Artikel 1. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 tot vaststelling van de nadere regels voor de evaluatie van magistraten, de evaluatiecriteria en hun weging, wordt een § 3 ingevoegd, luidende :
" § 3. Voor de titularissen van een bijzonder mandaat van federaal magistraat worden aan groep A de volgende criteria toegevoegd :
a) geschiktheid voor het coördineren en voor het leiden van een onderzoek;
b) specifieke kennis. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 SEPTEMBER 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 tot vaststelling van de nadere regels voor de evaluatie van magistraten, de evaluatiecriteria en hun weging.
Titre
13 SEPTEMBRE 2004. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 20 juillet 2000 déterminant les modalités d'évaluation des magistrats, les critères d'évaluation et leur pondération.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. A l'article 3 de l'arrêté royal du 20 juillet 2000 déterminant les modalités d'évaluation des magistrats, les critères d'évaluation et leur pondération, il est inséré un § 3 rédigé comme suit :
" § 3. Pour les titulaires d'un mandat spécifique de magistrat fédéral, les critères suivants sont ajoutés au groupe A :
a) aptitude à la coordination et à la direction des enquêtes;
b) connaissance spécifique. "
" § 3. Pour les titulaires d'un mandat spécifique de magistrat fédéral, les critères suivants sont ajoutés au groupe A :
a) aptitude à la coordination et à la direction des enquêtes;
b) connaissance spécifique. "
Art. 2. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt :
" - federaal magistraat : bijlage 28 ".
" - federaal magistraat : bijlage 28 ".
Art. 2. L'article 4 du même arrêté est complété comme suit :
" - magistrat fédéral : annexe 28 ".
" - magistrat fédéral : annexe 28 ".
Art. 3. In artikel 5, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid worden de woorden " en van de federale magistraat die onder de toepassing van het vierde lid van deze paragraaf valt, " ingevoegd tussen de woorden " van deze paragraaf valt " en het woord " draagt ".
2° een lid wordt tussen het derde en de vierde lid ingevoegd, luidende :
" De eindbeoordeling van een federaal magistraat draagt de vermelding :
- " zeer goed " indien dit totaal groter is dan +33;
- " goed " indien dit totaal groter is dan + 16 maar kleiner of gelijk is aan + 33;
- " voldoende " indien dit totaal groter is dan -16 maar kleiner of gelijk aan + 16;
- " onvoldoende " indien dit totaal groter is dan -33 maar kleiner of gelijk aan - 16. "
1° in het derde lid worden de woorden " en van de federale magistraat die onder de toepassing van het vierde lid van deze paragraaf valt, " ingevoegd tussen de woorden " van deze paragraaf valt " en het woord " draagt ".
2° een lid wordt tussen het derde en de vierde lid ingevoegd, luidende :
" De eindbeoordeling van een federaal magistraat draagt de vermelding :
- " zeer goed " indien dit totaal groter is dan +33;
- " goed " indien dit totaal groter is dan + 16 maar kleiner of gelijk is aan + 33;
- " voldoende " indien dit totaal groter is dan -16 maar kleiner of gelijk aan + 16;
- " onvoldoende " indien dit totaal groter is dan -33 maar kleiner of gelijk aan - 16. "
Art. 3. A l'article 5, § 2 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° A l'alinéa 3, les mots " et pour le magistrat fédéral qui tombe sous l'application de l'alinéa 4 de ce paragraphe, " sont insérés entre les mots " de ce paragraphe " et les mots " l'évaluation ".
2° un alinéa est inséré entre l'alinéa 3 et l'alinéa 4 rédigé comme suit :
" L'évaluation finale d'un magistrat fédéral porte la mention :
- " très bon ", si le total obtenu est supérieur à + 33;
- " bon ", si le total obtenu est supérieur à + 16 mais inférieur ou égal à + 33;
- " suffisant ", si le total obtenu est supérieur à - 16 mais inférieur ou égal à + 16;
- " insuffisant ", si le total obtenu est supérieur à - 33 mais inférieur ou égal à - 16 ".
1° A l'alinéa 3, les mots " et pour le magistrat fédéral qui tombe sous l'application de l'alinéa 4 de ce paragraphe, " sont insérés entre les mots " de ce paragraphe " et les mots " l'évaluation ".
