Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 DECEMBER 2005. - Wet houdende bepalingen betreffende de termijnen, het verzoekschrift op tegenspraak en de procedure van collectieve schuldregeling.
Titre
13 DECEMBRE 2005. - Loi portant des dispositions diverses relatives aux délais, à la requête contradictoire et à la procédure en règlement collectif de dette.
Documentinformatie
Numac: 2005009983
Datum: 2005-12-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2005009983
Date: 2005-12-13
Moniteur: Voir
Tekst (47)
Texte (47)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling.
CHAPITRE Ier. - Disposition introductive.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Termijnen.
CHAPITRE II. - Les délais.
Art. 2. In het eerste deel, hoofdstuk VIII, van het Gerechtelijk Wetboek wordt een artikel 53bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 53bis. Ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaalt, worden de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op een papieren drager berekend :
  1° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij gerechtsbrief of bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats;
  2° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij aangetekende brief of bij gewone brief, vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst. "
Art. 2. Il est inséré dans la première partie, chapitre VIII, du Code judiciaire, un article 53bis, rédigé comme suit :
  " Art. 53bis. A l'égard du destinataire, et sauf si la loi en dispose autrement, les délais qui commencent à courir à partir d'une notification sur support papier sont calculés depuis :
  1° lorsque la notification est effectuée par pli judiciaire ou par courrier recommandé avec accusé de réception, le premier jour qui suit celui où le pli a été présenté au domicile du destinataire, ou, le cas échéant, à sa résidence ou à son domicile élu;
  2° lorsque la notification est effectuée par pli recommandé ou par pli simple, depuis le troisième jour ouvrable qui suit celui où le pli a été remis aux services de la poste, sauf preuve contraire du destinataire. "
HOOFDSTUK III. - Wijziging van artikel 764 van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE III. - Modification de l'article 764 du Code judiciaire.
Art. 3. In artikel 764, eerste lid, 10°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 februari 2003, worden de woorden " en 12, 580, 581 " vervangen door de woorden " en 13°, 580, 2°, 3°, 6° tot 18°, 581, 2°, 3°, 9° en 10° ".
Art. 3. Dans l'article 764, alinéa 1er, 10°, du même Code, remplacé par la loi du 25 février 2003, les mots " et 12°, 580, 581 " sont remplacés par les mots " et 13°, 580, 2°, 3°, 6° à 18°, 581, 2°, 3°, 9° et 10° ".
HOOFDSTUK IV. - Verzoekschrift op tegenspraak bij de arbeidsgerechten.
CHAPITRE IV. - Requête contradictoire devant les juridictions du travail.
Art. 4. Artikel 704 van het hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 juni 1971, 22 december 1977, 3 augustus 1992 en 23 november 1998, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 704. § 1. Voor de arbeidsrechtbank kunnen de hoofdvorderingen ingeleid worden bij verzoekschrift op tegenspraak, overeenkomstig de artikelen 1034bis tot 1034sexies, onverminderd de bijzondere regels inzake vrijwillige verschijning, de rechtspleging op eenzijdig verzoekschrift en de procedures die speciaal worden geregeld door niet uitdrukkelijk opgeheven wettelijke bepalingen.
  § 2. In de in de artikelen 508/16, 580, 2°, 3°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° en 11°, 581, 2°, 582, 1° en 2° en 583, opgesomde zaken worden de vorderingen ingeleid bij een verzoekschrift dat ter griffie van de arbeidsrechtbank neergelegd wordt of bij aangetekende brief aan die griffie wordt gezonden; de partijen worden door de griffie opgeroepen om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt. De oproeping vermeldt het voorwerp van de vordering.
  De bepalingen van § 1 en van het vierde deel, boek II, titel Vbis, de artikelen 1034bis tot 1034sexies inbegrepen, zijn niet van toepassing.
  § 3. In de in artikel 578 opgesomde zaken kan de werkgever worden gedagvaard of opgeroepen bij verzoekschrift op tegenspraak op de mijn, de fabriek, het werkhuis, het magazijn, het kantoor en in het algemeen op de plaats die bestemd is voor de exploitatie van de onderneming, de uitoefening van het beroep door de werknemer of de werkzaamheid van de vennootschap, de vereniging of de groepering.
  In dit geval mag de dagvaarding of de gerechtsbrief aan een aangestelde van de werkgever of aan een van zijn bedienden worden overhandigd.
  § 4. In de in dit artikel opgesomde zaken kan het verzet evenzeer naargelang van het geval worden gedaan in de vormen bedoeld in § 1 of § 2. "
Art. 4. L'article 704 du même Code, modifié par les lois des 30 juin 1971, 22 décembre 1977, 3 août 1992 et 23 novembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 704. § 1er. Devant le tribunal du travail les demandes principales peuvent être introduites par une requête contradictoire, conformément aux articles 1034bis à 1034sexies, sans préjudice des règles particulières applicables aux comparutions volontaires, aux procédures sur requête unilatérale, et aux procédures spécialement régies par des dispositions légales qui n'ont pas été explicitement abrogées.
  § 2. Dans les matières énumérées aux articles 508/16, 580, 2°, 3°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° et 11°, 581, 2°, 582, 1° et 2°, et 583, les demandes sont introduites par une requête écrite, déposée ou adressée, sous pli recommandé, au greffe du tribunal du travail; les parties sont convoquées par le greffe à comparaître à l'audience fixée par le juge. La convocation précise l'objet de la demande.
  Les dispositions du § 1er et de la quatrième partie, livre II, titre Vbis, y compris les articles 1034bis à 1034sexies, ne sont pas applicables.
  § 3. Dans les matières énumérées à l'article 578, l'employeur peut être cité ou convoqué par requête contradictoire à la mine, à l'usine, à l'atelier, au magasin, au bureau et, en général, à l'endroit affecté à l'exploitation de l'entreprise, à l'exercice de la profession par le travailleur ou à l'activité de la société, de l'association ou du groupement.
  La citation ou le pli judiciaire peuvent en ce cas être remis à un préposé de l'employeur ou à un de ses employés.
  § 4. Dans les matières énumérées au présent article, l'opposition peut également être introduite, selon les cas, dans les formes visées aux §§ 1er ou 2. "
Art. 5. In artikel 792 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 12 januari 1993 en 12 juli 1994, worden de woorden " eerste lid " vervangen door de woorden " § 2 ".
Art. 5. A l'article 792 du même Code, modifié par les lois des 12 janvier 1993 et 12 juillet 1994, les mots " alinéa 1er " sont remplacés par les mots " § 2 ".
Art. 6. Artikel 1034quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 augustus 1992, wordt gewijzigd als volgt :
  1° in het eerste lid worden de woorden " van de onder artikel 1034ter, 3°, vermelde personen " vervangen door de woorden " of een uittreksel uit het rijksregister van de in artikel 1034ter, 3°, vermelde natuurlijke personen ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " of het uittreksel van het rijksregister " ingevoegd tussen de woorden " getuigschrift " en " mag ".
Art. 6. L'article 1034quater du même Code, inséré par la loi du 3 août 1992, est modifié comme suit :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " des personnes " sont remplacés par les mots " ou un extrait du registre national des personnes physiques ";
  2° à l'alinéa 2, les mots " ou l'extrait du registre national " sont insérés entre les mots " certificat " et " ne ".
HOOFDSTUK V. - De collectieve schuldenregeling.
CHAPITRE V. - Du règlement collectif de dettes.
Art. 7. In artikel 1675/7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De gevolgen van de overdrachten van schuldvordering worden geschorst tot het einde, de verwerping of de herroeping van de aanzuiveringsregeling. Op dezelfde wijze, behalve in geval van tegeldemaking van het vermogen, worden de gevolgen van de zakelijke zekerheden en van de voorrechten geschorst tot het einde, de verwerping of de herroeping van de aanzuiveringsregeling. ";
  2° § 2 wordt aangevuld met de volgende leden :
  " Ten aanzien van personen die een persoonlijke zekerheid hebben toegestaan om een schuld van de schuldenaar te waarborgen, worden de middelen van tenuitvoerlegging geschorst tot de homologatie van de minnelijke aanzuiveringsregeling, tot de neerlegging van het in artikel 1675/11, § 1, bedoelde proces-verbaal of tot de verwerping van de aanzuiveringsregeling.
  Ten aanzien van personen die de in artikel 1675/16bis, § 2, bedoelde verklaring hebben neergelegd, worden de uitvoeringsmaatregelen geschorst tot de rechter uitspraak heeft gedaan over de bevrijding. "
Art. 7. A l'article 1675/7 du même Code, inséré par la loi du 5 juillet 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est complété par l'alinéa suivant :
  " L'effet des cessions de créance est suspendu jusqu'au terme, au rejet ou à la révocation du plan de règlement. De même, et sauf en cas de réalisation du patrimoine, l'effet des sûretés réelles et des privilèges est suspendu jusqu'au terme, au rejet ou à la révocation du plan. ";
  2° le § 2 est complété par les alinéas suivants :
  " A l'égard de toute personne ayant consenti une sûreté personnelle pour garantir une dette du débiteur, les voies d'exécution sont suspendues jusqu'à l'homologation du plan amiable, jusqu'au dépôt du procès-verbal visé à l'article 1675/11, § 1er, ou jusqu'au rejet du plan.
  A l'égard des personnes ayant effectué la déclaration visée à l'article 1675/16bis, § 2, les voies d'exécution sont suspendues jusqu'à ce que le juge ait statué sur la décharge. "
Art. 8. Artikel 1675/8, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij dezelfde wet en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 46/2000 van het Arbitragehof van 3 mei 2000, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Ingeval de schuldbemiddelaar het nodig acht aanvullende inlichtingen over de vermogenstoestand van de verzoeker in te winnen, kan hij de rechter vragen dat de derden die aan het beroepsgeheim of aan de discretieplicht zijn onderworpen, daarvan worden ontheven en dat hen wordt bevolen de gevraagde inlichtingen te verstrekken, onverminderd hun recht om aan de rechter hun opmerkingen schriftelijk of in de raadkamer voor te dragen.
  Zo nodig, brengt de rechter, zodra hij het verzoek van de bemiddelaar ontvangt, de orde of het tuchtcollege waarvan de derde afhangt daarvan in kennis bij gerechtsbrief. Die instantie beschikt over dertig dagen om de rechter van advies te dienen over het verzoek van de bemiddelaar. Verstrekt ze geen advies, dan wordt het advies geacht gunstig te zijn. Indien de rechter van het advies afwijkt, preciseert hij de redenen daarvoor in zijn beschikking. "
Art. 8. L'article 1675/8, alinéa 2, du même Code, inséré par la même loi et annulé partiellement par l'arrêt n° 46/2000 du 3 mai 2000 de la Cour d'arbitrage, est remplacé par la disposition suivante :
  " Lorsque le médiateur de dettes estime nécessaire de recueillir des informations complémentaires sur la situation patrimoniale du requérant, il peut solliciter du juge que les tiers soumis au secret professionnel ou au devoir de discrétion en soient déliés et qu'il leur soit ordonné de fournir les renseignements demandés, sauf pour eux à faire valoir leurs observations au juge par écrit ou en chambre du conseil.
  Le cas échéant, dès réception de la demande du médiateur, le juge en informe par pli judiciaire l'autorité ordinale ou disciplinaire dont dépend le tiers. Celle-ci dispose d'un délai de trente jours pour adresser au juge un avis sur la demande du médiateur. A défaut d'avis, celui-ci est présumé favorable. Si le juge s'écarte de l'avis, il en précise les raisons dans sa décision. "
Art. 9. In artikel 1675/9, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, 1°, wordt vervangen als volgt :
  " 1° de verzoeker en zijn echtgenoot of de wettelijk samenwonende, onder toevoeging van de tekst van artikel 1675/7 en, in voorkomend geval, zijn raadsman; ";
  2° § 1, tweede lid, wordt opgeheven;
  3° het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende :
  " § 3. Indien een schuldeiser niet binnen de in § 2, eerste lid bedoelde termijn, aangifte van schuldvordering doet, brengt de schuldbemiddelaar hem bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs ervan op de hoogte dat hij over een laatste termijn van vijftien dagen beschikt, te rekenen van ontvangst van deze brief, om alsnog die aangifte te doen. Indien de aangifte niet binnen die termijn gedaan wordt, wordt de betrokken schuldeiser geacht afstand te doen van zijn schuldvordering. In dat geval verliest de schuldeiser zijn recht om zich te verhalen op de schuldenaar en de personen die voor hem een persoonlijke zekerheid hebben gesteld. Hij herwint dit recht in geval van afwijzing of herroeping van de aanzuiveringsregeling.
  De tekst van dit artikel wordt afgedrukt op de brief bedoeld in het eerste lid. ";
  4° het artikel wordt aangevuld met een § 4, luidende :
  " § 4. De schuldbemiddelaar stelt, uit de bedragen die hij met toepassing van § 1, 4° ontvangt, ter beschikking van de verzoeker een leefgeld dat ten minste gelijk is aan het bedrag dat met toepassing van de artikelen 1409 tot 1412 beschermd wordt. Met de schriftelijke instemming van de verzoeker mag dit leefgeld evenwel worden verminderd, zonder dat het minder mag bedragen dan de in artikel 14 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie bedoelde bedragen. "
Art. 9. A l'article 1675/9 du même Code, inséré par la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, 1°, est remplacé par le texte suivant :
  " 1° au requérant et à son conjoint ou au cohabitant légal, en y joignant le texte de l'article 1675/7, et le cas échéant, à son conseil ";
  2° le § 1er, alinéa 2, est abrogé;
  3° l'article est complété par un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Si un créancier ne fait pas de déclaration de créance dans le délai visé au § 2, alinéa 1er, le médiateur de dettes l'informe par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, qu'il dispose d'un dernier délai de quinze jours, à compter de la réception de cette lettre, pour faire cette déclaration. Si la déclaration n'est pas faite dans ce délai, le créancier concerné est réputé renoncer à sa créance. Dans ce cas, le créancier perd le droit d'agir contre le débiteur et les personnes qui ont constitué pour lui une sûreté personnelle. Il récupère ce droit en cas de rejet ou de révocation du plan.
  Le texte du présent article est imprimé sur la lettre visée à l'alinéa 1er. ";
  4° l'article est complété par un § 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Le médiateur de dettes prélève sur les montants qu'il perçoit en application du § 1er, 4°, un pécule qui est mis à la disposition du requérant et qui est au moins égal au montant protégé en application des articles 1409 à 1412. De l'accord écrit du requérant, ce pécule peut toutefois être réduit, sans pouvoir être inférieur aux montants visés à l'article 14 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale. "
Art. 10. In artikel 1675/10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Hij raadpleegt onverwijld, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde nadere regels, de gegevens die op naam van de schuldenaar geregistreerd zijn in de Centrale voor kredieten aan particulieren van de Nationale Bank van België. ";
  2° een § 3bis wordt ingevoegd, luidende :
  " § 3bis. Iedere schuldeiser, hetzij overheid of particulier, kan een volledige of gedeeltelijke kwijtschelding van schuld aan de verzoeker toestaan, en dit ongeacht de aard van de schuld.
  In het bijzonder :
  1° de ambtenaren die belast zijn met de inning van fiscale schuldvorderingen en aangesteld zijn door de bevoegde overheden worden gemachtigd om in het kader van een minnelijke aanzuiveringsregeling een volledige of gedeeltelijke kwijtschelding in hoofdsom en toebehoren van fiscale schulden te aanvaarden.
  2° de organen die belast zijn met het innen van de bijdragen voor de sociale zekerheid en de instellingen die de sociale uitkeringen toekennen worden gemachtigd om in het kader van een minnelijke aanzuiveringsregeling een gedeeltelijke of volledige kwijtschelding van de bedragen die hen verschuldigd zijn te aanvaarden wanneer deze kwijtschelding is voorgesteld door de schuldbemiddelaar, voorzover voldaan is aan de voorwaarden die bedoeld worden in artikel 31bis van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;
  3° de sociale verzekeringskassen worden gemachtigd om, in het kader van een minnelijke aanzuiveringsregeling, een volledige of gedeeltelijke kwijtschelding van schulden te aanvaarden die betrekking hebben op achterstallige sociale bijdragen. De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels van de procedure die de sociale verzekeringskassen moeten volgen. ";
  4° paragraaf 4, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " In het kader van die regeling ziet de schuldbemiddelaar toe op de prioritaire betaling van de schulden die het recht van de verzoeker en zijn gezin om een menswaardig leven te leiden in het gedrang brengen. "
Art. 10. A l'article 1675/10 du même Code, inséré par la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est complété par l'alinéa suivant :
  " Il consulte sans délai, conformément aux modalités fixées par le Roi, les données enregistrées au nom du débiteur dans la Centrale des crédits aux particuliers de la Banque Nationale de Belgique. ";
  2° il est inséré un § 3bis, rédigé comme suit :
  " § 3bis. Tout créancier, public ou privé, peut accorder une remise de dette totale ou partielle au requérant et ce, quelle que soit la nature de la dette.
  Notamment :
  1° les fonctionnaires chargés de la perception des créances fiscales et désignés par les autorités compétentes sont autorisés à accepter, dans le cadre d'un plan de règlement amiable, une remise totale ou partielle de dettes fiscales en principal et accessoire;
  2° les organismes de perception des cotisations sociales et les organismes octroyant des prestations sociales sont autorisés à accepter, dans le cadre d'un plan de règlement amiable, une remise totale ou partielle des montants qui leur sont dus lorsque cette remise est proposée par le médiateur de dettes, pour autant que les conditions visées à l'article 31bis de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés soient réunies;
  3° les caisses d'assurances sociales sont autorisées à accepter, dans le cadre d'un plan de règlement amiable, une remise totale ou partielle de dettes relatives à des arriérés de cotisations sociales. Le Roi détermine les conditions et les modalités de la procédure à suivre par les caisses d'assurances sociales. ";
  4° le § 4, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
  " Le médiateur veille, dans ce plan, au remboursement prioritaire des dettes qui mettent en péril le respect de la dignité humaine du requérant et de sa famille. "
Art. 11. In artikel 1675/11, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij dezelfde wet, worden de woorden " binnen de vier maanden " vervangen door de woorden " binnen zes maanden ".
Art. 11. Dans l'article 1675/11, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré par la même loi, les mots " dans les quatre mois " sont remplacés par les mots " dans les six mois ".
Art. 12. In artikel 1675/12 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, 3° wordt opgeheven.
  2° § 2, eerste lid, wordt aangevuld als volgt :
  " Tenzij de schuldenaar uitdrukkelijk en met opgave van redenen om de toepassing ervan verzoekt, met het doel bepaalde elementen van zijn vermogen te beschermen, en de eerbiediging van de menselijke waardigheid van de schuldenaar te verzekeren, is artikel 51 niet van toepassing. De rechter beslist over deze aanvraag, bij een bijzonder gemotiveerde beslissing, in voorkomend geval in het vonnis waarbij hij de gerechtelijke aanzuiveringsregeling toestaat. ";
  3° § 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. Met inachtneming van artikel 1675/3, derde lid, kan de rechter, wanneer hij de regeling opstelt, bij bijzonder gemotiveerde beslissing afwijken van de artikelen 1409 tot 1412, zonder dat de inkomsten waarover de verzoeker beschikt minder kunnen bedragen dan de bedragen bedoeld in artikel 14 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op de maatschappelijke integratie. ";
  4° het artikel wordt aangevuld met een § 5, luidende :
  " § 5. De rechter moet toezien op de prioritaire betaling van de schulden die het recht van de verzoeker en zijn gezin om een menswaardig leven te leiden in het gedrang brengen. ".
Art. 12. A l'article 1675/12 du même Code, inséré par la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, 3°, est abrogé.
