Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 APRIL 2004. - Ordonnantie betreffende de milieuovereenkomsten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-05-2004 en tekstbijwerking tot 18-06-2014)
Titre
29 AVRIL 2004. - Ordonnance relative aux conventions environnementales(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-05-2004 et mise à jour au 18-06-2014)
Documentinformatie
Numac: 2004031219
Datum: 2004-04-29
Info du document
Numac: 2004031219
Date: 2004-04-29
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art.2. Onder milieuovereenkomst wordt verstaan elke overeenkomst tussen, enerzijds, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna het Gewest genoemd, dat hiertoe door de Brusselse Regering wordt vertegenwoordigd, en, anderzijds, één of meer organisaties die representatief voor ondernemingen zijn, hierna de organisatie genoemd, om milieuverontreiniging te voorkomen, de gevolgen ervan te beperken of weg te nemen of een doeltreffend milieubeheer te bevorderen.
De milieuovereenkomst vermeldt met name :
1° haar doel, met inbegrip van de Europese of gewestelijke wetsbepalingen waarvan ze de uitvoering nastreeft, alsmede de te bereiken doelstellingen, in voorkomend geval ook de tussendoelstellingen;
2° op welke wijze zij kan worden gewijzigd overeenkomstig de bij deze ordonnantie bepaalde voorschriften;
3° op welke wijze zij kan worden vernieuwd overeenkomstig de bij deze ordonnantie bepaalde voorschriften;
4° op welke wijze zij kan worden ontbonden overeenkomstig de bij deze ordonnantie bepaalde voorschriften;
5° in geval van ontbinding, op welke wijze de partij die de overeenkomst ontbindt, voldoet aan de decretale en reglementaire bepalingen waarvan de overeenkomst de uitvoering nastreeft;
6° op welke wijze controle zal worden uitgeoefend op de naleving van haar bepalingen;
7° op welke wijze moeilijkheden betreffende de interpretatie van de bepalingen worden opgelost;
8° de strafbedingen als de milieuovereenkomst niet wordt uitgevoerd;
9° om welke redenen en onder welke voorwaarden er een einde aan de overeenkomst kan worden gemaakt.
De milieuovereenkomst kan de wijze formaliseren waarop de betrokken partij(en) haar (hun) verplichtingen nakomt (nakomen).
De Regering kan de inhoud van de door haar bepaalde milieuovereenkomsten nader bepalen.
De milieuovereenkomst vermeldt met name :
1° haar doel, met inbegrip van de Europese of gewestelijke wetsbepalingen waarvan ze de uitvoering nastreeft, alsmede de te bereiken doelstellingen, in voorkomend geval ook de tussendoelstellingen;
2° op welke wijze zij kan worden gewijzigd overeenkomstig de bij deze ordonnantie bepaalde voorschriften;
3° op welke wijze zij kan worden vernieuwd overeenkomstig de bij deze ordonnantie bepaalde voorschriften;
4° op welke wijze zij kan worden ontbonden overeenkomstig de bij deze ordonnantie bepaalde voorschriften;
5° in geval van ontbinding, op welke wijze de partij die de overeenkomst ontbindt, voldoet aan de decretale en reglementaire bepalingen waarvan de overeenkomst de uitvoering nastreeft;
6° op welke wijze controle zal worden uitgeoefend op de naleving van haar bepalingen;
7° op welke wijze moeilijkheden betreffende de interpretatie van de bepalingen worden opgelost;
8° de strafbedingen als de milieuovereenkomst niet wordt uitgevoerd;
9° om welke redenen en onder welke voorwaarden er een einde aan de overeenkomst kan worden gemaakt.
De milieuovereenkomst kan de wijze formaliseren waarop de betrokken partij(en) haar (hun) verplichtingen nakomt (nakomen).
De Regering kan de inhoud van de door haar bepaalde milieuovereenkomsten nader bepalen.
Art.2. Par convention environnementale, il faut entendre toute convention passée entre la Région de Bruxelles-Capitale, dénommée ci-après la Région, qui est représentée à cet effet par le gouvernement bruxellois, d'une part, et un ou plusieurs organismes représentatifs d'entreprises, dénommés ci-après l'organisme, d'autre part, en vue de prévenir la pollution de l'environnement, d'en limiter ou neutraliser les effets ou de promouvoir une gestion efficace de l'environnement.
La convention environnementale indique notamment :
1° son objet, en ce compris les dispositions législatives européennes ou régionales qu'elle vise à mettre en oeuvre, ainsi que les objectifs à atteindre en ce compris, le cas échéant, les objectifs intermédiaires;
2° les modalités suivant lesquelles elle peut être modifiée conformément aux règles édictées par la présente ordonnance;
3° les modalités suivant lesquelles elle peut être renouvelée conformément aux règles édictées par la présente ordonnance;
4° les modalités suivant lesquelles elle peut être résiliée conformément aux règles édictées par la présente ordonnance;
5° les modalités suivant lesquelles, en cas de résiliation de la convention, la partie qui résilie la convention se conforme aux dispositions décrétales et réglementaires que la convention vise à mettre en oeuvre;
6° les modalités de contrôle quant au respect de ses dispositions;
7° les modalités suivant lesquelles sont tranchées les difficultés quant à l'interprétation des clauses de la convention;
8° les clauses pénales en cas d'inexécution de la convention environnementale;
9° les motifs pour lesquels et les conditions dans lesquelles il peut être mis fin à la convention.
La convention environnementale peut formaliser la manière dont la ou les parties contractantes met ou mettent en oeuvre leurs obligations.
Le Gouvernement peut préciser le contenu des conventions environnementales qu'il détermine.
La convention environnementale indique notamment :
1° son objet, en ce compris les dispositions législatives européennes ou régionales qu'elle vise à mettre en oeuvre, ainsi que les objectifs à atteindre en ce compris, le cas échéant, les objectifs intermédiaires;
2° les modalités suivant lesquelles elle peut être modifiée conformément aux règles édictées par la présente ordonnance;
3° les modalités suivant lesquelles elle peut être renouvelée conformément aux règles édictées par la présente ordonnance;
4° les modalités suivant lesquelles elle peut être résiliée conformément aux règles édictées par la présente ordonnance;
5° les modalités suivant lesquelles, en cas de résiliation de la convention, la partie qui résilie la convention se conforme aux dispositions décrétales et réglementaires que la convention vise à mettre en oeuvre;
6° les modalités de contrôle quant au respect de ses dispositions;
7° les modalités suivant lesquelles sont tranchées les difficultés quant à l'interprétation des clauses de la convention;
8° les clauses pénales en cas d'inexécution de la convention environnementale;
9° les motifs pour lesquels et les conditions dans lesquelles il peut être mis fin à la convention.
