Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 SEPTEMBER 2004. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Titre
1er SEPTEMBRE 2004. - Loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Documentinformatie
Numac: 2004000550
Datum: 2004-09-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2004000550
Date: 2004-09-01
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet zet de richtlijn 2001/40/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de onderlinge erkenning van besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen om in de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Art. 2. La présente loi transpose la directive 2001/40/CE du Conseil de l'Union européenne du 28 mai 2001 relative à la reconnaissance mutuelle des décisions d'éloignement des ressortissants de pays tiers, dans la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Art. 3. In Titel I, Hoofdstuk II, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wordt een artikel 8bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 8bis. § 1. De Minister of zijn gemachtigde kan een verwijderingsbesluit erkennen dat genomen is ten aanzien van een vreemdeling door de bevoegde administratieve overheid van een Staat die gebonden is door de richtlijn 2001 /40/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de onderlinge erkenning van besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen, indien deze vreemdeling zich op het grondgebied van het Koninkrijk bevindt zonder gemachtigd of toegelaten te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden en indien de volgende voorwaarden vervuld zijn :
  1° het verwijderingsbesluit is gesteund op :
  -hetzij een ernstige en daadwerkelijke bedreiging van de openbare orde of de nationale veiligheid en vloeit voort, ofwel uit de veroordeling van de vreemdeling in de Staat die gebonden is door de eerder genoemde richtlijn, die hem dit besluit heeft afgeleverd, voor een strafbaar feit dat met een vrijheidsstraf van ten minste één jaar strafbaar is gesteld, ofwel uit het bestaan van gegronde redenen om aan te nemen dat die vreemdeling ernstige strafbare feiten heeft gepleegd of uit het bestaan van concrete aanwijzingen dat hij overweegt dergelijke feiten te plegen op het grondgebied van een Staat die is gebonden door de eerder genoemde richtlijn;
  - hetzij de niet-naleving van de nationale wetgeving inzake de binnenkomst en het verblijf van vreemdelingen in deze Staat die gebonden is door de eerder genoemde richtlijn;
  2° het verwijderingsbesluit mag noch opgeschort noch ingetrokken zijn door de Staat die het aan de vreemdeling heeft afgeleverd.
  § 2. Indien het in § 1 bedoelde verwijderingsbesluit is gesteund op een ernstige en daadwerkelijke bedreiging van de openbare orde of de nationale veiligheid en indien de vreemdeling ten aanzien van wie het is genomen, toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Koninkrijk of om er zich te vestigen, of beschikt over een verblijfstitel die werd afgeleverd door een Staat die is gebonden door de eerder genoemde richtlijn, consulteert de Minister of zijn gemachtigde de Staat waarvan de bevoegde administratieve overheid het verwijderingsbesluit heeft genomen, evenals, in voorkomend geval, de Staat die een verblijfstitel heeft afgeleverd aan de vreemdeling.
  De in het vorige lid bedoelde vreemdeling die toegelaten of gemachtigd wordt tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Koninkrijk of om er zich te vestigen, mag, in voorkomend geval, slechts verwijderd worden met inachtneming van de artikelen 20 en 21.
  De beslissing aangaande de vreemdeling die over een in het vorige lid bedoelde verblijfstitel beschikt die werd afgeleverd door een Staat die gebonden is door de eerder genoemde richtlijn, hangt af van de beslissing van deze Staat aangaande het verblijf van de vreemdeling op zijn grondgebied.
  § 3. De Staten die, op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze bepaling, gebonden zijn door de eerder genoemde richtlijn, zijn de lidstaten van de Europese Unie.
  De Koning brengt het vorige lid in overeenstemming met het resultaat van de door Europese instrumenten bepaalde procedures, waardoor de toepassing van het gemeenschapsrecht op andere Staten mogelijk wordt.
  § 4. Tijdens de in § 1 bedoelde erkenningsprocedure, kan de Minister of zijn gemachtigde de vreemdeling die ter fine van weigering van toegang gesignaleerd staat, omwille van een in § 1, 1°, bedoelde reden, in de Staten die partij zijn bij de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen, ondertekend op 19 juni 1990, laten opsluiten zonder dat de duur van de opsluiting langer mag zijn dan een maand.
  § 5. De §§ 1 tot 4 zijn niet van toepassing op de verwijderingsbesluiten die ten aanzien van de in artikel 40 bedoelde vreemdelingen worden genomen. "
Art. 3. Un article 8bis, rédigé comme suit, est inséré dans le Titre Ier, Chapitre II, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers :
  " Art. 8bis. § 1er. Le Ministre ou son délégué peut reconnaître une décision d'éloignement prise à l'encontre d'un étranger par une autorité administrative compétente d'un Etat tenu par la directive 2001/40/CE du Conseil de l'Union européenne du 28 mai 2001 relative à la reconnaissance mutuelle des décisions d'éloignement des ressortissants de pays tiers, lorsque cet étranger se trouve sur le territoire du Royaume sans y être admis ou autorisé à séjourner plus de trois mois et lors que les conditions suivantes sont réunies :
  1° la décision d'éloignement est fondée :
  - soit sur une menace grave et actuelle pour l'ordre public ou la sécurité nationale et découle soit de la condamnation de l'étranger dans l'Etat tenu par la directive précitée, qui lui a délivré cette décision, pour une infraction passible d'une peine privative de liberté d'un an au moins, soit de l'existence de raisons sérieuses de croire que cet étranger a commis des faits punissables graves ou de l'existence d'indices réels qu'il envisage de commettre de tels faits sur le territoire d'un Etat tenu par la directive précitée;
  - soit sur le non respect des réglementations nationales relatives à l'entrée ou au séjour des étrangers dans cet Etat tenu par la directive précitée;
  2° la décision d'éloignement ne doit être ni suspendue ni rapportée par l'Etat qui l'a délivrée à l'étranger.
  § 2. Lorsque la décision d'éloignement visée au § 1er est fondée sur une menace grave et actuelle pour l'ordre public ou la sécurité nationale et que l'étranger qui en est l'objet est admis ou autorisé à séjourner plus de trois mois dans le Royaume ou à s'y établir ou dispose d'un titre de séjour délivré par un Etat tenu par la directive précitée, le Ministre ou son délégué consulte l'Etat dont l'autorité administrative compétente a pris la décision d'éloignement ainsi que, le cas échéant, l'Etat qui a délivré le titre de séjour à l'étranger.
  L'étranger visé à l'alinéa précédent qui est admis ou autorisé à séjourner plus de trois mois dans le Royaume ou à s'y établir, ne peut, le cas échéant, être éloigné que dans le respect des articles 20 et 21.
  La décision relative à l'étranger qui dispose d'un titre de séjour délivré par un Etat tenu par la directive précitée, visé à l'alinéa précédent, dépend de la décision de cet Etat quant au séjour de l'étranger sur son territoire.
  § 3. Les Etats tenus par la directive précitée au moment de l'entrée en vigueur de la présente disposition sont les Etats membres de l'Union européenne.
  Le Roi met l'alinéa précédent en concordance avec le résultat des procédures, prévues par des instruments européens, permettant l'application du droit communautaire à d'autres Etats.
  § 4. Pendant la procédure de reconnaissance visée au § 1er, le Ministre ou son délégué peut faire détenir l'étranger qui est signalé aux fins de non-admission, pour un des motifs visés au § 1er, 1°, dans les Etats parties à la Convention d'application de l'Accord de Schengen, signée le 19 juin 1990, sans que la durée de la détention puisse dépasser un mois.
  § 5. Les §§ 1er à 4 ne s'appliquent pas aux décisions d'éloignement prises à l'encontre des étrangers visés à l'article 40. "
Art. 4. In artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de leden 1 en 2 vormen § 1 en de leden 3 en 4 § 3;
  2° een § 2 wordt ingevoegd, luidende :
  " Onverminderd de toepassing van de artikelen 51/5 tot 51/7, worden de bepalingen van § 1 toegepast op de vreemdeling die een verwijderingsbesluit heeft ontvangen van een bevoegde administratieve overheid van een Staat die gebonden is door de richtlijn 2001 /40/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de onderlinge erkenning van besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen, waaraan hij geen gevolg heeft gegeven en dat door de Minister of zijn gemachtigde overeenkomstig artikel 8bis werd erkend. ";
  3° in § 3, nieuw, wordt het eerste lid vervangen door de volgende bepaling :
  " De in §§ 1 en 2 bedoelde vreemdelingen kunnen ten dien einde worden opgesloten tijdens de periode die voor de uitvoering van de maatregel strikt noodzakelijk is. ";
  4° § 3, nieuw, wordt met het volgende lid aangevuld :
  " De Staat die het in § 2 bedoelde verwijderingsbesluit heeft afgeleverd, wordt op de hoogte gebracht van het feit dat de vreemdeling werd teruggebracht naar de grens van zijn keuze of, overeenkomstig artikel 28, naar de door de Minister of zijn gemachtigde aangeduide grens ".
Art. 4. A l'article 27 de la même loi, modifié par la loi du 15 juillet 1996, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les alinéas 1er et 2 forment le § 1er et les alinéas 3 et 4, le § 3;
  2° il est inséré un § 2, rédigé comme suit :
  " Sans préjudice de l'application des articles 51/5 à 51/7, les dispositions du § 1er sont appliquées à l'étranger qui a reçu une décision d'éloignement prise à son encontre par une autorité administrative compétente d'un Etat tenu par la directive 2001/40/CE du Conseil de l'Union européenne du 28 mai 2001 relative à la reconnaissance mutuelle des décisions d'éloignement des ressortissants de pays tiers, à laquelle il n'a pas obtempéré et qui a été reconnue par le Ministre ou son délégué, conformément à l'article 8bis. ";
  3° au § 3, nouveau, l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " Les étrangers visés aux §§ 1er et 2 peuvent être détenus à cette fin pendant le temps strictement nécessaire pour l'exécution de la mesure ";
  4° le § 3, nouveau, est complété par l'alinéa suivant :
  " L'Etat qui a délivré la décision d'éloignement visée au § 2 est informé du fait que l'étranger a été ramené à la frontière de son choix ou, conformément à l'article 28, à la frontière désignée par le Ministre ou son délégué. "
Art. 5. In artikel 29 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 6 mei 1993, 15 juli 1996 en 29 april 1999 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het eerste lid worden de woorden " bij toepassing van artikel 27, lid 3 " vervangen door de woorden " bij toepassing van artikel 27, § 3, eerste lid ";
  2° het vierde lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Bij de berekening van deze vijf maanden zal rekening gehouden worden met de duur van de opsluiting van de vreemdeling op grond van artikel 8bis, § 4. "
Art. 5. A l'article 29 de la même loi, modifié par les lois des 6 mai 1993, 15 juillet 1996 et 29 avril 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  1° A l'alinéa 1er, les mots " par application de l'article 27, alinéa 3 " sont remplacés par les mots " par application de l'article 27, § 3, alinéa 1er ";
  2° L'alinéa 4 est complété par la phrase suivante :
  " Dans le calcul de ces cinq mois, il sera tenu compte de la durée de la détention de l'étranger sur la base de l'article 8bis, § 4. "
HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE III. - Entrée en vigueur.
Art. 6. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 1 september 2004.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX
Art. 6. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 1er septembre 2004.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Intérieur,
  P. DEWAEL
  Scellé du sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX