Artikel 1. Artikel 17bis van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 maart 2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 mei 2004, wordt vervangen als volgt :
" Artikel 17bis. In afwijking van artikel 17, § 1, wordt het advies over de opportuniteit van de overplaatsing van een officier van het korps van het licht vliegwezen of van het korps van het varend personeel van de luchtmacht naar een ander korps ten gevolge van zijn schrapping uit een categorie van het varend personeel gegeven door de directeur-generaal human resources. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 JUNI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten betreffende het statuut van de kandidaat-militairen en de militairen.
Titre
23 JUIN 2005. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant plusieurs arrĂȘtĂ©s royaux relatifs au statut des candidats militaires et des militaires.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk b...
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het koninklijk b...
HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van het koninklijk ...
HOOFDSTUK IX. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK X. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK XI. - Wijziging van het koninklijk be...
HOOFDSTUK XII. - Overgangs- en slotbepalingen.
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal ...
CHAPITRE II. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal d...
CHAPITRE III. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal ...
CHAPITRE IV. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal d...
CHAPITRE V. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du...
CHAPITRE VI. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal d...
CHAPITRE VII. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal ...
CHAPITRE VIII. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal...
CHAPITRE IX. - Modification de l'arreté royal d...
CHAPITRE X. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du...
CHAPITRE XI. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal d...
CHAPITRE XII. - Dispositions transitoires et fi...
ANNEXE.
Tekst (121)
Texte (121)
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 april 1959 betreffende de stand en de bevordering van de beroepsofficieren.
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 avril 1959 relatif Ă la position et Ă l'avancement des officiers de carriĂšre.
Article 1. L'article 17bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 avril 1959 relatif Ă la position et Ă l'avancement des officiers de carriĂšre, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 14 mars 2002 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 17bis. En dérogation à l'article 17, § 1er, l'avis sur l'opportunité du transfert d'un officier du corps de l'aviation légÚre ou du corps du personnel navigant de la force aérienne vers un autre corps à la suite de sa radiation d'une catégorie du personnel navigant est donné par le directeur général human resources. "
" Article 17bis. En dérogation à l'article 17, § 1er, l'avis sur l'opportunité du transfert d'un officier du corps de l'aviation légÚre ou du corps du personnel navigant de la force aérienne vers un autre corps à la suite de sa radiation d'une catégorie du personnel navigant est donné par le directeur général human resources. "
Art. 2. Artikel 24 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
" Artikel 24. Iedere hiërarchische meerdere met een rang ten minste gelijk aan die van korpscommandant, die oordeelt dat een officier zich schuldig heeft gemaakt aan feiten die voldoende ernstig zijn om een definitieve ambtsontheffing door ontslag van ambtswege ten gevolge te hebben, maakt een omstandig verslag op met :
1° een uiteenzetting der feiten;
2° een gemotiveerd advies over hun ernst;
3° een voorstel dat ertoe strekt de betrokkene te doen verschijnen voor een onderzoeksraad met het oog op het ontslag van ambtswege. "
" Artikel 24. Iedere hiërarchische meerdere met een rang ten minste gelijk aan die van korpscommandant, die oordeelt dat een officier zich schuldig heeft gemaakt aan feiten die voldoende ernstig zijn om een definitieve ambtsontheffing door ontslag van ambtswege ten gevolge te hebben, maakt een omstandig verslag op met :
1° een uiteenzetting der feiten;
2° een gemotiveerd advies over hun ernst;
3° een voorstel dat ertoe strekt de betrokkene te doen verschijnen voor een onderzoeksraad met het oog op het ontslag van ambtswege. "
Art. 2. L'article 24 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 24. Tout chef hiérarchique d'un rang au moins égal à celui de chef de corps qui estime qu'un officier s'est rendu coupable de faits suffisamment graves pour donner lieu au retrait définitif d'emploi par démission d'office, établit un rapport circonstancié, contenant :
1° un exposé des faits;
2° un avis motivé sur leur gravité;
3° une proposition tendant Ă la comparution de l'intĂ©ressĂ© devant un conseil d'enquĂȘte en vue de la dĂ©mission d'office. "
" Article 24. Tout chef hiérarchique d'un rang au moins égal à celui de chef de corps qui estime qu'un officier s'est rendu coupable de faits suffisamment graves pour donner lieu au retrait définitif d'emploi par démission d'office, établit un rapport circonstancié, contenant :
1° un exposé des faits;
2° un avis motivé sur leur gravité;
3° une proposition tendant Ă la comparution de l'intĂ©ressĂ© devant un conseil d'enquĂȘte en vue de la dĂ©mission d'office. "
Art. 3. Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 30. Tot verwijzing naar een onderzoeksraad kan worden besloten zonder dat aan de officier vooraf voor dezelfde feiten een tuchtstraf is opgelegd. "
" Artikel 30. Tot verwijzing naar een onderzoeksraad kan worden besloten zonder dat aan de officier vooraf voor dezelfde feiten een tuchtstraf is opgelegd. "
Art. 3. L'article 30 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 30. Le renvoi devant un conseil d'enquĂȘte peut ĂȘtre dĂ©cidĂ© sans qu'une peine disciplinaire n'ait Ă©tĂ© infligĂ©e pour les mĂȘmes faits Ă l'officier. "
" Article 30. Le renvoi devant un conseil d'enquĂȘte peut ĂȘtre dĂ©cidĂ© sans qu'une peine disciplinaire n'ait Ă©tĂ© infligĂ©e pour les mĂȘmes faits Ă l'officier. "
Art. 4. In artikel 42, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 november 2002, vervallen de woorden " , al dan niet gevolgd door oppensioenstelling bij toepassing van artikel 3, A, 1° of 2°, van de samengeordende wetten op de militaire pensioenen ".
Art. 4. A l'article 42, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 5 novembre 2002, les mots " , suivie ou non de la mise Ă la pension par application de l'article 3, A, 1° ou 2°, des lois coordonnĂ©es sur les pensions militaires " sont supprimĂ©s.
Art. 5. Artikel 43 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 43 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 6. In artikel 67, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 januari 1964 en 5 november 2002, worden de woorden " de Minister van Landsverdediging " vervangen door de woorden " de directeur-generaal human resources ".
Art. 6. Dans l'article 67, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 7 janvier 1964 et 5 novembre 2002, les mots " le ministre de la DĂ©fense " sont remplacĂ©es par les mots " le directeur gĂ©nĂ©ral human resources ".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1963 betreffende het statuut van de onderofficieren van het actief kader van de krijgsmacht.
CHAPITRE II. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 1963 relatif au statut des sous-officiers du cadre actif des forces armĂ©es.
Art. 7. In artikel 24, 3°, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1963 betreffende het statuut van de onderofficieren van het actief kader van de krijgsmacht, vervallen de woorden " hetzij de betrokkene ambtshalve op pensioen te doen stellen overeenkomstig artikel 3, B, a), 1° of artikel 3, B, b) van de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen, hetzij ".
Art. 7. A l'article 24, 3°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 octobre 1963 relatif au statut des sous-officiers du cadre actif des forces armĂ©es, les mots " soit Ă la mise Ă la pension d'office Ă l'intĂ©ressĂ© par application de l'article 3, B, a), 1° ou de l'article 3, B, b) des lois coordonnĂ©es sur les pensions militaires, soit " sont supprimĂ©s.
Art. 8. Artikel 31 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 31. Tot verwijzing naar een onderzoeksraad kan worden besloten zonder dat aan de onderofficier vooraf voor dezelfde feiten een tuchtstraf is opgelegd. "
" Artikel 31. Tot verwijzing naar een onderzoeksraad kan worden besloten zonder dat aan de onderofficier vooraf voor dezelfde feiten een tuchtstraf is opgelegd. "
Art. 8. L'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 31. Le renvoi devant un conseil d'enquĂȘte peut ĂȘtre dĂ©cidĂ© sans qu'une peine disciplinaire n'ait Ă©tĂ© infligĂ©e pour les mĂȘmes faits au sous-officier. "
" Article 31. Le renvoi devant un conseil d'enquĂȘte peut ĂȘtre dĂ©cidĂ© sans qu'une peine disciplinaire n'ait Ă©tĂ© infligĂ©e pour les mĂȘmes faits au sous-officier. "
Art. 9. Artikel 44, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 maart 2003, wordt vervangen als volgt :
" Heeft de onderzoeksraad verklaard dat de feiten vaststaan, dan spreekt de Minister van Landsverdediging, naargelang de ernst die hij aan de feiten toeschrijft, het ontslag van ambtswege of de op non-activiteitstelling bij tuchtmaatregel uit. "
" Heeft de onderzoeksraad verklaard dat de feiten vaststaan, dan spreekt de Minister van Landsverdediging, naargelang de ernst die hij aan de feiten toeschrijft, het ontslag van ambtswege of de op non-activiteitstelling bij tuchtmaatregel uit. "
Art. 9. L'article 44, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 27 mars 2003, est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Lorsque le conseil d'enquĂȘte a dĂ©clarĂ© les faits Ă©tablis, le Ministre de la DĂ©fense prononce, selon la gravitĂ© qu'il attribue aux faits, la dĂ©mission d'office de l'emploi ou la mise en non-activitĂ© par mesure disciplinaire. "
" Lorsque le conseil d'enquĂȘte a dĂ©clarĂ© les faits Ă©tablis, le Ministre de la DĂ©fense prononce, selon la gravitĂ© qu'il attribue aux faits, la dĂ©mission d'office de l'emploi ou la mise en non-activitĂ© par mesure disciplinaire. "
Art. 10. Artikel 47 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 10. L'article 47 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 juni 1974 betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de land-, de lucht-, en de zeemacht en van de medische dienst.
CHAPITRE III. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 juin 1974 relatif au statut des volontaires du cadre actif des forces terrestre, aĂ©rienne et navale et du service mĂ©dical.
Art. 11. Het opschrift van het koninklijk besluit van 11 juni 1974 betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de land-, de lucht-, en de zeemacht en van de medische dienst, vervangen bij het koninklijk besluit 11 augustus 1994, wordt vervangen als volgt :
" Koninklijk besluit betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de krijgsmacht ".
" Koninklijk besluit betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de krijgsmacht ".
Art. 11. L'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 juin 1974 relatif au statut des volontaires du cadre actif des forces terrestre, aĂ©rienne et navale et du service mĂ©dical, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 11 aoĂ»t 1994, est remplacĂ© par l'intitulĂ© suivant :
" ArrĂȘtĂ© royal relatif au statut des volontaires du cadre actif des forces armĂ©es ".
" ArrĂȘtĂ© royal relatif au statut des volontaires du cadre actif des forces armĂ©es ".
Art. 12. Overal in de Franse tekst van hetzelfde besluit worden de woorden " Ministre de la Défense nationale " vervangen door de woorden " Ministre de la Défense ".
Art. 12. Partout dans le texte français du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Ministre de la DĂ©fense nationale " sont remplacĂ©s par les mots " Ministre de la DĂ©fense ".
Art. 13. Overal in de tekst van hetzelfde besluit worden de woorden " stafchef van het betrokken krijgsmachtdeel " en de woorden " chef van de divisie personeel van de generale staf " vervangen door de woorden " directeur-generaal human resources ", en worden de woorden " chef van de generale staf " vervangen door de woorden " chef defensie ".
Art. 13. Partout dans le texte du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " chef d'Ă©tat-major de la force concernĂ©e " et les mots " chef de la division personnel de l'Ă©tat-major gĂ©nĂ©ral " sont remplacĂ©s par les mots " directeur gĂ©nĂ©ral human resources ", et les mots " chef de l'Ă©tat-major gĂ©nĂ©ral " sont remplacĂ©s par les mots " chef de la dĂ©fense ".
Art. 14. Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 24 september 1977, wordt vervangen als volgt :
" Artikel 5. Iedere hiërarchische meerdere met een rang ten minste gelijk aan die van korpscommandant, die oordeelt dat een vrijwilliger zich schuldig heeft gemaakt aan feiten die voldoende ernstig zijn om een definitieve ambtsontheffing door ontslag van ambtswege ten gevolge te hebben, maakt een omstandig verslag op, met :
1° een uiteenzetting der feiten;
2° een gemotiveerd advies over hun ernst;
3° een voorstel dat ertoe strekt de betrokkene te doen verschijnen voor een onderzoeksraad met het oog op het ontslag van ambtswege. "
" Artikel 5. Iedere hiërarchische meerdere met een rang ten minste gelijk aan die van korpscommandant, die oordeelt dat een vrijwilliger zich schuldig heeft gemaakt aan feiten die voldoende ernstig zijn om een definitieve ambtsontheffing door ontslag van ambtswege ten gevolge te hebben, maakt een omstandig verslag op, met :
1° een uiteenzetting der feiten;
2° een gemotiveerd advies over hun ernst;
3° een voorstel dat ertoe strekt de betrokkene te doen verschijnen voor een onderzoeksraad met het oog op het ontslag van ambtswege. "
Art. 14. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 24 septembre 1977, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 5. Tout chef hiérarchique d'un rang au moins égal à celui de chef de corps qui estime qu'un volontaire s'est rendu coupable de faits suffisamment graves pour donner lieu au retrait définitif d'emploi par démission d'office, établit un rapport circonstancié, contenant :
1° un exposé des faits;
2° un avis motivé sur leur gravité;
3° une proposition tendant Ă la comparution de l'intĂ©ressĂ© devant un conseil d'enquĂȘte en vue de la dĂ©mission d'office. "
" Article 5. Tout chef hiérarchique d'un rang au moins égal à celui de chef de corps qui estime qu'un volontaire s'est rendu coupable de faits suffisamment graves pour donner lieu au retrait définitif d'emploi par démission d'office, établit un rapport circonstancié, contenant :
1° un exposé des faits;
2° un avis motivé sur leur gravité;
3° une proposition tendant Ă la comparution de l'intĂ©ressĂ© devant un conseil d'enquĂȘte en vue de la dĂ©mission d'office. "
Art. 15. Artikel 25, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 24 september 1977, wordt vervangen als volgt :
" Heeft de onderzoeksraad verklaard dat de feiten vaststaan, dan kan de Minister van Landsverdediging ofwel tot het ontslag van ambtswege beslissen ofwel de vrijwilliger bij tuchtmaatregel op non-activiteit stellen. "
" Heeft de onderzoeksraad verklaard dat de feiten vaststaan, dan kan de Minister van Landsverdediging ofwel tot het ontslag van ambtswege beslissen ofwel de vrijwilliger bij tuchtmaatregel op non-activiteit stellen. "
Art. 15. L'article 25, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 24 septembre 1977, est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Lorsque le conseil d'enquĂȘte a dĂ©clarĂ© les faits Ă©tablis, le Ministre de la DĂ©fense peut soit prononcer la dĂ©mission d'office soit mettre le volontaire en non-activitĂ© par mesure disciplinaire. "
" Lorsque le conseil d'enquĂȘte a dĂ©clarĂ© les faits Ă©tablis, le Ministre de la DĂ©fense peut soit prononcer la dĂ©mission d'office soit mettre le volontaire en non-activitĂ© par mesure disciplinaire. "
Art. 16. Artikel 29 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 16. L'article 29 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 september 1978 betreffende het statuut van de hulpofficieren en kandidaat-hulpofficieren piloten.
CHAPITRE IV. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 septembre 1978 relatif au statut des officiers auxiliaires et candidats officiers auxiliaires pilotes.
Art. 17. Overal in de Franse tekst van het koninklijk besluit van 2 september 1978 betreffende het statuut van de hulpofficieren en kandidaat-hulpofficieren piloten worden de woorden " Ministre de la Défense nationale " vervangen door de woorden " Ministre de la Défense ".
Art. 17. Partout dans le texte français de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 septembre 1978 relatif au statut des officiers auxiliaires et candidats officiers auxiliaires pilotes, les mots " Ministre de la DĂ©fense nationale " sont remplacĂ©s par les mots " Ministre de la DĂ©fense ".
Art. 18. In artikel 4, § 5, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 13 mei 2004, worden de woorden " of het lid van het burgerpersoneel " ingevoegd tussen de woorden " de hoofdofficier " en de woorden " verantwoordelijk, in de militaire instelling ".
Art. 18. A l'article 4, § 5, alinĂ©a 1er, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004, les mots " ou le membre du personnel civil " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " l'officier supĂ©rieur " et les mots " responsable, dans l'institution militaire ".
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 augustus 1994 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader.
CHAPITRE V. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 aoĂ»t 1994 relatif Ă la formation des candidats militaires du cadre actif.
Art. 19. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 augustus 1994 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
" 1° de normale werving : de werving van kandidaat-beroepsofficieren, van kandidaat-beroepsonderofficieren en van kandidaat-beroepsvrijwilligers bedoeld in artikel 4, § 2, eerste lid, van de wet van 27 maart 2003 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging; ";
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
" 2° de aanvullende werving : de werving met het oog op de aanvulling van het aantal leerlingen van een promotie bedoeld in artikel 4, § 2, tweede lid, van dezelfde wet; ";
3° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt :
" 3° de bijzondere werving : de werving van kandidaat-beroepsofficieren en van kandidaat-beroepsonderofficieren houder van een diploma, bedoeld in artikel 4, § 2, derde lid, van dezelfde wet; ";
4° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
" 4° de uitzonderlijke werving : de werving van kandidaat-aanvullingsofficieren, van kandidaat-aanvullingsonderofficieren en van kandidaat-aanvullingsvrijwilligers bedoeld in artikel 4, § 2, vierde lid, van dezelfde wet; ";
5° in 11° wordt het woord " in " vervangen door het woord " door ";
6° de bepaling onder 12° wordt vervangen als volgt :
" 12° de periode van opleiding : de periode van hoofdzakelijk militaire en professionele vorming verstrekt door een vormingsorganisme of door een eenheid belast met een specifieke vorming, hierna ook vormingsorganisme genoemd; ";
7° in 14° worden de woorden " , met een duur van ten minste drie maanden, " ingevoegd tussen de woorden " de eenheid " en de woorden " tijdens dewelke ";
8° de bepaling onder 16° wordt vervangen als volgt :
" 16° het stage- of evaluatieverslag : de globale beoordeling van de professionele en de karakteriële hoedanigheden evenals van de fysieke conditie van een kandidaat, tijdens of op het einde van, naargelang het geval, een stage- of evaluatieperiode; ";
9° in 19° worden de woorden " die om gezondheidsredenen, zwangerschap of ernstige of uitzonderlijke omstandigheden " vervangen door de woorden " in de gevallen bedoeld in artikel 24, § 6, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, ";
10° in 20°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003, worden de woorden " het ambt of de specialisatie " vervangen door de woorden " de specialiteit of het ambt ";
11° de bepaling onder 21° wordt vervangen als volgt :
" 21° de heroriëntering : de maatregel waarbij, in de gevallen bedoeld in artikel 24, § 7, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, de niet-mislukte kandidaat zijn vorming kan voleindigen of herbeginnen in een andere specifieke vormingscyclus, eventueel in een andere hoedanigheid van kandidaat; ";
12° de bepaling onder 27° wordt vervangen als volgt :
" 27° de aanhechting aan een latere promotie : de maatregel waarbij, naargelang het geval, hetzij de niet geslaagde kandidaat de toelating bekomt, hetzij de kandidaat ten gevolge van een beslissing tot uitstel de toelating bekomt, om zijn vorming of een vormingsgedeelte te herbeginnen in dezelfde hoedanigheid met een latere promotie of vormingssessie, waarin hij het lot volgt van de kandidaten van de nieuwe promotie; "
13° de bepaling onder 29° wordt vervangen als volgt :
" 29° de voortzetting van de vorming : de maatregel waarbij, in de gevallen bedoeld in artikel 24, §§ 2 tot 4, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, de kandidaat zijn vorming mag voortzetten, in dezelfde hoedanigheid en in een gelijktijdige promotie, in een andere specifieke vormingscyclus waarvoor die specifieke medische geschiktheid, die specifieke beroepsbekwaamheid of die specifieke fysieke conditie niet vereist is; ";
14° de bepaling onder 30°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 september 2002, wordt vervangen als volgt :
" 30° de reclassering : de maatregel waarbij, in de gevallen bedoeld in artikel 24, § 1, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, de definitief mislukte kandidaat de toestemming krijgt een nieuwe vorming aan te vatten; ";
15° in 32°, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 september 2002, wordt het woord " DGHR " vervangen door de woorden " de DGHR ";
16° in de Franse tekst van 33° vervalt het woord " nationale ".
1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
" 1° de normale werving : de werving van kandidaat-beroepsofficieren, van kandidaat-beroepsonderofficieren en van kandidaat-beroepsvrijwilligers bedoeld in artikel 4, § 2, eerste lid, van de wet van 27 maart 2003 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging; ";
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
" 2° de aanvullende werving : de werving met het oog op de aanvulling van het aantal leerlingen van een promotie bedoeld in artikel 4, § 2, tweede lid, van dezelfde wet; ";
3° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt :
" 3° de bijzondere werving : de werving van kandidaat-beroepsofficieren en van kandidaat-beroepsonderofficieren houder van een diploma, bedoeld in artikel 4, § 2, derde lid, van dezelfde wet; ";
4° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
" 4° de uitzonderlijke werving : de werving van kandidaat-aanvullingsofficieren, van kandidaat-aanvullingsonderofficieren en van kandidaat-aanvullingsvrijwilligers bedoeld in artikel 4, § 2, vierde lid, van dezelfde wet; ";
5° in 11° wordt het woord " in " vervangen door het woord " door ";
6° de bepaling onder 12° wordt vervangen als volgt :
" 12° de periode van opleiding : de periode van hoofdzakelijk militaire en professionele vorming verstrekt door een vormingsorganisme of door een eenheid belast met een specifieke vorming, hierna ook vormingsorganisme genoemd; ";
7° in 14° worden de woorden " , met een duur van ten minste drie maanden, " ingevoegd tussen de woorden " de eenheid " en de woorden " tijdens dewelke ";
8° de bepaling onder 16° wordt vervangen als volgt :
" 16° het stage- of evaluatieverslag : de globale beoordeling van de professionele en de karakteriële hoedanigheden evenals van de fysieke conditie van een kandidaat, tijdens of op het einde van, naargelang het geval, een stage- of evaluatieperiode; ";
9° in 19° worden de woorden " die om gezondheidsredenen, zwangerschap of ernstige of uitzonderlijke omstandigheden " vervangen door de woorden " in de gevallen bedoeld in artikel 24, § 6, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, ";
10° in 20°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003, worden de woorden " het ambt of de specialisatie " vervangen door de woorden " de specialiteit of het ambt ";
11° de bepaling onder 21° wordt vervangen als volgt :
" 21° de heroriëntering : de maatregel waarbij, in de gevallen bedoeld in artikel 24, § 7, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, de niet-mislukte kandidaat zijn vorming kan voleindigen of herbeginnen in een andere specifieke vormingscyclus, eventueel in een andere hoedanigheid van kandidaat; ";
12° de bepaling onder 27° wordt vervangen als volgt :
" 27° de aanhechting aan een latere promotie : de maatregel waarbij, naargelang het geval, hetzij de niet geslaagde kandidaat de toelating bekomt, hetzij de kandidaat ten gevolge van een beslissing tot uitstel de toelating bekomt, om zijn vorming of een vormingsgedeelte te herbeginnen in dezelfde hoedanigheid met een latere promotie of vormingssessie, waarin hij het lot volgt van de kandidaten van de nieuwe promotie; "
13° de bepaling onder 29° wordt vervangen als volgt :
" 29° de voortzetting van de vorming : de maatregel waarbij, in de gevallen bedoeld in artikel 24, §§ 2 tot 4, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, de kandidaat zijn vorming mag voortzetten, in dezelfde hoedanigheid en in een gelijktijdige promotie, in een andere specifieke vormingscyclus waarvoor die specifieke medische geschiktheid, die specifieke beroepsbekwaamheid of die specifieke fysieke conditie niet vereist is; ";
14° de bepaling onder 30°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 september 2002, wordt vervangen als volgt :
" 30° de reclassering : de maatregel waarbij, in de gevallen bedoeld in artikel 24, § 1, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, de definitief mislukte kandidaat de toestemming krijgt een nieuwe vorming aan te vatten; ";
15° in 32°, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 september 2002, wordt het woord " DGHR " vervangen door de woorden " de DGHR ";
16° in de Franse tekst van 33° vervalt het woord " nationale ".
Art. 19. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 aoĂ»t 1994 relatif Ă la formation des candidats militaires du cadre actif, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le 1° est remplacé par le texte suivant :
" 1° le recrutement normal : le recrutement de candidats officiers de carriÚre, de candidats sous-officiers de carriÚre et de candidats volontaires de carriÚre visé à l'article 4, § 2, alinéa 1er, de la loi du 27 mars 2003 relative au recrutement des militaires et au statut des musiciens militaires et modifiant diverses lois applicables au personnel de la Défense; ";
2° le 2° est remplacé par le texte suivant :
" 2° le recrutement complĂ©mentaire : le recrutement en vue de complĂ©ter le nombre d'Ă©lĂšves d'une promotion visĂ© Ă l'article 4, § 2, alinĂ©a 2, de la mĂȘme loi; ";
3° le 3° est remplacé par le texte suivant :
" 3° le recrutement spĂ©cial : le recrutement de candidats officiers et de candidats sous-officiers de carriĂšre titulaires d'un diplĂŽme, visĂ© Ă l'article 4, § 2, alinĂ©a 3, de la mĂȘme loi; ";
4° le 4° est remplacé par le texte suivant :
" 4° le recrutement exceptionnel : le recrutement de candidats officiers, de candidats sous-officiers et de candidats volontaires de complĂ©ment visĂ© Ă l'article 4, § 2, alinĂ©a 4, de la mĂȘme loi; ";
5° dans le 11°, le mot " dans " est remplacé par le mot " par ";
6° le 12° est remplacé par le texte suivant :
" 12° la période d'instruction : la période de formation principalement militaire et professionnelle dispensée par un organisme de formation ou par une unité chargée d'une formation spécifique, ci-aprÚs également dénommée organisme de formation; ";
7° dans le 14°, les mots " , avec une durée d'au moins trois mois " sont insérés entre les mots " en unité " et " , pendant laquelle ";
8° le 16° est remplacé par le texte suivant :
" 16° le rapport de stage ou d'évaluation : l'appréciation globale des qualités professionnelles et caractérielles ainsi que de la condition physique d'un candidat, au cours ou à l'issue de, selon le cas, une période de stage ou d'évaluation; ";
9° dans le 19°, les mots " qui pour des raisons de santé, de grossesse ou pour des raisons graves ou exceptionnelles " sont remplacés par les mots " qui dans les cas visés à l'article 24, § 6, de la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, ";
10° dans le 20°, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 janvier 2003, les mots " de l'emploi ou de la spĂ©cialisation " sont remplacĂ©s par les mots " de la spĂ©cialitĂ© ou de l'emploi ";
11° le 21° est remplacé par le texte suivant :
" 21° la réorientation : la mesure par laquelle, dans les cas visés à l'article 24, § 7, de la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, le candidat n'ayant pas échoué peut continuer ou recommencer sa formation dans un autre cycle de formation spécifique, éventuellement dans une autre qualité de candidat; ";
12° le 27° est remplacé par le texte suivant :
" 27° le rattachement Ă une promotion ultĂ©rieure : la mesure par laquelle, selon le cas, soit le candidat n'ayant pas rĂ©ussi obtient l'autorisation, soit le candidat Ă cause d'une dĂ©cision d'ajournement obtient l'autorisation, de recommencer sa formation ou une partie de sa formation dans la mĂȘme qualitĂ© avec une promotion ou session de formation ultĂ©rieure, dans laquelle il suit le sort des candidats de la nouvelle promotion; "
13° le 29° est remplacé par le texte suivant :
" 29° la poursuite de la formation : la mesure par laquelle, dans les cas visĂ©s Ă l'article 24, §§ 2 Ă 4, de la loi du 21 dĂ©cembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, le candidat peut poursuivre sa formation, dans la mĂȘme qualitĂ© et dans une promotion contemporaine, dans un autre cycle de formation spĂ©cifique pour lequel cette aptitude mĂ©dicale spĂ©cifique, cette capacitĂ© professionnelle spĂ©cifique ou cette condition physique spĂ©cifique n'est pas exigĂ©e; ";
14° le 30°, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 2002, est remplacĂ© par le texte suivant :
" 30° le reclassement : la mesure par laquelle, dans les cas visé à l'article 24, § 1er, de la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, le candidat ayant échoué définitivement obtient l'autorisation d'entamer une nouvelle formation; ";
15° dans le 32°, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 2002, le mot " DGHR " est remplacĂ© par les mots " le DGHR ";
16° dans le texte français du 33°, le mot " nationale " est supprimé.
1° le 1° est remplacé par le texte suivant :
" 1° le recrutement normal : le recrutement de candidats officiers de carriÚre, de candidats sous-officiers de carriÚre et de candidats volontaires de carriÚre visé à l'article 4, § 2, alinéa 1er, de la loi du 27 mars 2003 relative au recrutement des militaires et au statut des musiciens militaires et modifiant diverses lois applicables au personnel de la Défense; ";
2° le 2° est remplacé par le texte suivant :
" 2° le recrutement complĂ©mentaire : le recrutement en vue de complĂ©ter le nombre d'Ă©lĂšves d'une promotion visĂ© Ă l'article 4, § 2, alinĂ©a 2, de la mĂȘme loi; ";
3° le 3° est remplacé par le texte suivant :
" 3° le recrutement spĂ©cial : le recrutement de candidats officiers et de candidats sous-officiers de carriĂšre titulaires d'un diplĂŽme, visĂ© Ă l'article 4, § 2, alinĂ©a 3, de la mĂȘme loi; ";
4° le 4° est remplacé par le texte suivant :
" 4° le recrutement exceptionnel : le recrutement de candidats officiers, de candidats sous-officiers et de candidats volontaires de complĂ©ment visĂ© Ă l'article 4, § 2, alinĂ©a 4, de la mĂȘme loi; ";
5° dans le 11°, le mot " dans " est remplacé par le mot " par ";
6° le 12° est remplacé par le texte suivant :
" 12° la période d'instruction : la période de formation principalement militaire et professionnelle dispensée par un organisme de formation ou par une unité chargée d'une formation spécifique, ci-aprÚs également dénommée organisme de formation; ";
7° dans le 14°, les mots " , avec une durée d'au moins trois mois " sont insérés entre les mots " en unité " et " , pendant laquelle ";
8° le 16° est remplacé par le texte suivant :
" 16° le rapport de stage ou d'évaluation : l'appréciation globale des qualités professionnelles et caractérielles ainsi que de la condition physique d'un candidat, au cours ou à l'issue de, selon le cas, une période de stage ou d'évaluation; ";
9° dans le 19°, les mots " qui pour des raisons de santé, de grossesse ou pour des raisons graves ou exceptionnelles " sont remplacés par les mots " qui dans les cas visés à l'article 24, § 6, de la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, ";
10° dans le 20°, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 janvier 2003, les mots " de l'emploi ou de la spĂ©cialisation " sont remplacĂ©s par les mots " de la spĂ©cialitĂ© ou de l'emploi ";
11° le 21° est remplacé par le texte suivant :
" 21° la réorientation : la mesure par laquelle, dans les cas visés à l'article 24, § 7, de la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, le candidat n'ayant pas échoué peut continuer ou recommencer sa formation dans un autre cycle de formation spécifique, éventuellement dans une autre qualité de candidat; ";
12° le 27° est remplacé par le texte suivant :
" 27° le rattachement Ă une promotion ultĂ©rieure : la mesure par laquelle, selon le cas, soit le candidat n'ayant pas rĂ©ussi obtient l'autorisation, soit le candidat Ă cause d'une dĂ©cision d'ajournement obtient l'autorisation, de recommencer sa formation ou une partie de sa formation dans la mĂȘme qualitĂ© avec une promotion ou session de formation ultĂ©rieure, dans laquelle il suit le sort des candidats de la nouvelle promotion; "
13° le 29° est remplacé par le texte suivant :
" 29° la poursuite de la formation : la mesure par laquelle, dans les cas visĂ©s Ă l'article 24, §§ 2 Ă 4, de la loi du 21 dĂ©cembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, le candidat peut poursuivre sa formation, dans la mĂȘme qualitĂ© et dans une promotion contemporaine, dans un autre cycle de formation spĂ©cifique pour lequel cette aptitude mĂ©dicale spĂ©cifique, cette capacitĂ© professionnelle spĂ©cifique ou cette condition physique spĂ©cifique n'est pas exigĂ©e; ";
14° le 30°, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 2002, est remplacĂ© par le texte suivant :
" 30° le reclassement : la mesure par laquelle, dans les cas visé à l'article 24, § 1er, de la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, le candidat ayant échoué définitivement obtient l'autorisation d'entamer une nouvelle formation; ";
15° dans le 32°, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 2002, le mot " DGHR " est remplacĂ© par les mots " le DGHR ";
16° dans le texte français du 33°, le mot " nationale " est supprimé.
Art. 20. In artikel 34 van hetzelfde besluit wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
" De vormingscyclus van de kandidaat-beroepsofficier piloot van de bijzondere werving duurt evenwel vier vormingsjaren en omvat :
1° een militaire initiatiefase onder de voorwaarden bepaald in artikel 26;
2° een periode van aanvullende vorming, die onder meer de professionele vorming van piloot, bepaald in artikel 7, § 2, van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht, omvat;
3° een evaluatieperiode. "
" De vormingscyclus van de kandidaat-beroepsofficier piloot van de bijzondere werving duurt evenwel vier vormingsjaren en omvat :
1° een militaire initiatiefase onder de voorwaarden bepaald in artikel 26;
2° een periode van aanvullende vorming, die onder meer de professionele vorming van piloot, bepaald in artikel 7, § 2, van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht, omvat;
3° een evaluatieperiode. "
Art. 20. Dans l'article 34 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a suivant est insĂ©rĂ© entre les alinĂ©as 1er et 2 :
" Toutefois, le cycle de formation du candidat officier de carriÚre pilote du recrutement spécial dure quatre années de formation et comprend :
1° une phase d'initiation militaire sous les conditions définies à l'article 26;
2° une pĂ©riode de formation complĂ©mentaire, qui comprend entre autre la formation professionnelle de pilote fixĂ©e Ă l'article 7, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es;
3° une période d'évaluation. "
" Toutefois, le cycle de formation du candidat officier de carriÚre pilote du recrutement spécial dure quatre années de formation et comprend :
1° une phase d'initiation militaire sous les conditions définies à l'article 26;
2° une pĂ©riode de formation complĂ©mentaire, qui comprend entre autre la formation professionnelle de pilote fixĂ©e Ă l'article 7, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es;
3° une période d'évaluation. "
Art. 21. Artikel 37, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
" Voor de kandidaat, die een gedeelte van zijn vorming in een vreemde militaire instelling of in een burgerlijke instelling ontvangt, in België of in het buitenland, neemt de DGHR de in die instelling volbrachte stageperiode in aanmerking in de gevallen en onder de voorwaarden die hij bepaalt. "
" Voor de kandidaat, die een gedeelte van zijn vorming in een vreemde militaire instelling of in een burgerlijke instelling ontvangt, in België of in het buitenland, neemt de DGHR de in die instelling volbrachte stageperiode in aanmerking in de gevallen en onder de voorwaarden die hij bepaalt. "
Art. 21. L'article 37, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Pour le candidat, qui reçoit une partie de sa formation dans un établissement militaire étranger ou dans un établissement civil, en Belgique ou à l'étranger, le DGHR prend la période de stage effectuée dans cet établissement en considération dans les cas et aux conditions qu'il détermine. "
" Pour le candidat, qui reçoit une partie de sa formation dans un établissement militaire étranger ou dans un établissement civil, en Belgique ou à l'étranger, le DGHR prend la période de stage effectuée dans cet établissement en considération dans les cas et aux conditions qu'il détermine. "
Art. 22. In artikel 38, § 2, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " door de stafchef van het krijgsmachtdeel ".
Art. 22. Dans l'article 38, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " par le chef d'Ă©tat-major de la force " sont supprimĂ©s.
Art. 23. Artikel 39, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
" Voor de kandidaat-beroepsofficier die al tot de graad van onderluitenant aangesteld is en die als kandidaat-aanvullingsofficier gereclasseerd wordt, duurt de vormingscyclus evenwel twee vormingsjaren. "
" Voor de kandidaat-beroepsofficier die al tot de graad van onderluitenant aangesteld is en die als kandidaat-aanvullingsofficier gereclasseerd wordt, duurt de vormingscyclus evenwel twee vormingsjaren. "
Art. 23. L'article 39, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Toutefois, le cycle de formation dure deux années de formation pour le candidat officier de carriÚre qui est déjà commissionné au grade de sous-lieutenant et qui est reclassé comme candidat officier de complément. ".
" Toutefois, le cycle de formation dure deux années de formation pour le candidat officier de carriÚre qui est déjà commissionné au grade de sous-lieutenant et qui est reclassé comme candidat officier de complément. ".
Art. 24. In artikel 42, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003, worden de woorden " de specialiteiten, de korpsen, de ambten " vervangen door de woorden " de korpsen, de specialiteiten of de ambten ".
Art. 24. Dans l'article 42, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 janvier 2003, les mots " des spĂ©cialitĂ©s, des corps, des emplois " sont remplacĂ©s par les mots " des corps, des spĂ©cialitĂ©s ou des emplois "
Art. 25. In artikel 43 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het vierde lid, worden de woorden " de stafchef van het betrokken krijgsmachtdeel " vervangen door de woorden " de DGHR ";
2° in het zesde lid, worden de woorden " De stafchef van het betrokken krijgsmachtdeel " vervangen door de woorden " De DGHR ".
1° in het vierde lid, worden de woorden " de stafchef van het betrokken krijgsmachtdeel " vervangen door de woorden " de DGHR ";
2° in het zesde lid, worden de woorden " De stafchef van het betrokken krijgsmachtdeel " vervangen door de woorden " De DGHR ".
Art. 25. A l'article 43 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 4, les mots " le chef d'état-major de la force concernée " sont remplacés par les mots " le DGHR ";
2° dans l'alinéa 6, les mots " Le chef d'état-major de la force concernée " sont remplacés par les mots " Le DGHR ".
1° dans l'alinéa 4, les mots " le chef d'état-major de la force concernée " sont remplacés par les mots " le DGHR ";
2° dans l'alinéa 6, les mots " Le chef d'état-major de la force concernée " sont remplacés par les mots " Le DGHR ".
Art. 26. Artikel 44 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 44. § 1. De kandidaat kan, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 57, § 1, worden vrijgesteld door de DGHR :
1° van de militaire initiatiefase indien hij voordien, met goed gevolg, deze vorming of een gelijkwaardige vorming heeft gevolgd;
2° indien hij kandidaat-officier is, naargelang het geval, van het geheel of een gedeelte van de academische vorming en van de periode van opleiding, indien hij voordien met goed gevolg deze vorming of een gelijkwaardige vorming heeft gevolgd als kandidaat-officier;
3° indien hij kandidaat-onderofficier is, van het geheel of een gedeelte van de periode van schoolvorming en van de periode van opleiding, indien hij voordien met goed gevolg deze vorming of een gelijkwaardige vorming heeft gevolgd als kandidaat-onderofficier;
4° indien hij kandidaat-vrijwilliger is, van het geheel of een gedeelte van de periode van opleiding, indien hij voordien met goed gevolg deze vorming of een gelijkwaardige vorming heeft gevolgd als kandidaat-vrijwilliger.
§ 2. Op grond van de beslissing van de overheid die bevoegd is om een vrijstelling te verlenen wordt de kandidaat in voorkomend geval aangewezen voor :
1° een bijkomende specifieke vorming, eventueel met het oog op zijn toekomstige ambt;
2° een specifieke stage in een eenheid of in het vormingsorganisme waar hij kandidaat is.
De professionele en de karakteriële hoedanigheden van de kandidaat worden niet beoordeeld tijdens de vrijstelling.
De DGHR bepaalt de nadere regels die op de betrokkene toepasselijk zijn.
§ 3. Onverminderd de toepassing van de specifieke bepalingen betreffende de rangschikking bedoeld in artikel 81 en betreffende de aanwijzing bedoeld in § 2, volgt de vrijgestelde kandidaat het lot van de andere kandidaten van zijn vormingscyclus. "
" Artikel 44. § 1. De kandidaat kan, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 57, § 1, worden vrijgesteld door de DGHR :
1° van de militaire initiatiefase indien hij voordien, met goed gevolg, deze vorming of een gelijkwaardige vorming heeft gevolgd;
2° indien hij kandidaat-officier is, naargelang het geval, van het geheel of een gedeelte van de academische vorming en van de periode van opleiding, indien hij voordien met goed gevolg deze vorming of een gelijkwaardige vorming heeft gevolgd als kandidaat-officier;
3° indien hij kandidaat-onderofficier is, van het geheel of een gedeelte van de periode van schoolvorming en van de periode van opleiding, indien hij voordien met goed gevolg deze vorming of een gelijkwaardige vorming heeft gevolgd als kandidaat-onderofficier;
4° indien hij kandidaat-vrijwilliger is, van het geheel of een gedeelte van de periode van opleiding, indien hij voordien met goed gevolg deze vorming of een gelijkwaardige vorming heeft gevolgd als kandidaat-vrijwilliger.
§ 2. Op grond van de beslissing van de overheid die bevoegd is om een vrijstelling te verlenen wordt de kandidaat in voorkomend geval aangewezen voor :
1° een bijkomende specifieke vorming, eventueel met het oog op zijn toekomstige ambt;
2° een specifieke stage in een eenheid of in het vormingsorganisme waar hij kandidaat is.
De professionele en de karakteriële hoedanigheden van de kandidaat worden niet beoordeeld tijdens de vrijstelling.
De DGHR bepaalt de nadere regels die op de betrokkene toepasselijk zijn.
§ 3. Onverminderd de toepassing van de specifieke bepalingen betreffende de rangschikking bedoeld in artikel 81 en betreffende de aanwijzing bedoeld in § 2, volgt de vrijgestelde kandidaat het lot van de andere kandidaten van zijn vormingscyclus. "
Art. 26. L'article 44 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 44. § 1er. Sous rĂ©serve de l'application des dispositions de l'article 57, § 1er, le candidat, peut ĂȘtre dispensĂ© par le DGHR :
1° de la phase d'initiation militaire s'il a suivi, auparavant, avec succÚs, cette formation ou une formation équivalente;
2° s'il est candidat officier, selon le cas, de tout ou partie de la formation académique et de la période d'instruction, s'il a suivi auparavant avec succÚs cette formation ou une formation équivalente comme candidat officier;
3° s'il est candidat sous-officier, de tout ou partie de la période de formation scolaire et de la période d'instruction, s'il a suivi auparavant avec succÚs cette formation ou une formation équivalente comme candidat sous-officier;
4° s'il est candidat volontaire, de tout ou partie de la période d'instruction, s'il a suivi auparavant avec succÚs cette formation ou une formation équivalente comme candidat volontaire.
§ 2. En fonction de la décision de l'autorité compétente pour octroyer une dispense, le candidat est, le cas échéant, désigné pour :
1° une formation supplémentaire spécifique, le cas échéant, en fonction de son futur emploi;
2° un stage spĂ©cifique dans une unitĂ© ou dans l'organisme de formation oĂč il est candidat.
Les qualités professionnelles et caractérielles du candidat ne sont pas appréciées pendant la dispense.
Le DGHR détermine les rÚgles complémentaires qui sont applicables à l'intéressé.
§ 3. Sans préjudice de l'application des dispositions spécifiques relatives au classement visé à l'article 81 et relatives à la désignation visée au § 2, le candidat dispensé suit le sort des autres candidats de son cycle de formation. "
" Article 44. § 1er. Sous rĂ©serve de l'application des dispositions de l'article 57, § 1er, le candidat, peut ĂȘtre dispensĂ© par le DGHR :
1° de la phase d'initiation militaire s'il a suivi, auparavant, avec succÚs, cette formation ou une formation équivalente;
2° s'il est candidat officier, selon le cas, de tout ou partie de la formation académique et de la période d'instruction, s'il a suivi auparavant avec succÚs cette formation ou une formation équivalente comme candidat officier;
3° s'il est candidat sous-officier, de tout ou partie de la période de formation scolaire et de la période d'instruction, s'il a suivi auparavant avec succÚs cette formation ou une formation équivalente comme candidat sous-officier;
4° s'il est candidat volontaire, de tout ou partie de la période d'instruction, s'il a suivi auparavant avec succÚs cette formation ou une formation équivalente comme candidat volontaire.
§ 2. En fonction de la décision de l'autorité compétente pour octroyer une dispense, le candidat est, le cas échéant, désigné pour :
1° une formation supplémentaire spécifique, le cas échéant, en fonction de son futur emploi;
2° un stage spĂ©cifique dans une unitĂ© ou dans l'organisme de formation oĂč il est candidat.
Les qualités professionnelles et caractérielles du candidat ne sont pas appréciées pendant la dispense.
Le DGHR détermine les rÚgles complémentaires qui sont applicables à l'intéressé.
§ 3. Sans préjudice de l'application des dispositions spécifiques relatives au classement visé à l'article 81 et relatives à la désignation visée au § 2, le candidat dispensé suit le sort des autres candidats de son cycle de formation. "
Art. 27. Artikel 45 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 45. § 1. De kandidaat kan uitstel bekomen in de gevallen bedoeld in artikel 24, § 6, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, indien hij in de onmogelijkheid verkeert of verkeerde, hetzij :
1° zich voor te bereiden op of deel te nemen aan de proeven of examens met betrekking tot de professionele hoedanigheden of fysieke hoedanigheden op het vlak van de fysieke conditie;
2° één of meerdere vormingsgedeelten, geheel of gedeeltelijk te volbrengen.
§ 2. Een uitstel waarbij de vormingsduur verlengd wordt, kan leiden tot de aanhechting aan een volgende promotie.
Een uitstel met verlenging van de vormingsduur kan enkel toegestaan worden indien daardoor de totale duur van de verlengingen te wijten aan uitstellen niet meer dan één jaar bedraagt.
Deze totale duur van de verlengingen mag evenwel overschreden worden met de termijn noodzakelijk voor het afsluiten van een reeds opgestarte procedure om te verschijnen voor de militaire commissie voor geschiktheid en reform.
Voor de berekening van de totale duur wordt geen rekening gehouden met de aanhechting aan een volgende promotie, beslist door een deliberatiecommissie omwille van onvoldoende professionele hoedanigheden.
§ 3. De met redenen omklede aanvraag tot uitstel wordt via de hiërarchische weg gericht :
1° aan de schoolcommandant of in voorkomend geval, aan de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militaire organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt indien de kandidaat zich in een periode van schoolvorming of van opleiding bevindt;
2° aan de korpscommandant, die zijn advies overmaakt aan de commandant van het centraal controle-organisme bedoeld in artikel 51, § 1, indien de kandidaat zich in een periode van stage of van evaluatie bevindt.
Zij wordt door de kandidaat ingediend bij de overheid die de bevoegdheid van eenheidscommandant uitoefent.
§ 4. De aanvragen, die volgens de eenheidscommandant een spoedeisend karakter hebben, worden rechtstreeks overgemaakt aan de tot beslissen bevoegde overheid, vergezeld van het met redenen omklede advies van de eenheidscommandant.
In de overige gevallen brengen de functionele meerderen van de eenheidscommandant een advies uit over de aanvraag tot uitstel.
Het eerste advies alsmede elk advies dat afwijkt van het vorig advies moeten met redenen omkleed zijn. De ongunstige adviezen worden betekend aan de kandidaat. Bij het eerste ongunstig advies, alsook bij elk volgend ongunstig advies voorzover dit van een nieuw element melding maakt, beschikt de kandidaat, vanaf de dag van de betekening van het advies, over vijf werkdagen om een verweerschrift in te dienen.
De overheid die een advies uitgebracht heeft dat het voorwerp uitmaakt van een verweerschrift, kan haar advies wijzigen. In dat geval betekent deze overheid dit nieuwe advies aan de kandidaat zonder dat deze nog nieuwe argumenten kan aanvoeren.
§ 5. De aanvraag om uitstel wegens gezondheidsredenen of zwangerschap moet vergezeld zijn van een geneeskundig attest, bevestigd door de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair, waarin de echtheid van de aangevoerde gezondheidsredenen of van de zwangerschap bevestigd wordt. "
" Artikel 45. § 1. De kandidaat kan uitstel bekomen in de gevallen bedoeld in artikel 24, § 6, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, indien hij in de onmogelijkheid verkeert of verkeerde, hetzij :
1° zich voor te bereiden op of deel te nemen aan de proeven of examens met betrekking tot de professionele hoedanigheden of fysieke hoedanigheden op het vlak van de fysieke conditie;
2° één of meerdere vormingsgedeelten, geheel of gedeeltelijk te volbrengen.
§ 2. Een uitstel waarbij de vormingsduur verlengd wordt, kan leiden tot de aanhechting aan een volgende promotie.
Een uitstel met verlenging van de vormingsduur kan enkel toegestaan worden indien daardoor de totale duur van de verlengingen te wijten aan uitstellen niet meer dan één jaar bedraagt.
Deze totale duur van de verlengingen mag evenwel overschreden worden met de termijn noodzakelijk voor het afsluiten van een reeds opgestarte procedure om te verschijnen voor de militaire commissie voor geschiktheid en reform.
Voor de berekening van de totale duur wordt geen rekening gehouden met de aanhechting aan een volgende promotie, beslist door een deliberatiecommissie omwille van onvoldoende professionele hoedanigheden.
§ 3. De met redenen omklede aanvraag tot uitstel wordt via de hiërarchische weg gericht :
1° aan de schoolcommandant of in voorkomend geval, aan de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militaire organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt indien de kandidaat zich in een periode van schoolvorming of van opleiding bevindt;
2° aan de korpscommandant, die zijn advies overmaakt aan de commandant van het centraal controle-organisme bedoeld in artikel 51, § 1, indien de kandidaat zich in een periode van stage of van evaluatie bevindt.
Zij wordt door de kandidaat ingediend bij de overheid die de bevoegdheid van eenheidscommandant uitoefent.
§ 4. De aanvragen, die volgens de eenheidscommandant een spoedeisend karakter hebben, worden rechtstreeks overgemaakt aan de tot beslissen bevoegde overheid, vergezeld van het met redenen omklede advies van de eenheidscommandant.
In de overige gevallen brengen de functionele meerderen van de eenheidscommandant een advies uit over de aanvraag tot uitstel.
Het eerste advies alsmede elk advies dat afwijkt van het vorig advies moeten met redenen omkleed zijn. De ongunstige adviezen worden betekend aan de kandidaat. Bij het eerste ongunstig advies, alsook bij elk volgend ongunstig advies voorzover dit van een nieuw element melding maakt, beschikt de kandidaat, vanaf de dag van de betekening van het advies, over vijf werkdagen om een verweerschrift in te dienen.
De overheid die een advies uitgebracht heeft dat het voorwerp uitmaakt van een verweerschrift, kan haar advies wijzigen. In dat geval betekent deze overheid dit nieuwe advies aan de kandidaat zonder dat deze nog nieuwe argumenten kan aanvoeren.
§ 5. De aanvraag om uitstel wegens gezondheidsredenen of zwangerschap moet vergezeld zijn van een geneeskundig attest, bevestigd door de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair, waarin de echtheid van de aangevoerde gezondheidsredenen of van de zwangerschap bevestigd wordt. "
Art. 27. L'article 45 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 45. § 1er. Le candidat peut ĂȘtre ajournĂ© dans les cas visĂ©s Ă l'article 24, § 6, de la loi du 21 dĂ©cembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, pour autant qu'il se trouve ou se trouvait dans l'impossibilitĂ© soit :
1° de se préparer ou de se présenter aux épreuves ou examens relatifs aux qualités professionnelles ou aux qualités physiques sur le plan de la condition physique;
2° de parfaire partiellement ou entiÚrement, une ou plusieurs parties de formation.
§ 2. Un ajournement par lequel la durée de la formation est prolongée, peut mener à un rattachement à une promotion suivante.
Un ajournement avec prolongation de la durĂ©e de formation ne peut ĂȘtre octroyĂ© que lorsque la durĂ©e totale des prolongations dues Ă des ajournements n'excĂšde pas une annĂ©e.
Toutefois, cette durĂ©e totale des prolongations peut ĂȘtre dĂ©passĂ©e par le dĂ©lai nĂ©cessaire pour la clĂŽture d'une procĂ©dure dĂ©jĂ entamĂ©e de comparution devant la commission militaire d'aptitude et de rĂ©forme.
Pour le calcul de la durée totale, il n'est pas tenu compte du rattachement à une promotion suivante, décidé par la commission de délibération à la suite de qualités professionnelles insuffisantes.
§ 3. La demande d'ajournement motivée est adressée par la voie hiérarchique :
1° au commandant d'Ă©cole ou, le cas Ă©chĂ©ant, Ă l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation si le candidat se trouve dans une pĂ©riode de formation scolaire ou d'instruction;
2° au chef de corps, qui transmet son avis au commandant de l'organisme central de contrÎle visé à l'article 51, § 1er, si le candidat se trouve dans une période de stage ou d'évaluation.
Elle est introduite par le candidat auprÚs de l'autorité qui exerce les attributions de commandant d'unité.
§ 4. Les demandes, qui selon le commandant d'unité présentent un caractÚre urgent, sont transmises directement à l'autorité qui a droit de décision, accompagnées de l'avis motivé du commandant d'unité.
Dans les autres cas, les supérieurs fonctionnels du commandant d'unité émettent un avis à propos de la demande d'ajournement.
Le premier avis ainsi que tout avis diffĂ©rent de l'avis prĂ©cĂ©dent doivent ĂȘtre motivĂ©s. Les avis dĂ©favorables sont notifiĂ©s au candidat. A l'occasion du premier avis dĂ©favorable ainsi qu'Ă l'occasion de tout avis dĂ©favorable suivant, pour autant que celui-ci fasse Ă©tat d'un nouvel Ă©lĂ©ment, le candidat dispose, Ă partir du jour de la notification de l'avis, de cinq jours ouvrables pour introduire un mĂ©moire.
L'autorité qui a émis un avis faisant l'objet d'un mémoire, peut modifier son avis. Dans ce cas elle notifie ce nouvel avis au candidat sans que ce dernier puisse encore invoquer de nouveaux arguments.
§ 5. La demande d'ajournement fondĂ©e sur des raisons de santĂ© ou de grossesse doit ĂȘtre accompagnĂ©e d'un certificat mĂ©dical, confirmĂ© par le mĂ©decin chargĂ© de la surveillance mĂ©dicale du militaire, attestant la rĂ©alitĂ© des raisons de santĂ© ou de l'Ă©tat de grossesse invoquĂ©s. "
" Article 45. § 1er. Le candidat peut ĂȘtre ajournĂ© dans les cas visĂ©s Ă l'article 24, § 6, de la loi du 21 dĂ©cembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, pour autant qu'il se trouve ou se trouvait dans l'impossibilitĂ© soit :
1° de se préparer ou de se présenter aux épreuves ou examens relatifs aux qualités professionnelles ou aux qualités physiques sur le plan de la condition physique;
2° de parfaire partiellement ou entiÚrement, une ou plusieurs parties de formation.
§ 2. Un ajournement par lequel la durée de la formation est prolongée, peut mener à un rattachement à une promotion suivante.
Un ajournement avec prolongation de la durĂ©e de formation ne peut ĂȘtre octroyĂ© que lorsque la durĂ©e totale des prolongations dues Ă des ajournements n'excĂšde pas une annĂ©e.
Toutefois, cette durĂ©e totale des prolongations peut ĂȘtre dĂ©passĂ©e par le dĂ©lai nĂ©cessaire pour la clĂŽture d'une procĂ©dure dĂ©jĂ entamĂ©e de comparution devant la commission militaire d'aptitude et de rĂ©forme.
Pour le calcul de la durée totale, il n'est pas tenu compte du rattachement à une promotion suivante, décidé par la commission de délibération à la suite de qualités professionnelles insuffisantes.
§ 3. La demande d'ajournement motivée est adressée par la voie hiérarchique :
1° au commandant d'Ă©cole ou, le cas Ă©chĂ©ant, Ă l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation si le candidat se trouve dans une pĂ©riode de formation scolaire ou d'instruction;
2° au chef de corps, qui transmet son avis au commandant de l'organisme central de contrÎle visé à l'article 51, § 1er, si le candidat se trouve dans une période de stage ou d'évaluation.
Elle est introduite par le candidat auprÚs de l'autorité qui exerce les attributions de commandant d'unité.
§ 4. Les demandes, qui selon le commandant d'unité présentent un caractÚre urgent, sont transmises directement à l'autorité qui a droit de décision, accompagnées de l'avis motivé du commandant d'unité.
Dans les autres cas, les supérieurs fonctionnels du commandant d'unité émettent un avis à propos de la demande d'ajournement.
Le premier avis ainsi que tout avis diffĂ©rent de l'avis prĂ©cĂ©dent doivent ĂȘtre motivĂ©s. Les avis dĂ©favorables sont notifiĂ©s au candidat. A l'occasion du premier avis dĂ©favorable ainsi qu'Ă l'occasion de tout avis dĂ©favorable suivant, pour autant que celui-ci fasse Ă©tat d'un nouvel Ă©lĂ©ment, le candidat dispose, Ă partir du jour de la notification de l'avis, de cinq jours ouvrables pour introduire un mĂ©moire.
L'autorité qui a émis un avis faisant l'objet d'un mémoire, peut modifier son avis. Dans ce cas elle notifie ce nouvel avis au candidat sans que ce dernier puisse encore invoquer de nouveaux arguments.
§ 5. La demande d'ajournement fondĂ©e sur des raisons de santĂ© ou de grossesse doit ĂȘtre accompagnĂ©e d'un certificat mĂ©dical, confirmĂ© par le mĂ©decin chargĂ© de la surveillance mĂ©dicale du militaire, attestant la rĂ©alitĂ© des raisons de santĂ© ou de l'Ă©tat de grossesse invoquĂ©s. "
Art. 28. Artikel 46 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 46. § 1. De beslissing over het toekennen a priori of a posteriori van het uitstel, wordt genomen door, naargelang het geval, de schoolcommandant, de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militaire organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt of de commandant van het centrale controleorganisme bedoeld in artikel 51, § 1.
Bij toepassing van artikel 57, § 1, kan, naargelang het geval, de schoolcommandant of de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militaire organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt, een gedeelte van zijn bevoegdheid delegeren aan de commandant of directeur van het vormingsorganisme waar de kandidaat zijn vorming volgt.
§ 2. De beslissing tot uitstel kan omvatten :
1° de toelating om bepaalde proeven of examens op een vastgestelde latere datum af te leggen, terwijl de kandidaat de vorming verder effectief blijft volgen tijdens de uitstelperiode;
2° de toelating om bepaalde proeven of examens op een vastgestelde latere datum af te leggen, terwijl de kandidaat de vorming niet verder effectief blijft volgen tijdens de uitstelperiode;
3° de toelating om één of meerdere vormingsgedeelten, geheel of gedeeltelijk, later te volbrengen;
4° de toelating tot aanhechting aan een latere promotie bij het begin van of tijdens de vormingscyclus gevolgd door die latere promotie;
5° de toelating om gedurende een onbepaalde periode, tot beloop van het maximum bedoeld in artikel 45, § 2, en in elk geval tot de reden van het uitstel ophoudt te bestaan, de vorming niet verder te volgen en de proeven of examens niet meer af te leggen, indien de duur van het uitstel niet kan bepaald worden op het ogenblik van de beslissing.
De beslissing bepaald in het eerste lid, 3°, 4° of 5°, kan ertoe leiden dat de kandidaat sommige reeds gevolgde vormingsgedeelten opnieuw moet volgen.
§ 3. De kandidaat die zich in voorkomend geval na de uitstelperiode niet meldt om de vorming verder te volgen of de proeven en examens af te leggen, wordt van rechtswege mislukt bevonden door, naargelang het geval, de deliberatie- of evaluatiecommissie voor de zitting of het vormingsgedeelte waarvoor hij een uitstel had bekomen.
De kandidaat die niet deelneemt aan één der examens of proeven van een zitting waarvoor hij werd opgeroepen of een vormingsgedeelte, geheel of gedeeltelijk, niet volbrengt en die geen uitstel verkrijgt, wordt van rechtswege mislukt bevonden door, naargelang het geval, de deliberatie- of evaluatiecommissie, voor die zitting of voor dat vormingsgedeelte. "
" Artikel 46. § 1. De beslissing over het toekennen a priori of a posteriori van het uitstel, wordt genomen door, naargelang het geval, de schoolcommandant, de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militaire organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt of de commandant van het centrale controleorganisme bedoeld in artikel 51, § 1.
Bij toepassing van artikel 57, § 1, kan, naargelang het geval, de schoolcommandant of de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militaire organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt, een gedeelte van zijn bevoegdheid delegeren aan de commandant of directeur van het vormingsorganisme waar de kandidaat zijn vorming volgt.
§ 2. De beslissing tot uitstel kan omvatten :
1° de toelating om bepaalde proeven of examens op een vastgestelde latere datum af te leggen, terwijl de kandidaat de vorming verder effectief blijft volgen tijdens de uitstelperiode;
2° de toelating om bepaalde proeven of examens op een vastgestelde latere datum af te leggen, terwijl de kandidaat de vorming niet verder effectief blijft volgen tijdens de uitstelperiode;
3° de toelating om één of meerdere vormingsgedeelten, geheel of gedeeltelijk, later te volbrengen;
4° de toelating tot aanhechting aan een latere promotie bij het begin van of tijdens de vormingscyclus gevolgd door die latere promotie;
5° de toelating om gedurende een onbepaalde periode, tot beloop van het maximum bedoeld in artikel 45, § 2, en in elk geval tot de reden van het uitstel ophoudt te bestaan, de vorming niet verder te volgen en de proeven of examens niet meer af te leggen, indien de duur van het uitstel niet kan bepaald worden op het ogenblik van de beslissing.
De beslissing bepaald in het eerste lid, 3°, 4° of 5°, kan ertoe leiden dat de kandidaat sommige reeds gevolgde vormingsgedeelten opnieuw moet volgen.
§ 3. De kandidaat die zich in voorkomend geval na de uitstelperiode niet meldt om de vorming verder te volgen of de proeven en examens af te leggen, wordt van rechtswege mislukt bevonden door, naargelang het geval, de deliberatie- of evaluatiecommissie voor de zitting of het vormingsgedeelte waarvoor hij een uitstel had bekomen.
De kandidaat die niet deelneemt aan één der examens of proeven van een zitting waarvoor hij werd opgeroepen of een vormingsgedeelte, geheel of gedeeltelijk, niet volbrengt en die geen uitstel verkrijgt, wordt van rechtswege mislukt bevonden door, naargelang het geval, de deliberatie- of evaluatiecommissie, voor die zitting of voor dat vormingsgedeelte. "
Art. 28. L'article 46 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 46. § 1er. La dĂ©cision d'octroyer l'ajournement a priori ou a posteriori, est prise, selon le cas, par le commandant d'Ă©cole, par l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation ou par le commandant de l'organisme de contrĂŽle visĂ© Ă l'article 51, § 1er.
En application de l'article 57, § 1er, selon le cas, le commandant d'Ă©cole ou l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation, peut dĂ©lĂ©guer une partie de sa compĂ©tence au commandant ou au directeur de l'organisme de formation dans lequel le candidat suit sa formation.
§ 2. La décision d'ajournement peut comprendre :
1° l'autorisation de présenter certaines épreuves ou examens à une date ultérieure fixée alors que le candidat continue à suivre effectivement la formation pendant la période d'ajournement;
2° l'autorisation de présenter certaines épreuves ou examens à une date ultérieure fixée alors que le candidat ne continue pas à suivre effectivement la formation pendant la période d'ajournement;
3° l'autorisation de parfaire partiellement ou entiÚrement, une ou plusieurs parties de formation ultérieurement;
4° l'autorisation de rattachement à une promotion ultérieure au début ou pendant le cycle de formation suivi par cette promotion ultérieure;
5° l'autorisation de ne plus suivre la formation et de ne plus prĂ©senter les Ă©preuves ou examens pendant une pĂ©riode indĂ©terminĂ©e, Ă concurrence du maximum visĂ© Ă l'article 45, § 2, et en tout cas jusqu'Ă ce que la raison de l'ajournement cesse d'exister, si la durĂ©e de l'ajournement ne peut ĂȘtre dĂ©terminĂ©e au moment de la dĂ©cision.
La décision visée à l'alinéa 1er, 3°, 4° ou 5°, peut conduire le candidat à devoir suivre à nouveau certaines parties de formation déjà suivies.
§ 3. Le candidat qui, le cas échéant, ne se présente pas à l'issue de la période d'ajournement afin de continuer à suivre la formation ou de présenter les épreuves et examens, est déclaré par, selon le cas, la commission de délibération ou la commission d'évaluation avoir échoué de plein droit à la session ou à la partie de formation pour laquelle il a obtenu un ajournement.
Le candidat qui ne participe pas à un des examens ou épreuves d'une session pour laquelle il a été convoqué ou qui ne parfait pas, partiellement ou entiÚrement, une partie de formation, et qui n'obtient pas d'ajournement, est déclaré par, selon le cas, la commission de délibération ou la commission d'évaluation, avoir échoué de plein droit a cette session ou à cette partie de formation. "
" Article 46. § 1er. La dĂ©cision d'octroyer l'ajournement a priori ou a posteriori, est prise, selon le cas, par le commandant d'Ă©cole, par l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation ou par le commandant de l'organisme de contrĂŽle visĂ© Ă l'article 51, § 1er.
En application de l'article 57, § 1er, selon le cas, le commandant d'Ă©cole ou l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation, peut dĂ©lĂ©guer une partie de sa compĂ©tence au commandant ou au directeur de l'organisme de formation dans lequel le candidat suit sa formation.
§ 2. La décision d'ajournement peut comprendre :
1° l'autorisation de présenter certaines épreuves ou examens à une date ultérieure fixée alors que le candidat continue à suivre effectivement la formation pendant la période d'ajournement;
2° l'autorisation de présenter certaines épreuves ou examens à une date ultérieure fixée alors que le candidat ne continue pas à suivre effectivement la formation pendant la période d'ajournement;
3° l'autorisation de parfaire partiellement ou entiÚrement, une ou plusieurs parties de formation ultérieurement;
4° l'autorisation de rattachement à une promotion ultérieure au début ou pendant le cycle de formation suivi par cette promotion ultérieure;
5° l'autorisation de ne plus suivre la formation et de ne plus prĂ©senter les Ă©preuves ou examens pendant une pĂ©riode indĂ©terminĂ©e, Ă concurrence du maximum visĂ© Ă l'article 45, § 2, et en tout cas jusqu'Ă ce que la raison de l'ajournement cesse d'exister, si la durĂ©e de l'ajournement ne peut ĂȘtre dĂ©terminĂ©e au moment de la dĂ©cision.
La décision visée à l'alinéa 1er, 3°, 4° ou 5°, peut conduire le candidat à devoir suivre à nouveau certaines parties de formation déjà suivies.
§ 3. Le candidat qui, le cas échéant, ne se présente pas à l'issue de la période d'ajournement afin de continuer à suivre la formation ou de présenter les épreuves et examens, est déclaré par, selon le cas, la commission de délibération ou la commission d'évaluation avoir échoué de plein droit à la session ou à la partie de formation pour laquelle il a obtenu un ajournement.
Le candidat qui ne participe pas à un des examens ou épreuves d'une session pour laquelle il a été convoqué ou qui ne parfait pas, partiellement ou entiÚrement, une partie de formation, et qui n'obtient pas d'ajournement, est déclaré par, selon le cas, la commission de délibération ou la commission d'évaluation, avoir échoué de plein droit a cette session ou à cette partie de formation. "
Art. 29. Artikel 47 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 september 2002, wordt vervangen als volgt :
" Artikel 47. § 1. Slechts de kandidaat bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, kan geheroriënteerd worden. De kandidaat kan slechts éénmaal geheroriënteerd worden.
§ 2. De DGHR beslist over de heroriëntering.
§ 3. De kandidaat kan van ambtswege naar een andere specifieke vormingscyclus geheroriënteerd worden, in dezelfde hoedanigheid en in een gelijktijdige promotie voor zover, naargelang het geval :
1° een structurele wijziging in de personeelsbehoeften, die deze heroriëntering rechtvaardigt, zich voordoet tijdens de vormingscyclus;
2° tijdens een periode van schoolvorming of van opleiding :
a) naargelang het geval, de schoolcommandant of de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militaire organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt, ofwel in een gemotiveerd advies vaststelt dat de kandidaat manifest professioneel ongeschikt is voor de specifieke vormingscyclus waarnaar hij georiënteerd werd ofwel dat een uitsluitingscijfer behaald werd op een oriënteringsproef vastgesteld in een reglement uitgevaardigd door de minister en opgelegd door een door de minister aangewezen overheid;
b) en dat er volgens de DGHR een andere personeelsbehoefte is waaraan de kandidaat kan voldoen;
c) en dat de kandidaat akkoord gaat.
In uitzonderlijke gevallen kan een heroriëntering wegens een structurele wijziging in de personeelsbehoeften evenwel plaatsvinden in een andere promotie volgens de procedure en de regels die de minister bepaalt.
§ 4. De kandidaat-beroepsmilitair kan op zijn verzoek geheroriënteerd worden, naargelang het geval :
1° naar een andere specifieke vormingscyclus, in dezelfde hoedanigheid;
2° indien hij aan de leerplicht heeft voldaan, naar een vormingscyclus in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsmilitair in dezelfde personeelscategorie;
3° indien hij aan de leerplicht heeft voldaan, naar een vormingscyclus in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsmilitair in de lagere personeelscategorie.
§ 5. De kandidaat-aanvullingsmilitair kan op zijn verzoek geheroriënteerd worden naargelang het geval :
1° naar een andere specifieke vormingscyclus, in dezelfde hoedanigheid;
2° naar een vormingscyclus in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsmilitair in de lagere personeelscategorie;
3° naar een vormingscyclus in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsmilitair in de lagere personeelscategorie.
§ 6. In de gevallen bedoeld in de §§ 4 en 5, kan de kandidaat geheroriënteerd worden :
1° indien er zich een personeelsbehoefte voordoet die deze heroriëntering mogelijk maakt;
2° indien de kandidaat niet beschouwd wordt als een niet geslaagde kandidaat zoals bedoeld in artikel 2, 22°;
3° indien de kandidaat ten hoogste één vormingsjaar opnieuw dient te volgen en de proeven en examens ervan dient af te leggen;
4° indien de kandidaat-beroepsofficier die vraagt om in een andere specifieke vormingscyclus in dezelfde hoedanigheid te worden geheroriënteerd, bij de werving, geslaagd is in de proeven, bepaald in het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, voor de vormingscyclus waarnaar hij wenst te worden geheroriënteerd;
5° indien de kandidaat-beroepsofficier van de normale werving die vraagt om geheroriënteerd te worden naar de vorming van arts of tandarts, zo dit vereist is, geslaagd is in de toelatingsproef die voorzien is met het oog op het beginnen van deze studies;
6° indien de kandidaat beschikt over de karakteriële en fysieke hoedanigheden vereist voor de vormingscyclus waarnaar hij wenst te worden geheroriënteerd.
De kandidaat-vrijwilliger kan evenwel slechts in dezelfde hoedanigheid en in een gelijktijdige promotie naar een andere specifieke vormingscyclus geheroriënteerd worden, en dit voorzover de heroriëntering mogelijk is zonder dat de kandidaat bijkomende proeven en examens dient af te leggen of een deel van de vorming opnieuw dient te volgen.
§ 7. In voorkomend geval wordt, in de gevallen bedoeld in § 4, alinea 1, 1°, en § 5, alinea 1, 1°, beslist tot de heroriëntering van een kandidaat nadat de specifieke vormingscyclus opengesteld werd voor alle kandidaten in dezelfde hoedanigheid en in dezelfde promotie als de kandidaat die de heroriëntering heeft gevraagd, maar die voor hem gerangschikt zijn.
De bevoegde overheid neemt, in de gevallen bedoeld in de §§ 4 en 5, zijn beslissing op basis van :
1° de personeelsbehoefte in de betrokken specifieke vormingscycli;
2° de selectiegegevens van de kandidaat bij de werving;
3° de resultaten inzake professionele, karakteriële en fysieke hoedanigheden op het vlak van de fysieke conditie van de kandidaat sinds de werving.
§ 8. De kandidaat die geheroriënteerd wordt, volgt het lot van de andere kandidaten van de promotie waarnaar hij geheroriënteerd wordt.
De kandidaat die geheroriënteerd wordt met toepassing van de bepalingen bedoeld in § 3, tweede lid, en die geen vertraging in zijn vorming heeft opgelopen voor een andere reden, wordt evenwel benoemd met terugwerkende kracht op de datum waarop hij zou benoemd zijn geweest indien hij niet geheroriënteerd was geweest. "
" Artikel 47. § 1. Slechts de kandidaat bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, kan geheroriënteerd worden. De kandidaat kan slechts éénmaal geheroriënteerd worden.
§ 2. De DGHR beslist over de heroriëntering.
§ 3. De kandidaat kan van ambtswege naar een andere specifieke vormingscyclus geheroriënteerd worden, in dezelfde hoedanigheid en in een gelijktijdige promotie voor zover, naargelang het geval :
1° een structurele wijziging in de personeelsbehoeften, die deze heroriëntering rechtvaardigt, zich voordoet tijdens de vormingscyclus;
2° tijdens een periode van schoolvorming of van opleiding :
a) naargelang het geval, de schoolcommandant of de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militaire organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt, ofwel in een gemotiveerd advies vaststelt dat de kandidaat manifest professioneel ongeschikt is voor de specifieke vormingscyclus waarnaar hij georiënteerd werd ofwel dat een uitsluitingscijfer behaald werd op een oriënteringsproef vastgesteld in een reglement uitgevaardigd door de minister en opgelegd door een door de minister aangewezen overheid;
b) en dat er volgens de DGHR een andere personeelsbehoefte is waaraan de kandidaat kan voldoen;
c) en dat de kandidaat akkoord gaat.
In uitzonderlijke gevallen kan een heroriëntering wegens een structurele wijziging in de personeelsbehoeften evenwel plaatsvinden in een andere promotie volgens de procedure en de regels die de minister bepaalt.
§ 4. De kandidaat-beroepsmilitair kan op zijn verzoek geheroriënteerd worden, naargelang het geval :
1° naar een andere specifieke vormingscyclus, in dezelfde hoedanigheid;
2° indien hij aan de leerplicht heeft voldaan, naar een vormingscyclus in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsmilitair in dezelfde personeelscategorie;
3° indien hij aan de leerplicht heeft voldaan, naar een vormingscyclus in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsmilitair in de lagere personeelscategorie.
§ 5. De kandidaat-aanvullingsmilitair kan op zijn verzoek geheroriënteerd worden naargelang het geval :
1° naar een andere specifieke vormingscyclus, in dezelfde hoedanigheid;
2° naar een vormingscyclus in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsmilitair in de lagere personeelscategorie;
3° naar een vormingscyclus in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsmilitair in de lagere personeelscategorie.
§ 6. In de gevallen bedoeld in de §§ 4 en 5, kan de kandidaat geheroriënteerd worden :
1° indien er zich een personeelsbehoefte voordoet die deze heroriëntering mogelijk maakt;
2° indien de kandidaat niet beschouwd wordt als een niet geslaagde kandidaat zoals bedoeld in artikel 2, 22°;
3° indien de kandidaat ten hoogste één vormingsjaar opnieuw dient te volgen en de proeven en examens ervan dient af te leggen;
4° indien de kandidaat-beroepsofficier die vraagt om in een andere specifieke vormingscyclus in dezelfde hoedanigheid te worden geheroriënteerd, bij de werving, geslaagd is in de proeven, bepaald in het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, voor de vormingscyclus waarnaar hij wenst te worden geheroriënteerd;
5° indien de kandidaat-beroepsofficier van de normale werving die vraagt om geheroriënteerd te worden naar de vorming van arts of tandarts, zo dit vereist is, geslaagd is in de toelatingsproef die voorzien is met het oog op het beginnen van deze studies;
6° indien de kandidaat beschikt over de karakteriële en fysieke hoedanigheden vereist voor de vormingscyclus waarnaar hij wenst te worden geheroriënteerd.
De kandidaat-vrijwilliger kan evenwel slechts in dezelfde hoedanigheid en in een gelijktijdige promotie naar een andere specifieke vormingscyclus geheroriënteerd worden, en dit voorzover de heroriëntering mogelijk is zonder dat de kandidaat bijkomende proeven en examens dient af te leggen of een deel van de vorming opnieuw dient te volgen.
§ 7. In voorkomend geval wordt, in de gevallen bedoeld in § 4, alinea 1, 1°, en § 5, alinea 1, 1°, beslist tot de heroriëntering van een kandidaat nadat de specifieke vormingscyclus opengesteld werd voor alle kandidaten in dezelfde hoedanigheid en in dezelfde promotie als de kandidaat die de heroriëntering heeft gevraagd, maar die voor hem gerangschikt zijn.
De bevoegde overheid neemt, in de gevallen bedoeld in de §§ 4 en 5, zijn beslissing op basis van :
1° de personeelsbehoefte in de betrokken specifieke vormingscycli;
2° de selectiegegevens van de kandidaat bij de werving;
3° de resultaten inzake professionele, karakteriële en fysieke hoedanigheden op het vlak van de fysieke conditie van de kandidaat sinds de werving.
§ 8. De kandidaat die geheroriënteerd wordt, volgt het lot van de andere kandidaten van de promotie waarnaar hij geheroriënteerd wordt.
De kandidaat die geheroriënteerd wordt met toepassing van de bepalingen bedoeld in § 3, tweede lid, en die geen vertraging in zijn vorming heeft opgelopen voor een andere reden, wordt evenwel benoemd met terugwerkende kracht op de datum waarop hij zou benoemd zijn geweest indien hij niet geheroriënteerd was geweest. "
Art. 29. L'article 47 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 2002, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 47. § 1er. Seul le candidat, visĂ© Ă l'article 2, 1°, de la loi du 21 dĂ©cembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, peut ĂȘtre rĂ©orientĂ©. Le candidat ne peut ĂȘtre rĂ©orientĂ© qu'une seule fois.
§ 2. Le DGHR décide de la réorientation.
§ 3. Le candidat peut ĂȘtre rĂ©orientĂ© d'office vers un autre cycle de formation spĂ©cifique, dans la mĂȘme qualitĂ© et dans une promotion contemporaine, pour autant que, selon le cas :
1° une modification structurelle dans les besoins en personnel, qui justifie cette réorientation, se présente pendant le cycle de formation;
2° pendant une période de formation scolaire ou d'instruction :
a) selon le cas, le commandant d'Ă©cole ou l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation, constate dans un avis motivĂ© que le candidat est manifestement inapte sur le plan professionnel pour le cycle de formation spĂ©cifique dans lequel il a Ă©tĂ© orientĂ© ou qu'une cote d'exclusion a Ă©tĂ© obtenue pour une Ă©preuve d'orientation fixĂ©e dans un rĂšglement arrĂȘtĂ© par le ministre et imposĂ©e par l'autorite dĂ©signĂ©e par le ministre;
b) et que le DGHR constate qu'il existe un autre besoin en personnel auquel le candidat peut satisfaire;
c) et que le candidat soit d'accord.
Dans des cas exceptionnels, une réorientation à la suite d'une modification structurelle dans les besoins en personnel peut toutefois avoir lieu dans une autre promotion selon la procédure et les rÚgles fixées par le ministre.
§ 4. Le candidat militaire de carriĂšre peut Ă sa demande ĂȘtre rĂ©orientĂ©, selon le cas :
1° vers un autre cycle de formation spĂ©cifique, dans la mĂȘme qualitĂ©;
2° Ă condition qu'il ait satisfait Ă l'obligation scolaire, vers un cycle de formation dans la qualitĂ© de candidat militaire de complĂ©ment dans la mĂȘme catĂ©gorie de personnel;
3° à condition qu'il ait satisfait à l'obligation scolaire, vers un cycle de formation dans la qualité de candidat militaire de carriÚre dans la catégorie de personnel inférieure.
§ 5. Le candidat militaire de complĂ©ment peut Ă sa demande ĂȘtre rĂ©orientĂ©, selon le cas :
1° vers un autre cycle de formation spĂ©cifique, dans la mĂȘme qualitĂ©;
2° vers un cycle de formation dans la qualité de candidat militaire de carriÚre dans la catégorie de personnel inférieure;
3° vers un cycle de formation dans la qualité de candidat militaire de complément dans une catégorie de personnel inférieure.
§ 6. Dans les cas visĂ©s aux §§ 4 et 5, le candidat peut ĂȘtre rĂ©orientĂ© :
1° si un besoin en personnel permettant cette réorientation existe;
2° si le candidat n'est pas considéré comme un candidat n'ayant pas réussi tel que visé à l'article 2, 22°;
3° si le candidat doit suivre à nouveau un maximum d'une année de formation et présenter les épreuves et examens y afférents;
4° si le candidat officier de carriĂšre demandant d'ĂȘtre rĂ©orientĂ© vers un autre cycle de formation spĂ©cifique dans la mĂȘme qualitĂ©, a lors du recrutement rĂ©ussi les Ă©preuves, fixĂ©es dans l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires pour le cycle de formation vers lequel il dĂ©sire ĂȘtre rĂ©orientĂ©;
5° si le candidat officier du recrutement normal demandant d'ĂȘtre rĂ©orientĂ© vers une formation de mĂ©decin ou de dentiste, a rĂ©ussi l'epreuve d'admission qui est prĂ©vue en vue de dĂ©buter ces Ă©tudes lorsque ceci est exigĂ©;
6° si le candidat possĂšde les qualitĂ©s caractĂ©rielles et physiques requises pour le cycle de formation vers lequel il dĂ©sire ĂȘtre rĂ©orientĂ©.
Toutefois, le candidat volontaire ne peut ĂȘtre rĂ©orientĂ© que vers un autre cycle de formation spĂ©cifique, dans la mĂȘme qualitĂ© et dans une promotion contemporaine, et ce pour autant que la rĂ©orientation soit possible sans que le candidat doive prĂ©senter des Ă©preuves et des examens supplĂ©mentaires ou doive suivre Ă nouveau une partie de la formation.
§ 7. Le cas Ă©chĂ©ant, dans les cas visĂ©s au § 4, alinĂ©a 1er, 1°, et au § 5, alinĂ©a 1er, 1°, il est dĂ©cide de la rĂ©orientation d'un candidat aprĂšs avoir ouvert le cycle de formation spĂ©cifique pour tous les candidats dans la mĂȘme qualitĂ© et dans la mĂȘme promotion que le candidat qui a demandĂ© la rĂ©orientation, mais qui sont classĂ©s avant lui.
L'autorité compétente prend, dans les cas visés aux §§ 4 et 5, sa décision sur la base :
1° du besoin en personnel dans les cycle de formation spécifiques concernés;
2° des données de sélection du candidat lors du recrutement;
3° des résultats relatifs aux qualités professionnelles, caractérielles et physiques sur le plan de la condition physique du candidat depuis le recrutement.
§ 8. Le candidat réorienté suit le sort des autres candidats de la promotion vers laquelle il est réorienté.
Toutefois, le candidat réorienté en application des dispositions visées au § 3, alinéa 2, et qui n'a pas encouru de retard dans sa formation pour une autre raison, est nommé avec effet rétroactif à la date à laquelle il aurait été nommé s'il n'avait pas été réorienté. "
" Article 47. § 1er. Seul le candidat, visĂ© Ă l'article 2, 1°, de la loi du 21 dĂ©cembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, peut ĂȘtre rĂ©orientĂ©. Le candidat ne peut ĂȘtre rĂ©orientĂ© qu'une seule fois.
§ 2. Le DGHR décide de la réorientation.
§ 3. Le candidat peut ĂȘtre rĂ©orientĂ© d'office vers un autre cycle de formation spĂ©cifique, dans la mĂȘme qualitĂ© et dans une promotion contemporaine, pour autant que, selon le cas :
1° une modification structurelle dans les besoins en personnel, qui justifie cette réorientation, se présente pendant le cycle de formation;
2° pendant une période de formation scolaire ou d'instruction :
a) selon le cas, le commandant d'Ă©cole ou l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation, constate dans un avis motivĂ© que le candidat est manifestement inapte sur le plan professionnel pour le cycle de formation spĂ©cifique dans lequel il a Ă©tĂ© orientĂ© ou qu'une cote d'exclusion a Ă©tĂ© obtenue pour une Ă©preuve d'orientation fixĂ©e dans un rĂšglement arrĂȘtĂ© par le ministre et imposĂ©e par l'autorite dĂ©signĂ©e par le ministre;
b) et que le DGHR constate qu'il existe un autre besoin en personnel auquel le candidat peut satisfaire;
c) et que le candidat soit d'accord.
Dans des cas exceptionnels, une réorientation à la suite d'une modification structurelle dans les besoins en personnel peut toutefois avoir lieu dans une autre promotion selon la procédure et les rÚgles fixées par le ministre.
§ 4. Le candidat militaire de carriĂšre peut Ă sa demande ĂȘtre rĂ©orientĂ©, selon le cas :
1° vers un autre cycle de formation spĂ©cifique, dans la mĂȘme qualitĂ©;
2° Ă condition qu'il ait satisfait Ă l'obligation scolaire, vers un cycle de formation dans la qualitĂ© de candidat militaire de complĂ©ment dans la mĂȘme catĂ©gorie de personnel;
3° à condition qu'il ait satisfait à l'obligation scolaire, vers un cycle de formation dans la qualité de candidat militaire de carriÚre dans la catégorie de personnel inférieure.
§ 5. Le candidat militaire de complĂ©ment peut Ă sa demande ĂȘtre rĂ©orientĂ©, selon le cas :
1° vers un autre cycle de formation spĂ©cifique, dans la mĂȘme qualitĂ©;
2° vers un cycle de formation dans la qualité de candidat militaire de carriÚre dans la catégorie de personnel inférieure;
3° vers un cycle de formation dans la qualité de candidat militaire de complément dans une catégorie de personnel inférieure.
§ 6. Dans les cas visĂ©s aux §§ 4 et 5, le candidat peut ĂȘtre rĂ©orientĂ© :
1° si un besoin en personnel permettant cette réorientation existe;
2° si le candidat n'est pas considéré comme un candidat n'ayant pas réussi tel que visé à l'article 2, 22°;
3° si le candidat doit suivre à nouveau un maximum d'une année de formation et présenter les épreuves et examens y afférents;
4° si le candidat officier de carriĂšre demandant d'ĂȘtre rĂ©orientĂ© vers un autre cycle de formation spĂ©cifique dans la mĂȘme qualitĂ©, a lors du recrutement rĂ©ussi les Ă©preuves, fixĂ©es dans l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires pour le cycle de formation vers lequel il dĂ©sire ĂȘtre rĂ©orientĂ©;
5° si le candidat officier du recrutement normal demandant d'ĂȘtre rĂ©orientĂ© vers une formation de mĂ©decin ou de dentiste, a rĂ©ussi l'epreuve d'admission qui est prĂ©vue en vue de dĂ©buter ces Ă©tudes lorsque ceci est exigĂ©;
6° si le candidat possĂšde les qualitĂ©s caractĂ©rielles et physiques requises pour le cycle de formation vers lequel il dĂ©sire ĂȘtre rĂ©orientĂ©.
Toutefois, le candidat volontaire ne peut ĂȘtre rĂ©orientĂ© que vers un autre cycle de formation spĂ©cifique, dans la mĂȘme qualitĂ© et dans une promotion contemporaine, et ce pour autant que la rĂ©orientation soit possible sans que le candidat doive prĂ©senter des Ă©preuves et des examens supplĂ©mentaires ou doive suivre Ă nouveau une partie de la formation.
§ 7. Le cas Ă©chĂ©ant, dans les cas visĂ©s au § 4, alinĂ©a 1er, 1°, et au § 5, alinĂ©a 1er, 1°, il est dĂ©cide de la rĂ©orientation d'un candidat aprĂšs avoir ouvert le cycle de formation spĂ©cifique pour tous les candidats dans la mĂȘme qualitĂ© et dans la mĂȘme promotion que le candidat qui a demandĂ© la rĂ©orientation, mais qui sont classĂ©s avant lui.
L'autorité compétente prend, dans les cas visés aux §§ 4 et 5, sa décision sur la base :
1° du besoin en personnel dans les cycle de formation spécifiques concernés;
2° des données de sélection du candidat lors du recrutement;
3° des résultats relatifs aux qualités professionnelles, caractérielles et physiques sur le plan de la condition physique du candidat depuis le recrutement.
§ 8. Le candidat réorienté suit le sort des autres candidats de la promotion vers laquelle il est réorienté.
Toutefois, le candidat réorienté en application des dispositions visées au § 3, alinéa 2, et qui n'a pas encouru de retard dans sa formation pour une autre raison, est nommé avec effet rétroactif à la date à laquelle il aurait été nommé s'il n'avait pas été réorienté. "
Art. 30. In artikel 48 van hetzelfde besluit worden de woorden " elke school of elk opleidingsorganisme " vervangen door de woorden " elk vormingsorganisme ".
Art. 30. Dans l'article 48 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de chaque Ă©cole ou de chaque organisme d'instruction " sont remplacĂ©s par les mots " de chaque organisme de formation ".
Art. 31. Artikel 49 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 49. De inschrijving van de kandidaat-beroepsofficier aan een universiteit of een andere externe instelling en het bijwonen van de cursussen, alsook de inschrijving voor en de deelname aan de examens, zijn onderworpen aan de controle van de schoolcommandant waarvan de kandidaat afhangt, of, in voorkomend geval, van de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat. "
" Artikel 49. De inschrijving van de kandidaat-beroepsofficier aan een universiteit of een andere externe instelling en het bijwonen van de cursussen, alsook de inschrijving voor en de deelname aan de examens, zijn onderworpen aan de controle van de schoolcommandant waarvan de kandidaat afhangt, of, in voorkomend geval, van de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat. "
Art. 31. L'article 49 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 49. L'inscription du candidat officier de carriÚre à une université ou à un autre établissement externe et la présence aux cours, ainsi que l'inscription et la participation aux examens, sont soumises au contrÎle du commandant d'école dont dépend le candidat ou, le cas échéant, de l'officier supérieur responsable de la formation du candidat. "
" Article 49. L'inscription du candidat officier de carriÚre à une université ou à un autre établissement externe et la présence aux cours, ainsi que l'inscription et la participation aux examens, sont soumises au contrÎle du commandant d'école dont dépend le candidat ou, le cas échéant, de l'officier supérieur responsable de la formation du candidat. "
Art. 32. In artikel 51 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " stafchef van elk krijgsmachtdeel " vervangen door het woord " DGHR " en vervallen de woorden " in zijn krijgsmachtdeel ";
2° in de Franse tekst van § 2, derde lid, worden de woorden " en sous-périodes " vervangen door de woorden " en périodes partielles ";
3° in paragraaf 3 worden de woorden " de verantwoordelijke eenheidscommandant of door de verantwoordelijke officier dienstoverste, " vervangen door de woorden " de officier, ".
1° in paragraaf 1 worden de woorden " stafchef van elk krijgsmachtdeel " vervangen door het woord " DGHR " en vervallen de woorden " in zijn krijgsmachtdeel ";
2° in de Franse tekst van § 2, derde lid, worden de woorden " en sous-périodes " vervangen door de woorden " en périodes partielles ";
3° in paragraaf 3 worden de woorden " de verantwoordelijke eenheidscommandant of door de verantwoordelijke officier dienstoverste, " vervangen door de woorden " de officier, ".
Art. 32. A l'article 51 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots " chef d'état-major de chaque force " sont remplaces par le mot " DGHR " et les mots " dans sa force " sont supprimés;
2° dans le § 2, alinéa 3, les mots " en sous-périodes " sont remplacés par les mots " en périodes partielles ";
3° dans le § 3, les mots " le commandant d'unité ou par l'officier chef de service responsable " sont remplacés par les mots " l'officier ".
1° dans le § 1er, les mots " chef d'état-major de chaque force " sont remplaces par le mot " DGHR " et les mots " dans sa force " sont supprimés;
2° dans le § 2, alinéa 3, les mots " en sous-périodes " sont remplacés par les mots " en périodes partielles ";
3° dans le § 3, les mots " le commandant d'unité ou par l'officier chef de service responsable " sont remplacés par les mots " l'officier ".
Art. 33. Artikel 52 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 52. Voor elke kandidaat in een stage- of evaluatieperiode wordt, naargelang het geval, een stage- of evaluatiedossier bijgehouden door de officier, daartoe door de korpscommandant aangewezen.
Dit dossier bevat volgende gegevens :
1° de administratieve gegevens van de kandidaat en zijn specialiteit;
2° de aanduiding van de verantwoordelijke officier en van de peter;
3° het programma bedoeld in artikel 51, § 2;
4° de stage- of evaluatieverslagen.
Het dossier wordt geraadpleegd door elke beoordelaar bij elke beoordeling. "
" Artikel 52. Voor elke kandidaat in een stage- of evaluatieperiode wordt, naargelang het geval, een stage- of evaluatiedossier bijgehouden door de officier, daartoe door de korpscommandant aangewezen.
Dit dossier bevat volgende gegevens :
1° de administratieve gegevens van de kandidaat en zijn specialiteit;
2° de aanduiding van de verantwoordelijke officier en van de peter;
3° het programma bedoeld in artikel 51, § 2;
4° de stage- of evaluatieverslagen.
Het dossier wordt geraadpleegd door elke beoordelaar bij elke beoordeling. "
Art. 33. L'article 52 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 52. Pour chaque candidat en période de stage ou d'évaluation, l'officier désigné à cet effet par le chef de corps, tient à jour, selon le cas, un dossier de stage ou d'évaluation.
Ce dossier comporte les données suivantes :
1° les données administratives du candidat ainsi que sa spécialité;
2° la désignation de l'officier responsable ainsi que du parrain;
3° le programme visé à l'article 51, § 2;
4° les rapports de stage ou d'évaluation.
Le dossier est consulté par chaque appréciateur lors de chaque appréciation. "
" Article 52. Pour chaque candidat en période de stage ou d'évaluation, l'officier désigné à cet effet par le chef de corps, tient à jour, selon le cas, un dossier de stage ou d'évaluation.
Ce dossier comporte les données suivantes :
1° les données administratives du candidat ainsi que sa spécialité;
2° la désignation de l'officier responsable ainsi que du parrain;
3° le programme visé à l'article 51, § 2;
4° les rapports de stage ou d'évaluation.
Le dossier est consulté par chaque appréciateur lors de chaque appréciation. "
Art. 34. Artikel 56 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid :
" De resultaten van een kandidaat-beroepsofficier piloot, lid van de categorie van het leerling-varend personeel of van het gebrevetteerd varend personeel, behaald tijdens de periode van professionele vorming van piloot, worden evenwel voorgelegd aan een evaluatiecommissie overeenkomstig de bepalingen toepasselijk op het varend personeel van de krijgsmacht. "
" De resultaten van een kandidaat-beroepsofficier piloot, lid van de categorie van het leerling-varend personeel of van het gebrevetteerd varend personeel, behaald tijdens de periode van professionele vorming van piloot, worden evenwel voorgelegd aan een evaluatiecommissie overeenkomstig de bepalingen toepasselijk op het varend personeel van de krijgsmacht. "
Art. 34. L'article 56 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Toutefois, les résultats d'un candidat officier de carriÚre pilote, membre de la catégorie du personnel navigant élÚve ou du personnel navigant breveté, obtenus pendant la période de formation professionnelle de pilote sont soumis à une commission d'evaluation conformément aux dispositions applicables au personnel navigant des forces armées. "
" Toutefois, les résultats d'un candidat officier de carriÚre pilote, membre de la catégorie du personnel navigant élÚve ou du personnel navigant breveté, obtenus pendant la période de formation professionnelle de pilote sont soumis à une commission d'evaluation conformément aux dispositions applicables au personnel navigant des forces armées. "
Art. 35. Artikel 57, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" § 1. Indien een gedeelte van de vormingscyclus in een burgerlijke of vreemde militaire instelling wordt gevolgd, wordt voor dit gedeelte rekening gehouden met het regime van die instelling wat betreft het verlenen van een vrijstelling of uitstel, de beoordeling van de professionele hoedanigheden, de organisatie en de werking van de deliberatiecommissie en wat betreft de door deze commissie te nemen maatregelen.
