Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 JANUARI 2005. - Koninklijk besluit tot bepaling van de nadere regels voor de werking en financiering van een Sociaal Stookoliefonds. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-01-2005 en tekstbijwerking tot 28-12-2006)
Titre
20 JANVIER 2005. - Arrêté royal fixant les modalités de fonctionnement et de financement d'un Fonds social mazout. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-01-2005 et mise à jour au 28-12-2006)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (45)
Texte (45)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° De Minister : de Minister die de Energie onder zijn bevoegdheid heeft;
  2° Sociaal Stookoliefonds : de overeenkomstig de artikelen 11 en 12 van dit besluit erkende rechtspersoon, hierna genoemd " het Verwarmingsfonds;
  3° Algemene directie : de Algemene directie Energie van de FOD Economie;
  4° (Accijnsplichtige onderneming : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die brandstoffen in verbruik stelt of bij wie tekorten van brandstoffen worden vastgesteld en in die hoedanigheid overeenkomstig de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, het verkeer daarvan en de controles daarop, gehouden is tot betaling van accijnzen, en de programmawet van 27 december 2004;) <KB 2005-10-24/30, art. 1, 002 ; Inwerkingtreding : 17-11-2005>
  5° Fonds voor de Analyse van aardolieproducten : het fonds bedoeld in artikel 2 van de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen;
  6° In verbruik stellen : de uitslag tot verbruik bedoeld in de artikelen 6, 7, 10 en 11 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, het verkeer daarvan en de controles daarop, gehouden is tot betaling van accijnzen;
  7° Voorfinanciering : het bedrag dat, ter financiering van de verwarmingstoelagen in de winter van 2004-2005, door de accijnsplichtige ondernemingen op 15 februari 2005 wordt gestort. De totaliteit van deze voorschotten bedraagt 17 miljoen euro;
  8° Voorschot : het deel van de voorfinanciering dat een accijnsplichtige onderneming in november 2004 vervroegd gestort heeft aan de Staat ter financiering van de verwarmingstoelagen. De totaliteit van de voorschotten gestort door de accijnsplichtige ondernemingen bedraagt 5 miljoen euro;
  9° De financiële middelen : de gelden waarover het Verwarmingsfonds de beschikking krijgt door de voorfinancieringen en de bijdragen die gestort worden door de accijnsplichtige ondernemingen ter financiering van de netto reële kost van de verwarmingstoelagen.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° Le Ministre : le Ministre ayant l'Energie dans ses attributions;
  2° Fonds social Mazout : la personne morale agréée conformément aux articles 11 et 12 du présent arrêté, dénommée ci-après " le Fonds Chauffage ";
  3° (Direction générale : la direction générale Energie du SPF Economie;) <AR 2005-10-24/30, art. 1, 002 ; En vigueur : 17-11-2005>
  4° (Entreprise soumise à accises : toute personne physique ou morale qui met à la consommation des combustibles ou chez qui des manques de combustibles sont constatés et qui, à ce titre, est redevable des accises en vertu de la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accises, et de la loi-programme du 27 décembre 2004;) <AR 2005-10-24/30, art. 1, 002 ; En vigueur : 17-11-2005>
  5° Fonds pour l'analyse des produits pétroliers : le fonds désigné à l'article 2 de la loi du 24 décembre 1993 créant des fonds budgétaires et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires;
  6° Mettre en consommation : la mise en consommation visée dans les articles 6, 7, 10 et 11 de la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accises;
  7° Préfinancement : le montant que versent les entreprises soumises à accises le 15 février 2005 pour financer les allocations de chauffage dans l'hiver 2004-2005. Le montant total des préfinancements se chiffre à 17 Mios euro ;
  8 ° Avance : la partie du préfinancement qu'une entreprise soumise à accises a versée anticipativement à l'Etat en novembre 2004 pour financer les allocations de chauffage. L'entièreté des avances versées par les entreprises soumises à accises s'élève à 5 millions d'euros;
  9° Les moyens financiers : les montants mis à la disposition du Fonds Chauffage par les préfinancements et les cotisations versées par les entreprises soumises à accises pour le financement du coût réel net des allocations de chauffage.
HOOFDSTUK 2. - Taakstelling, financiering en erkenning van het Sociaal Stookoliefonds.
CHAPITRE 2. - Tâches, financement et agrément du Fonds Social Mazout.
Afdeling 1. - Taakstelling van het Verwarmingsfonds.
Section 1re. - Tâches du Fonds Chauffage.
Art.2. De Minister erkent, onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 11 en 12 van dit besluit, het Verwarmingsfonds.
Art.2. Le Ministre agrée, aux conditions fixées aux articles 11 et 12 du présent arrêté, le Fonds Chauffage.
Art.3. § 1. Het Verwarmingsfonds heeft als taken :
  1° de inning en het beheer van de bijdragen nodig ter financiering van de reële netto kost van de verwarmingstoelagen als bepaald in § 2 van dit artikel;
  2° (...); <KB 2005-10-24/30, art. 2, 002 ; Inwerkingtreding : 17-11-2005>
  3° het voorzien van de openbare centra van maatschappelijk welzijn van de nodige financiële middelen voor het toekennen van de verwarmingstoelagen volgens de nadere regels bepaald in de artikelen 213 en 214 van de programmawet van 27 december 2004;
  4° het verzorgen van de publiciteit met betrekking tot het bestaan en de toekenningvoorwaarden van de verwarmingstoelagen.
  (5° het verzorgen van publiciteit naar de doelgroepen van het Sociaal Stookoliefonds toe met betrekking tot het systeem van wettelijke minimumvoorwaarden voor het aankopen van huisbrandolie met spreiding van betaling zoals bepaald in het koninklijk besluit van 20 januari 2006 houdende de minimumvoorwaarden van contracten tot levering van huisbrandolie met spreiding van betaling aangeboden door geregistreerde handelaren.) <W 2006-12-27/32, art. 50, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  § 2. De reële netto kost van de verwarmingstoelagen behelst
  1° de bedragen van de verwarmingstoelagen die door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn aan de verbruikers worden toegekend;
  2° de werkingskosten toegekend aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  3° de beheerskosten van het Verwarmingsfonds voor zijn werking.
  De beheerskosten van het Verwarmingsfonds zullen jaarlijks bepaald worden door de raad van bestuur met vetorecht van de regeringscommissaris
Art.3. § 1er. Le Fonds Chauffage a comme tâches :
  1° la perception et la gestion des cotisations nécessaires pour le financement du coût réel net des allocations de chauffage comme fixé au § 2 du présent arrêté;
  2° (...) <AR 2005-10-24/30, art. 2, 002 ; En vigueur : 17-11-2005>les transmis par les centres publics d'action sociale dans le cadre de l'application du Fonds Social Mazout;
  3° la mise à disposition aux centres publics d'action sociale des moyens financiers nécessaires pour l'octroi des allocations de chauffage selon les modalités fixées aux articles 213 et 214 de la loi programme du 27 décembre 2004;
  4° la publicité concernant l'existence et les conditions d'octroi des allocations de chauffage.
  (5° assurer la publicité destinée aux groupes cibles du Fonds social mazout, relative au système des conditions minimales légales pour l'achat de fuel domestique avec paiement échelonné tel que déterminé à l'arrêté royal du 20 janvier 2006 portant les conditions minimales des contrats relatifs à la fourniture de gasoil de chauffage avec paiement échelonné, offerts par des commerçants enregistrés.) <L 2006-12-27/32, art. 50, 003; En vigueur : 07-01-2007>
  § 2. Le coût réel net des allocations de chauffage comprend
  1° le montant des allocations de chauffage qui sont octroyées par les centres publics d'action sociale aux consommateurs;
  2° les frais de fonctionnement octroyés aux centres publics d'action sociale;
  3° les frais de gestion du Fonds pour son fonctionnement.
  Les frais de gestion du Fonds seront annuellement approuvés par le conseil d'administration avec un droit de véto du commissaire du Gouvernement
Afdeling 2. - Financiering van het Verwarmingsfonds.
Section 2. - Financement du Fonds Chauffage.
Art.4. Ter financiering van de reële netto kost van de verwarmingstoelagen zijn de accijnsplichtige ondernemingen gehouden een bijdrage te storten aan het Verwarmingsfonds.
Art.4. Pour le financement du coût réel net des allocations de chauffage les entreprises soumises à accises sont tenues de verser une cotisation au Fonds Chauffage
Art.5. <KB 2005-10-24/30, art. 3, 002 ; Inwerkingtreding : 17-11-2005> § 1. De bijdrage op de aardolieproducten aangewend voor verwarming ten laste van de verbruikers van deze producten die, ten voordele van het Verwarmingsfonds, door de accijnsplichtige ondernemingen wordt geïnd bedraagt :
  a) Voor gasolie verwarming : 0,0016 euro per liter brandstof die in verbruik wordt gesteld of waarvan een tekort wordt vastgesteld;
  b) Voor lamppetroleum : 0,0016 euro per liter brandstof die in verbruik wordt gesteld of waarvan een tekort wordt vastgesteld;
  c) Voor propaan : 0,0010 euro per liter of 0,00196 euro/kg brandstof die in verbruik wordt gesteld of waarvan een tekort wordt vastgesteld;
  § 2. Als aardolieproducten aangewend voor verwarming dienen te worden beschouwd :
  a) Voor gasolie verwarming : de hoeveelheden vervat in de GN-codes 27 10 19 41, 45 en 49 in verbruik gesteld met betaling (...) van de tarieven bepaald in artikel 419, e), iii en artikel 419, f), iii, van de programmawet van 27 december 2004, hoofdstuk XVIII; <W 2006-12-27/32, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  b) Voor lamppetroleum : de hoeveelheden vervat in de GN-code 27 10 19 25 in verbruik gesteld met betaling (...) van de tarieven bepaald in artikel 419, d), iii van de programmawet van 27 december 2004, hoofdstuk XVIII; <W 2006-12-27/32, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  c) Voor propaan : de hoeveelheden vervat in de GN-code 27 11 12 in verbruik gesteld met betaling (...) van de tarieven bepaald in artikel 419, h), iii van de programmawet van 27 december 2004, hoofdstuk XVIII; <W 2006-12-27/32, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  De verwijzingen in deze paragraaf naar de codes van de gecombineerde nomenclatuur hebben betrekking op de gecombineerde nomenclatuur van toepassing op 1 januari 2003 van het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschap.
  (§ 3. Aardolieproducten bedoeld in § 2 die door de verbruiker aangewend worden voor industriële en commerciële doeleinden zijn vrijgesteld van de bijdrage ter financiering van het Sociaal Stookoliefonds.) <W 2006-12-27/32, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
Art.5. <AR 2005-10-24/30, art. 3, 002 ; En vigueur : 17-11-2005> § 1er. La cotisation sur les produits pétroliers de chauffage à charge des consommateurs de ces produits que les entreprises soumises à accises perçoivent au bénéfice du Fonds Chauffage s'élève à :
  a) Pour le gasoil de chauffage : 0,0016 euro par litre de combustible mis à la consommation ou constaté manquant;
  b) Pour le pétrole lampant : 0,0016 euro par litre de combustible mis à la consommation ou constaté manquant;
  c) Pour le propane : 0,0010 euro par litre ou 0,00196 euro/kg de combustible mis à la consommation ou constaté manquant;
  § 2. Comme produits pétroliers de chauffage doivent être considérés :
  a) Pour le gasoil de chauffage : les quantités reprises dans les codes NC 27 10 19 41, 45 et 49 mises à la consommation avec paiement (...) des taux fixés à l'article 419, e), iii et à l'article 419, f), iii, de la loi-programme du 27 décembre 2004, chapitre XVIII; <L 2006-12-27/32, art. 51, 003; En vigueur : 07-01-2007>
  b) Pour le pétrole lampant : les quantités reprises dans le code NC 27 10 19 25, mises à la consommation avec paiement (...) des taux fixés à l'article 419, d), iii de la loi-programme du 27 décembre 2004, chapitre XVIII; <L 2006-12-27/32, art. 51, 003; En vigueur : 07-01-2007>
  c) Pour le propane : les quantités reprises dans le code NC 27 11 12 mises à la consommation avec paiement (...) des taux fixés à l'article 419, h), iii de la loi-programme du 27 décembre 2004, chapitre XVIII; <L 2006-12-27/32, art. 51, 003; En vigueur : 07-01-2007>
  Les renvois, dans le présent paragraphe, aux codes de la nomenclature combinée, font référence à la nomenclature combinée en application le 1er janvier 2003 du tarif douanier commun des Communautés européennes.
  (§ 3. Des produits pétroliers visés au § 2 qui sont utilisés par le consommateur à des fins industrielles et commerciales sont exonérés de la cotisation pour le financement du Fonds Social Mazout.) <L 2006-12-27/32, art. 51, 003; En vigueur : 07-01-2007>
Art.6. Deze bijdrage wordt voor alle aardolieproducten aangewend voor verwarming voor de eerste maal van toepassing bij de eerste daling van de maximumprijs van gasolieverwarming na het van kracht worden van dit besluit.
  Ze blijft van kracht zolang de financiële middelen van het Verwarmingsfonds en de OCMW's, een maximumdrempel van 40 miljoen euro niet bereikt hebben.
  Wanneer de financiële middelen waarover het Verwarmingsfonds en de OCMW's in het kader van de wet en dit besluit op een gegeven tijdstip beschikken een maximumdrempel van 40 miljoen euro bereiken wordt de bijdrage op de aardolieproducten vermeld in artikel 5 gelijk aan 0 euro/liter en dit tot op het ogenblik waarop de financiële middelen van het Verwarmingsfonds een minimumdrempel van 22 miljoen euro bereiken.
  Eens de minimumdrempel bereikt, worden deze bijdragen gelijk aan de bijdragen vermeld in artikel 5 en dit tot de financiële middelen van het Verwarmingsfonds terug de 40 miljoen euro bereiken.
  De Minister zal, indien nodig, de praktische modaliteiten bepalen om te vermijden dat deze minimum- en maximumdrempels overschreden worden.
Art.6. Cette cotisation entre pour la première fois en application pour tous les produits pétroliers de chauffage à la première baisse du prix maximal du gasoil du chauffage après l'entrée en vigueur de cet arrêté.
  Elle reste en vigueur pour autant que les moyens financiers du Fonds et des CPAS n'atteignent pas un seuil maximal de 40 millions d'euros.
  Au moment où les moyens financiers dont le Fonds Chauffage et les CPAS disposent dans le cadre de la loi et du présent arrêté atteignent le seuil maximal de 40 millions d'euros, la cotisation mise sur les produits pétroliers visés à l'article 5 devient égale à 0 euro/litre et ceci jusqu'au moment où les moyens financiers atteignent un seuil minimal de 22 millions d'euros.
  Une fois le seuil minimal atteint, ces cotisations sont égales aux cotisations visées à l'article 5 et ceci jusqu'au moment où les moyens financiers du Fonds Chauffage atteignent à nouveau le seuil de 40 millions d'euros.
  Le Ministre fixera, si nécessaire, les modalités pratiques afin d'éviter que ces seuils minimaux et maximaux ne soient pas dépassés.
