Artikel 1. Bij dit besluit worden de gewestelijke nadere regels bepaald voor de toepassing van de toekenning van Europese steun voor de productie van zaaizaad van bepaalde soorten en bepaalde groepen rassen tijdens een verkoopseizoen.
Jaarlijks vangt het verkoopseizoen van zaaizaad op één juli van het jaar aan en eindigt op dertig juni van het daarop volgende jaar. De oogst wordt evenwel verricht tijdens het eerste van beide jaren.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 MEI 2004. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de nadere regels voor de toepassing van de steunregeling in de sector zaaizaad (VERTALING).
Titre
27 MAI 2004. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif aux modalités d'application du régime d'aide dans le secteur des semences.
Documentinformatie
Numac: 2004052750
Datum: 2004-05-27
Info du document
Numac: 2004052750
Date: 2004-05-27
Tekst (18)
Texte (18)
Article 1. Cet arrêté détermine les modalités d'application régionales pour l'octroi de l'aide européenne pour la production de semences de certaines espèces et de certains groupes de variétés au cours d'une campagne de commercialisation.
La campagne de commercialisation des semences commence chaque année le 1er juillet et se termine le 30 juin de l'année suivante. Toutefois, la récolte est effectuée durant la première de ces deux années.
La campagne de commercialisation des semences commence chaque année le 1er juillet et se termine le 30 juin de l'année suivante. Toutefois, la récolte est effectuée durant la première de ces deux années.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt er verstaan onder :
1° "bestuur IG2" : de Afdeling Landbouwsteun van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest, in het bijzonder in die afdeling, de Directie Plantensector;
2° "bestuur IG3" : de Afdeling Onderzoek, Ontwikkeling en Kwaliteit van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest, in het bijzonder in die afdeling, de Directie Productkwaliteit;
3° "vermeerderaar" : elke natuurlijke of rechtspersoon die het zaaizaad vermeerdert en verantwoordelijk is voor de productie en de tijdelijke bewaring van het bruto zaaizaad en waarvan de identificatie als producent beheerd wordt door het Waalse Gewest overeenkomstig artikel 5, § 2, van het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2004 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van landbouw en visvangst;
4° "handelaar-bereider" : elke natuurlijke of rechtspersoon die zaaizaad opslaat, reinigt, droogt, bewerkt, bereidt, ontsmet en inpakt;
5° "kweker" : elke natuurlijke of rechtspersoon die een ras die aan één der navolgende voorwaarden beantwoordt, tot stand gebracht of ontdekt en ontwikkeld heeft :
- het ras is vermeld op de nationale rassencatalogus voor landbouwgewassen of op de gewone rassencatalogus voor landbouwgewassen;
- het ras neemt deel aan de proeven die noodzakelijk zijn om opgenomen te worden in de nationale rassencatalogus voor landbouwgewassen of de gewone rassencatalogus voor landbouwgewassen;
- het ras is opgenomen op de OESO-lijst van de voor certificering toegelaten rassen;
6° "oppervlakteaangifte" : aangifte van de producent waarin laatstgenoemde alle landbouwpercelen die hij beheert en hun oppervlaktes aangeeft, ongeacht de speculaties, overeenkomstig artikel 4, § 1, van verordening nr. 2419/2001 verordening (EG) nr. 2419/2001 van de Commissie van 11 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het bij verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad ingestelde geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen;
7° "de minister" : de Minister van Landbouw.
1° "bestuur IG2" : de Afdeling Landbouwsteun van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest, in het bijzonder in die afdeling, de Directie Plantensector;
2° "bestuur IG3" : de Afdeling Onderzoek, Ontwikkeling en Kwaliteit van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest, in het bijzonder in die afdeling, de Directie Productkwaliteit;
3° "vermeerderaar" : elke natuurlijke of rechtspersoon die het zaaizaad vermeerdert en verantwoordelijk is voor de productie en de tijdelijke bewaring van het bruto zaaizaad en waarvan de identificatie als producent beheerd wordt door het Waalse Gewest overeenkomstig artikel 5, § 2, van het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2004 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van landbouw en visvangst;
4° "handelaar-bereider" : elke natuurlijke of rechtspersoon die zaaizaad opslaat, reinigt, droogt, bewerkt, bereidt, ontsmet en inpakt;
5° "kweker" : elke natuurlijke of rechtspersoon die een ras die aan één der navolgende voorwaarden beantwoordt, tot stand gebracht of ontdekt en ontwikkeld heeft :
- het ras is vermeld op de nationale rassencatalogus voor landbouwgewassen of op de gewone rassencatalogus voor landbouwgewassen;
- het ras neemt deel aan de proeven die noodzakelijk zijn om opgenomen te worden in de nationale rassencatalogus voor landbouwgewassen of de gewone rassencatalogus voor landbouwgewassen;
- het ras is opgenomen op de OESO-lijst van de voor certificering toegelaten rassen;
6° "oppervlakteaangifte" : aangifte van de producent waarin laatstgenoemde alle landbouwpercelen die hij beheert en hun oppervlaktes aangeeft, ongeacht de speculaties, overeenkomstig artikel 4, § 1, van verordening nr. 2419/2001 verordening (EG) nr. 2419/2001 van de Commissie van 11 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het bij verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad ingestelde geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen;
7° "de minister" : de Minister van Landbouw.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° "administration IG2 " : la Division des Aides à l'Agriculture de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne, particulièrement au sein de cette Division, la Direction du secteur végétal;
2° "administration IG3 " : la Division de la Recherche, du Développement et de la Qualité de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne, particulièrement au sein de cette Division, la Direction de la qualité des produits animaux et végétaux;
3° "multiplicateur" : toute personne physique ou morale qui multiplie des semences, qui est responsable de la production et de la conservation temporaire des semences brutes et dont l'identification comme producteur est gérée par la Région wallonne conformément à l'article 5, § 2, de l'accord de coopération du 30 mars 2004 entre la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale concernant l'exercice des compétences régionalisées dans le domaine de l'Agriculture et de la Pêche;
4° "négociant-préparateur" : toute personne physique ou morale qui entrepose, nettoie, sèche, travaille, prépare, désinfecte et emballe des semences;
5° "obtenteur" : toute personne physique ou morale ayant créé ou découvert et développé une variété répondant à l'une des conditions suivantes :
- la variété figure au catalogue national de variétés des espèces de plantes agricoles ou au catalogue commun des variétés des espèces de plantes agricoles;
- la variété participe aux essais nécessaires pour être inscrite dans le catalogue national de variétés des espèces de plantes agricoles ou au catalogue commun des variétés des espèces de plantes agricoles;
- la variété figure à la liste des cultivars admis à la certification de l'OCDE;
6° "déclaration de superficie" : déclaration du producteur indiquant toutes les parcelles agricoles qu'il gère et leurs superficies, quelles que soient les spéculations, conformément à l'article 4, § 1er, du règlement n° 2419/2001 portant modalités d'application du système intégré de gestion et de contrôle relatif à certains régimes d'aides communautaires établis par le règlement (CEE) n° 3508/92 du Conseil;
7° "le Ministre" : le Ministre de l'Agriculture.
1° "administration IG2 " : la Division des Aides à l'Agriculture de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne, particulièrement au sein de cette Division, la Direction du secteur végétal;
2° "administration IG3 " : la Division de la Recherche, du Développement et de la Qualité de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne, particulièrement au sein de cette Division, la Direction de la qualité des produits animaux et végétaux;
3° "multiplicateur" : toute personne physique ou morale qui multiplie des semences, qui est responsable de la production et de la conservation temporaire des semences brutes et dont l'identification comme producteur est gérée par la Région wallonne conformément à l'article 5, § 2, de l'accord de coopération du 30 mars 2004 entre la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale concernant l'exercice des compétences régionalisées dans le domaine de l'Agriculture et de la Pêche;
4° "négociant-préparateur" : toute personne physique ou morale qui entrepose, nettoie, sèche, travaille, prépare, désinfecte et emballe des semences;
5° "obtenteur" : toute personne physique ou morale ayant créé ou découvert et développé une variété répondant à l'une des conditions suivantes :
- la variété figure au catalogue national de variétés des espèces de plantes agricoles ou au catalogue commun des variétés des espèces de plantes agricoles;
- la variété participe aux essais nécessaires pour être inscrite dans le catalogue national de variétés des espèces de plantes agricoles ou au catalogue commun des variétés des espèces de plantes agricoles;
- la variété figure à la liste des cultivars admis à la certification de l'OCDE;
6° "déclaration de superficie" : déclaration du producteur indiquant toutes les parcelles agricoles qu'il gère et leurs superficies, quelles que soient les spéculations, conformément à l'article 4, § 1er, du règlement n° 2419/2001 portant modalités d'application du système intégré de gestion et de contrôle relatif à certains régimes d'aides communautaires établis par le règlement (CEE) n° 3508/92 du Conseil;
7° "le Ministre" : le Ministre de l'Agriculture.
Art. 3. De vermeerderaars, evenals, in voorkomend geval, de handelaars-bereiders en de kwekers bedoeld in artikel 4, punt 3°, tweede streepje, die zaaizaad vermeerderen op Belgisch grondgebied, dienen geregistreerd te zijn als producent in het geïntegreerde beheers- en controlesysteem bepaald bij verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad ingestelde geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen.
Alle percelen die voor de vermeerdering van zaaizaad op Belgisch grondgebied dienstig zijn, dienen in de oppervlakteaangifte van de vermeerderaars, evenals, in voorkomend geval, van de handelaars-bereiders en van de kwekers bedoeld in artikel 4, punt 3°, tweede streepje, opgenomen te worden.
Alle percelen die voor de vermeerdering van zaaizaad op Belgisch grondgebied dienstig zijn, dienen in de oppervlakteaangifte van de vermeerderaars, evenals, in voorkomend geval, van de handelaars-bereiders en van de kwekers bedoeld in artikel 4, punt 3°, tweede streepje, opgenomen te worden.
Art. 3. Les multiplicateurs, ainsi que, le cas échéant, les négociants-préparateurs et les obtenteurs visés à l'article 4, point 3°, second tiret, multipliant des semences sur le territoire belge, doivent être enregistrés en tant que producteur dans le système intégré de gestion et de contrôle (SIGEC) prescrit par le règlement (CEE) n° 3508/92 du Conseil du 27 novembre 1992 établissant un système intégré de gestion et de contrôle relatif à certains régimes d'aides communautaires.
Toutes les parcelles servant à la multiplication des semences sur le territoire belge doivent être déclarées dans la déclaration de superficie des multiplicateurs ainsi que, le cas échéant, des négociants-préparateurs et des obtenteurs visés à l'article 4, point 3°, second tiret.
Toutes les parcelles servant à la multiplication des semences sur le territoire belge doivent être déclarées dans la déclaration de superficie des multiplicateurs ainsi que, le cas échéant, des négociants-préparateurs et des obtenteurs visés à l'article 4, point 3°, second tiret.
Art. 4. De steun wordt enkel verleend voor de productie van zaaizaad dat aan volgende voorwaarden voldoet :
1° het zaaizaad is geoogst op het Belgisch grondgebied tijdens het kalenderjaar waarin het verkoopsseizoen begint waarvoor de steun is vastgesteld;
2° het zaaizaad is basiszaad of gecertificeerd zaad is, zoals omschreven bij :
- het koninklijk besluit van 2 mei 2001 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van groenvoedergewassen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 december 2001;
- het koninklijk besluit van 2 mei 2001 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen;
- het koninklijk besluit van 2 mei 2001 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, opgeheven en vervangen vanaf 21 april 2004 bij het besluit van de Waalse Regering van 4 maart 2004 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen.
Dat basiszaad of gecertificeerd zaad dient te voldoen aan de normen en voorwaarden bepaald bij die besluiten en officieel gecertificeerd te worden door het bestuur IG3;
3° het zaaizaad is geproduceerd :
- ofwel op grond van een vermeerderingscontract dat is gesloten tussen een handelaar-bereider of een kweker, enerzijds, en een vermeerderaar, anderzijds;
- hetzij rechtstreeks door de handelaar-bereider of de kweker zelf; tot staving van deze productie moet een vermeerderingsaangifte gedaan worden en de betrokken handelaar-bereider of de kweker wordt als vermeerderaar beschouwd. Om die reden dient hij te beantwoorden aan de omschrijving gegeven in artikel 2, punt 3°, en is hij onderworpen aan de verplichtingen van artikel 3;
4° het zaaizaad wordt geproduceerd met inachtneming van de milieuvereisten overeenkomstig artikel 3 van verordening (EEG) nr. 1259/1999 van de Raad van 17 mei 1999 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
1° het zaaizaad is geoogst op het Belgisch grondgebied tijdens het kalenderjaar waarin het verkoopsseizoen begint waarvoor de steun is vastgesteld;
2° het zaaizaad is basiszaad of gecertificeerd zaad is, zoals omschreven bij :
- het koninklijk besluit van 2 mei 2001 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van groenvoedergewassen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 december 2001;
- het koninklijk besluit van 2 mei 2001 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen;
- het koninklijk besluit van 2 mei 2001 houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, opgeheven en vervangen vanaf 21 april 2004 bij het besluit van de Waalse Regering van 4 maart 2004 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen.
Dat basiszaad of gecertificeerd zaad dient te voldoen aan de normen en voorwaarden bepaald bij die besluiten en officieel gecertificeerd te worden door het bestuur IG3;
3° het zaaizaad is geproduceerd :
- ofwel op grond van een vermeerderingscontract dat is gesloten tussen een handelaar-bereider of een kweker, enerzijds, en een vermeerderaar, anderzijds;
- hetzij rechtstreeks door de handelaar-bereider of de kweker zelf; tot staving van deze productie moet een vermeerderingsaangifte gedaan worden en de betrokken handelaar-bereider of de kweker wordt als vermeerderaar beschouwd. Om die reden dient hij te beantwoorden aan de omschrijving gegeven in artikel 2, punt 3°, en is hij onderworpen aan de verplichtingen van artikel 3;
4° het zaaizaad wordt geproduceerd met inachtneming van de milieuvereisten overeenkomstig artikel 3 van verordening (EEG) nr. 1259/1999 van de Raad van 17 mei 1999 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Art. 4. L'aide n'est octroyée que pour la production de semences qui satisfont aux conditions suivantes :
1° les semences ont été récoltées sur le territoire belge pendant l'année civile durant laquelle commence la campagne de commercialisation pour laquelle l'aide est demandée;
2° les semences sont des semences de base ou des semences certifiées, comme définies par :
- l'arrêté royal du 2 mai 2001 portant réglementation du commerce et de contrôle des semences de plantes fourragères, modifié par l'arrêté royal du 12 décembre 2001;
- l'arrêté royal du 2 mai 2001 portant réglementation du commerce et du contrôle des semences de céréales;
- l'arrêté royal du 2 mai 2001 portant réglementation du commerce des semences de plantes oléagineuses et à fibres, abrogé et remplacé à partir du 21 avril 2004 par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 mars 2004 relatif à la commercialisation des semences de plantes oléagineuses et à fibres.
Ces semences de base ou certifiées doivent répondre aux normes et aux conditions prévues par lesdits arrêtés et doivent être certifiées officiellement par l'administration IG3;
3° les semences sont produites :
- soit sous contrat de multiplication conclu entre un négociant-préparateur ou un obtenteur, d'une part, et un multiplicateur, d'autre part;
- soit directement par le négociant-préparateur ou l'obtenteur lui-même. Dans ce cas, cette production doit être attestée par une déclaration de multiplication et le négociant-préparateur ou l'obtenteur concerné est considéré comme multiplicateur. De ce fait il doit répondre à la définition de l'article 2, point 3°, et est soumis aux obligations prescrites à l'article 3;
4° les semences sont produites dans le respect des exigences environnementales, conformément à l'article 3 du règlement (CEE) n° 1259/1999 du Conseil du 17 mai 1999 établissant des règles communes pour les régimes de soutien direct dans le cadre de la politique agricole commune.
1° les semences ont été récoltées sur le territoire belge pendant l'année civile durant laquelle commence la campagne de commercialisation pour laquelle l'aide est demandée;
2° les semences sont des semences de base ou des semences certifiées, comme définies par :
- l'arrêté royal du 2 mai 2001 portant réglementation du commerce et de contrôle des semences de plantes fourragères, modifié par l'arrêté royal du 12 décembre 2001;
- l'arrêté royal du 2 mai 2001 portant réglementation du commerce et du contrôle des semences de céréales;
- l'arrêté royal du 2 mai 2001 portant réglementation du commerce des semences de plantes oléagineuses et à fibres, abrogé et remplacé à partir du 21 avril 2004 par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 mars 2004 relatif à la commercialisation des semences de plantes oléagineuses et à fibres.
Ces semences de base ou certifiées doivent répondre aux normes et aux conditions prévues par lesdits arrêtés et doivent être certifiées officiellement par l'administration IG3;
3° les semences sont produites :
- soit sous contrat de multiplication conclu entre un négociant-préparateur ou un obtenteur, d'une part, et un multiplicateur, d'autre part;
- soit directement par le négociant-préparateur ou l'obtenteur lui-même. Dans ce cas, cette production doit être attestée par une déclaration de multiplication et le négociant-préparateur ou l'obtenteur concerné est considéré comme multiplicateur. De ce fait il doit répondre à la définition de l'article 2, point 3°, et est soumis aux obligations prescrites à l'article 3;
4° les semences sont produites dans le respect des exigences environnementales, conformément à l'article 3 du règlement (CEE) n° 1259/1999 du Conseil du 17 mai 1999 établissant des règles communes pour les régimes de soutien direct dans le cadre de la politique agricole commune.
Art. 5. De handelaars-bereiders en de kwekers dienen erkend of geregistreerd te worden overeenkomstig artikel 3 van verordening (EEG) nr. 1674/72 van de Raad van 2 augustus 1972 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning en de financiering van de steun in de sector zaaizaad.
Voorzover zij aan de voorwaarden van de regelgeving voldoen, worden de handelaars-bereiders en de kwekers die een correspondentieadres in het Waalse Gewest hebben en die een aanvraag in die zin bij het bestuur IG3 hebben ingediend, door de minister erkend.
Voorzover zij aan de voorwaarden van de regelgeving voldoen, worden de handelaars-bereiders en de kwekers die een correspondentieadres in het Waalse Gewest hebben en die een aanvraag in die zin bij het bestuur IG3 hebben ingediend, door de minister erkend.
Art. 5. Les négociants-préparateurs et les obtenteurs doivent être agréés ou enregistrés conformément à l'article 3 du règlement (CEE) n° 1674/72 du Conseil du 2 août 1972 fixant les règles générales de l'octroi et du financement de l'aide dans le secteur des semences.
Pour autant qu'ils satisfassent aux conditions réglementaires, le Ministre agrée les négociants-préparateurs et les obtenteurs qui ont une adresse de correspondance en Région wallonne et qui ont introduit une demande en ce sens auprès de l'administration IG3.
Pour autant qu'ils satisfassent aux conditions réglementaires, le Ministre agrée les négociants-préparateurs et les obtenteurs qui ont une adresse de correspondance en Région wallonne et qui ont introduit une demande en ce sens auprès de l'administration IG3.
Art. 6. Het bestuur IG3 registreert de vermeerderingscontracten bedoeld in artikel 4, punt 3°, eerste streepje, en de vermeerderingsaangiften bedoeld in artikel 4, punt 3°, tweede streepje, overeenkomstig artikel 5 van voornoemde verordening (EEG) nr. 1674/72.
De vermeerderingscontracten en de vermeerderingsaangiften dienen gelijk met de inschrijvingsformulieren voor de keuring bij het bestuur IG3 te worden ingediend. Een vermeerderingscontract of een vermeerderingsaangifte wordt geregistreerd onder het "registratienummer" dat aan het vermeerderingsperceel toegewezen wordt.
Het bestuur IG3 is eveneens belast met de registratie van de contracten voor vermeerdering van zaaizaad in de derde landen overeenkomstig artikel 3bis, § 1, van verordening (EEG) nr. van de Raad van 26 oktober 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector zaaizaad en artikel 4 van verordening (EEG) nr. 2514/78 van de Commissie van 26 oktober 1978 inzake de registratie in de lid-Staten van de contracten voor de vermeerdering van zaaizaad in derde landen.
De vermeerderingscontracten en de vermeerderingsaangiften dienen gelijk met de inschrijvingsformulieren voor de keuring bij het bestuur IG3 te worden ingediend. Een vermeerderingscontract of een vermeerderingsaangifte wordt geregistreerd onder het "registratienummer" dat aan het vermeerderingsperceel toegewezen wordt.
Het bestuur IG3 is eveneens belast met de registratie van de contracten voor vermeerdering van zaaizaad in de derde landen overeenkomstig artikel 3bis, § 1, van verordening (EEG) nr. van de Raad van 26 oktober 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector zaaizaad en artikel 4 van verordening (EEG) nr. 2514/78 van de Commissie van 26 oktober 1978 inzake de registratie in de lid-Staten van de contracten voor de vermeerdering van zaaizaad in derde landen.
Art. 6. L'administration IG3 enregistre les contrats de multiplication visés à l'article 4, point 3°, premier tiret, et les déclarations de multiplication visées à l'article 4, point 3°, second tiret, conformément à l'article 5 du règlement (CEE) n° 1674/72 précité.
Les contrats de multiplication et les déclarations de multiplication doivent être introduits, en même temps que les formulaires d'inscription pour le contrôle, auprès de l'administration IG3. Un contrat de multiplication ou une déclaration de multiplication est enregistré sous le "numéro d'enregistrement" qui est attribué à la parcelle de multiplication.
L'administration IG3 est également chargée de l'enregistrement des contrats de multiplication de semences dans les pays tiers conformément à l'article 3bis, § 1er, du règlement (CEE) n° 2358/71 du Conseil du 26 octobre 1971 portant organisation commune des marchés dans le secteur des semences et à l'article 4 du règlement (CEE) n° 2514/78 de la Commission du 26 octobre 1978 relatif à l'enregistrement dans les Etats membres des contrats de multiplication des semences dans les pays tiers.
Les contrats de multiplication et les déclarations de multiplication doivent être introduits, en même temps que les formulaires d'inscription pour le contrôle, auprès de l'administration IG3. Un contrat de multiplication ou une déclaration de multiplication est enregistré sous le "numéro d'enregistrement" qui est attribué à la parcelle de multiplication.
L'administration IG3 est également chargée de l'enregistrement des contrats de multiplication de semences dans les pays tiers conformément à l'article 3bis, § 1er, du règlement (CEE) n° 2358/71 du Conseil du 26 octobre 1971 portant organisation commune des marchés dans le secteur des semences et à l'article 4 du règlement (CEE) n° 2514/78 de la Commission du 26 octobre 1978 relatif à l'enregistrement dans les Etats membres des contrats de multiplication des semences dans les pays tiers.
Art. 7. De steunaanvraag dient te worden ingediend bij het bestuur IG2, na de oogst en vóór 25 juni van het daarop volgende jaar. De aanvraag wordt ingediend door de vermeerderaar van zaaizaad of, in voorkomend geval, door de handelaar-bereider of de kweker zoals bedoeld in artikel 4, punt 3°, tweede streepje, of door toedoen van de handelaar-bereider of de kweker met wie de betrokken vermeerderaar een contract ondertekend heeft, voorzover hij daartoe behoorlijk is gemachtigd door de vermeerderaar.
Overeenkomstig artikel 2bis, § 1, en artikel 4 van verordening (EEG) nr. 1686/72 van de Commissie van 2 augustus 1972 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de steun in de sector zaaizaad dienen volgende bewijsstukken bij de steunaanvraag te worden gevoegd :
- het door het bestuur IG3 afgeleverde document waaruit blijkt dat de bedoelde hoeveelheden zaaizaad officieel gecertificeerd zijn;
- het document of de documenten die verantwoorden dat het zaaizaad daadwerkelijk in de handel is gebracht voor het inzaaien op datum van de indiening van de steunaanvraag.
In dat opzicht verstrekt de vermeerderaar die handelaar-bereider of kweker zoals bedoeld in artikel 4, punt 3°, tweede streepje, is, een afschrift van zijn voorraadboekhouding voor het zaaizaad, terwijl de vermeerderaar die geen handelaar-bereider of kweker is de facturen indient waaruit blijkt dat het zaaizaad waarvoor de steunaanvraag is ingediend, daadwerkelijk voor het inzaaien is verkocht aan een handelaar-bereider of een kweker.
Overeenkomstig artikel 2bis, § 1, en artikel 4 van verordening (EEG) nr. 1686/72 van de Commissie van 2 augustus 1972 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de steun in de sector zaaizaad dienen volgende bewijsstukken bij de steunaanvraag te worden gevoegd :
- het door het bestuur IG3 afgeleverde document waaruit blijkt dat de bedoelde hoeveelheden zaaizaad officieel gecertificeerd zijn;
- het document of de documenten die verantwoorden dat het zaaizaad daadwerkelijk in de handel is gebracht voor het inzaaien op datum van de indiening van de steunaanvraag.
In dat opzicht verstrekt de vermeerderaar die handelaar-bereider of kweker zoals bedoeld in artikel 4, punt 3°, tweede streepje, is, een afschrift van zijn voorraadboekhouding voor het zaaizaad, terwijl de vermeerderaar die geen handelaar-bereider of kweker is de facturen indient waaruit blijkt dat het zaaizaad waarvoor de steunaanvraag is ingediend, daadwerkelijk voor het inzaaien is verkocht aan een handelaar-bereider of een kweker.
Art. 7. La demande d'aide doit être introduite auprès de l'administration IG2, après la récolte et avant le 25 juin de l'année suivant l'année suivante. Elle est introduite par le multiplicateur de semences ou, le cas échéant, par le négociant-préparateur ou l'obtenteur tel que visé à l'article 4, point 3°, second tiret, ou par l'intermédiaire du négociant-préparateur ou de l'obtenteur, avec lequel le multiplicateur concerné a signé un contrat, pour autant qu'il en ait été dûment mandaté à cet effet par le multiplicateur.
Conformément à l'article 2bis, § 1er, et à l'article 4 du règlement (CEE) n° 1686/72 de la Commission du 2 août 1972 relatif à certaines modalités concernant l'aide dans le secteur des semences, la demande d'aide doit être accompagnée des preuves suivantes :
- le document, délivré par l'administration IG3, attestant que les quantités de semences visées ont été officiellement certifiées;
- le(s) document(s) justifiant que les semences ont été effectivement commercialisées pour l'ensemencement à la date de l'introduction de la demande d'aide.
A cet égard, le multiplicateur qui est le négociant-préparateur ou l'obtenteur tel que visé à l'article 4, point 3°, second tiret, fournit une copie de sa comptabilité-matière de semences, tandis que le multiplicateur qui n'est pas négociant-préparateur ou obtenteur fournit les factures prouvant que les semences pour lesquelles la demande d'aide a été introduite, ont été effectivement vendues pour l'ensemencement à un négociant-préparateur ou à un obtenteur.
Conformément à l'article 2bis, § 1er, et à l'article 4 du règlement (CEE) n° 1686/72 de la Commission du 2 août 1972 relatif à certaines modalités concernant l'aide dans le secteur des semences, la demande d'aide doit être accompagnée des preuves suivantes :
- le document, délivré par l'administration IG3, attestant que les quantités de semences visées ont été officiellement certifiées;
- le(s) document(s) justifiant que les semences ont été effectivement commercialisées pour l'ensemencement à la date de l'introduction de la demande d'aide.
A cet égard, le multiplicateur qui est le négociant-préparateur ou l'obtenteur tel que visé à l'article 4, point 3°, second tiret, fournit une copie de sa comptabilité-matière de semences, tandis que le multiplicateur qui n'est pas négociant-préparateur ou obtenteur fournit les factures prouvant que les semences pour lesquelles la demande d'aide a été introduite, ont été effectivement vendues pour l'ensemencement à un négociant-préparateur ou à un obtenteur.
Art. 8. Het bestuur IG3 is belast met de uitvoering van de administratieve keuringen en de keuringen ter plaatse bepaald in artikel 2bis, § 2, en artikel 3ter van verordening (EEG) nr. 1686/72 zoals voornoemd.
Er worden gekruiste controles verricht met het geïntegreerde beheers- en controlesysteem.
Er worden gekruiste controles verricht met het geïntegreerde beheers- en controlesysteem.
Art. 8. L'administration IG3 est chargée de l'exécution des contrôles administratifs et des contrôles sur place prévus à l'article 2bis, § 2, et à l'article 3ter du règlement (CEE) n° 1686/72 précité.
Des vérifications croisées sont effectuées avec les données du système intégré de gestion et de contrôle (SIGEC).
Des vérifications croisées sont effectuées avec les données du système intégré de gestion et de contrôle (SIGEC).
Art. 9. De handelaar-bereider of de kweker die erkend of geregistreerd is in het Waalse Gewest dient het bestuur IG3 overeenkomstig de onderrichtingen van laatstgenoemde alle gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van verordening nr. 3083/73 van de Commissie van 14 november 1973 betreffende het verstrekken van de nodige gegevens voor de toepassing van verordening (EEG) nr. 2358/71 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector zaaizaad.
Art. 9. Le négociant-préparateur ou l'obtenteur agréé ou enregistré en Région wallonne doit fournir à l'administration IG3, conformément aux instructions de celle-ci, toutes les données nécessaires à l'application du règlement (CEE) n° 3083/73 de la Commission du 14 novembre 1973 relatif aux communications de données nécessaires à l'application du règlement (CEE) n° 2358/71 portant organisation commune des marchés dans le secteur des semences.
Art. 10. De handelaar-bereider of de kweker die in het Waalse Gewest zaaizaad vermeerdert of laat vermeerderen met een erkenning of een registratie van een ander Gewest of een andere lid-Staat van de Europese Unie, dient het bestuur IG3
overeenkomstig de onderrichtingen van laatstgenoemde alle gegevens te verstrekken die de controle van het recht op steunverlening mogelijk maken.
overeenkomstig de onderrichtingen van laatstgenoemde alle gegevens te verstrekken die de controle van het recht op steunverlening mogelijk maken.
Art. 10. Le négociant-préparateur ou l'obtenteur multipliant ou faisant multiplier en Région wallonne des semences tout en étant agréé ou enregistré dans une autre Région ou dans un autre Etat membre de l'Union européenne, doit fournir à l'administration IG3, conformément aux instructions de celle-ci, toutes les données nécessaires qui permettent le contrôle du droit à l'aide.
Art. 11. Voor de toepassing van artikel 4, § 1, van verordening (EEG) nr. 2358/71 zoals voornoemd verstrekt het bestuur IG3 overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 september 1993 tot regeling van de invoer en het binnenbrengen van zaaizaden en pootgoed van sommige plantensoorten en van teeltmateriaal van bosbouwsoorten een invoercertificaat aan belanghebbenden die erom verzoeken.
Art. 11. Pour l'application de l'article 4, § 1er, du règlement (CEE) n° 2358/71 précité, l'administration IG3 délivre, conformément à l'arrêté royal du 22 septembre 1993 réglementant l'importation et l'introduction de semences et de plants de certaines espèces de plantes et de matériel forestier de reproduction, un certificat d'importation aux intéressés qui le demandent.
Art. 12. Het bestuur IG2 is belast met de betaling van steun voor de productie van zaaizaad, evenals met de inning van de onverschuldigde betalingen. Krachtens artikel 3, § 4, van Verordening (EEG) nr. 1686/72 zoals voornoemd wordt het steunbedrag toegekend aan de vermeerderaar of, in voorkomend geval, aan de handelaar-bereider of aan de kweker zoals bedoeld in artikel 4, punt 3°, tweede streepje, binnen de twee maanden volgend op de indiening van de aanvraag en uiterlijk op 31 juli van het jaar volgend op dat van de oogst.
Overeenkomstig artikel 3quater van verordening (EEG) nr. 1686/72 geeft elke laattijdige indiening van de steunaanvraag aanleiding tot een vermindering van de steunbedragen met 1 % per kalenderdag. De aanvraag is onontvankelijk en kan niet meer in een steunverlening resulteren indien de aanvraag wordt ingediend na 4 juli van het jaar volgend op het oogstjaar.
Ongeacht de door het bestuur IG2 beheerde steunregeling kan het bestuur IG2, indien er een onverschuldigd bedrag gestort wordt of in geval van heffing in de melk- of zuivelsector die door de bedoelde producent verschuldigd is, het bedrag compenseren met elk steunbedrag bedoeld bij dit besluit en dat aan de steunaanvrager verschuldigd zou zijn.
Overeenkomstig artikel 3quater van verordening (EEG) nr. 1686/72 geeft elke laattijdige indiening van de steunaanvraag aanleiding tot een vermindering van de steunbedragen met 1 % per kalenderdag. De aanvraag is onontvankelijk en kan niet meer in een steunverlening resulteren indien de aanvraag wordt ingediend na 4 juli van het jaar volgend op het oogstjaar.
Ongeacht de door het bestuur IG2 beheerde steunregeling kan het bestuur IG2, indien er een onverschuldigd bedrag gestort wordt of in geval van heffing in de melk- of zuivelsector die door de bedoelde producent verschuldigd is, het bedrag compenseren met elk steunbedrag bedoeld bij dit besluit en dat aan de steunaanvrager verschuldigd zou zijn.
Art. 12. L'administration IG2 est chargée du payement de l'aide à la production de semences ainsi que du recouvrement des paiements indus. En vertu de l'article 3, § 4, du règlement (CEE) n° 1686/72 précité, le montant de l'aide est octroyé au multiplicateur ou, le cas échéant, au négociant-préparateur ou à l'obtenteur tel que visé à l'article 4, point 3°, second tiret, dans les deux mois suivant le dépôt de la demande, et au plus tard le 31 juillet de l'année suivant l'année celle de la récolte.
Conformément à l'article 3quater du règlement (CEE) n° 1686/72 précité, tout dépôt tardif de la demande d'aide donne lieu à une réduction des montants des aides de 1 % par jour calendrier des montants des aides. La demande est irrecevable et ne peut plus entraîner l'octroi de l'aide si elle est présentée après le 4 juillet de l'année suivant l'année celle de la récolte.
Quel que soit le régime d'aides géré par l'administration IG2, en cas de montant indûment versé ou de prélèvement dans le secteur du lait et des produits laitiers dû par le producteur considéré, l'administration IG2 peut opérer une compensation avec tout montant d'aide visé par le présent arrêté, dû au demandeur d'aide.
Conformément à l'article 3quater du règlement (CEE) n° 1686/72 précité, tout dépôt tardif de la demande d'aide donne lieu à une réduction des montants des aides de 1 % par jour calendrier des montants des aides. La demande est irrecevable et ne peut plus entraîner l'octroi de l'aide si elle est présentée après le 4 juillet de l'année suivant l'année celle de la récolte.
Quel que soit le régime d'aides géré par l'administration IG2, en cas de montant indûment versé ou de prélèvement dans le secteur du lait et des produits laitiers dû par le producteur considéré, l'administration IG2 peut opérer une compensation avec tout montant d'aide visé par le présent arrêté, dû au demandeur d'aide.
Art. 13. De inspecteur-generaal van de Afdeling Landbouwsteun van het Directoraat-generaal Landbouw van het ministerie van het Waalse Gewest of, bij afwezigheid of verhindering, de hem vervangende ambtenaar is gemachtigd om de bedragen met betrekking tot de steun bepaald bij dit besluit vast te leggen, goed te keuren en te ordonnanceren.
Art. 13. L'inspecteur général de la Division des Aides à l'Agriculture de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne ou, en cas d'absence ou d'empêchement, le fonctionnaire qui le remplace, a délégation pour engager, approuver et ordonnancer les dépenses relatives aux aides prévues par le présent arrêté.
Art. 14. De overtredingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt en de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten.
De overtredingen van dit besluit kunnen het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel 8 van voornoemde wet van 28 maart 1975.
De directeur-generaal van het Directoraat-generaal Landbouw van het ministerie van het Waalse Gewest of, bij afwezigheid of verhindering, de hem vervangende ambtenaar wordt aangewezen in de hoedanigheid van ambtenaar die bevoegd is voor het volbrengen van de handelingen en het treffen van de beslissingen betreffende de administratieve geldboetes bedoeld in vorig lid.
De overtredingen van dit besluit kunnen het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel 8 van voornoemde wet van 28 maart 1975.
De directeur-generaal van het Directoraat-generaal Landbouw van het ministerie van het Waalse Gewest of, bij afwezigheid of verhindering, de hem vervangende ambtenaar wordt aangewezen in de hoedanigheid van ambtenaar die bevoegd is voor het volbrengen van de handelingen en het treffen van de beslissingen betreffende de administratieve geldboetes bedoeld in vorig lid.
Art. 14. Les infractions au présent arrêté sont recherchées, constatées et punies conformément à la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage et à la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime.
Les infractions au présent arrêté peuvent faire l'objet d'une amende administrative conformément à l'article 8 de la loi du 28 mars 1975 précitée.
Est désigné en qualité de fonctionnaire compétent pour accomplir les actes et prendre les décisions concernant les amendes administratives visées à l'alinéa précédent, le directeur général de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne ou, en cas d'absence ou d'empêchement, le fonctionnaire qui le remplace.
Les infractions au présent arrêté peuvent faire l'objet d'une amende administrative conformément à l'article 8 de la loi du 28 mars 1975 précitée.
Est désigné en qualité de fonctionnaire compétent pour accomplir les actes et prendre les décisions concernant les amendes administratives visées à l'alinéa précédent, le directeur général de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne ou, en cas d'absence ou d'empêchement, le fonctionnaire qui le remplace.
Art. 15. De minister kan bijkomende maatregelen vaststellen voor de toepassing van de verordeningen nr. 2358/71 en 1674/72 van de Raad en de verordeningen (EEG) nr. 1686/72 en 2514/78 van de Commissie.
Art. 15. Le Ministre peut arrêter des mesures accessoires pour l'application des règlements (CEE) n° 2358/71 et 1674/72 du Conseil et des règlements (CEE) n° 1686/72 et 2514/78 de la Commission.
Art. 16. Het koninklijk besluit van 26 juni 2000 betreffende de uitvoering van de steunregeling in de sector zaaizaden wordt opgeheven.
Art. 16. L'arrêté royal du 26 juin 2000 relatif aux modalités d'application du régime d'aide dans le secteur des semences est abrogé.
Art. 17. Dit besluit heeft uitwerking vanaf het verkoopseizoen 2002-2003 (oogst 2002).
Art. 17. Le présent arrêté produit ses effets à partir de la campagne de commercialisation 2002-2003 (récolte 2002).
Art. 18. De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
Namen, 27 mei 2004.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden,
J. HAPPART.
Namen, 27 mei 2004.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden,
J. HAPPART.
Art. 18. Le Ministre est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Namur, le 27 mai 2004.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre de l'Agriculture et de la Ruralité,
J. HAPPART.
Namur, le 27 mai 2004.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre de l'Agriculture et de la Ruralité,
J. HAPPART.