  2° le § 2, alinéa 1er, est complété comme suit :
  " L'article 51 n'est pas d'application, à moins que le débiteur n'en sollicite l'application de manière expresse et motivée, en vue de sauvegarder certains éléments de son patrimoine et afin d'assurer le respect de la dignité humaine du débiteur. Le juge statue sur cette demande, par une décision spécialement motivée, le cas échéant dans la décision par laquelle il accorde le plan de règlement judiciaire. ";
  3° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. Dans le respect de l'article 1675/3, alinéa 3, le juge peut, lorsqu'il établit le plan, déroger aux articles 1409 à 1412 par décision spécialement motivée, sans que les revenus dont dispose le requérant ne puissent être inférieurs aux montants prévus à l'article 14 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale. ";
  4° l'article est complété par un § 5, libellé comme suit :
  " § 5. Le juge doit veiller au remboursement prioritaire des dettes qui mettent en péril le respect de la dignité humaine du requérant et de sa famille. "
Art. 13. In artikel 1675/13 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, eerste streepje, vervallen de woorden " overeenkomstig de regels inzake de gedwongen tenuitvoerleggingen ";
  2° § 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. Met inachtneming van artikel 1675/3, derde lid, kan de rechter wanneer hij de regeling opstelt, bij bijzonder gemotiveerde beslissing afwijken van de artikelen 1409 tot 1412, zonder dat de inkomsten waarover de verzoeker beschikt minder kunnen bedragen dan de bedragen bedoeld in artikel 14 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie. ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een § 6, luidende :
  " § 6. Wanneer de rechter de regeling opstelt, moet hij toezien op de prioritaire betaling van de schulden, die het recht van de verzoeker en zijn gezin om een menswaardig leven te leiden in het gedrang brengen. "
Art. 13. A l'article 1675/13 du même Code, inséré par la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, alinéa 1er, premier tiret, les mots " conformément aux règles des exécutions forcées " sont supprimés;
  2° le § 5 est remplacé comme suit :
  " § 5. Dans le respect de l'article 1675/3, alinéa 3, le juge peut, lorsqu'il établit le plan, déroger aux articles 1409 à 1412 par décision spécialement motivée, sans que les revenus dont dispose le requérant puissent être inférieurs aux montants prévus à l'article 14 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale. ";
  3° l'article est complété par § 6, libellé comme suit :
  " § 6. Lorsqu'il établit le plan, le juge doit veiller au remboursement prioritaire des dettes qui mettent en péril le respect de la dignité humaine du requérant et de sa famille. "
Art. 14. In deel 5, titel IV, hoofdstuk 1 van het Gerechtelijk Wetboek wordt een afdeling 4bis ingevoegd, houdende een artikel 1675/13bis, en luidende :
  " Afdeling 4bis. - De totale kwijtschelding van de schulden
  Art. 1675/13bis. § 1. Als blijkt dat geen enkele minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling mogelijk is omdat de verzoeker over onvoldoende middelen beschikt, neemt de bemiddelaar deze vaststelling op in het in artikel 1675/11, § 1, bedoelde procesverbaal, met een met redenen omkleed voorstel dat de toekenning van een totale kwijtschelding van de schulden en de eventuele maatregelen die er naar zijn mening mee gepaard moeten gaan, rechtvaardigt.
  § 2. De rechter kan in dergelijk geval de totale kwijtschelding van de schulden toestaan zonder aanzuiveringsregeling en onverminderd de toepassing van artikel 1675/13, § 1, eerste lid, eerste streepje, 3 en 4.
  § 3. Deze beslissing kan gepaard gaan met begeleidingsmaatregelen, waarvan de duur vijf jaar niet mag overschrijden.
  Artikel 51 is niet van toepassing.
  § 4. De kwijtschelding van de schulden is verworven, behoudens terugkeer tot beter fortuin binnen vijf jaar die volgen op de beslissing.
  § 5. De beslissing kan gedurende vijf jaar herroepen worden onder de in artikel 1675/15 bedoelde voorwaarden. "
Art. 14. Il est inséré dans la 5e partie, titre IV, chapitre Ier, du Code judiciaire, une section 4bis, contenant un article 1675/13bis, et libellée comme suit :
  " Section 4bis. - De la remise totale des dettes
  Art. 1675/13bis. § 1er. S'il apparaît qu'aucun plan amiable ou judiciaire n'est possible en raison de l'insuffisance des ressources du requérant, le médiateur consigne cette constatation dans le procès-verbal visé à l'article 1675/11, § 1er, avec une proposition motivée justifiant l'octroi d'une remise totale des dettes et les éventuelles mesures dont elle devrait, à son estime, être accompagnée.
  § 2. Le juge peut, en pareil cas, accorder la remise totale des dettes sans plan de règlement et sans préjudice de l'application de l'article 1675/13, § 1er, alinéa 1er, premier tiret, 3 et 4.
  § 3. Cette décision peut être assortie de mesures d'accompagnement, dont la durée ne peut être supérieure à cinq ans.
  L'article 51 n'est pas d'application.
  § 4. La remise de dettes est acquise, sauf retour à meilleure fortune dans les cinq années qui suivent la décision.
  § 5. La décision peut être révoquée pendant cinq ans, dans les conditions visées à l'article 1675/15. "
Art. 15. In artikel 1675/14, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " van de beslagrechter " vervangen door de woorden " van de arbeidsrechtbank ";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " Bij moeilijkheden die de uitwerking of de uitvoering van de regeling belemmeren of wanneer nieuwe feiten zich voordoen terwijl de regeling opgesteld wordt of die feiten de aanpassing of de herziening van de regeling rechtvaardigen, laat de schuldbemiddelaar, de arbeidsauditeur, de schuldenaar of elke belanghebbende schuldeiser, door een eenvoudige schriftelijke verklaring, die ter griffie neergelegd wordt of aan de griffie verzonden wordt, de zaak opnieuw voor de rechter brengen. "
Art. 15. A l'article 1675/14, § 2, du même Code, inséré par la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " du juge des saisies " sont remplacés par les mots " du tribunal du travail ";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Si des difficultés entravent l'élaboration ou l'exécution du plan ou si des faits nouveaux surviennent dans la phase d'établissement du plan ou justifient l'adaptation ou la révision du plan, le médiateur de dettes, l'auditeur du travail, le débiteur ou tout créancier intéressé fait ramener la cause devant le juge par simple déclaration écrite déposée ou adressée au greffe. "
Art. 16. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1675/14bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 1675/14bis. § 1. Wanneer tijdens de uitwerking of de uitvoering van de regeling roerende of onroerende goederen te gelde moeten worden gemaakt, hetzij op grond van artikel 1675/7, § 3, hetzij op grond van de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling, heeft de verkoop, die openbaar of uit de hand gebeurt, plaats overeenkomstig de regels van de gedwongen uitvoering, zonder voorafgaande betekening van een bevelschrift of beslag.
  § 2. De verkoop van het onroerend goed brengt van rechtswege overwijzing van de prijs met zich mee ten voordele van de schuldeisers.
  § 3. Onder voorbehoud van andere modaliteiten, maakt de instrumenterende ministeriële ambtenaar, na betaling van de hypothecaire en de bijzonder bevoorrechte schuldeisers, de prijs en het toebehoren ervan over aan de schuldbemiddelaar.
  Deze storting is bevrijdend wanneer ze door de ministeriële ambtenaar gericht is aan de schuldbemiddelaar. Hetzelfde geldt voor de storting die door de koper verricht is overeenkomstig artikel 1641. "
Art. 16. Un article 1675/14bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même Code :
  " Art. 1675/14bis. § 1er. Lorsqu'au cours de l'élaboration ou de l'exécution du plan, des biens meubles ou immeubles doivent être réalisés, sur la base de l'article 1675/7, § 3, ou sur la base du plan de règlement amiable ou judiciaire, la vente, publique ou de gré à gré, a lieu conformément aux règles de l'exécution forcée sans signification préalable d'un commandement ou d'une saisie.
  § 2. La vente du bien immeuble emporte de plein droit délégation du prix au profit des créanciers.
  § 3. Sous réserve d'autres modalités, l'officier ministériel instrumentant verse, après règlement des créanciers hypothécaires et des créanciers privilégiés spéciaux, le prix et ses accessoires au médiateur de dettes.
  Ce versement est libératoire lorsqu'il est fait de l'officier ministériel au médiateur de dettes, tout comme l'est le versement fait par l'adjudicataire conformément à l'article 1641. "
Art. 17. In artikel 1675/15 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij dezelfde wet, wordt § 1, eerste lid, 2°, vervangen als volgt :
  " 2° hetzij zijn verplichtingen niet nakomt, zonder dat zich nieuwe feiten voordoen die de aanpassing of herziening van de regeling rechtvaardigen. "
Art. 17. Dans l'article 1675/15, du même Code, inséré par la même loi, le § 1er, alinéa 1er, 2°, est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° soit ne respecte pas ses obligations, sans que surviennent des faits nouveaux justifiant l'adaptation ou la révision du plan. "
Art. 18. In artikel 1675/16 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " Behalve wat de in artikel 1675/6 bedoelde beschikking van toelaatbaarheid betreft en zonder dat, in deze veronderstelling, artikel 1122, tweede lid, 3°, kan worden ingeroepen, zijn die uitspraken niet vatbaar voor derdenverzet. ";
  2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De kennisgeving van de in het eerste lid bedoelde uitspraken geldt als betekening. "
Art. 18. A l'article 1675/16 du même Code, inséré par la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 3 est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Sauf en ce qui concerne la décision d'admissibilité visée à l'article 1675/6 et sans que, dans cette hypothèse, l'article 1122, alinéa 2, 3°, puisse être invoqué, ces décisions ne sont pas susceptibles de tierce opposition. "
  2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
  " La notification des décisions visées à l'alinéa 1er vaut signification. "
Art. 19. In deel 5, titel IV, hoofdstuk 5, afdeling 5, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1675/16bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 1675/16bis. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 1287 van het Burgerlijk Wetboek en behalve in geval van het organiseren van bedrieglijk onvermogen, kunnen natuurlijke personen die kosteloos een persoonlijke zekerheid hebben gesteld ten behoeve van de verzoeker, volledig of gedeeltelijk van hun verbintenis worden bevrijd indien de rechter vaststelt dat hun verbintenis onevenredig is met hun inkomsten en met hun vermogen.
  § 2. Om de in § 1 bedoelde bevrijding te genieten, legt de natuurlijke persoon die kosteloos een persoonlijke zekerheid ten behoeve van de verzoeker heeft gesteld, ter griffie van het gerecht waarbij het verzoek tot collectieve schuldenregeling is ingediend, een verklaring neer waaruit blijkt dat zijn verbintenis onevenredig is met zijn inkomsten en met zijn vermogen.
  Zodra deze persoon bekend is, wordt hij daartoe door de schuldbemiddelaar, bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, in kennis gesteld van de mogelijkheid de in het eerste lid bedoelde verklaring neer te leggen. Deze kennisgeving bevat de tekst van dit artikel.
  § 3. De in § 2 bedoelde verklaring vermeldt de identiteit van de persoon, zijn beroep en zijn woonplaats.
  De persoon voegt bij zijn verklaring :
  1° het afschrift van zijn laatste aangifte in de personenbelasting;
  2° de lijst van alle activa en passiva die behoren tot zijn vermogen;
  3° alle andere stukken aan de hand waarvan de staat van zijn middelen en zijn lasten nauwkeurig kan worden opgemaakt.
  De verklaring wordt bij het dossier van collectieve schuldenregeling gevoegd.
  Ingeval de verklaring of de bijlagen erbij onvolledig zijn, verzoekt de rechter de persoon binnen acht dagen de vereiste nadere gegevens te verstrekken of de nodige stukken neer te leggen.
  § 4. De rechter doet uitspraak over de bevrijding van de persoon die de in § 2 bedoelde verklaring heeft neergelegd wanneer hij de beslissing neemt waarmee hij een minnelijke aanzuiveringsregeling homologeert of een gerechtelijke aanzuiveringsregeling beveelt.
  Hij kan tevens uitspraak doen op een later tijdstip, indien de behandeling van de bevrijding de beoordeling van het verzoek tot collectieve schuldenregeling kan vertragen.
  De rechter hoort in elk geval vooraf de verzoeker, de persoon die de in § 2 bedoelde verklaring heeft neergelegd of de betrokken schuldeisers, die bij gerechtsbrief worden opgeroepen.
  § 5. Indien de persoon voor wie de persoon bedoeld in § 1 een persoonlijke zekerheid heeft gesteld, voldoet aan de voorwaarden om een verzoek tot collectieve schuldenregeling in te dienen, doch nalaat zulks te doen, kan tevens om bevrijding worden verzocht bij de rechter die bevoegd is inzake collectieve schuldenregeling.
  Het verzoek is gericht tegen de hoofdschuldenaar en de schuldeiser van de verbintenis die door de in § 1 bedoelde persoon wordt gewaarborgd.
  Bevrijding wordt verleend indien de rechter vaststelt dat de verbintenis van de in § 1 bedoelde persoon onevenredig is met diens inkomsten en met diens vermogen.
  De persoon die om bevrijding verzoekt, legt tot staving van zijn verzoek, op straffe van schorsing, volgende stukken neer :
  1° het afschrift van zijn laatste aangifte in de personenbelasting;
  2° de lijst van alle activa of passiva die behoren tot zijn vermogen;
  3° alle andere stukken aan de hand waarvan de staat van zijn middelen en zijn lasten nauwkeurig kan worden opgemaakt.
  De indiening van het verzoek schorst de middelen van tenuitvoerlegging ten laste van de persoon die een persoonlijke zekerheid heeft gesteld ten voordele van de hoofdschuldenaar, zulks tot over het verzoek een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt genomen. ".
Art. 19. Un article 1675/16bis, rédigé comme suit, est inséré dans la cinquième partie, titre IV, chapitre 1er, section 5, du même Code :
  " Art. 1675/16bis. § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 1287 du Code civil, et sauf en cas d'organisation frauduleuse d'insolvabilité, les personnes physiques qui, à titre gratuit, se sont constituées sûreté personnelle du requérant, peuvent être déchargées en tout ou en partie de leur engagement si le juge constate que leur obligation est disproportionnée à leurs revenus et à leur patrimoine.
  § 2. Pour bénéficier de la décharge visée au § 1er, la personne physique qui s'est constituée à titre gratuit sûreté personnelle du requérant, dépose au greffe de la juridiction saisie de la demande en règlement collectif de dettes une déclaration attestant que son obligation est disproportionnée à ses revenus et à son patrimoine.
  A cette fin, cette personne est avertie par le médiateur de dettes, dès qu'elle est connue, par courrier recommandé avec accusé de réception, de la possibilité d'effectuer la déclaration visée à l'alinéa 1er. Cet avertissement reprend le texte du présent article.
  § 3. La déclaration visée au § 2 mentionne l'identité de la personne, sa profession et son domicile.
  La personne joint à sa déclaration :
  1° la copie de sa dernière déclaration à l'impôt des personnes physiques;
  2° le relevé de l'ensemble des éléments actifs ou passifs qui composent son patrimoine;
  3° toute autre pièce de nature à établir avec précision l'état de ses ressources et les charges qui sont siennes.
  La déclaration est versée au dossier du règlement collectif de dettes.
  Si la déclaration ou ses annexes sont incomplètes, le juge invite dans les huit jours la personne à apporter les précisions requises ou à déposer les pièces nécessaires.
  § 4. Le juge statue sur la décharge de la personne ayant fait la déclaration visée au § 2 lorsqu'il rend la décision par laquelle il homologue un plan de règlement amiable ou ordonne un plan de règlement judiciaire.
  Il peut également statuer par une décision ultérieure, si le traitement de cette question est de nature à retarder le jugement de la demande en règlement collectif de dettes.
  En tout état de cause, le juge entend préalablement le requérant, la personne ayant fait la déclaration visée au § 2 ainsi que les créanciers concernés, qui sont convoqués par pli judiciaire.
  § 5. Si la personne pour qui la personne visée au § 1er s'est constituée sûreté personnelle se trouve dans les conditions pour introduire une demande en règlement collectif de dettes mais s'abstient de le faire, la décharge peut également être sollicitée du juge compétent en matière de règlement collectif de dettes.
  La demande est dirigée contre le débiteur principal et le créancier de l'obligation que garantit la personne visée au § 1er.
  La décharge est accordée si le juge constate que l'obligation de la personne visée au § 1er est disproportionnée à ses revenus et à son patrimoine.
  A l'appui de sa demande, le demandeur dépose, à peine de surséance :
  1° la copie de sa dernière déclaration à l'impôt des personnes physiques;
  2° le relevé de l'ensemble des éléments actifs ou passifs qui composent son patrimoine;
  3° toute autre pièce de nature à établir avec précision l'état de ses ressources et les charges qui sont siennes.
  L'introduction de la demande suspend les voies d'exécution à charge de la personne ayant constitué une sûreté personnelle au profit du débiteur principal, et ce, jusqu'à ce qu'une décision passée en force de chose jugée soit rendue sur la demande. "
Art. 20. Artikel 1675/17, § 2, tweede lid van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij dezelfde wet, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " In afwijking van artikel 971, laatste lid, stelt de rechter in het vonnis dat de wraking toestaat ambtshalve een nieuwe schuldbemiddelaar aan. "
Art. 20. L'article 1675/17, § 2, alinéa 2, du même Code, inséré par la même loi, est complété par la phrase suivante :
  " Par dérogation à l'article 971, dernier alinéa, le juge désigne d'office un nouveau médiateur de dettes dans le jugement accordant la récusation. "
Art. 21. Artikel 1675/19 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij dezelfde wet, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " In voorkomend geval en op verzoek van de schuldbemiddelaar, beslist de rechter welk gedeelte van de erelonen, emolumenten en kosten de schuldbemiddelaar ten laste kan leggen van het Fonds ter bestrijding van de overmatige schuldenlast. "
Art. 21. L'article 1675/19 du même Code, inséré par la même loi, est complété par l'alinéa suivant :
  " Le cas échéant et sur requête du médiateur de dettes, le juge décide quelle partie des honoraires, émoluments et frais le médiateur de dettes peut mettre à charge du Fonds de traitement du surendettement. "
HOOFDSTUK VI. - Wijziging van de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen.
CHAPITRE VI. - Modification de la loi du 5 juillet 1998 relative au règlement collectif de dettes et à la possibilité de vente de gré à gré des biens immeubles saisis.
Art. 22. In het opschrift van hoofdstuk V van de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen, worden de woorden " Centrale Gegevensbank " vervangen door de woorden " Centrale voor kredieten aan particulieren ".
Art. 22. Dans l'intitulé du chapitre V de la loi du 5 juillet 1998 relative au règlement collectif de dettes et à la possibilité de vente de gré à gré des biens immeubles saisis, les mots " Banque centrale de données " sont remplacés par les mots " Centrale des crédits aux particuliers ".
Art. 23. In artikel 19 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In § 1, worden de woorden " centrale gegevensbank van de Nationale Bank van België moeten worden geregistreerd, evenals de personen die deze gegevens moeten sturen naar deze centrale bank " vervangen door de woorden " Centrale voor kredieten aan particulieren van de Nationale Bank van België moeten worden geregistreerd, evenals de personen die ertoe gehouden zijn deze gegevens te sturen naar deze Centrale voor Kredieten ";
  2° In § 2, eerste lid, vervallen de woorden ", evenals door de schuldbemiddelaar die, overeenkomstig de procedure voor collectieve schuldenregeling bepaald bij de artikelen 1675/2 tot 1675/19 van het Gerechtelijk Wetboek, door de rechter is aangesteld voorzover die inzage uitsluitend betrekking heeft op de schuldenaar voor wie hij als schuldbemiddelaar optreedt ";
  3° In de §§ 4 en 6 worden de woorden " centrale gegevensbank " vervangen door de woorden " Centrale voor kredieten aan particulieren ".
Art. 23. A l'article 19 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, les mots " qui doivent être enregistrées dans la banque centrale de données de la Banque nationale de Belgique, ainsi que les personnes tenues de transmettre ces données à ladite banque centrale " sont remplacés par les mots " qui doivent être enregistrées dans la Centrale des crédits aux particuliers de la Banque Nationale de Belgique, ainsi que les personnes tenues de transmettre ces données à ladite Centrale des Crédits ";
  2° au § 2, alinéa 1er, les mots ", ainsi que par le médiateur de dettes qui, conformément à la procédure de règlement collectif de dettes visée aux articles 1675/2 à 1675/19 du Code judiciaire, a été désigné par le juge, pour autant que cette consultation ne concerne que le débiteur pour lequel il agit en tant que médiateur de dettes " sont supprimés;
  3° dans les §§ 4 et 6, les mots " banque centrale de données " sont remplacés par les mots " Centrale des crédits aux particuliers ".
Art. 24. In artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 3, eerste lid, wordt aangevuld als volgt :
  " 4° de betaling van het gedeelte van de erelonen, emolumenten en kosten van de schuldbemiddelaars dat door de rechter bepaald is overeenkomstig artikel 1675/ 19, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek. ";
  2° § 4 wordt aangevuld als volgt :
  " In het in artikel 1675/19, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde geval deelt de schuldbemiddelaar een afschrift van de beslissing van de rechter aan het Fonds mee. "
Art. 24. A l'article 20 de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2002, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 3, alinéa 1er, est complété comme suit :
  " 4° le paiement de la partie des honoraires, émoluments et frais des médiateurs de dettes fixée par le juge conformément à l'article 1675/19, alinéa 4, du Code judiciaire. ";
  2° le § 4 est complété comme suit :
  " Dans le cas visé à l'article 1675/19, alinéa 4, du Code judiciaire, le médiateur communique au Fonds une copie de la décision du juge. "
HOOFDSTUK VII. - Wijziging van de tabel toegevoegd aan de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.
CHAPITRE VII. - Modification du tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires.
Art. 25. In de tabel die gevoegd is bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen worden in de subrubriek " 32-8 Fonds ter Bestrijding van de overmatige schuldenlast ", gewijzigd bij de wet van 19 april 2002, de woorden " Betaling van het gedeelte van de erelonen, emolumenten en kosten van de schuldbemiddelaars dat door de rechter bepaald is overeenkomstig artikel 1675/19, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek " ingevoegd tussen de woorden " aard van de gemachtigde uitgaven : " en de woorden " Betaling van het onbetaald gebleven saldo ".
Art. 25. Dans le tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, dans la sous-rubrique " 32-8 Fonds de Traitement du Surendettement ", modifiée par la loi du 19 avril 2002, les mots " Paiement du solde des honoraires, émoluments et frais des médiateurs de dettes déterminé par le juge conformément à l'article 1675/19, alinéa 4, du Code judiciaire " sont insérés entre les mots " nature des dépenses autorisées " et les mots " Paiement du solde impayé ".
HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van de wet van 29 mei 2000 houdende oprichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling, alsook tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE VIII. - Modification de la loi du 29 mai 2000 portant création d'un fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession et de règlement collectif de dettes et modifiant certaines dispositions du Code judiciaire.
Art. 26. In artikel 2 van de wet van 29 mei 2000 houdende oprichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling, alsook tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in artikel 1390quater, § 1, 4°, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden " beslagrechter " vervangen door de woorden " arbeidsrechtbank ";
  2° in artikel 1391, § 1, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek worden de woorden ", de rechters van de arbeidsrechtbank " ingevoegd tussen de woorden " De beslagrechters " en de woorden " en de griffiers ".
Art. 26. A l'article 2 de la loi du 29 mai 2000 portant création d'un fichier central des avis de saisie, de délégation, de cession et de règlement collectif de dettes et modifiant certaines dispositions du Code judiciaire, modifié par la loi du 27 mars 2003, sont apportés les modifications suivantes :
  1° dans l'article 1390quater, § 1er, 4°, du Code judiciaire, les mots " le juge des saisies " sont remplacés par les mots " le tribunal du travail ";
  2° dans l'article 1391, § 1er, alinéa 4, du Code judiciaire, les mots ", les juges au tribunal du travail " sont insérés entre les mots " Les juges des saisies " et les mots " et les greffiers ".
Art. 27. Artikel 26 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 26. In artikel 1675/10 van hetzelfde Wetboek wordt § 1 vervangen als volgt :
  " § 1. De schuldbemiddelaar neemt overeenkomstig artikel 1391 kennis van de op naam van de schuldenaar opgestelde berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling.
  Hij raadpleegt onverwijld, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde nadere regels, de gegevens die op naam van de schuldenaar geregistreerd zijn in de Centrale voor kredieten aan particulieren van de Nationale Bank van België. "
Art. 27. L'article 26 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 26. A l'article 1675/10 du même Code, le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le médiateur de dettes prend connaissance, conformément à l'article 1391, des avis de saisie, de délégation, de cession et de règlement collectif de dettes établis au nom du débiteur.
  Il consulte sans délai, conformément aux modalités fixées par le Roi, les données enregistrées au nom du débiteur dans la Centrale des crédits aux particuliers de la Banque Nationale de Belgique. "
HOOFDSTUK IX. - Wijziging van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers.
CHAPITRE IX. - Modification de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés.
Art. 28. In hoofdstuk III van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers wordt een artikel 31bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 31bis. § 1. Met toepassing van artikel 1675/10 van het Gerechtelijk Wetboek zijn de organen die belast zijn met het innen van de bijdragen voor de sociale zekerheid en de instellingen die de sociale uitkeringen toekennen gemachtigd een gedeeltelijke of volledige kwijtschelding van de bedragen die hen verschuldigd zijn te aanvaarden wanneer deze kwijtschelding is voorgesteld door de schuldbemiddelaar, in het kader van een in de bepalingen van titel V van het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde minnelijke aanzuiveringsregeling, voorzover aan de voorwaarden die door de Koning vastgesteld zijn, is voldaan op het ogenblik dat de schuldbemiddelaar zich wendt tot de voornoemde instellingen.
  § 2. De Koning bepaalt, na advies van de Nationale Arbeidsraad, en uiterlijk tegen 1 januari 2007 :
  1° de volgende begrippen : " organen die belast zijn met het innen van de bijdragen ", " instellingen die de sociale uitkeringen toekennen ", " bijdragen voor de sociale zekerheid " en " bedragen ";
  2° de instantie die, onder de in 1° bedoelde organen, bevoegd is om het in § 1 bedoelde voorstel tot kwijtschelding te aanvaarden;
  3° de in § 1 bedoelde voorwaarden.
Art. 28. Un article 31bis, rédigé comme suit, est inséré dans le chapitre III de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés :
  " Art. 31bis. § 1er. En application de l'article 1675/10 du Code judiciaire, les organismes de perception des cotisations sociales et les organismes octroyant des prestations sociales sont autorisés à accepter une remise totale ou partielle des montants qui leur sont dus lorsque cette remise est proposée par un médiateur de dettes dans un plan de règlement amiable de dettes, prévu par les dispositions du titre V de la cinquième partie du Code judiciaire, pour autant que les conditions fixées par le Roi soient réunies au moment où le médiateur de dettes saisit les organismes précités.
  § 2. Le Roi détermine, après avis du Conseil national du travail, et au plus tard pour le 1er janvier 2007 :
  1° les notions suivantes : " organismes de perception des cotisations sociales ", " organismes octroyant des prestations sociales ", " cotisations sociales " et " montants ";
  2° l'instance compétente, au sein des organismes visés au 1°, pour accepter la proposition de la renonciation visée au § 1er;
  3° les conditions visées au § 1er.
HOOFDSTUK X. - Wijziging van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
CHAPITRE X. - Modification de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire.
Art. 29. Artikel 38 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij de wet van 23 september 1985, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " In afwijking van het eerste tot vijfde lid, wordt in de in artikel 1675/9 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde kennisgeving de geadresseerde ervan in kennis gesteld dat hij een vertaling kan eisen van de inhoud van de gerechtsbrief en de latere akten en beslissingen, voorzover hij daartoe een verzoek richt aan de griffie, op straffe van verval binnen een maand na de kennisgeving en bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst, door middel van een formulier waarvan de Koning het model zal vastleggen. Een schuldeiser kan evenwel deze vertaling niet vragen indien de overeenkomst die aanleiding heeft gegeven tot de schuld werd afgesloten in de taal van de rechtspleging. "
Art. 29. L'article 38 de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, modifié par la loi du 23 septembre 1985, est complété par l'alinéa suivant :
  " Par dérogation aux alinéas 1er à 5, la notification visée à l'article 1675/9 du Code judiciaire avise le destinataire qu'il peut exiger une traduction du contenu de cet envoi et des actes et décisions ultérieurs, pour autant qu'il en fasse la demande au greffe, à peine de déchéance dans le mois de la notification et par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, au moyen d'un formulaire dont le modèle sera établi par le Roi. Un créancier ne peut toutefois demander cette traduction si le contrat qui a donné naissance à la dette a été conclu dans la langue de la procédure. "
HOOFDSTUK XI. - Wijziging van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
CHAPITRE XI. - Modification de la loi du 9 août 1963 instituant et organisant un régime d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
Art. 30. In artikel 34ter, § 4, tweede lid, van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gewijzigd bij de wet van 15 februari 1993, worden de woorden " eerste lid " vervangen door de woorden " § 2 ".
Art. 30. Dans l'article 34ter, § 4, alinéa 2, de la loi du 9 août 1963 instituant et organisant un régime d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, modifié par la loi du 15 février 1993, les mots " premier alinéa " sont remplacés par les mots " § 2 ".
Art. 31. In artikel 97, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 533 van 31 maart 1987, worden de woorden " eerste lid " vervangen door de woorden " § 2 ".
Art. 31. Dans l'article 97, alinéa 3, de la même loi, modifié par l'arrêté royal n° 533 du 31 mars 1987, les mots " alinéa 1er " sont remplacés par les mots " § 2 ".
HOOFDSTUK XII. - Wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994.
CHAPITRE XII. - Modification de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994.
Art. 32. In artikel 52, § 3, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de woorden " eerste lid " vervangen door de woorden " § 2 ".
Art. 32. Dans l'article 52, § 3, alinéa 2, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, les mots " alinéa 1er " sont remplacés par les mots " § 2 ".
Art. 33. In artikel 164, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 14 januari 2002, worden de woorden " 704, eerste lid " vervangen door de woorden " 704, § 2 ".
Art. 33. Dans l'article 164, alinéa 3, de la même loi, modifié par la loi du 14 janvier 2002, les mots " 704, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " 704, § 2 ".
HOOFDSTUK XIII. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE XIII. - Entrée en vigueur.
Art. 34. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van de artikelen 4, 5, 6, 10, 2°, 28 en 29.
  De artikelen 4, 5 en 6 treden in werking uiterlijk op 1 september 2007.
  De artikelen 10, 2°, en 28 treden in werking uiterlijk op 1 januari 2007.
  Artikel 29 treedt in werking uiterlijk op 1 september 2006.
  (NOTA : inwerkingtreding bevestigd op 01-09-2006 door KB 2006-08-22/35, art. 2)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 4, 5 en 6 vastgesteld op 01-09-2007 door KB 2007-06-03/54, art. 1, 1°)
  Gegeven te Brussel, 13 december 2005.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Minister van Begroting,
  Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
  De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
  M. VERWILGHEN
  De Minister van Sociale Zaken en de Volksgezondheid,
  R. DEMOTTE
  De Minister van Middenstand,
  Mevr. S. LARUELLE
  De Minister van Pensioenen,
  B. TOBBACK
  De Minister van Werk,
  P. VANVELTHOVEN
  De Staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling,
  Mevr. E. VAN WEERT
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 34. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur des articles 4, 5, 6, 10, 2°, 28 et 29.
  Les articles 4, 5 et 6 entrent en vigueur au plus tard le 1er septembre 2007.
  Les articles 10, 2°, et 28 entrent en vigueur au plus tard le 1er janvier 2007.
  L'article 29 entre en vigueur au plus tard le 1er septembre 2006.
  (NOTE : entrée en vigueur confirmée le 01-09-2006 par AR 2006-08-22/35, art. 2)
  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 4, 5 et 6 fixée au 01-09-2007 par AR 2007-06-03/54, art. 1, 1°)
  Donné à Bruxelles, le 13 décembre 2005.
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  La Ministre du Budget
  Mme F. VAN DEN BOSSCHE,
  Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique,
  M. VERWILGHEN
  Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
  R. DEMOTTE
  La Ministre des Classes moyennes,
  Mme S. LARUELLE
  Le Ministre des Pensions,
  B. TOBBACK
  Le Ministre de l'Emploi,
  P. VANVELTHOVEN
  La Secrétaire d'Etat au Développement durable,
  Mme E. VAN WEERT
  Scellé du sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX.