Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1. [3 ...]3
2. [3 ...]3
3. [3 ...]3
4. de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor Wetenschapsbeleid en Technologisch Innovatiebeleid;
5. [2 Vlaamse universiteiten: de instellingen, genoemd in artikel II.2 van de Codex hoger onderwijs van 20 december 2013;]2
6. [2 Vlaamse hogescholen: de instellingen, genoemd in artikel II.3 van de Codex hoger onderwijs van 20 december 2013.]2
7. Vlaamse instelling van hoger onderwijs : een Vlaamse universiteit of een Vlaamse hogeschool;
8. [1 [2 ...]2 ]1
9. projectaanvrager : de Vlaamse instelling van hoger onderwijs die in het kader van dit besluit een projectvoorstel bij het[3 Agentschap Innoveren en Ondernemen]3 indient, zelfstandig of als lid van het projectconsortium;
10. [1 projectconsortium : een samenwerkingsverband van meer dan één projectaanvrager of van tenminste één projectaanvrager in combinatie met tenminste een onderzoeksorganisatie;]1
11. contractant : organisatie of instelling die geen deel uitmaakt van het projectconsortium zelf, maar waaraan bepaalde deeltaken van het project worden uitbesteed;
12. [1 kleine of middelgrote onderneming : een onderneming waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt. Deze criteria worden berekend zoals omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, met uitzondering van artikel 3, 3., laatste lid van bedoelde Aanbeveling;]1
[2 13. een publiekrechtelijk persoon: dit omvat zowel overheidsbesturen als entiteiten opgericht en/of gefinancierd door de overheid voor de uitvoering van een dienst van algemeen belang.]2
[3 14. beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4: het beslissingscomité, vermeld in artikel 41ter van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.]3
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 APRIL 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de oprichting van een programma voor de bevordering van [kennistransfer] door instellingen van hoger onderwijs. <BVR2014-05-23/08, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 18-08-2014> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-10-2004 en tekstbijwerking tot 26-09-2025)
Titre
30 AVRIL 2004. - Arrêté du Gouvernement flamand créant un programme de promotion axé sur [le transfert de connaissances] par des institutions d'enseignement supérieur (TRADUCTION). <AGF2014-05-23/08, art. 1, 003; En vigueur : 18-08-2014> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-10-2004 et mise à jour au 26-09-2025)
Documentinformatie
Numac: 2004036597
Datum: 2004-04-30
Info du document
Numac: 2004036597
Date: 2004-04-30
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Karakteristieken van het financ...
Afdeling I. - Definitie en doelstellingen.
Afdeling II. - Projectvoorstellen en projectaan...
HOOFDSTUK III. - Steunpercentage en cumulatie m...
Afdeling I. - Steunpercentage.
Afdeling II. - Cumulatie met andere steun.
HOOFDSTUK IV. - Procedure om projectvoorstellen...
HOOFDSTUK V. - Beslissingsbepalingen en -criteria.
HOOFDSTUK VI. - Verzoek tot herziening.
HOOFDSTUK VII. - Eigendomsrechten en valorisatie.
HOOFDSTUK VIII. - Toezicht.
HOOFDSTUK IX. - Geheimhouding.
HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen.
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - Caractéristiques du canal de fin...
Section Ire. - Définition et objectifs.
Section II. - Propositions de projet et demande...
CHAPITRE III. - Taux d'aide et cumul avec d'aut...
Section Ire. - Taux d'aide.
Section 2. - Cumul avec d'autres aides.
CHAPITRE IV. - Procédure de traitement des prop...
CHAPITRE V. - Dispositions et critères de décis...
CHAPITRE VI. - Demande de révision.
CHAPITRE VII. - Droits de propriété et valorisa...
CHAPITRE VIII. - Contrôle.
CHAPITRE IX. - Confidentialité.
CHAPITRE X. - Dispositions finales.
ANNEXE.
Tekst (46)
Texte (46)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Article 1. Dans le présent arrêté, on entend par :
1. [3 ...]3
2. [3 ...]3
3. [3 ...]3
4. Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique scientifique et de l'innovation technologique;
5. [2 universités flamandes : les établissements, visés à l'article II.2 du Code de l'Enseignement supérieur du 20 décembre 2013;]2
6. [2 instituts supérieurs flamands : les établissements, visés à l'article II.3 du Code de l'Enseignement supérieur du 20 décembre 2013;]2
7. institution flamande d'enseignement supérieur : une université flamande ou un institut supérieur flamand;
8. [1 [2 ...]2 ]1
9. demandeur de projet : l'institution flamande d'enseignement supérieur qui, de manière autonome ou comme membre d'un consortium, introduit une proposition de projet auprès de l'[3 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]3 dans le cadre du présent arrêté;
10. [1 consortium de projet : une structure de coopération de plus d'un demandeur de projet ou constituée par l'action conjointe d'au moins un demandeur de projet et d'au moins une organisation de recherche;]1
11. contractant : l'organisation ou l'institution qui ne fait pas partie du consortium de projet mais qui exécute certaines tâches partielles du projet données en sous-traitance;
12. [1 petite ou moyenne entreprise : une entreprise employant moins de 250 personnes, ayant un chiffre d'affaires annuel inférieur à 50 millions d'euros ou un bilan annuel inférieur à 43 millions d'euros. Ces critères sont calculés conformément à la Recommandation 2003/361/CE de la Commission européenne du 6 mai 2003 concernant la définition des micro, petites et moyennes entreprises, à l'exception de l'article 3, 3, dernier alinéa de ladite Recommandation;]1
[2 13. une personne de droit public : ceci comprend tant les administrations publiques que les entités créées et/ou financées par l'autorité pour l'exécution d'un service d'intérêt général.]2
[3 14. comité de décision auprès [4 du " Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat "]4 : le comité de décision visé à l'article 41ter du décret du 21 décembre 2001 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2002.]3
1. [3 ...]3
2. [3 ...]3
3. [3 ...]3
4. Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique scientifique et de l'innovation technologique;
5. [2 universités flamandes : les établissements, visés à l'article II.2 du Code de l'Enseignement supérieur du 20 décembre 2013;]2
6. [2 instituts supérieurs flamands : les établissements, visés à l'article II.3 du Code de l'Enseignement supérieur du 20 décembre 2013;]2
7. institution flamande d'enseignement supérieur : une université flamande ou un institut supérieur flamand;
8. [1 [2 ...]2 ]1
9. demandeur de projet : l'institution flamande d'enseignement supérieur qui, de manière autonome ou comme membre d'un consortium, introduit une proposition de projet auprès de l'[3 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]3 dans le cadre du présent arrêté;
10. [1 consortium de projet : une structure de coopération de plus d'un demandeur de projet ou constituée par l'action conjointe d'au moins un demandeur de projet et d'au moins une organisation de recherche;]1
11. contractant : l'organisation ou l'institution qui ne fait pas partie du consortium de projet mais qui exécute certaines tâches partielles du projet données en sous-traitance;
12. [1 petite ou moyenne entreprise : une entreprise employant moins de 250 personnes, ayant un chiffre d'affaires annuel inférieur à 50 millions d'euros ou un bilan annuel inférieur à 43 millions d'euros. Ces critères sont calculés conformément à la Recommandation 2003/361/CE de la Commission européenne du 6 mai 2003 concernant la définition des micro, petites et moyennes entreprises, à l'exception de l'article 3, 3, dernier alinéa de ladite Recommandation;]1
[2 13. une personne de droit public : ceci comprend tant les administrations publiques que les entités créées et/ou financées par l'autorité pour l'exécution d'un service d'intérêt général.]2
[3 14. comité de décision auprès [4 du " Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat "]4 : le comité de décision visé à l'article 41ter du décret du 21 décembre 2001 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2002.]3
HOOFDSTUK II. - Karakteristieken van het financieringskanaal voor [1 kennistransfer]1 door instellingen van hoger onderwijs.
CHAPITRE II. - Caractéristiques du canal de financement pour [1 le transfert de connaissances]1 par les institutions d'enseignement supérieur.
Afdeling I. - Definitie en doelstellingen.
Section Ire. - Définition et objectifs.
Art.2. Dit besluit regelt de financiering van projecten van één of meer dan één Vlaamse instelling van hoger onderwijs voor [2 ...]2 kennisoverdracht, via activiteiten van onderzoek en studiewerk met het oog op het verwerven, het bundelen en het vertalen van [2 ...]2 kennis naar innovatieve toepassingen die bruikbaar zijn voor bedrijven - kleine en middelgrote ondernemingen in het bijzonder- [2 of kennis die bruikbaar is voor]2 social profit organisaties.
[1 De resultaten hebben een aantoonbare economische [2 of gemengd economisch/maatschappelijke en eventueel ook]2 ecologische meerwaarde en zijn te valoriseren voor een zo ruim mogelijke groep van dergelijke bedrijven en organisaties en in de onderwijsprogramma's van de instellingen van hoger onderwijs in kwestie.]1
[1 De resultaten hebben een aantoonbare economische [2 of gemengd economisch/maatschappelijke en eventueel ook]2 ecologische meerwaarde en zijn te valoriseren voor een zo ruim mogelijke groep van dergelijke bedrijven en organisaties en in de onderwijsprogramma's van de instellingen van hoger onderwijs in kwestie.]1
Art.2. Le présent arrêté règle le financement de projets d'une ou de plus d'une institution flamande d'enseignement supérieur axés sur le transfert de connaissances [2 ...]2, via des activités de recherche et des études visant à acquérir, rassembler et traduire des connaissances [2 ...]2 dans des applications innovatrices utilisables par des entreprises - petites et moyennes en particulier - [2 ou des connaissances utilisables par]2 des organisations du secteur non marchand.
[1 Les résultats génèrent une plus-value économique identifiable [2 ou économique/sociale mixte et éventuellement également]2 environnementale et devront être valorisés par un groupe aussi large que possible de telles entreprises et organisations et dans les programmes d'études des institutions d'enseignement supérieur en question.]1
[1 Les résultats génèrent une plus-value économique identifiable [2 ou économique/sociale mixte et éventuellement également]2 environnementale et devront être valorisés par un groupe aussi large que possible de telles entreprises et organisations et dans les programmes d'études des institutions d'enseignement supérieur en question.]1
Art.3. [1 Het[2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2]1 steunt projecten voor [1 ...]1 kennisoverdracht binnen de perken van de begrotingskredieten.
Art.3. Dans les limites des crédits budgétaires, l'[2 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]2 appuie des projets s'axant sur le transfert de connaissances [1 ...]1.
Afdeling II. - Projectvoorstellen en projectaanvragers.
Section II. - Propositions de projet et demandeurs de projet.
Art.4. Een projectvoorstel gaat altijd uit van minstens één Vlaamse instelling van hoger onderwijs.
Een projectvoorstel kan eveneens worden ingediend door een projectconsortium waarvan minstens één Vlaamse instelling van hoger onderwijs deel uitmaakt, voor zover dit een duidelijke meerwaarde betekent voor het project en voorzover minstens twee derde van het project uitgevoerd wordt door één of meer Vlaamse instellingen van hoger onderwijs.
Als een projectconsortium een projectvoorstel indient, wijst het de Vlaamse instelling van hoger onderwijs aan die als projectcoördinator zal fungeren.
[1 De partijen die samen het projectconsortium vormen, moeten volgens de richtlijnen die vastgesteld zijn door [2 het beslissingscomite bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3]2, een onderlinge samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voorleggen aan het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen.]2]1
Binnen vier maanden na de beslissing tot toekenning van de steun overeenkomstig artikel 10 zal hun onderlinge samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voorgelegd worden aan [1 het[2 Agentschap Innoveren en Ondernemen.]2]1
Een projectvoorstel kan eveneens worden ingediend door een projectconsortium waarvan minstens één Vlaamse instelling van hoger onderwijs deel uitmaakt, voor zover dit een duidelijke meerwaarde betekent voor het project en voorzover minstens twee derde van het project uitgevoerd wordt door één of meer Vlaamse instellingen van hoger onderwijs.
Als een projectconsortium een projectvoorstel indient, wijst het de Vlaamse instelling van hoger onderwijs aan die als projectcoördinator zal fungeren.
[1 De partijen die samen het projectconsortium vormen, moeten volgens de richtlijnen die vastgesteld zijn door [2 het beslissingscomite bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3]2, een onderlinge samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voorleggen aan het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen.]2]1
Binnen vier maanden na de beslissing tot toekenning van de steun overeenkomstig artikel 10 zal hun onderlinge samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voorgelegd worden aan [1 het[2 Agentschap Innoveren en Ondernemen.]2]1
Art.4. Une proposition de projet est toujours lancée par au moins une institution flamande d'enseignement supérieur.
Une proposition de projet peut également être déposée par un consortium de projet dont fait partie au moins une institution flamande d'enseignement supérieur, pour autant que cela signifie une valeur ajoutée évidente pour le projet et pour autant au moins deux tiers du projet sont exécutés par une ou plusieurs institutions flamandes d'enseignement supérieur.
Si un consortium de projet introduit une proposition de projet, il indique l'institution flamande d'enseignement supérieur qui se chargera de la coordination du projet.
[1 Les parties qui constituent ensemble le consortium de projet, doivent soumettre à l'approbation de l'[2 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]2 une convention de coopération, selon les directives établies par [2 le conseil de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3.]2]1
Dans les quatre mois de la décision sur l'octroi de l'aide conformément à l'article 10, leur convention de coopération sera soumise à l'approbation de l'[2 " Agentschap Innoveren en Ondernemen ".]2
Une proposition de projet peut également être déposée par un consortium de projet dont fait partie au moins une institution flamande d'enseignement supérieur, pour autant que cela signifie une valeur ajoutée évidente pour le projet et pour autant au moins deux tiers du projet sont exécutés par une ou plusieurs institutions flamandes d'enseignement supérieur.
Si un consortium de projet introduit une proposition de projet, il indique l'institution flamande d'enseignement supérieur qui se chargera de la coordination du projet.
[1 Les parties qui constituent ensemble le consortium de projet, doivent soumettre à l'approbation de l'[2 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]2 une convention de coopération, selon les directives établies par [2 le conseil de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3.]2]1
Dans les quatre mois de la décision sur l'octroi de l'aide conformément à l'article 10, leur convention de coopération sera soumise à l'approbation de l'[2 " Agentschap Innoveren en Ondernemen ".]2
Art.5. [1 Elk projectvoorstel heeft een maximale uitvoeringstermijn van twee jaar.]1
Het projectvoorstel omvat een voorstel van projectbegroting in de vorm van een kostenramingsstaat.
In geval van een projectconsortium omvat het voorstel voor elke aanvrager ook een deelprojectbegroting. De projectkosten die opgenomen moeten worden in de kostenstaat zijn in overeenstemming met de kostenomschrijving, vermeld in de bijlage bij dit besluit.
[1 ...]1
[1 ...]1
Het projectvoorstel omvat een voorstel van projectbegroting in de vorm van een kostenramingsstaat.
In geval van een projectconsortium omvat het voorstel voor elke aanvrager ook een deelprojectbegroting. De projectkosten die opgenomen moeten worden in de kostenstaat zijn in overeenstemming met de kostenomschrijving, vermeld in de bijlage bij dit besluit.
[1 ...]1
[1 ...]1
Art.5. [1 Chaque proposition de projet a un délai d'exécution maximal de deux ans.]1
La proposition de projet comprend une proposition de budget pour le projet sous forme d'une estimation des frais.
S'il s'agit d'un consortium de projet, une proposition de budget partiel est établie pour chaque demandeur de projet. Les frais du projet qui doivent figurer dans l'état des frais correspondent à la description des frais, visée à l'annexe au présent arrêté.
[1 ...]1
[1 ...]1
La proposition de projet comprend une proposition de budget pour le projet sous forme d'une estimation des frais.
S'il s'agit d'un consortium de projet, une proposition de budget partiel est établie pour chaque demandeur de projet. Les frais du projet qui doivent figurer dans l'état des frais correspondent à la description des frais, visée à l'annexe au présent arrêté.
[1 ...]1
[1 ...]1
Wijzigingen
Art.5/1. [1 Er wordt alleen steun verleend aan een Vlaamse instelling van hoger onderwijs die op de datum van de indiening van de steunaanvraag en op de datum van de steuntoekenning geen procedure op basis van Europees recht hebben lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.]1
Art.5/1. [1 Aucune aide n'est octroyée à une institution flamande d'enseignement supérieur qui, à la date d'introduction de la demande d'aide et à la date d'octroi de l'aide, fait l'objet d'une procédure en cours en vertu du droit européen visant la récupération d'une aide octroyée.]1
HOOFDSTUK III. - Steunpercentage en cumulatie met andere steun.
CHAPITRE III. - Taux d'aide et cumul avec d'autres interventions.
Afdeling I. - Steunpercentage.
Section Ire. - Taux d'aide.
Art.6. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen in artikel 7, bedraagt het steunpercentage minimaal 80 % en maximaal 92,5 % van de kosten omschreven in de bijlage bij dit besluit. Het exacte steunpercentage zal vastgelegd worden bij ministerieel besluit.
[1 Met toepassing van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2006/C 323/01) verbinden de begunstigden van de gesteunde projecten zich ertoe de kosten en financiering van de door hen eventueel uitgeoefende economische activiteiten duidelijk te onderscheiden van de in het kader van dit besluit gesteunde activiteiten.]1
[1 Met toepassing van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2006/C 323/01) verbinden de begunstigden van de gesteunde projecten zich ertoe de kosten en financiering van de door hen eventueel uitgeoefende economische activiteiten duidelijk te onderscheiden van de in het kader van dit besluit gesteunde activiteiten.]1
Art.6. Sous réserve de l'application des dispositions de l'article 7, le taux d'aide s'élève à 80 % au minimum et à 92,5% au maximum des frais décrits dans l'annexe au présent arrêté. Le taux d'aide exact sera défini par arrêté ministériel.
[1 Par application de l'encadrement communautaire des aides d'Etat à la recherche, au développement et à l'innovation (2006/C 323/01), les bénéficiaires des projets soutenus s'engagent à établir une distinction claire entre les activités économiques éventuellement exercées par eux et les activités soutenues dans le cadre du présent arrêté.]1
[1 Par application de l'encadrement communautaire des aides d'Etat à la recherche, au développement et à l'innovation (2006/C 323/01), les bénéficiaires des projets soutenus s'engagent à établir une distinction claire entre les activités économiques éventuellement exercées par eux et les activités soutenues dans le cadre du présent arrêté.]1
Wijzigingen
Afdeling II. - Cumulatie met andere steun.
Section 2. - Cumul avec d'autres aides.
Art.7. [1 De toekenning van steun kan enkel voor kosten, die niet reeds gedekt zijn door enige andere vorm van steun van de Vlaamse overheid of een overheid die ressorteert onder de Vlaamse overheid. Als een project andere financiële steun geniet van een publiekrechtelijke persoon, kan steun worden toegekend, met dien verstande dat voor de berekening van het maximale steunpercentage, vermeld in artikel 6, rekening zal worden gehouden met de samengestelde steun.]1
Art.7. [1 L'octroi d'aide ne peut être prévu que pour les frais qui ne sont pas encore couverts par aucune autre forme d'aide de la part des autorités flamandes ou d'une autre autorité relevant des autorités flamandes. Lorsqu'un projet bénéficie d'une autre aide financière d'une personne morale de droit public, une aide peut être accordée, étant entendu que le calcul du taux d'aide maximal, visé à l'article 6, tiendra compte de l'aide cumulée.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK IV. - Procedure om projectvoorstellen te behandelen.
CHAPITRE IV. - Procédure de traitement des propositions de projet.
Art.8. De projectvoorstellen moeten worden geformuleerd overeenkomstig de modaliteiten inzake de aanvraagprocedure en -voorwaarden die [2 het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3]2 vastlegt en bekendmaakt, binnen de krijtlijnen van de verordeningen van dit reglementair besluit. [2 Het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3]2 voorziet in een of meer uiterste indiendata in de loop van elk kalenderjaar.
Het [2 beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3]2 beoordeelt de ontvankelijkheid van een projectvoorstel op basis van de formele indieningsvoorwaarden en -instructies, bedoeld in vorige paragraaf.
Een projectvoorstel dat niet ontvankelijk wordt verklaard, wordt uitgesloten van verdere behandeling.
Uiterlijk tien werkdagen na de uiterste indiendatum deelt [1 het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2]1 aan de projectaanvrager de beslissing over de ontvankelijkheid van het projectvoorstel mee.
Het [2 beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3]2 beoordeelt de ontvankelijkheid van een projectvoorstel op basis van de formele indieningsvoorwaarden en -instructies, bedoeld in vorige paragraaf.
Een projectvoorstel dat niet ontvankelijk wordt verklaard, wordt uitgesloten van verdere behandeling.
Uiterlijk tien werkdagen na de uiterste indiendatum deelt [1 het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2]1 aan de projectaanvrager de beslissing over de ontvankelijkheid van het projectvoorstel mee.
Art.8. Les propositions de projet doivent être formulées conformément aux modalités de la procédure de demande et des conditions de demande fixées et publiées par [2 le conseil de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3]2 dans les limites des dispositions du présent arrêté réglementaire. [2 Le conseil de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3]2 prévoit une ou plusieurs dates limites de dépôt des propositions au cours de chaque année calendaire.
Le [2 comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3]2 décide sur la recevabilité d'une proposition de projet sur la base des modalités et instructions formelles de dépôt, visées au paragraphe précédent.
Une proposition de projet qui est déclarée non recevable est exclue de tout traitement ultérieur.
Au plus tard dix jours ouvrables après la date limite de dépôt des propositions, [1 l'[2 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]2]1 communique au demandeur du projet la décision sur la recevabilité de la proposition de projet.
Le [2 comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3]2 décide sur la recevabilité d'une proposition de projet sur la base des modalités et instructions formelles de dépôt, visées au paragraphe précédent.
Une proposition de projet qui est déclarée non recevable est exclue de tout traitement ultérieur.
Au plus tard dix jours ouvrables après la date limite de dépôt des propositions, [1 l'[2 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]2]1 communique au demandeur du projet la décision sur la recevabilité de la proposition de projet.
Art.9. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 zal]1 voor de beoordeling van projecten externe deskundigen aanwijzen die zullen adviseren over de aspecten, bepaald in artikel 14, 15 en 16. [1 ...]1
Art.9. En vue de l'évaluation des projets, [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 désignera]1 des experts qui conseilleront sur les aspects, visés aux articles 14, 15 et 16. [1 ...]1
Art.10. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 beslist op basis van het dossier, waaronder het advies van de externe deskundigen, en bepaalt de omvang en de aard van de steun, alsmede de bijzondere voorwaarden en bepalingen ervan.
Art.10. [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 décide sur la base du dossier et de l'avis rendu par les experts externes et fixe le volume et la nature de l'aide, ainsi que les conditions et dispositions spécifiques y afférentes.
Art.11. Uiterlijk negentig werkdagen na de uiterste indiendatum deelt [1 het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2]1 aan de projectaanvrager de beslissing van [2 het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3]2 mee.
Art.11. Au plus tard quatre-vingt-dix jours ouvrables après la date limite de dépôt des propositions, [1 l'[2 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]2]1 communique au demandeur du projet la décision [2 du conseil de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3]2.
Art.12. De steun wordt toegekend onder de voorwaarden en volgens nadere modaliteiten die [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 voor het project vaststelt in een overeenkomst tussen het [1 Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 en de projectaanvrager(s), met algemene bepalingen voorzien in een type overeenkomst, vastgesteld door [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1, binnen de krijtlijnen van de verordeningen van dit reglementair besluit.
Elk project zal worden begeleid door een gebruikerscommissie, namelijk een groep van externe vertegenwoordigers die fungeert als eerste ontvanger van de resultaten. De voorwaarden van samenstelling en de werking van deze gebruikerscommissie worden vastgelegd in de type-overeenkomst.
[3 Als de steunaanvrager een openstaande en niet in het kader van een gerechtelijke procedure betwiste schuld heeft bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen, of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt de uitbetaling opgeschort tot het teruggevorderde bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.]3
Elk project zal worden begeleid door een gebruikerscommissie, namelijk een groep van externe vertegenwoordigers die fungeert als eerste ontvanger van de resultaten. De voorwaarden van samenstelling en de werking van deze gebruikerscommissie worden vastgelegd in de type-overeenkomst.
[3 Als de steunaanvrager een openstaande en niet in het kader van een gerechtelijke procedure betwiste schuld heeft bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen, of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt de uitbetaling opgeschort tot het teruggevorderde bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.]3
Art.12. L'aide est attribuée suivant les conditions et modalités ultérieures définies par [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 en vue du projet dans une convention entre l'[1 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]1 et le(s) demandeur(s) de projet, contenant également des dispositions générales prévues dans une convention-type, établie par [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1, dans les limites des dispositions du présent arrêté réglementaire.
Chaque projet sera accompagné par un comité d'utilisateurs, notamment un groupe de représentants externes qui agit en qualité de premier destinataire des résultats. Les conditions relatives à la composition et au fonctionnement de ce comité d'utilisateurs sont fixées dans une convention-type.
[3 Si le demandeur d'aide a une dette impayée et non contestée dans le cadre d'une procédure judiciaire à l'égard de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ", ou du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visé à l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, le paiement est suspendu jusqu'à ce que le montant récupéré ait été remboursé ou que la procédure de récupération soit terminée. ]3
Chaque projet sera accompagné par un comité d'utilisateurs, notamment un groupe de représentants externes qui agit en qualité de premier destinataire des résultats. Les conditions relatives à la composition et au fonctionnement de ce comité d'utilisateurs sont fixées dans une convention-type.
[3 Si le demandeur d'aide a une dette impayée et non contestée dans le cadre d'une procédure judiciaire à l'égard de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ", ou du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visé à l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, le paiement est suspendu jusqu'à ce que le montant récupéré ait été remboursé ou que la procédure de récupération soit terminée. ]3
HOOFDSTUK V. - Beslissingsbepalingen en -criteria.
CHAPITRE V. - Dispositions et critères de décision.
Art.13. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 kan beslissen de steun niet toe te kennen of kan extra voorwaarden stellen op basis van de volgende elementen :
1° als een projectaanvrager niet of slechts gedeeltelijk andere overheidsverplichtingen of -vergunningen is nagekomen;
2° als een projectaanvrager bij vroegere projectvoorstellen tekortgeschoten is in zijn normale contractuele verplichtingen inzake onder meer informatieverstrekking, inhoudelijke of financiële verplichtingen of verslaggeving.
1° als een projectaanvrager niet of slechts gedeeltelijk andere overheidsverplichtingen of -vergunningen is nagekomen;
2° als een projectaanvrager bij vroegere projectvoorstellen tekortgeschoten is in zijn normale contractuele verplichtingen inzake onder meer informatieverstrekking, inhoudelijke of financiële verplichtingen of verslaggeving.
Art.13. [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 peut décider de ne pas octroyer l'aide ou de fixer des conditions additionnelles sur la base des éléments suivants :
1° si le demandeur de projet n'a pas respecté ou n'a respecté qu'une partie des autres autorisations ou engagements publics;
2° si un demandeur de projet n'a pas respecté, lors de propositions de projet antérieures, ses obligations contractuelles normales notamment en matière de fourniture d'informations, d'obligations financières et de fond ou de rapportage.
1° si le demandeur de projet n'a pas respecté ou n'a respecté qu'une partie des autres autorisations ou engagements publics;
2° si un demandeur de projet n'a pas respecté, lors de propositions de projet antérieures, ses obligations contractuelles normales notamment en matière de fourniture d'informations, d'obligations financières et de fond ou de rapportage.
Art.14. [1 Het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3]1 zal bij zijn besluitvorming inzake steuntoekenning de volgende beoordelingsdimensies in zijn overweging meenemen :
1° de technisch-wetenschappelijke kwaliteit van het projectvoorstel, bedoeld in artikel 15;
2° het economische, maatschappelijke of ecologische valorisatiepotentieel van het projectvoorstel : de gebruiksmogelijkheden van de resultaten voor de beoogde doelgroep van bedrijven, in het bijzonder de K.M.O.'s of de social profit organisaties, bedoeld in artikel 16;
3° het belang van het project voor de onderwijsopdracht van de instellingen van hoger onderwijs in kwestie.
[1 Het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 zal bij de nadere invulling van zijn opdracht ook rekening houden met de algemene en specifieke beleidslijnen van de Vlaamse Regering, zoals die blijken uit de afspraken tussen het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleidsdomein economie, wetenschap en innovatie, [2 ...]2, of concrete verzoeken van de Vlaamse Regering aan het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 om initiatieven te ontwikkelen voor een specifiek actieprogramma van de Vlaamse Regering.]1
1° de technisch-wetenschappelijke kwaliteit van het projectvoorstel, bedoeld in artikel 15;
2° het economische, maatschappelijke of ecologische valorisatiepotentieel van het projectvoorstel : de gebruiksmogelijkheden van de resultaten voor de beoogde doelgroep van bedrijven, in het bijzonder de K.M.O.'s of de social profit organisaties, bedoeld in artikel 16;
3° het belang van het project voor de onderwijsopdracht van de instellingen van hoger onderwijs in kwestie.
[1 Het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 zal bij de nadere invulling van zijn opdracht ook rekening houden met de algemene en specifieke beleidslijnen van de Vlaamse Regering, zoals die blijken uit de afspraken tussen het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleidsdomein economie, wetenschap en innovatie, [2 ...]2, of concrete verzoeken van de Vlaamse Regering aan het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 om initiatieven te ontwikkelen voor een specifiek actieprogramma van de Vlaamse Regering.]1
Art.14. Lors de la prise de décision sur l'octroi de l'aide, [1 Le conseil de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3]1 prendra en considération les critères d'évaluation suivants :
1° la qualité technico-scientifique de la proposition de projet, visée à l'article 15;
2° le potentiel de valorisation économique, social ou écologique de la proposition de projet : les possibilités d'utilisation des résultats par le groupe cible des entreprises, et en particulier les P.M.E. ou les organisations du secteur non marchand, visées à l'article 16;
3° l'intérêt du projet pour la mission d'enseignement des institutions d'enseignement supérieur en question.
[1 Lors de la concrétisation de sa mission, le comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 tiendra également compte des orientations générales et spécifiques du Gouvernement flamand, telles qu'elles se révèlent des accords entre l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " et le Ministre flamand ayant les domaines politiques économie, sciences et innovation dans ses attributions, [2 ...]2, ou des demandes concrètes du Gouvernement flamand au comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 pour développer des initiatives pour un programme d'action spécifique du Gouvernement flamand.]1
1° la qualité technico-scientifique de la proposition de projet, visée à l'article 15;
2° le potentiel de valorisation économique, social ou écologique de la proposition de projet : les possibilités d'utilisation des résultats par le groupe cible des entreprises, et en particulier les P.M.E. ou les organisations du secteur non marchand, visées à l'article 16;
3° l'intérêt du projet pour la mission d'enseignement des institutions d'enseignement supérieur en question.
[1 Lors de la concrétisation de sa mission, le comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 tiendra également compte des orientations générales et spécifiques du Gouvernement flamand, telles qu'elles se révèlent des accords entre l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " et le Ministre flamand ayant les domaines politiques économie, sciences et innovation dans ses attributions, [2 ...]2, ou des demandes concrètes du Gouvernement flamand au comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 pour développer des initiatives pour un programme d'action spécifique du Gouvernement flamand.]1
Art.15. Voor de beoordeling van de technisch-wetenschappelijke kwaliteit worden de volgende sub-criteria gebruikt :
1° de competenties en expertise van de uitvoerders met het oog op het welslagen van het project en de kwaliteit van de samenwerking tussen de betrokken uitvoerders, indien van toepassing;
2° de originaliteit en creativiteit van het project, met inbegrip van de complementariteit en meerwaarde t.o.v. andere initiatieven;
3° de omvang en haalbaarheid van de beoogde kennisoverdracht;
4° de kwaliteit en de relevantie van het werkplan en van de haalbaarheid ervan binnen het vastgestelde tijdsbestek en budget;
5° de resultaten van een voorafgaandelijk gesteund en verwant project, indien van toepassing.
Aan elk projectvoorstel wordt een globale score voor technische-wetenschappelijke kwaliteit toegekend.
1° de competenties en expertise van de uitvoerders met het oog op het welslagen van het project en de kwaliteit van de samenwerking tussen de betrokken uitvoerders, indien van toepassing;
2° de originaliteit en creativiteit van het project, met inbegrip van de complementariteit en meerwaarde t.o.v. andere initiatieven;
3° de omvang en haalbaarheid van de beoogde kennisoverdracht;
4° de kwaliteit en de relevantie van het werkplan en van de haalbaarheid ervan binnen het vastgestelde tijdsbestek en budget;
5° de resultaten van een voorafgaandelijk gesteund en verwant project, indien van toepassing.
Aan elk projectvoorstel wordt een globale score voor technische-wetenschappelijke kwaliteit toegekend.
Art.15. L'appréciation de la qualité technico-scientifique tient compte des sous-critères suivants :
1° les compétences et l'expertise des exécutants en vue du succès du projet et de la qualité de la coopération des exécutants concernés, si applicable;
2° l'originalité et la créativité du projet, y compris la complémentarité et la valeur ajoutée vis-à-vis d'autres initiatives;
3° le volume et la faisabilité du transfert de connaissances visé;
4° la qualité et la pertinence du plan de travail et la faisabilité de celui-ci dans le délai imparti et dans les limites du budget;
5° les résultats d'un projet apparenté soutenu auparavant, si applicable.
Une cote globale est accordée à chaque proposition de projet pour sa qualité technico-scientifique.
1° les compétences et l'expertise des exécutants en vue du succès du projet et de la qualité de la coopération des exécutants concernés, si applicable;
2° l'originalité et la créativité du projet, y compris la complémentarité et la valeur ajoutée vis-à-vis d'autres initiatives;
3° le volume et la faisabilité du transfert de connaissances visé;
4° la qualité et la pertinence du plan de travail et la faisabilité de celui-ci dans le délai imparti et dans les limites du budget;
5° les résultats d'un projet apparenté soutenu auparavant, si applicable.
Une cote globale est accordée à chaque proposition de projet pour sa qualité technico-scientifique.
Art.16. Voor de beoordeling van het valorisatiepotentieel van een projectvoorstel worden de volgende subcriteria gebruikt :
1° de omvang van het beoogde [1 bereik aan organisaties die vatbaar zijn]1 voor de valorisatie van de resultaten van het project, inzonderheid van de K.M.O.'s en social profit organisaties;
2° het economische [1 of het gemengd economisch/maatschappelijke]1 belang van de potentieel geïnitieerde innovaties bij de valorisatie van de resultaten van het project;
3° de complementariteit met andere lopende onderzoeksactiviteiten;
4° de kwaliteit en de omvang van de beoogde activiteiten inzake kennisdiffusie;
5° de bijdrage tot de duurzame ontwikkeling;
6° de resultaten van voorafgaandelijk gesteunde en verwante projecten, indien van toepassing.
Aan elk projectvoorstel wordt een globale score toegekend voor het valorisatiepotentieel.
1° de omvang van het beoogde [1 bereik aan organisaties die vatbaar zijn]1 voor de valorisatie van de resultaten van het project, inzonderheid van de K.M.O.'s en social profit organisaties;
2° het economische [1 of het gemengd economisch/maatschappelijke]1 belang van de potentieel geïnitieerde innovaties bij de valorisatie van de resultaten van het project;
3° de complementariteit met andere lopende onderzoeksactiviteiten;
4° de kwaliteit en de omvang van de beoogde activiteiten inzake kennisdiffusie;
5° de bijdrage tot de duurzame ontwikkeling;
6° de resultaten van voorafgaandelijk gesteunde en verwante projecten, indien van toepassing.
Aan elk projectvoorstel wordt een globale score toegekend voor het valorisatiepotentieel.
Art.16. L'appréciation du potentiel de valorisation d'une proposition de projet utilise les sous-critères suivants :
1° [1 le nombre d'organisations susceptibles de pouvoir]1 valoriser les résultats du projet, notamment le nombre de P.M.E. et d'organisations du secteur non marchand;
2° l'intérêt économique [1 ou économique/social mixte]1 des innovations éventuellement déjà lancées lors de la valorisation des résultats du projet;
3° la complémentarité avec les autres activités de recherche en cours;
4° la qualité et le volume des activités envisagées en vue de la diffusion des savoirs;
5° la contribution au développement durable;
6° les résultats de projets apparentés soutenus auparavant, si applicable.
Une cote globale est accordée à chaque proposition de projet suivant son potentiel de valorisation.
1° [1 le nombre d'organisations susceptibles de pouvoir]1 valoriser les résultats du projet, notamment le nombre de P.M.E. et d'organisations du secteur non marchand;
2° l'intérêt économique [1 ou économique/social mixte]1 des innovations éventuellement déjà lancées lors de la valorisation des résultats du projet;
3° la complémentarité avec les autres activités de recherche en cours;
4° la qualité et le volume des activités envisagées en vue de la diffusion des savoirs;
5° la contribution au développement durable;
6° les résultats de projets apparentés soutenus auparavant, si applicable.
Une cote globale est accordée à chaque proposition de projet suivant son potentiel de valorisation.
Wijzigingen
Art.17. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 kan zijn beslissing over de steun daarenboven nemen op basis van de volgende overwegingen :
1° de complementariteit van de projecten onderling;
2° de spreiding van de projecten over sector- of technologiedomeinen.
[1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 kan zijn steunverlening beperken tot een gedeelte van het ingediende projectvoorstel.
1° de complementariteit van de projecten onderling;
2° de spreiding van de projecten over sector- of technologiedomeinen.
[1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 kan zijn steunverlening beperken tot een gedeelte van het ingediende projectvoorstel.
Art.17. En outre, [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 peut prendre sa décision sur l'aide sur la base des considérations suivantes :
1° la complémentarité mutuelle des projets;
2° la répartition des projets en fonction des secteurs et domaines technologiques.
[1 Le conseil de décision auprès [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 peut limiter son aide à une partie de la proposition de projet déposée.
1° la complémentarité mutuelle des projets;
2° la répartition des projets en fonction des secteurs et domaines technologiques.
[1 Le conseil de décision auprès [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 peut limiter son aide à une partie de la proposition de projet déposée.
Art.18. [1 Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 moet zijn steunbeslissingen beperken tot de jaarlijks bepaalde begrotingsvoorzieningen.
Art.18. [1 Le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 doit limiter ses décisions sur l'aide aux prévisions budgétaires annuelles.
HOOFDSTUK VI. - Verzoek tot herziening.
CHAPITRE VI. - Demande de révision.
Art.19. Na de beslissing van [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 wordt aan de aanvrager een afschrift betekend van de gemotiveerde beslissing van [1 beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1.
Als de beslissing negatief is, wordt uitdrukkelijk verwezen naar het recht van de aanvrager om, overeenkomstig artikel 20, een herziening van de beslissing te vragen.
Als de beslissing negatief is, wordt uitdrukkelijk verwezen naar het recht van de aanvrager om, overeenkomstig artikel 20, een herziening van de beslissing te vragen.
Art.19. Après décision [1 du conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1, une copie de la décision motivée [1 du conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 est notifiée au demandeur.
En cas de décision négative, le demandeur est informé explicitement de son droit de demander une révision de la décision conformément à l'article 20.
En cas de décision négative, le demandeur est informé explicitement de son droit de demander une révision de la décision conformément à l'article 20.
Art.20. De aanvrager kan de herziening vragen van de beslissing van [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 tot weigering van steun, zonder evenwel de opportuniteit van de beslissing in vraag te kunnen stellen;
De herziening wordt, op straffe van verval gevraagd met een aangetekende brief, binnen een termijn van twintig werkdagen na afgifte op de post van de betekening van de beslissing.
Het verzoekschrift tot herziening bevat, op straffe van onontvankelijkheid, een opgave van de objectief apprecieerbare elementen van het dossier dat aan [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 ter beslissing werd voorgelegd, waarvan de aanvrager beweert dat de incorrecte appreciatie kennelijk bepalend is geweest voor het nemen van de bestreden beslissing, alsmede de argumenten ter weerlegging van de bedoelde appreciatie. De aanvrager beschikt daartoe over het recht op inzage van het dossier, zoals dat ter beslissing is voorgelegd aan [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2.]1
[1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 beslist binnen twintig werkdagen na ontvangst van het verzoekschrift tot herziening en bepaalt tevens hoe deze beslissing verder kan uitgevoerd worden.
De herziening wordt, op straffe van verval gevraagd met een aangetekende brief, binnen een termijn van twintig werkdagen na afgifte op de post van de betekening van de beslissing.
Het verzoekschrift tot herziening bevat, op straffe van onontvankelijkheid, een opgave van de objectief apprecieerbare elementen van het dossier dat aan [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 ter beslissing werd voorgelegd, waarvan de aanvrager beweert dat de incorrecte appreciatie kennelijk bepalend is geweest voor het nemen van de bestreden beslissing, alsmede de argumenten ter weerlegging van de bedoelde appreciatie. De aanvrager beschikt daartoe over het recht op inzage van het dossier, zoals dat ter beslissing is voorgelegd aan [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2.]1
[1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 beslist binnen twintig werkdagen na ontvangst van het verzoekschrift tot herziening en bepaalt tevens hoe deze beslissing verder kan uitgevoerd worden.
Art.20. Le demandeur peut solliciter la révision de la décision [1 du conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 refusant l'aide, sans pour autant mettre en question l'opportunité de la décision.
Sous peine de nullité, la révision est demandée par lettre recommandée dans un délai de vingt jours ouvrables après dépôt à la poste de la notification de la décision.
Sous peine de nullité, la demande de révision contient tant un relevé des éléments objectivement appréciables du dossier soumis à l'approbation [1 du conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1, dont le demandeur affirme que l'appréciation incorrecte a été clairement décisive pour la prise de décision contestée, que les arguments visant à réfuter l'appréciation en question. Le demandeur dispose à cet effet le droit de consulter le dossier, tel qu'il est soumis à l'approbation [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2.]1
[1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 décide dans les vingt jours ouvrables de la réception de la demande de révision et fixe également la procédure d'exécution de la décision.
Sous peine de nullité, la révision est demandée par lettre recommandée dans un délai de vingt jours ouvrables après dépôt à la poste de la notification de la décision.
Sous peine de nullité, la demande de révision contient tant un relevé des éléments objectivement appréciables du dossier soumis à l'approbation [1 du conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1, dont le demandeur affirme que l'appréciation incorrecte a été clairement décisive pour la prise de décision contestée, que les arguments visant à réfuter l'appréciation en question. Le demandeur dispose à cet effet le droit de consulter le dossier, tel qu'il est soumis à l'approbation [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2.]1
[1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 décide dans les vingt jours ouvrables de la réception de la demande de révision et fixe également la procédure d'exécution de la décision.
HOOFDSTUK VII. - Eigendomsrechten en valorisatie.
CHAPITRE VII. - Droits de propriété et valorisation.
Art.21. De projectaanvrager of het projectconsortium is de eigenaar van de projectresultaten en dit onafgezien van een eventuele te voorziene billijke vergoeding bij de valorisatie van de projectresultaten. De aanvragende organisaties nemen zelf de geschikte maatregelen om hiertoe hun rechten en plichten intern te regelen, overeenkomstig de wetgeving terzake.
Art.21. Le demandeur de projet ou le consortium de projet est le propriétaire des résultats du projet et ce nonobstant l'indemnisation équitable à prévoir éventuellement lors de la valorisation des résultats du projet. Les organisations demanderesses prennent elles-mêmes les mesures adéquates afin de régler en interne leurs droits et devoirs conformément à la législation en la matière.
Art.22. Elke projectaanvrager heeft de plicht om de projectresultaten tegen reproductiekosten en niet-exclusief ter beschikking te stellen aan elke geïnteresseerde.
De projectpartners kunnen binnen de projectkosten geen vergoeding krijgen voor de eventuele intellectuele eigendomsrechten die zij inbrengen in het project. Zij behouden wel de rechten op de beschermde intellectuele eigendom die zij hebben ingebracht in het project.
De overeenkomst bedoeld in artikel 12 en de modaliteiten bedoeld in artikel 8 bepalen de nadere verplichtingen inzake valorisatie, zowel voor de socio-economische als voor de onderwijskundige aspecten.
De projectpartners kunnen binnen de projectkosten geen vergoeding krijgen voor de eventuele intellectuele eigendomsrechten die zij inbrengen in het project. Zij behouden wel de rechten op de beschermde intellectuele eigendom die zij hebben ingebracht in het project.
De overeenkomst bedoeld in artikel 12 en de modaliteiten bedoeld in artikel 8 bepalen de nadere verplichtingen inzake valorisatie, zowel voor de socio-economische als voor de onderwijskundige aspecten.
Art.22. Chaque demandeur de projet est obligé de mettre les résultats du projet à la disposition de toute personne intéressée moyennant le paiement des frais de reproduction et ce pour une utilisation non-exclusive des résultats.
Les partenaires du projet ne peuvent obtenir aucune indemnisation, dans les limites des frais du projet, pour les droits de propriété intellectuelle éventuels qu'ils apportent au projet. Ils gardent toutefois les droits à la propriété intellectuelle protégée qu'ils ont utilisée au profit du projet.
La convention visée à l'article 12 et les modalités visées à l'article 8 déterminent les obligations ultérieures quant à la valorisation, tant au niveau des aspects socio-économiques qu'au niveau des aspects éducatifs.
Les partenaires du projet ne peuvent obtenir aucune indemnisation, dans les limites des frais du projet, pour les droits de propriété intellectuelle éventuels qu'ils apportent au projet. Ils gardent toutefois les droits à la propriété intellectuelle protégée qu'ils ont utilisée au profit du projet.
La convention visée à l'article 12 et les modalités visées à l'article 8 déterminent les obligations ultérieures quant à la valorisation, tant au niveau des aspects socio-économiques qu'au niveau des aspects éducatifs.
HOOFDSTUK VIII. - Toezicht.
CHAPITRE VIII. - Contrôle.
Art.23. [1 Met behoud van de bevoegdheid van het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2, is het Agentschap Innoveren en Ondernemen belast met het toezicht op de aanwending door de projectaanvragers van de steun die krachtens dit besluit wordt toegekend.]1
Art.23. [1 Sans préjudice de la compétence du comité de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2, l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " est chargée du contrôle de l'affectation, par les demandeurs de projet, de l'aide octroyée en vertu du présent arrêté.]1
Art.24. De projectaanvragers leveren op geregelde tijdstippen schriftelijk verslag aan het [1 Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 over de vordering van het project en de aanwending van de steun. Ze brengen na afloop van het project een eindverslag uit over het verloop en de resultaten van het project.
Art.24. Les demandeurs de projet font régulièrement rapport par écrit à l' [1 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]1 sur l'état d'avancement du projet et l'affectation de l'aide. Après l'achèvement du projet, ils rédigent un rapport final sur le déroulement et les résultats du projet.
Wijzigingen
Art.25. De projectaanvrager die de voorwaarden en de bepalingen waaronder de steun werd toegekend niet naleeft, wordt bij de beslissing van [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 in gebreke gesteld. Vanaf de ingebrekestelling wordt elke verdere steun aan het project geschorst. De ingebrekestelling kan aanleiding geven tot een herziening van de steun door [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1. De vordering van terugbetaling van de oneigenlijk aangewende of herziene steun wordt ingeleid door [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1. Als het project in consortiumverband wordt uitgevoerd, is de terugvordering beperkt tot de steun die de individuele projectaanvrager heeft ontvangen. [1 ...]1
Art.25. Le demandeur de projet qui ne respecte pas les conditions et modalités d'octroi de l'aide, est mis en demeure par décision du conseil d'administration. Dès la mise en demeure, tout paiement d'aide au projet est suspendu. La mise en demeure peut donner lieu à une révision de l'aide par [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1. La demande de remboursement d'une aide affectée improprement ou d'une aide révisée est formée par [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1. Lorsque le projet est réalisé dans le cadre d'un consortium, le recouvrement se limite à l'aide que le demandeur de projet individuel a obtenue. [1 ...]1
Art.26. De projectaanvrager kan in beroep gaan tegen de beslissing van [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 over de herziening van de steun overeenkomstig artikel 20. Er is beroep mogelijk tot opschorting van steun. Het beroep moet aangetekend bezorgd worden binnen een termijn van twintig werkdagen na de betekening van de beslissing. Het beroep moet door het [1 Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 behandeld worden binnen een termijn van twintig werkdagen, waarna [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1 een nieuwe beslissing kan bepalen
Art.26. Le demandeur de projet peut interjeter appel contre la décision [1 du conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 sur la révision de l'aide conformément à l'article 20. Un recours peut être introduit contre la suspension de l'aide. Le recours doit être remis par lettre recommandée dans les vingt jours ouvrables de la notification de la décision. l'[1 "Agentschap Innoveren en Ondernemen"]1 est tenue de traiter le recours dans les vingt jours ouvrables; à l'expiration de ce délai, [1 le conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1 peut prendre une nouvelle décision.
HOOFDSTUK IX. - Geheimhouding.
CHAPITRE IX. - Confidentialité.
Art.27. De personeelsleden van het [1 Agentschap Innoveren en Ondernemen]1, de leden van [1 het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2]1, de leden van de expertencolleges, alsmede alle andere personen die ambtshalve kennis krijgen van een dossier zoals bedoeld in dit besluit, zullen de gegevens in kwestie als strikt vertrouwelijk behandelen, ze niet meedelen aan derden, noch in hun eigen voordeel aanwenden.
Art.27. Les membres du personnel de l'[1 " Agentschap Innoveren en Ondernemen "]1, les membres [1 du conseil de décision auprès du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2]1, les membres des collèges d'experts ainsi que toute autre personne qui, du chef de ses fonctions, prend connaissance d'un dossier tel que visé dans le présent arrêté, sont tenus au secret en ce qui concerne les informations en question, ne les communiqueront pas à des tiers, et ne les utiliseront pas à leur profit.
HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen.
CHAPITRE X. - Dispositions finales.
Art.28. Dit besluit treedt in werking op 30 april 2004.
Art.28. Le présent arrêté entre en vigueur le 30 avril 2004.
Art.29. De Vlaamse minister, bevoegd voor Wetenschappen en Technologische Innovatie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.29. Le Ministre flamand ayant les Sciences et l'Innovation technologique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage.
Als projectkosten kunnen in aanmerking worden genomen de kosten die, na de startdatum, opgenomen in de overeenkomst die bedoeld wordt in artikel 12 door de projectuitvoerders worden gemaakt en betaald zijn. Deze kosten moeten noodzakelijk zijn en rechtstreeks aan het project toegerekend kunnen worden.
De projectkosten omvatten de volgende kosten :
1° personeelskosten (onderzoekers en technici a rato van hun activiteiten binnen het project);
2° overige werkingskosten die de volgende kosten omvatten :
a) kosten van apparatuur, uitrusting, land en gebouwen die uitsluitend en permanent (behalve als ze op commerciële basis worden afgestaan) voor onderzoek worden gebruikt;
b) kosten, verschuldigd aan derden voor advies en soortgelijke diensten die uitsluitend voor onderzoek worden gebruikt, met inbegrip van uitbesteed onderzoek, aangekochte technische kennis, octrooien, enzovoort;
c) extra algemene kosten die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten voortvloeien, maar die niet direct toewijsbaar zijn;
d) andere exploitatiekosten (zoals die van materiaal, leveranties en dergelijke) die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten voortvloeien.
De raad van bestuur van het [1 IWT]1 kan de overige werkingskosten uitdrukken in standaardkosten, namelijk een vast bedrag per voltijds equivalent onderzoeker in een onderzoeksproject.
Het is toegestaan extra algemene kosten en andere exploitatiekosten forfaitair te berekenen met een maximum van 20% van de directe kosten. De raad van bestuur kan binnen deze algemene bepalingen de aanvaarde kosten vastleggen en beperken. Hierbij zullen de nodige garanties worden ingebouwd dat de gemaakte kosten reëel zijn en betrekking hebben op onderzoek.
Als projectkosten kunnen in aanmerking worden genomen de kosten die, na de startdatum, opgenomen in de overeenkomst die bedoeld wordt in artikel 12 door de projectuitvoerders worden gemaakt en betaald zijn. Deze kosten moeten noodzakelijk zijn en rechtstreeks aan het project toegerekend kunnen worden.
De projectkosten omvatten de volgende kosten :
1° personeelskosten (onderzoekers en technici a rato van hun activiteiten binnen het project);
2° overige werkingskosten die de volgende kosten omvatten :
a) kosten van apparatuur, uitrusting, land en gebouwen die uitsluitend en permanent (behalve als ze op commerciële basis worden afgestaan) voor onderzoek worden gebruikt;
b) kosten, verschuldigd aan derden voor advies en soortgelijke diensten die uitsluitend voor onderzoek worden gebruikt, met inbegrip van uitbesteed onderzoek, aangekochte technische kennis, octrooien, enzovoort;
c) extra algemene kosten die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten voortvloeien, maar die niet direct toewijsbaar zijn;
d) andere exploitatiekosten (zoals die van materiaal, leveranties en dergelijke) die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten voortvloeien.
De raad van bestuur van het [1 IWT]1 kan de overige werkingskosten uitdrukken in standaardkosten, namelijk een vast bedrag per voltijds equivalent onderzoeker in een onderzoeksproject.
Het is toegestaan extra algemene kosten en andere exploitatiekosten forfaitair te berekenen met een maximum van 20% van de directe kosten. De raad van bestuur kan binnen deze algemene bepalingen de aanvaarde kosten vastleggen en beperken. Hierbij zullen de nodige garanties worden ingebouwd dat de gemaakte kosten reëel zijn en betrekking hebben op onderzoek.
Art. N. Annexe.
Sont admissibles en tant que frais de projet, les dépenses engagées et payées par les réalisateurs du projet après la date de départ du projet reprise dans la convention visée à l'article 12. Il faut que ces dépenses soient nécessaires et directement imputables au projet.
Les frais de projet comprennent les frais suivants :
1° les frais de personnel (chercheurs et techniciens au prorata de leurs activités dans le cadre du projet);
2° les autres frais de fonctionnement qui peuvent comporter les frais suivants :
a) les frais d'appareillage, d'équipement, de terrains et bâtiments utilisés exclusivement et en permanence (sauf si cédés sur une base commerciale) pour la recherche;
b) les frais dus à des tiers en contrepartie de conseils et de services comparables destinés exclusivement à la recherche, y compris la recherche sous-traitée, les connaissances techniques achetées, les brevets, etc.;
c) les frais généraux supplémentaires qui découlent directement des activités de recherche mais ne sont pas directement imputables;
d) les autres frais d'exploitation (de matériel, fournitures etc.) découlant directement des activités de recherche.
Le conseil d'administration de [1 l'IWT]1 peut exprimer les autres frais de fonctionnement en frais standards, notamment en un montant fixe par chercheur équivalent temps plein dans un projet de recherche.
Les frais généraux supplémentaires et les autres frais d'exploitation peuvent être calculés de manière forfaitaire jusqu'à un maximum de 20 % des coûts directs. Le conseil d'administration peut, dans les limites de ces dispositions générales, fixer et limiter les coûts admissibles. Les garanties nécessaires seront prévues pour prouver que les dépenses engagées sont réelles et concernent des activités de recherche.
Sont admissibles en tant que frais de projet, les dépenses engagées et payées par les réalisateurs du projet après la date de départ du projet reprise dans la convention visée à l'article 12. Il faut que ces dépenses soient nécessaires et directement imputables au projet.
Les frais de projet comprennent les frais suivants :
1° les frais de personnel (chercheurs et techniciens au prorata de leurs activités dans le cadre du projet);
2° les autres frais de fonctionnement qui peuvent comporter les frais suivants :
a) les frais d'appareillage, d'équipement, de terrains et bâtiments utilisés exclusivement et en permanence (sauf si cédés sur une base commerciale) pour la recherche;
b) les frais dus à des tiers en contrepartie de conseils et de services comparables destinés exclusivement à la recherche, y compris la recherche sous-traitée, les connaissances techniques achetées, les brevets, etc.;
c) les frais généraux supplémentaires qui découlent directement des activités de recherche mais ne sont pas directement imputables;
d) les autres frais d'exploitation (de matériel, fournitures etc.) découlant directement des activités de recherche.
Le conseil d'administration de [1 l'IWT]1 peut exprimer les autres frais de fonctionnement en frais standards, notamment en un montant fixe par chercheur équivalent temps plein dans un projet de recherche.
Les frais généraux supplémentaires et les autres frais d'exploitation peuvent être calculés de manière forfaitaire jusqu'à un maximum de 20 % des coûts directs. Le conseil d'administration peut, dans les limites de ces dispositions générales, fixer et limiter les coûts admissibles. Les garanties nécessaires seront prévues pour prouver que les dépenses engagées sont réelles et concernent des activités de recherche.