Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 OKTOBER 2003. - Besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap betreffende de erkenning van de ondernemingen die gemachtigd zijn de Dienstencheques te gebruiken (VERTALING).
Titre
23 OCTOBRE 2003. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté germanophone relatif à l'agrément d'entreprises autorisées à utiliser les titres-services (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 2004033023
Datum: 2003-10-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2004033023
Date: 2003-10-23
Moniteur: Voir
Tekst (49)
Texte (49)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions liminaires.
Begripsbepalingen.
Définitions.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
dienstencheque : het betaalmiddel zoals bepaald in de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
onderneming : iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens activiteit of doel ten minste gedeeltelijk bestaat in het leveren van buurtwerken of -diensten;
erkende onderneming : de onderneming die erkend is overeenkomstig voorliggend besluit;
gebruiker : de natuurlijke persoon die gebruik maakt van de dienstencheques;
Ministerie : de Afdeling " Vorming, Werkgelegenheid en Europese programma's " van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap;
Regering : de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;
erkenningscommissie : de erkenningscommissie waarin hoofdstuk III van dit besluit voorziet;
Sociaal-Economische Raad : de Sociaal-Economische Raad van de Duitstalige Gemeenschap;
Dienst voor arbeidsbemiddeling : de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap;
10° Dienst : de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
titre-service : le moyen de paiement défini par la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité;
entreprise : toute personne physique ou morale dont l'activité ou l'objet consiste au moins partiellement en la prestation de travaux ou services de proximité;
entreprise agréée : l'entreprise agréée conformément au présent arrêté;
utilisateur : la personne physique qui utilise le titre-service;
Ministère : la Division " Formation, Emploi et Programmes européens " du Ministère de la Communauté germanophone;
Gouvernement : le Gouvernement de la Communauté germanophone;
Commission d'agrément : la Commission d'agrément prévue au chapitre III du présent arrêté;
Conseil économique et social : le Conseil économique et social de la Communauté germanophone;
Office de l'Emploi : l'Office de l'Emploi de la Communauté germanophone;
10° Office : l'Office de la Communauté germanophone pour les personnes handicapées.
Toepassingsgebied.
Champ d'application.
Art. 2. Voorliggend besluit is van toepassing op ondernemingen die door dienstencheques gefinancierde buurtwerken of -diensten, zoals bepaald in artikel 3, § 2, van dit besluit, binnen het grondgebied van de Duitstalige Gemeenschap wensen uit te voeren.
Art. 2. Le présent arrêté est applicable aux entreprises qui souhaitent effectuer des travaux ou services de proximité financés par des titres-services, tels que définis à l'article 3, § 2, du présent arrêté, sur le territoire de la Communauté germanophone.
HOOFDSTUK II. - Erkenning.
CHAPITRE II. - Agrément.
Basisbeginselen.
Principe de base.
Art. 3. § 1 Een onderneming is gemachtigd dienstencheques voor de levering van de in § 2 bedoelde buurtwerken of -diensten te gebruiken nadat zij door de Regering erkend is.
§ 2 - De erkenning kan slechts toegekend worden voor volgende buurtwerken of -diensten :
a) hulp aan huis in de vorm van huishoudelijke activiteiten, die kunnen bestaan uit :
- het schoonmaken van de woning;
- het wassen en strijken van het huishoudlinnen;
- kleine occasionele naaiwerken;
- het doen van de boodschappen;
- het bereiden van maaltijden;
b) kinderoppas aan huis, afzonderlijk georganiseerd per gezin;
c) de begeleiding van bejaarden, zieken of gehandicapten bij hun huishoudelijke taken, bij hun verplaatsingen of bij hun vrijetijdsbestedingen.
§ 3 - De erkenning wordt afzonderlijk voor iedere van deze sectoren verleend.
§ 4 - De erkenning is slechts geldig voor de buurtwerken of -diensten die uitgevoerd worden binnen het grondgebied van de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 3. § 1er Une entreprise est autorisée à utiliser des titres-services pour la prestation des travaux ou services de proximité visés au § 2 moyennant l'agrément du Gouvernement.
§ 2 - L'agrément ne peut être octroyé que pour les travaux ou services de proximité suivants :
a) aide à domicile sous la forme d'activités ménagères, entre autres :
nettoyage du domicile;
lessive et repassage du linge de maison;
petits travaux de couture occasionnelle;
courses ménagères;
préparation des repas;
b) garde des enfants à domicile, organisée individuellement par ménage;
c) accompagnement de personnes âgées, malades ou handicapées dans leurs tâches ménagères, dans leurs déplacements ou dans leurs loisirs.
§ 3 - L'agrément est accordé séparément pour chacun de ces domaines.
§ 4 - L'agrément n'est valable que pour les travaux ou services de proximité effectués sur le territoire de la Communauté germanophone.
Voorafgaandelijke voorwaarden.
Conditions préalables.
Art. 4. § 1 Om erkend te worden, moet de onderneming aan de volgende voorwaarden voldoen :
de door deze wetgeving betrokken onderneming mag :
a) niet in staat van faillissement verkeren, noch in bewezen staat van insolvabiliteit, noch het voorwerp uitmaken van een procedure van faillissementsverklaring en evenmin een gerechtelijk akkoord gevraagd of gekregen hebben;
b) onder de bestuurders, de zaakvoerders, de lasthebbers of andere personen die gemachtigd zijn de onderneming te verbinden geen personen tellen die :
- het verbod hebben gekregen om dit type functies uit te oefenen, krachtens de wetgeving betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen en houdende toekenning aan de rechtbanken van koophandel van de bevoegdheid om dergelijk verbod uit te spreken;
- gedurende de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag, aansprakelijk gesteld zijn voor de verbintenissen of de schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van de artikelen 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, en 530 van het Wetboek van vennootschappen;
- ontzet zijn uit hun burgerlijke en politieke rechten;
de onderneming moet de verplichtingen nakomen waarin de sociale en fiscale wetgeving voorzien, en met name geen achterstallige belastingen verschuldigd zijn, noch achterstallige bijdragen te innen door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of door of voor rekening van fondsen voor bestaanszekerheid. De bedragen waarvoor een aflossingsplan werd opgesteld dat naar behoren wordt nageleefd, worden niet als achterstallen beschouwd;
de onderneming moet de door dienstencheques gefinancierde werken of diensten laten uitvoeren door werknemers die een contract van onbepaalde duur hebben in de zin van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
Om bijzonder gegronde redenen kunnen de werknemers ook een tijdelijk contract hebben in de zin van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of een interim-contract in de zin van de wet van 24 juli 1987 op de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Gaat het om een interim-contract, dan komt deze uitzondering slechts in aanmerking, als de gebruiker van de uitzendarbeid in de zin van artikel 7 van de wet van 24 juli 1987 op de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers de erkende onderneming is;
de onderneming moet de werken of diensten die gefinancierd worden door dienstencheques laten uitvoeren door werknemers die tenminste halftijds tewerkgesteld worden;
de onderneming moet de werken of diensten die gefinancierd worden door dienstencheques laten uitvoeren door werknemers die daartoe zijn aangeworven en die op het ogenblik van de aanstelling als niet-tewerkgestelde werkzoekenden zijn ingeschreven bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling;
de onderneming mag de werken of diensten die gefinancierd worden door dienstencheques niet in onderaanneming uitbesteden aan een andere onderneming of aan om het even welke andere instelling;
de onderneming mag ten opzichte van de klanten en de werknemers geen onderscheid maken op grond van de seksuele geaardheid, de godsdienst of de levensbeschouwing, een handicap, de leeftijd, de seksuele oriëntatie, het ras of de etnische herkomst;
de onderneming mag slechts een dienstencheque per gepresteerd arbeidsuur aan de gebruiker verrekenen.
§ 2 - De onderneming die werken of diensten laat uitvoeren in de sector van de hulp aan huis in de vorm van huishoudelijke activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3, § 2, a), van dit besluit, is bovendien gehouden :
aan de klant een kwaliteitsdienstverlening aan te bieden, die het respect voor de menswaardigheid, de welwillendheid, de persoonlijke levenssfeer, de ideologische, filosofische of godsdienstige overtuigingen, het klachtenrecht, de informatie aan en de inspraak van de gebruiker waarborgt, en die rekening houdt met de sociale context van de klant;
een doeltreffende en efficiënte werking te garanderen en hierbij de grootst mogelijke beroepsbekwaamheid en integriteit aan te bieden en te allen tijde de hoogst mogelijke ethische normen in acht te nemen bij de uitvoering van de opdrachten;
aan de klant een duidelijk en objectief beeld te geven van haar diensten en werkingsmodaliteiten, van haar doelstellingen, methodes en financiële akkoorden;
een goede arbeidsomgeving te creëren met billijke arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, arbeids inhoud en arbeidsverhoudingen, in overeenstemming met de in die sector toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst;
geen werken te laten uitvoeren in een omgeving die onaanvaardbare risico's en gevaren inhoudt voor de werknemers of waar de werknemers het slachtoffer dreigen te worden van misbruik of van enige discriminerende behandeling.
§ 3 - De onderneming die werken of diensten laat presteren in de sector van de kinderopvang, zoals bedoeld in artikel 3, § 2, b), moet voorafgaandelijk erkend zijn door één van de terzake bevoegde overheden overeenkomstig de wetgevingen of reglementeringen die van toepassing zijn op die sector.
§ 4 - De onderneming die werken of diensten laat presteren in de sector van de begeleiding van bejaarden, zieken of gehandicapten, zoals bedoeld in artikel 3, § 2, c), moet voorafgaandelijk erkend zijn door één van de terzake bevoegde overheden, overeenkomstig de wetgevingen of reglementeringen die van toepassing zijn op die sector.
Art. 4. § 1er Pour être agréée, l'entreprise doit respecter les conditions suivantes :
L'entreprise concernée par la présente législation ne peut pas :
a) être en état de faillite, ni en état avéré d'insolvabilité, ni faire l'objet d'une procédure en déclaration de faillite; elle ne peut ni avoir demandé ni obtenu un concordat judiciaire;
b) compter parmi ses administrateurs, gérants, mandataires ou personnes habilitées à engager l'entreprise des personnes :
- qui se sont vues interdire l'exercice de telles fonctions en vertu de la législation portant interdiction à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités et conférant aux tribunaux de commerce la faculté de prononcer de telles interdictions;
- qui, pendant les cinq dernières années, ont été tenues responsables des engagements ou des dettes d'une société tombée en faillite, en application des articles 229, 5°, 265, 315, 456, 4°, et 530 du Code sur les sociétés commerciales;
- qui ont été privées de leurs droits civils et politiques.
L'entreprise doit satisfaire aux obligations prévues par la législation sociale et fiscale et, notamment, ne pas être en situation d'arriérés d'impôts, ni faire l'objet d'un recouvrement d'arriérés de cotisations par l'Office national de la Sécurité sociale ou par ou pour le compte du Fonds de Sécurité d'Existence. Les montants faisant l'objet d'un plan de remboursement dûment respecté ne sont pas considérés comme des arriérés.
L'entreprise doit faire prester les travaux ou services financés par des titres-services par des travailleurs qui sont sous contrat à durée indéterminée au sens de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
Dans des cas particulièrement motivés, les travailleurs peuvent également se trouver sous contrat de travail à durée déterminée au sens de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail ou sous contrat de travail intérimaire au sens de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs. S'il s'agit d'un contrat de travail intérimaire, il ne pourra être fait usage de cette exception que si l'utilisateur du travail intérimaire est l'entreprise agréée au sens de l'article 7 de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à disposition d'utilisateurs.
L'entreprise doit faire prester les travaux ou services financés par des titres-services par des travailleurs employés au moins à mi-temps.
L'entreprise doit faire prester les travaux ou services financés par des titres-services par des travailleurs recrutés à cette fin et inscrits comme demandeurs d'emploi auprès de l'Office de l'Emploi au moment du recrutement.
L'entreprise ne peut pas faire effectuer les travaux ou services financés par des titres-services en sous-traitance par une autre entreprise ou tout autre organisme.
L'entreprise ne peut pratiquer à l'encontre des clients et des travailleurs de discrimination fondée sur l'appartenance sexuelle, la conception religieuse ou philosophique, le handicap, l'âge, l'orientation sexuelle, la race ou l'origine ethnique.
L'entreprise ne peut comptabiliser à l'utilisateur qu'un titre-service par heure de travail prestée.
§ 2 - L'entreprise qui fait prester des travaux ou services dans le secteur de l'aide à domicile sous la forme d'activités ménagères au sens de l'article 3, § 2, a), du présent arrêté s'engage en outre à :
offrir au client un service de qualité qui garantit le respect de la dignité humaine, la bienveillance, la vie privée, les convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses, le droit de plainte, l'information et la participation de l'utilisateur et qui tient compte du contexte social du client;
garantir un fonctionnement efficace et efficient tout en offrant la meilleure qualification et intégrité professionnelles et qui tient compte des normes éthiques les plus élevées dans l'exercice de ses missions;
donner aux clients une image claire et objective de ses services et modalités de fonctionnement, de ses objectifs, de ses méthodes et de ses accords financiers;
créer un environnement de travail offrant des conditions, des situations, des contenus et des relations de travail équitables, conformément aux conventions collectives de travail applicables à ce secteur;
ne pas faire prester des travaux dans un environnement présentant des dangers et des risques inacceptables pour les travailleurs ou dans lequel les travailleurs risqueraient d'être victimes d'abus ou de traitement discriminatoires.
§ 3 - L'entreprise qui fait prester des travaux ou services dans le secteur de la garde d'enfants au sens de l'article 3, § 2, b), du présent arrêté doit au préalable être agréée par le ministre de la Communauté germanophone compétent en la matière, conformément aux législations ou réglementations applicables à ce secteur.
§ 4 - L'entreprise qui fait prester des travaux ou services dans le secteur de l'accompagnement de personnes âgées, malades ou handicapées au sens de l'article 3, § 2, c), du présent arrêté doit au préalable être agréée par le ministre de la Communauté germanophone compétent en la matière, conformément aux législations ou réglementations applicables à ce secteur.
Aanvraag.
Demande.
Art. 5. De onderneming die een erkenning wenst te krijgen zendt het Ministerie een aanvraag per aangetekende brief toe op het formulier dat op verzoek bij het Ministerie verkrijgbaar is.
Bij die aanvraag moeten, naargelang de aard van de onderneming, volgende gegevens gevoegd worden :
een afschrift van de vier laatste aangiften bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of een attest van het sociaal secretariaat waarbij het gemiddelde aantal werknemers vastgesteld wordt die tijdens de vier aan de aanvraag voorafgaande kwartalen te werk zijn gesteld, uitgedrukt in voltijds equivalenten;
de statuten en de wijzigingen ervan;
een verklaring op erewoord dat de onderneming aan de verplichtingen voldoet die bepaald zijn in artikel 4, § 1, 1° en 2°, van voorliggend besluit;
de begrotingsontwerpen m.b.t. de bedrijvigheden in het kader van de dienstencheques voor ten minste twee begrotingsjaren;
het bewijs dat de onderneming die werken of diensten uitvoert in de sector van de kinderopvang, zoals bedoeld in artikel 3, § 2, b), van voorliggend besluit, en/of in de sector van de begeleiding van bejaarden, zieken of gehandicapten, zoals bedoeld in artikel 3, § 2, c), van voorliggend besluit, in bezit is van de vereiste erkenning (-en) bedoeld in artikel 4, § 3 en/of § 4.
§ 2 - Het Ministerie bevestigt de ontvangst van de aanvraag. Zo nodig verzoekt het Ministerie de aanvrager om de ontbrekende gegevens achteraf te zenden.
Slechts volledige aanvragen worden door het Ministerie aan de erkenningscommissie overgezonden.
Art. 5. § 1er L'entreprise qui souhaite être agréée transmet par recommandé au Ministère une demande rédigée sur le formulaire que le Ministère délivre sur demande.
Selon le type de l'entreprise, les éléments suivants doivent être annexés à cette demande :
une copie des quatre dernières déclarations à l'Office national de Sécurité Sociale ou une attestation du secrétariat social certifiant le nombre moyen de travailleurs occupés pendant les quatre mois qui précèdent la demande, exprimé en équivalents temps plein;
les statuts et avenants;
une déclaration sur l'honneur de l'entreprise quant aux conditions visées à l'article 4, § 1, 1° et 2°, du présent arrêté;
les prévisions portant sur deux années budgétaires au moins pour les activités exercées dans le cadre des titres-services;
la preuve que l'entreprise qui exécute des travaux ou services dans le secteur de la garde d'enfants au sens de l'article 3, § 2, b), du présent arrêté et/ou de l'accompagnement de personnes âgées, malades ou handicapées au sens de l'article 3, § 2, c), du présent arrêté est en possession de(s) l'agrément(s) requis(s) conformément à l'article 4, § 3, et/ou § 4.
§ 2 - Le Ministère accuse réception de la demande. Si nécessaire, le Ministère invite le demandeur à fournir les éléments manquants.
Seules les demandes complètes sont transmises par le Ministère à la Commission d'agrément.
Advies.
Avis.
Art. 6. § 1 Binnen de maand na ontvangst van de aanvraag of van de het laatst gezonden gegevens, zendt het Ministerie de aanvraag over aan de erkenningscommissie om een advies in te winnen.
§ 2 - Binnen drie maanden na ontvangst van de door het Ministerie overgemaakte aanvraag brengt de erkenningscommissie een advies uit.
§ 3 - Het Ministerie deelt de Regering het advies van de erkenningscommissie mede.
Art. 6. § 1er Le Ministère transmet la demande pour avis à la Commission d'agrément dans le mois qui suit la réception de la demande ou des éléments communiqués en dernier lieu.
§ 2 - La Commission d'agrément émet un avis dans les trois mois à compter de la réception de la demande transmise par le Ministère.
§ 3 - Le Ministère transmet l'avis de la Commission d'agrément au Gouvernement.
Beslissing.
Décision.
Art. 7. § 1 Na ontvangst van het advies van de erkenningscommissie beslist de Regering over de erkenning van de onderneming. De beslissing van de Regering kan van het advies van de erkenningscommissie afwijken.
Brengt de erkenningscommissie geen advies uit na afloop van de in artikel 6, § 2, van voorliggend besluit bepaalde termijn, dan kan de Regering over de erkenning beslissen zonder het advies van de erkenningscommissie.
§ 2 - Per aangetekende brief brengt het Ministerie de beslissing van de Regering over de erkenning ter kennis van de onderneming en betekent deze eveneens aan de erkenningscommissie.
Art. 7. § 1er Après réception de l'avis de la Commission d'agrément, le Gouvernement statue sur l'agrément de l'entreprise. La décision du Gouvernement peut diverger de l'avis de la Commission d'agrément.
A défaut d'avis remis par la Commission d'agrément au terme du délai défini à l'article 6, § 2, du présent arrêté, le Gouvernement peut prendre une décision quant à l'agrément sans l'avis de la Commission d'agrément.
§ 2 - Le Ministère notifie par recommandé à l'entreprise la décision prise par le Gouvernement quant à l'agrément et la transmet également à la Commission d'agrément.
Aantal van de in voltijds equivalenten uitgedrukte arbeidsplaatsen.
Nombre d'emplois exprimé en équivalents temps plein.
Art. 8. De Regering mag in de erkenning het maximaal aantal van de in voltijds equivalenten uitgedrukte arbeidsplaatsen bepalen die de onderneming tot de realisatie van het in de aanvraag voorgestelde ontwerp mag bezetten en de termijn waarin de onderneming deze arbeidsplaatsen moet hebben bezet. Met afloop van die termijn vervallen de nog vacante betrekkingen.
Art. 8. Le Gouvernement peut déterminer dans l'agrément le nombre maximum d'emplois exprimé en équivalents temps plein que l'entreprise peut occuper pour réaliser le projet présenté dans la demande, ainsi que le délai dans lequel l'entreprise doit avoir pourvu à ces emplois. Les emplois demeurés vacants sont perdus à l'expiration de ce délai.
Duur van de erkenning.
Durée de l'agrément.
Art. 9. De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend.
Overeenkomstig hoofdstuk IV van voorliggend besluit kan de Regering de erkenning schorsen of intrekken.
Art. 9. L'agrément est accordé pour une durée indéterminée.
Le Gouvernement peut suspendre ou retirer l'agrément conformément au chapitre IV du présent arrêté.
Verzoek om wijziging of opheffing ingediend door een erkende onderneming.
Demande de modification ou de suspension introduite par une entreprise agréée.
Art. 10. § 1 De erkende onderneming kan een verzoek om wijziging of opheffing van de erkenning bij het Ministerie indienen.
§ 2 - Het verzoek om wijziging is onderworpen aan de artikelen 5, § 2, 6 en 7 van voorliggend besluit.
§ 3 - Het Ministerie bevestigt aan de onderneming de wijziging of de opheffing van haar erkenning en betekent eveneens de informatie aan de erkenningscommissie.
Art. 10. § 1er L'entreprise agréée peut introduire une demande de modification ou de suspension de l'agrément auprès du Ministère.
§ 2 - La demande de modification satisfait aux articles 5, § 2, 6° et 7°, du présent arrêté.
§ 3 - Le Ministère confirme à l'entreprise la modification ou la suspension de son agrément et transmet également cette information à la Commission d'agrément.
Fusie, overname of wijziging van de rechtsvorm.
Fusion, reprise ou modification de la forme juridique.
Art. 11. Wanneer een erkende onderneming met een andere fuseert, overgenomen wordt of haar rechtsvorm wijzigt, moet zij de Regering er binnen de maand van informeren bij aangetekende brief.
Binnen de vier maanden na ontvangst van de brief bedoeld in het voorafgaande lid beslist de Regering, na ontvangst van het advies van de erkenningscommissie, of de erkende onderneming al dan niet een nieuwe erkenningsaanvraag moet indienen.
Bij gebreke van een regeringsbeslissing binnen deze termijn hoeft de erkende onderneming geen nieuwe aanvraag in te dienen.
De erkende onderneming mag haar bedrijvigheden in het kader van de dienstencheques voortzetten tot afloop van de termijn bepaald in lid 2.
Art. 11. Lorsqu'une entreprise agréée fusionne, est reprise ou modifie sa forme juridique, elle doit en informer le Gouvernement dans le mois par lettre recommandée.
Dans les quatre mois qui suivent la réception de la lettre mentionnée à l'alinéa précédent, le Gouvernement décide, après réception de l'avis de la Commission d'agrément, si l'entreprise agréée doit introduire une nouvelle demande d'agrément.
A défaut de décision du Gouvernement dans ce délai, l'entreprise agréée ne doit pas introduire de nouvelle demande.
L'entreprise agréée peut continuer d'exercer ses activités dans le cadre des titres-services jusqu'à l'expiration du délai prévu à l'alinéa 2.
HOOFDSTUK III. - Erkenningscommissie.
CHAPITRE III. - Commission d'agrément.
Samenstelling en zittingen.
Composition et séances.
Art. 12. § 1 De erkenningscommissie bestaat uit :
één vertegenwoordiger van de Minister bevoegd inzake Werkgelegenheid en Gehandicaptenbeleid;
één vertegenwoordiger van de Minister bevoegd inzake Gezin en Sociale Aangelegenheden;
één vertegenwoordiger van de Afdeling " Vorming, Werkgelegenheid en Europese programma's " van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap;
één vertegenwoordiger van de Afdeling " Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden " van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap;
één vertegenwoordiger van de Dienst;
één vertegenwoordiger van de Dienst voor arbeidsbemiddeling;
twee leden van de Sociaal-Economische Raad die de representatieve werkgeversorganisaties vertegenwoordigen;
twee leden van de Sociaal-Economische Raad die de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigen.
De vertegenwoordiger van de Minister bevoegd inzake Werkgelegenheid neemt het voorzitterschap van de erkenningscommissie waar.
Een medewerker of een medewerkster van het Ministerie zorgt voor het secretariaat van de erkenningscommissie.
§ 2 - De erkenningscommissie komt ten laatste drie maanden na goedkeuring van voorliggend besluit voor de eerste maal bijeen.
De bijeenroepingen voor de zittingen worden door de voorzitter van de erkenningscommissie ondertekend en door het secretariaat gezonden.
Art. 12. § 1er La Commission d'agrément est composée :
d'un représentant du Ministre compétent en matière d'Emploi et de Politique des Handicapés;
d'un représentant du Ministre compétent en matière de Famille et d'Affaires sociales;
d'un représentant de la Division " Formation, Emploi et Programmes européens " du Ministère de la Communauté germanophone;
d'un représentant de la Division " Famille, Santé et Affaires sociales " du Ministère de la Communauté germanophone;
d'un représentant de l'Office;
d'un représentant de l'Office de l'Emploi;
de deux membres du Conseil économique et social, représentant les organisations patronales représentatives;
de deux membres du Conseil économique et social, représentant les organisations représentatives des travailleurs.
Le représentant du Ministre compétent en matière d'Emploi assure la présidence de la Commission d'agrément.
Un collaborateur ou une collaboratrice du Ministère assure le secrétariat de la Commission d'agrément.
§ 2 - La Commission d'agrément se réunit pour la première fois trois mois au plus tard après l'adoption du présent arrêté.
Les convocations aux séances sont signées par le président de la Commission d'agrément et envoyées par le secrétariat.
Uitbrengen van een advies.
Etablissement de l'avis.
Art. 13. § 1 Alle in artikel 12, § 1, lid 1, 1° tot 8°, bedoelde leden van de erkenningscommissie zijn stemgerechtigd.
§ 2 - De erkenningscommissie mag slechts rechtsgeldig beraadslagen als meer dan de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn.
§ 3 - De beslissingen van de erkenningscommissie worden bij volstrekte meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden genomen.
Bij staking van stemmen is het recht om te beslissen aan de voorzitter opgedragen.
§ 4 - Om haar opdrachten te vervullen heeft de erkenningscommissie het recht, deskundigen of de betrokken onderneming aan te horen.
Om bijzonder gegronde redenen kan de betrokken onderneming verzoeken, door de erkenningscommissie aangehoord te worden. Te dien einde zendt de onderneming een met redenen omklede aanvraag aan het Ministerie.
Art. 13. § 1er Tous les membres de la Commission d'agrément mentionnés à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, 1° à 8°, ont voix délibérative.
§ 2 - La Commission d'agrément ne peut délibérer valablement que si plus de la moitié des membres ayant voix délibérative sont présents.
§ 3 - Les avis de la Commission d'agrément sont pris à la majorité absolue des voix des membres ayant voix délibérative présents.
En cas de parité, le droit de prendre la décision revient au président.
§ 4 - Dans le cadre de l'exercice de ses tâches, la Commission d'agrément a le droit d'entendre des experts ou l'entreprise concernée.
Dans des cas spécialement motivés, l'entreprise concernée peut demander à être entendue par la Commission d'agrément. A cette fin, l'entreprise adresse au Ministère une demande motivée.
HOOFDSTUK IV. - Schorsing en intrekking van de erkenning.
CHAPITRE IV. - Suspension et retrait de l'agrément.
Basisbeginselen.
Principes.
Art. 14. § 1 Op eigen initiatief of op de voordracht van de erkenningscommissie kan de Regering in volgende gevallen een erkenning gedeeltelijk of geheel schorsen of intrekken :
wanneer de erkende onderneming de bepalingen van voorliggend besluit schendt; of
wanneer de erkende onderneming het overeenkomstig artikel 8 van voorliggend besluit in de erkenning bepaalde aantal van de in voltijds equivalenten uitgedrukte arbeidsplaatsen overschrijdt; of
wanneer de erkende onderneming door dienstencheques gefinancierde buurtwerken of -diensten, zoals bepaald in artikel 3, § 2, van voorliggend besluit, laat uitvoeren in sectoren waarvoor zij niet erkend is; of
wanneer de erkende onderneming een maand na afloop van de overeenkomstig artikel 8 van voorliggend besluit in de erkenning bepaalde aanstellingstermijn het bewijs niet geleverd heeft dat zij tenminste een werknemer aangesteld heeft die door dienstencheques gefinancierde buurtwerken of -diensten uitvoert.
Art. 14. § 1er Proprio motu ou sur proposition de la Commission d'agrément, le Gouvernement peut suspendre ou retirer un agrément, partiellement ou totalement, dans les cas suivants :
lorsque l'entreprise agréée enfreint les dispositions du présent arrêté; ou
lorsque l'entreprise agréée dépasse le nombre d'emplois exprimé en équivalents temps plein stipulé dans l'agrément conformément à l'article 8 du présent arrêté; ou
lorsque l'entreprise agréée fait prester des travaux ou services de proximité financés par des titres-services, tels que définis à l'article 3, § 2, du présent arrêté, dans des domaines pour lesquels elle n'a pas été agréée; ou
lorsque, conformément à l'article 17 du présent arrêté, l'entreprise agréée n'a pas produit, dans le mois qui suit l'expiration du délai d'engagement prévu dans l'agrément conformément à l'article 8 du présent arrêté, la preuve qu'elle a engagé au moins un travailleur pour effectuer des travaux ou services de proximité financés par des titres-services.
Schorsing of intrekking voor afzonderlijke sectoren.
Suspension ou retrait dans des secteurs particuliers.
Art. 15. Wanneer de erkenning voor meer als één van de in artikel 3, § 2, van voorliggend besluit bepaalde sectoren afgegeven is, kan de Regering de schorsing of de intrekking tot afzonderlijke sectoren beperken.
Art. 15. Lorsque l'agrément est délivré pour plus d'un des secteurs définis à l'article 3, § 2, du présent arrêté, le Gouvernement peut limiter la suspension ou le retrait à des secteurs particuliers.
Beslissing.
Décision.
Art. 16. § 1 De Regering beslist over de schorsing of de intrekking van de erkenning na ontvangst van een advies van de erkenningscommissie. Om een beslissing over de schorsing of de intrekking van de erkenning overeenkomstig artikel 14, 4°, van voorliggend besluit te nemen, kan de Regering van een advies van de erkenningscommissie afzien.
§ 2 - In geval van een geschorste erkenning en wanneer de onderneming na een termijn van 6 maanden de in artikel 14, § 1, van voorliggend besluit bepaalde overtredingen altijd nog niet verholpen heeft, wordt de erkenning gedeeltelijk of geheel door de Regering ingetrokken. Wanneer de Regering over de intrekking tengevolge van een schorsing beslist, kan zij van een advies van de erkenningscommissie afzien.
§ 3 - Bij aangetekende brief stelt het Minister de onderneming in kennis van de beslissing genomen door de Regering qua schorsing of intrekking van de erkenning en deelt deze eveneens aan de erkenningscommissie mede.
Art. 16. § 1er Le Gouvernement décide quant à la suspension ou au retrait de l'agrément après réception d'un avis de la Commission d'agrément. Pour prendre sa décision quant à la suspension ou au retrait de l'agrément conformément à l'article 14, 4°, du présent arrêté, le Gouvernement peut déroger à l'avis de la Commission d'agrément.
§ 2 - En cas de suspension de l'agrément et lorsque l'entreprise n'a pas mis fin aux infractions prévues à l'article 14, § 1er, du présent arrêté dans un délai de 6 mois, l'agrément est retiré partiellement ou complètement par le Gouvernement. En cas de décision relative au retrait prise à la suite d'une suspension, le Gouvernement peut déroger à l'avis émis par la Commission d'agrément.
§ 3 - Le Ministère notifie par pli recommandé à l'entreprise la décision prise par le Gouvernement quant à la suspension ou au retrait de l'agrément et la transmet également à la Commission d'agrément.
HOOFDSTUK V. - Jaarlijks activiteitenverslag en bijkomende informaties.
CHAPITRE V. - Rapport d'activités annuel et informations supplémentaires.
Jaarlijks activiteitenverslag.
Rapport d'activités annuel.
Art. 17. § 1 Op 1 maart van elk jaar betekent de erkende onderneming een jaarlijks verslag over haar activiteiten van het afgelopen jaar.
§ 2 - Naargelang de aard van de onderneming bevat het jaarlijks activiteitenverslag tenminste volgende gegevens :
de balans en de exploitatierekeningen;
gedetailleerde balansen en exploitatierekeningen voor de activiteiten uitgeoefend in het kader van de dienstencheques;
een activiteitenoverzicht van de onderneming;
het aantal van de in voltijds equivalenten uitgedrukte arbeidsplaatsen, opgericht in het kader van de dienstencheques;
de kwalificatie, de voortgezette opleiding en het statuut van de werknemers tewerkgesteld in het kader van de dienstencheques;
de evolutie van de arbeidsmogelijkheden binnen de onderneming;
een gedetailleerd overzicht over de op een andere wijze verkregen subsidies, aanwervingspremies en financiële verlichtingen met betrekking tot de activiteiten uitgeoefend in het kader van de dienstencheques.
Art. 17. § 1er L'entreprise agréée transmet, pour le 1er mars de chaque année, un rapport annuel concernant ses activités de l'année précédente.
§ 2 - Selon le type d'entreprise, le rapport d'activités annuel contient au moins :
le bilan et les comptes d'exploitation;
un tableau détaillé des bilans et comptes d'exploitation pour les activités exercées dans le domaine des titres-services;
le bilan d'activité de l'entreprise;
le nombre des emplois créés dans le cadre des titres-services, exprimé en équivalents temps plein;
la qualification, la formation continue et le statut des travailleurs dans le cadre des titres-services;
l'évolution des possibilités de travail au sein de l'entreprise;
un récapitulatif détaillé des subsides, aides à l'embauche et allégements financiers obtenus par ailleurs pour ce qui concerne les activités exercées dans le cadre des titres-services.
Bijkomende informaties.
Informations supplémentaires.
Art. 18. De erkende onderneming brengt elke indienstneming of afdanking van werknemers die door dienstencheques gefinancierde werken of diensten uitvoeren ter kennis van het Ministerie. Te dien einde deelt de erkende onderneming de arbeidsovereenkomst of de opzeggingsbrief aan het Ministerie mede binnen de maand na de indienstneming of afdanking.
Art. 18. L'entreprise agréée informe le Ministère de chaque engagement ou licenciement de travailleurs effectuant des travaux ou services financés par des titres-services. A cette fin, l'entreprise agréée transmet le contrat de travail ou la lettre de préavis au Ministère dans le mois qui suit l'engagement ou le licenciement.
HOOFDSTUK VI. - Controle.
CHAPITRE VI. - Contrôle.
Inspectie.
Inspection.
Art. 19. De door de Regering aangewezen sociale inspecteurs controleren de inachtneming van dit besluit overeenkomstig het decreet van het Waalse Gewest van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid, gewijzigd bij het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 17 januari 2000.
Art. 19. Les inspecteurs sociaux désignés par le Gouvernement vérifient le respect du présent arrêté conformément au décret de la Région wallonne du 5 février 1998 relatif à la surveillance et au contrôle des législations relatives à la politique de l'emploi, modifié par le décret de la Communauté germanophone du 17 janvier 2000.
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions finales.
Inwerkingtreding.
Entrée en vigueur.
Art. 20. Dit besluit treedt in werking op 1 november 2003.
Art. 20. Cet arrêté entre en vigueur le 1er novembre 2003.
Uitvoering.
Exécution.
Art. 21. De Minister bevoegd inzake Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Eupen, 23 oktober 2003.
Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap :
De Minister-President,
Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport,
K.-H. LAMBERTZ
De Minister van Jeugd en Gezin, Monumentenzorg, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden,
H. NIESSEN.
Art. 21. Le Ministre compétent en matière d'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Eupen, le 23 octobre 2003.
Pour le Gouvernement de la Communauté germanophone :
Le Ministre-Président, Ministre de l'Emploi, de la Politique des Handicapés, des Médias et des Sports,
K.-H. LAMBERTZ
Le Ministre de la Jeunesse et de la Famille, de la Protection des Monuments, de la Santé et des Affaires sociales,
H. NIESSEN.