Artikel 1. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet door personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra wordt vervangen door wat volgt :
" Besluit van de Vlaamse regering betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 DECEMBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet door personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra.
Titre
5 DECEMBRE 2003. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juillet 1995 relatif au congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet ministériel par des membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux. (Traduction).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1. L'intitulé de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juillet 1995 relatif au congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet ministériel par des membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux est remplacé par ce qui suit :
" Arrêté du Gouvernement flamand relatif au congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet ministériel d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, d'un membre du Gouvernement fédéral ou d'un secrétaire d'état régional, et auprès d'un secrétariat, de la cellule de coordination générale de la politique et d'une cellule de politique générale auprès d'un membre du Gouvernement fédéral, par des membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux. "
" Arrêté du Gouvernement flamand relatif au congé pour l'exercice d'une fonction auprès d'un cabinet ministériel d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, d'un membre du Gouvernement fédéral ou d'un secrétaire d'état régional, et auprès d'un secrétariat, de la cellule de coordination générale de la politique et d'une cellule de politique générale auprès d'un membre du Gouvernement fédéral, par des membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux. "
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit wordt § 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. Dit besluit is van toepassing op :
1° de personeelsleden, bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
2° de personeelsleden, bedoeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
3° de leden van de inspectie voor het onderwijs, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld in artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
4° de leden van de inspectie voor de centra voor leerlingenbegeleiding, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld in artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
5° de personeelsleden van de dienst voor onderwijsontwikkeling, bedoeld in artikel 9 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
6° de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten, bedoeld in artikel 88 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
7° de personeelsleden, bedoeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. "
" § 1. Dit besluit is van toepassing op :
1° de personeelsleden, bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
2° de personeelsleden, bedoeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
3° de leden van de inspectie voor het onderwijs, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld in artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
4° de leden van de inspectie voor de centra voor leerlingenbegeleiding, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld in artikel 4 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
5° de personeelsleden van de dienst voor onderwijsontwikkeling, bedoeld in artikel 9 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
6° de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten, bedoeld in artikel 88 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
7° de personeelsleden, bedoeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. "
Art. 2. Dans l'article 1er du même arrêté, le § 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le présent arrêté est applicable :
1° aux membres du personnel tels que visés à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire;
2° aux membres du personnel tels que visés à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves;
3° aux membres de l'inspection de l'enseignement organisée par la Communauté flamande, visée à l'article 4 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
4° aux membres de l'inspection des centres d'encadrement des élèves organisée par la Communauté flamande, visée à l'article 4 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
5° aux membres du personnel du Service d'Etudes, visé à l'article 9 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
6° aux membres du personnel des services d'encadrement pédagogique, visés à l'article 88 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
7° aux membres du personnel tels que visés à l'article 10 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques. "
" § 1er. Le présent arrêté est applicable :
1° aux membres du personnel tels que visés à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire;
2° aux membres du personnel tels que visés à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves;
3° aux membres de l'inspection de l'enseignement organisée par la Communauté flamande, visée à l'article 4 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
4° aux membres de l'inspection des centres d'encadrement des élèves organisée par la Communauté flamande, visée à l'article 4 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
5° aux membres du personnel du Service d'Etudes, visé à l'article 9 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
6° aux membres du personnel des services d'encadrement pédagogique, visés à l'article 88 du décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'Etudes et aux services d'encadrement pédagogique;
7° aux membres du personnel tels que visés à l'article 10 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques. "
Art. 3. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 2. § 1. De in artikel 1 genoemde personeelsleden die vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten zijn, krijgen, onder de in § 4 vermelde voorwaarden, verlof als zij opgeroepen worden om een ambt uit te oefenen :
1° in een kabinet van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering of van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris;
2° bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie of een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering;
3° bij een cel of secretariaat van een regeringscommissaris.
§ 2. De in artikel 1 genoemde personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn en de in artikel 1 genoemde personeelsleden die waarnemend of tijdelijk in een selectie- of bevorderingsambt aangesteld zijn, kunnen onder dezelfde voorwaarden verlof krijgen op voorwaarde dat zij aangesteld zijn :
1° in één of meer betrekkingen die voor hun geheel niet vatbaar zijn voor reaffectatie of wedertewerkstelling;
2° voor een volledig schooljaar in één of meer vacante of niet-vacante betrekkingen;
3° in een ambt dat beschouwd wordt als hoofdambt;
4° in één of meer betrekkingen die samen het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties.
§ 3. De in artikel 1 genoemde personeelsleden die bij mandaat zijn aangesteld in het bevorderingsambt van directeur van een centrum voor leerlingenbegeleiding, ter uitvoering van hoofdstuk Vter van het in artikel 1, § 1, 1° bedoelde decreet of ter uitvoering van hoofdstuk IVter van het in artikel 1, § 1, 2°, bedoelde decreet, kunnen onder dezelfde voorwaarden verlof krijgen.
§ 4. Het lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering of een gewestelijk staatssecretaris die een personeelslid wensen op te nemen in hun kabinet, het lid van de federale regering dat een personeelslid wenst op te nemen bij zijn secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie of zijn cel algemeen beleid of, in voorkomend geval, in zijn kabinet of een regeringscommissaris die een personeelslid wenst op te nemen bij zijn cel of secretariaat dient daartoe een verzoek in bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, en stelt de betrokken inrichtende macht van de personeelsleden, bedoeld in artikel 1, § 1, 1°, 2° en 6°, hiervan in kennis.
Het verzoek kan slechts worden ingewilligd als de verbintenis wordt aangegaan om elk kwartaal het integrale bedrag van de bezoldigingen, vergoedingen en toelagen die aan de betrokken personeelsleden uitbetaald worden voor de niet meer werkelijk uitgeoefende opdracht(en) in de onderwijsinstellingen, de centra voor leerlingenbegeleiding, de inspectiediensten, de dienst voor onderwijsontwikkeling of de pedagogische begeleidingsdiensten, verhoogd met de werkgeversbijdragen, terug te storten en dit zowel voor de periode bedoeld in artikel 2, §§ 1 tot en met 3, als voor de periode bedoeld in artikel 5. "
" Art. 2. § 1. De in artikel 1 genoemde personeelsleden die vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten zijn, krijgen, onder de in § 4 vermelde voorwaarden, verlof als zij opgeroepen worden om een ambt uit te oefenen :
1° in een kabinet van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering of van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris;
2° bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie of een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering;
3° bij een cel of secretariaat van een regeringscommissaris.
§ 2. De in artikel 1 genoemde personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn en de in artikel 1 genoemde personeelsleden die waarnemend of tijdelijk in een selectie- of bevorderingsambt aangesteld zijn, kunnen onder dezelfde voorwaarden verlof krijgen op voorwaarde dat zij aangesteld zijn :
1° in één of meer betrekkingen die voor hun geheel niet vatbaar zijn voor reaffectatie of wedertewerkstelling;
2° voor een volledig schooljaar in één of meer vacante of niet-vacante betrekkingen;
3° in een ambt dat beschouwd wordt als hoofdambt;
4° in één of meer betrekkingen die samen het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties.
§ 3. De in artikel 1 genoemde personeelsleden die bij mandaat zijn aangesteld in het bevorderingsambt van directeur van een centrum voor leerlingenbegeleiding, ter uitvoering van hoofdstuk Vter van het in artikel 1, § 1, 1° bedoelde decreet of ter uitvoering van hoofdstuk IVter van het in artikel 1, § 1, 2°, bedoelde decreet, kunnen onder dezelfde voorwaarden verlof krijgen.
§ 4. Het lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering of een gewestelijk staatssecretaris die een personeelslid wensen op te nemen in hun kabinet, het lid van de federale regering dat een personeelslid wenst op te nemen bij zijn secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie of zijn cel algemeen beleid of, in voorkomend geval, in zijn kabinet of een regeringscommissaris die een personeelslid wenst op te nemen bij zijn cel of secretariaat dient daartoe een verzoek in bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, en stelt de betrokken inrichtende macht van de personeelsleden, bedoeld in artikel 1, § 1, 1°, 2° en 6°, hiervan in kennis.
Het verzoek kan slechts worden ingewilligd als de verbintenis wordt aangegaan om elk kwartaal het integrale bedrag van de bezoldigingen, vergoedingen en toelagen die aan de betrokken personeelsleden uitbetaald worden voor de niet meer werkelijk uitgeoefende opdracht(en) in de onderwijsinstellingen, de centra voor leerlingenbegeleiding, de inspectiediensten, de dienst voor onderwijsontwikkeling of de pedagogische begeleidingsdiensten, verhoogd met de werkgeversbijdragen, terug te storten en dit zowel voor de periode bedoeld in artikel 2, §§ 1 tot en met 3, als voor de periode bedoeld in artikel 5. "
Art. 3. L'article 2 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 2. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 1er qui sont nommés à titre définitif ou admis au stage, obtiennent un congé aux conditions citées au § 4, s'ils sont appelés à exercer une fonction :
1° auprès d'un cabinet d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région ou d'un membre du Gouvernement fédéral ou d'un secrétaire d'état régional;
2° auprès d'un secrétariat, de la cellule de coordination générale de la politique ou d'une cellule de politique générale auprès d'un membre du Gouvernement fédéral;
3° auprès d'une cellule ou d'un secrétariat d'un commissaire du gouvernement.
§ 2. Les membres du personnel mentionnés à l'article 1er désignés à titre temporaire et les membres du personnel mentionnés à l'article 1er désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, peuvent obtenir un congé aux mêmes conditions, à condition d'être désignés :
1° à un ou plusieurs emplois ne pouvant être pris en considération pour une réaffectation ou remise au travail;
2° à un ou plusieurs emplois vacants ou non vacants pour une entière année scolaire;
3° à un emploi considéré comme fonction principale;
4° à un ou plusieurs emplois formant ensemble le nombre d'unités de prestations requis pour une fonction à prestations complètes.
§ 3. Les membres du personnel mentionnés à l'article 1er qui sont désignés par mandat dans une fonction de promotion de directeur d'un centre d'encadrement des élèves, en exécution du chapitre Vter du décret visé à l'article 1er, § 1er, 1°, ou en exécution du chapitre IVter du décret visé à l'article 1er, § 1er, 2°, peuvent obtenir un congé aux mêmes conditions.
§ 4. Le membre d'un gouvernement de communauté ou de région ou d'un secrétaire d'état régional désirant prendre un membre du personnel dans son cabinet, le membre du Gouvernement fédéral désirant prendre un membre du personnel dans son secrétariat, dans la cellule de coordination générale de la politique ou dans sa cellule de politique générale ou, le cas échéant, dans son cabinet ou un commissaire de gouvernement désirant prendre un membre du personnel dans sa cellule ou son secrétariat, introduit une demande à cette fin auprès du Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions et en informe le pouvoir organisateur concerné des membres du personnel visés à l'article 1er, § 1er, 1°, 2° et 6°.
La demande ne peut être accueillie que si l'engagement est pris de rembourser chaque trimestre le montant intégral des rémunérations, indemnités et allocations payées aux membres du personnel concernés du chef de la (des) charge(s), qui ne sont plus effectivement exercées dans les établissements d'enseignement, les centres d'encadrement des élèves, les services d'inspection, le " DVO " ou les services d'encadrement pédagogique, majorées des cotisations patronales, tant pour la période visée à l'article 2, § § 1er à 3 inclus, que pour la période visée à l'article 5. "
" Art. 2. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 1er qui sont nommés à titre définitif ou admis au stage, obtiennent un congé aux conditions citées au § 4, s'ils sont appelés à exercer une fonction :
1° auprès d'un cabinet d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région ou d'un membre du Gouvernement fédéral ou d'un secrétaire d'état régional;
2° auprès d'un secrétariat, de la cellule de coordination générale de la politique ou d'une cellule de politique générale auprès d'un membre du Gouvernement fédéral;
3° auprès d'une cellule ou d'un secrétariat d'un commissaire du gouvernement.
§ 2. Les membres du personnel mentionnés à l'article 1er désignés à titre temporaire et les membres du personnel mentionnés à l'article 1er désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, peuvent obtenir un congé aux mêmes conditions, à condition d'être désignés :
1° à un ou plusieurs emplois ne pouvant être pris en considération pour une réaffectation ou remise au travail;
2° à un ou plusieurs emplois vacants ou non vacants pour une entière année scolaire;
3° à un emploi considéré comme fonction principale;
4° à un ou plusieurs emplois formant ensemble le nombre d'unités de prestations requis pour une fonction à prestations complètes.
§ 3. Les membres du personnel mentionnés à l'article 1er qui sont désignés par mandat dans une fonction de promotion de directeur d'un centre d'encadrement des élèves, en exécution du chapitre Vter du décret visé à l'article 1er, § 1er, 1°, ou en exécution du chapitre IVter du décret visé à l'article 1er, § 1er, 2°, peuvent obtenir un congé aux mêmes conditions.
§ 4. Le membre d'un gouvernement de communauté ou de région ou d'un secrétaire d'état régional désirant prendre un membre du personnel dans son cabinet, le membre du Gouvernement fédéral désirant prendre un membre du personnel dans son secrétariat, dans la cellule de coordination générale de la politique ou dans sa cellule de politique générale ou, le cas échéant, dans son cabinet ou un commissaire de gouvernement désirant prendre un membre du personnel dans sa cellule ou son secrétariat, introduit une demande à cette fin auprès du Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions et en informe le pouvoir organisateur concerné des membres du personnel visés à l'article 1er, § 1er, 1°, 2° et 6°.
La demande ne peut être accueillie que si l'engagement est pris de rembourser chaque trimestre le montant intégral des rémunérations, indemnités et allocations payées aux membres du personnel concernés du chef de la (des) charge(s), qui ne sont plus effectivement exercées dans les établissements d'enseignement, les centres d'encadrement des élèves, les services d'inspection, le " DVO " ou les services d'encadrement pédagogique, majorées des cotisations patronales, tant pour la période visée à l'article 2, § § 1er à 3 inclus, que pour la période visée à l'article 5. "
Art. 4. In artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit worden na de woorden " het kabinet " de woorden " het secretariaat of de cel " toegevoegd.
Art. 4. Dans l'article 3, § 1er, du même arrêté, les mots ", du secrétariat ou de la cellule " sont ajoutés après les mots " du cabinet ".
Art. 5. In artikel 4, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit worden na het woord " kabinet " telkens de woorden " een secretariaat of een cel " toegevoegd en worden de woorden " artikel 2, § 1 " vervangen door de woorden " artikel 2, § § 1 tot en met 3 ".
Art. 5. Dans l'article 4, § 1er, premier alinéa, du même arrêté, les mots " , d'un secrétariat ou d'une cellule " sont ajoutés après le mot " cabinet " et les mots " l'article 2, § 1er " sont remplacés par les mots " l'article 2, §§ 1er à 3 inclus ".
Art. 6. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt tussen de woorden " van een lid van de federale regering " en " van een gewestelijk staatssecretaris " het woord " of " geschrapt en worden na de woorden " van een gewestelijk staatssecretaris " de woorden " of van een regeringscommissaris " toegevoegd;
2° in het eerste lid worden de woorden " artikel 2, § 1 " vervangen door de woorden " artikel 2, § § 1 tot en met 3 ";
3° in het tweede lid worden na het woord " kabinet " de woorden " een secretariaat of een cel " toegevoegd;
4° in het vierde lid worden na de woorden " naar een ander kabinet " de woorden " secretariaat of cel " toegevoegd.
1° in het eerste lid wordt tussen de woorden " van een lid van de federale regering " en " van een gewestelijk staatssecretaris " het woord " of " geschrapt en worden na de woorden " van een gewestelijk staatssecretaris " de woorden " of van een regeringscommissaris " toegevoegd;
2° in het eerste lid worden de woorden " artikel 2, § 1 " vervangen door de woorden " artikel 2, § § 1 tot en met 3 ";
3° in het tweede lid worden na het woord " kabinet " de woorden " een secretariaat of een cel " toegevoegd;
4° in het vierde lid worden na de woorden " naar een ander kabinet " de woorden " secretariaat of cel " toegevoegd.
Art. 6. A l'article 5 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° au premier alinéa, le mot " ou " est supprimé entre les mots " d'un membre du Gouvernement fédéral " et " d'un secrétaire d'état régional " et les mots " ou d'un commissaire du gouvernement " sont ajoutés après les mots " d'un secrétaire d'état régional ";
2° au premier alinéa, les mots " article 2, § 1er " sont remplacés par les mots " article 2, §§ 1er à 3 inclus ";
3° au deuxième alinéa, les mots " un secrétariat ou une cellule " sont ajoutés après le mot " cabinet ";
4° au quatrième alinéa, les mots " un autre secrétariat ou une autre cellule " sont ajoutés après les mots " à un autre cabinet ".
1° au premier alinéa, le mot " ou " est supprimé entre les mots " d'un membre du Gouvernement fédéral " et " d'un secrétaire d'état régional " et les mots " ou d'un commissaire du gouvernement " sont ajoutés après les mots " d'un secrétaire d'état régional ";
2° au premier alinéa, les mots " article 2, § 1er " sont remplacés par les mots " article 2, §§ 1er à 3 inclus ";
3° au deuxième alinéa, les mots " un secrétariat ou une cellule " sont ajoutés après le mot " cabinet ";
4° au quatrième alinéa, les mots " un autre secrétariat ou une autre cellule " sont ajoutés après les mots " à un autre cabinet ".
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000, met uitzondering van :
1° de bepalingen in artikel 3 betreffende de personeelsleden die bij mandaat zijn aangesteld in het bevorderingsambt van directeur van een centrum voor leerlingenbegeleiding, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2000;
2° de bepalingen betreffende het uitoefenen van een ambt bij een cel of secretariaat van een regeringscommissaris, die uitwerking hebben met ingang van 20 juli 1999;
3° de bepalingen in artikel 3 betreffende de tijdelijk aangestelde personeelsleden en de personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, die uitwerking hebben met ingang van 13 juli 2003.
1° de bepalingen in artikel 3 betreffende de personeelsleden die bij mandaat zijn aangesteld in het bevorderingsambt van directeur van een centrum voor leerlingenbegeleiding, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2000;
2° de bepalingen betreffende het uitoefenen van een ambt bij een cel of secretariaat van een regeringscommissaris, die uitwerking hebben met ingang van 20 juli 1999;
3° de bepalingen in artikel 3 betreffende de tijdelijk aangestelde personeelsleden en de personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, die uitwerking hebben met ingang van 13 juli 2003.
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2000, à l'exception :
1° des dispositions de l'article 3 relatives aux membres du personnel désignés par mandat à la fonction de promotion de directeur d'un centre d'encadrement des élèves, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2000;
2° des dispositions relatives à l'exercice d'une fonction auprès d'une cellule ou d'un secrétariat d'un commissaire du gouvernement, qui produisent leurs effets le 20 juillet 1999;
3° des dispositions de l'article 3 relatives aux membres du personnel désignés à titre temporaire et aux membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, qui produisent leurs effets le 13 juillet 2003.
1° des dispositions de l'article 3 relatives aux membres du personnel désignés par mandat à la fonction de promotion de directeur d'un centre d'encadrement des élèves, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2000;
2° des dispositions relatives à l'exercice d'une fonction auprès d'une cellule ou d'un secrétariat d'un commissaire du gouvernement, qui produisent leurs effets le 20 juillet 1999;
3° des dispositions de l'article 3 relatives aux membres du personnel désignés à titre temporaire et aux membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, qui produisent leurs effets le 13 juillet 2003.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 5 december 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Brussel, 5 december 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Art. 8. La Ministre flamande qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 5 décembre 2003.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN
Bruxelles, le 5 décembre 2003.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN