Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 DECEMBER 2004. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Titre
22 DECEMBRE 2004. - Loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (7)
Texte (7)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet zet de richtlijn 2001/51/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot aanvulling van het bepaalde in artikel 26 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985, om in de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Art. 2. La présente loi transpose la directive 2001/51/CE du Conseil de l'Union européenne du 28 juin 2001 visant à compléter les dispositions de l'article 26 de la Convention d'application de l'Accord de Schengen du 14 juin 1985, dans la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Art. 3. Artikel 74/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd door de wet van 14 juli 1987 en vervangen door de wet van 15 juli 1996, wordt vervangen als volgt :
" Art. 74/4. § 1. De openbare of private vervoerder die een passagier in het Rijk brengt die niet in het bezit is van de bij artikel 2 vereiste stukken of die zich bevindt in één van de andere in artikel 3 bedoelde gevallen, moet hem zonder verwijl vervoeren of laten vervoeren naar zijn land van oorsprong of naar elk ander land waar hij toegelaten wordt.
§ 2. De openbare of private vervoerder die een passagier naar het Rijk bracht, heeft eveneens een verplichting tot terugbrenging, wanneer :
a) de vervoerder die hem naar zijn land van bestemming zou brengen, weigert hem aan boord te nemen, of
b) de autoriteiten van de staat van bestemming de toegang weigeren, en hem naar het Rijk terugsturen,
en de toegang tot het Rijk geweigerd wordt omdat hij niet in het bezit is van de bij artikel 2 vereiste documenten of hij zich bevindt in één van de andere in artikel 3 bedoelde gevallen.
§ 3. Indien de passagier niet in het bezit is van de bij artikel 2 vereiste stukken en wanneer onmiddellijke terugbrenging niet mogelijk is, is de openbare of private vervoerder hoofdelijk aansprakelijk met de passagier voor de betaling van diens kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorgen.
De Koning bepaalt de nadere regels voor de terugbetaling van deze kosten.
§ 4. Indien wordt vastgesteld dat de openbare of private vervoerder duidelijk in gebreke blijft wat betreft zijn verplichting tot terugbrenging van een passagier die niet in het bezit is van de bij artikel 2 vereiste stukken of die zich bevindt in één van de andere in artikel 3 bedoelde gevallen, dit door geen gevolg te geven aan twee opeenvolgende aanmaningen bij een ter post aangetekend schrijven van de Minister of zijn gemachtigde om de verplichting tot terugbrenging uit te voeren, kan de Minister of zijn gemachtigde onder dwang, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, een terugdrijving organiseren. In dit geval is de vervoerder aansprakelijk voor de betaling van de kosten van de door de Minister of zijn gemachtigde georganiseerde terugdrijving, alsmede voor de betaling van de kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorg van de passagier.
De Koning bepaalt de nadere procedure voor de georganiseerde terugdrijving en bepaalt de nadere regels voor de terugbetaling van de kosten.
" Art. 74/4. § 1. De openbare of private vervoerder die een passagier in het Rijk brengt die niet in het bezit is van de bij artikel 2 vereiste stukken of die zich bevindt in één van de andere in artikel 3 bedoelde gevallen, moet hem zonder verwijl vervoeren of laten vervoeren naar zijn land van oorsprong of naar elk ander land waar hij toegelaten wordt.
§ 2. De openbare of private vervoerder die een passagier naar het Rijk bracht, heeft eveneens een verplichting tot terugbrenging, wanneer :
a) de vervoerder die hem naar zijn land van bestemming zou brengen, weigert hem aan boord te nemen, of
b) de autoriteiten van de staat van bestemming de toegang weigeren, en hem naar het Rijk terugsturen,
en de toegang tot het Rijk geweigerd wordt omdat hij niet in het bezit is van de bij artikel 2 vereiste documenten of hij zich bevindt in één van de andere in artikel 3 bedoelde gevallen.
§ 3. Indien de passagier niet in het bezit is van de bij artikel 2 vereiste stukken en wanneer onmiddellijke terugbrenging niet mogelijk is, is de openbare of private vervoerder hoofdelijk aansprakelijk met de passagier voor de betaling van diens kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorgen.
De Koning bepaalt de nadere regels voor de terugbetaling van deze kosten.
§ 4. Indien wordt vastgesteld dat de openbare of private vervoerder duidelijk in gebreke blijft wat betreft zijn verplichting tot terugbrenging van een passagier die niet in het bezit is van de bij artikel 2 vereiste stukken of die zich bevindt in één van de andere in artikel 3 bedoelde gevallen, dit door geen gevolg te geven aan twee opeenvolgende aanmaningen bij een ter post aangetekend schrijven van de Minister of zijn gemachtigde om de verplichting tot terugbrenging uit te voeren, kan de Minister of zijn gemachtigde onder dwang, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, een terugdrijving organiseren. In dit geval is de vervoerder aansprakelijk voor de betaling van de kosten van de door de Minister of zijn gemachtigde georganiseerde terugdrijving, alsmede voor de betaling van de kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorg van de passagier.
De Koning bepaalt de nadere procedure voor de georganiseerde terugdrijving en bepaalt de nadere regels voor de terugbetaling van de kosten.
Art. 3. L'article 74/4 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, inséré par la loi du 14 juillet 1987 et remplacé par la loi du 15 juillet 1996, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 74/4. § 1er. Le transporteur public ou privé qui a amené dans le Royaume un passager dépourvu des documents requis par l'article 2 ou se trouvant dans un des autres cas visés à l'article 3, doit le transporter ou le faire transporter sans délai dans le pays d'où il vient ou dans tout autre pays où il peut être admis.
§ 2. Le transporteur public ou privé qui a amené un passager dans le Royaume est également tenu de reconduire celui-ci lorsque :
a) le transporteur, qui devait l'acheminer dans son pays de destination, refuse de l'embarquer, ou
b) les autorités de l'Etat de destination lui refusent l'entrée et le renvoient dans le Royaume,
et que l'accès au Royaume lui est refusé parce qu'il est dépourvu des documents requis par l'article 2 ou qu'il se trouve dans un des autres cas visés à l'article 3.
§ 3. Lorsque le passager est dépourvu des documents requis par l'article 2 et qu'une reconduite immédiate n'est pas possible, le transporteur public ou privé est solidairement tenu avec le passager de payer les frais d'hébergement, de séjour et de soins de santé de celui-ci.
Le Roi détermine les modalités du remboursement de ces frais.
§ 4. S'il est constaté que le transporteur public ou privé manque clairement à son obligation de reconduire un passager qui est dépourvu des documents requis par l'article 2 ou qui se trouve dans un des autres cas visés à l'article 3, en ne donnant pas suite à deux mises en demeure successives, envoyées par lettre recommandée à la poste, du Ministre ou de son délégué, lui demandant de mettre son obligation de reconduite à exécution, le Ministre ou son délégué peut, en tenant compte du principe de proportionnalité, organiser une reconduite sous la contrainte. Dans ce cas, le transporteur est tenu de payer les frais de la reconduite organisée par le Ministre ou son délégué, ainsi que les frais d'hébergement, de séjour et de soins de santé du passager.
Le Roi détermine les modalités de la procédure relative à la reconduite organisée ainsi que les modalités du remboursement des frais.
" Art. 74/4. § 1er. Le transporteur public ou privé qui a amené dans le Royaume un passager dépourvu des documents requis par l'article 2 ou se trouvant dans un des autres cas visés à l'article 3, doit le transporter ou le faire transporter sans délai dans le pays d'où il vient ou dans tout autre pays où il peut être admis.
§ 2. Le transporteur public ou privé qui a amené un passager dans le Royaume est également tenu de reconduire celui-ci lorsque :
a) le transporteur, qui devait l'acheminer dans son pays de destination, refuse de l'embarquer, ou
b) les autorités de l'Etat de destination lui refusent l'entrée et le renvoient dans le Royaume,
et que l'accès au Royaume lui est refusé parce qu'il est dépourvu des documents requis par l'article 2 ou qu'il se trouve dans un des autres cas visés à l'article 3.
§ 3. Lorsque le passager est dépourvu des documents requis par l'article 2 et qu'une reconduite immédiate n'est pas possible, le transporteur public ou privé est solidairement tenu avec le passager de payer les frais d'hébergement, de séjour et de soins de santé de celui-ci.
Le Roi détermine les modalités du remboursement de ces frais.
§ 4. S'il est constaté que le transporteur public ou privé manque clairement à son obligation de reconduire un passager qui est dépourvu des documents requis par l'article 2 ou qui se trouve dans un des autres cas visés à l'article 3, en ne donnant pas suite à deux mises en demeure successives, envoyées par lettre recommandée à la poste, du Ministre ou de son délégué, lui demandant de mettre son obligation de reconduite à exécution, le Ministre ou son délégué peut, en tenant compte du principe de proportionnalité, organiser une reconduite sous la contrainte. Dans ce cas, le transporteur est tenu de payer les frais de la reconduite organisée par le Ministre ou son délégué, ainsi que les frais d'hébergement, de séjour et de soins de santé du passager.
Le Roi détermine les modalités de la procédure relative à la reconduite organisée ainsi que les modalités du remboursement des frais.
HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE III. - Entrée en vigueur.
Art. 4. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 22 december 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
Gezien en met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 22 december 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
Gezien en met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 4. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 22 décembre 2004.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
Vu et scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 22 décembre 2004.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
Vu et scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.