2° un alinéa est inséré entre l'alinéa 3 et l'alinéa 4 rédigé comme suit :
" L'évaluation finale d'un magistrat fédéral porte la mention :
- " très bon ", si le total obtenu est supérieur à + 33;
- " bon ", si le total obtenu est supérieur à + 16 mais inférieur ou égal à + 33;
- " suffisant ", si le total obtenu est supérieur à - 16 mais inférieur ou égal à + 16;
- " insuffisant ", si le total obtenu est supérieur à - 33 mais inférieur ou égal à - 16 ".
Art. 4. De bijlage bij dit besluit wordt aan het koninklijk besluit van 20 juli 2000 tot vaststelling van de nadere regels voor de evaluatie van magistraten, de evaluatiecriteria en hun weging, toegevoegd als bijlage 28.
Art. 4. L'annexe au présent arrêté est jointe à l'arrêté royal du 20 juillet 2000 déterminant les modalités d'évaluation des magistrats, les critères d'évaluation et leur pondération, comme annexe 28.
Art. 5. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Kos, 13 september 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Gegeven te Kos, 13 september 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 5. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Kos, le 13 septembre 2004.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Donné à Kos, le 13 septembre 2004.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage 28. Evaluatiecriteria en indicatoren.
Federaal magistraat.
GROEP A.
1. Juridische kennis vereist voor de te behandelen materies.
Indicatoren :
- beheerst de juridische materies die behandeld worden rekening houdend met de gegevens, feiten en situaties die de magistraat worden voorgelegd;
- beschikt over een parate juridische kennis van het strafrecht en het strafprocesrecht, van de overeenkomsten inzake rechtshulp in strafzaken, rechtsvergelijking in strafzaken, wetgeving inzake politiediensten teneinde onmiddellijk in urgente situaties te kunnen optreden;
- toont belangstelling voor deze materies;
- ....
2. Doeltreffendheid en doelmatigheid.
Indicatoren :
- geeft blijk van analytisch vermogen;
- is bekwaam een bijzonder onderzoek te situeren in een nationale en/of internationale context;
- kan de hoofdzaken onderscheiden en de prioriteiten bepalen, in het licht van de wettelijke opdracht van het federaal parket;
- geeft blijk van organisatorische vaardigheden in de organisatie van het werk en de leiding van een onderzoek;
- motiveert collegae en medewerkers;
- werkt doeltreffend : is bekwaam om zijn eigen werk te organiseren en om een doeltreffende oplossing te vinden voor de problemen die zich voordoen;
- heeft zin voor initiatief, getuigt van gezond verstand en praktisch inzicht;
- behoudt een evenwicht tussen :
--> de kwaliteit van het werk :
- professionele nauwgezetheid;
- creativiteit
en
--> de kwantiteit van het werk :
- werkmethode;
- opvolging van dossiers;
- is stipt : respecteert vastgestelde uren (zittingen, vergaderingen, afspraken,...) en termijnen;
- is bekwaam om bij het leiden van een vergadering het beslissingsproces te bevorderen en concrete waarborgen te bieden voor de opvolging van de beslissingen;
- heeft aandacht voor de mogelijkheden geboden door de procedures;
- ......
3. Communicatie - en uitdrukkingsvaardigheid.
Indicatoren :
-> luisterbereidheid :
- heeft bijzondere aandacht voor de verwachtingen en de rechten van de slachtoffers;
- achterhaalt uitdrukkelijke en impliciete motieven bij de gesprekspartners;
- is in staat om in mondelinge gesprekken belangrijke informatie te achterhalen, door het stellen van vragen en gepast te reageren op de tussenkomsten;
- kan de meest geschikte communicatievorm kiezen;
- is hoffelijk en beleefd;
- ........
-> mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid :
- drukt zich op een evenwichtige, bedachtzame en correcte wijze uit;
- schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid : de geschreven documenten zijn gestructureerd, duidelijk geargumenteerd, grammaticaal correct, logisch en precies opgesteld in een begrijpelijke taal;
- mondelinge uitdrukkingsvaardigheid : vlot, helder, bondig en precies;
- synthetisch vermogen;
- ....
-> professionele relationele vaardigheid :
- heeft aandacht voor de kwaliteit van de relaties met de Belgische en buitenlandse actoren van het gerecht, (magistraten, onderzoekers, parketsecretarissen, griffiers, juristen, stagiairs,..), advocaten, rechtsonderhorigen, alsook met het publiek en de pers;
- is bekwaam om op diplomatische wijze om te gaan met de Belgische of buitenlandse actoren van het gerecht en, eventueel, met de andere grondwetgevende machten;
- kan vlot communiceren met de Belgische en buitenlandse actoren van het gerecht, zo veel mogelijk in de taal van de gesprekspartners;
- ....
4. Besluitvaardigheid.
Indicatoren :
- neemt zijn verantwoordelijkheid op niettegenstaande de moeilijkheidsgraad van de zaken en situaties waarin beslissingen moeten worden genomen;
- neemt beslissingen binnen een redelijke termijn;
- vermijdt nutteloze plichten;
- baseert zich in het beslissingsproces op objectieve criteria;
- .....
5. Geschiktheid inzake coördinatie en leiding van onderzoeken.
Indicatoren :
- is bekwaam om een onderzoek te leiden, te coördineren, te ondersteunen en op te volgen, alsook om een toekomstgerichte visie te inspireren;
- ...............
6. Specifieke kennis.
Indicatoren :
- is in staat de bijzondere opsporingsmethodes aan te wenden volgens de geldende regelgeving;
- is bekwaam om alle aspecten van de internationale samenwerking te onderkennen (grensoverschrijdende politieoperaties, verzoeken tot rechtshulp, samenwerking met de Europese en internationale rechtscolleges en instellingen);
- .........
7. Strafrechtelijk beleid :
Indicatoren :
- slaagt erin de opportuniteit van de vervolging te toetsen aan het strafrechtelijk beleid zoals het werd bepaald door de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal;
- stemt de operationele aanpak af op de prioriteiten van het strafrechtelijk beleid (College van procureurs-generaal, Veiligheidsplan,...);
- .....
8. Integriteit.
Indicatoren :
- is onpartijdig in alle beslissingen tijdens het hele beslissingsproces;
- gedraagt zich met respect voor de algemeen aanvaarde professionele ethiek en deontologie;
- is bezorgd voor de openbare dienstverlening en bevordert in het bijzonder het vertrouwen van de rechtsonderhorige in de rechtsbedeling;
- oefent in alle onafhankelijkheid zijn bevoegdheden uit en duldt hierbij geen enkele invloed;
- is bestand tegen elke druk, provocatie of dwang;
- heeft aandacht voor de rechten van de mens en het rechtvaardig verloop van de debatten (sensu lato);
- neemt een zekere gereserveerdheid in acht;
- ............
GROEP B.
1. Collegialiteit.
Indicatoren :
- is collegiaal ingesteld : zet zich in om de gemeenschappelijke doelstellingen van de groep te realiseren;
- wisselt professionele knowhow en informatie uit;
- heeft zin voor groepswerk : zoekt en neemt verantwoordelijkheid op zich;
- is loyaal tov de anderen en de genomen beslissingen;
- ........
2. Zelfbeheersing.
Indicatoren :
-> evenwichtig gedrag :
- gedraagt zich naar de genomen beslissingen;
- overwint de moeilijkheden waarmee hij geconfronteerd wordt in zijn kabinet, op de zitting of in alle andere omstandigheden;
-> stressbestendigheid :
- kan de werkdruk aan;
- behoudt zijn zelfbeheersing zelfs indien hij uitgedaagd wordt;
- ........;
3. Samenwerkingsvermogen in hiërarchisch verband.
Indicatoren :
- is in staat om de door de federale procureur uitgezette koers en de richtlijnen om te zetten in de praktijk;
- kan autonoom werken onder een gesteld gezag;
- ..........;
GROEP C.
1. Vormingsbereidheid.
Indicatoren :
- is bekommerd om zijn bekwaamheid te vervolledigen of te verbeteren;
- neemt initiatief om zijn opleiding te verbeteren;
- behoudt evenwicht tussen werk en vorming;
- .........;
2. Aanpassingsvermogen.
Indicatoren :
- is bereid nieuwe activiteiten uit te oefenen en toont zich hierin doeltreffend;
- bekijkt elke verandering of gevraagde vervanging vanuit een positieve ingesteldheid;
- .........;
3. Openheid van geest en engagement.
Indicatoren :
- is beschikbaar om, zowel binnen zijn jurisdictie als erbuiten, opbouwende initiatieven te nemen of er aan mee te werken, maar blijft in staat een goed evenwicht te bewaren tussen de hoofd- en nevenactiviteiten;
- neemt deel aan activiteiten die bijdragen tot een beter inzicht in de maatschappelijke werkelijkheid;
- .......
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 september 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 tot vaststelling van de nadere regels voor de evaluatie van magistraten, de evaluatiecriteria en hun weging.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Federaal magistraat.
GROEP A.
1. Juridische kennis vereist voor de te behandelen materies.
Indicatoren :
- beheerst de juridische materies die behandeld worden rekening houdend met de gegevens, feiten en situaties die de magistraat worden voorgelegd;
- beschikt over een parate juridische kennis van het strafrecht en het strafprocesrecht, van de overeenkomsten inzake rechtshulp in strafzaken, rechtsvergelijking in strafzaken, wetgeving inzake politiediensten teneinde onmiddellijk in urgente situaties te kunnen optreden;
- toont belangstelling voor deze materies;
- ....
2. Doeltreffendheid en doelmatigheid.
Indicatoren :
- geeft blijk van analytisch vermogen;
- is bekwaam een bijzonder onderzoek te situeren in een nationale en/of internationale context;
- kan de hoofdzaken onderscheiden en de prioriteiten bepalen, in het licht van de wettelijke opdracht van het federaal parket;
- geeft blijk van organisatorische vaardigheden in de organisatie van het werk en de leiding van een onderzoek;
- motiveert collegae en medewerkers;
- werkt doeltreffend : is bekwaam om zijn eigen werk te organiseren en om een doeltreffende oplossing te vinden voor de problemen die zich voordoen;
- heeft zin voor initiatief, getuigt van gezond verstand en praktisch inzicht;
- behoudt een evenwicht tussen :
--> de kwaliteit van het werk :
- professionele nauwgezetheid;
- creativiteit
en
--> de kwantiteit van het werk :
- werkmethode;
- opvolging van dossiers;
- is stipt : respecteert vastgestelde uren (zittingen, vergaderingen, afspraken,...) en termijnen;
- is bekwaam om bij het leiden van een vergadering het beslissingsproces te bevorderen en concrete waarborgen te bieden voor de opvolging van de beslissingen;
- heeft aandacht voor de mogelijkheden geboden door de procedures;
- ......
3. Communicatie - en uitdrukkingsvaardigheid.
Indicatoren :
-> luisterbereidheid :
- heeft bijzondere aandacht voor de verwachtingen en de rechten van de slachtoffers;
- achterhaalt uitdrukkelijke en impliciete motieven bij de gesprekspartners;
- is in staat om in mondelinge gesprekken belangrijke informatie te achterhalen, door het stellen van vragen en gepast te reageren op de tussenkomsten;
- kan de meest geschikte communicatievorm kiezen;
- is hoffelijk en beleefd;
- ........
-> mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid :
- drukt zich op een evenwichtige, bedachtzame en correcte wijze uit;
- schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid : de geschreven documenten zijn gestructureerd, duidelijk geargumenteerd, grammaticaal correct, logisch en precies opgesteld in een begrijpelijke taal;
- mondelinge uitdrukkingsvaardigheid : vlot, helder, bondig en precies;
- synthetisch vermogen;
- ....
-> professionele relationele vaardigheid :
- heeft aandacht voor de kwaliteit van de relaties met de Belgische en buitenlandse actoren van het gerecht, (magistraten, onderzoekers, parketsecretarissen, griffiers, juristen, stagiairs,..), advocaten, rechtsonderhorigen, alsook met het publiek en de pers;
- is bekwaam om op diplomatische wijze om te gaan met de Belgische of buitenlandse actoren van het gerecht en, eventueel, met de andere grondwetgevende machten;
- kan vlot communiceren met de Belgische en buitenlandse actoren van het gerecht, zo veel mogelijk in de taal van de gesprekspartners;
- ....
4. Besluitvaardigheid.
Indicatoren :
- neemt zijn verantwoordelijkheid op niettegenstaande de moeilijkheidsgraad van de zaken en situaties waarin beslissingen moeten worden genomen;
- neemt beslissingen binnen een redelijke termijn;
- vermijdt nutteloze plichten;
- baseert zich in het beslissingsproces op objectieve criteria;
- .....
5. Geschiktheid inzake coördinatie en leiding van onderzoeken.
Indicatoren :
- is bekwaam om een onderzoek te leiden, te coördineren, te ondersteunen en op te volgen, alsook om een toekomstgerichte visie te inspireren;
- ...............
6. Specifieke kennis.
Indicatoren :
- is in staat de bijzondere opsporingsmethodes aan te wenden volgens de geldende regelgeving;
- is bekwaam om alle aspecten van de internationale samenwerking te onderkennen (grensoverschrijdende politieoperaties, verzoeken tot rechtshulp, samenwerking met de Europese en internationale rechtscolleges en instellingen);
- .........
7. Strafrechtelijk beleid :
Indicatoren :
- slaagt erin de opportuniteit van de vervolging te toetsen aan het strafrechtelijk beleid zoals het werd bepaald door de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal;
- stemt de operationele aanpak af op de prioriteiten van het strafrechtelijk beleid (College van procureurs-generaal, Veiligheidsplan,...);
- .....
8. Integriteit.
Indicatoren :
- is onpartijdig in alle beslissingen tijdens het hele beslissingsproces;
- gedraagt zich met respect voor de algemeen aanvaarde professionele ethiek en deontologie;
- is bezorgd voor de openbare dienstverlening en bevordert in het bijzonder het vertrouwen van de rechtsonderhorige in de rechtsbedeling;
- oefent in alle onafhankelijkheid zijn bevoegdheden uit en duldt hierbij geen enkele invloed;
- is bestand tegen elke druk, provocatie of dwang;
- heeft aandacht voor de rechten van de mens en het rechtvaardig verloop van de debatten (sensu lato);
- neemt een zekere gereserveerdheid in acht;
- ............
GROEP B.
1. Collegialiteit.
Indicatoren :
- is collegiaal ingesteld : zet zich in om de gemeenschappelijke doelstellingen van de groep te realiseren;
- wisselt professionele knowhow en informatie uit;
- heeft zin voor groepswerk : zoekt en neemt verantwoordelijkheid op zich;
- is loyaal tov de anderen en de genomen beslissingen;
- ........
2. Zelfbeheersing.
Indicatoren :
-> evenwichtig gedrag :
- gedraagt zich naar de genomen beslissingen;
- overwint de moeilijkheden waarmee hij geconfronteerd wordt in zijn kabinet, op de zitting of in alle andere omstandigheden;
-> stressbestendigheid :
- kan de werkdruk aan;
- behoudt zijn zelfbeheersing zelfs indien hij uitgedaagd wordt;
- ........;
3. Samenwerkingsvermogen in hiërarchisch verband.
Indicatoren :
- is in staat om de door de federale procureur uitgezette koers en de richtlijnen om te zetten in de praktijk;
- kan autonoom werken onder een gesteld gezag;
- ..........;
GROEP C.
1. Vormingsbereidheid.
Indicatoren :
- is bekommerd om zijn bekwaamheid te vervolledigen of te verbeteren;
- neemt initiatief om zijn opleiding te verbeteren;
- behoudt evenwicht tussen werk en vorming;
- .........;
2. Aanpassingsvermogen.
Indicatoren :
- is bereid nieuwe activiteiten uit te oefenen en toont zich hierin doeltreffend;
- bekijkt elke verandering of gevraagde vervanging vanuit een positieve ingesteldheid;
- .........;
3. Openheid van geest en engagement.
Indicatoren :
- is beschikbaar om, zowel binnen zijn jurisdictie als erbuiten, opbouwende initiatieven te nemen of er aan mee te werken, maar blijft in staat een goed evenwicht te bewaren tussen de hoofd- en nevenactiviteiten;
- neemt deel aan activiteiten die bijdragen tot een beter inzicht in de maatschappelijke werkelijkheid;
- .......
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 september 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 tot vaststelling van de nadere regels voor de evaluatie van magistraten, de evaluatiecriteria en hun weging.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Art. N. Annexe 28. Critères d'évaluation et indicateurs.
Magistrat fédéral.
GROUPE A.
1. Connaissances juridiques requises pour les matières traitées.
Indicateurs :
- avoir la maîtrise des matières juridiques traitées par référence aux données, faits et situations soumis au magistrat;
- avoir une maîtrise suffisante du droit pénal et de la procédure pénale, des conventions d'entraide en matière pénale, du droit pénal comparé, de la législation en matière de police pour répondre aux situations d'urgence;
- manifester de l'intérêt pour ces matières;
- ....
2. Efficience et efficacité dans le travail.
Indicateurs :
- faire preuve de capacité d'analyse;
- être apte à situer une enquête particulière dans un contexte national et/ou international;
- être en mesure de détecter l'essentiel et de déterminer les priorités par référence à la mission légale dévolue au parquet fédéral;
- démontrer une capacité de gestion dans l'organisation du travail d'une équipe et dans la direction d'une enquête;
- motiver les collègues et collaborateurs;
- être efficace : gérer son travail et offrir des solutions efficaces aux problèmes rencontrés;
- témoigner d'esprit d'initiative, de bon sens et d'esprit pratique;
- équilibrer :
--> la qualité du travail :
- conscience professionnelle;
- créativité
et
--> la quantité du travail :
- méthode de travail;
- suivi des dossiers;
- être ponctuel : respect des heures fixées (audiences, réunions, rendez-vous,...) et des délais;
- être capable de diriger une réunion aux fins de favoriser un processus décisionnel et d'en assurer le suivi de manière concrète;
- être attentif aux possibilités offertes par les procédures;
- .....
3. Aptitude à la communication et qualité de l'expression.
Indicateurs :
-> la disposition à l'écoute :
- être à l'écoute de chacun et particulièrement attentif aux attentes et aux droits des victimes;
- rechercher les motivations (explicites et implicites) des interlocuteurs;
- être capable d'identifier les informations importantes dans les communications orales, de poser des questions et de réagir adéquatement aux interventions;
- être apte à choisir le mode d'échange le plus adéquat;
- être poli et courtois;
- ....
-> l'expression orale et écrite :
- s'exprimer de manière pondérée, réfléchie et correcte;
- expression écrite : les écrits sont structurés, argumentés avec clarté, grammaticalement corrects, rédigés avec logique et précision dans une langue compréhensible;
- expression orale : aisée, claire, concise et précise;
- esprit de synthèse;
- ....
-> la qualité des relations professionnelles :
- être attentif à préserver une relation de qualité avec les acteurs de justice belges et étrangers (magistrats, enquêteurs, secrétaires de parquet, juristes, greffiers, stagiaires, avocats, justiciables,...) ainsi qu'avec le public et la presse;
- être apte à agir avec diplomatie à l'égard des acteurs de justice belges ou étrangers et, le cas échéant, avec les autres pouvoirs constituants;
- être en mesure de communiquer de manière aisée avec les acteurs de justice belges et étrangers et ce, dans la mesure du possible, dans leur langue;
- ....
4. Esprit de décision.
Indicateurs :
- prendre ses responsabilités nonobstant la difficulté des matières et situations soumises à décisions;
- prendre des décisions dans un délai raisonnable;
- éviter les devoirs inutiles;
- mener le processus décisionnel sur la base de critères objectifs;
- .....
5. Aptitude à la coordination et à la direction des enquêtes.
Indicateurs :
- être apte à soutenir une enquête en terme de direction, coordination, appui et suivi, et à stimuler une vision prospective;
- ....
6. Connaissance spécifique.
Indicateurs :
- être en mesure de mettre en oeuvre les méthodes particulières de recherches selon les règles et les instructions en vigueur;
- être apte à discerner tous les aspects liés à la coopération internationale (opérations policières transfrontalières, demandes d'entraide judiciaire, coopération avec les juridictions et institutions européennes et internationales);
- .....
7. Politique criminelle.
Indicateurs :
- parvenir à décider de l'opportunité des poursuites par référence à la politique criminelle définie par la Ministre de la Justice et le collège des procureurs généraux;
- développer une approche opérationnelle conforme aux priorités déterminées par la politique criminelle (collège des procureurs généraux, plan de sécurité,...);
- ......
8. Ethique professionnelle.
Indicateurs :
- être impartial;
- respecter l'éthique professionnelle et la déontologie généralement acceptées;
- avoir le sens du service public en favorisant notamment la confiance du justiciable en la justice;
- exercer les fonctions en toute indépendance, à l'abri de toute influence;
- être apte à résister à toute pression, provocation ou contrainte;
- être attentif aux droits de l'homme et au déroulement équitable des débats (sensu lato);
- faire preuve de réserve;
- .....
GROUPE B.
1. Collégialité.
Indicateurs :
- avoir le sens de la collégialité : participation à la réalisation des objectifs communs poursuivis;
- transmettre le savoir-faire et de l'information;
- avoir le sens du travail d'équipe : recherche et exercer des responsabilités sans se décharger au préjudice de collègues;
- être loyal envers les autres et les décisions prises;
- ....
2. Maîtrise de soi.
Indicateurs :
-> comportement équilibré :
- assumer les décisions prises;
- surmonter les difficultés rencontrées dans son cabinet, à l'audience, ou en toutes autres circonstances;
-> capacité à supporter le stress :
- supporter la charge de travail;
- être capable de se maîtriser même en cas de provocation;
- .....;
3. Aptitude à travailler dans une structure hiérarchique.
Indicateurs :
- être apte à mettre en oeuvre les orientations et directives déterminées par le procureur fédéral;
- pouvoir travailler de manière autonome sous autorité;
- .......;
GROUPE C.
1. Intérêt pour une formation continue.
Indicateurs :
- avoir le souci de se perfectionner et d'améliorer ses compétences;
- prendre des initiatives pour améliorer sa formation;
- maintenir un équilibre entre travail et formation;
- .....;
2. Faculté d'adaptation.
Indicateurs :
- se porter volontaire pour des activités nouvelles et s'y montrer efficace;
- envisager de manière positive tout changement ou remplacement demandé;
- ...;
3. Ouverture d'esprit et engagement.
Indicateurs :
- être disponible pour prendre des initiatives constructives tant au sein de sa juridiction qu'en dehors, tout en préservant un juste équilibre entre les activités principales et subsidiaires;
- participer à des activités susceptibles de contribuer à une meilleure perception des réalités sociales;
- ....
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 13 septembre 2004 modifiant l'arrêté royal du 20 juillet 2000 déterminant les modalités d'évaluation des magistrats, les critères d'évaluation et leur pondération.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Magistrat fédéral.
GROUPE A.
1. Connaissances juridiques requises pour les matières traitées.
Indicateurs :
- avoir la maîtrise des matières juridiques traitées par référence aux données, faits et situations soumis au magistrat;
- avoir une maîtrise suffisante du droit pénal et de la procédure pénale, des conventions d'entraide en matière pénale, du droit pénal comparé, de la législation en matière de police pour répondre aux situations d'urgence;
- manifester de l'intérêt pour ces matières;
- ....
2. Efficience et efficacité dans le travail.
Indicateurs :
- faire preuve de capacité d'analyse;
- être apte à situer une enquête particulière dans un contexte national et/ou international;
- être en mesure de détecter l'essentiel et de déterminer les priorités par référence à la mission légale dévolue au parquet fédéral;
- démontrer une capacité de gestion dans l'organisation du travail d'une équipe et dans la direction d'une enquête;
- motiver les collègues et collaborateurs;
- être efficace : gérer son travail et offrir des solutions efficaces aux problèmes rencontrés;
- témoigner d'esprit d'initiative, de bon sens et d'esprit pratique;
- équilibrer :
--> la qualité du travail :
- conscience professionnelle;
- créativité
et
--> la quantité du travail :
- méthode de travail;
- suivi des dossiers;
- être ponctuel : respect des heures fixées (audiences, réunions, rendez-vous,...) et des délais;
- être capable de diriger une réunion aux fins de favoriser un processus décisionnel et d'en assurer le suivi de manière concrète;
- être attentif aux possibilités offertes par les procédures;
- .....
3. Aptitude à la communication et qualité de l'expression.
Indicateurs :
-> la disposition à l'écoute :
- être à l'écoute de chacun et particulièrement attentif aux attentes et aux droits des victimes;
- rechercher les motivations (explicites et implicites) des interlocuteurs;
- être capable d'identifier les informations importantes dans les communications orales, de poser des questions et de réagir adéquatement aux interventions;
- être apte à choisir le mode d'échange le plus adéquat;
- être poli et courtois;
- ....
-> l'expression orale et écrite :
- s'exprimer de manière pondérée, réfléchie et correcte;
- expression écrite : les écrits sont structurés, argumentés avec clarté, grammaticalement corrects, rédigés avec logique et précision dans une langue compréhensible;
- expression orale : aisée, claire, concise et précise;
- esprit de synthèse;
- ....
-> la qualité des relations professionnelles :
- être attentif à préserver une relation de qualité avec les acteurs de justice belges et étrangers (magistrats, enquêteurs, secrétaires de parquet, juristes, greffiers, stagiaires, avocats, justiciables,...) ainsi qu'avec le public et la presse;
- être apte à agir avec diplomatie à l'égard des acteurs de justice belges ou étrangers et, le cas échéant, avec les autres pouvoirs constituants;
- être en mesure de communiquer de manière aisée avec les acteurs de justice belges et étrangers et ce, dans la mesure du possible, dans leur langue;
- ....
4. Esprit de décision.
Indicateurs :
- prendre ses responsabilités nonobstant la difficulté des matières et situations soumises à décisions;
- prendre des décisions dans un délai raisonnable;
- éviter les devoirs inutiles;
- mener le processus décisionnel sur la base de critères objectifs;
- .....
5. Aptitude à la coordination et à la direction des enquêtes.
Indicateurs :
- être apte à soutenir une enquête en terme de direction, coordination, appui et suivi, et à stimuler une vision prospective;
- ....
6. Connaissance spécifique.
Indicateurs :
- être en mesure de mettre en oeuvre les méthodes particulières de recherches selon les règles et les instructions en vigueur;
- être apte à discerner tous les aspects liés à la coopération internationale (opérations policières transfrontalières, demandes d'entraide judiciaire, coopération avec les juridictions et institutions européennes et internationales);
- .....
7. Politique criminelle.
Indicateurs :
- parvenir à décider de l'opportunité des poursuites par référence à la politique criminelle définie par la Ministre de la Justice et le collège des procureurs généraux;
- développer une approche opérationnelle conforme aux priorités déterminées par la politique criminelle (collège des procureurs généraux, plan de sécurité,...);
- ......
8. Ethique professionnelle.
Indicateurs :
- être impartial;
- respecter l'éthique professionnelle et la déontologie généralement acceptées;
- avoir le sens du service public en favorisant notamment la confiance du justiciable en la justice;
- exercer les fonctions en toute indépendance, à l'abri de toute influence;
- être apte à résister à toute pression, provocation ou contrainte;
- être attentif aux droits de l'homme et au déroulement équitable des débats (sensu lato);
- faire preuve de réserve;
- .....
GROUPE B.
1. Collégialité.
Indicateurs :
- avoir le sens de la collégialité : participation à la réalisation des objectifs communs poursuivis;
- transmettre le savoir-faire et de l'information;
- avoir le sens du travail d'équipe : recherche et exercer des responsabilités sans se décharger au préjudice de collègues;
- être loyal envers les autres et les décisions prises;
- ....
2. Maîtrise de soi.
Indicateurs :
-> comportement équilibré :
- assumer les décisions prises;
- surmonter les difficultés rencontrées dans son cabinet, à l'audience, ou en toutes autres circonstances;
-> capacité à supporter le stress :
- supporter la charge de travail;
- être capable de se maîtriser même en cas de provocation;
- .....;
3. Aptitude à travailler dans une structure hiérarchique.
Indicateurs :
- être apte à mettre en oeuvre les orientations et directives déterminées par le procureur fédéral;
- pouvoir travailler de manière autonome sous autorité;
- .......;
GROUPE C.
1. Intérêt pour une formation continue.
Indicateurs :
- avoir le souci de se perfectionner et d'améliorer ses compétences;
- prendre des initiatives pour améliorer sa formation;
- maintenir un équilibre entre travail et formation;
- .....;
2. Faculté d'adaptation.
Indicateurs :
- se porter volontaire pour des activités nouvelles et s'y montrer efficace;
- envisager de manière positive tout changement ou remplacement demandé;
- ...;
3. Ouverture d'esprit et engagement.
Indicateurs :
- être disponible pour prendre des initiatives constructives tant au sein de sa juridiction qu'en dehors, tout en préservant un juste équilibre entre les activités principales et subsidiaires;
- participer à des activités susceptibles de contribuer à une meilleure perception des réalités sociales;
- ....
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 13 septembre 2004 modifiant l'arrêté royal du 20 juillet 2000 déterminant les modalités d'évaluation des magistrats, les critères d'évaluation et leur pondération.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX