Artikel M. 1. Inhoudsopgave.
2. Inleiding - Algemeen.
De "Société wallonne du Crédit social" en de bijkantoren voor Sociaal Krediet verlenen het sociaal hypotheekkrediet onder de voorwaarden van dit reglement.
Onder sociaal hypotheekkrediet in de zin van dit reglement, verstaat men de per hypotheek gewaarborgde leningen die verleend zijn aan gezinnen met een precair, bescheiden of gemiddeld inkomen, met het oog op de financiering van :
a) de bouw, de aankoop, de renovatie, de herstructurering, de aanpassing, de instandhouding, de verbetering of het behoud van de eigendom over een eerste woning in het Waalse Gewest, zoals hierna bepaald, bestemd voor het persoonlijk gebruik van de leners;
b) de afbetaling van bijzonder kostbare hypotheekschulden aangegaan tot dezelfde doeleinden als degene bedoeld in a);
c) de financiering van enige levensverzekeringspremies bestemd om de leners te dekken in het kader van die verrichtingen.
Sommige bijkomende of aanverwante producten die als leningen erkend zijn bij of krachtens de Waalse Huisvestingscode, worden daarmee gelijkgesteld.
3. Begripsbepalingen.
Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
Maatschappij :
De "Société wallonne du Crédit social" of, naar gelang het geval, het bijkantoor voor Sociaal Krediet dat erkend is door genoemde Maatschappij.
Aanvrager :
De natuurlijke persoon of personen die een sociaal hypotheekkrediet aanvragen bij "Société wallonne du Crédit social" of het bijkantoor voor Sociaal Krediet.
De aanvrager moet minstens 18 jaar oud of ontvoogde minderjarige zijn.
Kind ten laste :
De persoon voor wie, op de datum van goedkeuring van de lening, kinder- of wezenbijslag wordt verleend aan de aanvrager, aan de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan.
Voor de toepassing van dit reglement, wordt gelijkgesteld met het kind ten laste :
- het kind voor wie geen kinder- of wezenbijslag wordt verleend aan de aanvrager, aan de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, maar voor wie de Maatschappij, op grond van bewijsstukken, erkent dat hij ten laste is van de aanvrager of van bovenbedoelde personen;
- het ongeboren kind, d.w.z. het kind verwekt sinds ten minste negentig dagen vanaf de datum van verlening van de lening, mits een medisch attest wordt bezorgd.
Het gehandicapte kind wordt gelijkgesteld met twee kinderen ten laste.
De gehandicapte aanvrager of de gehandicapte personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, worden bovendien beschouwd als personen met een kind ten laste.
Gehandicapte persoon :
a) hetzij de persoon erkend door het Ministerie van Sociale Zaken, Gezondheid en Leefmilieu als persoon met ten minste 66% insufficiëntie of vermindering van de fysieke of geestelijke bekwaamheid;
b) hetzij de persoon met een verdienvermogen dat verminderd is tot één derde of minder van wat een gezonde persoon kan verdienen door het uitoefenen van een beroep op de algemene arbeidsmarkt, overeenkomstig de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
c) hetzij de persoon met een gebrek aan zelfredzaamheid dat vastgelegd wordt op 9 punten, overeenkomstig dezelfde wet.
Inkomen van de aanvrager :
Het geheel van het jaarlijkse belastbare inkomen betreffende het voorlaatste jaar vóór de datum waarop de lening wordt verleend door de Maatschappij en zoals vermeld in het laatste aanslagbiljet van de aanvrager en van de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, maar verwanten in de opgaande en de nederdalende lijn uitgesloten.
Indien de aanvrager, de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, maar verwanten in de opgaande en de nederdalende lijn uitgesloten, salarissen, lonen of emolumenten genieten die vrij zijn van rijksbelastingen, moeten ze een attest voorleggen van de persoon die het inkomen verschuldigd is met vermelding van het totaal aantal salarissen, lonen of emolumenten die zij genieten, om de Maatschappij in staat te stellen het bedrag van hun jaarinkomen te schatten.
Indien het inkomen geen betrekking heeft op een volledig activiteitenjaar of indien het niet significant is, wordt het door de Maatschappij geëxtrapoleerd tot een jaarinkomen, tegen overlegging van elk bewijsstuk dat ze nuttig acht.
Gezinnen met een precair inkomen :
De volgende personen behoren tot deze categorie leners :
a. de alleenstaande persoon met een globaal belastbaar jaarlijks inkomen dat niet hoger is dan 10.000 euro verhoogd met 1.860 euro per kind ten laste;
b. de personen die doorgaans samenleven, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, met een globaal belastbaar jaarlijks inkomen dat niet hoger is dan 13.650 euro verhoogd met 1.860 euro per kind ten laste.
Gezinnen met een bescheiden inkomen :
De volgende personen behoren tot deze categorie :
a. de alleenstaande persoon met een globaal belastbaar jaarlijks inkomen dat niet hoger is dan 20.000 euro verhoogd met 1.860 euro per kind ten laste;
b. de personen die doorgaans samenleven, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, met een globaal belastbaar jaarlijks inkomen dat niet hoger is dan 25.000 euro verhoogd met 1.860 euro per kind ten laste.
Belangrijke opmerking :
De tegemoetkoming van het Waalse Gewest in het kader van de "lening jongeren" wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van het globaal belastbare inkomen van de kandidaat-lener wat betreft de toestand t.a.v. de categorie lening waaronder hij ressorteert (zie hierna toepasselijke rentevoet).
Woning :
Elk gebouwd of te bouwen woongebouw dat gelegen is in het Waalse Gewest en dat bestemd is voor het persoonlijk gebruik van de leners.
De verkoopwaarde van het goed, geschat na eventuele werken, of de bouwwaarde vastgelegd op grond van een kostenraming (waarde van het terrein inbegrepen) mag niet hoger zijn dan 125.000 euro (geĂŻndexeerd), BTW inbegrepen.
De indexering gebeurt jaarlijks op 1 januari, op grond van de ABEX-index die geldend is op 1 januari 2003, overeenkomstig de volgende formule :
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 MAART 2003. - Reglement van het sociaal hypotheekkrediet van de "Société wallonne du Crédit social".
Titre
17 MARS 2003. - RÚglement du crédit hypothécaire social de la Société wallonne du Crédit social.
Documentinformatie
Numac: 2003A27307
Datum: 2003-03-17
Info du document
Numac: 2003A27307
Date: 2003-03-17
Tekst (1)
Texte (1)
Article M. 1. Table des matiĂšres.
2. Présentation - Généralités.
La Société wallonne du crédit social et les Guichets du crédit social octroient, aux conditions du présent rÚglement, le crédit hypothécaire social.
Par crĂ©dit hypothĂ©caire social au sens du prĂ©sent rĂšglement, on entend les prĂȘts garantis par hypothĂšque accordĂ©s Ă des mĂ©nages bĂ©nĂ©ficiant soit de revenus prĂ©caires, soit de revenus modestes ou bĂ©nĂ©ficiant de revenus moyens, en vue de financer :
a) la construction, l'achat, la réhabilitation, la restructuration, l'adaptation, la conservation, l'amélioration ou la préservation de la propriété d'un premier logement en Région wallonne, tel que ci-aprÚs défini, destiné à l'occupation personnelle des emprunteurs.
b) le remboursement de dettes hypothĂ©caires particuliĂšrement onĂ©reuses contractĂ©es aux mĂȘmes fins que celles visĂ©es sous a)
c) le financement des primes uniques d'assurances vie destinées à couvrir les emprunteurs dans le cadre de ces opérations.
Sont assimilĂ©s Ă ces prĂȘts, certains produits complĂ©mentaires ou apparentĂ©s aux dits prĂȘts, reconnus comme tels par ou en vertu du Code wallon du logement.
3. Définitions.
Pour l'application du présent rÚglement, on entend par :
Société :
La Société wallonne du crédit social ou, selon le cas, le Guichet de crédit social bénéficiant d'un agrément de la Société wallonne du Crédit social.
Demandeur :
La ou les personnes physiques qui sollicitent l'octroi d'un crédit hypothécaire social auprÚs de la Société Wallonne du crédit social ou du Guichet de crédit social.
Le demandeur doit ĂȘtre ĂągĂ© de 18 ans au moins ou ĂȘtre mineur Ă©mancipĂ©.
Enfant Ă charge :
La personne pour laquelle, Ă la date de l'approbation du prĂȘt, des allocations familiales ou d'orphelin sont attribuĂ©es au demandeur, aux personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parentĂ©
Pour l'application du présent rÚglement, est assimilé à l'enfant à charge :
- l'enfant pour lequel des allocations familiales ou d'orphelin ne sont pas attribuées au demandeur, aux personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, mais à propos duquel la Société reconnaßt, sur base de documents probants, qu'il est à charge du demandeur, des personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté;
- l'enfant Ă naĂźtre, c'est Ă dire l'enfant conçu depuis au moins nonante jours Ă la date de l'octroi du prĂȘt, la preuve en Ă©tant fournie par une attestation mĂ©dicale;
Est compté pour deux enfants à charge, l'enfant handicapé.
En outre, est considéré comme ayant un enfant à charge, le demandeur handicapé ou les personnes handicapées avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté.
Personne handicapée :
a)soit la personne reconnue par le MinistÚre des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement comme étant atteinte à 66 % au moins d'une insuffisance ou d'une diminution de capacité physique ou mentale;
b) soit la personne dont la capacité de gain est réduite à un tiers ou moins de ce qu'une personne valide est en mesure de gagner en exerçant une profession sur le marché général du travail, en application de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés;
c) soit la personne dont le manque d'autonomie est fixĂ© Ă 9 points, en application de la mĂȘme loi.
Revenus du demandeur :
L'ensemble des revenus annuels imposables affĂ©rents Ă l'avant-derniĂšre annĂ©e prĂ©cĂ©dant la date Ă laquelle la SociĂ©tĂ© octroie le prĂȘt et tels que repris dans le dernier avertissement extrait de rĂŽle du demandeur et des personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parentĂ©, Ă l'exclusion des ascendants et des descendants.
Lorsque le demandeur, les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, à l'exclusion des ascendants et des descendants, bénéficient de traitements, salaires ou émoluments exempts d'impÎts nationaux, ils doivent produire une attestation du débiteur des revenus mentionnant la totalité de ces traitements, salaires ou émoluments perçus, afin que la Société puisse estimer sur cette base le montant de leurs revenus annuels.
Si les revenus ne se rapportent pas à une année complÚte d'activité ou s'ils ne sont pas significatifs, la Société sur production de tout document probant qu'elle juge utile, peut procéder à l'extrapolation d'un revenu annuel.
Ménages en état de précarité :
Entrent dans cette catégorie d'emprunteurs :
a. la personne seule dont les revenus annuels imposables globalement ne dépassent pas 10.000 euros majorés de 1.860 euros par enfant à charge;
b. les personnes unies ou non par des liens de parenté qui vivent habituellement ensemble dont les revenus annuels imposables globalement ne dépassent pas 13.650 euros majorés de 1.860 euros par enfant à charge.
Ménages à revenus modestes :
Entrent dans cette catégorie
a. la personne seule dont les revenus annuels imposables globalement ne dépassent pas 20.000 euros majorés de 1.860 euros par enfant à charge;
b. les personnes unies ou non par des liens de parenté qui vivent habituellement ensemble dont les revenus annuels imposables globalement ne dépassent pas 25.000 euros majorés de 1.860 euros par enfant à charge.
Remarque importante :
L'intervention de la RĂ©gion wallonne dans le cadre du " prĂȘt jeune " n'est pas prise en compte dans le cadre des revenus globalement imposables du candidat emprunteur pour ce qui concerne la situation au regard de la catĂ©gorie du prĂȘt dont il ressort (v. taux d'intĂ©rĂȘt applicable ci-aprĂšs).
Logement :
Tout immeuble à usage d'habitation, construit ou à construire, situé en région wallonne, destiné à l'occupation personnelle des emprunteurs.
La valeur vĂ©nale du bien, Ă©valuĂ©e aprĂšs travaux Ă©ventuels ou la valeur de construction Ă©tablie sur base d'un devis d'entreprise (valeur du terrain comprise), ne peut ĂȘtre supĂ©rieure Ă 125.000 euros indexĂ© et T.V.A. incluse.
L'indexation se fait annuellement au 1er janvier, au départ de l'indice ABEX en vigueur au 1er janvier 2003, conformément à la formule suivante :
2. Présentation - Généralités.
La Société wallonne du crédit social et les Guichets du crédit social octroient, aux conditions du présent rÚglement, le crédit hypothécaire social.
Par crĂ©dit hypothĂ©caire social au sens du prĂ©sent rĂšglement, on entend les prĂȘts garantis par hypothĂšque accordĂ©s Ă des mĂ©nages bĂ©nĂ©ficiant soit de revenus prĂ©caires, soit de revenus modestes ou bĂ©nĂ©ficiant de revenus moyens, en vue de financer :
a) la construction, l'achat, la réhabilitation, la restructuration, l'adaptation, la conservation, l'amélioration ou la préservation de la propriété d'un premier logement en Région wallonne, tel que ci-aprÚs défini, destiné à l'occupation personnelle des emprunteurs.
b) le remboursement de dettes hypothĂ©caires particuliĂšrement onĂ©reuses contractĂ©es aux mĂȘmes fins que celles visĂ©es sous a)
c) le financement des primes uniques d'assurances vie destinées à couvrir les emprunteurs dans le cadre de ces opérations.
Sont assimilĂ©s Ă ces prĂȘts, certains produits complĂ©mentaires ou apparentĂ©s aux dits prĂȘts, reconnus comme tels par ou en vertu du Code wallon du logement.
3. Définitions.
Pour l'application du présent rÚglement, on entend par :
Société :
La Société wallonne du crédit social ou, selon le cas, le Guichet de crédit social bénéficiant d'un agrément de la Société wallonne du Crédit social.
Demandeur :
La ou les personnes physiques qui sollicitent l'octroi d'un crédit hypothécaire social auprÚs de la Société Wallonne du crédit social ou du Guichet de crédit social.
Le demandeur doit ĂȘtre ĂągĂ© de 18 ans au moins ou ĂȘtre mineur Ă©mancipĂ©.
Enfant Ă charge :
La personne pour laquelle, Ă la date de l'approbation du prĂȘt, des allocations familiales ou d'orphelin sont attribuĂ©es au demandeur, aux personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parentĂ©
Pour l'application du présent rÚglement, est assimilé à l'enfant à charge :
- l'enfant pour lequel des allocations familiales ou d'orphelin ne sont pas attribuées au demandeur, aux personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, mais à propos duquel la Société reconnaßt, sur base de documents probants, qu'il est à charge du demandeur, des personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté;
- l'enfant Ă naĂźtre, c'est Ă dire l'enfant conçu depuis au moins nonante jours Ă la date de l'octroi du prĂȘt, la preuve en Ă©tant fournie par une attestation mĂ©dicale;
Est compté pour deux enfants à charge, l'enfant handicapé.
En outre, est considéré comme ayant un enfant à charge, le demandeur handicapé ou les personnes handicapées avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté.
Personne handicapée :
a)soit la personne reconnue par le MinistÚre des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement comme étant atteinte à 66 % au moins d'une insuffisance ou d'une diminution de capacité physique ou mentale;
b) soit la personne dont la capacité de gain est réduite à un tiers ou moins de ce qu'une personne valide est en mesure de gagner en exerçant une profession sur le marché général du travail, en application de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés;
c) soit la personne dont le manque d'autonomie est fixĂ© Ă 9 points, en application de la mĂȘme loi.
Revenus du demandeur :
L'ensemble des revenus annuels imposables affĂ©rents Ă l'avant-derniĂšre annĂ©e prĂ©cĂ©dant la date Ă laquelle la SociĂ©tĂ© octroie le prĂȘt et tels que repris dans le dernier avertissement extrait de rĂŽle du demandeur et des personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parentĂ©, Ă l'exclusion des ascendants et des descendants.
Lorsque le demandeur, les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, à l'exclusion des ascendants et des descendants, bénéficient de traitements, salaires ou émoluments exempts d'impÎts nationaux, ils doivent produire une attestation du débiteur des revenus mentionnant la totalité de ces traitements, salaires ou émoluments perçus, afin que la Société puisse estimer sur cette base le montant de leurs revenus annuels.
Si les revenus ne se rapportent pas à une année complÚte d'activité ou s'ils ne sont pas significatifs, la Société sur production de tout document probant qu'elle juge utile, peut procéder à l'extrapolation d'un revenu annuel.
Ménages en état de précarité :
Entrent dans cette catégorie d'emprunteurs :
a. la personne seule dont les revenus annuels imposables globalement ne dépassent pas 10.000 euros majorés de 1.860 euros par enfant à charge;
b. les personnes unies ou non par des liens de parenté qui vivent habituellement ensemble dont les revenus annuels imposables globalement ne dépassent pas 13.650 euros majorés de 1.860 euros par enfant à charge.
Ménages à revenus modestes :
Entrent dans cette catégorie
a. la personne seule dont les revenus annuels imposables globalement ne dépassent pas 20.000 euros majorés de 1.860 euros par enfant à charge;
b. les personnes unies ou non par des liens de parenté qui vivent habituellement ensemble dont les revenus annuels imposables globalement ne dépassent pas 25.000 euros majorés de 1.860 euros par enfant à charge.
Remarque importante :
L'intervention de la RĂ©gion wallonne dans le cadre du " prĂȘt jeune " n'est pas prise en compte dans le cadre des revenus globalement imposables du candidat emprunteur pour ce qui concerne la situation au regard de la catĂ©gorie du prĂȘt dont il ressort (v. taux d'intĂ©rĂȘt applicable ci-aprĂšs).
Logement :
Tout immeuble à usage d'habitation, construit ou à construire, situé en région wallonne, destiné à l'occupation personnelle des emprunteurs.
La valeur vĂ©nale du bien, Ă©valuĂ©e aprĂšs travaux Ă©ventuels ou la valeur de construction Ă©tablie sur base d'un devis d'entreprise (valeur du terrain comprise), ne peut ĂȘtre supĂ©rieure Ă 125.000 euros indexĂ© et T.V.A. incluse.
L'indexation se fait annuellement au 1er janvier, au départ de l'indice ABEX en vigueur au 1er janvier 2003, conformément à la formule suivante :
euro 125.000 x ABEX-index van 1 januari (N)
Wijzigingen
ABEX-index van 1 januari 2003
De bedragen worden aangepast per schijf van 1.000,00 euro.
De oppervlakte van de lokalen voor beroepsgebruik mag in geen geval hoger zijn dan 20 % van de bewoonbare oppervlakte.
De woning moet voldoen, eventueel na de uitvoering van de met de lening gefinancierde werken, aan de gezondheidsnormen en oppervlaktevoorwaarden bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 11 februari 1999 waarbij de gezondheidsnormen, de verbeterbaarheid van de woningen alsmede de minimumnormen voor de toekenning van subsidies worden bepaald.
Noodzakelijke gelden :
Totaal bedrag van de kosten verbonden met de verrichting waarvoor de lening wordt aangevraagd, met uitzondering van honorariumkosten (notaris, architect, landmeter, deskundige, studiekantoor, ...), registratierechten en aktenkosten.
Bezwarende schuld :
Hypotheekschuld en ander aanverwant product die door de Maatschappij niet toegestaan zijn, waarvan de rentevoet aanzienlijk hoger is dan de huidige marktvoorwaarden en die voor de aanvragers te hoge maandelijkse afbetalingen teweegbrengt gezien hun beschikbare betalingsmiddelen.
Inschrijvingsdatum voor de kredietaanvraag :
Datum waarop de kredietaanvraag een inschrijvingsnummer krijgt.
Om dit nummer te krijgen, moet de kredietaanvraag ingediend worden bij het bijkantoor voor Sociaal Krediet en berusten op een volledig dossier, dat het door de aanvrager behoorlijk ingevulde en ondertekende formulier voor kredietaanvraag bevat alsook de voor de beslissing noodzakelijke stukken (kopie van de identiteitskaart, bewijsstukken m.b.t. het inkomen en samenstelling van het gezin, kopie van het verkoopcompromis of andere titel van eigendom, beschrijving van de werken, ...).
Minister : de Minister van de Waalse Regering bevoegd voor huisvesting
4. Datum waarop moet worden voldaan aan alle voorwaarden.
De datum waarop moet worden voldaan aan alle voorwaarden om in aanmerking te komen voor een sociaal hypotheekkrediet, is de datum waarop de lening goedgekeurd wordt door de Maatschappij.
5. Bedrag van de leningen.
Het bedrag van de leningen wordt beperkt aangezien de maandelijkse afbetaling van de lening niet hoger mag zijn dan 25 % van het globaal belastbare maandelijkse inkomen van de aanvrager.
Belangrijke opmerking :
De tegemoetkoming van het Waalse Gewest in het kader van de "lening jongeren" wordt in acht genomen voor de berekening van de afbetalingscapaciteit.
Het maximale absolute bedrag van de lening mag niet hoger zijn dan :
- 125 % van de gelden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de geplande verrichting;
- 125 % van de verkoopwaarde van het goed (geraamd na eventuele werken) geschat door een vertegenwoordiger van de Maatschappij of de bouwwaarde vastgelegd op grond van een kostenraming (waarde van het terrein inbegrepen),
- 125.000 euro geĂŻndexeerd overeenkomstig de regel bedoeld in punt 3, onder het trefwoord "woning"
6. Typen leningen en rentevoeten.
De door de Maatschappij toegepaste renten zijn gekoppeld aan de IRS-rente (Interest Rate Swap) en :
worden verminderd met maximum :
- 1.05 % per jaar voor gezinnen met een precair inkomen
- 0.80 % per jaar voor gezinnen met een bescheiden inkomen
worden verhoogd met maximum :
- 0.45 % per jaar voor gezinnen met een hoger inkomen dan dat van gezinnen met een bescheiden inkomen.
Bovenbedoelde renten worden verhoogd met 0.50 % per jaar indien een gedeelte van de woning gebruikt wordt tot beroepsdoeleinden, met uitdrukkelijke toestemming van de Maatschappij.
De renten zijn vast en mogen niet worden herzien.
7. Lenende maatschappij.
De "Société wallonne du Crédit social" verleent de leningen aan gezinnen met een precair of bescheiden inkomen en het Bijkantoor voor Sociaal Krediet treedt op als "makelaar" voor die aanvragers.
Het bijkantoor voor Sociaal Krediet verleent de leningen aan aanvragers met een hoger inkomen dan dat van gezinnen met een bescheiden inkomen.
8. Waarborgtermijn voor de rentevoet en geldigheidstermijn voor het aanbod.
De rente die geldend is op de datum waarop de kredietaanvraag een inschrijvingsnummer krijgt, wordt gewaarborgd tijdens drie maanden.
Na die waarborgtermijn, is de rente die geldend is op de datum waarop de akte wordt ondertekend, van toepassing; de aanvrager wordt op de hoogte gebracht van de nieuwe rente.
Uiterlijk op de datum waarop het schriftelijke aanbod wordt gestuurd aan de aanvrager, wordt deze door de Maatschappij op de hoogte gebracht van het bestaan van andere voordelen toegekend door het Gewest alsook van het adres en verdere gegevens van de bevoegde diensten.
9. Vastlegging en controle van het inkomen.
1. Bij de behandeling van de kredietaanvraag
Voor de vastlegging door de Maatschappij van het inkomen, van de toepasselijke rentevoet alsook van de afbetalingscapaciteit van de kandidaten-aanvragers, zijn die kandidaten alsook de personen met wie ze doorgaans samenleven, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, ertoe verplicht om de Maatschappij alle bewijsstukken m.b.t. hun inkomen en in het bijzonder het aanslagbiljet te bezorgen.
Onder voorbehoud van het recht dat de Maatschappij geniet om bijkomende waarborgen te vereisen, mag ze de verlening van een lening weigeren indien de afbetalingscapaciteit niet aangetoond wordt of om elke andere reden.
2. Tijdens de duur van de lening
Om de vijf jaar op de jaardatum waarop de lening werd verleend, oefent de "Société wallonne du Crédit social" een controle uit op het inkomen en de samenstelling van het gezin van de lener die, op het ogenblik van de lening, een precair of bescheiden inkomen genoot.
Indien, bij die controle, blijkt dat het inkomen hoger is dan dat aangegeven bij de leningsaanvraag, vermindert de Maatschappij de nog lopende duur van de lening volgens de financiële capaciteit van de leners.
Tot dat einde, is de lener ertoe verplicht om, bij zijn eerste aanvraag, het aanslagbiljet van het voorlaatste jaar vóór het controlejaar te bezorgen aan de Maatschappij of, bij gebrek, elk ander document dat de controle mogelijk maakt. Bij gebrek voorbehoudt de Maatschappij zich het recht om de vervroegde totale afbetaling van het krediet te vereisen.
10. Duur van de lening.
De duur bedraagt tussen 10 en 30 jaar; de lening moet volkomen afbetaald worden op de leeftijd van 65 jaar.
De duur van de lening moet worden vastgelegd door de Maatschappij op grond van het inkomen en de leeftijd van de lener.
11. Afbetalingsmodaliteiten.
a) De leningen worden terugbetaald d.m.v. constante maandelijkse afbetalingen. Elke afbetaling bevat een gedeelte van de rente, van het kapitaal en, in voorkomend geval, van de met de lening medegefinancierde enige levensverzekeringspremie.
b) De leners dragen het overdraagbare gedeelte van hun salaris, loon, vergoedingen tot het vereiste bedrag over aan de Maatschappij, d.m.v. van een bijzondere bepaling ingevoegd in de leningsakte.
c) De leners geven, bij de ondertekening van de leningsakte, het voor de financiering van de werken voorbehouden leningsgedeelte in pand ten gunste van de Maatschappij. Deze in onderpand gegeven gelden zullen, behoudens geldig verzet, worden gestort naar gelang de vordering van de werken.
12. Vermogensvoorwaarden.
Noch de lener noch de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, maar verwanten in de opgaande en de nederdalende lijn uitgesloten, mogen samen of alleen een andere woning volledig in eigendom of in vruchtgebruik hebben op de datum van goedkeuring van de lening.
Van deze voorwaarde wordt afgeweken :
a) hetzij voor overbewoonde, onbewoonbare of onverbeterbare woning, voor zover ze door de lener en de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, minstens zes maanden werd betrokken binnen een periode van twee jaar voorafgaande aan de datum van goedkeuring van de lening door de Maatschappij;
b) hetzij voor één of meer onverbeterbaar te slopen woningen, gelegen op de grond die moet dienen als grondslag voor de d.m.v. de lening te bouwen of te laten bouwen woning;
c) hetzij voor een andere woning voorzover ze vóór de ondertekening van de authentieke leningsakte is verkocht en dat de opbrengst van de verkoop opnieuw wordt geïnvesteerd in de verrichting waarvoor de lening wordt aangevraagd.
Om aanspraak te kunnen maken op de bovenbedoelde afwijking, moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden :
1° in geval van volle eigendom :
a) voor een overbewoonde of onbewoonbare woning moeten de aanvrager en, in voorkomend geval, de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, zich ertoe verbinden die woning te koop te bieden vanaf de bezetting van de d.m.v. de lening verworven, gerenoveerde, geherstructureerde, aangepaste, verbeterde of gebouwde woning;
b) voor een onverbeterbare woning moeten de aanvrager en, in voorkomend geval, de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, zich ertoe verbinden die woning te laten slopen of ze niet meer voor huisvesting te bestemmen vanaf de bezetting van de d.m.v. de lening verworven, gerenoveerde, geherstructureerde, aangepaste, verbeterde of gebouwde woning.
2° in geval van vruchtgebruik moeten de aanvrager en, in voorkomend geval, de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, zich ertoe verbinden afstand te doen van hun vruchtgebruik vanaf de bezetting van de d.m.v. de lening verworven, gerenoveerde, geherstructureerde, aangepaste, verbeterde of gebouwde woning.
De woning wordt als onverbeterbaar beschouwd indien de aanvrager en de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, in aanmerking komen voor de verleende slopingstoelage, toegekend door het Waalse Gewest, of indien de woning als onverbeterbaar wordt beschouwd door de "Société wallonne du Crédit social" op grond van een met redenen omkleed verslag of bij besluit van de burgemeester.
Of een woning overbewoond is, wordt vastgesteld op basis van de normen bepaald bij het besluit van de Waalse Regering van 11 februari 1999 waarbij de gezondheidsnormen, de verbeterbaarheid van de woningen alsmede de minimumnormen voor de toekenning van subsidies worden bepaald.
De Maatschappij stelt onverwijld de inachtneming of niet van bovenbedoelde verbintenissen vast.
13. Voorwaarden voor het aanleggen van het dossier
a) Betaling van dossierkosten en/of, in voorkomend geval, van schattingskosten m.b.t. de in pand gegeven goederen.
b) Aangaan, ten gunste van de Maatschappij, van een levensverzekering van het type "verschuldigd saldo" met enige premie voor de door de "Société wallonne du Crédit social" verleende leningen en/of met periodieke premie voor de door het bijkantoor voor Maatschappelijk Krediet verleende leningen, ten belope van 100 % van het bedrag van het geleende kapitaal.
c) Naast de door de Maatschappij eventueel opgelegde bijkomende waarborgen, moet de lener, ten gunste van de Maatschappij, een hypotheek in eerste rang verlenen op de volle eigendom van het onroerende goed waarvoor hij de lening aangaat.
Elke andere volgende en opeenvolgende rang ten gunste van dezelfde lener wordt beschouwd als eerste rang.
Opmerking :
Met schriftelijke toestemming van de aanvrager of van de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, mag de Maatschappij, bij de bevoegde diensten van de besturen, de attesten aanvragen betreffende hun inkomen, hun onroerende eigendommen, de samenstelling van hun gezin en de vaststelling van de hoedanigheid van gehandicapte persoon.
14. Door de leners aan te gaan verbintenissen.
Tot de volle afbetaling van de lening, verbindt de lener zich ertoe om :
- de woning als hoofdwoning te betrekken;
- er geen beroepsactiviteit uit te oefenen zonder het voorafgaande schriftelijke akkoord van de Maatschappij, dat een renteverhoging, zoals bedoeld in punt 5, laatste lid, vereist;
- de woning niet te bestemmen voor een bedrijvigheid die in strijd zou zijn met de openbare orde of de goede zeden;
- de woning voor haar totale waarde tegen brand, waterschade, bliksem en ontploffing te verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij van één van de lid-Staten van de Europese Gemeenschap en de verzekeringspremies geregeld te betalen;
- de bouw-, renovatie-, herstructurerings-, aanpassings-, instandhoudings- en verbeteringswerken alsook de werken m.b.t. de bewaring van de eigendom over de woning binnen 2 jaar na ondertekening van de leningsakte uit te voeren;
- de afgevaardigden van de Maatschappij de woning te laten bezichtigen;
- de woning niet te verkopen, noch geheel noch gedeeltelijk te verhuren, behalve voorafgaande schriftelijke toestemming van de Maatschappij.
15. Overgangsbepaling.
De openbare huisvestingsmaatschappijen die hun activiteiten hebben gericht op artikel 131, 3° en/of 4°, van het Wetboek, de zgn. "verwervende huisvestingsmaatschappijen", die sinds 31 december 2002 erkend zijn door de "Société wallonne du Logement", alsook de kredietinstellingen die sinds dezelfde datum erkend zijn door het Gewest, worden, bij wijze van overgangsmaatregel, gelijkgesteld met bijkantoren voor Sociaal Krediet tot de datum van erkenning als bijkantoor voor Sociaal Krediet door het Waalse Gewest of uiterlijk tot drie kalendermaanden na de inwerkingtreding van het besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van het algemeen reglement m.b.t. de erkenning van de bijkantoren voor Sociaal Krediet.
euro 125.000 x indice ABEX du 1er janvier (N)
Wijzigingen
Indice ABEX du 1er janvier 2003
L'adaptation des montants se fait par tranche de 1.000,00 euros.
La superficie des locaux à usage professionnel ne peut, en aucun cas, dépasser 20 p.c. de la superficie habitable.
Le logement doit rĂ©pondre, Ă©ventuellement aprĂšs rĂ©alisation des travaux financĂ©s Ă l'aide du prĂȘt, aux critĂšres de salubritĂ© et aux conditions de superficie dĂ©finis dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 11 fĂ©vrier 1999 dĂ©terminant les critĂšres de salubritĂ©, le caractĂšre amĂ©liorable ou non des logements ainsi que les critĂšres minimaux d'octroi de subventions.
Fonds nécessaires
Montant total des coĂ»ts liĂ©s Ă l'opĂ©ration objet du prĂȘt Ă l'exclusion des frais d'honoraires (notaire, architecte, gĂ©omĂštre, expert, bureau d'Ă©tudes, ...), des droits d'enregistrement et des frais d'actes.
Dette onéreuse
Dette hypothĂ©caire et autre produit apparentĂ© non consentis par la SociĂ©tĂ© dont le taux d'intĂ©rĂȘt dĂ©passent sensiblement les conditions actuelles du marchĂ© et qui induit des mensualitĂ©s non supportables au vu des moyens de paiement disponibles des demandeurs.
Date d'immatriculation de la demande de crédit
Date à laquelle la demande de crédit reçoit un numéro d'immatriculation.
Pour ĂȘtre immatriculĂ©e, une demande de crĂ©dit doit ĂȘtre dĂ©posĂ©e au Guichet du crĂ©dit social et reposer sur un dossier complet, lequel comprend le formulaire de demande de crĂ©dit dĂ»ment complĂ©tĂ© et signĂ© par le demandeur ainsi que les documents nĂ©cessaires Ă la dĂ©cision (copie de la carte d'identitĂ©, justificatifs des revenus et composition de la famille, copie du compromis de vente ou autre titre de propriĂ©tĂ©, descriptif des travaux, ... ).
Ministre : le Ministre du Gouvernement wallon qui a le logement dans ses attributions
4. Date Ă laquelle toutes les conditions doivent ĂȘtre remplies.
La date Ă laquelle toutes les conditions doivent ĂȘtre remplies pour bĂ©nĂ©ficier d'un crĂ©dit hypothĂ©caire social est la date d'approbation du prĂȘt par la SociĂ©tĂ©.
5. Montant des prĂȘts.
Le montant des prĂȘts est limitĂ© en considĂ©rant que la mensualitĂ© de remboursement du prĂȘt ne peut ĂȘtre supĂ©rieure Ă 25 % des revenus mensuels globalement imposables du demandeur.
Remarque importante :
L'intervention de la RĂ©gion wallonne dans le cadre du " prĂȘt jeune " est prise en compte pour estimer la capacitĂ© de remboursement
Le montant maximum absolu du prĂȘt ne peut pas dĂ©passer
- 125 % des fonds nécessaires à la réalisation de l'opération envisagée;
- 125 % de la valeur vénale du bien (évaluée aprÚs travaux éventuels) estimée par un représentant de la Société ou la valeur de construction établie sur base d'un devis d'entreprise (valeur du terrain comprise),
- 125.000 euros indexé conformément à la rÚgle d'indexation visées sous le point 3 au verbe logement
6. Types de prĂȘts et taux d'intĂ©rĂȘt.
Les taux appliqués par la Société sont fonction du taux IRS (Interest Rate Swap) et
Sont diminués d'un maximum de :
- 1.05 % l'an pour les ménages en état de précarité
- 0.80 % l'an pour les ménages bénéficiant de revenus modestes.
Sont majorés d'un maximum de :
- 0.45 % l'an pour les ménages bénéficiant de revenus supérieurs à ceux dont bénéficient les ménages à revenus modestes
Les taux tels que définis ci-avant sont majorés de 0.50 % l'an, lorsque le logement est utilisé, moyennant l'accord exprÚs de la Société, pour partie à des fins professionnelles.
Les taux sont fixes et non révisables.
7. SociĂ©tĂ© prĂȘteuse.
La SociĂ©tĂ© wallonne du crĂ©dit social octroie les prĂȘts aux demandeurs en Ă©tat de prĂ©caritĂ© et Ă ceux bĂ©nĂ©ficiant de revenus modestes et le Guichet de crĂ©dit social intervient comme " courtier " pour ces demandeurs.
Le Guichet de crĂ©dit social octroie les prĂȘts aux demandeurs bĂ©nĂ©ficiant de revenus supĂ©rieurs Ă ceux dont bĂ©nĂ©ficient les mĂ©nages Ă revenus modestes.
8. Délai de garantie de taux et délai de validité de l'offre.
Le taux en vigueur à la date d'immatriculation de la demande de crédit est garanti pendant trois mois.
Passé le délai de garantie de taux, le taux applicable est le taux en vigueur au moment de la signature de l'acte et le demandeur est informé du nouveau taux.
Au plus tard lors de la transmission de l'offre écrite au demandeur, la société l'informe sur l'existence des autres avantages octroyés par la Région wallonne ainsi que sur les coordonnées des services compétents.
9. Détermination et contrÎle des revenus.
1. Lors de l'instruction de la demande de crédit
Pour que la SociĂ©tĂ© puisse dĂ©terminer le montant des revenus, le taux d'intĂ©rĂȘt applicable ainsi que la capacitĂ© de remboursement des candidats emprunteurs, ceux-ci ainsi que les personnes avec lesquelles ils vivent habituellement, unies ou non par des liens de parentĂ©, sont tenus de remettre Ă la SociĂ©tĂ© tous les documents probants, attestant de leurs revenus ainsi que notamment l'avertissement-extrait de rĂŽle.
Sous rĂ©serve du droit pour la SociĂ©tĂ© de rĂ©clamer des garanties complĂ©mentaires, elle peut refuser l'octroi d'un prĂȘt au cas oĂč la capacitĂ© de remboursement n'est pas Ă©tablie ou pour toute autre raison.
2. Pendant la durĂ©e du prĂȘt
Cinq ans aprĂšs la date anniversaire du prĂȘt et ainsi de suite tous les cinq ans, la SociĂ©tĂ© wallonne du crĂ©dit social exerce un contrĂŽle portant sur les revenus et la composition de la famille de l'emprunteur qui bĂ©nĂ©ficiait, au moment du prĂȘt, de revenus prĂ©caires ou modestes.
Si, Ă l'occasion de ce contrĂŽle, il apparaĂźt que les revenus sont supĂ©rieurs Ă ceux dĂ©clarĂ©s lors de la demande de prĂȘt, la SociĂ©tĂ© rĂ©duit la durĂ©e restant Ă courir du prĂȘt en fonction de la capacitĂ© financiĂšre des emprunteurs.
A cet effet, l'emprunteur est tenu de remettre à la Société, à sa premiÚre demande, l'avertissement-extrait de rÎle de l'avant derniÚre année précédant l'année du contrÎle ou, à défaut, tout autre document permettant le contrÎle. A défaut, la Société se réserve le droit d'exiger le remboursement anticipé total du crédit.
10. DurĂ©e du prĂȘt.
La durĂ©e s'Ă©chelonne entre 10 et 30 ans, le prĂȘt devant ĂȘtre totalement remboursĂ© Ă l'Ăąge de 65 ans.
La durĂ©e du prĂȘt doit ĂȘtre fixĂ©e par la SociĂ©tĂ© en fonction des revenus et de l'Ăąge de l'emprunteur.
11. Modalités de remboursement.
a) Les prĂȘts sont remboursables par mensualitĂ©s constantes. Chaque mensualitĂ© comprend une partie d'intĂ©rĂȘt, de capital, et le cas Ă©chĂ©ant de la prime unique d'assurance-vie financĂ©e Ă l'aide du prĂȘt.
b) Les emprunteurs dĂ©lĂšguent Ă la SociĂ©tĂ© la quotitĂ© cessible de leur salaire, traitement, indemnitĂ©s Ă concurrence de tous montants exigibles, par une clause spĂ©ciale insĂ©rĂ©e dans l'acte de prĂȘt.
c) Les emprunteur donnent en gage au profit de la SociĂ©tĂ©, Ă la signature de l'acte de prĂȘt, la partie du prĂȘt rĂ©servĂ©e pour le financement des travaux. Ces fonds nantis seront libĂ©rĂ©s au fur et Ă mesure de l'avancement des travaux sauf valable opposition.
12. Conditions patrimoniales.
A la date d'approbation du prĂȘt, le demandeur et les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parentĂ©, Ă l'exclusion des ascendants et des descendants, ne peuvent ĂȘtre, seuls ou ensemble, propriĂ©taires ou usufruitiers de la totalitĂ© d'un autre logement.
Il est dérogé à cette condition lorsqu'il s'agit :
a) soit d'un logement surpeuplĂ©, inhabitable ou non amĂ©liorable et pour autant que ce logement ait Ă©tĂ© occupĂ© par le demandeur et les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parentĂ©, pendant au moins six mois au cours des deux annĂ©es prĂ©cĂ©dant la date d'approbation du prĂȘt par la SociĂ©tĂ©.
b) soit du ou des logements non amĂ©liorables Ă dĂ©molir sis sur le terrain devant servir d'assiette au logement Ă construire ou Ă faire construire avec le bĂ©nĂ©fice du prĂȘt.
c) soit d'un autre logement, pour autant qu'il soit vendu avant la signature de l'acte authentique de prĂȘt et que le produit de la vente soit rĂ©investi dans l'opĂ©ration pour laquelle le prĂȘt est sollicitĂ©.
La dérogation visée ci-avant est subordonnée au respect des conditions suivantes :
1° En cas de pleine propriété :
a) S'il s'agit d'un logement surpeuplĂ© ou inhabitable, le demandeur et, le cas Ă©chĂ©ant, les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parentĂ©, doivent s'engager Ă le mettre en vente dĂšs l'occupation du logement acquis, rĂ©habilitĂ©, restructurĂ©, adaptĂ©, amĂ©liorĂ© ou construit avec le bĂ©nĂ©fice du prĂȘt;
b) S'il s'agit d'un logement non amĂ©liorable, le demandeur et, le cas Ă©chĂ©ant, les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parentĂ©, doivent s'engager Ă le faire dĂ©molir ou Ă ne plus le destiner Ă un logement Ă dater de l'occupation du logement acquis, rĂ©habilitĂ©, restructurĂ©, adaptĂ©, amĂ©liorĂ© ou construit avec le bĂ©nĂ©fice du prĂȘt.
2° En cas d'usufruit, le demandeur et, le cas Ă©chĂ©ant, les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parentĂ© doivent s'engager Ă renoncer Ă leur usufruit, dĂšs l'occupation du logement acquis, rĂ©habilitĂ©, restructurĂ©, adaptĂ©, amĂ©liorĂ© ou construit avec le bĂ©nĂ©fice du prĂȘt.
Le logement est considĂ©rĂ© comme non amĂ©liorable si le demandeur et les personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non pas des liens de parentĂ© ont Ă©tĂ© reconnus admissibles au bĂ©nĂ©fice de l'allocation de dĂ©molition octroyĂ©e par la RĂ©gion ou si le logement est reconnu non amĂ©liorable par la SociĂ©tĂ© wallonne du crĂ©dit social aprĂšs examen sur base d'un rapport motivĂ©, ou par un arrĂȘtĂ© du bourgmestre.
Le caractĂšre surpeuplĂ© d'un logement est Ă©tabli sur base des normes fixĂ©es par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 11 fĂ©vrier 1999 dĂ©terminant les critĂšres de salubritĂ©, le caractĂšre amĂ©liorable ou non des logements ainsi que les critĂšres minimaux d'octroi de subventions.
La Société constate sans délai l'observation ou l'inobservation des engagements prévus ci-dessus.
13. Conditions de constitution de dossier.
a) Versement de frais de dossier et/ou le cas échéant des frais d'évaluation des biens offerts en garantie.
b) Souscription, au bĂ©nĂ©fice de la SociĂ©tĂ©, d'une assurance-vie de type solde restant dĂ» Ă prime unique pour les prĂȘts accordĂ©s par la S.W.C.S. et/ou Ă prime pĂ©riodique pour les prĂȘts accordĂ©s par le Guichet du crĂ©dit social, Ă concurrence de 100 % du montant du capital empruntĂ©
c) Outre les garanties complĂ©mentaires Ă©ventuellement imposĂ©es par la SociĂ©tĂ©, l'emprunteur doit consentir au profit de la SociĂ©tĂ© une hypothĂšque en premier rang sur la pleine propriĂ©tĂ© d'un l'immeuble pour lequel il contracte l'emprunt. Est considĂ©rĂ©e comme Ă©tant en premier rang, tout autre rang suivant et successif au profit du mĂȘme prĂȘteur;
Remarque
Moyennant l'autorisation écrite du demandeur ou des personnes avec lesquelles il vit habituellement, unies ou non par des liens de parenté, la Société peut solliciter des services compétents des administrations les attestations relatives à leur revenus, à leur propriétés immobiliÚres, à la composition de la famille et à l'établissement de la qualité de personne handicapée.
14. Engagements Ă prendre par les emprunteurs.
Jusqu' Ă complet remboursement du prĂȘt, l'emprunteur s'engage Ă :
- Occuper, Ă titre principal, le logement
- N'y exercer aucune activitĂ© professionnelle sans l'accord prĂ©alable et Ă©crit de la SociĂ©tĂ©, lequel ne pourra ĂȘtre donnĂ© que moyennant une majoration de taux telle que prĂ©vue au point 5 dernier alinĂ©a.
- Ne pas affecter le logement à une activité contraire à l'ordre public ou aux bonnes moeurs.
- Assurer le logement contre l'incendie, les dégùts des eaux, la foudre et les explosions, pour la totalité de sa valeur, auprÚs d'une compagnie d'un des Etats membres de la Communauté européenne et acquitter réguliÚrement les primes de cette assurance.
- ExĂ©cuter les travaux de construction, de rĂ©habilitation, de restructuration, d'adaptation, de conservation, d'amĂ©lioration ou de prĂ©servation de la propriĂ©tĂ© du logement dans les deux ans de la signature de l'acte de prĂȘt.
- Consentir à la visite du logement par les délégués de la Société.
- Ne pas vendre le logement, ni le donner en location en tout ou en partie, sauf accord préalable et écrit de la Société.
15. Disposition transitoire.
Sont assimilĂ©es Ă des guichets du crĂ©dit social, Ă titre transitoire, jusqu'Ă la date d'obtention de l'agrĂ©ment rĂ©gional accordĂ© par la SociĂ©tĂ© Wallonne du crĂ©dit social en qualitĂ© de guichet du crĂ©dit social ou au plus tard jusqu'Ă trois mois calendrier aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon fixant le rĂšglement gĂ©nĂ©ral d'agrĂ©ment des guichets de crĂ©dit social, les sociĂ©tĂ©s de logement de service public qui ont centrĂ© leur activitĂ© sur l'article 131, 3° et/ou 4° du Code, dites sociĂ©tĂ©s de logement du type " acquisitives ", bĂ©nĂ©ficiant de l'agrĂ©ment de la SociĂ©tĂ© wallonne du logement au 31 dĂ©cembre 2002 et les organismes de crĂ©dit bĂ©nĂ©ficiant d'un agrĂ©ment de la RĂ©gion Ă cette mĂȘme date.