Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 FEBRUARI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1992 betreffende de uitreiking van het getuigschrift voor het uitoefenen van het beroep van privé-detective en de erkenning van de instellingen gemachtigd om dit getuigschrift af te leveren.
Titre
17 FEVRIER 2005. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 14 septembre 1992 relatif à la délivrance d'un certificat en vue de l'exercice de la profession de détective privé et à l'agrément des organismes autorisés à délivrer ce certificat.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. In de Nederlandstalige versie van het koninklijk besluit van 14 september 1992 betreffende de uitreiking van het getuigschrift voor het uitoefenen van het beroep van privé-detective en de erkenning van de instellingen gemachtigd om dit getuigschrift af te leveren, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 juni 1997, hierna genoemd het koninklijk besluit, worden de woorden " getuigschrift " en " getuigschriften " telkens vervangen door de woorden " certificaat " en " certificaten "
Article 1. Dans la version néerlandophone de l'arrêté royal du 14 septembre 1992 relatif à la délivrance d'un certificat en vue de l'exercice de la profession de détective privé et à l'agrément des organismes autorisés à délivrer ce certificat, modifié par l'arrêté royal du 9 juin 1997, ci-après dénommé l'arrêté royal, les mots " getuigschrift " et " getuigschriften " sont remplacés par les mots " certificaat " et " certificaten ".
Art. 2. Artikel 1 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
" Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :
1° wet : de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van privé-detective, gewijzigd door de wetten van 30 december 1996 en 7 mei 2004;
2° richtlijn : richtlijn 92/51/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van de richtlijn 89/48/EEG en gewijzigd bij richtlijn 2001/19/EEG van het Europees Parlement en van de Raad;
3° certificaat : alle opleidingstitels dan wel elk geheel van dergelijke titels :
- in een lidstaat afgegeven door een bevoegde instantie die is aangewezen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die Staat;
- waaruit blijkt dat de houder een secundaire studiecyclus heeft gevolgd en vervolgens :
hetzij een andere studie- of beroepsopleidingscyclus heeft gevolgd die niet leidt tot de afgifte van een diploma, zoals bedoeld in artikel 1, 4° van het koninklijk besluit, en die wordt gegeven aan een onderwijsinstelling of in een bedrijf, of afwisselend aan een onderwijsinstelling en in een bedrijf, in voorkomend geval aangevuld met de stage of praktijkervaring die naast deze cyclus is vereist,
hetzij de stage of periode van praktijkervaring die naast die secundaire studiecyclus is vereist, gevolgd heeft,
- waaruit blijkt dat de houder een secundaire studiecyclus van technische of beroepsmatige aard heeft gevolgd en vervolgens, in voorkomend geval,
hetzij een studie- of beroepsopleidingscyclus als bedoeld in het tweede streepje,
hetzij de stage of periode van praktijkervaring die naast de secundaire studiecyclus van technische of beroepsmatige aard is vereist, gevolgd heeft, en
- waaruit blijkt dat de houder de vereiste beroepskwalificaties bezit om tot een gereglementeerd beroep in die lidstaat te worden toegelaten of om dat uit te oefenen,
wanneer de met deze titel afgesloten opleiding overwegend in de gemeenschap is genoten of wanneer zij buiten de gemeenschap is genoten in onderwijsinstellingen die een opleiding verstrekken die voldoet aan de wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften van een lidstaat of wanneer de houder ervan een tweejarige beroepservaring heeft opgedaan, gewaarmerkt door de lidstaat die een opleidingstitel van een derde land heeft erkend.
Alle opleidingstitels, dan wel elk geheel van dergelijke titels die door een bevoegde instantie in een lidstaat zijn afgegeven, worden gelijkgesteld met een certificaat in de zin van de eerste alinea, indien daarmee een in de gemeenschap gevolgde opleiding wordt afgesloten welke door een bevoegde instantie in die lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en daaraan dezelfde rechten inzake toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep zijn verbonden.
4° diploma : alle opleidingstitels dan wel elk geheel van dergelijke titels :
- in een lidstaat afgegeven door een bevoegde instantie die is aangewezen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die Staat;
- waaruit blijkt dat de houder met succes heeft gevolgd :
hetzij een postsecundaire studiecyclus, van tenminste één jaar voltijds of van een gelijkwaardige duur deeltijds, waarvan een van de toelatingsvoorwaarden normaliter een voltooide secundaire studiecyclus is die vereist wordt voor toelating tot het universitair of hoger onderwijs, alsmede de beroepsopleiding die eventueel in aanvulling op de postsecundaire studiecyclus wordt vereist, met uitzondering van de postsecundaire opleidingscyclus van ten minste drie jaar en van de gelijkwaardige deeltijdstudie die gevolgd werden aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of een andere instelling van gelijkwaardig opleidingsniveau en in voorkomend geval, dat hij met succes een beroepsopleiding heeft gevolgd die in aanvulling op de postsecundaire studiecyclus wordt vereist,
hetzij een van de opleidingen vermeld in bijlage C van de richtlijn, en
- waaruit blijkt dat de houder de vereiste beroepskwalificaties bezit om tot een gereglementeerd beroep, in die lidstaat te worden toegelaten of om dat uit te oefenen,
wanneer de met deze titel afgesloten opleiding overwegend in de Gemeenschap is genoten of wanneer zij buiten de Gemeenschap is genoten in onderwijsinstellingen die een opleiding verstrekken die voldoet aan de wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften van een lidstaat of waarvan de houder ervan een driejarige beroepservaring heeft opgedaan, gewaarmerkt door de lidstaat die een opleidingstitel van een derde land heeft erkend.
Alle opleidingstitels, dan wel elk geheel van dergelijke titels die door een bevoegde instantie in een lidstaat zijn afgegeven, worden gelijkgesteld met een diploma in de in de zin van de eerste alinea, indien daarmee een in de Gemeenschap gevolgde opleiding wordt afgesloten welke door een bevoegde instantie in die lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en daaraan dezelfde rechten inzake toegang tot de uitoefening van een gereglementeerd beroep zijn verbonden;
5° gereglementeerd beroep : de gereglementeerde beroepsactiviteit of het geheel van gereglementeerde beroepsactiviteiten die in een lidstaat dit beroep vormen;
6° gereglementeerde beroepsactiviteit : een beroepsactiviteit, voor zover de toegang daartoe of de uitoefening of een van de wijzen van uitoefening daarvan in een lidstaat krachtens wettelijke of bestuurswettelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk is gesteld van het bezit van een opleidingstitel of een bekwaamheidsattest;
7° gereglementeerde opleiding : alle opleidingen :
- die specifiek gericht zijn op de uitoefening van een bepaald beroep en
- die bestaan uit een studiecyclus, in voorkomend geval aangevuld met een beroepsopleiding, beroepsstage of praktijkervaring waarvan structuur en niveau zijn vastgesteld bij de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van deze lidstaat of door de hiertoe aangewezen instantie worden gecontroleerd of erkend;
8° beroepservaring : de daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;
9° proeve van bekwaamheid : een controle, uitsluitend de beroepskennis van de aanvrager betreffende, die door een door de Minister van Binnenlandse Zaken erkende opleidingsinstelling wordt verricht en die tot doel heeft te beoordelen of de aanvrager de bekwaamheid bezit om in België het beroep van privé-detective uit te oefenen. "
" Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :
1° wet : de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van privé-detective, gewijzigd door de wetten van 30 december 1996 en 7 mei 2004;
2° richtlijn : richtlijn 92/51/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van de richtlijn 89/48/EEG en gewijzigd bij richtlijn 2001/19/EEG van het Europees Parlement en van de Raad;
3° certificaat : alle opleidingstitels dan wel elk geheel van dergelijke titels :
- in een lidstaat afgegeven door een bevoegde instantie die is aangewezen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die Staat;
- waaruit blijkt dat de houder een secundaire studiecyclus heeft gevolgd en vervolgens :
hetzij een andere studie- of beroepsopleidingscyclus heeft gevolgd die niet leidt tot de afgifte van een diploma, zoals bedoeld in artikel 1, 4° van het koninklijk besluit, en die wordt gegeven aan een onderwijsinstelling of in een bedrijf, of afwisselend aan een onderwijsinstelling en in een bedrijf, in voorkomend geval aangevuld met de stage of praktijkervaring die naast deze cyclus is vereist,
hetzij de stage of periode van praktijkervaring die naast die secundaire studiecyclus is vereist, gevolgd heeft,
- waaruit blijkt dat de houder een secundaire studiecyclus van technische of beroepsmatige aard heeft gevolgd en vervolgens, in voorkomend geval,
hetzij een studie- of beroepsopleidingscyclus als bedoeld in het tweede streepje,
hetzij de stage of periode van praktijkervaring die naast de secundaire studiecyclus van technische of beroepsmatige aard is vereist, gevolgd heeft, en
- waaruit blijkt dat de houder de vereiste beroepskwalificaties bezit om tot een gereglementeerd beroep in die lidstaat te worden toegelaten of om dat uit te oefenen,
wanneer de met deze titel afgesloten opleiding overwegend in de gemeenschap is genoten of wanneer zij buiten de gemeenschap is genoten in onderwijsinstellingen die een opleiding verstrekken die voldoet aan de wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften van een lidstaat of wanneer de houder ervan een tweejarige beroepservaring heeft opgedaan, gewaarmerkt door de lidstaat die een opleidingstitel van een derde land heeft erkend.
Alle opleidingstitels, dan wel elk geheel van dergelijke titels die door een bevoegde instantie in een lidstaat zijn afgegeven, worden gelijkgesteld met een certificaat in de zin van de eerste alinea, indien daarmee een in de gemeenschap gevolgde opleiding wordt afgesloten welke door een bevoegde instantie in die lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en daaraan dezelfde rechten inzake toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep zijn verbonden.
4° diploma : alle opleidingstitels dan wel elk geheel van dergelijke titels :
- in een lidstaat afgegeven door een bevoegde instantie die is aangewezen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die Staat;
- waaruit blijkt dat de houder met succes heeft gevolgd :
hetzij een postsecundaire studiecyclus, van tenminste één jaar voltijds of van een gelijkwaardige duur deeltijds, waarvan een van de toelatingsvoorwaarden normaliter een voltooide secundaire studiecyclus is die vereist wordt voor toelating tot het universitair of hoger onderwijs, alsmede de beroepsopleiding die eventueel in aanvulling op de postsecundaire studiecyclus wordt vereist, met uitzondering van de postsecundaire opleidingscyclus van ten minste drie jaar en van de gelijkwaardige deeltijdstudie die gevolgd werden aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of een andere instelling van gelijkwaardig opleidingsniveau en in voorkomend geval, dat hij met succes een beroepsopleiding heeft gevolgd die in aanvulling op de postsecundaire studiecyclus wordt vereist,
hetzij een van de opleidingen vermeld in bijlage C van de richtlijn, en
- waaruit blijkt dat de houder de vereiste beroepskwalificaties bezit om tot een gereglementeerd beroep, in die lidstaat te worden toegelaten of om dat uit te oefenen,
wanneer de met deze titel afgesloten opleiding overwegend in de Gemeenschap is genoten of wanneer zij buiten de Gemeenschap is genoten in onderwijsinstellingen die een opleiding verstrekken die voldoet aan de wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften van een lidstaat of waarvan de houder ervan een driejarige beroepservaring heeft opgedaan, gewaarmerkt door de lidstaat die een opleidingstitel van een derde land heeft erkend.
Alle opleidingstitels, dan wel elk geheel van dergelijke titels die door een bevoegde instantie in een lidstaat zijn afgegeven, worden gelijkgesteld met een diploma in de in de zin van de eerste alinea, indien daarmee een in de Gemeenschap gevolgde opleiding wordt afgesloten welke door een bevoegde instantie in die lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend en daaraan dezelfde rechten inzake toegang tot de uitoefening van een gereglementeerd beroep zijn verbonden;
5° gereglementeerd beroep : de gereglementeerde beroepsactiviteit of het geheel van gereglementeerde beroepsactiviteiten die in een lidstaat dit beroep vormen;
6° gereglementeerde beroepsactiviteit : een beroepsactiviteit, voor zover de toegang daartoe of de uitoefening of een van de wijzen van uitoefening daarvan in een lidstaat krachtens wettelijke of bestuurswettelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk is gesteld van het bezit van een opleidingstitel of een bekwaamheidsattest;
7° gereglementeerde opleiding : alle opleidingen :
- die specifiek gericht zijn op de uitoefening van een bepaald beroep en
- die bestaan uit een studiecyclus, in voorkomend geval aangevuld met een beroepsopleiding, beroepsstage of praktijkervaring waarvan structuur en niveau zijn vastgesteld bij de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van deze lidstaat of door de hiertoe aangewezen instantie worden gecontroleerd of erkend;
8° beroepservaring : de daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;
9° proeve van bekwaamheid : een controle, uitsluitend de beroepskennis van de aanvrager betreffende, die door een door de Minister van Binnenlandse Zaken erkende opleidingsinstelling wordt verricht en die tot doel heeft te beoordelen of de aanvrager de bekwaamheid bezit om in België het beroep van privé-detective uit te oefenen. "
Art. 2. L'article 1er du même arrêté est remplacé comme suit :
" Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° loi : la loi du 19 juillet 1991 organisant la profession de détective privé, modifiée par les lois des 30 décembre 1996 et 7 mai 2004;
2° directive : la directive 92/51/CEE du Conseil, du 18 juin 1992 relative à un deuxième système général de reconnaissance des formations professionnelles, complétant la directive 89/48/CEE et modifiée par la directive 2001/19/CE du Parlement Européen et du Conseil;
3° certificat : tout titre de formation ou tout ensemble de tels titres :
- qui a été délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires et administratives de cet Etat;
- dont il résulte que le titulaire, après avoir suivi un cycle d'études secondaires, a accompli :
soit un autre cycle d'études ou de formation professionnelle qui n'aboutit pas à la délivrance d'un diplôme, telle que visée à l'article 1er, 4° de l'arrêté royal et qui est dispensé dans un établissement d'enseignement ou dans une entreprise ou, en alternance, dans un établissement d'enseignement et en entreprise, et complété, le cas échéant, par le stage ou la pratique professionnelle requis en plus de ce cycle,
soit le stage ou la période de pratique professionnelle requise en plus de ce cycle d'études secondaires
- dont il résulte que le titulaire, après avoir suivi un cycle d'études secondaires de nature technique ou professionnelle, a accompli, le cas échéant :
soit un cycle d'études ou de formation professionnelle, tel que visé au deuxième tiret,
soit le stage ou la période de pratique professionnelle requis en plus de cycle d'études secondaires de nature technique ou professionnelle, et
- dont il résulte que le titulaire possède les qualifications professionnelles requises pour accéder à une profession réglementée dans l'Etat membre en question ou pour l'exercer,
dès lors que la formation sanctionnée par ce titre a été acquise dans une mesure prépondérante dans la Communauté, ou en dehors de celle-ci, dans des établissements d'enseignement qui dispensent une formation conforme aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives d'un Etat membre, ou dès lors que son titulaire a une expérience professionnelle de deux ans certifiée par l'Etat membre qui a reconnu un titre de formation délivré dans un pays tiers.
Est assimilé à un certificat au sens du premier alinéa, tout titre de formation, ou tout ensemble de tels titres, qui a été délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, dès lors qu'il sanctionne une formation acquise dans la Communauté et reconnue par une autorité compétente dans un Etat membre comme étant de niveau équivalent, et qu'il y confère les mêmes droits d'accès à une profession réglementée ou d'exercice de celle-ci;
4° diplôme : tout titre de formation ou tout ensemble de tels titres :
- qui a été délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires et administratives de cet Etat;
- dont il résulte que le titulaire a suivi avec fruit :
soit un cycle d'études postsecondaires, d'une durée d'au moins un an ou d'une durée équivalente à temps partiel, dont l'une des conditions d'accès est, en règle générale, l'accomplissement du cycle d'études secondaires exigé pour accéder à l'enseignement universitaire ou supérieur, ainsi que l'éventuelle formation professionnelle requise en plus du cycle d'études postsecondaires, à l'exception du cycle d'études postsecondaires d'une durée minimale de trois ans, ou d'une durée équivalente à temps partiel, dans une université ou un établissement d'enseignement supérieur ou dans un autre établissement du même niveau de formation et, le cas échéant, qu'il a suivi avec succès la formation professionnelle requise en plus du cycle d'études postsecondaires,
soit une des formations mentionnées dans l'annexe C de la directive, et
- dont il résulte que le titulaire possède les qualifications professionnelles requises pour accéder à une profession réglementée dans l'Etat membre en question ou pour l'exercer,
dès lors que la formation sanctionnée par ce titre a été acquise dans une mesure prépondérante dans la Communauté, ou en dehors de celle-ci, dans des établissements d'enseignement qui dispensent une formation conforme aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives d'un Etat membre, ou dès lors que son titulaire a une expérience professionnelle de trois ans certifiée par l'Etat membre qui a reconnu un titre de formation délivré dans un pays tiers.
Est assimilé à un diplôme au sens du premier alinéa, tout titre de formation, ou tout ensemble de tels titres, qui a été délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, dès lors qu'il sanctionne une formation acquise dans la Communauté et reconnue par une autorité compétente dans un Etat membre comme étant de niveau équivalent, et qu'il y confère les mêmes droits d'accès à une profession réglementée ou d'exercice de celle-ci;
5° profession réglementée : l'activité ou l'ensemble des activités professionnelles réglementées qui constituent cette profession dans un Etat membre;
6° activité professionnelle réglementée : une activité professionnelle dont l'accès ou l'exercice, ou l'une des modalités d'exercice dans un Etat membre, est subordonné, directement ou indirectement par des dispositions législatives, réglementaires ou administratives, à la possession d'un titre de formation ou d'une attestation de compétence;
7° formation réglementée : toute formation :
- qui est orientée spécifiquement sur l'exercice d'une profession déterminée et
- qui consiste en un cycle d'études complété, le cas échéant, par une formation professionnelle, un stage professionnel ou une pratique professionnelle, dont la structure et le niveau sont déterminés par les dispositions législatives, réglementaires ou administratives de l'Etat membre en question, ou font l'objet d'un contrôle ou d'un agrément par l'autorité désignée à cet effet;
8° expérience professionnelle : l'exercice effectif et licite de la profession concernée dans un Etat membre;
9° épreuve d'aptitude : un contrôle concernant exclusivement les connaissances professionnelles du demandeur, qui est effectué par un organisme de formation agréé par le Ministre de l'Intérieur et qui a pour but d'apprécier l'aptitude du demandeur à exercer en Belgique la profession de détective privé. "
" Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° loi : la loi du 19 juillet 1991 organisant la profession de détective privé, modifiée par les lois des 30 décembre 1996 et 7 mai 2004;
2° directive : la directive 92/51/CEE du Conseil, du 18 juin 1992 relative à un deuxième système général de reconnaissance des formations professionnelles, complétant la directive 89/48/CEE et modifiée par la directive 2001/19/CE du Parlement Européen et du Conseil;
3° certificat : tout titre de formation ou tout ensemble de tels titres :
- qui a été délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires et administratives de cet Etat;
- dont il résulte que le titulaire, après avoir suivi un cycle d'études secondaires, a accompli :
soit un autre cycle d'études ou de formation professionnelle qui n'aboutit pas à la délivrance d'un diplôme, telle que visée à l'article 1er, 4° de l'arrêté royal et qui est dispensé dans un établissement d'enseignement ou dans une entreprise ou, en alternance, dans un établissement d'enseignement et en entreprise, et complété, le cas échéant, par le stage ou la pratique professionnelle requis en plus de ce cycle,
soit le stage ou la période de pratique professionnelle requise en plus de ce cycle d'études secondaires
- dont il résulte que le titulaire, après avoir suivi un cycle d'études secondaires de nature technique ou professionnelle, a accompli, le cas échéant :
soit un cycle d'études ou de formation professionnelle, tel que visé au deuxième tiret,
soit le stage ou la période de pratique professionnelle requis en plus de cycle d'études secondaires de nature technique ou professionnelle, et
- dont il résulte que le titulaire possède les qualifications professionnelles requises pour accéder à une profession réglementée dans l'Etat membre en question ou pour l'exercer,
dès lors que la formation sanctionnée par ce titre a été acquise dans une mesure prépondérante dans la Communauté, ou en dehors de celle-ci, dans des établissements d'enseignement qui dispensent une formation conforme aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives d'un Etat membre, ou dès lors que son titulaire a une expérience professionnelle de deux ans certifiée par l'Etat membre qui a reconnu un titre de formation délivré dans un pays tiers.
Est assimilé à un certificat au sens du premier alinéa, tout titre de formation, ou tout ensemble de tels titres, qui a été délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, dès lors qu'il sanctionne une formation acquise dans la Communauté et reconnue par une autorité compétente dans un Etat membre comme étant de niveau équivalent, et qu'il y confère les mêmes droits d'accès à une profession réglementée ou d'exercice de celle-ci;
4° diplôme : tout titre de formation ou tout ensemble de tels titres :
- qui a été délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires et administratives de cet Etat;
- dont il résulte que le titulaire a suivi avec fruit :
soit un cycle d'études postsecondaires, d'une durée d'au moins un an ou d'une durée équivalente à temps partiel, dont l'une des conditions d'accès est, en règle générale, l'accomplissement du cycle d'études secondaires exigé pour accéder à l'enseignement universitaire ou supérieur, ainsi que l'éventuelle formation professionnelle requise en plus du cycle d'études postsecondaires, à l'exception du cycle d'études postsecondaires d'une durée minimale de trois ans, ou d'une durée équivalente à temps partiel, dans une université ou un établissement d'enseignement supérieur ou dans un autre établissement du même niveau de formation et, le cas échéant, qu'il a suivi avec succès la formation professionnelle requise en plus du cycle d'études postsecondaires,
soit une des formations mentionnées dans l'annexe C de la directive, et
- dont il résulte que le titulaire possède les qualifications professionnelles requises pour accéder à une profession réglementée dans l'Etat membre en question ou pour l'exercer,
dès lors que la formation sanctionnée par ce titre a été acquise dans une mesure prépondérante dans la Communauté, ou en dehors de celle-ci, dans des établissements d'enseignement qui dispensent une formation conforme aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives d'un Etat membre, ou dès lors que son titulaire a une expérience professionnelle de trois ans certifiée par l'Etat membre qui a reconnu un titre de formation délivré dans un pays tiers.
Est assimilé à un diplôme au sens du premier alinéa, tout titre de formation, ou tout ensemble de tels titres, qui a été délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, dès lors qu'il sanctionne une formation acquise dans la Communauté et reconnue par une autorité compétente dans un Etat membre comme étant de niveau équivalent, et qu'il y confère les mêmes droits d'accès à une profession réglementée ou d'exercice de celle-ci;
5° profession réglementée : l'activité ou l'ensemble des activités professionnelles réglementées qui constituent cette profession dans un Etat membre;
6° activité professionnelle réglementée : une activité professionnelle dont l'accès ou l'exercice, ou l'une des modalités d'exercice dans un Etat membre, est subordonné, directement ou indirectement par des dispositions législatives, réglementaires ou administratives, à la possession d'un titre de formation ou d'une attestation de compétence;
7° formation réglementée : toute formation :
- qui est orientée spécifiquement sur l'exercice d'une profession déterminée et
- qui consiste en un cycle d'études complété, le cas échéant, par une formation professionnelle, un stage professionnel ou une pratique professionnelle, dont la structure et le niveau sont déterminés par les dispositions législatives, réglementaires ou administratives de l'Etat membre en question, ou font l'objet d'un contrôle ou d'un agrément par l'autorité désignée à cet effet;
8° expérience professionnelle : l'exercice effectif et licite de la profession concernée dans un Etat membre;
9° épreuve d'aptitude : un contrôle concernant exclusivement les connaissances professionnelles du demandeur, qui est effectué par un organisme de formation agréé par le Ministre de l'Intérieur et qui a pour but d'apprécier l'aptitude du demandeur à exercer en Belgique la profession de détective privé. "
Art. 3. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt aangevuld als volgt :
" Dit certificaat wordt binnen de twee maanden na de datum van sluiting van de zittijd aan de cursist gegeven ";
2° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 2. Diegene die met goed gevolg de in artikel 3, § 1, bepaalde opleiding beëindigd heeft, bekomt een certificaat voor het uitoefenen van het beroep van privé-detective. Elke privé-detective, met uitzondering van de privé-detective waarvan door de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken is vastgesteld dat hij de gunst geniet van artikel 22, § 1, van de wet of van artikel 2bis van het koninklijk besluit, dient te beschikken over dit certificaat. "
1° § 1 wordt aangevuld als volgt :
" Dit certificaat wordt binnen de twee maanden na de datum van sluiting van de zittijd aan de cursist gegeven ";
2° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 2. Diegene die met goed gevolg de in artikel 3, § 1, bepaalde opleiding beëindigd heeft, bekomt een certificaat voor het uitoefenen van het beroep van privé-detective. Elke privé-detective, met uitzondering van de privé-detective waarvan door de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken is vastgesteld dat hij de gunst geniet van artikel 22, § 1, van de wet of van artikel 2bis van het koninklijk besluit, dient te beschikken over dit certificaat. "
Art. 3. A l'article 2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er est ajoutée la disposition suivante :
" Ce certificat est remis à l'élève dans les deux mois suivant la date de clôture de la session ";
2° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Celui qui a terminé avec fruit la formation définie à l'article 3, § 1er, recevra un certificat pour l'exercice de la profession de détective privé. Tout détective privé, à l'exception des détectives privés pour lesquels le Service public fédéral Intérieur a constaté qu'ils ont bénéficié de la disposition de l'article 22, § 1er, de la loi ou de l'article 2bis de l'arrêté royal, doit posséder ce certificat. "
1° au § 1er est ajoutée la disposition suivante :
" Ce certificat est remis à l'élève dans les deux mois suivant la date de clôture de la session ";
2° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Celui qui a terminé avec fruit la formation définie à l'article 3, § 1er, recevra un certificat pour l'exercice de la profession de détective privé. Tout détective privé, à l'exception des détectives privés pour lesquels le Service public fédéral Intérieur a constaté qu'ils ont bénéficié de la disposition de l'article 22, § 1er, de la loi ou de l'article 2bis de l'arrêté royal, doit posséder ce certificat. "
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 2 bis ingevoegd, luidende :
" Art. 2bis. In afwijking van artikel 2, § 1 dient een privé-detective niet te beschikken over een certificaat afgegeven door een opleidingsinstelling erkend door de Minister van Binnenlandse Zaken indien hij ofwel :
1° beschikt over een diploma zoals omschreven in artikel 1,4° van het koninklijk besluit of in richtlijn, of van een certificaat dat door een andere lidstaat is voorgeschreven om op zijn grondgebied tot het beroep van privé-detective te worden toegelaten dan wel dat beroep daar uit te oefenen, en dat in een lidstaat behaald is;
2° het beroep van privé-detective tijdens de voorafgaande tien jaar gedurende twee jaar voltijds of gedurende een gelijkwaardige periode deeltijds heeft uitgeoefend in een andere lidstaat waar dat beroep geen gereglementeerd beroep of gereglementeerde beroepsactiviteit betreft en hij in het bezit is van een of meer opleidingstitels :
- afgegeven door een bevoegde instantie in een Lidstaat die is aangewezen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die staat en
waaruit blijkt dat de houder met succes een andere postsecundaire studiecyclus heeft gevolgd van ten minste één jaar voltijds of van een gelijkwaardige duur deeltijds, en waarvan een van de toelatingsvoorwaarden normaliter een voltooide secundaire studiecyclus is die vereist wordt voor de toelating tot het universitair of hoger onderwijs alsmede de beroepsopleiding die eventueel in die postsecundaire studiecyclus is geïntegreerd, met uitzondering van de postsecundaire opleidingscyclus van ten minste drie jaar en van de gelijkwaardige deeltijdstudie die gevolgd werden aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of een andere instelling van gelijkwaardig opleidingsniveau en in voorkomend geval, dat hij met succes een beroepsopleiding heeft gevolgd die in aanvulling op de postsecundaire studiecyclus wordt vereist,
of waaruit blijkt dat de houder, na een secundaire studiecyclus te hebben gevolgd :
hetzij een andere studie- of beroepsopleidingscyclus dan bedoeld onder 1° heeft volbracht die aan een onderwijsinstelling en in een bedrijf, en in voorkomend geval wordt aangevuld met de stage of de praktijkervaring die deel uitmaakt van die opleidingscyclus, hetzij de stage of de periode van praktijkervaring heeft volbracht, die deel uitmaakt van die secundaire studiecyclus, of
- waaruit blijkt dat de houder, na een secundaire studiecyclus van technisch of beroepsonderwijs te hebben gevolgd, in voorkomend geval heeft volbracht :
hetzij een studie of beroepsopleidingscyclus als bedoeld in het derde streepje, hetzij de stage of de periode van praktijkervaring die deel uitmaakt van die secundaire studiecyclus van technisch of beroepsonderwijs, en
- die hem op de uitoefening van dit beroep hebben voorbereid.
De hierboven bedoelde beroepservaring van twee jaar is echter niet vereist wanneer de aanvrager met de in dit punt bedoelde opleidingstitel(s) een gereglementeerde opleiding heeft afgesloten;
3° niet over een diploma, certificaat of opleidingstitel in de zin van artikel 3, eerste alinea, onder b) van de richtlijn of in de zin van de bepaling onder 2° beschikt, maar het beroep van privé-detective tijdens de voorafgaande tien jaar gedurende drie jaar achtereen voltijds of gedurende een gelijkwaardige periode deeltijds heeft uitgeoefend in een andere lidstaat waar het beroep van privé-detective geen gereglementeerd beroep of gereglementeerde beroepsactiviteit betreft.
Alle opleidingstitels, dan wel elk geheel van dergelijke titels die door een bevoegde instantie in een lidstaat zijn afgegeven, worden met de in het eerste lid, 2°, bedoelde opleidingstitel gelijkgesteld, indien daarmee een in de Gemeenschap gevolgde opleiding wordt afgesloten welke door de lidstaat als gelijkwaardig is erkend, mits de andere lidstaten en de Commissie van deze erkenning in kennis zijn gesteld. "
" Art. 2bis. In afwijking van artikel 2, § 1 dient een privé-detective niet te beschikken over een certificaat afgegeven door een opleidingsinstelling erkend door de Minister van Binnenlandse Zaken indien hij ofwel :
1° beschikt over een diploma zoals omschreven in artikel 1,4° van het koninklijk besluit of in richtlijn, of van een certificaat dat door een andere lidstaat is voorgeschreven om op zijn grondgebied tot het beroep van privé-detective te worden toegelaten dan wel dat beroep daar uit te oefenen, en dat in een lidstaat behaald is;
2° het beroep van privé-detective tijdens de voorafgaande tien jaar gedurende twee jaar voltijds of gedurende een gelijkwaardige periode deeltijds heeft uitgeoefend in een andere lidstaat waar dat beroep geen gereglementeerd beroep of gereglementeerde beroepsactiviteit betreft en hij in het bezit is van een of meer opleidingstitels :
- afgegeven door een bevoegde instantie in een Lidstaat die is aangewezen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die staat en
waaruit blijkt dat de houder met succes een andere postsecundaire studiecyclus heeft gevolgd van ten minste één jaar voltijds of van een gelijkwaardige duur deeltijds, en waarvan een van de toelatingsvoorwaarden normaliter een voltooide secundaire studiecyclus is die vereist wordt voor de toelating tot het universitair of hoger onderwijs alsmede de beroepsopleiding die eventueel in die postsecundaire studiecyclus is geïntegreerd, met uitzondering van de postsecundaire opleidingscyclus van ten minste drie jaar en van de gelijkwaardige deeltijdstudie die gevolgd werden aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of een andere instelling van gelijkwaardig opleidingsniveau en in voorkomend geval, dat hij met succes een beroepsopleiding heeft gevolgd die in aanvulling op de postsecundaire studiecyclus wordt vereist,
of waaruit blijkt dat de houder, na een secundaire studiecyclus te hebben gevolgd :
hetzij een andere studie- of beroepsopleidingscyclus dan bedoeld onder 1° heeft volbracht die aan een onderwijsinstelling en in een bedrijf, en in voorkomend geval wordt aangevuld met de stage of de praktijkervaring die deel uitmaakt van die opleidingscyclus, hetzij de stage of de periode van praktijkervaring heeft volbracht, die deel uitmaakt van die secundaire studiecyclus, of
- waaruit blijkt dat de houder, na een secundaire studiecyclus van technisch of beroepsonderwijs te hebben gevolgd, in voorkomend geval heeft volbracht :
hetzij een studie of beroepsopleidingscyclus als bedoeld in het derde streepje, hetzij de stage of de periode van praktijkervaring die deel uitmaakt van die secundaire studiecyclus van technisch of beroepsonderwijs, en
- die hem op de uitoefening van dit beroep hebben voorbereid.
De hierboven bedoelde beroepservaring van twee jaar is echter niet vereist wanneer de aanvrager met de in dit punt bedoelde opleidingstitel(s) een gereglementeerde opleiding heeft afgesloten;
3° niet over een diploma, certificaat of opleidingstitel in de zin van artikel 3, eerste alinea, onder b) van de richtlijn of in de zin van de bepaling onder 2° beschikt, maar het beroep van privé-detective tijdens de voorafgaande tien jaar gedurende drie jaar achtereen voltijds of gedurende een gelijkwaardige periode deeltijds heeft uitgeoefend in een andere lidstaat waar het beroep van privé-detective geen gereglementeerd beroep of gereglementeerde beroepsactiviteit betreft.
Alle opleidingstitels, dan wel elk geheel van dergelijke titels die door een bevoegde instantie in een lidstaat zijn afgegeven, worden met de in het eerste lid, 2°, bedoelde opleidingstitel gelijkgesteld, indien daarmee een in de Gemeenschap gevolgde opleiding wordt afgesloten welke door de lidstaat als gelijkwaardig is erkend, mits de andere lidstaten en de Commissie van deze erkenning in kennis zijn gesteld. "
Art. 4. Un article 2bis est ajouté au même arrêté. Il est rédigé comme suit :
" Art. 2bis. Par dérogation à l'article 2, § 1er, un détective privé ne doit pas disposer d'un certificat délivré par un centre de formation agréé par le Ministre de l'Intérieur s'il répond à une des conditions suivantes :
1° disposer d'un diplôme tel que défini à l'article 1er, 4° de l'arrêté royal ou dans la directive, ou d'un certificat prescrit par un autre Etat membre pour accéder à la profession de détective privé sur son territoire ou l'y exercer, et qui a été obtenu dans un Etat membre;
2° avoir exercé à temps plein la profession de détective privé pendant deux ans, ou pendant une période équivalente à temps partiel, au cours des dix années précédentes dans un autre Etat membre où cette profession n'est ni une profession réglementée, ni une activité professionnelle réglementée, en détenant un ou plusieurs titres de formation :
- qui ont été délivrés par une autorité compétente dans un Etat membre, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives dudit Etat et
dont il résulte que le titulaire a suivi avec succès un autre cycle d'études postsecondaires, d'une durée d'au moins un an ou d'une durée équivalente à temps partiel, dont l'une des conditions d'accès est, en règle générale, l'accomplissement du cycle d'études secondaires exigé pour accéder à l'enseignement universitaire ou supérieur, ainsi que l'éventuelle formation professionnelle intégrée à ce cycle d'études postsecondaires, à l'exception du cycle d'études postsecondaires d'une durée minimale de trois ans, ou d'une durée équivalente à temps partiel, dans une université ou un établissement d'enseignement supérieur ou dans un autre établissement du même niveau de formation et, le cas échéant, qu'il a suivi avec succès la formation professionnelle requise en plus du cycle d'études postsecondaires,
ou dont il résulte que le titulaire, après avoir suivi un cycle d'études secondaires, a accompli :
soit un cycle d'études ou de formation professionnelle autre que celui visé au point 1°, dispensé dans un établissement d'enseignement ou dans une entreprise et complété, le cas échéant, par le stage ou la pratique professionnelle intégré à ce cycle de formation, soit le stage ou la période de pratique professionnelle intégré à ce cycle d'études secondaires, ou
- dont il résulte que le titulaire, après avoir suivi un cycle d'études secondaires de nature technique ou professionnelle, a accompli, le cas échéant :
soit un cycle d'études ou de formation professionnelle, tel que visé au troisième tiret, soit le stage ou la période de pratique professionnelle requis en plus de cycle d'études secondaires de nature technique ou professionnelle, et
- qui l'ont préparé à l'exercice de cette profession.
Néanmoins, les deux ans d'expérience professionnelle visés ci-dessus ne pourront pas être exigés lorsque le ou les titres de formation détenus par le demandeur et visés au présent point sanctionnent une formation réglementée;
3° ne dispose ni d'un diplôme, ni d'un certificat, ni d'un titre de formation au sens de l'article 3, premier alinéa, point b) de la directive ou du point 2° du présent article, avoir exercé la profession de détective privé dans un autre Etat membre où la profession de détective privée n'est ni une profession réglementée, ni une activité professionnelle réglementée et ce, pendant trois ans consécutivement à plein temps, ou pendant une période équivalente à temps partiel, au cours des dix années précédentes.
Est assimilé au titre de formation visé au premier alinéa, 2°, tout titre ou ensemble de titres qui a été délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, dès lors qu'il sanctionne une formation acquise dans la Communauté et qu'il est reconnu comme équivalent par cet Etat membre, à condition que cette reconnaissance ait été notifiée aux autres Etats membres et à la Commission. "
" Art. 2bis. Par dérogation à l'article 2, § 1er, un détective privé ne doit pas disposer d'un certificat délivré par un centre de formation agréé par le Ministre de l'Intérieur s'il répond à une des conditions suivantes :
1° disposer d'un diplôme tel que défini à l'article 1er, 4° de l'arrêté royal ou dans la directive, ou d'un certificat prescrit par un autre Etat membre pour accéder à la profession de détective privé sur son territoire ou l'y exercer, et qui a été obtenu dans un Etat membre;
2° avoir exercé à temps plein la profession de détective privé pendant deux ans, ou pendant une période équivalente à temps partiel, au cours des dix années précédentes dans un autre Etat membre où cette profession n'est ni une profession réglementée, ni une activité professionnelle réglementée, en détenant un ou plusieurs titres de formation :
- qui ont été délivrés par une autorité compétente dans un Etat membre, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives dudit Etat et
dont il résulte que le titulaire a suivi avec succès un autre cycle d'études postsecondaires, d'une durée d'au moins un an ou d'une durée équivalente à temps partiel, dont l'une des conditions d'accès est, en règle générale, l'accomplissement du cycle d'études secondaires exigé pour accéder à l'enseignement universitaire ou supérieur, ainsi que l'éventuelle formation professionnelle intégrée à ce cycle d'études postsecondaires, à l'exception du cycle d'études postsecondaires d'une durée minimale de trois ans, ou d'une durée équivalente à temps partiel, dans une université ou un établissement d'enseignement supérieur ou dans un autre établissement du même niveau de formation et, le cas échéant, qu'il a suivi avec succès la formation professionnelle requise en plus du cycle d'études postsecondaires,
ou dont il résulte que le titulaire, après avoir suivi un cycle d'études secondaires, a accompli :
soit un cycle d'études ou de formation professionnelle autre que celui visé au point 1°, dispensé dans un établissement d'enseignement ou dans une entreprise et complété, le cas échéant, par le stage ou la pratique professionnelle intégré à ce cycle de formation, soit le stage ou la période de pratique professionnelle intégré à ce cycle d'études secondaires, ou
- dont il résulte que le titulaire, après avoir suivi un cycle d'études secondaires de nature technique ou professionnelle, a accompli, le cas échéant :
soit un cycle d'études ou de formation professionnelle, tel que visé au troisième tiret, soit le stage ou la période de pratique professionnelle requis en plus de cycle d'études secondaires de nature technique ou professionnelle, et
- qui l'ont préparé à l'exercice de cette profession.
Néanmoins, les deux ans d'expérience professionnelle visés ci-dessus ne pourront pas être exigés lorsque le ou les titres de formation détenus par le demandeur et visés au présent point sanctionnent une formation réglementée;
3° ne dispose ni d'un diplôme, ni d'un certificat, ni d'un titre de formation au sens de l'article 3, premier alinéa, point b) de la directive ou du point 2° du présent article, avoir exercé la profession de détective privé dans un autre Etat membre où la profession de détective privée n'est ni une profession réglementée, ni une activité professionnelle réglementée et ce, pendant trois ans consécutivement à plein temps, ou pendant une période équivalente à temps partiel, au cours des dix années précédentes.
Est assimilé au titre de formation visé au premier alinéa, 2°, tout titre ou ensemble de titres qui a été délivré par une autorité compétente dans un Etat membre, dès lors qu'il sanctionne une formation acquise dans la Communauté et qu'il est reconnu comme équivalent par cet Etat membre, à condition que cette reconnaissance ait été notifiée aux autres Etats membres et à la Commission. "
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 2ter ingevoegd, luidende :
" Art. 2ter. § 1. De persoon die zich beroept op de uitzondering voorzien in artikel 2bis, hierna genoemd de aanvrager, richt hiertoe op de door de minister van Binnenlandse Zaken bepaalde wijze een verzoek aan de Minister van Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid, Directie Private Veiligheid.
Het verzoekschrift en de begeleidende documenten, bepaald in § 2, worden opgesteld in het Nederlands, het Frans of het Duits of gaan vergezeld van een beëdigde vertaling van deze documenten in één van deze talen.
§ 2. De aanvrager die zich beroept op de uitzondering voorzien in artikel 2bis van het besluit, staaft zijn verzoek met volgende originele documenten of afschriften ervan :
a) in het geval betrokkene zich beroept op een buitenlandse opleidingstitel :
1° de opleidingstitel waarop hij zich beroept en
2° het bewijs dat de titel werd afgegeven door een bevoegde instantie, daartoe aangewezen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat van de Europese gemeenschap of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
3° de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die de toegang tot het verrichten van activiteiten zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van de wet, regelt in de lidstaat van de Europese Gemeenschap of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waar de aanvrager de opleidingstitel behaald heeft.
4° de syllabi of het collegedictaat door middel waarvan vergelijkend onderzoek met de inhoud van de vakken zoals omschreven in artikel 3, § 1, mogelijk is;
b) in het geval betrokkene zich beroept op beroepservaring :
het bewijs van beroepservaring door alle schriftelijke bewijsmiddelen met uitzondering van de verklaring.
Documenten die uitsluitend van de betrokkene zelf uitgaan en die niet vergezeld gaan van stukken uitgaande van derden, waardoor de authenticiteit ervan wordt aangetoond, worden als onvoldoende bewijs aanzien.
