Artikel 1. Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs, gewijzigd bij het besluit van 15 april 1997, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 2. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op :
a) de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het beleids- en ondersteunend personeel van de instellingen voor gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. Het is niet van toepassing op de leermeesters godsdienst;
b) de leden van het opvoedend hulppersoneel, paramedisch, sociaal personeel van :
1° het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp -en bijstandsregeling;
2° de tehuizen voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;
3° de internaten gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
14 JULI 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter -, lager en basisonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs.
Titre
14 JUILLET 2004. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement maternel, primaire et fondamental ordinaire et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter -, lager en basisonderwijs.
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement maternel, primaire et fondamental ordinaire.
Article 1. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire, modifié par l'arrêté du 15 avril 1997, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 2. Les dispositions de la présente sous-section s'appliquent :
a) aux membres du personnel directeur et enseignant et aux membres du personnel de gestion et d'appui des établissements d'enseignement maternel, primaire et fondamental ordinaire, organisé ou subventionné par la Communauté flamande. Elles ne s'appliquent pas aux maîtres de religion;
b) aux membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et du personnel social :
1° du foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance;
2° des foyers d'accueil assurant l'accueil résidentiel d'enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe, organisés ou subventionnés par la Communauté flamande;
3° des internats financés par la Communauté flamande. "
" Art. 2. Les dispositions de la présente sous-section s'appliquent :
a) aux membres du personnel directeur et enseignant et aux membres du personnel de gestion et d'appui des établissements d'enseignement maternel, primaire et fondamental ordinaire, organisé ou subventionné par la Communauté flamande. Elles ne s'appliquent pas aux maîtres de religion;
b) aux membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et du personnel social :
1° du foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance;
2° des foyers d'accueil assurant l'accueil résidentiel d'enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe, organisés ou subventionnés par la Communauté flamande;
3° des internats financés par la Communauté flamande. "
Art. 2. In artikel 3, § 2 van hetzelfde besluit worden tussen de woorden " erkende navorming " en de woorden " te volgen " de woorden " of nascholing " ingevoegd;
Art. 2. Dans l'article 3, § 2, du même arrêté, les mots "ou à une éducation continuée" sont insérés entre les mots "formation continuée" et le mot "agréée";
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 19 december 1991 wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan (BPB) :
a) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
b) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
c) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
d) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
e) het getuigschrift van pedagogische leergangen;
f) het diploma van kleuteronderwijzer;
g) het diploma van onderwijzer;
h) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 1, afgekort GVSO -groep 1;
i) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 2, afgekort GVSO -groep 2;
j) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
k) het getuigschrift van normaalleergangen;
l) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
m) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs.
§ 3. Voor de houder van het diploma van licentiaat die tevens houder is van een diploma of getuigschrift, genoemd in § 2, wordt dit laatste gelijkgesteld met het diploma van GHSO, GVO of GVSO-groep 2. ".
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan (BPB) :
a) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
b) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
c) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
d) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
e) het getuigschrift van pedagogische leergangen;
f) het diploma van kleuteronderwijzer;
g) het diploma van onderwijzer;
h) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 1, afgekort GVSO -groep 1;
i) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 2, afgekort GVSO -groep 2;
j) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
k) het getuigschrift van normaalleergangen;
l) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
m) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs.
§ 3. Voor de houder van het diploma van licentiaat die tevens houder is van een diploma of getuigschrift, genoemd in § 2, wordt dit laatste gelijkgesteld met het diploma van GHSO, GVO of GVSO-groep 2. ".
Art. 3. L'article 4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 19 décembre 1991, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques (CAP), il faut entendre :
a) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
c) le certificat de cours normaux techniques moyens;
d) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
e) le certificat de cours pédagogiques;
f) le diplôme d'instituteur préscolaire;
g) le diplôme d'instituteur primaire;
h) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
i) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
j) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
k) le certificat de cours normaux;
l) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
m) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire.
§ 3. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire d'un diplôme ou certificat cité au § 2, ce dernier est assimilé au diplôme AESS, AE ou AES-groupe 2. ".
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques (CAP), il faut entendre :
a) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
c) le certificat de cours normaux techniques moyens;
d) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
e) le certificat de cours pédagogiques;
f) le diplôme d'instituteur préscolaire;
g) le diplôme d'instituteur primaire;
h) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
i) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
j) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
k) le certificat de cours normaux;
l) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
m) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire.
§ 3. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire d'un diplôme ou certificat cité au § 2, ce dernier est assimilé au diplôme AESS, AE ou AES-groupe 2. ".
Art. 4. In artikel 5, § 1 van hetzelfde besluit gewijzigd bij het besluit van 15 april 1997 worden, tussen de woorden " onderwijsinstelling " en het woord " hetzij " de volgende woorden ingevoegd : " of een door wet of decreet daarmee gelijkgestelde instelling ".
Art. 4. A l'article 5, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du 15 avril 1997, les mots suivants sont insérés entre les mots "ou par la Communauté," et le mot "soit" : "ou par un établissement y assimilé par la loi ou par un décret".
Art. 5. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 6. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1. de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden.
De diploma's van arts, tandarts en dierenarts gelden vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
2. de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de Staat of de Gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studiën ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studiën niet in één van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht.
De diploma's van arts, tandarts en dierenarts gelden vanaf 01.09.1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
3. het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4. het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
5. het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
6. het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
7. het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
8. de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmens-instituut te Leuven;
9. het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
10. het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studiën hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
11. het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur.
Het diploma van interieurarchitect geldt vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12. het diploma van technisch ingenieur;
13. het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
14. het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
15. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
16. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
17. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, vóór 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
18. het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut te Leuven;
19. het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
20. het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt -Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke" te Gent vanaf 01.09.1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
21. het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964 -1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen vanaf 01.09.1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
22. het diploma van aspirant-officier ter lange omvaart;
23. het diploma van officier -werktuigkundige eerste klasse;
24. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
25. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
26. het diploma van de eerste cyclus uiterlijk in academiejaar 1994 -1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium met uitzondering van het diploma van kandidaat;
27. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
28. het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
29. het diploma van onderwijzer;
30. het diploma van kleuteronderwijzer;
31. het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent;
32. het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
33. het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
34. het diploma van een basisopleiding van één cyclus vanaf 01.09.1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
35. het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen vanaf 01.09.1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
36. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 1 vanaf 01.09.2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
37. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid vanaf 01.09.2000 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
38. het diploma van leraar dans;
39. de vergunning :
1° van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur Luchtvaart of door het Directoraat-generaal luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
2° van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voor zover de kandidaten geslaagd zijn in de examens over de algemene kennis voor het bekomen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt.
40. het diploma van virtuositeit, het hoger diploma uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
41. het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie of van hoger onderwijs uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs met voor dit diploma de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
43. het diploma van eerste prijs uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
44. het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
45. de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de Staat of de Gemeenschap opgerichte examencommissie;
46. het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans;
47. het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
48. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt BSO 4 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
49. het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
50. het diploma in de psychiatrische verpleegkunde vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
51. het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
52. het finaliteitsdiploma van het kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
53. het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
54. het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
55. het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
56. het diploma voor secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
57. Een studiebewijs van het niveau van het hoger technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
58. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
59. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO 3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
60. Een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
61. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
62. Een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het hoger beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
63. een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
64. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO 3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
65. een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
66. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
67. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO 2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
68. een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
69. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
70. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO 2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. ".
" Art. 6. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1. de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden.
De diploma's van arts, tandarts en dierenarts gelden vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
2. de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de Staat of de Gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studiën ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studiën niet in één van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht.
De diploma's van arts, tandarts en dierenarts gelden vanaf 01.09.1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
3. het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4. het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
5. het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
6. het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
7. het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
8. de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmens-instituut te Leuven;
9. het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
10. het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studiën hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
11. het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur.
Het diploma van interieurarchitect geldt vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12. het diploma van technisch ingenieur;
13. het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
14. het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
15. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
16. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
17. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, vóór 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
18. het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut te Leuven;
19. het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
20. het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt -Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke" te Gent vanaf 01.09.1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
21. het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964 -1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen vanaf 01.09.1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
22. het diploma van aspirant-officier ter lange omvaart;
23. het diploma van officier -werktuigkundige eerste klasse;
24. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
25. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
26. het diploma van de eerste cyclus uiterlijk in academiejaar 1994 -1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium met uitzondering van het diploma van kandidaat;
27. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
28. het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
29. het diploma van onderwijzer;
30. het diploma van kleuteronderwijzer;
31. het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent;
32. het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
33. het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
34. het diploma van een basisopleiding van één cyclus vanaf 01.09.1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
35. het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen vanaf 01.09.1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
36. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 1 vanaf 01.09.2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
37. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid vanaf 01.09.2000 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
38. het diploma van leraar dans;
39. de vergunning :
1° van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur Luchtvaart of door het Directoraat-generaal luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
2° van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voor zover de kandidaten geslaagd zijn in de examens over de algemene kennis voor het bekomen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt.
40. het diploma van virtuositeit, het hoger diploma uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
41. het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie of van hoger onderwijs uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs met voor dit diploma de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
43. het diploma van eerste prijs uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
44. het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
45. de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de Staat of de Gemeenschap opgerichte examencommissie;
46. het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans;
47. het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
48. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt BSO 4 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
49. het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
50. het diploma in de psychiatrische verpleegkunde vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
51. het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
52. het finaliteitsdiploma van het kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
53. het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
54. het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
55. het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
56. het diploma voor secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
57. Een studiebewijs van het niveau van het hoger technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
58. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
59. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO 3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
60. Een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
61. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
62. Een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het hoger beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
63. een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
64. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO 3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
65. een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
66. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
67. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO 2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
68. een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
69. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
70. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO 2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. ".
Art. 5. L'article 6 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 6. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base au sens de l'article 4, § 1er :
1. les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques. Les diplômes de médecin, de dentiste et de médecin vétérinaire valent à partir du 1er septembre 1990, tout en tenant compte avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
2. les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou une institution assimilée, par une institution habilitée par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans une des institutions d'enseignement susmentionnées. Les diplômes de médecin, de dentiste et de médecin vétérinaire valent à partir du 1er septembre 1990, tout en tenant compte avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
3. le diplôme de l'enseignement supérieur technique du troisième degré;
4. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
5. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
6. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
7. l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
8. le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
9. le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur à partir du 1er septembre 1996, tout en tenant compte avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
10. le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
11. le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel.
Les diplômes d'architecte d'intérieur vaut à partir du 1er septembre 1996, tout en tenant compte avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12. le diplôme d'ingénieur technicien;
13. le diplôme universitaire de conducteur civil;
14. le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
15. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
16. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
17. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un institut des arts plastiques;
18. le diplôme de lauréat, délivré par le "Lemmensinstituut" à Louvain;
19. le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
20. le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le "Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten" à Hasselt, le "Provinciaal Hoger Architectuurinstituut" à Hasselt-Diepenbeek et le "Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
21. le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le"Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw" à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
22. le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
23. le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
24. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
25. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré au terme d'un cycle d'au moins deux années d'études;
26. le diplôme du premier cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique à l'exception du diplôme de candidat;
27. le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
28. le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
29. le diplôme d'instituteur primaire;
30. le diplôme d'instituteur préscolaire;
31. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
32. le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
33. le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
34. le diplôme d'une formation initiale à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
35. le diplôme de gradué en sciences religieuses à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
36. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1 à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
37. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
38. le diplôme de professeur de danse;
39. la licence :
1° de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la (les) période(s) de validité de la licence;
2° de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle(s) que soi(en)t la (les) période(s) de validité de la licence.
40. le diplôme de virtuosité et le diplôme supérieur, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de musique;
41. le diplôme d'un cours supérieur technique du deuxième degré;
42. le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de promotion sociale ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur délivré par une centre d'éducation des adultes, avec pour ce diplôme la restriction que, pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
43. le diplôme de premier prix délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
44. le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
45. les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
46. le certificat d'aptitudes pédagogiques de danse;
47. le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel complémentaire;
48. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires, en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 4;
49. le certificat de la deuxième année du quatrième degré de l'enseignement secondaire à partir du 1er septembre 1997, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
50. le diplôme en nursing psychiatrique à partir du 1er septembre 1997, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
51. le diplôme en nursing hospitalier à partir du 1er septembre 1997, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
52. le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
53. le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
54. le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
55. le diplôme homologué de l'enseignement secondaire à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
56. le diplôme de l'enseignement secondaire à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
57. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique supérieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
58. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
59. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires, en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 3;
60. un titre du niveau de l'enseignement secondaire artistique supérieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
61. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
62. défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
63. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
64. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel supérieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
65. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires, en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 3;
66. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique inférieur à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
67. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
68. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires, en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 2;
69. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel inférieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
70. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
71. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires, en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 2. "
" Art. 6. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base au sens de l'article 4, § 1er :
1. les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques. Les diplômes de médecin, de dentiste et de médecin vétérinaire valent à partir du 1er septembre 1990, tout en tenant compte avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
2. les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou une institution assimilée, par une institution habilitée par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans une des institutions d'enseignement susmentionnées. Les diplômes de médecin, de dentiste et de médecin vétérinaire valent à partir du 1er septembre 1990, tout en tenant compte avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
3. le diplôme de l'enseignement supérieur technique du troisième degré;
4. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
5. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
6. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
7. l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
8. le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
9. le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur à partir du 1er septembre 1996, tout en tenant compte avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
10. le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
11. le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel.
Les diplômes d'architecte d'intérieur vaut à partir du 1er septembre 1996, tout en tenant compte avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12. le diplôme d'ingénieur technicien;
13. le diplôme universitaire de conducteur civil;
14. le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
15. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
16. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
17. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un institut des arts plastiques;
18. le diplôme de lauréat, délivré par le "Lemmensinstituut" à Louvain;
19. le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
20. le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le "Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten" à Hasselt, le "Provinciaal Hoger Architectuurinstituut" à Hasselt-Diepenbeek et le "Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
21. le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le"Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw" à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
22. le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
23. le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
24. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
25. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré au terme d'un cycle d'au moins deux années d'études;
26. le diplôme du premier cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique à l'exception du diplôme de candidat;
27. le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
28. le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
29. le diplôme d'instituteur primaire;
30. le diplôme d'instituteur préscolaire;
31. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
32. le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
33. le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
34. le diplôme d'une formation initiale à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
35. le diplôme de gradué en sciences religieuses à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
36. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1 à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
37. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
38. le diplôme de professeur de danse;
39. la licence :
1° de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la (les) période(s) de validité de la licence;
2° de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle(s) que soi(en)t la (les) période(s) de validité de la licence.
40. le diplôme de virtuosité et le diplôme supérieur, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de musique;
41. le diplôme d'un cours supérieur technique du deuxième degré;
42. le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de promotion sociale ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur délivré par une centre d'éducation des adultes, avec pour ce diplôme la restriction que, pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
43. le diplôme de premier prix délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
44. le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
45. les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
46. le certificat d'aptitudes pédagogiques de danse;
47. le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel complémentaire;
48. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires, en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 4;
49. le certificat de la deuxième année du quatrième degré de l'enseignement secondaire à partir du 1er septembre 1997, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
50. le diplôme en nursing psychiatrique à partir du 1er septembre 1997, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
51. le diplôme en nursing hospitalier à partir du 1er septembre 1997, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
52. le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
53. le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
54. le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
55. le diplôme homologué de l'enseignement secondaire à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
56. le diplôme de l'enseignement secondaire à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
57. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique supérieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
58. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
59. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires, en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 3;
60. un titre du niveau de l'enseignement secondaire artistique supérieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
61. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
62. défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
63. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
64. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel supérieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
65. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires, en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 3;
66. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique inférieur à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
67. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
68. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires, en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 2;
69. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel inférieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
70. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
71. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les autorités scolaires, en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 2. "
Art. 6. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 19 december 1991, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7. § 1 : Voor de toepassing van dit besluit wordt in de bij dit besluit gevoegde bijlage verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type
(afgekort : ten minste HOLT) : één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 11 van artikel 6 van dit besluit;
2° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan : één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 4 tot en met 9 van artikel 6 van dit besluit;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type (HOLT) :
- een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
4° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort ten minste HOKT/VL) : één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 39 van artikel 6 van dit besluit;
5° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan : één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 15 tot en met 21;
6° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstsecundair onderwijs van de eerste graad met volledig leerplan : één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 25 en 26;
7° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie;
- een diploma van het hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het bestuur Luchtvaart of door het Directoraat-generaal luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voor zover de kandidaten geslaagd zijn in de examens over de algemene kennis voor het bekomen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- diploma van onderwijzer;
- diploma van kleuteronderwijzer;
- diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regentes;
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- diploma van de middelbare technische normaalschool;
- diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- diploma van gegradueerde voor godsdienst in het lager secundair onderwijs;
- diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 1;
8° Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 1 tot en met 42 met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
9° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
10° GVO :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voorvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11° GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 2 vanaf 1 september 2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voorvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de cat. D vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° GVSO -groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs - groep 1 :
- het diploma van leraar dans;
14° GLSO - Algemene vakken :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in de volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Engels
Engels - Geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische wetenschappen
Frans - Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Lichamelijke opvoeding -bewegingsrecreatie vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding - Biologie
Moderne talen
Moedertaal - Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Sierkunsten
Tekenen en Handenarbeid
Wetenschappen, vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische wetenschappen
Wiskunde - Fysica;
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.
15° GVSO -groep 1 voor de algemene vakken of GVSO -groep 1 algemene vorming :
- het diploma van GVSO -groep 1 met minstens één van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie vanaf 1 september 2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
16° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
17° ASBO :
één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 47 tot en met 51 van art. 6 van dit besluit;
18° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO / gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO) :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° HSBS :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6de leerjaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7de vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° HSBO :
- de bekwaamheidsbewijzen vermeld onder HSBS;
- de bekwaamheidsbewijzen vermeld onder HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift HSO (BSO);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3;
21° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7de vervolmakings - of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs gerangschikt als TSO 3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
22° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7de vervolmakings -of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Onder " HSKO " wordt niet verstaan : het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
23° ten minste HSO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 56 van artikel 6 van dit besluit;
- de studiebewijzen die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
24° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 67 van artikel 5 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 22° met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
25° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het 4de leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 5e vervolmakingsjaar - en /of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
26° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het 4de leerjaar van het beroepssecundair onderwijs
- het studieattest of -getuigschrift van het 5de vervolmakingsjaar- en /of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het 4e leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
27° NE : nuttige ervaring
28° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid zoals bepaald in art. 3, § 2
29° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs;
30° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs
31° HSTL : een diploma van hogere secundaire technische leergangen
32° BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
33° BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
34° BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijsvoor sociale promotie;
35° TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
36° TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
37° SP : sociale promotie/volwassenenonderwijs
38° Ten minste HOKT + BPB :
- één van de studiebewijzen, vermeld onder 7°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3 § 2 van dit besluit;
- GLSO;
- GVSO- groep 1;
- onderwijzer;
- kleuteronderwijzer;
Met ten minste HOKT + BPB wordt niet bedoeld : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, of het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen.
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen, licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen, licentiaat in de opvoedkunde, licentiaat in de opvoedingswetenschappen en licentiaat in de psycho- pedagogische wetenschappen uitgereikt vóór 1 januari 1968, gelijkgesteld met het respectievelijke diploma aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger onderwijs van het lange type of met een bewijs van pedagogische bekwaamheid vanaf 1 september 1991 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnend voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
§ 3. Voor de toepassing van dit besluit moet in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel, naar gelang het geval, vervangen worden door, " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie " vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
" Art. 7. § 1 : Voor de toepassing van dit besluit wordt in de bij dit besluit gevoegde bijlage verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type
(afgekort : ten minste HOLT) : één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 11 van artikel 6 van dit besluit;
2° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan : één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 4 tot en met 9 van artikel 6 van dit besluit;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type (HOLT) :
- een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
4° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort ten minste HOKT/VL) : één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 39 van artikel 6 van dit besluit;
5° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan : één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 15 tot en met 21;
6° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstsecundair onderwijs van de eerste graad met volledig leerplan : één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 25 en 26;
7° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie;
- een diploma van het hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het bestuur Luchtvaart of door het Directoraat-generaal luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voor zover de kandidaten geslaagd zijn in de examens over de algemene kennis voor het bekomen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- diploma van onderwijzer;
- diploma van kleuteronderwijzer;
- diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regentes;
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- diploma van de middelbare technische normaalschool;
- diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- diploma van gegradueerde voor godsdienst in het lager secundair onderwijs;
- diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 1;
8° Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 1 tot en met 42 met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
9° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
10° GVO :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voorvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11° GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs -groep 2 vanaf 1 september 2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voorvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de cat. D vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° GVSO -groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs - groep 1 :
- het diploma van leraar dans;
14° GLSO - Algemene vakken :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in de volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Engels
Engels - Geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische wetenschappen
Frans - Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Lichamelijke opvoeding -bewegingsrecreatie vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding - Biologie
Moderne talen
Moedertaal - Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Sierkunsten
Tekenen en Handenarbeid
Wetenschappen, vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische wetenschappen
Wiskunde - Fysica;
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs vanaf 1 september 1997, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.
15° GVSO -groep 1 voor de algemene vakken of GVSO -groep 1 algemene vorming :
- het diploma van GVSO -groep 1 met minstens één van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie vanaf 1 september 2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
16° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1996, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
17° ASBO :
één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 47 tot en met 51 van art. 6 van dit besluit;
18° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO / gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO) :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° HSBS :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6de leerjaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7de vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° HSBO :
- de bekwaamheidsbewijzen vermeld onder HSBS;
- de bekwaamheidsbewijzen vermeld onder HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO/gehomologeerd getuigschrift HSO (BSO);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3;
21° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7de vervolmakings - of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs gerangschikt als TSO 3 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
22° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7de vervolmakings -of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Onder " HSKO " wordt niet verstaan : het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
23° ten minste HSO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 56 van artikel 6 van dit besluit;
- de studiebewijzen die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
24° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 67 van artikel 5 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 22° met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
25° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het 4de leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 5e vervolmakingsjaar - en /of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
26° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het 4de leerjaar van het beroepssecundair onderwijs
- het studieattest of -getuigschrift van het 5de vervolmakingsjaar- en /of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het 4e leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs) vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO2 vanaf 1 september 2001, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
27° NE : nuttige ervaring
28° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid zoals bepaald in art. 3, § 2
29° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs;
30° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs
31° HSTL : een diploma van hogere secundaire technische leergangen
32° BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
33° BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
34° BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijsvoor sociale promotie;
35° TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
36° TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
37° SP : sociale promotie/volwassenenonderwijs
38° Ten minste HOKT + BPB :
- één van de studiebewijzen, vermeld onder 7°, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3 § 2 van dit besluit;
- GLSO;
- GVSO- groep 1;
- onderwijzer;
- kleuteronderwijzer;
Met ten minste HOKT + BPB wordt niet bedoeld : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, of het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen.
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen, licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen, licentiaat in de opvoedkunde, licentiaat in de opvoedingswetenschappen en licentiaat in de psycho- pedagogische wetenschappen uitgereikt vóór 1 januari 1968, gelijkgesteld met het respectievelijke diploma aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger onderwijs van het lange type of met een bewijs van pedagogische bekwaamheid vanaf 1 september 1991 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnend voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
§ 3. Voor de toepassing van dit besluit moet in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel, naar gelang het geval, vervangen worden door, " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie " vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Art. 6. L'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 19 décembre 1991, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. § 1er : Pour l'application du présent arrêté, on entend dans l'annexe au présent arrêté :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : 'au moins ESS' : un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 11 inclus de l'article 6 du présent arrêté;
2° par titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice : un des diplômes de base mentionnés aux points 4 à 9 inclus de l'article 6 du présent arrêté;
3° par titre de l'enseignement supérieur de type long (ESTL) :
- un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
4° par titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE) : un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 39 inclus de l'article 6 du présent arrêté;
5° par titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice : un des diplômes de base mentionnés aux points 15 à 21 inclus;
6° par titre de l'enseignement secondaire supérieur artistique du premier degré de plein exercice : un des diplômes de base mentionnés aux points 25 et 26;
7° par titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- un diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
- la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la (les) période(s) de validité de la licence;
- la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, quelle(s) que soi(en)t la (les) période(s) de validité de la licence.
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
8° par titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
9° par AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
10° par AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
11° par AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2 à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12° par AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13° par AES - groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme de professeur de danse;
14° par AESI - Cours généraux :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Anglais
Anglais - Histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Anglais
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires
Formation physique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Formation physique- eurythmie à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Education physique
Education physique - Biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Anglais
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation physique à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la remunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la reaffectation et la remise au travail
Arts décoratifs. Dessin et Travaux manuels
Sciences à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme d'agrégé en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme d'agrégé en religion protestante de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail..
15° par AES-groupe 1 - cours généraux ou AES-groupe 1 - formation génerale :
le diplôme d'AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
16° par ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire complémentaire à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire délivré à l'issue du quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
17° par BESPC :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 47 à 51 inclus de l'article 6 du présent arrêté;
18° par CEPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologue de l'ESS (ESP) :
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la remunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° par EPSS :
- le brevet d'une école secondaire professionnelle supérieure à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou certificat d'études de la 6e année d'études de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémuneration et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la 7e année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par defaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du troisième degré organisée comme une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° par EPSS :
- les titres mentionnés sous CEPSS;
- les titres mentionnés sous CEPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué ESS (ESP);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3;
21° par ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de l'enseignement secondaire technique supérieur homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la 7e année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degre de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'education des adultes classée BSO3 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la remunération, la mise en disponibilite par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire classée TSO 3 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémuneration et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
22° par ESSA :
- le diplôme ou certificat de l'enseignement secondaire supérieur artistique de plein exercice ou à horaire réduit à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur artistique homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la 7e année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la remunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
23° par "au moins ESS' :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 56 inclus de l'article 6 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
24° par "au moins ETSI' :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 67 inclus de l'article 5 du présent arrêté;
- les titres mentionnés au point 22°, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
25° par ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO 2 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
26° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degre (enseignement secondaire professionnel) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO2 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
27° par EU : expérience utile
28° par CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques tel que visé à l'article 3, § 2 3 § 2
29° par (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
30° par (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel
31° par ETSS : un diplôme de cours secondaires techniques supérieurs
32° par BSO4 : quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
33° par BSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
34° par BSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
35° par TSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
36° par TSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
37° par PS : promotion sociale / éducation des adultes
38° par ESTC + CAP au moins :
- un des titres mentionnés au point 7°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, § 2 du présent arrêté;
- AESI;
- AES - groupe 1;
- instituteur primaire;
- instituteur préscolaire;
Par 'au moins ESTC + CAP', on n'entend pas : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques.
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques, de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques, de licencié en pédagogie, de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psycho-pédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est assimilé au diplôme respectif, complété d'un diplôme d'agrégé de l'enseignement supérieur de type long ou d'un certificat d'aptitudes pédagogiques à compter du 1er septembre 1991, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
§ 3. Avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la reaffectation et la remise au travail, il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination "section" par la dénomination "spécialité", "spécialisation", "discipline" ou "option";
" Art. 7. § 1er : Pour l'application du présent arrêté, on entend dans l'annexe au présent arrêté :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : 'au moins ESS' : un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 11 inclus de l'article 6 du présent arrêté;
2° par titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice : un des diplômes de base mentionnés aux points 4 à 9 inclus de l'article 6 du présent arrêté;
3° par titre de l'enseignement supérieur de type long (ESTL) :
- un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
4° par titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE) : un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 39 inclus de l'article 6 du présent arrêté;
5° par titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice : un des diplômes de base mentionnés aux points 15 à 21 inclus;
6° par titre de l'enseignement secondaire supérieur artistique du premier degré de plein exercice : un des diplômes de base mentionnés aux points 25 et 26;
7° par titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- un diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
- la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la (les) période(s) de validité de la licence;
- la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, quelle(s) que soi(en)t la (les) période(s) de validité de la licence.
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
8° par titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 1° à 42° inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
9° par AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
10° par AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
11° par AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2 à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12° par AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1990, le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1996, le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13° par AES - groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme de professeur de danse;
14° par AESI - Cours généraux :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Anglais
Anglais - Histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Anglais
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires
Formation physique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Formation physique- eurythmie à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Education physique
Education physique - Biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Anglais
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation physique à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la remunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la reaffectation et la remise au travail
Arts décoratifs. Dessin et Travaux manuels
Sciences à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme d'agrégé en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme d'agrégé en religion protestante de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- à compter du 1er septembre 1997, le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail..
15° par AES-groupe 1 - cours généraux ou AES-groupe 1 - formation génerale :
le diplôme d'AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
16° par ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire délivré à l'issue de la première année de l'enseignement secondaire complémentaire à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire délivré à l'issue du quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
17° par BESPC :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 47 à 51 inclus de l'article 6 du présent arrêté;
18° par CEPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologue de l'ESS (ESP) :
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la remunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° par EPSS :
- le brevet d'une école secondaire professionnelle supérieure à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou certificat d'études de la 6e année d'études de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémuneration et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la 7e année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par defaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du troisième degré organisée comme une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° par EPSS :
- les titres mentionnés sous CEPSS;
- les titres mentionnés sous CEPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué ESS (ESP);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3;
21° par ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de l'enseignement secondaire technique supérieur homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la 7e année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degre de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'education des adultes classée BSO3 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la remunération, la mise en disponibilite par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire classée TSO 3 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémuneration et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
22° par ESSA :
- le diplôme ou certificat de l'enseignement secondaire supérieur artistique de plein exercice ou à horaire réduit à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur artistique homologué ou délivré par le jury de l'Etat à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation ou le certificat d'études de la 7e année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la remunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
23° par "au moins ESS' :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 56 inclus de l'article 6 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
24° par "au moins ETSI' :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 67 inclus de l'article 5 du présent arrêté;
- les titres mentionnés au point 22°, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
25° par ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO 2 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
26° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degre (enseignement secondaire professionnel) à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO2 à partir du 1er septembre 2001, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
27° par EU : expérience utile
28° par CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques tel que visé à l'article 3, § 2 3 § 2
29° par (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
30° par (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel
31° par ETSS : un diplôme de cours secondaires techniques supérieurs
32° par BSO4 : quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
33° par BSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
34° par BSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
35° par TSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
36° par TSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
37° par PS : promotion sociale / éducation des adultes
38° par ESTC + CAP au moins :
- un des titres mentionnés au point 7°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, § 2 du présent arrêté;
- AESI;
- AES - groupe 1;
- instituteur primaire;
- instituteur préscolaire;
Par 'au moins ESTC + CAP', on n'entend pas : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques.
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques, de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques, de licencié en pédagogie, de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psycho-pédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est assimilé au diplôme respectif, complété d'un diplôme d'agrégé de l'enseignement supérieur de type long ou d'un certificat d'aptitudes pédagogiques à compter du 1er septembre 1991, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
§ 3. Avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la reaffectation et la remise au travail, il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination "section" par la dénomination "spécialité", "spécialisation", "discipline" ou "option";
Art. 7. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. § 1. Worden gelijkgesteld met de in de artikelen 6 en 7 vermelde diploma's, getuigschriften en brevetten van een school of leergang, de diploma's uitgereikt door de technische en beroepsscholen of -leergangen die ermee gelijkgesteld zijn, zoals hierna bepaald :
1° met de hogere technische scholen van de 3e graad : de scholen gerangschikt A5;
2° met de hogere technische scholen van de 2e graad : de scholen voor technisch ingenieurs gerangschikt A1, de scholen van architecten gerangschikt A7/A1;
3° met de hogere technische scholen van de 1e graad : de scholen gerangschikt A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° met de hogere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A2, A2A, A6/A2,A6/C1 - 2e cyclus, A7/A2, A8/A2, C1 - 2e cyclus, C1A, C5/C1 - 2e cyclus, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cyclus, A2/C1 (scholen voor verpleegaspiranten);
5° met de lagere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A3, A3A, A6/A3, A6/C1 -1ste cyclus, A7/A3,C1 -1ste cyclus, C2, C2Aa, C5/C1 -1ste cyclus, C1/A6/A3, A7/C1 -1ste cyclus vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6° met de aanvullende secundaire beroepsscholen : de scholen gerangschikt C.1.D.(voortgezette opleiding), C1/A2 (scholen van verpleegassistenten);
7° met de hogere secundaire beroepsscholen : de 2e cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3 en C5, de beroepsscholen gerangschikt A2 evenals de scholen gerangschikt C2 (scholen voor kinderverzorgsters);
8° met de lagere secundaire beroepsscholen : de 1ste cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3,C5 en A7/C3 vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° met de middelbare technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A1D, A6/A1D, A7/A1D, A7/C1D, C1D, C5/C1D en C1An alsmede de normaalafdelingen met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
10° met de lagere technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A2An;
11° met de hogere technische leergangen van de 1e graad : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1, die bij de toelating van de leerlingen, een getuigschrift van volledig hoger secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de hogere technische leergangen van de eerste graad.
Met de houder van een getuigschrift van het hoger niveau van de eerste graad worden eveneens gelijkgesteld :
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift van het hoger secundair niveau;
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift B2;
12° met de hogere secundaire technische leergangen : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1 die niet aan de onder 11° hierboven gestelde voorwaarde voldoen en de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die bij de toelating van de leerlingen een getuigschrift van volledig lager secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële omzendbrief, waarbij ze opnieuw gerangschikt worden op het niveau van de hogere secundaire technische leergangen;
Met de houder van een getuigschrift van het hoger secundair niveau wordt eveneens gelijkgesteld de houder van een getuigschrift B2 en van een getuigschrift van het lager secundair niveau;
13° met de lagere secundaire technische leergangen : de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die niet aan de onder 12° hierboven gestelde voorwaarden voldoen, evenals de scholen gerangschikt B3/B5 vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° met de hogere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B4/B1 en B6/B1 en gerangschikt B4/B2, die bij de toelating een titel van volledige lagere secundaire studiën eisen;
15° met de lagere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 en C2 Ab, evenals gerangschikt B4/B2, die niet aan de onder 14° hierboven gestelde voorwaarden voldoen vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
16° met de middelbare technische normaalleergangen : de leergangen met beperkt leerplan gerangschikt D, die vooraleer het eindbekwaamheidsgetuigschrift uit te reiken, het bezit eisen van een titel van volledige studies van het hoger secundair niveau van ten minste het technisch onderwijs, of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de middelbare technische normaalleergangen.
§ 2. De volgende diploma's worden met ingang van de afleveringsdatum gelijkgesteld met het studiegetuigschrift van het zesde leerjaar van het secundair onderwijs, onderwijsvorm beroepssecundair onderwijs, onderverdeling kinderverzorging + het kwalificatiegetuigschrift van het zesde leerjaar van het secundair onderwijs, onderverdeling kinderverzorging uitgereikt tijdens de periode lopend vanaf het schooljaar 1986 -1987 tot en met het schooljaar 1993-1994 :
1° het studiegetuigschrift, uitgereikt in het schooljaar 1994-1995 of het schooljaar 1995-1996 in het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs, studierichting kinderverzorging, met de beperking dat hieruit voor de periode vanaf 1 september 1995 respectievelijk 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
2° het studiegetuigschrift, uitgereikt in het schooljaar 1996-1997 in het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs, studierichting verzorging, met de beperking dat hieruit voor de periode vanaf 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
3° het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt vanaf het schooljaar 1997-1998 in het derde leerjaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs, studierichting kinderzorg (specialisatiejaar), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
4° het studiegetuigschrift, uitgereikt vanaf het schooljaar 1997-1998 in het derde leerjaar van het voltijds beroepssecundair onderwijs, studierichting kinderzorg (specialisatiejaar), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs met betrekking op een examenprogramma over de richting personenzorg (specialisatiejaar) en de onderliggende studierichting kinderverzorging van het voltijds beroepssecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. ";
§ 3. De getuigschriften en diploma's die voor de inwerkingtreding van de bevoegde homologatiecommissies uitgereikt werden door een hogere secundaire middelbare of technische school, die door de Staat ingericht, gesubsidieerd of erkend was, worden geacht gehomologeerd te zijn vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. ";
§ 4. Voor de toepassing van dit besluit worden volgende studiebewijzen gelijkgesteld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans :
1° het getuigschrift van pedagogische leergang, afdeling klassieke dans en bewegingsleer of dans en bewegingsleer uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut vaan Dans en Danspedagogie;
2° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van onderwijs in ballet of bewegingsleer uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
3° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van dansonderwijs uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
4° het pedagogisch getuigschrift van hedendaagse dans of klassiek ballet uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
5° het specialisatiegetuigschrift klassieke dans uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie. ".
§ 5. Wat het hoger kunstonderwijs betreft, worden gelijkgesteld :
1° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad; het diploma van virtuositeit, het diploma van eerste prijs compositie of orkestdirectie, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
2° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad : het hoger diploma, het diploma van eerste prijs fuga of contrapunt, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
3° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad :
- het diploma van eerste prijs, andere dan deze bedoeld sub 1° en 2° hierboven, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs, met uitzondering van het diploma van eerste prijs notenleer;
- de getuigschriften van de pedagogische leergangen, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren door een instelling of een afdeling van een instelling voor hoger kunstonderwijs.
Vanaf 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, worden voor de toepassing van deze bepalingen worden de diploma's beeldende kunsten uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan in de periode van 1 september 1981 tot en met het academiejaar 1993-1994, samen met het verklarend attest met vermelding van de specialiteit, gelijkgesteld met de diploma's uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan waarop de specialiteit vermeld staat. ".
§ 6. Het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de eerste graad en het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de tweede graad uitgereikt door de daartoe samengestelde examencommissie worden gelijkgesteld met een diploma van GLSO muzikale opvoeding. ".
" Art. 8. § 1. Worden gelijkgesteld met de in de artikelen 6 en 7 vermelde diploma's, getuigschriften en brevetten van een school of leergang, de diploma's uitgereikt door de technische en beroepsscholen of -leergangen die ermee gelijkgesteld zijn, zoals hierna bepaald :
1° met de hogere technische scholen van de 3e graad : de scholen gerangschikt A5;
2° met de hogere technische scholen van de 2e graad : de scholen voor technisch ingenieurs gerangschikt A1, de scholen van architecten gerangschikt A7/A1;
3° met de hogere technische scholen van de 1e graad : de scholen gerangschikt A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° met de hogere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A2, A2A, A6/A2,A6/C1 - 2e cyclus, A7/A2, A8/A2, C1 - 2e cyclus, C1A, C5/C1 - 2e cyclus, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cyclus, A2/C1 (scholen voor verpleegaspiranten);
5° met de lagere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A3, A3A, A6/A3, A6/C1 -1ste cyclus, A7/A3,C1 -1ste cyclus, C2, C2Aa, C5/C1 -1ste cyclus, C1/A6/A3, A7/C1 -1ste cyclus vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6° met de aanvullende secundaire beroepsscholen : de scholen gerangschikt C.1.D.(voortgezette opleiding), C1/A2 (scholen van verpleegassistenten);
7° met de hogere secundaire beroepsscholen : de 2e cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3 en C5, de beroepsscholen gerangschikt A2 evenals de scholen gerangschikt C2 (scholen voor kinderverzorgsters);
8° met de lagere secundaire beroepsscholen : de 1ste cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3,C5 en A7/C3 vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° met de middelbare technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A1D, A6/A1D, A7/A1D, A7/C1D, C1D, C5/C1D en C1An alsmede de normaalafdelingen met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
10° met de lagere technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A2An;
11° met de hogere technische leergangen van de 1e graad : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1, die bij de toelating van de leerlingen, een getuigschrift van volledig hoger secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de hogere technische leergangen van de eerste graad.
Met de houder van een getuigschrift van het hoger niveau van de eerste graad worden eveneens gelijkgesteld :
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift van het hoger secundair niveau;
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift B2;
12° met de hogere secundaire technische leergangen : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1 die niet aan de onder 11° hierboven gestelde voorwaarde voldoen en de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die bij de toelating van de leerlingen een getuigschrift van volledig lager secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële omzendbrief, waarbij ze opnieuw gerangschikt worden op het niveau van de hogere secundaire technische leergangen;
Met de houder van een getuigschrift van het hoger secundair niveau wordt eveneens gelijkgesteld de houder van een getuigschrift B2 en van een getuigschrift van het lager secundair niveau;
13° met de lagere secundaire technische leergangen : de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die niet aan de onder 12° hierboven gestelde voorwaarden voldoen, evenals de scholen gerangschikt B3/B5 vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° met de hogere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B4/B1 en B6/B1 en gerangschikt B4/B2, die bij de toelating een titel van volledige lagere secundaire studiën eisen;
15° met de lagere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 en C2 Ab, evenals gerangschikt B4/B2, die niet aan de onder 14° hierboven gestelde voorwaarden voldoen vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
16° met de middelbare technische normaalleergangen : de leergangen met beperkt leerplan gerangschikt D, die vooraleer het eindbekwaamheidsgetuigschrift uit te reiken, het bezit eisen van een titel van volledige studies van het hoger secundair niveau van ten minste het technisch onderwijs, of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de middelbare technische normaalleergangen.
§ 2. De volgende diploma's worden met ingang van de afleveringsdatum gelijkgesteld met het studiegetuigschrift van het zesde leerjaar van het secundair onderwijs, onderwijsvorm beroepssecundair onderwijs, onderverdeling kinderverzorging + het kwalificatiegetuigschrift van het zesde leerjaar van het secundair onderwijs, onderverdeling kinderverzorging uitgereikt tijdens de periode lopend vanaf het schooljaar 1986 -1987 tot en met het schooljaar 1993-1994 :
1° het studiegetuigschrift, uitgereikt in het schooljaar 1994-1995 of het schooljaar 1995-1996 in het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs, studierichting kinderverzorging, met de beperking dat hieruit voor de periode vanaf 1 september 1995 respectievelijk 1 september 1996 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
2° het studiegetuigschrift, uitgereikt in het schooljaar 1996-1997 in het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs, studierichting verzorging, met de beperking dat hieruit voor de periode vanaf 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
3° het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt vanaf het schooljaar 1997-1998 in het derde leerjaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs, studierichting kinderzorg (specialisatiejaar), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
4° het studiegetuigschrift, uitgereikt vanaf het schooljaar 1997-1998 in het derde leerjaar van het voltijds beroepssecundair onderwijs, studierichting kinderzorg (specialisatiejaar), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs met betrekking op een examenprogramma over de richting personenzorg (specialisatiejaar) en de onderliggende studierichting kinderverzorging van het voltijds beroepssecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. ";
§ 3. De getuigschriften en diploma's die voor de inwerkingtreding van de bevoegde homologatiecommissies uitgereikt werden door een hogere secundaire middelbare of technische school, die door de Staat ingericht, gesubsidieerd of erkend was, worden geacht gehomologeerd te zijn vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. ";
§ 4. Voor de toepassing van dit besluit worden volgende studiebewijzen gelijkgesteld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans :
1° het getuigschrift van pedagogische leergang, afdeling klassieke dans en bewegingsleer of dans en bewegingsleer uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut vaan Dans en Danspedagogie;
2° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van onderwijs in ballet of bewegingsleer uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
3° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van dansonderwijs uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
4° het pedagogisch getuigschrift van hedendaagse dans of klassiek ballet uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
5° het specialisatiegetuigschrift klassieke dans uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie. ".
§ 5. Wat het hoger kunstonderwijs betreft, worden gelijkgesteld :
1° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad; het diploma van virtuositeit, het diploma van eerste prijs compositie of orkestdirectie, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
2° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad : het hoger diploma, het diploma van eerste prijs fuga of contrapunt, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
3° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad :
- het diploma van eerste prijs, andere dan deze bedoeld sub 1° en 2° hierboven, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs, met uitzondering van het diploma van eerste prijs notenleer;
- de getuigschriften van de pedagogische leergangen, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren door een instelling of een afdeling van een instelling voor hoger kunstonderwijs.
Vanaf 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, worden voor de toepassing van deze bepalingen worden de diploma's beeldende kunsten uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan in de periode van 1 september 1981 tot en met het academiejaar 1993-1994, samen met het verklarend attest met vermelding van de specialiteit, gelijkgesteld met de diploma's uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan waarop de specialiteit vermeld staat. ".
§ 6. Het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de eerste graad en het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de tweede graad uitgereikt door de daartoe samengestelde examencommissie worden gelijkgesteld met een diploma van GLSO muzikale opvoeding. ".
Art. 7. L'article 8 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 8. § 1er. Sont assimilés aux diplômes, certificats d'études et brevets d'écoles ou de cours cités aux articles 6 et 7, les diplômes délivrés par les écoles ou cours techniques et professionnels y assimilés tel qu'il est stipulé ci-après :
1° aux écoles techniques supérieures du troisième degré : les écoles classées A5;
2° aux écoles techniques supérieures du deuxième degré : les écoles d'ingénieurs techniciens classees A1, les écoles d'architecture classées A7/A1;
3° aux écoles techniques supérieures du premier degré : les écoles classées A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° aux écoles techniques secondaires supérieures : les écoles classées A2, A2A, A6/A2, A6/C1 - 2e cycle, A7/A2, A8/A2, C1 - 2e cycle, C1A, C5/C1 - 2e cycle, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cycle, A2/C1 (écoles d'aspirants en nursing);
5° aux écoles techniques secondaires inférieures : les écoles classées A3, A3A, A6/A3, A6/C1 -1er cycle, A7/A3, C1 -1er cycle, C2, C2Aa, C5/C1 -1er cycle, C1/A6/A3, A7/C1 -1er cycle à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
6° aux écoles professionnelles secondaires complémentaires : les écoles classées C.1.D. (formation continue), C1/A2 (écoles d'assistants en soins hospitaliers);
7° aux écoles professionnelles secondaires supérieures : le 2e cycle des écoles classées A4, C3 et C5, les écoles professionnelles classées A2, ainsi que les écoles classées C2 (écoles de puéricultrices);
8° aux écoles professionnelles secondaires inférieures : le 1er cycle des écoles classées A4, C3, C5 et A7/C3 à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9° aux écoles normales techniques moyennes : les écoles classées A1D, A6/A1D, A7/A1D, A7/C1D, C1D, C5/C1D et C1An, ainsi que les sections normales de plein exercice classées dans la catégorie D à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
10° aux écoles normales techniques moyennes : les écoles classées A2An;
11° aux cours techniques supérieures du premier degré : les écoles classées B1 et B3/B1 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire supérieur complet ou qui ont fait l'objet d'une dépêche ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours techniques supérieurs du premier degré.
Sont également assimilés au porteur d'un certificat du niveau supérieur du premier degré :
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur;
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat B2;
12° aux cours techniques secondaires supérieurs : les écoles classees B1 et B3/B1 qui ne remplissent pas la condition fixée au point 11° ci-dessus et les écoles classées B2 et B3/B2 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire inferieur accompli ou qui ont fait l'objet d'une circulaire ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours techniques secondaires supérieurs;Sont également assimilés au porteur d'un certificat du niveau secondaire supérieur, le porteur d'un certificat B2 et d'un certificat du niveau secondaire inférieur;
13° aux cours techniques secondaires inférieurs : les écoles classées B2 et B3/B2 qui ne remplissent pas les conditions fixées au point 12°, ainsi que les écoles classées B3/B5 à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° aux cours professionnels secondaires supérieurs : les écoles classées B4/B1 et B6/B1 et classées B4/B2 qui, pour l'admission, exigent un titre d'études secondaires inférieures complètes;
15° aux cours professionnels secondaires inférieurs : les écoles classées B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 et C2 Ab, ainsi que classées B4/B2, qui ne remplissent pas les conditions fixées au point 14°, ainsi que les écoles classées B3/B5 à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémuneration et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
16° aux cours normaux techniques moyens : les cours à horaire réduit classés D qui, avant de délivrer le certificat de fin d'études, exigent que le récipiendaire soit au minimum porteur d'un titre d'études complètes de niveau secondaire supérieur de l'enseignement technique ou qui ont fait l'objet d'une dépêche ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours normaux techniques moyens.
§ 2. Les diplômes suivants sont assimiles, a compter de la date de livraison, au certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire, filière d'enseignement enseignement secondaire professionnel, subdivision puériculture + certificat de qualification de la sixième année de l'enseignement secondaire, subdivision puériculture, délivrés dans la période couvrant les années scolaires 1986- 1987 à 1993-1994 incluse :
1° le certificat de fin d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de plein exercice, section puériculture, délivré pendant l'année scolaire 1994-1995 ou l'année scolaire 1995-1996, avec la restriction que, pour la période respective du 1er septembre 1995 ou du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
2° le certificat de fin d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de plein exercice, section puériculture, délivré dans l'année scolaire 1996-1997, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
3° le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré à partir de l'année scolaire 1997-1998 dans la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel à temps plein, orientation d'études puériculture (année de spécialisation), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la remunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
4° le certificat de fin d'études de la troisième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel de plein exercice, section puériculture (année de spécialisation), délivré à partir de l'année scolaire 1997-1998, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré par le jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire à temps plein, relativement à un programme d'examen sur l'orientation soins aux personnes (année de spécialisation) et l'orientation précédente puériculture de l'enseignement secondaire professionnel à temps plein, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. ";
§ 3. Les certificats d'études et les diplômes délivrés avant l'entrée en fonction des commissions d'homologation compétentes par une école moyenne secondaire supérieure ou technique, organisée, subventionnée ou agréée par l'Etat, sont censés être homologués à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. " ;
§ 4. Pour l'application du présent arrêté, les titres suivants sont assimiles au certificat d'aptitudes pédagogiques "danse" :
1° le certificat de cours pédagogiques, division danse classique et étude du mouvement ou danse et étude du mouvement, délivré par les "Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek" ou le "Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie";
2° le certificat d'aptitude à l'enseignement de ballet ou de l'étude du mouvement, delivré par les "Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek" ou le "Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie";
3° le certificat d'aptitude à l'enseignement de la danse, délivre par les "Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek" ou le "Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie";
4° le certificat pédagogique de la danse moderne ou du ballet classique, delivré par les "Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek" ou le "Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie";
5° le certificat de spécialisation en danse classique, délivré par les "Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek" ou le "Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie.".
§ 5. En ce qui concerne l'enseignement supérieur artistique, sont assimilés :
1° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré : le diplôme de virtuosité, le diplôme de premier prix composition ou direction d'orchestre delivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
2° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré : le diplôme supérieur, le diplôme de premier prix fugue ou contrepoint, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
3° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré :
- le diplôme de premier prix, autre que ceux visés aux points 1° et 2° ci-dessus, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique, à l'exception du diplôme de premier prix solfège;
- les certificats des cours pédagogiques, délivrés à l'issue d'un cycle d'au moins deux années d'etudes par un établissement ou une section d'un établissement d'enseignement supérieur artistique.
A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et pour l'application de ces dispositions, les diplômes d'arts plastiques, délivrés, pendant la période du 1er septembre 1981 jusqu'en l'année académique 1993-1994 incluse, par des établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice, sont assimilés, assortis de l'attestation mentionnant la spécialité, aux diplômes délivrés par des établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice mentionnant la spécialité. "
§ 6. Le diplôme de professeur d'éducation musicale ou professeur de chant du premier degré et le diplôme de professeur d'éducation musicale ou de professeur de chant du deuxième degré, délivrés par le jury institué à cet effet sont assimilés au diplôme AESI éducation musicale. "
" Art. 8. § 1er. Sont assimilés aux diplômes, certificats d'études et brevets d'écoles ou de cours cités aux articles 6 et 7, les diplômes délivrés par les écoles ou cours techniques et professionnels y assimilés tel qu'il est stipulé ci-après :
1° aux écoles techniques supérieures du troisième degré : les écoles classées A5;
2° aux écoles techniques supérieures du deuxième degré : les écoles d'ingénieurs techniciens classees A1, les écoles d'architecture classées A7/A1;
3° aux écoles techniques supérieures du premier degré : les écoles classées A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° aux écoles techniques secondaires supérieures : les écoles classées A2, A2A, A6/A2, A6/C1 - 2e cycle, A7/A2, A8/A2, C1 - 2e cycle, C1A, C5/C1 - 2e cycle, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cycle, A2/C1 (écoles d'aspirants en nursing);
5° aux écoles techniques secondaires inférieures : les écoles classées A3, A3A, A6/A3, A6/C1 -1er cycle, A7/A3, C1 -1er cycle, C2, C2Aa, C5/C1 -1er cycle, C1/A6/A3, A7/C1 -1er cycle à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
6° aux écoles professionnelles secondaires complémentaires : les écoles classées C.1.D. (formation continue), C1/A2 (écoles d'assistants en soins hospitaliers);
7° aux écoles professionnelles secondaires supérieures : le 2e cycle des écoles classées A4, C3 et C5, les écoles professionnelles classées A2, ainsi que les écoles classées C2 (écoles de puéricultrices);
8° aux écoles professionnelles secondaires inférieures : le 1er cycle des écoles classées A4, C3, C5 et A7/C3 à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9° aux écoles normales techniques moyennes : les écoles classées A1D, A6/A1D, A7/A1D, A7/C1D, C1D, C5/C1D et C1An, ainsi que les sections normales de plein exercice classées dans la catégorie D à compter du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
10° aux écoles normales techniques moyennes : les écoles classées A2An;
11° aux cours techniques supérieures du premier degré : les écoles classées B1 et B3/B1 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire supérieur complet ou qui ont fait l'objet d'une dépêche ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours techniques supérieurs du premier degré.
Sont également assimilés au porteur d'un certificat du niveau supérieur du premier degré :
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur;
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat B2;
12° aux cours techniques secondaires supérieurs : les écoles classees B1 et B3/B1 qui ne remplissent pas la condition fixée au point 11° ci-dessus et les écoles classées B2 et B3/B2 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire inferieur accompli ou qui ont fait l'objet d'une circulaire ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours techniques secondaires supérieurs;Sont également assimilés au porteur d'un certificat du niveau secondaire supérieur, le porteur d'un certificat B2 et d'un certificat du niveau secondaire inférieur;
13° aux cours techniques secondaires inférieurs : les écoles classées B2 et B3/B2 qui ne remplissent pas les conditions fixées au point 12°, ainsi que les écoles classées B3/B5 à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° aux cours professionnels secondaires supérieurs : les écoles classées B4/B1 et B6/B1 et classées B4/B2 qui, pour l'admission, exigent un titre d'études secondaires inférieures complètes;
15° aux cours professionnels secondaires inférieurs : les écoles classées B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 et C2 Ab, ainsi que classées B4/B2, qui ne remplissent pas les conditions fixées au point 14°, ainsi que les écoles classées B3/B5 à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémuneration et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
16° aux cours normaux techniques moyens : les cours à horaire réduit classés D qui, avant de délivrer le certificat de fin d'études, exigent que le récipiendaire soit au minimum porteur d'un titre d'études complètes de niveau secondaire supérieur de l'enseignement technique ou qui ont fait l'objet d'une dépêche ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours normaux techniques moyens.
§ 2. Les diplômes suivants sont assimiles, a compter de la date de livraison, au certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire, filière d'enseignement enseignement secondaire professionnel, subdivision puériculture + certificat de qualification de la sixième année de l'enseignement secondaire, subdivision puériculture, délivrés dans la période couvrant les années scolaires 1986- 1987 à 1993-1994 incluse :
1° le certificat de fin d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de plein exercice, section puériculture, délivré pendant l'année scolaire 1994-1995 ou l'année scolaire 1995-1996, avec la restriction que, pour la période respective du 1er septembre 1995 ou du 1er septembre 1996 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
2° le certificat de fin d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de plein exercice, section puériculture, délivré dans l'année scolaire 1996-1997, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
3° le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré à partir de l'année scolaire 1997-1998 dans la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel à temps plein, orientation d'études puériculture (année de spécialisation), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la remunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
4° le certificat de fin d'études de la troisième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel de plein exercice, section puériculture (année de spécialisation), délivré à partir de l'année scolaire 1997-1998, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré par le jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire à temps plein, relativement à un programme d'examen sur l'orientation soins aux personnes (année de spécialisation) et l'orientation précédente puériculture de l'enseignement secondaire professionnel à temps plein, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. ";
§ 3. Les certificats d'études et les diplômes délivrés avant l'entrée en fonction des commissions d'homologation compétentes par une école moyenne secondaire supérieure ou technique, organisée, subventionnée ou agréée par l'Etat, sont censés être homologués à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les autorités scolaires en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. " ;
§ 4. Pour l'application du présent arrêté, les titres suivants sont assimiles au certificat d'aptitudes pédagogiques "danse" :
1° le certificat de cours pédagogiques, division danse classique et étude du mouvement ou danse et étude du mouvement, délivré par les "Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek" ou le "Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie";
2° le certificat d'aptitude à l'enseignement de ballet ou de l'étude du mouvement, delivré par les "Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek" ou le "Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie";
3° le certificat d'aptitude à l'enseignement de la danse, délivre par les "Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek" ou le "Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie";
4° le certificat pédagogique de la danse moderne ou du ballet classique, delivré par les "Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek" ou le "Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie";
5° le certificat de spécialisation en danse classique, délivré par les "Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek" ou le "Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie.".
§ 5. En ce qui concerne l'enseignement supérieur artistique, sont assimilés :
1° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré : le diplôme de virtuosité, le diplôme de premier prix composition ou direction d'orchestre delivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
2° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré : le diplôme supérieur, le diplôme de premier prix fugue ou contrepoint, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
3° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré :
- le diplôme de premier prix, autre que ceux visés aux points 1° et 2° ci-dessus, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique, à l'exception du diplôme de premier prix solfège;
- les certificats des cours pédagogiques, délivrés à l'issue d'un cycle d'au moins deux années d'etudes par un établissement ou une section d'un établissement d'enseignement supérieur artistique.
A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et pour l'application de ces dispositions, les diplômes d'arts plastiques, délivrés, pendant la période du 1er septembre 1981 jusqu'en l'année académique 1993-1994 incluse, par des établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice, sont assimilés, assortis de l'attestation mentionnant la spécialité, aux diplômes délivrés par des établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice mentionnant la spécialité. "
§ 6. Le diplôme de professeur d'éducation musicale ou professeur de chant du premier degré et le diplôme de professeur d'éducation musicale ou de professeur de chant du deuxième degré, délivrés par le jury institué à cet effet sont assimilés au diplôme AESI éducation musicale. "
Art. 8. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het volledige artikel worden de woorden " een inrichtende macht " vervangen door de woorden " een schoolbestuur ";
2° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. In afwijking van § 1 moet deze verklaring niet worden afgelegd bij de aanwerving van een personeelslid voor een periode die de duur van 97 dagen niet overschrijdt.
Deze verklaring moet ook niet afgelegd worden bij de aanwerving van een personeelslid, indien het bekwaamheidsbewijs van dit personeelslid beschouwd zou worden als een vereist of een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs indien de voorwaarde inzake het bezit van een bewijs van pedagogische bekwaamheid vervuld zou zijn. Deze bepaling kan slechts toegepast worden gedurende een periode gelijk aan de minimumduur nodig voor het behalen van het bewijs van pedagogische bekwaamheid, zoals gedefinieerd in artikel 4, § 2, vermeerderd met een schooljaar. De bedoelde periode loopt ononderbroken vanaf de eerste september volgend op de eerste aanstelling van het personeelslid in het gewoon basisonderwijs. ";
3° § 3,1 wordt vervangen door wat volgt :
" Behalve indien § 2 van toepassing is, kan de houder van een voor een bepaald ambt vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, die bij een schoolbestuur voor een betrekking in een dergelijk ambt zijn kandidatuur heeft gesteld doch niet werd aangeworven, verhaal aantekenen bij dat schoolbestuur en eisen dat hij voor deze betrekking wordt aangeworven, wanneer deze een personeelslid in de bedoelde betrekking heeft aangeworven dat slechts houder is van een bekwaamheidsbewijs dat op grond van artikel 3 is ingedeeld als een " ander bekwaamheidsbewijs ".
Het verzoekschrift van de afgewezen kandidaat moet het bewijs bevatten dat hij zich voor de bedoelde betrekking kandidaat heeft gesteld.
Daarenboven kan slechts diegene een verhaal indienen die zich aangetekend kandidaat heeft gesteld bij het betrokken schoolbestuur of bij de representatieve vereniging van schoolbesturen van het betrokken schoolbestuur, daar waar deze bestaat. ".
4° In § 3,2 wordt de eerste alinea vervangen door wat volgt :
" Indien geen akkoord wordt bereikt tussen een schoolbestuur en de afgewezen kandidaat, beschikt deze laatste over een termijn van zestig kalenderdagen om bij aangetekend schrijven bij de Vlaams minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming verhaal in te dienen. ".
5° In § 3,3 wordt de eerste alinea vervangen door wat volgt :
" De Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming of zijn afgevaardigde vraagt bij het ontvangen van het bedoelde verhaal aan het betrokken schoolbestuur de motivering mede te delen van de betwiste aanwerving. ".
1° in het volledige artikel worden de woorden " een inrichtende macht " vervangen door de woorden " een schoolbestuur ";
2° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. In afwijking van § 1 moet deze verklaring niet worden afgelegd bij de aanwerving van een personeelslid voor een periode die de duur van 97 dagen niet overschrijdt.
Deze verklaring moet ook niet afgelegd worden bij de aanwerving van een personeelslid, indien het bekwaamheidsbewijs van dit personeelslid beschouwd zou worden als een vereist of een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs indien de voorwaarde inzake het bezit van een bewijs van pedagogische bekwaamheid vervuld zou zijn. Deze bepaling kan slechts toegepast worden gedurende een periode gelijk aan de minimumduur nodig voor het behalen van het bewijs van pedagogische bekwaamheid, zoals gedefinieerd in artikel 4, § 2, vermeerderd met een schooljaar. De bedoelde periode loopt ononderbroken vanaf de eerste september volgend op de eerste aanstelling van het personeelslid in het gewoon basisonderwijs. ";
3° § 3,1 wordt vervangen door wat volgt :
" Behalve indien § 2 van toepassing is, kan de houder van een voor een bepaald ambt vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, die bij een schoolbestuur voor een betrekking in een dergelijk ambt zijn kandidatuur heeft gesteld doch niet werd aangeworven, verhaal aantekenen bij dat schoolbestuur en eisen dat hij voor deze betrekking wordt aangeworven, wanneer deze een personeelslid in de bedoelde betrekking heeft aangeworven dat slechts houder is van een bekwaamheidsbewijs dat op grond van artikel 3 is ingedeeld als een " ander bekwaamheidsbewijs ".
Het verzoekschrift van de afgewezen kandidaat moet het bewijs bevatten dat hij zich voor de bedoelde betrekking kandidaat heeft gesteld.
Daarenboven kan slechts diegene een verhaal indienen die zich aangetekend kandidaat heeft gesteld bij het betrokken schoolbestuur of bij de representatieve vereniging van schoolbesturen van het betrokken schoolbestuur, daar waar deze bestaat. ".
4° In § 3,2 wordt de eerste alinea vervangen door wat volgt :
" Indien geen akkoord wordt bereikt tussen een schoolbestuur en de afgewezen kandidaat, beschikt deze laatste over een termijn van zestig kalenderdagen om bij aangetekend schrijven bij de Vlaams minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming verhaal in te dienen. ".
5° In § 3,3 wordt de eerste alinea vervangen door wat volgt :
" De Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming of zijn afgevaardigde vraagt bij het ontvangen van het bedoelde verhaal aan het betrokken schoolbestuur de motivering mede te delen van de betwiste aanwerving. ".
Art. 8. A l'article 9 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots "un pouvoir organisateur" sont chaque fois remplacés par les mots "une autorité scolaire";
2° le § 2 est remplace par la disposition suivante :
" § 2. Par dérogation au § 1er, cette déclaration n'est pas obligatoire lorsque l'autorité scolaire recrute un membre du personnel pour une période ne dépassant pas 97 jours.
En outre, lors du recrutement d'un membre du personnel, cette déclaration n'est pas requise si le titre dont l'intéressé est porteur était considéré comme titre requis ou titre jugé suffisant au cas où la condition en matière de possession d'un certificat d'aptitudes pédagogiques serait remplie. Cette disposition ne peut être appliquée que pendant une période égale a la durée minimale nécessaire à l'obtention du certificat d'aptitudes pédagogiques tel que défini à l'article 4, § 2, prolongée d'une année scolaire. La période en question court sans interruption à compter du 1er septembre qui suit la première désignation du membre du personnel dans l'enseignement fondamental ordinaire. ";
3° le § 3, 1 est remplacé par la disposition suivante :
Sauf dans les cas où le § 2 est applicable, le porteur d'un titre requis ou jugé suffisant pour une fonction déterminée, qui a introduit sa candidature à un emploi dans pareille fonction auprès d'une autorité scolaire mais n'a pas été recruté, peut introduire un recours auprès de cette autorité scolaire et exiger d'être recruté pour cet emploi, lorsque l'autorité scolaire a recruté, pour l'emploi vise, un membre du personnel qui n'est porteur que d'un titre classé parmi "les autres titres" sur la base de l'article 3.
La requête du candidat refusé doit fournir la preuve qu'il s'est porté candidat a l'emploi en question.
En outre, un recours ne peut être introduit que par une personne qui a adressé sa candidature, par lettre recommandée, à l'autorité scolaire en question ou à l'association représentative d'autorités scolaires de l'autorité scolaire intéressée, là ou une telle association existe. "
4° Au § 3, 2, le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
A défaut d'accord entre une autorité scolaire et le candidat refusé, ce dernier dispose d'un délai de 60 jours calendrier pour introduire, par lettre recommandée, un recours auprès du Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation. "
Au § 3, 3, le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Dès que le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement et la Formation ou son délégué reçoit le recours en question, il invite l'autorité scolaire concernée à motiver le recrutement contesté. "
1° les mots "un pouvoir organisateur" sont chaque fois remplacés par les mots "une autorité scolaire";
2° le § 2 est remplace par la disposition suivante :
" § 2. Par dérogation au § 1er, cette déclaration n'est pas obligatoire lorsque l'autorité scolaire recrute un membre du personnel pour une période ne dépassant pas 97 jours.
En outre, lors du recrutement d'un membre du personnel, cette déclaration n'est pas requise si le titre dont l'intéressé est porteur était considéré comme titre requis ou titre jugé suffisant au cas où la condition en matière de possession d'un certificat d'aptitudes pédagogiques serait remplie. Cette disposition ne peut être appliquée que pendant une période égale a la durée minimale nécessaire à l'obtention du certificat d'aptitudes pédagogiques tel que défini à l'article 4, § 2, prolongée d'une année scolaire. La période en question court sans interruption à compter du 1er septembre qui suit la première désignation du membre du personnel dans l'enseignement fondamental ordinaire. ";
3° le § 3, 1 est remplacé par la disposition suivante :
Sauf dans les cas où le § 2 est applicable, le porteur d'un titre requis ou jugé suffisant pour une fonction déterminée, qui a introduit sa candidature à un emploi dans pareille fonction auprès d'une autorité scolaire mais n'a pas été recruté, peut introduire un recours auprès de cette autorité scolaire et exiger d'être recruté pour cet emploi, lorsque l'autorité scolaire a recruté, pour l'emploi vise, un membre du personnel qui n'est porteur que d'un titre classé parmi "les autres titres" sur la base de l'article 3.
La requête du candidat refusé doit fournir la preuve qu'il s'est porté candidat a l'emploi en question.
En outre, un recours ne peut être introduit que par une personne qui a adressé sa candidature, par lettre recommandée, à l'autorité scolaire en question ou à l'association représentative d'autorités scolaires de l'autorité scolaire intéressée, là ou une telle association existe. "
4° Au § 3, 2, le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
A défaut d'accord entre une autorité scolaire et le candidat refusé, ce dernier dispose d'un délai de 60 jours calendrier pour introduire, par lettre recommandée, un recours auprès du Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation. "
Au § 3, 3, le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Dès que le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement et la Formation ou son délégué reçoit le recours en question, il invite l'autorité scolaire concernée à motiver le recrutement contesté. "
Art. 9. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de woorden " de bijlage 1 tot en met 3 " vervangen door de woorden " de bijlage ".
Art. 9. Dans l'article 10 du même arrêté, les mots "aux annexes 1 à 3" sont remplacés par les mots "à l'annexe".
Art. 10. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 11. De personeelsleden bedoeld in artikel 2 worden bezoldigd overeenkomstig de weddenschalen vermeld in de bijlage bij dit besluit. Daarom wordt in de bijlage bij dit besluit, naast elk bekwaamheidsbewijs, de toe te kennen weddenschaal vermeld.
Deze salarisschalen worden, met ingang van 1 december 2001, vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. ".
" Art. 11. De personeelsleden bedoeld in artikel 2 worden bezoldigd overeenkomstig de weddenschalen vermeld in de bijlage bij dit besluit. Daarom wordt in de bijlage bij dit besluit, naast elk bekwaamheidsbewijs, de toe te kennen weddenschaal vermeld.
Deze salarisschalen worden, met ingang van 1 december 2001, vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. ".
Art. 10. L'article 11 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 11. Les membres du personnel visés à l'article 2 sont rémunérés conformément aux échelles de traitement figurant a l'annexe au présent arrêté. A cette fin, l'annexe du présent arrêté indique, en regard de chaque titre, l'échelle de traitement à octroyer.
Ces échelles de traitement sont, à partir du 1er décembre 2001, fixées par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement. "
" Art. 11. Les membres du personnel visés à l'article 2 sont rémunérés conformément aux échelles de traitement figurant a l'annexe au présent arrêté. A cette fin, l'annexe du présent arrêté indique, en regard de chaque titre, l'échelle de traitement à octroyer.
Ces échelles de traitement sont, à partir du 1er décembre 2001, fixées par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement. "
Art. 11. In artikel 12bis van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd die luidt als volgt :
" § 3. De personeelsleden die in augustus 2003 contractueel zijn aangesteld ten laste van het departement onderwijs, ten laste van de werkingsmiddelen of als gesubsidieerde contractueel in een administratieve functie in een school in het basisonderwijs en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (tenminste HSO) worden geacht houder te zijn van het bekwaamheidsbewijs dat toegang verleent tot het ambt van administratief medewerker voor 63 punten. ".
" § 3. De personeelsleden die in augustus 2003 contractueel zijn aangesteld ten laste van het departement onderwijs, ten laste van de werkingsmiddelen of als gesubsidieerde contractueel in een administratieve functie in een school in het basisonderwijs en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (tenminste HSO) worden geacht houder te zijn van het bekwaamheidsbewijs dat toegang verleent tot het ambt van administratief medewerker voor 63 punten. ".
Art. 11. A l'article 12bis du même arrête est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. Les membres du personnel désignés sous les liens d'un contrat en août 2003, à charge du Département de l'Enseignement, à charge des moyens de fonctionnement ou comme contractuels subventionnés dans une fonction administrative dans une école de l'enseignement fondamental et n'étant pas en possession d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supérieur (au moins ESS), sont censés être porteur du titre donnant accès à la fonction de collaborateur administratif pour 63 points. "
" § 3. Les membres du personnel désignés sous les liens d'un contrat en août 2003, à charge du Département de l'Enseignement, à charge des moyens de fonctionnement ou comme contractuels subventionnés dans une fonction administrative dans une école de l'enseignement fondamental et n'étant pas en possession d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supérieur (au moins ESS), sont censés être porteur du titre donnant accès à la fonction de collaborateur administratif pour 63 points. "
Art. 12. Er wordt een artikel 12ter toegevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 12 ter. De personeelsleden die, op basis van een bekwaamheidsbewijs " licentiaat motorische revalidatie en kinesitherapie " :
- uiterlijk op 31 augustus 2003 vast benoemd zijn in het ambt van ergotherapeut in een tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling;
- of in de loop van het schooljaar 2002-2003 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn met het ambt van ergotherapeut in een tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van kinderen in het kader van de hulp- en bijstandsregeling;
- of uiterlijk op 1 september 2003 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of voorrang hebben verworven in het ambt van ergotherapeut in een tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- of bijstandsregeling;
worden vanaf 1 september 2003 geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van ergotherapeut in een tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- of bijstandsregeling. ".
" Art. 12 ter. De personeelsleden die, op basis van een bekwaamheidsbewijs " licentiaat motorische revalidatie en kinesitherapie " :
- uiterlijk op 31 augustus 2003 vast benoemd zijn in het ambt van ergotherapeut in een tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling;
- of in de loop van het schooljaar 2002-2003 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn met het ambt van ergotherapeut in een tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van kinderen in het kader van de hulp- en bijstandsregeling;
- of uiterlijk op 1 september 2003 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of voorrang hebben verworven in het ambt van ergotherapeut in een tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- of bijstandsregeling;
worden vanaf 1 september 2003 geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van ergotherapeut in een tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- of bijstandsregeling. ".
Art. 12. Il est ajouté un article 12ter, rédigé comme suit :
" Art. 12ter. Les membres du personnel qui, sur la base d'un titre de licencié en réadaptation motrice et kinésitherapie" :
- sont, au 31 août 2003, nommés à titre définitif dans la fonction d'ergothérapeute dans un foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance;
- ou qui sont, dans le courant de l'année scolaire 2002-2003, désignés temporairement ou chargés temporairement de la fonction d'ergothérapeute dans un foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du regime d'aide et d'assistance;
- ou qui ont, le 1er septembre 2003 au plus tard, acquis le droit à une designation temporaire à durée ininterrompue ou acquis la priorité dans la fonction d'ergothérapeute dans un foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance;
sont censés, à partir du 1er septembre 2003, être en possession d'un titre requis pour la fonction d'ergothérapeute dans un foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance. ".
" Art. 12ter. Les membres du personnel qui, sur la base d'un titre de licencié en réadaptation motrice et kinésitherapie" :
- sont, au 31 août 2003, nommés à titre définitif dans la fonction d'ergothérapeute dans un foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance;
- ou qui sont, dans le courant de l'année scolaire 2002-2003, désignés temporairement ou chargés temporairement de la fonction d'ergothérapeute dans un foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du regime d'aide et d'assistance;
- ou qui ont, le 1er septembre 2003 au plus tard, acquis le droit à une designation temporaire à durée ininterrompue ou acquis la priorité dans la fonction d'ergothérapeute dans un foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance;
sont censés, à partir du 1er septembre 2003, être en possession d'un titre requis pour la fonction d'ergothérapeute dans un foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance. ".
Art. 13. Er wordt een artikel 12quater toegevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 12quater. § 1. Overgangsbepalingen worden toegekend aan :
- de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2003 vast benoemd zijn in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer;
- de personeelsleden die in de loop van het schooljaar 2002-2003 tijdelijk aangesteld zijn in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer;
- de personeelsleden die uiterlijk op 1 september 2003 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer.
§ 2. De overgangsbepalingen gelden voor :
- de in § 1 bedoelde personeelsleden die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 2003 in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer en geen vereist bekwaamheidsbewijs meer bezitten bij toepassing van dit besluit : zij worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
- de in § 1 bedoelde personeelsleden die op basis van de reglementering van kracht voor 1 september 2002 in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer en geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs meer bezitten bij toepassing van dit besluit : zij worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs.
- deze personeelsleden blijven de weddenschaal genieten die hun op grond van de voor 1 september 2003 geldende reglementering mocht verleend worden.
§ 3. De overgangsmaatregelen blijven behouden :
- voor wat de vast benoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
- voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte - en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedden(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedden(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
" Art. 12quater. § 1. Overgangsbepalingen worden toegekend aan :
- de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2003 vast benoemd zijn in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer;
- de personeelsleden die in de loop van het schooljaar 2002-2003 tijdelijk aangesteld zijn in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer;
- de personeelsleden die uiterlijk op 1 september 2003 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer.
§ 2. De overgangsbepalingen gelden voor :
- de in § 1 bedoelde personeelsleden die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 2003 in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer en geen vereist bekwaamheidsbewijs meer bezitten bij toepassing van dit besluit : zij worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
- de in § 1 bedoelde personeelsleden die op basis van de reglementering van kracht voor 1 september 2002 in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer en geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs meer bezitten bij toepassing van dit besluit : zij worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs.
- deze personeelsleden blijven de weddenschaal genieten die hun op grond van de voor 1 september 2003 geldende reglementering mocht verleend worden.
§ 3. De overgangsmaatregelen blijven behouden :
- voor wat de vast benoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
- voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte - en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedden(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedden(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
Art. 13. Il est ajouté un article 12quater rédigé comme suit :
" Art. 12quater. § 1er. Des dispositions transitoires sont octroyées aux :
- aux membres du personnel qui, au plus tard le 31 août 2003, sont nommés à titre définitif dans la fonction de maître de morale non confessionnelle;
- aux membres du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire 2002-2003, sont temporairement désignés à ou chargés de la fonction de maître de morale non confessionnelle;
- aux membres du personnel qui, au plus tard le 1er septembre 2003, ont acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans la fonction de maître de morale non confessionnelle.
§ 2. Les mesures transitoires s'appliquent :
- aux membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003, étaient porteurs d'un titre requis pour la fonction de maître de morale non confessionnelle et ne sont plus en possession d'un titre requis en application du présent arrêté : ils sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant;
- aux membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs d'un titre censé suffisant pour la fonction de maître de morale non confessionnelle et ne sont plus en possession d'un titre censé suffisant en application du présent arrêté : ils sont censes être porteurs d'un titre jugé suffisant.
- ces membres du personnel continuent à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003.
§ 3. Les mesures transitoires sont maintenues :
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel sont occupés dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté;
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre temporaire : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de cette disposition, les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum ne sont pas considérés comme une interruption.
" Art. 12quater. § 1er. Des dispositions transitoires sont octroyées aux :
- aux membres du personnel qui, au plus tard le 31 août 2003, sont nommés à titre définitif dans la fonction de maître de morale non confessionnelle;
- aux membres du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire 2002-2003, sont temporairement désignés à ou chargés de la fonction de maître de morale non confessionnelle;
- aux membres du personnel qui, au plus tard le 1er septembre 2003, ont acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans la fonction de maître de morale non confessionnelle.
§ 2. Les mesures transitoires s'appliquent :
- aux membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003, étaient porteurs d'un titre requis pour la fonction de maître de morale non confessionnelle et ne sont plus en possession d'un titre requis en application du présent arrêté : ils sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant;
- aux membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs d'un titre censé suffisant pour la fonction de maître de morale non confessionnelle et ne sont plus en possession d'un titre censé suffisant en application du présent arrêté : ils sont censes être porteurs d'un titre jugé suffisant.
- ces membres du personnel continuent à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003.
§ 3. Les mesures transitoires sont maintenues :
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel sont occupés dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté;
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre temporaire : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de cette disposition, les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum ne sont pas considérés comme une interruption.
Art. 14. Er wordt een artikel 13bis ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 13bis. Voor de basisdiploma's uitgereikt in het onderwijs voor sociale promotie of door een centrum van volwassenenonderwijs moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen, het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie en voor de pegagogische getuigschriften uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs moet de onderwijscyclus ten minste 450 lestijden hebben omvat.
De voorwaarden zoals bedoeld in het eerste lid gelden niet voor de personeelsleden die uiterlijk op 31 december 2003 vast benoemd zijn of het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven en voor de personeelsleden die tijdens het schooljaar 2003-2004 tijdelijk zijn aangesteld op basis van dit diploma of getuigschrift. ".
" Art. 13bis. Voor de basisdiploma's uitgereikt in het onderwijs voor sociale promotie of door een centrum van volwassenenonderwijs moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen, het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie en voor de pegagogische getuigschriften uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs moet de onderwijscyclus ten minste 450 lestijden hebben omvat.
De voorwaarden zoals bedoeld in het eerste lid gelden niet voor de personeelsleden die uiterlijk op 31 december 2003 vast benoemd zijn of het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven en voor de personeelsleden die tijdens het schooljaar 2003-2004 tijdelijk zijn aangesteld op basis van dit diploma of getuigschrift. ".
Art. 14. Il est inséré un article 13bis, redigé comme suit :
" Art. 13bis. Il faut que pour les diplômes de base délivrés dans l'enseignement de promotion sociale ou par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement ait comporté au moins 900 périodes de cours. Pour les cours normaux, les cours pédagogiques, l'enseignement supérieur pédagogique de type court et de promotion sociale et pour les certificats pédagogiques délivrés par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement doit avoir comporté 450 périodes.
Les conditions visées au premier alinéa ne s'appliquent pas aux membres du personnel qui, le 31 décembre 2003 au plus tard, sont nommés à titre définitif ou ont acquis le droit à une désignation temporaire a durée ininterrompue, ni aux membres du personnel temporairement désignés pendant l'année scolaire 2003-2004 sur la base de ce diplôme ou certificat. ".
" Art. 13bis. Il faut que pour les diplômes de base délivrés dans l'enseignement de promotion sociale ou par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement ait comporté au moins 900 périodes de cours. Pour les cours normaux, les cours pédagogiques, l'enseignement supérieur pédagogique de type court et de promotion sociale et pour les certificats pédagogiques délivrés par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement doit avoir comporté 450 périodes.
Les conditions visées au premier alinéa ne s'appliquent pas aux membres du personnel qui, le 31 décembre 2003 au plus tard, sont nommés à titre définitif ou ont acquis le droit à une désignation temporaire a durée ininterrompue, ni aux membres du personnel temporairement désignés pendant l'année scolaire 2003-2004 sur la base de ce diplôme ou certificat. ".
Art. 15. Er wordt een artikel 13ter ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 13ter. Overgangsbepalingen worden toegekend aan de personeelsleden die in september 2003 in dienst waren in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs in het ambt van beleidsmedewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, opgericht op basis van de puntenenveloppe zoals bedoeld in artikel X.55, tweede lid, 4° van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, zoals gewijzigd bij decreet betreffende het landschap basisonderwijs van 10 juli 2003.
De overgangsbepalingen gelden voor het in het eerste lid bedoelde ambt van beleidsmedewerker in de personeelscategorie van het beleids- en ondersteunend personeel.
De in dit artikel bedoelde personeelsleden die op basis van de op 1 september 2003 vigerende reglementering beschikken over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor één van de betrekkingen opgericht zoals bepaald in artikel X.55, eerste lid, 1° tot en met 3° van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, zoals gewijzigd bij decreet van 10 juli 2003 betreffende het landschap basisonderwijs, en die vanaf 1 september 2003 niet voldoen aan de voorwaarden om te worden aangesteld in het ambt van beleidsmedewerker van het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, worden geacht te beschikken over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het in tweede lid bedoelde ambt.
Voor het in tweede lid bedoelde ambt hebben zij recht op de weddenschaal die hen kan worden toegekend voor één van de betrekkingen opgericht zoals bepaald in artikel X.55, eerste lid, 1° tot en met 3° van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, zoals gewijzigd bij decreet van 10 juli 2003 betreffende het landschap basisonderwijs.
Deze overgangsbepaling geldt voor het schooljaar 2003-2004 ".
" Art. 13ter. Overgangsbepalingen worden toegekend aan de personeelsleden die in september 2003 in dienst waren in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs in het ambt van beleidsmedewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, opgericht op basis van de puntenenveloppe zoals bedoeld in artikel X.55, tweede lid, 4° van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, zoals gewijzigd bij decreet betreffende het landschap basisonderwijs van 10 juli 2003.
De overgangsbepalingen gelden voor het in het eerste lid bedoelde ambt van beleidsmedewerker in de personeelscategorie van het beleids- en ondersteunend personeel.
De in dit artikel bedoelde personeelsleden die op basis van de op 1 september 2003 vigerende reglementering beschikken over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor één van de betrekkingen opgericht zoals bepaald in artikel X.55, eerste lid, 1° tot en met 3° van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, zoals gewijzigd bij decreet van 10 juli 2003 betreffende het landschap basisonderwijs, en die vanaf 1 september 2003 niet voldoen aan de voorwaarden om te worden aangesteld in het ambt van beleidsmedewerker van het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, worden geacht te beschikken over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het in tweede lid bedoelde ambt.
Voor het in tweede lid bedoelde ambt hebben zij recht op de weddenschaal die hen kan worden toegekend voor één van de betrekkingen opgericht zoals bepaald in artikel X.55, eerste lid, 1° tot en met 3° van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, zoals gewijzigd bij decreet van 10 juli 2003 betreffende het landschap basisonderwijs.
Deze overgangsbepaling geldt voor het schooljaar 2003-2004 ".
Art. 15. Il est inséré un article 13ter, rédigé comme suit :
" Art. 13ter. Des dispositions transitoires sont accordées aux membres du personnel qui, en septembre 2003, étaient employés dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécial dans la fonction de collaborateur de gestion du personnel de gestion et d'appui, creée sur la base de l'enveloppe de points visée à l'article X.55, deuxième alinéa, 4°, du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, tel que modifié par le décret du 10 juillet 2003 relatif au paysage de l'enseignement fondamental.
Les dispositions transitoires s'appliquent à la fonction visée au premier alinéa de collaborateur de gestion de la catégorie du personnel de gestion et d'appui.
Les membres du personnel visés au présent article qui, au vu de la réglementation en vigueur au 1er septembre 2003, disposent d'un titre requis ou jugé suffisant pour un des emplois créés tel que définie à l'article X.55, premier alinéa, points 1° à 3° inclus du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, modifié par le décret du 10 juillet 2003 relatif au paysage de l'enseignement fondamental, et qui, à partir du 1er septembre 2003, ne remplissent pas les conditions pour être désignés à la fonction de collaborateur de gestion du personnel de gestion et d'appui dans l'enseignement fondamental, sont censes disposer d'un titre requis pour la fonction visée au deuxième alinéa.
Pour la fonction visée au deuxième alinéa, ils ont droit à l'échelle de traitement pouvant leur être accordée pour un des emplois créés tels que visés à l'article X.55, premier alinéa, points 1° à 3° inclus, du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, tel que modifié par le décret du 10 juillet 2003 relatif au paysage de l'enseignement fondamental.
Cette disposition transitoire s'applique à l'année scolaire 2003-2004 ".
" Art. 13ter. Des dispositions transitoires sont accordées aux membres du personnel qui, en septembre 2003, étaient employés dans l'enseignement fondamental ordinaire ou spécial dans la fonction de collaborateur de gestion du personnel de gestion et d'appui, creée sur la base de l'enveloppe de points visée à l'article X.55, deuxième alinéa, 4°, du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, tel que modifié par le décret du 10 juillet 2003 relatif au paysage de l'enseignement fondamental.
Les dispositions transitoires s'appliquent à la fonction visée au premier alinéa de collaborateur de gestion de la catégorie du personnel de gestion et d'appui.
Les membres du personnel visés au présent article qui, au vu de la réglementation en vigueur au 1er septembre 2003, disposent d'un titre requis ou jugé suffisant pour un des emplois créés tel que définie à l'article X.55, premier alinéa, points 1° à 3° inclus du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, modifié par le décret du 10 juillet 2003 relatif au paysage de l'enseignement fondamental, et qui, à partir du 1er septembre 2003, ne remplissent pas les conditions pour être désignés à la fonction de collaborateur de gestion du personnel de gestion et d'appui dans l'enseignement fondamental, sont censes disposer d'un titre requis pour la fonction visée au deuxième alinéa.
Pour la fonction visée au deuxième alinéa, ils ont droit à l'échelle de traitement pouvant leur être accordée pour un des emplois créés tels que visés à l'article X.55, premier alinéa, points 1° à 3° inclus, du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, tel que modifié par le décret du 10 juillet 2003 relatif au paysage de l'enseignement fondamental.
Cette disposition transitoire s'applique à l'année scolaire 2003-2004 ".
Art. 16. Er wordt een artikel 15bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 15bis. In de bijlage bij dit besluit wordt met " code d.d. " bedoeld :
1 : vanaf 1 september 1990;
2 : vanaf 1 januari 1994;
3 : vanaf 1 september 1997;
4 : vanaf 1 september 1998;
5 : vanaf 1 september 2000;
6 : vanaf 1 september 2002;
7 : vanaf 1 september 2003;
8 : vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9 : vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
10 : vanaf 1 september 2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11 : vanaf 1 september 2002, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12 : vanaf 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2004, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2004 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13 : vanaf 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2003 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14 : vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2004 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2004 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.
De bepalingen in de bijlage hebben uitwerking op de datum vermeld in de kolom " code d.d. ". ".
" Art. 15bis. In de bijlage bij dit besluit wordt met " code d.d. " bedoeld :
1 : vanaf 1 september 1990;
2 : vanaf 1 januari 1994;
3 : vanaf 1 september 1997;
4 : vanaf 1 september 1998;
5 : vanaf 1 september 2000;
6 : vanaf 1 september 2002;
7 : vanaf 1 september 2003;
8 : vanaf 1 september 1990, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9 : vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
10 : vanaf 1 september 2000, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11 : vanaf 1 september 2002, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12 : vanaf 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2004, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2004 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13 : vanaf 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2003 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14 : vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2004 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2004 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.
De bepalingen in de bijlage hebben uitwerking op de datum vermeld in de kolom " code d.d. ". ".
Art. 16. Il est inséré un article 15bis, rédigé comme suit :
" Art. 15bis. Dans l'annexe au présent arrêté, il faut entendre par " code d.d. " :
1. à partir du 1er septembre 1990;
2. à partir du 1er janvier 1994;
3. à partir du 1er septembre 1997;
4. à partir du 1er septembre 1998;
5. à partir du 1er septembre 2000;
6. à partir du 1er septembre 2002;
7. à partir du 1er septembre 2003;
8. à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9. du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilite par défaut d'emploi, la reaffectation et la remise au travail;
10. à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
11. à partir du 1er septembre 2002, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par defaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12. du 1er septembre 2002 au 31 août 2004, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2004 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13. du 1er septembre 2000 au 31 août 2003, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14. du 1er septembre 1990 au 31 août 2004, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2004 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
Les dispositions de l'annexe sortent leurs effets à la date mentionnée dans la colonne " code d.d. ". "
" Art. 15bis. Dans l'annexe au présent arrêté, il faut entendre par " code d.d. " :
1. à partir du 1er septembre 1990;
2. à partir du 1er janvier 1994;
3. à partir du 1er septembre 1997;
4. à partir du 1er septembre 1998;
5. à partir du 1er septembre 2000;
6. à partir du 1er septembre 2002;
7. à partir du 1er septembre 2003;
8. à partir du 1er septembre 1990, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9. du 1er septembre 1990 au 31 août 2003, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilite par défaut d'emploi, la reaffectation et la remise au travail;
10. à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
11. à partir du 1er septembre 2002, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par defaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12. du 1er septembre 2002 au 31 août 2004, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2004 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13. du 1er septembre 2000 au 31 août 2003, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14. du 1er septembre 1990 au 31 août 2004, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2004 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
Les dispositions de l'annexe sortent leurs effets à la date mentionnée dans la colonne " code d.d. ". "
Art. 17. De bijlagen 1 tot en met 3, gevoegd bij hetzelfde besluit, worden vervangen door de bijlage, gevoegd bij dit besluit.
Art. 17. Les annexes 1 à 3, jointes au même arrêté, sont remplacées par l'annexe jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs.
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial.
Art. 18. In het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991, 29 juni 1994, 15 april 1997, 17 juni 1996, 7 oktober 1997, 15 december 1998, 11 januari 2002 en 28 november 2003 wordt een artikel 14sexties ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 14sexties. De personeelsleden die in augustus 2003 contractueel zijn aangesteld ten laste van het departement onderwijs, ten laste van de werkingsmiddelen of als gesubsidieerde contractueel in een administratieve functie in een school in het basisonderwijs en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (tenminste HSO) worden geacht houder te zijn van het bekwaamheidsbewijs dat toegang verleent tot het ambt van administratief medewerker voor 63 punten.
De personeelsleden die in juni 2004 tewerkgesteld zijn als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs of als gesubsidieerde contractueel in een administratieve functie bij het Gemeenschapsonderwijs of bij een representatieve vereniging van inrichtende machten van het gesubsidieerd officieel onderwijs, het gesubsidieerd vrij confessioneel onderwijs of het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van tenminste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) worden geacht houder te zijn van het bekwaamheidsbewijs dat toegang verleent tot het ambt van administratief medewerker voor 63 punten ".
" Art. 14sexties. De personeelsleden die in augustus 2003 contractueel zijn aangesteld ten laste van het departement onderwijs, ten laste van de werkingsmiddelen of als gesubsidieerde contractueel in een administratieve functie in een school in het basisonderwijs en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (tenminste HSO) worden geacht houder te zijn van het bekwaamheidsbewijs dat toegang verleent tot het ambt van administratief medewerker voor 63 punten.
De personeelsleden die in juni 2004 tewerkgesteld zijn als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs of als gesubsidieerde contractueel in een administratieve functie bij het Gemeenschapsonderwijs of bij een representatieve vereniging van inrichtende machten van het gesubsidieerd officieel onderwijs, het gesubsidieerd vrij confessioneel onderwijs of het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van tenminste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) worden geacht houder te zijn van het bekwaamheidsbewijs dat toegang verleent tot het ambt van administratief medewerker voor 63 punten ".
Art. 18. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991, 29 juin 1994, 15 avril 1997, 17 juin 1996, 7 octobre 1997, 15 décembre 1998, 11 janvier 2002 et 28 novembre 2003 est inséré un article 14sexies, rédigé comme suit :
" Art. 14sexties. Les membres du personnel désignés sous les liens d'un contrat en août 2003, à charge du Département de l'Enseignement, à charge des moyens de fonctionnement ou comme contractuels subventionnés dans une fonction administrative dans une école de l'enseignement fondamental et n'étant pas en possession d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supérieur (au moins ESS), sont censés être porteur du titre donnant accès à la fonction de collaborateur administratif pour 63 points.
Les membres du personnel désignés sous les liens d'un contrat en juin 2004, à charge du Département de l'Enseignement, ou comme contractuels subventionnés dans une fonction administrative auprès de l'Enseignement communautaire ou d'une association représentative de pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné, de l'enseignement libre subventionné ou de l'enseignement libre non confessionnel subventionné et n'étant pas en possession d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supérieur (au moins ESS), sont censés être porteur du titre donnant accès à la fonction de collaborateur administratif pour 63 points ".
" Art. 14sexties. Les membres du personnel désignés sous les liens d'un contrat en août 2003, à charge du Département de l'Enseignement, à charge des moyens de fonctionnement ou comme contractuels subventionnés dans une fonction administrative dans une école de l'enseignement fondamental et n'étant pas en possession d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supérieur (au moins ESS), sont censés être porteur du titre donnant accès à la fonction de collaborateur administratif pour 63 points.
Les membres du personnel désignés sous les liens d'un contrat en juin 2004, à charge du Département de l'Enseignement, ou comme contractuels subventionnés dans une fonction administrative auprès de l'Enseignement communautaire ou d'une association représentative de pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné, de l'enseignement libre subventionné ou de l'enseignement libre non confessionnel subventionné et n'étant pas en possession d'un titre d'au moins l'enseignement secondaire supérieur (au moins ESS), sont censés être porteur du titre donnant accès à la fonction de collaborateur administratif pour 63 points ".
Art. 19. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2003.
Brussel, 14 juli 2004.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Brussel, 14 juli 2004.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Art. 19. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2003.
Bruxelles, le 14 juillet 2004.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN
Bruxelles, le 14 juillet 2004.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlagen.
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-11-2004, p. 77845-77862).
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-11-2004, p. 77845-77862).
Art. N. (Annexes non traduites. Voir original néerlandais).