Artikel 1. In het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot toekenning van verhuis- en huurtoelagen aan gezinnen die in een precaire toestand verkeren en aan daklozen, wordt artikel 2 aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt :
  " § 3. Een toelage wordt toegekend aan gezinnen die, wegens herhuisvesting in een gezonde woning, een woonplaats ontruimen die ze permanent betrokken in één van hierna vermelde toeristische voorzieningen, gelegen op het grondgebied van een gemeente bedoeld in bijlage bij dit besluit, die een partnerschapsovereenkomst heeft gesloten met het Waalse Gewest :
  1° hetzij op een kampeer-caravanterrein zoals bedoeld in artikel 1 van het decreet van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen;
  2° hetzij in een weekeindverblijfpark of een vakantiedorp, zoals bedoeld in de artikelen 141 en 144 van het " CWATUP " (Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium), of op elk ander terrein bestemd voor de vrije tijd, gelegen in een overstroombare zone zoals bepaald in de inventaris opgemaakt in 1999 door het Waalse Gewest en de Koning Boudewijnstichting op grond van de gegevens ingewonnen bij de gemeenten of zoals beschreven door de Regering.
  Die toelage is cumuleerbaar met de in dit artikel bedoelde verhuis- en huurtoelagen. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 OKTOBER 2003. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot toekenning van verhuis- en huurtoelagen aan gezinnen die in een precaire toestand verkeren en aan daklozen met het oog, in het kader van het meerjaarlijkse actieplan betreffende het permanent wonen in toeristische voorzieningen, op een vestigingstoelage (VERTALING). (NOTA : raadpleging van vroegere versies vanaf 03-11-2003 en tekstbijwerking tot 09-08-2004)
Titre
24 OCTOBRE 2003. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999 concernant l'octroi d'allocations de dĂ©mĂ©nagement et de loyer en faveur de mĂ©nages en Ă©tat de prĂ©caritĂ© et de personnes sans abri en vue d'instaurer, dans le cadre du plan d'action pluriannuel relatif Ă l'habitat permanent dans les Ă©quipements touristiques, une allocation d'installation. (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 03-11-2003 et mise Ă jour au 09-08-2004)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1. Dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999 concernant l'octroi d'allocations de dĂ©mĂ©nagement et de loyer en faveur de mĂ©nages en Ă©tat de prĂ©caritĂ© et de personnes sans abri, l'article 2 est complĂ©tĂ© par un paragraphe 3 rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 3. Une allocation est accordĂ©e aux mĂ©nages quittant, pour un logement salubre, une habitation qu'ils occupaient de maniĂšre permanente dans un Ă©quipement touristique ci-dessous mentionnĂ©, situĂ© sur le territoire d'une commune visĂ©e en annexe du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, engagĂ©e dans une convention de partenariat avec la RĂ©gion wallonne :
  1° soit sur un terrain de camping-caravaning tel que visé par l'article 1er du décret du 4 mars 1991 relatif aux conditions d'exploitation des terrains de camping-caravaning;
  2° soit dans un parc résidentiel de week-end ou un village de vacances, tel que visés par les articles 141 et 144 du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme et du Patrimoine, ou sur tout autre terrain à vocation de loisirs, sis dans une zone inondable telle que déterminée par l'inventaire réalisé par la Région wallonne et la Fondation Roi Baudouin en 1999 à partir des renseignements recueillis auprÚs des communes ou telle que définie par le Gouvernement.
  Cette allocation est cumulable avec les allocations de déménagement et de loyer visées au présent article. "
  " § 3. Une allocation est accordĂ©e aux mĂ©nages quittant, pour un logement salubre, une habitation qu'ils occupaient de maniĂšre permanente dans un Ă©quipement touristique ci-dessous mentionnĂ©, situĂ© sur le territoire d'une commune visĂ©e en annexe du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, engagĂ©e dans une convention de partenariat avec la RĂ©gion wallonne :
  1° soit sur un terrain de camping-caravaning tel que visé par l'article 1er du décret du 4 mars 1991 relatif aux conditions d'exploitation des terrains de camping-caravaning;
  2° soit dans un parc résidentiel de week-end ou un village de vacances, tel que visés par les articles 141 et 144 du Code wallon de l'Aménagement du Territoire, de l'Urbanisme et du Patrimoine, ou sur tout autre terrain à vocation de loisirs, sis dans une zone inondable telle que déterminée par l'inventaire réalisé par la Région wallonne et la Fondation Roi Baudouin en 1999 à partir des renseignements recueillis auprÚs des communes ou telle que définie par le Gouvernement.
  Cette allocation est cumulable avec les allocations de déménagement et de loyer visées au présent article. "
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 3, worden de woorden " Voor de toepassing van artikel 2, §§ 1 en 2, " ingevoegd vóór de woorden " Op de datum van de huur ";
  2° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Voor de toepassing van artikel 2, § 3 :
  1° moet de aanvrager minstens 18 jaar oud of ontvoogde minderjarige zijn;
  2° moet de aanvrager, sinds minstens 1 januari 2002, een woonplaats betrekken in een toeristische voorziening bedoeld in artikel 2, § 3. Die betrekking wordt bewezen hetzij door zijn inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, hetzij door een attest van de gemeente of van het O.C.M.W.;
  3° moet de aanvrager of het gezinslid dat eigenaar is van de ontruimde woonplaats bovendien dit eigendomsrecht gratis afstaan aan de gemeente waarin de in artikel 2, § 3, bedoelde toeristische voorziening gevestigd is of de sloop van deze woonplaats door genoemde gemeente schriftelijk toestaan. De sloop kan ook plaatsvinden door beslissing van de burgemeester overeenkomstig de artikelen 133 en 135 van de gemeentewet of artikel 7 van de Waalse Huisvestingscode;
  4° moet de aanvrager of het gezinslid dat huurder is van de ontruimde woonplaats, bovendien de overeenkomst ontbinden die hem bindt met de eigenaar(en) van de woonplaats;
  5° mogen de inkomsten van het gezin waarvan een lid aanvrager is niet hoger zijn dan die van de gezinnen met een gemiddeld inkomen, in de zin van artikel 1, 31°, van de Waalse Huisvestingscode.
  1° in § 3, worden de woorden " Voor de toepassing van artikel 2, §§ 1 en 2, " ingevoegd vóór de woorden " Op de datum van de huur ";
  2° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Voor de toepassing van artikel 2, § 3 :
  1° moet de aanvrager minstens 18 jaar oud of ontvoogde minderjarige zijn;
  2° moet de aanvrager, sinds minstens 1 januari 2002, een woonplaats betrekken in een toeristische voorziening bedoeld in artikel 2, § 3. Die betrekking wordt bewezen hetzij door zijn inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, hetzij door een attest van de gemeente of van het O.C.M.W.;
  3° moet de aanvrager of het gezinslid dat eigenaar is van de ontruimde woonplaats bovendien dit eigendomsrecht gratis afstaan aan de gemeente waarin de in artikel 2, § 3, bedoelde toeristische voorziening gevestigd is of de sloop van deze woonplaats door genoemde gemeente schriftelijk toestaan. De sloop kan ook plaatsvinden door beslissing van de burgemeester overeenkomstig de artikelen 133 en 135 van de gemeentewet of artikel 7 van de Waalse Huisvestingscode;
  4° moet de aanvrager of het gezinslid dat huurder is van de ontruimde woonplaats, bovendien de overeenkomst ontbinden die hem bindt met de eigenaar(en) van de woonplaats;
  5° mogen de inkomsten van het gezin waarvan een lid aanvrager is niet hoger zijn dan die van de gezinnen met een gemiddeld inkomen, in de zin van artikel 1, 31°, van de Waalse Huisvestingscode.
Art. 2. A l'article 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au § 3, les mots " Pour l'application de l'article 2, §§ 1er et 2, " sont ajoutés avant les mots " A la date de prise en location ";
  2° il est inséré un paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Pour l'application de l'article 2, § 3 :
  1° le demandeur doit ĂȘtre ĂągĂ© de 18 ans au moins ou Ă©mancipĂ©;
  2° le demandeur doit occuper, depuis le 1er janvier 2002 au moins, une habitation dans un équipement touristique visé à l'article 2, § 3. Cette occupation est prouvée soit par son inscription au registre de la population ou au registre des étrangers, soit par une attestation de la commune ou du CPAS;
  3° le demandeur ou le membre du ménage propriétaire de l'habitation quittée doit, en outre, céder gratuitement ce droit de propriété à la commune sur laquelle est implantée l'équipement touristique visé à l'article 2, § 3, ou autoriser, par écrit, la démolition de cette habitation par la commune susmentionnée. La démolition peut également intervenir par décision du bourgmestre en application des articles 133 et 135 de la loi communale ou de l'article 7 du Code du Logement;
  4° le demandeur ou le membre du ménage locataire de l'habitation quittée doit, en outre, résilier le contrat le liant avec le ou les propriétaires de l'habitation;
  5° les revenus du ménage dont un membre est demandeur ne peuvent excéder ceux des ménages à revenus moyens au sens de l'article 1er, 31°, du Code wallon du Logement "
  1° au § 3, les mots " Pour l'application de l'article 2, §§ 1er et 2, " sont ajoutés avant les mots " A la date de prise en location ";
  2° il est inséré un paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Pour l'application de l'article 2, § 3 :
  1° le demandeur doit ĂȘtre ĂągĂ© de 18 ans au moins ou Ă©mancipĂ©;
  2° le demandeur doit occuper, depuis le 1er janvier 2002 au moins, une habitation dans un équipement touristique visé à l'article 2, § 3. Cette occupation est prouvée soit par son inscription au registre de la population ou au registre des étrangers, soit par une attestation de la commune ou du CPAS;
  3° le demandeur ou le membre du ménage propriétaire de l'habitation quittée doit, en outre, céder gratuitement ce droit de propriété à la commune sur laquelle est implantée l'équipement touristique visé à l'article 2, § 3, ou autoriser, par écrit, la démolition de cette habitation par la commune susmentionnée. La démolition peut également intervenir par décision du bourgmestre en application des articles 133 et 135 de la loi communale ou de l'article 7 du Code du Logement;
  4° le demandeur ou le membre du ménage locataire de l'habitation quittée doit, en outre, résilier le contrat le liant avec le ou les propriétaires de l'habitation;
  5° les revenus du ménage dont un membre est demandeur ne peuvent excéder ceux des ménages à revenus moyens au sens de l'article 1er, 31°, du Code wallon du Logement "
Art. 3. Artikel 5 van hetzelfde besluit, waarvan het eerste lid paragraaf 1 zal vormen en de leden 2 tot 6 paragraaf 2 zullen vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 3 luidend als volgt :
  " § 3. De in artikel 2, § 3, bedoelde toelage bedraagt euro 5.000 indien ten minste één gezinslid eigenaar is van de ontruimde woonplaats. Ze bedraagt euro 1.240 indien geen gezinslid eigenaar is van de ontruimde woonplaats. Ze wordt verhoogd met euro 250 per kind ten laste.
  Die toelage wordt enkel één keer per gezin verleend. "
  " § 3. De in artikel 2, § 3, bedoelde toelage bedraagt euro 5.000 indien ten minste één gezinslid eigenaar is van de ontruimde woonplaats. Ze bedraagt euro 1.240 indien geen gezinslid eigenaar is van de ontruimde woonplaats. Ze wordt verhoogd met euro 250 per kind ten laste.
  Die toelage wordt enkel één keer per gezin verleend. "
Art. 3. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, dont le premier alinĂ©a formera le paragraphe 1er et les alinĂ©a 2 Ă 6 formeront le paragraphe 2, est complĂ©tĂ© par un paragraphe 3 rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 3. L'allocation visée à l'article 2, § 3 s'élÚve à euro 5.000 si au moins un membre du ménage est propriétaire de l'habitation quittée. Elle s'élÚve à euro 1.240 si aucun membre du ménage n'est propriétaire de l'habitation quittée.
  Elle est majorée de euro 250 par enfant à charge.
  Cette allocation n'est octroyée qu'une seule fois par ménage. "
  " § 3. L'allocation visée à l'article 2, § 3 s'élÚve à euro 5.000 si au moins un membre du ménage est propriétaire de l'habitation quittée. Elle s'élÚve à euro 1.240 si aucun membre du ménage n'est propriétaire de l'habitation quittée.
  Elle est majorée de euro 250 par enfant à charge.
  Cette allocation n'est octroyée qu'une seule fois par ménage. "
Art. 4. In artikel 7, paragraaf 1, van hetzelfde besluit, worden de woorden " Voor de toepassing van artikel 2, §§ 1 en 2, " ingevoegd voor de woorden " wordt de premieaanvraag aan het bestuur gericht... ".
Art. 4. Dans l'article 7, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Pour l'application de l'article 2, §§ 1er et 2, " sont ajoutĂ©s avant les mots " La demande d'allocation est adressĂ©e... ".
Art. 5. Een artikel 7bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd in hetzelfde besluit :
  " § 1. Voor de toepassing van artikel 2, § 3, wordt de aanvraag gericht aan het bestuur door bemiddeling van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waarin de in artikel 2, § 3, bedoelde toeristische voorziening gevestigd is, d.m.v. het door dit centrum afgegeven formulier.
  § 2. Om als volledig te worden beschouwd, moet de aanvraag om toelage de volgende elementen bevatten :
  1° een uittreksel van het bevolkingsregister waarbij de samenstelling van het aanvragende gezin wordt vastgesteld;
  2° de precieze identificatie van de betrokken woning samen met het bewijs van de betrekking d.m.v. een eigendomsakte, huurovereenkomst of attest op erewoord, en met het bewijs van zijn gezonde aard d.m.v. een attest van de bevoegde overheid;
  3° de precieze identificatie van de ontruimde woonplaats samen met het in artikel 4, § 4, 2°, bedoelde bewijs en met het bewijs van de inachtneming van artikel 4, § 4, 3° of 4°;
  § 3. Op straffe van niet-ontvankelijkheid, moet de aanvraag om toelage ontvangen worden door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn uiterlijk binnen 2 maanden vanaf de betrekking van de gezonde woning. "
  " § 1. Voor de toepassing van artikel 2, § 3, wordt de aanvraag gericht aan het bestuur door bemiddeling van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waarin de in artikel 2, § 3, bedoelde toeristische voorziening gevestigd is, d.m.v. het door dit centrum afgegeven formulier.
  § 2. Om als volledig te worden beschouwd, moet de aanvraag om toelage de volgende elementen bevatten :
  1° een uittreksel van het bevolkingsregister waarbij de samenstelling van het aanvragende gezin wordt vastgesteld;
  2° de precieze identificatie van de betrokken woning samen met het bewijs van de betrekking d.m.v. een eigendomsakte, huurovereenkomst of attest op erewoord, en met het bewijs van zijn gezonde aard d.m.v. een attest van de bevoegde overheid;
  3° de precieze identificatie van de ontruimde woonplaats samen met het in artikel 4, § 4, 2°, bedoelde bewijs en met het bewijs van de inachtneming van artikel 4, § 4, 3° of 4°;
  § 3. Op straffe van niet-ontvankelijkheid, moet de aanvraag om toelage ontvangen worden door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn uiterlijk binnen 2 maanden vanaf de betrekking van de gezonde woning. "
Art. 5. Un article 7bis, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© :
  " § 1er. Pour l'application de l'article 2, § 3, la demande est adressée à l'administration par l'intermédiaire du centre public d'aide sociale de la commune sur laquelle est implantée l'équipement touristique visé à l'article 2, § 3, au moyen du formulaire délivré par celui-ci.
  § 2. Pour ĂȘtre considĂ©rĂ©e comme complĂšte, la demande d'allocation comporte :
  1° un extrait du registre de la population établissant la composition du ménage du demandeur;
  2° l'identification précise du logement occupé accompagnée de la preuve de son occupation par acte de propriété, contrat de bail ou attestation sur l'honneur et de son caractÚre salubre par attestation des autorités compétentes en la matiÚre;
  3° l'identification précise de l'habitation quittée accompagnée de la preuve visée à l'article 4, § 4, 2°, et de la preuve du respect de l'article 4, § 4, 3° ou 4°.
  § 3. Sous peine d'irrecevabilitĂ©, la demande d'allocation doit ĂȘtre reçue par le centre public d'aide sociale au plus tard dans les deux mois de l'occupation du logement salubre. "
  " § 1er. Pour l'application de l'article 2, § 3, la demande est adressée à l'administration par l'intermédiaire du centre public d'aide sociale de la commune sur laquelle est implantée l'équipement touristique visé à l'article 2, § 3, au moyen du formulaire délivré par celui-ci.
  § 2. Pour ĂȘtre considĂ©rĂ©e comme complĂšte, la demande d'allocation comporte :
  1° un extrait du registre de la population établissant la composition du ménage du demandeur;
  2° l'identification précise du logement occupé accompagnée de la preuve de son occupation par acte de propriété, contrat de bail ou attestation sur l'honneur et de son caractÚre salubre par attestation des autorités compétentes en la matiÚre;
  3° l'identification précise de l'habitation quittée accompagnée de la preuve visée à l'article 4, § 4, 2°, et de la preuve du respect de l'article 4, § 4, 3° ou 4°.
  § 3. Sous peine d'irrecevabilitĂ©, la demande d'allocation doit ĂȘtre reçue par le centre public d'aide sociale au plus tard dans les deux mois de l'occupation du logement salubre. "
Art. 6. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden ", of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wat betreft de in § 3 van artikel 2 bedoelde toelage " ingevoegd tussen de woorden " het bestuur " en " kennis ";
  2° een paragraaf 5 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 5. De in artikel 2, § 3, bedoelde toelage wordt uitbetaald door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan de begunstigde binnen achtendertig dagen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag. "
  3° een paragraaf 6 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 6. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn maakt om de drie maanden een overzichtslijst van de betalingen van de in artikel 2, § 3, bedoelde toelagen aan het bestuur over alsook een kopie van de beslissingen samen met de in artikel 7bis, § 2, bedoelde bewijsstukken en de betalingsbewijzen.
  De terugbetaling wordt uitgevoerd om de drie maanden op initiatief van het bestuur voor elke toelage uitbetaald met inachtneming van de bepalingen van dit besluit. ";
  4° een paragraaf 7 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 7. De Minister kan het bedrag en de modaliteiten vastleggen van de vergoeding van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de begunstigde de in artikel 2, § 3, bedoelde toelage toekent. "
  1° in § 1 worden de woorden ", of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wat betreft de in § 3 van artikel 2 bedoelde toelage " ingevoegd tussen de woorden " het bestuur " en " kennis ";
  2° een paragraaf 5 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 5. De in artikel 2, § 3, bedoelde toelage wordt uitbetaald door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan de begunstigde binnen achtendertig dagen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag. "
  3° een paragraaf 6 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 6. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn maakt om de drie maanden een overzichtslijst van de betalingen van de in artikel 2, § 3, bedoelde toelagen aan het bestuur over alsook een kopie van de beslissingen samen met de in artikel 7bis, § 2, bedoelde bewijsstukken en de betalingsbewijzen.
  De terugbetaling wordt uitgevoerd om de drie maanden op initiatief van het bestuur voor elke toelage uitbetaald met inachtneming van de bepalingen van dit besluit. ";
  4° een paragraaf 7 wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 7. De Minister kan het bedrag en de modaliteiten vastleggen van de vergoeding van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de begunstigde de in artikel 2, § 3, bedoelde toelage toekent. "
Art. 6. A l'article 8, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au § 1er, les mots ", ou le centre public d'aide sociale en ce qui concerne l'allocation visée au § 3 de l'article 2, " sont insérés entre les mots " l'administration " et " informe ";
  2° il est inséré un paragraphe 5 rédigé comme suit :
  " § 5. L'allocation visée à l'article 2, § 3, est liquidée par le centre public d'aide sociale au bénéficiaire dans les trente-huit jours de la réception de la demande complÚte ";
  3° il est inséré un paragraphe 6 rédigé comme suit :
  " § 6. Le centre public d'aide sociale transmet trimestriellement à l'administration un état récapitulatif des paiements d'allocations visées par l'article 2, § 3, une copie des décisions accompagnées des piÚces justificatives visées à l'article 7bis, § 2, ainsi que des preuves de paiements.
  Le remboursement intervient trimestriellement Ă l'initiative de l'administration pour toute allocation dĂ©livrĂ©e dans le respect des conditions posĂ©es par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ";
  4 ° il est inséré un paragraphe 7 rédigé comme suit :
  " § 7 Le ministre peut déterminer le montant et les modalités de l'indemnisation du centre public d'aide sociale qui octroie au bénéficiaire l'allocation visée par l'article 2, § 3. "
  1° au § 1er, les mots ", ou le centre public d'aide sociale en ce qui concerne l'allocation visée au § 3 de l'article 2, " sont insérés entre les mots " l'administration " et " informe ";
  2° il est inséré un paragraphe 5 rédigé comme suit :
  " § 5. L'allocation visée à l'article 2, § 3, est liquidée par le centre public d'aide sociale au bénéficiaire dans les trente-huit jours de la réception de la demande complÚte ";
  3° il est inséré un paragraphe 6 rédigé comme suit :
  " § 6. Le centre public d'aide sociale transmet trimestriellement à l'administration un état récapitulatif des paiements d'allocations visées par l'article 2, § 3, une copie des décisions accompagnées des piÚces justificatives visées à l'article 7bis, § 2, ainsi que des preuves de paiements.
  Le remboursement intervient trimestriellement Ă l'initiative de l'administration pour toute allocation dĂ©livrĂ©e dans le respect des conditions posĂ©es par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ";
  4 ° il est inséré un paragraphe 7 rédigé comme suit :
  " § 7 Le ministre peut déterminer le montant et les modalités de l'indemnisation du centre public d'aide sociale qui octroie au bénéficiaire l'allocation visée par l'article 2, § 3. "
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 10 oktober 2003.
Art. 7. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 10 octobre 2003.
Art. 8. De Minister van Huisvesting is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Namen, 24 oktober 2003.
  De Minister-President,
  J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
  De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken,
  M. DAERDEN
  Namen, 24 oktober 2003.
  De Minister-President,
  J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
  De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken,
  M. DAERDEN
Art. 8. Le Ministre du Logement est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Namur, le 24 octobre 2003.
  Le Ministre-Président,
  J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
  Le Ministre du Budget, du Logement, de l'Equipement et des Travaux publics,
  M. DAERDEN
  Namur, le 24 octobre 2003.
  Le Ministre-Président,
  J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
  Le Ministre du Budget, du Logement, de l'Equipement et des Travaux publics,
  M. DAERDEN
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (bijlage opgeheven)
  Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 oktober 2003 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot toekenning van verhuis- en huurtoelagen aan gezinnen die in een precaire toestand verkeren en aan daklozen met het oog, in het kader van het meerjaarlijkse actieplan betreffende de permanente woning in toeristische voorzieningen, op een vestigingstoelage.
  Namen, 24 oktober 2003.
  De Minister-President,
  J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
  De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken,
  M. DAERDEN.
  Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 oktober 2003 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 21 januari 1999 tot toekenning van verhuis- en huurtoelagen aan gezinnen die in een precaire toestand verkeren en aan daklozen met het oog, in het kader van het meerjaarlijkse actieplan betreffende de permanente woning in toeristische voorzieningen, op een vestigingstoelage.
  Namen, 24 oktober 2003.
  De Minister-President,
  J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
  De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken,
  M. DAERDEN.
Art. N. (annexe abrogée)
  Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 24 octobre 2003 modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999 concernant l'octroi d'allocations de dĂ©mĂ©nagement et de loyer en faveur de mĂ©nages en Ă©tat de prĂ©caritĂ© et de personnes sans abri en vue d'instaurer, dans le cadre du plan d'action pluriannuel relatif Ă l'habitat permanent dans les Ă©quipements touristiques, une allocation d'installation.
  Namur, le 24 octobre 2003.
  Le Ministre-Président,
  J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
  Le Ministre du Budget, du Logement, de l'Equipement et des Travaux publics,
  M. DAERDEN.
  Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 24 octobre 2003 modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 21 janvier 1999 concernant l'octroi d'allocations de dĂ©mĂ©nagement et de loyer en faveur de mĂ©nages en Ă©tat de prĂ©caritĂ© et de personnes sans abri en vue d'instaurer, dans le cadre du plan d'action pluriannuel relatif Ă l'habitat permanent dans les Ă©quipements touristiques, une allocation d'installation.
  Namur, le 24 octobre 2003.
  Le Ministre-Président,
  J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
  Le Ministre du Budget, du Logement, de l'Equipement et des Travaux publics,
  M. DAERDEN.