Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
7 MEI 2004. - Decreet houdende vaststelling van het kader tot oprichting van de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen (POM) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-08-2004 en tekstbijwerking tot 08-04-2019)
Titre
7 MAI 2004. - Décret établissant le cadre pour la création des sociétés de développement provincial (SDP) (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-08-2004 et mise à jour au 08-04-2019)
Documentinformatie
Numac: 2004036334
Datum: 2004-05-07
Info du document
Numac: 2004036334
Date: 2004-05-07
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Oprichting.
HOOFDSTUK III. - Missie, taken en bevoegdheden.
HOOFDSTUK IV. - Inrichting, bestuur en werking.
HOOFDSTUK V. - Rechtsopvolging en financiële mi...
HOOFDSTUK VI. - Ontbinding van de Gewestelijke ...
HOOFDSTUK VII. - Wijzigings- en coördinatiemach...
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - Création.
CHAPITRE III. - Mission, tâches et compétences.
CHAPITRE IV. - Organisation, direction et fonct...
CHAPITRE V. - Succession aux droits et moyens f...
CHAPITRE VI. - Dissolution des Sociétés de Déve...
CHAPITRE VII. - Autorisation de modification et...
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales.
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1. Le présent décret règle une matière régionale.
Art.2. In dit decreet wordt verstaan onder :
1° Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij : de publiekrechtelijke instelling met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij decreet van 12 juli 1990 houdende organisatie van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen;
2° [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen: het Agentschap Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 2, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 inzake de ontbinding zonder vereffening van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie en tot regeling van de overdracht van zijn activiteiten aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen;]2
3° minister : De Vlaamse minister bevoegd voor het economisch beleid en de natuurlijke rijkdommen;
4° corresponderende provincie : de provincie waarbinnen een Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij werkzaam is waarvan de rechtspersoonlijkheid, conform het bepaalde in artikel 10, zal worden verder gezet in deze van een erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij opgericht en erkend conform het bepaalde in dit decreet;
5° departement : het departement van het ministerie van Economie, Werkgelegenheid en Toerisme binnen het beleidsdomein Economie, Werkgelegenheid en Toerisme, bedoeld in [3 artikel III.1 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018]3.
1° Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij : de publiekrechtelijke instelling met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij decreet van 12 juli 1990 houdende organisatie van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen;
2° [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen: het Agentschap Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 2, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 inzake de ontbinding zonder vereffening van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie en tot regeling van de overdracht van zijn activiteiten aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen;]2
3° minister : De Vlaamse minister bevoegd voor het economisch beleid en de natuurlijke rijkdommen;
4° corresponderende provincie : de provincie waarbinnen een Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij werkzaam is waarvan de rechtspersoonlijkheid, conform het bepaalde in artikel 10, zal worden verder gezet in deze van een erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij opgericht en erkend conform het bepaalde in dit decreet;
5° departement : het departement van het ministerie van Economie, Werkgelegenheid en Toerisme binnen het beleidsdomein Economie, Werkgelegenheid en Toerisme, bedoeld in [3 artikel III.1 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018]3.
Art.2. Dans le présent décret, on entend par :
1° Société de Développement régional : l'organisme de droit public doté de la personnalité juridique, créé par le décret du 12 juillet 1990 portant organisation des sociétés de développement régional;
2° [2 "Agentschap Innoveren en Ondernemen" : l'"Agentschap Innoveren en Ondernemen", visé à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015 relatif à la dissolution sans liquidation de l'"Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie" et réglant le transfert de ses activités à l'"Agentschap Innoveren en Ondernemen" ;]2
3° Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique économique et des ressources naturelles;
4° province correspondante : la province au sein de laquelle une Société de Développement régional est active dont la personnalité juridique sera poursuivie, conformément aux dispositions de l'article 10, par une Société de Développement provincial créée et agréée conformément aux dispositions du présent décret;
5° département : le département du Ministère de l'Economie, de l'Emploi et du Tourisme au sein du domaine politique Economie, Emploi et Tourisme, visé, à [3 l'article III.1 du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]3;
1° Société de Développement régional : l'organisme de droit public doté de la personnalité juridique, créé par le décret du 12 juillet 1990 portant organisation des sociétés de développement régional;
2° [2 "Agentschap Innoveren en Ondernemen" : l'"Agentschap Innoveren en Ondernemen", visé à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015 relatif à la dissolution sans liquidation de l'"Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie" et réglant le transfert de ses activités à l'"Agentschap Innoveren en Ondernemen" ;]2
3° Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique économique et des ressources naturelles;
4° province correspondante : la province au sein de laquelle une Société de Développement régional est active dont la personnalité juridique sera poursuivie, conformément aux dispositions de l'article 10, par une Société de Développement provincial créée et agréée conformément aux dispositions du présent décret;
5° département : le département du Ministère de l'Economie, de l'Emploi et du Tourisme au sein du domaine politique Economie, Emploi et Tourisme, visé, à [3 l'article III.1 du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]3;
HOOFDSTUK II. - Oprichting.
CHAPITRE II. - Création.
Art.3. § 1. De provincie kan een Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij, afgekort POM, oprichten.
Bij besluit van de Vlaamse Regering wordt aan een Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij de gewestelijke erkenning verleend, zulks op voorwaarde dat een dergelijke Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij voldoet aan het bepaalde in dit decreet. Enkel de aldus erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen genieten de bevoegdheden bedoeld in artikel 6, § 1, van dit decreet en ressorteren onder de toepassing van het bepaalde in artikel 10 van dit decreet.
De in het eerste lid bedoelde provinciale ontwikkelingsmaatschappijen dragen de volgende benaming en hebben het volgende respectieve werkgebied :
1° de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen, afgekort POM-Antwerpen, met als werkgebied de provincie Antwerpen;
2° de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Limburg, afgekort POM-Limburg, met als werkgebied de provincie Limburg;
3° de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Vlaanderen, afgekort POM-Oost-Vlaanderen, met als werkgebied de provincie Oost-Vlaanderen;
4° de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Vlaams-Brabant, afgekort POM-Vlaams-Brabant, met als werkgebied de provincie Vlaams-Brabant;
5° de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij West-Vlaanderen, afgekort POM-West-Vlaanderen, met als werkgebied de provincie West-Vlaanderen.
§ 2. De erkenningsdossiers van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen waarvoor de erkenning bedoeld in § 1, tweede lid, wordt aangevraagd, moeten aan de Vlaamse Regering zijn voorgelegd uiterlijk zes maand na inwerkingtreding van het decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Vlaams Agentschap Ondernemen" van 7 mei 2004.
De Vlaamse Regering doet over elk erkenningsdossier een uitspraak binnen de maand na datum van neerlegging van het dossier en bepaalt de datum waarop deze erkenning in werking treedt.
§ 3. Om door de Vlaamse Regering te kunnen worden erkend, omvatten de in de § 2 bedoelde erkenningsdossiers van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen ten minste :
1° de oprichtingsakte;
2° de regelen inzake de inrichting, het bestuur en de werking van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij bedoeld in artikel 8 van dit decreet;
3° de conformiteit van de takenstelling in de oprichtingsakte aan het bepaalde in artikel 5, § 1, van dit decreet.
§ 4. De erkenning bedoeld in § 1 geldt voor onbepaalde duur. Zij kan door de Vlaamse Regering worden opgeheven wanneer niet meer is voldaan aan de bepalingen van dit decreet.
§ 5. De Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen zijn publiekrechtelijke instellingen met rechtspersoonlijkheid.
Bij besluit van de Vlaamse Regering wordt aan een Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij de gewestelijke erkenning verleend, zulks op voorwaarde dat een dergelijke Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij voldoet aan het bepaalde in dit decreet. Enkel de aldus erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen genieten de bevoegdheden bedoeld in artikel 6, § 1, van dit decreet en ressorteren onder de toepassing van het bepaalde in artikel 10 van dit decreet.
De in het eerste lid bedoelde provinciale ontwikkelingsmaatschappijen dragen de volgende benaming en hebben het volgende respectieve werkgebied :
1° de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen, afgekort POM-Antwerpen, met als werkgebied de provincie Antwerpen;
2° de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Limburg, afgekort POM-Limburg, met als werkgebied de provincie Limburg;
3° de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Vlaanderen, afgekort POM-Oost-Vlaanderen, met als werkgebied de provincie Oost-Vlaanderen;
4° de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Vlaams-Brabant, afgekort POM-Vlaams-Brabant, met als werkgebied de provincie Vlaams-Brabant;
5° de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij West-Vlaanderen, afgekort POM-West-Vlaanderen, met als werkgebied de provincie West-Vlaanderen.
§ 2. De erkenningsdossiers van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen waarvoor de erkenning bedoeld in § 1, tweede lid, wordt aangevraagd, moeten aan de Vlaamse Regering zijn voorgelegd uiterlijk zes maand na inwerkingtreding van het decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Vlaams Agentschap Ondernemen" van 7 mei 2004.
De Vlaamse Regering doet over elk erkenningsdossier een uitspraak binnen de maand na datum van neerlegging van het dossier en bepaalt de datum waarop deze erkenning in werking treedt.
§ 3. Om door de Vlaamse Regering te kunnen worden erkend, omvatten de in de § 2 bedoelde erkenningsdossiers van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen ten minste :
1° de oprichtingsakte;
2° de regelen inzake de inrichting, het bestuur en de werking van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij bedoeld in artikel 8 van dit decreet;
3° de conformiteit van de takenstelling in de oprichtingsakte aan het bepaalde in artikel 5, § 1, van dit decreet.
§ 4. De erkenning bedoeld in § 1 geldt voor onbepaalde duur. Zij kan door de Vlaamse Regering worden opgeheven wanneer niet meer is voldaan aan de bepalingen van dit decreet.
§ 5. De Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen zijn publiekrechtelijke instellingen met rechtspersoonlijkheid.
Art.3. § 1er. La province peut créer une Société de Développement provincial, en abrégé SDP.
L'agrément régional est accordé, à une Société de Développement provincial par arrêté du Gouvernement flamand, à la condition qu'une telle Société de Développement provincial réponde aux dispositions du présent décret. Seules les Sociétés de Développement provincial agréées jouissent des compétences visées, à l'article 6, § 1er, du présent décret et relèvent de l'application des dispositions de l'article 10 du présent décret.
Les sociétés de développement provincial, visées, à l'alinéa premier, portent le nom suivant et ont le ressort respectif suivant :
1° la Société de Développement provincial d'Anvers, en abrégé SDP-Anvers, ayant pour ressort la province d'Anvers;
2° la Société de Développement provincial du Limbourg, en abrégé SDP-Limbourg, ayant pour ressort la province du Limbourg;
3° la Société de Développement provincial de la Flandre orientale, en abrégé SDP-Flandre orientale, ayant pour ressort la province de la Flandre orientale;
4° la Société de Développement provincial du Brabant flamand, en abrégé SDP-Brabant flamand, ayant pour ressort la province du Brabant flamand;
5° la Société de Développement provincial de la Flandre occidentale, en abrégé SDP-Flandre occidentale, ayant pour ressort la province de la Flandre occidentale;
§ 2. Les dossiers d'agrément des Sociétés de Développement provincial faisant l'objet de la demande d'agrément visée au § 1er, alinéa deux, doivent être soumis au Gouvernement flamand au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du décret portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique "Vlaams Agentschap Ondernemen" du 7 mai 2004.
Le Gouvernement flamand statue sur chaque dossier d'agrément dans le mois suivant la date de son dépôt et fixe la date d'effet de cet agrément.
§ 3. Pour que les Sociétés de Développement provincial puissent être agréées, leurs dossiers d'agrément visés au § 2 contiennent au moins :
1° l'acte constitutif;
2° les règles concernant l'organisation, la direction et le fonctionnement des Sociétés de Développement provincial, visées, à l'article 6 du présent décret;
3° la conformité des missions reprises dans l'acte constitutif avec les dispositions de l'article 5, § 1er, du présent décret.
§ 4. L'agrément visé au § 1er est d'une durée indéterminée. Il peut être annulé par le Gouvernement flamand lorsqu'il n'est plus satisfait aux dispositions du présent décret.
§ 5. Les Sociétés de Développement provincial sont des organismes de droit public dotés de la personnalité juridique.
L'agrément régional est accordé, à une Société de Développement provincial par arrêté du Gouvernement flamand, à la condition qu'une telle Société de Développement provincial réponde aux dispositions du présent décret. Seules les Sociétés de Développement provincial agréées jouissent des compétences visées, à l'article 6, § 1er, du présent décret et relèvent de l'application des dispositions de l'article 10 du présent décret.
Les sociétés de développement provincial, visées, à l'alinéa premier, portent le nom suivant et ont le ressort respectif suivant :
1° la Société de Développement provincial d'Anvers, en abrégé SDP-Anvers, ayant pour ressort la province d'Anvers;
2° la Société de Développement provincial du Limbourg, en abrégé SDP-Limbourg, ayant pour ressort la province du Limbourg;
3° la Société de Développement provincial de la Flandre orientale, en abrégé SDP-Flandre orientale, ayant pour ressort la province de la Flandre orientale;
4° la Société de Développement provincial du Brabant flamand, en abrégé SDP-Brabant flamand, ayant pour ressort la province du Brabant flamand;
5° la Société de Développement provincial de la Flandre occidentale, en abrégé SDP-Flandre occidentale, ayant pour ressort la province de la Flandre occidentale;
§ 2. Les dossiers d'agrément des Sociétés de Développement provincial faisant l'objet de la demande d'agrément visée au § 1er, alinéa deux, doivent être soumis au Gouvernement flamand au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du décret portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique "Vlaams Agentschap Ondernemen" du 7 mai 2004.
Le Gouvernement flamand statue sur chaque dossier d'agrément dans le mois suivant la date de son dépôt et fixe la date d'effet de cet agrément.
§ 3. Pour que les Sociétés de Développement provincial puissent être agréées, leurs dossiers d'agrément visés au § 2 contiennent au moins :
1° l'acte constitutif;
2° les règles concernant l'organisation, la direction et le fonctionnement des Sociétés de Développement provincial, visées, à l'article 6 du présent décret;
3° la conformité des missions reprises dans l'acte constitutif avec les dispositions de l'article 5, § 1er, du présent décret.
§ 4. L'agrément visé au § 1er est d'une durée indéterminée. Il peut être annulé par le Gouvernement flamand lorsqu'il n'est plus satisfait aux dispositions du présent décret.
§ 5. Les Sociétés de Développement provincial sont des organismes de droit public dotés de la personnalité juridique.
HOOFDSTUK III. - Missie, taken en bevoegdheden.
CHAPITRE III. - Mission, tâches et compétences.
Art.4. De erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij vormt het instrument waarmee elke provincie haar sociaal-economisch beleid uitvoert. Zij draagt bij tot de bevordering van de sociaal-economische ontwikkeling van het werkgebied, met name door de ondersteuning en uitvoering van de sociaal-economische projecten. Zij moet bovendien de provinciale sociaal-economische strategie via ontwikkeling, uitvoering en begeleiding van projecten onderbouwen.
Art.4. La Société de Développement provincial constitue l'instrument par lequel la province met en oeuvre sa politique socio-économique. Elle contribue, à la promotion du développement socio-économique du ressort, notamment par le soutien et l'exécution de projets socio-économiques. Elle doit en outre sous-tendre la stratégie socio-économique de la province par le développement, l'exécution et l'accompagnement de projets.
Art.5. § 1. Teneinde de in artikel 4 bedoelde missie waar te maken, staat de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij in voor de volgende taken van uitvoering die aan elke Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij moeten worden toegewezen als voorwaarde voor het bekomen van de erkenning bedoeld in artikel 3, § 1 :
1° projecten gericht op de versterking van de infrastructuur tot vestiging van het bedrijfsleven en ontwikkeling van de ruimtelijk-economische infrastructuur;
2° projecten gericht op een bedrijfsversterkend resultaat;
3° de medewerking aan projecten tot efficiënte aanwending van de bedrijfsinfrastructuur, zoals brownfieldsprojecten.
§ 2. De Vlaamse Regering kan met de provincie samenwerkingsakkoorden afsluiten over de wijze van uitvoering van de in artikel 5, § 1, vermelde aangelegenheden.
§ 3. De erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij kan binnen de in artikel 4 bedoelde missie en de in of krachtens artikel 5 toegewezen taken, na overleg tussen de Vlaamse Regering en de provincie, in opdracht en voor rekening van de Vlaamse Regering met bijkomende specifieke opdrachten worden belast.
1° projecten gericht op de versterking van de infrastructuur tot vestiging van het bedrijfsleven en ontwikkeling van de ruimtelijk-economische infrastructuur;
2° projecten gericht op een bedrijfsversterkend resultaat;
3° de medewerking aan projecten tot efficiënte aanwending van de bedrijfsinfrastructuur, zoals brownfieldsprojecten.
§ 2. De Vlaamse Regering kan met de provincie samenwerkingsakkoorden afsluiten over de wijze van uitvoering van de in artikel 5, § 1, vermelde aangelegenheden.
§ 3. De erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij kan binnen de in artikel 4 bedoelde missie en de in of krachtens artikel 5 toegewezen taken, na overleg tussen de Vlaamse Regering en de provincie, in opdracht en voor rekening van de Vlaamse Regering met bijkomende specifieke opdrachten worden belast.
Art.5. § 1er. Pour accomplir la mission visée, à l'article 4, la Société de Développement provincial agréée assure les tâches exécutives suivantes qui seront conférées, à chaque Société de Développement provincial en tant que condition d'obtention de l'agrément visé, à l'article 3, § 1er :
1° les projets visant, à renforcer l'infrastructure pour l'implantation d'entreprises et, à développer l'infrastructure spatio-économique;
2° les projets visant, à renforcer les entreprises;
3° la collaboration aux projets visant l'utilisation efficace d'infrastructures d'exploitation telles que des projets pour friches industrielles contaminées.
§ 2. Le Gouvernement flamand peut conclure des accords de coopération avec la province concernant le mode d'exécution des questions reprises, à l'article 5, § 1er.
§ 3. La Société de Développement provincial peut se voir conférer, dans le cadre de la mission visée, à l'article 4 et des tâches attribuées en vertu de l'article 5, après concertation entre le Gouvernement flamand et la province, des missions spécifiques supplémentaires par ordre et pour le compte du Gouvernement flamand.
1° les projets visant, à renforcer l'infrastructure pour l'implantation d'entreprises et, à développer l'infrastructure spatio-économique;
2° les projets visant, à renforcer les entreprises;
3° la collaboration aux projets visant l'utilisation efficace d'infrastructures d'exploitation telles que des projets pour friches industrielles contaminées.
§ 2. Le Gouvernement flamand peut conclure des accords de coopération avec la province concernant le mode d'exécution des questions reprises, à l'article 5, § 1er.
§ 3. La Société de Développement provincial peut se voir conférer, dans le cadre de la mission visée, à l'article 4 et des tâches attribuées en vertu de l'article 5, après concertation entre le Gouvernement flamand et la province, des missions spécifiques supplémentaires par ordre et pour le compte du Gouvernement flamand.
Art.6. § 1. Met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in of krachtens artikel 5 toegewezen taken is elke erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij gerechtigd alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en voormelde taken.
Elke erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij beschikt daarenboven, met het oog op de vervulling van haar missie en de haar toegekende taken, over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden die zij uitoefent in overeenstemming met het bepaalde in dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten :
1° op last en op kosten van de Vlaamse Regering, van de provincie of van de gemeenten, alle onteigeningen, alle werken en alle andere openbare opdrachten van technische aard uitvoeren of laten uitvoeren. Geen onteigening kan plaatsvinden dan [1 na machtiging door de provincieraad van de provincie op wiens grondgebied het voorwerp van de onteigening zich bevindt]1;
2° op eigen initiatief en met eigen middelen elk onroerend goed onteigenen, uitrusten, overdragen of het toestaan van rechten van gebruik en genot. Geen onteigening kan plaatsvinden dan [1 na machtiging door de provincieraad van de provincie op wiens grondgebied het voorwerp van de onteigening zich bevindt]1;
3° het oprichten van al dan niet duurzame samenwerkingsverbanden en/of vennootschappen en verenigingen, en/of het erin deelnemen, zulks met het oog op de verwezenlijking van economische projecten;
4° het autonoom aanvragen en ontvangen van subsidies.
§ 2. Als rechtspersoon is de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij algemeen rechts-, handelings- en procesbekwaam, zulks binnen de perken van zijn missie en takenstelling als bedoeld in respectievelijk de artikelen 4 en 5.
Elke erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij beschikt daarenboven, met het oog op de vervulling van haar missie en de haar toegekende taken, over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden die zij uitoefent in overeenstemming met het bepaalde in dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten :
1° op last en op kosten van de Vlaamse Regering, van de provincie of van de gemeenten, alle onteigeningen, alle werken en alle andere openbare opdrachten van technische aard uitvoeren of laten uitvoeren. Geen onteigening kan plaatsvinden dan [1 na machtiging door de provincieraad van de provincie op wiens grondgebied het voorwerp van de onteigening zich bevindt]1;
2° op eigen initiatief en met eigen middelen elk onroerend goed onteigenen, uitrusten, overdragen of het toestaan van rechten van gebruik en genot. Geen onteigening kan plaatsvinden dan [1 na machtiging door de provincieraad van de provincie op wiens grondgebied het voorwerp van de onteigening zich bevindt]1;
3° het oprichten van al dan niet duurzame samenwerkingsverbanden en/of vennootschappen en verenigingen, en/of het erin deelnemen, zulks met het oog op de verwezenlijking van economische projecten;
4° het autonoom aanvragen en ontvangen van subsidies.
§ 2. Als rechtspersoon is de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij algemeen rechts-, handelings- en procesbekwaam, zulks binnen de perken van zijn missie en takenstelling als bedoeld in respectievelijk de artikelen 4 en 5.
Art.6. § 1er. En vue de la réalisation de la mission visée, à l'article 4 et des tâches visées, à l'article 5, chaque Société de Développement provincial est autorisée, à effectuer toutes les activités qui contribuent directement ou indirectement, à la réalisation de la mission et des tâches précitées.
Chaque Société de Développement provincial dispose en outre, en vue de l'accomplissement de sa mission et des tâches qui lui sont conférées, des compétences spéciales citées ci-après, qu'elle exerce en conformité avec les dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution :
1° exécuter ou faire exécuter sur l'ordre et aux frais du Gouvernement flamand, de la province ou des communes, tous expropriations, travaux et autres missions publiques de nature technique. Aucune expropriation ne peut avoir lieu [1 sans l'autorisation du conseil provincial de la province sur le territoire de laquelle l'objet de l'expropriation se trouve]1;
2° exproprier, équiper, céder tout immeuble ou accorder des droits d'usage et de jouissance, d'initiative et avec ses propres moyens. Aucune expropriation ne peut avoir lieu [1 sans l'autorisation du conseil provincial de la province sur le territoire de laquelle l'objet de l'expropriation se trouve]1;
3° créer des structures de coopération durables ou non et/ou des sociétés et associations et/ou y participer, en vue de la réalisation de projets économiques;
4° demander et percevoir de manière autonome des subventions.
§ 2. En tant que personne morale, la Société de Développement provincial a la capacité civile, juridique et procédurale, dans les limites de sa mission et ses tâches telles que visées respectivement aux articles 4 et 5.
Chaque Société de Développement provincial dispose en outre, en vue de l'accomplissement de sa mission et des tâches qui lui sont conférées, des compétences spéciales citées ci-après, qu'elle exerce en conformité avec les dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution :
1° exécuter ou faire exécuter sur l'ordre et aux frais du Gouvernement flamand, de la province ou des communes, tous expropriations, travaux et autres missions publiques de nature technique. Aucune expropriation ne peut avoir lieu [1 sans l'autorisation du conseil provincial de la province sur le territoire de laquelle l'objet de l'expropriation se trouve]1;
2° exproprier, équiper, céder tout immeuble ou accorder des droits d'usage et de jouissance, d'initiative et avec ses propres moyens. Aucune expropriation ne peut avoir lieu [1 sans l'autorisation du conseil provincial de la province sur le territoire de laquelle l'objet de l'expropriation se trouve]1;
3° créer des structures de coopération durables ou non et/ou des sociétés et associations et/ou y participer, en vue de la réalisation de projets économiques;
4° demander et percevoir de manière autonome des subventions.
§ 2. En tant que personne morale, la Société de Développement provincial a la capacité civile, juridique et procédurale, dans les limites de sa mission et ses tâches telles que visées respectivement aux articles 4 et 5.
Wijzigingen
HOOFDSTUK IV. - Inrichting, bestuur en werking.
CHAPITRE IV. - Organisation, direction et fonctionnement.
Art.7. De provincie regelt nader de inrichting, het bestuur en de werking van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij.
Art.7. La province règle l'organisation, la direction et le fonctionnement de la Société de Développement provincial.
Art.8. Naast de bij of door de wet verplichte vermeldingen omvatten de regelen inzake de inrichting, het bestuur en de werking van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij minimaal :
1° de wijze van afstemming met de andere bestuursniveaus, inzonderheid de Vlaamse overheid overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, § 2, van dit decreet;
2° de wijze van afstemming op het Regionaal Sociaal Overleg Comité (RESOC) en de SociaalEconomische Raad van de Regio (SERR);
3° een bepaling luidens dewelke alle officiële akten, officiële aankondigingen of andere officiële stukken, uitgaande van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij, de benaming van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen moeten vermelden, met onmiddellijk daarvoor of daarna de vermelding "publiekrechtelijke instelling met rechtspersoonlijkheid, erkend door de Vlaamse Regering".
1° de wijze van afstemming met de andere bestuursniveaus, inzonderheid de Vlaamse overheid overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, § 2, van dit decreet;
2° de wijze van afstemming op het Regionaal Sociaal Overleg Comité (RESOC) en de SociaalEconomische Raad van de Regio (SERR);
3° een bepaling luidens dewelke alle officiële akten, officiële aankondigingen of andere officiële stukken, uitgaande van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij, de benaming van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen moeten vermelden, met onmiddellijk daarvoor of daarna de vermelding "publiekrechtelijke instelling met rechtspersoonlijkheid, erkend door de Vlaamse Regering".
Art.8. Outre les mentions obligatoires imposées par ou en vertu de la loi, les règles concernant l'organisation, la direction et le fonctionnement de la Société de Développement provincial comportent au minimum :
1° le mode d'harmonisation avec les autres niveaux administratifs, notamment les autorités flamandes, conformément aux dispositions de l'article 5, § 2, du présent décret;
2° le mode d'harmonisation au sein du Comité de concertation social régional (CCSR) et du Conseil socio-économique de la Région (CSER);
3° une disposition aux termes de laquelle tout acte officiel, toute annonce officielle ou tout autre pièce officielle de la part de la Société de Développement provincial, doit porter le nom des Sociétés de Développement provincial, précédé ou suivi immédiatement de la mention "organisme de droit public doté de la personnalité juridique, agréé par le Gouvernement flamand".
1° le mode d'harmonisation avec les autres niveaux administratifs, notamment les autorités flamandes, conformément aux dispositions de l'article 5, § 2, du présent décret;
2° le mode d'harmonisation au sein du Comité de concertation social régional (CCSR) et du Conseil socio-économique de la Région (CSER);
3° une disposition aux termes de laquelle tout acte officiel, toute annonce officielle ou tout autre pièce officielle de la part de la Société de Développement provincial, doit porter le nom des Sociétés de Développement provincial, précédé ou suivi immédiatement de la mention "organisme de droit public doté de la personnalité juridique, agréé par le Gouvernement flamand".
HOOFDSTUK V. - Rechtsopvolging en financiële middelen.
CHAPITRE V. - Succession aux droits et moyens financiers.
Art.10. § 1. Behalve voor wat betreft de taken van het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 alsmede de daarmee verband houdende overeenkomsten en, mede gelet op het bepaalde in artikel 11, § 1, tweede lid, voor wat het personeel betreft, zet de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij de rechtspersoonlijkheid van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voordien werkzaam in de corresponderende provincie, verder en geldt zij als de rechtsopvolger, te algemene titel, van de betreffende Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij.
§ 2. In afwijking van de inde § 1 bedoelde overgang ten algemenen titel en onverminderd de regels die behoren tot de bevoegdheid van de federale wetgever inzake de overdracht van onroerende goederen, worden de zakelijke rechten op de gebouwen en bijhorende terreinen, gebruikt voor de huisvesting van de Gewestelijke, Ontwikkelingsmaatschappij voordien werkzaam inde corresponderende provincie en waarvan de betreffende GOM eigenaar is, dan wel waarop zij een ander zakelijk genotsrecht kan doen gelden, overgedragen aan het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 . Hetzelfde geldt voor evenals de kantooruitrusting opgenomen in de inventaris van de voormelde GOM.
In de gevallen dat een overdracht als bedoeld in het eerste lid van een zakelijk recht op een onroerend goed plaatsvindt, neemt het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 tevens de eventuele nog lopende leningen en/of kredieten aangegaan ter verwerving van voormelde goederen over. In voorkomend geval neemt het Vlaamse Gewest de borg- of andere zekerheidsstelling verbonden aan een dergelijke lening of krediet over van de betreffende provincie.
Het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 doet het nodige opdat de in het eerste lid bedoelde regels worden overgenomen in één of meerdere overeenkomsten met derde partijen nodig ter naleving van de federale regels, inzonderheid deze inzake de overdracht van onroerende goederen en/of inzake de gevolgen van een dergelijke overdacht.
§ 3. In afwijking van de in § 1 bedoelde overgang ten algemenen titel, wordt de dotatie van de Vlaamse Gemeenschap bestemd voor elk van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen, overgedragen aan het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2.
§ 4. In afwijking van de in § 1 bedoelde overgang ten algemenen titel, wordt uit het eigen vermogen van elke Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij, per corresponderende provincie, een speciaal fonds opgericht. De middelen toegewezen aan het fonds komen toe aan de corresponderende provincie die ze besteedt conform de in § 5 bepaalde regels.
Het eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid, is het eigen vermogen zoals vermeld in de balans bij het afsluiten van de rekeningen bij ontbinding of overgang van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij, verminderd met :
1° de voorziening voor de aanzuivering van pensioenlasten met betrekking tot het verleden, voor zover deze niet zijn aangezuiverd op het ogenblik van de ontbinding van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij;
2° de voorziening voor toekomstige kosten in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2003 inzake verlof voorafgaand aan de pensionering voor zover reeds aangelegde provisies in de balansrubriek voorzieningen bij het vreemd vermogen ontoereikend zijn;
3° een voorziening bestemd voor de eerste inrichtings- of herinrichtingskosten van de provinciale vestigingen van het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 , rekening houdende met de gangbare prijzen voor het inplanten van bedrijfsvestigingen, inzonderheid deze van de overheid, in de corresponderende provincie en met een maximum ten belope van 10 % op het saldo van het eigen vermogen na aftrek van de voorzieningen bedoeld in het 1° en 2°.
§ 5. Uit het in § 4, eerste lid, bedoelde fonds worden, binnen de corresponderende provincie waarin een erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij wordt opgericht, bij voorrang, de financiële middelen geput nodig tot delging van de eventuele schadeclaims jegens de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij waarvan de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij de rechtsopvolger is en/of voor de financiering van de overgangsmaatregelen, voorafgenomen en besteed of gereserveerd voor de beide voormelde doelstellingen.
Het saldo van het fonds na de voorafname bedoeld in het eerste lid, wordt bestemd voor de werking van de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij van de corresponderende provincie. Daartoe geniet de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij van de corresponderende provincie een trekkingsrecht op het fonds. De uitoefening van dit trekkingsrecht gebeurt volgens de regels vastgesteld door de corresponderende provincie.
Vanaf het moment dat blijkt dat de in het eerste lid bedoelde schadeclaims niet meer hebben geleid of kunnen leiden tot een betaalplicht van de in het eerste lid bedoelde Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij in de hoedanigheid van rechtsopvolger van een Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij, wordt de eventuele reservering stopgezet en kunnen de overeenstemmende middelen verder besteed worden voor de doelstellingen vermeld in het tweede lid.
§ 6. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels inzake de wijze van de rechtsopvolging bedoeld in de eerste paragraaf.
§ 2. In afwijking van de inde § 1 bedoelde overgang ten algemenen titel en onverminderd de regels die behoren tot de bevoegdheid van de federale wetgever inzake de overdracht van onroerende goederen, worden de zakelijke rechten op de gebouwen en bijhorende terreinen, gebruikt voor de huisvesting van de Gewestelijke, Ontwikkelingsmaatschappij voordien werkzaam inde corresponderende provincie en waarvan de betreffende GOM eigenaar is, dan wel waarop zij een ander zakelijk genotsrecht kan doen gelden, overgedragen aan het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 . Hetzelfde geldt voor evenals de kantooruitrusting opgenomen in de inventaris van de voormelde GOM.
In de gevallen dat een overdracht als bedoeld in het eerste lid van een zakelijk recht op een onroerend goed plaatsvindt, neemt het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 tevens de eventuele nog lopende leningen en/of kredieten aangegaan ter verwerving van voormelde goederen over. In voorkomend geval neemt het Vlaamse Gewest de borg- of andere zekerheidsstelling verbonden aan een dergelijke lening of krediet over van de betreffende provincie.
Het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 doet het nodige opdat de in het eerste lid bedoelde regels worden overgenomen in één of meerdere overeenkomsten met derde partijen nodig ter naleving van de federale regels, inzonderheid deze inzake de overdracht van onroerende goederen en/of inzake de gevolgen van een dergelijke overdacht.
§ 3. In afwijking van de in § 1 bedoelde overgang ten algemenen titel, wordt de dotatie van de Vlaamse Gemeenschap bestemd voor elk van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen, overgedragen aan het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2.
§ 4. In afwijking van de in § 1 bedoelde overgang ten algemenen titel, wordt uit het eigen vermogen van elke Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij, per corresponderende provincie, een speciaal fonds opgericht. De middelen toegewezen aan het fonds komen toe aan de corresponderende provincie die ze besteedt conform de in § 5 bepaalde regels.
Het eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid, is het eigen vermogen zoals vermeld in de balans bij het afsluiten van de rekeningen bij ontbinding of overgang van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij, verminderd met :
1° de voorziening voor de aanzuivering van pensioenlasten met betrekking tot het verleden, voor zover deze niet zijn aangezuiverd op het ogenblik van de ontbinding van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij;
2° de voorziening voor toekomstige kosten in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2003 inzake verlof voorafgaand aan de pensionering voor zover reeds aangelegde provisies in de balansrubriek voorzieningen bij het vreemd vermogen ontoereikend zijn;
3° een voorziening bestemd voor de eerste inrichtings- of herinrichtingskosten van de provinciale vestigingen van het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 , rekening houdende met de gangbare prijzen voor het inplanten van bedrijfsvestigingen, inzonderheid deze van de overheid, in de corresponderende provincie en met een maximum ten belope van 10 % op het saldo van het eigen vermogen na aftrek van de voorzieningen bedoeld in het 1° en 2°.
§ 5. Uit het in § 4, eerste lid, bedoelde fonds worden, binnen de corresponderende provincie waarin een erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij wordt opgericht, bij voorrang, de financiële middelen geput nodig tot delging van de eventuele schadeclaims jegens de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij waarvan de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij de rechtsopvolger is en/of voor de financiering van de overgangsmaatregelen, voorafgenomen en besteed of gereserveerd voor de beide voormelde doelstellingen.
Het saldo van het fonds na de voorafname bedoeld in het eerste lid, wordt bestemd voor de werking van de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij van de corresponderende provincie. Daartoe geniet de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij van de corresponderende provincie een trekkingsrecht op het fonds. De uitoefening van dit trekkingsrecht gebeurt volgens de regels vastgesteld door de corresponderende provincie.
Vanaf het moment dat blijkt dat de in het eerste lid bedoelde schadeclaims niet meer hebben geleid of kunnen leiden tot een betaalplicht van de in het eerste lid bedoelde Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij in de hoedanigheid van rechtsopvolger van een Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij, wordt de eventuele reservering stopgezet en kunnen de overeenstemmende middelen verder besteed worden voor de doelstellingen vermeld in het tweede lid.
§ 6. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels inzake de wijze van de rechtsopvolging bedoeld in de eerste paragraaf.
Art.10. § 1er. Sauf pour ce qui concerne les tâches de la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 " ainsi que les conventions y afférentes et vu les dispositions de l'article 11, § 1er, alinéa deux, pour ce qui concerne le personnel, la Société de Développement provincial agréée poursuit la personnalité juridique de la Société de Développement régional qui était active dans la province correspondante et elle est l'ayant cause, à titre général, de la Société de Développement régional en question.
§ 2. Par dérogation au transfert, à titre général, visé au § 1er, et sans préjudice des règles incombant, à la compétence du législateur fédéral en matière de transfert d'immeubles, les droits réels sur les bâtiments et les terrains connexes affectés auparavant au logement de la Société de Développement régional qui était active dans la province correspondante et dont la SDR est propriétaire ou sur lesquels elle peut faire valoir un autre droit réel de jouissance, sont cédés, à la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 ". Cela vaut également pour les équipements de bureau figurant dans l'inventaire de la SDR précitée.
Dans les cas d'un transfert d'un droit réel sur un immeuble, tel que visé, à l'alinéa premier, la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 " reprend également les prêts et/ou crédits en cours pour l'acquisition des biens susmentionnés. Le cas échéant, la Région flamande reprend de la province en question la caution ou une autre sûreté liée, à cet emprunt ou crédit.
La " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 " fait le nécessaire pour que les règles visées, à l'alinéa premier soient reprises dans une ou plusieurs conventions avec des tierces parties en vue de satisfaire aux règles fédérales, notamment celles concernant le transfert d'immeubles et/ou les suites d'un tel transfert.
§ 3. Par dérogation au transfert, à titre général, visé au § 1er, la dotation de la Communauté flamande pour chacune des Sociétés de Développement régional est transférée, à la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 ".
§ 4. Par dérogation au transfert, à titre général, visé au § 1er, il est créé par province correspondante un fonds spécial, à charge du propre patrimoine de chaque Société de Développement régional. Les ressources attribuées au fonds reviennent, à la province correspondante qui les utilise conformément aux règles prévues au § 5.
Le propre patrimoine, visé, à l'alinéa premier, est le propre patrimoine tel qu'il figure dans le bilan, à la clôture des comptes en cas de dissolution ou de transfert de la Société de Développement régional, diminué :
1° du dispositif prévu pour l'apurement des charges de pension, pour ce qui concerne le passé, dans la mesure où celles-ci n'ont pas été apurées au moment de la dissolution de la Société de Développement régional;
2° le dispositif pour dépenses futures dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2003 portant octroi d'un congé précédant la mise, à la retraite, dans la mesure où les dispositifs prévus dans la rubrique du bilan concernant le propre patrimoine soient insuffisants;
3° un dispositif pour le premier aménagement ou le réaménagement des implantations provinciales de la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 ", compte tenu des prix courants pour l'implantation d'entreprises, notamment celles des pouvoirs publics, dans la province correspondante et avec un maximum de 10 % du solde du propre patrimoine après déduction des dispositifs visés aux 1° et 2°.
§ 5. Les moyens financiers nécessaires au paiement d'éventuelles demandes d'indemnisation, à charge de la Société de Développement régional dont la Société de Développement provincial agréée est l'ayant cause et/ou au financement des mesures transitoires qui a été prélevé et affecté ou réservé pour les deux objectifs précités, sont fournis par priorité par le fonds visé au § 4, alinéa premier, dans la province correspondante où une Société de Développement provincial agréée est créée.
Le solde du fonds, après le prélèvement visé, à l'alinéa premier, est affecté au fonctionnement de la Société de Développement provincial agréée de la province correspondante. A cette fin, la Société de Développement provincial de la province correspondante jouit d'un droit de tirage sur le fonds. L'exercice de ce droit de tirage est subordonné aux règles fixées par la province correspondante.
Dès qu'il apparaît que les demandes d'indemnisation visées, à l'alinéa premier, n'aboutissent plus ou ne sont pas susceptibles d'aboutir, à une obligation de paiement, à charge de la Société de Développement provincial visée, à l'alinéa premier, en sa qualité d'ayant cause d'une Société de Développement régional, il est mis fin, à l'éventuelle réservation et les moyens correspondants peuvent être affectés aux objectifs prévus, à l'alinéa deux.
§ 6. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la succession aux droits visée au paragraphe premier.
§ 2. Par dérogation au transfert, à titre général, visé au § 1er, et sans préjudice des règles incombant, à la compétence du législateur fédéral en matière de transfert d'immeubles, les droits réels sur les bâtiments et les terrains connexes affectés auparavant au logement de la Société de Développement régional qui était active dans la province correspondante et dont la SDR est propriétaire ou sur lesquels elle peut faire valoir un autre droit réel de jouissance, sont cédés, à la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 ". Cela vaut également pour les équipements de bureau figurant dans l'inventaire de la SDR précitée.
Dans les cas d'un transfert d'un droit réel sur un immeuble, tel que visé, à l'alinéa premier, la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 " reprend également les prêts et/ou crédits en cours pour l'acquisition des biens susmentionnés. Le cas échéant, la Région flamande reprend de la province en question la caution ou une autre sûreté liée, à cet emprunt ou crédit.
La " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 " fait le nécessaire pour que les règles visées, à l'alinéa premier soient reprises dans une ou plusieurs conventions avec des tierces parties en vue de satisfaire aux règles fédérales, notamment celles concernant le transfert d'immeubles et/ou les suites d'un tel transfert.
§ 3. Par dérogation au transfert, à titre général, visé au § 1er, la dotation de la Communauté flamande pour chacune des Sociétés de Développement régional est transférée, à la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 ".
§ 4. Par dérogation au transfert, à titre général, visé au § 1er, il est créé par province correspondante un fonds spécial, à charge du propre patrimoine de chaque Société de Développement régional. Les ressources attribuées au fonds reviennent, à la province correspondante qui les utilise conformément aux règles prévues au § 5.
Le propre patrimoine, visé, à l'alinéa premier, est le propre patrimoine tel qu'il figure dans le bilan, à la clôture des comptes en cas de dissolution ou de transfert de la Société de Développement régional, diminué :
1° du dispositif prévu pour l'apurement des charges de pension, pour ce qui concerne le passé, dans la mesure où celles-ci n'ont pas été apurées au moment de la dissolution de la Société de Développement régional;
2° le dispositif pour dépenses futures dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2003 portant octroi d'un congé précédant la mise, à la retraite, dans la mesure où les dispositifs prévus dans la rubrique du bilan concernant le propre patrimoine soient insuffisants;
3° un dispositif pour le premier aménagement ou le réaménagement des implantations provinciales de la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 ", compte tenu des prix courants pour l'implantation d'entreprises, notamment celles des pouvoirs publics, dans la province correspondante et avec un maximum de 10 % du solde du propre patrimoine après déduction des dispositifs visés aux 1° et 2°.
§ 5. Les moyens financiers nécessaires au paiement d'éventuelles demandes d'indemnisation, à charge de la Société de Développement régional dont la Société de Développement provincial agréée est l'ayant cause et/ou au financement des mesures transitoires qui a été prélevé et affecté ou réservé pour les deux objectifs précités, sont fournis par priorité par le fonds visé au § 4, alinéa premier, dans la province correspondante où une Société de Développement provincial agréée est créée.
Le solde du fonds, après le prélèvement visé, à l'alinéa premier, est affecté au fonctionnement de la Société de Développement provincial agréée de la province correspondante. A cette fin, la Société de Développement provincial de la province correspondante jouit d'un droit de tirage sur le fonds. L'exercice de ce droit de tirage est subordonné aux règles fixées par la province correspondante.
Dès qu'il apparaît que les demandes d'indemnisation visées, à l'alinéa premier, n'aboutissent plus ou ne sont pas susceptibles d'aboutir, à une obligation de paiement, à charge de la Société de Développement provincial visée, à l'alinéa premier, en sa qualité d'ayant cause d'une Société de Développement régional, il est mis fin, à l'éventuelle réservation et les moyens correspondants peuvent être affectés aux objectifs prévus, à l'alinéa deux.
§ 6. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la succession aux droits visée au paragraphe premier.
HOOFDSTUK VI. - Ontbinding van de Gewestelijke ontwikkelingsmaatschappijen.
CHAPITRE VI. - Dissolution des Sociétés de Développement régional.
Art.11. § 1. De Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij werkzaam in de corresponderende provincie waarin een Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij, bedoeld in artikel 3, § 1, tweede lid, wordt opgericht conform het bepaalde in dit decreet en waarvoor een erkenningsdossier bedoeld in artikel 3, § 2, werd ingediend binnen de in deze bepaling gestelde termijn, is van rechtswege ontbonden op de datum waarop de erkenning van de Provinciale ontwikkelingsmaatschappij in werking treedt.
In het in het eerste lid bedoelde geval is, wat betreft het personeel, het bepaalde in het [3 Bestuursdecreet van 7 december 2018]3 juncto artikel 14 van dit decreet van overeenkomstige toepassing.
Tot aan de datum van inwerkingtreding van de erkenning van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij blijft, in de corresponderende provincie, de daar werkzame Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij verder bestaan en onderworpen aan het decreet van 12 juli 1990 houdende organisatie van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen dat, zolang als nodig, op deze Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij van toepassing blijft.
Met het oog op de uitvoering van de in dit decreet bedoelde overdracht van activa en reserves van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij aan respectievelijk het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 en de corresponderende erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij kan de Vlaamse Regering een beroep doen op een expert.
§ 2. Indien een provincie niet binnen de in artikel 3, § 2, gestelde termijn is overgegaan tot de heerlegging van een daar bedoeld erkenningsdossier, geldt de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij werkzaam in de corresponderende provincie als van rechtswege ontbonden.
De Vlaamse Regering neemt in een dergelijk geval de nodige maatregelen met het oog op de vereffening van het vermogen van de aldus ontbonden Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij, zulks in afwijking van het bepaalde in artikel 10. Het eventuele netto-actief saldo uit de voormelde vereffening komt in een dergelijk geval toe aan de Vlaamse Gemeenschap.
In het in het eerste lid bedoelde geval is, wat betreft het personeel, het bepaalde in het [3 Bestuursdecreet van 7 december 2018]3 van overeenkomstige toepassing.
In het in het eerste lid bedoelde geval is, wat betreft het personeel, het bepaalde in het [3 Bestuursdecreet van 7 december 2018]3 juncto artikel 14 van dit decreet van overeenkomstige toepassing.
Tot aan de datum van inwerkingtreding van de erkenning van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij blijft, in de corresponderende provincie, de daar werkzame Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij verder bestaan en onderworpen aan het decreet van 12 juli 1990 houdende organisatie van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen dat, zolang als nodig, op deze Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij van toepassing blijft.
Met het oog op de uitvoering van de in dit decreet bedoelde overdracht van activa en reserves van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij aan respectievelijk het [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 en de corresponderende erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij kan de Vlaamse Regering een beroep doen op een expert.
§ 2. Indien een provincie niet binnen de in artikel 3, § 2, gestelde termijn is overgegaan tot de heerlegging van een daar bedoeld erkenningsdossier, geldt de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij werkzaam in de corresponderende provincie als van rechtswege ontbonden.
De Vlaamse Regering neemt in een dergelijk geval de nodige maatregelen met het oog op de vereffening van het vermogen van de aldus ontbonden Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij, zulks in afwijking van het bepaalde in artikel 10. Het eventuele netto-actief saldo uit de voormelde vereffening komt in een dergelijk geval toe aan de Vlaamse Gemeenschap.
In het in het eerste lid bedoelde geval is, wat betreft het personeel, het bepaalde in het [3 Bestuursdecreet van 7 december 2018]3 van overeenkomstige toepassing.
Art.11. § 1er. La Société de Développement régional qui est active dans la province correspondante dans laquelle une Société de Développement provincial, visée, à l'article 3, § 1er, alinéa deux, a été créée conformément aux dispositions du présent décret et pour laquelle un dossier d'agrément, visé, à l'article 3, § 2 a été introduit dans le délai imparti par cette disposition, est dissoute de plein droit, à la date d'effet de l'agrément de la Société de Développement provincial.
Dans le cas visé, à l'alinéa premier, pour ce qui concerne le personnel, les dispositions du [3 Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]3, en liaison avec l'article 14 du présent décret, s'appliquent par analogie.
Jusqu'à la date d'effet de l'agrément de la Société de Développement provincial, la Société de Développement régional qui est active dans la province correspondante, continue, à exister et reste soumise au décret du 12 juillet 1990 portant organisation des sociétés de développement régional, qui, tant que nécessaire, reste d'application, à cette Société de Développement régional.
En vue de l'exécution du transfert d'actifs et de réserves de la Société de Développement régional, visé par le présent décret, à respectivement, la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 " et les Sociétés de Développement provincial agréées correspondantes, le Gouvernement flamand peut faire appel, à un expert.
§ 2. Si une province n'a pas procédé au dépôt d'un dossier d'agrément dans le délai imparti par l'article 3, § 2, la Société de Développement régional active dans la province correspondante est réputée dissoute de plein droit.
Dans ce cas, le Gouvernement flamand prend les mesures nécessaires en vue de la liquidation du patrimoine de la Société de Développement régional ainsi dissoute, et ce par dérogation aux dispositions de l'article 10. L'éventuel solde de l'actif net résultant de la liquidation susmentionnée revient dans ce cas au Gouvernement flamand.
Dans le cas visé, à l'alinéa premier, pour ce qui concerne le personnel, les dispositions du [3 Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]3, s'appliquent par analogie.
Dans le cas visé, à l'alinéa premier, pour ce qui concerne le personnel, les dispositions du [3 Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]3, en liaison avec l'article 14 du présent décret, s'appliquent par analogie.
Jusqu'à la date d'effet de l'agrément de la Société de Développement provincial, la Société de Développement régional qui est active dans la province correspondante, continue, à exister et reste soumise au décret du 12 juillet 1990 portant organisation des sociétés de développement régional, qui, tant que nécessaire, reste d'application, à cette Société de Développement régional.
En vue de l'exécution du transfert d'actifs et de réserves de la Société de Développement régional, visé par le présent décret, à respectivement, la " [2 Agentschap Innoveren en Ondernemen]2 " et les Sociétés de Développement provincial agréées correspondantes, le Gouvernement flamand peut faire appel, à un expert.
§ 2. Si une province n'a pas procédé au dépôt d'un dossier d'agrément dans le délai imparti par l'article 3, § 2, la Société de Développement régional active dans la province correspondante est réputée dissoute de plein droit.
Dans ce cas, le Gouvernement flamand prend les mesures nécessaires en vue de la liquidation du patrimoine de la Société de Développement régional ainsi dissoute, et ce par dérogation aux dispositions de l'article 10. L'éventuel solde de l'actif net résultant de la liquidation susmentionnée revient dans ce cas au Gouvernement flamand.
Dans le cas visé, à l'alinéa premier, pour ce qui concerne le personnel, les dispositions du [3 Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]3, s'appliquent par analogie.
HOOFDSTUK VII. - Wijzigings- en coördinatiemachtiging.
CHAPITRE VII. - Autorisation de modification et de coordination.
Art.12. § 1. De Vlaamse Regering wordt ermee belast de bestaande wets- en decreetsbepalingen betreffende de missie, taken en bevoegdheden van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen te wijzigen, aan te vullen, te vervangen of op te heffen, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet.
De besluiten die krachtens deze paragraaf worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen de 9 maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging werkt terug tot deze laatste datum.
De in deze paragraaf aan de Vlaamse Regering opgedragen bevoegdheid vervalt 9 maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens deze paragraaf zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
§ 2. De Vlaamse Regering wordt ermee belast de bepalingen van de wetten en decreten betreffende de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen, alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie, te coördineren. Te dien einde kan de regering :
1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;
4° de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in de coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.
De coördinatie treedt pas in werking nadat zij bekrachtigd is door het Vlaams Parlement.
De besluiten die krachtens deze paragraaf worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen de 9 maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging werkt terug tot deze laatste datum.
De in deze paragraaf aan de Vlaamse Regering opgedragen bevoegdheid vervalt 9 maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens deze paragraaf zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
§ 2. De Vlaamse Regering wordt ermee belast de bepalingen van de wetten en decreten betreffende de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen, alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie, te coördineren. Te dien einde kan de regering :
1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;
4° de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in de coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.
De coördinatie treedt pas in werking nadat zij bekrachtigd is door het Vlaams Parlement.
Art.12. § 1er. Le Gouvernement flamand est chargé de modifier, compléter, remplacer ou abroger les dispositions légales et décrétales existantes relatives, à la mission, les tâches et les compétences des Sociétés de Développement régional, afin de les mettre en concordance avec les dispositions du présent décret.
Les arrêtés pris en vertu du présent paragraphe, cessent d'être en vigueur s'ils n'ont pas été ratifiés par décret dans les 9 mois suivant la date de leur entrée en vigueur. Le sanctionnement rétroagit, à cette dernière date.
La compétence assignée au Gouvernement flamand dans le présent paragraphe, échoit 9 mois après l'entrée en vigueur du présent décret. Après cette date, les arrêtés établis et sanctionnés en vertu du présent paragraphe ne peuvent être modifiés, complétés, remplacés ou abrogés que par décret.
§ 2. Le Gouvernement flamand est chargé de coordonner les dispositions des lois et décrets relatifs aux Sociétés de Développement régional ainsi que les dispositions qui y ont expressément ou tacitement apporté des modifications jusqu'au moment de la coordination. A cette fin, il peut :
1° réorganiser, notamment reclasser et renuméroter les dispositions, à coordonner;
2° renuméroter en conséquence les références dans les dispositions, à coordonner;
3° réécrire les dispositions, à coordonner en vue de la concordance et l'harmonie de la terminologie, sans toucher aux principes y contenus;
4° adapter la forme des références aux dispositions reprises dans la coordination, qui sont présentes dans d'autres dispositions non reprises dans la coordination.
La coordination n'entre en vigueur qu'après sa ratification par le Parlement flamand.
Les arrêtés pris en vertu du présent paragraphe, cessent d'être en vigueur s'ils n'ont pas été ratifiés par décret dans les 9 mois suivant la date de leur entrée en vigueur. Le sanctionnement rétroagit, à cette dernière date.
La compétence assignée au Gouvernement flamand dans le présent paragraphe, échoit 9 mois après l'entrée en vigueur du présent décret. Après cette date, les arrêtés établis et sanctionnés en vertu du présent paragraphe ne peuvent être modifiés, complétés, remplacés ou abrogés que par décret.
§ 2. Le Gouvernement flamand est chargé de coordonner les dispositions des lois et décrets relatifs aux Sociétés de Développement régional ainsi que les dispositions qui y ont expressément ou tacitement apporté des modifications jusqu'au moment de la coordination. A cette fin, il peut :
1° réorganiser, notamment reclasser et renuméroter les dispositions, à coordonner;
2° renuméroter en conséquence les références dans les dispositions, à coordonner;
3° réécrire les dispositions, à coordonner en vue de la concordance et l'harmonie de la terminologie, sans toucher aux principes y contenus;
4° adapter la forme des références aux dispositions reprises dans la coordination, qui sont présentes dans d'autres dispositions non reprises dans la coordination.
La coordination n'entre en vigueur qu'après sa ratification par le Parlement flamand.
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales.
Art.13. Rekening houdend met het bepaalde in het artikel 11 wordt het decreet van 12 juli 1990 houdende organisatie van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen opgeheven zeven maand na inwerkingtreding van dit decreet.
Art.13. Eu égard aux dispositions de l'article 11, le décret du 12 juillet 1990 portant organisation des sociétés de développement régional, est abrogé sept mois après l'entrée en vigueur du présent décret.
Art.14. § 1. In toepassing van artikel 11, § 1, doet de Vlaamse Regering voorstellen om de overgang van personeelsleden van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen alsook commissarissen van de Vlaamse Regering die bij deze Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen werden aangesteld, naar de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij van de corresponderende provincie of de corresponderende provincie te bevorderen, en zulks op een wederzijds vrijwillige basis en op een dermate wijze dat de overgang plaatsvindt naar die entiteit waarvan de taken en/of de functie best overeenstemt met de huidige taken en/of functie van de desbetreffende personeelsleden.
§ 2. Met het oog op de in § 1 bedoelde overgang, moet er tussen de Vlaamse Regering, en al naargelang de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen welke zullen worden opgericht en corresponderende provincies, na overleg met de representatieve werknemersorganisaties, een protocol zijn gesloten. Dit protocol legt vast welke individuele personen in aanmerking komen voor overdracht en onder welke arbeidsvoorwaarden de personeelsleden die overgaan in de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen en/of corresponderende provincie zullen worden tewerkgesteld. Te dien einde voorziet het protocol in elk geval in het behoud van :
1° de graad en hoedanigheid;
2° de administratieve, geldelijke, en schaalanciënniteit;
3° de salarisschaal en functionele loopbaan waarop zij aanspraak konden maken volgens de bestaande reglementering op het ogenblik van hun overgang en waarbij latere wijzigingen aan deze reglementering op hen niet meer van toepassing zijn;
4° de reglementair toegekende vergoedingen en toelagen waarop zij aanspraak konden maken volgens de bestaande reglementering op het ogenblik van hun overgang en waarbij latere wijzigingen aan deze reglementering op hen niet meer van toepassing zijn.
(Het protocol zal daarenboven voorzien in het uitdovend karakter van bovenstaande elementen vanaf het ogenblik dat het geheel van salaris en reglementair toegekende vergoedingen en toelagen bij de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen of corresponderende provincie gunstiger zouden zijn.
§ 3. De uitvoering van het in § 2 bedoelde protocol is voor de individuele contractuele personeelsleden en de commissarissen van de Vlaamse Regering die bij de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen werden aangesteld afhankelijk van hun akkoord.
§ 4. De naar de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen of corresponderende provincies overgedragen statutaire personeelsleden hebben het recht om binnen de vier jaar na hun overgang over te stappen naar het departement of een agentschap dat behoort tot het beleidsdomein dat bevoegd is voor het economisch beleid.
§ 5. De erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij van de corresponderende provincie of de corresponderende provincie kan personeel in contractueel verband in dienst bij door de provincies gefinancierde socio-economische V.Z.W. 's en dat in bepaalde provincies volledig ingeschakeld is in de werking van de GOM van de betreffende provincie overnemen met behoud ten persoonlijken titel van de waarborgen vermeld in het in § 2 bedoelde protocol.
De overname, bedoeld in het eerste lid, is beperkt tot het personeel in dienst van de V.Z.W. Limburge Economische Raad (LER), de V.Z.W. Economisch Studiebureau Antwerpen en de V.Z.W. Economische Raad Oost-Vlaanderen (EROV) op het ogenblik van inwerkingtreding van dit decreet. De overname van personeel dient mede gepaard te gaan met een daadwerklijke overdracht van taken.
De Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen en de corresponderende provincie nemen de nodige maatregelen inzake de overgang van de betrokken personeelsleden op vrijwillige basis in taken en/of functies die het best overeenstemmen met de huidige taken en/of functie van de desbetreffende personeelsleden.)
§ 2. Met het oog op de in § 1 bedoelde overgang, moet er tussen de Vlaamse Regering, en al naargelang de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen welke zullen worden opgericht en corresponderende provincies, na overleg met de representatieve werknemersorganisaties, een protocol zijn gesloten. Dit protocol legt vast welke individuele personen in aanmerking komen voor overdracht en onder welke arbeidsvoorwaarden de personeelsleden die overgaan in de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen en/of corresponderende provincie zullen worden tewerkgesteld. Te dien einde voorziet het protocol in elk geval in het behoud van :
1° de graad en hoedanigheid;
2° de administratieve, geldelijke, en schaalanciënniteit;
3° de salarisschaal en functionele loopbaan waarop zij aanspraak konden maken volgens de bestaande reglementering op het ogenblik van hun overgang en waarbij latere wijzigingen aan deze reglementering op hen niet meer van toepassing zijn;
4° de reglementair toegekende vergoedingen en toelagen waarop zij aanspraak konden maken volgens de bestaande reglementering op het ogenblik van hun overgang en waarbij latere wijzigingen aan deze reglementering op hen niet meer van toepassing zijn.
(Het protocol zal daarenboven voorzien in het uitdovend karakter van bovenstaande elementen vanaf het ogenblik dat het geheel van salaris en reglementair toegekende vergoedingen en toelagen bij de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen of corresponderende provincie gunstiger zouden zijn.
§ 3. De uitvoering van het in § 2 bedoelde protocol is voor de individuele contractuele personeelsleden en de commissarissen van de Vlaamse Regering die bij de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen werden aangesteld afhankelijk van hun akkoord.
§ 4. De naar de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen of corresponderende provincies overgedragen statutaire personeelsleden hebben het recht om binnen de vier jaar na hun overgang over te stappen naar het departement of een agentschap dat behoort tot het beleidsdomein dat bevoegd is voor het economisch beleid.
§ 5. De erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij van de corresponderende provincie of de corresponderende provincie kan personeel in contractueel verband in dienst bij door de provincies gefinancierde socio-economische V.Z.W. 's en dat in bepaalde provincies volledig ingeschakeld is in de werking van de GOM van de betreffende provincie overnemen met behoud ten persoonlijken titel van de waarborgen vermeld in het in § 2 bedoelde protocol.
De overname, bedoeld in het eerste lid, is beperkt tot het personeel in dienst van de V.Z.W. Limburge Economische Raad (LER), de V.Z.W. Economisch Studiebureau Antwerpen en de V.Z.W. Economische Raad Oost-Vlaanderen (EROV) op het ogenblik van inwerkingtreding van dit decreet. De overname van personeel dient mede gepaard te gaan met een daadwerklijke overdracht van taken.
De Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen en de corresponderende provincie nemen de nodige maatregelen inzake de overgang van de betrokken personeelsleden op vrijwillige basis in taken en/of functies die het best overeenstemmen met de huidige taken en/of functie van de desbetreffende personeelsleden.)
Art.14. § 1er. En application de l'article 11, § 1er, le Gouvernement flamand fait des propositions pour favoriser le transfert des membres du personnel des Sociétés de Développement régional ainsi que des commissaires du Gouvernement flamand attachés, à ces Sociétés de Développement régional aux Sociétés de Développement provincial de la province correspondante ou la province correspondante, et ce sur base volontaire mutuelle et de manière que le transfert s'effectue, à l'entité dont les tâches et/ou la fonction correspondent le mieux avec les tâches et/ou la fonction actuelles des membres du personnel en question.
§ 2. En vue du transfert visé au § 1er, un protocole doit être conclu entre le Gouvernement flamand et, selon le cas, les Sociétés de Développement provincial qui seront créées et les provinces correspondantes, après concertation avec les organisations représentatives des travailleurs. Le protocole désigne les personnes individuelles admises au transfert et les conditions de travail applicables aux membres du personnel qui feront l'objet d'un transfert aux Sociétés de Développement provincial et/ou, à la province correspondante. A cette fin, le protocole prévoit en tout cas le maintien :
1° du grade et de la qualité;
2° de l'ancienneté administrative, pécuniaire et barémique;
3° de l'échelle des traitements et de la carrière fonctionnelle auxquelles ils pouvaient prétendre suivant la réglementation existante au moment de leur transfert, les modifications ultérieures de cette réglementation n'étant plus d'application, à eux;.
4° des indemnités et allocations réglementaires auxquelles ils pouvaient prétendre suivant la réglementation existante au moment de leur transfert, les modifications ultérieures de cette réglementation n'étant plus d'application, à eux;
Le protocole prévoira en outre dans le caractère extincteur des éléments précités, à partir du moment que l'ensemble des traitements et indemnités et allocations réglementaires serait plus favorable auprès des Sociétés de Développement provincial ou de la province correspondante.
§ 3. Pour les membres du personnel contractuels individuels et les commissaires du Gouvernement flamand qui ont été affectés aux Sociétés de Développement régional, l'exécution du protocole visé au § 2, dépend de leur accord.
§ 4. Les membres du personnel statutaires transférés aux Sociétés de Développement provincial ou aux provinces correspondantes, ont le droit de passer dans les quatre ans suivant leur transfert, au département ou, à une agence appartenant au domaine politique qui est compétent pour la politique économique.
§ 5. La Société de Développement provincial de la province correspondante ou la province correspondante peut reprendre le personnel contractuel occupé par les ASBL socio-économiques financées par les provinces et qui est affecté, à temps plein dans certaines provinces au fonctionnement de la SDR de la province concernée, avec maintien, à titre personnel des garanties mentionnées au § 2 du protocole en question.
La reprise, visée, à l'alinéa premier, se limite au personnel occupé par l'A.S.B.L. "Limburgse Economische Raad (LER), l'A.S.B.L. "Economisch Studiebureau Antwerpen" et l'A.S.B.L. Economische Raad Oost-Vlaanderen (EROV) au moment de l'entrée en vigueur du présent décret. La reprise du personnel doit aller de pair avec un transfert effectif de tâches.
Les Sociétés de Développement provincial et la province correspondante prennent les mesures nécessaires en matière de transfert, sur base volontaire, des membres du personnel concernés, pour des tâches et/ou des fonctions qui correspondent le mieux avec les tâches et/ou la fonction actuelles des membres du personnel en question.
§ 2. En vue du transfert visé au § 1er, un protocole doit être conclu entre le Gouvernement flamand et, selon le cas, les Sociétés de Développement provincial qui seront créées et les provinces correspondantes, après concertation avec les organisations représentatives des travailleurs. Le protocole désigne les personnes individuelles admises au transfert et les conditions de travail applicables aux membres du personnel qui feront l'objet d'un transfert aux Sociétés de Développement provincial et/ou, à la province correspondante. A cette fin, le protocole prévoit en tout cas le maintien :
1° du grade et de la qualité;
2° de l'ancienneté administrative, pécuniaire et barémique;
3° de l'échelle des traitements et de la carrière fonctionnelle auxquelles ils pouvaient prétendre suivant la réglementation existante au moment de leur transfert, les modifications ultérieures de cette réglementation n'étant plus d'application, à eux;.
4° des indemnités et allocations réglementaires auxquelles ils pouvaient prétendre suivant la réglementation existante au moment de leur transfert, les modifications ultérieures de cette réglementation n'étant plus d'application, à eux;
Le protocole prévoira en outre dans le caractère extincteur des éléments précités, à partir du moment que l'ensemble des traitements et indemnités et allocations réglementaires serait plus favorable auprès des Sociétés de Développement provincial ou de la province correspondante.
§ 3. Pour les membres du personnel contractuels individuels et les commissaires du Gouvernement flamand qui ont été affectés aux Sociétés de Développement régional, l'exécution du protocole visé au § 2, dépend de leur accord.
§ 4. Les membres du personnel statutaires transférés aux Sociétés de Développement provincial ou aux provinces correspondantes, ont le droit de passer dans les quatre ans suivant leur transfert, au département ou, à une agence appartenant au domaine politique qui est compétent pour la politique économique.
§ 5. La Société de Développement provincial de la province correspondante ou la province correspondante peut reprendre le personnel contractuel occupé par les ASBL socio-économiques financées par les provinces et qui est affecté, à temps plein dans certaines provinces au fonctionnement de la SDR de la province concernée, avec maintien, à titre personnel des garanties mentionnées au § 2 du protocole en question.
La reprise, visée, à l'alinéa premier, se limite au personnel occupé par l'A.S.B.L. "Limburgse Economische Raad (LER), l'A.S.B.L. "Economisch Studiebureau Antwerpen" et l'A.S.B.L. Economische Raad Oost-Vlaanderen (EROV) au moment de l'entrée en vigueur du présent décret. La reprise du personnel doit aller de pair avec un transfert effectif de tâches.
Les Sociétés de Développement provincial et la province correspondante prennent les mesures nécessaires en matière de transfert, sur base volontaire, des membres du personnel concernés, pour des tâches et/ou des fonctions qui correspondent le mieux avec les tâches et/ou la fonction actuelles des membres du personnel en question.
Art. 15. De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.
(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 29-12-2005 door BVR 2005-12-16/37, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 29-12-2005 door BVR 2005-12-16/37, art. 1)
Art. 15. Le Gouvernement flamand fixe la date d'entrée en vigueur du présent décret.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée le 29-12-2005 par AGF 2005-12-16/37, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur fixée le 29-12-2005 par AGF 2005-12-16/37, art. 1)