Artikel 1. Aan artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs, vervangen bij het besluit van 15 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in a) worden tussen de woorden " bestuurs- en onderwijzend personeel " en " van de instellingen " de woorden " en van het opvoedend hulppersoneel " gevoegd;
2° c) wordt vervangen door wat volgt :
" c) de leden van het opvoedend hulppersoneel van het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs, dat zorgt voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling; ";
3° e) wordt vervangen door wat volgt :
" e) de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het sociaal, het medisch en het psychologisch personeel van de medisch-pedagogische instituten, de opvangcentra, semi-internaten, en de internaten van de instituten van het buitengewoon secundair onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap; ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 NOVEMBER 2003. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs.
Titre
28 NOVEMBRE 2003. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 2004036362
Datum: 2003-11-28
Info du document
Tekst (46)
Texte (47)
Article 1. A l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° sous a) les mots " et du personnel auxiliaire d'éducation " sont insérés entre les mots " personnel directeur et enseignant " et les mots " des établissements ";
le 2° c) est remplacé par la disposition suivante :
" c) les membres du personnel auxiliaire d'éducation du foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance; ";
le 3° e) est remplacé par la disposition suivante :
" e) les membres du personnel administratif et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel social, médical et psychologique des instituts médico-pédagogiques, des centres d'accueil, des semi-internats, et des internats des instituts de l'enseignement secondaire spécial, organisés par la Communauté flamande; ".
1° sous a) les mots " et du personnel auxiliaire d'éducation " sont insérés entre les mots " personnel directeur et enseignant " et les mots " des établissements ";
le 2° c) est remplacé par la disposition suivante :
" c) les membres du personnel auxiliaire d'éducation du foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil résidentiel de jeunes dans le cadre du régime d'aide et d'assistance; ";
le 3° e) est remplacé par la disposition suivante :
" e) les membres du personnel administratif et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel social, médical et psychologique des instituts médico-pédagogiques, des centres d'accueil, des semi-internats, et des internats des instituts de l'enseignement secondaire spécial, organisés par la Communauté flamande; ".
Art. 2. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
d) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
e) het getuigschrift van normaalleergangen, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1993 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
f) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
g) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
h) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. "
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
d) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
e) het getuigschrift van normaalleergangen, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1993 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
f) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
g) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
h) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. "
Art. 2. L'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
d) le certificat de cours normaux techniques moyens;
e) le certificat de cours normaux, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1997 inclus cela n'a aucune répercussion pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
f) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
g) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
h) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le titulaire du diplôme de licencié, qui est également titulaire du diplôme d'AESI, ce dernier diplôme est assimilé au diplôme d'AESS, avec la restriction toutefois que pour la période du 1 septembre 1990 au 31 août 1991 inclus cela n'a aucune répercussion pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. "
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
d) le certificat de cours normaux techniques moyens;
e) le certificat de cours normaux, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1997 inclus cela n'a aucune répercussion pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
f) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
g) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
h) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le titulaire du diplôme de licencié, qui est également titulaire du diplôme d'AESI, ce dernier diplôme est assimilé au diplôme d'AESS, avec la restriction toutefois que pour la période du 1 septembre 1990 au 31 août 1991 inclus cela n'a aucune répercussion pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. "
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
d) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
e) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1993 tot en met 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
f) het getuigschrift van normaalleergangen;
g) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
h) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
i) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
d) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
e) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1993 tot en met 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
f) het getuigschrift van normaalleergangen;
g) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
h) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
i) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
Art. 3. L'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
e) le certificat de cours normaux techniques moyens, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1993 au 31 août 1995 inclus cela n'a aucune répercussion pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
f) le certificat de cours normaux;
g) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
h) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
i) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE. "
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
e) le certificat de cours normaux techniques moyens, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1993 au 31 août 1995 inclus cela n'a aucune répercussion pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
f) le certificat de cours normaux;
g) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
h) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
i) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE. "
Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
d) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
e) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
f) het getuigschrift van normaalleergangen met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot en met 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
g) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
h) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
i) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
j) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
k) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
l) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
m) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
d) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
e) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
f) het getuigschrift van normaalleergangen met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot en met 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
g) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
h) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
i) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
j) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
k) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
l) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
m) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
Art. 4. L'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
e) le certificat de cours normaux techniques moyens;
f) le certificat de cours normaux, avec la restriction toutefois que pour la période du 1 septembre 1995 au 31 août 1997 inclus cela n'a aucune répercussion pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
g) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
h) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
i) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
j) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
k) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
l) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
m) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE. "
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
e) le certificat de cours normaux techniques moyens;
f) le certificat de cours normaux, avec la restriction toutefois que pour la période du 1 septembre 1995 au 31 août 1997 inclus cela n'a aucune répercussion pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs pour ce qui est de la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
g) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
h) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
i) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
j) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
k) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
l) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
m) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE. "
Art. 5. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
d) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
f) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
g) het getuigschrift van normaalleergangen;
h) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
i) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
j) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
k) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
l) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
m) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
n) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
d) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
f) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
g) het getuigschrift van normaalleergangen;
h) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
i) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
j) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
k) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
l) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
m) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
n) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
Art. 5. L'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
2° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2, en abrégé AES - groupe 2;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
f) le certificat de cours normaux techniques moyens;
g) le certificat de cours normaux;
h) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
i) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
j) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
k) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
l) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
m) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
n) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE. "
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
2° le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2, en abrégé AES - groupe 2;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
f) le certificat de cours normaux techniques moyens;
g) le certificat de cours normaux;
h) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
i) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
j) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
k) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
l) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
m) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
n) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE. "
Art. 6. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
d) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
f) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
g) het getuigschrift van normaalleergangen;
h) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
i) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
j) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
k) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
l) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
m) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
n) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
o) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
d) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
f) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
g) het getuigschrift van normaalleergangen;
h) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
i) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
j) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
k) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
l) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
m) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
n) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
o) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
Art. 6. L'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2, en abrégé AES - groupe 2;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
f) le certificat de cours normaux techniques moyens;
g) le certificat de cours normaux;
h) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
i) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
j) le diplôme de la formation continuée des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage';
k) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
l) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
m) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
n) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
o) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE. "
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2, en abrégé AES - groupe 2;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
f) le certificat de cours normaux techniques moyens;
g) le certificat de cours normaux;
h) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
i) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
j) le diplôme de la formation continuée des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage';
k) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
l) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
m) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
n) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
o) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE. "
Art. 7. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
d) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
f) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
g) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
h) het getuigschrift van normaalleergangen;
i) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
j) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
k) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
l) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
m) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
n) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
o) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
p) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
d) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
f) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
g) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
h) het getuigschrift van normaalleergangen;
i) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
j) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
k) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
l) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
m) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
n) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
o) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
p) het getuigschrift van pedagogische leergangen.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
Art. 7. L'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
f) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
g) le certificat de cours normaux techniques moyens;
h) le certificat de cours normaux;
i) le diplôme de la formation continuée des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage';
j) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
k) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
l) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
m) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
n) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
o) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
p) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE. "
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
f) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
g) le certificat de cours normaux techniques moyens;
h) le certificat de cours normaux;
i) le diplôme de la formation continuée des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage';
j) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
k) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
l) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
m) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
n) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
o) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
p) le certificat de cours pédagogiques.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE. "
Art. 8. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
d) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
f) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
g) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
h) het getuigschrift van normaalleergangen;
i) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
j) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
k) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
l) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
m) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
n) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
o) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
p) het getuigschrift van pedagogische leergangen;
q) het diploma van kleuteronderwijzer, behalve voor de internaten van de instituten van het buitengewoon secundair onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, de semi-internaten, de opvangcentra, de medisch-pedagogische instituten en de tehuizen voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben;
r) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs, behalve voor de internaten van de instituten van het buitengewoon secundair onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, de semi-internaten, de opvangcentra, de medisch-pedagogische instituten en de tehuizen voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben;
s) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs, behalve voor de internaten van de instituten van het buitengewoon secundair onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, de semi-internaten, de opvangcentra, de medisch-pedagogische instituten en de tehuizen voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de instellingen van het buitengewoon basis- en secundair onderwijs wordt voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van een diploma of getuigschrift, genoemd in § 2, dit laatste gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO.
§ 5. Voor de internaten van de instituten van het buitengewoon secundair onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, de semi-internaten, de opvangcentra, de medisch-pedagogische instituten, wordt voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, dit laatste gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
d) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
f) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
g) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
h) het getuigschrift van normaalleergangen;
i) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
j) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
k) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
l) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
m) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
n) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
o) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
p) het getuigschrift van pedagogische leergangen;
q) het diploma van kleuteronderwijzer, behalve voor de internaten van de instituten van het buitengewoon secundair onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, de semi-internaten, de opvangcentra, de medisch-pedagogische instituten en de tehuizen voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben;
r) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs, behalve voor de internaten van de instituten van het buitengewoon secundair onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, de semi-internaten, de opvangcentra, de medisch-pedagogische instituten en de tehuizen voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben;
s) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs, behalve voor de internaten van de instituten van het buitengewoon secundair onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, de semi-internaten, de opvangcentra, de medisch-pedagogische instituten en de tehuizen voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs.
§ 4. Voor de instellingen van het buitengewoon basis- en secundair onderwijs wordt voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van een diploma of getuigschrift, genoemd in § 2, dit laatste gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO.
§ 5. Voor de internaten van de instituten van het buitengewoon secundair onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, de semi-internaten, de opvangcentra, de medisch-pedagogische instituten, wordt voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, dit laatste gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. "
Art. 8. L'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
f) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
g) le certificat de cours normaux techniques moyens;
h) le certificat de cours normaux;
i) le diplôme de la formation continuée des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage';
j) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
k) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
l) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
m) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
n) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
o) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
p) le certificat de cours pédagogiques;
q) le diplôme d'instituteur préscolaire, sauf pour les internats des instituts de l'enseignement secondaire spécial du réseau communautaire, les semi-internats, les centres d'accueil, les instituts médico-pédagogiques et les homes pour enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe;
r) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel, sauf pour les internats des instituts de l'enseignement secondaire spécial du réseau communautaire, les semi-internats, les centres d'accueil, les instituts médico-pédagogiques et les homes pour enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe;
s) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire, sauf pour les internats des instituts de l'enseignement secondaire spécial du réseau communautaire, les semi-internats, les centres d'accueil, les instituts médico-pédagogiques et les homes pour enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe;
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire d'un diplôme ou certificat, visé au § 2, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE, pour ce qui est des établissements de l'enseignement fondamental et secondaire spécial.
§ 5. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE, pour ce qui est des internats des instituts de l'enseignement secondaire spécial du réseau communautaire, des semi-internats, des centres d'accueil et des instituts médico-pédagogiques. "
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
f) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
g) le certificat de cours normaux techniques moyens;
h) le certificat de cours normaux;
i) le diplôme de la formation continuée des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage';
j) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
k) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
l) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
m) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
n) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
o) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
p) le certificat de cours pédagogiques;
q) le diplôme d'instituteur préscolaire, sauf pour les internats des instituts de l'enseignement secondaire spécial du réseau communautaire, les semi-internats, les centres d'accueil, les instituts médico-pédagogiques et les homes pour enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe;
r) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel, sauf pour les internats des instituts de l'enseignement secondaire spécial du réseau communautaire, les semi-internats, les centres d'accueil, les instituts médico-pédagogiques et les homes pour enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe;
s) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire, sauf pour les internats des instituts de l'enseignement secondaire spécial du réseau communautaire, les semi-internats, les centres d'accueil, les instituts médico-pédagogiques et les homes pour enfants dont les parents n'ont pas de résidence fixe;
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement.
§ 4. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire d'un diplôme ou certificat, visé au § 2, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE, pour ce qui est des établissements de l'enseignement fondamental et secondaire spécial.
§ 5. Pour le porteur du diplôme de licencié qui est également titulaire du diplôme AESI, ce dernier est assimilé au diplôme AESS ou AE, pour ce qui est des internats des instituts de l'enseignement secondaire spécial du réseau communautaire, des semi-internats, des centres d'accueil et des instituts médico-pédagogiques. "
Art. 9. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
d) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
f) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
g) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
h) het getuigschrift van normaalleergangen;
i) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
j) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
k) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
l) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
m) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
n) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
o) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
p) het getuigschrift van pedagogische leergangen;
q) het diploma van kleuteronderwijzer;
r) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
s) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs. "
" Art. 4. § 1. Een bekwaamheidsbewijs bestaat uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en/of nuttige ervaring.
§ 2. Onder bewijs van pedagogische bekwaamheid wordt verstaan :
a) het diploma van onderwijzer;
b) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, afgekort GHSO;
c) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2, afgekort GVSO-groep 2;
d) het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs, afgekort GVO;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, afgekort GLSO;
f) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, afgekort GVSO-groep 1;
g) het getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;
h) het getuigschrift van normaalleergangen;
i) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;
j) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;
k) het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;
l) het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;
m) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;
n) het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
o) het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;
p) het getuigschrift van pedagogische leergangen;
q) het diploma van kleuteronderwijzer;
r) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs;
s) het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs.
§ 3. Het bekwaamheidsbewijs tot het geven van buitengewoon onderwijs kan eveneens worden afgeleverd door de instanties, bedoeld in artikel 75, § 1, van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs. "
Art. 9. L'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
f) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
g) le certificat de cours normaux techniques moyens;
h) le certificat de cours normaux;
i) le diplôme de la formation continuée des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage';
j) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
k) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
l) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
m) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
n) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
o) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
p) le certificat de cours pédagogiques;
q) le diplôme d'instituteur préscolaire;
r) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
s) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement. "
" Art. 4. § 1er. Un titre consiste d'un diplôme de base, éventuellement complété d'un titre d'aptitudes pédagogiques et/ou de l'expérience utile.
§ 2. Par certificat d'aptitudes pédagogiques, il faut entendre :
a) le diplôme d'instituteur primaire;
b) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, en abrégé AESS;
c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 2, en abrégé AES-groupe 2;
d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement, en abrégé AE;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, en abrégé AESI;
f) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1, en abrégé AES-groupe 1;
g) le certificat de cours normaux techniques moyens;
h) le certificat de cours normaux;
i) le diplôme de la formation continuée des enseignants encadrement renforcé et cours de rattrapage';
j) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial;
k) le diplôme d'études complémentaires d'agrégé de l'enseignement spécial et de l'enseignement de rattrapage;
l) le diplôme d'études complémentaires d'enseignant de rattrapage;
m) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement spécial;
n) le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial;
o) le certificat d'aptitudes pédagogiques;
p) le certificat de cours pédagogiques;
q) le diplôme d'instituteur préscolaire;
r) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
s) le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire.
§ 3. Le certificat d'aptitude à l'enseignement spécial peut également être délivré par les instances, visées à l'article 75, § 1er, du décret du 5 juillet 1989 relatif à l'enseignement. "
Art. 10. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan § 1 wordt de volgende zin toegevoegd :
" Ze kunnen eveneens uitgereikt zijn na het volgen van een opleiding die door wet of decreet gelijkgesteld is met een opleiding aan een Belgische universiteit of een door de staat of door de gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling. " ;
2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. Vanaf 1 september 2001 heeft de bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer, zoals bedoeld in het decreet van 1 september 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, de bevoegdheid om de attesten uit te reiken die opgenomen zijn in de bijlagen bij dit besluit van de leermeester niet-confessionele zedenleer en voor de leraar niet-confessionele zedenleer, ter aanvulling van het basisdiploma. ".
1° aan § 1 wordt de volgende zin toegevoegd :
" Ze kunnen eveneens uitgereikt zijn na het volgen van een opleiding die door wet of decreet gelijkgesteld is met een opleiding aan een Belgische universiteit of een door de staat of door de gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling. " ;
2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. Vanaf 1 september 2001 heeft de bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer, zoals bedoeld in het decreet van 1 september 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, de bevoegdheid om de attesten uit te reiken die opgenomen zijn in de bijlagen bij dit besluit van de leermeester niet-confessionele zedenleer en voor de leraar niet-confessionele zedenleer, ter aanvulling van het basisdiploma. ".
Art. 10. A l'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 1997, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er est complété par la phrase suivante :
" Ils peuvent également être délivrés après participation à une formation assimilée en vertu d'une loi ou d'un décret à une formation dispensée par une université belge ou un établissement d'enseignement organisé, subventionné ou agréé par l'Etat ou la Communauté. ";
2° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. A partir du 1er septembre 2001, l'instance compétente de la morale non confessionnelle concernée, telle que visée au décret du 1er septembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, est habilitée à délivrer les attestations annexées au présent arrêté de maître de morale non confessionnelle et de professeur de morale non confessionnelle, en complément au diplôme de base. ".
1° le § 1er est complété par la phrase suivante :
" Ils peuvent également être délivrés après participation à une formation assimilée en vertu d'une loi ou d'un décret à une formation dispensée par une université belge ou un établissement d'enseignement organisé, subventionné ou agréé par l'Etat ou la Communauté. ";
2° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. A partir du 1er septembre 2001, l'instance compétente de la morale non confessionnelle concernée, telle que visée au décret du 1er septembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, est habilitée à délivrer les attestations annexées au présent arrêté de maître de morale non confessionnelle et de professeur de morale non confessionnelle, en complément au diplôme de base. ".
Art. 11. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, met voor deze diploma's de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, en de diploma's van doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, met voor deze diploma's de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, en de diploma's van doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad;
17° het diploma van kandidaat uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
d) het diploma van secundair onderwijs, met voor dit diploma de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. "
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, met voor deze diploma's de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, en de diploma's van doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, met voor deze diploma's de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, en de diploma's van doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad;
17° het diploma van kandidaat uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
d) het diploma van secundair onderwijs, met voor dit diploma de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. "
Art. 11. L'article 7 du même arrêté, modifié par le décret du 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, avec la restriction en ce qui concerne ces diplômes que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et les diplômes de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, avec la restriction en ce qui concerne ces diplômes que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et les diplômes de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivrés par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
d) le diplôme de l'enseignement secondaire, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. "
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, avec la restriction en ce qui concerne ces diplômes que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et les diplômes de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, avec la restriction en ce qui concerne ces diplômes que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et les diplômes de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivrés par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
d) le diplôme de l'enseignement secondaire, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. "
Art. 12. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 19 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, met voor deze diploma's de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, en de diploma's van doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, met voor deze diploma's de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, en de diploma's van doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
f) het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
i) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad;
17° het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
d) het diploma van secundair onderwijs, met voor deze diploma's de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. ".
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, met voor deze diploma's de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, en de diploma's van doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, met voor deze diploma's de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, en de diploma's van doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
f) het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
i) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad;
17° het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
d) het diploma van secundair onderwijs, met voor deze diploma's de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. ".
Art. 12. L'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 19 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, avec la restriction en ce qui concerne ces diplômes que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et les diplômes de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, avec la restriction en ce qui concerne ces diplômes que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et les diplômes de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
f) le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
i) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivrés par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
d) le diplôme de l'enseignement secondaire, avec la restriction en ce qui concerne ces diplômes que, pour la periode du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel, avec la restriction que, pour la periode du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. ".
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, avec la restriction en ce qui concerne ces diplômes que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et les diplômes de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, avec la restriction en ce qui concerne ces diplômes que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et les diplômes de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
f) le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
i) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivrés par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
d) le diplôme de l'enseignement secondaire, avec la restriction en ce qui concerne ces diplômes que, pour la periode du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel, avec la restriction que, pour la periode du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. ".
Art. 13. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 19 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
f) het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
i) het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
j) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad;
17° het diploma van kandidaat uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° a) het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
b) het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
c) het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
d) het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
d) het diploma van secundair onderwijs;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs. "
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
f) het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
i) het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
j) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad;
17° het diploma van kandidaat uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° a) het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
b) het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
c) het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
d) het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
d) het diploma van secundair onderwijs;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs. "
Art. 13. L'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 19 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivres par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
f) le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " a Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'Annee académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrége de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
i) le diplôme de gradué en sciences religieuses;
j) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivrés par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° a) le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
b) le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme en nursing psychiatrique;
d) le diplôme en nursing hospitalier;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme de l'enseignement secondaire;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel. "
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivres par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
f) le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " a Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'Annee académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrége de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
i) le diplôme de gradué en sciences religieuses;
j) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivrés par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° a) le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
b) le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme en nursing psychiatrique;
d) le diplôme en nursing hospitalier;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme de l'enseignement secondaire;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel. "
Art. 14. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 19 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
f) het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
i) het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
j) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
k) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
l) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie;
17° het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° a) het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
b) het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
c) het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
d) het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
d) het diploma van secundair onderwijs;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs. "
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
f) het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
i) het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
j) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
k) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
l) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie;
17° het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° a) het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
b) het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
c) het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
d) het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
d) het diploma van secundair onderwijs;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs. "
Art. 14. L'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 19 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilite par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
f) le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
i) le diplôme de gradué en sciences religieuses;
j) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
k) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
l) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivré par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° a) le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
b) le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme en nursing psychiatrique;
d) le diplôme en nursing hospitalier;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme de l'enseignement secondaire;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel. "
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilite par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
f) le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
i) le diplôme de gradué en sciences religieuses;
j) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
k) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
l) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivré par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° a) le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
b) le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme en nursing psychiatrique;
d) le diplôme en nursing hospitalier;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme de l'enseignement secondaire;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel. "
Art. 15. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 19 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
f) het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
i) het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
j) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
k) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
l) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie;
17° het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° a) het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
b) het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
c) het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
d) het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
e) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 4, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
d) het diploma van secundair onderwijs;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 3, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 3, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 2, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 2, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. "
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
f) het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
i) het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
j) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
k) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
l) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie;
17° het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° a) het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
b) het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
c) het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
d) het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
e) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 4, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
d) het diploma van secundair onderwijs;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 3, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 3, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 2, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 2, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. "
Art. 15. L'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 19 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencie, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivre à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
f) le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrége de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
i) le diplôme de gradué en sciences religieuses;
j) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
k) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
l) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivré par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° a) le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
b) le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme en nursing psychiatrique;
d) le diplôme en nursing hospitalier;
e) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 4, avec la restriction que, pour la periode du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
d) le diplôme de l'enseignement secondaire;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 2, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 2, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. "
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencie, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivre à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
f) le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrége de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
i) le diplôme de gradué en sciences religieuses;
j) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
k) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
l) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivré par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° a) le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
b) le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme en nursing psychiatrique;
d) le diplôme en nursing hospitalier;
e) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 4, avec la restriction que, pour la periode du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
d) le diplôme de l'enseignement secondaire;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 2, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 2, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 inclus, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail. "
Art. 16. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 19 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
f) het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
i) het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
j) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
k) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
m) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie of van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
17° het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° a) het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
b) het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
c) het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
d) het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
e) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 4;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
d) het diploma van secundair onderwijs;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 3;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 3;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 2;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 2. "
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1° de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2° de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3° het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
b) het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
c) het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
d) het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
e) de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
f) het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
5° het diploma van de officieren die voor 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
6° het diploma van architect, interieurarchitect, of van industrieel ingenieur;
7° het diploma van technisch ingenieur;
8° het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
9° het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
10° a) het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
c) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt, na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
d) het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
e) het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
f) het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
g) het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
11° het diploma van een aspirant-officier ter lange omvaart;
12° het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
13° a) het diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
b) het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
c) het diploma van de eerste cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
14° a) het diploma van hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
b) het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
c) het diploma van onderwijzer;
d) het diploma van kleuteronderwijzer;
e) het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, of het diploma van regent(es);
f) het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
g) het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
h) het diploma van een basisopleiding van één cyclus;
i) het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
j) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
k) het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
m) het diploma van virtuositeit, het hoger diploma en het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
15° het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
16° het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie of van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
17° het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
18° de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
19° het getuigschrift, uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor dans en danspedagogiek;
20° a) het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
b) het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
c) het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
d) het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
e) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 4;
21° het finaliteitsdiploma van kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
22° a) het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
c) het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
d) het diploma van secundair onderwijs;
23° a) een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 3;
24° a) een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
25° a) een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 3;
26° a) een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 2;
27° a) een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
b) een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;
c) een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 2. "
Art. 16. L'article 7 du même arrêté, modifie par l'arrêté du 19 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
f) le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
i) le diplôme de gradué en sciences religieuses;
j) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
k) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
l) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivrés par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur, délivré par une centre d'éducation des adultes;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° a) le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
b) le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme en nursing psychiatrique;
d) le diplôme en nursing hospitalier;
e) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 4;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
d) le diplôme de l'enseignement secondaire;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 3;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 3;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 2;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 2. "
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1° les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2° les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3° le diplôme de l'enseignement technique supérieur du troisième degré;
4° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
d) l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
e) le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
f) le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
5° le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
6° le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
7° le diplôme d'ingénieur technicien;
8° le diplôme universitaire de conducteur civil;
9° le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
10° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins quatre années d'études;
c) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 après un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
d) le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
e) le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
f) le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
g) le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
11° le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
12° le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
13° a) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
b) le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré après un cycle d'au moins deux années d'études;
c) le diplôme du premier cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
14° a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
b) le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
c) le diplôme d'instituteur primaire;
d) le diplôme d'instituteur préscolaire;
e) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent;
f) le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent pour les écoles moyennes;
g) le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
h) le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
i) le diplôme de gradué en sciences religieuses;
j) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
k) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
l) le diplôme de virtuosité, le diplôme supérieur et le diplôme du premier prix, délivrés par un établissement de l'enseignement supérieur de la musique;
15° le diplôme d'un cours technique supérieur du deuxième degré;
16° le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur, délivré par une centre d'éducation des adultes;
17° le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
18° les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
19° le certificat délivré par les Cours supérieurs de l'Etat de la danse et de la pédagogie de la danse;
20° a) le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
b) le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
c) le diplôme en nursing psychiatrique;
d) le diplôme en nursing hospitalier;
e) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 4;
21° le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
22° a) le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
c) le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
d) le diplôme de l'enseignement secondaire;
23° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 3;
24° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire artistique;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
25° a) un titre du niveau supérieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 3;
26° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire technique;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 2;
27° a) un titre du niveau inférieur de l'enseignement secondaire professionnel;
b) un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
c) un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 2. "
Art. 17. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 19 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1. de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2. de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur,
apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3. het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4. het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig
leerplan;
5. het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
6. het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
7. het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
8. de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
9. het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
10. het diploma van de officieren die vóór 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
11. het diploma van architect, interieurarchitect of van industrieel ingenieur;
12. het diploma van technisch ingenieur;
13. het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
14. het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
15. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
16. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
17. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan voor 1
september 1969, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
18. het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
19. het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in het academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
20. het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
21. het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar
1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedebouw in Antwerpen;
22. het diploma van aspirant-officier ter lange omvaart;
23. het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
24. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
25. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
26. het diploma van de eerste cyclus uiterlijk in academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium met uitzondering van het diploma van kandidaat;
27. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig
leerplan;
28. het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
29. het diploma van onderwijzer;
30. het diploma van kleuteronderwijzer;
31. het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het
diploma van regent(es);
32. het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
33. het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
34. het diploma van een basisopleiding in één cyclus;
35. het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
36. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
37. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
38. het diploma van leraar dans;
39. a) de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
b) de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen, voorzover de kandidaten geslaagd zijn voor de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
40. het diploma van virtuositeit en het hoger diploma, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
41. het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie of van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
43. het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
44. het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
45. de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
46. het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans;
47. het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
48. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 4;
49. het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
50. het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
51. het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
52. het finaliteitsdiploma van het kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
53. het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
54. het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
55. het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
56. het diploma van secundair onderwijs;
57. een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
58. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
59. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 3;
60. een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
61. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
62. een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
63. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
64. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 3;
65. een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
66. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
67. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 2;
68. een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
69. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;
70. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 2. "
" Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit worden als een in artikel 4, § 1, bedoeld basisdiploma beschouwd :
1. de diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur, apotheker of licentiaat, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden;
2. de andere diploma's van arts, tandarts, dierenarts, doctor, ingenieur,
apotheker of licentiaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie, indien de duur van de studies ten minste vier jaar bedraagt, zelfs als een gedeelte van de studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht;
3. het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad;
4. het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig
leerplan;
5. het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
6. het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
7. het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
8. de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
9. het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
10. het diploma van de officieren die vóór 1 januari 1965 met vrucht hun studies hebben volbracht aan de Oefenschool bij de Koninklijke Militaire School of aan de polytechnische afdeling van die school;
11. het diploma van architect, interieurarchitect of van industrieel ingenieur;
12. het diploma van technisch ingenieur;
13. het universitair diploma van burgerlijk conducteur;
14. het diploma van een hogere technische school van de tweede graad;
15. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
16. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
17. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan voor 1
september 1969, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;
18. het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
19. het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in het academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
20. het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
21. het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar
1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedebouw in Antwerpen;
22. het diploma van aspirant-officier ter lange omvaart;
23. het diploma van officier-werktuigkundige eerste klasse;
24. het diploma van het hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;
25. het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;
26. het diploma van de eerste cyclus uiterlijk in academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium met uitzondering van het diploma van kandidaat;
27. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig
leerplan;
28. het diploma van een hogere technische school van de eerste graad;
29. het diploma van onderwijzer;
30. het diploma van kleuteronderwijzer;
31. het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het
diploma van regent(es);
32. het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
33. het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
34. het diploma van een basisopleiding in één cyclus;
35. het diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
36. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
37. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
38. het diploma van leraar dans;
39. a) de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
b) de vergunning van beroepsbestuurder of beroepsvliegtuigbestuurder, uitgereikt of erkend door het Bestuur der Luchtvaart of door het Directoraat-generaal Luchtvaart, met de bevoegdheidsverklaring instrumentvliegen, voorzover de kandidaten geslaagd zijn voor de examens over de algemene kennis voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, lijnvliegtuigbestuurder of lijnpiloot, ongeacht de periode(s) waarvoor de vergunning geldt;
40. het diploma van virtuositeit en het hoger diploma, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
41. het diploma van een hogere technische leergang van de tweede graad;
42. het diploma van het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad of van hoger onderwijs voor sociale promotie of van hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
43. het diploma van eerste prijs, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
44. het diploma van kandidaat, uitgereikt krachtens de wet op het toekennen van de academische graden;
45. de andere diploma's van kandidaat, uitgereikt door een Belgische universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling, door een door de wet of door het decreet daartoe gemachtigde instelling of door een door de staat of de gemeenschap opgerichte examencommissie;
46. het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans;
47. het brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of leergang;
48. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 4;
49. het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
50. het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
51. het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
52. het finaliteitsdiploma van het kunstonderwijs, ingericht volgens beperkt leerplan;
53. het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
54. het gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad;
55. het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs;
56. het diploma van secundair onderwijs;
57. een studiebewijs van het niveau hoger technisch secundair onderwijs;
58. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het technisch secundair onderwijs;
59. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 3;
60. een studiebewijs van het niveau van hoger kunstsecundair onderwijs;
61. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs;
62. een studiebewijs van het niveau van hoger beroepssecundair onderwijs;
63. een studiebewijs van het niveau van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
64. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 3;
65. een studiebewijs van het niveau van lager technisch secundair onderwijs;
66. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;
67. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO 2;
68. een studiebewijs van het niveau van lager beroepssecundair onderwijs;
69. een studiebewijs van het niveau van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;
70. een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO 2. "
Art. 17. L'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 19 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1. les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2. les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3. le diplôme de l'enseignement supérieur technique du troisième degré;
4. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
5. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
6. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
7. l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
8. le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
9. le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
10. le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
11. le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
12. le diplôme d'ingénieur technicien;
13. le diplôme universitaire de conducteur civil;
14. le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
15. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
16. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années études;
17. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
18. le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
19. le diplôme du deuxième cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique;
20. le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
21. le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
22. le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
23. le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
24. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
25. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré au terme d'un cycle d'au moins deux années d'études;
26. le diplôme du premier cycle, délivré au plus tard dans Annee académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique à l'exception du diplôme de candidat;
27. le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
28. le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
29. le diplôme d'instituteur primaire;
30. le diplôme d'instituteur préscolaire;
31. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
32. le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
33. le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
34. le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
35. le diplôme de gradué en sciences religieuses;
36. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
37. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
38. le diplôme de professeur de danse;
39.
a) une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la période de validité de la licence;
b) la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle que soit la période de validité de la licence;
40. le diplôme de virtuosité et le diplôme supérieur, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de musique;
41. le diplôme d'un cours supérieur technique du deuxième degré;
42. le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur, délivré par une centre d'éducation des adultes;
43. le diplôme de premier prix, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
44. le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
45. les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
46. le certificat d'aptitudes pédagogiques de danse;
47. le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
48. un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 4;
49. le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
50. le diplôme en nursing psychiatrique;
51. le diplôme en nursing hospitalier;
52. le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
53. le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
54. le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
55. le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
56. le diplôme de l'enseignement secondaire;
57. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique supérieur;
58. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
59. un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 3;
60. un titre du niveau de l'enseignement secondaire artistique supérieur;
61. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
62. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel supérieur;
63. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
64. un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 3;
65. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique inférieur;
66. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
67. un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 2;
68. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel inférieur;
69. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
70. un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 2. "
" Art. 7. Pour l'application du présent arrêté, sont considérés comme un diplôme de base tel que visé à l'article 4, § 1er :
1. les diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés conformément à la législation sur les grades académiques;
2. les autres diplômes de médecin, de dentiste, de médecin vétérinaire, de docteur, d'ingénieur, de pharmacien ou de licencié, délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement habilité par la loi ou par le décret ou par un jury institué à cet effet par l'Etat ou la Communauté, si la durée des études comprend quatre années au moins, même si une partie des études n'a pas été parcourue dans un des établissements d'enseignement susmentionnés;
3. le diplôme de l'enseignement supérieur technique du troisième degré;
4. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
5. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
6. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
7. l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
8. le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
9. le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
10. le diplôme des officiers qui, avant le 1er janvier 1965, ont terminé avec succès leurs études à l'Ecole d'application de l'Ecole royale militaire ou à la section polytechnique de cette Ecole;
11. le diplôme d'architecte, d'architecte d'intérieur ou d'ingénieur industriel;
12. le diplôme d'ingénieur technicien;
13. le diplôme universitaire de conducteur civil;
14. le diplôme d'une école supérieure technique du deuxième degré;
15. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
16. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années études;
17. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études par un établissement des arts plastiques;
18. le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
19. le diplôme du deuxième cycle, délivré au plus tard dans l'année académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique;
20. le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
21. le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
22. le diplôme d'aspirant-officier au long cours;
23. le diplôme d'officier-mécanicien de 1re classe;
24. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré de plein exercice;
25. le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré au terme d'un cycle d'au moins deux années d'études;
26. le diplôme du premier cycle, délivré au plus tard dans Annee académique 1994-1995 par un Conservatoire royal de Musique à l'exception du diplôme de candidat;
27. le diplôme de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice;
28. le diplôme d'une école supérieure technique du premier degré;
29. le diplôme d'instituteur primaire;
30. le diplôme d'instituteur préscolaire;
31. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
32. le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
33. le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
34. le diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
35. le diplôme de gradué en sciences religieuses;
36. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
37. le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
38. le diplôme de professeur de danse;
39.
a) une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la période de validité de la licence;
b) la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle que soit la période de validité de la licence;
40. le diplôme de virtuosité et le diplôme supérieur, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de musique;
41. le diplôme d'un cours supérieur technique du deuxième degré;
42. le diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale de type court ou d'un cours technique supérieur du premier degré ou de l'enseignement supérieur de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur, délivré par une centre d'éducation des adultes;
43. le diplôme de premier prix, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
44. le diplôme de candidat, délivré en vertu de la loi sur la collation des grades académiques;
45. les autres diplômes de candidat délivrés par une université belge ou un établissement y assimilé, par un établissement y autorisé par la loi ou par le décret ou par un jury créé par l'Etat ou la Communauté;
46. le certificat d'aptitudes pédagogiques de danse;
47. le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) complémentaire;
48. un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 4;
49. le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
50. le diplôme en nursing psychiatrique;
51. le diplôme en nursing hospitalier;
52. le diplôme de finalité de l'enseignement artistique à horaire réduit;
53. le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur;
54. le certificat homologué de l'enseignement moyen du degré supérieur;
55. le diplôme homologué de l'enseignement secondaire;
56. le diplôme de l'enseignement secondaire;
57. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique supérieur;
58. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire technique;
59. un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 3;
60. un titre du niveau de l'enseignement secondaire artistique supérieur;
61. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique;
62. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel supérieur;
63. un titre du niveau du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
64. un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 3;
65. un titre du niveau de l'enseignement secondaire technique inférieur;
66. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire technique;
67. un titre de l'éducation des adultes, classée TSO 2;
68. un titre du niveau de l'enseignement secondaire professionnel inférieur;
69. un titre du niveau du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
70. un titre de l'éducation des adultes, classée BSO 2. "
Art. 18. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
een van de basisdiploma's, vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
-het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
één van de basisdiploma's vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°, g, van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie, alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdeling, met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5° en 6° met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
a) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
b) het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
7°bis. GVO met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Engels-geschiedenis, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opleiding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal-Engels, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Nederlands, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's, vermeld onder punt 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
§ 2. Met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, moet voor de toepassing van dit besluit in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". ".
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
een van de basisdiploma's, vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
-het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
één van de basisdiploma's vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°, g, van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie, alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdeling, met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5° en 6° met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
a) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
b) het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
7°bis. GVO met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Engels-geschiedenis, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opleiding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal-Engels, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Nederlands, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's, vermeld onder punt 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
§ 2. Met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, moet voor de toepassing van dit besluit in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". ".
Art. 18. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
-un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : un titre de l'enseignement supérieur de type long;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
-le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivre au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
un des diplômes de base mentionnés à l'article 7, points 1° à 14°, g, inclus, du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
a) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
7°bis. AE, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9° AESI - cours généraux : - le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Anglais - Histoire, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Français - Géographie - Sciences économique
Français - Anglais, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Formation physique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique - eurythmie, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Anglais, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Langue maternelle - Histoire
Education à la musique
Education musicale, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;Néerlandais, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le titre de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la periode du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d')instituteur primaire;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
§ 2. Avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
-un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : un titre de l'enseignement supérieur de type long;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
-le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivre au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
un des diplômes de base mentionnés à l'article 7, points 1° à 14°, g, inclus, du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
a) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
b) le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
7°bis. AE, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9° AESI - cours généraux : - le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Anglais - Histoire, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Français - Géographie - Sciences économique
Français - Anglais, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Formation physique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique - eurythmie, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Anglais, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Langue maternelle - Histoire
Education à la musique
Education musicale, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;Néerlandais, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991 il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le titre de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la periode du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d')instituteur primaire;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
§ 2. Avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1991, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
Art. 19. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
een van de basisdiploma's, vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste 3 studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
een van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°, g, van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van
de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
7°bis. GVO met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- een van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18° met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt vóór 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling moet voor de toepassing van dit besluit in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". "
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
een van de basisdiploma's, vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste 3 studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
een van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°, g, van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van
de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
7°bis. GVO met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- een van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18° met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt vóór 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1991 tot 31 augustus 1995 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling moet voor de toepassing van dit besluit in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". "
Art. 19. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : un titre de l'enseignement supérieur de type long;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la periode du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés à l'article 7, points 1° à 14°, g, inclus, du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrége : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et a horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
7°bis. AE, avec la restriction que pour la periode du 1er septembre 1991 au 31 août 1995 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9° AESI - cours généraux : - le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires
Formation physique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique
Formation physique-eurythmie, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologue de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologue ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencie en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : un titre de l'enseignement supérieur de type long;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la periode du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés à l'article 7, points 1° à 14°, g, inclus, du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrége : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et a horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
7°bis. AE, avec la restriction que pour la periode du 1er septembre 1991 au 31 août 1995 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9° AESI - cours généraux : - le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires
Formation physique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique
Formation physique-eurythmie, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologue de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologue ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencie en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1991 au 31 août 1995, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
Art. 20. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
een van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°, g, van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad
- het diploma van de middelbare technische normaalschool met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6° met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van
de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
7°bis. GVO met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18° met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt vóór 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling, wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling moet voor de toepassing van dit besluit in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ".
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
een van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°, g, van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad
- het diploma van de middelbare technische normaalschool met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6° met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van
de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
7°bis. GVO met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18° met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt vóór 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1995 tot 31 augustus 1996 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling, wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling moet voor de toepassing van dit besluit in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ".
Art. 20. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
un des diplômes de base mentionnés aux points 1° a 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivre au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés à l'article 7, points 1° à 14°, g, inclus, du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- le diplôme d'une formation initiale d'un cycle.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrége de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
7°bis. AE, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires
Formation physique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique
Formation physique-eurythmie, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
10° ESPC avec certificat homologue de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivre par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°, avec la restriction que, pour la periode du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ".
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
un des diplômes de base mentionnés aux points 1° a 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivre au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés à l'article 7, points 1° à 14°, g, inclus, du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- le diplôme d'une formation initiale d'un cycle.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrége de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
7°bis. AE, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires
Formation physique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique
Formation physique-eurythmie, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
10° ESPC avec certificat homologue de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivre par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°, avec la restriction que, pour la periode du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1995 au 31 août 1996, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ".
Art. 21. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
een van de basisdiploma's vermeld onder artikel 7,1° tot en met 14°, h), van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van
de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
7°bis GVO met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken;
Lichamelijke opleiding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6e leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt vóór 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling moet voor de toepassing van dit besluit in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". "
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
een van de basisdiploma's vermeld onder artikel 7,1° tot en met 14°, h), van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van
de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
7°bis GVO met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan, gerangschikt in de categorie D, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken;
Lichamelijke opleiding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6e leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs) met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs), met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt vóór 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling moet voor de toepassing van dit besluit in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". "
Art. 21. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
- un des diplômes de base mentionnes aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 7,1° à 14°, h inclus, du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- le diplôme d'une formation initiale d'un cycle.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
7°bis AE, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires;
Formation physique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique
Formation physique-eurythmie, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
12° CEPSS avec certificat homologue de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
- un des diplômes de base mentionnes aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 7,1° à 14°, h inclus, du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- le diplôme d'une formation initiale d'un cycle.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
7°bis AE, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires;
Formation physique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique
Formation physique-eurythmie, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences, avec la restriction que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
12° CEPSS avec certificat homologue de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique) homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement professionnel secondaire inférieur, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le certificat de fin d'études de la troisième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel), avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
Art. 22. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
- een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
- een van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°, i), van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort : ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
7°bis GVO :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
7°ter GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs);
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's, vermeld onder punt 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- een van de basisdiploma's, vermeld onder de punt 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1september 1997 tot en met 31 augustus 2000 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs, met voor dit diploma de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2000 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2000 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt voor 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Voor de toepassing van dit besluit moet in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". "
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
- een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent;
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
- een van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°, i), van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort : ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
7°bis GVO :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
7°ter GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken
Lichamelijke opleiding
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het zevende vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs);
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's, vermeld onder punt 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- een van de basisdiploma's, vermeld onder de punt 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1september 1997 tot en met 31 augustus 2000 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs, met voor dit diploma de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2000 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2000 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt voor 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Voor de toepassing van dit besluit moet in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". "
Art. 22. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 14°, i) inclus, de l'article 7 du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrége : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, a l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
7°bis AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
7°ter AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires
Formation physique
Education physique
Education physique - eurythmie
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur
le diplôme d'agrégé de religion protestante dans l'enseignement secondaire inférieur
le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique);
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que vise au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrête;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2000, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel);
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement primaire, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2000, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement maternel, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2000, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 14°, i) inclus, de l'article 7 du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrége : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, a l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
7°bis AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
7°ter AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires
Formation physique
Education physique
Education physique - eurythmie
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur
le diplôme d'agrégé de religion protestante dans l'enseignement secondaire inférieur
le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique);
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que vise au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrête;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2000, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel);
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d')instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement primaire, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2000, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement maternel, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2000, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
Art. 23. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
- een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent,
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
- één van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°, k), van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort : ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
7°bis GVO
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
7°ter GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
8°bis. GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken;
Lichamelijke opleiding
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
9°bis. GVSO-groep 1 voor de algemene vakken of GVSO-groep 1 algemene vorming : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens één van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie;
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6e leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs);
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2001 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2001 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2001 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt vóór 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Voor de toepassing van dit besluit moet in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". "
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
- een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste drie studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent,
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
- één van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°, k), van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort : ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
7°bis GVO
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
7°ter GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
8°bis. GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken;
Lichamelijke opleiding
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
9°bis. GVSO-groep 1 voor de algemene vakken of GVSO-groep 1 algemene vorming : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens één van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie;
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6e leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs);
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2001 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2001 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2000 tot 31 augustus 2001 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt vóór 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Voor de toepassing van dit besluit moet in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". "
Art. 23. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrête, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 14°, k) inclus, de l'article 7 du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
7°bis AE
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
7°ter AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
8°bis. AES - groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires;
Formation physique
Education physique
Education physique - eurythmie
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur
- le diplôme d'agrégé de religion protestante dans l'enseignement secondaire inférieur
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur
9°bis. AES-groupe 1 - cours généraux ou AES-groupe 1 - formation générale : le diplôme de AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie;
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel)
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
- le certificat études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique);
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2001, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel);
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d') instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement primaire, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2001, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement maternel, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2001, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
§ 2. Pour l'application du présent arrête, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrête, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 14°, k) inclus, de l'article 7 du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
7°bis AE
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
7°ter AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
8°bis. AES - groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires;
Formation physique
Education physique
Education physique - eurythmie
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur
- le diplôme d'agrégé de religion protestante dans l'enseignement secondaire inférieur
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur
9°bis. AES-groupe 1 - cours généraux ou AES-groupe 1 - formation générale : le diplôme de AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie;
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel)
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
- le certificat études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique);
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2001, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel);
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d') instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement primaire, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2001, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement maternel, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2001, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
§ 2. Pour l'application du présent arrête, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
Art. 24. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
- een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste 4 studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste 3 studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent,
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
- een van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7,1° tot en met 14°, k), van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
7°bis GVO :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
7°ter GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
8°bis. GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken;
Lichamelijke opleiding
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
9°bis. GVSO-groep 1 voor de algemene vakken of GVSO-groep 1 algemene vorming : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens één van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie;
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6e leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO3 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO3, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als TSO3, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs);
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's, vermeld onder punt 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het orienteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO2, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
25° BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
26° BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
27° TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
28° TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt voor 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Voor de toepassing van dit besluit moet in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". "
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
- een van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste 4 studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste 3 studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent,
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
- een van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7,1° tot en met 14°, k), van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie.
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1, samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5°en 6°, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
7°bis GVO :
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
7°ter GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
8°bis. GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken;
Lichamelijke opleiding
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
9°bis. GVSO-groep 1 voor de algemene vakken of GVSO-groep 1 algemene vorming : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens één van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie;
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6e leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO3 met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO3, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als TSO3, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs);
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- een van de basisdiploma's, vermeld onder punt 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het orienteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als TSO2, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs, gerangschikt als BSO2, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
25° BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
26° BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
27° TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
28° TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt voor 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Voor de toepassing van dit besluit moet in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ". "
Art. 24. L'article 8 du même arrêté, modifie par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du "Nationaal Hoger Instituut " a Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré a l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 7,1° à 14°, k) inclus, de l'article 7 du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrége de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
7°bis AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
7°ter AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
8°bis. AES - groupe 1 :
- le diplôme agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires;
Formation physique
Education physique
Education physique - eurythmie
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur
le diplôme d'agrégé de religion protestante dans l'enseignement secondaire inférieur
le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur
9°bis. AES-groupe 1 - cours généraux ou AES-groupe 1 - formation générale : le diplôme de AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie;
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel)
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique);
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO2, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO2, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d') instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement primaire, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement maternel, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
24° BSO4 : quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
25° BSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
26° BSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
27° TSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
28° TSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencie en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du "Nationaal Hoger Instituut " a Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré a l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 7,1° à 14°, k) inclus, de l'article 7 du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrége de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1, assorti du diplôme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement supplémentaire d'une unité de formation;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
7°bis AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
7°ter AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
8°bis. AES - groupe 1 :
- le diplôme agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires;
Formation physique
Education physique
Education physique - eurythmie
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur
le diplôme d'agrégé de religion protestante dans l'enseignement secondaire inférieur
le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur
9°bis. AES-groupe 1 - cours généraux ou AES-groupe 1 - formation générale : le diplôme de AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie;
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel)
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique);
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 22 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 26 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés aux points 16° et 18°;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO2, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO2, avec la restriction que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d') instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement primaire, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de la formation continue des enseignants - enseignement maternel, avec la restriction en ce qui concerne ce diplôme que, pour la période du 1er septembre 2000 au 31 août 2002, il n'y aura aucune suite pour les personnels et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
24° BSO4 : quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
25° BSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
26° BSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
27° TSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
28° TSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencie en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
Art. 25. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
- één van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste 4 studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste 3 studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent,
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
- één van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°k), van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie;
- een diploma van het hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor
- volwassenenonderwijs;
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5° en 6° met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
7°bis GVO
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
7°ter GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
8°bis. GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken;
Lichamelijke opleiding
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
9°bis. GVSO-groep 1 voor de algemene vakken of GVSO-groep 1 algemene vorming : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens een van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie;
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6e leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO3;
- het diploma van secundair onderwijs gerangschikt als TSO3;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs);
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO2;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO2;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot 31 december 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot 31 december 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
25° BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
26° BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
27° TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
28° TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
29° SP : sociale promotie/volwassenenonderwijs;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt voor 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Voor de toepassing van dit besluit moet in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ".
" Art. 8. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) :
- één van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 7 van dit besluit;
2° HOLT : - een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het lange type;
- een bekwaamheidsbewijs van een basisopleiding van twee cycli;
3° een bekwaamheidsbewijs van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;
- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;
- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;
- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;
- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de regelgeving op het hoger onderwijs;
4° een bekwaamheidsbewijs van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan :
- het diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;
- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste 4 studiejaren;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt voor 1 september 1969 na een cyclus van ten minste 3 studiejaren;
- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut;
- het diploma van de tweede cyclus, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;
- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut " De Bijloke " te Gent,
- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald vóór het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;
5° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKT(VL)) :
- één van de basisdiploma's, vermeld onder artikel 7, 1° tot en met 14°k), van dit besluit;
6° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type (afgekort : HOKT) :
- een diploma van het hoger onderwijs van het korte type;
- een diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad;
- een diploma van technisch ingenieur;
- een diploma van een basisopleiding van één cyclus;
- een diploma van gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;
- een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie;
- een diploma van het hoger onderwijs, uitgereikt door een centrum voor
- volwassenenonderwijs;
Voor het onderwijs van beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt met dit bekwaamheidsbewijs evenwel niet bedoeld :
- het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, alsmede het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig en beperkt leerplan;
- het diploma van onderwijzer;
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es);
- het diploma van geaggregeerde leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdeling met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- een diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- een diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
6°bis. Een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort, ten minste HOKT : de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld onder 5° en 6° met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, alsmede van het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
7° GHSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
7°bis GVO
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
- het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen;
7°ter GVSO-groep 2 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
8° GLSO :
- het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;
- het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen;
- het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad;
- het diploma van regent(es);
- het diploma van de middelbare technische normaalschool;
- het diploma van de technische normaalafdelingen met volledig leerplan gerangschikt in de categorie D;
- het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs;
8°bis. GVSO-groep 1 :
- het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
9° GLSO-algemene vakken : het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs in volgende afdelingen en/of specialiteiten :
Algemene vakken
Engels
Engels-geschiedenis
Frans - Aardrijkskunde - Economische Wetenschappen
Frans-Engels
Frans - Geschiedenis
Germaanse talen
Handel
Letterkundige afdeling
Letterkundige vakken;
Lichamelijke opleiding
Lichamelijke opvoeding
Lichamelijke opvoeding-bewegingsrecreatie
Lichamelijke opvoeding - biologie
Moderne talen
Moedertaal- Engels
Moedertaal - Geschiedenis
Muziekopvoeding
Muzikale opvoeding
Muzikale vorming
Nederlands
Nederlands - Engels
Nederlands - Geschiedenis
Plastische kunsten
Plastische opvoeding
Sierkunsten
Tekenen en handenarbeid
Wetenschappen
Wetenschappen - Aardrijkskunde
Wetenschappelijke afdeling
Wetenschappelijke vakken
Wiskunde
Wiskunde - Economische Wetenschappen
Wiskunde - Fysica
- het diploma van geaggregeerde voor godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
- het diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs
- het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs
9°bis. GVSO-groep 1 voor de algemene vakken of GVSO-groep 1 algemene vorming : het diploma van GVSO-groep 1 met minstens een van de volgende opleidingseenheden (in de basiscluster of als uitdieping) : aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde, fysica, Latijn, biologie, Frans, Nederlands, Engels, godsdienst, niet-confessionele zedenleer, economie, informatica, project algemene vakken, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding, Duits, chemie;
10° ASBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd getuigschrift van hoger secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het gehomologeerd diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na het eerste jaar van het aanvullend secundair onderwijs;
- het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt na de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
11° ASBO :
- het brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie;
- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs;
- het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO4;
12° HSBS met gehomologeerd getuigschrift HSO :
- het gehomologeerd of een door een examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs)
- het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
13° HSBO :
- het brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het studieattest of -getuigschrift van het 6e leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO3;
- het diploma van secundair onderwijs, gerangschikt als BSO3;
14° HSTO :
- het diploma van een hogere secundair technische school of leergang;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair technisch onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (technisch secundair onderwijs);
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO3;
- het diploma van secundair onderwijs gerangschikt als TSO3;
15° HSKO :
- het diploma of getuigschrift van het hoger secundair kunstonderwijs met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Staat uitgereikt getuigschrift van hoger secundair kunstonderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het 7e vervolmakings- of specialisatiejaar van het kunstsecundair onderwijs;
- het gehomologeerd of een door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar (kunstsecundair onderwijs);
Onder HSKO wordt niet verstaan het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld in titel V van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II.
16° ten minste HSO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 22 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen, die hierboven vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO;
17° ten minste LSTO :
- één van de basisdiploma's vermeld onder de punten 1 tot en met 26 van artikel 7 van dit besluit;
- de studiebewijzen die vermeld zijn onder 16° en 18°;
18° LSTO :
- het diploma van een lagere secundaire technische school of leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar technisch secundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het technisch secundair onderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (technisch secundair onderwijs);
- het gehomologeerd getuigschrift van lager secundair onderwijs van het technisch secundair onderwijs, met de beperking dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
- het diploma, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als TSO2;
19° LSBO :
- het brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het studieattest of -getuigschrift van het vijfde vervolmakings- en/of specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs;
- het oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het lager secundair beroepsonderwijs;
- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
- het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een vervolmakingsjaar (beroepssecundair onderwijs);
- het oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van de tweede graad (beroepssecundair onderwijs);
- het brevet, getuigschrift of certificaat van het volwassenenonderwijs gerangschikt als BSO2;
20° NE : nuttige ervaring;
21° BPB : bewijs van pedagogische bekwaamheid;
22° (het diploma van) onderwijzer :
- het diploma of de akte van onderwijzer;
- het diploma of de akte van lager onderwijzer;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding lager onderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot 31 december 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
23° (het diploma van) kleuteronderwijzer :
- het diploma van kleuteronderwijzer;
- het diploma van bewaarschoolonderwijzer;
- het diploma van kleuterleider;
- het diploma van de voortgezette lerarenopleiding kleuteronderwijs, met voor dit diploma de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot 31 december 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
24° BSO4 : vierde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
25° BSO3 : derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
26° BSO2 : tweede graad van het beroepssecundair onderwijs voor sociale promotie;
27° TSO3 : derde graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
28° TSO2 : tweede graad van het technisch secundair onderwijs voor sociale promotie;
29° SP : sociale promotie/volwassenenonderwijs;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, uitgereikt voor 1 januari 1968, gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.
§ 3. Voor de toepassing van dit besluit moet in het hoger onderwijs van het korte type en in het hoger kunstonderwijs van de tweede en de derde graad, de benaming " afdeling " eventueel naargelang van het geval, vervangen worden door de benaming " specialiteit ", " specialisatie ", " discipline " of " optie ".
Art. 25. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 14°, k) inclus, de l'article 7 du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- un diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
7°bis AE
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
7°ter AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrége de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
8°bis. AES - groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 6° inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1° à 14°, k) inclus, de l'article 7 du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- un diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 5° et 6°, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
7°bis AE
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
7°ter AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrége de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
8°bis. AES - groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Art. 26. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 19 december 1991 en 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
Section littéraire Cours littéraires; Formation physique Education physique
Art. 27. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 9. § 1. Worden gelijkgesteld met de in artikel 7, 8 en 10 vermelde diploma's, getuigschriften en brevetten van een school of leergang, de diploma's uitgereikt door de technische en beroepsscholen of -leergangen die ermede gelijkgesteld zijn zoals hierna bepaald :
1° met de hogere technische scholen van de 3e graad : de scholen gerangschikt A5;
2° met de hogere technische scholen van de 2e graad : de scholen voor technische ingenieurs gerangschikt A1, de scholen van architecten gerangschikt A7/A1;
3° met de hogere technische scholen van de 1e graad : de scholen gerangschikt A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° met de hogere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A2,A2A, A6/A2N A6/C1 - 2e cyclus, A7/A2, A8/A2,C1 - 2e cyclus, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cyclus, A2/C1 (scholen voor verpleegaspiranten);
5° met de lagere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A3, A3A, A6/A3, A6/C1 - 1e cyclus, A7/A3, C1 - 1e cyclus, C2, C2Aa, C5/C1 - 1e cyclus, C1/A6/A3, A7/C1 - 1e cyclus;
6° met de aanvullende secundaire beroepsscholen : de scholen gerangschikt C.1.D. (voortgezette opleiding), C1/A2 (scholen van verpleegassistenten);
7° met de hogere secundaire beroepsscholen : de 2e cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3 en C5, de beroepsscholen gerangschikt A2 evenals de scholen gerangschikt C2 (scholen voor kinderverzorgsters);
8° met de lagere secundaire beroepsscholen : de 1e cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3, C5 en A7/C3;
9° met de middelbare technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A1D, A6/A1D, A7/C1D, C1D, C5/C1D en C1An;
10° met de lagere technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A2An;
11° met de hogere technische leergangen van de 1e graad : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1, die bij de toelating van de leerlingen, een getuigschrift van volledig hoger secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de hogere technische leergangen van de eerste graad.
Met de houder van een getuigschrift van het hoger niveau van de eerste graad worden eveneens gelijkgesteld :
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift van het hoger secundair niveau;
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift B2;
12° met de hogere secundair technische leergangen : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1 die niet aan de onder 11° hierboven gestelde voorwaarde voldoen en de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die bij de toelating van de leerlingen een getuigschrift van volledig lager secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële omzendbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt worden op het niveau van de hogere secundaire technische leergangen.
Met de houder van een getuigschrift van het hoger secundair niveau wordt eveneens gelijkgesteld de houder van een getuigschrift B2 en van een getuigschrift van het lager secundair niveau;
13° met de lagere secundaire technische leergangen : de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die niet aan de onder 12° hierboven gestelde voorwaarden voldoen, evenals de scholen gerangschikt B3/B5;
14° met de hogere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B4/B1 en B6/B1 en gerangschikt B4/B2 die bij de toelating een titel van volledige lagere secundaire studies eisen;
15° met de lagere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 en C2Ab, evenals gerangschikt B4/B2, die niet aan de onder 14° hierboven gestelde voorwaarden voldoen;
16° met de middelbare technische normaalleergangen : de leergangen met beperkt leerplan gerangschikt D, die vooraleer het eindbekwaamheidsgetuigschrift uit te reiken, het bezit eisen van een titel van volledige studies van het hoger secundair niveau van het technisch onderwijs ten minste, of die het voorwerp geweest zijn van een
ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de middelbare technische normaalleergangen;
17° met de middelbare technische normaalleergangen : het getuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
18° met het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van buitengewoon onderwijs wordt gelijkgesteld het getuigschrift van bekwaamheid tot het opvoeden van abnormale kinderen.
§ 1bis. De getuigschriften en diploma's die vóór de inwerkingtreding van de bevoegde homologatiecommissies uitgereikt werden door een hogere secundaire middelbare of technische school, die door de Staat ingericht, gesubsidieerd of erkend was, worden geacht gehomologeerd te zijn.
§ 2. Wat het hoger kunstonderwijs betreft, worden gelijkgesteld :
1° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad : het diploma van virtuositeit, het diploma van eerste prijs compositie of orkestdirectie, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
2° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad : het hoger diploma, het diploma van eerste prijs fuga of contrapunt, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
3° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad :
- het diploma van eerste prijs, andere dan deze bedoeld sub 1° en 2° hierboven, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs, met uitzondering van het diploma van eerste prijs notenleer;
- de getuigschriften van de pedagogische leergangen, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren door een instelling of een afdeling van een instelling voor hoger kunstonderwijs.
Vanaf 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, worden voor de toepassing van deze bepalingen de diploma's beeldende kunsten, uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan in de periode van 1 september 1981 tot en met het academiejaar 1993-1994, samen met het verklarend attest met vermelding van de specialiteit, gelijkgesteld met de diploma's uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan waarop de specialiteit vermeld staat. "
" Art. 9. § 1. Worden gelijkgesteld met de in artikel 7, 8 en 10 vermelde diploma's, getuigschriften en brevetten van een school of leergang, de diploma's uitgereikt door de technische en beroepsscholen of -leergangen die ermede gelijkgesteld zijn zoals hierna bepaald :
1° met de hogere technische scholen van de 3e graad : de scholen gerangschikt A5;
2° met de hogere technische scholen van de 2e graad : de scholen voor technische ingenieurs gerangschikt A1, de scholen van architecten gerangschikt A7/A1;
3° met de hogere technische scholen van de 1e graad : de scholen gerangschikt A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° met de hogere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A2,A2A, A6/A2N A6/C1 - 2e cyclus, A7/A2, A8/A2,C1 - 2e cyclus, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cyclus, A2/C1 (scholen voor verpleegaspiranten);
5° met de lagere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A3, A3A, A6/A3, A6/C1 - 1e cyclus, A7/A3, C1 - 1e cyclus, C2, C2Aa, C5/C1 - 1e cyclus, C1/A6/A3, A7/C1 - 1e cyclus;
6° met de aanvullende secundaire beroepsscholen : de scholen gerangschikt C.1.D. (voortgezette opleiding), C1/A2 (scholen van verpleegassistenten);
7° met de hogere secundaire beroepsscholen : de 2e cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3 en C5, de beroepsscholen gerangschikt A2 evenals de scholen gerangschikt C2 (scholen voor kinderverzorgsters);
8° met de lagere secundaire beroepsscholen : de 1e cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3, C5 en A7/C3;
9° met de middelbare technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A1D, A6/A1D, A7/C1D, C1D, C5/C1D en C1An;
10° met de lagere technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A2An;
11° met de hogere technische leergangen van de 1e graad : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1, die bij de toelating van de leerlingen, een getuigschrift van volledig hoger secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de hogere technische leergangen van de eerste graad.
Met de houder van een getuigschrift van het hoger niveau van de eerste graad worden eveneens gelijkgesteld :
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift van het hoger secundair niveau;
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift B2;
12° met de hogere secundair technische leergangen : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1 die niet aan de onder 11° hierboven gestelde voorwaarde voldoen en de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die bij de toelating van de leerlingen een getuigschrift van volledig lager secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële omzendbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt worden op het niveau van de hogere secundaire technische leergangen.
Met de houder van een getuigschrift van het hoger secundair niveau wordt eveneens gelijkgesteld de houder van een getuigschrift B2 en van een getuigschrift van het lager secundair niveau;
13° met de lagere secundaire technische leergangen : de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die niet aan de onder 12° hierboven gestelde voorwaarden voldoen, evenals de scholen gerangschikt B3/B5;
14° met de hogere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B4/B1 en B6/B1 en gerangschikt B4/B2 die bij de toelating een titel van volledige lagere secundaire studies eisen;
15° met de lagere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 en C2Ab, evenals gerangschikt B4/B2, die niet aan de onder 14° hierboven gestelde voorwaarden voldoen;
16° met de middelbare technische normaalleergangen : de leergangen met beperkt leerplan gerangschikt D, die vooraleer het eindbekwaamheidsgetuigschrift uit te reiken, het bezit eisen van een titel van volledige studies van het hoger secundair niveau van het technisch onderwijs ten minste, of die het voorwerp geweest zijn van een
ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de middelbare technische normaalleergangen;
17° met de middelbare technische normaalleergangen : het getuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
18° met het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van buitengewoon onderwijs wordt gelijkgesteld het getuigschrift van bekwaamheid tot het opvoeden van abnormale kinderen.
§ 1bis. De getuigschriften en diploma's die vóór de inwerkingtreding van de bevoegde homologatiecommissies uitgereikt werden door een hogere secundaire middelbare of technische school, die door de Staat ingericht, gesubsidieerd of erkend was, worden geacht gehomologeerd te zijn.
§ 2. Wat het hoger kunstonderwijs betreft, worden gelijkgesteld :
1° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad : het diploma van virtuositeit, het diploma van eerste prijs compositie of orkestdirectie, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
2° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad : het hoger diploma, het diploma van eerste prijs fuga of contrapunt, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
3° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad :
- het diploma van eerste prijs, andere dan deze bedoeld sub 1° en 2° hierboven, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs, met uitzondering van het diploma van eerste prijs notenleer;
- de getuigschriften van de pedagogische leergangen, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren door een instelling of een afdeling van een instelling voor hoger kunstonderwijs.
Vanaf 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, worden voor de toepassing van deze bepalingen de diploma's beeldende kunsten, uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan in de periode van 1 september 1981 tot en met het academiejaar 1993-1994, samen met het verklarend attest met vermelding van de specialiteit, gelijkgesteld met de diploma's uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan waarop de specialiteit vermeld staat. "
Art. 26. L'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991 et 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 11 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivre avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 39 inclus, de l'article 7 du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- un diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
- la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la période de validité de la licence;
- la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle que soit la période de validité de la licence.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrége de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 1 à 42 inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
7°bis AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
7°ter AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
8°bis. AES - groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme de professeur de danse;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires;
Formation physique
Education physique
Education physique - eurythmie
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Anglais
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur
- le diplôme d'agrégé de religion protestante dans l'enseignement secondaire inférieur
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur
9°bis. AES-groupe 1 - cours généraux ou AES-groupe 1 - formation générale : le diplôme de AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS / certificat homologué de l'ESS (ESP) :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
12bis ° CEPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3;
- les titres mentionnées sous CEPSS avec certificat homologué de l'ESS / certificat homologué ESS (ESP);
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé TSO3;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique);
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 56 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 67 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés au point 18°;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO2;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO2;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d') instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
24° ETSS : un diplôme de cours secondaires techniques supérieurs;
25° BSO4 : quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
26° BSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
27° BSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
28° TSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
29° TSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
30° SP : promotion sociale / éducation des adultes;
31° ESTC + CAP :
- un des titres mentionnés au point 6°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, mentionné à l'article 4 du présent arrêté;
- AESI;
- AES - groupe 1;
- instituteur primaire;
- instituteur préscolaire;
Par " ESTC + CAP " il ne faut pas entendre : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques.
32° au moins ESTC + CAP :
- un des titres mentionnés au point 6°bis, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 4 du présent arrêté;
- AESI;
- AES - groupe 1;
- instituteur primaire;
- instituteur préscolaire.
Par " au moins ESTC + CAP ", il ne faut pas entendre le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivre par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
§ 4. A l'annexe Ire, les sections, spécialités, spécialisations, disciplines et options, mentionnées sous les diplômes de base :
1° AESI, valent également pour les diplômes de base ESTC, ingénieur technicien et enseignement supérieur artistique du deuxième degré;
2° ESTC, valent également pour les diplômes de base AESI, ingénieur technicien et enseignement supérieur artistique du deuxième degré;
3° ingénieur technicien, valent également pour les diplômes de base AESI, ESTC et enseignement supérieur artistique du deuxième degré;
4° enseignement supérieur artistique du deuxième degré, valent également pour les diplômes de base AESI, ESTC et ingénieur technicien;
lorsque ces diplômes de base sont repris pour la même spécialité de formation à caractère professionnel. "
" Art. 8. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° un titre de l'enseignement supérieur de type long au moins (abrégé : au moins ESTL) :
un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 11 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
2° ESTL : - un titre de l'enseignement supérieur de type long;
- un titre d'une formation initiale de deux cycles;
3° un titre de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du troisième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique continu de plein exercice;
- l'attestation de lauréat du " Nationaal Hoger Instituut " à Anvers, délivrée après un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins cinq années d'études;
- le prix Lemmens-Tinel, délivré par le " Lemmensinstituut " à Louvain;
- le diplôme de maître, délivré conformément à la législation sur l'enseignement supérieur;
4° un titre de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice :
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré de plein exercice;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivré à l'issue d'un cycle d'au moins quatre années d'études;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice, délivre avant le 1er septembre 1969 à l'issue d'un cycle d'au moins trois années d'études;
- le diplôme de lauréat, délivré par le " Lemmensinstituut ";
- le diplôme du deuxième cycle, délivré par un Conservatoire royal de Musique;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten " à Hasselt, le " Provinciaal Hoger Architectuurinstituut " à Hasselt-Diepenbeek et le " Stedelijk Hoger Architectuurintituut De Bijloke' " à Gand;
- le diplôme de décorateur d'intérieur, obtenu avant l'année académique 1964-1965 et délivré au terme d'un cycle d'au moins trois années d'études par le " Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw " à Anvers;
5° un titre de l'enseignement supérieur de type court de plein exercice au moins (abrégé : au moins ESTC(PE)) :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 39 inclus, de l'article 7 du présent arrêté;
6° un titre de l'enseignement supérieur de type court (abrégé : ESTC) :
- un diplôme de l'enseignement supérieur de type court;
- un diplôme d'une école ou d'un cours supérieur(e) technique du premier degré;
- un diplôme d'ingénieur technicien;
- un diplôme d'une formation initiale d'un cycle;
- un diplôme de gradué en sciences religieuses;
- un diplôme de l'enseignement supérieur de promotion sociale;
- un diplôme de l'enseignement supérieur, délivré par un centre d'éducation des adultes;
- la licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, quelle que soit la période de validité de la licence;
- la licence de pilote professionnel ou de pilote professionnel d'avions, délivrée ou agréée par l'Administration de l'Aéronautique ou par le Directorat général de l'Aéronautique, avec la qualification de vol aux instruments pour autant que les candidats ont passé avec succès les examens de connaissances générales pour l'obtention d'une licence de pilote de ligne ou de pilote de ligne d'avions quelle que soit la période de validité de la licence.
Pour l'enseignement de la formation à caractère professionnel dans les formes d'enseignement 2 et 3 de l'enseignement secondaire spécial, il ne faut toutefois pas entendre par le présent titre :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de plein exercice ou de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
- le diplôme de l'enseignement supérieur artistique de plein exercice et à horaire réduit;
- le diplôme d'instituteur primaire;
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplôme de régent(e);
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrége de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme de la section normale technique de plein exercice classée dans la catégorie D;
- un diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- un diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
6°bis. Un titre de l'enseignement supérieur de type court au moins (abrégé : au moins ESTC) : les titres visés aux points 1 à 42 inclus, à l'exception du diplôme ou du certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou du certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que du certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
7° AESS :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire supérieur;le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
7°bis AE :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement en sciences religieuses;
7°ter AES - groupe 2 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 2;
8° AESI :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de professeur agrégé de l'enseignement moyen du degré inférieur ou de régent(e) pour les écoles moyennes;
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur;
- le diplôme de régent(e);
- le diplôme de l'école normale technique moyenne;
- le diplôme des sections normales techniques de plein exercice classées dans la catégorie D;
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
- le diplôme de gradué de religion de l'enseignement secondaire inférieur;
8°bis. AES - groupe 1 :
- le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1;
- le diplôme de professeur de danse;
9° AESI - cours généraux : le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur dans les sections et/ou spécialités suivantes :
Cours généraux
Anglais
Anglais - histoire
Français - Géographie - Sciences économiques
Français - Histoire
Langues germaniques
Commerce
Section littéraire
Cours littéraires;
Formation physique
Education physique
Education physique - eurythmie
Education physique - biologie
Langues modernes
Langue maternelle - Anglais
Langue maternelle - Histoire
Musique
Education musicale
Formation musicale
Néerlandais
Néerlandais - Anglais
Néerlandais - Histoire
Arts plastiques. Education plastique
Arts décoratifs. Dessin et travail manuel
Sciences
Sciences - Géographie
Section scientifique
Cours scientifiques
Mathématiques
Mathématiques - Sciences économiques
Mathématiques - Physique
- le diplôme d'agrégé de religion de l'enseignement secondaire inférieur
- le diplôme d'agrégé de religion protestante dans l'enseignement secondaire inférieur
- le diplôme de gradué en religion de l'enseignement secondaire inférieur
9°bis. AES-groupe 1 - cours généraux ou AES-groupe 1 - formation générale : le diplôme de AES-groupe 1 avec au moins une des unités de formation suivantes (dans le cluster de base ou comme approfondissement) : géographie, histoire, mathématiques, physique, latin, biologie, français, néerlandais, anglais, religion, morale non confessionnelle, économie, informatique, projet cours généraux, éducation musicale, éducation plastique, éducation physique, allemand, chimie
10° ESPC avec certificat homologué de l'ESS :
- le certificat homologué de l'enseignement secondaire supérieur, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme homologué de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après la première année de l'enseignement secondaire complémentaire;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, délivré après le quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
11° BESPC :
- le brevet de l'enseignement secondaire professionnel complémentaire de plein exercice ou de promotion sociale;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire;
- le diplôme en nursing psychiatrique;
- le diplôme en nursing hospitalier;
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO4;
12° CEPSS avec certificat homologué de l'ESS / certificat homologué de l'ESS (ESP) :
- le certificat de l'enseignement secondaire supérieur (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
12bis ° CEPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
13° EPSS :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) supérieur(e);
- l'attestation ou le certificat d'études de la sixième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- le certificat de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé BSO3;
- les titres mentionnées sous CEPSS avec certificat homologué de l'ESS / certificat homologué ESS (ESP);
14° ETSS :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique supérieur(e);
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire technique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire technique);
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO3;
- le diplôme de l'enseignement secondaire, classé TSO3;
15° ESSA :
- le diplôme ou le certificat de l'enseignement secondaire artistique supérieur de plein exercice ou à horaire réduit;
- le certificat du degré supérieur de l'enseignement secondaire artistique, homologué ou délivré par un jury de l'Etat;
- l'attestation ou le certificat d'études de la septième année de perfectionnement ou de spécialisation de l'enseignement secondaire artistique;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique), homologué ou délivré par le jury de la Communauté flamande;
- le diplôme de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire artistique);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation (enseignement secondaire artistique);
Par ESSA, on n'entend pas l'enseignement artistique à temps partiel tel que visé au Titre V du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement II.
16° au moins ESS :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 56 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres susmentionnés comme ESPC, EPSS, ETSS et ESSA;
17° au moins ETSI :
- un des diplômes de base mentionnés aux points 1 à 67 inclus de l'article 7 du présent arrêté;
- les titres mentionnés au point 18°;
18° ETSI :
- le diplôme d'une école ou d'un cours secondaire technique inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire technique;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire technique;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire technique);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire technique);
- le certificat homologué d'enseignement secondaire inférieur de l'enseignement secondaire technique
- le diplôme, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée TSO2;
19° EPSI :
- le brevet d'une école ou d'un cours secondaire professionnel(le) inférieur(e);
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation ou le certificat d'études de la cinquième année de perfectionnement et/ou de spécialisation de l'enseignement secondaire professionnel;
- l'attestation d'orientation A ou B de la quatrième année d'études de l'enseignement secondaire inférieur professionnel;
- le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la deuxième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel);
- le certificat d'études de la troisième année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de perfectionnement (enseignement secondaire professionnel);
- l'attestation d'orientation A ou B de la deuxième année d'études du deuxième degré (enseignement secondaire professionnel);
- le brevet, certificat de fin d'études ou certificat de l'éducation des adultes classée BSO2;
20° EU : expérience utile;
21° CAP : certificat d'aptitudes pédagogiques;
22° (le diplôme d') instituteur primaire :
- le diplôme ou le brevet d'instituteur;
- le diplôme ou le brevet d'instituteur primaire;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement primaire;
23° (le diplôme d')instituteur préscolaire :
- le diplôme d'instituteur préscolaire;
- le diplôme d'instituteur maternel;
- le diplôme d'instituteur gardien;
- le diplôme de formation continue des enseignants pour l'enseignement maternel;
24° ETSS : un diplôme de cours secondaires techniques supérieurs;
25° BSO4 : quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
26° BSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
27° BSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel de promotion sociale;
28° TSO3 : troisième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
29° TSO2 : deuxième degré de l'enseignement secondaire technique de promotion sociale;
30° SP : promotion sociale / éducation des adultes;
31° ESTC + CAP :
- un des titres mentionnés au point 6°, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, mentionné à l'article 4 du présent arrêté;
- AESI;
- AES - groupe 1;
- instituteur primaire;
- instituteur préscolaire;
Par " ESTC + CAP " il ne faut pas entendre : le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivré par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques.
32° au moins ESTC + CAP :
- un des titres mentionnés au point 6°bis, assorti d'un certificat d'aptitudes pédagogiques, visé à l'article 4 du présent arrêté;
- AESI;
- AES - groupe 1;
- instituteur primaire;
- instituteur préscolaire.
Par " au moins ESTC + CAP ", il ne faut pas entendre le diplôme ou le certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale ou de l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale ou le certificat pédagogique délivre par un centre d'éducation des adultes, ainsi que le certificat des cours normaux techniques moyens ou des cours pédagogiques;
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, le diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, délivré avant le 1er janvier 1968, est respectivement assimilé au diplôme de licencié en sciences pédagogiques ou de licencié en sciences psychologiques et en sciences pédagogiques ou de licencié en pédagogie ou de licencié en sciences éducatives ou de licencié en sciences psychopédagogiques, complété d'un diplôme agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, ainsi qu'à un titre de l'enseignement supérieur de type long, complété d'un certificat d'aptitudes pédagogiques.
§ 3. Il y a lieu, pour l'application du présent arrêté dans l'enseignement supérieur de type court et dans l'enseignement supérieur artistique du deuxième et du troisième degré, de remplacer éventuellement suivant le cas, la dénomination " section " par la dénomination " spécialité ", " spécialisation ", " discipline " ou " option ". ".
§ 4. A l'annexe Ire, les sections, spécialités, spécialisations, disciplines et options, mentionnées sous les diplômes de base :
1° AESI, valent également pour les diplômes de base ESTC, ingénieur technicien et enseignement supérieur artistique du deuxième degré;
2° ESTC, valent également pour les diplômes de base AESI, ingénieur technicien et enseignement supérieur artistique du deuxième degré;
3° ingénieur technicien, valent également pour les diplômes de base AESI, ESTC et enseignement supérieur artistique du deuxième degré;
4° enseignement supérieur artistique du deuxième degré, valent également pour les diplômes de base AESI, ESTC et ingénieur technicien;
lorsque ces diplômes de base sont repris pour la même spécialité de formation à caractère professionnel. "
Art. 28. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 9. § 1. Worden gelijkgesteld met de in artikel 7, 8 en 10 vermelde diploma's, getuigschriften en brevetten van een school of leergang, de diploma's uitgereikt door de technische en beroepsscholen of -leergangen die ermede gelijkgesteld zijn zoals hierna bepaald :
1° met de hogere technische scholen van de 3e graad : de scholen gerangschikt A5;
2° met de hogere technische scholen van de 2e graad : de scholen voor technische ingenieurs gerangschikt A1, de scholen van architecten gerangschikt A7/A1;
3° met de hogere technische scholen van de 1e graad : de scholen gerangschikt A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° met de hogere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A2,A2A, A6/A2, A6/C1 - 2e cyclus, A7/A2, A8/A2,C1 - 2e cyclus, C1A, C5/C1-2e cyclus, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cyclus, A2/C1 (scholen voor verpleegaspiranten);
5° met de lagere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A3, A3A, A6/A3, A6/C1 - 1e cyclus, A7/A3, C1 - 1e cyclus, C2, C2Aa, C5/C1 - 1e cyclus, C1/A6/A3, A7/C1 - 1e cyclus;
6° met de aanvullende secundaire beroepsscholen : de scholen gerangschikt C.1.D. (voortgezette opleiding), C1/A2 (scholen van verpleegassistenten);
7° met de hogere secundaire beroepsscholen : de 2e cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3 en C5, de beroepsscholen gerangschikt A2 evenals de scholen gerangschikt C2 (scholen voor kinderverzorgsters);
8° met de lagere secundaire beroepsscholen : de 1e cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3, C5 en A7/C3;
9° met de middelbare technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A1D, A6/A1D, A7/A1d, A7/C1D, C1D, C5/C1D en C1An;
10° met de lagere technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A2An;
11° met de hogere technische leergangen van de 1e graad : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1, die bij de toelating van de leerlingen, een getuigschrift van volledig hoger secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de hogere technische leergangen van de eerste graad.
Met de houder van een getuigschrift van het hoger niveau van de eerste graad worden eveneens gelijkgesteld :
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift van het hoger secundair niveau;
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift B2;
12° met de hogere secundair technische leergangen : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1 die niet aan de onder 11° hierboven gestelde voorwaarde voldoen en de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die bij de toelating van de leerlingen een getuigschrift van volledig lager secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële omzendbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt worden op het niveau van de hogere secundaire technische leergangen.
Met de houder van een getuigschrift van het hoger secundair niveau wordt eveneens gelijkgesteld de houder van een getuigschrift B2 en van een getuigschrift van het lager secundair niveau;
13° met de lagere secundaire technische leergangen : de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die niet aan de onder 12° hierboven gestelde voorwaarden voldoen, evenals de scholen gerangschikt B3/B5;
14° met de hogere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B4/B1 en B6/B1 en gerangschikt B4/B2 die bij de toelating een titel van volledige lagere secundaire studies eisen;
15° met de lagere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 en C2Ab, evenals gerangschikt B4/B2, die niet aan de onder 14° hierboven gestelde voorwaarden voldoen;
16° met de middelbare technische normaalleergangen : de leergangen met beperkt leerplan gerangschikt D, die vooraleer het eindbekwaamheidsgetuigschrift uit te reiken, het bezit eisen van een titel van volledige studies van het hoger secundair niveau van het technisch onderwijs ten minste, of die het voorwerp geweest zijn van een
ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de middelbare technische normaalleergangen;
17° met de middelbare technische normaalleergangen : het getuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
18° met het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van buitengewoon onderwijs wordt gelijkgesteld het getuigschrift van bekwaamheid tot het opvoeden van abnormale kinderen.
§ 1bis. De getuigschriften en diploma's die vóór de inwerkingtreding van de bevoegde homologatiecommissies uitgereikt werden door een hogere secundaire middelbare of technische school, die door de Staat ingericht, gesubsidieerd of erkend was, worden geacht gehomologeerd te zijn.
§ 1ter. Voor de toepassing van dit besluit worden volgende studiebewijzen gelijkgesteld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans :
1° het getuigschrift van pedagogische leergang afdeling klassieke dans en bewegingsleer of dans en bewegingsleer uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
2° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van onderwijs in ballet of bewegingsleer uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
3° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van dansonderwijs uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
4° het pedagogisch getuigschrift van hedendaagse dans of klassiek ballet uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
5° het specialisatiegetuigschrift klassieke dans uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie. ";
§ 2. Wat het hoger kunstonderwijs betreft, worden gelijkgesteld :
1° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad : het diploma van virtuositeit, het diploma van eerste prijs compositie of orkestdirectie, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
2° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad : het hoger diploma, het diploma van eerste prijs fuga of contrapunt, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
3° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad :
- het diploma van eerste prijs, andere dan deze bedoeld sub 1° en 2° hierboven, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs, met uitzondering van het diploma van eerste prijs notenleer;
- de getuigschriften van de pedagogische leergangen, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren door een instelling of een afdeling van een instelling voor hoger kunstonderwijs.
Voor de toepassing van deze bepalingen worden de diploma's beeldende kunsten uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan in de periode van 1 september 1981 tot en met het academiejaar 1993-1994, samen met het verklarend attest met vermelding van de specialiteit, gelijkgesteld met de diploma's uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan waarop de specialiteit vermeld staat.
§ 3. Het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de eerste graad en het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de tweede graad uitgereikt door de daartoe samengestelde examencommissie worden gelijkgesteld met een diploma van GLSO muzikale opvoeding. ".
" Art. 9. § 1. Worden gelijkgesteld met de in artikel 7, 8 en 10 vermelde diploma's, getuigschriften en brevetten van een school of leergang, de diploma's uitgereikt door de technische en beroepsscholen of -leergangen die ermede gelijkgesteld zijn zoals hierna bepaald :
1° met de hogere technische scholen van de 3e graad : de scholen gerangschikt A5;
2° met de hogere technische scholen van de 2e graad : de scholen voor technische ingenieurs gerangschikt A1, de scholen van architecten gerangschikt A7/A1;
3° met de hogere technische scholen van de 1e graad : de scholen gerangschikt A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° met de hogere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A2,A2A, A6/A2, A6/C1 - 2e cyclus, A7/A2, A8/A2,C1 - 2e cyclus, C1A, C5/C1-2e cyclus, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cyclus, A2/C1 (scholen voor verpleegaspiranten);
5° met de lagere secundaire technische scholen : de scholen gerangschikt A3, A3A, A6/A3, A6/C1 - 1e cyclus, A7/A3, C1 - 1e cyclus, C2, C2Aa, C5/C1 - 1e cyclus, C1/A6/A3, A7/C1 - 1e cyclus;
6° met de aanvullende secundaire beroepsscholen : de scholen gerangschikt C.1.D. (voortgezette opleiding), C1/A2 (scholen van verpleegassistenten);
7° met de hogere secundaire beroepsscholen : de 2e cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3 en C5, de beroepsscholen gerangschikt A2 evenals de scholen gerangschikt C2 (scholen voor kinderverzorgsters);
8° met de lagere secundaire beroepsscholen : de 1e cyclus van de scholen gerangschikt A4, C3, C5 en A7/C3;
9° met de middelbare technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A1D, A6/A1D, A7/A1d, A7/C1D, C1D, C5/C1D en C1An;
10° met de lagere technische normaalscholen : de scholen gerangschikt A2An;
11° met de hogere technische leergangen van de 1e graad : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1, die bij de toelating van de leerlingen, een getuigschrift van volledig hoger secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de hogere technische leergangen van de eerste graad.
Met de houder van een getuigschrift van het hoger niveau van de eerste graad worden eveneens gelijkgesteld :
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift van het hoger secundair niveau;
- de houder van een getuigschrift B1 en van een getuigschrift B2;
12° met de hogere secundair technische leergangen : de scholen gerangschikt B1 en B3/B1 die niet aan de onder 11° hierboven gestelde voorwaarde voldoen en de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die bij de toelating van de leerlingen een getuigschrift van volledig lager secundair onderwijs eisen of die het voorwerp geweest zijn van een ministeriële omzendbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt worden op het niveau van de hogere secundaire technische leergangen.
Met de houder van een getuigschrift van het hoger secundair niveau wordt eveneens gelijkgesteld de houder van een getuigschrift B2 en van een getuigschrift van het lager secundair niveau;
13° met de lagere secundaire technische leergangen : de scholen gerangschikt B2 en B3/B2 die niet aan de onder 12° hierboven gestelde voorwaarden voldoen, evenals de scholen gerangschikt B3/B5;
14° met de hogere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B4/B1 en B6/B1 en gerangschikt B4/B2 die bij de toelating een titel van volledige lagere secundaire studies eisen;
15° met de lagere secundaire beroepsleergangen : de scholen gerangschikt B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 en C2Ab, evenals gerangschikt B4/B2, die niet aan de onder 14° hierboven gestelde voorwaarden voldoen;
16° met de middelbare technische normaalleergangen : de leergangen met beperkt leerplan gerangschikt D, die vooraleer het eindbekwaamheidsgetuigschrift uit te reiken, het bezit eisen van een titel van volledige studies van het hoger secundair niveau van het technisch onderwijs ten minste, of die het voorwerp geweest zijn van een
ministeriële dienstbrief waarbij ze opnieuw gerangschikt werden op het niveau van de middelbare technische normaalleergangen;
17° met de middelbare technische normaalleergangen : het getuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs;
18° met het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van buitengewoon onderwijs wordt gelijkgesteld het getuigschrift van bekwaamheid tot het opvoeden van abnormale kinderen.
§ 1bis. De getuigschriften en diploma's die vóór de inwerkingtreding van de bevoegde homologatiecommissies uitgereikt werden door een hogere secundaire middelbare of technische school, die door de Staat ingericht, gesubsidieerd of erkend was, worden geacht gehomologeerd te zijn.
§ 1ter. Voor de toepassing van dit besluit worden volgende studiebewijzen gelijkgesteld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans :
1° het getuigschrift van pedagogische leergang afdeling klassieke dans en bewegingsleer of dans en bewegingsleer uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
2° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van onderwijs in ballet of bewegingsleer uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
3° het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van dansonderwijs uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
4° het pedagogisch getuigschrift van hedendaagse dans of klassiek ballet uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie;
5° het specialisatiegetuigschrift klassieke dans uitgereikt door de Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek of het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie. ";
§ 2. Wat het hoger kunstonderwijs betreft, worden gelijkgesteld :
1° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad : het diploma van virtuositeit, het diploma van eerste prijs compositie of orkestdirectie, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
2° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad : het hoger diploma, het diploma van eerste prijs fuga of contrapunt, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;
3° met een diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad :
- het diploma van eerste prijs, andere dan deze bedoeld sub 1° en 2° hierboven, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs, met uitzondering van het diploma van eerste prijs notenleer;
- de getuigschriften van de pedagogische leergangen, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren door een instelling of een afdeling van een instelling voor hoger kunstonderwijs.
Voor de toepassing van deze bepalingen worden de diploma's beeldende kunsten uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan in de periode van 1 september 1981 tot en met het academiejaar 1993-1994, samen met het verklarend attest met vermelding van de specialiteit, gelijkgesteld met de diploma's uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan waarop de specialiteit vermeld staat.
§ 3. Het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de eerste graad en het diploma van leraar muzikale opvoeding of zangleraar van de tweede graad uitgereikt door de daartoe samengestelde examencommissie worden gelijkgesteld met een diploma van GLSO muzikale opvoeding. ".
Art. 27. L'article 9 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 9. § 1er. Sont assimilés aux diplômes, certificats études et brevets d'écoles ou de cours cités aux articles 7, 8 et 10, les diplômes délivrés par les écoles ou cours techniques et professionnels y assimilés tel qu'il est stipulé ci-après :
1° aux écoles techniques supérieures du troisième degré : les écoles classées A5;
2° aux écoles techniques supérieures du deuxième degré : les écoles d'ingénieurs techniciens classées A1, les écoles d'architecture classées A7/A1;
3° aux écoles techniques supérieures du premier degré : les écoles classées A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° aux écoles techniques secondaires supérieures : les écoles classées A2,A2A, A6/A2N A6/C1 - 2e cycle, A7/A2, A8/A2,C1 - 2e cycle, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cycle, A2/C1 (écoles d'aspirants en nursing);
5° aux écoles techniques secondaires inférieures : les écoles classées A3, A3A, A6/A3, A6/C1 - 1er cycle, A7/A3, C1 - 1er cycle, C2, C2Aa, C5/C1 - 1er cycle, C1/A6/A3, A7/C1 - 1er cycle;
6° aux écoles professionnelles secondaires complémentaires : les écoles classées C.1.D. (formation continue), C1/A2 (écoles d'assistants en soins hospitaliers);
7° aux écoles professionnelles secondaires supérieures : le 2e cycle des écoles classées A4, C3 et C5, les écoles professionnelles classées A2, ainsi que les écoles classées C2 (écoles de puéricultrices);
8° aux écoles professionnelles secondaires inférieures : le 1er cycle des écoles classées A4, C3, C5 et A7/C3;
9° aux écoles normales techniques moyennes : les écoles classées A1D, A6/A1D, A7/C1D, C1D, C5/C1D et C1An;
10° aux écoles normales techniques primaires : les écoles classées A2An;
11° aux cours techniques supérieurs du premier degré : les écoles classées B1 et B3/B1 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire supérieur complet ou qui ont fait l'objet d'une dépêche ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours techniques supérieurs du premier degré.
Sont également assimilés au porteur d'un certificat du niveau supérieur du premier degré :
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur;
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat B2;
12° aux cours techniques secondaires supérieurs : les écoles classées B1 et B3/B1 qui ne remplissent pas la condition fixée au point 11° ci-dessus et les écoles classées B2 et B3/B2 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire inférieur accompli ou qui ont fait l'objet d'une circulaire ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours techniques secondaires supérieurs.
Est également assimilé au porteur d'un certificat du niveau secondaire supérieur, le porteur d'un certificat B2 et d'un certificat du niveau secondaire inférieur;
13° aux cours techniques secondaires inférieurs : les écoles classées B2 et B3/B2 qui ne remplissent pas les conditions fixées aux points 12°, ainsi que les écoles classées B3/B5;
14° aux cours professionnels secondaires supérieurs : 14° les écoles classées B4/B1 et B6/B1 et classées B4/B2 qui, pour l'admission, exigent un titre d'études secondaires inférieures complètes;
15° aux cours professionnels secondaires inférieurs : les écoles classées B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 et C2Ab, ainsi que les écoles classées B4/B2, qui ne remplissent pas les conditions fixées au point 14° ci-dessus;
16° aux cours normaux techniques moyens : les cours à horaire réduit classés D qui, avant de délivrer le certificat de fin d'études, exigent que le récipiendaire soit au minimum porteur d'un titre d'études complètes de niveau secondaire supérieur de l'enseignement technique ou qui ont fait l'objet d'une dépêche ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours normaux techniques moyens;
17° aux cours normaux techniques moyens : le certificat habilitant à enseigner dans l'enseignement spécial;
18° au certificat habilitant à enseigner dans l'enseignement spécial est assimilé le certificat d'aptitude à enseigner des enfants anormaux.
§ 1bis. Les certificats et diplômes délivrés avant l'entrée en vigueur des commissions d'homologation compétentes par une école moyenne secondaire supérieure ou technique, organisée, subventionnée ou agréée par l'Etat, sont censés être homologués.
§ 2. En ce qui concerne l'enseignement supérieur artistique, sont assimilés :
1° à un diplôme d'enseignement supérieur artistique du troisième degré : le diplôme de virtuosité, le diplôme de premier prix composition ou direction d'orchestre, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
2° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré : le diplôme supérieur, le diplôme de premier prix fugue ou contrepoint, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
3° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré :
- le diplôme de premier prix, autre que ceux visés aux points 1° et 2° ci-dessus, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique, à l'exception du diplôme de premier prix solfège;
- les certificats des cours pédagogiques, délivrés à l'issue d'un cycle d'au moins deux années d'études par un établissement ou une section d'un établissement d'enseignement supérieur artistique.
A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs et autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et pour l'application de ces dispositions, les diplômes d'arts plastiques, délivrés, pendant la période du 1er septembre 1981 jusqu'en l'année académique 1993-1994 incluse, par des établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice, sont assimilés, assortis de l'attestation mentionnant la spécialité, aux diplômes délivrés par des établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice mentionnant la spécialité. "
" Art. 9. § 1er. Sont assimilés aux diplômes, certificats études et brevets d'écoles ou de cours cités aux articles 7, 8 et 10, les diplômes délivrés par les écoles ou cours techniques et professionnels y assimilés tel qu'il est stipulé ci-après :
1° aux écoles techniques supérieures du troisième degré : les écoles classées A5;
2° aux écoles techniques supérieures du deuxième degré : les écoles d'ingénieurs techniciens classées A1, les écoles d'architecture classées A7/A1;
3° aux écoles techniques supérieures du premier degré : les écoles classées A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° aux écoles techniques secondaires supérieures : les écoles classées A2,A2A, A6/A2N A6/C1 - 2e cycle, A7/A2, A8/A2,C1 - 2e cycle, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cycle, A2/C1 (écoles d'aspirants en nursing);
5° aux écoles techniques secondaires inférieures : les écoles classées A3, A3A, A6/A3, A6/C1 - 1er cycle, A7/A3, C1 - 1er cycle, C2, C2Aa, C5/C1 - 1er cycle, C1/A6/A3, A7/C1 - 1er cycle;
6° aux écoles professionnelles secondaires complémentaires : les écoles classées C.1.D. (formation continue), C1/A2 (écoles d'assistants en soins hospitaliers);
7° aux écoles professionnelles secondaires supérieures : le 2e cycle des écoles classées A4, C3 et C5, les écoles professionnelles classées A2, ainsi que les écoles classées C2 (écoles de puéricultrices);
8° aux écoles professionnelles secondaires inférieures : le 1er cycle des écoles classées A4, C3, C5 et A7/C3;
9° aux écoles normales techniques moyennes : les écoles classées A1D, A6/A1D, A7/C1D, C1D, C5/C1D et C1An;
10° aux écoles normales techniques primaires : les écoles classées A2An;
11° aux cours techniques supérieurs du premier degré : les écoles classées B1 et B3/B1 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire supérieur complet ou qui ont fait l'objet d'une dépêche ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours techniques supérieurs du premier degré.
Sont également assimilés au porteur d'un certificat du niveau supérieur du premier degré :
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur;
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat B2;
12° aux cours techniques secondaires supérieurs : les écoles classées B1 et B3/B1 qui ne remplissent pas la condition fixée au point 11° ci-dessus et les écoles classées B2 et B3/B2 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire inférieur accompli ou qui ont fait l'objet d'une circulaire ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours techniques secondaires supérieurs.
Est également assimilé au porteur d'un certificat du niveau secondaire supérieur, le porteur d'un certificat B2 et d'un certificat du niveau secondaire inférieur;
13° aux cours techniques secondaires inférieurs : les écoles classées B2 et B3/B2 qui ne remplissent pas les conditions fixées aux points 12°, ainsi que les écoles classées B3/B5;
14° aux cours professionnels secondaires supérieurs : 14° les écoles classées B4/B1 et B6/B1 et classées B4/B2 qui, pour l'admission, exigent un titre d'études secondaires inférieures complètes;
15° aux cours professionnels secondaires inférieurs : les écoles classées B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 et C2Ab, ainsi que les écoles classées B4/B2, qui ne remplissent pas les conditions fixées au point 14° ci-dessus;
16° aux cours normaux techniques moyens : les cours à horaire réduit classés D qui, avant de délivrer le certificat de fin d'études, exigent que le récipiendaire soit au minimum porteur d'un titre d'études complètes de niveau secondaire supérieur de l'enseignement technique ou qui ont fait l'objet d'une dépêche ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours normaux techniques moyens;
17° aux cours normaux techniques moyens : le certificat habilitant à enseigner dans l'enseignement spécial;
18° au certificat habilitant à enseigner dans l'enseignement spécial est assimilé le certificat d'aptitude à enseigner des enfants anormaux.
§ 1bis. Les certificats et diplômes délivrés avant l'entrée en vigueur des commissions d'homologation compétentes par une école moyenne secondaire supérieure ou technique, organisée, subventionnée ou agréée par l'Etat, sont censés être homologués.
§ 2. En ce qui concerne l'enseignement supérieur artistique, sont assimilés :
1° à un diplôme d'enseignement supérieur artistique du troisième degré : le diplôme de virtuosité, le diplôme de premier prix composition ou direction d'orchestre, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
2° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré : le diplôme supérieur, le diplôme de premier prix fugue ou contrepoint, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
3° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré :
- le diplôme de premier prix, autre que ceux visés aux points 1° et 2° ci-dessus, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique, à l'exception du diplôme de premier prix solfège;
- les certificats des cours pédagogiques, délivrés à l'issue d'un cycle d'au moins deux années d'études par un établissement ou une section d'un établissement d'enseignement supérieur artistique.
A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que, pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus, cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs et autorités scolaires pour ce qui concerne la rémunération, la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail, et pour l'application de ces dispositions, les diplômes d'arts plastiques, délivrés, pendant la période du 1er septembre 1981 jusqu'en l'année académique 1993-1994 incluse, par des établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice, sont assimilés, assortis de l'attestation mentionnant la spécialité, aux diplômes délivrés par des établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice mentionnant la spécialité. "
Art. 29. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden tussen de woorden " inrichtende macht " en " die " de woorden " of het schoolbestuur " gevoegd;
2° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. In afwijking van § 1 moet deze verklaring niet worden afgelegd bij de aanwerving van een personeelslid door de inrichtende macht of het schoolbestuur voor een periode die de duur van 97 dagen niet overschrijdt.
Deze verklaring moet ook niet afgelegd worden bij de aanwerving van een personeelslid, indien het bekwaamheidsbewijs van dat personeelslid beschouwd zou worden als een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs indien de voorwaarde inzake het bezit van een bewijs van pedagogische bekwaamheid vervuld zou zijn. Deze bepaling kan slechts toegepast worden gedurende een periode die gelijk is aan de minimumduur die nodig is voor het behalen van het bewijs van pedagogische bekwaamheid, zoals gedefinieerd in artikel 4, § 2, vermeerderd met een schooljaar. De bedoelde periode loopt ononderbroken vanaf de eerste september die volgt op de eerste aanstelling van het personeelslid in het buitengewoon onderwijs. " ;
3° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. 1. Behalve indien § 2 van toepassing is, kan de houder van een voor een bepaald ambt vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, die bij een inrichtende macht of een schoolbestuur voor een betrekking in een dergelijk ambt zijn kandidatuur heeft gesteld doch niet werd aangeworven, verhaal aantekenen bij die inrichtende macht of dat schoolbestuur en eisen dat hij voor deze betrekking wordt aangeworven, wanneer deze een personeelslid in de bedoelde betrekking heeft aangeworven dat slechts houder is van een bekwaamheidsbewijs dat op grond van artikel 3 is ingedeeld als een " ander bekwaamheidsbewijs ".
Het verzoekschrift van de afgewezen kandidaat moet het bewijs bevatten dat hij zich voor de bedoelde betrekking kandidaat heeft gesteld.
Daarenboven kan slechts diegene een verhaal indienen die zich bij aangetekend schrijven kandidaat heeft gesteld bij de betrokken inrichtende macht of het schoolbestuur in kwestie of bij de representatieve vereniging van inrichtende machten van de betrokken inrichtende macht of het schoolbestuur daar waar deze bestaat.
2. Indien geen akkoord wordt bereikt tussen de inrichtende macht of het schoolbestuur en de kandidaat, beschikt deze laatste over een termijn van 60 kalenderdagen om bij aangetekend schrijven bij de Vlaams minister van Onderwijs en Vorming verhaal in te dienen.
De bovenvermelde termijn van 60 kalenderdagen begint te lopen vanaf de dag waarop de kandidaat feitelijk kennis neemt van de aanstelling en voor zover deze datum valt binnen het schooljaar van de aanstelling.
Elk verhaal dat buiten deze termijn wordt ingediend is onontvankelijk.
3. De Vlaams minister van Onderwijs en Vorming of zijn afgevaardigde vraagt bij het ontvangen van het bedoelde verhaal onverwijld aan de betrokken inrichtende macht of het schoolbestuur de motivering mede te delen omtrent de aanwerving.
Voor deze mededeling beschikt de inrichtende macht of het schoolbestuur over een termijn van 10 werkdagen. Deze termijn van 10 werkdagen begint te lopen vanaf de datum van verzending van de vraag tot motivering; de postdatum is bewijskrachtig. Niet-naleving hiervan heeft tot gevolg dat de inrichtende macht of het schoolbestuur het recht op de wedde of de weddentoelage verliest voor het personeelslid aangeworven met een bekwaamheidsbewijs dat is ingedeeld als een " ander bekwaamheidsbewijs " vanaf de eerste van de maand die volgt op het verstrijken van de termijn van 10 werkdagen.
4. Na ontvangst van het antwoord van de betrokken inrichtende macht of het schoolbestuur, onderzoekt de Vlaams minister van Onderwijs en Vorming of zijn afgevaardigde in hoever de aanwerving van het personeelslid, houder van een bekwaamheidsbewijs, ingedeeld als een " ander bekwaamheidsbewijs ", in overeenstemming is met de bepalingen van dit besluit en of een motivering werd gegeven waarom de verzoeker niet werd aangeworven.
5. Indien de Vlaams minister van Onderwijs en Vorming of zijn afgevaardigde vaststelt dat de bovenvermelde procedure werd nageleefd en dat door de inrichtende macht of het schoolbestuur een motivering werd gegeven, worden de kandidaat die het verzoekschrift heeft ingediend en de inrichtende macht of het schoolbestuur hiervan onmiddellijk op de hoogte gesteld.
6. Indien de Vlaams minister van Onderwijs en Vorming of zijn afgevaardigde vaststelt dat de procedure niet werd nageleefd of dat door de inrichtende macht of het schoolbestuur geen motivering werd gegeven, verliest de inrichtende macht of het schoolbestuur het recht op de wedde of de weddentoelage voor het ten onrechte aangeworven personeelslid, met ingang van de eerste van de maand die volgt op die waarbij de beslissing werd medegedeeld. Deze beslissing wordt zowel aan de betrokken inrichtende macht of het schoolbestuur als aan de kandidaat, die het verzoekschrift heeft ingediend, bij aangetekende brief medegedeeld.
7. Aangezien de aanwerving van een personeelslid, houder van een bekwaamheidsbewijs, ingedeeld als een " ander bekwaamheidsbewijs " beperkt is tot de duur van het lopende schooljaar, eindigt elke procedure die werd ingeleid op de wijze zoals hierboven uiteengezet van rechtswege op 30 juni van het lopende schooljaar. ".
1° in § 1 worden tussen de woorden " inrichtende macht " en " die " de woorden " of het schoolbestuur " gevoegd;
2° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. In afwijking van § 1 moet deze verklaring niet worden afgelegd bij de aanwerving van een personeelslid door de inrichtende macht of het schoolbestuur voor een periode die de duur van 97 dagen niet overschrijdt.
Deze verklaring moet ook niet afgelegd worden bij de aanwerving van een personeelslid, indien het bekwaamheidsbewijs van dat personeelslid beschouwd zou worden als een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs indien de voorwaarde inzake het bezit van een bewijs van pedagogische bekwaamheid vervuld zou zijn. Deze bepaling kan slechts toegepast worden gedurende een periode die gelijk is aan de minimumduur die nodig is voor het behalen van het bewijs van pedagogische bekwaamheid, zoals gedefinieerd in artikel 4, § 2, vermeerderd met een schooljaar. De bedoelde periode loopt ononderbroken vanaf de eerste september die volgt op de eerste aanstelling van het personeelslid in het buitengewoon onderwijs. " ;
3° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. 1. Behalve indien § 2 van toepassing is, kan de houder van een voor een bepaald ambt vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, die bij een inrichtende macht of een schoolbestuur voor een betrekking in een dergelijk ambt zijn kandidatuur heeft gesteld doch niet werd aangeworven, verhaal aantekenen bij die inrichtende macht of dat schoolbestuur en eisen dat hij voor deze betrekking wordt aangeworven, wanneer deze een personeelslid in de bedoelde betrekking heeft aangeworven dat slechts houder is van een bekwaamheidsbewijs dat op grond van artikel 3 is ingedeeld als een " ander bekwaamheidsbewijs ".
Het verzoekschrift van de afgewezen kandidaat moet het bewijs bevatten dat hij zich voor de bedoelde betrekking kandidaat heeft gesteld.
Daarenboven kan slechts diegene een verhaal indienen die zich bij aangetekend schrijven kandidaat heeft gesteld bij de betrokken inrichtende macht of het schoolbestuur in kwestie of bij de representatieve vereniging van inrichtende machten van de betrokken inrichtende macht of het schoolbestuur daar waar deze bestaat.
2. Indien geen akkoord wordt bereikt tussen de inrichtende macht of het schoolbestuur en de kandidaat, beschikt deze laatste over een termijn van 60 kalenderdagen om bij aangetekend schrijven bij de Vlaams minister van Onderwijs en Vorming verhaal in te dienen.
De bovenvermelde termijn van 60 kalenderdagen begint te lopen vanaf de dag waarop de kandidaat feitelijk kennis neemt van de aanstelling en voor zover deze datum valt binnen het schooljaar van de aanstelling.
Elk verhaal dat buiten deze termijn wordt ingediend is onontvankelijk.
3. De Vlaams minister van Onderwijs en Vorming of zijn afgevaardigde vraagt bij het ontvangen van het bedoelde verhaal onverwijld aan de betrokken inrichtende macht of het schoolbestuur de motivering mede te delen omtrent de aanwerving.
Voor deze mededeling beschikt de inrichtende macht of het schoolbestuur over een termijn van 10 werkdagen. Deze termijn van 10 werkdagen begint te lopen vanaf de datum van verzending van de vraag tot motivering; de postdatum is bewijskrachtig. Niet-naleving hiervan heeft tot gevolg dat de inrichtende macht of het schoolbestuur het recht op de wedde of de weddentoelage verliest voor het personeelslid aangeworven met een bekwaamheidsbewijs dat is ingedeeld als een " ander bekwaamheidsbewijs " vanaf de eerste van de maand die volgt op het verstrijken van de termijn van 10 werkdagen.
4. Na ontvangst van het antwoord van de betrokken inrichtende macht of het schoolbestuur, onderzoekt de Vlaams minister van Onderwijs en Vorming of zijn afgevaardigde in hoever de aanwerving van het personeelslid, houder van een bekwaamheidsbewijs, ingedeeld als een " ander bekwaamheidsbewijs ", in overeenstemming is met de bepalingen van dit besluit en of een motivering werd gegeven waarom de verzoeker niet werd aangeworven.
5. Indien de Vlaams minister van Onderwijs en Vorming of zijn afgevaardigde vaststelt dat de bovenvermelde procedure werd nageleefd en dat door de inrichtende macht of het schoolbestuur een motivering werd gegeven, worden de kandidaat die het verzoekschrift heeft ingediend en de inrichtende macht of het schoolbestuur hiervan onmiddellijk op de hoogte gesteld.
6. Indien de Vlaams minister van Onderwijs en Vorming of zijn afgevaardigde vaststelt dat de procedure niet werd nageleefd of dat door de inrichtende macht of het schoolbestuur geen motivering werd gegeven, verliest de inrichtende macht of het schoolbestuur het recht op de wedde of de weddentoelage voor het ten onrechte aangeworven personeelslid, met ingang van de eerste van de maand die volgt op die waarbij de beslissing werd medegedeeld. Deze beslissing wordt zowel aan de betrokken inrichtende macht of het schoolbestuur als aan de kandidaat, die het verzoekschrift heeft ingediend, bij aangetekende brief medegedeeld.
7. Aangezien de aanwerving van een personeelslid, houder van een bekwaamheidsbewijs, ingedeeld als een " ander bekwaamheidsbewijs " beperkt is tot de duur van het lopende schooljaar, eindigt elke procedure die werd ingeleid op de wijze zoals hierboven uiteengezet van rechtswege op 30 juni van het lopende schooljaar. ".
Art. 28. L'article 9 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 9. § 1er. Sont assimilés aux diplômes, certificats d'études et brevets d'écoles ou de cours cités aux articles 7, 8 et 10, les diplômes délivrés par les écoles ou cours techniques et professionnels y assimilés tel qu'il est stipulé ci-après :
1° aux écoles techniques supérieures du troisième degré : les écoles classées A5;
2° aux écoles techniques supérieures du deuxième degré : les écoles d'ingénieurs techniciens classées A1, les écoles d'architecture classées A7/A1;
3° aux écoles techniques supérieures du premier degré : les écoles classées A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° aux écoles techniques secondaires supérieures : les écoles classées A2,A2A, A6/A2, A6/C1 - 2e cycle, A7/A2, A8/A2,C1 - 2e cycle, C1A, C5/C1 - 2e cycle, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cycle, A2/C1 (écoles d'aspirants en nursing);
5° aux écoles techniques secondaires inférieures : les écoles classées A3, A3A, A6/A3, A6/C1 - 1er cycle, A7/A3, C1 - 1er cycle, C2, C2Aa, C5/C1 - 1er cycle, C1/A6/A3, A7/C1 - 1er cycle;
6° aux écoles professionnelles secondaires complémentaires : les écoles classées C.1.D. (formation continue), C1/A2 (écoles d'assistants en soins hospitaliers);
7° aux écoles professionnelles secondaires supérieures : le 2e cycle des écoles classées A4, C3 et C5, les écoles professionnelles classées A2, ainsi que les écoles classées C2 (écoles de puéricultrices);
8° aux écoles professionnelles secondaires inférieures : le 1er cycle des écoles classées A4, C3, C5 et A7/C3;
9° aux écoles normales techniques moyennes : les écoles classées A1D, A6/A1D, A7/A1d, A7/C1D, C1D, C5/C1D et C1An;
10° aux écoles normales techniques primaires : les écoles classées A2An;
11° aux cours techniques supérieurs du premier degré : les écoles classées B1 et B3/B1 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire supérieur complet ou qui ont fait l'objet d'une dépêche ministérielle les classant a nouveau au niveau des cours techniques supérieurs du premier degré
Sont également assimilés au porteur d'un certificat du niveau supérieur du premier degré :
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur;
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat B2;
12° aux cours techniques secondaires supérieurs : les écoles classées B1 et B3/B1 qui ne remplissent pas la condition fixée au point 11° ci-dessus et les écoles classées B2 et B3/B2 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire inférieur accompli ou qui ont fait l'objet d'une circulaire ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours techniques secondaires supérieurs.
Est également assimilé au porteur d'un certificat du niveau secondaire supérieur, le porteur d'un certificat B2 et d'un certificat du niveau secondaire inférieur;
13° aux cours techniques secondaires inférieurs : les écoles classées B2 et B3/B2 qui ne remplissent pas les conditions fixées aux points 12°, ainsi que les écoles classées B3/B5;
14° aux cours professionnels secondaires supérieurs : 14° les écoles classées B4/B1 et B6/B1 et classées B4/B2 qui, pour l'admission, exigent un titre d'études secondaires inférieures complètes;
15° aux cours professionnels secondaires inférieurs : les écoles classées B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 et C2Ab, ainsi que les écoles classées B4/B2, qui ne remplissent pas les conditions fixées au point 14° ci-dessus;
16° aux cours normaux techniques moyens : les cours à horaire réduit classés D qui, avant de délivrer le certificat final d'aptitude, exigent que le récipiendaire soit au minimum porteur d'un titre d'études complètes de niveau secondaire supérieur de l'enseignement technique ou qui ont fait l'objet
d'une dépêche ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours normaux techniques moyens;
17° aux cours normaux techniques moyens : le certificat habilitant à enseigner dans l'enseignement spécial;
18° au certificat habilitant à enseigner dans l'enseignement spécial est assimilé le certificat d'aptitude à enseigner des enfants anormaux.
§ 1bis. Les certificats et diplômes délivrés avant l'entrée en vigueur des commissions d'homologation compétentes par une école moyenne secondaire supérieure ou technique, organisée, subventionnée ou agréée par l'Etat, sont censés être homologués.
§ 1ter. Pour l'application du présent arrêté, les titres suivants sont assimilés au certificat d'aptitudes pédagogiques 'danse' :
1° le certificat de cours pédagogiques, division danse classique et étude du mouvement ou danse et étude du mouvement, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
2° le certificat d'aptitude à l'enseignement de ballet ou de l'étude du mouvement, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
3° le certificat d'aptitude à l'enseignement de la danse, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
4° le certificat pédagogique de la danse moderne ou du ballet classique, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
5° le certificat de spécialisation en danse classique, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie. ";
§ 2. En ce qui concerne l'enseignement supérieur artistique, sont assimilés :
1° à un diplôme d'enseignement supérieur artistique du troisième degré : le diplôme de virtuosité, le diplôme de premier prix composition ou direction d'orchestre, délivre par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
2° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré : le diplôme supérieur, le diplôme de premier prix fugue ou contrepoint, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
3° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré :
- le diplôme de premier prix, autre que ceux visés aux points 1° et 2° ci-dessus, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique, à l'exception du diplôme de premier prix solfège;
- les certificats des cours pédagogiques, délivrés à l'issue d'un cycle d'au moins deux années d'études par un établissement ou une section d'un établissement d'enseignement supérieur artistique.
Pour l'application ces dispositions, les diplômes de l'orientation 'Arts plastiques', délivrés par les établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice dans la période du 1er septembre 1981 jusqu'à l'année académique 1993-1994 incluse, et accompagnés de l'attestation explicative avec mention de la spécialité, sont assimilés aux diplômes délivrés par des établissements d'enseignement supérieur artistiques de plein exercice mentionnant la spécialité.
§ 3. Le diplôme de professeur d'éducation musicale ou professeur de chant du premier degré et le diplôme de professeur d'éducation musicale ou de professeur de chant du deuxième degré, délivrés par le jury institué à cet effet sont assimilés au diplôme AESI éducation musicale. ".
" Art. 9. § 1er. Sont assimilés aux diplômes, certificats d'études et brevets d'écoles ou de cours cités aux articles 7, 8 et 10, les diplômes délivrés par les écoles ou cours techniques et professionnels y assimilés tel qu'il est stipulé ci-après :
1° aux écoles techniques supérieures du troisième degré : les écoles classées A5;
2° aux écoles techniques supérieures du deuxième degré : les écoles d'ingénieurs techniciens classées A1, les écoles d'architecture classées A7/A1;
3° aux écoles techniques supérieures du premier degré : les écoles classées A1, A6/A1, A7/A1, A8/A1, C1/A1;
4° aux écoles techniques secondaires supérieures : les écoles classées A2,A2A, A6/A2, A6/C1 - 2e cycle, A7/A2, A8/A2,C1 - 2e cycle, C1A, C5/C1 - 2e cycle, C1/A6/A2, A7/C1 - 2e cycle, A2/C1 (écoles d'aspirants en nursing);
5° aux écoles techniques secondaires inférieures : les écoles classées A3, A3A, A6/A3, A6/C1 - 1er cycle, A7/A3, C1 - 1er cycle, C2, C2Aa, C5/C1 - 1er cycle, C1/A6/A3, A7/C1 - 1er cycle;
6° aux écoles professionnelles secondaires complémentaires : les écoles classées C.1.D. (formation continue), C1/A2 (écoles d'assistants en soins hospitaliers);
7° aux écoles professionnelles secondaires supérieures : le 2e cycle des écoles classées A4, C3 et C5, les écoles professionnelles classées A2, ainsi que les écoles classées C2 (écoles de puéricultrices);
8° aux écoles professionnelles secondaires inférieures : le 1er cycle des écoles classées A4, C3, C5 et A7/C3;
9° aux écoles normales techniques moyennes : les écoles classées A1D, A6/A1D, A7/A1d, A7/C1D, C1D, C5/C1D et C1An;
10° aux écoles normales techniques primaires : les écoles classées A2An;
11° aux cours techniques supérieurs du premier degré : les écoles classées B1 et B3/B1 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire supérieur complet ou qui ont fait l'objet d'une dépêche ministérielle les classant a nouveau au niveau des cours techniques supérieurs du premier degré
Sont également assimilés au porteur d'un certificat du niveau supérieur du premier degré :
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur;
- le porteur d'un certificat B1 ou d'un certificat B2;
12° aux cours techniques secondaires supérieurs : les écoles classées B1 et B3/B1 qui ne remplissent pas la condition fixée au point 11° ci-dessus et les écoles classées B2 et B3/B2 qui, pour l'admission des élèves, exigent un certificat d'enseignement secondaire inférieur accompli ou qui ont fait l'objet d'une circulaire ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours techniques secondaires supérieurs.
Est également assimilé au porteur d'un certificat du niveau secondaire supérieur, le porteur d'un certificat B2 et d'un certificat du niveau secondaire inférieur;
13° aux cours techniques secondaires inférieurs : les écoles classées B2 et B3/B2 qui ne remplissent pas les conditions fixées aux points 12°, ainsi que les écoles classées B3/B5;
14° aux cours professionnels secondaires supérieurs : 14° les écoles classées B4/B1 et B6/B1 et classées B4/B2 qui, pour l'admission, exigent un titre d'études secondaires inférieures complètes;
15° aux cours professionnels secondaires inférieurs : les écoles classées B6/B2, B5, B6/B4, B6/B5, C4, B4/C4 et C2Ab, ainsi que les écoles classées B4/B2, qui ne remplissent pas les conditions fixées au point 14° ci-dessus;
16° aux cours normaux techniques moyens : les cours à horaire réduit classés D qui, avant de délivrer le certificat final d'aptitude, exigent que le récipiendaire soit au minimum porteur d'un titre d'études complètes de niveau secondaire supérieur de l'enseignement technique ou qui ont fait l'objet
d'une dépêche ministérielle les classant à nouveau au niveau des cours normaux techniques moyens;
17° aux cours normaux techniques moyens : le certificat habilitant à enseigner dans l'enseignement spécial;
18° au certificat habilitant à enseigner dans l'enseignement spécial est assimilé le certificat d'aptitude à enseigner des enfants anormaux.
§ 1bis. Les certificats et diplômes délivrés avant l'entrée en vigueur des commissions d'homologation compétentes par une école moyenne secondaire supérieure ou technique, organisée, subventionnée ou agréée par l'Etat, sont censés être homologués.
§ 1ter. Pour l'application du présent arrêté, les titres suivants sont assimilés au certificat d'aptitudes pédagogiques 'danse' :
1° le certificat de cours pédagogiques, division danse classique et étude du mouvement ou danse et étude du mouvement, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
2° le certificat d'aptitude à l'enseignement de ballet ou de l'étude du mouvement, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
3° le certificat d'aptitude à l'enseignement de la danse, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
4° le certificat pédagogique de la danse moderne ou du ballet classique, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie ";
5° le certificat de spécialisation en danse classique, délivré par les " Hogere Rijksleergangen voor Dans en Danspedagogiek " ou le " Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie. ";
§ 2. En ce qui concerne l'enseignement supérieur artistique, sont assimilés :
1° à un diplôme d'enseignement supérieur artistique du troisième degré : le diplôme de virtuosité, le diplôme de premier prix composition ou direction d'orchestre, délivre par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
2° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du deuxième degré : le diplôme supérieur, le diplôme de premier prix fugue ou contrepoint, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique;
3° à un diplôme de l'enseignement supérieur artistique du premier degré :
- le diplôme de premier prix, autre que ceux visés aux points 1° et 2° ci-dessus, délivré par un établissement d'enseignement supérieur de la musique, à l'exception du diplôme de premier prix solfège;
- les certificats des cours pédagogiques, délivrés à l'issue d'un cycle d'au moins deux années d'études par un établissement ou une section d'un établissement d'enseignement supérieur artistique.
Pour l'application ces dispositions, les diplômes de l'orientation 'Arts plastiques', délivrés par les établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice dans la période du 1er septembre 1981 jusqu'à l'année académique 1993-1994 incluse, et accompagnés de l'attestation explicative avec mention de la spécialité, sont assimilés aux diplômes délivrés par des établissements d'enseignement supérieur artistiques de plein exercice mentionnant la spécialité.
§ 3. Le diplôme de professeur d'éducation musicale ou professeur de chant du premier degré et le diplôme de professeur d'éducation musicale ou de professeur de chant du deuxième degré, délivrés par le jury institué à cet effet sont assimilés au diplôme AESI éducation musicale. ".
Art. 30. In artikel 11, gewijzigd door de besluiten van 19 december 1991, 17 juni 1997 en 15 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " in de bijlagen I tot en met IX " vervangen door de woorden " in de bijlage I ";
2° § 5 wordt vervangen door wat volgt :
" § 5. De uren onderwijskundige hulp in het kader van het geïntegreerd onderwijs dienen door de inrichtende macht of het schoolbestuur gelijkgesteld te worden met hetzij het ambt van onderwijzer, hetzij met het ambt van leraar algemene en sociale vorming, hetzij met het ambt van leraar beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 2, hetzij met het ambt van leraar beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3 met vermelding van de specialiteit. De uren paramedische hulp in het kader van het geïntegreerd onderwijs, dienen, naargelang van de aard van de verstrekte hulp, door de inrichtende macht of het schoolbestuur gelijkgesteld te worden met hetzij logopedie of kinesitherapie. " ;
3° § 6 wordt vervangen door wat volgt :
" § 6. De uren beleidsondersteuning die in het buitengewoon basisonderwijs worden ingericht, dienen door de inrichtende macht of het schoolbestuur gelijkgesteld te worden met één van de ambten die in dit onderwijs kunnen uitgeoefend worden. ".
1° in § 1 worden de woorden " in de bijlagen I tot en met IX " vervangen door de woorden " in de bijlage I ";
2° § 5 wordt vervangen door wat volgt :
" § 5. De uren onderwijskundige hulp in het kader van het geïntegreerd onderwijs dienen door de inrichtende macht of het schoolbestuur gelijkgesteld te worden met hetzij het ambt van onderwijzer, hetzij met het ambt van leraar algemene en sociale vorming, hetzij met het ambt van leraar beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 2, hetzij met het ambt van leraar beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3 met vermelding van de specialiteit. De uren paramedische hulp in het kader van het geïntegreerd onderwijs, dienen, naargelang van de aard van de verstrekte hulp, door de inrichtende macht of het schoolbestuur gelijkgesteld te worden met hetzij logopedie of kinesitherapie. " ;
3° § 6 wordt vervangen door wat volgt :
" § 6. De uren beleidsondersteuning die in het buitengewoon basisonderwijs worden ingericht, dienen door de inrichtende macht of het schoolbestuur gelijkgesteld te worden met één van de ambten die in dit onderwijs kunnen uitgeoefend worden. ".
Art. 29. A l'article 10 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, les mots " ou l'autorité scolaire " sont insérés entre les mots " pouvoir organisateur " et " qui ";
2° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Par dérogation au § 1er, cette déclaration n'est pas obligatoire lorsque le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire recrute un membre du personnel pour une période ne dépassant pas 97 jours.
En outre, lors du recrutement d'un membre du personnel, cette déclaration n'est pas requise si le titre dont l'intéressé est porteur était considéré comme titre requis ou titre jugé suffisant au cas où la condition en matière de possession d'un certificat d'aptitudes pédagogiques serait remplie. Cette disposition ne peut être appliquée que pendant une période égale à la durée minimale nécessaire à l'obtention du certificat d'aptitudes pédagogiques tel que défini à l'article 4, § 2, prolongée d'une année scolaire. La période en question court sans interruption à compter du 1er septembre qui suit la première désignation du membre du personnel dans l'enseignement spécial. ";
3° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. 1. Sauf dans les cas où le § 2 est applicable, le porteur d'un titre requis ou jugé suffisant pour une fonction déterminée, qui a introduit sa candidature à un emploi dans pareille fonction auprès d'un pouvoir organisateur ou d'une autorité scolaire mais n'a pas été recruté, peut introduire un recours auprès de ce pouvoir organisateur ou cette autorité scolaire et exiger d'être recruté pour cet emploi, lorsque le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire a recruté, pour l'emploi visé, un membre du personnel qui n'est porteur que d'un titre classé parmi " les autres titres " sur la base de l'article 3.
La requête du candidat refusé doit fournir la preuve qu'il d'est porté candidat à l'emploi en question.
En outre, le recours ne peut être introduit que par une personne qui a adressé sa candidature, par lettre recommandée, au pouvoir organisateur ou à l'autorité scolaire en question ou à l'association représentative de pouvoirs organisateurs du pouvoir organisateur ou de l'autorité scolaire intéressé(e), là ou une telle association existe.
2. A défaut d'accord entre le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire et le candidat, ce dernier dispose d'un délai de 60 jours calendrier pour introduire, par lettre recommandée, un recours auprès du Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Le délai précité de 60 jours calendrier prend cours le jour où le candidat prend effectivement connaissance de la désignation et pour autant que cette date se situe dans l'année scolaire où la désignation a eu lieu.
Tout recours introduit en dehors de ce délai est irrecevable.
3. Dès que le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation ou son délégué reçoit le recours, il invite sans tarder le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire en question à motiver le recrutement.
Pour faire parvenir sa réponse, le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire dispose d'un délai de 10 jours ouvrables. Ce délai de 10 jours ouvrables prend cours à la date d'envoi de la demande de motivation, la date de la poste faisant foi. La non-observance de cette disposition a pour effet que le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire perd le droit au traitement ou à la subvention-traitement pour le membre du personnel recruté et porteur d'un " autre titre " dès le premier jour du mois suivant la fin du délai de 10 jours ouvrables.
4. Après avoir reçu la réponse du pouvoir organisé ou de l'autorité scolaire en cause, le Ministre de l'Enseignement et de la Formation ou son délégué examine dans quelle mesure le recrutement du membre du personnel, porteur d'un titre classé parmi " les autres titres ", est conforme aux dispositions du présent arrêté et si le fait de ne pas avoir recruté le requérant a été dûment motivé.
5. Si le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation ou son délégué constate que la procédure précitée a été suivie et que le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire a fourni une motivation, le requérant et le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire en sont immédiatement informés.
6. Si le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation ou son délégué constate que la procédure n'a pas été suivie ou que le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire n'a pas fourni de motivation, le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire perd le droit au traitement ou à la subvention-traitement du membre du personnel indûment recruté, à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision a été notifiée. Cette décision est communiquée au pouvoir organisateur ou à l'autorité scolaire en cause ainsi qu'au requérant, par lettre recommandée.
7. Etant donné que le recrutement d'un membre du personnel porteur d'un titre classé parmi " les autres titres " est limité à la durée de l'année scolaire en cours, toute procédure introduite de la façon décrite ci-dessus prend fin, de plein droit, au 30 juin de Annee scolaire en cours. ".
1° au § 1er, les mots " ou l'autorité scolaire " sont insérés entre les mots " pouvoir organisateur " et " qui ";
2° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Par dérogation au § 1er, cette déclaration n'est pas obligatoire lorsque le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire recrute un membre du personnel pour une période ne dépassant pas 97 jours.
En outre, lors du recrutement d'un membre du personnel, cette déclaration n'est pas requise si le titre dont l'intéressé est porteur était considéré comme titre requis ou titre jugé suffisant au cas où la condition en matière de possession d'un certificat d'aptitudes pédagogiques serait remplie. Cette disposition ne peut être appliquée que pendant une période égale à la durée minimale nécessaire à l'obtention du certificat d'aptitudes pédagogiques tel que défini à l'article 4, § 2, prolongée d'une année scolaire. La période en question court sans interruption à compter du 1er septembre qui suit la première désignation du membre du personnel dans l'enseignement spécial. ";
3° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. 1. Sauf dans les cas où le § 2 est applicable, le porteur d'un titre requis ou jugé suffisant pour une fonction déterminée, qui a introduit sa candidature à un emploi dans pareille fonction auprès d'un pouvoir organisateur ou d'une autorité scolaire mais n'a pas été recruté, peut introduire un recours auprès de ce pouvoir organisateur ou cette autorité scolaire et exiger d'être recruté pour cet emploi, lorsque le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire a recruté, pour l'emploi visé, un membre du personnel qui n'est porteur que d'un titre classé parmi " les autres titres " sur la base de l'article 3.
La requête du candidat refusé doit fournir la preuve qu'il d'est porté candidat à l'emploi en question.
En outre, le recours ne peut être introduit que par une personne qui a adressé sa candidature, par lettre recommandée, au pouvoir organisateur ou à l'autorité scolaire en question ou à l'association représentative de pouvoirs organisateurs du pouvoir organisateur ou de l'autorité scolaire intéressé(e), là ou une telle association existe.
2. A défaut d'accord entre le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire et le candidat, ce dernier dispose d'un délai de 60 jours calendrier pour introduire, par lettre recommandée, un recours auprès du Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Le délai précité de 60 jours calendrier prend cours le jour où le candidat prend effectivement connaissance de la désignation et pour autant que cette date se situe dans l'année scolaire où la désignation a eu lieu.
Tout recours introduit en dehors de ce délai est irrecevable.
3. Dès que le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation ou son délégué reçoit le recours, il invite sans tarder le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire en question à motiver le recrutement.
Pour faire parvenir sa réponse, le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire dispose d'un délai de 10 jours ouvrables. Ce délai de 10 jours ouvrables prend cours à la date d'envoi de la demande de motivation, la date de la poste faisant foi. La non-observance de cette disposition a pour effet que le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire perd le droit au traitement ou à la subvention-traitement pour le membre du personnel recruté et porteur d'un " autre titre " dès le premier jour du mois suivant la fin du délai de 10 jours ouvrables.
4. Après avoir reçu la réponse du pouvoir organisé ou de l'autorité scolaire en cause, le Ministre de l'Enseignement et de la Formation ou son délégué examine dans quelle mesure le recrutement du membre du personnel, porteur d'un titre classé parmi " les autres titres ", est conforme aux dispositions du présent arrêté et si le fait de ne pas avoir recruté le requérant a été dûment motivé.
5. Si le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation ou son délégué constate que la procédure précitée a été suivie et que le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire a fourni une motivation, le requérant et le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire en sont immédiatement informés.
6. Si le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation ou son délégué constate que la procédure n'a pas été suivie ou que le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire n'a pas fourni de motivation, le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire perd le droit au traitement ou à la subvention-traitement du membre du personnel indûment recruté, à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision a été notifiée. Cette décision est communiquée au pouvoir organisateur ou à l'autorité scolaire en cause ainsi qu'au requérant, par lettre recommandée.
7. Etant donné que le recrutement d'un membre du personnel porteur d'un titre classé parmi " les autres titres " est limité à la durée de l'année scolaire en cours, toute procédure introduite de la façon décrite ci-dessus prend fin, de plein droit, au 30 juin de Annee scolaire en cours. ".
Art. 31. Artikel 12, § 1, vervangen bij het besluit van 21 november 2003, wordt vervangen door wat volgt :
" Art 12. § 1. De personeelsleden bedoeld in artikel 2, § 1 en § 2, van dit besluit, worden bezoldigd overeenkomstig de salarisschalen die in de bijlage I van dit besluit naast elk bekwaamheidsbewijs zijn vermeld.
Deze salarisschalen worden met ingang van 1 december 2001 vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. "
" Art 12. § 1. De personeelsleden bedoeld in artikel 2, § 1 en § 2, van dit besluit, worden bezoldigd overeenkomstig de salarisschalen die in de bijlage I van dit besluit naast elk bekwaamheidsbewijs zijn vermeld.
Deze salarisschalen worden met ingang van 1 december 2001 vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. "
Art. 30. A l'article 11, modifié par les arrêtés des 19 décembre 1991, 17 juin 1997 et 15 décembre 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, les mots " aux annexes I à IX inclus " sont remplacés par les mots " à l'annexe I ";
2° le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. Le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire doit assimiler les heures d'aide pédagogique dans le cadre de l'enseignement intégré soit à la fonction d'instituteur primaire, soit à la fonction d'enseignant de formation générale et sociale, soit à la fonction d'enseignant de formation à vocation professionnelle dans la forme d'enseignement 2, soit à la fonction d'enseignant de formation à vocation professionnelle dans la forme d'enseignement 3 avec mention de la spécialité. Le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire doit assimiler les heures d'aide paramédicale, donnée dans le cadre de l'enseignement intégré, selon la nature de l'aide fournie, soit à la logopédie soit à la kinésithérapie. ";
3° le § 6 est remplacé par la disposition suivante :
" § 6. Le pouvoir organisateur ou autorité scolaire doit assimiler les heures d'aide à la gestion organisées dans l'enseignement fondamental spécial à une des fonctions pouvant être exercées dans cet enseignement. ".
1° au § 1er, les mots " aux annexes I à IX inclus " sont remplacés par les mots " à l'annexe I ";
2° le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. Le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire doit assimiler les heures d'aide pédagogique dans le cadre de l'enseignement intégré soit à la fonction d'instituteur primaire, soit à la fonction d'enseignant de formation générale et sociale, soit à la fonction d'enseignant de formation à vocation professionnelle dans la forme d'enseignement 2, soit à la fonction d'enseignant de formation à vocation professionnelle dans la forme d'enseignement 3 avec mention de la spécialité. Le pouvoir organisateur ou l'autorité scolaire doit assimiler les heures d'aide paramédicale, donnée dans le cadre de l'enseignement intégré, selon la nature de l'aide fournie, soit à la logopédie soit à la kinésithérapie. ";
3° le § 6 est remplacé par la disposition suivante :
" § 6. Le pouvoir organisateur ou autorité scolaire doit assimiler les heures d'aide à la gestion organisées dans l'enseignement fondamental spécial à une des fonctions pouvant être exercées dans cet enseignement. ".
Art. 32. In artikel 13bis, ingevoegd door het besluit van 21 november 2003, worden de woorden " bijlage II " telkens vervangen door de woorden " de bijlage I ".
Art. 31. L'article 12, § 1er, remplacé par l'arrêté du 21 novembre 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 12. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 2, §§ 1er et 2, du présent arrêté sont rémunérés conformément aux échelles de traitement mentionnées dans l'annexe I du présent arrêté en regard de chaque titre de capacité.
Ces échelles de traitement sont, à partir du 1er décembre 2001, fixées par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement. "
" Art. 12. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 2, §§ 1er et 2, du présent arrêté sont rémunérés conformément aux échelles de traitement mentionnées dans l'annexe I du présent arrêté en regard de chaque titre de capacité.
Ces échelles de traitement sont, à partir du 1er décembre 2001, fixées par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement. "
Art. 33. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art.14bis. § 1.De personeelsleden die, op basis van een bekwaamheidsbewijs " HOKT fysische behandelingen optie arbeidstherapie " :
- uiterlijk op 31 augustus 2002 vast benoemd zijn in het ambt van kinesitherapeut in de instellingen voor buitengewoon basis- en secundair onderwijs;
- of in de loop van het schooljaar 2001-2002 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn met het ambt van kinesitherapeut in de instellingen voor het buitengewoon basis- en secundair onderwijs;
- of uiterlijk op 1 september 2002 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of voorrang hebben verworven in het ambt van kinesitherapeut in de instellingen voor buitengewoon basis- en secundair onderwijs;
- behouden bij overgangsmaatregel vanaf 1 september 2002 een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kinesitherapeut in de instellingen voor buitengewoon basis- en secundair onderwijs, met uitzondering van de ambten van kinesitherapeut in de opvangcentra, semi-internaten, MPI's, internaten van de instituten voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs.
§ 2. De overgangsmaatregelen toegekend in artikel 14bis blijven behouden :
- voor wat de vastbenoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
- voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
" Art.14bis. § 1.De personeelsleden die, op basis van een bekwaamheidsbewijs " HOKT fysische behandelingen optie arbeidstherapie " :
- uiterlijk op 31 augustus 2002 vast benoemd zijn in het ambt van kinesitherapeut in de instellingen voor buitengewoon basis- en secundair onderwijs;
- of in de loop van het schooljaar 2001-2002 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn met het ambt van kinesitherapeut in de instellingen voor het buitengewoon basis- en secundair onderwijs;
- of uiterlijk op 1 september 2002 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of voorrang hebben verworven in het ambt van kinesitherapeut in de instellingen voor buitengewoon basis- en secundair onderwijs;
- behouden bij overgangsmaatregel vanaf 1 september 2002 een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kinesitherapeut in de instellingen voor buitengewoon basis- en secundair onderwijs, met uitzondering van de ambten van kinesitherapeut in de opvangcentra, semi-internaten, MPI's, internaten van de instituten voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs.
§ 2. De overgangsmaatregelen toegekend in artikel 14bis blijven behouden :
- voor wat de vastbenoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
- voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
Art. 32. A l'article 13bis, inséré par l'arrêté du 21 novembre 2003, les mots " annexe II " sont remplacés chaque fois par les mots " l'annexe I ".
Art. 34. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 14ter. § 1. De personeelsleden die, op basis van een bekwaamheidsbewijs " HOKT fysische behandelingen optie arbeidstherapie " :
- uiterlijk op 31 augustus 2003 vast benoemd zijn in het ambt van kinesitherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- of in de loop van het schooljaar 2002-2003 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn met het ambt van kinesitherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- of uiterlijk op 1 september 2003 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven in het ambt van kinesitherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- behouden bij overgangsmaatregel vanaf 1 september 2003 een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kinesitherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs.
§ 2. De overgangsmaatregelen toegekend in artikel 14ter blijven behouden :
- voor wat de vastbenoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
- voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
" Art. 14ter. § 1. De personeelsleden die, op basis van een bekwaamheidsbewijs " HOKT fysische behandelingen optie arbeidstherapie " :
- uiterlijk op 31 augustus 2003 vast benoemd zijn in het ambt van kinesitherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- of in de loop van het schooljaar 2002-2003 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn met het ambt van kinesitherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- of uiterlijk op 1 september 2003 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven in het ambt van kinesitherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- behouden bij overgangsmaatregel vanaf 1 september 2003 een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kinesitherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs.
§ 2. De overgangsmaatregelen toegekend in artikel 14ter blijven behouden :
- voor wat de vastbenoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
- voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
Art. 33. Dans le même arrêté, il est inséré un article 14bis, rédigé comme suit :
" Art.14bis. § 1er. Les membres du personnel qui, sur la base d'un titre " ESTC traitements physiques option thérapie du travail " :
- sont, au plus tard le 31 août 2002, nommés à titre définitif dans la fonction de kinésithérapeute auprès des établissements d'enseignement fondamental et secondaire spécial;
- ou sont, dans le courant de l'année scolaire 2001-2002, temporairement désignés à ou chargé de la fonction de kinésithérapeute dans les établissements d'enseignement fondamental et secondaire spécial;
- ou ont, au plus tard le 1er septembre 2002, acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue ou acquis la priorité dans la fonction de kinésithérapeute dans les établissements d'enseignement fondamental et secondaire spécial;
- conservent, par mesure transitoire, à partir du 1er septembre 2002, un titre requis pour la fonction de kinésithérapeute auprès des établissements d'enseignement fondamental et secondaire spécial, à l'exception des fonctions de kinésithérapeute dans les centres d'accueil, les semi-internats, les instituts médico-pédagogiques, les internats des instituts d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire.
§ 2. Les mesures transitoires accordées à l'article 14bis restent valables :
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel restent occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;- pour ce qui concerne les membres du personnel temporaires : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et l'interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. ".
" Art.14bis. § 1er. Les membres du personnel qui, sur la base d'un titre " ESTC traitements physiques option thérapie du travail " :
- sont, au plus tard le 31 août 2002, nommés à titre définitif dans la fonction de kinésithérapeute auprès des établissements d'enseignement fondamental et secondaire spécial;
- ou sont, dans le courant de l'année scolaire 2001-2002, temporairement désignés à ou chargé de la fonction de kinésithérapeute dans les établissements d'enseignement fondamental et secondaire spécial;
- ou ont, au plus tard le 1er septembre 2002, acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue ou acquis la priorité dans la fonction de kinésithérapeute dans les établissements d'enseignement fondamental et secondaire spécial;
- conservent, par mesure transitoire, à partir du 1er septembre 2002, un titre requis pour la fonction de kinésithérapeute auprès des établissements d'enseignement fondamental et secondaire spécial, à l'exception des fonctions de kinésithérapeute dans les centres d'accueil, les semi-internats, les instituts médico-pédagogiques, les internats des instituts d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire.
§ 2. Les mesures transitoires accordées à l'article 14bis restent valables :
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel restent occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;- pour ce qui concerne les membres du personnel temporaires : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et l'interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. ".
Art. 35. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 14quater. De personeelsleden die, op basis van een bekwaamheidsbewijs " licentiaat motorische revalidatie en kinesitherapie " :
- uiterlijk op 31 augustus 2003 vast benoemd zijn in het ambt van ergotherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- of in de loop van het schooljaar 2002-2003 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn met het ambt van ergotherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- of uiterlijk op 1 september 2003 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven in het ambt van ergotherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- behouden bij overgangsmaatregel vanaf 1/9/2003 een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van ergotherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs.
§ 2. De overgangsmaatregelen, toegekend in artikel 14quater, blijven behouden :
- voor wat de vastbenoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
- voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
" Art. 14quater. De personeelsleden die, op basis van een bekwaamheidsbewijs " licentiaat motorische revalidatie en kinesitherapie " :
- uiterlijk op 31 augustus 2003 vast benoemd zijn in het ambt van ergotherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- of in de loop van het schooljaar 2002-2003 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn met het ambt van ergotherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- of uiterlijk op 1 september 2003 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven in het ambt van ergotherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- behouden bij overgangsmaatregel vanaf 1/9/2003 een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van ergotherapeut in een opvangcentrum, semi-internaat, MPI of internaat van een instituut voor buitengewoon secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs.
§ 2. De overgangsmaatregelen, toegekend in artikel 14quater, blijven behouden :
- voor wat de vastbenoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
- voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
Art. 34. Dans le même arrêté, il est inséré un article 14ter, rédigé comme suit :
" Art. 14ter. § 1er. Les membres du personnel qui, sur la base d'un titre " ESTC traitements physiques option thérapie du travail " :
- sont, au plus tard le 31 août 2003, nommés à titre définitif dans la fonction de kinésithérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un institut d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- ou sont, dans le courant de l'année scolaire 2002-2003, temporairement désignés à ou chargé de la fonction de kinésithérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un établissement d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- ou ont, au plus tard le 1er septembre 2003, acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans la fonction de kinésithérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un établissement d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- conservent par mesure transitoire, à partir du 1er septembre 2003, un titre requis pour la fonction de kinésithérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un institut d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire.
§ 2. Les mesures transitoires accordées à l'article 14ter restent valables :
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel restent occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;- pour ce qui concerne les membres du personnel temporaires : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et l'interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. ".
" Art. 14ter. § 1er. Les membres du personnel qui, sur la base d'un titre " ESTC traitements physiques option thérapie du travail " :
- sont, au plus tard le 31 août 2003, nommés à titre définitif dans la fonction de kinésithérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un institut d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- ou sont, dans le courant de l'année scolaire 2002-2003, temporairement désignés à ou chargé de la fonction de kinésithérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un établissement d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- ou ont, au plus tard le 1er septembre 2003, acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans la fonction de kinésithérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un établissement d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- conservent par mesure transitoire, à partir du 1er septembre 2003, un titre requis pour la fonction de kinésithérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un institut d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire.
§ 2. Les mesures transitoires accordées à l'article 14ter restent valables :
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel restent occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;- pour ce qui concerne les membres du personnel temporaires : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et l'interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. ".
Art. 36. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 14quinquies. § 1. Voor wat het buitengewoon basisonderwijs betreft worden overgangsmaatregelen toegekend aan :
- de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2003 vast benoemd zijn in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer;
- de personeelsleden die in de loop van het schooljaar 2002-2003 tijdelijk aangesteld of belast zijn met het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer;
- de personeelsleden die uiterlijk op 1 september 2003 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer.
§ 2. De overgangsbepalingen gelden voor :
- de personeelsleden, bedoeld in § 1, die op basis van de reglementering van kracht voor 1 september 2003 in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer en geen vereist bekwaamheidsbewijs meer bezitten bij toepassing van dit besluit : zij worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
- de personeelsleden, bedoeld in § 1, die op basis van de reglementering van kracht voor 1 september 2003 in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer en geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs meer bezitten bij toepassing van dit besluit : zij worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs.
§ 3. De overgangsmaatregelen toegekend in artikel 14quinquies blijven behouden :
- voor wat de vastbenoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
- voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
" Art. 14quinquies. § 1. Voor wat het buitengewoon basisonderwijs betreft worden overgangsmaatregelen toegekend aan :
- de personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2003 vast benoemd zijn in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer;
- de personeelsleden die in de loop van het schooljaar 2002-2003 tijdelijk aangesteld of belast zijn met het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer;
- de personeelsleden die uiterlijk op 1 september 2003 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer.
§ 2. De overgangsbepalingen gelden voor :
- de personeelsleden, bedoeld in § 1, die op basis van de reglementering van kracht voor 1 september 2003 in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer en geen vereist bekwaamheidsbewijs meer bezitten bij toepassing van dit besluit : zij worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
- de personeelsleden, bedoeld in § 1, die op basis van de reglementering van kracht voor 1 september 2003 in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer en geen voldoend geacht bekwaamheidsbewijs meer bezitten bij toepassing van dit besluit : zij worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs.
§ 3. De overgangsmaatregelen toegekend in artikel 14quinquies blijven behouden :
- voor wat de vastbenoemde personeelsleden betreft : zolang deze personeelsleden in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
- voor wat de tijdelijke personeelsleden betreft : zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. "
Art. 35. Dans le même arrêté, il est inséré un article 14quater, rédigé comme suit :
" Art. 14quater. Les membres du personnel qui, sur la base d'un titre de licencié en réadaptation motrice et kinésithérapie " :
- sont, au plus tard le 31 août 2003, nommés à titre définitif dans la fonction d'ergothérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un institut d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- ou sont, dans le courant de l'année scolaire 2002-2003, temporairement désignés à ou chargé de la fonction d'ergothérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un établissement d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- ou ont, au plus tard le 1er septembre 2003, acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans la fonction d'ergothérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un établissement d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- conservent par mesure transitoire, à partir du 1er septembre 2003, un titre requis pour la fonction d'ergothérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un institut d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire.
§ 2. Les mesures transitoires accordées à l'article 14quater restent valables :
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel restent occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;- pour ce qui concerne les membres du personnel temporaires : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les conges de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et l'interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. ".
" Art. 14quater. Les membres du personnel qui, sur la base d'un titre de licencié en réadaptation motrice et kinésithérapie " :
- sont, au plus tard le 31 août 2003, nommés à titre définitif dans la fonction d'ergothérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un institut d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- ou sont, dans le courant de l'année scolaire 2002-2003, temporairement désignés à ou chargé de la fonction d'ergothérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un établissement d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- ou ont, au plus tard le 1er septembre 2003, acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue dans la fonction d'ergothérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un établissement d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire;
- conservent par mesure transitoire, à partir du 1er septembre 2003, un titre requis pour la fonction d'ergothérapeute dans un centre d'accueil, un semi-internats, un institut médico-pédagogique ou un internat d'un institut d'enseignement secondaire spécial de l'enseignement communautaire.
§ 2. Les mesures transitoires accordées à l'article 14quater restent valables :
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel restent occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;- pour ce qui concerne les membres du personnel temporaires : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les conges de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et l'interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. ".
Art. 37. In hetzelfde besluit wordt een artikel 15bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 15bis. De personeelsleden, bedoeld in artikel 14quinquies, blijven de weddenschaal genieten die hun op grond van de voor 1 september 2003 geldende reglementering verleend mocht worden, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover de personeelsleden beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.
De personeelsleden, bedoeld in artikel 14quinquies, die op basis van de reglementering van kracht voor 1 september 2003 :
- niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die, bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
- niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die, bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs;
- in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die, bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs,
blijven eveneens de weddenschaal genieten die hun op grond van de voor 1 september 2003 geldende reglementering verleend mocht worden, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.
De bepalingen van artikel 11 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, zijn niet van toepassing. ".
" Art. 15bis. De personeelsleden, bedoeld in artikel 14quinquies, blijven de weddenschaal genieten die hun op grond van de voor 1 september 2003 geldende reglementering verleend mocht worden, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover de personeelsleden beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.
De personeelsleden, bedoeld in artikel 14quinquies, die op basis van de reglementering van kracht voor 1 september 2003 :
- niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die, bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
- niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die, bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs;
- in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die, bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs,
blijven eveneens de weddenschaal genieten die hun op grond van de voor 1 september 2003 geldende reglementering verleend mocht worden, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.
De bepalingen van artikel 11 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, zijn niet van toepassing. ".
Art. 36. Dans le même arrêté, il est inséré un article 14quinquies, rédigé comme suit :
" Art. 14quinquies. § 1er. Pour ce qui concerne l'enseignement fondamental spécial, les mesures transitoires sont applicables :
- aux membres du personnel qui, au plus tard le 31 août 2003, sont nommés à titre définitif dans la fonction de maître de morale non confessionnelle;
- aux membres du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire 2002-2003, sont temporairement désignés à ou chargés de la fonction de maître de morale non confessionnelle;
- aux membres du personnel qui, au plus tard le 1er septembre 2003, ont acquis le droit à une désignation temporaire a durée ininterrompue dans la fonction de maître de morale non confessionnelle.
§ 2. Les mesures transitoires s'appliquent :
- aux membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003, étaient porteurs d'un titre requis pour la fonction de maître de morale non confessionnelle et ne sont plus en possession d'un titre requis en application du présent arrêté : ils sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant;
- aux membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003, étaient porteurs d'un titre censé suffisant pour la fonction de maître de morale non confessionnelle et ne sont plus en possession d'un titre censé suffisant en application du présent arrête : ils sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant.
§ 3. Les mesures transitoires accordées à l'article 14quinquies restent valables :
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel restent occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;- pour ce qui concerne les membres du personnel temporaires : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et l'interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. ".
" Art. 14quinquies. § 1er. Pour ce qui concerne l'enseignement fondamental spécial, les mesures transitoires sont applicables :
- aux membres du personnel qui, au plus tard le 31 août 2003, sont nommés à titre définitif dans la fonction de maître de morale non confessionnelle;
- aux membres du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire 2002-2003, sont temporairement désignés à ou chargés de la fonction de maître de morale non confessionnelle;
- aux membres du personnel qui, au plus tard le 1er septembre 2003, ont acquis le droit à une désignation temporaire a durée ininterrompue dans la fonction de maître de morale non confessionnelle.
§ 2. Les mesures transitoires s'appliquent :
- aux membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003, étaient porteurs d'un titre requis pour la fonction de maître de morale non confessionnelle et ne sont plus en possession d'un titre requis en application du présent arrêté : ils sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant;
- aux membres du personnel visés au § 1er qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003, étaient porteurs d'un titre censé suffisant pour la fonction de maître de morale non confessionnelle et ne sont plus en possession d'un titre censé suffisant en application du présent arrête : ils sont censés être porteurs d'un titre jugé suffisant.
§ 3. Les mesures transitoires accordées à l'article 14quinquies restent valables :
- pour ce qui concerne les membres du personnel nommés à titre définitif : aussi longtemps que ces membres du personnel restent occupés dans l'enseignement, excepté l'enseignement académique;- pour ce qui concerne les membres du personnel temporaires : aussi longtemps qu'ils sont occupés sans interruption dans l'enseignement, l'enseignement académique excepté, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, ne sont pas considérés comme interruption : les périodes de vacances, l'interruption de carrière, le service militaire, les périodes de rappel sous les drapeaux, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour des raisons familiales ou sociales, ainsi que les congés sans maintien de traitement (ou de la subvention-traitement) pour une durée maximale de 6 jours ouvrables par année scolaire et l'interruption d'une période ininterrompue de deux années calendrier au maximum. ".
Art. 38. Artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het besluit van 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 17. Voor de basisdiploma's, uitgereikt in het onderwijs voor sociale promotie, moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen, het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie en het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie moet de onderwijscyclus ten minste 450 lestijden hebben omvat. "
" Art. 17. Voor de basisdiploma's, uitgereikt in het onderwijs voor sociale promotie, moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen, het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie en het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie moet de onderwijscyclus ten minste 450 lestijden hebben omvat. "
Art. 37. Dans le même arrêté, il est inséré un article 15bis, rédigé comme suit :
" Art. 15bis. Les membres du personnel visés à l'article 14quinquies continuent à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003, sauf si le titre dont les membres du personnel disposent donne droit à une échelle de traitement plus élevée.
Les membres du personnel visés à l'article 14quinquies qui, sur la base de la réglementation en vigueur au 1er septembre 2003 :
- n'étaient pas en possession d'un titre requis et qui, en application du présent arrêté, sont en possession d'un titre requis;
- n'étaient pas en possession d'un titre requis et qui, en application du présent arrêté, sont en possession d'un titre censé suffisant;
- étaient en possession d'un titre requis et qui, en application du présent arrêté, sont en possession d'un titre requis,
continuent également à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003, sauf si le titre dont ils disposent donne droit à une échelle de traitement plus élevée.
Les dispositions de l'article 11 de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique ne s'appliquent pas. ".
" Art. 15bis. Les membres du personnel visés à l'article 14quinquies continuent à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003, sauf si le titre dont les membres du personnel disposent donne droit à une échelle de traitement plus élevée.
Les membres du personnel visés à l'article 14quinquies qui, sur la base de la réglementation en vigueur au 1er septembre 2003 :
- n'étaient pas en possession d'un titre requis et qui, en application du présent arrêté, sont en possession d'un titre requis;
- n'étaient pas en possession d'un titre requis et qui, en application du présent arrêté, sont en possession d'un titre censé suffisant;
- étaient en possession d'un titre requis et qui, en application du présent arrêté, sont en possession d'un titre requis,
continuent également à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2003, sauf si le titre dont ils disposent donne droit à une échelle de traitement plus élevée.
Les dispositions de l'article 11 de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique ne s'appliquent pas. ".
Art. 39. Artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het besluit van 15 december 1998, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 17. Voor de basisdiploma's, uitgereikt in het onderwijs voor sociale promotie of door een centrum voor volwassenenonderwijs moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen, het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en voor de pedagogische getuigschriften, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs moet de onderwijscyclus ten minste 450 lestijden hebben omvat. "
" Art. 17. Voor de basisdiploma's, uitgereikt in het onderwijs voor sociale promotie of door een centrum voor volwassenenonderwijs moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen, het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en voor de pedagogische getuigschriften, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs moet de onderwijscyclus ten minste 450 lestijden hebben omvat. "
Art. 38. L'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 17. Il faut que pour les diplômes de base délivrés dans l'enseignement de promotion sociale, le cycle d'enseignement ait comporté au moins 900 périodes de cours. Pour les cours normaux, les cours pédagogiques, l'enseignement supérieur pédagogique de type court et de promotion sociale et l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, le cycle d'enseignement doit avoir comporté 450 périodes. "
" Art. 17. Il faut que pour les diplômes de base délivrés dans l'enseignement de promotion sociale, le cycle d'enseignement ait comporté au moins 900 périodes de cours. Pour les cours normaux, les cours pédagogiques, l'enseignement supérieur pédagogique de type court et de promotion sociale et l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, le cycle d'enseignement doit avoir comporté 450 périodes. "
Art. 40. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 19bis. In de bijlage I bij dit besluit wordt met " code d.d. " bedoeld :
1 : Vanaf 1 september 1990;
2 : Vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
3 : Vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
4 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 december 1993;
5 : Vanaf 1 januari 1994;
6 : Vanaf 1 september 1996;
7 : Vanaf 1 september 1997;
8 : Vanaf 1 september 1996, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9 : Vanaf 1 september 1999;
10 : Vanaf 1 september 2000;
11 : Vanaf 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12 : Vanaf 1 september 2002;
13 : Vanaf 1 september 1999, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1999 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14 : Vanaf 1 september 2001;
15 : Vanaf 1 september 2003;
16 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2002;
17 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1997;
18 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1999;
19 : Vanaf 1 september 1997 tot en met 31 augustus 1999;
20 : Vanaf 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2001;
21 : Vanaf 1 september 1999 tot en met 31 augustus 2003;
22 : Vanaf 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003;
23 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003;
24 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1998;
25 : Vanaf 1 september 1998;
26 : Vanaf 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002;
27 : Vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
28 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1998 en vanaf 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2003 met voor deze periode de beperking dat hieruit geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
29 : Vanaf 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003;
30 : Vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen beperkingen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
31 : Vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeels personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
32 : Vanaf 1 september 1998, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1998 tot 31 augustus 2000 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
33 : Vanaf 1 september 1997, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
De bepalingen in de bijlage I hebben uitwerking op de datum vermeld in de kolom " code d.d. "
" Art. 19bis. In de bijlage I bij dit besluit wordt met " code d.d. " bedoeld :
1 : Vanaf 1 september 1990;
2 : Vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
3 : Vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
4 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 december 1993;
5 : Vanaf 1 januari 1994;
6 : Vanaf 1 september 1996;
7 : Vanaf 1 september 1997;
8 : Vanaf 1 september 1996, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
9 : Vanaf 1 september 1999;
10 : Vanaf 1 september 2000;
11 : Vanaf 1 september 2001, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2001 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
12 : Vanaf 1 september 2002;
13 : Vanaf 1 september 1999, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1999 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
14 : Vanaf 1 september 2001;
15 : Vanaf 1 september 2003;
16 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2002;
17 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1997;
18 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1999;
19 : Vanaf 1 september 1997 tot en met 31 augustus 1999;
20 : Vanaf 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2001;
21 : Vanaf 1 september 1999 tot en met 31 augustus 2003;
22 : Vanaf 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003;
23 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 2003;
24 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1998;
25 : Vanaf 1 september 1998;
26 : Vanaf 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2002;
27 : Vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
28 : Vanaf 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1998 en vanaf 1 september 1998 tot en met 31 augustus 2003 met voor deze periode de beperking dat hieruit geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
29 : Vanaf 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2003;
30 : Vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2003 geen beperkingen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
31 : Vanaf 1 september 1990, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1990 tot 31 augustus 2002 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeels personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
32 : Vanaf 1 september 1998, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1998 tot 31 augustus 2000 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
33 : Vanaf 1 september 1997, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 1997 tot 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
De bepalingen in de bijlage I hebben uitwerking op de datum vermeld in de kolom " code d.d. "
Art. 39. L'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 15 décembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 17. Il faut que pour les diplômes de base délivrés dans l'enseignement de promotion sociale ou par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement ait comporté au moins 900 périodes de cours. Pour les cours normaux, les cours pédagogiques, l'enseignement supérieur pédagogique de type court et de promotion sociale et l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, le cycle d'enseignement doit avoir comporté 450 périodes. "
" Art. 17. Il faut que pour les diplômes de base délivrés dans l'enseignement de promotion sociale ou par un centre d'éducation des adultes, le cycle d'enseignement ait comporté au moins 900 périodes de cours. Pour les cours normaux, les cours pédagogiques, l'enseignement supérieur pédagogique de type court et de promotion sociale et l'enseignement supérieur pédagogique de promotion sociale, le cycle d'enseignement doit avoir comporté 450 périodes. "
Art. 41. In hetzelfde besluit worden de bijlagen I tot en met VIII vervangen door de bijlage I, gevoegd bij dit besluit.
Art. 40. Dans le même arrêté, il est inséré un article 19bis, rédigé comme suit :
" Art. 19bis. Dans l'annexe I au présent arrêté, il faut entendre par " code d.d. " :
1 : A partir du 1er septembre 1990;
2 : A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1 septembre 1990 au 31 août 1991 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
3 : A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
4 : du 1er septembre 1990 au 31 décembre 1993 inclus;
5 : A partir du 1er septembre 1990;
6 : A partir du 1er septembre 1996;
7 : A partir du 1er septembre 1997;
8 : A partir du 1er septembre 1996, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9 : A partir du 1er septembre 1999;
10 : A partir du 1er septembre 2000;
11 : A partir du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12 : A partir du 1er septembre 2002;
13 : A partir du 1er septembre 1999, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1999 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14 : A partir du 1er septembre 2001;
15 : A partir du 1er septembre 2003;
16 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 2002 inclus;
17 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 1997 inclus;
18 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 1999 inclus;
19 : Du 1er septembre 1997 au 31 août 1999 inclus;
20 : Du 1er septembre 1997 au 31 août 2001 inclus;
21 : Du 1er septembre 1999 au 31 août 2003 inclus;
22 : Du 1er septembre 2001 au 31 août 2003 inclus;
23 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus;
24 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 1998 inclus;
25 : A partir du 1er septembre 1998;
26 : Du 1er septembre 1997 au 31 août 2002 inclus;
27 : A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
28 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 1998 inclus et du 1er septembre 1998 au 31 août 2003, avec pour cette période la restriction que cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
29 : Du 1er septembre 2002 au 31 août 2003 inclus;
30 : A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
31 : A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2002 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
32 : A partir du 1er septembre 1998, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
33 : A partir du 1er septembre 1997, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Les dispositions de l'annexe I sortent leurs effets à la date mentionnée dans la colonne " code d.d. "
" Art. 19bis. Dans l'annexe I au présent arrêté, il faut entendre par " code d.d. " :
1 : A partir du 1er septembre 1990;
2 : A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1 septembre 1990 au 31 août 1991 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
3 : A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
4 : du 1er septembre 1990 au 31 décembre 1993 inclus;
5 : A partir du 1er septembre 1990;
6 : A partir du 1er septembre 1996;
7 : A partir du 1er septembre 1997;
8 : A partir du 1er septembre 1996, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
9 : A partir du 1er septembre 1999;
10 : A partir du 1er septembre 2000;
11 : A partir du 1er septembre 2001, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 2001 au 31 août 2002 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
12 : A partir du 1er septembre 2002;
13 : A partir du 1er septembre 1999, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1999 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
14 : A partir du 1er septembre 2001;
15 : A partir du 1er septembre 2003;
16 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 2002 inclus;
17 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 1997 inclus;
18 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 1999 inclus;
19 : Du 1er septembre 1997 au 31 août 1999 inclus;
20 : Du 1er septembre 1997 au 31 août 2001 inclus;
21 : Du 1er septembre 1999 au 31 août 2003 inclus;
22 : Du 1er septembre 2001 au 31 août 2003 inclus;
23 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 inclus;
24 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 1998 inclus;
25 : A partir du 1er septembre 1998;
26 : Du 1er septembre 1997 au 31 août 2002 inclus;
27 : A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
28 : Du 1er septembre 1990 au 31 août 1998 inclus et du 1er septembre 1998 au 31 août 2003, avec pour cette période la restriction que cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
29 : Du 1er septembre 2002 au 31 août 2003 inclus;
30 : A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
31 : A partir du 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1990 au 31 août 2002 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
32 : A partir du 1er septembre 1998, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1998 au 31 août 1997 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
33 : A partir du 1er septembre 1997, avec la restriction toutefois que pour la période du 1er septembre 1997 au 31 août 2003 cela n'a aucune répercussion pour les personnels et les pouvoirs organisateurs pour ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et la remise au travail;
Les dispositions de l'annexe I sortent leurs effets à la date mentionnée dans la colonne " code d.d. "
Art. 42. Voetnoot (1), voetnoot (2), voetnoot (3) worden opgeheven.
Art. 41. Dans le même arrêté, les annexes I à VIII incluse sont remplacées par l'annexe I, jointe au présent arrête.
Art. 43. De bepalingen in dit besluit hebben uitwerking met ingang van 1 september 2003, met uitzondering van :
1° artikel 1, 1° en 3°, 2, 5, 11, 18 en 27 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1990;
2° artikel 19 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1991;
3° artikel 3 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1993;
4° artikel 4 en 20 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1995;
5° artikel 12 en 21 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1996;
6° artikel 5, 13 en 22 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1997;
7° artikel 6 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998;
8° artikel 7, 14, 23 en 38 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2000;
9° artikel 10, 2°, 15 en 24 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2001;
10° artikel 8, 16, 25, 33 en 39 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2002;
1° artikel 1, 1° en 3°, 2, 5, 11, 18 en 27 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1990;
2° artikel 19 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1991;
3° artikel 3 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1993;
4° artikel 4 en 20 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1995;
5° artikel 12 en 21 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1996;
6° artikel 5, 13 en 22 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1997;
7° artikel 6 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998;
8° artikel 7, 14, 23 en 38 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2000;
9° artikel 10, 2°, 15 en 24 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2001;
10° artikel 8, 16, 25, 33 en 39 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2002;
Art. 42. Les notes de bas de page (1), (2) et (3) sont abrogées.
Art. 44. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 28 november 2003.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Brussel, 28 november 2003.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Art. 43. Les dispositions du présent arrêté produisent leurs effets le 1er septembre 2003, à l'exception :
1° des articles 1er, 1° et 3°, 2, 5, 11, 18 et 27, qui produisent leurs effets le 1er janvier 1990;
2° de l'article 19, qui produit ses effets le 1er septembre 1991;
3° de l'article 3, qui produit ses effets le 1er septembre 1993;
4° des articles 4 et 20, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1995;
5° des articles 12 et 21, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1996;
6° des articles 5, 13 et 22 qui produisent leurs effets le 1er septembre 1997;
7° de l'article 6, qui produit ses effets le 1er septembre 1998;
8° des articles 7, 14, 23 et 38 qui produisent leurs effets le 1er septembre 2000;
9° des articles 10, 2°, 15 et 24, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2001;
10° des articles 8, 16, 25, 33 et 39, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2002;
1° des articles 1er, 1° et 3°, 2, 5, 11, 18 et 27, qui produisent leurs effets le 1er janvier 1990;
2° de l'article 19, qui produit ses effets le 1er septembre 1991;
3° de l'article 3, qui produit ses effets le 1er septembre 1993;
4° des articles 4 et 20, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1995;
5° des articles 12 et 21, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1996;
6° des articles 5, 13 et 22 qui produisent leurs effets le 1er septembre 1997;
7° de l'article 6, qui produit ses effets le 1er septembre 1998;
8° des articles 7, 14, 23 et 38 qui produisent leurs effets le 1er septembre 2000;
9° des articles 10, 2°, 15 et 24, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2001;
10° des articles 8, 16, 25, 33 et 39, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2002;
BIJLAGE.
Art. 44. La Ministre flamande qui a l'enseignement dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Art. N. Bijlage 1. Bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen voor het buitengewoon onderwijs.
ANNEXE.
-
Art. N. (Annexe non traduite. Voir original néerlandais).