Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
18 OKTOBER 2004. - Koninklijk besluit betreffende de organisatie, de samenstelling en de werkwijze van de Raad van het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-11-2004 en tekstbijwerking tot 04-10-2023)
Titre
18 OCTOBRE 2004. - Arrêté royal relatif à l'organisation, à la composition et au fonctionnement du Conseil du Fonds budgétaire des matières premières et les produits. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-11-2004 et mise à jour au 04-10-2023)
Documentinformatie
Numac: 2004022871
Datum: 2004-10-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2004022871
Date: 2004-10-18
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° De Raad : de Raad van het Begrotingsfonds van de grondstoffen en de producten;
  2° De Minister: de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° Le Conseil : le Conseil du Fonds budgétaire pour les matières premières et les produits;
  2° Le Ministre: le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions.
Art. 2. [1 De Raad wordt opgericht bij het Directoraat Generaal (hierna DG) Dier, Plant en Voeding - Dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.]1
  
Art. 2. [1 Le Conseil est établi auprès de la Direction Générale (ci-après DG) Animaux, Végétaux et Alimentation - Service Produits phytopharmaceutiques et Fertilisants du Service public fédéral Santé Publique, Sécurité de la Chaîne Alimentaire et Environnement.]1
  
Art. 3. [1 De Raad bestaat uit drieëntwintig leden en is als volgt samengesteld:
   1° tien ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu:
   a) de directeur-generaal van het DG Dier, Plant en Voeding;
   b) zes ambtenaren van het DG Dier, Plant en Voeding, waarvan vier van de Dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten, één van de Dienst Voedingsmiddelen, Dierenvoeders en andere consumptieproducten en één van de Dienst Inspectie Consumptieproducten;
   c) drie ambtenaren van het DG Leefmilieu, waarvan twee van de Afdeling Productbeleid en Chemische Stoffen en een van de Dienst CITES;
   2° een ambtenaar van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (hierna FAVV);
   3° een afgevaardigde van de Staatssecretaris bevoegd voor Begroting;
   4° twee vertegenwoordigers van BELPLANT vzw;
   5° een vertegenwoordiger van ESSENSCIA vzw;
   6° een vertegenwoordiger van BE-SUP vzw;
   7° een vertegenwoordiger van BACHI vzw;
   8° een vertegenwoordiger van DETIC vzw;
   9° twee vertegenwoordigers van BIOPLUS-PROBOIS vzw;
   10° twee vertegenwoordigers van de landbouwsector;
   11° één vertegenwoordiger van het geheel van de verenigingen waarvan de leden de retributies verschuldigd zijn zoals bedoeld in artikel 13, § 1, van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]1

  
Art. 3. [1 Le Conseil est composé de vingt-trois membres comme suit:
   1° dix fonctionnaires du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et de l'Environnement :
   a) le directeur général de la DG Animaux, Végétaux et Alimentation;
   b) six fonctionnaires de la DG Animaux, Végétaux et Alimentation, dont quatre du Service Produits phytopharmaceutiques et Fertilisants, un du Service Denrées alimentaires, Aliments pour animaux et autres produits de consommation et un du Service Inspection Produits de consommation;
   c) trois fonctionnaires de la DG Environnement, dont deux de la Division Politique de Produits et Substances Chimiques et un du service CITES;
   2° un fonctionnaire de l'Agence fédérale de la Sécurité de la Chaîne alimentaire (ci-après AFSCA);
   3° un délégué de la Secrétaire d'Etat qui a le Budget dans ses attributions;
   4° deux représentants de BELPLANT asbl;
   5° un représentant de ESSENSCIA asbl;
   6° un représentant de BE-SUP asbl;
   7° un représentant de BACHI asbl;
   8° un représentant de DETIC asbl;
   9° deux représentants de BIOPLUS-PROBOIS asbl;
   10° deux représentants du secteur agricole;
   11° un représentant de l'ensemble des associations dont les membres doivent acquitter les rétributions visées à l'article 13, § 1er, de l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.]1

  
Art. 4. [1 De leden bedoeld bij artikel 3, 1°, c) en hun plaatsvervangers worden voorgedragen door de Minister bevoegd voor Leefmilieu.
   Het lid bedoeld bij artikel 3, 2° en zijn plaatsvervanger worden voorgedragen door de gedelegeerd bestuurder van het FAVV.
   Het lid bedoeld bij artikel 3, 3° en zijn plaatsvervanger worden voorgedragen door de Minister bevoegd voor Begroting.
   De leden bedoeld bij artikel 3, 4° tot 10° worden voorgedragen door de betrokken beroepsvereni-gingen.]1

  
Art. 4. [1 Les membres visés à l'article 3, 1°, c) et leurs suppléants sont proposés par le Ministre ayant l'Environnement dans ses attributions.
   Le membre visé à l'article 3, 2° et son suppléant sont proposés par l'administrateur délégué de l'AFSCA.
   Le membre visé à l'article 3, 3° et son suppléant sont proposés par le Ministre qui a le Budget dans ses attributions..
   Les membres visés à l'article 3, 4° à 10° et leurs suppléants sont proposés par les associations professionnelles concernées.]1

  
Art. 5. [1 Een plaatsvervanger kan het lid bij afwezigheid vervangen. De leden en hun plaatsvervangers worden aangewezen door de Minister. De plaatsvervanger heeft dezelfde bevoegdheden als het lid en voldoet aan dezelfde bepalingen inzake voordracht en aanwijzing.]1
  
Art. 5. [1 Un suppléant peut remplacer un membre en son absence. Les membres et leurs suppléants sont désignés par le Ministre. Le suppléant a les mêmes compétences que le membre et satisfait aux mêmes dispositions de proposition et de désignation.]1
  
Art. 6. De leden van de Raad en hun plaatsvervangers worden door de Minister benoemd voor een periode van 4 jaar. Deze mandaten zijn hernieuwbaar. In geval van vacature vóór het verstrijken van een mandaat voleindigt het nieuw benoemde lid het mandaat van zijn voorganger. In geval [1 het lid bedoeld bij artikel 3, 1°, a°,]1, verhinderd is, kan hij zich ambtshalve laten vervangen door de ambtenaar die hij daartoe aanduidt.
  
Art. 6. Les membres du Conseil et leurs suppléants sont nommés par le Ministre pour une période de 4 ans. Ces mandats sont renouvelables. En cas de vacance avant l'expiration du mandat, le membre nouvellement nommé achève le mandat de son prédécesseur. En cas d'empêchement du [1 membre visé à l'article 3, 1°, a),]1, il peut se faire remplacer d'office par le fonctionnaire qu'il désigne à cet effet.
  
Art. 7. [1 De Raad wordt voorgezeten door de directeur-generaal van het DG Dier, Plant en Voeding.]1
  
Art. 7. [1 Le Conseil est présidé par le directeur général de la DG Animaux, Végétaux et Alimentation.]1
  
Art. 8. De Raad vergadert op uitnodiging van de voorzitter.
Art. 8. Le Conseil se réunit sur convocation de son président.
Art. 9. De Raad beraadslaagt op geldige wijze als ten minste de helft van de leden aanwezig is.
  Is niet aan deze voorwaarde voldaan dan kan de Raad na een nieuwe bijeenroeping, op geldige wijze over hetzelfde voorwerp beraadslagen, ongeacht het aantal aanwezige leden.
Art. 9. Le Conseil délibère valablement si au moins la moitié de ses membres est présente.
  A défaut, le Conseil peut, après une nouvelle convocation, délibérer valablement sur le même objet quel que soit le nombre de membres présents.
Art. 10. De stemming geschiedt bij meerderheid van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Art. 10. Les votes ont lieu à la majorité des membres présents. En cas de partage des voix, celle du président est prépondérante.
Art. 11. De Raad kan deskundigen raadplegen en uitnodigen die geen lid zijn.
Art. 11. Le Conseil peut consulter et inviter des experts non-membres.
Art. 12. De Raad stelt zijn huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Minister.
Art. 12. Le Conseil établit son règlement d'ordre intérieur et le soumet pour approbation au Ministre.
Art. 13. De Raad kan voor de opdrachten die hij bepaalt werkgroepen oprichten bestaande uit leden en deskundigen.
Art. 13. Le Conseil peut créer pour les missions qu'il détermine, des groupes de travail composés de membres et d'experts.
Art. 14. [1 Op voorstel van de voorzitter wijst de Raad twee secretarissen aan, een van de Nederlandse en een van de Franse taalrol, uit de ambtenaren van het DG Dier, Plant en Voeding.]1
  
Art. 14. [1 Sur proposition du président, le Conseil désigne deux secrétaires, l'un du rôle linguistique néerlandais, l'autre du rôle linguistique français parmi les fonctionnaires de la DG Animaux, Végétaux et Alimentation.]1
  
Art. 15. § 1. De Raad is ermee belast aan de Minister het jaarlijks programma voor te stellen der geplande projecten bedoeld in de tabel, gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende de oprichting van begrotingsfondsen, en de kostprijs ervan te ramen. Hij stelt ook de natuurlijke of rechtspersonen voor die geheel of gedeeltelijk voor het verwezenlijken van deze projecten zullen instaan.
  § 2. De Raad ontvangt ten minste twee maal per jaar een verslag betreffende het beheer van het Fonds. De verslagen bedoeld in artikel 16 worden hem eveneens meegedeeld.
Art. 15. § 1er. Le Conseil est chargé de proposer au Ministre le programme annuel, composé des projets des activités visées dans le tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, et d'en évaluer le coût. Il propose également les personnes physiques ou morales qui assureront, en tout ou en partie, la réalisation de ces projets.
  § 2. Le Conseil reçoit, au moins deux fois par an, un rapport sur la gestion du Fonds. Il reçoit également communication des rapports visés à l'article 16.
Art. 16. De natuurlijke of rechtspersonen aan wie de uitvoering der projecten wordt toevertrouwd brengen bij de Minister verslag uit over de resultaten hiervan.
Art. 16. Les personnes physiques ou morales qui se voient confier l'exécution des travaux font rapport au Ministre des résultats de ceux- ci.
Art. 17. Het koninklijk besluit van 19 augustus 1998 betreffende de organisatie, de samenstelling en de werkwijze van de Raad van het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, wordt opgeheven.
Art. 17. L'arrêté royal du 19 août 1998 relatif à l'organisation, à la composition et au fonctionnement du Conseil du Fonds budgétaire pour les matières premières et les produits, est abrogé.
Art. 18. Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid en Onze Minister bevoegd voor Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Notre Ministre de la Santé publique et Notre Ministre de l'Environnement sont, chacun en ce qui le concerne, chargé de l'exécution du présent arrêté.