Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 JULI 2004. - Wet betreffende de verhaalmiddelen inzake de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.
Titre
22 JUILLET 2004. - Loi relative aux voies de recours concernant la loi du 20 juillet 2004 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
Art.2. Deze wet heeft de gedeeltelijke omzetting tot doel van Richtlijn 2001/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) met het oog op de reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen, alsook de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2001/108/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van Richtlijn 85/611/ EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), betreffende beleggingen van icbe's.
  Artikel 220, tweede lid, van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, wordt aangevuld als volgt :
  " 9° als beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging optreden zonder een vergunning te hebben verkregen conform de bepalingen van Deel III van de wet van... betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles. "
Art.2. La présente loi assure la transposition partielle de la directive 2001/107/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 janvier 2002 modifiant la directive 85/611/CEE du Conseil portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM) en vue d'introduire une réglementation relative aux sociétés de gestion et aux prospectus simplifiés ainsi que la transposition partielle de la directive 2001/108/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 janvier 2002 modifiant la directive 85/611/CEE du Conseil portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM) en ce qui concerne les placements des OPCVM.
  L'article 220, alinéa 2, de la loi du 4 décembre 1990 relative aux opérations financières et aux marchés financiers, est complété comme suit :
  " 9° le fait d'exercer des activités de société de gestion d'organismes de placement collectif sans être agréé conformément aux dispositions de la Partie III de la loi du... relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement. "
Art.3. In artikel 121, § 1, eerste lid, 4°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, worden de woorden " de artikelen 90, 91, 96, 131, derde lid, 132, tweede lid, 135, 136, derde lid, en 202 van de wet van... betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles " ingevoegd tussen de woorden " artikel 82, § 1, eerste lid, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, " en de woorden " alsook met toepassing van elke andere wetsbepaling ".
Art.3. A l'article 121, § 1er, alinéa 1er, 4°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, modifié par l'arrêté royal du 25 mars 2003, les mots " des articles 90, 91, 96, 131, alinéa 3, 132, alinéa 2, 135, 136, alinéa 3, et 202 de la loi du... relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement " sont insérés entre les mots " de l'article 82, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, " et les mots " ainsi qu'en application de toute autre disposition ".
Art.4. Artikel 121, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 april 2003, wordt aangevuld als volgt :
  " 5° elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld en die is genomen met toepassing van de artikelen 60, 61, tweede lid, 131, derde lid, 135 en 136, derde lid, van de wet van... betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles. "
Art.4. L'article 121, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 22 avril 2003, est complété comme suit :
  " 5° contre toute décision susceptible de recours prise en application des articles 60, 61, alinéa 2, 131, alinéa 3, 135 et 136, alinéa 3, de la loi du... relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement. "
Art.5. Artikel 122 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, wordt aangevuld als volgt :
  " 20° door de aanvrager, tegen de weigering tot inschrijving waartoe de CBFA heeft beslist krachtens artikel 30 van de wet van... betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, of wanneer de CBFA zich niet heeft uitgesproken binnen een termijn van drie maanden na indiening van een volledig dossier. In dit laatste geval wordt het verzoek om inschrijving geacht te zijn verworpen. De beleggingsinstelling kan eenzelfde beroep instellen tegen de weigering tot inschrijving waartoe de CBFA heeft beslist krachtens artikel 130 of artikel 134, tweede lid, van de voormelde wet van...;
  21° door de instelling voor collectieve belegging, tegen de weigeringen tot het verlenen van een vergunning, de weigeringen tot goedkeuring of de weigeringen tot aanvaarding waartoe door de CBFA is beslist krachtens de artikelen 33, 35, eerste lid, artikel 43, § 3, eerste lid, 45, tweede lid, of 49, derde lid, van de voormelde wet van..., of wanneer de CBFA zich niet heeft uitgesproken binnen een termijn van drie maanden na de indiening van een volledig dossier. In dit laatste geval wordt het verzoek om vergunning, goedkeuring of aanvaarding geacht te zijn verworpen;
