Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 DECEMBER 2004. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen. <Erratum, B.S. 02-03-2005, p. 8225-8227>
Titre
22 DECEMBRE 2004. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es. <Erratum, M.B. 02-03-2005, p. 8225-8227>
Documentinformatie
Info du document
Tekst (20)
Texte (20)
Artikel 1. De bijlagen B1 tot B12 bij het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen worden vervangen door de bijlagen bij dit besluit.
Article 1. Les annexes B1 jusqu'Ă B12 Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es sont remplacĂ©es par les annexes au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 2. De zend- en ontvangsttoestellen voor radioverbindingen voldoen aan de minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum zoals vermeld in de bijlagen bij dit besluit. Ze worden geacht te beantwoorden aan de basisvereisten voorzien in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven (wanneer ze overeenstemmen met de NBN-normen) die in de bijlagen bij dit besluit vermeld staan.
Brussel, 22 december 2004.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Brussel, 22 december 2004.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Art. 2. Les appareils Ă©metteurs et rĂ©cepteurs de radiocommunications doivent satisfaire aux exigences minimales relative Ă l'utilisation efficace du spectre dans les annexes au prĂ©sent arrĂȘtĂ© et sont prĂ©sumĂ©s conformes aux exigences de base prĂ©vues Ă l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant rĂ©forme de certaines entreprises publiques Ă©conomiques lorsqu'ils sont conformes aux normes NBN stipulĂ©es dans la mĂȘme annexe.
Bruxelles, le 22 décembre 2004.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Bruxelles, le 22 décembre 2004.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Radio-interface B1 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding op korte afstand voor niet-specifieke toepassingen.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen of maximaal toegestaan magnetisch veld evenals de maximaal toegestane duty cycle zijn afhankelijk van de frequentieband en mogen de hieronder aangegeven waarden niet overschrijden :
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen of maximaal toegestaan magnetisch veld evenals de maximaal toegestane duty cycle zijn afhankelijk van de frequentieband en mogen de hieronder aangegeven waarden niet overschrijden :
Art. N1. Annexe 1. - Interface radio B1 (V1.1) pour les appareils de radiocommunications à courte portée pour des applications non spécifiques.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interfaceradio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée ou champ magnétique maximal autorisé ainsi que le duty cycle maximal autorisé dépendent de la bande de fréquences et ne peuvent dépasser les valeurs mentionnées ci-dessous :
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interfaceradio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée ou champ magnétique maximal autorisé ainsi que le duty cycle maximal autorisé dépendent de la bande de fréquences et ne peuvent dépasser les valeurs mentionnées ci-dessous :
Frequentieband Magnetisch veld/Vermogen Duty cycle
- - -
a 6765 - 6795 kHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m -
b 13,553 - 13,567 MHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m -
c 26,957 - 27,283 MHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m of 10mW(2) -
d 40,660 - 40,700 MHz (1) 10mW (2) -
e 433,050 - 434,790 MHz (1)(3) 10mW (2) 10 %
e1 433,050 - 434,790 MHz (1)(3) -13 dBm/10 kHz (11) 1mW (2) 100 %
e2 434,040 - 434,790 MHz (1)(3) 10mW (2) 100 % (10)
f 868,000 - 868,600 MHz (4) 25mW (2) 1 %
g 868,700 - 869,200 MHz 25mW (2) 0,1 %
h 869,300 - 869,400 MHz (5) 10mW (2) -
i 869,400 - 869,650 MHz (6) 500mW (2) 10 %
k 869,700 - 870,000 MHz (7) 5mW (2) 100 %
l 2400 - 2483,5 MHz (1) 10mW (8) -
m 5725 - 5875 MHz (1) 25mW (8) -
n 24.00 - 24,25 GHz (1) 100mW (8) -
o 61,0 - 61,5 GHz (1)(9) 100mW (8) -
p 122 - 123 GHz (1)(9) 100mW (8) -
q 244 - 246 GHz (1)(9) 100mW (8) -
- - -
a 6765 - 6795 kHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m -
b 13,553 - 13,567 MHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m -
c 26,957 - 27,283 MHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m of 10mW(2) -
d 40,660 - 40,700 MHz (1) 10mW (2) -
e 433,050 - 434,790 MHz (1)(3) 10mW (2) 10 %
e1 433,050 - 434,790 MHz (1)(3) -13 dBm/10 kHz (11) 1mW (2) 100 %
e2 434,040 - 434,790 MHz (1)(3) 10mW (2) 100 % (10)
f 868,000 - 868,600 MHz (4) 25mW (2) 1 %
g 868,700 - 869,200 MHz 25mW (2) 0,1 %
h 869,300 - 869,400 MHz (5) 10mW (2) -
i 869,400 - 869,650 MHz (6) 500mW (2) 10 %
k 869,700 - 870,000 MHz (7) 5mW (2) 100 %
l 2400 - 2483,5 MHz (1) 10mW (8) -
m 5725 - 5875 MHz (1) 25mW (8) -
n 24.00 - 24,25 GHz (1) 100mW (8) -
o 61,0 - 61,5 GHz (1)(9) 100mW (8) -
p 122 - 123 GHz (1)(9) 100mW (8) -
q 244 - 246 GHz (1)(9) 100mW (8) -
Bande de frequence Champ magnetique/Puissance Duty cycle
- - -
a 6765 - 6795 kHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m -
b 13,553 - 13,567 MHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m -
c 26,957 - 27,283 MHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m of 10mW(2) -
d 40,660 - 40,700 MHz (1) 10mW (2) -
e 433,050 - 434,790 MHz (1)(3) 10mW (2) 10 %
e1 433,050 - 434,790 MHz (1)(3) -13 dBm/10 kHz (11) 1mW (2) 100 %
e2 434,040 - 434,790 MHz (1)(3) 10mW (2) 100 % (10)
f 868,000 - 868,600 MHz (4) 25mW (2) 1 %
g 868,700 - 869,200 MHz 25mW (2) 0,1 %
h 869,300 - 869,400 MHz (5) 10mW (2) -
i 869,400 - 869,650 MHz (6) 500mW (2) 10 %
k 869,700 - 870,000 MHz (7) 5mW (2) 100 %
l 2400 - 2483,5 MHz (1) 10mW (8) -
m 5725 - 5875 MHz (1) 25mW (8) -
n 24.00 - 24,25 GHz (1) 100mW (8) -
o 61,0 - 61,5 GHz (1)(9) 100mW (8) -
p 122 - 123 GHz (1)(9) 100mW (8) -
q 244 - 246 GHz (1)(9) 100mW (8) -
- - -
a 6765 - 6795 kHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m -
b 13,553 - 13,567 MHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m -
c 26,957 - 27,283 MHz (1) 42dB'mu'A/m op 10m of 10mW(2) -
d 40,660 - 40,700 MHz (1) 10mW (2) -
e 433,050 - 434,790 MHz (1)(3) 10mW (2) 10 %
e1 433,050 - 434,790 MHz (1)(3) -13 dBm/10 kHz (11) 1mW (2) 100 %
e2 434,040 - 434,790 MHz (1)(3) 10mW (2) 100 % (10)
f 868,000 - 868,600 MHz (4) 25mW (2) 1 %
g 868,700 - 869,200 MHz 25mW (2) 0,1 %
h 869,300 - 869,400 MHz (5) 10mW (2) -
i 869,400 - 869,650 MHz (6) 500mW (2) 10 %
k 869,700 - 870,000 MHz (7) 5mW (2) 100 %
l 2400 - 2483,5 MHz (1) 10mW (8) -
m 5725 - 5875 MHz (1) 25mW (8) -
n 24.00 - 24,25 GHz (1) 100mW (8) -
o 61,0 - 61,5 GHz (1)(9) 100mW (8) -
p 122 - 123 GHz (1)(9) 100mW (8) -
q 244 - 246 GHz (1)(9) 100mW (8) -
(1) Deze band wordt ook gebruikt voor industriele, wetenschappelijke en
medische toepassingen (ISM) zoals gedefinieerd in de ITU
radioreglement.
(2) Effectief uitgestraald vermogen.
(3) De toepassingen audio en video zijn niet toegelaten in de band
433,050-434,790 MHz.
(4) Teneinde wederzijds storingen tussen CT2 en deze toestellen met beperkt
bereik te vermijden, wordt aangeraden om specifieke frequenties te
vermijden voor toestellen met beperkt bereik beneden 868,5 MHz en in de
plaats hiervan een technologie te gebruiken die een automatische
selectie toelaat van een vrij kanaal binnen deze band.
(5) Toepassingen in de band 869,3-869,4 MHz moeten een geschikt
toegangsprotocol gebruiken zoals bijvoorbeeld EN 301 391.
(6) Deze ganse band mag ook als 1 kanaal gebruikt worden voor
datatransmissie op hoge snelheid.
(7) De fabrikanten moeten rekening houden met de toepassingen in de
aangrenzende frequentieband net boven deze band.
(8) Effectief isotroop uitgestraald vermogen.
(9) Momenteel geen ETSI standaard beschikbaar.
(10) Duty cycle 100 % in de band 434,040-434,790MHz mits kanalisatie tot
25 kHz.
(11) -13 dBm/10 kHz voor breedband kanalen.
medische toepassingen (ISM) zoals gedefinieerd in de ITU
radioreglement.
(2) Effectief uitgestraald vermogen.
(3) De toepassingen audio en video zijn niet toegelaten in de band
433,050-434,790 MHz.
(4) Teneinde wederzijds storingen tussen CT2 en deze toestellen met beperkt
bereik te vermijden, wordt aangeraden om specifieke frequenties te
vermijden voor toestellen met beperkt bereik beneden 868,5 MHz en in de
plaats hiervan een technologie te gebruiken die een automatische
selectie toelaat van een vrij kanaal binnen deze band.
(5) Toepassingen in de band 869,3-869,4 MHz moeten een geschikt
toegangsprotocol gebruiken zoals bijvoorbeeld EN 301 391.
(6) Deze ganse band mag ook als 1 kanaal gebruikt worden voor
datatransmissie op hoge snelheid.
(7) De fabrikanten moeten rekening houden met de toepassingen in de
aangrenzende frequentieband net boven deze band.
(8) Effectief isotroop uitgestraald vermogen.
(9) Momenteel geen ETSI standaard beschikbaar.
(10) Duty cycle 100 % in de band 434,040-434,790MHz mits kanalisatie tot
25 kHz.
(11) -13 dBm/10 kHz voor breedband kanalen.
(1) Cette bande est aussi utilisee pour des applications industrielles,
scientifiques et medicales (ISM) tel que defini dans le radio reglement
de l'UIT.
(2) Puissance apparente rayonnee.
(3) Les applications audio et video ne sont pas permises dans la bande
433,050-434,790 MHz.
(4) Afin d'eviter des brouillages mutuels entre CT2 et les appareils a
courte portee, il est recommande pour les appareils a courte portee en
dessous de 868,5 MHz d'utiliser une technologie qui permet une
selection automatique d'un canal libre dans la bande au lieu d'utiliser
une frequence specifique.
(5) Les applications dans la bande 869,3-869,4 MHz doivent utiliser un
protocole d'acces comme par exemple EN 301 391.
(6) Cette bande peut ĂȘtre utilisee comme 1 seul canal pour la transmission
des donnees a haut debit.
(7) Les fabriquants doivent tenir compte des applications dans la bande
au-dessus de cette bande.
(8) Puissance isotrope rayonnee effective.
(9) Aucune norme de l'ETSI n'est disponible pour le moment.
(10) Duty cycle 100% dans la bande 434,040-434,790 MHz moyennant
canalisation jusqu'a 25 kHz.
(11) -13 dBm/10 kHz pour des canaux a large bande.
scientifiques et medicales (ISM) tel que defini dans le radio reglement
de l'UIT.
(2) Puissance apparente rayonnee.
(3) Les applications audio et video ne sont pas permises dans la bande
433,050-434,790 MHz.
(4) Afin d'eviter des brouillages mutuels entre CT2 et les appareils a
courte portee, il est recommande pour les appareils a courte portee en
dessous de 868,5 MHz d'utiliser une technologie qui permet une
selection automatique d'un canal libre dans la bande au lieu d'utiliser
une frequence specifique.
(5) Les applications dans la bande 869,3-869,4 MHz doivent utiliser un
protocole d'acces comme par exemple EN 301 391.
(6) Cette bande peut ĂȘtre utilisee comme 1 seul canal pour la transmission
des donnees a haut debit.
(7) Les fabriquants doivent tenir compte des applications dans la bande
au-dessus de cette bande.
(8) Puissance isotrope rayonnee effective.
(9) Aucune norme de l'ETSI n'est disponible pour le moment.
(10) Duty cycle 100% dans la bande 434,040-434,790 MHz moyennant
canalisation jusqu'a 25 kHz.
(11) -13 dBm/10 kHz pour des canaux a large bande.
1B. De afstand tussen de kanalen kan vrij gekozen worden behalve in de frequentiebanden 869,3-869,4 MHz en 869,4-869,65 MHz waar deze 25 kHz bedraagt.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 220-3 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot maximaal 500 mW.
- NBN EN 300 330-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 9 kHz en 25 MHz en inductieve systemen tussen 9 kHz en 30 MHz.
- NBN EN 300 440-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 1 GHz en 25 GHz.
5. De antennes (informatief).
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Opmerking.
Voor de duty cycle worden volgende beperkingen gehanteerd :
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 220-3 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot maximaal 500 mW.
- NBN EN 300 330-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 9 kHz en 25 MHz en inductieve systemen tussen 9 kHz en 30 MHz.
- NBN EN 300 440-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 1 GHz en 25 GHz.
5. De antennes (informatief).
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Opmerking.
Voor de duty cycle worden volgende beperkingen gehanteerd :
1B. L'espacement entre les canaux peut ĂȘtre choisi librement sauf pour les bandes 869,3-869,4 MHz et 869,4-869,65 MHz. Pour ces bandes l'espacement est de 25 kHz.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (AR du 13 février 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 220-3 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 25 MHz et 1000 MHz avec une puissance jusqu'à 500 mW.
- NBN EN 300 330-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 9 kHz et 25 MHz et des systÚmes inductifs entre 9 kHz et 30 MHz.
- NBN EN 300 440-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunications à courte portée à utiliser entre 1 GHz et 25 GHz
5. Les antennes (Ă titre d'information).
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. Remarque.
Pour le duty cycle, les restrictions suivantes sont applicables :
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (AR du 13 février 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 220-3 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 25 MHz et 1000 MHz avec une puissance jusqu'à 500 mW.
- NBN EN 300 330-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 9 kHz et 25 MHz et des systÚmes inductifs entre 9 kHz et 30 MHz.
- NBN EN 300 440-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunications à courte portée à utiliser entre 1 GHz et 25 GHz
5. Les antennes (Ă titre d'information).
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. Remarque.
Pour le duty cycle, les restrictions suivantes sont applicables :
Maximum duur Minimum duur
van continue uitzending tussen uitzendingen
Max. Duty cycle (max. on-time) per uur (minimum off-time)
- - -
0,1 % 0,72 s 0,72 s
1 % 3,6 s 1,8 s
10 % 36 s (minimum off-time) 3,6 s
100 % - -
van continue uitzending tussen uitzendingen
Max. Duty cycle (max. on-time) per uur (minimum off-time)
- - -
0,1 % 0,72 s 0,72 s
1 % 3,6 s 1,8 s
10 % 36 s (minimum off-time) 3,6 s
100 % - -
Duree maximale Duree minimale
d'emission continue entre emissions
Max. Duty cycle (max. on-time) par heure (minimum off-time)
- - -
0,1 % 0,72 s 0,72 s
1 % 3,6 s 1,8 s
10 % 36 s (minimum off-time) 3,6 s
100 % - -
d'emission continue entre emissions
Max. Duty cycle (max. on-time) par heure (minimum off-time)
- - -
0,1 % 0,72 s 0,72 s
1 % 3,6 s 1,8 s
10 % 36 s (minimum off-time) 3,6 s
100 % - -
7. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
8. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio-interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
8. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio-interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
7. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
8. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
8. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N2. Bijlage 2. - Radio-interface B2 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding met beperkt bereik bedoeld voor de breedbanddatatransmissie die werken in de 2,4 GigaHertz-ISM-band.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De volgende collectieve frequentieband wordt toegewezen :
2400-2483,5 MHz.
1.B. Het vermogen is beperkt tot 100 mW e.u.i.v.
1.B.1. Direct sequence spread spectrum of een ander gelijkaardig modulatie mechanisme (bij voorbeeld OFDM)
De maximale dichtheid van de flux van het effectief isotroop uitgestraald vermogen is
- 20 dBW/MHz.
1.B.2. Frequency hopping spread spectrum.
De maximale dichtheid van de flux van het effectief isotroop uitgestraald vermogen is
- 10 dBW/100 kHz.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
NBN EN 300 328-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor breedbanddatatransmissie die werken in de 2,4 GigaHertz-ISM-band.
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. De antennes (informatief)
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
7. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio-interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De volgende collectieve frequentieband wordt toegewezen :
2400-2483,5 MHz.
1.B. Het vermogen is beperkt tot 100 mW e.u.i.v.
1.B.1. Direct sequence spread spectrum of een ander gelijkaardig modulatie mechanisme (bij voorbeeld OFDM)
De maximale dichtheid van de flux van het effectief isotroop uitgestraald vermogen is
- 20 dBW/MHz.
1.B.2. Frequency hopping spread spectrum.
De maximale dichtheid van de flux van het effectief isotroop uitgestraald vermogen is
- 10 dBW/100 kHz.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
NBN EN 300 328-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor breedbanddatatransmissie die werken in de 2,4 GigaHertz-ISM-band.
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. De antennes (informatief)
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
7. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio-interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N2. Annexe 2. - Interface radio B2 (V1.1) pour les appareils de radiocommunications à courte portée pour la transmission des données à large bande fonctionnant dans la bande ISM à 2,4 GigaHertz.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. La bande de fréquence suivante est assignée :
2400-2483,5 MHz.
1.B. La puissance est limitée à 100 mW p.i.r.e.
1.B.1. SystÚme à spectre étalé à séquence directe ou un autre procédé de modulation similaire (par exemple OFDM)
La densitĂ© du flux de puissance est limitĂ©e Ă
- 20 dBW/MHz p.i.r.e.
1.B.2. SystÚme à spectre étalé à saut de fréquence.
La densitĂ© du flux de puissance est limitĂ©e Ă
- 10 dBW/100 kHz p.i.r.e.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
NBN EN 300 328-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R & TTE pour les appareils de radiocommunications pour la transmission des données à large bande fonctionnant dans la bande ISM à 2,4 GigaHertz.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Les Antennes (Ă titre d'information)
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
7. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. La bande de fréquence suivante est assignée :
2400-2483,5 MHz.
1.B. La puissance est limitée à 100 mW p.i.r.e.
1.B.1. SystÚme à spectre étalé à séquence directe ou un autre procédé de modulation similaire (par exemple OFDM)
La densitĂ© du flux de puissance est limitĂ©e Ă
- 20 dBW/MHz p.i.r.e.
1.B.2. SystÚme à spectre étalé à saut de fréquence.
La densitĂ© du flux de puissance est limitĂ©e Ă
- 10 dBW/100 kHz p.i.r.e.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
NBN EN 300 328-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R & TTE pour les appareils de radiocommunications pour la transmission des données à large bande fonctionnant dans la bande ISM à 2,4 GigaHertz.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Les Antennes (Ă titre d'information)
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
7. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N3. Bijlage 3. - Radio-interface B3 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor lokale netwerken.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1,13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De volgende collectieve frequentiebanden worden toegewezen, met de daarbijhorende maximale vermogens. :
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1,13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De volgende collectieve frequentiebanden worden toegewezen, met de daarbijhorende maximale vermogens. :
Art. N3. Annexe 3. - Interface radio B3 (V1.1) pour les appareils de radiocommunication pour les réseaux locaux.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. Les fréquences collectives suivantes sont assignées ainsi que les puissances maximales :
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. Les fréquences collectives suivantes sont assignées ainsi que les puissances maximales :
Frequentieband Vermogen (e.u.i.v.)
- -
5150-5350 MHz 200 mW
5470-5725 MHz 1 W
- -
5150-5350 MHz 200 mW
5470-5725 MHz 1 W
Bande de frequence Puissance (p.i.r.e.)
- -
5150-5350 MHz 200 mW
5470-5725 MHz 1 W
- -
5150-5350 MHz 200 mW
5470-5725 MHz 1 W
1.B. Toestellen die werken in de band 5150-5350 MHz mogen enkel binnen een gebouw gebruikt worden.
1.C. Het maximaal isotroop uitgestraald vermogen dat in punt 1A aangegeven wordt is een gemiddelde waarde.
2. Vergunningsregime(informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
NBN EN 301 893 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor lokale netwerken
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
1.C. Het maximaal isotroop uitgestraald vermogen dat in punt 1A aangegeven wordt is een gemiddelde waarde.
2. Vergunningsregime(informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
NBN EN 301 893 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor lokale netwerken
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
1.B. Des appareils qui fonctionnent dans la bande 5150-5350 MHz peuvent uniquement ĂȘtre utilisĂ©s Ă l'intĂ©rieur d'un bĂątiment.
1.C. La p.i.r.e indiqué dans le point 1A est une valeur moyenne.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
NBN EN 301 893 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour les appareils de radiocommunications pour les réseaux locaux
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@bipt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
1.C. La p.i.r.e indiqué dans le point 1A est une valeur moyenne.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
NBN EN 301 893 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour les appareils de radiocommunications pour les réseaux locaux
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@bipt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N4. Bijlage 4. - Radio-interface B4 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor telematicatoepassingen voor wegtransport (RTTT : Road Transport and Transport Telematics).
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. Band 5795-5815 MHz.
1.A.1. Kanaalafstand van 5 MHz.
De volgende collectieve frequenties worden toegewezen :
5797,5 MHz
5802,5 MHz
5807,5 MHz
5812,5 MHz
1.A.2. Kanaalafstand van 10 MHz
De volgende collectieve frequenties worden toegewezen :
5800 MHz
5810 MHz
1.A.3.
Het maximaal toegelaten vermogen bedraagt 2W e.i.u.v.
1.A.4.
Deze band wordt voorbehouden voor tolsystemen en radiosystemen tussen voertuig en infrastructuur.
1.B. Banden 63-64 GHz en 76-77 GHz.
1.B.1. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen is afhankelijk van de frequentieband en mag de hieronder aangegeven waarde niet overschrijden.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. Band 5795-5815 MHz.
1.A.1. Kanaalafstand van 5 MHz.
De volgende collectieve frequenties worden toegewezen :
5797,5 MHz
5802,5 MHz
5807,5 MHz
5812,5 MHz
1.A.2. Kanaalafstand van 10 MHz
De volgende collectieve frequenties worden toegewezen :
5800 MHz
5810 MHz
1.A.3.
Het maximaal toegelaten vermogen bedraagt 2W e.i.u.v.
1.A.4.
Deze band wordt voorbehouden voor tolsystemen en radiosystemen tussen voertuig en infrastructuur.
1.B. Banden 63-64 GHz en 76-77 GHz.
1.B.1. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen is afhankelijk van de frequentieband en mag de hieronder aangegeven waarde niet overschrijden.
Art. N4. Annexe 4. - Interface radio B4 (V1.1) pour les appareils de radiocommunication pour des applications télématiques pour le transport routier (RTTT : Road Transport and Traffic Telematics).
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. Bande 5795-5815 MHz.
1.A.1. Espacement entre canaux de 5 MHz.
Les fréquences collectives suivantes sont assignées :
5797,5 MHz
5802,5 MHz
5807,5 MHz
5812,5 MHz
1.A.2. Espacement entre canaux de 10 MHz.
Les fréquences collectives suivantes sont assignées :
5800 MHz
5810 MHz
1.A.3.
La puissance maximale autorisée est 2W p.i.r.e.
1.A.4.
Cette bande est réservée pour des systÚmes de péage et des systÚmes de radiocommunications entre véhicule et infrastructure.
1.B. Bandes 63-64 GHz et 76-77 GHz.
1.B.1. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée dépend de la bande de fréquences et ne peut dépasser la valeur mentionnée ci-dessous.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. Bande 5795-5815 MHz.
1.A.1. Espacement entre canaux de 5 MHz.
Les fréquences collectives suivantes sont assignées :
5797,5 MHz
5802,5 MHz
5807,5 MHz
5812,5 MHz
1.A.2. Espacement entre canaux de 10 MHz.
Les fréquences collectives suivantes sont assignées :
5800 MHz
5810 MHz
1.A.3.
La puissance maximale autorisée est 2W p.i.r.e.
1.A.4.
Cette bande est réservée pour des systÚmes de péage et des systÚmes de radiocommunications entre véhicule et infrastructure.
1.B. Bandes 63-64 GHz et 76-77 GHz.
1.B.1. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée dépend de la bande de fréquences et ne peut dépasser la valeur mentionnée ci-dessous.
Frequentiebanden Toegelaten vermogen
- -
63 - 64 GHz Moet nog bepaald worden
76 - 77 GHz 55 dBm e.i.u.v. (piekvermogen)
50 dBm e.i.u.v. (gemiddeld vermogen)
23,5 dBm e.i.u.v. (gepulste radars).
- -
63 - 64 GHz Moet nog bepaald worden
76 - 77 GHz 55 dBm e.i.u.v. (piekvermogen)
50 dBm e.i.u.v. (gemiddeld vermogen)
23,5 dBm e.i.u.v. (gepulste radars).
Bandes de frequences Limites de puissance
- -
63 - 64 GHz Doivent encore ĂȘtre definies
76 - 77 GHz 55 dBm p.i.r.e. (puissance de crete)
50 dBm p.i.r.e. (puissance moyenne)
23,5 dBm p.i.r.e. (radars pulses).
- -
63 - 64 GHz Doivent encore ĂȘtre definies
76 - 77 GHz 55 dBm p.i.r.e. (puissance de crete)
50 dBm p.i.r.e. (puissance moyenne)
23,5 dBm p.i.r.e. (radars pulses).
1.B.2. De band 63-64 GHz wordt voorbehouden voor radiosystemen tussen voertuigen en radiosystemen tussen voertuig en infrastructuur.
1.B.3. De band 76-77 GHz wordt voorbehouden voor radarsystemen voor voertuigen en voor de infrastructuur.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
NBN EN 301 091 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor radars in de band 76-77 GHz.
NBN EN 300 674-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor telematicatoepassingen voor datacommunicatie op lage snelheid in de 5,8 GHz ISM band voor wegtransport (RTTT : Road Transport and Traffic Telematics).
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
1.B.3. De band 76-77 GHz wordt voorbehouden voor radarsystemen voor voertuigen en voor de infrastructuur.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
NBN EN 301 091 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor radars in de band 76-77 GHz.
NBN EN 300 674-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor telematicatoepassingen voor datacommunicatie op lage snelheid in de 5,8 GHz ISM band voor wegtransport (RTTT : Road Transport and Traffic Telematics).
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
1.B.2. La bande 63-64 GHz est réservée pour des systÚmes de radiocommunications entre des véhicules et des systÚmes de radiocommunications entre véhicule et infrastructure.
1.B.3. La bande 76-77 GHz est réservée pour des systÚmes de radars pour des véhicules et pour l'infrastructure.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (arrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
NBN EN 301 091 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée pour radars dans la bande 76-77 GHz.
NBN EN 300 674-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée pour des applications télématiques pour la transmission des données à débit limité dans la bande ISM 5,8 GHz pour le transport routier (RTTT: Road Transport and traffic Telematics).
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
1.B.3. La bande 76-77 GHz est réservée pour des systÚmes de radars pour des véhicules et pour l'infrastructure.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (arrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
NBN EN 301 091 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée pour radars dans la bande 76-77 GHz.
NBN EN 300 674-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée pour des applications télématiques pour la transmission des données à débit limité dans la bande ISM 5,8 GHz pour le transport routier (RTTT: Road Transport and traffic Telematics).
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N5. Bijlage 5. - Radio-interface B5 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding bedoeld met beperkt bereik bedoeld voor de afstandsbediening van kleine modellen.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1, 13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. Toegewezen frequenties :
De volgende collectieve frequenties worden voorbehouden :
- 26,995 MHz / 27,045 MHz / 27,095 MHz / 27,145 MHz / 27,195 MHz.
- In de band 40,570 tot 40,700 MHz : 40,575 MHz+n x 10 kHz voor n = 0, 1, 2, ..., 11, 12.
- De volgende collectieve frequenties worden voorbehouden voor de modelvliegtuigen : 35,00 MHz+n x 10 kHz voor n = 0, 1, 2, 3, 4, ..., 32, 33.
- 72,025 MHz / 72,050 MHz / 72,075 MHz / 72,100 MHz / 72,125 MHz / 72,150 MHz / 72,175 MHz / 72,200 MHz / 72,225 MHz / 72,250 MHz.
1.B. De kanaalafstand moet 10 kHz bedragen, behalve in de band 72,000-72,275 MHz waar de kanaalafstand 25 kHz mag bedragen.
1.C. Het maximaal toegelaten vermogen bedraagt 0,1 W effectief uitgestraald vermogen.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de UIT).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 220-3 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot maximaal 500 mW.
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1, 13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. Toegewezen frequenties :
De volgende collectieve frequenties worden voorbehouden :
- 26,995 MHz / 27,045 MHz / 27,095 MHz / 27,145 MHz / 27,195 MHz.
- In de band 40,570 tot 40,700 MHz : 40,575 MHz+n x 10 kHz voor n = 0, 1, 2, ..., 11, 12.
- De volgende collectieve frequenties worden voorbehouden voor de modelvliegtuigen : 35,00 MHz+n x 10 kHz voor n = 0, 1, 2, 3, 4, ..., 32, 33.
- 72,025 MHz / 72,050 MHz / 72,075 MHz / 72,100 MHz / 72,125 MHz / 72,150 MHz / 72,175 MHz / 72,200 MHz / 72,225 MHz / 72,250 MHz.
1.B. De kanaalafstand moet 10 kHz bedragen, behalve in de band 72,000-72,275 MHz waar de kanaalafstand 25 kHz mag bedragen.
1.C. Het maximaal toegelaten vermogen bedraagt 0,1 W effectief uitgestraald vermogen.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de UIT).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 220-3 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot maximaal 500 mW.
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N5. Annexe 5. - Interface radio B5 (V1.1) pour les appareils de radiocommunications à courte distance pour la télécommande de modÚles réduits.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. Fréquences assignées :
Les fréquences collectives suivantes sont réservées :
- 26,995 MHz / 27,045 MHz / 27,095 MHz / 27,145 MHz / 27,195 MHz.
- Dans la bande 40,570 Ă 40,700 MHz : 40,575 MHz+n x 10 kHz pour n = 0, 1, 2, ..., 11, 12.
- Les fréquences collectives suivantes sont réservées pour les modÚles réduits volants : 35,00 MHz+n x 10 kHz pour n = 0, 1, 2, 3, 4, ..., 32, 33.
- 72,025 MHz / 72,050 MHz / 72,075 MHz / 72,100 MHz / 72,125MHz / 72,150MHz / 72,175 MHz / 72,200 MHz / 72,225 MHz / 72,250 MHz.
1.B. L'Ă©cartement entre canaux doit ĂȘtre de 10 kHz, exceptĂ© dans la bande 72,000-72,275 MHz. Dans cette bande l'Ă©cartement entre canaux peut ĂȘtre de 25 kHz.
1.C. La puissance maximale autorisée est de 0,1 W de puissance apparente rayonnée.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 220-3 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée à utiliser entre 25 MHz et 1000 MHz avec une puissance jusqu'à 500 mW.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. Fréquences assignées :
Les fréquences collectives suivantes sont réservées :
- 26,995 MHz / 27,045 MHz / 27,095 MHz / 27,145 MHz / 27,195 MHz.
- Dans la bande 40,570 Ă 40,700 MHz : 40,575 MHz+n x 10 kHz pour n = 0, 1, 2, ..., 11, 12.
- Les fréquences collectives suivantes sont réservées pour les modÚles réduits volants : 35,00 MHz+n x 10 kHz pour n = 0, 1, 2, 3, 4, ..., 32, 33.
- 72,025 MHz / 72,050 MHz / 72,075 MHz / 72,100 MHz / 72,125MHz / 72,150MHz / 72,175 MHz / 72,200 MHz / 72,225 MHz / 72,250 MHz.
1.B. L'Ă©cartement entre canaux doit ĂȘtre de 10 kHz, exceptĂ© dans la bande 72,000-72,275 MHz. Dans cette bande l'Ă©cartement entre canaux peut ĂȘtre de 25 kHz.
1.C. La puissance maximale autorisée est de 0,1 W de puissance apparente rayonnée.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 220-3 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée à utiliser entre 25 MHz et 1000 MHz avec une puissance jusqu'à 500 mW.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N6. Bijlage 6. - Radio-interface B6 (V.1.1) voor toestellen voor radioverbinding met beperkt bereik voor inductieve toepassingen.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane veld is afhankelijk van de frequentieband en mag de hieronder aangegeven waarde niet overschrijden.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane veld is afhankelijk van de frequentieband en mag de hieronder aangegeven waarde niet overschrijden.
Art. N6. Annexe 6. - Interface radio B6 (V.1.1) pour les appareils de radiocommunication à courte portée pour des applications inductives.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. Le champ maximal autorisé dépend de la bande de fréquences et ne peut dépasser la valeur mentionnée ci-dessous.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. Le champ maximal autorisé dépend de la bande de fréquences et ne peut dépasser la valeur mentionnée ci-dessous.
Frequentiebanden Toegelaten veld
- -
9 - 59,750 kHz 72 dB'mu'A/m op 10 m (1)
59,750 - 60,250 kHz 42 dB'mu'A/m op 10 m (1)
60,250 - 70,000 kHz 69 dB'mu'A/m op 10 m (1)
70 - 119 kHz 42 dB'mu'A/m op 10 m
119 - 135 kHz 66 dB'mu'A/m op 10 m (1)
135 - 140 kHz 42 dB'mu'A/m op 10 m (1)
140 - 148,5 kHz 37,7 dB'mu'A/m op 10 m (1)
3155 - 3400 kHz 13,5 dB'mu'A/m (op 10 m) (1)
6765 - 6795 kHz 42 dB'mu'A/m (op 10 m)
7400 - 8800 kHz 9 dB'mu'A/m (op 10 m)
13,553 - 13,567 MHz 42 dB'mu'A/m (op 10 m)
26,957 - 27,283 MHz 42 dB'mu'A/m (op 10 m)
- -
9 - 59,750 kHz 72 dB'mu'A/m op 10 m (1)
59,750 - 60,250 kHz 42 dB'mu'A/m op 10 m (1)
60,250 - 70,000 kHz 69 dB'mu'A/m op 10 m (1)
70 - 119 kHz 42 dB'mu'A/m op 10 m
119 - 135 kHz 66 dB'mu'A/m op 10 m (1)
135 - 140 kHz 42 dB'mu'A/m op 10 m (1)
140 - 148,5 kHz 37,7 dB'mu'A/m op 10 m (1)
3155 - 3400 kHz 13,5 dB'mu'A/m (op 10 m) (1)
6765 - 6795 kHz 42 dB'mu'A/m (op 10 m)
7400 - 8800 kHz 9 dB'mu'A/m (op 10 m)
13,553 - 13,567 MHz 42 dB'mu'A/m (op 10 m)
26,957 - 27,283 MHz 42 dB'mu'A/m (op 10 m)
Bandes de frequences Limites de champs
- -
9 - 59,750 kHz 72 dB'mu'A/m (a 10 m (1)
59,750 - 60,250 kHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m (1)
60,250 - 70,000 kHz 69 dB'mu'A/m (a 10 m (1)
70 - 119 kHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m
119 - 135 kHz 66 dB'mu'A/m (a 10 m (1)
135 - 140 kHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m (1)
140 - 148,5 kHz 37,7 dB'mu'A/m op 10 m (1)
3155 - 3400 kHz 13,5 dB'mu'A/m (a 10 m) (1)
6765 - 6795 kHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m)
7400 - 8800 kHz 9 dB'mu'A/m (a 10 m)
13,553 - 13,567 MHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m)
26,957 - 27,283 MHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m)
- -
9 - 59,750 kHz 72 dB'mu'A/m (a 10 m (1)
59,750 - 60,250 kHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m (1)
60,250 - 70,000 kHz 69 dB'mu'A/m (a 10 m (1)
70 - 119 kHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m
119 - 135 kHz 66 dB'mu'A/m (a 10 m (1)
135 - 140 kHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m (1)
140 - 148,5 kHz 37,7 dB'mu'A/m op 10 m (1)
3155 - 3400 kHz 13,5 dB'mu'A/m (a 10 m) (1)
6765 - 6795 kHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m)
7400 - 8800 kHz 9 dB'mu'A/m (a 10 m)
13,553 - 13,567 MHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m)
26,957 - 27,283 MHz 42 dB'mu'A/m (a 10 m)
(1) In het geval van ingebouwde of toegewijde lusantennes met een
oppervlakte tussen 0,05 en 0,16 m2 wordt het toegelaten veld verminderd
met 10xlog (oppervlakte/0,16 m2). Indien de oppervlakte kleiner is dan
0,05 m2 wordt het toegelaten veld verminderd met 10 dB.
oppervlakte tussen 0,05 en 0,16 m2 wordt het toegelaten veld verminderd
met 10xlog (oppervlakte/0,16 m2). Indien de oppervlakte kleiner is dan
0,05 m2 wordt het toegelaten veld verminderd met 10 dB.
(1) Dans le cas d'une antenne boucle interne ou dediee avec une surface
entre 0,05 et 0,16 m2, le champ maximal est reduit de 10xlog
(surface/0,16 m2). Quand la surface est inferieure a 0,05 m2, le champ
maximal est reduit de 10 dB.
entre 0,05 et 0,16 m2, le champ maximal est reduit de 10xlog
(surface/0,16 m2). Quand la surface est inferieure a 0,05 m2, le champ
maximal est reduit de 10 dB.
1.B. In het geval van externe antennes mogen enkel lusantennes met " spoelwerking " gebruikt worden.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot een zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 330-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 9 kHz en 25 MHz en inductieve systemen tussen 9 kHz en 30 MHz.
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot een zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 330-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 9 kHz en 25 MHz en inductieve systemen tussen 9 kHz en 30 MHz.
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
1.B. Dans le cas d'une antenne externe, uniquement des antennes du type " cadre bobiné " sont permises.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à une bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 330-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 9 kHz et 25 MHz et des systÚmes inductifs entre 9 kHz et 30 MHz.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à une bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 330-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 9 kHz et 25 MHz et des systÚmes inductifs entre 9 kHz et 30 MHz.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N7. Bijlage 7. - Radio-interface B7 (V.1.1) voor toestellen voor radioverbinding met beperkt bereik voor toepassingen voor identificatie (RFID, radio frequency identification).
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1,13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen is afhankelijk van de frequentieband en de gebruiksvoorwaarden en mag de hieronder aangegeven waarde niet overschrijden.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1,13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen is afhankelijk van de frequentieband en de gebruiksvoorwaarden en mag de hieronder aangegeven waarde niet overschrijden.
Art. N7. Annexe 7. - Interface radio B7 (V.1.1) pour appareils de radiocommunication à courte portée pour des applications d'identification (RFID, radio frequency identification).
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée dépend de la bande de fréquences et les conditions d'utilisation et ne peut dépasser la valeur mentionnée ci-dessous.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée dépend de la bande de fréquences et les conditions d'utilisation et ne peut dépasser la valeur mentionnée ci-dessous.
Frequentiebanden Toegelaten vermogen (e.i.u.v.)
- -
2446-2454 MHz 500 mW
2446-2454 MHz (1) 4 W
- -
2446-2454 MHz 500 mW
2446-2454 MHz (1) 4 W
Bandes de frequences Limites de puissance (p.i.r.e.)
- -
2446-2454 MHz 500 mW
2446-2454 MHz (1) 4 W
- -
2446-2454 MHz 500 mW
2446-2454 MHz (1) 4 W
(1) Deze band is enkel toegelaten voor FHSS systemen (Frequency hopping
spread spectrum)
spread spectrum)
(1) Cette bande est uniquement permise pour des systemes a saut de
frequence en utilisant le spectre etale.
frequence en utilisant le spectre etale.
In het geval van een vermogen groter dan 500 mW geldt de volgende beperking :
De maximum veldsterkte gegenereerd door RFID's gemeten op een afstand van 10 meter buiten het gebouw mag de equivalente veldsterkte niet overschrijden van een RFID met een maximaal vermogen van 500 mW die aan de buitenzijde van het gebouw is bevestigd.
1.B. Externe antennes mogen niet gebruikt worden.
1.C. In het geval van een vermogen groter dan 500 mW, dient de duty cycle beperkt te zijn tot 15 % in elke periode van 200 ms (30 ms aan/170 ms af).
1.D. Het vermogen boven de 500mW mag enkel gebruikt worden binnen permanente gebouwen.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. De toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Automatische controle van het vermogen (informatief).
Toestellen, waarvan het vermogen de waarde van 500 mW kunnen overschrijden, moeten uitgerust zijn met een automatische controle van het vermogen die garandeert dat het vermogen gereduceerd wordt tot 500 mW in het geval het toestel in beweging is buiten een gebouw.
5. De antennes (informatief)
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 440-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 1 GHz en 25 GHz.
7. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@ibpt.be
8. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio-interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
De maximum veldsterkte gegenereerd door RFID's gemeten op een afstand van 10 meter buiten het gebouw mag de equivalente veldsterkte niet overschrijden van een RFID met een maximaal vermogen van 500 mW die aan de buitenzijde van het gebouw is bevestigd.
1.B. Externe antennes mogen niet gebruikt worden.
1.C. In het geval van een vermogen groter dan 500 mW, dient de duty cycle beperkt te zijn tot 15 % in elke periode van 200 ms (30 ms aan/170 ms af).
1.D. Het vermogen boven de 500mW mag enkel gebruikt worden binnen permanente gebouwen.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. De toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Automatische controle van het vermogen (informatief).
Toestellen, waarvan het vermogen de waarde van 500 mW kunnen overschrijden, moeten uitgerust zijn met een automatische controle van het vermogen die garandeert dat het vermogen gereduceerd wordt tot 500 mW in het geval het toestel in beweging is buiten een gebouw.
5. De antennes (informatief)
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 440-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 1 GHz en 25 GHz.
7. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@ibpt.be
8. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio-interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Dans le cas d'une puissance plus grande que 500 mW la restriction suivante est d'application :
Le champ maximal généré par un RFID et mesuré à une distance de 10m à l'extérieur d'un bùtiment ne peut excéder la valeur équivalente générée par un RFID avec une puissance de 500 mW attaché à l'extérieur du bùtiment.
1.B. Des antennes externes ne sont pas permises.
1.C. Dans le cas d'une puissance plus grande que 500 mW, le duty cycle est limité à 15 % dans chaque période de 200 ms (30 ms allumé/ 170 ms éteint)
1.D. La puissance au-dessus de 500mW ne peut ĂȘtre utilisĂ©e qu'Ă l'intĂ©rieur d'un bĂątiment permanent.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Les fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. ContrĂŽle automatique de la puissance (Ă titre d'information).
Les appareils, dont la puissance peut excéder 500 mW, doivent avoir un contrÎle de la puissance automatique afin de réduire la puissance jusqu'à 500 mW en cas de mouvement à l'extérieur d'un bùtiment.
5. Les Antennes (Ă titre d'information)
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 440-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée à utiliser entre 1 GHz et 25 GHz.
7. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
8. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Le champ maximal généré par un RFID et mesuré à une distance de 10m à l'extérieur d'un bùtiment ne peut excéder la valeur équivalente générée par un RFID avec une puissance de 500 mW attaché à l'extérieur du bùtiment.
1.B. Des antennes externes ne sont pas permises.
1.C. Dans le cas d'une puissance plus grande que 500 mW, le duty cycle est limité à 15 % dans chaque période de 200 ms (30 ms allumé/ 170 ms éteint)
1.D. La puissance au-dessus de 500mW ne peut ĂȘtre utilisĂ©e qu'Ă l'intĂ©rieur d'un bĂątiment permanent.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Les fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. ContrĂŽle automatique de la puissance (Ă titre d'information).
Les appareils, dont la puissance peut excéder 500 mW, doivent avoir un contrÎle de la puissance automatique afin de réduire la puissance jusqu'à 500 mW en cas de mouvement à l'extérieur d'un bùtiment.
5. Les Antennes (Ă titre d'information)
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 440-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée à utiliser entre 1 GHz et 25 GHz.
7. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
8. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N8. Bijlage 8. - Radio-interface B8 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding met beperkt bereik voor antidiefstaltoepassingen en alarmen door middel van bewegingsdetectoren.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen is afhankelijk van de frequentieband en mag de hieronder aangegeven waarde niet overschrijden.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen is afhankelijk van de frequentieband en mag de hieronder aangegeven waarde niet overschrijden.
Art. N8. Annexe 8. - Interface radio B8 (V1.1) pour appareils de radiocommunication à courte portée pour alarmes et systÚmes anti-vol par détection du mouvement.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée dépend de la bande de fréquences et ne peut dépasser la valeur mentionnée ci-dessous.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée dépend de la bande de fréquences et ne peut dépasser la valeur mentionnée ci-dessous.
Frequentiebanden Toegelaten vermogen
- -
2400-2483,5 MHz 25 mW e.i.u.v.
9200-9500 MHz 25 mW e.i.u.v.
9500-9975 MHz 25 mW e.i.u.v.
10,5-10,6 GHz 500 mW e.i.u.v.
13,4-14,0 GHz 25 mW e.i.u.v.
24,05-24,25 GHz 100 mW e.i.u.v.
- -
2400-2483,5 MHz 25 mW e.i.u.v.
9200-9500 MHz 25 mW e.i.u.v.
9500-9975 MHz 25 mW e.i.u.v.
10,5-10,6 GHz 500 mW e.i.u.v.
13,4-14,0 GHz 25 mW e.i.u.v.
24,05-24,25 GHz 100 mW e.i.u.v.
Bandes de frequences Limites de puissance
- -
2400-2483,5 MHz 25 mW p.i.r.e.
9200-9500 MHz 25 mW p.i.r.e.
9500-9975 MHz 25 mW p.i.r.e.
10,5-10,6 GHz 500 mW p.i.r.e.
13,4-14,0 GHz 25 mW p.i.r.e.
24,05-24,25 GHz 100 mW p.i.r.e.
- -
2400-2483,5 MHz 25 mW p.i.r.e.
9200-9500 MHz 25 mW p.i.r.e.
9500-9975 MHz 25 mW p.i.r.e.
10,5-10,6 GHz 500 mW p.i.r.e.
13,4-14,0 GHz 25 mW p.i.r.e.
24,05-24,25 GHz 100 mW p.i.r.e.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot een zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 440-2: Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 1 GHz en 25 GHz.
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio--interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. Sommige toegewezen frequenties behoren tot een zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 440-2: Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 1 GHz en 25 GHz.
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio--interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à une bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 440-2: Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée à utiliser entre 1 GHz et 25 GHz.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Certaines fréquences assignées appartiennent à une bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 440-2: Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée à utiliser entre 1 GHz et 25 GHz.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N9. Bijlage 9. - Radio-interface B9 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding met beperkt bereik voor medische telemetrie.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De volgende frequenties worden toegewezen aan medische telemetrie :
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De volgende frequenties worden toegewezen aan medische telemetrie :
Art. N9. Annexe 9. - Interface radio B9 (V1.1) pour appareils de radiocommunication à courte portée pour la télémétrie médicale.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe es exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. Les fréquences suivantes sont assignées à la télémétrie médicale :
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe es exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. Les fréquences suivantes sont assignées à la télémétrie médicale :
151,500MHz 174,125 MHz 457,525 MHz 467,750 MHz 448,125 MHz 470,025 MHz
173,250MHz 174,250 MHz 457,550 MHz 467,775 MHz 448,150 MHz 470,050 MHz
175,375 MHz 457,575 MHz 467,800 MHz 448,175 MHz 470,075 MHz
175,500 MHz 457,600 MHz 467,825 MHz 448,200 MHz 470,100 MHz
175,625 MHz 467,850 MHz 448,225 MHz 470,125 MHz
175,750 MHz 467.875MHz 448,250 MHz 470,150 MHz
175,875 MHz 467,900 MHz 448,275 MHz 470,175 MHz
467,925 MHz 448,300 MHz 470,200 MHz
448,325 MHz
448,350 MHz
448,375 MHz
448,400 MHz
173,250MHz 174,250 MHz 457,550 MHz 467,775 MHz 448,150 MHz 470,050 MHz
175,375 MHz 457,575 MHz 467,800 MHz 448,175 MHz 470,075 MHz
175,500 MHz 457,600 MHz 467,825 MHz 448,200 MHz 470,100 MHz
175,625 MHz 467,850 MHz 448,225 MHz 470,125 MHz
175,750 MHz 467.875MHz 448,250 MHz 470,150 MHz
175,875 MHz 467,900 MHz 448,275 MHz 470,175 MHz
467,925 MHz 448,300 MHz 470,200 MHz
448,325 MHz
448,350 MHz
448,375 MHz
448,400 MHz
151,500MHz 174,125 MHz 457,525 MHz 467,750 MHz 448,125 MHz 470,025 MHz
173,250MHz 174,250 MHz 457,550 MHz 467,775 MHz 448,150 MHz 470,050 MHz
175,375 MHz 457,575 MHz 467,800 MHz 448,175 MHz 470,075 MHz
175,500 MHz 457,600 MHz 467,825 MHz 448,200 MHz 470,100 MHz
175,625 MHz 467,850 MHz 448,225 MHz 470,125 MHz
175,750 MHz 467.875MHz 448,250 MHz 470,150 MHz
175,875 MHz 467,900 MHz 448,275 MHz 470,175 MHz
467,925 MHz 448,300 MHz 470,200 MHz
448,325 MHz
448,350 MHz
448,375 MHz
448,400 MHz
173,250MHz 174,250 MHz 457,550 MHz 467,775 MHz 448,150 MHz 470,050 MHz
175,375 MHz 457,575 MHz 467,800 MHz 448,175 MHz 470,075 MHz
175,500 MHz 457,600 MHz 467,825 MHz 448,200 MHz 470,100 MHz
175,625 MHz 467,850 MHz 448,225 MHz 470,125 MHz
175,750 MHz 467.875MHz 448,250 MHz 470,150 MHz
175,875 MHz 467,900 MHz 448,275 MHz 470,175 MHz
467,925 MHz 448,300 MHz 470,200 MHz
448,325 MHz
448,350 MHz
448,375 MHz
448,400 MHz
1B. Het maximaal uitgestraald vermogen mag de waarde van 10 mW e.u.v. niet overschrijden.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 220-3 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot maximaal 500 mW.
5. De antennes (informatief).
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
7. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 220-3 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot maximaal 500 mW.
5. De antennes (informatief).
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
7. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
1B. La puissance rayonnée maximale autorisée ne peut pas dépasser la valeur de 10mW p.a.r.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 220-3 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 25 MHz et 1000 MHz avec une puissance jusqu'à 500 mW.
5. Les Antennes (Ă titre d'information).
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
7. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 220-3 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 25 MHz et 1000 MHz avec une puissance jusqu'à 500 mW.
5. Les Antennes (Ă titre d'information).
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
7. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N10. Bijlage 10. - Radio-interface B10 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding bedoeld met beperkt bereik bedoeld voor draadloze microfoons.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen evenals de maximaal toegestane duty cyle zijn afhankelijk van de frequentieband en mogen de hieronder aangegeven waarden niet overschrijden.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen evenals de maximaal toegestane duty cyle zijn afhankelijk van de frequentieband en mogen de hieronder aangegeven waarden niet overschrijden.
Art. N10. Annexe 10. - Interface radio B10 (V1.1) pour appareils de radiocommunication Ă courte distance pour des microphones sans fils.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de frequences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée ainsi que le duty cycle maximal autorisé dépendent de la bande de fréquences et ne peut dépasser les valeurs mentionnées ci-dessous.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de frequences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée ainsi que le duty cycle maximal autorisé dépendent de la bande de fréquences et ne peut dépasser les valeurs mentionnées ci-dessous.
Frequentiebanden Toegelaten vermogen Duty cycle
- - -
29,800- 47,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
174,000-230,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
50 mW e.u.v.
470,000-862,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
50 mW e.u.v.
863,000-865,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
1785,000-1800,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
50 mW e.u.v.
- - -
29,800- 47,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
174,000-230,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
50 mW e.u.v.
470,000-862,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
50 mW e.u.v.
863,000-865,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
1785,000-1800,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
50 mW e.u.v.
Bandes de frequences Limites de puissance Duty cycle
- - -
29,800- 47,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
174,000-230,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
50 mW p.a.r.
470,000-862,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
50 mW p.a.r.
863,000-865,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
1785,000-1800,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
50 mW p.a.r.
- - -
29,800- 47,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
174,000-230,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
50 mW p.a.r.
470,000-862,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
50 mW p.a.r.
863,000-865,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
1785,000-1800,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
50 mW p.a.r.
1B. Band 863-865MHz.
In het geval van analoge systemen in de band 863-865 MHz mag de maximaal bandbreedte de 300 kHz niet overschrijden.
1C. Vermogen van 50 mW e.u.v.
Het effectief uitgestraald vermogen tussen 10 mW en 50 mW is enkel toegelaten in het geval een microfoon die op het lichaam gedragen wordt.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning (enkel voor die banden die vermeld staan in het KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003).
Onder andere de volgende banden zijn toegelaten zonder vergunning :
-181,4-184,2 MHz,
-202,4-205,2MHz,
-kanaal 27(518-526 MHz),
-kanaal 29(534-542 MHz),
-kanaal 69(854-862 MHz),
-863-865 MHz,
-1785-1800 MHz.
Volgende kanalen worden gebruikt door de omroepinstellingen :
-24 (494-502 MHz): VTM/RTL-TVI
-31(550-558 MHz): RTB-F
-32(558-566 MHz): BRF/CANAL+
-33(566-574 MHz): RTB-F
-35(582-590 MHz): RTL-TVI/VTM
-51(710-718 MHz): VRT
-54(734-742 MHz): VRT
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 422-2 Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding met beperkt bereik voor draadloze microfoons te gebruiken tussen 25 MHz en 3000 MHz.
- NBN EN 301 357-2: Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik bedoeld voor draadloze audioverbindingen.
- NBN EN 301 840-2 Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor digitale draadloze microfoons in de frequentieband 25 MHz tot 3000 MHz.
5. De antennes (informatief).
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio--interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
7. TV-zender te Bouillon.
De collectieve frequenties in de band 202,4-205,2 MHz mogen niet gebruikt worden in de gemeente Bouillon, noch in een straal van 50 km rond die gemeente. Bij het toestel dient een bijsluiter geleverd te worden waarop deze voorwaarde vermeld staat.
8. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
In het geval van analoge systemen in de band 863-865 MHz mag de maximaal bandbreedte de 300 kHz niet overschrijden.
1C. Vermogen van 50 mW e.u.v.
Het effectief uitgestraald vermogen tussen 10 mW en 50 mW is enkel toegelaten in het geval een microfoon die op het lichaam gedragen wordt.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning (enkel voor die banden die vermeld staan in het KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003).
Onder andere de volgende banden zijn toegelaten zonder vergunning :
-181,4-184,2 MHz,
-202,4-205,2MHz,
-kanaal 27(518-526 MHz),
-kanaal 29(534-542 MHz),
-kanaal 69(854-862 MHz),
-863-865 MHz,
-1785-1800 MHz.
Volgende kanalen worden gebruikt door de omroepinstellingen :
-24 (494-502 MHz): VTM/RTL-TVI
-31(550-558 MHz): RTB-F
-32(558-566 MHz): BRF/CANAL+
-33(566-574 MHz): RTB-F
-35(582-590 MHz): RTL-TVI/VTM
-51(710-718 MHz): VRT
-54(734-742 MHz): VRT
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 422-2 Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding met beperkt bereik voor draadloze microfoons te gebruiken tussen 25 MHz en 3000 MHz.
- NBN EN 301 357-2: Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik bedoeld voor draadloze audioverbindingen.
- NBN EN 301 840-2 Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor digitale draadloze microfoons in de frequentieband 25 MHz tot 3000 MHz.
5. De antennes (informatief).
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio--interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
7. TV-zender te Bouillon.
De collectieve frequenties in de band 202,4-205,2 MHz mogen niet gebruikt worden in de gemeente Bouillon, noch in een straal van 50 km rond die gemeente. Bij het toestel dient een bijsluiter geleverd te worden waarop deze voorwaarde vermeld staat.
8. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
1B. Bande 863-865 MHz.
Dans le cas des systÚmes analogiques dans la bande 863-865 MHz, la largeur de bande maximale ne peut pas dépasser le 300 kHz.
1C. Puissance de 50mW p.a.r.
Une p.a.r. entre 10 mW et 50mW est uniquement permise pour un microphone porté sur le corps.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle (uniquement pour les bandes mentionnées dans l'AR du 13 février 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003).
Entre autres, les bandes suivantes sont permises sans licence individuelle :
-181,4-184,2 MHz,
-202,4-205,2MHz,
-canal 27(518-526 MHz),
-canal 29(534-542 MHz),
-canal 69(854-862 MHz),
-863-865 MHz,
-1785-1800 MHz.
Les canaux suivants sont utilisés par les sociétés de radiodiffusion :
-24 (494-502 MHz): VTM/RTL-TVI
-31(550-558 MHz): RTB-F
-32(558-566 MHz): BRF/CANAL+
-33(566-574 MHz): RTB-F
-35(582-590 MHz): RTL-TVI/VTM
-51(710-718 MHz): VRT
-54(734-742 MHz): VRT
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 422-2 Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée pour des microphones sans fil à utiliser entre 25 MHz et 3000 MHz.
- NBN EN 301 357-2: Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée pour des liaisons audio sans cordon.
- NBN EN 301 840-2 Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R & TTE pour microphones sans fil numériques à utiliser entre 25 MHz et 3000 MHz.
5. Les Antennes (Ă titre d'information).
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
7. Emetteur TV Ă Bouillon.
Les frĂ©quences collectives dans la bande 202,4-205,2 MHz ne peuvent pas ĂȘtre utilisĂ©es dans la commune de Bouillon, ni dans un rayon de 50 km autour de cette commune. L'appareil doit ĂȘtre accompagnĂ© d'une notice mentionnant cette condition.
8. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Dans le cas des systÚmes analogiques dans la bande 863-865 MHz, la largeur de bande maximale ne peut pas dépasser le 300 kHz.
1C. Puissance de 50mW p.a.r.
Une p.a.r. entre 10 mW et 50mW est uniquement permise pour un microphone porté sur le corps.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle (uniquement pour les bandes mentionnées dans l'AR du 13 février 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003).
Entre autres, les bandes suivantes sont permises sans licence individuelle :
-181,4-184,2 MHz,
-202,4-205,2MHz,
-canal 27(518-526 MHz),
-canal 29(534-542 MHz),
-canal 69(854-862 MHz),
-863-865 MHz,
-1785-1800 MHz.
Les canaux suivants sont utilisés par les sociétés de radiodiffusion :
-24 (494-502 MHz): VTM/RTL-TVI
-31(550-558 MHz): RTB-F
-32(558-566 MHz): BRF/CANAL+
-33(566-574 MHz): RTB-F
-35(582-590 MHz): RTL-TVI/VTM
-51(710-718 MHz): VRT
-54(734-742 MHz): VRT
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 422-2 Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée pour des microphones sans fil à utiliser entre 25 MHz et 3000 MHz.
- NBN EN 301 357-2: Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée pour des liaisons audio sans cordon.
- NBN EN 301 840-2 Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R & TTE pour microphones sans fil numériques à utiliser entre 25 MHz et 3000 MHz.
5. Les Antennes (Ă titre d'information).
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
7. Emetteur TV Ă Bouillon.
Les frĂ©quences collectives dans la bande 202,4-205,2 MHz ne peuvent pas ĂȘtre utilisĂ©es dans la commune de Bouillon, ni dans un rayon de 50 km autour de cette commune. L'appareil doit ĂȘtre accompagnĂ© d'une notice mentionnant cette condition.
8. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N11. Bijlage 11. - Radio-interface B11 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding bedoeld met beperkt bereik bedoeld voor alarmen en sociale alarmen.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1, 13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen evenals de maximaal toegestane dutycyle zijn afhankelijk van de frequentieband en mogen de hieronder aangegeven waarden niet overschrijden.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1, 13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen evenals de maximaal toegestane dutycyle zijn afhankelijk van de frequentieband en mogen de hieronder aangegeven waarden niet overschrijden.
Art. N11. Annexe 11. - Interface radio B11 (V1.1) pour appareils de radiocommunication Ă courte distance pour des alarmes et alarmes sociales.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée ainsi que le duty cycle maximal autorisé dépendent de la bande de fréquences et ne peut dépasser les valeurs mentionnées ci-dessous.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de fréquences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée ainsi que le duty cycle maximal autorisé dépendent de la bande de fréquences et ne peut dépasser les valeurs mentionnées ci-dessous.
Frequentiebanden Toegelaten vermogen Duty cycle
- - -
868,600-868,700 MHz 10 mW e.u.v. <0,1 %
869,200-869,250 MHz 10 mW e.u.v. <0,1 %
869,250-869,300 MHz 10 mW e.u.v. <0,1 %
869,650-869,700 MHz 25 mW e.u.v. <10 %
- - -
868,600-868,700 MHz 10 mW e.u.v. <0,1 %
869,200-869,250 MHz 10 mW e.u.v. <0,1 %
869,250-869,300 MHz 10 mW e.u.v. <0,1 %
869,650-869,700 MHz 25 mW e.u.v. <10 %
Bandes de frequences Limites de puissance Duty cycle
- - -
868,600-868,700 MHz 10 mW p.a.r. <0,1 %
869,200-869,250 MHz 10 mW p.a.r. <0,1 %
869,250-869,300 MHz 10 mW p.a.r. <0,1 %
869,650-869,700 MHz 25 mW p.a.r. <10 %
- - -
868,600-868,700 MHz 10 mW p.a.r. <0,1 %
869,200-869,250 MHz 10 mW p.a.r. <0,1 %
869,250-869,300 MHz 10 mW p.a.r. <0,1 %
869,650-869,700 MHz 25 mW p.a.r. <10 %
1B. De maximale bandbreedte is 25 kHz, behalve voor de band 868,600-868,700 MHz waar de volledige band ook als 1 kanaal voor data transmissie op hoge snelheid gebruikt mag worden.
1C. De frequentieband 869,200-869,250 MHz is voorbehouden voor sociale alarmen.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 220-3: Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot maximaal 500 mW.
5. De antennes (informatief).
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Opmerking.
Voor de duty cycle worden volgende beperkingen gehanteerd :
1C. De frequentieband 869,200-869,250 MHz is voorbehouden voor sociale alarmen.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 220-3: Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot maximaal 500 mW.
5. De antennes (informatief).
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Opmerking.
Voor de duty cycle worden volgende beperkingen gehanteerd :
1B. La largeur de bande maximale est 25 kHz, sauf pour la bande 868,600-868,700 MHz; toute cette bande peut ĂȘtre utilisĂ©e comme un seul canal pour la transmission des donnĂ©es Ă haute vitesse.
1C. La bande de frequences 869,200-869,250 MHz est réservée pour les alarmes sociales.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (AR du 13 février 2003, Moniteur belge 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (a titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 220-3: Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée à utiliser entre 25 MHz et 1000 MHz avec une puissance jusqu'à 500 mW.
5. Les Antennes (Ă titre d'information).
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. Remarque.
Pour le duty cycle, les restrictions suivantes sont applicables :
1C. La bande de frequences 869,200-869,250 MHz est réservée pour les alarmes sociales.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (AR du 13 février 2003, Moniteur belge 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (a titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 220-3: Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée à utiliser entre 25 MHz et 1000 MHz avec une puissance jusqu'à 500 mW.
5. Les Antennes (Ă titre d'information).
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. Remarque.
Pour le duty cycle, les restrictions suivantes sont applicables :
Maximumduur van Minimumduur
continue uitzending tussen uitzendingen
Duty cycle (max. on-time) minimum off-time)
- - -
0,1 % 0,72 s 0,72 s
10 % 36 s 3,6 s
continue uitzending tussen uitzendingen
Duty cycle (max. on-time) minimum off-time)
- - -
0,1 % 0,72 s 0,72 s
10 % 36 s 3,6 s
Duree maximale Duree minimale
d'emission continue entre emissions
Duty cycle (max. on-time) (minimum off-time)
- - -
0,1 % 0,72 s 0,72 s
10 % 36 s 3,6 s
d'emission continue entre emissions
Duty cycle (max. on-time) (minimum off-time)
- - -
0,1 % 0,72 s 0,72 s
10 % 36 s 3,6 s
7. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
8. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio-interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
8. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio-interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
7. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
8. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘte ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
8. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘte ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N12. Bijlage 12. - Radio-interface B12 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding bedoeld met beperkt bereik bedoeld voor draadloze audioverbindingen.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen evenals de maximaal toegestane duty cycle zijn afhankelijk van de frequentieband en mogen de hieronder aangegeven waarden niet overschrijden.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De draaggolf frequentie wordt gekozen uit de frequentiebanden in de hieronder opgenomen tabel van collectieve frequenties. Het maximaal toegestane vermogen evenals de maximaal toegestane duty cycle zijn afhankelijk van de frequentieband en mogen de hieronder aangegeven waarden niet overschrijden.
Art. N12. Annexe 12. - Interface radio B12 (V1.1) pour appareils de radiocommunication Ă courte distance pour des liaisons audio sans cordon.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de frequences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée ainsi que le duty cycle maximal autorisé dependent de la bande de fréquences et ne peut dépasser les valeurs mentionnées ci-dessous
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence de l'onde porteuse est choisie parmi les bandes de frequences dans le tableau des fréquences collectives mentionné ci-dessous. La puissance maximale autorisée ainsi que le duty cycle maximal autorisé dependent de la bande de fréquences et ne peut dépasser les valeurs mentionnées ci-dessous
Frequentiebanden Toegelaten vermogen Duty cycle
- - -
36,6-36,8 MHz/ 10 mW e.u.v. 100 %
37,0-37,2 MHz/
37,8-38,0 MHz
863,000-865,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
- - -
36,6-36,8 MHz/ 10 mW e.u.v. 100 %
37,0-37,2 MHz/
37,8-38,0 MHz
863,000-865,000 MHz 10 mW e.u.v. 100 %
Bandes de frequences Limites de puissance Duty cycle
- - -
36,6-36,8 MHz/ 10 mW p.a.r. 100 %
37,0-37,2 MHz/
37,8-38,0 MHz
863,000-865,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
- - -
36,6-36,8 MHz/ 10 mW p.a.r. 100 %
37,0-37,2 MHz/
37,8-38,0 MHz
863,000-865,000 MHz 10 mW p.a.r. 100 %
1B. Smalbandsystemen.
Smal band systemen (50 kHz) mogen enkel de band 864,8 - 865 MHz gebruiken.
1C. Breedbandsystemen.
In het geval van analoge systemen in de band 863-865 MHz mag de maximaal bandbreedte de 300 kHz niet overschrijden.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning (KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 301 357-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik bedoeld voor draadloze audioverbindingen.
- NBN EN 300 220-3 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot maximaal 500 mW.
5. De antennes (informatief).
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Technische parameter van de geharmoniseerde norm (informatief).
Systemen moeten zodanig ontworpen worden dat er geen draaggolf uitgezonden wordt wanneer het systeem niet actief is.
7. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio--interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
8. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Smal band systemen (50 kHz) mogen enkel de band 864,8 - 865 MHz gebruiken.
1C. Breedbandsystemen.
In het geval van analoge systemen in de band 863-865 MHz mag de maximaal bandbreedte de 300 kHz niet overschrijden.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning (KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 301 357-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik bedoeld voor draadloze audioverbindingen.
- NBN EN 300 220-3 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot maximaal 500 mW.
5. De antennes (informatief).
Het toestel moet gebruikt worden met de door de fabrikant voorgeschreven antenne.
6. Technische parameter van de geharmoniseerde norm (informatief).
Systemen moeten zodanig ontworpen worden dat er geen draaggolf uitgezonden wordt wanneer het systeem niet actief is.
7. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio--interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
8. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
1B. SystÚmes a bande étroite
Des systÚmes à bande étroite (50 kHz) ne peuvent utiliser que la bande 864,8-865 MHz.
1C. SystĂšmes Ă bande large.
Dans le cas des systÚmes analogiques dans la bande 863-865 MHz, la largeur de bande maximale ne peut pas dépasser le 300 kHz.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle (AR du 13 février 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (a titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 301 357-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée pour des liaisons audio sans cordon.
- NBN EN 300 220-3 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 25 MHz et 1000 MHz avec une puissance jusqu'à 500 mW.
5. Les Antennes (Ă titre d'information).
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. ParamÚtre technique de la norme harmonisée (à titre informatif).
Les systĂšmes doivent ĂȘtre conçus afin que la porteuse ne soit pas Ă©mise en cas de non-activitĂ©.
7. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
8. Version de présente interface.
Version 1.1
a) chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Des systÚmes à bande étroite (50 kHz) ne peuvent utiliser que la bande 864,8-865 MHz.
1C. SystĂšmes Ă bande large.
Dans le cas des systÚmes analogiques dans la bande 863-865 MHz, la largeur de bande maximale ne peut pas dépasser le 300 kHz.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle (AR du 13 février 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (a titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 301 357-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée pour des liaisons audio sans cordon.
- NBN EN 300 220-3 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 25 MHz et 1000 MHz avec une puissance jusqu'à 500 mW.
5. Les Antennes (Ă titre d'information).
L'appareil doit ĂȘtre utilisĂ©e avec l'antenne prescrite par le constructeur.
6. ParamÚtre technique de la norme harmonisée (à titre informatif).
Les systĂšmes doivent ĂȘtre conçus afin que la porteuse ne soit pas Ă©mise en cas de non-activitĂ©.
7. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
8. Version de présente interface.
Version 1.1
a) chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N13. Bijlage 13. - Radio-interface B13 (V1.1) voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor de identificatie van spoorwegwagons.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimumvereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De volgende collectieve frequenties worden toegewezen :
2447 MHz
2448,5 MHz
2450 MHz
2451,5 MHz
2453 MHz.
1.B. Vermogen.
Het vermogen is beperkt tot 500mW e.i.r.p.
1.C. De bandbreedte is 1,5 MHz.
2. Vergunningsregime(informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. De toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
NBN EN 300 761-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik bedoeld voor de identificatie van spoorwegwagons.
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimumvereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De volgende collectieve frequenties worden toegewezen :
2447 MHz
2448,5 MHz
2450 MHz
2451,5 MHz
2453 MHz.
1.B. Vermogen.
Het vermogen is beperkt tot 500mW e.i.r.p.
1.C. De bandbreedte is 1,5 MHz.
2. Vergunningsregime(informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. De toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
NBN EN 300 761-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik bedoeld voor de identificatie van spoorwegwagons.
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N13. Annexe 13. - Interface radio B13 (V1.1) pour les appareils de radiocommunication pour l'identification automatique des wagons pour les chemins de fer.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. Les fréquences collectives suivantes sont assignées :
2447 MHz
2448,5 MHz
2450 MHz
2451,5 MHz
2453 MHz
1.B. Puissance.
La puissance est limitée à 500mW p.i.r.e.
1.C. La largeur de bande est de 1,5 MHz
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Les fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
NBN EN 300 761-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée pour l'identification automatique des wagons ferroviaires.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. Les fréquences collectives suivantes sont assignées :
2447 MHz
2448,5 MHz
2450 MHz
2451,5 MHz
2453 MHz
1.B. Puissance.
La puissance est limitée à 500mW p.i.r.e.
1.C. La largeur de bande est de 1,5 MHz
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Les fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
NBN EN 300 761-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radiocommunication à courte portée pour l'identification automatique des wagons ferroviaires.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N14. Bijlage 14. - Radio-interface B14 (V1.1) actieve medische implantaten.
Details van het frequentieplan en technische specificaties voor de toestellen voor radioverbinding bedoeld voor de actieve medische implantaten met zeer laag vermogen.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1,13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De volgende collectieve frequentieband worden toegewezen : 402-405 MHz
Het effectief uitgestraald vermogen is beperkt tot 25'mu'W
1B. De volgende collectieve frequentieband wordt toegewezen : 9-315 kHz
Het toegelaten magnetisch veld bedraagt 30dB'mu'A/m op 10m. (Duty cycle <10 %)
1C. De kanaalafstand in de band 402-405 MHz bedraagt 25 kHz. Kanalen mogen gecombineerd worden tot 300 kHz
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 301 839-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik voor de actieve medische implantaten met zeer laag vermogen.
- NBN EN 300 330-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 9 kHz en 25 MHz en inductieve systemen tussen 9 kHz en 30 MHz
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Details van het frequentieplan en technische specificaties voor de toestellen voor radioverbinding bedoeld voor de actieve medische implantaten met zeer laag vermogen.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1,13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De volgende collectieve frequentieband worden toegewezen : 402-405 MHz
Het effectief uitgestraald vermogen is beperkt tot 25'mu'W
1B. De volgende collectieve frequentieband wordt toegewezen : 9-315 kHz
Het toegelaten magnetisch veld bedraagt 30dB'mu'A/m op 10m. (Duty cycle <10 %)
1C. De kanaalafstand in de band 402-405 MHz bedraagt 25 kHz. Kanalen mogen gecombineerd worden tot 300 kHz
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (Koninklijk besluit van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 301 839-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik voor de actieve medische implantaten met zeer laag vermogen.
- NBN EN 300 330-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 9 kHz en 25 MHz en inductieve systemen tussen 9 kHz en 30 MHz
5. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
6. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N14. Annexe 14. - Interface radio B14 (V1.1) implants médicaux actifs.
Détails du plan de fréquences et spécifications techniques des appareils de radiocommunications pour les implants médicaux actifs a puissance trÚs limitée.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La bande de fréquences collectives suivante est assignée : 402-405 MHz
La puissance apparente rayonnée est limitée à 25'mu'W.
1B. La bande de fréquences collectives suivante est assignée : 9-315 kHz
Le champ magnétique permis est 30dB'mu'A/m à 10m. (Duty cycle <10 %)
1C. L'espacement entre les canaux dans la bande 402-405 MHz est de 25 kHz. Des canaux peuvent ĂȘtre combinĂ©s jusqu'Ă 300 kHz
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radiocommunications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 301 839 -2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée pour les implants médicaux actifs a puissance trÚs limitée.
- NBN EN 300 330-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 9 kHz et 25 MHz et des systÚmes inductifs entre 9 kHz et 30 MHz.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Détails du plan de fréquences et spécifications techniques des appareils de radiocommunications pour les implants médicaux actifs a puissance trÚs limitée.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La bande de fréquences collectives suivante est assignée : 402-405 MHz
La puissance apparente rayonnée est limitée à 25'mu'W.
1B. La bande de fréquences collectives suivante est assignée : 9-315 kHz
Le champ magnétique permis est 30dB'mu'A/m à 10m. (Duty cycle <10 %)
1C. L'espacement entre les canaux dans la bande 402-405 MHz est de 25 kHz. Des canaux peuvent ĂȘtre combinĂ©s jusqu'Ă 300 kHz
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (ArrĂȘtĂ© royal du 13 fĂ©vrier 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003)
3. Statut du service de radiocommunications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 301 839 -2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée pour les implants médicaux actifs a puissance trÚs limitée.
- NBN EN 300 330-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio communication à courte portée à utiliser entre 9 kHz et 25 MHz et des systÚmes inductifs entre 9 kHz et 30 MHz.
5. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
6. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N15. Bijlage 15. - Radio-interface B15 (V1.1) EUROBALISE.
Details van het frequentieplan en technische specificaties voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor EUROBALISE.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De volgende collectieve frequentie wordt toegewezen :
27,095 MHz
1.D. Magnetisch veld.
< 42dB'mu'A/m op 10m
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning (KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003).
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. De toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 330-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 9 kHz en 25 MHz en inductieve systemen tussen 9 kHz en 30 MHz.
5. Spectrummasker (informatief).
(Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-01-2005, p. 461).
6. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio--interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
7. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Details van het frequentieplan en technische specificaties voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor EUROBALISE.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De volgende collectieve frequentie wordt toegewezen :
27,095 MHz
1.D. Magnetisch veld.
< 42dB'mu'A/m op 10m
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning (KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 14 april 2003).
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing. De toegewezen frequenties behoren tot de zogenaamde ISM-band. (art. S5.150 van het RR van de ITU).
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 330-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 9 kHz en 25 MHz en inductieve systemen tussen 9 kHz en 30 MHz.
5. Spectrummasker (informatief).
(Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-01-2005, p. 461).
6. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio--interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
7. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N15. Annexe 15. - Interface radio B15 (V1.1) EUROBALISE.
Détails du plan de fréquences et spécifications techniques des appareils de radiocommunications pour EUROBALISE.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence collective suivante est assignée :
27,095 MHz
1.D. Champ magnétique.
< 42dB'mu'A/m Ă 10m
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (AR du 13 février 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003).
3. Statut du service de radiocommunications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Les fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 330-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio-communication à courte portée à utiliser entre 9 kHz et 25 MHz et des systÚmes inductifs entre 9 kHz et 30 MHz.
5. Masque de spectre (Ă titre informatif).
(Image non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 07-01-2005, p. 461).
6. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
7. Version de presente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Détails du plan de fréquences et spécifications techniques des appareils de radiocommunications pour EUROBALISE.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence collective suivante est assignée :
27,095 MHz
1.D. Champ magnétique.
< 42dB'mu'A/m Ă 10m
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (AR du 13 février 2003, Moniteur belge du 14 avril 2003).
3. Statut du service de radiocommunications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations. Les fréquences assignées appartiennent à la bande appelée ISM (art. S5.150 du RR de l'UIT).
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 330-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio-communication à courte portée à utiliser entre 9 kHz et 25 MHz et des systÚmes inductifs entre 9 kHz et 30 MHz.
5. Masque de spectre (Ă titre informatif).
(Image non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 07-01-2005, p. 461).
6. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
7. Version de presente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N16. Bijlage 16. - Radio-interface B16 (V1.1) EUROLOOP.
Details van het frequentieplan en technische specificaties voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor EUROLOOP.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1,13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De volgende collectieve frequentie wordt toegewezen :
4,515 MHz
1B. Uitzending is enkel toegelaten na ontvangst van een EUROBALISE-signaal.
1C. Magnetisch veld
Het maximaal magnetische veld, gemeten 10m/10kHz mag de 7dB'mu'A/m niet overschrijden.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 330-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 9 kHz en 25 MHz en inductieve systemen tussen 9 kHz en 30 MHz.
5. Spectrummasker (informatief).
Volgende figuur met waarden voor de grenzen voor het magnetisch veld op 10 meter afstand in een meetband van 10 kHz wordt aanbevolen.
(Figuur niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-01-2005, p. 462).
6. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
7. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Details van het frequentieplan en technische specificaties voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor EUROLOOP.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar art. 1,13° van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1A. De volgende collectieve frequentie wordt toegewezen :
4,515 MHz
1B. Uitzending is enkel toegelaten na ontvangst van een EUROBALISE-signaal.
1C. Magnetisch veld
Het maximaal magnetische veld, gemeten 10m/10kHz mag de 7dB'mu'A/m niet overschrijden.
2. Vergunningsregime (informatief).
Vrijstelling van individuele vergunning. (KB van 13 februari 2003, Belgisch Staatsblad 14 april 2003)
3. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequenties mogen geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
4. Norm.
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
- NBN EN 300 330-2 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor beperkt bereik te gebruiken tussen 9 kHz en 25 MHz en inductieve systemen tussen 9 kHz en 30 MHz.
5. Spectrummasker (informatief).
Volgende figuur met waarden voor de grenzen voor het magnetisch veld op 10 meter afstand in een meetband van 10 kHz wordt aanbevolen.
(Figuur niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 07-01-2005, p. 462).
6. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
7. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EG.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N16. Annexe 16. - Interface radio B16 (V1.1) EUROLOOP.
Détails du plan de fréquences et spécifications techniques des appareils de radiocommunications pour EUROLOOP.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence collective suivante est assignee :
4,515 MHz
1B. L'émission est uniquement permise aprÚs réception d'un signal EUROBALISE.
1C. Champ magnétique
Le champ magnétique maximal mesuré 10m/10kHz ne peut dépasser 7dB'mu'A/m.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (AR du 13 février 2003, Moniteur belge 14 avril 2003)
3. Statut du service de radiocommunications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 330-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio-communication à courte portée à utiliser entre 9 kHz et 25 MHz et des systÚmes inductifs entre 9 kHz et 30 MHz.
5. Masque de spectre (Ă titre informatif).
La figure ci-aprÚs, reprenant des valeurs pour les limites du champ magnétique à une distance de 10 mÚtres dans une bande de mesure de 10 kHz, est recommandée.
(Figure non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 07-01-2005, p. 462).
6. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
7. Version de presente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Détails du plan de fréquences et spécifications techniques des appareils de radiocommunications pour EUROLOOP.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée présumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1A. La fréquence collective suivante est assignee :
4,515 MHz
1B. L'émission est uniquement permise aprÚs réception d'un signal EUROBALISE.
1C. Champ magnétique
Le champ magnétique maximal mesuré 10m/10kHz ne peut dépasser 7dB'mu'A/m.
2. Régime des licences (à titre informatif).
Exemption de licence individuelle. (AR du 13 février 2003, Moniteur belge 14 avril 2003)
3. Statut du service de radiocommunications (Ă titre informatif).
Les fréquences assignées ne peuvent provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
4. La norme.
Le respect de la norme NBN ci-aprÚs présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
- NBN EN 300 330-2 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio-communication à courte portée à utiliser entre 9 kHz et 25 MHz et des systÚmes inductifs entre 9 kHz et 30 MHz.
5. Masque de spectre (Ă titre informatif).
La figure ci-aprÚs, reprenant des valeurs pour les limites du champ magnétique à une distance de 10 mÚtres dans une bande de mesure de 10 kHz, est recommandée.
(Figure non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 07-01-2005, p. 462).
6. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
7. Version de presente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N17. Bijlage 17. - Radio-interface B17 (V.1.1) voor toestellen voor radioverbinding bedoeld voor slachtoffers van lawines.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De frequentie 457 kHz wordt toegewezen. Het magnetisch veld wordt beperkt tot 7 dB'mu'A/m op 10m.
1.B. Modulatie van de draaggolf is niet toegelaten.
2. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequentie mag geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
3. Norm
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
NBN EN 300 718-3 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor slachtoffers van lawines.
4. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
5. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EC.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE.
VOORWOORD
- De Belgische beschrijving legt de minimum vereisten van de toestellen vast in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum (essentiële eis 3.2).
- De radio-interface bevat ook een aantal informatieve elementen, zoals het toe te passen vergunningsregime, de radiodienst waartoe het toestel behoort en de geharmoniseerde norm die het vermoeden van conformiteit geeft met de essentiële eis 3.2.
- Wat de definitie van collectieve frequenties betreft wordt verwezen naar artikel 1, 13°, van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
1. Minimum vereisten in verband met het efficiënt gebruik van het spectrum.
1.A. De frequentie 457 kHz wordt toegewezen. Het magnetisch veld wordt beperkt tot 7 dB'mu'A/m op 10m.
1.B. Modulatie van de draaggolf is niet toegelaten.
2. Statuut van de radiodienst (informatief).
De toegewezen frequentie mag geen storing veroorzaken noch bescherming eisen tegen storing.
3. Norm
Het respecteren van de volgende NBN-norm geeft een vermoeden van overeenstemming met de basisvereisten vermeld in artikel 93, §§ 1 en 2, van de wet van 21 maart 1991 op de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
NBN EN 300 718-3 : Geharmoniseerde norm die de essentiële vereisten bevat onder artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn voor toestellen voor radioverbinding voor slachtoffers van lawines.
4. Bijkomende informatie.
Vragen in verband met deze radio-interface kunnen gericht worden aan het volgend adres : freqadmin@bipt.be
5. Versie van de huidige interface.
Versie 1.1
a) Bij elke wijziging van de minimale vereisten van deze radio--interface, wordt het eerste cijfer vermeerderd met één eenheid.
b) Bij elke wijziging van andere punten van de interface wordt het laatste cijfer vermeerderd met één eenheid. Deze wijzigingen zullen geen aanleiding tot een notificatie zoals voorzien in de richtlijn 98/34/EC.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE.
Art. N17. Annexe 17. - Interface radio B17 (V.1.1) pour les appareils de radiocommunication pour les victimes d'avalanches.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée presumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. La fréquence 457 kHz est assignee. Le champs magnétique est limité à 7 dB'mu'A/m à 10m.
1.B. La modulation de la porteuse n'est pas permise.
2. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
La fréquence assignée ne peut provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
3. La Norme
Le respect de la norme NBN ci-apres présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
NBN EN 300 718-3 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio-communication pour les victimes d'avalanches.
4. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
5. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministeriel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE.
AVANT-PROPOS
- La description donnée par la Belgique fixe les exigences minimales des équipements relatives à l'utilisation efficace du spectre (exigence essentielle 3.2).
- Cette interface radio comprend également un certain nombre d'éléments informatifs comme le régime des licences à appliquer, le service de radiocommunications auquel appartient l'appareil et la norme harmonisée presumant de la conformité avec l'exigence essentielle 3.2.
- En ce qui concerne la dĂ©finition des frĂ©quences collectives, il est fait rĂ©fĂ©rence Ă l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
1. Exigences minimales relatives Ă l'utilisation efficace du spectre.
1.A. La fréquence 457 kHz est assignee. Le champs magnétique est limité à 7 dB'mu'A/m à 10m.
1.B. La modulation de la porteuse n'est pas permise.
2. Statut du service de radio-communications (Ă titre informatif).
La fréquence assignée ne peut provoquer de perturbations ni exiger de protection contre les perturbations.
3. La Norme
Le respect de la norme NBN ci-apres présume la conformité aux exigences de base prévues à l'article 93, §§ 1er et 2, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques.
NBN EN 300 718-3 : Norme harmonisée avec les exigences essentielles suivant l'article 3.2 de la directive R&TTE pour appareils de radio-communication pour les victimes d'avalanches.
4. Informations complémentaires.
Toutes les questions concernant cette interface radio peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă l'adresse suivante : freqadmin@ibpt.be
5. Version de présente interface.
Version 1.1
a) A chaque modification des exigences minimales de cette interface radio, le premier chiffre est incrémenté d'une unité.
b) Le dernier chiffre est incrémenté d'une unité à chaque modification des autres points de l'interface. Ces modifications ne feront pas l'objet d'une notification tel que prévue par la directive 98/34/CE.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© ministeriel du 22 dĂ©cembre 2004 modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 19 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privĂ©es.
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur, et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN
La Ministre l'Emploi,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE.