Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 OKTOBER 2005. - Koninklijk besluit betreffende het bijhouden van een aanwezigheidsregister in bepaalde bedrijfstakken en houdende wijziging van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-11-2005 en tekstbijwerking tot 28-12-2005).
Titre
14 OCTOBRE 2005. - ArrĂȘtĂ© royal relatif Ă  la tenue d'un registre de prĂ©sence dans certaines branches d'activitĂ© et portant modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 5 novembre 2002 instaurant une dĂ©claration immĂ©diate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions et de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs. (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 04-11-2005 et mise Ă  jour au 28-12-2005).
Documentinformatie
Numac: 2005012500
Datum: 2005-10-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2005012500
Date: 2005-10-14
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK I. - Wijziging aan het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling.
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 5 novembre 2002 instaurant une dĂ©claration immĂ©diate de l'emploi.
Artikel 1. In artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° 3° wordt opgeheven;
  2° 4° wordt opgeheven;
Article 1. A l'article 3, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 5 novembre 2002 instaurant une dĂ©claration immĂ©diate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 janvier 2004, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le 3° est abrogé;
  2° le 4° est abrogé.
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5bis, ingevoegd, luidende :
  " Art. 5bis. Samen met de gegevens opgesomd in artikel 4 deelt de werkgever die ressorteert onder het paritair comité van het hotelbedrijf, de landbouw of het tuinbouwbedrijf, voor de gelegenheidswerknemers die zij tewerkstellen, per dag de volgende gegevens mee :
  1° het tijdstip van het begin van de prestaties;
  2° het tijdstip van het einde van de prestaties. "
  Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder gelegenheidswerknemers, de werknemers in dienst genomen voor een maximumduur van twee opeenvolgende dagen bij dezelfde werkgever die ressorteert onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, met een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd of met een arbeidsovereenkomst voor een duidelijk omschreven werk, of de werknemers bedoeld bij artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. "
Art. 2. Un article 5bis, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© :
  " Art. 5bis. L'employeur ressortissant soit Ă  la Commission paritaire de l'industrie hĂŽteliĂšre, soit Ă  la Commission paritaire pour les entreprises horticoles, soit Ă  la Commission paritaire de l'agriculture, communique de maniĂšre journaliĂšre, pour les travailleurs occasionnels qu'il occupe, en mĂȘme temps que les donnĂ©es Ă©numĂ©rĂ©es Ă  l'article 4, les donnĂ©es suivantes :
  1° l'heure du début de la prestation;
  2° l'heure de fin de la prestation.
  Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par travailleurs occasionnels les travailleurs engagĂ©s pour une durĂ©e maximale de deux jours consĂ©cutifs chez le mĂȘme employeur qui relĂšve de la Commission paritaire de l'industrie hĂŽteliĂšre par un contrat de travail conclu pour une durĂ©e dĂ©terminĂ©e ou par un contrat de travail conclu pour un travail nettement dĂ©fini ou les travailleurs visĂ©s Ă  l'article 8bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs. "
Art. 3. Artikel 6 wordt aangevuld als volgt :
  " 6° per dag, indien de uitzendkracht is tewerkgesteld als gelegenheidswerknemer bij een gebruiker die ressorteert onder het paritair comité van het hotelbedrijf, de landbouw of het tuinbouwbedrijf :
  1° het tijdstip van het begin van de prestaties;
  2° het tijdstip van het einde van de prestaties. "
Art. 3. L'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© comme suit :
  " 6° de maniÚre journaliÚre, lorsque le travailleur intérimaire est occupé en qualité de travailleur occasionnel auprÚs d'un utilisateur ressortissant soit à la Commission paritaire de l'industrie hÎteliÚre, soit à la Commission paritaire pour les entreprises horticoles, soit à la Commission paritaire de l'agriculture :
  1° l'heure du début de la prestation;
  2° l'heure de fin de la prestation. "
Art. 4. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden " het adres waaronder de werkgever is ingeschreven bij de instelling " vervangen door de woorden " het adres van de maatschappelijke zetel van de werkgever dat in de Kruispuntbank van Ondernemingen wordt ingeschreven. "
Art. 4. Dans l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots "de l'adresse Ă  laquelle l'employeur est inscrit auprĂšs de l'institution" sont remplacĂ©s par les mots "de l'adresse du siĂšge social de l'employeur inscrite dans la Banque carrefour des entreprises. "
Art. 5. In artikel 9, eerste lid, 2° van hetzelfde besluit worden de woorden " 5bis, " ingevoegd tussen de woorden " artikelen 4, " en de woorden " 6 en 7 ".
