Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 DECEMBER 2004. - Koninklijk besluit betreffende de Pensioengegevensbank.
Titre
22 DECEMBRE 2004. - ArrĂȘtĂ© royal relatif Ă la Banque de donnĂ©es pensions.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK I. - Inwerkingtreding van de artikelen 178 en 180 tot 182 van de programmawet van 9 juli 2004.
CHAPITRE Ier. - Entrée en vigueur des articles 178 et 180 à 182 de la loi-programme du 9 juillet 2004.
Artikel 1. De artikelen 178 en 180 tot 182 van de programmawet van 9 juli 2004 treden in werking op 1 januari 2005.
Article 1. Les articles 178 et 180 Ă 182 de la loi-programme du 9 juillet 2004 entrent en vigueur le 1er janvier 2005.
HOOFDSTUK II. - Wijzigende bepalingen van het koninklijk besluit van 15 september 1980 tot uitvoering van artikel 191, eerste lid, 7°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
CHAPITRE II. - Dispositions modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 15 septembre 1980 portant exĂ©cution de l'article 191, alinĂ©a 1er, 7°, de la loi relative Ă l'assurance obligatoire soins de santĂ© et indemnitĂ©s, coordonnĂ©e le 14 juillet 1994.
Art. 2. In artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 15 september 1980 tot uitvoering van artikel 191, eerste lid, 7°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 december 1996, worden een littera f) en g) ingevoegd, luidend als volgt :
  " f) onder " Rijksdienst ", de Rijksdienst voor pensioenen. ";
  " g) onder " Administratie ", de Administratie der pensioenen. "
  " f) onder " Rijksdienst ", de Rijksdienst voor pensioenen. ";
  " g) onder " Administratie ", de Administratie der pensioenen. "
Art. 2. Dans l'article 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 septembre 1980 portant exĂ©cution de l'article 191, alinĂ©a 1er, 7°, de la loi relative Ă l'assurance obligatoire soins de santĂ© et indemnitĂ©s, coordonnĂ©e le 14 juillet 1994, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996, sont insĂ©rĂ©s un litera f) et g), rĂ©digĂ©s comme suit :
  " f) par " Office ", l'Office national des pensions. ";
  " g) par Administration, l'Administration des pensions. "
  " f) par " Office ", l'Office national des pensions. ";
  " g) par Administration, l'Administration des pensions. "
Art. 3. In artikel 2, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 1985, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden ", waarvan het bedrag, vermeerderd met het bedrag van één of meer Belgische pensioenen, hoger is dan de drempt, " worden geschrapt;
  2° de woorden " bij het Rijksinstituut " worden vervangen door de woorden " bij de Rijksdienst ".
  1° de woorden ", waarvan het bedrag, vermeerderd met het bedrag van één of meer Belgische pensioenen, hoger is dan de drempt, " worden geschrapt;
  2° de woorden " bij het Rijksinstituut " worden vervangen door de woorden " bij de Rijksdienst ".
Art. 3. A l'article 2, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 octobre 1985, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les mots " et dont le montant majoré du montant d'une ou plusieurs pensions belges est supérieur au plancher, " sont supprimés;
  2° les mots " à l'Institut " sont remplacés par les mots " à l'Office ".
  1° les mots " et dont le montant majoré du montant d'une ou plusieurs pensions belges est supérieur au plancher, " sont supprimés;
  2° les mots " à l'Institut " sont remplacés par les mots " à l'Office ".
Art. 4. Artikel 3, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 1985, wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Wanneer aan een zelfde persoon één of meer pensioenen worden toegekend waarop de inhouding van ambtswege niet overeenkomstig § 1 is verricht, maar waarvan het totaal bedrag, eventueel verhoogd met het bedrag van de aanvullende voordelen en van de pensioenen of voordelen, toegekend door buitenlandse of supranationale instellingen, hoger is dan de drempel, geeft de Rijksdienst de uitbetalingsorganismen die niet bedoeld zijn in § 6 de opdracht de inhouding te doen. Deze inhouding, waarvan het percentage lager is dan of gelijk aan 3,55 %, wordt verricht vanaf de betaling die volgt op de mededeling van de Rijksdienst.
  Het Rijksinstituut controleert of de in het eerste lid en de in artikel 3, § 6, eerste lid, bedoelde opdracht effectief wordt uitgevoerd door de uitbetalingsorganismen. "
  " § 3. Wanneer aan een zelfde persoon één of meer pensioenen worden toegekend waarop de inhouding van ambtswege niet overeenkomstig § 1 is verricht, maar waarvan het totaal bedrag, eventueel verhoogd met het bedrag van de aanvullende voordelen en van de pensioenen of voordelen, toegekend door buitenlandse of supranationale instellingen, hoger is dan de drempel, geeft de Rijksdienst de uitbetalingsorganismen die niet bedoeld zijn in § 6 de opdracht de inhouding te doen. Deze inhouding, waarvan het percentage lager is dan of gelijk aan 3,55 %, wordt verricht vanaf de betaling die volgt op de mededeling van de Rijksdienst.
  Het Rijksinstituut controleert of de in het eerste lid en de in artikel 3, § 6, eerste lid, bedoelde opdracht effectief wordt uitgevoerd door de uitbetalingsorganismen. "
Art. 4. L'article 3, § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 octobre 1985, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 3. Lorsqu'Ă une mĂȘme personne sont accordĂ©es une ou plusieurs pensions n'ayant pas subi la retenue d'office conformĂ©ment au § 1er, mais dont le montant global, Ă©ventuellement majorĂ© du montant des avantages complĂ©mentaires et des pensions ou avantages accordĂ©s par des institutions Ă©trangĂšres ou supranationales, est supĂ©rieur au plancher, l'Office ordonne aux organismes dĂ©biteurs qui ne sont pas visĂ©s au § 6, d'effectuer la retenue. Cette retenue, d'un pourcentage infĂ©rieur ou Ă©gal Ă 3, 55 %, est opĂ©rĂ©e Ă partir du paiement qui suit la communication de l'Office.
  L'Institut contrÎle si l'instruction visée à l'alinéa 1er et à l'article 3, § 6, alinéa 1er, est effectivement exécutée par les organismes débiteurs. "
  " § 3. Lorsqu'Ă une mĂȘme personne sont accordĂ©es une ou plusieurs pensions n'ayant pas subi la retenue d'office conformĂ©ment au § 1er, mais dont le montant global, Ă©ventuellement majorĂ© du montant des avantages complĂ©mentaires et des pensions ou avantages accordĂ©s par des institutions Ă©trangĂšres ou supranationales, est supĂ©rieur au plancher, l'Office ordonne aux organismes dĂ©biteurs qui ne sont pas visĂ©s au § 6, d'effectuer la retenue. Cette retenue, d'un pourcentage infĂ©rieur ou Ă©gal Ă 3, 55 %, est opĂ©rĂ©e Ă partir du paiement qui suit la communication de l'Office.
  L'Institut contrÎle si l'instruction visée à l'alinéa 1er et à l'article 3, § 6, alinéa 1er, est effectivement exécutée par les organismes débiteurs. "
Art. 5. In artikel 3, § 4, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 1985, worden de woorden " het Rijksinstituut " vervangen bij de woorden " de Rijksdienst ".
Art. 5. Dans l'article 3, § 4, alinĂ©as 1er et 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 octobre 1985, les mots " l'Institut " sont remplacĂ©s par les mots " l'Office ".
Art. 6. Artikel 3, § 5, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 oktober 1982, wordt vervangen als volgt :
  " § 5. De door het Rijksinstituut te innen of de door de Rijksdienst terug te betalen bijdragen worden berekend zonder dat rekening wordt gehouden met centgedeelten van minder dan 0,5 cent, centgedeelten van 0,5 cent of meer worden voor één cent gerekend.
  De afronding op één cent naar boven of naar onder geschiedt op elk te storten of te innen bedrag.
  " § 5. De door het Rijksinstituut te innen of de door de Rijksdienst terug te betalen bijdragen worden berekend zonder dat rekening wordt gehouden met centgedeelten van minder dan 0,5 cent, centgedeelten van 0,5 cent of meer worden voor één cent gerekend.
  De afronding op één cent naar boven of naar onder geschiedt op elk te storten of te innen bedrag.
Art. 6. L'article 3, § 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 19 octobre 1982, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 5. Pour la détermination du montant des cotisations à percevoir par l'Institut ou à rembourser par l'Office, les fractions de cent qui n'atteignent pas 0,5 cent sont négligées; les fractions de cent atteignant ou dépassant 0,5 cent sont comptées pour un cent.
  L'arrondissement au cent supérieur ou inférieur se fait sur chaque montant à verser ou à percevoir. "
  " § 5. Pour la détermination du montant des cotisations à percevoir par l'Institut ou à rembourser par l'Office, les fractions de cent qui n'atteignent pas 0,5 cent sont négligées; les fractions de cent atteignant ou dépassant 0,5 cent sont comptées pour un cent.
  L'arrondissement au cent supérieur ou inférieur se fait sur chaque montant à verser ou à percevoir. "
Art. 7. In artikel 3, § 6, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 januari 1999, worden, de woorden " Rijksdienst voor pensioenen " en " het Ministerie van Financiën " respectievelijk vervangen door de woorden " Rijksdienst " en " de Administratie ".
Art. 7. A l'article 3, § 6, alinĂ©as 1er et 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 15 janvier 1999, les mots " Office national des pensions " et " le MinistĂšre des Finances ", sont respectivement remplacĂ©s par les mots " Office " et " l'Administration ".
Art. 8. In artikel 3bis, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 juli 1986, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " het Rijksinstituut " worden vervangen bij de woorden " de Rijksdienst ";
  2° er wordt een vierde lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " De maandbedragen van de in renten omgezette kapitalen worden door het Rijksinstituut aan de Rijksdienst en aan de Administratie meegedeeld met het oog op de berekening van de inhouding. "
  1° de woorden " het Rijksinstituut " worden vervangen bij de woorden " de Rijksdienst ";
  2° er wordt een vierde lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " De maandbedragen van de in renten omgezette kapitalen worden door het Rijksinstituut aan de Rijksdienst en aan de Administratie meegedeeld met het oog op de berekening van de inhouding. "
Art. 8. A l'article 3bis, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 30 juillet 1986, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les mots " l'institut " sont remplacés par les mots " l'Office ";
  2° il est ajouté un alinéa 4, rédigé comme suit :
  " Les montants mensuels des rentes de conversion des capitaux sont communiqués par l'Institut à l'Office et à l'Administration en vue du calcul de la retenue. "
  1° les mots " l'institut " sont remplacés par les mots " l'Office ";
  2° il est ajouté un alinéa 4, rédigé comme suit :
  " Les montants mensuels des rentes de conversion des capitaux sont communiqués par l'Institut à l'Office et à l'Administration en vue du calcul de la retenue. "
Art. 9. In hetzelfde besluit wordt in de plaats van artikel 7bis, dat artikel 8 wordt, een nieuw artikel 7bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 7bis. § 1. De Rijksdienst deelt aan de begunstigde per gewone brief het bedrag van de inhouding en de berekeningswijze ervan mee. Deze mededeling geldt als motivering en kennisgeving.
  Tegen de in het eerste lid bedoelde mededeling kan beroep worden ingeleid bij de bevoegde rechtsmacht binnen de drie maanden die volgen op de datum van de mededeling aan de begunstigde.
  § 2. Indien door het Rijksinstituut wordt vastgesteld dat bij de bepaling van de inhouding een materiële vergissing werd begaan, zet het ambtshalve de vergissing recht en deelt het aan de Rijksdienst en aan de andere uitbetalingsorganismen de elementen waarop de nieuwe berekening van de inhouding steunt mee.
  Indien de materiële vergissing door de Rijksdienst wordt vastgesteld, is het Rijksinstituut ervan op de hoogte gebracht en handelt het conform de bepalingen van het eerste lid.
  In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, brengt de Rijksdienst de begunstigde van de vergissing op de hoogte en betekent hij hem het juiste bedrag van de inhouding alsook haar berekeningswijze.
  Indien de vergissing aanleiding heeft gegeven tot :
  - ten onrechte verrichte inhoudingen, betaalt de Rijksdienst deze aan de begunstigde terug, zonder dat hierop verwijlinteresten verschuldigd zijn;
  - tot het verrichten van een onvoldoende inhouding, past de bevoegde uitbetalingsorganisme het bedrag van de inhouding aan vanaf de betaling die volgt op de datum waarop de in het derde lid bedoelde mededeling aan de begunstigde werd betekend.
  Het Rijksinstituut controleert de tenuitvoerlegging van dit artikel door de uitbetalingsorganismen. "
  " Art. 7bis. § 1. De Rijksdienst deelt aan de begunstigde per gewone brief het bedrag van de inhouding en de berekeningswijze ervan mee. Deze mededeling geldt als motivering en kennisgeving.
