Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 OKTOBER 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan.
Titre
15 OCTOBRE 2004. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté royal n° 63 du 20 juillet 1982 modifiant les dispositions des statuts pécuniaires applicables au personnel enseignant et assimilé de l'enseignement de plein exercice et de l'enseignement de promotion sociale ou à horaire réduit (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 2004036819
Datum: 2004-10-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2004036819
Date: 2004-10-15
Moniteur: Voir
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. In artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  " 2° de volgende dagen zijn betaalbaar :
  a) alle dagen, gerekend van het begin tot het einde van de tijdelijke aanstelling, met inbegrip, voorzover ze in de duur van de tijdelijke aanstelling begrepen zijn, van :
  1) de wettelijke feestdagen,
  2) de weekends,
  3) de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie,
  4) de afwezigheden tijdens welke het tijdelijk personeelslid, op grond van een reglementaire bepaling, recht heeft op salaris of salaristoelage vanwege de Vlaamse Gemeenschap;
  b) de wettelijke feestdagen, de weekends en de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie tussen twee tijdelijke aanstellingen, voorzover die dag of die periode onmiddellijk volgt op de laatste dag van de tijdelijke aanstelling en onmiddellijk voorafgaat aan de eerste dag van de erop volgende tijdelijke aanstelling.
  Het totale aantal aldus te betalen dagen mag voor een schooljaar nooit meer dan 300 bedragen.
  De dagen en de periodes, bedoeld in b), worden bezoldigd overeenkomstig de prestaties die werden verstrekt tijdens de tijdelijke aanstelling voorafgaand aan de te bezoldigen dag of periode.
  Als een personeelslid een aanstelling heeft voor een volledig schooljaar en daarnaast een tijdelijke aanstelling voor een deel van hetzelfde schooljaar, geldt punt b) voor de tijdelijke aanstelling voor het deel van het schooljaar, voorzover de gestelde voorwaarden vervuld zijn; ";
  (2°) punt 3°, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 269 van 31 december 1983 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1998, wordt vervangen door wat volgt :
  " 3° tijdens de zomervakantie is bovendien een uitgestelde bezoldiging betaalbaar die gelijk is aan de volgens punt 2° betaalde daglonen, eventueel verhoogd met de fictieve lonen voor de genoten dagen bevallingsverlof in de duur van de tijdelijke aanstelling, vermenigvuldigd met 0,2; ";
  (3°) in punt 3°, gewijzigd bij dit besluit, worden tussen de woorden "de genoten dagen bevallingsverlof" en de woorden "in de duur van de tijdelijke aanstelling" de woorden ", verlof wegens bedreiging door een beroepsziekte of verlof wegens moederschapsbescherming" ingevoegd;
  (4°) punt 4° wordt opgeheven.
Article 1. A l'article 7, § 1er, de l'arrêté royal n° 63 du 20 juillet 1982 modifiant les dispositions des statuts pécuniaires applicables au personnel enseignant et assimilé de l'enseignement de plein exercice et de l'enseignement de promotion sociale ou à horaire réduit, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
  "2° les jours suivants sont payables :
  a) tous les jours, à compter du début jusqu'à la fin de la désignation temporaire, y compris, pour autant qu'ils soient compris dans la durée de la désignation temporaire :
  1) les jours fériés légaux,
  2) les week-ends,
  3) les vacances d'automne, les vacances de Noël, les vacances de Carnaval et les vacances de Pâques,
  4) les absences pendant lesquelles le membre du personnel temporaire, sur la base d'une disposition réglementaire, a droit à un traitement ou une subvention-traitement de la Communauté flamande;
  b) les jours fériés légaux, les week-ends et les vacances d'automne, les vacances de Noël, les vacances de Carnaval et les vacances de Pâques entre deux désignations temporaires, pour autant que ce jour ou cette période suive immédiatement le dernier jour de la désignation temporaire et précède immédiatement le premier jour de la désignation temporaire suivante.
  Le nombre total de jours à rémunérer ainsi ne peut excéder 300 jours par année scolaire.
  Les jours et les périodes, visés au b), sont rémunérés suivant les prestations rendues pendant la désignation temporaire précédant le jour ou la période à rémunérer.
  Si un membre du personnel est désigné pour une année scolaire entière et, en outre, est désigné à titre temporaire pour une partie de la même année scolaire, le point b) est applicable à la désignation temporaire pour la partie de l'année scolaire, pour autant que les conditions posées soient remplies;";
  2° le point 3°, remplacé par l'arrêté royal n° 269 du 31 décembre 1983 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
  "3° pendant les vacances d'été, une rémunération différée est également payable; celle-ci est égale aux rétributions journalières payées conformément au point 2°, majorée éventuellement des rétributions fictives pour les jours de congé de maternité pris dans la durée de désignation temporaire, multipliées par 0,2;";
  3° au point 3°, modifié par le présent arrêté sont insérés entre les mots "les jours de congé de maternité" et les mots "pris dans la durée de désignation temporaire" les mots ", les jours de congé d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de congé de protection de la maternité";
  4 ° le point 4° est abrogé.
Art. 2. In artikel 7, van hetzelfde besluit wordt § 1bis, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1998, vervangen door wat volgt :
  " § 1bis. In afwijking van § 1, 3°, wordt geen uitgestelde bezoldiging betaald aan het tijdelijk personeelslid :
  1° dat zijn loopbaan volledig onderbroken heeft voor een periode die eindigt op 31 augustus van het schooljaar waarvoor de uitgestelde bezoldiging wordt uitgekeerd;
  2° voor het gedeelte van de opdracht waarvoor het personeelslid zijn loopbaan gedeeltelijk onderbroken heeft voor een periode die eindigt op 31 augustus van het schooljaar waarvoor de uitgestelde bezoldiging wordt uitgekeerd;
  3° voor een periode die overeenstemt met de periode waarin het personeelslid, tijdens de zomervakantie van het schooljaar waarvoor de uitgestelde bezoldiging wordt uitgekeerd, als werknemer of als zelfstandige diensten heeft gepresteerd die erkend worden als nuttige ervaring, overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs.
  Punt 3° is niet van toepassing op de activiteiten die een personeelslid al tijdens de periode voorafgaand aan de zomervakantie van het schooljaar buiten het onderwijs uitoefende en die hij tijdens die zomervakantie voortzet. Ze geldt evenmin voor de opvoeder noch voor de leden van het opvoedend hulppersoneel. "
Art. 2. Dans l'article 7 du même arrêté, le § 1erbis inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1998, est remplacé par ce qui suit :
  "§ 1erbis. Par dérogation au § 1er, 3°, aucune rémunération différée n'est payée au membre du personnel temporaire :
  1° ayant complètement interrompu sa carrière pour une période prenant fin le 31 août de l'année scolaire pour laquelle la rémunération différée est octroyée;
  2° pour la partie de la charge pour laquelle le membre du personnel a partiellement interrompu sa carrière pour une période prenant fin le 31 août de l'année scolaire pour laquelle la rémunération différée est octroyée;
  3° pour une période correspondant à la période dans laquelle le membre du personnel a fourni, pendant les vacances d'été de l'année scolaire pour laquelle la rémunération différée est octroyée, des services comme travailleur ou comme indépendant qui sont reconnus comme expérience utile conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif à l'expérience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement.
  La disposition du point 3 n'est pas applicable aux activités qu'un membre du personnel exerçait déjà en dehors de l'enseignement pendant la période précédant les vacances d'été de l'année scolaire et qu'il poursuit pendant lesdites vacances d'été. Elle ne s'applique pas non plus à l'éducateur ni aux membres du personnel auxiliaire d'éducation."
Art. 3. In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt § 1bis, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1998 en gewijzigd bij dit besluit, vervangen door wat volgt :
  " § 1bis. In afwijking van § 1, 3°, wordt geen uitgestelde bezoldiging betaald aan het tijdelijk personeelslid :
  1° dat voor zijn tijdelijke prestaties als bijbetrekking wordt bezoldigd.
  Het personeelslid heeft wel recht op de uitbetaling van uitgestelde bezoldiging indien het gaat om een bijbetrekking uitgeoefend in het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan op grond van artikel 10, § 3, van dit koninklijk besluit;
  2° dat zijn loopbaan volledig onderbroken heeft voor een periode die eindigt op 31 augustus van het schooljaar waarvoor de uitgestelde bezoldiging wordt uitgekeerd;
  3° voor het gedeelte van de opdracht waarvoor het personeelslid zijn loopbaan gedeeltelijk onderbroken heeft voor een periode die eindigt op 31 augustus van het schooljaar waarvoor de uitgestelde bezoldiging wordt uitgekeerd;
  4° voor een periode die overeenstemt met de periode waarin het personeelslid, tijdens de zomervakantie van het schooljaar waarvoor de uitgestelde bezoldiging wordt uitgekeerd, als werknemer of als zelfstandige diensten heeft gepresteerd die erkend worden als nuttige ervaring, overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs.
  Punt 4° is niet van toepassing op de activiteiten die een personeelslid al tijdens de periode voorafgaand aan de zomervakantie van het schooljaar buiten het onderwijs uitoefende en die hij tijdens deze zomervakantie voortzet. Ze geldt evenmin voor de opvoeder, de administratief medewerker in een centrum voor volwassenenonderwijs, noch voor de leden van het opvoedend hulppersoneel. "
Art. 3. Dans l'article 7 du même arrêté, le § 1erbis inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1998 et modifié par le présent arrêté, est remplacé par ce qui suit :
  "§ 1erbis. Par dérogation au § 1er, 3°, aucune rémunération différée n'est payée au membre du personnel temporaire :
  1° qui est payé pour ses prestations temporaires en fonction accessoire.
  Le membre du personnel a toutefois droit au paiement de la rémunération différée s'il s'agit d'une fonction accessoire exercée dans l'enseignement de promotion sociale ou à horaire réduit sur la base de l'article 10, § 3, du présent arrêté royal;
  2° qui a complètement interrompu sa carrière pour une période prenant fin le 31 août de l'année scolaire pour laquelle la rémunération différée est octroyée;
  3° pour la partie de la charge pour laquelle le membre du personnel a partiellement interrompu sa carrière pour une période prenant fin le 31 août de l'année scolaire pour laquelle la rémunération différée est octroyée;
  4° pour une période correspondant à la période dans laquelle le membre du personnel a fourni, pendant les vacances d'été de l'année scolaire pour laquelle la rémunération différée est octroyée, des services comme travailleur ou comme indépendant reconnus comme expérience utile conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif à l'expérience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement.
  La disposition du point 4 n'est pas applicable aux activités qu'un membre du personnel exerçait déjà en dehors de l'enseignement pendant la période précédant les vacances d'été de l'année scolaire et qu'il poursuit pendant lesdites vacances d'été. Elle ne s'applique non plus à l'éducateur, au collaborateur administratif dans un centre d'éducation des adultes, ni aux membres du personnel auxiliaire d'éducation."
Art. 4. In artikel 7, § 2, van hetzelfde besluit, worden tussen de woorden "De bepalingen van § 1" en de woorden "zijn niet van toepassing" de woorden ", 1°, 2°, tweede lid, 3° en 4°" ingevoegd.
Art. 4. Dans l'article 7, § 2, du même arrêté, sont insérés entre les mots "Les dispositions du § 1er" et les mots "ne sont pas applicables" les mots ", 1°, 2°, deuxième alinéa, 3° et 4°".
Art. 5. Artikel 7 van hetzelfde besluit, zoals gewijzigd bij dit besluit, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 7, § 1. Voor de tijdelijke personeelsleden wordt het dagloon vastgesteld op 1/360e van het salaris.
  § 2. De volgende dagen zijn betaalbaar :
  1° alle dagen, gerekend van het begin tot het einde van de tijdelijke aanstelling, met inbegrip, voorzover ze geheel of gedeeltelijk in de duur van de tijdelijke aanstelling begrepen zijn, van :
  1) de wettelijke feestdagen,
  2) de weekends,
  3) de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie,
  4) de afwezigheden tijdens welke het tijdelijk personeelslid, op grond van een reglementaire bepaling, recht heeft op salaris of salaristoelage vanwege de Vlaamse Gemeenschap;
  2° de wettelijke feestdagen, de weekends en de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie tussen twee tijdelijke aanstellingen, voorzover die dag, die periode of de dagen binnen die periode aansluiten op een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld of op de laatste dag van de tijdelijke aanstelling en die dag, die periode of de dagen binnen die periode aansluiten op de eerste dag van de erop volgende tijdelijke aanstelling of op een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld.
  Het totale aantal aldus te betalen dagen mag voor een schooljaar nooit meer dan 300 bedragen.
  Voor de dag, de periode of de dagen binnen die periode, bedoeld in 2°, behoudt het tijdelijk personeelslid de bezoldiging die wordt toegekend overeenkomstig de prestaties, verstrekt op de vooravond van de te bezoldigen dag, periode of dagen binnen deze periode of op de vooravond van een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld en dit tot op de vooravond van een nieuwe tijdelijke aanstelling. De toepassing van deze bezoldigingsregel mag echter niet tot gevolg hebben dat een tijdelijk personeelslid niet wordt bezoldigd voor dagen waarvoor hij ook effectief is aangesteld.
  Als een personeelslid een aanstelling heeft voor een volledig schooljaar en daarnaast een tijdelijke aanstelling voor een deel van hetzelfde schooljaar, geldt punt 2° voor de tijdelijke aanstelling voor het deel van het schooljaar, voorzover de gestelde voorwaarden vervuld zijn.
  § 3. Tijdens de zomervakantie is bovendien een uitgestelde bezoldiging betaalbaar die gelijk is aan de volgens § 2 betaalde daglonen, eventueel verhoogd met de fictieve lonen voor de genoten dagen bevallingsverlof, verlof wegens een bedreiging door een beroepsziekte of verlof wegens moederschapsbescherming in de duur van de tijdelijke aanstelling, vermenigvuldigd met 0,2.
  In afwijking van het eerste lid wordt geen uitgestelde bezoldiging betaald aan het tijdelijk personeelslid :
  1° dat voor zijn tijdelijke prestaties als bijbetrekking wordt bezoldigd.
  Het personeelslid heeft wel recht op de uitbetaling van uitgestelde bezoldiging indien het gaat om een bijbetrekking uitgeoefend in het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan op grond van artikel 10, § 3, van dit koninklijk besluit;
  2° dat zijn loopbaan volledig onderbroken heeft voor een periode die eindigt op 31 augustus van het schooljaar waarvoor de uitgestelde bezoldiging wordt uitgekeerd;
  3° voor het gedeelte van de opdracht waarvoor het personeelslid zijn loopbaan gedeeltelijk onderbroken heeft voor een periode die eindigt op 31 augustus van het schooljaar waarvoor de uitgestelde bezoldiging wordt uitgekeerd;
  4° voor een periode die overeenstemt met de periode waarin het personeelslid, tijdens de zomervakantie van het schooljaar waarvoor de uitgestelde bezoldiging wordt uitgekeerd, als werknemer of als zelfstandige diensten heeft gepresteerd die erkend worden als nuttige ervaring, overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs.
  Punt 4° is niet van toepassing op de activiteiten die een personeelslid al tijdens de periode voorafgaand aan de zomervakantie van het schooljaar buiten het onderwijs uitoefende en die hij tijdens deze zomervakantie voortzet. Ze geldt evenmin voor de opvoeder, de administratief medewerker in een centrum voor volwassenonderwijs, noch voor de leden van het opvoedend hulppersoneel.
  § 4. Op de bovenstaande bepalingen zijn de volgende uitzonderingen van toepassing :
  1° voor de tijdelijke personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding, die worden bezoldigd overeenkomstig de bepalingen van het in artikel 1, a), vermelde koninklijk besluit van 15 april 1958, met inbegrip van de personeelsleden bedoeld onder 2° hierna, gelden enkel de bepalingen van § 2, eerste, derde en vierde lid;
  2° voor de tijdelijke personeelsleden die in een selectie- of bevorderingsambt worden aangesteld, zijn de bepalingen van de §§ 1, 2 en 3 niet van toepassing.
  De in punt 1° en 2° bedoelde personeelsleden worden maandelijks na vervallen termijn betaald.
  Het maandsalaris is gelijk aan één twaalfde van het jaarsalaris. Als het maandsalaris niet volledig verschuldigd is, wordt het in dertigsten verdeeld overeenkomstig de regeling die in dit geval voor de vastbenoemde personeelsleden wordt toegepast. "
Art. 5. L'article 7 du même arrêté, tel que modifié par le présent arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 7, § 1er. Pour les membres du personnel temporaires la rétribution journalière est fixée à 1/360e du traitement.
  § 2. Les jours suivants sont payables :
  1° tous les jours, à compter du début jusqu'à la fin de la désignation temporaire, y compris, pour autant qu'ils soient compris dans la durée de la désignation temporaire :
  1) les jours fériés légaux,
  2) les week-ends,
  3) les vacances d'automne, les vacances de Noël, les vacances de Carnaval et les vacances de Pâques,
  4) les absences pendant lesquelles le membre du personnel temporaire, sur la base d'une disposition réglementaire, a droit à un traitement ou une subvention-traitement de la Communauté flamande;
  2° les jours fériés légaux, les week-ends et les vacances d'automne, les vacances de Noël, les vacances de Carnaval et les vacances de Pâques entre deux désignations temporaires, pour autant que ce jour, cette période ou les jours dans cette période suivent immédiatement une période assimilée à une période d'activité de service ou le dernier jour d'une désignation temporaire et ce jour, cette période ou les jours dans cette période précèdent immédiatement le premier jour de la désignation temporaire suivante ou d'une période assimilée à une période d'activité de service.
  Le nombre total de jours à rémunérer ainsi ne peut excéder 300 jours par année scolaire.
  Pour le jour, la période ou les jours dans cette période au sens du point 2°, le membre du personnel temporaire conserve la rémunération qui est attribuée conformément aux prestations accomplies à la veille du jour, de la période ou des jours dans cette période ou à la veille d'une période assimilée à une période d'activité de service et ce jusqu'à la veille d'une nouvelle désignation temporaire. L'application de cette règle de rémunération ne peut avoir comme suite qu'un membre du personnel n'est pas rémunéré pour les jours pour lesquels il est effectivement désigné.
  Si un membre du personnel est désigné pour une année scolaire entière et en outre est désigné à titre temporaire pour une partie de la même année scolaire, le point 2° est applicable à la désignation temporaire pour la partie de l'année scolaire, pour autant que les conditions posées soient remplies.
  § 3. Pendant les vacances d'été, une rémunération différée est également payable; celle-ci est égale aux rétributions journalières payées conformément au § 2, majorée éventuellement des rétributions fictives pour les jours de congé de maternité, les jours de congé d'écartement du risque de maladie professionnelle ou de congé de protection de la maternité pris dans la durée de désignation temporaire, multipliées par 0,2.
  Par dérogation au premier alinéa, aucune rémunération différée n'est payée au membre du personnel temporaire :
  1° qui est payé pour ses prestations temporaires en fonction accessoire.
  Le membre du personnel a toutefois droit au paiement de la rémunération différée s'il s'agit d'une fonction accessoire exercée dans l'enseignement de promotion sociale ou à horaire réduit sur la base de l'article 10, § 3, du présent arrêté royal;
  2° qui a complètement interrompu sa carrière pour une période prenant fin le 31 août de l'année scolaire pour laquelle la rémunération différée est octroyée;
  3° pour la partie de la charge pour laquelle le membre du personnel a partiellement interrompu sa carrière pour une période prenant fin le 31 août de l'année scolaire pour laquelle la rémunération différée est octroyée;
  4° pour une période correspondant à la période dans laquelle le membre du personnel a fourni, pendant les vacances d'été de l'année scolaire pour laquelle la rémunération différée est octroyée des services comme travailleur ou comme indépendant reconnus comme expérience utile conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif à l'expérience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement.
  La disposition du point 4 n'est pas applicable aux activités qu'un membre du personnel exerçait déjà en dehors de l'enseignement pendant la période précédant les vacances d'été de l'année scolaire et qu'il poursuit pendant lesdites vacances d'été. Elle ne s'applique non plus à l'éducateur, au collaborateur administratif dans un centre d'éducation des adultes, ni aux membres du personnel auxiliaire d'éducation.
  § 4. Aux dispositions précitées sont applicables les exceptions suivantes :
  1° pour les membres du personnel temporaires des centres d'encadrement des élèves, qui sont rémunérés conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 15 avril 1958, visé à l'article 1er, a), y compris les membres du personnel visés sous 2° ci-après, sont seules applicables les dispositions du § 2, premier, troisième et quatrième alinéas;
  2° pour les membres du personnel temporaires qui sont désignés dans une fonction de sélection ou de promotion, les dispositions des §§ 1er, 2 et 3 ne sont pas applicables.
  Les personnels visés aux points 1° et 2° sont payés mensuellement à terme échu.
  Le traitement mensuel est égal à 1/12e du traitement annuel. Si le traitement mensuel n'est pas entièrement dû, il est divisé en trentièmes conformément au règlement qui est applicable dans ce cas aux membres du personnel nommés à titre définitif."
Art. 6. Het koninklijk besluit nr. 294 van 31 maart 1984 waarbij de voorwaarden bepaald worden voor het uitbetalen van de uitgestelde bezoldiging aan sommige tijdelijke personeelsleden van het onderwijs die tijdens de zomervakantie andere beroepsinkomsten hebben, wordt opgeheven.
Art. 6. L'arrêté royal n° 294 du 31 mars 1984 fixant les conditions d'octroi de la rémunération différée à certains membres du personnel temporaires de l'enseignement qui ont d'autres revenus professionnels pendant les vacances d'été, est abrogé.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2004, met uitzondering van :
  - artikel 1, 2°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1996;
  - artikel 2, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998;
  - artikel 1, 3°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1999;
  - artikel 1, 1° en artikel 4 die uitwerking hebben met ingang van 1 december 1999;
  - artikel 1, 4°, dat uitwerking heeft op 31 augustus 2003;
  - artikelen 3 en 6 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2003.
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2004, à l'exception :
  - de l'article 1er, 2° qui produit ses effets le 1er septembre 1996;
  - de l'article 2, qui produit ses effets le 1er septembre 1998;
  - de l'article 1er, 3° qui produit ses effets le 1er septembre 1999;
  - de l'article 1er, 1°, et de l'article 4 qui produisent leurs effets le 1er décembre 1999;
  - de l'article 1er, 4°, qui produit ses effets le 31 août 2003;
  - des articles 3 et 6, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2003.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 15 oktober 2004.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. 8. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 15 octobre 2004.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Y. LETERME
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE.