Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 SEPTEMBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het tijdelijk project ter stimulering van het verschaffen van onderwijs aan kleuters van binnenschippers.
Titre
12 SEPTEMBRE 2003. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au projet temporaire visant à promouvoir la dispense d'un enseignement maternel aux jeunes enfants de bateliers (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 2003201708
Datum: 2003-09-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003201708
Date: 2003-09-12
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de gesubsidieerde gemeentelijke basisschool, Kruisboogstraat 42, te 2030 Antwerpen.
Article 1. Le présent arrêté est applicable à l'école fondamentale communale subventionnée, Kruisboogstraat 42, à 2030 Antwerpen.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° aanwendingsplan : plan waarin de visie op onderwijs aan kleuters van binnenschippers wordt beschreven en waarin wordt aangegeven op welke wijze de extra lestijden worden aangewend;
  2° decreet : het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° plan d'utilisation : le plan dans lequel la vision de l'enseignement aux jeunes enfants de bateliers est décrite et dans lequel il est indiqué de quelle manière sont utilisées les périodes supplémentaires;
  2° décret : le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.
Art. 3. De in artikel 1 bedoelde basisschool wordt door de Vlaamse regering aangeduid om onderwijs te stimuleren en te verschaffen aan kleuters van binnenschippers met de bedoeling leer- en ontwikkelingsachterstand bij deze groep kleuters zoveel mogelijk te vermijden.
Art. 3. L'école fondamentale visée à l'article 1er est désignée par le Gouvernement flamand afin de promouvoir et dispenser un enseignement aux jeunes enfants de bateliers avec l'intention d'éviter le plus possible un retard d'apprentissage et de développement chez ces jeunes enfants.
Art. 4. Met toepassing van artikel 169 van het decreet kunnen binnen de beschikbare begrotingskredieten extra lestijden en extra middelen worden toegekend aan de school indien :
  1° het schoolbestuur een aanvraag met aanwendingsplan indient;
  2° het schoolbestuur beschrijft op welke manier het zal streven naar betrokkenheid van de ouders bij het project;
  3° het schoolbestuur overleg pleegt met de v.z.w. " De Schroef " en de wederzijdse engagementen in een overeenkomst vastlegt.
Art. 4. Par application de l'article 169 du décret, des périodes supplémentaires et des moyens supplémentaires peuvent être accordés à l'école dans les limites des crédits budgétaires disponibles si :
  1° l'autorité scolaire introduit une demande assortie d'un plan d'utilisation;
  2° l'autorité scolaire décrit de quelle manière elle cherchera à impliquer les parents dans le projet;
  3° l'autorité scolaire demande l'avis de l'a.s.b.l. " De Schroef " et fixe les engagements réciproques dans une convention.
Art. 5. Indien aan de in artikel 4 gestelde voorwaarden wordt voldaan, worden 24 extra lestijden toegekend.
  De lestijden worden toegekend vanaf 1 januari 2003 tot en met 30 juni 2003.
Art. 5. Si les conditions prévues à l'article 4 sont remplies, 24 périodes supplémentaires sont accordées.
  Les périodes sont attribuées du 1er janvier 2003 au 30 juin 2003 inclus.
Art. 6. De overeenkomstig artikel 5 toegekende extra lestijden mogen uitsluitend aangewend worden voor onderwijsactiviteiten aan de kleuters van binnenschippers.
  Gelet op de specificiteit van de doelgroep mogen de kleuters van binnenschippers buiten de gekende vestigingsplaatsen onderwijsactiviteiten volgen.
Art. 6. Les périodes supplémentaires attribuées conformément à l'article 5 ne peuvent être utilisées que pour des activités d'enseignement destinées aux jeunes enfants de bateliers.
  Vu la spécificité du groupe cible, les jeunes enfants de bateliers peuvent participer à des activités d'enseignement en dehors des implantations connues.
Art. 7. Het gebruik van de extra lestijden wordt beoordeeld door de onderwijsinspectie. Die beoordeling kan aanleiding geven tot de maatregelen bedoeld in de artikelen 9,10 en 11.
Art. 7. L'utilisation des périodes supplémentaires est jugée par l'inspection de l'enseignement. Ce jugement peut aboutir aux mesures visées aux articles 9, 10 et 11.
Art. 8. Aan de in artikel 1 genoemde school wordt voor het schooljaar 2002-2003 een bijkomende werkingstoelage toegekend die overeenstemt met het bedrag van euro 13.700,00.
Art. 8. Une allocation de fonctionnement supplémentaire correspondant à un montant de euro 13.700,00 est attribuée pour l'année scolaire 2002-2003 à l'école visée à l'article 1er.
Art. 9. Onverminderd de toepassing van artikel 174 van het decreet zal de subsidiëring van de extra lestijden onmiddellijk worden stopgezet wanneer vastgesteld wordt dat het aanwendingsplan niet nageleefd wordt.
Art. 9. Sans préjudice de l'application de l'article 174 du décret, le subventionnement des périodes supplémentaires sera arrêté immédiatement s'il est constaté que le plan d'utilisation n'est pas respecté.
Art. 10. Onverminderd de toepassing van artikel 9, worden de door het departement vastgestelde overtredingen inzake de aanwending van de extra lestijden bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het schoolbestuur in kwestie. De mededeling verwijst naar de mogelijke sancties.
  Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven kan het schoolbestuur bij het departement een verweerschrift indienen. De betekening wordt geacht te gebeuren de derde werkdag na het versturen van het aangetekend schrijven. De herfstvakantie, kerstvakantie, krokusvakantie, paasvakantie en zomervakantie schorten de termijn van 30 kalenderdagen op.
Art. 10. Sans préjudice de l'application de l'article 9, les infractions à l'application des périodes supplémentaires constatées par le département sont notifiées par lettre recommandée à l'autorité scolaire en question. La notification mentionne les sanctions éventuelles.
  Dans un délai de 30 jours calendaires à compter de la notification de la lettre recommandée, l'autorité scolaire peut introduire un mémoire justificatif auprès du département. La notification est censée se faire le troisième jour ouvrable après l'envoi de la lettre recommandée. Les vacances d'automne, les vacances de Noël, les vacances de Carnaval, les vacances de Pâques et les vacances d'été suspendent le délai de 30 jours calendaires.
Art. 11. Na ontvangst van het verweerschrift en uiterlijk 60 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven legt het departement Onderwijs, indien nodig, een dossier met een voorstel tot sanctie voor aan de Vlaamse minister, bevoegd voor Onderwijs.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor Onderwijs, neemt vervolgens, met toepassing van artikel 177, 11°, van het decreet een beslissing over een sanctie. Na een termijn van drie maanden kan geen sanctie meer genomen worden.
  De beslissing wordt bij aangetekend schrijven aan het schoolbestuur meegedeeld.
Art. 11. Après réception du mémoire justificatif et au plus tard 60 jours calendaires après la notification de la lettre recommandée, le Département de l'Enseignement soumet, si nécessaire, un dossier avec une proposition de sanction à la Ministre flamande chargée de l'Enseignement.
  Par application de l'article 177, 11° du décret, la Ministre flamande qui a l'Enseignement dans ses attributions prend ensuite une décision sur la sanction. Après expiration d'un délai de trois mois, aucune sanction ne peut être prononcée.
  La décision est communiquée par lettre recommandée à l'autorité scolaire.
Art. 12. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003.
Art. 12. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2003.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 12 september 2003.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  B. SOMERS
  De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
  M. VANDERPOORTEN.
Art. 13. La Ministre flamande ayant l'Enseignement dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 12 septembre 2003.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  B. SOMERS
  La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
  M. VANDERPOORTEN.