Art.7. § 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 13, 2°, betekent het Verwarmingsfonds of een door hem aangestelde instantie de accijnsplichtige ondernemingen, uiterlijk op de laatste werkdag van de derde maand volgend op ieder kwartaal, welke stortingen zij krachtens dit besluit verschuldigd zijn en dit op basis van de (in de loop van dat kwartaal of in de afgelopen 12 weken) ter verbruik aangeboden hoeveelheden aardolieproducten bepaald in artikel 5 zoals deze zijn vastgesteld in het kader van het accijnsstelsel van de minerale oliën. <W 2006-12-27/32, art. 52, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  § 2. Daartoe vermeldt het Fonds voor de analyse van aardolieproducten op basis van de gegevens waarover het beschikt, uiterlijk op de 15e werkdag van de derde maand die volgt op een kwartaal aan het Verwarmingsfonds de hoeveelheden die iedere accijnsplichtige onderneming (in de loop van dat kwartaal of in de afgelopen 12 weken) in verbruik heeft gesteld. <W 2006-12-27/32, art. 52, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  § 3. (eerste lid opgeheven) <W 2006-12-27/32, art. 52, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  De accijnsplichtige onderneming beschikt over een termijn van één maand, ter rekenen vanaf de datum van ontvangst van de betekening bedoeld in § 1, om per aangetekend schrijven bij de Algemene directie bezwaar aan te tekenen tegen het betekende bedrag.
  Bezwaren die aangetekend worden na het verstrijken van de termijn bedoeld in vorig lid, of die betrekking hebben op een verschil kleiner of gelijk aan vijfentwintig euro, zijn niet ontvankelijk.
  De Algemene directie doet over het aangetekende bezwaar uitspraak binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaar. Bij gebreke van uitspraak binnen de voornoemde termijn, wordt het bezwaar geacht stilzwijgend te zijn afgewezen.
  § 4. (De accijnsplichtige ondernemingen storten de bijdragen voor het Sociaal Stookoliefonds op de ontvangstenrekening van het Sociaal Stookoliefonds VZW. Ondernemingen die geen bezwaarschrift ingediend hebben doen dit uiterlijk op de laatste werkdag van de maand volgend op de datum van ontvangst van de betekening bedoeld in § 1. Ondernemingen die een bezwaarschrift ingediend hebben storten ten laatste op de laatste werkdag van de maand volgend op de datum van ontvangst van de uitspraak of op de datum van beëindiging van de uitspraaktermijn bedoeld in § 3.) <W 2006-12-27/32, art. 52, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  (§ 5. Indien het verschuldigde bedrag voor een kwartaal kleiner is dan 25 euro, dan wordt dit bedrag in dat kwartaal niet gefactureerd, maar verschoven naar het volgende kwartaal.) <KB 2005-10-24/30, art. 4, 002 ; Inwerkingtreding : 17-11-2005>
Art.7. § 1er. Sans préjudice du contenu de l'article 13, 2°, le Fonds Chauffage ou une instance désignée par le Fonds Chauffage signifie aux entreprises soumises à accises et ce au plus tard le dernier jour ouvrable du troisième mois suivant chaque trimestre, les paiements dont elles sont redevables en vertu du présent arrêté et ce, sur la base des quantités de produits pétroliers visés dans l'article 5 et délivrées à la consommation dans le courant (de ce trimestre ou des 12 semaines écoulées), telles qu'elles ont été arrêtées dans le cadre du système des accises pour les huiles minérales. <L 2006-12-27/32, art. 52, 003; En vigueur : 07-01-2007>
  § 2. A cet effet le Fonds d'analyse des produits pétroliers communique au Fonds Chauffage, sur base des données dont il dispose, et ce au plus tard le quinzième jour ouvrable du troisième mois qui suit chaque trimestre, les quantités que chaque entreprise soumise à accises a offert à la consommation dans le courant (de ce trimestre ou des 12 semaines écoulées), telles qu'elles ont été arrêtées dans le cadre du système des accises pour les huiles minérales. <L 2006-12-27/32, art. 52, 003; En vigueur : 07-01-2007>
  § 3. (alinéa 1 abrogé) <L 2006-12-27/32, art. 52, 003; En vigueur : 07-01-2007>
  L'entreprise soumise à accises dispose d'un délai d'un mois, à compter de la date de réception de la signification entendue au § 1er pour envoyer une réclamation par lettre recommandée adressée à la Direction générale contestant le montant signifié.
  Les réclamations faites après l'expiration du délai mentionné à l'alinéa précédent ou qui ont trait à des différences inférieures ou égales à vingt-cinq euros ne sont pas recevables.
  La Direction générale statue sur la réclamation introduite dans un délai d'un mois, à partir de la date de réception de la réclamation. A défaut de décision dans ce délai, la réclamation est réputée avoir été rejetée.
  § 4. (Les sociétés soumises aux accises versent les cotisations pour le Fonds social mazout sur le compte des recettes du Fonds Social Mazout ASBL. Les sociétés n'ayant pas introduit de réclamation le font, au plus tard, le dernier jour ouvrable du mois suivant la date de réception de la notification visée au § 1er. Les sociétés ayant introduit une réclamation versent, au plus tard, le dernier jour ouvrable du mois suivant la date de réception du prononcé ou à la date de l'expiration du délai du prononcé visé au § 3.) <L 2006-12-27/32, art. 52, 003; En vigueur : 07-01-2007>
  (§ 5. Si le montant dû pour un trimestre est inférieur à 25 euros, le montant ne sera pas facturé lors de ce trimestre, mais reporté au trimestre suivant.) <AR 2005-10-24/30, art. 4, 002 ; En vigueur : 17-11-2005>
Art.8. De bijdragen zullen verrekend worden via de Programmaovereenkomst betreffende de regeling van de verkoopprijzen van de aardolieproducten.
Art.8. Les cotisations seront portées en compte au moyen du Contrat de programme relatif à un régime des prix de vente des produits pétroliers.
Art.9. (§ 1. De bijdragen worden verplicht gefactureerd op alle aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2 en dit in de gehele distributieketen tot op het niveau van de verbruiker. Zij worden evenwel niet gefactureerd aan verbruikers die de aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2, aanwenden voor industriële en commerciële doeleinden wanneer de handelaar instaat voor de regularisatie van de accijns of voor landbouw, tuinbouw, bosbouw en visvangst.) <W 2006-12-27/32, art. 53, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  De factuur bevat de vermelding dat in de factuurprijs de bijdrage voor het Verwarmingsfonds inbegrepen is
  Voor propaan wordt de bijdrage uitgedrukt in euro/ton op het ogenblik waarop in verbruik wordt gesteld en wordt de bijdrage verder in de distributieketen vermeld in euro/liter.
  (§ 2. Handelaars die aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2, aankopen bij een erkend entrepothouder en deze verkopen aan verbruikers die deze aanwenden voor industriële en commerciële doeleinden kunnen de betaalde bijdragen voor het Sociaal Stookoliefonds recupereren bij deze erkende entrepothouder. Hiertoe bezorgt de handelaar de erkend entrepothouder ten laatste op het einde van de maand volgend op de datum van validatie door de accijnsadministratie het attest dat geldt als bewijs van bijbetaling van de accijnzen.
  De recuperatie van de bijdrage door de handelaars bij de erkend entrepothouder gebeurt ten laatste in de week volgend op de aanvaarding van de hoeveelheden door de Algemene directie in de bezwaarprocedure bedoeld in artikel 7, § 3.
  § 3. Als attesten die gelden als bewijs van bijbetaling van de accijnzen gelden de volgende door douane en accijnzen gevalideerde documenten :
  a) het document "Gebruik van energieproducten - industriële en commerciële doeleinden", bepaald als bijlage X bij het ministerieel besluit van 14 mei 2004 betreffende de algemene bepaling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop of;
  b) een aangifte ten verbruik ACC4 met de vermelding "spontane aangifte" in het vak 44.
  § 4. De erkend entrepothouder tekent bezwaar aan bij de Algemene Directie na ontvangst van de betekening van de in het vorige kwartaal of in de voorgaande periode van 12 weken in verbruik gestelde hoeveelheden aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2. Het bezwaar heeft ten minste betrekking op die hoeveelheden die door zijn handelaren voor industriële en commerciële doeleinden werden geleverd en waarvoor hij een attest bekomen heeft overeenkomstig de bepalingen in §§ 2 en 3. Dit bezwaar wordt betekend volgens de procedure en binnen de termijn bepaald in artikel 7, § 3, tweede zin, en met voorlegging van de attesten bedoeld in § 3. De Algemene directie brengt de aanvaarde hoeveelheden van het bezwaarschrift in mindering van de door de erkend entrepothouder tijdens de betrokken periode in verbruik gestelde aardolieproducten aangewend voor verwarming.
  § 5. Gebruikers die de aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2 aanwenden voor industriële en commerciële doeleinden en zelf de te weinig betaalde accijnzen terugbetalen, recupereren de bijdrage voor het Sociaal Stookoliefonds bij de VZW Sociaal Stookoliefonds door voorlegging van het attest bedoeld in § 3, 1° en dit voor het einde van de maand volgend op het kwartaal waarin zij de betrokken hoeveelheden ontvangen hebben.) <W 2006-12-27/32, art. 53, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
Art.9. (§ 1er. Les cotisations sont obligatoirement facturées sur les produits pétroliers visées à l'article 5, § 2, et ceci dans toute la chaîne de distribution jusqu'au niveau du consommateur. Elles ne sont néanmoins, pas facturées aux consommateurs qui utilisent les produits pétroliers visés à l'article 5, § 2, à des fins industrielles et commerciales lorsque le commerçant prend en charge la régularisation de l'accise ou pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et la pisciculture.) <L 2006-12-27/32, art. 53, 003; En vigueur : 07-01-2007>
  La facture mentionne que la cotisation pour le Fonds Chauffage est comprise dans le prix de la facture.
  Pour le propane la cotisation est exprimée en euro/tonne au moment de la mise en consommation. Elle est exprimée dans la chaîne de distribution en euro/litre.
  (§ 2. Les commerçants qui achètent des produits pétroliers visés à l'article 5, § 2, auprès d'un entrepositaire agréé et vendent les produits aux consommateurs qui les utilisent à des fins industrielles et commerciales peuvent récupérer les cotisations payées pour le Fonds Social Mazout auprès de cet entrepositaire agréé. A cette fin le commerçant fait parvenir à l'entrepositaire agréé avant la fin du mois suivant la date de validation par l'administration l'attestation qui vaut comme preuve du paiement des accises.
  La récupération de la cotisation par le commerçant auprès de l'entrepositaire agréé se fait au plus tard dans la semaine suivant l'acceptation par la Direction générale des quantités dans la procédure de réclamation visée à l'article 7, § 3.
  § 3. Comme attestations qui valent comme preuve de paiement des accises valent les documents validés par les douanes et accises suivants :
  a) le document "utilisations de produits énergétiques - fins industrielles et commerciales" fixé comme annexe X de l'arrêté ministériel du 14 mai 2004 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accises ou;
  b) une déclaration de mise à la consommation ACC4 avec la mention "déclaration spontanée" dans la case 44.
  § 4. Après réception de la notification des quantités des produits pétroliers visés à l'article 5, § 2, mises à la consommation pendant le trimestre écoulé ou les 12 semaines écoulées, l'entrepositaire agréé introduit une réclamation auprès de la Direction générale. Cette réclamation concerne au moins ces quantités livrées par ses commerçants à des fins industrielles et commerciales et pour lesquelles il a reçu une attestation conformément aux dispositions aux §§ 2 et 3. Cette réclamation est introduite suivant la procédure et dans le délai visé à l'article 7, § 3, deuxième phrase, et sur présentation des attestations visées au § 3. La Direction générale déduit les quantités acceptées de la réclamation des produits pétroliers de chauffage mis à la consommation par l'entrepositaire agréé pendant la période concernée.
  § 5. Les consommateurs qui utilisent les produits pétroliers visés à l'article 5, § 2, à des fins industrielles et commerciales et qui paient eux-mêmes les accises payées en moins, récupèrent la cotisation pour le Fonds Social Mazout auprès du Fonds Social Mazout ASBL sur présentation de l'attestation visée au § 3, 1°, et ceci avant la fin du mois suivant le trimestre au cours duquel ils ont reçu les quantités concernées.) <L 2006-12-27/32, art. 53, 003; En vigueur : 07-01-2007>
Art.10. Het Fonds voor de Analyse van Aardolieproducten deelt aan het Verwarmingsfonds, op zijn verzoek, alle noodzakelijke gegevens mee waarover het beschikt die moeten toelaten te onderzoeken of de accijnsplichtige ondernemingen aan de verplichting bedoeld in artikel 4 voldoen.
Art.10. A la demande du Fonds Chauffage, le Fonds pour l'analyse des produits pétroliers lui communiquera toutes les informations dont il dispose et qui sont nécessaires pour permettre de contrôler si les entreprises soumises à accises satisfont aux obligations prévues par l'article 4.
Afdeling 3. - Erkenning en verplichtingen van het Verwarmingsfonds.
Section 3. - Agrément et obligations du Fonds Chauffage.
Subafdeling 1. - Erkenning van het Verwarmingsfonds.
Sous-section 1re. - Agrément du Fonds Chauffage.
Art.11. De erkenning van het Verwarmingsfonds kan door de Minister enkel worden toegekend aan een rechtspersoon die aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
  2° stichtende leden hebben die in hun globaliteit voor 60% representatief zijn voor de distributie van de aardolieproducten bepaald in artikel 5;
  3° als uitsluitend statutair doel hebben : de uitvoering van de opdracht omschreven in artikel 3, § 1, volgens de modaliteiten voorzien in de wet en dit besluit;
  4° de bestuurders van de rechtspersoon en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden dienen hun burgerlijke en politieke rechten te bezitten;
  5° over de nodige middelen beschikken om, voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 4 en 21, de volbrenging van zijn opdracht voor te bereiden en zijn initiële werkingskosten te dekken;
  6° (De volgende vertegenwoordigers worden als lid door de vereniging zonder winstoogmerk aanvaard :
  - Drie vertegenwoordigers van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  - Eén vertegenwoordiger van de algemene directie;
  - Eén vertegenwoordiger van de Programmatorische Overheidsdienst Sociale Integratie.
  De overheidsvertegenwoordigers en de vertegenwoordigers van de OCMW's zetelen met stemrecht in de organen van de vennootschap zonder winstoogmerk.
  Een regeringscommissaris, aangeduid door de Minister, zetelt in de raad van bestuur als waarnemer, met uitzondering van hetgeen bepaald is in artikel 14, § 3.
  7° (de leden van de raad van bestuur, met uitzondering van de leden bedoeld in 6°, zijn tewerkgesteld door de betrokken beroepsorganisaties of zijn afgevaardigd door ondernemingen die lid zijn van deze organisaties.) <KB 2005-10-24/30, art. 5, 002 ; Inwerkingtreding : 17-11-2005>
Art.11. L'agrément du Fonds Chauffage par le Ministre ne peut être accordé qu'à une personne morale remplissant les conditions suivantes :
  1° être constituée en association sans but lucratif conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations;
  2° avoir des membres fondateurs qui sont, dans leur globalité, représentatifs, pour 60% de la distribution des produits pétroliers visés à l'article 5;
  3° avoir comme seul objet statutaire : l'exécution de la mission décrite à l'article 3, § 1er, suivant les modalités de la loi et du présent arrêté;
  4° ne compter parmi ses administrateurs et parmi les personnes pouvant l'engager que des personnes jouissant de leurs droits civils et politiques;
  5° disposer des moyens nécessaires à l'accomplissement de sa mission et à la prise en charge de ses frais de fonctionnement initiaux, préalablement à l'entrée en vigueur de l'article 4 et 21;
  6° (Les représentants suivants sont acceptés comme membres par l'association sans but lucratif :
  - Trois représentants des centres publics d'action sociale;
  - Un représentant de la direction générale;
  - Un représentant du Service public Programmation Intégration sociale.
  Les représentants gouvernementaux et les représentants des CPAS siègent avec droit de vote dans les organes de l'association sans but lucratif.
  Un commissaire du gouvernement, désigné par le Ministre, siège à titre d'observateur, sauf l'exception prévue à l'article 14, § 3, dans le conseil d'administration.) <AR 2005-10-24/30, art. 5, 002 ; En vigueur : 17-11-2005>ation.
  7° (les membres du conseil d'administration, à l'exception des membres visés au 6°, sont employés par les organismes professionnels concernés ou représentent les entreprises qui sont membres desdits organismes.) <AR 2005-10-24/30, art. 5, 002 ; En vigueur : 17-11-2005>
Art.12. § 1. De aanvraag tot het bekomen van een erkenning moet per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs in 3 exemplaren worden ingediend bij de Minister.
  § 2. De aanvraag bevat de volgende informatie :
  1° een kopij van de in het Belgisch Staatsblad gepubliceerde statuten;
  2° een ondernemingsplan en begroting voor het eerste werkingsjaar dat onder meer de volgende gegevens bevat :
  - De inningwijzen van de bijdrage;
  - Een financieel plan;
  - De wijzen van toewijzing van de inkomsten bestemd voor de werking van het te erkennen Fonds, onder meer de opbouw van reserves;
  - Een schatting van de beheerskosten;
  - Een inzicht in de wijze van belegging.
  § 3. De Minister beslist binnen de 3 maand na ontvangst van de aanvraag. Bij ontstentenis van een beslissing binnen deze termijn wordt de aanvraag geacht stilzwijgend verkregen te zijn voor een periode van 5 jaar. In dat geval is het Verwarmingsfonds gehouden zich te gedragen naar de gegevens van het aanvraagdossier tot erkenning en naar de bepalingen van de wet en van dit besluit
  Indien het aanvraagdossier onvolledig is, of indien het niet alle punten vermeld in §§ 1 en 2 bevat of indien de Minister bijkomende informatie vraagt, wordt deze termijn geschorst tot op het ogenblik dat de Minister, per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, de aanvrager meedeelt dat het dossier volledig is of de verstrekte informatie voldoende is
  Bij ontstentenis van een aangetekend schrijven binnen de drie maanden na antwoord van het Verwarmingsfonds, wordt het dossier geacht stilzwijgend volledig te zijn of dat de informatie voldoende is
  § 4. De erkenning wordt verleend voor een periode van 5 jaar en is hernieuwbaar.
  Een dossier tot verlenging van de erkenning wordt bij de Minister ingediend ten minste 9 maanden voorafgaand aan de einddatum van de voorgaande erkenning. De Minister beslist binnen de 3 maand na ontvangst van de hernieuwingsaanvraag. Bij ontstentenis van een beslissing binnen deze termijn wordt de hernieuwing geacht stilzwijgend verkregen te zijn.
  De beslissing tot erkenning of hernieuwing van de erkenning wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Art.12. § 1er. La demande d'agrément doit être introduite auprès du Ministre, par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, en 3 exemplaires.
  § 2. La demande contient les informations suivantes :
  1° une copie des statuts publiés au Moniteur belge ;
  2° un plan d'entreprise et un budget pour la première année d'opération comprenant notamment les données suivantes :
  - Les modes de perception de la cotisation;
  - Un plan financier;
  - Les modes d'affectation des recettes affectées au fonctionnement du Fonds à agréer, notamment par la constitution de réserves;
  - L'estimation des frais de gestion;
  - le tableau de financement des investissements.
  § 3. Le Ministre statue dans les 3 mois de la réception de la demande. A défaut de décision dans le délai précité, la demande est réputée accordée pour une période de 5 ans. Dans ce cas le Fonds Chauffage est tenu de se conformer aux données du dossier de demande d'agrément et aux dispositions de la loi et du présent arrêté.
  Si le dossier de demande n'est pas complet ou s'il ne comprend pas tous les points mentionnés aux §§ 1er et 2, ou si le Ministre demande des informations complémentaires, ce délai est suspendu jusqu'au moment où, par une lettre recommandée à la poste, avec accusé de réception, le Ministre informe le demandeur du caractère complet et/ou satisfaisant ou non de la réponse à la demande d'information
  A défaut de lettre recommandée dans un délai de 3 mois suivant la réponse du Fonds Chauffage, le dossier est considéré complet ou la réponse est considérée satisfaisant la demande.
  § 4. L'agrément est octroyé pour une période de 5 ans et est renouvelable.
  Un dossier de renouvellement de l'agrément est présenté au Ministre au moins 9 mois avant la date d'expiration de l'agrément précédemment octroyé. Le Ministre statue dans les 3 mois de la réception de la demande de renouvellement. A défaut de décision dans le délai précité, le renouvellement est réputé accordé.
  La décision d'agrément ou de renouvellement d'agrément est publié au Moniteur belge.
Subafdeling 2. - Verplichtingen van het Verwarmingfonds.
Sous-section 2. - Obligations du Fonds Chauffage.
Art.13. Het Verwarmingsfonds is gehouden tot :
  1° het voldoen aan de voorwaarden van de erkenning;
  2° het innen van de bijdragen van de accijnsplichtige ondernemingen op niet discriminerende en niet geïndividualiseerde wijze, teneinde de reële netto kost van de verwarmingstoelagen te dekken;
  (Het Verwarmingsfonds doet hiertoe een beroep op de diensten van het Fonds voor de Analyse van aardolieproducten. Het Fonds voor de Analyse van aardolieproducten kan hiervoor aan het Verwarmingsfonds een onkostenvergoeding aanrekenen.) <W 2006-12-27/32, art. 54, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  Desgevallend maakt deze onkostenvergoeding het voorwerp uit van een overeenkomst tussen het Verwarmingsfonds en de Belgische Staat :
  3° het ter beschikking stellen van de voorschotten, de saldi van de voorschotten en het bedrag voor de werkingskosten aan de uitkerende openbare centra voor maatschappelijk welzijn volgens de modaliteiten bepaald in de wet;
  4° het maken van publiciteit voor het bestaan en de toekenningvoorwaarden van de verwarmingstoelagen;
  5° het beleggen van de financiële middelen als een goede huisvader en op een correcte en niet-speculatieve wijze;
  6° het respecteren van het verbod om de financiële middelen door middel van beleggingsportefeuilles beheerd door derden te beheren;
  7 ° het aanwenden van de interesten op de financiële middelen waarover het beschikt louter en alleen voor het vervullen van de taken bepaald in artikel 3, § 1;
  8 ° het meedelen op kwartaalbasis van de financiële middelen waarover het beschikt aan de Algemene directie;
  9 ° het aanstellen van bedrijfsrevisoren voor de controle van de inning van de verplichte bijdragen, alsmede de controle van de balans en jaarrekening van het Verwarmingsfonds,
  10 ° het jaarlijks neerleggen bij de Minister van de balansen en resultaatsrekeningen van het voorbije jaar en de begroting voor het volgende jaar, binnen de termijnen bepaald door en in de vorm voorgeschreven door de Minister;
  11 ° het meedelen aan de Minister van elke wijziging van de statuten, samenstelling van de algemene vergadering of de raad van bestuur
Art.13. Le Fonds Chauffage est obligé de :
  1° se conformer aux conditions fixées dans l'agrément;
  2° percevoir, de manière non discriminatoire et non individualisée, les cotisations des entreprises soumises à accises concernées, afin de couvrir le coût réel net des allocations de chauffage;
  (A cette fin le Fonds chauffage fait appel aux services du Fonds pour l'Analyse des Produits Pétroliers. Le Fonds pour l'Analyse des Produits Pétroliers peut demander au Fonds Chauffage le remboursement des frais occasionnés.) <L 2006-12-27/32, art. 54, 003; En vigueur : 07-01-2007>
  Ce remboursement des frais peut faire l'objet d'une convention entre le Fonds Chauffage et l'Etat belge
  3° mettre à la disposition des centres publics d'action sociale les avances, les soldes d'avances et le montant pour les frais de fonctionnement selon les modalités de la loi;
  4° faire la publicité concernant l'existence et concernant les conditions d'octroi des allocations de chauffage;
  5° investir les moyens financiers en bon père de famille et d'une manière stricte et non spéculative;
  6° respecter la prohibition de gérer les moyens financiers par moyen de portefeuilles d'investissements gérés par des tiers;
  7 ° utiliser les intérêts sur les moyens financiers dont il dispose seul et uniquement pour remplir les tâches définies à l'article 3, § 1er;
  8 ° communiquer trimestriellement le niveau des moyens financiers dont il dispose à la Direction générale;
  9 ° désigner des réviseurs d'entreprises, chargés du contrôle de la perception des cotisations, comme du contrôle des bilans et des comptes annuels du Fonds Chauffage;
  10 ° déposer chaque année auprès du Ministre ses comptes annuels pour l'année écoulée et le budget pour l'année suivante, dans les délais et les formes fixées par le Ministre;
  11 ° communiquer au Ministre toute modification aux statuts, à la composition de l'assemblée générale ou du conseil d'administration.
Afdeling 4. - Controle van het Verwarmingsfonds.
Section 4. - Contrôle du Fonds Chauffage.
Art.14. § 1. Het Verwarmingsfonds staat onder de controlebevoegdheid van de Minister. Deze controle wordt uitgeoefend door bemiddeling van een regeringscommissaris.
  De Koning stelt de bezoldiging vast van de regeringscommissaris. Die bezoldiging is ten laste van het Verwarmingsfonds.
  § 2. De regeringscommissaris waakt over de naleving van de van kracht zijnde wet en de statuten van het Verwarmingsfonds.
  § 3. De regeringscommissaris wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur en heeft er, met uitzondering van zijn vetorecht ter goedkeuring van de beheerskosten, een raadgevende stem. De regeringscommissaris ontvangt de volledige agenda alsmede elk bijbehorend document, uiterlijk vijf werkdagen voor de datum van de vergaderingen, behoudens met redenen omklede buitengewone omstandigheden. De regeringscommissaris ontvangt de notulen van de vergaderingen van de raad van bestuur.
  De regeringscommissaris kan te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en in het algemeen, van alle documenten en geschriften van het Verwarmingsfonds. Hij kan van de leden en voorzitter van de raad van bestuur, van de algemeen directeur, van de leden van de directie en de aangestelden van het Verwarmingsfonds alle verduidelijkingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn mandaat.
  Het Verwarmingsfonds stelt ter beschikking van de regeringscommissaris de menselijke en materiële middelen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn mandaat. De Minister kan, indien hij zulks nuttig acht, de regeringscommissaris laten bijstaan door deskundigen, wier bezoldiging ten laste is van het Verwarmingsfonds.
  § 4. De regeringscommissaris kan binnen een termijn van zes werkdagen beroep aantekenen bij de Minister aan wie hij verslag uitbrengt tegen elke beslissing van organen van het Verwarmingsfonds, die hij strijdig acht met de wet of met de statuten van het Verwarmingsfonds. Dit beroep is eveneens mogelijk tegen elke beslissing die erop gericht is taken die het Verwarmingsfonds zelf kan uitvoeren, toe te wijzen aan derden.
  De termijn om een beroep in te stellen tegen de raad van bestuur gaat in de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de regeringscommissaris daarop regelmatig was uitgenodigd en in het tegenovergestelde geval, de dag waarop de beslissing aan hem werd betekend of, bij gebrek daaraan, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen. Voor de andere beslissingen van de organen van het Verwarmingsfonds gaat die termijn in vanaf de betekening van de beslissing aan de regeringscommissaris of, zoniet vanaf de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen.
  Het beroep is opschortend.
  Elk beroep van de regeringscommissaris wordt dezelfde dag bij aangetekend schrijven medegedeeld aan de voorzitter van de raad van bestuur, aan de algemeen directeur en aan de Minister.
  § 5. Binnen een termijn van twintig werkdagen, ingaand dezelfde dag als de in § 4 bedoelde termijn, betekent de Minister aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan de algemeen directeur, de nietigverklaring van de beslissing.
  Bij ontstentenis van een beslissing binnen de in het vorige lid bedoelde termijn, krijgt de beslissing van het Verwarmingsfonds een definitief karakter.
  § 6. Elk jaar brengt de raad van bestuur verslag uit bij de Minister over de uitvoering door het Verwarmingsfonds van zijn taken.
  § 7. Wanneer de naleving van de wet of van de statuten van het Verwarmingsfonds dit vereist, kan de Minister of de regeringscommissaris het bevoegde bestuursorgaan verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid.
Art.14. § 1er. Le Fonds Chauffage est soumis au pouvoir de contrôle du Ministre. Ce contrôle est exercé à l'intervention d'un commissaire du gouvernement.
  Le Roi détermine la rémunération du commissaire du gouvernement. Cette rémunération est à charge du Fonds Chauffage
  § 2. Le commissaire du gouvernement veille au respect de la loi en vigueur et des statuts du Fonds Chauffage.
  § 3. Le commissaire du gouvernement est invité à toutes les réunions du conseil d'administration et y a, à l'exclusion de son droit de véto pour l'approbation des frais de gestion, voix consultative. Le commissaire du gouvernement reçoit l'ordre du jour complet ainsi que tout document y afférent, au plus tard cinq jours ouvrables avant la date des réunions, sauf circonstances exceptionnelles motivées. Le commissaire du gouvernement reçoit le procès-verbal des réunions du conseil d'administration.
  Le commissaire du gouvernement peut, à tout moment, prendre connaissance, sur place, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les document et de toutes les écritures du Fonds Chauffage. Il peut requérir des membres et du président du conseil d'administration, du directeur général, des membres de la direction et des préposés du Fonds Chauffage toutes les explications ou informations et procéder à toutes les vérifications qui lui paraissent nécessaires à l'exécution de son mandat
  Le Fonds Chauffage met à la disposition du commissaire du gouvernement des ressources humaines et matérielles nécessaires à l'exécution de son mandat. Le Ministre peut, s'il l'estime utile, faire assister le commissaire du gouvernement par des experts. La rémunération des experts est à charge du Fonds Chauffage.
  § 4. Le commissaire du gouvernement peut, dans un délai de six jours ouvrables, introduire un recours auprès du ministre auquel il fait rapport contre toute décision des organes du Fonds Chauffage qu'il estime contraire à la loi ou aux statuts du Fonds Chauffage. Ce recours existe également contre toute décision visant à confier à des tiers des tâches que le Fonds Chauffage peut exécuter elle-même.
  Le délai pour exercer un recours contre une décision du conseil d'administration court à partir du jour de la réunion à laquelle la décision a été prise, pour autant que le commissaire du gouvernement y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où la décision lui a été notifiée ou, à défaut, à partir du jour où il en a reçu connaissance. Pour les autres décisions des organes du Fonds Chauffage, ce délai court à partir de la notification de la décision au commissaire du gouvernement ou, à défaut, à partir du jour où il en a reçu connaissance.
  Le recours est suspensif.
  Tout recours du commissaire du gouvernement est communiqué le jour même par recommandé au président du conseil d'administration, au directeur général et au Ministre.
  § 5. Dans un délai de vingt jours ouvrables commençant le même jour que le délai visé au § 4, le Ministre notifie au président du conseil d'administration et au directeur général l'annulation de la décision.
  A défaut de décision dans le délai visé à l'alinéa précédent, la décision du Fonds Chauffage devient définitive.
  § 6. Chaque année, le conseil d'administration fait rapport au Ministre de l'accomplissement par le Fonds Chauffage de ses tâches.
  § 7. Lorsque le respect de la loi ou des statuts du Fonds Chauffage le justifie, le Ministre ou le commissaire du gouvernement peut requérir l'organe de gestion compétent de délibérer, dans le délai qu'il fixe, sur toute question qu'il détermine.
HOOFDSTUK III. - Toezicht, schorsing en opheffing van de erkenning, administratieve geldboetes.
CHAPITRE III. - Surveillance, suspension et retrait de l'agrément, amendes administratives.
Afdeling 1. - Toezicht.
Section 1re. - Surveillance.
Art.15. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de door de Minister gemachtigde ambtenaren van de Algemene Directie belast met het toezicht op de bepalingen van huidig besluit.
Art.15. Sans préjudice des compétences des officiers de police judiciaire, les fonctionnaires de la Direction générale qui sont mandatés par le Ministre sont chargés du contrôle du respect des dispositions du présent accord.
Afdeling 2. - Schorsing en opheffing van de erkenning.
Section 2. - Suspension et retrait de l'agrément.
Art.16. § 1. In geval één van de verplichtingen voorzien in artikel 13 niet wordt nagekomen, kan de Minister per aangetekend schrijven een waarschuwing richten aan het Verwarmingsfonds.
  § 2. De Minister kan overgaan tot schorsing of opheffing van de erkenning van het Verwarmingsfonds indien
  1° geen voldoende gevolg aan de eerste waarschuwing werd gegeven;
  2° het Verwarmingsfonds niet of onvoldoende voldoet aan de verplichtingen opgesomd in artikel 13;
  3° het Verwarmingsfonds niet handelt overeenkomstig de wet, de uitvoeringsbesluiten of haar statuten;
  4° afwending van gelden wordt vastgesteld.
  De erkenning kan alleen geschorst of opgeheven worden indien de vertegenwoordiger(s) van het Verwarmingsfonds door de Minister voorafgaandelijk werd(en) gehoord.
  § 3. Indien de erkenning van het Verwarmingsfonds wordt opgeheven, kan de Minister alle passende maatregelen nemen ter vrijwaring van de rechten van de accijnsplichtige ondernemingen, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de verbruikers of andere benadeelden.
  Ingeval de erkenning wordt opgeschort, wordt de bijdrageplicht bedoeld in de artikelen 4, 5 en 24 van huidig besluit opgeschort.
  Ingeval de erkenning wordt opgeheven, wordt de bijdrageplicht bedoeld in de artikelen 4, 5 en 24 van huidig besluit opgeheven.
  Van de opschorting en opheffing wordt onverwijld in het Belgisch Staatsblad melding gemaakt.
  § 4. Na opheffing van de erkenning van het Verwarmingsfonds komen de financiële middelen toe aan de Staat of, in geval van de erkenning van een nieuw Fonds, aan het nieuwe Fonds.
Art.16. § 1er. Au cas où il n'est pas satisfait à l'une des obligations visées à l'article 13 le Ministre peut adresser un avertissement au Fonds Chauffage par lettre recommandée.
  § 2. Le Ministre peut procéder à la suspension ou au retrait de l'agrément du Fonds Chauffage lorsque :
  1° aucune suite satisfaisante n'a été donnée à un premier avertissement;
  2° le Fonds Chauffage ne satisfait pas ou ne satisfait pas suffisamment aux obligations énumérées à l'article 13;
  3° le Fonds Chauffage ne respecte pas la loi, les arrêtés d'exécution ou ses statuts;
  4° un détournement de fonds est constaté.
  L'agrément ne peut être suspendu ou retiré que dans la mesure où le(s) représentant(s) du Fonds Chauffage ou ont été préalablement entendu(s) par le Ministre.
  § 3. Si l'agrément du Fonds Chauffage est retiré, le Ministre peut prendre toutes les mesures appropriées pour sauvegarder les droits des entreprises soumises à accises concernées, des centres publics d'action sociale, des consommateurs ou d'autres personnes lésées.
  Dans le cas où l'agrément est suspendu, les cotisations prévues aux articles 4, 5 et 24 du présent arrêté sont suspendues.
  Dans le cas ou l'agrément est retiré, les cotisations prévues aux articles 4, 5 et 24 du présent arrêté sont supprimées.
  La suspension et le retrait de l'agrément sont publiés incessamment au Moniteur belge
  § 4. Après le retrait de l'agrément du Fonds Chauffage, les moyens financiers reviennent à l'Etat ou, en cas d'agrément d'un nouveau Fonds, à ce nouveau Fonds.
Afdeling 3. - Administratieve geldboetes.
Section 3. - Amendes administratives.
Art.17. Indien het Verwarmingsfonds de verplichtingen bedoeld in artikel 13 niet naleeft, dan kunnen de personen vermeld in artikel 15, op basis van de beschikbare gegevens, een administratieve geldboete opleggen waarvan het bedrag niet hoger kan zijn dan 25.000 euro
Art.17. Au cas où le Fonds Chauffage n'observe pas les obligations visées à l'article 13, les personnes mentionnées à l'article 15, pourront, sur base des informations disponibles, lui infliger une amende administrative dont le montant ne pourra pas être supérieur à 25.000 euros.
Art.18. De administratieve geldboete dient te worden voldaan binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de dag van de betekening van de beslissing die de administratieve geldboete oplegt
Art.18. L'amende administrative doit être acquittée dans un délai de trois mois à compter du jour de la notification de la décision infligeant cette amende
Art.19. De opbrengst van de administratieve geldboete komt toe aan de Staat.
Art.19. Le produit des amendes administratives revient à l'Etat.
HOOFDSTUK IV. - Strafbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions pénales.
Art.20. Worden bestraft met een gevangenisstraf van één week tot twee maanden en met een geldboete van tien maal de ontdoken bijdrage, met een minimum van 250 euro, of met één van deze straffen alleen : zij die de bepalingen van de artikelen 4, 21 en 24, § 1, overtreden.
Art.20. Sont punis d'une peine d'emprisonnement d'une semaine à deux mois et d'une amende de dix fois la cotisation éludée, avec un minimum de 250 euros, ou d'une de ces peines, ceux qui ne respectent pas les prescriptions des articles 4, 21 et 24, § 1er.
HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions transitoires.
Voorfinanciering van het Verwarmingsfonds.
Préfinancement du Fonds.
Art.21. § 1. Ter financiering van de verwarmingstoelagen toegekend tijdens de winter van 2004-2005 storten de accijnsplichtige ondernemingen die de producten bedoeld in artikel 5 in 2003 in verbruik hebben gesteld op 15 februari 2005 voorfinancieringen voor een totaal bedrag van 17 miljoen euro aan het Verwarmingsfonds.
  § 2. Het aandeel van elke individuele accijnsplichtige onderneming is in verhouding tot het volume producten bedoeld in artikel 5 dat zij in de loop van het jaar 2003 in verbruik heeft gesteld of waarvan tekorten zijn vastgesteld.
Art.21. § 1er. Afin de financer les allocations de chauffage attribuées durant l'hiver 2004-2005, les entreprises soumises qui ont mis en consommation en 2003 les produits visés à l'article 5 versent le 15 février 2005 les préfinancements pour un montant global de 17 millions d'euros au Fonds.
  § 2. La part de chaque entreprises soumise à accises individuelles est au prorata des volumes de produits visés à l'article 5 qu'elle a mis en consommation pendant l'année 2003 ou dont des manques ont été constatés.
Art.22. § 1. De hoeveelheden bedoeld in artikel 21, § 2, worden door Algemene directie aan de accijnsplichtige onderneming betekend
  § 2. De accijnsplichtige onderneming beschikt over een termijn van één week, ter rekenen vanaf de datum van ontvangst van de betekening bedoeld in § 1, om per aangetekend schrijven bij de Algemene directie bezwaar aan te tekenen tegen het betekende bedrag.
  Bezwaren die aangetekend worden na het verstrijken van de termijn bedoeld in vorig lid, of die betrekking hebben op een verschil kleiner of gelijk aan vijfentwintig euro, zijn niet ontvankelijk.
  De Algemene directie doet over het aangetekende bezwaar uitspraak binnen een termijn van één week, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaar. Bij gebreke van uitspraak binnen de voornoemde termijn, wordt het bezwaar geacht stilzwijgend te zijn afgewezen.
Art.22. § 1er. Les quantités visées à l'article 21, § 2, sont signifiées par la Direction générale aux entreprises soumises à accises.
  § 2. L'entreprise soumise à accises dispose d'un délai d'une semaine, à compter de la date de réception de la signification entendue au § 1er pour envoyer une réclamation par lettre recommandée adressée à la Direction générale contestant le montant signifié.
  Les réclamations faites après l'expiration du délai mentionné à l'alinéa précédent ou qui ont trait à des différences inférieures ou égales à vingt-cinq euros ne sont pas recevables.
  La Direction générale statue sur la réclamation introduite dans un délai d'une semaine, à partir de la date de réception de la réclamation. A défaut de décision dans ce délai, la réclamation est réputée avoir été rejetée
Art.23. Accijnsplichtige ondernemingen, die deel hebben genomen aan het voorschot bedoeld in artikel 1, 8°, brengen hun aandeel in dit voorschot in mindering van de door hen te betalen voorfinanciering
Art.23. Les entreprises soumises à accises qui ont participé à l'avance visée à l'article 1, 8°, soustraient leur part dans cette avance du préfinancement qu'elles sont tenues de payer.
Art.24. § 1. (Ter recuperatie van de voorfinanciering van 17 miljoen euro wordt een bijdrage gelegd op de aardolieproducten bedoeld in artikel 5, § 2.
  Deze bijdrage bedraagt :
  a) Voor gasolie verwarming : 0,0028 euro per liter brandstof die in verbruik wordt gesteld of waarvan een tekort wordt vastgesteld;
  b) Voor lamppetroleum : 0,0028 euro per liter brandstof die in verbruik wordt gesteld of waarvan een tekort wordt vastgesteld;
  c) Voor propaan : 0,0017 euro per liter of 0,00333 euro/kg brandstof die in verbruik wordt gesteld of waarvan een tekort wordt vastgesteld;) <KB 2005-10-24/30, art. 6, 002 ; Inwerkingtreding : 17-11-2005>
  § 2. Deze bijdragen worden geheven vanaf 1 maart 2005 en vervallen één jaar na hun van kracht wording.
  § 3. De accijnsplichtige onderneming houdt een boekhouding bij die toelaat om na afloop van de periode bedoeld in § 2 de totale bedragen vast te stellen die zij ontvangen heeft op basis van de in § 1 bedoelde bijdrage. Na afloop van de periode bedoeld in § 2. zal de accijnsplichtige onderneming elk overschot ten opzichte van haar Voorfinanciering aan het Verwarmingsfonds storten. Omgekeerd, zal elk tekort van de accijnsplichtige onderneming ten opzichte van haar Voorfinanciering na afloop van de periode bedoeld in § 2. aan haar terugbetaald worden door het Verwarmingsfonds.
  De Algemene directie verstrekt het Verwarmingsfonds voor deze afrekening alle noodzakelijke gegevens.
Art.24. § 1er. (Afin de récupérer les préfinancements de 17 millions d'euros, une cotisation est établie sur les produits pétroliers visés à l'article 5, § 2.
  Cette cotisation s'élève à :
  a) Pour le gasoil de chauffage : 0,0028 euro par litre de combustible mis à la consommation ou constaté manquant;
  b) Pour le pétrole lampant : 0,0028 euro par litre de combustible mis à la consommation ou constaté manquant;
  c) Pour le propane : 0,0017 euro par litre ou 0,00333 euro/kg de combustible mis à la consommation ou constaté manquant;) <AR 2005-10-24/30, art. 6, 002 ; En vigueur : 17-11-2005>
  § 2. Ces cotisations sont réclamées dès le 1er mars 2005 et se terminent un an après leur entrée en vigueur.
  § 3. L'entreprise soumise à accises tient une comptabilité permettant d'établir, à l'issue de la période visée à § 2, les montants totaux qu'elle a encaissé sur la base de la cotisation visée au § 1er. A l'issue de la période visée à § 2, l'entreprise soumise à accises versera au Fonds Chauffage tout excédent par rapport à son Préfinancement. A l'inverse, tout déficit de l'entreprise soumise à accises par rapport à son Préfinancement lui sera remboursé à l'issue de la période visée au § 2 par le Fonds Chauffage.
  La Direction générale met à la disposition du Fonds Chauffage toutes les données nécessaires pour ce calcul.
Art.25. De bijdragen zullen voor de periode vastgesteld in § 2 verrekend worden via de Programmaovereenkomst betreffende de regeling van de verkoopprijzen van de aardolieproducten.
Art.25. Les cotisations seront portées en compte, pendant la période fixée au § 2, au moyen du Contrat de programme relatif à un régime des prix de vente des produits pétroliers.
Art.26. De bijdragen worden verplicht gefactureerd aan elke natuurlijke of rechtspersoon die de producten bedoeld in artikel 5 koopt in België. In het geval dat de producten worden geleverd aan personen die deze zelf niet verbruiken, zullen deze personen de bijdragen verder doorfactureren tot op het ogenblik waarop de bijdragen worden gefactureerd aan de finale consument.
  De factuur bevat de vermelding dat in de factuurprijs de bijdrage voor het Verwarmingsfonds inbegrepen is
  Voor propaan wordt de bijdrage uitgedrukt in euro/ton op het ogenblik waarop in verbruik wordt gesteld en wordt de bijdrage verder in de distributieketen vermeld in euro/liter.
Art.26. Les cotisations sont obligatoirement facturées à chaque personne physique ou morale qui achète les produits visés à l'article 5 en Belgique. Au cas où les produits sont livrés à des personnes qui ne les consommeraient pas elles-mêmes, elles factureront lesdites cotisations jusqu'au moment où les cotisations sont facturées au consommateur final.
  La facture mentionne que dans le prix de la facture la cotisation pour le Fonds Chauffage est comprise.
  Pour le propane la cotisation est exprimée en euro/tonne au moment de la mise en consommation. Elle est exprimée dans la chaîne de distribution en euro/litre.
Art.27. Tot op het moment van publicatie van de ministeriële erkenning van het Verwarmingsfonds worden de bijdragen bedoeld in de artikels 4, 21, § 1 en. 24, § 1, door de accijnsplichtige ondernemingen gestort op een ontvangstenrekening van de Algemene directie. De Algemene directie vervult de taken gedefinieerd in artikel 3, § 1, 1°, 2° en 3°. De Programmatorische Overheidsdienst Sociale Integratie verzorgt in deze periode de taak bedoeld in artikel 3, § 1, 4°.
Art.27. Jusqu'au moment de la publication de l'agrément ministériel du Fonds Chauffage, les cotisations visées aux articles 4, 21, § 1er et 24, § 1er, sont versées par les entreprises soumises à accises sur un compte de recettes de la Direction générale. La Direction générale complète les tâches définies à l'article 3, § 1er, 1°, 2° et 3°. Le Service public programmatoir Intégration sociale complète durant cette période la tâche visée à l'article 3, § 1er, 4°.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions finales.
Art.28. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.28. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 29. Onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse handel en Wetenschapsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 20 januari 2005.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
  M. VERWILGHEN.
Art. 29. Notre Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce Extérieur et de la Politique scientifique est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 20 janvier 2005.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique,
  M. VERWILGHEN.