  22° door de instelling voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 92, § 1, tweede lid, 3° en 6°, artikel 132 en artikel 134, derde lid, van de voormelde wet van... Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing tenzij de CBFA hier anders over beslist indien er ernstig gevaar dreigt voor de schuldeisers of de deelnemers;
  23° door de aanvrager, tegen de beslissingen inzake vergunning die de CBFA heeft genomen krachtens de artikelen 143 en 144 van de voormelde wet van... Eenzelfde beroep kan worden ingesteld door de aanvrager indien de CBFA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het eerste lid van het voormelde artikel 143 vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen;
  24° door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens het derde lid van artikel 175 van de voormelde wet van...;
  25° door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 197, § 1, tweede lid, 2°, 3° en 4°, van de voormelde wet van... of van de besluiten die ernaar verwijzen. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens § 1, tweede lid, 1°, van het voormelde artikel 197, of van de besluiten die ernaar verwijzen, indien de CBFA de beheervennootschap ter kennis heeft gebracht dat zij deze beslissingen zal bekendmaken. Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de CBFA, bij ernstig gevaar voor de beleggers, haar beslissing uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep. "
Art.5. L'article 122 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 25 mars 2003, est complété comme suit :
  " 20° au demandeur, contre le refus d'inscription décidé par la CBFA en vertu de l'article 30 de la loi du... relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement, ou lorsque la CBFA n'a pas statué dans un délai de trois mois à dater de l'introduction d'un dossier complet. Dans ce dernier cas, la demande d'inscription est censée rejetée. Un même recours est ouvert à l'organisme de placement contre le refus d'inscription décidé par la CBFA en vertu de l'article 130 ou de l'article 134, alinéa 2, de la loi du... précitée;
  21° à l'organisme de placement collectif, contre les refus d'agrément, les refus d'approbation ou les refus d'acceptation décidés par la CBFA en vertu des articles 33, 35, alinéa 1er, 43, § 3, alinéa 1er, 45, alinéa 2 ou 49, alinéa 3, de la loi du... précitée, ou lorsque la CBFA n'a pas statué dans un délai de trois mois à dater de l'introduction d'un dossier complet. Dans ce dernier cas, la demande d'agrément, d'approbation ou d'acceptation est censée rejetée;
  22° à l'organisme de placement collectif, contre les décisions de la CBFA prises en vertu de l'article 92, § 1er, alinéa 2, 3° et 6°, de l'article 132 et de l'article 134, alinéa 3, de la loi du... précitée. Le recours suspend l'exécution de la décision sauf si la CBFA en décide autrement en cas de péril grave pour les créanciers ou les participants;
  23° au demandeur, contre les décisions prises par la CBFA en matière d'agrément en vertu des articles 143 et 144 de la loi du... précitée. Un même recours est ouvert au demandeur lorsque la CBFA n'a pas statué dans les délais fixés à l'alinéa 1er de l'article 143 précité. Dans ce dernier cas, le recours est traité comme s'il y avait eu rejet de la demande;
  24° à la société de gestion d'organismes de placement collectif, contre les décisions de la CBFA prises en vertu de l'alinéa 3 de l'article 175 de la loi du... précitée;
  25° à la société de gestion d'organismes de placement collectif, contre les décisions de la CBFA prises en vertu de l'article 197, § 1er, alinéa 2, 2°, 3° et 4°, de la loi du... précitée ou des arrêtés qui s'y réfèrent. Un même recours est ouvert contre des décisions de la CBFA prises en vertu du § 1er, 1°, de l'article 197 précité, ou des arrêtés qui s'y réfèrent, lorsque la CBFA a notifié à la société de gestion qu'elle publiera ces décisions. Le recours est suspensif de la décision et de sa publication sauf si, en raison d'un péril grave pour les investisseurs, la CBFA a déclaré sa décision exécutoire nonobstant recours. "
Art.6. Artikel 27, § 2, van de wet van... betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Onverminderd andere door de wet bepaalde middelen van tegeldemaking, beveelt de voorzitter van de rechtbank van koophandel op verzoek van alle houders van de gewaarborgde schuldinstrumenten dat het pand aan hen zal verblijven als betaling en dit ten belope van een schatting door een deskundige. "
Art.6. L'article 27, § 2, de la loi du... relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement est complété par l'alinéa suivant :
  " Sans préjudice d'autres moyens de réalisation prévus par la loi, le président du tribunal de commerce ordonne, à la demande de tous les détenteurs des titres de créance garantis, que le gage leur demeurera en paiement et ce, jusqu'à due concurrence d'une estimation faite par un expert. "
Art.7. Artikel 92 van dezelfde wet wordt aangevuld met een § 7 luidende :
  " § 7. De rechtbank van koophandel spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in §§ 2 en 3.
  De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Indien verantwoord om ernstige redenen, kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Ingeval de geschorste of vernietigde handeling of beslissing openbaar was gemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt.
  Wanneer de nietigheid de rechten kan benadelen die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de instelling voor collectieve belegging, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onder voorbehoud van het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding.
  De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, dan wel hem bekend zijn. "
Art.7. L'article 92 de la même loi est complété par un § 7 rédigé comme suit :
  " § 7. Le tribunal de commerce prononce à la requête de tout intéressé, les nullités prévues aux §§ 2 et 3.
  L'action en nullité est dirigée contre la société d'investissement et/ou la société de gestion d'organismes de placement collectif désignée. Si des motifs graves le justifient, le demandeur en nullité peut solliciter en référé la suspension provisoire des actes ou décisions attaqués. L'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité produisent leurs effets à l'égard de tous. Au cas où l'acte ou la décision suspendus ou annulés ont fait l'objet d'une publication, l'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité sont publiés par extrait dans les mêmes formes.
  Lorsque la nullité est de nature à porter atteinte aux droits acquis de bonne foi par un tiers à l'égard de l'organisme de placement collectif, le tribunal peut déclarer sans effet la nullité à l'égard de ces droits, sous réserve du droit du demandeur à des dommages et intérêts s'il y a lieu.
  L'action en nullité ne peut plus être intentée après l'expiration d'un délai de six mois à compter de la date à laquelle les actes ou décisions intervenus sont opposables à celui qui invoque la nullité ou sont connus de lui. "
Art.8. In artikel 159 van dezelfde wet wordt in de plaats van § 5, die § 6 wordt, een nieuwe § 5 ingevoegd, luidende :
  " § 5. Indien de bij § 1 voorgeschreven kennisgeving niet wordt verricht of indien, ondanks het verzet van de CBFA bedoeld in § 3, een deelneming wordt verworven of vergroot, of indien een deelneming wordt overgedragen waarvoor de bij § 4 vereiste kennisgeving niet is verricht, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, uitspraak doende zoals in kort geding, de in artikel 8, eerste lid, van voornoemde wet van 2 maart 1989 en in artikel 516, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek van vennootschappen bedoelde maatregelen nemen. Hij kan tevens alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering nietig verklaren die in voornoemde gevallen zou zijn gehouden.
  De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de CBFA. Artikel 516, § 3, van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing. "
Art.8. A l'article 159 de la même loi, il est inséré, à la place du § 5, qui devient le § 6, un nouveau § 5 rédigé comme suit :
  " § 5. En cas d'abstention de donner l'information prescrite par le § 1er, ou en cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit de l'opposition de la CBFA prévue au § 3 ou en cas de cession d'une participation qui n'a pas fait l'objet de l'information prescrite par le § 4, le président du tribunal de commerce dans le ressort duquel la société a son siège, statuant comme en référé, peut prendre les mesures prévues à l'article 8, alinéa 1er, de la loi du 2 mars 1989 précitée et à l'article 516, § 1er, 1° et 2°, du Code des sociétés. Il peut, de même, prononcer l'annulation de tout ou partie des délibérations d'assemblée générale tenue dans les cas visés ci-dessus.
  La procédure est engagée par citation émanant de la CBFA. L'article 516, § 3, du Code des sociétés est d'application. "
Art.9. Artikel 159, § 6, van dezelfde wet wordt artikel 159, § 7 van die wet.
Art.9. L'article 159, § 6, de la même loi devient l'article 159, § 7.
Art.10. Artikel 159, § 7, van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Wanneer, niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door iemand anders dan het sekwester, die optreedt voor rekening van deze houder, na afloop van de termijn die is vastgesteld overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, kan de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, op verzoek van de CBFA, alle of een deel van de beslissingen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer, buiten de onwettig uitgeoefende stemrechten, het aanwezigheids- of meerderheidsquorum dat voor genoemde beslissingen vereist is, niet zou zijn bereikt. "
Art.10. L'article 159, § 7, de la même loi est complété par l'alinéa suivant :
  " Lorsque des droits de vote ont été exercés par le détenteur originaire ou par une personne, autre que le séquestre, agissant pour le compte de ce détenteur après l'échéance du délai fixé conformément à l'alinéa 1er, 2°, première phrase, nonobstant une suspension de leur exercice prononcée conformément à l'alinéa 1er, 1°, le tribunal de commerce dans le ressort duquel la société a son siège peut, sur requête de la CBFA, prononcer la nullité de tout ou partie des délibérations de l'assemblée générale si, sans les droits de vote illégalement exercés, les quorums de présence ou de majorité requis par lesdites délibérations n'auraient pas été réunis. "
Art.11. Artikel 160 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Bij verwerving of vergroting van een deelneming, ondanks de maatregelen die de CBFA heeft genomen overeenkomstig het vierde lid, is artikel 159, § 5, van toepassing. "
Art.11. L'article 160 de la même loi est complété par l'alinéa suivant :
  " En cas d'acquisition ou d'accroissement d'une participation en dépit des mesures prises par la CBFA conformément à l'alinéa 4, l'article 159, § 5, est d'application. "
Art.12. Artikel 197 van dezelfde wet, wordt aangevuld met een § 8, luidende :
  " § 8. De rechtbank van koophandel spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in §§ 2 en 3.
  De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Indien verantwoord om ernstige redenen, kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. De beschikking tot schorsing en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Ingeval de geschorste of vernietigde handeling of beslissing openbaar was gemaakt, worden de beschikking tot schorsing en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt.
  Wanneer de nietigheid de rechten kan benadelen die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onder voorbehoud van het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding.
  De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, dan wel hem bekend zijn. "
Art.12. L'article 197 de la même loi est complété par un § 8, rédigé comme suit :
  " § 8. Le tribunal de commerce prononce à la requête de tout intéressé, les nullités prévues au §§ 2 et 3.
  L'action en nullité est dirigée contre la société de gestion d'organismes de placement collectif. Si des motifs graves le justifient, le demandeur en nullité peut solliciter en référé la suspension provisoire des actes ou décisions attaqués. L'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité produisent leurs effets à l'égard de tous. Au cas où l'acte ou la décision suspendus ou annulés ont fait l'objet d'une publication, l'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité sont publiés par extrait dans les mêmes formes.
  Lorsque la nullité est de nature à porter atteinte aux droits acquis de bonne foi par un tiers à l'égard de la société de gestion d'organismes de placement collectif, le tribunal peut déclarer sans effet la nullité à l'égard de ces droits, sous réserve du droit du demandeur à des dommages et intérêts s'il y a lieu.
  L'action en nullité ne peut plus être intentée après l'expiration d'un délai de six mois à compter de la date à laquelle les actes ou décisions intervenus sont opposables à celui qui invoque la nullité ou sont connus de lui. "
Art.13. (nieuw) Artikel 574 van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 24 maart 2003, wordt aangevuld met een 13°, luidende :
  " 13° van de vorderingen bedoeld in de artikelen 92, § 7, 159, § 7 en 197, § 8, van de wet van... betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles. "
Art.13. (nouveau)L'article 574 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 24 mars 2003, est complété par un 13°, rédigé comme suit :
  " 13° des actions visées aux articles 92, § 7, 159, § 7, et 197, § 8, de la loi du... relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement. "
Art.14. (nieuw) Artikel 589 van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 12 mei 2003, wordt aangevuld met een 14°, luidende :
  " 14° in de artikelen 27, § 2, 159, § 5, en 160, laatste lid, van de wet van... betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles ".
Art.14. (nouveau) L'article 589 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2003, est complété par un 14°, rédigé comme suit :
  " 14° aux articles 27, § 2, 159, § 5, et 160, dernier alinéa, de la loi du... relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement ".
Art. 15. Deze wet treedt in werking de dag van inwerkingtreding van de wet van... betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 22 juli 2004.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DAWAEL
  De Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 15. La présente loi entre en vigueur le jour de l'entrée en vigueur de la loi du... relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d'investissement.
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 22 juillet 2004
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre de l'Intérieur,
  P. DEWAEL
  Le Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  Scellé du sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX.