Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 JANUARI 2004. - Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt wat betreft de beroepskeuzevoorlichting, beroepsopleiding, loopbaanbegeleiding en arbeidsbemiddeling(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-03-2004 en tekstbijwerking tot 20-10-2014)
Titre
30 JANVIER 2004. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution du décret du 8 mai 2002 relatif à la participation proportionnelle sur le marché de l'emploi en ce qui concerne l'orientation professionnelle, la formation professionnelle, l'accompagnement de carrière et le placement (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-03-2004 et mise à jour au 20-10-2014)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions introductives.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° het decreet : het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt;
  2° SERV : de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, zoals opgericht bij het decreet van 27 juni 1985;
  3° beroepskeuzevoorlichting : de beroepskeuzevoorlichting verleend door ondernemingen en door diensten, behorend tot de private of de openbare sector, inbegrepen de ondernemingen, diensten en centra die psychologische oriëntatie verstrekken, en inzonderheid de beroepskeuzevoorlichting die verleend wordt door de psychologische diensten en centra van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding evenals door de centra of diensten voor gespecialiseerde voorlichting bij beroepskeuze opgericht of erkend door het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap;
  4° beroepsopleiding :
  a) het aanleren van een ambt of een beroep in de ondernemingen en de diensten die behoren tot de private of openbare sector;
  b) de beroepsopleidingen, beroepsvervolmakingen en bedrijfsopleidingen met inbegrip van de vóór- en schakelopleidingen, die gesubsidieerd, erkend of ingericht zijn door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of door het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap;
  c) de beroepsopleidingen, beroepsvervolmakingen, beroepsherscholingen en -omscholingen die worden verstrekt door ondernemingen en diensten behorend tot de private of de openbare sector;
  d) de basisvorming en leertijd en de ondernemersopleiding, de voortgezette vorming en de omscholing in het kader van de vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, die erkend zijn door het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen, de scholing van de personen die in de landbouw werkzaam zijn en de opleidingen en stages in de vrije beroepen;
  e) de cursussen algemene en bijzondere vorming met het oog op de economische, sociale, culturele en sportieve promotie van de werknemers en van de personen die een vrij beroep uitoefenen, georganiseerd door ondernemingen, verenigingen en diensten behorend tot de private of de openbare sector;
  5° loopbaanbegeleiding : het geheel van adviezen en diensten op initiatief van het bedrijf, de sector of de individuele werknemer, met het oog op het inschatten van de eigen competenties en de eigen loopbaanmogelijkheden in het kader van de bevordering van de plaatsingsmogelijkheden van de werknemer;
  6° arbeidsbemiddeling :
  a) de activiteiten uitgeoefend door een tussenpersoon, die erop gericht zijn werknemers bij te staan bij het zoeken van een nieuwe tewerkstelling of werkgevers bij het zoeken van werknemers;
  b) het in dienst nemen van werknemers, om hen ter beschikking te stellen met het oog op de uitvoering van een bij of krachtens de wet toegelaten tijdelijke arbeid;
  7° minister : de Vlaamse minister bevoegd voor tewerkstelling en beroepsopleiding;
  8° diversiteitsplan : een geheel van maatregelen en acties die direct en indirect discriminerende drempels wegnemen en/of aangepaste voorzieningen scheppen in het kader van activiteiten die betrekking hebben op beroepskeuzevoorlichting, beroepsopleiding, loopbaanbegeleiding en arbeidsbemiddeling met het oog op deelname van kansengroepen op alle niveaus en functies;
  9° diversiteitsproject : een project, ander dan een diversiteitsplan, dat gericht is op de evenredige participatie zoals bedoeld in artikel 2, § 1.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° le décret : le décret du 8 mai 2002 relatif à la participation proportionnelle sur le marché de l'emploi;
  2° SERV : le Conseil socio-économique de la Flandre tel que créé par le décret du 27 juin 1985;
  3° orientation professionnelle : l'orientation professionnelle offerte par des entreprises et des services qui relèvent du secteur privé ou du secteur public, y compris les entreprises, services et centres qui offrent l'orientation psychologique, et notamment l'orientation professionnelle offerte par les services et centres psychologiques du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), et par les centres ou services offrant une orientation professionnelle spécialisée, créés ou agréés par le " Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap " (Fonds flamand pour l'Intégration sociale des Personnes handicapées);
  4° formation professionnelle :
  a) l'apprentissage d'une fonction ou profession dans les entreprises et services qui relèvent du secteur privé ou public;
  b) les formations professionnelles, perfectionnements professionnels et formations au sein d'entreprises, y compris les préformations et formations d'insertion, subventionnées, agréées ou organisées par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ou par le " Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap ";
  c) les formations professionnelles, perfectionnements professionnels, reconversions professionnelles et réadaptations professionnelles offerts par des entreprises et des services qui relèvent du secteur privé ou du secteur public;
  d) la formation de base et l'apprentissage et la formation de chef d'entreprise, la formation continue et la réadaptation dans le cadre de la formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, agréées par le " Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen " (Institut flamand pour l'Entreprise indépendante), la formation des personnes actives dans l'agriculture et les formations et stages des professions libérales;
  e) les cours de formation générale et spécifique en vue de la promotion économique, sociale, culturelle et sportive des travailleurs et personnes exerçant une profession libérale, organisés par des entreprises, associations et services qui relèvent du secteur privé ou du secteur public;
  5° accompagnement de carrière : l'ensemble des conseils et services à l'initiative de l'entreprise, du secteur ou du travailleur individuel, en vue de connaître les propres compétences et possibilités de carrière dans le cadre de la promotion de l'employabilité du travailleur;
  6° placement :
  a) les activités exercées par un intermédiaire, visant à assister des travailleurs à la recherche d'un nouvel emploi ou des employeurs à la recherche de travailleurs;
  b) le recrutement de travailleurs dans le but de les mettre à la disposition en vue d'un travail temporaire autorisé par ou en vertu de la loi;
  7° Ministre : le Ministre flamand chargé de l'emploi et de la formation professionnelle;
  8° plan de diversité : l'ensemble de mesures et d'actions qui éliminent directement et indirectement des obstacles discriminatoires et/ou créent des structures appropriées dans le cadre d'activités qui concernent l'orientation professionnelle, la formation professionnelle, l'accompagnement de carrière et le placement en vue de la participation des groupes à potentiel à tous les niveaux et toutes les fonctions;
  9° projet de diversité : un projet, autre qu'un plan de diversité, axé sur la participation proportionnelle telle que visée à l'article 2, § 1er.
Art.2. § 1. Onder evenredige participatie wordt verstaan de deelname van kansengroepen aan de arbeidsmarkt in verhouding tot de samenstelling van de beroepsbevolking; de deelname van kansengroepen geldt op alle niveaus en functies met betrekking tot de arbeidsmarkt.
  § 2. Onder de in § 1 bedoelde kansengroepen wordt verstaan alle categorieën van personen waarbij de werkzaamheidsgraad, zijnde het procentueel aandeel van de personen uit de betrokken categorie op beroepsactieve leeftijd die effectief werken, lager ligt dan het gemiddelde bij de totale Vlaamse beroepsbevolking.
  Worden voor de toepassing van dit besluit inzonderheid als kansengroepen beschouwd :
  1° allochtonen : in België legaal verblijvende meerderjarige burgers met een socio-culturele herkomst teruggaand op een niet-EU lidstaat, die al dan niet Belg geworden zijn en ofwel in het kader van gastarbeid en volgmigratie naar ons land zijn gekomen, ofwel het statuut van ontvankelijk verklaarde asielzoeker of van vluchteling hebben verkregen, ofwel door regularisatie recht op verblijf in België hebben verworven, en vanwege hun gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal en/of hun zwakke sociaal-economische positie, al dan niet versterkt door een lage scholingsgraad, achterstandskenmerken vertonen;
  2° personen met een handicap : personen met een fysieke, sensoriële, verstandelijke of psychische stoornis of beperking die een belemmering kan vormen voor een evenwaardige participatie aan de arbeidsmarkt;
  3° oudere werknemers : werknemers boven de leeftijd van 45 jaar;
  4° kortgeschoolden : personen zonder diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs;
  5° personen van een bepaald geslacht die in verhouding tot het andere geslacht ondervertegenwoordigd zijn in een specifiek arbeidssegment.
Art.2. § 1er. On entend par participation proportionnelle la participation des groupes à potentiel au marché du travail proportionnellement à la composition de la population active; la participation des groupes à potentiel concerne tous les niveaux et fonctions sur le marché du travail.
  § 2. On entend par les groupes à potentiel visés au § 1er, toutes les catégories de personnes dont le taux d'activité, c.-à-d. le pourcentage de personnes de la catégorie en question qui ont l'âge d'activité professionnelle et qui travaillent effectivement, est inférieur à la moyenne de l'ensemble de la population active flamande.
  Pour l'application du présent arrêté, sont considérés notamment comme groupes à potentiel :
  1° allochtones : les citoyens majeurs séjournant légalement en Belgique ayant une provenance socioculturelle remontant à un pays non-membre de l'UE, qui sont devenus belges ou non et qui soit sont venus à notre pays en tant que travailleurs étrangers ou dans le cadre d'un regroupement familial, soit ont obtenu le statut de demandeur d'asile ou de réfugié déclaré recevable, soit ont acquis le droit de séjour en Belgique par la régularisation, et qui, à cause de leur faible maîtrise de la langue néerlandaise et/ou de leur faible position socio-économique, renforcée ou non par leur faible scolarité, présentent des caractéristiques de retard;
  2° personnes handicapées : des personnes qui présentent une déficience ou un trouble physique, sensoriel, mental ou psychique susceptible d'entraver une participation équivalente au marché de l'emploi;
  3° travailleurs âgés : travailleurs âgés de plus de 45 ans;
  4° peu scolarisés : des personnes sans diplôme ou certificat de l'enseignement secondaire supérieur;
  5° les personnes d'un sexe déterminé qui sont proportionnellement sous-représentées dans un segment spécifique du marché de travail.
HOOFDSTUK II. - Algemene beginselen.
CHAPITRE II. - Principes généraux.
Art.3. Om de evenredige participatie en de gelijke behandeling, zoals bedoeld in artikel 5,§ 1 van het decreet, te bevorderen, respectievelijk te waarborgen en de nadelen die verband houden met een van de in artikel 2, 8° van het decreet genoemde kenmerken te voorkomen of te compenseren, dienen de werkgevers en de intermediaire organisaties, zoals bedoeld in artikel 2, 3° respectievelijk 4° van het decreet, maatregelen en acties te ondernemen die direct en indirect discriminerende drempels wegnemen en aangepaste voorzieningen te scheppen in het kader van activiteiten die betrekking hebben op beroepskeuzevoorlichting, beroepsopleiding, loopbaanbegeleiding en arbeidsbemiddeling zonder de relevante functievereisten te verlagen.
Art.3. Afin de promouvoir ou de garantir la participation proportionnelle et l'égalité de traitement tels que visés à l'article 5, § 1er du décret, et de prévenir ou de compenser les désavantages liés à l'une des caractéristiques mentionnées à l'article 2, 8° du décret, les employeurs et les organisations intermédiaires visées à l'article 2, 3° et 4° du décret sont tenus de prendre des mesures et d'entreprendre des actions qui éliminent directement ou indirectement les seuils discriminatoires, et de mettre en place des dispositifs adéquats dans le cadre d'activités concernant l'orientation professionnelle, la formation professionnelle, l'accompagnement de carrière et le placement, sans abaisser les exigences de fonction pertinentes.
Art.4. In volgende gevallen kan door de werkgevers en de intermediaire organisaties, zoals bedoeld in artikel 2,3° respectievelijk artikel 4 van het decreet in het kader van activiteiten die betrekking hebben op beroepskeuzevoorlichting, beroepsopleiding, loopbaanbegeleiding en arbeidsbemiddeling melding worden gemaakt van het geslacht :
  -toneelspeler, toneelspeelster, zanger, zangeres, danser, danseres, en van kunstenaar op wie een beroep gedaan wordt om een mannelijke of vrouwelijke rol te vertolken;
  - mannequin die zich hoeft te kleden met de bedoeling kledingstukken voor te stellen;
  - model voor kunstschilders, beeldhouwers, fotografen en schoonheidssalons;
  - sportbeoefenaar.
Art.4. Les employeurs et les organisations intermédiaires visées à l'article 2, 3° et 4° du décret peuvent, dans les cas suivants, mentionner le sexe dans le cadre de l'orientation professionnelle, de la formation professionnelle, de l'accompagnement de carrière et du placement :
  - acteur, actrice, chanteur, chanteuse, danseur, danseuse, et artiste, à qui il est fait appel pour interpréter un rôle masculin ou féminin;
  - mannequins qui doivent s'habiller dans le but de présenter des vêtements;
  - modèles pour artistes peintres, sculpteurs, photographes et salons de beauté;
  - sportifs.
HOOFDSTUK III. - Rapportering en ondersteuning.
CHAPITRE III. - Rapportage et appui.
Art.5. § 1. Het actieplan, zoals bedoeld in artikel 7, § 1, 1° van het decreet, bestaat uit een geheel van maatregelen en acties zoals bedoeld in artikel 3 van dit besluit.
  § 2. [1 Het actieplan wordt jaarlijks voor 1 juni bij het [2 Departement Werk en Sociale Economie]2 ingediend overeenkomstig de administratieve richtlijnen die de minister heeft opgesteld.]1
  § 3. [1 ...]1
  
Art.5. § 1er. Le plan d'action tel que visé à l'article 7, § 1er, 1° du décret se compose d'un ensemble de mesures et d'actions telles que visées à l'article 3 du présent arrêté.
  § 2. [1 Le plan d'action est transmis annuellement pour le 1er juin [2 au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]2, conformément aux instructions administratives rédigées par le Ministre.]1
  § 3. [1 ...]1
  
Art.6. § 1. Het voortgangsrapport, zoals bedoeld in artikel 7, § 1, 2° van het decreet, bevat minimaal, opgesplitst naar elk van de betrokken kansengroepen, een beschrijving van de evolutie in het personeelsbestand van het laatste jaar; een verslag van de ondernomen acties, waarbij de resultaten en de knelpunten worden aangegeven; een stand van zaken over de realisatie van de gestelde doelstellingen en een evaluatie over de uitvoering van het actieplan, waarbij aandachtspunten voor het volgende actieplan worden aangegeven.
  § 2. [1 Het voortgangsrapport wordt jaarlijks voor 1 juni bij het [2 Departement Werk en Sociale Economie]2 ingediend overeenkomstig de administratieve richtlijnen die de minister heeft opgesteld.]1
  § 3. [1 ...]1
  
Art.6. § 1er. Le rapport de suivi tel que visé à l'article 7, § 1er, 2° du décret, comprend au minimum, par groupe à potentiel intéressé, une description de l'évolution de l'effectif en personnel de l'année écoulée; un rapport sur les actions entreprises, indiquant les résultats et les problèmes rencontrés; l'état d'avancement de la réalisation des objectifs fixés et une évaluation de la réalisation du plan d'action, signalant des points d'intérêt pour le plan d'action suivant.
  § 2. [1 Le rapport de suivi est transmis annuellement pour le 1er juin [2 au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]2, conformément aux instructions rédigées par le Ministre.]1
  § 3. [1 ...]1
  
Art.7. § 1. Voor de ondersteuning van ondernemingen, en instellingen bij de ontwikkeling van hun beleid van evenredige participatie en de gelijke behandeling wordt gewerkt met budgettaire implementatieplannen die voorzien in de subsidiering van diversiteitsplannen en diversiteitsprojecten.
  § 2. De Vlaamse regering voorziet middelen voor consultancy en begeleiding van de diversiteitsplannen en diversiteitsprojecten van ondernemingen en instellingen.
  § 3. Voor de ondersteuning van sectoren bij de ontwikkeling van hun beleid van evenredige participatie en gelijke behandeling worden overeenkomsten met sectoren afgesloten. Deze overeenkomsten bevatten acties met betrekking tot diversiteitsplannen en diversiteitsprojecten.
  § 4. Voor de bevordering van de sociale dialoog tussen werkgevers en werknemers en van de samenwerking tussen werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en de georganiseerde kansengroepen inzake het aanmoedigen van evenredige participatie en gelijke behandeling worden diversiteitsprojecten die structureel bijdragen tot de sociaal dialoog gesubsidieerd, op basis van een protocol met de Vlaamse regering. De minister bepaalt, na advies van de SERV, de nadere modaliteiten van deze ondersteuning.
  § 5. Voor de in de paragrafen 1 tot 4 bedoelde diversiteitsplannen en diversiteitsprojecten bepaalt de minister, na advies van de SERV, de nadere modaliteiten.
Art.7. § 1er. L'appui d'entreprises et d'organisations dans le cadre de la mise au point de leur politique de participation proportionnelle et d'égalité de traitement est assuré au moyen de plans d'implémentation budgétaires réglant le subventionnement des plans de diversité et des projets de diversité.
  § 2. Le Gouvernement flamand prévoit des fonds pour la consultance et l'accompagnement des plans de diversité et des projets de diversité d'entreprises et d'organismes.
  § 3. L'appui de secteurs dans le cadre de la mise au point de leur politique de participation proportionnelle et d'égalité de traitement est assuré au moyen de la conclusion de conventions. Ces conventions comprennent des actions concernant les plans de diversité et les projets de diversité.
  § 4. En vue de promouvoir le dialogue social entre employeurs et travailleurs et la coopération entre les organisations patronales, les organisations syndicales et les groupes à potentiel organisés dans le cadre de l'encouragement de la participation proportionnelle et de l'égalité de traitement, et les projets de diversité qui contribuent structurellement au dialogue social sont subventionnés sur base d'un protocole conclu avec le Gouvernement flamand. Le Ministre arrête les modalités de cet appui, sur avis du SERV.
  § 5. En ce qui concerne les plans de diversité et les projets de diversité visés aux paragraphes 1 à 4, le Ministre arrête les modalités de cet appui, sur avis du SERV.
Art.8. Voor het verlenen van bijstand aan de slachtoffers van discriminatie bij de afwikkeling van hun klachten, zoals bedoeld in artikel 9, 1° van het decreet, sluit de Vlaamse regering een overeenkomst af met het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding.
  De SERV is bevoegd voor het formuleren van adviezen ter bijsturing van het beleid, zoals bedoeld in artikel 9, 2° van het decreet.
  [1 het Departement Werk en Sociale Economie]1 is bevoegd voor het verstrekken van informatie over de rechten op evenredige participatie en gelijke behandeling, zoals bedoeld in artikel 9, 3° van het decreet.
  
Art.8. En ce qui concerne l'assistance aux victimes de discrimination lors du traitement de leurs plaintes, tel que visé à l'article 9, 1° du décret, le Gouvernement flamand conclut une convention avec le Centre d'Egalité des Chances et de Lutte conte le racisme.
  Le SERV est compétent en matière de formulation d'avis visant à corriger la politique telle que visée à l'article 9, 2° du décret.
  [1 Le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]1 est compétent en matière d'information sur les droits à la participation proportionnelle et à l'égalité de traitement tels que visés à l'article 9, 3° du décret.
  
HOOFDSTUK IV. - Toezicht.
CHAPITRE IV. - Contrôle.
Art.9. De personeelsleden van rang A1 of hoger van de afdeling Inspectie van [1 het Departement Werk en Sociale Economie]1 worden aangewezen als ambtenaren en beambten bevoegd voor het toezicht op de uitvoering van het decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  
Art.9. Les membres du personnel du rang A1 ou supérieur de la division de l'Inspection [1 du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]1 sont désignés comme fonctionnaires et agents compétents en matière de contrôle de l'exécution du décret et de ses arrêtés d'exécution.
  
HOOFDSTUK V. - Slot- en overgangsbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales et transitoires.
Art.10. In het koninklijk besluit van 28 december 1973 waarbij aan de werknemers die cursussen volgen ten einde hun intellectuele, morele en sociale vorming te vervolmaken, een vergoeding voor sociale promotie wordt toegekend, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 1 wordt opgeheven;
  2° artikel 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " Het bedrag van de vergoeding bedraagt 12 euro per dag. De totale vergoeding mag niet hoger zijn dan 120 euro per kalenderjaar. ".
Art.10. L'arrêté royal accordant une indemnité de promotion sociale aux travailleurs qui suivent des cours en vue de parfaire leur formation intellectuelle, morale et sociale est modifié comme suit :
  1° l'article 1er est abrogé;
  2° l'article 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " Le montant de l'indemnité s'élève à 12 euros. L'indemnité globale ne peut dépasser les 120 euros par année calendaire. ".
Art.11. Het besluit van de Vlaamse regering van 7 oktober 1993 betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot de beroepskeuzevoorlichting en de beroepsopleiding wordt opgeheven.
Art.11. L'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 1993 relatif à l'égalité de traitement des hommes et des femmes en ce qui concerne l'accès à l'orientation et la formation professionnelles est abrogé.
Art. 12. De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le Ministre est chargé de l'exécution du présent arrêté.