  Tegen de in het eerste lid bedoelde mededeling kan beroep worden ingeleid bij de bevoegde rechtsmacht binnen de drie maanden die volgen op de datum van de mededeling aan de begunstigde.
  § 2. Indien door het Rijksinstituut wordt vastgesteld dat bij de bepaling van de inhouding een materiële vergissing werd begaan, zet het ambtshalve de vergissing recht en deelt het aan de Rijksdienst en aan de andere uitbetalingsorganismen de elementen waarop de nieuwe berekening van de inhouding steunt mee.
  Indien de materiële vergissing door de Rijksdienst wordt vastgesteld, is het Rijksinstituut ervan op de hoogte gebracht en handelt het conform de bepalingen van het eerste lid.
  In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, brengt de Rijksdienst de begunstigde van de vergissing op de hoogte en betekent hij hem het juiste bedrag van de inhouding alsook haar berekeningswijze.
  Indien de vergissing aanleiding heeft gegeven tot :
  - ten onrechte verrichte inhoudingen, betaalt de Rijksdienst deze aan de begunstigde terug, zonder dat hierop verwijlinteresten verschuldigd zijn;
  - tot het verrichten van een onvoldoende inhouding, past de bevoegde uitbetalingsorganisme het bedrag van de inhouding aan vanaf de betaling die volgt op de datum waarop de in het derde lid bedoelde mededeling aan de begunstigde werd betekend.
  Het Rijksinstituut controleert de tenuitvoerlegging van dit artikel door de uitbetalingsorganismen. "
Art. 9. Il est insĂ©rĂ© dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, Ă la place de l'article 7bis, qui devient l'article 8, un article 7bis nouveau rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 7bis. § 1er. L'Office communique au bénéficiaire par lettre ordinaire le montant de la retenue ainsi que son mode de calcul. Cette communication vaut motivation et notification.
  Un recours contre la communication visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er peut ĂȘtre introduit auprĂšs de la juridiction compĂ©tente dans les trois mois qui suivent la date de la communication au bĂ©nĂ©ficiaire.
  § 2. Lorsque l'Institut constate que le montant de la retenue est entaché d'une erreur matérielle, il corrige d'office l'erreur et notifie à l'Office et aux autres organismes débiteurs les éléments sur lesquels le nouveau calcul de la retenue est basé.
  Lorsque l'erreur matérielle est constatée par l'Office, l'Institut en est averti et agit conformément aux dispositions de l'alinéa 1er.
  Dans les cas visés aux alinéas 1er et 2, l'Office fait part de l'erreur au bénéficiaire et lui communique le montant exact de la retenue ainsi que son mode de calcul.
  Lorsque l'erreur a donné lieu :
  - Ă la perception de retenues indues, l'Office les rembourse au bĂ©nĂ©ficiaire, sans qu'il soit redevable d'intĂ©rĂȘts de retard;
  - à une retenue insuffisante, l'organisme débiteur compétent adapte le montant de la retenue à partir du payement qui suit la date à laquelle la communication visée à l'alinéa 3 a été notifiée au bénéficiaire.
  L'Institut contrÎle l'exécution du présent article par les organismes débiteurs. "
  " Art. 7bis. § 1er. L'Office communique au bénéficiaire par lettre ordinaire le montant de la retenue ainsi que son mode de calcul. Cette communication vaut motivation et notification.
  Un recours contre la communication visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er peut ĂȘtre introduit auprĂšs de la juridiction compĂ©tente dans les trois mois qui suivent la date de la communication au bĂ©nĂ©ficiaire.
  § 2. Lorsque l'Institut constate que le montant de la retenue est entaché d'une erreur matérielle, il corrige d'office l'erreur et notifie à l'Office et aux autres organismes débiteurs les éléments sur lesquels le nouveau calcul de la retenue est basé.
  Lorsque l'erreur matérielle est constatée par l'Office, l'Institut en est averti et agit conformément aux dispositions de l'alinéa 1er.
  Dans les cas visés aux alinéas 1er et 2, l'Office fait part de l'erreur au bénéficiaire et lui communique le montant exact de la retenue ainsi que son mode de calcul.
  Lorsque l'erreur a donné lieu :
  - Ă la perception de retenues indues, l'Office les rembourse au bĂ©nĂ©ficiaire, sans qu'il soit redevable d'intĂ©rĂȘts de retard;
  - à une retenue insuffisante, l'organisme débiteur compétent adapte le montant de la retenue à partir du payement qui suit la date à laquelle la communication visée à l'alinéa 3 a été notifiée au bénéficiaire.
  L'Institut contrÎle l'exécution du présent article par les organismes débiteurs. "
HOOFDSTUK III. - Wijzigende bepalingen van het koninklijk besluit van 28 oktober 1994 tot uitvoering van artikel 68 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 28 octobre 1994 portant exĂ©cution de l'article 68 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales.
Art. 10. In artikel 1, van het koninklijk besluit van 28 oktober 1994 tot uitvoering van artikel 68 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, wordt het littera h, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 maart 1995, vervangen als volgt :
  " h) onder " uitbetalingsorganisme ", de natuurlijke of- rechtspersoon, of de feitelijke vereniging die de betaling van het pensioen of van het aanvullend voordeel verzekert. "
  " h) onder " uitbetalingsorganisme ", de natuurlijke of- rechtspersoon, of de feitelijke vereniging die de betaling van het pensioen of van het aanvullend voordeel verzekert. "
Art. 10. Dans l'article 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 octobre 1994 portant exĂ©cution de l'article 68 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, le litera h, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 mars 1995, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " h) par " organisme débiteur ", la personne physique ou morale ou, l'association de fait qui assure le paiement de la pension ou de l'avantage complémentaire. "
  " h) par " organisme débiteur ", la personne physique ou morale ou, l'association de fait qui assure le paiement de la pension ou de l'avantage complémentaire. "
Art. 11. Artikel 2, § 2, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Ieder persoon aan wie door buitenlandse instellingen en/of instellingen van internationaal publiek recht pensioenen en/of aanvullende voordelen worden toegekend, is ertoe gehouden de volgende gegevens bij de Rijksdienst aan te geven binnen de in § 1 bedoelde termijn :
  - de bedragen van de pensioenen en/of aanvullende voordelen, alsook hun referentiedatum;
  - of het een begunstigde met gezinslast of een alleenstaande begunstigde betreft;
  " § 2. Ieder persoon aan wie door buitenlandse instellingen en/of instellingen van internationaal publiek recht pensioenen en/of aanvullende voordelen worden toegekend, is ertoe gehouden de volgende gegevens bij de Rijksdienst aan te geven binnen de in § 1 bedoelde termijn :
  - de bedragen van de pensioenen en/of aanvullende voordelen, alsook hun referentiedatum;
  - of het een begunstigde met gezinslast of een alleenstaande begunstigde betreft;
Art. 11. L'article 2, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 2. Toute personne, à qui des pensions et/ou avantages complémentaires sont accordées par des institutions étrangÚres et/ou de droit international public, est tenue de déclarer à l'Office les données suivantes dans le délai prévu au § 1er :
  - les montants des pensions et /ou avantages complémentaires ainsi que leur date de référence;
  - s'il s'agit d'un bénéficiaire avec charge de famille ou d'un bénéficiaire isolé;
  " § 2. Toute personne, à qui des pensions et/ou avantages complémentaires sont accordées par des institutions étrangÚres et/ou de droit international public, est tenue de déclarer à l'Office les données suivantes dans le délai prévu au § 1er :
  - les montants des pensions et /ou avantages complémentaires ainsi que leur date de référence;
  - s'il s'agit d'un bénéficiaire avec charge de famille ou d'un bénéficiaire isolé;
Art. 12. In artikel 2, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 maart 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het punt A, worden het eerste en tweede lid, vervangen als volgt :
  " Indien een pensioen wordt uitgekeerd door de Rijksdienst of door andere instellingen, met uitsluiting van de Administratie, deelt het Rijksinstituut per begunstigde de volgende gegevens mee aan de Rijksdienst :
  - de bedragen van de verschillende pensioenen en/of aanvullende voordelen, hun referentiedatum, alsook het uitbetalingsorganisme;
  - of het een begunstigde met gezinslast of een alleenstaande begunstigde betreft;
  - iedere wijziging aan voormelde gegevens.
  Indien er naast het door de Rijksdienst uitbetaalde pensioen, eveneens een pensioen uitgekeerd wordt door de Administratie, deelt het Rijksinstituut de in het voorgaande lid bedoelde gegevens eveneens mee aan de Administratie en, de Rijksdienst de bedragen van de door de buitenlandse of internationale uitbetalingsorganismen betaalde pensioenen en/of aanvullende voordelen, alsook hun referentiedatum. "
  2° het punt B wordt vervangen als volgt :
  " Indien er door de Rijksdienst geen enkel pensioen en/of aanvullend voordeel vereffend wordt maar er door de Administratie en door een andere instelling een pensioen en/of aanvullend voordeel vereffend wordt, deelt het Rijksinstituut de in A, eerste lid bedoelde gegevens mee aan de Administratie en, de Rijksdienst de bedragen van de door de buitenlandse of internationale uitbetalingsorganismen betaalde pensioenen en/of aanvullende voordelen, alsook hun referentiedatum. In dat geval handelt de Administratie overeenkomstig de bepalingen van A, derde en vijfde lid, en de instelling overeenkomstig de bepalingen van A, zesde lid. "
  1° in het punt A, worden het eerste en tweede lid, vervangen als volgt :
  " Indien een pensioen wordt uitgekeerd door de Rijksdienst of door andere instellingen, met uitsluiting van de Administratie, deelt het Rijksinstituut per begunstigde de volgende gegevens mee aan de Rijksdienst :
  - de bedragen van de verschillende pensioenen en/of aanvullende voordelen, hun referentiedatum, alsook het uitbetalingsorganisme;
  - of het een begunstigde met gezinslast of een alleenstaande begunstigde betreft;
  - iedere wijziging aan voormelde gegevens.
  Indien er naast het door de Rijksdienst uitbetaalde pensioen, eveneens een pensioen uitgekeerd wordt door de Administratie, deelt het Rijksinstituut de in het voorgaande lid bedoelde gegevens eveneens mee aan de Administratie en, de Rijksdienst de bedragen van de door de buitenlandse of internationale uitbetalingsorganismen betaalde pensioenen en/of aanvullende voordelen, alsook hun referentiedatum. "
  2° het punt B wordt vervangen als volgt :
  " Indien er door de Rijksdienst geen enkel pensioen en/of aanvullend voordeel vereffend wordt maar er door de Administratie en door een andere instelling een pensioen en/of aanvullend voordeel vereffend wordt, deelt het Rijksinstituut de in A, eerste lid bedoelde gegevens mee aan de Administratie en, de Rijksdienst de bedragen van de door de buitenlandse of internationale uitbetalingsorganismen betaalde pensioenen en/of aanvullende voordelen, alsook hun referentiedatum. In dat geval handelt de Administratie overeenkomstig de bepalingen van A, derde en vijfde lid, en de instelling overeenkomstig de bepalingen van A, zesde lid. "
Art. 12. A l'article 2, § 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 mars 1995, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point A, les alinéas 1er et 2, sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " Lorsqu'une pension est liquidée par l'Office ou par d'autres institutions, à l'exclusion de l'Administration, l'Institut communique par bénéficiaire les données suivantes à l'Office :
  - les montants des différentes pensions et/ou avantages complémentaires, leur date de référence ainsi que l'organisme-débiteur;
  - s'il s'agit d'un bénéficiaire avec charge de famille ou d'un bénéficiaire isolé;
  - toute modification qui interviendrait dans les éléments précités.
  Lorsque, en outre de la pension payée par l'Office, une pension est liquidée par l'administration, l'Institut communique les éléments visés à l'alinéa précédent également à l'Administration et, l'Office les montants des pensions et/ou avantages complémentaires payés par les organismes débiteurs étrangers ou internationaux ainsi que leur date de référence. "
  2° le point B est remplacé par la disposition suivante :
  " Lorsque aucune pension et/ou avantage complémentaire n'est liquidé par l'Office, mais qu'une pension et/ou un avantage complémentaire est liquidé par l'administration et une autre institution, l'Institut communique les données visées au A, alinéa 1er, à l'administration et, l'Office les montants des pensions et/ou avantages complémentaires payés par les organismes débiteurs étrangers ou internationaux ainsi que leur date de référence. Dans ce cas, l'administration agit conformément aux dispositions du A, alinéas 3 et 5, tandis que l'institution agit quant à elle conformément aux dispositions du A, alinéa 6. "
  1° au point A, les alinéas 1er et 2, sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " Lorsqu'une pension est liquidée par l'Office ou par d'autres institutions, à l'exclusion de l'Administration, l'Institut communique par bénéficiaire les données suivantes à l'Office :
  - les montants des différentes pensions et/ou avantages complémentaires, leur date de référence ainsi que l'organisme-débiteur;
  - s'il s'agit d'un bénéficiaire avec charge de famille ou d'un bénéficiaire isolé;
  - toute modification qui interviendrait dans les éléments précités.
  Lorsque, en outre de la pension payée par l'Office, une pension est liquidée par l'administration, l'Institut communique les éléments visés à l'alinéa précédent également à l'Administration et, l'Office les montants des pensions et/ou avantages complémentaires payés par les organismes débiteurs étrangers ou internationaux ainsi que leur date de référence. "
  2° le point B est remplacé par la disposition suivante :
  " Lorsque aucune pension et/ou avantage complémentaire n'est liquidé par l'Office, mais qu'une pension et/ou un avantage complémentaire est liquidé par l'administration et une autre institution, l'Institut communique les données visées au A, alinéa 1er, à l'administration et, l'Office les montants des pensions et/ou avantages complémentaires payés par les organismes débiteurs étrangers ou internationaux ainsi que leur date de référence. Dans ce cas, l'administration agit conformément aux dispositions du A, alinéas 3 et 5, tandis que l'institution agit quant à elle conformément aux dispositions du A, alinéa 6. "
Art. 13. Artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Elke uitbetalingsorganisme dat nalaat aan het Rijksinstituut de in artikel 2, § 1, bedoelde aangiften in de vorm en binnen de termijn die zijn voorgeschreven te verschaffen, is gehouden tot het betalen van een forfaitaire vergoeding van de 25,00 EUR, vermeerderd met 2,50 EUR per rechthebbende en met 2,50 EUR per gedeelte van 2.500,00 EUR gestort pensioen. "
  " § 1. Elke uitbetalingsorganisme dat nalaat aan het Rijksinstituut de in artikel 2, § 1, bedoelde aangiften in de vorm en binnen de termijn die zijn voorgeschreven te verschaffen, is gehouden tot het betalen van een forfaitaire vergoeding van de 25,00 EUR, vermeerderd met 2,50 EUR per rechthebbende en met 2,50 EUR per gedeelte van 2.500,00 EUR gestort pensioen. "
Art. 13. L'article 5, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 1er. Chaque organisme débiteur qui omet de remettre à l'Institut les déclarations visées à l'article 2, § 1er, dans la forme et le délai prescrits, est tenu au paiement d'une indemnité forfaitaire de 25,00 EUR augmentée de 2,50 EUR par bénéficiaire et de 2,50 EUR par tranche de 2.500,00 EUR de pensions versées. "
  " § 1er. Chaque organisme débiteur qui omet de remettre à l'Institut les déclarations visées à l'article 2, § 1er, dans la forme et le délai prescrits, est tenu au paiement d'une indemnité forfaitaire de 25,00 EUR augmentée de 2,50 EUR par bénéficiaire et de 2,50 EUR par tranche de 2.500,00 EUR de pensions versées. "
Art. 14. Artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  " Het Rijksinstituut is belast met de invordering van de vergoedingen bedoeld in artikel 5, § 1.
  De Rijksdienst is belast met de invordering van de vergoedingen bedoeld in artikel 5, § 2. "
  " Het Rijksinstituut is belast met de invordering van de vergoedingen bedoeld in artikel 5, § 1.
  De Rijksdienst is belast met de invordering van de vergoedingen bedoeld in artikel 5, § 2. "
Art. 14. L'article 6, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " L'Institut est chargé du recouvrement des indemnités visées à l'article 5, § 1er.
  L'Office est chargé du recouvrement des indemnités visées à l'article 5, § 2. "
  " L'Institut est chargé du recouvrement des indemnités visées à l'article 5, § 1er.
  L'Office est chargé du recouvrement des indemnités visées à l'article 5, § 2. "
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions communes.
Art. 15. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2005.
Art. 15. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2005.
Art. 16. Onze Minister Pensioenen en Onze Minister van Sociale Zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 22 december 2004.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Pensioenen,
  B. TOBBACK
  De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
  R. DEMOTTE.
  Gegeven te Brussel, 22 december 2004.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Pensioenen,
  B. TOBBACK
  De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
  R. DEMOTTE.
Art. 16. Notre Ministre des Pensions et Notre Ministre des Affaires sociales, sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Donné à Bruxelles, le 22 décembre 2004.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Pensions,
  B. TOBBACK
  Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
  R. DEMOTTE.
  Donné à Bruxelles, le 22 décembre 2004.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Pensions,
  B. TOBBACK
  Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
  R. DEMOTTE.