De kandidaat volgt het programma en de cursussen die voorzien zijn in deze instelling en legt er de voorziene examens af. De kandidaat wordt, voor de aanvang van de vormingscyclus of van het deel van de vormingscyclus en bij elke wijziging, schriftelijk geĂŻnformeerd over het regime, het programma, de cursussen en de examens en over de voorwaarden om te slagen.
De beoordeling van de karakteriële hoedanigheden kan tot bepaalde periodes van de vorming beperkt worden. "
" § 1. Indien een gedeelte van de vormingscyclus in een burgerlijke of vreemde militaire instelling wordt gevolgd, wordt voor dit gedeelte rekening gehouden met het regime van die instelling wat betreft het verlenen van een vrijstelling of uitstel, de beoordeling van de professionele hoedanigheden, de organisatie en de werking van de deliberatiecommissie en wat betreft de door deze commissie te nemen maatregelen.
De kandidaat volgt het programma en de cursussen die voorzien zijn in deze instelling en legt er de voorziene examens af. De kandidaat wordt, voor de aanvang van de vormingscyclus of van het deel van de vormingscyclus en bij elke wijziging, schriftelijk geĂŻnformeerd over het regime, het programma, de cursussen en de examens en over de voorwaarden om te slagen.
De beoordeling van de karakteriële hoedanigheden kan tot bepaalde periodes van de vorming beperkt worden. "
Art. 35. L'article 57, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" § 1er. Si une partie du cycle de formation est suivie dans un établissement civil ou militaire étranger, il est tenu compte, pour cette partie, du régime de cet établissement quant à l'octroi d'une dispense ou d'un ajournement, l'appréciation des qualités professionnelles, l'organisation et le fonctionnement de la commission de délibération et quant aux mesures à prendre par cette commission.
Le candidat suit le programme et les cours prévus dans cet établissement, et y présente les examens prévus. Avant le début du cycle de formation ou de la partie du cycle de formation et lors de chaque modification, le candidat est informe par écrit du régime, du programme, des cours et des examens ainsi que des conditions de réussite.
L'apprĂ©ciation des qualitĂ©s caractĂ©rielles peut ĂȘtre limitĂ©e Ă certaines pĂ©riodes de la formation. "
" § 1er. Si une partie du cycle de formation est suivie dans un établissement civil ou militaire étranger, il est tenu compte, pour cette partie, du régime de cet établissement quant à l'octroi d'une dispense ou d'un ajournement, l'appréciation des qualités professionnelles, l'organisation et le fonctionnement de la commission de délibération et quant aux mesures à prendre par cette commission.
Le candidat suit le programme et les cours prévus dans cet établissement, et y présente les examens prévus. Avant le début du cycle de formation ou de la partie du cycle de formation et lors de chaque modification, le candidat est informe par écrit du régime, du programme, des cours et des examens ainsi que des conditions de réussite.
L'apprĂ©ciation des qualitĂ©s caractĂ©rielles peut ĂȘtre limitĂ©e Ă certaines pĂ©riodes de la formation. "
Art. 36. Artikel 83 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 september 2002, wordt vervangen als volgt :
" Artikel 83. § 1. De DGHR is bevoegd voor het verlenen van de toestemming aan de kandidaat, op zijn verzoek, tot voortzetting van zijn vorming, zoals bepaald in artikel 24, §§ 2 tot 4, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader.
De overheid neemt haar beslissing op basis van :
1° in voorkomend geval, de resultaten van de selectieproeven;
2° de selectiegegevens van de kandidaat bij de werving;
3° de resultaten inzake professionele hoedanigheden, karakteriële hoedanigheden en fysieke hoedanigheden op het vlak van de fysieke conditie van de kandidaat sinds de werving;
4° de medische geschiktheid van de kandidaat;
5° de personeelsbehoefte in de betrokken specifieke vormingscycli.
§ 2. De kandidaat bedoeld in artikel 24, § 3, van dezelfde wet, kan de toestemming krijgen om zijn vorming voort te zetten, indien hij een wijziging van zijn medisch profiel heeft ondergaan.
§ 3. De kandidaat die zijn vorming kan voortzetten, volgt het lot van de andere kandidaten van zijn promotie. "
" Artikel 83. § 1. De DGHR is bevoegd voor het verlenen van de toestemming aan de kandidaat, op zijn verzoek, tot voortzetting van zijn vorming, zoals bepaald in artikel 24, §§ 2 tot 4, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader.
De overheid neemt haar beslissing op basis van :
1° in voorkomend geval, de resultaten van de selectieproeven;
2° de selectiegegevens van de kandidaat bij de werving;
3° de resultaten inzake professionele hoedanigheden, karakteriële hoedanigheden en fysieke hoedanigheden op het vlak van de fysieke conditie van de kandidaat sinds de werving;
4° de medische geschiktheid van de kandidaat;
5° de personeelsbehoefte in de betrokken specifieke vormingscycli.
§ 2. De kandidaat bedoeld in artikel 24, § 3, van dezelfde wet, kan de toestemming krijgen om zijn vorming voort te zetten, indien hij een wijziging van zijn medisch profiel heeft ondergaan.
§ 3. De kandidaat die zijn vorming kan voortzetten, volgt het lot van de andere kandidaten van zijn promotie. "
Art. 36. L'article 83 du mĂȘme arrĂȘte, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 2002, est remplace par la disposition suivante :
" Article 83. § 1er. Le DGHR est compétent pour accorder au candidat, à sa demande, l'autorisation de poursuivre sa formation, comme fixé à l'article 24, §§ 2 à 4, de la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif.
L'autorité prend sa décision sur la base :
1° le cas échéant, des résultats des épreuves de sélection;
2° des données de sélection du candidat lors du recrutement;
3° des résultats relatifs aux qualités professionnelles, caractérielles et physiques sur le plan de la condition physique du candidat depuis le recrutement;
4° de l'aptitude médicale du candidat;
5° du besoin en personnel dans les cycles de formation spécifiques concernés.
§ 2. Le candidat visĂ© Ă l'article 24, § 3, de la mĂȘme loi, peut obtenir l'autorisation de poursuivre sa formation, si il a subi une modification de son profil mĂ©dical.
§ 3. Le candidat qui peut poursuivre sa formation, suit le sort des autres candidats de sa promotion. "
" Article 83. § 1er. Le DGHR est compétent pour accorder au candidat, à sa demande, l'autorisation de poursuivre sa formation, comme fixé à l'article 24, §§ 2 à 4, de la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif.
L'autorité prend sa décision sur la base :
1° le cas échéant, des résultats des épreuves de sélection;
2° des données de sélection du candidat lors du recrutement;
3° des résultats relatifs aux qualités professionnelles, caractérielles et physiques sur le plan de la condition physique du candidat depuis le recrutement;
4° de l'aptitude médicale du candidat;
5° du besoin en personnel dans les cycles de formation spécifiques concernés.
§ 2. Le candidat visĂ© Ă l'article 24, § 3, de la mĂȘme loi, peut obtenir l'autorisation de poursuivre sa formation, si il a subi une modification de son profil mĂ©dical.
§ 3. Le candidat qui peut poursuivre sa formation, suit le sort des autres candidats de sa promotion. "
Art. 37. Artikel 84 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 september 2002, wordt vervangen als volgt :
" Artikel 84. § 1. De DGHR is bevoegd voor het verlenen van de toestemming inzake de reclassering van de kandidaat, op zijn verzoek, zoals bepaald in artikel 24, § 1, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader. Deze toestemming kan slechts éénmalig gegeven worden.
De overheid neemt zijn beslissing op basis van :
1° in voorkomend geval, de resultaten van de selectieproeven;
2° de selectiegegevens van de kandidaat bij zijn werving;
3° de resultaten inzake professionele hoedanigheden, karakteriële hoedanigheden en fysieke hoedanigheden op het vlak van de fysieke conditie van de kandidaat sinds zijn werving;
4° de reeds gevolgde vormingsgedeelten;
5° de medische geschiktheid van de kandidaat;
6° de vereiste veiligheidsmachtiging;
7° de personeelsbehoefte.
§ 2. De kandidaat-beroepsofficier van de normale of aanvullende werving die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in dezelfde hoedanigheid van kandidaat, in een andere specifieke vormingscyclus tijdens of op het einde van het eerste of tweede jaar van de academische vorming :
a) indien de kandidaat, zo dit vereist is, geslaagd is in de toelatingsproef die voorzien is met het oog op het beginnen van de vorming van arts of tandarts;
b) indien de kandidaat bij de werving, geslaagd is in de bijkomende selectieproeven, bepaald in het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, voor de vormingscyclus waarnaar de kandidaat wenst te worden gereclasseerd;
2° in dezelfde hoedanigheid van kandidaat, in een andere specifieke vormingscyclus, tijdens of op het einde van het derde jaar van de academische vorming of later, indien zijn vormingscyclus hierdoor niet met meer dan één vormingsjaar verlengd wordt;
3° in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsofficier;
4° in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier of kandidaat-beroepsvrijwilliger.
§ 3. De kandidaat-beroepsofficier van de bijzondere werving die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsofficier van de bijzondere werving in een andere specifieke vormingscyclus;
2° in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsofficier;
3° in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier of kandidaat-beroepsvrijwilliger.
§ 4. De kandidaat-beroepsonderofficier van de normale werving die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in dezelfde hoedanigheid in een andere specifieke vormingscyclus voor de kandidaat die slaagt in de bijkomende selectieproeven, bepaald in het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, voor de vormingscyclus waarnaar de kandidaat wenst te worden gereclasseerd;
2° indien hij voldaan heeft aan de leerplicht, in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsonderofficier of van kandidaat-beroepsvrijwilliger.
§ 5. De kandidaat-beroepsonderofficier van de bijzondere werving, die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier van de bijzondere werving in een andere specifieke vormingscyclus;
2° in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsonderofficier of van kandidaat-beroepsvrijwilliger.
§ 6. De kandidaat-vrijwilliger die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden als kandidaat-vrijwilliger in een andere specifieke vormingscyclus in dezelfde hoedanigheid.
§ 7. De kandidaat-aanvullingsofficier die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in dezelfde hoedanigheid van kandidaat, in een andere specifieke vormingscyclus;
2° in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier of kandidaat-beroepsvrijwilliger.
De kandidaat-aanvullingsofficier die evenwel deze hoedanigheid verliest bij toepassing van artikel 5 van het koninklijk besluit van 11 augustus 1994 betreffende sommige uit het gebrevetteerd varend personeel geschrapte hulpofficieren die aanvaard kunnen worden om een vorming tot aanvullingsofficier te volgen, kan slechts gereclasseerd worden in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier of kandidaat-beroepsvrijwilliger.
§ 8. De kandidaat-aanvullingsonderofficier die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in dezelfde hoedanigheid van kandidaat in een andere specifieke vormingscyclus;
2° in de hoedanigheid van kandidaat- beroepsvrijwilliger.
§ 9. De kandidaat die definitief mislukt is wegens onvoldoende karakteriële hoedanigheden kan gereclasseerd worden in een lagere personeelscategorie indien hij voldaan heeft aan de leerplicht.
§ 10. De reclasseringen bedoeld in §§ 2 tot 9 kunnen niet worden toegestaan indien de kandidaat definitief mislukt is tijdens de militaire initiatiefase.
§ 11. De gereclasseerde kandidaat kan worden vrijgesteld van bepaalde vormingsgedeelten overeenkomstig de bepalingen van artikel 44. "
" Artikel 84. § 1. De DGHR is bevoegd voor het verlenen van de toestemming inzake de reclassering van de kandidaat, op zijn verzoek, zoals bepaald in artikel 24, § 1, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader. Deze toestemming kan slechts éénmalig gegeven worden.
De overheid neemt zijn beslissing op basis van :
1° in voorkomend geval, de resultaten van de selectieproeven;
2° de selectiegegevens van de kandidaat bij zijn werving;
3° de resultaten inzake professionele hoedanigheden, karakteriële hoedanigheden en fysieke hoedanigheden op het vlak van de fysieke conditie van de kandidaat sinds zijn werving;
4° de reeds gevolgde vormingsgedeelten;
5° de medische geschiktheid van de kandidaat;
6° de vereiste veiligheidsmachtiging;
7° de personeelsbehoefte.
§ 2. De kandidaat-beroepsofficier van de normale of aanvullende werving die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in dezelfde hoedanigheid van kandidaat, in een andere specifieke vormingscyclus tijdens of op het einde van het eerste of tweede jaar van de academische vorming :
a) indien de kandidaat, zo dit vereist is, geslaagd is in de toelatingsproef die voorzien is met het oog op het beginnen van de vorming van arts of tandarts;
b) indien de kandidaat bij de werving, geslaagd is in de bijkomende selectieproeven, bepaald in het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, voor de vormingscyclus waarnaar de kandidaat wenst te worden gereclasseerd;
2° in dezelfde hoedanigheid van kandidaat, in een andere specifieke vormingscyclus, tijdens of op het einde van het derde jaar van de academische vorming of later, indien zijn vormingscyclus hierdoor niet met meer dan één vormingsjaar verlengd wordt;
3° in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsofficier;
4° in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier of kandidaat-beroepsvrijwilliger.
§ 3. De kandidaat-beroepsofficier van de bijzondere werving die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsofficier van de bijzondere werving in een andere specifieke vormingscyclus;
2° in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsofficier;
3° in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier of kandidaat-beroepsvrijwilliger.
§ 4. De kandidaat-beroepsonderofficier van de normale werving die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in dezelfde hoedanigheid in een andere specifieke vormingscyclus voor de kandidaat die slaagt in de bijkomende selectieproeven, bepaald in het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, voor de vormingscyclus waarnaar de kandidaat wenst te worden gereclasseerd;
2° indien hij voldaan heeft aan de leerplicht, in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsonderofficier of van kandidaat-beroepsvrijwilliger.
§ 5. De kandidaat-beroepsonderofficier van de bijzondere werving, die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier van de bijzondere werving in een andere specifieke vormingscyclus;
2° in de hoedanigheid van kandidaat-aanvullingsonderofficier of van kandidaat-beroepsvrijwilliger.
§ 6. De kandidaat-vrijwilliger die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden als kandidaat-vrijwilliger in een andere specifieke vormingscyclus in dezelfde hoedanigheid.
§ 7. De kandidaat-aanvullingsofficier die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in dezelfde hoedanigheid van kandidaat, in een andere specifieke vormingscyclus;
2° in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier of kandidaat-beroepsvrijwilliger.
De kandidaat-aanvullingsofficier die evenwel deze hoedanigheid verliest bij toepassing van artikel 5 van het koninklijk besluit van 11 augustus 1994 betreffende sommige uit het gebrevetteerd varend personeel geschrapte hulpofficieren die aanvaard kunnen worden om een vorming tot aanvullingsofficier te volgen, kan slechts gereclasseerd worden in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier of kandidaat-beroepsvrijwilliger.
§ 8. De kandidaat-aanvullingsonderofficier die definitief mislukt is wegens onvoldoende professionele hoedanigheden of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan gereclasseerd worden :
1° in dezelfde hoedanigheid van kandidaat in een andere specifieke vormingscyclus;
2° in de hoedanigheid van kandidaat- beroepsvrijwilliger.
§ 9. De kandidaat die definitief mislukt is wegens onvoldoende karakteriële hoedanigheden kan gereclasseerd worden in een lagere personeelscategorie indien hij voldaan heeft aan de leerplicht.
§ 10. De reclasseringen bedoeld in §§ 2 tot 9 kunnen niet worden toegestaan indien de kandidaat definitief mislukt is tijdens de militaire initiatiefase.
§ 11. De gereclasseerde kandidaat kan worden vrijgesteld van bepaalde vormingsgedeelten overeenkomstig de bepalingen van artikel 44. "
Art. 37. L'article 84 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 2002, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 84. § 1er. Le DGHR est compĂ©tent pour accorder l'autorisation de reclasser le candidat Ă sa demande, comme fixĂ© Ă l'article 24, § 1er, de la loi du 21 dĂ©cembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif. Cette autorisation ne peut ĂȘtre octroyĂ©e qu'une seule fois.
L'autorité prend sa décision sur la base :
1° le cas échéant, des résultats des épreuves de sélection;
2° des données de sélection du candidat lors de son recrutement;
3° des résultats relatifs aux qualités professionnelles, caracterielles et physiques sur le plan de la condition physique du candidat depuis son recrutement;
4° des parties de formation déjà suivies;
5° de l'aptitude médicale du candidat;
6° de l'habilitation de sécurité exigée;
7° du besoin en personnel.
§ 2. Le candidat officier de carriĂšre du recrutement normal ou complĂ©mentaire ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la mĂȘme qualitĂ© de candidat, dans un autre cycle de formation spĂ©cifique pendant ou Ă la fin de la premiĂšre ou deuxiĂšme annĂ©e de la formation acadĂ©mique :
a) si le candidat a réussi l'épreuve d'admission qui est prévue en vue de débuter la formation de médecin ou de dentiste, lorsque ceci est exigé;
b) si lors du recrutement, le candidat a reussi les Ă©preuves de sĂ©lection supplĂ©mentaires, fixĂ©es dans l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires, pour le cycle de formation dans lequel le candidat dĂ©sire ĂȘtre reclassĂ©;
2° dans la mĂȘme qualitĂ© de candidat, dans un autre cycle de formation spĂ©cifique, pendant ou Ă la fin de la troisiĂšme annĂ©e de la formation acadĂ©mique ou plus tard, pour autant que son cycle de formation ne soit pas prolongĂ© de plus d'une annĂ©e de formation;
3° dans la qualité de candidat officier de complément;
4° dans la qualité de candidat sous-officier de carriere ou de candidat volontaire de carriÚre.
§ 3. Le candidat officier de carriĂšre du recrutement spĂ©cial ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la qualité de candidat officier de carriÚre du recrutement spécial dans un autre cycle de formation spécifique;
2° dans la qualité de candidat officier de complément;
3° dans la qualité de candidat sous-officier de carriÚre ou de candidat volontaire de carriÚre.
§ 4. Le candidat sous-officier de carriĂšre du recrutement normal ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la mĂȘme qualitĂ© dans un autre cycle de formation spĂ©cifique pour le candidat qui rĂ©ussit les Ă©preuves de sĂ©lection supplĂ©mentaires, fixĂ©es dans l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires, pour le cycle de formation dans lequel le candidat dĂ©sire ĂȘtre reclassĂ©;
2° s'il a satisfait à l'obligation scolaire, dans la qualité de candidat sous-officier de complément ou de candidat volontaire de carriÚre.
§ 5. Le candidat sous-officier de carriĂšre du recrutement spĂ©cial ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la qualité de candidat sous-officier de carriÚre du recrutement spécial dans un autre cycle de formation spécifique;
2° dans la qualité de candidat sous-officier de complément ou de candidat volontaire de carriÚre.
§ 6. Le candidat volontaire ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© comme candidat volontaire dans un autre cycle de formation dans la mĂȘme qualitĂ©.
§ 7. Le candidat officier de complĂ©ment ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la mĂȘme qualitĂ© de candidat, dans un autre cycle de formation spĂ©cifique;
2° dans la qualité de candidat sous-officier de carriere ou de candidat volontaire de carriÚre.
Toutefois, le candidat officier de complĂ©ment, perdant cette qualitĂ© en application de l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 aoĂ»t 1994 relatif Ă certains officiers auxiliaires radiĂ©s du personnel navigant brevetĂ© qui peuvent ĂȘtre admis Ă suivre une formation d'officier de complement, peut uniquement ĂȘtre reclassĂ© en qualitĂ© de candidat sous-officier de carriĂšre ou de candidat volontaire de carriĂšre.
§ 8. Le candidat sous-officier de complĂ©ment ayant dĂ©finitivement Ă©choue pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la mĂȘme qualitĂ© de candidat dans un autre cycle de formation spĂ©cifique;
2° dans la qualité de candidat volontaire de carriÚre.
§ 9. Le candidat ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© Ă la suite d'une apprĂ©ciation insuffisante des qualitĂ©s caractĂ©rielles, peut ĂȘtre reclassĂ© dans une catĂ©gorie de personnel inferieure s'il a satisfait Ă l'obligation scolaire.
§ 10. Les reclassements visĂ©s aux §§ 2 Ă 9 ne peuvent pas ĂȘtre octroyĂ©s si le candidat a dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pendant la phase d'initiation militaire.
§ 11. Le candidat reclassĂ© peut ĂȘtre dispensĂ© de certaines parties de la formation conformĂ©ment aux dispositions de l'article 44. "
" Article 84. § 1er. Le DGHR est compĂ©tent pour accorder l'autorisation de reclasser le candidat Ă sa demande, comme fixĂ© Ă l'article 24, § 1er, de la loi du 21 dĂ©cembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif. Cette autorisation ne peut ĂȘtre octroyĂ©e qu'une seule fois.
L'autorité prend sa décision sur la base :
1° le cas échéant, des résultats des épreuves de sélection;
2° des données de sélection du candidat lors de son recrutement;
3° des résultats relatifs aux qualités professionnelles, caracterielles et physiques sur le plan de la condition physique du candidat depuis son recrutement;
4° des parties de formation déjà suivies;
5° de l'aptitude médicale du candidat;
6° de l'habilitation de sécurité exigée;
7° du besoin en personnel.
§ 2. Le candidat officier de carriĂšre du recrutement normal ou complĂ©mentaire ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la mĂȘme qualitĂ© de candidat, dans un autre cycle de formation spĂ©cifique pendant ou Ă la fin de la premiĂšre ou deuxiĂšme annĂ©e de la formation acadĂ©mique :
a) si le candidat a réussi l'épreuve d'admission qui est prévue en vue de débuter la formation de médecin ou de dentiste, lorsque ceci est exigé;
b) si lors du recrutement, le candidat a reussi les Ă©preuves de sĂ©lection supplĂ©mentaires, fixĂ©es dans l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires, pour le cycle de formation dans lequel le candidat dĂ©sire ĂȘtre reclassĂ©;
2° dans la mĂȘme qualitĂ© de candidat, dans un autre cycle de formation spĂ©cifique, pendant ou Ă la fin de la troisiĂšme annĂ©e de la formation acadĂ©mique ou plus tard, pour autant que son cycle de formation ne soit pas prolongĂ© de plus d'une annĂ©e de formation;
3° dans la qualité de candidat officier de complément;
4° dans la qualité de candidat sous-officier de carriere ou de candidat volontaire de carriÚre.
§ 3. Le candidat officier de carriĂšre du recrutement spĂ©cial ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la qualité de candidat officier de carriÚre du recrutement spécial dans un autre cycle de formation spécifique;
2° dans la qualité de candidat officier de complément;
3° dans la qualité de candidat sous-officier de carriÚre ou de candidat volontaire de carriÚre.
§ 4. Le candidat sous-officier de carriĂšre du recrutement normal ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la mĂȘme qualitĂ© dans un autre cycle de formation spĂ©cifique pour le candidat qui rĂ©ussit les Ă©preuves de sĂ©lection supplĂ©mentaires, fixĂ©es dans l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires, pour le cycle de formation dans lequel le candidat dĂ©sire ĂȘtre reclassĂ©;
2° s'il a satisfait à l'obligation scolaire, dans la qualité de candidat sous-officier de complément ou de candidat volontaire de carriÚre.
§ 5. Le candidat sous-officier de carriĂšre du recrutement spĂ©cial ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la qualité de candidat sous-officier de carriÚre du recrutement spécial dans un autre cycle de formation spécifique;
2° dans la qualité de candidat sous-officier de complément ou de candidat volontaire de carriÚre.
§ 6. Le candidat volontaire ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© comme candidat volontaire dans un autre cycle de formation dans la mĂȘme qualitĂ©.
§ 7. Le candidat officier de complĂ©ment ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la mĂȘme qualitĂ© de candidat, dans un autre cycle de formation spĂ©cifique;
2° dans la qualité de candidat sous-officier de carriere ou de candidat volontaire de carriÚre.
Toutefois, le candidat officier de complĂ©ment, perdant cette qualitĂ© en application de l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 aoĂ»t 1994 relatif Ă certains officiers auxiliaires radiĂ©s du personnel navigant brevetĂ© qui peuvent ĂȘtre admis Ă suivre une formation d'officier de complement, peut uniquement ĂȘtre reclassĂ© en qualitĂ© de candidat sous-officier de carriĂšre ou de candidat volontaire de carriĂšre.
§ 8. Le candidat sous-officier de complĂ©ment ayant dĂ©finitivement Ă©choue pour cause de qualitĂ©s professionnelles insuffisantes ou qui doit ĂȘtre retirĂ© de son cycle de formation spĂ©cifique suite au refus ou au retrait de l'habilitation de sĂ©curitĂ© exigĂ©e, peut ĂȘtre reclassĂ© :
1° dans la mĂȘme qualitĂ© de candidat dans un autre cycle de formation spĂ©cifique;
2° dans la qualité de candidat volontaire de carriÚre.
§ 9. Le candidat ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ© Ă la suite d'une apprĂ©ciation insuffisante des qualitĂ©s caractĂ©rielles, peut ĂȘtre reclassĂ© dans une catĂ©gorie de personnel inferieure s'il a satisfait Ă l'obligation scolaire.
§ 10. Les reclassements visĂ©s aux §§ 2 Ă 9 ne peuvent pas ĂȘtre octroyĂ©s si le candidat a dĂ©finitivement Ă©chouĂ© pendant la phase d'initiation militaire.
§ 11. Le candidat reclassĂ© peut ĂȘtre dispensĂ© de certaines parties de la formation conformĂ©ment aux dispositions de l'article 44. "
Art. 38. In artikel 86 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 september 2003, worden de volgende wijzigen aangebracht :
1° in 1°, d), worden de woorden " de chef defensie " vervangen door het woord " de DGHR ";
2° in 3° worden de woorden " de chef defensie " vervangen door het woord " de DGHR ";
3° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" De DGHR beslist over de reĂŻntegratie. "
1° in 1°, d), worden de woorden " de chef defensie " vervangen door het woord " de DGHR ";
2° in 3° worden de woorden " de chef defensie " vervangen door het woord " de DGHR ";
3° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
" De DGHR beslist over de reĂŻntegratie. "
Art. 38. A l'article 86 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le 1°, d) les mots " le chef de la défense " sont remplacés par le mot " le DGHR ";
2° dans le 3°, les mots " le chef de la défense " sont remplacés par le mot " le DGHR ";
3° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Le DGHR décide de la réintégration. "
1° dans le 1°, d) les mots " le chef de la défense " sont remplacés par le mot " le DGHR ";
2° dans le 3°, les mots " le chef de la défense " sont remplacés par le mot " le DGHR ";
3° l'article est complété par l'alinéa suivant :
" Le DGHR décide de la réintégration. "
Art. 39. In artikel 90, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden " stafchef van het krijgsmachtdeel van de kandidaat " vervangen door het woord " DGHR ".
Art. 39. Dans l'article 90, alinĂ©a 1er, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " chef d'Ă©tat-major de la force du candidat " sont remplacĂ©s par le mot " DGHR ".
Art. 40. Artikel 91 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 91. De aanstelling van degene die de hoedanigheid van kandidaat verliest, wordt van rechtswege ingetrokken.
De aanstelling wordt eveneens van rechtswege ingetrokken van de kandidaat die :
1° gereclasseerd wordt in een andere hoedanigheid bij toepassing van artikel 84;
2° gereïntegreerd wordt in een andere hoedanigheid bij toepassing van artikel 86;
3° op zijn verzoek geheroriënteerd wordt in een andere hoedanigheid.
De kandidaat bedoeld in het tweede lid volgt evenwel voor de aanstellingen het lot van de andere kandidaten van zijn nieuwe promotie.
De kandidaat gereclasseerd in dezelfde hoedanigheid en de kandidaat die aangehecht wordt aan een volgende promotie van kandidaten van dezelfde hoedanigheid bij toepassing van de artikelen 45 en 46 of de artikelen 62, § 3, 3°, en 77 behoudt de graad waarin hij was aangesteld. Hij volgt evenwel voor de latere aanstellingen het lot van de andere kandidaten van zijn nieuwe promotie. "
" Artikel 91. De aanstelling van degene die de hoedanigheid van kandidaat verliest, wordt van rechtswege ingetrokken.
De aanstelling wordt eveneens van rechtswege ingetrokken van de kandidaat die :
1° gereclasseerd wordt in een andere hoedanigheid bij toepassing van artikel 84;
2° gereïntegreerd wordt in een andere hoedanigheid bij toepassing van artikel 86;
3° op zijn verzoek geheroriënteerd wordt in een andere hoedanigheid.
De kandidaat bedoeld in het tweede lid volgt evenwel voor de aanstellingen het lot van de andere kandidaten van zijn nieuwe promotie.
De kandidaat gereclasseerd in dezelfde hoedanigheid en de kandidaat die aangehecht wordt aan een volgende promotie van kandidaten van dezelfde hoedanigheid bij toepassing van de artikelen 45 en 46 of de artikelen 62, § 3, 3°, en 77 behoudt de graad waarin hij was aangesteld. Hij volgt evenwel voor de latere aanstellingen het lot van de andere kandidaten van zijn nieuwe promotie. "
Art. 40. L'article 91 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 91. La commission de celui qui perd la qualite de candidat est retirée de plein droit.
Est également retirée de plein droit la commission du candidat qui :
1° est reclassé dans une autre qualité en application de l'article 84;
2° est réintégré dans une autre qualité en application de l'article 86;
3° à sa demande est réorienté dans une autre qualité.
Toutefois, le candidat visé a l'alinéa 2 suit pour les commissions le sort des autres candidats de sa nouvelle promotion.
Le candidat reclassĂ© dans la mĂȘme qualitĂ© et le candidat rattachĂ© Ă une promotion ultĂ©rieure de candidats de la mĂȘme qualitĂ© en application des articles 45 et 46 ou des articles 62, § 3, 3°, et 77 conserve le grade auquel il Ă©tait commissionnĂ©. Il suit toutefois le sort des autres candidats de sa nouvelle promotion pour les commissions ultĂ©rieures. "
" Article 91. La commission de celui qui perd la qualite de candidat est retirée de plein droit.
Est également retirée de plein droit la commission du candidat qui :
1° est reclassé dans une autre qualité en application de l'article 84;
2° est réintégré dans une autre qualité en application de l'article 86;
3° à sa demande est réorienté dans une autre qualité.
Toutefois, le candidat visé a l'alinéa 2 suit pour les commissions le sort des autres candidats de sa nouvelle promotion.
Le candidat reclassĂ© dans la mĂȘme qualitĂ© et le candidat rattachĂ© Ă une promotion ultĂ©rieure de candidats de la mĂȘme qualitĂ© en application des articles 45 et 46 ou des articles 62, § 3, 3°, et 77 conserve le grade auquel il Ă©tait commissionnĂ©. Il suit toutefois le sort des autres candidats de sa nouvelle promotion pour les commissions ultĂ©rieures. "
Art. 41. Artikel 97, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 april 2002, wordt vervangen als volgt :
" De kandidaat-beroepsofficier die als kandidaat-aanvullingsofficier gereclasseerd werd, wordt op de dag van zijn reclassering aangesteld in de graad waarmee hij was bekleed in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsofficier. Voor de latere aanstellingen volgt hij evenwel het lot van de andere kandidaten van zijn nieuwe promotie. "
" De kandidaat-beroepsofficier die als kandidaat-aanvullingsofficier gereclasseerd werd, wordt op de dag van zijn reclassering aangesteld in de graad waarmee hij was bekleed in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsofficier. Voor de latere aanstellingen volgt hij evenwel het lot van de andere kandidaten van zijn nieuwe promotie. "
Art. 41. L'article 97, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 25 avril 2002, est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Le candidat officier de carriĂšre qui a Ă©tĂ© reclassĂ© comme candidat officier de complĂ©ment est, le jour de son reclassement, commissionnĂ© au grade dont il Ă©tait revĂȘtu en qualitĂ© de candidat officier de carriĂšre. Toutefois, pour les commissions ultĂ©rieures, il suit le sort des autres candidats de sa nouvelle promotion. "
" Le candidat officier de carriĂšre qui a Ă©tĂ© reclassĂ© comme candidat officier de complĂ©ment est, le jour de son reclassement, commissionnĂ© au grade dont il Ă©tait revĂȘtu en qualitĂ© de candidat officier de carriĂšre. Toutefois, pour les commissions ultĂ©rieures, il suit le sort des autres candidats de sa nouvelle promotion. "
Art. 42. Artikel 98, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 april 2002, wordt vervangen als volgt :
" De kandidaat-beroepsonderofficier, die als kandidaat-aanvullingsonderofficier werd gereclasseerd, wordt op de dag van zijn reclassering aangesteld in de graad waarmee hij was bekleed in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier. Voor de latere aanstellingen volgt hij evenwel het lot van de andere kandidaten van zijn nieuwe promotie. "
" De kandidaat-beroepsonderofficier, die als kandidaat-aanvullingsonderofficier werd gereclasseerd, wordt op de dag van zijn reclassering aangesteld in de graad waarmee hij was bekleed in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsonderofficier. Voor de latere aanstellingen volgt hij evenwel het lot van de andere kandidaten van zijn nieuwe promotie. "
Art. 42. L'article 98, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘte royal du 25 avril 2002, est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Toutefois, le candidat sous-officier de carriĂšre qui a Ă©tĂ© reclassĂ© comme candidat sous-officier de complĂ©ment est, le jour de son reclassement, commissionne au grade dont il etait revĂȘtu en qualitĂ© de candidat sous-officier de carriĂšre. Toutefois, pour les commissions ultĂ©rieures, il suit le sort des autres candidats de sa nouvelle promotion. "
" Toutefois, le candidat sous-officier de carriĂšre qui a Ă©tĂ© reclassĂ© comme candidat sous-officier de complĂ©ment est, le jour de son reclassement, commissionne au grade dont il etait revĂȘtu en qualitĂ© de candidat sous-officier de carriĂšre. Toutefois, pour les commissions ultĂ©rieures, il suit le sort des autres candidats de sa nouvelle promotion. "
Art. 43. In artikel 100, § 1, tweede lid, 3°, van hetzelfde besluit, worden de woorden " door de chef van de generale staf " vervangen door de woorden " door de chef defensie ".
Art. 43. Dans l'article 100, § 1er, alinĂ©a 2, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " par le chef de l'Ă©tat-major gĂ©nĂ©ral " sont remplacĂ©s par les mots " par le chef de la dĂ©fense ".
Art. 44. Afdeling I van hoofdstuk III van titel IV van hetzelfde besluit, bestaande uit artikel 135 en artikel 136, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 september 2002 en 11 september 2003, wordt opgeheven.
Art. 44. La section premiĂšre du Chapitre III du Titre IV, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, comprenant l'article 135 et l'article 136, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 26 septembre 2002 et 11 septembre 2003, est abrogĂ©e.
Art. 45. Afdeling II van hoofdstuk III van titel IV van hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 137 tot 140, wordt opgeheven.
Art. 45. La section II du Chapitre III du Titre IV, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, comprenant les articles 137 Ă 140, est abrogĂ©e.
Art. 46. Afdeling IV van hoofdstuk III van titel IV van hetzelfde besluit, bestaande uit artikel 142, wordt opgeheven.
Art. 46. La section IV du Chapitre III du Titre IV, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, comprenant l'article 142, est abrogĂ©e.
Art. 47. Afdeling V van hoofdstuk III van titel IV van hetzelfde besluit, bestaande uit artikel 143, wordt opgeheven.
Art. 47. La section V du Chapitre III du Titre IV, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, comprenant l'article 143, est abrogĂ©e.
HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het koninklijk besluit van 29 juli 1997 tot uitvoering van de wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking.
CHAPITRE VI. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 29 juillet 1997 portant exĂ©cution de la loi du 25 mai 2000 instaurant le rĂ©gime volontaire de travail de la semaine de quatre jours et le rĂ©gime du dĂ©part anticipĂ© Ă mi-temps pour certains militaires et modifiant le statut des militaires en vue d'instaurer le retrait temporaire d'emploi par interruption de carriĂšre.
Art. 48. Overal in de tekst en in de bijlagen van het koninklijk besluit van 29 juli 1997 tot uitvoering van de wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking worden de woorden " stafchef van het krijgsmachtdeel " vervangen door de woorden " directeur-generaal human resources ".
Art. 48. Partout dans le texte et dans les annexes de l'arrĂȘtĂ© royal du 29 juillet 1997 portant exĂ©cution de la loi du 25 mai 2000 instaurant le rĂ©gime volontaire de travail de la semaine de quatre jours et le rĂ©gime du dĂ©part anticipĂ© Ă mi-temps pour certains militaires et modifiant le statut des militaires en vue d'instaurer le retrait temporaire d'emploi par interruption de carriere, les mots " chef d'Ă©tat-major de la force " sont remplacĂ©s par les mots " directeur gĂ©nĂ©ral human resources ".
Art. 49. Overal in de Franse tekst van hetzelfde besluit worden de woorden " Ministre de la Défense nationale " vervangen door de woorden " Ministre de la Défense ".
Art. 49. Partout dans le texte français du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Ministre de la DĂ©fense nationale " sont remplacĂ©s par les mots " Ministre de la DĂ©fense ".
Art. 50. In artikel 12, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " van drie maanden ".
Art. 50. A l'article 12, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de trois mois " sont supprimĂ©s.
Art. 51. In artikel 14, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 maart 2001, worden de woorden " 2 829 frank " vervangen door de woorden " 70,13 EUR ".
Art. 51. Dans l'article 14, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mars 2001, les mots " 2 829 francs " sont remplacĂ©s par les mots " 70,13 EUR ".
Art. 52. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " artikel 7 van het koninklijk besluit van 4 juli 1994 " vervangen door de woorden " artikel 9 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 ";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " artikel 17 van het voornoemde koninklijk besluit van 4 juli 1994. " vervangen door de woorden " artikel 19 van het voornoemde koninklijk besluit van 18 maart 2003. ";
3° in paragraaf 3 worden de woorden " de artikelen 20ter en 28 van het koninklijk besluit van 4 juli 1994 " vervangen door de woorden " de artikelen 24 en 36, § 1, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 ".
1° in paragraaf 1 worden de woorden " artikel 7 van het koninklijk besluit van 4 juli 1994 " vervangen door de woorden " artikel 9 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 ";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " artikel 17 van het voornoemde koninklijk besluit van 4 juli 1994. " vervangen door de woorden " artikel 19 van het voornoemde koninklijk besluit van 18 maart 2003. ";
3° in paragraaf 3 worden de woorden " de artikelen 20ter en 28 van het koninklijk besluit van 4 juli 1994 " vervangen door de woorden " de artikelen 24 en 36, § 1, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 ".
Art. 52. A l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots " l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 juillet 1994 " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 9 de l'arrete royal du 18 mars 2003 ";
2° dans le § 2, alinĂ©a 1er, les mots " l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 4 juillet 1994. " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 19 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 18 mars 2003. ";
3° dans le § 3, les mots " articles 20ter et 28 de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 juillet 1994 " sont remplacĂ©s par les mots " articles 24 et 36, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 ".
1° dans le § 1er, les mots " l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 juillet 1994 " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 9 de l'arrete royal du 18 mars 2003 ";
2° dans le § 2, alinĂ©a 1er, les mots " l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 4 juillet 1994. " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 19 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 18 mars 2003. ";
3° dans le § 3, les mots " articles 20ter et 28 de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 juillet 1994 " sont remplacĂ©s par les mots " articles 24 et 36, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 ".
Art. 53. In artikel 20, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " van drie maanden ".
Art. 53. A l'article 20, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de trois mois " sont supprimĂ©s.
Art. 54. In artikel 22, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 maart 2001, worden de woorden " 11 940 frank " vervangen door de woorden " 295,99 EUR ".
Art. 54. Dans l'article 22, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mars 2001, les mots " 11 940 francs " sont remplacĂ©s par les mots " 295,99 EUR ".
Art. 55. In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " artikel 7 van het koninklijk besluit van 4 juli 1994 " vervangen door de woorden " artikel 9 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 ";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " artikel 17 van het voornoemde koninklijk besluit van 4 juli 1994. " vervangen door de woorden " artikel 19 van het voornoemde koninklijk besluit van 18 maart 2003. ";
3° in paragraaf 3 worden de woorden " de artikelen 20ter en 28 van het koninklijk besluit van 4 juli 1994 " vervangen door de woorden " de artikelen 24 en 36, § 1, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 ".
1° in paragraaf 1 worden de woorden " artikel 7 van het koninklijk besluit van 4 juli 1994 " vervangen door de woorden " artikel 9 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 ";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " artikel 17 van het voornoemde koninklijk besluit van 4 juli 1994. " vervangen door de woorden " artikel 19 van het voornoemde koninklijk besluit van 18 maart 2003. ";
3° in paragraaf 3 worden de woorden " de artikelen 20ter en 28 van het koninklijk besluit van 4 juli 1994 " vervangen door de woorden " de artikelen 24 en 36, § 1, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 ".
Art. 55. A l'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots " l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 juillet 1994 " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 9 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 ";
2° dans le § 2, alinĂ©a 1er, les mots " l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 4 juillet 1994. " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 19 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 18 mars 2003. ";
3° dans le § 3, les mots " articles 20ter et 28 de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 juillet 1994 " sont remplacĂ©s par les mots " articles 24 et 36, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 ".
1° dans le § 1er, les mots " l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 juillet 1994 " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 9 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 ";
2° dans le § 2, alinĂ©a 1er, les mots " l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 4 juillet 1994. " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 19 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 18 mars 2003. ";
3° dans le § 3, les mots " articles 20ter et 28 de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 juillet 1994 " sont remplacĂ©s par les mots " articles 24 et 36, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 ".
Art. 56. In artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 maart 2001, worden de woorden " artikel 7 van het koninklijk besluit van 4 juli 1994 " vervangen door de woorden " artikel 9 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 ".
Art. 56. A l'article 26 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mars 2001, les mots " l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 juillet 1994 " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 9 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 ".
Art. 57. Bijlage 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.
Art. 57. L'annexe 1re du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ©e par l'annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 betreffende de overgang binnen dezelfde personeelscategorie en de sociale promotie naar een hogere personeelscategorie.
CHAPITRE VII. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 relatif au passage au sein de la mĂȘme catĂ©gorie de personnel et Ă la promotion sociale vers une catĂ©gorie de personnel supĂ©rieure.
Art. 58. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 betreffende de overgang binnen dezelfde personeelscategorie en de sociale promotie naar een hogere personeelscategorie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de Franse tekst van paragraaf 1, 5°, vervalt het woord " nationale ";
2° in paragraaf 3 vervallen de woorden " de werving en ";
3° paragraaf 3, 5°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, wordt aangevuld als volgt :
" , en bedoeld in artikel 75, met uitzondering van het eerste lid, 1° ";
4° in paragraaf 5, derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " Indien hij slaagt bij de tweede poging, wordt de helft van de punten toegekend. " vervangen door de woorden " Indien hij slaagt bij de tweede poging, wordt voor het opmaken van de rangschikking de helft van de punten, bedoeld in de artikelen 13, eerste lid, 1°, 21, tweede lid, 1°, 30, eerste lid, 1°, en 40, eerste lid, 1°, toegekend. "
1° in de Franse tekst van paragraaf 1, 5°, vervalt het woord " nationale ";
2° in paragraaf 3 vervallen de woorden " de werving en ";
3° paragraaf 3, 5°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, wordt aangevuld als volgt :
" , en bedoeld in artikel 75, met uitzondering van het eerste lid, 1° ";
4° in paragraaf 5, derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " Indien hij slaagt bij de tweede poging, wordt de helft van de punten toegekend. " vervangen door de woorden " Indien hij slaagt bij de tweede poging, wordt voor het opmaken van de rangschikking de helft van de punten, bedoeld in de artikelen 13, eerste lid, 1°, 21, tweede lid, 1°, 30, eerste lid, 1°, en 40, eerste lid, 1°, toegekend. "
Art. 58. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 relatif au passage au sein de la mĂȘme catĂ©gorie de personnel et a la promotion sociale vers une catĂ©gorie de personnel supĂ©rieure, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au § 1er, 5°, le mot " nationale " est supprimé;
2° au § 3, les mots " au recrutement et " sont supprimés;
3° le § 3, 5°, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, est complĂ©tĂ© comme suit :
" , et visée à l'article 75, à l'exception de alinéa 1er, 1° ";
4° dans le § 5, alinĂ©a 3, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " S'il reussit lors du deuxiĂšme essai, la moitiĂ© des points est accordĂ©e. " sont remplacĂ©s par les mots " S'il rĂ©ussit lors du deuxiĂšme essai, pour l'Ă©tablissement du classement la moitiĂ© des points, visĂ©s aux articles 13, alinĂ©a 1er, 1°, 21, alinĂ©a 2, 1°, 30, alinĂ©a 1er, 1°, et 40, alinĂ©a 1er, 1°, est accordĂ©e. "
1° au § 1er, 5°, le mot " nationale " est supprimé;
2° au § 3, les mots " au recrutement et " sont supprimés;
3° le § 3, 5°, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, est complĂ©tĂ© comme suit :
" , et visée à l'article 75, à l'exception de alinéa 1er, 1° ";
4° dans le § 5, alinĂ©a 3, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " S'il reussit lors du deuxiĂšme essai, la moitiĂ© des points est accordĂ©e. " sont remplacĂ©s par les mots " S'il rĂ©ussit lors du deuxiĂšme essai, pour l'Ă©tablissement du classement la moitiĂ© des points, visĂ©s aux articles 13, alinĂ©a 1er, 1°, 21, alinĂ©a 2, 1°, 30, alinĂ©a 1er, 1°, et 40, alinĂ©a 1er, 1°, est accordĂ©e. "
Art. 59. In artikel 2, § 1, 3°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " ten minste de helft van de punten behalen voor het geheel van de militaire tests van lichamelijke geschiktheid die door de chef defensie worden bepaald en " vervangen door de woorden " slagen voor de militaire tests van lichamelijke geschiktheid van de militairen van het actief kader, volgens de criteria bepaald door de minister, ".
Art. 59. Dans l'article 2, § 1er, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " obtenir au moins la moitiĂ© des points pour l'ensemble des tests militaires d'aptitude physique qui sont dĂ©terminĂ©s par le chef de la dĂ©fense et " sont remplacĂ©s par les mots " rĂ©ussir les tests militaires d'aptitude physique des militaires du cadre actif, selon les critĂšres fixĂ©s par le ministre, ".
Art. 60. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " een geneesheer van het actief kader " vervangen door de woorden " de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair ";
2° in het vijfde lid worden de woorden " , volgens de criteria vastgesteld in het reglement bedoeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 3°, " ingevoegd tussen de woorden " De aanvullingsvrijwilliger die " en de woorden " slaagt voor deze tests ".
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " een geneesheer van het actief kader " vervangen door de woorden " de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair ";
2° in het vijfde lid worden de woorden " , volgens de criteria vastgesteld in het reglement bedoeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 3°, " ingevoegd tussen de woorden " De aanvullingsvrijwilliger die " en de woorden " slaagt voor deze tests ".
Art. 60. A l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " un mĂ©decin du cadre actif " sont remplacĂ©s par les mots " le mĂ©decin chargĂ© de la surveillance mĂ©dicale du militaire ";
2° dans l'alinéa 5, les mots " , selon les critÚres fixés au rÚglement visé à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 3°, " sont insérés entre les mots " Le volontaire de complément qui " et les mots " réussit ces tests ".
1° dans l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " un mĂ©decin du cadre actif " sont remplacĂ©s par les mots " le mĂ©decin chargĂ© de la surveillance mĂ©dicale du militaire ";
2° dans l'alinéa 5, les mots " , selon les critÚres fixés au rÚglement visé à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, 3°, " sont insérés entre les mots " Le volontaire de complément qui " et les mots " réussit ces tests ".
Art. 61. In artikel 7, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " het slagen voor het geheel van de militaire tests van lichamelijke geschiktheid " vervangen door de woorden " het slagen voor de militaire tests van lichamelijke geschiktheid volgens de criteria bepaald door de minister ".
Art. 61. Dans l'article 7, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " la rĂ©ussite de l'ensemble des tests militaires d'aptitude physique " sont remplacĂ©s par les mots " la rĂ©ussite des tests militaires d'aptitude physique selon les critĂšres fixĂ©s par le ministre ".
Art. 62. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door de chef defensie worden bepaald " vervangen door de woorden " worden vastgesteld in het reglement bedoeld in artikel 7, tweede lid ";
2° in het derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " een geneesheer van het actief kader " vervangen door de woorden " de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair ";
3° in het vierde lid vervallen de woorden " De aanvullingsonderofficier dient ten minste de helft van de punten te behalen voor het geheel van deze tests. "
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door de chef defensie worden bepaald " vervangen door de woorden " worden vastgesteld in het reglement bedoeld in artikel 7, tweede lid ";
2° in het derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " een geneesheer van het actief kader " vervangen door de woorden " de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair ";
3° in het vierde lid vervallen de woorden " De aanvullingsonderofficier dient ten minste de helft van de punten te behalen voor het geheel van deze tests. "
Art. 62. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " dĂ©terminĂ©s par le chef de la dĂ©fense " sont remplacĂ©s par les mots " fixĂ©s dans le rĂšglement visĂ© Ă l'article 7, alinĂ©a 2 ";
2° dans l'alinĂ©a 3, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " un mĂ©decin du cadre actif " sont remplacĂ©s par les mots " le mĂ©decin chargĂ© de la surveillance mĂ©dicale du militaire ";
3° à l'alinéa 4, les mots " Le sous-officier de complément doit obtenir au moins la moitié des points pour l'ensemble de ces tests. " sont supprimés.
1° dans l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " dĂ©terminĂ©s par le chef de la dĂ©fense " sont remplacĂ©s par les mots " fixĂ©s dans le rĂšglement visĂ© Ă l'article 7, alinĂ©a 2 ";
2° dans l'alinĂ©a 3, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " un mĂ©decin du cadre actif " sont remplacĂ©s par les mots " le mĂ©decin chargĂ© de la surveillance mĂ©dicale du militaire ";
3° à l'alinéa 4, les mots " Le sous-officier de complément doit obtenir au moins la moitié des points pour l'ensemble de ces tests. " sont supprimés.
Art. 63. Artikel 11, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
" De voorzitter en de andere leden van de examencommissie evenals hun plaatsvervangers dienen deel uit te maken van het personeel van een vormingsorganisme van de krijgsmacht en worden aangewezen door de DGHR. "
" De voorzitter en de andere leden van de examencommissie evenals hun plaatsvervangers dienen deel uit te maken van het personeel van een vormingsorganisme van de krijgsmacht en worden aangewezen door de DGHR. "
Art. 63. L'article 11, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Le président et les autres membres du jury ainsi que leurs suppléants doivent faire partie du personnel d'un organisme de formation des forces armées et sont désignés par le DGHR. "
" Le président et les autres membres du jury ainsi que leurs suppléants doivent faire partie du personnel d'un organisme de formation des forces armées et sont désignés par le DGHR. "
Art. 64. In artikel 13, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003, worden de woorden " per korps, in voorkomend geval per specialiteit " vervangen door de woorden " per krijgsmachtdeel, in voorkomend geval per korps, per specialiteit of per ambt ".
Art. 64. Dans l'article 13, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 janvier 2003, les mots " par corps, le cas Ă©chĂ©ant par specialitĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " par force, le cas Ă©chĂ©ant par corps, par spĂ©cialitĂ© ou par emploi ".
Art. 65. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, vervallen de woorden " de werving en ";
2° in het vierde lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " de schoolcommandant " vervangen door de woorden " , naargelang het geval, de schoolcommandant of de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militair organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt ".
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, vervallen de woorden " de werving en ";
2° in het vierde lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " de schoolcommandant " vervangen door de woorden " , naargelang het geval, de schoolcommandant of de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militair organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt ".
Art. 65. A l'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° Ă l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " au recrutement et " sont supprimĂ©s;
2° dans l'alinĂ©a 4, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " le commandant de l'Ă©cole " sont remplacĂ©s par les mots " , selon le cas, le commandant de l'Ă©cole ou l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation ".
1° Ă l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " au recrutement et " sont supprimĂ©s;
2° dans l'alinĂ©a 4, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " le commandant de l'Ă©cole " sont remplacĂ©s par les mots " , selon le cas, le commandant de l'Ă©cole ou l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation ".
Art. 66. In artikel 16, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " voor het geheel van de militaire tests van lichamelijke geschiktheid " vervangen door de woorden " voor de militaire tests van lichamelijke geschiktheid volgens de criteria bepaald door de minister ".
Art. 66. Dans l'article 16, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘte, les mots " de l'ensemble des tests militaires d'aptitude physique " sont remplacĂ©s par les mots " des tests militaires d'aptitude physique selon les critĂšres fixĂ©s par le ministre ".
Art. 67. In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door de chef defensie worden bepaald " vervangen door de woorden " worden bepaald door de minister ";
2° in het derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door een geneesheer van het actief kader " vervangen door de woorden " door de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair ";
3° in het vierde lid, vervallen de woorden " De aanvullingsofficier dient ten minste de helft van de punten te behalen voor het geheel van deze tests. ".
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door de chef defensie worden bepaald " vervangen door de woorden " worden bepaald door de minister ";
2° in het derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door een geneesheer van het actief kader " vervangen door de woorden " door de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair ";
3° in het vierde lid, vervallen de woorden " De aanvullingsofficier dient ten minste de helft van de punten te behalen voor het geheel van deze tests. ".
Art. 67. A l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportees les modifications suivantes :
1° dans l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " dĂ©terminĂ©s par le chef de la dĂ©fense " sont remplacĂ©s par les mots " fixĂ©s par le ministre ";
2° dans l'alinĂ©a 3, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " un mĂ©decin du cadre actif " sont remplacĂ©s par les mots " le mĂ©decin chargĂ© de la surveillance mĂ©dicale du militaire ";
3° à l'alinéa 4, les mots " L'officier de complément doit obtenir au moins la moitié des points pour l'ensemble de ces tests. " sont supprimés.
1° dans l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " dĂ©terminĂ©s par le chef de la dĂ©fense " sont remplacĂ©s par les mots " fixĂ©s par le ministre ";
2° dans l'alinĂ©a 3, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " un mĂ©decin du cadre actif " sont remplacĂ©s par les mots " le mĂ©decin chargĂ© de la surveillance mĂ©dicale du militaire ";
3° à l'alinéa 4, les mots " L'officier de complément doit obtenir au moins la moitié des points pour l'ensemble de ces tests. " sont supprimés.
Art. 68. Artikel 20, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
" De voorzitter en de andere leden van de examencommissie evenals hun plaatsvervangers dienen deel uit te maken van het personeel van een vormingsorganisme van de krijgsmacht en worden aangewezen door de DGHR. "
" De voorzitter en de andere leden van de examencommissie evenals hun plaatsvervangers dienen deel uit te maken van het personeel van een vormingsorganisme van de krijgsmacht en worden aangewezen door de DGHR. "
Art. 68. L'article 20, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Le président et les autres membres du jury ainsi que leurs suppléants doivent faire partie du personnel d'un organisme de formation des forces armées et sont désignés par le DGHR. "
" Le président et les autres membres du jury ainsi que leurs suppléants doivent faire partie du personnel d'un organisme de formation des forces armées et sont désignés par le DGHR. "
Art. 69. In artikel 21, vierde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003, worden de woorden " per korps, in voorkomend geval per specialiteit " vervangen door de woorden " per krijgsmachtdeel, in voorkomend geval per korps, per specialiteit of per ambt ".
Art. 69. Dans l'article 21, alinĂ©a 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 janvier 2003, les mots " par corps, le cas Ă©chĂ©ant par spĂ©cialitĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " par force, le cas Ă©chĂ©ant par corps, par spĂ©cialitĂ© ou par emploi ".
Art. 70. In artikel 24, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " voor het geheel van de militaire tests van lichamelijke geschiktheid " vervangen door de woorden " voor de militaire tests van lichamelijke geschiktheid volgens de criteria bepaald door de minister ".
Art. 70. Dans l'article 24, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de l'ensemble des tests militaires d'aptitude physique " sont remplacĂ©s par les mots " des tests militaires d'aptitude physique selon les critĂšres fixĂ©s par le ministre ".
Art. 71. In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door de chef defensie worden bepaald " vervangen door de woorden " worden bepaald door de minister ";
2° in het derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " een geneesheer van het actief kader " vervangen door de woorden " de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair ";
3° in het vierde lid vervallen de woorden " De beroepsvrijwilliger dient ten minste de helft van de punten te behalen voor het geheel van deze tests. "
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door de chef defensie worden bepaald " vervangen door de woorden " worden bepaald door de minister ";
2° in het derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " een geneesheer van het actief kader " vervangen door de woorden " de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair ";
3° in het vierde lid vervallen de woorden " De beroepsvrijwilliger dient ten minste de helft van de punten te behalen voor het geheel van deze tests. "
Art. 71. A l'article 26 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " dĂ©terminĂ©s par le chef de la dĂ©fense " sont remplacĂ©s par les mots " fixĂ©s par le ministre ";
2° dans l'alinĂ©a 3, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " un mĂ©decin du cadre actif " sont remplacĂ©s par les mots " le mĂ©decin chargĂ© de la surveillance mĂ©dicale du militaire ";
3° à l'alinéa 4, les mots " Le volontaire de carriÚre doit obtenir au moins la moitié des points pour l'ensemble de ces tests. " sont supprimés.
1° dans l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " dĂ©terminĂ©s par le chef de la dĂ©fense " sont remplacĂ©s par les mots " fixĂ©s par le ministre ";
2° dans l'alinĂ©a 3, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " un mĂ©decin du cadre actif " sont remplacĂ©s par les mots " le mĂ©decin chargĂ© de la surveillance mĂ©dicale du militaire ";
3° à l'alinéa 4, les mots " Le volontaire de carriÚre doit obtenir au moins la moitié des points pour l'ensemble de ces tests. " sont supprimés.
Art. 72. In artikel 30, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003, worden de woorden " per korps, in voorkomend geval per specialiteit " vervangen door de woorden " per krijgsmachtdeel, in voorkomend geval per korps, per specialiteit of per ambt ".
Art. 72. Dans l'article 30, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 janvier 2003, les mots " par corps, le cas Ă©chĂ©ant par spĂ©cialitĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " par force, le cas Ă©chĂ©ant par corps, par spĂ©cialite ou par emploi ".
Art. 73. In artikel 31 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " twaalf maand " vervangen door de woorden " achttien maanden ";
2° in paragraaf 1, tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, vervallen de woorden " de werving en ";
3° in paragraaf 2, eerste lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " de schoolcommandant " vervangen door de woorden " , naargelang het geval, de schoolcommandant of de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militair organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt ".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " twaalf maand " vervangen door de woorden " achttien maanden ";
2° in paragraaf 1, tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, vervallen de woorden " de werving en ";
3° in paragraaf 2, eerste lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " de schoolcommandant " vervangen door de woorden " , naargelang het geval, de schoolcommandant of de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militair organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt ".
Art. 73. A l'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots " douze mois " sont remplacés par les mots " dix-huit mois ";
2° au § 1er, alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " au recrutement et " sont supprimĂ©s;
3° dans le § 2, alinĂ©a 1er, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " le commandant de l'Ă©cole " sont remplacĂ©s par les mots " , selon le cas, le commandant de l'Ă©cole ou l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation ".
1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots " douze mois " sont remplacés par les mots " dix-huit mois ";
2° au § 1er, alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " au recrutement et " sont supprimĂ©s;
3° dans le § 2, alinĂ©a 1er, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " le commandant de l'Ă©cole " sont remplacĂ©s par les mots " , selon le cas, le commandant de l'Ă©cole ou l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation ".
Art. 74. In artikel 32 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
" § 1. De beroepsvrijwilliger die als kandidaat-aanvullingsonderofficier werd aanvaard, wordt door de overheid met de rang van korpscommandant onder wiens bevelen hij zich bevindt in de graad van sergeant aangesteld op de eerste dag van de zesde maand volgend op de maand van zijn aanvaarding als kandidaat-aanvullingsonderofficier door de minister. ";
2° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
" Deze benoeming heeft uitwerking op de vroegste datum waarop een kandidaat van dezelfde promotie werd benoemd. "
1° paragraaf 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
" § 1. De beroepsvrijwilliger die als kandidaat-aanvullingsonderofficier werd aanvaard, wordt door de overheid met de rang van korpscommandant onder wiens bevelen hij zich bevindt in de graad van sergeant aangesteld op de eerste dag van de zesde maand volgend op de maand van zijn aanvaarding als kandidaat-aanvullingsonderofficier door de minister. ";
2° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
" Deze benoeming heeft uitwerking op de vroegste datum waarop een kandidaat van dezelfde promotie werd benoemd. "
Art. 74. A l'article 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le § 1er, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" § 1er. Le volontaire de carriÚre agréé comme candidat sous-officier de complément est commissionné au grade de sergent par l'autorité du rang de chef de corps sous les ordres de laquelle il se trouve le premier jour du sixiÚme mois suivant le mois de son agrément comme candidat sous-officier de complément par le ministre. ";
2° dans le § 2, l'alinéa suivant est insere entre les alinéas 1er et 2 :
" Cette nomination a effet Ă la premiĂšre date Ă laquelle un candidat de la mĂȘme promotion Ă Ă©tĂ© nommĂ©. "
1° le § 1er, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" § 1er. Le volontaire de carriÚre agréé comme candidat sous-officier de complément est commissionné au grade de sergent par l'autorité du rang de chef de corps sous les ordres de laquelle il se trouve le premier jour du sixiÚme mois suivant le mois de son agrément comme candidat sous-officier de complément par le ministre. ";
2° dans le § 2, l'alinéa suivant est insere entre les alinéas 1er et 2 :
" Cette nomination a effet Ă la premiĂšre date Ă laquelle un candidat de la mĂȘme promotion Ă Ă©tĂ© nommĂ©. "
Art. 75. In artikel 34, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " voor het geheel van de militaire tests van lichamelijke geschiktheid " vervangen door de woorden " voor de militaire tests van lichamelijke geschiktheid volgens de criteria bepaald door de minister ".
Art. 75. Dans l'article 34, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de l'ensemble des tests militaires d'aptitude physique " sont remplacĂ©s par les mots " des tests militaires d'aptitude physique selon les critĂšres fixĂ©s par le ministre ".
Art. 76. In artikel 36 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door de chef defensie worden bepaald " vervangen door de woorden " worden bepaald door de minister ";
2° in het derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door een geneesheer van het actief kader " vervangen door de woorden " door de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair ";
3° in het vierde lid vervallen de woorden " De beroepsonderofficier dient ten minste de helft van de punten te behalen voor het geheel van deze tests. "
1° in het tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door de chef defensie worden bepaald " vervangen door de woorden " worden bepaald door de minister ";
2° in het derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " door een geneesheer van het actief kader " vervangen door de woorden " door de geneesheer belast met het medisch toezicht op de militair ";
3° in het vierde lid vervallen de woorden " De beroepsonderofficier dient ten minste de helft van de punten te behalen voor het geheel van deze tests. "
Art. 76. A l'article 36 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " dĂ©terminĂ©s par le chef de la dĂ©fense " sont remplacĂ©s par les mots " fixĂ©s par le ministre ";
2° dans l'alinéa 3, modifié par l'arreté royal du 8 mai 2003, les mots " un médecin du cadre actif " sont remplacés par les mots " le médecin chargé de la surveillance médicale du militaire ";
3° à l'alinéa 4, les mots " Le sous-officier de carriÚre doit obtenir au moins la moitié des points pour l'ensemble de ces tests. " sont supprimés.
1° dans l'alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " dĂ©terminĂ©s par le chef de la dĂ©fense " sont remplacĂ©s par les mots " fixĂ©s par le ministre ";
2° dans l'alinéa 3, modifié par l'arreté royal du 8 mai 2003, les mots " un médecin du cadre actif " sont remplacés par les mots " le médecin chargé de la surveillance médicale du militaire ";
3° à l'alinéa 4, les mots " Le sous-officier de carriÚre doit obtenir au moins la moitié des points pour l'ensemble de ces tests. " sont supprimés.
Art. 77. In artikel 40, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003, worden de woorden " per korps, in voorkomend geval per specialiteit " vervangen door de woorden " per krijgsmachtdeel, in voorkomend geval per korps, per specialiteit of per ambt ".
Art. 77. Dans l'article 40, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 13 janvier 2003, les mots " par corps, le cas Ă©chĂ©ant par spĂ©cialitĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " par force, le cas Ă©chĂ©ant par corps, par spĂ©cialitĂ© ou par emploi ".
Art. 78. In artikel 41 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " twaalf tot achttien maand " vervangen door de woorden " achttien maanden ";
2° in paragraaf 1, tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, vervallen de woorden " de werving en ";
3° in paragraaf 2, eerste lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " de schoolcommandant " vervangen door de woorden " , naargelang het geval, de schoolcommandant of de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militair organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt ".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " twaalf tot achttien maand " vervangen door de woorden " achttien maanden ";
2° in paragraaf 1, tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, vervallen de woorden " de werving en ";
3° in paragraaf 2, eerste lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, worden de woorden " de schoolcommandant " vervangen door de woorden " , naargelang het geval, de schoolcommandant of de hoofdofficier verantwoordelijk voor de vorming van de kandidaat in het militair organisme waar de kandidaat zijn vorming volgt ".
Art. 78. A l'article 41 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots " douze à " sont supprimés;
2° au § 1er, alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " au recrutement et " sont supprimĂ©s;
3° dans le § 2, alinĂ©a 1er, remplacĂ© par l'arrĂȘte royal du 8 mai 2003, les mots " le commandant de l'Ă©cole " sont remplacĂ©s par les mots " , selon le cas, le commandant de l'Ă©cole ou l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation ".
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots " douze à " sont supprimés;
2° au § 1er, alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, les mots " au recrutement et " sont supprimĂ©s;
3° dans le § 2, alinĂ©a 1er, remplacĂ© par l'arrĂȘte royal du 8 mai 2003, les mots " le commandant de l'Ă©cole " sont remplacĂ©s par les mots " , selon le cas, le commandant de l'Ă©cole ou l'officier supĂ©rieur responsable de la formation du candidat au sein de l'organisme militaire oĂč le candidat suit sa formation ".
Art. 79. In artikel 42 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
" § 2. De kandidaat-aanvullingsofficier wordt, door de Koning, in de graad van onderluitenant aangesteld op de eerste dag van de zesde maand volgend op de maand van zijn aanvaarding als kandidaat-aanvullingsofficier door de minister. ";
2° in paragraaf 3 worden de woorden " Deze benoeming heeft uitwerking op de vroegste datum waarop een kandidaat van dezelfde promotie werd benoemd. " ingevoegd tussen de woorden " heeft beëindigd. " en de woorden " Hij wordt gerangschikt ".
1° paragraaf 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
" § 2. De kandidaat-aanvullingsofficier wordt, door de Koning, in de graad van onderluitenant aangesteld op de eerste dag van de zesde maand volgend op de maand van zijn aanvaarding als kandidaat-aanvullingsofficier door de minister. ";
2° in paragraaf 3 worden de woorden " Deze benoeming heeft uitwerking op de vroegste datum waarop een kandidaat van dezelfde promotie werd benoemd. " ingevoegd tussen de woorden " heeft beëindigd. " en de woorden " Hij wordt gerangschikt ".
Art. 79. A l'article 42 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le § 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" § 2. Le candidat officier de complément est commissionné au grade de sous-lieutenant par le Roi, le premier jour du sixiÚme mois suivant le mois de son agrément comme candidat officier de complément par le ministre. ";
2° dans le § 3, les mots " Cette nomination a effet Ă la premiĂšre date Ă laquelle un candidat de la mĂȘme promotion Ă Ă©tĂ© nommĂ©. " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " la pĂ©riode d'Ă©valuation. " et les mots " Il est classĂ© ".
1° le § 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mai 2003, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" § 2. Le candidat officier de complément est commissionné au grade de sous-lieutenant par le Roi, le premier jour du sixiÚme mois suivant le mois de son agrément comme candidat officier de complément par le ministre. ";
2° dans le § 3, les mots " Cette nomination a effet Ă la premiĂšre date Ă laquelle un candidat de la mĂȘme promotion Ă Ă©tĂ© nommĂ©. " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " la pĂ©riode d'Ă©valuation. " et les mots " Il est classĂ© ".
HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht.
CHAPITRE VIII. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de rĂ©serve des forces armĂ©es.
Art. 80. Artikel 7 van het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht wordt vervangen als volgt :
" Artikel 7. De eerste wederdienstneming als reserveonderofficier wordt aanvaard door de korpscommandant van de eenheid waar de kandidaat-reserveonderofficier zijn evaluatie-periode heeft doorlopen. "
" Artikel 7. De eerste wederdienstneming als reserveonderofficier wordt aanvaard door de korpscommandant van de eenheid waar de kandidaat-reserveonderofficier zijn evaluatie-periode heeft doorlopen. "
Art. 80. L'article 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de rĂ©serve des forces armĂ©es est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 7. Le premier rengagement comme sous-officier de rĂ©serve est acceptĂ© par le chef de corps de l'unitĂ© oĂč le candidat sous-officier de rĂ©serve a accompli sa pĂ©riode d'Ă©valuation. "
" Article 7. Le premier rengagement comme sous-officier de rĂ©serve est acceptĂ© par le chef de corps de l'unitĂ© oĂč le candidat sous-officier de rĂ©serve a accompli sa pĂ©riode d'Ă©valuation. "
Art. 81. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 10. De eerste wederdienstneming als reserveofficier wordt aanvaard door de korpscommandant van de eenheid waar de kandidaat-reserveofficier zijn evaluatieperiode heeft doorlopen. "
" Artikel 10. De eerste wederdienstneming als reserveofficier wordt aanvaard door de korpscommandant van de eenheid waar de kandidaat-reserveofficier zijn evaluatieperiode heeft doorlopen. "
Art. 81. L'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 10. Le premier rengagement comme officier de rĂ©serve est acceptĂ© par le chef de corps de l'unitĂ© oĂč le candidat officier de rĂ©serve a accompli sa pĂ©riode d'Ă©valuation. "
" Article 10. Le premier rengagement comme officier de rĂ©serve est acceptĂ© par le chef de corps de l'unitĂ© oĂč le candidat officier de rĂ©serve a accompli sa pĂ©riode d'Ă©valuation. "
Art. 82. In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de woorden " en de reservevrijwilliger die zijn vormingscyclus nog niet beëindigd heeft " ingevoegd tussen de woorden " tot doel heeft de kandidaat-reservemilitair " en de woorden " onder toezicht ".
Art. 82. Dans l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " et au volontaire de rĂ©serve n'ayant pas encore terminĂ© son cycle de formation " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " a pour but de permettre au candidat militaire de rĂ©serve " et les mots " d'exercer sous surveillance ".
Art. 83. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de woorden " en de reservevrijwilliger die zijn vormingscyclus nog niet beëindigd heeft " ingevoegd tussen de woorden " tot doel heeft de kandidaat-reservemilitair " en de woorden " onder toezicht ".
Art. 83. Dans l'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " et au volontaire de rĂ©serve n'ayant pas encore terminĂ© son cycle de formation " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " a pour but de permettre au candidat militaire de rĂ©serve " et les mots " d'exercer sous surveillance ".
Art. 84. In artikel 25, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " 2 jaar " vervangen door de woorden " één jaar ".
Art. 84. Dans l'article 25, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " 2 ans " sont remplacĂ©s par les mots " un an ".
Art. 85. In artikel 28, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " 2 jaar " vervangen door de woorden " één jaar ".
Art. 85. Dans l'article 28, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " 2 ans " sont remplacĂ©s par les mots " un an ".
Art. 86. In artikel 31, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " 2 jaar " vervangen door de woorden " één jaar ".
Art. 86. Dans l'article 31, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " 2 ans " sont remplaces par les mots " un an ".
Art. 87. Artikel 33 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 33. Om te slagen in de stage- of evaluatieperiode moet de kandidaat-reservemilitair en de reservevrijwilliger die zijn vormingscyclus nog niet beëindigd heeft :
1° wat de professionele hoedanigheden betreft, minstens de vermelding " voldoende " bekomen van zijn korpscommandant;
2° wat de fysieke hoedanigheden betreft, slagen voor de tijdens deze periode opgelegde proeven van fysieke conditie, bedoeld in artikel 32, 2°;
3° wat de karakteriële hoedanigheden betreft, voldoen aan de karakteriële hoedanigheden, bedoeld in artikel 32, 3°. "
" Artikel 33. Om te slagen in de stage- of evaluatieperiode moet de kandidaat-reservemilitair en de reservevrijwilliger die zijn vormingscyclus nog niet beëindigd heeft :
1° wat de professionele hoedanigheden betreft, minstens de vermelding " voldoende " bekomen van zijn korpscommandant;
2° wat de fysieke hoedanigheden betreft, slagen voor de tijdens deze periode opgelegde proeven van fysieke conditie, bedoeld in artikel 32, 2°;
3° wat de karakteriële hoedanigheden betreft, voldoen aan de karakteriële hoedanigheden, bedoeld in artikel 32, 3°. "
Art. 87. L'article 33 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 33. Pour réussir la période de stage ou d'évaluation, le candidat militaire de réserve et le volontaire de réserve n'ayant pas encore terminé son cycle de formation doit :
1° en ce qui concerne les qualités professionnelles, obtenir de son chef de corps au moins la mention " suffisant ";
2° en ce qui concerne les qualités physiques, réussir les épreuves de condition physique imposées pendant cette période, visées à l'article 32, 2°;
3° en ce qui concerne les qualités caractérielles, posséder les qualités caractérielles, visées à l'article 32, 3°. "
" Article 33. Pour réussir la période de stage ou d'évaluation, le candidat militaire de réserve et le volontaire de réserve n'ayant pas encore terminé son cycle de formation doit :
1° en ce qui concerne les qualités professionnelles, obtenir de son chef de corps au moins la mention " suffisant ";
2° en ce qui concerne les qualités physiques, réussir les épreuves de condition physique imposées pendant cette période, visées à l'article 32, 2°;
3° en ce qui concerne les qualités caractérielles, posséder les qualités caractérielles, visées à l'article 32, 3°. "
Art. 88. In artikel 82, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " korpscommandant van de betrokken reservemilitair " vervangen door het woord " DGHR ".
Art. 88. Dans l'article 82, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " chef de corps du militaire de rĂ©serve concerne " sont remplacĂ©s par le mot " DGHR ".
Art. 89. Artikel 95 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Artikel 95. De aanvraag tot speciale dienstneming of tot speciale wederdienstneming wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR. ".
" Artikel 95. De aanvraag tot speciale dienstneming of tot speciale wederdienstneming wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR. ".
Art. 89. L'article 95 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 95. La demande d'engagement spécial ou de rengagement spécial est acceptée ou refusee par le DGHR. ".
" Article 95. La demande d'engagement spécial ou de rengagement spécial est acceptée ou refusee par le DGHR. ".
Art. 90. In de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden " afgerond naar het hogere trimester " vervangen door de woorden " afgerond naar het lagere trimester ".
Art. 90. Dans l'annexe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " arrondi vers le trimestre supĂ©rieur " sont remplacĂ©s par les mots " arrondi vers le trimestre infĂ©rieur ".
Art. 91. In hetzelfde besluit wordt een artikel 132bis ingevoegd, luidende :
" Artikel 132bis. In afwijking evenwel van de artikelen 25, 28 en 31, blijft een termijn van maximaal twee jaar tussen het slagen in de gespecialiseerde professionele vorming en het einde van de stage- en evaluatieperiode van toepassing voor de reservevrijwilliger, de kandidaat-reserveonderofficier en de kandidaat-reserveofficier die de gespecialiseerde professionele vorming reeds beëindigd heeft op de datum van inwerkingtreding van dit artikel. "
" Artikel 132bis. In afwijking evenwel van de artikelen 25, 28 en 31, blijft een termijn van maximaal twee jaar tussen het slagen in de gespecialiseerde professionele vorming en het einde van de stage- en evaluatieperiode van toepassing voor de reservevrijwilliger, de kandidaat-reserveonderofficier en de kandidaat-reserveofficier die de gespecialiseerde professionele vorming reeds beëindigd heeft op de datum van inwerkingtreding van dit artikel. "
Art. 91. Un article 132bis, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© :
" Article 132bis. Toutefois, en dérogation aux articles 25, 28 et 31, un délai de maximum deux ans entre la réussite de la formation spécialisée et la fin de la période de stage ou d'évaluation reste d'application pour le volontaire de réserve, le candidat sous-officier de réserve et le candidat officier de réserve ayant déjà terminé la formation professionnelle spécialisée à la date d'entrée en vigueur du présent article. "
" Article 132bis. Toutefois, en dérogation aux articles 25, 28 et 31, un délai de maximum deux ans entre la réussite de la formation spécialisée et la fin de la période de stage ou d'évaluation reste d'application pour le volontaire de réserve, le candidat sous-officier de réserve et le candidat officier de réserve ayant déjà terminé la formation professionnelle spécialisée à la date d'entrée en vigueur du présent article. "
HOOFDSTUK IX. - Wijziging van het koninklijk besluit van 12 augustus 2003 betreffende de voortgezette vorming van de officieren van het actief kader van de krijgsmacht en de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor.
CHAPITRE IX. - Modification de l'arreté royal du 12 août 2003 relatif à la formation continuée des officiers du cadre actif des forces armees et aux épreuves professionnelles pour l'avancement au grade de major.
Art. 92. In artikel 20 van het koninklijk besluit van 12 augustus 2003 betreffende de voortgezette vorming van de officieren van het actief kader van de krijgsmacht en de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor worden de woorden " twee academiejaren " vervangen door de woorden " één academiejaar van ten minste 60 studiepunten ".
Art. 92. Dans l'article 20 de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 aoĂ»t 2003 relatif Ă la formation continuĂ©e des officiers du cadre actif des forces armĂ©es et aux Ă©preuves professionnelles pour l'avancement au grade de major les mots " deux annĂ©es acadĂ©miques " sont remplacĂ©s par les mots " une annĂ©e acadĂ©mique d'au moins 60 crĂ©dits ".
Art. 93. In artikel 22 van hetzelfde besluit vervallen de woorden " twee jaren van ".
Art. 93. A l'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots " de deux annĂ©es " sont supprimĂ©s.
HOOFDSTUK X. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen.
CHAPITRE X. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires.
Art. 94. In hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidende :
" Artikel 7bis. De door de minister aangewezen overheid kan een vacature toewijzen aan een sollicitant die niet batig gerangschikt wordt in het geval dat deze vacature opnieuw vacant wordt. Daarvoor stelt deze overheid een reserve van vervangers op, geklasseerd volgens de behaalde resultaten van de classificatie. Deze reserve van vervangers is enkel geldig tot het verstrijken van de termijn bepaald in artikel 46, tweede lid. "
" Artikel 7bis. De door de minister aangewezen overheid kan een vacature toewijzen aan een sollicitant die niet batig gerangschikt wordt in het geval dat deze vacature opnieuw vacant wordt. Daarvoor stelt deze overheid een reserve van vervangers op, geklasseerd volgens de behaalde resultaten van de classificatie. Deze reserve van vervangers is enkel geldig tot het verstrijken van de termijn bepaald in artikel 46, tweede lid. "
Art. 94. Un article 7bis, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© dans le chapitre Ier de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires :
" Article 7bis. L'autoritĂ© dĂ©signĂ©e par le ministre peut attribuer un poste Ă un postulant qui n'est pas classĂ© en ordre utile dans le cas oĂč ce poste devient Ă nouveau vacant. A cet effet, cette autoritĂ© constitue une rĂ©serve de remplaçants, classĂ©s dans l'ordre des rĂ©sultats obtenus Ă la suite de la classification. Cette rĂ©serve de remplaçants n'est valable que jusqu'Ă l'expiration du dĂ©lai fixĂ© Ă l'article 46, alinĂ©a 2. "
" Article 7bis. L'autoritĂ© dĂ©signĂ©e par le ministre peut attribuer un poste Ă un postulant qui n'est pas classĂ© en ordre utile dans le cas oĂč ce poste devient Ă nouveau vacant. A cet effet, cette autoritĂ© constitue une rĂ©serve de remplaçants, classĂ©s dans l'ordre des rĂ©sultats obtenus Ă la suite de la classification. Cette rĂ©serve de remplaçants n'est valable que jusqu'Ă l'expiration du dĂ©lai fixĂ© Ă l'article 46, alinĂ©a 2. "
Art. 95. In artikel 46 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, wordt het cijfer " 15 " vervangen door het cijfer " 14 ";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" Een termijn van maximum 15 dagen volgend op de dag bepaald voor de inlijving wordt toegekend aan de sollicitant aan wie een vacature wordt toegewezen, in vervanging van een andere sollicitant. "
1° in het eerste lid, wordt het cijfer " 15 " vervangen door het cijfer " 14 ";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" Een termijn van maximum 15 dagen volgend op de dag bepaald voor de inlijving wordt toegekend aan de sollicitant aan wie een vacature wordt toegewezen, in vervanging van een andere sollicitant. "
Art. 95. A l'article 46 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, le chiffre " 15 " est remplacé par le chiffre " 14 ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Un délai de maximum 15 jours suivant le jour fixé pour l'incorporation est accordé au postulant à qui un poste vacant est attribué, en remplacement d'un autre postulant. "
1° dans l'alinéa 1er, le chiffre " 15 " est remplacé par le chiffre " 14 ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Un délai de maximum 15 jours suivant le jour fixé pour l'incorporation est accordé au postulant à qui un poste vacant est attribué, en remplacement d'un autre postulant. "
HOOFDSTUK XI. - Wijziging van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de luchtmacht.
CHAPITRE XI. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armees.
Art. 96. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de krijgsmacht, worden de woorden " de kandidaat-militair of " ingevoegd tussen de woorden " Tot het gebrevetteerd varend personeel behoort " en de woorden " de militair van het actief kader ".
Art. 96. Dans l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 13 mai 2004 relatif au personnel navigant des forces armĂ©es, les mots " le candidat militaire ou " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " Appartient au personnel navigant brevetĂ©, " et les mots " le militaire du cadre actif ".
Art. 97. Artikel 5, 1°, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" 1° de militair die definitief uit zijn ambt ontheven wordt of de kandidaat-militair wiens dienstneming of wederdienstneming verbroken wordt; ".
" 1° de militair die definitief uit zijn ambt ontheven wordt of de kandidaat-militair wiens dienstneming of wederdienstneming verbroken wordt; ".
Art. 97. L'article 5, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par le texte suivant :
" 1° le militaire dont l'emploi est définitivement retiré ou le candidat militaire dont l'engagement ou le rengagement est résilié; ".
" 1° le militaire dont l'emploi est définitivement retiré ou le candidat militaire dont l'engagement ou le rengagement est résilié; ".
Art. 98. Artikel 7, § 2, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" 1° de initiële vorming van piloot, die een academisch gedeelte, onderrichtingsvluchten en, in voorkomend geval, initiële evaluatievluchten bevat; ".
" 1° de initiële vorming van piloot, die een academisch gedeelte, onderrichtingsvluchten en, in voorkomend geval, initiële evaluatievluchten bevat; ".
Art. 98. L'article 7, § 2, alinĂ©a 1er, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par le texte suivant :
" 1° la formation initiale de pilote qui comprend une partie académique, des vols d'instruction et, le cas échéant, des vols d'évaluation initiale; ".
" 1° la formation initiale de pilote qui comprend une partie académique, des vols d'instruction et, le cas échéant, des vols d'évaluation initiale; ".
Art. 99. Artikel 14, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Kan niet in de categorie van het leerling-varend personeel opgenomen worden :
1° de voormalige, naargelang het geval, leerling-piloot, piloot-leerling of piloot, die geschrapt werd uit de categorie van het varend personeel met toepassing van het artikel 23, 1° en 2°, of van het artikel 25, 1° en 2°;
2° de kandidaat-militair of de militair, kandidaat-lid van het leerling-varend personeel, wiens beroepsonbekwaamheid voor de luchtdienst ontdekt wordt tijdens de initiële evaluatievluchten of wegens mislukking in het academische deel van de initiële vorming van piloot alvorens de eerste onderrichtingsvlucht te hebben uitgevoerd. ".
" Kan niet in de categorie van het leerling-varend personeel opgenomen worden :
1° de voormalige, naargelang het geval, leerling-piloot, piloot-leerling of piloot, die geschrapt werd uit de categorie van het varend personeel met toepassing van het artikel 23, 1° en 2°, of van het artikel 25, 1° en 2°;
2° de kandidaat-militair of de militair, kandidaat-lid van het leerling-varend personeel, wiens beroepsonbekwaamheid voor de luchtdienst ontdekt wordt tijdens de initiële evaluatievluchten of wegens mislukking in het academische deel van de initiële vorming van piloot alvorens de eerste onderrichtingsvlucht te hebben uitgevoerd. ".
Art. 99. L'article 14, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Ne peut ĂȘtre admis dans la catĂ©gorie du personnel navigant Ă©lĂšve :
1° l'ancien, selon le cas, élÚve-pilote, pilote-élÚve ou pilote, qui a été radié de la catégorie du personnel navigant en application de l'article 23, 1° et 2°, ou de l'article 25, 1° et 2°;
2° le candidat militaire ou le militaire, candidat membre du personnel navigant élÚve, dont l'incapacité professionnelle au service aérien est décelée lors des vols d'évaluation initiale ou pour cause d'échec dans la partie académique de la formation initiale de pilote avant d'avoir effectué le premier vol d'instruction. ".
" Ne peut ĂȘtre admis dans la catĂ©gorie du personnel navigant Ă©lĂšve :
1° l'ancien, selon le cas, élÚve-pilote, pilote-élÚve ou pilote, qui a été radié de la catégorie du personnel navigant en application de l'article 23, 1° et 2°, ou de l'article 25, 1° et 2°;
2° le candidat militaire ou le militaire, candidat membre du personnel navigant élÚve, dont l'incapacité professionnelle au service aérien est décelée lors des vols d'évaluation initiale ou pour cause d'échec dans la partie académique de la formation initiale de pilote avant d'avoir effectué le premier vol d'instruction. ".
Art. 100. In artikel 26, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden " een hoofdofficier " vervangen door de woorden " een officier, ten minste bekleed met de graad van kapitein, ".
Art. 100. Dans l'article 26, alinĂ©a 1er, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " un officier supĂ©rieur " sont remplacĂ©s par les mots " un officier, au moins revĂȘtu du grade de capitaine, ".
Art. 101. In artikel 29 van hetzelfde besluit worden de woorden " beroepsofficier " vervangen door de woorden " kandidaat-beroepsofficier of beroepsofficier ".
Art. 101. Dans l'article 29 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " officier de carriĂšre " sont remplacĂ©s par les mots " candidat officier de carriĂšre ou officier de carriĂšre ".
Art. 102. Artikel 31, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid :
" De betrokken militair kan aan de evaluatiecommissie een verweerschrift richten. Dit verweerschrift moet, binnen een termijn van vijf werkdagen die volgen op de kennisgeving van het verzoek om te verschijnen voor de evaluatiecommissie, met een bij de post aangetekende of bij de dienst der militaire estafetten ingeschreven brief, verzonden worden. "
" De betrokken militair kan aan de evaluatiecommissie een verweerschrift richten. Dit verweerschrift moet, binnen een termijn van vijf werkdagen die volgen op de kennisgeving van het verzoek om te verschijnen voor de evaluatiecommissie, met een bij de post aangetekende of bij de dienst der militaire estafetten ingeschreven brief, verzonden worden. "
Art. 102. L'article 31, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est completĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Le militaire concernĂ© peut adresser un mĂ©moire Ă la commission d'Ă©valuation. Ce mĂ©moire doit ĂȘtre envoyĂ©, dans un dĂ©lai de cinq jours ouvrables qui suivent la notification de l'invitation Ă comparaĂźtre devant la commission d'Ă©valuation, par lettre recommandĂ©e Ă la poste ou enregistrĂ©e au service des estafettes militaires. "
" Le militaire concernĂ© peut adresser un mĂ©moire Ă la commission d'Ă©valuation. Ce mĂ©moire doit ĂȘtre envoyĂ©, dans un dĂ©lai de cinq jours ouvrables qui suivent la notification de l'invitation Ă comparaĂźtre devant la commission d'Ă©valuation, par lettre recommandĂ©e Ă la poste ou enregistrĂ©e au service des estafettes militaires. "
Art. 103. Artikel 35, § 2, 5°, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" 5° adviseert de schrapping van de leerling-piloot of van de piloot-leerling, die geen kandidaat-hulpofficier piloot is, als lid van zijn categorie van het varend personeel; ".
" 5° adviseert de schrapping van de leerling-piloot of van de piloot-leerling, die geen kandidaat-hulpofficier piloot is, als lid van zijn categorie van het varend personeel; ".
Art. 103. L'article 35, § 2, 5°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par le texte suivant :
" 5° recommande la radiation de l'élÚve-pilote ou du pilote-élÚve, qui n'est pas candidat officier auxiliaire pilote, comme membre de sa catégorie du personnel navigant; ".
" 5° recommande la radiation de l'élÚve-pilote ou du pilote-élÚve, qui n'est pas candidat officier auxiliaire pilote, comme membre de sa catégorie du personnel navigant; ".
HOOFDSTUK XII. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE XII. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 104. Artikel 20 heeft uitwerking met ingang van 15 augustus 2004.
De artikelen 98 en 99 hebben uitwerking met ingang van 1 juli 2005.
De artikelen 98 en 99 hebben uitwerking met ingang van 1 juli 2005.
Art. 104. L'article 20 produit ses effets le 15 août 2004.
Les articles 98 et 99 produisent leurs effets le 1er juillet 2005.
Les articles 98 et 99 produisent leurs effets le 1er juillet 2005.
Art. 105. De criteria om te slagen in de militaire tests van lichamelijke geschiktheid, bedoeld in de artikelen 59, 60, 2°, 61, 66, 70 en 75, van dit besluit, zijn voor het eerst van toepassing op de militaire testen van lichamelijke geschiktheid afgelegd tijdens de selectieprocedure in het kader van de " overgangen en sociale promoties 2006 ".
Art. 105. Les critÚres de réussite des tests militaires d'aptitude physique, visés aux articles 59, 60, 2°, 61, 66, 70 et 75, du présent arreté, s'appliquent pour la premiÚre fois aux tests militaires d'aptitude physique présentés pendant la procédure de sélection relative aux " passages et promotions sociales 2006 ".
Art. 106. De vormingsduren, bepaald in de artikelen 73, 1°, en 78, 1°, van dit besluit, en de aanstellingen en benoemingen, bepaald in de artikelen 74 en 79, van dit besluit, zijn voor het eerst van toepassing op de kandidaten die door de minister werden aanvaard met het oog op het volgen van een vorming in het kader van de " sociale promoties 2005 ".
Art. 106. Les durĂ©es des formations, fixĂ©es aux articles 73, 1° et 78, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et les commissionnements et nominations, fixĂ©s aux articles 74 et 79, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, s'appliquent pour la premiĂšre fois aux candidats qui ont Ă©tĂ© acceptĂ©s par le ministre en vue de suivre une formation dans le cadre des " promotions sociales 2005 ".
Art. 107. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, op 23 juni 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
Gegeven te Brussel, op 23 juni 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
Art. 107. Notre Ministre de la DĂ©fense est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Donné à Bruxelles, le 23 juin 2005.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT
Donné à Bruxelles, le 23 juin 2005.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage. - Bijlage bij het koninklijk besluit van 23 juni 2005 tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten betreffende de kandidaat-militairen en de militairen.
Bijlage 1.
Lijst met functies die uitgesloten worden van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap.
1. Worden uitgesloten van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en van de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap :
- de commandofuncties;
- de korpsadjudanten;
- de korpskorporaals;
- de officieren van het stafdepartement operaties en training die een functie van diensthoofd uitoefenen binnen een staf van het niveau bataljon of hoger;
- het exclusief wachtpersoneel;
- de functies die een snelle inzetbaarheid vereisen (de inzettermijn bedraagt dertig dagen of minder);
- het boordpersoneel van COMOPSNAV.
2. Worden uitgesloten van de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap :
- de onderrichters.
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 23 juni 2005 tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten betreffende de kandidaat-militairen en de militairen.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT.
Bijlage 1.
Lijst met functies die uitgesloten worden van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap.
1. Worden uitgesloten van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en van de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap :
- de commandofuncties;
- de korpsadjudanten;
- de korpskorporaals;
- de officieren van het stafdepartement operaties en training die een functie van diensthoofd uitoefenen binnen een staf van het niveau bataljon of hoger;
- het exclusief wachtpersoneel;
- de functies die een snelle inzetbaarheid vereisen (de inzettermijn bedraagt dertig dagen of minder);
- het boordpersoneel van COMOPSNAV.
2. Worden uitgesloten van de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap :
- de onderrichters.
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 23 juni 2005 tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten betreffende de kandidaat-militairen en de militairen.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT.
Art. N. Annexe. - Annexe Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 23 juin 2005 modifiant plusieurs arrĂȘtĂ©s royaux relatifs aux candidats militaires et aux militaires.
Annexe 1re.
Liste des fonctions exclus du régime volontaire de travail de la semaine de quatre jours et du régime du départ anticipé à mi-temps.
1. Sont exclus du regime volontaire de travail de la semaine de quatre jours et du régime du départ anticipé à mi- temps :
- les fonctions de commandement;
- les adjudants de corps;
- les caporaux de corps;
- les officiers du département d'état-major opérations et entraßnement qui exercent une fonction de chef de service au sein d'un état-major de niveau bataillon ou supérieur;
- la garde exclusive;
- les fonctions qui exigent une capacité d'engagement rapide (délai d'engagement de trente jours ou moins);
- le personnel de bord de COMOPSNAV.
2. Sont exclus du régime du depart anticipé à mi-temps :
- les instructeurs.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă Notre arrĂȘtĂ© du 23 juin 2005 modifiant plusieurs arrĂȘtĂ©s royaux relatifs aux candidats militaires et aux militaires.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT.
Annexe 1re.
Liste des fonctions exclus du régime volontaire de travail de la semaine de quatre jours et du régime du départ anticipé à mi-temps.
1. Sont exclus du regime volontaire de travail de la semaine de quatre jours et du régime du départ anticipé à mi- temps :
- les fonctions de commandement;
- les adjudants de corps;
- les caporaux de corps;
- les officiers du département d'état-major opérations et entraßnement qui exercent une fonction de chef de service au sein d'un état-major de niveau bataillon ou supérieur;
- la garde exclusive;
- les fonctions qui exigent une capacité d'engagement rapide (délai d'engagement de trente jours ou moins);
- le personnel de bord de COMOPSNAV.
2. Sont exclus du régime du depart anticipé à mi-temps :
- les instructeurs.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă Notre arrĂȘtĂ© du 23 juin 2005 modifiant plusieurs arrĂȘtĂ©s royaux relatifs aux candidats militaires et aux militaires.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT.