Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 MEI 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen.
Titre
14 MAI 2004. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exécution de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux. (Traduction).
Documentinformatie
Numac: 2004036539
Datum: 2004-05-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2004036539
Date: 2004-05-14
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. In artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen worden d), e) en f) vervangen door wat volgt :
  " d) leefloongerechtigden;
  e) gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp;
  f) Uitkeringsgerechtigd volledig werklozen, niet-werkende werkzoekenden, leefloongerechtigden en gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp die maximaal een diploma behaalden van het hoger secundair onderwijs en die als begeleider worden aangeworven in een initiatief buitenschoolse opvang zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse regering van 24 juni 1997 houdende erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van initiatieven voor buitenschoolse opvang; "
Article 1. Dans l'article 1er, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exécution de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux, d), e) et f) sont remplacés par la disposition suivante :
  " d) bénéficiaires du revenu d'intégration;
  e) bénéficiaires de l'aide sociale financière;
  f) chômeurs complets indemnisés, demandeurs d'emploi inoccupés, bénéficiaires du revenu d'intégration et bénéficiaires de l'aide sociale financière qui sont au maximum porteurs du diplôme de l'enseignement secondaire supérieur et qui ont été engagés comme accompagnateur pour une initiative d'accueil extrascolaire telle que définie à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 1997 fixant les conditions d'agrément et de subventionnement des initiatives d'accueil extrascolaire; "
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit wordt 19° vervangen door wat volgt :
  " 19° gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp : personen van vreemde nationaliteit, die zijn ingeschreven in het vreemdelingenregister met een machtiging tot verblijf voor onbeperkte tijd, en die omwille van hun nationaliteit geen aanspraak kunnen maken op het recht op maatschappelijke integratie maar wel gerechtigd zijn op financiële maatschappelijke hulp; "
Art. 2. Dans l'article 1er du même arrêté, le 19° est remplacé par la disposition suivante :
  " 19° bénéficiaires de l'aide sociale financière : les personnes de nationalité étrangère, qui sont inscrites au registre des étrangers avec un permis de séjour d'une durée illimitée et qui, du fait de leur nationalité, ne peuvent prétendre au droit à l'intégration sociale mais bien à l'aide sociale financière; "
Art. 3. Aan artikel 1 van hetzelfde besluit worden een 31° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 31° schoolverlaters uit deeltijds onderwijs : de niet-werkende werkzoekenden die op de dag voor de indiensttreding minstens :
  - afgestudeerd zijn uit het deeltijds onderwijs;
  - 6 maanden als werkzoekende ingeschreven zijn bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
  - gedurende deze periode noch in loondienst werkten, noch een zelfstandig beroep uitoefenden, noch een opleiding volgden of gepland hebben;
  - in het bezit zijn van een jobkaart in het kader van het jeugdwerkplan. "
Art. 3. A l'article 1er du même arrêté, il est ajouté un 31°, rédigé comme suit :
  " 31° sortants de l'enseignement à temps partiel : les demandeurs d'emploi inoccupés qui au minimum, le jour avant l'entrée en service :
  - ont achevé leurs études de l'enseignement à temps partiel;
  - sont inscrits depuis 6 mois comme demandeur d'emploi auprès du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle);
  - n'ont ni travaillé comme salariés, ni exercé un métier indépendant, ni suivi ou projeté une formation pendant cette période;
  - sont porteurs d'une carte d'emploi dans le cadre du plan d'emploi pour jeunes. "
Art. 4. In artikel 2, § 1 van hetzelfde besluit worden 3. en 4. vervangen door wat volgt :
  " 3. leefloongerechtigden;
  4. gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp; "
Art. 4. Dans l'article 2, § 1er, du même arrêté, les 3. et 4. sont remplacés par la disposition suivante :
  " 3. bénéficiaires du revenu d'intégration;
  4. bénéficiaires de l'aide sociale financière; "
Art. 5. In artikel 7, §§ 4 en 5 van hetzelfde besluit worden de woorden " bestaansminimumtrekkers " vervangen door de woorden " leefloongerechtigden ".
Art. 5. Dans l'article 7, §§ 4 et 5, du même arrêté, les mots " bénéficiaires du minimex " sont remplacés par les mots " bénéficiaires du revenu d'intégration ".
Art. 6. In artikel 7bis, § 1 van hetzelfde besluit worden de woorden " bestaansminimumtrekkers die minder dan een jaar van het bestaansminimum genieten en begunstigden van de sociale bijstand die minder dan een jaar van de sociale bijstand genieten " vervangen door de woorden " leefloongerechtigden die minder dan een jaar van het leefloon genieten, gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp die minder dan een jaar van de financiële maatschappelijke hulp genieten en schoolverlaters uit het deeltijds onderwijs ".
Art. 6. Dans l'article 7bis, § 1er, du même arrêté, les mots " de bénéficiaires du minimex qui bénéficient du minimex pendant moins d'un an, et de bénéficiaires de l'aide sociale financière depuis moins d'un an " sont remplacés par les mots " de bénéficiaires du revenu d'intégration qui bénéficient de ce dernier depuis moins d'un an, de bénéficiaires de l'aide sociale financière qui bénéficient de cette dernière depuis moins d'un an et de sortants de l'enseignement à temps partiel ".
Art. 7. In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt het woord " bestaansminimum " vervangen door het woord " leefloon ".
Art. 7. Dans l'article 8, du même arrêté, le mot " minimex " est remplacé par le mot " revenu d'intégration ".
Art. 8. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 12. § 1. De indienstneming van gesubsidieerde contractuelen, zoals bedoeld in de artikelen 6bis, 7, 7bis en 8 dient te geschieden binnen zes maanden te rekenen vanaf de dag van de betekening van de overeenkomst of de bijzondere overeenkomst. Voor projecten waarvoor een tewerkstelling in fases zich opdringt, gaan de aanwervingstermijnen slechts in op de in de overeenkomst of de bijzondere overeenkomst aangegeven data. Na deze termijn vervalt het recht op de toegekende premie voor de arbeidsplaatsen die niet zijn ingenomen.
  § 2. Met iedere wijziging aan de projectovereenkomst gaat een nieuwe aanwervings- of vervangingstermijn in van drie maanden voor alle arbeidsplaatsen waarop de wijziging betrekking heeft, met uitzondering van overeenkomsten in het kader van artikel 7bis waar de termijn zes maanden is. Bij verlenging van de overeenkomst gaat een nieuwe aanwervings- of vervangingstermijn in van zes maanden voor alle arbeidsplaatsen.
  § 3. Een uitdienstgetreden gesubsidieerde contractueel kan, met behoud van de toegekende premie, worden vervangen indien deze vervanging gebeurt binnen de drie maanden te rekenen vanaf de dag van de uitdiensttreding van de te vervangen contractueel, met uitzondering van projecten in het kader van artikel 7bis waar de termijn zes maanden is.
  De minister kan een eenmalige verlenging van de vervangingstermijn van maximaal drie maanden toestaan, met uitzondering van projecten in het kader van artikel 7bis, indien de werkgever het bewijs levert dat het verstrijken van de vervangingstermijn zonder indienstname van een gesubsidieerde contractueel niet aan hem te wijten is.
  Indien de gesubsidieerde contractueel niet binnen de vervangingstermijn in dienst werd genomen, vervalt het recht op de toegekende premie. "
Art. 8. L'article 12 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 12. § 1er. Le recrutement de contractuels subventionnés tels que visés aux articles 6bis, 7, 7bis et 8, doit s'opérer dans les six mois à compter du jour de la notification du contrat ou du contrat spécial. Pour les projets requérant une occupation en phases, les délais de recrutement ne prennent cours qu'aux dates fixées par le contrat ou par le contrat spécial. Passé ce délai, le droit à la prime octroyée échoit pour les places de travail inoccupées.
  § 2. A chaque modification de l'accord de projet, un nouveau délai de recrutement ou de remplacement de trois mois prend effet pour toutes les places de travail auxquelles la modification a trait, à l'exception des accords dans le cadre de l'article 7bis où le délai est de six mois. En cas de prolongation de l'accord, un nouveau délai de recrutement ou de remplacement de six mois prend effet pour toutes les places de travail.
  § 3. Un contractuel subventionné qui a quitté le service peut être remplacé, avec maintien de la prime allouée, dans les trois mois de la date à laquelle le contractuel à remplacer a quitté le service, à l'exception des projets dans le cadre de l'article 7bis où le délai est de six mois.
  Le ministre peut accorder une seule prolongation du délai de remplacement, pour trois mois au plus, à l'exception des projets dans le cadre de l'article 7bis, si l'employeur démontre que l'échéance de ce délai sans engagement d'un contractuel subventionné ne lui est pas imputable.
  Si le contractuel subventionné n'a pas été engagé pendant le délai de remplacement, le droit à la prime allouée devient nul. "
Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 april 2004.
Art. 9. Le présent arrêté produit ses effets le 1er avril 2004.
Art. 10. De minister vice-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme is belast met de uitvoering van het besluit.
  Brussel, 14 mei 2004.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  B. SOMERS
  De minister vice-president van de Vlaamse Regering, Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme,
  R. LANDUYT.
Art. 10. Le Ministre Vice-Président du Gouvernement flamand et Ministre flamand de l'Emploi et du Tourisme est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 14 mai 2004.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  B. SOMERS
  Le Ministre Vice-Président du Gouvernement flamand et Ministre flamand de l'Emploi et du Tourisme,
  R. LANDUYT.