Artikel 1. Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 december 1991, van 25 januari 1995, van 4 november 1997 en van 31 augustus 1999 wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen worden het diploma van onderwijzer en het diploma van kleuteronderwijzer eveneens als een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschouwd. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 NOVEMBER 2003. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
Titre
28 NOVEMBRE 2003. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (20)
Texte (20)
Article 1. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 décembre 1991, 25 janvier 1995, 4 novembre 1997 et 31 août 1999, il est ajouté un § 4 rédigé comme suit :
" § 4. Parmi les titres jugés suffisants figurent le diplôme d'instituteur et le diplôme instituteur préscolaire qui sont également censés être un certificat d'aptitudes pédagogiques. "
" § 4. Parmi les titres jugés suffisants figurent le diplôme d'instituteur et le diplôme instituteur préscolaire qui sont également censés être un certificat d'aptitudes pédagogiques. "
Art. 2. Aan artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 15 april 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan § 1 wordt de volgende zin toegevoegd : " Ze kunnen eveneens uitgereikt zijn na het volgen van een opleiding die door wet of decreet gelijkgesteld is met een opleiding aan een Belgische universiteit of een door de staat of door de gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling. "
2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. De bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer, zoals bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, heeft de bevoegdheid om de attesten uit te reiken die opgenomen zijn in de bijlagen bij dit besluit voor AV niet-confessionele zedenleer, ter aanvulling van het basisdiploma. "
1° aan § 1 wordt de volgende zin toegevoegd : " Ze kunnen eveneens uitgereikt zijn na het volgen van een opleiding die door wet of decreet gelijkgesteld is met een opleiding aan een Belgische universiteit of een door de staat of door de gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling. "
2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. De bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer, zoals bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, heeft de bevoegdheid om de attesten uit te reiken die opgenomen zijn in de bijlagen bij dit besluit voor AV niet-confessionele zedenleer, ter aanvulling van het basisdiploma. "
Art. 2. A l'article 4 du même décret, modifié par le décret du 15 avril 1997, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est complété par la phrase suivante : " Ils peuvent également être délivrés après participation à une formation assimilée en vertu d'une loi ou d'un décret à une formation dispensée par une université belge ou un établissement d'enseignement organisé, subventionné ou agréé par l'Etat ou la Communauté. "
2° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. L'instance compétente de la morale non confessionnelle, telle que visée au décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, est habilitée à délivrer les attestations figurant aux annexes au présent arrêté pour la (CG) morale non confessionnelle, en complément au diplôme de base. "
1° le § 1er est complété par la phrase suivante : " Ils peuvent également être délivrés après participation à une formation assimilée en vertu d'une loi ou d'un décret à une formation dispensée par une université belge ou un établissement d'enseignement organisé, subventionné ou agréé par l'Etat ou la Communauté. "
2° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. L'instance compétente de la morale non confessionnelle, telle que visée au décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, est habilitée à délivrer les attestations figurant aux annexes au présent arrêté pour la (CG) morale non confessionnelle, en complément au diplôme de base. "
Art. 3. Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995, 4 november 1997 en 31 augustus 1999 wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 6. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 3, § 1 bedoeld basisdiploma beschouwd :
1. de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2. de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3. het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4. het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
5. het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
6. het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
7. het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
8. de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
9. het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
10. het diploma van de officieren die vóór 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
11. het diploma van architect, interieurarchitect of van industrieel ingenieur;
12. het diploma van technisch ingenieur;
13. het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
14. het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
15. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
16. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
17. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan voor 1 september 1969 uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
18. het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
19. het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in het academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
20. het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut "De Bijloke" te Gent;
21. het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedebouw in Antwerpen;
22. het diploma van aspirant-officier ter lange omvaart;
23. het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
24. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
25. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
26. het diploma van de eerste cyclus uiterlijk in het academiejaar 1994-1995, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium, met uitzondering van het diploma van kandidaat;
27. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
28. het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
29. het diploma van onderwijzer(es);
30. het diploma van kleuteronderwijzer(es);
31. het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
32. het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
33. het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
34. het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
35. het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
36. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijsgroep 1;
37. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijsgroep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
38. het diploma van leraar dans;
39.
a) de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
b) vanaf 1 september 2003, de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voorzover de kandidaten geslaagd zijn voor de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
40. het diploma van virtuositeit en het hoger diploma, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
41. het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of, vanaf 1 september 2000, van hoger onderwijs voor sociale promotie of, vanaf 1 september 2002, van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
43. het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
44. het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
45. de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
46. het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans;
47. het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
48. vanaf 1 september 2001 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt BSO4;
49. het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
50. het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
51. het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
52. het finaliteitsdiploma van het kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
53. het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
54. het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
55. het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
56. het diploma van secundair onderwijs;
57. een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
58. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
59. vanaf 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO3;
60. een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
61. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
62. een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
63. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
64. vanaf 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : een studiebewijs van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO3;
65. een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
66. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
67. vanaf 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO2;
68. een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
69. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;
70. vanaf 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2. "
" Art. 6. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 3, § 1 bedoeld basisdiploma beschouwd :
1. de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2. de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3. het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4. het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
5. het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
6. het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
7. het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
8. de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
9. het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
10. het diploma van de officieren die vóór 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
11. het diploma van architect, interieurarchitect of van industrieel ingenieur;
12. het diploma van technisch ingenieur;
13. het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
14. het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
15. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
16. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
17. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan voor 1 september 1969 uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
18. het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
19. het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in het academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
20. het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut "De Bijloke" te Gent;
21. het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedebouw in Antwerpen;
22. het diploma van aspirant-officier ter lange omvaart;
23. het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
24. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
25. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
26. het diploma van de eerste cyclus uiterlijk in het academiejaar 1994-1995, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium, met uitzondering van het diploma van kandidaat;
27. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
28. het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
29. het diploma van onderwijzer(es);
30. het diploma van kleuteronderwijzer(es);
31. het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
32. het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
33. het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
34. het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
35. het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
36. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijsgroep 1;
37. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijsgroep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
38. het diploma van leraar dans;
39.
a) de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
b) vanaf 1 september 2003, de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voorzover de kandidaten geslaagd zijn voor de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
40. het diploma van virtuositeit en het hoger diploma, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
41. het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of, vanaf 1 september 2000, van hoger onderwijs voor sociale promotie of, vanaf 1 september 2002, van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
43. het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
44. het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
45. de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
46. het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans;
47. het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
48. vanaf 1 september 2001 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt BSO4;
49. het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
50. het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
51. het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
52. het finaliteitsdiploma van het kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
53. het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
54. het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
55. het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
56. het diploma van secundair onderwijs;
57. een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
58. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
59. vanaf 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO3;
60. een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
61. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
62. een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
63. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
64. vanaf 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : een studiebewijs van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO3;
65. een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
66. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
67. vanaf 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO2;
68. een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
69. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;
70. vanaf 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2. "
Art. 3. L'article 6 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 25 janvier 1995, 4 novembre 1997 et 31 août 1999 est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 3, § 1er :
1. les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2. les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3. le diplôme de l'enseignement supérieur technique du troisième degré;
4. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
5. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
6. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
7. l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
8. le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
9. le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
10. le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
11. le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
12. le diplôme d'ingénieur technicien;
13. le diplôme universitaire de conducteur civil;
14. le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
15. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
16. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
17. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
18. le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
19. le diplôme du deuxième cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique;
20. le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke " à Gand;
21. le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le 'Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw' à Anvers;
22. le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
23. le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
24. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
25. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré au terme d'un cycle d'au moins deux années d'études;
26. le diplôme du premier cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique à l'exception du diplôme de candidat;
27. le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
28. le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
29. le diplôme d'instituteur(trice) primaire;
30. le diplôme d'instituteur(trice) préscolaire;
31. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
32. le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
33. le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
34. le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
35. le diplôme de gradué en sciences religieuses;
36. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
37. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
38. le diplôme de professeur de danse;
39. a) une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la période de validité de la licence;
b) la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle que soit la période de validité de la licence;
40. le diplôme de virtuosité et le diplôme supérieur, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de musique;
41. le diplôme d'un cours supérieur technique du deuxième degré;
42. le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou, à compter du 1er septembre 2000, de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou, à compter du 1er septembre 2002, de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
43. le diplôme de premier prix, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
44. le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
45. les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
46. le certificat d'aptitudes pédagogiques de danse;
47. le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel complémentaire;
48. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO4;
49. le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
50. le diplôme en nursing psychiatrique;
51. le diplôme en nursing hospitalier;
52. le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
53. le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
54. le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
55. le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
56. le diplôme de l'enseignement secondaire;
57. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique supérieur;
58. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
59. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée TSO3;
60. un titre du niveau de l'enseignement secondaire artistique supérieur;
61. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
62. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel supérieur;
63. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
64. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO3;
65. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique inférieur;
66. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
67. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée TSO2;
68. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel inférieur;
69. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
70. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO2. "
" Art. 6. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 3, § 1er :
1. les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2. les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3. le diplôme de l'enseignement supérieur technique du troisième degré;
4. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
5. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
6. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
7. l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
8. le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
9. le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
10. le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
11. le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
12. le diplôme d'ingénieur technicien;
13. le diplôme universitaire de conducteur civil;
14. le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
15. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
16. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
17. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
18. le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
19. le diplôme du deuxième cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique;
20. le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke " à Gand;
21. le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le 'Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw' à Anvers;
22. le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
23. le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
24. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
25. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré au terme d'un cycle d'au moins deux années d'études;
26. le diplôme du premier cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique à l'exception du diplôme de candidat;
27. le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
28. le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
29. le diplôme d'instituteur(trice) primaire;
30. le diplôme d'instituteur(trice) préscolaire;
31. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
32. le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
33. le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
34. le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
35. le diplôme de gradué en sciences religieuses;
36. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
37. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
38. le diplôme de professeur de danse;
39. a) une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la période de validité de la licence;
b) la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle que soit la période de validité de la licence;
40. le diplôme de virtuosité et le diplôme supérieur, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de musique;
41. le diplôme d'un cours supérieur technique du deuxième degré;
42. le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou, à compter du 1er septembre 2000, de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou, à compter du 1er septembre 2002, de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
43. le diplôme de premier prix, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
44. le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
45. les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
46. le certificat d'aptitudes pédagogiques de danse;
47. le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel complémentaire;
48. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO4;
49. le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
50. le diplôme en nursing psychiatrique;
51. le diplôme en nursing hospitalier;
52. le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
53. le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
54. le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
55. le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
56. le diplôme de l'enseignement secondaire;
57. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique supérieur;
58. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
59. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée TSO3;
60. un titre du niveau de l'enseignement secondaire artistique supérieur;
61. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
62. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel supérieur;
63. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
64. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO3;
65. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique inférieur;
66. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
67. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée TSO2;
68. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel inférieur;
69. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
70. à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : un titre de l'éducation des adultes, classée BSO2. "
Art. 4. Aan artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 19 december 1991, 25 januari 1995, 4 november 1997 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In 1. worden de woorden " de punten 1 tot en met 6 " vervangen door de woorden " de punten 1 tot en met 11 ";
2° In 5. worden de woorden " de punten 1 tot en met 14 k " vervangen door de woorden " de punten 1 tot en met 39 ";
3° 6. wordt vervangen door wat volgt :
" 6. 1° Een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type, (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- vanaf 1 september 2003, de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voorzover de kandidaten geslaagd zijn in de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- vanaf 1 september 2000 : het diploma van hoger onderwijs voor sociale promotie;
- vanaf 1 september 2002 : het diploma van hoger onderwijs uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs. "
2° Vanaf 1 september 1999 wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer(es);
- het diploma van kleuteronderwijzer(es);
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de cat. D.;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid. ";
4° 6bis wordt vervangen door wat volgt :
" 6bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen bedoeld onder punt 1 tot en met 42 van artikel 6 van dit besluit met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000 het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002 het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs. ";
5° in 6ter worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° 1° wordt vervangen door wat volgt :
" 1° Een bekwaamheidsbewijs van het niveau HOKT : één van de basisdiploma's vermeld onder punt 12 tot en met 42 van artikel 6 van dit besluit, met uitzondering van het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000 het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002 het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs; "
2° in 2° worden de woorden " punt 1 tot en met 6 " vervangen door de woorden " punt 1 tot en met 11 ";
3° er wordt een 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 3° Een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair onderwijs :
- een van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 47 tot en met 56;
- de studiebewijzen die hieronder vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO. ";
6° In 9. worden het negende en het tiende streepje opgeheven.
7° 9bis wordt vervangen door wat volgt :
" 9bis GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van leraar dans." ;
8° 10. wordt vervangen door wat volgt :
" 10. GLSO voor de algemene vakken :
- het diploma van GLSO dat een vereist bekwaamheidsbewijs is, zoals bepaald in de bij dit besluit gevoegde bijlagen I tot en met III, voor het onderwijs van algemene vakken, het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs en het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- de GVSO-groep 1 voor de algemene vakken. ";
9° er wordt een 10bis. Ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 10bis. GVSO-groep 1 voor de algemene vakken : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens één van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie. ";
10° aan 12. wordt een streepje toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - het brevet of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4. ";
11° 13. wordt vervangen door wat volgt :
" 13. HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO / gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO) :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs); "
12° aan 14. worden drie streepjes toegevoegd, die luiden als volgt :
" - de bekwaamheidsbewijzen vermeld onder HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO / gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO);
- vanaf 1 september 2001 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het brevet of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3. "
13° aan 15. worden twee streepjes toegevoegd, die luiden als volgt :
" - het diploma of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als TSO3. ";
14° in 17. worden de woorden " de punten 1 tot en met 22 " vervangen door " de punten 1 tot en met 56 ";
15° in 18. worden twee streepjes toegevoegd, die luiden als volgt :
" - vanaf 1 september 2001 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO2;
- vanaf 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs. ";
16° in 18bis worden de woorden " 1 tot en met 26 " vervangen door de woorden " 1 tot en met 67 ";
17° aan 19. wordt een streepje toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - het brevet of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2. ";
18° er wordt een 29. toegevoegd dat luidt als volgt :
" 29. (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- met ingang van 1 september 1997 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma van een voortgezette opleiding voor het lager onderwijs. ";
19° er wordt een 30. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 30. (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- met ingang van 1 september 1997 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma van een voortgezette opleiding voor het kleuteronderwijs. ";
20° er wordt een 31. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 31. licentiaat + BPB :
- van 1 september 1989 tot 31 augustus 1991 : licentiaat + GHSO of GVO, met uitzondering van licentiaat vertaler, licentiaat tolk, licentiaat productontwikkeling en licentiaat bestuurskunde waarvoor alle BPB's van artikel 3 gelden;
- van 1 september 1991 tot 31 augustus 1999 : licentiaat + GHSO of GVO of GLSO, met uitzondering van licentiaat vertaler, licentiaat tolk, licentiaat productontwikkeling en licentiaat bestuurskunde waarvoor alle BPB's van artikel 3 gelden;
- vanaf 1 september 1999 : licentiaat + BPB. ";
21° er wordt een 32. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 32. HSTL : een diploma van hogere secundaire technische leergangen. ";
22° er wordt een 33. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 33. BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie. ";
23° er wordt een 34. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 34. BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie. ";
24° er wordt een 35. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 35. BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie. "
25° er wordt een 36. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 36. TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie. ";
26° er wordt een 37. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 37. TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie. ";
27° er wordt een 38. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 38. HSBS :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6° leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7° vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs. ";
28° er wordt een 39. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 39. HOKT + BPB :
1° een van de studiebewijzen vermeld in punt 6, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3,;
2° GLSO;
3° GVSO-groep 1;
4° vanaf 1 september 2002, het diploma van onderwijzer en van kleuteronderwijzer.
Met HOKT + BPB worden niet bedoeld : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs. ";
29° er wordt een 40. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 40. ten minste HOKT + BPB :
1° een van de studiebewijzen, vermeld in punt 5, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3,;
2° GLSO;
3° GVSO-groep 1;
4° en vanaf 1 september 2002 het diploma van onderwijzer en van kleuteronderwijzer.
Met ten minste HOKT + BPB worden niet bedoeld : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs. ".
1° In 1. worden de woorden " de punten 1 tot en met 6 " vervangen door de woorden " de punten 1 tot en met 11 ";
2° In 5. worden de woorden " de punten 1 tot en met 14 k " vervangen door de woorden " de punten 1 tot en met 39 ";
3° 6. wordt vervangen door wat volgt :
" 6. 1° Een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type, (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- vanaf 1 september 2003, de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen voorzover de kandidaten geslaagd zijn in de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
- vanaf 1 september 2000 : het diploma van hoger onderwijs voor sociale promotie;
- vanaf 1 september 2002 : het diploma van hoger onderwijs uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs. "
2° Vanaf 1 september 1999 wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer(es);
- het diploma van kleuteronderwijzer(es);
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de cat. D.;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid. ";
4° 6bis wordt vervangen door wat volgt :
" 6bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen bedoeld onder punt 1 tot en met 42 van artikel 6 van dit besluit met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000 het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002 het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs. ";
5° in 6ter worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° 1° wordt vervangen door wat volgt :
" 1° Een bekwaamheidsbewijs van het niveau HOKT : één van de basisdiploma's vermeld onder punt 12 tot en met 42 van artikel 6 van dit besluit, met uitzondering van het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000 het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002 het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs; "
2° in 2° worden de woorden " punt 1 tot en met 6 " vervangen door de woorden " punt 1 tot en met 11 ";
3° er wordt een 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 3° Een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair onderwijs :
- een van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 47 tot en met 56;
- de studiebewijzen die hieronder vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO. ";
6° In 9. worden het negende en het tiende streepje opgeheven.
7° 9bis wordt vervangen door wat volgt :
" 9bis GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van leraar dans." ;
8° 10. wordt vervangen door wat volgt :
" 10. GLSO voor de algemene vakken :
- het diploma van GLSO dat een vereist bekwaamheidsbewijs is, zoals bepaald in de bij dit besluit gevoegde bijlagen I tot en met III, voor het onderwijs van algemene vakken, het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs en het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- de GVSO-groep 1 voor de algemene vakken. ";
9° er wordt een 10bis. Ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 10bis. GVSO-groep 1 voor de algemene vakken : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens één van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie. ";
10° aan 12. wordt een streepje toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - het brevet of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4. ";
11° 13. wordt vervangen door wat volgt :
" 13. HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO / gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO) :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs); "
12° aan 14. worden drie streepjes toegevoegd, die luiden als volgt :
" - de bekwaamheidsbewijzen vermeld onder HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO / gehomologeerd getuigschrift van HSO (BSO);
- vanaf 1 september 2001 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het brevet of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3. "
13° aan 15. worden twee streepjes toegevoegd, die luiden als volgt :
" - het diploma of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als TSO3. ";
14° in 17. worden de woorden " de punten 1 tot en met 22 " vervangen door " de punten 1 tot en met 56 ";
15° in 18. worden twee streepjes toegevoegd, die luiden als volgt :
" - vanaf 1 september 2001 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO2;
- vanaf 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs. ";
16° in 18bis worden de woorden " 1 tot en met 26 " vervangen door de woorden " 1 tot en met 67 ";
17° aan 19. wordt een streepje toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - het brevet of certificaat of getuigschrift van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2. ";
18° er wordt een 29. toegevoegd dat luidt als volgt :
" 29. (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- met ingang van 1 september 1997 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma van een voortgezette opleiding voor het lager onderwijs. ";
19° er wordt een 30. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 30. (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- met ingang van 1 september 1997 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling : het diploma van een voortgezette opleiding voor het kleuteronderwijs. ";
20° er wordt een 31. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 31. licentiaat + BPB :
- van 1 september 1989 tot 31 augustus 1991 : licentiaat + GHSO of GVO, met uitzondering van licentiaat vertaler, licentiaat tolk, licentiaat productontwikkeling en licentiaat bestuurskunde waarvoor alle BPB's van artikel 3 gelden;
- van 1 september 1991 tot 31 augustus 1999 : licentiaat + GHSO of GVO of GLSO, met uitzondering van licentiaat vertaler, licentiaat tolk, licentiaat productontwikkeling en licentiaat bestuurskunde waarvoor alle BPB's van artikel 3 gelden;
- vanaf 1 september 1999 : licentiaat + BPB. ";
21° er wordt een 32. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 32. HSTL : een diploma van hogere secundaire technische leergangen. ";
22° er wordt een 33. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 33. BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie. ";
23° er wordt een 34. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 34. BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie. ";
24° er wordt een 35. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 35. BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie. "
25° er wordt een 36. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 36. TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie. ";
26° er wordt een 37. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 37. TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie. ";
27° er wordt een 38. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 38. HSBS :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6° leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7° vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs. ";
28° er wordt een 39. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 39. HOKT + BPB :
1° een van de studiebewijzen vermeld in punt 6, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3,;
2° GLSO;
3° GVSO-groep 1;
4° vanaf 1 september 2002, het diploma van onderwijzer en van kleuteronderwijzer.
Met HOKT + BPB worden niet bedoeld : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs. ";
29° er wordt een 40. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 40. ten minste HOKT + BPB :
1° een van de studiebewijzen, vermeld in punt 5, samen met een bewijs van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 3, en voor de kunstvakken en de kunstvakken die als praktisch vak worden beschouwd, eveneens de bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeld in artikel 8, § 3,;
2° GLSO;
3° GVSO-groep 1;
4° en vanaf 1 september 2002 het diploma van onderwijzer en van kleuteronderwijzer.
Met ten minste HOKT + BPB worden niet bedoeld : het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs. ".
Art. 4. A l'article 7, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 19 décembre 1991, 25 janvier 1995, 4 novembre 1997 et 31 août 1999 sont apportées les modifications suivantes :
1° Au 1. les mots "les points 1 à 6 inclus" sont remplacés par les mots "les points 1 à 11 inclus";
2° Au 5. les mots "les points 1 à 14 k inclus" sont remplacés par les mots "les points 1 à 39 inclus";
3° 6. est remplacé par ce qui suit :
" 6. 1° par titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la (les) période(s) de validité de la licence;
b) à compter du 1er septembre 2003 la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle que soit la (les) période(s) de validité de la licence;
- à compter du 1er septembre 2000 : le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- à compter du 1er septembre 2002 : le diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes. "
2° Toutefois, à compter du 1er septembre 1999, on n'entend pas par ce titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur(trice) primaire;
- le diplôme d'instituteur(trice) préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D.;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation. ";
4° 6bis est remplacé par la disposition suivante :
" 6bis par titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 1 à 42 inclus de l'article 6 du présent arrêté, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes. ";
5° au 6ter sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° par titre du niveau ESTC : un des diplômes de base visés aux points 12 à 42 inclus de l'article 6 du présent arrêté, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes; "
2° au 2° les mots "les points 1 à 6 inclus" sont remplacés par les mots "les points 1 à 11 inclus";
3° il est ajouté un 3°, rédigé ainsi qu'il suit :
" 3° par titre du niveau de l'enseignement secondaire :
- un des diplômes de base visés à l'article 6, points 47 à 56 inclus;
- les titres dénommés ci-après ESPC, EPSS, ETSS et ESSA. ";
6° Au 9. les neuvième et dixième tirets sont supprimés.
7° 9bis est remplacé par la disposition suivante :
" 9bis par AES - groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme de professeur de danse. ";
8° 10. est remplacé par ce qui suit :
" 10. par AESI pour les cours généraux :
- le diplôme d'AESI qui est un titre requis, comme défini aux annexes Ire à III inclus au présent arrêté, pour l'enseignement des cours généraux, le diplôme d'agrégé de religion dans l'enseignement secondaire inférieur et le diplôme de gradué de religion dans l'enseignement secondaire inférieur;
- le groupe AES-groupe 1 pour les cours généraux. ";
9° il est inséré un 10bis rédigé comme suit :
" 10bis par AES-groupe 1 pour les cours généraux : le diplôme d'AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie. "
10° au 12. il est ajouté un tiret, rédigé comme suit :
" - le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4. ";
11° 13. est remplacé par ce qui suit :
" 13. par CEPSS avec certificat homologué de l'ESS / certificat homologué de l'ESS (ESP) :
- le certificat homologué ou délivré par un jury institué par l'Etat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur homologué ou délivré par un jury institué par la Communauté flamande (enseignement secondaire professionnel);
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
12° au 14. sont ajoutés trois tirets, rédigés comme suit :
" - les titres mentionnés sous CEPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué ESS (ESP);
- à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le brevet, le certificat de fin d'études ou le certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;";
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3.
13° au 15. sont ajoutés deux tirets, rédigés comme suit :
" - le diplôme, le certificat de fin d'études ou le certificat de l'éducation des adultes classée TSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé TSO3. ";
14° au 17. les mots "les points 1 à 22 inclus" sont remplacés par les mots "les points 1 à 56 inclus";
15° au 18. sont ajoutés deux tirets, rédigés comme suit :
" - à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO2;
- à compter du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique. ";
16° au 18bis les mots "les points 1 à 26 inclus" sont remplacés par les mots "les points 1 à 67 inclus";
17° au 19. il est ajouté un tiret, rédigé comme suit :
" - le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO2. ";
18° il est ajouté un 29. rédigé comme suit :
" 29. par (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- à compter du 1er septembre 1997, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplôme de la formation continue pour l'enseignement primaire. ";
19° il est ajouté un 30. rédigé comme suit :
" 30. par (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- à compter du 1er septembre 1997, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplôme de la formation continue pour l'enseignement préscolaire. ";
20° il est ajouté un 31. rédigé comme suit :
" 31. par licencié + CAP :
- du 1er septembre 1989 au 31 août 1991 : le diplôme de licencié + AESS ou AE, à l'exception de licencié-traducteur, licencié-interprète, licencié-conception de produits et licencié-sciences administratives auxquels s'appliquent tous les CAP de l'article 3;
- du 1er septembre 1991 au 31 août 1999 : le diplôme de licencié + AESS ou AE ou AESI, à l'exception de licencié-traducteur, licencié-interprète, licencié-conception de produits et licencié-sciences administratives auxquels s'appliquent tous les CAP de l'article 3;
- à compter du 1er septembre 1999 : le diplôme de licencié + CAP. ";
21° il est ajouté un 32. rédigé comme suit :
" 32. par ETSS : un diplôme de cours secondaires techniques supérieurs. ";
22° il est ajouté un 33. rédigé comme suit :
" 33. par BSO4 : le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale. ";
23° il est ajouté un 34. rédigé comme suit :
" 34. par BSO3 : le troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale. ";
24° il est ajouté un 35. rédigé comme suit :
" 35. par BSO2 : le deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale. "
25° il est ajouté un 36. rédigé comme suit :
" 36. par TSO3 : le troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale. ";
26° il est ajouté un 37. rédigé comme suit :
" 37. par TSO2 : le deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale. ";
27° il est ajouté un 38. rédigé comme suit :
" 38. par EPSS :
- le brevet d'une école secondaire professionnelle supérieure;
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel. ";
28° il est ajouté un 39. rédigé comme suit :
" 39. par ESTC + CAP :
1° un des titres visés au point 6, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3,;
2° AESI;
3° AES-groupe 1 :
4° à compter du 1er septembre 2002, le diplôme d'instituteur et le diplôme instituteur préscolaire.
Par ESTC + CAP on n'entend pas : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes. ";
29° il est ajouté un 40. rédigé comme suit :
" 40. par ESTC + CAP au moins :
1° un des titres visés au point 5, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3,;
2° AESI;
3° AES-groupe 1;
4° et à compter du 1er septembre 2002, le diplôme d'instituteur et le diplôme instituteur préscolaire.
Par " au moins ESTC + CAP ", on n'entend pas : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes. "
1° Au 1. les mots "les points 1 à 6 inclus" sont remplacés par les mots "les points 1 à 11 inclus";
2° Au 5. les mots "les points 1 à 14 k inclus" sont remplacés par les mots "les points 1 à 39 inclus";
3° 6. est remplacé par ce qui suit :
" 6. 1° par titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la (les) période(s) de validité de la licence;
b) à compter du 1er septembre 2003 la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle que soit la (les) période(s) de validité de la licence;
- à compter du 1er septembre 2000 : le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- à compter du 1er septembre 2002 : le diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes. "
2° Toutefois, à compter du 1er septembre 1999, on n'entend pas par ce titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur(trice) primaire;
- le diplôme d'instituteur(trice) préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D.;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation. ";
4° 6bis est remplacé par la disposition suivante :
" 6bis par titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 1 à 42 inclus de l'article 6 du présent arrêté, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes. ";
5° au 6ter sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° par titre du niveau ESTC : un des diplômes de base visés aux points 12 à 42 inclus de l'article 6 du présent arrêté, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes; "
2° au 2° les mots "les points 1 à 6 inclus" sont remplacés par les mots "les points 1 à 11 inclus";
3° il est ajouté un 3°, rédigé ainsi qu'il suit :
" 3° par titre du niveau de l'enseignement secondaire :
- un des diplômes de base visés à l'article 6, points 47 à 56 inclus;
- les titres dénommés ci-après ESPC, EPSS, ETSS et ESSA. ";
6° Au 9. les neuvième et dixième tirets sont supprimés.
7° 9bis est remplacé par la disposition suivante :
" 9bis par AES - groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme de professeur de danse. ";
8° 10. est remplacé par ce qui suit :
" 10. par AESI pour les cours généraux :
- le diplôme d'AESI qui est un titre requis, comme défini aux annexes Ire à III inclus au présent arrêté, pour l'enseignement des cours généraux, le diplôme d'agrégé de religion dans l'enseignement secondaire inférieur et le diplôme de gradué de religion dans l'enseignement secondaire inférieur;
- le groupe AES-groupe 1 pour les cours généraux. ";
9° il est inséré un 10bis rédigé comme suit :
" 10bis par AES-groupe 1 pour les cours généraux : le diplôme d'AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie. "
10° au 12. il est ajouté un tiret, rédigé comme suit :
" - le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4. ";
11° 13. est remplacé par ce qui suit :
" 13. par CEPSS avec certificat homologué de l'ESS / certificat homologué de l'ESS (ESP) :
- le certificat homologué ou délivré par un jury institué par l'Etat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur homologué ou délivré par un jury institué par la Communauté flamande (enseignement secondaire professionnel);
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
12° au 14. sont ajoutés trois tirets, rédigés comme suit :
" - les titres mentionnés sous CEPSS avec certificat homologué de l'ESS/certificat homologué ESS (ESP);
- à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le brevet, le certificat de fin d'études ou le certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;";
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3.
13° au 15. sont ajoutés deux tirets, rédigés comme suit :
" - le diplôme, le certificat de fin d'études ou le certificat de l'éducation des adultes classée TSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé TSO3. ";
14° au 17. les mots "les points 1 à 22 inclus" sont remplacés par les mots "les points 1 à 56 inclus";
15° au 18. sont ajoutés deux tirets, rédigés comme suit :
" - à compter du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO2;
- à compter du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique. ";
16° au 18bis les mots "les points 1 à 26 inclus" sont remplacés par les mots "les points 1 à 67 inclus";
17° au 19. il est ajouté un tiret, rédigé comme suit :
" - le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO2. ";
18° il est ajouté un 29. rédigé comme suit :
" 29. par (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- à compter du 1er septembre 1997, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplôme de la formation continue pour l'enseignement primaire. ";
19° il est ajouté un 30. rédigé comme suit :
" 30. par (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- à compter du 1er septembre 1997, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail : le diplôme de la formation continue pour l'enseignement préscolaire. ";
20° il est ajouté un 31. rédigé comme suit :
" 31. par licencié + CAP :
- du 1er septembre 1989 au 31 août 1991 : le diplôme de licencié + AESS ou AE, à l'exception de licencié-traducteur, licencié-interprète, licencié-conception de produits et licencié-sciences administratives auxquels s'appliquent tous les CAP de l'article 3;
- du 1er septembre 1991 au 31 août 1999 : le diplôme de licencié + AESS ou AE ou AESI, à l'exception de licencié-traducteur, licencié-interprète, licencié-conception de produits et licencié-sciences administratives auxquels s'appliquent tous les CAP de l'article 3;
- à compter du 1er septembre 1999 : le diplôme de licencié + CAP. ";
21° il est ajouté un 32. rédigé comme suit :
" 32. par ETSS : un diplôme de cours secondaires techniques supérieurs. ";
22° il est ajouté un 33. rédigé comme suit :
" 33. par BSO4 : le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale. ";
23° il est ajouté un 34. rédigé comme suit :
" 34. par BSO3 : le troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale. ";
24° il est ajouté un 35. rédigé comme suit :
" 35. par BSO2 : le deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale. "
25° il est ajouté un 36. rédigé comme suit :
" 36. par TSO3 : le troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale. ";
26° il est ajouté un 37. rédigé comme suit :
" 37. par TSO2 : le deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale. ";
27° il est ajouté un 38. rédigé comme suit :
" 38. par EPSS :
- le brevet d'une école secondaire professionnelle supérieure;
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel. ";
28° il est ajouté un 39. rédigé comme suit :
" 39. par ESTC + CAP :
1° un des titres visés au point 6, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3,;
2° AESI;
3° AES-groupe 1 :
4° à compter du 1er septembre 2002, le diplôme d'instituteur et le diplôme instituteur préscolaire.
Par ESTC + CAP on n'entend pas : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes. ";
29° il est ajouté un 40. rédigé comme suit :
" 40. par ESTC + CAP au moins :
1° un des titres visés au point 5, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 3, et pour les cours artistiques et les cours artistiques considérés comme des cours pratiques, également les certificats d'aptitudes pédagogiques, visés à l'article 8, § 3,;
2° AESI;
3° AES-groupe 1;
4° et à compter du 1er septembre 2002, le diplôme d'instituteur et le diplôme instituteur préscolaire.
Par " au moins ESTC + CAP ", on n'entend pas : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques, et, à compter du 1er septembre 2000, le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, et, à compter du 1er septembre 2002, le certificat pédagogique, délivré par un centre d'éducation des adultes. "
Art. 5. In artikel 7, § 4, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, worden de woorden " In de bijlagen I tot en met VI " vervangen door de woorden " In de bijlagen I en II " en vanaf 1 september 2003 door de woorden " In de bijlagen I tot en met III ".
Art. 5. A l'article 7, § 4, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, les mots " Dans les annexes Ire à VI incluses " sont remplacés par les mots " Dans les annexes Ire et II " et à partir du 1er septembre 2003, par les mots " Dans les annexes Ire à III incluses ".
Art. 6. Aan artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 25 januari 1995, 4 november 1997 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een § 1ter toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 1ter. Voor de toepassing van dit besluit worden volgende studiebewijzen gelijkgesteld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans :
1° het getuigschrift van pedagogische leergang afdeling klassieke dans en bewegingsleer of dans en bewegingsleer, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
2° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van onderwijs in ballet of bewegingsleer, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
3° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van dansonderwijs, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
4° het pedagogisch getuigschrift van hedendaagse dans of klassiek ballet, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
5° het specialisatiegetuigschrift klassieke dans, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie. ";
2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de eerste graad en het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de tweede graad, uitgereikt door de daartoe samengestelde examencommissie worden gelijkgesteld met een diploma van GLSO muzikale opvoeding. "
1° er wordt een § 1ter toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 1ter. Voor de toepassing van dit besluit worden volgende studiebewijzen gelijkgesteld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans :
1° het getuigschrift van pedagogische leergang afdeling klassieke dans en bewegingsleer of dans en bewegingsleer, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
2° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van onderwijs in ballet of bewegingsleer, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
3° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van dansonderwijs, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
4° het pedagogisch getuigschrift van hedendaagse dans of klassiek ballet, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
5° het specialisatiegetuigschrift klassieke dans, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie. ";
2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de eerste graad en het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de tweede graad, uitgereikt door de daartoe samengestelde examencommissie worden gelijkgesteld met een diploma van GLSO muzikale opvoeding. "
Art. 6. A l'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 25 janvier 1995, 4 novembre 1997 et 31 août 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 1ter. Pour l'application du présent arrêté, les titres suivants sont assimilés au certificat d'aptitudes pédagogiques 'danse' :
1° le certificat de cours pédagogiques, division danse classique et étude du mouvement ou danse et étude du mouvement, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
2° le certificat d'aptitude à l'enseignement de ballet ou de l'étude du mouvement, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
3° le certificat d'aptitude à l'enseignement de la danse, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
4° le certificat pédagogique de la danse moderne ou du ballet classique, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
5° le certificat de spécialisation en danse classique, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ". ";
2° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Le diplôme de professeur d'éducation musicale ou professeur de chant du premier degré et le diplôme de professeur d'éducation musicale ou de professeur de chant du deuxième degré, délivrés par le jury institué à cet effet sont assimilés au diplôme AESI éducation musicale. "
1° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 1ter. Pour l'application du présent arrêté, les titres suivants sont assimilés au certificat d'aptitudes pédagogiques 'danse' :
1° le certificat de cours pédagogiques, division danse classique et étude du mouvement ou danse et étude du mouvement, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
2° le certificat d'aptitude à l'enseignement de ballet ou de l'étude du mouvement, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
3° le certificat d'aptitude à l'enseignement de la danse, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
4° le certificat pédagogique de la danse moderne ou du ballet classique, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
5° le certificat de spécialisation en danse classique, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ". ";
2° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Le diplôme de professeur d'éducation musicale ou professeur de chant du premier degré et le diplôme de professeur d'éducation musicale ou de professeur de chant du deuxième degré, délivrés par le jury institué à cet effet sont assimilés au diplôme AESI éducation musicale. "
Art. 7. Aan artikel 9, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" De bedoelde periode loopt ononderbroken vanaf de eerste september die volgt op de eerste aanstelling van het personeelslid in het secundair onderwijs. "
" De bedoelde periode loopt ononderbroken vanaf de eerste september die volgt op de eerste aanstelling van het personeelslid in het secundair onderwijs. "
Art. 7. A l'article 9, § 2, deuxième alinéa, du même arrêté, il est ajouté une phrase, rédigée comme suit :
" La période en question court sans interruption à compter du 1er septembre qui suit la première désignation du membre du personnel dans l'enseignement secondaire. "
" La période en question court sans interruption à compter du 1er septembre qui suit la première désignation du membre du personnel dans l'enseignement secondaire. "
Art. 8. Aan artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 en 9 juli 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1. worden de woorden " in de bijlagen I tot en met VIII " vervangen door de woorden " in de bijlagen I en II " en vanaf 1 september 2003 worden de woorden " in de bijlagen I en II " vervangen door de woorden " in de bijlagen I tot en met III ";
2° er wordt een § 1bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. Voor de GVSO-groep 1 wordt de onderwijsbevoegdheid per gevolgde opleidingseenheid, afgekort OE, bepaald. ".
1° in § 1. worden de woorden " in de bijlagen I tot en met VIII " vervangen door de woorden " in de bijlagen I en II " en vanaf 1 september 2003 worden de woorden " in de bijlagen I en II " vervangen door de woorden " in de bijlagen I tot en met III ";
2° er wordt een § 1bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. Voor de GVSO-groep 1 wordt de onderwijsbevoegdheid per gevolgde opleidingseenheid, afgekort OE, bepaald. ".
Art. 8. A l'article 10 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990 et 9 juillet 1996, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er. les mots " aux annexes Ire à VIII incluses " sont remplacés par les mots " aux annexes Ire et II " et à partir du 1er septembre 2003, les mots " aux annexes Ire et II " sont remplacés par les mots " aux annexes Ire à III incluses";
2° il est inséré un § 1bis, rédigé comme suit :
" § 1bis Pour l'AES - groupe 1, la capacité d'enseignement par unité de formation suivie, en abrégé UF, est déterminé. "
1° au § 1er. les mots " aux annexes Ire à VIII incluses " sont remplacés par les mots " aux annexes Ire et II " et à partir du 1er septembre 2003, les mots " aux annexes Ire et II " sont remplacés par les mots " aux annexes Ire à III incluses";
2° il est inséré un § 1bis, rédigé comme suit :
" § 1bis Pour l'AES - groupe 1, la capacité d'enseignement par unité de formation suivie, en abrégé UF, est déterminé. "
Art. 9. In artikel 11, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 9 juli 1996, 31 augustus 1999 en 21 november 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " in de bijlagen I tot VIII " vervangen door de woorden " in de bijlagen I en II " en vanaf 1 september 2003 worden de woorden " in de bijlagen I en II " vervangen door de woorden " in de bijlagen I tot en met III ".
2° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De personeelsleden belast met de vakken exploratie, expressie, psychomotorische oefeningen, sociale activiteiten of sportactiviteit worden bezoldigd op basis van het bekwaamheidsbewijs dat ze bezitten voor het vak waarmee die vakken worden gelijkgesteld.
Indien het vak gelijkgesteld wordt met een van de vakken Latijn, klassieke studiën, antieke cultuur of Grieks, wordt het personeelslid dat het bekwaamheidsbewijs bezit vereist voor het onderwijs van die vakken, in de eerste graad bezoldigd op basis van weddenschaal nummer 301.
De personeelsleden belast met uren die geen lesuren zijn worden bezoldigd op basis van het bekwaamheidsbewijs dat ze bezitten voor het vak waarmee die uren worden gelijkgesteld, ook indien de gelijkstelling gebeurt met Latijn, klassieke studiën, antieke cultuur of Grieks in de eerste graad. "
1° in § 1 worden de woorden " in de bijlagen I tot VIII " vervangen door de woorden " in de bijlagen I en II " en vanaf 1 september 2003 worden de woorden " in de bijlagen I en II " vervangen door de woorden " in de bijlagen I tot en met III ".
2° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De personeelsleden belast met de vakken exploratie, expressie, psychomotorische oefeningen, sociale activiteiten of sportactiviteit worden bezoldigd op basis van het bekwaamheidsbewijs dat ze bezitten voor het vak waarmee die vakken worden gelijkgesteld.
Indien het vak gelijkgesteld wordt met een van de vakken Latijn, klassieke studiën, antieke cultuur of Grieks, wordt het personeelslid dat het bekwaamheidsbewijs bezit vereist voor het onderwijs van die vakken, in de eerste graad bezoldigd op basis van weddenschaal nummer 301.
De personeelsleden belast met uren die geen lesuren zijn worden bezoldigd op basis van het bekwaamheidsbewijs dat ze bezitten voor het vak waarmee die uren worden gelijkgesteld, ook indien de gelijkstelling gebeurt met Latijn, klassieke studiën, antieke cultuur of Grieks in de eerste graad. "
Art. 9. A l'article 11 du même arreté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 9 juillet 1996, 31 août 1999 et 21 novembre 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, les mots " aux annexes Ire à VIII " sont remplacés par les mots " aux annexes Ire et II " et à partir du 1er septembre 2003, les mots " aux annexes Ire et II " sont remplacés par les mots " aux annexes Ire à III incluses".
2° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Les membres du personnel chargés des cours exploration, expression, exercices psychomoteurs, activités sociales ou sportives sont rémunérés sur la base du titre qu'ils possèdent pour le cours auquel ces cours sont assimilés.
Si le cours est assimilé à un des cours latin, études classiques, culture antique ou grec, le membre du personnel porteur du titre requis pour l'enseignement de ces cours, est rémunéré au premier degré sur la base de l'échelle de traitement 301.
Les membres du personnel chargés des heures qui ne sont pas des heures de cours sont rémunérés sur la base du titre qu'ils possèdent pour le cours auquel sont assimilées ces heures, même si l'assimilation se fait aux cours suivants : latin, études classiques, culture antique ou grec au premier degré. "
1° au § 1er, les mots " aux annexes Ire à VIII " sont remplacés par les mots " aux annexes Ire et II " et à partir du 1er septembre 2003, les mots " aux annexes Ire et II " sont remplacés par les mots " aux annexes Ire à III incluses".
2° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Les membres du personnel chargés des cours exploration, expression, exercices psychomoteurs, activités sociales ou sportives sont rémunérés sur la base du titre qu'ils possèdent pour le cours auquel ces cours sont assimilés.
Si le cours est assimilé à un des cours latin, études classiques, culture antique ou grec, le membre du personnel porteur du titre requis pour l'enseignement de ces cours, est rémunéré au premier degré sur la base de l'échelle de traitement 301.
Les membres du personnel chargés des heures qui ne sont pas des heures de cours sont rémunérés sur la base du titre qu'ils possèdent pour le cours auquel sont assimilées ces heures, même si l'assimilation se fait aux cours suivants : latin, études classiques, culture antique ou grec au premier degré. "
Art. 10. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16nonies ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 16nonies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de volgende personeelsleden :
1° de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2002 vast benoemd zijn voor het algemeen vak psychologie, en/of sociologie en/of media;
2° de personeelsleden die tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met het algemeen vak psychologie, het algemeen vak sociologie en/of het algemeen vak media in de loop van het schooljaar 2001-2002;
3° de personeelsleden die uiterlijk op 1 september 2002 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven voor het algemeen vak psychologie, het algemeen vak sociologie en/of het algemeen vak media.
§ 2. De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak psychologie en/of voor het algemeen vak sociologie en/of voor het algemeen vak media in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en die vanaf 1 september 2002 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak cultuurwetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak cultuurwetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak sociologie en/of voor het algemeen vak psychologie en/of voor het algemeen vak media in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en die vanaf 1 september 2002 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak gedragswetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak gedragswetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak psychologie en/of voor het algemeen vak sociologie en/of voor het algemeen vak media in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en die vanaf 1 september 2002 geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak cultuurwetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak cultuurwetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak sociologie en/of voor het algemeen vak psychologie en/of voor het algemeen vak media in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en vanaf 1 september 2002 geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak gedragswetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm : zij worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak gedragswetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2, worden toegekend op 1 september 2002, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
1° De personeelsleden, genoemd in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
2° de personeelsleden, genoemd in § 1, 2° en 3°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
§ 4. De algemene vakken sociologie, psychologie en media worden ambtshalve geconcordeerd naar de algemene vakken gedragswetenschappen en cultuurwetenschappen. ".
" Art. 16nonies. § 1. Er worden overgangsmaatregelen toegekend aan de volgende personeelsleden :
1° de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2002 vast benoemd zijn voor het algemeen vak psychologie, en/of sociologie en/of media;
2° de personeelsleden die tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met het algemeen vak psychologie, het algemeen vak sociologie en/of het algemeen vak media in de loop van het schooljaar 2001-2002;
3° de personeelsleden die uiterlijk op 1 september 2002 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven voor het algemeen vak psychologie, het algemeen vak sociologie en/of het algemeen vak media.
§ 2. De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak psychologie en/of voor het algemeen vak sociologie en/of voor het algemeen vak media in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en die vanaf 1 september 2002 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak cultuurwetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak cultuurwetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak sociologie en/of voor het algemeen vak psychologie en/of voor het algemeen vak media in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en die vanaf 1 september 2002 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak gedragswetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak gedragswetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak psychologie en/of voor het algemeen vak sociologie en/of voor het algemeen vak media in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en die vanaf 1 september 2002 geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak cultuurwetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak cultuurwetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak sociologie en/of voor het algemeen vak psychologie en/of voor het algemeen vak media in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en vanaf 1 september 2002 geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak gedragswetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm : zij worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak gedragswetenschappen in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2, worden toegekend op 1 september 2002, rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
1° De personeelsleden, genoemd in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
2° de personeelsleden, genoemd in § 1, 2° en 3°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
§ 4. De algemene vakken sociologie, psychologie en media worden ambtshalve geconcordeerd naar de algemene vakken gedragswetenschappen en cultuurwetenschappen. ".
Art. 10. Dans le même arrêté, il est inséré un article 16nonies, rédigé comme suit :
" Art. 16nonies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel suivants :
1° les membres du personnel qui, le 31 août 2002 au plus tard, sont nommés à titre définitif pour le cours général de psychologie, et/ou sociologie et/ou médias;
2° les membres du personnel qui étaient désignés ou chargés à titre temporaire du cours général psychologie, du cours général sociologie et/ou du cours général médias pendant l'année académique 2001-2002;
3° les membres du personnel qui, le 1er septembre 2002 au plus tard, ont acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue pour le cours général psychologie, le cours général sociologie et/ou le cours général médias.
§ 2. Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours général psychologie et/ou pour le cours général sociologie et/ou pour le cours général médias dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre requis pour le cours genéral sciences culturelles dans le degré et/ou la forme d'enseignement en question, sont censés être porteurs d'un titre requis pour le cours général sciences culturelles dans le degré et/ou la forme d'enseignement en question.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours général sociologie et/ou pour le cours général psychologie et/ou pour le cours général médias dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre requis pour le cours général sciences comportementales dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre requis pour le cours général sciences comportementales dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours général psychologie et/ou pour le cours général sociologie et/ou pour le cours général médias dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général sciences culturelles dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général sciences culturelles dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours général psychologie et/ou pour le cours général sociologie et/ou pour le cours général médias dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général sciences comportementales dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné : sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général sciences comportementales dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
§ 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2002, en tenant compte des dispositions suivantes :
1° Les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont engagés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique;
2° les mesures transitoires restent applicables aux personnels, visés au § 1er, 2° et 3°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les periodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
§ 4. Les cours généraux sociologie, psychologie et médias sont concordés d'office aux cours généraux sciences comportementales et sciences culturelles. "
" Art. 16nonies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel suivants :
1° les membres du personnel qui, le 31 août 2002 au plus tard, sont nommés à titre définitif pour le cours général de psychologie, et/ou sociologie et/ou médias;
2° les membres du personnel qui étaient désignés ou chargés à titre temporaire du cours général psychologie, du cours général sociologie et/ou du cours général médias pendant l'année académique 2001-2002;
3° les membres du personnel qui, le 1er septembre 2002 au plus tard, ont acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue pour le cours général psychologie, le cours général sociologie et/ou le cours général médias.
§ 2. Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours général psychologie et/ou pour le cours général sociologie et/ou pour le cours général médias dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre requis pour le cours genéral sciences culturelles dans le degré et/ou la forme d'enseignement en question, sont censés être porteurs d'un titre requis pour le cours général sciences culturelles dans le degré et/ou la forme d'enseignement en question.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours général sociologie et/ou pour le cours général psychologie et/ou pour le cours général médias dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre requis pour le cours général sciences comportementales dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre requis pour le cours général sciences comportementales dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours général psychologie et/ou pour le cours général sociologie et/ou pour le cours général médias dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général sciences culturelles dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général sciences culturelles dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours général psychologie et/ou pour le cours général sociologie et/ou pour le cours général médias dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général sciences comportementales dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné : sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général sciences comportementales dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
§ 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2002, en tenant compte des dispositions suivantes :
1° Les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont engagés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique;
2° les mesures transitoires restent applicables aux personnels, visés au § 1er, 2° et 3°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les periodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
§ 4. Les cours généraux sociologie, psychologie et médias sont concordés d'office aux cours généraux sciences comportementales et sciences culturelles. "
Art. 11. In hetzelfde besluit wordt een 16decies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 16decies. § 1. Overgangsmaatregelen worden toegekend aan de volgende personeelsleden :
1° de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2002 vast benoemd zijn voor het technisch en/of het praktisch vak sport;
2° de personeelsleden die tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met het technisch en/of het praktisch vak sport in de loop van het schooljaar 2001-2002;
3° de personeelsleden die uiterlijk op 1 september 2002 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven voor het vak sport.
§ 2. De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak sport in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en vanaf 1 september 2002 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak sport in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak sport in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak sport in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en vanaf 1 september 2002 geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak sport in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak sport in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2, worden toegekend op 1 september 2002 rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
1° De personeelsleden, genoemd in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
2° de personeelsleden, genoemd in § 1, 2° en 3°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
§ 4. Het technisch en het praktisch vak sport worden ambtshalve geconcordeerd naar het algemeen vak sport. ".
" Art. 16decies. § 1. Overgangsmaatregelen worden toegekend aan de volgende personeelsleden :
1° de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2002 vast benoemd zijn voor het technisch en/of het praktisch vak sport;
2° de personeelsleden die tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met het technisch en/of het praktisch vak sport in de loop van het schooljaar 2001-2002;
3° de personeelsleden die uiterlijk op 1 september 2002 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven voor het vak sport.
§ 2. De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak sport in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en vanaf 1 september 2002 geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak sport in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak sport in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
De personeelsleden, genoemd in § 1, die op basis van de reglementering die vóór 1 september 2002 van kracht was, organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het technisch en/of praktisch vak sport in een bepaalde graad en/of onderwijsvorm, en vanaf 1 september 2002 geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor het algemeen vak sport in de betreffende graad en/of onderwijsvorm worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het algemeen vak sport in de betreffende graad en/of onderwijsvorm.
§ 3. De overgangsmaatregelen, vermeld in § 2, worden toegekend op 1 september 2002 rekening houdend met de onderstaande bepalingen :
1° De personeelsleden, genoemd in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
2° de personeelsleden, genoemd in § 1, 2° en 3°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- en bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
§ 4. Het technisch en het praktisch vak sport worden ambtshalve geconcordeerd naar het algemeen vak sport. ".
Art. 11. Dans le même arrêté, il est inséré un article 16decies, rédigé comme suit :
" Art. 16decies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel suivants :
1° les membres du personnel qui, le 31 août 2002 au plus tard, sont nommés à titre définitif pour le cours technique et/ou pratique sport;
2° les membres du personnel qui étaient désignés ou chargés à titre temporaire du cours technique et/ou pratique sport pendant l'année académique 2001-2002;
3° les membres du personnel qui, le 1er septembre 2002 au plus tard, ont acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue pour le cours sport.
§ 2. Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours technique et/ou pratique sport dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre requis pour le cours général sport dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre requis pour le cours genéral sport dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours technique et/ou pratique sport dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général sport dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours genéral sport dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
§ 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2002, en tenant compte des dispositions suivantes :
1° Les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont engagés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique;
2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 2° et 3°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
§ 4. Le cours technique et le cours pratique sport sont concordés d'office au cours général sport. "
" Art. 16decies. § 1er. Des mesures transitoires sont accordées aux membres du personnel suivants :
1° les membres du personnel qui, le 31 août 2002 au plus tard, sont nommés à titre définitif pour le cours technique et/ou pratique sport;
2° les membres du personnel qui étaient désignés ou chargés à titre temporaire du cours technique et/ou pratique sport pendant l'année académique 2001-2002;
3° les membres du personnel qui, le 1er septembre 2002 au plus tard, ont acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue pour le cours sport.
§ 2. Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour le cours technique et/ou pratique sport dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre requis pour le cours général sport dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre requis pour le cours genéral sport dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
Les membres du personnel, visés au § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2002, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour le cours technique et/ou pratique sport dans un degré et/ou une forme d'enseignement déterminé, et qui, à compter du 1er septembre 2002, ne sont plus porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours général sport dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné, sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant pour le cours genéral sport dans le degré et/ou la forme d'enseignement concerné.
§ 3. Les mesures transitoires, visées au § 2, sont attribuées le 1er septembre 2002, en tenant compte des dispositions suivantes :
1° Les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 1°, aussi longtemps qu'ils sont engagés dans l'enseignement, à l'exception de l'enseignement académique;
2° les mesures transitoires restent applicables aux membres du personnel, visés au § 1er, 2° et 3°, aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et une interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. "
§ 4. Le cours technique et le cours pratique sport sont concordés d'office au cours général sport. "
Art. 12. In hetzelfde besluit wordt een artikel 17decies ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 17decies. § 1. De personeelsleden genoemd in artikel 16nonies, genieten voor de algemene vakken gedragswetenschappen en cultuurwetenschappen de weddenschaal die hen op grond van de reglementering die gold vóór 1 september 2002 mocht worden verleend voor de algemene vakken sociologie, psychologie en/of media in de betreffende graad en onderwijsvorm, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal. "
"Art. 17decies. § 1. De personeelsleden genoemd in artikel 16nonies, genieten voor de algemene vakken gedragswetenschappen en cultuurwetenschappen de weddenschaal die hen op grond van de reglementering die gold vóór 1 september 2002 mocht worden verleend voor de algemene vakken sociologie, psychologie en/of media in de betreffende graad en onderwijsvorm, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal. "
Art. 12. Dans le même arrêté, il est inséré un article 17decies, rédigé comme suit :
" Art. 17decies. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 16nonies, jouissent pour les cours sciences comportementales et sciences culturelles de l'échelle de traitement qui leur pouvait être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2002 pour les cours généraux sociologie, psychologie et/ou médias dans le grade ou la forme d'enseignement concerné, à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure. "
" Art. 17decies. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 16nonies, jouissent pour les cours sciences comportementales et sciences culturelles de l'échelle de traitement qui leur pouvait être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2002 pour les cours généraux sociologie, psychologie et/ou médias dans le grade ou la forme d'enseignement concerné, à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure. "
Art. 13. In hetzelfde besluit wordt een artikel 17undecies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 17undecies. De personeelsleden, genoemd in artikel 16decies, genieten voor het algemeen vak sport de weddenschaal die hen op grond van de reglementering die gold vóór 1 september 2002 werd toegekend voor het technisch en/of het praktisch vak sport in de betreffende graad en/of onderwijsvorm, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal. "
" Art. 17undecies. De personeelsleden, genoemd in artikel 16decies, genieten voor het algemeen vak sport de weddenschaal die hen op grond van de reglementering die gold vóór 1 september 2002 werd toegekend voor het technisch en/of het praktisch vak sport in de betreffende graad en/of onderwijsvorm, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal. "
Art. 13. Dans le même arrêté, il est inséré un article 17undecies, redigé comme suit :
" Art. 17undecies. Les membres du personnel visés à l'article 16decies, jouissent pour le cours sport de l'échelle de traitement qui leur pouvait être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2002 pour le cours technique et/ou pratique sport dans le grade ou la forme d'enseignement concerne, à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure. "
" Art. 17undecies. Les membres du personnel visés à l'article 16decies, jouissent pour le cours sport de l'échelle de traitement qui leur pouvait être attribuée en vertu de la réglementation applicable avant le 1er septembre 2002 pour le cours technique et/ou pratique sport dans le grade ou la forme d'enseignement concerne, à moins que le titre qu'ils possèdent donne droit à une échelle de traitement supérieure. "
Art. 14. Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 19. Voor de basisdiploma's, uitgereikt in het onderwijs voor sociale promotie of door een centrum voor volwassenenonderwijs, moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen, het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en voor de pedagogische getuigschriften, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, moet de onderwijscyclus ten minste 450 lestijden hebben omvat. "
" Art. 19. Voor de basisdiploma's, uitgereikt in het onderwijs voor sociale promotie of door een centrum voor volwassenenonderwijs, moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen, het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en voor de pedagogische getuigschriften, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, moet de onderwijscyclus ten minste 450 lestijden hebben omvat. "
Art. 14. L'article 19 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 19. Il faut que pour les diplômes de base délivrés dans l'enseignement de promotion sociale ou par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement ait comporté au moins 900 périodes de cours. Pour les cours normaux, les cours pédagogiques, l'enseignement supérieur pédagogique de type court et de promotion sociale, l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et les certificats des cours pédagogiques, délivrés par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement doit avoir comporté 450 périodes au moins. "
" Art. 19. Il faut que pour les diplômes de base délivrés dans l'enseignement de promotion sociale ou par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement ait comporté au moins 900 périodes de cours. Pour les cours normaux, les cours pédagogiques, l'enseignement supérieur pédagogique de type court et de promotion sociale, l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale et les certificats des cours pédagogiques, délivrés par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement doit avoir comporté 450 périodes au moins. "
Art. 15. Artikel 21bis van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 21bis. § 1. In de bijlage I bij dit besluit wordt in de kolom " code d.d. " bedoeld met :
1° 1 : vanaf 1 september 1989;
2° 2 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
3° 3 : van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1992;
4° 4 : vanaf 1 september 1990;
5° 5 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 december 1994 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6° 6 : vanaf 1 januari 1994;
7° 7 : van 1 september 1989 tot en met 31 december 1994;
8° 8 : vanaf 1 september 1996, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1996 tot en met 19 april 1998 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° 9 : vanaf 1 januari 1995;
10° 10 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11° 11 : vanaf 1 september 1997;
12° 12 : vanaf 1 september 1996, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° 13 : vanaf 1 september 1999;
14° 14 : vanaf 1 september 1998;
15° 15 : vanaf 1 september 1998, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 1999 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
16° 16 : vanaf 1 september 2000;
17° 17 : van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2001;
18° 18 : van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2001;
19° 19 : vanaf 1 september 2001.
§ 2. In de bijlage I worden volgende bekwaamheidsbewijzen toegevoegd als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor AV muzikale opvoeding, voor AV plastische opvoeding en voor AV artistieke opvoeding :
1. in de 1ste graad :
- GLSO voor de algemene vakken, met ingang van 1 september 2000 zonder gevolgd tot 31 augustus 2002, met weddenschaalcode 301;
- GVSO-groep 1 voor de algemene vakken, met ingang van 1 september 2000 zonder gevolg tot 31 augustus 2002, met weddenschaalcode 301;
2. in de 2e graad BSO :
- HOKT + BPB en GLSO, met ingang van 1 september 1999, met weddenschaalcode 301;
- GVSO-groep 1, met ingang van 1 september 2000, met weddenschaalcode 301;
3. in de 2e graad ASO-TSO-KSO en in de 3e en 4e graad BSO :
- HOKT + BPB en GLSO, met ingang van 1 september 1999, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1999 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, met weddenschaalcode 301;
- GVSO-groep 1, met ingang van 1 september 2000, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, met weddenschaalcode 301.
§ 3. De bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen, vermeld in bijlage II bij dit besluit, gaan in op 1 september 2002, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen voorafgegaan door code d.d. 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1996.
§ 4. In de bijlage II worden volgende bekwaamheidsbewijzen toegevoegd als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het AV muzikale opvoeding :
1. in de 1ste graad :
- GLSO voor de algemene vakken, GVSO-groep 1 voor de algemene vakken, kleuteronderwijzer en onderwijzer, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, met weddenschaalcode 301;
2. in de 2de graad BSO en in de 2e graad ASO-TSO-KSO en in de 3e en 4e graad BSO :
- HOKT + BPB, GLSO en GVSO-groep 1, kleuteronderwijzer, onderwijzer en ten minste HOKT + BPB, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, met weddenschaalcode 301.
§ 5. De bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen, vermeld in de bijlage III bij dit besluit, treden in werking op 1 september 2003. "
" Art. 21bis. § 1. In de bijlage I bij dit besluit wordt in de kolom " code d.d. " bedoeld met :
1° 1 : vanaf 1 september 1989;
2° 2 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
3° 3 : van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1992;
4° 4 : vanaf 1 september 1990;
5° 5 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 december 1994 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6° 6 : vanaf 1 januari 1994;
7° 7 : van 1 september 1989 tot en met 31 december 1994;
8° 8 : vanaf 1 september 1996, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1996 tot en met 19 april 1998 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° 9 : vanaf 1 januari 1995;
10° 10 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11° 11 : vanaf 1 september 1997;
12° 12 : vanaf 1 september 1996, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° 13 : vanaf 1 september 1999;
14° 14 : vanaf 1 september 1998;
15° 15 : vanaf 1 september 1998, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 1999 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
16° 16 : vanaf 1 september 2000;
17° 17 : van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2001;
18° 18 : van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2001;
19° 19 : vanaf 1 september 2001.
§ 2. In de bijlage I worden volgende bekwaamheidsbewijzen toegevoegd als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor AV muzikale opvoeding, voor AV plastische opvoeding en voor AV artistieke opvoeding :
1. in de 1ste graad :
- GLSO voor de algemene vakken, met ingang van 1 september 2000 zonder gevolgd tot 31 augustus 2002, met weddenschaalcode 301;
- GVSO-groep 1 voor de algemene vakken, met ingang van 1 september 2000 zonder gevolg tot 31 augustus 2002, met weddenschaalcode 301;
2. in de 2e graad BSO :
- HOKT + BPB en GLSO, met ingang van 1 september 1999, met weddenschaalcode 301;
- GVSO-groep 1, met ingang van 1 september 2000, met weddenschaalcode 301;
3. in de 2e graad ASO-TSO-KSO en in de 3e en 4e graad BSO :
- HOKT + BPB en GLSO, met ingang van 1 september 1999, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1999 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, met weddenschaalcode 301;
- GVSO-groep 1, met ingang van 1 september 2000, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, met weddenschaalcode 301.
§ 3. De bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen, vermeld in bijlage II bij dit besluit, gaan in op 1 september 2002, met uitzondering van de bekwaamheidsbewijzen voorafgegaan door code d.d. 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1996.
§ 4. In de bijlage II worden volgende bekwaamheidsbewijzen toegevoegd als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het AV muzikale opvoeding :
1. in de 1ste graad :
- GLSO voor de algemene vakken, GVSO-groep 1 voor de algemene vakken, kleuteronderwijzer en onderwijzer, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, met weddenschaalcode 301;
2. in de 2de graad BSO en in de 2e graad ASO-TSO-KSO en in de 3e en 4e graad BSO :
- HOKT + BPB, GLSO en GVSO-groep 1, kleuteronderwijzer, onderwijzer en ten minste HOKT + BPB, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, met weddenschaalcode 301.
§ 5. De bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen, vermeld in de bijlage III bij dit besluit, treden in werking op 1 september 2003. "
Art. 15. L'article 21bis du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 21bis. § 1er. Dans l'annexe Ire au présent arrêté, il faut entendre par la colonne "code d.d. " :
1° 1 : à partir du 1er septembre 1989;
2° 2 : à partir du 1er septembre 1989, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 1991 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
3° 3 : du 1er septembre 1989 au 31 août 1992 inclus;
4° 4 : à partir du 1er septembre 1990;
5° 5 : à partir du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1989 au 31 décembre 1994 cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la remunération, mise en disponibilite par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
6° 6 : à partir du 1er janvier 1994;
7° 7 : du 1er septembre 1989 au 31 décembre 1994 inclus;
8° 8 : à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1996 au 19 avril 1998 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
9° 9 : à partir du 1er janvier 1995;
10° 10 : à partir du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 1997 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
11° 11 : à partir du 1er septembre 1997;
12° 12 : à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération et mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
13° 13 : à partir du 1er septembre 1999;
14° 14 : à partir du 1er septembre 1998;
15° 15 : à partir du 1er septembre 1998, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 1999 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
16° 16 : à partir du 1er septembre 2000;
17° 17 : du 1er septembre 1997 au 31 août 2001 inclus;
18° 18 : du 1er septembre 2000 au 31 août 2001 inclus;
19° 19 : à partir du 1er septembre 2001.
§ 2. A l'annexe Ire sont ajoutés les titres suivants comme titres jugés suffisants pour les cours généraux éducation musicale, éducation plastique et éducation artistique :
3. dans le premier degré :
- AESI pour les cours généraux, à partir du 1er septembre 2000, sans suite jusqu'au 31 août 2002, avec échelle de traitement code 301;- AES-groupe 1 pour les cours généraux, à partir du 1er septembre 2000, sans suite jusqu'au 31 août 2002, avec échelle de traitement code 301;
4. dans le deuxième degré ESP :
- ESTC + CAP et AESI, à partir du 1er septembre 1999, avec échelle de traitement code 301;
- AES-groupe 1, à partir du 1er septembre 2000, avec échelle de traitement code 301;
3. dans le deuxième degré ESG-EST-ESA et dans les troisième et quatrième degrés ESP :
- ESTC + CAP et AESI, à partir du 1er septembre 1999, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1999 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail, avec échelle de traitement code 301;
- AES-groupe 1, à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail, avec échelle de traitement code 301.
§ 3. Les titres et échelles de traitement visés à l'annexe II au présent arrêté sont applicables le 1er septembre 2002, à l'exception des titres précédés de la code d.d. 1, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1996.
§ 4. A l'annexe II sont ajoutés les titres suivants comme titres jugés suffisants pour le cours général éducation musicale :
1. dans le premier degré :
- AESI pour les cours généraux, AES-groupe 1 pour les cours généraux, instituteur préscolaire et instituteur primaire, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail, avec échelle de traitement code 301.
2. dans le deuxième degré ESP et dans le deuxième degré ESG-EST-ESA et dans les troisième et quatrième degrés ESP :
- ESTC + CAP, AESI et AES-groupe 1, instituteur préscolaire et instituteur primaire et au moins ESTC + CAP, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail, avec échelle de traitement code 301.
§ 5. Les titres et échelles de traitement, visés à l'annexe III au présent arreté, entrent en vigueur le 1er septembre 2003. "
" Art. 21bis. § 1er. Dans l'annexe Ire au présent arrêté, il faut entendre par la colonne "code d.d. " :
1° 1 : à partir du 1er septembre 1989;
2° 2 : à partir du 1er septembre 1989, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 1991 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
3° 3 : du 1er septembre 1989 au 31 août 1992 inclus;
4° 4 : à partir du 1er septembre 1990;
5° 5 : à partir du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1989 au 31 décembre 1994 cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la remunération, mise en disponibilite par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
6° 6 : à partir du 1er janvier 1994;
7° 7 : du 1er septembre 1989 au 31 décembre 1994 inclus;
8° 8 : à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1996 au 19 avril 1998 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
9° 9 : à partir du 1er janvier 1995;
10° 10 : à partir du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1989 au 31 août 1997 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
11° 11 : à partir du 1er septembre 1997;
12° 12 : à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération et mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
13° 13 : à partir du 1er septembre 1999;
14° 14 : à partir du 1er septembre 1998;
15° 15 : à partir du 1er septembre 1998, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 1999 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail;
16° 16 : à partir du 1er septembre 2000;
17° 17 : du 1er septembre 1997 au 31 août 2001 inclus;
18° 18 : du 1er septembre 2000 au 31 août 2001 inclus;
19° 19 : à partir du 1er septembre 2001.
§ 2. A l'annexe Ire sont ajoutés les titres suivants comme titres jugés suffisants pour les cours généraux éducation musicale, éducation plastique et éducation artistique :
3. dans le premier degré :
- AESI pour les cours généraux, à partir du 1er septembre 2000, sans suite jusqu'au 31 août 2002, avec échelle de traitement code 301;- AES-groupe 1 pour les cours généraux, à partir du 1er septembre 2000, sans suite jusqu'au 31 août 2002, avec échelle de traitement code 301;
4. dans le deuxième degré ESP :
- ESTC + CAP et AESI, à partir du 1er septembre 1999, avec échelle de traitement code 301;
- AES-groupe 1, à partir du 1er septembre 2000, avec échelle de traitement code 301;
3. dans le deuxième degré ESG-EST-ESA et dans les troisième et quatrième degrés ESP :
- ESTC + CAP et AESI, à partir du 1er septembre 1999, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1999 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail, avec échelle de traitement code 301;
- AES-groupe 1, à partir du 1er septembre 2000, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail, avec échelle de traitement code 301.
§ 3. Les titres et échelles de traitement visés à l'annexe II au présent arrêté sont applicables le 1er septembre 2002, à l'exception des titres précédés de la code d.d. 1, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1996.
§ 4. A l'annexe II sont ajoutés les titres suivants comme titres jugés suffisants pour le cours général éducation musicale :
1. dans le premier degré :
- AESI pour les cours généraux, AES-groupe 1 pour les cours généraux, instituteur préscolaire et instituteur primaire, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail, avec échelle de traitement code 301.
2. dans le deuxième degré ESP et dans le deuxième degré ESG-EST-ESA et dans les troisième et quatrième degrés ESP :
- ESTC + CAP, AESI et AES-groupe 1, instituteur préscolaire et instituteur primaire et au moins ESTC + CAP, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 2002 au 31 août 2003 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, mise en disponibilité par défaut d'emploi, réaffectation et remise au travail, avec échelle de traitement code 301.
§ 5. Les titres et échelles de traitement, visés à l'annexe III au présent arreté, entrent en vigueur le 1er septembre 2003. "
Art. 16. In hetzelfde besluit worden de bijlagen I tot en met VIII vervangen door de bijlagen I tot en met III, gevoegd bij dit besluit.
Art. 16. Dans le même arrêté, les annexes Ire à VIII incluse sont remplacées par les annexes Ire à III incluse, jointe au présent arrêté.
Art. 17. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2002, met uitzondering van :
1° artikel 4, 18°, 19°, 28° en 29°, en artikel 9, 2° die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1989;
2° artikel 4, 21°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1995;
3° artikel 4, 5°, 3°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998;
4° artikel 4, 5°, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, het bepalen van de puntenlast en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling;
5° artikel 4, 8° en 9°, artikel 6, 2°, en artikel 14, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2000;
6° artikel 4, 10°, 13°, 17°, 22°, 23°, 24°, 25° en 26°, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
1° artikel 4, 18°, 19°, 28° en 29°, en artikel 9, 2° die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1989;
2° artikel 4, 21°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1995;
3° artikel 4, 5°, 3°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998;
4° artikel 4, 5°, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, het bepalen van de puntenlast en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling;
5° artikel 4, 8° en 9°, artikel 6, 2°, en artikel 14, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2000;
6° artikel 4, 10°, 13°, 17°, 22°, 23°, 24°, 25° en 26°, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
Art. 17. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2002, à l'exception :
1° des articles 4, 18°, 19°, 28° et 29°, et 9, 2° qui produisent leurs effets le 1er septembre 1989;
2° de l'article 4, 21°, qui produit ses effets le 1er septembre 1995;
3° de l'article 4, 5°, 3° qui produit ses effets le 1er septembre 1998;
4° de l'article 4, 5°, 1° qui produit ses effets le 1er septembre 1998, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° des articles 4, 8°et 9°, 6, 2°, et 14 qui produisent leurs effets le 1er septembre 2000;
6° des articles 4, 10°, 13°, 17°, 22°, 23°, 24°, 25° et 26°, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
1° des articles 4, 18°, 19°, 28° et 29°, et 9, 2° qui produisent leurs effets le 1er septembre 1989;
2° de l'article 4, 21°, qui produit ses effets le 1er septembre 1995;
3° de l'article 4, 5°, 3° qui produit ses effets le 1er septembre 1998;
4° de l'article 4, 5°, 1° qui produit ses effets le 1er septembre 1998, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° des articles 4, 8°et 9°, 6, 2°, et 14 qui produisent leurs effets le 1er septembre 2000;
6° des articles 4, 10°, 13°, 17°, 22°, 23°, 24°, 25° et 26°, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, cela n'a pas d'incidence pour les personnels et les pouvoirs organisateurs sur la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 28 november 2003.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Brussel, 28 november 2003.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Art. 18. La Ministre flamande qui a l'enseignement dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 28 novembre 2003.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN
Bruxelles, le 28 novembre 2003.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlagen.
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-11-2004, p. 78308-80136).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
Brussel, 28 november 2003.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN.
(Bijlagen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-11-2004, p. 78308-80136).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
Brussel, 28 november 2003.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN.
Art. N. Annexes.
(Annexes non traduites. Voir M.B. 29-11-2004, p. 78308-80136).
(Annexes non traduites. Voir M.B. 29-11-2004, p. 78308-80136).