Artikel 1. Doel.
Het doel van dit protocol is de samenwerking tussen de partijen inzake het vervoer over land, in het bijzonder het transitoverkeer, te bevorderen en in dat verband toe te zien op gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer door en via de grondgebieden van de partijen, door middel van de volledige en coherente toepassing van alle bepalingen van dit protocol.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 OKTOBER 2001. - PROTOCOL NR. 6 INZAKE HET VERVOER OVER LAND.
Titre
29 OCTOBRE 2001. - Protocole n° 6 relatif aux transports terrestres.
Documentinformatie
Numac: 2003G15102
Datum: 2001-10-29
Info du document
Numac: 2003G15102
Date: 2001-10-29
Inhoud
Tekst (29)
Texte (29)
Article 1. Objet.
Le présent protocole a pour objet de promouvoir la coopération entre les parties en matière de transports terrestres, et notamment de trafic de transit, et de veiller, à cet effet, à ce que le transport entre et sur les territoires des parties contractantes soit développé de façon coordonnée, grâce à l'application complète et interdépendante de toutes les dispositions du présent protocole.
Le présent protocole a pour objet de promouvoir la coopération entre les parties en matière de transports terrestres, et notamment de trafic de transit, et de veiller, à cet effet, à ce que le transport entre et sur les territoires des parties contractantes soit développé de façon coordonnée, grâce à l'application complète et interdépendante de toutes les dispositions du présent protocole.
Art. 2. Toepassingsgebied.
1. De samenwerking heeft betrekking op het vervoer over land, met name het wegvervoer, het spoorvervoer en het gecombineerde vervoer, alsmede de desbetreffende infrastructuur.
2. In dit verband omvat het toepassingsgebied van dit protocol in het bijzonder :
- de vervoersinfrastructuur op het grondgebied van elk der beide partijen, voor zover dit noodzakelijk is om de doelstellingen van het protocol te verwezenlijken;
- de toegang, op basis van wederkerigheid, tot de markt voor het wegvervoer;
- wezenlijke juridische en administratieve ondersteunende maatregelen, waaronder maatregelen van commerciële, fiscale, sociale en technische aard;
- samenwerking bij het ontwikkelen van een vervoerssysteem dat aan milieueisen voldoet;
- regelmatige uitwisseling van informatie over de ontwikkeling van het vervoersbeleid van de partijen, met bijzondere aandacht voor de vervoersinfrastructuur.
3. Op het vervoer over de binnenwateren zijn de bijzondere bepalingen van de verklaring in bijlage II van toepassing.
1. De samenwerking heeft betrekking op het vervoer over land, met name het wegvervoer, het spoorvervoer en het gecombineerde vervoer, alsmede de desbetreffende infrastructuur.
2. In dit verband omvat het toepassingsgebied van dit protocol in het bijzonder :
- de vervoersinfrastructuur op het grondgebied van elk der beide partijen, voor zover dit noodzakelijk is om de doelstellingen van het protocol te verwezenlijken;
- de toegang, op basis van wederkerigheid, tot de markt voor het wegvervoer;
- wezenlijke juridische en administratieve ondersteunende maatregelen, waaronder maatregelen van commerciële, fiscale, sociale en technische aard;
- samenwerking bij het ontwikkelen van een vervoerssysteem dat aan milieueisen voldoet;
- regelmatige uitwisseling van informatie over de ontwikkeling van het vervoersbeleid van de partijen, met bijzondere aandacht voor de vervoersinfrastructuur.
3. Op het vervoer over de binnenwateren zijn de bijzondere bepalingen van de verklaring in bijlage II van toepassing.
Art. 2. Champ d'application.
1. La coopération porte sur les transports terrestres, en particulier sur les transports routiers, ferroviaires et combinés, en incluant les infrastructures correspondantes.
2. A cet égard, le champ d'application du présent protocole concerne notamment :
- les infrastructures de transport sur le territoire de l'une ou l'autre partie contractante, dans la mesure nécessaire pour atteindre l'objectif du présent protocole;
- l'accès, sur une base réciproque, au marché des transports par route;
- les mesures juridiques et administratives d'accompagnement indispensables, y compris dans les domaines commercial, fiscal, social et technique;
- la coopération dans le développement d'un système de transport répondant aux besoins de l'environnement;
- un échange régulier d'informations sur le développement des politiques de transport des parties, en particulier en matière d'infrastructures de transport.
3. Le transport fluvial est régi par les dispositions particulières de la déclaration figurant à l'annexe II.
1. La coopération porte sur les transports terrestres, en particulier sur les transports routiers, ferroviaires et combinés, en incluant les infrastructures correspondantes.
2. A cet égard, le champ d'application du présent protocole concerne notamment :
- les infrastructures de transport sur le territoire de l'une ou l'autre partie contractante, dans la mesure nécessaire pour atteindre l'objectif du présent protocole;
- l'accès, sur une base réciproque, au marché des transports par route;
- les mesures juridiques et administratives d'accompagnement indispensables, y compris dans les domaines commercial, fiscal, social et technique;
- la coopération dans le développement d'un système de transport répondant aux besoins de l'environnement;
- un échange régulier d'informations sur le développement des politiques de transport des parties, en particulier en matière d'infrastructures de transport.
3. Le transport fluvial est régi par les dispositions particulières de la déclaration figurant à l'annexe II.
Art. 3. Definities.
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder :
a) " communautair transitoverkeer " : de doorvoer van goederen over het grondgebied van Kroatië door een in de Gemeenschap gevestigde transporteur vanuit of naar een lid-Staat van de Gemeenschap;
b) " Kroatisch transitoverkeer " : de doorvoer van goederen over het grondgebied van de Gemeenschap door een in Kroatië gevestigde transporteur, van Kroatië naar een derde land of van een derde land naar Kroatië;
c) " gecombineerd vervoer " : het goederenvervoer waarbij de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet en meer gebruik maken van de weg voor het eerste of het laatste gedeelte in het traject, en voor het andere gedeelte van het spoor of de binnenwateren, of van een zeetraject wanneer dat traject meer bedraagt dan 100 km hemelsbreed gemeten, en het begin- of het eindvervoer over de weg verrichten :
- hetzij tussen de laadplaats van de goederen en het dichtstbij gelegen geschikte station van inlading, voor wat het beginvervoer betreft, en tussen het dichtstbij gelegen geschikte station van uitlading en de losplaats van de goederen, voor wat het eindvervoer betreft;
- hetzij binnen een afstand van ten hoogste 150 km hemelsbreed gemeten, vanaf de rivier- of zeehaven van in- of van uitlading.
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder :
a) " communautair transitoverkeer " : de doorvoer van goederen over het grondgebied van Kroatië door een in de Gemeenschap gevestigde transporteur vanuit of naar een lid-Staat van de Gemeenschap;
b) " Kroatisch transitoverkeer " : de doorvoer van goederen over het grondgebied van de Gemeenschap door een in Kroatië gevestigde transporteur, van Kroatië naar een derde land of van een derde land naar Kroatië;
c) " gecombineerd vervoer " : het goederenvervoer waarbij de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet en meer gebruik maken van de weg voor het eerste of het laatste gedeelte in het traject, en voor het andere gedeelte van het spoor of de binnenwateren, of van een zeetraject wanneer dat traject meer bedraagt dan 100 km hemelsbreed gemeten, en het begin- of het eindvervoer over de weg verrichten :
- hetzij tussen de laadplaats van de goederen en het dichtstbij gelegen geschikte station van inlading, voor wat het beginvervoer betreft, en tussen het dichtstbij gelegen geschikte station van uitlading en de losplaats van de goederen, voor wat het eindvervoer betreft;
- hetzij binnen een afstand van ten hoogste 150 km hemelsbreed gemeten, vanaf de rivier- of zeehaven van in- of van uitlading.
Art. 3. Définitions.
Aux fins de l'application du présent protocole, on entend par :
a) " trafic communautaire de transit ", le transport de marchandises effectué en transit par le territoire de la Croatie, au départ ou à destination d'un Etat membre de la Communauté, par un transporteur établi dans la Communauté;
b) " trafic de transit en Croatie ", le transport de marchandises effectué en transit par le territoire de la Communauté au départ de la Croatie à destination d'un pays tiers ou au départ d'un pays tiers à destination de la Croatie, par un transporteur établi en Croatie;
c) " transport combiné " : le transport de marchandises pour lequel le camion, la remorque, la semi-remorque; avec ou sans le tracteur, la caisse mobile ou le conteneur de vingt pieds minimum utilise la route pour le tronçon initial ou final du voyage et, pour l'autre tronçon, les services ferroviaires ou les voies navigables intérieures ou maritimes lorsque ce tronçon a plus de 100 km à vol d'oiseau, et lorsque le transporteur parcourt le tronçon initial ou final de transport routier du voyage :
- soit entre le point de chargement de la marchandise et la gare ferroviaire d'embarquement appropriée la plus proche pour le trajet initial et entre la gare ferroviaire de débarquement appropriée la plus proche et le point de déchargement de la marchandise pour le trajet terminal,
- soit dans un rayon n'excédant pas 150 kilomètres à vol d'oiseau à partir du port fluvial ou maritime d'embarquement ou de débarquement.
Aux fins de l'application du présent protocole, on entend par :
a) " trafic communautaire de transit ", le transport de marchandises effectué en transit par le territoire de la Croatie, au départ ou à destination d'un Etat membre de la Communauté, par un transporteur établi dans la Communauté;
b) " trafic de transit en Croatie ", le transport de marchandises effectué en transit par le territoire de la Communauté au départ de la Croatie à destination d'un pays tiers ou au départ d'un pays tiers à destination de la Croatie, par un transporteur établi en Croatie;
c) " transport combiné " : le transport de marchandises pour lequel le camion, la remorque, la semi-remorque; avec ou sans le tracteur, la caisse mobile ou le conteneur de vingt pieds minimum utilise la route pour le tronçon initial ou final du voyage et, pour l'autre tronçon, les services ferroviaires ou les voies navigables intérieures ou maritimes lorsque ce tronçon a plus de 100 km à vol d'oiseau, et lorsque le transporteur parcourt le tronçon initial ou final de transport routier du voyage :
- soit entre le point de chargement de la marchandise et la gare ferroviaire d'embarquement appropriée la plus proche pour le trajet initial et entre la gare ferroviaire de débarquement appropriée la plus proche et le point de déchargement de la marchandise pour le trajet terminal,
- soit dans un rayon n'excédant pas 150 kilomètres à vol d'oiseau à partir du port fluvial ou maritime d'embarquement ou de débarquement.
INFRASTRUCTUUR.
INFRASTRUCTURES.
Art. 4. Algemeen.
De partijen komen overeen maatregelen voor de ontwikkeling van de vervoersinfrastructuur te nemen en op elkaar af te stemmen, als een wezenlijk middel om de problemen op te lossen die zich voordoen in het goederenvervoer door Kroatië, met name op de pan-Europese corridors V, VII en X en het Adriatisch/Ionisch pan-Europees vervoersgebied met aansluiting op corridor VIII.
De partijen komen overeen maatregelen voor de ontwikkeling van de vervoersinfrastructuur te nemen en op elkaar af te stemmen, als een wezenlijk middel om de problemen op te lossen die zich voordoen in het goederenvervoer door Kroatië, met name op de pan-Europese corridors V, VII en X en het Adriatisch/Ionisch pan-Europees vervoersgebied met aansluiting op corridor VIII.
Art. 4. Dispositions générales.
Les parties contractantes conviennent de prendre des mesures mutuellement coordonnées nécessaires au développement d'un réseau d'infrastructures de transport multimodal, qui constitue un moyen essentiel pour résoudre les problèmes posés par le transport des marchandises, à travers la Croatie, notamment les couloirs paneuropéens V, VII et X, ainsi que la zone paneuropéenne de transport adriatique/ionienne menant au couloir VIII.
Les parties contractantes conviennent de prendre des mesures mutuellement coordonnées nécessaires au développement d'un réseau d'infrastructures de transport multimodal, qui constitue un moyen essentiel pour résoudre les problèmes posés par le transport des marchandises, à travers la Croatie, notamment les couloirs paneuropéens V, VII et X, ainsi que la zone paneuropéenne de transport adriatique/ionienne menant au couloir VIII.
Art. 5. Planning.
De ontwikkeling van een multimodaal regionaal vervoersnetwerk op het grondgebied van Kroatië dat aan de behoeften van Kroatië en van Zuidoost-Europa voldoet en de belangrijkste weg- en spoorwegverbindingen, binnenwateren, binnenhavens, havens, luchthavens en andere relevante knooppunten van het netwerk omvat, is voor de Gemeenschap en voor Kroatië van bijzonder belang. Dit netwerk moet worden gekoppeld aan de regionale, trans-Europese of pan-Europese netwerken van de buurlanden, en verenigbaar zijn met het Trans-Europese vervoersnetwerk van de Gemeenschap. De projecten en prioriteiten in dit verband zullen worden beoordeeld aan de hand van de methoden van de beoordeling van de behoeften inzake de vervoersinfrastructuur (TINA), met inachtneming van de TINA-resultaten van de buurlanden. Deze beoordeling moet ertoe leiden dat de vervoersprioriteiten kunnen worden vastgesteld bij de toewijzing van de eigen middelen van Kroatië en eventuele financiering door de Gemeenschap van projecten in dit netwerk.
De ontwikkeling van een multimodaal regionaal vervoersnetwerk op het grondgebied van Kroatië dat aan de behoeften van Kroatië en van Zuidoost-Europa voldoet en de belangrijkste weg- en spoorwegverbindingen, binnenwateren, binnenhavens, havens, luchthavens en andere relevante knooppunten van het netwerk omvat, is voor de Gemeenschap en voor Kroatië van bijzonder belang. Dit netwerk moet worden gekoppeld aan de regionale, trans-Europese of pan-Europese netwerken van de buurlanden, en verenigbaar zijn met het Trans-Europese vervoersnetwerk van de Gemeenschap. De projecten en prioriteiten in dit verband zullen worden beoordeeld aan de hand van de methoden van de beoordeling van de behoeften inzake de vervoersinfrastructuur (TINA), met inachtneming van de TINA-resultaten van de buurlanden. Deze beoordeling moet ertoe leiden dat de vervoersprioriteiten kunnen worden vastgesteld bij de toewijzing van de eigen middelen van Kroatië en eventuele financiering door de Gemeenschap van projecten in dit netwerk.
Art. 5. Planification.
Le développement d'un réseau régional de transport multimodal sur le territoire croate, qui réponde aux besoins de la Croatie et de la région de l'Europe du sud-est en couvrant les principaux axes routiers et ferroviaires, voies fluviales, ports fluviaux ou maritimes, aéroports et autres installations afférente au réseau, présente un intérêt particulier pour la Communauté et la Croatie. Ce réseau se connectera aux réseaux régionaux, transeuropéen ou paneuropéen des pays voisins et sera compatible avec le réseau transeuropéen de transports de la Communauté. Les projets et priorités respectives seront évalués selon les méthodes utilisées dans le cadre de l'évaluation des besoins en infrastructures de transport (EBIT), en tenant compte des résultats de l'EBIT dans les pays voisins. Cette évaluation permettra de recenser les priorités en matière de transport, qui détermineront le financement par la Croatie sur ses ressources propres et le cofinancement communautaire des projets sur ce réseau.
Le développement d'un réseau régional de transport multimodal sur le territoire croate, qui réponde aux besoins de la Croatie et de la région de l'Europe du sud-est en couvrant les principaux axes routiers et ferroviaires, voies fluviales, ports fluviaux ou maritimes, aéroports et autres installations afférente au réseau, présente un intérêt particulier pour la Communauté et la Croatie. Ce réseau se connectera aux réseaux régionaux, transeuropéen ou paneuropéen des pays voisins et sera compatible avec le réseau transeuropéen de transports de la Communauté. Les projets et priorités respectives seront évalués selon les méthodes utilisées dans le cadre de l'évaluation des besoins en infrastructures de transport (EBIT), en tenant compte des résultats de l'EBIT dans les pays voisins. Cette évaluation permettra de recenser les priorités en matière de transport, qui détermineront le financement par la Croatie sur ses ressources propres et le cofinancement communautaire des projets sur ce réseau.
Art. 6. Financiële aspecten.
1. De Gemeenschap draagt, in het kader van artikel 107 van de overeenkomst. financieel bij tot de uitvoering van de noodzakelijke in artikel 5 bedoelde infrastructuurwerken. Zij zal deze bijdrage verstrekken in de vorm van kredieten van de Europese Investeringsbank, en op elke andere wijze waarop zij nog meer middelen kan vrijmaken.
2. Om de werkzaamheden te bespoedigen zal de Commissie in de mate van het mogelijke trachten het gebruik van andere aanvullende middelen te bevorderen, zoals investeringen door lid-Staten van de Gemeenschap op bilaterale basis of met behulp van openbare of particuliere gelden.
1. De Gemeenschap draagt, in het kader van artikel 107 van de overeenkomst. financieel bij tot de uitvoering van de noodzakelijke in artikel 5 bedoelde infrastructuurwerken. Zij zal deze bijdrage verstrekken in de vorm van kredieten van de Europese Investeringsbank, en op elke andere wijze waarop zij nog meer middelen kan vrijmaken.
2. Om de werkzaamheden te bespoedigen zal de Commissie in de mate van het mogelijke trachten het gebruik van andere aanvullende middelen te bevorderen, zoals investeringen door lid-Staten van de Gemeenschap op bilaterale basis of met behulp van openbare of particuliere gelden.
Art. 6. Aspects financiers.
1. La Communauté contribue financièrement, au titre de l'article 107 du présent accord, à la réalisation des travaux d'infrastructure nécessaires visés à l'article 5. Cette contribution financière peut intervenir sous forme de crédits de la Banque européenne d'investissement, ainsi que sous toute autre forme de financement permettant de dégager des ressources complémentaires.
2. Afin d'accélérer les travaux, la Commission s'efforce, dans la mesure du possible, de favoriser l'utilisation d'autres ressources complémentaires telles que des investissements par certains Etats membres de la Communauté sur une base bilatérale ou au moyen de fonds publics ou privés.
1. La Communauté contribue financièrement, au titre de l'article 107 du présent accord, à la réalisation des travaux d'infrastructure nécessaires visés à l'article 5. Cette contribution financière peut intervenir sous forme de crédits de la Banque européenne d'investissement, ainsi que sous toute autre forme de financement permettant de dégager des ressources complémentaires.
2. Afin d'accélérer les travaux, la Commission s'efforce, dans la mesure du possible, de favoriser l'utilisation d'autres ressources complémentaires telles que des investissements par certains Etats membres de la Communauté sur une base bilatérale ou au moyen de fonds publics ou privés.
VERVOER PER SPOOR EN GECOMBINEERD VERVOER.
CHEMINS DE FER ET TRANSPORT COMBINE.
Art. 7. Algemeen.
De partijen nemen de nodige maatregelen voor de ontwikkeling en de bevordering van het vervoer per spoor en van het gecombineerde vervoer en stemmen deze op elkaar af, met het doel een groot deel van het bilaterale verkeer met en het transitoverkeer door Kroatië in de toekomst op milieuvriendelijker wijze te doen plaatsvinden.
De partijen nemen de nodige maatregelen voor de ontwikkeling en de bevordering van het vervoer per spoor en van het gecombineerde vervoer en stemmen deze op elkaar af, met het doel een groot deel van het bilaterale verkeer met en het transitoverkeer door Kroatië in de toekomst op milieuvriendelijker wijze te doen plaatsvinden.
Art. 7. Dispositions générales.
Les parties prennent et coordonnent entre elles les mesures nécessaires au développement et à la promotion du transport par chemin de fer et du transport combiné en tant que solution pour assurer, à l'avenir, une part essentielle du transport bilatéral et de transit à travers la Croatie dans des conditions plus respectueuses de l'environnement.
Les parties prennent et coordonnent entre elles les mesures nécessaires au développement et à la promotion du transport par chemin de fer et du transport combiné en tant que solution pour assurer, à l'avenir, une part essentielle du transport bilatéral et de transit à travers la Croatie dans des conditions plus respectueuses de l'environnement.
Art. 8. Bijzondere aspecten met betrekking tot de infrastructuur.
In het kader van de modernisering van de Kroatische spoorwegen zal het nodige worden gedaan om deze aan het gecombineerde vervoer aan te passen, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling of aanleg van terminals, de afmetingen van de tunnels en de capaciteit, waarvoor aanzienlijke investeringen vereist zijn.
In het kader van de modernisering van de Kroatische spoorwegen zal het nodige worden gedaan om deze aan het gecombineerde vervoer aan te passen, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling of aanleg van terminals, de afmetingen van de tunnels en de capaciteit, waarvoor aanzienlijke investeringen vereist zijn.
Art. 8. Aspects particuliers en matière d'infrastructures.
Dans le cadre de la modernisation des chemins de fer croates, les travaux nécessaires sont entrepris en vue d'adapter le système au transport combiné, notamment au regard du développement ou de la création de terminaux, du gabarit des tunnels et de la capacité, qui nécessitent des investissements importants.
Dans le cadre de la modernisation des chemins de fer croates, les travaux nécessaires sont entrepris en vue d'adapter le système au transport combiné, notamment au regard du développement ou de la création de terminaux, du gabarit des tunnels et de la capacité, qui nécessitent des investissements importants.
Art. 9. Begeleidende maatregelen.
De partijen nemen alle nodige maatregelen ter bevordering van het gecombineerde vervoer.
Deze maatregelen hebben ten doel :
- gebruikers en expediteurs aan te moedigen van het gecombineerde vervoer gebruik te maken;
- het gecombineerde vervoer concurrerend te maken ten opzichte van het wegvervoer, met name door middel van financiële steun van de Gemeenschap of Kroatië in het kader van hun respectieve wetgevingen;
- het gebruik van het gecombineerde vervoer over lange afstanden te bevorderen en met name het gebruik van wissellaadbakken, containers en vervoer zonder begeleiding in het algemeen te bevorderen;
- de snelheid en betrouwbaarheid van het gecombineerde vervoer te verbeteren, in het bijzonder door :
- de frequentie van konvooien te verhogen en aan de behoeften van de expediteurs en gebruikers aan te passen;
- de wachttijden bij terminals te bekorten en de productiviteit ervan op te voeren;
- het gecombineerde vervoer toegankelijker te maken door belemmeringen op toegangswegen op gepaste wijze weg te nemen;
- de gewichten, maten en technische kenmerken van het gespecialiseerde materiaal indien nodig te harmoniseren, en met name te zorgen voor de nodige compatibiliteit van de afmetingen, en overleg te plegen bij de bestelling en het in bedrijf nemen van het als gevolg van de ontwikkeling van het verkeer vereiste materieel;
- en in het algemeen alle andere passende maatregelen te nemen.
De partijen nemen alle nodige maatregelen ter bevordering van het gecombineerde vervoer.
Deze maatregelen hebben ten doel :
- gebruikers en expediteurs aan te moedigen van het gecombineerde vervoer gebruik te maken;
- het gecombineerde vervoer concurrerend te maken ten opzichte van het wegvervoer, met name door middel van financiële steun van de Gemeenschap of Kroatië in het kader van hun respectieve wetgevingen;
- het gebruik van het gecombineerde vervoer over lange afstanden te bevorderen en met name het gebruik van wissellaadbakken, containers en vervoer zonder begeleiding in het algemeen te bevorderen;
- de snelheid en betrouwbaarheid van het gecombineerde vervoer te verbeteren, in het bijzonder door :
- de frequentie van konvooien te verhogen en aan de behoeften van de expediteurs en gebruikers aan te passen;
- de wachttijden bij terminals te bekorten en de productiviteit ervan op te voeren;
- het gecombineerde vervoer toegankelijker te maken door belemmeringen op toegangswegen op gepaste wijze weg te nemen;
- de gewichten, maten en technische kenmerken van het gespecialiseerde materiaal indien nodig te harmoniseren, en met name te zorgen voor de nodige compatibiliteit van de afmetingen, en overleg te plegen bij de bestelling en het in bedrijf nemen van het als gevolg van de ontwikkeling van het verkeer vereiste materieel;
- en in het algemeen alle andere passende maatregelen te nemen.
Art. 9. Mesures d'accompagnement.
Les parties prennent toutes les mesures nécessaires pour favoriser le développement du transport combiné.
Ces mesures ont notamment pour objet :
- d'inciter les usagers et les expéditeurs à utiliser le transport combiné;
- de rendre le transport combiné compétitif par rapport au transport par route, notamment au moyen d'aides financières accordées par la Croatie ou la Communauté dans le respect de leurs législations respectives;
- d'encourager le recours au transport combiné pour les longues distances et de promouvoir notamment l'usage de caisses mobiles, de conteneurs et, d'une façon générale, du transport non accompagné;
- d'améliorer la vitesse et la fiabilité du transport combiné et notamment :
- d'augmenter la cadence des convois en l'adaptant aux besoins des expéditeurs et des usagers;
- d'abréger les temps d'attente dans les terminaux et d'améliorer leur productivité;
- de libérer de toutes entraves les parcours d'approche pour faciliter l'accès au transport combiné et ce, de la manière la plus appropriée qui soit;
- d'harmoniser, dans la mesure nécessaire, les poids, dimensions et caractéristiques techniques du matériel spécialisé, notamment pour assurer la compatibilité nécessaire des gabarits, et de prendre des mesures coordonnées pour commander et mettre en service un tel équipement en fonction du trafic;
- de prendre, d'une façon générale, toute autre disposition appropriée.
Les parties prennent toutes les mesures nécessaires pour favoriser le développement du transport combiné.
Ces mesures ont notamment pour objet :
- d'inciter les usagers et les expéditeurs à utiliser le transport combiné;
- de rendre le transport combiné compétitif par rapport au transport par route, notamment au moyen d'aides financières accordées par la Croatie ou la Communauté dans le respect de leurs législations respectives;
- d'encourager le recours au transport combiné pour les longues distances et de promouvoir notamment l'usage de caisses mobiles, de conteneurs et, d'une façon générale, du transport non accompagné;
- d'améliorer la vitesse et la fiabilité du transport combiné et notamment :
- d'augmenter la cadence des convois en l'adaptant aux besoins des expéditeurs et des usagers;
- d'abréger les temps d'attente dans les terminaux et d'améliorer leur productivité;
- de libérer de toutes entraves les parcours d'approche pour faciliter l'accès au transport combiné et ce, de la manière la plus appropriée qui soit;
- d'harmoniser, dans la mesure nécessaire, les poids, dimensions et caractéristiques techniques du matériel spécialisé, notamment pour assurer la compatibilité nécessaire des gabarits, et de prendre des mesures coordonnées pour commander et mettre en service un tel équipement en fonction du trafic;
- de prendre, d'une façon générale, toute autre disposition appropriée.
Art. 10. Rol van de spoorwegen.
In het licht van de verdeling van de bevoegdheden tussen de staat en de spoorwegen doen de partijen hun spoorwegmaatschappijen de aanbeveling om zowel voor het personen- als het goederenvervoer :
- de bilaterale en multilaterale samenwerking en de samenwerking in het kader van internationale spoorwegorganisaties op alle gebieden te versterken, in het bijzonder ten aanzien van de verbetering van de kwaliteit en de veiligheid van de vervoersdiensten;
- gezamenlijk te streven naar een organisatie van de spoorwegen die expediteurs ertoe aanmoedigt hun goederen per spoor in plaats van over de weg te vervoeren, met name voor transitodoeleinden, op basis van eerlijke concurrentie en met behoud van de vrije keuze van de gebruiker;
- de deelname van Kroatië aan het Trans-Europese netwerk voor vrachtvervoer voor te bereiden, zoals dit is gedefinieerd in het acquis van de Gemeenschap inzake de ontwikkeling van de spoorwegen.
In het licht van de verdeling van de bevoegdheden tussen de staat en de spoorwegen doen de partijen hun spoorwegmaatschappijen de aanbeveling om zowel voor het personen- als het goederenvervoer :
- de bilaterale en multilaterale samenwerking en de samenwerking in het kader van internationale spoorwegorganisaties op alle gebieden te versterken, in het bijzonder ten aanzien van de verbetering van de kwaliteit en de veiligheid van de vervoersdiensten;
- gezamenlijk te streven naar een organisatie van de spoorwegen die expediteurs ertoe aanmoedigt hun goederen per spoor in plaats van over de weg te vervoeren, met name voor transitodoeleinden, op basis van eerlijke concurrentie en met behoud van de vrije keuze van de gebruiker;
- de deelname van Kroatië aan het Trans-Europese netwerk voor vrachtvervoer voor te bereiden, zoals dit is gedefinieerd in het acquis van de Gemeenschap inzake de ontwikkeling van de spoorwegen.
Art. 10. Rôle des chemins de fer.
Dans le cadre des compétences respectives des Etats et des chemins de fer, les parties, pour le transport des voyageurs et des marchandises, recommandent à leurs administrations ferroviaires :
- de renforcer leur coopération dans tous les domaines, tant au niveau bilatéral et multilatéral qu'au sein des organisations internationales ferroviaires, en particulier en vue d'améliorer la qualité et la sécurité de leurs services de transport;
- d'essayer d'établir en commun un système d'organisation des chemins de fer incitant les expéditeurs à envoyer le fret par le rail plutôt que par la route, notamment pour le transit, dans le cadre d'une saine concurrence et en respectant le libre choix de l'usager en la matière;
- de préparer la participation de la Croatie au réseau transeuropéen de fret ferroviaire, tel que défini dans l'acquis communautaire sur le développement des chemins de fer.
Dans le cadre des compétences respectives des Etats et des chemins de fer, les parties, pour le transport des voyageurs et des marchandises, recommandent à leurs administrations ferroviaires :
- de renforcer leur coopération dans tous les domaines, tant au niveau bilatéral et multilatéral qu'au sein des organisations internationales ferroviaires, en particulier en vue d'améliorer la qualité et la sécurité de leurs services de transport;
- d'essayer d'établir en commun un système d'organisation des chemins de fer incitant les expéditeurs à envoyer le fret par le rail plutôt que par la route, notamment pour le transit, dans le cadre d'une saine concurrence et en respectant le libre choix de l'usager en la matière;
- de préparer la participation de la Croatie au réseau transeuropéen de fret ferroviaire, tel que défini dans l'acquis communautaire sur le développement des chemins de fer.
VERVOER OVER DE WEG.
TRANSPORTS ROUTIERS.
Art. 11. Algemene bepalingen.
1. Wat de toegang tot elkaars vervoersmarkt betreft, komen de partijen overeen in het beginstadium en onverminderd lid 2 de regeling te handhaven die voortvloeit uit bilaterale overeenkomsten of andere internationale bilaterale verdragen die tussen de lid-Staten van de Gemeenschap en Kroatië zijn gesloten of, bij het ontbreken van dergelijke overeenkomsten of verdragen, uit de feitelijke situatie in 1991.
In afwachting van de sluiting van een overeenkomst tussen de Gemeenschap en Kroatië over de toegang tot de markt van het wegvervoer, zoals in artikel 12 bepaald, en over wegenbelasting, zoals in artikel 13, lid 2, bepaald, werkt Kroatië samen met de lid-Staten van de Gemeenschap om deze bilaterale overeenkomsten aan te passen aan dit protocol.
2. De partijen komen overeen met ingang van de datum waarop de overeenkomst in werking treedt, het communautaire transitoverkeer onbeperkt toegang te verlenen tot Kroatië en het Kroatische transitoverkeer onbeperkt toegang te verlenen tot de Gemeenschap.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 gelden voor het Kroatische transitoverkeer door Oostenrijk de volgende bepalingen :
a) een regeling voor het Kroatische transitoverkeer die overeenstemt met die welke wordt toegepast op grond van de bilaterale overeenkomst tussen Oostenrijk en Kroatië, wordt gehandhaafd tot en met 31 december 2002. Uiterlijk op 30 juni 2002 evalueren de partijen het functioneren van de regeling die tussen Oostenrijk en Kroatië wordt toegepast, in het licht van het beginsel van non-discriminatie dat ten aanzien van het transitoverkeer door Oostenrijk dient te gelden voor vrachtwagens uit de Europese Gemeenschap en vrachtwagens uit Kroatië. Passende maatregelen zullen worden genomen om waar nodig discriminatie tegen te gaan;
b) van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 geldt een ecopuntensysteem, vergelijkbaar met het systeem dat is ingesteld bij artikel 11 van Protocol nr. 9 bij de Akte van Toetreding van de Republiek Oostenrijk tot de Europese Unie. De wijze van berekening en de gedetailleerde voorschriften en procedures voor beheer en controle van de ecopunten worden te zijner tijd vastgesteld bij een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de partijen, en komen overeen met de bepalingen van de artikelen 11 en 14 van genoemd Protocol nr. 9.
4. Indien als gevolg van de krachtens lid 2 verleende rechten het communautaire transitoverkeer over de weg in zodanige mate toeneemt dat aan de wegeninfrastructuur en/of de doorstroming van het verkeer op de in artikel 5 bedoelde verbindingen daardoor ernstige schade wordt toegebracht of dreigt te worden toegebracht, en zich onder deze zelfde omstandigheden problemen voordoen op het grondgebied van de Gemeenschap in de nabijheid van de grenzen met Kroatië, wordt de kwestie voorgelegd aan de Stabilisatie- en Associatieraad overeenkomstig artikel 113 van de overeenkomst. De partijen kunnen voorstellen doen voor uitzonderlijke tijdelijke, niet-discriminerende maatregelen die noodzakelijk zijn om deze schade te verminderen of te beperken.
5. Indien de Europese Gemeenschap voorschriften vaststelt om de verontreiniging door in de Europese Unie geregistreerde vrachtwagens te verminderen, zijn gelijkwaardige voorschriften van toepassing op in Kroatië geregistreerde vrachtwagens die op het grondgebied van de Gemeenschap aan het verkeer wensen deel te nemen. De Stabilisatie- en Associatieraad beslist over de noodzakelijke modaliteiten.
6. De partijen onthouden zich van alle eenzijdige maatregelen of handelwijzen die tot discriminatie tussen vervoerders of voertuigen van de Gemeenschap en van Kroatië zouden kunnen leiden. Iedere partij neemt alle dienstige maatregelen om het wegvervoer naar of in transito over het grondgebied van de andere partij te vergemakkelijken.
1. Wat de toegang tot elkaars vervoersmarkt betreft, komen de partijen overeen in het beginstadium en onverminderd lid 2 de regeling te handhaven die voortvloeit uit bilaterale overeenkomsten of andere internationale bilaterale verdragen die tussen de lid-Staten van de Gemeenschap en Kroatië zijn gesloten of, bij het ontbreken van dergelijke overeenkomsten of verdragen, uit de feitelijke situatie in 1991.
In afwachting van de sluiting van een overeenkomst tussen de Gemeenschap en Kroatië over de toegang tot de markt van het wegvervoer, zoals in artikel 12 bepaald, en over wegenbelasting, zoals in artikel 13, lid 2, bepaald, werkt Kroatië samen met de lid-Staten van de Gemeenschap om deze bilaterale overeenkomsten aan te passen aan dit protocol.
2. De partijen komen overeen met ingang van de datum waarop de overeenkomst in werking treedt, het communautaire transitoverkeer onbeperkt toegang te verlenen tot Kroatië en het Kroatische transitoverkeer onbeperkt toegang te verlenen tot de Gemeenschap.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 gelden voor het Kroatische transitoverkeer door Oostenrijk de volgende bepalingen :
a) een regeling voor het Kroatische transitoverkeer die overeenstemt met die welke wordt toegepast op grond van de bilaterale overeenkomst tussen Oostenrijk en Kroatië, wordt gehandhaafd tot en met 31 december 2002. Uiterlijk op 30 juni 2002 evalueren de partijen het functioneren van de regeling die tussen Oostenrijk en Kroatië wordt toegepast, in het licht van het beginsel van non-discriminatie dat ten aanzien van het transitoverkeer door Oostenrijk dient te gelden voor vrachtwagens uit de Europese Gemeenschap en vrachtwagens uit Kroatië. Passende maatregelen zullen worden genomen om waar nodig discriminatie tegen te gaan;
b) van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 geldt een ecopuntensysteem, vergelijkbaar met het systeem dat is ingesteld bij artikel 11 van Protocol nr. 9 bij de Akte van Toetreding van de Republiek Oostenrijk tot de Europese Unie. De wijze van berekening en de gedetailleerde voorschriften en procedures voor beheer en controle van de ecopunten worden te zijner tijd vastgesteld bij een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de partijen, en komen overeen met de bepalingen van de artikelen 11 en 14 van genoemd Protocol nr. 9.
4. Indien als gevolg van de krachtens lid 2 verleende rechten het communautaire transitoverkeer over de weg in zodanige mate toeneemt dat aan de wegeninfrastructuur en/of de doorstroming van het verkeer op de in artikel 5 bedoelde verbindingen daardoor ernstige schade wordt toegebracht of dreigt te worden toegebracht, en zich onder deze zelfde omstandigheden problemen voordoen op het grondgebied van de Gemeenschap in de nabijheid van de grenzen met Kroatië, wordt de kwestie voorgelegd aan de Stabilisatie- en Associatieraad overeenkomstig artikel 113 van de overeenkomst. De partijen kunnen voorstellen doen voor uitzonderlijke tijdelijke, niet-discriminerende maatregelen die noodzakelijk zijn om deze schade te verminderen of te beperken.
5. Indien de Europese Gemeenschap voorschriften vaststelt om de verontreiniging door in de Europese Unie geregistreerde vrachtwagens te verminderen, zijn gelijkwaardige voorschriften van toepassing op in Kroatië geregistreerde vrachtwagens die op het grondgebied van de Gemeenschap aan het verkeer wensen deel te nemen. De Stabilisatie- en Associatieraad beslist over de noodzakelijke modaliteiten.
6. De partijen onthouden zich van alle eenzijdige maatregelen of handelwijzen die tot discriminatie tussen vervoerders of voertuigen van de Gemeenschap en van Kroatië zouden kunnen leiden. Iedere partij neemt alle dienstige maatregelen om het wegvervoer naar of in transito over het grondgebied van de andere partij te vergemakkelijken.
Art. 11. Dispositions générales.
1. En matière d'accès réciproque à leur marché des transports, les parties conviennent, dans un premier stade et sans préjudice du paragraphe 2, de maintenir le régime découlant des accords bilatéraux ou d'autres instruments internationaux bilatéraux conclus entre chaque Etat membre de la Communauté et la Croatie ou, en l'absence de tels accords ou instruments, découlant de la situation de fait existant en 1991.
Toutefois, dans l'attente de la conclusion d'un accord entre la Communauté et la Croatie sur l'accès au marché du transport routier, comme prévu à l'article 12, et sur la taxation routière, comme prévu à l'article 13, paragraphe 2, la Croatie coopère avec les Etats membres de la Communauté pour apporter à ces accords bilatéraux les amendements nécessaires à leur adaptation au présent protocole.
2. Les parties conviennent de libérer intégralement l'accès au trafic communautaire de transit à travers la Croatie et au trafic de transit de la Croatie à travers la Communauté avec effet à la date d'entrée en vigueur du présent accord.
3. Par dérogation au paragraphe 2, les dispositions suivantes s'appliquent au trafic de transit de la Croatie à travers l'Autriche :
a) jusqu'au 31 décembre 2002; l'Autriche continuera à appliquer à la Croatie un régime de transit identique à celui appliqué entre elles dans le cadre de l'accord bilatéral signé le 6 juin 1995. Au plus tard le 30 juin 2002, les parties examineront le fonctionnement du régime appliqué entre l'Autriche et la Croatie, en tenant compte du principe de non-discrimination, qui doit s'appliquer aux poids lourds de la Communauté et de la Croatie en transit à travers l'Autriche. Au besoin, des mesures appropriées seront prises pour assurer une non-discrimination effective;
b) un système d'écopoints semblable à celui prévu par l'article 11 du protocole n° 9 de l'acte d'adhésion de 1994 de l'Autriche à l'Union européenne s'appliquera jusqu'au 31 décembre 2003, avec effet au 1er janvier 2003. Le mode de calcul, les règles et procédures détaillées concernant la gestion et le contrôle du système seront définis en temps voulu au moyen d'un échange de lettres entre les parties contractantes, en conformité avec les dispositions des articles 11 et 14 du protocole 9 précité.
4. Si, par suite des droits reconnus au paragraphe 2, le trafic de transit des transporteurs routiers communautaires augmente au point de causer ou de menacer de causer de graves préjudices à l'infrastructure routière et/ou à la fluidité du trafic sur les axes visés à l'article 5 et si, dans les mêmes circonstances, des problèmes surviennent sur le territoire de la Communauté situé à proximité de la frontière de la Croatie, l'affaire peut être soumise au conseil de stabilisation et d'association, conformément à l'article 113 de l'accord. Les parties peuvent proposer des mesures exceptionnelles, temporaires et non discriminatoires susceptibles de limiter ou d'atténuer les préjudices en question.
5. Si la Communauté européenne institue des règles visant à réduire la pollution causée par les poids lourds immatriculés dans l'Union européenne, des règles équivalentes doivent s'appliquer aux poids lourds immatriculés en Croatie, leur permettant de circuler sur le territoire communautaire. Le conseil de stabilisation et d'association se prononce sur les modalités nécessaires.
6. Les parties s'abstiennent de prendre toute mesure unilatérale qui pourrait entraîner une discrimination entre les transporteurs ou véhicules communautaires et croates. Chacune d'elles prend toutes les mesures nécessaires en vue de faciliter le transport par route vers le territoire de l'autre partie contractante ou transitant par celui-ci.
1. En matière d'accès réciproque à leur marché des transports, les parties conviennent, dans un premier stade et sans préjudice du paragraphe 2, de maintenir le régime découlant des accords bilatéraux ou d'autres instruments internationaux bilatéraux conclus entre chaque Etat membre de la Communauté et la Croatie ou, en l'absence de tels accords ou instruments, découlant de la situation de fait existant en 1991.
Toutefois, dans l'attente de la conclusion d'un accord entre la Communauté et la Croatie sur l'accès au marché du transport routier, comme prévu à l'article 12, et sur la taxation routière, comme prévu à l'article 13, paragraphe 2, la Croatie coopère avec les Etats membres de la Communauté pour apporter à ces accords bilatéraux les amendements nécessaires à leur adaptation au présent protocole.
2. Les parties conviennent de libérer intégralement l'accès au trafic communautaire de transit à travers la Croatie et au trafic de transit de la Croatie à travers la Communauté avec effet à la date d'entrée en vigueur du présent accord.
3. Par dérogation au paragraphe 2, les dispositions suivantes s'appliquent au trafic de transit de la Croatie à travers l'Autriche :
a) jusqu'au 31 décembre 2002; l'Autriche continuera à appliquer à la Croatie un régime de transit identique à celui appliqué entre elles dans le cadre de l'accord bilatéral signé le 6 juin 1995. Au plus tard le 30 juin 2002, les parties examineront le fonctionnement du régime appliqué entre l'Autriche et la Croatie, en tenant compte du principe de non-discrimination, qui doit s'appliquer aux poids lourds de la Communauté et de la Croatie en transit à travers l'Autriche. Au besoin, des mesures appropriées seront prises pour assurer une non-discrimination effective;
b) un système d'écopoints semblable à celui prévu par l'article 11 du protocole n° 9 de l'acte d'adhésion de 1994 de l'Autriche à l'Union européenne s'appliquera jusqu'au 31 décembre 2003, avec effet au 1er janvier 2003. Le mode de calcul, les règles et procédures détaillées concernant la gestion et le contrôle du système seront définis en temps voulu au moyen d'un échange de lettres entre les parties contractantes, en conformité avec les dispositions des articles 11 et 14 du protocole 9 précité.
4. Si, par suite des droits reconnus au paragraphe 2, le trafic de transit des transporteurs routiers communautaires augmente au point de causer ou de menacer de causer de graves préjudices à l'infrastructure routière et/ou à la fluidité du trafic sur les axes visés à l'article 5 et si, dans les mêmes circonstances, des problèmes surviennent sur le territoire de la Communauté situé à proximité de la frontière de la Croatie, l'affaire peut être soumise au conseil de stabilisation et d'association, conformément à l'article 113 de l'accord. Les parties peuvent proposer des mesures exceptionnelles, temporaires et non discriminatoires susceptibles de limiter ou d'atténuer les préjudices en question.
5. Si la Communauté européenne institue des règles visant à réduire la pollution causée par les poids lourds immatriculés dans l'Union européenne, des règles équivalentes doivent s'appliquer aux poids lourds immatriculés en Croatie, leur permettant de circuler sur le territoire communautaire. Le conseil de stabilisation et d'association se prononce sur les modalités nécessaires.
6. Les parties s'abstiennent de prendre toute mesure unilatérale qui pourrait entraîner une discrimination entre les transporteurs ou véhicules communautaires et croates. Chacune d'elles prend toutes les mesures nécessaires en vue de faciliter le transport par route vers le territoire de l'autre partie contractante ou transitant par celui-ci.
Art. 12. Toegang tot de markt.
De partijen verbinden zich bij voorrang ertoe samen te werken om, afhankelijk van hun interne voorschriften, te zoeken naar :
- regelingen ter bevordering van een vervoersstelsel dat beantwoordt aan de behoeften van beide partijen en dat enerzijds verenigbaar is met de voltooiing van de interne markt van de Gemeenschap en het gemeenschappelijke vervoersbeleid, en anderzijds met de economische politiek en het vervoersbeleid van Kroatië;
- een definitieve regeling voor de toegang tot elkaars markt voor vervoer over de weg op basis van wederkerigheid.
De partijen verbinden zich bij voorrang ertoe samen te werken om, afhankelijk van hun interne voorschriften, te zoeken naar :
- regelingen ter bevordering van een vervoersstelsel dat beantwoordt aan de behoeften van beide partijen en dat enerzijds verenigbaar is met de voltooiing van de interne markt van de Gemeenschap en het gemeenschappelijke vervoersbeleid, en anderzijds met de economische politiek en het vervoersbeleid van Kroatië;
- een definitieve regeling voor de toegang tot elkaars markt voor vervoer over de weg op basis van wederkerigheid.
Art. 12. Accès au marché.
Les parties s'engagent à rechercher ensemble, en priorité, chacune restant soumise à ses règles intérieures :
- des solutions susceptibles de favoriser le développement d'un système de transport qui réponde aux besoins des parties contractantes et qui soit compatible avec l'achèvement du marché intérieur communautaire et la mise en oeuvre de la politique commune des transports, d'une part, et avec la politique économique et la politique des transports de la Croatie, d'autre part;
- un système définitif destiné à réglementer l'accès futur au marché du transport par route des parties contractantes fondé sur le principe de la réciprocité.
Les parties s'engagent à rechercher ensemble, en priorité, chacune restant soumise à ses règles intérieures :
- des solutions susceptibles de favoriser le développement d'un système de transport qui réponde aux besoins des parties contractantes et qui soit compatible avec l'achèvement du marché intérieur communautaire et la mise en oeuvre de la politique commune des transports, d'une part, et avec la politique économique et la politique des transports de la Croatie, d'autre part;
- un système définitif destiné à réglementer l'accès futur au marché du transport par route des parties contractantes fondé sur le principe de la réciprocité.
Art. 13. Belastingen, tol en andere heffingen.
1. De partijen erkennen dat belastingen, tol en andere heffingen ten laste van de wegvoertuigen van beide partijen vrij moeten zijn van discriminatie.
2. De partijen openen zo snel mogelijk onderhandelingen over een overeenkomst inzake wegenbelasting, op basis van de regels die de Gemeenschap op dit gebied heeft vastgesteld. Deze overeenkomst is met name gericht op vrije doorstroming van het grensoverschrijdende verkeer, geleidelijke opheffing van de verschillen tussen de wegenbelastingstelsels van de partijen en het voorkomen van concurrentievervalsing ten gevolge van deze verschillen.
3. In afwachting van de resultaten van de in lid 2 bedoelde onderhandelingen nemen de partijen de discriminatie weg tussen vrachtvervoerders uit de Gemeenschap en uit Kroatië bij de toepassing van belastingen en heffingen op het verkeer en/of het bezit van vrachtwagens en van alle speciale belastingen en heffingen op het vervoer over het grondgebied van de partijen. Kroatië verbindt zich ertoe de Commissie van de Europese Gemeenschappen op verzoek het bedrag aan belastingen, tol en andere heffingen die het toepast mede te delen, alsmede de methode die voor de berekening daarvan wordt toegepast.
4. Tot de in lid 2 en artikel 12 bedoelde overeenkomsten zijn gesloten, kunnen na de inwerkingtreding van de overeenkomst voorgestelde wijzigingen van fiscale heffingen, tolheffing en andere heffingen op het communautaire transitoverkeer door Kroatië, alsmede van de systemen voor de inning ervan, niet eerder worden ingevoerd dan na overleg.
1. De partijen erkennen dat belastingen, tol en andere heffingen ten laste van de wegvoertuigen van beide partijen vrij moeten zijn van discriminatie.
2. De partijen openen zo snel mogelijk onderhandelingen over een overeenkomst inzake wegenbelasting, op basis van de regels die de Gemeenschap op dit gebied heeft vastgesteld. Deze overeenkomst is met name gericht op vrije doorstroming van het grensoverschrijdende verkeer, geleidelijke opheffing van de verschillen tussen de wegenbelastingstelsels van de partijen en het voorkomen van concurrentievervalsing ten gevolge van deze verschillen.
3. In afwachting van de resultaten van de in lid 2 bedoelde onderhandelingen nemen de partijen de discriminatie weg tussen vrachtvervoerders uit de Gemeenschap en uit Kroatië bij de toepassing van belastingen en heffingen op het verkeer en/of het bezit van vrachtwagens en van alle speciale belastingen en heffingen op het vervoer over het grondgebied van de partijen. Kroatië verbindt zich ertoe de Commissie van de Europese Gemeenschappen op verzoek het bedrag aan belastingen, tol en andere heffingen die het toepast mede te delen, alsmede de methode die voor de berekening daarvan wordt toegepast.
4. Tot de in lid 2 en artikel 12 bedoelde overeenkomsten zijn gesloten, kunnen na de inwerkingtreding van de overeenkomst voorgestelde wijzigingen van fiscale heffingen, tolheffing en andere heffingen op het communautaire transitoverkeer door Kroatië, alsmede van de systemen voor de inning ervan, niet eerder worden ingevoerd dan na overleg.
Art. 13. Fiscalité, péages et autres charges.
1. Les parties admettent que le traitement fiscal des véhicules routiers, les péages et les autres charges de part et d'autre doivent être non discriminatoires.
2. Les parties entament des négociations en vue de parvenir dès que possible à un accord relatif à la taxation routière, sur la base de la réglementation en la matière adoptée par la Communauté. Ledit accord visera notamment à assurer le libre écoulement du trafic transfrontalier, à gommer progressivement les divergences entre les systèmes de taxation routière des parties et à éliminer les distorsions de concurrence résultant de ces divergences.
3. En attendant la fin des négociations visées au paragraphe 2, les parties éliminent toute discrimination entre les transporteurs routiers de la Communauté et de la Croatie dans la perception des taxes et charges prélevées sur la circulation et/ou la possession de poids lourds ainsi que des taxes ou charges prélevées sur les opérations de transport sur le territoire des parties. La Croatie s'engage à communiquer à la Commission, à sa demande, le montant des taxes, péages et droits d'usage qu'elle applique, ainsi que sa méthode de calcul.
4. Jusqu'à la conclusion des accords visés au paragraphe 2 et à l'article 12, les modifications des charges fiscales, des péages ou des autres charges qui peuvent être appliqués au trafic communautaire de transit à travers la Croatie, ainsi que de leurs systèmes de collecte, proposées après l'entrée en vigueur du présent accord font l'objet d'une procédure de consultation préalable.
1. Les parties admettent que le traitement fiscal des véhicules routiers, les péages et les autres charges de part et d'autre doivent être non discriminatoires.
2. Les parties entament des négociations en vue de parvenir dès que possible à un accord relatif à la taxation routière, sur la base de la réglementation en la matière adoptée par la Communauté. Ledit accord visera notamment à assurer le libre écoulement du trafic transfrontalier, à gommer progressivement les divergences entre les systèmes de taxation routière des parties et à éliminer les distorsions de concurrence résultant de ces divergences.
3. En attendant la fin des négociations visées au paragraphe 2, les parties éliminent toute discrimination entre les transporteurs routiers de la Communauté et de la Croatie dans la perception des taxes et charges prélevées sur la circulation et/ou la possession de poids lourds ainsi que des taxes ou charges prélevées sur les opérations de transport sur le territoire des parties. La Croatie s'engage à communiquer à la Commission, à sa demande, le montant des taxes, péages et droits d'usage qu'elle applique, ainsi que sa méthode de calcul.
4. Jusqu'à la conclusion des accords visés au paragraphe 2 et à l'article 12, les modifications des charges fiscales, des péages ou des autres charges qui peuvent être appliqués au trafic communautaire de transit à travers la Croatie, ainsi que de leurs systèmes de collecte, proposées après l'entrée en vigueur du présent accord font l'objet d'une procédure de consultation préalable.
Art. 14. Afmetingen en gewichten.
1. Kroatië aanvaardt dat wegvoertuigen die beantwoorden aan de communautaire normen voor afmetingen en gewichten vrij en zonder beperking terzake aan het verkeer op de in artikel 5 bedoelde wegen mogen deelnemen. Tot zes maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst wordt op wegvoertuigen die niet aan de bestaande normen van Kroatië voldoen een speciale niet-discriminerende heffing toegepast, die evenredig is met de schade die door de hogere asdruk wordt veroorzaakt.
2. Kroatië streeft ernaar haar huidige regelgeving en normen voor wegenaanleg uiterlijk vijfjaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst te harmoniseren met de wetgeving die in de Gemeenschap geldt, en neemt vergaande maatregelen ter verbetering van de in artikel 5 bedoelde wegen, zodat deze binnen de voorgestelde termijn voldoen aan deze nieuwe regelgeving en normen, een en ander ia overeenstemming met zijn financiële mogelijkheden.
1. Kroatië aanvaardt dat wegvoertuigen die beantwoorden aan de communautaire normen voor afmetingen en gewichten vrij en zonder beperking terzake aan het verkeer op de in artikel 5 bedoelde wegen mogen deelnemen. Tot zes maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst wordt op wegvoertuigen die niet aan de bestaande normen van Kroatië voldoen een speciale niet-discriminerende heffing toegepast, die evenredig is met de schade die door de hogere asdruk wordt veroorzaakt.
2. Kroatië streeft ernaar haar huidige regelgeving en normen voor wegenaanleg uiterlijk vijfjaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst te harmoniseren met de wetgeving die in de Gemeenschap geldt, en neemt vergaande maatregelen ter verbetering van de in artikel 5 bedoelde wegen, zodat deze binnen de voorgestelde termijn voldoen aan deze nieuwe regelgeving en normen, een en ander ia overeenstemming met zijn financiële mogelijkheden.
Art. 14. Poids et dimensions.
1. La Croatie accepte à cet égard que les véhicules routiers répondant aux normes communautaires sur les poids et dimensions circulent librement et sans entraves sur les axes visés à l'article 5. Dans les six mois suivant l'entrée en vigueur du présent accord, les véhicules routiers qui ne répondent pas aux normes croates peuvent être soumis à une redevance spéciale non discriminatoire proportionnelle aux dommages causés par le poids supplémentaire à l'essieu.
2. La Croatie s'efforce d'aligner ses règlements et ses normes en matière de construction de routes sur la législation applicable dans la Communauté avant la fin de la cinquième année suivant l'entrée en vigueur du présent accord et d'adapter les axes visés à l'article 5 à ces nouveaux règlements et à ces nouvelles normes dans le délai proposé, compte tenu de ses possibilités financières.
1. La Croatie accepte à cet égard que les véhicules routiers répondant aux normes communautaires sur les poids et dimensions circulent librement et sans entraves sur les axes visés à l'article 5. Dans les six mois suivant l'entrée en vigueur du présent accord, les véhicules routiers qui ne répondent pas aux normes croates peuvent être soumis à une redevance spéciale non discriminatoire proportionnelle aux dommages causés par le poids supplémentaire à l'essieu.
2. La Croatie s'efforce d'aligner ses règlements et ses normes en matière de construction de routes sur la législation applicable dans la Communauté avant la fin de la cinquième année suivant l'entrée en vigueur du présent accord et d'adapter les axes visés à l'article 5 à ces nouveaux règlements et à ces nouvelles normes dans le délai proposé, compte tenu de ses possibilités financières.
Art. 15. Milieu.
1. Met het oog op de bescherming van het milieu streven de partijen ernaar normen voor de uitstoot van gassen en deeltjes en voor het geluidsniveau van vrachtwagens in te voeren die een hoog niveau van bescherming bieden.
2. Teneinde de industrie duidelijke aanwijzingen te verschaffen en ter bevordering van coördinatie bij onderzoek, planning en productie, dienen afwijkende nationale normen op dit gebied te worden vermeden.
Voertuigen die voldoen aan de normen die zijn vastgesteld bij internationale overeenkomsten die tevens betrekking hebben op het milieu, mogen zonder verdere beperkingen aan het verkeer op het grondgebied van de partijen deelnemen.
3. Bij de invoering van nieuwe normen plegen de partijen overleg teneinde bovengenoemde doelstellingen te bereiken.
1. Met het oog op de bescherming van het milieu streven de partijen ernaar normen voor de uitstoot van gassen en deeltjes en voor het geluidsniveau van vrachtwagens in te voeren die een hoog niveau van bescherming bieden.
2. Teneinde de industrie duidelijke aanwijzingen te verschaffen en ter bevordering van coördinatie bij onderzoek, planning en productie, dienen afwijkende nationale normen op dit gebied te worden vermeden.
Voertuigen die voldoen aan de normen die zijn vastgesteld bij internationale overeenkomsten die tevens betrekking hebben op het milieu, mogen zonder verdere beperkingen aan het verkeer op het grondgebied van de partijen deelnemen.
3. Bij de invoering van nieuwe normen plegen de partijen overleg teneinde bovengenoemde doelstellingen te bereiken.
Art. 15. Environnement.
1. Dans un souci de protéger l'environnement, les parties s'efforcent d'introduire des normes sur les émissions de gaz et de particules et sur le niveau de bruit des poids lourds qui assurent un haut niveau de protection.
2. Afin de fournir à l'industrie des indications claires et d'encourager la coordination de la recherche, de la programmation et de la production, les normes nationales dérogatoires doivent être évitées dans ce domaine.
Les véhicules satisfaisant aux normes établies par des accords internationaux qui concernent également l'environnement peuvent circuler sans autres restrictions sur le territoire des parties.
3. Pour la mise en oeuvre de nouvelles normes, les parties se concertent afin d'atteindre les objectifs visés ci-dessus.
1. Dans un souci de protéger l'environnement, les parties s'efforcent d'introduire des normes sur les émissions de gaz et de particules et sur le niveau de bruit des poids lourds qui assurent un haut niveau de protection.
2. Afin de fournir à l'industrie des indications claires et d'encourager la coordination de la recherche, de la programmation et de la production, les normes nationales dérogatoires doivent être évitées dans ce domaine.
Les véhicules satisfaisant aux normes établies par des accords internationaux qui concernent également l'environnement peuvent circuler sans autres restrictions sur le territoire des parties.
3. Pour la mise en oeuvre de nouvelles normes, les parties se concertent afin d'atteindre les objectifs visés ci-dessus.
Art. 16. Sociale aspecten.
1. Kroatië harmoniseert zijn wetgeving inzake de scholing van vrachtwagenbestuurders, met name wat het vervoer van gevaarlijke stoffen betreft, met de normen van de Europese Gemeenschap.
2. Kroatië, dat partij is bij de Europese overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanning van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (ERTA), en de Gemeenschap coördineren zo nauw mogelijk hun beleid inzake rijtijden, onderbrekingen en rustperioden van de bestuurders en de samenstelling van de bemanning, in overeenstemming met de toekomstige ontwikkeling van de sociale wetgeving op dit gebied.
3. De partijen werken samen bij de tenuitvoerlegging en handhaving van de sociale wetgeving op het gebied van het wegvervoer.
4. De overeenkomstsluitende partijen zien toe op de gelijkwaardigheid van hun respectieve voorschriften met betrekking tot de toegang tot het beroep van wegvervoerder met het oog op wederzijdse erkenning.
1. Kroatië harmoniseert zijn wetgeving inzake de scholing van vrachtwagenbestuurders, met name wat het vervoer van gevaarlijke stoffen betreft, met de normen van de Europese Gemeenschap.
2. Kroatië, dat partij is bij de Europese overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanning van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (ERTA), en de Gemeenschap coördineren zo nauw mogelijk hun beleid inzake rijtijden, onderbrekingen en rustperioden van de bestuurders en de samenstelling van de bemanning, in overeenstemming met de toekomstige ontwikkeling van de sociale wetgeving op dit gebied.
3. De partijen werken samen bij de tenuitvoerlegging en handhaving van de sociale wetgeving op het gebied van het wegvervoer.
4. De overeenkomstsluitende partijen zien toe op de gelijkwaardigheid van hun respectieve voorschriften met betrekking tot de toegang tot het beroep van wegvervoerder met het oog op wederzijdse erkenning.
Art. 16. Aspects sociaux.
1. La Croatie aligne sa législation en matière de formation du personnel des transports routiers sur les normes communautaires, particulièrement en ce qui concerne le transport de marchandises dangereuses.
2. La Croatie, en tant que signataire de l'accord européen relatif au travail des équipages des véhicules effectuant des transports internationaux par route (AETR), et la Communauté coordonneront au mieux leurs politiques en matière de temps de conduite, d'interruption et de repos des conducteurs et de composition des équipages, dans le cadre du développement futur de la législation sociale dans ce domaine.
3. Les parties coopéreront sur le plan de la mise en oeuvre et de l'exécution de la législation sociale en matière de transport par route.
4. Les parties veillent à l'équivalence de leurs dispositions relatives à l'accès à la profession de transporteur routier en vue de leur reconnaissance mutuelle.
1. La Croatie aligne sa législation en matière de formation du personnel des transports routiers sur les normes communautaires, particulièrement en ce qui concerne le transport de marchandises dangereuses.
2. La Croatie, en tant que signataire de l'accord européen relatif au travail des équipages des véhicules effectuant des transports internationaux par route (AETR), et la Communauté coordonneront au mieux leurs politiques en matière de temps de conduite, d'interruption et de repos des conducteurs et de composition des équipages, dans le cadre du développement futur de la législation sociale dans ce domaine.
3. Les parties coopéreront sur le plan de la mise en oeuvre et de l'exécution de la législation sociale en matière de transport par route.
4. Les parties veillent à l'équivalence de leurs dispositions relatives à l'accès à la profession de transporteur routier en vue de leur reconnaissance mutuelle.
Art. 17. Bepalingen betreffende het verkeer.
1. De overeenkomstsluitende partijen wisselen hun ervaringen uit en streven ernaar hun wetgeving te harmoniseren teneinde een betere doorstroming van het verkeer te bewerkstelligen tijdens de spitsperioden (weekeinden, feestdagen en het vakantieseizoen).
2. In het algemeen bevorderen de partijen de invoering, ontwikkeling en coördinatie van een informatiesysteem voor het wegverkeer.
3. Zij streven naar harmonisatie van hun wetgeving betreffende het vervoer van aan bederf onderhevige goederen, levende dieren en gevaarlijke stoffen.
4. De partijen streven tevens naar harmonisatie van de technische hulpverlening aan bestuurders, de verspreiding van belangrijke verkeersinformatie en andere voor het toerisme nuttige gegevens, en eerste hulp bij ongelukken, inclusief ambulancediensten.
1. De overeenkomstsluitende partijen wisselen hun ervaringen uit en streven ernaar hun wetgeving te harmoniseren teneinde een betere doorstroming van het verkeer te bewerkstelligen tijdens de spitsperioden (weekeinden, feestdagen en het vakantieseizoen).
2. In het algemeen bevorderen de partijen de invoering, ontwikkeling en coördinatie van een informatiesysteem voor het wegverkeer.
3. Zij streven naar harmonisatie van hun wetgeving betreffende het vervoer van aan bederf onderhevige goederen, levende dieren en gevaarlijke stoffen.
4. De partijen streven tevens naar harmonisatie van de technische hulpverlening aan bestuurders, de verspreiding van belangrijke verkeersinformatie en andere voor het toerisme nuttige gegevens, en eerste hulp bij ongelukken, inclusief ambulancediensten.
Art. 17. Dispositions relatives au trafic.
1. Les parties échangent leurs expériences et s'efforcent d'harmoniser leurs dispositions afin d'assurer une plus grande fluidité du trafic pendant les périodes de pointe (week-ends, jours fériés, périodes touristiques).
2. D'une façon générale, les parties encouragent l'introduction et le développement d'un système d'information sur le trafic routier, ainsi que la coopération dans ce domaine.
3. Elles s'emploient à harmoniser leurs dispositions relatives au transport de denrées périssables, d'animaux vivants et de matières dangereuses.
4. Les parties s'emploient également à harmoniser les aides techniques fournies aux conducteurs, les principales informations relatives au trafic et à d'autres questions utiles diffusées aux touristes et les services de secours, y compris le transport par ambulance.
1. Les parties échangent leurs expériences et s'efforcent d'harmoniser leurs dispositions afin d'assurer une plus grande fluidité du trafic pendant les périodes de pointe (week-ends, jours fériés, périodes touristiques).
2. D'une façon générale, les parties encouragent l'introduction et le développement d'un système d'information sur le trafic routier, ainsi que la coopération dans ce domaine.
3. Elles s'emploient à harmoniser leurs dispositions relatives au transport de denrées périssables, d'animaux vivants et de matières dangereuses.
4. Les parties s'emploient également à harmoniser les aides techniques fournies aux conducteurs, les principales informations relatives au trafic et à d'autres questions utiles diffusées aux touristes et les services de secours, y compris le transport par ambulance.
VEREENVOUDIGING VAN FORMALITEITEN.
SIMPLIFICATION DES FORMALITES.
Art. 18. Vereenvoudiging van formaliteiten.
1. De partijen komen overeen het goederenvervoer per spoor en over de weg, zowel bilateraal als in transito, te vereenvoudigen.
2. De overeenkomstsluitende partijen komen overeen onderhandelingen te openen met het oog op sluiting van een overeenkomst betreffende vereenvoudiging van de controles en formaliteiten in het goederenvervoer.
3. De partijen komen overeen waar nodig gezamenlijk actie te ondernemen om de formaliteiten verder te vereenvoudigen en de invoering van verdere vereenvoudigingsmaatregelen te bevorderen.
1. De partijen komen overeen het goederenvervoer per spoor en over de weg, zowel bilateraal als in transito, te vereenvoudigen.
2. De overeenkomstsluitende partijen komen overeen onderhandelingen te openen met het oog op sluiting van een overeenkomst betreffende vereenvoudiging van de controles en formaliteiten in het goederenvervoer.
3. De partijen komen overeen waar nodig gezamenlijk actie te ondernemen om de formaliteiten verder te vereenvoudigen en de invoering van verdere vereenvoudigingsmaatregelen te bevorderen.
Art. 18. Simplification des formalités.
1. Les parties conviennent de simplifier le flux des marchandises pour les transports ferroviaires et routiers, qu'ils soient bilatéraux ou de transit.
2. Les parties décident d'entamer des négociations en vue de conclure un accord sur la facilitation des contrôles et des formalités pour le transport de marchandises.
3. Les parties décident, dans la mesure nécessaire, d'entreprendre une action commune en vue et en faveur de l'adoption de mesures supplémentaires de simplification.
1. Les parties conviennent de simplifier le flux des marchandises pour les transports ferroviaires et routiers, qu'ils soient bilatéraux ou de transit.
2. Les parties décident d'entamer des négociations en vue de conclure un accord sur la facilitation des contrôles et des formalités pour le transport de marchandises.
3. Les parties décident, dans la mesure nécessaire, d'entreprendre une action commune en vue et en faveur de l'adoption de mesures supplémentaires de simplification.
SLOTBEPALINGEN.
DISPOSITIONS FINALES.
Art. 19. Verruiming van het toepassingsgebied.
Indien één van de partijen bij de toepassing van dit protocol tot de conclusie komt dat andere maatregelen, die niet onder het toepassingsgebied van dit protocol vallen, in het belang van een gecoördineerd Europees vervoersbeleid zijn en met name het probleem van het transitoverkeer kunnen helpen oplossen, dan legt zij de andere partij voorstellen voor zulke maatregelen voor.
Indien één van de partijen bij de toepassing van dit protocol tot de conclusie komt dat andere maatregelen, die niet onder het toepassingsgebied van dit protocol vallen, in het belang van een gecoördineerd Europees vervoersbeleid zijn en met name het probleem van het transitoverkeer kunnen helpen oplossen, dan legt zij de andere partij voorstellen voor zulke maatregelen voor.
Art. 19. Elargissement du champ d'application.
Si l'une des parties estime, sur la base de l'expérience acquise dans l'application du présent protocole, que d'autres mesures qui ne relèvent pas du champ d'application du présent protocole présentent un intérêt pour une politique européenne coordonnée des transports et peuvent en particulier aider à résoudre les problèmes du trafic de transit, elle présente des suggestions à cet égard à l'autre partie.
Si l'une des parties estime, sur la base de l'expérience acquise dans l'application du présent protocole, que d'autres mesures qui ne relèvent pas du champ d'application du présent protocole présentent un intérêt pour une politique européenne coordonnée des transports et peuvent en particulier aider à résoudre les problèmes du trafic de transit, elle présente des suggestions à cet égard à l'autre partie.
Art. 20. Tenuitvoerlegging.
1. De samenwerking tussen de partijen vindt plaats in het kader van een speciaal subcomité, dat overeenkomstig artikel 115 van de overeenkomst zal worden opgericht.
2. De taken van dit subcomité zijn in het bijzonder :
a) het formuleren van plannen voor samenwerking op het gebied van het vervoer per spoor, het gecombineerde vervoer, onderzoek op vervoersgebied en het milieu;
b) het analyseren van de toepassing van de bepalingen van dit protocol en het doen van aanbevelingen aan het Stabilisatie- en Associatiecomité voor passende oplossingen voor problemen die zich mochten voordoen;
c) het evalueren, twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst, van de stand van zaken wat de verbetering van de infrastructuur en de gevolgen van het vrije transitoverkeer betreft;
d) het coördineren van de activiteiten op het gebied van controle, prognoses en ander statistisch werk op het gebied van het internationale vervoer, met name het transitoverkeer.
1. De samenwerking tussen de partijen vindt plaats in het kader van een speciaal subcomité, dat overeenkomstig artikel 115 van de overeenkomst zal worden opgericht.
2. De taken van dit subcomité zijn in het bijzonder :
a) het formuleren van plannen voor samenwerking op het gebied van het vervoer per spoor, het gecombineerde vervoer, onderzoek op vervoersgebied en het milieu;
b) het analyseren van de toepassing van de bepalingen van dit protocol en het doen van aanbevelingen aan het Stabilisatie- en Associatiecomité voor passende oplossingen voor problemen die zich mochten voordoen;
c) het evalueren, twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst, van de stand van zaken wat de verbetering van de infrastructuur en de gevolgen van het vrije transitoverkeer betreft;
d) het coördineren van de activiteiten op het gebied van controle, prognoses en ander statistisch werk op het gebied van het internationale vervoer, met name het transitoverkeer.
Art. 20. Mise en oeuvre.
1. La coopération entre les parties s'effectue dans le cadre d'un sous-comité spécial, à instituer conformément à l'article 115 de l'accord.
2. Ce sous-comité sera chargé; notamment :
a) d'élaborer des plans de coopération dans le domaine du transport par chemin de fer, du transport combiné, de la recherche en matière de transport et de l'environnement;
b) d'analyser l'application des décisions découlant du présent protocole et de recommander au conseil de stabilisation et d'association des solutions appropriées aux éventuels problèmes qui se poseraient;
c) de procéder, deux ans après l'entrée en vigueur de l'accord, à une évaluation de la situation en ce qui concerne l'aménagement des infrastructures et les conséquences de la liberté de transit;
d) de coordonner les activités en matière de suivi, de prévision et de statistique du transport international et, en particulier, du trafic de transit.
1. La coopération entre les parties s'effectue dans le cadre d'un sous-comité spécial, à instituer conformément à l'article 115 de l'accord.
2. Ce sous-comité sera chargé; notamment :
a) d'élaborer des plans de coopération dans le domaine du transport par chemin de fer, du transport combiné, de la recherche en matière de transport et de l'environnement;
b) d'analyser l'application des décisions découlant du présent protocole et de recommander au conseil de stabilisation et d'association des solutions appropriées aux éventuels problèmes qui se poseraient;
c) de procéder, deux ans après l'entrée en vigueur de l'accord, à une évaluation de la situation en ce qui concerne l'aménagement des infrastructures et les conséquences de la liberté de transit;
d) de coordonner les activités en matière de suivi, de prévision et de statistique du transport international et, en particulier, du trafic de transit.
Art. 21. Bijlagen.
De bijlagen vormen een integrerend onderdeel van dit protocol.
De bijlagen vormen een integrerend onderdeel van dit protocol.
Art. 21. Annexes. Les annexes font partie intégrante du présent protocole.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. BIJLAGE I. - GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING.
1. De Gemeenschap en Kroatië nemen er nota van dat met ingang van 1 januari 2001 (Richtlijn 1999/96/EG van 13 december 1999 (PB L 44 van 16.2.2000, blz. 1).) in de Gemeenschap voor de typegoedkeuring van vrachtwagens de volgende normen voor uitlaatgassen en geluid worden aangehouden :
Grenswaarden gemeten met de ESC-test (Europese statischetoestandcyclus) en de ELR-test (Europese belastingresponsiecyclus).
1. De Gemeenschap en Kroatië nemen er nota van dat met ingang van 1 januari 2001 (Richtlijn 1999/96/EG van 13 december 1999 (PB L 44 van 16.2.2000, blz. 1).) in de Gemeenschap voor de typegoedkeuring van vrachtwagens de volgende normen voor uitlaatgassen en geluid worden aangehouden :
Grenswaarden gemeten met de ESC-test (Europese statischetoestandcyclus) en de ELR-test (Europese belastingresponsiecyclus).
Art. N1. ANNEXE I. - DECLARATION COMMUNE.
1. La Communauté et la Croatie notent que le niveau d'émission de gaz et de bruit communément admis par la Communauté aux fins de la réception par type des poids lourds à compter du 01.01.2001 (Directive 1999/96/CE du 13 décembre 1999 (JO L 44/1 du 16.2.2000, p. 1).) sont les suivants :
Valeurs limites mesurées en fonction de l'essai européen en modes stabilisés (ESC) et de l'essai européen de prises en charges dynamiques (ELR) :
1. La Communauté et la Croatie notent que le niveau d'émission de gaz et de bruit communément admis par la Communauté aux fins de la réception par type des poids lourds à compter du 01.01.2001 (Directive 1999/96/CE du 13 décembre 1999 (JO L 44/1 du 16.2.2000, p. 1).) sont les suivants :
Valeurs limites mesurées en fonction de l'essai européen en modes stabilisés (ESC) et de l'essai européen de prises en charges dynamiques (ELR) :
Massa Massa Massa Massa Rook
kool- koolwater- stikstof- deeltjes
monoxide stoffen oxiden
kool- koolwater- stikstof- deeltjes
monoxide stoffen oxiden
Wijzigingen
(CO) (HC) (NOx) (PT) m-1
g/kWh g/kWh g/kWh g/kWh
---------------------------------------------------------------------------
0,10
Rij A Euro III 2,1 0,66 5,0 0,13 (a) 0,8
---------------------------------------------------------------------------
Masse du Masse des Masse des Masse des Fumees
monoxyde hydrocarbures oxydes particules
de d'azote
carbone
monoxyde hydrocarbures oxydes particules
de d'azote
carbone
Wijzigingen
(CO) (HC) (NOx) (PT) m-1
g/kWh g/kWh g/kWh g/kWh
---------------------------------------------------------------------------
0,10
Ligne A Euro III 2,1 0,66 5,0 0,13 (a) 0,8
---------------------------------------------------------------------------
(a) Bij motoren met een slagvolume van minder dan 0,75 dm3 per cilinder en een nominaal toerental van meer dan 3 000 min-1.
Grenswaarden gemeten met de ETC-test (Europese transiënte cyclus).
Grenswaarden gemeten met de ETC-test (Europese transiënte cyclus).
(a) Pour des moteurs dont la cylindrée unitaire est inférieure à 0,75 dm3 et le régime nominal est supérieur à 3 000 tr/min-1.
Valeurs limites mesurées en fonction de l'essai européen en cycle transitoire (ETC) :
Valeurs limites mesurées en fonction de l'essai européen en cycle transitoire (ETC) :
Massa Massa Massa Massa Massa
kool- methaan- methaan stikstof- deeltjes
monoxide koolwater- oxiden
stoffen
kool- methaan- methaan stikstof- deeltjes
monoxide koolwater- oxiden
stoffen
Wijzigingen
(CO) (NMHC) (CH4)(b) (NOx) (PT)(c)
g/kWh g/kWh g/kWh g/kWh g/kWh
---------------------------------------------------------------------------
0,16
Rij A Euro III 5,45 0,78 1,6 5,0 0,21 (a)
---------------------------------------------------------------------------
Masse du Masse des Masse de Masse des Masse
monoxyde hydrocarbures methane oxydes des
de non d'azote parti-
carbone methaniques cules
monoxyde hydrocarbures methane oxydes des
de non d'azote parti-
carbone methaniques cules
Wijzigingen
(CO) (HCNM) (CH4)(b) (NOx) (PT)(c)
g/kWh g/kWh g/kWh g/kWh g/kWh
---------------------------------------------------------------------------
0,16
Ligne Euro III 5,45 0,78 1,6 5,0 0,21 (a)
A
---------------------------------------------------------------------------
(a) Bij motoren met een slagvolume van minder dan 0,75 dm3 per cilinder en een nominaal toerental van meer dan 3 000 min-1.
(b) Alleen bij aardgasmotoren.
(c) Niet van toepassing op gasmotoren.
2. De Gemeenschap en Kroatië zullen in de toekomst streven naar terugdringing van de uitstoot van motorvoertuigen door gebruikmaking van geavanceerde technologie voor emissiebeheersing, in combinatie met verbetering van de kwaliteit van de motorbrandstof.
(b) Alleen bij aardgasmotoren.
(c) Niet van toepassing op gasmotoren.
2. De Gemeenschap en Kroatië zullen in de toekomst streven naar terugdringing van de uitstoot van motorvoertuigen door gebruikmaking van geavanceerde technologie voor emissiebeheersing, in combinatie met verbetering van de kwaliteit van de motorbrandstof.
(a) Pour des moteurs dont la cylindrée unitaire est inférieure à 0,75 dm3 et le régime nominal est supérieur à 3 000 tr/min-1.
(b) Pour des moteurs fonctionnant au gaz naturel uniquement.
(c) Sans objet pour des mesures effectuées sur des moteurs fonctionnant au gaz.
2. La Communauté et la Croatie s'efforceront, à l'avenir, de réduire les émissions des véhicules à moteur en utilisant des dispositifs antipollution dernier cri et des carburants de meilleure qualité.
(b) Pour des moteurs fonctionnant au gaz naturel uniquement.
(c) Sans objet pour des mesures effectuées sur des moteurs fonctionnant au gaz.
2. La Communauté et la Croatie s'efforceront, à l'avenir, de réduire les émissions des véhicules à moteur en utilisant des dispositifs antipollution dernier cri et des carburants de meilleure qualité.
Art. N2. BIJLAGE II. - VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 2.
Kroatië heeft de wens te kennen gegeven zo spoedig mogelijk onderhandelingen te openen over toekomstige samenwerking op het gebied van het vervoer over de binnenwateren.
De Gemeenschap heeft zorgvuldig nota genomen van de wens van Kroatië.
SLOTAKTE.
De gevolmachtigden van :
Het Koninkrijk België,
Het Koninkrijk Denemarken,
De Bondsrepubliek Duitsland,
De Helleense Republiek,
Het Koninkrijk Spanje,
De Franse Republiek,
Ierland,
De Italiaanse Republiek,
Het Groothertogdom Luxemburg,
Het Koninkrijk der Nederlanden,
De Republiek Oostenrijk,
De Portugese Republiek,
De Republiek Finland,
Het Koninkrijk Zweden,
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,
hierna " de lid-Staten " genoemd, en van
De Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
hierna " de Gemeenschap " genoemd,
enerzijds, en
de gevolmachtigden van de Republiek Kroatië,
anderzijds,
bijeengekomen te Luxemburg op 29 oktober 2001 voor de ondertekening van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds, hierna de " overeenkomst " genoemd,
Hebben bij de ondertekening de volgende teksten goedgekeurd :
de overeenkomst, de bijlagen I tot en met VIII :
Bijlage I. (artikel 18, lid 2) - Tariefconcessies van Kroatië voor industrieproducten van de Gemeenschap.
Bijlage II. (artikel 18, lid 3) - Tariefconcessies van Kroatië voor industrieproducten van de Gemeenschap.
Bijlage III. (artikel 27, lid 2) - EG-definitie van " baby beef ".
Bijlage IV a) (artikel 27, lid 3, onder a), i) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst).
Bijlage IV b) (artikel 27, lid 3, onder b), ii) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht binnen een contingent vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst).
Bijlage IV c) (artikel 27, lid 3, onder b), i) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst).
Bijlage IV d) (artikel 27, lid 3, onder c), i) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke afschaffing van meestbegunstigingsrechten binnen tariefcontingenten).
Bijlage IV e) (artikel 27, lid 3, onder e), ii) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke verlaging van meestbegunstigingsrechten voor onbeperkte hoeveelheden).
Bijlage IV f) (artikel 27, lid 3, onder c), ii) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke verlaging van meestbegunstigingsrechten binnen tariefcontingenten).
Bijlage V a) - Producten bedoeld in artikel 28, lid 1.
Bijlage V b) - Producten bedoeld in artikel 28, lid 2.
Bijlage VI.(artikel 50) - Vestiging : Financiële diensten.
Bijlage VII. (artikel 60, lid 2) - Verwerving van onroerend goed Lijst van uitzonderingen.
Bijlage VIII. (artikel 71) - Intellectuele-, industriële- en commerciële- eigendomsrechten :
Lijst van verdragen en de volgende protocollen :
Protocol nr. 1 inzake textiel- en kledingproducten.
Protocol nr. 2 inzake staalproducten.
Protocol nr. 3 inzake de handel tussen Kroatië en de Gemeenschap in bewerkte landbouwproducten.
Protocol nr. 4 inzake de definitie van het begrip " producten van oorsprong " en regelingen voor administratieve samenwerking.
Protocol nr. 5 inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.
Protocol nr. 6 inzake het vervoer over land.
De gevolmachtigden van de lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Kroatië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze slotakte zijn gehecht :
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 21 en 29 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 41 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 58 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 71 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 120 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino.
De gevolmachtigden van de lidstaten van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de eenzijdige verklaring van de Gemeenschap en haar lid-Staten betreffende artikel 30 van de overeenkomst, die aan deze slotakte is gehecht.
Gedaan te Luxemburg, 29 oktober 2001.
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 21 en 29.
De partijen verklaren dat zij bij de tenuitvoerlegging van de artikelen 21 en 29 in de Stabilisatie- en Associatieraad de effecten van eventuele door Kroatië met derde landen gesloten preferentiële overeenkomsten zullen onderzoeken (dit is niet van toepassing op de landen waarvoor het stabilisatie- en associatieproces van de EU is ingesteld of op andere aangrenzende landen die geen lidstaat van de EU zijn). Dit onderzoek kan leiden tot aanpassing van de concessies die Kroatië aan de Europese Gemeenschap verleent, indien Kroatië deze landen aanmerkelijk gunstiger concessies aanbiedt.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 41.
1. De Gemeenschap verklaart zich bereid tot onderzoek in de Stabilisatie- en Associatieraad naar de deelname van Kroatië aan de diagonale cumulatie van de oorsprongsregels zodra aan de economische en commerciële en andere relevante voorwaarden voor diagonale cumulatie is voldaan.
2. Dit in aanmerking genomen, verklaart Kroatië zich bereid zo spoedig mogelijk onderhandelingen over economische en commerciële samenwerking te openen, teneinde vrijhandelsgebieden tot stand te brengen met in het bijzonder de andere landen waarop het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie van toepassing is.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45.
Er is overeengekomen dat het begrip " kinderen " wordt gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46.
Er is overeengekomen dat het begrip " gezinsleden " wordt gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 58.
De partijen verklaren zo spoedig mogelijk besprekingen te willen aangaan over toekomstige samenwerking op het gebied van het luchtvervoer.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60.
De partijen komen overeen dat de bepalingen van artikel 60 niet mogen worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de vaststelling van evenredige, niet discriminerende beperkingen op de verwerving van onroerend goed op basis van het algemeen belang, en niet anderszins van invloed zijn op de voorschriften van de partijen inzake de eigendom van onroerend goed, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
Overeengekomen wordt dat de verwerving van onroerend goed door Kroatische onderdanen in de lid-Staten van de Europese Unie is toegestaan overeenkomstig de toepasselijke communautaire wetgeving, met inachtneming van de specifieke uitzonderingsbepalingen waarin deze voorziet, en toegepast in overeenstemming met de toepasselijke nationale wetgeving van de lid-Staten van de Europese Unie.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 71.
De partijen komen overeen dat voor de toepassing van de overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat : auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor databanken, octrooien, industriële ontwerpen, handelsmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en van niet-openbaargemaakte informatie over knowhow.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 120.
a) De partijen komen met het oog op de uitlegging en de praktische toepassing van de overeenkomst overeen dat onder de in artikel 120 van de overeenkomst bedoelde bijzonder dringende gevallen wordt verstaan : gevallen van wezenlijke inbreuk op de overeenkomst door één van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de overeenkomst houdt in :
- afwijzing van de overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationaal recht;
- schending van de in artikel 2 genoemde essentiële elementen van de overeenkomst.
b) De partijen komen overeen dat onder de in artikel 120 genoemde " passende maatregelen " wordt verstaan : maatregelen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht. Indien een partij in een bijzonder dringend geval op grond van artikel 120 een maatregel neemt, kan de andere partij een beroep doen op de regeling inzake geschillenbeslechting.
Verklaringen betreffende Protocol nr. 4.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra.
1. Producten van oorsprong uit het Vorstendom Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, worden door Kroatië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.
2. Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino.
1. Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Kroatië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.
2. Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.
EENZIJDIGE VERKLARING.
Verklaring van de Gemeenschap en haar lid-Staten.
Overwegende dat de Europese Gemeenschap uitzonderlijke handelsmaatregelen toekent ten behoeve van de landen die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, met inbegrip van Kroatië, op basis van Verordening (EG) nr. 2007/2000, verklaren de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten :
- dat bij de toepassing van artikel 30 van deze overeenkomst, de meest gunstige van de eenzijdige autonome handelsmaatregelen van toepassing zijn, in aanvulling op de contractuele handelsconcessies die de Gemeenschap bij deze overeenkomst aanbiedt, zolang Verordening (EG) nr. 2007/2000 van toepassing is;
- dat in het bijzonder voor de producten die vallen onder hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, voor welke het gemeenschappelijk douanetarief voorziet in een douanerecht ad valorem en in een specifiek douanerecht, de afschaffing ook van toepassing is op het specifieke douanerecht, in afwijking van de desbetreffende bepaling van artikel 27, lid 1.
Kroatië heeft de wens te kennen gegeven zo spoedig mogelijk onderhandelingen te openen over toekomstige samenwerking op het gebied van het vervoer over de binnenwateren.
De Gemeenschap heeft zorgvuldig nota genomen van de wens van Kroatië.
SLOTAKTE.
De gevolmachtigden van :
Het Koninkrijk België,
Het Koninkrijk Denemarken,
De Bondsrepubliek Duitsland,
De Helleense Republiek,
Het Koninkrijk Spanje,
De Franse Republiek,
Ierland,
De Italiaanse Republiek,
Het Groothertogdom Luxemburg,
Het Koninkrijk der Nederlanden,
De Republiek Oostenrijk,
De Portugese Republiek,
De Republiek Finland,
Het Koninkrijk Zweden,
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,
hierna " de lid-Staten " genoemd, en van
De Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
hierna " de Gemeenschap " genoemd,
enerzijds, en
de gevolmachtigden van de Republiek Kroatië,
anderzijds,
bijeengekomen te Luxemburg op 29 oktober 2001 voor de ondertekening van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds, hierna de " overeenkomst " genoemd,
Hebben bij de ondertekening de volgende teksten goedgekeurd :
de overeenkomst, de bijlagen I tot en met VIII :
Bijlage I. (artikel 18, lid 2) - Tariefconcessies van Kroatië voor industrieproducten van de Gemeenschap.
Bijlage II. (artikel 18, lid 3) - Tariefconcessies van Kroatië voor industrieproducten van de Gemeenschap.
Bijlage III. (artikel 27, lid 2) - EG-definitie van " baby beef ".
Bijlage IV a) (artikel 27, lid 3, onder a), i) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst).
Bijlage IV b) (artikel 27, lid 3, onder b), ii) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht binnen een contingent vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst).
Bijlage IV c) (artikel 27, lid 3, onder b), i) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst).
Bijlage IV d) (artikel 27, lid 3, onder c), i) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke afschaffing van meestbegunstigingsrechten binnen tariefcontingenten).
Bijlage IV e) (artikel 27, lid 3, onder e), ii) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke verlaging van meestbegunstigingsrechten voor onbeperkte hoeveelheden).
Bijlage IV f) (artikel 27, lid 3, onder c), ii) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke verlaging van meestbegunstigingsrechten binnen tariefcontingenten).
Bijlage V a) - Producten bedoeld in artikel 28, lid 1.
Bijlage V b) - Producten bedoeld in artikel 28, lid 2.
Bijlage VI.(artikel 50) - Vestiging : Financiële diensten.
Bijlage VII. (artikel 60, lid 2) - Verwerving van onroerend goed Lijst van uitzonderingen.
Bijlage VIII. (artikel 71) - Intellectuele-, industriële- en commerciële- eigendomsrechten :
Lijst van verdragen en de volgende protocollen :
Protocol nr. 1 inzake textiel- en kledingproducten.
Protocol nr. 2 inzake staalproducten.
Protocol nr. 3 inzake de handel tussen Kroatië en de Gemeenschap in bewerkte landbouwproducten.
Protocol nr. 4 inzake de definitie van het begrip " producten van oorsprong " en regelingen voor administratieve samenwerking.
Protocol nr. 5 inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.
Protocol nr. 6 inzake het vervoer over land.
De gevolmachtigden van de lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Kroatië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze slotakte zijn gehecht :
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 21 en 29 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 41 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 58 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 71 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 120 van de overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino.
De gevolmachtigden van de lidstaten van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de eenzijdige verklaring van de Gemeenschap en haar lid-Staten betreffende artikel 30 van de overeenkomst, die aan deze slotakte is gehecht.
Gedaan te Luxemburg, 29 oktober 2001.
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 21 en 29.
De partijen verklaren dat zij bij de tenuitvoerlegging van de artikelen 21 en 29 in de Stabilisatie- en Associatieraad de effecten van eventuele door Kroatië met derde landen gesloten preferentiële overeenkomsten zullen onderzoeken (dit is niet van toepassing op de landen waarvoor het stabilisatie- en associatieproces van de EU is ingesteld of op andere aangrenzende landen die geen lidstaat van de EU zijn). Dit onderzoek kan leiden tot aanpassing van de concessies die Kroatië aan de Europese Gemeenschap verleent, indien Kroatië deze landen aanmerkelijk gunstiger concessies aanbiedt.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 41.
1. De Gemeenschap verklaart zich bereid tot onderzoek in de Stabilisatie- en Associatieraad naar de deelname van Kroatië aan de diagonale cumulatie van de oorsprongsregels zodra aan de economische en commerciële en andere relevante voorwaarden voor diagonale cumulatie is voldaan.
2. Dit in aanmerking genomen, verklaart Kroatië zich bereid zo spoedig mogelijk onderhandelingen over economische en commerciële samenwerking te openen, teneinde vrijhandelsgebieden tot stand te brengen met in het bijzonder de andere landen waarop het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie van toepassing is.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45.
Er is overeengekomen dat het begrip " kinderen " wordt gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46.
Er is overeengekomen dat het begrip " gezinsleden " wordt gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 58.
De partijen verklaren zo spoedig mogelijk besprekingen te willen aangaan over toekomstige samenwerking op het gebied van het luchtvervoer.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60.
De partijen komen overeen dat de bepalingen van artikel 60 niet mogen worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de vaststelling van evenredige, niet discriminerende beperkingen op de verwerving van onroerend goed op basis van het algemeen belang, en niet anderszins van invloed zijn op de voorschriften van de partijen inzake de eigendom van onroerend goed, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
Overeengekomen wordt dat de verwerving van onroerend goed door Kroatische onderdanen in de lid-Staten van de Europese Unie is toegestaan overeenkomstig de toepasselijke communautaire wetgeving, met inachtneming van de specifieke uitzonderingsbepalingen waarin deze voorziet, en toegepast in overeenstemming met de toepasselijke nationale wetgeving van de lid-Staten van de Europese Unie.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 71.
De partijen komen overeen dat voor de toepassing van de overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat : auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor databanken, octrooien, industriële ontwerpen, handelsmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en van niet-openbaargemaakte informatie over knowhow.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 120.
a) De partijen komen met het oog op de uitlegging en de praktische toepassing van de overeenkomst overeen dat onder de in artikel 120 van de overeenkomst bedoelde bijzonder dringende gevallen wordt verstaan : gevallen van wezenlijke inbreuk op de overeenkomst door één van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de overeenkomst houdt in :
- afwijzing van de overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationaal recht;
- schending van de in artikel 2 genoemde essentiële elementen van de overeenkomst.
b) De partijen komen overeen dat onder de in artikel 120 genoemde " passende maatregelen " wordt verstaan : maatregelen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht. Indien een partij in een bijzonder dringend geval op grond van artikel 120 een maatregel neemt, kan de andere partij een beroep doen op de regeling inzake geschillenbeslechting.
Verklaringen betreffende Protocol nr. 4.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra.
1. Producten van oorsprong uit het Vorstendom Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, worden door Kroatië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.
2. Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino.
1. Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Kroatië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.
2. Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.
EENZIJDIGE VERKLARING.
Verklaring van de Gemeenschap en haar lid-Staten.
Overwegende dat de Europese Gemeenschap uitzonderlijke handelsmaatregelen toekent ten behoeve van de landen die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, met inbegrip van Kroatië, op basis van Verordening (EG) nr. 2007/2000, verklaren de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten :
- dat bij de toepassing van artikel 30 van deze overeenkomst, de meest gunstige van de eenzijdige autonome handelsmaatregelen van toepassing zijn, in aanvulling op de contractuele handelsconcessies die de Gemeenschap bij deze overeenkomst aanbiedt, zolang Verordening (EG) nr. 2007/2000 van toepassing is;
- dat in het bijzonder voor de producten die vallen onder hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, voor welke het gemeenschappelijk douanetarief voorziet in een douanerecht ad valorem en in een specifiek douanerecht, de afschaffing ook van toepassing is op het specifieke douanerecht, in afwijking van de desbetreffende bepaling van artikel 27, lid 1.
Art. N2. ANNEXE II. - DECLARATION RELATIVE A L'ARTICLE 2.
La Croatie a exprimé son souhait d'engager, dès que possible, des négociations sur une coopération future dans le domaine des transports fluviaux.
La Communauté a pris bonne note du souhait exprimé par la Croatie.
ACTE FINAL.
Les plénipotentiaires :
Du Royaume de Belgique,
Du Royaume de Danemark,
De la République fédérale d'Allemagne,
De la République hellénique,
Du Royaume d'Espagne,
De la République française,
De l'Irlande,
De la République italienne,
Du grand-duché de Luxembourg,
Du Royaume des Pays-Bas,
De la République d'Autriche,
De la République portugaise,
De la République de Finlande,
Du Royaume de Suède,
Du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord,
parties contractantes au traité instituant la Communauté européenne, au traité instituant la Communauté européenne du Charbon et de l'Acier, au traité instituant la Communauté européenne de l'Energie atomique et au traité sur l'Union européenne,
ci-après dénommés " Etats membres ", et
La Communauté européenne, la Communauté européenne du charbon et de l'acier et la Communauté européenne de l'énergie atomique,
ci-après dénommées " la Communauté ",
d'une part, et
La République de Croatie,
d'autre part,
réunis à Luxembourg le 29 octobre 2001 pour la signature de l'accord de stabilisation et d'association entre les Communautés européennes et leurs Etats membres, d'une part, et la République de Croatie, d'autre part, ci-après dénommé " l'accord ",
Ont adopté les textes suivants :
l'accord et ses annexes I à VIII, à savoir :
Annexe I. - Concession tarifaire croate pour les produits industriels originaires de la Communauté visée à l'article 18, paragraphe 2.
Annexe II. - Concession tarifaire croate pour les produits industriels originaires de la Communauté visée à l'article 18, paragraphe 3
Annexe III. - Définition des produits de la catégorie " baby beef " visée à l'article 27, paragraphe 2.
Annexe IV a) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (exemption de droits pour des quantités illimitées à la date d'entrée en vigueur de l'accord) visée à l'article 27, paragraphe 3, point a), sous i).
Annexe IV b) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (exemption de droits dans les limites du quota à la date d'entrée en vigueur de l'accord) visée à l'article 27, paragraphe 3, point a), sous ii).
Annexe IV c) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (exemption de droits pour des quantités illimitées un an après l'entrée en vigueur de l'accord) visée à l'article 27, paragraphe 3, point b), sous i).
Annexe IV d) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (élimination progressive des droits NPF dans les limites des contingents) visée à l'article 27, paragraphe 3, point c), sous i).
Annexe IV e) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (réduction progressive des droits NPF pour des quantités illimitées) visée à l'article 27, paragraphe 3, point c), sous ii).
Annexe IV f) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (réduction progressive des droits NPF dans les limites des contingents) visée à l'article 27, paragraphe 3, point c), sous iii).
Annexe V a) - Produits visés à l'article 28, paragraphe 1.
Annexe V b) - Produits visés à l'article 28, paragraphe 2.
Annexe VI. - Droit d'établissement : " services financiers " visés à l'article 50.
Annexe VII. - Acquisition de biens immobiliers liste des exceptions visée à l'article 60, paragraphe 2.
Annexe VIII - Droits de propriété intellectuelle, industrielle et commerciale, annexe visée à l'article 71.
et les protocoles suivants :
Protocole n° 1 relatif aux produits textiles et d'habillement.
Protocole n° 2 relatif aux produits sidérurgiques.
Protocole n° 3 relatif aux échanges de produits agricoles transformés entre la Communauté et la Croatie.
Protocole n° 4 relatif à la définition de la notion de " produits originaires " et aux méthodes de coopération administrative.
Protocole n° 5 relatif à l'assistance mutuelle en matière douanière entre autorités administratives.
Protocole n° 6 relatif aux transports terrestres.
Les plénipotentiaires des Etats membres et de la Communauté et les plénipotentiaires de la République de Croatie ont adopté les déclarations communes suivantes, énumérées ci-après et annexées au présent acte final :
Déclaration commune concernant les articles 21 et 29 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 41 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 45 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 46 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 58 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 60 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 71 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 120 de l'accord.
Déclaration commune concernant la Principauté d'Andorre.
Déclaration commune concernant la République de Saint-Marin.
Le plénipotentiaire de la République de Croatie a pris acte de la déclaration unilatérale de la Communauté et de ses Etats membres, annexée au présent acte final.
Fait à Luxembourg, le 29 octobre 2001.
DECLARATIONS COMMUNES.
Déclaration commune concernant les articles 21 et 29.
Les parties déclarent que dans la mise en oeuvre des articles 21 et 29, elles examineront, au sein du Conseil de stabilisation et d'association, l'incidence de tout accord préférentiel négocié par la Croatie avec des pays tiers (à l'exclusion des pays couverts par le processus de stabilisation et d'association de l'UE et d'autres pays limitrophes qui ne sont pas membres de l'UE). Cet examen permettra un ajustement des concessions croates vis-à-vis de la Communauté européenne s'il s'avère que la Croatie offre des concessions sensiblement plus avantageuses à ces pays.
Déclaration commune concernant l'article 41.
1. La Communauté se déclare prête à examiner, au sein du Conseil de stabilisation et d'association, la question de la participation de la Croatie au cumul diagonal des règles d'origine aussitôt que les conditions économiques, commerciales et autres conditions relatives à l'octroi du cumul diagonal auront été établies.
2. A cet effet, la Croatie se déclare prête à engager aussitôt que possible des négociations en vue d'une coopération économique et commerciale afin de créer des zones de libre-échange avec, notamment, les autres pays couverts par le processus de stabilisation et d'association de l'Union européenne.
Déclaration commune concernant l'article 45.
Il est entendu que le terme " enfants " est défini selon la législation nationale du pays d'accueil concerné.
Déclaration commune concernant l'article 46.
Il est entendu que les termes " membres de leur famille " sont définis selon la législation nationale du pays d'accueil concerné.
Déclaration commune concernant l'article 58.
Les parties se déclarent intéressées par l'ouverture, aussitôt que possible, de discussions sur une coopération future dans le domaine des transports aériens.
Déclaration commune concernant l'article 60.
Les parties conviennent que les dispositions prévues à l'article 60 ne sont pas conçues de manière à empêcher des restrictions équitables et non discriminatoires à l'acquisition de biens immobiliers reposant sur l'intérêt général, pas plus qu'elles n'affectent autrement les règles des parties régissant la possession de biens immobiliers, sauf dans les cas expressément spécifiés.
Il est entendu que l'acquisition de biens immobiliers par les ressortissants croates est autorisée dans les Etats membres de l'Union européenne conformément à la législation communautaire en vigueur, sous réserve d'exceptions spécifiques autorisées par cette législation, et est mise en oeuvre dans le respect de la législation nationale applicable dans les Etats membres de l'Union européenne.
Déclaration commune concernant l'article 71.
Les parties conviennent que, aux fins du présent accord, les termes " propriété intellectuelle, industrielle et commerciale " comprennent, en particulier, la protection des droits d'auteur, y compris de logiciels, et des droits voisins, des droits relatifs aux bases de données, brevets, dessins et modèles, marques de commerce et de service, topographies de circuits intégrés, indications géographiques, y compris des appellations d'origine, ainsi que la protection contre la concurrence déloyale visée à l'article 10a de la convention de Paris pour la protection de la propriété industrielle et la protection des informations non divulguées en matière de savoir-faire.
Déclaration commune concernant l'article 120.
a) Les parties conviennent que, en vue de l'interprétation correcte et de l'application pratique de l'accord, les termes " cas d'urgence spéciale " visés à l'article 120 de l'accord désignent un cas de violation substantielle de l'accord par l'une des parties. Une violation substantielle de l'accord consiste :
- en une dénonciation de l'accord non sanctionnée par les règles générales du droit international;
- en une violation des éléments essentiels de l'accord, notamment de son article 2.
b) Les parties conviennent que les " mesures appropriées " visées à l'article 120 sont prises dans le respect des dispositions du droit international. Si, en vertu de l'article 120, une partie adopte une mesure dans un cas d'urgence spéciale, l'autre partie peut faire usage de la procédure de règlement des différends.
Déclarations concernant le protocole n° 4.
Déclaration commune concernant la Principauté d'Andorre.
1. Les produits originaires de la Principauté d'Andorre relevant des chapitres 25 à 97 du système harmonisé sont acceptés en Croatie comme produits originaires de la Communauté au sens du présent accord.
2. Le protocole n° 4 s'applique mutatis mutandis pour la définition du caractère originaire des produits mentionnés ci-dessus.
Déclaration commune concernant la République de Saint-Marin.
1. Les produits originaires de la République de Saint Marin sont acceptés en Croatie en tant que produits originaires de la Communauté au sens du présent accord.
2. Le protocole n° 4 s'applique mutatis mutandis pour la définition du caractère originaire des produits mentionnés ci-dessus.
DECLARATION UNILATERALE.
Déclaration de la Communauté et de ses Etats membres.
Etant donné que des mesures commerciales exceptionnelles sont accordées par la Communauté européenne aux pays participant ou liés au processus de stabilisation et d'association de l'UE, et notamment la Croatie, sur la base du règlement (CE) du Conseil n° 2007/2000, la Communauté européenne et ses Etats membres déclarent :
- que, conformément à l'article 30 du présent accord, les mesures commerciales autonomes unilatérales plus favorables s'appliquent en plus des concessions commerciales contractuelles offertes par la Communauté dans le présent accord, dès lors que le règlement (CE) n° 2007/2000 s'applique;
- que, notamment, pour les produits couverts par les chapitres 7 et 8 de la nomenclature combinée, pour lesquels le tarif douanier commun prévoit l'application de droits de douane ad valorem et un droit de douane spécifique, la réduction s'applique également au droit de douane spécifique, par dérogation à la disposition correspondante de l'article 27, paragraphe 1er.
La Croatie a exprimé son souhait d'engager, dès que possible, des négociations sur une coopération future dans le domaine des transports fluviaux.
La Communauté a pris bonne note du souhait exprimé par la Croatie.
ACTE FINAL.
Les plénipotentiaires :
Du Royaume de Belgique,
Du Royaume de Danemark,
De la République fédérale d'Allemagne,
De la République hellénique,
Du Royaume d'Espagne,
De la République française,
De l'Irlande,
De la République italienne,
Du grand-duché de Luxembourg,
Du Royaume des Pays-Bas,
De la République d'Autriche,
De la République portugaise,
De la République de Finlande,
Du Royaume de Suède,
Du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord,
parties contractantes au traité instituant la Communauté européenne, au traité instituant la Communauté européenne du Charbon et de l'Acier, au traité instituant la Communauté européenne de l'Energie atomique et au traité sur l'Union européenne,
ci-après dénommés " Etats membres ", et
La Communauté européenne, la Communauté européenne du charbon et de l'acier et la Communauté européenne de l'énergie atomique,
ci-après dénommées " la Communauté ",
d'une part, et
La République de Croatie,
d'autre part,
réunis à Luxembourg le 29 octobre 2001 pour la signature de l'accord de stabilisation et d'association entre les Communautés européennes et leurs Etats membres, d'une part, et la République de Croatie, d'autre part, ci-après dénommé " l'accord ",
Ont adopté les textes suivants :
l'accord et ses annexes I à VIII, à savoir :
Annexe I. - Concession tarifaire croate pour les produits industriels originaires de la Communauté visée à l'article 18, paragraphe 2.
Annexe II. - Concession tarifaire croate pour les produits industriels originaires de la Communauté visée à l'article 18, paragraphe 3
Annexe III. - Définition des produits de la catégorie " baby beef " visée à l'article 27, paragraphe 2.
Annexe IV a) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (exemption de droits pour des quantités illimitées à la date d'entrée en vigueur de l'accord) visée à l'article 27, paragraphe 3, point a), sous i).
Annexe IV b) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (exemption de droits dans les limites du quota à la date d'entrée en vigueur de l'accord) visée à l'article 27, paragraphe 3, point a), sous ii).
Annexe IV c) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (exemption de droits pour des quantités illimitées un an après l'entrée en vigueur de l'accord) visée à l'article 27, paragraphe 3, point b), sous i).
Annexe IV d) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (élimination progressive des droits NPF dans les limites des contingents) visée à l'article 27, paragraphe 3, point c), sous i).
Annexe IV e) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (réduction progressive des droits NPF pour des quantités illimitées) visée à l'article 27, paragraphe 3, point c), sous ii).
Annexe IV f) - Concession tarifaire croate pour des produits agricoles (réduction progressive des droits NPF dans les limites des contingents) visée à l'article 27, paragraphe 3, point c), sous iii).
Annexe V a) - Produits visés à l'article 28, paragraphe 1.
Annexe V b) - Produits visés à l'article 28, paragraphe 2.
Annexe VI. - Droit d'établissement : " services financiers " visés à l'article 50.
Annexe VII. - Acquisition de biens immobiliers liste des exceptions visée à l'article 60, paragraphe 2.
Annexe VIII - Droits de propriété intellectuelle, industrielle et commerciale, annexe visée à l'article 71.
et les protocoles suivants :
Protocole n° 1 relatif aux produits textiles et d'habillement.
Protocole n° 2 relatif aux produits sidérurgiques.
Protocole n° 3 relatif aux échanges de produits agricoles transformés entre la Communauté et la Croatie.
Protocole n° 4 relatif à la définition de la notion de " produits originaires " et aux méthodes de coopération administrative.
Protocole n° 5 relatif à l'assistance mutuelle en matière douanière entre autorités administratives.
Protocole n° 6 relatif aux transports terrestres.
Les plénipotentiaires des Etats membres et de la Communauté et les plénipotentiaires de la République de Croatie ont adopté les déclarations communes suivantes, énumérées ci-après et annexées au présent acte final :
Déclaration commune concernant les articles 21 et 29 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 41 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 45 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 46 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 58 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 60 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 71 de l'accord.
Déclaration commune concernant l'article 120 de l'accord.
Déclaration commune concernant la Principauté d'Andorre.
Déclaration commune concernant la République de Saint-Marin.
Le plénipotentiaire de la République de Croatie a pris acte de la déclaration unilatérale de la Communauté et de ses Etats membres, annexée au présent acte final.
Fait à Luxembourg, le 29 octobre 2001.
DECLARATIONS COMMUNES.
Déclaration commune concernant les articles 21 et 29.
Les parties déclarent que dans la mise en oeuvre des articles 21 et 29, elles examineront, au sein du Conseil de stabilisation et d'association, l'incidence de tout accord préférentiel négocié par la Croatie avec des pays tiers (à l'exclusion des pays couverts par le processus de stabilisation et d'association de l'UE et d'autres pays limitrophes qui ne sont pas membres de l'UE). Cet examen permettra un ajustement des concessions croates vis-à-vis de la Communauté européenne s'il s'avère que la Croatie offre des concessions sensiblement plus avantageuses à ces pays.
Déclaration commune concernant l'article 41.
1. La Communauté se déclare prête à examiner, au sein du Conseil de stabilisation et d'association, la question de la participation de la Croatie au cumul diagonal des règles d'origine aussitôt que les conditions économiques, commerciales et autres conditions relatives à l'octroi du cumul diagonal auront été établies.
2. A cet effet, la Croatie se déclare prête à engager aussitôt que possible des négociations en vue d'une coopération économique et commerciale afin de créer des zones de libre-échange avec, notamment, les autres pays couverts par le processus de stabilisation et d'association de l'Union européenne.
Déclaration commune concernant l'article 45.
Il est entendu que le terme " enfants " est défini selon la législation nationale du pays d'accueil concerné.
Déclaration commune concernant l'article 46.
Il est entendu que les termes " membres de leur famille " sont définis selon la législation nationale du pays d'accueil concerné.
Déclaration commune concernant l'article 58.
Les parties se déclarent intéressées par l'ouverture, aussitôt que possible, de discussions sur une coopération future dans le domaine des transports aériens.
Déclaration commune concernant l'article 60.
Les parties conviennent que les dispositions prévues à l'article 60 ne sont pas conçues de manière à empêcher des restrictions équitables et non discriminatoires à l'acquisition de biens immobiliers reposant sur l'intérêt général, pas plus qu'elles n'affectent autrement les règles des parties régissant la possession de biens immobiliers, sauf dans les cas expressément spécifiés.
Il est entendu que l'acquisition de biens immobiliers par les ressortissants croates est autorisée dans les Etats membres de l'Union européenne conformément à la législation communautaire en vigueur, sous réserve d'exceptions spécifiques autorisées par cette législation, et est mise en oeuvre dans le respect de la législation nationale applicable dans les Etats membres de l'Union européenne.
Déclaration commune concernant l'article 71.
Les parties conviennent que, aux fins du présent accord, les termes " propriété intellectuelle, industrielle et commerciale " comprennent, en particulier, la protection des droits d'auteur, y compris de logiciels, et des droits voisins, des droits relatifs aux bases de données, brevets, dessins et modèles, marques de commerce et de service, topographies de circuits intégrés, indications géographiques, y compris des appellations d'origine, ainsi que la protection contre la concurrence déloyale visée à l'article 10a de la convention de Paris pour la protection de la propriété industrielle et la protection des informations non divulguées en matière de savoir-faire.
Déclaration commune concernant l'article 120.
a) Les parties conviennent que, en vue de l'interprétation correcte et de l'application pratique de l'accord, les termes " cas d'urgence spéciale " visés à l'article 120 de l'accord désignent un cas de violation substantielle de l'accord par l'une des parties. Une violation substantielle de l'accord consiste :
- en une dénonciation de l'accord non sanctionnée par les règles générales du droit international;
- en une violation des éléments essentiels de l'accord, notamment de son article 2.
b) Les parties conviennent que les " mesures appropriées " visées à l'article 120 sont prises dans le respect des dispositions du droit international. Si, en vertu de l'article 120, une partie adopte une mesure dans un cas d'urgence spéciale, l'autre partie peut faire usage de la procédure de règlement des différends.
Déclarations concernant le protocole n° 4.
Déclaration commune concernant la Principauté d'Andorre.
1. Les produits originaires de la Principauté d'Andorre relevant des chapitres 25 à 97 du système harmonisé sont acceptés en Croatie comme produits originaires de la Communauté au sens du présent accord.
2. Le protocole n° 4 s'applique mutatis mutandis pour la définition du caractère originaire des produits mentionnés ci-dessus.
Déclaration commune concernant la République de Saint-Marin.
1. Les produits originaires de la République de Saint Marin sont acceptés en Croatie en tant que produits originaires de la Communauté au sens du présent accord.
2. Le protocole n° 4 s'applique mutatis mutandis pour la définition du caractère originaire des produits mentionnés ci-dessus.
DECLARATION UNILATERALE.
Déclaration de la Communauté et de ses Etats membres.
Etant donné que des mesures commerciales exceptionnelles sont accordées par la Communauté européenne aux pays participant ou liés au processus de stabilisation et d'association de l'UE, et notamment la Croatie, sur la base du règlement (CE) du Conseil n° 2007/2000, la Communauté européenne et ses Etats membres déclarent :
- que, conformément à l'article 30 du présent accord, les mesures commerciales autonomes unilatérales plus favorables s'appliquent en plus des concessions commerciales contractuelles offertes par la Communauté dans le présent accord, dès lors que le règlement (CE) n° 2007/2000 s'applique;
- que, notamment, pour les produits couverts par les chapitres 7 et 8 de la nomenclature combinée, pour lesquels le tarif douanier commun prévoit l'application de droits de douane ad valorem et un droit de douane spécifique, la réduction s'applique également au droit de douane spécifique, par dérogation à la disposition correspondante de l'article 27, paragraphe 1er.
Staten/Organisaties Datum Type instemming Datum
authentificatie instemming
authentificatie instemming
Wijzigingen
BELGIE 29/10/2001 Notification 17/12/2003
DENEMARKEN 29/10/2001 Notification 08/05/2002
DUITSLAND 29/10/2001 Notification 18/10/2002
FINLAND 29/10/2001 Notification
FRANKRIJK 29/10/2001 Notification 04/06/2003
GRIEKENLAND 29/10/2001 Notification 27/08/2003
GROOT-BRITTANNIE 29/10/2001 Notification
IERLAND 29/10/2001 Notification 06/05/2002
ITALIE 29/10/2001 Notification
KROATIE 29/10/2001 Notification 30/01/2002
LUXEMBURG 29/10/2001 Notification 01/08/2003
NEDERLAND 29/10/2001 Notification
OOSTENRIJK 29/10/2001 Notification 15/03/2002
PORTUGAL 29/10/2001 Notification 14/07/2003
SPANJE 29/10/2001 Notification 04/10/2002
ZWEDEN 29/10/2001 Notification 27/03/2003
---------------------------------------------------------------------------
Wijzigingen
Etats/Organisations Date Type de Date
authentification consentement consentement
---------------------------------------------------------------------------
ALLEMAGNE 29/10/2001 Notification 18/10/2002
AUTRICHE 29/10/2001 Notification 15/03/2002
BELGIQUE 29/10/2001 Notification 17/12/2003
CROATIE 29/10/2001 Notification 30/01/2002
DANEMARK 29/10/2001 Notification 08/05/2002
ESPAGNE 29/10/2001 Notification 04/10/2002
FINLANDE 29/10/2001 Notification
FRANCE 29/10/2001 Notification 04/06/2003
GRANDE-BRETAGNE 29/10/2001 Notification
GRECE 29/10/2001 Notification 27/08/2003
IRLANDE 29/10/2001 Notification 06/05/2002
ITALIE 29/10/2001 Notification
LUXEMBOURG 29/10/2001 Notification 01/08/2003
PAYS-BAS 29/10/2001 Notification
PORTUGAL 29/10/2001 Notification 14/07/2003
SUEDE 29/10/2001 Notification 27/03/2003
---------------------------------------------------------------------------