Art. 5. Dans l'article 9, alinĂ©a 1er, 2° du mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots " 5bis, " sont insĂ©rĂ©s entre les mots "articles 4," et les mots "6 et 7".
HOOFDSTUK II. - Wijziging aan het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
CHAPITRE II. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs.
Art. 6. In artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juni 1994, vervangen bij het koninklijk besluit van 22 december 1995 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 juli 1997, 9 juli 2000, 12 augustus 2000, 24 februari 2003 en 22 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het vierde lid wordt aangevuld als volgt :
  " Indien de in het eerste lid bedoelde gelegenheidswerknemer ook een gelegenheidsactiviteit in de zin van artikel 8quater van dit besluit uitoefent, wordt de cumulatie van de verschillende gelegenheidsactiviteiten beperkt tot 65 dagen per kalenderjaar. "
  2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt :
  " De werkgever doet een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling overeenkomstig artikel 5bis of 6 van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. "
  3° het zesde lid wordt opgeheven.
  4° In het achtste lid worden de woorden " van respectievelijk de plukkaart of de landbouwkaart " vervangen door de woorden " van het adequaat gelegenheidsformulier "
Art. 6. A l'article 8bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 21 juin 1994, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 dĂ©cembre 1995 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s des 18 juillet 1997, 12 aoĂ»t 2000, 24 fĂ©vrier 2003 et 22 dĂ©cembre 2004, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 4 est complété comme suit :
  " Si le travailleur occasionnel visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er exerce aussi une activitĂ© occasionnelle au sens de l'article 8quater du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le cumul des diffĂ©rentes activitĂ©s occasionnelles est limitĂ© Ă  65 jours par annĂ©e civile. "
  2° l'alinéa 5 est remplacé par la disposition suivante :
  " L'employeur effectue une dĂ©claration immĂ©diate de l'emploi conformĂ©ment Ă  l'article 5bis ou 6 de l'arrĂȘtĂ© royal du 5 novembre 2002 instaurant une dĂ©claration immĂ©diate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions. "
  3° l'alinéa 6 est abrogé.
  4° dans l'alinéa 8, les mots ", respectivement, la carte cueillette ou la carte d'agriculture" sont remplacés par les mots "le formulaire occasionnel adéquat"
Art. 7. Artikel 8quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 mei 2003 en buiten werking getreden op 31 december 2004, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Artikel 8quater. § 1. De toepassing van de wet wordt beperkt tot de regeling voor de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit, tot de regeling van de werkloosheid, tot de regeling voor rust- en overlevingspensioenen voor werknemers en tot de kinderbijslagregeling voor werknemers, wat betreft de gelegenheidswerknemers tewerkgesteld bij een werkgever die ressorteert onder het Paritair Comité nr. 302 voor het hotelbedrijf.
  In de zin van dit artikel wordt als gelegenheidswerknemer beschouwd :
  1° de werknemer in dienst genomen voor een maximumduur van twee opeenvolgende dagen bij dezelfde werkgever die ressorteert onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, met een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd of met een arbeidsovereenkomst voor een duidelijk omschreven werk, gedurende maximaal 45 arbeidsdagen per kalenderjaar, voorzover deze werknemer in de loop van dat kwartaal en het daaraan voorafgaand kwartaal geen arbeidsprestaties leverde bij een werkgever ressorterend onder het paritair comité voor het hotelbedrijf in toepassing van de wet van 27 juni 1969, anders dan in de hoedanigheid van gelegenheidswerknemer of dan in de hoedanigheid van student bedoeld in Titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en enkel voorzover deze arbeidsdag samenvalt met één van de vijfenveertig dagen die de werkgever aanduidt op het adequaat gelegenheidsformulier bedoeld in artikel 31bis;
  2° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor de uitzendarbeid ressorteren : de handarbeider tewerkgesteld gedurende maximaal 45 dagen per kalenderjaar bij een gebruiker die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, gedurende maximaal 45 dagen per kalenderjaar, voorzover deze werknemer in de loop van dat kwartaal en het daaraan voorafgaand kwartaal geen arbeidsprestaties leverde bij een werkgever ressorterend onder het paritair comité voor het hotelbedrijf in toepassing van de wet van 27 juni 1969, anders dan in de hoedanigheid van gelegenheidswerknemer of dan in de hoedanigheid van student bedoeld in Titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en enkel voorzover deze arbeidsdag samenvalt met één van de vijfenveertig dagen die de gebruiker aanduidt op het adequaat gelegenheidsformulier bedoeld in artikel 31bis. "
  Indien de in het eerste lid bedoelde gelegenheidswerknemer ook een gelegenheidsactiviteit in de zin van artikel 8bis van dit besluit uitoefent, wordt de cumulatie van de verschillende gelegenheidsactiviteiten beperkt tot 65 dagen per kalenderjaar.
  § 2. De werkgever ressorterend onder het paritair comité voor het hotelbedrijf die nagelaten heeft werknemers in te schrijven in de terzake opgelegde sociale documenten of die nagelaten heeft de nadere regels voor het bijhouden van het adequaat gelegenheidsformulier na te leven, verliest, in het kwartaal waarin de nalatigheid werd vastgesteld en de daaropvolgende kwartalen van hetzelfde kalenderjaar, de mogelijkheid toepassing te maken van § 1. In dit geval worden de bijdragen berekend op de werkelijke lonen.
Art. 7. L'article 8quater du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 27 mai 2003 et qui a cessĂ© de produire ses effets le 31 dĂ©cembre 2004, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
  " Article 8quater. § 1er. L'application de la loi est limitée au régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité, au régime de chÎmage, au régime de pensions de retraite et de survie des travailleurs salariés et au régime des allocations familiales pour travailleurs salariés en ce qui concerne les travailleurs occasionnels occupés chez un employeur ressortissant à la Commission paritaire n° 302 de l'industrie hÎteliÚre.
  Au sens du présent article est considéré comme travailleur occasionnel :
  1° le travailleur engagĂ© pour une durĂ©e maximale de deux jours consĂ©cutifs chez le mĂȘme employeur qui relĂšve de la Commission paritaire de l'industrie hĂŽteliĂšre par un contrat de travail conclu pour une durĂ©e dĂ©terminĂ©e ou par un contrat de travail conclu pour un travail nettement dĂ©fini, durant un maximum de 45 jours de travail par annĂ©e civile, pour autant que ce travailleur, dans le courant du trimestre en cours et du trimestre prĂ©cĂ©dant celui-ci, n'ait pas travaillĂ© chez un employeur qui relĂšve de la Commission paritaire de l'industrie hĂŽteliĂšre en Ă©tant soumis Ă  l'application de la loi du 27 juin 1969, dans une qualitĂ© autre que celle de travailleur occasionnel ou que celle d'Ă©tudiant visĂ© au Titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, et pour autant que ce jour de travail se situe pendant un des quarante-cinq jours que l'employeur mentionne sur le formulaire occasionnel adĂ©quat visĂ© Ă  l'article 31bis;
  2° en ce qui concerne les travailleurs relevant de la Commission paritaire pour le travail intérimaire : le travailleur manuel qui est occupé auprÚs d'un utilisateur qui relÚve de la Commission paritaire de l'industrie hÎteliÚre durant un maximum de 45 jours par année civile, pour autant que ce travailleur, dans le courant du trimestre en cours et du trimestre précédant celui-ci, n'ait pas travaillé chez un employeur qui relÚve de la Commission paritaire de l'industrie hÎteliÚre en étant soumis à l'application de la loi du 27 juin 1969, dans une qualité autre que celle de travailleur occasionnel ou que celle d'étudiant visé au Titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, et pour autant que ce jour de travail se situe pendant un des quarante-cinq jours que l'utilisateur mentionne sur le formulaire occasionnel adéquat visé à l'article 31bis. "
  Si le travailleur occasionnel visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er exerce aussi une activitĂ© occasionnelle au sens de l'article 8bis du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le cumul des diffĂ©rentes activitĂ©s occasionnelles est limitĂ© Ă  65 jours par annĂ©e civile.
  § 2. L'employeur qui relĂšve de la commission paritaire de l'industrie hĂŽteliĂšre qui a omis d'inscrire les travailleurs dans les documents sociaux imposĂ©s en la matiĂšre, ou qui a omis de respecter les modalitĂ©s de tenue du "formulaire occasionnel adĂ©quat" visĂ©es Ă  l'article 31bis, perd, pour le trimestre pendant lequel l'omission est constatĂ©e et les trimestres suivants de la mĂȘme annĂ©e civile, la possibilitĂ© d'appliquer le § 1er. Dans ce cas, les cotisations sont calculĂ©es sur les rĂ©munĂ©rations rĂ©elles.
Art. 8. Artikel 31bis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juni 1994 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 december 1995, 18 juli 1997, 9 juli 2000 en 2 december 2004, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 31bis § 1. De bijdragen verschuldigd voor de gelegenheidsarbeiders bedoeld bij artikel 8bis, worden berekend op een forfaitair dagloon van 11,58 euro. Dit forfaitair dagloon wordt ieder jaar op 1 januari geactualiseerd in het licht van de ontwikkeling van de lonen in respectievelijk de tuinbouw- of de landbouwsector, door Onze Minister van Sociale Zaken.
  § 2. De bijdragen verschuldigd voor de gelegenheidswerknemer bedoeld bij artikel 8quater, § 1, worden berekend op een forfaitair dagloon van 21,00 euro. Dit forfaitair dagloon wordt ieder jaar op 1 januari geactualiseerd in het licht van de ontwikkeling van de lonen in de sector van het hotelbedrijf, door Onze Minister van Sociale Zaken.
  § 3. Wanneer de werknemers bedoeld bij §§ 1 en 2 niet in het bezit zijn van een gelegenheidsformulier toegekend door de instelling aangewezen door Onze Ministers van Tewerkstelling en Arbeid en van Sociale Zaken en die dient om het aantal dagen van tewerkstelling van de werknemer in respectievelijk de tuinbouwsector, de landbouwsector of de horecasector, vast te stellen en wanneer zij de nadere regels voor het bijhouden ervan niet naleven, worden de bijdragen op de werkelijke lonen berekend.
  Wanneer nagelaten wordt de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling overeenkomstig artikel 5bis van het koninklijk besluit van 5 november 2002 te doen, worden de bijdragen op de werkelijke lonen berekend.
  Onze voornoemde Ministers bepalen het model, de toekenningsvoorwaarden en de wijze waarop dit formulier bijgehouden wordt; er wordt in geen enkel geval een duplicaat bezorgd.
  § 4. De regelgeving vervat in de §§ 1 en 2 en in de artikelen 8bis en 8quater valt onder de toepassing van de de minimis-steun zoals vervat in de Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de de minimis-steun en de eventuele latere wijzigingen van deze verordening.
  Het totaal bedrag van de de minimis-steun die is verleend aan één onderneming mag niet hoger zijn dan 100.000 euro over een periode van drie jaar. De relevante periode van drie jaar is van verschuivende aard, zodat bij elke toepassing van de regeling het totaalbedrag van de de minimis-steun die gedurende de voorgaande drie jaar is verleend, in aanmerking moet worden genomen.
  De toekenning van de regeling vervat in §§ 1 en 3 en in de artikelen 8bis en 8quater is verbonden aan de voorwaarde dat de onderneming de verbintenis aangaat dat ze het plafond vermeld in de Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de de minimis-steun, niet zal overschrijden.
  § 5. Voor toepassing van de vorige paragrafen, wordt de werkgever die ressorteert onder het paritair comité voor de uitzendarbeid gelijkgesteld met een werkgever ressorterend onder het paritair comité voor het hotelbedrijf, wanneer de tewerkstelling plaatsheeft bij een gebruiker die ressorteert onder het bovengenoemd Paritair Comité. Op dezelfde wijze wordt hij gelijkgesteld met een werkgever ressorterend onder het paritair comité van de landbouw of het tuinbouwbedrijf, wanneer de tewerkstelling plaatsheeft bij een gebruiker die ressorteert onder bovengenoemde Paritaire Comités. "
Art. 8. L'article 31bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 21 juin 1996 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s des 22 dĂ©cembre 1995, 18 juillet 1997, 9 juillet 2000 et 2 dĂ©cembre 2004 est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Art. 31bis § 1er. Les cotisations dues pour les travailleurs occasionnels visés à l'article 8bis, sont calculées sur une rémunération journaliÚre forfaitaire de 11,58 euros. Cette rémunération journaliÚre forfaitaire est actualisée chaque année, à la date du 1er janvier, en fonction de l'évolution des salaires dans respectivement le secteur horticole ou le secteur agricole, par Notre Ministre des Affaires sociales.
  § 2. Les cotisations dues pour les travailleurs occasionnels visés à l'article 8quater, § 1er, sont calculées sur une rémunération journaliÚre forfaitaire de 21,00 euros. Cette rémunération journaliÚre forfaitaire est actualisée chaque année, à la date du 1er janvier en fonction de l'évolution des salaires dans le secteur de l'industrie hÎteliÚre, par Notre Ministre des Affaires sociales.
  § 3. Si les travailleurs visés aux §§ 1er et 2 ne sont pas en possession d'un "formulaire occasionnel" délivré par l'organisme désigné par les Ministres de l'Emploi et du Travail et des Affaires sociales et destiné à établir le nombre de jours d'occupation du travailleur dans respectivement le secteur horticole, le secteur agricole ou le secteur Horeca et lorsqu'ils n'en respectent pas les modalités de tenue, les cotisations sont calculées sur les rémunérations réelles.
  Lorsqu'il a Ă©tĂ© omis d'effectuer la dĂ©claration immĂ©diate de l'emploi conformĂ©ment Ă  l'article 5bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 5 novembre 2002, les cotisations sont calculĂ©es sur les salaires effectifs.
  Nos Ministres précités déterminent le modÚle, les conditions de délivrance et de tenue de ce formulaire; il n'est en aucun cas délivré de duplicata.
  § 4. La réglementation contenue aux §§ 1er et 2 et aux articles 8bis et 8quater relÚve de l'application des aides de minimis telles que reprises dans le RÚglement (CE) n° 69/2001 de la Commission du 12 janvier 2001 concernant l'application des articles 87 et 88 du traité CE aux aides de minimis, et les éventuelles modifications ultérieures de ce rÚglement.
  Le montant total des aides de minimis octroyées à une entreprise ne peut excéder 100.000 euros sur une période de trois ans. La période de trois ans prise comme référence peut varier, de sorte qu'à chaque moment d'application de la disposition il y a lieu de prendre en compte le montant total des aides de minimis accordées au cours des trois années précédentes.
  L'octroi de la disposition visée aux §§ 1er et 3 et aux articles 8bis et 8quater est subordonnée à la condition que l'entreprise s'engage à ne pas dépasser le plafond visé au RÚglement (CE) n° 69/2001 de la Commission du 12 janvier 2001 concernant l'application des articles 87 et 88 du traité CE aux aides de minimis.
  § 5. Pour l'application des paragraphes prĂ©cĂ©dents, l'employeur qui relĂšve de la commission paritaire pour le travail intĂ©rimaire, est assimilĂ© Ă  l'employeur ressortissant Ă  la Commission paritaire de l'industrie hĂŽteliĂšre lorsque l'occupation a lieu auprĂšs d'un utilisateur ressortissant Ă  ladite Commission paritaire. De mĂȘme, il est assimilĂ© Ă  un employeur ressortissant Ă  la Commission paritaire pour les entreprises horticoles ou Ă  la Commission paritaire de l'agriculture lorsque que l'occupation a lieu auprĂšs d'un utilisateur ressortissant auxdites Commissions paritaires. "
HOOFDSTUK III. - Bijhouden van een aanwezigheidsregister in bepaalde bedrijfstakken.
CHAPITRE III. - Tenue d'un registre de présence dans certaines branches d'activités.
Art. 9. Dit hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de ondernemingen die ressorteren onder :
  1° het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf;
  2° het Paritair Comité voor de landbouw;
  3° het Paritair Comité voor het hotelbedrijf.
Art. 9. Le présent chapitre s'applique aux employeurs et aux travailleurs des entreprises ressortissant à :
  1° la Commission paritaire pour les entreprises horticoles;
  2° la Commission paritaire de l'agriculture;
  3° la Commission paritaire de l'industrie hÎteliÚre.
Art. 10. In afwijking van artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 juni 1994 betreffende het bijhouden van een aanwezigheidsregister worden de werkgevers bedoeld in artikel 9 vrijgesteld van de verplichting het aanwezigheidsregister en het individueel aanwezigheidsboekje bij te houden zoals door Ons bepaald krachtens artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, op voorwaarde dat de gegevens betreffende de werknemers die in het aanwezigheidsregister moeten vermeld worden, en bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, werden medegedeeld aan de instelling, die belast is met de inning van de socialezekerheidsbijdragen, overeenkomstig de nadere regelen bepaald in datzelfde besluit.
Art. 10. Par dĂ©rogation Ă  l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 17 juin 1994 relatif Ă  la tenue d'un registre de prĂ©sence, les employeurs visĂ©s Ă  l'article 9 sont dispensĂ©s de l'obligation de tenir le registre de prĂ©sence et le carnet individuel de prĂ©sence tel que dĂ©terminĂ© par nous en vertu de l'article 4, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif Ă  la tenue des documents sociaux, Ă  condition que les donnĂ©es relatives aux travailleurs qui doivent figurer dans le registre de prĂ©sence et le carnet individuel de prĂ©sence, et visĂ©es au chapitre II de l'arrĂȘtĂ© royal du 5 novembre 2002 instaurant une dĂ©claration immĂ©diate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions, soient communiquĂ©es Ă  l'institution chargĂ©e de la perception des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale, conformĂ©ment aux dispositions prĂ©vues dans ce mĂȘme arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 11. Voor de periode van 1 augustus 2005 (tot 30 juni 2006) zijn de werkgevers die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, hetzij onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, hetzij onder het Paritair Comité voor de landbouw, ofwel onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de uitzendarbeid die hun wil daartoe kenbaar maken aan de instelling belast met de inning van de socialezekerheidsbijdragen en die door deze instelling gemachtigd zijn om de in de artikelen 1, 2 en 3 van dit besluit bedoelde aangiften te doen, vrijgesteld van het bijhouden van het aanwezigheidsregister en van het individueel aanwezigheidsboekje bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 juni 1994. <KB 2005-12-22/33, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2005>
Art. 11. Pour la pĂ©riode du 1er aoĂ»t 2005 (au 30 juin 2006), les employeurs ressortissant soit Ă  la Commission paritaire pour l'industrie hĂŽteliĂšre, soit Ă  la Commission paritaire pour l'horticulture, soit Ă  la Commission paritaire de l'agriculture, soit Ă  la Commission paritaire pour le travail intĂ©rimaire, qui en expriment la volontĂ© Ă  l'institution chargĂ©e de la perception des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale, et qui sont autorisĂ©s par cette institution Ă  effectuer les dĂ©clarations visĂ©es aux articles 1er, 2 et 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont dispensĂ©s de la tenue du registre de prĂ©sence et du carnet individuel de prĂ©sence visĂ©s Ă  l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 17 juin 1994. <AR 2005-12-22/33, art. 1, 002; En vigueur : 01-10-2005>
Art. 12. <KB 2005-12-22/33, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2005> Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2006, met uitzondering van artikel 11 dat in werking treedt op 1 oktober 2005.
Art. 12. <AR 2005-12-22/33, art. 2, 002; En vigueur : 01-10-2005> Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er juillet 2006, Ă  l'exception de l'article 11 qui entre en vigueur le 1er octobre 2005.
Art. 13. Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Werk zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 14 oktober 2005.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken,
  R. DEMOTTE
  De Minister van Werk,
  Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE.
Art. 13. Notre Ministre des Affaires sociales et Notre Ministre de l'Emploi sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Donné à Bruxelles, le 14 octobre 2005.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Affaires sociales,
  R. DEMOTTE
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme F. VAN DEN BOSSCHE.