La convention environnementale peut formaliser la manière dont la ou les parties contractantes met ou mettent en oeuvre leurs obligations.
Le Gouvernement peut préciser le contenu des conventions environnementales qu'il détermine.
Art.3. Een organisatie mag met het Gewest een milieuovereenkomst sluiten, wijzigen of vernieuwen, voor zover zij aan de volgende voorwaarden voldoet :
1° rechtspersoonlijkheid bezitten;
2° representatief zijn voor ondernemingen die een gelijkaardige activiteit uitoefenen of die met een gemeenschappelijk milieuprobleem geconfronteerd worden.
1° rechtspersoonlijkheid bezitten;
2° representatief zijn voor ondernemingen die een gelijkaardige activiteit uitoefenen of die met een gemeenschappelijk milieuprobleem geconfronteerd worden.
Art.3. Un organisme peut conclure, modifier ou renouveler une convention environnementale avec la Région pour autant qu'il réponde aux conditions suivantes :
1° jouir de la personnalité juridique;
2° être représentatif d'entreprises qui exercent une activité de même nature ou qui sont confrontées à un problème environnemental commun.
1° jouir de la personnalité juridique;
2° être représentatif d'entreprises qui exercent une activité de même nature ou qui sont confrontées à un problème environnemental commun.
Art.4. Een milieuovereenkomst kan de geldende wetgeving of reglementering niet vervangen, noch in minder strenge zin ervan afwijken.
Art.4. Aucune convention environnementale ne peut remplacer la législation ou la réglementation en vigueur ni y déroger dans un sens moins restrictif.
Art.5. Zolang de milieuovereenkomst loopt, neemt het Gewest geen reglementaire bepalingen bij besluit die voor de bij de overeenkomst geregelde aangelegenheden strengere voorwaarden zouden opleggen dan die waarin zij reeds voorziet.
Mits voorafgaande raadpleging van de betrokken partijen, behoudt het Gewest evenwel het recht om de nodige reglementaire bepalingen te nemen in geval van dringende noodzakelijkheid of wegens algemeen belang, of om internationale of Europese verplichtingen na te komen.
Het Gewest blijft zelfs tijdens de looptijd van de milieuovereenkomst bevoegd om de voorschriften van een milieuovereenkomst geheel of gedeeltelijk in een besluit op te nemen.
Mits voorafgaande raadpleging van de betrokken partijen, behoudt het Gewest evenwel het recht om de nodige reglementaire bepalingen te nemen in geval van dringende noodzakelijkheid of wegens algemeen belang, of om internationale of Europese verplichtingen na te komen.
Het Gewest blijft zelfs tijdens de looptijd van de milieuovereenkomst bevoegd om de voorschriften van een milieuovereenkomst geheel of gedeeltelijk in een besluit op te nemen.
Art.5. La Région ne prend, pendant la durée de la convention environnementale, aucune disposition réglementaire par voie d'arrêté qui établirait relativement aux questions réglées par la convention environnementale des conditions plus restrictives que celles fixées par celle-ci.
La Région conserve cependant, moyennant une consultation préalable des parties à la convention environnementale, le pouvoir de prendre les dispositions réglementaires requises lorsque l'urgence ou l'intérêt général le requièrent, ou afin de satisfaire à des obligations de droit international ou européen.
La Région reste habilitée, même pendant la durée de validité de la convention environnementale, à intégrer dans un arrêté tout ou partie des dispositions d'une convention environnementale.
La Région conserve cependant, moyennant une consultation préalable des parties à la convention environnementale, le pouvoir de prendre les dispositions réglementaires requises lorsque l'urgence ou l'intérêt général le requièrent, ou afin de satisfaire à des obligations de droit international ou européen.
La Région reste habilitée, même pendant la durée de validité de la convention environnementale, à intégrer dans un arrêté tout ou partie des dispositions d'une convention environnementale.
Art.6. De milieuovereenkomst verbindt de betrokken partijen tien dagen na haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Zij kan een langere termijn vastleggen. Naar gelang van hetgeen bepaald is in de overeenkomst is zij tevens verbindend voor alle leden van de organisatie of voor een in het algemeen omschreven groep ervan.
De milieuovereenkomst verbindt van rechtswege alle ondernemingen die na het sluiten ervan lid worden van de organisatie, behoudens afwijking waarin voorzien wordt in de toetredingsakte of in de overeenkomst.
De onderneming die niet langer aangesloten is bij een organisatie die een milieuovereenkomst heeft gesloten, moet de verplichtingen die de overeenkomst haar oplegt, blijven nakomen.
De milieuovereenkomst kan rechten of verplichtingen met zich meebrengen ten opzichte van derden die betrokken zijn bij de uitvoering ervan.
Zij kan een langere termijn vastleggen. Naar gelang van hetgeen bepaald is in de overeenkomst is zij tevens verbindend voor alle leden van de organisatie of voor een in het algemeen omschreven groep ervan.
De milieuovereenkomst verbindt van rechtswege alle ondernemingen die na het sluiten ervan lid worden van de organisatie, behoudens afwijking waarin voorzien wordt in de toetredingsakte of in de overeenkomst.
De onderneming die niet langer aangesloten is bij een organisatie die een milieuovereenkomst heeft gesloten, moet de verplichtingen die de overeenkomst haar oplegt, blijven nakomen.
De milieuovereenkomst kan rechten of verplichtingen met zich meebrengen ten opzichte van derden die betrokken zijn bij de uitvoering ervan.
Art.6. La convention environnementale est obligatoire pour les parties contractantes dix jours après sa publication au Moniteur belge.
La convention peut fixer un délai supérieur au délai précité. Suivant les clauses de la convention, elle sera également obligatoire pour tous les membres de l'organisme ou une partie de ses membres définis en termes généraux.
La convention environnementale est obligatoire de droit pour toutes les entreprises qui adhèrent à l'organisme après la conclusion de la convention, sauf dérogation prévue dans l'acte d'adhésion ou dans la convention.
L'entreprise, dont prend fin l'affiliation à un organisme qui a conclu une convention environnementale, reste tenue des obligations qui lui incombent en vertu de cette convention.
La convention environnementale peut être source de droits ou d'obligations à l'égard de tiers concernés par son exécution.
La convention peut fixer un délai supérieur au délai précité. Suivant les clauses de la convention, elle sera également obligatoire pour tous les membres de l'organisme ou une partie de ses membres définis en termes généraux.
La convention environnementale est obligatoire de droit pour toutes les entreprises qui adhèrent à l'organisme après la conclusion de la convention, sauf dérogation prévue dans l'acte d'adhésion ou dans la convention.
L'entreprise, dont prend fin l'affiliation à un organisme qui a conclu une convention environnementale, reste tenue des obligations qui lui incombent en vertu de cette convention.
La convention environnementale peut être source de droits ou d'obligations à l'égard de tiers concernés par son exécution.
Art.7. § 1. De milieuovereenkomst wordt opgemaakt volgens de modaliteiten bedoeld in de §§ 2 tot 4.
§ 2. De Regering maakt samen met één of meer organisaties bedoeld in artikel 3 een ontwerp van milieuovereenkomst op.
Het ontwerp wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Binnen zeven dagen na de aanneming van het ontwerp kondigt de Regering de bekendmaking ervan aan via een bericht in twee Franstalige en twee Nederlandstalige dagbladen. Het bericht vermeldt minstens het doel en de draagwijdte van de milieuovereenkomst, alsmede de plaats en het tijdstip waarop inzage kan worden genomen van het ontwerp.
Binnen dertig dagen na de bekendmaking van het ontwerp van milieuovereenkomst in het Belgisch Staatsblad kan ieder zijn opmerkingen schriftelijk ter kennis van het Brussels Instituut voor Milieubeheer brengen.
§ 3. Het ontwerp van milieuovereenkomst wordt uiterlijk gelijktijdig met de bekendmaking van het ontwerp in het Belgisch Staatsblad voorgelegd aan de Raad voor het Leefmilieu en de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die een met redenen omkleed advies uitbrengen binnen een vervaltermijn van dertig dagen na ontvangst van het ontwerp.
Als een van de voormelde adviesorganen negatief advies uitbrengt over het ontwerp, verantwoordt de Regering haar beslissing om de overeenkomst toch te sluiten in een verslag gevoegd bij de bekendmaking bedoeld in § 4.
Na die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn.
De Regering en de organisaties die het ontwerp van overeenkomst hebben opgesteld, onderzoeken de opmerkingen bedoeld in § 2 en de adviezen bedoeld in § 3, brengen desgevallend de nodige wijzigingen aan.
Het ontwerp van milieuovereenkomst wordt, samen met de adviezen uitgebracht door de adviesorganen bedoeld in deze paragraaf en binnen veertien dagen na de ontvangst van deze adviezen, voorgelegd aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. De overeenkomst wordt niet gesloten wanneer de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zich ertegen verzet bij een resolutie of een met redenen omklede motie die binnen vijfenveertig dagen na de ontvangst van het ontwerp goedgekeurd wordt. Deze termijn wordt geschorst tijdens de periode dat de Brusselse Hoofdstedelijke Raad niet in zitting is.
De overeenkomst wordt gesloten na de ondertekening ervan door de partijen.
§ 4. De milieuovereenkomst, in voorkomend geval voorafgegaan door het verslag bedoeld in § 3, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer.
§ 5. De Regering bezorgt de Brusselse Hoofdstedelijke Raad een tweejaarlijks verslag over de vorderingsstaat van de verschillende lopende milieuovereenkomsten. Dit verslag vermeldt met name in welke mate de tussendoelstellingen zijn bereikt wanneer de overeenkomst in dergelijke doelstellingen voorziet.
§ 2. De Regering maakt samen met één of meer organisaties bedoeld in artikel 3 een ontwerp van milieuovereenkomst op.
Het ontwerp wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Binnen zeven dagen na de aanneming van het ontwerp kondigt de Regering de bekendmaking ervan aan via een bericht in twee Franstalige en twee Nederlandstalige dagbladen. Het bericht vermeldt minstens het doel en de draagwijdte van de milieuovereenkomst, alsmede de plaats en het tijdstip waarop inzage kan worden genomen van het ontwerp.
Binnen dertig dagen na de bekendmaking van het ontwerp van milieuovereenkomst in het Belgisch Staatsblad kan ieder zijn opmerkingen schriftelijk ter kennis van het Brussels Instituut voor Milieubeheer brengen.
§ 3. Het ontwerp van milieuovereenkomst wordt uiterlijk gelijktijdig met de bekendmaking van het ontwerp in het Belgisch Staatsblad voorgelegd aan de Raad voor het Leefmilieu en de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die een met redenen omkleed advies uitbrengen binnen een vervaltermijn van dertig dagen na ontvangst van het ontwerp.
Als een van de voormelde adviesorganen negatief advies uitbrengt over het ontwerp, verantwoordt de Regering haar beslissing om de overeenkomst toch te sluiten in een verslag gevoegd bij de bekendmaking bedoeld in § 4.
Na die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn.
De Regering en de organisaties die het ontwerp van overeenkomst hebben opgesteld, onderzoeken de opmerkingen bedoeld in § 2 en de adviezen bedoeld in § 3, brengen desgevallend de nodige wijzigingen aan.
Het ontwerp van milieuovereenkomst wordt, samen met de adviezen uitgebracht door de adviesorganen bedoeld in deze paragraaf en binnen veertien dagen na de ontvangst van deze adviezen, voorgelegd aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. De overeenkomst wordt niet gesloten wanneer de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zich ertegen verzet bij een resolutie of een met redenen omklede motie die binnen vijfenveertig dagen na de ontvangst van het ontwerp goedgekeurd wordt. Deze termijn wordt geschorst tijdens de periode dat de Brusselse Hoofdstedelijke Raad niet in zitting is.
De overeenkomst wordt gesloten na de ondertekening ervan door de partijen.
§ 4. De milieuovereenkomst, in voorkomend geval voorafgegaan door het verslag bedoeld in § 3, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer.
§ 5. De Regering bezorgt de Brusselse Hoofdstedelijke Raad een tweejaarlijks verslag over de vorderingsstaat van de verschillende lopende milieuovereenkomsten. Dit verslag vermeldt met name in welke mate de tussendoelstellingen zijn bereikt wanneer de overeenkomst in dergelijke doelstellingen voorziet.
Art.7. § 1er. La convention environnementale est élaborée suivant les modalités reprises aux paragraphes 2 à 4.
§ 2. Le Gouvernement et un ou des organismes visés à l'article 3 établissent un projet de convention environnementale.
Le projet est publié au Moniteur belge, ainsi que sur le site internet de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement. Dans les sept jours à dater de l'adoption du projet de convention, le Gouvernement annonce également cette publication par un avis inséré dans les pages de deux quotidiens d'expression française et deux quotidiens d'expression néerlandaise. Cet avis indique au moins l'objet et la portée générale de la convention environnementale, ainsi que l'endroit et les heures où ce projet de convention peut être consulté.
Toute personne peut communiquer par écrit ses observations à l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, dans les trente jours de la publication du projet de convention environnementale au Moniteur belge.
§ 3. Le projet de convention environnementale est présenté, en même temps que la publication du projet au Moniteur belge au plus tard, au Conseil de l'Environnement et au Conseil économique et social pour la Région de Bruxelles-Capitale qui rendent un avis motivé dans les trente jours de la réception du projet.
Lorsqu'un des organes consultatifs précités émet un avis défavorable sur le projet, le Gouvernement justifie la décision de conclure néanmoins la convention dont question dans un rapport figurant en annexe à la convention publiée conformément au § 4.
A défaut d'avis dans ce délai, l'avis est réputé favorable.
Le Gouvernement et les organismes ayant établi le projet de convention environnementale examinent les observations visées au § 2, et les avis visés au § 3, modifient, le cas échéant, le projet de convention.
Le projet de convention environnementale auquel sont joints les avis rendus par les organes consultatifs visés au présent paragraphe est présenté au Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale dans la quinzaine de la réception des avis précités. La convention n'est pas conclue lorsque le Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale s'y oppose par une résolution ou une motion motivée votées dans les quarante-cinq jours de la réception du projet. Ce délai est suspendu hors du temps de la session du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale.
La convention est conclue par la signature des parties contractantes.
§ 4. La convention environnementale, précédée éventuellement du rapport visé au § 3, est publiée au Moniteur belge, ainsi que sur le site internet de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement.
§ 5. Le Gouvernement adresse et présente au Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale un rapport bisannuel sur l'état d'avancement des différentes conventions environnementales en vigueur. Ce rapport indique notamment dans quelle mesure les objectifs intermédiaires sont réalisés, lorsque ces objectifs sont prévus par la convention.
§ 2. Le Gouvernement et un ou des organismes visés à l'article 3 établissent un projet de convention environnementale.
Le projet est publié au Moniteur belge, ainsi que sur le site internet de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement. Dans les sept jours à dater de l'adoption du projet de convention, le Gouvernement annonce également cette publication par un avis inséré dans les pages de deux quotidiens d'expression française et deux quotidiens d'expression néerlandaise. Cet avis indique au moins l'objet et la portée générale de la convention environnementale, ainsi que l'endroit et les heures où ce projet de convention peut être consulté.
Toute personne peut communiquer par écrit ses observations à l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, dans les trente jours de la publication du projet de convention environnementale au Moniteur belge.
§ 3. Le projet de convention environnementale est présenté, en même temps que la publication du projet au Moniteur belge au plus tard, au Conseil de l'Environnement et au Conseil économique et social pour la Région de Bruxelles-Capitale qui rendent un avis motivé dans les trente jours de la réception du projet.
Lorsqu'un des organes consultatifs précités émet un avis défavorable sur le projet, le Gouvernement justifie la décision de conclure néanmoins la convention dont question dans un rapport figurant en annexe à la convention publiée conformément au § 4.
A défaut d'avis dans ce délai, l'avis est réputé favorable.
Le Gouvernement et les organismes ayant établi le projet de convention environnementale examinent les observations visées au § 2, et les avis visés au § 3, modifient, le cas échéant, le projet de convention.
Le projet de convention environnementale auquel sont joints les avis rendus par les organes consultatifs visés au présent paragraphe est présenté au Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale dans la quinzaine de la réception des avis précités. La convention n'est pas conclue lorsque le Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale s'y oppose par une résolution ou une motion motivée votées dans les quarante-cinq jours de la réception du projet. Ce délai est suspendu hors du temps de la session du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale.
La convention est conclue par la signature des parties contractantes.
§ 4. La convention environnementale, précédée éventuellement du rapport visé au § 3, est publiée au Moniteur belge, ainsi que sur le site internet de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement.
§ 5. Le Gouvernement adresse et présente au Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale un rapport bisannuel sur l'état d'avancement des différentes conventions environnementales en vigueur. Ce rapport indique notamment dans quelle mesure les objectifs intermédiaires sont réalisés, lorsque ces objectifs sont prévus par la convention.
Art.8. Een organisatie van ondernemingen die de in artikel 3 bedoelde voorwaarden vervult, mag met de toestemming van het Gewest en volgens de door de Regering bepaalde procedure toetreden tot een milieuovereenkomst.
Die toetreding wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer.
De milieuovereenkomst verbindt de toegetreden organisatie en haar leden vanaf de dag waarop het toetredingsbericht in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Die toetreding wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer.
De milieuovereenkomst verbindt de toegetreden organisatie en haar leden vanaf de dag waarop het toetredingsbericht in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.8. Un organisme, regroupant des entreprises et qui satisfait aux conditions visées à l'article 3, peut adhérer à une convention environnementale avec l'assentiment de la Région, et selon la procédure arrêtée par le gouvernement.
Cette adhésion fait l'objet d'une publication au Moniteur belge, ainsi que sur le site internet de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement.
La convention environnementale est obligatoire pour l'organisme adhérent et ses membres le jour de la publication de l'avis d'adhésion au Moniteur belge.
Cette adhésion fait l'objet d'une publication au Moniteur belge, ainsi que sur le site internet de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement.
La convention environnementale est obligatoire pour l'organisme adhérent et ses membres le jour de la publication de l'avis d'adhésion au Moniteur belge.
Art.9. § 1. Elke milieuovereenkomst wordt gesloten voor een beperkte periode van maximum tien jaar. De milieuovereenkomst wordt door de partijen geëvalueerd na het verstrijken ervan en minstens eenmaal om de vijf jaar.
Bij de evaluatie wordt met name nagegaan of de doelstellingen waarin de overeenkomst voorziet, in acht zijn genomen.
§ 2. Het Gewest en één of meer betrokken organisaties kunnen een milieuovereenkomst vernieuwen mits bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van een bericht waarbij de vernieuwing van de overeenkomst zes maanden vóór de vervaldatum ervan aangekondigd wordt en mits voorlichting van het publiek door middel van een bericht in twee Franstalige en twee Nederlandstalige dagbladen. Dat bericht vermeldt minstens de doelstelling en de draagwijdte van de milieuovereenkomst en de plaats en het tijdstip waarop inzage kan worden genomen van de milieuovereenkomst waarvan de vernieuwing wordt overwogen.
De Regering verzoekt ook de Raad voor het Leefmilieu en de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om advies over de vernieuwing. Die instellingen brengen advies uit binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek om advies. Na die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Als een van voormelde adviesorganen negatief advies uitbrengt over de vernieuwing van een milieuovereenkomst, verantwoordt de Regering de beslissing om de overeenkomst toch te vernieuwen in het verslag gevoegd bij de bekendmaking van de vernieuwing.
Binnen dertig dagen na de bekendmaking van de vernieuwing van de milieuovereenkomst in het Belgisch Staatsblad kan ieder zijn opmerkingen schriftelijk ter kennis van het Brussels Instituut voor Milieubeheer brengen.
De Regering en de organisaties die de overeenkomst hebben gesloten, onderzoeken bovenbedoelde opmerkingen en adviezen en stemmen in met de vernieuwing van de milieuovereenkomst, eventueel gewijzigd op grond van de ingediende opmerkingen.
De Regering deelt het voornemen tot vernieuwing van een milieuovereenkomst, samen met de adviezen van de in de vorige leden bedoelde adviesorganen, uiterlijk twee dagen vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de overeenkomst, mee aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. De overeenkomst wordt niet vernieuwd als de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zich ertegen verzet bij een resolutie of een met redenen omklede motie die binnen vijfenveertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de Regering aangenomen wordt. Deze termijn wordt geschorst tijdens de periode dat de Brusselse Hoofdstedelijke Raad niet in zitting is.
De door de Regering goedgekeurde vernieuwing van de milieuovereenkomst maakt het voorwerp uit van een aanhangsel bij de overeenkomst dat door de betrokken partijen ondertekend wordt. Het wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Deze bekendmaking wordt in voorkomend geval voorafgegaan door het verslag bedoeld in deze §.
Bij de evaluatie wordt met name nagegaan of de doelstellingen waarin de overeenkomst voorziet, in acht zijn genomen.
§ 2. Het Gewest en één of meer betrokken organisaties kunnen een milieuovereenkomst vernieuwen mits bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van een bericht waarbij de vernieuwing van de overeenkomst zes maanden vóór de vervaldatum ervan aangekondigd wordt en mits voorlichting van het publiek door middel van een bericht in twee Franstalige en twee Nederlandstalige dagbladen. Dat bericht vermeldt minstens de doelstelling en de draagwijdte van de milieuovereenkomst en de plaats en het tijdstip waarop inzage kan worden genomen van de milieuovereenkomst waarvan de vernieuwing wordt overwogen.
De Regering verzoekt ook de Raad voor het Leefmilieu en de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om advies over de vernieuwing. Die instellingen brengen advies uit binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek om advies. Na die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Als een van voormelde adviesorganen negatief advies uitbrengt over de vernieuwing van een milieuovereenkomst, verantwoordt de Regering de beslissing om de overeenkomst toch te vernieuwen in het verslag gevoegd bij de bekendmaking van de vernieuwing.
Binnen dertig dagen na de bekendmaking van de vernieuwing van de milieuovereenkomst in het Belgisch Staatsblad kan ieder zijn opmerkingen schriftelijk ter kennis van het Brussels Instituut voor Milieubeheer brengen.
De Regering en de organisaties die de overeenkomst hebben gesloten, onderzoeken bovenbedoelde opmerkingen en adviezen en stemmen in met de vernieuwing van de milieuovereenkomst, eventueel gewijzigd op grond van de ingediende opmerkingen.
De Regering deelt het voornemen tot vernieuwing van een milieuovereenkomst, samen met de adviezen van de in de vorige leden bedoelde adviesorganen, uiterlijk twee dagen vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de overeenkomst, mee aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. De overeenkomst wordt niet vernieuwd als de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zich ertegen verzet bij een resolutie of een met redenen omklede motie die binnen vijfenveertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de Regering aangenomen wordt. Deze termijn wordt geschorst tijdens de periode dat de Brusselse Hoofdstedelijke Raad niet in zitting is.
De door de Regering goedgekeurde vernieuwing van de milieuovereenkomst maakt het voorwerp uit van een aanhangsel bij de overeenkomst dat door de betrokken partijen ondertekend wordt. Het wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Deze bekendmaking wordt in voorkomend geval voorafgegaan door het verslag bedoeld in deze §.
Art.9. § 1er. Toute convention environnementale est conclue pour une période limitée qui ne peut être supérieure à dix ans. Une évaluation de la convention environnementale est réalisée par les parties au terme de la convention et au moins une fois tous les cinq ans.
Elle comporte notamment la vérification des objectifs fixés dans la convention.
§ 2. La Région et un ou plusieurs organismes contractants peuvent renouveler une convention environnementale moyennant la publication au Moniteur belge d'un avis annonçant le renouvellement six mois avant la date d'échéance de la convention et moyennant information du public par un avis inséré dans les pages de deux quotidiens d'expression française et deux quotidiens d'expression néerlandaise. Cet avis indique au moins l'objet et la portée générale de la convention environnementale, ainsi que l'endroit et les heures où la convention environnementale, dont le renouvellement est envisagé, peut être consultée.
Le Gouvernement consulte également le Conseil de l'Environnement et le Conseil économique et social pour la Région de Bruxelles-Capitale sur ce renouvellement. Ces instances rendent leur avis dans un délai de trente jours à dater du jour de la réception de la demande d'avis. A défaut d'avis dans ce délai, l'avis est réputé favorable.
Lorsqu'un des organes consultatifs susvisés émet un avis défavorable sur le renouvellement d'une convention environnementale, le Gouvernement justifiera la décision de renouveler néanmoins la convention dans le rapport figurant en annexe à l'avis publié à l'occasion du renouvellement.
Toute personne peut communiquer par écrit ses observations à l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, dans les trente jours de la publication de l'avis de renouvellement de la convention au Moniteur belge.
Le Gouvernement et les organismes ayant conclu la convention examinent les observations et avis visés aux alinéas précédents et approuvent le renouvellement de la convention environnementale, amendée, le cas échéant, pour tenir compte des observations émises.
Le Gouvernement informe le Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale de son intention de renouveler une convention environnementale, ainsi que des avis visés aux alinéas précédents, au plus tard deux jours avant l'expiration du délai de validité de la convention. La convention n'est pas renouvelée lorsque le Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale s'y oppose par une résolution ou une motion motivée votées dans les quarante-cinq jours de la réception de la notification du gouvernement. Ce délai est suspendu hors du temps de la session du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale.
Le renouvellement de la convention environnementale approuvé par le Gouvernement fait l'objet d'un avenant à la convention, signé par les parties contractantes et publié au Moniteur belge, ainsi que sur le site interner de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement. Cette publication est, le cas échéant, précédée du rapport visé au présent paragraphe.
Elle comporte notamment la vérification des objectifs fixés dans la convention.
§ 2. La Région et un ou plusieurs organismes contractants peuvent renouveler une convention environnementale moyennant la publication au Moniteur belge d'un avis annonçant le renouvellement six mois avant la date d'échéance de la convention et moyennant information du public par un avis inséré dans les pages de deux quotidiens d'expression française et deux quotidiens d'expression néerlandaise. Cet avis indique au moins l'objet et la portée générale de la convention environnementale, ainsi que l'endroit et les heures où la convention environnementale, dont le renouvellement est envisagé, peut être consultée.
Le Gouvernement consulte également le Conseil de l'Environnement et le Conseil économique et social pour la Région de Bruxelles-Capitale sur ce renouvellement. Ces instances rendent leur avis dans un délai de trente jours à dater du jour de la réception de la demande d'avis. A défaut d'avis dans ce délai, l'avis est réputé favorable.
Lorsqu'un des organes consultatifs susvisés émet un avis défavorable sur le renouvellement d'une convention environnementale, le Gouvernement justifiera la décision de renouveler néanmoins la convention dans le rapport figurant en annexe à l'avis publié à l'occasion du renouvellement.
Toute personne peut communiquer par écrit ses observations à l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, dans les trente jours de la publication de l'avis de renouvellement de la convention au Moniteur belge.
Le Gouvernement et les organismes ayant conclu la convention examinent les observations et avis visés aux alinéas précédents et approuvent le renouvellement de la convention environnementale, amendée, le cas échéant, pour tenir compte des observations émises.
Le Gouvernement informe le Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale de son intention de renouveler une convention environnementale, ainsi que des avis visés aux alinéas précédents, au plus tard deux jours avant l'expiration du délai de validité de la convention. La convention n'est pas renouvelée lorsque le Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale s'y oppose par une résolution ou une motion motivée votées dans les quarante-cinq jours de la réception de la notification du gouvernement. Ce délai est suspendu hors du temps de la session du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale.
Le renouvellement de la convention environnementale approuvé par le Gouvernement fait l'objet d'un avenant à la convention, signé par les parties contractantes et publié au Moniteur belge, ainsi que sur le site interner de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement. Cette publication est, le cas échéant, précédée du rapport visé au présent paragraphe.
Art.10. De betrokken partijen mogen een milieuovereenkomst wijzigen tijdens de looptijd ervan, mits bekendmaking van een wijzigingsbericht in het Belgisch Staatsblad en mits voorlichting van het publiek door middel van een bericht in twee Franstalige en twee Nederlandstalige dagbladen. Het bericht vermeldt minstens de doelstelling en de draagwijdte van de milieuovereenkomst en van de overwogen wijziging, alsmede de plaats en het tijdstip waarop inzage kan worden genomen van de milieuovereenkomst waarvan de wijziging wordt overwogen.
Dat bericht is bestemd voor personen die gebonden zijn door de milieuovereenkomst en niet meer aangesloten zijn bij een organisatie die de overeenkomst heeft ondertekend.
De Regering verzoekt ook de Raad voor het Leefmilieu en de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om advies over het ontwerp van wijziging. Die instellingen brengen advies uit binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek om advies. Na die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Als een van voormelde adviesorganen negatief advies uitbrengt over de wijziging van een milieuovereenkomst, verantwoordt de Regering de beslissing om de overeenkomst toch te wijzigen in het verslag gevoegd bij het aanhangsel van de overeenkomst.
Binnen dertig dagen na de bekendmaking van het wijzigingsbericht in het Belgisch Staatsblad kan ieder zijn opmerkingen schriftelijk ter kennis van het Brussels Instituut voor Milieubeheer brengen.
De Regering en de organisaties die de overeenkomst hebben gesloten, onderzoeken bovenbedoelde opmerkingen en adviezen en stemmen in met de wijziging van de milieuovereenkomst, eventueel gewijzigd op grond van de opmerkingen.
De door de Regering goedgekeurde wijziging van de milieuovereenkomst maakt het voorwerp uit van een aanhangsel bij de overeenkomst dat door de betrokken partijen wordt ondertekend.
De wijziging van de milieuovereenkomst wordt, samen met de adviezen uitgebracht door de adviesorganen bedoeld in deze paragraaf en binnen veertien dagen na de ontvangst van deze adviezen, voorgelegd aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. De overeenkomst wordt niet gewijzigd wanneer de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zich ertegen verzet bij een resolutie of een met redenen omklede motie die binnen vijfenveertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving door de Regering aangenomen wordt. Deze termijn wordt geschorst tijdens de periode dat de Brusselse Hoofdstedelijke Raad niet in zitting is.
Dat aanhangsel wordt door de Regering bij ter post aangetekend schrijven aan de in het tweede lid bedoelde personen gericht. Binnen vijftien dagen na ontvangst van het aanhangsel laten de geadresseerden weten of zij wensen hetzij niet langer gebonden te zijn door de aldus gewijzigde overeenkomst, hetzij gebonden te zijn door de aangebrachte wijziging. Bij gebrek aan antwoord binnen bovenbedoelde termijn worden zij geacht in te stemmen met de wijziging.
Het aanhangsel, in voorkomend geval voorafgegaan door het verslag bedoeld in dit artikel, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer.
De wijziging treedt in werking tien dagen nadat zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en verbindt elke persoon die vroeger door de overeenkomst gebonden was, onverminderd het zevende lid.
Dat bericht is bestemd voor personen die gebonden zijn door de milieuovereenkomst en niet meer aangesloten zijn bij een organisatie die de overeenkomst heeft ondertekend.
De Regering verzoekt ook de Raad voor het Leefmilieu en de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om advies over het ontwerp van wijziging. Die instellingen brengen advies uit binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek om advies. Na die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Als een van voormelde adviesorganen negatief advies uitbrengt over de wijziging van een milieuovereenkomst, verantwoordt de Regering de beslissing om de overeenkomst toch te wijzigen in het verslag gevoegd bij het aanhangsel van de overeenkomst.
Binnen dertig dagen na de bekendmaking van het wijzigingsbericht in het Belgisch Staatsblad kan ieder zijn opmerkingen schriftelijk ter kennis van het Brussels Instituut voor Milieubeheer brengen.
De Regering en de organisaties die de overeenkomst hebben gesloten, onderzoeken bovenbedoelde opmerkingen en adviezen en stemmen in met de wijziging van de milieuovereenkomst, eventueel gewijzigd op grond van de opmerkingen.
De door de Regering goedgekeurde wijziging van de milieuovereenkomst maakt het voorwerp uit van een aanhangsel bij de overeenkomst dat door de betrokken partijen wordt ondertekend.
De wijziging van de milieuovereenkomst wordt, samen met de adviezen uitgebracht door de adviesorganen bedoeld in deze paragraaf en binnen veertien dagen na de ontvangst van deze adviezen, voorgelegd aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. De overeenkomst wordt niet gewijzigd wanneer de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zich ertegen verzet bij een resolutie of een met redenen omklede motie die binnen vijfenveertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving door de Regering aangenomen wordt. Deze termijn wordt geschorst tijdens de periode dat de Brusselse Hoofdstedelijke Raad niet in zitting is.
Dat aanhangsel wordt door de Regering bij ter post aangetekend schrijven aan de in het tweede lid bedoelde personen gericht. Binnen vijftien dagen na ontvangst van het aanhangsel laten de geadresseerden weten of zij wensen hetzij niet langer gebonden te zijn door de aldus gewijzigde overeenkomst, hetzij gebonden te zijn door de aangebrachte wijziging. Bij gebrek aan antwoord binnen bovenbedoelde termijn worden zij geacht in te stemmen met de wijziging.
Het aanhangsel, in voorkomend geval voorafgegaan door het verslag bedoeld in dit artikel, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer.
De wijziging treedt in werking tien dagen nadat zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en verbindt elke persoon die vroeger door de overeenkomst gebonden was, onverminderd het zevende lid.
Art.10. Les parties contractantes peuvent modifier une convention environnementale pendant la durée de validité de cette convention moyennant publication au Moniteur belge d'un avis de modification et moyennant information du public par un avis inséré dans les pages de deux quotidiens d'expression française et deux quotidiens d'expression néerlandaise. Cet avis indique au moins l'objet et la portée générale de la convention environnementale et de la modification envisagée, ainsi que l'endroit et les heures où la convention environnementale, dont la modification est envisagée; petit être consultée.
Cet avis est adressé aux personnes liées par la convention environnementale et qui ne sont plus membres d'un organisme signataire de cette convention.
Le Gouvernement consulte également le Conseil de l'Environnement et le Conseil économique et social pour la Région de Bruxelles-Capitale sur ce projet de modification. Ces instances rendent leur avis dans un délai de trente jours à dater du jour de la réception de la demande d'avis. A défaut d'avis dans ce délai, l'avis est réputé favorable.
Lorsqu'un des organes consultatifs susvisés émet un avis défavorable sur la modification d'une convention environnementale, le Gouvernement justifiera la décision de modifier néanmoins la convention dans le rapport figurant en annexe à l'avenant à la convention.
Toute personne peut communiquer par écrit ses observations à l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, dans les trente jours de la publication de l'avis de modification de la convention au Moniteur belge.
Le Gouvernement et les organismes ayant conclu la convention examinent les observations et avis visés aux alinéas précédents et approuvent la modification de la convention environnementale, amendée, le cas échéant, pour tenir compte des observations émises.
La modification de la convention environnementale approuvée par le gouvernement fait l'objet d'un avenant à la convention, signé par les parties contractantes.
La modification de la convention environnementale à laquelle sont joints les avis rendus par les organes consultatifs visés au présent paragraphe est présentée au Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale dans la quinzaine de la réception des avis précités. La convention n'est pas modifiée lorsque le Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale s'y oppose par une résolution ou une motion motivée votées dans les quarante-cinq jours de la réception de la notification du gouvernement. Ce délai est suspendu hors du temps de la session du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale.
Cet avenant est adressé par le gouvernement, par pli recommandé à la poste, aux personnes visées à l'alinéa 2. Dans un délai de quinze jours suivant la réception de cet avenant, ces personnes indiquent si elles souhaitent ne plus être liées par la convention ainsi modifiée ou si elles souhaitent être liées par la modification intervenue. En l'absence de réponse dans ce délai, elles sont réputées adhérer à la modification intervenue.
L'avenant précédé éventuellement du rapport visé au présent article est publié au Moniteur belge, ainsi que sur le site internet de l'institut bruxellois pour la gestion de l'environnement.
Cette modification entre en vigueur dix jours après la publication au Moniteur belge et est obligatoire pour toute personne liée auparavant par la convention, sans préjudice de l'alinéa 7.
Cet avis est adressé aux personnes liées par la convention environnementale et qui ne sont plus membres d'un organisme signataire de cette convention.
Le Gouvernement consulte également le Conseil de l'Environnement et le Conseil économique et social pour la Région de Bruxelles-Capitale sur ce projet de modification. Ces instances rendent leur avis dans un délai de trente jours à dater du jour de la réception de la demande d'avis. A défaut d'avis dans ce délai, l'avis est réputé favorable.
Lorsqu'un des organes consultatifs susvisés émet un avis défavorable sur la modification d'une convention environnementale, le Gouvernement justifiera la décision de modifier néanmoins la convention dans le rapport figurant en annexe à l'avenant à la convention.
Toute personne peut communiquer par écrit ses observations à l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, dans les trente jours de la publication de l'avis de modification de la convention au Moniteur belge.
Le Gouvernement et les organismes ayant conclu la convention examinent les observations et avis visés aux alinéas précédents et approuvent la modification de la convention environnementale, amendée, le cas échéant, pour tenir compte des observations émises.
La modification de la convention environnementale approuvée par le gouvernement fait l'objet d'un avenant à la convention, signé par les parties contractantes.
La modification de la convention environnementale à laquelle sont joints les avis rendus par les organes consultatifs visés au présent paragraphe est présentée au Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale dans la quinzaine de la réception des avis précités. La convention n'est pas modifiée lorsque le Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale s'y oppose par une résolution ou une motion motivée votées dans les quarante-cinq jours de la réception de la notification du gouvernement. Ce délai est suspendu hors du temps de la session du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale.
Cet avenant est adressé par le gouvernement, par pli recommandé à la poste, aux personnes visées à l'alinéa 2. Dans un délai de quinze jours suivant la réception de cet avenant, ces personnes indiquent si elles souhaitent ne plus être liées par la convention ainsi modifiée ou si elles souhaitent être liées par la modification intervenue. En l'absence de réponse dans ce délai, elles sont réputées adhérer à la modification intervenue.
L'avenant précédé éventuellement du rapport visé au présent article est publié au Moniteur belge, ainsi que sur le site internet de l'institut bruxellois pour la gestion de l'environnement.
Cette modification entre en vigueur dix jours après la publication au Moniteur belge et est obligatoire pour toute personne liée auparavant par la convention, sans préjudice de l'alinéa 7.
Art.11. Voor zover zij een opzeggingstermijn in acht nemen, kunnen de betrokken partijen te allen tijde in onderlinge overeenstemming een einde aan een milieuovereenkomst maken.
Behoudens andersluidend beding kunnen de partijen eveneens eenzijdig de overeenkomst opzeggen. De opzeggingstermijn bedraagt zes maanden. De in de milieuovereenkomst bedoelde opzeggingstermijn mag niet langer zijn dan één jaar. De opzegging van de overeenkomst wordt op straffe van nietigheid bij ter post aangetekend schrijven meegedeeld aan de personen die de overeenkomst gesloten hebben. De opzeggingstermijn begint te lopen op de eerste dag van de maand na die van de mededeling.
De opzegging van de overeenkomst wordt bij een bericht van de Regering bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Dat bericht vermeldt waarom de overeenkomst opgezegd wordt en de datum waarop de opzegging ingaat.
Behoudens andersluidend beding kunnen de partijen eveneens eenzijdig de overeenkomst opzeggen. De opzeggingstermijn bedraagt zes maanden. De in de milieuovereenkomst bedoelde opzeggingstermijn mag niet langer zijn dan één jaar. De opzegging van de overeenkomst wordt op straffe van nietigheid bij ter post aangetekend schrijven meegedeeld aan de personen die de overeenkomst gesloten hebben. De opzeggingstermijn begint te lopen op de eerste dag van de maand na die van de mededeling.
De opzegging van de overeenkomst wordt bij een bericht van de Regering bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Dat bericht vermeldt waarom de overeenkomst opgezegd wordt en de datum waarop de opzegging ingaat.
Art.11. A condition qu'elles observent un délai de préavis, les parties contractantes peuvent, de commun accord, mettre fin à tout moment à une convention environnementale.
Sauf clause contraire dans la convention, les parties peuvent également résilier unilatéralement la convention. Le délai de résiliation est de six mois. Le délai de résiliation prévu par la convention environnementale ne peut excéder un an. La résiliation de la convention est, sous peine de nullité, notifiée par une lettre recommandée à la poste aux signataires de la convention. Le délai de résiliation prend cours à partir du premier jour du mois qui suit la notification.
La résiliation de la convention donne lieu à la publication par le Gouvernement d'un avis de résiliation au Moniteur belge, ainsi que sur le site internet de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement. Cet avis indique l'objet de la convention résiliée et la date à laquelle la résiliation prend cours.
Sauf clause contraire dans la convention, les parties peuvent également résilier unilatéralement la convention. Le délai de résiliation est de six mois. Le délai de résiliation prévu par la convention environnementale ne peut excéder un an. La résiliation de la convention est, sous peine de nullité, notifiée par une lettre recommandée à la poste aux signataires de la convention. Le délai de résiliation prend cours à partir du premier jour du mois qui suit la notification.
La résiliation de la convention donne lieu à la publication par le Gouvernement d'un avis de résiliation au Moniteur belge, ainsi que sur le site internet de l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement. Cet avis indique l'objet de la convention résiliée et la date à laquelle la résiliation prend cours.
Art.12. Elke milieuovereenkomst eindigt met de instemming van de betrokken partijen, op de vervaldatum ervan of door opzegging.
Art.12. Toute convention environnementale prend fin dès l'accord des parties contractantes ou à l'expiration du délai de validité ou par résiliation.
Art.13. De bepalingen van deze ordonnantie zijn van openbare orde. Zij zijn toepasselijk op de overeenkomsten die na de inwerkingtreding van deze ordonnantie zijn gesloten. De vóór de inwerkingtreding van deze ordonnantie gesloten overeenkomsten mogen niet gewijzigd of vernieuwd worden, behalve als de wijziging of de vernieuwing voldoet aan de bepalingen van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan. Zij blijven van kracht tot hun vervaldatum en maximum vijf jaar na de inwerkingtreding van deze ordonnantie.
Art.13. Les dispositions de la présente ordonnance sont d'ordre public. Elles sont applicables aux conventions conclues après l'entrée en vigueur de la présente ordonnance. Les conventions conclues avant l'entrée en vigueur de la présente ordonnance ne peuvent être modifiées ou reconduites sauf si la modification ou la reconduction sont conformes aux dispositions de la présente ordonnance et des arrêtés pris en son exécution. Elles restent valables jusqu'à leur terme et au maximum cinq ans après l'entrée en vigueur de la présente ordonnance.
Art.14. Wordt [1 met de straf voorzien in artikel 31, § 1, van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid]1 bestraft, al wie de bepalingen van een overeenkomst gesloten in het kader van deze ordonnantie niet naleeft.
Art.14. Est puni [1 de la peine prévue à l'article 31, § 1er, du Code de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale]1 celui qui ne respecte pas les dispositions d'une convention conclue dans le cadre de la présente ordonnance.
Art. 15. Artikel 2 van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu wordt aangevuld als volgt :
" 16° de ordonnantie van... betreffende de milieuovereenkomsten ".
Artikel 33 van diezelfde ordonnantie wordt aangevuld als volgt :
" 11° in de zin van de ordonnantie van... betreffende de milieuovereenkomsten, al wie de bepalingen van een overeenkomst als bepaald in artikel 2 niet naleeft ".
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 29 april 2004.
" 16° de ordonnantie van... betreffende de milieuovereenkomsten ".
Artikel 33 van diezelfde ordonnantie wordt aangevuld als volgt :
" 11° in de zin van de ordonnantie van... betreffende de milieuovereenkomsten, al wie de bepalingen van een overeenkomst als bepaald in artikel 2 niet naleeft ".
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 29 april 2004.
Art. 15. Dans l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matière d'environnement, l'article 2 est complété comme suit :
" 16° l'ordonnance du... relative aux conventions environnementales ".
Dans la même ordonnance, l'article 33 est complété comme suit :
" 11° au sens de l'ordonnance du... relative aux conventions environnementales, ne respecte pas les dispositions d'une convention conclue telle que définie dans l'article 2 ".
Promulguons la présente ordonnance, ordonnons qu'elle soit publiée au Moniteur belge.
Bruxelles, le 29 avril 2004.
" 16° l'ordonnance du... relative aux conventions environnementales ".
Dans la même ordonnance, l'article 33 est complété comme suit :
" 11° au sens de l'ordonnance du... relative aux conventions environnementales, ne respecte pas les dispositions d'une convention conclue telle que définie dans l'article 2 ".
Promulguons la présente ordonnance, ordonnons qu'elle soit publiée au Moniteur belge.
Bruxelles, le 29 avril 2004.