§ 3. De Minister van Binnenlandse Zaken beslist binnen de vier maanden nadat de volledigheid van het dossier is vastgesteld omtrent het verzoek. "
" Art. 2ter. § 1. De persoon die zich beroept op de uitzondering voorzien in artikel 2bis, hierna genoemd de aanvrager, richt hiertoe op de door de minister van Binnenlandse Zaken bepaalde wijze een verzoek aan de Minister van Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid, Directie Private Veiligheid.
Het verzoekschrift en de begeleidende documenten, bepaald in § 2, worden opgesteld in het Nederlands, het Frans of het Duits of gaan vergezeld van een beëdigde vertaling van deze documenten in één van deze talen.
§ 2. De aanvrager die zich beroept op de uitzondering voorzien in artikel 2bis van het besluit, staaft zijn verzoek met volgende originele documenten of afschriften ervan :
a) in het geval betrokkene zich beroept op een buitenlandse opleidingstitel :
1° de opleidingstitel waarop hij zich beroept en
2° het bewijs dat de titel werd afgegeven door een bevoegde instantie, daartoe aangewezen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat van de Europese gemeenschap of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
3° de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die de toegang tot het verrichten van activiteiten zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van de wet, regelt in de lidstaat van de Europese Gemeenschap of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waar de aanvrager de opleidingstitel behaald heeft.
4° de syllabi of het collegedictaat door middel waarvan vergelijkend onderzoek met de inhoud van de vakken zoals omschreven in artikel 3, § 1, mogelijk is;
b) in het geval betrokkene zich beroept op beroepservaring :
het bewijs van beroepservaring door alle schriftelijke bewijsmiddelen met uitzondering van de verklaring.
Documenten die uitsluitend van de betrokkene zelf uitgaan en die niet vergezeld gaan van stukken uitgaande van derden, waardoor de authenticiteit ervan wordt aangetoond, worden als onvoldoende bewijs aanzien.
§ 3. De Minister van Binnenlandse Zaken beslist binnen de vier maanden nadat de volledigheid van het dossier is vastgesteld omtrent het verzoek. "
Art. 5. Un article 2ter est ajouté au même arrêté. Il est rédigé comme suit :
" Art. 2ter. § 1er. La personne qui invoque l'exception prévue à l'article 2bis, ci-après dénommée le demandeur, adresse à cet effet, selon la manière fixée par le Ministre de l'Intérieur, une requête au Ministre de l'Intérieur, Direction générale Politique de Sécurité et de Prévention, Direction Sécurité privée.
La requête ainsi que les documents annexés, mentionnés au § 2, sont rédigés en français, néerlandais ou allemand ou sont accompagnés d'une traduction certifiée de ces documents dans une de ces langues.
§ 2. Le demandeur qui invoque l'exception prévue à l'article 2bis de l'arrêté, appuie sa demande par les documents originaux suivants ou leurs copies certifiées conformes :
a) si l'intéressé fait valoir un titre de formation étranger :
1° le titre de formation auquel il se réfère et
2° la preuve qu'une autorité compétente, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives d'un Etat membre de l'Union européenne ou d'un autre Etat qui est signataire de l'Accord relatif à l'Espace économique européen, a remis le titre;
3° les dispositions législatives, réglementaires ou administratives qui régissent l'accès à l'exercice d'activités telles que visées à l'article 1er, § 1er de la loi, dans l'Etat membre de l'Union européenne ou dans un autre Etat qui est signataire de l'Accord relatif à l'Espace économique européen, où le demandeur a obtenu le titre de formation;
4° les syllabus ou notes de cours qui permettront de procéder à un examen comparatif du contenu des matières telles que définies à l'article 3, § 1er;
b) si l'intéressé fait valoir l'expérience professionnelle :
la preuve de l'expérience professionnelle, au moyen de toutes les preuves écrites à l'exception de la déclaration.
Les documents qui émanent exclusivement de l'intéressé lui-même et qui ne sont pas accompagnés de pièces émanant de tiers et devant permettre d'en établir l'authenticité, sont considérés comme insuffisants.
§ 3. Le Ministre de l'Intérieur prend une décision concernant la requête et ce, dans les quatre mois après avoir constaté le caractère complet du dossier. "
" Art. 2ter. § 1er. La personne qui invoque l'exception prévue à l'article 2bis, ci-après dénommée le demandeur, adresse à cet effet, selon la manière fixée par le Ministre de l'Intérieur, une requête au Ministre de l'Intérieur, Direction générale Politique de Sécurité et de Prévention, Direction Sécurité privée.
La requête ainsi que les documents annexés, mentionnés au § 2, sont rédigés en français, néerlandais ou allemand ou sont accompagnés d'une traduction certifiée de ces documents dans une de ces langues.
§ 2. Le demandeur qui invoque l'exception prévue à l'article 2bis de l'arrêté, appuie sa demande par les documents originaux suivants ou leurs copies certifiées conformes :
a) si l'intéressé fait valoir un titre de formation étranger :
1° le titre de formation auquel il se réfère et
2° la preuve qu'une autorité compétente, désignée conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives d'un Etat membre de l'Union européenne ou d'un autre Etat qui est signataire de l'Accord relatif à l'Espace économique européen, a remis le titre;
3° les dispositions législatives, réglementaires ou administratives qui régissent l'accès à l'exercice d'activités telles que visées à l'article 1er, § 1er de la loi, dans l'Etat membre de l'Union européenne ou dans un autre Etat qui est signataire de l'Accord relatif à l'Espace économique européen, où le demandeur a obtenu le titre de formation;
4° les syllabus ou notes de cours qui permettront de procéder à un examen comparatif du contenu des matières telles que définies à l'article 3, § 1er;
b) si l'intéressé fait valoir l'expérience professionnelle :
la preuve de l'expérience professionnelle, au moyen de toutes les preuves écrites à l'exception de la déclaration.
Les documents qui émanent exclusivement de l'intéressé lui-même et qui ne sont pas accompagnés de pièces émanant de tiers et devant permettre d'en établir l'authenticité, sont considérés comme insuffisants.
§ 3. Le Ministre de l'Intérieur prend une décision concernant la requête et ce, dans les quatre mois après avoir constaté le caractère complet du dossier. "
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 2quater ingevoegd, luidende :
" Art. 2quater. § 1. Zo de Minister vaststelt dat de buitenlandse opleidingstitel of beroepservaring, waarvan de aanvrager om de erkenning verzoekt, niet voldoet aan de voorschriften bepaald in artikel 2bis, verwerpt hij het verzoek.
§ 2. Zo de Minister vaststelt dat de buitenlandse opleidingstitel of beroepservaring, waarvan de aanvrager om de erkenning verzoekt, voldoet aan de voorschriften bepaald in artikel 2bis onderzoekt hij de bekwaamheid van de aanvrager om de activiteiten van privé-detective op Belgisch grondgebied uit te oefenen.
1° Indien de Minister vaststelt dat de kennis die de aanvrager heeft verworven van dien aard is dat ze niet wezenlijk verschilt van die welke van de privé-detective vereist is die de opleiding conform artikel 3,§ 1 van dit besluit met goed gevolg beëindigd heeft, keurt hij de aanvraag goed;
2° Indien de Minister vaststelt dat de kennis die de aanvrager verworven heeft van dien aard is dat ze wezenlijk verschilt van die welke van de privé-detective vereist is die de opleiding conform artikel 3, § 1, van dit besluit met goed gevolg beëindigd heeft, keurt hij het verzoek goed onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager het bewijs overmaakt waaruit blijkt dat hij geslaagd is in een bekwaamheidsproef met betrekking tot de vakken bepaald door de Minister.
Deze bekwaamheidsproef wordt georganiseerd binnen een opleidingsinstelling erkend door de minister van binnenlandse Zaken.
Deze bekwaamheidsproef bestaat uit een examen met betrekking tot één of meerdere onderdelen van de juridische vorming zoals omschreven in artikel 3,§ 1, a), A. "
" Art. 2quater. § 1. Zo de Minister vaststelt dat de buitenlandse opleidingstitel of beroepservaring, waarvan de aanvrager om de erkenning verzoekt, niet voldoet aan de voorschriften bepaald in artikel 2bis, verwerpt hij het verzoek.
§ 2. Zo de Minister vaststelt dat de buitenlandse opleidingstitel of beroepservaring, waarvan de aanvrager om de erkenning verzoekt, voldoet aan de voorschriften bepaald in artikel 2bis onderzoekt hij de bekwaamheid van de aanvrager om de activiteiten van privé-detective op Belgisch grondgebied uit te oefenen.
1° Indien de Minister vaststelt dat de kennis die de aanvrager heeft verworven van dien aard is dat ze niet wezenlijk verschilt van die welke van de privé-detective vereist is die de opleiding conform artikel 3,§ 1 van dit besluit met goed gevolg beëindigd heeft, keurt hij de aanvraag goed;
2° Indien de Minister vaststelt dat de kennis die de aanvrager verworven heeft van dien aard is dat ze wezenlijk verschilt van die welke van de privé-detective vereist is die de opleiding conform artikel 3, § 1, van dit besluit met goed gevolg beëindigd heeft, keurt hij het verzoek goed onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager het bewijs overmaakt waaruit blijkt dat hij geslaagd is in een bekwaamheidsproef met betrekking tot de vakken bepaald door de Minister.
Deze bekwaamheidsproef wordt georganiseerd binnen een opleidingsinstelling erkend door de minister van binnenlandse Zaken.
Deze bekwaamheidsproef bestaat uit een examen met betrekking tot één of meerdere onderdelen van de juridische vorming zoals omschreven in artikel 3,§ 1, a), A. "
Art. 6. Un article 2quater est ajouté au même arrêté. Il est rédigé comme suit :
" Art. 2quater. § 1er. Si le Ministre constate que le titre de formation étranger ou l'expérience professionnelle acquise à l'étranger, dont le demandeur cherche à obtenir la reconnaissance, ne répond pas aux dispositions prévues à l'article 2bis, il rejettera la requête.
§ 2. Si le Ministre constate que le titre de formation étranger ou l'expérience professionnelle acquise à l'étranger, dont le demandeur cherche à obtenir la reconnaissance, répond aux dispositions prévues à l'article 2bis, il examinera l'aptitude du demandeur à exercer les activités de détective privé sur le territoire belge.
1° Si le Ministre constate que les connaissances acquises par le demandeur sont de nature telle qu'elles ne sont pas fondamentalement différentes de celles exigées de la part du détective privé qui a terminé avec fruit la formation conformément à l'article 3, § 1er du présent arrêté, il approuvera la demande;
2° Si le Ministre constate que les connaissances acquises par le demandeur sont de nature telle qu'elles sont fondamentalement différentes de celles exigées de la part du détective privé qui a terminé avec fruit la formation conformément à l'article 3, § 1er du présent arrêté, il approuvera la demande à la condition suspensive que le demandeur apporte la preuve montrant qu'il a réussi un test d'aptitude relatif aux matières fixées par le Ministre.
Ce test d'aptitude est organisé au sein d'un organisme de formation agréé par le Ministre de l'Intérieur.
Ce test d'aptitude est un examen portant sur une ou plusieurs parties de la formation juridique telle que définie à l'article 3, § 1er, a), A. "
" Art. 2quater. § 1er. Si le Ministre constate que le titre de formation étranger ou l'expérience professionnelle acquise à l'étranger, dont le demandeur cherche à obtenir la reconnaissance, ne répond pas aux dispositions prévues à l'article 2bis, il rejettera la requête.
§ 2. Si le Ministre constate que le titre de formation étranger ou l'expérience professionnelle acquise à l'étranger, dont le demandeur cherche à obtenir la reconnaissance, répond aux dispositions prévues à l'article 2bis, il examinera l'aptitude du demandeur à exercer les activités de détective privé sur le territoire belge.
1° Si le Ministre constate que les connaissances acquises par le demandeur sont de nature telle qu'elles ne sont pas fondamentalement différentes de celles exigées de la part du détective privé qui a terminé avec fruit la formation conformément à l'article 3, § 1er du présent arrêté, il approuvera la demande;
2° Si le Ministre constate que les connaissances acquises par le demandeur sont de nature telle qu'elles sont fondamentalement différentes de celles exigées de la part du détective privé qui a terminé avec fruit la formation conformément à l'article 3, § 1er du présent arrêté, il approuvera la demande à la condition suspensive que le demandeur apporte la preuve montrant qu'il a réussi un test d'aptitude relatif aux matières fixées par le Ministre.
Ce test d'aptitude est organisé au sein d'un organisme de formation agréé par le Ministre de l'Intérieur.
Ce test d'aptitude est un examen portant sur une ou plusieurs parties de la formation juridique telle que définie à l'article 3, § 1er, a), A. "
Art. 7. § 1. In artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° onder a) worden de woorden " driehonderd vijftig uren " vervangen door " tweehonderd vijftig uren ";
2° De bepaling onder het punt E wordt vervangen als volgt :
" E. 100 uren praktische oefeningen die georganiseerd worden binnen de schoot van de opleidingsinstelling. "
§ 2. Artikel 3 § 2 wordt vervangen als volgt :
" De bijscholing omvat een minimale deelname van 25 uren aan studiesessies over actuele aspecten van het beroep van privé-detective, waarvan minimum 15 uren juridische vorming. "
1° onder a) worden de woorden " driehonderd vijftig uren " vervangen door " tweehonderd vijftig uren ";
2° De bepaling onder het punt E wordt vervangen als volgt :
" E. 100 uren praktische oefeningen die georganiseerd worden binnen de schoot van de opleidingsinstelling. "
§ 2. Artikel 3 § 2 wordt vervangen als volgt :
" De bijscholing omvat een minimale deelname van 25 uren aan studiesessies over actuele aspecten van het beroep van privé-detective, waarvan minimum 15 uren juridische vorming. "
Art. 7. § 1er. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 3, § 1er, du même arrêté:
1° au point a), les mots " trois cent cinquante heures " sont remplacés par " deux cent cinquante heures ";
2° le point E est remplacé comme suit :
" E. 100 heures d'exercices pratiques qui sont organisés au sein de l'organisme de formation. "
§ 2. L'article 3, § 2, est remplacé comme suit :
" Le recyclage comporte une participation minimale de 25 heures à des sessions d'études concernant les aspects actuels de la profession de détective privé, dont minimum 15 heures de formation juridique. "
1° au point a), les mots " trois cent cinquante heures " sont remplacés par " deux cent cinquante heures ";
2° le point E est remplacé comme suit :
" E. 100 heures d'exercices pratiques qui sont organisés au sein de l'organisme de formation. "
§ 2. L'article 3, § 2, est remplacé comme suit :
" Le recyclage comporte une participation minimale de 25 heures à des sessions d'études concernant les aspects actuels de la profession de détective privé, dont minimum 15 heures de formation juridique. "
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidende :
" Art. 3bis. § 1. Teneinde de opleiding zoals bepaald in artikel 3, § 1 te kunnen aanvatten, dient de kandidaat-cursist :
1° niet veroordeeld te zijn wegens misdrijven zoals bepaald in artikel 3, § 1, 1 ° van de wet;
2° een getuigschrift van goed zedelijk gedrag, model 1, maximum 6 maanden oud aan de opleidingsinstelling te hebben voorgelegd;
§ 2. De opleidingsinstelling dient de kandidaat-cursist voorafgaand aan de inschrijving tot de opleiding in kennis te stellen van de wettelijke voorwaarden tot het bekomen van een vergunning om het beroep van privé-detective uit te oefenen. "
" Art. 3bis. § 1. Teneinde de opleiding zoals bepaald in artikel 3, § 1 te kunnen aanvatten, dient de kandidaat-cursist :
1° niet veroordeeld te zijn wegens misdrijven zoals bepaald in artikel 3, § 1, 1 ° van de wet;
2° een getuigschrift van goed zedelijk gedrag, model 1, maximum 6 maanden oud aan de opleidingsinstelling te hebben voorgelegd;
§ 2. De opleidingsinstelling dient de kandidaat-cursist voorafgaand aan de inschrijving tot de opleiding in kennis te stellen van de wettelijke voorwaarden tot het bekomen van een vergunning om het beroep van privé-detective uit te oefenen. "
Art. 8. Un article 3bis est ajouté au même arrêté. Il est rédigé comme suit :
" Art. 3bis. § 1er. Afin de pouvoir entamer la formation telle que définie à l'article 3, § 1er, l'élève-candidat :
1° ne peut pas avoir été condamné du chef d'infractions comme précisé à l'article 3, § 1er, 1° de la loi;
2° doit avoir présenté à l'organisme de formation un certificat de bonnes conduite, vie et moeurs, modèle 1, datant de 6 mois maximum;
§ 2. L'organisme de formation doit, préalablement à l'inscription à la formation, informer l'élève-candidat au sujet des conditions légales en matière d'obtention d'une autorisation en vue d'exercer la profession de détective privé. "
" Art. 3bis. § 1er. Afin de pouvoir entamer la formation telle que définie à l'article 3, § 1er, l'élève-candidat :
1° ne peut pas avoir été condamné du chef d'infractions comme précisé à l'article 3, § 1er, 1° de la loi;
2° doit avoir présenté à l'organisme de formation un certificat de bonnes conduite, vie et moeurs, modèle 1, datant de 6 mois maximum;
§ 2. L'organisme de formation doit, préalablement à l'inscription à la formation, informer l'élève-candidat au sujet des conditions légales en matière d'obtention d'une autorisation en vue d'exercer la profession de détective privé. "
Art. 9. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de leden 1 tot en met 6 worden geschrapt;
2° in lid 7 en lid 9 wordt het woord " stages " vervangen door de woorden " praktische oefeningen ";
3° in lid 8 worden de woorden " na advies van de commissie opleiding privé-detectives " geschrapt.
1° de leden 1 tot en met 6 worden geschrapt;
2° in lid 7 en lid 9 wordt het woord " stages " vervangen door de woorden " praktische oefeningen ";
3° in lid 8 worden de woorden " na advies van de commissie opleiding privé-detectives " geschrapt.
Art. 9. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 4 du même arrêté:
1° les alinéas 1er à 6 inclus sont supprimés;
2° aux alinéas 7 et 9, le mot " stages " est remplacé par les mots " exercices pratiques " ;
3° à l'alinéa 8, les mots " Après avis de la Commission formation de détectives privés " sont supprimés.
1° les alinéas 1er à 6 inclus sont supprimés;
2° aux alinéas 7 et 9, le mot " stages " est remplacé par les mots " exercices pratiques " ;
3° à l'alinéa 8, les mots " Après avis de la Commission formation de détectives privés " sont supprimés.
Art. 10. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een § 4, luidende :
" § 4. De Minister of zijn afgevaardigde kan bepalen dat een gepland examen voor een theoretisch vak vervangen wordt door een door de administratie opgesteld schriftelijk examen. Hij kan tevens beslissen dat examens of het examen met betrekking tot een bepaald vak wordt afgenomen door een door hem erkende exameninstelling. "
" § 4. De Minister of zijn afgevaardigde kan bepalen dat een gepland examen voor een theoretisch vak vervangen wordt door een door de administratie opgesteld schriftelijk examen. Hij kan tevens beslissen dat examens of het examen met betrekking tot een bepaald vak wordt afgenomen door een door hem erkende exameninstelling. "
Art. 10. L'article 5 du même arrêté est complété par un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Le Ministre ou son délégué peut décider qu'un examen prévu pour une matière théorique soit remplacé par un examen écrit élaboré par l'administration. Il peut également décider que ce sera un organisme d'examen agréé par lui qui fera passer le ou les examens relatifs à une matière déterminée. "
" § 4. Le Ministre ou son délégué peut décider qu'un examen prévu pour une matière théorique soit remplacé par un examen écrit élaboré par l'administration. Il peut également décider que ce sera un organisme d'examen agréé par lui qui fera passer le ou les examens relatifs à une matière déterminée. "
Art. 11. § 1. In artikel 7 § 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) de leden 5 en 6 worden geschrapt;
b) het derde lid wordt aangevuld met een punt d) luidende : " d) voor het doceren van de cursussen en de praktische oefeningen kunnen aantonen dat zij beschikken over een aangepaste opleidingstitel of beschikken over een relevante ervaring in de te doceren materie van minstens 5 jaar in de loop van de vijftien laatste jaren. "
c) in het zevende lid worden de woorden " de stages ", vervangen door de woorden " de praktische oefeningen ".
§ 2. Artikel 7 wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
" § 3. De vakinhoud van de cursussen en de praktische oefeningen die door de opleidingsinstelling worden georganiseerd, dient aangepast te zijn aan de praktijk van het beroep van privé-detective en de inhoud ervan dient jaarlijks aangepast te worden rekening houdend met evoluties op het vlak van wetgeving en technologie. Er mag nergens de indruk gewekt worden dat de privé-detective politiebevoegdheden heeft. "
a) de leden 5 en 6 worden geschrapt;
b) het derde lid wordt aangevuld met een punt d) luidende : " d) voor het doceren van de cursussen en de praktische oefeningen kunnen aantonen dat zij beschikken over een aangepaste opleidingstitel of beschikken over een relevante ervaring in de te doceren materie van minstens 5 jaar in de loop van de vijftien laatste jaren. "
c) in het zevende lid worden de woorden " de stages ", vervangen door de woorden " de praktische oefeningen ".
§ 2. Artikel 7 wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
" § 3. De vakinhoud van de cursussen en de praktische oefeningen die door de opleidingsinstelling worden georganiseerd, dient aangepast te zijn aan de praktijk van het beroep van privé-detective en de inhoud ervan dient jaarlijks aangepast te worden rekening houdend met evoluties op het vlak van wetgeving en technologie. Er mag nergens de indruk gewekt worden dat de privé-detective politiebevoegdheden heeft. "
Art. 11. § 1er. A l'article 7, § 1er du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
a) les alinéas 5 et 6 sont supprimés;
b) un point d) est ajouté à l'alinéa 3. Ce point est rédigé comme suit : " d) en vue de dispenser les cours et les exercices pratiques, sont en mesure de prouver qu'ils disposent d'un titre de formation adéquat ou qu'ils disposent, depuis ces 15 dernières années, d'une expérience pertinente d'au moins 5 ans dans la matière à enseigner. ";
c) à l'alinéa 7, les mots " des stages " sont remplacés par les mots " des exercices pratiques ".
§ 2. Un § 3 est ajouté à l'article 7. Ce paragraphe est rédigé comme suit :
" § 3. Le contenu de la matière des cours et des exercices pratiques qui sont organisés par l'organisme de formation, doivent être adaptés à la pratique de la profession de détective privé et son contenu doit être adapté tous les ans en tenant compte des évolutions sur le plan de la législation et de la technologie. On ne peut nulle part donner l'impression que le détective privé possède des compétences de police. "
a) les alinéas 5 et 6 sont supprimés;
b) un point d) est ajouté à l'alinéa 3. Ce point est rédigé comme suit : " d) en vue de dispenser les cours et les exercices pratiques, sont en mesure de prouver qu'ils disposent d'un titre de formation adéquat ou qu'ils disposent, depuis ces 15 dernières années, d'une expérience pertinente d'au moins 5 ans dans la matière à enseigner. ";
c) à l'alinéa 7, les mots " des stages " sont remplacés par les mots " des exercices pratiques ".
§ 2. Un § 3 est ajouté à l'article 7. Ce paragraphe est rédigé comme suit :
" § 3. Le contenu de la matière des cours et des exercices pratiques qui sont organisés par l'organisme de formation, doivent être adaptés à la pratique de la profession de détective privé et son contenu doit être adapté tous les ans en tenant compte des évolutions sur le plan de la législation et de la technologie. On ne peut nulle part donner l'impression que le détective privé possède des compétences de police. "
Art. 12. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " stages " wordt vervangen door de woorden " de praktische oefeningen ";
2° de woorden " de stagebegeleiders " worden geschrapt;
3° er wordt een lid toegevoegd, luidende : " de cursuscoördinator en de directeur van een erkende opleidingsinstelling lichten de Minister van binnenlandse Zaken spontaan en dadelijk in over elke onregelmatigheid inzake het verloop van de opleidingen. "
1° het woord " stages " wordt vervangen door de woorden " de praktische oefeningen ";
2° de woorden " de stagebegeleiders " worden geschrapt;
3° er wordt een lid toegevoegd, luidende : " de cursuscoördinator en de directeur van een erkende opleidingsinstelling lichten de Minister van binnenlandse Zaken spontaan en dadelijk in over elke onregelmatigheid inzake het verloop van de opleidingen. "
Art. 12. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 10 du même arrêté :
1° les mots " de stages " sont remplacés par les mots " d'exercices pratiques ";
2° les mots " des maîtres de stage " sont supprimés;
3° un alinéa est ajouté. Il est rédigé comme suit : " Le coordinateur des cours et le directeur d'un organisme de formation agréé informent spontanément et immédiatement le Ministre de l'Intérieur au sujet de toute irrégularité ayant trait au déroulement des formations. "
1° les mots " de stages " sont remplacés par les mots " d'exercices pratiques ";
2° les mots " des maîtres de stage " sont supprimés;
3° un alinéa est ajouté. Il est rédigé comme suit : " Le coordinateur des cours et le directeur d'un organisme de formation agréé informent spontanément et immédiatement le Ministre de l'Intérieur au sujet de toute irrégularité ayant trait au déroulement des formations. "
Art. 13. In artikel 12, vierde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " en van de stagebegeleiders " geschrapt.
Art. 13. A l'article 12, alinéa 4 du même arrêté, les mots " et des maîtres de stage " sont supprimés.
Art. 14. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de artikelen 7 tot en met 13 die in werking treden op 1 september 2005.
Art. 14. Cet arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur Belge, à l'exception des articles 7 à 13 inclus qui entrent en vigueur le 1er septembre 2005.
Art. 15. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel 17 februari 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL.
Gegeven te Brussel 17 februari 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL.
Art. 15. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 17 février 2005.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL.
Donné à Bruxelles, le 17 février 2005.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL.