trice).
  - Aspirante en nursing.
  3° Dans l'enseignement secondaire en alternance : - Auxiliaire de l'enfance en structures collectives.
  4° Dans l'enseignement de promotion sociale :
  - Auxiliaire de l'enfance 0-12 ans dans une structure collective.
  - Auxiliaire de l'enfance dans une structure collective.
  - Auxiliaire de l'enfance 0-12 ans à domicile.
  - Educateur(trice) spécialisé(e) (Certificat de qualification de l'enseignement secondaire supérieur) ".
Art. 45. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt als volgt gewijzigd :
  1° In het 1ste lid worden de woorden " artikel 42, derde lid tot vierde lid " vervangen door de woorden " artikel 42, § 2, 3e lid, § 3, 2e lid en § 4 " en worden het derde streepje (Kandidaat(ate)-verpleegkundige) en het vierde streepje (- Kleuterleider(ster)) geschrapt.
  2° Een tweede lid wordt ingevoegd, luidend als volgt : " Met het personeel dat houder is van één van de opleidingen erkend in de zin van dit artikel wordt de persoon gelijkgesteld die deze opleiding voortzet in het kader van de alternerende opleiding of van de permanente vorming voor de middenstand en kleine en middelgrote ondernemingen en die, in die context, een stageovereenkomst op lange termijn met een opvangvoorziening gesloten heeft. "
  3° Een derde lid wordt toegevoegd, luidend als volgt : " Het vorig lid is niet van toepassing voor de plaatsen voorbehouden in het kader van een samenwerkingsovereenkomst ".
  1° In het 1ste lid worden de woorden " artikel 42, derde lid tot vierde lid " vervangen door de woorden " artikel 42, § 2, 3e lid, § 3, 2e lid en § 4 " en worden het derde streepje (Kandidaat(ate)-verpleegkundige) en het vierde streepje (- Kleuterleider(ster)) geschrapt.
  2° Een tweede lid wordt ingevoegd, luidend als volgt : " Met het personeel dat houder is van één van de opleidingen erkend in de zin van dit artikel wordt de persoon gelijkgesteld die deze opleiding voortzet in het kader van de alternerende opleiding of van de permanente vorming voor de middenstand en kleine en middelgrote ondernemingen en die, in die context, een stageovereenkomst op lange termijn met een opvangvoorziening gesloten heeft. "
  3° Een derde lid wordt toegevoegd, luidend als volgt : " Het vorig lid is niet van toepassing voor de plaatsen voorbehouden in het kader van een samenwerkingsovereenkomst ".
Art. 45. L'article 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est modifiĂ© comme suit :
  1° A l'alinéa 1er les mots " article 42, alinéas 2 à 4 " sont remplacés par " article 42, § 2, alinéa 3, § 3, alinéa 2 et § 4 " et les troisiÚme (aspirante en nursing) et quatriÚme tirets (institutrice maternelle) sont supprimés.
  2° Un deuxiÚme alinéa, rédigé comme suit, est ajouté : " Est assimilé à du personnel titulaire d'une des formations reconnues au sens du présent article, la personne qui poursuit cette formation dans le cadre de la formation en alternance ou de la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises et qui, dans ce contexte, a conclu avec un milieu d'accueil une convention de stage de longue durée ".
  3° Un troisiÚme alinéa, rédigé comme suit, est ajouté : " L'alinéa précédent n'est pas d'application pour les places réservées dans le cadre d'une convention de collaboration ".
  1° A l'alinéa 1er les mots " article 42, alinéas 2 à 4 " sont remplacés par " article 42, § 2, alinéa 3, § 3, alinéa 2 et § 4 " et les troisiÚme (aspirante en nursing) et quatriÚme tirets (institutrice maternelle) sont supprimés.
  2° Un deuxiÚme alinéa, rédigé comme suit, est ajouté : " Est assimilé à du personnel titulaire d'une des formations reconnues au sens du présent article, la personne qui poursuit cette formation dans le cadre de la formation en alternance ou de la formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes entreprises et qui, dans ce contexte, a conclu avec un milieu d'accueil une convention de stage de longue durée ".
  3° Un troisiÚme alinéa, rédigé comme suit, est ajouté : " L'alinéa précédent n'est pas d'application pour les places réservées dans le cadre d'une convention de collaboration ".
Art. 46. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling :
  De versnelde opleidingscursussen die erkend worden voor de ouders die zorgen voor de begeleiding van kinderen in de oudercrÚches en voor kinderopvangers(sters), met toepassing van artikel 42, § 2, 3e lid en § 4, van het besluit over de opvangvoorzieningen, hebben betrekking op de basisnoties over het geheel van de volgende gebieden :
  de globale ontwikkeling van het kind;
  de psycho-pedagogische opvangprincipes met inbegrip van de activiteit van het kind;
  de organisatie van de kinderopvang, met inbegrip van de gezondheidspromotie en de kwaliteit van de omgeving;
  de relaties met personen die het kind toevertrouwen;
  het beheer van conflicten;
  de oprichting van een partnerschap;
  de geldende wetgeving.
  Deze noties passen in het kader van een dynamiek van professionele bezinning gericht op het opvangproject in de zin van de kwaliteitscode op basis van de door de Dienst geformuleerde aanbevelingen.
  De erkende versnelde opleidingscursussen duren minstens 100 uur en worden aangepast in functie van het type van opvangvoorziening, de ervaring en het profiel van de deelnemers. "
  De versnelde opleidingscursussen die erkend worden voor de ouders die zorgen voor de begeleiding van kinderen in de oudercrÚches en voor kinderopvangers(sters), met toepassing van artikel 42, § 2, 3e lid en § 4, van het besluit over de opvangvoorzieningen, hebben betrekking op de basisnoties over het geheel van de volgende gebieden :
  de globale ontwikkeling van het kind;
  de psycho-pedagogische opvangprincipes met inbegrip van de activiteit van het kind;
  de organisatie van de kinderopvang, met inbegrip van de gezondheidspromotie en de kwaliteit van de omgeving;
  de relaties met personen die het kind toevertrouwen;
  het beheer van conflicten;
  de oprichting van een partnerschap;
  de geldende wetgeving.
  Deze noties passen in het kader van een dynamiek van professionele bezinning gericht op het opvangproject in de zin van de kwaliteitscode op basis van de door de Dienst geformuleerde aanbevelingen.
  De erkende versnelde opleidingscursussen duren minstens 100 uur en worden aangepast in functie van het type van opvangvoorziening, de ervaring en het profiel van de deelnemers. "
Art. 46. L'article 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Les modules de formations accĂ©lĂ©rĂ©es reconnus pour les parents qui assurent l'encadrement des enfants dans les crĂšches parentales et pour les accueillant(e)s d'enfants, en application de l'article 42, § 2, alinĂ©a 3 et § 4, de l'arrĂȘte milieux d'accueil, portent sur les notions de base dans l'ensemble des domaines suivants :
  - Le développement global de l'enfant;
  - Les principes psychopédagogiques de l'accueil en ce compris l'activité de l'enfant;
  - L'organisation de l'accueil d'enfants, en ce compris la promotion de la santé et la qualité d'environnement;
  - Les relations avec les personnes qui confient l'enfant;
  - La gestion de conflits;
  - La mise en place d'un partenariat
  - La législation en vigueur.
  Ces notions s'intÚgrent dans le cadre d'une dynamique de réflexion professionnelle axée sur la projet d'accueil au sens du code de qualité, en s'inspirant des recommandations formulées par l'Office.
  Les modules de formation accélérée reconnus sont d'une durée minimale de 100 heures et sont adaptés en fonction du type de milieu d'accueil, de l'expérience et du profil des participants. "
  " Les modules de formations accĂ©lĂ©rĂ©es reconnus pour les parents qui assurent l'encadrement des enfants dans les crĂšches parentales et pour les accueillant(e)s d'enfants, en application de l'article 42, § 2, alinĂ©a 3 et § 4, de l'arrĂȘte milieux d'accueil, portent sur les notions de base dans l'ensemble des domaines suivants :
  - Le développement global de l'enfant;
  - Les principes psychopédagogiques de l'accueil en ce compris l'activité de l'enfant;
  - L'organisation de l'accueil d'enfants, en ce compris la promotion de la santé et la qualité d'environnement;
  - Les relations avec les personnes qui confient l'enfant;
  - La gestion de conflits;
  - La mise en place d'un partenariat
  - La législation en vigueur.
  Ces notions s'intÚgrent dans le cadre d'une dynamique de réflexion professionnelle axée sur la projet d'accueil au sens du code de qualité, en s'inspirant des recommandations formulées par l'Office.
  Les modules de formation accélérée reconnus sont d'une durée minimale de 100 heures et sont adaptés en fonction du type de milieu d'accueil, de l'expérience et du profil des participants. "
Art. 47. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt geschrapt.
Art. 47. L'article 6, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est supprimĂ©.
Art. 48. Een artikel 7bis wordt ingevoegd in Hoofdstuk III van hetzelfde besluit, luidend als volgt :
  " De lijst van de operatoren of operatorcategorieën die door de Regering erkende opleidingen organiseren, wordt jaarlijks herzien door de Dienst volgens de praktische modaliteiten die hij bepaalt. "
  " De lijst van de operatoren of operatorcategorieën die door de Regering erkende opleidingen organiseren, wordt jaarlijks herzien door de Dienst volgens de praktische modaliteiten die hij bepaalt. "
Art. 48. Un article 7bis, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© au Chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ© :
  " La liste des opérateurs ou catégories d'opérateurs organisant des formations reconnues par le Gouvernement est revue chaque année par l'Office selon les modalités pratiques qu'il détermine ".
  " La liste des opérateurs ou catégories d'opérateurs organisant des formations reconnues par le Gouvernement est revue chaque année par l'Office selon les modalités pratiques qu'il détermine ".
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
Art. 49. Artikel 42, § 4, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 februari 2003 houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen, zoals gewijzigd en vervangen door artikel 12 van dit besluit, treedt in werking op 1 september 2006.
Art. 49. L'article 42, § 4, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 27 fĂ©vrier 2003 portant rĂ©glementation gĂ©nĂ©rale des milieux d'accueil, tel que modifiĂ© et remplacĂ© par l'article 12 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, entre en vigueur au 1er septembre 2006.
Art. 50. De artikelen 42, §§ 1, 2, 3; 60; 61; 63; 64; van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 februari 2003 houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen, zoals gewijzigd bij de artikelen 12, 14, 15, 16 en 17 van dit besluit treden in werking binnen een termijn van twee maanden vanaf de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 50. Les articles 42, §§ 1er, 2, 3; 60; 61; 63; 64; de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 27 fĂ©vrier 2003 portant rĂ©glementation gĂ©nĂ©rale des milieux d'accueil, tels que modifiĂ©s par les articles 12, 14, 15, 16 et 17 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© entrent en vigueur dans un dĂ©lai de deux mois Ă compter de la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur Belge.
Art. 51. Artikel 87, 4e lid van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 februari 2003 houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen, zoals ingevoegd bij artikel 22 van dit besluit, heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2004.
Art. 51. L'article 87, alinĂ©a 4, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 27 fĂ©vrier 2003 portant rĂ©glementation gĂ©nĂ©rale des milieux d'accueil, tel qu'insĂ©rĂ© par l'article 22 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, produit ses effets au 1er octobre 2004.
Art. 52. De Minister van Kinderwelzijn wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 9 december 2005.
  Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
  De Minister van Kinderwelzijn, Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid,
  Mevr. C. FONCK
  Brussel, 9 december 2005.
  Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
  De Minister van Kinderwelzijn, Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid,
  Mevr. C. FONCK
Art. 52. La Ministre de l'Enfance est chargĂ©e de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 9 décembre 2005.
  Par le Gouvernement de la Communauté française :
  La Ministre de l'Enfance, de l'Aide à la Jeunesse et de la Santé,
  Mme C. FONCK
  Bruxelles, le 9 décembre 2005.
  Par le Gouvernement de la Communauté française :
  La Ministre de l'Enfance, de l'Aide à la Jeunesse et de la Santé,
  Mme C. FONCK
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Bijlage niet vertaald. Zie origineel Frans).
Art. N. Nouveau systĂšme d'avances sur subsides.
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 06-01-2006, p. 1565).
  Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 9 dĂ©cembre 2005 modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 27 fĂ©vrier 2003 portant rĂ©glementation gĂ©nĂ©rale des milieux d'accueil et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 5 mai 2004 relatif Ă la reconnaissance des formations et qualifications du personnel des milieux d'accueil.
  Bruxelles, le 9 décembre 2005.
  Par le Gouvernement de la Communauté française :
  La Ministre de l'Enfance, de l'Aide à la Jeunesse et de la Santé,
  Mme C. FONCK.
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 06-01-2006, p. 1565).
  Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 9 dĂ©cembre 2005 modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 27 fĂ©vrier 2003 portant rĂ©glementation gĂ©nĂ©rale des milieux d'accueil et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la CommunautĂ© française du 5 mai 2004 relatif Ă la reconnaissance des formations et qualifications du personnel des milieux d'accueil.
  Bruxelles, le 9 décembre 2005.
  Par le Gouvernement de la Communauté française :
  La Ministre de l'Enfance, de l'Aide à la Jeunesse et de la Santé,
  Mme C. FONCK.